Anatomie van de heup. j 1.1
|
|
|
- Gerda de Coninck
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 j1 Anatomie van de heup De Latijnse naam voor het heupgewricht is art. coxae, het is een kogelgewricht (art. spheroidea). In het gewricht kan om drie assen bewogen worden. As Vlak Beweging Transver- Sagittaal Retroflexie / Ante- m. psoas saal flexie major Sagittaal Frontaal Abductie / Adductie Longitudi- Transver- Exorotatie / Endoro- naal saal tatie m. iliacus Verder zijn de volgende bewegingsuitslagen in de art. coxae mogelijk uitgaande van een ontspannen symmetrische stand (de individuele verschillen zijn daarbij tamelijk groot): Maximale anteflexie: 1208 Maximale retroflexie: 208 Maximale abductie: 458 Maximale adductie: 308 Maximale exorotatie: 458 Maximale endorotatie: 358 Figuur 1.1 j 1.1 Anteflexie Er zijn elf spieren die anteflexie geven in het heupgewricht. Deze worden hieronder kort beschreven. TH12-L5. De dorsaal gelegen vezels ontspringen van de processus costales L1-L5. Insertie: insereert aan de trochanter minor van Innervatie: n. femoralis (L2-L4) en directe takken uit de plexus lumbalis. M. psoas major (fig. 1.1) Functie: anteflexie van het Origo: ontspringt met de ventrale vezels van de wervellichamen en de tussenwervelschijven van M. iliacus (fig. 1.1) Functie: anteflexie van het Origo: ontspringt van de fossa iliaca van het bekken. Insertie: insereert aan de trochanter minor van
2 2 Zakboek anatomie Innervatie: n. femoralis (L2-L4). M. sartorius (fig. 1.2) m. tensor fasciae latae m. rectus femoris m. sartorius Figuur 1.2 Figuur 1.3 Functie: anteflexie, abductie en exorotatie van het Tevens geeft de spier flexie van het been en endorotatie van het onderbeen. Origo: ontspringt van de spina iliaca anterior superior. Insertie: insereert mediaal van de tuberositas tibiae in de pes anserinus superficialis. Innervatie: n. femoralis (L2-L4). M. tensor fasciae latae (fig. 1.2) Functie: anteflexie (ventrale vezels) en endorotatie (laterale vezels) van het Verder geeft de spier abductie van het Origo: ontspringt van de spina iliaca anterior superior. Insertie: insereert in de tractus iliotibialis. M. rectus femoris (fig. 1.3) Functie: anteflexie van het Tevens geeft de spier een strekking van het been. Origo: ontspringt van de spina iliaca anterior inferior en van het acetabulum. Insertie: insereert via het lig. patellae aan de tuberositas tibiae. Innervatie: n. femoralis (L2-L4). M. pectineus (fig. 1.4) Functie: anteflexie, adductie en exorotatie van het Origo: ontspringt van het pecten ossis pubis. Insertie: insereert aan de linea pectinea van het femur. Innervatie: n. femoralis (L2-L4) en ook wel de n. obturatorius (L2-L4). M. adductor longus (fig. 1.4) Functie: anteflexie, adductie en exorotatie van het
3 1 Anatomie van de heup 3 het femur. M. gluteus minimus (fig. 1.8) m. pectineus m. adductor brevis m. adductor longus m. gracilis m. adductor magnus Functie: anteflexie, abductie en endorotatie van het Origo: ontspringt tussen de lineae gluteae anterior en inferior van de facies glutea van de ala ossis ilii. 11. M. adductor brevis (fig. 1.4) Functie: anteflexie, adductie en exorotatie van het Origo: ontspringt van het corpus en de ramus inferior van het os pubis. Insertie: insereert aan het distale deel van de linea pectinea en aan het proximale deel van het labium mediale van de linea aspera van Figuur 1.4 j 1.2 Retroflexie Origo: ontspringt van het corpus van het os pubis. Insertie: insereert in het middelste deel van de labium mediale van de linea aspera van M. gracilis (fig. 1.4) Functie: anteflexie en adductie van het Tevens geeft de spier flexie van het been en endorotatie van het onderbeen. Origo: ontspringt van de ramus inferior van het os pubis. Insertie: insereert mediaal van de tuberositas tibiae in de pes anserinus superficialis. M.gluteusmedius(fig.1.5) Functie: de voorste vezels geven tevens anteflexie en endorotatie. De achterste vezels geven tevens retroflexie en exorotatie van het Abductie van het Origo: ontspringt van het os ilium en van de fascia glutea. Er zijn 6 spieren die retroflexie geven in het heup gewricht. Deze worden hieronder kort beschreven. M. gluteus maximus (fig. 1.5) Functie: retroflexie en exorotatie van het De bovenste vezels geven tevens abductie. Origo: ontspringt van het achterste deel van de facies glutea van het os ilium, van de fascia thoracolumbalis, van de facies dorsalis van het os sacrum en van het os coccygis en het lig. sacrotuberale. Insertie: insereert in de tractus iliotibialis (craniale vezels) en aan de tuberositas glutea (caudale vezels). Innervatie: n. gluteus inferior (L4-S2). M.gluteusmedius(fig.1.5) Functie: retroflexie en exorotatie (achterste vezels) van het Anteflexie en endorotatie (voorste vezels). Tevens geeft de spier abductie van het
4 4 Zakboek anatomie m. gluteus medius m. gluteus maximus Figuur 1.5 Origo: ontspringt van facies glutea van het os ilium. M. biceps femoris caput longum (fig. 1.6) Functie: retroflexie van het Tevens geeft de spier flexie van het been en exorotatie van het onderbeen. Origo: ontspringt van het tuber ischiadicum. Insertie: insereert aan het caput fibulae. Innervatie n. tibialis (L5-S2). M. semitendinosus (fig. 1.7) Functie: retroflexie van het Tevens geeft de spier flexie van het been en endorotatie van het onderbeen. Origo: ontspringt van het tuber ischiadicum. Insertie: insereert aan de facies medialis van de tibia in de pes anserinus superficialis. Innervatie: n. tibialis (L5-S2). M. semimembranosus (fig. 1.7) Functie: retroflexie van het Tevens geeft de spier flexie van het been en endorotatie van het onderbeen. Origo: ontspringt van het tuber ischiadicum van het os ischii. Insertie: insereert aan de condylus medialis van de tibia in de pes anserinus profundus. Innervatie: n. tibialis (L5-S2).
5 1 Anatomie van de heup 5 m. biceps femoris caput longum m. biceps femoris caput breve m. semitendinosus m. semimembranosus Figuur 1.6 Figuur 1.7 M. adductor magnus (fig. 1.4) j 1.3 Abductie Functie: retroflexie en adductie van het Exorotatie (pars superior en media) en endorotatie (pars inferior) van het Origo: Pars superior: ontspringt van de ramus inferior van het os pubis en van de ramus van het os ischii. Pars media: ontspringt van de ramus van het os ischiii. Pars inferior: ontspringt van het tuber ischiadicum. Insertie: Pars superior: insereert aan het labium mediale van de linea aspera. Pars media: insereert aan het labium mediale van de linea aspera. Pars inferior: insereert aan de epicondylus medialis van Innervatie: partes superior en media door n. obturatorius (L2-L4). Pars inferior door n. tibialis (L4- L5). Er zijn vier spieren die abductie geven in het heupgewricht. Deze worden hieronder kort beschreven. M.gluteusmedius(fig.1.5) Functie: abductie van het Anteflexie en endorotatie (voorste vezels). Retroflexie en exorotatie (achterste vezels) van het Origo: ontspringt van de facies glutea van het os ilium. M. gluteus minimus (fig. 1.8)
6 6 Zakboek anatomie m. gluteus minimus Figuur 1.8 Functie: abductie, anteflexie en endorotatie van het Origo: ontspringt van de facies glutea van het os ilium. M. gluteus maximus (fig. 1.5) Functie: abductie (bovenste vezels). Tevens geeft de spier retroflexie en exorotatie van het Origo: ontspringt van het achterste deel van de facies glutea van het os ilium, van de fascia thoracolumbalis, van de facies dorsalis van het os sacrum en van het os coccygis en het lig. sacrotuberale. Insertie: insereert in de tractus iliotibialis (craniale vezels) en aan de tuberositas glutea (caudale vezels). Innervatie: n. gluteus inferior (L4-S2). M. tensor fasciae latae (fig. 1.2) Functie: abductie van het Tevens geeft de spier anteflexie (ventrale vezels) en endorotatie (laterale vezels) van het Origo: ontspringt van de spina iliaca anterior superior. Insertie: insereert in de tractus iliotibialis van het
7 1 Anatomie van de heup 7 j 1.4 Adductie M. gracilis (fig. 1.4) Er zijn vijf spieren die adductie geven in het heupgewricht. Deze worden hieronder kort beschreven. M. adductor magnus (fig. 1.4) Functie: adductie en retroflexie van het Exorotatie (pars superior en media) en endorotatie (pars inferior) van het Origo: Pars superior: ontspringt van de ramus inferior van het os pubis en van de ramus van het os ichii. Pars media: ontspringt van de ramus van het os ischiii. Pars inferior: ontspringt van het tuber ischiadicum. Insertie: Pars superior: insereert aan het labium mediale van de linea aspera. Pars media: insereert aan het labium mediale van de linea aspera. Pars inferior: insereert aan de epicondylus medialis van Innervatie: partes superior en media door n. obturatorius (L2-L4). Pars inferior door n. tibialis (L4- L5). M. adductor longus (fig. 1.4) Functie: adductie, anteflexie en exorotatie van het Origo: ontspringt van het corpus van het os pubis. Insertie: insereert in het middelste deel van de labium mediale van de linea aspera van M. adductor brevis (fig. 1.4) Functie: adductie, anteflexie en exorotatie van het Origo: ontspringt van het corpus van het os pubis. Insertie: insereert in het middelste deel van de labium mediale van de linea aspera van Functie: adductie en anteflexie van het Tevens geeft de spier flexie van het been en endorotatie van het onderbeen. Origo: ontspringt van de ramus inferior van het os pubis. Insertie: insereert mediaal van de tuberositas tibiae in de pes anserinus superficialis. M. pectineus (fig. 1.4) Functie: adductie, anteflexie en exorotatie van het Origo: ontspringt van het pecten ossis pubis. Insertie: insereert aan de linea pectinea van het femur. Innervatie: n. femoralis (L2-L4) en ook wel de n. obturatorius (L2-L4). j 1.5 Exorotatie Er zijn elf spieren die exorotatie geven in het heup gewricht. Deze worden hieronder kort beschreven. M. piriformis (fig. 1.9) Functie: exorotatie van het Origo: ontspringt van de facies pelvina van het os sacrum. Innervatie: plexus sacralis (L5-S2). M. obturatorius internus (fig. 1.9) Functie: exorotatie van het Origo: ontspringt van de binnenzijde van de membrana obturatoria en de benige rand van de obturatorium. Insertie: insereert in de fossa trochanterica van Innervatie: plexus sacralis (L5-S2). M. obturatorius externus (fig. 1.10) Functie: exorotatie van het Origo: ontspringt van de buitenzijde van de membrana obturatoria en de benige rand van de obturatorium.
8 8 Zakboek anatomie m. piriformis m. gemellus superior m. obturatorius internus m. gemellus inferior m. quadratus femoris Figuur 1.9 Insertie: insereert in de fossa trochanterica van het femur. Mm. gemelli (fig. 1.9) Functie: exorotatie van het Origo: Gemellus superior: ontspringt van de spina ischiadica van het os ischii. Gemellus inferior: ontspringt van het tuber ischiadicum van het os ischii. Insertie: Gemellus superior: insereert in de fossa trochanterica van Gemellus inferior: insereert in de fossa trochanterica van Innervatie: plexus sacralis (L5-S2). M. quadratus femoris (fig. 1.9) Functie: exorotatie van het Origo: ontspringt van het tuber ischiadicum. Insertie: insereert aan de crista intertrochanterica van Innervatie: plexus sacralis (L5-S2). M. pectineus (fig. 1.4) Functie: exorotatie, anteflexie en adductie van het Origo: ontspringt van het pecten ossis pubis. Insertie: insereert aan de linea pectinea van het femur. Innervatie: n. femoralis (L2-L4) en ook wel de n. obturatorius (L2-L4). M. adductor magnus (fig. 1.4) Functie: exorotatie (pars superior en media) en endorotatie (pars inferior) van het Tevens geeft de spier adductie en retroflexie van het Origo: Pars superior: ontspringt van de ramus inferior van het os pubis en van de ramus van het os ischii. Pars media: ontspringt van de ramus van het os ischiii. Pars inferior: ontspringt van het tuber ischiadicum. Insertie: Pars superior: insereert aan het labium mediale van de linea aspera.
9 1 Anatomie van de heup 9 m. oturatorius externus Figuur 1.10 Pars media: insereert aan het labium mediale van de linea aspera. Pars inferior: insereert aan de epicondylus medialis van Innervatie: partes superior en media door n. obturatorius (L2-L4). Pars inferior door n. tibialis (L4- L5). M. adductor brevis (fig. 1.4) Functie: exorotatie, adductie en anteflexie van het Origo: ontspringt van het corpus van het os pubis. Insertie: insereert in het middelste deel van de labium mediale van de linea aspera van M. gluteus maximus (fig. 1.5) Functie: exorotatie en retroflexie van het Tevens geeft de spier abductie (bovenste vezels). Origo: ontspringt van het achterste deel van de facies glutea van het os ilium, van de fascia thoracolumbalis, van de facies dorsalis van het os sacrum en van het os coccygis en het lig. sacrotuberale. Insertie: insereert in de tractus iliotibialis (craniale vezels) en aan de tuberositas glutea (caudale vezels). Innervatie: n. gluteus inferior (L4-S2). M.gluteusmedius(fig.1.5) Functie: exorotatie en retroflexie (achterste vezels) van het Endorotatie en anteflexie (voorste vezels). Tevens geeft de spier abductie van het
10 10 Zakboek anatomie Origo: ontspringt van de facies glutea van het os ilium. M. sartorius (fig. 1.2) Functie: exorotatie, anteflexie en abductie van het Tevens geeft de spier flexie van het been en endorotatie van het onderbeen. Origo: ontspringt van de spina iliaca anterior superior. Insertie: insereert mediaal van de tuberositas tibiae in de pes anserinus superficialis. Innervatie: n. femoralis (L2-L4). j 1.6 Endorotatie Er zijn drie spieren die endorotatie geven in het heupgewricht. Deze worden hieronder kort beschreven. M. tensor fasciae latae (fig. 1.2) Functie: endorotatie (laterale vezels) en anteflexie (ventrale vezels) van het Tevens geeft de spier abductie van het Origo: ontspringt van de spina iliaca anterior superior. Insertie: insereert in de tractus iliotibialis van het M. gluteus minimus (fig. 1.8) Functie: endorotatie, abductie en anteflexie en van het Origo: ontspringt van de facies glutea van het os ilium. M.gluteusmedius(fig.1.5) Functie: endorotatie en anteflexie (voorste vezels). Retroflexie en exorotatie (achterste vezels) van het Tevens geeft de spier abductie van het Origo: ontspringt van de facies glutea van het os ilium. j 1.7 Ligamenten van de heup Hierna worden de belangrijkste ligamenten van de heup beschreven. Ligamentum iliofemorale ofwel ligamentum Bertini. (fig. 1.11). Dit ligament heeft een lateraal en een mediaal deel. Functie: remt de retroflexie, exorotatie en adductie (lateraal deel). Loopt van de spina iliaca anterior inferior naar de voorzijde van de trochanter major en hecht aan op de linea intertrochanterica. Ligamentum pubofemorale (fig. 1.11). Functie: remt de retroflexie, abductie en exorotatie. Loopt vanaf de ramus superior van het os pubis naar de mediale zijde van het collum femoris en loopt voor een deel uit in de pars medialis van het lig. iliofemorale. Ligamentum ischiofemorale (fig. 1.12). Functie: remt de retroflexie, endorotatie en abductie. Loopt van het corpus ossis ischii naar lateraal. De bovenste vezels hechten aan in de pars lateralis van het lig. iliofemorale. De onderste vezels lopen naar de fossa trochanterica van De diepst gelegen vezels lopen circulair rondom het corpus van het femur en vormen de zona orbicularis. Ligamentum capitis femoris (fig. 1.13). Functie: bevat bloedvaten die zorgen voor de voeding van de femurkop. Loopt van de randen van de incisura acetabuli naar aan de fovea capitis femoris. j 1.8 Schema Hieronder volgt een schema van de bewegingen van de heup met de daarbij horende musculatuur.
11 1 Anatomie van de heup 11 lig. iliofemorale lig. pubofemorale Figuur 1.11
12 12 Zakboek anatomie lig. iliofemorale lig. ischiofemorale Figuur 1.12 lig. capitis femoris Figuur 1.13
13 1 Anatomie van de heup 13 Functie Musculatuur Functie Musculatuur Anteflexoren M. psoas major M. obturatorius internus M. iliacus M. obturatorius externus M. sartorius Mm. gemelli M. tensor fasciae latae M. quadratus femoris M. rectus femoris M. pectineus M. pectineus M. adductor magnus M. adductor longus M. adductor brevis M. gracilis M. gluteus maximus M. gluteus medius voorste deel M. gluteus medius achterste deel M. gluteus minimus M. sartorius M. adductor brevis Endoratoren M. tensor fasciae latae Retroflexoren M. gluteus maximus M. gluteus minimus M. gluteus medius M. gluteus medius voorste deel M. biceps femoris caput longum M. semitendinosus M. semimembranosus M. adductor magnus Abductoren M. gluteus medius M. gluteus minimus M. gluteus maximus M. tensor fasciae latae Adductoren M. adductor magnus M. adductor longus M. adductor brevis M. gracilis M. pectineus Exoratoren M. piriformis
frontaal vlak sagittale as transversale as sagittaal vlak mediosagittaal (mediaan) vlak
j1 Anatomie van de heup As Vlak Beweging De Latijnse naam voor het heupgewricht is art. coxae; en het is een kogelgewricht (art. spheroidea). In het gewricht kan om drie assen bewogen worden. transversaal
Inhoud. Inleiding 1. 4 Anatomie van de schouder 41 4.1 Anteflexie 42 4.2 Retroflexie 42 4.3 Abductie 44 4.4 Adductie 46
Inhoud Inleiding 1 1 Anatomie van de heup 3 1.1 Anteflexie 4 1.2 Retroflexie 6 1.3 Abductie 7 1.4 Adductie 8 1.5 Exorotatie 9 1.6 Endorotatie 12 1.7 Ligamenten van de heup 12 1.8 Schema 14 2 Anatomie van
7.Aa,b Heupspieren (heupgewrichtsspieren), oorsprong op os coxae. a lateraal aanzicht. b mediaal aanzicht. Afb. 7.Aa,b
Heupgewrichtsspieren 1 7.Aa,b Heupspieren (heupgewrichtsspieren), oorsprong op os coxae. 0 M. gluteus medius buitenvlak van het darmbeen tussen linea glutea anterior en linea glutea posterior, labium externum
2. Bevestiging spieren. 3. Stevigheid (samen met spieren) 4. Beweeglijkheid (samen met spieren) 5. Aanmaak rode bloedcellen in beenmerg
Anatomy is destiny Sigmund Freud Belangrijkste botten Nomenclatuur Reina Welling WM/SM-theorieles 1 Osteologie bekken en onderste extremiteit Myologie spieren bovenbeen Met dank aan Jolanda Zijlstra en
Spiergroep Spier (onderdeel) Origo Insertie Innervatie Functie Ventrale spieren van de bovenarm (flexoren onderarm)
Spiergroep Spier (onderdeel) Origo Insertie Innervatie Functie bovenarm ) m. biceps brachii - caput breve Supraglenoid deel scapula Top processus coracoideus lateralis tot m. coracobrachialis Radius en
1. BEKKENGORDEL EN HEUP
Inleiding tot het orthopedisch onderzoek 1 DEEL II: HET ONDERSTE LIDMAAT Het bekken is een beenderige ring bestaande uit vier verschillende botten die onderling verbonden zijn met stevige ligamenten: Sacrum
6. Van welk deel van de wervelkolom is de vertebra prominens een onderdeel? 7. Hoe wordt de binnenste laag van het gewrichtskapsel genoemd?
Examen anatomie januari 2009 1. Wat kan gesteld worden van slow twitch spiervezels? A. Ze hebben een groot agonistisch vermogen. B. Ze hebben een groot anaeroob vermogen. C. Ze hebben een groot aeroob
Theorie - herexamen Anatomie 23 mei 2008
Theorie - herexamen Anatomie 23 mei 2008 1. Wat gebeurt er bij een excentrische contractie van een spier? A. De spier wordt korter. B. De spier wordt langer. C. De spierlengte blijft gelijk. 2. In welk
Theorie-examen Anatomie 13 januari 2006.
Theorie-examen Anatomie 13 januari 2006. 1. Wat is de diafyse van een pijpbeen? A. Het uiteinde van een pijpbeen. B. Het middenstuk van een pijpbeen. C. De groeischijf. 2. Waar bevindt zich de pink, ten
Theorie-examen anatomie 12 januari 2007
Theorie-examen anatomie 12 januari 2007 1. Welke uitspraak met betrekking tot spiercontracties is altijd juist? A. Bij concentrische contracties wordt de spanning in de spier kleiner. B. Bij excentrische
Spiertabellen1.2. Bij 'Blok Locomotorisch Stelsel & Huid', 2 de kandidatuur geneeskunde
Spiertabellen1.2 Bij 'Blok Locomotorisch Stelsel & Huid', 2 de kandidatuur geneeskunde Auteurs: Matthias De Moerloose Bronnen: Syllabus Prof. Roels, D Herde en Kerckaert Femke Delporte Hosford Muscle Tables
1. m. Rectus Abdominis (rechte buikspier) A. Origo en insertie: van 5-7de rib naar schaambeen. C. Indeling en functie van de spier:
1. m. Rectus Abdominis (rechte buikspier) A. Origo en insertie: B. Overspanning van: C. Indeling en functie van de spier: D. Bijzonderheden: E. Voorbeelden van oefeningen: van 5-7de rib naar schaambeen
Anatomie. Hier volgen 50 opgaven. Bij elke opgave zijn drie antwoorden gegeven. Slechts één van deze antwoorden is het goede.
Examenstichting Perimedische Opleidingen Diploma: sportmassage, massage, wellness massage 22 januari 2010, Beschikbare tijd: 60 minuten Anatomie Aanwijzing: Hier volgen 50 opgaven. Bij elke opgave zijn
Les Spierenondersteextremiteit. O: proximaal I : distaal
Les 10+11 Spierenondersteextremiteit O: proximaal I : distaal Oefenvragen les 10. Einde les 11 eindtoets anatomie in de les maken 1) Als een pees in het lichaam over een harde structuur schuift zal de
Anatomie van de Spieren
Schoudergordel en hals Schoudergordel M. Coracobrachialis M. Deltoideus M. Infraspinatus M. Latissimus dorsi M. Levator scapulae M. Pectoralis major Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl
Tabel van de perifere zenuwen [terminale takken]: bovenste extremiteit
Tabel van de perifere zenuwen [terminale takken]: bovenste extremiteit n. radialis n. axillaris C5-Th1 C5,C6 ALLE dorsale boven- en onderarmspieren Extensoren van de schouder, elleboog, pols, Abductie,
Linea intermedia Labium externum. Incisura ischiadica major. Spina ischiadica Incisura ischiadica minor Ramus ossis ischii. Ramus inferior ossis pubis
Heupbeen 7.1a,b Rechter heupbeen (os coxae). [6] Tuberculum iliacum Linea glutea anterior Ala ossis ilii Linea glutea posterior De beenderen van de bekkenkam Ä worden gebruikt als autoloog transplantaat.
De antwoorden op de opdrachten E-Learning VAN WIT EN ZWART. Opdracht 1. A = M. tensor fasciae lata B = lig. capitis femoris
De antwoorden op de opdrachten E-Learning VAN WIT EN ZWART Opdracht 1 A = M. tensor fasciae lata B = lig. capitis femoris C = caput femoris D = trochanter major E = collum femoris F = M. obturatorius internus
MASSAGETHERAPEUT
MASSAGETHERAPEUT WWW.I-LEARNING.BE BESPREKING VAN DE SKELETSPIEREN Tijdens de bespreking van de skeletspieren zal voor de spiernaam telkens de term musculus (spier) worden geplaatst. Vanaf nu vervangen
Theorie-examen anatomie 25 januari 2008
Theorie-examen anatomie 25 januari 2008 1. Welke van de volgende spieren is eenkoppig? A. De m. biceps brachii. B. De m. coracobrachialis. C. De m. gastrocnemius. 2. Welke van de volgende spieren geeft
1. Welke structuur verbindt trochanter minor met de linea aspera? Linea pectinea
Tussentijdse toets Anatomie maart 2005 Prof. M. Van Leemputte Rnr7 Vraag 1 tot 10: vul uw antwoord in op dit blad. 1. Welke structuur verbindt trochanter minor met de linea aspera? Linea pectinea 2. Welke
Belangrijkste spiergroepen
Welkom 2. Anatomie 2.6.7. Belangrijkste spiergroepen Als coach: belangrijk om belangrijkste spieren van het lichaam te kennen + ligging en functie van de spieren Ligging: beschreven a.d.h.v. oorsprong
M. supraspinatus. Origo: Insertio: Innervatie: Functie: Fossa supraspinata. Tuberculum maius. N. suprascapularis. Abductie arm
M. supraspinatus Fossa supraspinata Tuberculum maius N. suprascapularis Abductie arm M. infraspinatus Fossa infraspinata Tuberculum maius N. suprascapularis Exorotatie arm M. teres maior Dorsale zijde
23-Oct-14. 6) Waardoor wordt hyperextensie van het kniegewricht vooral beperkt? A) Banden B) Bot C) Menisci D) Spieren
Vlak As Beweging Gym Frontaal Sagitale Ab-adductie Radslag Latero flexie Ulnair-radiaal deviatie Elevatie-depressie Sagitaal Frontale Flexie-extensie Salto Transversale Ante-retro flexie Dorsaal flexie
Henny Leentvaar (Sport)massage Pagina 1 van 7 spieren studie hulp
Erector Trunci rug Crista Iliaca, sacrum Processie Spinosi en transversi, anguli costae, os occipitale Rugstrekken (extensie), zijwaarts buigen (lareroflexie), deflexie Quadratus Lumborum Sternocleidomastoid
Anatomie en karate-bewegen
Assistent Lerarenopleiding Karate-do Bond Nederland najaar 2014 Anatomie en karate-bewegen de onderste extremiteit Joost Franken en Peter Damen Anatomie en karate-bewegen Veilig en verantwoord lesgeven
* short head: eind van coracoid van scapula * long head: supraglenoid deel scapula. * Ulna. * halverwege voorkant humerus.
BOVENSTE EXTREMITEITEN Spiergroep Spiernaam Aanhechtingsplaats proximaal Aanhechtingsplaats distaal Innervatie Functie Extensoren bovenarm * m. biceps brachii * short head: eind van coracoid van scapula
De spieren (structuur)
Skelet achter 1. Cranium 2. Processus mastoideus 3. Maxilla 4. Mandibularium 5. Arcus Vertebrae C5 6. Processus Transversalis C5 7. Costa 1 8. Costa 2 9. Clavicula 10. Acromion 11. Caput humerus 12. Sulcus
MASSAGETHERAPEUT
MASSAGETHERAPEUT WWW.I-LEARNING.BE INHOUD INLEIDING P.8 INLEIDING TOT DE ANATOMIE P.9 Cytologie p.9 Anatomie van de cel p.9 Het celmembraan p.10 Het cellichaam p.10 Celvocht (cytoplasma) p.10 DNA Structuur
Spieren van het bovenste membrum
Spieren van het bovenste membrum Verbinding tussen romp en lidmaat Trapezius - schedel - processus spinosi C1 T11 - bovenste vezels: lateraal 1 /3 clavicula - middelste vezels: acromion - extensie hoofd
https://www.visiblebody.com/anatomy-and-physiology-apps/human-anatomy-atlas
Amstelveen, 29 april 2017 Beste collega s In juni gaan we met het schoudernetwerk weer naar de snijzaal. Om deze sessie goed voor te bereiden een kleine opfrissing van de anatomie middels deze mailronde.
Inhoud. Spiertrainer 4 Romp
Borst-(tussenrib)spieren 1 4.A Eigenlijke borstspieren (gewrichtsspieren van de ribben) aan de binnenzijde van het thoraxskelet, achteraanzicht; oorsprong (linker lichaamshelft), aanhechting (rechter lichaamshelft).
voetverzorging uit Bakens & Zadkine Informatie mbtstof Anatomie Voetverzorging eindtermen
Voetverzorging Informatie mbtstof Anatomie voetverzorging uit Bakens & Zadkine eindtermen Beenderen onderste extremiteiten Focus bekken Oefening locatie beenderen in menselijk lichaam http://www.memorizer.net/nl/menselijk_lichaam/skelet/0
Afbeelding 1: Situatie voor en na de totale heupoperatie (Academisch Medisch Centrum 2009).
Afbeelding 1: Situatie voor en na de totale heupoperatie (Academisch Medisch Centrum 2009). Beroepsopdracht van: Nicolet Kooij & Simone Rekers In opdracht van: Hogeschool van Amsterdam ASHP, opleiding
Spierstelsel onderbeen en voet
Spierstelsel onderbeen en voet Jan van Ede - Semester 2 Cursusjaar 2013 - studentnummer 931951 Spierstelsel onderbeen en voet 1 december 2013 Inhoudsopgave Voorwoord 3 1 Onderbeenmusculatuur (exentrieke
5 Bot tussenstof bestaat behalve uit calciumzouten eveneens uit: a) Fibreuze vezels b) Elastische vezels c) Reticulaire vezels d) Collagene vezels 6
Oefenvragen 1 De diafyse van een pijpbeen; a) Is het middenstuk van een pijpbeen b) Is onderdeel van de gewrichten c) Bevind zich aan de uiteinden van een pijpbeen d) Bevind zich vlak onder het periost
Een fotoatlas van de. anatomie in vivo 2. Onderste extremiteit. Serge Tixa. Bohn Stafleu Van Loghum
Een fotoatlas van de anatomie in vivo 2 Onderste extremiteit Serge Tixa Bohn Stafleu Van Loghum Een fotoatlas van de anatomie in vivo 2 Onderste extremiteit EEN FOTOATLAS VAN DE ANATOMIE IN VIVO 2 ONDERSTE
Provocatietesten en Mobiliteitstesten van het SI-gewricht: Validiteit & Betrouwbaarheid. Reader
Reader Provocatietesten en Mobiliteitstesten van het SI- Gewricht Anatomie en diagnostiek van het SI-gewricht Hans Denneman & Guido Stam, juni 2008 Inleiding De afgelopen tien / vijftien jaar is men met
1) Tot de flexorenvan de knie behoort o.a. A) M Soleus B) M Glutaeus maximus C) M Gastrocnemius D) M Vastus medialis. Vragen les 1 fysiologie
1) Tot de flexorenvan de knie behoort o.a. A) M Soleus B) M Glutaeus maximus C) M Gastrocnemius D) M Vastus medialis Vragen les 1 fysiologie 2) Aan de spina iliaca anterior superior (sias) hechten vast:
OPEN LESSEN HERFSTVAKANTIE FUNCTIONELE ANATOMIE Prof. dr. Ingrid Kerckaert 13u-14u15
OPEN LESSEN HERFSTVAKANTIE 2016 FUNCTIONELE ANATOMIE Prof. dr. Ingrid Kerckaert 13u-14u15 WERKING KNIEGEWRICHT (beschouwingen uit de literatuur) PATELLA: - beschermt kniegewricht - is katrol voor pees
Cursus Ontspanningsmassage. Bijlage spieren. Trapezius
Cursus Ontspanningsmassage Bijlage spieren. Trapezius De trapezius (monnikskapspier) is een ruitvormige spier boven aan de achterkant van het lichaam. De trapezius loopt van de schedelbasis tot aan het
Provocatietesten en Mobiliteitstesten van het SI-gewricht: Validiteit & Betrouwbaarheid. Reader
Reader Provocatietesten en Mobiliteitstesten van het SI- Gewricht Anatomie en diagnostiek van het SI-gewricht Hans Denneman & Guido Stam, juni 2008 Inleiding De afgelopen tien / vijftien jaar is men met
Opleidingsprogramma. Percutaneous Needle Electrolysis (PNE)
Opleidingsprogramma Percutaneous Needle Electrolysis (PNE) Bent u als fysiotherapeut op zoek naar innovatie in uw praktijk? Creëer toegevoegde waarde voor uw patiënt met Percutaneous Needle Electrolysis
De plaatsbepalende uitdrukkingen (mediaal, lateraal etc.) worden altijd gebruikt ten opzichte van een ander lichaamsdeel.
Deel 1 Anatomie H1 Algemeen Anatomie (=ontleedkunde): kennis van de bouw van het menselijk lichaam. Bij inspectie van het lichaam van de cliënt wordt uitgegaan van de anatomische stand: voeten een stukje
DEEL II: HET ONDERSTE LIDMAAT (vervolg)
Inleiding tot het orthopedisch onderzoek 1 DEEL II: HET ONDERSTE LIDMAAT (vervolg) 3. ENKEL EN VOET 3.1. Inspectie in staande houding m. gastrocnemius Calcaneum Valgushoek achillespees met hiel Malleolus
Spieractivatiepatronen tijdens fitness oefeningen op de Carving Pro. Maastricht University: Pieter Oomen (MSc) Hans Savelberg (PhD)
Spieractivatiepatronen tijdens fitness oefeningen op de Carving Pro Maastricht University: Pieter Oomen (MSc) Hans Savelberg (PhD) December, 2010 Inleiding De Carving Pro is een fitnessapparaat waarmee
Skillslab handleiding
Skillslab handleiding Faculteit Geneeskunde & Gezondheidswetenschappen Inleiding tot het orthopedisch onderzoek Academiejaar 2011-2012 Skillslabteam Dr. Francis Hugelier - Dr. Jan Reniers Dr. Hans Van
Osteopathische Geneeskunde. De heup. Luc Peeters & Grégoire Lason
Osteopathische Geneeskunde De heup Luc Peeters & Grégoire Lason De heup Luc Peeters & Grégoire Lason Copyright door Osteo 2000 bvba 2013. Niets uit deze opgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar
Inspectie, anatomische structuren en palpatie liggend
Inleiding tot het orthopedisch onderzoek 1 2.3. ENKEL EN VOET 2.3.1. Inspectie in staande houding m. gastrocnemius Calcaneum Valgushoek achillespees met hiel Malleolus medialis en lateralis Lengtegewelf
Dissectie. Geïllustreerde handleiding
Dissectie Geïllustreerde handleiding De afbeeldingen zijn zo gekozen dat bijna alle vermelde structuren erop te zien zijn. Inhoudstafel Regio pectoralis 2 Axilla 3 Bovenste lidmaat Anterior 6 Bovenste
DE INTRINSIEKE MUSCULATUUR VAN DE HAND: ANATOMIE EN FUNCTIE
DE INTRINSIEKE MUSCULATUUR VAN DE HAND: ANATOMIE EN FUNCTIE Prof.dr. P.M.N. Werker, plastisch chirurg, Universitair Medisch Centrum Groningen 1. Inleiding Intrinsieke musculatuur van de hand betreft die
Algemene anatomie van skelet en spieren. Drs. Ed Hendriks, Hans Helsper, Jan Vink
Algemene anatomie van skelet en spieren Drs. Ed Hendriks, Hans Helsper, Jan Vink Algemene anatomie van skelet en spieren* Drs. Ed Hendriks, Hans Helsper, Jan Vink Anatomie is de leer van de beenderen en
Dryneedling bij bekkenproblemen postpartum
Dryneedling bij bekkenproblemen postpartum Een nuttige Interventie Cecile Röst Introductie In onze praktijk sinds 1996 ongeveer 800 nieuwe vrouwelijke bekkenpijnpatiënten per jaar 90% komt tijdens de zwangerschap,
Bouw van een skeletspier
Reina Welling WM/SM-theorieles 5 Met dank aan Jolanda Zijlstra en Bart van der Meer Bouw van een skeletspier faculty.etsu.edu Welke eigenschappen horen bij type I en welke bij type II spiervezels? Vooral
Reader Bowflex. Hogeschool van Amsterdam 09/2009
Reader Bowflex Hogeschool van Amsterdam 09/2009 Voorwoord. We zijn afgelopen schooljaar bezig geweest met het opstellen van readers voor het gebruik van de pully en bowflex apparaat. Hierin hebben wij
Meten is weten. Osteokinematisch passief angulair bewegen. S. Bakker & F. Welman. Opdrachtgever: J. Giesen Coach: G. Sprenger
Meten is weten Osteokinematisch passief angulair bewegen S. Bakker & F. Welman Opdrachtgever: J. Giesen Coach: G. Sprenger S. Mei Bakker, 2013 F. Welman 0 Voorwoord In het kader van de beroepsopdracht
Reader Pully. Hogeschool van Amsterdam 09/2009
Reader Pully Hogeschool van Amsterdam 09/2009 Voorwoord. We zijn afgelopen schooljaar bezig geweest met het opstellen van readers voor het gebruik van de pully en bowflex apparaat. Hierin hebben wij verschillende
Krachttraining. Naam: Klas: Docent:
Krachttraining Naam: Klas: Docent: Inhoudsopgave Voorwoord Blz. 1 Inleiding Blz. 2-3 Trainingsprincipes Blz. 4 Romp Blz. 5-9 Benen Blz. 10-14 Armen Blz. 15-17 Nawoord Blz. 18 Bronvermelding Blz. 19 Voorwoord
Anatomie van het bewegingsapparaat itemlijst
Anatomie van het bewegingsapparaat itemlijst Deze itemlijst is bedoeld als hulpmiddel bij het bestuderen van de anatomie door weer te geven welke anatomische structuren gekend dienen te worden. Met behulp
Uit: prometheus. Reina Welling WM/SM-theorieles 2. Transversale / frontale as = van links naar rechts = rekstok
Herhaling vorige les Nomenclatuur: bewegingsbepalende uitdrukkingen Reina Welling WM/SM-theorieles 2 Histologie: botweefsel, dekweefsel Myologie: m. tibialis anterior, extensorengroep en de peroneusgroep
De 5 klassieke blocks. De 5 klassieke blocks. Deze uiteenzetting
De 5 klassieke blocks LOCO-REGIONALE ANESTHESIE: ENKELE NUTTIGE TECHNIEKEN NAAST DE 5 KLASSIEKE BLOCKS dr. Philippe Van Loon Adjunct-Kliniekhoofd Anesthesie UZ Leuven 5 blocks everyone should know (cfr.
SPORTMASSAGE les 1 woensdag 190907. Hoofdstuk 1. Anatomie of ontleedkunde: Kennis van de bouw van het menselijk lichaam
SPORTMASSAGE les 1 woensdag 190907 Hoofdstuk 1 Anatomie of ontleedkunde: Kennis van de bouw van het menselijk lichaam 1.1 plaatsbepalende uitdrukkingen anatomische stand ( de stand die gebruikt wordt voor
Inhoud. Spiertrainer 3 Hals. 0 basis van de binnenzijde van de onderkaak etagegewijs bij de linea mylohyoidea
Suprahyoïdale spieren 1 3.A Halsspieren die tot het hoofd behoren mm. colli mm. suprahyoidei. Oorsprong op de schedel, aanzicht rechts-lateraal. M. digastricus 0 venter posterior incisura mastoidea M.
5 In welk deel van de wervelkolom treffen we de meeste wervels aan? A het cervicale deel B het lumbale deel C het sacrale deel D het thoracale deel
1 Uit welk soort kraakbeen bestaat een discus intervertebralis? A elastisch kraakbeen B glasachtig kraakbeen C hyalien kraakbeen D vezelig kraakbeen 2 Waar vindt diktegroei van een botstuk plaats? A vanuit
1 Een 48-jarige man met een forse zwelling in de linker trochantermajorregio na een val van een paard
1 Een 48-jarige man met een forse zwelling in de linker trochantermajorregio na een val van een paard Pat Wyffels Een 48-jarige man viel van zijn paard en kwam neer op zijn linkerzij. Drie dagen later
Spierenbovensteextremiteit
Spierenbovensteextremiteit O: Proximaal I : Distaal 1) Tussen welke botten vormt het onderste spronggewricht een verbinding? A) Calcaneus, naviculare, cuboideum B) Calcaneus, naviculare, talus C) Cuneiforma,
Gesloten vragen Functionele Anatomie II
Gesloten vragen Functionele Anatomie II 2013-2014 1. Ab- en adductie vindt plaats om een longitudinale as 2. In de anatomische houding is, in het sagittale vlak van de wervelkolom, lumbaal een lordose
DE SCHOUDER van BINNEN naar BUITEN. Wietske Wind Thom van der Sloot
DE SCHOUDER van BINNEN naar BUITEN Wietske Wind Thom van der Sloot WIE ZIJN WIJ WIETSKE WIND DOCENTE CIOS HEERENVEEN OPLEIDER SPORTMASSAGE/VERZORGING 1997 SPORTMASSEUR SINDS 1995 THOM vd SLOOT Ex DOCENT
Skillslab handleiding
Skillslab handleiding Faculteit Geneeskunde & Gezondheidswetenschappen Inleiding tot het orthopedisch onderzoek Academiejaar 2012-2013 Dr. Francis Hugelier - Dr. Jan Reniers Dr. Hans Van den Abbeele Met
Lichamelijk onderzoek
Hoofdstuk 3 Lichamelijk onderzoek Het lichamelijk onderzoek omvat de volgende onderdelen: -- inspectie in rust -- passief en actief uitgevoerd onderzoek naar de beweeglijkheid van de cervicale wervelkolom,
Liesblessure, een hinderlijke aandoening of toch niet?
NGS KENNISDAG 2018 Liesblessure, een hinderlijke aandoening of toch niet? Gastdocenten Wim Wildeman Bennie Theunissen Liesblessure Definitie: een liesblessure is een aandoening die wordt waargenomen in
HSS: Hip Spine Syndrome.
HSS: Hip Spine Syndrome. Door Gerard Koel, FT / MT / MSc / docent Saxion Presentatie 1, 04-04-2012, Saxion hogeschool Enschede. INHOUD HSS 1. Inleiding op thema HSS. 2. Zeven vragen huiswerkopdracht. 3.
Spierenbovensteextremiteit
Spierenbovensteextremiteit O: Proximaal I : Distaal 1) Tussen welke botten vormt het onderste spronggewricht een verbinding? A) Calcaneus, naviculare, cuboideum B) Calcaneus, naviculare, talus C) Cuneiforma,
VUmc_CAT_BB_B15_ _inzage Friday, January 12, :42
pagina 1 van 26 VUmc_CAT_BB_B15_2018-02-01_inzage Friday, January 12, 2018 16:42 Block 1, 54 question(s), maximum score 54 CAT BB B15 [01-02-2018] INZAGE 1 of 54 [Netter, Atlas of Human Anatomy, 2nd ed.1997]
Sportmassage Theorie: samenvatting
Hoofdstuk 1 Anatomie of ontleedkunde: Kennis van de bouw van het menselijk lichaam 1.1 Plaatsbepalende uitdrukkingen Anatomische stand (de stand die gebruikt wordt voor de inspectie van personen): Rechtop,
2 De romp. Zichtbare en palpabele oriëntatiepunten van de romp
6 Merck Manual 2 De romp De romp is het centrale deel van het lichaam. In dit boek zullen we alleen ingaan op de romp als deel van het bewegingsapparaat en niet op de interne organen. De wervelkolom (columna
Skillslab handleiding
Skillslab handleiding Faculteit Geneeskunde & Gezondheidswetenschappen Inleiding tot het orthopedisch onderzoek Academiejaar 2011-2012 Skillslabteam : Dr. Francis Hugelier - Dr. Jan Reniers Dr. Hans Van
Auteur(s): Frank van de Beld Titel: Iliumkanteling tijdens het gaan Jaargang: 2001 Jaartal: 19 Nummer: 3 Oorspronkelijke paginanummers:
Auteur(s): Frank van de Beld Titel: Iliumkanteling tijdens het gaan Jaargang: 2001 Jaartal: 19 Nummer: 3 Oorspronkelijke paginanummers: 149-160 Deze online uitgave mag, onder duidelijke bronvermelding,
Beenlengteverschil Ine Schops 25/04/2015
Ine Schops 25/04/2015 Tensecrety (Tom Myers) Trekkracht: Fascia Drukkracht: Botten Myofascial Chain Muscle Chains Spierkettingen Parallel met lichaamsmediaan Statisch Stabilisatie + : Afwijkende bewegingspatronen
Auteur(s): E. Koes Titel: Bekkenmobiliteit in zit Jaargang: 17 Jaartal: 1999 Nummer: 3 Oorspronkelijke paginanummers:
Auteur(s): E. Koes Titel: Bekkenmobiliteit in zit Jaargang: 17 Jaartal: 1999 Nummer: 3 Oorspronkelijke paginanummers: 156-169 Deze online uitgave mag, onder duidelijke bronvermelding, vrij gebruikt worden
Chirurgische technieken
Chirurgische technieken Interuniversitair postgraduaat 28/10/2013 Interuniversitair Postgraduaat Prof. F. Vermassen 18/10/2013 UGent Thoracovasculaire Heelkunde Chirurgische technieken 1. Varicectomie
Krachttraining. Een krachttrainingsschema voor Bewegen, sport en maatschappij. Naam Klas Docent
Krachttraining Een krachttrainingsschema voor Bewegen, sport en maatschappij Naam Klas Docent Inhoudsopgave Inleiding... 3 Musculus biceps brachii... 4 Informatie... 4 Oefening... 4 Musculus pectoralis
BODYFOCUS 6 : ACHTERKANT BEKKEN
Strokes Bodyfocus 6 BODYFOCUS 6 : ACHTERKANT BEKKEN BODY READING 1. Probeer te zien of de billen samengetrokken zijn en de anus gespannen, of dat ze naar achteren gerond zijn terwijl de genitaliën eerder
Anatomische terminologie
1 Skelet Anatomische terminologie links / rechts proximaal / distaal lateraal / mediaan / mediaal centraal / perifeer ventraal / dorsaal intern / extern craniaal / caudaal magnus (major / maximus) / parvus
Onstabiel gevoel Last bij stappen
Naam: Datum: Leeftijd: 37 jaar Geslacht: M/V Beroep: bediende Adres: Telefoonnummer: / Hobby: joggen, zwemmen (totaal: 3u/week) Hoofdprobleem: Onstabiel gevoel en last ter hoogte van de rechter enkel Lichaamsdiagram
18 10 2008 Bijscholing BorgInsole 1
Intoeing - Outtoeing Intoeing Outtoeing Problemen ter hoogte van Voet Enkel Tibia Knie Femur Heup Intoeing - Outtoeing Oorzaak Structureel Osteair Intoeing - Outtoeing Therapie Chirurgie In- of outtoeing
Bewegingsleer Deel I De bovenste extremiteit
Bewegingsleer Deel I De bovenste extremiteit Bewegingsleer Deel I De bovenste extremiteit I.A. Kapandji Bohn Stafleu van Loghum Houten 2009 Ó 2009 Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Uitgeverij
KSE. KSE Krachttraining. Klas. Naam. Docent:
KSE KSE Krachttraining Klas Naam Docent: Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 Opdracht Krachttraining... 3 Voorwoord... 4 Spieren... 5 Driekoppige elleboogstrekker (musculus triceps brachii)... 5 Vierkoppige
De primaire frozen shoulder Stenvers, Jan Derek
De primaire frozen shoulder Stenvers, Jan Derek IMPORTANT NOTE: You are advised to consult the publisher's version (publisher's PDF) if you wish to cite from it. Please check the document version below.
Auteur(s): C. Riezebos Titel: De gang van Duchenne Jaargang: 5 Jaartal: 1987 Nummer: 3 Oorspronkelijke paginanummers: 94-119
Auteur(s): C. Riezebos Titel: De gang van Duchenne Jaargang: 5 Jaartal: 1987 Nummer: 3 Oorspronkelijke paginanummers: 94-119 Dit artikel is oorspronkelijk verschenen in Haags Tijdschrift voor Fysiotherapie,
Inhoud. Halsspieren 1. 3 Hals. 3.1 Oppervlakkige hals- en gezichtsspieren, aanzicht rechts-lateraal. [12] M. orbicularis oculi (pars orbitalis)
Halsspieren 1 3.1 Oppervlakkige hals- en gezichtsspieren, aanzicht rechts-lateraal. [12] Venter frontalis van de m. occipitofrontalis Galea aponeurotica Fascia parotideomasseterica Venter occipitalis van
Auteur(s): C. Riezebos Titel: Origo versus insertie Jaargang: 13 Jaartal: 1995 Nummer: 2 Oorspronkelijke paginanummers:
Auteur(s): C. Riezebos Titel: Origo versus insertie Jaargang: 13 Jaartal: 1995 Nummer: 2 Oorspronkelijke paginanummers: 102-125 Deze online uitgave mag, onder duidelijke bronvermelding, vrij gebruikt worden
