Erasmus Universiteit Rotterdam Faculteit Bedrijfskunde Vakgroep Financieel Management Examennummer: Naam: Handtekening: Management Accounting basisdoctoraal Maandag 16 augustus 2004 9:30 uur - 12:30 uur Dit is een gesloten boek tentamen. Het gebruik van een rekenmachine zonder datamogelijkheden is toegestaan. Dit tentamen bestaat uit 7 genummerde bladzijden. Indien u onvoldoende ruimte heeft in het daartoe bestemde antwoordenkader, schrijf dan het antwoord op de tegenoverliggende lege pagina en geef duidelijk aan om welke opgave het gaat. Als u blijft steken bij een bepaalde opgave, ga dan verder met de volgende opgave, zodat u niet teveel tijd verliest. Indien om een motivatie of berekening wordt gevraagd, dan wordt het totale aantal punten slechts toegekend als een juiste motivatie of berekening wordt gegeven. Lever het tentamen als één geheel in, losse blaadjes worden niet geaccepteerd. Schrijf duidelijk leesbaar. Veel succes! Correctie 1 Correctie 2 Opgave 1 Opgave 2 Eindcijfer = score/10
Opgave 1 (5) Boomgaard Het Nijverdal kweekt fruit en verwerkt deze tot verschillende producten. Eén van deze producten betreft diksap. Met betrekking tot de smaakvariant cassis zijn de volgende standaardkosten gegevens bekend: Variabele kosten: Verbruik per ½ liter Prijs per eenheid Kosten per ½ liter Appels 3,5 kg 0,20 per kg 0,70 Zwarte bessen 0,3 kg 2,00 per kg 0,60 Vlierbessen 0,2 kg 1,50 per kg 0,30 Arbeid 0,05 uur 10,00 per uur 0,50 Verkoop 0,05 Overhead-kosten: Productie 1.000 per maand Verkoop 100 per maand Tabel 1: Standaardkosten per ½-literfles diksap cassis Een ½-literfles diksap cassis wordt verkocht tegen een standaardprijs 3,00. De normale productie en verkoop bedragen 2.000 flessen per maand. Vraag 1 Bereken de contributiemarge en de winstmarge per eenheid product. Antwoord: contributiemarge: winstmarge: Vraag 2 Bereken de brutomarge (gross-margin) per eenheid product. Antwoord: Hertentamen management accounting, aug 2004 1
Vraag 3 Wat is de minimale verkoopprijs waartegen Nijverdal een ½-liter diksap cassis moet verkopen om een winst te behalen van 200 per maand? Antwoord: De werkelijke productie bedraagt 2500 flessen. De werkelijke verkoop over juli bedraagt 2200 flessen. De werkelijke verkoopprijs bedraagt gemiddeld 2,90. Vraag 4 Bepaal het verkoopvolumeverschil en het verkoopprijsverschil over de maand juli. Vermeld bij ieder verschil of het een positief of negatief verschil betreft. Antwoord: Verkoopvolumeverschil: Verkoopprijsverschil: De werkelijke verbruiken en productiekosten over juli zijn: Variabele kosten: Werkelijke verbruiken Werkelijke kosten Appels 8.600 kg 2.000 Zwarte bessen 850 kg 1.300 Vlierbessen 600 kg 500 Arbeid 110 uur 1.100 Overhead-kosten: Productie 1.200 Tabel 2: Werkelijke productiekosten juli Hertentamen management accounting, aug 2004 2
Vraag 5 Welk bedrag is in juli toegerekend aan de producten als dekking voor de vaste productiekosten? Antwoord: Vraag 6 Bepaal de price variance (prijsverschil) over de grondstofkosten per kostensoort en in totaal over de maand juli. Vermeld bij ieder prijsverschil of het een positief of negatief verschil betreft. Antwoord: Appels: Vlierbessen: Zwarte bessen: Totaal prijsverschil: Hertentamen management accounting, aug 2004 3
Vraag 7 Bepaal de efficiency variance (verbruiksverschil) over de grondstofkosten per kostensoort en in totaal over de maand juli. Vermeld bij ieder verbruiksverschil of het een positief of negatief verschil betreft. Antwoord: Appels: Vlierbessen: Zwarte bessen: Totaal verbruiksverschil: Het Nijverdal heeft in het verleden ingevroren fruit van een externe partij ingekocht voor 500, om aan te houden als reservevoorraad. Deze vruchten hebben tot op heden nog geen bewerking ondergaan en liggen opgeslagen in een koelcel. Omdat de oogst dit jaar zeer goed is, ligt er inmiddels voldoende nieuw eigen fruit in de koelcel opgeslagen. Op dit moment zijn er twee alternatieven mogelijk: I. Direct, zonder bewerking, verkopen van het ingekochte fruit; de opbrengst is in dat geval 600 (zonder extra kosten). II. Verkopen van de grondstoffen na verwerking tot diksap; de bewerkingskosten zijn in dat geval 400 en de opbrengst na verwerking is 1.100. Vraag 8 Geef commentaar op de volgende stelling (leg uit waarom deze stelling juist of onjuist is): De inkoopkosten van 500 moeten worden beschouwd als sunk cost. Antwoord: Hertentamen management accounting, aug 2004 4
Vraag 9 Bereken de opportunity costs van alternatief I (direct verkopen) en alternatief II (verkopen na verwerking). Antwoord: Alternatief I: Alternatief II: Het Nijverdal overweegt te investeren in een nieuwe machine. Deze machine geeft een geraamde besparing in productiekosten van 2.000 per jaar. De machine kan worden aangeschaft voor 5.000 en wordt lineair afgeschreven over 5 jaar. De required rate of return bedraagt 10%. Vraag 10 Bereken de Accounting Rate of Return met betrekking tot de investering in de nieuwe machine. Antwoord: Vraag 11 Hoeveel moet de jaarlijkse besparing tenminste bedragen om over de investering een opbrengst te behalen in termen van Net Present Value (netto contante waarde) van 3.000? Rond af op hele Euro s. Antwoord: Hertentamen management accounting, aug 2004 5
Opgave 2 (40 punten) Deze opgave bestaat uit 20 beweringen, waarvan u per bewering moet aangeven of deze juist óf onjuist is (één van beide mogelijkheden is correct) op het daartoe verstrekte meerkeuze-antwoordvel. Indien u correct antwoordt, levert dat 2 punten op. Indien u niet correct antwoordt, levert dat -2 punten op. Indien u een bewering onbeantwoord laat of twee antwoorden geeft, krijgt u 0 punten. U kunt voor deze opgave maximaal 40 punten halen en minimaal 0 punten. Stelling 1: Afschrijvingskosten over een machine die alleen wordt gebruikt voor een bepaalde productgroep, zijn zowel vaste indirecte kosten met betrekking tot de productgroep, als vaste indirecte kosten met betrekking tot de individuele producten binnen de groep. Stelling 2: De crux bij process costing is het vaststellen van de werkelijke kosten per eenheid in ieder process centre. Stelling 3: De step-down allocatiemethode houdt slechts gedeeltelijk rekening met geleverde diensten van ondersteunende afdelingen aan andere ondersteunende afdelingen. Stelling 4: De basis voor kostenallocatie behoort een cost driver te zijn, en de benodigde informatie om de hoeveelheid van deze basis te bepalen zou direct beschikbaar moeten zijn. Stelling 5: De gedachte achter Activity-based costing (ABC) is dat niet producten kosten veroorzaken, maar dat de activiteiten die benodigd zijn om producten te maken kosten veroorzaken. Stelling 6: Een belangrijke reden waarom producten die in lage volumes worden geproduceerd vaak overcosted zijn, is dat ze minder ondersteuning per Euro omzet vereisen, terwijl dit niet wordt onderkend in een (traditioneel) kostensysteem. Stelling 7: Als een onderneming zowel ABC als de Balanced scorecard (BSC) gebruikt, vinden we de cost drivers die voortkomen uit het ABC-systeem terug in alle vier de perspectieven van de Balanced scorecard. Stelling 8: Het doel van Activity-based budgeting is het verfijnen van het budgetteringsproces door het verdelen van indirecte kosten in verschillende homogene activity cost pools. Stelling 9: Bij Kaizen budgeting worden kosten gepland op basis van toekomstige verbeteringen in plaats van huidige praktijken en methoden, en worden bestaande praktijken geanalyseerd voor het vinden van potentiële product- en procesverbeteringen. Hertentamen management accounting, aug 2004 6
Stelling 10: Kaizen costing kan worden gebruikt ten behoeve van het doorvoeren van grote kostenreductiemogelijkheden binnen de hele organisatie. Stelling 11: Praktische capaciteit is de theoretische capaciteit gecorrigeerd voor normale, onvermijdbare verstoringen in het productieproces. Stelling 12: Bij Variable costing wordt de voorraad bepaald op basis van alle directe productiekosten en alle productie overheadkosten. Stelling 13: Indien in een periode minder wordt geproduceerd dan verkocht, dan is de winst berekend volgens Absorption costing hoger dan berekend volgens Variable costing. Stelling 14: Activity-based costing kan niet gebruikt worden samen met een process costing systeem. Een onderneming produceert van één grondstof drie verschillende producten. De gezamenlijke kosten (joint costs) bedragen 1000. De totale specifieke kosten bedragen 100 voor product A, 200 voor product B en 300 voor product C. De verkoopprijs per kg product bedraagt 20 voor product A, 30 voor B en 30 voor C. Van 100 kg grondstof worden 40 kg product A gemaakt, 30 kg B en 30 kg C. (Bovenstaande informatie heeft betrekking op stelling 15 t/m 17). Stelling 15: Indien de joint costs worden toegerekend op basis van de physical measure methode, dan bedraagt de winst van product A 300, van B 200 en van C 100. Stelling 16: Indien de joint costs worden toegerekend op basis van de Net Realizable Value (NRV) methode, dan bedraagt de winst van zowel product A als B 350 en van C 300. Stelling 17: Indien de joint costs worden toegerekend op basis van de Relative Sales Value methode, dan bedraagt de (afgeronde) winst van A 492, van B 554 en van C 554. Stelling 18: Economic value added is een bijzondere manier van residual income berekening, die de laatste jaren sterk onder de aandacht is. Stelling 19: Financiële maatstaven van klanttevredenheid, zoals aansprakelijkheidsclaims en reparatiekosten die vallen onder een garantieregeling, geven niet aan op welke punten deze gebieden kunnen worden verbeterd. Stelling 20: Voorbeelden van op marktprijs gebaseerde interne verrekenprijzen zijn variabele fabricagekosten, integrale fabricagekosten en integrale productkosten. Hertentamen management accounting, aug 2004 7
Opgave 1 Variabele kosten: Verbruik per ½ liter Prijs per eenheid Kosten per ½ liter Appels (kg) 3,5 0,20 0,70 Normale productie 2000 Zwarte bessen (kg) 0,3 2,00 0,60 Werkelijke productie 2500 Vlierbessen (kg) 0,2 1,50 0,30 Arbeidskosten (uren) 0,05 10,00 0,50 Verkoopkosten 0,05 Overhead-kosten: Productiekosten 1.000 per maand Verkoopkosten 100 per maand Tabel 1: Standaardkosten per ½-literfles diksap cassis vraag 5 vraag 6 vraag 7 vraag 8 Variabele kosten: Werkelijke kosten Standaard verbruiken Werkelijke verbruiken Price variance Efficiency variance Mixst Mixa Mix variance Yield variance Appels (kg) 2.000 8.750 8.600 280-30 87,5% 85,57% 38,75 8,75- Zwarte bessen (kg) 1.300 750 850 400 200-7,5% 8,46% 192,50-7,50- Vlierbessen (kg) 500 500 600 400 150-5,0% 5,97% 146,25-3,75-10.000 10.050 520 320-300,00-20,00- Overhead-kosten: Productiekosten 1.250 1.200 per maand Verkoopkosten 100 per maand 1 CM = verkoopprijs - VC 3-2,15 0,85 1100/2000 = 0,55 Winstmarge = 0,30 2, per onderdeel, goed of fout Indien niet per eenheid product, maar in totaal (1700, 600) of in % van de omzet: ook goed 2 brutomarge = verkooprijs - productiekosten
3 - (2,10 + 1000/2000) = 3-2,60 = 0,40 Goed of fout, indien rekenfoutje, bijvoorbeeld 1000/2000 = 0,05 i.p.v. 0,5: 2, Indien niet per eenheid product, maar in totaal (800) of in % van de omzet: ook goed 3 2000X 2000VC FC = 200 2000X 2,15 * 2000 1100 = 200 4.300 2000X - 4300 = 1300 5.600 2000X = 5600 X = 2,80 Goed of fout. Bij rekenfoutje (geen denkfout): 2, Let op doorrekenfout via vraag 1 (verkeerde CM berekend) Indien # flessen berekend o.b.v. verkoopprijs van 3: 0,85 X - 1100 = 200 = 1529,4 = eigenlijk minstens 1530: 4 Standaard verkoop 2000 Standaard verkoopprijs 3 Werkelijke verkoop 2200 Werkelijke verkoopprijs 2,9 verkoopvolumeverschil (2200-2000) * 3 = 600 (+) verkoopprijsverschil (2,9-3)*2200 = -220 2, aftrek per fout Bijv. positief of negatief door elkaar, werkelijke prijs genomen i.p.v. standaardprijs bij het volumeverschil, uitgegaan van het productievolume of de normale verkoop i.p.v. het verkoopvolume bij het prijsverschil. 5 1000/ 2000 * 2500 1.250 Goed of fout Indien over-allocatie gegeven (1250-1200 = 50) en 1250 wordt expliciet vermeld : 2, 6 Pb - Pa * Qa (0,2 - (2000 / 8600)) * 8600 = -280 (2 - (1300 / 850)) * 850 = 400 (+) (1,5 - (500 / 600)) * 600 = 400 (+) Totaal 520 (+) 2, aftrek per fout Bijv. positief of negatief door elkaar of standaardhoeveelheid genomen i.p.v. werkelijke hoeveelheid of indien uitgegaan van eindproduct: (0,7-2000/2500) * 2500 = -250; (0,6-1300/2500) * 2500 = 200; (0,3-500/2500) * 2500 = 250. Afrondingsverschillen zijn toegestaan (geldt voor alle variance-vragen). 7 Qb - Qa * Pb (3,5 * 2500-8600) * 0,2 = 30 (+) (0,3 * 2500-850) * 2 = -200 (0,2 * 2500-600) * 1,5 = -150-320 2, aftrek per fout Bijv. positief of negatief door elkaar of werkelijke prijs genomen i.p.v. standaardprijs of uitgegaan van het budget i.p.v. het flexible budget: 7000, 600, 400 met als totale efficiency variance 1120.
8 Sunk costs: de aankoop is gepleegd. Niets kan dit nog veranderen. Sunk cost zijn niet meer relevant. 9 Opportunity costs = "gemiste kanskosten'' van het beste alternatief I. 700 II. 600 Indien (I = 100, II = 0): 10 CF 2.000 Depreciation 1.000 Winst 1.000 ARR = 20% of 40% (alternatief antwoord o.b.v. average investment, moet duidelijk zijn aangegeven) Indien is uitgegaan van de cashflows en niet van de winst, dus afschrijving vergeten (let op, dan ook 40%): 2, 11 1,1 1,21 1,331 1,4641 1,61051 0,909 0,826 0,751 0,683 0,621 3,791 X * 3,7907-5000 = 3000 3,7907 X = 8000 X = 2.110 Indien afschrijving is meegenomen (1847): 2,
Opgave 2 1 onjuist vaste directe kosten t.o.v. productgroep 2 juist 3 juist 4 juist 5 juist 6 onjuist producten in lage volumes zijn vaak under-costed in een traditioneel allocatiesysteem 7 onjuist De ABC costs-drivers vindt je terug als P.I.'s in het interne perspectief van de BSC 8 juist 9 juist 10 onjuist Kaizen costing is voor kleine geleidelijke verbeteringen binnen het productieproces 11 juist 12 onjuist alleen op basis van de variabele productiekosten 13 onjuist indien minder wordt geproduceerd, is de winst volgens AC lager dan volgens VC 14 onjuist ABC kan prima worden gebruikt samen met process costing, ook met job-costing Joint costs: 1.000 Specifieke kosten: 100 voor A, 200 voor B en 300 voor C Verkoopprijs: 20 voor A, 30 voor B en 30 voor C. Van 100 kg grondstof worden 40 kg A, 30 kg B en 30 kg C gemaakt. 15 onjuist A B C sales 800 900 900 specific costs 100 200 300 joint costs 400 300 300 profit 300 400 300 16 juist A B C sales 800 900 900 specific costs 100 200 300 NRV 700 700 600 joint costs 350 350 300 profit 350 350 300 17 juist A B C sales 800 900 900 joint costs 308 346 346 1000 profit 492 554 554 18 juist 19 juist 20 onjuist marktprijs is geen (productie-)kostprijs