1 / 6 H1 Rekenen Hoofdstuk 1 : REKENEN 1. Wat moet ik leren? (handboek p.3-34) 1.1 Het decimaal stelsel In verband met het decimaal stelsel: a) het grondtal van ons decimaal stelsel geven. b) benamingen van ons talstelsel geven. c) verklaren waarom ons talstelsel een positiestelsel is. Verklaren wat een decimaal is. Verklaren wat het geheel deel van het getal is (HB p.11 ). In verband met de natuurlijke getallen... a) Aangeven wat een natuurlijk getal aanduidt. b) Het symbool van de verzameling van de natuurlijke getallen noteren. c) In woorden verklaren wat IN is. d) IN noteren door opsomming. e) De betekenis van en noteren. f) De waarde van elk cijfer in een getal in woorden geven. (HB p. 11) De betekenis van de 4 ordeningstekens geven. De ordeningsregel toepassen in oefeningen. Natuurlijke en decimale getallen voorstellen op een getallenlijn. 1. De 4 hoofdbewerkingen Voor elke bewerking de benamingen van de getallen die gebruikt worden geven. Aangeven welk getal je bekomt als je 0 optelt bij een getal. Aangeven welk getal je bekomt als je 1 vermenigvuldigt met een getal. Aangeven welk getal je bekomt als je 0 vermenigvuldigt met een getal. Het verband tussen de optelling en de aftrekking geven. Het verband tussen de vermenigvuldiging en de deling geven. Lange sommen korter schrijven als product. 1.3 De volgorde van de bewerkingen De regel voor de volgorde van de bewerkingen noteren. 1.4 Afronden en schatten De regel om een getal af te ronden toepassen in oefeningen.
1.5 Kwadraat en vierkantswortel Andere benaming voor in het kwadraat geven. Kwadraten van de natuurlijke getallen tot 15 kennen. Vierkantswortel van een getal vb. 64 noteren in symbolen. De betekenis van het symbool geven. Vierkantswortels van de kwadraten tot 15 geven. / 6 H1 Rekenen 1.6 Machten Een macht van vb 4³ correct lezen. Het grondtal en de exponent in een macht herkennen en benoemen. De plaats van de machten en de wortels kennen binnen de volgorde van de bewerkingen. 1.7 Zeer grote en kleine getallen De machten horende bij duizend, miljoen, miljard en biljoen noteren. De betekenis geven van machten van 10. De machten horende bij een duizendste, miljoenste, miljardste en biljoenste noteren. De betekenis geven van machten van 0,1.. Oefeningen in het werkboek (werkboek p. 6 8) 1.1 Het decimaal stelsel 1,, 4, 5, 6, 8, 10, 11, 1, 13, 16, 18, 19, 0 1. De 4 hoofdbewerkingen 3, 4, 5, 7, 9, 30, 31, 33, 34, 35 1.3 De volgorde van de bewerkingen 38, 39, 41 1.4 Afronden en schatten 45, 46, 47, 48, 49, 50 1.5 Kwadraten en vierkantswortels 51, 5, 54, 55, 57, 58, 59, 60 1.6 Machten 6, 63, 64, 65, 67, 68 1.7 Zeer grote en zeer kleine getallen 70, 71, 73
3 / 6 H1 Rekenen 3. Aanvullingen 1 In het secundair onderwijs gebruiken we ALTIJD een punt als symbool van de vermenigvuldiging. 4 x 3 4. 3 Vergeet nooit de volgorde van de bewerkingen. Maak alle bewerkingen in deze volgorde. 1) bewerkingen tussen de haakjes ) machten en vierkantswortels van links naar rechts ) vermenigvuldigingen en delingen van links naar rechts 3) optellingen en aftrekkingen van links naar rechts 4. Leren leren: specifieke leertips! 1 Voorkom breien! Een veel voorkomende fout bij een opgave als deze: ( 5 + ). 3 + 4 =... ( 5 + ). 3 + 4 = 5 + = 7. 3 = 1 + 4 = 5 Deze vorm van noteren is FOUT! Alles wat links van het = -teken staat, moet gelijk zijn aan alles wat rechts van het = -teken staat. In bovenstaande oefeningen staat vb 5 + = 7. 3 We weten echter allemaal dat 7 niet gelijk is aan 1. Kan je nog fouten ontdekken in bovenstaande oefening? Schrijf daarom telkens na het = -teken je volledige opgave over ook al doe je met sommige getallen en bewerkingen niks. Gebruik kleuren om bij de volgorde van de bewerkingen de bewerking die je eerst wil uitvoeren te accentueren. (of onderstreep!) 5. Diagnose en Remediëring Deze oefeningen hebben als doel je voor te bereiden op het examen. Eerst maak je de aangegeven oefening in het werkboek. Je stelt dan de diagnose na correctie -: Ik kan dit soort oefening! Ik ga verder naar het volgende nummer. Ik heb nog problemen met deze oefening, dan herbekijk je de aangegeven oefening. Daarna oefen ik verder met de remediëringsoefening. Werkboek p. 9-4 Leerboek p.6-34 1. Werkboek oef 74 Indien problemen: kijk dan eerst WB oef 4-5 na.. Werkboek oef 76 (even) 77 (even) Indien problemen: kijk dan eerst WB oef 13 na. Remediëring: maak daarna WB oef 76 oneven 77 oneven
4 / 6 H1 Rekenen 3. Werkboek oef 79 Indien problemen: kijk dan eerst WB oef 16 18-0 na. Remediëring: maak daarna WB oef 80. 4. Werkboek oef 83 84-85 Indien problemen: kijk dan eerst WB oef 5 na. Remediëring: maak daarna WB oef 86 88. 5. Werkboek oef 9-93 Indien problemen: kijk dan eerst WB oef 49 na. Remediëring: maak daarna WB oef 94.. 6. Werkboek oef 94 100 (even) Indien problemen : kijk dan eerst WB oef 68 na. Remediëring : maak daarna WB oef 94 100 (oneven). 7. Werkboek oef 98 Indien problemen : kijk dan eerst WB oef 46 47 na. Remediëring : Maak daarna WB oef 99. 8. Werkboek oef 104 106 11 : vraagstukjes 6. Extra oefeningen 1 Volgorde van de bewerkingen. Werk telkens uit zonder rekenmachine. 1. a 4 : 4. 3 = b 6. (19-8) = c (18 + 9) : 3 + 5 = d (4 : 6). 4-16 =. e (7 + 5) : (4 + 4) = f 5 +. 4 : 8 - = g (5 + ). 4 : (8 - ) = h 4 : 6 + (5 +. 3) - 3 = 3.
5 / 6 H1 Rekenen 4. a 1 + 8 : 4 = b (81 7) : 9 = c 7 : 3. (1 + 3) = d 4 + 15 : 3 (7 + 14 : 7) = 5. a 7. 8 9. 5 = b (1 + 8) : 4 = c 93 : 3. (3 + ) = d 6. 9 + 4. 8 = e (1 + 1. 3) : (8. 3) = e 5 + 4. (4 16). = f (5 4. 5 + 7 ). 3 = g (35 5). 4 + 6. = f 18 : 3. (9 7) = g 4 + 3. (1 7). 4 = h 4. 4 + 1 = Afronden Rond de volgende getallen af op... de eenheid één tiende twee cijfers na de komma 10,01 1,1965 0,585 1004,00 48,506 0,05678 4,85674 1,5 5,1345 één duizendste 3 Extra oefeningen vind je ook op http://users.telenet.be/wiskundehoekje. Klik op online oefeningen eerste jaar. 1. Kies voor Volgorde der bewerkingen in IN, en volg de instructies op de site.. Kies voor Afronden van getallen, en volg de instructies op de site. 3. Of probeer je al iets anders?
4 Kwadraten, vierkantswortels en machten. 6 / 6 H1 Rekenen A. Bereken 1 34 = 3 14,6 = 444 = 4 8,03 = B. a is een natuurlijk getal... 1 a eindigt op een 5. Wat is het laatste cijfer van a²? C. Vul het gepaste getal in. 1 = 1 = 0 3 = 10 D. Bepaal met je rekentoestel tot op drie cijfers na de komma. 1 3 = 3 1,16 = 101 = 4 150, = E. Bereken zonder rekentoestel.