Verkort jaarverslag 2013 Wat waren in 2013 de belangrijkste feiten en gebeurtenissen voor GE Pensioen? U leest het in deze verkorte versie van het jaarverslag 2013. Naast deze bondige versie treft u ook het volledige jaarverslag op de website aan. Ontwikkeling dekkingsgraad De dekkingsgraad is een belangrijke maatstaf voor de weergave van de financiële positie van een pensioenfonds. Het geeft het pensioenvermogen als percentage van de contante waarde van de pensioenverplichtingen weer. De dekkingsgraad kan wijzigen door diverse factoren, zoals de ontwikkeling van het beleggingsresultaat, verzekeringstechnische ontwikkelingen en de ontwikkeling van de marktrente. De dekkingsgraad heeft zich in het verslagjaar sterk ontwikkeld. De dekkingsgraad steeg van 98,7% per eind december 2012 naar 116,8% per eind december 2013. Daarmee heeft het fonds het korte termijn herstelplan van de afgelopen jaren afgesloten zonder opnieuw herstelmaatregelen te moeten toepassen. Deelnemersbestand Het totale aantal deelnemers is in het verslagjaar toegenomen met 41, hetgeen met name is toe te schrijven aan een stijging van het aantal slapers. Het aantal actieve deelnemers nam af met 123, tot een totaal van 1.034. Het aantal pensioengerechtigden kwam eind december 2013 uit op 44, een toename van 12 ten opzichte van een jaar eerder. In de onderstaande tabel wordt een totaaloverzicht gegeven. Stand ultimo 2012 Bij Af Actieven 1.157 79 202 1.034 Slapers 713 197 45 865 Pensioengerechtigden 32 12 0 44 Waarvan: (tijdelijk) Ouderdomspensioen 22 8 0 30 Arbeidsongeschiktheidspensioen* 1 2 0 3 Partnerpensioen 7 1 0 8 Wezenpensioen 2 1 0 3 Stand ultimo 2013 Totaal 1.902 288 247 1.943 *Naast een arbeidsongeschiktheidsuitkering, bouwen deze deelnemers ook pensioen op. Het aantal is eveneens opgenomen onder actieven. Toeslagbeleid Gezien de hoogte van de dekkingsgraad ultimo 2013 heeft het bestuur het besluit kunnen nemen om, naast de onvoorwaardelijke indexatie voor de actieven van 0,92%, ook indexatie van 2,45%, en de inhaalindexatie over de afgelopen 3 kalenderjaren van 6,73% toe te kennen aan de inactieve deelnemers en gepensioneerden. Aangezien daarvoor in de afgelopen 3 jaren een voorziening was gevormd, gefinancierd uit de premie, heeft deze toekenning geen enkel gevolg gehad voor de dekkingsgraad. De opgebouwde aanspraken van actieve deelnemers worden jaarlijks onvoorwaardelijk aangepast aan de ontwikkeling van de CBS-CAO-lonen; de ingegane pensioenen en de opgebouwde aanspraken van gewezen deelnemers worden als de financiële middelen van het fonds het toelaten aangepast aan de consumentenprijsindex.
Beleggingen De stijging van de dekkingsgraad is vooral toe te schrijven aan de goede beleggingsresultaten. De strategische beleggingsportefeuille bestond in 2013 uit 50% aandelen en 50% vastrentende waarden. Van de 50% beleggingen in aandelen wordt strategisch 43,5% in ontwikkelde markten belegd. De overige 6,5% betreffen opkomende (groei)markten. Van de 50% beleggingen in vastrentende waarden wordt strategisch 35% in bonds en 15% in credits belegd. Sectorverdeling beleggingen in aandelen ultimo 2013 Duurzame consumptiegoeder en 11,90% Energie 5,83% Basismaterialen 6,99% Industrie 12,26% Gezondheidszorg 11,09% Cyclische Consumenten sectoren 12,26% Informatie technologie 12,47% Nutsbedrijven 2,98% Telecommunicatie 4,48% Financiele sectoren 21,40% Vastrentende waarden portefeuille ultimo 2013, gerangschikt naar type debiteur Bedrijfsobligaties Financieel Bedrijfsobligaties niet-financieel 7,43% 10,71% Overige 3,45% Frankrijk 21,98% Gedekte obligaties 6,95% Duurzame consumptie goederen 11,90% Finland 1,15% Italie 1,32% Spanje 1,52% Oostenrijk 6,06% Nederland 4,83% Belgie 7,28% Duitsland 18,34% Wet- en regelgeving Op wetgevingsgebied was 2013 een roerig jaar. Het bestuur was begonnen met het NFTK invoeringstraject. Door de brief van de staatssecretaris eind oktober 2013 waarin de tot dan bekende uitgangspunten werden ingetrokken, heeft het bestuur het besluit moeten nemen te wachten tot meer duidelijkheid zou komen alvorens volgende stappen op dit onderwerp te kunnen ondernemen, zodat dit onderwerp in 2013 na oktober 2013 niet verder is verkend.
Aanpassing regeling Om binnen de wettelijke kaders te blijven zijn de werkgevers en werknemers van de aangesloten GE-entiteiten in 2013 tot een aanbeveling gekomen voor een wijziging van de regeling per 1 januari 2014. De pensioenleeftijd voor pensioenen opgebouwd vanaf 1 januari 2014 wordt verhoogd naar 67 jaar. De maximale pensioenopbouw is voor de overgangsregeling gemaximeerd tot 2,15%. Op basis van deze uitgangspunten en enkele additionele wettelijke wijzigingen heeft het bestuur in de laatste bestuursvergadering van 2013 de wijzigingen van de regeling kunnen vaststellen. Bestuursaangelegenheden Het bestuur bepaalt het maximum aantal bestuursleden, waarbij dit maximum zoveel mogelijk aansluit bij de onderverdeling van het General Electric concern. Het bestuur bestaat ten minste uit zes leden. Het pensioenfonds werd in 2013 bestuurd door tien bestuursleden. De vijf werkgeversvertegenwoordigers in het bestuur zijn benoemd door de aangesloten ondernemingen van het General Electric concern. De vertegenwoordigers van de werknemers zijn gekozen door en uit de deelnemers. Voor elk bedrijfsonderdeel dat meer dan 100 deelnemers bij het pensioenfonds heeft, is één bestuurslid benoemd als vertegenwoordiger van de werkgever en één namens de werknemers. De vertegenwoordiger namens de werknemers is benoemd op basis van een verkiezing. Zowel de werkgevers- als de werknemersvertegenwoordigers hebben zitting voor een periode van vier jaar. Schematisch ziet de organisatie en het toezicht op het pensioenfonds er als volgt uit: Het bestuur wordt geadviseerd door een aantal commissies. Daarnaast kan het bestuur desgewenst externe adviseurs inschakelen. Via het Verantwoordingsorgaan legt het bestuur verantwoording af aan de (gewezen) deelnemers, pensioengerechtigden en werkgever. Het verantwoordingsorgaan dient vast te stellen in hoeverre het bestuur bij de genomen besluiten op evenwichtige wijze rekening heeft gehouden met de belangen van alle belanghebbenden bij het pensioenfonds (deelnemers, gewezen deelnemers, pensioengerechtigden en de werkgever). Het toezicht op het bestuur vindt plaats door een Visitatiecommissie die tenminste elke drie jaar rapporteert. Vooruitlopend op nieuwe wetgeving heeft GE Pensioen er reeds voor gekozen om elk jaar een visitatie te laten uitvoeren. Een externe compliance officer ziet toe op de naleving van de gedragscode en relevante wet- en regelgeving. Het externe toezicht is in handen van De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM).
Bijspaarmodule GESave naar Robeco Halverwege 2013 werd het bestuur geïnformeerd door de aanbieder van de vrijwillige bijspaarmodule GESave, dat zij dit product niet langer kon ondersteunen. Deze opzegging noodzaakte het bestuur om een nieuwe aanbieder te vinden. Gezien de specifieke karakteristieken van de bijspaarregeling, bleken niet veel aanbieders in staat dit voor het fonds te kunnen ondersteunen. Uiteindelijk heeft het bestuur echter in Robeco een partner gevonden en het transitietraject van Delta Lloyd naar Robeco is voor alle betrokken partijen soepel en naar tevredenheid verlopen. Onderzoek communicatiebeleid Communicatie met deelnemers en gepensioneerden blijft een belangrijk aandachtspunt van het bestuur. Het bestuur hecht er aan de mening van de deelnemers en gepensioneerden te peilen en mee te nemen in het communicatiebeleid. In 2013 heeft het bestuur een vervolg gegeven aan de eerdere peiling in 2010 onder de deelnemers over het communicatiebeleid door middel van een elektronische vragenlijst. De respons oversteeg 25% en de bevindingen waren veelal positief en gemiddeld genomen positiever dan de antwoorden op dezelfde vragen in 2010. De communicatiecommissie draagt er zorg voor dat aanbevelingen en bevindingen zullen worden meegenomen in de inhoud en vorm van de communicatie. Meerjarenoverzicht van kerncijfers en kengetallen Bedragen x 1.000 2013 2012 2011 2010 2009 Aantal verzekerden (per eind van het jaar) Deelnemers, actief en voortgezet 1.034 1.157 1.244 1.084 1.065 Gewezen deelnemers 865 713 582 483 396 Ingegane pensioenen 44 32 18 15 4 Totaal aantal verzekerden 1.943 1.902 1.844 1.582 1.465 Pensioenen Kostendekkende premie 20.935 21.773 17.697 13.853 15.866 Feitelijke premie 20.935 21.773 *22.297 13.853 15.866 Uitvoeringskosten pensioenbeheer 689 570 596 653 538 Uitvoeringskosten pensioenbeheer per deelnemer (actief en uitkerend) 639 479 472 594 503 Uitkeringen 906 542 396 283 50 Reguliere toeslagverlening Actieve deelnemers 0,92% 1,88% 1,35% 0,8% 2,2% Gewezen deelnemers en ingegane pensioenen 2,45% 0,0% 0,0% 0,0% 0,38% Vermogen en solvabiliteit (op basis van marktwaarde; RTS) Aanwezig eigen vermogen 29.274-2.023-14.334 3.831 12.476 Minimaal vereist eigen vermogen (PW art. 131) 8.136 7.380 6.144 4.709 3.596 Vereist eigen vermogen (PW art. 132) 47.073 43.701 37.890 34.578 26.286 Technische voorzieningen, inclusief overige voorzieningen 173.871 159.609 136.197 104.181 75.555 Aanwezige dekkingsgraad in %** 116,8% 98,7% 89,5% 103,7% 116,5% Minimaal vereiste dekkingsgraad in % 104,7% 104,6% 104,5% 104,5% 104,8% Vereiste dekkingsgraad in % 127,1% 127,4% 127,8% 133,2% 134,8% Gemiddelde duration van de verplichtingen 23,8 24,8 26,1 26,2 25,3 Rentetermijnstructuur (RTS) 3,0% 2,7% 2,8% 3,4% 3,9%
Bedragen x 1.000 2013 2012 2011 2010 2009 Beleggingen Beleggingen voor risico pensioenfonds 200.045 159.098 118.650 109.138 87.146 Beleggingsopbrengsten voor risico 19.910 16.670-4.802 7.285 10.633 pensioenfonds Beleggingen voor risico deelnemers 1.473 1.330 1.345 1.379 1.287 Beleggingsopbrengsten voor risico deelnemers 139 115-33 143 215 Beleggingsrendement (total rate of return, exclusief de deelvermogens) Jaarrendement Gemiddeld rendement vanaf 31-10-2007 11,3% 2,7% 12,9% 1,1% -4,2% -1,5% 7,2% -0,6% 15,0% -4,2% Uitvoeringskosten vermogensbeheer (exclusief ontvangen reductie GEAM) 1.117 1.062 1.007 842 355 In- en uittredingskosten beleggingspools 0 0 23 25 12 (GEAM) Ontvangen reductie GEAM kosten -723-571 -572-488 -105 vermogensbeheer Uitvoeringskosten vermogensbeheer (netto) 412 491 458 379 262 Kosten vermogensbeheer (bruto) in % van het gemiddeld belegd vermogen Kosten vermogensbeheer (netto) in % van het gemiddeld belegd vermogen 0,57% 0,21% 0,77% 0,35% 0,91% 0,41% 0,89% 0,39% 0,52% 0,37% * De feitelijke premie 2011 is inclusief 4.600 herstelpremie, die in acht kwartaaltermijnen in 2012 en 2013 is geïncasseerd. **De berekening van de dekkingsgraad is met ingang van 2010 gelijk aan het eigen vermogen plus de voorziening pensioenverplichtingen voor risico pensioenfonds plus de overige technische voorzieningen, gedeeld door de voorziening pensioenverplichtingen voor risico pensioenfonds plus de overige technische voorzieningen.