SPECIFIEKE AANDACHTSPUNTEN bij het voorbereiden en realiseren van de activiteiten voor PRAKTIJK 2



Vergelijkbare documenten
VOLO 1 visietekst muzische domeinen

SPECIFIEKE AANDACHTSPUNTEN bij het voorbereiden en realiseren van de activiteiten

SPECIFIEKE AANDACHTSPUNTEN PRAKTIJK 1 bij het voorbereiden en realiseren van de activiteiten

ALGEMENE BEGINSITUATIEANALYSE

Lijst van de gebruikte leerplannen binnen het katholiek onderwijs

Wat te doen met zwakke begrijpend lezers?

Naam leerlingen. Groep BBL 1 Nederlands. Verdiepend arrangement. Basisarrange ment. Leertijd; 5 keer per week 45 minuten werken aan de basisdoelen.

TAALBESCHOUWING: BEPALINGEN

Klas: Stageklas: tweede leerjaar. Samen school maken Ankerscholen en Lerarenopleiding LO in Synergie met Accent op ieders talent

CONCEPT. Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten. Tussendoelen Nederlands onderbouw vo havo/vwo

Accent op improvisatie

Model om schoolse taalvaardigheden te observeren en te reflecteren

Muiswerk Strategisch Lezen is gericht op het aanleren van deelvaardigheden die nodig zijn voor een strategische leesaanpak.

Voorbeeld actiepunten Aandachtspunt = bevorderen van interactie tussen kinderen tijdens de evaluatie van de les

D.1 Motiveren en inspireren van leerlingen

Resultaten van de interdiocesane proeven. Schooljaar Ges. Vrije Basisschool (Gemengd) Wezenstraat Melle

CONCEPT. Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten. Tussendoelen Nederlands onderbouw vo, vmbo

Drie maal taal. Taal beschouwen in realistische situaties

De Vakman. De leerling hanteert de muzikale parameters en componenten. De leerling leest en schrijft de muziektaal

Accent op verhaal. Aan al deze doelen wordt gewerkt, toch duidt u best aan welke u in de verf wil zetten.

Type 1: De Docent TEST LEERKRACHTSTIJL LAGER. Centrum voor Taal en Onderwijs MIJN PROFIEL

TAAL- EN LEESMETHODEN. Het aanbod Taal- en leesmethoden Begrijpend Lezen. Begrijpend lezen. Effectieve strategieën voor begrijpend lezen ALGEMEEN

Tuin van Heden 3 en 4 Werken met kunst in de paasperiode. Kernles 1: Kunstenaar, wat vertel je mij?

INTERDIOCESANE PROEVEN

Lesvoorbereidingsformulier

HAO LEERTAAK LESVOORBEREIDING UITDAGENDE LEEROMGEVING

Accent op verhaal. Aan al deze doelen wordt gewerkt, toch duidt u best aan welke u in de verf wil zetten.

Muiswerk Strategisch Lezen is gericht op het aanleren van deelvaardigheden die nodig zijn voor een strategische leesaanpak.

Doelenlijst G-start voor VVKBaO

Leerplan VVKBaO. Verbondenheid door middel van rituelen tijdens speciale gelegenheden. Jenthé Adriaens, Elise Buts & Sharis Vertommen

LESVOORBEREIDING nr: 18

Steekkaart: nummer 1Ne

Lezen voor Beroep en Studie. 2 e trainingsavond, 13 oktober 2014

Tuin van Heden 5 en 6 Werken met kunst in de paasperiode. Kernles 1: Kunstenaar, wat vertel je mij?

kijkwijzer hoger onderwijs de les de docent taalontwikkelend lesgeven

PROFESSIONELE BACHELOR IN HET ONDERWIJS: LAGER ONDERWIJS LESONTWERP

Muzische opvoeding. Muzikale opvoeding. klas: doelen deelleerplan VSKO 1999

leerlijn muzische kleuters en 1ste lj.xls 1 van 10 Werken aan een degelijk en samenhangend onderwijsaanbod

OBSERVATIELIJST van de MUZISCHE ONTWIKKELING Van kleuters IN 5 CATEGORIEËN

Zelfevaluatieformulier

Vakonderdeel: MONDELING TAALGEBRUIK: SPREKEN EN LUISTEREN

Checklist Begrijpend lezen en woordenschat Curriculum Nederlands ? - + +

Nationaal congres Taal en Lezen. 15 oktober 2015 Modelen. Contactgegevens

Lesvoorbereidingsformulier

Eindtermen Nederlands lager onderwijs

Tuin van Heden 5 en 6 Werken met kunst in de kerstperiode

PROFESSIONELE BACHELOR IN HET ONDERWIJS: LAGER ONDERWIJS LESONTWERP

Workshop BLIKSEM - Leesbegrippen in de BLIKSEM Oefenteksten en Toetsen

PROFESSIONELE BACHELOR IN HET ONDERWIJS: LAGER ONDERWIJS

Leerdoelen en succescriteria in de wiskundelessen.

WPO Science jaar 1 de observatie- of demonstratiekring

Begrijpend Luisteren

Syntheseproef kerst 2013 Theoretische richtingen

Begrijpend lezen, lessenserie. voor het VO

PROFESSIONELE BACHELOR IN HET ONDERWIJS LAGER ONDERWIJS

Rol van de leerkracht

Beoordelingsinstrument Digitale Leermiddelen Taalonderwijs

Opleiding. Tolk Vlaamse Gebarentaal. Code + officiële benaming van de module. Module Vlaamse Gebarentaal B. Academiejaar

Het kameleongedicht Spreektechnische oefeningen

BEOORDELING STAGE DOOR DE VAKMENTOR

Praten over boeken in de klas Het vragenspel van Aidan Chambers

Aartsbisdom Mechelen-Brussel Vicariaat Onderwijs Diocesane Pedagogische Begeleiding Secundair Onderwijs

EINDTERMENTABEL OVERZICHT. Flos en Bros werkboekjes. x x. x x x x x. x x x. Werkboekje blz e Leerjaar 6 e Leerjaar

LEERLINGEN HELPEN EFFECTIEF ANDERE LEERLINGEN

TRAINING LEVENSBESCHOUWELIJK DENKEN EN COMMUNICEREN

Wat stelt de doorlichting vast? Enkele voorbeelden:

Naam student: Elke Brys Leergroep VOLO1 Naam mentor: Philip O Neill Klas 4 de Aantal lln.: 24 Oefenschool Jakob van Artevelde

Programma van Inhoud en Toetsing

Aanpak van een cursus

Leerplan OVSG. Verbondenheid door middel van rituelen tijdens speciale gelegenheden. Jenthé Adriaens, Elise Buts & Sharis Vertommen

PROFESSIONELE BACHELOR IN HET ONDERWIJS: LAGER ONDERWIJS flexibel traject

TAAL EN LEESMETHODEN Begrijpend Lezen Goed Gelezen

Naam leerlingen. Groep BBL1 Engels. Verdiepend arrangement. Basisarrange ment. Leertijd; 3 keer per week 45 minuten werken aan de basisdoelen.

Schuilt er een onderzoeker in jou?

A. Creëer een positief, veilig en rijk leerklimaat door

3 LEERPLANDOELEN. In de basisschool geldt als streefdoel voor strategieën:

BACHELOR LAGER ONDERWIJS

Taaljournaal Leerlijnenoverzicht - Lezen

Vakgebieden Methoden Omschrijving Taal Groep 1-2. Schatkist

Brochure Begrijpend lezen VMBO 1

LESBESCHRIJVINGSFORMULIER

2.3 Literatuur Schriftelijke vaardigheden Lezen LES GODVERDOMSE DAGEN OP EEN GODVERDOMSE BOL LEERPLAN ALGEMEEN:

Competenties. van de rondleider in kunst en -historische musea. De competenties zijn verdeeld over vier hoofdcategorieën.

Samengevat door Lieve D Helft ICT-coördinator Scholengemeenschap InterEssen

INTERDIOCESANE PROEVEN

PROFESSIONELE BACHELOR IN HET ONDERWIJS: LAGER ONDERWIJS LESONTWERP

Lesvoorbereidingsformulier

Timing: 50 min. Graad: 2-3. Leerplandoelen: VVKBAO:

Leerlijn Leeslink niveau 2 (groep 5-6) Schooljaar

Lestip 'De avonturen van Kapitein Onderbroek'

BIJLAGE 2 RELATIONELE EN SEKSUELE VORMING IN DE LEERPLANNEN. Inleiding. verwijst naar ontwikkelingsaspecten uit het OWP

Vertel eens - aanpak van Aidan Chambers

Leerplandoelen Drama (GO)

HOERA, een meisje Ondertitel: Analyseren

Lesvoorbereidingsformulier Fontys Hogeschool Kind en Educatie, Pabo Eindhoven Bron: Didactisch model van Gelder. Student(e) Klas Stageschool Plaats

DOELSTELLINGEN LEERINHOUDEN ONDERWIJS- EN LEERACTIVITEITEN (STRATEGIE) MEDIA EN WERKVORMEN

Deel je kennis.

Sint-Nicolaas, de bisschop van Myra

Transcriptie:

SPECIFIEKE AANDACHTSPUNTEN bij het voorbereiden en realiseren van de activiteiten voor PRAKTIJK 2 We geven per activiteit een overzicht van de punten waar je extra aandacht aan moet besteden. - Hou rekening met de aandachtspunten bij het voorbereiden van je activiteit: onderzoeken van de beginsituatie, ontwerpen van je activiteit, uitwerken van de lesvoorbereiding, - Bij de realisatie van je activiteit vraag je aan je klasmentor om feedback te geven op basis van deze aandachtspunten. Leg dus telkens de praktijkgids open op de juiste bladzijde. NEDERLANDS Taalbeschouwing Situering Mensen leren niet alleen taal door ze te gebruiken (luisteren, spreken, lezen en schrijven), maar ook door er (bewust) over na te denken. Taalbeschouwing is m.a.w. het nadenken over taal(systematiek) en taalgebruik: hoe functioneert taal in communicatie? Hoe gebruiken mensen taal als ze luisteren en spreken, lezen en schrijven? Hoe zit taal in elkaar? Het voorwerp van taalbeschouwing is bij voorkeur het concrete taalgebruik. Kennis over taal en het taalsysteem (grammatica) op zich, los van de levende taal, behoort niet tot de opdracht van de basisschool. Aandachtspunten bij de voorbereiding en realisering - Je besteedt voldoende aandacht aan de (relevante aspecten van de) componenten die vetgedrukt staan in het nieuwe leerplan van het VVKBaO (versie 2010: p. 15-17): De zender, De boodschap, enz. (Het leerplan van het OVSG legt geen principieel andere accenten.) - Je legt voldoende verbanden met het concrete, levende taalgebruik? - Je besteedt aandacht aan vorm én betekenis van het behandelde taalaspect? - Je stimuleert de leerlingen tot nadenken over (het behandelde) taal(aspect) en taalgebruik? - Is er ruimte voor verwondering over en genieten van taal? - Je respecteert de inductieve werkwijze? Vertellen en voorlezen Situering van de praktijkopdracht Voorlezen en vertellen zijn ideale activiteiten om zich thuis te leren voelen in een klas. Kinderen zijn er over het algemeen gek op en het kan goed op voorhand geoefend worden. Het vertellen en voorlezen worden geïntegreerd in een les. Aandachtspunten bij het voorlezen of vertellen van een verhaal - Je maakt voldoende oogcontact met de kinderen. - De kinderen worden bij het verhaal betrokken. - Je gebruikt een Algemeen Nederlandse uitspraak. - Je articuleert goed en past je spreektempo en volume aan het verhaal en aan de klas aan. 1

- Je zorgt voor voldoende variatie in intonatie en maakt gebruik van functionele pauzes, klemtonen, volume- en tempowisselingen, stemeigenaardigheden. - Je brengt het verhaal tot leven door middel van mimiek en gebaren. - Je maakt eventueel gebruik van attributen om het geheel te ondersteunen. - Je toon is levendig en enthousiast en je geniet van de activiteit. - Je leeft je in het verhaal in en vertelt het verhaal van 'binnenuit'. - De kinderen luisteren geboeid en genietend naar het verhaal. Bijkomende aandachtspunten specifiek voor vertellen: - Je geeft voldoende details die de sfeer en de levendigheid van de vertelling verhogen. - Het verhaal wordt beeldend verteld. - De formulering is goed en duidelijk. - Je gebruikt een boeiende en spontane spreektaal (en neemt dus afstand van de letterlijke tekst van het boek), spreekt correct Nederlands, drukt je vlot uit. - Er wordt niet te vlug verteld. Luisteren en spreken - Je creëert een motiverende communicatieve context waarin leerlingen gestimuleerd worden om bepaalde luister- en/of spreekvaardigheden te oefenen. - Je besteedt aandacht aan (tussentijdse) feedback en je blikt terug op hoe er geluisterd en gesproken werd. Expressief lezen a Motivatie/instap - sfeer oproepen, motiveren, voorkennis activeren, tekstfragment situeren, eventueel woordverklaring... [b Voorbereiden op moeilijke woorden in de tekst] Deze fase is afhankelijk van de moeilijkheidsgraad van de tekst en het leesniveau van de kinderen. Deze fase zal dus meestal weggelaten worden. c Lezen van de tekst - De tekst moet zinvol zijn om aan techniek en/of expressie te werken. - opdrachten voor vlugge lezers vooraf uitleggen - De leerlingen lezen de tekst in stilte: indien nodig leest de leerkracht of een vlugge lezer het laatste deeltje voor (nooit een ongeziene tekst laten voorlezen). d Gesprek over de tekst - Bespreken (met opdrachten en vragen): woordverklaring, uitspraak, inhoud, personages, structuur, sfeer, bedoeling van de auteur, taalbeschouwing, inleving, eigen ervaringen, eigen mening... e Voorbereiding op het expressief lezen Klassikaal: instructie ; beperkt fragment of korte tekst - Enkele aandachtspunten bespreken (mogelijkheden: volume, uitspraak, tempo, pauzes, accenten, intonatie, steminleving, oogcontact, mimiek, doorleefd, leeshouding niet te veel!). - Inlevingsopdrachten en rolinleving. 2

- Close reading en tekst bewerken: aanwijzingen omtrent expressie in de tekst markeren (gevoelswoorden, signaalwoorden, leestekens, ) Individueel, per twee of in groep: close reading, rolverdeling, tekst markeren, bespreken, elkaar helpen, oefenen, taakverdeling... f g Leesbeurtjes - Leesbeurten: de tekst duidelijk, aangenaam met gevoelsinleving voorlezen terwijl de andere kinderen luisteren. - Bespreken en evalueren van de leesbeurten in het licht van de aandachtspunten. - Indien nodig opnieuw instructie, voorbeeld door de leerkracht, inlevingsopdrachtjes. - Aandacht voor leeshouding en bijwijzen. - Alle kinderen krijgen een leesbeurt. - De hele tekst komt aan bod. Afsluiten - Procesevaluatie: De leerkracht vraagt aan de kinderen wat ze gedaan hebben om beter voor te lezen (om moeilijke woorden te lezen, om expressief te lezen). - Productevaluatie: Lukte het om de moeilijke woorden te lezen? - Klinkt het beter als we letten op (de aandachtspunten)? Begrijpend lezen Het is zeker niet de bedoeling dat de kinderen gewoon een tekst in stilte lezen om daarna een aantal vragen op te lossen over de tekst. Ze moeten leren hoe ze een tekst het beste kunnen aanpakken, wat ze moeten doen om een tekst goed te begrijpen. Leesstrategieën en denkvaardigheden zijn van essentieel belang voor een goed verlopend leesproces. Enkele belangrijke leesstrategieën: bepalen van leesdoel, activeren en gebruiken van voorkennis, vinden van het thema en de hoofdgedachte, achterhalen van de soort tekst en de structuur van de tekst, leggen van verbanden tussen woorden en zinnen, voorspellen van de afloop of de inhoud van de volgende alinea, sturen en bewaken van het eigen leesgedrag, bedoeling van de auteur achterhalen Enkele belangrijke denkvaardigheden: analyseren, ordenen en vergelijken, rubriceren, onderkennen van veranderingsprocessen, verbanden leggen Criteria voor het strategische aspect van een goede les begrijpend lezen: 1. De leerlingen lezen veel (stil) en herlezen. 2. De leerlingen worden gemotiveerd om te lezen. 3. De leesopdracht is betekenisvol, ingebed in een communicatieve situatie. Geen lezen om te lezen, maar vanuit een bepaald leesdoel. 4. De tekst en/of de bijbehorende opdracht zijn moeilijk, dagen de leerlingen uit om net boven hun niveau te functioneren. De opdrachten zijn gericht op: het voorstellingsvermogen ontwikkelen, het inzicht in tekst is communicatie vergroten, denkvaardigheden stimuleren. 5. De leerlingen voelen zich veilig: fouten maken mag. 6. De leerlingen krijgen ondersteuning TERWIJL ze met de opdracht bezig zijn. Ofwel van elkaar (groeps- of partnerwerk, heterogene groepen) ofwel door de leerkracht die actief rondloopt. 3

Lesfasen: VOOR het lezen Introductie op de tekst : - voorkennis oproepen: wat weten we er al over? - voorspellen (titel, tekening, structuur...) - indien nodig woordenschat (niet enkel de woordenboekuitleg ) - tekstsoort, manier van lezen... TIJDENS het lezen - stil lezen (eventueel deel per deel) en instructie geven, voordoen, hardop denken, aandacht schenken aan leesstrategieën... NA het lezen - gesprek: reacties, synthese, bedoeling, boodschap... - opdrachten die het begrijpen bevorderen - afronding: * evaluatie: proces * (eventueel expressieve) verwerking van de inhoud van de tekst Boekpromotie/leesbevordering a b c d Instap: naar het boek toe werken - motiveren - koppelen aan leef- en belevingswereld van de leerlingen - sfeerschepping Eigenlijke boekaanbieding: het hele boek of fragmenten het hele boek aanbieden Enkele mogelijkheden: voorlezen, vertellen, vertellen met boek, vertellend voorlezen, de leerlingen lezen een stuk stil of ze lezen een stuk voor, verhaal opbouwen met de kinderen, langdradige passages samenvatten (parafraseren) en eventueel vertelschakels inlassen, attributen gebruiken, rollenspel inlassen om de kinderen er bij te betrekken, leerlingen lezen een stuk en voorspellen het vervolg of ze verzinnen een verhaal... of fragmenten aanbieden (met de bedoeling dat ze zelf verder lezen) - Leerlingen nieuwsgierig maken en zeker niet alles prijsgeven - Het fragment geeft een algemeen beeld weer van het verhaal. - Alle fragmenten worden ingeleid en gesitueerd binnen het geheel zodat de kinderen weten in welke context het fragment voorkomt. - Ook hier kun je eventueel vertelschakels inlassen. - De leerlingen kunnen ook zelf een fragment lezen. Verwerking - Er kunnen heel wat activiteiten en werkvormen aan bod komen, maar ze moeten passen bij het boek en bij dit alles mag het lezen zelf niet de mist ingaan. Je moet het voorstellingsvermogen van de leerlingen activeren en hun nieuwsgierigheid prikkelen. Het uiteindelijke doel is dat de kinderen het boek ook gaan lezen. Afronding - Beoordeling - Vastzetting van wat ze leerden - Suggesties voor verdere lectuur - Waar is het boek te vinden? 4

Poëziebeleving (Zie ook muzisch taalgebruik) - Via je (voorbereidende!) analyse van het gedicht waarbij je op zoek gaat naar de poëtische kwaliteiten (o.a. de vijf aspecten), selecteer je allerlei werkvormen die aangepast zijn aan het gedicht en aan de kinderen. Je zorgt ervoor dat het bijzondere van een gedicht krachtiger tot uiting komt. - Je zet de leerlingen ertoe aan het geheel actief en intens mee te beleven; je maakt ze gevoelig voor en leert ze genieten van de muzische taal. - Het gedicht wordt niet stukgemaakt door (te) ver doorgedreven analyse. - De inhoud, het specifieke taalgebruik (taal genieten) of de vorm kunnen op verschillende manieren verder worden uitgediept, besproken of verduidelijkt, maar het beleven van het gedicht blijft centraal staan. - Je overweegt of je vertrekt vanuit het gedicht of er juist naartoe werkt. - Als je kiest voor de werkvorm expressief lezen van het gedicht kan dit uiteraard niet onvoorbereid gebeuren en het mag geen hoofddoel zijn. (cf. didactiek expressief lezen ; eerst goed beleven en dan pas goed zeggen ) - Zelfs al is er geen uitgebreide verwerking, dan zorg je toch minimaal voor een aangepaste afronding van je les. Algemene aandachtspunten les wiskunde WISKUNDE - Nieuwe wiskundige inzichten laten ontstaan vanuit betekenisvolle situaties, indien relevant. - Ontwikkelen van duidelijke lesstructuren met verhelderende titels (vakdidactische termen). - Opbouwen bordschema s die het inzicht bevorderen met aandacht voor besluiten. - Correct noteren in formuletaal. - Kinderen stimuleren om wiskundig te spreken en wiskundige termen veelvuldig en nauwgezet te gebruiken. Aandachtspunten bij het onderzoeken van de beginsituatie - Door observatie van de mentor tijdens de lessen wiskunde, door de leerlingen te helpen, door het bekijken van de werkschriften van de leerlingen kun je zelf heel wat te weten komen over de beginsituatie; voorkennis, verwoording, materiaalgebruik, visuele ondersteuning, notatie, veel gemaakte fouten, - Je mentor kan je helpen om deze zaken verder te onderzoeken: welk materiaal moet je gebruiken, waar moet je op letten bij het noteren en verwoorden, hoe worden de getallen uitgesproken, welke moeilijkheden kun je verwachten, Aandachtspunten bij het ontwerpen van je les - Vertrek vanuit het werkblad: maak de oefeningen, duid moeilijkheden aan, voorspel fouten, - Hierna kun je de instructiefasen bepalen: Wat moet je zeker behandelen om de leerlingen voor te bereiden zodat ze het werkblad zelfstandig kunnen invullen. - Daarna kun je bepalen wat je in het begin van je les kort wilt herhalen uit een vorige les. 5

Aandachtspunten in verband met je lesvoorbereiding INSTRUCTIE - Elke instructie die je geeft tijdens een activiteit, moet uitgeschreven staan in je lesvoorbereiding, noteer ze in spreektaal. - Noteer ook de afspraken die je met de leerlingen wilt maken in verband met klashouden, in je lesvoorbereiding. - Als leerkracht stel je vragen wat? hoe?, waarom?, de leerlingen antwoorden en verwoorden hun redenering. - Noteer je vragen woordelijk in je lesvoorbereiding en noteer de mogelijke antwoorden van de leerlingen. - Beschrijf telkens goed wat jij doet en wat je van de leerlingen verwacht. AANSCHOUWELIJKHEID - Vertrekken van een concrete voorstelling, daarna werken met een schematische voorstelling om te eindigen met oefeningen op abstract niveau kan een gepaste, geleidelijke opbouw zijn van de oefeningen. - Bouw je bordschema zo op dat de leerlingen tijdens de oefenfase naar het bord kunnen kijken. Verwijs in je lesvoorbereiding naar je bordschema. - Noteer de opgaven, oplossingsmethode en oplossing ook in je lesvoorbereiding. ACTIVITEIT - Laat de leerlingen tijdens de les nu en dan individueel een oefening maken (in hun werkschrift). Zo ben je zeker dat ze dit eens inoefenen en kun je te weten komen wie vragen heeft. NIET VERGETEN - Bordschema en bijlagen toevoegen. Werkblaadjes moet je altijd zelf invullen. Voeg je een kopie van de gebruikte handleiding toe? Hierdoor kunnen je lector wiskunde en praktijkbegeleider gerichter feedback geven op je voorbereiding. Metend Rekenen - Les rond grootheden/eenheden o Herleidingen gebeuren bij voorkeur in betekenisvolle situaties. o Er is aandacht voor schatten en meten. o Er wordt gebruikgemaakt van referentiematen. - Les rond omtrek/oppervlakte/volume o Er is voldoende aandacht voor de begrippen. Meetkunde Situering In de basisschool moeten leerlingen in aanraking komen met meetkundige verschijnselen, die we globaal in twee clusters delen die we oriëntatie in de ruimte en vlakke en ruimtefiguren noemen. We richten ons hier vooral op de studie en de classificatie van de vlakke figuren en de lichamen. Aandachtspunten les meetkunde Meetkundige inzichten laten ontstaan vanuit betekenisvolle situaties. Opbouw van het bordschema, met aandacht voor meetkundige classificaties. Correct formuleren van definities en eigenschappen. Passende keuze van materiaal. 6

GODSDIENST Situering In stage 1 konden studenten al proeven van het geven van een godsdienstles, meer bepaald in het werken met een levensbeschouwelijk verhaal. Om aan deze beperkte oefenkans een zinvol vervolg te geven, laten we studenten de aanpak van godsdienstlessen verder verkennen. Ze geven nu 2 lessen godsdienst. Ze werken verder aan het thema van de mentor of starten een nieuw thema. Het is van belang om deze les kritisch te bekijken, te toetsen en aan te passen aan de geziene vakdidactiek op de hogeschool. Daarnaast passen ze, indien mogelijk, in een les een vorm van bibliodrama toe. De keuze voor het verkennen van een bijbels figuur of de openstoelmethodiek ligt het meest voor de hand. Aandachtspunten bij de voorbereiding en realisering Bibliodrama: - de student doet actief mee (stelt zelf een vraag of geeft zelf een antwoord, herhaalt de vraag van de kinderen indien onduidelijk, stimuleert om open, interessante vragen te stellen, komt rustig tussen als het spel geridiculiseerd wordt). - de student organiseert goed: eerst in een gesloten kring (verhaal vertellen), daarna in een halve kring, duidelijke uitleg en demonstratie van het verkennen van een bijbelse figuur of de werking van de open stoel, organisatie van het naar voor komen van de kinderen om te antwoorden achter de stoel, duidelijk aangeven wanneer er geen vragen meer gesteld kunnen worden (fantasiespel duidelijk afsluiten). - de student geeft blijk van zich zelf te kunnen inleven in het fantasiespel. - verschillende delen respecteren: opwarming (5 à 10'), spel (15 à 20'), uitwisseling (15'), eventueel een verwerking of neerslag (5 à 10'). - de uitwisseling verzorgen: eerst wordt het spel zelf geëvalueerd, daarna de inhoud (nadruk op: wat brengt dit verhaal ons nu bij, in welke zin hebben we de personages beter leren kennen + wat herkennen we qua thematiek in ons leven), facultatief: groepsproces evalueren. Les uit de handleiding: - De student mag de handleiding kopiëren, maar geeft duidelijk aan in de lesvoorbereiding waar hij aanpassing aanbrengt. - De student situeert de lessen in de correcte fasering (verkennende, verdiepende of verwerkende fase) en werkt ze uit, rekening houdend met de typische kenmerken van die fase. - De student past het stappenplan toe (cursus blz. 11) voor het herwerken van een les godsdienst uit de handleiding: situeren van de les in het leerplan, lesdoelen bepalen, lessen inhoudelijk en didactisch aanvullen waar nodig. MUZISCHE VORMING De student(e) bevraagt de mentor over het muzisch werken in de klas en stemt zijn/haar voorbereiding af op de beginsituatie. De student(e) zorgt voor een veilig klasklimaat waarin de creativiteit van elk kind tot uiting kan komen. Enthousiasme is een voorwaarde, een veilige context essentieel en een degelijke evaluatie onontbeerlijk. Er is steeds aandacht voor individualiteit, scholing en creativiteit. 7

De opbouw van een muzische les: 1. De opstart (1 fase) 2. Voorbereidende opdrachten(elke opdracht is een fase) o verkennende opdrachten o verbredende opdrachten en /of verdiepende opdrachten 3. Eindopdracht(met eventueel toonmoment) FOCUS van minstens een muzisch aspect van het gekozen muzisch domein! Mogelijke muzische aspecten voor: Beeldopvoeding: - Vorm - Ruimte - Compositie - Licht - Textuur - Lijn - Kleur - Ritme Muzikale omgangsvormen: Luisteren naar, maken van, bewegen op, vastleggen van of spreken over muziek. Deze omgangsvormen worden toegepast op elementen die te maken hebben met de klank, vorm of betekenis van muziek. Klankaspecten zijn: toonhoogte, toonduur, toonintensiteit en timbre. Vormaspecten zijn: herhaling, contrast, variatie. Betekenisaspecten zijn: functies en beleving van muziek. Muzisch taalgebruik: (zie ook poëziebeleving) - Talige vormen: spelen met klanken klanken en klanknabootsingen, geluidsdecor, klinkers en medeklinkers rijm (eindrijm, assonantie, alliteratie) jabbertalk, tongtwisters intonatie en melodie, ritme en tempo, accent - Talige vormen: spelen met betekenissen originele associaties, vergelijkingen, metaforen, woord- en letterspelletjes, samenstellingen en afleidingen, dubbele betekenissen, woordvolgorde, humoristisch taalgebruik, raadsels, woordspelingen, spreekwoorden, zegswijzen, uitdrukkingen - Niet-talige vormen: lichaamstaal, beeldtaal, pictogrammen, symbolen, lay-out en vormgeving, tekstopmaak, woord- en lettervormen 8

Bewegingsexpressie Aspecten die de dynamiek van een beweging, de bewegingskwaliteit bepalen: - Lichaam als instrument: lichaamsbewustzijn, actie, lokalisatie, bewegingsaanzet, stabiliteit - in de Ruimte: plaats, afstand, richting, ruimtelagen - in de Tijd: duur, volgorde, tempo, ritme-maat - en met een zekere Kracht: spanning, gewicht, energie Dramatisch spel Vraagwoord: Aspecten van dramatisch spel: - Rol, personage Wie? - Handeling, dialoog Wat? - Verbeelde tijd en werkelijke tijd Wanneer? - Plaats en ruimte Waar? - motieven Waarom? - Gevoelsuitingen Hoe? BEWEGINGSOPVOEDING Worden de leerlingen maximaal ingezet in de organisatie: opstellen en opruimen van materiaal? Wordt de uitleg kort en bondig gegeven? Wordt de uitleg ondersteund door een gelijktijdige demonstratie door leerkracht of leerling? Worden er inspanningen gedaan om het herhaald en/of lang stil staan te vermijden? Is er een efficiënte controle? Is die ook in de lesvoorbereiding voorzien? Is er voldoende verbetering met het oog op een correct bewegingsverloop (o.a. door het geven van tips, klassikale en individuele instructies, fysieke tussenkomst met manipulaties om de juiste houding of uitvoering te bekomen)? Wordt ervoor gezorgd dat allen participeren aan de les en constant bij de les betrokken worden? Zijn er herkenbare of discrete tussenkomsten ter motivatie en aanmoediging? Ligt het activiteits- en aandachtsgehalte voldoende hoog? Is er voldoende oefenkans (herhaling) voorzien? WERELDORIENTATIE Situering In de basisschool worden de zaakvakken (aardrijkskunde, geschiedenis, natuur & milieu en techniek) sinds geruime tijd gekaderd binnen het brede leergebied wereldoriëntatie. Met het voorbereiden en realiseren van twee lessen wereldoriëntatie vanuit de domeinen tijd, ruimte, natuur of verkeerseducatie, worden de respectieve vakdidactieken geoefend als voorbereiding op het uitwerken van een volwaardig thema wereldoriëntatie in semester 4 binnen het opleidingsonderdeel didactische thema s 4. De cursorische lessen hoeven niet ingebed te zijn in een lopend thema. Aandachtspunten bij de voorbereiding en realisering Algemene aandachtspunten - In de beginsituatie heb je aandacht voor de verticale leerlijn en de beginsituatie van de leerlingen. (Bijvoorbeeld: wat kennen en kunnen leerlingen al uit vorige leerjaren en lessen?) - We drukken op het belang van het gebruik van diverse (soorten) bronnen en een correcte bronvermelding. - Elke lesvoorbereiding heeft een doordacht uitgewerkt bordplan. 9

- Je beheerst de leerinhouden die aan bod komen in je les. In de bijlage voeg je een synthese toe van de noodzakelijke achtergrondinformatie voor de les op het niveau van de leerkracht. - Je gebruikt de cursus didactiek wereldoriëntatie bij de voorbereiding van je lessen. Je bent in staat om je didactische en inhoudelijke keuzes te verantwoorden. Aandachtspunten bij de lesvoorbereiding en realisatie: invalshoek tijd Je bevraagt grondig de beginsituatie van de klas en de leerlingen (bv. zijn de kinderen al vertrouwd met het werken met tijdlijnen, tijdband, inhoudelijke beginsituatie ). Je probeert de les zo concreet mogelijk te maken door gebruik te maken van gepast en gevarieerd historisch bronnenmateriaal en historische littekens waar de leerlingen in zekere mate mee vertrouwd zijn. Je integreert in je les en in je bordschema zeker een tijdlijn, tijdband, levenslijn,. Aandachtspunten bij de voorbereiding en realisering: invalshoek natuur Het aanschouwelijkheidsprincipe en activiteitsprincipe worden toegepast. Je vertrekt vanuit concreet waarneembaar materiaal en werkt naar inzicht en verbanden toe en niet zozeer naar feitenkennis. Je werkt een goed opgebouwd onderwijsleergesprek uit met voorbereide mogelijke vragen. In je bordplan heb je aandacht voor hogere overkoepelende begrippen. Het onderwerp dat je behandelt, is immers exemplarisch. Er is aandacht voor een vastzetting via zinvolle werkbladen. Aandachtspunten bij de lesvoorbereiding en realisatie: invalshoek ruimte Je bevraagt grondig de beginsituatie van de klas en de leerlingen (bv. Kunnen de kinderen met een kompas werken, kan de temperatuur afgelezen worden van een thermometer?) Werk zo concreet mogelijk. Maak gebruik van passend materiaal en vertrek vanuit de wereld van het kind. Laat de kinderen zelf tot bepaalde vaststellingen komen (zelf opzoeken, situeren, analyseren, meten, ). Aandachtspunten bij de lesvoorbereiding en realisatie: invalshoek verkeer/mobiliteit Je bevraagt de beginsituatie van de klas en de leerlingen (bv. Welk verkeersgedrag werd al geoefend, werd er al rond mobiliteit gewerkt? ). In deze les vertrek je vanuit de omgeving van de school. Schenk voldoende aandacht aan het bespreken en verwoorden van verkeersveilig gedrag. Het verkeersveilig gedrag inoefenen mag in deze les niet ontbreken. 10