NVAB-richtlijn blijkt effectief



Vergelijkbare documenten
Werkgerichte interventies bij psychische klachten

Cobi Oostveen Bedrijfsarts Bedrijfsartsconsulent oncologie. Nascholing NVAB Noord 6 april 2017

SAMENVATTING Depressie en verzuim Voorspellers voor verzuim en werkhervatting hoofdstuk 2 hoofdstuk 3

Omgaan met stress en Burn-out xpr:omgaan met stress en Burn-out xpr :43 Pagina 5. Voorwoord 9. 1 Wat is er met me aan de hand?

Participatieve werkaanpassing bij stressgerelateerde klachten

Een effectiviteitsanalyse van de

Stressgerelateerde stoornissen

hoofdstuk 1 doelstellingen hoofdstuk 2 diagnosen

en psychosociale werkkenmerken voorspellen wie van de nog actief werkende bedrijfsen/

arbo :27:30

Cognitieve gedragstherapie een effectieve psychotherapie

Poliklinische revalidatie programma s

Samenvatting (Summary in Dutch)

NEDERLANDSE SAMENVATTING 143. Nederlandse samenvatting

Instrument. Verzuimscan

Herziene NVAB-richtlijn handelen van de bedrijfsarts bij werknemers met psychische problemen

SAMENVATTING SAMENVATTING. Werk en Psychische Gezondheid: Studies naar de invloed van werk kenmerken, sociale rollen en gender

Bijscholing re-integratie Visie vanuit de bedrijfsarts

Duurzame Re-integratie

ARBEIDSPARTICIPATIE VAN MENSEN MET PSYCHISCHE AANDOENINGEN

Poliklinische revalidatie programma s

Arbeidsrevalidatie. Huizen en Almere

Kansen met beperkingen

het laagste niveau van psychologisch functioneren direct voordat de eerste bestraling begint. Zowel angstgevoelens als depressieve symptomen en

Model voor verzuimprotocol

Ik ben ziek Wat nu? Informatie over ziekteverzuim en reïntegratie

rapport ARBEIDSVERZUIM DOOR VRUCHTBAARHEIDSBEHANDELINGEN

Enquête over onderhoud

Bespreken van prognose en einde van het leven op hartfalenpoli s in Zweden en Nederland

Nederlandse standaarden voor de verzekeringsarts

Psychologisch onderzoek en behandeling Volwassenen. Afdeling Klinische Psychologie

De rol van de bedrijfsarts bij arbeidsconflicten

Arbeidsrevalidatie bij klachten aan houding- en bewegingsapparaat. Informatie voor de verwijzer, werkgever en werknemer

Model verzuimprotocol

Chapter 8. Nederlandse samenvatting


Cognitieve gedragstherapie

Uit de burn-out Therapiegroep werkstresshantering

Vroeginterventie via het internet voor depressie en angst

Richtlijnen aanpak verzuim om psychische redenen

Perseverative cognition: The impact of worry on health. Nederlandse samenvatting

Ruggespraak. Ruggespraak. Presentatie Ariette Sanders - Netwerkbijeenkomst Platform Gedeelde Besluitvorming - Maart 2013 RUGPIJN? agenda.

VERSLAGLEGGING LAGER HUISDEBAT. Wat niet ziek is, kan ziek worden.

Prognose van verzuimduur bij psychische aandoeningen

Zo draagt Zitwerk bij aan uw gezondheid en welzijn. En dat van uw medewerkers.

Prediction and early intervention in employees at risk for sickness absence due to psychosocial health complaints

De volgende partijen zijn betrokken bij de uitvoering van het ziekteverzuimbeleid.

Voorspellende en in standhoudende factoren bij verzuim met SOLK: handvatten bij de beoordeling in functioneren?

Symptom Questionnaire SQ-48. V. Kovács! M. de Wit! M. Lucas! LUMC Psychiatrie

NVAB Richtlijn Zwangerschap, postpartumperiode en werk. Advisering en begeleiding door de bedrijfsarts. datum plaats. naam persoon.

Privacy. Organisatie voor Vitaliteit, Activering en Loopbaan Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde

Onderzoek Arbeidsongeschiktheid. In opdracht van Loyalis. juni 2013

Arbeidsrevalidatie bij klachten aan houding- en bewegingsapparaat. Informatie voor de verwijzer

Drie vragenlijsten voor diagnostiek van depressie en angststoornissen

Deel 1 Afstemmen van behandeling en werkhervatting

Inleiding. De volgende vijf onderzoeksthema s stonden centraal

De langdurig zieke werknemer: rechten, plichten, tips en de rol van de bedrijfsarts

Verzekeringsgeneeskundige protocollen van de Gezondheidsraad: doel, opzet en hantering. april 2007

Bijlage. Voorbeeld uitwerking minimaal werkdrukbeleid

Preventie van werkdruk in de bouwsector. Werknemer

Regels bij verzuim Tenzij anders afgesproken met de schoolleiding, neemt u de eerste 8 weken wekelijks contact op om te informeren over het verloop

Angststoornissen. Verzekeringsgeneeskundig protocol

De effectiviteit van rouwbegeleiding. J.W.A.M. Neijenhuis MSW 01/06/2012

Post-hbo opleiding cognitief gedragstherapeutisch

Burn-out Traject begeleiding

Langdurig ziekteverzuim van werknemers met een chronische ziekte of beperking Geeke Waverijn, Mieke Rijken

Richtlijn depressie. Voor bedrijfsartsen en verzekeringsartsen

Work Ability Index Duurzame inzetbaarheid van uw medewerkers

Continue palliatieve sedatie

Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation.

VERZU IMPROT OCOL Ziekmeldingen Formulier Registratie ziekmeldinggesprek. Contact tijdens ziekte

Marrit-10-H :05 Pagina 131. chapter 10 samenvatting

Summery. Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers

WAARDE VAN ADVIES DE WAARDE VAN ADVIES VAN INTERMEDIAIRS. Avéro Achmea P13628

Relatie tussen Mindfulness, veranderen en leren.

VK+ Zelfrapportage. Vragenlijst over veerkracht. Henk Smit

EFFECTIEF OMGAAN MET SUÏCIDALITEIT BIJ PATIËNTEN MET SCHIZOFRENIE OF EEN AANVERWANTE PSYCHOTISCHE STOORNIS

Werkhervatting bij Hartpatiënten. Drs. Cindy Noben 21 April CNE

Inleiding. Familiale kwetsbaarheid en geslacht. Samenvatting

CHAPTER. Samenvatting

STAPPENPLAN ANGST IN DE EERSTE LIJN

Stressklachten bij werkenden, van inzicht naar interventie

Nederlandse samenvatting

Kanker en Werk Begeleiding en Re-integratie Stap.nu in mogelijkheden

UITKOMSTEN MARKTONDERZOEK OMGANG MET PSYCHISCHE PROBLEMEN OP HET WERK

Common Mental Disorders Prediction of Sickness Absence Durations and Recurrences. Giny Norder NVAB kring Noord 14 april 2016

Deeltijdbehandeling onbegrepen lichamelijke klachten

Bronnen van stress Persoonlijkheidskenmerken en coping (= wijze van omgaan met of reageren op stress) Effecten van stress

Met Arbo West meer aanwezig

Kanker en Werk Naar betere zorg voor de werkende patiënt

PAGO. 13 April 2017 Edo Houwing, Toin van Haeren, Rik Menting, Jolanda Willems PreventPartner

Wet Verbetering Poortwachter

Transcriptie:

NVAB-richtlijn blijkt effectief Nieuwenhuijsen onderzocht de kwaliteit van de sociaal-medische begeleiding door bedrijfsartsen van werknemers die verzuimen vanwege overspannenheid, burn-out, depressies en/of angststoornissen. Dit deed ze vooral in relatie tot de verzuimduur, waarbij ze gebruik maakte van de NVAB-richtlijn Handelen van de bedrijfsarts bij werknemers met psychische klachten. Dossieronderzoek bij honderd patienten met een stressgerelateerde stoornis leverde geen relatie op tussen de totale kwaliteit van de verzuimbegeleiding, uitgedrukt als som van alle performanceindicatoren, en de verzuimduur. In het deelonderzoek bleek alleen adequate continuiteit van zorg samen te hangen met snellere gedeeltelijke en volledige werkhervatting. Daarnaast hingen adequate, op het werk gerichte interventies zoals overleg met de leidinggevende samen met snellere eerste (gedeeltelijke) werkhervatting. In een volgende cohortstudie, waarin mensen met verschillende psychische klachten waren opgenomen, bleek een hogere totale kwaliteit van de sociaal-medische begeleiding wel gerelateerd aan een kortere verzuimduur. Ook vond Nieuwenhuijsen enkele verbanden met individuele performanceindicatoren. Zo bleek een correcte evaluatie van de beperkingen van de werknemer in zijn werk samen te hangen met korter verzuim. Adequate interventies gericht op de curatieve sector, zoals doorverwijzen naar de huisarts, bleken daarentegen gerelateerd aan langer verzuim. Opvallend genoeg bleek dat naarmate de totale kwaliteit van de begeleiding hoger was, de betrokken patienten er minder tevreden over waren. Ook hield de kwaliteit van de sociaal-medische begeleiding geen verband met een afname van psychische klachten. Onderzoek onder leidinggevenden liet zien dat positief gedrag van de chef kan bijdragen aan snellere werkhervatting, hoewel die relatie minder eenduidig was dan verwacht. Verder leidt regelmatig contact tussen leidinggevende en werknemer, tenzij er sprake is van een depressie, tot een kortere verzuimduur. Het consulteren van andere professionals bleek daarentegen te leiden tot langer verzuim, ongeacht de ernst van de psychische klachten.

De onderzoekster genereerde via haar proefschrift wetenschappelijke kennis en praktische instrumenten die bedrijfsartsen kunnen toepassen bij sociaalmedische begeleiding. Ze introduceerde onder meer de DASS (Depressie Angst en Stress Schalen), een vragenlijst die in de bedrijfsartsenpraktijk bruikbaar is om uit te sluiten dat werknemers met psychische klachten aan een angststoornis of depressie lijden. Daarnaast bleken vier factoren voorspellend voor een ongunstige prognose van werkhervatting: een hogere leeftijd (ouder dan vijftig jaar), een pessimistische inschatting van de verzuimduur door de werknemer zelf (langer dan drie maanden), een gemiddeld of hoog opleidingsniveau en een diagnose van angststoornis en/of depressie. Met behulp van deze factoren is een clinical prediction rule te formuleren, waarbij elke aanwezige factor een punt oplevert. De score (van nul tot vier) bleek voldoende samen te hangen met het uiteindelijke beloop tot werkhervatting. Daarmee is dit instrument geschikt om de bedrijfsarts te helpen bij het opsporen van werknemers met een slechte prognose voor werkhervatting. Nieuwenhuijsen adviseert bedrijfsartsen de sociaal-medische begeleiding bij psychische klachten volgens de geldende richtlijn uit te voeren. Ook dienen zij werknemers bij het eerste consult te vragen naar de eigen verwachtingen over de verzuimduur. In dat licht zouden werkgevers arbodiensten moeten contracteren die hun bedrijfsartsen in de gelegenheid stellen conform die richtlijn te werken. Leidinggevenden wordt aangeraden regelmatig contact te houden met werknemers die vanwege psychische klachten verzuimen. Daarnaast stelt de onderzoekster dat de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde NVAB ook werknemers zou moeten betrekken bij het ontwikkelen en verfijnen van richtlijnen, zodat die zowel een lager verzuim als tevreden werknemers kunnen opleveren. Nader onderzoek naar de relatie tussen sociaal-medische begeleiding volgens richtlijnen en tevredenheid van werknemers zou kunnen ingaan op het belang van communicatieve vaardigheden van de bedrijfsarts. Vraag is namelijk nog of de boodschap zelf (conform de richtlijn handelen) tot ontevredenheid leidt, of juist de verpakking (de manier waarop die wordt uitgelegd). Toekomstig interventieonderzoek moet verder inzicht bieden in de mogelijkheden om negatieve verwachtingen van werknemers over de verzuimduur te veranderen.

Dat zijn er eigenlijk een paar. In de eerste plaats ben ik natuurlijk blij dat werken volgens de richtlijn inderdaad leidt tot een lager ziekteverzuim. Maar wat me daarbij erg opviel, was de negatieve relatie tussen goede begeleiding en tevredenheid. Het is weliswaar niet zo dat werknemers echt ontevreden zijn, maar ze worden wel ontevredener naarmate een bedrijfsarts zich beter aan de richtlijn houdt. Dat had ik niet verwacht. Daarnaast vind ik de sterke en onafhankelijke invloed van de eigen verwachtingen op de verzuimduur verrassend, hoewel uit de literatuur blijkt dat dit voor meer aandoeningen opgaat. Het betekent dat wanneer twee mensen er objectief even slecht aan toe zijn, degene die het meest negatief over zijn prognose denkt beduidend langer zal verzuimen. De bedrijfsarts heeft vooral invloed op de vraag of iemand met bepaalde klachten weer wat zou kunnen doen of nog thuis moet blijven om te herstellen. Dat blijkt voor buitenstaanders verrassend. Toen ik de resultaten presenteerde op een congres over psychische vermoeidheid in de arbeidssituatie, werd min of meer geschokt gereageerd met de opmerking dat bedrijfsartsen dus inderdaad mensen naar het werk sturen en dat ze daarom het werk eerder hervatten. Dat kan inderdaad zo gaan, maar tegelijkertijd moet je je afvragen of dat erg is als mensen niet zieker blijken te worden van werkhervatting. Werk kan helpen bij het opnieuw functioneren en moet dus niet worden beschouwd als straf voor genezing. Maar veel leidinggevenden hebben nog de opvatting dat iemand eerst volledig genezen moet zijn voor hij het werk kan hervatten. Dat ontkracht het idee dat leidinggevenden niets ontziend mensen naar het werk zouden willen sturen. Ze blijken vaak juist erg beschermend en voorzichtig. In feite was het voor mijn onderzoek jammer dat in de richtlijn Handelen van de bedrijfsarts bij werknemers met psychische klachten niet precies wordt omschreven welke interventies wanneer noodzakelijk zijn. Er worden wel allerlei interventies aangedragen, maar een bedrijfsarts die er daarvan een hanteert voldoet al aan de richtlijn. Het is interessant om na te gaan wat op welk moment de beste interventie is, bijvoorbeeld cognitieve therapie, ontspanningsoefeningen of rust. Als je dat onderzoekt, zou waarschijnlijk duidelijk worden dat het wel degelijk uitmaakt welke interventie een bedrijfsarts pleegt. We weten daar nog erg weinig over. De meeste gegevens komen uit psychologische literatuur.

Ook is nog weinig bekend over de invloed van de afname van klachten op terugkeer naar het werk. We weten alleen dat er zeker geen eenduidig verband is tussen klachten, arbeidsverzuim en werkhervatting. Enigszins. Ik had verwacht dat ook geslacht van invloed zou zijn, omdat ik dacht dat verzuim bij vrouwen eerder problematisch zou worden en dus langer zou duren. Maar het gaat natuurlijk om de combinatie van factoren: hoe meer er aanwezig zijn, hoe groter de kans dat het verzuim langer gaat duren. Het is de vraag of en hoe vaak bedrijfsartsen expliciet aan werknemers vragen hoe lang ze zelf denken dat het verzuim gaat duren. Dat wordt nog niet onderkend als een belangrijke factor, terwijl het dat dus wel is. Hetzelfde is trouwens gevonden bij de revalidatie van hartpatienten. Daarom zijn daar trainingsprogramma s voor gemaakt waarmee de ideeen van mensen worden beinvloed via bijvoorbeeld cognitieve therapie. Een negatieve prognose hoeft immers niet realistisch te zijn en dan kun je proberen het denken te veranderen. Het zal niet eenvoudig zijn alle bedrijfsartsen dergelijke vaardigheden bij te brengen, maar het begint met bewustzijn. Alleen al mensen vragen waarom ze denken dat het verzuim lang gaat duren kan al verhelderend werken. Dat klopt. Eigenlijk geldt dat niet alleen voor bedrijfsartsen, maar ook voor leidinggevenden. Het blijkt belangrijk om verzuimende werknemers er met de haren bij te slepen, ze actief te houden, te voorkomen dat ze vervallen tot passiviteit. Veel mensen hebben de neiging zich te verschuilen achter de curatieve sector: wat de huisarts of specialist zegt, is belangrijker dan wat de bedrijfsarts zegt. Dat is frustrerend en werkt vertragend, maar heeft waarschijnlijk ook te maken met onduidelijkheid over de rol van de bedrijfsarts. Aan het begin van mijn onderzoek wist ik ook niet precies wat een bedrijfsarts doet. Daar ligt denk ik een taak voor de arbodiensten: die kunnen werknemers beter voorlichten. Dat het belangrijk is de NVABrichtlijn goed te hanteren. Mijn onderzoek maakt duidelijk dat dit kan helpen het verzuim terug te dringen. Verder kan het werken met performance-indicatoren helpen om tijdens intercollegiale toetsing ziektegevallen te bespreken en te beoordelen of en waar volgens de richtlijn wordt gewerkt. Dat is goed bij wijze van kwaliteitsbewaking. Ook zou het goed zijn leidinggevenden voor te lichten over het belang van contact en aandacht. En bedrijfsartsen zouden natuurlijk expliciet moeten ingaan op de eigen verwachtingen van mensen over hun prognose. Daarnaast moeten arbodiensten zorgen dat bedrijfsartsen voldoende tijd en capaciteit hebben om volgens de richtlijn te werken en hen stimuleren dat ook werkelijk te doen. Verder moeten ze de continuiteit van zorg in het oog houden.

Het werken volgens effectief gebleken richtlijnen lijkt me uiteindelijk iets waarop arbodiensten zich zouden kunnen en moeten profileren.