DSM 5 PERSOONLIJKHEIDSSTOORNISSEN Lucas Goessens, psychiater Annika Cornelissen, klinisch psycholoog
SECTIE II (categoraal perspectief) Cluster A Paranoïde PS Schizoïde PS Schizotypische PS Cluster B Antisociale PS Borderline PS Histrionische PS (voorheen theatrale PS) Narcistische PS
Persoonlijkheidsstoornissen in DSM-5 Cluster C Vermijdende PS (voorheen Ontwijkende PS) Afhankelijke PS Dwangmatige PS (voorheen Obs-comp. PS) Overige PS Persoonlijkheidsverandering door een somatische aandoening (bv. Hersenletsel) Anders gespecificeerde PS & Ongespecificeerde PS
` : SECTIE III: HYBRIDE MODEL *Categoraal én dimensioneel Toename van detaillering en specificiteit Stappen 1. PHS ja/nee? 2. Niveau van PH-functioneren? (score 0 t/m 4) 3. Welke trekken? (5 domeinen met 25 persoonlijkheidstrekken) 4. Persoonlijkheidsstoornistype? (6 typen) 5. Trek-gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis?
Algemene criteria PS: A Matige-ernstige beperkingen in PSfunctioneren (zelf/interpersoonlijk) B 1 of meer pathologische PStrekken C Beperkingen zijn inflexibel en pervasief in meerdere persoonlijke en sociale situaties D Beperkingen zijn stabiel in de tijd, aanvang in adolescentie/jongvolwassenheid E Beperkingen niet beter verklaard door andere psychische stoornis F Beperkingen niet uitsluitend door middel of somatische aandoening G Beperkingen zijn niet normaal voor ontwikkelingsfase of soc.-cult. achtergrond
Niveau van persoonlijkheidsfunctioneren (crit. A) Zelf: Identiteit: Eigen uniek zelf ervaren en duidelijk begrensd zijn van de ander Eigenwaarde is stabiel met gepaste zelfwaardering Vermogen om een palet aan emoties te ervaren en te reguleren Zelfsturing: Nastreven van samenhangende en betekenisvolle doelen op korte en langere termijn Het gebruik van constructieve persoonlijke maatstaven voor gedrag Vermogen tot productieve zelfreflectie Interpersoonlijk: Empathie: Begrip en waardering voor andermans ervaringen en drijfveren Vermogen om uiteenlopende gezichtspunten te tolereren Inzicht in het effect van het eigen gedrag op anderen Intimiteit: Diepe en duurzame positieve verbondenheid met anderen Wens en vermogen tot nabijheid Wederkerig en respectvol interpersoonlijk gedrag
Niveau van persoonlijkheidsfunctioneren (crit. A) Differentiatie tussen 5 niveaus van beperkingen: van geen of minimale beperkingen (niveau 0) tot extreme beperkingen (niveau 4) Een matige beperking op 2 v.d. 4 gebieden is minimaal vereist om tot een classificatie persoonlijkheidsstoornis te komen
5 Domeinen: 25 persoonlijkheidstrekken/facetten Negatieve affectiviteit: emotionele labiliteit; ongerustheid; separatieangst; submissiviteit; vijandigheid; perseveratie;depressiviteit; achterdocht; (ontbreken van) ingeperkte affectiviteit Afstandelijkheid: sociale teruggetrokkenheid; vermijding van intimiteit; anhedonie; depressiviteit; ingeperkte affectiviteit; achterdocht Antagonisme:manipulatief gedrag; onbetrouwbaarheid; grandiositeit; aandacht zoeken; ongevoeligheid; vijandigheid Ongeremdheid: onverantwoordelijk gedrag; impulsiviteit; afleidbaarheid; riskant gedrag; (ontbreken van) rigide perfectionisme Psychoticisme: ongewone overtuigingen en ervaringen; excentriciteit; cognitieve en perceptuele disregulatie
Persoonlijkheidsstoornissen typen 1.Antisociale 2.Vermijdende 3.Borderline 4.Dwangmatige 5.Schizotypische 6.Narcistische 7. Trekgespecificeerde (PHS: TPSG) Elk type is omschreven in kerncomponenten (Zelf en Interpersoonlijk functioneren) en met bijbehorende persoonlijkheidstrekken
Trekgespecificeerde persoonlijkheidsstoornis (TPGS) Matige/ernstige beperkingen op 2 of meer van de volgende terreinen: 1. Identiteit 2. Zelfsturing 3. Empathie 4. Intimiteit
Trekgespecificeerde persoonlijkheidsstoornis (TPGS) 1 of meer domeinen van pathologische PStrekken of specifieke trekfacetten binnen domeinen (crit. B) Negatieve affectiviteit Afstandelijkheid Antagonisme Ongeremdheid Psychoticisme
Voorbeeld: antisociale PHS A matige of ernstige beperkingen in PH functioneren, op >2 van: 1.Identiteit: egocentriciteit etc. 2. Zelfsturing: doelen gericht op pers. Bevrediging etc 3. Empathie: veronachtzamen gevoelens/behoeften anderen etc. 4. Intimiteit: geen wederkerigheid, exploitatie etc. B Zes of meer van de volgende PH trekken: 1. manipulatief gedrag (facet van: antagonisme) 2. ongevoeligheid (idem) 3. onbetrouwbaarheid (idem) 4. vijandigheid (idem) 5 riskant gedrag (facet van ongeremdheid) 6. impulsiviteit (idem) 7. onverantwoordelijk gedrag (idem) Nb de betrokkene is > 18 jaar! Specificeer indien met psychopathische kenmerken
Voorbeeld: trekgespecificeerde PHS Casus: Louis van Gaal