PROJECTHANDLEIDING Werkveldoriëntatie



Vergelijkbare documenten
Stappenplan om een stageplaats te vinden

Stappenplan om een stageplaats te vinden

Stappenplan om een stageplaats te vinden

Sociaal Agogisch Werk BOL BPV Hoe en Wat?

Sociaal Agogisch Werk BOL BPV Hoe en Wat?

Maatschappelijke Stages

Competentiemeter. Verdiepingsfase SAW Niveau 3 en 4

BOL OPLEIDINGEN MAATSCHAPPELIJKE ZORG AVENTUS APELDOORN / DEVENTER STUDIEWIJZER

Workshophandleiding Thematisch werken BBL PW, niveau 4

Stichtse Vrije School Voortgezet onderwijs Socrateslaan GL Zeist Telefoon: mail:

Praktijk oriëntatie. Maatschappelijke zorg. Niveau 3 + 4

Maatschappelijke Stages

Kinderopvang Heyendael

maandag 11 mei inleveren!

WORKSHOP: Plan van Aanpak

2 jarig Verzorgende IG BOL

Goed voorbereid! Je onderzoekt of de twee activiteiten passen binnen het beleid van de instelling.

OPLEIDING HELPENDE ZORG EN WELZIJN TOETS BEROEPSOPDRACHT. Beroepstaak C Helpen bij (sociale) activiteiten. Niveau Gevorderd

Werkboek LINTSTAGE NAAM: KLAS:

Stichtse Vrije School Voortgezet onderwijs Socrateslaan GL Zeist Telefoon: mail:

Wanneer je goed voorbereid bent, zul je merken dat je tijdens het gesprek minder gespannen bent.

Portfolio Pedagogisch Werk. Studiewijzer. Opleiding Pedagogisch Werk niveau 3 instroom Helpende (KD 79140)

OPLEIDING PERSOONLIJK BEGELEIDER SPECIFIEKE DOELGROEPEN OPLEIDING PERSOONLIJK BEGELEIDER GEHANDICAPTENZORG

Maatschappelijke Stages

PROJECTHANDLEIDING BBL PW

PROJECTFORMULIER het beste idee BOL Niv.3/4 verdiepingsfase

PROJECTHANDLEIDING. Werkveldoriëntatie. Periode 2 SAW BOL Basisjaar MZ-klassen MBO College Hilversum

WORKSHOPHANDLEIDING Het Verbeterplan

VOORTGANGSRAPPORTAGE Pedagogisch Werk Jeugdzorg BOL Leerjaar 2 Praktijk

SW-B-K1-W2 (C) Maakt een plan van aanpak. Oefenopdracht C Niveau 4 Crebo: Cohort: Geldig vanaf

DE ZES-STAPPENMETHODE ZELF WERKEN AAN JE WERKPROCESSEN. Illustraties: Corien Bögels

Praktijkkaart basisfase SAW Jeugdzorg

OPDRACHTEN. Verzorgende IG. Module 8 Kraamzorg

Consortium Beroepsonderwijs

Maatschappelijke Stages

Beroeps Praktijk Vorming BPV

STAGEBOEKJE 2016 / 2017

Handleiding Plannen van Zorg BBL-CombiCare Gehandicaptenzorg Verzorgende-IG/Medewerker Maatschappelijke Zorg

SCW BOL 2 / 3. Project MY PLACE

Leerjaar Doelstelling opdracht. Activiteit Betrokkenen Loopbaancompetenties. Motievenreflectie Kwaliteitenreflectie

STAGEBOEK 2014 VAN AFDELING..

Verzamelformulier beroepsgerichte examens

SCW BOL 2 / 3. Project De Wijk Nemen

Leerjaar 3: Lesopbouw en suggesties (incl. bewijzenblad) voor leerroute A

STAGEBOEKJE NEGENDAAGSE SNUFFELSTAGE

WORKSHOP 1: Persoonlijke verzorging PROJECTHANDLEIDING

Docentenexemplaar. Verzamelformulier beroepsgerichte examens. Beoordeling O V G. Consortium Beroepsonderwijs

Toelichting bij de Voortgangsrapportage Maatschappelijke Zorg

Naam: Stageplek: Klas:

STAGE LOGBOEK 3MAVO Naam: Klas:

Het participeren in een voortgangsgesprek van een stagiaire

Welzijn-breed (Persoonlijk Begeleider Gehandicaptenzorg BOL)

Zelfreflectie meetinstrument Ondernemende houding studenten Z&W

MAATSCHAPPELIJKE STAGE, WAT IS DAT?

STAGEBOEKJE ZEVENDAAGSE SNUFFELSTAGE In de periode van:

Sectorproject op De Dijk: leren door te doen! Inleiding: Situatiebeschrijving 3 VMBO-TL: Situatiebeschrijving 4 VMBO-TL:

Inleiding maatschappelijke stage

BPV werkboek. Technicus elektrotechnische industriële installaties en systemen niveau 4 BBL Crebonummer: BPV-werkboek 25262/versie sept.

Beoordelingseenheid A Proeve van Bekwaamheid. Leg het fundament. Crebonummer Opleiding Sociaal Cultureel Werker Kwalificatieniveau 4 BOL/BBL

Stagewerkmap leerjaar 4

maandag 11 mei inleveren! STAGE BOEK 2015 VAN.AFDELING...

Stagewijzer. Stagiairs

Maatschappelijke Stage

Scholen voor Zorg. Examendocument Behorend bij de BEWIJSMAP. Loopbaan en Burgerschap. Cohort Opleiding Verzorgende- IG MBO.

MAATSCHAPPELIJKESTAGE

Stage map. Keuzevak: Recreatieve Activiteiten Docent: Marc Hollander. Leerjaar: 3

Maatschappelijke Stages Hoogezand-Sappemeer

STAGEBOEKJE DRIEDAAGSE SNUFFELSTAGE

Kinderverblijf Het Strand. Organisatie: 1e locatie Burgemeester Amersfoordtlaan DM Badhoevedorp

Anne: Onderwijsassistent (MBO niveau 4) Lisa: Onderwijsassistent (MBO niveau 4)

Convenant Kindercentra & ROC s Groningen en Noord-Drenthe. Informatiegids voor Stagiairs

Beoordelingseenheid B Proeve van Bekwaamheid. Planmatig werken. Crebonummer: 92620

Handboek maatschappelijke stage MAATSCHAPPELIJKE STAGES, BEST TE DOEN!

Welzijn-breed (gespecialiseerd pedagogisch medewerker in de kinderopvang) BOL

5. Waarin onderscheid deze organisatie zich van vergelijkbare organisaties? 9. Wat vinden die zorgvragers/klanten/cliënten belangrijk denk je?

Maatschappelijke stage op het Trias 1. Verschil tussen maatschappelijke stage en beroepsoriënterende stage 2. Tips voor ouders 3

TOEGEPASTE PSYCHOLOGIE PRAKTIJKGIDS JAAR 3

Lesbrief: Bewust sociaal Thema: Wat is Mens & Dienstverlenen?

Leerplanschema. Helpende zorg/ welzijn

Proeve van Bekwaamheid. kerntaak 2. Uitvoeren van taken ten behoeve van het jongerenwerk, de organisatie en het beroep

BPV Stagebeleid Kinderopvang t Olefantje Nieuwegracht

SW-B-K1-W3 (C) Oefenopdracht C Niveau 4 Crebo: Cohort: Geldig vanaf

Beoordelingseenheid A Proeve van Bekwaamheid. Leg het fundament. Crebonummer Opleiding Sociaal Cultureel Werker Kwalificatieniveau 4 BOL/BBL

Beroepspraktijkvorming

STAGEBOEKJE VIERDAAGSE SNUFFELSTAGE

STAGEBOEKJE VIJFDAAGSE SNUFFELSTAGE

Inhoudsopgave. Stages. Het zoeken van een stageplaats Stappenplan

Praktijkkaart basisfase SAW Onderwijsassistent

2. Voorbereiding. Voor BOL-studenten Vaardig op stage = Vaardig op bpv

Training. Coachend begeleiden

Praktijkkaart SAW Basisfase Kinderopvang 2014

Handleiding maatschappelijke stage

Stageboek Ilex college

OPLEIDING HELPENDE ZORG EN WELZIJN TOETS BEROEPSOPDRACHT. Beroepstaak C Helpen bij (sociale) activiteiten. Niveau Startbekwaam

Stagefolder Laurentius Praktijkschool

Leerplanschema. Helpende zorg/ welzijn

PROJECTHANDLEIDING. Deel 3 Bedrijf onder de loep Het verbeterplan BBL-PW4

Transcriptie:

PROJECTHANDLEIDING Werkveldoriëntatie Kwalificatiedossiers OAS, PW, SCW en MZ: Kerntaak 1 Werkprocessen: -inventariseert de situatie en wensen van het kind/ de jongere, de cliënt -observeert de werkwijze van het kind / de jongere, de cliënt -maakt een plan van aanpak Kerntaak 2 Werkprocessen: -biedt het kind/de jongere, de cliënt opvang, houdt toezicht - draagt zorg voor de ruimte en huishoudelijke werkzaamheden Loopbaan en Burgerschapsvorming: Kerntaak 2: Stuurt op eigen loopbaan 2.1: reflecteert op eigen kwaliteiten en motieven 2.2: onderzoekt welk werk er is en bij hem past. 2.3.: stuurt de eigen loopbaan en onderneemt acties die daarbij nodig zijn. Kerntaak 4. Functioneert als werknemer in een arbeidsorganisatie. 4.1: gedraagt zich als werknemer bij het uitvoeren van het werk (stage) 4.2: maakt gebruik van werknemersrechten (stage) Kerntaak 5: Functioneert als kritische consument. 5.1: oriënteert zich op de consumentenmarkt en houdt rekening met eigen wensen en mogelijkheden. 5.2: onderneemt acties om producten en diensten aan te schaffen. Binnenkort ga je stage lopen in een organisatie binnen het welzijnswerk. Binnen het Sociaal Agogisch Werk kun je met verschillende groepen mensen werken. Afhankelijk van je eigen keuze ga je leren hoe je moet werken met kinderen in de kinderopvang, kinderen in leefgroepen, kinderen in het onderwijs, gehandicapten in instellingen of leefgroephuizen, jongeren in buurtcentra of ouderen en mensen met psychische problemen in verschillende woonvormen. In dit basisjaar (eerste jaar) van de SAW-opleiding kun je tot het einde van het jaar bedenken welke doelgroep en studierichting je in de verdiepingsfase (tweede jaar)van de opleiding gaat kiezen. In dit project geven we je informatie over de verschillende beroepen en doelgroepen. Om stage te kunnen gaan lopen moet je wel een stageplek hebben, in dit project gaan we dat met jou regelen. We geven in de workshops aandacht aan solliciteren, kennismaken en hoe je je het beste kunt gedragen in de eerste contacten met de beroepspraktijk. Je gaat je oriënteren op organisaties waar je stage kunt lopen. Het kan zijn dat je je in het begin niet zo goed een houding weet te geven op je stage. Je moet de situatie nog een beetje aftasten en misschien heb je een heleboel vragen. Dat is heel logisch: moet je bijvoorbeeld iedereen een hand geven als je binnenkomt? Hoe benader je ouders van kinderen in het kinderdagverblijf? Waarover kun je in de pauze met je collega s praten? Wat trek je aan? Zeg je jij of zeg je u? Wat vertel je over jezelf? Soms weet je niet of je meteen mee moet helpen op de instelling of dat je eerst alleen maar mag toekijken en pas iets kunt doen als het je wordt gevraagd. Om je te helpen bij het maken van een keuze voor een bepaald werkveld en de daarbij behorende doelgroep krijg je een breed aanbod van informatie. Je gaat samen met een groepje klasgenoten je verder verdiepen in één werkveld. Je bedenkt met dit groepje een ideale organisatie. Project 2 basisfase SAW Werkveldoriëntatie ROCVA Gooi en Vechtstreek 2010-2011 1

Prestatie 1: presenteer de ideale organisatie. Je richt, samen met een werkgroep uit je klas, een halve marktkraam in waarop jullie een ideale organisatie presenteren. Jullie kraam vormt samen met alle 25 andere kramen in de grote hal van het ROC een Welzijnsmarkt. Voor dit project word je door je loopbaanbegeleider ingedeeld in werkgroepen van 4 studenten. Als het mogelijk is bestaat de groep uit klasgenoten die in een zelfde soort organisatie stage gaan lopen. Je onderzoekt je eigen instelling en je bedenkt samen met je groep een nieuwe, ideale organisatie voor de doelgroep. Een organisatie die zo goed en mooi is dat je er jezelf of je eigen kinderen zou willen aanmelden! Aan het einde van dit project vindt de Welzijnsmarkt plaats. Je ouders/verzorgers, familie en eventueel ook je praktijkbegeleider en collega s kunnen de Welzijnsmarkt bezoeken. Per werkgroep krijg je een halve marktkraam toegewezen, je deelt de kraam dus met een ander groepje en je hebt ongeveer één vierkante meter tot je beschikking. Je bemenst deze kraam met je werkgroep en geeft antwoord op de vragen van bezoekers van de markt. Jullie helft van de marktkraam moet aantrekkelijk en uitnodigend ingericht zijn. Je gaat ook op bezoek bij kramen van de anderen om vragen te stellen over hun doelgroep en organisatie Je leert zo welke verschillende doelgroepen en organisaties er allemaal bestaan in welzijnsland. Prestatie 2: Interview je stagebegeleider (of een medewerker (niv.3/4) uit hetzelfde werkveld) én een klasgenoot. Als je stage gaat lopen, moet je eerst veel informatie verzamelen over allerlei zaken voordat je ook daadwerkelijk aan de slag kan. Wat zijn jouw taken binnen het werkveld? Wat wordt er van je verwacht in het contact met cliënten, ouders of familie? Wat mag je wel en wat mag je als stagiaire niet? Willen ze dat je gewoon meedoet met de andere collega s of moet je eerst een tijdje observeren? Wat verwacht het werkveld van je met betrekking tot je gedrag en uiterlijk? Om een goede indruk te maken en om goede vragen te stellen, is het belangrijk dat je je goed voorbereidt. Je verdiept je in de organisatie en de doelgroep(en) voordat je je interviewvragen opstelt. Tijdens het interview laat je zien dat je je al hebt verdiept in de organisatie en doelgroep. Je past de communicatietechnieken welke je bij dit project hebt geleerd, goed toe tijdens het interview. Tijdens dit project werk je samen met een groepje klasgenoten. Om dit goed te laten verlopen is het belangrijk je aan de volgende uitgangspunten te houden. Het werk is eerlijk verdeeld; ieder groepslid doet evenveel Je levert een actieve bijdrage aan het proces Het werk wat je inlevert is echt door jou gemaakt Je houdt je aan afspraken met de medestudenten en de docent Als het samenwerken niet goed gaat, is het belangrijk dat dit besproken wordt met de projectbegeleider. Op basis van het samenwerkingscontract kan besloten worden dat een medestudent wordt verwijdert uit de werkgroep. Dit betekent dat dit onderdeel door deze student niet afgerond kan worden. Project 2 basisfase SAW Werkveldoriëntatie ROCVA Gooi en Vechtstreek 2010-2011 2

Prestatie 1: presenteer de ideale organisatie.. Prestatie-eisen: 1. Individuele opdrachten: Je hebt zelf twee recreatieve activiteiten voor de doelgroep van je ideale organisatie bedacht en uitgewerkt in activiteitenplannen (bijlage 3). Je hebt een reflectie geschreven over jouw beroepshouding aan de hand de beroepscompetenties van de competentiemeter ( reflectie beroepshouding, bijlage 5). Je hebt een observatieverslag geschreven. Je hebt een stage gevonden en een aanvraagformulier BOL stage (POK) ingeleverd bij je loopbaanbegeleider (bijlage 6). Je hebt de individuele opdracht Oriënteer je op een ander werkveld tijdens de welzijnsmarkt uitgevoerd (bijlage 11). Je hebt in de laatste week van het project een individuele evaluatie van jouw functioneren gemaakt en ingeleverd (bijlage 12). Je hebt meegeholpen om je eigen kraam en de hele markt na afloop op te ruimen. Je hebt het evaluatieformulier project werkveldoriëntatie (bijlage 14) ingevuld. 2. Werkgroep: Groepsmap De ideale organisatie : Je hebt een doelgroepomschrijving gemaakt van de doelgroep van de ideale organisatie (bijlage 1) Je hebt met je werkgroep een folder gemaakt voor de ideale organisatie (bijlage 2). De map De ideale organisatie ligt op de kraam (inhoudsopgave bijlage 4). Je hebt met je werkgroep een sociale kaart van jullie ideale organisatie uitgewerkt (bijlage 7). Je hebt met je werkgroep een personeelsadvertentie (vacature) opgesteld (bijlage 8). Je hebt met je werkgroep een plattegrond of maquette gemaakt volgens de richtlijnen van de workshop De ruimte. De kraam is aantrekkelijk en uitnodigend ingericht. Het planningsschema voor de samenwerking is in de 2 e week ingevuld en ingeleverd bij je loopbaanbegeleider (bijlage 10). Het samenwerkingscontract is opgesteld (bijlage 13). Prestatie 2: interview je stagebegeleider of een medewerker (niv.3/4) uit hetzelfde werkveld én een klasgenoot. Individueel: Een half open interview met iemand uit het werkveld, waarin je relevante informatie verzamelt, die je nodig hebt om een goede start te maken als stagiaire. Dit mag je toekomstige stagebegeleid(st)er zijn of iemand die ook in het SAW werkveld werkzaam is (bijlage 9). Een informatief tweegesprek, waarbij je tijdens de laatste lessen een klasgenoot gaat interviewen over een door hem of haar gekozen onderwerp. Het is aan jou om zoveel mogelijk informatie te vergaren en de juiste gesprekstechnieken toe te passen (bijlage 9). ` Project 2 basisfase SAW Werkveldoriëntatie ROCVA Gooi en Vechtstreek 2010-2011 3

Plan van aanpak: Stap 1: beginsituatie beschrijven: Lees de projecthandleiding goed door Maak afspraken voor de interviews. Stap 2: doelen formuleren Onderzoek wat de eisen van het project zijn. Wat zijn de prestaties die je moet leveren, welke opdrachten moet je hiervoor uitvoeren, aan welke eisen moeten die opdrachten voldoen. Stap 3: maak een plan Hoe ga je je doel bereiken? Regel en plan je werk zodat je het werk op tijd af hebt. Beantwoord in je plan de volgende vragen: - Wat is/zijn de opdrachten - Hoe moet je er aan werken/wat zijn de eisen? - Wie doet wat? - Welke middelen heb je nodig? - Wanneer moet het werk af zijn? (blz. 17 methodiek van begeleiden) Stap 4: uitvoering: Week 1: Zoek naar voorbeelden van verschillende organisaties op internet, in vakbladen en vraag informatie aan. Ga snel op zoek naar een stageplaats. Bezoek de website: www.stagemarkt.nl. Lees hiervoor bijlage 5 goed door. Maak afspraken voor eventuele bezoeken en voor het interview. Maak een taakverdeling binnen jouw werkgroepje. Week 2, 3, 4 en 5: Je werkt de bijlagen uit volgens je plan (stap 3 plan van aanpak). Telefoneren, mailen, bezoeken afleggen -> op zoek naar een goede, leuke stageplaats. Week 6/7 : Voorbereiding Welzijnsmarkt. Laatste zaken afronden. Interview stagebegeleider/ medewerker (niv.3/4) uit werkveld. Individuele opdrachten en opdrachten van de werkgroep zijn klaar (voor zover mogelijk) Je hebt een stageplaats. Week 8: Laatste lesweek (16-1 t/m 20-1) individuele opdrachten en opdrachten van de werkgroep inleveren bij workshopdocent (zie controlelijst bijlage 15) Inleveren stageformulier (bijlage 6) Week 9: (23-1 t/m 27-1) Presentatieweek. Welzijnsmarkt Inleveren bij loopbaanbegeleider: - opdracht: orienteer je in een ander werkveld (bijlage 11) - individuele evaluatie van jouw functioneren (bijlage 12) -evaluatie van het project (bijlage 14) Stap 5: evalueren en reflecteren: Bijlage 12, bijlage 14. Project 2 basisfase SAW Werkveldoriëntatie ROCVA Gooi en Vechtstreek 2010-2011 4

Literatuur en materialen: Om de workshops te kunnen volgen moet je in elk geval in het bezit zijn van: Het boek: Methodiek van begeleiden Het boek: Burger en samenleving Het boek: ontwikkeling en opvoeding Het boek: Ziekte en gezondheid 1 map met tabbladen Een etui met schaar, potloden, lijm, plakband en fineliner Projecthandleiding van het project werkveldorientatie. Podium handboek 1 vmbo-t/h//v Podium werkboek 1 vmbo-t/h//v Plaats van prestatie: Prestatie 1: tijdens de Welzijnsmarkt in de hal van de school Prestatie 2: op school tijdens de workshop. Buiten de school in het werkveld. Groepsgrootte prestatie: Prestatie 1: je werkt in een groepje van 4 studenten aan de presentatie van de ideale instelling. Prestatie 2: je werkt individueel aan de voorbereiding en uitvoering van de interviews. Feedback: Prestatie 1: je krijgt feedback op alle onderdelen van de presentatie van jouw workshopdocent en stamgroep. Prestatie 2: je krijgt feedback op alle onderdelen van de interviews van jouw workshopdocent. De feedback wordt omgezet naar een beoordeling in trajectplanner. Ga na of je werk in orde is voordat je je werk inlevert! Lees je projecthandleiding nog eens goed door! Project 2 basisfase SAW Werkveldoriëntatie ROCVA Gooi en Vechtstreek 2010-2011 5

WORKSHOP 1: Introductie Om een prestatie te kunnen leveren moet je weten wat je precies moet doen. De volgende vraag staat in deze workshop dan ook centraal: begrijp ik wat er in dit project van mij wordt verwacht? Je krijgt informatie over het project en de prestatie die je moet leveren. Tijdens de projectbegeleiding krijg je te horen wie je groepsgenoten zijn voor dit project. Inhoud: De opstart voor het project Werkveldoriëntatie ziet er als volgt uit: 1. Inleiding door de projectleider in de congreszaal met alle deelnemers. Resultaat: Je kent de prestatie-eisen van het project. Je bent op de hoogte van de inhoud van de workshops. Je hebt samen met je werkgroep een werkplan gemaakt van de acties die ondernomen moeten worden. Leermiddelen: projecthandleiding. Duur: 1 x 2 lesuren Project 2 basisfase SAW Werkveldoriëntatie ROCVA Gooi en Vechtstreek 2010-2011 6

WORKSHOP 2: Werkveld en doelgroep (LLBW) Alle instellingen waar je later bij kunt gaan werken vormen samen het werkveld. Er zijn organisaties voor verstandelijk beperkten, voor lichamelijk beperkten, voor meervoudig beperkten, voor kinderen, jongeren en voor ouderen. De mensen die van een organisatie gebruik maken, vormen jouw doelgroep. Mensen maken gebruik van een organisatie of verblijven in een instelling met een bepaald doel. Ze komen er bijvoorbeeld om andere leeftijdgenoten te leren kennen, om opgeleid te worden, te wonen met ondersteuning of om zinvolle activiteiten te doen. Er zijn dus verschillende doelgroepen en verschillende doelstellingen. In deze workshop geven we informatie over de verschillende doelgroepen en werkvelden zodat jij een goed beeld krijgt van het werkveld waar jij gaat werken. Alle werkvelden binnen SAW komen aan de orde. Binnen jouw werk ga je met heel veel organisaties samenwerken. Organisaties, verenigingen, stichtingen, bedrijven, instellingen en clubs die de belangen behartigen of ten diensten staan van de doelgroep waarmee je werkt. Je gaat een overzicht van al deze organisaties maken. Je noemt dit een sociale kaart. Inhoud: Tijdens deze workshop krijg je algemene informatie over de verschillende organisaties en doelgroepen. Verder legt de workshopdocent de volgende opdrachten/prestaties uit: - Sociale kaart - een personeelsadvertentie (vacature) - Je hebt een stage gevonden en een aanvraagformulier BOL stage ingeleverd bij je Loopbaanbegeleider - Je hebt deelgenomen aan de speeddate met het werkveld georganiseerd door school Resultaat: Je kent welzijnsorganisaties binnen deze regio. Je kent de doelgroepen die er opgevangen worden. Je kent het doel van deze organisaties. Je weet hoe je een sociale kaart moet maken. Je hebt een stage plek gevonden Literatuur: handleiding werkveldoriëntatie. Duur: 8 x 2 lesuren Project 2 basisfase SAW Werkveldoriëntatie ROCVA Gooi en Vechtstreek 2010-2011 7

WORKSHOP 3a: De ruimte (ACTDR) De faciliteiten zoals vloeren, de materialen, het speelgoed, alles op je stageplek is (als het goed is) aangeschaft, ingericht, aangepast en ingehuurd voor de mensen die er gebruik van maken. Steeds weer heeft men zich afgevraagd wat de doelgroep wil, nodig heeft of leuk vindt. Hoe weet je nou wat die doelgroep wil of nodig heeft? Het antwoord ligt bij de doelgroep zelf of bij de begeleiding en deskundigen. Iedere doelgroep heeft specifieke kenmerken. In de volgende tekst zijn er een aantal te herkennen: Marty, een baby van 9 maanden, rolt, tijgert en kruipt door de ruimte van het kinderdagverblijf. Ze spuugt en kwijlt en is nog niet zindelijk. Ze sabbelt en voelt aan de stoelpoten en stopt snel nog even een losgeraakt balletje van het telraam in haar mond. Dennis, een jongen van 15, is boos en schopt tegen de deur van het jongerencentrum. Hij is eruit gezet omdat hij zich agressief gedroeg bij de flipperkast. Hij koelt buiten even af en mag daarna met een glas cola weer tot rust komen in de chill-ruimte van het centrum. Met deze kenmerken moet rekening worden gehouden bij het inrichten van de ruimte. In deze workshop leer je hoe je de kenmerken kan verwerken in de ruimte. Je leert over de invloed van kleuren en materiaalsoorten. Zou een puber van 15 lekker kunnen ontspannen in een grijs betonnen ruimte op een ijzeren stoel? En hoe zou een kind zich gedragen in een ruimte die vol hangt met posters van kleurige lolly s en ander snoep, een knalrode vloer en zwarte gordijnen? Om je inzicht te geven in de vaak hoge kosten van de materialen en artikelen die gebruikt worden in instellingen ga je een prijsvergelijk maken. Inhoud: Kleurenleer, materialenkennis Inspiratie met betrekking tot de inrichting Verlichting en sfeer Je leert hoe je een (halve) marktkraam aantrekkelijk in kunt richten Je maakt een prijsvergelijking tussen drie artikelen of materialen die je gebruikt in je ideale organisatie. creatieve visualisatie van de werkplek in de organisatie. Verder legt de workshopdocent de volgende opdracht/prestatie uit: - inhoudsopgave map ideale organisatie - inrichting marktkraam - plattegrond of maquette Project 2 basisfase SAW Werkveldoriëntatie ROCVA Gooi en Vechtstreek 2010-2011 8

Resultaat: Je weet hoe je een ruimte zo kan inrichten dat de doelgroep zich daar prettig voelt en de begeleiding er goed kan werken. Je hebt informatie en een idee voor de inrichting van de ruimte van jouw ideale organisatie/werkplek. Je hebt je voorbereid op het inrichten van de (halve)marktkraam Je hebt demonstratiemateriaal gemaakt voor de marktkraam. Je hebt een prijsvergelijking gemaakt Je hebt een plattegrond en een maquette gemaakt. Benodigdheden: Projecthandleiding werkveldoriëntatie. Duur: 5 x 2 lesuren WORKSHOP 3b Activiteitenmethodiek Tijdens je stage ga je kleine activiteiten met je doelgroep doen. Een balspelletje, een plak- en knipactiviteit, een boek voorlezen of een rap instuderen. Activiteiten helpen je bij het contact maken met je doelgroep. Een activiteit moet goed voorbereid zijn als je succes wilt hebben bij de doelgroep. Je maakt van tevoren een activiteitenplan. Daarin staat onder meer voor welke doelgroep de activiteit bestemd is, wat je van tevoren moet uitleggen, wat er nodig is aan materialen etc. Voor de ideale organisatie/werkplek bedenk je samen met je werkgroep welke activiteiten die zeer geschikt zijn voor de doelgroep. Je krijgt instructie over het uitwerken van deze activiteiten. In deze workshop leer je een activiteitenplan te maken waarin staat hoe je een activiteit moet voorbereiden, waar je rekening mee moet houden voor, tijdens en na de uitvoering van de activiteit. Inhoud: Activiteitenmethodiek theorie Activiteitenplannen maken Resultaat: Je kent verschillende soorten activiteiten en hun doelen. Je weet hoe je activiteiten opzet d.m.v. een activiteitenplan. Je hebt twee activiteiten uitgewerkt in een activiteitenplan voor de ideale organisatie/werkplek Je hebt hoofdstuk 1,2 en 3 gemaakt voor de map: de ideale instelling. Benodigdheden: het boek Ontwikkeling en opvoeding, ThiemeMeulenhoff schema Kleine activiteit (uitleg doelen), uit de handleiding Werkveldoriëntatie Duur: 3 x 2 lesuren Project 2 basisfase SAW Werkveldoriëntatie ROCVA Gooi en Vechtstreek 2010-2011 9

WORKSHOP 4a:Observeren, en rapporteren (METHO) Goed kijken en luisteren, is soms al een antwoord op een moeilijke vraag. Lees het volgende voorbeeld maar eens: Hasra is een meisje van vier. Ze gaat net naar de basisschool. Op het kinderdagverblijf is al geconstateerd dat Hasra wat achter is in haar taalontwikkeling. Er is geen extra aandacht aan besteed. De ouders van Hasra wonen nog maar vier jaar in Nederland en spreken nog niet helemaal vloeiend Nederlands. Men ging er vanuit dat de taalachterstand daardoor is ontstaan. Op de basisschool is de taalachterstand van Hasra een probleem. Hasra wordt zelfs gepest. Voordat er hulp wordt geboden, observeert de internbegeleider Hasra. Er wordt ontdekt dat Hasra alleen goed reageert als ze je gezicht kan zien. Hasra blijkt na onderzoek zeer slechthorend te zijn In deze workshop oefen je observatietechnieken en leer je hoe je antwoorden kan krijgen op vragen door heel goed te kijken. Je leert ook hoe je jouw bevindingen en observaties kunt vastleggen in een observatieverslag. Inhoud: Subjectief objectief Doel, focus Observatiemethodieken en -technieken, theorie en oefening Resultaat: Je kunt na deze workshop observatie technieken toepassen. Je kunt de resultaten van de observaties vastleggen in een observatieverslag Je werkt tijdens deze workshop aan de observatieopdracht: Je zoekt een geschikt filmpje op internet waarmee je je observatie technieken kunt oefenen. Het filmpje duurt 6 minuten. Je maakt hiervan een observatieverslag volgens de richtlijnen van de workshop. Leermiddelen: boek Methodiek van begeleiden, blz. 103 t/m 127 + blz. 137 Duur: 7 x 2 lesuren WORKSHOP 4B: Omgangsvormen (METHO) Als je goed wilt functioneren binnen de maatschappij moet je je passende omgangsvormen eigen gemaakt hebben. Dat betekent dat je weet hoe je je moet gedragen en welke houding gepast is (je attitude). Voor de een is dat makkelijker dan voor de ander. Vaak wordt met passend bedoeld dat mensen zich gedragen zoals van hen wordt verwacht. Maar wat word er dan van je verwacht? Wat vinden jullie passend en sluit dit aan op wat de stage van je verwacht? Bij het werken in een organisatie hoort een bepaalde beroeps houding, je moet leren welk gedrag wel en niet past bij je rol als stagiaire. Tijdens je werk geen mobiel aan bijvoorbeeld, of, als je gezamenlijk eet, even wachten tot iedereen aan tafel zit. Grote instellingen hebben bijna allemaal op papier staan hoe je je moet gedragen. Dat heet een gedragscode. In deze workshop leer je wat passende omgangsvormen zijn en wat de geschreven (of ongeschreven) regels zijn van een instelling. Je wordt geobserveerd aan de hand van gedragskenmerken uit de competentiemeter. Je krijgt feedback van je klasgenoten op jouw (beroeps)houding en je geeft feedback op jouw klasgenoten. Je schrijft een reflectie over deze situatie (bijlage 5). Project 2 basisfase SAW Werkveldoriëntatie ROCVA Gooi en Vechtstreek 2010-2011 10

Inhoud: Omgangsvormen Gedragscode Resultaat: Je kent passende omgangsvormen. Je bent in staat omgangsvormen toe te passen in de werksituatie. Je bent bekend met geschreven (of ongeschreven) gedragscodes. Leermiddelen: boek Methodiek van Begeleiden blz. 136. Competentiemeter Duur: 1 x 2 lesuren WORKSHOP 5: Communicatietechnieken (BGLC) Een stageplek vinden is best lastig, hoe leg je contact met een organisatie? Hoe voer je het eerste gesprek. Is dat al gelijk een sollicitatiegesprek of laat je je eerst informeren voordat je echt solliciteert op een stageplek. Hoe bereid je je voor op een sollicitatie gesprek? Voordat je als stagiaire aan de slag gaat, zul je eerst een heleboel informatie moeten verzamelen over allerlei zaken. Wat zijn jouw taken als stagiaire? Hoe vaak heb je begeleidingsgesprekken en met wie? Zijn er teamvergaderingen? Moet je daar bij zijn? Wat mag je wel en wat mag je als stagiaire niet? Kortom: een heleboel vragen waar je een antwoord op wilt hebben. Goed leren communiceren is niet alleen belangrijk in een eerste contact met je stage-instelling. Ook als je straks eenmaal stage loopt, zijn effectieve gesprektechnieken van groot belang. Je moet immers communiceren met je collega s. Over wat je van elkaar kan verwachten, wat je nodig hebt en je zal wellicht ook eens feedback geven. In een later stadium zal je gesprekken voeren met ouders of cliënten. In de workshop communicatietechnieken leer je de basistechnieken van effectief communiceren. Inhoud: Luistervaardigheden, de begrippen open/gesloten vragen, vragen stellen, doorvragen, parafraseren, reflecteren van gevoel, samenvatten, luisterfouten etc. Verbalen en non-verbale communicatie: lichaamshouding en mimiek. Resultaat: Je weet wat verbale communicatie is. Je bent je bewust van jouw non-verbale communicatie. Je kent verschillende gesprekstechnieken. Je bent in staat feedback te geven en te ontvangen. Literatuur Methodiek en begeleiden, thema 5: gesprekstechnieken blz. 139 t/m 149 Duur: 8 x 2 lesuren Project 2 basisfase SAW Werkveldoriëntatie ROCVA Gooi en Vechtstreek 2010-2011 11

Workshop 6: Ontwikkelingspsychologie (BGLP) In het vorige project, Ik. en de ander heb je kennis gemaakt met de ontwikkelingspsychologie van 0 tot 22 jarigen. In dit project leer je over de ontwikkelingspsychologie van de volwassenen, de oudere en mensen met een verstandelijke en lichamelijke beperking. Door het gedrag van mensen te bestuderen weet je waarom iemand iets doet en waarom iemand zich op een bepaalde manier gedraagt. We behandelen de ontwikkelingsaspecten, specifieke kenmerken en gedragingen van mensen vanaf 22 jaar tot 65 jaar en ouder. Afhankelijk van jullie belangstelling voor een bepaald werkveld, gaan we dieper in op een doelgroep. Als je kennis hebt van de ontwikkelingsfase waarin een cliënt zit, begrijp je die beter en kun je je houding en vaardigheden daarop afstemmen. Inhoud: In de workshop worden de volgende onderwerpen en thema s behandeld: Thema 1; Inleiding op ontwikkeling en opvoeding p. 29 37 Thema 4: ontwikkeling van pubers en adolescenten p. 115-155 Thema 5; Ontwikkeling en begeleiding van volwassenen en ouderen p. 157 193 Thema 6; Ontwikkeling en begeleiding van mensen met een verstandelijke beperking p. 199 250 Thema 7; Ontwikkeling en begeleiding van mensen met een lichamelijke beperking p. 259 305 Afhankelijk van de doelgroep die je kiest voor dit project worden aanvullende onderwerpen behandeld. Verder legt de workshopdocent de volgende opdracht/prestatie uit: - Doelgroepomschrijving - Folder van de ideale instelling. Resultaat: Je kunt je houding en vaardigheden afstemmen op de ontwikkelingsfase van de cliënt/doelgroep Je hebt kennis over de specifieke begeleiding van de voor dit project gekozen doelgroep Je kent de ontwikkelingspsychologie van 22 tot 65 jaar en ouder Je kent de ontwikkelingspsychologie van mensen met een verstandelijke en lichamelijke beperking Je verwerkt jouw kennis van doelgroepen in een folder van de instelling Literatuur: Het boek Ontwikkeling en opvoeding van A.C. Verhoef en M. van Eijkeren. (ThiemeMeulenhoff ISBN 978 90 069 2461 9) Duur: 8 x 2 lesuren Project 2 basisfase SAW Werkveldoriëntatie ROCVA Gooi en Vechtstreek 2010-2011 12

Workshop 7: Hygiëne en veiligheid (PHZH) Wanneer je net begonnen bent bij je stage zul je merken dat je je aan veel regels moet houden om te voorkomen dat jij en/of de mensen waarmee je werkt ziek worden. Deze regels hebben vaak te maken met hygiëne en veiligheid. Binnen deze workshop krijg je informatie over gezondheid en ziekte, bacteriën en virussen. Hoe verspreiden deze micro-organismen zich en wat kun je doen om besmetting met deze organismen te voorkomen. Hoe voorkom je dat je ziek wordt. De regels wat betreft veiligheid en hygiëne zijn strenger dan ooit en staan omschreven in allerlei protocollen en handboeken van organisaties zoals de brandweer, GGD en ARBOdienst. Kinderen mogen bijvoorbeeld op een kinderdagverblijf (KDV) niet spelen in een zandbak waar geen net over zit als het KDV dicht is. Een jongerencentrum of verzorgingshuis mag niet gebruikt worden als er geen vluchtwegaanduidingen hangen. Zo zijn er nog veel meer regels waaraan organisaties zich moeten houden met betrekking tot de veiligheid en hygiëne van de medewerkers en de cliënten, bewoners of gasten. Deze workshop wordt afgesloten met een schriftelijke toets. Inhoud: Gezondheid en ziekte Micro-organismen Besmetting, infectie Veiligheidseisen Hygiënevoorschriften Protocollen en procedures Resultaat: Je bent op de hoogte van alle basisinformatie met betrekking tot Gezondheid en ziekte, hygiëne en veiligheid. Je bent op de hoogte van de protocollen van verschillende organisaties die zich met de veiligheid en hygiëne van de ruimten in het Sociaal Agogisch Werk bezighouden. Je hebt een overzicht gemaakt van alle organisaties die zich bezighouden met gezondheid, hygiëne en veiligheid binnen het werkveld waar jij stage gaat lopen. Je hebt een voldoende voor je toets Veiligheid en hygiëne gehaald. Literatuur: Zorg bij gezondheid, ziekte en ongeval. Thieme Meulenhoff. Thema 1,2 en 3 Duur: 8 x 2 lesuren Overige workshops: Verder worden er tijdens de 2 e periode de volgende workshops gegeven: Nederlands Rekenen Engels Zelfstandig werken in A160. (Muiswerk Rekenen, Nederlands en werken aan je project) Basisvaardigheden Muziek of Drama Sport Loopbaanbegeleiding Project 2 basisfase SAW Werkveldoriëntatie ROCVA Gooi en Vechtstreek 2010-2011 13

BIJLAGE 1: Doelgroepomschrijving Workshop: Psychologie Maak een doelgroepomschrijving van de doelgroep van jouw ideale instelling 1. Hoeveel cliënten maken gebruik van de organisatie? 2. Wat is de gezins- en/of leefsituatie van de doelgroep? 3. Omschrijf de lichamelijke aspecten van de doelgroep. Denk daarbij aan lichamelijke groei of achteruitgang; motorische ontwikkeling en zintuiglijke ontwikkeling. Is er sprake van medicijngebruik / bijzondere voeding? 4. Omschrijf de cognitieve aspecten van de doelgroep. Denk daarbij aan hun verstandelijke ontwikkeling; taalontwikkeling; ontwikkeling van denken en geheugen. 5. Omschrijf de sociale kenmerken van de doelgroep. Denk daarbij aan de ontwikkeling van de omgang met anderen; ontwikkeling van acceptatie van anderen; de ontwikkeling van geweten en het sociale gedrag. 6. Omschrijf de persoonlijkheidskenmerken van de doelgroep. Denk daarbij aan vorming van eigen identiteit, imago, ontwikkeling van de eigen wil; de eigen opvattingen en de ontwikkeling van jongens- en meisjesgedrag. 7. Omschrijf de emotionele kenmerken van de doelgroep. Denk daarbij aan ontwikkeling van gevoelens, van basisvertrouwen en veiligheid. 8. Omschrijf de seksuele ontwikkeling van je doelgroep. Denk daarbij aan de ontwikkeling van seksueel gedrag. De ontwikkeling van lichaam- en lustbeleving en de ontwikkeling van waardering voor eigen lichaam. 9. Alleen bij de doelgroep kinderen Omschrijf de kenmerken van het spel van kinderen. Denk daarbij aan solitair spel, parallel spel en samen spel, de voorkeur voor bepaald spel of speelgoed. 10. Alleen bij doelgroep jongeren Omschrijf uitgebreid hoe je een vertrouwensrelatie kunt opbouwen bij jongeren. 11. Alleen bij doelgroep volwassenen Omschrijf zoveel mogelijk manieren waarop je de zelfstandigheid van de doelgroep kunt vergroten. Project 2 basisfase SAW Werkveldoriëntatie ROCVA Gooi en Vechtstreek 2010-2011 14

BIJLAGE 2: Inhoud van de folder van jullie ideale organisatie. Workshop:Psychologie Een wervende folder voor de doelgroep met als inhoud: welke activiteiten bieden wij aan voor de doelgroep. Informatie over de organisatie (kort) De naam en adres van de ideale organisatie (Waar vinden de activiteiten plaats?) Doel, missie en visie van de organisatie (Waarom vinden deze activiteiten hier plaats?) Beschrijving van de doelgroep (Voor wie zijn de activiteiten bedoeld?) Beschrijving van de activiteiten (minimaal 2 per lid van de werkgroep) Naam van de activiteit, wat gaat de deelnemer doen, hoe wordt de deelnemer begeleid; door wie (functie)?. Praktische informatie Bijvoorbeeld: moet de deelnemer iets/iemand meenemen? Project 2 basisfase SAW Werkveldoriëntatie ROCVA Gooi en Vechtstreek 2010-2011 15

BIJLAGE 3: Twee activiteitenplannen Workshop: De ruimte /activiteitenmethodiek Maak twee activiteitenplannen volgens onderstaand voorbeeld. Activiteitenschema 'Kleine activiteit' Naam activiteit Soort activiteit Tijdsduur Beginsituatie Doelgroep Aantal deelnemers Doel van de activiteit Cognitief Lichamelijk Sociaal Emotioneel Plaats Materiaal Uitvoering Opstelling Opbouw Planning Inleiding Uitleg Voorbeeld Afronding met doelgroep Veiligheid Knelpunten Inschatting doelgroep Doelen Evaluatie Middelen Organisatie Begeleiding Evaluatie met Doelgroep Project 2 basisfase SAW Werkveldoriëntatie ROCVA Gooi en Vechtstreek 2010-2011 16

Uitleg 1 e deel activiteitenschema Kleine activiteit Naam activiteit Doelgroep Soort activiteit Tijdsduur Beginsituatie Aantal deelnemers Doel van de activiteit Cognitief Een activiteit heeft een cognitief doel, als de verstandelijke ontwikkeling van de mens wordt gestimuleerd. Denk hierbij aan de ontwikkeling van het verstand en het geheugen, maar ook aan de taalontwikkeling. Taal en denken hangen nauw met elkaar samen: zonder taal (woorden) ben je niet in staat tot denken. Maar ook: zonder denken ben je niet in staat tot taal (spreken). Bijvoorbeeld: Memory, een kookactiviteit waarbij er hoeveelheden moeten worden afgewogen, woordspelletjes enz. Lichamelijk Een activiteit heeft een lichamelijk doel, als de lichamelijke ontwikkeling van de mens wordt gestimuleerd. Denk hierbij aan de motorische ontwikkeling (= de ontwikkeling van de beweging) en de zintuiglijke ontwikkeling (= de ontwikkeling van de zintuigen zoals het zien en horen). Bij de motorische ontwikkeling kun je onderscheid maken tussen grove motoriek (de grove bewegingen van het lichaam; van de armen en benen) en de fijne motoriek (de fijne bewegingen, uitgevoerd met de handen en voeten). Bijvoorbeeld: voetbal, rennen, klim- en klauterspelletjes (grove motoriek), een activiteit waarbij figuren moeten worden uitgeknipt, kralen rijgen (fijne motoriek) enz. Sociaal Een activiteit heeft een sociaal doel, als de omgang met andere mensen wordt gestimuleerd: contact maken en contact onderhouden. Het sociale gedrag van de mens heeft te maken met samenwerken en rekening houden met de wensen en behoeften van anderen. De ontwikkeling van het sociale gedrag hangt nauw samen met de persoonlijkheidsontwikkeling. Bij de ontwikkeling van de persoonlijkheid gaat het om de vorming van de eigen identiteit, de eigen aard. Hieronder valt ook de ontwikkeling van de eigen wil, de eigen opvattingen (normen en waarden) en de ontwikkeling van meisjes- en jongensgedrag. Ook activiteiten die een beroep doen op de creativiteit en fantasie stimuleren de persoonlijkheidsontwikkeling. Bijvoorbeeld: gezelschapsspelletjes, teamsporten Emotioneel Een activiteit heeft een emotioneel doel als de emotionele ontwikkeling wordt gestimuleerd. Dat wil zeggen: de ontwikkeling van gevoelens van (basis)vertrouwen en veiligheid. Maar ook een activiteit die troost biedt of die iemand de kans geeft gevoelens te verwerken of te uiten, heeft een emotioneel doel. Bijvoorbeeld: een liedje zingen met een kind dat verdrietig is, spelletjes waarbij de deelnemers moeten kunnen omgaan met verlies, enz. Project 2 basisfase SAW Werkveldoriëntatie ROCVA Gooi en Vechtstreek 2010-2011 17

BIJLAGE 4 Inhoudsopgave van de gezamenlijke map: De ideale organisatie Workshop: De ruimte & activiteitenmethodiek Hoofdstuk 1: Algemene informatie: De naam van de ideale organisatie De locatie (Waar staat de organisatie?) Organogram (Welke taken en functies zijn er in de organisatie?) Grootte van de organisatie (Aantal bewoners/gebruikers?) Hoofdstuk 2: Informatie over visie, doelen en werkwijze. Het doel van de organisatie Beschrijving van de doelgroep (bijlage 1) De visie van de organisatie De werkwijze: Hoe wordt de doelgroep begeleid? Hoofdstuk 3: Informatie over de ruimte waar de doelgroep leeft of werkt (bijv. de huiskamer, het lokaal, de activiteitenruimte ) Is alles afgestemd op de doelgroep? Kleurgebruik Inrichting/materiaalgebruik Leefmilieu Veiligheid Maak een prijsvergelijking van drie artikelen of materialen die je gebruikt Beargumenteer waarom dit jullie ideale organisatie is. Hoofdstuk 4: uitgewerkte activiteiten (bijlage 3) Hoofdstuk 5: Een sociale kaart van jullie ideale organisatie volgens de richtlijnen van (volgens bijlage 6) Hoofdstuk 6: Een folder van De ideale organisatie. (bijlage 2) Hoofdstuk 7: Personeelsadvertentie (bijlage 7) Project 2 basisfase SAW Werkveldoriëntatie ROCVA Gooi en Vechtstreek 2010-2011 18

BIJLAGE 5: Reflectie beroepshouding Workshop: Omgangsvormen Dit formulier wordt eenmaal ingevuld door een klasgenoot (observatie) en eenmaal door jezelf (reflectie) Beroepscompetenties Naam 1. Assertief 2. Representatief 3. Betrokken 4. Empathisch 5. Integer 6. Doorzetten 7. Doelgroepgericht 8. Zelfstandigheid 0 M V RV G reflectie of observatie 0-----0-----0-----0------0 0-----0-----0------0------0 0-----0-----0------0------0 0-----0-----0------0------0 0-----0-----0------0------0 0-----0-----0------0------0 0-----0-----0------0------0 0-----0-----0------0------0 Onvoldoende ----Matig-----voldoende-----Ruim voldoende ----Goed Project 2 basisfase SAW Werkveldoriëntatie ROCVA Gooi en Vechtstreek 2010-2011 19

Beoordelingscriteria en verwachtingen waar stagiaires in de startfase aan moeten voldoen. (2011 /2012) Opgesteld door 60 organisaties in de regio Utrecht, Gooi en Vechtreek en Almere die aangesloten zijn bij het convenant: Samen Opvoeden en Opleiden. Criteria: Heeft informatie verzameld m.b.t. de doelgroep. Toont interesse in het kind/de jongere/de cliënt. Heeft zich verdiept in het werkveld en verzamelt informatie m.b.t. stageverlenend bedrijf Informeert bij kinderen/jongeren/cliënten naar hun mening, wensen en ideeën Heeft oog voor interesses van kinderen/jongeren/clienten. Toont bereidheid mee te denken over activiteiten. Overlegt met collega s over werkzaamheden. Stelt zich t.a.v. kinderen/jongeren/cliënten op als een professional (niet als vriendje ) Stelt zich voor aan ouders/verzorgers, hanteert gangbare omgangsvormen Vraagt bij twijfel en/of problemen hulp aan collega s Kan zich een voorstelling maken van de benodigde verzorging/zorg van/aan een kind, jongere/cliënt. Signaleert reacties van een kind/jongere/cliënt en houdt daar rekening mee Houdt zich aan afspraken m.b.t. uitvoeren van huishoudelijke werkzaamheden Houdt zich aan afspraken m.b.t. instructies/ procedures Stelt zich op de hoogte van veiligheidsvoorschriften en houdt zich aan instructies/afspraken Helpt collega s bij het uitvoeren/aanbieden van activiteiten Overlegt met collega s over ideeën m.b.t. inzetten van materialen Stelt zich op de hoogte van stagebeleid van de instelling en van de Beroepscode van de doelgroep (bijvoorbeeld beroepscode kinderopvang 2009). Overlegt met collega s over het uitvoeren/plannen van activiteiten Schrijft sollicitatiebrief en/of neemt telefonisch contact op met stage-instelling Is voor aanvang stage in bezit VOG en POK (Praktijk Overeenkomst). Houdt zich aan de regels over het geven en ontvangen van feedback Is bereid te reflecteren op eigen handelen en dit te vertalen naar persoonlijke leerdoelen Heeft een open luisterhouding t.a.v. kinderen/jongeren/cliënten, ouders en collega s (begeleiders) Taal-, lees- en schrijfvaardigheid op niveau F1/F2 Bespreekt meningen en ideeën met stagebegeleider Project 2 basisfase SAW Werkveldoriëntatie ROCVA Gooi en Vechtstreek 2010-2011 20

BIJLAGE 6: Stappenplan om een stageplaats te vinden Workshop: De doelgroep en het werkveld Met behulp van dit stappenplan zorg je ervoor dat je voor het einde van periode 2 een stage hebt Stap 1: Stages op niveau 3 en stages op niveau 4 Je bent aan het begin van het schooljaar ingeschreven als student op niveau 3 of op niveau 4. Als je dit niet meer weet kun je het nakijken op je onderwijs-overeenkomst of vragen aan je eigen loopbaanbegeleider (LBB'er). Stage op niveau 3: Als je ingeschreven staat op niveau 3, mag je stage lopen: - In de kinderopvang: op een kinderdagverblijf (KDV) of in de buitenschoolse opvang (BSO). - In een buurthuis of mag je alleen stage lopen met kinderen onder de 12 jaar. - In de maatschappelijke zorg: in de gehandicaptenzorg of de ouderenzorg. Je mag GEEN stage lopen: - Met de doelgroep jongeren vanaf 12 jaar, bijvoorbeeld in de jeugdzorg of in het sociaal cultureel werk. Hiervoor heb je nl. een inschrijving op niveau 4 nodig. - In het basisonderwijs. Ook hiervoor is niveau 4 vereist. Stage op niveau 4: Als je ingeschreven staat op niveau 4, mag je stage lopen in de kinderopvang; de jeugdzorg; het basisonderwijs; de gehandicaptenzorg; ouderenzorg; psychiatrie. Stageplaatsen in de jeugdzorg zijn moeilijk te vinden. Je kun er het 1e jaar ook voor kiezen om stage te gaan lopen in het sociaal cultureel werk. Stap 2: Gebruik van de website www.stagemarkt.nl Als je weet waar je stage mag lopen, ga je bedenken met welke doelgroep je het liefste wilt werken. Je gaat uitzoeken bij welke organisaties je deze doelgroep tegenkomt. Je mag alleen stage lopen in organisaties die door Calibris zijn gecertificeerd als erkend leerbedrijf. Daarom adviseren we je een stageplaats te zoeken via de website www.stagemarkt.nl Tijdens het project 'werkveldorientatie' legt de workshopdocent je uit hoe je op deze website een stageplaats kunt zoeken. Ook tijdens LBB helpt je loopbaanbegeleider je hierbij. Stap 3: Check erkend leerbedrijf op de website van Calibris Het kan ook dat je op een andere manier een stage-adres hebt gevonden. Je moet dan altijd controleren of dit een door Calibris erkend leerbedrijf is. Je kunt dit doen via de website www.calibris.nl Je klikt aan: 'bedrijvenregister' > 'zoek leerbedrijven' > 'uitgebreid zoeken'. Vervolgens vul je de postcode in van de organisatie die je hebt gevonden. Je krijgt dan informatie of de organisatie wel of niet erkend is. Project 2 basisfase SAW Werkveldoriëntatie ROCVA Gooi en Vechtstreek 2010-2011 21

Stap 4: Check crebonummer Let goed op! Als je een stage-organisatie hebt gevonden, die erkend is door Calibris, moet je ook nog controleren of je daar met MBO-niveau 3 of niveau 4 stage mag lopen. Dit kun je vinden onder het tabblad 'erkend voor' (op de Calibris-site bij de naam en informatie van de stage-organisatie) Tijdens het project werkveldorientatie legt de workshopdocent dit verder uit. Ook tijdens LBB helpt je loopbaanbegeleider je hierbij. Op niveau 3 mag je stage lopen bij leerbedrijven, die erkend zijn voor de opleidingen: - Pedagogisch werk, nivau 3 = crebonummer 92620 - Maatschappelijke zorg, niveau 3 = crebonummer 92650 Op niveau 4 mag je stage lopen bij leerbedrijven, die erkend zijn voor de opleidingen: - Pedagogisch werk niveau 4 = crebonummer 92632 - Pedagogisch werk jeugdzorg, niveau 4 = crebonummer 92631 - Sociaal cultureel werk, niveau 4 = crebonummer 92370 - Gehandicaptenzorg, niveau 4 = crebonummer 92661 - Specifieke doelgroepen, niveau 4 = crebonummer 92662 - Onderwijsassistent = crebonummer 92500 Als je in het 1 e jaar staat ingeschreven op crebonummer 92620 (PW3) en je wilt graag stage lopen bij een organisatie die niet erkend is voor Pedagogisch werk niveau 3 maar wél voor Maatschappelijke zorg niveau 3, dan kan dat omdat het allebei stages op niveau 3 zijn. Overleg dit altijd met je LBB er. Er moet dan nl. wel een nieuwe onderwijsovereenkomst voor jou gemaakt worden omdat je inschrijfnummer (crebonummer) daarop moet veranderen (van 92620 van PW3 naar 92650 van MZ3). Je kunt alleen veranderen binnen de crebonummers op niveau 3. Studenten die op niveau 4 staan ingeschreven, kunnen wisselen binnen de crebonummers op niveau 4. Je kunt niet wisselen tussen niveau 3 en 4!!! De workshopdocent kan dit verder uitleggen. Stap 5: Check van overige eisen bij het vinden van een stageplaats. Ook gelden nog de volgende criteria bij het vinden van een stageplaats: a. De stage-organisatie ligt op een max. afstand van 40 km vanaf de school. b. Je mag geen stage lopen bij familie of bekenden. c. Je moet ieder schooljaar veranderen van stageplaats (in ieder geval van locatie/adres). Stap 6: Verzamel informatie over het stagebedrijf Maak een keuze voor één of meerdere erkende leerbedrijven waarvoor je de meeste belangstelling hebt. Verzamel informatie over deze organisaties. Zo kun je op de site van Calibris het internetadres van het leerbedrijf vinden en vaak ook de naam van de contactpersoon (incl. telefoonnummer en email). Stap 7: Nagaan stagedagen en stageperiode Let goed op wat je stagedagen zijn en wanneer de stageperiode begint en eindigt. - Klassen 3WS1P, 3WS1Q, 3WS1R, 3WS1S: stagedagen zijn maandag en dinsdag - Klassen 3WS1T, 3WS1U, 3WS1V, 3WS1W: stagedagen zijn donderdag en vrijdag De stage begint in week 5 in 2012. Je laatste stageweek is week 26. In het eerste jaar loop je 16 uur stage per week. Tijdens deze oriënterende stage van twee periodes krijg je één keer een stagegesprek met een bezoekend docent van de opleiding en je stagebegeleider. Project 2 basisfase SAW Werkveldoriëntatie ROCVA Gooi en Vechtstreek 2010-2011 22

Voordat je stage begint, krijg je een mapje met informatie over je stage en de opdrachten die je moet doen. Dit mapje moet je afgeven en toelichten aan je stage-begeleider. Je loopbaanbegeleider vertelt tijdens LBB wat je op je stage moet doen en welke formulieren je moet gebruiken. Stap 8 : Contact leggen met de stage-organisatie Je kunt contact maken met de stage-organisatie door te bellen, via mail of je kunt er even langsgaan. Je vraagt of ze plaats hebben voor een stagiaire Sociaal Agogisch Werk niveau 3 of 4 (afhankelijk van jouw inschrijving) van het MBO-college Hilversum. Als ze jou eventueel als stagiaire een plaats kunnen aanbieden, maak je een afspraak voor een kennismakingsgesprek (buiten schooltijd). Je hebt de stageinformatie basisjaar dan bij je (zie webstite www.welzijngvs.nl/bpv). Soms zal je gevraagd worden, van tevoren je Curriculum Vitae (C.V.) op te sturen. Stap 9: Kennismakingsgesprek Bereid je goed voor op het kennismakingsgesprek door de informatie bij stap 6 te verzamelen. Schrijf ook een paar vragen op die wilt stellen over dingen die je graag wilt weten: bijvoorbeeld over de doelgroep en over wie jou gaat begeleiden. Misschien wil je ook weten of je een stagevergoeding krijgt. Kijk van tevoren welke informatie je nodig hebt om je aanvraagformulier voor je praktijkovereenkomst (POK) in te vullen (zie stap 10) Stap 10: Downloaden en invullen aanvraagformulier praktijkovereenkomst (POK) en check door LBB er Als je van je contactpersoon bij de stage-organisatie hoort dat je daar mag gaan stage lopen, vul je het Aanvraagformulier praktijkovereenkomst (POK) in. Dit formulier staat op de website van de opleiding www.welzijngvs.nl onder de link BPV (= beroepspraktijk vorming). Als je alle gegevens hebt ingevuld, geef je dit aanvraagformulier aan je LBB er. Deze checkt alle gegevens (o.a. de stageplaats in relatie tot jouw niveau en crebonummer). Als alles klopt geeft de LBB er het formulier aan de administratie. Zij maken je stagecontract (POK). Hierdoor ben je WA verzekerd bij de stage-organisatie en krijg je soms een stagevergoeding. Zorg dat je je praktijkovereenkomst ruim voor de start van je stage hebt ingeleverd bij je LBB er! Dit is ook een prestatie-eis bij het project Werkveldoriëntatie. Bij de meeste stage-organisaties mag je niet beginnen, als je stagecontract niet is ondertekend! Hierdoor haal je mogelijk niet het vereiste aantal stage-uren. Stap 11: Ondertekenen praktijkovereenkomst Je krijgt na enkele weken de praktijkovereenkomst in 3-voud thuisgestuurd. Dit is een contract tussen jou, de stage-organisatie en het ROC. Jij of je ouders/verzorgers (als je nog geen 18 jaar bent) tekenen alle drie de contracten. Ook een vertegenwoordiger van stage-organisatie tekent alle exemplaren. Eén exemplaar geef je op school af bij de centrale deelnemersadministratie. Stap 12: VOG De meeste stage-organisaties vragen een kopie van je Verklaring omtrent gedrag (VOG). Aan het begin van dit schoojaar heb je een VOG aangevraagd. Dit VOG blijft in principe gedurende je hele opleiding geldig. Let op: In principe loop je tot het einde van het schooljaar stage bij dezelfde stage-organisatie. Alleen bij hoge uitzondering mag je van stageplek wisselen. Dit moet je eerst bespreken met je LBB er. Je mag nooit zelf beslissen om van stage te veranderen! Project 2 basisfase SAW Werkveldoriëntatie ROCVA Gooi en Vechtstreek 2010-2011 23

Aanvraag formulier BOL Stageovereenkomst of BBL Praktijkovereenkomst (POK) In te vullen door student: Naam student: Klas: Telefoonnummer: Student nummer (staat op je pas): E-mail: Naam loopbaanbegeleider: Naam bedrijf: Naam locatie: Adres locatie: Website locatie: BOL: Beroeps Ondersteunende Leerweg Naam stagebegeleider: Telefoonnummer stagebegeleider : E- mail stagebegeleider: BBL: Beroeps Begeleidende Leerweg Naam praktijkbegeleider: Telefoonnummer praktijkbegeleider: E- mail praktijkbegeleider: Telefoonnummer locatie: Postcode: E-mail locatie: Aantal stage/werkuren per week: BOL periode/ BBL periode: In te vullen door ROC: Relatie nummer Calibris: Crebo: Datum verwerking door Deelnemers administratie: Beste student wil je dit formulier volledig invullen en laten controleren door je LBB-er. Na goedkeuring afgeven bij de administratie van afdeling Welzijn. Je mag het formulier ook in de groene brievenbus op de gang doen. Gecontroleerd door Loopbaan begeleider: (handtekening/paraaf LBBer) Project 2 basisfase SAW Werkveldoriëntatie ROCVA Gooi en Vechtstreek 2010-2011 24

BIJLAGE 7: Sociale kaart Workshop: De doelgroep en het werkveld Maak met je werkgroep een sociale kaart van de ideale instelling Wat is een sociale kaart? Een sociale kaart is een overzicht van alle organisaties waarmee een bepaalde welzijnsorganisatie te maken heeft of te maken kan krijgen. In het project werkveldoriëntatie maakt ieder groepje een overzicht van alle werkelijk bestaande organisaties waarmee je te maken zou kunnen krijgen als je bij deze ideale instelling zou werken. De sociale kaart gaat over organisaties in de omgeving van de plaats waar jullie ideale organisatie gevestigd is. Richtlijnen voor het maken van de opdracht: Stap 1 Oriënteren Elke organisatie heeft te maken met de sociale omgeving waarin de organisatie functioneert. Wanneer je de externe organisaties waarmee wordt samengewerkt in beeld brengt, ontstaat de sociale kaart. Voor je functioneren binnen een organisatie is het belangrijk dat je hiervan een goed beeld hebt. Bij een cliënt met ernstige gedragsproblemen is het bijvoorbeeld belangrijk dat je weet aan welke externe deskundigen je hiervoor ondersteuning of advies kunt vragen. Het kan zijn dat een welzijnsorganisatie zo groot is en zoveel afdelingen heeft, dat ook afzonderlijke, interne afdelingen deel kunnen uitmaken van de sociale kaart. Elk groepje maakt voor zijn/haar ideale organisatie een sociale kaart. Vragen ter oriëntatie tijdens de eerste bijeenkomst van jullie groepje: 1. In welke situatie(s) is er sprake van samenwerking met andere organisaties? 2. Wat weten jullie al over organisaties waarmee samengewerkt kan worden? 3. Waarom vinden jullie het belangrijk om op de hoogte te zijn van de sociale kaart van jullie (ideale) organisatie? 4. Noteer alle vragen die in deze fase bij je op komen. Stap 2 Plan van aanpak Op welke wijze ga je de informatie voor de sociale kaart verzamelen? Welke informatiebronnen ga je gebruiken? Stap 3 De uitvoering Maak een overzicht van de sociale kaart van jullie ideale organisatie. De gegevens van elke organisatie komen op een aparte pagina. Maak eerst zelf een formuliertje waarop jullie alle gegevens kunnen invullen. Project 2 basisfase SAW Werkveldoriëntatie ROCVA Gooi en Vechtstreek 2010-2011 25

Verzamel de volgende informatie over de organisaties: 1. De naam van de organisatie. 2. Adres, postcode, woonplaats, telefoonnummer, e-mailadres. 3. Wat is de doelgroep? 4. Wat zijn de hoofdactiviteiten van de organisatie? 5. Wat is de aanleiding van de samenwerking? 6. Wat is de functie van de samenwerking? 7. Is het een eerste - of tweedelijns organisatie (echelon)? 8. Hoe verloopt de toelating - of aanmeldingsprocedure? Stap 4 Controleren en evalueren Je kunt in je groep evalueren met behulp van de volgende punten: 1. Hebben jullie echt een volledig overzicht van de organisaties waarmee wordt samengewerkt? 2. Heeft jullie werkwijze de gewenste informatie opgeleverd? 3. Hebben jullie alle noodzakelijke informatie opgenomen? Stap 5 Verslag 1. Maak een verslag van stap 1, 2 en 4. 2. Lever de sociale kaart en je verslag in bij je workshopdocent. 3. Zorg ervoor dat de sociale kaart en het verslag in map De ideale organisatie zit tijdens de Welzijnsmarkt. Project 2 basisfase SAW Werkveldoriëntatie ROCVA Gooi en Vechtstreek 2010-2011 26

BIJLAGE 8: Personeelsadvertentie SAW er Stel een personeelsadvertentie op voor een nieuwe collega. workshop: Werkveld en doelgroep Jullie zoeken een nieuwe collega voor jullie ideale organisatie. Stel met elkaar een personeelsadvertentie op voor jullie ideale collega/sociaal Agogisch Werker. Naam functie: Aantal uren per week: De organisatie ( = jullie ideale organisatie): (o.a. informatie over organisatie; visie en doelgroep(en) en specifieke bijzonderheden; website) De functie: (o.a. taken en verantwoordelijkheden) Wij vragen: (o.a. opleidingseis; opgedane ervaring; eigenschappen en competenties) Wij bieden: (o.a. informatie over team; ontwikkelingsmogelijkheden en andere wervende factoren) Arbeidsvoorwaarden: (o.a. CAO; salaris; secundaire arbeidsvoorwaarden) Informatie: (o.a. naam; tel.nr; email) Solliciteren: (o.a. voor welke datum; naam organisatie; adres/email; t.a.v. (persoon) Project 2 basisfase SAW Werkveldoriëntatie ROCVA Gooi en Vechtstreek 2010-2011 27

BIJLAGE 9: Twee interviews Neem twee interviews af volgens onderstaande opdracht Workshop: Communicatietechnieken In dit project is het de bedoeling dat je een interview afneemt bij: 1. Je toekomstige stage(praktijk)begeleider OF (als je nog geen stage hebt) een medewerker (niv.3/4) uit hetzelfde werkveld 2. Een klasgenoot. In deze twee interviews verzamel je alle relevante informatie die je nodig hebt om een goede start te maken als stagiair. Het is de bedoeling dat je zo spoedig mogelijk na de start van dit project de afspraken maakt met de personen die je gaat interviewen. 1.Interview met stagebegeleider of medewerker (niv.3/4) uit hetzelfde werkveld. Dit interview is een half-open interview. Bij een half-open interview heb je vooraf onderwerpen op papier gezet die jij wilt bespreken. Je maakt een uitgebreid - zoveel mogelijk letterlijk verslag van het interview dat je afneemt met je toekomstige stagebegeleider of met iemand uit hetzelfde beroepenveld. Hiervoor is het belangrijk dat je het interview opneemt op band. Je kunt het gesprek dan afluisteren en letterlijk opschrijven. Let op dat je bij het maken van de afspraak aangeeft dat je gesprek graag op band opneemt. Leg ook uit waarom. Geef ook aan hoeveel tijd je nodig denkt te hebben. Voorbereiding a. Begin op tijd met het zoeken van een stageplaats b. Maak op tijd een afspraak met je stagebegeleider of een medewerker (niv.3/4) uit het werkveld. c. Het is de bedoeling dat je uiterlijk in de 7 e lesweek van dit project je interview inlevert. d. Leg uit wat de bedoeling is. Reserveer ongeveer 30 tot 45 minuten voor het gesprek. e. Volg alle lessen van de workshop communicatietechnieken. f. Maak een lijstje van minstens 5 onderwerpen waar je het met je stagebegeleider of collega over wilt hebben. Uitvoering Neem je interview af met je stagebegeleider of een medewerker (niv.3/4). Zorg dat je representatief uitziet. In het interview moet je de volgende communicatietechnieken toepassen (zie ook controlelijst): Project 2 basisfase SAW Werkveldoriëntatie ROCVA Gooi en Vechtstreek 2010-2011 28

Opening Middengedeelte Afronding >Open uitnodiging >Open vragen stellen >Parafraseren >Reflecteren van gevoel >Doorvragen >Aandachtgevend gedrag en kleine aanmoedigingen >Samenvatten >Afsluiting Beantwoord nu de volgende evaluatievragen: 1. Hoe verliep het interview? Ben je tevreden of ontevreden en waarom? 2. Welke indruk heb je van je stagebegeleider of medewerker (niv.3/4)? 3. Welke luisterfouten maakte je? Geef aan waar dit in de tekst is terug te vinden 4. Geef bij elke luisterfout een voorbeeld hoe je het beter had kunnen doen. Controlelijst communicatietechnieken (in te vullen door workshopdocent) Communicatietechnieken ٧ Opening Open uitnodiging Middengedeelte Open vragen stellen Parafraseren Concretiseren of doorvragen Reflecteren van gevoel Afronding Samenvatting Bedankt voor het gesprek Laat verbaal aandachtgevend gedrag zien zoals: - hummen, ja ja, O - en toen?, ga verder. - Het herhalen van woorden Benoemt alle luisterfouten in zijn/haar werk en kan de fouten verbeteren Behaald O/V/G Beoordeling: Alle onderdelen moeten voldoende zijn! Project 2 basisfase SAW Werkveldoriëntatie ROCVA Gooi en Vechtstreek 2010-2011 29

2. Interview met klasgenoot Dit is en informatief tweegesprek, waarbij je tijdens de laatste lessen een klasgenoot gaat interviewen over een door hem of haar gekozen onderwerp. Het is aan jou om zoveel mogelijk informatie te vergaren en de juiste gesprekstechnieken toe te passen. Je evalueert het gesprek en maakt hiervan een verslag waarin je onderstaande punten verwerkt. Evaluatie Geef uitgebreid antwoord op de volgende vragen en maak daar een verslagje van: a. Hoe heb je het gesprek voorbereid? b. Waar heb je tijdens het gesprek rekening mee gehouden c. Welke vragen heb je opgesteld? d. Welk doel hebben deze vragen? e. Waar liep je tegenaan tijdens het gesprek? f. Wat vond je leuk, leerzaam? g. Wat vond je moeilijk? Licht dit toe. Verslagen De verslagen van de interviews werk je uit op de computer. De verslagen van beide interviews doe je in een snelhechter met een voorblad waarop staat: - Project werkveldorientatie. - Opdracht: Verslagen van twee interviews + controlelijst van het interview met de stagebegeleider of medewerker uit werkveld. - Naam, klas en workshopdocent Project 2 basisfase SAW Werkveldoriëntatie ROCVA Gooi en Vechtstreek 2010-2011 30

BIJLAGE 10: Planningsschema Workshop: Loopbaanbegeleiding Lever een volledig planningschema in volgens onderstaand model. Boek Burger en Werknemer, blz. 154 157 of Methodiek van Begeleiden, blz. 17-18 De 6 W s: - Om wie gaat het of wie is er mee geholpen? - Waarom help je of doe je dit? - Wat moet er gebeuren? - Op welke manier? - Waar moet het gebeuren? - Wanneer moet het gebeuren? Project 2 basisfase SAW Werkveldoriëntatie ROCVA Gooi en Vechtstreek 2010-2011 31

BIJLAGE 11: Individuele opdracht: oriënteer je op een ander werkveld Workshop: Loopbaanbegeleiding Ga op de welzijnsmarkt langs bij een andere organisatie c.q. kraam en voer de individuele opdracht uit. JOUW NAAM: 1. Schrijf de naam op van degene(n) die je gaat interviewen: 2. Stel de volgende vragen aan de student(en) en schrijf hun antwoorden op: 3. Wie is de coach van deze student? 4. Wat zijn de namen van de studenten die deze organisatie vertegenwoordigen? 5. Welke organisatie vertegenwoordigen zij? 6. Welke doelgroep(en) maakt/maken gebruik van deze organisatie? 7. Wat is de doelstelling van deze organisatie? 8. Welke activiteiten worden aangeboden aan de doelgroep? 9. Wat is het doel van de activiteiten die aangeboden worden? 10. Zou de organisatie deze folder echt kunnen gebruiken? Waarom wel/niet? 11. Wat vind je van de kraam? Ziet deze er aantrekkelijk uit? Past de aankleding van de kraam goed bij de organisatie die vertegenwoordigd wordt? 12. Hoe presenteren de mensen achter de kraam zich? 13. Op welke vragen konden de studenten geen antwoord geven? Project 2 basisfase SAW Werkveldoriëntatie ROCVA Gooi en Vechtstreek 2010-2011 32

BIJLAGE 12: Individuele evaluatie proces en product Workshop: Loopbaanbegeleiding Beantwoord de volgende vragen en verwerk dit in een verslag van 1,5 a4 arial 12. De prestatie: Hoe vond je het om aan de prestaties te werken? Wat vond je leuk/makkelijk? Wat vond je minder leuk/moeilijk? Als je de opdracht zou kunnen veranderen, wat jou je dan weglaten of wat zou je toevoegen? Wat zou je de volgende keer anders doen? Ben je tevreden met jouw producten? Jouw functioneren: Ben je op tijd begonnen met het maken van de opdrachten? Heb je genoeg tijd besteed / te veel tijd besteed aan de opdrachten? Was jouw inzet, betrokkenheid en verantwoordelijkheid voldoende? Waar is dit uit gebleken? Heb je een positieve houding getoond of een negatieve? Wat ging goed, wat zou je de volgende keer anders doen? De samenwerking: Met wie heb je samengewerkt? Welke afspraken hebben jullie gemaakt? Zijn er meningsverschillen geweest? Zo ja, waar ging dit over, hoe hebben jullie dit opgelost, wat was jouw rol? Was er respect en vertrouwen naar elkaar? Op welke manier heb jij hier aan bijgedragen? Wat ging goed, wat zou je de volgende keer anders doen? Project 2 basisfase SAW Werkveldoriëntatie ROCVA Gooi en Vechtstreek 2010-2011 33

BIJLAGE 13 : Samenwerkingscontract Workshop: Loopbaanbegeleiding Stel dit contract op aan het beging van jullie samenwerking. Samenwerkingscontract In dit project werken jullie een groepje samen aan (onder meer) de prestatie ideale organisatie en presenteren jullie deze op de welzijnsmarkt. Bij samenwerken is het belangrijk dat je op elkaar kunt rekenen. Wanneer een of meer groepsleden zich van taken onttrekken, of afspraken niet nakomen, is dit heel vervelend voor de rest van de groep en komt het projectresultaat in gevaar. In deze situaties wordt snel duidelijk welke competenties iemand bezit, maar juist ook welke competenties iemand nog moet ontwikkelen. Inzet wordt beloond. Een vervelende samenwerking kan er voor zorgen dat jij bepaalde competenties kan aantonen. Je hebt elkaar bij dit project echt nodig. Om er voor te zorgen dat iedereen ook die inzet toont die nodig is om dit project tot een succesvol eind te brengen, is het samenwerkingscontract in het leven geroepen. De volgende uitgangspunten gelden voor ieder groepslid: Het werk is eerlijk verdeeld; ieder groepslid doet evenveel Je levert een actieve bijdrage aan het proces Je houdt je aan afspraken met de medestudenten en de docent Hoe werkt dit contract? Tijdens het project maken jullie een planningsschema van de samenwerking. Hierin staat duidelijk wie wat moet doen. Op het moment dat een groepslid zich niet aan een van de bovengenoemde punten houdt, doorloop je de volgende procedure: 1. Maak een notitie in je logboek als een groepslid zich niet aan een van de uitgangspunten houdt. Beschrijf feitelijk (zonder je eigen mening) het gedrag van het groepslid. Op deze manier creëer je bewijsmateriaal. Ga met de gehele projectgroep in gesprek. Neem opnieuw het planningsschema door en bespreek met elkaar de uitgangspunten. Geef het groepslid de kans om zijn/haar gedrag te verbeteren en maak een afspraak. Maak hier een aantekening van in je logboek. 2. Blijkt dat het groepslid zich wederom niet aan de afspraak heeft gehouden en daardoor het uiteindelijke resultaat in gevaar brengt, trek je aan de bel bij je projectbegeleider. Tijdens het projectbegeleidingsuur gaan jullie als groep in gesprek. De notities uit het logboek worden aan de projectbegeleider voorgelegd. Als blijkt dat het merendeel vindt dat een of meer deelnemers uit de groep het project frustreren en dit kan worden aangetoond aan de hand van de notities, wordt het samenwerkingscontact getekend. In dit samenwerkingscontract stel je concrete afspraken op. Alle groepsleden tekenen dit contract. 3. Op het moment dat door de betrokkene niet aan deze afspraak wordt gehouden en dit wederom kan worden aangetoond, wordt door zowel de projectgroep als de projectbegeleider besloten dat de deelnemer uit het project wordt geplaatst. Hij/zij is nog steeds verplicht bij de lessen aanwezig te zijn, maar kan geen prestatie leveren. Hij/zij dient een reflectie te schrijven over zijn/haar eigen gedrag en stelt leerdoelen op. De projectbegeleider beschikt over het samenwerkingscontract. Project 2 basisfase SAW Werkveldoriëntatie ROCVA Gooi en Vechtstreek 2010-2011 34

Het samenwerkingscontract Alvorens dit contract wordt getekend lezen alle betrokkenen de bijlage gezamenlijk door. De volgende personen vormen samen een projectgroepje; 1. 2. 3. 4. Dit betekent dat onderstaande uitgangspunten gelden voor ieder groepslid: Het werk is eerlijk verdeeld; ieder groepslid doet evenveel Je levert een actieve bijdrage aan het proces je houdt je aan afspraken met de medestudenten en de docent Gebleken is dat groepslid (1) zich niet houdt aan een van de bovenstaande afspraken. Dit blijkt uit notities in het logboek. Deze notities zijn aan de projectbegeleider voorgelegd. Uit de notities heeft de projectbegeleider kunnen opmaken dat groepslid.. zich niet houdt aan één of meer van de eerder genoemde afspraken. Het betreffende groepslid houdt zich niet aan de volgende afspra(a)k(en): Concrete afspraak Betrokkene.. laat in een periode van.... zien dat hij/zij..... Op het moment dat de betrokkene zich niet aan de afspraak houdt en dit kan worden aangetoond aan de hand van notities uit het logboek wordt tijdens het projectbegeleidingsuur samen met de projectbegeleider besloten dat de betrokkene niet meer deel kan nemen aan de uitvoering van het project. De betrokkene dient in dit geval een reflectieformulier te schrijven waarin duidelijk een of meerdere leerdoelen zijn opgesteld. Deze dient met de LBB er besproken te worden. De betrokkene mag de lessen blijven volgen. Akkoord (bij punt 1) genoemde groepslid: Naam: handtekening Akkoord overige groepsleden Naam: handtekening Naam: handtekening Naam: handtekening Naam: handtekening Project 2 basisfase SAW Werkveldoriëntatie ROCVA Gooi en Vechtstreek 2010-2011 35

BIJLAGE 14 : Evaluatie project EVALUATIEFORMULIER Naam: Klas: Loopbaanbegeleider: Workshop: Loopbaanbegeleiding PROJECT: Werkveldoriëntatie Zet een kruisje in het vakje dat het best aansluit bij je mening 5: helemaal mee eens 4: mee eens 3: gedeeltelijk mee eens 2: gedeeltelijk mee oneens 1: geheel mee oneens 1 2 3 4 5 Prestatie De workshops hebben mij goed voorbereid op het maken van de prestatie. De tijd om zelfstandig aan mijn prestatie te werken was voldoende om de prestatie te kunnen maken. Ik begreep al snel wat er van me verwacht werd in dit project De inhoud van de prestatie vind ik nuttig voor mijn taak als SAW ér Workshops De workshop veiligheid en hygiëne was leerzaam De workshop de doelgroep en het werkveld was leerzaam De workshop de ruimte/ activiteitenmethodiek was leerzaam De workshop observeren en rapporteren was leerzaam De workshop omgangsvormen was leerzaam De workshop ontwikkelingspsyhologie was leerzaam De workshop communicatietechnieken was leerzaam De workshop Muziek / Drama was leerzaam De workshop Rekenen was leerzaam De workshop Nederlands was leerzaam De workshop Engels was leerzaam De projecthandleiding is duidelijk geschreven Ik was tevreden over mijn roosters Zelfstandig werken Ik had genoeg tijd om de prestatie te kunnen leveren. Ik kreeg voldoende begeleiding bij de workshops Er waren voldoende lokalen waar ik zelfstandig kon werken Loopbaanbegeleider/projektbegeleider Mijn loopbaanbegeleider kon duidelijke uitleg geven op mijn vragen over het project Mijn loopbaanbegeleider ondersteunde mij goed bij mijn leerproces Project 2 basisfase SAW Werkveldoriëntatie ROCVA Gooi en Vechtstreek 2010-2011 36

Tips en opmerkingen: Project 2 basisfase SAW Werkveldoriëntatie ROCVA Gooi en Vechtstreek 2010-2011 37

Bijlage 15. Instellingenmarkt Controlelijst voor student Naam: Klas: Loopbaanbegeleider: Alle onderdelen ter beoordeling inleveren bij workshopdocent in laatste lesweek! (wk3) Prestatie 1 Levensboek: LLB kerntaak 1,2,3,4,5,6. Opdracht Inleveren bij/beoordeeld door Individueel Bijlage 1. Doelgroepomschrijving Psychologie Oke? Werkgroep Bijlage 2. Folder van de ideale organisatie Psychologie Individueel Bijlage 3. Twee recreatieve activiteiten De ruimte/activiteiten methodiek Werkgroep Plattegrond of maquette De ruimte/activiteiten methodiek Werkgroep Bijlage 4: MAP De ideale instelling De ruimte/activiteiten methodiek Individueel Bijlage 5: Observatie/reflectie op beroepshouding Observeren/ omgangsvormen Individueel Observatie verslag (a.h.v. filmpje) Observeren/ omgangsvormen Individueel Bijlage 6. Aanvraagformulier STAGE (POK) ingeleverdwerkveld en doelgroep Werkgroep Bijlage 7. Sociale kaart Werkveld en doelgroep Werkgroep Bijlage 8. Personeelsadvertentie Werkveld en doelgroep Individueel Bijlage 9. Half open interview Communicatie technieken Individueel Bijlage 9. Informatief tweegesprek Communicatie technieken Individueel Bijlage 10. Planningsschema voor werkgroep Loopbaanbegeleiding Werkgroep Bijlage 11. Oriëntatie een ander werkveld Loopbaanbegeleiding Individueel Bijlage 12. Evaluatie proces en product Loopbaanbegeleiding Individueel Bijlage 13.Het samenwerkingscontract is opgesteld Loopbaanbegeleiding Individueel Bijlage 14. Evaluatie van het project Loopbaanbegeleiding Werkgroep De kraam is uitnodigend ingericht, alle onderdelen Loopbaanbegeleiding zijn aanwezig. Werkgroep Loopbaangegeleiding KD 1.1, 2.1, 2.3. Individueel Toets Hygiene en Veiligheid Hygiene en Veiligheid Basis Aftekenkaart MUZIEK (periode 1 of 2) Muziek vaardigheden Basis Aftekenkaart DRAMA (periode 1 of 2) Drama vaardigheden Algemeen vormend. Rekenen Toets: ingeroosterde uren week 3 (REK/T) Rekenen Nederlands Toets: ingeroosterde uren week 3 (NED/T) Nederlands Engels Toets: ingeroosterde uren week 3 (ENG/T) Engels LBB Competentiemeter, reflectie, POP Loopbaanbegeleider Sport Afronding periode 2 sport Sportdocent LBB Afronding project (opruimen) LBB Project 2 basisfase SAW Werkveldoriëntatie ROCVA Gooi en Vechtstreek 2010-2011 38

Project 2 basisfase SAW Werkveldoriëntatie ROCVA Gooi en Vechtstreek 2010-2011 39