VODO standpunt rond Europese suikerhervorming



Vergelijkbare documenten
EUROPEES PARLEMENT. Commissie internationale handel PE v01-00

14. De effecten van de beleidsopties

Toekomst Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Herman Snijders Programmadirectie GLB, Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I)

pdf05 GEMEENSCHAPPELIJK LANDBOUWBELEID in de EU

4. De suikerproductie in de Europese Unie

De hervorming van de EU marktordening voor suiker. De stand van zaken. Lelystad, 1 september 2005

Is er nog eten over 20 jaar. Fred Klein Productschap Akkerbouw

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Chocomelk. van eerlijke handel, biologische landbouw en lokale boeren! Handel, uit respect.

Hoofdvraag: Wat zullen de gevolgen van de veranderingen in het suikerbeleid van de GMO zijn ten opzichte van vrijhandel/protectie?

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD EN HET EUROPEES PARLEMENT

EU Programma s GLB

Twentse landbouw in nieuw krachtenveld. Gerko Hopster &JurgenNeimeijer

Overwegingen bij de hervorming van het suikerbeleid van de Europese Unie

Welke oude en nieuwe beperkingen houden de melkproductie op het spoor?

Marktnieuws : - ISO heeft in mei ll. haar schatting van de wereldsuikerbalans voor 2011/2012 herzien (in ruwe suiker):

De duurzaamheidskubus

EUROPESE UNIE HET EUROPEES PARLEMENT. Brussel, 7 juni 2010 (OR. en) 2009/0138 (COD) PE-CONS 23/10 AGRI 209 POSEICAN 7 POSEIDOM 7 POSEIMA 7 CODEC 506

BELEID OP VLAK VAN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING: IN BELGIË EN DAARBUITEN

25 jaar NAV NAV-visie op de Nederlandse akkerbouw tot 2030

Resultaten na 3 jaar. Suikermarktordening. Acties Cosun: Prijsdaling Volumedaling Geografische herverdeling. Forse reorganisatie suikersector in EU

Het GLB Gezamenlijke Staten Noord-Nederland 15 februari Monique Remmers Directie Europees Landbouwbeleid en voedselzekerheid

WERELD. 5 havo 1 Globalisering 14-16

Europese Commissie wil einde van suikerquota op

Europese suikersector duurzaam in balans, ook na 2015

vergadering C90 LAN5 zittingsjaar Handelingen Commissievergadering Commissie voor Landbouw, Visserij en Plattelandsbeleid

WE FEED THE WORLD. Achtergronden bij. Een film van Erwin Wagenhofer, Oostenrijk,

Eindexamen economie 1-2 vwo 2007-I

UITVOERINGSVERORDENING (EU) /... VAN DE COMMISSIE. van

Visie op het EU zuivelbeleid na de quota

Hoe te komen tot een rechtvaardige en ecologische voedselvoorziening? Maastricht, 28 februari 2018 Guus Geurts

Bijkomende informatie:

Tweede Kamer der Staten-Generaal

IEUWSBR. Fiscale behandeling UWS. van toeslagrechten. Task Force Economie IEUWS S NIEUWSBRIE

L 346/12 Publicatieblad van de Europese Unie

EUROPEES PARLEMENT AMENDEMENTEN Commissie internationale handel 2008/2153(INI) Ontwerpadvies Béla Glattfelder (PE412.

Eindexamen vwo economie II

Vereniging voor Weide en Voederbouw Verdwijnt de grond gebonden landbouw uit Nederland?

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 13 november 2003 (14.11) (OR. fr) 14725/03 Interinstitutioneel dossier: (CNS) 2003/0271 AGRIORG 73 AGRIFIN 143

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

Aanbeveling voor een BESLUIT VAN DE RAAD

REGULERINGSCOMMISSIE VOOR ENERGIE IN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST

Commissie economische ontwikkeling, financiën en handel ONTWERPVERSLAG

Fair Trade. ontwikkelingsstrategie. Oxfam-Wereldwinkels 20 oktober 2011

Max Havelaar: 25 jaar ontwikkeling. Persontmoeting 28 augustus 2014 Lily Deforce Directeur

Buitenlandse handel. Europese Schoolagenda De volgende pagina s zijn afkomstig uit de Europese Schoolagenda 2009/2010.

Beoordeling van de GLB-maatregelen voor de rijstsector

Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD

WERKDOCUMENT VAN DE DIENSTEN VAN DE COMMISSIE SAMENVATTING VAN DE EFFECTBEOORDELING. bij

Libramont 2014: het gemeenschappelijke landbouwbeleid voor beginners

W anneer vallen de klontjes? Het Europees suikerbeleid op de korrel!

NL In verscheidenheid verenigd NL A8-0341/45. Amendement. Roger Helmer, David Coburn namens de EFDD-Fractie

Advies. over het ontwerp van kaderdecreet Vlaamse ontwikkelingssamenwerking

Fair Trade in Openbare Aanbestedingen

Voedselverlies en-verspilling in het Zuiden. FRDO Forum Brussel, 25 november 2014 Marc Maes,

EUROPEES PARLEMENT. Commissie interne markt en consumentenbescherming. Commissie interne markt en consumentenbescherming

Raad van de Europese Unie Brussel, 9 september 2016 (OR. en)

Examen VWO. economie 1. tijdvak 1 vrijdag 25 mei uur

Gemeenschappelijk Landbouwbeleid: kosten, instrumenten en hun effecten.

De fiche ligt op het bureau van

5. De Gemeenschappelijke MarktOrdening suiker in de Europese Unie. Specifieke doelstellingen van het GMO

HERVORMING GEMEENSCHAPPELIJK LANDBOUWBELEID

Fair Trade in Openbare Aanbestedingen

VERSLAG. Vlaamse overheid Koning Albert II-laan 35 bus BRUSSEL T F

PERSBERICHT Brussel, 13 december 2017

Welke richting volg je? In welke mate ga je akkoord met volgende stellingen?

Fair Trade in Openbare Aanbestedingen. Workshop Duurzame voeding en catering, 22/11/2011

Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD

F A C T S H E E T E U R O P A D E C E N T R A A L & V N G

MAKE CHOCOLATE FAIR! WE VERZAMELDEN HANDTEKENINGEN!

Duurzame overheidsopdracht-fiche: uitgebreid

GLB-akkoord en nationale invulling. Reutum, 26 november 2013

Vergelijking van drie koffie labels:

Financiële perspectieven Actuele stand van zaken en onderhandelingselementen

Bijkomende informatie:

EUROPESE COMMISSIE DIRECTORAAT-GENERAAL LANDBOUW EN PLATTELANDSONTWIKKELING. INTERPRETATIENOTA Nr

VERSLAG. Vlaamse overheid Koning Albert II-laan 35 bus BRUSSEL T F

RECHTSGRONDSLAG OVERZICHT: VAN 21 GMO'S NAAR ÉÉN ENKELE GMO

Duurzame overheidsopdracht-fiche: basis

GEMOTIVEERD ADVIES VAN EEN NATIONAAL PARLEMENT INZAKE DE SUBSIDIARITEIT

Boodschap uit Gent voor Biodiversiteit na 2010

Gemeenschappelijk Landbouwbeleid Herman Snijders Europees Landbouwbeleid en Voedselzekerheid

Bijkomende informatie:

1 De markt voor de Nederlandse landbouw De Nederlandse landbouw en de handel Orde in de handel WTO en EU 12 1.

PERSBERICHT Brussel, 14 december 2016

PARITAIRE PARLEMENTAIRE VERGADERING ACS- EU

Evaluatievragen Economische topper 4 thema 2

VERSLAG. Vlaamse overheid Koning Albert II-laan 35 bus BRUSSEL T F

GLB-onderhandelingen; stand van zaken april 2013

HOE HEBBEN DE KANDIDATEN EN KANDIDATES GEANTWOORD OP ONZE 10 ENGAGEMENTEN VOOR DE EUROPESE VERKIEZINGEN 2019?

Staatssteun: richtsnoeren milieusteun vaak gestelde vragen (Zie ook IP/08/80)

1. Hoe is de productie voor bio-energiedoeleinden sinds 2013 jaarlijks geëvolueerd?

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

Fiche 7: Verordening definitie, presentatie en etikettering gedistilleerde dranken

De suikerhervorming van 2006 werd als draconisch

Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD

De rol van landbouw in de Doha Ronde

Bijkomende informatie:

SAMENVATTING. Samenvatting

Malthus ( ) Kan landbouw de wereld blijven redden? Het ongelijk van Malthus. An essay on the principle of population 25/11/2013

Transcriptie:

VODO standpunt rond Europese suikerhervorming Uitgewerkt binnen de Landbouwwerkgroep van het Vlaams Overleg Duurzame Ontwikkeling (VODO) en gecoördineerd door: 11.11.11/Koepel van de Vlaamse Noord-Zuidbeweging Broederlijk Delen FIAN-Belgium Oxfam-Solidariteit Oxfam-Wereldwinkels Vredeseilanden Wervel I. De huidige ordening van de suikermarkt De gemeenschappelijke ordening (GMO) van de suikermarkt dateert van 1968. Die ordening is ontsnapt aan de opeenvolgende hervormingen van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB): Mac Sharry, agenda 2000, Mid-Term Review, stemden de interne Europese prijzen geleidelijk af op de wereldmarktprijs en ontkoppelden de steunmaatregelen voor de voornaamste landbouwproducten. De GMO suiker is gebaseerd op de volgende elementen: Een quotasysteem voor de productie met daartegenover de betaling van een gegarandeerde prijs voor de zogenaamde suiker A en suiker B. Suiker A is de biet- en de suikerproductie die overeenstemt met de Europese consumptie. Suiker B wordt uitgevoerd naar de internationale markten met behulp van financiële steun van de producenten zelf. De bijkomende suikerproductie (suiker C) wordt niet rechtstreeks ondersteund, maar verkocht op de internationale markt tegen de internationale prijs (gemiddeld drie keer lager dan de Europese koers). Importheffingen als belangrijke bescherming aan de grenzen teneinde de Europese markt en haar systeem van aanbodbeheersingte beschermen tegen laag geprijsde invoer uit andere landen. Preferentiële invoerregelingen voor een welbepaalde hoeveelheid (invoerquota) voor 16 landen in Afrika, het Caraïbische gebied, de Stille Oceaan en India tegen de prijs die binnen Europa geldt. (Suikerprotocol). Een invoerquotum aan een lagere prijs, wat voornamelijk Brazilië ten goede komt. Exportsubsidies: de ingevoerde suiker van het Suikerprotocol wordt door de EU uitgevoerd met behulp van subsidies, betaald met het Europese budget. De suikerverwerkende industrie geniet eveneens van exportsubsidies (betaald door heffingen) voor de uitvoer van verwerkte producten.

2 II. Noodzaak tot hervorming Door de huidige werking van de GMO suiker is de Europese Unie één van de belangrijkste spelers op de internationale suikermarkt. Als tweede uitvoerder en derde invoerder in de wereld is de Europese productie ontegensprekelijk verbonden met het lot van producenten in ontwikkelingslanden. Door de uitvoer treedt ze in directe concurrentie met andere uitvoerders uit ontwikkelingslanden. Door haar invoerregeling biedt ze bepaalde ontwikkelingslanden voordelige handelsvoorwaarden in haar sterk afgeschermde interne markt. Armoedebestrijding in ontwikkelingslanden geldt als een belangrijk argument zowel voor verdedigers van de status-quo als voor voorstanders van een liberalisering van het regime. VODO betwist dat de wereldhandel in suiker een doeltreffend middel voor armoedebestrijding is. VODO gelooft dat een toename van de internationale suikerhandel aan de wereldprijs in het beste geval slechts een beperkte invloed op armoedevermindering zal hebben, omdat in grote mate grootgrondbezitters en handelaars de voordelen zullen opnemen.. De betere gronden en irrigatiewater zullen ontnomen worden van de familiale landbouw die zorgt voor lokale voedselvoorziening. Toch kan internationale handel aan voordelige voorwaarden voor sommige landen één van de weinige hefbomen tot economische ontwikkeling zijn. Suikerproductie wordt gekenmerkt door slechte arbeidsomstandigheden in de plantages, groeiende concentratie van bedrijven en een toenemende concurrentie door de groeiende liberalisering en de ontwikkeling van substitutieproducten. Om enige invloed op een duurzame ontwikkeling te hebben, moet handel gepaard gaan met specifieke maatregelen die de sociale, economische en milieudoelstellingen kunnen ondersteunen. Een volledige of gedeeltelijke liberalisering zal geen automatische verbetering met zich meebrengen; preferentiële handelsbetrekkingen en/of aanbodbeheersing evenmin. Wel zou de versterking van lokale boerenorganisaties en vakbonden gevoelig kunnen bijdragen tot de verbetering van deze omstandigheden, naast een aangepast beleid van de lokale overheden. Europa beschouwt de GMO suiker als een uitzondering op de verschillende hervormingen van het GLB. De prijzen van de meeste landbouwproducten worden grotendeels afgestemd op de wereldprijzen, het inkomenverlies wordt gedeeltelijk gecompenseerd door directe ondersteuning. Aangezien de GMO suiker prijzen garandeert die de producenten toelaat om boven de productiekost te verkopen, is bietproductie ten dele uitgegroeid tot een "compensatieproductie" voor dalende prijzen in andere landbouwsectoren. Door de algemene hervormingen van het GLB is het belang van de GMO suiker voor het inkomen van het landbouwbedrijf ook aanzienlijk toegenomen. De hervorming van de GMO suiker en haar impact op de andere gewassen, en daardoor op het algemene inkomensniveau van de boeren, kan dus niet losgekoppeld worden van een analyse van het GLB in het algemeen. De GMO suiker staat onder druk, haar hervorming is noodzakelijk. Daar zijn zowel externe als interne redenen voor. Externe kritiek: De GMO suiker bevordert een structurele overproductie die op de internationale markten wordt verkocht onder de productiekost. Op een totale consumptie van 16,3 miljoen ton wordt de totale productie in 2004 op meer dan 19 miljoen ton geschat. o Het huidige quotaniveau voorziet een structurele overproductie (suiker B voor een gemiddelde productie van meer dan 1 miljoen ton). Suiker B wordt op de internationale markten uitgevoerd met behulp van financiële bijdragen van producenten. Deze bijdragen zijn maar mogelijk door de hoge interventieprijzen voor Suiker A. o De structurele suikeroverschotten (suiker C voor een gemiddelde productie van 2 tot 3 miljoen ton) wordt aan de wereldmarktprijs uitgevoerd. De verkoop van deze

3 suiker onder de productiekost is maar mogelijk door het afwentelen van vaste kosten op de quotasuiker A. De Wereldhandelsorganisatie meent dat de uitvoer van deze suiker C handelsverstorend is. o De preferentiële invoer van suiker uit de ACS-landen en India (1,6 miljoen ton) stemt niet overeen met de interne vraag. Eenzelfde hoeveelheid suiker moet nu uitgevoerd worden met behulp van exportsubsidies. De Wereldhandelsorganisatie meent dat de uitvoer van de ingevoerde preferentiële suiker tegenstrijdig is met de engagementen van Europa in de Wereldhandelsorganisatie. Met haar dumpingpraktijken verstoort de Europese Unie, als tweede uitvoerder van suiker, de wereldmarkt: o Door het uitvoeren van meer dan vijf miljoen ton, rechtstreeks of onrechtstreeks via ondersteunde prijzen, ontneemt de EU afzetmarkten aan andere uitvoerders. o Aangezien de wereldmarkt globaal verzadigd is, draagt de uitvoer van de Europese suiker bij tot de neerwaartse druk op de wereldmarktprijs van suiker. De Europese Unie is ook de derde invoerder van suiker in de wereld, goed voor twee miljoen ton. Deze invoer is vandaag gereguleerd. Toch bestaat de vrees dat de instrumenten van de GMO suiker worden uitgehold door het handelsakkoord met de Balkanlanden en door het initiatief "Everything but Arms" met de Minst Ontwikkelde Landen. Allebei bieden ze een geleidelijke vrije toegang tot de Europese markt zonder mechanisme van aanbodbeheersing. Hierdoor wordt het systeem van aanbodbeheersing en gegarandeerde prijzen onhoudbaar. De voordelen van de preferentiële invoer van het Suikerprotocol met ACS en India kunnen evenwichtiger verdeeld worden: van de 16 ACS-landen die van het protocol kunnen genieten, nemen vijf landen 80 procent van de quota's voor hun rekening. Interne kritiek: De interne verdeling van quota s tussen producenten en producerende gebieden is veeleer gebaseerd op historische referenties dan op doelstellingen van duurzame landbouw en billijkheid. De verdeling werd niet op regelmatige basis herbekeken. Volgens de cijfers van de Europese Commissie bedraagt de gemiddelde bietenoppervlakte in Europa acht ha per bedrijf. Maar in sommige regio s bestaan er grote ongelijkheden, grotendeels bepaald door het grondbezit, die geleid hebben tot een onverantwoord inkomen voor sommige grootgrondbezitters. De verregaande concentratie van de suikerindustrie in de handen van enkele bedrijven is een gevolg van de GMO suiker. Een groot deel van de ondersteuning komt daardoor niet terecht bij wie het nodig heeft: de suikerbietentelers. De machtspositie van de industrie heeft bovendien geleid tot een offensieve houding van deze bedrijven op de Europese markt om een zo groot mogelijk marktaandeel te verwerven. Dit fenomeen zet zich door op de markten van ontwikkelingslanden. De hervormingsvoorstellen van de Europese Commissie zullen dit proces nog versterken. Een monopolistische industrie holt echter de onderhandelingspositie van de boeren uit, zowel in ontwikkelingslanden als in Europa. De boeren worden afhankelijk van een zeer beperkt aantal bedrijven en staan daardoor veel te zwak in hun onderhandelingspositie. Suikerbiet maakt deel uit van geïntegreerde landbouwsystemen, gebaseerd op rotatie van verschillende gewassen. Al kan suikerbiet positieve effecten op het milieu hebben, het herbicidengebruik, de bodemerosie en - in sommige streken - het intensieve gebruik van irrigatiewater hebben ook negatieve effecten. In sommige landen wordt de totale suikerbietproductie geïrrigeerd, met belangrijke milieugevolgen: watervervuiling, het verlaagd grondwaterniveau en de wijziging van ecosystemen. Toch biedt de suiker GMO ook belangrijke voordelen: Preferentiële handel aan gegarandeerde prijzen. Het Suikerprotocol biedt op lange termijn bepaalde ACS-landen een belangrijke markttoegang mét inkomensgaranties. Dit heeft hen afgeschermd van de neerwaartse druk en de volatiliteit van de internationale prijzen. Sommige landen hebben deze meerwaarde vertaaldin concrete ontwikkelingsinitiatieven.

4 Lonende prijzen voor producenten in Europa. Suiker is één van de weinige gewassen die verkocht worden aan prijzen die de producenten een inkomen garanderen. In tegenstelling tot andere landbouwsectoren, waar een directe inkomensondersteuning geldt, krijgen bietentelers "loon naar werk". Ondanks de noodzaak tot hervorming omvat de GMO suiker noodzakelijke instrumenten tot regulering van de suikermarkt, zoals productiebeheersing, prijsondersteuning, invoerheffingen en preferentiële invoermaatregelen. Marktregulering is in de huidige situatie noodzakelijk voor het overleven van de familiale landbouw, zowel in ontwikkelingslanden als in het Noorden.

5 III. Hervormingsvoorstellen van de Europese Commissie De Europese Commissie vertrok initieel van vier mogelijke opties voor hervorming: Het status-quo: de GMO suiker blijft behouden, met fluctuerende quota om het hoofd te bieden aan de onbeperkte invoer (als gevolg van het handelsakkoord met de Balkanlanden en Everything but Arms ) en met een daling van de Europese productie ingeval de Braziliaanse klacht bij de Wereldhandelsorganisatie positief beslecht wordt. Een prijsdaling: het quotasysteem zal nog gedurende een bepaalde periode behouden blijven; de prijsdaling zal deels worden gecompenseerd met rechtstreekse steun. Liberalisering: het quotasysteem en de bescherming aan de grenzen zullen worden afgeschaft, de producenten zullen rechtstreekse inkomenssteun ontvangen. Het vaste quotasysteem: door de omvorming van quotavrijeinvoerregelingen in gecontingenteerde invoer (onder andere voor Everything but Arms ) wordt de interne consumptie verdeeld tussen een verminderde Europese productie (interne quota) en preferentiële invoer (externe quota). De hervormingsvoorstellen die de Europese Commissie in juli 2004 voorstelde, steunen duidelijk op de tweede optie van prijsdaling. De voorgestelde maatregelen zijn: S T E R K E P R I J S D A L I N G M E T G E D E E L T E L I J K E C O M P E N S A T I E Suiker: -33 % (tot 36 %); eindprijs: 421 /t Bieten: -37 % op de minimumprijs; eindprijs: 27,4 /t Gedeeltelijk (60%) compensatie door directe inkomenssteun (losgekoppeld van de productie) Onduidelijkheid over compensatie voor de ACS- en de MOL-landen Q U O T A VE R M I N D E R I N G Fusie van A- en B-quota Quotavermindering met 16 % (eindquotum: 14,6 miljoen ton voor een verbruik van 16,1 miljoen ton) Overdrachtmogelijkheid van quota tussen de lidstaten Ondersteuning reconversie suikerfabrieken M A RK T R E G U L E R I N G S M E C H A N I SM E Productie- en invoerquota (ook voor de Balkanlanden), behalve voor de MOL Afschaffing van het interventiemechanisme Ondersteuning van privé-opslag Overdracht mogelijk (verplichte opslag tot de volgende campagne) op beslissing van de Commissie T O E P A S S I N G Vanaf 2005/06 (één jaar voor de einddatum van het huidige reglement) Toepassingsperiode: 2005-2008 Herziening in 2008 van prijzen en quota. Het voorstel stuit op kritiek: drastische en snelle prijsdalingen die het bijzonder moeilijk maken voor producenten (vooral suikerrietproducenten in ontwikkelingslanden) om zich aan te passen, aanzienlijk inkomensverlies voor biet- en rietproducenten in Europa en voor preferentiële handelspartners geen sluitende garanties voor compensaties voor ontwikkelingslanden (ACS en MOL) geen sluitende maatregelen tegen dumpingpraktijken omdat het voorstel niets zegt over suiker C geen coherente beheersing van het aanbod weinig voorspelbaarheid (herziening in 2008)

6 De voorgestelde prijsdalingen worden gedeeltelijk gecompenseerd door de introductie van rechtstreekse, losgekoppelde steunmaatregelen. Het hervormingsontwerp van het GLB van Commissaris Fischler stelt voor om dit systeem te veralgemenen, zodat de GMO suiker de facto ontmanteld wordt. Of deze betalingen gedeeltelijk of volledig worden losgekoppeld, het systeem van rechtstreekse betalingen is op lange termijn geen duurzame werkwijze. De rechtstreekse steunmaatregelen zijn geen correctieve transfers meer van de markten, maar systematische transfers die de reële waarde van de landbouwproducten aantasten. Dit gaat ten koste van hun duurzaamheid. Het risico is groot dat het systeem na verloop van tijd moetworden herzien. De rechtstreekse steun, waarbij een systematische subsidie per hectare grond wordt ingevoerd, houdt geen transfer in van het product naar de producent, maar wel de subsidiëring van een grondrente. Dit zal een negatieve weerslag hebben op familiale producenten die hun gronden grotendeels huren of pachten. Het risico is reëel dat het zal leiden tot een snellere overname van landbouwbedrijven en gronden door de eigenaars. De eigenaars zullen meer geneigd zijn hun gronden zelf te exploiteren, aangezien er geen productievereisten worden opgelegd om van de Europese premie te kunnen genieten. Dit systeem van rechtstreekse en onrechtstreekse ondersteuning versterkt de negatieve trend van de internationale prijzen: het houdt de structurele dumping in stand. Dit is onaanvaardbaar: het leeuwendeel van de producenten in het bijzonder de producenten in het Zuiden moet zich tevreden stellen met deze lage prijzen, terwijl overheidssteun voor hen ontoegankelijk is (in tegenstelling tot de producenten van de geïndustrialiseerde landen).

7 IV. De principes die de hervorming moeten leiden Hierna volgt een opsomming van de principes die aan de basis liggen van onze keuze. Ze verzoenen de verwachtingen van producenten, consumenten, milieudeskundigen, belastingbetalers en producenten van ontwikkelingslanden. Voorspelbare en stabiele markten voor producenten en consumenten Lonende prijs voor de producenten Voorrang aan landbouwbedrijven en rurale tewerkstelling, waar boeren controle hebben over hun productiemiddelen Billijkheid onder de Europese producenten en spreiding van de productie in de verschillende regio's Gegarandeerde bevoorrading (voedselzekerheid) Communautaire voorkeur (voedselsoevereiniteit) Het stimuleren van duurzame landbouwmethoden die het milieu respecteren en de consument tevreden stellen (voedselveiligheid) Solidariteit met producenten uit het Zuiden Solidaire internationale uitwisseling met preferentiële handelsakkoorden, waarbij dumping wordt vermeden Regulering van de internationale markten V. De GMO Suiker die wij willen De noodzakelijke hervorming van de GMO suiker moet bijdragen tot een eerlijke en voorspelbare markt. De hervorming moet voldoende perspectieven bieden. Ze moet van kracht blijven tot 2013, met de nodige overgangsmaatregelen voor producenten, zowel in Europa als in ontwikkelingslanden. Van de opties die de Europese Commissie opsomt, is de enig valabele die van de terugkeer naar de vaste quota. Deze optie, die aanvankelijk werd overwogen, maar niet voorgesteld, kan de bovenstaande principes integreren: een vast quotaniveau, waardoor men ook de invoer aan maximumquota moet binden, meer in het bijzonder de invoer van de MOL, zodanig dat voor een bepaald evenwicht op de Europese markt wordt gezorgd. Deze optie betekent in feite een terugkeer naar de initiële GMO, maar moet op de volgende manieren worden verbeterd: Coherente aanbodbeheersing. Het instrument van aanbodbeheersing is centraal om de Europese suikermarkt te stabiliseren. De wereldmarkt wordt gekenmerkt door volatiliteit en chronisch lage prijzen. Stabiliteit is nochtans essentieel voor producenten en investeerders in Europa én in de ontwikkelingslanden. Aanbodbeheersing heeft zowel betrekking op het interne aanbod als op de ingevoerde suiker. Het systeem mag echter niet dienen om de suikerproductie in derde landen te verstoren. Daarom moeten ook de Europese dumpingpraktijken afgeschaft worden. o Uitvoer van Europese suiker. Binnen de drie jaar moeten de suikers B en C afgebouwd worden. Alternatief gebruik van de overtollige suikerproductie voor bio-ethanol moet worden bestudeerd op haar efficiëntie en duurzaamheid, evenals de diversificatie naar andere gewassen (onder andere eiwit- en oliehoudende gewassen). Zowel de uitvoer van rechtstreekse en onrechtstreekse ondersteunde suiker als de heruitvoer van de ingevoerde suiker onder preferentiële voorwaarden moeten geëlimineerd worden. o Productieniveau van suikerquota. Het Europese productieniveau moet gelijkgesteld worden aan een maximum van 90% van de interne zelfvoorziening. Op die manier blijft er ruimte voor preferentiële invoerquota's uit ontwikkelingslanden. Oplossingen moeten worden voorzien om de conjuncturele productieoverschotten op te vangen: verplichte stockage, overdracht op quotum

8 van volgend jaar, alternatief gebruik van de geproduceerde bieten en/of exportheffingen. Het inkomensverlies voor de Europese boer, dat hiermee gepaard gaat, moet bekeken worden in het licht van de volgende opmerkingen. o Verdeling van de Europese quota. De quota s kunnen niet verhandelbaar zijn, maar moeten verdeeld worden op basis van een politieke besluitvorming die de bovenstaande principes erkent, teneinde een familiale en duurzame landbouw te ondersteunen. Deze verdeling moet op geregelde tijdstippen herzien worden. o Het initiatief "Everything but Arms" moet worden verbeterd, zodat de Minst Ontwikkelde Landen, zoals ze zelf vragen, zich kunnen inschakelen in een lonend en gereguleerd aanbod van de Europese markt. Dit moet gebeuren door de contingentering van de invoer van deze landen. Het volume van de ingevoerde suiker moet geleidelijk worden opgevoerd, rekening houdend met de netto exportcapaciteiten van de uitvoerende MOL landen. Het voorstel van de MOL moet voor de Commissie en de Raad van Ministers een belangrijke basis van discussie zijn. Het handelsakkoord met de Balkanlanden moet eveneens in een strategie van aanbodbeheersing worden ingepast. o De engagementen met de ACS-landen en India (binnen het Suikerprotocol) moeten worden gehonoreerd. De verdeling van de quota moet gebaseerd zijn op criteria die de verloning van kleine producenten stimuleren en het respect voor de fundamentele maatschappelijke rechten van producenten en arbeiders uit de sector stimuleren. Daarnaast moet de Europese Unie de ontwikkeling van een verwerkende industrie in deze landen steunen door de importheffing voor witte suiker uit de ACS- en de MOL-landen af te schaffen. o Start van internationale onderhandelingen om de grondstoffencrisis, meer bepaald in de suikersector, op een structurele manier aan te pakken door productiebeheersing. De structurele daling en de onstabiele prijzen op de internationale suikermarkt zullen zich waarschijnlijk doorzetten, ongeacht de daling van de Europese productie. De EU moet daarom het initiatief nemen voor een nieuw internationaal akkoord om de suikermarkt te reguleren, zowel de productie als de prijzen. De Europese marktregulering alleen kan immers niet zorgen voor internationale marktstabiliteit. Verder moet de Europese Unie bij andere handelspartners pleiten voor het behoud en de uitbreiding van preferentiële handelsakkoorden voor MOL-landen. Gegarandeerde prijzen en importtarieven. Door het stopzetten van de Europese dumpingpraktijken kan de wereldmarktprijs op korte termijn stijgen. Op langere termijn lijkt de marktevolutie onvoorspelbaar en volatiel. Een hogere Europese prijs is noodzakelijk om een duurzame suikerproductie in Europa te garanderen en om lonende prijzen te bieden aan de preferentiële handelspartners uit de ontwikkelingslanden. Deze prijs moet een interventieprijs zijn, gehandhaafd door effectieve importheffingen die goedkopere invoer onmogelijk maken. Dit kan binnen de Wereldhandelsorganisatie verdedigd worden door suiker als een 'gevoelig product' te behandelen. Het prijzenniveau moet lonend zijn voor de producenten. Het moet worden bekeken vanuit het algemene inkomen van het landbouwbedrijf en kan dus niet worden losgekoppeld van het productieniveau van suiker, het prijzenniveau van andere producten en de directe inkomenssteun. De interventieprijs moet worden berekend op basis van de gemiddelde kost van de biet- en suikerproductie die nodig is voor de interne Europese consumptie. Minder efficiënte producenten moeten van een bijkomende steun genieten om hun kosten te kunnen dekken in het kader van de tweede pijler voor plattelandsontwikkeling. Bij een eventuele daling van deze interventieprijs moeten tijdelijke compensaties voorzien worden om producenten, zowel in Europa als in ontwikkelingslanden, de mogelijkheid te bieden zich aan deze daling aan te passen. Deze prijzen moeten op regelmatige basis worden aangepast. Duurzame productiemethoden. Suikerbiet maakt deel uit van geïntegreerde landbouwsystemen, gebaseerd op rotatie van verschillende gewassen. Suikerbieten zijn ook een bron voor veevoeder binnen het landbouwbedrijf. Suikerbiet heeft zowel positieve als

9 negatieve effecten op het milieu. Specifieke maatregelen voor good agricultural practices in de suikerproductie moeten toegepast worden. Bijkomende agro-ecologische programma's voor een duurzame suikerproductie moeten aangemoedigd worden met als doel de verbetering van rotatiesystemen, biodiversiteit en bodemprotectie of de vermindering van water, herbicide en pesticidengebruik. De ontwikkeling van genetisch gewijzigde bieten biedt geen alternatief voor de duurzame landbouw. Voor de productie van bio-ethanol zou er een lastenboek moeten worden opgesteld dat rekening houdt met de milieuvereisten. Europa is voor haar landbouwproductie sterk afhankelijk van de invoer van eiwit- en oliehoudende gewassen. Overschakeling van suikerbietteelt naar een lonende productie van deze gewassen zou alternatieven kunnen aanbieden die passen binnen het kader van duurzame landbouw. De Europese Unie moet haar preferentiële handelspartners ondersteunen zodat zij duurzame productiemethoden opnemen. Duurzame methoden garanderen de sociale rechten van de Internationale Arbeidsorganisatie en milieunormen voor de rietproductie, de suikerverwerking en het duurzaam gebruik van landbouwgrondgebruik. Inperking van de dominante rol van de suikerindustrie. De prijzen voor suiker liggen hoog, niet de bietenprijs. Het zijn dan ook vooral de boeren, en niet de industrie, die ondersteuning moeten krijgen. De herstructureringskost van de GMO suiker (vermindering van prijzen en quota s) moet vooral door de industrie gedragen worden, niet door de boeren. Het economisch gedrag van de suikerverwerkende industrie moet door de overheid beter gecontroleerd worden. We denken hierbij vooral aan de prijzenpolitiek van deze bedrijven.: zolang zij de nationale suikerregimes mee beheren, moet hun politieke invloed beperkt zijn. Men kan voor meer billijkheid zorgen door bietenquota toe te kennen aan de producenten in plaats van suikerquota aan de raffinaderijen. Op voorwaarde dat deze bietenquota niet strikt aan de grondeigendom gebonden zijn. Zo vergroot de onderhandelingsmacht van de producenten en wordt vermeden dat de raffinaderijen hen onder druk zetten om maximaal te produceren. De bedrijfspraktijk van de suikerindustrie moet de bestaande richtlijnen voor maatschappelijk verantwoord ondernemen volgen, bijvoorbeeld de richtlijnen overeengekomen binnen CEFS en EFFAT. De naleving van de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen moet geverifieerd worden voor de hele productieketen. 25/10/2004