ASISKENNIS EN ASISVAARDIGHEDEN III 304 asiskennis en asisvaardigheden III (304) SCHEIKUNDE 304.01 De kandidaat kan de belangrijkste scheikundige en natuurkundige verschijnselen onderscheiden. 304.02 De kan didaat kan de beg rippen m engsel, zuivere stof, verbinding, element, molecuul en atoom 304.03 De kan didaat kan de belangrijkste scheidingsmethodes van mengsels 304.04 De kandidaat kan het periodiek systeem en chemische notaties interpreteren. 304.05 De kan didaat kan de opbouw van atom en met behulp van de atoomtheorie van o hr (t/m het element calcium) 304.06 De kandidaat kan de principes van verschillende chemische reacties 304.07 De kandidaat kan voor een chemische reactie een reactieschema opstellen. 304.08 De kandidaat kan eenvoudige reactievergelijkingen kloppend maken en daaraan berekeningen uitvoeren. 304.09 De kandidaat kan de belangrijkste eigenschappen en toepassingen van oxiden, zuren, basen en zouten noemen. 304.10 De kandidaat kan de systematische naam voor zouten en voor eenvoudige covalent gebonden stoffen afleiden. 304.11 De kandidaat kan de oplosbaarheid van zouten in oplosbaarheidstabellen opzoeken. 304.12 De kandidaat kan het ontstaan van een neerslag bij het samenvoegen van elektrolytoplossingen voorspellen. 304.13 De kandidaat kan de covalente en de ionbinding 304.14 De kandidaat kan m et de volgende grootheden: volum e, concentratie, molaire massa, stofhoeveelheid in mol en dichtheid eenvoudige berekeningen uitvoeren. 304.15 De kandidaat kan de ph van oplossingen van sterke zuren en basen berekenen. 304.16 De kandidaat kan benodigde fysische constanten in hand- of tabellenboeken opzoeken.
304.17 De kandidaat kan de belangrijkste functionele groepen van organische stoffen herkennen en benoemen. 304.18 De kandidaat kan eenvoudige laboratoriumbenodigdheden hanteren. Rpm/c 304.19 De kandidaat kan op basis van gegeven nauwkeurigheidsaanduidingen maatglaswerk, balansen en meetapparatuur selecteren. 304.20 De kandidaat kan elementaire chemische experimenten uitvoeren. Rpm/c 304.21 De kandidaat kan een eenvoudige opstelling bouwen. Rpm/c 304.22 De kandidaat kan meetgegevens van eenvoudige experimenten administreren en rapporteren. 304.23 De kandidaat kan bij onzorgvuldig handelen tijdens laboratoriumwerkzaamheden de gevaren voor mens en milieu 304.24 De kandidaat kan accuraat, betrouwbaar en volgens analysevoorschrift werken. /pm IOLOG IE 304.25 De kandidaat kan de plaats en ontwikkelingen van de biologie in de natuurwetenschappen noemen. 304.26 De kandidaat kan het belang van de systematiek voor de naamgeving van organismen noemen. 304.27 De kandidaat kan de beginselen van het werken met de lichtmicroscoop toepassen. 304.28 De kandidaat kan de bouw en functies van de cel en cel-onderdelen op lichtmicroscopisch en elektronen-microscopisch niveau noemen. 304.29 De kandidaat kan de verschillende fasen van de celcyclus, inclusief mitose en meiose, Rpm/c 304.30 De kandidaat kan de beginselen van de klassieke genetica 304.31 De kandidaat kan de functies van de belangrijkste biomoleculen noemen. 304.32 De kandidaat kan de processen die betrokken zijn bij de eiwitsynthese in de cel noemen. 304.33 De kandidaat kan de relevante eigenschappen, functies en toepassingen van enzymen noemen. 304.34 De kandidaat kan de elementaire stofwisselingsprocessen in organismen 304.35 De kandidaat kan de factoren die van invloed zijn op de vermenigvuldiging van micro-organismen noemen. 304.36 De kandidaat kan het nut en de schadelijke invloed van micro-organismen op het dagelijks leven 304.37 De kandidaat kan vormen van transport van moleculen in en uit cellen noemen. 304.38 De kandidaat kan de bouw en de werking van de bloedsomloop bij de mens 304.39 De kandidaat kan de belangrijkste bestanddelen van het bloed en de functies ervan noemen.
ASISKENNIS EN ASISVAARDIGHEDEN III 304 304.40 De kandidaat kan eenvoudige laboratoriumbepalingen met ziekten van het bloed of bloedsomloop in verband brengen. 304.41 De kandidaat kan de belangrijkste afweermechanismen van het lichaam noemen. 304.42 De kandidaat kan de elementaire kenmerken van ecosystemen noemen. 304.43 De kandidaat kan eenvoudige biologische laboratorium-benodigdheden hanteren. 304.44 De kandidaat kan meetgegevens nauwkeurig verwerken in een labjournaal en dit in de vorm van een meetrapport rapporteren. 304.45 De kandidaat kan biologische handelingen op een systematische en logische wijze conform veilige biologische technieken, waaronder de GMT- en VMTregels, uitvoeren. Rpm/c /pm NATUURKUNDE 304.46 De kandidaat kan op correcte wijze natuurkundige grootheden, eenheden en afgeleide eenheden hanteren. 304.47 De kandidaat kan volgens een nauwkeurig omschreven opdracht diverse fysische grootheden met de goede nauwkeurigheid bepalen. /pm 304.48 De kandidaat kan de resultaten van fysische experimenten rapporteren. 304.49 De kan didaat kan met betrekking tot bewegingen, kracht, m assa en dichtheid eenvoudige berekeningen uitvoeren. 304.50 De kandidaat kan met betrekking tot druk, vloeistoffen, gassen, dampen, fase-overgangen en vochtigheid eenvoudige berekeningen uitvoeren. 304.51 De kandidaat kan met betrekking tot arbeid, vermogen, energie, warmte en uitzetting eenvoudige berekeningen uitvoeren. 304.52 De kandidaat kan de volgende begrippen: opwaartse kracht, wet van Archimedes, wet van Hook, brekingsindex en dispersie 304.53 De kandidaat kan met betrekking tot spiegels, lenzen en prisma*s eenvoudige berekeningen en constructies uitvoeren. 304.54 De kandidaat kan de eigenschappen van geleiders, isolatoren en weerstanden 304.55 De kandidaat kan met betrekking tot stroom, spanning en elektrisch vermogen eenvoudige berekeningen uitvoeren. 304.56 De kandidaat kan het principe van enkele veel voorkomende elektrische schakelingen 304.57 De kandidaat kan de wet van Coulomb en de betekenis van veldlijnen /pm 304.58 De kandidaat kan het principe van een transformator
304.59 De kandidaat kan spannings- en stroommeters op de juiste wijze in een elektrisch circuit opnemen en aflezen. /pm 304.60 De kandidaat kan met elektrische schakelingen en apparatuur veilig werken. /pm 304.61 De kandidaat kan de meest voorkomende grootheden en begrippen met betrekking tot trillingen en golven 304.62 De kandidaat kan de globale indeling van het elektromagnetisch spectrum en de eigenschappen van UV-, IR en zichtbaar licht noemen. WISKUNDE 304.63 De kandidaat kan met gebruikmaking van de wetenschappelijke notaties van getallen be rekeningen uitvo eren. 304.64 De kandidaat kan met breuken, machten en wortels rekenen. 304.65 De kandidaat kan met merkwaardige producten berekeningen uitvoeren. 304.66 De kandidaat kan met recht evenredige grootheden berekeningen uitvoeren. 304.67 De kandidaat kan algebraïsche bewerkingen uitvoeren. 304.68 De kandidaat kan met massa/volume percentages berekeningen uitvoeren. 304.69 De kandidaat kan de relevante functies op de rekenmachine gebruiken. 304.70 De kandidaat kan eerste- en tweedegraads vergelijkingen oplossen. 304.71 De kandidaat kan grafieken van eerstegraads functies tekenen. 304.72 De kandidaat kan een stelsel van twee lineaire vergelijkingen met twee onbekenden oplossen. 304.73 De kandidaat kan grafieken van tweedegraads, gebroken, eenvoudige goniometrische en eenvoudige logaritmische functies interpreteren. 304.74 De kandidaat kan (meet) resultaten grafisch weergeven. 304.75 De kandidaat kan met lijnstukken en hoeken berekeningen uitvoeren. 304.76 De kandidaat kan met regelmatige vlakke figuren berekeningen uitvoeren. 304.77 De kandidaat kan omtrek en inhoud van regelmatige ruimtelijke objecten berekenen. 304.78 De kandidaat kan eenvoudige statistische begrippen 304.79 De kandidaat kan statistische diagrammen tekenen. KWA LITEIT, ARO, VEILIGHEID EN MILIEU
ASISKENNIS EN ASISVAARDIGHEDEN III 304 304.80 De kandidaat kan de belangrijkste voorschriften en achtergronden op het gebied van veiligheid en arbeidsomstandigheden conform de ARO-wet en andere richtlijnen - relevante onderwerpen uit de veiligheids- en gezondheidswetgeving kan noemen; - de begrippen risico, preventie en beheersmaatregelen kan beschrijven; - de oorzaken van een ongeval en methoden van ongevalpreventie kan beschrijven; - de belangrijkste aspecten van het gebruik van werkvergunningen kan noemen. 304.81 De kandidaat kan veiligheidssymbolen, chemiebladen, p-waarden en MACwaarden toepassen. 304.82 De kandidaat kan preventieve maatregelen met betrekking tot brandbare, giftige, bijtende en oxiderende stoffen - de risico's en beheersmaatregelen voor het omgaan met gevaarlijke stoffen kan 304.83 De kandidaat kan de werking en toepassing van blusstoffen en brandbestrijdingsmiddelen verklaren. - de risico's en beheersmaatregelen voor brand en explosies kan 304.84 De kandidaat kan de verschillende persoonlijke beschermingsmiddelen en hun toepassing - het juiste gebruik en de toepassingsgebieden van persoonlijke beschermingsmiddelen kan 304.85 De kandidaat kan met elektrische apparatuur veilig werken. /pm 304.86 De kandidaat kan de effecten en preventieve maatregelen van straling 304.87 De kandidaat kan de belangrijkste meet- en controlegereedschappen ten behoeve van metingen van brandbaarheid, explosiegrenzen en vergiftigingsgevaar gebruiken. /pm 304.88 De kandidaat kan veiligheidsmaatregelen toepassen op zijn werkplek. /pm 304.89 De kandidaat kan bij calamiteiten de voorschriften van het rampenplan uitvoeren. 304.90 De kandidaat kan actie ondernemen wanneer de arbeidsomstandigheden niet in overeenstemming zijn met de ARO-wet of andere geldende regelingen. /pm /i 304.91 De kandidaat kan een aantal veiligheidsmiddelen demonstreren. /pm 304.92 De kandidaat kan kwaliteitszorg in het laboratorium toepassen.
304.93 De kandidaat kan methoden en procedures ter voorkoming en bestrijding van milieuverontreiniging in het laboratorium toepassen. 304.94 De kandidaat kan de noodzaak van het zorgvuldig toepassen van milieuvoorschriften beargumenteren. 304.95 De kandidaat kan het effect van beroepswerkzaamheden op het milieu 304.96 De kan didaat kan maatregelen die milieubelastende gevolgen bij beroepswerkzaamheden beperken, noemen. 304.97 De kandidaat kan voor materialen die door de beroepsgroep worden gebruikt alternatieven die het milieu minder belasten, noemen. 304.98 De kandidaat kan de milieuaanduidingen op verpakkingen herkennen. - - - - -