1000 Jongerenplan: Kansen en Uitdagingen
|
|
|
- Dina Mulder
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 1000 Jongerenplan: Kansen en Uitdagingen Dianne van Rijn Lisette Sprenkeler Brenda Aalders Bachelor onderzoek Academie Mens en Maatschappij Saxion Enschede Oktober 2012
2 Leerpakket 9.2 Het bachelor onderzoek Namen Dianne van Rijn studentnummer: Brenda Aalders studentnummer: Lisette Sprenkeler studentnummer: Opleiding Maatschappelijk werk en dienstverlening deeltijd Klas: EMW4DA1/EMM1D92B Begeleidend docent: Safoura Ghaeminia Leerpakket 9.2 BvK 2 Bachelorrapport Toetscode: Saxion Hogescholen Enschede Academie Mens&Maatschappij Enschede, oktober
3 Inhoudsopgave 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Doelstelling Korte termijn doelstelling Lange termijn doelstelling Vraagstelling Hoofdvraag Deelvragen Leeswijzer Samenvatting 12 2 Beantwoording theoretische deelvragen Jongerenplan Wat is het 1000 Jongerenplan Methodieken aanpak jeugdwerkloosheid Welke methodieken zijn er om de jeugdwerkloosheid te verminderen? Samenvatting 20 3 Methode van onderzoek 3.1 Type onderzoek Onderzoekspopulatie Instrumenten De inhoud/opbouw van de enquête Dataverwerking Procedure van dataverzameling Betrouwbaarheid Interne en externe geldigheid Ethische overwegingen Samenvatting 29 3
4 4 Resultaten 4.1 Respons Algemene kenmerken Deelvraag 3 verwachtingen Deelvraag 4 leefgebieden Deelvraag 5 resultaten Opmerkingen Samenvatting 39 5 Conclusies en aanbevelingen 5.1 Wat is het 1000 Jongerenplan Jeugdwerkloosheid Verwachtingen Leefgebieden Resultaten Conclusie hoofdvraag Aanbevelingen Sterkte/zwakte onderzoek Discussie LITERATUURLIJST 50 BIJLAGE 1 Begeleidend schrijven en enquête oud-deelnemers BIJLAGE 2 Begeleidend schrijven en enquête huidige deelnemers BIJLAGE 3 Antwoorden op de vragen BIJLAGE 4 Figuren en tabellen BIJLAGE 5 Het beoordelingsformulier BIJLAGE 6 De modelovereenkomst onderzoeksopdracht BIJLAGE 7 Formulier beschrijving bachelor rapport BIJLAGE 8 Evaluatieformulier opdrachtgever BIJLAGE 9 Toestemmingsformulier publicatie HBO kennisbank 4
5 Voorwoord Voor u ligt het onderzoeksrapport dat in opdracht van het 1000 Jongerenplan en in het kader van leerpakket 9.2. tot stand is gekomen. Binnen dit leerpakket was het de opdracht om een bachelor onderzoek uit te voeren. Dit onderzoeksrapport is een rapportage van het bachelor onderzoek van Lisette Sprenkeler, Dianne Veehof en Brenda Aalders. Brenda is werkzaam als individueel traject begeleider (ITB er) bij het 1000 Jongerenplan. In het afgelopen jaar hebben wij kennis mogen maken met het 1000 Jongerenplan. Dit is een project gericht op de aanpak van de jeugdwerkloosheid binnen de Regio Twente. We hebben destijds voor het 1000 Jongerenplan een beleidsplan geschreven. Dit beleidsplan is geschreven o m de ITB ers een leidraad te geven voor de dossiervorming. Toen de projectleider, Monique Engelbertink, van het 1000 Jongerenplan, afdeling Twente met een onderzoeksvraag kwam, waren we dan ook gelijk enthousiast om deze te gebruiken voor het bachelor onderzoek. Door het beleidsplan zijn we al aardig op de hoogte van dit project en hebben we affiniteit gekregen met het 1000 Jongerenplan. In dit onderzoek willen we de resultaten meten van het 1000 Jongerenplan. Dit hebben we gedaan door alle jongeren die vanaf de start van het project hebben deelgenomen of deelnemen aan het 1000 jongerenplan een enquête in te laten vullen. In deze enquête is gevraagd naar hun ervaringen met het 1000 Jongerenplan, of ze aan werk zijn gekomen, een opleiding zijn gaan volgen of in een ander traject zijn gekomen. Naar aanleiding van de resultaten zullen we aanbevelingen doen richting het 1000 Jongerenplan. We hopen dat het onderzoek een bijdrage kan leveren aan de verwezenlijking van de verduurzaming van het 1000 Jongerenplan. Hierbij willen wij een speciaal woordje van dank richten tot Mirthe Spanjer, voor haar advies op het gebied van SPSS. Ook willen wij de meewerkende Individuele Trajectbegeleiders ( ITB ers) bedanken voor het helpen uitzetten van de enquêtes. Mariska Ooink willen we hierbij bedanken voor de begeleiding bij het tot stand brengen van dit onderzoeksrapport evenals Safoura Ghaeminia die later het stokje van haar heeft overgenomen. De respondenten willen wij ook niet vergeten en danken hen voor hun medewerking en tijd. Tot slot willen wij Monique Engelbertink van het 1000 Jongerenplan bedanken voor de opdracht, de prettige samenwerking en het in ons gestelde vertrouwen. Dianne Veehof -van Rijn, Lisette Sprenkeler & Brenda Aalders Enschede, oktober
6 Samenvatting Dit onderzoek is in opdracht van Monique Engelbertink, projectleider van het 1000 Jongerenplan, afdeling Twente, uitgevoerd. Er zijn vanuit de overheid verschillende projecten opgezet en er is geld vrijgemaakt, om de grote en nog steeds toenemende werkloosheid onder de kwetsbare jongeren aan te pakken. (Rijksoverheid, z.j.). Het 1000 Jongerenplan is één van deze projecten binnen de Regio Twente. Het onderscheidt zich van andere projecten door een integrale aanpak en ondersteunt de kwetsbare jongeren niet alleen op het gebied van werk en opleiding, maar ook op het gebied van financiën, relaties, huisvesting, recreatie, politie, gezondheid en middelengebruik. Deze integrale aanpak door een aantal jeugdzorginstellingen zoals Jarabee, de Politie, Pactum Jeugd en Opvoedhulp en Trias Jeugdhulp, neemt circa anderhalf jaar in beslag en resulteert steeds vaker in een baan of opleiding en een stabiel woon- en leefsituatie (1000 Jongerenplan, z.j.). De lijnen tussen de hulpverleners zijn kort en het aantal verschillende hulpverleners, op deze groep kwetsbare jongeren, wordt daarmee beperkt. Het project wordt op dit moment gesubsidieerd door het Europees Sociaal Fonds (ESF), de Provincie Overijssel en de verschillende deelnemende instellingen tot Dit onderzoek zal mede kunnen bijdragen aan de verduurzaming van het project na Voor dit onderzoek zijn in totaal 280 jongeren benaderd om deel te nemen aan de enquête. Van deze 280 jongere hebben 197 de enquête ingevuld. In dit onderzoek is geïnventariseerd wat de ervaringen van deze 197 jongeren met het 1000 Jongerenplan zijn. Uit de resultaten van het kwantitatief onderzoek komt expliciet naar voren dat de jongeren, met veel meer vertrouwen, de toekomst tegemoet zien na het doorlopen van het traject. Ook zijn ze beter in staat hun problemen aan te pakken en zijn de problemen op de leefgebieden aanzienlijk verminderd. Maar liefs 70% van de jongeren heeft na het gevolgde traject een baan. De werkwijze van het 1000 Jongerenplan is overigens als zeer goed gewaardeerd. Geconcludeerd kan worden dat de resultaten van het 1000 Jongerenplan goed zijn. Deze resultaten dragen bij aan de verwezenlijking van het doel van het 1000 Jongerenplan. Gekeken naar de conclusies van de deelvragen blijken de resultaten zodanig, dat het zinvol is om het 1000 Jongerenplan te verduurzamen en daar waar mogelijk te optimaliseren. 6
7 Om het project verder te verduurzamen of te optimaliseren zijn er een aantal aanbevelingen gedaan in dit onderzoek. Een aanbeveling is om de verhouding tussen de kosten en de baten verder te onderzoeken. Een kostenbaten analyse beoogt inzichtelijk te maken wat de kosten zijn van de begeleiding van het 1000 Jongerenplan ten opzichte van de baten, zoals de baten die samenhangen met het hebben van werk. Uit ervaring blijkt dat er weinig allochtone jongeren meedoen aan het project. Een aanbeveling is te onderzoeken waarom allochtonen jongeren niet of nauwelijks deelnemen aan het 1000 Jongerenplan. Ook is het wenselijk wat meer te investeren aan de voorkant, ofwel het vooraf beter informeren van de jongeren over de inhoud en het doel van het 1000 Jongerenplan. Als de jongeren nog beter geïnformeerd worden door de verwijzers, zullen de verwachtingen, het traject en het resultaat nog beter op elkaar aansluiten. Als laatste kan de begeleiding nog verbeterd worden door meer eenduidig te gaan werken. Om meer professionaliteit te krijgen voor de toekomst en minder afhankelijk te zijn van de ITB er, zou het wenselijk zijn om te gaan werken vanuit vaste richtlijnen en protocollen. 7
8 1. Inleiding In dit hoofdstuk wordt het onderwerp van dit onderzoeksrapport omschreven. Dit wordt aan de hand van de aanleiding, de doelstelling, hoofdvragen en deelvragen van dit onderzoek omschreven. In paragraaf 1.1 zal in de aanleiding omschreven worden waarom het van belang is dat dit onderzoek uitgevoerd wordt. De doelstelling zal in paragraaf 1.2 omschreven worden, de hoofdvraag en deelvragen in paragraaf 1.3. In paragraaf 1.4 zal de leeswijzer van dit onderzoek beschreven worden en als laatste zal in paragraaf 1.5 afgerond worden met een samenvatting van dit hoofdstuk. 1.1 Aanleiding In het actieplan Jeugdwerkloosheid uit 2009 uit de overheid haar zorgen over de gevolgen van de economische crisis op de jongeren (Rijksoverheid, 2009). De werkloosheid is vanaf 2009 sterk toegenomen en treft vooral de jongeren die net op de arbeidsmarkt komen. Zij krijgen nauwelijks de kans ervaring op te doen of komen alleen in aanmerking voor tijdelijke contracten. Vaak zijn zij ook de eersten die worden ontslagen bij krimp. Kortom deze groep jongeren vormt een kwetsbare groep (Steketee, Tierolf en Mak, 2012). In het plan van de overheid wordt tevens een beroep gedaan op deze jongeren. De jongeren zijn zelf ook verantwoordelijk voor het slagen op de arbeidsmarkt in onze participatiestaat. De overheid was in 2009 dan ook van mening dat de krachten gebundeld moesten worden om het probleem van de jeugdwerkloosheid aan te pakken. De Rijksoverheid heeft gekozen voor een regionale aanpak jeugdwerkloosheid omdat deze sterk per regio en sector verschilt (Rijksoverheid, z.j.). Dit betreft doorgaans de werkloze jongeren tot 27 jaar omdat deze groep niet zonder meer recht op bijstand heeft (Rijksoverheid, z.j.). De Rijksoverheid heeft met 30 arbeidsmarktregio s convenanten afgesloten waarin concrete maatregelen staan voor die betreffende regio. Gemeenten, onderwijs, kenniscentra en uitvoerende instanties, zoals het UWV, voeren deze maatregelen uit. Voor het Actieplan Jeugdwerkloosheid heeft de Rijksoverheid voor de periode miljoen uitgetrokken. De laatste 4 maanden van 2009 hebben de regio s gezamenlijk jongeren aan een baan, leerwerkbaan of stage geholpen. De helft van hen had geen startkwalificatie (minimaal mbo-diploma niveau 2 of HAVO-/VWO diploma ) en behoorde tot de meest kwetsbare groep. Tussen de start van het actieplan op 1 september 2009 en 31 december 2010 hebben jongeren een baan, een stage of een leerwerkplek gevonden. Dit blijkt uit de cijfers van de dertig arbeidsmarktregio's die de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Naast het budget voor het Actieplan Jeugdwerkloosheid was er tussen 2009 en 2011 ook nog 75 miljoen aan ESF-subsidie (Europees Sociaal Fonds) beschikbaar voor de bestrijding van jeugdwerkloosheid. In het Actieplan jeugdwerkloosheid van de Provincie Overijssel zijn drie projecten opgenomen. Het eerste project is School - Passend Onderwijs Arbeidstoeleiding. Dit project heeft als doel het 8
9 ontwikkelen, organiseren en uitvoeren van een begeleidingstraject voor jongeren met gedragsproblemen en/of meervoudig complexe problematieken, gericht op duurzame plaatsing op de arbeidsmarkt, dan wel een startkwalificatie. Het betreft individuele trajectbegeleiding voor jongeren tussen de 15 en 23 jaar die al start tijdens de schoolperiode (VO,VSO / Praktijkonderwijs) en door loopt tot het moment dat de jongere zelfstandig zijn plek op de arbeidsmarkt duurzaam kan behouden. Het tweede project is Aanpak van Jeugdwerkloosheid door het aanbieden van werkervaringsplekken aan kwetsbare jongeren. Het doel van dit project is begeleiding bieden aan jongeren die extra ondersteuning nodig hebben om hun draai in de samenleving te vinden. Het gaat daarbij niet alleen om ondersteuning op school of richting werk. Hun problemen zijn breder. Deze kwetsbare jongeren hebben behoefte aan begeleiding, waarbij al hun leefgebieden betrokken worden. Jongeren die zich melden als werkzoekenden, zijn binnen drie maanden weer aan het werk, terug naar school of op traject, mogelijk op een traineeplaats bij een bedrijf of bij een arbeidspool. Het derde project is het 1000 Jongerenplan. Het doel van het 1000 Jongerenplan is om 1000 jongeren tussen de 16 en 27 jaar een integraal traject aan te bieden voor werken-wonen-sociaal netwerk, resulterend in een baan, opleiding en een stabiele woon- en leefsituatie. Dit project is opgestart om kwetsbare jongeren met problematiek op verschillende leefgebieden een kans te bieden op de arbeidsmarkt. De verschillende leefgebieden zijn financiën, huisvesting, relaties, middelengebruik, scholing, werk, gezondheid, vrije tijd, hulpverlening en politie/justitie. Deze jongeren worden begeleid door een Individueel Traject Begeleider ( ITB er). De ITB er is verantwoordelijk voor het plan van aanpak en de begeleiding gedurende het traject. De ITB ers van het 1000 Jongerenplan werken volgens de zogenoemde Work-Wise Methodiek (Work-Wise, z.j.). De ITB ers krijgen hiervoor een aparte cursus zodat ze in staat zijn om de kwetsbare jongeren via deze methodiek te begeleiden. Work-Wise was in het verleden alleen bedoeld voor jongeren die geplaatst waren in een justitiële inrichting. Er is echter gebleken dat deze methodiek ook toepasbaar is op kwetsbare jongeren zoals hierboven genoemd (Ministerie van VWS, 2011). Dit onderzoek is gestart in mei 2012 en afgerond in oktober De resultaten van het onderzoek zijn in dit rapport benoemd. Er is geïnventariseerd wat de ervaringen van de jongeren zijn met het 1000 Jongerenplan, afdeling Twente. Deze inventarisatie heeft plaatsgevonden onder de kwetsbare jongeren die op dit moment het traject volgen of die het traject binnen het 1000 Jongerenplan hebben afgesloten. Dit onderzoek kan een bijdrage leveren aan de verdere ontwikkeling van het 1000 Jongerenplan, aangezien het beoogt om de doelmatigheid van het traject/project in kaart te brengen op basis van de inventarisatie van de ervaringen en resultaten die de jongeren aangeven. Deze inventarisatie zal leiden tot een beeldvorming in hoeverre het 1000 Jongerenplan heeft bijgedragen aan de vermindering van de jeugdwerkloosheid in Twente. Dit is de regio waar het 1000 Jongerenplan zich op richt. Vervolgens kunnen aanbevelingen worden gedaan ter verbetering van het 1000 Jongerenplan. De resultaten die voort zullen vloeien uit het onderzoek komen ten eerste 9
10 tegemoet aan de vraag en behoefte van het 1000 Jongerenplan en kunnen mogelijk een bijdrage leveren aan de verduurzaming van het 1000 Jongerenplan. 10
11 1.2 Doelstelling Uit de aanleiding komen de volgende doelstellingen naar voren. Hierbij is een onderscheid gemaakt tussen een korte termijn doelstelling en een lange termijn doelstelling Korte termijn doelstelling Er is een inventarisatie van de ervaringen en resultaten van de jongeren die deelnemen of hebben deelgenomen aan het 1000 Jongerenplan, afdeling Twente Lange termijn doelstelling Verduurzaming en optimalisering van het 1000 Jongerenplan. 1.3 Vraagstelling Uit bovenstaande doelstellingen hebben de onderzoekers een hoofdvraag geformuleerd. De bijbehorende deelvragen moeten uiteindelijk die informatie opleveren waarmee de hoofdvraag beantwoord kan worden. Hiertoe hebben de onderzoekers gekozen voor twee theoretische en drie praktische vragen om deze informatie te produceren Hoofdvraag Wat zijn de ervaringen van de deelgenomen jongeren met het 1000 Jongerenplan en op welke wijze zou het project geoptimaliseerd kunnen worden zodat het een duurzaam project wordt? Deelvragen De volgende deelvragen zijn opgesteld om antwoord te krijgen op de hoofdvraag: Theoretische vragen: 1. Wat is het 1000 Jongerenplan? 2. Welke methodieken zijn er om de jeugdwerkloosheid te verminderen? Praktijkgerichte vragen: 3. Wat waren/zijn de verwachtingen van de jongeren ten opzichte van het 1000 Jongerenplan? 4. Op welke leefgebieden van de respondenten komen de meeste problemen voor? 5. Wat zijn de resultaten van de begeleiding vanuit het 1000 Jongerenplan? 11
12 1.4 Leeswijzer In de volgende hoofdstukken wordt er naar toegewerkt om een antwoord te krijgen op de hoofdvraag. Dit zal gedaan worden aan de hand van de antwoorden op de deelvragen. In hoofdstuk 2 zal een beschrijving worden gegeven van het theoretisch kader van dit onderzoeksrapport. In dit hoofdstuk zal antwoord worden gegeven op de 2 theoretische deelvragen. In hoofdstuk 3 zal de onderzoeksmethode worden beschreven en beargumenteerd. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van het kwantitatieve onderzoek beschreven. Tot slot wordt in hoofdstuk 5 een antwoord op de hoofdvraag en de praktijkgerichte deelvragen gegeven. Ook de aanbevelingen worden in dat hoofdstuk beschreven. 1.5 Samenvatting In het actieplan Jeugdwerkloosheid 2009 uit de overheid haar zorgen over de gevolgen van de economische crisis op de jongeren. De werkloosheid is vanaf 2009 sterk toegenomen en treft vooral de jongeren die net op de arbeidsmarkt komen. Het is voor deze groep jongeren heel moeilijk werkervaring op te doen en een plekje op de arbeidsmarkt te veroveren, laat staan een vaste aanstelling te krijgen. Deze groep jongeren, met geen of weinig werkervaring, wordt vaak ook als eerste ontslagen bij reorganisaties. Dit maakt dat zij een kwetsbare groep vormen. De Rijksoverheid heeft gekozen voor een regionale aanpak jeugdwerkloosheid omdat deze sterk per regio en sector verschilt. In het Actieplan jeugdwerkloosheid van de Provincie Overijssel zijn drie projecten opgenomen waaronder het 1000 Jongerenplan. Het doel van het 1000 Jongerenplan is om 1000 jongeren tussen de 16 en 27 jaar een integraal traject aan te bieden voor werken-wonen-sociaal netwerk, resulterend in een baan, opleiding en een stabiele woon- en leefsituatie. Dit project is opgestart om kwetsbare jongeren met problematiek op verschillende leefgebieden een kans te bieden op de arbeidsmarkt. Deze jongeren worden begeleid door een Individueel Traject Begeleider ( ITB er). De ITB er is verantwoordelijk voor het plan van aanpak en de begeleiding gedurende het traject. De Individuele Trajectbegeleiders van het 1000 Jongerenplan werken volgens de Work-Wise Methodiek. Dit onderzoek zal zich richten op het 1000 Jongerenplan, afdeling Twente. Er wordt geïnventariseerd wat de ervaringen van de jongeren zijn met het 1000 Jongerenplan om te kijken of verduurzaming en optimalisering mogelijk is. Deze inventarisatie zal plaatsvinden onder de jongeren die op dit moment het traject volgen of die het traject binnen het 1000 Jongerenplan hebben afgesloten. 12
13 2. Beantwoording theoretische deelvragen In hoofdstuk 1 is de aanleiding tot dit onderzoek omschreven. In dit hoofdstuk zal er antwoord worden gegeven op de theoretische deelvragen die daaruit zijn voortgekomen. De theoretische deelvragen zijn: 1. Wat is het 1000 Jongerenplan? 2. Welke methodieken zijn er om de jeugdwerkloosheid te verminderen? Jongerenplan In deze paragraaf zal antwoord worden gegeven op de deelvraag wat is het 1000 Jongerenplan? Daarbij zal ingegaan worden op de kenmerken van jongeren die deelnemen aan het 1000 Jongerenplan en hoe het 1000 Jongerenplan tot stand is gekomen Wat is het 1000 Jongerenplan? Het 1000 Jongerenplan is een pilot project dat is opzet vanuit het landelijke actieplan jeugdwerkloosheid en heeft tot doel om de jeugdwerkloosheid te verminderen(rijksoverheid, 2009). Het 1000 Jongerenplan is onderverdeeld in drie afdelingen: Twente, IJssel-Vecht en Deventer. Het doel van het 1000 jongerenplan is om 1000 jongeren tussen de 16 en 27 jaar een integraal traject aan te bieden voor werken-wonen-sociaal netwerk, resulterend in een baan of opleiding en een stabiele woon- en leefsituatie. Dit project is opgestart om kwetsbare jongeren met problematiek op verschillende leefgebieden een kans te bieden op de arbeidsmarkt. De leefgebieden die het 1000 Jongerenplan hieronder verstaat zijn: Wonen, Werk, Onderwijs / scholing, Financiën / schulden, Gezondheid / welzijn, Relaties, Recreatie / vrije tijd, Zorg / hulpverlening en Politie / justitie / gedwongen kader. Deze leefgebieden zijn afkomstig van de methodiek Work-Wise (Work-Wise, z.j.). Alle ITB ers hebben een opleiding gevolgd om met deze methodiek de jongeren te kunnen begeleiden. Verdere uitleg betreffende deze methodiek zal in paragraaf 2.2 methodieken behandeld worden. Onder kwetsbare jongeren verstaat het 1000 jongerenplan: Alle jongeren met een traditioneel zwakke positie op de arbeidsmarkt. De jongeren in dit project worden begeleid door Individuele Traject Begeleiders (ITB ers). Deze ITB ers zijn afkomstig van verschillende organisaties die betrokken zijn bij het project zoals de Politie, Jarabee, Commujon, UWV, SSTS, ROC, AOC, Gemeenten en Jeugdinstellingen ( 1000 jongerenplan, z.j.). De ITB er is verantwoordelijk voor het plan van aanpak en de begeleiding gedurende het traject. De aanmelding van deze jongeren geschiedt door verschillende instanties die betrokken zijn bij deze jongeren. Enkele instanties zijn hierboven al genoemd. Ook kan de jongere zichzelf aanmelden via de 13
14 site van het 1000 Jongerenplan. Als de jongere is aangemeld, zal zij/hij uitgenodigd worden voor een intakegesprek om te kijken of hij behoort tot de doelgroep van het 1000 Jongerenplan. De jongere behoort tot de doelgroep als zij/hij problematieken heeft op één of meerdere leefgebieden en niet in het bezit is van een startkwalificatie. Een startkwalificatie is het minimale onderwijsniveau dat nodig is om een baan te vinden. Het gaat dan om een diploma havo, vwo of mbo (niveau 2). Een vmbo-diploma geeft toegang tot het MBO, maar is géén startkwalificatie. Jongeren met een diploma hebben twee keer zoveel kans op een baan dan jongeren zonder diploma (Rijksoverheid, z.j.). Belangrijkste reden voor deelname aan het 1000 Jongerenplan is de motivatie van de jongere. De jongere is namelijk leidend in het traject en zonder zijn motivatie heeft het traject geen kans van slagen. Als de jongere tot de doelgroep behoort zal zij/hij onderverdeeld worden bij een ITB er. Hier wordt vooral gekeken wat de problematiek van de jongere is en welke ITB er het beste hierbij past om zodoende een goede match te krijgen. De ITB er zal vervolgens samen met de jongere een Plan van Aanpak gaan opstellen en zal samen met de jongere bepalen bij welk probleem de meeste prioriteit ligt. De ITB er zal daarna samen met de jongere aan de slag gaan om de opgestelde doelen uit het Plan van Aanpak te behalen. Tijdens dit proces wordt er elke drie maanden het traject geëvalueerd om te kijken waar de jongere staat en of zijn motivatie nog aanwezig is. Het uiteindelijke doel bij einde traject zal zijn dat de jongere duurzaam kan uitstromen op de arbeidsmarkt en er rust is op de verschillende leefgebieden zodat de jongere alleen verder kan. Bovenstaand proces is gaandeweg tot stand gekomen binnen het team. De richtlijnen zijn tot op heden nog niet vastgelegd op papier gezien het een pilot project betreft. In de praktijk blijkt dat elke ITB er weer anders omgaat met het proces en op een eigen manier werkt. Om de jongeren duurzaam uit te laten stromen stelt de provincie Overijssel voor bedrijven een bedrag van euro beschikbaar om bedrijven te stimuleren om deze kwetsbare jongeren aan te nemen, zodat deze kwetsbare jongeren ervaring opdoen op de arbeidsmarkt. Hiernaast stimuleert de ITB er de jongere en de werkgever om voor de jongere een startkwalificatie te behalen zodat de jongere in de toekomst meer perspectief heeft op de arbeidsmarkt. In ruil voor dit bedrag dienen de bedrijven een leer/werkmeester beschikbaar te stellen die de jongeren binnen het bedrijf begeleiden (1000 Jongerenplan, z.j.). Om het project destijds van de grond te krijgen is er besloten om subsidie voor het project aan te vragen bij het Europees Sociaal Fonds(ESF). De reden hiervan is dat de missie en visie van het 1000 Jongerenplan nauw aansluit bij waar het ESF voor staat. Het ESF heeft tot doel om de jeugdwerkloosheid te verminderen. Het ESF heeft, tussen 2009 en 2011, 75 miljoen aan ESF-subsidie beschikbaar gesteld voor de bestrijding van jeugdwerkloosheid naast het budget wat de overheid beschikbaar heeft gesteld (Rijksoverheid, 2009 en Europese Commissie, 2012). Eén van de doelen van de Europese Unie (EU) is het stimuleren en verbeteren van de werkgelegenheid in Europa. Eén van de kerndoelen van Europa 2020 is meer werkgelegenheid. Door 14
15 scholing en sociale innovatie ondersteunt het ESF de mobiliteit van deze werknemers op de arbeidsmarkt. Voor Nederland is in de jaren 2007 tot en met 2013 een bedrag van 830 miljoen beschikbaar aan subsidies voor ESF-projecten (agentschapszw, z.j. en Tavecchio, Oomen-Van De Kerkhof en Roorda-Honée, 1991). De subsidie van het 1000 Jongerenplan liep tot september 2012 maar er is besloten om de looptijd van het ESF te verlengen van 18 naar 24 maanden(agentschapszw, z.j.). In overleg met de Provincie Overijssel en de betrokken deelnemende instellingen is besloten het project te verlengen tot In tussenliggende periode zal gekeken moeten worden wat de mogelijkheden zijn om het project na 2015 te verduurzamen. Op dit moment is bekend dat er 150 jongeren uit de groep van 1000 eind 2010 een baan hebben gevonden. Op dat moment zitten er nog 196 jongeren in het traject naar een baan toe. Daarnaast zijn twaalf jongeren voortijdig met het traject gestopt. Het uitvalpercentage komt daarmee op minder dan tien procent (Provincie Overijssel, 2012). De groep met de meeste risico s op langdurige werkloosheid, zijn vooral de jongeren met weinig opleiding. De jongeren die geen startkwalificatie behaald hebben zijn vaak jongeren die wonen in een eenoudergezin, jongeren waarvan de ouders niet werken of jongeren waarvan de ouders een laag besteedbaar inkomen hebben. Deze jongeren hebben veelal te maken met complexe problemen. De overbelasting die deze gestapelde problematiek met zich meebrengt, wordt als eerste stap gezien naar voortijdig schoolverlaten, grensoverschrijdend gedrag en criminaliteit. In deze situatie raken jongeren aan de rand van de maatschappij. Zij komen op diverse manieren in de negatieve aandacht. Het zijn vooral de werkloze jongeren zonder startkwalificatie die aandacht behoeven om erger te voorkomen. Dit blijkt ook uit de notitie plan van aanpak jeugdwerkloosheid uit 2003 waarin staat dat schoolverlaters zonder startkwalificatie veel meer ondersteuning en intensieve begeleiding nodig hebben dan andere jongeren (Rijksoverheid, 2003). Het blijkt dat meisjes minder vaak zonder startkwalificatie van school komen dan jongens Bij de 15- tot 25-jarige meisjes daalde het aandeel zonder startkwalificatie van 13% in 2001 naar 7% in Bij de jongens nam het ook af, van 16 naar 11%. Er zijn nog altijd meer niet-schoolgaande jongens zonder startkwalificatie dan meisjes. In 2009 ging het landelijk gezien, om meisjes en jongens (CBS, z.j.). Er is een verschil tussen hoe jongens en meisjes omgaan met deze problematiek. Bij meisjes is er eerder sprake van emotionele stoornissen ook bekend onder de termen "overcontrolled" of "internalizing syndrome". Met internaliserende problemen worden die problemen bedoeld waar het kind zelf onder lijdt, zoals te afhankelijk zijn, jaloers, angstig en teruggetrokken gedrag (Nationaal Kompas Volksgezondheid, z.j. en van der Valk, Spruijt, de Goede, Maas & Meeus, 2004, pag ). Externaliserend gedrag, dat opvallender en sociaal onwenselijker is dan internaliserend gedrag, wordt bij jongens veel vaker gerapporteerd dan bij meisjes. Psychosociale problematiek uit zich bij 15
16 jongens vaak in de vorm van externaliserend gedrag, dat als zeer storend wordt ervaren. Dit verschijnsel past bij het gegeven dat in de manifestatie van gedragsproblemen en -stoornissen dit vaker voorkomt bij jongens dan bij meisjes. (Tavecchio, Oomen-Van De Kerkhof en Roorda-Honée, 2011). 2.2 Methodieken aanpak jeugdwerkloosheid Binnen deze paragraaf zal er antwoord worden gegeven op de deelvraag: Welke methodieken zijn er om de jeugdwerkloosheid te verminderen?. Daarbij zal ingegaan worden op de verschillende methodieken en waarom er binnen het 1000 Jongerenplan voor de methodiek Work-Wise is gekozen Welke methodieken zijn er om de jeugdwerkloosheid te verminderen? Een belangrijke succesfactor van het 1000 Jongerenplan is het toepassen van de Work-Wise methodiek (Work-Wise, z.j.). De Work-Wise Methodiek is een samenwerkingstraject, dat een kind of jongere op weg helpt naar een plek in de samenleving. Belangrijke kenmerken van het Work-Wise traject zijn de ketensamenwerking en inzet door intensieve persoonlijke begeleiding, waarbij gewerkt wordt aan een plan op maat voor iedere jongere. Iedere Work-Wise jongere krijgt een Individueel Trajectbegeleider ( ITB er) die hem van de eerste tot de laatste dag ondersteunt, coacht en begeleidt. De Individueel Trajectbegeleider helpt de jongere en fungeert als een coach/ begeleider. De ITB er zorgt er voor dat er samen met de jongere een plan wordt opgesteld en dat dit plan ook wordt uitgevoerd. Daarvoor brengt hij of zij alle benodigde partijen bij elkaar. De ITB er helpt bij het vinden van de juiste school of opleiding, gaat met de jongere aan de slag om stage-plaatsen of werk te vinden. De ITB er ondersteunt bij het zoeken van woonruimte als dat nodig is en helpt en motiveert de jongere waar het kan, als tijdens het traject de zaken eens tegenvallen. De ITB er is ook degene die alle partijen van ketenpartners tot en met school, stage-/werkgevers en ouders op de hoogte houdt van de voortgang. Work-Wise is een samenwerkingsverband van alle Justitiële en een aantal Jeugdzorgplus instellingen die werken met het arbeids-toeleidend programma Work-Wise. Arbeidstoeleiding wil zeggen dat personen dan wel jongeren, die hier zelf niet toe in staat zijn, begeleiding krijgen bij het toetreden op de arbeidsmarkt. Om haar doel te bereiken richt Work-Wise zich naast arbeid en scholing ook op vrijetijdsbesteding, een stabiel sociaal netwerk voor de jongere en goede woonruimte. Work-Wise heeft, voor zowel de jongere als voor hun begeleiders, programma s ontwikkelt zoals het werkprogramma aan de slag. Het programma richt zich op risicojongeren buiten een residentiële setting. Het programma is specifiek ontwikkeld voor risicojongeren in de leeftijd van 15 tot 24 16
17 jaar.'aan de slag' ervoor dat deze jongeren een beroepsopleiding kiezen en blijven volgen, stage gaan lopen en een baan krijgen én behouden! 'Aan de slag' is geen verplicht programma. Jongeren moeten zelf bereid zijn er aan deel te nemen. Het programma kent een looptijd van gemiddeld één jaar, afhankelijk van de begeleidingsnoodzaak en de motivatie van de jongere. De kracht van 'Aan de slag' is een combinatie van maatwerk voor iedere jongere, intensieve persoonlijke begeleiding, aangevuld met specifieke interventies. De persoonlijke begeleiding wordt gegeven door gecertificeerde programmabegeleiders, die via Work-Wise hun opleiding hebben gevolgd. De interventies richten zich op de onderwerpen werkrelatie en netwerkvorming en daarnaast worden op maat aanvullende interventies ingezet waaronder vaardigheidstrainingen. 'Aan de slag' richt zich ook op wonen, het sociale netwerk en vrije tijdsbesteding, omdat ook dit factoren zijn die hun invloed hebben op het behouden van opleiding of baan(work-wise, z.j.). De kracht van het 1000 Jongerenplan zit in de combinatie van maatwerk voor iedere jongere met een intensieve persoonlijke begeleiding (de Krom, 2011). Naast de Work-Wise Methodiek zijn er nog verschillende methodieken om de jeugdwerkloosheid aan te pakken. Belangrijke succesfactoren bij deze methodieken zijn een regionale aanpak, intensieve samenwerking en verbinding tussen onderwijs en arbeid. Zo zijn er verschillende projecten in de diverse regio s opgezet met een eigen methodiek om jeugdwerkloosheid tegen te gaan. Zo is in Noord Oost Brabant een omgekeerde leerroute bedacht. De omgekeerde leerroute is een (tijdelijke) alternatieve leerweg voor VMBO- schoolverlaters. Door middel van samenwerking werd er gewerkt aan een BOL-constructie, waarbij jongeren in theorie en praktijk tot vakmensen konden worden opgeleid. Het theoretische gedeelte van de opleiding werd bewerkt tot praktische werkopdrachten. Behalve juiste lokale netwerken en goede coöperatie blijkt ook een goede intermediair tussen bedrijfsleven en overheid essentieel voor het slagen van projecten. Zo heeft ook een gemeente samenwerking gezocht met uitzendbureaus zoals Randstad en Tempo-Team en bleek dit een gouden greep in de bestrijding van jeugdwerkloosheid. Andere methodieken die ingezet worden bij de ondersteuning van jongeren met problemen op meerdere leefgebieden zijn volgens Radar (2012): de Eigen Kracht Conferentie, de inzet van gezinscoaches/vig en de Wraparound Care. Bij een Eigen Kracht Conferentie maakt de jongere samen met zijn familie, buren, vrienden et cetera een plan voor de toekomst. Een onafhankelijke coördinator brengt iemands sociale netwerk bijeen zelfs als dat er niet meer lijkt te zijn en organiseert de conferentie. Eigen Kracht-conferenties zijn voor individuen en families, als herstel nodig is, bij leervragen en voor een groep, wijk of buurt. Al deze varianten gaan uit van dezelfde principes: een plan maken met betrokkenen waarbij de regie in handen blijft van de persoon of personen om wie het gaat. In het eerste deel van de Eigen Kracht-conferentie legt de hoofdpersoon van de conferentie, of iemand die dichtbij deze persoon staat, de situatie uit. Ook hulpverleners en andere professionals kunnen in dit deel informatie geven. Daarna volgt een (besloten) deel waarin de deelnemers aan de conferentie gezamenlijk een plan maken. Professionals en de Eigen Krachtcoördinator zijn hierbij niet aanwezig. In het laatste deel van de conferentie presenteren de 17
18 deelnemers het plan. Ondersteuning van professionals kan deel uitmaken van dit plan. Tot slot spreekt men af wie wat doet en wanneer iedereen weer bijeen komt, om te kijken hoe het gaat met de uitvoering van het plan. Als herstel nodig is of als een grote groep mensen elkaar nauwelijks kent, wijkt de werkwijze iets af. Dat geldt ook bij leervragen. De principes, waaronder de positie van de onafhankelijke Eigen Kracht-coördinator en het 'eigendom' van het plan, zijn in alle gevallen hetzelfde(eigen-kracht, 2012). Daar waar de reguliere hulpverlening afhaakt, staan de VIG-gezinscoaches klaar. De term VIG staat voor Vroegtijdig Interventie Gezinnen. Dit is een zeer intensieve vorm van hulpverlening in een gezin. Deze hulpverlening wordt gefinancierd door de gemeente waarbij er soms een vorm van dwang aan te pas komt (radar, z.j.). Wraparound care is een model voor het organiseren van integrale zorg aan gezinnen met een opeenstapeling van problemen. Net als bij de Eigen Kracht Conferentie benut het hun oplossend vermogen, betrekt hun sociale netwerk en streeft hun empowerment na. Daarnaast organiseert het samenwerking tussen verschillende sectoren. Gezinsbegeleiding en coördinatie van zorg liggen in één hand (Hogeschool Utrecht, 2012).De eerste resultaten en evaluaties van het onderzoek naar de inzet van gezinscoaches zijn positief, maar deze methodiek is nog niet wetenschappelijk bewezen. Dit is wel het geval bij de Eigen Kracht Conferentie. Uit internationale studies blijkt dat de Wraparound Care ook goede resultaten boekt. Het effectiviteitsonderzoek hiervan in Nederland loopt nog (radar, 2012). Kwetsbare jongeren of wel jongeren met meervoudige problematiek hebben op verschillende leefgebieden problemen. De Work-Wise Methodiek werkt middels het 8-fasenmodel waarin acht leefgebieden worden onderscheiden. De leefgebieden komen in bijna elke fase weer terug. Ze staan steeds centraal in het begeleidingstraject en brengen structuur aan in de rapportage en de begeleiding. 'Aan de slag' kent een looptijd van gemiddeld één jaar en is onderverdeeld in vier fasen. Fase 1 is het opstellen van een persoonlijk werkprogramma op basis van diagnose. Fase 2 duurt vier tot zes maanden en is de meest intensieve voor wat betreft begeleiding en interventies. Fase 3 duurt nog eens vijf maanden en checkt en vult aan waar nodig. Fase 4 is de follow-up, waarin nog zeker negen maanden contact wordt gehouden met de jongere. De leefgebieden zijn mensgericht en niet probleemgericht. Ze zijn voor iedereen van toepassing. Het eerste leefgebied is huisvesting. Hieronder verstaan we de woonsituatie van de cliënt. Onder het tweede leefgebied wordt de financiële situatie van de cliënt en het bestedingspatroon verstaan of wel de financiën. Het derde leefgebied is het sociaal functioneren. Dit is de relatie tussen de cliënt en zijn omgeving (waaronder zijn gezin, familie, hulpverleners), inclusief zijn maatschappelijk gedrag (relatie met justitie). Het vierde leefgebied is het psychisch functioneren of wel het 'welbevinden' van de cliënt, inclusief eventueel psychiatrisch ziektebeeld en verslavingsgedrag. Het vijfde leefgebied is zingeving. Onder zingeving verstaan we datgene wat de cliënt motiveert om te leven (bijvoorbeeld 18
19 een levens- of geloofsovertuiging). Het zesde leefgebied is het lichamelijk functioneren. De fysieke gesteldheid van de cliënt en de daarbij horende zelfzorg. Onder het zevende levensgebied verstaan we het praktisch functioneren zoals huishoudelijke en technische vaardigheden, taalvaardigheden enzovoort. Het laatste leefgebied is de dagbesteding. Hieronder verstaan we de dag invulling van de cliënt (werk, sociale activering, hobby's, studie, activiteiten) (movisie, z.j.). Een aantal problemen waar kwetsbare jongeren zoal tegen aan lopen zijn onder andere problemen thuis, geen goede leerprestaties, gepest worden, beginnende criminaliteit, onzekerheid over gedragsuitingen, passieve houding, snel beïnvloedbaar, geen structuur enzovoort. De jongeren hebben extra aandacht nodig. Ze geven aan onzeker te zijn en vragen om individuele, persoonlijke aandacht. Jongeren willen graag ondersteund worden in het proces naar zelfredzaamheid maar niet betutteld worden. Het blijft een proces van zoeken en afwegen wat het best bij de jongere past in zijn of haar specifieke leefsituatie. De jongeren moeten zelf op onderzoek uitgaan, waarbij mede vorm gegeven kan worden door een begeleider. De essentie bij het voorthelpen van de kwetsbare jongere is hem of haar op de juiste manier te begeleiden (Hans, 2006). Uit een onderzoek van Work-Wise in 2009 blijkt het programma succesvol. 73% had na het traject een baan, plek op school of een vorm van dagbesteding. Maar ten opzichte van het jaar daarvoor merkte Work-Wise wel een daling van het percentage positieve uitstroom als gevolg van de economische crisis (Work-Wise Magazine, 2009). 19
20 2.3 Samenvatting Het 1000 Jongerenplan is een pilot project. Het project is opgezet vanuit het Provinciale actieplan jeugdwerkloosheid en richt zich op de kwetsbare groep jeugdige werklozen. Het gaat hier om jongeren die graag willen en kunnen werken, maar doordat zij geen startkwalificatie hebben en problemen op één of meerdere leefgebieden ondervinden, moeite hebben om zich staande te houden op de huidige arbeidsmarkt. Door intensieve begeleiding vanuit de ITB ers wordt er geprobeerd rust te krijgen op de verschillende leefgebieden en wordt gekeken wat de mogelijkheden zijn op het gebied van werk en scholing om zodoende de jongeren duurzaam uit te laten stromen op de arbeidsmarkt (1000 Jongerenplan, z.j.). Het project wordt gefinancierd vanuit de rijksoverheid en het Europees Sociaal Fonds (ESF) en heeft tot doel om de jeugdwerkloosheid te verminderen. Er zijn verschillende methodieken om de jeugdwerkloosheid te verminderen zoals de Eigen Kracht Conferentie, VIG-gezinscoaches, Wraparound Care en het arbeids-toeleidend programma de Work- Wise Methodiek. Deze methodiek is erg succesvol maar ondervindt ook wel de gevolgen van de economische crisis (vanaf 2009 wordt het moeilijker om banen te vinden voor deze kwetsbare jongeren). De ITB ers van het 1000 Jongerenplan werken met de laatst genoemde methodiek. Belangrijke kenmerken van het Work-Wise traject zijn de ketensamenwerking en inzet door intensieve persoonlijke begeleiding, waarbij gewerkt wordt aan een plan op maat voor iedere jongere. De Work-Wise Methodiek werkt middels het 8-fasenmodel waarin acht leefgebieden worden onderscheiden. De leefgebieden komen in bijna elke fase weer terug. Ze staan steeds centraal in het begeleidingstraject en brengen structuur aan in de rapportage en de begeleiding. De leefgebieden zijn mensgericht en niet probleemgericht. Ze zijn voor iedereen van toepassing. 20
21 3. Methode van onderzoek Het vorige hoofdstuk gaf antwoord op de theoretische deelvragen. In dit hoofdstuk wordt de onderzoeksmethode weergegeven en beargumenteerd om antwoord te krijgen op de praktijkgerichte deelvragen. In paragraaf 3.1 zal beschreven worden voor welk type onderzoek gekozen is en waarom. In paragraaf 3.2 zal de onderzoekspopulatie beschreven worden. Er zal in paragraaf 3.3 uitgelegd worden welke instrumenten gebruikt zijn bij dit onderzoek en de verantwoording daarvan. In paragraaf 3.4 wordt ingegaan op de dataverwerking. In paragraaf 3.5 wordt de procedure behandeld en paragraaf 3.6 beschrijft de betrouwbaarheid. Hierna zal in paragraaf 3.7 de interne en externe geldigheid beschreven worden. De ethische overwegingen zullen in paragraaf 3.8 aan de orde komen en uiteindelijk zal dit hoofdstuk afgerond worden met een samenvatting in paragraaf Type onderzoek Het type onderzoek wordt evaluatie onderzoek (toetsend onderzoek) genoemd. Door middel van procesevaluatie wordt er beoogd te weten te komen in hoeverre het traject goed is of welke activiteiten kunnen worden verbeterd. Deze vorm van onderzoek is een standaardprocedure om ervoor te zorgen dat (waar nodig) de implementatie verbeterd wordt (Heerink, Pinkster, Bratti- van der Werf, 2009). Hierbij kan ook gedacht worden aan het aantal jongeren en de specifieke groepen die bereikt zijn. Ook de expertise van de ketenpartners speelt hierbij een belangrijke rol (Loketgezondleven, 2012). Kenmerken van een evaluatie onderzoek zijn: er wordt een vergelijking gemaakt met de oude- en nieuwe situatie of de nieuwe situatie wordt vergeleken met vergelijkbare situatie elders. Daarbij wordt verondersteld dat de kenmerken in de oude situatie voor beide groepen gelijk zijn geweest, maar dat door een gebeurtenis de kenmerken in de nieuwe situatie zijn veranderd (Moaweb, z.j.). Daarnaast is het ook een effectevaluatie omdat bezien wordt of en in hoeverre de doelen zijn behaald (Loketgezondleven, 2012). Het onderzoek heeft het kenmerk van een breedte onderzoek. Gezien de doelgroep, werd de enquête onder een grote groep jongeren uitgezet om een zo groot mogelijke respons te krijgen (Heerink, Pinkster, Bratti- van der Werf, 2009). Deze groep betreft de huidige deelnemers en tevens de uitstromers van het 1000 Jongerenplan. Daarnaast is dit onderzoek een praktijkgericht onderzoek. Er werd namelijk in de praktijk een enquête gehouden onder jongeren tussen de 16 en 27 jaar die of uitstromers zijn van het 1000 Jongerenplan, of nog in het project zitten. De gegevens werden in de praktijk verzameld. Dit wordt als een empirisch onderzoek omschreven door Verschuren en Dooreward (2007). Dit onderzoek heeft als doel om de ervaringen en resultaten van genoemde jongeren in kaart te brengen. Daarom is 21
22 gekozen voor een breedte onderzoek, omdat dit onderzoek grootschalig is. Een grote hoeveelheid gegevens die verzameld zullen worden vraagt om een kwantitatief onderzoek (Verschuren & Dooreward, 2007). Een kwantitatief onderzoek is een onderzoek dat in de regel cijfermatige gegevens verzameld die harde aanwijzingen of bewijzen vormen (Heerink, Pinkster & Bratti-van der Werf, 2009). Er is voor dit onderzoek gekozen omdat er op deze manier snel een grote groep bereikt kon worden en er veel meningen verzameld konden worden voor een goed beeld. Onderzoekers verwachtten genoeg informatie uit de enquête te verkrijgen. 3.2 Onderzoekspopulatie Bij de populatie gaat het om een cijfermatig afgebakende groep van de doelgroep (Heerink, Pinkster & Bratti-van der Werf, 2009). De onderzoekspopulatie betreft dat deel van de werkelijkheid waarover en doormiddel van een onderzoek uitspraken worden gedaan (Verschuren & Dooreward, 2007). In dit onderzoek is de onderzoekspopulatie de groep huidige deelnemers en uitstromers van het 1000 Jongerenplan afdeling Twente. In dit onderzoek is de steekproef gelijk aan de populatie. De enquête is gehouden door middel van persoonlijke benadering van de jongeren die nog in traject zitten via de begeleidende ITB ers. De uitstromers zijn telefonisch benaderd ( ITB er) of per brief als er geen telefonisch contact mogelijk was. In totaal zijn er 280 jongeren benaderd om deel te nemen aan de enquête. Van deze 280 jongere hebben 197 de enquête ingevuld. De respons is daarmee 70 procent. 3.3 Instrumenten Om de deelvragen te kunnen beantwoorden, is ervoor gekozen om een enquête uit te zetten die hoofdzakelijk mondeling is afgenomen. De enquête is afgeleid van de C-toets en de exit vragenlijst van Jarabee. Deze enquête is te vinden in bijlage 1 en 2. Een enquête is een lijst met hoofdzakelijk gesloten vragen die schriftelijk of mondeling door de respondenten beantwoord kunnen worden (Heerink, Pinkster & Bratti-van der Werf, 2009). In dit onderzoek zijn het kwalitatieve vragen (meningen, ervaringen) waarmee antwoorden worden verkregen voor het kwantitatieve onderzoek. Er is gekozen voor deze manier van onderzoek omdat het een kwetsbare doelgroep betreft. De stellingen zijn in eenvoudige bewoordingen gesteld omdat veel jongeren uit de doelgroep weinig onderwijs hebben genoten. Bij een kwalitatief onderzoek wordt er meer de diepte ingegaan met als risico dat er mogelijk veel onduidelijkheden zouden zijn. De individuele trajectbegeleiders hebben deze enquêtes afgenomen bij de jongeren uit hun caseload. Door het afnemen van een enquête kon er op een snelle manier een grote groep bereikt worden en veel meningen verzameld worden voor een goed beeld, wat korter duurde door gesloten vragen 22
23 (Heerink, Pinkster & Bratti-van der Werf, 2009). Onderzoekers waren bang dat veel jongeren zouden afhaken als er veel tijd mee gemoeid zou zijn. De uitstromers zijn telefonisch geënquêteerd door één onderzoeker. De verwachting was dat door het persoonlijke en telefonische contact, de respons groter zou zijn dan wanneer deze per post of mail werd verstuurd. Het nadeel van face-to-face data verzamelingsmethode is dat er sociaal wenselijke antwoorden gegeven kunnen zijn door beïnvloeding van de enquêteur. De voordelen van dit type onderzoek was dat toonmateriaal gemakkelijk te gebruiken was en dat de ITB er kon helpen als de jongere de vraag niet begreep. De nadelen van het telefonisch contact was de ergernis over de gebruikte methode. Dit onderzoek heeft wel veel voordelen zoals snelheid, relatief lage kosten, direct inzicht in resultaten en in de nonrespons (right marktonderzoek, z.j.). Volgens Verhoeven (2007) is de survey de meeste gebruikte methode om meningen, opinies, houdingen en kennis bij een grote groep personen te meten. In dit kwantitatieve onderzoek is gebruik gemaakt van antwoordschalen door middel van stellingen over het (gevolgde) traject. De respondent had hierbij de keuze uit twee tot vijf antwoordmogelijkheden waarin een bepaalde volgorde te zien was. Er is gekozen voor gestructureerde en gesloten vragen. Het moest de respondenten zo eenvoudig mogelijk worden gemaakt. De benodigde tijd om aan de enquête deel te nemen mocht niet te groot zijn, anders zouden de respondenten kunnen afhaken. Er is getracht de manier van vraagstelling zoveel mogelijk aan te laten sluiten bij de doelgroep. Daartoe werden de vragen in eenvoudige bewoordingen en in gesloten vorm gesteld. Om de enquête te promoten werden de desbetreffende ITB ers betrokken bij het opstellen van de enquête. De ITB ers zijn gevraagd om de enquête kritisch te controleren en te beoordelen om suggestieve vragen en ondubbelzinnigheden te vermijden. Op deze wijze werd zoveel mogelijk voorkomen dat er blinde vlekken aan de kant van de onderzoekers zouden zijn. Tot slot is de enquête ter goedkeuring aan de projectleider, van het 1000 Jongerenplan, aangeboden. Deze manier van werken moest er voor zorgen dat de benodigde informatie verkregen werd waarmee de deelvragen en uiteindelijk de hoofdvraag beantwoord kan worden. De vragen en stellingen zijn inhoudelijk gelijk aan de C-toets. Het verschil zit hem alleen in de formulering, niet in de inhoud behalve de rapportcijfervragen, deze zijn niet gelijk. Om extra informatie te verkrijgen ten aanzien van deelvraag 5, zijn er twee rapportcijfervragen toegevoegd. De C-toets is opdracht van het Nederlandse Jeugd Instituut ontwikkeld. De vragenlijsten zijn getest op bruikbaarheid in de praktijk en op kwaliteit. De gestructureerde vragen van de C-toets leveren goede informatie over onder andere verloop, doel en resultaat. De exit-lijst is een doorontwikkeling van de C-toets en meet proces en resultaat. De vragen 8,13, 21,22,25, 26 en 27 zijn vergelijkbaar met vragen uit de exit-vragenlijst van Jarabee, die zijn gericht op resultaat. De uitkomsten van de factor resultaat is bij Jarabee een prestatie-indicator en als zodanig vergelijkbaar. 23
24 3.3.1 De inhoud/opbouw van de enquête Er zijn twee versies van de enquête gemaakt. Bij de eerste enquête werden de vragen in de tegenwoordige tijd gesteld en verspreid onder huidige deelnemers van het 1000 Jongerenplan. Bij de tweede versie werden dezelfde vragen in de verleden tijd gesteld, omdat de deelnemers het traject al hebben afgesloten en uitgestroomd zijn. In het begin van de enquête werd een korte uitleg gegeven over de enquête. Vervolgens werden algemene gegevens van de jongeren gevraagd. Dit zijn de vragen die bovenaan de enquête staan voordat de daadwerkelijke vragen beginnen (zie hiervoor bijlage1 en 2, de enquête). Voorbeelden hiervan zijn: Wat is je leeftijd Wat is je achtergrond Jongen/meisje Met deze vragen kon bekeken worden of de jongeren wel echt tot de doelgroep behoorden en wat hun situatie bij aanvang van het project was. De antwoorden op de stellingen vier tot en met elf uit de categorie verwachtingen (zie bijlage 1 en 2, enquête), geven antwoord op de praktijkgerichte vraag 1 (deelvraag 3). Deze luidt: Wat waren/zijn de verwachtingen van de jongeren ten opzichte van het 1000 Jongerenplan? Voorbeelden van stellingen hierbij zijn: ik verwacht(te) door de het 1000 Jongerenplan meer vertrouwen in de toekomst te hebben, ik verwacht(te) weer naar school te gaan of werk te hebben et cetera. De antwoordcategorieën waren in eerste instantie: helemaal niet mee eens niet mee eens wel mee eens helemaal wel mee eens. Deze categorieën zijn bij de analyse teruggebracht naar (helemaal) niet mee eens (helemaal) wel mee eens niet van toepassing. De praktijkgerichte vraag 2 (deelvraag 4) luidt: Op welke leefgebieden van de respondenten komen de meeste problemen voor? Het antwoord hierop wordt verkregen aan de hand van de geproduceerde gegevens uit de enquête. De vragen uit de enquête, die antwoord geven op deze deelvraag, zijn de vragen over de leefgebieden aan het begin van de vragenlijst. Dezelfde vragen zijn op het einde nogmaals gesteld om te achterhalen of de problemen nog bestonden (zie bijlage1 en 2, enquête). De leefgebieden zijn: Financiën Onderwijs/scholing Werk Middelengebruik Politie/justitie/gedwongen kaders 24
25 Relaties Recreatie/vrije tijd Huisvesting Zorg/hulpverlening Relaties De antwoorden op de stellingen twintig tot en met zevenentwintig uit de categorie resultaten (zie bijlage 1 en 2, enquête), de rapportcijfers en de afname van de problemen op de leefgebieden, geven antwoord op de praktijkgerichte vraag 3 (deelvraag 5). Deze luidt: wat zijn de resultaten van de begeleiding vanuit het 1000 Jongerenplan? Voorbeelden van stellingen uit de categorie resultaten zijn: ik heb door het 1000 Jongerenplan meer vertrouwen in de toekomst, door de begeleiding van het 1000 Jongerenplan ben ik in staat mijn eigen problemen op te lossen, etc.. Op het einde van de vragenlijst konden de respondenten een rapportcijfer van 1-10 geven op drie vragen over de begeleiding, resultaat en werkwijze van het 1000 Jongerenplan. De respondenten hadden geen mogelijkheid om opmerkingen te plaatsen, dit omdat we een kwantitatief onderzoek hebben uitgevoerd met gesloten vragen. Onderzoekers hebben hier voor gekozen omdat op deze manier de data snel verwerkt kon worden in SPSS. 3.4 Dataverwerking De gesloten vragen van de enquête zijn verwerkt met het data verwerkingsprogramma Suprior Package for Statistical Services( SPSS). Door de gegevens van de vragenlijst te analyseren met het programma SPSS, zijn er duidelijke resultaten naar voren gekomen. Deze data zijn weer verwerkt in diverse tabellen en figuren. Doordat er gebruik is gemaakt van bestaande enquêtes, kan er vanuit worden gegaan dat dit valide enquêtes zijn. 3.5 Procedure van dataverzameling De ITB ers zijn tijdens hun tweewekelijkse vergaderingen op de hoogte gehouden van het lopende onderzoek. Hierbij heeft de projectleider van het 1000 Jongerenplan nader uitleg gegeven. Daarnaast heeft één van de ITB ers, die tevens betrokken is bij het onderzoek, haar collega-itb ers gevraagd of ze hun medewerking wilden verlenen aan het uitzetten van de enquêtes. Er is nauw contact onderhouden met de opdrachtgever en de ITB ers om te bepalen welke manier het beste was om een zo groot mogelijke respons te verkrijgen en op die manier het onderzoek ook valide te laten zijn. 25
26 De enquête is ter beoordeling voorgelegd aan de ITB ers die er kritisch naar hebben gekeken en voorzien hebben van feedback. Er zijn toen nog wat aanpassingen verricht qua taalgebruik om de enquête zo leesbaar mogelijk te maken voor de jongeren. De uiteindelijke enquête is voor de zomervakantie uitgezet. Zoals vermeld, zijn de jongeren in traject benaderd door de begeleidende ITB ers en de jongeren die uitgestroomd zijn, zijn door één onderzoeker ofwel telefonisch of per brief benaderd. Sommige jongeren zijn meerdere keren telefonisch benaderd omdat ze niet meteen opnamen. De begeleidende ITB ers hebben de jongeren van te voren toestemming gevraagd. Ze gaven daarbij de ruimte en tijd aan de jongeren om de enquête in te vullen. Desgewenst bleef de ITB er in de buurt om stellingen te verduidelijken. Deze gang van zaken was van te voren afgesproken met alle ITB ers. Tussendoor is er wekelijks contact geweest met de ITB ers en de opdrachtgever over de laatste stand van zaken en de hoeveelheid aangeleverde enquêtes. Doordat de zomervakantie er tussen zat, zagen de ITB ers bij aanvang een matige respons. In de eerste week na de vakantie is er nogmaals door de opdrachtgever met alle aanwezige ITB ers gesproken over het belang van deze enquête met betrekking tot de uitkomst hiervan en de mogelijke verduurzaming. Hierna merkten de onderzoekers dat er steeds meer ingevulde enquêtes retour kwamen en de ITB ers het belang inzagen om zo spoedig mogelijk de resterende enquêtes uit te zetten. Het was lastig om de reeds uitgestroomde jongeren te bereiken. De aanwezige gegevens zoals telefoonnummers en adressen waren niet altijd meer up-to-date. Sommigen waren in de tussentijd overgestapt op een andere provider of verhuisd. 3.6 Betrouwbaarheid Om de betrouwbaarheid te kunnen beoordelen moet het onderzoek repliceerbaar en vrij van toevallige fouten zijn (Korzilius, 2000). Als het onderzoek bij herhaling dezelfde uitkomsten geeft, dan is het onderzoek betrouwbaar. Bepaalde schaalvragen zijn twee keer voorgelegd in een iets andere bewoording. Dit om de betrouwbaarheid te vergroten. Ook werd er een kleine proefenquête uitgezet in de tweewekelijkse vergadering van de ITB ers. Deze personen konden hun feedback geven op de stellingen. Onderzoekers wilden weten of de stellingen nauwkeurig waren en hoe het zat met de interne consistentie (Universiteit Leiden, z.j.). Daarnaast konden de fouten in een vroeg stadium opgespoord worden. De vragenlijst werd aan de docent voorgelegd alvorens deze afgenomen werd onder de huidige deelnemers en uitstromers van het 1000 Jongerenplan. Hierop heeft deze docent van Saxion een go gegeven. 26
27 Een ander manier om de betrouwbaarheid te vergroten is de grootte van de steekproef. In dit onderzoek werden alle huidige deelnemers als ook de uitstromers van het 1000 Jongerenplan benaderd mee te doen met het onderzoek. Gedurende het onderzoek werd contact onderhouden en verantwoording afgelegd aan mw. Engelbertink, opdrachtgever van het onderzoek. Dit is ook een manier om de betrouwbaarheid (en bruikbaarheid) van de resultaten te verhogen. Ook werd gebruik gemaakt van de principes van peer examiniation. Met peer examination wordt bedoeld dat de onderzoeker nagaat bij collegaonderzoekers of de gegevensverzameling en interpretatie ervan geen toevallige vertekeningen bevatten (Struyf, 2000, p. 71). De locaties van het onderzoek was het kantoor van de ITB ers bij Jarabee, op het werk of de school van de jongere of bij de jongere thuis. Er werd geen gebruik gemaakt van de kantoren van de politie om de jongeren een veilig gevoel te geven. De enquête onder de groep huidige deelnemers werd afgenomen worden door de eigen ITB er. Dit zorgde er tevens voor dat de jongere zich niet al te ongemakkelijk voelde. Een mogelijk risico voor de betrouwbaarheid was dat de enquêteur de respondent zou kunnen beïnvloeden. Dit werd zo veel mogelijk voorkomen door geen suggestieve vragen te stellen. 3.7 Interne en externe geldigheid Met de validiteit wordt de geldigheid van het onderzoek bedoeld. Wordt er gemeten wat je beoogt te meten aldus Baarda, de Goede en Teunissen (2009). Dit wordt ook wel de interne geldigheid van een onderzoek genoemd. In dit onderzoek werden de ervaringen van de jongeren met het 1000 Jongerenplan gemeten. Volgens de bovengenoemde auteurs zijn factoren zoals de manier van gegevens verzamelen, locatie/ tijdstip en het onderzoek ontwerp dat wordt gebruikt, van invloed op de geldigheid. Om deze gegevens te achterhalen is de enquête een goed meetinstrument. Je krijgt hierbij antwoord op de vragen die gesteld worden. De enquête is uiterst zorgvuldig opgesteld zodat er geen misverstanden over uitleg van vragen konden ontstaan. Vakjargon werd daarom zoveel mogelijk vermeden in de enquête, gezien de doelgroep. Daarnaast werden subjectieve en suggestieve antwoordmogelijkheden voorkomen door te werken met schaalantwoorden en JA/NEE antwoorden. De enquête is afgeleid van de C-toets en de exit vragenlijst van Jarabee (Jarabee, z.j.). De vragen en stellingen zijn inhoudelijk gelijk aan de C-toets. Het verschil zit hem alleen in de formulering, niet in de inhoud behalve de rapportcijfervragen, deze zijn niet gelijk. Om extra informatie te verkrijgen ten aanzien van deelvraag 5, zijn er twee rapportcijfervragen toegevoegd. De C-toets is opdracht van het Nederlands Jeugd Instituut(NJI) ontwikkeld. De vragenlijsten zijn getest op bruikbaarheid in de praktijk en op kwaliteit. De gestructureerde vragen van de C-toets leveren goede informatie over onder andere verloop, doel en resultaat. De exit-lijst is een 27
28 doorontwikkeling van de C-toets en meet proces en resultaat. De vragen 8,13, 21,22,25, 26 en 27 zijn vergelijkbaar met vragen uit de exit-vragenlijst van Jarabee, die zijn gericht op resultaat. De uitkomsten van de factor resultaat is bij Jarabee een prestatie-indicator en als zodanig vergelijkbaar. Doordat er gebruik is gemaakt van een al bestaande en goedgekeurde enquête komt dit de betrouwbaarheid en daarmee ook de validiteit ten goede. Hierdoor werd het onderzoek gevrijwaard van systematische fouten zodat het onderzoek passend en adequaat was. Onderzoekers hebben gebruik gemaakt van member-checking, waarbij de onderzoeksconclusies ter controle aan de opdrachtgever, mw. Engelbertink, zijn voorgelegd. Deze methode verhoogt de dataverzamelingsgeldigheid (Baarda, de Goede en Teunissen, 2009). Ook is een combinatie van dataverzamelingstechnieken gebruikt, namelijk de literatuurstudie (kennis) en de enquête (data). De opdracht van de opdrachtgever was dat er van de ondervraagden minimaal 70% beantwoord moest zijn om een valide onderzoek te hebben. Er zijn in totaal bij 280 jongeren een enquête uitgezet en hiervan zijn er 197 teruggekomen. Dit komt neer op precies 70% van de respondenten. Bij externe validiteit gaat het erom of je de onderzoeksresultaten kunt generaliseren naar de gehele populatie in Nederland. De externe validiteit is in dit onderzoek laag te noemen. Om de externe validiteit te waarborgen, had er nog meer onderzoek gedaan moeten worden. Dit onderzoek is specifiek gericht op de jongeren van het 1000 Jongerenplan afdeling Twente. De ervaringen en resultaten van deze respondenten kan verschillen met de rest van Nederland. De doelgroep van het 1000 Jongerenplan in de regio Twente is complexer dan de jongeren uit de regio Deventer en IJssel- Vecht. Elke regio heeft een aantal basisrichtlijnen waar men zich aan dient te houden en daarbinnen kunnen er verschillen zijn in de uitvoer van het project. Zo zijn er binnen afdeling Twente duidelijke criteria opgesteld zodat alleen kwetsbare jongeren worden toegelaten. 3.8 Ethische Overwegingen Een onderzoek is ethisch verantwoord wanneer respondenten vrijwillig meewerken en de uitkomsten van de enquêtes anoniem worden verwerkt en geen nadelig effect hebben voor de respondenten (Baarda, de Goede en Teunissen, 2005). Dit bovenstaande werd bewaakt doordat de respondenten de keuze gegeven werd om de enquête in te vullen en de mogelijkheid geboden werd om dit anoniem te doen. Het merendeel van de ingevulde enquêtes is samen met de ITB er ingevuld. De ITB er kon inschatten of de respondent in voldoende staat was om de enquête zelf in te vullen. De data zal vernietigd worden als het onderzoek in zijn totaliteit is afgerond. Er zijn geen opnames van de telefoongesprekken gemaakt. Er is dan ook voor gekozen om bij de presentatie van dit onderzoek geen respondenten uit te nodigen om zodoende hun anonimiteit te waarborgen. 28
29 3.9 Samenvatting Het type onderzoek wordt evaluatie onderzoek (toetsend onderzoek) genoemd en is tevens een effectevaluatie. Door middel van procesevaluatie wordt er beoogd te weten te komen in hoeverre het traject goed is of kan worden verbeterd. Door middel van een effectevaluatie wordt bekeken in hoeverre de doelen zijn behaald. Daarnaast is het een praktijkgericht onderzoek omdat het in de werkelijkheid heeft plaatsgevonden. Het onderzoek heeft daarnaast het kenmerk van een breedte onderzoek omdat getracht is alle jongeren die in het traject zitten evenals de uitstromers te betrekken in het onderzoek. Deze groep huidige en oud-deelnemers van de afdeling Twente, vormden de onderzoekspopulatie. Het belangrijkste instrument was de enquête met gesloten vragen waarmee de onderzoekers gegevens trachtten te achterhalen voor het onderzoek. Hiertoe kregen de onderzoekers hulp van de ITB ers die de jongeren uit de caseload benaderd hebben met het verzoek of ze vrijwillig mee wilden werken. De uitstromers zijn telefonisch geënquêteerd of per brief benaderd. Het onderzoek heeft een betrouwbare interne validiteit omdat zoveel mogelijk is voorkomen dat er systematische fouten zouden optreden. De respons lag op 70% en is voldoende om valide uitspraken te doen. Het onderzoek heeft geen externe validiteit omdat het niet generaliseerbaar is naar alle jeugdwerklozen in Nederland. Hiertoe zal er eerst meer onderzoek moeten worden gedaan. Ter verhoging van de betrouwbaarheid zijn bepaalde schaalvragen twee keer voorgelegd, is er een proefenquête gehouden en is rekening gehouden met de grootte van de steekproef. Daarnaast zijn het consulteren van collega-onderzoekers en de verantwoording afleggen aan de opdrachtgever, andere factoren die bij hebben gedragen aan de betrouwbaarheid van het onderzoek. Alle personen hebben vrijwillig meegedaan aan het onderzoek en er zijn geen opnames van telefoongesprekken gemaakt. De data zal vernietigd worden als het onderzoek in zijn totaliteit is afgerond. 29
30 4. Resultaten In het vorige hoofdstuk is de methode van onderzoek beschreven. De toepassing van deze methode en de resultaten van het onderzoek zijn in dit hoofdstuk beschreven. Paragraaf 4.1 zal de respons van dit onderzoek beschrijven en de algemene kenmerken van de respondenten. In paragraaf 4.2 worden de resultaten die bij de praktijkgerichte deelvraag 1 horen, beschreven. Paragraaf 4.3 beschrijft de resultaten bij de praktijkgerichte deelvraag 2. Tot slot zullen de resultaten van de praktijkgerichte deelvraag 3 omschreven worden in paragraaf 4.4. In paragraaf 4.5 zijn opmerkingen en toevalligheden die naar aanleiding van de enquête opvielen, verwoord. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een samenvatting in paragraaf 4.6. De percentages, die in de resultaten zijn gebruikt, zijn afgerond. De keuzemogelijkheden die gebruikt zijn in de enquête zijn teruggebracht naar twee categorieën voor een overzichtelijker beeld. Er is nu nog sprake van de antwoordcategorieën (helemaal) mee eens -(helemaal) niet mee eens en niet van toepassing. 4.1 Respons Voor het onderzoek zijn 280 jongeren benaderd voor deelname. Zowel de deelnemers die nog in het traject zitten alsmede de uitstromers zijn benaderd om een zo groot mogelijke respons te verkrijgen. Er zijn twee verschillende enquêtes opgesteld met inhoudelijk dezelfde vragen maar bij de ouddeelnemers gesteld in de verleden tijd (zie bijlage 1 en 2 enquête). In totaal was de respons 197, dit is 70% van de onderzoekspopulatie. De validiteit is hoog te noemen omdat 70% van de onderzoekspopulatie de enquête heeft ingevuld. De goede respons heeft te maken met de keuze om jongeren die in het traject zitten, de enquête in te laten vullen tijdens een afspraak met hun eigen trajectbegeleider. De meeste oud-deelnemers van het 1000 Jongerenplan zijn telefonisch benaderd door één ITB er, die ook inhoudelijk betrokken is bij dit onderzoek. De oud-deelnemers die niet zijn bereikt, waren niet meer traceerbaar omdat hun aanwezige gegevens, zoals het adres en het telefoonnummer, niet meer klopten en ook niet meer te achterhalen waren. Er is met de projectleider van het 1000 Jongerenplan, afgesproken dat we minimaal een respons van 70% nodig hadden om valide uitspraken te kunnen doen over het onderzoek. Dit percentage is exact behaald. 30
31 percentage 4.2 Algemene kenmerken Hieronder worden de kenmerken van de respondenten beschreven. Dit zijn de resultaten van de algemene gegevens die gevraagd zijn in de vragenlijst zoals nationaliteit, leeftijd, oud- deelnemer of deelnemer in traject en geslacht (zie bijlage 1 en 2 enquête). Van de 197 respondenten is de gemiddelde leeftijd 22 jaar (90%). De jongste respondent is zestien jaar, 0,5% (één jongere) en de oudste respondenten zijn 28 jaar. Dit is 1,5% (drie jongeren). Er is geen verschil tussen de gemiddelde leeftijd onder de jongens en meisjes. Opvallend is verder dat 95% van de respondenten een Nederlandse nationaliteit heeft. De overige 5% hebben allen een andere nationaliteit. Aangezien het gaat om een klein percentage, is dit niet verder uitgewerkt ( zie figuur 1). Uit de gegevens kwam ook naar voren dat 70% een man is en 30% een vrouw. Verder zijn 36% van de respondenten oud-deelnemers en behoort 64% tot de deelnemers die nog in traject zitten. In de enquête worden de huidige deelnemers als nieuwe deelnemers omschreven en de deelnemers uit traject als oud deelnemers (zie bijlage 4). Figuur 1: Gegevens aantal respondenten in en uit traject, nationaliteit en geslacht ( N=197) oud nieuw aantal deelnemers Nederlands andere nationaliteit vrouw man 31
32 percentage 4.3 Verwachtingen In deze paragraaf wordt antwoord gegeven op deelvraag 3: Wat waren/zijn de verwachtingen van de jongeren ten opzichte van het 1000 Jongerenplan? Deze vraag wordt beantwoord door de categorie verwachtingen. Dit betreft de stellingen 4 tot en met 11 van de enquête (zie bijlage 1 en 2). Om te weten te komen in hoeverre de verwachtingen van de jongeren zijn uitgekomen, zijn er acht stellingen gesteld. De acht stellingen zijn voornamelijk gescoord op mee eens of helemaal mee eens. Zie bijlage 3 voor de exacte antwoorden op de vragen. Gemiddeld is 96 % het eens met deze stellingen, wat gezien kan worden als een positieve uitlating van de jongeren over de verwachtingen. In de categorie verwachtingen zijn de onderstaande stellingen gesteld: Stelling 1: Ik verwachtte dat mijn problemen zouden verminderen Stelling 2: Ik verwachtte weer naar school te gaan of werk te hebben Stelling 3: Ik verwachtte in de toekomst betere kansen op de arbeidsmarkt te hebben Stelling 4: Ik verwachtte dat mijn doelen, opgesteld met de trajectbegeleider, behaald zouden worden Stelling 5: Ik verwachtte door het 1000 Jongerenplan meer vertrouwen in de toekomst te hebben Stelling 6: Ik verwachtte mee te kunnen denken over het plan van aanpak Stelling 7: Ik verwachtte meer begrip voor mijn problemen door de trajectbegeleider Stelling 8: Ik verwachtte dat de trajectbegeleider snel in zou spelen op problemen In de onderstaande grafiek is per stelling weergegeven welk percentage eens was met de stelling en welke er niet mee eens. Figuur 2: Gegevens percentage van de stellingen in de categorie verwachtingen (N=197) niet mee eens wel mee eens Stellingen 32
33 In bovenstaand figuur is al te zien dat er slechts een klein percentage andere verwachtingen had. Bij het nemen van het gemiddelde, komt het er op neer dat ongeveer 2% van de jongeren het niet eens is met de stellingen, zie onderstaande tabel. Omdat het om een zeer klein percentage gaat, is dit niet verder onderzocht. Tabel 1: Aantal respondenten en het gemiddelde percentage van categorie verwachtingen N (totaal aantal respondenten) 97 (100%) Gemiddelde mee eens met de stelling 98% Gemiddelde niet mee eens beantwoord 2,0% De standaarddeviatie van het totaal aan verwachtingen is 0, Leefgebieden In deze paragraaf wordt antwoord gegeven op deelvraag 4: Op welke leefgebieden van de respondenten komen de meeste problemen voor? Alle deelnemers van het 1000 Jongerenplan hebben bij aanvang van het traject problemen op het leefgebied werk of scholing en op nog één of meer andere leefgebieden. Aan alle respondenten is gevraagd om aan te geven op welke leefgebieden er problemen waren bij aanvang van het traject. Dit werd in het begin van de vragenlijst gesteld. De vraag is aan het eind van de vragenlijst nogmaals gesteld om te achterhalen op welke leefgebieden er op dat moment nog problemen waren. Deze gegevens worden weergegeven bij resultaat, welke weergegeven wordt in paragraaf 4.6. Van de 197 respondenten had 98% problemen op het leefgebied werk, daarna 83% op scholing en 66,5% op financieel gebied. De oud-deelnemers scoren hoger op alle leefgebieden dan de deelnemers in traject (tabel 2). Verder is aangegeven hoeveel vrouwen en hoeveel mannen problemen hebben op welk leefgebied. Het valt op dat mannen op alle leefgebieden hoger scoren dan de vrouwen behalve op het leefgebied relaties. Van alle vrouwen in het traject heeft 54% problemen op relatiegebied terwijl de score van de mannen blijft steken op 25%. Daarentegen hebben de mannen weer meer problemen op het gebied van de financiën, middelengebruik en justitiepolitie/gedwongen kaders. Dit is in tabel 3 te zien. 33
34 Tabel 2: Verschil tussen oud- en huidige deelnemers op leefgebieden bij aanvang traject (N=197) AANVANG TRAJECT respondenten oud-deelnemers huidige deelnemers Leefgebieden aantal resp. percentage aantal percentage aantal Percentage financiën ,5% 54 76% 77 61% onderwijs/scholing ,0% 64 90% % werk ,0% % % middelengebruik 46 23,0% 21 30% 25 20% politie/justitie 74 38,0% 35 49% 39 31% relaties 66 33,5% 26 37% 40 32% recreatie/vrije tijd 14 7,1% 2 3% 12 10% zorg/hulpverlening 68 34,5% 32 45% 36 29% huisvesting 34 17,0% 15 21% 19 15% Tabel 3: Verschil tussen mannen en vrouwen op de leefgebieden bij aanvang traject (N=197) Leefgebieden aantal mannen Aantal vrouwen Percentage mannen percentage vrouwen financiën ,0% 52,5% onderwijs/scholing ,0% 81,0% werk ,5% 97,0% middelengebruik ,0% 2,0% politie/justitie ,5% 5,0% relaties ,0% 54,0% recreatie/vrije tijd 9 5 6,50% 8,5% zorg/hulpverlening ,0% 36,0% huisvesting ,0% 19,0% In tabel 4 is te zien dat de respondenten veel minder problemen hadden dan aan het begin. 25% van alle respondenten hadden nog problemen op financiën. Op alle andere gebieden is het percentage wat nog problemen tussen de 22% en 2,5%. 34
35 Tabel 4: Gegevens leefgebieden aanvang traject en einde traject (N=197) aanvang traject einde/in de loop van het traject Leefgebieden aantal respondentedenten Percentage aantal respon- Percentage financiën ,5% 50 25% onderwijs/scholing % 34 17% werk % 39 20% middelengebruik 46 23% 20 10% politie/justitie 74 38% 43 22% relaties 66 33,5% 25 13% recreatie/vrije tijd 14 7,1% 6 3% zorg/hulpverlening 68 34,5% 40 20% huisvesting 34 17% 5 2,5% Er is bij het einde van het traject bij financiën en onderwijs één missing value = 0,5 % 4.5 Resultaten In deze paragraaf wordt antwoord gegeven op deelvraag 5: Wat zijn de resultaten van de begeleiding vanuit het 1000 Jongerenplan? Deze vraag wordt beantwoord door de vragen 20 tot en met 27 van de enquête (zie bijlage 1 en 2), de rapportcijfers en de afname van de problemen op de leefgebieden. De respondenten hadden bij de eerste vijf vragen de keuze uit vier antwoordmogelijkheden, te weten: helemaal niet mee eens niet mee eens wel mee eens helemaal wel mee eens. Bij de volgende drie vragen hadden de respondenten ook de mogelijkheid om te kiezen voor niet van toepassing. De onderzoekers hebben bij de analyse de antwoordcategorieën teruggebracht van vijf naar drie, namelijk: (helemaal)mee eens (helemaal)niet mee eens niet van toepassing. De respondenten hebben overwegend positief geantwoord op de eerste vijf vragen uit de categorie resultaten. Hierbij werd gevraagd of de respondenten in staat zijn hun eigen problemen op te lossen, of de problemen op de leefgebieden minder zijn geworden en of ze meer vertrouwen in de toekomst hebben. Bij het genomen gemiddelde van deze stelling was 88,5% van de respondenten het eens en 10% was het er niet mee eens. In de berekeningen zijn de ontbrekende antwoorden niet meegenomen. 18% van de jongeren scoorden negatief op de vraag of ze door de begeleiding van het 1000 Jongerenplan in staat zijn hun eigen problemen op te lossen. Ook scoorde 18% van de jongeren negatief op de vraag of ze voldoende geleerd hebben om na de begeleiding zelf verder te gaan. 35
36 procenten Op de vraag ik heb door het 1000 Jongerenplan meer vertrouwen in de toekomst, gaf 91% een positief antwoord. 88,5% vond ook dat hun problemen op de leefgebieden minder zijn geworden. De laatste drie vragen van de categorie resultaten zijn apart bekeken omdat hier als vijfde antwoordmogelijkheid niet van toepassing opgenomen is. Op de vraag door de begeleiding van het 1000 Jongerenplan heb ik nu werk, heeft 70% aangegeven dat zij door de begeleiding aan werk geholpen zijn. Bij de berekening is rekening gehouden met de blanco antwoorden. Op de vraag: ben je door de begeleiding in het 1000 Jongerenplan een opleiding gaan volgen gaf 51% van de respondenten (100 van de 140) aan dat zij in onderwijs/scholing terecht gekomen zijn. Ook hier is de categorie niet van toepassing en blanco, buiten beschouwing gelaten om een reëel beeld te geven. Van de twintig jongeren die geantwoord hebben op de laatste vraag uit de categorie resultaten: door de begeleiding in het 1000 Jongerenplan heb ik nu een Wajong uitkering, hebben er elf bevestigend geantwoord. Dit is 6% van alle respondenten. Om de tevredenheid over de begeleiding, de behaalde resultaten en de werkwijze van het 1000 Jongerenplan te meten, is gevraagd om hiervoor een rapport cijfer te geven. In figuur 3 is te zien dat ruim 50% van de respondenten een 7 of een 8 heeft gegeven. Dat 33% zelfs een 9 of een 10 heeft gegeven en dat maar 6% een onvoldoende aan de begeleiding gaf. Ze zijn tevreden over de begeleiding die ze krijgen of hebben gekregen. Figuur 3: rapportcijfer tevredenheid begeleiding 1000 Jongerenplan (N=197) ,888 25, , , , ,030 4, cijfers In figuur 4 is de tevredenheid over het resultaat dat de jongeren hebben behaald met behulp van het 1000 Jongerenplan weergegeven in rapportcijfers. 88% gaf een voldoende, een 6 of hoger en 30% gaf zelfs een 9 of een % is niet tevreden over het behaalde resultaat omdat zij een onvoldoende gaven. 23 respondenten 36
37 procenten procenten hebben een onvoldoende gegeven. Dit is nog eens vergeleken met de verwachting maar deze was normaal. Figuur 4: rapportcijfer behaalde resultaten door begeleiding 1000 Jongerenplan (N=197) 30,00 25,00 21,320 23,858 20,00 15,00 13,198 13,706 16,244 10,00 5,00 6,599 5,076, cijfers De werkwijze van het 1000 Jongerenplan is ook zeer goed gewaardeerd. De respondenten waren erg tevreden maar liefst 95% is tevreden tot zeer tevreden, zie onderstaand figuur. Figuur 5: rapportcijfer tevredenheid werkwijze 1000 Jongerenplan (N=197) 30,0 26,904 25,0 23,858 20,0 18,274 15,0 10,0 10,660 14,721 5,0,0 3,553,508 1, cijfers 37
38 In tabel 5 zijn de gegevens weergegeven van de leefgebieden bij aanvang van het traject en bij het einde traject. Opvallend daarbij is dat na afronding 29% van de respondenten geen problemen meer heeft op de leefgebieden, dat 25% nog problemen heeft op financieel gebied en 17,5% nog problemen kent op het leefgebied scholing. De afname van de problemen op de verschillende leefgebieden is met minimaal 40% afgenomen en maximaal met 85%. In onderstaande tabel is per leefgebied aangegeven met hoeveel procent de problemen zijn afgenomen. Tabel 5: Afname van de problemen op de verschillende leefgebieden bij alle respondenten (N=197) Leefgebieden Aantal resp. bij aanvang Aantal resp. einde of in de loop van het traject Afname op de leefgebieden in procenten Financiën % onderwijs/scholing % Werk % Middelengebruik ,5% politie/justitie % Relaties % recreatie/vrije tijd % zorg/hulpverlening % Huisvesting % Geen problemen % 38
39 Tabel 6: Afname van de problemen bij de deelnemers die uit traject zijn (N=197) Leefgebieden Aantal resp. oud deelnemers bij aanvang Aantal resp. einde of in de loop van het traject Afname op de leefgebieden in procenten Financiën % onderwijs/scholing % Werk ,5% Middelengebruik % politie/justitie % Relaties % recreatie/vrije tijd % zorg/hulpverlening % Huisvesting % Geen problemen % 4.6 Opmerkingen In de vragenlijst zijn drie vragen gesteld over het 1000 Jongerenplan die niet in de deelvragen terugkomen. De vragen over het 1000 Jongerenplan zijn: wat is het 1000 Jongerenplan, ik ben vooraf goed geïnformeerd over het doel van het 1000 Jongerenplan en ik ben op de hoogte van de werkwijze. Bij de verwerking van de vragenlijst viel het op dat er veel jongeren waren die vooraf niet goed geïnformeerd waren over het doel van het 1000 Jongerenplan. 18% van de jongeren (34 jongeren) was niet goed geïnformeerd. Verder viel op dat er bijna alleen maar jongeren deelnemen of hebben deel genomen aan het 1000 Jongerenplan met een Nederlandse nationaliteit. Het was ook zinvoller geweest om te vragen naar de etniciteit in plaats van de nationaliteit. 4.7 Samenvatting In dit hoofdstuk zijn per theoretische deelvraag de resultaten van de enquête beschreven die bijdragen aan de beantwoording van de betreffende deelvraag. Bij de verwerking van de resultaten werd er veel gesproken van percentages omdat er meer dan vijftig respondenten de vraag beantwoord hadden. Bij minder dan vijftig respondenten werd zowel het aantal als het percentage aangegeven. Ter ondersteuning of verduidelijking zijn de gegevens weergegeven in een tabel of figuur. De resultaten uit dit hoofdstuk zullen gebruikt worden om de conclusies te trekken op de theoretische deelvragen in hoofdstuk 5. Aan de hand hiervan zullen in dit hoofdstuk aanbevelingen worden gedaan. 39
40 5. Conclusies en aanbevelingen In het vorige hoofdstuk zijn de resultaten van dit onderzoek weergegeven. In dit hoofdstuk zullen conclusies getrokken worden op alle deelvragen. Eerst volgen er van de theoretische deelvragen samenvattingen en vervolgens worden er conclusies getrokken bij de praktijkgerichte deelvragen aan de hand van de resultaten van het vorige hoofdstuk. De twee theoretische deelvragen worden beantwoord in paragraaf 5.1 en 5.2. De drie praktijkgerichte deelvragen worden vervolgens beantwoord. Praktijkgerichte deelvraag 1 wordt beantwoord in paragraaf 5.3. Paragraaf 5.4 geeft antwoord op praktijkgerichte deelvraag 2 en paragraaf 5.5 op praktijkgerichte deelvraag 3. Na de deelvragen zal in paragraaf 5.6 de hoofdvraag beantwoordt worden: Wat zijn de ervaringen van het 1000 Jongerenplan volgens deelgenomen jongeren en op welke wijze zou het project geoptimaliseerd kunnen worden zodat het een duurzaam project wordt? Aan de hand hiervan zullen er aanbevelingen gedaan worden, deze worden omschreven in paragraaf 5.8. Hierna volgt een sterktezwakte analyse van het onderzoek in paragraaf 5.9.Tot slot wordt het hoofdstuk afgesloten met de discussie in paragraaf Wat is het 1000 Jongerenplan Binnen deze paragraaf zal kort een antwoord worden gegeven op de theoretische deelvraag: Wat is het 1000 Jongerenplan? Het 1000 Jongerenplan is een pilot project om de jeugdwerkloosheid te verminderen. Het project is opgezet vanuit het landelijke actieplan jeugdwerkloosheid en richt zich op de kwetsbare groep jeugdige werklozen. Deze jongeren zijn wel bereid om te werken maar werken niet en gaan door allerlei problemen ook niet meer naar school (1000 Jongerenplan, 2012). De jongeren die deelnemen aan het project hebben geen startkwalificatie en problemen op minimaal het leefgebied werk of scholing in combinatie met één of meer andere leefgebieden. Het 1000 Jongerenplan helpt jongeren met problemen aan een baan en aan een toekomst. Het 1000 Jongerenplan helpt jongeren tussen de 16 en 27 jaar, die door allerhande problemen niet aan de bak komen, aan een baan en/ of opleidingsmogelijkheden. Dit gebeurt door ondersteuning van de ITB er. De ITB ers begeleiden bij het aanpakken van de problemen en begeleiden de jongeren naar een betaalde baan en/of studie. Werkgevers die hiervoor werkplekken en scholingsmogelijkheden bieden, ontvangen van de provincie een tegemoetkoming van euro. De intern begeleiders kunnen door de intensieve begeleiding die ze kunnen geven vanuit het 1000 Jongerenplan de jongeren een veilige basis bieden. Het begeleidingstraject is dus helemaal op de individuele situatie van de jongere afgestemd. Het belangrijkste hierin is de motivatie van de jongere. Het maatwerk wat wordt gegeven heeft als uiteindelijke doel dat de jongere duurzaam kan uitstromen op de arbeidsmarkt. Op het einde van het traject wordt er 40
41 beoogd dat er rust is op de verschillende leefgebieden zodat de jongere alleen verder kan. Het project wordt gefinancierd vanuit de Rijksoverheid en het Europees Sociaal Fonds (ESF). 5.2 Jeugdwerkloosheid Binnen deze paragraaf zal kort een samenvatting gegeven worden op de theoretische deelvraag: Welke methodieken zijn er om de jeugdwerkloosheid te verminderen? Er zijn verschillende methodieken om de jeugdwerkloosheid te verminderen zoals de Eigen Kracht Conferentie. Bij een Eigen Kracht Conferentie maakt de jongere samen met zijn familie, buren en vrienden een plan voor de toekomst. Een onafhankelijke coördinator brengt iemands sociale netwerk bijeen en organiseert de conferentie (Eigen-Kracht, 2012). Ook inzet van VIG-gezinscoaches, Vroegtijdig Interventie Gezinnen-gezinscoaches is een methodiek om jeugdwerkloosheid te verminder en. Deze aanpak is een zeer intensieve vorm van hulpverlening in een gezin. Een andere vorm voor het organiseren van integrale zorg aan gezinnen is Wraparound care. Dit model benut het oplossend vermogen en organiseert samenwerking. De Work-Wise Methodiek is de methodiek die gebruikt wordt bij het 1000 Jongerenplan. Deze methodiek is ook gericht op samenwerking. Het is een samenwerkingstraject, dat een kind of jongere op weg helpt naar een plek in de samenleving. Belangrijke kenmerken van het Work-Wise traject zijn de ketensamenwerking en inzet door intensieve persoonlijke begeleiding, waarbij gewerkt wordt aan een plan op maat voor iedere jongere. Iedere Work-Wise jongere krijgt een Individueel Trajectbegeleider ( ITB er) die hem van de eerste tot de laatste dag ondersteunt, coacht en begeleidt. 5.3 Verwachtingen Binnen deze paragraaf zal antwoord gegeven worden op de praktijkgerichte deelvraag: Wat waren/zijn de verwachtingen van de jongeren ten opzichte van het 1000 Jongerenplan? De resultaten geven aan dat het 1000 Jongerenplan voldoet aan de verwachtingen van de jongeren. De respondenten hadden bij aanvang hoge verwachtingen (98%) ten aanzien van het vinden van werk en de hulp van de trajectbegeleider. Het is niet helemaal duidelijk of zij alle hoop gevestigd hadden op welke hulp dan ook en daarom hoge verwachtingen hadden of dat zij zeer goed geïnformeerd zijn over de mogelijkheden en de werkwijze van het 1000 Jongerenplan. Het laatste komt niet geheel overeen met de tweede vraag die gesteld is, namelijk of zij vooraf goed geïnformeerd waren over het doel van het 1000 Jongerenplan. Dit percentage ligt rond de 80% wat betekent dat ongeveer 35 jongeren vinden dat zij niet goed geïnformeerd zijn. Daarentegen zijn de jongeren wel weer goed 41
42 op de hoogte gesteld van de werkwijze van het 1000 Jongerenplan. Wellicht is dit de reden dat zij hoog scoren ten opzichte van de verwachtingen. Verder zou het nog kunnen zijn dat de jongeren de vragen niet goed hebben begrepen waardoor hun verwachtingen hoog waren. Van de laatste aannames is weinig concreet en geen onderzoek naar gedaan. Er is daarom geen conclusie te vormen over het waarom. Wel kan geconcludeerd worden dat het 1000 Jongerenplan voldoet aan de verwachtingen. Door wederzijdse verwachtingen af te stemmen en het perspectief van de jongere als uitgangspunt te nemen, is het meest effectief. Wanneer het traject aansluit bij de verwachtingen is de tevredenheid groot wat de kwaliteit ten goede komt. Belangrijk is om te blijven voldoen aan de verwachtingen door geregeld te checken of de verwachtingen nog passen bij het voorgenomen traject. Dit door de methodische cyclus toe te passen. Het gebruik hiervan zegt weer iets over de kwaliteit van de professional, wat weer van grote invloed op de effectiviteit van de interventie. 5.4 Leefgebieden Binnen deze paragraaf zal antwoord gegeven worden op de praktijkgerichte deelvraag: Op welke leefgebieden van de respondenten komen de meeste problemen voor? De vragen over de leefgebieden in de enquête waren allen goed ingevuld zodat deze goed bruikbaar zijn voor de analyse. Uit de analyse komt naar voren dat alle respondenten problemen hebben op het leefgebied werk en/of scholing. Dit heeft natuurlijk alles te maken met de eisen die gesteld zijn om aan het 1000 Jongerenplan te mogen deelnemen. Één van de eisen is namelijk dat de jongere geen werk en/of scholing heeft. Het percentage wat problemen heeft met werk is bij de oud deelnemers 100% en bij de huidige deelnemers 97%. Dit neemt niet weg dat de jongeren die geen problemen hebben op het leefgebied werk niet thuishoren bij het 1000 Jongerenplan. Zij vallen onder de overige 3%, die problemen heeft met scholing. Dit is ook uit het onderzoek gebleken. Naast deze twee leefgebieden blijken de meeste problemen zich voor te doen op het leefgebied financiën, namelijk 66,5%. Daarna heeft 38% van de deelnemende jongeren problemen met politie/justitie. Daarna volgt met 34,5% zorg en hulpverlening en 33,5% van de respondenten hebben problemen met relaties. Relatief weinig problemen zijn er ten opzicht van huisvesting en recreatie en vrije tijd maar huisvesting scoort met 17% nog wel hoger dan de recreatie en vrije tijd (7,1%). Bij de oud deelnemers scoort werk 100% en scholing 90%. Daarna komen ook de meeste problemen voor bij financiën (76%), politie/ justitie en daarna zorg en hulpverlening. Opvallend daarbij is dat de oud deelnemers relatief gezien meer problemen hadden op de leefgebieden dan de huidige deelnemers. Het percentage is bij alle leefgebieden hoger bij de oud deelnemers. Het zou kunnen zijn dat bij aanvang van het project de meest kwetsbare jongeren begeleid zijn omdat het project een unieke kans bood voor deze jongeren. Gedurende het project, zijn ook kwetsbare jongeren begeleid met minder problemen. Hiervoor zijn meerdere redenen te benoemen. De redenen kunnen zijn dat de minder kwetsbare 42
43 jongeren de doorstroom bevorderen, minder kwetsbare jongeren sneller geholpen zijn en de caseload van de ITB er niet te zwaar wordt. Het is duidelijk dat de consulenten kampen met een zeer zware caseload die het moeilijk maakt om alle jongeren een begeleiding op maat aan te bieden. Om met deze werkomstandigheden om te gaan wordt in de literatuur vaak gerefereerd naar het concept afroming, dit houdt in dat consulenten de klanten begeleiden die het meest kans maken op succes (Lipsky, 2010). Er is niet bekend of er binnen het 1000 Jongerenplan ook daadwerkelijk sprake is van afroming, maar uit ervaring blijkt wel dat er een goede verhouding is tussen de complexe en minder complexe jongeren. Het valt verder op dat mannen op alle leefgebieden hoger scoren dan de vrouwen behalve op het leefgebied relaties. Van alle vrouwen in traject heeft 54% problemen op relatiegebied terwijl de score van de mannen blijft steken op 25%. Daarentegen hebben de mannen weer meer problemen op het gebied van de financiën, middelengebruik en justitiepolitie/gedwongen kaders. Of het laatste met elkaar te maken heeft, is niet onderzocht maar het zou mogelijk zijn dat de problemen op deze leefgebieden met elkaar verbonden zijn. Uit de theorie blijkt dat psychosociale problematiek bij jongens zich vaker uiten in externaliserend gedrag en meisjes vaker internaliserend gedrag vertonen. Deze theorie zou een verklaring voor het verschil tussen jongens en meisjes kunnen zijn. (Tavecchio, Oomen, Van de Kerkhof en Roorda-Honée, 2011). De conclusie is dan ook dat de jongeren met hun problemen het hoogst scoren op het werk, deze staat op nummer één, op de tweede plaats komt scholing, op de derde plaats financiën, op de vierde plek politie /justitie en op plek vijf volgt zorg en hulpverlening. 5.5 Resultaten Binnen deze paragraaf zal antwoord gegeven worden op de praktijkgerichte deelvraag: Wat zijn de resultaten van de begeleiding vanuit het 1000 Jongerenplan? Er waren acht stellingen die betrekking hebben op het resultaat. De respondenten gaven aan dat zij tevreden zijn over de resultaten. Daarentegen gaf een klein aantal jongeren gaf aan dat ze onvoldoende in staat zijn hun eigen problemen op te lossen. Bij deze jongeren blijken de resultaten niet in de gehele linie onvoldoende. Het kan ook zijn dat deze jongeren nog in traject zitten en het resultaat ook nog niet behaald kon worden. Bij de resultaten zijn namelijk de gegevens meegenomen van de jongeren die nog in traject zitten. Ondanks het feit dat de resultaten goed zijn, is het mogelijk dat er jongeren negatief geantwoord hebben omdat hun opgestelde doel nog niet behaald is. De laatste drie vragen van de categorie resultaten waren niet op alle jongeren van toepassing. 70% gaf aan dat zij door de begeleiding aan werk geholpen zijn. De overige 30% is niet aan werk geholpen maar kan nu wel een opleiding volgen of een Wajong uitkering hebben. Ook kan het zijn dat de overige 30% nog in traject zit en nog niet aan werk geholpen is omdat ze nog niet zover waren in het 43
44 traject. De vraag is ook gesteld of de jongere door begeleiding nu een opleiding volgt. Het percentage dat hier ja op geantwoord heeft, is 57%. 6% heeft een Wajong-uitkering. Over het algemeen kan gezegd worden dat de resultaten van het jongerenplan goed zijn omdat 91% aangeeft door het 1000 Jongerenplan meer vertrouwen in de toekomst te hebben. Dat de meeste jongeren geholpen zijn aan werk, scholing of een uitkering. Met andere woorden: op de juiste plek zijn gekomen door de begeleiding. Het resultaat is dat de jongeren door het 1000 Jongerenplan en/of de begeleiding minder problemen hebben en beter in staat zijn hun eigen problemen op te lossen. De jongeren zijn tevreden over de begeleiding, het behaalde resultaat en over de werkwijze van het 1000 Jongerenplan want zij gaven hiervoor gemiddeld een 7 als rapportcijfer. De jongeren die niet tevreden zijn, hebben dikke onvoldoendes gegeven. Het is mogelijk dat de verwachting te hoog is of dat de begeleiding niet goed was of dat ze nog in traject zitten. De resultaten van het 1000 Jongerenplan zijn vooral waarneembaar in de afname van de problemen op de leefgebieden. 37% van de deelgenomen jongeren geeft aan geen problemen meer te hebben. Van de overige 63% is een forse afname van de problemen op de verschillende leefgebieden met minimaal 40% afgenomen en maximaal 89%. Op het middelengebruik, politie/justitie en zorg en hulpverlening is de score rond de 40%. Dit komt waarschijnlijk omdat de problemen op deze leefgebieden minder snel opgelost of aangepakt kunnen worden. Bij middelengebruik zit het vooral in de verslaving die moeilijk onder controle te krijgen is. Bij politie/justitie kan het te maken hebben met een werkstraf, een gevangenisstraf of het hebben van een strafblad. Het is daarnaast ook nog maar eens de vraag wat de respondent nog onder problemen verstaat. Dat de jongeren hebben aangegeven dat er problemen zijn met zorg/hulpverlening hoeft ook niet altijd negatief te zijn. Sommige jongeren hebben blijvende begeleiding nodig. Ook de duur van een hulpverleningstraject is vaak langer dan de hulp inzet op de andere leefgebieden. 5.6 Conclusie hoofdvraag Binnen deze paragraaf zal antwoord gegeven worden op de hoofdvraag: Wat zijn de ervaringen van de deelgenomen jongeren met het 1000 Jongerenplan en op welke wijze zou het project geoptimaliseerd kunnen worden zodat het een duurzaam project wordt? Om te weten wat de ervaringen zijn, zijn de verwachtingen en het traject met elkaar vergeleken. Er waren acht stellingen over verwachtingen en acht stellingen over het traject (zie bijlage 1 en 2, enquête). De verwachtingen van de jongeren waren hoog. Dit kan invloed hebben op het traject en de resultaten omdat bij hoge verwachtingen de kans bestaat dat hier niet aan voldaan kan worden. In dit geval waren de jongeren ook positief ten opzichte van het traject en konden de verwachtingen, tot zover nu bekend is, waar gemaakt worden. Op de stellingen over het traject geeft 96,5 % van de respondenten aan dat zij tevreden zijn over het verloop van het traject (zie bijlage 4).Maar aangezien de jongeren die nog in traject zitten ook in de 44
45 cijfers zijn meegenomen, kan het percentage in werkelijkheid nog wel hoger zijn. De jongeren, welke nog in traject zitten, kunnen namelijk deze vraag met (helemaal)niet mee eens hebben beantwoord omdat zij nog in traject zitten en hun doelen nog niet behaald zijn. Gezien het hoge percentage bij verwachtingen en traject bij alle deelnemers, kan gezegd worden dat de ervaringen van de jongeren positief zijn. Slechts een klein percentage (2%) van de jongeren hadden negatieve verwachtingen ten aanzien van het behalen van doelen of, verwachtte weer werk of school te hebben. 4% had ten opzichte van het traject andere verwachtingen of zijn/waren niet tevreden over de begeleiding. Ondanks het kleine percentage, zijn er meerdere oorzaken te noemen die geleid kunnen hebben tot ontevredenheid. Het kan zijn dat de ITB er onvoldoende de methodische cyclus heeft toegepast om te checken of de verwachtingen van de jongere nog overeenkwamen met de gestelde doelen. Ook is het mogelijk dat de werkwijze van de ITB er of haar/zijn persoonlijke achtergrond niet matcht met de desbetreffende jongere. Goed hulpverlenen is protocollair handelen en maatwerk in het methodisch handelen. Een hulpverlener moet eclectisch handelen, in ieder situatie zoeken naar nieuwe antwoorden (Van Riet, 2006). De werkwijze van het 1000 Jongerenplan is overigens als zeer goed gewaardeerd. Geconcludeerd kan worden dat de resultaten van het 1000 Jongerenplan goed zijn en het doel daarmee behaald is. Gekeken naar de conclusies van de deelvragen blijken de resultaten zodanig dat het zinvol is om het 1000 Jongerenplan te verduurzamen en daar waar mogelijk, vanuit bovengenoemde bevindingen, te optimaliseren. Omdat de resultaten goed zijn, zal het optimaliseren van 1000 Jongerenplan voornamelijk moeten geschieden in het voortraject. Uit de enquête is naar voren gekomen dat de jongeren vooraf niet goed geïnformeerd zijn over het doel van het 1000 Jongerenplan. De jongeren zijn daarentegen wel goed op de hoogte van de werkwijze. Het lijkt erop dat de informatie die gegeven moet worden door de verwijzers niet voldoende is. Blijft de vraag of de verwijzer de informatie niet (goed) heeft verstrekt of dat de ontvanger het niet goed heeft begrepen. 45
46 5.7 Aanbevelingen Deze paragraaf omschrijft de aanbevelingen die aan de hand van de conclusies opgesteld zijn. De resultaten van het onderzoek zijn valide. De aanbevelingen kunnen mogelijk een bijdrage leveren aan de verduurzaming van het project. Aanbeveling 1: Uit de enquête is naar voren gekomen dat de jongeren vooraf niet goed geïnformeerd zijn over het doel van het 1000 Jongerenplan. De verwijzer naar het 1000 Jongerenplan moeten de jongere nog beter informeren over de inhoud van het 1000 Jongerenplan. Als de jongeren nog beter geïnformeerd zijn, zullen de verwachtingen, het traject en het resultaat beter op elkaar afgestemd zijn. Het is goed om in contact te treden met de verwijzende organisaties om de informatieverstrekking te optimaliseren. Ook kan dan achterhaald worden of de instantie in gebreke is gebleven of dat de jongere de informatie niet goed heeft begrepen. Aanbeveling 2: De resultaten van de begeleiding van het 1000 Jongerenplan zijn goed tot zeer goed te noemen. Het resultaat dat jongeren aan het werk of scholing zijn geholpen is ruimschoots behaald. Deze goede resultaten zouden voldoende moeten zijn voor de diverse partijen om het 1000 Jongerenplan voort te zetten. Het is belangrijk, ondanks het feit dat het erg moeilijk weer te geven is, dat er een kostenbaten analyse gemaakt gaat worden. Het is belangrijk om weer te geven wat het de maatschappij mogelijk had gekost als de begeleiding niet was ingezet en wat de begeleiding heeft gekost. Aanbeveling 3: Uit de enquête is gebleken dat er weinig tot geen jongeren met een andere nationaliteit in het traject zitten. Eigenlijk wilden we hiermee aantonen dat er weinig jongeren van allochtone afkomst in het traject zitten maar dan hadden we moeten vragen naar de etniciteit. Wel kan uit ervaring gezegd worden dat er weinig allochtonen in traject zitten. Een aanbeveling is dan ook te kijken of de allochtone jongeren ook bereikt kunnen worden. Dit kan door te onderzoeken of er allochtone jongeren zijn met dezelfde problematiek en wat de redenen zijn dat de allochtone jongeren niet verwezen worden naar het 1000 Jongerenplan. Aanbeveling 4: Uit onderzoek is gebleken dat er een klein percentage jongeren niet tevreden is over de begeleiding. Het is mogelijk dat de werkwijze van de ITB er of haar/zijn persoonlijke achtergrond niet matcht met de desbetreffende jongere. Belangrijk is om eenduidig te werken zodat de begeleiding niet afhangt van de willekeur van de ITB er. Ter verbetering is het belangrijk om richtlijnen en protocollen te gebruiken. 46
47 5.8 Sterkte/zwakte onderzoek In deze paragraaf zullen een aantal sterkte en zwakte punten beschreven worden die tijdens dit onderzoek naar voren kwamen. Sterktes Zwaktes De resultaten waren duidelijk meetbaar Vragen in de enquête te moeilijk voor de Goed te analyseren enquêtes doelgroep Valide onderzoek door goede respons Vragen in de enquête zijn allemaal positief gesteld. Enquête door respondenten ingevuld in bijzijn ITB er Naar nationaliteit gevraagd in de Enquête in plaats van etniciteit Sterktes: De resultaten zijn uitgebreid weergegeven: in hoofdstuk 4 waar de resultaten worden weergegeven, zijn duidelijke figuren gebruikt met daarbij een heldere uitleg. Ook zijn er dezelfde figuren gebruikt, waardoor het overzichtelijk blijft. Goed te analyseren enquêtes: De enquêtes waren volledig en duidelijk ingevuld waardoor dit geen problemen opleverde. Ook is het totaal aantal ingevulde enquêtes hoog, waardoor er voldoende gegevens voorhanden waren om te analyseren. Valide onderzoek door goede respons: Er was voldoende respons voor een valide onderzoek. De opdrachtgever heeft aangegeven dat er een minimaal respons van 70% moest zijn. Het onderzoek is daarmee representatief voor de opdrachtgever. Zwaktes: Vragen in de enquête te moeilijk voor de doelgroep: Bij het verwerken van de enquêtes viel het op dat er vaak gekozen was voor dezelfde antwoordcategorieën. Achteraf gezien was het misschien beter geweest om te kiezen voor minder antwoordmogelijkheden. Het verschil tussen de antwoordmogelijkheden helemaal mee eens-mee eens en helemaal mee oneens en oneens werd niet altijd begrepen door de jongeren wat hierin het verschil was. De respondenten hebben de enquête ingevuld in het bijzijn van een ITB er. De kans bestaat dat de ITB er de vraag zodanig heeft gesteld of uitgelegd dat de jongere positief heeft geantwoord. Ook kan het zijn dat hij/zij wenselijke antwoorden heeft gegeven omdat de jongere in een afhankelijk positie zit ten opzichte van de ITB er. 47
48 Er is gevraagd naar de nationaliteit van de jongere in de enquête in plaats van naar de etniciteit. Door alleen te vragen naar de nationaliteit weet je nog niet of er sprake is van een allochtoon. De jongere kan immers wel een Nederlands paspoort bezitten maar dat wil niet zeggen dat hij en/of zijn ouders ook daadwerkelijk in Nederland geboren zijn. 5.9 Discussie In deze paragraaf volgt tenslotte een discussie over de bijdrage van het onderzoek op micro-, meso-, en macroniveau. Microniveau Het microniveau van dit onderzoek betreft het 1000 Jongerenplan, afdeling Twente. Dit onderzoek geeft aanbevelingen aan het 1000 Jongerenplan. De aanbevelingen betreffen: - Het optimaliseren van de informatieverstrekking. - Mogelijkheden onderzoeken om ook allochtone jongeren te bereiken. - Begeleiding optimaliseren door een eenduidige werkwijze en volgens vast richtlijnen te hanteren. - Vervolgonderzoek naar de opbrengsten van het 1000 Jongerenplan. Vooral de werkwijze van het 1000 Jongerenplan is succesvol. De Work-Wise methodiek om de jongeren te helpen met alle problemen op de diverse leefgebieden, is uniek. Alvorens de jongere aan werk of scholing te helpen, is het noodzakelijk dat hij/zij de ballast kwijtraakt. Als er te veel problemen zijn op de andere leefgebieden, zitten deze letterlijk en figuurlijk in de weg om aan het werk te kunnen gaan en blijven. Belangrijk is om eerst met de problemen aan de slag te gaan en dan pas te kijken naar werk en/of opleiding (Movisie, z.j.). De individuele begeleiding, het maatwerk en ook vooral de nazorg, maakt dat jongeren kunnen uitstromen naar de arbeidsmarkt. Hierdoor is het doel van het 1000 jongerenplan ruimschoots behaald. De integrale aanpak maakt dat er efficiënter en effectiever gewerkt kan worden dan wanneer de problemen verspreidt zijn over meerdere instanties. Dit onderzoek zal samen met diverse andere onderzoeken en activiteiten de verduurzaming van het project mogelijk moeten maken. Mesoniveau Het 1000 Jongerenplan maakt al onderdeel uit van de regionale aanpak om de jeugdwerkloosheid tegen te gaan. Naast afdeling Twente, maakt ook IJsselvecht en Deventer onderdeel uit van het 1000 Jongerenplan. Alle afdelingen werken met de Work-Wise methodiek. De ITB er moet samenwerken en buiten de kaders kunnen denken om de jongere te kunnen helpen. Deze succesvolle werkwijze zou het 1000 Jongerenplan verder moeten uitdragen zodat ook andere instanties en hulpverleners vaker over de muren kijken en nog meer gaan samenwerken ten gunste van de cliënt. Belangrijk 48
49 daarbij is dat de concurrentie tussen de verschillende instanties, het vasthouden van eigen cliënten, wordt losgelaten ten gunste van het algemeen belang. Bij samenwerken is niet alleen de cliënt gebaat, maar ook de gemeenten. Nu de gemeenten steeds meer verantwoordelijkheden krijgen vanuit de Wet Maatschappelijke Ondersteuning en de Wet Werken naar Vermogen, zijn zij gebaat bij de werkwijze van het 1000 Jongerenplan omdat het mogelijk kosten besparend werkt en klantvriendelijk is. De (lokale) overheid zou dit zelfs kunnen stimuleren door de wet- en regelgeving zodanig aan te passen dat zij geen belemmering vormt om integraal te kunnen werken. Wanneer organisaties en instanties zien hoe succesvol het 1000 Jongerenplan is, dan kan het niet anders zijn dan dat zij financiële mogelijkheden zien om samen verder te gaan en de methode verder uit te dragen zodat jongeren uit Overijssel weer kunnen participeren in de maatschappij. Verder past de werkwijze van het 1000 jongerenplan ook uitstekend bij Welzijn nieuwe stijl. De ITB er werkt vraaggericht en niet aanbodgericht. De ITB ers zijn gedetacheerd vanuit de verschillende instanties wat hierbij een voordeel is. De motivatie van de jongere is erg belangrijk, waarbij de ITB er de kracht van de jongere inzet om de problemen écht op te lossen. De ITB er begeleidt de jongere om de zelfredzaamheid te versterken. De ITB er stelt zich terughoudend op om structurele afhankelijkheid van de professional te voorkomen. Integrale en samenhangende aanpak van professionals is belangrijk want hulpverleners komen niet ver als ze onafhankelijk van elkaar opereren. Goed met elkaar samenwerken is belangrijk. De doelen moeten voor de jongere duidelijk, concreet en haalbaar zijn. De professional heeft de ruimte nodig om zelfstandig te handelen op basis van een ruime vrije beslissingsbevoegdheid (Rijksoverheid, 2011, pag. 18). De integrale werkwijze van de ITB er past goed bij welzijn nieuw stijl, wat maakt dat deze werkwijze, toekomstbestendig is. Macroniveau Als we kijken naar het macro niveau, dan kan dit onderzoek, wat aantoont dat de ervaringen en resultaten van het 1000 Jongerenplan goed zijn, een bijdrage leveren op landelijk niveau. Het succes van het 1000 Jongerenplan kan ook in andere provincies ingezet worden bij kwetsbare jongeren. Het onderzoek laat zien hoe tevreden de jongeren zijn en hoe succesvol de werkwijze is. Het zou zelfs de moeite waard kunnen zijn om de focus ook naar andere doelgroepen te verleggen. De Twentse aanpak is uitgeroepen als best practice, volgens het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid. Dit maakt dat een dergelijke aanpak wel een landelijk vervolg zou moeten krijgen (1000 Jongerenplan, z.j.). Het is aan het 1000 Jongerenplan om andere instanties te overtuigen door zich te verduurzamen en te profileren. 49
50 LITERATUURLIJST 1000 Jongerenplan(z.j.) Jongeren een baan. Verkregen van: Jongerenplan (z.j.). Succesvolle praktijkvoorbeelden jeugdwerkloosheid. Verkregen van: Agentschap SZW (z.j.). Werkgelegenheid in Europa. Verkregen van: Baarda, D.B., De Goede, M.P.M. en Teunissen J. (2009). Basisboek kwalitatief onderzoek. Groningen/Houten: Noordhoff Uitgevers Boer, H. De. (2009). Tegen de stroom in. Verkregen van: Burns, A.C. & Bush, R.F. (2011). Principes van Marktonderzoek: Toepassingen met SPSS. Amsterdam: Pearson Education CBS (z.j.) Jeugdwerkloosheid. Verkregen van: jeugdwerkloosheidcbs Europese Commissie (2012). Wat is het ESF. Verkregen van: Hans, B. (2006). Culturele en maatschappelijke vorming. Verkregen van: A1202 Heerink, M., Pinkster, S., Bratti- van de Werf, M. (2009). Onderzoek in Zorg en Welzijn. Amsterdam: Pearson Education Uitgeverij Hogeschool Utrecht (z.j.) onderzoek inzet gezinscoaches. Verkregen van: 20praktijkprojecten/Gezinscoaching.aspx Jarabee (z.j.) C-toets. Verkregen van: Jol,C., Mars,G., Mooren,Van der, F. ( z.j.). Niet behalen startkwalificatie hangt samen met gezinssituatie. Verkregen van F775A497EF4B/0/2012k1v4pub.pdf Korzilius, H. (2000). De kern van survey onderzoek. Assen: Van Gorcum & comp. B.V. 50
51 Krom, de, P. (2011). Estafette succesvolle aanpakken jeugdwerkloosheid. Verkregen van: Libsky, M. (2010). Street Level Bureaucracy. New York: Russel Sage Foundation Loketgezondleven (2012). Het verschil tussen proces- en effectevaluaties. Verkregen van: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (z.j.). Functiebeschrijving Individueel Trajectbegeleider (ITB). Verkregen van: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (2011). Handreiking interventies kwetsbare jongeren. Verkregen van: Moaweb (z.j.). Onderzoek; Evaluatie-onderzoek. Verkregen van: Movisie (z.j.) Leefgebieden 8-fasenmodel. Verkregen van: Movisie (z.j.). Werken aan perspectief. Verkregen van: menwerking/ Nationaal Kompas Volksgezondheid (z.j.) psychisch functioneren jeugd. Verkregen van: Pennekamp, P.H.B. (2009). Met begeleiding meer werk. Verkregen van: Provincie Overijssel (z.j.) Jongerenplan. Verkregen van: Provincie Overijssel (z.j.). Cijfers en Kaarten. Verkregen van: Provincie-Utrecht (2012). Greep op Wraparound Care. Verkregen van: 51
52 Radar (2012). De Eigen-Kracht Conferentie. Verkregen van: Radar (2012). Integrale aanpak multiproblematiek. Overzicht programma s en bewezen methodieken. Verkregen van nnisrapport_def2.pdf Riet, van N.(2006). Social work. Assen: Van Gorcum Right marktonderzoek (z.j.). Methoden onderzoek. Verkregen van: Rijksoverheid (z.j.). Beleid bestrijding jeugdwerkloosheid. Verkregen van: _fee=0.00&gclid=clgy2pojglmcfatktaodmiyauq Rijksoverheid (z.j.). startkwalificatie. Verkregen van: Rijksoverheid (z.j.). matching-offensief-werkgevers-en-jonge-werknemers. Verkregen van: Rijksoverheid (2009). Actieplan jeugdwerkloosheid. Verkregen van: Rijksoverheid (z.j.). Aanpak-jeugdwerkloosheid-per-regio-en-sector. Verkregen van: Rijksoverheid (z.j.). Passend onderwijs. Verkregen van: Rijksoverheid (2011). Beleidsagenda Verkregen van: 52
53 ROA (2009). De arbeidsmarkt naar opleiding en beroep tot Verkregen van: Rutter, M. en Garmezy, N. (1983). Stress, coping and development in Children.New York: McGraw-Hill Steketee, M., Tierolf, B. en Mak, J. (2012). Kinderen in Tel Databoek Verkregen van: Struyf, E. (2000). Evalueren: Een leerkans voor leraren en leerlingen. Leuven: Acco SZW (2003). Plan van aanpak jeugdwerkloosheid. Verkregen van: Tavecchio, L.W.C., Oomen-Van De Kerkhof, H.W.J.M. en Roorda-Honée, J.M.Th.G. (1991). Pedagogische determinanten van gedragsproblemen bij jongens. Verkregen van: Thesauruszorgenwelzijn (z.j.). Risicojongeren. Verkregen van: Universiteit Leiden (z.j.). Kwaliteit van onderzoek. Verkregen van: Valk, Van der, I.E., Spruijt, E.P., Goede, De M., Maas, C. & Meeus, W. (2004). Gezinsstructuur en internaliserend en externaliserend probleemgedrag van adolescenten en jongvolwassenen. Een longitudinaal onderzoek. Kind & adolescent, volume 25, nummer 2, pag Verkregen van: Verbruggen, J. (2011). Werk helpt probleemjongere op rechterpad. Kennislink/NSCR. Verkregen van: Veen, Van, I. (2012). Begeleiding Kwetsbare jongeren in deze tijd hard nodig. Reformatorisch Dagblad. Verkregen van: VNG (2009). Sectorarrangement jeugdwerkloosheid. Verkregen van: Work-Wise (z.j.) Daar kun je mee aan de slag. Verkregen van: Work-Wise (z.j.). Work-Wise in cijfers 2009, magazine no. 4 Verkregen van: 53
54 Bijlage 1 Begeleidend schrijven en enquête oud-deelnemers Beste oud-deelnemer aan het 1000 Jongerenplan, Binnenkort wordt er een onderzoek gedaan bij het 1000 Jongerenplan. Om een goed beeld te krijgen, is het belangrijk te weten hoe de deelnemers de begeleiding van het 1000 Jongerenplan hebben ervaren. Hiervoor is een vragenlijst gemaakt en deze zal telefonisch worden afgenomen. Een trajectbegeleider van het 1000 Jongerenplan zal in de maand juli 2012 telefonisch contact met je opnemen om deze vragenlijst met je door te nemen. Het afnemen van de enquete zal ongeveer 5 minuten duren. We zouden het erg op prijs stellen dat je hieraan wilt meewerken. De enquete zal gebruikt worden om de begeleiding vanuit het 1000 Jongerenplan te verbeteren. De vragenlijst zal uiteraard anoniem verwerkt worden en naderhand zullen de gegevens worden vernietigd. Wanneer er nog vragen zijn over deze brief en je wilt niet wachten tot je gebeld wordt, neem dan contact op met Brenda Aalders, tel: Namens het 1000 Jongerenplan, Dianne Veehof-van Rijn Brenda Aalders Lisette Sprenkeler 54
55 Vragenlijst voor oud-deelnemers 1000 Jongerenplan Onderstaand blok met algemene gegevens wordt door de traject begeleider ingevuld vs. Juni 02 Leeftijd:.jr. Nationaliteit.. Datum: Geslacht: Bij aanvang problemen op de 0 relaties volgende leefgebieden: 0 jongen 0 financien 0 recreatie / vrije tijd 0 meisje 0 onderwijs /scholing 0 huisvesting 0 werk 0 zorg / hulpverlening 0 middelengebruik 0 relaties 0 politie / justitie / gedwongen kaders Lees dit even voordat je begint: Vul de vragenlijst helemaal in. Kies het antwoord dat het beste bij je past. Kruis bij iedere stelling 1 antwoord aan. Sla alleen een vraag over als je echt geen antwoord weet. helemaal niet mee eens niet mee eens wel mee eens helemaal mee eens 1000 Jongerenplan 1 Ik weet wat het 1000 Jongerenplan is Ik ben vooraf goed geïnformeerd over het doel van het 1000 Jongerenplan Ik ben op de hoogte van de werkwijze van het 1000 Jongerenplan Verwachtingen 4 Ik verwachtte dat mijn problemen zouden verminderen Ik verwachtte weer naar school te gaan of werk te hebben Ik verwachtte in de toekomst betere kansen op de arbeidsmarkt te hebben Ik verwachtte dat mijn doelen, opgesteld met de trajectbegeleider, behaald zouden worden 8 Ik verwachtte door het 1000 Jongerenplan meer vertrouwen in de toekomst te hebben 9 Ik verwachtte mee te kunnen denken over het plan van aanpak Ik verwachtte meer begrip voor mijn problemen door de trajectbegeleider Ik verwachtte dat de trajectbegeleider snel in zou spelen op problemen Traject (proces) 12 De hulp van het 1000 Jongerenplan is goed verlopen De trajectbegeleider hielp mij met mijn problemen Ik heb samen met de trajectbegeleider de doelen van de begeleiding bepaald 15 Ik had voldoende inbreng bij de doelen / plan van aanpak De trajectbegeleider besliste met mij, in plaats van over mij Ik voelde mij serieus genomen door de trajectbegeleider van het Jongerenplan 18 De trajectbegeleider van het 1000 Jongerenplan deed zijn/haar werk goed 19 Het contact met trajectbegeleider was goed Resultaten 20 Door de begeleiding van het 1000 Jongerenplan ben ik in staat mijn eigen problemen op te lossen 21 Ik heb voldoende geleerd om na de begeleiding zelf verder te gaan
56 22 Het 1000 Jongerenplan hielp mij met de dingen die ik belangrijk vind Ik heb door het 1000 Jongerenplan meer vertrouwen in de toekomst De problemen op mijn leefgebieden zijn minder geworden helemaal niet mee eens niet mee eens wel mee eens helemaal mee eens Niet van toepassing 25 Door de begeleiding in het 1000 Jongerenplan heb ik nu werk Door de begeleiding in het 1000 Jongerenplan volg ik een opleiding Door de begeleiding in het 1000 Jongerenplan heb ik nu een Wajong-uitkering Hieronder wordt jou gevraagd een rapportcijfer te geven. Het gaat om de cijfers 1 t/m 10 waarbij 10 zeer goed is en 1 zeer slecht Ben je tevreden over de begeleiding die je van het 1000 Jongerenplan hebt gehad? Omcirkel een rapportcijfer: Ben je tevreden over het resultaat dat je hebt behaald (met begeleiding van het 1000 Jongerenplan)? Omcirkel een rapportcijfer: Ben je tevreden over de werkwijze van het 1000 Jongerenplan? Omcirkel een rapportcijfer (in te vullen door trajectbegeleider) Bij afronding van het traject problemen op de volgende leefgebieden: 0 financien 0 recreatie / vrije tijd 0 onderwijs /scholing 0 huisvesting 0 werk 0 zorg / hulpverlening 0 middelengebruik 0 relaties 0 politie / justitie / gedwongen kaders 0 geen Heel erg bedankt voor de medewerking bij het invullen van de vragenlijst! 56
57 Bijlage 2 Begeleidend schrijven enquête huidige deelnemers Beste deelnemer aan het 1000 Jongerenplan, Bijgaande vragenlijst gaat over de begeleiding die je krijgt van de trajectbegeleiders van het 1000 Jongerenplan. We zouden het op prijs stellen als je deze vragenlijst wilt invullen, zodat het 1000 Jongerenplan haar begeleiding kan verbeteren. De bijgevoegde vragenlijst bestaat uit stellingen. Het is de bedoeling dat je het gewenste antwoord aankruist. Bij twijfel tussen de antwoordmogelijkheden is het noodzakelijk dat je het antwoord kiest, dat het meest op jou van toepassing is. De vragenlijsten zullen uiteraard anoniem worden verwerkt. Het invullen ervan zal ongeveer 5 minuten bedragen. Je mag dit ook samen met jouw trajectbegeleider doen. Hij of zij kan zonodig iets uitleggen bij onduidelijkheden. Uiteraard mag je het ook alleen invullen als je het vervelend vind dat de trajectbegeleider meekijkt. Namens het 1000 Jongerenplan, Dianne Veehof-van Rijn Brenda Aalders Lisette Sprenkeler 57
58 V Vragenlijst voor deelnemers 1000 Jongerenplan Onderstaand blok met algemene gegevens wordt door de traject begeleider ingevuld vs. Juni 02 Leeftijd:.jr. Nationaliteit.. Datum: Geslacht: Bij aanvang problemen op de 0 relaties volgende leefgebieden: 0 jongen 0 financiën 0 recreatie / vrije tijd 0 meisje 0 onderwijs /scholing 0 huisvesting 0 werk 0 zorg / hulpverlening 0 middelengebruik 0 relaties 0 politie / justitie / gedwongen kaders Lees dit even voordat je begint: Vul de vragenlijst helemaal in. Kies het antwoord dat het beste bij je past. Kruis bij iedere stelling 1 antwoord aan. Sla alleen een vraag over als je echt geen antwoord weet. helemaal niet mee eens niet mee eens wel mee eens helemaal mee eens 1000 Jongerenplan 1 Ik weet wat het 1000 Jongerenplan is Ik ben vooraf goed geïnformeerd over het doel van het 1000 Jongerenplan Ik ben op de hoogte van de werkwijze van het 1000 Jongerenplan Verwachtingen 4 Ik verwacht dat mijn problemen zullen verminderen Ik verwacht weer naar school te gaan of werk te hebben Ik verwacht in de toekomst betere kansen op de arbeidsmarkt te hebben Ik verwacht dat mijn doelen, opgesteld met de trajectbegeleider, behaald worden 8 Ik verwacht door het 1000 Jongerenplan meer vertrouwen in de toekomst te hebben 9 Ik verwacht mee te kunnen denken over het plan van aanpak Ik verwacht meer begrip voor mijn problemen door de trajectbegeleider Ik verwacht dat de trajectbegeleider snel in zal spelen op problemen Traject (proces) 12 De hulp van het 1000 Jongerenplan verloopt goed De trajectbegeleider helpt mij met mijn problemen Ik heb samen met de trajectbegeleider de doelen van de begeleiding bepaald 15 Ik heb voldoende inbreng bij de doelen / plan van aanpak De trajectbegeleider beslist met mij, in plaats van over mij Ik voel mij serieus genomen door de trajectbegeleider van het 1000 Jongerenplan De trajectbegeleider van het 1000 Jongerenplan doet zijn/haar werk goed 19 Het contact met trajectbegeleider is goed Resultaten 20 Door de begeleiding van het 1000 Jongerenplan ben ik in staat mijn eigen problemen op te lossen 21 Ik heb voldoende geleerd om na de begeleiding zelf verder te gaan Het 1000 Jongerenplan helpt mij met de dingen die ik belangrijk vind
59 23 Ik heb door het 1000 Jongerenplan meer vertrouwen in de toekomst De problemen op mijn leefgebieden zijn minder geworden helemaal niet mee eens niet mee eens wel mee eens helemaal mee eens Niet van toepassing 25 Door de begeleiding in het 1000 Jongerenplan heb ik nu werk Door de begeleiding in het 1000 Jongerenplan volg ik een opleiding Door de begeleiding in het 1000 Jongerenplan heb ik nu een Wajonguitkering Hieronder wordt jou gevraagd een rapportcijfer te geven. Het gaat om de cijfers 1 t/m 10 waarbij 10 zeer goed is en 1 zeer slecht Ben je tevreden over de begeleiding die je van het 1000 Jongerenplan hebt gehad? Omcirkel een rapportcijfer: Ben je tevreden over het resultaat dat je hebt behaald (met begeleiding van het 1000 Jongerenplan)? Omcirkel een rapportcijfer: Ben je tevreden over de werkwijze van het 1000 Jongerenplan? Omcirkel een rapportcijfer (in te vullen door trajectbegeleider) Bij afronding van het traject problemen op de volgende leefgebieden: 0 financiën 0 recreatie / vrije tijd 0 onderwijs /scholing 0 huisvesting 0 werk 0 zorg / hulpverlening 0 middelengebruik 0 relaties 0 politie / justitie / gedwongen kaders 0 geen Heel erg bedankt voor de medewerking bij het invullen van de vragenlijst! De enquête zal gebruikt worden om de begeleiding vanuit het 1000 Jongerenplan te verbeteren. De gegevens zullen na die tijd vernietigd worden! 59
60 Bijlage 3 Antwoorden op de vragen Ik weet wat het 1000 Jongerenplan is Aantal respondenten percentage niet mee eens 2 1 wel mee eens Blanco 0 0 TOTAAL Ik ben vooraf goed geïnformeerd over het doel v/d 1000 Jongerenplan niet mee eens 34 17,3 wel mee eens ,7 Blanco 0 0 TOTAAL Ik ben op de hoogte van de werkwijze v/h 1000 Jongerenplan niet mee eens 4 2 wel mee eens Blanco 0 0 TOTAAL Ik verwacht(te) dat mijn problemen zullen/zouden verminderen niet mee eens 5 2,5 wel mee eens ,5 Blanco 0 0 TOTAAL Ik verwacht(te) weer naar school te gaan of werk te hebben niet mee eens 4 2 wel mee eens Blanco 0 0 TOTAAL Ik verwacht(te) in de toekomst betere kansen op de arbeidsmarkt te hebben niet mee eens 3 1,5 wel mee eens Blanco 1 0,5 TOTAAL
61 Ik verwacht(te) dat mijn doelen, opgesteld met de tr beg, behaald (zouden) worden Aantal respondenten Percentage niet mee eens 2 1 wel mee eens Blanco 0 0 TOTAAL Ik verwacht(te) door het 1000 jong. plan meer vertrouwen i/d toekomst te hebben niet mee eens 4 2 wel mee eens blanco 0 0 TOTAAL Ik verwacht(te) mee te kunnen denken over het plan van aanpak niet mee eens 3 1,5 wel mee eens ,5 Blanco 0 0 TOTAAL Ik verwacht(te) meer begrip voor mijn probl. door de traj. begeleid. niet mee eens 8 4 wel mee eens Blanco 0 0 TOTAAL Ik verwacht(te) dat de traj.begel. snel in zal/zou spelen op de problemen niet mee eens 1 0,5 wel mee eens Blanco 1 0,5 TOTAAL De hulp van het 1000 Jongerenplan verloopt goed/is goed verlopen niet mee eens 15 7,6 wel mee eens ,4 Blanco 0 0 TOTAAL De trajectbegeleider helpt/hielp mij met mijn problemen niet mee eens 6 3 wel mee eens Blanco 0 0 TOTAAL
62 Ik heb samen met de traj.begel. de doelen v/d begeleiding bepaald Aantal respondenten Percentage niet mee eens 9 4,6 wel mee eens ,4 Blanco 0 0 TOTAAL Ik heb/had voldoende inbreng bij de doelen/plan v aanpak niet mee eens 8 4,1 wel mee eens ,9 Blanco 0 0 TOTAAL De trajectbegeleider beslist(e) met mij, i.p.v. over mij niet mee eens 3 1,5 wel mee eens ,5 Blanco 0 0 TOTAAL Ik voel(de) mij serieus genomen door de trajectbegeleider van het 1000 Jongerenplan niet mee eens 2 1 wel mee eens Blanco 0 0 TOTAAL De trajectbegeleider van het 1000 Jongerenplan doet/deed zijn/haar werk goed niet mee eens 5 2,5 wel mee eens ,5 Blanco 0 0 TOTAAL Het contact me de trajectbegeleider is/was goed niet mee eens 6 3 wel mee eens Blanco 0 0 TOTAAL
63 Door de begeleiding v/h 1000 Jongerenpan ben ik in staat mijn Aantal respondenten Percentage eigen problemen niet mee eens 35 17,8 wel mee eens ,2 Blanco 2 1 TOTAAL Ik heb voldoende geleerd om na de begeleiding zelf verder te gaan niet mee eens 35 17,8 wel mee eens ,8 Blanco 1 0,5 TOTAAL Het 1000 Jongerenplan helpt/hielp mij met de dingen die Ik belangrijk vind niet mee eens 4 2 wel mee eens Blanco 0 0 TOTAAL Ik heb door het 1000 jongerenpl. meer vertrouwen in de toekomst niet mee eens 15 7,6 wel mee eens ,4 blanco 2 1 TOTAAL De problemen op mijn leefgebieden zijn minder geworden niet mee eens 19 9,6 wel mee eens ,9 Blanco 3 1,5 TOTAAL Door de begeleiding in het 1000 Jongerenplan heb Ik nu werk niet mee eens 32 16,4 wel mee eens ,5 niet van toepassing 25 12,7 blanco 3 1,5 TOTAAL Door de begeleiding in het 1000 Jongerenplan volg Ik nu een opleiding niet mee eens 40 20,3 wel mee eens ,7 niet van toepassing 56 28,4 Blanco 1 0,5 TOTAAL
64 Door de begeleiding in het 1000 Jongerenplan heb Ik nu een Wajong uitk. Aantal respondenten Percentage niet mee eens 9 4,5 wel mee eens 11 5,7 niet van toepassing ,8 Blanco 2 1 TOTAAL
65 Bijlage 4 figuren en tabellen Tabel : Aantal respondenten en hun geslacht (N=197) Geslacht Aantal respondenten percentage Man % Vrouw % Totaal % Figuur : Leeftijd van de respondenten in percentage weergegeven (N=197) Tabel : Aantal respondenten in en uit traject (N=197) Respondenten Aantal percentage Uit traject % In traject % Totaal % Tabel : Aantal respondenten en het gemiddelde percentage van categorie traject (N=197) N (totaal aantal respondenten) 197 (100%) Gemiddeld positief beantwoord 96.5% Gemiddeld negatief beantwoord 3.5% 65
66 Bijlage 5 Beoordelingsformulier BvK2 Bewijs van Kunnen 2: Bachelorrapport Toetscode: T.AMM Naam student: Datum: Studentnr: Naam 1 e beoordelaar: Naam 2 e beoordelaar: Opleiding: Paraaf 1 e beoordelaar: Paraaf 2 e beoordelaar: Cijfer: Het cijfer kan pas ingevoerd worden in Bison als de student zijn/haar verslag in DDM Vormcriteria V/O Toelichting Aangeleverd zijn: Modelovereenkomst (bijlage 1 handboek) onderzoeksopdracht Evaluatieformulier opdrachtgever (bijlage 2 handboek) Format (omslag, titelpagina, voorwoord, samenvatting, inhoudsopgave, inleiding (met aanleiding, doelstelling, vraagstelling, leeswijzer), beschrijving onderzoeksmethode, resultaten, conclusies, aanbevelingen, discussie) is zakelijk, helder en volgens Handleiding professioneel schrijven. 66
67 Er is gebruik gemaakt van juiste, relevante, actuele, buitenlandse, valide en betrouwbare bronnen en vermelding is correct volgens Handleiding professioneel schrijven. Het rapport is geschreven in de vorm van een lopend verhaal met een logische opbouw, welke met behulp van inleidingen en overgangszinnen wordt verhelderd. Het rapport is geschreven in een correcte zakelijke schrijfstijl, de spelling is correct, grammatica is correct, formuleringen zijn correct (geen beschuldigingen, persoonlijke ontboezemingen, waardeoordelen, etc.) Alle bijlagen zijn relevant, spaarzaam, maar wel voldoende aanwezig ten behoeve van de reproduceerbaarheid van het onderzoek. Inhoudscriteria Aantal punten Toelichting 1. Het onderzoek is maatschappelijk relevant. Het onderzoek is bruikbaar en/ of vernieuwend voor de beroepspraktijk. 2. Het onderzoek heeft diepgang, er wordt relevante theorie gebruikt inclusief (buitenlandse) vaktijdschriftartikelen, waarbij een afweging wordt gemaakt over de bruikbaarheid ervan voor het onderzoek 3. De onderzoeksvraag is helder, komt voort uit de doelstelling; is haalbaar, afgebakend en precies. De gebruikte onderzoeksmethode en de resultaten zijn reproduceerbaar en transparant. Het 67
68 analysekader is duidelijk (bijvoorbeeld SPSS, Kwalitan), dataverwerking en weergave resultaten is correct 4. De conclusies en aanbevelingen geven antwoord op de vraagstelling en worden gekoppeld aan theorie. 5. De sterktes en zwaktes van het onderzoek zijn beschreven. Er is een discussie aanwezig. De discussie omvat het eigen professioneel standpunt over het onderzoeksonderwerp onderbouwd met argumenten. De discussie wordt gevoerd vanuit meer perspectieven (macro-, meso-, en microniveau). Indien er een ontwerpgericht onderzoek is uitgevoerd, zal het hieruit voortgekomen product dienen te voldoen aan de volgende beoordelingscriterium Het product is logisch voortgekomen uit het onderzoek Het product is aantrekkelijk ten aanzien van lay-out, opzet, materiaal en kleurgebruik. De vormcriteria worden alleen op voldoende/onvoldoende niveau beoordeeld en dienen allemaal voldoende te zijn. De inhoudscriteria bepalen de hoogte van het cijfer. Voor het toekennen van studiepunten op het studiecontract dient minimaal voldoende behaald te zijn op alle criteria. Cijfers worden afgerond op hele punten. 68
69 Bijlage 6 Modelovereenkomst onderzoeksopdracht 69
70 Bijlage 7 Formulier beschrijving bachelorrapport Dimensie Titel: Samenvatting: Auteur(s): Begeleider(s): Trefwoorden: Beschrijving 1000 Jongerenplan: Kansen en Uitdagingen Evaluatieonderzoek 1000 Jongerenplan Brenda Aalders, Lisette Sprenkeler, Dianne Veehof-van Rijn Safoura Ghaeminia Doelgroep: Kwetsbare jongeren 1000 Jongerenplan Type onderzoek: Kwantitatief onderzoek Onderwerp: Inventarisatie van de ervaringen en resultaten van de jongeren van het 1000 Jongerenplan (Eventueel) Overig: Taal: Nederlands Datum afronding: 1 november 2012 Academie: Mens & Maatschappij Betrokken Instelling/bedrijf: 1000 Jongerenplan Website (o.a. website bij rapport) Opleidingsniveau: Bachelor Cijfer (evt. voldaan): 70
71 Bijlage 8 Evaluatieformulier opdrachtgever Academie Mens en Maatschappij EVALUATIE ONDERZOEKSOPDRACHT STUDENTGEGEVENS Naam Onderwerp bacheloronderzoek Opleiding GEGEVENS INSTELLING/ORGANISATIE Naam organisatie + afdeling Onderzoeksbegeleider Adres Postcode/woonplaats Telefoonnummer Datum Hieronder kunt u aangeven wat uw mening is over het bacheloronderzoek. 1. Graag uw mening over het product dat het bacheloronderzoek heeft opgeleverd (aankruizen wat van toepassing is): Onvoldoende Voldoende Ruim Goed voldoende Inhoud (duidelijk, juiste weergave van feiten, voldoende diepgang etc.) Argumentatie (m.n. conclusies en aanbevelingen) Bereiken van de afgesproken doelen Bruikbaarheid voor de organisatie Heeft u aanvullende opmerkingen over de opdracht? (bijvoorbeeld welke nieuwe gezichtspunten heeft het opgeleverd) Vermeld ze dan hieronder: 71
72 1. Graag uw mening over de wijze waarop het bacheloronderzoek tot stand is gekomen: Onvoldoende Voldoende Ruim Goed voldoende Samenwerking tussen studenten (o.a. taakverdeling) Samenwerking studenten vs. organisatie Zelfstandigheid studenten Effectiviteit van werken van studenten Omgaan met afspraken/planning Communicatie van studenten Afronding van de opdracht door studenten Eindpresentatie studenten Heeft u aanvullende opmerkingen over de wijze waarop de opdracht tot stand is gekomen? (bijvoorbeeld individuele inbreng in geval van groepen / de mate, waarin de uitvoering binnen de organisatie heeft plaatsgevonden, etc). Algemeen 4. Wat is uw mening over de contacten met de vertegenwoordigers van de Academie van Mens en Maatschappij van de Saxion Hogeschool Enschede? 5. Wat is uw mening over de frequentie van de contacten en de functionaliteit van het overleg met de opleiding (de begeleiding vanuit de opleiding)? 6. Welke verbetersuggesties wilt u eventueel naar aanleiding van uw antwoord op vraag 5 naar voren brengen? 7. Wilt u in de toekomst weer gebruik maken van de diensten van studenten van Mens en Maatschappij voor het uitwerken van onderzoeksvragen (bacheloronderzoek)? Ja, want / Nee, want 72
73 Bijlage 9 toestemmingsformulier publicatie HBO-kennisbank 73
1 TRAJECT VAN SCHOOL TOT ARBEID
1 TRAJECT VAN SCHOOL TOT ARBEID ARBEIDSTOELEIDING VOOR KWETSBARE JONGEREN Voor jongeren die behoren tot de kwetsbare doelgroep is het uitermate moeilijk om een (opleidings)traject gericht op het verkrijgen
Geestelijke Gezondheidszorg Eindhoven en de Kempen. Promenzo werkt
Geestelijke Gezondheidszorg Eindhoven en de Kempen Promenzo werkt Promenzo begeleidt en ondersteunt mensen met ernstige psychiatrische of psychische problemen bij het zoeken naar, vinden en behouden van
Werkprogramma voor risicojongeren
Werkprogramma voor risicojongeren Programma voor risicojongeren, gericht op het verkrijgen en behouden van beroepsopleiding en werk. Ik had eerst nooit echt zin om door te zetten. Veel te veel afleiding
Aanpak: Voorwaardelijke Interventie Gezinnen. Beschrijving
Aanpak: Voorwaardelijke Interventie Gezinnen De gemeente heeft de vragenlijst betreffende deze aanpak ingevuld en relevante documentatie toegestuurd. Een beperktere vragenlijst over deze aanpak is ingevuld
Werken, leren en activiteiten
Werken, leren en activiteiten Het beste uit het leven halen Meedoen in de samenleving. Voor sommige mensen is dat niet vanzelfsprekend. Ze hebben door psychische of psychosociale problematiek bijvoorbeeld
Aanpak: Gezinscoaching. Beschrijving
Aanpak: Gezinscoaching De gemeente heeft de vragenlijst betreffende deze aanpak ingevuld en relevante documentatie toegestuurd. Een beperktere vragenlijst over deze aanpak is ingevuld door: BJZ Flevoland
Jongeren op de arbeidsmarkt
Jongeren op de arbeidsmarkt Tanja Traag In 23 was 11 procent van alle jongeren werkloos. Jongeren die geen onderwijs meer volgen, hebben een andere positie op de arbeidsmarkt dan jongeren die wel een opleiding
Effecten van cliëntondersteuning. Samenvatting van een haalbaarheidsonderzoek naar de meetbaarheid van door de cliënt ervaren effecten
Effecten van cliëntondersteuning Samenvatting van een haalbaarheidsonderzoek naar de meetbaarheid van door de cliënt ervaren effecten MEE Nederland, 4 februari 2014 1. Inleiding In deze samenvatting beschrijven
Ik sta er niet meer alleen voor!
Ik sta er niet meer alleen voor! Zelfredzaamheid en eigen kracht zijn centrale begrippen in onze participatiesamenleving. Eén gezin, één plan, één hulpverlener is al uitgangspunt van beleid. Daaraan wordt
Plan van Aanpak. Project : Toeleiding naar scholing en werk van jongeren met een Roma achtergrond in Lelystad. Aanleiding
Plan van Aanpak Project : Toeleiding naar scholing en werk van jongeren met een Roma achtergrond in Lelystad. Aanleiding De gemeente Lelystad heeft in juni 2013 een plan gemaakt inzake de aanpak van multiproblematiek
Het 8-fasenmodel. Het 8-fasenmodel. Kennismaking met een praktische manier van planmatig werken in de maatschappelijke opvang
Het 8-fasenmodel Het 8-fasenmodel Kennismaking met een praktische manier van planmatig werken in de maatschappelijke opvang Het Het 8-fasenmodel voor de maatschappelijke voor de maatschappelijke opvang
Met een startkwalificatie betere kansen op de arbeidsmarkt
Met een startkwalificatie betere kansen op de arbeidsmarkt Ingrid Beckers en Tanja Traag Van alle jongeren die in 24 niet meer op school zaten, had 6 procent een startkwalificatie, wat inhoudt dat ze minimaal
Edo ter Maat, Persoons Gebonden Begeleiding
Verslag Clienttevredenheidsonderzoek Zorginstelling ETM: Edo ter Maat, Persoons Gebonden Begeleiding September 2018 Ans Herbers-Swennenhuis Toegepast Psycholoog September 2018 Inhoudsopgave Samenvatting...
Uit huis gaan van jongeren
Arie de Graaf en Suzanne Loozen Jaarlijks verlaten bijna een kwart miljoen jongeren het ouderlijk huis. Een klein deel van hen is al vóór de achttiende verjaardag uit huis gegaan. De meeste jongeren gaan
Landelijk cliëntervaringsonderzoek
Landelijk cliëntervaringsonderzoek Monitor Januari t/m december 2016 Ons kenmerk: 17.0010587 Datum: 22-09-2017 Contactpersoon: Rosan Hilhorst E-mail: [email protected] Inhoud 1. Inleiding... 3
Wouter Novak Ellen Fleurke Los Caminos. Methodische onderbouwing individuele trajecten Ervarend Leren
Wouter Novak Ellen Fleurke Los Caminos Methodische onderbouwing individuele trajecten Ervarend Leren The only source of knowledge is experience. Albert Einstein Methodische onderbouwing individuele trajecten
Stichting Jeugd en Jongerenwerk Midden-Holland 2005. Hoe maak ik een jeugdenquête
Stichting Jeugd en Jongerenwerk Midden-Holland 2005 Hoe maak ik een jeugdenquête Inhoudsopgave Inleiding 3 Hoofdstuk 1 Wanneer een enquête 4 Hoofdstuk 2 Hoe maak ik een enquête 5 Hoofdstuk 3 Plan van aanpak
LelyStadsGeluiden. De mening van de jongeren gepeild. School en werk 2007
LelyStadsGeluiden De mening van de jongeren gepeild School en werk 007 In 007 hebben.37 jongeren meegewerkt aan de jongerenenquête. Het onderzoek had als doel om in kaart te brengen wat jongeren doen,
Meander Nijmegen. Samen groot worden. Zorg voor jeugdigen. Begeleiding en (tijdelijk) wonen voor kinderen, jongeren en gezinnen BEGELEID (KAMER) WONEN
BEGELEID (KAMER) WONEN OPVOEDINGS- ONDERSTEUNING HULP OP MAAT LOGEERHUIS Meander Nijmegen stgmeander.nl Zorg voor jeugdigen Begeleiding en (tijdelijk) wonen voor kinderen, jongeren en gezinnen Samen groot
Workshop. Toegang tot beschermd wonen in de Wmo 2015
Workshop Toegang tot beschermd wonen in de Wmo 2015 Rina Beers, Federatie Opvang Agenda voor workshop: 1. Schets van toegang in Awbz en Wmo nu 2. Praktijk huidige centrale toegang MO 3. Schets van toegang
Aanval op de uitval. perspectief en actie
Aanval op de uitval perspectief en actie Fatma wil fysiotherapeut worden. En dat kan ze ook. Maar ze heeft nog een wel een lange leerloopbaan te gaan. Er kan in die leerloopbaan van alles misgaan waardoor
Begeleid Wonen. www.st-neos.nl. Maatschappelijke opvang en aanpak huiselijk geweld
Begeleid Wonen www.st-neos.nl Maatschappelijke opvang en aanpak huiselijk geweld De stichting Neos is een organisatie voor maatschappelijke opvang en aanpak huiselijk geweld. De organisatie richt zich
Een mooie toekomst voor ieder kind
Een mooie toekomst voor ieder kind www.altra.nl Sanne Pronk Esme van der Ley Doelgroep School2Care Externaliserende gedragsproblemen Grensoverschrijdend / risicovol gedrag Geen acceptatie van gezag Ontbrekende
NEDERLANDERS EN DE DECENTRALISATIES IN HET SOCIALE DOMEIN
NEDERLANDERS EN DE DECENTRALISATIES IN HET SOCIALE DOMEIN Februari 2015 I&O Research volgt ontwikkelingen met longitudinaal onderzoek. Nulmeting in december 2014. Negen op de tien Nederlanders kregen iets
Bijlage 2. Projecten bestrijding jeugdwerkloosheid
Bijlage 2. Projecten bestrijding jeugdwerkloosheid 2013-2014 1. Jongerenloket Het jongerenloket bij de Regionale Sociale Dienst in de regio Alblasserwaard/Vijfheerenlanden is een voortzetting van het jongerenloket
JEUGD WERKLOOSHEID 1-METING Onderzoek naar de perceptie van jeugdwerkloosheid onder jongeren in opdracht van het Ministerie VWS - Jeugd en Gezin
JEUGD WERKLOOSHEID 1-METING Onderzoek naar de perceptie van jeugdwerkloosheid onder jongeren in opdracht van het Ministerie VWS - Jeugd en Gezin FERNANDO MC DOUGAL MSC ODETTE VLEK MSC AMSTERDAM, AUGUSTUS
Bijlage Rapportage monitor en resultaten eerste meting juni 2014 pilot Huishoudelijke Verzorging
Bijlage Rapportage monitor en resultaten eerste meting juni 2014 pilot Huishoudelijke Verzorging Opzet van de monitor Huishoudelijke Verzorging De nieuwe manier van werken heeft 3 hoofdrolspelers namelijk
Grote dynamiek in kleinschalig ondernemerschap
Grote dynamiek in kleinschalig ondernemerschap J. Mevissen, L. Heuts en H. van Leenen SAMENVATTING Achtergrond van het onderzoek Het verschijnsel zelfstandige zonder personeel (zzp er) spreekt tot de verbeelding.
Aanpak: Casusregie en inzet gezinscoaching. Beschrijving
Aanpak: Casusregie en inzet gezinscoaching De gemeente heeft de vragenlijst betreffende deze aanpak ingevuld en relevante documentatie toegestuurd. Een beperktere vragenlijst over deze aanpak is ingevuld
Wonen, werken, leren en activiteiten
Wonen, werken, leren en activiteiten Het beste uit het leven halen Meedoen in de samenleving. Voor sommige mensen is dat niet vanzelfsprekend. Ze hebben door psychische of psychosociale problematiek bijvoorbeeld
Ter attentie van de leden van de Vaste Kamercommissie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
De Kinderombudsman Visie op het verlengen van de kwalificatieplicht tot 21 jaar 7 september 2015 Ter attentie van de leden van de Vaste Kamercommissie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Aanleiding De
Intensieve begeleiding naar een betere toekomst. Nieuwe Perspectieven
Intensieve begeleiding naar een betere toekomst. Nieuwe Perspectieven Als jongeren zijn vastgelopen. Nieuwe Perspectieven Jongeren kunnen op meerdere gebieden vastlopen in het leven. Soms dreigen ze daardoor
Voor Arbeid en Kansen (VAK) Plan van aanpak bij een gemeente. Het succes van samenwerking
Voor Arbeid en Kansen (VAK) Plan van aanpak bij een gemeente Het succes van samenwerking Het project VAKwerk Doel van het project: het optimaliseren van kansen op werk door te investeren in de kansen door
Evaluatie Van Werk Naar Werk beleid bij de Rijksoverheid
Evaluatie Van Werk Naar Werk beleid bij de Rijksoverheid Jose Gravesteijn Jaap de Koning Kim Weistra Presentatie voor een bijeenkomst van de Vereniging Ambtenaar en Recht, 14 april 2016 Inhoud Hoofdpunten
Aanpak: Participatiehuis. Beschrijving
Aanpak: Participatiehuis De gemeente heeft de vragenlijst betreffende deze aanpak ingevuld en relevante documentatie toegestuurd. Een beperktere vragenlijst over deze aanpak is ingevuld door: Partners
Aanpak: Gezinsmanagement/WIG. Beschrijving
Aanpak: Gezinsmanagement/WIG De gemeente heeft de vragenlijst betreffende deze aanpak ingevuld en relevante documentatie toegestuurd. Een beperktere vragenlijst over deze aanpak is ingevuld door: Veiligheidshuis
Aanpak: GRIP-aanpak. Beschrijving
Aanpak: GRIP-aanpak De gemeente heeft de vragenlijst betreffende deze aanpak ingevuld en relevante documentatie toegestuurd. Een beperktere vragenlijst over deze aanpak is ingevuld door: Bureau Jeugdzorg
Samenvatting Benchmark O&O beleid gemeenten. Tweede meting werkgevers en werknemers
Samenvatting Benchmark O&O beleid gemeenten Tweede meting werkgevers en werknemers 2 Inleiding In deze brochure vindt u de belangrijkste resultaten van de benchmark Opleiden en Ontwikkelen. De benchmark
Monitor HH(T) 4 e kwartaalmeting
Monitor HH(T) 4 e kwartaalmeting Marlijn Abbink-Cornelissen Marcel Haverkamp Janneke Wilschut 5 April 2016 1 Samenvatting Samenvatting Dit is het vijfde rapport van de monitor HH(T). Deze monitor inventariseert
De krachtgerichte methodiek
Het Centrum Voor Dienstverlening is u graag van dienst met: De krachtgerichte methodiek Informatie voor samenwerkingspartners van het CVD Waar kunnen we u mee van dienst zijn? Centrum Voor Dienstverlening
Gemeente Roosendaal. Cliëntervaringsonderzoek Wmo over Onderzoeksrapportage. 26 juni 2017
Gemeente Cliëntervaringsonderzoek Wmo over 2016 Onderzoeksrapportage 26 juni 2017 DATUM 26 juni 2017 Dimensus Beleidsonderzoek Wilhelminasingel 1a 4818 AA Breda [email protected] www.dimensus.nl (076) 515
24 uurshulp. Met Cardea kun je verder!
24 uurshulp Met Cardea kun je verder! Met Cardea kun je verder! 24 UURSHULP De meeste kinderen en jongeren wonen thuis bij hun ouders totdat ze op zichzelf gaan wonen. Toch kunnen er omstandigheden zijn,
Beleidskader RMC Regio 37 Zuidoost-Brabant Januari 2017
Beleidskader RMC 2017-2020 Regio 37 Zuidoost-Brabant Januari 2017 Inleiding Voor u ligt het beleidskader RMC van de regio Zuidoost-Brabant. RMC staat voor Regionaal Meld- en Coördinatiepunt. Gemeenten
Quick scan re-integratiebeleid. Een oriënterend onderzoek door de rekenkamercommissie
Quick scan re-integratiebeleid Een oriënterend onderzoek door de rekenkamercommissie Doetinchem, 16 december 2011 1 1. Inleiding De gemeenteraad van Doetinchem heeft op 18 december 2008 het beleidsplan
Onderzoek Jongeren in de Wet werk en bijstand (WWB).
Raadsmemo Datum: 16 juni 2015 Aan: Gemeenteraad van Kopie aan: Van: Voor informatie: Onderwerp: P. van Zwanenburg Hans Tadema, Ontwikkeling Onderzoek Jongeren in de Wet werk en bijstand (WWB). 1. Aanleiding
Laagdrempelige toegang voor mensen met een beperking
Laagdrempelige toegang voor mensen met een beperking Evaluatie Pilot clientondersteuning in de Rotterdamse Vraagwijzers MEE Rotterdam-Rijnmond Datum Januari 2017 Opdrachtgever Opdrachtnemer Status Gemeente
Evaluatierapport Groenproject gemeente Boxmeer
Evaluatierapport Groenproject gemeente Boxmeer Inleiding Op 1 februari 2007 is de gemeente Boxmeer, in samenwerking met IBN Arbeidsintegratie gestart met het zogenaamde Groenproject. Dit project, waarbij
BETREFT ZRM METING EN ANALYSE en METING MAATSCHAPPELIJK RENDEMENT
Bijlage 4 BETREFT ZRM METING EN ANALYSE en METING MAATSCHAPPELIJK RENDEMENT Voor een deel van de verantwoording voor het eerste halfjaar van 2016 is gebruik gemaakt van de ZelfRedzaamheid Matrix. Hieronder
Evaluatie SamenOud training Anders denken, anders doen Casemanagement
Evaluatie SamenOud training Anders denken, anders doen Casemanagement Deelprogramma voor wijkverpleegkundigen en ouderenadviseurs die opgeleid worden tot casemanager SamenOud R. Brans April 2013 Inhoud
Fact sheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2013
Fact sheet nummer 9 juli 2013 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2013 Er zijn in Amsterdam bijna 135.000 jongeren in de leeftijd van 15 tot 27 jaar (januari 2013). Veel jongeren volgen een opleiding of
Presenteer je eigen onderzoek op de Mbo Onderzoeksdag op 12 november 2015!
Voorstellen voor onderzoekspresentaties Mbo Onderzoeksdag Presenteer je eigen onderzoek op de Mbo Onderzoeksdag op 12 november 2015! Indienen van een voorstel kan tot en met 15 mei 2015 via e-mailadres:
Toekomstgericht werken: Werksessies beter benutten van de verlengde jeugdhulp
Toekomstgericht werken: Werksessies beter benutten van de verlengde jeugdhulp Mei 209 Dit is een overzicht van de uitkomsten van de twee werksessies met gemeenten, wijkteams, zorgaanbieders en jongeren.
Aanpak: Er op af aanpak vanuit zorgnetwerken. Beschrijving
Aanpak: Er op af aanpak vanuit zorgnetwerken De gemeente heeft de vragenlijst betreffende deze aanpak ingevuld en relevante documentatie toegestuurd. Een beperktere vragenlijst over deze aanpak is ingevuld
Aanpak: Praktische gezinsondersteuning. Beschrijving
Aanpak: Praktische gezinsondersteuning De gemeente heeft de vragenlijst betreffende deze aanpak ingevuld en relevante documentatie toegestuurd. Een beperktere vragenlijst over deze aanpak is ingevuld door:
Werk, inkomen. sociale zekerheid. www.departicipatieformule.nl, versie 2 2013 1
Werk, inkomen & sociale zekerheid versie 2013 www.departicipatieformule.nl, versie 2 2013 1 Inleiding... 3 Participatiewet, geplande invoerdatum 1 januari 2014... 4 Wet Wajong (sinds 2010)... 6 Wet Werk
Aanpak: Gezinscoaching. Beschrijving
Aanpak: Gezinscoaching De gemeente heeft de vragenlijst betreffende deze aanpak ingevuld en relevante documentatie toegestuurd. Een beperktere vragenlijst over deze aanpak is ingevuld door: Dienst Gezondheid
Werktrajectbegeleider
Werktrajectbegeleider Functiebeschrijving naar aanleiding van CAO-tekst Trajectbegeleider Vastgesteld door: Directeurbestuurder Datum: December 2005 Algemene kenmerken De werktrajectbegeleider richt zich
Clientervaringsonderzoek Wmo & Jeugd
Clientervaringsonderzoek Wmo & Jeugd Inhoudsopgave Samenvatting 3 1. Inleiding 4 1.1 Doelgroep 4 1.2 Methode 4 1.3 Respons 4 2. Resultaten Wmo 5 2.1 Contact en toegankelijkheid van hulp of ondersteuning
Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014
Nummer 6 juni 2014 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014 Factsheet Ondanks eerste tekenen dat de economie weer aantrekt blijft de werkloosheid. Negen procent van de Amsterdamse beroepsbevolking is werkloos
Beleidsplan Regionaal Bureau Leerplicht
Beleidsplan Regionaal Bureau Leerplicht 2018-2022 Taken Regionaal Bureau Leerplicht Het Regionaal Bureau Leerplicht (RBL) voert voor de gemeenten in de Duin & Bollenstreek en de Leidse Regio de leerplichtfunctie
Langdurige werkloosheid in Nederland
Langdurige werkloosheid in Nederland Robert de Vries In 25 waren er 483 duizend werklozen. Hiervan waren er 23 duizend 42 procent langdurig werkloos. Langdurige werkloosheid komt vooral voor bij ouderen.
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 729 Evaluatie Wet inkomensvoorziening oudere werklozen Nr. 1 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter
Onderzoek naar gebruik, waardering, impact en behoefte aan LOB onder scholieren en studenten.
Onderzoek naar gebruik, waardering, impact en behoefte aan LOB onder scholieren en studenten. 1. Samenvatting Scholieren willen LOB! Dat is goed want loopbaanoriëntatie en begeleiding (LOB) is belangrijk.
Wmo beleidsplan 2013 INLEIDING
December 2012 INLEIDING Het beleidsplan Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) 2008-2011 heeft een wettelijk bepaalde werkingsduur van vier jaren. In 2012 is besloten dit beleidsplan met één jaar te
Methodiek Junior Praktijk Opleider
Methodiek Junior Praktijk Opleider ONDERZOEK TEN BEHOEVE VAN HET VERSTERKEN VAN DE DOELMATIGHEID Maaike van Rooijen Suzan de Winter-Koçak Eva Klooster Harrie Jonkman Methodiek Junior Praktijk Opleider
Wat is een plusvoorziening? Wat is de plusvoorziening in RMC-regio 36b?
Wat is een plusvoorziening? Een plusvoorziening is een combinatieprogramma van zorg en hulpverlening, onderwijs en (indien nodig) arbeidstoeleiding, waarbij een duidelijke structuur voor en verbondenheid
Presenteer je eigen onderzoek op de Mbo Onderzoeksdag op 12 november 2015!
Voorstel voor onderzoekspresentaties Mbo Onderzoeksdag Presenteer je eigen onderzoek op de Mbo Onderzoeksdag op 12 november 2015! Indienen van een voorstel kan tot en met 15 mei 2015 via e-mailadres: [email protected]
Uitstroommonitor praktijkonderwijs
Uitstroommonitor praktijkonderwijs 2016-2017 Samenvatting van de monitor 2016-2017 en de volgmodules najaar 2017 Sectorraad Praktijkonderwijs december 2017 Versie definitief 1 Vooraf In de periode 1 september
Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut.
Samenvatting Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut. De Jeugdmonitor Zeeland De Jeugdmonitor Zeeland is een plek waar allerlei informatie bij
SAMENVATTING RAPPORT VAN HET KWALITEITSONDERZOEK NAAR MATE VAN KLANTTEVREDENHEID OVER DIENSTVERLENING VAN ADVOCATEN
SAMENVATTING RAPPORT VAN HET KWALITEITSONDERZOEK NAAR MATE VAN KLANTTEVREDENHEID OVER DIENSTVERLENING VAN ADVOCATEN 1. ALGEMEEN 1.1 INHOUD Onderwerp Pagina 1. ALGEMEEN 1.1 Inhoud 1 1.2 Het onderzoek en
Erratum Jaarboek onderwijs 2008
Centraal Bureau voor de Statistiek Erratum 13 december 2007 Erratum Jaarboek onderwijs 2008 Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze publicatie is samengesteld, is een aantal zaken niet juist vermeld. Onze
Anja Holwerda Wetenschapper UMCG, Sociale Geneeskunde/Arbeid en Gezondheid
5/15/2014 Lezing Jongeren aan de Onderkant van de Arbeidsmarkt Anja Holwerda Wetenschapper UMCG, Sociale Geneeskunde/Arbeid en Gezondheid [email protected] 050-3638274 1 ParticipatieWet Gemeenten integrale
Evalueren van projecten met externen Kennisdocument Onderzoek & Statistiek
Evalueren van projecten met externen Kennisdocument Onderzoek & Statistiek Zwaantina van der Veen / Dymphna Meijneken / Marieke Boekenoogen Stad met een hart Inhoud Hoofdstuk 1 Inleiding 3 Hoofdstuk 2
Het belang van begeleiding
Het belang van begeleiding Langdurig zieke werknemers 9 en 18 maanden na ziekmelding vergeleken Lone von Meyenfeldt Philip de Jong Carlien Schrijvershof Dit onderzoek is financieel mogelijk gemaakt door
Cliëntervaringsonderzoek Wmo en Jeugdwet
Cliëntervaringsonderzoek Wmo en Jeugdwet Management Summary Gemeenten zijn verplicht om jaarlijks inzicht te krijgen in de ervaringen van cliënten vanuit de Wmo en Jeugdwet. Onderzoeksbureau Flycatcher
Onderwerp: Aanvraag ESF-subsidie Actieve Inclusie 2014 2016 Reg.nummer: 2014/379169
Collegebesluit Onderwerp: Aanvraag ESF-subsidie Actieve Inclusie 2014 2016 Reg.nummer: 2014/379169 1 Inleiding; Sinds mei 2014 is er een nieuwe ESF-subsidieregeling van kracht. Een belangrijke wijziging
Stromen door het onderwijs
Stromen door het onderwijs Vanuit het derde leerjaar van het vo 2003/2004 Erik Fleur DUO/IP Juni 2013 1. Inleiding In schooljaar 2003/2004 zaten bijna 200 duizend leerlingen in het derde leerjaar van het
Positieve gezondheid en het gemeentegesprek
Positieve gezondheid en het gemeentegesprek Toelichting op ontwikkelde materialen en resultaten van de pilot in het kader van de ZONMW kennisvoucher Positieve gezondheid in de praktijk Projectnummer 50-53100-98-084
