Collectief ontslagrecht Enkele voorstellen betreffende een betere regelgeving PROEFSCHRIFT ter verkrijging van de graad van Doctor aan de Universiteit Leiden, op gezag van de Rector Magnificus Dr. D.D. Breimer, hoogleraar in de faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen en die der Geneeskunde, volgens besluit van het College voor Promoties te verdedigen op donderdag 30 september 2004 klokke 14.15 uur door Jan Heinsius geboren te Schiedam in 1966
Inhoudsopgave WOORD VOORAF VII LIJST VAN AFKORTINGEN XIX INLEIDING 1 Collectief ontslag 1 Collectief ontslagrecht 2 Probleemstelling 7 Rechtsvergelijking 14 Opzet 28 DEEL I: DE EUROPESE RICHTLIJN BETREFFENDE COLLECTIEF ONTSLAG 31 1.1 1.2 1.2.1 1.2.2 I.2.2a I.2.2b 1.2.3 1.2.4 1.3 1.3.1 1.3.2 1.3.2.1 1.3.2.2 1.3.3 1.3.4 1.3.5 1.3.6 1.4 1.4.1 INLEIDING DE WERKINGSSFEER VAN DE EUROPESE RICHTLIJN De personele werkingssfeer De zeggenschap uitoefenende onderneming De beéindiging van werkzaamheden ingevolge rechterlijke beslissing De materiéle werkingssfeer Conclusie DE DEFINITE VAN EEN COLLECTIEF ONTSLAG Het ontslagbegrip Opzeggingen Bijtelling van andere beéindigingswijzen De getalscriteria Het lokale element De termijn waarbinnen de ontslagen moeten vallen Conclusie DE RAADPLEGING VAN WERKNEMERSVERTEGENWOORDIGERS Inleidine 31 38 38 39 43 46 47 48 49 49 49 52 53 56 58 62
XII Inhoudsopgave 1.4.2 De werknemersvertegenwoordigers 1.4.2.1 De vertegenwoordigers volgens wet of gebruik 1.4.2.2 Het inschakelen van deskundigen 1.4.3 Het doel van de raadpleging 1.4.4 Het moment van de raadpleging 1.4.5 De informatieverschaffing 1.4.6 Conclusie 1.5 DE MELDING AAN DE OVERHEID 1.5.1 1.5.2 Het doel van de melding 1.5.3 Het moment van de melding 1.5.4 De informatieverschaffing 1.5.5 De dertig dagentermijn 1.5.5.1 Het ingaan van het collectief ontslag 1.5.5.2 De verlenging en verkorting van de dertig dagentermijn 1.5.6 Conclusie 1.6 DE HANDHAVING VAN NALEVING VAN DE VOORSCHRIFTEN 1.6.1 1.6.2 Procedures en sancties 1.6.3 Conclusie 1.7 CONCLUSIE 67 67 68 73 75 75 75 76 77 79 80 80 84 85 86 86 86 90 90 DEEL II: HET NEDERLANDSE COLLECTIEF ONTSLAGRECHT; COLLECTIEVE OPZEGGING 95 ILI INLEIDING 95 II.2 II.2.1 II.2.2 II.2.2a II.2.3 II.2.4 II.3 II.3.1 II.3.2 II.3.2.1 II.3.2.2 II.3.3 II.3.4 II.3.5 II.3.6 DE WERKINGSSFEER VAN DE WMCO De personele werkingssfeer Het faillissement van de werkgever De materièle werkingssfeer Conclusie DE DEFINITIE VAN EEN COLLECTIEF ONTSLAG Het ontslagbegrip Ontslagaanvragen Ontbindingsverzoeken Het getalscriterium Het lokale element De termijn van ontslag Conclusie 98 98 98 107 108 109 110 110 110 111 112 121 123 126 129
Inhoudsopgave xin II.4 DE RAADPLEGING VAN WERKNEMERSVERTEGENWOORDIGERS 11.4.1 11.4.2 De werknemersvertegenwoordigers 11.4.2.1 De vakbonden 11.4.2.1.1 De belanghebbende werknemersverenigingen 11.4.2.1.2 Cao-bonden 11.4.2.2 De ondernemingsraad 11.4.2.2.1 De (centrale) ondernemingsraad 11.4.2.2.2 De Europese ondernemingsraad 11.4.3 Het doel van de raadpleging 11.4.4 Het moment van de raadpleging 11.4.4.1 Het voornemen tot collectief ontslag ex art. 3 WMCO 11.4.4.2 Het voorgenomen besluit ex art. 25 WOR 11.4.4.3 Het voorgenomen besluit ex art. 19 WEOR 11.4.4.4 De volgorde van raadpleging vakbond(en), (c)or en Eor 11.4.5 De informatieverschaffing 11.4.5.1 Gegevensverschaffing 11.4.5.2 Geheimhouding 11.4.6 Conclusie II.5 DE MELDING AAN DE OVERHEID 11.5.1 11.5.2 Het bevoegde overheidsorgaan 11.5.3 Het doel van de melding 11.5.4 Het moment van de melding 11.5.5 De informatieverschaffing 11.5.6 De procedure na melding 11.5.7 De wachttijd van een maand II.5.7.1 De doelstelling van de wachttijd H.5.7.2 Dispensatie van de wachttijd 11.5.7.2.1 Dispensatie ter behoud van werkgelegenheid 11.5.7.2.2 Dispensatie door vakbondsverklaring van geen bezwaar 11.5.8 Conclusie II.6 DE HANDHAV1NG VAN NALEVING VAN DE WMCO 11.6.1 11.6.2 WMCO-handhavingsbepalingen 11.6.2.1 Niet-naleving meldplicht 11.6.2.2 Onvolledige melding 11.6.2.3 Niet-naleving raadplegingsplicht(en) 11.6.3 Overige handhavingsmogelijkheden 11.6.3.1 Civiele handhaving 11.6.3.2 Strafrechtelijke handhaving H.6.4 Conclusie 131 131 131 131 132 137 140 141 147 149 152 152 159 161 162 1 1 166 167 170 170 171 173 174 177 179 183 183 186 186 189 192 194 194 195 195 199 200 205 205 206 207 II.7 CONCLUSE 207
XIV Inhoudsopgave DEEL III: HET DUITSE, BELGISCHE EN BRITSE COLLECTIEF ONTSLAGRECHT 215 III.l INLEIDING 215 III.2 III.2.1 III.2.2 III.2.2.1 III.2.2.2 II1.2.2.2a III.2.2.3 HI.2.2.4 III.2.3 III.2.3.1 HI.2.3.2 III.2.3.3 III.2.3.4 III.2.3.5 III.2.3.6 III.2.4 III.2.4.1 HI.2.4.2 III.2.4.3 III.2.4.4 III.2.4.5 HI.2.4.6 III.2.5 IH.2.5.1 III.2.5.2 III.2.5.3 HI.2.5.4 III.2.5.5 III.2.6 III.2.6.1 III.2.6.2 III.2.6.2.1 III.2.6.2.2 III.2.6.2.3 III.2.6.3 III.2.7 HET DUITSE COLLECTIEF ONTSLAGRECHT; ANZEIGEPFLICHTIGE ENTLASSUNGEN 216 216 De werkingssfeer van het Duitse collectief ontslagrecht 217 217 De personele werkingssfeer 218 Het faillissement van de werkgever 219 De materiéle werkingssfeer 219 Conclusie 219 De definitie van een anzeigepflichtige Entlassung 220 220 Het ontslagbegrip 220 De getalscriteria 223 Het lokale element 223 De termijn waarbinnen de ontslagen moeten vallen 224 Conclusie 226 De raadpleging van werknemersvertegenwoordigers 227 227 De werknemersvertegenwoordigers 227 Het moment van de raadpleging 231 Het doel van de raadpleging 233 De informatieverschaffing 238 Conclusie 238 De melding aan de overheid 239 239 Het moment van melding en de dertig dagentermijn 239 Het doel van de melding 243 De informatieverschaffing 245 Conclusie 245 De handhaving van naleving van de voorschriften 246 246 De sancties bij niet-naleving van de plichten 246 De sanctie bij niet melden aan de ondernemingsraad 246 De sanctie bij niet melden aan de overheid 248 De sanctie bij onvolledig melden 248 Conclusie 249 Conclusie 249 III.3 III.3.1 III.3.2 III.3.2.1 HET BELGISCHE COLLECTIEF ONTSLAGRECHT; COLLECTIEVE AFDANKING 251 De werkingssfeer van het collectief ontslagrecht 251 254 254
Inhoudsopgave XV IH.3.2.2 De personele werkingssfeer 254 III.3.2.2a Het faillissement van de werkgever 255 III.3.2.3 De materiéle werkingssfeer 255 HI.3.2.4 Conclusie 256 111.3.3 De definitie van een collectief ontslag 256 111.3.3.1 256 111.3.3.2 Het ontslagbegrip 257 111.3.3.3 De getalscriteria 258 111.3.3.4 Het lokale element 259 111.3.3.5 De termijn waarbinnen de ontslagen moeten vallen 261 111.3.3.6 Conclusie 261 111.3.4 De raadpleging van werknemersvertegenwoordigers 262 111.3.4.1 262 111.3.4.2 De werknemersvertegenwoordigers 262 111.3.4.3 Het moment van de raadpleging 264 111.3.4.4 Het doel van de raadpleging 266 111.3.4.5 De informatieverschaffing 272 111.3.4.6 Conclusie 274 111.3.5 De melding aan de overheid 275 111.3.5.1 275 111.3.5.2 Het moment van melding en de dertig dagentermijn 275 111.3.5.3 Het doel van melding 278 111.3.5.4 De informatieverschaffing 280 111.3.5.5 Conclusie 281 111.3.6 De handhaving van naleving van de voorschriften 282 111.3.6.1 282 111.3.6.2 De sancties bij niet-naleving van de plichten 282 111.3.6.2.1 De civiele sancties 282 111.3.6.2.2 De bestuursrechtelijke sancties 288 111.3.6.2.3 De strafrechtelijke sancties 288 111.3.6.3 Conclusie 289 111.3.7 Conclusie 290 III.4 HET BRITSE COLLECTIEF ONTSLAGRECHT; COLLECTIVE DISMISSALS 292 III.4.1 292 IH.4.2 De werkingssfeer van het collectief ontslagrecht 293 111.4.2.1 293 111.4.2.2 De personele werkingssfeer 294 III.4.2.2a Het faillissement van de werkgever 294 111.4.2.3 De materiéle werkingssfeer 295 111.4.2.4 Conclusie 297 III.4.3 De definitie van een collectief ontslag 297 111.4.3.1 297 111.4.3.2 Het ontslagbegrip 298 111.4.3.3 Het getalscriterium 300 111.4.3.4 Het lokale element 301 111.4.3.5 De termijn waarbinnen de ontslagen moeten vallen 303 111.4.3.6 Conclusie 303
XVI Inhoudsopgave 111.4.4 De raadpleging van werknemersvertegenwoordigers 111.4.4.1 111.4.4.2 De werknemersvertegenwoordigers 111.4.4.3 Het doel van de raadpleging en de informatieverstrekking 111.4.4.4 Het moment van raadpleging 111.4.4.5 Conclusie 111.4.5 De melding aan de overheid 111.4.5.1 111.4.5.2 Het moment van de melding en de dertig/negentig dagentermijn 111.4.5.3 Het doel van de melding en de informatieverstrekking 111.4.5.4 Conclusie 111.4.6 De handhaving van naleving van de voorschriften 111.4.6.1 111.4.6.2 De sancties bij niet-naleving van de plichten IH.4.6.2.1 De civiele sanctie III.4.6.2.2 De strafrechtelijke sanctie 111.4.6.3 Conclusie 111.4.7 Conclusie 304 304 304 311 315 318 319 319 319 322 323 323 323 324 324 328 328 329 III.5 CONCLUSE 330 DEEL IV: HET NEDERLANDSE COLLECTIEF ONTSLAGRECHT. ENKELE VOORSTELLEN BETREFFENDE EEN BETERE REGELGEVING 337 IV.l INLEIDING 337 IV.2 IV.2.1 IV.2.2 IV.2.2a IV.2.2b IV.2.3 IV.2.4 IV.3 IV.3.1 IV.3.2 IV.3.3 IV.3.4 DE WERKINGSSFEER VAN HET COLLECTIEF ONTSLAGRECHT 338 338 De personele werkingssfeer. Naar een loskoppeling van het BBA? 339 De WMCO in geval van faillissement geheel toepasbaar? 343 Naar een concernwerkgeverschap in de WMCO? 344 De materiéle werkingssfeer. Naar een uitbreiding met ontslagredenen de persoon van de werknemer betreffend? 348 Conclusie 351 DE DEFINITIE VAN COLLECTIEF ONTSLAG 351 351 Het ontslagbegrip. Naar een uitbreiding met ontbindingsverzoeken, aanbiedingen tot het sluiten van beéindigingsovereenkomsten en het eindigen van rechtswege ongeacht het aantal ontslagaanvragen? 352 Het getalscriterium. Naar naar personeelsomvang gedifferentieerde getalscriteria? 360 Het lokale definitie-element. Naar een wettelijke verankering van de onderneming? 366
Inhoudsopgave XVII IV.3.5 De termijn waarbinnen de ontslagen moeten vallen. Naar een verlenging van de drie maandentermijn? 369 IV.3.6 Conclusie 371 IV.4 DE RAADPLEGING VAN WERKNEMERSVERTEGENWOORDIGERS 372 IV.4.1 372 IV.4.2 De werknemersvertegenwoordigers. Naar de ondernemingsraad als te raadplegen werknemersvertegenwoordiging? 372 IV.4.3 Het doel van de raadpleging. Naar een verplicht sociaal pian? 388 IV.4.4 Het moment van raadpleging. Naar een vroegtijdiger raadplegen? 396 IV.4.5 De te verschaffen informatie. Naar een uitbreiding van artikel 4, vierde lid WMCO? 403 IV.4.6 Conclusie 405 IV.5 DE MELDING AAN DE OVERHEID 405 IV.5.1 405 IV.5.2 Het bevoegde gezag. Naar een expliciete verankering in regelgeving? 406 IV.5.3 Het doel van de melding. Naar een wettelijke verankering? 407 IV.5.4 Het moment van de melding. Naar een eerdere participatie? 409 IV.5.5 De wachttijd van een maand. Naar een WMCO zonder wachttijd? 410 IV.5.6 Conclusie 419 IV.6 DE HANDHAVING VAN NALEVING VAN DE WMCO 420 IV.6.1 420 IV.6.2 Naar een verankering van de ontbinding in artikel 7 WMCO? 420 IV.6.3 Naar een vernietigbaarheid van de opzeggingen? 423 IV.6.4 Conclusie 427 IV.7 CONCLUSE 428 APPENDIX 439 ZUSAMMENFASSUNG 447 LlTERATUURLIIST 469 RECHTSPRAAKREGISTER 485 TREFWOORDENREGISTER 487 BIJLAGEN A Europese richtlijn betreffende collectief ontslag (98/59/EG) 493 B Wet melding collectief ontslag 499 CURRICULUM VITAE 505