Training indiceren, organiseren en methodisch werken voor (wijk)verpleegkundigen. Programma. 15/16/17 september 2015, Bilthoven



Vergelijkbare documenten
Zelfredzaamheid-Matrix

Methodisch handelen & Klinisch redeneren

Indiceren. Indiceren. Nieuwe rol wijkverpleegkundige: Indiceren Saskia Danen - de Vries 1

Doelen stellen in het sociale domein door zelfredzaamheid te meten en monitoren

Bijlage: Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Diemen 2015

AANMELDING CENTRALE TOEGANG NOORD-VELUWE

Resultaatgericht werken in het sociaal domein

INTEGRAAL LOOPBAAN BEGELEIDINGSPLAN

U dient dit formulier tijdens het gepland gesprek mee te nemen. Dit formulier is onderdeel van het gesprek.

Nee Ja, hoeveel? Klik hier als u tekst wilt invoeren. Klik hier als u een datum wilt invoeren. Klik hier als u tekst wilt invoeren.

Screeningscriteria Centrale Toegang volgens processchema

TRAINING INDICEREN MET NANDA NIC NOC Welkom

Beleidskaders. Wet maatschappelijke ondersteuning Gemeente Coevorden

VERPLEEGKUNDIGEN ZORG THUIS WELKOM

De Zelfredzaamheid-Matrix

Workshop 6: Klinisch redeneren bij indicatiestelling

Het Gesprek de hulpvraagverduidelijking

Wijkverpleging in december 2014 Christina Woudhuizen

Signalering en zorgcoördinatie bij begeleiding in de Wmo voor specifieke groepen

Ik heb een vraag over: Voorwoord. Ik voel me thuis niet prettig, kan ik met iemand praten?

COÖRDINATIEPUNT ZORG WELKOM

Mijn hersenletsel. Toelichting: Toelichting: Toelichting: Toelichting: Toelichting: Toelichting: Toelichting: Toelichting: Toelichting:

Clientprofielen maatwerkvoorzieningen Kempengemeenten Reusel-De Mierden, Bergeijk, Bladel en Eersel 19 mei 2014

Versie: 1 juli BIJLAGE 4: Resultaatsgebieden en activiteiten

Van Wmo-beleid naar zorgpraktijk. Wmo-netwerkbijeenkomst 20 november 2014

jeugdcatalogus West Brabant West Criteria Verwijsmodel GGD Amsterdam versie 2013

ZN Doelgroepenregistratie schema en beslisboom, d.d. 01 juli 2018, versie 2.0

Ik heb een vraag over. zorg... ondersteuning... opvoeding... jeugdhulp... mijn arbeidsbeperking... mijn uitkering... werk...

Plannen van zorg Niveau 4

We lichten de onderwerpen uit de kwaliteitsagenda hieronder verder toe.

ALGEMENE GEGEVENS. Datum aanmelding: Dit gezinsplan is opgesteld samen met:

Regeling subsidie lichte ondersteuning gemeente Oisterwijk 2016

Productbeschrijving Wmo contract 2016

Even voorstellen: Vanaf 2015 is Pauwer onderdeel van de Amarant Groep

Begeleiding individueel (laag)

Foto: halfpoint. 123rf.com. methodisch werken

Specialistische begeleiding (Vroeg)dove burgers met bijkomende complexe problematiek

Wat is er in uw situatie veranderd dat u juist nu naar het loket komt?

Multimorbiditeit & Klinisch redeneren. Karin Timm Hester Vermeulen

Informatie kaart. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

[PILOT] Aan de slag met de Hoofdzaken Ster

ZZP-Productenboek Volledig Pakket Thuis (VPT)

Organiseren van zorg Niveau 3

De Wet Langdurige Zorg- samenvatting gericht op de gevolgen voor mensen met chronische

Zelfredzaamheidsmeter Uniek cliëntnummer

Zelfredzaamheidprofielen van mensen met AWBZ-begeleiding in de Peelgemeenten

Bijlage 1. Criteria ondersteuning, dagactiviteiten, kortdurend verblijf

Beleidsregels indicatiestelling AWBZ Bijlage 7. Behandeling

Beroepsopdracht 3: Zorg voor de veiligheid en voorlichting geven

Raadsledendag 20 september

Resultatenoverzicht 2017

Netwerk Ouderenzorg Regio Noord

Zijn / haar hersenletsel

Wat is zorg verandert?

waardering Zwolle Jonge mantelzorgers (jonger dan 18 jaar) zijn in de onderzoeken van de gemeente niet meegenomen,

Factsheet. Uitleg over cliëntondersteuning De cliëntenraad aan zet

Factsheet Veranderingen in de Zorg 2015 (AWBZ, LIZ, Zvw en Wmo):

ONDERSTEUNING VAN MENSEN MET EEN LICHAMELIJKE HANDICAP EN/OF NIET-AANGEBOREN HERSENLETSEL

Transities in vogelvlucht de hervorming van de langdurige zorg. ZorgImpuls maart 2015 versie gemeente Rotterdam

Wat doet Thuisbegeleiding? Informatie over Thuisbegeleiding

ZZP-Productenboek Verzorging en Verpleging

De slimste route? Vormgeven toegang

Mikzo Sociaal Domein PLANMATIG, PERSOONS- EN RESULTAATGERICHT. Sven E. Gutker de Geus Gea van Oortmarssen

Zorg bij ontslag uit het ziekenhuis. Wat kunnen wij voor u betekenen

Aanpak huiselijk geweld centrumgemeentegebied Amersfoort

Gedwongen opname met een IBS of RM *

Take-home toets klinisch redeneren 2

Blad 1. Bijlage 3. Nadere beschrijving productcodes en diensten Maatwerkvoorziening Begeleiding

Zorg uit de Wlz en ondersteuning of jeugdhulp? Kan iemand met een Wlz-indicatie een beroep doen op de Wmo 2015 of op de Jeugdwet?

1. Hoe stap ik het (her)indicatiegesprek in bij een cliënt met een gerichte PGB-vraag?

Zorg na een ziekenhuisopname

Waarmee helpt Thuisbegeleiding?

Alvast bedankt voor het invullen!

Pakket 10 Beschermd verblijf met intensieve palliatiefterminale

Wet maatschappelijke ondersteuning januari 2015

Zorgprofielen Productenboek Verzorging en Verpleging

Veranderingen op het gebied van de Wmo/AWBZ. Bijeenkomst KBO Alverna 13 maart 2014

Betrokken mantelzorger(s) en/of sociaal netwerk

VRAAGVERHELDERING EasyCare WELZIJN. Naam wijkbewoner / cliënt: Geboortedatum: Geboortedata gezinsleden: Datum/data vraagverheldering

Goede zorg voor ouderen. Hoe stelt u zich de toekomst voor?

ALGEMEEN WMO VEELGESTELDE VRAGEN OVER WMO EN JEUGDHULP

Hebt u zorg nodig? Informatie over de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en het aanvragen van zorg

Opleiding Verpleegkundig indiceren en organiseren in de wijk. Verstand van Zorg

Kleinschalige woon- en onderwijsvormen. Opvang van kinderen met eigen-aardig gedrag

&Ons Tweede Thuis VOLWASSENEN

CIZ. Wet langdurige zorg door CIZ

met de wmo doet iedereen gewoon mee

Overheid en marktwerking

MEE. Ondersteuning bij leven met een beperking. Algemene brochure. voor mensen met een beperking. MEE maakt meedoen mogelijk

Zorgprofiel-Productenboek Lichamelijk Gehandicapten (LG)

Ondersteuning en hulp. in de gemeente Bunnik vanaf 1 januari 2015

Nazorgwijzer Martini Ziekenhuis

Verpleegkundig proces en klinisch redeneren

\ Thuiszorg. Zorg en hulp bij u thuis. BrabantZorg, met aandacht

Onderzoeksformulier Beschermd Wonen Regiogemeenten

Een voorbeeld van de samenwerking tussen de partners.

Wmo 2015 Gemeente Zeist

Cliëntondersteuning. Tips voor het keukentafelgesprek. Hoe kan ik mij voorbereiden op het gesprek met de Wmo-consulent van de gemeente?

Thuis wonen met ondersteuning Sterker in de samenleving.

Zorg uit de Zvw. Wijkverpleging, ELV, GRZ. Judith den Boer

Transcriptie:

Training indiceren, organiseren en methodisch werken voor (wijk)verpleegkundigen Programma 15/16/17 september 2015, Bilthoven ZorgvoorKennis 2015

Deskundigheidsbevordering op basis van de CANMEDS-rollen Inhoud en programma dag 1-09.00-09.30 Inloop, koffie, thee - 09.30-09.45 Introductie, kennismaking - 09.45-11.00 Doelgroepen - 11.00-11.15 Pauze - 11.00-12.30 Zelfredzaamheid in theorie en praktijk - 12.30-13.30 Lunch - 13.30-14.00 Eigen kracht, netwerk - 14.00-15.00 Wetgeving en financiering - 15.00-15.15 Koffie/thee - 15.15-16.30 Oefenen met een casus, met nabespreking Inhoud en programma dag 2-09.00-09.30 Inloop, koffie, thee - 09.30-10.15 De nieuwe rol van de wijkverpleegkundige - 10.15-12.30 Classificeren en indiceren (NANDA/NIC-NOC en of Omaha System) - 12.30-13.30 Lunch - 13.30-14.30 Methodisch handelen, klinisch redeneren - 14.30-15.00 Organiseren - 15.00-15.15 Koffie/thee - 15.15-16.00 Deelnemers gaan aan de slag met classificeren en indiceren - 16.00-16.30 Evaluatie van dag 1 - Inhoud en programma dag 3-09.00-09.30 Inloop, koffie, thee - 09.30-10.00 Bespreken lesstof dag 1 en 2. - 10.00-10.30 Indiceren en resultaatgericht werken, de praktijk - 10.30-10.45 Koffie/thee - 10.45-11.15 Verslaglegging en overdracht - 11.15-12.30 Oefenen met casus in kleine groep, met eigen nabespreking - 12.30-13.30 Lunch - 13.30-14.00 Bespreken oefening, plenair - 14.00-15.00 Presenteren eigen casus in kleine groep - 15.00-15.15 Koffie/thee - 15.15-16.30 Borgen met intervisie Literatuur: boek Nanda / boek Omaha System, reader

Bijlage 1 Overzicht met aandachtspunten toegang voor specifieke groepen De tabel hieronder weergeeft de verschillende groepen: 1. Zintuiglijk gehandicapten 2. Mensen met complex niet-aangeboren hersenletsel (NAH) 3. Volwassenen en kinderen met meervoudig complexe handicap (MCG) 4. Volwassenen en kinderen met een ernstige psychiatrische aandoening (EPA) 5. (J)-LVG (licht verstandelijk gehandicapten) 6. Multiproblemgezinnen met (gespecialiseerde, intensieve) thuisbegeleiding 7. Maatschappelijke Opvang (MO), Vrouwen-opvang (VO) en Opvang zwerfjongeren 8. Palliatieve terminale zorg Aandachtspunten per fase Groepen Specifieke kenmerken toegang 1. Zintuiglijk gehandicapten Betreft een visuele of auditief-communicatieve handicap of (zeer) ernstig taal- of spraakprobleem. ± 5.000 cliënten* begeleiding. *Bron: verslag consultatierondes specifieke groepen (november 2011) Het is aan te raden om afspraken met aanbieders te maken over betrokkenheid bij het proces vanwege de specialistische kennis. Communicatie tijdens alle contactmomenten: inzet juiste expertise of ondersteuning. Bijvoorbeeld beschikbaarheid doventolk of vraag over braillevaardigheid. Stichting Accessibility kan van behulp zijn wat betreft ICT-oplossingen. Communicatie van besproken oplossingen, beschikking of indicatie: in de juiste communicatiemiddelen beschikbaar stellen aan cliënt. Let ook op mogelijkheden beroep- en bezwaarprocedures. Aanbieders kunnen wegens specialistische kennis in proces betrokken worden. Mogelijke partijen zijn GGMD, NC-PLD, Kentalis, Bartimeus, Visio, Adelante. 2. Mensen met complex niet-aangeboren hersenletsel (NAH) Hersenletsel dat niet tijdens de geboorte is ontstaan, maar later is opgetreden. ± 11.000 cliënten begeleiding. Wegens risico op zorgmijding moet informatie over de Wmo zo laagdrempelig mogelijk aangeboden worden, toegespitst op de doelgroep. Let op betrokkenheid professionele en sociale netwerk. Tot nu toe heeft Stichting MEE hier een rol bij gespeeld. A ankelijk van letsel kunnen aanbieders met specialistische kennis ingezet worden in het verdere proces van toegang (bv communicatie). De groep cliënten met NAH is zeer divers samengesteld en kan een zeer uiteenlopende ondersteuningsvraag hebben waarvoor verschillende specialistische aanbieders ingezet kunnen worden. Ontlasting van de mantelzorger kan benodigd zijn. 47 Handreiking toegang tot de Wmo TransitieBureau april 2012

Aandachtspunten per fase Groepen Fase 1: eerste contact 1. Zintuiglijk gehandicapten Betreft een visuele of auditief-communicatieve handicap of (zeer) ernstig taal- of spraakprobleem. ± 5.000 cliënten* begeleiding. *Bron: verslag consultatierondes specifieke groepen (november 2011) Let op specifieke benodigdheden voor toegankelijkheid loket en informatie (geschikt voor visueel en/of auditief gehandicapten). Doelgroep doofblinden stapt niet zelf naar Wmo-loket (ook niet met tolk of begeleider) en verwoordt niet zelf de ondersteuningsbehoefte. In specifieke situaties kan sprake zijn van spoedaanvragen: deze moeten direct herkend worden. Het is aan te raden om als Wmo-loket specialistische expertise (bijvoorbeeld aanbieder) in te schakelen. 2. Mensen met complex niet-aangeboren hersenletsel (NAH) Hersenletsel dat niet tijdens de geboorte is ontstaan, maar later is opgetreden. ± 11.000 cliënten begeleiding. Risico op zorgmijding dus goede en toegankelijke informatie over Wmo en mogelijkheden nodig die zo laagdrempelig en dichtbij mogelijk wordt aangeboden. Let op betrokkenheid professionele en sociale netwerk. Tot nu toe heeft Stichting MEE hier een rol bij gespeeld. Fase 2: vraagverheldering Specifieke competenties gespreksvoering en vastlegging. Aan te raden om specialistische expertise (bv. aanbieder) in te schakelen. Hierbij kan ook afstemming met W&I aan de orde zijn. Bij eventuele inzet familieleden of sociaal netwerk bestaat het risico dat de benodigde communicatieve vaardigheden ontbreken en dat deze tolken zich persoonlijk inmengen in het gesprek. Het kan nodig zijn tolken gebarentaal in te zetten. Cliënt stelt soms zelf de vraag niet: deskundigheid professional vraag te herkennen. Door het risico op zorgmijding kan het nodig zijn om ook het sociale netwerk bij de vraagverheldering te betrekken. Fase 3: oplossingen afspreken Er bestaan zorgaanbieders voor begeleiding van doofblinden die werken met een vouchersysteem met ruime mogelijkheden voor de eigen regie van mensen. Bij mensen die permanente begeleiding nodig hebben, wees alert op respijt voor de mantelzorger. Specifieke benodigdheden communicatie en mogelijkheden tot aantekenen beroep- en bezwaarprocedures. Begeleiding is dynamisch (aantal uren kan verschillen per maand en wordt niet alleen tussen 09:00 en 17:00 geleverd), hier moet in de afspraken rekening mee gehouden worden. Tevens moet ruimte zijn voor een langere reactietijd omdat zintguiglijk gehandicapten hun post door anderen kunnen laten voorlezen, wat extra tijd vergt. Hierbij kan ook afstemming met W&I aan de orde zijn. Nauwe verbondenheid verzorging en verpleging: goede afstemming zorg is nodig. De cliënt kan baat hebben bij de inzet van een klantmanager. Er kan behoefte aan mantelzorgondersteuning bestaan. Wees goed bewust van de diversiteit van de groep cliënten en de benodigde ondersteuning. Fase 4: opvolging Benodigde specialistische ondersteuning/begeleiding alleen beschikbaar bij een beperkt aantal landelijke aanbieders. Het is van belang bovenregionale afspraken te maken met de deze landelijk opererende aanbieders. Zie ook de handreiking van het TransitieBureau, opdrachtgeverschap. Beperkte beschikbaarheid gespecialiseerde aanbieders. Gezien de omvang van de doelgroep per gemeente en de specialistische zorg die nodig is kunnen bovenregionale afspraken met regionaal of landelijk opererende aanbieders raadzaam zijn. Monitoring ondersteuning belangrijk om risico op zorgmijding te verkleinen (wordt ondersteuning ook geleverd?) De ondersteuning moet mee kunnen ademen met de vraag van de cliënt; bij veranderingen in de leefsituatie van de cliënt kan er behoefte zijn aan meer of minder ondersteuning. 48 Handreiking toegang tot de Wmo TransitieBureau april 2012

Groepen Aandachtspunten per fase Specifieke kenmerken toegang 5. (J)-LVG (licht verstandelijk gehandicapten) ± 16.000 LVG-jongeren en 23.000 volwassenen ontvangen begeleiding uit 2 bronnen: AWBZ-begeleiding vanuit gehandicaptenzorg; behandeling & begeleiding vanuit Orthopedagogische Behandelcentra. Wegens risico op zorgmijding moet informatie over de Wmo zo laagdrempelig mogelijk beschikbaar zijn door bv gebruik van meerdere informatiekanalen. Let op betrokkenheid professionele en sociale netwerk. Uiteraard in het geval van kinderen alert zijn op goede afstemming met CJG/Jeugdzorg. Wegens risico op zelfoverscha ing is communicatie (vanaf het eerste contact tot en met het bespreken van oplossingen) belangrijk. De gespreksvoerder moet de competenties hebben de juiste boodschap over te brengen. Overweeg de betrokkenheid van aanbieders of cliëntondersteuning (Stichting MEE). 6. Multiproblemgezinnen met (gespecialiseerde, intensieve) thuisbegeleiding Hoeveelheid aan problematische factoren die de complexiteit van de problematiek bepalen. In de fase eerste contact en vraagverheldering is het belangrijk alle beschikbare informatie te verzamelen, die breed verspreid kan zijn wegens multiproblematiek van het gezin. Professional die het gesprek voert moet een brede kennis hebben van de sociale kaart (lokaal en bovenlokaal) wegens multiproblematiek en afstemming ondersteuning en zorg. Uiteraard in het geval van kinderen alert zijn op goede afstemming met CJG/Jeugdzorg. Fase 1: eerste contact Doelgroep kan aan zelfoverschatting lijden en menen geen hulp nodig te hebben. Daarom is een telefonische of digitale voorselectie voor deze doelgroep niet wenselijk. Het Wmo-loket moet kennis hebben van deze doelgroep om cliënten en hun vraag te herkennen. Toegankelijkheid en zichtbaarheid loket en informatie laagdrempelig en dichtbij georganiseerd. Uiteraard in het geval van kinderen alert zijn op goede afstemming met CJG/Jeugdzorg. Wegens de hoeveelheid aan (complexe) problematiek heeft deze groep te maken met veel partijen (Jeugdzorg, thuiszorg, RIBW en, MO en VO, schuldhulpverlening, wonen). Uiteraard in het geval van kinderen alert zijn op goede afstemming met CJG/Jeugdzorg. Fase 2: vraagverheldering Achterhalen van de vraag achter de vraag is belangrijk. Doelgroep is moeilijk herkenbaar en erkent eigen ondersteuningsbehoefte niet. Competenties van de gespreksvoerder belangrijk. Overweeg de betrokkenheid van aanbieders of cliëntondersteuning (Stichting MEE). Hierbij kan ook afstemming met W&I aan de orde zijn. Het is belangrijk alle beschikbare informatie te verzamelen, die breed verspreid kan zijn wegens multiproblematiek van het gezin. Professional die het gesprek voert moet een brede kennis hebben van de sociale kaart (lokaal en bovenlokaal) wegens multiproblematiek en afstemming ondersteuning en zorg. Ook bestaat risico op zorgmijding en het zich niet houden aan afspraken. Fase 3: oplossingen afspreken Integraliteit en coördinatie van resultaten en voorzieningen belangrijk om meervoudige zorgvraag te ondervangen. Heeft baat bij klantmanagement wegens zorgmijding en risico op terugval. Uiteraard in het geval van kinderen alert zijn op procesmatig goede afstemming met CJG/Jeugdzorg. Aangaan en opvolgen van gemaakte afspraken is een uitdaging. Professional moet gemaakte afspraken en gevolgen goed communiceren. Daarom kan deze groep baat hebben bij een klantmanager (coördinatie van ondersteuning). Integrale ketenbenadering vanuit één hulpverlener (risico op te veel hulpverleners over de vloer). Uiteraard in het geval van kinderen alert zijn op procesmatig goede afstemming met CJG/Jeugdzorg. Fase 4: opvolging Monitoring van zorg en ondersteuning belangrijk wegens schotten in financiering (begeleiding, Orthopedagogische behandelcentra, speciaal onderwijs, WWnV) en risico op afbouw of mijding zorg. Opvolging van gemaakte afspraken (monitoring) erg belangrijk om tot integrale en structurele oplossingen te komen. De inzet van een klantmanager kan hierbij helpen. 50 Handreiking toegang tot de Wmo TransitieBureau april 2012

Aandachtspunten per fase 7. Maatschappelijke Opvang (MO), Vrouwenopvang (VO) en Opvang zwerfjongeren Zijn vaak niet gebonden aan één plaats, problematiek is zeer divers Groepen 8. Palliatieve terminale zorg Patiënten met een terminale ziekte en een levensverwachting van korter dan 3 maanden. Specifieke kenmerken toegang Omdat deze groep soms niet aan een plaats is gebonden moet nagedacht worden over communicatiemiddelen, vastlegging gesprek en monitoring aangegane afspraken. Informatie moet laagdrempelig beschikbaar zijn en oplossingen moeten snel geboden kunnen worden (bv VO). Sluit hierbij zo veel mogelijk aan bij bestaande procedures in centrale toegang (voor meer informatie MO, zie publicatie Centrale Voordeuren in de maatschappelijke opvang ) Aandachtspunt is geen onnodige (administratieve) lasten en contactmomenten in te bouwen. Afstemming met andere professionals achter de schermen en één gezicht richting de cliënt vraagt om een ketenaanpak. Fase 1: eerste contact Groepen zijn vaak niet gebonden aan één plaats en moeilijk herkenbaar. Ook kunnen vanwege de veiligheid sommigen niet in de eigen gemeente opgevangen worden. Gemeenten moeten afspraken maken om begeleiding en opvang te regelen over de gemeentegrenzen heen. De regiefunctie op dit gebied kan bij centrumgemeenten belegd worden. Wegens mogelijkheid tot spoedaanvraag moet proces snel in gang gezet kunnen worden. Daartoe kunnen andere betrokkenen (zorgaanbieders, hospices, huisartsen, gespecialiseerde verpleegkundigen) bijvoorbeeld gemachtigd worden (voor verslaglegging, beschikking/ indicatie). Fase 2: vraagverheldering Wegens diverse problematiek zijn competenties professional belangrijk: herkennen vraag achter de vraag. Omdat deze groep vaak een spoed- of complexe aanvraag doet, zal een gesprek niet aan de orde komen. Bovendien moet rekening gehouden worden met de belasting van de patiënt. Verslaglegging kan ook achteraf plaatsvinden (onder mandatering afgesproken). Fase 3: oplossingen afspreken Mogelijkheden tot bovenlokale oplossingen belangrijk. Afstemming met de geleverde zorg is belangrijk. Ook moet voorkomen worden dat er veel hulpverleners aan het bed verschijnen. Opstellen ondersteuning kan ook in een later stadium plaatsvinden (onder mandatering afgesproken). Fase 4: opvolging Monitoring gemaakte afspraken belangrijk. In het steunsysteem worden kwetsbare mensen gestimuleerd bij het opbouwen of behouden van een zelfstandig bestaan en bij participatie aan de maatschappij. Maatschappelijke steunsystemen zijn netwerken van personen, diensten en voorzieningen, gericht op sociaal kwetsbare mensen. Wegens spoed kan deze fase direct bereikt zijn. Beschikking/indicatie/verslaglegging kan in een later stadium afgehandeld moeten worden. Monitoring geleverde ondersteuning en afstemming met zorg (aantal hulpverleners zo laag mogelijk). 51 Handreiking toegang tot de Wmo TransitieBureau april 2012

Terug naar startpagina Zelfredzaamheid-Matrix 2013 S.Lauriks, M.C.A. Buster, M.A.S. De Wit, S. van de Weerd, G. Tigchelaar, en T. Fassaert. DOMEIN 1 acute problematiek 2 niet zelfredzaam 3 beperkt zelfredzaam 4 voldoende zelfredzaam 5 volledig zelfredzaam Financiën Geen inkomsten. Hoge, groeiende schulden. Onvoldoende inkomsten en/of spontaan of ongepast uitgeven. Groeiende schulden. Komt met inkomsten aan basis behoeften tegemoet en/of gepast uitgeven. Eventuele schulden zijn tenminste stabiel en/of bewindvoering/inkomensbeheer. Komt aan basis behoeften tegemoet zonder uitkering. Beheert eventuele schulden zelf en deze verminderen. Inkomsten zijn ruim voldoende, goed financieel beheer. Heeft met inkomen mogelijkheid om te sparen. Dagbesteding Geen dagbesteding en veroorzaakt overlast. Geen dagbesteding maar geen overlast. Laagdrempelige dagbesteding of arbeidsactivering. Hoogdrempelige dagbesteding of arbeidstoeleiding of tijdelijk werk en/ of volgt opleiding voor startkwalificatie (havo, vwo, of mbo-2). Vast werk en/of volgt opleiding hoger dan startkwalificatie (havo, vwo, of mbo-2). Huisvesting Dakloos en/of in nachtopvang. Voor wonen ongeschikte huisvesting en/of huur/hypotheek is niet betaalbaar en/of dreigende huisuitzetting. In veilige, stabiele huisvesting maar slechts marginaal toereikend en/of in onderhuur of nietautonome huisvesting. Huishouden heeft veilige, toereikende huisvesting en (huur)contract met bepalingen en/of gedeeltelijk autonome huisvesting. Huishouden heeft veilige, toereikende huisvesting en regulier (huur)contract en/of autonome huisvesting. Huiselijke relaties Sprake van huiselijk geweld, kindermishandeling of verwaarlozing. Leden van het huishouden gaan niet goed met elkaar om en/of potentieel huiselijk geweld, kindermishandeling of verwaarlozing. Leden van het huishouden erkennen problemen en proberen negatief gedrag te veranderen. Relationele problemen tussen leden van het huishouden zijn niet (meer) aanwezig en/of woont alleen. Communicatie tussen leden van het huishouden is consistent open. Leden van het huishouden ondersteunen elkaar. Geestelijke gezondheid Een gevaar voor zichzelf of anderen en/of terugkerende suïcide-ideatie. Ernstige moeilijkheden in het dagelijks leven door geestelijke stoornis. Aanhoudende geestelijke gezondheidsproblemen die het gedrag kunnen beïnvloeden, maar geen gevaar voor zichzelf/anderen. Moeilijkheden in het dagelijks functioneren door symptomen en/of geen behandeling. Milde symptomen kunnen aanwezig zijn en/of enkel matige functioneringsmoeilijkheden door geestelijke problemen en/of behandeltrouw is minimaal. Minimale symptomen die voorspelbare reactie zijn op stressoren in het leven en/of marginale beperking van functioneren en/of goede behandeltrouw. Symptomen zijn afwezig of zeldzaam. Goed of superieur functioneren in een groot aantal diverse activiteiten. Niet meer dan de dagelijkse beslommeringen of zorgen. Lichamelijke gezondheid Heeft direct medische aandacht nodig. Een noodgeval/ kritieke situatie. Een (direct/ chronische) medische aandoening die regelmatige behandeling vereist wordt niet behandeld. Matige beperking van (lichamelijke) activiteiten tgv een lichamelijk gezondheidprobleem. Een (chronische) medische aandoening wordt behandeld maar behandeltrouw is minimaal. De lichamelijke gezondheidproblemen leiden tot een lichte beperking in mobiliteit en activiteit. Erkent behoefte aan hulp voor de (chronische) medische aandoening. Goede behandeltrouw. Er zijn geen directe of voortdurende medische problemen. GGD Amsterdam. Lauriks, Buster, De Wit, Van de Weerd, Tigchelaar & Fassaert. 2012. ZorgvoorKennis

Terug naar startpagina DOMEIN 1 acute problematiek 2 niet zelfredzaam 3 beperkt zelfredzaam 4 voldoende zelfredzaam 5 volledig zelfredzaam Verslaving Voldoet aan criteria voor ernstig misbruik/ verslaving. Resulterende problemen zijn zo ernstig dat institutionalisering of hospitalisatie noodzakelijk is. Voldoet aan criteria voor verslaving. Preoccupatie met gebruiken en/of bemachtigen van middelen. Onthoudingsverschijnselen of afkickontwijkend gedrag zichtbaar. Gebruik resulteert in ontwijken of verwaarlozen van essentiële activiteiten van het dagelijks leven. Gebruik binnen de laatste 30 dagen. Aanwijzingen voor aan middelengebruik gerelateerde sociale, werkgerelateerde, emotionele of fysieke problemen. Gebruik interfereert niet met essentiële activiteiten van het dagelijks leven en/of behandeltrouw is minimaal. Cliënt heeft gedurende de laatste 30 dagen gebruikt maar er zijn geen sociale, werkgerelateerde, emotionele of fysieke problemen ten gevolge van het gebruik zichtbaar. Geen aantoonbaar voortdurend of gevaarlijk middelengebruik en/of goede behandeltrouw. Geen middelengebruik/ misbruik in de laatste 30 dagen. Activiteiten Dagelijks Leven Ernstige beperkingen op alle of bijna alle gebieden van zelfzorg en complexe activiteiten. Belangrijk probleem op één of meer gebieden van zelfzorg (eten, wassen, aankleden, naar toilet gaan) en meerdere complexe activiteiten worden niet uitgevoerd. Voorziet in de meeste maar niet alle basis behoeften van het dagelijks leven en de zelfzorg is op peil, maar één of meerdere complexe activiteiten worden niet uitgevoerd. Voorziet in alle basis behoeften van het dagelijks leven en alleen ondergeschikte problemen (bijvoorbeeld slordig zijn, gedesorganiseerd). Geen problemen van deze aard en functioneert goed op alle gebieden. Sociaal netwerk Gebrek aan noodzakelijke steun van familie/ vrienden en geen contacten buiten eventuele foute vriendenkring of ernstig sociaal isolement. Familie/ vrienden hebben niet de vaardigheden/ mogelijkheden om te helpen en nauwelijks contacten buiten eventuele foute vriendenkring. Blijvend, belangrijk probleem als gevolg van actief of passief terugtrekken uit sociale relaties. Enige steun van familie/vrienden en enige contacten buiten eventuele foute vriendenkring. Duidelijk probleem in maken of onderhouden van ondersteunende relaties. Voldoende steun van familie/ vrienden en weinig contacten met eventuele foute vrienden. Gezond sociaal netwerk en geen foute vrienden. Maatschappelijke participatie Niet van toepassing door crisissituatie en/of in overlevingsmodus. Maatschappelijk geïsoleerd en/of geen sociale vaardigheden en/of gebrek aan motivatie om deel te nemen. Nauwelijks participerend in maatschappij en/of gebrek aan vaardigheden om betrokken te raken. Enige maatschappelijke participatie (bijv. adviesgroep, steungroep) maar er zijn hindernissen zoals mobiliteit, discipline, of kinderopvang. Actief participerend in de maatschappij. Justitie Zeer regelmatig (maandelijks) contact met politie en/of openstaande zaken bij justitie. Regelmatig (meerdere keren per jaar) contact met politie en/of lopende zaken bij justitie. Incidenteel (eens per jaar) contact met politie en/of voorwaardelijke straf of - invrijheidstelling Zelden (minder dan eens per jaar) contact met politie en/of strafblad. Geen contact met politie. Geen strafblad GGD Amsterdam. Lauriks, Buster, De Wit, Van de Weerd, Tigchelaar & Fassaert. 2012. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteurs. De gebruiker mag deze uitgave niet voor willekeurige commerciële doeleinden gebruiken, aanpassen, of overbrengen. Contact: zrm@ggd.amsterdam.nl ZorgvoorKennis

ZRM-supplement: Ouderschap 2013 T. Fassaert, S. Lauriks, M.C.A. Buster, M.A.S. De Wit, S. van de Weerd, M. Schönenberger. DOMEIN 1 acute problematiek 2 niet zelfredzaam 3 beperkt zelfredzaam 4 voldoende zelfredzaam 5 volledig zelfredzaam Lichamelijke verzorging De lichamelijke veiligheid van kind(eren) is direct in gevaar door lichamelijke mishandeling of verwaarlozing lichamelijke basiszorg en/of een kind heeft in het afgelopen jaar meer dan 3 keer een ernstig ongeluk gehad in of om het huis. Beperkingen op het gebied van lichamelijke basiszorg, maar de veiligheid van kind(eren) is hierdoor niet direct in gevaar. Kind heeft regelmatig (3 keer in het afgelopen jaar) ongelukken in of om het huis. Vermoeden van lichamelijke mishandeling. Geen melding van lichamelijke mishandeling of verwaarlozing. Lichamelijke basiszorg is meestal/vaak op orde. Kind heeft meerdere keren (twee keer in het afgelopen jaar) ongelukken in of om het huis en/of enkele vermijdbare risico s voor de lichamelijke veiligheid. Lichamelijke basiszorg (kleding, voeding, hygiëne en medische zorg) is altijd op orde. Zelden (een keer in het afgelopen jaar) een ernstig ongeluk in en om het huis en geen vermijdbare risico s voor de lichamelijke veiligheid. Lichamelijke basiszorg is op orde. Geen ongelukken in of om het huis en veilige fysieke omgeving. Ouder stimuleert een gezonde leefstijl van het kind (gezonde voeding en voldoende bewegen). Sociaal-emotionele ondersteuning Het geestelijk welzijn van kind(eren) is direct in gevaar. Sprake van geestelijke mishandeling of verwaarlozing. De ouder isoleert kind(eren) en/of zet aan tot ongewenst/fout gedrag. Ouder stelt geen grenzen of stelt grenzen niet leeftijdsadequaat en/of beperkt relaties tussen kind(eren) en leeftijdgenoten en/of ouder ontmoedigt maatschappelijk wenselijk gedrag. Vermoeden van geestelijke mishandeling. Geen melding van geestelijke mishandeling of verwaarlozing. Ouder stelt leeftijdadequate grenzen maar is niet consequent en/of toont geen interesse in relaties tussen kind(eren) en leeftijdgenoten en/of is niet actief in de ontwikkeling van kind(eren). Ouder stelt consequent leeftijdsadequate grenzen en toont interesse in relaties tussen kind(eren) en leeftijdgenoten. Ouder stelt consequent leeftijdsadequate en redelijke grenzen. Bevordert relaties tussen kind(eren) en leeftijdgenoten. Vervult voorbeeldfunctie. Scholing Eén of meer leerplichtige kinderen staan niet ingeschreven bij een school en/of gaan niet naar les. Eén of meer leerplichtige kinderen zijn frequent (meer dan 5 keer per maand) zonder geldige reden afwezig en/of hebben geen mogelijkheden om huiswerk te maken. Ouders zijn niet betrokken bij school. Eén of meer leerplichtige kinderen zijn regelmatig (2-5 keer per maand) zonder geldige reden afwezig en/of hebben beperkte mogelijkheden om huiswerk te maken. Ouders zijn minimaal betrokken bij school. Er zijn geen leerplichtige kinderen of leerplichtige kinderen zijn zelden (max. 1 keer per maand) zonder geldige reden afwezig in de les en hebben voldoende mogelijkheden om huiswerk te maken. Ouders zijn voldoende betrokken bij school. Leerplichtige kinderen zijn nooit zonder geldige reden afwezig in de les. Kind heeft goede mogelijkheden om huiswerk te maken. Ouders zijn zeer betrokken bij school. Opvang Opvang van één of meer kinderen is noodzakelijk maar niet beschikbaar of opvang is ernstig beperkt op (bijna) alle gebieden van lichamelijke basiszorg en opvoedtaken. Noodzakelijke opvang van één of meer kinderen is amper beschikbaar of er is een belangrijk probleem op één of meer gebieden van lichamelijke basiszorg en meerdere opvoedtaken worden door opvang niet uitgevoerd. Noodzakelijke opvang voorziet in alle aspecten van basiszorg maar is onbetrouwbaar beschikbaar. Lichamelijke basiszorg is op orde maar één of meerdere opvoedtaken worden door opvang niet uitgevoerd. Opvang is niet noodzakelijk of voldoende en betrouwbaar beschikbaar. Opvang voorziet in alle aspecten van lichamelijk basiszorg én toereikende uitvoering opvoedtaken Hoge kwaliteit opvang is beschikbaar naar keuze en voorziet in goed ontwikkelde basiszorg en opvoedtaken. GGD Amsterdam. Fassaert, Lauriks, Buster, De Wit, van de Weerd en Schönenberger. 2013. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteurs. De gebruiker mag deze uitgave niet voor willekeurige commerciële doeleinden gebruiken, aanpassen, of overbrengen. Contact: zrm@ggd.amsterdam.n 20

Casus Emma Na drie oproepen waarop ze niet op heeft gereageerd, is Emma eindelijk verschenen op de afspraak. Ik stel het openen van de post altijd zolang mogelijk uit, mijn handen trillen al bij gedachte aan de brieven van al die bureaus die iets van me willen. legt ze uit. Emma is een alleenstaande moeder van 37 jaar. Haar dochter Liza is 7 jaar en zit in groep 3 van de basisschool. Vier jaar geleden is Emma gescheiden van haar man na een huwelijk vol geweld en mishandeling. Emma was zowel slachtoffer als dader van het geweld in deze relatie. Na een enorme ruzie is haar man vertrokken. Hij woont nu in Hamburg (Duitsland). Bij zijn vertrek zou hij geroepen hebben terug te komen voor zijn dochter. Emma is doodsbang dat Liza op een dag niet thuis komt. Ik ben zo bang dat haar vader haar mee neemt, dan zie ik haar nooit meer terug. Uit vrees voor haar ex-man houdt Emma Liza regelmatig thuis op schooldagen, in de afgelopen 3 maanden is dat vijf keer voorgekomen. De school heeft nog geen contact opgenomen met Emma hierover. Emma haalt Liza altijd zelf van school op en brengt haar dan direct naar huis. In het weekeinde komt Liza nauwelijks buiten; als Emma dan even weg moet vraagt ze haar onderburen om even op te passen maar als die er niet zijn of niet kunnen doet ze de deur van buitenaf op slot en blijft Liza alleen thuis. Emma vertelt dat Liza weleens zeurt dat ze buiten wil spelen met haar vriendjes, maar Emma staat dit zeer zelden toe. Meestal bedenkt Emma dan een activiteit binnenshuis voor Liza. Emma noemt tekenen, voorlezen, met de lego spelen, en TV kijken als voorbeelden. Heel soms (de laatste keer was twee maanden geleden) komt een schoolvriendje bij hen spelen. Emma blijft dan continu in de buurt. Ze wonen in een 3-kamer appartement. Emma en Liza hebben ieder een eigen slaapkamer, Ik ben redelijk tevreden met mijn huis, genoeg ruimte voor ons tweeën. Alleen heb ik al een paar maanden last van wat schimmel op het plafond in de badkamer, de woningbouwvereniging zou daar iets aan moeten doen. Emma heeft echter tot op heden geen contact opgenomen met de woningbouwvereniging om het op te lossen. Emma heeft na haar mavo een mbo-3 opleiding detailhandel gedaan en afgemaakt, maar ze heeft ongeveer 15 jaar geleden voor het laatst een betaalde baan gehad, als verkoopster in een slagerij. Toen ze samen ging wonen heeft ze haar baan opgezegd en nadat haar man werd ontslagen heeft ze een bijstandsuitkering aangevraagd. Ze slaapt veel, ook overdag Als ik Liza naar school heb gebracht duik ik meestal nog een paar uurtjes m n bed in, en rond een uur of vijf doe ik vaak nog een dutje terwijl mijn dochter TV kijkt. s Avonds rond een uur of tien ben ik al weer doodop. vertelt ze. De rest van de tijd zegt ze aan het huishouden te besteden. Ik ben geen ster in schoonmaken, onze woonkamer is een beetje een rommeltje maar er liggen geen etensresten of dat soort dingen, vooral veel van Liza s speelgoed slingert door de woonkamer Ze ziet er zelf redelijk verzorgd uit en zegt ook goed te zorgen voor Liza: Liza gaat altijd in schone kleren naar school en ik smeer s ochtends haar boterhammen voor de lunch, Liza is gek op pindakaas met jam maar ze krijgt ook altijd een

hartige boterham en een appel of banaan mee. Navraag bij Liza s leraar leert dat dit klopt. Over Emma weet de leerkracht eigenlijk niets te vertellen; hij geeft aan dat Emma bijna nooit op ouderavonden verschijnt. Met de bijstandsuitkering, huur- en zorgtoeslag komt Emma redelijk rond. Schuldhulpverlening helpt haar met een schuld van ongeveer 10.000,- euro die zij en haar man in de loop der tijd hebben opgebouwd door de ene lening met de andere af te lossen. Ze maakt op dit moment geen nieuwe schulden. Emma heeft verschillende lichamelijke problemen waarvan chronische hypothyreoïdie (een trage schildklierwerking) de belangrijkste is. Ze krijgt voor deze aandoening medicijnen voorgeschreven die ze dagelijks moet innemen (levothyroxine, synthetische schildklierhormoon). Emma vergeet dit echter nog wel eens waardoor ze zich de volgende dag heel slecht voelt (vermoeid, benauwd, somber, lusteloos). Ze schat dat ze ongeveer tien keer per maand haar medicijnen vergeet in te nemen. Ze vertelt: Ik moet s avonds mijn pillen innemen maar soms val ik op de bank in slaap. Dan word ik nog moeier wakker dan toen ik ging slapen. Emma vertelt tijdens het gesprek over verschillende wanen die ze heeft. De continue angst dat haar ex Liza ontvoert is daar een van. Als ze op straat loopt heeft ze altijd het gevoel dat iedereen naar haar kijkt en haar iets aan wil doen. Soms hoort ze stemmen die haar een opdracht geven, bijvoorbeeld om via een bepaalde route naar huis te lopen of meubels te verplaatsen, tot op heden geen opdracht om zichzelf of anderen iets aan te doen. Ze gebruikt vrijwel dagelijks cannabis, vaak in combinatie met efedrine (een natuurlijk pepmiddel). Het helpt me, ik ben minder vermoeid en minder angstig, ik kan meer doen zegt ze. Emma heeft goed contact met haar onderburen, een ouder echtpaar dat zo nu en dan helpt met boodschappen, oppassen, en enkele administratieve taken. Emma laat Liza ook wel eens bij hen in de tuin spelen, maar eigenlijk heeft ze dat liever niet. Het zijn schatten van mensen, en ik vertrouw ze volledig, maar mijn ex kan zo door de heg komen en haar grijpen. Als Emma in de put zit heeft ze veel aan de steun en hulp die haar buren bieden. Daarnaast heeft ze eigenlijk geen vrienden, daar denkt ze soms wel over na: Met wie kan ik praten als mijn buren er niet meer zijn?, ik zou wel nieuwe vrienden willen ontmoeten maar ik ben altijd bang dat ze mij of mijn dochter kwaad willen doen. Lid worden van een vereniging of club ziet ze al helemaal niet zitten. Verenigingen zijn niets voor mij, teveel vreemden en er zitten altijd wel een paar rare types tussen vertelt ze. Sinds zij en haar man gescheiden zijn heeft ze geen contact meer gehad met de politie. Daarvoor kwam de politie vrij regelmatig over de vloer om een ruzie te beëindigen. Emma heeft ongeveer zes jaar geleden drie maanden in de gevangenis gezeten in verband mishandeling van haar man en heeft dat nog op haar strafblad staan. Tijdens het gesprek maakt Emma een gespannen en gejaagde indruk. Ze praat veel maar geeft op sommige vragen geen antwoord, dan kijkt ze nerveus om zich heen en friemelt met de zakdoek die ze de hele tijd stevig vasthoud. Tijdens het gesprek dat ongeveer 45 minuten duurt, verlaat ze twee keer de kamer om naar het toilet te gaan.

Terug naar startpagina Zelfredzaamheid Scoreformulier Domein Score Financiën 1 2 3 4 5 Dagbesteding 1 2 3 4 5 Huisvesting 1 2 3 4 5 Huiselijke relaties 1 2 3 4 5 Geestelijke gezondheid 1 2 3 4 5 Lichamelijke gezondheid 1 2 3 4 5 Verslaving 1 2 3 4 5 Activiteiten Dagelijks Leven 1 2 3 4 5 Sociaal netwerk 1 2 3 4 5 Maatschappelijke participatie 1 2 3 4 5 Justitie 1 2 3 4 5 ZRM-supplement: Ouderschap Domein Score Lichamelijke verzorging 1 2 3 4 5 Sociaal-emotionele ondersteuning 1 2 3 4 5 Scholing 1 2 3 4 5 Opvang 1 2 3 4 5 Opmerkingen/ Notities ZorgvoorKennis

ZorgvoorKennis Terug naar startpagina

Het bepalen van eigen kracht met schaalvragen Het stellen van de schaalvraag verloopt vaak via een aantal basisstappen. Deze basisstappen bestaan uit een aantal vragen die op een nieuwsgierig onderzoekende en aanmoedigende manier worden gesteld. Hieronder worden deze basisstappen uitgelegd. Basisstap Introductie: leg uit wat een schaal is Huidige positie: vraag naar de huidige positie op de schaal Platform: focus op wat er al is en wat er al heeft gewerkt Eerder succes: vraag naar een situatie die al beter was Visualiseer de hogere positie: nodig de klant uit om te vertellen hoe het er uit ziet op de hogere positie Stap vooruit: nodig de klant uit om te benoemen wat voor stap vooruit hij kan zetten op de schaal Voorbeeldformuleringen Stel je eens een schaal voor van 0 tot 5 waarbij de 5 staat voor de door jou gewenste situatie, en 0 voor de situatie waarin niets is bereikt Waar sta je nu op deze schaal? Hoe is het je al gelukt om te komen van 0 tot waar je nu staat op de schaal? War heeft geholpen? Wat werkte er al goed? Hoe lukte je dat? Wat heeft er nog meer geholpen? Wat is de hoogste positie waarop je onlangs hebt gestaan op deze schaal? Wat was er toen anders? Wat deed jij toen anders? Wat werkte er toen goed? Hoe ziet het er uit op.? Waaraan zou jij merken dat op. Zou staan? Wat zou er dan anders zijn? Wat zou jij dan anders doen? Hoe zou dat helpen? Heeft wat wij besproken hebben je een idee gegeven hoe je een stap vooruit kan zetten? Hoe dat stapje er uit?

Casus mevrouw Dirksen Mevrouw Dirksen is geboren in 1931. Zij is al tien jaar weduwe en zij woont op een flatje in een groot dorp, op de derde verdieping. Een dochter woont in het dorp, een zoon woont in het buitenland. In de flat is een lift. De flat heeft een woonkamer, keuken, toilet, badkamer met ligbad en twee slaapkamers. Twee maanden geleden is zij op straat gevallen, op de eerste dag met gladheid. Zij brak een heup waarvoor er een schroef is geplaatst. Daarna verbleef zij zeven weken op een revalidatieafdeling van een zorgorganisatie. Nu is zij twee dagen thuis. Zij loopt met een stok en is wat wankel. Aan de rechtervoet, de kant van de schroef, is er een grote wond op de hiel. De wond aan de linkerhiel is aardig genezen. Mevrouw heeft ouderdomsdiabetes (Type 2). In de overdracht van de revalidatieafdeling staat het volgende: - Graag aandacht voor de wond op de hiel. Ook letten op de behandeltrouw van de medicatie (spuit insuline, heeft medicijnen tegen hoge bloeddruk, betablokkers). Mevrouw is erg klagerig en wij verwachten dat zij zorg gaat claimen. Hoe schat je haar zelfredzaamheid in? Wat is haar eigen kracht en haar netwerk? Wat bepreek je met mevrouw Dirksen?

12-1-2015 Indiceren, organiseren en methodisch werken 13 januari 1

12-1-2015 2

12-1-2015 3

12-1-2015 4

12-1-2015 5

12-1-2015 6

Samenvatting De zes normen die in dit document beschreven worden geven inzicht in de werkwijze van verpleegkundigen ten aanzien van indiceren en organiseren van extramurale zorg. De normen laten zien waaraan verpleegkundigen voldoen wanneer zij verpleging en verzorging in de eigen omgeving indiceren en organiseren. De normen geven duidelijkheid aan cliënten en overheid en zijn een richtinggevend kader voor, professionals, zorgaanbieders en zorgverzekeraars. De aanleiding voor het beschrijven van deze normen is het feit dat per 1 januari 2015 extramurale verpleging en verzorging onderdeel uit maakt van de Zorgverzekeringswet (Zvw). Verpleegkundigen verlenen extramurale zorg en werken daarin samen met andere (zorg)professionals. Verpleegkundigen zijn gericht op ondersteuning van de cliënt en het cliëntsysteem. Het gaat hierbij om aspecten die te maken hebben met kwaliteit van leven, het versterken van de zelfredzaamheid en het versterken van de eigen regie. Zij werken samen met vertegenwoordigers uit het sociale domein. De verpleegkundige vormt daarbij de verbinding tussen zorg en welzijn 1 (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, 2014). Verpleegkundigen combineren verpleegkundige taken met taken op het sociale gebied, zoals het verbeteren van de samenhang tussen preventie, zorg, welzijn en wonen. Verpleegkundigen hanteren klinisch redeneren als methode en werken zoveel mogelijk evidence-based. Zij maken onderscheid in complexe en minder complexe zorg en kiezen voor de uitvoering en organisatie van zorg het optimum tussen efficiëntie en effectiviteit. Verpleegkundigen dragen zorg voor transparantie in verslaglegging en registratie. Zij maken gebruik van het systeem dat door de zorgaanbieder is gekozen. Hierbij is uitgangspunt dat het gekozen systeem ondersteunend is aan het verpleegkundig proces. De volgende normen worden in dit document beschreven: 1) Indiceren en organiseren van zorg vindt plaats op basis van professionele autonomie. Professionele autonomie garandeert cliëntgerichtheid en een onafhankelijk besluit. 2) Indiceren en organiseren van zorg wordt gedaan door een bachelor of master opgeleide verpleegkundige. Van deze professionals mag verwacht worden dat zij beschikken over de noodzakelijke competenties. 3) Indiceren en organiseren van zorg is gericht op versterken van eigen regie en zelfredzaamheid van cliënten en het cliëntsysteem. Verpleegkundigen sluiten hiermee aan op de maatschappelijke noodzaak de zorg verantwoord uit te voeren. 4) Besluitvorming rond indiceren en organiseren van zorg vindt plaats op basis van het verpleegkundig proces. De methode die verpleegkundigen daarbij hanteren is het klinisch redeneren. Dit proces bestaat uit vraagverheldering, diagnose, planning van resultaten en interventies, organisatie, uitvoer en evaluatie van zorg. 5) De verslaglegging voldoet aan de V&VN richtlijn voor verslaglegging. Sinds 2011 bestaat een richtlijn voor verpleegkundige verslaglegging waarin het doel en de onderdelen van de verslaglegging worden besproken. 6) De verpleegkundige overdracht voldoet aan de V&VN standaard voor overdracht van zorg. De standaard bestaat uit informatie over maximaal 27 items in combinatie met de keuze voor een warme overdracht als dat noodzakelijk is. 1 Zoals het programma Zichtbare Schakels V&VN Normen voor indiceren en organiseren van verpleging en verzorging in de eigen omgeving 5 van 39

Methodisch handelen & klinisch redeneren 13-1-2015 Methodisch handelen & Klinisch redeneren Methodisch handelen & Klinisch redeneren Doel: Begripsverheldering Kennismaken en oefenen met de methodiek en systematiek van klinisch redeneren aan de hand van casuïstiek Nieuwe rol wijkverpleegkundige: Normenkader V&VN (2014) Professionele autonomie: cliëntgericht en onafhankelijk Bachelor of master opgeleide verpleegkundige Versterken eigen regie en zelfredzaamheid Verpleegkundig proces en klinisch redeneren Verslaglegging volgens richtlijnen V&VN Overdracht op basis van richtlijnen V&VN Saskia Danen - de Vries 1

Methodisch handelen & klinisch redeneren 13-1-2015 Klinisch redeneren Wat is het? Weloverwogen Ordenen van kennis Begrijpen waar je mee bezig bent Het geheel is meer dan de som der delen? Wat is het niet? Gedachteloos handelen Een ritueel Hetzelfde als Evidence Based Practice Klinisch redeneren begint met onzekerheid! Wilma Scholte op Reimer Methodisch handelen Handelen volgens vaste, weldoordachte manier om daarbij zo effectief en efficiënt mogelijke wijze het doel te bereiken dat men voor ogen heeft of dat nagestreefd moet worden. Karin de Rest Bakker (1992) Methodisch handelen Stappen verpleegkundig proces Vaststellen verpleegkundige diagnose Vaststellen beoogde resultaten Bepalen en uitvoeren verpleegkundige interventies Vaststellen verpleegkundige resultaten Vragen Wat is er aan de hand? Wat geeft de cliënt aan? Wat neem ik waar? Waar willen we naar toe? Wat kunnen we bereiken? Wat moeten we doen om resultaat zo effectief en efficiënt mogelijk te bereiken? Wat hebben we tot nu toe behaald? Wat moeten we bijstellen? Stap Voor Stap, naar Verpleegkundig Resultaat, Greet Noorda, Saskia Danen - de Vries 2

Methodisch handelen & klinisch redeneren 13-1-2015 Klinisch redeneren Het continue proces van gegevensverzameling en analyse gericht op de vragen en problemen van een individu en diens naasten, in relatie tot ziekte en gezondheid. Leren van de toekomst, Verpleegkundig beroepsprofiel V&V2020, ( J. Lambregts, A. Grotendorst, & C. van Merwijk, 2012) Nieuwe definitie: Gezondheid Gezondheid is het vermogen om zich aan te passen en een eigen regie te voeren, in het licht van de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven. Machteld Huber, 2012 Klinisch redeneren Continue cyclisch proces: risico-inschatting vroeg signalering probleemherkenning interventie en monitoring Saskia Danen - de Vries 3

Methodisch handelen & klinisch redeneren 13-1-2015 Verpleegkundige kennis Verpleegkundige diagnose 'Een vaststelling van iemands feitelijke of mogelijke reacties op gezondheidsproblemen of levensprocessen op grond waarvan verpleegkundige zorg kan worden verleend' Begrippenkader Verpleegkunde, 1993 NANDA North American Nursing Diagnosis Association Verpleegkundige diagnose: een klinische uitspraak over de reacties van een persoon, gezin of groep op feitelijke of dreigende gezondheidsproblemen en/of levensprocessen. De verpleegkundige diagnose is de grondslag voor de keuze van de verpleegkundige interventies, voor de resultaten waarvan de verpleegkundige aansprakelijk is. NANDA, 1992 Saskia Danen - de Vries 4

Methodisch handelen & klinisch redeneren 13-1-2015 NANDA Taxonomie = classificatie (kapstok) Ordeningverpleegkundige diagnoses naar (waarschijnlijke) natuurlijke relaties 13 Domeinen: gebied van kennis, invloed of onderzoek 47 Klassen: een groep, set of soort met gemeenschappelijke kenmerken Evidence Based Bekendheid met wijze van indeling kan helpen als je snel informatie wilt vinden Verpleegkundige diagnose Opbouw: Naam: label Definitie: begripsomschrijving Bepalende kenmerken: diagnostische aanwijzingen (typische kenmerkende behorend bij dat probleem) Samenhangende factoren: etiologie /oorzaak PES structuur P = Definitie- label E = Samenhangende factoren - risicofactoren S = Bepalende kenmerken Saskia Danen - de Vries 5

Methodisch handelen & klinisch redeneren 13-1-2015 Gegevens verzamelen Casus mevrouw de Boer Medische diagnose: primair progressieve Multiple Sclerose. Geen cognitieve problemen. Na een ziekenhuisopname, 6 weken revalidatie in verpleeghuis. Mevrouw was daar erg ongelukkig. Volledig immobiel, alleen nog beperkte arm functie rechts. Mevrouw wordt in verpleeghuis iedere morgen gedoucht en in de elektrische rolstoel geholpen. Mevrouw heeft een catheter à demeure (CAD) Tussen de middag krijgt ze hulp bij CircAid sokken. s vonds wordt ze door twee verzorgenden in bed geholpen. Mevrouw heeft een sterke persoonlijkheid: kan goed duidelijk maken hoe ze de dingen wil. Mevrouw is getrouwd. De heer en mevrouw de Boer hebben veel sociale contacten. Casus mevrouw de Boer Kijk of je aan de hand van de casus één of meer hypothetische (voorlopige) diagnose(s) kan stellen op basis van: de samenhangende factoren de bepalende kenmerken Welke informatie mis je nog? Bespreek in tweetallen, de samenhangende factoren, de bepalende kenmerken, je voorlopige diagnoses, wat zijn overeenkomsten? Verschillen? Hoe ga je de diagnose valideren? Saskia Danen - de Vries 6

Methodisch handelen & klinisch redeneren 13-1-2015 Nursing Interventions Classification (NIC) Ieder door de verpleegkundige uitgevoerde handeling op basis van klinische kennis en beoordeling, met als doel het welzijn van de patiënt te bevorderen G.M.Bulechek en J. McCloskey, 1987 542 interventies 12.000 activiteiten op basis NANDA/GORDON Resultaten - outcomes Nursing Outcomes Classification (NOC) 385 zorgresultaten Totale verpleegkundige beroepsdomein Evidence-Based duidelijke en klinisch zinvolle terminologie gebruiksvriendelijke structuur toepasbaar in verschillende disciplines getoetst in het veld NANDA, NIC, NOC Saskia Danen - de Vries 7

Indiceren 13-1-2015 Indiceren Indiceren Doel: Begripsverheldering Kennismaken en oefenen met indicatiestelling en zorgtoewijzing. Nieuwe rol wijkverpleegkundige: Normenkader V&VN (2014): Indiceren en organiseren van zorg: Professionele autonomie: cliëntgericht en onafhankelijk Bachelor of master opgeleide verpleegkundige Versterken eigen regie en zelfredzaamheid Verpleegkundig proces en klinisch redeneren Verslaglegging volgens richtlijnen V&VN Overdracht op basis van richtlijnen V&VN Saskia Danen - de Vries 1

Indiceren 13-1-2015 Geschiedenis wijkverpleging Opleiding Maatschappelijke gezondheidzorg (MGZ) verdwenen HBO-V, weinig studenten die kiezen voor uitstroom MGZ Naar schatting 2-5% niveau 5 11.000 tekort HBO-wijkverpleegkundigen (Actiz) Veel post-hbo trajecten Taakgerichte verpleging CIZ bepaalt hoeveelheid zorg Nadruk registreren en beheersen Geschiedenis wijkverpleging De wijkverpleegkundige is terug Ze mag weer indiceren Ruimte voor eigenaarschap Samenwerking eerste lijn Netwerken Generalist Kenmerken wijkverpleegkundige: Breed georiënteerd Ervaren verpleegkundige, verleent zorg op hoog nivo Eigenheid van mensen staat centraal Kwaliteit van leven centraal Samenwerken met huisarts; spilfunctie in de wijk Samenwerken met organisaties en instellingen in de wijk Leveren preventieve activiteiten Stimuleren van zelf- en samen redzaamheid Zorg verlenen Zorg verlenen in samenhang/ coördinatie Saskia Danen - de Vries 2

Indiceren 13-1-2015 Zorgverzekeringswet Prestatie verpleegkundige zorg in de eigen omgeving Verpleging omvat de zorg zoals verpleegkundigen die plegen te bieden, zonder dat die zorg gepaard gaat met verblijf, en die noodzakelijk is in verband met geneeskundige zorg of het risico daarop Indiceren Indicatiestelling: Op basis van klinisch redeneren vaststellen wat de cliënt aan zorg nodig heeft in omvang, duur, aard en gewenst resultaat. Zorgtoewijzing: Bepalen wie zorg uitvoert waarbij passende zorg gezien wordt als een optimum tussen kwaliteit en kosten. Vertaalslag naar de te verzekeren pakketten Indiceren & Evidence Based Practice We weten dat verpleegkundigen zorg verlenen We weten hoeveel tijd dit kost Vaak weten we niet wat de precieze resultaten zijn (outcomes) Oplossing: Evidence Based Practice Saskia Danen - de Vries 3

Indiceren 13-1-2015 Methoden gegevens verzamelen Nanda/Gordon Omaha Easycare 4 Leefdomeinen (Zorgleefplan) Gordon Marjory Gordon, 1998 11 algemene functionele gezondheidspatronen Holistische benadering Beste uitgangspunt voor NANDA Omaha In 1978 in Amerika ontwikkeld met verschillende disciplines: Karen Martin één van de grondleggers Wens: eenduidige beschrijvingen over de zorg voor cliënten geen verpleegkundige diagnose maar probleem of aandachtsveld focus op de mens als geheel binnen een leefgemeenschap. Mensen who own their problem partnership Mensen who do not own their problem eerst relatie opbouwen Vanuit cliënt op basis van zorgen, behoeften en krachten Basis voor formuleren verpleegkundige diagnose. Saskia Danen - de Vries 5

Indiceren 13-1-2015 OBSERVEREN Observeren is een kerncompetentie van verpleegkundigen in alle werkvelden Goed observeren vereist: Verstand van zaken Meetinstrumenten voor systematische observatie en risicosignalering Systematisch Observeren! Hulpmiddelen indiceren Zorgstandaarden Richtlijnen Protocollen Gedragsregels Classificaties Meetinstrumenten Saskia Danen - de Vries 6

Indiceren 13-1-2015 Casus mevrouw de Boer Bespreek in tweetallen welke resultaten je wilt bereiken en welke en interventies je kunt bedenken voor mevrouw de Boer. Welke hulpmiddelen zou je willen gebruiken? Saskia Danen - de Vries 7

Indiceren 13-1-2015 Indiceren & Evidence Based Practice Combinatie van drie elementen: Handelingen uitvoeren die bewezen effectief zijn (gefundeerd wetenschappelijk onderzoek) Wetenschappelijke kennis combineren eigen ervaring Wetenschappelijke kennis combineren met voorkeur patiënt. Proces van indiceren Klinisch redeneren Continue cyclisch proces: risico-inschatting vroeg signalering probleemherkenning interventie en monitoring Saskia Danen - de Vries 4