Inhoud. Spiertrainer 4 Romp

Vergelijkbare documenten
23-Oct-14. 6) Waardoor wordt hyperextensie van het kniegewricht vooral beperkt? A) Banden B) Bot C) Menisci D) Spieren

Anatomie van de heup. j 1.1

Inhoud. Spiertrainer 3 Hals. 0 basis van de binnenzijde van de onderkaak etagegewijs bij de linea mylohyoidea

frontaal vlak sagittale as transversale as sagittaal vlak mediosagittaal (mediaan) vlak

Inhoud. Inleiding 1. 4 Anatomie van de schouder Anteflexie Retroflexie Abductie Adductie 46

DEEL II: HET ONDERSTE LIDMAAT (vervolg)

Inhoud. Halsspieren 1. 3 Hals. 3.1 Oppervlakkige hals- en gezichtsspieren, aanzicht rechts-lateraal. [12] M. orbicularis oculi (pars orbitalis)

7.Aa,b Heupspieren (heupgewrichtsspieren), oorsprong op os coxae. a lateraal aanzicht. b mediaal aanzicht. Afb. 7.Aa,b

Gesloten vragen Functionele Anatomie II

M. supraspinatus. Origo: Insertio: Innervatie: Functie: Fossa supraspinata. Tuberculum maius. N. suprascapularis. Abductie arm

6. Van welk deel van de wervelkolom is de vertebra prominens een onderdeel? 7. Hoe wordt de binnenste laag van het gewrichtskapsel genoemd?

Belangrijkste spiergroepen

Reina Welling WM/SM-theorieles 7. Waar zorgt de wervelkolom voor? (m.a.w. wat is de functie van de wervelkolom?)

2. Bevestiging spieren. 3. Stevigheid (samen met spieren) 4. Beweeglijkheid (samen met spieren) 5. Aanmaak rode bloedcellen in beenmerg

2 De romp. Zichtbare en palpabele oriëntatiepunten van de romp

1 Wat zijn eigenlijk de buikspieren?

1. m. Rectus Abdominis (rechte buikspier) A. Origo en insertie: van 5-7de rib naar schaambeen. C. Indeling en functie van de spier:

1. Welke structuur verbindt trochanter minor met de linea aspera? Linea pectinea

5 Bot tussenstof bestaat behalve uit calciumzouten eveneens uit: a) Fibreuze vezels b) Elastische vezels c) Reticulaire vezels d) Collagene vezels 6


Theorie-examen Anatomie 13 januari 2006.

Inspectie, anatomische structuren en palpatie liggend

Henny Leentvaar (Sport)massage Pagina 1 van 7 spieren studie hulp

Spieren van het bovenste membrum

Inhoud. Ruggenmerg en spinale zenuwen 1. 4 Romp Ruggenmerg en bouw van de spinale zenuwen. [79] Afb. 4.78

Theorie-examen anatomie 12 januari 2007

De antwoorden op de opdrachten E-Learning VAN WIT EN ZWART. Opdracht 1. A = M. tensor fasciae lata B = lig. capitis femoris

Anatomie van de Spieren

MASSAGETHERAPEUT

Krachttraining. Naam: Klas: Docent:

Cursus Ontspanningsmassage. Bijlage spieren. Trapezius

Theorie-examen anatomie 25 januari 2008

Anatomie. Hier volgen 50 opgaven. Bij elke opgave zijn drie antwoorden gegeven. Slechts één van deze antwoorden is het goede.

MASSAGETHERAPEUT

Spiergroep Spier (onderdeel) Origo Insertie Innervatie Functie Ventrale spieren van de bovenarm (flexoren onderarm)

Theorie - herexamen Anatomie 23 mei 2008

DEEL II: HET ONDERSTE LIDMAAT (vervolg)

Spiertabellen1.2. Bij 'Blok Locomotorisch Stelsel & Huid', 2 de kandidatuur geneeskunde

Anatomie in vivo van het bewegingsapparaat Bernard J. Gerritsen Yvonne F. Heerkens

Wat de anatomie van het middenrif onthult

1. BEKKENGORDEL EN HEUP

De spieren (structuur)

Bouw van een skeletspier

Anatomie in vivo WERKBOEK. van het bewegingsapparaat Bernard J. Gerritsen Yvonne F. Heerkens

De schakel tot. Mobiliteit / Stabiliteit. Overbelastingskwetsuren. Lichaamsscholing in de zwemsport: De schakel tot

MOVING WITH SPONDYLARTHROPATHY. Dr C. Hindryckx. Fysische Geneeskunde en Revalidatie

De methode Pilates in de fysiotherapie

De 5 klassieke blocks. De 5 klassieke blocks. Deze uiteenzetting

Stabiliteit training. Wat, waarom en hoe?

KWALIFICATIEDOSSIER. Dierverzorging MODULE NIVEAU 3/4. Anatomie en fysiologie HOOFDSTUK 2. Het bewegingsstelsel

Bewegingsleer Deel III De romp en wervelkolom

core stability training

Osteopatische visie op het bitloos rijden versus het rijden met een bit en de invloed hiervan op het occiput- atlas- axis (OAA) complex

THEMA 1: EMBRYOLOGIE (13p)

Dissectie. Geïllustreerde handleiding

abductor Toestelinstellingen

Provocatietesten en Mobiliteitstesten van het SI-gewricht: Validiteit & Betrouwbaarheid. Reader

Universiteit Gent, haar werknemers of studenten bieden geen enkele garantie met betrekking tot de juistheid of volledigheid van de gegevens vervat in

SPORTMASSAGE les 1 woensdag Hoofdstuk 1. Anatomie of ontleedkunde: Kennis van de bouw van het menselijk lichaam

Skillslab handleiding

Beroepsopdracht. Stabiliteitstraining is effectief bij patiënten met chronische aspecifieke lage rugklachten

Topografische anatomie. Paard

De plaatsbepalende uitdrukkingen (mediaal, lateraal etc.) worden altijd gebruikt ten opzichte van een ander lichaamsdeel.

THEMA 1: EMBRYOLOGIE. Antwoordopties:

Spierstelsel onderbeen en voet

Een fotoatlas van de. anatomie in vivo 2. Onderste extremiteit. Serge Tixa. Bohn Stafleu Van Loghum

second year exam for surgery

Inhoud. Krachttraining. Algemeen... 5

Tabel van de perifere zenuwen [terminale takken]: bovenste extremiteit

Anatomische terminologie

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen

Inleiding. Koos van Nugteren

Provocatietesten en Mobiliteitstesten van het SI-gewricht: Validiteit & Betrouwbaarheid. Reader

Manege Tjoonk. Manege Gasselte HET MANEGEPAARD. zijn lichaam, de beginnende ruiter & osteopathie

De Ster Balanstest. (Star Excursion Balance Test)

* short head: eind van coracoid van scapula * long head: supraglenoid deel scapula. * Ulna. * halverwege voorkant humerus.

OPEN LESSEN HERFSTVAKANTIE FUNCTIONELE ANATOMIE Prof. dr. Ingrid Kerckaert 13u-14u15

De mimische spieren hebben hun oorsprong maar deels bij duidelijk omschreven botgebieden. Ze eindigen allemaal in de huid.

Dryneedling bij bekkenproblemen postpartum

3 STERNEB RAE STERNEB RAE

Hoorcollege Tractus locomotorius. Dirk Geurts

University of Groningen

Musculus deltoideus Musculus teres minor Musculus teres major Locatie Functies Musculus subscapularis Trivia...

Anatomie 1 e Ba GEN p. 1 / 39. Schedel en Hoofd. Universiteit Antwerpen UA Opleiding Geneeskunde. prof. dr. LTH M. BRAEM.

Massage: het lichaam. Het gespierde lichaam. Psychowerk

UMC (ti St Radbo d 'ft,,\\

Volgens Panjabi bestaat stabiliteit op basis van functies van drie systemen: osteoligamentair, het spierstelsel, neurale controle (CZS).

VUmc_CAT_BB_B15_ _inzage Friday, January 12, :42

Skillslab handleiding

voetverzorging uit Bakens & Zadkine Informatie mbtstof Anatomie Voetverzorging eindtermen

THEMA 1: EMBRYOLOGIE (13p)

WAT IS HET EFFECT VAN BOWEN THERAPIE BIJ MENSEN MET EEN NEKHERNIA

Thorax Trauma Maak je borst maar nat. D. Schakenraad SEH-Arts KNMG Medisch Centrum Alkmaar

Reader Bowflex. Hogeschool van Amsterdam 09/2009

De primaire frozen shoulder Stenvers, Jan Derek

Sportmassage Theorie: samenvatting

Transcriptie:

Borst-(tussenrib)spieren 1 4.A Eigenlijke borstspieren (gewrichtsspieren van de ribben) aan de binnenzijde van het thoraxskelet, achteraanzicht; oorsprong (linker lichaamshelft), aanhechting (rechter lichaamshelft). 0 M. transversus thoracis binnenzijde van het kraakbeen van rib VI en VII (variabel) processus xiphoideus van het sternum; zijrand en achterzijde van het corpus sterni 0 M. transversus thoracis onderrand van het ribkraakbeen op de kraakbeen-botovergang van rib II VII Afb. 4.A >

Borst-(tussenrib)spieren 2 4.B Eigenlijke borstspieren (gewrichtsspieren van de ribben). Oorsprong en aanhechting op thoraxskelet, vooraanzicht. 0 Mm. intercostales externi bovenrand van ribben II XII van het tuberculum costae tot aan de kraakbeen-botgrens 0 Mm. intercostales externi crista costae van de onderrand van ribben I XI van het collum costae tot aan het corpus costae iets lateraal van de kraakbeenbotgrens 0 Mm. intercostales interni * buitenste rand van de sulcus costae (eigenlijke m. intercostalis internus) binnenste rand van de sulcus costae (m. intercostalis intimus) van rib I XI iets ventraal van de angulus costae tot aan het sternum 0 Mm. intercostales interni * bovenrand van de binnenzijde van de rib II XII van de angulus costae tot aan het sternum * Als mm. subcostales worden de mm. intercostales interni in het dorsale thoraxdeel aangeduid, die 1-2 ribben overslaan. Afb. 4.B <

Buikspieren 1 4.Ca Eigenlijke buikspieren (gewrichtsspieren van wervels en ribben). Oorsprong (rechter lichaamshelft), insertie (linker lichaamshelft) op rompskelet, vooraanzicht. 0 M. rectus abdominis buitenzijde van het kraakbeen van de ribben (IV) V VII (VIII) processus xiphoideus van het sternum [ligamenta costoxiphoidea] 0 M. obliquus externus abdominis buitenzijde van het corpus costae van ribben V XII 0 M. quadratus lumborum dorsale deel van het achterste derde deel van het labium internum van de crista iliaca, [ligamentum iliolumbale] ventrale deel van het achterste derde deel van het labium internum van de crista iliaca, processus costales van de lendenwervels (II) III V [ligamentum iliolumbale] 0 M. obliquus internus abdominis onderrand van ribben (IX) X XII [lamina anterior en lamina posterior (tot aan linea arcuata) van de vagina musculi recti, linea alba], tuberculum pubicum (via het adminiculum lineae albae) 0 M. obliquus internus abdominis linea intermedia van de crista iliaca, spina iliaca anterior superior [oppervlakkige blad van de fascia thoracolumbalis, laterale tweederde deel van het ligamentum inguinale] 0 M. transversus abdominis binnenzijde van het kraakbeen en de corpora van ribben (VI) VII XII, labium internum van de crista iliaca, processus costales van de lendenwervels (via de fascia thoracolumbalis) [diepe blad van de fascia thoracolumbalis, laterale tweederde deel van het ligamentum inguinale] 0 M. pyramidalis crista pubica van het os pubis [voorste bovenste deel van de symphysis pubica] 0 M. pyramidalis (geen aanhechting op het bot) straalt uit in de linea alba Afb. 4.Ca 0 M. obliquus externus abdominis labium externum van de crista iliaca, tuberculum pubicum en crista pubica (via het ligamentum inguinale) [lamina anterior van de vagina musculi recti abdominis, linea alba, ligamentum inguinale] 0 M. rectus abdominis crista pubica van het os pubis [ligamentum pubis superior van de symphysis pubica] >

Buikspieren 2 4.Cb Eigenlijke buikspieren (gewrichtsspieren van wervels en ribben). Oorsprong (rechter lichaamshelft), aanhechting (linker lichaamshelft) op het rompskelet, achteraanzicht. 0 M. obliquus internus abdominis onderrand van de ribben (IX) X XII [lamina anterior en lamina posterior (tot aan de linea arcuata) van de vagina musculi recti, linea alba], tuberculum pubicum (via het adminiculum lineae albae) M. quadratus lumborum 0 dorsale deel processus costales van de lendenwervels I III (IV) XIIe rib 0 ventrale deel XIIe rib XIIe borstwervel 0 M. obliquus externus abdominis labium externum van de crista iliaca, tuberculum pubicum en crista pubica (via het ligamentum inguinale) [lamina anterior van de vagina musculi recti abdominis, linea alba, ligamentum inguinale], A Afb. 4.Ca 0 M. transversus abdominis geen benige aanhechting [lamina posterior van de vagina musculi recti boven de linea arcuata, lamina anterior van de vagina musculi recti onder de linea arcuata, linea alba] Afb. 4.Cb 0 M. obliquus externus abdominis buitenzijde van de corpus costae van rib V XII 0 M. transversus abdominis binnenzijde van het kraakbeen en van de corpora van de (VIe) VIIe XIIe rib labium internum van de crista iliaca processus costales van de lendenwervels (via de fascia thoracolumbalis) [diepe blad van de fascia thoracolumbalis, laterale tweederde deel van het ligamentum inguinale], A Afb. 4.Ca M. quadratus lumborum 0 dorsale deel achterste eenderde deel van het labium internum van de crista iliaca [ligamentum iliolumbale] 0 ventrale deel achterste eenderde deel van het labium internum van de crista iliaca processus costales van de lendenwervels (II) III V [ligamentum iliolumbale], A Afb. 4.Ca <

Middenrif 1 4.Da Autochtone ventrolaterale rompspieren, spieren in de borstkas afkomstig van de hals, middenrif (diafragma), oorsprong op het thoraxskelet, binnenaanzicht van het thoraxskelet van achteren. 0 Pars sternalis binnenzijde van de processus xiphoideus van het sternum [rectusschede en aponeurose van de m. transversus abdominis] 0 Pars costalis binnenzijde van het ribkraakbeen VI XII Afb. 4.Da 0 het middenrif heeft geen aanhechting op het skelet: de gemeenschappelijke aanhechtingpees van het diafragma is het centrum tendineum >

Middenrif 2 4.Db Oorsprong op de lendenwervelkolom en de ligamenta arcuata mediale en laterale vooraanzicht. Pars lumbalis crus dextrum 0 pars lateralis via het mediale deel van het ligamentum arcuatum laterale (quadratusarcade = buitenste boog van Haller) op de processus costalis van de lendenwervel I (II) en op de bovenzijde van rib XII (variabel tot aan de top), via het ligamentum arcuatum mediale (psoasarcade = binnenste boog van Haller) op de zijrand van het lichaam van lendenwervel II en op de processus costalis van lendenwervel II (I) Pars lumbalis crus dextrum 0 pars medialis voorzijde van de lendenwervels I IV en de tussenwervelschijven [ligamentum longitudinale anterius, ligamentum arcuatum intermedium] 0 pars intermedia paramediane zijde van het lichaam van lendenwervel II 0 het middenrif heeft geen aanhechting op het skelet: de gemeenschappelijke aanhechtingspees van het diafragma is het centrum tendineum Afb. 4.Db 0 Crus sinistrum van de pars lumbalis ontspringt met zijn pars medialis van de voorzijde van de lichamen van de lendenwervels I III, voor het overige is de oorsprong zoals het geval is bij het crus dextrum <

Rugspieren van ventrale oorsprong 4.E Van ventraal afkomstige rugspieren (gewrichtsspieren van hoofd, wervels en ribben). Oorsprong (linker lichaamshelft), aanhechting (rechter lichaamshelft), achteraanzicht. 0 M. rectus capitis lateralis voorste verbinding van de processus transversus van de atlas anteriores cervicis tuberculum anterius van de processus transversus van de halswervels I VI posteriores laterales cervicis tuberculum posterius van de de halswervels I VI 0 M. serratus posterior superior de halswervels VI en VII en de borstwervels I en II [ligamentum nuchae] 0 M. rectus capitis lateralis lateraal van de condylus occipitalis op de processus jugularis van het achterhoofdsbeen (bij vorming van een processus paracondylicus = paramastoideus hier op) anteriores cervicis tuberculum anterius van de processus transversus van de halswervels II VII posteriores laterales cervicis tuberculum posterius van de processus transversus van de halswervels II VII 0 M. serratus posterior superior corpus costae lateraal van de angulus costae van ribben II IV (V) 0 M. serratus posterior inferior via de lamina superficialis van de fascia thoracolumbalis aan de de borstwervels XI en XII en de lendenwervels I II [lamina superficialis van de fascia thoracolumbalis] laterales lumborum de XIIe borstwervel, processus costalis en accessorius van de lendenwervels I V 0 M. serratus posterior inferior onderrand van de ribben IX XII lateraal van de angulus costae laterales lumborum processus costalis van de lendenwervels I V en het achterste deel van de crista iliaca Afb. 4.E

Autochtone rugspieren mediale tractus 1 4.Fa Spinale en transversospinale spieren. Autochtone rugspieren, mediale tractus (mm. dorsi proprii m. erector spinae), verloop, oorsprong en aanhechting (gewrichtsspieren van hoofd en wervels), achteraanzicht. 0 M. spinalis capitis (niet altijd) borstwervels I II (III) en halswervels (V) VI VII 0 M. spinalis cervicis borstwervels I II (III) en halswervels (V) VI VII 0 M. spinalis thoracis borstwervels XI XII en van lendenwervels I II (III) 0 Mm. interspinales cervicis onderrand van de processus spinosus van halswervels II VII 0 Mm. interspinales thoracis (niet altijd) onderrand van de borstwervels I (II) en XI (XII) 0 Mm. interspinales lumborum onderrand van processus spinosus van lendenwervels I V 0 Mm. rotatores breves thoracis basis van de processus transversus van borstwervels I XI 0 Mm. rotatores longi cervicis (niet altijd) halswervels IV VII 0 Mm. rotatores longi thoracis borstwervels I XII 0 Mm. rotatores longi lumborum (niet altijd) processus mamillaris van lendenwervels I V 0 M. spinalis capitis (niet altijd) protuberantia occipitalis externa 0 M. spinalis cervicis halswervels II IV 0 M. spinalis thoracis borstwervels II VIII 0 Mm. interspinales cervicis bovenrand van de processus spinosus van halswervels III VII en van de Ie borstwervel 0 Mm. interspinales thoracis (niet altijd) bovenrand van de processus spinosus van borstwervels II (III), XII en van de Ie lendenwervel 0 Mm. interspinales lumborum bovenrand van de processus spinosus van lendenwervels II V en variabel op het bovenste deel van de crista iliaca sacralis mediana 0 Mm. rotatores breves thoracis basis van de processus spinosus van de VIIe halswervel en van borstwervels I X 0 Mm. rotatores longi cervicis (niet altijd) halswervels II V 0 Mm. rotatores longi thoracis halswervels VI VII en van borstwervels I X 0 Mm. rotatores longi lumborum (niet altijd) borstwervels XI XII en van lendenwervels I III Afb. 4.Fa >

Autochtone rugspieren mediale tractus 2 4.Fb Transversospinale spieren. Autochtone rugspieren verloop mediale tractus (mm. dorsi proprii m. erector spinae), oorsprong en aanhechting (gewrichtsspieren van hoofd en wervels), achteraanzicht. 0 M. semispinalis capitis halswervels IV VII en borstwervels I VI (VII) 0 M. semispinalis cervicis borstwervels (I) II V (VI) 0 M. semispinalis thoracis borstwervels VI XII en van de processus mamillaris van de Ie lendenwervel 0 M. semispinalis capitis mediale deel van de squama occipitalis tussen linea nuchalis superior en linea nuchalis inferior 0 M. semispinalis cervicis halswervels II V (VI) 0 M. semispinalis thoracis halswervel (VI) VII en borstwervels I V (VI) 0 M. multifidus cervicis processus articularis van halswervels V VII 0 M. multifidus thoracis borstwervels I XII 0 M. multifidus lumborum facies dorsalis van os sacrum, crista iliaca, tuberositas iliaca, processus mamillaris van lendenwervels I V [ligamentum sacroiliacum posterius, pees van de m. longissimus lumborum] 0 M. multifidus cervicis halswervels II IV 0 M. multifidus thoracis halswervels VI VII en borstwervels I X 0 M. multifidus lumborum borstwervels XI-XII en lendenwervels I V Afb. 4.Fb < >

Autochtone rugspieren mediale tractus 3 4.G Transversospinale spieren. Autochtone rugspieren mediale tractus (mm. dorsi proprii m. erector spinae), verloop, oorsprong en aanhechting (gewrichtsspieren van de thoracale wervels). 0 M. semispinalis thoracis A Afb. 4.Fb 0 M. semispinalis thoracis A Afb. 4.Fb 0 M. multifidus thoracis A Afb. 4.Fb 0 M. multifidus thoracis A Afb. 4.Fb 0 M. rotator longus thoracis A Afb. 4.Fa 0 M. rotator longus thoracis A Afb. 4.Fa 0 M. rotator brevis thoracis A Afb. 4.Fa 0 M. rotator brevis thoracis A Afb. 4.Fa Afb. 4.G <

Autochtone rugspieren laterale tractus 1 4.H Spinotransversale systeem. Autochtone rugspieren laterale tractus (mm. dorsi proprii m. erector spinae), verloop, oorsprong (gewrichtsspieren van hoofd en ribben). 0 M. splenius capitis halswervels III VII en borstwervels I III (variabel) [ligamentum supraspinale, ligamentum nuchae] 0 M. splenius cervicis borstwervels III V (VI) 0 M. splenius capitis processus mastoideus en laterale deel van de linea nuchalis superior 0 M. splenius cervicis halswervels I II (III) posteriores mediales cervicis tuberculum posterius van de halswervels I IV posteriores mediales cervicis tuberculum posterius van de halswervels II V 0 Mm. levatores costarum punt van de processus transversus van de VIIe halswervel en van borstwervels I XI. (De mm. levatores costarum breves lopen naar de volgende ondergelegen rib. De mm. levatores costarum longi slaan een rib over. Deze spieren komen boven en onder in de thorax regelmatig voor en ontbreken vaak in het midden.) 0 Mm. levatores costarum lateraal van de angulus costae van ribben I XII mediales lumborum processus accessorius van lendenwervels I IV mediales lumborum processus accessorius en processus mamillaris van lendenwervels II V Afb. 4.H >

Autochtone rugspieren laterale tractus 2 4.I Sacrospinale systeem. Autochtone rugspieren laterale tractus (mm. dorsi proprii m. erector spinae), verloop, oorsprong en aanhechting (gewrichtsspieren van hoofd en ribben). 0 M. longissimus capitis processus transversus en processus articularis van halswervels (III) IV VII en borstwervels I III 0 M. longissimus cervicis halswervels VI VII en borstwervels I V 0 M. iliocostalis cervicis mediaal van de angulus costae van ribben III VII 0 M. iliocostalis thoracis mediaal van de angulus costae van ribben VII XII 0 M. iliocostalis lumborum dorsale derde deel van het labium externum van de crista iliaca, crista sacralis lateralis, crista sacralis medialis en de lendenwervels [lamina superficialis van de fascia thoracolumbalis] 0 M. longissimus thoracis en lumbalis deels samen met de m. iliocostalis lumborum. Processus spinosus van de onderste borstwervels (variabel) en de lendenwervels I V, crista sacralis lateralis, dorsale eenderde deel van de crista iliaca, spina iliaca posterior superior en tuberositas iliaca [lamina superficialis van de fascia thoracolumbalis] 0 M. longissimus capitis processus mastoideus 0 M. longissimus cervicis tuberculum posterius van de halswervels II V 0 M. iliocostalis cervicis tuberculum posterius van de halswervels (III) IV VI 0 M. iliocostalis thoracis angulus costae van ribben I VIII 0 M. iliocostalis lumborum processus costalis van de bovenste lendenwervels en ribben VI XII bij de angulus costae [lamina profunda van de fascia thoracolumbalis] 0 M. longissimus thoracis und lumbalis laterale deel: onderrand van ribben (II) III XII tussen angulus costae en tuberculum costae en processus costalis van lendenwervels I V [lamina profunda van de fascia thoracolumbalis], mediale deel: processus transversus van borstwervels I XII. processus mamillaris en processus accessorius van de lendenwervels. Afb. 4.I <

Korte diepe nekspieren 4.J Autochtone rugspieren korte, diepe rugspieren mm. suboccipitales (gewrichtsspieren van het hoofd), oorsprong (linker lichaamshelft), aanhechting (rechter lichaamshelft), achteraanzicht. 0 M. rectus capitis posterior minor mediale eenderde deel van de linea nuchalis inferior 0 M. obliquus capitis superior achterste tuberculum van de de atlas 0 M. rectus capitis posterior minor tuberculum posterius van de arcus posterior van de atlas 0 M. rectus capitis posterior major de axis 0 M. obliquus capitis inferior de axis 0 M. obliquus capitis superior laterale deel van de linea nuchalis inferior 0 M. rectus capitis posterior major middelste eenderde deel van de linea nuchalis inferior 0 M. obliquus capitis inferior achterste tuberculum van de de atlas Afb. 4. J