Gebruikershandleiding

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Gebruikershandleiding"

Transcriptie

1 Gebruikershandleiding Wat kunt u met dit apparaat? Snel aan de slag Web Image Monitor Papier en toner bijvullen Problemen oplossen Apparaatinformatie Informatie die niet in deze handleiding staat, kunt u terugvinden in de HTML-/PDF-bestanden op de meegeleverde cd-rom. Voor een veilig en correct gebruik, dient u de Veiligheidsinformatie in "Lees dit eerst" te lezen voordat u het apparaat gebruikt.

2

3 INHOUDSOPGAVE Hoe werkt deze handleiding?... 4 Symbolen in de handleiding...4 Modelspecifieke informatie... 5 Namen van belangrijke onderdelen Wat kunt u met dit apparaat? Zoeken op wat u wilt doen... 7 Mijn kosten omlaag brengen... 7 Het apparaat effectiever gebruiken...8 Mogelijkheden van dit apparaat... 9 Het [Home]-scherm aanpassen...9 Voorkomen dat informatie uitlekt (beveiligingsfuncties)...9 Het apparaat beheren en instellen met een computer Snel aan de slag Namen en functies van onderdelen...11 Functie van de waarschuwingslamp De apparaatopties...16 Informatie over de functie van externe apparaatopties Namen en functies van het bedieningspaneel...18 De taal van het display wijzigen...21 Het bovenste scherm en het [Home]-scherm gebruiken Pictogrammen aan het [Home]-scherm toevoegen Het apparaat aan-/uitzetten De hoofdstroomschakelaar inschakelen...28 De hoofdstroomschakelaar uitschakelen...29 Inloggen op het apparaat Wanneer het verificatiescherm wordt weergegeven...30 Gebruikerscodeverificatie via het bedieningspaneel Inloggen via het bedieningspaneel...30 Uitloggen via het bedieningspaneel Web Image Monitor Beginpagina weergeven Papier en toner bijvullen Papier plaatsen

4 Voorzorgsmaatregelen voor papier plaatsen...35 Papier plaatsen in lade 1, 2 en de brede bulklade...37 Papier in de multihandinvoer (lade A) plaatsen...38 Papier plaatsen in de tussenvoegeenheid Voorbladen in de tussenvoegeenheid van de Perfect Binder plaatsen...42 Papier met een vaste afdrukrichting of dubbelzijdig papier plaatsen...44 Aanbevolen papier Aanbevolen papierformaten en -typen...46 Aangepast papier registreren De papiernaam uit de papierbibliotheek selecteren Papier registreren waarvan de papiernaam niet in de papierbibliotheek staat...63 Een nieuw aangepast papier registreren door een bestaande papiersoort te wijzigen Toner bijvullen Gebruikte toner weggooien...71 Menu-items en functies Problemen oplossen Als een statuspictogram weergegeven wordt...77 Wanneer een indicatielampje brandt of knippert bij de knop [Status controleren] Als het apparaat een piepgeluid maakt...81 Als u problemen heeft met de bediening van het apparaat...82 Wanneer er andere meldingen worden weergegeven...89 Als het Home-scherm niet bewerkt kan worden...90 Wanneer er problemen optreden met het inloggen Wanneer de gebruiker geen rechten heeft om een bewerking uit te voeren Apparaatinformatie Informatie over milieuwetgeving...93 ENERGY STAR-programma...93 Energiebesparende functies...93 Gebruikersinformatie over elektrische en elektronische apparatuur (voornamelijk Europa) Opmerking over het batterij- en/of accusymbool (alleen voor EU-landen) (voornamelijk Europa) Milieuadvies voor gebruikers (voornamelijk Europa)

5 Opmerking voor gebruikers in de staat Californië (opmerking voor gebruikers in de Verenigde Staten) (voornamelijk Noord-Amerika) INDEX

6 Hoe werkt deze handleiding? Symbolen in de handleiding De handleiding gebruikt de volgende symbolen: Geeft punten aan waar u rekening mee moet houden wanneer u het apparaat gebruikt en een uitleg van mogelijke oorzaken voor het vastlopen van papier, schade aan originelen of gegevensverlies. Lees deze uitleg zorgvuldig door. Geeft een aanvullende uitleg van de functies van het apparaat aan en instructies voor het oplossen van fouten die door de gebruiker zijn gemaakt. Dit symbool vindt u aan het eind van iedere sectie. Het geeft aan waar u meer relevante informatie kunt vinden. [ ] Geeft de namen van de toetsen aan die op het display verschijnen of refereren naar de (plastic) knoppen op het bedieningspaneel van het apparaat. (voornamelijk Europa en Azië), (voornamelijk Europa) of (voornamelijk Azië) (voornamelijk Noord-Amerika) De verschillen tussen de functies van Regio A en Regio B-modellen worden aangegeven door twee symbolen. Lees de informatie die wordt aangegeven door het symbool dat overeenkomt met de regio van het model dat u gebruikt. Voor meer informatie over welk symbool overeenkomt met het model dat u gebruikt, zie Pag. 5 "Modelspecifieke informatie". 4

7 Modelspecifieke informatie In dit gedeelte wordt uitgelegd tot welke regio uw apparaat behoort. Op de achterkant van het apparaat bevindt zich een sticker op de plaats die hieronder wordt weergegeven. De sticker bevat gegevens waarmee de regio van uw apparaat wordt geïdentificeerd. Lees wat er op de sticker staat. DET001 De volgende informatie is regiospecifiek. Lees de informatie onder het symbool dat overeenkomt met de regio van uw apparaat. (voornamelijk in Europa en Azië) Als de sticker de volgende informatie bevat, is uw apparaat een regio A-model: CODE XXXX -27, V (voornamelijk in Noord-Amerika) Als de sticker de volgende informatie bevat, is uw apparaat een regio B-model: CODE XXXX V De afmetingen in deze handleiding worden gegeven in twee meeteenheden: metrisch en in inches. Als uw apparaat een model uit regio A is, raadpleegt u de metrische meeteenheid. Als uw apparaat een model uit regio B is, raadpleegt u de meeteenheid in inch. Als uw apparaat een regio A-model is en op de sticker "CODE XXXX -27" staat, raadpleeg dan ook " (voornamelijk in Europa)". Als uw apparaat een regio A-model is en op de sticker "CODE XXXX -29" staat, raadpleeg dan ook " (voornamelijk in Azië)". 5

8 Namen van belangrijke onderdelen In deze handleiding wordt er als volgt verwezen naar de belangrijkste onderdelen van het apparaat: Multi Bypass Tray BY5010 Multihandinvoer (lade A) Vacuum Feed LCIT RT5100 Brede bulklade (brede LCT) Multi-Folding Unit FD5020 Multivouweenheid Ring Binder RB5020 Ring Binder High Capacity Stacker SK5030 Hoogvolume stapeleenheid Trimmer Unit TR5040 Trimmereenheid Cover Interposer Tray CI5030 Tussenvoegeenheid Perfect Binder GB5010 Perfect Binder 6

9 1. Wat kunt u met dit apparaat? U kunt een beschrijving zoeken op wat u wilt doen. Zoeken op wat u wilt doen U kunt een procedure zoeken op wat u wilt doen. Mijn kosten omlaag brengen BRL059S Controleren hoeveel papier is bespaard (scherm [Informatie]) Zie de handleiding Snel aan de slag. Minder elektriciteit verbruiken Zie de handleiding Snel aan de slag. 7

10 1. Wat kunt u met dit apparaat? Het apparaat effectiever gebruiken BQX139S De functiepictogrammen en snelkoppelingen toevoegen Zie de handleiding Handige functies. De volgorde van pictogrammen voor functies en snelkoppelingen wijzigen Zie de handleiding Handige functies. 8

11 Mogelijkheden van dit apparaat Mogelijkheden van dit apparaat In dit onderdeel worden de functies van dit apparaat beschreven. Het [Home]-scherm aanpassen De pictogrammen voor alle functies worden weergegeven op het [Home]-scherm. U kunt snelkoppelingen naar veel gebruikte internetpagina's aan het [Home]-scherm toevoegen. De internetpagina's kunnen eenvoudig worden opgeroepen door op de pictogrammen te drukken. U kunt ervoor kiezen om alleen pictogrammen weer te geven van functies en snelkoppelingen die u gebruikt. U kunt de volgorde van de pictogrammen voor functies en snelkoppelingen wijzigen. Voor meer informatie over de functies op het [Home]-scherm, zie Snel aan de slag. Voor meer informatie over het aanpassen van het [Home]-scherm, zie de handleiding Handige functies. Voorkomen dat informatie uitlekt (beveiligingsfuncties) CWW108 U kunt documenten beschermen tegen onbevoegde toegang en onbevoegd kopiëren tegengaan. Het is mogelijk om het gebruik van het apparaat te beheren en te voorkomen dat de apparaatinstellingen zonder toestemming worden gewijzigd. Door het instellen van wachtwoorden kunt u onbevoegde toegang via het netwerk voorkomen. Het is mogelijk om gegevens op de harde schijf te coderen of te verwijderen om de kans op gegevenslekken te minimaliseren. U kunt het gebruik van functies voor elke gebruiker beperken. 9

12 1. Wat kunt u met dit apparaat? Zie de Veiligheidshandleiding. Het apparaat beheren en instellen met een computer Met behulp van Web Image Monitor kunt u de status van het apparaat nakijken en instellingen wijzigen. CWW110 U kunt bijhouden van welke lade het papier opraakt, informatie in het Adresboek registreren, de netwerkinstellignen opgeven, de systeeminstellingen configureren en wijzigen en de verificatieinstellingen configureren. Zie de handleiding Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen. Zie de help-functie van Web Image Monitor. 10

13 2. Snel aan de slag In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u met dit apparaat aan de slag gaat. Namen en functies van onderdelen De ventilatieopeningen van het apparaat mogen niet geblokkeerd zijn. Als dit toch gebeurt, bestaat er kans op brand als gevolg van oververhitte interne elementen. Aanzicht vanaf de voor- en linkerkant DET Hoofdstroomschakelaar Om het apparaat te kunnen gebruiken, moet de hoofdstroomschakelaar ingeschakeld zijn. Als dit niet het geval is, opent u het klepje van de hoofdstroomschakelaar en schakelt u deze in. 2. Linker voorpaneel hoofdeenheid Open deze om vastgelopen papier te verwijderen of de stroom aan- of uit te schakelen. 11

14 2. Snel aan de slag 3. Bedieningspaneel Zie Pag. 18 "Namen en functies van het bedieningspaneel". 4. Aan/uit-schakelaar Schakel deze schakelaar om als u het apparaat volledig wilt uitschakelen. De aan/uit-schakelaar moet bij normaal gebruik aan blijven. De schakelaar bevindt zich aan de binnenzijde van het linker voorpaneel op de hoofdeenheid. Voor meer informatie, zie Onderhoud en specificaties. 5. Tonercartridgehouder Installeer hier de tonercartridges. Open de klep om de tonercartrigdes te vervangen. 6. Rechter voorpaneel hoofdeendheid Openen om papierstoringen te verwijderen 7. Papierladen (lade 1 2) Hier plaatst u het papier in. 8. Paneel van de tonerafvalfles Open dit paneel om de tonerafvalfles te vervangen. Aanzicht vanaf de voor- en rechterkant 1 DET003 12

15 Namen en functies van onderdelen 1. Waarschuwingslamp Zie Pag. 14 "Functie van de waarschuwingslamp". Aanzicht vanaf de achter- en rechterkant DET Ventilatiegaten De ventilatiegaten zorgen ervoor dat het apparaat niet overhit raakt. 2. Aardlekschakelaar Beschermt gebruikers tegen elektrische schokken. Voor meer informatie over het controleren van de aardlekschakelaar, zie Onderhoud en specificaties. Het onderdeel is meestal afgedekt met een afdekplaatje, zoals te zien in de illustratie. Raak deze plaat niet aan. Deze moet verwijderd worden door een service engineer. 13

16 2. Snel aan de slag Functie van de waarschuwingslamp Duw niet tegen de statuslamp en trek er ook niet aan tijdens het installeren op het apparaat. Daardoor kan er schade of storing ontstaan aan de statuslamp van het apparaat. CUV121 De statuslamp waarschuwt de gebruiker door middel van een lichtsignaal om te laten weten dat er een papierstoring is of wanneer het papier op is. De kleuren van de lamp en de betekenis ervan zijn als volgt: Lamp Status Het onderste lampje gaat blauw branden. Het onderste lampje knippert blauw. De bovenste lamp brandt rood. Afdrukken Gegevensinvoer Fout opgetreden (Voorbeeld) Wanneer er een onderhoudsbericht wordt weergegeven Papierstoring Papier op Toner is op Geheugenoverloop Lees het bericht op het display en voer de vereiste handeling uit. Voor details, zie Problemen oplossen. 14

17 Namen en functies van onderdelen Lamp De bovenste lamp knippert geel. Waarschuwing (Voorbeeld) Toner is bijna op. Status De tonerafvalfles is bijna vol. Lees het bericht op het display en voer de vereiste handeling uit. Voor details, zie Problemen oplossen. 15

18 2. Snel aan de slag De apparaatopties Informatie over de functie van externe apparaatopties DET Booklet Finisher SR5060 Hier worden meerdere vellen papier gesorteerd, gestapeld en geniet. Met de rughechtingsfunctie kunnen meerdere vellen papier in het midden worden geniet en als een boekje worden gevouwen. Bestaat uit de volgende papierlades: Finisher bovenuitvoer Finisher staffeluitvoer Finisher boekjesuitvoer Afdrukken kunnen geperforeerd worden als de optionele perforeereenheid op de finisher is geïnstalleerd. 2. Trimmer Snijdt de voorrand van het boekblok af nadat de zadelsteek op het boekblok is aangebracht. 3. Hoogvolume stapeleenheid Bestaat uit de volgende papierlades: Bovenlade van stapeleenheid Stapellade De bovenlade van de stapeleenheid kan maximaal 250 vellen papier bevatten en de stapellade maximaal 5000 vellen papier. U kunt maximaal twee hoogvolume stapeleenheden aan het apparaat koppelen. 4. Ring binder Bindt papiervellen samen met een ringband. 16

19 De apparaatopties 5. Multivouweenheid Is van toepassing bij de volgende vouwen: Halve vouw, Briefvouw naar buiten, Briefvouw naar binnen, Dubbele parallelle vouw, Venstervouw en Z-vouw. 6. Tussenvoegeenheid Hiermee voegt u kaften of tussenvoegvellen aan afdrukken toe. 7. Multihandinvoer (lade A) U kunt maximaal 500 vellen papier plaatsen. 8. Bevestigingskit multihandinvoer Hiermee wordt de multihandinvoer (lade A) bevestigd aan de brede bulklade. 9. Bannervellade van multihandinvoer (lade A) Hiermee kunt u papier van een groot formaat in de multihandinvoer (lade A) plaatsen. 10. Finisher SR5050 Hier worden meerdere vellen papier gesorteerd, gestapeld en geniet. Bestaat uit de volgende papierlades: Finisher bovenuitvoer Finisher staffeluitvoer Afdrukken kunnen geperforeerd worden als de optionele perforeereenheid op de finisher is geïnstalleerd. 11. Perfect Binder Brengt lijm aan op de rug van de bij elkaar verzamelde pagina's om ze te binden in een boekje. 12. Brede LCT U kunt maximaal vellen papier plaatsen. U kunt papier met formaten tot SRA3 of / 5 plaatsen. U kunt maximaal drie brede bulklades aansluiten. 13. Brugeenheid van brede bulklade Hiermee sluit u een brede bulklade aan op een extra bulklade. 14. Bannervellade van brede bulklade Hiermee kunt u papier met grote afmetingen in de brede bulklade plaatsen. 17

20 2. Snel aan de slag Namen en functies van het bedieningspaneel DER Display Geeft de toetsen weer voor iedere functie, bewerkingsstatus of berichten. Zie de handleiding Snel aan de slag. 2. [Reset]-knop Druk op deze knop om de huidige instellingen te verwijderen. 3. Aan/uit-indicatielampje Het Aan/uit-indicatielampje gaat branden wanneer u de aan/uit-schakelaar inschakelt. 18

21 Namen en functies van het bedieningspaneel 4. [Energiespaarstand]-knop Druk hierop om de energiebespaarstand of de slaapstand te activeren. Voor meer informatie, zie de handleiding Snel aan de slag. Wanneer het apparaat in de energiespaarstand staat, is de knop [Energiespaarstand] verlicht. In de slaapstand knippert de [Energiespaarstand]-knop langzaam. 5. [Inloggen/Uitloggen]-knop Druk hierop om in of uit te loggen. 6. [Gebruikersinstellingen]-knop Druk op deze knop om de standaardinstellingen aan te passen aan uw wensen. Zie Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen. U kunt nagaan waar u verbruiksartikelen kunt bestellen en welk nummer u moet bellen bij storingen. U kunt deze gegevens ook afdrukken. Zie de handleiding Onderhoud en specificaties. 7. [Papierinstelling]-knop Specificeer de instellingen voor de papierlade. Zie papierinstellingen. 8. [Teller]-knop Druk op deze knop om de tellerwaarde te bekijken of af te drukken. Zie Onderhoud en specificaties. 9. [Taal]-knop Druk hierop om de taal van het scherm te wijzigen. Zie Pag. 21 "De taal van het display wijzigen". 10. [Eenvoudige weergave]-knop Druk op deze knop om naar het vereenvoudigde scherm over te gaan. Voor meer informatie, zie de handleiding Snel aan de slag. 11. [ ]-knop (Enter-knop) Druk op deze knop om de waardes te bevestigen die zijn ingevoerd of items die zijn opgegeven. 12. [Start]-knop Druk hierop om een tellerlijst, informatielijst of andere lijst af te drukken. 13. [Wissen]-knop Druk op deze knop om een ingevoerd cijfer te wissen. 14. Cijfertoetsen Gebruik deze toetsen om de hoeveelheid kopieën en gegevens voor de geselecteerde functie in te voeren. 15. Indicatielampje Inkomende gegevens (printermodus) Knippert wanneer het apparaat afdrukopdrachten ontvangt van een computer. 16. [Status controleren]-knop Druk op deze knop om de systeemstatus van het apparaat, de bedieningsstatus van elke functie en de huidige taken te bekijken. U kunt hier ook de taakgeschiedenis en de onderhoudsinformatie van het apparaat bekijken. 17. Functietoetsen Er zijn geen functies toegewezen aan de functietoetsen. U kunt vaak gebruikte functies en internetpagina's registreren. Voor meer informatie, zie de handleiding Snel aan de slag. 19

22 2. Snel aan de slag 18. [Home]-knop Druk hierop om het [Home]-scherm weer te geven. Voor meer informatie, zie Pag. 22 "Het bovenste scherm en het [Home]-scherm gebruiken". 19. Schuifknop voor helderheid scherm Dit regelt de helderheid van het display. 20. Indicatielampje mediatoegang Dit lampje gaat branden als er een geheugenopslagapparaat in de mediasleuf wordt gestoken. 21. Mediasleuven Gebruik deze om een SD-kaart of een USB-flashgeheugen aan te sluiten. 20

23 De taal van het display wijzigen De taal van het display wijzigen U kunt de taal die op het display wordt gebruikt, wijzigen. Engels is standaard ingesteld. 1. Druk op de [Taal]-knop totdat de taal die u wilt weergeven verschijnt. DER048 21

24 2. Snel aan de slag Het bovenste scherm en het [Home]-scherm gebruiken Als u op de [Home]-knop drukt als het apparaat net is ingeschakeld, wordt het bovenste scherm weergegeven. Via het [Bovenste] scherm kunt u de tonerstatus en de papierstatus bekijken. De pictogrammen voor alle functies worden weergegeven op het [Home]-scherm. U kunt snelkoppelingen naar internetpagina's aan het [Home]-scherm toevoegen. De pictogrammen van toegevoegde snelkoppelingen worden weergegeven op het [Home]-scherm. Internetpagina's kunnen eenvoudig geopend worden door op de snelkoppelingen te drukken. Om het [Home]-scherm weer te geven, drukt u op de [Home]-knop. Als het [Home]-scherm niet verschijnt, drukt u op het pictogram rechtsboven in het scherm om naar het menuscherm te gaan. [Bovenste] scherm NL DET010 22

25 Het bovenste scherm en het [Home]-scherm gebruiken [Home]-scherm NL DET Gebruiksstatus en meldingen Geeft de apparaatstatus en meldingen weer. 2. [Takenlijst] Druk hierop om het scherm met de takenlijst voor de kleurencontroller weer te geven. 3. Geschatte duur Zie het scherm met de takenlijst voor de kleurencontroller. 4. [Onderhoudsinfo] Druk hierop om het tabblad [Onderh./Inf./App.informatie] op het [Controleer status]-scherm weer te geven. 5. Schakelen tussen schermen Druk hierop om tussen het [Home]-scherm en het [Bovenste] scherm te wisselen. 6. [Voorraadinfo] Dit geeft de informatie over voorraden, bijvoorbeeld de resterende hoeveelheid toner. 7. [Instell. papierlade] Druk hierop om het [Instell. papierlade]-scherm weer te geven. 8. [Lade-info]/[Tussenvgeenh.info] Dit geeft de status weer van de papierladen en de tussenvoegeenheid. 9. [Takenlijst] Zie het scherm met de takenlijst voor de kleurencontroller. 10. Afbeelding voor het Home-scherm U kunt een afbeelding zoals een bedrijfslogo weergeven op het [Home]-scherm. Als u de afbeelding wilt wijzigen, raadpleeg dan Handige functies. 23

26 2. Snel aan de slag 11. [Adresboekbeheer] Druk hierop om het adresboek weer te geven. Voor meer informatie over het gebruik van het adresboek, zie Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen. 12. [Browser] 13. / Druk op deze toets om internetpagina's weer te geven. Zie de handleiding Handige functies voor meer informatie over het gebruik van de browserfunctie. Druk op deze toetsen om naar een andere pagina te gaan wanneer de pictogrammen niet op één pagina kunnen worden weergegeven. Pictogrammen aan het [Home]-scherm toevoegen U kunt de functie en snelkoppelingen naar internetpagina's toevoegen. U kunt ook pictogrammen controleren van functies en softwaretoepassingen die u uit het [Home-scherm heeft verwijderd. Namen van snelkoppelingen van maximaal 32 karakters kunnen in een standaard scherm worden weergegeven. Als de naam van de snelkoppeling langer is dan 32 karakters, wordt het 32ste karakter vervangen door "...". In een eenvoudig scherm kunnen slechts 30 karakters worden weergegeven. Als de naam van de snelkoppeling langer is dan 30 karakters, wordt het 30ste karakter vervangen door "...". Voor meer informatie over de procedure voor het registreren van internetpagina's als Favorieten, zie Handige functies. Snelkoppelingen naar internetpagina's die in Algemene favorieten zijn opgeslagen, kunnen worden geregistreerd in het [Home]-scherm. Wanneer de gebruikersverificatie is ingeschakeld, kunnen snelkoppelingen naar internetpagina's die geregistreerd zijn onder Favorieten per gebruiker ook worden geregistreerd in het [Home]-scherm van een gebruiker. U kunt tot 72 pictogrammen voor functies en snelkoppelingen registreren. Verwijder pictogrammen die u niet meer nodig heeft wanneer de limiet is bereikt. Voor meer informatie, zie Handige functies. U kunt de positie van pictogrammen wijzigen. Zie "Handige functies" voor meer informatie. Pictogrammen toevoegen aan het [Home]-scherm met Web Image Monitor 1. Start Web Image Monitor op. Zie Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen voor meer informatie. 2. Log in op de Web Image Monitor. 24

27 Het bovenste scherm en het [Home]-scherm gebruiken 3. Om pictogrammen toe te voegen aan het standaard [Home]-scherm, gaat u naar [Apparaatbeheer] en klikt u op [Home van apparaat beheren]. Om pictogrammen toe te voegen aan het [Home]-scherm van een gebruiker, gaat u naar [Scherm per gebruiker personaliseren]. 4. Klik op [Pictogrammen bewerken]. 5. Ga naar [ Het pictogram kan toegevoegd worden.] van de positie die u wilt toevoegen en klik vervolgens op [ Toevoegen]. 6. Selecteer het functie- of snelkoppelingspictogram dat u wilt toevoegen. 7. Klik vier keer op [OK]. Pictogrammen toevoegen aan het [Home]-scherm via Gebruikerstools In de volgende procedure wordt een snelkoppeling geregistreerd in het [Home]-scherm. 1. Druk op de knop [Gebruikersinstellingen]. 2. Druk op [Home bewerken]. DER029 25

28 2. Snel aan de slag 3. Druk op [Pictogram toevoegen]. 4. Druk op het tabblad [Toepassing]. 5. Selecteer de toepassing die u wilt toevoegen. 6. Bepaal de positie waar [Blanco] wordt weergegeven. 26

29 Het bovenste scherm en het [Home]-scherm gebruiken 7. Druk op [OK]. 8. Druk op de knop [Gebruikersinstellingen]. Druk op linksboven in het scherm om de positie in de eenvoudige weergave te controleren. 27

30 2. Snel aan de slag Het apparaat aan-/uitzetten Druk niet herhaaldelijk op de hoofdstroomschakelaar. Nadat u op de hoofdstroomschakelaar heeft gedrukt, moet u ten minste 20 seconden wachten tot duidelijk is dat het Aan/uit-indicatielampje brandt of uit is. Als het Aan/uit-indicatielampje niet binnen 10 minuten nadat u op de hoofdstroomschakelaar heeft gedrukt gaat branden of uitgaat, moet u contact opnemen met uw servicevertegenwoordiger. De hoofdstroomschakelaar bevindt zich aan de linkerkant van het apparaat. Als deze schakelaar aangezet wordt, wordt het apparaat ingeschakeld en licht het Aan/uit-lampje aan de rechterkant van het bedieningspaneel op. Als deze schakelaar uitgezet wordt, wordt de het apparaat uitgeschakeld en gaat het Aan/uit-lampje aan de rechterkant van het bedieningspaneel uit. Wanneer dit gedaan is, gaat het apparaat uit. Het apparaat gebruikt twee netsnoeren. Sluit elke stekker op een apart stopcontact aan met elk een eigen zekering. Controleer hoeveel stroom er voor de optionele eenheden nodig is en steek de stekkers ervan in een stopcontact die in de buurt ligt, maar niet hetzelfde stopcontact waarop het hoofdapparaat is aangesloten. De hoofdstroomschakelaar inschakelen 1. Zorg ervoor dat de stekker van het netsnoer stevig in het stopcontact zit. 2. Open het klepje van de hoofdstroomschakelaar en druk vervolgens op de hoofdstroomschakelaar. Het indicatielampje Aan/uit gaat branden. DET016 28

31 Het apparaat aan-/uitzetten De hoofdstroomschakelaar uitschakelen Wanneer u de stekker uit het stopcontact haalt, trek dan aan de stekker, niet aan het snoer. Als u aan het snoer trekt, kunt u het netsnoer beschadigen. Het gebruik van beschadigde netsnoeren kan resulteren in brand of een elektrische schok. Zet het apparaat niet uit als het apparaat bezig is met een bewerking. Houd de hoofdstroomschakelaar niet naar beneden geduwd als de stroom uitgeschakeld wordt. Als u dit wel doet, wordt het apparaat geforceerd uitgeschakeld. Dit kan de harde schijf of het geheugen beschadigen en storingen veroorzaken. 1. Open het klepje van de hoofdstroomschakelaar en druk vervolgens op de hoofdstroomschakelaar. Het Aan/uit-indicatielampje gaat uit. De stroom wordt automatisch uitgeschakeld wanneer het apparaat wordt uitgeschakeld. Als het scherm op het bedieningspaneel niet verdwijnt, neem dan contact op met uw servicevertegenwoordiger. 29

32 2. Snel aan de slag Inloggen op het apparaat Wanneer het verificatiescherm wordt weergegeven Als Basisverificatie, Windows-verificatie of LDAP-verificatie actief is, verschijnt het verificatiescherm op het display. Het apparaat kan pas worden gebruikt nadat u uw eigen Log-in gebruikersnaam en Log-in wachtwoord heeft ingevoerd. Als Gebruikerscode verificatie actief is, kunt u het apparaat pas gebruiken wanneer u de gebruikerscode heeft ingevoerd. Als u dit apparaat kunt gebruiken, wil dat zeggen dat u ingelogd bent. Wanneer u het apparaat niet langer kunt gebruiken, dan betekent het dat u bent uitgelogd. Zorg ervoor dat u ook weer uitlogt, om te voorkomen dat iemand het apparaat gebruikt zonder daarvoor bevoegd te zijn. Vraag aan de gebruikersbeheerder naar de Log-in gebruikersnaam, Log-in wachtwoord en de Gebruikerscode. Voor meer informatie over gebruikersverificatie raadpleegt u de Beveiligingshandleiding. De Gebruikerscode die moet worden ingevoerd bij Gebruikerscode verificatie is de cijfercombinatie geregistreerd in het Adresboek als "Gebruikerscode". Gebruikerscodeverificatie via het bedieningspaneel Als de Gebruikerscodeverificatie actief is, verschijnt er een scherm waarin u gevraagd wordt een gebruikerscode in te voeren. 1. Voer een gebruikerscode in (maximaal 8 cijfers) en druk dan op [OK]. Inloggen via het bedieningspaneel In deze paragraaf wordt de procedure beschreven voor het inloggen op het apparaat wanneer Basisverificatie, Windows-verificatie of LDAP-verificatie ingesteld is. 30

33 Inloggen op het apparaat 1. Druk op [Log-in]. 2. Voer een Log-in gebruikersnaam in en druk dan op [OK]. 3. Voer een Log-in wachtwoord in en druk dan op [OK]. Wanneer de gebruiker is geverifieerd, wordt het scherm weergegeven voor de functie die u gebruikt. Uitloggen via het bedieningspaneel In deze paragraaf wordt de procedure uitgelegd voor het uitloggen van het apparaat wanneer Basisverificatie, Windows-verificatie of LDAP-verificatie ingesteld is. Log altijd uit als u klaar bent met het apparaat om te voorkomen dat onbevoegde personen het apparaat gebruiken. 1. Druk op de knop [Inloggen/Uitloggen]. 2. Druk op [Ja]. DER049 31

34 32 2. Snel aan de slag

35 3. Web Image Monitor In dit hoofdstuk komen veelgebruikte Web Image Monitor-functies en -handelingen aan bod. Zie Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen op de meegeleverde cd-rom of de Help van Web Image Monitor voor informatie die niet in dit hoofdstuk staat. Beginpagina weergeven In dit gedeelte wordt de beginpagina besproken en wordt uitgelegd hoe u Web Image Monitor kunt weergeven. Als u een IPv4-adres invoert, begin de onderdelen dan niet met een nul. Bijvoorbeeld: als het adres " " is, moet u het invoeren als " ". 1. Start uw internetbrowser. 2. Voer " of hostnaam van uw apparaat)/" in de URL-balk van uw internetbrowser in. De beginpagina van Web Image Monitor verschijnt. Als de hostnaam van het apparaat werd geregistreerd op de DNS- of WINS-server, kunt u het invoeren. Wanneer u SSL, een protocol voor gecodeerde communicatie, instelt in een omgeving waarin serververificatie wordt gebruikt, voer dan " of hostnaam van het apparaat)/" in. Web Image Monitor is onderverdeeld in de volgende gedeeltes: NL DFN Menugedeelte Als u een menuoptie selecteert, wordt de inhoud hiervan weergegeven. 33

36 3. Web Image Monitor 2. Koptekstgebied Toont pictogrammen voor de Help- en zoekfunctie. Dit gebied toont ook [Inloggen] en [>Uitloggen], waarmee u kunt schakelen tussen de beheerders- en gastmodus. 3. Vernieuwen/Help (Vernieuwen): klik op rechtsboven in het werkgebied om de apparaatgegevens te updaten. Klik op de knop [Vernieuwen] van de internetbrowser om het volledige browserscherm bij te werken. (Help): gebruik Help om de inhoud van het Help-bestand weer te geven of te downloaden. 4. Basisgegevensgebied Toon de basisgegevens voor het apparaat. 5. Werkgebied Toont de inhoud van het item dat in het menugedeelte is geselecteerd. 34

37 4. Papier en toner bijvullen Dit hoofdstuk beschrijft de aanbevolen papierformaten en -typen en hoe u papier in de papierlade plaatst. Papier plaatsen Voorzorgsmaatregelen voor papier plaatsen Pas tijdens het bijvullen van papier op dat uw vingers niet vast komen te zitten of dat u ze verwondt. Stapel het papier niet hoger dan de limietmarkering. Er kunnen papierstoringen optreden en het papier kan verkeerd worden ingevoerd wanneer u op dikke glanzende vellen afdrukt. Als u dergelijke problemen wilt voorkomen, moet u ervoor zorgen dat glanzende vellen grondig worden losgewaaierd voordat u ze plaatst. Wanneer u papier plaatst, stel dan de richting van het papier in volgens de korrelstructuur van het papier aan de hand van onderstaande tabel: Richting van de papierkorrel Lade 1-2 of de brede bulklade Multihandinvoer (lade A) Als papier wordt geplaatst zoals eerder is beschreven, kan het zijn dat - afhankelijk van het type papier - de normale bewerkingen niet kunnen worden uitgevoerd en dat de afdrukkwaliteit niet goed is. 35

38 4. Papier en toner bijvullen Afdrukken kunnen duidelijk zijn omgekruld. Strijk afdrukken glad als ze zijn gevouwen of omgekruld. Raadpleeg Papierinstellingen voor meer informatie over de instellingen voor het gladstrijken van gekruld papier. Om papierstoringen te voorkomen, moet u het papier loswaaieren voordat u het plaatst. Als u papier plaatst als er nog maar een paar vellen papier in de lade liggen, kan het voorkomen dat er meerdere vellen papier tegelijk worden ingevoerd. Verwijder al het papier, leg het op de stapel nieuwe vellen papier en waaier de hele papierstapel los voordat u het in de lade plaatst. Maak omgekruld of gevouwen papier recht voordat u het plaatst. Als het papier opraakt in laden die automatisch onnodige tabbladen uitwerpen, plaats dan vanaf het begin van de cyclus nieuwe tabbladen (het eerste blad). Als u voor de eerste keer papier plaatst in de papierlade of als u het papierformaat of de papiersoort in de papierlade wijzigt, zorg dan ook voor de juiste papierinstellingen in 'Instellingen papierlade'. Raadpleeg voor meer informatie de handleiding Papierinstellingen. Voor meer informatie over de papiersoorten en -formaten die kunnen worden gebruikt, zie Pag. 46 "Aanbevolen papierformaten en -typen". Het is mogelijk dat u soms een ritselend geluid hoort van papier dat door het apparaat beweegt. Dit geluid duidt niet op slecht functioneren. Uitwaaieren van papier 1. Maak de stapel los door de vellen uit te waaieren. CVA068 36

39 Papier plaatsen 2. Houd de stapel vast bij het korte eind en buig de stapel heen en weer om ruimte te creëren tussen de vellen. Herhaal dit enkele malen. CVA069 CVA Controleer of er ruimte tussen de vellen is. CVA071 Papier plaatsen in lade 1, 2 en de brede bulklade Elke papierlade wordt op dezelfde wijze gevuld. De brede bulklade wordt geïdentificeerd als lade 3, lade 4, lade 5, lade 6, lade 7 en lade 8. Controleer of de papierranden aan de linkerzijde zijn uitgelijnd. 37

40 4. Papier en toner bijvullen 1. Controleer of het papier in de papierlade niet wordt gebruikt en trek de lade dan voorzichtig open tot deze stopt. DER Plaats papier met de afdrukzijde omhoog in de lade. Stapel het papier niet hoger dan de limietmarkering. DER Schuif de papierlade langzaam volledig naar binnen. U kunt diverse papierformaten in lade 1, 2 en de brede bulklade plaatsen door de posities van de zij- en eindgeleiders aan te passen. Voor meer informatie, zie Papierspecificaties en papier bijvullen. U kunt enveloppen in lade 1, 2 en de brede bulklade plaatsen. Als u enveloppen plaatst, moet u ze in de juiste richting plaatsen. Voor meer informatie, zie Pag. 59 "Enveloppen". Als u gebruik maakt van automatisch lade wisselen, kaften of voorbladen, blijft het lampje op de voorkant van de lade branden tot het afdrukken is voltooid. Als het lampje brandt, kan het papier niet bijgevuld worden. Papier in de multihandinvoer (lade A) plaatsen Gebruik de multihandinvoer (lade A) om transparanten, etiketten, kalkpapier en papier dat niet in de papierladen kan worden geplaatst te gebruiken. 38

41 Papier plaatsen Het maximale aantal vellen dat u in één keer kunt plaatsen, is afhankelijk van het type papier. Stapel het papier niet hoger dan de limietmarkering. Zie voor het maximale aantal vellen dat u kunt plaatsen Pag. 46 "Aanbevolen papierformaten en -typen". Controleer of de papierranden aan de linkerzijde zijn uitgelijnd. Wanneer u een klein aantal vellen plaatst, moet u ervoor zorgen dat u de zijgeleiders niet te ver naar binnen drukt. Als de zijgeleiders te strak tegen het papier aanliggen, kunnen de randen gaan vouwen, kan het papier onjuist worden ingevoerd of als het een gewicht heeft tussen 52,3 63,0 g/m 2 (14,0 16,9 lb. Bankpost) kan het gaan kreukelen. 1. Pas de zijgeleiders aan het papierformaat aan, maak een nette stapel van het papier en plaats het met de afdrukzijde naar boven. Stapel het papier niet hoger dan de limietmarkering. 2. Stel de eindafscheiding af. 1 DER069 2 DER Eindafscheiding 2. Verlengstuk Om de eindafscheiding te verwijderen, schuift u deze naar rechts door de stop in te drukken. 39

42 4. Papier en toner bijvullen CWW Druk op de liftschakelaar van de multihandinvoer (lade A). 1 DER Liftschakelaar De lamp van de liftschakelaar knippert als de lade omhoog gaat. Deze lamp blijft branden totdat de lade stopt. Druk op de liftschakelaar om de lade omhoog en omlaag te bewegen als u papier wilt plaatsen of vastgelopen vellen wilt verwijderen. Trek het verlengstuk uit als u vellen van A4-formaat, 8 1 / 2 11 of groter in de multihandinvoer plaatst (lade A). Briefpapier moet in een specifieke richting worden geplaatst. Voor meer informatie, zie Pag. 44 "Papier met een vaste afdrukrichting of dubbelzijdig papier plaatsen". U kunt enveloppen plaatsen in de multihandinvoer (lade A). Enveloppen moeten worden geplaatst in een specifieke richting. Voor meer informatie, zie Pag. 59 "Enveloppen". Specificeer de papierformaten die niet automatisch worden gedetecteerd. Voor gegevens over de formaten die automatisch kunnen worden gedetecteerd, zie Pag. 46 "Aanbevolen papierformaten en -typen". Voor meer informatie over het opgeven van formaten, zie Papierspecificaties en papier bijvullen. 40

43 Papier plaatsen Tabbladen in de multihandinvoer (lade A) plaatsen Gebruik bij het plaatsen van tabbladen altijd de tabbladgeleider. De tabs moeten aan de rechterzijde van de multihandinvoer (lade A) worden geplaatst. 1 2 DER Tabbladafscheiding 2. Eindafscheiding Papier plaatsen in de tussenvoegeenheid Leg niets op de sensor liggen en laat er geen documenten op achter. Dit kan tot gevolg hebben dat het papierformaat niet correct wordt gescand of tot papierstoringen leiden. 1. Druk de ontgrendelingshendel in en lijn tegelijkertijd de zijafscheidingen uit op het te plaatsen papierformaat. 2. Plaats het papier netjes. Stapel het papier niet hoger dan de limietmarkering. Duw indien nodig de zijgeleiders voorzichtig tegen het geplaatste papier aan. DER099 41

44 4. Papier en toner bijvullen 1 DER Papierverlengstuk Laad het papier met de bedrukte zijde omhoog (voorzijde). Als u de booklet finisher gebruikt, plaats dan de vellen met de bedrukte zijde omlaag. Plaats het papier in de tusseneenheid in dezelfde richting als het papier in de papierlade. De niet- of perforeerlocaties bevinden zich aan de linkerkant van het papier wanneer u met uw gezicht naar het apparaat staat. Wanneer u papier plaatst dat groter is dan A4 (8 1 / 2 11), trek dan het papierverlengstuk uit. Voorbladen in de tussenvoegeenheid van de Perfect Binder plaatsen De lengte/het formaat van de kaften is afhankelijk van de dikte van de rug. Plaats papier in richting. Leg niets op de sensor liggen en laat er geen documenten op achter. Dit kan leiden tot slecht inscannen van het papierformaat of tot papierstoringen. De rugdikte inschatten Dit hoofdstuk beschrijft hoe u een benadering van de dikte van de rug en de lengte en het formaat van de kaft kunt berekenen. Let op: de lengte en het formaat van een kaft is afhankelijk van de dikte van de rug van het boekblok. De volgende lijst toont voorbeelden voor papier van A4-formaat of 8 1 / 2 11, 80,0 g/m 2 (20,0 lb. bankpost) papier: Boekblok van 10 vellen: 1 mm (0,04 inch) Boekblok van 30 vellen: 3 mm (0,12 inch) Boekblok van 50 vellen: 5 mm (0,20 inch) Boekblok van 80 vellen: 8 mm (0,32 inch) 42

45 Papier plaatsen Boekblok van 100 vellen: 10 mm (0,40 inch) Boekblok van 200 vellen: 20 mm (0,80 inch) Specificeer het formaat van de kaft op basis van de dikte van de rug van het boekblok. Gebruik de volgende vergelijking om de lengte van de kaft te berekenen: Minimumlengte van kaft (mm/inch) = "lengte van boekblokvel (mm/inch)" 2 + "dikte van rug (mm/inch)" Als u een boekje met de volgende afmetingen perfect wilt inbinden, specificeert u een voor-/ achterbladlengte van ten minste 440 mm (17,4 inch): CWW Lengte van boekblokvel 2. Dikte van rug 3. Lengte van een voorblad 1. Druk de zijgeleider een klein beetje in terwijl u de geleider uitlijnt met het papier dat moet worden geplaatst. CWW Plaats het papier in een nette stapel met de bedrukte zijde boven. Stapel het papier niet hoger dan de limietmarkering. 43

46 4. Papier en toner bijvullen CWW324 U kunt een boekje niet inbinden met de Perfect Binder als de rug van het boekblok dikker is dan 23 mm (0,9 inch). Afhankelijk van het apparaat, kan de procedure voor het kiezen van de richting van de kaften en originelen verschillen Zie voor meer informatie de procedure voor uw apparaat. Wanneer u dik papier van 251,0 g/m 2 (138,8 lb. index) of zwaarder in de tussenvoegeenheidsladen van de Perfect Binder plaatst, moet u ervoor zorgen dat de vezels van het papier loodrecht ten opzichte van de invoerrichting liggen. Als u vellen plaatst die hoog risico lopen op vastkleven (zoals vellen gecoat papier), moet u ervoor zorgen dat u het papier vóór het plaatsen eerst grondig loswaaiert. Met loswaaieren helpt u papierstoringen te voorkomen en zorgt u ervoor dat de vellen met één tegelijk worden ingevoerd. Tijdens het proces voor Perfect Binding kunnen er krassen op glanzend papier ontstaan. Papier met een vaste afdrukrichting of dubbelzijdig papier plaatsen Gebruik de instellingen en papierafdrukrichtingen die hieronder worden getoond, om ervoor te zorgen dat de printer correct afdrukt op papier met een vaste afdrukrichting (zoals briefpapier of continubriefpapier). Plaats papier zoals hieronder getoond. Papierrichting De betekenis van de pictogrammen is als volgt: Pictogram Betekenis Plaats papier met de afgedrukte zijde naar boven. 44

47 Papier plaatsen Afdrukzijde Lade 1 en 2, multihandinvoer (lade A) of brede bulklade Enkelzijdig Dubbelzijdig Wilt u op briefpapier afdrukken, dan moet u het juiste papiertype opgeven in de instellingen van het printerstuurprogramma. Druk op de [Papierinstelling]-toets en geef [Briefpapier] aan als "Papiertype" voor de papierlade die u wilt gebruiken. Raadpleeg de handleiding Papierinstellingen. 45

48 4. Papier en toner bijvullen Aanbevolen papier Aanbevolen papierformaten en -typen Dit gedeelte geeft de aanbevolen papierformaten en -typen. Als u gekruld papier gebruikt, omdat het te droog of te vochtig is, kan er een papierstoring optreden. Gebruik geen papier dat bedoeld is voor een inkjetprinter, omdat het aan de fuseereenheid kan blijven plakken en een papierstoring kan veroorzaken. Wanneer u transparanten plaatst, controleer dan de voor- en achterkant van de vellen en plaats ze correct. Anders kan er een storing ontstaan. Laden 1, 2 en brede bulklade (laden 3 tot 8) *1, *14 Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit 52,3 400,0 g/m 2 (14,0 lb. bankpost 221,0 lb. index) Papiergewicht 1 9 *2 Papierformaten die automatisch kunnen worden bepaald: *3 A3 *4, A4, A5, B4 JIS, *4, 8 1 / 2 14, 8 1 / 2 11, 8 13, 7 1 / / 2, 5 1 / / 2, *4, / 5 *4, SRA3 *4, SRA vellen A3 *4, A4, A5, B4 JIS, *4, 8 1 / 2 14, 8 1 / 2 11, 8 13, 7 1 / / 2, 5 1 / / 2, *4, / 5 *4, SRA3 *4, SRA4 46

49 Aanbevolen papier Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit 52,3 400,0 g/m 2 (14,0 lb. bankpost 221,0 lb. index) Papiergewicht 1 9 *2 Selecteer het papierformaat via het menu Instell. papierlade: B5 JIS *5, 8 1 / 2 13 *5, 8 1 / 2 11 *5, 8 1 / 4 14 *5, 8 1 / 4 13 *5, 8 10 *5, 7 1 / / 2 *5, 5 1 / / 2 *5, 8K *5, 16K *5, *5, *5, *5, *5, 13 19, 12 3 / / 5, 12 3 / / 2, 13 18, SRA4 *5, mm *5, mm, 4 1 / / 2 * vellen 52,3 400,0 g/m 2 (14,0 lb. bankpost 221,0 lb. index) Papiergewicht 1 9 *2 A4 *5, A5 *5, B5 JIS *5, 8 1 / 2 13 *5, 8 1 / 4 14 *5, 8 1 / 4 13 *5, 8 10 *5, 7 1 / / 2 *5, 8K *5, 16K *5, *5, *5, *5, *5, 13 19, 12 3 / / 5, 12 3 / / 2, 13 18, SRA4 *5, mm *5, mm, 4 1 / / 2 *5 Aangepast formaat: *6 Verticaal: 100,0-330,2 mm Horizontaal: 139,7-487,7 mm vellen *7 Verticaal: 3,94 13,00 inch Horizontaal: 5,50-19,20 inch 47

50 4. Papier en toner bijvullen Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit Gecoat: Glanzend Gecoat: Mat Papierformaten die automatisch kunnen worden bepaald: A3, A4, A5, B4 JIS, 11 17, 8 1 / 2 14, 8 1 / 2 11, 8 13, 7 1 / / 2, 5 1 / / 2, 12 18, / 5, SRA3, SRA4 Gecoat: Glanzend Gecoat: Mat A3, A4, A5, B4 JIS, 11 17, 8 1 / 2 14, 8 1 / 2 11, 8 13, 7 1 / / 2, 5 1 / / 2, 12 18, / 5, SRA3, SRA4 Selecteer het papierformaat via het menu Instell. papierlade: B5 JIS, 8 1 / 2 13, 8 1 / 2 11, 8 1 / 4 14, 8 1 / 4 13, 8 10, 7 1 / / 2, 5 1 / / 2, 8K, 16K, 11 15, 11 14, 10 15, 10 14, 13 19, 12 3 / / 5, 12 3 / / 2, 13 18, SRA4 A4, A5, B5 JIS, 8 1 / 2 13, 8 1 / 4 14, 8 1 / 4 13, 8 10, 7 1 / / 2, 8K, 16K, 11 15, 11 14, 10 15, 10 14, 13 19, 12 3 / / 5, 12 3 / / 2, 13 18, SRA4 48

51 Aanbevolen papier Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit Gecoat: Glanzend Gecoat: Mat Aangepast formaat: Verticaal: 139,7-330,2 mm Horizontaal: 139,7-487,7 mm Verticaal: 5,50-13,00 inch Horizontaal: 5,50-19,20 inch Kalkpapier A3, A4, B5 JIS *9 Transparanten A4, 8 1 / 2 11 *9 Tabbladen *10 A4, 8 1 / 2 11 Etikettenpapier A4, 8 1 / 2 11 Enveloppen *8 *11, *12, * mm, mm, mm, mm, mm *15 *1 U kunt de bannervellade installeren voor lade 3, 5 of 7. *2 Als er papier met een horizontale lengte van 487,8 mm (19,20 inch) of meer wordt opgegeven, is het maximale papiergewicht van de lade Pap.gewicht 7. *3 Als de bannervellade geïnstalleerd is, worden papierformaten niet automatisch gedetecteerd. *4 Als de bannervellade geïnstalleerd is, selecteer dan het papierformaat met behulp van het menu Instell. papierlade. *5 Als de bannervellade geïnstalleerd is, kunt u geen papierformaten selecteren. *6 Wanneer de bannervellade is geïnstalleerd, kunnen er maximaal 800 vellen papier met een formaat van 420,0 700,0 mm (16,54 27,55 inch) lang worden ingevoerd. *7 Als de horizontale lengte van papier tussen 420,0 en 559,9 mm (16,54 22,00 inch) bedraagt, is de papiercapaciteit 800 vellen. Als de horizontale lengte van papier tussen 560,0 en 700,0 mm (22,00 27,55 inch) bedraagt, is de papiercapaciteit vellen. *8 Als de bannervellade geïnstalleerd is, kunt u geen papiersoorten selecteren. *9 Het maximum aantal vellen dat u tegelijkertijd kunt plaatsen is afhankelijk van de dikte en de eigenschappen van het papier. *10 Het tabbladhekje is vereist. 49

52 4. Papier en toner bijvullen *11 Open de envelopflappen en plaats de enveloppen met hun envelopflappen gericht naar de rechterzijde van de papierlade. *12 Voer de afmetingen van de enveloppen inclusief hun envelopflap in. Gebruik hiervoor de functie Instellingen papierlade. *13 In het formaat zijn de envelopflappen niet meegenomen. *4 Strijk krullen glad zodat ze binnen de volgende richtlijnen vallen. 52,3 299,9 g/m 2 papier: Krulhoogte 5 mm of minder, R boven 100 mm g/m 2 papier: Krulhoogte 3 mm of lager, R boven 100 mm. *15 Strijk de krul op de envelop glad, en stel het verschil van de stapelhoogte van de onderkant van de envelop de stapelhoogte van de flap in op 10 mm of lager. Multihandinvoer (lade A) Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit 52,3 216,0 g/m 2 (14,0 lb. bankpost 79,9 lb. voorblad) Papiergewicht 1 5 Papierformaten die automatisch kunnen worden bepaald: A3, A4, A5, A6, B4 JIS, B5 JIS, 11 17, 8 1 / 2 11, 8 13, 5 1 / / 2, vellen A3, A4, A5, A6, B4 JIS, B5 JIS, 11 17, 8 1 / 2 11, 8 13, 5 1 / / 2,

53 Aanbevolen papier Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit 52,3 216,0 g/m 2 (14,0 lb. bankpost 79,9 lb. voorblad) Papiergewicht 1 5 *1 B5 JIS, B6 JIS, 8 1 / 2 14, 8 1 / 2 13, 8 1 / 2 11, 8 1 / 4 14, 8 1 / 4 13, 8 10, 7 1 / / 2, 5 1 / / 2, 8K, 16K, 11 15, 11 14, 10 15, 10 14, / 5, 13 19, 12 3 / / 5, 12 3 / / 2, 13 18, SRA3, SRA4, mm, mm, mm, 4 1 / / vellen A4, A5, B5 JIS, B6 JIS, 8 1 / 2 14, 8 1 / 2 13, 8 1 / 4 14, 8 1 / 4 13, 8 10, 7 1 / / 2, 8K, 16K, 11 15, 11 14, 10 15, 10 14, / 5, 13 19, 12 3 / / 5, 12 3 / / 2, 13 18, SRA3, SRA4, mm, mm, 4 1 / / 2 51

54 4. Papier en toner bijvullen Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit 52,3 216,0 g/m 2 (14,0 lb. bankpost 79,9 lb. voorblad) Papiergewicht 1 5 Aangepast formaat: *2 Verticaal: 100,0-330,2 mm Horizontaal: 139,7 487,7 mm *3 500 vellen Verticaal: 3,94 13,00 inch Horizontaal: 5,50 19,20 inch *3 Kalkpapier A3, A4, B5 JIS *4 Transparanten A4, 8 1 / 2 11 *4 Tabbladen *5 A4, 8 1 / 2 11, 8 1 / 2 14 Enveloppen Verticaal: 100,0-330,2 mm Horizontaal: 139,7-487,7 mm 10 vellen Verticaal: 3,94 13,00 inch Horizontaal: 5,50-19,20 inch *1 Selecteer het papierformaat. Raadpleeg voor meer informatie de handleiding Papierinstellingen. *2 Voer het papierformaat in. Raadpleeg voor meer informatie de handleiding Papierinstellingen. *3 Als de bannervellade geïnstalleerd is, bedraagt de horizontale lengte van het aangepaste formaat papier maximaal 700,0 mm (27,55 inch). *4 Het maximum aantal vellen dat u tegelijkertijd kunt plaatsen is afhankelijk van de dikte en de eigenschappen van het papier. *5 Het tabbladhekje is vereist. 52

55 Aanbevolen papier Tussenvoegeenheid Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit 64,0 216,0 g/m 2 (17,1 lb. bankpost 79,9 lb. voorblad) Papiergewicht 2 5 Papierformaten die automatisch kunnen worden bepaald: A3, A4, A5, B4 JIS, B5 JIS, 11 17, 8 1 / 2 11, 8 13, 5 1 / / 2, vellen x 2 A3, A4, A5, B4 JIS, B5 JIS, 11 17, 8 1 / 2 11, 8 13, 5 1 / / 2,

56 4. Papier en toner bijvullen Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit 64,0 216,0 g/m 2 (17,1 lb. bankpost 79,9 lb. voorblad) Papiergewicht 2 5 Selecteer het papierformaat via het menu Instell. papierlade: B5 JIS, 8 1 / 2 14, 8 1 / 2 13, 8 1 / 2 11, 8 1 / 4 14, 8 1 / 4 13, 8 10, 7 1 / / 2, 5 1 / / 2, 8K, 16K, 11 15, 11 14, 10 15, 10 14, / 5, 13 19, 12 3 / / 5, 12 3 / / 2, 13 18, SRA3, SRA4, mm, mm 200 vellen x 2 64,0 216,0 g/m 2 (17,1 lb. bankpost 79,9 lb. voorblad) Papiergewicht 2 5 A4, A5, B5 JIS, 8 1 / 2 14, 8 1 / 2 13, 8 1 / 4 14, 8 1 / 4 13, 8 10, 7 1 / / 2, 8K, 16K, 11 15, 11 14, 10 15, 10 14, / 5, 13 19, 12 3 / / 5, 12 3 / / 2, 13 18, SRA3, SRA4, mm, mm Aangepast formaat: Verticaal: 139,7-330,2 mm Horizontaal: 139,7-487,7 mm 200 vellen x 2 Verticaal: 5,50-13,00 inch Horizontaal: 5,50-19,20 inch 54

57 Aanbevolen papier Tussenvoegeenheid van de Perfect Binder Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit 90,0 300,0 g/m 2 (24,1 lb. bankpost 165,0 lb. index) Papiergewicht 4 7 Papierformaten die automatisch kunnen worden bepaald: 200 vellen (of tot 24 mm hoogte) 2 A3, ,0 300,0 g/m 2 (24,1 lb. bankpost 165,0 lb. index) Papiergewicht , Selecteer het papierformaat via het menu Instell. papierlade: 200 vellen (of tot 24 mm hoogte) 2 B4 JIS, 11 17, 8K, 12 18, 11 15, / 5, 12 3 / / 5, 12 3 / / 2, 13 18, SRA3, mm A3, B4 JIS, 8K, 12 18, 11 15, / 5, 12 3 / / 5, 12 3 / / 2, 13 18, SRA3, mm 55

58 4. Papier en toner bijvullen Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit 90,0 300,0 g/m 2 (24,1 lb. bankpost 165,0 lb. index) Papiergewicht 4 7 Aangepast formaat: Verticaal: 257,0-330,2 mm Horizontaal: 364,0 487,7 mm 200 vellen (of tot 24 mm hoogte) 2 Verticaal: 10,12-13,00 inch Horizontaal: 14,34-19,20 inch Papierdikte Papierdikte *1 Metrisch Bankpost Voorblad Indexpapier Papiergewicht 52,3 63,0 1 *2 g/m 2 14,0 16,9 lb. bankpost 19,0 23,0 lb. voorblad 29,0 34,9 lb. index Papiergewicht 2 63,1 80,0 g/m 2 17,0 21,0 lb. bankpost 23,1 29,9 lb. bankpost 35,0 44,0 lb. index Papiergewicht 3 80,1 105,0 g/m 2 21,1 28,0 lb. Bankpost 30,0 38,9 lb. voorblad 44,1 58,0 lb. index Papiergewicht 4 105,1 163,0 g/m 2 28,1 43,0 lb. bankpost 39,0 60,0 lb. voorblad 58,1 90,0 lb. index Papiergewicht 5 163,1 220,0 g/m 2 43,1 58,9 lb. bankpost 60,1 80,9 lb. voorblad 90,1 121,0 lb. index Papiergewicht 6 220,1 256,0 g/m 2 59,0 68,0 lb. bankpost 81,0 94,0 lb. voorblad 121,1 141,0 lb. index Papiergewicht 7 256,1 300,0 g/m 2 68,1 80,0 lb. bankpost 94,1 110,0 lb. voorblad 141,1 165,0 lb. index Papiergewicht 8 300,1 350,0 g/m 2 80,1 93,3 lb. bankpost 110,1 128,8 lb. voorblad 165,1 193,3 lb. index Papiergewicht 9 350,1 400,0 g/m 2 93,4 106,9 lb. bankpost 128,9 147,0 lb. voorblad 193,4 221,0 lb. index 56

59 Aanbevolen papier *1 De afdrukkwaliteit neemt af als het door u gebruikte papier dicht bij het minimale of maximale gewicht ligt. Wijzig de instelling voor het papiergewicht in dunner of dikker. *2 Bij het laden van papier met een gewicht van 52,3-63,0 g/m 2 (14,0-16,9 lb. bankpost), kunnen de randen kreukelen of kan het papier vastlopen, afhankelijk van het papiertype. Bepaalde papiertypen (zoals kalkpapier of transparanten) kunnen wat meer geluid bij het bedrukken veroorzaken dan normaal. Dit geluid wijst niet op een probleem en heeft geen invloed op de afdrukkwaliteit. De papiercapaciteit in de bovenstaande tabellen dient als voorbeeld. De werkelijke papiercapaciteit kan lager zijn, afhankelijk van het papiertype. Zorg er bij het plaatsen van papier voor dat de stapelhoogte niet boven het limietteken op de papierlade uitkomt. Als invoer van meerdere vellen plaatsvindt, waaiert u de vellen grondig los of plaatst u de vellen één voor één vanuit de multihandinvoer (lade A). U kunt opgeven of het apparaat al dan niet automatisch detecteert of er meerdere vellen tegelijk worden ingevoerd vanuit alle laden. In het menu Aanpassingsinstellingen voor operators kunt u ook aangeven of huidige taken onderbroken worden of verder gaan als de multi-invoerlade waargenomen wordt. Echter, afhankelijk van het papier, kan het apparaat de multi-invoerlade niet correct waarnemen. Voor informatie over Aanpassingsinstellingen voor operators, zie Papierinstellingen. Strijk gekrulde vellen glad voordat u ze plaatst. Met de functie Papierkrul aanpassen kan de krul misschien niet helemaal verwijderd worden, afhankelijk van de papiersoort en de richting van de korrel. Als papier met een lange korrelstructuur niet voldoende ontkruld wordt, dient u papier met korte korrelstructuur te gebruiken. Voor meer informatie over de functie Papierkrul aanpassen, zie de handleiding Papierinstellingen. De afdruksnelheid kan lager dan gewoonlijk liggen afhankelijk van het formaat, gewicht en type van het papier. Voor het plaatsen van enveloppen, zie Pag. 59 "Enveloppen". Wanneer u op briefpapier afdrukt, is de richting waarin u het papier plaatst afhankelijk van de functie die u gebruikt. Voor meer informatie, zie Pag. 44 "Papier met een vaste afdrukrichting of dubbelzijdig papier plaatsen". De papiertypes die u in de instellingen papierlade kunt selecteren, zijn alleen algemene classificaties. De afdrukkwaliteit wordt niet gegarandeerd voor elke soort papier in een classificatie. Voor meer informatie, zie Papierspecificaties en papier bijvullen. Als de oppervlakte van het papier stoffig is, kunnen er witte vlekken op de afdrukken verschijnen. Waaier het papier goed om het stof te verwijderen. Bij het plaatsen van etikettenpapier: Selecteer [Etik.] als [Papiertype] in [Instell. papierlade] en selecteer het geschikte papiergewicht onder [Papierdikte]. 57

60 4. Papier en toner bijvullen Wanneer u transparanten plaatst: Als u op transparanten wilt afdrukken, selecteer dan [Transparant] bij [Papiertype] in [Instell. papierlade]. Wanneer u transparanten plaatst, controleer dan de voor- en achterkant van de vellen en plaats ze correct. Anders kan er een storing ontstaan. Waaier transparanten zorgvuldig los wanneer u ze gebruikt. Hierdoor kunnen transparanten niet samenkleven en verkeerd worden geplaatst. Verwijder afgedrukte vellen één voor één. Bij uitvoer naar de hoge capaciteitstapelaar geeft u de uitvoerlade aan als de bovenste stapellade. Raadpleeg Het apparaat aansluiten/systeeminstellingen voor meer informatie. Bij het plaatsen van doorzichtig papier: Bij het plaatsen van doorzichtig papier moet u altijd papier met een lange structuur gebruiken en de papierrichting instellen volgens de structuur. Doorzichtig papier absorbeert gemakkelijk vocht en gaat krullen. Verwijder de krul in het doorzichtig papier voordat u het plaatst. Raadpleeg Papierinstellingen voor meer informatie over de instellingen voor het gladstrijken van gekruld papier. Verwijder afgedrukte vellen één voor één. Bij het plaatsen van gecoat papier: Als u glanzend papier gebruikt, selecteer dan [Gecoat: Glanz.] voor [Papiertype]. Als u mat papier gebruikt (waaronder zijdepapier, dof en satijnen papier), selecteer dan [Gecoat: Mat] voor [Papiertype]. Voor meer informatie over de instellingen van gebruik van gecoat papier met aangepast papier, zie Pag. 62 "Aangepast papier registreren". Wanneer u gecoat of hoogglans papier wilt plaatsen, waaier het papier dan altijd uit voordat u het plaatst. Als zich een papierstoring voordoet of als het apparaat een vreemd geluid maakt bij het invoeren van meerdere vellen gecoat papier, voer dan de vellen een voor een in. Om gecoat papier in de brede bulklade te laden, moet u eerst [Gecoat: Glanz.], [Gecoat: Mat] of [Gecoat: Hoogglans] als papiertype aangeven en een geschikte papierdikte selecteren bij [Papiergewicht]. Bij het plaatsen van gekleurd papier: Afhankelijk van de kleur van het papier kan de positie van het papier niet correct gedetecteerd worden, waardoor er een papierstoring ontstaat. Als u gebruik maakt van lichtgekleurd papier, geef dan het papiertype op als [Kleur] in [Papierinstelling]. Als het gebruiken van zwart of donkergekleurd papier, of het instellen van het papiertype als [Kleur] in [Papierinstelling] papierstoringen niet oplost, stel het papiertype dan in als [Zwart]. 58

61 Aanbevolen papier Als het instellen van het papiertype als [Kleur] of [Zwart] paierstoringen niet oplost, pas dan [Verlichtingsmodus voor detectie gekleurd papier] aan in [Aanpassingsinstellingen voor operators]. Voor meer details,zie Papierinstellingen. Om papier te plaatsen waarvan het formaat A5 of 5 1 / / 2 is: Bij het uitvoeren van vellen papier waarvan het formaat A5 of 5 1 / / 2 is, opent u het linkervoorpaneel van het mainframe en draait u de knop naar A5/Halve brief naar rechts. DFT090 Enveloppen In dit gedeelte wordt het plaatsen van enveloppen beschreven. Foute invoer kan gebeuren, afhankelijk van de lengte en vorm van de flappen. Alleen enveloppen van minstens 139,7 mm (5,5 inch) breed kunnen in de brede bulklade geplaatst worden. Als u op enveloppen wilt afdrukken, plaatst u deze in de brede bulklade of multihandinvoer (lade A). Zorg ervoor dat u een geschikte papiersoort opgeeft. Bij het plaatsen van enveloppen in de brede bulklade moet u ervoor zorgen dat de flappen opengevouwen zijn en u moet ze in richting leggen met de afdrukzijde naar boven. CDL070 59

62 4. Papier en toner bijvullen Als u afdrukt op enveloppen met een opening aan de zijkant, moet u ervoor zorgen dat de flappen opengevouwen zijn en ze in richting leggen met de afdrukzijde naar boven. De flappen moeten zich altijd aan de rechterkant van de brede bulklade of multihandinvoer (lade A) bevinden. CDL081 Aanbevolen enveloppen Neem contact op met uw lokale dealer voor informatie over aanbevolen enveloppen. Bewaren van enveloppen Bewaar de enveloppen in afgedichte plastic zakken en pak alleen het benodigde aantal. Voeg geen enveloppen toe tijdens het afdrukken, want dit kan tot papierstoringen leiden. Zorg ervoor dat u het formaat van de envelop en van de flap specificeert in de [Instell. papierlade]. Voor meer informatie, zie Papierspecificaties en papier bijvullen. Stel bij het gebruik van enveloppen het [Papiergewicht] in [Instell. papierlade] in op dezelfde waarde als twee vellen van het papier dat voor de enveloppen is gebruikt. Druk de enveloppen goed plat voordat ze worden geplaatst om de lucht te verwijderen en hoeken of kreukels plat te drukken. Let er bij het plaatsen van enveloppen op dat ze de limietmarkering niet overschrijden. Plaats één envelop per keer in de brede bulklade als u nog steeds één van de volgende resultaten krijgt: De envelop loopt vast De envelop wordt niet ingevoerd Er worden meerdere enveloppen tegelijk ingevoerd Een vochtheidsgraad van meer dan 50% kan ervoor zorgen dat enveloppen gekreukeld of met drukfouten uit het apparaat komen. Bepaalde typen enveloppen kunnen mogelijk gekreukeld, besmeurd of met drukfouten uit het apparaat komen. Als u een effen kleur of afbeelding op een envelop afdrukt, kunnen er lijnen ontstaan waar de overlappende randen van de envelop het dikker maken. 60

63 Aanbevolen papier Als de horizontale afmeting van de enveloppen 297 mm (11,7 inch) is of kleiner, kan het papier verkeerd worden ingevoerd. Als dit gebeurt, schakel dan de Schuintedetectie uit. Voor meer details,zie Papierinstellingen. Gebruik bij het afdrukken op enveloppen die dikker zijn dan 127,0 g/m 2 (47,0 lb. voorblad) niet [ Krulaanp: Sterk] of [ Krulaanp: Sterk] voor [Papierkrul aanpassen] van [Aanpassingsinstellingen voor operators]. 61

64 4. Papier en toner bijvullen Aangepast papier registreren U kunt maximaal 100 soorten aangepast papier registreren. Controleer productnaam, formaat en soort van uw papier voordat u het registreert. Controleer of het formaat en de soort papier compatibel zijn met de papierlade die u wilt gebruiken. De compatibiliteit van de lade is afhankelijk van het formaat en het soort papier. Voor meer informatie over de papiersoorten en -formaten die kunnen worden gebruikt, zie Pag. 46 "Aanbevolen papierformaten en -typen". Als het aantal geregistreerde aangepaste papiersoorten het maximum bereikt, zult u geen nieuw aangepast papier kunnen registreren. Verwijder overbodig aangepast papier uit de lijst en probeer vervolgens opnieuw te registreren. Voor meer informatie, zie Papierinstellingen. De papiernaam uit de papierbibliotheek selecteren 1. Druk op de knop [Papierinstelling]. DER Druk op [Aangepast papier bewerken]. 3. Druk op [Herroepen uit papierbibliotheek]. 4. Selecteer de naam van het papier dat u wilt registreren. Druk op [ Vorige] of [ Volg.] om door de lijst te scrollen en het papier te zoeken dat u wilt selecteren. U kunt twee of meer papiersoorten selecteren. 62

65 Aangepast papier registreren 5. Druk op [Als aangep. pap. program.]. 6. Druk op [Ja]. 7. Druk twee keer op [Afsluit.]. 8. Druk op de knop [Papierinstelling]. U kunt het scherm [Lade Papierinstellingen] ook sluiten door op [Afsluiten] te drukken. U kunt de instellingen van de geregistreerde aangepaste papiersoort controleren en wijzigen, zoals de instelling voor het papierformaat in het scherm [Aangepast papier bewerken]. Voor meer informatie over het veranderen van aangepast papier, zie Papierinstellingen. Papier registreren waarvan de papiernaam niet in de papierbibliotheek staat Als het papier dat u wilt niet voorkomt in de papierlijst van de bibliotheek of u weet de papiernaam niet, volg dan deze procedures: Selecteer de papiersoort uit de papierbibliotheek De papierbibliotheek bevat de optimale afdrukvoorwaarden, niet alleen voor elk in de handel verkrijgbaar papierproduct maar ook voor iedere soort papier. U kunt uw soort papier selecteren uit de papierbibliotheek en dit registreren als aangepast papier, zelfs als u de naam van het papier niet weet. U kunt de volgende papiersoorten selecteren: normaal, glanzend gecoat, mat gecoat, envelop, lichtgekleurd, donkergekleurd, papier met textuur en zwart. Elke soort is opgedeeld in verschillende categorieën, afhankelijk van gewicht. Geef handmatig de papiersoort en -gewicht op U kunt aangepast papier selecteren door handmatig soort en gewicht in te geven. Selecteer de papiersoort uit de papierbibliotheek U kunt de naam van uw papier uit de papierbibliotheek selecteren en die registreren als aangepast papier. 63

66 4. Papier en toner bijvullen U kunt de volgende papiersoorten selecteren: normaal, glanzend gecoat, mat gecoat, envelop, lichtgekleurd, donkergekleurd, papier met textuur en zwart. 1. Druk op de knop [Papierinstelling]. DER Druk op [Aangepast papier bewerken]. 3. Druk op [Herroepen uit papierbibliotheek]. 4. Selecteer de meest passende combinatie van soort en gewicht voor uw papier. De lijst met papiersoorten verschijnt op de eerste en daaropvolgende pagina's in de papierbibliotheek. Druk op [ Vorige] of [ Volg.] om door de lijst te scrollen en het papier te zoeken dat u wilt selecteren. 5. Druk op [Als aangep. pap. program.]. 6. Druk op [Ja]. 7. Druk twee keer op [Afsluit.]. 8. Druk op de knop [Papierinstelling]. U kunt het scherm [Lade Papierinstellingen] ook sluiten door op [Afsluiten] te drukken. U kunt de instellingen van de geregistreerde aangepaste papiersoort controleren en wijzigen, zoals de instelling voor het papierformaat in het scherm [Aangepast papier bewerken]. Voor meer informatie over het veranderen van aangepast papier, zie Papierinstellingen. 64

67 Aangepast papier registreren Geef handmatig de papiersoort en -gewicht op 1. Druk op de knop [Papierinstelling]. DER Druk op [Aangepast papier bewerken]. 3. Selecteer een nummer dat [ Niet geprog.] is. Druk op [ Vorige] of [ Volg.] om door de lijst te scrollen. 4. Druk op [Wijzigen] voor [Naam aangepaste papiersoort]. 5. Voer de naam van het papier in en druk vervolgens op [OK]. 6. Druk op [Wijzigen] voor [Papierformaat]. 7. Selecteer een papierformaat en druk vervolgens op [OK]. 8. Druk op [Wijzigen] voor [Pap.gewicht]. 9. Geef het papiergewicht op en druk vervolgens op [OK]. Druk op [Wijzigen] wanneer u het papiergewicht heeft gewijzigd. 10. Druk op [Wijzigen] voor [Papiertype]. 11. Geef het papiertype op en druk vervolgens op [OK]. Druk op [Wijzigen] wanneer u het papiertype heeft gewijzigd. 65

68 4. Papier en toner bijvullen 12. Geef eventueel ook andere eigenschappen op, zoals [Type gecoat papier], [Papierkleur], [Voorgeperforeerd of niet], [Structuur of niet], [Duplex toepassen]en [Autopapierselec. toepassen]. Wanneer u [Type gecoat papier], [Papierkleur], [Voorgeperforeerd of niet] of [Structuur of niet] wijzigt en op [OK] drukt, verschijnt een bericht om aan te geven dat [Geav. inst.] gestart wordt. Om de wijzigingen voor die instelligen toe te passen, selecteert u [Wijzigen]. Als u de wijzigingen wilt annuleren, drukt u op [Niet wijzigen]. 13. Druk op [OK]. 14. Druk op [Afsluit.]. 15. Druk op de knop [Papierinstelling]. U kunt het scherm [Lade Papierinstellingen] ook sluiten door op [Afsluiten] te drukken. Als u glanzend papier gebruikt, selecteer dan [Glanzend] voor [Type gecoat papier]. Als u mat papier gebruikt (waaronder zijdepapier, dof en satijnen papier), selecteer dan [Mat] bij [Type gecoat papier]. Voor meer informatie over de instellingen van aangepast papier, zie Papierinstellingen. Neem voor meer informatie over [Geav. inst.] contact op met uw apparaatbeheerder. Een nieuw aangepast papier registreren door een bestaande papiersoort te wijzigen U kunt de instellingen van geregistreerd aangepast papier openen en wijzigen en deze registreren als nieuw aangepast papier. Deze functie is handig bij het registreren van papier van dezelfde soort als het bestaande papier, maar met een ander formaat. Afhankelijk van welke instellingen u wijzigt, zullen de gegevens van nieuw geregistreerd aangepast papier er als volgt uitzien: Als de instellingen van het geselecteerde aangepaste papier niet zijn gewijzigd: Alle instellingen van het geselecteerde aangepaste papier ([Naam aangepaste papiersoort], [Papierformaat], [Papiergewicht] en [Papiertype], inclusief de kenmerken van de kleurencontroller) worden naar het net geregistreerde aangepaste papier gekopieerd. Als de instellingen [Naam aangepaste papiersoort], [Papierformaat], [Duplex toepassen], [Autopapierselec. toepassen] of [Geav. inst.] van de geselecteerde aangepaste papiersoort worden gewijzigd: De wijzigingen worden toegepast op nieuw geregistreerd aangepast papier. 66

69 Aangepast papier registreren Als de instellingen [Papiergewicht], [Papiertype], [Type gecoat papier], [Papierkleur], [Voorgeperforeerd of niet] of [Structuur of niet] van de geselecteerde aangepaste papiersoort worden gewijzigd: De wijzigingen worden toegepast op nieuw geregistreerd aangepast papier en de geavanceerde instellingen ervan worden hersteld naar hun standaardwaarden volgens de wijzigingen die op de instellingen worden toegepast. Bij het wijzigen van een aangepaste papiersoort die is geregistreerd vanuit de papierbibliotheek, kunt u daarvoor de instellingen voor [Naam aangepaste papiersoort], [Papierformaat], [Duplex toepassen] en [Autopapierselec. toepassen] aanpassen. U kunt ook de merknaam en gegevensversie bij [Productnaam in Papierbibliotheek] controleren. 1. Druk op de knop [Papierinstelling]. DER Druk op [Aangepast papier bewerken]. 3. Selecteer een nummer dat [ Niet geprog.] is. Druk op [ Vorige] of [ Volg.] om door de lijst te scrollen. 4. Druk op [Andere aangepaste pap.instel. gebruiken]. 5. Selecteer het aangepaste papier waarvan u de instellingen wilt wijzigen. 6. Druk op [OK]. 67

70 4. Papier en toner bijvullen 7. Wijzig indien nodig de instellingen voor het aangepaste papier (zoals naam, formaat en type papier). Als u de instellingen voor [Papiergewicht], [Papiertype], [Type gecoat papier], [Papierkleur], [Voorgeperforeerd of niet] of [Structuur of niet] wijzigt en op [OK] drukt, verschijnt er een bericht waarin staat dat [Geav. inst.] gestart wordt. Om de wijzigingen voor die instelligen toe te passen, selecteert u [Wijzigen]. Als u de wijzigingen wilt annuleren, drukt u op [Niet wijzigen]. 8. Druk op [OK]. 9. Druk op [Afsluit.]. 10. Druk op de knop [Papierinstelling]. U kunt het scherm [Lade Papierinstellingen] ook sluiten door op [Afsluiten] te drukken. Voor meer informatie over de instellingen van aangepast papier, zie Papierinstellingen. Neem voor meer informatie over [Geav. inst.] contact op met uw apparaatbeheerder. 68

71 Toner bijvullen Toner bijvullen Deze paragraaf beschrijft de voorzorgsmaatregelen bij het toevoegen van toner en wat u moet doen met gebruikte tonercartridges. Verbrand toner (nieuw of gebruikt) of tonercartridges niet. Doet u dit wel, dan riskeert u brandwonden. Toner ontvlamt wanneer het in contact komt met open vuur. Sla toner (nieuw of gebruikt) of tonercartridges niet op in de buurt van open vuur. Doet u dit toch, dan onstaat er een risico op brand en/of brandwonden. Toner ontvlamt wanneer het in contact komt met open vuur. Hieronder volgt een waarschuwing over de plastic zak die onderdeel is van het inpakmateriaal van het apparaat. Houd de plastic materialen (zakken, etc.) die met dit apparaat zijn meegeleverd, te allen tijde uit de buurt van baby's en kleine kinderen. Als plastic in contact komt met mond of neus, kan dit verstikking als gevolg hebben. Gebruik geen stofzuiger om gemorste toner mee op te zuigen (inclusief gebruikte toner). Opgezogen toner kan tot brand of een explosie leiden vanwege een elektrische contactvonk binnenin de stofzuiger. Het is echter wel mogelijk een stofzuiger te gebruiken als deze explosievrij en stofexplosievrij is. Als er toner op de vloer is gemorst, verwijder de gemorste toner dan langzaam met een natte doek zodat de toner niet wordt verspreid. Druk of knijp tonercartridges niet in elkaar. Doet u dit wel, dan riskeert u dat toner geknoeid wordt, hetgeen kan leiden tot het vies worden van de huid en kleding, of dat er zelfs per ongeluk toner ingeslikt wordt. Houd toner (nieuw of gebruikt), tonercartridges en onderdelen die in contact zijn geweest met toner, buiten het bereik van kinderen. Indien toner of gebruikte toner wordt ingeademd, gorgel dan met voldoende water en ga naar een omgeving met frisse lucht. Raadpleeg indien nodig een dokter. Indien toner of gebruikte toner in uw ogen komt, spoel deze dan onmiddellijk uit met grote hoeveelheden water. Raadpleeg indien nodig een dokter. Als toner of gebruikte toner wordt doorgeslikt, verdun deze dan door grote hoeveelheden water te drinken. Raadpleeg indien nodig een dokter. 69

72 4. Papier en toner bijvullen Let er tijdens het verwijderen van vastgelopen papier of het vervangen van tonercartridges goed op dat er geen toner (nieuw of gebruikt) op uw kleding komt. Indien er toner op uw kleding komt, was de vlek dan met koud water. Wanneer u warm water gebruikt, dringt de toner zich in de stof van uw kleding waardoor de vlek niet meer kan worden verwijderd. Let er tijdens het verwijderen van vastgelopen papier of het vervangen van tonercartridges goed op dat er geen toner (nieuw of gebruikt) op uw huid komt. Als uw huid in contact komt met toner, moet u het betreffende gedeelte van de huid grondig wassen met water en zeep. Als toner, tonerafvalfles of verbruiksartikelen met toner moeten worden vervangen, zorg er dan voor dat u geen toner morst. Doe de verbruiksartikelen die u weg wilt gooien na verwijdering in een zak. Zorg er bij verbruiksartikelen met een deksel voor dat het deksel is gesloten. Vervang altijd de tonercartridge als er een melding op het apparaat verschijnt. Als u andere toner gebruikt dan van het aanbevolen type, kunnen er storingen optreden. Zet de hoofdstroom niet uit wanneer u toner bijvult. Wanneer u de hoofdstroomschakelaar uitschakelt tijdens het vervangen van de tonercartridge, zullen de instellingen verloren gaan en kunt u het afdrukken niet hervatten, of zal het apparaat niet in staat zijn om een nieuwe tonercartridge te detecteren. Bewaar toner op een plaats waar die niet direct aan zonlicht, een hogere temperatuur dan 35 C (95ºF) of een hoge luchtvochtigheid blootgesteld wordt. Bewaar de toner horizontaal. Installeer en verwijder tonercartridges niet herhaaldelijk. Hierdoor kan de tonercartridge gaan lekken. Gebruik geen gerecyclede toner. Dit kan het apparaat beschadigen. Tijdens het bijvullen van de toner draait de tonercartridge. Raak de tonercartridge niet aan. Wanneer een tonercartridge wordt gebruikt, kan deze niet worden verwijderd. Verwijder de cartridge niet met geweld. Installeer geen lege tonercartridge. Sluit de deksel van de tonercartridge direct na het vervangen van de cartridge. De hoeveelheid resterende toner wordt niet correct aangegeven als de deksel van de tonercartridge geopend is. Het apparaat stopt met printen wanneer u de deksel van de tonercartridge open laat staan. Volg de instructies op het scherm op wat betreft het vervangen van de tonercartride. Als "Tonercartridge is leeg. " en "Vervang de cartridge. " om beurten worden weergegeven, stopt het apparaat bijna met afdrukken. Vervang de toner om de afdrukkwaliteit te behouden. 70

73 Toner bijvullen U kunt de naam van de benodigde toner en de procedure voor het vervangen van de toner nalezen via het scherm [ Toner bijvullen]. U kunt de tonercartridge verwisselen tijdens het afdrukken. Druk op [Controleer status] voor het telefoonnummer waarnaar u kunt bellen voor het bestellen van verbruiksartikelen. Zie de handleiding Handige functies. U kunt alle vier de kleurentoners op dezelfde manier bijvullen. Verwijder niet de buitenste kap van de toner voordat u deze gaat schudden. Wacht totdat u de tonercartridge installeert voordat u de kap verwijdert. Verwijder het binnenste beschermkapje niet. Als de tonercartridge niet vastklikt, moet u deze er enigszins uittrekken, licht naar links of rechts draaien en het opnieuw proberen. Gebruikte toner weggooien Deze sectie beschrijft wat u moet doen met gebruikte tonercartridges. Toner kan niet worden hergebruikt. Verpak gebruikte tonercartridges in de verpakking van de cartridge of in een tas zodat de toner niet uit de cartridge kan lekken als u deze verwijdert. (voornamelijk in Europa en Azië) Als u uw gebruikte tonercartridge wilt weggooien, neem dan contact op met het dichtstbijzijnde verkooppunt van Ricoh. Als u de toner zelf weggooit, moet u het beschouwen als plastic afvalmateriaal. (voornamelijk in Noord-Amerika) Raadpleeg de lokale Ricoh website voor meer informatie over het recyclen van verbruiksartikelen. U kunt items ook recyclen volgens de gemeentelijke voorschriften of volgens de aanwijzingen van het lokale afvalverwerkingsbedrijf. 71

74 4. Papier en toner bijvullen Menu-items en functies Alle items onder Aanpassingsinstellingen voor operators worden weergegeven ongeacht de geïnstalleerde optionele onderdelen van het betreffende apparaat. Als u de instellingen wijzigt van opties die niet geïnstalleerd zijn, hebben deze wijzigingen geen effect. Apparaat: Afbeeldingspositie Voor meer informatie over de volgende items, zie Papierinstellingen. Nr. Item Beschrijving 0101 Beeldpositie aanpassen over toevoerrichting 0102 Beeldpositie aanpassen langs toevoerrichting Pas de verticale positie van de afgedrukte afbeelding aan. Pas de horizontale positie van de afgedrukte afbeelding aan Schuintedetectie Geef aan of scheve afdrukken op papier moeten worden gedetecteerd of niet. Apparaat: Afbeeldingskwaliteit Voor meer informatie over de volgende items, zie Papierinstellingen. Nr. Item Beschrijving 0201 Afbeeldingsbelichting aanpassen / DEMS 0203 Max. afb.belichting aanpas Belicht.verschil aanp. (over toev.richt) 0207 Afb.belichting aanpas. vr Automatische kleurkalibratie 0208 Feedbackfreq. van afb.bel. autom. aanp & kleurkalibr. Hiermee kunt u handmatig de belichting voor een afbeelding aanpassen. Geef de tonerhechting aan het drumoppervlak en de tussenliggende transferriem op als de afbeeldingsdichtheid wordt aangepast. Pas het belichtingsverschil tussen de boven- en onderkant van het beeld aan. Hier kunt u de maximale belichting aanpassen. Hier kunt u de feedbackfrequentie opgeven van de automatische aanpassing van de afbeeldingsbelichting en kleurkalibratie. Apparaat: Papierinvoer/Uitvoer Voor meer informatie over de volgende items, zie Papierinstellingen. 72

75 Menu-items en functies Nr. Item Beschrijving 0301 Papierkrul aanpassen Stel de manier in waarop gekrulde vellen vlak moeten worden gemaakt. Selecteer de manier afhankelijk van de richting en mate van de krul Verlicht.modus vr detectie v geklrd pap 0304 Detectie van dubbele invoer 0305 Wanneer dubbele invoer is gedetecteerd 0306 Autom. corr.sensor activ. vr 2-zijdige vergr.aanpass. Geef een detectiemethode van de contactbeeldsensor (Contact Image Sensor, CIS) op. Geef op of u de invoer van twee of meer vellen wilt detecteren. Geef aan hoe het apparaat moet reageren wanneer dubbele invoer gedetecteerd wordt. Het apparaat meet de lengte en de breedte van beide kanten van het papier en geeft de vergrotingsfactor van de afbeelding op de achterkant aan ten opzichte van de verkleining of transfiguratie van de afbeelding. Apparaat: Onderhoud Voor meer informatie over de volgende items, zie Papierinstellingen. Nr. Item Beschrijving 0502 Fotogeleidereenh verversen 0509 Temperatuur/vochtigheid binnenin app Omgevingstemperatuur/- vochtigheid vh app. Verwijder stof van de drum. De interne temperatuur en vochtigheidsgraad weergeven. Dit item geeft de temperatuur en vochtigheidsgraad van de omgeving weer Ontwikkelaar verversen Het apparaat gebruikt oude toner in de ontwikkeleenheid en voegt nieuwe toner toe uit de tonerfles Oplaadeenheid schnmaken Maak de oplader schoon. Afwerken: Finisher Voor meer informatie over de volgende items, zie Papierinstellingen. 73

76 4. Papier en toner bijvullen Nr. Item Beschrijving 0601 Nietpositie aanpassen haaks over toevoerrichting Nietpositie aanpassen haaks over toevoerrichting Nietpositie aanpassen langs invoerrichting 0607 Perforeerpositie over toevoerrichting aanpassen 0608 Perforeerpositie langs toevoerrichting aanpassen 0618 Nietpositie aanpassen voor Boekje 0619 Vouwpositie aanpassen voor Boekje 0622 Stel aantal vouwen voor Boekje in Wijzig de verticale positie van de nietjes (aangebracht op een rand) bij gebruik van Finisher SR5050 of Booklet Finisher SR5060. Wijzig de verticale positie van de nietjes (dubbel) bij gebruik van de Finisher SR5050 of Booklet Finisher SR5060. Wijzig de horizontale positie van de nietjes bij gebruik van Finisher SR5050 of Booklet Finisher SR5060. Wijzig de verticale positie van de perforaties bij gebruik van Finisher SR5050 of Booklet Finisher SR5060. Wijzig de horizontale positie van de perforaties bij gebruik van Finisher SR5050 of Booklet Finisher SR5060. Wijzig de horizontale positie van de nietjes voor het boekje bij gebruik van Booklet Finisher SR5060. Wijzig de horizontale positie van het vouwen bij gebruik van Booklet Finisher SR5060. Geeft het aantal keer op dat het boekje gevouwen moet worden wanneer u gebruik maakt van de Booklet Finisher SR5060. Afwerken: Vouwen Voor meer informatie over de volgende items, zie Papierinstellingen. Nr. Item Beschrijving 0701 Halfvouw positie (meerdere vellen-vouw) 0702 Briefvouw nr buiten pos 1 (meerd. vellen-vouw) 0703 Briefvouw nr buiten pos 2 (meerd. vellen-vouw) Pas de vouwpositie van vellen met halve vouw aan wanneer de multivouweenheid wordt gebruikt. Pas de vouwpositie voor het onderste segment van de vellen met een briefvouw naar buiten aan wanneer de multivouweenheid wordt gebruikt. Pas de totale vouwgrootte van vellen met briefvouw naar buiten aan wanneer de multivouweenheid wordt gebruikt. 74

77 Menu-items en functies Nr. Item Beschrijving 0704 Briefvouw nr binnen pos 1 (meerd. vellen-vouw) 0705 Briefvouw nr binnen pos 2 (meerd. vellen-vouw) Pas de vouwpositie van het onderste segment van vellen met de briefvouw naar binnen aan wanneer de multivouweenheid wordt gebruikt. Pas de vouwpositie van vellen met een vouw naar binnen aan wanneer de multivouweenheid wordt gebruikt. Afwerken: Perfect Binder Voor meer informatie over de volgende items, zie Papierinstellingen. Nr. Item Beschrijving 0801 Kaftpositie aanpassen voor Perfct Bind over toev.richt 0802 Kaftpositie aanp. voor Perfct Bind langs toev.richt 0803 Prfct Binding afwerkhoek aanpassen 0804 Bindlijmtoevoeging aanpassen Pas de verticale uitlijning van de positie van het voorblad aan tijdens het uitvoeren van perfect binding. Pas de horizontale uitlijning van de positie van het voorblad aan tijdens het uitvoeren van perfect binding. Maak de bovenkant, onderkant en buitenranden vierkant als u een stapel papier snijdt. Pas de hoeveelheid binding-rijm aan voor perfect binden. Afwerken: Stapeleenheid Voor meer informatie over de volgende items, zie Papierinstellingen. Nr. Item Beschrijving 0907 Max. stapelhoev. in Stapeleenheid lade Geef het maximale aantal vellen op voor de stapellade. 75

78 76 4. Papier en toner bijvullen

79 5. Problemen oplossen Dit hoofdstuk geeft uitleg over basisprocedures voor probleemoplossing. Als een statuspictogram weergegeven wordt Dit gedeelte verklaart de statuspictogrammen die worden weergegeven als het apparaat de gebruiker vraagt om vastgelopen papier te verwijderen, papier bij te vullen of andere procedures uit te voeren. Statuspictogram Status : Papierstoring Verschijnt wanneer papier is vastgelopen. Voor details over het verwijderen van papier, zie Problemen oplossen. : Papier toevoegen Verschijnt als het papier op is. Voor meer informatie over het bijvullen van papier, zie Papierspecificaties en papier bijvullen. : Toner bijvullen Verschijnt als de toner op is. Voor nadere details over het vervangen van tonercartridges, zie Onderhoud en specificaties. : Nietjes bijvullen Verschijnt als de nietjes op zijn. Voor nadere details over het bijvullen van nietjes, zie Onderhoud en specificaties. : Tonerafvalfles vol Verschijnt wanneer de tonerafvalfles vol is. Neem contact op met uw onderhoudsvertegenwoordiger voor een afspraak. : Perforatieopvangbak vol Verschijnt wanneer de perforatieopvangbak vol is. Voor meer informatie over het verwijderen van perforatorafval bekijkt u de handleiding Problemen oplossen. : Nietjesopvangbak vol Verschijnt wanneer de opvangbak vol zit met nietjesafval. Voor meer informatie over het verwijderen van nietafval, zie Problemen oplossen. : Service bellen Verschijnt wanneer het apparaat slecht functioneert of onderhoud nodig heeft. 77

80 5. Problemen oplossen Statuspictogram Status : Paneel open Verschijnt wanneer één of meer panelen van het apparaat open staan. 78

81 Wanneer een indicatielampje brandt of knippert bij de knop [Status controleren] Wanneer een indicatielampje brandt of knippert bij de knop [Status controleren] Als een indicatielampje bij de knop [Status controleren] gaat branden of knipperen, drukt u op de [Status controleren]-knop om het scherm [Controleer status] weer te geven. Controleer de status van elke functie op het scherm [Controleer status]. Het scherm '[Controleer status]' NL DFL Tabblad [App.-/appl.status] Hier kunt u de status van het apparaat bekijken. 2. [Contr.] Als er een fout in het apparaat optreedt, druk dan op [Contr.] voor meer informatie. Als u op [Contr.] drukt, wordt er een foutmelding op het scherm weergegeven. Controleer de foutmelding op het scherm en neem de nodige maatregelen. Voor informatie over het oplossen van het probleem dat in de foutmelding wordt beschreven, zie de handleiding Problemen oplossen. 3. Meldingen Geeft een melding weer die de status van het apparaat aangeeft. 4. Statuspictogrammen Elk statuspictogram dat kan worden weergegeven, wordt hieronder beschreven: : Het apparaat voert een taak uit. : Er heeft zich een fout voorgedaan in het apparaat. : Het apparaat kan niet worden gebruikt, omdat er een fout in het apparaat is opgetreden. Dit pictogram kan ook worden weergegeven als de toner bijna op is. 79

82 5. Problemen oplossen In de volgende tabel worden problemen uitgelegd die ervoor zorgen dat het indicatielampje voor de [Status controleren]-knop gaat branden of knipperen. Probleem Oorzaak Oplossing Documenten en rapporten worden niet afgedrukt. Documenten en rapporten worden niet afgedrukt. Er is een fout opgetreden. Het apparaat kan geen verbinding met het netwerk maken. De papieruitvoerlade is vol. Er is geen kopieerpapier meer. Een functie die de status "Fout opgetreden" heeft in het scherm [Controleer status], heeft een probleem. Er is een netwerkfout opgetreden. Verwijder de afdrukken uit de uitvoerlade. Plaats papier in de lades. Voor meer informatie over het bijvullen van papier, zie Papierspecificaties en papier bijvullen. Druk op [Contr.] en lees de weergegeven melding. Neem vervolgens de nodige maatregelen. Zie de handleiding Problemen oplossen voor informatie over de foutmeldingen en bijbehorende oplossingen. Controleer of het apparaat correct is aangesloten op het netwerk en of het apparaat correct is ingesteld. Voor meer informatie over hoe het apparaat moet worden aangesloten, zie Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen. Neem contact op met uw beheerder voor meer informatie over verbinding met het netwerk. Als het indicatielampje na het nemen van de bovenstaande maatregelen nog brandt, neemt u contact op met uw servicevertegenwoordiger. 80

83 Als het apparaat een piepgeluid maakt Als het apparaat een piepgeluid maakt De volgende tabel geeft uitleg over de betekenis van de verschillende geluidspatronen die het apparaat produceert om gebruikers te waarschuwen over apparaatomstandigheden. Signaalpatroon Betekenis Oorzaak Enkele korte pieptoon Korte en daarna lange pieptoon Twee lange pieptonen Vijf lange pieptonen, vier keer herhaald. Vijf korte pieptonen, vijf keer herhaald. Paneel-/scherminvoer geaccepteerd. Paneel-/scherminvoer geweigerd. Het apparaat is opgewarmd. Zachte pieptoon Harde pieptoon Er is op een toets op het display of op een knop op het bedieningspaneel gedrukt. De gebruiker heeft op een ongeldige knop op het bedieningspaneel of een ongeldige toets op het scherm gedrukt, of het ingevoerde wachtwoord is onjuist. Wanneer het apparaat uitgezet wordt of het apparaat uit de slaapstand komt, is het apparaat volledig opgewarmd en klaar voor gebruik. Papierlade is leeg. Het apparaat vraagt de aandacht van de gebruiker, omdat er papier is vastgelopen, de toner moet worden bijgevuld of omdat er zich andere problemen hebben voorgedaan. Gebruikers kunnen de waarschuwingssignalen van het apparaat niet uitzetten. Wanneer het apparaat piept om gebruikers te waarschuwen over een papierstoring of verzoek om toner, of als de kleppen van het apparaat binnen korte tijd meerdere malen worden geopend en gesloten, dan kan de geluidswaarschuwing blijven voortduren, zelfs nadat de normale status is hervat. U kunt geluidswaarschuwingen in- en uitschakelen. Zie Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen voor meer informatie over Paneel toetsgeluid. 81

84 5. Problemen oplossen Als u problemen heeft met de bediening van het apparaat Probleem Oorzaak Oplossing Het apparaat kan niet worden aangezet. Het indicatielampje blijft branden en het apparaat gaat niet naar de slaapstand, ook al is de [Energiespaarstand]-knop ingedrukt. Het display is uitgeschakeld. Het display is uitgeschakeld. Er gebeurt niets wanneer op de knoppen [Status controleren] of [Energiespaarstand] wordt gedrukt. De stroom wordt automatisch uitgeschakeld. Het invoerscherm voor de gebruikerscode wordt weergegeven. De aan/uit-schakelaar is niet aangezet. In bepaalde gevallen gaat het apparaat niet over in de slaapstand wanneer de [Energiespaarstand]-knop wordt ingedrukt. Het apparaat staat in de energiespaarstand. Het apparaat staat in de slaapstand. De stroom is uitgeschakeld. De instelling voor de wekelijkse timer is ingesteld op [Hoofdstroom uit]. Met Gebruikerscodeverificatie worden er beperkingen voor de gebruikers ingesteld. Zet de aan/uit-schakelaar aan. Voor meer informatie over de aan/uitschakelaar, zie Onderhoud en specificaties. Controleer voor u de [Energiespaarstand]-knop indrukt of de slaapstand ingeschakeld kan worden. Voor meer informatie over het inschakelen van de slaapstand, raadpleegt u de handleiding Snel aan de slag. Raak het display aan of druk op een van de knoppen op het bedieningspaneel om de energiespaarstand te annuleren. Druk op de [Energiespaarstand]-knop of op de [Status controleren]-knop om de slaapstand te sluiten. Zorg ervoor dat de hoofdstroomschakelaar is uitgeschakeld en schakel vervolgens de stroom weer in. Wijzig de instelling voor de wekelijkse timer. Zie Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen voor informatie over de instelling van de wekelijkse timer. Raadpleeg Snel aan de slag voor informatie over hoe u zich aanmeldt wanneer verificatie van de gebruikerscode geactiveerd is. 82

85 Als u problemen heeft met de bediening van het apparaat Probleem Oorzaak Oplossing Het verificatiescherm verschijnt. Ook als het vastgelopen papier is verwijderd, blijft de foutmelding staan. Er wordt nog steeds een foutmelding weergegeven, zelfs wanneer het aangegeven paneel is gesloten. Afbeeldingen worden op de achterkant van het papier afgedrukt. Er treden geregeld papierstoringen op. Er is basisverificatie, Windows-verificatie of LDAP-verificatie is ingesteld. Er zit nog steeds papier vast in de lade. Eén of meerdere kleppen staan open, maar dit wordt niet aangegeven. U heeft wellicht het papier niet correct geplaatst. Het gebruik van gekreukt papier veroorzaakt vaak papierstoringen, vlekkerige papierranden of verschoven posities bij het nieten of afdrukken van meerdere exemplaren. Voer uw log-in gebruikersnaam en uw gebruikerswachtwoord in. Raadpleeg Snel aan de slag voor informatie over het scherm Verificatie. Verwijder het vastgelopen papier door de procedures te volgen die op het bedieningspaneel worden weergegeven. Voor details over het verwijderen van papier, zie Problemen oplossen. Sluit alle panelen van het apparaat. Plaats het papier op de juiste wijze. Voor meer informatie over het bijvullen van papier, zie Papierspecificaties en papier bijvullen. Strijk het papier met uw handen glad om de krul eruit te halen. Plaats het papier ondersteboven, zodat de omgekrulde randen naar beneden liggen. Voor meer informatie over aanbevolen papier, zie Papierspecificaties en papier bijvullen. Leg gesneden papier op een glad oppervlak en laat het niet tegen een muur leunen. Dit is om te voorkomen dat het papier gaat krullen. Voor meer informatie over het juist bewaren van papier, zie Papierspecificaties en papier bijvullen. 83

86 5. Problemen oplossen Probleem Oorzaak Oplossing Er treden geregeld papierstoringen op. Er treden geregeld papierstoringen op. Er treden geregeld papierstoringen op. Er treden geregeld papierstoringen op. Wellicht is de zij- of eindafscheider van de lade niet juist ingesteld. Er is papier van een formaat geplaatst dat niet herkend kon worden. Er zit een vreemd voorwerp in de uitvoerlade. De nietcartridge is niet correct ingesteld. Verwijder het vastgelopen papier. Voor details over het verwijderen van papier, zie Problemen oplossen. Controleer of de zij- en eindafscheidingen correct zijn ingesteld. Controleer ook of de zijafscheidingen zijn vergrendeld. Voor meer informatie over het instellen van de zij- en eindafscheidingen, raadpleegt u Papierspecificaties en papier bijvullen. Verwijder het vastgelopen papier. Voor details over het verwijderen van papier, zie Problemen oplossen. Als u een papierformaat heeft geplaatst dat niet automatisch wordt geselecteerd, dient u het papierformaat met het bedieningspaneel op te geven. Raadpleeg Papierspecificaties en papier bijvullen voor meer informatie over het instellen van het papierformaat op het bedieningspaneel. Verwijder het vastgelopen papier. Voor details over het verwijderen van papier, zie Problemen oplossen. Plaats niets op de uitvoerlade. Stel de nietjescartridge correct in. Voor nadere details over het bijvullen van nietjes, zie Onderhoud en specificaties. 84

87 Als u problemen heeft met de bediening van het apparaat Probleem Oorzaak Oplossing Er vinden papierstoringen plaats wanneer er op enveloppen wordt afgedrukt. Er vinden papierstoringen plaats wanneer er op enveloppen wordt afgedrukt. Bij het afdrukken op enveloppen, kan het voorkomen dat enveloppen tegelijk worden ingevoerd of helemaal niet worden ingevoerd in de printer. De enveloppen hebben ezelsoren. U heeft op enveloppen afgedrukt die geen rechthoekige flap hebben terwijl [Schuintedetectie] op [Aan] was ingesteld. De enveloppen hebben ezelsoren. Als enveloppen ezelsoren hebben, zorg er dan voor dat u deze platstrijkt voordat u ze in de printer plaatst. Stapel het papier niet hoger dan de opgegeven limiet voor de papierlade. Indien er zich nog steeds papierstoringen blijven voordoen nadat u de enveloppen plat heeft gestreken, plaats dan de enveloppen een voor een in de lade en druk ze een voor een af. Zie de handleiding Papierspecificaties en papier bijvullen voor meer informatie over het plaatsen van enveloppen. Zorg ervoor dat u [Schuintedetectie] [Uit] zet wanneer u op enveloppen afdrukt die geen rechthoekige flap hebben. Voor meer informatie over het instellen van de schuintedetectie, zie Papierinstellingen. Als enveloppen ezelsoren hebben, zorg er dan voor dat u deze platstrijkt voordat u ze in de printer plaatst. Stapel het papier niet hoger dan de opgegeven limiet voor de papierlade. Indien er zich nog steeds papierstoringen blijven voordoen nadat u de enveloppen plat heeft gestreken, plaats dan de enveloppen een voor een in de lade en druk ze een voor een af. Zie de handleiding Papierspecificaties en papier bijvullen voor meer informatie over het plaatsen van enveloppen. 85

88 5. Problemen oplossen Probleem Oorzaak Oplossing Kan niet in duplexmodus afdrukken. Kan niet in duplexmodus afdrukken. Het apparaat schakelt niet binnen zes minuten uit nadat u deze uit heeft gezet. Er vond een fout plaats toen het adresboek gewijzigd werd via het display of Web Image Monitor. Papier is gebogen. De afbeelding is niet correct geplaatst op het papier. U heeft een papierlade geselecteerd die niet is ingesteld voor dubbelzijdig afdrukken. U heeft een papiertype geselecteerd dat niet gebruikt kan worden om dubbelzijdig mee af te drukken. Het apparaat kan de uitschakelprocedure niet uitvoeren. Het Adresboek kan niet gewijzigd worden wanneer er meerdere opgeslagen documenten gewist worden. Papier kan gebogen zijn wanneer deze uit de Finisher bovenuitvoer is geworpen. Het apparaat heeft de papiersoort en/of breedte juist herkend. De afdrukpositie is niet juist uitgelijnd. Wijzig de instelling voor "Duplex toepassen" in "Instell. papierlade" om dubbelzijdig afdrukken te activeren voor de papierlade. Raadpleeg Papierinstellingen voor meer informatie over de instelling "Duplex toepassen". Selecteer in "Instell. papierlade" een papiertype dat gebruikt kan worden voor dubbelzijdig afdrukken. Voor meer informatie over de instelling "Papiertype", zie Papierinstellingen. Herhaal de uitschakelprocedure. Als het apparaat niet uitschakelt, zet dan de aan/uit-schakelaar uit. Wacht even en probeer het dan nogmaals. Wijzig de uitvoerlade naar de staffellade van de Finisher. Neem contact op met de beheerder van uw apparaat of uw leverancier. 86

89 Als u problemen heeft met de bediening van het apparaat Probleem Oorzaak Oplossing Papier dat bij de stapeleenheid wordt aangeleverd is gekruld, waardoor het niet juist uitgelijnd wordt. Uitgevoerd papier in de uitvoerlade van de stapeleenheid wordt niet juist uitgelijnd. Het papier is gekruld. Als er gecoat papier gebruikt wordt, kan het voorkomen dat het uitgevoerde papier in de uitvoerlade van de stapeleenheid niet juist uitgelijnd wordt. Als het papier 280,0 gr/m 2 of meer weegt en het papierformaat is A3, SRA3 of groter, kan het voorkomen dat het uitgevoerde papier in de uitvoerlade van de stapeleenheid niet juist uitgelijnd wordt. Als het papier naar beneden krult, selecteert u [ Krulaanp: Zwak], [ Krulaanp: Medium] of [ Krulaanp: Sterk] onder [Papierkrul aanpassen] in "Aanpassingsinstellingen voor operators". Als het papier naar boven krult, selecteert u [ Krulaanp: Zwak], [ Krulaanp: Medium] of [ Krulaanp: Sterk] onder [Papierkrul aanpassen] in "Aanpassingsinstellingen voor operators". Voor informatie over Aanpassingsinstellingen voor operators, zie Papierinstellingen. Selecteer [ Krulaanp: Zwak], [ Krulaanp: Medium] of [ Krulaanp: Sterk] onder [Papierkrul aanpassen] in "Aanpassingsinstellingen voor operators". Voor informatie over Aanpassingsinstellingen voor operators, zie Papierinstellingen. 87

90 5. Problemen oplossen Vouw Probleem Oorzaken Oplossing Kreuken ontstaan wanneer Venstervouw, Briefvouw naar binnen of Briefvouw naar buiten wordt toegepast. Bij het afdrukken op Z- gevouwen papier geeft het apparaat aan dat de uitvoerlade vol is, terwijl de hoeveelheid uitgevoerd papier op de lade veel minder is dan de maximale stapelcapaciteit. Papier komt met gekreukelde randen uit de multivouweenheid wanneer de optie Venstervouw is geselecteerd. De positie van de vouw is onjuist wanneer Briefvouw naar binnen wordt gebruikt met papier van B5 JISformaat. Het papier kreukelt wanneer de optie Venstervouw, Briefvouw naar binnen of Briefvouw naar buiten wordt toegepast op B4 JIS, A3, 8 1 / 2 " 14", 11" 17", 12" 18", 8K of papier van een groter formaat. De Z-vouwondersteuningslade is niet bevestigd. Het papier is omgekruld. Multi-velvouw is opgegeven terwijl er slechts één vel wordt afgedrukt. Wanneer Venstervouw, Briefvouw naar binnen of Briefvouw naar buiten wordt gebruikt met een papierformaat groter dan A4, raden wij u aan om afbeeldingsverkleining toe te passen en papier te gebruiken dat niet groter is dan A4. Bevestig de Z-vouwondersteuningslade voor de finisher- of multivouweenheid. Voor meer informatie over het bevestigen van de Z-vouwondersteuningslade, zie Snel aan de slag. Verwijder het papier en leg het dan ondersteboven terug. Verwijder het papier en leg het in tegenovergestelde richting terug. Wijzig de instellingen voor Briefvouw naar binnen van het printerstuurprogramma zodat Multivelvouw niet is opgegeven. Soms wijken afbeeldingen af vanwege de gebruikte papiersoort, het papierformaat of problemen met de papiercapaciteit. Gebruik het aanbevolen papier. Voor meer informatie over aanbevolen papier, zie Pag. 46 "Aanbevolen papierformaten en -typen". 88

91 Wanneer er andere meldingen worden weergegeven Wanneer er andere meldingen worden weergegeven Meldingen Oorzaak Oplossing "De volgende uitvoerlade is vol. Verwijder het papier." "Interne ventilator is actief." De uitvoerlade is vol. Grote afdruktaken veroorzaken hitte-opbouw binnenin het apparaat, waardoor de ventilator automatisch gaat draaien. Verwijder het papier uit de uitvoerlade zodat u het afdrukken kunt voortzetten. Als het papier in de staffellade van de finisher afgeleverd moet worden en u wilt voorkomen dat het papier uit de lade valt, kunt u het afdrukken onderbreken door op de [Stop]- knop te drukken en het papier eruit te halen. Druk op [Doorgaan] op het display om verder te gaan met afdrukken. Wanneer de multivouweenheid wordt gebruikt, hangt het aantal vellen per stapel papier af van het papier- en vouwtype. De ventilator maakt geluid, maar dit is normaal en u kunt het apparaat gewoon gebruiken wanneer de ventilator aan het koelen is. De hoeveelheid papier die kan worden afgedrukt en de totale tijd voor de ventilator begint te draaien, hangen af van de temperatuur van de omgeving waarin het apparaat is geplaatst. 89

92 5. Problemen oplossen Meldingen Oorzaak Oplossing "Zelfcontrole..." Het apparaat voert beeldaanpassingsfuncties uit. Tijdens de werking kan het apparaat periodiek onderhoud doorvoeren. De frequentie en de duur van het onderhoud zijn afhankelijk van de vochtigheidsgraad, de temperatuur en afdrukfactoren zoals het aantal afdrukken, het papierformaat en het papiertype. Wacht tot het apparaat de bewerking hervat. Als het Home-scherm niet bewerkt kan worden Meldingen Oorzaak Oplossing "Het formaat van de afbeeldingsgegevens is niet geldig. Bekijk de handleiding voor de benodigde gegevens." "De indeling van de afbeeldingsgegevens is niet geldig. Bekijk de handleiding voor benodigde gegevens." De grootte van de afbeeldingsgegevens is ongeldig. De bestandsindeling van de afbeelding die u wilt toevoegen aan het Homescherm wordt niet ondersteund. Voor meer informatie over de bestandsgrootte voor een afbeelding op het Home-scherm, zie Handige functies. Voor meer informatie over de bestandsindeling van een afbeelding op het Home-scherm, zie Handige functies. Wanneer er problemen optreden met het inloggen Meldingen Oorzaak Oplossing "Verificatie is mislukt." "Verificatie is mislukt." De ingevoerde log-in gebruikersnaam of het log-in wachtwoord is niet juist. Het apparaat kan geen verificatie uitvoeren. Raadpleeg de Veiligheidsinformatie voor details over de correcte log-in gebruikersnaam en het wachtwoord. Voor meer informatie over verificatie raadpleegt u de Veiligheidsinformatie. 90

93 Wanneer er andere meldingen worden weergegeven Wanneer de gebruiker geen rechten heeft om een bewerking uit te voeren Meldingen Oorzaak Oplossing "U heeft niet de privileges om deze functie te gebruiken." "De geselect. best. bevat best. zonder toegangsprivileges. Alleen best. met toegangspriv. zullen worden verwijderd." De aangemelde gebruiker is niet gemachtigd om de geselecteerde functie te gebruiken. U heeft geprobeerd bestanden te verwijderen zonder dat u over de vereiste bevoegdheden beschikt. Voor details over het instellen van gebruikersrechten, zie de Veiligheidshandleiding. Raadpleeg de Veiligheidshandleiding om te controleren of u over de rechten beschikt om opgeslagen documenten te openen en om documenten te verwijderen. 91

94 92 5. Problemen oplossen

95 6. Apparaatinformatie In dit hoofdstuk worden de milieumaatregelen en -voorschriften besproken. Informatie over milieuwetgeving ENERGY STAR-programma ENERGY STAR -programmavereisten voor beeldmateriaal Dit bedrijf neemt deel aan het ENERGY STAR -programma. Dit apparaat voldoet aan de voorschriften van het ENERGY STAR -programma. De ENERGY STAR -programmavereisten voor beeldmateriaal moedigen milieubehoud aan via het promoten van energiebesparende computers en andere kantooruitrustingen. Het programma ondersteunt de ontwikkeling en verdeling van producten met energiebesparende functies. Het is een open programma waaraan fabrikanten op vrijwillige basis kunnen deelnemen. Beoogde producten zijn computers, beeldschermen, printers, faxapparaten, kopieerapparaten, scanners, en multifunctionele apparaten. De Energy Star-normen en -logo's zijn internationaal uniform. Voor details over de "standaard wachttijd", zie Pag. 93 "Energiebesparende functies". Energiebesparende functies Dit apparaat beschikt over de volgende functies om het energieverbruik te beperken: Modus Laag stroomverbruik Als dit apparaat gedurende een opgegeven periode niet actief is, wordt het elektriciteitsverbruik automatisch verminderd. 93

96 6. Apparaatinformatie Slaapstand Specificatie De standaardperiode voordat de energiespaarstand wordt geactiveerd, is 15 minuten. Deze standaardtijd kan worden gewijzigd. Als dit apparaat gedurende een bepaalde tijd niet wordt gebruikt of als de [Energiespaarstand]-knop ingedrukt wordt, schakelt het over naar de slaapstand om het elektriciteitsverbruik nog verder te verlagen. De standaard wachttijd gedurende welke het apparaat wacht voordat de slaapstand wordt geactiveerd, is 59 minuten. Deze standaardtijd kan worden gewijzigd. Het apparaat kan vanuit de Slaapstand taken van computers afdrukken. (voornamelijk in Europa en Azië) Type 1 Type 2 Lager elektriciteitsverbruik in 419,8 W 421,5 W energiespaarstand *1 Tijdsduur totdat het apparaat overgaat in de energiespaarstand 15 minuten 15 minuten Tijd die het kost om uit de 160 seconden 160 seconden energiespaarstand te komen *1 Lager elektriciteitsverbruik in 2,0 W 2,0 W slaapstand *1 Tijdsduur totdat het apparaat overgaat in de slaapstand 59 minuten 59 minuten Tijd die het kost om uit de slaapstand 540 seconden 540 seconden te komen *1 Duplexfunctie *2 Standaard Standaard *1 De tijd die nodig is om uit de energiespaarstand te schakelen en het elektrische verbruik is afhankelijk van de omstandigheden en de omgeving van het apparaat. *2 Behaalt ENERGY STAR-energiebesparingen; product is volledig gekwalificeerd als het geleverd (of gebruikt) wordt met een duplexlade en de duplexfunctie als optie ingeschakeld is. (voornamelijk in Noord-Amerika) 94

97 Informatie over milieuwetgeving Type 1 Type 2 Lager elektriciteitsverbruik in 425,4 W 455,6 W energiespaarstand *1 Tijdsduur totdat het apparaat overgaat in de energiespaarstand 15 minuten 15 minuten Tijd die het kost om uit de 160 seconden 160 seconden energiespaarstand te komen *1 Lager elektriciteitsverbruik in 2,4 W 2,4 W slaapstand *1 Tijdsduur totdat het apparaat overgaat in de slaapstand 59 minuten 59 minuten Tijd die het kost om uit de slaapstand 540 seconden 540 seconden te komen *1 Duplexfunctie *2 Standaard Standaard *1 De tijd die nodig is om uit de energiespaarstand te schakelen en het elektrische verbruik is afhankelijk van de omstandigheden en de omgeving van het apparaat. *2 Behaalt ENERGY STAR-energiebesparingen; product is volledig gekwalificeerd als het geleverd (of gebruikt) wordt met een duplexlade en de duplexfunctie als optie ingeschakeld is. Specificaties kunnen variëren, afhankelijk van welke opties er op het apparaat geïnstalleerd zijn. Voor meer informatie over het wijzigen van de standaard interval raadpleegt u de handleiding Het apparaat aansluiten/systeeminstellingen. In de volgende situaties wordt de slaapstand van het apparaat direct geactiveerd: Timer laag stroomverbruik en Timer slaapstand hebben dezelfde instelling Timer slaapstand is ingesteld op een kortere tijd dan Timer laag stroomverbruik Afhankelijk van de ingebouwde softwarearchitectuur-applicatie die is geïnstalleerd, kan het apparaat er langer over doen dan aangegeven om op de slaapstand te gaan staan. 95

98 6. Apparaatinformatie Gebruikersinformatie over elektrische en elektronische apparatuur (voornamelijk Europa) Voor gebruikers in landen waar het symbool zoals hier is afgebeeld is gespecificeerd in de nationale wetgeving aangaande de verwerking van elektronisch afval Onze producten bevatten hoogwaardige componenten en zijn ontworpen om het recyclen te vergemakkelijken. Onze producten of productverpakkingen zijn gemarkeerd met het onderstaande symbool. Het symbool geeft aan dat het product niet mag worden behandeld als huishoudelijk afval. Als u het apparaat wilt afdanken, doe dit dan via de aangewezen afvalverzamelingsystemen die hiervoor ter beschikking gesteld zijn. Door deze instructies na te leven, bent u zeker dat dit product op de juiste manier wordt verwerkt en helpt u de mogelijke nadelige gevolgen voor het milieu en de openbare gezondheid, die het resultaat kunnen zijn van een foutieve verwerking van het product, te beperken. Het recyclen van producten is ten behoeve van het behoud van de natuurlijke grondstoffen en ter bescherming van het milieu. Voor meer informatie over inzamelsystemen en de recycling van dit product neemt u contact op met de winkel waar u het product gekocht heeft, of met uw plaatselijke dealer of leverancier. Alle overige gebruikers Als u dit product wilt afvoeren, neem dan contact op met uw gemeente of provincie, de winkel waar u dit product gekocht heeft, uw plaatselijke dealer of uw leverancier. Opmerking over het batterij- en/of accusymbool (alleen voor EU-landen) (voornamelijk Europa) Overeenkomstig de Batterijrichtlijn 2006/66/EC artikel 20, Informatie voor eindgebruikers, bijlage II, wordt het hierboven weergegeven symbool weergegeven op batterijen en accu's. 96

99 Informatie over milieuwetgeving Dit symbool geeft aan dat in de Europese Unie gebruikte batterijen en accu's gescheiden van uw huishoudelijke afval afgevoerd moeten worden. In de EU bestaan aparte inzamelingssystemen voor elektrische en elektronische apparaten, maar ook voor batterijen en accu's. Zorg ervoor dat u deze op de juiste wijze inlevert bij uw lokale afvalinzamelings-/recyclingcentrum. Milieuadvies voor gebruikers (voornamelijk Europa) Gebruikers in de EU, Zwitserland en Noorwegen Rendement van verbruiksartikelen Raadpleeg de Gebruikershandleiding of de verpakking van het verbruiksartikel voor deze informatie. Gerecycled papier Het apparaat kan gerecycled papier verwerken dat is geproduceerd volgens de Europese norm EN 12281:2002 of DIN Voor producten die gebruik maken van de EP-printtechnologie, kan het apparaat afdrukken op papier van 64 g/m 2. Dit papier bevat minder ruwe materialen en is gemaakt met een lagere hoeveelheid nieuw gewonnen grondstoffen. Dubbelzijdig afdrukken (indien van toepassing) Met dubbelzijdig afdrukken maakt u gebruik van beide zijden van het papier. Dit bespaart papier en vermindert het aantal vellen per afgedrukt document. We raden u aan om dubbelzijdig afdrukken standaard in te schakelen, zodat u altijd dubbelzijdig afdrukt. Recycleprogramma voor toner- en inktcartridges U kunt toner- en inktcartridges gratis inleveren, zodat deze gerecycled worden. Dit gebeurt in overeenstemming met de milieuvoorschriften van uw gemeente. Voor meer informatie over het recycleprogramma, zie onze website of raadpleeg uw servicevertegenwoordiger. Energiezuinig De hoeveelheid elektriciteit die een apparaat verbruikt is zowel afhankelijk van zijn specificaties als van de manier waarop u er gebruik van maakt. Het apparaat is speciaal ontworpen om uw elektriciteitskosten te verminderen door over te schakelen naar de modus 'Gereed' nadat de laatste pagina is afgedrukt. Indien nodig kan het apparaat vanuit deze modus direct afdrukken. Als u geen extra afdrukken meer hoeft te maken en de opgegeven tijdsperiode verstrijkt, schakelt het apparaat over naar de energiespaarstand. 97

100 6. Apparaatinformatie In deze modi verbruikt het apparaat minder elektriciteit (Watt). Als het apparaat weer moet afdrukken, heeft het iets langer nodig om te herstellen uit de energiespaarstand dan uit de modus 'Gereed'. Als u een maximale energiebesparing wilt behalen, adviseren wij u om de standaardinstelling voor elektriciteitsbeheer te gebruiken. Producten die voldoen aan de Energy Star-vereisten zijn altijd energiezuinig. Opmerking voor gebruikers in de staat Californië (opmerking voor gebruikers in de Verenigde Staten) (voornamelijk Noord-Amerika) Perchloormaterialen - speciale behandeling is mogelijk van toepassing. Zie: hazardouswaste/perchlorate 98

101 INDEX A Aan/uit-indicatielampje Aan/uit-schakelaar...12 Aanbevolen papier Aangepast papier Aangepast papier bewerken... 62, 63, 66 Aanpassingsinstellingen voor operators...72 Aardlekschakelaar B Bannervellade van brede bulklade Bannervellade van multihandinvoer (lade A) Bedieningspaneel... 12, 18 Boekjes finisher Bovenste scherm Brede bulklade... 6, 37 Brede bulklade bulklade Brede LCT...17 Brugeenheid van brede bulklade C Cijfertoetsen D De stroom uitschakelen De taal van het display wijzigen...21 Display Dubbelzijdig papier E Eenvoudige weergave-knop Energiebesparende functies ENERGY STAR-programma Enter-knop...19 Enveloppen F Finisher Functietoetsen G Gebruikerscodeverificatie Gebruikersinformatie over elektrische en elektronische apparatuur...96 Gebruikersinstellingen-knop...19 Gebruikte toner...71 Geluidspatronen...81 Grote bulklade H Het apparaat aan-/uitzetten Het apparaat aanzetten Het apparaat uitzetten Hoe werkt deze handleiding?... 4 Home-scherm...9, 22, 90 Hoofdstroomschakelaar... 11, 28, 29 Hoogvolume stapeleenheid... 6, 16 I Indicatielampje Indicatielampje Inkomende gegevens...19 Indicatielampje mediatoegang Informatie over milieuwetgeving Informatiescherm... 7 Inloggen Inloggen op het apparaat Inloggen/Uitloggen-knop K Knop Energiespaarstand Knop Home...20 Knop Papierinstelling Knop Taal...19 L Lade Lade Linker voorpaneel hoofdeenheid M Mediasleuven Melding... 82, 90 Meldingen... 89, 91 Milieuadvies voor gebruikers...97 Modelspecifieke informatie... 5 Mogelijkheden van dit apparaat... 9 Multihandinvoer (lade A)... 6, 17, 38, 41 Multivouweenheid... 6, 17 Mijn kosten omlaag brengen

102 O Opmerking over het batterij- en/of accusymbool Opmerking voor gebruikers in de staat Californië Opties...16 P Papier met vaste afdrukrichting Papier plaatsen...35, 37, 38, 41, 44 Papier uitwaaieren Papiercapaciteit...46 Papierdikte Papierformaat Papiertype...46 Perfect Binder... 6, 17 Pictogram... 22, 24, 25 Pictogram snelkoppeling...8 Probleem R Tussenvoegeenheid van de Perfect Binder...42 U Uitloggen op het apparaat...31 V Ventilatiegaten...13 Verificatiescherm Voorbladen...42 Voorkomen dat informatie uitlekt...9 W Waarschuwingslamp...13, 14 Web Image Monitor...10, 33 Wissen-knop Z Zoeken op wat u wilt doen... 7 Rechter voorpaneel hoofdeenheid Regio A...5 Regio B... 5 Reset-knop Ring binder...16 Ring Binder...6 S Schuifknop voor helderheid scherm Snelkoppeling (pictogram)... 24, 25 Start-knop...19 Status controleren (knop)...79 Status controleren-knop Statuspictogram...77 Symbolen... 4 T Tabbladen plaatsen Teller-knop Toner...69 Tonercartridgehouder Trimmer... 6, 16 Tussenvoegeenheid... 6, 17, NL NL M A

103 2014,2015

104 NL NL M A

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding Gebruikershandleiding Wat kunt u met dit apparaat? Snel aan de slag Afdrukken Web Image Monitor Papier en toner bijvullen Problemen oplossen Apparaatinformatie Informatie die niet in deze handleiding staat,

Nadere informatie

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding Gebruikershandleiding Wat kunt u met dit apparaat? Snel aan de slag Kopiëren Afdrukken Scannen Document Server Web Image Monitor Papier en toner bijvullen Problemen oplossen Apparaatinformatie Informatie

Nadere informatie

Afdrukmateriaal plaatsen in de standaardlade voor 250 vel

Afdrukmateriaal plaatsen in de standaardlade voor 250 vel Naslagkaart Papier en speciaal afdrukmateriaal plaatsen In dit gedeelte wordt beschreven hoe u papier plaatst in de laden voor 250 en 550 vel en de handmatige invoer. Het bevat tevens informatie over het

Nadere informatie

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding Gebruikershandleiding Snel aan de slag Afdrukken Problemen oplossen Aanvullen en vervangen van verbruiksartikelen Informatie die niet in deze handleiding staat, kunt u terugvinden in de HTML-/PDF-bestanden

Nadere informatie

Speciale afdrukmethoden en - materialen

Speciale afdrukmethoden en - materialen Speciale afdrukmethoden en - materialen In deze sectie komen de volgende onderwerpen aan de orde: Automatisch dubbelzijdig afdrukken zie pagina 16. Handmatig dubbelzijdig afdrukken zie pagina 19. Transparanten

Nadere informatie

Eenvoudige afdruktaken

Eenvoudige afdruktaken Eenvoudige afdruktaken In dit onderwerp wordt het volgende besproken: "Papier plaatsen in Lade 1 (MPT) voor enkelzijdig afdrukken" op pagina 2-9 "Papier plaatsen in laden 2-5 voor enkelzijdig afdrukken"

Nadere informatie

LET OP KANS OP LETSEL:

LET OP KANS OP LETSEL: Pagina 1 van 19 Help bij afdrukken Papier in de lade voor 250 vel of 550 vel plaatsen LET OP KANS OP LETSEL: Zorg ervoor dat u papier afzonderlijk in elke lade plaatst om instabiliteit van de apparatuur

Nadere informatie

Universeellader vullen

Universeellader vullen De universeellader is geschikt voor afdrukmedia van diverse formaten en soorten, zoals transparanten en enveloppen. Deze lade is handig als u enkelzijdig wilt afdrukken op papier met een briefhoofd, gekleurd

Nadere informatie

Verkorte Handleiding DX-C200. Namen en locaties. De kopieerfunctie gebruiken. De scannerfunctie gebruiken. De faxfunctie gebruiken. Problemen oplossen

Verkorte Handleiding DX-C200. Namen en locaties. De kopieerfunctie gebruiken. De scannerfunctie gebruiken. De faxfunctie gebruiken. Problemen oplossen DX-C200 Verkorte Handleiding Namen en locaties De kopieerfunctie gebruiken De scannerfunctie gebruiken De faxfunctie gebruiken Problemen oplossen Papierstoringen oplossen Inktcartridges Lees deze handleiding

Nadere informatie

De universeellader accepteert papier met de volgende afmetingen: breedte 69,85 mm tot 229 mm. lengte 127 mm tot 355,6 mm

De universeellader accepteert papier met de volgende afmetingen: breedte 69,85 mm tot 229 mm. lengte 127 mm tot 355,6 mm De universeellader is geschikt voor papier van diverse formaten en soorten, zoals transparanten, briefkaarten, memokaarten en enveloppen. Deze lade is handig als u enkelzijdig wilt afdrukken op papier

Nadere informatie

Kopiëren > Instellingen > Pagina's per zijde. Voor printermodellen zonder touchscreen drukt u op om door de instellingen te navigeren.

Kopiëren > Instellingen > Pagina's per zijde. Voor printermodellen zonder touchscreen drukt u op om door de instellingen te navigeren. Naslagkaart Bezig met kopiëren Een kopie maken 1 Plaats een origineel document in de ADF-lade of op de glasplaat. Opmerking: Zorg ervoor dat het papierformaat van het origineel en de uitvoer hetzelfde

Nadere informatie

Fax Connection Unit Type C Gebruiksaanwijzing

Fax Connection Unit Type C Gebruiksaanwijzing Fax Connection Unit Type C Gebruiksaanwijzing Voor een veilig en correct gebruikt, dient u de Veiligheidsinformatie in "Lees dit eerst" te lezen voordat u het apparaat gebruikt. INHOUDSOPGAVE Hoe werkt

Nadere informatie

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding Gebruikershandleiding Wat kunt u doen met dit apparaat? Snel aan de slag Kopiëren Fax Afdrukken Scannen Document Server Web Image Monitor Papier en toner bijvullen Problemen oplossen Bijlage Informatie

Nadere informatie

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding Gebruikershandleiding Wat kunt u doen met dit apparaat? Snel aan de slag Kopiëren Fax Afdrukken Scannen Document Server Web Image Monitor Papier en toner bijvullen Problemen oplossen Voor informatie die

Nadere informatie

Naslagkaart voor de 5210n / 5310n

Naslagkaart voor de 5210n / 5310n Naslagkaart voor de 5210n / 5310n 1 2 3 4 VOORZICHTIG: Neem zorgvuldig de veiligheidsvoorschriften in de Handleiding voor eigenaren door voordat u de Dell-printer gaat instellen en gebruiken. 5 6 7 8 1

Nadere informatie

Afdrukproblemen. Afdrukkwaliteit

Afdrukproblemen. Afdrukkwaliteit Printerproblemen Een aantal printerproblemen is eenvoudig te verhelpen. Als de printer niet reageert, controleer dan eerst of: de printer is ingeschakeld; het netsnoer is aangesloten op het stopcontact;

Nadere informatie

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding Gebruikershandleiding Wat kunt u doen met dit apparaat? Snel aan de slag Kopiëren Afdrukken Scannen Document Server Web Image Monitor Papier en inkt bijvullen Problemen oplossen Bijlage Informatie die

Nadere informatie

Papier, karton of etiketten laden. Briefhoofdpapier laden. Transparanten laden

Papier, karton of etiketten laden. Briefhoofdpapier laden. Transparanten laden De printer geeft aan wanneer het papier moet worden bijgevuld. Als er minder dan 50 vellen papier in een lade zitten, wordt het bericht Lade x bijna op op de display weergegeven, waarbij x verwijst naar

Nadere informatie

In deze sectie komen de volgende onderwerpen aan de orde:

In deze sectie komen de volgende onderwerpen aan de orde: Phaser 6200-kleurenlaserprinter Laden In deze sectie komen de volgende onderwerpen aan de orde: Papier in de laden 1 tot en met 3 plaatsen zie pagina 2. Papier in de multifunctionele lade plaatsen zie

Nadere informatie

Berichten op het voorpaneel

Berichten op het voorpaneel en op het voorpaneel In dit onderwerp wordt het volgende besproken: "Statusberichten" op pagina 4-61 "Foutberichten en waarschuwingen" op pagina 4-62 Het voorpaneel van de printer biedt informatie en hulp

Nadere informatie

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding Gebruikershandleiding Wat kunt u met dit apparaat? Snel aan de slag Kopiëren Fax Afdrukken Scannen Document Server Web Image Monitor Papier en toner bijvullen Problemen oplossen Bijlage Informatie die niet

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing Website met toepassingen

Gebruiksaanwijzing Website met toepassingen Lees deze handleiding zorgvuldig voordat u dit apparaat gebruikt en bewaar deze voor toekomstige raadpleging. Gebruiksaanwijzing Website met toepassingen INHOUDSOPGAVE Hoe werkt deze handleiding?... 2

Nadere informatie

HP LaserJet P2050-serie-printer. Paper and Print Media Guide

HP LaserJet P2050-serie-printer. Paper and Print Media Guide HP LaserJet P2050-serie-printer Paper and Print Media Guide HP LaserJet P2050-serie-printer Handleiding voor papier en afdrukmateriaal Copyright en licentie 2008 Copyright Hewlett-Packard Development

Nadere informatie

Handleiding AirPrint. Informatie over AirPrint. Instelprocedure. Afdrukken. Appendix

Handleiding AirPrint. Informatie over AirPrint. Instelprocedure. Afdrukken. Appendix Handleiding AirPrint Informatie over AirPrint Instelprocedure Afdrukken Appendix Inhoud Hoe werken deze handleidingen?... 2 Symbolen in de handleidingen... 2 Disclaimer... 2 1. Informatie over AirPrint

Nadere informatie

HP LaserJet P2030-serie-printer. Paper and Print Media Guide

HP LaserJet P2030-serie-printer. Paper and Print Media Guide HP LaserJet P2030-serie-printer Paper and Print Media Guide HP LaserJet P2030-serie-printer Handleiding voor papier en afdrukmateriaal Copyright en licentie 2008 Copyright Hewlett-Packard Development

Nadere informatie

Plaatsen waar papierstoringen kunnen optreden

Plaatsen waar papierstoringen kunnen optreden De meeste papierstoringen kunt u vermijden door zorgvuldig het materiaal waarop u afdrukt te kiezen en dit materiaal op de juiste wijze te laden. (Zie de suggesties in Tips ter voorkoming van papierstoringen.)

Nadere informatie

Printerproblemen oplossen

Printerproblemen oplossen Neem contact op met uw servicevertegenwoordiger als u met de voorgestelde oplossing het probleem niet verhelpt. Taak is niet afgedrukt of de verkeerde tekens zijn afgedrukt. Controleer of Gereed wordt

Nadere informatie

Xerox ColorQube 8700 / 8900 Bedieningspaneel

Xerox ColorQube 8700 / 8900 Bedieningspaneel Bedieningspaneel Beschikbare services kunnen variëren afhankelijk van uw printerinstellingen. Zie de Handleiding voor de gebruiker voor meer informatie over functies en instellingen. 3 5 Ontgrendeling

Nadere informatie

Xerox WorkCentre 6655 multifunctionele kleurenprinter Bedieningspaneel

Xerox WorkCentre 6655 multifunctionele kleurenprinter Bedieningspaneel Bedieningspaneel Beschikbare services kunnen variëren afhankelijk van uw printerinstellingen. Zie de Handleiding voor de gebruiker voor meer informatie over functies en instellingen. 3 4 5 Aanraakscherm

Nadere informatie

Speciaal afdrukmateriaal

Speciaal afdrukmateriaal In deze sectie komen de volgende onderwerpen aan de orde: Automatisch dubbelzijdig afdrukken zie pagina 10. Handmatig dubbelzijdig afdrukken zie pagina 12. Transparanten zie pagina 15. Enveloppen zie pagina

Nadere informatie

Hulp krijgen. Systeemberichten. Aanmelden/Afmelden. Pictogrammen op het bedieningspaneel

Hulp krijgen. Systeemberichten. Aanmelden/Afmelden. Pictogrammen op het bedieningspaneel Hulp krijgen Voor informatie/assistentie, raadpleegt u het volgende: Handleiding voor de gebruiker voor informatie over het gebruik van de Xerox 4595. Ga voor online hulp naar: www.xerox.com Klik op de

Nadere informatie

HP Color LaserJet CM1312 MFP-serie Handleiding Papier en afdrukmateriaal

HP Color LaserJet CM1312 MFP-serie Handleiding Papier en afdrukmateriaal HP Color LaserJet CM1312 MFP-serie Handleiding Papier en afdrukmateriaal Copyright en licentie 2008 Copyright Hewlett-Packard Development Company, L.P. Verveelvoudiging, bewerking en vertaling zonder voorafgaande

Nadere informatie

Plaatsen waar papierstoringen kunnen optreden

Plaatsen waar papierstoringen kunnen optreden De meeste papierstoringen kunt u vermijden door zorgvuldig het materiaal waarop u afdrukt te kiezen en dit materiaal op de juiste wijze te laden. (Zie de suggesties in Tips voor het voorkomen van papierstoringen.)

Nadere informatie

Handleiding Wi-Fi Direct

Handleiding Wi-Fi Direct Handleiding Wi-Fi Direct Eenvoudige installatie via Wi-Fi Direct Problemen oplossen Inhoudsopgave Hoe werken deze handleidingen?... 2 Symbolen in de handleidingen... 2 Disclaimer... 2 1. Eenvoudige installatie

Nadere informatie

Handleiding Wi-Fi Direct

Handleiding Wi-Fi Direct Handleiding Wi-Fi Direct Eenvoudige installatie via Wi-Fi Direct Problemen oplossen Appendix Inhoud Hoe werken deze handleidingen?... 2 Symbolen in de handleidingen... 2 Disclaimer... 2 1. Eenvoudige

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing. Website met toepassingen

Gebruiksaanwijzing. Website met toepassingen Gebruiksaanwijzing Website met toepassingen INHOUDSOPGAVE Hoe werkt deze handleiding?... 2 Symbolen in de handleidingen... 2 Disclaimer...3 Opmerkingen...3 Taken die u kunt uitvoeren op de Website met

Nadere informatie

Eenvoudige afdruktaken

Eenvoudige afdruktaken Eenvoudige afdruktaken In dit onderwerp wordt het volgende besproken: 'Papier plaatsen in lade 1 (MPT)' op pagina 2-12 'Papier plaatsen in de laden 2-5' op pagina 2-17 'De nietmachine gebruiken' op pagina

Nadere informatie

Printen via de handmatige invoerlade (briefpapier, etiketten, etc.)

Printen via de handmatige invoerlade (briefpapier, etiketten, etc.) Directie ITS Information and Technology Services HANDLEIDING Printen via de handmatige invoerlade (briefpapier, etiketten, etc.) Deze handleiding beschrijft hoe je op een Xerox-Multifunctional via de handmatige

Nadere informatie

Printerproblemen oplossen

Printerproblemen oplossen 1 De display op het bedieningspaneel is leeg of er worden alleen ruitjes weergegeven. Taken worden niet De zelftest van de printer is mislukt. De printer is niet gereed om gegevens te ontvangen. De aangegeven

Nadere informatie

HP Color LaserJet CP1210-serie-printer

HP Color LaserJet CP1210-serie-printer HP Color LaserJet CP1210-serie-printer Handleiding voor papier en afdrukmateriaal Copyright en licentie 2007 Copyright Hewlett-Packard Development Company, L.P. Verveelvoudiging, bewerking en vertaling

Nadere informatie

U-lader config Papierstructuur Aangepaste srtn Papiersoort Beschermenvelop Papiergewicht Papier laden Ander formaat. Papierformaat Univrsle install

U-lader config Papierstructuur Aangepaste srtn Papiersoort Beschermenvelop Papiergewicht Papier laden Ander formaat. Papierformaat Univrsle install In het Papiermenu kunt u instellen welke papiersoort in de laden is geplaatst aangeven wat de standaardpapierbron is. Selecteer voor meer informatie een menu-item: U-lader config Papierstructuur Aangepaste

Nadere informatie

Speciaal papier. Afdrukken op glanspapier. Richtlijnen. Phaser 7750-kleurenlaserprinter

Speciaal papier. Afdrukken op glanspapier. Richtlijnen. Phaser 7750-kleurenlaserprinter Speciaal papier In dit onderwerp wordt het volgende besproken: 'Afdrukken op glanspapier' op pagina 2-60 'Afdrukken op papier voor digitale foto's' op pagina 2-65 'Afdrukken op briefkaarten en driebladige

Nadere informatie

Handleiding Google Cloud Print

Handleiding Google Cloud Print Handleiding Google Cloud Print Informatie over Google Cloud Print Afdrukken met Google Cloud Print Appendix Inhoud Hoe werken deze handleidingen?... 2 Symbolen in de handleidingen... 2 Disclaimer... 2

Nadere informatie

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding Gebruikershandleiding Wat kunt u met dit apparaat? Snel aan de slag Kopiëren Fax Afdrukken Scannen Web Image Monitor Papier en toner bijvullen Problemen oplossen Bijlage Informatie die niet in deze handleidingstaat,

Nadere informatie

Hier beginnen. Inktcartridges uitlijnen zonder een computer

Hier beginnen. Inktcartridges uitlijnen zonder een computer Hier beginnen Inktcartridges uitlijnen zonder een computer Volg de stappen in de installatiehandleiding om de installatie van de hardware te voltooien. Ga door met de volgende stappen om de afdrukkwaliteit

Nadere informatie

Xerox ColorQube 9301 / 9302 / 9303 Bedieningspaneel

Xerox ColorQube 9301 / 9302 / 9303 Bedieningspaneel Xerox ColorQube 90 / 90 / 90 Bedieningspaneel Beschikbare services kunnen variëren afhankelijk van uw printerinstellingen. Zie de Handleiding voor de gebruiker voor meer informatie over functies en instellingen.?

Nadere informatie

Software-installatiehandleiding

Software-installatiehandleiding Software-installatiehandleiding In deze handleiding wordt uitgelegd hoe u de software via een USB- of netwerkverbinding installeert. Netwerkverbinding is niet beschikbaar voor de modellen SP 200/200S/203S/203SF/204SF.

Nadere informatie

Handleiding NarrowCasting

Handleiding NarrowCasting Handleiding NarrowCasting http://portal.vebe-narrowcasting.nl september 2013 1 Inhoud Inloggen 3 Dia overzicht 4 Nieuwe dia toevoegen 5 Dia bewerken 9 Dia exporteren naar toonbankkaart 11 Presentatie exporteren

Nadere informatie

Dubbelzijdig afdrukken

Dubbelzijdig afdrukken Dubbelzijdig afdrukken In dit onderwerp wordt het volgende besproken: 'Automatisch dubbelzijdig afdrukken' op pagina 2-41 'Bindvoorkeuren' op pagina 2-43 'Handmatig dubbelzijdig afdrukken' op pagina 2-46

Nadere informatie

Voor gebruikers van de Ricoh Smart Device Connector: Het apparaat configureren

Voor gebruikers van de Ricoh Smart Device Connector: Het apparaat configureren Voor gebruikers van de Ricoh Smart Device Connector: Het apparaat configureren INHOUDSOPGAVE 1. Voor alle gebruikers Inleiding...3 Hoe werkt deze handleiding?...3 Handelsmerken...4 Wat is Ricoh Smart

Nadere informatie

ABCDE ABCDE ABCDE. Handleiding voor afdrukkwaliteit. Problemen met afdrukkwaliteit opsporen. Onregelmatigheden in de afdruk

ABCDE ABCDE ABCDE. Handleiding voor afdrukkwaliteit. Problemen met afdrukkwaliteit opsporen. Onregelmatigheden in de afdruk Pagina 1 van 8 Handleiding voor afdrukkwaliteit U kunt veel problemen met de afdrukkwaliteit verhelpen door supplies of printeronderdelen te vervangen die bijna het einde van hun levensduur hebben bereikt.

Nadere informatie

Gebieden waar het papier kan vastlopen

Gebieden waar het papier kan vastlopen De meeste papierstoringen kunt u vermijden door zorgvuldig de afdrukmedia te kiezen en deze media op de juiste manier te laden. Mocht het papier toch vastlopen, voer dan de stappen uit die in dit gedeelte

Nadere informatie

Gebruikersveiligheid. Elektrische veiligheid. Phaser 4500-laserprinter

Gebruikersveiligheid. Elektrische veiligheid. Phaser 4500-laserprinter Gebruikersveiligheid De printer en de aanbevolen verbruiksartikelen zijn getest en voldoen aan strikte veiligheidsnormen. Als u de volgende informatie in acht neemt, bent u verzekerd van een ononderbroken

Nadere informatie

Media plaatsen. WorkCentre C2424-kopieerapparaat-printer

Media plaatsen. WorkCentre C2424-kopieerapparaat-printer Media plaatsen Dit hoofdstuk omvat: Ondersteunde media op pagina 2-2 Media plaatsen in lade 1 op pagina 2-7 Media plaatsen in lade 2, 3 en 4 op pagina 2-13 Copyright 2005 Xerox Corporation. Alle rechten

Nadere informatie

Onderhoud. Onderhoud

Onderhoud. Onderhoud Onderhoud In deze sectie wordt het volgende besproken: Inkt toevoegen op pagina 7-32 De afvallade legen op pagina 7-36 De onderhoudskit vervangen op pagina 7-39 Het mes voor het losmaken van papier reinigen

Nadere informatie

Richtlijnen voor media

Richtlijnen voor media U voorkomt afdrukproblemen door aanbevolen media (papier, transparanten, enveloppen, karton en etiketten) te gebruiken. Meer informatie over de kenmerken van de media vindt u in de Card Stock & Label Guideop

Nadere informatie

Cijfers 1 t/m 4,8,16 hiermee kunt u van kanaal wisselen. Gebruik deze iconen om naar een split screen terug te gaan.

Cijfers 1 t/m 4,8,16 hiermee kunt u van kanaal wisselen. Gebruik deze iconen om naar een split screen terug te gaan. Inhoudsopgave 1. Belangrijke veiligheidsinstructies... 2 2. Mee geleverde producten voor de DVR... 2 3. Uitleg bedieningspaneel... 2 4. Uitleg afstandsbediening... 3 5. Aan de slag met de DVR... 3 5.1

Nadere informatie

BEKNOPTE HANDLEIDING FRESHMARX 9417

BEKNOPTE HANDLEIDING FRESHMARX 9417 BEKNOPTE HANDLEIDING FRESHMARX 9417 Raadpleeg voor uitgebreidere informatie de Bedieningshandleiding op onze website (www.monarch.averydennison.com). Lees de veiligheidsinformatie over de printer in het

Nadere informatie

Kopiëren. WorkCentre C2424-kopieerapparaat-printer

Kopiëren. WorkCentre C2424-kopieerapparaat-printer Kopiëren Dit hoofdstuk omvat: Eenvoudige kopieertaken op pagina 3-2 Kopieeropties aanpassen op pagina 3-3 Basisinstellingen op pagina 3-4 Afbeeldingsaanpassingen op pagina 3-9 Aanpassingen aan de positie

Nadere informatie

Handleiding voor afdrukkwaliteit

Handleiding voor afdrukkwaliteit Pagina 1 van 7 Handleiding voor afdrukkwaliteit Veel problemen met de afdrukkwaliteit kunnen worden opgelost door supplies of printeronderdelen te vervangen die bijna het einde van hun levensduur hebben

Nadere informatie

Gebruikershandleiding MFP kleur systemen. Aanteken vel. infotec kenniscentrum. Infotec gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding MFP kleur systemen. Aanteken vel. infotec kenniscentrum. Infotec gebruikershandleiding Gebruikershandleiding MFP kleur systemen Aanteken vel Het Bedieningspaneel Functie paneel Functietoetsen Geeft de keuze om te wisselen tussen de functies: Kopiëren - Doc. Server Faxen - Printen - Scannen

Nadere informatie

Gids bij de installatie (verkort)

Gids bij de installatie (verkort) Gids bij de installatie (verkort) Voor de installatie Dit apparaat moet worden geplaatst op een bureau of tafel in de buurt van een 220 Volt stopcontact met randaarde. Zet de voorkant van de machine zo

Nadere informatie

Handleiding instellingen vrijgave van afdrukken

Handleiding instellingen vrijgave van afdrukken Handleiding instellingen vrijgave van afdrukken INHOUDSOPGAVE OVER DEZE HANDLEIDING............................................................................. 2 FUNCTIE AFDRUKVRIJGAVE...........................................................................

Nadere informatie

Kopieerhandleiding. Gebruiksaanwijzing

Kopieerhandleiding. Gebruiksaanwijzing Gebruiksaanwijzing Kopieerhandleiding 1 2 3 4 5 6 Originelen plaatsen Kopiëren Problemen oplossen Gebruikerstools (Kopieereigenschappen) Opmerkingen Specificaties Lees deze handleiding zorgvuldig voordat

Nadere informatie

Xerox WorkCentre 7800-serie Bedieningspaneel

Xerox WorkCentre 7800-serie Bedieningspaneel Bedieningspaneel Beschikbare services kunnen variëren afhankelijk van uw printerinstellingen. Zie de Handleiding voor de gebruiker voor meer informatie over functies en instellingen. ABC DEF Menu's GHI

Nadere informatie

Switch. Handleiding 200.106.110117

Switch. Handleiding 200.106.110117 Switch Handleiding 200.106.110117 Hartelijk dank voor uw aanschaf van deze uitbreiding van uw Plugwise systeem. Met de Switch kunt u draadloos de elektrische stroom naar de apparaten in uw Plugwise netwerk

Nadere informatie

DF-831 8 Digitale fotolijst Handleiding

DF-831 8 Digitale fotolijst Handleiding DF-831 8 Digitale fotolijst Handleiding Voor informatie en ondersteuning, www.lenco.eu 1. Aan de slag: Het uiterlijk bekijken: Sensor voor afstandsbediening 2. Knoppen en aansluitingen: (1). Menu/Terug;

Nadere informatie

Naslagkaart. Informatie over het bedieningspaneel. Betekenis van de lampjes op het bedieningspaneel. Naslagkaart

Naslagkaart. Informatie over het bedieningspaneel. Betekenis van de lampjes op het bedieningspaneel. Naslagkaart Naslagkaart Informatie over het bedieningspaneel Het bedieningspaneel van de printer heeft twee knoppen en zes lampjes (de knop Doorgaan fungeert als knop en als lampje). De lampjes geven de status van

Nadere informatie

Uw gebruiksaanwijzing. HP LASERJET 4050 http://nl.yourpdfguides.com/dref/901693

Uw gebruiksaanwijzing. HP LASERJET 4050 http://nl.yourpdfguides.com/dref/901693 U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de in de gebruikershandleiding (informatie, specificaties, veiligheidsaanbevelingen,

Nadere informatie

HP Color LaserJet CP2020-serie Handleiding voor papier en afdrukmateriaal

HP Color LaserJet CP2020-serie Handleiding voor papier en afdrukmateriaal HP Color LaserJet CP2020-serie Handleiding voor papier en afdrukmateriaal Copyright en licentie 2008 Copyright Hewlett-Packard Development Company, L.P. Verveelvoudiging, bewerking en vertaling zonder

Nadere informatie

DIGITAL DOOR VIEWER GEBRUIKERSHANDLEIDING

DIGITAL DOOR VIEWER GEBRUIKERSHANDLEIDING DIGITAL DOOR VIEWER GEBRUIKERSHANDLEIDING Let op: 1. Lees voor gebruik eerst deze handleiding 2. Demonteer de camera of de hoofdunit niet. 3. Ga zorgvuldig te werk. 4. Wij raden u aan om regelmatig een

Nadere informatie

HP Color LaserJet CP1510-serie-printer Handleiding voor papier en afdrukmateriaal

HP Color LaserJet CP1510-serie-printer Handleiding voor papier en afdrukmateriaal HP Color LaserJet CP1510-serie-printer Handleiding voor papier en afdrukmateriaal Copyright en licentie 2007 Copyright Hewlett-Packard Development Company, L.P. Verveelvoudiging, bewerking en vertaling

Nadere informatie

Bedieningspaneel. Afdrukken. Papierverwerking. Onderhoud. Problemen oplossen. Beheer. Index

Bedieningspaneel. Afdrukken. Papierverwerking. Onderhoud. Problemen oplossen. Beheer. Index Dit gedeelte van de handleiding bevat informatie over het bedieningspaneel, het wijzigen van printerinstellingen en over de menu's van het bedieningspaneel. U kunt de meeste printerinstellingen wijzigen

Nadere informatie

Installatiehandleiding software

Installatiehandleiding software Installatiehandleiding software In deze handleiding wordt uitgelegd hoe u de software via een USB- of netwerkverbinding installeert. Netwerkverbinding is niet beschikbaar voor de modellen SP 200/200S/203S/203SF/204SF.

Nadere informatie

Gebruikersveiligheid. Elektrische veiligheid. Phaser 5500-laserprinter

Gebruikersveiligheid. Elektrische veiligheid. Phaser 5500-laserprinter Gebruikersveiligheid De printer en de aanbevolen verbruiksartikelen zijn getest en voldoen aan strikte veiligheidsnormen. Als u de volgende informatie in acht neemt, bent u verzekerd van een ononderbroken

Nadere informatie

HP Color LaserJet CM2320 MFP-serie Handleiding Papier en afdrukmateriaal

HP Color LaserJet CM2320 MFP-serie Handleiding Papier en afdrukmateriaal HP Color LaserJet CM2320 MFP-serie Handleiding Papier en afdrukmateriaal Copyright en licentie 2008 Copyright Hewlett-Packard Development Company, L.P. Verveelvoudiging, bewerking en vertaling zonder voorafgaande

Nadere informatie

HD-CVI Verkorte handleiding

HD-CVI Verkorte handleiding HD-CVI Verkorte handleiding model 5104D-5208D-5216D Version 2.0.0 2015 HDCVI DVR Verkorte handleiding Welkom Dank u voor de aankoop van onze DVR! Deze verkorte handleiding helpt u wegwijs met onze DVR

Nadere informatie

Papier. Richtlijnen voor media 1. Lettertypelijst. Werken met kleuren. Papierverwerking. Onderhoud. Problemen oplossen. Beheer.

Papier. Richtlijnen voor media 1. Lettertypelijst. Werken met kleuren. Papierverwerking. Onderhoud. Problemen oplossen. Beheer. Richtlijnen voor media 1 U voorkomt afdrukproblemen door aanbevolen media (papier, transparanten, enveloppen, karton en etiketten) te gebruiken. Raadpleeg de Card Stock & Label Guide op de cd met stuurprogramma's

Nadere informatie

HANDLEIDING BEDIENINGSPANEEL

HANDLEIDING BEDIENINGSPANEEL HANDLEIDING BEDIENINGSPANEEL Inhoud INSTALLATIE...2 AANMELDEN...3 WACHTWOORDEN MANAGEN...4 ALARM IN- EN UITSCHAKELEN...6 FUNCTIES...8 SPECIFICATIES...9 WACHTWOORD RESETTEN...9 1 INSTALLATIE Meegeleverd:

Nadere informatie

Algemeen. HOME = startpagina NBD BIBLION = achtergrondinformatie AANBIEDINGEN = overzicht acties CONTACT = speciale verzoeken indienen

Algemeen. HOME = startpagina NBD BIBLION = achtergrondinformatie AANBIEDINGEN = overzicht acties CONTACT = speciale verzoeken indienen Algemeen HOME = startpagina NBD BIBLION = achtergrondinformatie AANBIEDINGEN = overzicht acties CONTACT = speciale verzoeken indienen Als je al een account hebt dan kun je hier rechtstreeks inloggen. Je

Nadere informatie

Parkinson Thuis Probleemoplossing

Parkinson Thuis Probleemoplossing Parkinson Thuis Probleemoplossing Probleemoplossing Fox Inzicht App In sommige gevallen kan er een handeling van uw kant nodig zijn om ervoor te zorgen dat de apps altijd ingeschakeld zijn. Dit zal voornamelijk

Nadere informatie