Telecommunicatie 6H 1



Vergelijkbare documenten
DE SWR en GEREFLECTEERD VERMOGEN

Introductie Smith Diagram. RF seminar B&D 2013 Robert Langenhuysen, PA0RYL

Opgaven bij hoofdstuk Bepaal R 1 t/m R 3 (in het sternetwerk) als in de driehoek geldt: R 1 = 2 ks, R 2 = 3 ks, R 3 = 6 ks 20.

Het in fase voeden van antennes

In veel gevallen is het nodig om specifieke materiaalconstanten te kennen. Een voor de hand liggende en gemakkelijke bron hiervoor is Wikipedia.

Hierin is λ de golflengte in m, v de golfsnelheid in m/s en T de trillingstijd in s.

VERLIEZEN BIJ (MIS) AANPASSING IN VOEDINGSLIJNEN

Cursus Communicatietechnieken en labo Deel 3: Informatietransport

EMC en kabels ZX ronde 9 April 2017

Magnetische toepassingen in de motorvoertuigentechniek (3)

De BalUn en aanpassingstrafo onder de loep

Leereenheid 3. Diagnostische toets: Enkelvoudige wisselstroomkringen

Opgaven bij hoofdstuk 20

TENTAMEN ELEKTROMAGNETISME (8N010)

TRANSMISSIELIJNEN. I. Aardse luchtlagen

HOOFDSTUK 7: Interconnectie

Magnetische toepassingen in de motorvoertuigentechniek (2)

Cursus/Handleiding/Naslagwerk. Driefase wisselspanning

1. Weten wat potentiaal en potentiaalverschil is 2. Weten wat capaciteit en condensator is 3. Kunnen berekenen van een vervangingscapaciteit

1 ELECTROSTATICA: Recht toe, recht aan

1. Langere vraag over de theorie

Formuleblad Wisselstromen

We willen dat de magnetische inductie in het punt K gelijk aan rul zou worden. Daartoe moet men door de draad AB een stroom sturen die gelijk is aan

7. Hoe groot is de massa van een proton, van een neutron en van een elektron?

. Vermeld je naam op elke pagina.

A-examen radioamateur : Zitting van 11 oktober Reglementering

Versterking Principe van de versterking

5. TRANSFORMATOREN 5-1

Theory DutchBE (Belgium) Niet-lineaire dynamica in elektrische schakelingen (10 punten)

Tentamen. Elektriciteit en Magnetisme 1. Woensdag 20 juni :00-12:00. Leg je collegekaart aan de rechterkant van de tafel.

Theorie Stroomtransformatoren. Tjepco Vrieswijk Hamermolen Ugchelen, 22 november 2011

Materialen en onderdelen. Nadruk verboden 1

Langere vraag over de theorie

Leereenheid 5. Diagnostische toets: Parallelschakeling. Let op!

Golven. 4.1 Lopende golven

Tentamen Golven en Optica

formules havo natuurkunde

I A (papier in) 10cm 10 cm X

De techniek van kabels

Rekenkunde, eenheden en formules voor HAREC. 10 april 2015 presentator : ON5PDV, Paul

13 Golven. e Transversale lopende golven. Onderwerpen:

Vak: Elektromagnetisme ELK Docent: ir. P.den Ouden nov 2005

Formules en begrippen Okt 2006

Opgave 1 Onder de uitwijking verstaan we de verschuiving ten opzichte van de evenwichtsstand.

Eindronde Natuurkunde Olympiade 2018 theorietoets deel 1

1.3 Transformator Werking van een dynamo

Antenne impedantie Theorie en praktijk voorbeelden

Harmonische stromen en resonantie..zx ronde 30 augustus 2015

Systematische Probleem Aanpak (SPA) Voorbeeld opgave Electriciteit.

Practicum complexe stromen

Inhoudsopgave. 0.1 Netwerkmodel voor passieve geleiding langs een zenuwcel.. 2

Woensdag 24 mei, uur

Zelf een hoogspanningsgenerator (9 kv gelijkspanning) bouwen

Elektronicapracticum. een toepassing van complexe getallen. Lesbrief

EXAMEN VOORBEREIDEND WETENSCHAPPELUK ONDERWIJS IN 1979 , I. Dit examen bestaat uit 4 opgaven. " '"of) r.. I r. ',' t, J I i I.

N najaar verhoog zendvermogen verhoog de seinsnelheid verlaag de seinsnelheid

Bepaal van de hieronder weergegeven spanningen en stromen: de periodetijd en de frequentie, de gemiddelde waarde en de effectieve waarde.

6.2 Elektrische energie en vermogen; rendement

1. 1 Wat is een trilling?

Uitwerking LES 5 N CURSSUS

Opgave 1. Voor de grootte van de magnetische veldsterkte in de spoel geldt: = l

Oplossing examenoefening 2 :

9.2 Bepaal de harmonische tijdsfuncties die horen bij deze complexe getallen: U 1 = 3 + 4j V; U 2 = 3e jb/8 V; I 1 =!j + 1 ma; I 2 = 7e!jB/3 ma.

ZX ronde van 10 april 2011

Wisselspanningen. Maximale en effectieve waarde. We gaan de wisselspanning aansluiten op een weerstand. U R. In deze situatie geldt de wet van Ohm:

Inhoudsopgave De condensator

Augustus blauw Fysica Vraag 1

Augustus geel Fysica Vraag 1

Schriftelijk examen: theorie en oefeningen Fysica: elektromagnetisme

Spanningsverlies in kabels ZX ronde 8 november 2015

HF-Multi-band antenne

Wetenswaardigheden over coaxkabel

NATUURKUNDE 8 29/04/2011 KLAS 5 INHAALPROEFWERK HOOFDSTUK

Extra proeven onderofficier weerkundig waarnemer

Kortsluitvastheid HS VP. Quercus Technical Services B.V.

Tentamen Optica. 19 februari 2008, 14:00 uur tot 17:00 uur

Eindexamen natuurkunde 1-2 havo 2000-II

PROEF 1. FILTERS EN IMPEDANTIES. Naam: Stud. Nr.: Doos:

Schriftelijk examen: theorie en oefeningen Fysica: elektromagnetisme

Tentamen ELEKTRISCHE OMZETTINGEN (et2 040)

Extra opgaven. Bewijs de uitdrukking voor L V in de eerste figuur door Z V = Z 1 + Z 2 toe te passen.

F voorjaar In het telegrafieverkeer is de gebruikelijke afkorting voor ZENDER: TX TR TRX ZDR

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Vrijdag 27 mei totale examentijd 3 uur

Leereenheid 8. Diagnostische toets: Driefasenet. Let op!

FORMULE BLAD - VERON ZENDCURSUS

Impedantie V I V R R Z R

Fysica. Een lichtstraal gaat van middenstof A via middenstof B naar middenstof C. De stralengang van de lichtstraal is aangegeven in de figuur.

Langere vraag over de theorie

Voor de zend / luister amateur. Het berekenen van weerstand verzwakkers.

Uitwerking LES 10 N CURSSUS

Examenopgaven. Radiotechniek en Voorschriften F-EXAMEN Voorjaar examencommissie amateurradiozendexamens

13. ANTENNES Voortplanting van elektromagnetische golven

Elektrische Netwerken 27

Schriftelijk examen: theorie en oefeningen Fysica: elektromagnetisme

CCTV Infrastructuur. Bekabeling oplossingen Closed-Circuit Television

TENTAMEN NATUURKUNDE

1. Langere vraag over de theorie

Proefexamen N najaar 2001

De werking van de nulpuntstransformator

Transcriptie:

Telecommunicatie 6H 1 1 TRANSMISSIELIJNEN 1.1 Inleiding De verbinding tussen een informatiebron en een ontvanger wordt gevormd door de transmissieweg. Het soort transmissieweg dat in een bepaald geval gekozen wordt is van bepaalde factoren afhankelijk. We kunnen kiezen uit: de draad- of kabelverbinding; de draadloze verbinding. In elektrisch opzicht kunnen we de kabelverbinding in twee hoofdgroepen indelen, namelijk: de symmetrische kabel; de asymmetrische kabel. 1.1.1 De symmetrische kabel De symmetrische kabel heeft als kenmerk dat beide geleiders dezelfde eigenschappen bezitten ten opzichte van aarde. Dit betekent dat beide geleiders ten opzichte van aarde dezelfde potentiaal bezitten. Zowel bron als belasting moeten hier eveneens symmetrisch zijn. We zeggen in dit geval ook wel dat bron en belasting zwevend zijn. Fig. 1 geeft het principe van een symmetrische kabel. Fig. 1 Principe symmetrische kabel 1.1.2 De asymmetrische kabel Het kenmerk van de asymmetrische kabel is dat één van beide geleiders met aarde is verbonden. Zie fig. 2 Dit betekent dat één van beide geleiders ten opzichte van aarde spanningsloos is. Bron en belasting zijn ook hier asymmetrisch. Fig. 2 Principe asymmetrische kabel

Telecommunicatie 6H 2 1.2 Soorten kabels Transmissiewegen uitgevoerd met kabel kunnen bestaan uit: - een parallel- of tweedraadsgeleiding; - een coaxkabel; - een glasvezelkabel. 1.2.1 Parallelgeleiding De parallel- of tweedraadsgeleiding bestaat uit een heen- en retourleiding die zijn ondergebracht in een gemeenschappelijke afgeschermde omhulling, zie fig. 3. Fig. 3 Doorsnede parallellijn Vaak worden meer aderparen tot één kabel samengesteld. Dit type kabel wordt echter steeds minder toegepast o.a. vanwege de grote mate van overspraak tussen de geleiders onderling. Tot de groep van tweedraadsgeleidingen behoort ook de z.g. lintlijn of bandkabel, zie fig. 4. Dit type kabel werd in het verleden veel toegepast als verbinding tussen televisie- ontvangers en de bijbehorende antenne. Deze kabel is echter storingsgevoelig en heeft een beperkte levensduur. Deze uitvoering van de tweedraadsgeleiding wordt nagenoeg niet meer toegepast. Fig. 4 Doorsnede van bandkabel

Telecommunicatie 6H 3 1.2.2 Coaxiale kabel De coaxiale kabel, kortweg vaak coaxkabel genoemd, bestaat uit een binnengeleider, die concentrisch binnen een metalen buitenmantel is aangebracht, zie fig. 5. Fig. 5 Doorsnede coaxkabel De buitenrnantel doet hier dienst als tweede geleider. Deze buitenmantel wordt normaal geaard waardoor deze kabel van het asymmetrische type is. Meerdere coaxkabels kunnen worden verenigd tot een grote kabel. Een belangrijk voordeel is hier dat de geleiders onderling worden afgeschermd, waardoor een hoge mate van storingsongevoeligheid wordt bereikt. De coaxkabel wordt thans op grote schaal toegepast. In het bijzonder denken we hierbij aan de toepassing in kabelnetten voor distributie van radio- en televisieprogramma's. 1.2.3 Glasvezelkabel Overdracht via glasvezelkabel is een recente technische ontwikkeling. Uit kwartsglas worden uiterst dunne glasvezels met een hoge zuiverheidsgraad getrokken. De dikte kan enige honderdsten van een millimeter bedragen. Door deze glasvezelgeleiders wordt informatie met behulp van licht overgedragen. De voortplanting vindt plaats door voortdurende weerkaatsing van licht, zie fig. 6. Fig. 6 Voortplantingswijze van lichtgolven door glasvezelkabel Voor wat betreft de informatiedichtheid (aantal telefoongesprekken per aderpaar), hun relatief geringe verliezen en hun geringe afmetingen, overtreffen zij kwalitatief de coaxkabel.

Telecommunicatie 6H 4 1.3 Netwerken met verspreide elementen Uit de elektriciteitsleer weten we dat een elektrische stroom zich in netwerken voortplant met een eindige snelheid. Bekend is dat een elektromagnetische golfbeweging zich voortplant met een snelheid van 300 000 km/s. Bij berekeningen aan elektrische netwerken wordt hierbij alleen met de tijd als variabele gerekend. We kunnen hiermee volstaan zolang de afgelegde weg van het elektrische signaal klein is ten opzichte van de golflengte λ. Elektrisch gezien spreken we dan van kwasi- stationair gedrag. Is de lengte van een kabel echter in de orde grootte van de golflengte λ of groter, dan spreken we van een lange leiding. Bij berekeningen aan lange leidingen speelt dan naast de tijd ook de plaats op de kabel een rol. In dit geval zijn beginpunt en eindpunt van de lijn verspreid. 1.4 Elektrische opbouw transmissiekabel Een stukje kabel kan door een vierpool worden voorgesteld die bestaat uit elektrische componenten. Fig. 7 toont het elektrische vervangschema van zo'n stukje kabel. De vierpool, die dit stukje kabel vertegenwoordigt, noemen we een sectie. Een dergelijke sectie bestaat uit de grootheden C', R' en G'. Het accent -teken geeft aan dat het gaat om de grootte per lengte-eenheid. Een kabel bestaat uit een aaneenschakeling van dergelijke secties, waarbij de grootheden homogeen over de kabel zijn verdeeld. Hierbij is: - L de zelfinductie in de voortplantingstichting; - C' de capaciteit tussen de aders; - R' de ohmse weerstand in de voortplantingsrichting; - G' de geleiding tussen de aders. Fig. 7 Elektrisch vervangschema transmissiekabel

Telecommunicatie 6H 5 1.5 De voortplantingssnelheid Een hoeveelheid elektromagnetische energie plant zich over een lange leiding met eindige snelheid ( 300 000 km/s) voort als het diëlektricum bestaat uit lucht of vacuüm. Bij toepassing van andere diëlektrica, blijkt de voortplantingssnelheid lager te zijn. Dit verschil in voortplantingssnelheid hangt samen met de elektrische en magnetische eigenschappen van de toegepaste materialen. De zelfinductie L van de kabel vertraagt de stroomverandering in de geleiders. De capaciteit C' is er de oorzaak van dat pas na enige tijd elk punt van de kabel op spanning is. De zelfinductie L en de capaciteit C' zorgen beiden dus voor een vertraging van het betreffende signaal. Aangetoond kan worden dat we voor de voortplantingssnelheid kunnen schrijven: v = Waarin: 1 L '. C v = de voortplantingssnelheid in m/s; L' = de zelfinductie in H/m; C' = de capaciteit in F/m. ' De grootte van L' en C' zijn afhankelijk van de afmetingen van de kabel en het toegepaste diëlektricum. 1.6 De verkortingsfactor Bij het berekenen van de golflengte van een elektromagnetische golfbeweging gaan we normaal uit van de lichtsnelheid. We weten dat de golflengte van een golfbeweging gelijk is aan de weg die deze golf aflegt binnen de periodetijd. De golflengte volgt dan uit de formule λ= c / f Waarin: λ = de golflengte in meter; c = de lichtsnelheid ( 3 x 10 8 m/s); f =de frequentie in Hz. Afhankelijk van de grootte van L' en C' van een bepaalde kabel, is de werkelijke voortplantingssnelheid lager dan de lichtsnelheid. Bij constante frequentie en lagere voortplantingssnelheid van een golfbeweging is de golflengte dus eveneens kleiner. De verhouding tussen de werkelijke voortplantingssnelheid en de lichtsnelheid noemen we de verkortingsfactor. De verkortingsfactor wordt ook wel relatieve voortplantingssnelheid genoemd.

Telecommunicatie 6H 6 1.7 De karakteristieke impedantie 1.7.1 Definitie De karakteristieke impedantie Zk is de ingangsimpedantie van een oneindig lange lijn. Er treden immers geen reflecties op daar het oneindig lang duurt eer een aangelegde golf het einde van de lijn bereikt. Als men een lijn afsluit met een impedantie, dan zal bij een bepaalde keuze van deze afsluitimpedantie de lijn reflektievrij zijn. In dit geval is de lijn aangepast. De impedantie die we hebben aangesloten bij het reflectievrije gedrag, is de karakteristieke impedantie van de lijn zelf. Voor de berekening van de karakteristieke impedantie Zk gebruiken we het elektrische vervangschema.in fig. 8 is een stuk kabel, van een oneindig lange lijn, schematisch weergegeven. Fig.8 Vervangschema van een oneindig lange lijn Het signaal dat aangelegd wordt, ziet hierbij de karakteristieke impedantie als belasting.als we voor deze lijn een stukje kabel met lengte x plaatsen, is de lijn nog steeds oneindig lang. Het lijnstukje wordt dan afgesloten met de oneindig lange lijn, dus met Zk (zie fig. 9) verwaarlozen) Fig 9 vervangschema van een stukje verliesvrije lijn(r en G te De ingangsimpedantie van dit lijnstukje is echter ook weer gelijk aan Zk, zodat nu geldt: Dit kunnen we uitwerken tot:

Telecommunicatie 6H 7 Als we de lengte x naar nul laten naderen, dan gaat ook de term jωl xzk naar nul.zodat: 2 Zk = L C of: Zk = L C De karakteristieke impedantie van de niet-verliesvrije lijn (de weerstand R en de geleiding G niet verwaarloosbaar) blijkt gelijk te zijn aan: Zk = jωl jωc + + R G Een lijn met een eindige lengte die afgesloten wordt met een impedantie Zk gedraagt zich als een onendig lange lijn. Alle energie van de lopende golf wordt opgenomen door de belasting. 1.8 Reflectie 1.8.1 Inleiding We spreken van reflectie indien er, zoals opgemerkt, op een kabel energie terugkeert van de belasting naar de generator. De oorzaak van deze reflectie is het feit dat een kabel wordt belast met een belasting Zl die ongelijk is aan de karakteristieke weerstand of golfweerstand Zk van de kabel. Bij reflectie kunnen we de volgende gevallen onderscheiden: de kabel is aan het einde onbelast of open (Zi = ) de kabel wordt aan het einde kortgesloten (Zi = 0); de kabel wordt aan het einde belast met een willekeurige impedantie (Zi Zk). Bij reflectie tegen een open of kortgesloten einde wordt er géén energie afgestaan aan de belasting. Er treedt dan volledige reflectie op. Bij belasting met een willekeurige weerstand wordt de energie gedeeltelijk naar de belasting overgedragen en gedeeltelijk gereflecteerd. In het geval dat Zi=Zk vindt volledige energieoverdracht plaats. 1.8.1.1 Spanningsreflectie tegen open einde Bij reflectie van een heengaande spanning U + tegen het open einde van een kabel is de resulterende spanning in het belastingspunt niet nul. Bij een verliesvrije kabel bedraagt de resulterende spanning:

Telecommunicatie 6H 8 U + + U - = 2.U + Fig.10 toont de reflectie van een gelijkspanningsgolf tegen een open einde. Fig.10 Reflectie van gelijkspanningsgolf in open einde Stromen gaan gepaard met een magnetisch veld. Als de resulterende stroom naar nul gaat, gebeurt hetzelfde met het magnetisch veld. Een kabel heeft, zoals besproken, een zelfinductie L. Door de stroomverandering ontstaat er een inductiespanning. Zoals bekend werkt een inductiespanning de oorzaak van zijn ontstaan tegen. Bij een stroomafname zal de zelfinductiespanning in dezelfde richting werken als de heengaande spanning U + en is dus hiermee in fase. Door deze inductiespanning wordt de spanning in het belastingspunt verhoogd. Deze spanning keert vervolgens terug naar de bron en we noemen dit de gereflecteerde spanning U - Bij reflectie tegen een open kabeleinde wordt de spanning in fase gereflecteerd. Op overeenkomstige wijze kunnen we beredeneren dat de stroom in tegenfase wordt gereflecteerd. 1.8.1.2 Spanningsreflectie tegen kortgesloten einde In een kortsluiting kan geen spanning bestaan. De resultante van de heengaande spanning U + en de gereflecteerde spanning U - is nul. In fig.11 is dit voorgesteld door een gelijkspanningsgolf die in een kortgesloten einde wordt gereflecteerd. Door reflectie keert nu een spanning U - in tegenfase met U + terug naar het begin van de kabel. Spanningsreflectie tegen een kortgesloten kabeleinde vindt plaats in tegenfase. Op overeenkomstige wijze kan beredeneerd worden dat stroomreflectie in een kortsluitpunt infase plaatsvindt. Fig.11 Reflectie van gelijkspanningsgolf bij kortgesloten kabel

Telecommunicatie 6H 9 1.8.2 Staande golven Het staande- golfpatroon ontstaat door interferentie van de heengaande en de teruggaande golven. Fig.12 Ontstaan van een staande spanningsgolf Meten we langs een kabel waarop totale reflectie optreedt de spanning als functie van de plaats dan ontstaat voor een open- respectievelijk kortgesloten kabel een verloop zoals in fig.13 is weergegeven. Fig.13 U=f(l) bij totale reflectie 1.8.3 De reflectiecoëfficiënt r Met de reflectiecoëfficiënt geven we de verhouding tussen de heengaande en de teruggaande golf aan. Omdat hierbij faseverschuiving kan ontstaan, zal de reflectiecoëfficiënt een complex getal zijn waarvan de absolute waarde ligt tussen 0 (geen reflectie) en 1 (totale reflectie). Men kan aantonen dat:

Telecommunicatie 6H 10 1.8.4 De staande-golfverhouding De verhouding tussen de optredende maximums en minimums moemen we de de staandegolfverhouding( standing wave ratio of SWR) en is afhankelijk van de reflectie. De VSWR (votage standing wave ratio ) kan dus als maat voor de reflectie gebruikt worden. 1+ r VSWR= 1 1.9 Kabeldemping r 1.9.1 Inleiding Een transmissiekabel transporteert een hoeveelheid elektrisch vermogen. In kabels treedt hierbij vermogensverlies op. We spreken dan van demping. De grootte van de demping is frequentieafhankelijk. Bij misaanpassing neemt het verlies bovendien toe. Demping ontstaat voornamelijk als gevolg van: warmteontwikkeling (ohms verlies); straling. De demping wordt vooral veroorzaakt door warmteontwikkeling in de weerstand van de geleiders. Tengevolge van het skin- effect is dit verlies frequentieafhankelijk. Daarnaast treedt, zij het in geringe mate, uitstraling op van elektromagnetische energie. We noemen dit het stralingsverlies. Met betrekking tot de demping in een kabel zijn een aantal begrippen gedefinieerd, te weten: de karakteristieke demping; de reflectiedemping. 1.9.2 Karakteristieke demping Onder de karakteristieke demping van een kabel verstaan we de demping die optreedt bij reflectievrije afsluiting. Wordt er aan de kabel een vermogen P1 toegevoerd dan wordt er tengevolge van demping aan de belasting een kleiner vermogen P2 geleverd. Het verschil tussen P1 en P2 is het vermogensverlies. Zijn beide vermogens P1 en P2 bekend, dan volgt de karakteristieke demping uit volgende formule: P1 D = 10log (db) P2

Telecommunicatie 6H 11 De karakteristieke demping wordt vaak opgegeven in db/100 m bij reflectievrije afsluiting. Bij onjuiste afsluiting nemen de verliezen ten gevolge van vermogensreflectie in de kabel toe. De grootte van de demping die in een kabeltraject optreedt hangt dus af van: de karakteristieke demping bij een bepaalde frequentie; de kabellengte. 1.9.3 Reflectiedemping Onder de reflectiedemping van een kabel verstaan we de verhouding tussen het aan de kabel toegevoegde vermogen P+ bij reflectievrije afsluiting en het gereflecteerde vermogen P- bij misaanpassing. De reflectiedemping kunnen we berekenen met de formule: Dr = P + log P 10 (db) De reflectiedemping wordt ook wel echodemping of return-loss genoemd. 1.10 Impedantiebepaling 1.10.1 Bepalen van de impedantie op een willekeurige plaats Z L 0 L X (m) Fig. 14 bepalen van de impedantie op plaats x Men kan aantonen dat de lokale impedantie op plaats x, kan gevonden worden door: Z ( x) = Zk ZL + jtgk ( L x) Zk + jzltgk ( L x) hierin is k het golfgetal en is gelijk aan 2π/λ

Telecommunicatie 6H 12 Voor praktische en grafische berekeningen zal men impedantie Z(x) normeren, de genormeerde impedantie is dan: Z' ( x) = Z( x) Zk Z'( x) Z' L + j. tgk( L x) = 1+ j. Z' Ltgk. ( L x) 1.10.2 Bepalen van de ingangsimpedantie Stellen we in vorige formule x=0, dan vinden we de genormeerde ingangsimpedantie : Z ' in = Z ' L + j. tgk ( L) 1 + j. Z ' L. tgk ( L) We bekijken nu enkele speciale gevallen. 1.10.2.1 Impedantie van een korte lijn (L<<λ) Nu worden de term tg(2πl/λ) klein, zodat Zin = ZL. Dit hebben we vroeger behandeld in de klassieke netwerktheorie. 1.10.2.2 Impedantie bij een aangepaste lijn ZL = Zk In dit geval is Zin = Zk ( Dit wisten we al vanwege de definitie).

Telecommunicatie 6H 13 1.10.2.3 Ingangsimpedantie van een open lijn De uitdrukking herleidt zich dan naar: Z in = - j cotg(kl) We kunnen het verloop en de soort impedantie als functie van l op een open kabel uitzetten. Hierbij is l de afstand tot het open einde. Fig. 15 Impedantieverloop op open lijn 1.10.2.4 Ingangsimpedantie van een kortgesloten lijn De uitdruking herleidt zich dan naar: Z in = j tg(kl)

Telecommunicatie 6H 14 Fig 16. Impedantieverloop op kortgesloten lijn 1.10.2.5 Ingangsimpedantie van een λ/2 lijn In dit geval heeft men dat Zin = ZL het is alsof de lijn geen effect heeft op de configuratie. 1.10.2.6 Ingangsimpedantie van een λ/4 lijn Men heeft nu dat: Zin = Zk ZL 2 Dit betekent dat ZL getransformeerd wordt naar Zin 2 Zk = aan de ingang. ZL Men noemt dit een kwartgolflengtetransformator. Deze transformator wordt aangewend bij de realisatie van passieve microgolf-filters op microstripdragers.