Gebruikershandleiding

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Gebruikershandleiding"

Transcriptie

1 Gebruikershandleiding Wat kunt u met dit apparaat? Snel aan de slag Afdrukken Web Image Monitor Papier en toner bijvullen Problemen oplossen Apparaatinformatie Informatie die niet in deze handleiding staat, kunt u terugvinden in de HTML-/PDF-bestanden op de meegeleverde cd-rom. Voor een veilig en juist gebruik, zorg ervoor dat u de "Veiligheidsinformatie" leest voordat u het apparaat gebruikt.

2

3 INHOUDSOPGAVE Hoe werkt deze handleiding?... 4 Symbolen in de handleiding...4 Modelspecifieke informatie... 5 Namen van belangrijke onderdelen Wat kunt u met dit apparaat? Zoeken op wat u wilt doen... 7 Mijn kosten omlaag brengen... 7 Het apparaat effectiever bedienen...8 Mogelijkheden van dit apparaat... 9 Het [Home]-scherm aanpassen...9 Gegevens afdrukken met verschillende functies...10 Voorkomen dat informatie uitlekt (beveiligingsfuncties) Het apparaat beheren en instellen met een computer Ongeoorloofd kopiëren voorkomen Snel aan de slag Namen en functies van onderdelen...15 Functie van de waarschuwingslamp De apparaatopties...20 De externe apparaatopties...20 Namen en functies van het bedieningspaneel...22 De taal van het display wijzigen...25 Het bovenste scherm en het [Home]-scherm gebruiken Pictogrammen aan het [Home]-scherm toevoegen Het apparaat aan-/uitzetten De hoofdstroomschakelaar inschakelen...31 De hoofdstroomschakelaar uitschakelen...32 Inloggen op het apparaat Wanneer het verificatiescherm wordt weergegeven...33 Gebruikerscodeverificatie via het bedieningspaneel Inloggen via het bedieningspaneel...33 Uitloggen via het bedieningspaneel Afdrukken Snelinstallatie

4 De eigenschappen van het printerstuurprogramma weergeven...36 Standaard afdrukken Bij gebruik van het PCL6-printerstuurprogramma Afdrukken op beide zijden van het papier Bij gebruik van het PLC6-printerstuurprogramma Dubbelzijdige afdruktypen Meerdere pagina's op één pagina afdrukken Bij gebruik van het PCL 6-printerstuurprogramma Vormen van gecombineerd afdrukken...39 Afdrukken op enveloppen...41 Envelopinstellingen via het bedieningspaneel configureren Op enveloppen afdrukken via het printerstuurprogramma Web Image Monitor Beginpagina weergeven Papier en toner bijvullen Papier plaatsen...45 Voorzorgsmaatregelen voor papier plaatsen...45 Papier in lade 1 plaatsen Papier in de A3/11 17 lade-eenheid plaatsen Papier plaatsen in lade Papier in de multihandinvoer (lade A) plaatsen...52 Papier in de bulklade met drie laden plaatsen...54 Papier in de brede bulklade met twee laden plaatsen...56 Papier plaatsen in de tussenvoegeenheid Voorbladen in de tussenvoegeenheid van de Perfect Binder plaatsen...58 Papier met een vaste afdrukrichting of dubbelzijdig papier plaatsen...60 Aanbevolen papier Aanbevolen papierformaten en -typen...62 Aangepast papier registreren De papiernaam uit de papierbibliotheek selecteren Papier registreren waarvan de papiernaam niet in de papierbibliotheek staat...89 Een nieuw aangepast papier registreren door een bestaande papiersoort te wijzigen Toner bijvullen

5 Gebruikte toner weggooien...97 Menu-items en functies Problemen oplossen Als een statuspictogram weergegeven wordt Wanneer een indicatielampje brandt of knippert bij de knop [Status controleren] Als het apparaat een piepgeluid maakt Als u problemen heeft met de bediening van het apparaat Meldingen bij gebruik van de printer Meldingen op het bedieningspaneel bij gebruik van de printer Meldingen in foutenlogboeken of rapporten bij gebruik van de printer Wanneer er andere meldingen worden weergegeven Als het Home-scherm niet bewerkt kan worden Wanneer er problemen optreden met het inloggen Wanneer de gebruiker geen rechten heeft om een bewerking uit te voeren Apparaatinformatie Informatie over milieuwetgeving ENERGY STAR-programma Energiebesparende functies Gebruikersinformatie over elektrische en elektronische apparatuur (voornamelijk Europa) Opmerking over het batterij- en/of accusymbool (alleen voor EU-landen) (voornamelijk Europa) Milieuadvies voor gebruikers (voornamelijk Europa) Opmerking voor gebruikers in de staat Californië (opmerking voor gebruikers in de Verenigde Staten) (voornamelijk Noord-Amerika) INDEX

6 Hoe werkt deze handleiding? Symbolen in de handleiding De handleiding gebruikt de volgende symbolen: Geeft punten aan waar u rekening mee moet houden wanneer u het apparaat gebruikt en een uitleg van mogelijke oorzaken voor het vastlopen van papier, schade aan originelen of gegevensverlies. Lees deze uitleg zorgvuldig door. Geeft een aanvullende uitleg van de functies van het apparaat aan en instructies voor het oplossen van fouten die door de gebruiker zijn gemaakt. Dit symbool vindt u aan het eind van iedere sectie. Het geeft aan waar u meer relevante informatie kunt vinden. [ ] Geeft de namen van de toetsen aan die op het display verschijnen of refereren naar de (plastic) knoppen op het bedieningspaneel van het apparaat. (voornamelijk Europa en Azië), (voornamelijk Europa) of (voornamelijk Azië) (voornamelijk Noord-Amerika) De verschillen tussen de functies van Regio A en Regio B-modellen worden aangegeven door twee symbolen. Lees de informatie die wordt aangegeven door het symbool dat overeenkomt met de regio van het model dat u gebruikt. Voor meer informatie over welk symbool overeenkomt met het model dat u gebruikt, zie Pag. 5 "Modelspecifieke informatie". 4

7 Modelspecifieke informatie In dit gedeelte wordt uitgelegd tot welke regio uw apparaat behoort. Op de achterkant van het apparaat bevindt zich een sticker op de plaats die hieronder wordt weergegeven. De sticker bevat gegevens waarmee de regio van uw apparaat wordt geïdentificeerd. Lees wat er op de sticker staat. DER002 De volgende informatie is regiospecifiek. Lees de informatie onder het symbool dat overeenkomt met de regio van uw apparaat. (voornamelijk in Europa en Azië) Als de sticker de volgende informatie bevat, is uw apparaat een regio A-model: CODE XXXX -27, -29, V (voornamelijk in Noord-Amerika) Als de sticker de volgende informatie bevat, is uw apparaat een regio B-model: CODE XXXX -17, V De afmetingen in deze handleiding worden gegeven in twee meeteenheden: metrisch en in inches. Als uw apparaat een model uit regio A is, raadpleegt u de metrische meeteenheid. Als uw apparaat een model uit regio B is, raadpleegt u de meeteenheid in inch. Als uw apparaat een regio A-model is en op de sticker "CODE XXXX -27, -67" staat, raadpleeg dan ook " (voornamelijk in Europa)". Als uw apparaat een regio A-model is en op de sticker "CODE XXXX -29" staat, raadpleeg dan ook " (voornamelijk in Azië)". 5

8 Namen van belangrijke onderdelen In deze handleiding wordt er als volgt verwezen naar de belangrijkste onderdelen van het apparaat: Auto Document Feeder Automatische documentinvoer (ADF) Multi Bypass Tray BY5010 Multihandinvoer (lade A) Brede bulklade Brede bulklade (in deze handleiding verwijst brede bulklade naar de bulklade met drie laden en die met twee laden) LCIT RT5090 Brede bulklade met drie laden Vacuum Feed LCIT RT5100 Brede bulklade met twee laden Multi-Folding Unit FD5020 Multivouweenheid Decurl Unit DU5040 Ontkruleenheid Buffer Pass Unit Type S3 Buffereenheid Ring Binder RB5020 Ring Binder High Capacity Stacker SK5030 Hoogvolume stapeleenheid Trimmer Unit TR5040 Trimmereenheid Cover Interposer Tray CI5030 Tussenvoegeenheid Perfect Binder GB5010 Perfect Binder Tab Sheet Holder Type 3260 Tabbladhouder 6

9 1. Wat kunt u met dit apparaat? U kunt een beschrijving zoeken op wat u wilt doen. Zoeken op wat u wilt doen U kunt een procedure zoeken op wat u wilt doen. Mijn kosten omlaag brengen BRL059S Controleren hoeveel papier is bespaard (scherm [Informatie]) Zie de handleiding Snel aan de slag. Minder elektriciteit verbruiken Zie de handleiding Snel aan de slag. 7

10 1. Wat kunt u met dit apparaat? Het apparaat effectiever bedienen BQX139S Vaak gebruikte printerinstellingen registreren in het printerstuurprogramma Zie de handleiding Afdrukken. De begininstellingen van het printerstuurprogramma wijzigen in vaak gebruikte printerinstellingen Zie de handleiding Afdrukken. De functiepictogrammen en snelkoppelingen toevoegen Zie de handleiding Handige functies. De volgorde van pictogrammen voor functies en snelkoppelingen wijzigen Zie de handleiding Handige functies. 8

11 Mogelijkheden van dit apparaat Mogelijkheden van dit apparaat In dit onderdeel worden de functies van dit apparaat beschreven. Het [Home]-scherm aanpassen De pictogrammen voor alle functies worden weergegeven op het [Home]-scherm. De inhoud van de volgende schermen kan afhankelijk van het apparaat variëren. DER151 U kunt ervoor kiezen om alleen pictogrammen weer te geven van functies en snelkoppelingen die u gebruikt. U kunt de volgorde van de pictogrammen voor functies en snelkoppelingen wijzigen. Voor meer informatie over de functies op het [Home]-scherm, zie Snel aan de slag. Voor meer informatie over het aanpassen van het [Home]-scherm, zie de handleiding Handige functies. 9

12 1. Wat kunt u met dit apparaat? Gegevens afdrukken met verschillende functies CWW103 Dit apparaat ondersteunt netwerkverbindingen en lokale verbindingen. U kunt afdruktaken die zijn opgeslagen op de harde schijf van het apparaat en die eerder werden verzonden vanaf computers via het printerstuurprogramma, afdrukken of wissen. U kunt kiezen uit de volgende soorten afdruktaken: Testafdruk, Beveiligde afdruk, Uitgestelde afdruk en Opgeslagen afdruk. Zie de handleiding Afdrukken. Met de finisher kunt u uw afdrukken nieten en perforeren. Raadpleeg de handleiding Afdrukken voor meer informatie over nieten. Raadpleeg de handleiding Afdrukken voor meer informatie over perforeren. Met de multivouweenheid kunt u uw afdrukken vouwen. Voor informatie over multivouw, zie Afdrukken. Met de ring binder kunt u uw afdrukken binden met een bindrug. Zie Afdrukken. Met de perfect binder kunt u lijm op de rug van samengebrachte pagina's doen om ze te binden in een boekje. Zie Afdrukken. U kunt bestanden die op een memorystick of extern geheugen staan, afdrukken en hierbij afdrukvoorwaarden instellen zoals afdrukkwaliteit en afdrukformaat. Zie de handleiding Afdrukken. 10

13 Mogelijkheden van dit apparaat Voorkomen dat informatie uitlekt (beveiligingsfuncties) CWW108 U kunt documenten beschermen tegen onbevoegde toegang en onbevoegd kopiëren tegengaan. Het is mogelijk om het gebruik van het apparaat te beheren en te voorkomen dat de apparaatinstellingen zonder toestemming worden gewijzigd. Door het instellen van wachtwoorden kunt u onbevoegde toegang via het netwerk voorkomen. Het is mogelijk om gegevens op de harde schijf te coderen of te verwijderen om de kans op gegevenslekken te minimaliseren. U kunt het gebruik van functies voor elke gebruiker beperken. Zie de Veiligheidshandleiding. Het apparaat beheren en instellen met een computer Met behulp van Web Image Monitor kunt u de status van het apparaat nakijken en instellingen wijzigen. 11

14 1. Wat kunt u met dit apparaat? CWW110 U kunt controleren in welke lade het papier bijna op is, informatie registreren in het Adresboek, de netwerkinstellingen opgeven, de systeeminstellingen configureren en wijzigen, taken beheren, de taakgeschiedenis afdrukken en de verificatie-instellingen configureren. Zie de handleiding Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen. Zie de help-functie van Web Image Monitor. Ongeoorloofd kopiëren voorkomen U kunt op afdrukken ingesloten patronen afdrukken om ongeoorloofd kopiëren te voorkomen. Niet kopiëren Niet kopiëren DER153 12

15 Mogelijkheden van dit apparaat Met behulp van het printerstuurprogramma kunt u een patroon in het document inbouwen. Als het document gekopieerd is op een apparaat met de Copy Data Security Unit, worden beschermde pagina's grijs gemaakt in het kopie. Hiermee wordt het risico dat vertrouwelijke informatie gekopieerd wordt geminimaliseerd. Als een document dat tegen ongeoorloofd kopiëren wordt beschermd, wordt gekopieerd op een apparaat dat is uitgerust met de Copy Data Security Unit, dan is een pieptoon te horen. Gebruikers worden zo op de hoogte gebracht van het feit dat er een poging tot ongeoorloofd kopiëren wordt gedaan. Indien het document wordt gekopieerd op een apparaat zonder de Copy Data Security Unit, zal de verborgen tekst opvallend worden weergegeven op de kopie; hiermee wordt aangegeven dat het een ongeoorloofde kopie is. Met het printerstuurprogramma kunt u vaste tekst opnemen in het af te drukken document om ongeoorloofd kopiëren te voorkomen. Indien het document wordt gekopieerd, gescand of opgeslagen in een Document Server via een kopieerapparaat of multifunctionele printer, zal de vastgelegde tekst op de kopie opvallend worden weergegeven; hierdoor wordt ongeoorloofd kopiëren belemmerd. Raadpleeg de helpfunctie van het printerstuurprogramma of de Veiligheidshandleiding voor meer informatie. Voor meer informatie over deze functie in de printermodus, raadpleegt u de handleiding Afdrukken. 13

16 14 1. Wat kunt u met dit apparaat?

17 2. Snel aan de slag In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u met dit apparaat aan de slag gaat. Namen en functies van onderdelen De ventilatieopeningen van het apparaat mogen niet geblokkeerd zijn. Als dit toch gebeurt, bestaat er kans op brand als gevolg van oververhitte interne elementen. Aanzicht vanaf de voor- en linkerkant DER Hoofdstroomschakelaar Om het apparaat te kunnen gebruiken, moet de hoofdstroomschakelaar ingeschakeld zijn. Als dit niet het geval is, opent u het paneel van de hoofdstroomschakelaar en schakelt u deze in. 2. Linkervoorklep Open deze om vastgelopen papier te verwijderen of de stroom aan- of uit te schakelen. 15

18 2. Snel aan de slag 3. Bedieningspaneel Zie Pag. 22 "Namen en functies van het bedieningspaneel". 4. Voorklep rechtsboven Open deze om de tonercartridges te vervangen. 5. Rechtervoorklep Openen om papierstoringen te verwijderen 6. Papierladen (lade 1 2) Hier plaatst u het papier in. Lade 1 is een tandemlade waar het papier aan de linkerkant automatisch naar rechts gaat wanneer het papier daar op is. Een indicatielampje aan de linkerkant van de voorkant van de lade brandt als papier wordt ingevoerd. 7. Voorklep linksonder Open dit paneel om de tonerafvalfles te vervangen. 8. Aan/uit schakelaar Schakel deze schakelaar om als u het apparaat volledig wilt uitschakelen. De aan/uit-schakelaar moet bij normaal gebruik aan blijven. De schakelaar bevindt zich aan de binnenzijde van het linker voorpaneel. Voor meer informatie, zie Onderhoud en specificaties. Aanzicht vanaf de voor- en rechterkant 1 DER007 16

19 Namen en functies van onderdelen 1. Waarschuwingslamp Zie Pag. 17 "Functie van de waarschuwingslamp". Aanzicht vanaf de achter- en rechterkant DER Ventilatiegaten De ventilatiegaten zorgen ervoor dat het apparaat niet overhit raakt. 2. Aardlekschakelaar Beschermt gebruikers tegen elektrische schokken. Voor meer informatie over het controleren van de aardlekschakelaar, zie Onderhoud en specificaties. Functie van de waarschuwingslamp Duw niet tegen de statuslamp en trek er ook niet aan tijdens het installeren op het apparaat. Daardoor kan er schade of storing ontstaan aan de statuslamp van het apparaat. 17

20 2. Snel aan de slag CUV121 De statuslamp waarschuwt de gebruiker door middel van een lichtsignaal om te laten weten dat er een papierstoring is of wanneer het papier op is. De kleuren van de lamp en de betekenis ervan zijn als volgt: Lamp Status Het onderste lampje gaat blauw branden. Het onderste lampje knippert blauw. De bovenste lamp brandt rood. Afdrukken Gegevensinvoer Fout opgetreden (Voorbeeld) Wanneer er een onderhoudsbericht wordt weergegeven Papierstoring Papier op Toner is op Geheugenoverloop Lees het bericht op het display en voer de vereiste handeling uit. Voor details, zie Problemen oplossen. 18

21 Namen en functies van onderdelen Lamp De bovenste lamp knippert geel. Waarschuwing (Voorbeeld) Toner is bijna op. Status De tonerafvalfles is bijna vol. Lees het bericht op het display en voer de vereiste handeling uit. Voor details, zie Problemen oplossen. 19

22 2. Snel aan de slag De apparaatopties De externe apparaatopties DER Booklet Finisher SR5060 Hier worden meerdere vellen papier gesorteerd, gestapeld en geniet. Met de rughechtingsfunctie kunnen meerdere vellen papier in het midden worden geniet en als een boekje worden gevouwen. Bestaat uit de volgende papierladen: Finisher bovenuitvoer Finisher staffeluitvoer Finisher boekjesuitvoer Afdrukken kunnen geperforeerd worden als de optionele perforeereenheid op de finisher is geïnstalleerd. 2. Trimmer Snijdt de voorrand van het boekblok af nadat de zadelsteek op het boekblok is aangebracht. 3. Hoogvolume stapeleenheid Bestaat uit de volgende papierladen: Bovenlade van stapeleenheid Stapellade De bovenlade van de stapeleenheid kan maximaal 250 vellen papier bevatten en de stapellade maximaal 5000 vellen papier. U kunt maximaal twee hoogvolume stapeleenheden aan het apparaat koppelen. 20

23 De apparaatopties 4. Ring Binder Bindt papiervellen samen met een ringband. 5. Multivouweenheid Is van toepassing bij de volgende vouwen: Halve vouw, Briefvouw naar buiten, Briefvouw naar binnen, Dubbele parallelle vouw, Venstervouw en Z-vouw. 6. Tussenvoegeenheid Hiermee voegt u kaften of tussenvoegvellen aan afdrukken toe. 7. Buffereenheid Koelt afgedrukt papier af. 8. Ontkruleenheid Maakt krullen van vellen papier plat om papierstoringen te voorkomen. 9. Brede bulklade met drie laden U kunt maximaal 4000 vellen papier plaatsen. U kunt papier met formaten tot SRA3 of / 5 plaatsen. 10. Multihandinvoer (lade A) U kunt maximaal 500 vellen papier plaatsen. 11. Bevestigingsset voor de multihandinvoer Hiermee wordt de multihandinvoer (lade A) bevestigd aan de brede bulklade met twee laden. 12. Bannervellade van multihandinvoer (lade A) Hiermee kunt u papier van een groot formaat in de multihandinvoer (lade A) plaatsen. 13. Finisher SR5050 Hier worden meerdere vellen papier gesorteerd, gestapeld en geniet. Bestaat uit de volgende papierladen: Finisher bovenuitvoer Finisher staffeluitvoer Afdrukken kunnen geperforeerd worden als de optionele perforeereenheid op de finisher is geïnstalleerd. 14. Perfect Binder Brengt lijm aan op de rug van de bij elkaar verzamelde pagina's om ze te binden in een boekje. 15. A3/11 17 lade-eenheid Met deze eenheid kunt u papier van A3, of groter formaat in lade 1 plaatsen. Als u de lade-eenheid van A3/11 x 17 op uw apparaat installeert, kunt u deze niet als tandemlade gebruiken. Een indicatielampje aan de linkerkant van de voorkant van de lade brandt als papier wordt ingevoerd. 16. Brede bulklade met twee laden U kunt maximaal 4800 vellen papier plaatsen. U kunt papier met formaten tot SRA3 of / 5 plaatsen. U kunt maximaal drie brede bulkladen met twee laden aansluiten. 17. Brugeenheid van brede bulklade met twee laden Hiermee sluit u een brede bulklade met twee laden op een additionele brede bulklade met twee laden aan. 18. Bannervellade van brede bulklade met twee laden Hiermee kunt u papier van groot formaat in de brede bulklade met twee laden plaatsen. 21

24 2. Snel aan de slag Namen en functies van het bedieningspaneel DER Display Geeft de toetsen weer voor iedere functie, bewerkingsstatus of berichten. Zie de handleiding Snel aan de slag. 2. [Reset]-knop Druk op deze knop om de huidige instellingen te verwijderen. 3. Aan/uit-indicatielampje Het Aan/uit-indicatielampje gaat branden wanneer u de aan-/uitschakelaar inschakelt. 22

25 Namen en functies van het bedieningspaneel 4. [Energiespaarstand]-knop Druk hierop om de energiebespaarstand of de slaapstand te activeren. Voor meer informatie, zie de handleiding Snel aan de slag. Wanneer het apparaat in de energiespaarstand staat, is de knop [Energiespaarstand] verlicht. In de slaapstand knippert de [Energiespaarstand]-knop langzaam. 5. [Inloggen/Uitloggen]-knop Druk hierop om in of uit te loggen. 6. [Gebruikersinstellingen]-knop Druk op deze knop om de standaardinstellingen aan te passen aan uw wensen. Zie Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen. U kunt nagaan waar u verbruiksartikelen kunt bestellen en welk nummer u moet bellen bij storingen. U kunt deze gegevens ook afdrukken. Zie de handleiding Onderhoud en specificaties. 7. [Papierinstelling]-knop Specificeer de instellingen voor de papierlade. Zie papierinstellingen. 8. [Teller]-knop Druk op deze knop om de tellerwaarde te bekijken of af te drukken. Zie Onderhoud en specificaties. 9. [Taal]-knop Druk hierop om de taal van het scherm te wijzigen. Zie Pag. 25 "De taal van het display wijzigen". 10. [Eenvoudige weergave]-knop Druk op deze knop om naar het vereenvoudigde scherm over te gaan. Voor meer informatie, zie de handleiding Snel aan de slag. 11. [ ]-knop (Enter-knop) Druk op deze knop om de waardes te bevestigen die zijn ingevoerd of items die zijn opgegeven. 12. [Start]-knop Druk hierop om een tellerlijst, informatielijst of andere lijst af te drukken. 13. [Wissen]-knop Druk op deze knop om een ingevoerd cijfer te wissen. 14. Cijfertoetsen Gebruik deze knoppen om cijfers mee in te voeren. 15. Indicatielampje Inkomende gegevens (printermodus) Knippert wanneer het apparaat afdrukopdrachten ontvangt van een computer. Voor meer informatie, zie de handleiding Afdrukken. 16. [Status controleren]-knop Druk op deze knop om de systeemstatus van het apparaat, de bedieningsstatus van elke functie en de huidige taken te bekijken. U kunt hier ook de taakgeschiedenis en de onderhoudsinformatie van het apparaat bekijken. 23

26 2. Snel aan de slag 17. Functietoetsen Er zijn geen functies toegewezen aan de functietoetsen. Het is mogelijk vaak gebruikte functies te registreren. Voor meer informatie, zie de handleiding Snel aan de slag. 18. [Home]-knop Druk hierop om het [Home]-scherm weer te geven. Voor meer informatie, zie Pag. 26 "Het bovenste scherm en het [Home]-scherm gebruiken". 19. Schuifknop voor helderheid scherm Dit regelt de helderheid van het display. 20. Indicatielampje mediatoegang Dit lampje gaat branden als er een geheugenopslagapparaat in de mediasleuf wordt gestoken. 21. Mediasleuven Gebruik deze om een SD-kaart of een USB-flashgeheugen aan te sluiten. 24

27 De taal van het display wijzigen De taal van het display wijzigen U kunt de taal die op het display wordt gebruikt, wijzigen. Engels is standaard ingesteld. 1. Druk op de [Taal]-knop totdat de taal die u wilt weergeven verschijnt. DER048 25

28 2. Snel aan de slag Het bovenste scherm en het [Home]-scherm gebruiken Als u op de [Home]-knop drukt als het apparaat net is ingeschakeld, wordt het bovenste scherm weergegeven. Via het [Bovenste] scherm kunt u de takenlijst, tonerstatus en de papierstatus bekijken. De pictogrammen voor alle functies worden weergegeven op het [Home]-scherm. Om het [Home]-scherm weer te geven, drukt u op de [Home]-knop. Als het [Home]-scherm niet verschijnt, drukt u op het pictogram rechtsboven in het scherm om naar het menuscherm te gaan. [Bovenste] scherm DER023 26

29 Het bovenste scherm en het [Home]-scherm gebruiken [Home]-scherm DER Gebruiksstatus en meldingen Geeft de apparaatstatus en meldingen weer. 2. [Takenlijst] Druk hierop om het [Takenlijst]-tabblad in het [Printer]-scherm weer te geven. 3. Geschatte duur Wordt aangegeven door de geschatte tijd die het kost om de taak bovenaan de momenteel weergegeven takenlijst te voltooien. 4. [Onderhoudsinfo] Druk hierop om het tabblad [Onderh./Inf./App.informatie] op het [Controleer status]-scherm weer te geven. 5. Schakelen tussen schermen Druk hierop om tussen het [Home]-scherm en het bovenste scherm te wisselen. 6. [Voorraadinfo] Dit geeft de informatie over voorraden, bijvoorbeeld hoeveel toner er nog rest. 7. [Instellingen papierlade] Druk hierop om het [Instell. papierlade]-scherm weer te geven. 8. [Lade-info]/[Tussenvgeenh.info] Dit geeft de status weer van de papierladen en de tussenvoegeenheid. 9. [Takenlijst] Toont de huidige en wachtende taken. 10. [Printer] Druk op deze toets om het apparaat als printer te gebruiken. 27

30 2. Snel aan de slag Zie Afdrukken voor meer informatie over het maken van instellingen voor de printerfunctie. 11. Afbeelding voor het Home-scherm U kunt een afbeelding zoals een bedrijfslogo weergeven op het [Home]-scherm. Als u de afbeelding wilt wijzigen, raadpleeg dan Handige functies. 12. [Adresboekbeheer] 13. / Druk hierop om het adresboek weer te geven. Voor meer informatie over het gebruik van het adresboek, zie Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen. Druk op deze toetsen om naar een andere pagina te gaan wanneer de pictogrammen niet op één pagina kunnen worden weergegeven. Pictogrammen aan het [Home]-scherm toevoegen U kunt functiepictogrammen en snelkoppelingen toevoegen. U kunt ook pictogrammen controleren van functies en softwaretoepassingen die u uit het [Home-scherm heeft verwijderd. Namen van snelkoppelingen van maximaal 32 karakters kunnen in een standaard scherm worden weergegeven. Als de naam van de snelkoppeling langer is dan 32 karakters, wordt het 32ste karakter vervangen door "...". In een eenvoudig scherm kunnen slechts 30 karakters worden weergegeven. Als de naam van de snelkoppeling langer is dan 30 karakters, wordt het 30ste karakter vervangen door "...". U kunt tot 72 pictogrammen voor functies en snelkoppelingen registreren. Verwijder pictogrammen die u niet meer nodig heeft wanneer de limiet is bereikt. Voor meer informatie, zie Handige functies. U kunt de positie van pictogrammen wijzigen. Zie "Handige functies" voor meer informatie. Pictogrammen toevoegen aan het [Home]-scherm met Web Image Monitor 1. Start Web Image Monitor op. Zie Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen voor meer informatie. 2. Log in op de Web Image Monitor. 3. Om pictogrammen toe te voegen aan het standaard [Home]-scherm, gaat u naar [Apparaatbeheer] en klikt u op [Home van apparaat beheren]. Om pictogrammen toe te voegen aan het [Home]-scherm van een gebruiker, gaat u naar [Scherm per gebruiker personaliseren]. 4. Klik op [Pictogrammen bewerken]. 28

31 Het bovenste scherm en het [Home]-scherm gebruiken 5. Ga naar [ Het pictogram kan toegevoegd worden.] van de positie die u wilt toevoegen en klik vervolgens op [ Toevoegen]. 6. Selecteer het functie- of snelkoppelingspictogram dat u wilt toevoegen. 7. Klik vier keer op [OK]. Pictogrammen toevoegen aan het [Home]-scherm via Gebruikerstools In de volgende procedure wordt een snelkoppeling geregistreerd in het [Home]-scherm. 1. Druk op de knop [Gebruikersinstellingen]. 2. Druk op [Home bewerken]. DER Druk op [Pictogram toevoegen]. 29

32 2. Snel aan de slag 4. Druk op het tabblad [Toepassing]. 5. Selecteer de toepassing die u wilt toevoegen. 6. Bepaal de positie waar [Blanco] wordt weergegeven. 7. Druk op [OK]. 8. Druk op de knop [Gebruikersinstellingen]. Druk op linksboven in het scherm om de positie in de eenvoudige weergave te controleren. 30

33 Het apparaat aan-/uitzetten Het apparaat aan-/uitzetten Druk niet herhaaldelijk op de hoofdstroomschakelaar. Nadat u op de hoofdstroomschakelaar heeft gedrukt, moet u ten minste 10 seconden wachten tot duidelijk is dat het Aan/uit-indicatielampje brandt of uit is. Als het Aan/uit-indicatielampje niet binnen 5 minuten nadat u op de hoofdstroomschakelaar heeft gedrukt gaat branden of uitgaat, moet u contact opnemen met uw servicevertegenwoordiger. De hoofdstroomschakelaar bevindt zich linksboven op het apparaat. Als deze schakelaar aangezet wordt, wordt het apparaat ingeschakeld en licht het Aan/uit-lampje aan de rechterkant van het bedieningspaneel op. Als deze schakelaar uitgezet wordt, wordt de het apparaat uitgeschakeld en gaat het Aan/uit-lampje aan de rechterkant van het bedieningspaneel uit. Wanneer dit gedaan is, gaat het apparaat uit. Controleer hoeveel stroom er voor de optionele eenheden nodig is en steek de stekkers ervan in een stopcontact die in de buurt ligt, maar niet hetzelfde stopcontact waarop het hoofdapparaat is aangesloten. De hoofdstroomschakelaar inschakelen 1. Zorg ervoor dat de stekker van het netsnoer stevig in het stopcontact zit. 2. Open het klepje van de hoofdstroomschakelaar en druk vervolgens op de hoofdstroomschakelaar. Het indicatielampje Aan/uit gaat branden. DER101 31

34 2. Snel aan de slag De hoofdstroomschakelaar uitschakelen Wanneer u de stekker uit het stopcontact haalt, trek dan aan de stekker, niet aan het snoer. Als u aan het snoer trekt, kunt u het netsnoer beschadigen. Het gebruik van beschadigde netsnoeren kan resulteren in brand of een elektrische schok. Zet het apparaat niet uit als het apparaat bezig is met een bewerking. Houd de hoofdstroomschakelaar niet naar beneden geduwd als de stroom uitgeschakeld wordt. Als u dit wel doet, wordt het apparaat geforceerd uitgeschakeld. Dit kan de harde schijf of het geheugen beschadigen en storingen veroorzaken. 1. Open het klepje van de hoofdstroomschakelaar en druk vervolgens op de hoofdstroomschakelaar. Het Aan/uit-indicatielampje gaat uit. De stroom wordt automatisch uitgeschakeld wanneer het apparaat wordt uitgeschakeld. Als het scherm op het bedieningspaneel niet verdwijnt, neem dan contact op met uw servicevertegenwoordiger. 32

35 Inloggen op het apparaat Inloggen op het apparaat Wanneer het verificatiescherm wordt weergegeven Als Basisverificatie, Windows-verificatie of LDAP-verificatie actief is, verschijnt het verificatiescherm op het display. Het apparaat kan pas worden gebruikt nadat u uw eigen Log-in gebruikersnaam en Log-in wachtwoord heeft ingevoerd. Als Gebruikerscode verificatie actief is, kunt u het apparaat pas gebruiken wanneer u de gebruikerscode heeft ingevoerd. Als u dit apparaat kunt gebruiken, wil dat zeggen dat u ingelogd bent. Wanneer u het apparaat niet langer kunt gebruiken, dan betekent dat dat u bent uitgelogd. Zorg ervoor dat u ook weer uitlogt, om te voorkomen dat iemand het apparaat gebruikt zonder daarvoor bevoegd te zijn. Vraag aan de gebruikersbeheerder naar de Log-in gebruikersnaam, Log-in wachtwoord en de Gebruikerscode. Voor meer informatie over gebruikersverificatie raadpleegt u de Beveiligingshandleiding. De Gebruikerscode die moet worden ingevoerd bij Gebruikerscode verificatie is de cijfercombinatie geregistreerd in het Adresboek als "Gebruikerscode". Gebruikerscodeverificatie via het bedieningspaneel Als de Gebruikerscodeverificatie actief is, verschijnt er een scherm waarin u gevraagd wordt een gebruikerscode in te voeren. 1. Voer een gebruikerscode in (maximaal 8 cijfers) en druk dan op [OK]. Inloggen via het bedieningspaneel In deze paragraaf wordt de procedure beschreven voor het inloggen op het apparaat wanneer Basisverificatie, Windows-verificatie of LDAP-verificatie ingesteld is. 1. Druk op [Log-in]. 33

36 2. Snel aan de slag 2. Voer een Log-in gebruikersnaam in en druk dan op [OK]. 3. Voer een Log-in wachtwoord in en druk dan op [OK]. Wanneer de gebruiker is geverifieerd, wordt het scherm weergegeven voor de functie die u gebruikt. Uitloggen via het bedieningspaneel In deze paragraaf wordt de procedure uitgelegd voor het uitloggen van het apparaat wanneer Basisverificatie, Windows-verificatie of LDAP-verificatie ingesteld is. Log altijd uit als u klaar bent met het apparaat om te voorkomen dat onbevoegde personen het apparaat gebruiken. 1. Druk op de knop [Inloggen/Uitloggen]. 2. Druk op [Ja]. DER049 34

37 3. Afdrukken In dit hoofdstuk komen veelgebruikte printerfuncties en -handelingen aan bod. Zie Afdrukken op de meegeleverde cd-rom voor informatie die niet in dit hoofdstuk staat. Snelinstallatie U kunt de printerstuurprogramma's eenvoudig installeren vanaf de cd-rom die met dit apparaat is meegeleverd. Als u Snelinstallatie uitvoert, wordt het PCL 6-printerstuurprogramma in een netwerkomgeving geïnstalleerd en wordt de standaard TCP/IP-poort ingesteld. U dient printerbeheerder te zijn om de stuurprogramma's te kunnen installeren. Log in als beheerder. 1. Klik op [Snelle installatie] in het installatiescherm. 2. De softwarelicentieovereenkomst verschijnt in het dialoogvenster [Gebruiksrechtovereenkomst]. Wanneer u de overeenkomst heeft gelezen, klikt u op [Ik accepteer de overeenkomst.] en vervolgens klikt u op [Volgende >]. 3. Klik op [Volgende >]. 4. Selecteer in het dialoogvenster [Selecteer printer] het apparaatmodel dat u wilt gebruiken. 5. Klik op [Installeer]. 6. Geef de gebruikerscode, de standaardprinter en de gedeelde printer op indien nodig. 7. Klik op [Doorgaan]. De installatie begint. 8. Klik op [Voltooien]. Wanneer u gevraagd wordt uw computer opnieuw op te starten, doe dit dan door het volgen van de instructies die verschijnen. 9. Klik op [Afsluiten] in het eerste dialoogvenster van het installatieprogramma en verwijder de cd-rom uit het station. 35

38 3. Afdrukken De eigenschappen van het printerstuurprogramma weergeven In dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u de eigenschappen van het printerstuurprogramma opent in [Apparaten en printers]. U dient over rechten voor printerbeheer te beschikken om de printerinstellingen te wijzigen. Log in als beheerder. U kunt de standaard printerinstellingen niet voor individuele gebruikers wijzigen. De instellingen in het dialoogvenster Printereigenschappen zijn van toepassing op alle gebruikers. 1. Klik in het menu [Start] op [Apparaten en printers]. 2. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram van de printer die u wilt gebruiken. 3. Klik op [Printereigenschappen]. 36

39 Standaard afdrukken Standaard afdrukken De standaardinstelling is dubbelzijdig afdrukken. Als u op slechts één zijde wilt afdrukken, selecteert u [Uit] voor de instelling voor dubbelzijdig afdrukken. Bij gebruik van het PCL6-printerstuurprogramma 1. Klik op de menuknop van Kladblok in de linkerbovenhoek van het venster en klik op [Afdrukken]. 2. Selecteer de printer die u wilt gebruiken in de lijst [Printer selecteren]. 3. Klik op [Voorkeursinstellingen]. 4. Klik op het tabblad [Veelgebruikte instellingen]. 5. Selecteer [Normale afdruk] in de lijst "Taaksoort:". 6. In de lijst "Documentformaat:" selecteert u het formaat van origineel dat afgedrukt moet worden. 7. In de lijst "Afdrukrichting" selecteert u [Staand] of [Liggend] als de afdrukrichting van het origineel. 8. Selecteer de papiersoort die zich in de papierlade bevindt in de lijst "Papiersoort:". 9. In de lijst "Invoerlade:" selecteert u de invoerlade waarin zich het papier bevindt waarop u wilt afdrukken. Als u [Automatische ladekeuze] in de lijst "Invoerlade:" selecteert, dan wordt de invoerlade automatisch geselecteerd afhankelijk van het opgegeven papierformaat en -type. 10. Kies [Kleur] of [Zwart-wit] uit de lijst "Kleur/Zwart-wit:". 11. Als u meerdere exemplaren wilt afdrukken, geeft u het aantal sets op in het vakje "Kopieën:". 12. Klik op [OK]. 13. Begin met afdrukken vanuit het dialoogvenster [Afdrukken] van de toepassing. 37

40 3. Afdrukken Afdrukken op beide zijden van het papier In dit onderdeel wordt uitgelegd hoe u afdrukt op beide zijden van het papier met het printerstuurprogramma. Papiertypes waarbij het mogelijk is om op beide zijden af te drukken, zijn: Normaal, Gerecycled, Kleur, Briefhoofd,Voorgedrukt, Voorgeperforeerd, Zwart, Gecoat papier: Glansafdruk, Gecoat (Glans), Gecoat (Mat), Synthetisch, Structuur Bij gebruik van het PLC6-printerstuurprogramma 1. Klik op de menuknop van Kladblok in de linkerbovenhoek van het venster en klik op [Afdrukken]. 2. Selecteer de printer die u wilt gebruiken in de lijst [Printer selecteren]. 3. Klik op [Voorkeursinstellingen]. 4. Klik op het tabblad [Veelgebruikte instellingen]. U kunt ook op het tabblad [Uitgebreide Instelling] klikken en vervolgens op [Dub.z./Lay-out/ Boekje] in het vakje "Menu:". 5. Selecteer de inbindmethode voor de uitgevoerde pagina's in de lijst "Dubbelzijdig:". 6. Wijzig indien nodig andere afdrukinstellingen. 7. Klik op [OK]. 8. Begin met afdrukken vanuit het dialoogvenster [Afdrukken] van de toepassing. Dubbelzijdige afdruktypen U kunt de manier waarop ingebonden pagina's geopend moeten worden, selecteren door op te geven aan welke kant moet worden ingebonden. Afdrukrichting Binden Links Binden Bovenkant Staand Liggend 38

41 Meerdere pagina's op één pagina afdrukken Meerdere pagina's op één pagina afdrukken In dit onderdeel wordt uitgelegd hoe u meerdere pagina's kunt afdrukken op een vel papier. De afdrukfunctie Combineren laat u economisch met papier omgaan doordat er meerdere pagina's op een vel papier worden afgedrukt. Bij gebruik van het PCL 6-printerstuurprogramma 1. Klik op de menuknop van Kladblok in de linkerbovenhoek van het venster en klik op [Afdrukken]. 2. Selecteer de printer die u wilt gebruiken in de lijst [Printer selecteren]. 3. Klik op [Voorkeursinstellingen]. 4. Klik op het tabblad [Veelgebruikte instellingen]. U kunt ook op het tabblad [Uitgebreide Instelling] klikken en vervolgens op [Dub.z./Lay-out/ Boekje] in het vakje "Menu:". 5. Selecteer het combinatiepatroom uit de lijst "Lay-out:" en geef vervolgens de methode voor het combineren van de pagina's op in de lijst "Paginavolgorde:". Als u een rand aan elke pagina wilt toevoegen, selecteert u [Kaderlijn tekenen] in [Dub.z./Layout/Boekje] op het tabblad [Uitgebreide Instelling]. 6. Wijzig indien nodig andere afdrukinstellingen. 7. Klik op [OK]. 8. Begin met afdrukken vanuit het dialoogvenster [Afdrukken] van de toepassing. Vormen van gecombineerd afdrukken Deze functie stelt u in staat om 2, 4, 6, 9 of 16 pagina's in een gereduceerd formaat af te drukken op één pagina en om de volgorde van de pagina's voor de combinatie op te geven. Als u vier of meer pagina's per vel combineert, zijn er vier patronen beschikbaar. De volgende illustraties geven een voorbeeld van verschillende paginavolgorde-patronen voor combinaties bestaande uit 2 en 4 pagina's. 2 pagina s per vel Afdrukrichting Links nr rechts/boven nr beneden Rechts nr links/boven nr beneden Staand 39

42 3. Afdrukken Afdrukrichting Links nr rechts/boven nr beneden Rechts nr links/boven nr beneden Liggend 4 pagina s per vel Rechts, dan omlaag Omlaag, dan rechts Links, dan omlaag Omlaag, dan links 40

43 Afdrukken op enveloppen Afdrukken op enveloppen Configureer de papierinstellingen op de goede manier met zowel het printerstuurprogramma als het bedieningspaneel. Als u op enveloppen wilt afdrukken, plaatst u deze in de optionele brede bulklade of lade A. Zorg ervoor dat u een geschikt papiertype opgeeft. Voor meer informatie, zie Pag. 62 "Aanbevolen papierformaten en -typen". Envelopinstellingen via het bedieningspaneel configureren 1. Plaats enveloppen in de papierlade. 2. Druk op de knop [Papierinstelling]. DEY Selecteer de papierlade met de enveloppen. 4. Druk op [Handmatige papierinst.]. 5. Druk op [Envelop] in het gebied "Papiertype" en selecteer vervolgens het juiste item in het gebied "Papiergewicht". 6. Druk op het tabblad [Papierformaat]. 7. Selecteer het formaat van de envelop en druk vervolgens op [OK]. 8. Druk op [OK]. 9. Druk op de knop [Papierinstelling]. 41

44 3. Afdrukken Op enveloppen afdrukken via het printerstuurprogramma Bij gebruik van het PCL 6-printerstuurprogramma 1. Klik op de menuknop van Kladblok in de linkerbovenhoek van het venster en klik op [Afdrukken]. 2. Selecteer de printer die u wilt gebruiken in de lijst [Printer selecteren]. 3. Klik op [Voorkeursinstellingen]. 4. Selecteer in de lijst "Documentformaat:" het formaat van de envelop. 5. Selecteer [Envelop] in de lijst "Papiersoort:". 6. Selecteer in de lijst "Invoerlade:" in welke papierlade de enveloppen worden geplaatst. 7. Wijzig indien nodig andere afdrukinstellingen. 8. Klik op [OK]. 9. Begin met afdrukken vanuit het dialoogvenster [Afdrukken] van de toepassing. 42

45 4. Web Image Monitor In dit hoofdstuk komen veelgebruikte Web Image Monitor-functies en -handelingen aan bod. Zie Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen op de meegeleverde cd-rom of de Help van Web Image Monitor voor informatie die niet in dit hoofdstuk staat. Beginpagina weergeven In dit gedeelte wordt de beginpagina besproken en wordt uitgelegd hoe u Web Image Monitor kunt weergeven. Als u een IPv4-adres invoert, begin de onderdelen dan niet met een nul. Bijvoorbeeld: als het adres " " is, moet u het invoeren als " ". 1. Start uw internetbrowser. 2. Voer " of hostnaam van uw apparaat)/" in de URL-balk van uw internetbrowser in. De beginpagina van Web Image Monitor verschijnt. Als de hostnaam van het apparaat werd geregistreerd op de DNS- of WINS-server, kunt u het invoeren. Wanneer u SSL, een protocol voor gecodeerde communicatie, instelt in een omgeving waarin serververificatie wordt gebruikt, voer dan " of hostnaam van het apparaat)/" in. Web Image Monitor is onderverdeeld in de volgende gedeeltes: DFJ Menugedeelte Als u een menuoptie selecteert, wordt de inhoud hiervan weergegeven. 43

46 4. Web Image Monitor 2. Koptekstgebied Toont pictogrammen voor de Help- en zoekfunctie. Dit gebied toont ook [Inloggen] en [>Uitloggen], waarmee u kunt schakelen tussen de beheerders- en gastmodus. 3. Vernieuwen/Help (Vernieuwen): klik op rechtsboven in het werkgebied om de apparaatgegevens te updaten. Klik op de knop [Vernieuwen] van de internetbrowser om het volledige browserscherm bij te werken. (Help): gebruik Help om de inhoud van het Help-bestand weer te geven of te downloaden. 4. Basisgegevensgebied Toon de basisgegevens voor het apparaat. 5. Werkgebied Toont de inhoud van het item dat in het menugedeelte is geselecteerd. 44

47 5. Papier en toner bijvullen Dit hoofdstuk beschrijft de aanbevolen papierformaten en -typen en hoe u papier in de papierlade plaatst. Papier plaatsen Voorzorgsmaatregelen voor papier plaatsen Pas tijdens het bijvullen van papier op dat uw vingers niet vast komen te zitten of dat u ze verwondt. Stapel het papier niet hoger dan de limietmarkering. Er kunnen papierstoringen optreden en het papier kan verkeerd worden ingevoerd wanneer u op dikke glanzende vellen afdrukt. Als u dergelijke problemen wilt voorkomen, moet u ervoor zorgen dat glanzende vellen grondig worden losgewaaierd voordat u ze plaatst. Wanneer u papier plaatst, stel dan de richting van het papier in volgens de korrelstructuur van het papier aan de hand van onderstaande tabel: Richting van de papierkorrel Lade 1 A3/11 17 ladeeenheid, lade 2 of de brede bulklade Multihandinvoer (lade A) Niet aanbevolen Als papier wordt geplaatst zoals eerder is beschreven, kan het zijn dat - afhankelijk van het type papier - de normale bewerkingen niet kunnen worden uitgevoerd en dat de afdrukkwaliteit niet goed is. 45

48 5. Papier en toner bijvullen Als u papier met een gewicht van 52,3 g/m 2 (14,0 lb. bankpost) in de papierladen plaatst of kalkpapier in de brede bulklade of de multihandinvoer (lade A), gebruik dan altijd papier met een lange korrel. Afdrukken kunnen duidelijk zijn omgekruld. Strijk afdrukken glad als ze zijn gevouwen of omgekruld. Raadpleeg Papierinstellingen voor meer informatie over de instellingen voor het gladstrijken van gekruld papier. Om papierstoringen te voorkomen, moet u het papier loswaaieren voordat u het plaatst. Als u papier plaatst als er nog maar een paar vellen papier in de lade liggen, kan het voorkomen dat er meerdere vellen papier tegelijk worden ingevoerd. Verwijder al het papier, leg het op de stapel nieuwe vellen papier en waaier de hele papierstapel los voordat u het in de lade plaatst. Maak omgekruld of gevouwen papier recht voordat u het plaatst. Als het papier in lades, die automatisch onnodige tabbladen uitwerpen, opraakt, plaats dan vanaf het begin van de cyclus nieuwe tabbladen (het eerste blad). Als u voor de eerste keer papier plaatst in de papierlade of als u het papierformaat of de papiersoort in de papierlade wijzigt, zorg dan ook voor de juiste papierinstellingen in 'Instellingen papierlade'. Raadpleeg voor meer informatie de handleiding Papierinstellingen. Voor details over de papiertypes en -formaten die kunnen worden gebruikt, zie Pag. 62 "Aanbevolen papierformaten en -typen". Het is mogelijk dat u soms een ritselend geluid hoort van papier dat door het apparaat beweegt. Dit geluid duidt niet op slecht functioneren. Uitwaaieren van papier Als u gecoat papier, etiketten of dik papier van 163,1 360,0 g/m 2 (60,1 lb. voorblad 198,0 lb. index) in de brede bulklade met drie laden plaatst, is het belangrijk dat u de vellen goed uitwaaiert. Papierstoringen kunnen optreden wanneer papier niet grondig uitgewaaierd is. 1. Maak de stapel los door de vellen uit te waaieren. CVA068 46

49 Papier plaatsen 2. Houd de stapel vast bij het korte eind en buig de stapel heen en weer om ruimte te creëren tussen de vellen. Herhaal dit enkele malen. CVA069 CVA Controleer of er ruimte tussen de vellen is. CVA071 Papier in lade 1 plaatsen (voornamelijk in Europa en Azië) Lade 1 is alleen geschikt voor A4 -papier. Als u op 8 1 / 2 11 papier wilt afdrukken vanuit lade 1, neemt u contact op met uw servicevertegenwoordiger. 47

50 5. Papier en toner bijvullen (voornamelijk in Noord-Amerika) Lade 1 is alleen geschikt voor 8 1 / 2 11 papier. Als u op A4 -formaat vanuit lade 1 wilt afdrukken, neemt u contact op met uw servicevertegenwoordiger. Wanneer papier dat aan de rechterzijde van lade 1 geplaatst is op is, wordt het papier aan de linkerzijde automatisch naar rechts verplaatst. Trek lade 1 er niet uit terwijl de lade het papier aan het verplaatsen is. Wacht totdat u geen geluiden meer uit de lade hoort. Als lade 1 te snel wordt gesloten, kan het papier in de lade ervoor zorgen dat de zijgeleider van de rechter lade van zijn plek glijdt. Als het papier hierdoor verkeerd wordt ingevoerd, open dan de lade, pas de geleider aan en sluit langzaam de lade. Voor de rechterstapel lijnt u de rechterzijde van het papier uit met de rechterzijde van de lade. Voor de linkerstapel lijnt u de linkerzijde van het papier uit met de linkerzijde van de lade. 1. Trek de papierlade langzaam naar buiten tot deze niet verder kan. DER Maak een nette stapel van het papier en plaats het met de afdrukzijde naar beneden. Stapel het papier niet hoger dan de limietmarkering. Gehele lade naar buiten getrokken Linkerzijde van de lade uitgetrokken DER056 48

51 Papier plaatsen DER Schuif de papierlade langzaam volledig naar binnen. U kunt zelfs papier plaatsen als lade 1 in gebruik is. U kunt de linkerhelft van de lade uittrekken terwijl lade 1 in gebruik is. Papier in de A3/11 17 lade-eenheid plaatsen (voornamelijk in Europa en Azië) A3/11 17 lade-eenheid kan alleen A3 papier bevatten. Indien u papier van het formaat A4, B4 JIS, 11 17, 8 1 / 2 14 of 8 1 / 2 11 wilt afdrukken, neem dan contact op met uw servicevertegenwoordiger. (voornamelijk in Noord-Amerika) A3/11 17 lade-eenheid kan alleen papier bevatten. Als u wilt afdrukken op A3, A4, B4 JIS, 8 1 / 2 14 of 8 1 / 2 11, dient u contact op te nemen met uw servicevertegenwoordiger. Controleer of de rand van het papier aan de rechterzijde is uitgelijnd. 1. Controleer of het papier in de papierlade niet wordt gebruikt en trek de lade dan voorzichtig open tot deze stopt. DER058 49

52 5. Papier en toner bijvullen 2. Maak een nette stapel van het papier en plaats het met de afdrukzijde naar beneden. Stapel het papier niet hoger dan de limietmarkering. DER Schuif de papierlade langzaam volledig naar binnen. Papier plaatsen in lade 2 Controleer of de rand van het papier aan de rechterzijde is uitgelijnd. Als een papierlade te hard dicht geduwd wordt, kunnen de zijwanden van de lade van hun plaats raken. Wanneer u een klein aantal vellen plaatst, moet u ervoor zorgen dat u de zijgeleiders niet te ver naar binnen drukt. Als de zijgeleiders te strak tegen het papier aanstaan, kunnen de randen gaan opkrullen, kan het papier onjuist worden ingevoerd of als het een gewicht heeft tussen 52,3 63,0 g/m 2 (14,0 16,9 lb. bankpost) kan het gaan kreukelen. 1. Controleer of het papier in de papierlade niet wordt gebruikt en trek de lade dan voorzichtig open tot deze stopt. DER Maak een nette stapel van het papier en plaats het met de afdrukzijde naar beneden. Stapel het papier niet hoger dan de limietmarkering. 50

53 Papier plaatsen DER Schuif de papierlade langzaam volledig naar binnen. Er kunnen verschillende papierformaten geplaatst worden in papierlade 2 door de posities van de zij- en eindgeleiders aan te passen. Voor meer informatie, zie de handleiding Papierspecificaties en papier bijvullen. Tabbladen in lade 2 plaatsen Gebruik bij het plaatsen van tabbladen altijd de tabbladhouder. DER067 Plaats de tabbladen met de tab naar de tabbladenhouder. Stel bij het plaatsen van tabbladen de achterafscheiding zo in dat de tabbladhouder op de tabbladen is afgesteld. 51

54 5. Papier en toner bijvullen DER068 Papier in de multihandinvoer (lade A) plaatsen Gebruik de multihandinvoer (lade A) om transparanten, etiketten, kalkpapier en papier dat niet in de papierlades kan worden geplaatst te gebruiken. Het maximale aantal vellen dat u tegelijkertijd in kunt voeren, is afhankelijk van het type papier. Stapel het papier niet hoger dan de limietmarkering. Voor het maximale aantal vellen dat u kunt plaatsen, zie Pag. 62 "Aanbevolen papierformaten en -typen". Controleer of de papierranden aan de linkerzijde zijn uitgelijnd. Wanneer u een klein aantal vellen plaatst, moet u ervoor zorgen dat u de zijgeleiders niet te ver naar binnen drukt. Als de zijgeleiders te strak tegen het papier aanliggen, kunnen de randen gaan vouwen, kan het papier onjuist worden ingevoerd of als het een gewicht heeft tussen 52,3 63,0 g/m 2 (14,0 16,9 lb. Bankpost) kan het gaan kreukelen. 1. Pas de zijgeleiders aan het papierformaat aan, maak een nette stapel van het papier en plaats het met de afdrukzijde naar boven. Stapel het papier niet hoger dan de limietmarkering. DER069 52

55 Papier plaatsen 2. Stel de eindafscheiding af. 1 2 DER Eindafscheiding 2. Verlengstuk Om de eindafscheiding te verwijderen, schuift u deze naar rechts door de stop in te drukken. CWW Druk op de liftschakelaar van de multihandinvoer (lade A). 1 DER Liftschakelaar De lamp van de liftschakelaar knippert als de lade omhoog gaat. Deze lamp blijft branden totdat de lade stopt. 53

56 5. Papier en toner bijvullen Druk op de liftschakelaar om de lade omhoog en omlaag te bewegen als u papier wilt plaatsen of vastgelopen vellen wilt verwijderen. Trek het verlengstuk uit als u vellen van A4-formaat, 8 1 / 2 11 of groter in de multihandinvoer plaatst (lade A). Briefpapier moet in een specifieke richting worden geplaatst. Voor meer informatie, zie Pag. 60 "Papier met een vaste afdrukrichting of dubbelzijdig papier plaatsen". U kunt enveloppen plaatsen in de multihandinvoer (lade A). Enveloppen moeten worden geplaatst in een specifieke richting. Voor meer informatie, zie Pag. 85 "Enveloppen". Specificeer de papierformaten die niet automatisch worden gedetecteerd. Voor meer informatie over de formaten die automatisch kunnen worden gedetecteerd, zie Pag. 62 "Aanbevolen papierformaten en -typen". Voor meer informatie over het opgeven van formaten, zie Papierspecificaties en papier bijvullen. Tabbladen in de multihandinvoer (lade A) plaatsen Gebruik bij het plaatsen van tabbladen altijd de tabbladgeleider. De tabs moeten aan de rechterzijde van de multihandinvoer (lade A) worden geplaatst. 1 2 DER Tabbladafscheiding 2. Eindafscheiding Papier in de bulklade met drie laden plaatsen De brede bulklade met drie laden (LCT) wordt geïdentificeerd als lade 3, lade 4 en lade 5. Controleer of de papierranden tegen de linkerzijde zijn uitgelijnd. Als een papierlade te hard dicht geduwd wordt, kunnen de zijwanden van de lade van hun plaats raken. 54

57 Papier plaatsen 1. Controleer of het papier in de papierlade niet wordt gebruikt en trek de lade dan voorzichtig open tot deze stopt. DER Plaats papier met de afdrukzijde omhoog in de lade. Stapel het papier niet hoger dan de limietmarkering. DER Schuif de papierlade langzaam volledig naar binnen. Als u Pap.gewicht 5 t/m 8, [Gecoat: Glanz.], [Gecoat: Mat], [Gecoat pap: Glns] of [Etiketten] in [Instell. papierlade] selecteert, dan wordt er automatisch lucht tussen de vellen geblazen om het papier in de brede bulklade met drie laden los te waaieren. Waaier het papier los voor het plaatsen. Voor meer informatie, zie Pag. 46 "Uitwaaieren van papier ". U kunt diverse formaten papier in de brede bulklade met drie lades plaatsen door de posities van de zij- en eindgeleiders te wijzigen. Voor meer informatie, zie Papierspecificaties en papier bijvullen. U kunt ook enveloppen plaatsen in de brede bulklade met drie lades. Als u enveloppen plaatst, moet u ze in de juiste richting plaatsen. Voor meer informatie, zie Pag. 85 "Enveloppen". 55

58 5. Papier en toner bijvullen Papier in de brede bulklade met twee laden plaatsen De brede bulklade met twee laden wordt geïdentificeerd als lade 3, lade 4, lade 5, lade 6, lade 7 en lade 8. Controleer of de papierranden aan de linkerzijde zijn uitgelijnd. 1. Controleer of het papier in de papierlade niet wordt gebruikt en trek de lade dan voorzichtig open tot deze stopt. DER Plaats papier met de afdrukzijde omhoog in de lade. Stapel het papier niet hoger dan de limietmarkering. DER Schuif de papierlade langzaam volledig naar binnen. U kunt diverse formaten papier in de brede bulklade met twee lades plaatsen door de posities van de zij- en eindgeleiders te wijzigen. Voor meer informatie, zie Papierspecificaties en papier bijvullen. U kunt ook enveloppen plaatsen in de brede bulklade met twee laden. Als u enveloppen plaatst, moet u ze in de juiste richting plaatsen. Voor meer informatie, zie Pag. 85 "Enveloppen". 56

59 Papier plaatsen Papier plaatsen in de tussenvoegeenheid Leg niets op de sensor liggen en laat er geen documenten op achter. Dit kan tot gevolg hebben dat het papierformaat niet correct wordt gescand of tot papierstoringen leiden. 1. Druk de ontgrendelingshendel in en lijn tegelijkertijd de zijafscheidingen uit op het te plaatsen papierformaat. 2. Plaats het papier netjes. Stapel het papier niet hoger dan de limietmarkering. Duw indien nodig de zijgeleiders voorzichtig tegen het geplaatste papier aan. DER099 1 DER Papierverlengstuk Laad het papier met de bedrukte zijde omhoog (voorzijde). Als u de booklet finisher gebruikt, plaats dan de vellen met de bedrukte zijde omlaag. Plaats het papier in de tusseneenheid in dezelfde richting als het papier in de papierlade. De niet- of perforeerlocaties bevinden zich aan de linkerkant van het papier wanneer u met uw gezicht naar het apparaat staat. Wanneer u papier plaatst dat groter is dan A4 (8 1 / 2 11), trek dan het papierverlengstuk uit. 57

60 5. Papier en toner bijvullen Voorbladen in de tussenvoegeenheid van de Perfect Binder plaatsen De lengte/het formaat van de kaften is afhankelijk van de dikte van de rug. Plaats papier in richting. Leg niets op de sensor liggen en laat er geen documenten op achter. Dit kan leiden tot slecht inscannen van het papierformaat of tot papierstoringen. De rugdikte inschatten Dit hoofdstuk beschrijft hoe u een benadering van de dikte van de rug en de lengte en het formaat van de kaft kunt berekenen. Let op: de lengte en het formaat van een kaft is afhankelijk van de dikte van de rug van het boekblok. De volgende lijst toont voorbeelden voor papier van A4-formaat of 8 1 / 2 11, 80,0 g/m 2 (20,0 lb. bankpost) papier: Boekblok van 10 vellen: 1 mm (0,04 inch) Boekblok van 30 vellen: 3 mm (0,12 inch) Boekblok van 50 vellen: 5 mm (0,20 inch) Boekblok van 80 vellen: 8 mm (0,32 inch) Boekblok van 100 vellen: 10 mm (0,40 inch) Boekblok van 200 vellen: 20 mm (0,80 inch) Specificeer het formaat van de kaft op basis van de dikte van de rug van het boekblok. Gebruik de volgende vergelijking om de lengte van de kaft te berekenen: Minimumlengte van kaft (mm/inch) = "lengte van boekblokvel (mm/inch)" 2 + "dikte van rug (mm/inch)" Als u een boekje met de volgende afmetingen perfect wilt inbinden, specificeert u een kaftlengt van ten minste 440 mm (17,4 inch): CWW Lengte van boekblokvel 58

61 Papier plaatsen 2. Dikte van rug 3. Lengte van een voorblad 1. Druk de zijgeleider een klein beetje in terwijl u de geleider uitlijnt met het papier dat moet worden geplaatst. CWW Plaats het papier in een nette stapel met de bedrukte zijde boven. Stapel het papier niet hoger dan de limietmarkering. CWW324 U kunt een boekje niet inbinden met de Perfect Binder als de rug van het boekblok dikker is dan 23 mm (0,9 inch). Afhankelijk van het apparaat, kan de procedure voor het kiezen van de richting van de kaften en originelen verschillen Zie voor meer informatie de procedure voor uw apparaat. Wanneer u dik papier van 251,0 g/m 2 (138,8 lb. index) of zwaarder in de tussenvoegeenheidsladen van de Perfect Binder plaatst, moet u ervoor zorgen dat de vezels van het papier loodrecht ten opzichte van de invoerrichting liggen. Als u vellen plaatst die hoog risico lopen op vastkleven (zoals vellen gecoat papier), moet u ervoor zorgen dat u het papier vóór het plaatsen eerst grondig loswaaiert. Met loswaaieren helpt u papierstoringen te voorkomen en zorgt u ervoor dat de vellen met één tegelijk worden ingevoerd. Tijdens het proces voor Perfect Binding kunnen er krassen op glanzend papier ontstaan. 59

62 5. Papier en toner bijvullen Papier met een vaste afdrukrichting of dubbelzijdig papier plaatsen Het kan zijn dat er niet goed wordt afgedrukt op papier met een vaste afdrukrichting (van boven naar onder) of op dubbelzijdig papier (bijvoorbeeld briefpapier, geperforeerd papier of gekopieerd papier). Dit hangt af van de manier waarop het papier is geplaatst. Geef [Automatische detectie] of [Aan (altijd)] op voor [Briefpapier instelling] in [Systeem] onder het menu Printereigenschappen en plaats dan het papier zoals hieronder is aangegeven. Voor meer informatie over de instellingen voor briefpapier, zie Afdrukken. Papierrichting De betekenis van de pictogrammen is als volgt: Pictogram Betekenis Plaats papier met de afgedrukte zijde naar boven. Plaats papier met de afgedrukte zijde naar beneden. Enkelzijdig Afdrukzijde Lade 1 Lade 2 of ladeeenheid A3/11 17 Multihandinvoer (lade A) en brede bulklade Dubbelzijdig Om op papier met briefhoofd af te drukken als [Autodet.] is gespecificeerd voor [Instelling Briefhoofd], moet u [Briefhoofd] opgeven als het papiertype in de instellingen van het printerstuurprogramma. 60

63 Papier plaatsen Als een afdruktaak halverwege het afdrukken wordt gewijzigd van enkelzijdig naar dubbelzijdig afdrukken, kan de enkelzijdige afdruk na de eerste afdruk op de andere zijde worden afgedrukt. Om ervoor te zorgen dat al het papier in dezelfde richting uitgevoerd wordt, raden wij u aan om verschillende lades op te geven voor enkelzijdige en dubbelzijdige afdruktaken. Let op dat dubbelzijdig afdrukken uitgeschakeld moet worden voor de lade die is opgegeven voor enkelzijdig afdrukken. Voor meer informatie over het maken van dubbelzijdige afdrukken, raadpleegt u Afdrukken. 61

64 5. Papier en toner bijvullen Aanbevolen papier Aanbevolen papierformaten en -typen Dit gedeelte geeft de aanbevolen papierformaten en -typen. Als u gekruld papier gebruikt, omdat het te droog of te vochtig is, kan er een papierstoring optreden. Gebruik geen papier dat bedoeld is voor een inkjetprinter, omdat het aan de fuseereenheid kan blijven plakken en een papierstoring kan veroorzaken. Wanneer u overheadsheets plaatst, controleer dan de voor- en achterkant van de vellen en plaats ze correct. Anders kan er een storing ontstaan. Lade 1 Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit 52,3-300,0 g/m 2 (14,0 lb. bankpost 165,0 lb. Index) Papiergewicht 1 Papiergewicht 7 52,3-300,0 g/m 2 (14,0 lb. bankpost 165,0 lb. Index) Papiergewicht 1 Papiergewicht 7 A4 8 1 / 2 11 *1 8 1 / vellen x vellen x 2 A4 *1 Om papier van een van de bovengenoemde formaten te plaatsen, neemt u contact op met uw servicevertegenwoordiger. 62

65 Aanbevolen papier Lade 1 (A3/11 17 lade-eenheid) Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit 52,3-300,0 g/m 2 (14,0 lb. bankpost 165,0 lb. Index) Papiergewicht 1 Papiergewicht 7 52,3-300,0 g/m 2 (14,0 lb. bankpost 165,0 lb. Index) Papiergewicht 1 Papiergewicht 7 A *1 A4, B4 JIS, 11 17, 8 1 / 2 14, 8 1 / vellen 1000 vellen 52,3-300,0 g/m 2 (14,0 lb. bankpost 165,0 lb. Index) Papiergewicht 1 Papiergewicht 7 A3, A4, B4 JIS, 8 1 / 2 14, 8 1 / 2 11 Aangepast formaat *2 : Verticaal: 210,0-305,0 mm Horizontaal: 210,0-439,0 mm 1000 vellen Verticaal: 8,27-12,00 inch Horizontaal: 8,27-17,28 inch *1 Om papier van een van de bovengenoemde formaten te plaatsen, neemt u contact op met uw servicevertegenwoordiger. *2 Neem contact op met uw service-vertegenwoordiger voor meer informatie over het plaatsen van een aangepast papierformaat in de lade. 63

66 5. Papier en toner bijvullen Lade 2 Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit 52,3 256,0g/m 2 (14,0 lb. bankpost 141,0 lb. Index) Papiergewicht 1 Papiergewicht 6 52,3 256,0g/m 2 (14,0 lb. bankpost 141,0 lb. Index) Papiergewicht 1 Papiergewicht 6 Papierformaten die automatisch kunnen worden bepaald: A3, A4, A5, B4 JIS, B5 JIS, 11 17, 8 1 / 2 14, 8 1 / 2 13, 8 1 / 2 11, 8 1 / 4 13, 8 13, 7 1 / / 2, 5 1 / / 2, 8K, 16K, Selecteer het papierformaat via het menu Instell. papierlade: 8 1 / 4 14, 8 10, 11 15, 11 14, 10 15, 10 14, 13 18, SRA3, SRA4 500 vellen 500 vellen 52,3 256,0g/m 2 (14,0 lb. bankpost 141,0 lb. Index) Papiergewicht 1 Papiergewicht 6 Aangepast formaat: Verticaal: 139,7-330,2 mm Horizontaal: 139,7-457,2 mm 500 vellen Verticaal: 5,50-13,00 inch Horizontaal: 5,50-18,00 inch Kalkpapier 52,3-63,0 g/m 2 (14,0-16,9 lb. bankpost) Pap.gewicht 1 Overheadsheets 163,1 220,0 g/m 2 (60,1 80,9 lb. voorblad) Papiergewicht 5 A3, A4, B4 JIS, B5 JIS *1 A4 *1 64

67 Aanbevolen papier Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit Tabbladen *2 A4, 8 1 / 2 14, 8 1 / vellen (80,0 199,0 g/m 2, 21,0 lb. bankpost - 110,0 lb. index) *1 Stapel het papier niet hoger dan de limietmarkering. Het maximum aantal vellen dat u tegelijkertijd kunt plaatsen is afhankelijk van de dikte en de omstandigheid van het papier. *2 De optionele tabbladhouder is nodig. Multihandinvoer (lade A) Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit 52,3 216,0 g/m 2 (14,0 lb. bankpost 79,9 lb. voorblad) Papiergewicht 1 5 Papierformaten die automatisch kunnen worden bepaald: A3, A4, A5, A6, B4 JIS, B5 JIS, 11 17, 8 1 / 2 11, 8 13, 5 1 / / 2, vellen A3, A4, A5, A6, B4 JIS, B5 JIS, 11 17, 8 1 / 2 11, 8 13, 5 1 / / 2,

68 5. Papier en toner bijvullen Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit 52,3 216,0 g/m 2 (14,0 lb. bankpost 79,9 lb. voorblad) Papiergewicht 1 5 *1 B5 JIS, B6 JIS, 8 1 / 2 14, 8 1 / 2 13, 8 1 / 2 11, 8 1 / 4 14, 8 1 / 4 13, 8 10, 7 1 / / 2, 5 1 / / 2, 8K, 16K, 11 15, 11 14, 10 15, 10 14, / 5, 13 19, 12 3 / / 5, 12 3 / / 2, 13 18, SRA3, SRA4, 4 1 / / vellen 52,3 216,0 g/m 2 (14,0 lb. bankpost 79,9 lb. voorblad) Papiergewicht 1 5 A4, A5, B5 JIS, B6 JIS, 8 1 / 2 14, 8 1 / 2 13, 8 1 / 4 14, 8 1 / 4 13, 8 10, 7 1 / / 2, 8K, 16K, 11 15, 11 14, 10 15, 10 14, / 5, 13 19, 12 3 / / 5, 12 3 / / 2, 13 18, SRA3, SRA4, 4 1 / / 2 Aangepast formaat: *2 Verticaal: 100,0-330,2 mm Horizontaal: 139,7 487,7 mm *3 500 vellen Verticaal: 3,94 13,00 inch Horizontaal: 5,50 19,20 inch *3 66

69 Aanbevolen papier Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit Kalkpapier 52,3-63,0 g/m 2 (14,0-16,9 lb. bankpost) Pap.gewicht 1 Overheadsheets 163,1 216,0 g/m 2 (60,1 79,9 lb. voorblad) Papiergewicht 5 Tabbladen *5 52,3 216,0 g/m 2 (14,0 lb. bankpost 79,9 lb. voorblad) Papiergewicht 1 5 A3, A4, B5 JIS *4 A4, 8 1 / 2 11 *4 A4, 8 1 / 2 11 Enveloppen 163,1 216,0 g/m 2 (60,1 lb. voorblad 79,9 lb. voorblad) Papiergewicht 5 Verticaal: 100,0-330,2 mm Horizontaal: 139,7-487,7 mm Verticaal: 3,94 13,00 inch Horizontaal: 5,50-19,20 inch 10 vellen *1 Selecteer het papierformaat. Raadpleeg voor meer informatie de handleiding Papierinstellingen. *2 Voer het papierformaat in. Raadpleeg voor meer informatie de handleiding Papierinstellingen. *3 Als de bannervellade geïnstalleerd is, bedraagt de horizontale lengte van het aangepaste formaat papier maximaal 700,0 mm (27,55 inch). *4 Het maximum aantal vellen dat u tegelijkertijd kunt plaatsen is afhankelijk van de dikte en de eigenschappen van het papier. *5 Het tabbladhekje is vereist. 67

70 5. Papier en toner bijvullen Brede bulklade met drie lades (lade 3 en lade 5) Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit 52,3 256,0 g/m 2 (14,0 lb. bankpost 141,0 lb. index) Papiergewicht 1 Papiergewicht 6 Papierformaten die automatisch kunnen worden bepaald: A3, A4, A5, B4 JIS, B5 JIS, 11 17, 8 1 / 2 11, 8 13, 5 1 / / 2, vellen A3, A4, A5, B4 JIS, B5 JIS, 11 17, 8 1 / 2 11, 8 13, 5 1 / / 2,

71 Aanbevolen papier Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit 52,3 256,0 g/m 2 (14,0 lb. bankpost 141,0 lb. index) Papiergewicht 1 Papiergewicht 6 Selecteer het papierformaat via het menu Instell. papierlade: A6 *1, B5 JIS, B6 JIS *1, 8 1 / 2 14, 8 1 / 2 13, 8 1 / 2 11, 8 1 / 4 14, 8 1 / 4 13, 8 10, 7 1 / / 2, 5 1 / / 2, 8K, 16K, 11 15, 11 14, 10 15, 10 14, / 5, 13 19, 12 3 / / 5, 12 3 / / 2, 13 18, SRA3, SRA4, 4 1 / / vellen 52,3 256,0 g/m 2 (14,0 lb. bankpost 141,0 lb. index) Papiergewicht 1 Papiergewicht 6 A4, A5, A6 *1, B5 JIS, B6 JIS *1, 8 1 / 2 14, 8 1 / 2 13, 8 1 / 4 14, 8 1 / 4 13, 8 10, 7 1 / / 2, 8K, 16K, 11 15, 11 14, 10 15, 10 14, / 5, 13 19, 12 3 / / 5, 12 3 / / 2, 13 18, SRA3, SRA4, 4 1 / / 2 Aangepast formaat: Verticaal: 100,0 330,2 mm *1 Horizontaal: 139,7-487,7 mm 1000 vellen Verticaal: 3,94 13,00 inch *1 Horizontaal: 5,50-19,20 inch 69

72 5. Papier en toner bijvullen Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit Gecoat: Glanzend Gecoat: Mat 63,1 256,0 g/m 2 (17,0 lb. bankpost 141,0 lb. Index) Papiergewicht 2 Papiergewicht 6 Papierformaten die automatisch kunnen worden bepaald: A3, A4, A5, B4 JIS, B5 JIS, 11 17, 8 1 / 2 11, 8 13, 5 1 / / 2, Gecoat: Glanzend Gecoat: Mat 63,1 256,0 g/m 2 (17,0 lb. bankpost 141,0 lb. Index) Papiergewicht 2 Papiergewicht 6 A3, A4, A5, B4 JIS, B5 JIS, 11 17, 8 1 / 2 11, 8 13, 5 1 / / 2, Selecteer het papierformaat via het menu Instell. papierlade: B5 JIS, 8 1 / 2 14, 8 1 / 2 13, 8 1 / 2 11, 8 1 / 4 14, 8 1 / 4 13, 8 10, 7 1 / / 2, 5 1 / / 2, 8K, 16K, 11 15, 11 14, 10 15, 10 14, / 5, 13 19, 12 3 / / 5, 12 3 / / 2, 13 18, SRA3, SRA4 A4, A5, B5 JIS, 8 1 / 2 14, 8 1 / 2 13, 8 1 / 4 14, 8 1 / 4 13, 8 10, 7 1 / / 2, 8K, 16K, 11 15, 11 14, 10 15, 10 14, / 5, 13 19, 12 3 / / 5, 12 3 / / 2, 13 18, SRA3, SRA4 70

73 Aanbevolen papier Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit Gecoat: Glanzend Gecoat: Mat 63,1 256,0 g/m 2 (17,0 lb. bankpost 141,0 lb. Index) Papiergewicht 2 Papiergewicht 6 Aangepast formaat: Verticaal: 139,7-330,2 mm Horizontaal: 139,7-487,7 mm Verticaal: 5,50-13,00 inch Horizontaal: 5,50-19,20 inch Kalkpapier 52,3-63,0 g/m 2 (14,0-16,9 lb. bankpost) Pap.gewicht 1 Overheadsheets 163,1 220,0 g/m 2 (60,1 80,9 lb. voorblad) Papiergewicht 5 Tabbladen *3 52,3 256,0 g/m 2 (14,0 lb. bankpost 141,0 lb. index) Papiergewicht 1 Papiergewicht 6 A3, A4, B5 JIS *2 A4, 8 1 / 2 11 *2 A4, 8 1 / 2 11 Enveloppen 163,1 256,0 g/m 2 (60,1 lb. voorblad 141,0 lb. Index) (Dikte van het overlappende gedeelte van de envelop) *1, *4, *5, * mm, mm, mm, mm, mm 10 vellen *1 De zijgeleiders voor briefkaarten zijn nodig voor het plaatsen van papier van 100,0 tot 139,2 mm (3,94 tot 5,49 inch). *2 Het maximum aantal vellen dat u tegelijkertijd kunt plaatsen is afhankelijk van de dikte en de omstandigheid van het papier. *3 Het tabbladhekje is vereist. 71

74 5. Papier en toner bijvullen *4 Open de envelopflappen en plaats de enveloppen met hun envelopflappen gericht naar de rechterzijde van de papierlade. *5 Voer de afmetingen van de enveloppen inclusief hun envelopflap in. Gebruik hiervoor de functie Instellingen papierlade. *6 In het formaat zijn de envelopflappen niet meegenomen. Brede bulklade met drie lades (lades 4) Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit 52,3-360,0 g/m 2 (14,0 lb. bankpost - 198,0 lb. index) Papiergewicht 1 Papiergewicht 8 Papierformaten die automatisch kunnen worden bepaald: A3, A4, A5, B4 JIS, B5 JIS, 11 17, 8 1 / 2 11, 8 13, 5 1 / / 2, vellen A3, A4, A5, B4 JIS, B5 JIS, 11 17, 8 1 / 2 11, 8 13, 5 1 / / 2,

75 Aanbevolen papier Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit 52,3-360,0 g/m 2 (14,0 lb. bankpost - 198,0 lb. index) Papiergewicht 1 Papiergewicht 8 Selecteer het papierformaat via het menu Instell. papierlade: A6 *1, B5 JIS, B6 JIS *1, 8 1 / 2 14, 8 1 / 2 13, 8 1 / 2 11, 8 1 / 4 14, 8 1 / 4 13, 8 10, 7 1 / / 2, 5 1 / / 2, 8K, 16K, 11 15, 11 14, 10 15, 10 14, / 5, 13 19, 12 3 / / 5, 12 3 / / 2, 13 18, SRA3, SRA4, 4 1 / / vellen 52,3-360,0 g/m 2 (14,0 lb. bankpost - 198,0 lb. index) Papiergewicht 1 Papiergewicht 8 A4, A5, A6 *1, B5 JIS, B6 JIS *1, 8 1 / 2 14, 8 1 / 2 13, 8 1 / 4 14, 8 1 / 4 13, 8 10, 7 1 / / 2, 8K, 16K, 11 15, 11 14, 10 15, 10 14, / 5, 13 19, 12 3 / / 5, 12 3 / / 2, 13 18, SRA3, SRA4, 4 1 / / 2 Aangepast formaat: Verticaal: 100,0 330,2 mm *1 Horizontaal: 139,7-487,7 mm 2000 vellen Verticaal: 3,94 13,00 inch *1 Horizontaal: 5,50-19,20 inch 73

76 5. Papier en toner bijvullen Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit Gecoat: Glanzend Gecoat: Mat 63,1-360,0 g/m 2 (17,0 lb. bankpost - 198,0 lb. index) Papiergewicht 2 Papiergewicht 8 Papierformaten die automatisch kunnen worden bepaald: A3, A4, A5, B4 JIS, B5 JIS, 11 17, 8 1 / 2 11, 8 13, 5 1 / / 2, Gecoat: Glanzend Gecoat: Mat 63,1-360,0 g/m 2 (17,0 lb. bankpost - 198,0 lb. index) Papiergewicht 2 Papiergewicht 8 A3, A4, A5, B4 JIS, B5 JIS, 11 17, 8 1 / 2 11, 8 13, 5 1 / / 2, Selecteer het papierformaat via het menu Instell. papierlade: B5 JIS, 8 1 / 2 14, 8 1 / 2 13, 8 1 / 2 11, 8 1 / 4 14, 8 1 / 4 13, 8 10, 7 1 / / 2, 5 1 / / 2, 8K, 16K, 11 15, 11 14, 10 15, 10 14, / 5, 13 19, 12 3 / / 5, 12 3 / / 2, 13 18, SRA3, SRA4 A4, A5, B5 JIS, 8 1 / 2 14, 8 1 / 2 13, 8 1 / 4 14, 8 1 / 4 13, 8 10, 7 1 / / 2, 8K, 16K, 11 15, 11 14, 10 15, 10 14, / 5, 13 19, 12 3 / / 5, 12 3 / / 2, 13 18, SRA3, SRA4 74

77 Aanbevolen papier Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit Gecoat: Glanzend Gecoat: Mat 63,1-360,0 g/m 2 (17,0 lb. bankpost - 198,0 lb. index) Papiergewicht 2 Papiergewicht 8 Aangepast formaat: Verticaal: 139,7-330,2 mm Horizontaal: 139,7-487,7 mm Verticaal: 5,50-13,00 inch Horizontaal: 5,50-19,20 inch Kalkpapier 52,3-63,0 g/m 2 (14,0-16,9 lb. bankpost) Pap.gewicht 1 Overheadsheets 163,1 220,0 g/m 2 (60,1 80,9 lb. voorblad) Papiergewicht 5 Tabbladen *3 52,3-360,0 g/m 2 (14,0 lb. bankpost - 198,0 lb. index) Papiergewicht 1 Papiergewicht 8 Etikettenpapier 52,3-360,0 g/m 2 (14,0 lb. bankpost - 198,0 lb. index) Papiergewicht 1 Papiergewicht 8 A3, A4, B5 JIS *2 A4, 8 1 / 2 11 *2 A4, 8 1 / 2 11 A4, 8 1 / 2 11 Enveloppen 163,1-300,0 g/m 2 (60,1 lb. voorblad lb. index) (Dikte van het overlappende gedeelte van de envelop) *1, *4, *5, * mm, mm, mm, mm, mm 10 vellen 75

78 5. Papier en toner bijvullen *1 De zijgeleiders voor briefkaarten zijn nodig voor het plaatsen van papier van 100,0 tot 139,2 mm (3,94 tot 5,49 inch). *2 Het maximum aantal vellen dat u tegelijkertijd kunt plaatsen is afhankelijk van de dikte en de omstandigheid van het papier. *3 Het tabbladhekje is vereist. *4 Open de envelopflappen en plaats de enveloppen met hun envelopflappen gericht naar de rechterzijde van de papierlade. *5 Voer de afmetingen van de enveloppen inclusief hun envelopflap in. Gebruik hiervoor de functie Instellingen papierlade. *6 In het formaat zijn de envelopflappen niet meegenomen. Brede bulklade met twee lades (lades 3 tot en met 8) *1 Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit 52,3-360,0 g/m 2 (14,0 lb. bankpost - 198,0 lb. index) Pap.gewicht 1 Pap.gewicht 8 *2 Papierformaten die automatisch kunnen worden bepaald: *3 A3, A4, A5, B4 JIS, 11 17, 8 1 / 2 14, 8 1 / 2 11, 8 13, 7 1 / / 2, 5 1 / / 2, 12 18, / 5, SRA3, SRA vellen A3, A4, A5, B4 JIS, 11 17, 8 1 / 2 14, 8 1 / 2 11, 8 13, 7 1 / / 2, 5 1 / / 2, 12 18, / 5, SRA3, SRA4 76

79 Aanbevolen papier Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit 52,3-360,0 g/m 2 (14,0 lb. bankpost - 198,0 lb. index) Pap.gewicht 1 Pap.gewicht 8 *2 Selecteer het papierformaat via het menu Instell. papierlade: *4 A6, B5 JIS, B6 JIS, 8 1 / 2 13, 8 1 / 2 11, 8 1 / 4 14, 8 1 / 4 13, 8 10, 7 1 / / 2, 5 1 / / 2, 8K, 16K, 11 15, 11 14, 10 15, 10 14, 13 19, 12 3 / / 5, 12 3 / / 2, 13 18, SRA4, 4 1 / / vellen 52,3-360,0 g/m 2 (14,0 lb. bankpost - 198,0 lb. index) Pap.gewicht 1 Pap.gewicht 8 *2 A4, A5, A6, B5 JIS, B6 JIS, 8 1 / 2 13, 8 1 / 4 14, 8 1 / 4 13, 8 10, 7 1 / / 2, 8K, 16K, 11 15, 11 14, 10 15, 10 14, 13 19, 12 3 / / 5, 12 3 / / 2, 13 18, SRA4, 4 1 / / 2 Aangepast formaat: *5 Verticaal: 100,0-330,2 mm Horizontaal: 139,7-487,7 mm vellen *6 Verticaal: 3,94 13,00 inch Horizontaal: 5,50-19,20 inch 77

80 5. Papier en toner bijvullen Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit Gecoat: Glanzend Gecoat: Mat 63,1-360,0 g/m 2 (17,0 lb. bankpost - 198,0 lb. index) Papiergewicht 2 8 *2 Papierformaten die automatisch kunnen worden bepaald: A3, A4, A5, B4 JIS, B5 JIS, 11 17, 8 1 / 2 11, 8 13, 5 1 / / 2, Gecoat: Glanzend Gecoat: Mat 63,1-360,0 g/m 2 (17,0 lb. bankpost - 198,0 lb. index) Papiergewicht 2 8 *2 A3, A4, A5, B4 JIS, B5 JIS, 11 17, 8 1 / 2 11, 8 13, 5 1 / / 2, Selecteer het papierformaat via het menu Instell. papierlade: B5 JIS, 8 1 / 2 14, 8 1 / 2 13, 8 1 / 2 11, 8 1 / 4 14, 8 1 / 4 13, 8 10, 7 1 / / 2, 5 1 / / 2, 8K, 16K, 11 15, 11 14, 10 15, 10 14, / 5, 13 19, 12 3 / / 5, 12 3 / / 2, 13 18, SRA3, SRA4 A4, A5, B5 JIS, 8 1 / 2 14, 8 1 / 2 13, 8 1 / 4 14, 8 1 / 4 13, 8 10, 7 1 / / 2, 8K, 16K, 11 15, 11 14, 10 15, 10 14, / 5, 13 19, 12 3 / / 5, 12 3 / / 2, 13 18, SRA3, SRA4 78

81 Aanbevolen papier Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit Gecoat: Glanzend Gecoat: Mat 63,1-360,0 g/m 2 (17,0 lb. bankpost - 198,0 lb. index) Papiergewicht 2 8 *2 Aangepast formaat: Verticaal: 139,7-330,2 mm Horizontaal: 139,7-487,7 mm Verticaal: 5,50-13,00 inch Horizontaal: 5,50-19,20 inch Kalkpapier *7 52,3-63,0 g/m 2 (14,0-16,9 lb. bankpost) Pap.gewicht 1 Transparanten *7 163,1 220,0 g/m 2 (60,1 80,9 lb. voorblad) Papiergewicht 5 Tabbladen *7, *9 52,3-360,0 g/m 2 (14,0 lb. bankpost - 198,0 lb. index) Papiergewicht 1 Papiergewicht 8 Etiketten *7 52,3-360,0 g/m 2 (14,0 lb. bankpost - 198,0 lb. index) Papiergewicht 1 Papiergewicht 8 A3, A4, B5 JIS *8 A4, 8 1 / 2 11 *8 A4, 8 1 / 2 11 A4, 8 1 / 2 11 Enveloppen *7 163,1-300,0 g/m 2 (60,1 lb. voorblad lb. index) (Dikte van het overlappende gedeelte van de envelop) *10, *11, * mm, mm, mm, mm, mm 10 vellen *1 U kunt de bannervellade installeren voor lade 3, 5 of 7. 79

82 5. Papier en toner bijvullen *2 Als er papier met een horizontale lengte van 487,8 mm (19,20 inch) of meer wordt opgegeven, is het maximale papiergewicht van de lade Pap.gewicht 7. *3 Als de bannervellade geïnstalleerd is, worden papierformaten niet automatisch gedetecteerd. *4 Als de bannervellade geïnstalleerd is, kunt u geen papierformaten selecteren. *5 Als de bannervellade geïnstalleerd is, is het mogelijk om op papier af te drukken van 210,0 330,2 mm (8,27 13,00 inch) verticaal en 420,0 700,0 mm (16,54 27,55 inch) horizontaal. *6 Als de horizontale lengte van papier tussen 420,0 en 559,9 mm (16,54 22,00 inch) bedraagt, is de papiercapaciteit 800 vellen. Als de horizontale lengte van papier tussen 560,0 en 700,0 mm (22,00 27,55 inch) bedraagt, is de papiercapaciteit vellen. *7 Als de bannervellade geïnstalleerd is, kunt u geen papiersoorten selecteren. *8 Het maximum aantal vellen dat u tegelijkertijd kunt plaatsen is afhankelijk van de dikte en de omstandigheid van het papier. *9 Het tabbladhekje is vereist. *10 Open de envelopflappen en plaats de enveloppen met hun envelopflappen gericht naar de rechterzijde van de papierlade. *11 Voer de afmetingen van de enveloppen inclusief hun envelopflap in. Gebruik hiervoor de functie Instellingen papierlade. *12 In het formaat zijn de envelopflappen niet meegenomen. Tussenvoegeenheid Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit 64,0 216,0 g/m 2 (17,1 lb. bankpost 79,9 lb. voorblad) Papiergewicht 2 5 Papierformaten die automatisch kunnen worden bepaald: A3, A4, A5, B4 JIS, B5 JIS, 11 17, 8 1 / 2 11, 8 13, 5 1 / / 2, vellen x 2 A3, A4, A5, B4 JIS, B5 JIS, 11 17, 8 1 / 2 11, 8 13, 5 1 / / 2,

83 Aanbevolen papier Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit 64,0 216,0 g/m 2 (17,1 lb. bankpost 79,9 lb. voorblad) Papiergewicht 2 5 Selecteer het papierformaat via het menu Instell. papierlade: B5 JIS, 8 1 / 2 14, 8 1 / 2 13, 8 1 / 2 11, 8 1 / 4 14, 8 1 / 4 13, 8 10, 7 1 / / 2, 5 1 / / 2, 8K, 16K, 11 15, 11 14, 10 15, 10 14, / 5, 13 19, 12 3 / / 5, 12 3 / / 2, 13 18, SRA3, SRA4 200 vellen x 2 64,0 216,0 g/m 2 (17,1 lb. bankpost 79,9 lb. voorblad) Papiergewicht 2 5 A4, A5, B5 JIS, 8 1 / 2 14, 8 1 / 2 13, 8 1 / 4 14, 8 1 / 4 13, 8 10, 7 1 / / 2, 8K, 16K, 11 15, 11 14, 10 15, 10 14, / 5, 13 19, 12 3 / / 5, 12 3 / / 2, 13 18, SRA3, SRA4 Aangepast formaat: Verticaal: 139,7-330,2 mm Horizontaal: 139,7-487,7 mm 200 vellen x 2 Verticaal: 5,50-13,00 inch Horizontaal: 5,50-19,20 inch 81

84 5. Papier en toner bijvullen Tussenvoegeenheid van de Perfect Binder Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit 90,0 300,0 g/m 2 (24,1 lb. bankpost 165,0 lb. index) Papiergewicht 3 Papiergewicht 7 Papierformaten die automatisch kunnen worden bepaald: A3, vellen (of tot 24 mm hoogte) 2 90,0 300,0 g/m 2 (24,1 lb. bankpost 165,0 lb. index) Papiergewicht 3 Papiergewicht , Selecteer het papierformaat via het menu Instell. papierlade: B4 JIS, 11 17, 8K, 12 18, 11 15, / 5, 12 3 / / 5, 12 3 / / 2, 13 18, SRA3 200 vellen (of tot 24 mm hoogte) 2 90,0 300,0 g/m 2 (24,1 lb. bankpost 165,0 lb. index) Papiergewicht 3 Papiergewicht 7 A3, B4 JIS, 8K, 12 18, 11 15, / 5, 12 3 / / 5, 12 3 / / 2, 13 18, SRA3 Aangepast formaat: Verticaal: 257,0-330,2 mm Horizontaal: 364,0 487,7 mm 200 vellen (of tot 24 mm hoogte) 2 Verticaal: 10,12-13,00 inch Horizontaal: 14,34-19,20 inch 82

85 Aanbevolen papier Papierdikte Papierdikte *1 Metrisch Bankpost Voorblad Indexpapier Papiergewicht 52,3 63,0 1 *2 g/m 2 14,0 16,9 lb. bankpost 19,0 23,0 lb. voorblad 29,0 34,9 lb. index Papiergewicht 2 63,1 80,0 g/m 2 17,0 21,0 lb. bankpost 23,1 29,9 lb. bankpost 35,0 44,0 lb. index Papiergewicht 3 80,1 105,0 g/m 2 21,1 28,0 lb. Bankpost 30,0 38,9 lb. voorblad 44,1 58,0 lb. index Papiergewicht 4 105,1 163,0 g/m 2 28,1 43,0 lb. bankpost 39,0 60,0 lb. voorblad 58,1 90,0 lb. index Papiergewicht 5 163,1 220,0 g/m 2 43,1 58,9 lb. bankpost 60,1 80,9 lb. voorblad 90,1 121,0 lb. index Papiergewicht 6 220,1 256,0 g/m 2 59,0 68,0 lb. bankpost 81,0 94,0 lb. voorblad 121,1 141,0 lb. index Papiergewicht 7 256,1 300,0 g/m 2 68,1 80,0 lb. bankpost 94,1 110,0 lb. voorblad 141,1 165,0 lb. index Papiergewicht 8 300,1 360,0 g/m 2 80,1 96,0 lb. bankpost 110,1 132,0 lb. kaft 165,1 198,0 lb. index *1 De afdrukkwaliteit neemt af als het door u gebruikte papier dicht bij het minimale of maximale gewicht ligt. Wijzig de instelling voor het papiergewicht in dunner of dikker. *2 Bij het laden van papier met een gewicht van 52,3-63,0 g/m 2 (14,0-16,9 lb. bankpost), kunnen de randen kreukelen of kan het papier vastlopen, afhankelijk van het papiertype. Bepaalde papiertypen (zoals kalkpapier of overheadsheets) kunnen wat meer geluid bij het bedrukken veroorzaken dan normaal. Dit geluid wijst niet op een probleem en heeft geen invloed op de afdrukkwaliteit. De papiercapaciteit in de bovenstaande tabellen dient als voorbeeld. De werkelijke papiercapaciteit kan lager zijn, afhankelijk van het papiertype. Zorg er bij het plaatsen van papier voor dat de stapelhoogte niet boven het limietteken op de papierlade uitkomt. Als invoer van meerdere vellen plaatsvindt, waaiert u de vellen grondig los of plaatst u de vellen één voor één vanuit de multihandinvoer (lade A). U kunt opgeven of het apparaat al dan niet automatisch detecteert of er meerdere vellen tegelijk worden ingevoerd vanuit alle laden. In het menu Aanpassingsinstellingen voor operators kunt u 83

86 5. Papier en toner bijvullen ook aangeven of huidige taken onderbroken worden of verder gaan als de multi-invoerlade waargenomen wordt. Echter, afhankelijk van het papier, kan het apparaat de multi-invoerlade niet correct waarnemen. Voor informatie over Aanpassingsinstellingen voor operators, zie Papierinstellingen. Strijk gekrulde vellen glad voordat u ze plaatst. Met de functie Papierkrul aanpassen kan de krul misschien niet helemaal verwijderd worden, afhankelijk van de papiersoort en de richting van de korrel. Als papier met een lange korrelstructuur niet voldoende ontkruld wordt, dient u papier met korte korrelstructuur te gebruiken. Voor meer informatie over de functie Papierkrul aanpassen, zie de handleiding Papierinstellingen. De afdruksnelheid kan lager dan gewoonlijk liggen afhankelijk van het formaat, gewicht en type van het papier. Voor meer informatie over het plaatsen van enveloppen, zie Pag. 85 "Enveloppen". Wanneer u op briefpapier afdrukt, is de richting waarin u het papier plaatst afhankelijk van de functie die u gebruikt. Voor meer informatie, zie Pag. 60 "Papier met een vaste afdrukrichting of dubbelzijdig papier plaatsen". De papiertypes die u in de instellingen papierlade kunt selecteren, zijn alleen algemene classificaties. De afdrukkwaliteit wordt niet gegarandeerd voor elke soort papier in een classificatie. Voor meer informatie, zie Papierspecificaties en papier bijvullen. Als de oppervlakte van het papier stoffig is, kunnen er witte vlekken op de afdrukken verschijnen. Waaier het papier goed om het stof te verwijderen. Bij het plaatsen van etikettenpapier: Selecteer [Etik.] als [Papiertype] in [Instell. papierlade] en selecteer het geschikte papiergewicht onder [Papierdikte]. Wanneer u overheadsheets plaatst: Als u op transparanten wilt afdrukken, selecteer dan [Transparant] bij [Papiertype] in [Instell. papierlade]. Wanneer u overheadsheets plaatst, controleer dan de voor- en achterkant van de vellen en plaats ze correct. Anders kan er een storing ontstaan. Waaier overheadsheets zorgvuldig los wanneer u ze gebruikt. Hierdoor kunnen overheadsheets niet samenkleven en verkeerd worden geplaatst. Verwijder gekopieerde of afgedrukte vellen één voor één. Bij het plaatsen van doorzichtig papier: Bij het plaatsen van doorzichtig papier moet u altijd papier met een lange structuur gebruiken en de papierrichting instellen volgens de structuur. Doorzichtig papier absorbeert gemakkelijk vocht en gaat krullen. Verwijder de krul in het doorzichtig papier voordat u het plaatst. Raadpleeg Papierinstellingen voor meer informatie over de instellingen voor het gladstrijken van gekruld papier. Verwijder gekopieerde of afgedrukte vellen één voor één. 84

87 Aanbevolen papier Bij het plaatsen van gecoat papier: Als u glanzend papier gebruikt, selecteer dan [Gecoat: Glanz.] voor [Papiertype]. Als u mat papier gebruikt (waaronder zijdepapier, dof en satijnen papier), selecteer dan [Gecoat: Mat] voor [Papiertype]. Raadpleeg Papierinstellingen voor meer informatie over de instellingen voor het gebruik van gecoat papier. Wanneer u gecoat of hoogglans papier wilt plaatsen, waaier het papier dan altijd uit voordat u het plaatst. Als zich een papierstoring voordoet of als het apparaat een vreemd geluid maakt bij het invoeren van meerdere vellen gecoat papier, voer dan de vellen een voor een in. Om gecoat papier in de brede bulklade te laden, moet u eerst [Gecoat: Glanz.], [Gecoat: Mat] of [Gecoat pap: Glns] als papiertype aangeven en een geschikte papierdikte te selecteren bij [Papiergewicht]. Enveloppen In dit gedeelte wordt het plaatsen van enveloppen beschreven. Foute invoer kan gebeuren, afhankelijk van de lengte en vorm van de flappen. Alleen enveloppen van minstens 139,7 mm (5,5 inch) breed kunnen in de brede bulklade geplaatst worden. Als u op enveloppen wilt afdrukken, plaatst u deze in de brede bulklade of multihandinvoer (lade A). Zorg ervoor dat u een geschikte papiersoort opgeeft. Bij het plaatsen van enveloppen in de brede bulklade moet u ervoor zorgen dat de flappen opengevouwen zijn en u moet ze in richting leggen met de afdrukzijde naar boven. CDL070 Als u kopieert op enveloppen met een opening aan de zijkant, moet u ervoor zorgen dat de flappen opengevouwen zijn en ze in leggen met de afdrukzijde naar boven. De flappen moeten zich altijd aan de rechterkant van de brede bulklade of multihandinvoer (lade A) bevinden. 85

88 5. Papier en toner bijvullen CDL081 Aanbevolen enveloppen Neem contact op met uw lokale dealer voor informatie over aanbevolen enveloppen. Bewaren van enveloppen Bewaar de enveloppen in afgedichte plastic zakken en pak alleen het benodigde aantal. Voeg geen enveloppen toe tijdens het afdrukken, want dit kan tot papierstoringen leiden. Zorg ervoor dat u het formaat van de envelop en van de flap specificeert in de [Instell. papierlade]. Voor meer informatie, zie Papierspecificaties en papier bijvullen. Stel bij het gebruik van enveloppen het [Papiergewicht] in [Instell. papierlade] in op dezelfde waarde als twee vellen van het papier dat voor de enveloppen is gebruikt. Druk de enveloppen goed plat voordat ze worden geplaatst om de lucht te verwijderen en hoeken of kreukels plat te drukken. Let er bij het plaatsen van enveloppen op dat ze de limietmarkering niet overschrijden. Plaats één envelop per keer in de brede bulklade als u nog steeds één van de volgende resultaten krijgt: De envelop loopt vast De envelop wordt niet ingevoerd Er worden meerdere enveloppen tegelijk ingevoerd Een vochtheidsgraad van meer dan 50% kan ervoor zorgen dat enveloppen gekreukeld of met drukfouten uit het apparaat komen. Bepaalde typen enveloppen kunnen mogelijk gekreukeld, besmeurd of met drukfouten uit het apparaat komen. Als u een effen kleur of afbeelding op een envelop afdrukt, kunnen er lijnen ontstaan waar de overlappende randen van de envelop het dikker maken. Als de horizontale afmeting van de enveloppen 297 mm (11,7 inch) is of kleiner, kan het papier verkeerd worden ingevoerd. Als dit gebeurt, schakel dan de Schuintedetectie uit. Voor meer details,zie Papierinstellingen. 86

89 Aanbevolen papier Gebruik bij het afdrukken op enveloppen die dikker zijn dan 127,0 g/m 2 (47,0 lb. voorblad) niet [ Krulaanp: Sterk] of [ Krulaanp: Sterk] voor [Papierkrul aanpassen] van [Aanpassingsinstellingen voor operators]. 87

90 5. Papier en toner bijvullen Aangepast papier registreren U kunt maximaal 100 soorten aangepast papier registreren. Controleer productnaam, formaat en soort van uw papier voordat u het registreert. Controleer of het formaat en de soort papier compatibel zijn met de papierlade die u wilt gebruiken. De compatibiliteit van de lade is afhankelijk van het formaat en het soort papier. Voor details over de papiertypes en -formaten die kunnen worden gebruikt, zie Pag. 62 "Aanbevolen papierformaten en - typen". Als het aantal geregistreerde aangepaste papiersoorten het maximum bereikt, zult u geen nieuw aangepast papier kunnen registreren. Verwijder overbodig aangepast papier uit de lijst en probeer vervolgens opnieuw te registreren. Voor meer informatie, zie Papierinstellingen. De papiernaam uit de papierbibliotheek selecteren 1. Druk op de knop [Papierinstelling]. DER Druk op [Aangepast papier bewerken]. 3. Druk op [Herroepen uit papierbibliotheek]. 4. Selecteer de naam van het papier dat u wilt registreren. Druk op [ Vorige] of [ Volg.] om door de lijst te scrollen en het papier te zoeken dat u wilt selecteren. U kunt twee of meer papiersoorten selecteren. 88

91 Aangepast papier registreren 5. Druk op [Als aangep. pap. program.]. 6. Druk op [Ja]. 7. Druk twee keer op [Afsluit.]. 8. Druk op de knop [Papierinstelling]. U kunt het scherm [Lade Papierinstellingen] ook sluiten door op [Afsluiten] te drukken. U kunt de instellingen van de geregistreerde aangepaste papiersoort controleren en wijzigen, zoals de instelling voor het papierformaat in het scherm [Aangepast papier bewerken]. Voor meer informatie over het veranderen van aangepast papier, zie Papierinstellingen. Papier registreren waarvan de papiernaam niet in de papierbibliotheek staat Als het papier dat u wilt niet voorkomt in de papierlijst van de bibliotheek of u weet de papiernaam niet, volg dan deze procedures: Selecteer de papiersoort uit de papierbibliotheek De papierbibliotheek bevat de optimale afdrukvoorwaarden, niet alleen voor elk in de handel verkrijgbaar papierproduct maar ook voor iedere soort papier. U kunt uw soort papier selecteren uit de papierbibliotheek en dit registreren als aangepast papier, zelfs als u de naam van het papier niet weet. U kunt de volgende papiersoorten selecteren: normaal, glanzend gecoat, mat gecoat, envelop, lichtgekleurd, donkergekleurd, papier met textuur en zwart. Elke soort is opgedeeld in verschillende categorieën, afhankelijk van gewicht. Geef handmatig de papiersoort en -gewicht op U kunt aangepast papier selecteren door handmatig soort en gewicht in te geven. Selecteer de papiersoort uit de papierbibliotheek U kunt de naam van uw papier uit de papierbibliotheek selecteren en die registreren als aangepast papier. 89

92 5. Papier en toner bijvullen U kunt de volgende papiersoorten selecteren: normaal, glanzend gecoat, mat gecoat, envelop, lichtgekleurd, donkergekleurd, papier met textuur en zwart. 1. Druk op de knop [Papierinstelling]. DER Druk op [Aangepast papier bewerken]. 3. Druk op [Herroepen uit papierbibliotheek]. 4. Selecteer de meest passende combinatie van soort en gewicht voor uw papier. De lijst met papiersoorten verschijnt op de eerste en daaropvolgende pagina's in de papierbibliotheek. Druk op [ Vorige] of [ Volg.] om door de lijst te scrollen en het papier te zoeken dat u wilt selecteren. 5. Druk op [Als aangep. pap. program.]. 6. Druk op [Ja]. 7. Druk twee keer op [Afsluit.]. 8. Druk op de knop [Papierinstelling]. U kunt het scherm [Lade Papierinstellingen] ook sluiten door op [Afsluiten] te drukken. 90

93 Aangepast papier registreren U kunt de instellingen van de geregistreerde aangepaste papiersoort controleren en wijzigen, zoals de instelling voor het papierformaat in het scherm [Aangepast papier bewerken]. Voor meer informatie over het veranderen van aangepast papier, zie Papierinstellingen. Geef handmatig de papiersoort en -gewicht op 1. Druk op de knop [Papierinstelling]. DER Druk op [Aangepast papier bewerken]. 3. Selecteer een nummer dat [ Niet geprogr.] is. Druk op [ Vorige] of [ Volg.] om door de lijst te scrollen. 4. Druk op [Wijzigen] voor [Naam aangepaste papiersoort]. 5. Voer de naam van het papier in en druk vervolgens op [OK]. 6. Druk op [Wijzigen] voor [Papierformaat]. 7. Selecteer een papierformaat en druk vervolgens op [OK]. 8. Druk op [Wijzigen] voor [Papiergewicht]. 9. Geef het papiergewicht op en druk vervolgens op [OK]. Druk op [Wijzigen] wanneer u het papiergewicht heeft gewijzigd. 91

94 5. Papier en toner bijvullen 10. Druk op [Wijzigen] voor [Papiertype]. 11. Geef het papiertype op en druk vervolgens op [OK]. Druk op [Wijzigen] wanneer u het papiertype heeft gewijzigd. 12. Geef eventueel ook andere eigenschappen op, zoals [Type gecoat papier], [Papierkleur], [Voorgeperforeerd of niet], [Structuur of niet], [Duplex toepassen]en [Autopapierselec. toepassen]. Wanneer u [Type gecoat papier], [Papierkleur], [Voorgeperforeerd of niet] of [Structuur of niet] wijzigt en op [OK] drukt, verschijnt een bericht om aan te geven dat [Geav. inst.] gestart wordt. Om de wijzigingen voor die instelligen toe te passen, selecteert u [Wijzigen]. Als u de wijzigingen wilt annuleren, drukt u op [Niet wijzigen]. 13. Druk op [OK]. 14. Druk op [Afsluit.]. 15. Druk op de knop [Papierinstelling]. U kunt het scherm [Lade Papierinstellingen] ook sluiten door op [Afsluiten] te drukken. Als u glanzend papier gebruikt, selecteer dan [Glanzend] voor [Type gecoat papier]. Als u mat papier gebruikt (waaronder zijdepapier, dof en satijnen papier), selecteer dan [Mat] bij [Type gecoat papier]. Voor meer informatie over de instellingen van aangepast papier, zie Papierinstellingen. Neem voor meer informatie over [Geav. inst.] contact op met uw apparaatbeheerder. Een nieuw aangepast papier registreren door een bestaande papiersoort te wijzigen U kunt de instellingen van geregistreerd aangepast papier openen en wijzigen en deze registreren als nieuw aangepast papier. Deze functie is handig bij het registreren van papier van dezelfde soort als het bestaande papier, maar met een ander formaat. Afhankelijk van welke instellingen u wijzigt, zullen de gegevens van nieuw geregistreerd aangepast papier er als volgt uitzien: Als de instellingen van het geselecteerde aangepaste papier niet zijn gewijzigd: Alle instellingen van het geselecteerde aangepaste papier ([Naam aangepaste papiersoort], [Papierformaat], [Papiergewicht] en [Papiertype], inclusief de kenmerken van de kleurencontroller) worden naar het net geregistreerde aangepaste papier gekopieerd. Als de instellingen [Naam aangepaste papiersoort], [Papierformaat], [Duplex toepassen], [Autopapierselec. toepassen] of [Geav. inst.] van de geselecteerde aangepaste papiersoort worden gewijzigd: 92

95 Aangepast papier registreren De wijzigingen worden toegepast op nieuw geregistreerd aangepast papier. Als de instellingen [Papiergewicht], [Papiertype], [Type gecoat papier], [Papierkleur], [Voorgeperforeerd of niet] of [Structuur of niet] van de geselecteerde aangepaste papiersoort worden gewijzigd: De wijzigingen worden toegepast op nieuw geregistreerd aangepast papier en de geavanceerde instellingen ervan worden hersteld naar hun standaardwaarden volgens de wijzigingen die op de instellingen worden toegepast. Bij het wijzigen van een aangepaste papiersoort die is geregistreerd vanuit de papierbibliotheek, kunt u daarvoor de instellingen voor [Naam aangepaste papiersoort], [Papierformaat], [Duplex toepassen] en [Autopapierselec. toepassen] aanpassen. U kunt ook de merknaam en gegevensversie bij [Productnaam in Papierbibliotheek] controleren. 1. Druk op de knop [Papierinstelling]. DER Druk op [Aangepast papier bewerken]. 3. Selecteer een nummer dat [ Niet geprogr.] is. Druk op [ Vorige] of [ Volg.] om door de lijst te scrollen. 4. Druk op [Andere aangepaste pap.instel. gebruiken]. 5. Selecteer het aangepaste papier waarvan u de instellingen wilt wijzigen. 6. Druk op [OK]. 93

96 5. Papier en toner bijvullen 7. Wijzig indien nodig de instellingen voor het aangepaste papier (zoals naam, formaat en type papier). Als u de instellingen voor [Papiergewicht], [Papiertype], [Type gecoat papier], [Papierkleur], [Voorgeperforeerd of niet] of [Structuur of niet] wijzigt en op [OK] drukt, verschijnt er een bericht waarin staat dat [Geav. inst.] gestart wordt. Om de wijzigingen voor die instelligen toe te passen, selecteert u [Wijzigen]. Als u de wijzigingen wilt annuleren, drukt u op [Niet wijzigen]. 8. Druk op [OK]. 9. Druk op [Afsluit.]. 10. Druk op de knop [Papierinstelling]. U kunt het scherm [Lade Papierinstellingen] ook sluiten door op [Afsluiten] te drukken. Voor meer informatie over de instellingen van aangepast papier, zie Papierinstellingen. Neem voor meer informatie over [Geav. inst.] contact op met uw apparaatbeheerder. 94

97 Toner bijvullen Toner bijvullen Deze paragraaf beschrijft de voorzorgsmaatregelen bij het toevoegen van toner en wat u moet doen met gebruikte tonercartridges. Verbrand toner (nieuw of gebruikt) of tonercartridges niet. Doet u dit wel, dan riskeert u brandwonden. Toner ontvlamt wanneer het in contact komt met open vuur. Sla toner (nieuw of gebruikt) of tonercartridges niet op in de buurt van open vuur. Doet u dit toch, dan onstaat er een risico op brand en/of brandwonden. Toner ontvlamt wanneer het in contact komt met open vuur. Hieronder volgt een waarschuwing over de plastic zak die onderdeel is van het inpakmateriaal van het apparaat. Houd de plastic materialen (zakken, etc.) die met dit apparaat zijn meegeleverd, te allen tijde uit de buurt van baby's en kleine kinderen. Als plastic in contact komt met mond of neus, kan dit verstikking als gevolg hebben. Gebruik geen stofzuiger om gemorste toner mee op te zuigen (inclusief gebruikte toner). Opgezogen toner kan tot brand of een explosie leiden vanwege een elektrische contactvonk binnenin de stofzuiger. Het is echter wel mogelijk een stofzuiger te gebruiken als deze explosievrij en stofexplosievrij is. Als er toner op de vloer is gemorst, verwijder de gemorste toner dan langzaam met een natte doek zodat de toner niet wordt verspreid. Druk of knijp tonercartridges niet in elkaar. Doet u dit wel, dan riskeert u dat toner geknoeid wordt, hetgeen kan leiden tot het vies worden van de huid en kleding, of dat er zelfs per ongeluk toner ingeslikt wordt. Houd toner (nieuw of gebruikt), tonercartridges en onderdelen die in contact zijn geweest met toner, buiten het bereik van kinderen. Indien toner of gebruikte toner wordt ingeademd, gorgel dan met voldoende water en ga naar een omgeving met frisse lucht. Raadpleeg indien nodig een dokter. Indien toner of gebruikte toner in uw ogen komt, spoel deze dan onmiddellijk uit met grote hoeveelheden water. Raadpleeg indien nodig een dokter. Als toner of gebruikte toner wordt doorgeslikt, verdun deze dan door grote hoeveelheden water te drinken. Raadpleeg indien nodig een dokter. 95

98 5. Papier en toner bijvullen Let er tijdens het verwijderen van vastgelopen papier of het vervangen van tonercartridges goed op dat er geen toner (nieuw of gebruikt) op uw kleding komt. Indien er toner op uw kleding komt, was de vlek dan met koud water. Wanneer u warm water gebruikt, dringt de toner zich in de stof van uw kleding waardoor de vlek niet meer kan worden verwijderd. Let er tijdens het verwijderen van vastgelopen papier of het vervangen van tonercartridges goed op dat er geen toner (nieuw of gebruikt) op uw huid komt. Als uw huid in contact komt met toner, moet u het betreffende gedeelte van de huid grondig wassen met water en zeep. Als toner, tonerafvalfles of verbruiksartikelen met toner moeten worden vervangen, zorg er dan voor dat u geen toner morst. Doe de verbruiksartikelen die u weg wilt gooien na verwijdering in een zak. Zorg er bij verbruiksartikelen met een deksel voor dat het deksel is gesloten. Vervang altijd de tonercartridge als er een melding op het apparaat verschijnt. Als u andere toner gebruikt dan van het aanbevolen type, kunnen er storingen optreden. Zet de hoofdstroom niet uit wanneer u toner bijvult. De instellingen gaan dan verloren. Bewaar toner op een plaats waar die niet direct aan zonlicht, een hogere temperatuur dan 35 C (95ºF) of een hoge luchtvochtigheid blootgesteld wordt. Bewaar de toner horizontaal. Na het verwijderen van de tonercartridge mag u de fles niet met de mond omlaag schudden. Er zouden namelijk restjes toner kunnen rondspatten. Installeer en verwijder tonercartridges niet herhaaldelijk. Hierdoor kan de tonercartridge gaan lekken. Volg de instructies op het scherm op wat betreft het vervangen van de tonercartride. Als "De tonercartridge is bijna op." wordt weergegeven, is de toner bijna op. Zorg dat u een vervangende tonercartridge bij de hand heeft. U kunt de naam van de benodigde toner en de procedure voor het vervangen van de toner nalezen via het scherm [ Toner bijvullen.]. Voor meer informatie over het controleren van het telefoonnummer van de contactpersoon waar u voorraden kunt bestellen, zie de handleiding Onderhoud en Specificaties. Als verschijnt, terwijl er nog toner in de cartridge zit, houdt u de cartridge met de opening naar boven en schudt u goed. Vervolgens plaatst u de cartridge terug. U kunt alle vier de kleurentoners op dezelfde manier bijvullen. 96

99 Toner bijvullen Gebruikte toner weggooien Deze sectie beschrijft wat u moet doen met gebruikte tonercartridges. Toner kan niet worden hergebruikt. Verpak gebruikte tonercartridges in de verpakking van de cartridge of in een tas zodat de toner niet uit de cartridge kan lekken als u deze verwijdert. (voornamelijk in Europa en Azië) Als u uw gebruikte tonercartridge wilt weggooien, neem dan contact op met het dichtstbijzijnde verkooppunt van Ricoh. Als u de toner zelf weggooit, moet u het beschouwen als plastic afvalmateriaal. (voornamelijk in Noord-Amerika) Raadpleeg de lokale Ricoh website voor meer informatie over het recyclen van verbruiksartikelen. U kunt items ook recyclen volgens de gemeentelijke voorschriften of volgens de aanwijzingen van het lokale afvalverwerkingsbedrijf. 97

100 5. Papier en toner bijvullen Menu-items en functies Alle items onder Aanpassingsinstellingen voor operators worden weergegeven ongeacht de geïnstalleerde optionele onderdelen van het betreffende apparaat. Als u de instellingen wijzigt van opties die niet geïnstalleerd zijn, hebben deze wijzigingen geen effect. Apparaat: Afbeeldingspositie Voor meer informatie over de volgende items, zie Papierinstellingen. Nr. Item Beschrijving 0104 Schuintedetectie Geef aan of scheve afdrukken op papier moeten worden gedetecteerd of niet. Apparaat: Afbeeldingskwaliteit Voor meer informatie over de volgende items, zie Papierinstellingen. Nr. Item Beschrijving 0201 Afbeeldingsbelichting aanpassen / DEMS 0208 Speciale modus fotogeleider Hiermee kunt u handmatig de belichting voor een afbeelding aanpassen. DEMS kan de verschillen in dikte reduceren die optreden in de intervallen tussen de taken van de fotogeleider en ontwikkeleenheid. Verhoog de hoeveelheid smeermiddel voor de fotogeleider. Apparaat: Papierinvoer/Uitvoer Voor meer informatie over de volgende items, zie Papierinstellingen. Nr. Item Beschrijving 0304 Papierkrul aanpassen Stel de manier in waarop gekrulde vellen vlak moeten worden gemaakt. Selecteer de manier afhankelijk van de richting en mate van de krul Verlicht.modus vr detectie v geklrd pap 0309 Detectie van dubbele invoer Geef een detectiemethode van de contactbeeldsensor (Contact Image Sensor, CIS) op. Geef op of u de invoer van twee of meer vellen wilt detecteren. 98

101 Menu-items en functies Nr. Item Beschrijving 0310 Wanneer dubbele invoer is gedetecteerd Geef aan hoe het apparaat moet reageren wanneer dubbele invoer gedetecteerd wordt. Apparaat: Onderhoud Voor meer informatie over de volgende items, zie Papierinstellingen. Nr. Item Beschrijving 0505 Instelling fuseerriem polijsten Geef aan of u wel of niet automatisch [Voor ongelijkmatige glans (kort)] wilt uitvoeren voor het polijsten van de fuseerriem Fuseerriem polijsten Hiermee verwijdert u verticale en horizontale lijnen uit afdrukken Temperatuur/vochtigheid binnenin app Omgevingstemperatuur/- vochtigheid vh app Aangep. pap.gegev. backuppen/herstellen De interne temperatuur en vochtigheidsgraad weergeven. Dit item geeft de temperatuur en vochtigheidsgraad van de omgeving weer. Maakt een back-up van en herstelt de aangepaste papierprofielen Ontwikkelaar verversen Het apparaat gebruikt oude toner in de ontwikkeleenheid en voegt nieuwe toner toe uit de tonerfles. Afwerken: Finisher Voor meer informatie over de volgende items, zie Papierinstellingen. Nr. Item Beschrijving 0601 Nietpositie aanpassen haaks over toevoerrichting Nietpositie aanpassen haaks over toevoerrichting Nietpositie aanpassen langs invoerrichting Wijzig de verticale positie van de nietjes (aangebracht op een rand) bij gebruik van Finisher SR5050 of Booklet Finisher SR5060. Wijzig de verticale positie van de nietjes (dubbel) bij gebruik van de Finisher SR5050 of Booklet Finisher SR5060. Wijzig de horizontale positie van de nietjes bij gebruik van Finisher SR5050 of Booklet Finisher SR

102 5. Papier en toner bijvullen Nr. Item Beschrijving 0607 Perforeerpositie over toevoerrichting aanpassen 0608 Perforeerpositie langs toevoerrichting aanpassen 0618 Nietpositie aanpassen voor Boekje 0619 Vouwpositie aanpassen voor Boekje 0621 Stel aantal vouwen voor Boekje in Wijzig de verticale positie van de perforaties bij gebruik van Finisher SR5050 of Booklet Finisher SR5060. Wijzig de horizontale positie van de perforaties bij gebruik van Finisher SR5050 of Booklet Finisher SR5060. Wijzig de horizontale positie van de nietjes voor het boekje bij gebruik van Booklet Finisher SR5060. Wijzig de horizontale positie van het vouwen bij gebruik van Booklet Finisher SR5060. Geeft het aantal keer op dat het boekje gevouwen moet worden wanneer u gebruik maakt van de Booklet Finisher SR5060. Afwerken: Vouwen Voor meer informatie over de volgende items, zie Papierinstellingen. Nr. Item Beschrijving 0701 Halfvouw positie (meerdere vellen-vouw) 0702 Briefvouw nr buiten pos 1 (meerd. vellen-vouw) 0703 Briefvouw nr buiten pos 2 (meerd. vellen-vouw) 0704 Briefvouw nr binnen pos 1 (meerd. vellen-vouw) 0705 Briefvouw nr binnen pos 2 (meerd. vellen-vouw) Pas de vouwpositie van vellen met halve vouw aan wanneer de multivouweenheid wordt gebruikt. Pas de vouwpositie voor het onderste segment van de vellen met een briefvouw naar buiten aan wanneer de multivouweenheid wordt gebruikt. Pas de totale vouwgrootte van vellen met briefvouw naar buiten aan wanneer de multivouweenheid wordt gebruikt. Pas de vouwpositie van het onderste segment van vellen met de briefvouw naar binnen aan wanneer de multivouweenheid wordt gebruikt. Pas de vouwpositie van vellen met een vouw naar binnen aan wanneer de multivouweenheid wordt gebruikt. Afwerken: Perfect Binder Voor meer informatie over de volgende items, zie Papierinstellingen. 100

103 Menu-items en functies Nr. Item Beschrijving 0801 Kaftpositie aanp. voor Perfct Bind langs toev.richt 0802 Kaftpositie aanpassen voor Perfct Bind over toev.richt 0803 Prfct Binding afwerkhoek aanpassen 0804 Bindlijmtoevoeging aanpassen Pas de horizontale uitlijning van de positie van het voorblad aan tijdens het uitvoeren van perfect binding. Pas de verticale uitlijning van de positie van het voorblad aan tijdens het uitvoeren van perfect binding. Maak de bovenkant, onderkant en buitenranden vierkant als u een stapel papier snijdt. Pas de hoeveelheid binding-rijm aan voor perfect binden. Afwerken: Stapeleenheid Voor meer informatie over de volgende items, zie Papierinstellingen. Nr. Item Beschrijving 0907 Max. stapelhoev. in Stapeleenheid lade Geef het maximale aantal vellen op voor de stapellade. 101

104 Papier en toner bijvullen

105 6. Problemen oplossen Dit hoofdstuk geeft uitleg over basisprocedures voor probleemoplossing. Als een statuspictogram weergegeven wordt Dit gedeelte verklaart de statuspictogrammen die worden weergegeven als het apparaat de gebruiker vraagt om vastgelopen papier te verwijderen, papier bij te vullen of andere procedures uit te voeren. Statuspictogram Status : Papierstoring Verschijnt wanneer papier is vastgelopen. Voor details over het verwijderen van papier, zie Problemen oplossen. : Papier toevoegen Verschijnt als het papier op is. Voor meer informatie over het bijvullen van papier, zie Papierspecificaties en papier bijvullen. : Toner bijvullen Verschijnt als de toner op is. Voor nadere details over het vervangen van tonercartridges, zie Onderhoud en specificaties. : Nietjes bijvullen Verschijnt als de nietjes op zijn. Voor nadere details over het bijvullen van nietjes, zie Onderhoud en specificaties. : Tonerafvalfles vol Verschijnt wanneer de tonerafvalfles vol is. Neem contact op met uw onderhoudsvertegenwoordiger voor een afspraak. : Perforatieopvangbak vol Verschijnt wanneer de perforatieopvangbak vol is. Voor meer informatie over het verwijderen van perforatorafval bekijkt u de handleiding Problemen oplossen. : Nietjesopvangbak vol Verschijnt wanneer de opvangbak vol zit met nietjesafval. Voor meer informatie over het verwijderen van nietafval, zie Problemen oplossen. : Service bellen Verschijnt wanneer het apparaat slecht functioneert of onderhoud nodig heeft. 103

106 6. Problemen oplossen Statuspictogram Status : Paneel open Verschijnt wanneer één of meer panelen van het apparaat open staan. 104

107 Wanneer een indicatielampje brandt of knippert bij de knop [Status controleren] Wanneer een indicatielampje brandt of knippert bij de knop [Status controleren] Als een indicatielampje bij de knop [Status controleren] gaat branden of knipperen, drukt u op de [Status controleren]-knop om het scherm [Controleer status] weer te geven. Controleer de status van elke functie op het scherm [Controleer status]. Het scherm '[Controleer status]' DFG Tabblad [App.-/appl.status] Geeft de status van het apparaat en de functie aan. 2. [Controleren] Als er zich een fout voordoet in het apparaat of de functie, drukt u op [Controleren] om details te bekijken. Door op [Controleren] te drukken, verschijnt er een foutmelding of het functiescherm. Controleer de foutmelding op het functiescherm en neem de nodige maatregelen. Voor informatie over het oplossen van het probleem dat in de foutmelding wordt beschreven, zie de handleiding Problemen oplossen. 3. Meldingen Toont een bericht dat de status aangeeft van het apparaat en de functie. 4. Statuspictogrammen Elk statuspictogram dat kan worden weergegeven, wordt hieronder beschreven: : Deze functie voert een taak uit. : Er heeft zich een fout voorgedaan in het apparaat. : De functie kan niet worden gebruikt, omdat er een fout in de functie of het apparaat is opgetreden. Dit pictogram kan ook worden weergegeven als de toner bijna op is. 105

108 6. Problemen oplossen In de volgende tabel worden problemen uitgelegd die ervoor zorgen dat het indicatielampje voor de [Status controleren]-knop gaat branden of knipperen. Probleem Oorzaak Oplossing Documenten en rapporten worden niet afgedrukt. Documenten en rapporten worden niet afgedrukt. Er is een fout opgetreden. Het apparaat kan geen verbinding met het netwerk maken. De papieruitvoerlade is vol. Er is geen kopieerpapier meer. Een functie die de status "Fout opgetreden" heeft in het scherm [Controleer status], heeft een probleem. Er is een netwerkfout opgetreden. Verwijder de afdrukken uit de uitvoerlade. Plaats papier in de lades. Voor meer informatie over het bijvullen van papier, zie Papierspecificaties en papier bijvullen. Druk op [Controleren] en lees de weergegeven melding. Neem vervolgens de nodige maatregelen. Zie de handleiding Problemen oplossen voor informatie over de foutmeldingen en bijbehorende oplossingen. Controleer of het apparaat correct is aangesloten op het netwerk en of het apparaat correct is ingesteld. Voor meer informatie over hoe het apparaat aan moet worden gesloten op het netwerk, zie Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen. Neem contact op met uw beheerder voor meer informatie over verbinding met het netwerk. Als het indicatielampje na het nemen van de bovenstaande maatregelen nog brandt, neemt u contact op met uw servicevertegenwoordiger. 106

109 Als het apparaat een piepgeluid maakt Als het apparaat een piepgeluid maakt De volgende tabel geeft uitleg over de betekenis van de verschillende geluidspatronen die het apparaat produceert om gebruikers te waarschuwen over apparaatomstandigheden. Signaalpatroon Betekenis Oorzaak Enkele korte pieptoon Korte en daarna lange pieptoon Twee lange pieptonen Vijf lange pieptonen, vier keer herhaald. Vijf korte pieptonen, vijf keer herhaald. Paneel-/scherminvoer geaccepteerd. Paneel-/scherminvoer geweigerd. Het apparaat is opgewarmd. Zachte pieptoon Harde pieptoon Er is op een toets op het display of op een knop op het bedieningspaneel gedrukt. De gebruiker heeft op een ongeldige knop op het bedieningspaneel of een ongeldige toets op het scherm gedrukt, of het ingevoerde wachtwoord is onjuist. Wanneer het apparaat uitgezet wordt of het apparaat uit de slaapstand komt, is het apparaat volledig opgewarmd en klaar voor gebruik. Papierlade is leeg. Het apparaat vraagt de aandacht van de gebruiker, omdat er papier is vastgelopen, de toner moet worden bijgevuld of omdat er zich andere problemen hebben voorgedaan. Gebruikers kunnen de waarschuwingssignalen van het apparaat niet uitzetten. Wanneer het apparaat piept om gebruikers te waarschuwen over een papierstoring of verzoek om toner, of als de kleppen van het apparaat binnen korte tijd meerdere malen worden geopend en gesloten, dan kan de geluidswaarschuwing blijven voortduren, zelfs nadat de normale status is hervat. U kunt geluidswaarschuwingen in- en uitschakelen. Zie Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen voor meer informatie over de verschillende apparaatgeluiden. 107

110 6. Problemen oplossen Als u problemen heeft met de bediening van het apparaat Probleem Oorzaak Oplossing Het apparaat kan niet worden aangezet. Het indicatielampje blijft branden en het apparaat gaat niet naar de slaapstand, ook al is de [Energiespaarstand]-knop ingedrukt. Het display is uitgeschakeld. Het display is uitgeschakeld. Er gebeurt niets wanneer op de knoppen [Status controleren] of [Energiespaarstand] wordt gedrukt. De stroom wordt automatisch uitgeschakeld. Het invoerscherm voor de gebruikerscode wordt weergegeven. De aan/uit-schakelaar is niet aangezet. In bepaalde gevallen gaat het apparaat niet over in de slaapstand wanneer de [Energiespaarstand]-knop wordt ingedrukt. Het apparaat staat in de energiespaarstand. Het apparaat staat in de slaapstand. De stroom is uitgeschakeld. De instelling voor de wekelijkse timer is ingesteld op [Hoofdstroom uit]. Met Gebruikerscodeverificatie worden er beperkingen voor de gebruikers ingesteld. Zet de aan/uit-schakelaar aan. Voor meer informatie over de aan/uitschakelaar, zie Onderhoud en specificaties. Controleer voor u de [Energiespaarstand]-knop indrukt of de slaapstand ingeschakeld kan worden. Voor meer informatie over het inschakelen van de slaapstand, raadpleegt u de handleiding Snel aan de slag. Raak het display aan of druk op een van de knoppen op het bedieningspaneel om de energiespaarstand te annuleren. Druk op de [Energiespaarstand]-knop of op de [Status controleren]-knop om de slaapstand te sluiten. Zorg ervoor dat de hoofdstroomschakelaar is uitgeschakeld en schakel vervolgens de stroom weer in. Wijzig de instelling voor de wekelijkse timer. Zie Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen voor informatie over de instelling van de wekelijkse timer. Raadpleeg Snel aan de slag voor informatie over hoe u zich aanmeldt wanneer verificatie van de gebruikerscode geactiveerd is. 108

111 Als u problemen heeft met de bediening van het apparaat Probleem Oorzaak Oplossing Het verificatiescherm verschijnt. Ook als het vastgelopen papier is verwijderd, blijft de foutmelding staan. Er wordt nog steeds een foutmelding weergegeven, zelfs wanneer het aangegeven paneel is gesloten. Afbeeldingen worden op de achterkant van het papier afgedrukt. Er treden geregeld papierstoringen op. Er is basisverificatie, Windows-verificatie of LDAP-verificatie is ingesteld. Er zit nog steeds papier vast in de lade. Eén of meerdere panelen staan open, maar dit wordt niet aangegeven. U heeft wellicht het papier niet correct geplaatst. Het gebruik van gekreukt papier veroorzaakt vaak papierstoringen, vlekkerige papierranden of verschoven posities bij het nieten of afdrukken van meerdere exemplaren. Voer uw log-in gebruikersnaam en uw gebruikerswachtwoord in. Raadpleeg Snel aan de slag voor informatie over het scherm Verificatie. Verwijder het vastgelopen papier door de procedures te volgen die op het bedieningspaneel worden weergegeven. Voor details over het verwijderen van papier, zie Problemen oplossen. Sluit alle panelen van het apparaat. Plaats het papier op de juiste wijze. Voor meer informatie over het bijvullen van papier, zie Papierspecificaties en papier bijvullen. Strijk het papier met uw handen glad om de krul eruit te halen. Plaats het papier ondersteboven, zodat de omgekrulde randen naar beneden liggen. Voor meer informatie over aanbevolen papier, zie Papierspecificaties en papier bijvullen. Leg losbladpapier op een glad oppervlak en laat het niet tegen een muur leunen. Dit is om te voorkomen dat het papier gaat krullen. Voor meer informatie over het juist bewaren van papier, zie Papierspecificaties en papier bijvullen. 109

112 6. Problemen oplossen Probleem Oorzaak Oplossing Er treden geregeld papierstoringen op. Er treden geregeld papierstoringen op. Er treden geregeld papierstoringen op. Er treden geregeld papierstoringen op. Wellicht is de zij- of eindafscheider van de lade niet juist ingesteld. Er is papier van een formaat geplaatst dat niet herkend kon worden. Er zit een vreemd voorwerp in de uitvoerlade. De nietcartridge is niet correct ingesteld. Verwijder het vastgelopen papier. Voor details over het verwijderen van papier, zie Problemen oplossen. Controleer of de zij- en eindafscheidingen correct zijn ingesteld. Controleer ook of de zijafscheidingen zijn vergrendeld. Voor meer informatie over het instellen van de zij- en eindafscheidingen, raadpleegt u Papierspecificaties en papier bijvullen. Verwijder het vastgelopen papier. Voor details over het verwijderen van papier, zie Problemen oplossen. Als u een papierformaat heeft geplaatst dat niet automatisch wordt geselecteerd, dient u het papierformaat met het bedieningspaneel op te geven. Raadpleeg Papierspecificaties en papier bijvullen voor meer informatie over het instellen van het papierformaat op het bedieningspaneel. Verwijder het vastgelopen papier. Voor details over het verwijderen van papier, zie Problemen oplossen. Plaats niets op de uitvoerlade. Stel de nietjescartridge correct in. Voor nadere details over het bijvullen van nietjes, zie Onderhoud en specificaties. 110

113 Als u problemen heeft met de bediening van het apparaat Probleem Oorzaak Oplossing Er vinden papierstoringen plaats wanneer er op enveloppen wordt afgedrukt. Er vinden papierstoringen plaats wanneer er op enveloppen wordt afgedrukt. Bij het afdrukken op enveloppen, kan het voorkomen dat enveloppen tegelijk worden ingevoerd of helemaal niet worden ingevoerd in de printer. De enveloppen hebben ezelsoren. U heeft op enveloppen afgedrukt die geen rechthoekige flap hebben terwijl [Schuintedetectie] op [Aan] was ingesteld. De enveloppen hebben ezelsoren. Als enveloppen ezelsoren hebben, zorg er dan voor dat u deze platstrijkt voordat u ze in de printer plaatst. Stapel het papier niet hoger dan de opgegeven limiet voor de papierlade. Indien er zich nog steeds papierstoringen blijven voordoen nadat u de enveloppen plat heeft gestreken, plaats dan de enveloppen een voor een in de lade en druk ze een voor een af. Zie de handleiding Papierspecificaties en papier bijvullen voor meer informatie over het plaatsen van enveloppen. Zorg ervoor dat u [Schuintedetectie] [Uit] zet wanneer u op enveloppen afdrukt die geen rechthoekige flap hebben. Voor meer informatie over het instellen van de schuintedetectie, zie Papierinstellingen. Als enveloppen ezelsoren hebben, zorg er dan voor dat u deze platstrijkt voordat u ze in de printer plaatst. Stapel het papier niet hoger dan de opgegeven limiet voor de papierlade. Indien er zich nog steeds papierstoringen blijven voordoen nadat u de enveloppen plat heeft gestreken, plaats dan de enveloppen een voor een in de lade en druk ze een voor een af. Zie de handleiding Papierspecificaties en papier bijvullen voor meer informatie over het plaatsen van enveloppen. 111

114 6. Problemen oplossen Probleem Oorzaak Oplossing Kan niet in duplexmodus afdrukken. Kan niet in duplexmodus afdrukken. Het apparaat schakelt niet binnen 13 minuten uit nadat u hem uit heeft gezet. Er vond een fout plaats toen het Adresboek gewijzigd werd vanaf het display of Web Image Monitor. Papier is gebogen. De afbeelding is niet correct geplaatst op het papier. U heeft een papierlade geselecteerd die niet is ingesteld voor dubbelzijdig afdrukken. U heeft een papiertype geselecteerd dat niet gebruikt kan worden om dubbelzijdig mee af te drukken. Het apparaat kan de afsluitprocedure niet uitvoeren. Het Adresboek kan niet gewijzigd worden wanneer er meerdere opgeslagen documenten gewist worden. Papier kan gebogen zijn wanneer deze uit de Finisher bovenuitvoer is geworpen. Het apparaat heeft de papiersoort en/of breedte juist herkend. De afdrukpositie is niet juist uitgelijnd. Wijzig de instelling voor "Duplex toepassen" in "Instell. papierlade" om dubbelzijdig afdrukken te activeren voor de papierlade. Raadpleeg Papierinstellingen voor meer informatie over de instelling "Duplex toepassen". Selecteer in "Instell. papierlade" een papiertype dat gebruikt kan worden voor dubbelzijdig afdrukken. Raadpleeg Papierinstellingen voor informatie over de instelling "Papiertype". Herhaal de uitschakelprocedure. Als het apparaat niet uitschakelt, zet dan de aan/uit-schakelaar uit. Wacht even en probeer het dan nogmaals. Wijzig de uitvoerlade naar de staffellade van de Finisher. Neem contact op met de beheerder van uw apparaat of uw leverancier. 112

115 Als u problemen heeft met de bediening van het apparaat Probleem Oorzaak Oplossing Papier dat bij de stapeleenheid wordt aangeleverd is gekruld, waardoor het niet juist uitgelijnd wordt. Uitgevoerd papier in de uitvoerlade van de stapeleenheid wordt niet juist uitgelijnd. Het papier is gekruld. Als er gecoat papier gebruikt wordt, kan het voorkomen dat het uitgevoerde papier in de uitvoerlade van de stapeleenheid niet juist uitgelijnd wordt. Als het papier 280,0 gr/m 2 of meer weegt en het papierformaat is A3, SRA3 of groter, kan het voorkomen dat het uitgevoerde papier in de uitvoerlade van de stapeleenheid niet juist uitgelijnd wordt. Als het papier naar beneden krult, selecteert u [ Krulaanp: Zwak], [ Krulaanp: Medium] of [ Krulaanp: Sterk] onder [Papierkrul aanpassen] in "Aanpassingsinstellingen voor operators". Als het papier naar boven krult, selecteert u [ Krulaanp: Zwak], [ Krulaanp: Medium] of [ Krulaanp: Sterk] onder [Papierkrul aanpassen] in "Aanpassingsinstellingen voor operators". Voor meer informatie over Aanpassingsinstellingen voor operators, zie Papierinstellingen. Selecteer [ Krulaanp: Zwak], [ Krulaanp: Medium] of [ Krulaanp: Sterk] onder [Papierkrul aanpassen] in "Aanpassingsinstellingen voor operators". Voor meer informatie over Aanpassingsinstellingen voor operators, zie Papierinstellingen. 113

116 6. Problemen oplossen Vouw Probleem Oorzaken Oplossing Kreuken ontstaan wanneer Venstervouw, Briefvouw naar binnen of Briefvouw naar buiten wordt toegepast. Bij het afdrukken op Z- gevouwen papier geeft het apparaat aan dat de uitvoerlade vol is, terwijl de hoeveelheid uitgevoerd papier op de lade veel minder is dan de maximale stapelcapaciteit. Papier komt met gekreukelde randen uit de multivouweenheid wanneer de optie Venstervouw is geselecteerd. De positie van de vouw is onjuist wanneer Briefvouw naar binnen wordt gebruikt met papier van B5 JIS-formaat. Het papier kreukelt wanneer de optie Venstervouw, Briefvouw naar binnen of Briefvouw naar buiten wordt toegepast op B4 JIS, A3, 8 1 / 2 " 14", 11" 17", 12" 18", 8K of papier van een groter formaat. De Z-vouw-ondersteuningslade is niet geplaatst. Het papier is omgekruld. Multi-velvouw is opgegeven terwijl er slechts één vel wordt afgedrukt. Wanneer Venstervouw, Briefvouw naar binnen of Briefvouw naar buiten wordt gebruikt met een papierformaat groter dan A4, raden wij u aan om afbeeldingsverkleining toe te passen en papier te gebruiken dat niet groter is dan A4. Plaats de Z- vouwondersteuningslade voor de finisher- of multivouweenheid. Voor informatie over het plaatsen van de Z-vouw-ondersteuningslade, zie Snel aan de slag. Verwijder het papier en leg het dan ondersteboven terug. Verwijder het papier en leg het in tegenovergestelde richting terug. Wijzig de instellingen voor 'Briefvouw naar binnen' van het printerstuurprogramma zodat Multi-velvouw niet is opgegeven. Soms wijken afbeeldingen af vanwege de gebruikte papiersoort, het papierformaat of problemen met de papiercapaciteit. Gebruik het aanbevolen papier. Voor meer informatie over aanbevolen papier, zie Pag. 62 "Aanbevolen papierformaten en -typen". 114

117 Meldingen bij gebruik van de printer Meldingen bij gebruik van de printer In dit gedeelte worden de meest gangbare berichten beschreven die verschijnen op het display, in foutlogbestanden en foutrapporten. Indien er andere berichten verschijnen, volg dan de instructies op die hierin worden gegeven. Meldingen op het bedieningspaneel bij gebruik van de printer Raadpleeg de handleiding Snel aan de slag vóórdat u het apparaat uitzet. Meldingen Oorzaak Oplossing "Maximaal aantal vellen mogelijk voor Ring Binding overschreden met de geplaatste bindruggen. Het printen wordt gestopt." "Maximaal aantal vellen mogelijk voor Ring Binding overschreden. " "Hardwarefout: Ethernetkaart" "Hardwarefout: HDD" "Hardwarefout: USB" De nu geplaatste bindruggen zijn te klein voor het aantal vellen dat ingebonden moet worden. Het aantal vellen per set overschrijdt de limiet voor Ring Binding. Er is een fout opgetreden in de Ethernet-interface. Er is een fout opgetreden in de harde schijf. Er is een fout opgetreden in de USB-interface. Plaats bindruggen die groot genoeg zijn om de vellen te binden. Controleer het maximale aantal vellen dat kan worden gebonden. Voor details over de maximale hoeveelheden voor Ring Binding, zie Onderhoud en specificaties. Schakel de stroom uit en weer in. Als het bericht nogmaals verschijnt, neem dan contact op met uw leverancier. Schakel de stroom uit en weer in. Als het bericht nogmaals verschijnt, neem dan contact op met uw leverancier. Schakel de stroom uit en weer in. Als het bericht nogmaals verschijnt, neem dan contact op met uw leverancier. 115

118 6. Problemen oplossen Meldingen Oorzaak Oplossing "Plaats papier in n Om toch af te drukken selecteert u een andere lade en drukt u op [Doorgaan]. " ("n" wordt vervangen door een cijfer) "Er bevindt zich nog papier in niet-eenheid. Open klep en verw. papier." "Papierformaat en type komen niet overeen. Sel. and. lade uit volg. en druk [Doorgaan]. Om taak te annuleren, druk [Taak reset]. Pap.form. en -type kunnen ook worden gewijz. in Gebruikersinst." Het printerstuurprogrammainstellingen zijn incorrect, of de lade bevat niet het papier van het formaat dat in het printerstuurprogramma is geselecteerd. Als het afdrukken wordt gestopt voordat de taak is voltooid, kan er papier in de finisher achterblijven. De printerstuurprogrammainstellingen zijn incorrect, of de lade bevat niet het papier van het formaat of type dat geselecteerd is in het printerstuurprogramma. Controleer of de printerstuurprogramma-instellingen correct zijn en plaats dan het papierformaat dat in het printerstuurprogramma is geselecteerd in de invoerlade. Voor meer informatie over het wijzigen van het papierformaat, zie Papierspecificaties en papier bijvullen. Verwijder het papier dat zich nog in de finisher bevindt. Controleer of de printerstuurprogrammainstellingen correct zijn en plaats dan het papierformaat dat in het printerstuurprogramma is geselecteerd in de invoerlade. Voor meer informatie over het wijzigen van het papierformaat, zie Papierspecificaties en papier bijvullen. Selecteer de lade handmatig om verder te gaan met afdrukken of annuleer een afdruktaak. Voor meer informatie over het handmatig selecteren van de lade of het annuleren van een afdruktaak, zie Afdrukken. 116

119 Meldingen bij gebruik van de printer Meldingen Oorzaak Oplossing "Pap.type n komt niet overeen. Selecteer een andere lade en druk vervolgens op [Doorgaan]. Type pap. kan ook worden gewijz. in Gebr.inst." (n staat voor de naam van een lade). "Perfect Binding is niet beschikbaar met dit aantal vellen. " "Bevat onjuiste instelling(en) voor Perfect Binding. " "Printer- lettertypefout" "Kan niet afdruk., omdat lade van de alg. en tus.voeg- vel (hfdstk) hetz. is. Druk [Taak reset]" Het type papier in de lade komt niet overeen met het opgegeven type in het printerstuurprogramma. Perfect Binding is niet mogelijk met het aantal vellen dat u heeft gekozen. Perfect Binding kan niet worden gebruikt met het papierformaat dat u heeft opgegeven. Er is een fout opgetreden in de lettertype-instellingen. De geselecteerde lade voor andere pagina's is dezelfde als die voor tussenbladen. Selecteer een lade waarin papier zit dat van hetzelfde type is als het opgegeven papiertype. Controleer het aantal vellen. Selecteer het juiste aantal vellen. Voor meer informatie over het juiste aantal vellen, zie Onderhoud en specificaties. Kies een geschikt papierformaat. Voor meer informatie over de juiste papierformaten, zie Onderhoud en specificaties. Neem contact op met uw onderhoudsvertegenwoordiger voor een afspraak. Reset de taak. Zorg ervoor dat de door u geselecteerde lade voor tussenbladen geen papier aanvoert voor andere pagina's. 117

120 6. Problemen oplossen Als u rechtstreeks afdrukken vanaf een geheugenopslagapparaat gebruikt Meldingen Oorzaak Oplossing "De limiet voor totale gegevensgrootte van de gesel. bestanden is overschreden. Kan geen bestanden meer selecteren." "Kan geen toegang tot het gespecificeerde geheugenapparaat krijgen." Het geselecteerde bestand is groter dan 1 GB. De totale grootte van de geselecteerde bestanden is groter dan 1 GB. Er is een fout opgetreden toen het apparaat toegang probeerde te krijgen tot het geheugenopslagappar aat of een bestand dat op het geheugenopslagappar aat was opgeslagen. Er is een fout opgetreden toen de gebruiker de functie rechtstreeks afdrukken gebruikte om vanaf een geheugenopslagappar aat af te drukken. Bestanden of een groep bestanden die groter dan 1 GB zijn, kunnen niet worden afgedrukt. Selecteer de bestanden één voor één als de totale grootte van de geselecteerde bestanden de 1 GB overschrijdt. Gebruik de functie voor rechtstreeks afdrukken niet vanaf geheugenopslagapparaten wanneer uw geselecteerde bestand groter is dan 1 GB. U kunt niet gelijktijdig meerdere bestanden met verschillende bestandsformaten selecteren. Sla het bestand op een ander geheugenopslagapparaat op en druk het bestand vervolgens opnieuw af. 118

121 Meldingen bij gebruik van de printer Meldingen in foutenlogboeken of rapporten bij gebruik van de printer Dit onderdeel beschrijft de waarschijnlijke oorzaken van en mogelijke oplossingen voor foutberichten die worden afgedrukt in het foutenlogboek of in rapporten. Als printopdrachten geannuleerd worden Meldingen Oorzaak Oplossing "91: Fout" Het afdrukken is geannuleerd door de automatische opdrachtannuleringsfunctie als gevolg van een opdrachtfout. Controleer of de gegevens geldig zijn. "Er werd functie ingesteld die niet met de vouwmodus gebr. kan worden. Taak is geannuleerd." "Functie ingest. die niet samen met Perf. Binding gebr. kan worden. Taak is geannul. " "Functie ingesteld die niet samen met Ring Binding gebr. kan worden. Taak is geannul. " "Een taak via het netwerk is niet afgedrukt vanwege een fout. De taak is opgeslagen als een niet afgedrukte taak." Er is een afdruktaak geannuleerd, omdat een functie is geselecteerd die niet beschikbaar is met Vouwen. Er is een functie geselecteerd die niet samen met Perfect Binding gebruikt kan worden. Er is een functie geselecteerd die niet samen met Ring Binding gebruikt kan worden. Er zijn taken met fouten opgeslagen, omdat er een fout is opgetreden met een afdruktaak via het netwerk terwijl de functie voor het opslaan van taken was ingeschakeld. Annuleer de functie die niet beschikbaar is met Vouwen. Zie Afdrukken voor details over welke functies niet beschikbaar zijn met Vouwen. Voor meer informatie over welke functies niet beschikbaar zijn met Perfect Binding, zie Afdrukken. Voor meer informatie over welke functies niet beschikbaar zijn met Ring Binding, zie Afdrukken. Neem contact op met uw beheerder om te controleren of het apparaat correct is aangesloten op het netwerk. Zie de handleiding Afdrukken voor meer informatie over het controleren en afdrukken van taken wanneer er afdrukconfiguratiefouten zijn opgetreden. 119

122 6. Problemen oplossen Meldingen Oorzaak Oplossing "Er is een fout ontstaan in de interfacekast. De taak is geannuleerd." "Fout opgetreden bij verwerken van ongeaut. kopieerpreventie-taak. Taak is geannul." "Fout opgetreden bij verwerken van ongeaut. kopieerpreventie-taak. Taak is geannul." "Fout opgetreden bij verwerken van ongeaut. kopieerpreventie-taak. Taak is geannul." "Fout opgetreden bij verwerken van ongeaut. kopieerpreventie-taak. Taak is geannul." Er is een probleem met de interfacekast. Het veld [Voer gebruikerstekst in:] in het scherm [Patroondetails voor voorkomen van onbevoegd kopiëren] is leeg. De resolutie is ingesteld op een waarde van minder dan 600 dpi terwijl [Voorkomen van onbevoegd kopiëren] is opgegeven. Er is een andere kleur dan zwart opgegeven als patroonkleur toen met een opdracht Patroon voor voorkomen van onbevoegd kopiëren werd geprobeerd om een document af te drukken. Er is in [Beheerder toepassingen] onder [Systeeminstellingen] prioriteit gegeven aan Voorkomen van onbevoegd kopiëren dat is ingesteld op dit apparaat. Controleer de instellingen van de interfacekast. Op het tabblad [Uitgebreide Instelling] van het printerstuurprogramma klikt u op [Effecten] in "Menu:". Selecteer [Voorkomen van onbevoegd kopiëren] en klik vervolgens op [Details] om [Patroondetails voor voorkomen van onbevoegd kopiëren] weer te geven. Voer een tekst in bij [Voer gebruikerstekst in:]. Stel in het printerstuurprogramma de resolutie in op 600 dpi of hoger of annuleer [Voorkomen van onbevoegd kopiëren]. Geef zwart op als de patroonkleur. Voorkomen van onbevoegd kopiëren annuleren voor het printerstuurprogramma. Raadpleeg de helpfunctie van het printerstuurprogramma voor informatie over het annuleren van de instellingen. "Sorteren geannuleerd" Het sorteren is geannuleerd. Schakel de stroom uit en weer in. Als het bericht nogmaals verschijnt, neem dan contact op met uw leverancier. 120

123 Meldingen bij gebruik van de printer Meldingen Oorzaak Oplossing "De gebruikslimiet is bereikt. Deze taak is geannuleerd." "Maximum aantal multivelvouw overschreden. De taak is geannuleerd." "Vouwen is niet mogelijk met de instellingen. De taak is geannuleerd." "Ontvangen gegevens mislukt." "Verzenden gegevens mislukt." "Het geselecteerde papiertype wordt niet ondersteund. Deze taak is geannuleerd." "Geselecteerde pap.type wordt niet ondersteund. Deze taak is geannuleerd." Het aantal pagina's dat de gebuiker mag afdrukken werd overschreden. Het maximum aantal van Multi-velvouw is overschreden. Vouwen is niet mogelijk met de huidige instellingen. Gegevensontvangst is gestopt. Het apparaat heeft van het printerstuurprogramma de opdracht gekregen om de verzending de stoppen. 'Taak reset' wordt automatisch uitgevoerd als het opgegeven papierformaat onjuist is. Er wordt automatisch een taakreset uitgevoerd als het opgegeven papiertype verkeerd is. Voor meer informatie over afdrukvolumelimieten raadpleegt u de Veiligheidshandleiding. Specificeer minder vellen voor de functie Multi-velvouw. Voor meer informatie over het maximum aantal Multi-velvouw, zie Onderhoud en specificaties. Controleer de papierinstellingen. Zie Afdrukken voor de beperkingen van de Vouwen-functie. Verstuur de gegevens nogmaals. Controleer of de computer goed werkt. Geef het juiste papierformaat op en druk het bestand nogmaals af. Geef het correcte papiertype op en druk het bestand vervolgens opnieuw af. "Fout Z-vouw." Z-vouwen is geannuleerd. Controleer de lade, de papierrichting, de afdrukrichting en de instellingen voor Z-vouw opnieuw. 121

124 6. Problemen oplossen Wanneer er een probleem met de afdrukinstellingen is Meldingen Oorzaak Oplossing "Fout met boekje/halve vouw" "Classificatiecode is onjuist." "Classificatiecode is onjuist." "Duplex geannuleerd" "Max. aantal pagina's overschreden (Sorteren)" De taak is geannuleerd, omdat u ongeldige instellingen heeft opgegeven voor rughechting of halve vouw. De classificatiecode is niet ingevoerd of de classificatiecode is onjuist ingevoerd. De classificatiecode wordt niet ondersteund door het printerstuurprogramma. Dubbelzijdig afdrukken is geannuleerd. Het aantal pagina's overschrijdt het maximale aantal pagina's dat u kunt sorteren. Controleer de instellingen voor rughechting of halve vouw. Voer de juiste classificatiecode in. Selecteer [Optioneel] voor de classificatiecode. Voor meer informatie over het opgeven van instellingen voor de classificatiecode, raadpleegt u de Printerhandleiding. Selecteer een juist papierformaat voor de duplexfunctie. Voor meer informatie over papier, zie Onderhoud en specificaties. Wijzig de instelling voor "Duplex toepassen" in [Instell. papierlade] om dubbelzijdig afdrukken te activeren voor de papierlade. Raadpleeg Papierinstellingen voor meer informatie over de instelling "Duplex toepassen". Verminder het aantal af te drukken pagina's. 122

125 Meldingen bij gebruik van de printer Meldingen Oorzaak Oplossing "Maximum aantal multi-velvouw overschreden (halve vouw)." "Uitvoerlade gewijzigd" "Perfect Binding is niet beschikbaar voor versch. papierformaten." "Perfect Binding is niet beschikbaar met dit aantal vellen. " "Printer overschrijdingsfout" Het maximum aantal multivelvouwen (halve vouw) is overschreden. De uitvoerlade is gewijzigd, omdat het papierformaat van de gespecificeerde uitvoerlade beperkt is. Perfect Binding is niet mogelijk voor de instellingen die u gekozen heeft. Perfect Binding is niet mogelijk met het aantal vellen dat u heeft gekozen. De afbeeldingen zijn niet afgedrukt. Voor informatie over het maximum aantal multivelvouwen (halve vouw), zie Afdrukken. Specificeer de juiste uitvoerlade. Controleer de huidige instellingen. Voor details over de functies die niet beschikbaar zijn als Perfect Binding is geselecteerd, zie "Perfect Binding", Afdrukken. Controleer het aantal vellen. Selecteer het juiste aantal vellen. Voor meer informatie over het juiste aantal vellen, zie Onderhoud en specificaties. Selecteer een lagere resolutie in het printerstuurprogramma. Voor meer informatie over het wijzigen van de resolutie, zie de helpfunctie van het printerstuurprogramma. "Perforeren geannuleerd" Het perforeren is geannuleerd. Controleer de papierrichting, afdrukrichting en perforatiepositie. Bepaalde instellingen kunnen leiden tot afdrukresultaten die niet zijn zoals verwacht. 123

126 6. Problemen oplossen Meldingen Oorzaak Oplossing "Ring Binding is niet beschikbaar met de instellingen. " "Nieten geannuleerd" Ring Binding is niet mogelijk met de instellingen die door u zijn geselecteerd. Afdrukken met nietjes is geannuleerd. Controleer de huidige instellingen. Voor details over de functies die niet beschikbaar zijn als Ring Binding is geselecteerd, zie Afdrukken. Controleer de papierrichting, papierhoeveelheid, afdrukrichting en positie van het nietje. Bepaalde instellingen kunnen leiden tot afdrukresultaten die niet zijn zoals verwacht. Wanneer er niet voldoende ruimte op de harde schijf beschikbaar is Meldingen Oorzaak Oplossing "Harde schijf is vol." "Harde schijf is vol." "Harde schijf is vol (automatisch opslaan)" Als u afdrukt met het PostScript 3- printerstuurprogramma, dan is de capaciteit van de harde schijf voor lettertypen en formulieren overschreden. De harde schijf is volgeraakt tijdens het afdrukken van een testafdruk-, beveiligde afdruk-, uitgestelde afdrukof opgeslagen afdrukbestand. De harde schijf is vol geraakt tijdens het gebruik van de opslagfunctie voor fouttaken, om normale afdruktaken op te slaan als uitgestelde afdrukbestanden. Verwijder onnodige formulieren en lettertypen van het apparaat. Verwijder onnodige bestanden die op het apparaat zijn opgeslagen. U kunt ook de hoeveelheid gegevens van de Testafdruk, de Beveiligde afdruk, Uitgestelde afdruk of de Opgeslagen afdruk verminderen. Verwijder onnodige bestanden die op het apparaat zijn opgeslagen. U kunt ook het gegevensvolume verminderen van tijdelijke afdrukbestanden en/of het opgeslagen afdrukbestanden. 124

127 Meldingen bij gebruik van de printer Wanneer er niet genoeg geheugen beschikbaar is Meldingen Oorzaak Oplossing "84: Fout" Er is geen werkruimte beschikbaar voor het verwerken van afbeeldingen. Verminder het aantal bestanden dat naar het apparaat wordt verzonden. Wanneer er een probleem met een parameter is Meldingen Oorzaak Oplossing "86: Fout" De parameters van de bedieningscode zijn onjuist. Controleer de afdrukinstellingen. Wanneer de gebruiker geen rechten heeft om een bewerking uit te voeren Meldingen Oorzaak Oplossing "Geen reactie van server. Verificatie is mislukt." "Afdrukprivileges zijn niet voor dit document ingesteld." "U heeft niet het privilege om deze functie te gebruiken. Afdruktaak is geannuleerd." "U heeft niet het privilege om deze functie te gebruiken. Afdruktaak is geannuleerd." Het tot stand brengen van de verbinding met de server voor LDAP-verificatie of Windows-verificatie is onderbroken. U heeft geen rechten om het PDF-document af te drukken dat u wilt afdrukken. De ingevoerde log-in gebruikersnaam of het log-in wachtwoord is niet juist. Het is de ingelogde gebruiker niet toegestaan om de geselecteerde functie te gebruiken. Controleer de status van de server. Neem contact op met de eigenaar van het document. Controleer of de gebruikersnaam en het wachtwoord correct zijn. Voor details over het instellen van gebruikersrechten, zie de Veiligheidshandleiding. 125

128 6. Problemen oplossen Meldingen Oorzaak Oplossing "U heeft niet het privilege om deze functie te gebruiken. Deze bewerking is geannuleerd." De ingelogde gebruiker heeft geen toestemming om programma's te registreren of de instellingen van de papierlade(n) te wijzigen. Voor details over het instellen van gebruikersrechten, zie de Veiligheidshandleiding. Wanneer een gebruiker niet geregistreerd kan worden Meldingen Oorzaak Oplossing "Autom. registratie van gebruikersinformatie is mislukt." "Informatie voor gebruikersinformatie is reeds geregistreerd voor een andere gebruiker." Automatische registratie van informatie voor LDAPverificatie of Windowsverificatie is mislukt, omdat het adresboek vol is. De gebruikersnaam voor LDAP was al geregistreerd in een andere server met een andere ID en de gebruikersnaam is gedupliceerd door het wisselen van domeinen (servers), enz. Voor meer informatie over het automatisch registreren van gebruikersinformatie, raadpleegt u de Veiligheidshandleiding. Voor meer informatie over gebruikersverificatie raadpleegt u de Beveiligingshandleiding. Als er andere fouten optreden Meldingen Oorzaak Oplossing "85: Fout" De opgegeven grafische bibliotheek is niet beschikbaar. "98: Fout" Het apparaat kan de harde schijf niet goed lezen. Controleer of de gegevens geldig zijn. Schakel de stroom uit en weer in. Als het bericht regelmatig verschijnt, neem dan contact op met uw leverancier. 126

129 Meldingen bij gebruik van de printer Meldingen Oorzaak Oplossing "99: Fout" Deze gegevens kunnen niet afgedrukt worden. De ingevoerde gegevens zijn corrupt of kunnen niet vanaf een geheugenopslagapparaat worden afgedrukt met behulp van de functie Rechtstreeks afdrukken. Controleer of de gegevens geldig zijn. Voor informatie over de soorten gegevens die van een geheugenopslagapparaat afgedrukt kunnen worden met behulp van de functie Rechtstreeks afdrukken, zie de handleiding Afdrukken. "Opdrachtfout" "Fout gecomprimeerde gegevens." "Fout gegevensopslag" Een RCPS-opdrachtfout is opgetreden. De printer heeft corrupte gecomprimeerde gegevens ontdekt. U probeerde een testafdrukbestand, een beveiligd afdrukbestand, een uitgesteld afdrukbestand of een opgeslagen afdrukbestand af te drukken, toen de harde schijf een defect vertoonde. Controleer dit met behulp van de onderstaande procedure: Controleer of de communicatie tussen de computer en het apparaat correct werkt. Controleer of het juiste printerstuurprogramma wordt gebruikt. Controleer of het geheugen van het apparaat juist is ingesteld in het printerstuurprogramma. Controleer of het printerstuurprogramma de meest recente versie is. Controleer de verbinding tussen de computer en de printer. Controleer of het programma dat u heeft gebruikt voor het comprimeren van de gegevens correct werkt. Neem contact op met uw onderhoudsvertegenwoordiger voor een afspraak. 127

130 6. Problemen oplossen Meldingen Oorzaak Oplossing "Er is een fout ontstaan." "Max.opgeslagen best. overschreden" "Max.opgeslagen afdrukken overschreden" "Verkrijgen van bestandssysteem mislukt." "Bestandssysteem is vol." "Fout vouweenheid." Er is onder een fout opgetreden (bijv. syntaxfout, etc.). Terwijl u een Testafdruk, Beveiligde afdruk, Uitgestelde afdruk of Opgeslagen afdruk wilde afdrukken, werd de maximale bestandscapaciteit overschreden. De maximale paginacapaciteit werd overschreden tijdens het afdrukken van een Testafdruk, Beveiligde afdruk, Uitgestelde afdruk of Opgeslagen afdruk. Het rechtstreeks afdrukken van PDF-documenten kon niet worden uitgevoerd, omdat het bestandssysteem niet kon worden verkregen. PDF-documenten worden niet afgedrukt, omdat de capaciteit van het bestandssysteem vol is. Er is een probleem met de multivouweenheid. Controleer of het PDF-bestand geldig is. Verwijder onnodige bestanden die op het apparaat zijn opgeslagen. Verwijder onnodige bestanden die op het apparaat zijn opgeslagen. Verminder het aantal af te drukken pagina's. Schakel de stroom uit en weer in. Als het bericht nogmaals verschijnt, neem dan contact op met uw leverancier. Verwijder alle onnodige bestanden van de harde schijf of verminder de grootte van de bestanden die naar het apparaat worden verzonden. Neem contact op met uw onderhoudsvertegenwoordiger voor een afspraak. 128

131 Meldingen bij gebruik van de printer Meldingen Oorzaak Oplossing "I/O buffer overloop." "Onvoldoende geheugen" "Geheugen herstelfout" "Papiertype fout" Er heeft een invoerbufferoverloop plaatsgevonden. Er is een geheugentoewijzingsfout opgetreden. Er is een geheugentoewijzingsfout opgetreden. De opgegeven papiertypenaam is niet op het apparaat ingesteld. Onder [Host interface] bij [Printereigensch.] selecteert u [I/O-buffer]. Vervolgens stelt u de maximale buffergrootte in op een hogere waarde. Verminder het aantal bestanden dat naar het apparaat wordt verzonden. PCL 6 Klik op het tabblad [Uitgebreide Instelling] van het printerstuurprogramma op [Afdr.kwaliteit: Geav.] in "Menu:" en selecteer vervolgens [Raster] in de lijst "Vector/Raster:". In sommige gevallen zal het lang duren voordat de afdruktaak voltooid is. Zet het apparaat uit en weer aan. Als het bericht nogmaals verschijnt, vervang dan het RAM-geheugen. Neem contact op met uw servicevertegenwoordiger voor meer informatie over het vervangen van het RAM-geheugen. Haal de nieuwste informatie over het papiertype dat op het apparaat is ingesteld, opnieuw op. Als het afdrukken niet begint, neem dan contact op met uw servicevertegenwoordiger. De inhoud van fouten kan worden afgedrukt op de configuratiepagina. Controleer de configuratiepagina in combinatie met het foutenlogboek. Voor meer informatie over het afdrukken van de configuratiepagina, zie Afdrukken. 129

132 6. Problemen oplossen Wanneer er andere meldingen worden weergegeven Meldingen Oorzaak Oplossing "De volgende uitvoerlade is vol. Verwijder het papier." "Interne ventilator is actief." De uitvoerlade is vol. Grote afdruktaken veroorzaken hitte-opbouw binnenin het apparaat, waardoor de ventilator automatisch gaat draaien. Verwijder het papier uit de uitvoerlade zodat u het afdrukken kunt voortzetten. Als het papier in de staffellade van de finisher afgeleverd moet worden en u wilt voorkomen dat het papier uit de lade valt, kunt u het afdrukken onderbreken door op de [Stop]- knop te drukken en het papier eruit te halen. Druk op [Doorgaan] op het display om verder te gaan met afdrukken. Wanneer de multivouweenheid wordt gebruikt, hangt het aantal vellen per stapel papier af van het papier- en vouwtype. De ventilator maakt geluid, maar dit is normaal en u kunt het apparaat gewoon gebruiken wanneer de ventilator aan het koelen is. De hoeveelheid papier die kan worden afgedrukt en de totale tijd voor de ventilator begint te draaien, hangen af van de temperatuur van de omgeving waarin het apparaat is geplaatst. 130

133 Wanneer er andere meldingen worden weergegeven Meldingen Oorzaak Oplossing "Zelfcontrole..." Het apparaat voert beeldaanpassingsfuncties uit. Tijdens de werking kan het apparaat periodiek onderhoud doorvoeren. De frequentie en de duur van het onderhoud zijn afhankelijk van de vochtigheidsgraad, de temperatuur en afdrukfactoren zoals het aantal afdrukken, het papierformaat en het papiertype. Wacht tot het apparaat de bewerking hervat. Als het Home-scherm niet bewerkt kan worden Meldingen Oorzaak Oplossing "Het formaat van de afbeeldingsgegevens is niet geldig. Bekijk de handleiding voor de benodigde gegevens." "De indeling van de afbeeldingsgegevens is niet geldig. Bekijk de handleiding voor benodigde gegevens." De grootte van de afbeeldingsgegevens is ongeldig. De bestandsindeling van de snelkoppeling wordt niet ondersteund. Voor meer informatie over de bestandsgrootte van snelkoppelingen, zie Handige functies. De bestandsindeling voor toe te voegen afbeeldingen van snelkoppelingen moet PNG zijn. Selecteer de afbeelding opnieuw. Wanneer er problemen optreden met het inloggen Meldingen Oorzaak Oplossing "Verificatie is mislukt." "Verificatie is mislukt." De ingevoerde log-in gebruikersnaam of het log-in wachtwoord is niet juist. Het apparaat kan geen verificatie uitvoeren. Raadpleeg de Veiligheidsinformatie voor details over de correcte log-in gebruikersnaam en het wachtwoord. Voor meer informatie over verificatie raadpleegt u de Veiligheidsinformatie. 131

134 6. Problemen oplossen Wanneer de gebruiker geen rechten heeft om een bewerking uit te voeren Meldingen Oorzaak Oplossing "U heeft niet de privileges om deze functie te gebruiken." "De geselect. best. bevat best. zonder toegangsprivileges. Alleen best. met toegangspriv. zullen worden verwijderd." De aangemelde gebruiker is niet gemachtigd om de geselecteerde functie te gebruiken. U heeft geprobeerd bestanden te verwijderen zonder dat u over de vereiste bevoegdheden beschikt. Voor details over het instellen van gebruikersrechten, zie de Veiligheidshandleiding. Raadpleeg de Veiligheidshandleiding om te controleren of u over de rechten beschikt om opgeslagen documenten te openen en om documenten te verwijderen. 132

135 7. Apparaatinformatie In dit hoofdstuk worden de milieumaatregelen en -voorschriften besproken. Informatie over milieuwetgeving ENERGY STAR-programma ENERGY STAR -programmavereisten voor beeldmateriaal Dit bedrijf neemt deel aan het ENERGY STAR -programma. Dit apparaat voldoet aan de voorschriften van het ENERGY STAR -programma. De ENERGY STAR -programmavereisten voor beeldmateriaal moedigen milieubehoud aan via het promoten van energiebesparende computers en andere kantooruitrustingen. Het programma ondersteunt de ontwikkeling en verdeling van producten met energiebesparende functies. Het is een open programma waaraan fabrikanten op vrijwillige basis kunnen deelnemen. Beoogde producten zijn computers, beeldschermen, printers, faxapparaten, kopieerapparaten, scanners, en multifunctionele apparaten. De Energy Star-normen en -logo's zijn internationaal uniform. Voor details over de "standaard wachttijd", zie Pag. 133 "Energiebesparende functies". Energiebesparende functies Dit apparaat beschikt over de volgende functies om het energieverbruik te beperken: Modus Laag stroomverbruik Als dit apparaat gedurende een opgegeven periode niet actief is, wordt het elektriciteitsverbruik automatisch verminderd. 133

136 7. Apparaatinformatie Slaapstand Specificatie De standaardperiode voordat de energiespaarstand wordt geactiveerd, is 15 minuten. Deze standaardtijd kan worden gewijzigd. Als dit apparaat gedurende een bepaalde tijd niet wordt gebruikt of als de [Energiespaarstand]-knop ingedrukt wordt, schakelt het over naar de slaapstand om het elektriciteitsverbruik nog verder te verlagen. De standaard wachttijd gedurende welke het apparaat wacht voordat de slaapstand wordt geactiveerd, is 60 minuten. Deze standaardtijd kan worden gewijzigd. Het apparaat kan vanuit de Slaapstand taken van computers afdrukken. Type 1 Type 2 Type 3 Type 4 Lager elektriciteitsverbruik 293 W 293 W 293 W 293 W in energiespaarstand *1 Tijdsduur totdat het apparaat overgaat in de energiespaarstand Tijd die het kost om uit de energiespaarstand te komen *1 15 minuten 15 minuten 15 minuten 15 minuten 26 seconden 26 seconden 26 seconden 26 seconden Lager elektriciteitsverbruik 2,0 W 2,0 W 2,0 W 2,0 W in slaapstand *1 Tijdsduur totdat het apparaat overgaat in de slaapstand 60 minuten 60 minuten 60 minuten 60 minuten Tijd die het kost om uit de 298 seconden 298 slaapstand te komen *1 seconden 298 seconden 298 seconden Duplexfunctie *2 Standaard Standaard Standaard Standaard *1 De tijd die nodig is om uit de energiespaarstand te schakelen en het elektrische verbruik is afhankelijk van de omstandigheden en de omgeving van het apparaat. *2 Behaalt ENERGY STAR-energiebesparingen; product is volledig gekwalificeerd als het geleverd (of gebruikt) wordt met een duplexlade en de duplexfunctie als optie ingeschakeld is. Specificaties kunnen variëren, afhankelijk van welke opties er op het apparaat geïnstalleerd zijn. 134

137 Informatie over milieuwetgeving Voor meer informatie over het wijzigen van de standaard interval raadpleegt u de handleiding Het apparaat aansluiten/systeeminstellingen. In de volgende situaties wordt de slaapstand van het apparaat direct geactiveerd: Timer laag stroomverbruik en Timer slaapstand hebben dezelfde instelling Timer slaapstand is ingesteld op een kortere tijd dan Timer laag stroomverbruik Afhankelijk van de ingebouwde softwarearchitectuur-applicatie die is geïnstalleerd, kan het apparaat er langer over doen dan aangegeven om op de slaapstand te gaan staan. Gebruikersinformatie over elektrische en elektronische apparatuur (voornamelijk Europa) Voor gebruikers in landen waar het symbool zoals hier is afgebeeld is gespecificeerd in de nationale wetgeving aangaande de verwerking van elektronisch afval Onze producten bevatten hoogwaardige componenten en zijn ontworpen om het recyclen te vergemakkelijken. Onze producten of productverpakkingen zijn gemarkeerd met het onderstaande symbool. Het symbool geeft aan dat het product niet mag worden behandeld als huishoudelijk afval. Als u het apparaat wilt afdanken, doe dit dan via de aangewezen afvalverzamelingsystemen die hiervoor ter beschikking gesteld zijn. Door deze instructies na te leven, bent u zeker dat dit product op de juiste manier wordt verwerkt en helpt u de mogelijke nadelige gevolgen voor het milieu en de openbare gezondheid, die het resultaat kunnen zijn van een foutieve verwerking van het product, te beperken. Het recyclen van producten is ten behoeve van het behoud van de natuurlijke grondstoffen en ter bescherming van het milieu. Voor meer informatie over inzamelsystemen en de recycling van dit product neemt u contact op met de winkel waar u het product gekocht heeft, of met uw plaatselijke dealer of leverancier. Alle overige gebruikers Als u dit product wilt afvoeren, neem dan contact op met uw gemeente of provincie, de winkel waar u dit product gekocht heeft, uw plaatselijke dealer of uw leverancier. 135

138 7. Apparaatinformatie Opmerking over het batterij- en/of accusymbool (alleen voor EU-landen) (voornamelijk Europa) Overeenkomstig de Batterijrichtlijn 2006/66/EC artikel 20, Informatie voor eindgebruikers, bijlage II, wordt het hierboven weergegeven symbool weergegeven op batterijen en accu's. Dit symbool geeft aan dat in de Europese Unie gebruikte batterijen en accu's gescheiden van uw huishoudelijke afval afgevoerd moeten worden. In de EU bestaan aparte inzamelingssystemen voor elektrische en elektronische apparaten, maar ook voor batterijen en accu's. Zorg ervoor dat u deze op de juiste wijze inlevert bij uw lokale afvalinzamelings-/recyclingcentrum. Milieuadvies voor gebruikers (voornamelijk Europa) Gebruikers in de EU, Zwitserland en Noorwegen Rendement van verbruiksartikelen Raadpleeg de Gebruikershandleiding of de verpakking van het verbruiksartikel voor deze informatie. Gerecycled papier Het apparaat kan gerecycled papier verwerken dat is geproduceerd volgens de Europese norm EN 12281:2002 of DIN Voor producten die gebruik maken van de EP-printtechnologie, kan het apparaat afdrukken op papier van 64 g/m 2. Dit papier bevat minder ruwe materialen en is gemaakt met een lagere hoeveelheid nieuw gewonnen grondstoffen. Dubbelzijdig afdrukken (indien van toepassing) Met dubbelzijdig afdrukken maakt u gebruik van beide zijden van het papier. Dit bespaart papier en vermindert het aantal vellen per afgedrukt document. We raden u aan om dubbelzijdig afdrukken standaard in te schakelen, zodat u altijd dubbelzijdig afdrukt. Recycleprogramma voor toner- en inktcartridges U kunt toner- en inktcartridges gratis inleveren, zodat deze gerecycled worden. Dit gebeurt in overeenstemming met de milieuvoorschriften van uw gemeente. Voor meer informatie over het recycleprogramma, zie onze website of raadpleeg uw servicevertegenwoordiger

139 Informatie over milieuwetgeving Energiezuinig De hoeveelheid elektriciteit die een apparaat verbruikt is zowel afhankelijk van zijn specificaties als van de manier waarop u er gebruik van maakt. Het apparaat is speciaal ontworpen om uw elektriciteitskosten te verminderen door over te schakelen naar de modus 'Gereed' nadat de laatste pagina is afgedrukt. Indien nodig kan het apparaat vanuit deze modus direct afdrukken. Als u geen extra afdrukken meer hoeft te maken en de opgegeven tijdsperiode verstrijkt, schakelt het apparaat over naar de energiespaarstand. In deze modi verbruikt het apparaat minder elektriciteit (Watt). Als het apparaat weer moet afdrukken, heeft het iets langer nodig om te herstellen uit de energiespaarstand dan uit de modus 'Gereed'. Als u een maximale energiebesparing wilt behalen, adviseren wij u om de standaardinstelling voor elektriciteitsbeheer te gebruiken. Producten die voldoen aan de Energy Star-vereisten zijn altijd energiezuinig. Opmerking voor gebruikers in de staat Californië (opmerking voor gebruikers in de Verenigde Staten) (voornamelijk Noord-Amerika) Perchloormaterialen - speciale behandeling is mogelijk van toepassing. Zie: hazardouswaste/perchlorate 137

140 Apparaatinformatie

141 INDEX A A3/11 17 lade-eenheid... 21, 49 Aan/uit schakelaar Aan/uit-indicatielampje Aanbevolen papier Aangepast papier Aangepast papier bewerken... 88, 89, 92 Aanpassingsinstellingen voor operators...98 Aardlekschakelaar Automatische documentinvoer... 6 B Bannervellade van brede bulklade met twee laden Bannervellade van multihandinvoer (lade A) Basisprocedure...37 Bedieningspaneel... 16, 22 Bericht Beveiligde afdruk Bevestigingsset voor de multihandinvoer Boekjes finisher Bovenste scherm Brede bulklade... 6, 21, 54, 56 Brede bulklade met drie laden...6, 21 Brede bulklade met twee laden... 6, 21 Brede LCT...56 Brugeenheid van brede bulklade met twee laden Buffereenheid... 6, 21 Bulkade met twee laden Bulklade met drie laden C Cijfertoetsen D De stroom uitschakelen De taal van het display wijzigen...25 Display Dubbelzijdig afdrukken Dubbelzijdig papier E Eenvoudige weergave-knop Eigenschappen printerstuurprogramma Energiebesparende functies ENERGY STAR-programma Enter-knop...23 Envelop... 41, 42 Enveloppen Externe opties F Finisher Foutenlogboek Functietoetsen G Gebruikerscodeverificatie Gebruikersinformatie over elektrische en elektronische apparatuur Gebruikersinstellingen-knop...23 Gebruikte toner...97 Gecombineerd afdrukken...39 Geluidspatronen H Het apparaat aan-/uitzetten Het apparaat aanzetten Het apparaat uitzetten Hoe werkt deze handleiding?... 4 Home-scherm...9, 26, 131 Hoofdstroomschakelaar... 15, 31, 32 Hoogvolume stapeleenheid... 6, 20 I Indicatielampje Indicatielampje Inkomende gegevens...23 Indicatielampje mediatoegang Informatie over milieuwetgeving Informatiescherm... 7 Inloggen Inloggen op het apparaat Inloggen/Uitloggen-knop K Knop Energiespaarstand Knop Home...24 Knop Papierinstelling

142 Knop Taal...23 L Lade , 47 Lade , 50, 51 Linkervoorklep M Mediasleuven Melding , 119, 122, 124, 125, 126, 131 Meldingen...130, 132 Milieuadvies voor gebruikers Modelspecifieke informatie... 5 Mogelijkheden van dit apparaat... 9 Multihandinvoer (lade A)... 6, 21, 52, 54 Multivouweenheid... 6, 21 Mijn kosten omlaag brengen... 7 O Ongeoorloofd kopiëren voorkomen Ontkruleenheid...6, 21 Opgeslagen afdruk...10 Opmerking over het batterij- en/of accusymbool Opmerking voor gebruikers in de staat Californië Opties...20 P Papier met vaste afdrukrichting Papier plaatsen..45, 47, 49, 50, 52, 54, 56, 57, 60 Papier uitwaaieren Papiercapaciteit...62 Papierdikte Papierformaat Papiertype...62 PCL , 37, 38, 39, 42 Perfect Binder... 6, 21 Pictogram... 26, 28, 29 Printer... 37, 115, 119, 122, 124, 125, 126 Probleem R Rechtervoorklep...16 Regio A...5 Regio B... 5 Reset-knop Ring Binder... 6, 21 S Schuifknop voor helderheid scherm Snelinstallatie Snelkoppeling (pictogram)... 28, 29 Standaard afdrukken Start-knop...23 Status controleren (knop) Status controleren-knop Statuspictogram Symbolen... 4 T Tabbladen plaatsen...51, 54 Tabbladhouder... 6 Teller-knop Testafdruk...10 Toner...95 Trimmer... 6, 20 Tussenvoegeenheid... 6, 21, 57 Tussenvoegeenheid van de Perfect Binder...58 U Uitgestelde afdruk Uitloggen op het apparaat...34 V Ventilatiegaten...17 Verificatiescherm Voorbladen...58 Voorklep linksonder Voorklep rechtsboven Voorkomen dat informatie uitlekt W Waarschuwingslamp Web Image Monitor...11, 43 Wissen-knop Z Zoeken op wat u wilt doen NL NL M

143 2014

144 NL NL M

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding Gebruikershandleiding Wat kunt u met dit apparaat? Snel aan de slag Web Image Monitor Papier en toner bijvullen Problemen oplossen Apparaatinformatie Informatie die niet in deze handleiding staat, kunt

Nadere informatie

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding Gebruikershandleiding Wat kunt u met dit apparaat? Snel aan de slag Kopiëren Afdrukken Scannen Document Server Web Image Monitor Papier en toner bijvullen Problemen oplossen Apparaatinformatie Informatie

Nadere informatie

Afdrukmateriaal plaatsen in de standaardlade voor 250 vel

Afdrukmateriaal plaatsen in de standaardlade voor 250 vel Naslagkaart Papier en speciaal afdrukmateriaal plaatsen In dit gedeelte wordt beschreven hoe u papier plaatst in de laden voor 250 en 550 vel en de handmatige invoer. Het bevat tevens informatie over het

Nadere informatie

Eenvoudige afdruktaken

Eenvoudige afdruktaken Eenvoudige afdruktaken In dit onderwerp wordt het volgende besproken: "Papier plaatsen in Lade 1 (MPT) voor enkelzijdig afdrukken" op pagina 2-9 "Papier plaatsen in laden 2-5 voor enkelzijdig afdrukken"

Nadere informatie

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding Gebruikershandleiding Wat kunt u doen met dit apparaat? Snel aan de slag Kopiëren Fax Afdrukken Scannen Document Server Web Image Monitor Papier en toner bijvullen Problemen oplossen Voor informatie die

Nadere informatie

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding Gebruikershandleiding Snel aan de slag Afdrukken Problemen oplossen Aanvullen en vervangen van verbruiksartikelen Informatie die niet in deze handleiding staat, kunt u terugvinden in de HTML-/PDF-bestanden

Nadere informatie

Speciale afdrukmethoden en - materialen

Speciale afdrukmethoden en - materialen Speciale afdrukmethoden en - materialen In deze sectie komen de volgende onderwerpen aan de orde: Automatisch dubbelzijdig afdrukken zie pagina 16. Handmatig dubbelzijdig afdrukken zie pagina 19. Transparanten

Nadere informatie

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding Gebruikershandleiding Wat kunt u doen met dit apparaat? Snel aan de slag Kopiëren Fax Afdrukken Scannen Document Server Web Image Monitor Papier en toner bijvullen Problemen oplossen Bijlage Informatie

Nadere informatie

Verkorte Handleiding DX-C200. Namen en locaties. De kopieerfunctie gebruiken. De scannerfunctie gebruiken. De faxfunctie gebruiken. Problemen oplossen

Verkorte Handleiding DX-C200. Namen en locaties. De kopieerfunctie gebruiken. De scannerfunctie gebruiken. De faxfunctie gebruiken. Problemen oplossen DX-C200 Verkorte Handleiding Namen en locaties De kopieerfunctie gebruiken De scannerfunctie gebruiken De faxfunctie gebruiken Problemen oplossen Papierstoringen oplossen Inktcartridges Lees deze handleiding

Nadere informatie

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding Gebruikershandleiding Wat kunt u doen met dit apparaat? Snel aan de slag Kopiëren Afdrukken Scannen Document Server Web Image Monitor Papier en inkt bijvullen Problemen oplossen Bijlage Informatie die

Nadere informatie

Fax Connection Unit Type C Gebruiksaanwijzing

Fax Connection Unit Type C Gebruiksaanwijzing Fax Connection Unit Type C Gebruiksaanwijzing Voor een veilig en correct gebruikt, dient u de Veiligheidsinformatie in "Lees dit eerst" te lezen voordat u het apparaat gebruikt. INHOUDSOPGAVE Hoe werkt

Nadere informatie

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding Gebruikershandleiding Wat kunt u met dit apparaat? Snel aan de slag Kopiëren Fax Afdrukken Scannen Document Server Web Image Monitor Papier en toner bijvullen Problemen oplossen Bijlage Informatie die niet

Nadere informatie

Kopiëren > Instellingen > Pagina's per zijde. Voor printermodellen zonder touchscreen drukt u op om door de instellingen te navigeren.

Kopiëren > Instellingen > Pagina's per zijde. Voor printermodellen zonder touchscreen drukt u op om door de instellingen te navigeren. Naslagkaart Bezig met kopiëren Een kopie maken 1 Plaats een origineel document in de ADF-lade of op de glasplaat. Opmerking: Zorg ervoor dat het papierformaat van het origineel en de uitvoer hetzelfde

Nadere informatie

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding Gebruikershandleiding Wat kunt u met dit apparaat? Snel aan de slag Kopiëren Fax Afdrukken Scannen Web Image Monitor Papier en toner bijvullen Problemen oplossen Bijlage Informatie die niet in deze handleidingstaat,

Nadere informatie

Handleiding AirPrint. Informatie over AirPrint. Instelprocedure. Afdrukken. Appendix

Handleiding AirPrint. Informatie over AirPrint. Instelprocedure. Afdrukken. Appendix Handleiding AirPrint Informatie over AirPrint Instelprocedure Afdrukken Appendix Inhoud Hoe werken deze handleidingen?... 2 Symbolen in de handleidingen... 2 Disclaimer... 2 1. Informatie over AirPrint

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing Website met toepassingen

Gebruiksaanwijzing Website met toepassingen Lees deze handleiding zorgvuldig voordat u dit apparaat gebruikt en bewaar deze voor toekomstige raadpleging. Gebruiksaanwijzing Website met toepassingen INHOUDSOPGAVE Hoe werkt deze handleiding?... 2

Nadere informatie

LET OP KANS OP LETSEL:

LET OP KANS OP LETSEL: Pagina 1 van 19 Help bij afdrukken Papier in de lade voor 250 vel of 550 vel plaatsen LET OP KANS OP LETSEL: Zorg ervoor dat u papier afzonderlijk in elke lade plaatst om instabiliteit van de apparatuur

Nadere informatie

Voor alle printers moeten de volgende voorbereidende stappen worden genomen: Stappen voor snelle installatie vanaf cd-rom

Voor alle printers moeten de volgende voorbereidende stappen worden genomen: Stappen voor snelle installatie vanaf cd-rom Windows NT 4.x In dit onderwerp wordt het volgende besproken: "Voorbereidende stappen" op pagina 3-24 "Stappen voor snelle installatie vanaf cd-rom" op pagina 3-24 "Andere installatiemethoden" op pagina

Nadere informatie

Software-installatiehandleiding

Software-installatiehandleiding Software-installatiehandleiding In deze handleiding wordt uitgelegd hoe u de software via een USB- of netwerkverbinding installeert. Netwerkverbinding is niet beschikbaar voor de modellen SP 200/200S/203S/203SF/204SF.

Nadere informatie

Berichten op het voorpaneel

Berichten op het voorpaneel en op het voorpaneel In dit onderwerp wordt het volgende besproken: "Statusberichten" op pagina 4-61 "Foutberichten en waarschuwingen" op pagina 4-62 Het voorpaneel van de printer biedt informatie en hulp

Nadere informatie

Gebruikershandleiding MFP kleur systemen. Aanteken vel. infotec kenniscentrum. Infotec gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding MFP kleur systemen. Aanteken vel. infotec kenniscentrum. Infotec gebruikershandleiding Gebruikershandleiding MFP kleur systemen Aanteken vel Het Bedieningspaneel Functie paneel Functietoetsen Geeft de keuze om te wisselen tussen de functies: Kopiëren - Doc. Server Faxen - Printen - Scannen

Nadere informatie

Afdrukproblemen. Afdrukkwaliteit

Afdrukproblemen. Afdrukkwaliteit Printerproblemen Een aantal printerproblemen is eenvoudig te verhelpen. Als de printer niet reageert, controleer dan eerst of: de printer is ingeschakeld; het netsnoer is aangesloten op het stopcontact;

Nadere informatie

Naslagkaart voor de 5210n / 5310n

Naslagkaart voor de 5210n / 5310n Naslagkaart voor de 5210n / 5310n 1 2 3 4 VOORZICHTIG: Neem zorgvuldig de veiligheidsvoorschriften in de Handleiding voor eigenaren door voordat u de Dell-printer gaat instellen en gebruiken. 5 6 7 8 1

Nadere informatie

Hier beginnen. Inktcartridges uitlijnen zonder een computer

Hier beginnen. Inktcartridges uitlijnen zonder een computer Hier beginnen Inktcartridges uitlijnen zonder een computer Volg de stappen in de installatiehandleiding om de installatie van de hardware te voltooien. Ga door met de volgende stappen om de afdrukkwaliteit

Nadere informatie

Printerproblemen oplossen

Printerproblemen oplossen Neem contact op met uw servicevertegenwoordiger als u met de voorgestelde oplossing het probleem niet verhelpt. Taak is niet afgedrukt of de verkeerde tekens zijn afgedrukt. Controleer of Gereed wordt

Nadere informatie

Handleiding Wi-Fi Direct

Handleiding Wi-Fi Direct Handleiding Wi-Fi Direct Eenvoudige installatie via Wi-Fi Direct Problemen oplossen Inhoudsopgave Hoe werken deze handleidingen?... 2 Symbolen in de handleidingen... 2 Disclaimer... 2 1. Eenvoudige installatie

Nadere informatie

Handleiding instellingen vrijgave van afdrukken

Handleiding instellingen vrijgave van afdrukken Handleiding instellingen vrijgave van afdrukken INHOUDSOPGAVE OVER DEZE HANDLEIDING............................................................................. 2 FUNCTIE AFDRUKVRIJGAVE...........................................................................

Nadere informatie

De universeellader accepteert papier met de volgende afmetingen: breedte 69,85 mm tot 229 mm. lengte 127 mm tot 355,6 mm

De universeellader accepteert papier met de volgende afmetingen: breedte 69,85 mm tot 229 mm. lengte 127 mm tot 355,6 mm De universeellader is geschikt voor papier van diverse formaten en soorten, zoals transparanten, briefkaarten, memokaarten en enveloppen. Deze lade is handig als u enkelzijdig wilt afdrukken op papier

Nadere informatie

Speciaal afdrukmateriaal

Speciaal afdrukmateriaal In deze sectie komen de volgende onderwerpen aan de orde: Automatisch dubbelzijdig afdrukken zie pagina 10. Handmatig dubbelzijdig afdrukken zie pagina 12. Transparanten zie pagina 15. Enveloppen zie pagina

Nadere informatie

Xerox WorkCentre 6655 multifunctionele kleurenprinter Bedieningspaneel

Xerox WorkCentre 6655 multifunctionele kleurenprinter Bedieningspaneel Bedieningspaneel Beschikbare services kunnen variëren afhankelijk van uw printerinstellingen. Zie de Handleiding voor de gebruiker voor meer informatie over functies en instellingen. 3 4 5 Aanraakscherm

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing. Website met toepassingen

Gebruiksaanwijzing. Website met toepassingen Gebruiksaanwijzing Website met toepassingen INHOUDSOPGAVE Hoe werkt deze handleiding?... 2 Symbolen in de handleidingen... 2 Disclaimer...3 Opmerkingen...3 Taken die u kunt uitvoeren op de Website met

Nadere informatie

Universeellader vullen

Universeellader vullen De universeellader is geschikt voor afdrukmedia van diverse formaten en soorten, zoals transparanten en enveloppen. Deze lade is handig als u enkelzijdig wilt afdrukken op papier met een briefhoofd, gekleurd

Nadere informatie

D4600 Duplex Photo Printer

D4600 Duplex Photo Printer KODAK D4000 Duplex Photo Printer D4600 Duplex Photo Printer Handleiding printerstuurprogramma januari 2015 TM/MC/MR-licentie van Eastman Kodak Company: Kodak Kodak Alaris Inc. 2400 Mount Read Blvd., Rochester,

Nadere informatie

Eenvoudige afdruktaken

Eenvoudige afdruktaken Eenvoudige afdruktaken In dit onderwerp wordt het volgende besproken: 'Papier plaatsen in lade 1 (MPT)' op pagina 2-12 'Papier plaatsen in de laden 2-5' op pagina 2-17 'De nietmachine gebruiken' op pagina

Nadere informatie

Handleiding Wi-Fi Direct

Handleiding Wi-Fi Direct Handleiding Wi-Fi Direct Eenvoudige installatie via Wi-Fi Direct Problemen oplossen Appendix Inhoud Hoe werken deze handleidingen?... 2 Symbolen in de handleidingen... 2 Disclaimer... 2 1. Eenvoudige

Nadere informatie

Installatiehandleiding software

Installatiehandleiding software Installatiehandleiding software In deze handleiding wordt uitgelegd hoe u de software via een USB- of netwerkverbinding installeert. Netwerkverbinding is niet beschikbaar voor de modellen SP 200/200S/203S/203SF/204SF.

Nadere informatie

Online Handleiding Start

Online Handleiding Start Online Handleiding Start Klik op "Start". Inleiding Deze handleiding beschrijft de printerfuncties van de e-studio6 multifunctionele digitale systemen. Voor informatie over de volgende onderwerpen raadpleeg

Nadere informatie

Xerox ColorQube 8700 / 8900 Bedieningspaneel

Xerox ColorQube 8700 / 8900 Bedieningspaneel Bedieningspaneel Beschikbare services kunnen variëren afhankelijk van uw printerinstellingen. Zie de Handleiding voor de gebruiker voor meer informatie over functies en instellingen. 3 5 Ontgrendeling

Nadere informatie

Hulp krijgen. Systeemberichten. Aanmelden/Afmelden. Pictogrammen op het bedieningspaneel

Hulp krijgen. Systeemberichten. Aanmelden/Afmelden. Pictogrammen op het bedieningspaneel Hulp krijgen Voor informatie/assistentie, raadpleegt u het volgende: Handleiding voor de gebruiker voor informatie over het gebruik van de Xerox 4595. Ga voor online hulp naar: www.xerox.com Klik op de

Nadere informatie

Dubbelzijdig afdrukken

Dubbelzijdig afdrukken Dubbelzijdig afdrukken In dit onderwerp wordt het volgende besproken: 'Automatisch dubbelzijdig afdrukken' op pagina 2-41 'Bindvoorkeuren' op pagina 2-43 'Handmatig dubbelzijdig afdrukken' op pagina 2-46

Nadere informatie

Uw gebruiksaanwijzing. HP LASERJET 4050 http://nl.yourpdfguides.com/dref/901693

Uw gebruiksaanwijzing. HP LASERJET 4050 http://nl.yourpdfguides.com/dref/901693 U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de in de gebruikershandleiding (informatie, specificaties, veiligheidsaanbevelingen,

Nadere informatie

Papier, karton of etiketten laden. Briefhoofdpapier laden. Transparanten laden

Papier, karton of etiketten laden. Briefhoofdpapier laden. Transparanten laden De printer geeft aan wanneer het papier moet worden bijgevuld. Als er minder dan 50 vellen papier in een lade zitten, wordt het bericht Lade x bijna op op de display weergegeven, waarbij x verwijst naar

Nadere informatie

Handleiding NarrowCasting

Handleiding NarrowCasting Handleiding NarrowCasting http://portal.vebe-narrowcasting.nl september 2013 1 Inhoud Inloggen 3 Dia overzicht 4 Nieuwe dia toevoegen 5 Dia bewerken 9 Dia exporteren naar toonbankkaart 11 Presentatie exporteren

Nadere informatie

2 mei 2014. Remote Scan

2 mei 2014. Remote Scan 2 mei 2014 Remote Scan 2014 Electronics For Imaging. De informatie in deze publicatie wordt beschermd volgens de Kennisgevingen voor dit product. Inhoudsopgave 3 Inhoudsopgave...5 openen...5 Postvakken...5

Nadere informatie

Installatiehandleiding MF-stuurprogramma

Installatiehandleiding MF-stuurprogramma Nederlands Installatiehandleiding MF-stuurprogramma Cd met gebruikerssoftware.............................................................. 1 Informatie over de stuurprogramma s en de software.............................................

Nadere informatie

In deze sectie komen de volgende onderwerpen aan de orde:

In deze sectie komen de volgende onderwerpen aan de orde: Phaser 6200-kleurenlaserprinter Laden In deze sectie komen de volgende onderwerpen aan de orde: Papier in de laden 1 tot en met 3 plaatsen zie pagina 2. Papier in de multifunctionele lade plaatsen zie

Nadere informatie

Handleiding instellingen vrijgave van afdrukken

Handleiding instellingen vrijgave van afdrukken Handleiding instellingen vrijgave van afdrukken INHOUDSOPGAVE OVER DEZE HANDLEIDING............................................................................. 2 FUNCTIE AFDRUKVRIJGAVE...........................................................................

Nadere informatie

Versienotities voor de klant Xerox EX Print Server Powered by Fiery voor de Xerox igen4 Press, versie 3.0

Versienotities voor de klant Xerox EX Print Server Powered by Fiery voor de Xerox igen4 Press, versie 3.0 Versienotities voor de klant Xerox EX Print Server Powered by Fiery voor de Xerox igen4 Press, versie 3.0 Dit document bevat belangrijke informatie over deze versie. Zorg dat deze informatie bij alle gebruikers

Nadere informatie

Gebruikersveiligheid. Elektrische veiligheid. Phaser 4500-laserprinter

Gebruikersveiligheid. Elektrische veiligheid. Phaser 4500-laserprinter Gebruikersveiligheid De printer en de aanbevolen verbruiksartikelen zijn getest en voldoen aan strikte veiligheidsnormen. Als u de volgende informatie in acht neemt, bent u verzekerd van een ononderbroken

Nadere informatie

Handleiding Google Cloud Print

Handleiding Google Cloud Print Handleiding Google Cloud Print Informatie over Google Cloud Print Afdrukken met Google Cloud Print Appendix Inhoud Hoe werken deze handleidingen?... 2 Symbolen in de handleidingen... 2 Disclaimer... 2

Nadere informatie

HP LaserJet P2050-serie-printer. Paper and Print Media Guide

HP LaserJet P2050-serie-printer. Paper and Print Media Guide HP LaserJet P2050-serie-printer Paper and Print Media Guide HP LaserJet P2050-serie-printer Handleiding voor papier en afdrukmateriaal Copyright en licentie 2008 Copyright Hewlett-Packard Development

Nadere informatie

Bedieningspaneel. Afdrukken. Papierverwerking. Onderhoud. Problemen oplossen. Beheer. Index

Bedieningspaneel. Afdrukken. Papierverwerking. Onderhoud. Problemen oplossen. Beheer. Index Dit gedeelte van de handleiding bevat informatie over het bedieningspaneel, het wijzigen van printerinstellingen en over de menu's van het bedieningspaneel. U kunt de meeste printerinstellingen wijzigen

Nadere informatie

Voor gebruikers van de Ricoh Smart Device Connector: Het apparaat configureren

Voor gebruikers van de Ricoh Smart Device Connector: Het apparaat configureren Voor gebruikers van de Ricoh Smart Device Connector: Het apparaat configureren INHOUDSOPGAVE 1. Voor alle gebruikers Inleiding...3 Hoe werkt deze handleiding?...3 Handelsmerken...4 Wat is Ricoh Smart

Nadere informatie

HP LaserJet P2030-serie-printer. Paper and Print Media Guide

HP LaserJet P2030-serie-printer. Paper and Print Media Guide HP LaserJet P2030-serie-printer Paper and Print Media Guide HP LaserJet P2030-serie-printer Handleiding voor papier en afdrukmateriaal Copyright en licentie 2008 Copyright Hewlett-Packard Development

Nadere informatie

Kopiëren. WorkCentre C2424-kopieerapparaat-printer

Kopiëren. WorkCentre C2424-kopieerapparaat-printer Kopiëren Dit hoofdstuk omvat: Eenvoudige kopieertaken op pagina 3-2 Kopieeropties aanpassen op pagina 3-3 Basisinstellingen op pagina 3-4 Afbeeldingsaanpassingen op pagina 3-9 Aanpassingen aan de positie

Nadere informatie

Printerproblemen oplossen

Printerproblemen oplossen 1 De display op het bedieningspaneel is leeg of er worden alleen ruitjes weergegeven. Taken worden niet De zelftest van de printer is mislukt. De printer is niet gereed om gegevens te ontvangen. De aangegeven

Nadere informatie

Fiery Remote Scan. Fiery Remote Scan openen. Postvakken

Fiery Remote Scan. Fiery Remote Scan openen. Postvakken Fiery Remote Scan Met Fiery Remote Scan kunt u scantaken op de Fiery-server en de printer beheren vanaf een externe computer. Met Fiery Remote Scan kunt u het volgende doen: Scans starten vanaf de glasplaat

Nadere informatie

De inhoud van de verpakking controleren

De inhoud van de verpakking controleren De inhoud van de verpakking controleren papiersteun cd-rom met printersoftware & Gebruikershandleiding pakket met cartridges (bevat zowel zwart-wit- als kleurencartridges.) printer Gids voor snelle starters

Nadere informatie

Xerox ColorQube 9301 / 9302 / 9303 Bedieningspaneel

Xerox ColorQube 9301 / 9302 / 9303 Bedieningspaneel Xerox ColorQube 90 / 90 / 90 Bedieningspaneel Beschikbare services kunnen variëren afhankelijk van uw printerinstellingen. Zie de Handleiding voor de gebruiker voor meer informatie over functies en instellingen.?

Nadere informatie

Met het Instellingenmenu kunt u een groot aantal printerfuncties configureren. Selecteer voor verdere informatie een menu-item:

Met het Instellingenmenu kunt u een groot aantal printerfuncties configureren. Selecteer voor verdere informatie een menu-item: Met het kunt u een groot aantal printerfuncties configureren. Selecteer voor verdere informatie een menu-item: Signaalinstelling Spaarstand Auto doorgaan Afdruktimeout Taal op display Printertaal Laden

Nadere informatie

Printen via de handmatige invoerlade (briefpapier, etiketten, etc.)

Printen via de handmatige invoerlade (briefpapier, etiketten, etc.) Directie ITS Information and Technology Services HANDLEIDING Printen via de handmatige invoerlade (briefpapier, etiketten, etc.) Deze handleiding beschrijft hoe je op een Xerox-Multifunctional via de handmatige

Nadere informatie

DX-C200P. Softwarehandleiding. Gebruiksaanwijzing

DX-C200P. Softwarehandleiding. Gebruiksaanwijzing DX-C200P Gebruiksaanwijzing Softwarehandleiding 1 Voorbereiden voor afdrukken 2 Het printerstuurprogramma instellen 3 Andere afdrukbewerkingen 4 Rechtstreeks afdrukken vanaf een digitale camera (PictBridge)

Nadere informatie

Plaatsen waar papierstoringen kunnen optreden

Plaatsen waar papierstoringen kunnen optreden De meeste papierstoringen kunt u vermijden door zorgvuldig het materiaal waarop u afdrukt te kiezen en dit materiaal op de juiste wijze te laden. (Zie de suggesties in Tips ter voorkoming van papierstoringen.)

Nadere informatie

Fiery Remote Scan. Verbinden met Fiery servers. Verbinding maken met een Fiery server bij het eerste gebruik

Fiery Remote Scan. Verbinden met Fiery servers. Verbinding maken met een Fiery server bij het eerste gebruik Fiery Remote Scan Met Fiery Remote Scan kunt u scantaken beheren op de Fiery server en de printer vanaf een externe computer. Met Fiery Remote Scan kunt u het volgende doen: Scans starten vanaf de glasplaat

Nadere informatie

BEKNOPTE HANDLEIDING INHOUD. voor Windows Vista

BEKNOPTE HANDLEIDING INHOUD. voor Windows Vista BEKNOPTE HANDLEIDING voor Windows Vista INHOUD Hoofdstuk 1: SYSTEEMVEREISTEN...1 Hoofdstuk 2: PRINTERSOFTWARE INSTALLEREN ONDER WINDOWS...2 Software installeren om af te drukken op een lokale printer...

Nadere informatie

Versienotities voor de klant Fiery EXP4110, versie 1.1SP1 voor Xerox 4110

Versienotities voor de klant Fiery EXP4110, versie 1.1SP1 voor Xerox 4110 Versienotities voor de klant Fiery EXP4110, versie 1.1SP1 voor Xerox 4110 Dit document beschrijft de upgrade van de Fiery EXP4110-printerstuurprogramma s voor ondersteuning van de optie Lade 6 (Extra groot).

Nadere informatie

Kopiëren via de glasplaat. 1 Plaats het originele document met de bedrukte zijde naar beneden in de linkerbovenhoek van de glasplaat.

Kopiëren via de glasplaat. 1 Plaats het originele document met de bedrukte zijde naar beneden in de linkerbovenhoek van de glasplaat. Naslagkaart Wordt gekopieerd Kopieën maken Snel kopiëren 3 Druk op het bedieningspaneel van de printer op. 4 Als u het document op de glasplaat hebt gelegd, raakt u Finish the Job (Taak voltooien) aan

Nadere informatie

Dick Grooters Raadhuisstraat 296 5683 GM Best tel: 0499-392579 e-mail: [email protected]. Printen en Scannen

Dick Grooters Raadhuisstraat 296 5683 GM Best tel: 0499-392579 e-mail: d.grooters@home.nl. Printen en Scannen Dick Grooters Raadhuisstraat 296 5683 GM Best tel: 0499-392579 e-mail: [email protected] Printen en Scannen Als een nieuwe printer wordt gekocht en onder Windows XP aangesloten zal Windows deze nieuwe

Nadere informatie

Plaatsen waar papierstoringen kunnen optreden

Plaatsen waar papierstoringen kunnen optreden De meeste papierstoringen kunt u vermijden door zorgvuldig het materiaal waarop u afdrukt te kiezen en dit materiaal op de juiste wijze te laden. (Zie de suggesties in Tips voor het voorkomen van papierstoringen.)

Nadere informatie

Gebruikersveiligheid. Elektrische veiligheid. Phaser 5500-laserprinter

Gebruikersveiligheid. Elektrische veiligheid. Phaser 5500-laserprinter Gebruikersveiligheid De printer en de aanbevolen verbruiksartikelen zijn getest en voldoen aan strikte veiligheidsnormen. Als u de volgende informatie in acht neemt, bent u verzekerd van een ononderbroken

Nadere informatie

Kopiëren via de glasplaat. 1 Plaats het originele document met de bedrukte zijde naar beneden in de linkerbovenhoek van de glasplaat.

Kopiëren via de glasplaat. 1 Plaats het originele document met de bedrukte zijde naar beneden in de linkerbovenhoek van de glasplaat. Laser-MFP Naslagkaart Kopiëren Snel kopiëren documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats plaatst, moet u de papiergeleiders

Nadere informatie

CoolDing software. Versie 2.0

CoolDing software. Versie 2.0 CoolDing software Versie 2.0 Vooraf Deze handleiding is de aanvulling op de Quick Start die u vindt in uw CoolDing pakket. In deze handleiding wordt beschreven hoe u de app en de HTML-interface gebruikt.

Nadere informatie

Xerox WorkCentre 7800-serie Bedieningspaneel

Xerox WorkCentre 7800-serie Bedieningspaneel Bedieningspaneel Beschikbare services kunnen variëren afhankelijk van uw printerinstellingen. Zie de Handleiding voor de gebruiker voor meer informatie over functies en instellingen. ABC DEF Menu's GHI

Nadere informatie

Doe het zelf installatiehandleiding

Doe het zelf installatiehandleiding Doe het zelf installatiehandleiding Inleiding Deze handleiding helpt u bij het installeren van KSYOS TeleDermatologie. De installatie duurt maximaal 30 minuten, als u alle onderdelen van het systeem gereed

Nadere informatie

Naslagkaart. Informatie over het bedieningspaneel. Betekenis van de lampjes op het bedieningspaneel. Naslagkaart

Naslagkaart. Informatie over het bedieningspaneel. Betekenis van de lampjes op het bedieningspaneel. Naslagkaart Naslagkaart Informatie over het bedieningspaneel Het bedieningspaneel van de printer heeft twee knoppen en zes lampjes (de knop Doorgaan fungeert als knop en als lampje). De lampjes geven de status van

Nadere informatie

Toegang tot uw e-mailberichten via internet

Toegang tot uw e-mailberichten via internet Basishandleiding Multrix Outlook Web App 2010 Versie: 24 februari 2011 Toegang tot uw e-mailberichten via internet Handleiding Multrix Outlook Web Access 2010 Voorblad Inhoudsopgave 1 Inloggen...3 2 Veelgebruikte

Nadere informatie

Windows 98 en Windows ME

Windows 98 en Windows ME Windows 98 en Windows ME In dit onderwerp wordt het volgende besproken: Voorbereidende stappen op pagina 3-29 Stappen voor snelle installatie vanaf cd-rom op pagina 3-30 Andere installatiemethoden op pagina

Nadere informatie

Album samenstellen met behulp van de Hema album software.

Album samenstellen met behulp van de Hema album software. Album samenstellen met behulp van de Hema album software. Kies de Hema webside www.hema.nl Plaats de muisaanwijzer op foto en klik op Fotoalbums. Klik op download de software (geschikt voor Windows) Vul

Nadere informatie