DE KAPTOOM door
GRATIS TIPS EN INFORMATIE Dit is versie 2.1 van dit document. BELANGRIJK Niets uit deze uitgave mag zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Paarden Begrijpen worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, offset, fotokopie of microfilm of in enige digitale, elektronische, optische of andere vorm, of (en dit geldt zonodig in aanvulling op het auteursrecht) worden gereproduceerd ten behoeve van een onderneming, organisatie of instelling of voor eigen oefening, studie of gebruik welk(e) niet strikt privé van aard is of worden overgenomen in enig dag-, nieuws- of weekblad of tijdschrift (al of niet in digitale vorm of online).tegen overtreders zullen altijd juridische stappen worden ondernomen. DISCLAIMER Bij het samenstellen van dit ebook is de grootste zorg besteed aan de juistheid van de hierin opgenomen informatie. kan echter niet verantwoordelijk worden gehouden voor enige onjuist verstrekte informatie in dit document. stelt zich niet aansprakelijk voor eventuele schade als gevolg van eventuele onjuistheden, onvolkomenheden en/of onvolledigheden in dit document. Het is belangrijk dat je deskundige begeleiding zoekt, als je geen of onvoldoende ervaring hebt opgedaan in het rechtrichten. 2010 www.kaptoom.nl Pag. 2 van 22
INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING... 4 2. ALGEMENE INFORMATIE... 5 De kaptoom passend maken... 5 Bevestiging longe en teugels... 8 3. HISTORIE... 9 4. DRUK... 11 Vier stappen voor het gebruiken van druk... 11 Timing en dosering... 12 oefeningen... 12 5. TRAINING MET DE KAPTOOM... 13 Rode draad... 13 Oefening 1: Voorwaarts neerwaarts in stilstand... 14 Oefening 2: Stelling & buiging in stilstand... 15 Oefening 3: De volte aan de hand... 16 Opbouw... 18 Aandachtspunten... 19 Vervolgoefeningen... 20 2010 www.kaptoom.nl Pag. 3 van 22
1. INLEIDING De kaptoom wordt gebruikt bij het gymnastiseren van een paard en is een hulpmiddel die gebruikt wordt bij de volgende drie trainingsvormen: 1. Longeren 2. Werk aan de hand 3. Rijden Longeren Werk aan de hand Rijden In hoofdstuk 2 vind je de algemene informatie betreffende kaptoom en lees je hoe je de kaptoom op maat kunt maken. In hoofdstuk 3 lees je wat de grootmeesters uit vroeger tijden over de kaptoom te zeggen hadden. In hoofdstuk 4 ontdek je alles over het correct gebruik maken van druk op de kaptoom. In hoofdstuk 5 vind je tips en uitleg over de basisoefeningen, zodat je meteen van start kunt. 2010 www.kaptoom.nl Pag. 4 van 22
De kaptoom 2. ALGEMENE INFORMATIE De kaptoom bestaat uit een flexibele metalen neusbeugel die met zacht leer is omwikkeld en die zich naar de neus vormt. Aan deze neusbeugel zijn drie ringen bevestigd. Deze ringen zijn beweeglijk, wat gemakkelijk is bij het van hand veranderen. De neusbeugel wordt op de plaats gehouden dankzij bakstukken die achter de oren bevestigd zijn. De kaakriem voorkomt dat de bakstukken tegen de ogen aankomen. DE KAPTOOM PASSEND MAKEN Hoe dieper de kaptoom op de neus ligt, hoe specifieker de kaptoom inwerkt. Bij gevoelige paarden wordt de neusbeugel wat hoger geplaatst. In ieder geval mag de kaptoom niet zo laag liggen, dat de neusvleugels ingedrukt worden of de ademhaling bemoeilijkt wordt. De gemiddelde positie is die hoogte waar ook een Engelse neusriem ligt, ongeveer 2 à 3 vingerbreedtes onder het jukbeen. Precies goed 2010 Te laag, drukkend op de neusvleugels www.kaptoom.nl Te hoog, tegen de jukbeenderen aan Pag. 5 van 22
De kaptoom Kinriem De neusbeugel moet vast aangesloten liggen, zodat de kaptoom goed aansluit en niet over de neus heen en weer glijdt tijdens de training. De kinriem moet de neusbeugel dus goed aansluiten. Een goed aangesloten kaptoom maakt een exacte inwerking mogelijk. Kinriem te los, de kaptoom kan teveel over de neus schuiven Netjes, doch niet te strak, aangesloten Kaakriem De kaakriem wordt zo gesloten, dat deze goed aangesloten ligt en functioneert als een stabilisator. De kaakriem moet dus niet als een keelriem gesloten worden (vuist tussen riem en kaak), maar zo strak aangelegd worden dat de bakstukken niet tegen de ogen aan kunnen komen. De kaakriem wordt midden onder het oog bevestigd Kaakriem goed aangesloten 2010 Kaakriem te los www.kaptoom.nl Verschuiving richting het oog door een te losse kaakriem Pag. 6 van 22
De kaptoom Sommige paarden hebben niet zo n groot hoofd. Dan kunnen de kinriem en kaakriem wat te lang zijn. De uiteindes kun je dan als volgt wegsteken, zodat er niet van die lange slierten leer onder het hoofd hangen. Ook kun je een stuk van de uiteindes afhalen, zodat de kaptoom mooi passend is. 2010 www.kaptoom.nl Pag. 7 van 22
BEVESTIGING LONGE EN TEUGELS Longeren Bij het longeren wordt de longe aan de middelste ring van de kaptoom bevestigd. Werk aan de hand Het werk aan de hand kan enkel met de kaptoom worden uitgevoerd of met een combinatie van kaptoom en bit. Het werk aan de hand wordt gedaan met de teugel bevestigd aan de twee buitenste ringen van de kaptoom. Indien ook met het bit wordt gewerkt, wordt met twee teugels gewerkt. De kaptoom is uitstekend te integreren in een gewoon hoofdstel. Haal de gewone neusriem uit het hoofdstel en integreer op die plek de kaptoom. Eventueel kun je de kaakriem van de kaptoom weglaten, omdat het hoofdstel de kaptoom goed op zijn plaats houdt. Rijden Het jonge paard kan ingereden worden aan de kaptoom, omdat hij inmiddels gewend is met dit hulpmiddel bestuurd te worden vanaf de grond. Ook verreden paarden reageren goed op de kaptoom. Het rijden kan enkel met de kaptoom geschieden of met een combinatie van kaptoom met bit. Indien ook met het bit wordt gewerkt, wordt met twee teugels gereden. 2010 www.kaptoom.nl Pag. 8 van 22
3. HISTORIE De kaptoom werd in vroeger eeuwen al gebruikt om paarden mee te trainen. Dit hulpmiddel is uitgevonden om het paard te leren wenden, halt te leren houden, het hoofd en de achterhand correct te kunnen plaatsen, lijf en leden soepel en buigzaam te maken, zonder de mond te benadelen. Vele grootmeesters schreven er over in hun boeken: Salomon De la Broue (1530-1610) Salomon De La Broue was, net als Antoine de Pluvinel, een leerling van Giovanni Pignatelli uit de Neapolitaanse school en geldt samen met Pluvnel als oprichter van de Franse school. De La Broue stelt in zijn boek dat de kaptoom is uitgevonden om het paard te verzamelen, op te richten, lichter te maken, om de schouders en voorbenen vrijer te maken, om het paard te leren wenden en halt te houden en het hoofd te stabiliseren zonder de mond of de kin pijn te doen. De la Broue beschreef dat de binnenkant van de mond gevoeliger is dan de neus van het paard: Door het paard eerst op de kaptoom af te richten zal op het moment van het weglaten van de kaptoom het paard attenter reageren op de effecten van het bit. Het resultaat is dat het paard lichter in de hand is. Duke of Newcastle (1592-1676) William Cavendisch, de hertog van Newcastle, werd door zijn vader, Sir Charles Cavendish, opgeleid tot de beste instructeur in schermen en paardrijden van Engeland. William bracht 15 jaar door in Antwerpen als leraar van een rijschool (rond 1645), nadien ging hij terug naar Engeland en werd daar bekroond met de titel '"Duke of Newcastle''. Het doel van de kaptoom volgens de Duke: Verzamelen Oprichten Lichter maken Leren wenden Leren halt houden De nek soepel maken Het hoofd correct plaatsen De mond soepel en meewerkend houden De schouders en voorbenen vrijer maken Volgens Newcastle gaat het paard beter aan het bit als het eerst via de kaptoom is opgeleid en zal het dan op alle vragen van de hand reageren. Een paard dat niet met de kaptoom is getraind zal nooit het fijne, lichte contact geven dat een goed paard moet hebben en als de ruiter alleen met het bit werkt kan hij gemakkelijk fouten maken aldus Newcastle. 2010 www.kaptoom.nl Pag. 9 van 22
Robichon de la Guérinière (1688-1751) Robichon de la Guérinière wordt beschouwd als een genie in de rijkunst en overtrof veel van wat zijn voorgangers deden. Sinds 1715 was hij stalmeester en vanaf 1730 leidde hij de stal van Koning Ludwig XIV. Hij schreef in 1730 het boek Ecole de Cavalerie (Rijkunst). 26 jaar later kwam er nog een tweede boek uit: L Art de la Cavalerie. Guérinière bediende zich bij de eerste bewerking van het groene paard niet van de trens, maar van de kaptoom. Guérinière stelt dat de kaptoom een excellent hulpmiddel is in de handen van een ruiter die weet hoe het hulpmiddel goed te gebruiken, maar dat het gevaarlijk is in de handen van een ruiter die geen gevoelige hand heeft. Gustav Steinbrecht (1808-1885) Steinbrecht is erg positief over de kaptoom in zijn boek Das Gymnasium des Pferdes. Hij stelt dat het paard door het gebruik van de kaptoom buigzaam wordt in zijn lijf en ledematen. Met de kaptoom kunnen ook de fouten die andere ruiters hebben toegebracht via de trens hersteld worden. Steinbrecht*: Dit instrument heeft niet alleen het voordeel dat het de mond volkomen in takt laat, maar ook het nog grotere pluspunt dat het daardoor de onvoorwaardelijke nageeflijkheid van de nek op veel zekerder wijze bevestigd kan worden dan met de trens. Omdat de spierbundels van de hals namelijk over de nekverbining heen hechten aan de bovenkaak, kan het op trens opgetoomde paard nog heel gemakkelijk de halsspieren stijf houden en totaal niet nageeflijk zijn in de nek terwijl hij wel met de onderkaak nageeft op de druk die de trens op de lagen uitoefent. Deze verkeerde ontwikkeling is op te lossen met behulp van de kaptoom. Mijn leraar, Louis Seeger, placht de onvovertroffen successen van de oude meesters met betrekking tot het buigen in de hurken juist toe te schrijven aan het werken met de kaptoom. *Uit: Das gymnasium des pferdes ISBN 90-5210-445-X 2010 www.kaptoom.nl Pag. 10 van 22
4. DRUK Bij het werken met de kaptoom krijgen we te maken met het geven van druk. In de omgang met paarden maken we veel gebruik van het geven van druk: Door druk op het halstertouw vragen we het paard om mee te lopen. Door druk op de binnenteugel vragen we stelling. Het paard kan op drie manieren regeren op de druk: 1. Nageven op druk 2. Tegendruk geven 3. Druk negeren 1. Nageven Bij het rijden en in de omgang is het fijn dat het paard nageeft op druk, d.w.z. de ruiter geeft druk en het paard wijkt voor die druk: Om zijn hoofd laag te brengen. Te wijken voor de kuit. Te voorkomen dat het paard gaat hangen aan het halster als hij druk achter zijn oren voelt. 2. Tegendruk geven Bij het koetsen is het juist gewenst dat hij tegendruk geeft met zijn boeg, om zo de kar te kunnen trekken. Maar als hij op onze teen staat en we duwen tegen hem aan moet het paard juist niet in de tegendruk gaan, omdat hij zo nog meer gewicht op onze teen zet. 3. Druk negeren Elke vorm van aanraking is eigenlijk een vorm van druk. Als hij voor alles wat hij voelt aan de kant springt is dat ook niet handig. Dus een koetspaard moet de druk van de strengen negeren. Een recreatiepaard moet de takjes op de grond die in het bos liggen en die tegen zijn benen aankomen negeren. Een dressuurpaard moet de bilkoorden van zijn deken negeren. VIER STAPPEN VOOR HET GEBRUIKEN VAN DRUK Bij het werken met de kaptoom willen we graag dat een paard nageeft op de druk op de kaptoom via de teugel of longe. Dit bestaat uit vier stappen: 1. Ruiter sluit zijn hand: De ruiter zet druk op de teugel (de ruiter ''knijpt als het ware in een spons'') 2. Paard geeft na: Het paard reageert door op de druk na te geven (hij zakt met zijn hoofd) 3. Ruiter opent zijn hand: De ruiter geeft na (laat de druk los en ''laat de spons weer vollopen met water'') 4. Paard zoekt de hand: Het paard blijft naar de hand toekomen Stap 3, het openen van de hand is als het ware de beloning voor het paard: voor zijn gedrag (nageven) ontvangt hij ontspanning en stopt letterlijk ''het gezeur aan zijn hoofd''. En dat vindt een paard fijn. Het paard leert al gauw dat hij moet wijken voor de druk als de ruiter gebruik maakt van de juiste timing en dosering. 2010 www.kaptoom.nl Pag. 11 van 22
TIMING EN DOSERING Als mens geven we dikwijls te lang, te veel of te onverwacht druk op de kaptoom via de teugel of longe. Bij te lang en/of te veel druk kan het paard flink gaan leunen op de vaste hand van de ruiter en de teugels als vijfde been te gebruiken. Of het paard raakt geïrriteerd van ''al dat gezeur aan zijn kop'' en gaat jengelen of slaan met het hoofd. Of als je er naast loopt probeert hij je te bijten. Vergelijk het als volgt: je belt aan bij het huis en de deur gaat open. Je blijft aanbellen terwijl de deur inmiddels al een halve minuut geleden open is gegaan. Degene die de deur heeft geopend kijkt je gek aan, maar een paard ondergaat dagelijks een hoop nutteloos gebel. Bij onverwacht druk gaat het paard abrupt tegen de druk in door zijn hoofd omhoog te brengen of door te steigeren. Straffen heeft geen zin, want dat is symptoombestrijding. Het gaat erom de oorzaak aan te pakken: de ruiter moet zijn timing in het geven van druk en het doseren van druk perfectioneren. OEFENINGEN Timing: Maak een ijzeren voorwerp heel heet. Ga met een aantal mensen in een kring staan. Geef het voorwerp door. Ik weet zeker dat je heel snel bent in het doorgeven, anders brand je je handen. Doseren: Zet een deur open. Probeer zoveel druk te geven dat de deur net in het slot valt. Dus probeer te kijken hoeveel druk nodig is om net voldoende druk te geven dat de deur dicht valt. De deur dichtsmijten is dus een deur dichtdoen met veel te veel druk. Gevoel Leg een bierviltje half op de tafel, tik hem met de achterkant van je hand omhoog, zodat hij ronddraait, en vang hem op. Voer met gevoel en in een gelijkmatige beweging deze oefening uit. Als je namelijk horterig, stoterig bent dan lukt de oefening niet. En paarden hebben een hekel aan ongenuanceerd rukken en plukken. 2010 www.kaptoom.nl Pag. 12 van 22
5. TRAINING MET DE KAPTOOM De kaptoom wordt gebruikt bij de volgende drie trainingsonderdelen: 1. Longeren 2. Werk aan de hand 3. Rijden Via deze trainingsonderdelen ontstaat een fit, soepel, buigzaam, gespierd en sterk paard dat ruiter optimaal kan dragen. Het jonge of scheve paard is echter nog niet soepel en nog niet gewend om zijn lichaam naar beide zijdes te buigen en zal voortdurend proberen rechtuit te lopen. Het paard moet leren om naar beide zijdes te leren inbuigen en de kaptoom kan daar goed bij helpen. RODE DRAAD De rode draad bij de drie trainingsonderdelen is de zogenaamde LVO. LVO staat voor: Lengtebuiging Voorwaarts neerwaartse tendens Ondertreden Tijdens oefeningen, zoals de volte, schouderbinnenwaarts en andere zijgangen, moet het paard de juiste LVO aannemen. Op beide zijdes wordt het paard gevraagd in de juiste lengtebuiging te lopen, waardoor het zijn rug ontspant envoorwaarts neerwaarts gaat lopen en zijn binnenheup naar voren brengt zodat het achterbeen onder de massa gezet kan worden. Het ondertreden is erg belangrijk om gewicht over te kunnen nemen van de fragiele voorbenen en om de ruiter correct te dragen. Als het paard de drie elementen, de LVO, geleerd heeft is een grote stap in de opleiding van het paard gemaakt. Via drie basisoefeningen met de kaptoom kan het paard de LVO leren. Deze drie basisoefeningen komen in de volgende paragrafen aan bod. 2010 www.kaptoom.nl Pag. 13 van 22
OEFENING 1: VOORWAARTS NEERWAARTS IN STILSTAND De kaptoom is een belangrijk communicatiemiddel tussen ruiter en paard tijdens het longeren. Een paard moet de werking van de kaptoom eerst leren begrijpen. Van nature weet het paard niet dat hij voor druk op de kaptoom moet wijken. Het is dan ook belangrijk om het paard al vroeg te leren dat hij moet nageven op de druk die op de kaptoom wordt uitgeoefend. Het paard moet vertrouwen krijgen in de verbinding die gevormd wordt door de longe, in plaats van zich tegen de druk te verzetten. De eerste oefening daarom is het paard te vragen om in een voorwaarts neerwaartse richting zijn hoofd te laten zakken. Het paard staat daarbij in stilstand. Hierdoor komt het paard in een ontspannen houding, wat er toe bijdraagt dat het paard zich snel op zijn gemak voelt. Paarden die staan te soezen in de wei of op stal staan ook in deze houding. De vraag is altijd hoe laag het paard met zijn hoofd moet zakken. De graadmeter daarbij is, dat het paard zo laag met zijn hoofd zakt tot daar waar zijn onderhals helemaal los laat. Lager hoeft niet, want dan komt er teveel op de voorhand. Onderhals gespannen Onderhals ontspannen HULPEN De oefening wordt als volgt uitgevoerd: 1. Zorg dat je het beeld van de rechterfoto hierboven voor je ziet, voordat je met de oefening begint. 2. Je staat met je gezicht naar het paard toe en ademt goed door tijdens de oefening. 3. Zorg dat het paard zijn voorbenen recht onder zijn lichaam staan en zijn boeg niet over zijn voorbenen heen helt. Dit voorkomt dat zijn zwaartepunt teveel naar voren ligt. 4. Je sluit je hand om de longe en zet met veel gevoel druk op de kaptoom via de longe. 5. Het paard wijkt voor de druk en geeft na. 6. Je opent je hand onmiddelijk en beloont het paard. 7. Het paard wacht met het hoofd laag en blijft als het ware de ruiterhand zoeken, totdat je de oefening beeindigt. 2010 www.kaptoom.nl Pag. 14 van 22
OEFENING 2: STELLING & BUIGING IN STILSTAND De tweede voorbereidende oefening is het vragen van stelling en buiging aan het paard. Het longeren verlangt namelijk dat het paard naar twee zijdes gelijkmatig kan inbuigen. Stelling is de plaatsing van het hoofd ten opzichte van de eerste halswervel. Met buiging wordt bedoeld de zoveel mogelijk gelijkmatige en doorgaande zijdelingse welving in de wervelkolom van de eerste halswervel (atlas draaier) tot de staartwervels. Je vraagt stelling aan het hoofd naar links of rechts. Je vraagt met gevoel beetje bij beetje stelling, waarbij het paard stil moet blijven staan. Als het paard de stelling in losgelatenheid aanneemt, laat je zelf de druk los. Je ziet daarbij dat de buiging doorwerkt in de gehele wervelkolom en de heup aan de holle kant iets naar voren komt. Vanwege de natuurlijke scheefheid buigt het paard soms gemakkelijk naar de ene kant, maar niet of nauwelijks naar de andere kant. Dit is iets om op te merken en rekening mee te houden. Bewerk de moelijke kant dus heel geleidelijk. Elke dag zal het een beetje beter gaan. HULPEN De oefening wordt als volgt uitgevoerd: 1. Zorg dat je het beeld van de foto hierboven voor je ziet, voordat je met de oefening begint. 2. Je staat met je gezicht naar het paard toe en ademt goed door tijdens de oefening. 3. Je vraagt stelling naar links, door je hand met gevoel om de longe te sluiten. 4. Het paard wijkt voor de druk, geeft na en buigt naar links. 5. Je opent je hand onmiddelijk en beloont het paard. 6. Het paard wacht met het hoofd in stelling en buiging links en blijft bij de ruiterhand, totdat je de oefening beeindigt. 7. Daarna vraag je het paard weer terug naar de uitgangspositie. 8. Vervolgens herhaal je de bovenstaande stappen voor stelling en buiging naar rechts. 2010 www.kaptoom.nl Pag. 15 van 22
OEFENING 3: DE VOLTE AAN DE HAND De volte aan de hand is de perfecte voorbereiding op het werk aan de hand, longeren en rijden. Deze oefening zorgt ervoor dat het paard op beide zijdes soepel wordt, zijn rug loslaat en leert ondertreden. Een voordeel van het werk vanaf de grond is, dat je als trainer je paard goed kunt observeren. Je kunt kijken of je paard zijn achterhand goed gebruikt. Rijdend kun je namelijk alleen voelen of het paard goed beweegt. DRIE ELEMENTEN De rode draad bij deze oefening is de LVO : Lengtebuiging Voorwaart neerwaartse tendens Ondertreden Op beide zijdes wordt het paard gevraagd in de juiste lengtebuiging te lopen, waardoor het zijn rug ontspant en voorwaarts neerwaarts gaat lopen en zijn binnenheup naar voren brengt zodat het achterbeen onder de massa gezet kan worden. Het is echter voor een paard niet eenvoudig om dit meteen op eigen benen op een grote volte te doen. Dus we leren de LVO eerst aan als we naast het paard lopen, zodat we hem goed kunnen ondersteunen in het aannemen van een correcte LVO. Het paard wordt gevraagd in de juiste lengtebuiging te lopen, in een voorwaarts neerwaartse houding, waarbij het zijn binnenachterbeen onder de massa zet. Je vraagt bij deze oefening stelling en buiging, waardoor de spieren aan de buitenzijde zich verlengen en aan de binnenzijde zich aanspannen. Je vraagt tegelijkertijd het hoofd voorwaarts neerwaarts zodat de rugspieren ontspannen en de buikspieren aanspannen. Als het paard zich in de lengte naar beide kanten goed laat inbuigen, komt de binnenheup naar voren en gaat het paard hierdoor met zijn betreffende binnenachterbeen goed ondertreden. Met de zweep animeer je het binnenachterbeen tot ondertreden. Natuurlijk zal het paard in het begin gemakkelijk de ene kant op buigen en moelijker de andere kant. Vaak van hand veranderen is dan aan te raden. Dit bevordert de elasticiteit en voorkomt vasthouden en spanning. 2010 www.kaptoom.nl Pag. 16 van 22
HULPEN 1. Voordat je aan de oefening begint moet je er een juist beeld bij hebben en een plan hebben. Je moet vooral goed weten WAAR je de volte wilt neerleggen in de baan, anders begin je bij A en kom je bij C uit als je niet oppast. 2. Daarnaast is het belangrijk dat je alvast een innerlijk gevoel hebt als je begint met de oefening, zodat je je paard als het ware de blauwdruk kunt meegeven. Voordat je de oefening inzet VOEL je al waar je naar toe wilt lopen en daarna neem je je paard mee. Tijdens de oefening streef je continu naar het gevoel van een nageeflijke binnenteugel. 3. Zorg ervoor dat je zelf goed contact houdt met de grond, zeker met nerveuze paarden. Dit kun je doen door af en toe met je aandacht naar je eigen voeten te gaan en met aandacht de grond te voelen. 4. Lichaamstaal (positie, houding, beweging) is een belangrijk communicatiemiddel. Positie - In stilstand sta je voor het paard, bij het werk aan de hand loopt je naast het paard, aan de holle kant van het paard. - Bij paarden die te hard gaan loopt je wat meer ter hoogte van de neus. - Bij paarden die goed lopen loop je ter hoogte van schouder. Houding - Houd vooral je buik naar voren bij het werk aan de hand - Houd je bovenlijf tussen je boven armen (dat voorkomt dat je je armen strekt) - Werk met gebogen ellebogen (gestrekt zorgt voor spanning en minder kunnen voelen) - Werk ook niet boven je macht (dus houd je handen op buikhoogte). Beweging - Beweeg altijd naar voren, loop niet naar achteren, want dit stimuleert het op de binnenschouder vallen - Het is belangrijk dat je je paard meeneemt in de oefening en je paard niet zozeer een opdracht geeft. 5. Je vraagt subtiel stelling met de longe of teugel aan de kaptoom, waarbij je niet teveel terugwaarts werkt. Je vraagt de lengtebuiging door stelling te vragen via de longe. Dit gaat altijd in vier stappen: 1. Met de longe vraag je stelling 2. en als het paard de stelling geeft, 3. geef je na door je hand te openen, 4. waarna het paard voorwaarts neerwaarts naar je hand toe reikt 6. Met de zweep animeer je het binnenachterbeen tot ondertreden. De zweep gebruik je als aanwijsstok. - Door met de zweep te wijzen naar het binnenachterbeen op het moment dat dit been wordt opgetild en naar voren komt, stimuleer je het ondertreden Soms kan het helpen om het paard bij de singel wat aan te tikken met de zweep, zodat het paard als het ware om het denkbeeldige been van de ruiter heen buigt. 2010 www.kaptoom.nl Pag. 17 van 22
OPBOUW Je start altijd met de oefening hoofd laag en daarna vraag je stelling links en rechts. Vervolgens doe je de oefening LVO aan de hand. Het is aan te raden om bij een jong of een stijf, stug paard de eerste week deze eerste drie oefeningen 2x per dag maximaal 5 minuten te doen. Dus bijvoorbeeld s morgens en aan het eind van de middag: Volgorde 1. Allereerst vraag je het hoofd voorwaarts neerwaarts 2. Vervolgens vraag je het hoofd in stelling, waarbij het lichaam zich gaat buigen 3. Vervolgens vraag je of het paard wil gaan ondertreden in beweging. Steeds als je van hand verandert start je weer in stilstand. Sommige paarden zijn echt heel stijf en stug, dus werk deze paarden kort en verander vaak van hand. Geef de moed niet op. Het kan zijn dat het een paar dagen lijkt of er geen vooruitgang in lijkt te komen, maar oefening baart kunst. Een van nature linksgebogen paard wordt in zijn algemeenheid intensiever rechtsom gewerkt zonder dit te overdrijven. Je kunt bijvoorbeeld in de verhouding 2:1 werken: rechtsom beginnen, dan een keer linksom en nog een keer rechtsom. Dus de moeilijke kant een keertje extra. Eindig de training bij een linksgebogen paard altijd rechtsom, zodat de korte kant op het einde nog een keer gerekt wordt. Voor meer informatie over links- of rechtsgebogen paarden, zie http://www.rechtrichten.com Na enige dagen kun je deze oefening 10 minuten doen en als het paard goed leert draaien naar beide kanten kan met vervolgoefeningen aangevangen worden. 2010 www.kaptoom.nl Pag. 18 van 22
AANDACHTSPUNTEN Zorg dat je het paard in je ene hand vasthebt en het uiteinde van de longe of teugel in je andere hand. Zo kun je met de hand die het paard vast heeft heel sensibel en subtiel werken. Steek NOOIT je vinger door één van de ringen van de kaptoom. Als het paard om wat voor reden dan ook tegen de druk in gaat, kan dit ernstige kwetsuren aan je vinger veroorzaken. Zorg je dat de longe of teugel netjes in slagen vast hebt. Als het paard schrikt en wegschiet kun je de longe anders niet gemakkelijk laten vieren, omdat de longe in de knoop zit. En je hand kan klem komen te zitten. Vraag het hoofd zoveel voorwaarts neerwaarts tot daar waar de onderhals los aanvoelt. Lager hoeft niet, want dan komt het paard teveel op de voorhand. Vraag zoveel stelling dat de lengtebuiging gelijkmatig is. Teveel halsbuiging t.o.v. de lichaamsbuiging kan er voor zorgen dat de balans van het paard verstoord wordt. Vanwege de natuurlijke scheefheid (zie ook http://www.rechtrichten.com ) zal het paard op de ene kant wellicht de neiging hebben om over de buitenschouder te vallen. Het zwaartepunt cq het meeste gewicht zal dan op het buitenvoorbeen komen te liggen, waardoor het paard de cirkel zal willen vergroten. Vanwege de natuurlijke scheefheid zal het paard op de andere kant wellicht teveel naar binnen willen vallen. Het zwaartepunt zal dan op de binnenschouder komen te liggen, waardoor het paard op deze schouder naar binnen valt. Belangrijk is dat het zwaartepunt niet naar een van de twee voorbenen verschuift. Het gewicht moet goed verdeeld blijven over de benen van het paard. Meer uitleg en informatie over de basisoefeningen vind je in de video s die afkomstig zijn van http://www.paardenbegrijpenpremium.nl. 2010 www.kaptoom.nl Pag. 19 van 22
VERVOLGOEFENINGEN Via de voorgaande drie basisoefeningen leert het paard de LVO aan de hand met behulp van de kaptoom. Daarna wordt het paard via de kaptoom aan de longe begeleid in stap, draf en galop. De kaptoom kan vervolgens ondersteunen bij het aanleren van alle dressuuroefeningen, van de volte tot de zijgangen en de piaffe. Via het werk aan de hand kan het paard alle oefeningen aanleren. Door de kaptoom te gebruiken wordt het paard zo min mogelijk in de mond gestoord. Schouderbinnenwaarts Appuyeren Piaffe Alle oefeningen kunnen rijdend vervolmaakt worden. Als het paard al deze oefeningen goed kan uitvoeren, kan de kaptoom indien gewenst vervangen worden door het bit. Als overgangsfase kan een periode zowel met kaptoom als bit gewerkt worden. Mocht een oefening even wat minder gaan, dan kan ook altijd weer teruggevallen worden op de kaptoom. Meer informatie en uitleg over deze oefeningen vind je op http://www.paardenbegrijpenpremium.nl. Veel Succes!! 2010 www.kaptoom.nl Pag. 20 van 22
Het Paarden Begrijpen Premium programma is de innovatieve, multimediale studieomgeving van Paarden Begrijpen. Profiteer nu van de voordelen: Toegang tot de Paarden Begrijpen Premium Website met vele video s, ebooks en webinars Elke week interessante educatie video s Regelmatig nieuwe ebooks en pdf s met waardevolle tips en informatie Twee keer per maand een live-online webinar waarin een thema diepgaand wordt behandeld Eén keer per jaar een Premium Seminar, de gratis studiedag alleen toegankelijk voor leden Toegang tot het Paarden Begrijpen Premium Forum waar je ervaringen kunt uitwisselen met leden Toegang tot de reportages van de buitenlandse studiereizen bij Bent Branderup en Hanna Engström Kortingen en ledenvoordelen op diverse artikelen, cursussen en toekomstige programma s En nog veel meer. Dit Premium programma is interessant voor je, als jij de kennis wil vergaren en de blauwdruk wil ontdekken om de talenten van jou en je paard maximaal te ontplooien. Wil je dat ook, dan raad ik je zeker aan om op de volgende link te klikken: http://www.paardenbegrijpenpremium.nl 2010 www.kaptoom.nl Pag. 21 van 22
Studiepakket Rechtrichten Wil Jij Perfecte Harmonie Bereiken Met Je Paard? Maar is je paard altijd gespannen tijdens het rijden? Wil hij niet afwenden naar één kant? Loopt hij continu te hard of is hij juist niet vooruit te branden? Staakt je paard regelmatig of steigert of bokt hij zelfs? Of is hij steeds teugelkreupel? Dan ben je niet de enige! Als je alles al hebt geprobeerd om de problemen van je paard op te lossen en te horen hebt gekregen dat het wel tussen de oren van het paard zal zitten, dan kunnen de problemen te maken hebben met de natuurlijke scheefheid van het paard. Ontdek nu de oplossing en bestel het studiepakket rechtrichten. Dit studiepakket bestaat uit 2 ebooks van in totaal meer dan 75 pagina s en uit 18 video s van in totaal 1,5 uur. Het zit boordevol waardevolle informatie, tekeningen en foto s en alle ins en outs over de natuurlijke scheefheid en het rechtrichten van paarden. Hiermee kun jij een expert worden in het herkennen van de scheefheden en krijg je alle achtergrondinformatie over het rechtrichten die je nodig hebt om je paard soepeler, sterker en zelfverzekerder te maken. http://www.rechtrichten.com 2010 www.kaptoom.nl Pag. 22 van 22