Functieopdracht Nederlands - Operator A en B Inhoud 1. Introductie Nederlands... 3 2. Opdrachten... 5 Opdracht 1. Verschillende meningen... 5 Opdracht 2. Luisteren naar een vergadering... 7 Opdracht 3. Een e-mail schrijven... 8 Opdracht 4. Jouw bedrijf in het nieuws... 9 3. Zelfbeoordeling: Nederlands... 10 4. Evaluatie... 11 versie 1.0 augustus 2014 Uitgave van: Technicom BV Koddeweg 43 3194 DH Hoogvliet E info@technicom.nl W Technicom.nl Functieopdracht Nederlands 2F Operator A en B Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Technicom B.V. 2
Functieopdracht Nederlands Operator A en B 1. Introductie Nederlands De Nederlandse opleiding tot Operator B is een MBO opleiding (niveau 3). Om een Operator B diploma te kunnen halen moet je aan de eisen voldoen die de Nederlandse overheid aan die opleiding stelt. De belangrijkste eisen hebben te maken met het beroep van een Operator B. Zo is bijvoorbeeld vastgelegd dat je je werkzaamheden moet kunnen voorbereiden, dat je het proces moet kunnen bewaken, etc. Maar er zijn ook eisen die niet specifiek met het beroep te maken hebben en die voor alle MBO opleidingen gelden. Dat zijn de eisen op het gebied van Loopbaan & Burgerschap en Nederlands, Engels en Rekenen. Deze FunctieOpdracht (FO) is voor het onderdeel Nederlands. Aan het eind van je opleiding moet je examen doen voor Nederlands. Om deel te mogen nemen aan het examen, moet je aan kunnen tonen dat je tijdens de opleiding geoefend hebt met de onderdelen die tijdens het examen aan de orde komen. Als je de opdrachten in deze FO maakt, en met een voldoende afrondt, dan heb je aangetoond dat je in voldoende mate geoefend hebt. Er zijn verschillende niveaus waarop Nederlandse examens worden afgenomen. Voor MBO opleidingen op niveau 2 en 3 is bepaald dat het examenniveau 2F moet zijn. Aangezien de Operator B opleiding een opleiding op niveau 3 is, moet jij examen doen op 2F niveau. In onderstaand schema kun je zien wat er van je wordt verwacht op niveau 2F. Vaardigheid op niveau 2F Luisteren Lezen Spreken Gesprekken Schrijven Ik kan luisteren naar teksten over alledaagse onderwerpen, onderwerpen die aansluiten bij mijn leefwereld of die verder van mij af staan. Ik kan teksten lezen over alledaagse onderwerpen, onderwerpen die aansluiten bij mijn leefwereld en over onderwerpen die verder van mij af staan. Ik kan redelijk vloeiend en helder ervaringen, gebeurtenissen, meningen, verwachtingen, gevoelens onder woorden brengen over onderwerpen uit de (beroeps)opleiding en van maatschappelijke aard. Ik kan in gesprekken over alledaagse en niet alledaagse onderwerpen uit leefwereld en (beroeps)opleiding uiting geven aan persoonlijke meningen. Ik kan informatie uitwisselen en gevoelens onder woorden brengen. Ik kan samenhangende teksten schrijven met een eenvoudige, lineaire opbouw, over uiteenlopende vertrouwde onderwerpen uit de (beroeps)opleiding en van maatschappelijke aard. 3
Functieopdracht Nederlands - Operator A en B Werkwijze Het is de bedoeling dat je alle opdrachten uit deze FO maakt. Bij een opdracht staat steeds aangegeven wat het resultaat van de opdracht moet zijn. Het resultaat van opdracht 1 is bijvoorbeeld een schema met de analyse van 2 betogende teksten en een betoog over een onderwerp op het gebied van milieu en/of veiligheid. Als je alle opdrachten gemaakt hebt, dus als je alle genoemde resultaten hebt, dan vul je de tabel in hoofdstuk 3 van deze FO in. Je uitwerking van de opdrachten en de ingevulde tabel lever je in. De FO wordt beoordeeld door een praktijkbegeleider vanuit Technicom. De praktijkbegeleider vult de gegevens in hoofdstuk 4 van deze FO in. Als alle opdrachten voldoende zijn, heb je voor de FO als geheel een voldoende. Als één of meer opdrachten nog onvoldoende zijn, ontvang je daar feedback op. Die opdrachten mag je aanpassen en opnieuw inleveren. 4
Functieopdracht Nederlands Operator A en B 2. Opdrachten Opdracht 1 Verschillende meningen Leerdoelen: Na deze opdracht kun je: betogende teksten over milieu en veiligheid begrijpen argumenten in een betogende tekst benoemen een betogende tekst schrijven Opdracht 1 Draagt bij aan Lezen van betogende teksten 2F Schrijven van verslagen, werkstukken, samenvattingen, artikelen 2F In kranten, (bedrijfs)tijdschriften en op internet verschijnen regelmatig berichten over onderwerpen op het gebied van milieu en/of veiligheid. In veel van deze berichten staat een duidelijke mening. De schrijver is bijvoorbeeld vóór of juist tegen het boren naar schaliegas. In het bericht worden argumenten voor de stelling gegeven met als doel jou te overtuigen. Zoek twee berichten waarin een duidelijke mening staat over hetzelfde onderwerp op het gebied van milieu en/of veiligheid. In de ene tekst is de schrijver vóór, in het andere bericht juist tegen een bepaalde ontwikkeling. Elk bericht moet ten minste 250 woorden lang zijn. Lees de teksten en vul het schema in op de volgende bladzijde. Schrijf nu zelf een kort betoog van minimaal 250 woorden over het onderwerp van de teksten die je hebt gelezen. Bouw je betoog als volgt op: titel inleiding waarin je het onderwerp en de stelling noemt kern waarin je argumenten voor en tegen bespreekt (gebruik het schema op de volgende bladzijde) conclusie waarin je jouw standpunt noemt en vertelt waarom je dat vindt Resultaat: Een schema met de analyse van 2 betogende teksten Een betoog over een onderwerp op het gebied van milieu en/of veiligheid naam praktijkbegeleider: paraaf: inleverdatum: 5
Functieopdracht Nederlands - Operator A en B Tekst 1 Tekst 2 Titel Bron (naam krant, tijdschrift) Onderwerp Stelling Argumenten voor Argumenten tegen Standpunt schrijver 6
Functieopdracht Nederlands Operator A en B Opdracht 2 Luisteren naar een vergadering Leerdoelen: Na deze opdracht kun je: de hoofdpunten van een verhaal tijdens een bijeenkomst begrijpen een kort verslag schrijven over een bijeenkomst Opdracht 2 Draagt bij aan Luisteren als lid van een live publiek 2F Schrijven van verslagen, werkstukken, samenvattingen, artikelen 2F In bedrijven worden regelmatig bijeenkomsten georganiseerd om medewerkers te informeren of te instrueren. Je kunt hierbij denken aan een bijeenkomst om het personeel te informeren over een reorganisatie, maar ook aan bijvoorbeeld een toolboxmeeting. Als aanwezige moet je in zo n situatie een wat langer verhaal kunnen volgen. Bezoek op je werkplek een bijeenkomst waarop medewerkers worden geïnformeerd of geïnstrueerd. Luister en maak eventueel aantekeningen. Schrijf na afloop van de bijeenkomst een kort verslag. Vermeld in je verslag in ieder geval: de datum en plaats van de bijeenkomst de aanleiding voor de bijeenkomst het doel van de bijeenkomst de naam en functie van de belangrijkste spreker een samenvatting van het verhaal van de belangrijkste spreker Laat je verslag lezen door iemand die ook bij de bijeenkomst aanwezig was. Staan volgens hem/haar de belangrijkste punten erin? Pas je verslag indien nodig aan. Resultaat: Een kort verslag over een bijeenkomst op het werk naam praktijkbegeleider: paraaf: inleverdatum: 7
Functieopdracht Nederlands - Operator A en B Opdracht 3 Een e-mail schrijven Leerdoelen: Na deze opdracht kun je: een e-mail schrijven aan een collega Opdracht 3 Draagt bij aan Schrijven correspondentie 2F Op je werk communiceer je op verschillende manieren met je collega s. Meestal zal dit mondeling gebeuren: face-to-face of via de telefoon. Soms verloopt communicatie ook schriftelijk: via een briefje of e-mail. Dan is het belangrijk dat je duidelijk en helder formuleert. Je kunt immers niet direct extra uitleg geven als iemand je verkeerd begrijpt. Schrijf aan het einde van een dienst een wachtoverdracht per e-mail aan een collega. De inhoud van je e-mail moet minimaal 60 woorden bevatten. Vermeld in je email in ieder geval: wat je die dienst hebt gedaan welke bijzonderheden zich eventueel hebben voorgedaan wat je van de dienst vond en waarom wat de collega in zijn dienst in ieder geval moet doen wanneer je de collega weer zult spreken Let ook op het volgende: Een e-mail heeft een onderwerp waaruit duidelijk blijkt waar de mail over gaat. Een e-mail heeft een gepaste aanhef aan het begin en een gepaste groet aan het einde. Gebruik alinea s en witregels voor een betere leesbaarheid. Laat de betreffende collega de e-mail lezen. Vraag wat hij n.a.v. de mail denkt te moeten doen in zijn dienst. Zo kun je controleren of de boodschap goed is overgekomen. Is de boodschap niet goed overgekomen? Pas je e-mail dan aan. Resultaat: Een e-mail aan een collega Een aangepaste e-mail naar aanleiding van de feedback van je collega naam praktijkbegeleider: paraaf: inleverdatum: 8
Functieopdracht Nederlands Operator A en B Opdracht 4 Jouw bedrijf in het nieuws Leerdoelen: Na deze opdracht kun je: vragen beantwoorden n.a.v. een filmfragment over het eigen bedrijf Opdracht 4 Draagt bij aan Luisteren naar radio en tv en naar gesproken tekst op internet 2F Bedrijven komen regelmatig in het nieuws. Als er een incident is geweest of als het bedrijf een belangrijke innovatie heeft gepresenteerd. Of als iemand van het bedrijf te gast is bij een (zakelijk) praatprogramma. Zoek op internet (bijvoorbeeld via Youtube) naar een fragment van of over jouw bedrijf. Kijk en luister naar het fragment en beantwoord de volgende vragen. Hoe lang duurt het fragment? Komt het fragment uit een programma of is het een zelfstandig filmpje? Als het een fragment is uit een programma: uit welk programma? Wat is in het kort de inhoud van het fragment? Is er iemand van het bedrijf zelf te zien? Zo ja, wie? Wat is het doel van het fragment? Wat wil de maker van het filmpje bereiken? Welk beeld van je bedrijf zullen de kijkers hebben na het zien van het fragment? Beschrijf dit in één of twee zinnen. Klopt dit beeld volgens jou? Waarom wel/niet? Resultaat: Antwoorden op vragen over een filmfragment naam praktijkbegeleider: paraaf: inleverdatum: 9
Functieopdracht Nederlands - Operator A en B 3. Zelfbeoordeling: Nederlands Deze FO dekt wettelijke eisen af die gelden voor Nederlands. Om te kunnen meten of je voldoet aan de eisen, is voor elke opdracht één of een aantal criteria geformuleerd. Het is de bedoeling dat je voldoet aan de criteria na het maken van de opdrachten in deze FO. In het schema zie je welk criterium aan de orde komt in welke opdracht. Beoordeel voor jezelf in welke mate je vindt dat je het criterium beheerst na het maken van de opdracht. Dit doe je, per criterium, door een kruisje te zetten bij onvoldoende (O), voldoende (V) of goed (G). Beoordeling Opdracht Criterium O V G 1 1 kan betogende teksten over milieu en veiligheid begrijpen kan argumenten in een betogende tekst benoemen 1 kan een betogende tekst schrijven 2 2 3 4 kan de hoofdpunten van een verhaal tijdens een bijeenkomst begrijpen kan een kort verslag schrijven over een bijeenkomst kan een e-mail schrijven aan een collega kan vragen beantwoorden n.a.v. een filmfragment over het eigen bedrijf 10
Functieopdracht Nederlands Operator A en B 4. Evaluatie Terugkoppeling door praktijkbegeleider Verbeterpunten Resultaat: Datum: Ingevoerd in volgsysteem? Paraaf: Datum: Akkoord praktijkbegeleider: Datum: 11