VMT 12 Motorcomponenten meten Zelfstudie en huiswerk Naam Cursist: Trainer: Datum: copyright 2011
Zelfstudie 2
Zelfstudie 3 Introductie Dit Zelfstudiepakket is een voorbereiding op de RPT-dag "Motorcomponenten meten", die je binnenkort gaat volgen. Tijdens deze RPT-dag ga je een aantal opdrachten uitvoeren. De informatie in de Zelfstudie is speciaal gericht op deze opdrachten. De Zelfstudie vormt een aanvulling op de Theorieleerstof die bij de beroepsopleiding hoort. In de Zelfstudie moet je een aantal vragen beantwoorden. Doe dit zo goed als je kunt. Het helpt je ook om met succes door de Starttoets te komen. De vragen worden tijdens de dag door de instructeur besproken. Neem daarom de ingevulde Zelfstudie mee naar de RPT-dag en bewaar hem goed. Hij kan ook zeer nuttig zijn bij de voorbereiding op het praktijkexamen. Doelstellingen Na afloop van deze dag kun je met betrekking tot: Mechanisch meten: de basisprincipes van het meten met een schuifmaat, schroefmaat, meetklok en voelermaten opnoemen Metingen uitvoeren met een schuifmaat, schroefmaat, meetklok en voelermaten Losse zuigers en cilinders meten: aan de hand van de uitgevoerde metingen de conditie van zuigers en cilinders bepalen een reparatie-advies geven Klepmechanisme meten: aan de hand van de uitgevoerde metingen de conditie van het klepmechanisme bepalen. een reparatie-advies geven Krukas en lagering meten: aan de hand van de uitgevoerde metingen de conditie van krukas en lagering bepalen. een reparatie-advies geven Cilinderbushoogte en zuigerhoogte meten: de uitsteekhoogte van (natte) cilinderbussen meten en aan de hand daarvan de pakkingdikte berekenen de uitsteekhoogte van zuigers meten en aan de hand daarvan de pakkingdikte berekenen of hoeveelheid materiaal wat van de zuiger afgedraaid moet worden. een reparatie-advies geven.
Zelfstudie 4
Zelfstudie 5 ISO-normen De Internationale Organisatie voor Standaardisatie (ISO) is een internationale organisatie die normen vaststelt. De organisatie is een samenwerkingsverband van nationale standaardisatieorganisaties in 156 landen. Veel bedrijven vragen van een bedrijf dat men ISO-gecertificeerd is waarmee een bepaalde kwaliteit geborgd wordt voor wat betreft administratie maar ook voor bijvoorbeeld werkplaatsen. Dit houdt onder andere in dat arbeidsprocessen worden vastgelegd maar ook dat het meetgereedschap periodiek gekalibreerd wordt. Voor betrouwbare meetinstrumenten is periodieke kalibratie vereist. Diverse ISO-normen stellen deze kalibratie verplicht. Alle kalibratie worden uitgevoerd ten overstaande van standaarden en worden geleverd met certificaat. De afwijking van instrumenten ten opzichten van normwaardes, wordt geregistreerd en daar waar mogelijk hersteld. Meten met de schuifmaat De schuifmaten die in de werkplaats gebruikte worden hebben veelal een nauwkeurigheid van 0,1 of 0,05 mm. Dit is te herkennen aan de nonius. Een nonius in 10 delen betekent een nauwkeurigheid van 0,1 mm, een nonius in 20 delen een nauwkeurigheid van 0,05 mm. Zoals bekend kan met een schuifmaat het volgende gemeten worden: binnenmaten buitenmaten dieptematen. Het aflezen gaat als volgt: 1. eerst lees je de hele millimeters af, zie pijl a; in dit geval 52 mm. 2. vervolgens kijk je welk streepje op de nonius gelijk ligt met een streepje van de liniaal, zie pijl b; in dit geval het zesde streepje: 0,3 mm (aflezen of berekenen: 6 x 0,05) 3. de gemeten maat bedraagt dan: 52 + 0,3 = 52,3 mm.
Zelfstudie 6 VRAAG 1. Welke maat wordt gemeten op de afbeeldingen hieronder? Nauwkeurigheid 0,1 mm 46 + 7 x 0,1= 46,7 mm Nauwkeurigheid 0,05 mm 82 + 15 x 0,005 = 82,75 mm Aandachtspunten bij het meten met de schuifmaat zijn: het te meten voorwerp en de schuifmaat moeten schoon en op kamertemperatuur zijn de nonius moet soepel te bewegen zijn bij dichtgeschoven schuifmaat moeten de nulpunten van liniaal en nonius tegenover elkaar te staan, de zgn. nulpuntinstelling plaats het te meten voorwerp zover mogelijk tussen de bekken zet de schuifmaat altijd haaks op het te meten voorwerp berg de schuifmaat na gebruik schoon op in de bijbehorende doos of etui. Meten met de schroefmaat De schroefmaat wordt ingezet voor nauwkeurige metingen binnen de techniek. Met een schroefmaat kan tot op 0,01 mm. nauwkeurig gemeten worden. Schroefmaten zijn er in verschillende maten, oplopend met 25 mm. Een voorbeeld van het aflezen van de schroefmaat: 1. eerst hele millimeters aflezen (a), in dit geval 3 mm. 2. vervolgens halve millimeterstreepje aflezen (b); in dit geval zichtbaar, dus 0,5 mm bij de gemeten maat optellen (totaal dus 3,5 mm) 3. ten slotte de nonius aflezen (c); in dit geval 0,28 mm 4. de gemeten maat: 3 + 0,5 + 0,28 = 3,78 mm.
Zelfstudie 7 VRAAG 2. Welke maat wordt gemeten op de hier getoonde afbeeldingen? 2 + 0 + 0,20 = 2,20 mm 3 + 0,5 + 0,33 = 3,83 mm B E L A N G R I J K : Om voldoende nauwkeurig te meten, moet de meetstift altijd met dezelfde kracht aangedraaid worden. Het aandraaien van de meetstift moet dan ook met de gevoelsschroef gedaan worden. Aandachtspunten bij het meten met de schroefmaat zijn: het te meten object en de schroefmaat dienen schoon en op kamertemperatuur te zijn houd de schroefmaat vast bij de geïsoleerde handgreep of plaats hem in een schroefmaatklem wanneer de meetvlakken tegen elkaar liggen dient de af te lezen maat 0,00 mm te zijn (nulpuntinstelling) of afstellen met een bijbehorend kaliber zet de schroefmaat (meetvlakken) altijd haaks op het te meten voorwerp na het meten dient de schroefmaat schoon in bijbehorende doos opgeborgen te worden, daarbij mogen de meetvlakken niet tegen elkaar liggen. Meten met de meetklok In tegenstelling tot de twee zojuist behandelde meetinstrumenten, wordt met de meetklok geen maat maar een maatverschil gemeten. De meetklok is voorzien van een grote en een kleine wijzer. De kleine wijzer geeft aan hoeveel maal de grote wijzer is rondgegaan. Afhankelijk van de aanduiding op de klok, bijvoorbeeld 0,01 mm per gedeelte tussen twee streepjes, komt één keer geheel ronddraaien van de grote wijzer overeen met 1 mm verplaatsing van de meetstift.
Zelfstudie 8 Aangezien er verschillende schaalverdelingen mogelijk zijn bij meetklokken moet je dus altijd kijken welke aanduiding op de wijzerplaat is aangegeven. De wijzerplaat is draaibaar, waardoor de beginstand van de wijzer steeds op 0 kan worden ingesteld. De meetklok wordt voor het meten meestal in een statief (al dan niet met magnetische voet) geplaatst, of in speciale houders. Aandachtspunten bij het meten met de meetklok zijn: het te meten object en de meetklok moeten schoon en op kamertemperatuur zijn zet de meetklok vast in een statief controleer of de meetstift soepel op en neer gaat zet de meetklok (meetstift) altijd haaks op het te meten meetvlak berg na het meten de meetklok schoon op in de bijbehorende doos. Meten met voelermaten Een set voelermaten bestaat uit een aantal plaatjes met een nauwkeurig vastgestelde dikte. Afhankelijk van de uitvoering van de set kan de dikte oplopen met een honderdste (0,01 mm), vijf honderdste (0,05 mm) of een tiende (0,1 mm). De voelermaten worden gebruikt voor het meten van spelingen, bijvoorbeeld klepspeling. Belangrijk daarbij is te letten op de hoeveelheid weerstand die je ondervindt bij het meten. Te weinig weerstand betekent een te dunne voelermaat, te veel weerstand betekent een te dikke voelermaat. In de praktijkopdracht zul je met behulp van een schroefmaat moeten leren aanvoelen wat de juiste weerstand is. Aandachtspunten bij het meten met voelermaten het te meten object en de voelermaten moeten schoon en op kamertemperatuur zijn de weerstand mag niet te hoog en te laag zijn; forceer nooit: dit kan leiden tot het knikken van de voelermaat berg na het meten de voelermaten schoon in de houder op. Andere meetinstrumenten Voor elk doel is er wel een special meetinstrument denk bijvoorbeeld aan het opmeten van klepgeleiders met een binnenmicrometer. Ook maakt men gebruik van kalibers waarmee snel een bepaalde afwijking mee gevonden kan worden. Tegenwoordig ziet men veel digitale meetinstrument die sneller afleesbaar zijn.
Zelfstudie 9 Inleiding Verbrandingsmotoren hebben een beperkte levensduur. Deze levensduur is niet voor alle motoren gelijk. Er zijn vele factoren die de levensduur van de motor beïnvloeden. VRAAG 3. Noem tenminste drie factoren die de levensduur van de motor beïnvloeden. 1 Rijgedrag van de motor 2 Materiaalkeuze 3 Oliekwaliteit 4 Onderhoud 5 Toepassen van originele onderdelen De mate van slijtage voor de verschillende onderdelen is aan grenzen gebonden. Binnen deze grenzen is revisie mogelijk. Revisie betekent dan ook dat alle componenten zodanig bewerkt of vervangen worden dat uiteindelijk de motor weer volledig voldoet aan de fabrieksspecificaties en de opgegeven prestaties kan leveren. Revisie vraagt dan ook de nodige vakkennis en begint bij meten. VRAAG 4. Noem minimaal vijf onderdelen in de motor die aan slijtage onderhevig zijn. Zuigers Cilinderbussen Zuigerveren Lagerschalen Nokkenas Krukas Klepgeleiders Klepzittingen Keerringen METEN Het meten aan onderdelen moet met de nodige nauwkeurigheid uitgevoerd worden. Maten en toleranties worden door de fabrikant namelijk in honderdste van mm opgegeven. Het spreekt dan ook voor zich dat de onderdelen eerst gereinigd moeten worden voordat de metingen uitgevoerd worden. Nauwkeurige meetinstrumenten zijn dus beslist noodzakelijk om uiteindelijk een kwalitatief goede en betrouwbare revisie uit te kunnen voeren. Meetklok De meetklok is een indirect meetinstrument. Dit betekent dat met de meetklok alleen maatverschillen kunnen worden gemeten. Met behulp van een statief kan onder verschillende hoeken gemeten worden. De meetstift moet onder voorspanning op het te meten voorwerp geplaatst worden.
Zelfstudie 10 VRAAG 5. Noem minimaal drie metingen die je met een meetklok kunt uitvoeren. Axiale speling van nokkenas Slingering van nokkenas Axiale speling van krukas Uitsteekhoogte cilinderbus Cilindermeetklok De cilindermeetklok is ook een indirect meetinstrument, die zoals de naam al aangeeft gebruikt wordt voor het meten van cilinders. Bij dit instrument wordt gebruik gemaakt van verwisselbare meetstiften. Houd tijdens het meten met het volgende rekening: de meetklok moet haaks op de cilinderwand staan de juiste meetstift moet gemonteerd zijn. CILINDER METEN Voordat je gaat meten, moet je eerst de lengte van de meetstift bepalen. Ga hiervoor uit van de door de fabrikant opgegeven cilinderdiameter. Meet de diameter van elke cilinder op meerdere plaatsen gemeten (zie afbeelding). De fabrikant geeft aan op welke plaats (A, B en C) in de cilinder gemeten moet worden. VRAAG 6. Wat moet met het opmeten van de cilinders bepaald worden? Ovaliteit Tapsheid Slijtage
Zelfstudie 11 De diameter neemt door slijtage vanaf de krukas naar de cilinderkopzijde gezien toe. Deze maatverandering moet bepaald worden en is aan een maximum gebonden. De metingen moeten in de langs- en dwarsrichting van het cilinderblok uitgevoerd worden. Zo krijg je per cilinder zes meetwaarden. Zodra de maatafwijkingen van één cilinder buiten de toleranties liggen, moet je indien mogelijk alle cilinders tot de eerste volgende overmaat opboren. Aan de zijde van de cilinderkop heeft de cilinder vaak een stootrand. Uitsteekhoogte cilinderbus meten Bij motoren met natte cilinderbussen moeten de cilinderbussen zodanig gemonteerd worden dat zij een bepaalde afstand boven het motorblok uitsteken; de cilinderkop moet namelijk de cilinderbus goed op de afdichting aan kunnen drukken. Belangrijk bij het meten van de uitsteekhoogte is dat de cilinderbus vastgeklemd wordt. Meet per cilinderbus op minimaal drie plaatsen; het gemiddelde van deze metingen is dan het hoogteverschil. Zorg dat de cilinderbus en het motorblok schoon zijn, vooral op de plekken waar je moet meten. Uitsteekhoogte zuigers meten Bij sommige typen motoren wordt de zuigerhoogte ten opzichte van het motorblok gemeten. Deze meting wordt op twee plaatsen uitgevoerd. Het is daarbij belangrijk dat de twee meetplekken in het verlengde liggen van de zuigerpen. Het gemiddelde van deze metingen is dan de hoogte die de zuiger boven het blok uitsteekt. Aan de hand daarvan kun je dan de dikte van de koppakking bepalen, of bepalen hoeveel er van de zuigerbodem afgedraaid moet worden. Opmerking Via bovenstaande meting kun je ook controleren of je met kromme drijfstangen te maken hebt (vooral bij motoren die waterslag hebben gehad). ZUIGERS METEN Om te bepalen of een zuiger geschikt is voor hergebruik, moeten een aantal controles uitgevoerd worden. Hiertoe moet de zuiger eerst goed gereinigd worden. De metingen aan de zuiger worden verricht met een schroefmaat en een voelermaat. VRAAG 7. Welke controles moeten uitgevoerd worden om te kunnen bepalen of een zuiger geschikt is voor hergebruik?
Zelfstudie 12 De diameter van de zuigermantel wordt haaks op de zuigerpen gemeten. De fabrikant geeft aan, op welke afstand van bijvoorbeeld de onderzijde van de zuiger deze maat gemeten moet worden. VRAAG 8. Waarom moet de zuigerdiameter haaks op de zuigerpen gemeten worden? Aan deze zijde is de zuiger het sterkst onderhevig aan slijtage als gevolg van leibaan- krachten en kantelen Per cilinder moet de maximale zuigerspeling berekend worden. Deze maximale speling kan als volgt berekend worden: verminder de grootst gemeten diameter in de dwarsrichting met de zuigerdiameter het resultaat is de zuigerspeling. Zodra voor één van de cilinders de zuigerspeling buiten de toleranties ligt, moeten alle cilinders naar de eerstvolgende overmaat opgeboord worden. Het spreekt voor zich dat er in dat geval overmaat zuigers gemonteerd moeten worden. Het kan zijn dat de zuiger versleten is, maar dat de cilinder nog goed is; in zo'n geval zullen de werkzaamheden zich beperken tot het nabewerken van de cilinder en vernieuwen van de zuiger. Het kan uiteraard ook voorkomen dat de zuigers nog in orde zijn en de cilinders te ver uitgesleten zijn. Omdat men bij bedrijfsauto's veel gebruik maakt van losse cilinderbussen, kan men deze vervangen en de zuigers laten zitten. Een en ander heeft te maken met de materiaalkeuze van de fabrikant. Dit is tegenwoordig zo goed ontwikkeld dat de fabrikant vooraf al zijn keuze kan maken welke onderdelen hij wil laten slijten. S A M E N V A T T E N D Zorgvuldig meten is zeer belangrijk om een goede beoordeling te kunnen maken en aan de hand daarvan voor de klant een economisch verantwoorde offerte.
Zelfstudie 13 BOORMAAT BEPALEN Bij het bepalen van de boormaat moet uitgegaan worden van de diameter (P) van de overmaat zuiger. Bij deze maat moet de minimale zuigerspeling (C) opgeteld worden. Na het boren worden de cilinders gehoond. Hierbij gaat maximaal 0,02 mm (H) materiaal van de cilinder verloren. Hiermee moet bij de bepaling van de boormaat rekening gehouden worden. De totale boormaat wordt nu: P + C - H = boormaat. VRAAG 9. Waarom is het zinvol om van de zuigerdiameter uit te gaan bij de bepaling van de boormaat? Hoe nauwkeuriger de passing van de zuiger in de cilinder, des te langer duurt het voordat door slijtage de maximale zuigerspeling wordt bereikt. ZUIGERPENNEN METEN De bevestiging van een zuigerpen kan op drie manieren uitgevoerd zijn. Zuigerpen vast in de zuiger. Bij deze constructie is de zuigerpen vast verbonden met de zuiger (krimpverbinding). De zuigerpen scharniert in de drijfstang. Voor het monteren van de zuigerpen moet de zuiger worden verwarmd. Zuigerpen vast in de drijfstang. De zuigerpen is hierbij vast aan de drijfstang bevestigd, en scharnierbaar aan de zuiger. Zuigerpen zwevend bevestigd. De zuigerpen is zowel in de drijfstang als in de zuiger scharnierbaar. De borgveertjes voorkomen dat de zuigerpen in axiale richting verschuift. VRAAG 10. Waarom is de speling tussen het drijfstangoog en de zuiger (zuigerpenoog) zo groot? Deze grote speling is nodig om de axiale bewegingen van de krukas en de drijfstang te kunnen volgen Met behulp van een meetklok en schroefmaat kan de speling bepaald worden. Zuigers en zuigerpennen worden steeds als set geleverd. De pennen mogen niet onderling uitgewisseld worden.
Zelfstudie 14 ZUIGERVEREN METEN Of een zuiger geschikt is voor hergebruik wordt mede bepaald door de speling van de zuigerveren in de groeven. Om deze speling te kunnen bepalen moeten de groeven eerst grondig gereinigd worden. Hiervoor kan gebruik gemaakt worden van een speciale schraper of een stuk van een gebruikte zuigerveer. L E T O P : Zorg dat er geen materiaal van de zuiger geschraapt wordt. Na het verwijderen van de kool kan de zuiger met een koperborstel nabewerkt worden. Voor het bepalen van de speling wordt uitgegaan van een nieuwe zuigerveer. Hiernaast zie je hoe de speling gemeten moet worden. Deze manier is echter alleen mogelijk bij rechte zuigerveren. Tegenwoordig worden er namelijk ook veel taps toelopende zuigerveren toegepast, waarbij de meting niet kan worden toegepast. De slotspeling van de zuigerveer kan bepaald worden door deze in de cilinder te plaatsen. Druk de zuigerveer zoals in de onderstaande afbeelding is aangegeven met behulp van de zuiger tot aan de uiterste werkdiepte, meet vervolgens de slotspeling. Het spreekt voor zich dat de slotspeling voor alle zuigerveren gecontroleerd moet worden. VRAAG 11. Waarom is het beslist aan te raden om zodra bij één zuiger de zuigerveren vervangen moeten worden, deze bij alle zuigers te vervangen? Als bij één van de zuigers de zuigerveren worden vervangen, nemen de buigingskrachten op één punt van de krukas toe. Daardoor wordt het evenwicht verstoord. Gevolg: krukasbreuk en/of lagerschade. Controleer en reviseer eventueel tevens het draaiend gedeelte, anders kan het lager later defect raken. De olieschraapveren verdienen bij demonteren en monteren bijzondere aandacht. In een aantal gevallen is de olieschraapveer uit meerdere delen opgebouwd en kan hij niet met de gebruikelijke zuigerverentang verwijderd en gemonteerd worden.
Zelfstudie 15 Bij olieschraapveren met een expanderveer bepaalt de expanderveer in principe de radiale aanlegdruk van de olieschraapveer. De expanderveer steunt daarbij af in de zuigergroef. Let erop dat de juiste expanderveer gebruikt wordt. Te strakke olieschraapveren kunnen tot gevolg hebben dat door gebrekkige smering de zuigerveren verbranden. DRIJFSTANG METEN Drijfstangen moeten met behulp van speciale uitlijnapparatuur gecontroleerd worden. De drijfstang moet gecontroleerd worden op buiging en torsie. De verbuiging en tordering worden in hondersten per lengteeenheid opgegeven (b.v. 0,05 mm per 100 mm). Schuif het big-end op de passende as van het uitlijnapparaat. De zuigerpen moet gemonteerd zijn. Nadat het kaliber op de zuigerpen is geplaatst kan de eventuele tordering en/of verbuiging met een voelerlint gemeten worden. Een verbogen en/of getordeerde drijfstang moet in de meeste gevallen vervangen worden. Richten is niet altijd toegestaan. KRUKAS METEN De toestand van de krukas kan met behulp van vier metingen bepaald worden. VRAAG 12. Welke vier controlemetingen moet je uitvoeren worden om de Controle op haarscheuren bruikbaarheid van een krukas te bepalen? Controle op hardheid van de lagertappen Bepalen van de slingering Bepalen van de ovaliteit en diameter van de lagertappen De axiale en radiale speling moeten gecontroleerd worden als de krukas gemonteerd is (drijfstangen en zuigers zijn verwijderd).
Zelfstudie 16 VRAAG 13. Wat kan bepaald worden uit de meetwaarde voor axiale speling? Met deze meting kan een beeld verkregen worden over de mate van slijtage van de axiale lagers De radiale speling kan met behulp van plastigage gemeten worden. Nadat alle onderdelen gereinigd en ontvet zijn, moet op elke hoofdlagertap in de lengterichting een stukje plastigage geplaatst worden. Nadat de bouten van alle lagerkappen met het juiste aanhaalmoment vastgedraaid zijn, kunnen deze weer verwijderd worden. Ondertussen mag de krukas niet verdraaid worden. De plastic strip is ondertussen platgedrukt en heeft een bepaalde breedte aangenomen. Met behulp van de bijgeleverde liniaal kan de speling bepaald worden. LET OP: Men weet nu welke speling er is maar niet waar de slijtage is. De krukas kan versleten zijn maar ook het lager. VRAAG 14. Op welke andere wijze kan de radiale speling bepaald worden? Door het meervoudig meten van de tapdiameter met een schroefmaat en het meten van de diameter van het lager in gemonteerde toestand met een binnenschroefmaat. De speling wordt bepaald door het gemiddelde van de meetwaarden voor tap en lager van elkaar af te trekken. Dit is nauwkeuriger, maar ook bewerkelijker dan met plastigage. Nadat de krukas op V-blokken is geplaatst kan met een meetklok de slingering gemeten worden. De lagertappen moeten gecontroleerd worden op tapsheid en ovaliteit. De tapsheid kan bepaald worden door de diameter op twee plaatsen naast elkaar te meten, de ovaliteit door de diameter op twee plaatsen haaks op elkaar te meten.
Zelfstudie 17 VRAAG 15. In welke twee groepen worden de lagertappen verdeeld? Hoofdlagertappen Drijfstanglagertappen Zodra de maten van één van de lagertappen uit een groep buiten de toleranties liggen, moeten alle tappen in deze groep naar de volgende ondermaat geslepen worden. O P M E R K I N G : Het is niet altijd toegestaan om de tappen van de krukas te slijpen, in verband met dikte van de geharde laag. Let dus altijd op de aanwijzingen van de fabrikant. De afrondingen mogen niet weggeslepen worden. CILINDERKOP EN KLEPMECHANISME METEN Cilinderkop Controleer de cilinderkop na demontage op kromtrekken en scheuren. Scheuren komen meestal voor tussen de klepzittingen. Of een cilinderkop die tussen de klepzittingen of ergens anders is gescheurd, afgekeurd moet worden, verschilt per merk. Meestal heeft een revisiebedrijf hier meer ervaring mee. Scheuren die onder de klepzitting doorlopen, zijn niet toelaatbaar. Bij warme motor bestaat dan de kans dat de klepzitting loslaat. Vaak mag een cilinderkop wel gevlakt worden, maar mag de totale kop na bewerking niet onder een bepaalde maat komen (in verband met de sterkte van de cilinderkop). Let altijd bijzonder nauwkeurig op de minimale en maximale diepteligging van de klep na bewerking. Bij te hoge ligging kan de klep de zuiger raken. Bij te lage ligging ontstaat een te grote compressieruimte, waardoor de minimale compressie-einddruk niet meer kan worden gehaald. Klepgeleider en klepsteel Van de klepgeleiders moet de binnendiameter op meerdere plaatsen worden gemeten (zelfde werkwijze als bij cilinder meten). Hiervoor zijn er speciale binnenschroefmaten in de handel die tot op 0,001 mm nauwkeurig kunnen meten. Door de diameter van de klepsteel te meten, kan de maximum speling bepaald worden. Elke klepgeleider en klep vormen een combinatie. Als ze eenmaal gebruikt zijn, mogen ze niet meer onderling uitgewisseld worden. VRAAG 16. Waarom mogen kleppen en klepgeleiders niet uitgewisseld worden? Klepsteel en klepgeleider slijten op elkaar in. Daardoor ontstaat voor elke combinatie een specifiek slijtagebeeld. Verwisseling leidt tot ongewenste extra slijtage
Zelfstudie 18 Naast de diameter van de klepsteel zijn de onderstaande maten belangrijk tijdens het beoordelen van de klep: totale lengte slingering klepsteel en -schotel randdikte van de klepschotel. Klepveer De conditie van de klepveren is belangrijk voor het op tijd sluiten van de kleppen. De veerkracht is bepalend voor het al dan niet gaan zweven van de kleppen. De conditie kan bepaald worden door de volgende controles uit te voeren: meten van vrije veerlengte meten van veerkracht meten van haaksheid. Nokkenas Naast de radiale en axiale speling en slingering spelen nog een aantal maten een belangrijke rol in de beoordeling van de nokkenas. Deze metingen kunnen met een schroefmaat gecontroleerd worden: hoogte van de nokken ovaliteit van de lagertappen. Zodra de nokhoogte buiten de tolerantie ligt betekent dit in veel gevallen dat de nokkenas vervangen moet worden. Het is echter ook mogelijk om de betreffende nokken op te laten lassen en opnieuw te slijpen. Bij cilinderkoppen met bovenliggende nokkenas en losse of vaste "lagerkappen" moet de radiale speling per tap opgemeten worden. Bij een te grote speling moet je bepalen of de diameter van de lagertap of de betreffende boring hiervoor verantwoordelijk is. In het laatste geval moet de cilinderkop vervangen worden. Klepstoters Voor een goede cilindervulling is een bepaalde lichthoogte van de kleppen vereist. Deze is te bereiken door een juiste afstelling van de klepspeling. Bij de kleinere motoren worden al jaren hydraulische klepstoters toegepast. Deze zorgen mits ze goed functioneren altijd voor de juiste klepspeling. Vast klepstoters of nokkenassen kunnen weleens slijten. Om te controleren of een klepstoter is versleten, moet je deze demonteren en bekijken of de geharde laag aan de onderzijde niet is weggesleten. Om te controleren of de nokhoogte van een nokkenas nog goed is, zet je de klepspeling op nul, plaats je een klokmicrometer met statief op de tuimelaar draai je de motor rond. De lichthoogte wordt bij moderne motoren meestal in de werkplaatshandboeken vermeld.
Zelfstudie 19 Tuimelaars en tuimelaarassen De metingen en voorwaarden voor deze componenten komen overeen met de bepaling van de radiale speling voor krukas en krukaslagers, opgemeten met een binnen- en buitenmicrometer. Dit is het einde van de Zelfstudie. Deze Zelfstudie is zo universeel mogelijk opgezet. Er bestaat echter in de praktijk geen universele uitvoering. Alle fabrikanten hebben hun eigen uitvoeringen en oplossingen. Als je hierover onduidelijkheden bent tegengekomen of vragen hebt, zoek dit dan uit in je eigen werksituatie en breng het op de RPT-dag ter sprake tijdens de behandeling van de Zelfstudie. Veel succes op de RPT-dag.