Recreatief Toestelturnen E-NIVEAU REK Meisjes / Jongens Oefeningen 1, 2, 3
SPECIFIEKE RICHTLIJNEN REK E-niveau (meisjes/jongens): Algemeen: - Er wordt in het E-niveau gewerkt op laag rek (borsthoogte) en op halfhoog rek (2 rekstokken worden naast elkaar opgesteld). De hoogte is individueel aan te passen naargelang de grootte van de gymnast. De knieën mogen de mat niet raken bij de zwaaioefeningen!!!! NIEUW: De rekoefeningen mogen door de meisjes ook uitgevoerd worden op ronde, houten leggers (ovale leggers zijn niet toegestaan!).: dit kan een damesbrug zijn met leggers op 1,65m en 2,45m (vaste hoogte, gemeten vanaf de grond), of losse houten leggers die tussen de rekpalen geplaatst worden en verstelbaar zijn op gepaste hoogte. Het materiaal hangt af van de organiserende club. Jongens moeten verplicht op de rekstokken turnen (uitzonderingen zijn aan te vragen bij de hoofdjury vóór aanvang van de wedstrijd)! De gymnasten (enkel meisjes) hebben de vrije keuze om te turnen aan de rekstokken of aan de houten leggers. Beiden mogen echter niet gecombineerd worden (vb. laag rek en hoge houten legger) Opgelet: Indien er aan een damesbrug gewerkt wordt, mag er een plint geplaatst worden voor de opsprongen (enkele delen in lengte) en andere elementen waarbij men op/van het rek moet kunnen springen. De trainer zorgt voor de veiligheid door deze plint indien nodig weg te nemen. Voor de zwaai-elementen op halve hoogte, mag er eventueel een 2 e valmat geplaatst worden, bovenop de 1 e valmat. Dit is niet verplicht. Voor de overgang van lage naar halfhoge legger gebeurt via een plint of hulp van de trainer; het is niet toegestaan zelf van lage naar hoge legger te gaan; het zwaaielement moet steeds vanuit stilhang of steun beginnen. Het verstellen van de leggers van de damesbrug is enkel toegestaan indien dit vlot en snel kan gebeuren (niet ingeval van losmaken spankabels). - Onder de rekstokken/leggers mogen kleine matten (5-10cm) geplaatst worden. Voor de afsprong mag een valmat geplaatst worden. - Aangezien de moeilijkheid van het toestel 'rek', is het toegestaan om tussen bepaalde elementen van het toestel af te komen, zoals beschreven, dit evenwel zonder rustpauze te nemen. Dit kan enkel als een element begint of eindigt met de voeten op de grond, of indien er gewisseld wordt van rek/leggerhoogte. Er worden géén punten afgetrokken voor deze tussenstops, en de gymnast kan nadien gewoon terug op het rek springen om de oefening verder af te werken. Tussen elementen die volledig op eenzelfde rek/legger geturnd worden, mogen de voeten echter de mat niet raken, indien wel dan volgt een aftrek van 0,5p. - Het is toegelaten om tussen de opeenvolgende elementen een stop of tussenzwaai te maken; directe verbindingen zijn toegelaten maar niet verplicht. Er zijn dus geen bestraffingen voor stops of tussenzwaaien tussen 2 elementen, maar ook geen extra punten voor directe verbindingen. - De tekst (volledige bewegingsbeschrijving en technische vereisten per element) is steeds bepalend voor een correcte uitvoering en vormt het uitgangspunt voor jurering; de tekeningen gelden enkel ter illustratie! - De oefeningen komen uit het oefenprogramma 'Basisgym', of zijn ervan afgeleid. 2
Keuze oefening, samenstelling en inhoud: - De gymnast mag kiezen uit oef. 1 (startwaarde 8p), oef. 2 (startwaarde 9p) of oef. 3 (startwaarde 10p). De keuze is onafhankelijk van het geturnde niveau aan de overige toestellen. Het is een gymnast niet toegestaan een oefening uit niv. D te turnen (oef. 4 of oef. 5) ; indien deze dit wel doet, volgt een nulscore voor die oefening! De gekozen oefening wordt vooraf aan de jury gemeld! Indien de vermelde oefening niet strookt met de geturnde oefening, dan geldt een aftrek van 1,0p op de startwaarde. - De samenstelling van de oefening is volledig opgelegd, d.w.z.: Er zijn 5 voorgeschreven elementen, die allemaal moeten geturnd worden. Indien een element weggelaten wordt, geldt volgende aftrek:?? Indien de gymnast slechts 4 elementen turnt: een aftrek van -1,0p op de startwaarde.?? Indien de gymnast slechts 3 elementen turnt: een aftrek van -2,0p op de startwaarde.?? Indien de gymnast slechts 1of 2 turnt, geldt een startwaarde van 2,00p voor de totale oefening (ongeacht de oorspronkelijke startwaarde). Hiervan wordt ook nog de aftrek voor fouten afgetrokken. De volgorde van deze 5 voorgeschreven elementen is vastgelegd. De gymnast mag deze volgorde niet veranderen; in geval van wijziging volgt een aftrek van 0,5p per keer Er zijn géén bonuselementen in niveau E van toepassing. De startwaarde kan niet verhoogd worden door toevoeging van extra elementen. 3
Rek E-niveau: oefening 1 (startwaarde 8p.) Opgelegde combinatie van 5 voorgeschreven elementen: (vaste volgorde, alle elementen moeten geturnd worden, géén bonuselement) Rek op borsthoogte: 1 2 3 4 Wissel naar halfhoog* rek 5 * halfhoog rek op? 1,70m ofwel hoog rek + 2-3 valmatten eronder (zwaairuimte? 1,70m) 4
Beschrijving van de elementen, rek E-niveau, oefening 1: LAAG REK, BORSTHOOGTE 1. Opspringen tot streksteun 3x Strekstand voor het rek, handen in kneukelgreep; afstoten met 2 voeten en tot kortstondige steun komen op rek met schouders uitgeduwd; hierna afduwen van het rek, terugkomen tot beginhouding op de mat en direct terug afstoten voor herhaling van het element. In totaal 3x opspringen, en de 3e maal in streksteun blijven op het rek. - Afstoot en landing steeds met beide voeten tegelijk - Met gespannen lichaam tot steun en terug tot stand komen - Geen stop of tussenzwaai maken tussen streksteun en het afduwen tot stand - Beheerst op de rekstok springen (er niet tegen botsen) - Steunfase even aanhouden met de rek tegen de dijen (niet t.h.v. de buik) - 3x na elkaar kunnen uitvoeren en vervolgens in steun blijven Streksteun in kneukelgreep; evenwichtsverlies naar voor, benen buigen en romp naar de dijen brengen; beheerst voorwaarts rond rek draaien tot gehouden buighang met de kin boven rekstok en gebogen benen - De handen zijn van begin tot einde in kneukelgreep: duimen binnenwaarts - Het lichaam volledig inhurken tijdens de draai rond de rekstok - Beheerst draaien en komen tot hang met gebogen armen en benen - Tijdens de buighang is de kin boven de rekstok (zelf over het rek kijken) - 2 blijven hangen 2. Voorwaarts rond rek draaien tot buighang 2" Na de buighang plaatst de gymnast de voeten op de grond en komt tot stand, de handen blijven de rekstok vasthouden, de gymnast springt meteen terug tot steun voor het volgende element, zonder pauze. 5
Vanuit streksteun met handen in kneukelgreep, 1 been zijwaarts gestrekt over de rek heffen, hand aan buitenkant been plaatsen en voorlingse spreidzit aannemen; hand terug aan binnenkant been plaatsen en been gestrekt zijwaarts over rek heffen tot streksteun 3. Been over de steun heffen en terugheffen tot streksteun - Het been gestrekt over de rekstok heffen en terugbrengen - Er is geen zwaaibeweging van het been vereist, met heft het been louter over de rekstok en terug - Armen blijven heel de oefening gestrekt - De voet raakt de rekstok niet tijdens het overheffen - Het lichaam blijft in vormspanning met ronde rug en rek tegen de dijen - De handen steeds in kneukelgreep plaatsen Vanuit streksteun, handen in kneukelgreep, de benen lichtjes voorwaarts zwaaien (uithalen) gevolgd van opzwaai naar achter waarbij het lichaam los komt van de rekstok; lichaam terug omzetten naar schelphouding en eindigen in strekstand achter de rekstok met handen vast - De benen zijn de hele beweging gesloten en gestrekt - Na de uithaalbeweging worden de benen actief achterwaarts gezwaaid waarbij het lichaam gestrekt tot overstrekt is - Het hele lichaam komt los van de rekstok tot schuin achterwaarts - Na het loskomen van de rekstok wordt het lichaam onmiddellijk in schelphouding gebracht - De armen blijven de hele oefening door gestrekt - Landen met gespannen lichaam met de handen in kneukelgreep 4. Achteropzwaai tot stand Na dit element verplaatst de gymnast zich meteen naar de halfhoge rekstok (geen pauze toegelaten), waar de trainer de gymnast heft tot hang; van hieruit de oefening voortzetten; de rekhoogte mag individueel aangepast worden door plaatsing van valmatten, zodanig dat de knieën van de gymnast ruim boven de mat komen tijdens het zwaaien 6
WISSEL NAAR HALFHOOG REK! 5. Zwaaien met gebogen benen en handverpak, 3x Vanuit hang met gebogen benen aan halfhoog rek een zwaaibeweging op gang brengen door afwisselend de knieën actief voorwaarts en de hielen rugwaarts te duwen; steeds hoger zwaaien met gebogen benen en bij de achterzwaai op het hoogste punt telkens de handen gelijktijdig verpakken, d.w.z. de handen even loslaten en terug helemaal rond de rekstok leggen om afglijden te vermijden; de gymnast zwaait 3x met handverpak (het opstarten van de zwaai niet meegeteld, hiervoor mogen 1-2 voorbereidende zwaaien extra gemaakt worden); na de laatste zwaai laat de gymnast het rek achteraan op het hoogste punt los en springt af tot stand op de mat - met gestrekte armen zwaaien - de zwaai kunnen op gang brengen en versterken door de knieën actief voor- en achterwaarts te zwaaien - de rug blijft recht tijdens het zwaaien met het hoofd neutraal tussen de armen - 3x na elkaar zwaaien met handverpak (na de voorbereidende zwaaien) - het rek bij de laatste achterzwaai pas loslaten op het hoogste punt; de gymnast mag niet "wegschieten" van het rek, maar moet beheerst afspringen tot op de mat - landen in evenwicht 7
Rek E-niveau: oefening 2 (startwaarde 9p.) Opgelegde combinatie van 5 voorgeschreven elementen: (vaste volgorde, alle elementen moeten geturnd worden, géén bonuselement) Rek op borsthoogte: 1 2 3 4 Wissel naar halfhoog rek: 5 8
Beschrijving van de elementen, rek E-niveau, oefening 2: LAAG REK, BORSTHOOGTE Strekstand, handen in kneukelgreep; 1 stap voorwaarts zetten, krachtig afstoten van deze voet en tegelijk zwaaibeen opwaarts brengen naar rek toe en optrekken aan armen; het afstootbeen snel bijbrengen en beide benen over de rekstok zwaaien; lichaam ondertussen gestrekt rugwaarts rond de rekstok draaien tot gespannen streksteun; 1. Borstomtrek met afstoot 1 voet - bij de afstoot trekt de gymnast zich op aan het rek (niet gaan hangen) - been per been opwaarts zwaaien - de benen snel sluiten en gestrekt over de rekstok brengen - na de draaibeweging over de rek komt de gymnast tot gehouden steun (niet van de rekstok vallen) - een correcte steunhouding aannemen (uitduwen) 2. Been voorwaarts overzwaaien tot spreidzit voorlings Streksteun, handen in kneukelgreep; 1 been zijwaarts over de rekstok zwaaien, gelijktijdig 1 hand loslaten en teruggrijpen aan buitenkant zwaaibeen; eindigen in voorlingse spreidzit op de rekstok met voorste been tussen de handen; - De benen en de steunarm zijn de hele beweging gestrekt - De voet van het zwaaibeen raakt de rekstok niet - De beenzwaai en het loslaten van de hand gebeuren gelijktijdig (de arm mag het been niet hinderen) - Er is een duidelijke zwaaibeweging van het been te zien (niet heffen!) - De hand wordt na het loslaten aan de buitenkant van het zwaaibeen geplaatst; de handen zijn steeds in kneukelgreep 9
Bewegingsbeschrijving :!!! Dit element mag met een knieband/volleybalband worden uitgevoerd; deze moet dan wel voor de gehele oefening gedragen worden. Voorlingse spreidzit op rek met handen in kneukelgreep; achterste been krachtig achterwaarts zwaaien en lichaam achteruit laten vallen tot rek in knieholte van voorste been komt; voorste knie haken rond de rekstok, lichaam schommelt rugwaarts; op verste punt van de zwaai het zwaaibeen actief neerwaarts zwaaien en terugschommelen tot steun; benen uitstrekken tot spreidzit voorlings 3. Kniekip - Het zwaaibeen maakt 2x een actieve zwaaibeweging waarbij de heup gestrekt wordt: 1x bij het achterwaarts vallen, 1x bij het terug opkippen - De kniekip wordt met grote amplitude geturnd (niet dicht bij de rekstok blijven hangen) - De armen zijn zo gestrekt mogelijk tijdens de beweging - In 1 beweging terug opkippen tot steun (niet tussenzwaaien) Na dit element heft de gymnast het voorste been terug over de rekstok tot steun (terugzwaaien is ook toegelaten, van de rekstok afkomen is niet toegelaten) Vanuit streksteun, handen in kneukelgreep, de benen lichtjes voorwaarts zwaaien (uithalen) gevolgd van krachtige opzwaai naar achter waarbij het lichaam los komt van de rekstok; lichaam terug omzetten naar schelphouding en eindigen in strekstand achter de rekstok met handen vast 4. Achteropzwaai 45 tot stand - De benen zijn de hele beweging gesloten en gestrekt - Na de uithaalbeweging worden de benen actief achterwaarts gezwaaid waarbij het lichaam gestrekt tot overstrekt is - Het hele lichaam komt los van de rekstok tot minimum 45 uitwijking schuin achterwaarts (te meten vanaf het vertikale!) - Na het loskomen van de rekstok wordt het lichaam onmiddellijk in schelphouding gebracht - De armen blijven de hele oefening door gestrekt - Landen met gespannen lichaam met de handen in kneukelgreep 10
WISSEL NAAR HALFHOOG REK! Na dit element verplaatst de gymnast zich meteen naar de halfhoge rekstok (geen pauze toegelaten), waar de trainer de gymnast heft tot hang; van hieruit de oefening voortzetten; de rekhoogte mag individueel aangepast worden door plaatsing van valmatten, zodanig dat de knieën van de gymnast ruim boven de mat komen tijdens het zwaaien Vanuit hang met gebogen benen aan halfhoog rek een zwaaibeweging op gang brengen door afwisselend de knieën actief voorwaarts en de hielen rugwaarts te duwen; steeds hoger zwaaien tot minimum 45 met gebogen benen en bij de achterzwaai op het hoogste punt telkens de handen gelijktijdig verpakken, d.w.z. de handen even loslaten en terug helemaal rond de rekstok leggen om afglijden te vermijden; de gymnast zwaait 3x met handverpak (het opstarten van de zwaai niet meegeteld, hiervoor mogen 1-2 voorbereidende zwaaien extra gemaakt worden); na de laatste zwaai laat de gymnast het rek achteraan op het hoogste punt los en springt af tot stand op de mat 5. Zwaaien 45 met gebogen benen en handverpak, 3x - met gestrekte armen zwaaien - de 3 zwaaien moeten minimum 45 uitwijking hebben (te meten vanaf het vertikale) - de zwaai kunnen op gang brengen en versterken door de knieën actief voor- en achterwaarts te zwaaien - de rug blijft recht tijdens het zwaaien met het hoofd neutraal tussen de armen - 3x na elkaar zwaaien met handverpak (na de voorbereidende zwaaien) - het rek bij de laatste achterzwaai pas loslaten op het hoogste punt; de gymnast mag niet "wegschieten" van het rek, maar moet beheerst afspringen tot op de mat - landen in evenwicht 11
Rek E-niveau: oefening 3 (startwaarde 10p.) Opgelegde combinatie van 5 voorgeschreven elementen: (vaste volgorde, alle elementen moeten geturnd worden, géén bonuselement) Rek op borsthoogte 1 2 3 4 wissel naar halfhoog rek 5 12
Beschrijving van de elementen, rek E-niveau, oefening 3: LAAG REK, BORSTHOOGTE 1. Borstomtrek met afstoot 1 voet Strekstand, handen in kneukelgreep; 1 stap voorwaarts zetten, krachtig afstoten van deze voet en tegelijk zwaaibeen opwaarts brengen naar rek toe en optrekken aan armen; het afstootbeen snel bijbrengen en beide benen over de rekstok zwaaien; lichaam ondertussen gestrekt rugwaarts rond de rekstok draaien tot gespannen streksteun; - bij de afstoot trekt de gymnast zich op aan het rek (niet gaan hangen) - been per been opwaarts zwaaien - de benen snel sluiten en gestrekt over de rekstok brengen - na de draaibeweging over de rek komt de gymnast tot gehouden steun (niet van de rekstok vallen) - een correcte steunhouding aannemen (uitduwen) 2. Been overzwaaien en halve draai tot steun Vanuit streksteun, linkerbeen zijwaarts over de rekstok zwaaien tot voorlingse spreidzit met gelijktijdig loslaten van de linkerhand; vervolgens rechterhand in palmgreep plaatsen en ½ draai rechtsom maken, linkerhand bijplaatsen en rechterbeen gelijktijdig over de rekstok heffen; eindigen in streksteun (of symmetrisch uitvoeren) - De benen zijn de hele oefening gestrekt - Een vlotte ½ draai maken in één beweging (geen 2 kwartdraaien, geen dwarszit op rekstok maken tussendoor!) - De voet mag de rekstok niet raken tijdens de draai - Duwen op de armen bij het draaien (niet in elkaar zakken) - Eindigen in correcte streksteun, niet van het rek vallen 13
Bewegingsbeschrijving : Streksteun, handen in kneukelgreep; benen lichtjes voorwaarts zwaaien (uithalen) gevolgd van krachtige opzwaai naar achter met de schouders boven de handen; lichaam los komt van de rekstok en wordt omgezet naar schelphouding; terugkeren tot steun, benen voorwaarts bewegen en onmiddellijk een nieuwe achteropzwaai maken; dit 3x uitvoering 3. Achteropzwaai 45 van steun tot steun 3x 4. Onderzwaai vanuit stand - De benen zijn de hele beweging gesloten en gestrekt - Na de uithaalbeweging worden de benen actief achterwaarts gezwaaid waarbij het lichaam gestrekt tot overstrekt wordt - Het hele lichaam komt los van de rekstok tot minimum 45 uitwijking schuin achterwaarts (te meten vanaf het vertikale) - De schouders blijven steeds boven de handen (niet achteruit leunen) - Na het loskomen van tegen de rekstok wordt het lichaam onmiddellijk in schelphouding gebracht - Terugkeren tegen de rekstok met gespannen lichaam (niet in elkaar zakken) en direct terug uithalen voor nieuwe opzwaai (geen stop of tussenzwaai maken tussen de verschillende opzwaaien!) - 3x na elkaar zwaaien Na dit element springt de gymnast rustig af tot stand, de handen blijven de rekstok vasthouden, de gymnast vervolgt meteen met het volgende element, zonder pauze Strekstand, handen in kneukelgreep; 1 pas voorwaarts zetten, benen snel na elkaar gestrekt opzwaaien naar de rekstok tot omgekeerde hang met gestrekte armen; vervolgens een lendenslag maken en via boogvorm tot strekstand komen met de rug naar de rekstok - De beweging uitvoeren met gestrekte armen en benen - Het lichaam komt eerst tot volledig omgekeerde strekhang alvorens de lendenslag gegeven wordt (dijen tegen de rekstok) - De heupen worden niet gehoekt (geen voeten tegen de rekstok!) - Een krachtige lendenslag maken met het lichaam hoger dan de rekstok - Tijdens de vluchtfase is het lichaam in gespannen boogvorm - De rekstok pas loslaten op het einde van de boog - Eindigen in evenwicht en met gespannen lichaam, rug naar de rekstok 14
WISSEL NAAR HALFHOOG REK! 5. Vanuit steun 3x zwaaien 45 met gebogen benen en handverpak Vanuit streksteun in kneukelgreep, de benen lichtjes voorwaarts en vervolgens krachtig achteruitzwaaien; schouders achterwaarts laten meegaan, schouderhoek actief openen en met gestrekte armen komen tot hang met gebogen benen; vervolgens 3x voor-achterwaarts zwaaien met gebogen benen en handverpak; na de laatste zwaai laat de gymnast het rek achteraan op het hoogste punt los en springt af tot stand op de mat - bij het achteruit zwaaien vanuit steun worden de schouders diep naar beneden geduwd (er mag geen slag in de schouders ontstaan) - de armen zijn volledig gestrekt, zowel bij de uitzwaai als bij het zwaaien - telkens op het hoogste punt van de achterzwaai de handen verpakken - de zwaai kunnen behouden en versterken door de knieën actief voor- en achterwaarts te zwaaien - de rug blijft recht tijdens het zwaaien met het hoofd neutraal tussen de armen - 3x na elkaar zwaaien tot 45 (te meten vanaf het vertikale) met telkens handverpak - het rek bij de laatste achterzwaai pas loslaten op het hoogste punt; de gymnast mag niet "wegschieten" van het rek, maar moet beheerst afspringen tot op de mat - landen in evenwicht 15