Gebruikershandleiding Wat kunt u met dit apparaat? Snel aan de slag Kopiëren Afdrukken Scannen Document Server Web Image Monitor Papier en toner bijvullen Problemen oplossen Apparaatinformatie Informatie die niet in deze handleiding staat, kunt u terugvinden in de HTML-/PDF-bestanden op de meegeleverde cd-rom. Voor een veilig en juist gebruik, zorg ervoor dat u de "Veiligheidsinformatie" leest voordat u het apparaat gebruikt.
INHOUDSOPGAVE Hoe werkt deze handleiding?... 6 Symbolen in de handleiding...6 Modelspecifieke informatie... 7 Namen van belangrijke onderdelen...8 1. Wat kunt u met dit apparaat? Zoeken op wat u wilt doen... 9 Mijn kosten omlaag brengen... 9 Gescande bestanden gebruiken op de computer... 10 Bestemmingen registreren... 11 Het apparaat effectiever bedienen... 11 Mogelijkheden van dit apparaat...13 Het [Home]-scherm aanpassen... 13 Kopieën maken met de verschillende kopieerfuncties...14 Gegevens afdrukken met verschillende functies...15 Opgeslagen documenten gebruiken... 16 De scanner in een netwerkomgeving gebruiken...17 Tekstinformatie bij gescande data voegen...17 Voorkomen dat informatie uitlekt (beveiligingsfuncties)... 18 Centraal beheer van scaninstellingen en distributie...19 Het apparaat beheren en instellen met een computer... 19 Ongeoorloofd kopiëren voorkomen...20 2. Snel aan de slag Namen en functies van onderdelen...23 Functie van de waarschuwingslamp... 26 De apparaatopties...29 De externe apparaatopties...29 Namen en functies van het bedieningspaneel...31 De taal van het display wijzigen...34 Het bovenste scherm en het [Home]-scherm gebruiken... 35 Pictogrammen aan het [Home]-scherm toevoegen... 37 Functies in een programma registreren... 42 Voorbeeld van programma's...44 Het apparaat aan-/uitzetten... 48 1
De hoofdstroomschakelaar inschakelen...48 De hoofdstroomschakelaar uitschakelen...49 Inloggen op het apparaat... 50 Wanneer het verificatiescherm wordt weergegeven...50 Gebruikerscodeverificatie via het bedieningspaneel... 50 Inloggen via het bedieningspaneel...50 Uitloggen via het bedieningspaneel... 51 Originelen plaatsen... 52 Originelen op de glasplaat plaatsen... 52 Originelen in de automatische documentinvoer leggen...52 3. Kopiëren Basisprocedure...55 Automatisch verkleinen/vergroten... 57 Dubbelzijdig kopiëren... 59 Origineel- en kopieerrichting opgeven...61 Gecombineerd kopiëren... 63 Enkelzijdig combineren... 64 Dubbelzijdig combineren...65 Kopiëren op een aangepast papierformaat vanuit de multihandinvoer (lade A)... 68 Op enveloppen kopiëren... 70 Kopiëren op enveloppen vanuit de multihandinvoer (lade A)...70 Op enveloppen kopiëren vanuit de brede bulklade... 71 Sorteren...72 Het aantal te kopiëren sets wijzigen... 72 Gegevens opslaan in de Document Server... 74 4. Afdrukken Snelinstallatie...75 De eigenschappen van het printerstuurprogramma weergeven...76 Standaard afdrukken... 77 Bij gebruik van het PCL6-printerstuurprogramma... 77 Afdrukken op beide zijden van het papier... 78 Bij gebruik van het PLC6-printerstuurprogramma... 78 Dubbelzijdige afdruktypen... 78 2
Meerdere pagina's op één pagina afdrukken... 79 Bij gebruik van het PCL 6-printerstuurprogramma... 79 Vormen van gecombineerd afdrukken...79 Afdrukken op enveloppen...81 Envelopinstellingen via het bedieningspaneel configureren... 81 Op enveloppen afdrukken via het printerstuurprogramma...82 Opslaan en afdrukken met de Document Server... 83 Documenten opslaan in de Document Server... 83 Documenten beheren die opgeslagen zijn in de Document Server... 84 5. Scannen Basisprocedure bij gebruik van Scannen naar map... 85 Een gedeelde map aanmaken op een computer met Windows/de informatie van een computer bevestigen... 86 Een SMB-map registreren... 88 Een geregistreerde SMB-map verwijderen... 91 Het pad voor de bestemming handmatig invoeren... 92 Basisprocedure voor het verzenden van scanbestanden via e-mail... 94 Een e-mailbestemming opslaan...95 Een e-mailbestemming verwijderen...97 Een e-mailadres handmatig invoeren... 97 Basisprocedure voor het opslaan van scanbestanden... 98 Een opgeslagen bestand uit de lijst controleren...99 Het bestandstype opgeven... 101 Scaninstellingen opgeven... 103 6. Document Server Gegevens opslaan... 105 Opgeslagen documenten afdrukken... 107 7. Web Image Monitor Beginpagina weergeven...109 8. Papier en toner bijvullen Papier plaatsen... 111 Voorzorgsmaatregelen voor papier plaatsen... 111 Papier in lade 1 plaatsen...113 3
Papier in de A3/11 17 lade-eenheid plaatsen...115 Papier plaatsen in lade 2...116 Papier in de multihandinvoer (lade A) plaatsen... 118 Papier in de bulklade met drie laden plaatsen... 120 Papier in de brede bulklade met twee laden plaatsen... 122 Papier plaatsen in de tussenvoegeenheid...123 Voorbladen in de tussenvoegeenheid van de Perfect Binder plaatsen... 124 Papier met een vaste afdrukrichting of dubbelzijdig papier plaatsen... 127 Aanbevolen papier...130 Aanbevolen papierformaten en -typen... 130 Aangepast papier registreren...156 De papiernaam uit de papierbibliotheek selecteren...156 Papier registreren waarvan de papiernaam niet in de papierbibliotheek staat... 157 Een nieuw aangepast papier registreren door een bestaande papiersoort te wijzigen...160 Toner bijvullen...163 Faxberichten of gescande documenten verzenden wanneer de toner op is... 165 Gebruikte toner weggooien... 165 Menu-items en functies...166 9. Problemen oplossen Als een statuspictogram weergegeven wordt... 171 Wanneer een indicatielampje brandt of knippert bij de knop [Status controleren]...173 Als het apparaat een piepgeluid maakt... 175 Als u problemen heeft met de bediening van het apparaat... 177 Functies kunnen niet tegelijkertijd worden uitgevoerd...185 Meldingen bij gebruik van de Kopieerapparaat/Document Server-functie...186 Meldingen bij gebruik van de printer... 191 Meldingen op het bedieningspaneel bij gebruik van de printer...191 Meldingen in foutenlogboeken of rapporten bij gebruik van de printer...195 Meldingen bij gebruik van de scanner...208 Meldingen die op het bedieningspaneel worden weergegeven wanneer de scannerfunctie wordt gebruikt... 208 Als er foutmeldingen worden weergegeven op de clientcomputer... 219 Wanneer er andere meldingen worden weergegeven... 226 4
Wanneer er een probleem is met het scannen of opslaan van originelen...227 Als het Home-scherm niet bewerkt kan worden... 228 Als het adresboek geüpdatet wordt... 229 Wanneer gegevens niet verzonden kunnen worden vanwege een probleem met de bestemming..230 Wanneer het apparaat niet bediend kan worden vanwege een probleem met het gebruikerscertificaat...230 Wanneer er problemen optreden met het inloggen...232 Wanneer de gebruiker geen rechten heeft om een bewerking uit te voeren...233 Als de LDAP-server niet gebruikt kan worden...233 10. Apparaatinformatie Informatie over milieuwetgeving... 235 ENERGY STAR-programma... 235 Energiebesparende functies... 235 Gebruikersinformatie over elektrische en elektronische apparatuur (voornamelijk Europa)...... 237 Opmerking over het batterij- en/of accusymbool (alleen voor EU-landen) (voornamelijk Europa)...238 Milieuadvies voor gebruikers (voornamelijk Europa)...238 Opmerking voor gebruikers in de staat Californië (opmerking voor gebruikers in de Verenigde Staten) (voornamelijk Noord-Amerika)...239 INDEX...241 5
Hoe werkt deze handleiding? Symbolen in de handleiding De handleiding gebruikt de volgende symbolen: Geeft punten aan waar u rekening mee moet houden wanneer u het apparaat gebruikt en een uitleg van mogelijke oorzaken voor het vastlopen van papier, schade aan originelen of gegevensverlies. Lees deze uitleg zorgvuldig door. Geeft een aanvullende uitleg van de functies van het apparaat aan en instructies voor het oplossen van fouten die door de gebruiker zijn gemaakt. Dit symbool vindt u aan het eind van iedere sectie. Het geeft aan waar u meer relevante informatie kunt vinden. [ ] Geeft de namen van de toetsen aan die op het display verschijnen of refereren naar de (plastic) knoppen op het bedieningspaneel van het apparaat. (voornamelijk Europa en Azië), (voornamelijk Europa) of (voornamelijk Azië) (voornamelijk Noord-Amerika) De verschillen tussen de functies van Regio A en Regio B-modellen worden aangegeven door twee symbolen. Lees de informatie die wordt aangegeven door het symbool dat overeenkomt met de regio van het model dat u gebruikt. Voor meer informatie over welk symbool overeenkomt met het model dat u gebruikt, zie Pag. 7 "Modelspecifieke informatie". 6
Modelspecifieke informatie In dit gedeelte wordt uitgelegd tot welke regio uw apparaat behoort. Op de achterkant van het apparaat bevindt zich een sticker op de plaats die hieronder wordt weergegeven. De sticker bevat gegevens waarmee de regio van uw apparaat wordt geïdentificeerd. Lees wat er op de sticker staat. DER001 De volgende informatie is regiospecifiek. Lees de informatie onder het symbool dat overeenkomt met de regio van uw apparaat. (voornamelijk in Europa en Azië) Als de sticker de volgende informatie bevat, is uw apparaat een regio A-model: CODE XXXX -27, -29, -67 220 240 V (voornamelijk in Noord-Amerika) Als de sticker de volgende informatie bevat, is uw apparaat een regio B-model: CODE XXXX -17, -57 208-240 V De afmetingen in deze handleiding worden gegeven in twee meeteenheden: metrisch en in inches. Als uw apparaat een model uit regio A is, raadpleegt u de metrische meeteenheid. Als uw apparaat een model uit regio B is, raadpleegt u de meeteenheid in inch. Als uw apparaat een regio A-model is en op de sticker "CODE XXXX -27, -67" staat, raadpleeg dan ook " (voornamelijk in Europa)". Als uw apparaat een regio A-model is en op de sticker "CODE XXXX -29" staat, raadpleeg dan ook " (voornamelijk in Azië)". 7
Namen van belangrijke onderdelen In deze handleiding wordt er als volgt verwezen naar de belangrijkste onderdelen van het apparaat: Auto Document Feeder Automatische documentinvoer (ADF) Multi Bypass Tray BY5010 Multihandinvoer (lade A) Brede bulklade Brede bulklade (in deze handleiding verwijst brede bulklade naar de bulklade met drie laden en die met twee laden) LCIT RT5090 Brede bulklade met drie laden Vacuum Feed LCIT RT5100 Brede bulklade met twee laden Multi-Folding Unit FD5020 Multivouweenheid Decurl Unit DU5040 Ontkruleenheid Buffer Pass Unit Type S3 Buffereenheid Ring Binder RB5020 Ring Binder High Capacity Stacker SK5030 Hoogvolume stapeleenheid Trimmer Unit TR5040 Trimmereenheid Cover Interposer Tray CI5030 Tussenvoegeenheid Perfect Binder GB5010 Perfect Binder Tab Sheet Holder Type 3260 Tabbladhouder 8
1. Wat kunt u met dit apparaat? U kunt een beschrijving zoeken op wat u wilt doen. Zoeken op wat u wilt doen U kunt een procedure zoeken op wat u wilt doen. Mijn kosten omlaag brengen BRL059S Dubbelzijdig afdrukken van documenten met meerdere pagina's (Duplex kopie) Zie de handleiding Kopiëren / Document Server. Documenten bestaande uit meerdere pagina's afdrukken op één vel (Combineren) Zie de handleiding Kopiëren /Document Server. Controleren hoeveel papier is bespaard (scherm [Informatie]) Zie de handleiding Snel aan de slag. Minder elektriciteit verbruiken Zie de handleiding Snel aan de slag. 9
1. Wat kunt u met dit apparaat? Gescande bestanden gebruiken op de computer BQX138S Scanbestanden verzenden Zie de handleiding Scannen. De URL verzenden van de map waarin scanbestanden moeten worden opgeslagen Zie de handleiding Scannen. Scanbestanden opslaan in een gedeelde map Zie de handleiding Scannen. Scanbestanden opslaan op media Zie de handleiding Scannen. Tekstinformatie in gescande bestanden opnemen Zie de handleiding Scannen. Het beheren en gebruiken van gedigitaliseerde documenten (Document Server) Zie de handleiding Kopiëren / Document Server. 10
Zoeken op wat u wilt doen Bestemmingen registreren CAY062 Het bedieningspaneel gebruiken om bestemmingen in het Adresboek te registreren Zie de handleiding Scannen. Het apparaat effectiever bedienen BQX139S Vaak gebruikte instellingen registreren en gebruiken (Programmeren) Zie de handleiding Handige functies. 11
1. Wat kunt u met dit apparaat? Vaak gebruikte instellingen als begininstellingen registreren (Als standaard programmeren (Kopieerapparaat/Documentserver/Scanner)) Zie de handleiding Handige functies. Vaak gebruikte printerinstellingen registreren in het printerstuurprogramma Zie de handleiding Afdrukken. De begininstellingen van het printerstuurprogramma wijzigen in vaak gebruikte printerinstellingen Zie de handleiding Afdrukken. Snelkoppelingen toevoegen aan veelgebruikte programma's Zie de handleiding Handige functies. De volgorde van pictogrammen voor functies en snelkoppelingen wijzigen Zie de handleiding Handige functies. 12
Mogelijkheden van dit apparaat Mogelijkheden van dit apparaat In dit onderdeel worden de functies van dit apparaat beschreven. Het [Home]-scherm aanpassen De pictogrammen voor alle functies worden weergegeven op het [Home]-scherm. DER151 U kunt snelkoppelingen naar veelgebruikte programma's aan het [Home]-scherm toevoegen. De programma's kunnen eenvoudig worden opgeroepen door op de snelkoppelingen (pictogrammen) te drukken. U kunt ervoor kiezen om alleen pictogrammen weer te geven van functies en snelkoppelingen die u gebruikt. U kunt de volgorde van de pictogrammen voor functies en snelkoppelingen wijzigen. Voor meer informatie over de functies op het [Home]-scherm, zie Snel aan de slag. Voor meer informatie over het aanpassen van het [Home]-scherm, zie de handleiding Handige functies. 13
1. Wat kunt u met dit apparaat? Kopieën maken met de verschillende kopieerfuncties CWW102 U kunt in kleur kopiëren. U kunt de kleurenkopieermodus wisselen, afhankelijk van het type origineel en de gewenste afwerking. Zie de handleiding Kopiëren /Document Server. U kunt stempels op kopieën afdrukken. Stempels bevatten mogelijk een nummer, een gescande afbeelding, een datum, een paginanummer en tekst op de achtergrond. Zie de handleiding Kopiëren / Document Server. U kunt de kleurtinten en de beeldkwaliteit van de kopieën aanpassen. Zie Kopiëren / Document Server voor meer informatie over het aanpassen van kleuren. Zie Kopiëren / Document Server voor meer informatie over het aanpassen van afbeeldingen. U kunt de afbeelding die moet worden gekopieerd, verkleinen of vergroten. Met de functie Autom. verkl./vergr. herkent het apparaat automatisch het origineelformaat. Bovendien kan het apparaat dan een juiste reproductieverhouding selecteren op basis van het door u opgegeven papierformaat. Als de richting van het origineel afwijkt van die van het papier waarop u kopieert, draait het apparaat de originele afbeelding 90 graden zodat deze overeenkomt met het kopieerpapier. Zie de handleiding Kopiëren / Document Server. Met kopieerfuncties zoals Duplex, Combineren, Boekje en Tijdschrift kunt u papier besparen door meerdere pagina's op één vel te kopiëren. Voor meer informatie over dubbelzijdig kopiëren raadpleegt u de handleiding Kopiëren / Document Server. Raadpleeg de handleiding Kopiëren / Document Server voor meer informatie over gecombineerd kopiëren. 14
Mogelijkheden van dit apparaat Voor details over de boekjes- en tijdschriftfunctie, zie de handleiding Kopiëren / Document Server. U kunt op verschillende typen papier kopiëren zoals op enveloppen en overheadsheets. Zie de handleiding Kopiëren / Document Server. Met de finisher kunt u uw kopieën sorteren, nieten en perforeren. Zie de handleiding Kopiëren / Document Server. Met de multi-vouweenheid kunt u uw kopieën vouwen. Zie de handleiding Kopiëren / Document Server. Met de ringbinder kunt u uw kopieën binden met een bindrug. Zie de handleiding Kopiëren / Document Server. Met de perfect binder kunt u lijm op de rug van samengebrachte pagina's doen om ze te binden in een boekje. Zie de handleiding Kopiëren / Document Server. Gegevens afdrukken met verschillende functies CWW103 Dit apparaat ondersteunt netwerkverbindingen en lokale verbindingen. U kunt afdruktaken die zijn opgeslagen op de harde schijf van het apparaat en die eerder werden verzonden vanaf computers via het printerstuurprogramma, afdrukken of wissen. U kunt kiezen uit de volgende soorten afdruktaken: Testafdruk, Beveiligde afdruk, Uitgestelde afdruk en Opgeslagen afdruk. Zie de handleiding Afdrukken. Met de finisher kunt u uw afdrukken nieten en perforeren. 15
1. Wat kunt u met dit apparaat? Raadpleeg de handleiding Afdrukken voor meer informatie over nieten. Raadpleeg de handleiding Afdrukken voor meer informatie over perforeren. Met de multivouweenheid kunt u uw afdrukken vouwen. Voor informatie over multivouw, zie Afdrukken. Met de ring binder kunt u uw afdrukken binden met een bindrug. Zie Afdrukken. Met de perfect binder kunt u lijm op de rug van samengebrachte pagina's doen om ze te binden in een boekje. Zie Afdrukken. U kunt bestanden die op een memorystick of extern geheugen staan, afdrukken en hierbij afdrukvoorwaarden instellen zoals afdrukkwaliteit en afdrukformaat. Zie de handleiding Afdrukken. Opgeslagen documenten gebruiken U kunt bestanden die zijn gescand door het kopieerapparaat, de printer of de scannermodus opslaan op de harde schijf van het apparaat. Met Web Image Monitor kunt u uw computer gebruiken om opgeslagen bestanden op te zoeken, te bekijken, te verwijderen en te versturen via het netwerk. U kunt ook de printerinstellingen wijzigen en meerdere documenten afdrukken (Document Server). CWW104 U kunt opgeslagen documenten die met de scannerfunctie zijn gescand, overdragen naar uw computer. Voor meer informatie over het gebruik van de Document Server, zie de handleiding Kopiëren / Document Server. 16
Mogelijkheden van dit apparaat Voor meer informatie over het gebruik van de Document Server in de kopieermodus, zie de handleiding Kopiëren / Document Server. Voor meer informatie over het gebruik van de Document Server in de printermodus, zie de handleiding Kopiëren / Document Server. Voor meer informatie over het gebruik van de Document Server in de scannermodus, zie de handleiding Scannen. De scanner in een netwerkomgeving gebruiken CWW106 U kunt scanbestanden naar een bepaalde bestemming verzenden via e-mail (scanbestanden verzenden via e-mail). Zie de handleiding Scannen. U kunt scanbestanden direct naar mappen verzenden (scanbestanden verzenden met Scan to Folder). Zie de handleiding Scannen. U kunt Web Services on Devices (WSD) gebruiken om scanbestanden naar een client-computer te versturen. Zie de handleiding Scannen. Tekstinformatie bij gescande data voegen U kunt tekstinformatie vanuit een gescand document direct in het bestand opnemen zonder een computer te gebruiken. 17
1. Wat kunt u met dit apparaat? Bij het scannen van een document met deze functie kunt u daarin opgenomen tekst zoeken met de tekstzoekfunctie en deze eventueel naar een ander document kopiëren. CWW107 Deze functie kan alleen worden gebruikt indien u beschikt over de OCR-eenheid. U kunt een bestandstype selecteren uit [PDF], [Hoge compressie PDF] of [PDF/A]. Deze functie maakt het mogelijk tekens in verschillende talen optisch te herkennen tot een maximum van ca. 40.000 tekens per pagina. Zie de handleiding Scannen. Voorkomen dat informatie uitlekt (beveiligingsfuncties) CWW108 U kunt documenten beschermen tegen onbevoegde toegang en onbevoegd kopiëren tegengaan. Het is mogelijk om het gebruik van het apparaat te beheren en te voorkomen dat de apparaatinstellingen zonder toestemming worden gewijzigd. Door het instellen van wachtwoorden kunt u onbevoegde toegang via het netwerk voorkomen. 18
Mogelijkheden van dit apparaat Het is mogelijk om gegevens op de harde schijf te coderen of te verwijderen om de kans op gegevenslekken te minimaliseren. U kunt het gebruik van functies voor elke gebruiker beperken. Zie de Veiligheidshandleiding. Centraal beheer van scaninstellingen en distributie Met het DSM-systeem (Distributed Scan Management) in Windows Server 2008 R2/2012 kunt u de bestemmingen en scaninstellingen voor elke gebruiker in een groep afzonderlijk beheren en deze gegevens gebruiken bij het delen van gescande gegevens. U kunt dit systeem ook gebruiken om gegevens over gebruikers van het netwerk en de scanfuncties van het apparaat centraal te beheren. Zowel afgeleverde bestanden als gebruikersgegevens kunnen worden beheerd. A xxx@xxx.xxx 600 dpi 600 dpi A xxx@xxx.xxx CWW109 Om het DSM-systeem te kunnen gebruiken, moet u een Windows-server instellen en configureren. Dit systeem wordt ondersteund door Windows Server 2008 R2 of later. Raadpleeg de handleiding Scannen voor meer informatie over het bezorgen van bestanden met het DSM-systeem. Het apparaat beheren en instellen met een computer Met behulp van Web Image Monitor kunt u de status van het apparaat nakijken en instellingen wijzigen. 19
1. Wat kunt u met dit apparaat? CWW110 U kunt controleren in welke lade het papier bijna op is, informatie registreren in het Adresboek, de netwerkinstellingen opgeven, de systeeminstellingen configureren en wijzigen, taken beheren, de taakgeschiedenis afdrukken en de verificatie-instellingen configureren. Zie de handleiding Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen. Zie de help-functie van Web Image Monitor. Ongeoorloofd kopiëren voorkomen U kunt op afdrukken ingesloten patronen afdrukken om ongeoorloofd kopiëren te voorkomen. Niet kopiëren Niet kopiëren DER153 20
Mogelijkheden van dit apparaat Met behulp van het printerstuurprogramma kunt u een patroon in het document inbouwen. Als het document gekopieerd is op een apparaat met de Copy Data Security Unit, worden beschermde pagina's grijs gemaakt in het kopie. Hiermee wordt het risico dat vertrouwelijke informatie gekopieerd wordt geminimaliseerd. Als een document dat tegen ongeoorloofd kopiëren wordt beschermd, wordt gekopieerd op een apparaat dat is uitgerust met de Copy Data Security Unit, dan is een pieptoon te horen. Gebruikers worden zo op de hoogte gebracht van het feit dat er een poging tot ongeoorloofd kopiëren wordt gedaan. Indien het document wordt gekopieerd op een apparaat zonder de Copy Data Security Unit, zal de verborgen tekst opvallend worden weergegeven op de kopie; hiermee wordt aangegeven dat het een ongeoorloofde kopie is. Met het printerstuurprogramma kunt u vaste tekst opnemen in het af te drukken document om ongeoorloofd kopiëren te voorkomen. Indien het document wordt gekopieerd, gescand of opgeslagen in een Document Server via een kopieerapparaat of multifunctionele printer, zal de vastgelegde tekst op de kopie opvallend worden weergegeven; hierdoor wordt ongeoorloofd kopiëren belemmerd. Raadpleeg de helpfunctie van het printerstuurprogramma of de Veiligheidshandleiding voor meer informatie. Voor meer informatie over deze functie in de printermodus, raadpleegt u de handleiding Afdrukken. 21
22 1. Wat kunt u met dit apparaat?
2. Snel aan de slag In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u met dit apparaat aan de slag gaat. Namen en functies van onderdelen De ventilatieopeningen van het apparaat mogen niet geblokkeerd zijn. Als dit toch gebeurt, bestaat er kans op brand als gevolg van oververhitte interne elementen. Aanzicht vanaf de voor- en linkerkant 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 DER003 1. Hoofdstroomschakelaar Om het apparaat te kunnen gebruiken, moet de hoofdstroomschakelaar ingeschakeld zijn. Als dit niet het geval is, opent u het paneel van de hoofdstroomschakelaar en schakelt u deze in. 2. ADF Laat de ADF zakken over de originelen die op de glasplaat liggen. Als u een stapel originelen in de ADF plaatst, zal de AFD automatisch de originelen één voor één invoeren. 23
2. Snel aan de slag 3. Glasplaat Plaats originelen hier met de bedrukte zijde naar beneden. 4. Linkervoorklep Open deze om vastgelopen papier te verwijderen of de stroom aan- of uit te schakelen. 5. Bedieningspaneel Zie Pag. 31 "Namen en functies van het bedieningspaneel". 6. Voorklep rechtsboven Open deze om de tonercartridges te vervangen. 7. Rechtervoorklep Openen om papierstoringen te verwijderen 8. Papierladen (lade 1 2) Hier plaatst u het papier in. Lade 1 is een tandemlade waar het papier aan de linkerkant automatisch naar rechts gaat wanneer het papier daar op is. Een indicatielampje aan de linkerkant van de voorkant van de lade brandt als papier wordt ingevoerd. 9. Voorklep linksonder Open dit paneel om de tonerafvalfles te vervangen. 10. Aan/uit schakelaar Schakel deze schakelaar om als u het apparaat volledig wilt uitschakelen. De aan/uit-schakelaar moet bij normaal gebruik aan blijven. De schakelaar bevindt zich aan de binnenzijde van het linker voorpaneel. Voor meer informatie, zie Onderhoud en specificaties. 24
Namen en functies van onderdelen Aanzicht vanaf de voor- en rechterkant 1 2 DER004 1. Waarschuwingslamp Zie Pag. 26 "Functie van de waarschuwingslamp". 2. ADF-verlengstuk Trek dit verlengstuk uit om groot papier te ondersteunen. 25
2. Snel aan de slag Aanzicht vanaf de achter- en rechterkant 1 1 1 1 2 DER005 1. Ventilatiegaten De ventilatiegaten zorgen ervoor dat het apparaat niet overhit raakt. 2. Aardlekschakelaar Beschermt gebruikers tegen elektrische schokken. Voor meer informatie over het controleren van de aardlekschakelaar, zie Onderhoud en specificaties. Functie van de waarschuwingslamp Duw niet tegen de statuslamp en trek er ook niet aan tijdens het installeren op het apparaat. Daardoor kan er schade of storing ontstaan aan de statuslamp van het apparaat. 26
Namen en functies van onderdelen CUV121 De statuslamp waarschuwt de gebruiker door middel van een lichtsignaal om te laten weten dat er een papierstoring is of wanneer het papier op is. De kleuren van de lamp en de betekenis ervan zijn als volgt: Lamp Status Het onderste lampje gaat blauw branden. Het onderste lampje knippert blauw. De bovenste lamp brandt rood. Afdrukken Scannen Gegevensinvoer Fout opgetreden (Voorbeeld) Wanneer er een onderhoudsbericht wordt weergegeven Papierstoring Papier op Toner is op Geheugenoverloop Lees het bericht op het display en voer de vereiste handeling uit. Voor details, zie Problemen oplossen. 27
2. Snel aan de slag Lamp De bovenste lamp knippert geel. Waarschuwing (Voorbeeld) Toner is bijna op. Status De tonerafvalfles is bijna vol. Lees het bericht op het display en voer de vereiste handeling uit. Voor details, zie Problemen oplossen. 28
De apparaatopties De apparaatopties De externe apparaatopties 2 10 12 1 3 4 5 6 7 8 9 11 13 14 15 16 17 16 18 DER009 1. Booklet Finisher SR5060 Hier worden meerdere vellen papier gesorteerd, gestapeld en geniet. Met de rughechtingsfunctie kunnen meerdere vellen papier in het midden worden geniet en als een boekje worden gevouwen. Bestaat uit de volgende papierladen: Finisher bovenuitvoer Finisher staffeluitvoer Finisher boekjesuitvoer Kopieën kunnen geperforeerd worden als de optionele perforeereenheid op de finisher is geïnstalleerd. 2. Trimmer Snijdt de voorrand van het boekblok af nadat de zadelsteek op het boekblok is aangebracht. 3. Hoogvolume stapeleenheid Bestaat uit de volgende papierladen: Bovenlade van stapeleenheid Stapellade De bovenlade van de stapeleenheid kan maximaal 250 vellen papier bevatten en de stapellade maximaal 5000 vellen papier. U kunt maximaal twee hoogvolume stapeleenheden aan het apparaat koppelen. 29
2. Snel aan de slag 4. Ring Binder Bindt papiervellen samen met een ringband. 5. Multivouweenheid Is van toepassing bij de volgende vouwen: Halve vouw, Briefvouw naar buiten, Briefvouw naar binnen, Dubbele parallelle vouw, Venstervouw en Z-vouw. 6. Tussenvoegeenheid Hiermee voegt u kaften of tussenvoegvellen aan de kopieën of afdrukken toe. 7. Buffereenheid De buffereenheid zorg ervoor dat kopieën en afdrukken kunnen afkoelen voordat ze worden uitgevoerd. 8. Ontkruleenheid Maakt krullen van vellen papier plat om papierstoringen te voorkomen. 9. Brede bulklade met drie laden U kunt maximaal 4000 vellen papier plaatsen. U kunt papier met formaten tot SRA3 of 13 19 1 / 5 plaatsen. 10. Multihandinvoer (lade A) U kunt maximaal 500 vellen papier plaatsen. 11. Bevestigingsset voor de multihandinvoer Hiermee wordt de multihandinvoer (lade A) bevestigd aan de brede bulklade met twee laden. 12. Bannervellade van multihandinvoer (lade A) Hiermee kunt u papier van een groot formaat in de multihandinvoer (lade A) plaatsen. 13. Finisher SR5050 Hier worden meerdere vellen papier gesorteerd, gestapeld en geniet. Bestaat uit de volgende papierladen: Finisher bovenuitvoer Finisher staffeluitvoer Kopieën kunnen geperforeerd worden als de optionele perforeereenheid op de finisher is geïnstalleerd. 14. Perfect Binder Brengt lijm aan op de rug van de bij elkaar verzamelde pagina's om ze te binden in een boekje. 15. A3/11 17 lade-eenheid Met deze eenheid kunt u papier van A3, 11 17 of groter formaat in lade 1 plaatsen. Als u de lade-eenheid van A3/11 x 17 op uw apparaat installeert, kunt u deze niet als tandemlade gebruiken. Een indicatielampje aan de linkerkant van de voorkant van de lade brandt als papier wordt ingevoerd. 16. Brede bulklade met twee laden U kunt maximaal 4800 vellen papier plaatsen. U kunt papier met formaten tot SRA3 of 13 19 1 / 5 plaatsen. U kunt maximaal drie brede bulkladen met twee laden aansluiten. 17. Brugeenheid van brede bulklade met twee laden Hiermee sluit u een brede bulklade met twee laden op een additionele brede bulklade met twee laden aan. 18. Bannervellade van brede bulklade met twee laden Hiermee kunt u papier van groot formaat in de brede bulklade met twee laden plaatsen. 30
Namen en functies van het bedieningspaneel Namen en functies van het bedieningspaneel 1 2 3 4 5 6 7 8 9 23 10 11 22 12 21 20 191817 16 15 14 13 24 25 CWW215 1. Display Geeft de toetsen weer voor iedere functie, bewerkingsstatus of berichten. Zie de handleiding Snel aan de slag. 2. [Reset]-knop Druk op deze knop om de huidige instellingen te verwijderen. 3. [Programmeren]-knop (kopieer-, Document Server- en scannermodus) Druk op deze knop om veelgebruikte instellingen vast te leggen of vastgelegde instellingen op te roepen. 31
2. Snel aan de slag Zie Handige functies. Druk op deze knop om standaarden in te stellen voor het basisdisplay wanneer instellingen zijn verwijderd of gereset, of onmiddellijk nadat de aan-/uitschakelaar is aangezet. Zie Handige functies. 4. [Onderbreken]-knop Druk deze knop in om het kopiëren te onderbreken. Zie Kopiëren / Document Server. 5. Aan/uit-indicatielampje Het Aan/uit-indicatielampje gaat branden wanneer u de aan-/uitschakelaar inschakelt. 6. [Energiespaarstand]-knop Druk hierop om de energiebespaarstand of de slaapstand te activeren. Voor meer informatie, zie de handleiding Snel aan de slag. Wanneer het apparaat in de energiespaarstand staat, is de knop [Energiespaarstand] verlicht. In de slaapstand knippert de [Energiespaarstand]-knop langzaam. 7. [Inloggen/Uitloggen]-knop Druk hierop om in of uit te loggen. 8. [Gebruikersinstellingen]-knop Druk op deze knop om de standaardinstellingen aan te passen aan uw wensen. Zie Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen. U kunt nagaan waar u verbruiksartikelen kunt bestellen en welk nummer u moet bellen bij storingen. U kunt deze gegevens ook afdrukken. Zie de handleiding Onderhoud en specificaties. 9. [Papierinstelling]-knop Specificeer de instellingen voor de papierlade. Zie papierinstellingen. 10. [Teller]-knop Druk op deze knop om de tellerwaarde te bekijken of af te drukken. Zie Onderhoud en specificaties. 11. [Taal]-knop Druk hierop om de taal van het scherm te wijzigen. Zie Pag. 34 "De taal van het display wijzigen". 12. [Eenvoudige weergave]-knop Druk op deze knop om naar het vereenvoudigde scherm over te gaan. Voor meer informatie, zie de handleiding Snel aan de slag. 13. [ ]-knop (Enter-knop) Druk op deze knop om de waardes te bevestigen die zijn ingevoerd of items die zijn opgegeven. 14. [Start]-knop Druk op deze knop om te kopiëren, af te drukken, te scannen of te verzenden. 15. [Testafdruk]-knop Druk op deze knop om een enkele set kopieën of afdrukken te maken om de afdrukkwaliteit te controleren, voordat u meerdere sets gaat kopieëren of afdrukken. Zie Kopiëren / Document Server. 16. [Stop]-knop Druk op deze knop om een taak die wordt uitgevoerd, zoals kopiëren, scannen of afdrukken, te stoppen. 32
Namen en functies van het bedieningspaneel 17. [Wissen]-knop Druk op deze knop om een ingevoerd cijfer te wissen. 18. Cijfertoetsen Gebruik deze toetsen om de hoeveelheid kopieën en gegevens voor de geselecteerde functie in te voeren. 19. Indicatielampje Inkomende gegevens (printermodus) Knippert wanneer het apparaat afdrukopdrachten ontvangt van een computer. Voor meer informatie, zie de handleiding Afdrukken. 20. [Status controleren]-knop Druk op deze knop om de systeemstatus van het apparaat, de bedieningsstatus van elke functie en de huidige taken te bekijken. U kunt hier ook de taakgeschiedenis en de onderhoudsinformatie van het apparaat bekijken. 21. Functietoetsen Er zijn geen functies toegewezen aan de functietoetsen. U kunt functies en programma's die u veel gebruikt, registreren. Voor meer informatie, zie de handleiding Snel aan de slag. 22. [Home]-knop Druk hierop om het [Home]-scherm weer te geven. Voor meer informatie, zie Pag. 35 "Het bovenste scherm en het [Home]-scherm gebruiken". 23. Schuifknop voor helderheid scherm Dit regelt de helderheid van het display. 24. Indicatielampje mediatoegang Dit lampje gaat branden als er een geheugenopslagapparaat in de mediasleuf wordt gestoken. 25. Mediasleuven Gebruik deze om een SD-kaart of een USB-flashgeheugen aan te sluiten. 33
2. Snel aan de slag De taal van het display wijzigen U kunt de taal die op het display wordt gebruikt, wijzigen. Engels is standaard ingesteld. 1. Druk op de [Taal]-knop totdat de taal die u wilt weergeven verschijnt. CWW225 34
Het bovenste scherm en het [Home]-scherm gebruiken Het bovenste scherm en het [Home]-scherm gebruiken Het [Bovenste] scherm wordt weergegeven als het apparaat wordt ingeschakeld. Via het [Bovenste] scherm kunt u de takenlijst, tonerstatus en de papierstatus bekijken. De pictogrammen voor alle functies worden weergegeven op het [Home]-scherm. U kunt snelkoppelingen naar veelgebruikte programma's aan het [Home]-scherm toevoegen. De snelkoppelingen van het programma worden op het [Home]-scherm weergegeven. De programma's kunnen eenvoudig worden opgeroepen door op de snelkoppelingen te drukken. Om het [Home]-scherm weer te geven, drukt u op de [Home]-knop. Als het [Home]-scherm niet verschijnt, drukt u op het pictogram rechtsboven in het scherm om naar het menuscherm te gaan. [Bovenste] scherm 1 2 3 4 5 9 6 7 8 DER021 35
2. Snel aan de slag [Home]-scherm 10 11 12 13 5 14 17 16 15 DER022 1. Gebruiksstatus en meldingen Geeft de apparaatstatus en meldingen weer. 2. [Takenlijst] Druk hierop om het tabblad [Huidige taak] op het [Controleer status]-scherm weer te geven. 3. Geschatte duur Wordt aangegeven door de geschatte tijd die het kost om de taak bovenaan de momenteel weergegeven takenlijst te voltooien. 4. [Onderhoudsinfo] Druk hierop om het tabblad [Onderh./Inf./App.informatie] op het [Controleer status]-scherm weer te geven. 5. Schakelen tussen schermen Druk hierop om tussen het [Home]-scherm en het bovenste scherm te wisselen. 6. [Voorraadinfo] Dit geeft de informatie over voorraden, bijvoorbeeld hoeveel toner er nog rest. 7. [Instellingen papierlade] Druk hierop om het [Instell. papierlade]-scherm weer te geven. 8. [Lade-info]/[Tussenvgeenh.info] Dit geeft de status weer van de papierladen en de tussenvoegeenheid. 9. [Takenlijst] Toont de huidige en wachtende taken. 10. [Kopieermachine] Druk op deze toets om kopieën te maken. 36
Het bovenste scherm en het [Home]-scherm gebruiken Zie Kopiëren / Document Server voor meer informatie over het gebruik van de kopieerfunctie. 11. Afbeelding voor het Home-scherm U kunt een afbeelding zoals een bedrijfslogo weergeven op het [Home]-scherm. Als u de afbeelding wilt wijzigen, raadpleeg dan Handige functies. 12. [Scanner] Druk op deze toets om originelen te scannen en beelden op te slaan als bestanden. Zie Scannen voor meer informatie over het gebruik van de scannerfunctie. 13. [Printer] 14. / Druk op deze toets om het apparaat als printer te gebruiken. Zie Afdrukken voor meer informatie over het maken van instellingen voor de printerfunctie. Druk op deze toetsen om naar een andere pagina te gaan wanneer de pictogrammen niet op één pagina kunnen worden weergegeven. 15. Snelkoppelingen U kunt snelkoppelingen naar programma's aan het [Home]-scherm toevoegen. Voor meer informatie over het registreren van snelkoppelingen, zie Pag. 37 "Pictogrammen aan het [Home]-scherm toevoegen". Het programmanummer verschijnt onderaan het pictogram van de snelkoppeling. Voor meer informatie over voorbeelden van snelkoppelingen die u kunt programmeren, zie Pag. 44 "Voorbeeld van programma's". 16. [Adresboekbeheer] Druk hierop om het adresboek weer te geven. Voor meer informatie over het gebruik van het adresboek, zie Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen. 17. [Documentserver] Druk op deze toets om documenten op de harde schijf van het apparaat op te slaan of af te drukken. Zie Kopiëren / Document Server voor meer informatie over het gebruik van de functie Documentserver. Pictogrammen aan het [Home]-scherm toevoegen U kunt snelkoppelingen toevoegen naar programma's die zijn opgeslagen in de kopieer- of scanmodus. U kunt ook pictogrammen controleren van functies en softwaretoepassingen die u uit het [Home-scherm heeft verwijderd. Sneltoetsen naar programma's opgeslagen in de modus Document Server kunnen niet worden geregistreed in het scherm [Home]. Namen van snelkoppelingen van maximaal 32 karakters kunnen in een standaard scherm worden weergegeven. Als de naam van de snelkoppeling langer is dan 32 karakters, wordt het 32ste karakter vervangen door "...". In een eenvoudig scherm kunnen slechts 30 karakters worden weergegeven. Als de naam van de snelkoppeling langer is dan 30 karakters, wordt het 30ste karakter vervangen door "...". 37
2. Snel aan de slag Voor meer informatie over het maken van een programma, zie Pag. 42 "Functies in een programma registreren". Voor meer informatie over de procedure om een snelkoppeling met behulp van het scherm [Programma] te maken, zie Handige functies. U kunt tot 72 pictogrammen voor functies en snelkoppelingen registreren. Verwijder pictogrammen die u niet meer nodig heeft wanneer de limiet is bereikt. Voor meer informatie, zie Handige functies. U kunt de positie van pictogrammen wijzigen. Zie "Handige functies" voor meer informatie. Pictogrammen toevoegen aan het [Home]-scherm met Web Image Monitor 1. Start Web Image Monitor op. Zie Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen voor meer informatie. 2. Log in op de Web Image Monitor. 3. Om pictogrammen toe te voegen aan het standaard [Home]-scherm, gaat u naar [Apparaatbeheer] en klikt u op [Home van apparaat beheren]. Om pictogrammen toe te voegen aan het [Home]-scherm van een gebruiker, gaat u naar [Scherm per gebruiker personaliseren]. 4. Klik op [Pictogrammen bewerken]. 5. Ga naar [ Het pictogram kan toegevoegd worden.] van de positie die u wilt toevoegen en klik vervolgens op [ Toevoegen]. 6. Selecteer het functie- of snelkoppelingspictogram dat u wilt toevoegen. 7. Klik vier keer op [OK]. Pictogrammen toevoegen aan het [Home]-scherm via Gebruikerstools In de volgende procedure wordt een snelkoppeling naar een kopieerprogramma geregistreerd in het [Home]-scherm. 1. Registreer een programma. 38
Het bovenste scherm en het [Home]-scherm gebruiken 2. Druk op de knop [Gebruikersinstellingen]. 3. Druk op [Home bewerken]. CWW222 4. Druk op [Pictogram toevoegen]. 39
2. Snel aan de slag 5. Druk op het tabblad [Programmeren]. 6. Controleer of [Programma kopieermachine] is geselecteerd. 7. Selecteer het programma dat u wilt toevoegen. 8. Bepaal de positie waar [Blanco] wordt weergegeven. 40
Het bovenste scherm en het [Home]-scherm gebruiken 9. Druk op [OK]. 10. Druk op de knop [Gebruikersinstellingen]. Druk op linksboven in het scherm om de positie in de eenvoudige weergave te controleren. 41
2. Snel aan de slag Functies in een programma registreren Het aantal programma's dat kan worden geregistreerd, is afhankelijk per functie. Kopieermachine: 25 programma's Documentserver: 25 programma's Scanner: 25 programma's De volgende instellingen kunnen in programma's worden geregistreerd: Kopieerapparaat: Kleurmodus, origineeltype, belichting, Origineel formaat, Gemengde formaten, Batch, SADF, Orig. invoerrichting, Omgedraaide richting, papierlade, Bestand opslaan (behalve voor Gebruikersnaam, Bestandsnaam en Wachtwoord), Autom. verkl./vergr., Marge creëren, Uitvoer/ Aangepaste functie/ Finisher, Stempel (behalve voor Startnr. wijzigen in Stempel tekst), Kaft/ Tussenblad, Bewerken / Kleur, Dup./ Combineren/ Reeks, Verkleinen/Vergroten, aantal kopieën Documentserver (op het afdrukscherm van het eerste document): Uitvoer / Finisher, Stempel, Kaft/Tussenblad (met uitzondering van Hoofd vellen in Tussenv./ Hoofdstuk), Bewerken, 2-zijdig / Boek, aantal afdrukken Scanner: Scaninstellingen, belichting, Origineel invoertype, Bestandstype/naam (behalve voor Beveil.inst. en Startnummer), Bestand opslaan (behalve voor Gebruikersnaam, Bestandsnaam en Wachtwoord), Voorvertoning, Tekst, Onderwerp, Beveiliging, Ontv. Bevestiging Dit gedeelte beschrijft hoe u functies in een programma registreert met de functie kopieermachine als voorbeeld. 1. Druk op de [Home]-knop op het bedieningspaneel en druk daarna op het [Kopieerapparaat]-pictogram op het scherm. Als het [Kopieerapparaat]-pictogram niet verschijnt, drukt u op het pictogram het scherm om naar het menuscherm te gaan. rechtsboven in CWW220 2. Bewerk de kopieerinstellingen zodat alle functies die u in het geheugen wilt opslaan, zijn geselecteerd. 42
Functies in een programma registreren 3. Druk op de knop [Programmeren]. 4. Druk op [Geprogram.]. CWW405 5. Druk op het nummer van het programma dat u wilt registreren. 6. Voer de programmanaam in. 7. Druk op [OK]. 8. Druk op [Afsluit.]. U kunt tot 40 tekens voor een programmanaam invoeren. Wanneer een bepaald programma als standaard wordt geregistreerd, worden de waarden ervan de standaardinstellingen. Deze waarden worden weergegeven zonder op de toets [Programmeren] te drukken wanneer instellingen worden verwijderd of gereset en wanneer het apparaat wordt aangezet. Zie Handige functies. Wanneer de papierlade die u in een programma heeft opgegeven leeg is en als er meer dan één papierlade met papier van hetzelfde formaat is, wordt eerst de papierlade geselecteerd die voorrang heeft gekregen bij [Papierladeprioriteit: Kopieerapparaat]. Raadpleeg Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen voor meer informatie. Bestemmingen kunnen worden geregistreerd onder een programma van de scannermodus, maar alleen wanneer [Bestemmingen insluiten] is geselecteerd voor [Programma-instelling voor bestemm.] onder [Scannereigenschappen]. Raadpleeg de handleiding Scannen voor meer informatie over de instelling. 43
2. Snel aan de slag Mapbestemmingen die beschermingscodes hebben kunnen niet worden geregistreerd onder een programma van de scannermodus. Programma's worden niet verwijderd door het apparaat uit te schakelen of door op de [Reset]- knop te drukken, tenzij het programma werd verwijderd of overschreven. Programmanummers met een betreffende programma. ernaast betekent dat er al instellingen zijn gemaakt voor het Programma's kunnen worden geregistreerd in het [Home]-scherm en kunnen eenvoudig opnieuw worden opgeroepen. Voor meer informatie, zie de handleiding Handige functies en Pag. 37 "Pictogrammen aan het [Home]-scherm toevoegen". Sneltoetsen naar programma's opgeslagen in de modus Document Server kunnen niet worden geregistreed in het scherm [Home]. Voorbeeld van programma's Kopieermodus Programmanaam Beschrijving van programma Effect Milieuvriendelijk kopiëren Gedagtekende vertrouwelijke kopie Conferentiemateria al kopiëren Specificeer [Comb. 2-zijd.] in [Duplex/combi./reeks]. Specificeer bij [Stempel] [VERTROUWELIJK] onder [Voor.ingest. Stmp.] en [Datumstempel]. Specificeer [Comb. 2-zijd.] in [Duplex/combineren/Reeks] en [Nieten] in [Uitvoer/ Aangepaste functie/ Finisher]. U kunt hiermee papier en toner besparen. U kunt het nog duidelijker maken dat het vertrouwelijke kopieën betreft door "VERTROUWELIJK" en de datum op de kopieën af te drukken. Hiermee kunnen conferentiematerialen efficiënt worden gekopieerd. Tijdschrift kopiëren Specificeer [Tijdschrift] in [Dup. / Combineren / Reeks] en [Nieten: Midden] in [Uitvoer/ Aangepaste functie/ Finisher]. Hiermee kunt u papier besparen. U kunt ook afdruktaken zoals het maken van folders binnenshuis uitvoeren in plaats van ze door een extern bedrijf te laten afdrukken. Kopiëren in één formaat Specificeer [Gemengde formaten] en [Autom. verkl./vergr.]. Het is mogelijk kopieën van verschillende formaten op één papierformaat te kopiëren, zodat het eenvoudiger is ze te beheren. 44
Functies in een programma registreren Programmanaam Beschrijving van programma Effect Bedrijfsnaam op kopieën stempelen Kopiëren met een Z-vouw Miniatuurkopie Kopie opslaan: XXXX (vervang XXXX door een mapnaam) Specificeer [Gebruikersstempel] in [Stempel]. Specificeer [Z-vouw] in [Uitvoer/ Aangepaste functie/ Finisher]. Specificeer [Comb.1-zijd.] in [Duplex/combi./reeks]. Geef een map op in [Opslagmap] in [Bestand opslaan]. Het is mogelijk uw bedrijfsnaam op kopieën (zoals werk- of bouwtekeningen) te stempelen. Uw bedrijfsnaam dient daarvoor eerst in het apparaat te worden geregistreerd. Papier van A3-formaat wordt gevouwen tot A4-formaat. Het is mogelijk kopieën van verschillende formaten op één papierformaat te kopiëren, zodat het eenvoudiger is ze te beheren. U kunt maximaal acht pagina's op één zijde van een vel papier kopiëren. Hierdoor bespaart u papier. U kunt mappen gebruiken om opgeslagen bestanden te organiseren op gebruikersnaam of op het beoogde gebruik. Scannermodus Programmanaam Beschrijving van programma Effect PDF's scannen Hoge compressiebestand en PDF scannen Selecteer [Kleur: Tekst / Foto] in [Scaninstellingen]. Selecteer in [Verzend Bestandstype/Naam] het item [PDF] onder [Bestandstype] en voer bedrijfsgegevens in zoals "Vestiging in Londen: dagelijks rapport" onder [Bestandsnaam]. Selecteer [Kleur: Tekst / Foto] in [Scaninstellingen] en [Hoge compressie PDF] in [Verzend Bestandstype/naam]. Het is mogelijk documenten efficiënt te scannen. U kunt het gegevensformaat van gescande documenten comprimeren, zodat u ze kunt verzenden en opslaan. 45
2. Snel aan de slag Programmanaam Beschrijving van programma Effect Scannen om op te slaan voor de lange termijn Scannen in één formaat Scannen met digitale handtekening Gescand bestand delen Scannen in hoge resolutie Scannen in batches Scannen naar XXXX (vervang XXXX door een bestemmingsnaam ) Selecteer [PDF/A] in [Verzend Bestandstype/naam]. In [Scaninstellingen] selecteert u [Gem. orig. form.] onder [Scanformaat] en geef de afgewerkte grootte op van gescande gegevens met [Verkl/ vergr] onder [Bewerken]. In [Verzend Bestandstype/naam], geef [PDF] op bij [Bestandstype] en geef ook [Digit. handtekening] op. Specificeer [Delen] in [Origin. invoertype]. Specificeer in [Verzend Bestandstype/naam], het TIFFformaat in [Bestandstype]. Geef ook een hogere resolutie op in [Scaninstellingen]. Selecteer [Batch] in [Origin. invoertype]. Selecteer e-mail- of mapbestemmingen uit de lijst die is geregistreerd in het adresboek van het apparaat en geef vervolgens de scaninstellingen op. U kunt documenten gemakkelijk digitaliseren naar het bestandsformaat "PDF/A" file format, dat geschikt is voor langdurige opslag. U kunt deze stap om één formaat te kiezen overslaan, als u gescande gegevens opnieuw afdrukt. Het is mogelijk om een digitale handtekening aan een belangrijk document (zoals een contract) toe te voegen, zodat het opvalt als er met de gegevens is geknoeid. Het is mogelijk een origineel dat uit meerdere pagina's bestaat te scannen als één bestand door deze over groepen van een opgegeven aantal pagina's te verdelen. Gescande documenten behouden veel van de details van de originelen, maar de omvang van de gegevens kan tamelijk groot zijn. Het is mogelijk meerdere scans toe te passen op een groot volume originelen en de gescande originelen als één taak te versturen. Als u bestemmingen en scaninstellingen registreert die u vaak gebruikt, kunt u de procedures om deze op te geven overslaan bij het verzenden van een gescand bestand. 46
Functies in een programma registreren Programmanaam Beschrijving van programma Effect Scan opslaan: XXXX (vervang XXXX door een mapnaam) Geef een map op in [Opslagmap] in [Bestand opslaan]. U kunt mappen gebruiken om opgeslagen bestanden te organiseren op gebruikersnaam of op het beoogde gebruik. Afhankelijk van de geïnstalleerde opties, kunnen sommige functies mogelijk niet geregistreerd worden. Raadpleeg de handleiding Snel aan de slag voor meer informatie. De namen van programma's hierboven zijn slechts voorbeelden. U kunt een programma een naam naar keuze geven. Afhankelijk van uw bedrijfsgegevens of het type documenten dat moet worden gescand, is het registreren van een programma niet raadzaam. 47
2. Snel aan de slag Het apparaat aan-/uitzetten Druk niet herhaaldelijk op de hoofdstroomschakelaar. Nadat u op de hoofdstroomschakelaar heeft gedrukt, moet u ten minste 10 seconden wachten tot duidelijk is dat het Aan/uit-indicatielampje brandt of uit is. Als het Aan/uit-indicatielampje niet binnen 5 minuten nadat u op de hoofdstroomschakelaar heeft gedrukt gaat branden of uitgaat, moet u contact opnemen met uw servicevertegenwoordiger. De hoofdstroomschakelaar bevindt zich linksboven op het apparaat. Als deze schakelaar aangezet wordt, wordt het apparaat ingeschakeld en licht het Aan/uit-lampje aan de rechterkant van het bedieningspaneel op. Als deze schakelaar uitgezet wordt, wordt de het apparaat uitgeschakeld en gaat het Aan/uit-lampje aan de rechterkant van het bedieningspaneel uit. Wanneer dit gedaan is, gaat het apparaat uit. Controleer hoeveel stroom er voor de optionele eenheden nodig is en steek de stekkers ervan in een stopcontact die in de buurt ligt, maar niet hetzelfde stopcontact waarop het hoofdapparaat is aangesloten. De hoofdstroomschakelaar inschakelen 1. Zorg ervoor dat de stekker van het netsnoer stevig in het stopcontact zit. 2. Open het klepje van de hoofdstroomschakelaar en druk vervolgens op de hoofdstroomschakelaar. Het indicatielampje Aan/uit gaat branden. DER050 48
Het apparaat aan-/uitzetten De hoofdstroomschakelaar uitschakelen Wanneer u de stekker uit het stopcontact haalt, trek dan aan de stekker, niet aan het snoer. Als u aan het snoer trekt, kunt u het netsnoer beschadigen. Het gebruik van beschadigde netsnoeren kan resulteren in brand of een elektrische schok. Zet het apparaat niet uit als het apparaat bezig is met een bewerking. Houd de hoofdstroomschakelaar niet naar beneden geduwd als de stroom uitgeschakeld wordt. Als u dit wel doet, wordt het apparaat geforceerd uitgeschakeld. Dit kan de harde schijf of het geheugen beschadigen en storingen veroorzaken. 1. Open het klepje van de hoofdstroomschakelaar en druk vervolgens op de hoofdstroomschakelaar. Het Aan/uit-indicatielampje gaat uit. De stroom wordt automatisch uitgeschakeld wanneer het apparaat wordt uitgeschakeld. Als het scherm op het bedieningspaneel niet verdwijnt, neem dan contact op met uw servicevertegenwoordiger. 49
2. Snel aan de slag Inloggen op het apparaat Wanneer het verificatiescherm wordt weergegeven Als Basisverificatie, Windows-verificatie of LDAP-verificatie actief is, verschijnt het verificatiescherm op het display. Het apparaat kan pas worden gebruikt nadat u uw eigen Log-in gebruikersnaam en Log-in wachtwoord heeft ingevoerd. Als Gebruikerscode verificatie actief is, kunt u het apparaat pas gebruiken wanneer u de gebruikerscode heeft ingevoerd. Als u dit apparaat kunt gebruiken, wil dat zeggen dat u ingelogd bent. Wanneer u het apparaat niet langer kunt gebruiken, dan betekent dat dat u bent uitgelogd. Zorg ervoor dat u ook weer uitlogt, om te voorkomen dat iemand het apparaat gebruikt zonder daarvoor bevoegd te zijn. Vraag aan de gebruikersbeheerder naar de Log-in gebruikersnaam, Log-in wachtwoord en de Gebruikerscode. Voor meer informatie over gebruikersverificatie raadpleegt u de Beveiligingshandleiding. De Gebruikerscode die moet worden ingevoerd bij Gebruikerscode verificatie is de cijfercombinatie geregistreerd in het Adresboek als "Gebruikerscode". Gebruikerscodeverificatie via het bedieningspaneel Als de Gebruikerscodeverificatie actief is, verschijnt er een scherm waarin u gevraagd wordt een gebruikerscode in te voeren. 1. Voer een gebruikerscode in (maximaal 8 cijfers) en druk dan op [OK]. Inloggen via het bedieningspaneel In deze paragraaf wordt de procedure beschreven voor het inloggen op het apparaat wanneer Basisverificatie, Windows-verificatie of LDAP-verificatie ingesteld is. 50
Inloggen op het apparaat 1. Druk op [Log-in]. 2. Voer een Log-in gebruikersnaam in en druk dan op [OK]. 3. Voer een Log-in wachtwoord in en druk dan op [OK]. Wanneer de gebruiker is geverifieerd, wordt het scherm weergegeven voor de functie die u gebruikt. Uitloggen via het bedieningspaneel In deze paragraaf wordt de procedure uitgelegd voor het uitloggen van het apparaat wanneer Basisverificatie, Windows-verificatie of LDAP-verificatie ingesteld is. Log altijd uit als u klaar bent met het apparaat om te voorkomen dat onbevoegde personen het apparaat gebruiken. 1. Druk op de knop [Inloggen/Uitloggen]. 2. Druk op [Ja]. CWW226 51
2. Snel aan de slag Originelen plaatsen Originelen op de glasplaat plaatsen Houd uw handen uit de buurt van de scharnieren en de glasplaat wanneer u de Automatische documentinvoer laat zakken. Als u dat niet doet, kan dit leiden tot verwondingen als uw handen of vingers beklemd raken. Til de ADF nooit met te veel kracht op. Doet u dit toch, dan kan het afdekpaneel van de ADF open gaan of beschadigd raken. 1. Open de ADF. De ADF moet met meer dan 30 graden worden geopend. Doet u dit niet, dan kan het formaat van het origineel niet juist waargenomen worden. 2. Leg het origineel met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat. Het vel moet in de linkerbovenhoek worden uitgelijnd. Begin met de pagina die als eerste moet worden gescand. 1 DER051 1. Positiemarkering 3. Laat de ADF zakken. Originelen in de automatische documentinvoer leggen Zorg ervoor dat u de sensor niet blokkeert en dat u het origineel netjes plaatst. Doet u dit niet, dan kan het apparaat het formaat van het origineel niet goed waarnemen of een papierinvoerfout geven. Zorg er ook voor dat u geen originelen of andere voorwerpen op het afdekpaneel legt. Dit kan een storing veroorzaken. 52
Originelen plaatsen 1 2 DER053 1. Sensoren 2. Origineelgeleider 1. Stel de origineelgeleider in op het originele formaat. 2. Plaats de originelen met de bedrukte zijde naar boven in de ADF. Stapel geen originelen boven de limietmarkering. De eerste pagina moet bovenop worden geplaatst. DER054 1. Limietmarkering 53
54 2. Snel aan de slag
3. Kopiëren In dit hoofdstuk komen veelgebruikte kopieerfuncties en -handelingen aan bod. Raadpleeg de handleiding Kopiëren / Document Server op de meegeleverde cd-rom voor informatie die niet in dit hoofdstuk staat. Basisprocedure Als u kopieën van originelen wilt maken, plaatst u ze op de glasplaat of in de ADF. Wanneer u een origineel op de glasplaat plaatst, moet u beginnen met de eerste pagina die u wilt kopiëren. Wanneer u originelen in de ADF plaatst, moet u zorgen dat de eerste pagina bovenop ligt. Voor meer informatie over het plaatsen van het origineel op de glasplaat, zie Pag. 52 "Originelen op de glasplaat plaatsen". Voor meer informatie over het plaatsen van het origineel in de ADF, zie Pag. 52 "Originelen in de automatische documentinvoer leggen". Als u op ander papier dan normaal papier wilt kopiëren, geeft u het gewicht van het papiertype dat u gebruikt op in [Lade Papierinstellingen]. Raadpleeg voor meer informatie de handleiding Papierinstellingen. 1. Druk op de [Home]-knop op het bedieningspaneel en druk daarna op het [Kopieerapparaat]-pictogram op het scherm. Als het [Kopieerapparaat]-pictogram niet verschijnt, drukt u op het pictogram het scherm om naar het menuscherm te gaan. rechtsboven in CWW220 2. Zorg ervoor dat alle oude instellingen zijn gewist. Als er nog eerdere instellingen actief zijn, drukt u op de [Reset]-knop. 3. Plaats de originelen. 4. Geef de gewenste instellingen op. 5. Voer het aantal kopieën in met de cijfertoetsen. Het maximale aantal kopieën dat kan worden ingesteld is 9999. 55
3. Kopiëren 6. Druk op de [Start]-knop. Wanneer u het origineel op de glasplaat heeft geplaatst, drukt u op de [ ]-knop nadat alle originelen zijn gescand. Wanneer u originelen in de ADF plaatst, moet u voor sommige functies, zoals voor Batch, mogelijk op de [ ]-knop drukken. Volg de aanwijzingen op het scherm. 7. Wanneer de kopieeropdracht is voltooid, drukt u op de [Reset]-knop om de instellingen te wissen. 56
Automatisch verkleinen/vergroten Automatisch verkleinen/vergroten Het apparaat herkent automatisch het originele formaat en selecteert vervolgens een geschikte reproductieratio gebaseerd op het papierformaat dat u heeft geselecteerd. CKN008 Als u een reproductieverhouding kiest nadat u op [Autom. verkl./vergr.] heeft gedrukt, wordt [Autom. verkl./vergr.] geannuleerd en kan de afbeelding niet automatisch gedraaid worden. Dit is handig bij het kopiëren van verschillende formaten originelen op hetzelfde formaat papier. Als de richting waarin het origineel is geplaatst, afwijkt van de richting van het papier waarop u kopieert, draait het apparaat de originele afbeelding met 90 graden en maakt hem passend voor het kopieerpapier (Kopie draaien). Bijvoorbeeld om A3 (11 17) originelen te verkleinen naar A4 (8 1 / 2 11) papier, selecteert u een papierlade die is gevuld met A4 (8 1 / 2 11) -papier en drukt u vervolgens op [Autom. verkl./vergr.]. De afbeelding wordt automatisch gedraaid. Voor meer informatie over het draaien van kopieën, zie Kopiëren / Document Server. De formaten en richtingen van het origineel die u met deze functie kunt gebruiken, zijn: (voornamelijk in Europa en Azië) Locatie van origineel Origineelformaat en -richting Glasplaat A3, B4 JIS, A4, B5 JIS, A5, 8 1 / 2 13 ADF A3, B4 JIS, A4, B5 JIS, A5, B6 JIS, 11 17, 8 1 / 2 11, 8 1 / 2 13 (voornamelijk in Noord-Amerika) Locatie van origineel Origineelformaat en -richting Glasplaat 11 17, 8 1 / 2 14, 8 1 / 2 11, 5 1 / 2 8 1 / 2 ADF 11 17, 8 1 / 2 14, 8 1 / 2 11, 5 1 / 2 8 1 / 2, 10 14, 7 1 / 4 10 1 / 2, A3, A4 57
3. Kopiëren 1. Druk op [Autom. verkl./vergr.]. 2. Selecteer het papierformaat. 3. Plaats de originelen en druk vervolgens op de [Start]-knop. 58
Dubbelzijdig kopiëren Dubbelzijdig kopiëren Hiermee worden twee enkelzijdige pagina's of één dubbelzijdige pagina op één dubbelzijdige pagina gekopieerd. Tijdens het kopiëren wordt de afbeelding verschoven om ruimte te maken voor de bindmarge. CKN009 Er zijn twee soorten Duplex. 1-zijdig 2-zijdig 2-zijdig Hiermee worden twee 1-zijdige pagina's op één 2-zijdige pagina gekopieerd. 2-zijdig Hiermee wordt één 2-zijdige pagina op één 2-zijdige pagina gekopieerd. De resulterende gekopieerde afbeelding kan afwijken van de richting waarin u de originelen heeft geplaatst( of ). Origineelrichting en voltooide kopieën Als u op beide zijden van het papier wilt kopiëren, selecteert u de richting van het origineel en de gewenste richting van de kopie. Origineel Originelen plaatsen Origineelrichtin g Richting Kopiëren Boven/boven Boven/onder 59
3. Kopiëren Origineel Originelen plaatsen Origineelrichtin g Richting Kopiëren Boven/boven Boven/onder 1. Druk op [Dup./Combineren/Serie]. 2. Let erop dat [Duplex] is geselecteerd. Als [Duplex] niet geselecteerd is, druk dan op [Duplex]. 3. Selecteer [1-zijdig 2-zijdig] of [2-zijdig 2-zijdig] afhankelijk van de manier waarop u het document uitgevoerd wilt hebben. Om de richting van het origineel of de kopie te wijzigen, druk op [Richting]. 4. Druk op [OK]. 5. Plaats de originelen. 6. Druk op de toets [Spec. orig.]. 60
Dubbelzijdig kopiëren 7. Selecteer de richting van het origineel en druk vervolgens op [OK]. 8. Druk op de [Start]-knop. Origineel- en kopieerrichting opgeven Selecteer de richting van de originelen en kopieën als het origineel dubbelzijdig is of als u op beide zijden van het papier wilt kopiëren. Boven/boven Boven/onder CKN011 CKN012 1. Druk op [Richting]. 61
3. Kopiëren 2. Selecteer [Boven/boven] of [Boven/onder] bij [Origineel:] als het origineel dubbelzijdig is. 3. Selecteer [Boven/boven] of [Boven/onder] bij [Kopie:]. 4. Druk op [OK]. 62
Gecombineerd kopiëren Gecombineerd kopiëren In deze modus kunt u automatisch een reproductieverhouding selecteren en de originelen op één vel papier kopiëren. Het apparaat selecteert een reproductieverhouding tussen 25% en 400%. Als de richting van het origineel afwijkt van die van het kopieerpapier, wordt de afbeelding automatisch 90 graden gedraaid om een goede kopie te kunnen maken. De richting van het origineel en de afbeeldingpositie bij Combineren De afbeeldingpositie bij Combineren verschilt afhankelijk van de richting van het origineel en het aantal originelen dat moet worden gecombineerd. Staande ( ) originelen CKN015 Liggende ( ) originelen Originelen plaatsen (originelen in de ADF) De kopieervolgorde van de functie Combineren is standaard ingesteld op [Van links naar rechts]. Als u originelen van rechts naar links in de ADF wilt kopiëren, plaatst u ze ondersteboven. Originelen worden van links naar rechts gelezen. CKN016 63
3. Kopiëren CKN010 Originelen worden van rechts naar links gelezen CKN017 Enkelzijdig combineren Combineer meerdere pagina's op één zijde van een vel. CKN014 Er zijn zes soorten enkelzijdige samenvoegingen. 1-zijdig 2 originelen Comb.1-zijd. Hiermee worden twee enkelzijdige originelen op één zijde van een vel papier gekopieerd. 1-zijdig 4 originelen Comb.1-zijd. Hiermee worden vier enkelzijdige originelen op één zijde van een vel papier gekopieerd. 1-zijdig 8 originelen Comb.1-zijd. Hiermee worden acht enkelzijdige originelen op één zijde van een vel papier gekopieerd. 2-zijdig 2 pagina's Comb.1-zijd. Hiermee wordt één dubbelzijdig origineel op één zijde van een vel papier gekopieerd. 64
Gecombineerd kopiëren 2-zijdig 4 pagina's Comb.1-zijd. Hiermee worden twee dubbelzijdige originelen op één zijde van een vel papier gekopieerd. 2-zijdig 8 pagina's Comb.1-zijd. Hiermee worden vier dubbelzijdige originelen op één zijde van een vel papier gekopieerd. 1. Druk op [Dup./Combineren/Serie]. 2. Druk op [Combineren]. 3. Selecteer [1-zijdig] of [2-zijdig] bij [Origineel:]. Als u [2-zijdig] heeft geselecteerd, kunt u de richting wijzigen. 4. Controleer of [Comb. 1-zijd.] geselecteerd is. 5. Selecteer het aantal originelen dat u wilt combineren. 6. Druk op [OK]. 7. Selecteer het papierformaat. 8. Plaats de originelen en druk vervolgens op de [Start]-knop. Dubbelzijdig combineren Hiermee worden meerdere pagina's van originelen gecombineerd tot één vel met twee zijden. 65
3. Kopiëren CKN074 Er zijn zes soorten dubbelzijdige samenvoegingen. 1-zijdig 4 originelen Comb. 2-zijd. Hiermee worden vier enkelzijdige originelen op één vel met twee pagina's per zijde gekopieerd. 1-zijdig 8 originelen Comb. 2-zijd. Hiermee worden 8 enkelzijdige originelen op één vel met 4 pagina's per zijde gekopieerd. 1-zijdig 16 originelen Comb. 2-zijd. Hiermee worden 16 enkelzijdige originelen op een vel met 8 pagina's per zijde gekopieerd. 2-zijdig 4 pagina's Comb. 2-zijd. Hiermee worden 2 dubbelzijdige originelen gekopieerd op één vel met 2 pagina's per zijde. 2-zijdig 8 pagina's Comb. 2-zijd. Hiermee worden 4 dubbelzijdige originelen gekopieerd op één vel met 4 pagina's per zijde. 2-zijdig 16 pagina's Comb. 2-zijd. Hiermee worden 8 dubbelzijdige originelen gekopieerd op een vel met 8 pagina's per zijde. 1. Druk op [Dup./Combineren/Serie]. 2. Druk op [Combineren]. 66
Gecombineerd kopiëren 3. Selecteer [1-zijdig] of [2-zijdig] bij [Origineel:]. 4. Druk op [Comb. 2-zijd.]. 5. Druk op [Richting]. 6. Selecteer [Boven/boven] of [Boven/onder] bij [Origineel:] als het origineel dubbelzijdig is. 7. Selecteer [Boven/Boven] of [Boven/Onder] bij [Kopie:] en druk vervolgens op [OK]. 8. Selecteer het aantal originelen dat u wilt combineren. 9. Druk op [OK]. 10. Selecteer het papierformaat. 11. Plaats de originelen en druk vervolgens op de [Start]-knop. 67
3. Kopiëren Kopiëren op een aangepast papierformaat vanuit de multihandinvoer (lade A) Papierformaten die in de multihandinvoer (lade A) geplaatst kunnen worden, zijn: Als de bannervellade van multihandinvoer (lade A) geïnstalleerd is: Horizontale lengte: 139,7-700,0 mm (5,50 27,55 inch),, verticale lengte: 210,0-330,2 mm (8,27 13,00 inch) Als de bannervellade van multihandinvoer (lade A) niet geïnstalleerd is: Horizontale lengte: 139,7-487,7 mm (5,50 19,20 inch), verticale lengte: 100,0-330,2 mm (3,94 13,00 inch) Let er echter op dat de beperking van het bereik van de horizontale en verticale lengte varieert afhankelijk van de geïstalleerde opties. Als afdrukken in de bovenste uitvoerlade van de finisher of hoogvolume stapeleenheid afgeleverd worden: Horizontale lengte: 139,7-700,0 mm (5,50 27,55 inch), verticale lengte: 100,0-330,2 mm (3,94 13,00 inch) Als er afdrukken in de staffellade van de finisher afgeleverd worden: Horizontale lengte: 139,7-700,0 mm (5,50 27,55 inch),, verticale lengte: 139,7-330,2 mm (5,50 13,00 inch) Als afdrukken in de uitvoerlade van de stapeleenheid worden afgeleverd: Horizontale lengte: 139,7-487,7 mm (5,50 19,20 inch), verticale lengte: 139,7-330,2 mm (5,50 13,00 inch) 1. Plaats het papier met de bedrukte zijde naar boven in de multihandinvoer (lade A). 2. Druk op [Lade A]. 3. Controleer of [Papierformaat] geselecteerd is. 4. Druk op [Aangepast formaat programmeren]. 68
Kopiëren op een aangepast papierformaat vanuit de multihandinvoer (lade A) 5. Voer de horizontale afmeting van het origineel in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op [ ]. 6. Voer de verticale afmeting van het origineel in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op [ ]. 7. Druk twee keer op [OK]. 8. Plaats de originelen en druk vervolgens op de [Start]-knop. 69
3. Kopiëren Op enveloppen kopiëren In deze paragraaf wordt beschreven hoe u op enveloppen met een standaardformaat of aangepast formaat kopieert. Plaats het origineel op de glasplaat en plaats de envelop in de multihandinvoer (lade A) of in de brede bulklade. Stel de papierdikte in door het gewicht op te geven van de enveloppen waarop u afdrukt. Voor meer informatie over de relatie tussen papiergewicht en -dikte en over de envelopformaten die gebruikt kunnen worden, zie Pag. 130 "Aanbevolen papierformaten en -typen". Voor meer informatie over het verwerken van enveloppen, ondersteunde enveloptypes en hoe u enveloppen moet plaatsen, zie Pag. 153 "Enveloppen". De functie Duplex kan niet voor enveloppen worden gebruikt. Als de functie Duplex is ingesteld, annuleert u deze instelling. U moet de afmetingen van de envelop opgeven om te kopiëren op enveloppen van een aangepast formaat. Stel de horizontale en verticale lengte van de envelop in. DFX003 : Horizontaal : Verticaal Controleer of de geopende flap zich in de horizontale richting bevindt. Kopiëren op enveloppen vanuit de multihandinvoer (lade A) 1. Plaats de enveloppen met de bedrukte zijde naar boven in de multihandinvoer (lade A). 2. Druk op [Lade A]. 70
Op enveloppen kopiëren 3. Controleer of [Papierformaat] geselecteerd is. 4. Specificeer het formaat van de envelop en druk vervolgens op [OK]. 5. Druk op [Speciaal papier]. 6. Selecteer [Envelop] en druk vervolgens op [OK]. 7. Plaats de originelen en druk vervolgens op de [Start]-knop. Op enveloppen kopiëren vanuit de brede bulklade Geef voordat u deze functie gebruikt het papierformaat en - type aan via [Instell. papierlade]. Selecteer [Envelop] als papiertype. Raadpleeg voor meer informatie de handleiding Papierinstellingen. 1. Selecteer de papierlade met de enveloppen. 2. Plaats de originelen en druk vervolgens op de [Start]-knop. 71
3. Kopiëren Sorteren Het apparaat voegt de kopieën samen tot sets en zet ze in volgorde. Sorteren/Gestaffeld sorteren De kopieën kunnen in opeenvolgende volgorde worden samengevoegd tot sets. Een finisher of hoogvolume stapeleenheid is nodig om gestaffeld te sorteren. Elke keer wanneer de kopieën van een set of taak afgeleverd worden, wordt de volgende kopie verschoven om elke set of taak van elkaar te scheiden. CKN018 1. Selecteer de functie Sorteren ( ) onder [Sort./Stap.]. 2. Voer het aantal te kopiëren sets in met de cijfertoetsen. 3. Plaats de originelen. Druk op de [Testafdruk]-knop om het type afwerking te bevestigen. 4. Druk op de [Start]-knop. Het aantal te kopiëren sets wijzigen Tijdens het kopiëren kunt u het aantal te kopiëren sets wijzigen. Deze functie kan alleen gebruikt worden wanneer de Sorteren-functie geselecteerd is. 72
Sorteren 1. Wanneer "Kopiëren..." wordt weergegeven, drukt u op de toets [Stop]. 2. Voer het aantal kopiesets in met de cijfertoetsen. 3. Druk op [Doorgaan]. Het kopiëren begint opnieuw. 73
3. Kopiëren Gegevens opslaan in de Document Server Met de Document Server kunt u documenten op de harde schijf van het apparaat opslaan die met de kopieerfunctie ingelezen zijn. U kunt ze dus later afdrukken, na het toepassen van de gewenste configuraties. U kunt de opgeslagen documenten in het Document Server-scherm controleren. Voor meer informatie over de Document Server, zie Pag. 105 "Gegevens opslaan". 1. Druk op [Bestand opslaan]. 2. Voer een gebruikersnaam, bestandsnaam of wachtwoord in, indien nodig. 3. Geef indien nodig een map op waarin het document wilt opslaan. 4. Druk op [OK]. 5. Plaats de originelen. 6. Geef de scaninstellingen voor het origineel op. 7. Druk op de [Start]-knop. Hiermee worden gescande originelen in het geheugen geplaatst en wordt een set kopieën gemaakt. Wanneer u nog een document wilt opslaan, doe dat dan nadat het kopiëren is beëindigd. 74
4. Afdrukken In dit hoofdstuk komen veelgebruikte printerfuncties en -handelingen aan bod. Zie Afdrukken op de meegeleverde cd-rom voor informatie die niet in dit hoofdstuk staat. Snelinstallatie U kunt de printerstuurprogramma's eenvoudig installeren vanaf de cd-rom die met dit apparaat is meegeleverd. Als u Snelinstallatie uitvoert, wordt het PCL 6-printerstuurprogramma in een netwerkomgeving geïnstalleerd en wordt de standaard TCP/IP-poort ingesteld. U dient printerbeheerder te zijn om de stuurprogramma's te kunnen installeren. Log in als beheerder. 1. Klik op [Snelle installatie] in het installatiescherm. 2. De softwarelicentieovereenkomst verschijnt in het dialoogvenster [Gebruiksrechtovereenkomst]. Wanneer u de overeenkomst heeft gelezen, klikt u op [Ik accepteer de overeenkomst.] en vervolgens klikt u op [Volgende >]. 3. Klik op [Volgende >]. 4. Selecteer in het dialoogvenster [Selecteer printer] het apparaatmodel dat u wilt gebruiken. 5. Klik op [Installeer]. 6. Geef de gebruikerscode, de standaardprinter en de gedeelde printer op indien nodig. 7. Klik op [Doorgaan]. De installatie begint. 8. Klik op [Voltooien]. Wanneer u gevraagd wordt uw computer opnieuw op te starten, doe dit dan door het volgen van de instructies die verschijnen. 9. Klik op [Afsluiten] in het eerste dialoogvenster van het installatieprogramma en verwijder de cd-rom uit het station. 75
4. Afdrukken De eigenschappen van het printerstuurprogramma weergeven In dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u de eigenschappen van het printerstuurprogramma opent in [Apparaten en printers]. U dient over rechten voor printerbeheer te beschikken om de printerinstellingen te wijzigen. Log in als beheerder. U kunt de standaard printerinstellingen niet voor individuele gebruikers wijzigen. De instellingen in het dialoogvenster Printereigenschappen zijn van toepassing op alle gebruikers. 1. Klik in het menu [Start] op [Apparaten en printers]. 2. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram van de printer die u wilt gebruiken. 3. Klik op [Printereigenschappen]. 76
Standaard afdrukken Standaard afdrukken De standaardinstelling is dubbelzijdig afdrukken. Als u op slechts één zijde wilt afdrukken, selecteert u [Uit] voor de instelling voor dubbelzijdig afdrukken. Bij gebruik van het PCL6-printerstuurprogramma 1. Klik op de menuknop van Kladblok in de linkerbovenhoek van het venster en klik op [Afdrukken]. 2. Selecteer de printer die u wilt gebruiken in de lijst [Printer selecteren]. 3. Klik op [Voorkeursinstellingen]. 4. Klik op het tabblad [Veelgebruikte instellingen]. 5. Selecteer [Normale afdruk] in de lijst "Taaksoort:". 6. In de lijst "Documentformaat:" selecteert u het formaat van origineel dat afgedrukt moet worden. 7. In de lijst "Afdrukrichting" selecteert u [Staand] of [Liggend] als de afdrukrichting van het origineel. 8. Selecteer de papiersoort die zich in de papierlade bevindt in de lijst "Papiersoort:". 9. In de lijst "Invoerlade:" selecteert u de invoerlade waarin zich het papier bevindt waarop u wilt afdrukken. Als u [Automatische ladekeuze] in de lijst "Invoerlade:" selecteert, dan wordt de invoerlade automatisch geselecteerd afhankelijk van het opgegeven papierformaat en -type. 10. Kies [Kleur] of [Zwart-wit] uit de lijst "Kleur/Zwart-wit:". 11. Als u meerdere exemplaren wilt afdrukken, geeft u het aantal sets op in het vakje "Kopieën:". 12. Klik op [OK]. 13. Begin met afdrukken vanuit het dialoogvenster [Afdrukken] van de toepassing. 77
4. Afdrukken Afdrukken op beide zijden van het papier In dit onderdeel wordt uitgelegd hoe u afdrukt op beide zijden van het papier met het printerstuurprogramma. Papiertypes waarbij het mogelijk is om op beide zijden af te drukken, zijn: Normaal, Gerecycled, Kleur, Briefhoofd,Voorgedrukt, Voorgeperforeerd, Zwart, Gecoat papier: Glansafdruk, Gecoat (Glans), Gecoat (Mat), Synthetisch, Structuur Bij gebruik van het PLC6-printerstuurprogramma 1. Klik op de menuknop van Kladblok in de linkerbovenhoek van het venster en klik op [Afdrukken]. 2. Selecteer de printer die u wilt gebruiken in de lijst [Printer selecteren]. 3. Klik op [Voorkeursinstellingen]. 4. Klik op het tabblad [Veelgebruikte instellingen]. U kunt ook op het tabblad [Uitgebreide Instelling] klikken en vervolgens op [Dub.z./Lay-out/ Boekje] in het vakje "Menu:". 5. Selecteer de inbindmethode voor de uitgevoerde pagina's in de lijst "Dubbelzijdig:". 6. Wijzig indien nodig andere afdrukinstellingen. 7. Klik op [OK]. 8. Begin met afdrukken vanuit het dialoogvenster [Afdrukken] van de toepassing. Dubbelzijdige afdruktypen U kunt de manier waarop ingebonden pagina's geopend moeten worden, selecteren door op te geven aan welke kant moet worden ingebonden. Afdrukrichting Binden Links Binden Bovenkant Staand Liggend 78
Meerdere pagina's op één pagina afdrukken Meerdere pagina's op één pagina afdrukken In dit onderdeel wordt uitgelegd hoe u meerdere pagina's kunt afdrukken op een vel papier. De afdrukfunctie Combineren laat u economisch met papier omgaan doordat er meerdere pagina's op een vel papier worden afgedrukt. Bij gebruik van het PCL 6-printerstuurprogramma 1. Klik op de menuknop van Kladblok in de linkerbovenhoek van het venster en klik op [Afdrukken]. 2. Selecteer de printer die u wilt gebruiken in de lijst [Printer selecteren]. 3. Klik op [Voorkeursinstellingen]. 4. Klik op het tabblad [Veelgebruikte instellingen]. U kunt ook op het tabblad [Uitgebreide Instelling] klikken en vervolgens op [Dub.z./Lay-out/ Boekje] in het vakje "Menu:". 5. Selecteer het combinatiepatroom uit de lijst "Lay-out:" en geef vervolgens de methode voor het combineren van de pagina's op in de lijst "Paginavolgorde:". Als u een rand aan elke pagina wilt toevoegen, selecteert u [Kaderlijn tekenen] in [Dub.z./Layout/Boekje] op het tabblad [Uitgebreide Instelling]. 6. Wijzig indien nodig andere afdrukinstellingen. 7. Klik op [OK]. 8. Begin met afdrukken vanuit het dialoogvenster [Afdrukken] van de toepassing. Vormen van gecombineerd afdrukken Deze functie stelt u in staat om 2, 4, 6, 9 of 16 pagina's in een gereduceerd formaat af te drukken op één pagina en om de volgorde van de pagina's voor de combinatie op te geven. Als u vier of meer pagina's per vel combineert, zijn er vier patronen beschikbaar. De volgende illustraties geven een voorbeeld van verschillende paginavolgorde-patronen voor combinaties bestaande uit 2 en 4 pagina's. 2 pagina s per vel Afdrukrichting Links nr rechts/boven nr beneden Rechts nr links/boven nr beneden Staand 79
4. Afdrukken Afdrukrichting Links nr rechts/boven nr beneden Rechts nr links/boven nr beneden Liggend 4 pagina s per vel Rechts, dan omlaag Omlaag, dan rechts Links, dan omlaag Omlaag, dan links 80
Afdrukken op enveloppen Afdrukken op enveloppen Configureer de papierinstellingen op de goede manier met zowel het printerstuurprogramma als het bedieningspaneel. Als u op enveloppen wilt afdrukken, plaatst u deze in de optionele brede bulklade of lade A. Zorg ervoor dat u een geschikt papiertype opgeeft. Voor meer informatie, zie Pag. 130 "Aanbevolen papierformaten en -typen". Envelopinstellingen via het bedieningspaneel configureren 1. Plaats enveloppen in de papierlade. 2. Druk op de knop [Papierinstelling]. CWY003 3. Selecteer de papierlade met de enveloppen. 4. Druk op [Handmatige papierinst.]. 5. Druk op [Envelop] in het gebied "Papiertype" en selecteer vervolgens het juiste item in het gebied "Papiergewicht". 6. Druk op het tabblad [Papierformaat]. 7. Selecteer het formaat van de envelop en druk vervolgens op [OK]. 8. Druk op [OK]. 9. Druk op de knop [Papierinstelling]. 81
4. Afdrukken Op enveloppen afdrukken via het printerstuurprogramma Bij gebruik van het PCL 6-printerstuurprogramma 1. Klik op de menuknop van Kladblok in de linkerbovenhoek van het venster en klik op [Afdrukken]. 2. Selecteer de printer die u wilt gebruiken in de lijst [Printer selecteren]. 3. Klik op [Voorkeursinstellingen]. 4. Selecteer in de lijst "Documentformaat:" het formaat van de envelop. 5. Selecteer [Envelop] in de lijst "Papiersoort:". 6. Selecteer in de lijst "Invoerlade:" in welke papierlade de enveloppen worden geplaatst. 7. Wijzig indien nodig andere afdrukinstellingen. 8. Klik op [OK]. 9. Begin met afdrukken vanuit het dialoogvenster [Afdrukken] van de toepassing. 82
Opslaan en afdrukken met de Document Server Opslaan en afdrukken met de Document Server Met de Document Server kunt u documenten opslaan op de harde schijf van het apparaat, zodat u deze kunt bewerken en afdrukken zoals en wanneer u dat wilt. Toepassingen met een eigen stuurprogramma, zoals PageMaker, ondersteunen deze functie niet. Annuleer de bestandsoverdracht niet als de gegevens naar de Document Server worden verzonden. Het is mogelijk dat het proces niet juist wordt geannuleerd. Als u per ongeluk een afdruktaak annuleert, gebruik dan het bedieningspaneel van het apparaat om de verzonden gegevens te verwijderen. Voor meer informatie over het verwijderen van documenten die in de Document Server zijn opgeslagen raadpleegt u Kopiëren / Document Server of de Help-functie van Web Image Monitor. In de Document Server kunnen maximaal 3000 bestanden worden opgeslagen. Er kunnen geen nieuwe bestanden opgeslagen worden als er al 3000 bestanden opgeslagen zijn. Zelfs als er minder dan 3000 bestanden zijn opgeslagen, kunnen er geen nieuwe bestanden opgeslagen worden wanneer Het aantal pagina's van een document overschrijdt de 5.000. Het totaal aantal pagina's dat in het apparaat is opgeslagen en de verzonden gegevens heeft de 15.000 bereikt (het aantal kan lager zijn afhankelijk van de afdrukgegevens). de harde schijf vol is. U kunt gegevens naar de Document Server verzenden die op een clientcomputer zijn aangemaakt. Documenten opslaan in de Document Server Als de harde schijf van het apparaat niet voor andere doelen wordt gebruikt dan de Document Server, is het mogelijk dat het aantal documenten dat in de server kan worden opgeslagen, lager is dan het aantal dat in de specificaties wordt genoemd. 1. Klik op de menuknop van Kladblok in de linkerbovenhoek van het venster en klik op [Afdrukken]. 2. Selecteer de printer die u wilt gebruiken in de lijst "Printer selecteren". 3. Klik op [Voorkeursinstellingen]. 4. Klik in de lijst "Taaksoort:" op [Document Server]. 5. Klik op [Details...]. 6. Voer indien vereist gebruikers-id, bestandsnaam, wachtwoord en gebruikersnaam in. 83
4. Afdrukken 7. Geef het mapnummer op om het document op te slaan in het venster "Mapnummer:". Als "0" wordt opgegeven in het vak "Mapnummer:" worden documenten in de Gedeelde map opgeslagen. 8. Als de map met een wachtwoord is beschermd, moet u het wachtwoord in het vak "Wachtwoord map:" invoeren. 9. Klik op [OK]. 10. Wijzig indien nodig andere afdrukinstellingen. 11. Klik op [OK]. 12. Begin met afdrukken vanuit het dialoogvenster [Afdrukken] van de toepassing. U kunt de documenten die in de Document Server zijn opgeslagen met behulp van het bedieningspaneel afdrukken. Voor meer informatie, zie Pag. 107 "Opgeslagen documenten afdrukken". Documenten beheren die opgeslagen zijn in de Document Server Als dit apparaat als netwerkprinter is geconfigureerd met TCP/IP, kunt u de documenten die in de Document Server van het apparaat zijn opgeslagen bekijken of verwijderen met behulp van Web Image Monitor van een clientcomputer die op het netwerk is aangesloten. U kunt dit apparaat op afstand bedienen en laten afdrukken zonder het bedieningspaneel te gebruiken. 84
5. Scannen In dit hoofdstuk komen veelgebruikte scannerfuncties en -handelingen aan bod. Zie Scannen op de meegeleverde cd-rom voor informatie die niet in dit hoofdstuk staat. Basisprocedure bij gebruik van Scannen naar map Raadpleeg eerst Scannen voordat u deze procedure uitvoert en bevestig de informatie van de bestemmingscomputer. Zie ook Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen en registreer het adres van de bestemmingscomputer in het adresboek. 1. Druk op de [Home]-knop linksboven op het bedieningspaneel en druk op het pictogram [Scanner] op het [Home]-scherm. Als het [Scanner]-pictogram niet verschijnt, drukt u op het pictogram om naar het menuscherm te gaan. rechtsboven in het scherm CWW220 2. Zorg ervoor dat alle oude instellingen zijn gewist. Druk op de [Reset]-knop als de instelling van de vorige gebruiker nog actief is. 3. Druk op het tabblad [Map]. 85
5. Scannen 4. Plaats de originelen. 5. Indien nodig, specificeer de scaninstellingen aan de hand van het origineel dat gescand moet worden. Voorbeeld: het document scannen in kleur/dubbelzijdig en opslaan als PDF-bestand. Druk op [Scaninst.], druk op [Kleur: Tekst / Foto] op het tabblad [Origineeltype] en druk vervolgens op [OK]. Druk op [Originele invoertype], druk op [2-zijdig orig.] en druk vervolgens op [OK]. Druk op [Verzend Bestandstype/naam], dan op [PDF], en druk vervolgens op [OK]. 6. Geef de bestemming op. U kunt meerdere bestemmingen opgeven. 7. Druk op de [Start]-knop. Een gedeelde map aanmaken op een computer met Windows/de informatie van een computer bevestigen De volgende procedures leggen uit hoe u een gedeelde map kunt aanmaken op een computer met Windows en hoe de informatie op een computer kunt bevestigen. In deze voorbeelden is Windows 7 Ultimate het besturingssysteem en behoort de computer tot een netwerkdomein. Schrijf de bevestigde gegevens op. Stap 1: De naam van de gebruiker en de computer bevestigen Bevestig de naam van de gebruiker en de naam van de computer waar u gescande documenten naar toe wilt sturen. 1. Ga in het menu [Start] naar [Alle programma's] en klik dan op [Accessoires] en klik dan op [Opdrachtregel]. 2. Voer de opdracht "ipconfig/all" in en druk vervolgens op [Enter]. 86
Basisprocedure bij gebruik van Scannen naar map 3. Bevestig de naam van de computer. De naam van de computer wordt weergegeven onder [Hostnaam]. Hier kunt u ook het IPv4-adres opgeven. Het adres weergegeven onder [IPv4-adres] is het IPv4- adres van de computer. 4. Voer daarna de opdracht "set user" (gebruiker instellen) en druk dan op [Enter]. Let erop dat u een spatie zet tussen "set" en "user". 5. Bevestig de gebruikersnaam. De gebruikersnaam wordt weergegeven onder [USERNAME]. Stap 2: Maak een gedeelde map aan op een computer met Microsoft Windows Maak een bestemmingsmap in Windows en maak delen mogelijk. In de volgende procedure wordt een computer als voorbeeld gebruikt met daarop Windows 7 Ultimate geïnstalleerd. Deze computer is tevens onderdeel van een domein. Meld u aan als beheerder om een gedeelde map aan te maken. Wanneer "Iedereen" is geselecteerd in stap 6, dan wordt de gedeelde map toegankelijk voor alle gebruikers. Dit is een veiligheidsrisico; wij raden dus aan om alleen aan bepaalde gebruikers toegangsrechten te geven. Volg de volgende procedure om "Iedereen" te verwijderen en om toegangsrechten voor gebruikers te specificeren. 1. Maak een map op de computer op de manier zoals u een normale map zou maken op een locatie die uw voorkeur heeft. 2. Klik met de rechtermuisknop op de map en klik vervolgens op [Eigenschappen]. 3. Selecteer op het tabblad [Delen] de optie [Geavanceerd delen...]. 4. Selecteer het keuzevakje [Deze map delen]. 5. Klik op [Machtigingen]. 6. Selecteer uit de lijst [Namen van groepen of gebruikers:] de optie "Iedereen" en klik dan op [Verwijderen]. 7. Klik op [Toevoegen...]. 8. Klik in het venster [Gebruikers of groepen selecteren] op de optie [Geavanceerd...]. 9. Geef één of meer objecttypes op, selecteer een locatie en klik vervolgens op [Nu zoeken]. 10. Selecteer de groepen en gebruikers die u toegang wilt geven in de resultatenlijst en klik dan op [OK]. 11. Klik in het venster [Groepen of gebruikers selecteren] op [OK]. 87
5. Scannen 12. Selecteer in de lijst [Namen van groepen of gebruikers:] een groep of gebruiker. Vink vervolgens in de kolom [Toestaan] in de toestemmingenlijst het selectievakje [Volledig beheer] of [Wijzigen] aan. Configureer de toegangsrechten voor elke groep en gebruiker. 13. Klik op [OK]. Stap 3: Toegangsprivileges opgeven voor de gedeelde map Als u toegangsprivileges wilt opgeven voor de gemaakte map om andere gebruikers en groepen toegang tot deze map te geven, kunt u de map als volgt configureren: 1. Klik met de rechtermuisknop op de map die u bij stap 2 heeft aangemaakt en klik vervolgens op [Eigenschappen]. 2. Klik op het tabblad [Beveiliging] op [Bewerken...]. 3. Klik op [Toevoegen...]. 4. Klik in het venster [Gebruikers of groepen selecteren] op de optie [Geavanceerd...]. 5. Geef één of meer objecttypes op, selecteer een locatie en klik vervolgens op [Nu zoeken]. 6. Selecteer de groepen en gebruikers die u toegang wilt geven in de resultatenlijst en klik dan op [OK]. 7. Klik in het venster [Groepen of gebruikers selecteren] op [OK]. 8. Selecteer in de lijst [Namen van groepen of gebruikers:] een groep of gebruiker. Vink vervolgens in de kolom [Toestaan] in de lijst het selectievakje [Volledig beheer] of [Wijzigen] aan. 9. Klik op [OK]. Een SMB-map registreren 1. Druk op de [Home]-knop links onderin het bedieningspaneel en druk op het pictogram [Adresboekmanagement] op het [Home]-scherm. Als het pictogram [Adresboekmanagement] niet verschijnt, drukt u op het pictogram rechtsboven in het scherm om over te schakelen naar het [Home]-scherm. 2. Controleer of [Programmeren/Wijzigen] geselecteerd is. 3. Druk op [Nieuw progr.]. 4. Druk op [Wijzigen] onder "Naam". Het scherm voor het invoeren van de naam wordt weergegeven. 5. Voer de naam in en druk vervolgens op [OK]. 88
Basisprocedure bij gebruik van Scannen naar map 6. Druk op [ Volg.]. 7. Druk onder "Selecteer een titel" op de toets voor de classificatie die u wilt gebruiken. U kunt de volgende toetsen selecteren: [Frequent]: wordt toegevoegd aan de pagina die het eerst wordt weergegeven. [AB], [CD], [EF], [GH], [IJK], [LMN], [OPQ], [RST], [UVW], [XYZ], [1] tot [10]: wordt toegevoegd aan de lijst met items in de geselecteerde titel. U kunt [Frequent] en nog een toets voor elke titel selecteren. 8. Druk op [Verif. info] en vervolgens op [ Volg.]. 9. Druk op [Spec. and. Ver.info.] rechts van "Mapverificatie". Wanneer u [Niet opgeven] selecteert, worden de SMB-gebruikersnaam en het SMB-wachtwoord dat u heeft opgegeven in "Standaard gebruikersnaam/wachtwoord [Verzenden]" van de instellingen voor Bestandsoverdracht toegepast. 10. Druk op [Wijzigen] onder "Log-in gebruikersnaam". 11. Voer de log-in gebruikersnaam van de bestemmingscomputer in en klik vervolgens op [OK]. 12. Druk op [Wijzigen] onder "Log-in wachtwoord". 13. Geef het wachtwoord van de bestemmingscomputer op en druk vervolgens op [OK]. 14. Voer het wachtwoord opnieuw in ter bevestiging en druk vervolgens op [OK]. 15. Druk op [Map]. 89
5. Scannen 16. Controleer of [SMB] werd geselecteerd. 17. Druk op [Wijzigen] of [Blad. door netwerk] en specificeer vervolgens de map. Om een map op te geven, kunt u handmatig het pad invoeren of de map vinden door door het netwerk te bladeren. 18. Druk op [Verbindingstest] om te controleren of het pad goed is ingesteld. 19. Druk op [Afsluit.]. Als de verbindingstest mislukt, controleer dan de instellingen en probeer het opnieuw. 20. Druk op [OK]. 21. Druk op de knop [Gebruikersinstellingen]. De SMB-map handmatig zoeken 1. Druk onder "Pad" op [Wijzigen]. 2. Voer het pad in waar de map zich bevindt. Bijvoorbeeld: als de naam van de bestemmingscomputer "User" is en de naam van de map is "Share", dan is het pad \\User\Share. Als het netwerk niet toelaat dat IP-adressen automatisch worden verkregen, noteert u het IP-adres van de bestemmingscomputer in het pad. Bijvoorbeeld: als het IP-adres van de bestemmingscomputer "192.168.0.191" is en de naam van de map is "Share", dan is het pad \ \192.168.0.191\Share. 90
Basisprocedure bij gebruik van Scannen naar map 3. Druk op [OK]. Als de notatie van het ingevoerde pad niet juist is, verschijnt er een melding. Druk op [Afsluiten] en voer het pad opnieuw in. De SMB-map zoeken met [Blad. door netwerk] 1. Druk op [Blad. door netwerk]. De computers van de klant op hetzelfde netwerk als het apparaat, verschijnen. Netwerk toont alleen clientcomputers waartoe u toegang heeft. 2. Kies de groep met de bestemmingscomputer. 3. Kies de naam van de bestemmingscomputer. Hieronder worden de gedeelde mappen weergegeven. U kunt op [1 Niveau omhoog] drukken om van niveau te wisselen. 4. Selecteer de map die u wilt registreren. 5. Druk op [OK]. Een geregistreerde SMB-map verwijderen 1. Druk op de [Home]-knop links onderin het bedieningspaneel en druk op het pictogram [Adresboekmanagement] op het [Home]-scherm. Als het pictogram [Adresboekmanagement] niet verschijnt, drukt u op het pictogram rechtsboven in het scherm om over te schakelen naar het [Home]-scherm. 2. Controleer of [Programmeren/Wijzigen] geselecteerd is. 3. Selecteer de naam van de map die u wilt verwijderen. Druk op de naamtoets of voer het geregistreerde nummer in met de cijfertoetsen. U kunt zoeken op basis van geregistreerde naam, gebruikerscode, mapnaam of e-mailadres. 4. Druk op [Map]. 91
5. Scannen 5. Druk op het protocol dat op dit moment niet is geselecteerd. Er wordt een bevestigingsbericht weergegeven. 6. Druk op [Ja]. 7. Druk op [OK]. 8. Druk op de knop [Gebruikersinstellingen]. Het pad voor de bestemming handmatig invoeren 1. Druk op [Handm. inv.]. 2. Druk op [SMB]. 3. Druk op [Handm. inv.] rechts van het padveld. 4. Voer het pad voor de map in. In het volgende voorbeeldpad, is de naam van de bestemmingsmap "gebruiker" en die van de computer "desk01": \\desk01\user 5. Druk op [OK]. 6. Afhankelijk van de bestemmingsinstellingen, geeft u de gebruikersnaam op om u aan te melden op de computer. Druk op [Handm. inv.] rechts van het veld gebruikersnaam om het schermtoetsenbord weer te geven. 7. Afhankelijk van de bestemmingsinstellingen, geeft u het wachtwoord op om u aan te melden op de computer. Druk op [Handm. inv.] zodat u met behulp van het wachtwoord het schermtoetsenbord kunt laten weergeven. 8. Druk op [Verbindingstest]. Er wordt een verbindingstest uitgevoerd om te controleren of de opgegeven gedeelde map bestaat. 92
Basisprocedure bij gebruik van Scannen naar map Raadpleeg Problemen oplossen als het bericht "Verbinding met de computer mislukt. Controleer de instellingen. " wordt weergegeven. 9. Controleer het resultaat van de verbindingstest en druk op [Afsluiten]. 10. Druk op [OK]. 93
5. Scannen Basisprocedure voor het verzenden van scanbestanden via e-mail 1. Druk op de [Home]-knop linksonder op het bedieningspaneel en druk op het pictogram [Scanner] op het [Home]-scherm. Als het [Scanner]-pictogram niet verschijnt, drukt u op het pictogram om naar het menuscherm te gaan. rechtsboven in het scherm CWW220 2. Zorg ervoor dat alle oude instellingen zijn gewist. Druk op de [Reset]-knop als de instelling van de vorige gebruiker nog actief is. 3. Druk op het tabblad [E-mail]. 4. Plaats de originelen. 94
Basisprocedure voor het verzenden van scanbestanden via e-mail 5. Indien nodig, specificeer de scaninstellingen aan de hand van het origineel dat gescand moet worden. Voorbeeld: het document scannen in kleur/dubbelzijdig en opslaan als PDF-bestand. Druk op [Scaninst.], druk op [Kleur: Tekst / Foto] op het tabblad [Origineeltype] en druk vervolgens op [OK]. Druk op [Originele invoertype], druk op [2-zijdig orig.] en druk vervolgens op [OK]. Druk op [PDF], onder [Verzend Bestandstype/naam] en druk vervolgens op [OK]. 6. Geef de bestemming op. U kunt meerdere bestemmingen opgeven. 7. Als u de afzender van de e-mail wilt specificeren, drukt u op [Naam afzender] en vervolgens op [OK]. 8. Druk op [Ontv. Bev.] om de ontvangstbevestiging te gebruiken. Als u [Ontv. Bev.] selecteert, ontvangt de e-mailafzender een bericht als de ontvanger het e- mailbericht heeft geopend. 9. Druk op de [Start]-knop. Een e-mailbestemming opslaan 1. Druk op de [Home]-knop links onderin het bedieningspaneel en druk op het pictogram [Adresboekmanagement] op het [Home]-scherm. Als het pictogram [Adresboekmanagement] niet verschijnt, drukt u op het pictogram rechtsboven in het scherm om over te schakelen naar het [Home]-scherm. 2. Controleer of [Programmeren/Wijzigen] geselecteerd is. 3. Druk op [Nieuw progr.]. 4. Druk op [Wijzigen] onder "Naam". Het scherm voor het invoeren van de naam wordt weergegeven. 5. Voer de naam in en druk vervolgens op [OK]. 95
5. Scannen 6. Druk op [ Volg.]. 7. Druk onder "Selecteer een titel" op de toets voor de classificatie die u wilt gebruiken. U kunt de volgende toetsen selecteren: [Frequent]: wordt toegevoegd aan de pagina die het eerst wordt weergegeven. [AB], [CD], [EF], [GH], [IJK], [LMN], [OPQ], [RST], [UVW], [XYZ], [1] tot [10]: wordt toegevoegd aan de lijst met items in de geselecteerde titel. U kunt [Frequent] en nog een toets voor elke titel selecteren. 8. Druk op [E-mail]. 9. Druk op [Wijzigen] onder "E-mailadres". 10. Voer het e-mailadres in. 11. Druk twee keer op [OK]. 96
Basisprocedure voor het verzenden van scanbestanden via e-mail 12. Druk op de knop [Gebruikersinstellingen]. Een e-mailbestemming verwijderen 1. Druk op de [Home]-knop links onderin het bedieningspaneel en druk op het pictogram [Adresboekmanagement] op het [Home]-scherm. Als het pictogram [Adresboekmanagement] niet verschijnt, drukt u op het pictogram rechtsboven in het scherm om over te schakelen naar het [Home]-scherm. 2. Controleer of [Programmeren/Wijzigen] geselecteerd is. 3. Selecteer de naam van wie u het e-mailadres wilt verwijderen. Druk op de naamtoets of voer het geregistreerde nummer in met de cijfertoetsen. U kunt zoeken op basis van geregistreerde naam, gebruikerscode, mapnaam of e-mailadres. 4. Druk op [E-mail]. 5. Druk op [Wijzigen] onder "E-mailadres". 6. Druk op [Verw.] en vervolgens op [OK]. 7. Druk op [OK]. 8. Druk op de knop [Gebruikersinstellingen]. Een e-mailadres handmatig invoeren 1. Druk op [Handm. inv.]. 2. Voer het e-mailadres in. 3. Druk op [OK]. 97
5. Scannen Basisprocedure voor het opslaan van scanbestanden U kunt elk opgeslagen bestand beveiligen met een wachtwoord. Het wordt aanbevolen om opgeslagen bestanden te beveiligen tegen onbevoegde toegang met behulp van een wachtwoord. Een gescand bestand opgeslagen in het apparaat kan verloren gaan als er zich een storing voordoet. We raden u aan de harde schijf niet te gebruiken voor het bewaren van belangrijke bestanden. De leverancier is niet verantwoordelijk voor mogelijk opgelopen schade ten gevolge van verloren bestanden. 1. Druk op de [Home]-knop linksonder op het bedieningspaneel en druk op het pictogram [Scanner] op het [Home]-scherm. Als het [Scanner]-pictogram niet verschijnt, drukt u op het pictogram om naar het menuscherm te gaan. rechtsboven in het scherm CWW220 2. Zorg ervoor dat alle oude instellingen zijn gewist. Druk op de [Reset]-knop als de instelling van de vorige gebruiker nog actief is. 3. Plaats de originelen. 4. Druk op [Bestand opslaan]. 98
Basisprocedure voor het opslaan van scanbestanden 5. Druk op [Opslaan op HDD]. 6. Indien nodig kunt u de gegevens van het opgeslagen bestand opgeven zoals [Gebruikersnaam], [Bestandsnaam], [Wachtwoord] en [Map selecteren]. Gebruikersnaam Druk op [Gebruikersnaam] en selecteer een gebruikersnaam. Als u een niet-geregistreerde gebruikersnaam wilt opgeven, drukt u op [Handm. invoer] en voert u vervolgens de naam in. Druk nadat u een gebruikersnaam heeft opgegeven op [OK]. Bestandsnaam Druk op [Bestandsnaam], voer een bestandsnaam in en druk vervolgens op [OK]. Wachtwoord Druk op [Wachtwoord], voer een wachtwoord in en druk op [OK]. Voer het wachtwoord opnieuw in om het te bevestigen en druk vervolgens op [OK]. Map selecteren Geef de map op waarin u de opgeslagen bestanden wilt opslaan. 7. Druk op [OK]. 8. Druk indien nodig op [Scaninstellingen] om scannerinstellingen, zoals resolutie en scangrootte, op te geven. 9. Druk op de [Start]-knop. Een opgeslagen bestand uit de lijst controleren In deze paragraaf wordt uitgelegd hoe u een in de lijst geselecteerd opgeslagen bestand kunt controleren. 1. Druk op [Sel. opgesl. best.]. 2. Geef de map op waarin u de opgeslagen bestanden wilt opslaan. 3. In de lijst met opgeslagen bestanden selecteert u het bestand dat u wilt controleren. U kunt meerdere bestanden selecteren. 99
5. Scannen 4. Druk op [Voorvertoning]. 100
Het bestandstype opgeven Het bestandstype opgeven In deze paragraaf wordt de procedure uitgelegd voor het opgeven van het bestandstype van een bestand dat u wilt verzenden. Bestandstypen kunnen worden opgegeven bij het verzenden van bestanden per e-mail of via scannen naar map, bij het verzenden van opgeslagen bestanden per e-mail of via scannen naar map en bij het opslaan van bestanden op een geheugenopslagapparaat. U kunt een van de volgende bestandstypes selecteren: Enkele pagina: [TIFF/JPEG], [PDF] Als u een bestandstype van een enkele pagina selecteert bij het scannen van meerdere originelen, wordt voor elke pagina één apart bestand gemaakt en is het aantal verzonden bestanden even groot als het aantal gescande pagina's. Meerdere pagina's: [TIFF], [PDF] Als u een bestandstype van meerdere pagina's selecteert bij het verzenden van meerdere originelen, worden de gescande pagina's gecombineerd en als één bestand verzonden. Welke bestandstypen kunnen worden geselecteerd, hangt af van de scaninstellingen en andere instellingen. Zie Scannen voor meer informatie over bestandstypen. 1. Druk op [Verzend Bestandstype/naam]. 2. Selecteer een bestandstype. 101
5. Scannen Als het Bestandstype ingesteld is op [PDF], configureer dan PDF-bestandsinst. zoals vereist. 3. Druk op [OK]. 102
Scaninstellingen opgeven Scaninstellingen opgeven 1. Druk op [Scaninstellingen]. 2. Geef de resolutie, het scanformaat en de andere noodzakelijke instellingen op. 3. Druk op [OK]. 103
104 5. Scannen
6. Document Server In dit hoofdstuk komen veelgebruikte documentserver-functies en -handelingen aan bod. Raadpleeg de handleiding Kopiëren / Document Server op de meegeleverde cd-rom voor informatie die niet in dit hoofdstuk staat. Gegevens opslaan In deze paragraaf wordt beschreven hoe u documenten op de Document Server opslaat. Een document dat met het juiste wachtwoord is geopend, blijft ook - nadat de bewerkingen voltooid zijn - geselecteerd en kan door andere gebruikers worden ingezien. Vergeet als u klaar bent niet op de [Reset]-knop te drukken om de selectie van het document op te heffen. Een gebruikersnaam die geregistreerd staat bij een opgeslagen document van de Document Server, wordt gebruikt om de auteurs van het document en het documenttype te identificeren. Een gebruikersnaam wordt niet gebruikt om vertrouwelijke documenten tegen andere gebruikers te beschermen. Wanneer u scant met de scanner, zorg er dan voor dat alle andere bewerkingen beëindigd zijn. Bestandsnaam Er wordt automatisch een bestandsnaam zoals "COPY0001" en "COPY0002" aan het gescande document gegeven. U kunt de bestandsnaam wijzigen. Gebruikersnaam U kunt een gebruikersnaam registreren om de gebruiker of gebruikersgroep te identificeren die de documenten opsloeg. Selecteer de gebruikersnaam geregistreerd in het adresboek om deze toe te wijzen, of voer de naam direct in. Afhankelijk van de beveiligingsinstelling, wordt mogelijk [Toegangsprivileges] weergegeven in plaats van [Gebruikersnaam]. Voor meer informatie over het adresboek, raadpleegt u Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen. Wachtwoord Om onbevoegd afdrukken te voorkomen, kunt u een wachtwoord instellen voor elk opgeslagen document. Een beveiligd document kan alleen geopend worden als het wachtwoord wordt ingevoerd. Als een wachtwoord voor de documenten is ingesteld, wordt links van de bestandsnaam een sleutelpictogram weergegeven. 1. Druk op de [Home]-knop op het bedieningspaneel en druk op het pictogram van de [Document Server] op het scherm. Als het pictogram [Document Server] niet verschijnt, drukt u op het pictogram scherm om naar het menuscherm te gaan. rechtsboven in het 105
6. Document Server CWW220 2. Druk op [Naar scanscherm]. 3. Druk op [Opslagmap]. 4. Geef op in welke map u het document u wilt opslaan en druk op [OK]. 5. Druk op [Gebruikersnaam]. 6. Selecteer een gebruikersnaam en druk vervolgens op [OK]. De gebruikersnamen die getoond worden, zijn namen die in het Adresboek geregistreerd staan. Als u een naam wilt opgeven die niet in het scherm voorkomt, drukt u op [Handm. invoer] en voert u een gebruikersnaam in. 7. Druk op [Bestandsnaam]. 8. Voer een bestandsnaam in en druk vervolgens op [OK]. 9. Druk op [Wachtwoord]. 10. Voer een wachtwoord in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op [OK]. U kunt vier tot acht cijfers gebruiken om het wachtwoord op te geven. 11. Voer ter controle het wachtwoord nogmaals in en druk vervolgens op [OK]. 12. Plaats het origineel. 13. Geef de scanvoorwaarden op van het origineel. 14. Druk op de [Start]-knop. Het origineel wordt gescand. Het document wordt opgeslagen in de Document Server. Na het scannen wordt een lijst van opgeslagen mappen weergegeven. Wanneer de lijst niet wordt weergegeven, drukt u op [Scannen voltooien]. 106
Opgeslagen documenten afdrukken Opgeslagen documenten afdrukken U kunt documenten afdrukken die zijn opgeslagen op de Document Server. U kunt de volgende instellingen opgeven in het afdrukscherm: Papierlade Het aantal afdrukken [Uitvoer/ Finisher] ([Uitvoer], [Finisher], [Vouweenheid], [Perfect Binding], [Stapellade]) [Stempel] ([Voor.ingest. Stmp.], [Gebruikersstempel], [Datumstempel], [Paginanummering], [Stempel tekst]) [Kaft/Tussenblad] ([Voorblad], [Achterblad], [Tusvg/Hfst], [Tussenblad]) [Bewerken] ([Marge aanp.], [Stempel]) [2-zijdig/boek] ([1-zijdig afdrukken], [2-zijdig: Boven/boven], [2-zijdig: Boven/onder], [Duplexpagina's opgeven], [Boekje], [Magazine]) Zie Kopiëren / Document Server voor meer informatie over elke functie. 1. Selecteer een map. 2. Selecteer het document dat moet worden afgedrukt. 3. Wanneer u twee documenten of meer tegelijkertijd wilt afdrukken, herhaalt u stap 2. U kunt maximaal 30 documenten afdrukken. 4. Druk bij het opgeven van afdrukvoorwaarden op [Naar afdr.scherm] en configureer de afdrukinstellingen. 5. Voer het aantal afdrukken in met de cijfertoetsen. Het maximum aantal dat kan worden ingevoerd is 9999. 6. Druk op de [Start]-knop. 107
108 6. Document Server
7. Web Image Monitor In dit hoofdstuk komen veelgebruikte Web Image Monitor-functies en -handelingen aan bod. Zie Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen op de meegeleverde cd-rom of de Help van Web Image Monitor voor informatie die niet in dit hoofdstuk staat. Beginpagina weergeven In dit gedeelte wordt de beginpagina besproken en wordt uitgelegd hoe u Web Image Monitor kunt weergeven. Als u een IPv4-adres invoert, begin de onderdelen dan niet met een nul. Bijvoorbeeld: als het adres "192.168.001.010" is, moet u het invoeren als "192.168.1.10". 1. Start uw internetbrowser. 2. Voer "http://(ip-adres of hostnaam van uw apparaat)/" in de URL-balk van uw internetbrowser in. De beginpagina van Web Image Monitor verschijnt. Als de hostnaam van het apparaat werd geregistreerd op de DNS- of WINS-server, kunt u het invoeren. Wanneer u SSL, een protocol voor gecodeerde communicatie, instelt in een omgeving waarin serververificatie wordt gebruikt, voer dan "https://(ip-adres of hostnaam van het apparaat)/" in. Web Image Monitor is onderverdeeld in de volgende gedeeltes: 2 3 1 4 5 DFJ003 1. Menugedeelte Als u een menuoptie selecteert, wordt de inhoud hiervan weergegeven. 109
7. Web Image Monitor 2. Koptekstgebied Toont pictogrammen voor de Help- en zoekfunctie. Dit gebied toont ook [Inloggen] en [>Uitloggen], waarmee u kunt schakelen tussen de beheerders- en gastmodus. 3. Vernieuwen/Help (Vernieuwen): klik op rechtsboven in het werkgebied om de apparaatgegevens te updaten. Klik op de knop [Vernieuwen] van de internetbrowser om het volledige browserscherm bij te werken. (Help): gebruik Help om de inhoud van het Help-bestand weer te geven of te downloaden. 4. Basisgegevensgebied Toon de basisgegevens voor het apparaat. 5. Werkgebied Toont de inhoud van het item dat in het menugedeelte is geselecteerd. 110
8. Papier en toner bijvullen Dit hoofdstuk beschrijft de aanbevolen papierformaten en -typen en hoe u papier in de papierlade plaatst. Papier plaatsen Voorzorgsmaatregelen voor papier plaatsen Pas tijdens het bijvullen van papier op dat uw vingers niet vast komen te zitten of dat u ze verwondt. Stapel het papier niet hoger dan de limietmarkering. Er kunnen papierstoringen optreden en het papier kan verkeerd worden ingevoerd wanneer u op dikke glanzende vellen afdrukt. Als u dergelijke problemen wilt voorkomen, moet u ervoor zorgen dat glanzende vellen grondig worden losgewaaierd voordat u ze plaatst. Wanneer u papier plaatst, stel dan de richting van het papier in volgens de korrelstructuur van het papier aan de hand van onderstaande tabel: Richting van de papierkorrel Lade 1 A3/11 17 ladeeenheid, lade 2 of de brede bulklade Multihandinvoer (lade A) Niet aanbevolen Als papier wordt geplaatst zoals eerder is beschreven, kan het zijn dat - afhankelijk van het type papier - de normale bewerkingen niet kunnen worden uitgevoerd en dat de afdrukkwaliteit niet goed is. 111
8. Papier en toner bijvullen Als u papier met een gewicht van 52,3 g/m 2 (14,0 lb. bankpost) in de papierladen plaatst of kalkpapier in de brede bulklade of de multihandinvoer (lade A), gebruik dan altijd papier met een lange korrel. Afdrukken kunnen duidelijk zijn omgekruld. Strijk afdrukken glad als ze zijn gevouwen of omgekruld. Raadpleeg Papierinstellingen voor meer informatie over de instellingen voor het gladstrijken van gekruld papier. Om papierstoringen te voorkomen, moet u het papier loswaaieren voordat u het plaatst. Als u papier plaatst als er nog maar een paar vellen papier in de lade liggen, kan het voorkomen dat er meerdere vellen papier tegelijk worden ingevoerd. Verwijder al het papier, leg het op de stapel nieuwe vellen papier en waaier de hele papierstapel los voordat u het in de lade plaatst. Maak omgekruld of gevouwen papier recht voordat u het plaatst. Als het papier in lades, die automatisch onnodige tabbladen uitwerpen, opraakt, plaats dan vanaf het begin van de cyclus nieuwe tabbladen (het eerste blad). Als u voor de eerste keer papier plaatst in de papierlade of als u het papierformaat of de papiersoort in de papierlade wijzigt, zorg dan ook voor de juiste papierinstellingen in 'Instellingen papierlade'. Raadpleeg voor meer informatie de handleiding Papierinstellingen. Voor details over de papiertypes en -formaten die kunnen worden gebruikt, zie Pag. 130 "Aanbevolen papierformaten en -typen". Het is mogelijk dat u soms een ritselend geluid hoort van papier dat door het apparaat beweegt. Dit geluid duidt niet op slecht functioneren. Uitwaaieren van papier Als u gecoat papier, etiketten of dik papier van 163,1 360,0 g/m 2 (60,1 lb. voorblad 198,0 lb. index) in de brede bulklade met drie laden plaatst, is het belangrijk dat u de vellen goed uitwaaiert. Papierstoringen kunnen optreden wanneer papier niet grondig uitgewaaierd is. 1. Maak de stapel los door de vellen uit te waaieren. CVA068 112
Papier plaatsen 2. Houd de stapel vast bij het korte eind en buig de stapel heen en weer om ruimte te creëren tussen de vellen. Herhaal dit enkele malen. CVA069 CVA070 3. Controleer of er ruimte tussen de vellen is. CVA071 Papier in lade 1 plaatsen (voornamelijk in Europa en Azië) Lade 1 is alleen geschikt voor A4 -papier. Als u op 8 1 / 2 11 papier wilt afdrukken vanuit lade 1, neemt u contact op met uw servicevertegenwoordiger. 113
8. Papier en toner bijvullen (voornamelijk in Noord-Amerika) Lade 1 is alleen geschikt voor 8 1 / 2 11 papier. Als u op A4 -formaat vanuit lade 1 wilt afdrukken, neemt u contact op met uw servicevertegenwoordiger. Wanneer papier dat aan de rechterzijde van lade 1 geplaatst is op is, wordt het papier aan de linkerzijde automatisch naar rechts verplaatst. Trek lade 1 er niet uit terwijl de lade het papier aan het verplaatsen is. Wacht totdat u geen geluiden meer uit de lade hoort. Als lade 1 te snel wordt gesloten, kan het papier in de lade ervoor zorgen dat de zijgeleider van de rechter lade van zijn plek glijdt. Als het papier hierdoor verkeerd wordt ingevoerd, open dan de lade, pas de geleider aan en sluit langzaam de lade. Voor de rechterstapel lijnt u de rechterzijde van het papier uit met de rechterzijde van de lade. Voor de linkerstapel lijnt u de linkerzijde van het papier uit met de linkerzijde van de lade. 1. Trek de papierlade langzaam naar buiten tot deze niet verder kan. DER055 2. Maak een nette stapel van het papier en plaats het met de afdrukzijde naar beneden. Stapel het papier niet hoger dan de limietmarkering. Gehele lade naar buiten getrokken Linkerzijde van de lade uitgetrokken DER056 114
Papier plaatsen DER057 3. Schuif de papierlade langzaam volledig naar binnen. U kunt zelfs papier plaatsen als lade 1 in gebruik is. U kunt de linkerhelft van de lade uittrekken terwijl lade 1 in gebruik is. Papier in de A3/11 17 lade-eenheid plaatsen (voornamelijk in Europa en Azië) A3/11 17 lade-eenheid kan alleen A3 papier bevatten. Indien u papier van het formaat A4, B4 JIS, 11 17, 8 1 / 2 14 of 8 1 / 2 11 wilt afdrukken, neem dan contact op met uw servicevertegenwoordiger. (voornamelijk in Noord-Amerika) A3/11 17 lade-eenheid kan alleen 11 17 papier bevatten. Als u wilt afdrukken op A3, A4, B4 JIS, 8 1 / 2 14 of 8 1 / 2 11, dient u contact op te nemen met uw servicevertegenwoordiger. Controleer of de rand van het papier aan de rechterzijde is uitgelijnd. 1. Controleer of het papier in de papierlade niet wordt gebruikt en trek de lade dan voorzichtig open tot deze stopt. DER058 115
8. Papier en toner bijvullen 2. Maak een nette stapel van het papier en plaats het met de afdrukzijde naar beneden. Stapel het papier niet hoger dan de limietmarkering. DER059 3. Schuif de papierlade langzaam volledig naar binnen. Papier plaatsen in lade 2 Controleer of de rand van het papier aan de rechterzijde is uitgelijnd. Als een papierlade te hard dicht geduwd wordt, kunnen de zijwanden van de lade van hun plaats raken. Wanneer u een klein aantal vellen plaatst, moet u ervoor zorgen dat u de zijgeleiders niet te ver naar binnen drukt. Als de zijgeleiders te strak tegen het papier aanstaan, kunnen de randen gaan opkrullen, kan het papier onjuist worden ingevoerd of als het een gewicht heeft tussen 52,3 63,0 g/m 2 (14,0 16,9 lb. bankpost) kan het gaan kreukelen. 1. Controleer of het papier in de papierlade niet wordt gebruikt en trek de lade dan voorzichtig open tot deze stopt. DER060 2. Maak een nette stapel van het papier en plaats het met de afdrukzijde naar beneden. Stapel het papier niet hoger dan de limietmarkering. 116
Papier plaatsen DER061 3. Schuif de papierlade langzaam volledig naar binnen. Er kunnen verschillende papierformaten geplaatst worden in papierlade 2 door de posities van de zij- en eindgeleiders aan te passen. Voor meer informatie, zie de handleiding Papierspecificaties en papier bijvullen. Tabbladen in lade 2 plaatsen Gebruik bij het plaatsen van tabbladen altijd de tabbladhouder. DER067 Plaats de tabbladen met de tab naar de tabbladenhouder. Stel bij het plaatsen van tabbladen de achterafscheiding zo in dat de tabbladhouder op de tabbladen is afgesteld. 117
8. Papier en toner bijvullen DER068 Papier in de multihandinvoer (lade A) plaatsen Gebruik de multihandinvoer (lade A) om transparanten, etiketten, kalkpapier en papier dat niet in de papierlades kan worden geplaatst te gebruiken. Het maximale aantal vellen dat u tegelijkertijd in kunt voeren, is afhankelijk van het type papier. Stapel het papier niet hoger dan de limietmarkering. Voor het maximale aantal vellen dat u kunt plaatsen, zie Pag. 130 "Aanbevolen papierformaten en -typen". Controleer of de papierranden aan de linkerzijde zijn uitgelijnd. Wanneer u een klein aantal vellen plaatst, moet u ervoor zorgen dat u de zijgeleiders niet te ver naar binnen drukt. Als de zijgeleiders te strak tegen het papier aanliggen, kunnen de randen gaan vouwen, kan het papier onjuist worden ingevoerd of als het een gewicht heeft tussen 52,3 63,0 g/m 2 (14,0 16,9 lb. Bankpost) kan het gaan kreukelen. 1. Pas de zijgeleiders aan het papierformaat aan, maak een nette stapel van het papier en plaats het met de afdrukzijde naar boven. Stapel het papier niet hoger dan de limietmarkering. DER069 118
Papier plaatsen 2. Stel de eindafscheiding af. 1 2 DER070 1. Eindafscheiding 2. Verlengstuk Om de eindafscheiding te verwijderen, schuift u deze naar rechts door de stop in te drukken. CWW312 3. Druk op de liftschakelaar van de multihandinvoer (lade A). 1 DER072 1. Liftschakelaar De lamp van de liftschakelaar knippert als de lade omhoog gaat. Deze lamp blijft branden totdat de lade stopt. 119
8. Papier en toner bijvullen Druk op de liftschakelaar om de lade omhoog en omlaag te bewegen als u papier wilt plaatsen of vastgelopen vellen wilt verwijderen. Trek het verlengstuk uit als u vellen van A4-formaat, 8 1 / 2 11 of groter in de multihandinvoer plaatst (lade A). Briefpapier moet in een specifieke richting worden geplaatst. Voor meer informatie, zie Pag. 127 "Papier met een vaste afdrukrichting of dubbelzijdig papier plaatsen". U kunt enveloppen plaatsen in de multihandinvoer (lade A). Enveloppen moeten worden geplaatst in een specifieke richting. Voor meer informatie, zie Pag. 153 "Enveloppen". Specificeer de papierformaten die niet automatisch worden gedetecteerd. Voor meer informatie over de formaten die automatisch kunnen worden gedetecteerd, zie Pag. 130 "Aanbevolen papierformaten en -typen". Voor meer informatie over het opgeven van formaten, zie Papierspecificaties en papier bijvullen. Voor meer informatie over het kopiëren via de multihandinvoer (lade A), zie de handleiding Kopiëren/Document Server. Tabbladen in de multihandinvoer (lade A) plaatsen Gebruik bij het plaatsen van tabbladen altijd de tabbladgeleider. De tabs moeten aan de rechterzijde van de multihandinvoer (lade A) worden geplaatst. 1 2 DER073 1. Tabbladafscheiding 2. Eindafscheiding Papier in de bulklade met drie laden plaatsen De brede bulklade met drie laden (LCT) wordt geïdentificeerd als lade 3, lade 4 en lade 5. Controleer of de papierranden tegen de linkerzijde zijn uitgelijnd. 120
Papier plaatsen Als een papierlade te hard dicht geduwd wordt, kunnen de zijwanden van de lade van hun plaats raken. 1. Controleer of het papier in de papierlade niet wordt gebruikt en trek de lade dan voorzichtig open tot deze stopt. DER074 2. Plaats papier met de afdrukzijde omhoog in de lade. Stapel het papier niet hoger dan de limietmarkering. DER075 3. Schuif de papierlade langzaam volledig naar binnen. Als u Pap.gewicht 5 t/m 8, [Gecoat: Glanz.], [Gecoat: Mat], [Gecoat pap: Glns] of [Etiketten] in [Instell. papierlade] selecteert, dan wordt er automatisch lucht tussen de vellen geblazen om het papier in de brede bulklade met drie laden los te waaieren. Waaier het papier los voor het plaatsen. Voor meer informatie, zie Pag. 112 "Uitwaaieren van papier ". U kunt diverse formaten papier in de brede bulklade met drie lades plaatsen door de posities van de zij- en eindgeleiders te wijzigen. Voor meer informatie, zie Papierspecificaties en papier bijvullen. U kunt ook enveloppen plaatsen in de brede bulklade met drie lades. Als u enveloppen plaatst, moet u ze in de juiste richting plaatsen. Voor meer informatie, zie Pag. 153 "Enveloppen". 121
8. Papier en toner bijvullen Papier in de brede bulklade met twee laden plaatsen De brede bulklade met twee laden wordt geïdentificeerd als lade 3, lade 4, lade 5, lade 6, lade 7 en lade 8. Controleer of de papierranden aan de linkerzijde zijn uitgelijnd. 1. Controleer of het papier in de papierlade niet wordt gebruikt en trek de lade dan voorzichtig open tot deze stopt. DER088 2. Plaats papier met de afdrukzijde omhoog in de lade. Stapel het papier niet hoger dan de limietmarkering. DER089 3. Schuif de papierlade langzaam volledig naar binnen. U kunt diverse formaten papier in de brede bulklade met twee lades plaatsen door de posities van de zij- en eindgeleiders te wijzigen. Voor meer informatie, zie Papierspecificaties en papier bijvullen. U kunt ook enveloppen plaatsen in de brede bulklade met twee laden. Als u enveloppen plaatst, moet u ze in de juiste richting plaatsen. Voor meer informatie, zie Pag. 153 "Enveloppen". 122
Papier plaatsen Papier plaatsen in de tussenvoegeenheid Leg niets op de sensor liggen en laat er geen documenten op achter. Dit kan tot gevolg hebben dat het papierformaat niet correct wordt gescand of tot papierstoringen leiden. 1. Druk de ontgrendelingshendel in en lijn tegelijkertijd de zijafscheidingen uit op het te plaatsen papierformaat. 2. Plaats het papier netjes. Stapel het papier niet hoger dan de limietmarkering. Duw indien nodig de zijgeleiders voorzichtig tegen het geplaatste papier aan. DER099 1 DER100 1. Papierverlengstuk Laad het papier met de bedrukte zijde omhoog (voorzijde). Als u de booklet finisher gebruikt, plaats dan de vellen met de bedrukte zijde omlaag. Plaats het papier in de tusseneenheid in dezelfde richting als het papier in de papierlade. De niet- of perforeerlocaties bevinden zich aan de linkerkant van het papier wanneer u met uw gezicht naar het apparaat staat. Wanneer u papier plaatst dat groter is dan A4 (8 1 / 2 11), trek dan het papierverlengstuk uit. 123
8. Papier en toner bijvullen Lijn bij het plaatsen van het papier in de tussenvoegeenheid de richting van de originelen in de ADF uit volgens onderstaande afbeelding. Tussenvoegeenheid ADF Voorbladen in de tussenvoegeenheid van de Perfect Binder plaatsen De lengte/het formaat van de kaften is afhankelijk van de dikte van de rug. Plaats papier in richting. Leg niets op de sensor liggen en laat er geen documenten op achter. Dit kan leiden tot slecht inscannen van het papierformaat of tot papierstoringen. De rugdikte inschatten Dit hoofdstuk beschrijft hoe u een benadering van de dikte van de rug en de lengte en het formaat van de kaft kunt berekenen. Let op: de lengte en het formaat van een kaft is afhankelijk van de dikte van de rug van het boekblok. De volgende lijst toont voorbeelden voor papier van A4-formaat of 8 1 / 2 11, 80,0 g/m 2 (20,0 lb. bankpost) papier: Boekblok van 10 vellen: 1 mm (0,04 inch) Boekblok van 30 vellen: 3 mm (0,12 inch) Boekblok van 50 vellen: 5 mm (0,20 inch) Boekblok van 80 vellen: 8 mm (0,32 inch) Boekblok van 100 vellen: 10 mm (0,40 inch) Boekblok van 200 vellen: 20 mm (0,80 inch) Specificeer het formaat van de kaft op basis van de dikte van de rug van het boekblok. Gebruik de volgende vergelijking om de lengte van de kaft te berekenen: Minimumlengte van kaft (mm/inch) = "lengte van boekblokvel (mm/inch)" 2 + "dikte van rug (mm/inch)" 124
Papier plaatsen Als u een boekje met de volgende afmetingen perfect wilt inbinden, specificeert u een kaftlengt van ten minste 440 mm (17,4 inch): 2 2 1 3 CWW369 1. Lengte van boekblokvel 2. Dikte van rug 3. Lengte van een voorblad Richting en inbindpositie van kaften en originelen In dit hoofdstuk worden de richting en inbindposities van kaften en originelen beschreven. Leg kaften en originelen in de leesrichting. Het plaatsen van een voorblad in de tussenvoegeenheid Het plaatsen van het boekblokvel in de ADF Bindstand Links inbinden Bovenaan inbinden *1 Rechts inbinden *1 Selecteer (onleesbare richting) in Origineelrichting en selecteer dan 'Bovenaan inbinden'. 125
8. Papier en toner bijvullen 1. Druk de zijgeleider een klein beetje in terwijl u de geleider uitlijnt met het papier dat moet worden geplaatst. CWW323 2. Plaats het papier in een nette stapel met de bedrukte zijde boven. Stapel het papier niet hoger dan de limietmarkering. CWW324 U kunt een boekje niet inbinden met de Perfect Binder als de rug van het boekblok dikker is dan 23 mm (0,9 inch). De procedure voor het selecteren van de richting van de kaften en de originelen voor de printerfunctie kan een beetje afwijken, afhankelijk van uw apparaat. Zie voor meer informatie de procedure voor uw apparaat. Wanneer u dik papier van 251,0 g/m 2 (138,8 lb. index) of zwaarder in de tussenvoegeenheidsladen van de Perfect Binder plaatst, moet u ervoor zorgen dat de vezels van het papier loodrecht ten opzichte van de invoerrichting liggen. Als u vellen plaatst die hoog risico lopen op vastkleven (zoals vellen gecoat papier), moet u ervoor zorgen dat u het papier vóór het plaatsen eerst grondig loswaaiert. Met loswaaieren helpt u papierstoringen te voorkomen en zorgt u ervoor dat de vellen met één tegelijk worden ingevoerd. Tijdens het proces voor Perfect Binding kunnen er krassen op glanzend papier ontstaan. 126
Papier plaatsen Papier met een vaste afdrukrichting of dubbelzijdig papier plaatsen Het kan zijn dat er niet goed wordt afgedrukt op papier met een vaste afdrukrichting (van boven naar onder) of op dubbelzijdig papier (bijvoorbeeld briefpapier, geperforeerd papier of gekopieerd papier). Dit hangt af van de manier waarop de originelen en het papier zijn geplaatst. Instellingen voor Gebruikersinst. Kopieermodus Stel [Briefpapier instelling] in op [Ja] bij [Invoer/uitvoer] onder Kopieerapp./Doc. Servereigensch. en plaats het origineel en het papier vervolgens als hieronder wordt weergegeven. Printermodus Geef [Automatische detectie] of [Aan (altijd)] op voor [Briefpapier instelling] in [Systeem] onder het menu Printereigenschappen en plaats dan het papier zoals hieronder is aangegeven. Raadpleeg voor meer informatie over de briefpapier-instellingen de handleidingen Kopiëren / Document Server of Afdrukken. Richting van het origineel en papierrichting De betekenis van de pictogrammen is als volgt: Pictogram Betekenis Leg/plaats papier met de gescande of bedrukte zijde naar boven. Plaats of leg papier met de gescande of bedrukte zijde naar beneden. Origineelrichting Origineelrichting Glasplaat ADF Leesbare richting 127
8. Papier en toner bijvullen Origineelrichting Glasplaat ADF Onleesbare richting Kopiëren Scanner Papierrichting Kopieermodus Gekopieerde zijde Lade 1 Lade 2 of ladeeenheid A3/11 17 Multihandinvoer (lade A) en brede bulklade Enkelzijdig Dubbelzijdig Printermodus Afdrukzijde Lade 1 Enkelzijdig Lade 2 of ladeeenheid A3/11 17 Multihandinvoer (lade A) en brede bulklade 128
Papier plaatsen Afdrukzijde Lade 1 Dubbelzijdig Lade 2 of ladeeenheid A3/11 17 Multihandinvoer (lade A) en brede bulklade In kopieermodus: Voor details over het maken van dubbelzijdige kopieën, zie Kopiëren / Document Server. In printermodus: Om op papier met briefhoofd af te drukken als [Autodet.] is gespecificeerd voor [Instelling Briefhoofd], moet u [Briefhoofd] opgeven als het papiertype in de instellingen van het printerstuurprogramma. Als een afdruktaak halverwege het afdrukken wordt gewijzigd van enkelzijdig naar dubbelzijdig afdrukken, kan de enkelzijdige afdruk na de eerste afdruk op de andere zijde worden afgedrukt. Om ervoor te zorgen dat al het papier in dezelfde richting uitgevoerd wordt, raden wij u aan om verschillende lades op te geven voor enkelzijdige en dubbelzijdige afdruktaken. Let op dat dubbelzijdig afdrukken uitgeschakeld moet worden voor de lade die is opgegeven voor enkelzijdig afdrukken. Voor meer informatie over het maken van dubbelzijdige afdrukken, raadpleegt u Afdrukken. 129
8. Papier en toner bijvullen Aanbevolen papier Aanbevolen papierformaten en -typen Dit gedeelte geeft de aanbevolen papierformaten en -typen. Als u gekruld papier gebruikt, omdat het te droog of te vochtig is, kan er een papierstoring optreden. Gebruik geen papier dat bedoeld is voor een inkjetprinter, omdat het aan de fuseereenheid kan blijven plakken en een papierstoring kan veroorzaken. Wanneer u overheadsheets plaatst, controleer dan de voor- en achterkant van de vellen en plaats ze correct. Anders kan er een storing ontstaan. Lade 1 Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit 52,3-300,0 g/m 2 (14,0 lb. bankpost 165,0 lb. Index) Papiergewicht 1 Papiergewicht 7 52,3-300,0 g/m 2 (14,0 lb. bankpost 165,0 lb. Index) Papiergewicht 1 Papiergewicht 7 A4 8 1 / 2 11 *1 8 1 / 2 11 1000 vellen x 2 1000 vellen x 2 A4 *1 Om papier van een van de bovengenoemde formaten te plaatsen, neemt u contact op met uw servicevertegenwoordiger. 130
Aanbevolen papier Lade 1 (A3/11 17 lade-eenheid) Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit 52,3-300,0 g/m 2 (14,0 lb. bankpost 165,0 lb. Index) Papiergewicht 1 Papiergewicht 7 52,3-300,0 g/m 2 (14,0 lb. bankpost 165,0 lb. Index) Papiergewicht 1 Papiergewicht 7 A3 11 17 *1 A4, B4 JIS, 11 17, 8 1 / 2 14, 8 1 / 2 11 1000 vellen 1000 vellen 52,3-300,0 g/m 2 (14,0 lb. bankpost 165,0 lb. Index) Papiergewicht 1 Papiergewicht 7 A3, A4, B4 JIS, 8 1 / 2 14, 8 1 / 2 11 Aangepast formaat *2 : Verticaal: 210,0-305,0 mm Horizontaal: 210,0-439,0 mm 1000 vellen Verticaal: 8,27-12,00 inch Horizontaal: 8,27-17,28 inch *1 Om papier van een van de bovengenoemde formaten te plaatsen, neemt u contact op met uw servicevertegenwoordiger. *2 Neem contact op met uw service-vertegenwoordiger voor meer informatie over het plaatsen van een aangepast papierformaat in de lade. 131
8. Papier en toner bijvullen Lade 2 Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit 52,3 256,0g/m 2 (14,0 lb. bankpost 141,0 lb. Index) Papiergewicht 1 Papiergewicht 6 52,3 256,0g/m 2 (14,0 lb. bankpost 141,0 lb. Index) Papiergewicht 1 Papiergewicht 6 Papierformaten die automatisch kunnen worden bepaald: A3, A4, A5, B4 JIS, B5 JIS, 11 17, 8 1 / 2 14, 8 1 / 2 13, 8 1 / 2 11, 8 1 / 4 13, 8 13, 7 1 / 4 10 1 / 2, 5 1 / 2 8 1 / 2, 8K, 16K, 12 18 Selecteer het papierformaat via het menu Instell. papierlade: 8 1 / 4 14, 8 10, 11 15, 11 14, 10 15, 10 14, 13 18, SRA3, SRA4 500 vellen 500 vellen 52,3 256,0g/m 2 (14,0 lb. bankpost 141,0 lb. Index) Papiergewicht 1 Papiergewicht 6 Aangepast formaat: Verticaal: 139,7-330,2 mm Horizontaal: 139,7-457,2 mm 500 vellen Verticaal: 5,50-13,00 inch Horizontaal: 5,50-18,00 inch Kalkpapier 52,3-63,0 g/m 2 (14,0-16,9 lb. bankpost) Pap.gewicht 1 Overheadsheets 163,1 220,0 g/m 2 (60,1 80,9 lb. voorblad) Papiergewicht 5 A3, A4, B4 JIS, B5 JIS *1 A4 *1 132
Aanbevolen papier Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit Tabbladen *2 A4, 8 1 / 2 14, 8 1 / 2 11 200 vellen (80,0 199,0 g/m 2, 21,0 lb. bankpost - 110,0 lb. index) *1 Stapel het papier niet hoger dan de limietmarkering. Het maximum aantal vellen dat u tegelijkertijd kunt plaatsen is afhankelijk van de dikte en de omstandigheid van het papier. *2 De optionele tabbladhouder is nodig. Multihandinvoer (lade A) Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit 52,3 216,0 g/m 2 (14,0 lb. bankpost 79,9 lb. voorblad) Papiergewicht 1 5 Papierformaten die automatisch kunnen worden bepaald: A3, A4, A5, A6, B4 JIS, B5 JIS, 11 17, 8 1 / 2 11, 8 13, 5 1 / 2 8 1 / 2, 12 18 500 vellen A3, A4, A5, A6, B4 JIS, B5 JIS, 11 17, 8 1 / 2 11, 8 13, 5 1 / 2 8 1 / 2, 12 18 133
8. Papier en toner bijvullen Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit 52,3 216,0 g/m 2 (14,0 lb. bankpost 79,9 lb. voorblad) Papiergewicht 1 5 *1 B5 JIS, B6 JIS, 8 1 / 2 14, 8 1 / 2 13, 8 1 / 2 11, 8 1 / 4 14, 8 1 / 4 13, 8 10, 7 1 / 4 10 1 / 2, 5 1 / 2 8 1 / 2, 8K, 16K, 11 15, 11 14, 10 15, 10 14, 13 19 1 / 5, 13 19, 12 3 / 5 19 1 / 5, 12 3 / 5 18 1 / 2, 13 18, SRA3, SRA4, 4 1 / 5 5 1 / 2 500 vellen 52,3 216,0 g/m 2 (14,0 lb. bankpost 79,9 lb. voorblad) Papiergewicht 1 5 A4, A5, B5 JIS, B6 JIS, 8 1 / 2 14, 8 1 / 2 13, 8 1 / 4 14, 8 1 / 4 13, 8 10, 7 1 / 4 10 1 / 2, 8K, 16K, 11 15, 11 14, 10 15, 10 14, 13 19 1 / 5, 13 19, 12 3 / 5 19 1 / 5, 12 3 / 5 18 1 / 2, 13 18, SRA3, SRA4, 4 1 / 5 5 1 / 2 Aangepast formaat: *2 Verticaal: 100,0-330,2 mm Horizontaal: 139,7 487,7 mm *3 500 vellen Verticaal: 3,94 13,00 inch Horizontaal: 5,50 19,20 inch *3 134
Aanbevolen papier Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit Kalkpapier 52,3-63,0 g/m 2 (14,0-16,9 lb. bankpost) Pap.gewicht 1 Overheadsheets 163,1 216,0 g/m 2 (60,1 79,9 lb. voorblad) Papiergewicht 5 Tabbladen *5 52,3 216,0 g/m 2 (14,0 lb. bankpost 79,9 lb. voorblad) Papiergewicht 1 5 A3, A4, B5 JIS *4 A4, 8 1 / 2 11 *4 A4, 8 1 / 2 11 Enveloppen 163,1 216,0 g/m 2 (60,1 lb. voorblad 79,9 lb. voorblad) Papiergewicht 5 Verticaal: 100,0-330,2 mm Horizontaal: 139,7-487,7 mm Verticaal: 3,94 13,00 inch Horizontaal: 5,50-19,20 inch 10 vellen *1 Selecteer het papierformaat. Raadpleeg voor meer informatie de handleiding Papierinstellingen. *2 Voer het papierformaat in. Raadpleeg voor meer informatie de handleiding Papierinstellingen. *3 Als de bannervellade geïnstalleerd is, bedraagt de horizontale lengte van het aangepaste formaat papier maximaal 700,0 mm (27,55 inch). *4 Het maximum aantal vellen dat u tegelijkertijd kunt plaatsen is afhankelijk van de dikte en de eigenschappen van het papier. *5 Het tabbladhekje is vereist. 135
8. Papier en toner bijvullen Brede bulklade met drie lades (lade 3 en lade 5) Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit 52,3 256,0 g/m 2 (14,0 lb. bankpost 141,0 lb. index) Papiergewicht 1 Papiergewicht 6 Papierformaten die automatisch kunnen worden bepaald: A3, A4, A5, B4 JIS, B5 JIS, 11 17, 8 1 / 2 11, 8 13, 5 1 / 2 8 1 / 2, 12 18 1000 vellen A3, A4, A5, B4 JIS, B5 JIS, 11 17, 8 1 / 2 11, 8 13, 5 1 / 2 8 1 / 2, 12 18 136
Aanbevolen papier Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit 52,3 256,0 g/m 2 (14,0 lb. bankpost 141,0 lb. index) Papiergewicht 1 Papiergewicht 6 Selecteer het papierformaat via het menu Instell. papierlade: A6 *1, B5 JIS, B6 JIS *1, 8 1 / 2 14, 8 1 / 2 13, 8 1 / 2 11, 8 1 / 4 14, 8 1 / 4 13, 8 10, 7 1 / 4 10 1 / 2, 5 1 / 2 8 1 / 2, 8K, 16K, 11 15, 11 14, 10 15, 10 14, 13 19 1 / 5, 13 19, 12 3 / 5 19 1 / 5, 12 3 / 5 18 1 / 2, 13 18, SRA3, SRA4, 4 1 / 5 5 1 / 2 1000 vellen 52,3 256,0 g/m 2 (14,0 lb. bankpost 141,0 lb. index) Papiergewicht 1 Papiergewicht 6 A4, A5, A6 *1, B5 JIS, B6 JIS *1, 8 1 / 2 14, 8 1 / 2 13, 8 1 / 4 14, 8 1 / 4 13, 8 10, 7 1 / 4 10 1 / 2, 8K, 16K, 11 15, 11 14, 10 15, 10 14, 13 19 1 / 5, 13 19, 12 3 / 5 19 1 / 5, 12 3 / 5 18 1 / 2, 13 18, SRA3, SRA4, 4 1 / 5 5 1 / 2 Aangepast formaat: Verticaal: 100,0 330,2 mm *1 Horizontaal: 139,7-487,7 mm 1000 vellen Verticaal: 3,94 13,00 inch *1 Horizontaal: 5,50-19,20 inch 137
8. Papier en toner bijvullen Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit Gecoat: Glanzend Gecoat: Mat 63,1 256,0 g/m 2 (17,0 lb. bankpost 141,0 lb. Index) Papiergewicht 2 Papiergewicht 6 Papierformaten die automatisch kunnen worden bepaald: A3, A4, A5, B4 JIS, B5 JIS, 11 17, 8 1 / 2 11, 8 13, 5 1 / 2 8 1 / 2, 12 18 Gecoat: Glanzend Gecoat: Mat 63,1 256,0 g/m 2 (17,0 lb. bankpost 141,0 lb. Index) Papiergewicht 2 Papiergewicht 6 A3, A4, A5, B4 JIS, B5 JIS, 11 17, 8 1 / 2 11, 8 13, 5 1 / 2 8 1 / 2, 12 18 Selecteer het papierformaat via het menu Instell. papierlade: B5 JIS, 8 1 / 2 14, 8 1 / 2 13, 8 1 / 2 11, 8 1 / 4 14, 8 1 / 4 13, 8 10, 7 1 / 4 10 1 / 2, 5 1 / 2 8 1 / 2, 8K, 16K, 11 15, 11 14, 10 15, 10 14, 13 19 1 / 5, 13 19, 12 3 / 5 19 1 / 5, 12 3 / 5 18 1 / 2, 13 18, SRA3, SRA4 A4, A5, B5 JIS, 8 1 / 2 14, 8 1 / 2 13, 8 1 / 4 14, 8 1 / 4 13, 8 10, 7 1 / 4 10 1 / 2, 8K, 16K, 11 15, 11 14, 10 15, 10 14, 13 19 1 / 5, 13 19, 12 3 / 5 19 1 / 5, 12 3 / 5 18 1 / 2, 13 18, SRA3, SRA4 138
Aanbevolen papier Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit Gecoat: Glanzend Gecoat: Mat 63,1 256,0 g/m 2 (17,0 lb. bankpost 141,0 lb. Index) Papiergewicht 2 Papiergewicht 6 Aangepast formaat: Verticaal: 139,7-330,2 mm Horizontaal: 139,7-487,7 mm Verticaal: 5,50-13,00 inch Horizontaal: 5,50-19,20 inch Kalkpapier 52,3-63,0 g/m 2 (14,0-16,9 lb. bankpost) Pap.gewicht 1 Overheadsheets 163,1 220,0 g/m 2 (60,1 80,9 lb. voorblad) Papiergewicht 5 Tabbladen *3 52,3 256,0 g/m 2 (14,0 lb. bankpost 141,0 lb. index) Papiergewicht 1 Papiergewicht 6 A3, A4, B5 JIS *2 A4, 8 1 / 2 11 *2 A4, 8 1 / 2 11 Enveloppen 163,1 256,0 g/m 2 (60,1 lb. voorblad 141,0 lb. Index) (Dikte van het overlappende gedeelte van de envelop) *1, *4, *5, *6 240 332 mm, 235 120 mm, 120 235 mm, 105 241 mm, 110 220 mm 10 vellen *1 De zijgeleiders voor briefkaarten zijn nodig voor het plaatsen van papier van 100,0 tot 139,2 mm (3,94 tot 5,49 inch). *2 Het maximum aantal vellen dat u tegelijkertijd kunt plaatsen is afhankelijk van de dikte en de omstandigheid van het papier. *3 Het tabbladhekje is vereist. 139
8. Papier en toner bijvullen *4 Open de envelopflappen en plaats de enveloppen met hun envelopflappen gericht naar de rechterzijde van de papierlade. *5 Voer de afmetingen van de enveloppen inclusief hun envelopflap in. Gebruik hiervoor de functie Instellingen papierlade. *6 In het formaat zijn de envelopflappen niet meegenomen. Brede bulklade met drie lades (lades 4) Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit 52,3-360,0 g/m 2 (14,0 lb. bankpost - 198,0 lb. index) Papiergewicht 1 Papiergewicht 8 Papierformaten die automatisch kunnen worden bepaald: A3, A4, A5, B4 JIS, B5 JIS, 11 17, 8 1 / 2 11, 8 13, 5 1 / 2 8 1 / 2, 12 18 2000 vellen A3, A4, A5, B4 JIS, B5 JIS, 11 17, 8 1 / 2 11, 8 13, 5 1 / 2 8 1 / 2, 12 18 140
Aanbevolen papier Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit 52,3-360,0 g/m 2 (14,0 lb. bankpost - 198,0 lb. index) Papiergewicht 1 Papiergewicht 8 Selecteer het papierformaat via het menu Instell. papierlade: A6 *1, B5 JIS, B6 JIS *1, 8 1 / 2 14, 8 1 / 2 13, 8 1 / 2 11, 8 1 / 4 14, 8 1 / 4 13, 8 10, 7 1 / 4 10 1 / 2, 5 1 / 2 8 1 / 2, 8K, 16K, 11 15, 11 14, 10 15, 10 14, 13 19 1 / 5, 13 19, 12 3 / 5 19 1 / 5, 12 3 / 5 18 1 / 2, 13 18, SRA3, SRA4, 4 1 / 5 5 1 / 2 2000 vellen 52,3-360,0 g/m 2 (14,0 lb. bankpost - 198,0 lb. index) Papiergewicht 1 Papiergewicht 8 A4, A5, A6 *1, B5 JIS, B6 JIS *1, 8 1 / 2 14, 8 1 / 2 13, 8 1 / 4 14, 8 1 / 4 13, 8 10, 7 1 / 4 10 1 / 2, 8K, 16K, 11 15, 11 14, 10 15, 10 14, 13 19 1 / 5, 13 19, 12 3 / 5 19 1 / 5, 12 3 / 5 18 1 / 2, 13 18, SRA3, SRA4, 4 1 / 5 5 1 / 2 Aangepast formaat: Verticaal: 100,0 330,2 mm *1 Horizontaal: 139,7-487,7 mm 2000 vellen Verticaal: 3,94 13,00 inch *1 Horizontaal: 5,50-19,20 inch 141
8. Papier en toner bijvullen Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit Gecoat: Glanzend Gecoat: Mat 63,1-360,0 g/m 2 (17,0 lb. bankpost - 198,0 lb. index) Papiergewicht 2 Papiergewicht 8 Papierformaten die automatisch kunnen worden bepaald: A3, A4, A5, B4 JIS, B5 JIS, 11 17, 8 1 / 2 11, 8 13, 5 1 / 2 8 1 / 2, 12 18 Gecoat: Glanzend Gecoat: Mat 63,1-360,0 g/m 2 (17,0 lb. bankpost - 198,0 lb. index) Papiergewicht 2 Papiergewicht 8 A3, A4, A5, B4 JIS, B5 JIS, 11 17, 8 1 / 2 11, 8 13, 5 1 / 2 8 1 / 2, 12 18 Selecteer het papierformaat via het menu Instell. papierlade: B5 JIS, 8 1 / 2 14, 8 1 / 2 13, 8 1 / 2 11, 8 1 / 4 14, 8 1 / 4 13, 8 10, 7 1 / 4 10 1 / 2, 5 1 / 2 8 1 / 2, 8K, 16K, 11 15, 11 14, 10 15, 10 14, 13 19 1 / 5, 13 19, 12 3 / 5 19 1 / 5, 12 3 / 5 18 1 / 2, 13 18, SRA3, SRA4 A4, A5, B5 JIS, 8 1 / 2 14, 8 1 / 2 13, 8 1 / 4 14, 8 1 / 4 13, 8 10, 7 1 / 4 10 1 / 2, 8K, 16K, 11 15, 11 14, 10 15, 10 14, 13 19 1 / 5, 13 19, 12 3 / 5 19 1 / 5, 12 3 / 5 18 1 / 2, 13 18, SRA3, SRA4 142
Aanbevolen papier Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit Gecoat: Glanzend Gecoat: Mat 63,1-360,0 g/m 2 (17,0 lb. bankpost - 198,0 lb. index) Papiergewicht 2 Papiergewicht 8 Aangepast formaat: Verticaal: 139,7-330,2 mm Horizontaal: 139,7-487,7 mm Verticaal: 5,50-13,00 inch Horizontaal: 5,50-19,20 inch Kalkpapier 52,3-63,0 g/m 2 (14,0-16,9 lb. bankpost) Pap.gewicht 1 Overheadsheets 163,1 220,0 g/m 2 (60,1 80,9 lb. voorblad) Papiergewicht 5 Tabbladen *3 52,3-360,0 g/m 2 (14,0 lb. bankpost - 198,0 lb. index) Papiergewicht 1 Papiergewicht 8 Etikettenpapier 52,3-360,0 g/m 2 (14,0 lb. bankpost - 198,0 lb. index) Papiergewicht 1 Papiergewicht 8 A3, A4, B5 JIS *2 A4, 8 1 / 2 11 *2 A4, 8 1 / 2 11 A4, 8 1 / 2 11 Enveloppen 163,1-300,0 g/m 2 (60,1 lb. voorblad - 165 lb. index) (Dikte van het overlappende gedeelte van de envelop) *1, *4, *5, *6 240 332 mm, 235 120 mm, 120 235 mm, 105 241 mm, 110 220 mm 10 vellen 143
8. Papier en toner bijvullen *1 De zijgeleiders voor briefkaarten zijn nodig voor het plaatsen van papier van 100,0 tot 139,2 mm (3,94 tot 5,49 inch). *2 Het maximum aantal vellen dat u tegelijkertijd kunt plaatsen is afhankelijk van de dikte en de omstandigheid van het papier. *3 Het tabbladhekje is vereist. *4 Open de envelopflappen en plaats de enveloppen met hun envelopflappen gericht naar de rechterzijde van de papierlade. *5 Voer de afmetingen van de enveloppen inclusief hun envelopflap in. Gebruik hiervoor de functie Instellingen papierlade. *6 In het formaat zijn de envelopflappen niet meegenomen. Brede bulklade met twee lades (lades 3 tot en met 8) *1 Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit 52,3-360,0 g/m 2 (14,0 lb. bankpost - 198,0 lb. index) Pap.gewicht 1 Pap.gewicht 8 *2 Papierformaten die automatisch kunnen worden bepaald: *3 A3, A4, A5, B4 JIS, 11 17, 8 1 / 2 14, 8 1 / 2 11, 8 13, 7 1 / 4 10 1 / 2, 5 1 / 2 8 1 / 2, 12 18, 13 19 1 / 5, SRA3, SRA4 2.400 vellen A3, A4, A5, B4 JIS, 11 17, 8 1 / 2 14, 8 1 / 2 11, 8 13, 7 1 / 4 10 1 / 2, 5 1 / 2 8 1 / 2, 12 18, 13 19 1 / 5, SRA3, SRA4 144
Aanbevolen papier Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit 52,3-360,0 g/m 2 (14,0 lb. bankpost - 198,0 lb. index) Pap.gewicht 1 Pap.gewicht 8 *2 Selecteer het papierformaat via het menu Instell. papierlade: *4 A6, B5 JIS, B6 JIS, 8 1 / 2 13, 8 1 / 2 11, 8 1 / 4 14, 8 1 / 4 13, 8 10, 7 1 / 4 10 1 / 2, 5 1 / 2 8 1 / 2, 8K, 16K, 11 15, 11 14, 10 15, 10 14, 13 19, 12 3 / 5 19 1 / 5, 12 3 / 5 18 1 / 2, 13 18, SRA4, 4 1 / 5 5 1 / 2 2.400 vellen 52,3-360,0 g/m 2 (14,0 lb. bankpost - 198,0 lb. index) Pap.gewicht 1 Pap.gewicht 8 *2 A4, A5, A6, B5 JIS, B6 JIS, 8 1 / 2 13, 8 1 / 4 14, 8 1 / 4 13, 8 10, 7 1 / 4 10 1 / 2, 8K, 16K, 11 15, 11 14, 10 15, 10 14, 13 19, 12 3 / 5 19 1 / 5, 12 3 / 5 18 1 / 2, 13 18, SRA4, 4 1 / 5 5 1 / 2 Aangepast formaat: *5 Verticaal: 100,0-330,2 mm Horizontaal: 139,7-487,7 mm 2.400 vellen *6 Verticaal: 3,94 13,00 inch Horizontaal: 5,50-19,20 inch 145
8. Papier en toner bijvullen Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit Gecoat: Glanzend Gecoat: Mat 63,1-360,0 g/m 2 (17,0 lb. bankpost - 198,0 lb. index) Papiergewicht 2 8 *2 Papierformaten die automatisch kunnen worden bepaald: A3, A4, A5, B4 JIS, B5 JIS, 11 17, 8 1 / 2 11, 8 13, 5 1 / 2 8 1 / 2, 12 18 Gecoat: Glanzend Gecoat: Mat 63,1-360,0 g/m 2 (17,0 lb. bankpost - 198,0 lb. index) Papiergewicht 2 8 *2 A3, A4, A5, B4 JIS, B5 JIS, 11 17, 8 1 / 2 11, 8 13, 5 1 / 2 8 1 / 2, 12 18 Selecteer het papierformaat via het menu Instell. papierlade: B5 JIS, 8 1 / 2 14, 8 1 / 2 13, 8 1 / 2 11, 8 1 / 4 14, 8 1 / 4 13, 8 10, 7 1 / 4 10 1 / 2, 5 1 / 2 8 1 / 2, 8K, 16K, 11 15, 11 14, 10 15, 10 14, 13 19 1 / 5, 13 19, 12 3 / 5 19 1 / 5, 12 3 / 5 18 1 / 2, 13 18, SRA3, SRA4 A4, A5, B5 JIS, 8 1 / 2 14, 8 1 / 2 13, 8 1 / 4 14, 8 1 / 4 13, 8 10, 7 1 / 4 10 1 / 2, 8K, 16K, 11 15, 11 14, 10 15, 10 14, 13 19 1 / 5, 13 19, 12 3 / 5 19 1 / 5, 12 3 / 5 18 1 / 2, 13 18, SRA3, SRA4 146
Aanbevolen papier Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit Gecoat: Glanzend Gecoat: Mat 63,1-360,0 g/m 2 (17,0 lb. bankpost - 198,0 lb. index) Papiergewicht 2 8 *2 Aangepast formaat: Verticaal: 139,7-330,2 mm Horizontaal: 139,7-487,7 mm Verticaal: 5,50-13,00 inch Horizontaal: 5,50-19,20 inch Kalkpapier *7 52,3-63,0 g/m 2 (14,0-16,9 lb. bankpost) Pap.gewicht 1 Transparanten *7 163,1 220,0 g/m 2 (60,1 80,9 lb. voorblad) Papiergewicht 5 Tabbladen *7, *9 52,3-360,0 g/m 2 (14,0 lb. bankpost - 198,0 lb. index) Papiergewicht 1 Papiergewicht 8 Etiketten *7 52,3-360,0 g/m 2 (14,0 lb. bankpost - 198,0 lb. index) Papiergewicht 1 Papiergewicht 8 A3, A4, B5 JIS *8 A4, 8 1 / 2 11 *8 A4, 8 1 / 2 11 A4, 8 1 / 2 11 Enveloppen *7 163,1-300,0 g/m 2 (60,1 lb. voorblad - 165 lb. index) (Dikte van het overlappende gedeelte van de envelop) *10, *11, *12 240 332 mm, 235 120 mm, 120 235 mm, 105 241 mm, 110 220 mm 10 vellen *1 U kunt de bannervellade installeren voor lade 3, 5 of 7. 147
8. Papier en toner bijvullen *2 Als er papier met een horizontale lengte van 487,8 mm (19,20 inch) of meer wordt opgegeven, is het maximale papiergewicht van de lade Pap.gewicht 7. *3 Als de bannervellade geïnstalleerd is, worden papierformaten niet automatisch gedetecteerd. *4 Als de bannervellade geïnstalleerd is, kunt u geen papierformaten selecteren. *5 Als de bannervellade geïnstalleerd is, is het mogelijk om op papier af te drukken van 210,0 330,2 mm (8,27 13,00 inch) verticaal en 420,0 700,0 mm (16,54 27,55 inch) horizontaal. *6 Als de horizontale lengte van papier tussen 420,0 en 559,9 mm (16,54 22,00 inch) bedraagt, is de papiercapaciteit 800 vellen. Als de horizontale lengte van papier tussen 560,0 en 700,0 mm (22,00 27,55 inch) bedraagt, is de papiercapaciteit 1.100 vellen. *7 Als de bannervellade geïnstalleerd is, kunt u geen papiersoorten selecteren. *8 Het maximum aantal vellen dat u tegelijkertijd kunt plaatsen is afhankelijk van de dikte en de omstandigheid van het papier. *9 Het tabbladhekje is vereist. *10 Open de envelopflappen en plaats de enveloppen met hun envelopflappen gericht naar de rechterzijde van de papierlade. *11 Voer de afmetingen van de enveloppen inclusief hun envelopflap in. Gebruik hiervoor de functie Instellingen papierlade. *12 In het formaat zijn de envelopflappen niet meegenomen. Tussenvoegeenheid Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit 64,0 216,0 g/m 2 (17,1 lb. bankpost 79,9 lb. voorblad) Papiergewicht 2 5 Papierformaten die automatisch kunnen worden bepaald: A3, A4, A5, B4 JIS, B5 JIS, 11 17, 8 1 / 2 11, 8 13, 5 1 / 2 8 1 / 2, 12 18 200 vellen x 2 A3, A4, A5, B4 JIS, B5 JIS, 11 17, 8 1 / 2 11, 8 13, 5 1 / 2 8 1 / 2, 12 18 148
Aanbevolen papier Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit 64,0 216,0 g/m 2 (17,1 lb. bankpost 79,9 lb. voorblad) Papiergewicht 2 5 Selecteer het papierformaat via het menu Instell. papierlade: B5 JIS, 8 1 / 2 14, 8 1 / 2 13, 8 1 / 2 11, 8 1 / 4 14, 8 1 / 4 13, 8 10, 7 1 / 4 10 1 / 2, 5 1 / 2 8 1 / 2, 8K, 16K, 11 15, 11 14, 10 15, 10 14, 13 19 1 / 5, 13 19, 12 3 / 5 19 1 / 5, 12 3 / 5 18 1 / 2, 13 18, SRA3, SRA4 200 vellen x 2 64,0 216,0 g/m 2 (17,1 lb. bankpost 79,9 lb. voorblad) Papiergewicht 2 5 A4, A5, B5 JIS, 8 1 / 2 14, 8 1 / 2 13, 8 1 / 4 14, 8 1 / 4 13, 8 10, 7 1 / 4 10 1 / 2, 8K, 16K, 11 15, 11 14, 10 15, 10 14, 13 19 1 / 5, 13 19, 12 3 / 5 19 1 / 5, 12 3 / 5 18 1 / 2, 13 18, SRA3, SRA4 Aangepast formaat: Verticaal: 139,7-330,2 mm Horizontaal: 139,7-487,7 mm 200 vellen x 2 Verticaal: 5,50-13,00 inch Horizontaal: 5,50-19,20 inch 149
8. Papier en toner bijvullen Tussenvoegeenheid van de Perfect Binder Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit 90,0 300,0 g/m 2 (24,1 lb. bankpost 165,0 lb. index) Papiergewicht 3 Papiergewicht 7 Papierformaten die automatisch kunnen worden bepaald: A3, 13 19 200 vellen (of tot 24 mm hoogte) 2 90,0 300,0 g/m 2 (24,1 lb. bankpost 165,0 lb. index) Papiergewicht 3 Papiergewicht 7 11 17, 13 19 Selecteer het papierformaat via het menu Instell. papierlade: B4 JIS, 11 17, 8K, 12 18, 11 15, 13 19 1 / 5, 12 3 / 5 19 1 / 5, 12 3 / 5 18 1 / 2, 13 18, SRA3 200 vellen (of tot 24 mm hoogte) 2 90,0 300,0 g/m 2 (24,1 lb. bankpost 165,0 lb. index) Papiergewicht 3 Papiergewicht 7 A3, B4 JIS, 8K, 12 18, 11 15, 13 19 1 / 5, 12 3 / 5 19 1 / 5, 12 3 / 5 18 1 / 2, 13 18, SRA3 Aangepast formaat: Verticaal: 257,0-330,2 mm Horizontaal: 364,0 487,7 mm 200 vellen (of tot 24 mm hoogte) 2 Verticaal: 10,12-13,00 inch Horizontaal: 14,34-19,20 inch 150
Aanbevolen papier Papierdikte Papierdikte *1 Metrisch Bankpost Voorblad Indexpapier Papiergewicht 52,3 63,0 1 *2 g/m 2 14,0 16,9 lb. bankpost 19,0 23,0 lb. voorblad 29,0 34,9 lb. index Papiergewicht 2 63,1 80,0 g/m 2 17,0 21,0 lb. bankpost 23,1 29,9 lb. bankpost 35,0 44,0 lb. index Papiergewicht 3 80,1 105,0 g/m 2 21,1 28,0 lb. Bankpost 30,0 38,9 lb. voorblad 44,1 58,0 lb. index Papiergewicht 4 105,1 163,0 g/m 2 28,1 43,0 lb. bankpost 39,0 60,0 lb. voorblad 58,1 90,0 lb. index Papiergewicht 5 163,1 220,0 g/m 2 43,1 58,9 lb. bankpost 60,1 80,9 lb. voorblad 90,1 121,0 lb. index Papiergewicht 6 220,1 256,0 g/m 2 59,0 68,0 lb. bankpost 81,0 94,0 lb. voorblad 121,1 141,0 lb. index Papiergewicht 7 256,1 300,0 g/m 2 68,1 80,0 lb. bankpost 94,1 110,0 lb. voorblad 141,1 165,0 lb. index Papiergewicht 8 300,1 360,0 g/m 2 80,1 96,0 lb. bankpost 110,1 132,0 lb. kaft 165,1 198,0 lb. index *1 De afdrukkwaliteit neemt af als het door u gebruikte papier dicht bij het minimale of maximale gewicht ligt. Wijzig de instelling voor het papiergewicht in dunner of dikker. *2 Bij het laden van papier met een gewicht van 52,3-63,0 g/m 2 (14,0-16,9 lb. bankpost), kunnen de randen kreukelen of kan het papier vastlopen, afhankelijk van het papiertype. Bepaalde papiertypen (zoals kalkpapier of overheadsheets) kunnen wat meer geluid bij het bedrukken veroorzaken dan normaal. Dit geluid wijst niet op een probleem en heeft geen invloed op de afdrukkwaliteit. De papiercapaciteit in de bovenstaande tabellen dient als voorbeeld. De werkelijke papiercapaciteit kan lager zijn, afhankelijk van het papiertype. Zorg er bij het plaatsen van papier voor dat de stapelhoogte niet boven het limietteken op de papierlade uitkomt. Als invoer van meerdere vellen plaatsvindt, waaiert u de vellen grondig los of plaatst u de vellen één voor één vanuit de multihandinvoer (lade A). U kunt opgeven of het apparaat al dan niet automatisch detecteert of er meerdere vellen tegelijk worden ingevoerd vanuit alle laden. In het menu Aanpassingsinstellingen voor operators kunt u 151
8. Papier en toner bijvullen ook aangeven of huidige taken onderbroken worden of verder gaan als de multi-invoerlade waargenomen wordt. Echter, afhankelijk van het papier, kan het apparaat de multi-invoerlade niet correct waarnemen. Voor informatie over Aanpassingsinstellingen voor operators, zie Papierinstellingen. Strijk gekrulde vellen glad voordat u ze plaatst. Met de functie Papierkrul aanpassen kan de krul misschien niet helemaal verwijderd worden, afhankelijk van de papiersoort en de richting van de korrel. Als papier met een lange korrelstructuur niet voldoende ontkruld wordt, dient u papier met korte korrelstructuur te gebruiken. Voor meer informatie over de functie Papierkrul aanpassen, zie de handleiding Papierinstellingen. De kopieer-/afdruksnelheid kan lager dan gewoonlijk liggen afhankelijk van het formaat, gewicht en type van het papier. Voor meer informatie over het plaatsen van enveloppen, zie Pag. 153 "Enveloppen". Wanneer u op briefpapier kopieert of afdrukt, is de richting waarin u het papier plaatst afhankelijk van de functie die u gebruikt. Voor meer informatie, zie Pag. 127 "Papier met een vaste afdrukrichting of dubbelzijdig papier plaatsen". Wanneer u papier van hetzelfde formaat en type in twee of meer lades plaatst, gebruikt het apparaat automatisch een van de lades waarvoor [Ja] is ingesteld bij [Auto Pap.selectie toep.] als het papier in de eerst gebruikte lade op is. Deze functie wordt Automatische ladewisseling genoemd. Deze functie zorgt ervoor dat u een kopieersessie niet hoeft te onderbreken voor het aanvullen van papier tijdens het maken van een groot aantal kopieën. U kunt het papiertype van de papierlades instellen bij het tabblad [Papiertype]. Raadpleeg voor meer informatie de Papierinstellingen. Zie voor meer informatie over het instellen van de functie Automatische ladewisseling de handleiding Kopiëren / Document Server. De papiertypes die u in de instellingen papierlade kunt selecteren, zijn alleen algemene classificaties. De afdrukkwaliteit wordt niet gegarandeerd voor elke soort papier in een classificatie. Voor meer informatie, zie Papierspecificaties en papier bijvullen. Als de oppervlakte van het papier stoffig is, kunnen er witte vlekken op de afdrukken verschijnen. Waaier het papier goed om het stof te verwijderen. Bij het plaatsen van etikettenpapier: Selecteer [Etik.] als [Papiertype] in [Instell. papierlade] en selecteer het geschikte papiergewicht onder [Papierdikte]. Wanneer u overheadsheets plaatst: Bij het kopiëren op transparanten, zie Kopiëren / Documentserver. Als u op transparanten wilt afdrukken, selecteer dan [Transparant] bij [Papiertype] in [Instell. papierlade]. Wanneer u overheadsheets plaatst, controleer dan de voor- en achterkant van de vellen en plaats ze correct. Anders kan er een storing ontstaan. Waaier overheadsheets zorgvuldig los wanneer u ze gebruikt. Hierdoor kunnen overheadsheets niet samenkleven en verkeerd worden geplaatst. 152
Aanbevolen papier Verwijder gekopieerde of afgedrukte vellen één voor één. Bij het plaatsen van doorzichtig papier: Bij het plaatsen van doorzichtig papier moet u altijd papier met een lange structuur gebruiken en de papierrichting instellen volgens de structuur. Doorzichtig papier absorbeert gemakkelijk vocht en gaat krullen. Verwijder de krul in het doorzichtig papier voordat u het plaatst. Raadpleeg Papierinstellingen voor meer informatie over de instellingen voor het gladstrijken van gekruld papier. Verwijder gekopieerde of afgedrukte vellen één voor één. Bij het plaatsen van gecoat papier: Als u glanzend papier gebruikt, selecteer dan [Gecoat: Glanz.] voor [Papiertype]. Als u mat papier gebruikt (waaronder zijdepapier, dof en satijnen papier), selecteer dan [Gecoat: Mat] voor [Papiertype]. Raadpleeg Papierinstellingen voor meer informatie over de instellingen voor het gebruik van gecoat papier. Wanneer u gecoat of hoogglans papier wilt plaatsen, waaier het papier dan altijd uit voordat u het plaatst. Als zich een papierstoring voordoet of als het apparaat een vreemd geluid maakt bij het invoeren van meerdere vellen gecoat papier, voer dan de vellen een voor een in. Om gecoat papier in de brede bulklade te laden, moet u eerst [Gecoat: Glanz.], [Gecoat: Mat] of [Gecoat pap: Glns] als papiertype aangeven en een geschikte papierdikte te selecteren bij [Papiergewicht]. Enveloppen In dit gedeelte wordt het plaatsen van enveloppen beschreven. Foute invoer kan gebeuren, afhankelijk van de lengte en vorm van de flappen. Alleen enveloppen van minstens 139,7 mm (5,5 inch) breed kunnen in de brede bulklade geplaatst worden. Als u op enveloppen wilt afdrukken, plaatst u deze in de brede bulklade of multihandinvoer (lade A). Zorg ervoor dat u een geschikte papiersoort opgeeft. Bij het plaatsen van enveloppen in de brede bulklade moet u ervoor zorgen dat de flappen opengevouwen zijn en u moet ze in richting leggen met de afdrukzijde naar boven. 153
8. Papier en toner bijvullen CDL070 Als u kopieert op enveloppen met een opening aan de zijkant, moet u ervoor zorgen dat de flappen opengevouwen zijn en ze in leggen met de afdrukzijde naar boven. De flappen moeten zich altijd aan de rechterkant van de brede bulklade of multihandinvoer (lade A) bevinden. CDL081 Aanbevolen enveloppen Neem contact op met uw lokale dealer voor informatie over aanbevolen enveloppen. Bewaren van enveloppen Bewaar de enveloppen in afgedichte plastic zakken en pak alleen het benodigde aantal. Voeg geen enveloppen toe tijdens het afdrukken, want dit kan tot papierstoringen leiden. Zorg ervoor dat u het formaat van de envelop en van de flap specificeert in de [Instell. papierlade]. Voor meer informatie, zie Papierspecificaties en papier bijvullen. Stel bij het gebruik van enveloppen het [Papiergewicht] in [Instell. papierlade] in op dezelfde waarde als twee vellen van het papier dat voor de enveloppen is gebruikt. Druk de enveloppen goed plat voordat ze worden geplaatst om de lucht te verwijderen en hoeken of kreukels plat te drukken. Let er bij het plaatsen van enveloppen op dat ze de limietmarkering niet overschrijden. Plaats één envelop per keer in de brede bulklade als u nog steeds één van de volgende resultaten krijgt: De envelop loopt vast 154
Aanbevolen papier De envelop wordt niet ingevoerd Er worden meerdere enveloppen tegelijk ingevoerd Een vochtheidsgraad van meer dan 50% kan ervoor zorgen dat enveloppen gekreukeld of met drukfouten uit het apparaat komen. Bepaalde typen enveloppen kunnen mogelijk gekreukeld, besmeurd of met drukfouten uit het apparaat komen. Als u een effen kleur of afbeelding op een envelop afdrukt, kunnen er lijnen ontstaan waar de overlappende randen van de envelop het dikker maken. Als de horizontale afmeting van de enveloppen 297 mm (11,7 inch) is of kleiner, kan het papier verkeerd worden ingevoerd. Als dit gebeurt, schakel dan de Schuintedetectie uit. Voor meer details,zie Papierinstellingen. Gebruik bij het afdrukken op enveloppen die dikker zijn dan 127,0 g/m 2 (47,0 lb. voorblad) niet [ Krulaanp: Sterk] of [ Krulaanp: Sterk] voor [Papierkrul aanpassen] van [Aanpassingsinstellingen voor operators]. 155
8. Papier en toner bijvullen Aangepast papier registreren U kunt maximaal 100 soorten aangepast papier registreren. Controleer productnaam, formaat en soort van uw papier voordat u het registreert. Controleer of het formaat en de soort papier compatibel zijn met de papierlade die u wilt gebruiken. De compatibiliteit van de lade is afhankelijk van het formaat en het soort papier. Voor details over de papiertypes en -formaten die kunnen worden gebruikt, zie Pag. 130 "Aanbevolen papierformaten en - typen". Als het aantal geregistreerde aangepaste papiersoorten het maximum bereikt, zult u geen nieuw aangepast papier kunnen registreren. Verwijder overbodig aangepast papier uit de lijst en probeer vervolgens opnieuw te registreren. Voor meer informatie, zie Papierinstellingen. De papiernaam uit de papierbibliotheek selecteren 1. Druk op de knop [Papierinstelling]. CWY003 2. Druk op [Aangepast papier bewerken]. 3. Druk op [Herroepen uit papierbibliotheek]. 4. Selecteer de naam van het papier dat u wilt registreren. Druk op [ Vorige] of [ Volg.] om door de lijst te scrollen en het papier te zoeken dat u wilt selecteren. U kunt twee of meer papiersoorten selecteren. 156
Aangepast papier registreren 5. Druk op [Als aangep. pap. program.]. 6. Druk op [Ja]. 7. Druk twee keer op [Afsluit.]. 8. Druk op de knop [Papierinstelling]. U kunt het scherm [Lade Papierinstellingen] ook sluiten door op [Afsluiten] te drukken. U kunt de instellingen van de geregistreerde aangepaste papiersoort controleren en wijzigen, zoals de instelling voor het papierformaat in het scherm [Aangepast papier bewerken]. Voor meer informatie over het veranderen van aangepast papier, zie Papierinstellingen. Papier registreren waarvan de papiernaam niet in de papierbibliotheek staat Als het papier dat u wilt niet voorkomt in de papierlijst van de bibliotheek of u weet de papiernaam niet, volg dan deze procedures: Selecteer de papiersoort uit de papierbibliotheek De papierbibliotheek bevat de optimale afdrukvoorwaarden, niet alleen voor elk in de handel verkrijgbaar papierproduct maar ook voor iedere soort papier. U kunt uw soort papier selecteren uit de papierbibliotheek en dit registreren als aangepast papier, zelfs als u de naam van het papier niet weet. U kunt de volgende papiersoorten selecteren: normaal, glanzend gecoat, mat gecoat, envelop, lichtgekleurd, donkergekleurd, papier met textuur en zwart. Elke soort is opgedeeld in verschillende categorieën, afhankelijk van gewicht. Geef handmatig de papiersoort en -gewicht op U kunt aangepast papier selecteren door handmatig soort en gewicht in te geven. Selecteer de papiersoort uit de papierbibliotheek U kunt de naam van uw papier uit de papierbibliotheek selecteren en die registreren als aangepast papier. 157
8. Papier en toner bijvullen U kunt de volgende papiersoorten selecteren: normaal, glanzend gecoat, mat gecoat, envelop, lichtgekleurd, donkergekleurd, papier met textuur en zwart. 1. Druk op de knop [Papierinstelling]. CWY003 2. Druk op [Aangepast papier bewerken]. 3. Druk op [Herroepen uit papierbibliotheek]. 4. Selecteer de meest passende combinatie van soort en gewicht voor uw papier. De lijst met papiersoorten verschijnt op de eerste en daaropvolgende pagina's in de papierbibliotheek. Druk op [ Vorige] of [ Volg.] om door de lijst te scrollen en het papier te zoeken dat u wilt selecteren. 5. Druk op [Als aangep. pap. program.]. 6. Druk op [Ja]. 7. Druk twee keer op [Afsluit.]. 8. Druk op de knop [Papierinstelling]. U kunt het scherm [Lade Papierinstellingen] ook sluiten door op [Afsluiten] te drukken. 158
Aangepast papier registreren U kunt de instellingen van de geregistreerde aangepaste papiersoort controleren en wijzigen, zoals de instelling voor het papierformaat in het scherm [Aangepast papier bewerken]. Voor meer informatie over het veranderen van aangepast papier, zie Papierinstellingen. Geef handmatig de papiersoort en -gewicht op 1. Druk op de knop [Papierinstelling]. CWY003 2. Druk op [Aangepast papier bewerken]. 3. Selecteer een nummer dat [ Niet geprogr.] is. Druk op [ Vorige] of [ Volg.] om door de lijst te scrollen. 4. Druk op [Wijzigen] voor [Naam aangepaste papiersoort]. 5. Voer de naam van het papier in en druk vervolgens op [OK]. 6. Druk op [Wijzigen] voor [Papierformaat]. 7. Selecteer een papierformaat en druk vervolgens op [OK]. 8. Druk op [Wijzigen] voor [Papiergewicht]. 9. Geef het papiergewicht op en druk vervolgens op [OK]. Druk op [Wijzigen] wanneer u het papiergewicht heeft gewijzigd. 159
8. Papier en toner bijvullen 10. Druk op [Wijzigen] voor [Papiertype]. 11. Geef het papiertype op en druk vervolgens op [OK]. Druk op [Wijzigen] wanneer u het papiertype heeft gewijzigd. 12. Geef eventueel ook andere eigenschappen op, zoals [Type gecoat papier], [Papierkleur], [Voorgeperforeerd of niet], [Structuur of niet], [Duplex toepassen]en [Autopapierselec. toepassen]. Wanneer u [Type gecoat papier], [Papierkleur], [Voorgeperforeerd of niet] of [Structuur of niet] wijzigt en op [OK] drukt, verschijnt een bericht om aan te geven dat [Geav. inst.] gestart wordt. Om de wijzigingen voor die instelligen toe te passen, selecteert u [Wijzigen]. Als u de wijzigingen wilt annuleren, drukt u op [Niet wijzigen]. 13. Druk op [OK]. 14. Druk op [Afsluit.]. 15. Druk op de knop [Papierinstelling]. U kunt het scherm [Lade Papierinstellingen] ook sluiten door op [Afsluiten] te drukken. Als u glanzend papier gebruikt, selecteer dan [Glanzend] voor [Type gecoat papier]. Als u mat papier gebruikt (waaronder zijdepapier, dof en satijnen papier), selecteer dan [Mat] bij [Type gecoat papier]. Voor meer informatie over de instellingen van aangepast papier, zie Papierinstellingen. Neem voor meer informatie over [Geav. inst.] contact op met uw apparaatbeheerder. Een nieuw aangepast papier registreren door een bestaande papiersoort te wijzigen U kunt de instellingen van geregistreerd aangepast papier openen en wijzigen en deze registreren als nieuw aangepast papier. Deze functie is handig bij het registreren van papier van dezelfde soort als het bestaande papier, maar met een ander formaat. Afhankelijk van welke instellingen u wijzigt, zullen de gegevens van nieuw geregistreerd aangepast papier er als volgt uitzien: Als de instellingen van het geselecteerde aangepaste papier niet zijn gewijzigd: Alle instellingen van het geselecteerde aangepaste papier ([Naam aangepaste papiersoort], [Papierformaat], [Papiergewicht] en [Papiertype], inclusief de kenmerken van de kleurencontroller) worden naar het net geregistreerde aangepaste papier gekopieerd. Als de instellingen [Naam aangepaste papiersoort], [Papierformaat], [Duplex toepassen], [Autopapierselec. toepassen] of [Geav. inst.] van de geselecteerde aangepaste papiersoort worden gewijzigd: 160
Aangepast papier registreren De wijzigingen worden toegepast op nieuw geregistreerd aangepast papier. Als de instellingen [Papiergewicht], [Papiertype], [Type gecoat papier], [Papierkleur], [Voorgeperforeerd of niet] of [Structuur of niet] van de geselecteerde aangepaste papiersoort worden gewijzigd: De wijzigingen worden toegepast op nieuw geregistreerd aangepast papier en de geavanceerde instellingen ervan worden hersteld naar hun standaardwaarden volgens de wijzigingen die op de instellingen worden toegepast. Bij het wijzigen van een aangepaste papiersoort die is geregistreerd vanuit de papierbibliotheek, kunt u daarvoor de instellingen voor [Naam aangepaste papiersoort], [Papierformaat], [Duplex toepassen] en [Autopapierselec. toepassen] aanpassen. U kunt ook de merknaam en gegevensversie bij [Productnaam in Papierbibliotheek] controleren. 1. Druk op de knop [Papierinstelling]. CWY003 2. Druk op [Aangepast papier bewerken]. 3. Selecteer een nummer dat [ Niet geprogr.] is. Druk op [ Vorige] of [ Volg.] om door de lijst te scrollen. 4. Druk op [Andere aangepaste pap.instel. gebruiken]. 5. Selecteer het aangepaste papier waarvan u de instellingen wilt wijzigen. 6. Druk op [OK]. 161
8. Papier en toner bijvullen 7. Wijzig indien nodig de instellingen voor het aangepaste papier (zoals naam, formaat en type papier). Als u de instellingen voor [Papiergewicht], [Papiertype], [Type gecoat papier], [Papierkleur], [Voorgeperforeerd of niet] of [Structuur of niet] wijzigt en op [OK] drukt, verschijnt er een bericht waarin staat dat [Geav. inst.] gestart wordt. Om de wijzigingen voor die instelligen toe te passen, selecteert u [Wijzigen]. Als u de wijzigingen wilt annuleren, drukt u op [Niet wijzigen]. 8. Druk op [OK]. 9. Druk op [Afsluit.]. 10. Druk op de knop [Papierinstelling]. U kunt het scherm [Lade Papierinstellingen] ook sluiten door op [Afsluiten] te drukken. Voor meer informatie over de instellingen van aangepast papier, zie Papierinstellingen. Neem voor meer informatie over [Geav. inst.] contact op met uw apparaatbeheerder. 162
Toner bijvullen Toner bijvullen Deze paragraaf beschijft de voorzorgsmaatregelen bij het vervangen van tonercartridges, hoe u gescande documenten kunt verzenden als de toner op is en wat u moet doen met gebruikte tonercartridges. Verbrand toner (nieuw of gebruikt) of tonercartridges niet. Doet u dit wel, dan riskeert u brandwonden. Toner ontvlamt wanneer het in contact komt met open vuur. Sla toner (nieuw of gebruikt) of tonercartridges niet op in de buurt van open vuur. Doet u dit toch, dan onstaat er een risico op brand en/of brandwonden. Toner ontvlamt wanneer het in contact komt met open vuur. Hieronder volgt een waarschuwing over de plastic zak die onderdeel is van het inpakmateriaal van het apparaat. Houd de plastic materialen (zakken, etc.) die met dit apparaat zijn meegeleverd, te allen tijde uit de buurt van baby's en kleine kinderen. Als plastic in contact komt met mond of neus, kan dit verstikking als gevolg hebben. Gebruik geen stofzuiger om gemorste toner mee op te zuigen (inclusief gebruikte toner). Opgezogen toner kan tot brand of een explosie leiden vanwege een elektrische contactvonk binnenin de stofzuiger. Het is echter wel mogelijk een stofzuiger te gebruiken als deze explosievrij en stofexplosievrij is. Als er toner op de vloer is gemorst, verwijder de gemorste toner dan langzaam met een natte doek zodat de toner niet wordt verspreid. Druk of knijp tonercartridges niet in elkaar. Doet u dit wel, dan riskeert u dat toner geknoeid wordt, hetgeen kan leiden tot het vies worden van de huid en kleding, of dat er zelfs per ongeluk toner ingeslikt wordt. Houd toner (nieuw of gebruikt), tonercartridges en onderdelen die in contact zijn geweest met toner, buiten het bereik van kinderen. Indien toner of gebruikte toner wordt ingeademd, gorgel dan met voldoende water en ga naar een omgeving met frisse lucht. Raadpleeg indien nodig een dokter. Indien toner of gebruikte toner in uw ogen komt, spoel deze dan onmiddellijk uit met grote hoeveelheden water. Raadpleeg indien nodig een dokter. 163
8. Papier en toner bijvullen Als toner of gebruikte toner wordt doorgeslikt, verdun deze dan door grote hoeveelheden water te drinken. Raadpleeg indien nodig een dokter. Let er tijdens het verwijderen van vastgelopen papier of het vervangen van tonercartridges goed op dat er geen toner (nieuw of gebruikt) op uw kleding komt. Indien er toner op uw kleding komt, was de vlek dan met koud water. Wanneer u warm water gebruikt, dringt de toner zich in de stof van uw kleding waardoor de vlek niet meer kan worden verwijderd. Let er tijdens het verwijderen van vastgelopen papier of het vervangen van tonercartridges goed op dat er geen toner (nieuw of gebruikt) op uw huid komt. Als uw huid in contact komt met toner, moet u het betreffende gedeelte van de huid grondig wassen met water en zeep. Als toner, tonerafvalfles of verbruiksartikelen met toner moeten worden vervangen, zorg er dan voor dat u geen toner morst. Doe de verbruiksartikelen die u weg wilt gooien na verwijdering in een zak. Zorg er bij verbruiksartikelen met een deksel voor dat het deksel is gesloten. Vervang altijd de tonercartridge als er een melding op het apparaat verschijnt. Als u andere toner gebruikt dan van het aanbevolen type, kunnen er storingen optreden. Zet de hoofdstroom niet uit wanneer u toner bijvult. De instellingen gaan dan verloren. Bewaar toner op een plaats waar die niet direct aan zonlicht, een hogere temperatuur dan 35 C (95ºF) of een hoge luchtvochtigheid blootgesteld wordt. Bewaar de toner horizontaal. Na het verwijderen van de tonercartridge mag u de fles niet met de mond omlaag schudden. Er zouden namelijk restjes toner kunnen rondspatten. Installeer en verwijder tonercartridges niet herhaaldelijk. Hierdoor kan de tonercartridge gaan lekken. Volg de instructies op het scherm op wat betreft het vervangen van de tonercartride. Als "De tonercartridge is bijna op." wordt weergegeven, is de toner bijna op. Zorg dat u een vervangende tonercartridge bij de hand heeft. U kunt de naam van de benodigde toner en de procedure voor het vervangen van de toner nalezen via het scherm [ Toner bijvullen.]. Voor meer informatie over het controleren van het telefoonnummer van de contactpersoon waar u voorraden kunt bestellen, zie de handleiding Onderhoud en Specificaties. Als verschijnt, terwijl er nog toner in de cartridge zit, houdt u de cartridge met de opening naar boven en schudt u goed. Vervolgens plaatst u de cartridge terug. 164
Toner bijvullen U kunt alle vier de kleurentoners op dezelfde manier bijvullen. Faxberichten of gescande documenten verzenden wanneer de toner op is Wanneer de toner in het apparaat op is, gaat er een lampje op het display knipperen. U kunt nog steeds gescande documenten verzenden, ook als de toner op is. 1. Druk op de [Home]-knop op het bedieningspaneel en druk op het pictogram [Scanner] op het scherm. Als het [Scanner]-pictogram niet verschijnt, drukt u op het pictogram om naar het menuscherm te gaan. rechtsboven in het scherm 2. Voer de verzending uit. CWW220 Eventuele rapporten worden niet afgedrukt. Gebruikte toner weggooien Deze sectie beschrijft wat u moet doen met gebruikte tonercartridges. Toner kan niet worden hergebruikt. Verpak gebruikte tonercartridges in de verpakking van de cartridge of in een tas zodat de toner niet uit de cartridge kan lekken als u deze verwijdert. (voornamelijk in Europa en Azië) Als u uw gebruikte tonercartridge wilt weggooien, neem dan contact op met het dichtstbijzijnde verkooppunt van Ricoh. Als u de toner zelf weggooit, moet u het beschouwen als plastic afvalmateriaal. (voornamelijk in Noord-Amerika) Raadpleeg de lokale Ricoh website voor meer informatie over het recyclen van verbruiksartikelen. U kunt items ook recyclen volgens de gemeentelijke voorschriften of volgens de aanwijzingen van het lokale afvalverwerkingsbedrijf. 165
8. Papier en toner bijvullen Menu-items en functies Alle items onder Aanpassingsinstellingen voor operators worden weergegeven ongeacht de geïnstalleerde optionele onderdelen van het betreffende apparaat. Als u de instellingen wijzigt van opties die niet geïnstalleerd zijn, hebben deze wijzigingen geen effect. Apparaat: Afbeeldingspositie Voor meer informatie over de volgende items, zie Papierinstellingen. Nr. Item Beschrijving 0104 Schuintedetectie Geef aan of scheve afdrukken op papier moeten worden gedetecteerd of niet. Apparaat: Afbeeldingskwaliteit Voor meer informatie over de volgende items, zie Papierinstellingen. Nr. Item Beschrijving 0201 Afbeeldingsbelichting aanpassen / DEMS 0208 Speciale modus fotogeleider Hiermee kunt u handmatig de belichting voor een afbeelding aanpassen. DEMS kan de verschillen in dikte reduceren die optreden in de intervallen tussen de taken van de fotogeleider en ontwikkeleenheid. Verhoog de hoeveelheid smeermiddel voor de fotogeleider. Apparaat: Papierinvoer/Uitvoer Voor meer informatie over de volgende items, zie Papierinstellingen. Nr. Item Beschrijving 0304 Papierkrul aanpassen Stel de manier in waarop gekrulde vellen vlak moeten worden gemaakt. Selecteer de manier afhankelijk van de richting en mate van de krul. 0305 Verlicht.modus vr detectie v geklrd pap 0309 Detectie van dubbele invoer Geef een detectiemethode van de contactbeeldsensor (Contact Image Sensor, CIS) op. Geef op of u de invoer van twee of meer vellen wilt detecteren. 166
Menu-items en functies Nr. Item Beschrijving 0310 Wanneer dubbele invoer is gedetecteerd Geef aan hoe het apparaat moet reageren wanneer dubbele invoer gedetecteerd wordt. Apparaat: Onderhoud Voor meer informatie over de volgende items, zie Papierinstellingen. Nr. Item Beschrijving 0505 Instelling fuseerriem polijsten Geef aan of u wel of niet automatisch [Voor ongelijkmatige glans (kort)] wilt uitvoeren voor het polijsten van de fuseerriem. 0506 Fuseerriem polijsten Hiermee verwijdert u verticale en horizontale lijnen uit afdrukken. 0509 Temperatuur/vochtigheid binnenin app. 0510 Omgevingstemperatuur/- vochtigheid vh app. 0513 Aangep. pap.gegev. backuppen/herstellen De interne temperatuur en vochtigheidsgraad weergeven. Dit item geeft de temperatuur en vochtigheidsgraad van de omgeving weer. Maakt een back-up van en herstelt de aangepaste papierprofielen. 0515 Ontwikkelaar verversen Het apparaat gebruikt oude toner in de ontwikkeleenheid en voegt nieuwe toner toe uit de tonerfles. 0516 Andere functie Selecteer de modus die wordt weergegeven wanneer [Naar afdrukscherm] wordt ingedrukt: kopieermodus of printermodus. Afwerken: Finisher Voor meer informatie over de volgende items, zie Papierinstellingen. Nr. Item Beschrijving 0601 Nietpositie aanpassen haaks over toevoerrichting 1 Wijzig de verticale positie van de nietjes (aangebracht op een rand) bij gebruik van Finisher SR5050 of Booklet Finisher SR5060. 167
8. Papier en toner bijvullen Nr. Item Beschrijving 0602 Nietpositie aanpassen haaks over toevoerrichting 2 0603 Nietpositie aanpassen langs invoerrichting 0607 Perforeerpositie over toevoerrichting aanpassen 0608 Perforeerpositie langs toevoerrichting aanpassen 0618 Nietpositie aanpassen voor Boekje 0619 Vouwpositie aanpassen voor Boekje 0621 Stel aantal vouwen voor Boekje in Wijzig de verticale positie van de nietjes (dubbel) bij gebruik van de Finisher SR5050 of Booklet Finisher SR5060. Wijzig de horizontale positie van de nietjes bij gebruik van Finisher SR5050 of Booklet Finisher SR5060. Wijzig de verticale positie van de perforaties bij gebruik van Finisher SR5050 of Booklet Finisher SR5060. Wijzig de horizontale positie van de perforaties bij gebruik van Finisher SR5050 of Booklet Finisher SR5060. Wijzig de horizontale positie van de nietjes voor het boekje bij gebruik van Booklet Finisher SR5060. Wijzig de horizontale positie van het vouwen bij gebruik van Booklet Finisher SR5060. Geeft het aantal keer op dat het boekje gevouwen moet worden wanneer u gebruik maakt van de Booklet Finisher SR5060. Afwerken: Vouwen Voor meer informatie over de volgende items, zie Papierinstellingen. Nr. Item Beschrijving 0701 Halfvouw positie (meerdere vellen-vouw) 0702 Briefvouw nr buiten pos 1 (meerd. vellen-vouw) 0703 Briefvouw nr buiten pos 2 (meerd. vellen-vouw) 0704 Briefvouw nr binnen pos 1 (meerd. vellen-vouw) Pas de vouwpositie van vellen met halve vouw aan wanneer de multivouweenheid wordt gebruikt. Pas de vouwpositie voor het onderste segment van de vellen met een briefvouw naar buiten aan wanneer de multivouweenheid wordt gebruikt. Pas de totale vouwgrootte van vellen met briefvouw naar buiten aan wanneer de multivouweenheid wordt gebruikt. Pas de vouwpositie van het onderste segment van vellen met de briefvouw naar binnen aan wanneer de multivouweenheid wordt gebruikt. 168
Menu-items en functies Nr. Item Beschrijving 0705 Briefvouw nr binnen pos 2 (meerd. vellen-vouw) Pas de vouwpositie van vellen met een vouw naar binnen aan wanneer de multivouweenheid wordt gebruikt. Afwerken: Perfect Binder Voor meer informatie over de volgende items, zie Papierinstellingen. Nr. Item Beschrijving 0801 Kaftpositie aanp. voor Perfct Bind langs toev.richt 0802 Kaftpositie aanpassen voor Perfct Bind over toev.richt 0803 Prfct Binding afwerkhoek aanpassen 0804 Bindlijmtoevoeging aanpassen Pas de horizontale uitlijning van de positie van het voorblad aan tijdens het uitvoeren van perfect binding. Pas de verticale uitlijning van de positie van het voorblad aan tijdens het uitvoeren van perfect binding. Maak de bovenkant, onderkant en buitenranden vierkant als u een stapel papier snijdt. Pas de hoeveelheid binding-rijm aan voor perfect binden. Afwerken: Stapeleenheid Voor meer informatie over de volgende items, zie Papierinstellingen. Nr. Item Beschrijving 0907 Max. stapelhoev. in Stapeleenheid lade Geef het maximale aantal vellen op voor de stapellade. 169
170 8. Papier en toner bijvullen
9. Problemen oplossen Dit hoofdstuk geeft uitleg over basisprocedures voor probleemoplossing. Als een statuspictogram weergegeven wordt Dit gedeelte verklaart de statuspictogrammen die worden weergegeven als het apparaat de gebruiker vraagt om vastgelopen papier te verwijderen, papier bij te vullen of andere procedures uit te voeren. Statuspictogram Status : Papierstoring Verschijnt wanneer papier is vastgelopen. Voor details over het verwijderen van papier, zie Problemen oplossen. : Vastgelopen origineel Verschijnt wanneer een origineel fout wordt ingevoerd. Voor details over het verwijderen van papier, zie Problemen oplossen. : Papier toevoegen Verschijnt als het papier op is. Voor meer informatie over het bijvullen van papier, zie Papierspecificaties en papier bijvullen. : Toner bijvullen Verschijnt als de toner op is. Voor nadere details over het vervangen van tonercartridges, zie Onderhoud en specificaties. : Nietjes bijvullen Verschijnt als de nietjes op zijn. Voor nadere details over het bijvullen van nietjes, zie Onderhoud en specificaties. : Tonerafvalfles vol Verschijnt wanneer de tonerafvalfles vol is. Neem contact op met uw onderhoudsvertegenwoordiger voor een afspraak. : Perforatieopvangbak vol Verschijnt wanneer de perforatieopvangbak vol is. Voor meer informatie over het verwijderen van perforatorafval bekijkt u de handleiding Problemen oplossen. : Nietjesopvangbak vol Verschijnt wanneer de opvangbak vol zit met nietjesafval. Voor meer informatie over het verwijderen van nietafval, zie Problemen oplossen. 171
9. Problemen oplossen Statuspictogram Status : Service bellen Verschijnt wanneer het apparaat slecht functioneert of onderhoud nodig heeft. : Paneel open Verschijnt wanneer één of meer panelen van het apparaat open staan. 172
Wanneer een indicatielampje brandt of knippert bij de knop [Status controleren] Wanneer een indicatielampje brandt of knippert bij de knop [Status controleren] Als een indicatielampje bij de knop [Status controleren] gaat branden of knipperen, drukt u op de [Status controleren]-knop om het scherm [Controleer status] weer te geven. Controleer de status van elke functie op het scherm [Controleer status]. Het scherm '[Controleer status]' 1 2 4 3 DFG004 1. Tabblad [App.-/appl.status] Geeft de status van het apparaat en van elke functie aan. 2. [Controleren] Als er zich een fout voordoet in het apparaat of een functie, drukt u op [Controleren] om details te bekijken. Door op [Controleren] te drukken, verschijnt er een foutmelding of het overeenkomstige functiescherm. Controleer de foutmelding op het functiescherm en neem de nodige maatregelen. Voor informatie over het oplossen van het probleem dat in de foutmelding wordt beschreven, zie de handleiding Problemen oplossen. 3. Meldingen Toont een bericht dat de status aangeeft van het apparaat en van elke functie. 4. Statuspictogrammen Elk statuspictogram dat kan worden weergegeven, wordt hieronder beschreven: : Deze functie voert een taak uit. : Er heeft zich een fout voorgedaan in het apparaat. : De functie kan niet worden gebruikt, omdat er een fout in de functie of het apparaat is opgetreden. Dit pictogram kan ook worden weergegeven als de toner bijna op is. 173
9. Problemen oplossen In de volgende tabel worden problemen uitgelegd die ervoor zorgen dat het indicatielampje voor de [Status controleren]-knop gaat branden of knipperen. Probleem Oorzaak Oplossing Documenten en rapporten worden niet afgedrukt. Documenten en rapporten worden niet afgedrukt. Er is een fout opgetreden. Het apparaat kan geen verbinding met het netwerk maken. De papieruitvoerlade is vol. Er is geen kopieerpapier meer. Een functie die de status "Fout opgetreden" heeft in het scherm [Controleer status], heeft een probleem. Er is een netwerkfout opgetreden. Verwijder de afdrukken uit de uitvoerlade. Plaats papier in de lades. Voor meer informatie over het bijvullen van papier, zie Papierspecificaties en papier bijvullen. Druk op [Controleren] voor de functie waarbij een fout is opgetreden. Lees de melding die wordt weergegeven en neem gepaste maatregelen. Zie de handleiding Problemen oplossen voor informatie over de foutmeldingen en bijbehorende oplossingen. U kunt overige functies normaal gebruiken. Controleer of het apparaat correct is aangesloten op het netwerk en of het apparaat correct is ingesteld. Voor meer informatie over hoe het apparaat aan moet worden gesloten op het netwerk, zie Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen. Neem contact op met uw beheerder voor meer informatie over verbinding met het netwerk. Als het indicatielampje na het nemen van de bovenstaande maatregelen nog brandt, neemt u contact op met uw servicevertegenwoordiger. 174
Als het apparaat een piepgeluid maakt Als het apparaat een piepgeluid maakt De volgende tabel geeft uitleg over de betekenis van de verschillende geluidspatronen die het apparaat produceert om gebruikers te waarschuwen over achtergebleven originelen en overige apparaatomstandigheden. Signaalpatroon Betekenis Oorzaak Enkele korte pieptoon Korte en daarna lange pieptoon Paneel-/scherminvoer geaccepteerd. Paneel-/scherminvoer geweigerd. Er is op een toets op het display of op een knop op het bedieningspaneel gedrukt. De gebruiker heeft op een ongeldige knop op het bedieningspaneel of een ongeldige toets op het scherm gedrukt, of het ingevoerde wachtwoord is onjuist. Enkele lange pieptoon. Taak succesvol voltooid. Er is een taak van de Kopieerapparaat/Document Servereigenschappen voltooid. Twee lange pieptonen Het apparaat is opgewarmd. Wanneer het apparaat uitgezet wordt of het apparaat uit de slaapstand komt, is het apparaat volledig opgewarmd en klaar voor gebruik. Vijf lange pieptonen Zachte pieptoon Er is een automatische reset uitgevoerd vanuit de eenvoudige weergave van de kopieer-/document Serverfunctie of de scannerfunctie. Vijf lange pieptonen, vier keer herhaald. Vijf korte pieptonen, vijf keer herhaald. Zachte pieptoon Harde pieptoon Er is een origineel achtergebleven op de glasplaat of de papierlade is leeg. Het apparaat vraagt de aandacht van de gebruiker, omdat er papier is vastgelopen, de toner moet worden bijgevuld of omdat er zich andere problemen hebben voorgedaan. Gebruikers kunnen de waarschuwingssignalen van het apparaat niet uitzetten. Wanneer het apparaat piept om gebruikers te waarschuwen over een papierstoring of verzoek om toner, of als 175
9. Problemen oplossen de kleppen van het apparaat binnen korte tijd meerdere malen worden geopend en gesloten, dan kan de geluidswaarschuwing blijven voortduren, zelfs nadat de normale status is hervat. U kunt geluidswaarschuwingen in- en uitschakelen. Zie Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen voor meer informatie over de verschillende apparaatgeluiden. 176
Als u problemen heeft met de bediening van het apparaat Als u problemen heeft met de bediening van het apparaat Probleem Oorzaak Oplossing Het apparaat kan niet worden aangezet. Als het apparaat is ingeschakeld, wordt alleen het [Kopieerapparaat]- pictogram op het beginscherm weergegeven. Het apparaat is net ingeschakeld en het scherm Gebruikersinstellingen wordt weergegeven, maar het menu Gebruikersinstellingen mist items. Het indicatielampje blijft branden en het apparaat gaat niet naar de slaapstand, ook al is de [Energiespaarstand]-knop ingedrukt. Het display is uitgeschakeld. Het display is uitgeschakeld. De aan/uit-schakelaar is niet aangezet. Andere functies dan de kopieerfunctie zijn nog niet gereed. Andere functies dan de kopieerfunctie zijn nog niet gereed. De tijd die daarvoor nodig is, verschilt per functie. Functies verschijnen in het menu Gebruikersinstellingen als ze klaar zijn voor gebruik. In bepaalde gevallen gaat het apparaat niet over in de slaapstand wanneer de [Energiespaarstand]-knop wordt ingedrukt. Het apparaat staat in de energiespaarstand. Het apparaat staat in de slaapstand. Zet de aan/uit-schakelaar aan. Voor meer informatie over de aan/uitschakelaar, zie Onderhoud en specificaties. Wacht nog even. Wacht nog even. Controleer voor u de [Energiespaarstand]-knop indrukt of de slaapstand ingeschakeld kan worden. Voor meer informatie over het inschakelen van de slaapstand, raadpleegt u de handleiding Snel aan de slag. Raak het display aan of druk op een van de knoppen op het bedieningspaneel om de energiespaarstand te annuleren. Druk op de [Energiespaarstand]-knop of op de [Status controleren]-knop om de slaapstand te sluiten. 177
9. Problemen oplossen Probleem Oorzaak Oplossing Er gebeurt niets wanneer op de knoppen [Status controleren] of [Energiespaarstand] wordt gedrukt. De stroom wordt automatisch uitgeschakeld. Het invoerscherm voor de gebruikerscode wordt weergegeven. Het verificatiescherm verschijnt. Ook als het vastgelopen papier is verwijderd, blijft de foutmelding staan. Er wordt nog steeds een foutmelding weergegeven, zelfs wanneer het aangegeven paneel is gesloten. Afbeeldingen worden op de achterkant van het papier afgedrukt. De stroom is uitgeschakeld. De instelling voor de wekelijkse timer is ingesteld op [Hoofdstroom uit]. Met Gebruikerscodeverificatie worden er beperkingen voor de gebruikers ingesteld. Er is basisverificatie, Windows-verificatie of LDAP-verificatie is ingesteld. Er zit nog steeds papier vast in de lade. Eén of meerdere panelen staan open, maar dit wordt niet aangegeven. U heeft wellicht het papier niet correct geplaatst. Zorg ervoor dat de hoofdstroomschakelaar is uitgeschakeld en schakel vervolgens de stroom weer in. Wijzig de instelling voor de wekelijkse timer. Zie Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen voor informatie over de instelling van de wekelijkse timer. Raadpleeg Snel aan de slag voor informatie over hoe u zich aanmeldt wanneer verificatie van de gebruikerscode geactiveerd is. Voer uw log-in gebruikersnaam en uw gebruikerswachtwoord in. Raadpleeg Snel aan de slag voor informatie over het scherm Verificatie. Verwijder het vastgelopen papier door de procedures te volgen die op het bedieningspaneel worden weergegeven. Voor details over het verwijderen van papier, zie Problemen oplossen. Sluit alle panelen van het apparaat. Plaats het papier op de juiste wijze. Voor meer informatie over het bijvullen van papier, zie Papierspecificaties en papier bijvullen. 178
Als u problemen heeft met de bediening van het apparaat Probleem Oorzaak Oplossing Er treden geregeld papierstoringen op. Er treden geregeld papierstoringen op. Het gebruik van gekreukt papier veroorzaakt vaak papierstoringen, vlekkerige papierranden of verschoven posities bij het nieten of afdrukken van meerdere exemplaren. Wellicht is de zij- of eindafscheider van de lade niet juist ingesteld. Strijk het papier met uw handen glad om de krul eruit te halen. Plaats het papier ondersteboven, zodat de omgekrulde randen naar beneden liggen. Voor meer informatie over aanbevolen papier, zie Papierspecificaties en papier bijvullen. Leg losbladpapier op een glad oppervlak en laat het niet tegen een muur leunen. Dit is om te voorkomen dat het papier gaat krullen. Voor meer informatie over het juist bewaren van papier, zie Papierspecificaties en papier bijvullen. Verwijder het vastgelopen papier. Voor details over het verwijderen van papier, zie Problemen oplossen. Controleer of de zij- en eindafscheidingen correct zijn ingesteld. Controleer ook of de zijafscheidingen zijn vergrendeld. Voor meer informatie over het instellen van de zij- en eindafscheidingen, raadpleegt u Papierspecificaties en papier bijvullen. 179
9. Problemen oplossen Probleem Oorzaak Oplossing Er treden geregeld papierstoringen op. Er treden geregeld papierstoringen op. Er treden geregeld papierstoringen op. Er vinden papierstoringen plaats wanneer er op enveloppen wordt afgedrukt. Er is papier van een formaat geplaatst dat niet herkend kon worden. Er zit een vreemd voorwerp in de uitvoerlade. De nietcartridge is niet correct ingesteld. De enveloppen hebben ezelsoren. Verwijder het vastgelopen papier. Voor details over het verwijderen van papier, zie Problemen oplossen. Als u een papierformaat heeft geplaatst dat niet automatisch wordt geselecteerd, dient u het papierformaat met het bedieningspaneel op te geven. Raadpleeg Papierspecificaties en papier bijvullen voor meer informatie over het instellen van het papierformaat op het bedieningspaneel. Verwijder het vastgelopen papier. Voor details over het verwijderen van papier, zie Problemen oplossen. Plaats niets op de uitvoerlade. Stel de nietjescartridge correct in. Voor nadere details over het bijvullen van nietjes, zie Onderhoud en specificaties. Als enveloppen ezelsoren hebben, zorg er dan voor dat u deze platstrijkt voordat u ze in de printer plaatst. Stapel het papier niet hoger dan de opgegeven limiet voor de papierlade. Indien er zich nog steeds papierstoringen blijven voordoen nadat u de enveloppen plat heeft gestreken, plaats dan de enveloppen een voor een in de lade en druk ze een voor een af. Zie de handleiding Papierspecificaties en papier bijvullen voor meer informatie over het plaatsen van enveloppen. 180
Als u problemen heeft met de bediening van het apparaat Probleem Oorzaak Oplossing Er vinden papierstoringen plaats wanneer er op enveloppen wordt afgedrukt. Bij het afdrukken op enveloppen, kan het voorkomen dat enveloppen tegelijk worden ingevoerd of helemaal niet worden ingevoerd in de printer. Kan niet in duplexmodus afdrukken. Kan niet in duplexmodus afdrukken. Het apparaat schakelt niet binnen 13 minuten uit nadat u hem uit heeft gezet. U heeft op enveloppen afgedrukt die geen rechthoekige flap hebben terwijl [Schuintedetectie] op [Aan] was ingesteld. De enveloppen hebben ezelsoren. U heeft een papierlade geselecteerd die niet is ingesteld voor dubbelzijdig afdrukken. U heeft een papiertype geselecteerd dat niet gebruikt kan worden om dubbelzijdig mee af te drukken. Het apparaat kan de afsluitprocedure niet uitvoeren. Zorg ervoor dat u [Schuintedetectie] [Uit] zet wanneer u op enveloppen afdrukt die geen rechthoekige flap hebben. Voor meer informatie over het instellen van de schuintedetectie, zie Papierinstellingen. Als enveloppen ezelsoren hebben, zorg er dan voor dat u deze platstrijkt voordat u ze in de printer plaatst. Stapel het papier niet hoger dan de opgegeven limiet voor de papierlade. Indien er zich nog steeds papierstoringen blijven voordoen nadat u de enveloppen plat heeft gestreken, plaats dan de enveloppen een voor een in de lade en druk ze een voor een af. Zie de handleiding Papierspecificaties en papier bijvullen voor meer informatie over het plaatsen van enveloppen. Wijzig de instelling voor "Duplex toepassen" in "Instell. papierlade" om dubbelzijdig afdrukken te activeren voor de papierlade. Raadpleeg Papierinstellingen voor meer informatie over de instelling "Duplex toepassen". Selecteer in "Instell. papierlade" een papiertype dat gebruikt kan worden voor dubbelzijdig afdrukken. Raadpleeg Papierinstellingen voor informatie over de instelling "Papiertype". Herhaal de uitschakelprocedure. Als het apparaat niet uitschakelt, zet dan de aan/uit-schakelaar uit. 181
9. Problemen oplossen Probleem Oorzaak Oplossing Er vond een fout plaats toen het Adresboek gewijzigd werd vanaf het display of Web Image Monitor. Kan Web Image Monitor niet gebruiken om documenten af te drukken die op de Document Server staan opgeslagen. De functie functioneert niet of kan niet worden gebruikt. Papier is gebogen. De afbeelding is niet correct geplaatst op het papier. Het Adresboek kan niet gewijzigd worden wanneer er meerdere opgeslagen documenten gewist worden. Indien er een beperking voor het afdrukvolume is ingesteld, kunnen gebruikers niet over hun volumelimiet heen gaan en doorgaan met afdrukken. Afdruktaken die geselecteerd zijn door gebruikers die hun afdrukvolumelimiet hebben bereikt, worden geannuleerd. Als u een taak niet kunt uitvoeren, wordt het apparaat wellicht door een andere taak opgehouden. Papier kan gebogen zijn wanneer deze uit de Finisher bovenuitvoer is geworpen. Het apparaat heeft de papiersoort en/of breedte juist herkend. De afdrukpositie is niet juist uitgelijnd. Wacht even en probeer het dan nogmaals. Raadpleeg de Veiligheidsinformatie voor meer informatie over het opgeven van afdrukvolumelimieten. Als u de status van een afdruktaak wilt bekijken, ga dan naar [Taakhistorie afdrukken]. In Web Image Monitor klikt u op [Taak] in het menu [Status/Informatie]. Klik vervolgens op [Taakhistorie afdrukken] in "Document Server". Wacht tot de huidige taak is voltooid voordat u het opnieuw probeert. Raadpleeg de handleiding Problemen oplossen voor informatie over de compatibiliteit van functies. Wijzig de uitvoerlade naar de staffellade van de Finisher. Neem contact op met de beheerder van uw apparaat of uw leverancier. 182
Als u problemen heeft met de bediening van het apparaat Probleem Oorzaak Oplossing Papier dat bij de stapeleenheid wordt aangeleverd is gekruld, waardoor het niet juist uitgelijnd wordt. Uitgevoerd papier in de uitvoerlade van de stapeleenheid wordt niet juist uitgelijnd. Het papier is gekruld. Als er gecoat papier gebruikt wordt, kan het voorkomen dat het uitgevoerde papier in de uitvoerlade van de stapeleenheid niet juist uitgelijnd wordt. Als het papier 280,0 gr/m 2 of meer weegt en het papierformaat is A3, SRA3 of groter, kan het voorkomen dat het uitgevoerde papier in de uitvoerlade van de stapeleenheid niet juist uitgelijnd wordt. Als het papier naar beneden krult, selecteert u [ Krulaanp: Zwak], [ Krulaanp: Medium] of [ Krulaanp: Sterk] onder [Papierkrul aanpassen] in "Aanpassingsinstellingen voor operators". Als het papier naar boven krult, selecteert u [ Krulaanp: Zwak], [ Krulaanp: Medium] of [ Krulaanp: Sterk] onder [Papierkrul aanpassen] in "Aanpassingsinstellingen voor operators". Voor meer informatie over Aanpassingsinstellingen voor operators, zie Papierinstellingen. Selecteer [ Krulaanp: Zwak], [ Krulaanp: Medium] of [ Krulaanp: Sterk] onder [Papierkrul aanpassen] in "Aanpassingsinstellingen voor operators". Voor meer informatie over Aanpassingsinstellingen voor operators, zie Papierinstellingen. 183
9. Problemen oplossen Vouw Probleem Oorzaken Oplossing Kreuken ontstaan wanneer Venstervouw, Briefvouw naar binnen of Briefvouw naar buiten wordt toegepast. Bij het afdrukken op Z- gevouwen papier geeft het apparaat aan dat de uitvoerlade vol is, terwijl de hoeveelheid uitgevoerd papier op de lade veel minder is dan de maximale stapelcapaciteit. Papier komt met gekreukelde randen uit de multivouweenheid wanneer de optie Venstervouw is geselecteerd. Het papier kreukelt wanneer de optie Venstervouw, Briefvouw naar binnen of Briefvouw naar buiten wordt toegepast op B4 JIS, A3, 8 1 / 2 " 14", 11" 17", 12" 18", 8K of papier van een groter formaat. De Z-vouw-ondersteuningslade is niet geplaatst. Het papier is omgekruld. Wanneer Venstervouw, Briefvouw naar binnen of Briefvouw naar buiten wordt gebruikt met een papierformaat groter dan A4, raden wij u aan om afbeeldingsverkleining toe te passen en papier te gebruiken dat niet groter is dan A4. Plaats de Z- vouwondersteuningslade voor de finisher- of multivouweenheid. Voor informatie over het plaatsen van de Z-vouw-ondersteuningslade, zie Snel aan de slag. Verwijder het papier en leg het dan ondersteboven terug. Verwijder het papier en leg het in tegenovergestelde richting terug. 184
Als u problemen heeft met de bediening van het apparaat Probleem Oorzaken Oplossing De positie van de vouw is onjuist wanneer Briefvouw naar binnen wordt gebruikt met papier van B5 JIS-formaat. Multi-velvouw is opgegeven terwijl er slechts één vel wordt afgedrukt. Selecteer [Briefvouw naar binnen] in [Uitvoer/Aangepaste functie/finisher] op het beginscherm van het kopieerapparaat onder [Vouweenheid]. Druk op [Wijzigen] en stel vervolgens "Multi-velvouw" in op [Uit]. Zie Kopiëren / Documentserver voor details over het opgeven van de functie Multi-velvouw. Als u de printerfunctie gebruikt, wijzig de instellingen voor 'Briefvouw naar binnen' van het printerstuurprogramma dan zodat Multi-velvouw niet is opgegeven. Soms wijken afbeeldingen af vanwege de gebruikte papiersoort, het papierformaat of problemen met de papiercapaciteit. Gebruik het aanbevolen papier. Voor meer informatie over aanbevolen papier, zie Pag. 130 "Aanbevolen papierformaten en -typen". Functies kunnen niet tegelijkertijd worden uitgevoerd Als u een taak niet kunt uitvoeren, wordt het apparaat wellicht door een andere taak opgehouden. Wacht tot de huidige taak is voltooid voordat u het opnieuw probeert. In bepaalde gevallen kunt u een andere taak met een andere functie gebruiken terwijl de huidige taak wordt uitgevoerd. Voor details over functiecompatibiliteit, zie de handleiding Problemen oplossen. 185
9. Problemen oplossen Meldingen bij gebruik van de Kopieerapparaat/Document Server-functie Gebruik het aanbevolen papier als u geen kopieën naar wens kunt maken door problemen met de papiersoort, het papierformaat of de papiercapaciteit. Voor meer informatie over aanbevolen papier, zie Pag. 130 "Aanbevolen papierformaten en -typen". Meldingen Oorzaak Oplossing "De temperatuur van de bindlijm aanpassen." "Kan de map niet verwijderen, omdat het vergrendelde bestanden bevat. Neem contact op met de bestandsbeheerder." "Kan het origineelformaat niet herkennen." De bindlijm wordt opgewarmd. De map kan niet worden verwijderd, omdat het een vergrendeld origineel bevat. Het formaat van het origineel op de glasplaat wordt niet herkend. Wacht tot de lijm de juiste temperatuur voor binding heeft bereikt. Ontgrendel het vergrendelde origineel om het te verwijderen. Voor meer informatie over beveiligde bestanden raadpleegt u de Veiligheidshandleiding. Leg het origineel weer op de glasplaat. Leg de afdrukzijde van het origineel naar beneden. Als het apparaat het formaat van het origineel niet kan herkennen, geeft u het formaat handmatig op. Gebruik niet de functie Autom.pap.sel of de functie Autom. verkl./vergr. Raadpleeg Papierspecificaties en papier bijvullen voor meer informatie over het maken van de instellingen. 186
Meldingen bij gebruik van de Kopieerapparaat/Document Server-functie Meldingen Oorzaak Oplossing "Kan het origineelformaat niet herkennen." "Kan geen voorvert. mk van deze pag." "Kan dit papierformaat niet perforeren." "Kan papier van dit formaat niet nieten." "Controleer het papierformaat." Er is geen origineel geplaatst of het origineel dat op de glasplaat is geplaatst heeft geen standaardformaat. De afbeeldingsgegevens zijn wellicht beschadigd. De functie Perforeren kan niet in combinatie met het geselecteerde papierformaat worden gebruikt. De nietfunctie kan niet in combinatie met het geselecteerde papierformaat worden gebruikt. Er is een ongebruikelijk papierformaat ingesteld. Plaats het origineel op de juiste manier. Geef het formaat van het origineel op. Wanneer u een origineel direct op de glasplaat plaatst, dan schakelt het optillen/laten zakken van de Automatische documentinvoer (ADF) het automatische detectieproces origineelformaat in. Til de ADF op onder een hoek van 30 graden of meer. Druk op [Afsluiten] om het voorbeeldscherm zonder een miniatuurweergave weer te geven. Als het geselecteerde document verschillende pagina's bevat, drukt u op [Veranderen] onder "Pagina weergeven" om de pagina te wijzigen. Hierna verschijnt de voorvertoning van de volgende pagina. Voor meer informatie over papierformaten, zie Onderhoud en specificaties. Selecteer het juiste papierformaat. Voor meer informatie over papierformaten, zie Onderhoud en specificaties. Als u op de [Start]-knop drukt, dan zal het kopieerapparaat beginnen met het kopiëren op het geselecteerde papier. 187
9. Problemen oplossen Meldingen Oorzaak Oplossing "Duplex is niet beschikbaar voor dit papierformaat." "Max. aantal vellen dat kan worden gebruikt is bereikt. Het kopiëren zal gestopt worden." "Maximum aantal meerdere vellen vouwen is overschreden. Afdrukken wordt geannuleerd." "Maximaal aantal vellen mogelijk voor Ring Binding overschreden. " "Het bestand dat wordt opgeslagen heeft max. aantal pagina's overschreden per bestand. Kopiëren zal worden gestopt." "De modus Tijdschrift of Boekje is niet beschikbaar wegens gemengde resoluties." "Maximum aantal sets is n." ("n" wordt vervangen door een cijfer) Er is geen papierformaat beschikbaar in de dubbelzijdig afdrukmodus. Het aantal pagina's dat de gebruiker mag kopiëren is overschreden. De afdruktaak is geannuleerd, omdat het maximum aantal Multivelvouw is overschreden. Het aantal vellen per set overschrijdt de limiet voor Ring Binding. De gescande originelen bevat teveel pagina's om als één document te kunnen worden opgeslagen. U heeft de functie "Tijdschrift" of "Boekje" geselecteerd voor originelen die zijn gescand met verschillende functies (zoals het kopieerapparaat en de printer). Het aantal kopieën overschrijdt de maximale kopieercapaciteit. Selecteer het juiste papierformaat. Voor meer informatie over papierformaten, zie Onderhoud en specificaties. Raadpleeg de Veiligheidshandleiding over hoe u het aantal beschikbare kopieën per gebruiker kunt controleren. Specificeer minder vellen voor de functie Multi-velvouw. Voor meer informatie over het maximum aantal Multi-velvouw, zie Onderhoud en specificaties. Controleer het maximale aantal vellen dat kan worden gebonden. Voor details over de maximale hoeveelheden voor Ring Binding, zie Onderhoud en specificaties. Druk op [Afsluiten] en sla opnieuw op met een correct aantal pagina's. Zorg ervoor dat originelen voor de functie "Tijdschrift" of "Boekje" worden gescand met behulp van dezelfde functie. U kunt het maximum aantal kopieën wijzigen met [Max. aantal kopieën] in [Alg. eigensch.] onder [Kopieerapp./ Doc.Server-eigensch.]. Voor meer informatie over Max. aantal kopieën, zie Kopiëren / Documentserver. 188
Meldingen bij gebruik van de Kopieerapparaat/Document Server-functie Meldingen Oorzaak Oplossing "Geheugen is vol. nn originelen zijn gescand. Druk op [Afdrukken] om gesc. orig. te kop. Verwijder geen achtergebleven originelen." ("n" wordt vervangen door een cijfer) "Perfect Binding is niet beschikbaar voor versch. papierformaten." "Perfect Binding is niet beschikbaar voor versch. papierformaten." "Perfect Binding is niet beschikbaar met dit afwerkformaat." "Perfect Binding is niet beschikbaar met dit aantal vellen. " "Bevat onjuiste instelling(en) voor Perfect Binding. " "Druk op [Doorgaan] om de resterende originelen in te scannen en te kopiëren." Het aantal gescande originelen overschrijdt het aantal pagina's dat in het geheugen kan worden opgeslagen. De Gemengde formatenmodus is geactiveerd. Perfect Binding is niet mogelijk voor de instellingen die u gekozen heeft. Perfect Binding kan niet worden gebruikt met het afwerkformaat dat u heeft geselecteerd. Perfect Binding is niet mogelijk met het aantal vellen dat u heeft gekozen. Perfect Binding kan niet worden gebruikt met het papierformaat dat u heeft opgegeven. Het apparaat controleert of de resterende originelen moeten worden gekopieerd nadat de gescande originelen zijn afgedrukt. Druk op [Afdrukken] om de gescande originelen te kopiëren en de scangegevens te annuleren. Druk op [Geheugen wissen] om de scangegevens te annuleren en niet te kopiëren. Annuleer de modus Gemengde formaten of selecteer de functie Autom. verkl./vergr.. Controleer de huidige instellingen. Voor details over de functies die niet beschikbaar zijn als Perfect Binding is geselecteerd, zie Kopiëren / Documentserver. Kies een geschikt afwerkformaat. Voor meer informatie over de juiste afwerkformaten, zie Onderhoud en specificaties. Controleer het aantal vellen. Selecteer het juiste aantal vellen. Voor meer informatie over het juiste aantal vellen, zie Onderhoud en specificaties. Kies een geschikt papierformaat. Voor meer informatie over de juiste papierformaten, zie Onderhoud en specificaties. Verwijder alle kopieën en druk daarna op [Doorgaan] om verder te gaan met kopiëren. Druk op [Stoppen] om te stoppen met kopiëren. 189
9. Problemen oplossen Meldingen Oorzaak Oplossing "Ring Binding is niet besch. voor versch. pap.form." "Ring Binding is niet beschikbaar met de geselecteerde positie. " "Ring Binding is niet beschikbaar met de instellingen. " "Ring Binding is niet beschikbaar met dit papierformaat." "Nietcapaciteit overschreden." "De geselecteerde map is vergrendeld. Neem contact op met de bestandsbeheerder." De Gemengde formatenmodus is geactiveerd. Ring Binding kan niet worden toegepast in de positie die u geselecteerd heeft. Ring Binding is niet mogelijk met de instellingen die door u zijn geselecteerd. Ring Binding kan niet worden gebruikt met het papierformaat dat u heeft opgegeven. Het aantal vellen per set overschrijdt de capaciteit van de nietmachine. Er heeft iemand geprobeerd een vergrendelde map te bewerken of te gebruiken. Annuleer de modus Gemengde formaten of selecteer de functie Autom. verkl./vergr.. Selecteer een juiste positie. Voor meer informatie over de juiste posities voor binding, zie Kopiëren / Documentserver. Controleer de huidige instellingen. Voor details over de functies die niet beschikbaar zijn als Ring Binding is geselecteerd, zie Kopiëren / Documentserver. Kies een geschikt papierformaat. Voor meer informatie over de juiste papierformaten, zie Onderhoud en specificaties. Controleer de capaciteit van de stapeleenheid. Voor meer informatie over de nietcapaciteit, zie Onderhoud en specificaties. Voor meer informatie over beveiligde mappen raadpleegt u de Veiligheidshandleiding. Als u [Autom scan. Herst. na geh. vol] in [Invoer/uitvoer] van Gebruikersinstellingen instelt op [Aan], wordt het bericht over geheugenoverloop niet weergegeven, zelfs niet als het geheugen vol is. Het apparaat maakt in dat geval eerst kopieën van de gescande originelen, waarna de resterende originelen verder worden gescand en gekopieerd. In dat geval liggen de resulterende gesorteerde pagina's niet op volgorde. Voor meer informatie over 'Automatisch scan herstarten na geheugen vol', zie Kopiëren / Documentserver. 190
Meldingen bij gebruik van de printer Meldingen bij gebruik van de printer In dit gedeelte worden de meest gangbare berichten beschreven die verschijnen op het display, in foutlogbestanden en foutrapporten. Indien er andere berichten verschijnen, volg dan de instructies op die hierin worden gegeven. Meldingen op het bedieningspaneel bij gebruik van de printer Raadpleeg de handleiding Snel aan de slag vóórdat u het apparaat uitzet. Meldingen Oorzaak Oplossing "Maximaal aantal vellen mogelijk voor Ring Binding overschreden met de geplaatste bindruggen. Het printen wordt gestopt." "Maximaal aantal vellen mogelijk voor Ring Binding overschreden. " "Hardwarefout: Ethernetkaart" "Hardwarefout: HDD" "Hardwarefout: USB" De nu geplaatste bindruggen zijn te klein voor het aantal vellen dat ingebonden moet worden. Het aantal vellen per set overschrijdt de limiet voor Ring Binding. Er is een fout opgetreden in de Ethernet-interface. Er is een fout opgetreden in de harde schijf. Er is een fout opgetreden in de USB-interface. Plaats bindruggen die groot genoeg zijn om de vellen te binden. Controleer het maximale aantal vellen dat kan worden gebonden. Voor details over de maximale hoeveelheden voor Ring Binding, zie Onderhoud en specificaties. Schakel de stroom uit en weer in. Als het bericht nogmaals verschijnt, neem dan contact op met uw leverancier. Schakel de stroom uit en weer in. Als het bericht nogmaals verschijnt, neem dan contact op met uw leverancier. Schakel de stroom uit en weer in. Als het bericht nogmaals verschijnt, neem dan contact op met uw leverancier. 191
9. Problemen oplossen Meldingen Oorzaak Oplossing "Plaats papier in n Om toch af te drukken selecteert u een andere lade en drukt u op [Doorgaan]. " ("n" wordt vervangen door een cijfer) "Er bevindt zich nog papier in niet-eenheid. Open klep en verw. papier." "Papierformaat en type komen niet overeen. Sel. and. lade uit volg. en druk [Doorgaan]. Om taak te annuleren, druk [Taak reset]. Pap.form. en -type kunnen ook worden gewijz. in Gebruikersinst." Het printerstuurprogrammainstellingen zijn incorrect, of de lade bevat niet het papier van het formaat dat in het printerstuurprogramma is geselecteerd. Als het afdrukken wordt gestopt voordat de taak is voltooid, kan er papier in de finisher achterblijven. De printerstuurprogrammainstellingen zijn incorrect, of de lade bevat niet het papier van het formaat of type dat geselecteerd is in het printerstuurprogramma. Controleer of de printerstuurprogramma-instellingen correct zijn en plaats dan het papierformaat dat in het printerstuurprogramma is geselecteerd in de invoerlade. Voor meer informatie over het wijzigen van het papierformaat, zie Papierspecificaties en papier bijvullen. Verwijder het papier dat zich nog in de finisher bevindt. Controleer of de printerstuurprogrammainstellingen correct zijn en plaats dan het papierformaat dat in het printerstuurprogramma is geselecteerd in de invoerlade. Voor meer informatie over het wijzigen van het papierformaat, zie Papierspecificaties en papier bijvullen. Selecteer de lade handmatig om verder te gaan met afdrukken of annuleer een afdruktaak. Voor meer informatie over het handmatig selecteren van de lade of het annuleren van een afdruktaak, zie Afdrukken. 192
Meldingen bij gebruik van de printer Meldingen Oorzaak Oplossing "Pap.type n komt niet overeen. Selecteer een andere lade en druk vervolgens op [Doorgaan]. Type pap. kan ook worden gewijz. in Gebr.inst." (n staat voor de naam van een lade). "Perfect Binding is niet beschikbaar met dit aantal vellen. " "Bevat onjuiste instelling(en) voor Perfect Binding. " "Printer- lettertypefout" "Kan niet afdruk., omdat lade van de alg. en tus.voeg- vel (hfdstk) hetz. is. Druk [Taak reset]" Het type papier in de lade komt niet overeen met het opgegeven type in het printerstuurprogramma. Perfect Binding is niet mogelijk met het aantal vellen dat u heeft gekozen. Perfect Binding kan niet worden gebruikt met het papierformaat dat u heeft opgegeven. Er is een fout opgetreden in de lettertype-instellingen. De geselecteerde lade voor andere pagina's is dezelfde als die voor tussenbladen. Selecteer een lade waarin papier zit dat van hetzelfde type is als het opgegeven papiertype. Controleer het aantal vellen. Selecteer het juiste aantal vellen. Voor meer informatie over het juiste aantal vellen, zie Onderhoud en specificaties. Kies een geschikt papierformaat. Voor meer informatie over de juiste papierformaten, zie Onderhoud en specificaties. Neem contact op met uw onderhoudsvertegenwoordiger voor een afspraak. Reset de taak. Zorg ervoor dat de door u geselecteerde lade voor tussenbladen geen papier aanvoert voor andere pagina's. 193
9. Problemen oplossen Als u rechtstreeks afdrukken vanaf een geheugenopslagapparaat gebruikt Meldingen Oorzaak Oplossing "De limiet voor totale gegevensgrootte van de gesel. bestanden is overschreden. Kan geen bestanden meer selecteren." "Kan geen toegang tot het gespecificeerde geheugenapparaat krijgen." Het geselecteerde bestand is groter dan 1 GB. De totale grootte van de geselecteerde bestanden is groter dan 1 GB. Er is een fout opgetreden toen het apparaat toegang probeerde te krijgen tot het geheugenopslagappar aat of een bestand dat op het geheugenopslagappar aat was opgeslagen. Er is een fout opgetreden toen de gebruiker de functie rechtstreeks afdrukken gebruikte om vanaf een geheugenopslagappar aat af te drukken. Bestanden of een groep bestanden die groter dan 1 GB zijn, kunnen niet worden afgedrukt. Selecteer de bestanden één voor één als de totale grootte van de geselecteerde bestanden de 1 GB overschrijdt. Gebruik de functie voor rechtstreeks afdrukken niet vanaf geheugenopslagapparaten wanneer uw geselecteerde bestand groter is dan 1 GB. U kunt niet gelijktijdig meerdere bestanden met verschillende bestandsformaten selecteren. Sla het bestand op een ander geheugenopslagapparaat op en druk het bestand vervolgens opnieuw af. 194
Meldingen bij gebruik van de printer Meldingen in foutenlogboeken of rapporten bij gebruik van de printer Dit onderdeel beschrijft de waarschijnlijke oorzaken van en mogelijke oplossingen voor foutberichten die worden afgedrukt in het foutenlogboek of in rapporten. Als printopdrachten geannuleerd worden Meldingen Oorzaak Oplossing "91: Fout" Het afdrukken is geannuleerd door de automatische opdrachtannuleringsfunctie als gevolg van een opdrachtfout. Controleer of de gegevens geldig zijn. "Er werd functie ingesteld die niet met de vouwmodus gebr. kan worden. Taak is geannuleerd." "Functie ingest. die niet samen met Perf. Binding gebr. kan worden. Taak is geannul. " "Functie ingesteld die niet samen met Ring Binding gebr. kan worden. Taak is geannul. " "Een taak via het netwerk is niet afgedrukt vanwege een fout. De taak is opgeslagen als een niet afgedrukte taak." Er is een afdruktaak geannuleerd, omdat een functie is geselecteerd die niet beschikbaar is met Vouwen. Er is een functie geselecteerd die niet samen met Perfect Binding gebruikt kan worden. Er is een functie geselecteerd die niet samen met Ring Binding gebruikt kan worden. Er zijn taken met fouten opgeslagen, omdat er een fout is opgetreden met een afdruktaak via het netwerk terwijl de functie voor het opslaan van taken was ingeschakeld. Annuleer de functie die niet beschikbaar is met Vouwen. Zie Afdrukken voor details over welke functies niet beschikbaar zijn met Vouwen. Voor meer informatie over welke functies niet beschikbaar zijn met Perfect Binding, zie Afdrukken. Voor meer informatie over welke functies niet beschikbaar zijn met Ring Binding, zie Afdrukken. Neem contact op met uw beheerder om te controleren of het apparaat correct is aangesloten op het netwerk. Zie de handleiding Afdrukken voor meer informatie over het controleren en afdrukken van taken wanneer er afdrukconfiguratiefouten zijn opgetreden. 195
9. Problemen oplossen Meldingen Oorzaak Oplossing "Er is een fout ontstaan in de interfacekast. De taak is geannuleerd." "Fout opgetreden bij verwerken van ongeaut. kopieerpreventie-taak. Taak is geannul." "Fout opgetreden bij verwerken van ongeaut. kopieerpreventie-taak. Taak is geannul." "Fout opgetreden bij verwerken van ongeaut. kopieerpreventie-taak. Taak is geannul." "Fout opgetreden bij verwerken van ongeaut. kopieerpreventie-taak. Taak is geannul." "Fout opgetreden bij verwerken van ongeaut. kopieerpreventie-taak. Taak is geannul." Er is een probleem met de interfacekast. U heeft geprobeerd een bestand op te slaan in de Documentserver terwijl [Voorkomen van onbevoegd kopiëren] was gekozen. Het veld [Voer gebruikerstekst in:] in het scherm [Patroondetails voor voorkomen van onbevoegd kopiëren] is leeg. De resolutie is ingesteld op een waarde van minder dan 600 dpi terwijl [Voorkomen van onbevoegd kopiëren] is opgegeven. Er is een andere kleur dan zwart opgegeven als patroonkleur toen met een opdracht Patroon voor voorkomen van onbevoegd kopiëren werd geprobeerd om een document af te drukken. Er is in [Beheerder toepassingen] onder [Systeeminstellingen] prioriteit gegeven aan Voorkomen van onbevoegd kopiëren dat is ingesteld op dit apparaat. Controleer de instellingen van de interfacekast. Selecteer in het printerstuurprogramma een andere taaksoort dan [Documentserver] in "Taaksoort:" of deselecteer [Voorkomen van onbevoegd kopiëren]. Op het tabblad [Uitgebreide Instelling] van het printerstuurprogramma klikt u op [Effecten] in "Menu:". Selecteer [Voorkomen van onbevoegd kopiëren] en klik vervolgens op [Details] om [Patroondetails voor voorkomen van onbevoegd kopiëren] weer te geven. Voer een tekst in bij [Voer gebruikerstekst in:]. Stel in het printerstuurprogramma de resolutie in op 600 dpi of hoger of annuleer [Voorkomen van onbevoegd kopiëren]. Geef zwart op als de patroonkleur. Voorkomen van onbevoegd kopiëren annuleren voor het printerstuurprogramma. Raadpleeg de helpfunctie van het printerstuurprogramma voor informatie over het annuleren van de instellingen. 196
Meldingen bij gebruik van de printer Meldingen Oorzaak Oplossing "Sorteren geannuleerd" Het sorteren is geannuleerd. Schakel de stroom uit en weer in. Als het bericht nogmaals verschijnt, neem dan contact op met uw leverancier. "De gebruikslimiet is bereikt. Deze taak is geannuleerd." "Maximum aantal multivelvouw overschreden. De taak is geannuleerd." "Vouwen is niet mogelijk met de instellingen. De taak is geannuleerd." "Ontvangen gegevens mislukt." "Verzenden gegevens mislukt." "Het geselecteerde papiertype wordt niet ondersteund. Deze taak is geannuleerd." "Geselecteerde pap.type wordt niet ondersteund. Deze taak is geannuleerd." Het aantal pagina's dat de gebuiker mag afdrukken werd overschreden. Het maximum aantal van Multi-velvouw is overschreden. Vouwen is niet mogelijk met de huidige instellingen. Gegevensontvangst is gestopt. Het apparaat heeft van het printerstuurprogramma de opdracht gekregen om de verzending de stoppen. 'Taak reset' wordt automatisch uitgevoerd als het opgegeven papierformaat onjuist is. Er wordt automatisch een taakreset uitgevoerd als het opgegeven papiertype verkeerd is. Voor meer informatie over afdrukvolumelimieten raadpleegt u de Veiligheidshandleiding. Specificeer minder vellen voor de functie Multi-velvouw. Voor meer informatie over het maximum aantal Multi-velvouw, zie Onderhoud en specificaties. Controleer de papierinstellingen. Zie Afdrukken voor de beperkingen van de Vouwen-functie. Verstuur de gegevens nogmaals. Controleer of de computer goed werkt. Geef het juiste papierformaat op en druk het bestand nogmaals af. Geef het correcte papiertype op en druk het bestand vervolgens opnieuw af. "Fout Z-vouw." Z-vouwen is geannuleerd. Controleer de lade, de papierrichting, de afdrukrichting en de instellingen voor Z-vouw opnieuw. 197
9. Problemen oplossen Wanneer er een probleem met de afdrukinstellingen is Meldingen Oorzaak Oplossing "Fout met boekje/halve vouw" "Classificatiecode is onjuist." "Classificatiecode is onjuist." "Duplex geannuleerd" "Max. aantal pagina's overschreden (Sorteren)" De taak is geannuleerd, omdat u ongeldige instellingen heeft opgegeven voor rughechting of halve vouw. De classificatiecode is niet ingevoerd of de classificatiecode is onjuist ingevoerd. De classificatiecode wordt niet ondersteund door het printerstuurprogramma. Dubbelzijdig afdrukken is geannuleerd. Het aantal pagina's overschrijdt het maximale aantal pagina's dat u kunt sorteren. Controleer de instellingen voor rughechting of halve vouw. Voer de juiste classificatiecode in. Selecteer [Optioneel] voor de classificatiecode. Voor meer informatie over het opgeven van instellingen voor de classificatiecode, raadpleegt u de Printerhandleiding. Selecteer een juist papierformaat voor de duplexfunctie. Voor meer informatie over papier, zie Onderhoud en specificaties. Wijzig de instelling voor "Duplex toepassen" in [Instell. papierlade] om dubbelzijdig afdrukken te activeren voor de papierlade. Raadpleeg Papierinstellingen voor meer informatie over de instelling "Duplex toepassen". Verminder het aantal af te drukken pagina's. 198
Meldingen bij gebruik van de printer Meldingen Oorzaak Oplossing "Maximum aantal multi-velvouw overschreden (halve vouw)." "Uitvoerlade gewijzigd" "Perfect Binding is niet beschikbaar voor versch. papierformaten." "Perfect Binding is niet beschikbaar met dit aantal vellen. " "Printer overschrijdingsfout" Het maximum aantal multivelvouwen (halve vouw) is overschreden. De uitvoerlade is gewijzigd, omdat het papierformaat van de gespecificeerde uitvoerlade beperkt is. Perfect Binding is niet mogelijk voor de instellingen die u gekozen heeft. Perfect Binding is niet mogelijk met het aantal vellen dat u heeft gekozen. De afbeeldingen zijn niet afgedrukt. Voor informatie over het maximum aantal multivelvouwen (halve vouw), zie Afdrukken. Specificeer de juiste uitvoerlade. Controleer de huidige instellingen. Voor details over de functies die niet beschikbaar zijn als Perfect Binding is geselecteerd, zie "Perfect Binding", Afdrukken. Controleer het aantal vellen. Selecteer het juiste aantal vellen. Voor meer informatie over het juiste aantal vellen, zie Onderhoud en specificaties. Selecteer een lagere resolutie in het printerstuurprogramma. Voor meer informatie over het wijzigen van de resolutie, zie de helpfunctie van het printerstuurprogramma. "Perforeren geannuleerd" Het perforeren is geannuleerd. Controleer de papierrichting, afdrukrichting en perforatiepositie. Bepaalde instellingen kunnen leiden tot afdrukresultaten die niet zijn zoals verwacht. 199
9. Problemen oplossen Meldingen Oorzaak Oplossing "Ring Binding is niet beschikbaar met de instellingen. " "Nieten geannuleerd" Ring Binding is niet mogelijk met de instellingen die door u zijn geselecteerd. Afdrukken met nietjes is geannuleerd. Controleer de huidige instellingen. Voor details over de functies die niet beschikbaar zijn als Ring Binding is geselecteerd, zie Afdrukken. Controleer de papierrichting, papierhoeveelheid, afdrukrichting en positie van het nietje. Bepaalde instellingen kunnen leiden tot afdrukresultaten die niet zijn zoals verwacht. Wanneer documenten niet op de documentserver kunnen worden opgeslagen Meldingen Oorzaak Oplossing "Kan gegevens van dit formaat niet opslaan." "Documentserver kan niet worden gebruikt. Kan niet opslaan." "Maximale capaciteit van de documentserver is overschreden. Kan niet opslaan." Het papierformaat heeft de capaciteit van de Documentserver overschreden. U kunt de Documentserverfunctie niet gebruiken. De harde schijf raakte vol nadat een bestand was opgeslagen. Verklein het papierformaat of het bestand dat u wilt verzenden tot een formaat dat de documentserver kan opslaan. Op maat gemaakte bestanden kunnen worden verstuurd, maar niet achteraf worden opgeslagen. Neem contact op met uw beheerder voor details over de Documentserverfunctie. Voor details over het instellen van gebruikersrechten, zie de Veiligheidshandleiding. Verwijder een aantal van de bestanden die zijn opgeslagen in de Documentserver of verklein het formaat dat u wilt verzenden. 200
Meldingen bij gebruik van de printer Meldingen Oorzaak Oplossing "Max.aantal bestanden van de documentserver is overschreden. Kan niet opslaan." "Max. aantal pagina's overschreden (automatisch opslaan)" "Max.aantal pagina's van de documentserver is overschreden. Kan niet opslaan." "Max. aantal pagina's overschreden (automatisch opslaan)" "Taak is geannul. omdat er geen bestand kon worden opgesl.: Max. geh. is overschr." "Taak is geannul. omdat er geen best. kon worden opgesl.: Max. best. is overschr." Het maximum aantal bestanden dat kan worden opgeslagen in de Documentserver is overschreden. Tijdens het gebruik van de opslagfunctie voor fouttaken, om normale afdruktaken op te slaan als uitgestelde afdruktaken, is de maximale bestandscapaciteit voor het opslaan van bestanden of bestandsbeheer voor uitgestelde afdrukken (automatisch) overschreden. De maximale paginacapaciteit van de Documentserver is overschreden. Tijdens het gebruikv an de opslagfunctie voor fouttaken, om normale afdruktaken op te slaan als uitgestelde afdruktaken, is de maximale paginacapaciteit overschreden. De harde schijf raakte vol nadat een bestand was opgeslagen. Het maximum aantal bestanden dat kan worden opgeslagen in de Documentserver is overschreden. Verwijder een aantal bestanden die zijn opgeslagen in de Documentserver. Verwijder uitgestelde afdrukbestanden die automatisch zijn opgeslagen of bestanden die u niet meer nodig heeft, uit het apparaat. Verwijder een aantal bestanden die zijn opgeslagen in de Documentserver, of verminder het aantal pagina's dat u wilt verzenden. Verwijder onnodige bestanden die op het apparaat zijn opgeslagen. Verminder het aantal af te drukken pagina's. Verwijder de bestanden die zijn opgeslagen in de Documentserver of verklein de bestandgrootte van het bestand dat verzonden moet worden. Verwijder de bestanden die zijn opgeslagen in de Documentserver. 201
9. Problemen oplossen Meldingen Oorzaak Oplossing "Taak geannul. omdat er geen best. kon worden opgesl.: Max. pag. per best. overschr." "De opgegeven map in de documentserver is vergrendeld. Kan niet opslaan." De maximale paginacapaciteit van de Documentserver is overschreden. De opgegeven map is vergrendeld. Verwijder een aantal bestanden die zijn opgeslagen in de Documentserver, of verminder het aantal pagina's dat u wilt verzenden. Ontgrendel de map of geef een ander mapnummer op dat kan worden gebruikt. Voor meer informatie over beveiligde mappen raadpleegt u de Veiligheidshandleiding. Wanneer er niet voldoende ruimte op de harde schijf beschikbaar is Meldingen Oorzaak Oplossing "Harde schijf is vol." "Harde schijf is vol." "Harde schijf is vol (automatisch opslaan)" Als u afdrukt met het PostScript 3- printerstuurprogramma, dan is de capaciteit van de harde schijf voor lettertypen en formulieren overschreden. De harde schijf is volgeraakt tijdens het afdrukken van een testafdruk-, beveiligde afdruk-, uitgestelde afdrukof opgeslagen afdrukbestand. De harde schijf is vol geraakt tijdens het gebruik van de opslagfunctie voor fouttaken, om normale afdruktaken op te slaan als uitgestelde afdrukbestanden. Verwijder onnodige formulieren en lettertypen van het apparaat. Verwijder onnodige bestanden die op het apparaat zijn opgeslagen. U kunt ook de hoeveelheid gegevens van de Testafdruk, de Beveiligde afdruk, Uitgestelde afdruk of de Opgeslagen afdruk verminderen. Verwijder onnodige bestanden die op het apparaat zijn opgeslagen. U kunt ook het gegevensvolume verminderen van tijdelijke afdrukbestanden en/of het opgeslagen afdrukbestanden. 202
Meldingen bij gebruik van de printer Wanneer er niet genoeg geheugen beschikbaar is Meldingen Oorzaak Oplossing "84: Fout" Er is geen werkruimte beschikbaar voor het verwerken van afbeeldingen. Verminder het aantal bestanden dat naar het apparaat wordt verzonden. Wanneer er een probleem met een parameter is Meldingen Oorzaak Oplossing "86: Fout" De parameters van de bedieningscode zijn onjuist. Controleer de afdrukinstellingen. Wanneer de gebruiker geen rechten heeft om een bewerking uit te voeren Meldingen Oorzaak Oplossing "Geen reactie van server. Verificatie is mislukt." "Afdrukprivileges zijn niet voor dit document ingesteld." "U heeft niet het privilege om deze functie te gebruiken. Afdruktaak is geannuleerd." "U heeft niet het privilege om deze functie te gebruiken. Afdruktaak is geannuleerd." Het tot stand brengen van de verbinding met de server voor LDAP-verificatie of Windows-verificatie is onderbroken. U heeft geen rechten om het PDF-document af te drukken dat u wilt afdrukken. De ingevoerde log-in gebruikersnaam of het log-in wachtwoord is niet juist. Het is de ingelogde gebruiker niet toegestaan om de geselecteerde functie te gebruiken. Controleer de status van de server. Neem contact op met de eigenaar van het document. Controleer of de gebruikersnaam en het wachtwoord correct zijn. Voor details over het instellen van gebruikersrechten, zie de Veiligheidshandleiding. 203
9. Problemen oplossen Meldingen Oorzaak Oplossing "U heeft niet het privilege om deze functie te gebruiken. Deze bewerking is geannuleerd." De ingelogde gebruiker heeft geen toestemming om programma's te registreren of de instellingen van de papierlade(n) te wijzigen. Voor details over het instellen van gebruikersrechten, zie de Veiligheidshandleiding. Wanneer een gebruiker niet geregistreerd kan worden Meldingen Oorzaak Oplossing "Autom. registratie van gebruikersinformatie is mislukt." "Informatie voor gebruikersinformatie is reeds geregistreerd voor een andere gebruiker." Automatische registratie van informatie voor LDAPverificatie of Windowsverificatie is mislukt, omdat het adresboek vol is. De gebruikersnaam voor LDAP was al geregistreerd in een andere server met een andere ID en de gebruikersnaam is gedupliceerd door het wisselen van domeinen (servers), enz. Voor meer informatie over het automatisch registreren van gebruikersinformatie, raadpleegt u de Veiligheidshandleiding. Voor meer informatie over gebruikersverificatie raadpleegt u de Beveiligingshandleiding. Als er andere fouten optreden Meldingen Oorzaak Oplossing "85: Fout" De opgegeven grafische bibliotheek is niet beschikbaar. "98: Fout" Het apparaat kan de harde schijf niet goed lezen. Controleer of de gegevens geldig zijn. Schakel de stroom uit en weer in. Als het bericht regelmatig verschijnt, neem dan contact op met uw leverancier. 204
Meldingen bij gebruik van de printer Meldingen Oorzaak Oplossing "99: Fout" Deze gegevens kunnen niet afgedrukt worden. De ingevoerde gegevens zijn corrupt of kunnen niet vanaf een geheugenopslagapparaat worden afgedrukt met behulp van de functie Rechtstreeks afdrukken. Controleer of de gegevens geldig zijn. Voor informatie over de soorten gegevens die van een geheugenopslagapparaat afgedrukt kunnen worden met behulp van de functie Rechtstreeks afdrukken, zie de handleiding Afdrukken. "Opdrachtfout" "Fout gecomprimeerde gegevens." Een RCPS-opdrachtfout is opgetreden. De printer heeft corrupte gecomprimeerde gegevens ontdekt. Controleer dit met behulp van de onderstaande procedure: Controleer of de communicatie tussen de computer en het apparaat correct werkt. Controleer of het juiste printerstuurprogramma wordt gebruikt. Controleer of het geheugen van het apparaat juist is ingesteld in het printerstuurprogramma. Controleer of het printerstuurprogramma de meest recente versie is. Controleer de verbinding tussen de computer en de printer. Controleer of het programma dat u heeft gebruikt voor het comprimeren van de gegevens correct werkt. 205
9. Problemen oplossen Meldingen Oorzaak Oplossing "Fout gegevensopslag" "Er is een fout ontstaan." "Max.opgeslagen best. overschreden" "Max.opgeslagen afdrukken overschreden" "Verkrijgen van bestandssysteem mislukt." "Bestandssysteem is vol." U heeft geprobeerd een Testafdruk, Beveiligde afdruk, Uitgestelde afdruk, of Opgeslagen afdrukbestand af te drukken, of een bestand op te slaan in de Documentserver terwijl de harde schijf niet goed werkte. Er is onder een fout opgetreden (bijv. syntaxfout, etc.). Terwijl u een Testafdruk, Beveiligde afdruk, Uitgestelde afdruk of Opgeslagen afdruk wilde afdrukken, werd de maximale bestandscapaciteit overschreden. De maximale paginacapaciteit werd overschreden tijdens het afdrukken van een Testafdruk, Beveiligde afdruk, Uitgestelde afdruk of Opgeslagen afdruk. Het rechtstreeks afdrukken van PDF-documenten kon niet worden uitgevoerd, omdat het bestandssysteem niet kon worden verkregen. PDF-documenten worden niet afgedrukt, omdat de capaciteit van het bestandssysteem vol is. Neem contact op met uw onderhoudsvertegenwoordiger voor een afspraak. Controleer of het PDF-bestand geldig is. Verwijder onnodige bestanden die op het apparaat zijn opgeslagen. Verwijder onnodige bestanden die op het apparaat zijn opgeslagen. Verminder het aantal af te drukken pagina's. Schakel de stroom uit en weer in. Als het bericht nogmaals verschijnt, neem dan contact op met uw leverancier. Verwijder alle onnodige bestanden van de harde schijf of verminder de grootte van de bestanden die naar het apparaat worden verzonden. 206
Meldingen bij gebruik van de printer Meldingen Oorzaak Oplossing "Fout vouweenheid." "I/O buffer overloop." "Onvoldoende geheugen" "Geheugen herstelfout" "Papiertype fout" Er is een probleem met de multivouweenheid. Er heeft een invoerbufferoverloop plaatsgevonden. Er is een geheugentoewijzingsfout opgetreden. Er is een geheugentoewijzingsfout opgetreden. De opgegeven papiertypenaam is niet op het apparaat ingesteld. Neem contact op met uw onderhoudsvertegenwoordiger voor een afspraak. Onder [Host interface] bij [Printereigensch.] selecteert u [I/O-buffer]. Vervolgens stelt u de maximale buffergrootte in op een hogere waarde. Verminder het aantal bestanden dat naar het apparaat wordt verzonden. PCL 6 Klik op het tabblad [Uitgebreide Instelling] van het printerstuurprogramma op [Afdr.kwaliteit: Geav.] in "Menu:" en selecteer vervolgens [Raster] in de lijst "Vector/Raster:". In sommige gevallen zal het lang duren voordat de afdruktaak voltooid is. Zet het apparaat uit en weer aan. Als het bericht nogmaals verschijnt, vervang dan het RAM-geheugen. Neem contact op met uw servicevertegenwoordiger voor meer informatie over het vervangen van het RAM-geheugen. Haal de nieuwste informatie over het papiertype dat op het apparaat is ingesteld, opnieuw op. Als het afdrukken niet begint, neem dan contact op met uw servicevertegenwoordiger. De inhoud van fouten kan worden afgedrukt op de configuratiepagina. Controleer de configuratiepagina in combinatie met het foutenlogboek. Voor meer informatie over het afdrukken van de configuratiepagina, zie Afdrukken. 207
9. Problemen oplossen Meldingen bij gebruik van de scanner Meldingen die op het bedieningspaneel worden weergegeven wanneer de scannerfunctie wordt gebruikt In dit gedeelte worden de meest waarschijnlijke oorzaken van en mogelijke oplossingen voor de foutmeldingen gegeven die verschijnen op het bedieningspaneel. Indien er een melding verschijnt dat hier niet wordt beschreven, volg dan de aanwijzingen in het bericht. Meldingen Oorzaak Oplossing "Kan het specifieke pad niet vinden. Controleer a.u.b de instellingen." "Kan het specifieke pad niet vinden. Controleer a.u.b de instellingen." De naam of mapnaam van de bestemmingscomputer is ongeldig. Een antivirusprogramma of een firewall voorkomt dat het apparaat verbinding kan maken met uw computer. Controleer of de computernaam en de mapnaam voor de bestemming correct zijn. Antivirusprogramma's en firewalls kunnen voorkomen dat clientcomputers een verbinding maken met dit apparaat. Gebruikt u antivirussoftware, voeg het programma dan toe aan de uitzonderingenlijst in de toepassingsinstellingen. Raadpleeg de helpfunctie van de antivirussoftware voor meer informatie over het toevoegen van programma's aan de uitsluitingslijst. Registreer het IP-adres van het apparaat in de IP-adres uitsluitingsinstellingen van het apparaat, om te voorkomen dat een firewall de verbinding blokkeert. Voor meer informatie over de uitsluitingsprocedure van een IP-adres, zie de helpfunctie van het besturingssysteem dat u gebruikt. 208
Meldingen bij gebruik van de scanner Meldingen Oorzaak Oplossing "Ingevoerde gebruikerscode is niet juist. Voer opnieuw in." "Max.aant.alfanumerieke karakters voor het pad overschreden." "Max. aant. alfanum. tekens is overschreden." "Het maximum aantal OCRtaken dat stand-by kan staan voor opslag, is overschreden. Even geduld a.u.b. Probeer het nogmaals nadat het opslaan van de huidige taak is voltooid. " "De bestandstypes zijn autom. ingest. vr sommige best., omdat meerdere best. zijn geselecteerd." U heeft een onjuiste gebruikerscode ingevoerd. Het maximale aantal op te geven alfanumerieke tekens in een pad is overschreden. Het maximale aantal in te voeren alfanumerieke tekens is overschreden. Het maximum aantal toegestane stand-by taken is overschreden, omdat er grote aantallen documenten zijn opgeslagen door de OCR-functie. Indien er opgeslagen documenten zijn geselecteerd die niet kunnen worden geconverteerd naar een bepaalde bestandsindeling, worden deze documenten automatisch geconverteerd naar een omzetbare indeling voordat ze worden verzonden. Controleer de verificatie-instellingen en voer dan een correcte gebruikerscode in. Zorg ervoor dat het maximale aantal tekens dat u wilt invoeren niet te groot is en voer het opnieuw in. Voor meer informatie over het maximaal aantal tekens dat u kunt invoeren, zie Scannen. Zorg ervoor dat het maximale aantal tekens dat u wilt invoeren niet te groot is en voer het opnieuw in. Voor meer informatie over het maximaal aantal tekens dat u kunt invoeren, zie Scannen. Er kunnen maximaal 100 taken op stand-by worden gezet door de OCRfunctie. Scan het volgende document nadat het opslaan van de huidige taken is voltooid. Zie Scannen voor meer informatie over de bestandsindelingen waarmee opgeslagen documenten kunnen worden verzonden. 209
9. Problemen oplossen Meldingen Oorzaak Oplossing "Geprogrammeerd. Kan geen bestemming(en) programmeren die niet in het adresboek zijn opgeslagen." "Scanlogboek is vol. Controleer Scaneigenschappen." "De ingevoerde bestandsnaam bevat ongeldige tekens. Voer de bestandsnaam weer in met gebruik van de volgende 1- bit tekens. "0 tot 9", "A tot Z", "a tot z", ". - _"" "De ingevoerde bestandsnaam bevat ongeldige tekens. Voer de bestandsnaam weer in met gebruik van de volgende 1- bit tekens. "0 tot 9", "A tot Z", "a tot z", ". - _"" De bestemmingen die tijdens het registreren in het programma zijn geselecteerd, bevatten een mapbestemming waarvoor één van de volgende bestemmingen is ingesteld: handmatig ingevoerde bestemming, WSDbestemming of DSMbestemming "Afdr. & verw. Scanlogboek" in [Scannereigensch.] is ingesteld op [Niet afdr: Verz. uitschak.] en het scanlogboek is vol. De bestandsnaam bevat een teken dat niet gebruikt kan worden. De bestandsnaam bevat een teken dat niet gebruikt kan worden. WSD-bestemmingen en DSMbestemmingen kunnen niet in het programma worden geregistreerd, omdat ze niet in het adresboek geregistreerd kunnen worden. Handmatig ingevoerde bestemmingen kunt u in het adresboek registreren en vervolgens kunt u ze opnieuw in het programma proberen te registreren. Druk het scanlogboek af of verwijder het. Raadpleeg de handleiding Scannen voor meer informatie over Scannereigenschappen. Controleer de bestandsnaam die werd ingesteld bij het scannen. Voor meer informatie over tekens die gebruikt kunnen worden bij bestandsnamen, zie Scannen. Controleer de bestandsnaam die werd opgegeven bij het scannen. In de functie 'Scanbestanden naar mappen verzenden', mag de opgegeven bestandsnaam de volgende tekens niet bevatten: \ / : *? " < > De bestandnaam kan niet beginnen of eindigen met een punt (.). 210
Meldingen bij gebruik van de scanner Meldingen Oorzaak Oplossing "Het programma is herroepen. Kan geen bestemming(en) herroepen waarvoor toegangsrechten vereist zijn." "Het programma is herroepen. Kan geen bestemming(en) herroepen die uit het adresboek zijn verwijderd." "Het programma is herroepen. Kan mapbestemming(en) met beveiligingscode(s) niet herroepen." De huidig aangemelde gebruiker heeft geen bevoegdheid tot het bekijken van de bestemming die in het programma geregistreerd is. De bestemming die in het programma is opgeslagen kan niet worden opgeroepen, omdat deze uit het adresboek is verwijderd. De mapbestemmingen waarvoor de beveiligingscode is ingesteld, zijn geregistreerd in het programma. Voor details over het instellen van gebruikersrechten, zie de Veiligheidshandleiding. Voer de bestemming rechtstreeks in om de gegevens apart te verzenden. Een bestemming waarvoor een beveiligingscode is ingesteld, kan niet door het programma worden opgeroepen. Annuleer de beveiligingscode-instelling of verstuur de gescande bestanden apart naar de bestemming. Wanneer documenten niet correct kunnen worden gescand Meldingen Oorzaak Oplossing "Alle pagina's zijn herkend als blanco. Er is geen bestand aangemaakt." "Controleer de richting van het origineel." Er is geen PDF-bestand aangemaakt, omdat alle pagina's van het gescande origineel als blanco zijn herkend toen [Aan] was opgegeven bij [Blanco pagina verwijderen] in [OCR-instellingen]. Afhankelijk van een combinatie van items, zoals de opgegeven schaalfactor en het documentformaat, kunnen originelen soms niet worden gescand. Controleer of het origineel verkeerd om is ingesteld. Wijzig [OCR-gescande PDF: Gevoeligheid blanco pag.] in [Scannereigensch.] naar "Gevoeligheidsniveau 1". Wijzig de richting van het origineel en scan het origineel vervolgens opnieuw. 211
9. Problemen oplossen Meldingen Oorzaak Oplossing "Max. gegevens capaciteit overschreden." "Controleer scanresoluties, druk opnieuw op Starttoets." "Max. gegevens capaciteit overschreden." "Controleer de scanresolutie en reset n originelen" ("n" in het bericht staat voor een cijfer) "Max. gegevens capaciteit overschreden." "Controleer de resolutie en de ratio en druk weer op Start." "Max. aantal bestanden dat tegelijk gebr. kan worden op de Documentserver is overschreden." "De afbeelding wordt niet helemaal gescand." "Controleer de ratio en druk weer op Start." De gescande gegevens overschrijden de maximale gegevenscapaciteit. Het gescande origineel overschrijdt de maximale gegevenscapaciteit. De te scannen gegevens zijn te groot voor de ratio die opgegeven is in [Specif. formaat]. Het maximum aantal bestanden dat kan worden opgeslagen in de Documentserver is overschreden. Als de schaalfactor bij "Geef reproductieratio op" te groot is, kan een deel van de afbeelding verloren gaan. Geef nogmaals de scangrootte en - resolutie op. Let erop dat het wellicht niet mogelijk is om zeer grote originelen met een hoge resolutie te scannen. Voor meer informatie over de instellingen voor de scanfunctie, zie Scannen. Geef nogmaals de scangrootte en - resolutie op. Let erop dat het wellicht niet mogelijk is om zeer grote originelen met een hoge resolutie te scannen. Voor meer informatie over de instellingen voor de scanfunctie, zie Scannen. Verlaag de resolutie of de waarde bij [Specificeer formaat] en probeer het origineel vervolgens opnieuw te scannen. Controleer de bestanden die door de andere functies zijn opgeslagen en verwijder vervolgens onnodige bestanden. Voor meer informatie over het verwijderen van bestanden, zie Kopiëren / Documentserver. Verminder de schaalfactor bij "Geef reproductieratio op" en probeer het origineel vervolgens opnieuw te scannen. Als de afbeelding niet volledig moet worden weergegeven, drukt u op de [Start]-knop om het scannen te starten met de huidige schaalfactor. 212
Meldingen bij gebruik van de scanner Meldingen Oorzaak Oplossing "De afbeelding wordt niet helemaal gescand." "Controleer de ratio en druk weer op Start." "Het formaat van de gescande gegevens is te klein." "Controleer de resolutie en de ratio en druk weer op Start." Wanneer u "Geef reproductieratio op" gebruikt om de schaal van een groot document te verkleinen, kan een deel van de afbeelding verloren gaan. De te scannen gegevens zijn te klein voor de ratio die opgegeven is in [Specif. formaat]. Geef een groot formaat op bij [Specificeer formaat] en scan het origineel vervolgens opnieuw. Als de afbeelding niet volledig moet worden weergegeven, drukt u op de [Start]-knop om het scannen te starten met de huidige schaalfactor. Geef een hogere resolutie of een groter formaat op bij [Specificeer formaat] en scan het origineel dan opnieuw. Wanneer documenten niet gescand kunnen worden, omdat het geheugen vol is Meldingen Oorzaak Oplossing "Geheugen is vol. Kan niet scannen. Gescande gegev. zullen worden verwijderd. " Omdat er onvoldoende harde schijfruimte was, kon de eerste pagina niet worden gescand. Probeer één van de volgende maatregelen: Wacht even en probeer de scanbewerking dan opnieuw. Verklein het scangebied of verminder de scanresolutie. Voor meer informatie over het wijzigen van het scangebied en de scanresolutie, zie Scannen. Verwijder onnodige opgeslagen bestanden. Voor meer informatie over het verwijderen van opgeslagen bestanden, zie Scannen. 213
9. Problemen oplossen Meldingen Oorzaak Oplossing "Geheugen is vol. Wilt u het gescande bestand opslaan?" "Het geheugen is vol. Het scannen is geannuleerd. Druk op [Verzenden] om gesc. geg. te verz., of druk op [Annuleren] om te verwijderen" Omdat er voor opslag in de Documentserver niet genoeg vrije ruimte is op de harde schijf in het apparaat, kon een aantal pagina's niet worden gescand. Omdat er niet genoeg vrije ruimte is op de harde schijf van het apparaat voor verzending van e-mail tijdens opslag in de Documentserver, kon een aantal pagina's niet worden gescand. Geef op of u de gegevens wilt gebruiken of niet. Geef op of u de gegevens wilt gebruiken of niet. Als het verzenden van gegevens mislukt Meldingen Oorzaak Oplossing "Verificatie van de bestemming is mislukt. Controleer instellingen. Om huid. status te contr., druk op [Status gescande bestanden]." "Max. e-mailformaat overschreden. Verzenden van e-mail is geannuleerd. Controleer [Max. e- mailformaat] in scannereigenschappen. " De ingevoerde gebruikersnaam of het ingevoerde wachtwoord was ongeldig. De grootte van het bestand per pagina heeft de in [Scannereigenschappen] opgegeven maximale e- mailgrootte overschreden. Controleer of de gebruikersnaam en het wachtwoord correct zijn. Controleer of de ID en het wachtwoord voor de bestemmingsmap correct zijn. Een wachtwoord van 128 of meer tekens kan wellicht niet herkend worden. Wijzig de scaninstellingen als volgt: Verhoog de limiet voor de grootte van e-mails in [Max. e-mailform.]. Stel de instelling [E-mail delen & verzenden] in op [Ja (per pagina)] of [Ja (per max. formaat)]. Voor meer informatie over deze instellingen, zie Scannen. 214
Meldingen bij gebruik van de scanner Meldingen Oorzaak Oplossing "Het verzenden van de gegevens is mislukt. Gegevens worden later opnieuw verz. " "Doorzenden is mislukt. Onvoldoende geheugen in de harde schijf van de bestemming. Om huid. status te contr., druk op [Status gescande bestanden]." "Doorzenden is mislukt. Om huid. status te contr., druk op [Status gescande bestanden]." Er is een netwerkfout opgetreden en een bestand is niet correct verzonden. Verzending is mislukt. Er was niet genoeg vrije ruimte op de harde schijf van de SMTP-server, FTP-server of clientcomputer op de bestemming. Terwijl er een bestand werd verzonden, is er een netwerkfout opgetreden en kon het bestand niet correct verzonden worden. Wacht even met versturen, want er wordt automatisch geprobeerd om de gegevens opnieuw te versturen na de vooraf ingestelde interval. Als het verzenden nog steeds mislukt, neem dan contact op met uw beheerder. Wijs voldoende ruimte toe. Wanneer de melding opnieuw verschijnt nadat u opnieuw heeft gescand, kan de oorzaak een gemengd netwerk zijn of anders doordat netwerkinstellingen gewijzigd zijn tijdens een WSDscanneroverdracht. Neem voor meer informatie over netwerkfouten contact op met uw beheerder. Wanneer gegevens niet verzonden kunnen worden, omdat er een bestand is geselecteerd dat momenteel wordt gebruikt Meldingen Oorzaak Oplossing "Het geselect. bestand is momenteel in gebruik. De bestandsnaam kan niet gewijzigd worden." "Het geselect. bestand is momenteel in gebruik. Het wachtwoord kan niet gewijzigd worden." U kunt de namen van bestanden waarvan de status "Wachten..." is niet wijzigen. U kunt het wachtwoord van bestanden waarvan de status "Wachten..." is niet wijzigen. Annuleer de verzending (de status "Wachten..." verdwijnt) en verander daarna de bestandsnaam. Annuleer de verzending (de status "Wachten..." verdwijnt) en verander daarna het wachtwoord. 215
9. Problemen oplossen Meldingen Oorzaak Oplossing "Geselect. bestand is momenteel in gebruik. Gebr.naam kan niet gewijzigd worden." "Sommige geselect. best. zijn momenteel in gebruik. Ze kunnen niet verwijderd worden. " U kunt de namen van afzenders waarvan de status "Wachten..." is niet wijzigen. U kunt een bestand dat op verzending wacht niet verwijderen (Status "Wachten... " wordt weergegeven). Annuleer de verzending (de status "Wachten..." verdwijnt) en verander daarna de gebruikersnaam. Annuleer de verzending (de status "Wachten..." verdwijnt) en verwijder daarna het bestand. Wanneer gegevens niet kunnen worden verstuurd, omdat er teveel documenten of pagina's zijn Meldingen Oorzaak Oplossing "Max. aantal pag. per best. overschr. Wilt u de gescande pagina's opslaan als 1 bestand?" "Max. aantal opgeslagen bestanden is overschreden. Kan gescande gegevens niet versturen, omdat het afvangen van bestanden niet beschikbaar is." "Max.paginacap. per bestand overschr. Druk op [Verzend] om gescande gegev. te verst., of druk [Annuleren] om te verwijderen." "Maximum aantal opgesl. best. wordt overschreden. Alle overbodige bestanden verwijderen. " Het bestand dat is opgeslagen heeft het maximum aantal pagina's voor één bestand overschreden. Er staan teveel bestanden in de wachtrij om te worden verzonden. Het aantal gescande pagina's overschrijdt de maximale paginacapaciteit. Er staan teveel bestanden in de wachtrij om te worden verzonden. Geef aan of u de gegevens wilt opslaan of niet. Scan de pagina's die niet zijn gescand en sla ze als een nieuw bestand op. Voor meer informatie over het opslaan van bestanden, zie Scannen. Probeer het opnieuw nadat ze zijn verzonden. Geef op of u de gegevens wilt verzenden die al zijn gescand. Probeer het opnieuw nadat ze zijn verzonden. 216
Meldingen bij gebruik van de scanner Als de WSD-scannerfunctie niet gebruikt kan worden Meldingen Oorzaak Oplossing "Kan niet comm. met pc. Neem contact op met beheerder." "Kan niet starten met scannen omdat de communicatie is mislukt." "Kan niet starten met scannen omdat de communicatie is mislukt." "Het scannen kan niet starten. Controleer de instelling(en) op de pc." "De gegevens konden niet verzonden worden, omdat de pc op stand-by overschakelde voordat deze verzonden konden worden." Het WSD-protocol (apparaat) of WSD-protocol (scanner) is uitgeschakeld. Het scanprofiel is niet ingesteld op de clientcomputer. De instelling [Geen actie ondernemen] is geselecteerd op de client computer, waardoor de computer van de client gedwongen inactief blijft wanneer er scangegevens ontvangen worden. Het Scanprofiel is misschien onjuist geconfigureerd. Er vond een time-out plaats bij het gebruik van de WSDscanner. Dit gebeurt wanneer er te veel tijd verstrijkt tussen het scannen van een origineel en het verzenden van de bijbehorende gegevens. Een time-out kan door het volgende veroorzaakt worden: Te veel originelen per set. Onjuist ingevoerde originelen. Verzenden van andere taken. Raadpleeg de Veiligheidshandleiding voor details over het in- en uitschakelen van het WSD-protocol. Stel het scanprofiel in. Voor meer informatie hoe u dit doet, zie Scannen. Open de scannereigenschappen, klik op het tabblad [Gebeurtenissen] en selecteer vervolgens [Dit programma starten] als het antwoord van de computer op de ontvangst van scangegevens. Zie voor meer informatie de helpfunctie van uw besturingssysteem. Controleer de configuratie van het Scanprofiel. Reduceer het aantal originelen en voer de scan opnieuw uit. Verwijder het onjuist ingevoerde origineel en voer de scan opnieuw uit. Gebruik het Scannerlogboek om te controleren of er te verzenden taken zijn en voer het scannen vervolgens nogmaals uit. 217
9. Problemen oplossen Wanneer documenten niet op een geheugenopslagapparaat kunnen worden opgeslagen Meldingen Oorzaak Oplossing "Kan niet schrijven naar het geheugenopslagapparaat omdat er onvoldoende ruimte beschikbaar is." "Kan niet schrijven naar het geheugenopslagapparaat omdat het apparaat beschermd is tegen schrijven." "Kan niet schrijven naar het geheugenopslagapparaat. Controleer het geheugenopslagapparaat en de apparaatinstellingen." Het geheugenopslagapparaat is vol. De scangegevens kunnen niet opgeslagen worden. Zelfs wanneer het geheugenopslagapparaat voldoende ruimte lijkt te hebben, kunnen gegevens mogelijk niet opgeslagen worden wanneer het maximale aantal opgeslagen bestanden overschreden wordt. Het geheugenopslagapparaat is beschermd tegen schrijven. Het geheugenopslagapparaat is defect of de bestandsnaam bevat een teken dat niet gebruikt kan worden. Vervang het geheugenopslagapparaat. Wanneer een document als een enkelzijdige pagina is gescand of verdeeld is over meerdere pagina's, worden gegevens onveranderd in het geheugenopslagapparaat opgeslagen. Vervang het geheugenopslagapparaat en druk op [Opn. proberen] om de resterende gegevens op te slaan of druk op [Annuleren] om de scan opnieuw te doen. Schakel de schrijfbescherming op het geheugenapparaat uit. Controleer of het geheugenopslagapparaat defect is. Controleer het geheugenopslagapparaat. Mogelijk is het ongeformatteerd of het formaat is niet compatibel met dit apparaat. Controleer de bestandsnaam die werd ingesteld bij het scannen. Voor meer informatie over de tekens die gebruikt kunnen worden bij bestandsnamen, zie Scannen. 218
Meldingen bij gebruik van de scanner Meldingen Oorzaak Oplossing "Max. paginacapaciteit per bestand overschreden. Druk op [Schrijven] om de gescande gegevens naar het geheugenopslagapparaat te schrijven of druk op [Annuleren} om te verwijderen." "Het geheugen is vol. Druk op [Schrijven] om de huidige gescande gegevens naar het geheugenopslagapparaat te schrijven, of druk op [Annuleren] om te verwijderen." De scan kon niet voltooid worden, omdat het maximale aantal pagina's dat door dit apparaat gescand kan worden, overschreden werd tijdens het schrijven van gescande gegevens naar het geheugenopslagapparaat. De scan kon niet voltooid worden, omdat er te weinig geheugen beschikbaar is op de harde schijf tijdens het opslaan van de gescande gegevens op het geheugenopslagapparaat. Verminder het aantal documenten dat u naar het geheugenopslagapparaat wilt schrijven en probeer het opnieuw. Geef op of u het gescande document wel of niet wilt opslaan op het geheugenopslagapparaat. Als er foutmeldingen worden weergegeven op de clientcomputer In dit gedeelte worden de meest waarschijnlijke oorzaken van en mogelijke oplossingen beschreven voor de meest gangbare foutmeldingen die worden weergegeven op de clientcomputer wanneer het TWAIN-hulpprogramma wordt gebruikt. Als er een melding verschijnt die hier niet besproken wordt, volg dan de instructies. Meldingen Oorzaak Oplossing "Log-in gebruikersnaam, Log-in wachtwoord of Driver coderingstoets is onjuist." De ingevoerde log-in gebruikersnaam, het wachtwoord of de coderingssleutel voor het stuurprogramma was ongeldig. Controleer uw log-in gebruikersnaam, het log-in wachtwoord of de coderingssleutel voor het stuurprogramma en voer deze juist in. Voor meer informatie over de log-in gebruikersnaam en het wachtwoord en over de coderingssleutel voor het stuurprogramma, raadpleegt u de Veiligheidshandleiding. 219
9. Problemen oplossen Meldingen Oorzaak Oplossing "Authentificatie is succesvol. De toegangsprivileges voor de scannerfunctie zijn geweigerd." "Kan geen scanmodi meer toevoegen." "Kan het papierformaat van het origineel niet detecteren. Specificeer het scanformaat. " "Kan geen scangebieden meer opnemen." "Verwijder onjuiste invoer in ADF." De aangemelde gebruiker is niet gemachtigd om de scannerfunctie te gebruiken. Het maximale aantal registreerbare scanmodi is overschreden. Het geplaatste origineel is niet goed geplaatst. Het maximale aantal registreerbare scanmodi is overschreden. Er is een papierstoring opgetreden in de ADF. Voor details over het instellen van gebruikersrechten, zie de Veiligheidshandleiding. Het maximale aantal modi dat kan worden opgeslagen is 100. Verwijder onnodige modi. Plaats het origineel op de juiste manier. Geef het scanformaat op. Wanneer u een origineel direct op de glasplaat plaatst, dan schakelt het optillen/laten zakken van de ADF het automatische detectieproces origineelformaat in. Til de ADF op onder een hoek van 30 graden of meer. Het maximale aantal scangebieden dat kan worden opgeslagen is 100. Verwijder onnodige scangebieden. Verwijder de vastgelopen originelen en plaats ze opnieuw. Voor meer informatie over vastgelopen papier, zie Problemen oplossen. Als het papier vastloopt, verwijdert u de vastgelopen originelen. Controleer of de originelen geschikt zijn om te worden gescand door het apparaat. 220
Meldingen bij gebruik van de scanner Meldingen Oorzaak Oplossing "Er is een fout opgetreden in de scanner." "Er is een fout opgetreden in de scanner." "Er is een fatale fout opgetreden in de scanner." "Onvoldoende geheugen. Sluit alle andere programma's en scan opnieuw." Er is een fout opgetreden in het stuurprogramma. De in de toepassing opgegeven scanvoorwaarden hebben het instelbereik van het apparaat overschreden. Er is een onherstelbare apparaatfout opgetreden. Het geheugen is ontoereikend. Controleer of de netwerkkabel correct op de clientcomputer is aangesloten. Controleer of de Ethernetkaart van de clientcomputer correct wordt herkend door Windows. Controleer of de clientcomputer het TCP/IP-protocol kan gebruiken. Controleer of de scaninstellingen die met de toepassing zijn gemaakt, het instelbereik van het apparaat overschrijden. Er is een onherstelbare apparaatfout opgetreden. Neem contact op met uw onderhoudsvertegenwoordiger voor een afspraak. Sluit alle onnodige toepassingen die worden uitgevoerd op de clientcomputer. Maak installatie van het TWAINstuurprogramma ongedaan en installeer het opnieuw nadat u de computer opnieuw heeft opgestart. 221
9. Problemen oplossen Meldingen Oorzaak Oplossing "Onvoldoende geheugen. Maak het scangebied kleiner." "Ongeldige Winsock-versie. Gebruik versie 1.1 of hoger." "Geen reactie van de scanner." "Geen reactie van de scanner." Het scannergeheugen is ontoereikend. U gebruikt een ongeldige versie van Winsock. Het apparaat of de clientcomputer is niet correct op het netwerk aangesloten. Het netwerk is bezet. Reset het scanformaat. Verlaag de resolutie. Stel in zonder compressie. Zie de helpfunctie van het TWAINstuurprogramma voor meer informatie over de instellingen. Het probleem kan veroorzaakt worden door het volgende: Het scannen kan niet worden uitgevoerd als er grote waarden zijn ingesteld voor de belichting in combinatie met een halftoneresolutie of een hoge resolutie. Voor meer informatie over het verband tussen scaninstellingen, zie Scannen. Als het papier vastloopt, kunt u een origineel mogelijk niet scannen. Verwijder vastgelopen papier en scan het origineel opnieuw. Installeer het besturingssysteem van de computer of kopieer Winsock van de cd-rom van het besturingssysteem. Controleer of het apparaat of de clientcomputer correct op het netwerk is aangesloten. Schakel de persoonlijke firewall van de clientcomputer uit. Zie de Windows helpfunctie voor meer informatie over firewalls. Wacht even en maak dan weer verbinding met het netwerk. 222
Meldingen bij gebruik van de scanner Meldingen Oorzaak Oplossing "Scanner is in gebruik voor een andere functie. Een ogenblik geduld." "Scanner is niet beschikbaar in het gespecificeerde apparaat." "Scanner is niet gereed. Controleer de scanner en de opties." "Deze naam wordt al gebruikt. Controleer de geregistreerde namen." Een functie van het apparaat (niet de scannerfunctie) wordt gebruikt als de kopieerfunctie. De TWAIN-scannerfunctie kan niet worden gebruikt op dit apparaat. De klep van de ADF staat open. U heeft geprobeerd een naam te registreren die al wordt gebruikt. Wacht even en maak dan weer verbinding met het netwerk. Annuleer de taak die momenteel wordt verwerkt. Druk op de [Stop]-knop. Volg de instructies in de melding die wordt weergegeven en sluit de functie die draait af. Neem contact op met uw onderhoudsvertegenwoordiger voor een afspraak. Controleer of de afdekplaat van de ADF gesloten is. Gebruik een andere naam. Wanneer er een probleem is met de verbinding met de scanner Meldingen Oorzaak Oplossing "Kan geen verbinding maken met de scanner. Controleer de instellingen voor het toegangsmasker van het netwerk in Gebruikersinstellingen." "Kan scanner "XXX", die voor de vorige scan is gebruikt, niet vinden. "YYY" wordt daarvoor in de plaats gebruikt." "XXX" en "YYY" geven scannernamen aan. Er is een toegangsmasker ingesteld. De hoofdstroom van de eerder gebruikte scanner staat niet op "Aan". Neem voor meer informatie over het toegangsmasker contact op met uw beheerder. Controleer of de scanner die voor de vorige scan is gebruikt, aan staat. 223
9. Problemen oplossen Meldingen Oorzaak Oplossing "Kan scanner "XXX", die voor de vorige scan is gebruikt, niet vinden. "YYY" wordt daarvoor in de plaats gebruikt." "XXX" en "YYY" geven scannernamen aan. "Er is een communicatiefout op het netwerk opgetreden." "De scanner is niet beschikbaar. Controleer de verbinding van de scanner." "De scanner is niet beschikbaar. Controleer de verbinding van de scanner." Het apparaat is niet correct op het netwerk aangesloten. Er is een communicatiefout op het netwerk opgetreden. Het apparaat staat uit. Het apparaat is niet correct op het netwerk aangesloten. Controleer of de eerder gebruikte scanner correct op het netwerk is aangesloten. Annuleer de persoonlijke firewall van de clientcomputer. Voor meer informatie, zie Windows Help. Gebruik een toepassing zoals telnet om te zorgen dat SNMPv1 of SNMPv2 is ingesteld als het protocol van het apparaat. Om te weten hoe u dit kunt controleren, raadpleegt u Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen. Selecteer de scanner die voor de vorige scan gebruikt is. Controleer of de clientcomputer het TCP/IP-protocol kan gebruiken. Zet de printer aan. Controleer of het apparaat correct op het netwerk is aangesloten. Annuleer de persoonlijke firewall van de clientcomputer. Voor meer informatie, zie Windows Help. Gebruik een toepassing zoals telnet om te zorgen dat SNMPv1 of SNMPv2 is ingesteld als het protocol van het apparaat. Om te weten hoe u dit kunt controleren, raadpleegt u Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen. 224
Meldingen bij gebruik van de scanner Meldingen Oorzaak Oplossing "De scanner is niet beschikbaar. Controleer de verbinding van de scanner." Netwerkcommunicatie is niet beschikbaar omdat het IPadres van het apparaat niet kan worden verkregen van de hostnaam. Als alleen "IPv6" is ingesteld op [Actief], kan het IPv6-adres mogelijk niet worden verkregen. Controleer of de hostnaam van het apparaat is opgegeven in de Netwerkverbindingstool. Controleer voor het WIAstuurprogramma het tabblad [Netwerk] in de eigenschappen. Gebruik Web Image Monitor om "LLMNR" van "IPv6" in te stellen op [Actief]. 225
9. Problemen oplossen Wanneer er andere meldingen worden weergegeven Meldingen Oorzaak Oplossing "Scanglas schoonmaken. (Bevindt zich naast de glasplaat.)" "De volgende uitvoerlade is vol. Verwijder het papier." "Interne ventilator is actief." Het scanglas of de geleiderplaat van de ADF is vies. De uitvoerlade is vol. Grote afdruktaken veroorzaken hitte-opbouw binnenin het apparaat, waardoor de ventilator automatisch gaat draaien. Maak de glasplaat of geleiderplaat schoon. Zie Onderhoud en specificaties. Verwijder het papier uit de uitvoerlade zodat u het afdrukken kunt voortzetten. Als het papier in de staffellade van de finisher afgeleverd moet worden en u wilt voorkomen dat het papier uit de lade valt, kunt u het afdrukken onderbreken door op de [Stop]- knop te drukken en het papier eruit te halen. Druk op [Doorgaan] op het display om verder te gaan met afdrukken. Wanneer de multivouweenheid wordt gebruikt, hangt het aantal vellen per stapel papier af van het papier- en vouwtype. De ventilator maakt geluid, maar dit is normaal en u kunt het apparaat gewoon gebruiken wanneer de ventilator aan het koelen is. De hoeveelheid papier die kan worden afgedrukt en de totale tijd voor de ventilator begint te draaien, hangen af van de temperatuur van de omgeving waarin het apparaat is geplaatst. 226
Wanneer er andere meldingen worden weergegeven Meldingen Oorzaak Oplossing "Zelfcontrole..." Het apparaat voert beeldaanpassingsfuncties uit. Tijdens de werking kan het apparaat periodiek onderhoud doorvoeren. De frequentie en de duur van het onderhoud zijn afhankelijk van de vochtigheidsgraad, de temperatuur en afdrukfactoren zoals het aantal afdrukken, het papierformaat en het papiertype. Wacht tot het apparaat de bewerking hervat. Wanneer er een probleem is met het scannen of opslaan van originelen Meldingen Oorzaak Oplossing "Origineel formaat is niet herkenbaar. Selecteer scanformaat." "Het afgevangen bestand heeft max. aantal pag. per bestand overschreden. Kan de gescande gegevens niet verzenden." "Origineel wordt al door een andere functie gescand." Het apparaat kon het origineelformaat niet waarnemen. Het maximale aantal pagina's per bestand is overschreden. Er wordt een andere functie van het apparaat gebruikt. Plaats het origineel op de juiste manier. Geef het scanformaat op en plaats de originelen opnieuw. Wanneer u een origineel direct op de glasplaat plaatst, dan schakelt het optillen/laten zakken van de ADF het automatische detectieproces origineelformaat in. Til de ADF op onder een hoek van 30 graden of meer. Verminder het aantal pagina's in het verzonden bestand en verzend het bestand dan opnieuw. Voor meer informatie over het maximale aantal pagina's per bestand, zie Scannen. Annuleer de huidige opdracht. Druk op [Afsluiten] en druk vervolgens op de [Stop]-knop. Volg de instructies in de melding die wordt weergegeven en sluit de functie die draait af. 227
9. Problemen oplossen Als het Home-scherm niet bewerkt kan worden Meldingen Oorzaak Oplossing "Het formaat van de afbeeldingsgegevens is niet geldig. Bekijk de handleiding voor de benodigde gegevens." "De indeling van de afbeeldingsgegevens is niet geldig. Bekijk de handleiding voor benodigde gegevens." De grootte van de afbeeldingsgegevens is ongeldig. De bestandsindeling van de snelkoppeling wordt niet ondersteund. Voor meer informatie over de bestandsgrootte van snelkoppelingen, zie Handige functies. De bestandsindeling voor toe te voegen afbeeldingen van snelkoppelingen moet PNG zijn. Selecteer de afbeelding opnieuw. 228
Wanneer er andere meldingen worden weergegeven Als het adresboek geüpdatet wordt Meldingen Oorzaak Oplossing "Bijwerken bestemmingslijst mislukt. Opnieuw proberen?" "Bestemmingslijst wordt bijgewerkt... Een ogenblik geduld a.u.b. Geselecteerde bestemmingen en/of namen zijn gewist." Er is een netwerkfout opgetreden. De bestemmingslijst wordt bijgewerkt vanuit het netwerk met Web Image Monitor. Controleer of de server is aangesloten. Antivirusprogramma's en firewalls kunnen voorkomen dat clientcomputers een verbinding maken met dit apparaat. Gebruikt u antivirussoftware, voeg het programma dan toe aan de uitzonderingenlijst in de toepassingsinstellingen. Raadpleeg de helpfunctie van de antivirussoftware voor meer informatie over het toevoegen van programma's aan de uitsluitingslijst. Registreer het IP-adres van het apparaat in de IP-adres uitsluitingsinstellingen van het apparaat, om te voorkomen dat een firewall de verbinding blokkeert. Voor meer informatie over de uitsluitingsprocedure van een IP-adres, zie de helpfunctie van het besturingssysteem dat u gebruikt. Wacht totdat het bericht verdwenen is. Zet het apparaat niet uit terwijl dit bericht wordt weergegeven. Afhankelijk van het aantal bij te werken bestemmingen, kan er enige vertraging ontstaan voordat u verder kunt gaan. Zolang dit bericht wordt weergegeven is gebruik van het apparaat niet mogelijk. 229
9. Problemen oplossen Meldingen Oorzaak Oplossing "Bestemmingslijst wordt bijgewerkt... Een ogenblik geduld a.u.b. Geselecteerde bestemmingen en/of namen zijn gewist." Een opgegeven bestemming of afzendernaam is gewist toen de bestemmingslijst in de bezorgingsserver werd bijgewerkt. Geef de bestemming of de afzendernaam opnieuw op. Wanneer gegevens niet verzonden kunnen worden vanwege een probleem met de bestemming Meldingen Oorzaak Oplossing "Bevat enkele ongeldige bestemmingen. Wilt u alleen geldige bestemmingen selecteren?" "E-mailadres voor SMTPverificatie en beheerdersemailadres komen niet overeen." De opgegeven groep bevat een e-mailbestemming en/of mapbestemming die niet wordt ondersteund door de opgegeven verzendingsmethode. Het SMTP-verificatie e- mailadres en het e- mailadres van de beheerder komen niet overeen. Druk op [Selecteren] in het bericht dat na iedere verzending verschijnt. Zie Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen voor meer informatie over het instellen van SMTPverificatie. Wanneer het apparaat niet bediend kan worden vanwege een probleem met het gebruikerscertificaat Meldingen Oorzaak Oplossing "De bestemming kan niet geselecteerd worden, omdat het coderingscertificaat nu niet geldig is." Het gebruikerscertificaat (bestemmingscertificaat) is verlopen. Er moet een nieuw gebruikerscertificaat geïnstalleerd worden. Voor meer informatie over het gebruikerscertificaat (bestemmingscertificaat) raadpleegt u de Veiligheidshandleiding. 230
Wanneer er andere meldingen worden weergegeven Meldingen Oorzaak Oplossing "De groepsbestemming kan niet geselecteerd worden, omdat die een bestemming bevat met een coderingscertificaat dat niet geldig is." "Verzending kan niet uitgevoerd worden, omdat het coderingscertificaat nu niet geldig is." "XXX kan niet YYY, omdat het apparaatcertificaat gebruikt voor S/MIMEondertekening niet geldig is." XXX en YYY geven aan welke actie de gebruiker moet ondernemen. "De bestemming kan niet geselecteerd worden, omdat er een probleem is met het apparaatcertificaat gebruikt voor de S/MIMEhandtekening. Controleer het apparaatcertificaat. " XXX en YYY geven aan welke actie de gebruiker moet ondernemen. Het gebruikerscertificaat (bestemmingscertificaat) is verlopen. Het gebruikerscertificaat (bestemmingscertificaat) is verlopen. Het apparaatcertificaat (S/ MIME) is verlopen. Er is geen apparaatcertificaat (S/ MIME) of het certificaat is ongeldig. Er moet een nieuw gebruikerscertificaat geïnstalleerd worden. Voor meer informatie over het gebruikerscertificaat (bestemmingscertificaat) raadpleegt u de Veiligheidshandleiding. Er moet een nieuw gebruikerscertificaat geïnstalleerd worden. Voor meer informatie over het gebruikerscertificaat (bestemmingscertificaat) raadpleegt u de Veiligheidshandleiding. Er moet een nieuw apparaatcertificaat (S/MIME) geïnstalleerd worden. Raadpleeg de Veiligheidshandleiding voor details over het installeren van het apparaatcertificaat (S/MIME). Raadpleeg de Veiligheidshandleiding voor details over het apparaatcertificaat (S/MIME). 231
9. Problemen oplossen Meldingen Oorzaak Oplossing "Bestemming kan niet geselect. worden, omdat het apparaatcertificaat PDF digitale handtekening niet geldig is." XXX en YYY geven aan welke actie de gebruiker moet ondernemen. "XXX kan niet YYY, omdat er een probleem is met het apparaatcertificaat van de digitale handtekening. Controleer het apparaatcertificaat." XXX en YYY geven aan welke actie de gebruiker moet ondernemen. Het apparaatcertificaat (PDF met digitale handtekening of PDF/A met digitale handtekening) is verlopen. Er is geen apparaatcertificaat (PDF met digitale handtekening of PDF/A met digitale handtekening) of het certificaat is ongeldig. Er moet een nieuw apparaatcertificaat (PDF met digitale handtekening of PDF/A met digitale handtekening) worden geïnstalleerd. Raadpleeg de Veiligheidshandleiding voor meer informatie over hoe u het apparaatcertificaat (PDF met digitale handtekening of PDF/A met digitale handtekening) moet installeren. Er moet een nieuw apparaatcertificaat (PDF met digitale handtekening of PDF/A met digitale handtekening) worden geïnstalleerd. Raadpleeg de Veiligheidshandleiding voor meer informatie over hoe u het apparaatcertificaat (PDF met digitale handtekening of PDF/A met digitale handtekening) moet installeren. Als een e-mail niet kan worden verzonden en er wordt een melding weergegeven waarin staat dat er een probleem met het apparaatcertificaat of gebruikerscertificaat is, dient er een nieuw certificaat te worden geïnstalleerd. Zie de Veiligheidshandleiding voor informatie over het installeren van een nieuw certificaat. Wanneer er problemen optreden met het inloggen Meldingen Oorzaak Oplossing "Verificatie is mislukt." "Verificatie is mislukt." De ingevoerde log-in gebruikersnaam of het log-in wachtwoord is niet juist. Het apparaat kan geen verificatie uitvoeren. Raadpleeg de Veiligheidsinformatie voor details over de correcte log-in gebruikersnaam en het wachtwoord. Voor meer informatie over verificatie raadpleegt u de Veiligheidsinformatie. 232
Wanneer er andere meldingen worden weergegeven Wanneer de gebruiker geen rechten heeft om een bewerking uit te voeren Meldingen Oorzaak Oplossing "U heeft niet de privileges om deze functie te gebruiken." "De geselect. best. bevat best. zonder toegangsprivileges. Alleen best. met toegangspriv. zullen worden verwijderd." De aangemelde gebruiker is niet gemachtigd om de geselecteerde functie te gebruiken. U heeft geprobeerd bestanden te verwijderen zonder dat u over de vereiste bevoegdheden beschikt. Voor details over het instellen van gebruikersrechten, zie de Veiligheidshandleiding. Raadpleeg de Veiligheidshandleiding om te controleren of u over de rechten beschikt om opgeslagen documenten te openen en om documenten te verwijderen. Als de LDAP-server niet gebruikt kan worden Meldingen Oorzaak Oplossing "Verbinding met de LDAP server is mislukt. Controleer de serverstatus." Er is een netwerkfout opgetreden en de verbinding is mislukt. Probeer de bewerking opnieuw uit te voeren. Wordt het bericht nog steeds weergegeven, dan kan het zijn dat het netwerk overbelast is. Controleer de instellingen voor de LDAP-server in [Systeeminstellingen]. Voor meer informatie over de instellingen van de LDAP-server, zie Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen. 233
9. Problemen oplossen Meldingen Oorzaak Oplossing "Tijdlim. zoeken naar LDAP server overschr. Contr. serverstatus." "LDAP server verificatie is mislukt. Controleer de instellingen." Er is een netwerkfout opgetreden en de verbinding is mislukt. Er is een netwerkfout opgetreden en de verbinding is mislukt. Probeer de bewerking opnieuw uit te voeren. Wordt het bericht nog steeds weergegeven, dan kan het zijn dat het netwerk overbelast is. Controleer of de juiste instellingen voor de LDAP-server worden weergegeven in [Beheerdertoepas.] van [Systeeminstellingen]. Voor meer informatie over de LDAP-server, zie Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen. Zorg ervoor dat de gebruikersnaam en het wachtwoord voor LDAPserververificatie correct zijn geconfigureerd. 234
10. Apparaatinformatie In dit hoofdstuk worden de milieumaatregelen en -voorschriften besproken. Informatie over milieuwetgeving ENERGY STAR-programma ENERGY STAR -programmavereisten voor beeldmateriaal Dit bedrijf neemt deel aan het ENERGY STAR -programma. Dit apparaat voldoet aan de voorschriften van het ENERGY STAR -programma. De ENERGY STAR -programmavereisten voor beeldmateriaal moedigen milieubehoud aan via het promoten van energiebesparende computers en andere kantooruitrustingen. Het programma ondersteunt de ontwikkeling en verdeling van producten met energiebesparende functies. Het is een open programma waaraan fabrikanten op vrijwillige basis kunnen deelnemen. Beoogde producten zijn computers, beeldschermen, printers, faxapparaten, kopieerapparaten, scanners, en multifunctionele apparaten. De Energy Star-normen en -logo's zijn internationaal uniform. Voor details over de "standaard wachttijd", zie Pag. 235 "Energiebesparende functies". Energiebesparende functies Dit apparaat beschikt over de volgende functies om het energieverbruik te beperken: Modus Laag stroomverbruik Als dit apparaat gedurende een opgegeven periode niet actief is, wordt het elektriciteitsverbruik automatisch verminderd. 235
10. Apparaatinformatie Slaapstand Specificatie De standaardperiode voordat de energiespaarstand wordt geactiveerd, is 15 minuten. Deze standaardtijd kan worden gewijzigd. Als dit apparaat gedurende een bepaalde tijd niet wordt gebruikt of als de [Energiespaarstand]-knop ingedrukt wordt, schakelt het over naar de slaapstand om het elektriciteitsverbruik nog verder te verlagen. De standaard wachttijd gedurende welke het apparaat wacht voordat de slaapstand wordt geactiveerd, is 60 minuten. Deze standaardtijd kan worden gewijzigd. Het apparaat kan vanuit de Slaapstand taken van computers afdrukken. Type 1 Type 2 Type 3 Type 4 Lager elektriciteitsverbruik 293 W 293 W 293 W 293 W in energiespaarstand *1 Tijdsduur totdat het apparaat overgaat in de energiespaarstand Tijd die het kost om uit de energiespaarstand te komen *1 15 minuten 15 minuten 15 minuten 15 minuten 26 seconden 26 seconden 26 seconden 26 seconden Lager elektriciteitsverbruik 2,0 W 2,0 W 2,0 W 2,0 W in slaapstand *1 Tijdsduur totdat het apparaat overgaat in de slaapstand 60 minuten 60 minuten 60 minuten 60 minuten Tijd die het kost om uit de 298 seconden 298 slaapstand te komen *1 seconden 298 seconden 298 seconden Duplexfunctie *2 Standaard Standaard Standaard Standaard *1 De tijd die nodig is om uit de energiespaarstand te schakelen en het elektrische verbruik is afhankelijk van de omstandigheden en de omgeving van het apparaat. *2 Behaalt ENERGY STAR-energiebesparingen; product is volledig gekwalificeerd als het geleverd (of gebruikt) wordt met een duplexlade en de duplexfunctie als optie ingeschakeld is. Specificaties kunnen variëren, afhankelijk van welke opties er op het apparaat geïnstalleerd zijn. 236
Informatie over milieuwetgeving Voor meer informatie over het wijzigen van de standaard interval raadpleegt u de handleiding Het apparaat aansluiten/systeeminstellingen. In de volgende situaties wordt de slaapstand van het apparaat direct geactiveerd: Timer laag stroomverbruik en Timer slaapstand hebben dezelfde instelling Timer slaapstand is ingesteld op een kortere tijd dan Timer laag stroomverbruik Afhankelijk van de ingebouwde softwarearchitectuur-applicatie die is geïnstalleerd, kan het apparaat er langer over doen dan aangegeven om op de slaapstand te gaan staan. Gebruikersinformatie over elektrische en elektronische apparatuur (voornamelijk Europa) Voor gebruikers in landen waar het symbool zoals hier is afgebeeld is gespecificeerd in de nationale wetgeving aangaande de verwerking van elektronisch afval Onze producten bevatten hoogwaardige componenten en zijn ontworpen om het recyclen te vergemakkelijken. Onze producten of productverpakkingen zijn gemarkeerd met het onderstaande symbool. Het symbool geeft aan dat het product niet mag worden behandeld als huishoudelijk afval. Als u het apparaat wilt afdanken, doe dit dan via de aangewezen afvalverzamelingsystemen die hiervoor ter beschikking gesteld zijn. Door deze instructies na te leven, bent u zeker dat dit product op de juiste manier wordt verwerkt en helpt u de mogelijke nadelige gevolgen voor het milieu en de openbare gezondheid, die het resultaat kunnen zijn van een foutieve verwerking van het product, te beperken. Het recyclen van producten is ten behoeve van het behoud van de natuurlijke grondstoffen en ter bescherming van het milieu. Voor meer informatie over inzamelsystemen en de recycling van dit product neemt u contact op met de winkel waar u het product gekocht heeft, of met uw plaatselijke dealer of leverancier. Alle overige gebruikers Als u dit product wilt afvoeren, neem dan contact op met uw gemeente of provincie, de winkel waar u dit product gekocht heeft, uw plaatselijke dealer of uw leverancier. 237
10. Apparaatinformatie Opmerking over het batterij- en/of accusymbool (alleen voor EU-landen) (voornamelijk Europa) Overeenkomstig de Batterijrichtlijn 2006/66/EC artikel 20, Informatie voor eindgebruikers, bijlage II, wordt het hierboven weergegeven symbool weergegeven op batterijen en accu's. Dit symbool geeft aan dat in de Europese Unie gebruikte batterijen en accu's gescheiden van uw huishoudelijke afval afgevoerd moeten worden. In de EU bestaan aparte inzamelingssystemen voor elektrische en elektronische apparaten, maar ook voor batterijen en accu's. Zorg ervoor dat u deze op de juiste wijze inlevert bij uw lokale afvalinzamelings-/recyclingcentrum. Milieuadvies voor gebruikers (voornamelijk Europa) Gebruikers in de EU, Zwitserland en Noorwegen Rendement van verbruiksartikelen Raadpleeg de Gebruikershandleiding of de verpakking van het verbruiksartikel voor deze informatie. Gerecycled papier Het apparaat kan gerecycled papier verwerken dat is geproduceerd volgens de Europese norm EN 12281:2002 of DIN 19309. Voor producten die gebruik maken van de EP-printtechnologie, kan het apparaat afdrukken op papier van 64 g/m 2. Dit papier bevat minder ruwe materialen en is gemaakt met een lagere hoeveelheid nieuw gewonnen grondstoffen. Dubbelzijdig afdrukken (indien van toepassing) Met dubbelzijdig afdrukken maakt u gebruik van beide zijden van het papier. Dit bespaart papier en vermindert het aantal vellen per afgedrukt document. We raden u aan om dubbelzijdig afdrukken standaard in te schakelen, zodat u altijd dubbelzijdig afdrukt. Recycleprogramma voor toner- en inktcartridges U kunt toner- en inktcartridges gratis inleveren, zodat deze gerecycled worden. Dit gebeurt in overeenstemming met de milieuvoorschriften van uw gemeente. Voor meer informatie over het recycleprogramma, zie onze website of raadpleeg uw servicevertegenwoordiger. https://www.ricoh-return.com/ 238
Informatie over milieuwetgeving Energiezuinig De hoeveelheid elektriciteit die een apparaat verbruikt is zowel afhankelijk van zijn specificaties als van de manier waarop u er gebruik van maakt. Het apparaat is speciaal ontworpen om uw elektriciteitskosten te verminderen door over te schakelen naar de modus 'Gereed' nadat de laatste pagina is afgedrukt. Indien nodig kan het apparaat vanuit deze modus direct afdrukken. Als u geen extra afdrukken meer hoeft te maken en de opgegeven tijdsperiode verstrijkt, schakelt het apparaat over naar de energiespaarstand. In deze modi verbruikt het apparaat minder elektriciteit (Watt). Als het apparaat weer moet afdrukken, heeft het iets langer nodig om te herstellen uit de energiespaarstand dan uit de modus 'Gereed'. Als u een maximale energiebesparing wilt behalen, adviseren wij u om de standaardinstelling voor elektriciteitsbeheer te gebruiken. Producten die voldoen aan de Energy Star-vereisten zijn altijd energiezuinig. Opmerking voor gebruikers in de staat Californië (opmerking voor gebruikers in de Verenigde Staten) (voornamelijk Noord-Amerika) Perchloormaterialen - speciale behandeling is mogelijk van toepassing. Zie: www.dtsc.ca.gov/ hazardouswaste/perchlorate 239
240 10. Apparaatinformatie
INDEX A A3/11 17 lade-eenheid...30, 115 Aan/uit schakelaar... 24 Aan/uit-indicatielampje... 32 Aanbevolen papier...130 Aangepast papier... 156 Aangepast papier bewerken...156, 157, 160 Aangepast papierformaat... 68 Aanpassingsinstellingen voor operators... 166 Aardlekschakelaar... 26 ADF... 23, 52 ADF-verlengstuk... 25 Adresboek... 11, 88, 90, 91, 95, 97, 229 Automatisch verkleinen / vergroten... 14 Automatisch verkleinen/vergroten... 57 Automatische documentinvoer... 8 B Bannervellade van brede bulklade met twee laden... 30 Bannervellade van multihandinvoer (lade A)... 30 Basisprocedure... 55, 77, 85, 94, 98, 105 Bedieningspaneel... 24, 31 Begininstellingen...12 Bericht...186, 191 Bestandstype... 101 Bestemming...230 Bestemmingen registreren...11 Beveiligde afdruk... 15 Bevestigingsset voor de multihandinvoer... 30 Boekje...14 Boekjes finisher... 29 Bovenste scherm... 35 Brede bulklade... 8, 30, 71, 120, 122 Brede bulklade met drie laden...8, 30 Brede bulklade met twee laden... 8, 30 Brede LCT... 122 Brugeenheid van brede bulklade met twee laden..... 30 Buffereenheid... 8, 30 Bulkade met twee laden... 122 Bulklade met drie laden...120 C Combineren... 9, 14, 63 Computer... 219 Cijfertoetsen... 33 D De stroom uitschakelen... 49 De taal van het display wijzigen...34 Display... 31 Distributed scan management... 19 Document Server... 10, 74, 83, 84, 105, 107 Documenten beheren...84 Documenten opslaan... 83 Documentserver...16 DSM... 19 Dubbelzijdig... 59 Dubbelzijdig afdrukken... 78 Dubbelzijdig combineren... 65 Dubbelzijdig papier...127 Duplex...9, 14 E E-mailadres...95, 97 E-mailbestemming...95, 97 Een gedeelde map maken...86 Een opgeslagen bestand controleren...99 Eenvoudige weergave-knop... 32 Eigenschappen printerstuurprogramma... 76 Energiebesparende functies...235 ENERGY STAR-programma...235 Enkelzijdig combineren...64 Enter-knop...32 Envelop... 70, 71, 81, 82 Enveloppen...153 Externe opties... 29 F Finisher... 30 Foutenlogboek... 195 Functietoetsen... 33 G Gebruikerscertificaat...230 Gebruikerscodeverificatie... 50 241
Gebruikersinformatie over elektrische en elektronische apparatuur...237 Gebruikersinstellingen-knop...32 Gebruikte toner... 165 Gecombineerd afdrukken...79 Gedeelde map... 86 Gegevens opslaan... 74, 105 Geluidspatronen... 175 Gescande bestanden gebruiken op de computer..... 10 Glasplaat...24, 52 H Het aantal te kopiëren sets wijzigen...72 Het apparaat aan-/uitzetten... 48 Het apparaat aanzetten... 48 Het apparaat uitzetten... 48 Hoe werkt deze handleiding?... 6 Home-scherm... 13, 35, 228 Hoofdstroomschakelaar... 23, 48, 49 Hoogvolume stapeleenheid... 8, 29 I Indicatielampje...173 Indicatielampje Inkomende gegevens...33 Indicatielampje mediatoegang... 33 Informatie over milieuwetgeving...235 Informatiescherm... 9 Inloggen...232 Inloggen op het apparaat... 50 Inloggen/Uitloggen-knop... 32 K Knop Energiespaarstand... 32 Knop Home...33 Knop Onderbreken... 32 Knop Papierinstelling... 32 Knop Taal...32 Knop Testafdruk...32 Kopieerapparaat...55 Kopieerapparaat/Document Server...186 Kopieerrichting... 61 L Lade 1...24, 113 Lade 2...24, 116, 117 LDAP-server... 233 Linkervoorklep... 24 M Mapbestemming... 88, 90, 91, 92 Mediasleuven... 33 Melding. 177, 195, 198, 200, 202, 203, 204, 208, 211, 213, 214, 215, 216, 217, 218, 219, 223, 227, 228, 229, 230, 232, 233 Meldingen...226, 230, 233 Milieuadvies voor gebruikers...238 Modelspecifieke informatie... 7 Mogelijkheden van dit apparaat...13 Multihandinvoer (lade A)...8, 30, 68, 70, 118, 120 Multivouweenheid... 8, 30 Mijn kosten omlaag brengen... 9 O OCR-eenheid...17 Ongeoorloofd kopiëren voorkomen... 20 Ontkruleenheid...8, 30 Opgeslagen afdruk...15 Opgeslagen documenten...107 Opmerking over het batterij- en/of accusymbool.....238 Opmerking voor gebruikers in de staat Californië.....239 Opties...29 Origineelrichting... 59, 61 Originelen plaatsen...52 P Papier met vaste afdrukrichting...127 Papier plaatsen...111, 113, 115, 116, 118, 120, 122, 123, 127 Papier uitwaaieren... 112 Papiercapaciteit... 130 Papierdikte...130 Papierformaat...130 Papiertype...130 PCL 6... 75, 77, 78, 79, 82 Perfect Binder... 8, 30 Pictogram... 35, 37, 38 Printer... 77, 191, 195, 198, 200, 202, 203, 204 242
Probleem... 177, 227 Programma...42, 44 Programmeren-knop... 31 R Rechtervoorklep...24 Regio A...7 Regio B... 7 Reset-knop... 31 Ring Binder... 8, 30 S Scanbestanden opslaan... 98 Scanbestanden verzenden... 10, 17 Scaninstellingen...103 Scannen naar e-mail...94 Scannen naar map... 17, 85 Scanner... 85, 94, 98, 208, 211, 213, 214, 215, 216, 217, 218, 223 Schuifknop voor helderheid scherm... 33 SMB-map...88, 90, 91 Snelinstallatie... 75 Snelkoppeling...35 Snelkoppeling (pictogram)... 37, 38 Sorteren...72 Standaard afdrukken... 77 Start-knop...32 Status controleren (knop)... 173 Status controleren-knop... 33 Statuspictogram...171 Stop-knop...32 Symbolen... 6 T U Uitgestelde afdruk... 15 Uitloggen op het apparaat...51 V Vaak gebruikte instellingen...11 Ventilatiegaten...26 Verificatiescherm... 50 Voorbladen...124 Voorklep linksonder... 24 Voorklep rechtsboven... 24 Voorkomen dat informatie uitlekt... 18 W Waarschuwingslamp...25, 26 Web Image Monitor... 19, 109 Wissen-knop... 33 Z Zoeken op wat u wilt doen... 9 Tabbladen plaatsen... 117, 120 Tabbladhouder... 8 Tekstinformatie invoegen... 17 Teller-knop... 32 Testafdruk...15 Toner...163, 165 Trimmer... 8, 29 Tussenvoegeenheid...8, 30, 123 Tussenvoegeenheid van de Perfect Binder... 124 Tijdschrift... 14 243
MEMO 244 NL NL D195-7590
2014
NL NL D195-7590