tripels van Pythagoras Jaap Top

Vergelijkbare documenten
ANTWOORDEN blz. 1. d = 1013; = ; = ; =

PG blok 4 werkboek bijeenkomst 4 en 5

3.1 Negatieve getallen vermenigvuldigen [1]

3.0 Voorkennis. y = -4x + 8 is de vergelijking van een lijn. Hier wordt y uitgedrukt in x.

2.1 Bewerkingen [1] Video Geschiedenis van het rekenen ( 15 x 3 = 45

META-kaart vwo3 - domein Getallen en variabelen

ProefToelatingstoets Wiskunde B

Getaltheorie II. ax + by = c, a, b, c Z (1)

6.1 Kwadraten [1] HERHALING: Volgorde bij berekeningen:

1 Delers 1. 3 Grootste gemene deler en kleinste gemene veelvoud 12

Uitwerkingen toets 8 juni 2011

6.0 Voorkennis AD BC. Kruislings vermenigvuldigen: Voorbeeld: 50 10x ( x 1) Willem-Jan van der Zanden

Heron driehoek. 1 Wat is een Heron driehoek? De naam Heron ( Heroon) is bekend van de formule

4.1 Negatieve getallen vermenigvuldigen [1]

3.1 Kwadratische functies[1]

Wiskundige taal. Symbolen om mee te rekenen + optelling - aftrekking. vermenigvuldiging : deling

14.1 Vergelijkingen en herleidingen [1]

1. REGELS VAN DEELBAARHEID.

1.5.1 Natuurlijke, gehele en rationale getallen

2.1 Bewerkingen [1] Video Geschiedenis van het rekenen ( 15 x 3 = 45

Uitwerkingen toets 12 juni 2010

2. Optellen en aftrekken van gelijknamige breuken

1.1 Rekenen met letters [1]

Uitwerkingen voorbeeldtentamen 1 Wiskunde B 2018

7.0 Voorkennis. Definitie = Een afspraak, die niet bewezen hoeft te worden.

Deel C. Breuken. vermenigvuldigen en delen

De teller geeft hoeveel stukken er zijn en de noemer zegt wat de 5. naam is van die stukken: 6 taart geeft dus aan dat de taart in 6

Wanneer zijn veelvouden van proniks proniks?

kun je op verschillende manieren opschrijven of uitspreken: XX Daarnaast kun je een breuk ook opschrijven als een decimaal getal.

1 Kettingbreuken van rationale getallen

Noordhoff Uitgevers bv

1.1 Lineaire vergelijkingen [1]

1E HUISWERKOPDRACHT CONTINUE WISKUNDE

OPLOSSINGEN VAN DE OEFENINGEN

De wortel uit min één. Jaap Top

WISKUNDE-ESTAFETTE 2012 Uitwerkingen. a b. e f g

FLIPIT 5. (a i,j + a j,i )d i d j = d j + 0 = e d. i<j

Breuken met letters WISNET-HBO. update juli 2013

PRIJEN en PRIPRIJEN Werkblad Rationale rechthoekige driehoeken

Hogeschool Rotterdam. Voorbeeldexamen Wiskunde A

WISKUNDE-ESTAFETTE 2011 Uitwerkingen

Memoriseren: Een getal is deelbaar door 10 als het laatste cijfer een 0 is. Of: Een getal is deelbaar door 10 als het eindigt op 0.

Getaltheorie I. c = c 1 = 1 c (1)

Het Breukenboekje. Alles over breuken

Uitwerkingen eerste serie inleveropgaven

RSA. F.A. Grootjen. 8 maart 2002

We beginnen met de eigenschappen van de gehele getallen.

Oefentoets uitwerkingen

Samenvatting VWO wiskunde B H04 Meetkunde

Copyright 2017 Gertjan Laan Versie 3.1. uitgeverij czarina

3.1 Haakjes wegwerken [1]

Vragen over algebraïsche vaardigheden aan het eind van klas 3 havo/vwo

12.0 Voorkennis. Voorbeeld 1: Los de vergelijking sin(a) = 0 op. We zoeken nu de punten op de eenheidscirkel met y-coördinaat 0.

Getallen, 2e druk, extra opgaven

WISKUNDE 1. Aansluitmodule wiskunde MBO-HBO

WISKUNDE-ESTAFETTE 2010 Uitwerkingen

13.0 Voorkennis. Deze functie bestaat niet bij een x van 2. Invullen van x = 2 geeft een deling door 0.

Oplossing van opgave 6 en van de kerstbonusopgave.

Paragraaf 4.1 : Kwadratische formules

Uitwerkingen Rekenen met cijfers en letters

Hoofdstuk 11 - formules en vergelijkingen. HAVO wiskunde A hoofdstuk 11

WISKUNDE-ESTAFETTE Minuten voor 20 opgaven. Het totaal aantal te behalen punten is 500

2 n 1. OPGAVEN 1 Hoeveel cijfers heeft het grootste bekende Mersenne-priemgetal? Met dit getal vult men 320 krantenpagina s.

Diophantische vergelijkingen

2.2 Ongelijknamige breuken en vereenvoudigde breuken Gemengde getallen optellen en aftrekken Van breuken naar decimale getallen 28

1.3 Rekenen met pijlen

Pijlenklokken. 1 Inleiding

priemgetallen en verzamelingen Jaap Top

extra oefeningen HOOFDSTUK 4 VMBO 4

6 Breuken VOORBEELDPAGINA S. Bestelnr Het grote rekenboek - overzicht - Hoofdstuk Breuken

Mirakel van Morley. Vergeten Stelling uit de Vlakke Meetkunde. Ideale oefening als afsluiting van de Goniometrie in 6 VWO. Bruikbaar als P.O.

2.1 Lineaire functies [1]

Getallenleer Inleiding op codeertheorie. Cursus voor de vrije ruimte

Hoofdstuk 1 LIJNEN IN. Klas 5N Wiskunde 6 perioden

OP WEG NAAR WISKUNDE. Plusboek uit de serie Het Grote Rekenboek Uitgeverij ScalaLeukerLeren.nl

Estafette. 36 < b < 121. Omdat b een kwadraat is, is b een van de getallen 49, 64, 81 en 100. Aangezien a ook een kwadraat is, en

Wiskunde voor bachelor en master. Deel 1 Basiskennis en basisvaardigheden. c 2015, Syntax Media, Utrecht. Uitwerkingen hoofdstuk 9

Examencursus. wiskunde A. Rekenregels voor vereenvoudigen. Voorbereidende opgaven VWO kan niet korter

7.1 Ongelijkheden [1]

In Katern 2 hebben we de volgende rekenregel bewezen, als onderdeel van rekenregel 4:

Deeltentamen I, Ringen en Galoistheorie, , 9-12 uur

Opmerking. TI1300 Redeneren en Logica. Met voorbeelden kun je niks bewijzen. Directe en indirecte bewijzen

Stoomcursus. wiskunde A. Rekenregels voor vereenvoudigen. Voorbereidende opgaven VWO ( ) = = ( ) ( ) ( ) = ( ) ( ) = ( ) = = ( )

Schooljaar: Leerkracht: M. Smet Leervak: Wiskunde Leerplan: D/2002/0279/048

Volledige inductie. Hoofdstuk 7. Van een deelverzameling V van de verzameling N van alle natuurlijke getallen veronderstellen.

Uitwerkingen toets 9 juni 2012

Magidoku s en verborgen symmetrieën

Uitwerkingen toets 9 juni 2010

Praktische opdracht Wiskunde Vermenigvuldiging en deling van lijnen en parabolen

Transcriptie:

tripels van Pythagoras Jaap Top BI-RuG & DIAMANT 9 en 10 en 11 april 2019 (collegecarrousel, Groningen) 1

Over natuurlijke getallen en Pythagoras: c b a a 2 + b 2 = c 2 2

Oplossingen in natuurlijke getallen (dus a, b, c uit 1, 2, 3, 4, 5, 6,......) zijn er heel veel: (3, 4, 5) (6, 8, 10) (5, 12, 13) (99, 20, 101) (400235, 472668, 619357) (1008996235, 1533526668, 1835695357) 3

Voorbeelden in een patroon : (99, 20, 101) (9999, 200, 10001) (999999, 2000, 1000001) (99999999, 20000, 100000001) (9999999999, 200000, 10000000001) (dus steeds bij de voorste twee 9 s erbij, bij de middelste een extra 0, en bij de achterste twee 0-en erbij) Opgave: bedenk waarom inderdaad in elke rij van dit patroon geldt dat a 2 + b 2 = c 2 4

Zulke drietallen (a, b, c) van positieve gehele getallen met a 2 + b 2 = c 2 noemen we tripels van Pythagoras Pythagoras was een Griekse filosoof die tussen ongeveer 570 v.chr. en 495 v.chr. leefde 5

buste van Pythagoras in het Vaticaan museum 6

tripels van Pythagoras werden al bekeken meer dan 1000 jaar voordat Pythagoras leefde: zo is er een kleitablet, afkomstig uit de zuid-oost punt van het huidige Irak, waarop 15 zulke tripels in spijkerschrift staan de kleitablet (Plimpton 322, genoemd naar de Amerikaanse uitgever/filantroop George Arthur Plimpton die de tablet in 1936 schonk aan Columbia University waar deze nog steeds is) dateert uit de periode 1900 v.chr. tot 1600 v.chr. 7

vijftien rijtjes (c 2 /a 2, b, c) bovenste: b = 119, c = 169 dus a = 120 vierde rij: b = 12709, c = 18541 dus a = 13500 de elfde rij: b = 45, c = 75 en dus a = 60. In dit geval alles delen door 15 geeft een kleinere en bekende: (a, b, c ) = (4, 3, 5) 8

Hoe maken we alle tripels van Pythagoras? Definitie: Een tripel van Pythagoras (a, b, c) heet primitief als a en b geen deler d > 1 gemeenschappelijk hebben Dus (3, 4, 5) is primitief, maar (6, 8, 10) is het niet, en (60, 25, 65) ook niet 9

Geldt voor een tripel van Pythagoras (a, b, c) dat a = d a en b = d b met d > 1, dan is c 2 = a 2 + b 2 = d 2 (a 2 + b 2 ), dus c 2 is deelbaar door d 2. Daaruit volgt dat c deelbaar is door d, oftewel c = d c voor een natuurlijk getal c Bijgevolg is dan a 2 + b 2 = c 2, dus door vermenigvuldigen met d krijgen we (a, b, c) uit het kleinere tripel (a, b, c ) Voorbeeld: (6, 8, 10) en (15, 20, 25) krijgen we uit (3, 4, 5) 10

Nu nog alle primitieve tripels van Pythagoras maken (de overigen krijgen we door alles te vermenigvuldigen met d = 2, 3, 4, 5,...) Stelling: Is (a, b, c) een primitief tripel van Pythagoras, dan is één van de getallen a, b even en de andere oneven 11

Stelling: Is (a, b, c) een primitief tripel van Pythagoras, dan is één van de getallen a, b even en de andere oneven Bewijs: Is (a, b, c) zo n primitief tripel, dan zijn a, b niet allebei even (want anders hadden ze 2 als gemeenschappelijke deler) Ze kunnen ook niet beide oneven zijn, want als a = 2k + 1 en b = 2l + 1 voor gehele getallen k, l, dan c 2 = a 2 + b 2 = 4k 2 + 4k + 4l 2 + 4l + 2. Hier zie je dat c 2 even is, en dus is c dat ook. Maar ook zie je dat c 2 niet deelbaar is door 4, terwijl het kwadraat van een even getal natuurlijk wel door 4 deelbaar is! Conclusie: a, b beide oneven is onmogelijk Dus is een van beide even en de andere oneven 12

Afspraak: in een primitief tripel van Pythagoras eisen we vanaf nu (door zonodig a en b te verwisselen) dat a oneven is, en b even. Dus goede primitieve tripels [kleitablet]: (119, 120, 169) (3367, 3456, 4825) (4601, 4800, 6649) en geen goede: (4,3,5) (b niet even); (6,8,10) (niet primitief); (1,2,3) (a 2 + b 2 c 2 ). 13

Nu alle goede primitieve tripels maken: is (a, b, c) er eentje, dan voldoet x = a/c, y = b/c aan x 2 + y 2 = 1 met andere woorden: ( a c, c b ) is een punt op de eenheidscirkel (x 2 + y 2 = 1), met beide coördinaten breuken, en beide coördinaten positief 14

Gegeven Q = (r, s) op de eenheidscirkel met r, s > 0 en r, s breuken, neem de lijn l door Q en P = (0, 1) l Q = (r, s) P = (0, 1) Dan l: y = hx 1, met helling h = s+1 r een breuk, en 1 < h < 15

Q = (r, s) l P = (0, 1) Omgekeerd: neem als helling een breuk h met 1 < h < en daarbij de lijn l: y = hx 1 door P = (0, 1) We kijken waar (behalve in P ) deze lijn de eenheidscirkel snijdt: een snijpunt (x, y) voldoet aan { y = hx 1 x 2 + y 2 = 1 16

Vul y = hx 1 in in de vergelijking x 2 + y 2 = 1, dat geeft dus (1 + h 2 )x 2 2hx = 0 x 2 + (hx 1) 2 = 1, Een oplossing is x = 0, en daarbij hoort y = hx 1 = 1: zo vinden we het snijpunt P = (0, 1) weer De andere oplossing voldoet aan (1+h 2 )x 2h = 0, dus x = 2h 1+h 2 Daarbij hoort y = hx 1 = h 2h 1+h 2 1 = 2h2 1+h 2 1+h2 1+h 2 = h2 1 1+h 2 Snijpunt dus Q = (r, s) = ( ) 2h 1+h 2, h2 1 1+h 2 17

Conclusie: de punten Q = (r, s) op de eenheidscirkel met r, s > 0 breuken krijg je, door een breuk h > 1 te nemen en dan Q = (r, s) = ( 2h 1+h 2, h2 1 1+h 2 ) y = hx 1 Q = ( 2h 1+h 2, h2 1 1+h 2) P = (0, 1) 18

We gaan nu van zo n breuk h > 1 via het punt Q op de cirkel naar een primitief tripel van Pythagoras Schrijf h = t/n (teller gedeeld door noemer) met t, n geheel en positief. De eis h > 1 betekent dat t > n We mogen en zullen aannemen, dat deze breuk niet verder te vereenvoudigen is. Dus: er is geen gehele d > 1 die zowel t als n deelt. Substitueer h = t/n in r = 2h 1+h 2 en in s = h2 1 1+h 2: 19

dat levert en r = 2t/n 1 + (t/n) 2 = 2tn n 2 + t 2, s = (t/n)2 1 1 + (t/n) 2 = t2 n 2 n 2 + t 2. De eigenschap r 2 + s 2 = 1 vertaalt zich, door vermenigvuldigen met (n 2 + t 2 ) 2, in (2tn) 2 + (t 2 n 2 ) 2 = (t 2 + n 2 ) 2 Dus (2tn, t 2 n 2, t 2 + n 2 ) is een tripel van Pythagoras! Voor welke t, n is hier een goed primitief tripel (a, b, c) van te maken? 20

We hebben (2tn, t 2 n 2, t 2 + n 2 ) met t > n > 0 gehele getallen en t/n niet verder te vereenvoudigen Dan zijn t en n niet beide even (want anders was t/n wél verder te vereenvoudigen) Zou van t, n er één even en één oneven zijn, dan is t 2 n 2 oneven. Dus in dat geval krijgen we zeker geen goed primitief tripel Wat overblijft, is het geval dat t, n beide oneven zijn. In dit geval is t 2 n 2 even, dus elk van a, b, c is dat. Nieuw tripel: (tn, (t 2 n 2 )/2, (t 2 + n 2 )/2) Claim: deze is primitief en goed 21

Stelling: Zijn t > n > 0 geheel en t, n niet beide oneven en niet beide deelbaar door een d > 1, dan is (tn, (t 2 n 2 )/2, (t 2 + n 2 )/2) een primitief goed tripel, en alle primitieve goede tripels krijg je zo Bewijs: per constructie is het een tripel van Pythagoras. Omdat a = tn oneven is, moet dan wel b = (t 2 n 2 )/2 even zijn. Zou het tripel niet primitief zijn, dan was er een priemgetal p dat zowel a = tn als b = (t 2 n 2 )/2 deelt. Maar als p het product tn deelt, dan deelt p ofwel t, ofwel n, maar niet beide. En dus kan p ook niet t 2 n 2 delen, dus evenmin b. Einde bewijs. 22

We kunnen nu alle tripels van Pythagoras maken, en nu gaan we dat een beetje meer systematisch doen Namelijk, door op een geordende manier alle breuken h = t/n met t, n oneven en positief en h > 1, oftewel t > n te construeren Op een heel andere manier dan we hier zullen doen, werd dit voor het eerst gevonden in 1934 door de Zweed B. Berggren en daarna opnieuw in 1963 door de Nederlander F.J.M. Barning Notatie: We schrijven Q on teller als noemer oneven >1 voor de breuken t/n > 1 met zowel 23

Hier zijn drie functies, waarvan we laten zien dat ze Q on >1 weer binnen Q on >1 afbeelden: f 3+ : x x + 2, f 23 : x 2 + 1 x, f 12 : x 2 1 x. 24

Bijbehorende grafieken: f 3+ en f 23 en f 12 25

Als x > 1, dan f 3+ (x) = x + 2 > 3. Vandaar de naam. En zijn t, n oneven, dan f 3+ ( n t ) = n t + 2 = t+2n n, dus beeldt f 3+ de getallen in Q on >1 weer op getallen in Qon >1 af Als x > 1, dan geldt 0 < 1 x < 1, en daarom ligt f 23(x) = 2 + 1 x tussen 2 en 3, en f 12 (x) = 2 1 x tussen 1 en 2 Verder is voor t, n oneven f 23 ( n t ) = 2 + n t = 2t+n t f 12 ( n t ) = 2 n t = 2t n t en Zo zie je dat ook deze functies Q on >1 weer binnen Qon >1 afbeelden 26

Voor het beeld van de drie functies zien we dus: Elke t/n in Q on >1 met t/n > 3 zit in het beeld van f 3+ (het is namelijk het beeld van t 2n n ), maar zo n t/n zit niet in het beeld van de andere twee functies Elke t/n in Q on >1 met 2 < t/n < 3 zit in het beeld van f 23 (het is namelijk het beeld van t 2n n ), maar zo n t/n zit niet in het beeld van de andere twee functies Elke t/n in Q on >1 met 1 < t/n < 2 zit in het beeld van f 12 (het is namelijk het beeld van 2n t n ), maar zo n t/n zit niet in het beeld van de andere twee functies Er blijft nog precies één getal in Q on >1 over, namelijk 3 = 3 1. Die is niet het beeld van een getal uit Q on >1 onder een van de drie functies 27

Observatie: voor elke t, n oneven en geheel met t > n > 0 (dus t/n in Q on >1 ) geldt, dat in f 3+(t/n) en in f 23 (t/n) en in f 12 (t/n) ofwel de teller, ofwel de noemer ook voorkomt in t/n. En de ander van teller/noemer is strict groter dan de andere in t/n In formules: f 3+ ( n t ) = t+2n n, en t + 2n > t; f 23 ( t n ) = 2t+n t, en 2t + n > n; f 12 ( t n ) = 2t n t, en 2t n > n. Combineer dit met wat we over het beeld van de drie functies weten: 28

Stelling: Elke t/n 3 in Q on >1 is het beeld van een k/l uit Qon >1 onder precies één van de drie functies f 3+, f 23, f 12. Hier komt k of l ook voor als teller of noemer in t/n, en de ander van het paar (k, l) is strict kleiner dan de ander van het paar (t, n) Zo kan je van een t/n in Q on >1 de teller en noemer steeds kleiner maken... tot je uitkomt bij 3 29

voorbeeld: 111 49 f 49 23 13 f 3+ 23 13 f 13 12 3 f 3+ 7 3 f 23 3 30

9 7 19 7 17 5 21 13 31 13 23 5 19 11 25 11 17 3 15 11 29 11 25 7 27 17 41 17 31 7 23 13 29 13 19 3 13 9 23 9 19 5 17 11 27 11 21 5 13 7 15 7 9 7 5 13 5 11 3 11 7 17 7 13 3 9 5 11 5 7 5 3 7 3 5 3 31

Van Q on >1 naar goede primitieve tripels: t/n (a, b, c) = ( tn, t2 n 2, t2 + n 2 2 2 met dus tn = a, t 2 = b + c, en n 2 = c b. Dan ( f 3+ ( n t ) = t+2n n levert tn + 2n 2, (t+2n)2 n 2 2, (t+2n)2 +n 2 ) 2, en dat is (a 2b + 2c, 2a b + 2c, 2a 2b + 3c), ( f 23 ( n t ) = n+2t t levert nt + 2t 2, (n+2t)2 t 2 2, (n+2t)2 +t 2 ) 2, en dat is (a + 2b + 2c, 2a + b + 2c, 2a + 2b + 3c), ( f 12 ( n t ) = 2t n t levert 2t 2 nt, (2t n)2 t 2 2, (2t n)2 +t 2 ) 2, en dat is ( a + 2b + 2c, 2a + b + 2c, 2a + 2b + 3c). ), 32

(a 2b + 2c, 2a b + 2c, 2a 2b + 3c) f 3+ (a, b, c) f 23 (a + 2b + 2c, 2a + b + 2c, 2a + 2b + 3c) f 12 ( a + 2b + 2c, 2a + b + 2c, 2a + 2b + 3c) 33

Het basiselement in Q on >1 is 3 = 3/1, en daarbij hoort het tripel (3, 4, 5) Hieruit zijn ze dan allemaal te maken, hier een begin: 34

(5, 12, 13) (3, 4, 5) (21, 20, 29) (15, 8, 17) (7, 24, 25) (55, 48, 73) (45, 28, 53) (39, 80, 89) (119, 120, 169) (77, 36, 85) (33, 56, 65) (65, 72, 97) (35, 12, 37) 35

36