Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan



Vergelijkbare documenten
Samenvatting Gemeentelijk Rioleringsplan Wormerland. planperiode 2013 t/m 2017

Raadsvoorstel. drs A.J. Ditewig 18 februari januari De raad wordt voorgesteld te besluiten:

Bijlage 3. Doelen functionele eisen en maatstaven

Samenhang en samenvatting vgrp+, Waterplan, BRP

Presentatie GRP Commissievergadering 6 oktober Peter Borkus, Susanne Naberman

Vragen en antwoorden Aanpak Agniesebuurt

Voorstel aan : Gemeenteraad van 14 december 2009 Door tussenkomst

VOORSTEL AAN DE GEMEENTERAAD

12 Hemelwateruitlaat of riooloverstort

Tubbergen o. gemeente. Aan de gemeenteraad. Vergadering: 8 september Nummer: Tubbergen, 28 augustus 2014

Gemeentelijk Riolerings Plan. Toelichting op GRP Kaag en Braassem periode 2014 t/m 2018

Basisopleiding Riolering Module 1

Impressie(informatieavond(rioolvervanging(Straatweg( Datum:(8(september(2015( Opstelling(verslag:(Tineke(van(Oosten(en(Sieb(de(Jong((cgOH)(

Functionele eisen 1. Geen (onaanvaardbaar) gezondheidsrisico. Bescherm volksgezondheid. Beperk overlast en hinder Voorkom schade.

Notitie. Visiedocument GRP/BRP Brummen. 1 Inleiding

Raadsvergadering : 20 juni 2011 Agendanr. 13

Bouwlokalen INFRA. Het riool in Veghel. Veghel in cijfers en beeld (1) Veghel in cijfers en beeld (2) Veghel in cijfers en beeld (3)

Omgang met hemelwater binnen de perceelgrens

Gemeente Bergen Noord-Holland. Gemeentelijke Rioleringsplan Samenvatting. Bergingskelder onder het Pompplein, Egmond aan Zee (2011)

Behorende bij: Raadsvoorstel ter vaststelling van het verbreed gemeentelijk rioleringsplan 5 (vgrp-5)

TOETSING VERBREED GRP

Aan u wordt voorgesteld bijgevoegd verbreed Gemeentelijk RioleringsPlan vast te stellen.

GRP Gemeente Tynaarlo. Naar een nieuw gemeentelijk rioleringsplan.

Uitwerking hemelwaterbeleid gemeente Leeuwarderadeel

Raadsvoorstel Reg. nr : Ag nr. : Datum :

Nieuwe riolering in uw straat

RAADSINFORMATIEBRIEF

F. Buijserd burgemeester

Rioleringsbeheerplan Terschelling

Bijlagen: Gemeentelijk Rioleringsplan , inclusief samenvatting

Van Waterplan naar Watervisie

Bijlage 1 Watertoets en (standaard) waterparagraaf

BIJLAGE 5: WATER- EN RIOLERINGSPLAN

De Veranderende Zorgplicht

ADVIES BURGEMEESTER EN WETHOUDERS. Datum B&W-vergadering : Openbaar Onderwerp : Grondwaterbeleid

Aansluitverordening van de riolering in de gemeente Krimpen aan den IJssel

17 mei Thema avond Gemeentelijk Rioolplan

Raadsstuk. Haarlem. Onderwerp Verbreed Gemeentelijk RioleringsPlan

dat het met name in het buitengebied, wijken met een apart vuilwaterriool en op bedrijventerreinen wenselijk is om dit verbod te laten gelden;

Water- en Rioleringsplan

BERGBEZINKBASSIN (BBB) WEERSELO

Beheerplan Afvalwater, Regenwater en Grondwater

Programma van de avond: vgrp Inwonersbijeenkomst. Positie vgrp5 gemeentebeleid. Even voorstellen. Relaties met beleid / plannen

Gemeentelijk rioleringsplan Leusden

Financiën rioleringszorg gemeente Utrecht

Gemeente Doetinchem. Gemeentelijk Rioleringsplan Doetinchem Witteveen+Bos. van Twickelostraat 2. postbus 233.

Raadsvoorstel Krediet voor de voorbereiding en uitvoering van diverse maatregelen uit het Gemeentelijk Rioleringsplan

Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan

De 'Verordening Rioolaansluiting Gemeente Mook en Middelaar 2017' vast te stellen.

BergBezinkBassin Zie toelichting in begrippenlijst bij bergbezinkbassin.

De uitkomsten van het onderzoek van TAUW en de toetsing aan het huidige beleid, zijn in deze memo samengevat.

Gemeente Boxmeer. AAN de Raad van de gemeente Boxmeer. Boxmeer, 22 april 2008

datum dossiercode Geachte heer / mevrouw R.G. Zuidema,

Gemeentelijk rioleringsplan Zoetermeer

Feiten over de riolering

Bijlage 5 Wateradvies Wetterskip

Aan de gemeenteraad Gemeente Steenwijkerland Vendelweg XE Steenwijk Steenwijk, 19 mei 2009 Nummer voorstel: 2009/58

: gemeente Heerde : Evert de Lange : Rob Boshouwers (DHV), Jasper Timmer (Waterschap Veluwe)

Bijlage 1. Lijst met afkortingen en begrippen

Programma Water en klimaatveranderingen

Stedelijke wateropgave. (van traditionele rioolvervanging

Toetsing waterhuishouding

VOORBLAD RAADSVOORSTEL

MEMO. Datum : 28 januari Aan. Van. Afschrift. : Stedelijke commissie. : Hans van Agteren

Van rioleringszaak naar gemeentelijke watertaak. De Wet gemeentelijke watertaken toegelicht

Gemeentelijk Riolerings Plan

Aanvraag rioolvergunning

Gemeentelijk Rioleringsplan gemeente Brummen

GEMEENTEBLAD. Nr Gemeentelijk Rioleringsplan Schagen

SONENBREUGEL GEMEENTE

SCHRIFTELIJKE VRAGEN AAN HET COLLEGE Nb: vragen en antwoorden worden verzonden aan College, MT en alle raadsleden.

EEN BODEM VOOR WATER

Verordening Eenmalig Rioolaansluitrecht 2015

Inhoudsopgave. 1 Inleiding 4. Gemeentelijk rioleringsplan Den Helder

4 Beleid voor afvalwater, grondwater, hemelwater en oppervlaktewater.

ONDERWERP: Aanpak wateroverlast in Arnhem-noord

Waterparagraaf Heistraat Zoom

Grond- en hemelwaternotitie gemeente Haren

BELEIDSREGEL ONTHEFFING GEMEENTELIJKE ZORGPLICHT STEDELIJK AFVALWATER FLEVOLAND Gedeputeerde Staten van Flevoland,

Voorstel Gemeenteraad VII- C

Wateradvies voor ruimtelijke plannen met een klein waterbelang (korte procedure)

Gemeentelijk rioleringsplan Wijk bij Duurstede

Verbreed GRP Coevorden Planperiode

Managementsamenvatting. Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Valkenswaard

Rioleringsplan Tivolikerk te Eindhoven

GEMEENTEBLAD. Officiële publicatie van Gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude

Verbreed gemeentelijk rioleringsplan Stichtse Vecht

Transcriptie:

Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Periode 2012-2016 Gemeente Schiermonnikoog - Ontwerp GRP - Gemeente Schiermonnikoog Juli 2012 Ontwerp GRP

Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Periode 2012-2016 Gemeente Schiermonnikoog dossier : BA8585 registratienummer : LW-DE20120060 versie : 3 classificatie : Gemeente Schiermonnikoog Juli 2012 Ontwerp GRP DHV B.V. Niets uit dit bestek/drukwerk mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt d.m.v. drukwerk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van DHV B.V., noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Het kwaliteitssysteem van DHV B.V. is gecertificeerd volgens ISO 9001.

INHOUD BLAD 1 INLEIDING 3 1.1 Geldigheidsduur en overleg 3 1.2 Plangebied en relatie met stedelijk watersysteem 3 1.3 Leeswijzer 4 2 EVALUATIE 5 2.1 Evaluatie vorig GRP 5 2.2 Benchmark 2010 6 3 DOELEN HUIDIGE SITUATIE 7 4 INVULLING NIEUWE ZORGPLICHTEN 13 4.1 Hemelwaterzorgplicht 13 4.1.1 Gewenste situatie hemelwater 13 4.1.2 Verantwoordelijkheden 13 4.1.3 Invulling doelmatig afkoppelen 14 4.1.4 Hemelwateroverlast en hemelwaterhinder 14 4.2 Grondwaterzorgplicht 15 4.2.1 Gewenste situatie grondwater 15 4.2.2 Verantwoordelijkheid van burger en gemeente 16 4.2.3 Inzicht grondwater 16 4.2.4 Aanspreekpunt 16 4.2.5 Waterloket 17 5 MAATREGELEN 21 6 MIDDELEN EN KOSTENDEKKING 23 6.1 Personele middelen: te leveren arbeidsinspanning 23 6.2 Financiële middelen: baten en lasten 23 6.3 Kostendekking 24 7 COLOFON 27 BIJLAGEN 1 Begrippenlijst 2 Kostendekkingsplan 3 Reactie waterpartners LW-DE20120060-1 -

LW-DE20120060-2 -

1 INLEIDING Een goed beheer van de riolering is in het belang van de volksgezondheid, het milieu en het zo veel mogelijk voorkomen van wateroverlast. De gemeente Schiermonnikoog heeft de taak dit te bereiken tegen de laagst mogelijk maatschappelijke kosten. Om goede integrale beleidsafwegingen te kunnen maken op het terrein van bodem- en waterkwaliteit, infrastructuur en rioleringszorg, vormt het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) voor de gemeente een belangrijk instrument. Onderhavig plan is het derde GRP van de gemeente Schiermonnikoog en vervangt GRP 2007-2011. Dit is het eerste verbrede GRP (vgrp), waarin naast de afvalwaterzorgplicht ook expliciet de hemelwater- en grondwaterzorgplicht aan bod komen. 1.1 Geldigheidsduur en overleg De geldigheidsduur van voorliggend verbreed GRP is 5 jaar. De planperiode bestrijkt daarmee de periode van 01-01-2012 t/m 31-12-2016. Het GRP richt zich inhoudelijk op een langere periode dan de geldigheidsduur. De grote investeringen en de levensduur van het riool strekken zich immers over een groot aantal jaren uit. Financieel wordt eveneens vooruit gekeken; hoe zal de rioolheffing zich in de toekomst ontwikkelen. Om de doelen te bereiken dient binnen de gemeente afstemming plaats te vinden met bestaande plannen en de visie van diverse gemeentelijke afdelingen. Naast interne afstemming is overleg gevoerd met de volgende instanties bij het opstellen van het GRP: - Provincie Fryslân; - Wetterskip Fryslân. De gemeente Schiermonnikoog en het wetterskip hebben op 16 mei 2012 in een overleg het eerste concept GRP besproken. Mede op basis van de aanvullingen van het wetterskip is het eindconcept opgesteld dat wederom voor een reactie aan het wetterskip is voorgelegd. Zowel de provincie als het wetterskip is om een formele reactie op het ontwerp GRP gevraagd. Van het wetterskip is een reactie op het GRP ontvangen, deze reactie is als bijlage 3 aan dit rapport toegevoegd. Het GRP wordt door de gemeenteraad vastgesteld. Wanneer vaststelling heeft plaatsgevonden wordt een exemplaar van het GRP toegezonden aan genoemde instanties. Daarnaast wordt het GRP ter inzage gelegd. Hiertoe maken Burgemeester en Wethouders de vaststelling bekend in ten minste één dag- of nieuwsblad. 1.2 Plangebied en relatie met stedelijk watersysteem Het plangebied betreft het dorp, de polder en de gebieden waar de zomerhuizen liggen. De gemeentelijke riolering vormt samen met de zuiveringstechnische werken het afvalwatersysteem. Het afvalwatersysteem is een deelsysteem van het totale stedelijk watersysteem. In de volgende figuur is de plek van riolering binnen het stedelijk watersysteem schematisch weergegeven. Het GRP heeft betrekking op het rioolstelsel en het rioleringsbeleid, waarbij rekening wordt gehouden met de bovenliggende en aangrenzende systemen. LW-DE20120060-3 -

Figuur: de positie van riolering binnen het stedelijk watersysteem 1.3 Leeswijzer In hoofdstuk twee wordt de afgelopen planperiode geëvalueerd. In hoofdstuk drie is de huidige situatie getoetst aan de doelstellingen (visie). Hoofdstuk vier beschrijft de consequenties van de verbrede zorgplichten en de keuzes die de gemeente Schiermonnikoog hierin gemaakt heeft. In hoofdstuk vijf worden de benodigde maatregelen in de planperiode aangegeven. Tenslotte staan in hoofdstuk zes de financiële gevolgen van het rioleringsbeleid en de kostendekking beschreven. In bijlage 1 is een begrippenlijst opgenomen. Het is ondoenlijk een GRP te ontdoen van alle technische termen en vakjargon. Om deze reden worden de nog in het GRP opgenomen begrippen nader verklaard. LW-DE20120060-4 -

2 EVALUATIE Dit hoofdstuk geeft een korte beschrijving van de maatregelen die de afgelopen jaren uitgevoerd zijn in het kader van het (afval)watersysteem. 2.1 Evaluatie vorig GRP De laatste woningen zijn aangesloten op de riolering, hiermee is iedere woning voorzien van een rioolaansluiting en wordt al het geproduceerde afvalwater ingezameld. De afgelopen decennia zijn de nodige vuilemissiereducerende maatregelen getroffen, waaronder de aanleg van een tweetal randvoorzieningen en afkoppeling van verhard oppervlak. Hierdoor voldoet de gemeente aan de wettelijke vereisten (de basisinspanning). Of Schiermonnikoog maatregelen zal (moeten) treffen in het kader van het waterkwaliteitsspoor is nog niet bekend. Schiermonnikoog meet aan de riooloverstorten. Het opzetten van een telemetriesysteem wordt momenteel niet geambieerd. Schiermonnikoog vervangt de riolering planmatig, waarbij relining van de buizen ook een serieuze optie is. De inspectiegegevens zijn een belangrijk aspect in de keuze. Na uitvoering van het perceel 2011 is alle riolering geïnspecteerd. Gemeente kent een tweejaarlijkse ronde waarbij iets minder dan de helft van het stelsel gereinigd en geïnspecteerd wordt. De frequentie bedraagt gemiddeld eens per 5 jaar. Uit de inspecties blijkt dat er geen achterstanden zijn met betrekking tot rioolvervangingen. Uit inspectie volgen 5 locaties waar urgent ingrijpen noodzakelijk is. Hiervan zijn er de afgelopen periode reeds drie opgepakt. De twee locaties met grondindringing worden in de komende planperiode meegenomen (Willem Dijkstraat en Gasaustraat). Er zijn weinig klachten over verstoppingen. De gemeente gaat in 2012 de huisaansluitingen op de gemeentesite zetten, zodat bewoners zelf de locatie van het ontstoppingsputje kunnen opzoeken (zonder tussenkomst van een ambtenaar). Het beleid van de gemeente is dat de rekening voor de eigenaar is indien de verstopping gelegen is op particulier terrein. Het blootleggen van de put is een verantwoordelijkheid van de eigenaar. Samenwerking in de afvalwaterketen doet de gemeente met het wetterskip, hiertoe wordt periodiek overleg gevoerd. Samenwerking met andere gemeenten in het kader van de afvalwaterketen is weinig zinvol omdat de eilander situatie nogal afwijkt van de situatie aan de wal. Samenwerking met de andere eilanden is een reële optie en nemen we mee in het VAST verband. Communicatie met de inwoners (en bezoekers) van het eiland vindt plaats middels de wekelijkse nieuwsbrief (bijvoorbeeld wat wel en niet in het riool thuishoort). Daarnaast heeft de gemeente deelgenomen aan de landelijke campagne over goed rioolgebruik. LW-DE20120060-5 -

Uit de evaluatie van de afgelopen planperiode wordt geconcludeerd dat de gemeente Schiermonnikoog het overgrote deel van de geplande activiteiten ook daadwerkelijk uitgevoerd heeft. Uit doelmatigheidsoogpunt (meeliften met andere werken) zijn enkele stelselaanpassingen uitgesteld en de vervanging van drukriolering was uit kwalitatief oogpunt nog niet nodig. - realisatie resterende rioolaansluiting (Badweg): - stelsel aanpassingen (was voor afkoppeling wijk): - vervanging riolering: Martjeland en Vuurtorenpad (200 m): - vervanging drukriolering: - vervanging pompen en gemalen (1 pomp De Monnik): - rioolinspecties: - reinigen stelsels en kolken: - verrichten reparatiewerkzaamheden: - vergunningverlening/controle en handhaving (Milieu): - informeren bewoners over maatregelen: = uitgevoerd = uitgesteld 2.2 Benchmark 2010 Schiermonnikoog heeft in 2010 deelgenomen aan de Benchmark Rioleringszorg van Stichting RIONED. De benchmark is een landelijke prestatievergelijking waarmee gemeenten inzicht geven en krijgen in de kenmerken en prestaties van hun riolering(szorg). Alle (destijds 430) gemeenten namen deel. Uit de benchmark kwam naar voren dat de rioolheffing (in 2010) op een gemiddeld niveau ligt: per meter buis is de heffing 12 (gemiddeld in de regio ligt dat op 11 en voor Nederland geldt een gemiddelde van 13 per m buis). De rioolheffing per aansluiting is gemiddeld voor meerpersoonshuishoudens. De rioolheffing voor eenpersoonshuishoudens is (zeer) laag in vergelijking tot de gemiddelde heffing in Nederland (Schiermonnikoog circa 80, gemiddeld in Nederland voor eenpersoonshuishouden 155, prijspeil 2010). De gemeente inspecteert haar riolering frequent. Dit blijkt ook uit de benchmarkcijfers, waarin Schiermonnikoog goed naar voren komt (gemiddeld in Nederland eens per 10 jaar). Het aantal verstoppingen en gemaalstoringen is iets lager dan gemiddeld. Uit de benchmark volgt geen algemene conclusie of aanbeveling; het is aan de gemeente om lering te trekken uit de vergelijkingsresultaten. Het oordeel van de gemeente is dat er geen alarmerende of direct beïnvloedbare aspecten aan het licht gekomen zijn. Er is dan ook geen aanleiding om het huidige beleid te herzien. LW-DE20120060-6 -

3 DOELEN HUIDIGE SITUATIE Doel 1: Inzameling van het binnen gemeentelijk gebied geproduceerde afvalwater Alle percelen, inclusief vakantiehuisjes, openbare toiletten etc. aangesloten op de riolering. In de gemeente Schiermonnikoog zijn gemengde rioolstelsels en drukriolering aanwezig. Incidentele nieuwbouw wordt aangesloten op de bestaande riolering of drukriolering. Bij nieuwe uitbreidingsplannen wordt een rioolstelsel ontworpen om te zorgen voor een doelmatige inzameling en transport van afvalwater. Uitbreidingsplannen zullen overeenkomstig het beleid van het Wetterskip worden voorzien van een gescheiden of een verbeterd gescheiden rioolstelsel, waarbij schone oppervlakken zoveel mogelijk rechtstreeks zullen lozen. Bij een gescheiden afvoer zal de afvoer van regenwater, dat op verhard oppervlak valt, rechtstreeks plaatsvinden op oppervlaktewater of waar mogelijk worden geïnfiltreerd in de bodem. Zodoende wordt geen relatief schoon water naar de RWZI verpompt. Financiering vindt plaats vanuit de grondexploitatie. Binnen de planperiode 2012 2016 is geen significante uitbreiding van het aantal woningen voorzien. Doel 2: Inzameling van het hemelwater waarvan men zich wenst te ontdoen Bij nieuwbouwprojecten en overige ingrepen in de openbare ruimte (zoals rioolvervanging) streeft de gemeente naar, waar mogelijk, het afkoppelen van verharde oppervlakken, de aanleg van gescheiden rioolstelsels en het direct afvoeren van regenwater naar open water of infiltratie in de bodem. De gemeente koppelt verhard oppervlak af indien dit enerzijds doelmatig is (afweging per project) en anderzijds uit milieuhygiënisch oogpunt gewenst is (voorbeelden zijn: niet-afkoppelen van ongecoate zinken, loden of koperen oppervlakken). Bij nieuwbouw geldt als uitgangspunt niet aankoppelen. Ambitie is om zoveel mogelijk verhard oppervlak af te koppelen om waterhinder en overlast te reduceren (mede als gevolg van de toename van de DWA productie, zie hoofdstuk 4.1.4. Om enigszins te anticiperen op de effecten van klimaatverandering worden nieuwe stelsels gedimensioneerd op bui 9 uit de Leidraad Riolering (standaardbui uit Leidraad Riolering die theoretisch eens in de 5 jaar voorkomt). Doel 3: Transport van ingezamelde afval- en hemelwater naar een geschikt lozingspunt Het derde doel betreft het transport van het ingezamelde afvalwater en regenwater. Om het (afval)water te kunnen transporteren moet het rioolstelsel (de buizen, putten etc.) in goede staat zijn. Doelmatig transport betekent echter ook dat voldoende afvoercapaciteit aanwezig dient te zijn om wateroverlast te voorkomen. Uiteraard dient het ingezamelde water te worden afgevoerd naar een geschikt lozingspunt (ofwel de RWZI of in het geval van regenwaterlozingen een daartoe geschikte infiltratievoorziening of oppervlaktewater). Vuiluitworp uit het rioolstelsel kan optreden als lekkende rioolbuizen boven de grondwaterspiegel liggen. Voornamelijk zal de lekkage optreden bij de verbinding tussen de buizen, of de verbinding van de buis met de put. Ook ernstige scheurvorming en deformatie kan tot lekkage leiden. Wanneer zich lekkage voordoet zal er vervuiling van de grond en dus ook van het grondwater optreden door uittredend rioolwater. Wanneer de buizen onder de grondwaterspiegel liggen, zal in geval van lekkage, grondwater intreden in het rioolstelsel waardoor de RWZI onnodig zwaar wordt belast en zullen er, vanwege de "voorvulling" van het rioolstelsel, eerder overstortingen plaats vinden bij regenval. In de woonwijk Martjeland is de infrastructuur aangelegd voor afkoppeling van het hemelwater. Rioolreparatie, -renovatie en/of rioolvervanging heeft in de afgelopen planperiode plaats gevonden in de Middenstreek (wortelingroei) en Nieuw Dokkum. De komende jaren zal de riolering in de Willem Dijkstraat en de Gasaustraat aangepakt worden (in combinatie met wegreconstructie en afkoppeling). LW-DE20120060-7 -

Vervanging van 150 meter drukriolering (van PVC naar HPE) is eveneens voorzien in de komende planperiode (kosten bedragen 20.000). Hiermee zijn en worden de grootste knelpunten opgelost. Video-inspecties vormen de basis voor het vaststellen van de kwaliteit van de aanwezige riolering. Het gehele stelsel is geïnspecteerd. De inspectiefrequentie is met eens in de 5 jaar relatief hoog in vergelijking met landelijke cijfers. Gezien het aantal inprikpunten van drukriolering, de beperkte lengte van het stelsel (hoge opstartkosten) en de waarde van de informatie, is er voor gekozen deze frequentie te handhaven. Los van bovenstaande aandachtspunten zijn geen grote knelpunten t.a.v. de kwaliteit van de aanwezige riolering geconstateerd. In het kader van het vorige GRP is de hydraulische afvoercapaciteit van het gemeentelijk rioolstelsel gecontroleerd. Hierbij zijn de stelsels getoetst op de gebruikelijke neerslaggebeurtenissen uit de Leidraad Riolering, waarbij geen grote tekortkomingen in hydraulische capaciteit zijn vastgesteld. In de uitgevoerde herberekeningen zijn de ledigingstijden van de stelsels middels de beschikbare pompcapaciteiten gecontroleerd. De ledigingstijd is in alle bemalingsgebieden minder dan 15 uur. Overmatige aanrotting is in de stelsels niet geconstateerd. Onderstaande tabel geeft een overzicht op hoofdlijnen van de gemeentelijke voorzieningen op rioleringsgebied. Voorziening Aantal 2012 Aantal 2006 Toename Hoofdriolering Persriool Perceelaansluitingen Rioolgemalen Minigemalen Overstorten gemengde stelsels Randvoorzieningen 15 km 5,7 km 937 st 2 st 22 st 2 st 2 st 14,4 km 5,2 km 907 st 2 st 20 st 2 st 2 st 0,6 km 0,5 km 30 st 0 st 2 st 0 st 0 st Doel 4: Voorkomen van vuilemissie naar oppervlaktewater, bodem en grondwater De zorg voor een goed en gezond milieu en een prettige leefomgeving staan hoog op de agenda van de gemeente. De zorg voor de riolering wordt dan ook steeds meer gezien vanuit het perspectief van een duurzaam watersysteem. Het rioolstelsel van Schiermonnikoog voldoet aan de referentiewaarde (basisinspanning). Hiertoe zijn het afgelopen decennium de nodige vuilreducerende maatregelen getroffen. Dit betrof de bergbezinkvoorzieningen aan het Mellegrietjespad en de Reeweg en afkoppeling van bestaand afvoerend verhard oppervlak. Het is gewenst om de afgekoppelde oppervlakken goed te registreren t.b.v. een toekomstige herberekening. Bij de betreffende medewerkers is een goed beeld van wat er in de loop der jaren afgekoppeld is, dit is echter nog niet vastgelegd. Wanneer het nieuwe BRP wordt opgesteld, zal een actualisatie van het werkelijk aangesloten oppervlak plaatsvinden (registratie). Drainagewater wordt zoveel mogelijk afgekoppeld van (naar de RWZI afvoerende) riolering. LW-DE20120060-8 -

Exfiltratie vanuit lekke riolen (uittredend rioolwater naar grond(-water)), gelegen boven de grondwaterstand, wordt zoveel mogelijk voorkomen door reparaties uit te voeren. De inspectiefrequentie is hoog, waardoor eventuele nieuwe lekkages / scheuren relatief snel opgemerkt worden. Schiermonnikoog koppelt afvoerend oppervlak af, indien dit doelmatig is. De doelmatigheid wordt per project bekeken. Doel 5: Voorkomen van overlast Calamiteiten zijn onverwachte gebeurtenissen die gevolgen hebben voor het goed-functioneren van het rioleringssysteem en hieraan gerelateerde onderdelen. Een voorbeeld is het bezwijken van een hoofdtransportriool. De gevolgen zijn enerzijds het niet langer goed functioneren van de riolering (blokkade) en anderzijds de gevolgen voor het bovenliggend wegdek (wegverzakking). Mocht het tijdens deze blokkade ook nog eens hard gaan regenen, dan bestaat ook het risico voor wateroverlast en schade (bijvoorbeeld als gevolg van water in woningen). De kans dat zich calamiteiten voordoen dient zo klein mogelijk te zijn om grote overlast en financiële tegenvallers zoveel mogelijk te vermijden en milieuvervuiling te voorkomen. Dit doel heeft raakvlakken met doel 3. Er is geen werkend geautomatiseerd signaleringssysteem voor de gemalen aanwezig; alle gemalen zijn voorzien van een roodlichtmelding (zie nevenstaande foto). Eventuele storingen worden door omwonenden of passanten gemeld. De randvoorzieningen zijn voorbereid voor registratie van overstorthoeveelheden. Hiervan wordt door de gemeente nog geen gebruik gemaakt. De gemeente heeft een eigen storingsdienst. Voor het zuigen van kolken (gemiddeld 2x per jaar) wordt gebruik gemaakt van een kolkenzuiger van de gemeente Dongeradeel. Het vegen van de straten wordt door de gemeente zelf uitgevoerd. De kosten worden in zijn geheel toegerekend aan groen/wegen. Het is onder voorwaarden toegestaan een deel van de kosten van het straatvegen onder het product riolering te schuiven. Het reinigen en inspecteren van de stelsels zal ook de komende planperiode structureel plaatsvinden. Het bestaande budget wordt geactualiseerd op basis van de ervaringen van de afgelopen jaren. Gemalen worden 1x per jaar door Mouse onderhouden. Het dagelijks onderhoud wordt door de gemeente zelf uitgevoerd. Bij het uitvoeren van werkzaamheden aan de riolering wordt zoveel mogelijk getracht de overlast voor burgers en bedrijven beperkt te houden. Door afstemming van weg- en rioleringswerkzaamheden wordt de overlast beperkt, doordat werkzaamheden in één keer worden uitgevoerd. LW-DE20120060-9 -

Doel 6: Doelmatig beheer en goed gebruik van de riolering Rioleringsbeheer is het samenspel van activiteiten dat nodig is om een goed functionerend rioolstelsel in stand te houden. Dit beheer dient plaats te vinden tegen de laagst mogelijke lasten. Gemeente en waterschap treden regelmatig met elkaar in contact. Hierdoor wordt informatie uitgewisseld en wordt beleid afgestemd. Vervanging en renovatie van de riolering wordt binnen de gemeente afgestemd met wegbeheer, groenbeheer en milieu. Indirecte lozingen (vergunning) Met de invoering van de Waterwet en de Wabo is het bevoegd gezag voor indirecte lozingen verschoven van het waterschap naar de gemeente. Indirecte lozingen (vergunningen) zijn per 1-10-2010 opgegaan in de integrale omgevingsvergunning; art2:26 Wabo. Het waterschap houdt echter wel invloed op het onderdeel van de omgevingsvergunning dat betrekking heeft op de indirecte lozing. De gemeente moet voor de indirecte lozingen een bindend advies aanvragen bij het waterschap. In dit bindende advies kan het waterschap voorschriften opnemen met betrekking tot de indirecte lozing. In Dienstverleningsovereenkomsten zijn afspraken gemaakt tussen provincie, gemeenten en waterschappen over de werkwijze en afstemming ten aanzien van de omgevingsvergunning. Indirecte lozingen (melding) De meeste indirecte lozingen door inrichtingen zijn meldingsplichtig in het kader van het Activiteitenbesluit. Deze melding komt binnen bij de gemeente. Hoe de toezicht en handhaving bij melding voor indirecte lozing is geregeld is afhankelijk van de afspraken tussen gemeente en waterschap. Huishoudens hebben geen vergunning of ontheffing nodig om hun afvalwater te lozen. Dat staat in het Besluit lozing afvalwater huishoudens in artikel 2. Volgens dit artikel hebben huishoudens geen vergunning of ontheffing nodig. In de gemeente Schiermonnikoog zijn 50 meldingplichtige en 19 vergunningplichtige bedrijven. Alle vergunningplichtige bedrijven vallen onder het bevoegd gezag van de gemeente. De milieucontroles die door de afdeling Milieu worden uitgevoerd, vinden - afhankelijk van de zwaarte van de inrichting - eenmaal per jaar tot eenmaal per 5 jaar plaats. Wanneer overtreding van de voorschriften wordt geconstateerd neemt de gemeente actie om betreffende overtreding te beëindigen. Voor het overslagstation is de provincie bevoegd gezag. Door het wetterskip is voor dit perceel een vergunning verleend. Voor het effluent van de RWZI is Rijkswaterstaat bevoegd gezag. De gemeente streeft naar een verantwoord materiaal- en ruimtegebruik. De gemeente voert een actief beleid ten aanzien van duurzame ontwikkeling en duurzaam bouwen (dubo) in het bijzonder. Bij reconstructie van wegen en vervanging van riolering worden burgers in de betreffende straat vooraf ingelicht over de uit te voeren werkzaamheden. Ook in de komende planperiode wil de gemeente de omgeving blijven informeren. Dit contact is wenselijk voor een optimaal gebruik van water- en rioolsystemen en het vergroten van het draagvlak voor ingrepen in het systeem en kosten voor rioleringsbeheer. Doel 7: Minimaal voldoen aan de verplichtingen uit de verbrede zorgplichten In de Wet Milieubeheer is beschreven dat iedere gemeente dient te beschikken over een actueel en vastgesteld Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). Een groot verschil met het vorige GRP wordt gevormd door de nieuwe zorgtaken. Het gemeentelijk beleid omtrent deze twee nieuwe zorgplichten (voor grondwater en de inzameling van hemelwater) dient vóór 2013 in het GRP verankerd te zijn. LW-DE20120060-10 -

Binnen de gemeente zijn geen grootschalige problemen m.b.t. het grondwater en / of wateroverlast bekend (zie doel 7). Om aan de minimale eisen uit de verbrede zorgplichten te voldoen worden in de volgende hoofdstukken onder andere een definitie opgenomen van structurele grondwateroverlast, wordt het stappenplan ten aanzien van meldingen en klachten beschreven en wordt een beschrijving gegeven van (hemel)waterhinder en overlast. Besluit lozingen buiten inrichtingen Als gevolg van het inwerking treden van het Besluit lozingen buiten inrichtingen (Blbi) is het uitgangspunt dat riooloverstorten in het GRP opgenomen worden, zie onderstaand kader. Het rioolstelsel van de gemeente Schiermonnikoog bezit 2 overstorten. Kenmerk/putnr. Overstortkenmerk adres Drempelhoogte / stelseltype Loost op: Knelpuntscore WRW methodiek breedte I+II */3013 Reeweg 1.80 / Verbeterd Poldersloot 4 3.50m Gemengd-bbl III/3005 M.Grietjespad 1.85 / Verbeterd Polder-bermsloot 5 2.00m Gemengd-bbl * = overstort I en II zijn samengevoegd tot één overstort en loost via randvoorziening (bbl 186m3); lokaal kenmerk 3013 Nadere gegevens uit de huidige Wvo-vergunning uit 2000: Putnummer Straat/nr. Kadastrale aanduiding X-coördinaat Y- coördinaat 3005 M. Grietjespad B2636 205.956 609.945 3013 Reeweg B2635 206.422 609.900 LW-DE20120060-11 -

De riooloverstorten treden incidenteel in werking. De gevolgen van een riooloverstorting voor het milieu zijn acceptabel. Als gevolg van de verdergaande afkoppeling op Schiermonnikoog zullen overstortingen in de toekomst nog minder frequent voorkomen; dit heeft derhalve een gunstig effect op het milieu. Besluit lozingen buiten inrichtingen In de praktijk werd aan de vergunningplicht voornamelijk invulling gegeven bij lozingen vanuit overstorten. Afgelopen jaren heeft met betrekking daartoe een inhaalslag plaatsgevonden en inmiddels zijn nagenoeg alle overstorten van een watervergunning (voorheen Wvo vergunning) voorzien. De verleende vergunningen vertonen een sterke relatie met de gemeentelijke rioleringsplannen. Immers, in het kader van het gemeentelijk rioleringsplan vindt ook een beoordeling van de milieugevolgen plaats. Gelet daarop is er voor gekozen om in de algemene regels als uitgangspunt te nemen dat lozing uit voorzieningen voor het beheer van afvalwater toegestaan is indien deze voorzieningen voorkomen op het in het gemeentelijk rioleringsplan opgenomen overzicht van de in de gemeente aanwezige voorzieningen voor het beheer van afvalwater en overeenkomstig het bepaalde in het gemeentelijk rioleringsplan zijn uitgevoerd en worden beheerd. Met het door middel van algemene regels reguleren van lozingen vanuit overstorten en andere voorzieningen voor het beheer van afvalwater wordt mede invulling gegeven aan de toezegging van de Staatssecretaris van Verkeer Waterstaat aan de Tweede Kamer (Kamerstukken II, 2007 2008, 30818, nr. 24) dat de lozingen vanuit de rioolstelsels onder de algemene regels zullen worden gebracht. LW-DE20120060-12 -

4 INVULLING NIEUWE ZORGPLICHTEN 4.1 Hemelwaterzorgplicht Invullen van de hemelwaterzorgplicht: doelmatige verwerking van afvloeiend hemelwater De zorg voor hemelwater is door de gemeente reeds grotendeels meegenomen bij het opstellen van het vorige GRP, aangezien de bestaande vrijvervalriolering nu eenmaal naast afvalwater ook (grotendeels) hemelwater afvoert. Hierdoor biedt de gemeente reeds een afvoermogelijkheid voor hemelwater in bestaande situaties. Daarnaast wordt vanuit de Waterwet gevraagd ten aanzien van hemelwater de volgende onderdelen toe te voegen aan het GRP: - Definitie van de verantwoordelijkheid van particulier bij verwerken van hemelwater op eigen perceel; - Definitie van de verantwoordelijkheid van de gemeente bij het verwerken van overtollig hemelwater; - Eventueel voorwaarden (kwantitatief en kwalitatief) aan het door particulieren aangeboden hemelwater. De Waterwet geeft gemeenten een zorgplicht voor doelmatige inzameling en verwerking van hemelwater, dat perceelseigenaren redelijkerwijs niet zelf kunnen verwerken (artikel 3.5 Waterwet). In de oude wetgeving was de gemeente ook al impliciet voor de hemelwaterinzameling verantwoordelijk. 4.1.1 Gewenste situatie hemelwater Hoofddoel van de zorgplicht voor hemelwater is het voorkómen van wateroverlast door de inzameling en het transport (en afvoer), dan wel de (al dan niet lokale) verwerking van hemelwater in stedelijk gebied. Inzamelen en transporteren van hemelwater naar oppervlaktewater of RWZI. Voor de hemelwaterzorgplicht hanteert de gemeente de volgende uitgangspunten: - Afstromend hemelwater is in principe schoon genoeg om zonder behandeling in het milieu terug te brengen; - Perceeleigenaar is primair verantwoordelijk voor de verwerking van hemelwater op eigen terrein; - Gemeente bepaalt tot wanneer redelijkerwijs van de perceeleigenaren gevraagd kan worden om zelf hemelwater te verwerken (infiltreren, tijdelijk bergen); - Vervolgens bepaalt de gemeente via welke voorziening het hemelwater doelmatig kan worden ingezameld; 4.1.2 Verantwoordelijkheden Het is de verantwoordelijkheid van de perceeleigenaar om het hemelwater zo veel mogelijk zelf te verwerken zonder dat dit leidt tot overlast op naastgelegen percelen. Indien het hemelwater door de gemeente wordt ontvangen, is het aan de gemeente om te bepalen hoe het hemelwater wordt verwerkt. Voorbeelden zijn: bergen, transporteren, nuttig toepassen, terugbrengen in bodem of oppervlaktewater of afvoeren naar een RWZI. Bij hemelwater geldt dat lokale lozing van hemelwater in het milieu (al dan niet via een gemeentelijk hemelwatersysteem) de voorkeur geniet boven lozing op een gemengd stelsel. Uiteraard is samenspraak met de waterpartners onontbeerlijk. In bestaand bebouwd gebied met een gemengd stelsel zijn de mogelijkheden voor perceeleigenaren om het hemelwater zélf te verwerken niet altijd aanwezig. Bijvoorbeeld omdat er geen oppervlaktewater is of de infiltratiemogelijkheden (ruimte) en capaciteit (opname bodem) beperkt zijn. Wanneer perceeleigenaren géén ingrepen doen aan de woning of bijgebouwen (bijbouw, sloop, herbouw, etc) is het LW-DE20120060-13 -

zonder directe aanleiding (zoals wijkgerichte afkoppeling met specifiek doel) niet redelijk om van perceelseigenaren te verlangen dat zij het hemelwater zelf verwerken. Bij een toename van verhard oppervlak wordt de perceeleigenaar verplicht zorg te dragen voor de hemelwaterbehandeling. Bij nieuwbouw is de perceelseigenaar verplicht zelf het hemelwater gescheiden aan te leveren, te bergen, naar oppervlaktewater af te voeren, of te infiltreren. 4.1.3 Invulling doelmatig afkoppelen Schiermonnikoog koppelt verhard oppervlak af indien dit doelmatig is. Bij vervangingen en uitbreiding- en inbreidingsprojecten is afkoppelen een optie die overwogen wordt. Dat wil zeggen dat wordt gekozen voor afkoppelen, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om hiervan af te zien. Bij de afweging worden de volgende uitgangspunten beschouwd: - afkoppelen en de afvoer van het vrijkomende hemelwater naar voorzieningen, anders dan het afvalwaterriool, moet een meerwaarde bieden ten opzichte van het bestaande systeem en andere alternatieven; - afkoppelen mag niet leiden tot overbelasting van het oppervlaktewater; - afkoppelen mag niet leiden tot een verschuiving van problemen (met name richting het beheer van de voorzieningen) en geen grote risico s met zich brengen ten aanzien van (oppervlakte) waterverontreiniging. - de toegepaste hemelwatersystemen moeten goed beheerbaar zijn; - meerkosten voor gescheiden riolering mogen niet meer dan circa 20,- per vierkante meter bedragen. Voor gemeentelijke afkoppelprojecten worden geen extra investeringsbedragen gereserveerd. De kosten worden gedekt uit de rioolvervangingsbudgetten. 4.1.4 Hemelwateroverlast en hemelwaterhinder Klimaatverandering Het KNMI stelt dat Nederland als gevolg van het broeikasaffect warmer is geworden en met meer hevige regenval te maken heeft gekregen en gaat krijgen. In het rapport De toestand van het Klimaat 2008 staat dat het klimaat in Nederland sneller verandert dan verwacht. De zomers worden natter en de (onweers)buien heviger. Er kunnen lokaal grote neerslagverschillen optreden. Het beeld is dat er op Schiermonnikoog minder vaak extreem intensieve zomerbuien voorkomen (waaien vaak over), maar dat langdurige najaarsbuien wel relatief vaak voorkomen. Het beleid van de gemeente Schiermonnikoog is er op gericht dat het hemelwater dat in het stedelijk gebied valt, zo min mogelijk wateroverlast veroorzaakt. Onder wateroverlast kan verstaan worden: economische schade, (verkeers)onveiligheid, verminderde leefbaarheid en risico s voor de volksgezondheid. Allereerst moet duidelijk zijn wat wij onder wateroverlast verstaan (onderscheid in wateroverlast en waterhinder). De afvoercapaciteit van rioolstelsels is en blijft beperkt, waardoor water-op-straat tijdens hevige neerslag onvermijdelijk is. (Regen)water op straat bij zeer zware buien is zelfs een van de ontwerpcriteria bij nieuwe regenwaterstelsels. Schiermonnikoog spreekt van regen- of afvalwaterwateroverlast indien: - water afkomstig uit een (gemengd) rioolstelsel langer dan vier uur op straat staat óf indien dit in ernstige mate stinkt en / of er veel toiletpapier en andere visuele verontreinigingen in aanwezig zijn (volksgezondheidsrisico). - water via de straat huizen of gebouwen instroomt; - water overloopt uit toiletten of andere lozingpunten; - water langer dan vier uur hinder oplevert voor het verkeer (gemotoriseerd, fietsers en voetgangers), dan wel doorgaande (ontsluitings)wegen gedurende meer dan twee uur blokkeert. LW-DE20120060-14 -

Wanneer water-op-straat niet tot wateroverlast leidt, is het binnen grenzen acceptabel. Incidenteel mag er water-op-straat staan bij verkeersknooppunten en het mag vaker voorkomen dat er water-op-straat staat bij woningen, maar niet ín een woning. Vaak is water op straat kortdurend van aard en leidt dit niet tot noemenswaardige hinder of schade. Bewoners accepteren water-op-straat wanneer het extreem regent of geregend heeft en dit incidenteel vóórkomt, maar de acceptatie is aan grenzen gebonden. Waar deze grens ligt en in welke gevallen er sprake is van hinder of overlast hangt enerzijds af van de frequentie en locatie van water op straat en anderzijds van de gevolgen. Burgers moeten (leren) accepteren dat er als gevolg van klimaatverandering vaker sprake kan zijn van hevige neerslag en dat dit gepaard kan gaan met waterhinder. Voorbeelden van hinder zijn: water op straat, tussen de banden, onder drempelniveau (dat niet of slechts in beperkte mate stinkt en/of geen of in beperkte mate verontreinigingen achterlaat), ondergelopen achterpaden of tuinen. Dit kan overlast worden wanneer de hinder meerdere uren aanhoudt. Op Schiermonnikoog komt incidenteel waterhinder voor. Dit is kortdurend van aard en levert geen noemenswaardige overlast op. De ambitie is om zoveel mogelijk verhard oppervlak (doelmatig) af te koppelen. De reden is dat de DWA productie sterk is toegenomen de afgelopen decennia, waardoor de vulling van het stelsel tijdens droge omstandigheden eveneens groter is. Een voorbeeld is de riolering ter plaatse van Karrepad; tijdens droge omstandigheden is het riool bovengemiddeld gevuld met DWA. Neerslag kan in deze gevallen eerder leiden tot (verdund) afvalwater op straat en dus hinder. 4.2 Grondwaterzorgplicht Invullen van de grondwaterzorgplicht De grondwaterzorgplicht is nieuw. Voor de grondwaterzorg had Schiermonnikoog nog geen beleid geformuleerd. Vanuit de Waterwet wordt van de gemeente gevraagd in het beleid duidelijkheid te geven op de volgende punten: - Definiëren van de verantwoordelijkheid van de particulier bij het bestrijden van grondwateroverlast op eigen perceel; - Stellen van voorwaarden bij aanbieden van grondwater dat de particulier niet redelijkerwijs op zijn eigen terrein kan verwerken (overtollig grondwater); - Aangeven wanneer overtollig grondwater valt onder de gemeentelijke zorgplicht. Allereerst de vraag: wat wordt verstaan onder grondwater. Grondwater is dat water dat zich bevindt in de verzadigde zone (regenwater dat infiltreert wordt grondwater zodra het de verzadigde zone (=grondwaterstand) bereikt heeft). 4.2.1 Gewenste situatie grondwater Voorkomen dat de grondwaterstand structureel nadelige gevolgen heeft voor de bestemming van een grond. Er zijn geen locaties bekend waar structurele grondwateroverlast voorkomt. Een belangrijke rol van de gemeente voor deze zorgplicht is die van aanspreekpunt voor burgers en regisseur bij het oplossen van grondwaterproblemen. Concreet betekent de zorgplicht voor grondwater het volgende: LW-DE20120060-15 -

1) De eerste verantwoordelijkheid bij grondwaterproblemen ligt bij de perceeleigenaar; 2) De gemeente is het eerste aanspreekpunt voor de burger bij structurele grondwaterproblemen; 3) Daarna is het een samenspel van particulieren, gemeenten, waterschappen en provincies; 4) De gemeente treedt op als regisseur bij grondwaterproblemen; 5) De gemeente is niet verantwoordelijk en aansprakelijk voor de grondwaterstand; 6) De zorgplicht werkt niet met terugwerkende kracht en het leidt niet tot aansprakelijkheid voor schadesituaties uit het verleden; 7) De grondwaterzorgplicht is alleen van toepassing op de kwantiteit; 8) De grondwaterzorgplicht is een inspanningsverplichting en geen resultaatsverplichting. Het oplossen van een grondwaterprobleem is dus een samenspel van particulieren, de gemeente, het wetterskip (peilbeheer) en de provincie (beheer diepere grondwater). 4.2.2 Verantwoordelijkheid van burger en gemeente De gemeentelijke zorgplicht is van toepassing op de openbare ruimte in het bebouwd gebied, dus vanaf de perceelsgrens. De particulier is verantwoordelijk voor maatregelen op eigen terrein. De zorgplicht gaat niet zover dat de gemeente ook maatregelen moeten nemen op percelen die in particulier eigendom zijn. Eigenaren dienen zelf te zorgen voor een goede staat van hun percelen en gebouwen. Indien nodig moeten zij zelf waterhuishoudkundige en/of bouwkundige maatregelen treffen. In sommige gevallen kan de gemeente maatregelen nemen in de openbare ruimte om grondwateroverlast op percelen te voorkomen. Wanneer andere werkzaamheden door en binnen de gemeente leiden tot een grondwaterstandverhoging en tot problemen in gebouwen, dan heeft de gemeente de taak de particulieren te waarschuwen en compenserende maatregelen te treffen. Tevens is het de taak van de gemeente om hieraan gerelateerde klachten adequaat af te handelen. De gemeente biedt perceeleigenaren de mogelijkheid om overtollig grondwater af te voeren mits dit doelmatig is. Indien een perceeleigenaar overlast ondervindt van grondwater, en andere (bouwkundige) maatregelen of ingrepen niet afdoende zijn, kan het overtollige grondwater onder voorwaarden geloosd worden op oppervlaktewater of hemelwaterriolering. Indien dit niet mogelijk is, dient in overleg met gemeente en wetterskip, toestemming gevraagd te worden om te lozen op de gemengde riolering. Lozing van grondwater op het drukriool is in geen geval toegestaan. 4.2.3 Inzicht grondwater De gemeente bezit geen eigen peilbuizen. Indien daar aanleiding voor is kan voor (tijdelijke, incidentele) metingen gebruik gemaakt worden van de aanwezige brandputten. De gemeente is van mening dat het niet doelmatig is om te investeren in een grondwatermeetnet, gezien het feit dat er op dit moment geen grondwateroverlast bekend is op Schiermonnikoog. 4.2.4 Aanspreekpunt De gemeenten zijn het aanspreekpunt / loket (lees: aanspreekbaar, niet aansprakelijk) voor problemen met grondwater. Bij dit loket kunnen perceelseigenaren terecht voor vragen en klachten. De gemeente zorgt voor de afwikkeling en voeren achter de schermen overleg met de verantwoordelijke instanties. Ook het waterschap en de provincie zijn verantwoordelijk voor het grondwater. De provincie is in principe verantwoordelijk voor het diepere grondwater, het waterschap voor het peilbeheer. De gemeente is geen (grond)waterbeheerder en de zorgplicht geeft geen specifieke bevoegdheden binnen de verplichting. De gemeente heeft wel een ontwateringstaak om goed (functioneel) gebruik van bebouwd gebied mogelijk te maken en daartoe heeft ze diverse instrumenten tot haar beschikking. LW-DE20120060-16 -

4.2.5 Waterloket Een werkgroep van samenwerkende gemeenten en het wetterskip werken aan een draaiboek voor een waterloket. Naar verwachting is het draaiboek eind 2012 gereed. Schiermonnikoog zal het draaiboek hanteren om wellicht beter invulling te kunnen geven aan haar waterloketfunctie. Het waterloket geeft inwoners de mogelijkheid gericht vragen te stellen of klachten in te dienen over grondwater, hemelwater en afvalwater. Wettelijk heeft de gemeente drie functies ten aanzien van haar loketfunctie water. 1. De gemeente is het aanspreekpunt wat betreft riolering en (grond)water in de stad. Bij elke gemeente moet een mogelijkheid bestaan om vragen of klachten over dit onderwerp te melden. Meestal heeft een gemeente hier een meldlijn voor ingericht in de vorm van een telefoonnummer en/of emailadres. 2. Sinds de inwerkingtreding van de Waterwet is de gemeente frontoffice voor de aanvraag van een watervergunning. Elke watervergunning-aanvrager kan bij de gemeente zijn aanvraag of melding indienen, ongeacht of de gemeente bevoegd gezag is voor deze vergunning. De gemeente dient zorg te dragen voor het doorsturen van de aanvraag of melding naar het desbetreffende bevoegd gezag (Rijkswaterstaat, provincie of waterschap). 3. De Waterwet stelt de gemeenten verplicht, daar waar zich overlast voordoet met grond- en of hemelwater, aan te kunnen tonen (door middel van metingen) wat en hoe groot de overlast is. Watervergunning De Waterwet voegt acht bestaande waterbeheerwetten samen. In de Waterwet gaan zes vergunningen uit eerdere wetten op in één watervergunning. De watervergunning kan bij de gemeente maar ook rechtstreeks bij het bevoegd gezag worden aangevraagd. Als ook een omgevingsvergunning nodig is, kan die samen met de watervergunning bij hetzelfde loket worden aangevraagd. De gemeente zorgt vervolgens voor de doorzending naar de juiste bevoegde instantie. De gemeente kan zelf geen bevoegd gezag zijn voor de watervergunning. Schiermonnikoog en het wetterskip maken werkafspraken over afhandeling van watervergunningaanvragen. Meldingen en klachten ten aanzien van grondwater worden aangepakt volgens het volgende stappenplan: Tabel 1 Stappenplan beoordelen meldingen van grondwateroverlast Stap Actie Toelichting 1 Ontvangst klachten/meldingen Vastleggen in systeem 2 1 e beoordeling van klacht: mogelijk grondwater gerelateerd of niet? Indien nodig melding laten afhandelen door waterschap of provincie 3 a. Beoordelen of er werkelijke schade/overlast optreedt Bezoek ter plaatse b. Toetsen grondwaterstanden aan gewenste grondwaterstand = mv - gewenste ontwateringsdiepte (zie tabel 2) Indien op basis van 3a en b de melding als overlast wordt beoordeeld: 4 Beoordelen of gewenste grondwaterstand structureel wordt overschreden Onderzoeken lokale situatie in beeld brengen door verzamelen gegevens en eventuele aanvullende metingen. 5 Beoordelen of, en zo ja, welke maatregelen er op de korte en lange termijn genomen moeten worden. Maken doelmatigheidsafweging en plannen van eventuele maatregelen. LW-DE20120060-17 -

Tabel 2 Gewenste ontwateringsdieptes in de openbare ruimte (gemeentelijke verantwoordelijkheid) Bestemming Gewenste ontwateringsdiepte (ontwerp normen bij GGW) [m mv] Kabels en leidingen 0,60 Primaire wegen 1,00 Secundaire wegen 0,70 Tuinen, plantsoenen, parken en sportvelden 0,50 De regisseursfunctie van de gemeente verplicht de gemeente tot het in ontvangst nemen van klachten met betrekking tot (grond)wateroverlast en het zorgvuldig afhandelen hiervan. Dit betekent echter niet dat de gemeente ook verantwoordelijk is voor het oplossen van de ondervonden overlast. De grondwaterzorgplicht geeft de eigenaar de verantwoordelijkheid voor het eigen terrein. Net als de particulier op eigen perceel is de ook de gemeente als eigenaar en beheerder verantwoordelijk voor de openbare ruimte. Indien afwijkende grondwaterstanden in de openbare ruimte aantoonbaar leiden tot overlast aan de bestemming van omliggende percelen, treedt de gemeentelijke zorgplicht in werking. Er zal dan in overleg met de particulier naar een doelmatige oplossing binnen redelijke termijn moeten worden gezocht. Hierbij houdt ook de particulier zijn eigen verantwoordelijkheden om te voldoen aan de geldende bouwkundige eisen en het nemen van maatregelen om zich te ontdoen van overtollig hemel- en grondwater op eigen terrein. De gemeente is bovendien op basis van de grondwaterzorgplicht nadrukkelijk geen peilbeheerder van het grondwater geworden, wat betekent dat de grondwaterstand incidenteel hoog kan zijn. Pas als er structureel sprake is van overlast zoals hierboven beschreven zal de zorgplicht van toepassing kunnen zijn. Tenslotte wordt ingegaan op de definitie van structurele grondwateroverlast. Bovenstaand zijn de gewenste ontwateringsdieptes aangegeven. Een overschrijding van deze wens hoeft geenszins te leiden tot overlast en zeker niet tot enige vorm van aansprakelijkheid. Voorgesteld wordt onderstaande definitie op te nemen voor structurele grondwateroverlast. Er is in dat geval sprake van: a) Minimaal één op de vijf woningen in een straat ondervinden overlast en hebben dit gemeld via het waterloket van de gemeente en b) De ontwateringsdiepte is minder dan 0,60 meter minus maaiveld (gemiddelde tussen ontwateringsdiepte woningen met en zonder kruipruimte) en deze waarde wordt meer dan 30 achtereenvolgende dagen gemeten. c) Er sprake is van aantoonbare schade als gevolg van de overlast en dit niet te wijten is aan bouwkundige gebreken (zoals het niet waterdicht zijn van kelders). d) Daarnaast heeft deze definitie betrekking op het stedelijk gebied, te weten het gebied binnen de bebouwde kommen (aangezien de gemeente geen invloed heeft op het grondwaterregime in het buitengebied). De gemeente Schiermonnikoog werkt met een klachtenregistratiesysteem. Klachten worden adequaat opgenomen en zo spoedig mogelijk afgehandeld. Informatie over het waterloket kan op de bestaande site worden gezet (zie onderstaande figuur). LW-DE20120060-18 -

De inwoners op Schiermonnikoog kennen elkaar en weten de gemeente goed te vinden. Het is om deze reden niet nodig om los van bovenstaande vermelding, aparte loketten of telefoonnummers in het leven te roepen. Voorstel aanvulling extra regel voor het Waterloket: Aanvullen met Waterloket voor vragen over (grond)water, riolering, storingen en de watervergunning. LW-DE20120060-19 -

LW-DE20120060-20 -

5 MAATREGELEN Een overzicht van de in de planperiode te verrichten activiteiten en te treffen maatregelen met bijbehorende kosten en planning zijn opgenomen in onderstaande tabellen. Onderscheiden worden rioleringsmaatregelen en exploitatie van het rioolstelsel (prijspeil 2012, exclusief BTW). Tabel 5.1 Activiteiten en maatregelen GRP (exclusief BTW) Nummer Doel Maatregel Kosten Jaar 01 3 Rioolvervanging Willem Dijkstraat en Gasaustraat 337.848 2016-2018 02 3 Rioolvervangingen (overig) 0 2012-2016 03 3 Vervangen drukriolering: 150 m De Monnik 20.000 2014 04 3 Vervangen pompen en gemalen 28.154 2012-2016 Alle vervangingsinvesteringen zijn met 12,62% verhoogd ten opzichte van het vorige GRP (conform afspraak financiën, te weten 2,0% per jaar). Uitzondering zijn de kosten voor de vervanging van vrijvervalriolering. Deze zijn opnieuw berekend tegen een gemiddelde vervangingsprijs van 450 per m1 exclusief btw. Tabel 2 Exploitatie riolering (exclusief BTW) Nummer Doel Maatregel Kosten Jaar 07 3/4/5 Rioolinspectie frequentie continueren 6.250 jaarlijks 08 7 Deelname Benchmark Rioleringszorg 2013 (uren) in exploitatie 2013 09 2 Registratie afgekoppelde oppervlakken in exploitatie continue 10 1-7 Actualiseren BRP (15 jaarlijks), aanvullende post 15.000 2015 11 1-7 Opstellen GRP 4 (5 jaarlijks), aanvullende post 10.000 2016 12 1/2/4 Huisaansluitingen op gemeentesite aanbieden in exploitatie 2012 13 2/3/5 Optie: deel straatveegkosten opnemen 14 3/4/5 Verrichten van reparatiewerkzaamheden in exploitatie jaarlijks 15 6/7 Vergunningverlening/controle/handhaving in exploitatie jaarlijks 16 6/7 Informeren bewoners over maatregelen/zorgplichten in exploitatie 2013 LW-DE20120060-21 -

LW-DE20120060-22 -

6 MIDDELEN EN KOSTENDEKKING 6.1 Personele middelen: te leveren arbeidsinspanning Er bestaan bij de gemeente momenteel geen knelpunten ten aanzien van de personele bezetting, ondanks de beperkte capaciteit van de binnendienstformatie (volgt ook uit de benchmark 2010). Bij de buitendienst is de benodigde arbeidsinspanning voor uitvoering van de taken in evenwicht met de beschikbare bezetting. Wel is de totale capaciteit kwetsbaar als gevolg van een kleine bezetting. De gemeente laat om deze reden een groot aantal maatregelen en onderzoeken door externe partijen (commercieel of niet-commercieel) uitvoeren. Te denken valt aan het bijwerken van revisies en planontwikkeling (commercieel) en ambtelijke samenwerking met Dongeradeel (niet-commercieel). 6.2 Financiële middelen: baten en lasten Rioolvervanging De uitgaven voor rioolvervangingen zijn gebaseerd op de vervangingsinvesteringen zoals gegenereerd met het rioleringsbeheersysteem. Deze kosten zijn gebaseerd op het restlevensduurmodel zoals opgenomen in het beheersysteem. Uitwerking van een detailplanning voor vervanging zal plaatsvinden in een op te stellen operationeel plan (meerjarenbegroting). De kosten voor de vervanging van riolering worden in het kostendekkingsplan ingevoerd als te activeren investeringen. In de planperiode wordt alleen de riolering in de Willem Dijkstraat en Gasaustraat vervangen. Onderstaande grafiek toont de vervangingskosten in de periode tot en met 2069. De echte piek bevindt zich rond 2060-2067. De kosten zijn exclusief BTW en prijspeil 2012 (RIONED, 450 per m 1, de gemiddelde prijs voor een buis Ø300-Ø400), geen eiland-opslag toegepast aangezien dat voorheen ook niet gedaan werd en de budgetten volstaan). kosten 600,000 500,000 400,000 300,000 200,000 100,000 0 Rioolvervangingskosten (exclusief BTW) 2016 2020 2024 2030 2034 2036 2040 2042 2044 2047 2049 jaar 2051 2053 2055 2057 2059 2062 2064 2066 2068 2072 Vervanging drukriolering, pompen en gemalen en randvoorzieningen In de beschouwde periode voor het kostendekkingsplan 2012 2072 dient rekening te worden gehouden met de vervanging van drukriolering en randvoorzieningen. De kosten hiervoor zijn meegenomen in de kostendekkingsberekening. Deze kosten worden in het kostendekkingsplan te activeren investeringen LW-DE20120060-23 -

beschouwd. Onderscheid wordt gemaakt in elektrisch/mechanische onderdelen (afschrijven in 20 jaar) en bouwkundige onderdelen (afschrijven in 40 jaar), zie bijlage 2. Lopende kapitaalslasten In het kostendekkingsplan wordt rekening gehouden met de lopende kapitaallasten (en de daarbij horende btw-component van 19%). Een overzicht van de (af)lopende kapitaallasten is in onderstaande grafiek weergegeven. 180,000 160,000 140,000 120,000 BTW-component ( over boekwaarde en rente) 100,000 Lopende kapitaallast 80,000 60,000 40,000 20,000 0 2012 2014 2016 2018 2020 2022 2024 2026 2028 2030 2032 2034 2036 2038 2040 2042 2044 2046 2048 2050 2052 2054 2056 2058 2060 Exploitatielasten In dit GRP wordt rekening gehouden met een jaarlijkse exploitatie van 80.381,-- (prijspeil 2012, exclusief BTW). Dit bedrag is samengesteld op basis van de gemeentebegroting voor 2012, daarnaast is 5 jaarlijks (vanaf 2016) een bedrag van 10.000 in de exploitatie opgenomen voor het opnieuw opstellen van een GRP en 15 jaarlijks (vanaf 2015) een bedrag van 15.000 voor herberekeningen van het stelsel (BRP). Ook de BTW-component van deze bedragen is meegenomen in de berekening. 6.3 Kostendekking In de opgestelde kostendekkingsberekening is de periode 2012 t/m 2072 beschouwd. Voor de vervangingsinvesteringen zijn de toekomstige kapitaallasten voor riolen en de rioolgemalen berekend op basis van annuïteiten leningen met een looptijd van 40 jaar (uitzondering is mechanisch/elektrische onderdelen van pompen en gemalen, deze zijn op 20 jaar gezet). Als rentepercentage is hierbij 4,5 % gehanteerd. De rente- en afschrijvingskosten gaan lopen vanaf het jaar nadat de investering heeft plaatsgevonden (dan wel: het jaar nadat de werkzaamheden zijn gestart). De gemeente beschikt over een egalisatiereserve van 325.750 (stand 31-12-2011). Dit bedrag wordt de komende jaren gebruikt om een 100% kostendekkendheid te bereiken zonder verdere stijgingen van de rioolheffing door te hoeven voeren (los van de geprognosticeerde stijging). Op het moment dat de heffing kostendekkend is wordt een Voorziening in het leven geroepen. Deze voorziening dient voor de directe bekostiging van vervangingen, waardoor minder hoge (nieuwe) kapitaallasten ontstaan. De komende jaren is dat echter nog niet het geval en zullen alle investeringen (vervangingen) volledig geactiveerd worden. Over de rente en boekwaarde wordt BTW berekend. LW-DE20120060-24 -

Rente opbrengsten van tegoeden in de toekomstige voorziening zijn niet meegenomen in de kostendekkingsberekening (niet toegestaan conform richtlijnen BBV). Zoals aangegeven wordt de BTW (apart) toegerekend. Als gevolg van het Lenteakkoord (mei 2012) zal de BTW met ingang van 1 oktober 2012 worden verhoogd van 19% naar 21%. In de rioolheffingsberekeningen wordt vanaf het boekjaar 2013 rekening gehouden met 21% BTW (berekend is dat het effect van de BTW-verhoging uiteindelijk leidt tot een circa 17,- hogere rioolheffing per heffingseenheid per jaar). Het aantal eigendommen waarvoor door gebruikers in 2012 rioolheffing werd betaald bedroeg 1.223 stuks. Er wordt geen rekening gehouden met een verdere stijging van het aantal heffingseenheden. Het tarief van het rioolrecht voor 2012 bedraagt gemiddeld 168,44 per heffingseenheid. Het totaal aan inkomsten uit het rioolrecht bedraagt hiermee in 2012 206.000,-- Er wordt een gedifferentieerde rioolheffing geheven op basis van het drinkwaterverbruik. Hierbij is onderscheid aangebracht in een vast en een variabel deel. Voor een blijvend kostendekkende rioolheffing dient het huidige gemiddelde tarief van 168,44 te worden verhoogd. Om het saldo t/m 2072 positief te houden dient hiervoor het tarief in 2013 en 2014 met 3,7% verhoogd te worden. De stijging is lager dan de prognose in het vorige GRP à 5,8% per jaar, met dien verstande dat de stijging van 3,7% exclusief indexatie is, maar inclusief de BTW-verhoging naar 21%. In de periode 2015 t/m 2024 is een verdere stijging van iets meer dan 1,7% per jaar benodigd. Vanaf 2025 is de heffing kostendekkend en zijn er geen verdere stijgingen nodig. De uiteindelijke heffing bedraagt 214,52 (constant, exclusief jaarlijkse indexatie). Landelijk gezien is dit laag. Onderstaande grafiek toont de benodigde heffing, bestaande uit de basisheffing en het heffingstekort. Het oppervlak van de rode staven (heffingstekort) komt overeen met circa 325.750 (de stand van de egalisatiereserve). [Euro/jaar] 252 Basisheffing + heffingtekort = benodigde heffing heffingtekort basisheffing 168 84-2012 2014 2016 2018 2020 2022 2024 2026 2028 2030 2032 2034 2036 2038 2040 2042 2044 2046 2048 2050 2052 2054 2056 2058 2060 2062 2064 2066 2068 2070 2072 LW-DE20120060-25 -

Aangegeven is dat de reserve een stand heeft van afgerond 325.00 (exact 325.750 op peildatum 31-12-2011). De reserve wordt ingezet om de rioolheffing de komende jaren niet sneller te laten stijgen dan strikt noodzakelijk. Onderstaande grafiek toont de afname van de bestaande reserve. Op het moment dat de reserve nul is, is de rioolheffing kostendekkend. Op dat moment wordt er een voorziening in het leven geroepen 1. stand reserve 350,000 300,000 250,000 200,000 150,000 100,000 50,000-325,000 285,455 251,322 225,165 182,437 150,506 126,857 90,444 51,432 33,932 10,741 4,768 2,394 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 jaar De toekomstige voorziening wordt ingezet om vervangingsinvesteringen zo veel mogelijk direct af te boeken, onderstaande grafiek laat de stand van de voorziening per jaar zien. Te zien valt dat er een buffer opgebouwd wordt en dat deze vervolgens (bij toename van de lasten) leeggetrokken wordt. [Euro] Saldoverloop methode 2: sparen en afboeken 700,000 600,000 500,000 400,000 300,000 200,000 100,000-2012 2014 2016 2018 2020 2022 2024 2026 2028 2030 2032 2034 2036 2038 2040 2042 2044 2046 2048 2050 2052 2054 2056 2058 2060 2062 2064 2066 2068 2070 2072 1 Uit een voorziening kunnen gespaarde bedragen onttrokken worden om vervangingsinvesteringen direct af te boeken. LW-DE20120060-26 -

7 COLOFON Gemeente Schiermonnikoog/Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan LW-DE20120060 Opdrachtgever : Gemeente Schiermonnikoog Project : Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Dossier : BA8585 Omvang rapport : 27 pagina's Auteur : Marco de Kraker Bijdrage : Kees Boer, Wytze Visser (gemeente Schiermonnikoog) Interne controle : Evert de Lange Projectleider : Marco de Kraker Projectmanager : Marco Piët Datum : 5 juli 2012 Naam/Paraaf : LW-DE20120060-27 -

Verlengde Kazernestraat 7 7417 ZA Deventer Postbus 927 7400 AX Deventer T (0570) 63 93 00 F (0570) 63 93 01 E deventer@dhv.com www.dhv.com

BIJLAGE 1 Begrippenlijst Gemeente Schiermonnikoog/Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan bijlage 1 LW-DE20120060-1 -

Gemeente Schiermonnikoog/Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan bijlage 1 LW-DE20120060-2 -

Afkoppelen Afvalwater Afvalwatersysteem Basisinspanning Basisrioleringsplan Bemalingsgebied Bergebezinkbassin (BBB) Berging Droogweerafvoer (dwa) Drukriolering Emissiespoor Externe overstort Gemengd rioolstelsel Gescheiden rioolstelsel Gemeentelijk Rioleringsplan Het hemelwater, afkomstig van verhard oppervlak, niet langer lozen op de riolering, maar op een andere wijze verwerken (hergebruik, infiltratie, lozing op oppervlaktewater). Verontreinigd water dat wordt geloosd door huishoudens, bedrijven en instellingen. Stelsel via welke uitsluitend afvalwater wordt ingezameld en afgevoerd. Ook wel dwa-stelsel of vuilwaterstelsel genoemd. De minimumeisen waaraan een rioolstelsel moet voldoen op het gebied van berging (inclusief randvoorzieningen) en pompovercapaciteit. De richtlijnen worden door de waterkwaliteitsbeheerder vastgesteld. Plan waarin op gedetailleerde wijze wordt aangegeven hoe de inzameling en afvoer van afvalwater en neerslag binnen een bepaald gebied dient te geschieden. Een gebied dat door één rioolgemaal wordt bemalen. Bij drukriolering het totale gebied dat op het systeem van pompputjes is aangesloten. Vuilreducerende randvoorziening met zowel een bergings- als een bezinkingsfunctie, in de vorm van een betonnen bassin, gelegen achter de overstorten. Nuttige inhoud van een rioolstelsel uitgedrukt in m3, of uitgedrukt in relatie tot het aangesloten afvoerend oppervlak (mm). Onderscheid wordt gemaakt tussen statische berging, dynamische berging, verloren berging en berging op straat. Het totaal aan afvalwater dat via de riolering wordt afgevoerd. Inzameling van afvalwater, via een systeem van pompputten en persleidingen. Hierbij wordt uitsluitend afvalwater door pompunits via (kleine) persleidingen naar het dichtstbijzijnde vrijvervalriool geperst. Toepassingen hoofdzakelijk in buitengebieden. Hemelwater van percelen in het buitengebied mag niet via drukriolering worden afgevoerd, maar moet ter plaatse worden opgevangen. Het hemelwater mag worden hergebruikt, geïnfiltreerd in de bodem of rechtstreeks worden afgevoerd naar oppervlaktewater. Onderdeel van het tweesporenbeleid van waterkwaliteitsbeheerders gericht op het tot een bepaald niveau terug brengen van de emissies (vuiluitworp) uit een rioolstelsel, ongeacht de werkelijke waterkwaliteit. Rioolput voorzien van een overstortdrempel die loost buiten het in beschouwing genomen rioolstelsel. Rioolstelsel waarbij afvalwater en hemelwater door hetzelfde buizenstelsel wordt ingezameld en afgevoerd naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie. Rioolstelsel waarbij afvalwater en hemelwater door afzonderlijke buizenstelsels (of andere systemen) wordt ingezameld. Het afvalwater wordt afgevoerd naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie. Het hemelwater wordt geïnfiltreerd in de bodem of (al dan niet vertraagd) afgevoerd naar oppervlaktewater. Gemeenten zijn volgens de Wet milieubeheer verplicht een Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (VGRP) op te stellen. In dit plan is de visie van de gemeente vastgelegd met betrekking tot het aanleggen van een geoptimaliseerd rioolstelsel en het zorgvuldig beheren van dit stelsel. Gemeente Schiermonnikoog/Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan bijlage 1 LW-DE20120060-3 -

Hemelwaterafvoer (hwa) Hwa-stelsel IBA Inspectie Integraal waterbeheer Ledigingstijd Leidraad Riolering OAS Onderhoud Oppervlaktewater Overstortvergunning Randvoorziening Referentiestelsel Relining RIONED Rioolheffing Riooloverstort RWZI Standaardbuien Het totaal aan hemelwater dat via de riolering wordt afgevoerd. Rioolstelsel via welke uitsluitend hemelwater wordt afgevoerd. Individuele Behandeling Afvalwater. Een alternatief voor een aansluiting op de riolering in de vorm van een lokale zuivering op perceelsniveau. Het waarnemen, herkennen en beschrijven van de toestand van een object. Samenhangend beleid en beheer dat de verschillende overheidsorganen met strategische (beheers)taken op het gebied van waterbeheer voeren in het perspectief van de watersysteembenadering Tijd waarbinnen en gemengd of verbeterd gescheiden stelsel wordt geledigd na afloop van een overstortbui. Leidraad Riolering. Verzamelwerk, opgesteld door de Stichting RIONED, waarin advies wordt gegeven voor het opstellen van rioleringsplannen. Optimalisatiestudie afvalwatersysteem studie; is een studie waarin de samenhang tussen het afvalwatersysteem (RWZI s, riolering en overstorten) en het oppervlaktewatersysteem in beeld wordt gebracht. Het handhaven van het goed functioneren van het rioolstelsel. Water in rivieren, kanalen, meren, plassen, vennen, singels, vijvers, watergangen en sloten. Vergunning binnen het kader van de Wet verontreiniging oppervlaktewater voor het incidenteel lozen van rioolwater op oppervlaktewater. Te verlenen door de waterkwaliteitsbeheerder aan de beheerder van de overstort. Een tot de riolering behorend, op reductie van de vuilemissie gerichte voorziening in of achter een rioolstelsel (veelal ter plaatse van een overstort). Een fictief stelsel conform CUWVO VI-voorstellen, bedoeld als meetlat om verschillende stelsels met elkaar te kunnen vergelijken. Na gemiddeld circa 60 jaar is een rioolsysteem versleten. Het riool kan dan worden vervangen, gerepareerd of gerenoveerd. Indien hierbij het riool (in-situ) van een nieuwe binnenvoering wordt voorzien, spreken we van relining. Stichting Platform Buitenriolering Nederland. Organisatie waarin onder andere overheden en adviesbureaus zitting hebben, die zich onder meer bezighoudt met vraagstukken op het gebied van riolering en tevens een standaardisatie aan wil brengen in berekeningen, beheersystematiek en dergelijke. Doelheffing bij eigenaren of gebruikers (huurders) van onroerend goed. De inkomsten worden direct aangewend voor rioleringsdoeleinden. Voorziening door middel waarvan bij regen het teveel aan rioolwater (hemelwater, al dan niet gemengd met stedelijk afvalwater) dat niet in het stelsel wordt geborgen, kan worden geloosd op oppervlaktewater. Rioolwaterzuiveringsinstallatie. Deze installatie reinigt afvalwater afkomstig van de riolering. In module C2100 van de Leidraad Riolering zijn tien standaardbuien gedefinieerd. Deze buien worden gekarakteriseerd door de hoeveelheid Gemeente Schiermonnikoog/Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan bijlage 1 LW-DE20120060-4 -

neerslag en de verdeling ervan over de tijd. Over het algemeen wordt een rioolstelsel met standaardbui 07 of 08 (neerslaggebeurtenis met omvang van 19,8 mm in 60 minuten en een herhalingstijd van 1 keer per 2 jaar met de piek respectievelijk voorin of achterin) doorgerekend. Stedelijk afvalwater Telemetrie Verbeterd gescheiden stelsel Verhard oppervlak Vrijvervalstelsel Vuilemissie Water-op-straat Waterplan Watersysteem Watertoets Waterkwaliteitsspoor WB21 Huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater (definitie volgens art. 1.1. Wm). Telemetrie betekent letterlijk: meten op afstand. Telemetrie in meetprojecten is het systeem van onderstations, communicatie-verbindingen en een hoofdpost die de metingen verwerkt, inclusief alle verdere toepassingen. Via bijvoorbeeld het mobiele telefoonnetwerk kunt u de metingen vanaf een computer volgen. Om de data uit te lezen, is een fysiek bezoek aan de meetlocatie dus niet nodig. Gescheiden rioolstelsel waarbij middels een koppeling tussen het hwa-stelsel en het dwa-stelsel wordt bewerkstelligd dat het eerste afstromende en verontreinigde hemelwater naar het dwa-stelsel wordt afgevoerd. Pas na vulling van zowel dwa- als hwa-riolering stort het in de hwa-riolering aanwezige relatief schone rioolwater over op oppervlaktewater. Alle verharde oppervlakken, inclusief daken, waarvan het hemelwater wordt afgevoerd naar de riolering en/of oppervlaktewater. Stelsel van rioleringsbuizen waarbij het afvalwater onder invloed van de zwaartekracht van hoger gelegen buizen naar lagere stroomt. Hoeveelheid vuil welke per tijdseenheid of per gebeurtenis wordt geloosd op het oppervlaktewater (via de overstort). Het verschijnsel waarbij enige tijd water op straat blijft staan (of vanuit putten uit het rioolstelsel terugstroomt naar straat) ten gevolge van hevige regenval. Plan van een gemeente waarin wordt aangegeven hoe wordt omgegaan met alle aspecten van het water. Een gemeentelijk waterplan wordt vaak samen met de waterkwaliteitsbeheerder(s) opgesteld en gefinancierd. Het samenhangend geheel van grond- en oppervlaktewater. Ook oever, waterbodems en de technische infrastructuur die hiervoor nodig zijn, worden hiertoe gerekend. Verplichting van gemeenten en provincies om bij het maken van (ruimtelijke) plannen de gevolgen voor het water expliciet in beeld te brengen. Voor het waterkwaliteitsspoor geldt dat na het bereiken van de basisinspanning (zie emissiespoor) de resterende vuiluitworp uit het rioolstelsel op het oppervlaktewater geen belemmering mag zijn voor het bereiken van de gewenste waterkwaliteit. Is dit toch het geval, dan moeten boven op de basisinspanning nog aanvullende maatregelen worden getroffen. Waterbeheer 21 e eeuw Gemeente Schiermonnikoog/Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan bijlage 1 LW-DE20120060-5 -

BIJLAGE 2 Kostendekkingsplan Gemeente Schiermonnikoog/Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan bijlage 2 LW-DE20120060-1 -

Gemeente Schiermonnikoog/Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan bijlage 2 LW-DE20120060-2 -

Gemeente Schiermonnikoog/Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan bijlage 2 LW-DE20120060-3 -

Ontwikkeling rioolheffing (exclusief indexatie) en leegloop reserve Jaar Basis heffing [ /jaar] Heffingtekort [ /jaar] Jaartekort [ ] 2012 168.44 32.33 39,545 2013 174.67 27.91 34,133 2014 181.13 21.39 26,157 2015 184.22 34.94 42,728 2016 187.37 26.11 31,931 2017 190.56 19.34 23,649 2018 193.81 29.77 36,413 2019 197.12 31.90 39,012 2020 200.48 14.31 17,500 2021 203.90 18.96 23,191 2022 207.38 4.88 5,973 2023 210.92 1.94 2,374 2024 214.52 0.00 0 2025-2072 214.52 0.00 0 Investeringen Pompen en gemalen: Omschrijving Kosten/jaar Jaar Uitvoering Start Jaar Uitvoering Eind Afschrijvingsduur financieel (jaren) pompen en gemalen (mech/elec) 11,261 2016 2016 20 pompen en gemalen (bouwk) 16,892 2016 2016 40 pompen en gemalen (mech/elec) 5,406 2020 2020 20 pompen en gemalen (bouwk) 4,730 2020 2020 40 pompen en gemalen (mech/elec) 11,262 2031 2031 20 pompen en gemalen (bouwk) 0 2031 2031 40 pompen en gemalen (mech/elec) 5,406 2035 2035 20 pompen en gemalen (bouwk) 0 2035 2035 40 pompen en gemalen (mech/elec) 0 2036 2036 20 pompen en gemalen (bouwk) 0 2036 2036 40 pompen en gemalen (persl) 11,374 2036 2036 40 pompen en gemalen (mech/elec) 0 2038 2038 20 pompen en gemalen (bouwk) 0 2038 2038 40 pompen en gemalen (persl) 8,784 2038 2038 40 pompen en gemalen (mech/elec) 11,261 2046 2046 20 pompen en gemalen (bouwk) 16,892 2046 2046 40 pompen en gemalen (mech/elec) 5,406 2050 2050 20 pompen en gemalen (bouwk) 4,730 2050 2050 40 pompen en gemalen (mech/elec) 11,262 2061 2061 20 pompen en gemalen (bouwk) 0 2061 2061 40 pompen en gemalen (mech/elec) 5,406 2065 2065 20 pompen en gemalen (bouwk) 0 2065 2065 40 Gemeente Schiermonnikoog/Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan bijlage 2 LW-DE20120060-4 -

Investeringen Stelselaanpassingen en randvoorzieningen: Omschrijving Kosten/jaar Jaar Uitvoering Start stelselaanpassingen (3 jaar) Jaar Uitvoering Eind Afschrijvingsduur financieel (jaren) (doorgeschoven 300.000) 112,616 2016 2018 40 vervangen randvoorzieningen01 (mech/elec) 78,831 2017 2017 20 vervangen randvoorzieningen02 (mech/elec) 78,831 2032 2032 20 vervangen randvoorzieningen03 (mech/elec) 78,831 2047 2047 20 vervangen randvoorzieningen04 (mech/elec) 78,831 2062 2062 20 vervangen randvoorzieningen05 (bouwk) 709,481 2062 2062 40 Investeringen Drukriolering: Omschrijving Kosten/jaar Jaar Uitvoering Start Jaar Uitvoering Eind Afschrijvingsduur financieel (jaren) drukriolering 150 m De Monnik 20,000 2014 2014 40 drukriolering (mech/elec) 10,811 2022 2022 40 drukriolering (bouwk) 9,460 2022 2022 20 drukriolering (mech/elec) 48,650 2025 2025 40 drukriolering (bouwk) 42,569 2025 2025 20 drukriolering (mech/elec) 48,650 2026 2026 40 drukriolering (bouwk) 42,569 2026 2026 20 drukriolering (mech/elec) 10,811 2037 2037 40 drukriolering (bouwk) 0 2037 2037 20 drukriolering (mech/elec) 48,650 2040 2040 40 drukriolering (bouwk) 0 2040 2040 20 drukriolering (mech/elec) 48,650 2041 2041 40 drukriolering (bouwk) 0 2041 2041 20 drukriolering (mech/elec) 10,811 2052 2052 40 drukriolering (bouwk) 9,460 2052 2052 20 persleiding 26,059 2052 2052 40 drukriolering (mech/elec) 48,650 2055 2055 40 drukriolering (bouwk) 42,569 2055 2055 20 persleiding 117,268 2055 2055 40 drukriolering (mech/elec) 48,650 2056 2056 40 drukriolering (bouwk) 42,569 2056 2056 20 persleiding 117,268 2056 2056 40 Gemeente Schiermonnikoog/Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan bijlage 2 LW-DE20120060-5 -

Investeringen Vrijverval riolering: Omschrijving Kosten/jaar Jaar Uitvoering Start Jaar Uitvoering Eind Afschrijvingsduur financieel (jaren) Vrij verval 02 2014 2014 40 Vrij verval 03 2015 2015 40 Vrij verval 04 2016 2016 40 Vrij verval 06 45,000 2017 2018 40 Vrij verval 11 135,000 2023 2023 40 Vrij verval 12 45,000 2024 2024 40 Vrij verval 13 90,000 2025 2025 40 Vrij verval 18 45,000 2030 2030 40 Vrij verval 19 45,000 2031 2031 40 Vrij verval 22 45,000 2035 2037 40 Vrij verval 28 45,000 2040 2044 40 Vrij verval 34 225,000 2046 2046 40 Vrij verval 35 90,000 2047 2047 40 Vrij verval 36 45,000 2048 2048 40 Vrij verval 38 135,000 2050 2050 40 Vrij verval 39 45,000 2051 2052 40 Vrij verval 41 135,000 2053 2053 40 Vrij verval 42 45,000 2054 2054 40 Vrij verval 43 135,000 2055 2055 40 Vrij verval 44 225,000 2056 2056 40 Vrij verval 45 45,000 2057 2058 40 Vrij verval 47 150,000 2059 2061 40 Vrij verval 50 45,000 2062 2062 40 Vrij verval 51 135,000 2063 2063 40 Vrij verval 52 540,000 2064 2064 40 Vrij verval 53 360,000 2065 2065 40 Vrij verval 54 450,000 2066 2066 40 Vrij verval 55 90,000 2067 2068 40 Vrij verval 57 45,000 2069 2070 40 Vrij verval 58 90,000 2071 2072 40 Gemeente Schiermonnikoog/Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan bijlage 2 LW-DE20120060-6 -

BIJLAGE 3 Reactie Wetterskip Fryslân Gemeente Schiermonnikoog/Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan bijlage 3 LW-DE20120060-1 -

Gemeente Schiermonnikoog/Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan bijlage 3 LW-DE20120060-2 -

Gemeente Schiermonnikoog/Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan bijlage 3 LW-DE20120060-3 -

Gemeente Schiermonnikoog/Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan bijlage 3 LW-DE20120060-4 -