Hulpmiddel artikel schrijven

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Hulpmiddel artikel schrijven"

Transcriptie

1 Hulpmiddel artikel schrijven Wat? Wie? Waarvoor? Wanneer? Wat is een artikel? Een artikel is een tekst die wordt geschreven voor een schoolkrant, een tijdschrift of een website. Waarom een artikel? In dit hulpmiddel lees je hoe je een goed artikel kunt schrijven. Voor het hele team. Bij alle activiteiten als jullie teksten gaan maken, b.v. voor de website of als jullie iets willen schrijven in de schoolkrant. Bij de activiteit schoolpersbureau zal je het vaker kunnen gebruiken. Lees dit hulpmiddel door voor je een artikel schrijft. In een artikel geef je de lezer informatie over een bepaald onderwerp of over een gebeurtenis. Jullie zullen misschien een artikel willen schrijven in de schoolkrant, om andere studenten te vertellen wat jullie aan het doen zijn, en om aan te kondigen dat er iets gaat gebeuren (bijvoorbeeld een Lagerhuisdebat of wedstrijd). Met een artikel bereik je veel mensen! Hoe schrijf je een goed artikel? Een goed artikel heeft een interessante inhoud, een prettige schrijfstijl, en een aantrekkelijke opmaak. Bedenk wie het artikel gaat lezen en pas je woordgebruik daar op aan. Houd zinnen kort en gebruik niet te moeilijke taal. Gebruik zo min mogelijk afkortingen en zorg dat er geen spelfouten in het artikel staan. Door een logische volgorde aan te houden in het artikel, is het goed te volgen voor de lezer. Een artikel bestaat meestal uit de volgende onderdelen en indeling: 1. Titel Een titel zegt kort maar krachtig waar het artikel over gaat. De titel moet uitnodigen om de rest van het artikel te gaan lezen. 2. Naam van de auteur De naam van de schrijver staat meestal meteen onder de titel of onderaan het artikel. Jullie kunnen ook de naam van jullie team neerzetten. 3. Inleiding Een artikel begint met een korte beschrijving van waar het artikel over gaat. Zet hier de belangrijkste informatie die je aan de lezer wilt vertellen. In de inleiding kun je ook een voorbeeld geven. Dit maakt mensen nieuwsgierig om verder te lezen. 4. Middenstuk Nadat de inleiding de belangrijkste informatie heeft gegeven, staat in het Wees creatief: je kunt ook een artikel schrijven in de stijl van een ingezonden brief, een dagboek of (b)log, een nieuwsbericht, of een andere vorm die je zelf kunt bedenken. Zet er een foto of plaatje bij! 83

2 middenstuk van het artikel het verdere verhaal dat je wilt vertellen. Hierin kun je ook citaten zetten van mensen die geïnterviewd zijn, of meer voorbeelden geven. 5. Conclusie Vat het artikel in de laatste paragraaf nog even kort samen. Je conclusies zet je hier. Als je een oproep hebt voor andere studenten, kan je die ook hier zetten. 84

3 Hulpmiddel begroting maken Wat? Wie? Waarvoor? Wanneer? In dit hulpmiddel lees je hoe je een begroting kunt maken. Voor het hele team. Het is handig als één iemand verantwoordelijk is voor de begroting. Ook is het handig dat iedereen een kopie heeft. Je kunt dit hulpmiddel gebruiken bij alle activiteiten. Vul deze begroting in zodra jullie merken dat jullie geld nodig hebben bij het uitvoeren van jullie project. Wat is een begroting? Een begroting laat zien waar je het geld (budget) dat je hebt voor een project aan gaat uitgeven. In een begroting zet je neer hoeveel geld je te besteden hebt en hoeveel geld je waaraan wil uitgeven. Waarom maak je een begroting? Met een begroting kun je zien of je genoeg geld hebt om je plannen uit te voeren. Als het totaal onder uitgaven hoger is dan onder inkomsten, dan heb je te weinig geld om je plannen helemaal uit te voeren. Je kunt dan twee dingen doen: 1) zorgen dat je meer geld krijgt voor het project of 2) je plannen aanpassen zodat de kosten lager zullen zijn. Als jullie teveel geld hebben, kunnen jullie dat teruggeven óf er een goede besteding voor verzinnen. Hoe maak je een begroting? Een begroting heeft in ieder geval twee onderdelen: één voor alle inkomsten en één voor alle geplande uitgaven. Let op: je uitgaven mogen niet hoger zijn dan je in inkomsten! Onder inkomsten vul je in: hoeveel geld je hebt voor het project en hoe je daaraan bent gekomen. Onder uitgaven vul je in: alle kosten die je denkt te krijgen voor het project. Deze kosten weet je niet altijd precies van te voren, maar het is belangrijk een zo goed mogelijke schatting te maken. Het is verstandig er rekening mee te houden dat er vaak toch nog kosten bijkomen die je niet van te voren had bedacht. Deze ongeplande uitgaven vallen onder onvoorziene uitgaven. Op de volgende pagina staat een voorbeeld van hoe je een begroting kan opzetten. Bekijk welke uitgaven en bestedingen jullie verwachten voor jullie project. Zet ze in een schema zoals het voorbeeldschema op de volgende pagina. Zo kun je goed zien of jullie voldoende geld hebben om jullie project uit te voeren. Als één iemand uit het team de taak krijgt de begroting bij te houden, dan heet die persoon een penningmeester. Maar let op: jullie blijven als team altijd gezamenlijk verantwoordelijk! Bekijk regelmatig met z n allen of de begroting nog klopt en voer wijzigingen door als dat nodig is. 85

4 VOORBEELD VAN EEN BEGROTING Projectnaam:... Team:... Penningmeester:... Datum:... UITGAVEN INKOMSTEN Catering (hapjes en drankjes) Budget gekregen van school Huur apparatuur (camera's, beamer, opnameapparatuur) Papierkosten Sponsorgeld Overige inkomsten Wervingsbrief/ folder/ poster Onvoorziene uitgaven TOTAAL TOTAAL 86

5 Hulpmiddel Brainstormen Wat? Wie? Waarvoor? Wanneer? In dit hulpmiddel lees je hoe je brainstormt. Voor de leider van de brainstorm, maar het is nuttig voor het hele team. Voor alle activiteiten. Lees dit hulpmiddel voorafgaand aan de brainstorm. Wat is brainstormen? Brainstormen is een creatieve manier om ideeën te verzamelen. Brainstormen doe je alleen of in een groep. Dit hulpmiddel is geschreven voor brainstormen in een groep, zodat je gebruik kunt maken van elkaars ideeën. Hoe werkt brainstormen? Een brainstorm bestaat uit 4 stappen: 1. Voorbereiding; 2. Ideeën bedenken; 3. Ideeën evalueren; 4. Actie. Deze stappen kunnen op verschillende manieren worden uitgevoerd. Hieronder volgt een voorbeeld van een brainstormsessie. Voorbeeld van een brainstormsessie STAP 1: VOORBEREIDING Spreek af wie de brainstorm leidt. Ga met een groep mensen bij elkaar zitten. Leg uit wat de reden is van de brainstorm. Zorg dat de opdracht voor iedereen duidelijk is. Bijvoorbeeld: Om een probleem beter te begrijpen en zo tot goede stellingen te komen; of om tot goede verbeterideeën voor de verbeteronderwerpen te komen. Schrijf de opdracht (vraag), waarover gebrainstormd moet worden, op een flap-over of op het bord. Bijvoorbeeld: Welke redenen kunnen er zijn waarom onze school zo vies is? Wat zou er moeten gebeuren om te zorgen dat studenten tevreden zijn met hun lesrooster? STAP 2: IDEEËN BEDENKEN Iedereen schrijft alle ideeën die in ze op komen als ze naar de vraag kijken op post-its. Voor ieder nieuw idee moet een nieuwe post-it worden gebruikt. Iedereen schrijft alles op wat hij kan bedenken; er is geen goed of fout. Doe dit drie minuten lang. STAP 3: IDEEËN BESPREKEN EN SELECTEREN Iedereen plakt na elkaar de post-its met ideeën op een flap-over of op 87

6 een schoolbord. Iedereen leest het idee op de post-it voor aan de hele groep terwijl hij het opplakt. Zorg dat voor iedereen duidelijk is wat er wordt bedoeld met het idee. Vraag dus even door als het onduidelijk is. Plak ideeën die op elkaar lijken meteen bij elkaar. Ideeën die hetzelfde zijn hoeven niet opnieuw te worden opgeplakt. Bespreek de ideeën die zijn voorgelezen met elkaar. Maak een rondje waarbij iedereen vertelt wat ze goed of interessant vinden aan de verschillende ideeën. Kies als groep de vijf beste ideeën uit. Dit kun je doen door met briefjes te stemmen of door iedereen z n hand omhoog te laten houden bij het idee van z n voorkeur. STAP 4: ACTIE Afhankelijk van het doel van de brainstorm, ga je met de gekozen ideeën aan de slag. Zie daarvoor de beschrijving van de activiteit waarmee je bezig bent. Het gaat bij een brainstorm om vrij en creatief nadenken. Maak dus geen negatieve opmerkingen over ideeën van anderen. Dus niet: Dat kan toch nooit ; Dat is veel te duur ; of Dat doet de directie nooit. Iedereen schrijft immers alles op wat in hem opkomt. Daarna gaan jullie pas selecteren welk idee het beste kan werken. 88

7 Hulpmiddel filmen Wat? Wie? Waarvoor? Wanneer? In dit hulpmiddel lees je tips voor het maken van een film. Voor het hele team. Voor de activiteit film. Lees dit hulpmiddel zodra jullie starten. Films kun je op veel verschillende manieren maken. Hoe je het aanpakt, hangt af van welke apparatuur (camera, statief, lichten, microfoon) je hebt, waar je opnames wilt maken en hoe je wilt dat de film er uit gaat zien. Belangrijk is in ieder geval dat de boodschap die je met je film wilt overbrengen goed wordt begrepen door het publiek dat de film gaat bekijken. In dit hulpmiddel staan tips over: 1) licht; 2) geluid; 3) opnamemogelijkheden. Tips voor licht: Probeer zoveel mogelijk buiten te filmen. Overdag is het licht buiten bijna altijd goed. Als je binnen filmt kan het nodig zijn extra lampen te gebruiken. Zorg in ieder geval dat er geen lampen recht in de camera schijnen, want dan krijg je een slecht beeld. Als je in een ruimte met ramen filmt, ga dan met je rug naar het raam staan om te filmen. Anders krijg je tegenlicht en ziet alles dat binnen is er donker uit op de film. Je kan ook een grote zaklamp gebruiken om extra licht te geven aan een presentator of geïnterviewde als je in een donkere ruimte opnames maakt. Maak altijd eerst een proefopname om te zien of het licht goed is. Tips voor geluid: Bij de meeste camera s wordt naast het beeld ook het geluid automatisch opgenomen. Als dat zo is, luister dan vaak terug wat je hebt opgenomen om zeker te weten dat het geluid goed verstaanbaar is. Soms zit er een knop op de camera waarmee je het geluid hard of zacht kunt opnemen. Op een metertje kun je dan zien hoe het geluid wordt opgenomen. De wijzer van dat metertje mag een beetje in het rood slaan als je het geluid opneemt. Als je een losse microfoon gebruikt, probeer dan met de microfoon zo dicht mogelijk bij het geluid te komen dat je wilt opnemen. Blijf luisteren of er tijdens de opnames geen brommers voorbij scheuren of vliegtuigen overkomen die de presentator of geïnterviewde onverstaanbaar maken. 89

8 Tips voor opnamemogelijkheden: Probeer de camera uit voordat je aan de slag gaat. Maak een paar proefopnames en kijk ze terug. Hoe meer je geoefend hebt, hoe beter. Een camera begint meestal pas na een paar seconden echt op te nemen nadat je de opnameknop hebt ingedrukt. Tel na het indrukken dus eerst tot vijf voordat je echt begint met filmen. De titel en aftiteling kun je met een schoolbord of een vel papier doen. Beweeg met de camera langzaam langs de namen. Je kunt ook twee tot vier seconden een gedeelte van de lijst met namen opnemen, en daarna het volgende gedeelte. Gebruik zoveel mogelijk een statief. Dat is een voetstuk waar je de camera op kan zetten. Met een statief voorkom je trillend beeld. Heb je geen statief? Gebruik dan de rugleuning van een stoel, een tafel, een bezem, of de schouder van een medestudent. Bewegend beeld is vaak leuker om naar te kijken. Een lopende presentator is spannender dan een die stilstaat. Je kunt ook met de camera bewegen, maar probeer wel eerst uit of het er mooi uitziet. Gebruik de zoomknop zo weinig mogelijk. Als je op iets inzoomt is het veel moeilijker om je camera stil te houden dan als je uitgezoomd bent. Wil je iets van dichtbij opnemen, kom dan gewoon dichterbij staan met de camera. Probeer verschillende camerastandpunten. Zet de camera eens op de grond, of ga op een tafel staan bij het filmen. Hou de camera een keer scheef of ondersteboven. Kijk de opnames (shots) die je hebt gemaakt vaak terug. Als er toch iets mis is, kun je het meteen over doen. Op internet kun je nog veel meer tips en ideeën vinden. Kijk bijvoorbeeld op: online cursus reportage maken met veel tips en voorbeelden voorbeelden van filmpjes en tips van een filmmaker korte animatiefilmpjes die je zelf kan maken en toe kan voegen aan je film 90

9 Hulpmiddel fotograferen Wat? Wie? Waarvoor? Wanneer? In dit hulpmiddel lees je tips voor het maken van foto s. Voor het hele team. Voor de activiteit schoolpersbureau en fotografie, maar ook bij de andere activiteiten wanneer jullie de website maken of een artikel schrijven. Lees dit hulpmiddel zodra jullie foto s willen maken. Foto s kun je op veel verschillende manieren maken. De kwaliteit van de foto s hangt af van welke apparatuur je hebt (soort camera, flitser), maar ook van de fotograaf. Hierbij zijn voorbereiding, licht en creativiteit van belang. Belangrijk is in ieder geval dat de boodschap die je met je foto s wilt overbrengen goed wordt begrepen door het publiek dat de foto s gaat bekijken. In dit hulpmiddel staan tips over: 1. Voorbereiding; 2. Foto s maken; 3. Na het foto s maken. Tips voor de voorbereiding: Bedenk van tevoren wat je met de foto wilt laten zien en hoe je dat het beste kunt bereiken. Stel een digitale camera in op een zo hoog mogelijke resolutie (de hoeveelheid pixels of puntjes die bij elkaar de foto maken). Een hogere resolutie zorgt voor een betere kwaliteit van de foto. Neem altijd reservebatterijen en een extra geheugenkaart of fotorolletje mee voor de camera. Probeer de camera van tevoren uit. Weet hoe je foto s kunt maken en bekijken (bij een digitale camera), hoe je de flitser aan of juist uitzet, en hoe je de batterij en de geheugenkaart of het fotorolletje verwisselt. Tips voor het fotograferen: Neem nooit genoegen met één foto: maak er altijd meer. Op deze manier vermijd je dat een foto compleet mislukt doordat net iemand door het beeld loopt, iemand knippert met z n ogen, of de belichting niet goed is. Probeer verschillende camerastandpunten uit: ga eens door je knieën, of ga bovenop een tafel staan. Maak een paar foto s van dichtbij en een paar van veraf. Na afloop kun je bekijken welke foto het beste is. Let op dat foto s niet te donker zijn. Buiten heb je overdag altijd het beste licht. Neem geen foto s tegen de zon in. Als je binnen fotografeert met een flitser, zet een persoon dan niet te dicht op een muur. Je ziet dan een randschaduw. Pas ook op voor reflectie van de flitser in ramen en spiegels. Tips voor na het fotograferen Zet de (digitale) foto s op de computer in mappen met duidelijke namen, zodat je de foto s over de verschillende onderwerpen van el 91

10 kaar kunt onderscheiden. Maak meteen een back-up van alle (digitale) foto s op een cd-rom of een dvd. Mocht er dan toch iets mis gaan met de computer, dan ben je in ieder geval niet al je foto s kwijt. Maak op de computer meteen een selectie van de beste foto s; je hoeft niet alle foto s te printen of af te laten drukken. 92

11 Hulpmiddel gespreksleider Wat? Wie? Waarvoor? Wanneer? In dit hulpmiddel gespreksleider staat wat je moet weten om een Lagerhuisdebat of een Verbetergroepsgesprek te leiden. Voor de leider van het gesprek, maar het is ook nuttig voor de andere leden van het team. Je kunt dit hulpmiddel gebruiken bij de activiteiten Lagerhuisdebat en Verbetergroepen. Neem dit hulpmiddel door voorafgaand aan het gesprek. Wat doet een gespreksleider? Een gespreksleider leidt een groepsgesprek, debat of discussie. Een gespreksleider is de baas bij een gesprek: hij is de voorzitter. Dit betekent dat hij het gesprek opent en afsluit en dat hij ervoor zorgt dat alle onderwerpen aan bod komen. Hij zorgt ervoor dat alle deelnemers zoveel mogelijk hun mening kunnen geven en dat de sfeer goed blijft. De gespreksleider let ook goed op de tijd. De gespreksleider kan een student zijn, maar ook een docent of een andere medewerker van school of daarbuiten. Het is belangrijk voor een gespreksleider om neutraal te zijn: de taak van de gespreksleider is niet om zijn eigen mening of ideeën te vertellen, maar om de andere mensen te laten vertellen wat zij ergens van vinden. Dus de gespreksleider: opent een gesprek en heet iedereen welkom; legt uit wat de bedoeling is van het gesprek, waar het over gaat, hoe lang het duurt, wat er met de informatie gaat gebeuren en wat de spel regels tijdens het gesprek zijn; leidt de discussie; sluit het gesprek af. Een groepsgesprek kun je op verschillende manieren uitvoeren. In de MBO Verbeterkit zitten verschillende activiteiten. De activiteiten waarvoor een gespreksleider nodig is, zijn Lagerhuisdebat en Verbetergroepen. Naast de algemene tips voor gespreksleiders, vind je op de volgende pagina s tips speciaal voor de Lagerhuis-gespreksleider en de Verbetergroep-gespreksleider. Tips voor alle gespreksleiders Algemene tips: Zorg dat het gesprek blijft lopen. Dat doe je door bijvoorbeeld door te vragen als iemand iets zegt: Wat bedoel je daar precies mee? of Zou dat echt werken, denk je? Wees niet te snel tevreden met de reacties die je krijgt: stel zonodig kritische vragen aan de deelnemers. Zet reacties tegenover elkaar, zodat er meer discussie ontstaat. B.v.: Jij zegt dat docenten zich minder met de kleding van studenten 93

12 moeten bemoeien, terwijl hij zojuist zei dat docenten duidelijk kledingregels moeten hanteren. Maak gebruik van de kennis van je teamleden in de discussie. Zij kunnen door hun kennis en ervaring de discussie inhoudelijk verder op gang helpen als dat nodig is. Dus als er in het begin niemand een re actie geeft op een vraag, kan één van de teamleden een reactie geven, om de discussie wat op gang te brengen. Anderen zullen dan ook sneller iets zeggen. Controleer steeds of het publiek alles kan volgen en verstaan. Dit kun je af en toe checken door te vragen: begrijpen jullie wat er gezegd wordt? Herhaal zonodig zelf wat iemand probeerde te zeggen. Gebruik hierbij je eigen woorden. Voorkom herhaling. Wanneer je iemand aanwijst die iets wil zeggen, vraag dan of hij wil reageren op de vorige spreker of iets nieuws wil zeggen. Blijf goed luisteren. Laat duidelijk merken dat je luistert, bijvoorbeeld door iemand aan te kijken, ja en aha te zeggen, of door samen te vatten wat iemand zegt. B.v.: Dus jij denkt dat het probleem opgelost zou zijn als.. Kortom, jij bent het helemaal niet eens met dit idee. Wat doe je als niemand iets zegt? Stel dan vragen aan verschillende deelnemers. Bijvoorbeeld: Wat vind jij er van? Kan jij me vertellen waarom je dat vindt? Heb jij wel eens iets meegemaakt wat hiermee te maken heeft? Wat vind jij van de stelling? Wat doe je als iedereen door elkaar praat of één iemand steeds het woord heeft? Wees niet bang om leiding te nemen. Zeg bijvoorbeeld Niet allemaal door elkaar praten, dan verstaan we er niets van of Nu krijgt iemand anders even het woord. Hoe begin je aan een volgend onderwerp? Je kunt een onderwerp afsluiten door kort samen te vatten wat er is gezegd. Je kunt ook zeggen: Ik moet nu doorgaan met het volgende onderwerp. Op een prettige manier de sfeer bewaken Als het heel rumoerig wordt, grijp dan in. In het uiterste geval zet je studenten uit elkaar of stuur je iemand weg. Noem tijdens het gesprek de naam van studenten zoveel mogelijk. Dit geeft degene die het woord krijgt de ervaring persoonlijk aangesproken te worden en erbij te horen. 94

13 Dit doet een gespreksleider tijdens een Lagerhuisdebat Stap 1: START Heet iedereen van harte welkom. Leg uit wie de gespreksleider is (jij dus) en wie eventueel aantekeningen maakt (de notulist). Leg uit wat de bedoeling van het Lagerhuisdebat is en welke onder werpen zullen worden besproken. Maak duidelijk dat de studenten zijn uitgenodigd omdat zij goed weten wat er speelt en dat geen enkele mening goed of fout is; elke mening is belangrijk! Begin als de groep kleiner is dan 15 mensen met een kennismakings rondje waarin iedereen zich voorstelt (naam, klas, ). Bij een Lagerhuisdebat zijn er vaak veel meer mensen, dan hoeven mensen zich niet voor te stellen. Wel is het belangrijk om de jury voor te stellen. Vertel tot hoe laat het debat duurt en houd je daar ook aan. Dan weet iedereen waar hij aan toe is. STAP 2: LEG DE SPELREGELS UIT Leg uit aan welke spelregels iedereen zich moet houden. Spelregels bij een Lagerhuisdebat: De debatleider is de baas van het debat. De debatleider bepaalt hoe lang iemand mag praten, om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk mensen iets kunnen zeggen. Als je wilt reageren op een stelling of op wat iemand anders zegt, dan moet je gaan staan. De debatleider beslist wie iets mag zeggen door iemand aan te wijzen of de microfoon te geven. Geen mening is fout, stom of gek. Alle meningen zijn welkom, als het maar over de stelling gaat. Als je niet aan de beurt bent, blijf je stil. Als je reageert op een stelling, vertel je eerst je naam en in welke klas je zit. (als je elkaar niet kent) Per stelling is er 10 minuten tijd voor discussie. De bedoeling van een debat is discussie: mensen hoeven het echt niet met elkaar eens te zijn. STAP 2: LEID DE DISCUSSIE Lees de eerste stelling hardop voor. Nodig deelnemers uit op de stelling en op elkaar te reageren. Rond na tien minuten de discussie over de stelling af en leid daarna tien minuten een discussie over verbetervoorstellen voor het onderwerp. Rond na tien minuten de discussie over verbetervoorstellen af en lees de volgende stelling hardop voor. Rond de discussie af met een conclusie, zoals: Ik geloof dat dit verbetervoorstel door veel / weinig mensen gesteund wordt. 95

14 STAP 3: WINNAAR Geef de jury na de laatste ronde enkele minuten de tijd om te besluiten wie de winnaar is Geef het woord aan de jury om de winnaar(s) van het debat bekend te maken. Laat de winnaar(s) naar voren komen om ze te feliciteren en een prijs te geven. STAP 4: AFSLUITEN Leg kort uit wat er na het debat gaat gebeuren met de verbetervoor stellen die zijn bedacht. Misschien wil de directie alvast een eerste reactie geven op de voorstellen en vertellen wat ze van plan zijn ermee te gaan doen? Rond het debat af door iedereen te bedanken. 96

15 Dit doet een gespreksleider tijdens een verbetergroepgesprek Bij de verbetergroep activiteit worden er twee verbetergroepgesprekken met dezelfde mensen gehouden. Er zit een paar weken tussen deze gesprekken. Tijdens de eerste bijeenkomst worden problemen besproken en wordt er gezocht naar de oorzaken. Deze bijeenkomst wordt op de volgende manier ingedeeld: Kennismaking en uitleg; Presentatie ODIN-resultaten en wat jullie hebben gevonden met de interviews door jullie team; Discussie: wat zijn de oorzaken? Afsluiting: bedank de deelnemers en maak een vervolgafspraak. In de tweede bijeenkomst worden met een brainstorm verschillende verbetervoorstellen bedacht. Deze bijeenkomst ziet er zo uit: Presenteer een samenvatting van de uitkomsten van de eerste bijeenkomst; Brainstorm (zie hiervoor het hulpmiddel brainstormen); Uitwerken verbetervoorstellen: voor- en nadelen benoemen; Afspraken maken over wie wat gaat doen. Bijeenkomst 1 Als gespreksleider zorg jij ervoor dat deze bijeenkomsten goed verlopen. Stap 1: START (bijeenkomst 1) Heet iedereen van harte welkom. Leg uit wie de gespreksleider is (jij dus) en wie eventueel aantekeningen maakt (de notulist). Leg uit wat de bedoeling van de bijeenkomst is en welke onderwerpen zullen worden besproken. Begin met een kennismakingsrondje waarin iedereen zich voorstelt (naam, klas, functie, ). Vertel tot hoe laat de bijeenkomst duurt: houd je daar ook aan! STAP 2: LEG DE SPELREGELS UIT (bijeenkomst 1) Leg uit aan welke spelregels iedereen zich moet houden. Spelregels bij een verbetergroep gesprek: De bedoeling van een verbetergroepgesprek is informatie aan elkaar geven en samen naar oplossingen zoeken. In het eerste gesprek wordt veel informatie uitgewisseld en worden afspraken gemaakt over wat aangepakt gaat worden en hoe. In het tweede gesprek worden resultaten aan elkaar verteld. Iedereen is uitgenodigd als deskundige, omdat iedereen vanuit zijn eigen ervaring weet wat er speelt en wat er kan. Ieders ervaring is belangrijk, samen hebben jullie alle kennis in huis om tot oplossingen te 97

16 komen. Belangrijke regel is dat iedereen elkaar uit laat praten. STAP 3: PRESENTATIE ODIN-RESULTATEN (bijeenkomst 1) De gespreksleider legt uit dat eerst het team een presentatie zal geven. Aan bod komen: de ODIN-resultaten; wat jullie als team allemaal hebben gedaan in Fase I; wat de uitkomsten zijn van de interviews die het team heeft gehouden; met welke onderwerpen jullie willen dat de verbetergroep aan de slag gaat. Het team kan hiervoor gebruik maken van het hulpmiddel presenteren. Zie ook de tip hiernaast. STAP 4: Discussie: wat zijn de oorzaken (bijeenkomst 1) Na de presentatie nodig je de andere mensen uit om te reageren op de ideeën van het team. Vraag of de aanwezigen het eens zijn met wat het team in de presentatie heeft verteld. Vraag ze naar hun ideeën en aanvullingen. Vraag ook waarom zij dat denken en of ze voorbeelden hebben. Check of de andere mensen het ermee eens zijn of juist niet. Vat de antwoor-den en verhalen samen en vraag door ( Dus als ik het goed begrijp zijn jullie ontevreden over de roosters, omdat er teveel tussenuren inzitten, klopt dat?). Als er genoeg over een onderwerp gezegd is, ga dan door naar het volgende onderwerp. STAP 5: AFSLUITEN (bijeenkomst 1) Bedank iedereen aan het einde van het gesprek voor hun tijd en inzet. Vertel wat je met de resultaten van het gesprek gaat doen. Als er afspraken zijn gemaakt, herhaal deze dan zodat iedereen weet waar hij aan toe is. Check of je alle adressen en telefoonnummers hebt, als je ze op de hoogte wilt houden van de uitkomsten. Zie het hulpmiddel adressenlijst in de werkmap. Maak een afspraak over de datum van de volgende bijeenkomst. Let er als gespreksleider goed op dat de presentatie niet langer duurt dan afgesproken. Als dat wel zo is, dan kun je een kaartje in de lucht houden met nog twee minuten. Dan weten je teamgenoten dat het tijd is om af te ronden, zonder dat je ze moet onderbreken. Bijeenkomst 2 Stap 1: START (bijeenkomst 2) Heet iedereen van harte welkom. Leg uit wie de gespreksleider is (jij dus) en wie eventueel aantekeningen maakt (de notulist). Leg uit wat de bedoeling van de bijeenkomst is en welke onderwerpen zullen worden besproken. Als er nieuwe mensen zijn, laat iedereen zich dan weer voorstellen. Vertel tot hoe laat de bijeenkomst duurt: houd je daar ook aan! STAP 2: LEG DE SPELREGELS UIT (bijeenkomst 2) Leg uit aan welke spelregels iedereen zich moet houden. Zie hiervoor de spelregels van bijeenkomst

17 STAP 3: VERTEL KORT WAT ER DE VORIGE KEER IS BESPROKEN (bijeenkomst 2) De gespreksleider geeft een samenvatting van ongeveer 5 minuten van wat er de eerste bijeenkomst allemaal is besproken. Dit is omdat er misschien een paar weken tussen zit en iedereen ondertussen ook met andere dingen bezig is geweest. (zie tip) STAP 4: BRAINSTORM: hoe kunnen we dit probleem oplossen (bijeenkomst 2) Het onderwerp van de brainstorm is: hoe kunnen we er gezamenlijk voor zorgen dat de onderwerpen die uit het onderzoekje naar voren zijn gekomen, verbeterd kunnen worden? Zie hiervoor het hulpmiddel brainstorm. Als de vijf beste ideeën uit de brainstorm gekozen zijn, moeten er afspraken gemaakt worden over de uitvoering. Hoe gaan we het aanpakken? Wie gaat wat doen? Jullie als team zullen je natuurlijk inzetten voor de uitvoering van de voorstellen, maar sommige zaken zullen bijvoorbeeld door docenten, de directie of de conciërge moeten worden geregeld. Zorg dat er duidelijke afspraken worden gemaakt over de uitvoering van de voorstellen. Schrijf op wat iedereen gaat doen en lees de afspraken nog een keer aan iedereen voor. Op die manier zorg je ervoor dat iedereen zijn taken serieus neemt en ook werkelijk aan de slag gaat. Je kunt ze immers op de gemaakte afspraken aanspreken! Bedenk van tevoren goed wat je wilt zeggen bij de samenvatting, Bekijk hiervoor het verslag van de vorige bijeenkomst. Een goeie samenvatting helpt de aanwezigen om er weer even in te komen, om zich te herinneren wat er de vorige keer gezegd is en maakt hen enthousiast om weer verder te praten. STAP 5: AFSLUITEN (bijeenkomst 2) Bedank iedereen aan het einde van het gesprek voor hun tijd en inzet. Lees de gemaakte afspraken voor en spreek af wanneer wat geregeld moet zijn. Sommige zaken kunnen heel snel geregeld zijn, andere zullen wat langer duren. Spreek af wanneer het team langs kan komen om te kijken hoe het met de uitvoering staat. Laat het tijdstip daarvoor afhangen van de geschatte tijd die het duurt om het voorstel uit te voeren. 99

18

19 Hulpmiddel interviewen Wat? Wie? Waarvoor? Wanneer? In dit hulpmiddel staat wat je moet weten om een interview te houden. Er zit ook een bijlage bij om interviewvragen te maken en om te oefenen met interviewen. Voor het hele team. Je kunt dit hulpmiddel gebruiken bij alle activiteiten. Neem dit hulpmiddel door voordat je gaat interviewen, bijvoorbeeld bij stap 3 van Fase 1. Wat is interviewen? Interviewen is een vraaggesprek houden met iemand. Aan een interview doen tenminste twee personen mee: de interviewer die de vragen stelt en de geïnterviewde die de vragen beantwoordt. Je kunt ook een groepsinterview houden of met twee interviewers één iemand interviewen. Waarom interviewen? Interviewen is een persoonlijke manier om informatie te verzamelen in een onderzoek: je ziet elkaars gezicht en reactie. Je kan doorvragen als iemand alleen ja of nee zegt en je kan de vraag nog eens uitleggen als die niet helemaal duidelijk is. Een interview is vooral goed als je wilt weten waarom mensen iets vinden. Hoe houd je een goed interview? Voorbereiding Het is natuurlijk belangrijk om een interview goed voor te bereiden. Bedenk van tevoren wie je wilt interviewen: de directeur, docenten of studenten? Denk ook na of je verschillende groepen studenten wilt interviewen. Denk aan verschillen in leeftijd, opleidingsniveau, jongens en meisjes, opleiding etc. Maak een goede vragenlijst, want die bepaalt wat je uiteindelijk te weten komt. Zie hiervoor de bijlage interviewvragen maken. Interviewen is iets anders dan een gezellig gesprekje voeren met je vrienden. Oefen daarom met elkaar. Je begeleider kan daarbij helpen. Hij/zij kan daarbij gebruik maken van het begeleiders-hulpmiddel interviewtraining geven. Het interview zelf Een interview heeft: een opening waarin je uitlegt waar het interview voor is; een kern waarin je de vragen stelt en de antwoorden krijgt; en een afsluiting waarin je het interview afsluit en de persoon bedankt voor de informatie. Opening Je geeft hier een korte inleiding waarin je vertelt: 1. wie jij bent; 2. waar het interview over zal gaan; Kijk bij de bijlage interviewvragen maken voor het maken van goede interviewvragen. Kijk bij de bijlage rollenspel interviewen om interviewen te oefenen

20 3. hoeveel tijd het interview gaat kosten; 4. waarom je juist die persoon hebt gevraagd om mee te doen; 5. waarvoor je de informatie uit het interview gaat gebruiken; Vraag of alles duidelijk is en of de persoon mee wil doen aan het interview. Als de persoon mee wil doen, kan je beginnen met het interviewen. Het interviewen Vier dingen zijn belangrijk tijdens het interviewen: 1. Luisteren; 2. Neutraal blijven (niet je eigen mening laten merken); 3. Doorvragen; 4. Leiding houden. Hieronder staan deze vier verder uitgelegd: 1. Luisteren: Luister goed en toon echte interesse. Er zijn twee manieren om te laten zien dat je goed luistert: Zonder woorden: geduldige houding, geïnterviewde aankijken, aan moedigend knikken, hummen, stiltes niet direct opvullen; Met woorden: door af en toe ja, nee, aha of oh zeggen. 2. Neutraal blijven: Laat niet merken wat je eigen mening is en leg geen mening op. Dat geldt zowel voor de vragen die je stelt, als voor je reactie op de antwoorden die de geïnterviewde geeft. Dit kan op twee manieren: Zonder woorden: geen oordeel laten merken met bijvoorbeeld gezichtsuitdrukking of de toon van je stem. Met woorden: geen oordeel laten merken door vragen neutraal te stellen, geen voorbeelden noemen. 3. Doorvragen: Je krijgt niet altijd meteen een goed antwoord op je vraag. Dit kan verschillende oorzaken hebben, bijvoorbeeld: De geïnterviewde begrijpt de vraag niet goed. De geïnterviewde gaat een antwoord uit de weg. De geïnterviewde zegt alleen ja of nee, terwijl jij wil weten waarom hij iets vindt. In al deze gevallen is het belangrijk om door te vragen, zodat je alle informatie krijgen die je nodig hebt. Je kunt bijvoorbeeld vragen: Wat bedoel je precies? of Kun je daar een voorbeeld van geven? Je kan ook zelf even samenvatten wat iemand heeft gezegd en dan vragen: Klopt dit? Wil je hier nog iets meer over vertellen? 4. Leiding houden: Als interviewer moet je leiding houden de baas blijven - over het gesprek zodat je de informatie krijgt die je nodig hebt. Als de geïnterviewde te ver afdwaalt van het onderwerp mag je ingrijpen

21 Als de geïnterviewde te lang doorpraat over een onderwerp kan je zeggen: Wil je hier kort op antwoorden ; ik onderbreek je even ; ik geloof dat je nu voldoende over dit onderwerp verteld hebt ; we moeten dit onderwerp nu afsluiten. Blijf hierbij altijd vriendelijk. Afsluiting Nadat jij al je vragen hebt gesteld, en de persoon heeft geantwoord, kan je het interview afsluiten. Je kan als laatste vraag altijd stellen: Wil je verder nog iets vertellen waar we het nog niet over hebben gehad? Tijdens de afsluiting bedank je de persoon voor alle informatie en vertel je wat er verder mee gaat gebeuren

22 Bijlage interviewvragen maken Wat? Wie? Waarvoor? Wanneer? In deze bijlage staat hoe je goeie interviewvragen maakt. Voor het hele team. Je kunt deze bijlage gebruiken als je gaat interviewen. Neem deze bijlage door voordat je vragen gaat bedenken voor een interview. Wat zijn interviewvragen? Interviewvragen zijn vragen die je maakt om te gebruiken bij een interview. Waarom interviewvragen maken? Er zijn verschillende redenen om van te voren interviewvragen uit te schrijven: om te zorgen dat je je vragen op een goede manier stelt; om te zorgen dat je alle vragen stelt die nodig zijn om de informatie te verzamelen die je wilt hebben; om te zorgen dat je steeds dezelfde vragen stelt zodat je de antwoorden van verschillende interviews met elkaar kunt vergelijken. Hoe maak je goede interviewvragen? Goede interviewvragen zorgen ervoor dat je van de geïnterviewde de informatie krijgt die je nodig hebt. Een goede interviewvraag vraagt maar één ding tegelijkertijd. Goede interviewvragen voldoen verder aan de volgende kenmerken, ze zijn: simpel; specifiek; neutraal; open. Hieronder staan de kenmerken van een goede interviewvraag kort uitgelegd met voorbeelden van hoe het niet en hoe het wel moet. Simpele vragen Hou vragen zo kort en simpel mogelijk en gebruik geen moeilijke woorden. Zo ontstaat er geen verwarring over wat je eigenlijk bedoelt. Dus niet: Wat zou jij kunnen mededelen over de kwaliteit vanuit jouw ogen bezien van het gebruikte lesmateriaal op deze onderwijsinstelling? Maar: Wat vind jij van de boeken die hier op school worden gebruikt? Specifieke vragen Maak een vraag specifiek: dit betekent dat je niet vraagt naar een heel groot onderwerp waar je duizend verschillende antwoorden op zou kunnen krijgen, maar dat je vraagt naar één onderwerp. Dan krijg je ook antwoord op dat wat je echt wilt weten. Hoe specifieker je bent in een vraag, hoe duidelijker de vraag is voor de geïnterviewde. Dus niet: Wat vind je van school? Maar: Wat vind je van de sfeer op school of Op welke plekken op school voel jij je minder veilig op school? 104

23 Neutrale vragen Formuleer een vraag niet sturend, maar hou een vraag neutraal. Neutraal betekent dat je niet laat merken wat je eigen mening is of dat je de geïnterviewde al een richting op duwt. Dus niet: Vind jij ook dat er op school niks leuks is voor studenten? of Wat vind jij van dat saaie jaarlijkse kerstfeest op school? Maar: Is er op school iets te doen voor studenten buiten de lessen om? of Wat vind jij van het jaarlijkse kerstfeest op school? Open vragen Maak vragen niet gesloten, maar open. Gesloten vragen kan je met alleen ja of nee beantwoorden. Door open vragen te stellen krijg je meer informatie van de geïnterviewde. Dus niet: Vind jij de stagebegeleiding van school goed? Maar: Wat vind jij van de stagebegeleiding van school? Niet meer dan één ding vragen Vraag niet meer dan één ding tegelijk in een vraag. Dus niet: Wat vind jij van wat er te koop is in de kantine en wat koop je daar dan? Maar: Wat vind jij van wat er te koop is in de kantine? en daarna: Wat koop je meestal in de kantine? Doorvragen Bedenk voor een vraag alvast de mogelijke doorvraag -vragen. Doorvraag -vragen zijn vervolgvragen die dieper ingaan op een bepaald onderwerp. Deze stel je om het antwoord van de geïnterviewde te verduidelijken, of er zeker van te zijn dat hij alles over het onderwerp heeft verteld. Denk bij het doorvragen ook weer aan de tips hierboven voor goede vragen! Hoofdvraag: Interviewer Wat vind je van de de les? Geïnterviewde Nou ja, euh Ik vind de les wel oké. Doorvraag-vragen: Dus niet: Oh, oké. En wat vind je eigenlijk van de kantine? Oké? Maar je leert er toch niks nuttigs? Wat raar dat je de les oké vind. Maar wel: Wat bedoel je precies met oké? of Wat bedoel je daarmee?, Kun je vertellen wat je oké vindt aan de les?, Wat maakt de les oké voor jou? Vragen opschrijven Wat tips voor het opschrijven van de vragen: Gebruik een groot lettertype, dan kan je het makkelijk van een afstandje lezen. Laat veel ruimte tussen de verschillende vragen, dan kan je daar aan tekeningen maken van de antwoorden. Zet vragen die over hetzelfde onderwerp gaan bij elkaar, en zet er een duidelijk kopje (onderwerp) boven. Zo kan je makkelijk zien of alle on 105

24 derwerpen die je wilt bespreken goed aan bod komen. Zet ook je inleiding en je afsluiting op papier, dan kan je dat voorlezen. In de inleiding zet je waar het interview voor is en in de afsluiting be dank je de persoon en sluit je het interview af. Vertel de geïnterviewden dat de gegevens anoniem zullen worden gebruikt, dit betekent dat er nooit een naam aan een antwoord zal worden gekoppeld. Daardoor zullen mensen zich minder geremd voelen om eerlijk te antwoorden op je vragen. Schrijf de gegevens van de geïnterviewde op het papier: leeftijd, klas, opleidingsniveau, eventueel naam, adres en telefoonnummer. Print het interview netjes uit

25 Bijlage rollenspel interviewen Wat? Wie? Waarvoor? Wanneer? In deze bijlage staat hoe je met een rollenspel kan oefenen om te interviewen. Voor iedereen van het team die gaat interviewen. Je kunt dit hulpmiddel gebruiken bij alle activiteiten. Neem dit hulpmiddel door wanneer je gaat oefenen om te interviewen. Wat is een rollenspel? Bij een rollenspel spelen de deelnemers elk een rol. In dit rollenspel nemen de spelers de rol aan van interviewer en geïnterviewde. Dit valt te vergelijken met wat een acteur doet in een film: de acteur reageert en praat zoals hij zich voorstelt dat het personage zou reageren en praten. Tijdens dit rollenspel kun je met elkaar interviewen oefenen. Het duurt minstens één uur. Voorbereiding Lees eerst het hulpmiddel Interviewen voor je aan dit rollenspel begint. Maak eerst interviewvragen voor je gaat oefenen. Gebruik hiervoor de bijlage interviewvragen maken. Kijk voordat je begint aan dit rollenspel naar een paar interviews op de TV of radio. Denk hierbij aan nieuwsprogramma s en documentaires. Bedenk wat je goed vindt aan het interview, en waarvan je vindt dat het beter kan. Taakverdeling: Verdeel de groep in tweetallen (duo s). Ieder duo kiest drie interviewvragen uit de vragenlijst om te oefenen. Ieder duo kiest wie er eerst gaat interviewen en wie geïnterviewd wordt. Als je genoeg tijd hebt kan iedereen een keer interviewen. Het spel: Stap 1 Het eerste duo gaat staan of zitten voor de rest van de groep en oefent het interview. Speel de werkelijkheid zoveel mogelijk na. Bijvoorbeeld: de interviewer stelt zichzelf voor en vertelt het doel van het interview. Pas daarna stelt de interviewer de eerste vraag. De rest van de groep let goed op wat er goed gaat in het interview en wat er beter kan. Denk hierbij aan: luistergedrag, neutrale houding, doorvragen, leiding houden. Hou zonodig het Hulpmiddel Interviewen bij de hand, om deze punten te checken. Stap 2 Bespreek met elkaar wat er goed ging in het interview en wat er beter kan. Herhaal stap 1 voor het volgende duo totdat iedereen is geweest. Het gaat erom goed te oefenen met het interviewen zelf. De rest van de groep moet dus vooral letten op hoe de interviewer het doet. Neem de interviews op op video. Het kan heel verhelderend zijn om jezelf te zien en te horen. En het is natuurlijk lachen! 107

26

27 Hulpmiddel kiezen voor interview of enquête Wat? Wie? Waarvoor? Wanneer? In dit hulpmiddel staat wat je moet weten om een keuze te maken tussen een interview of enquête. Voor het hele team en de begeleider. Je kunt dit hulpmiddel gebruiken bij alle activiteiten. Neem dit hulpmiddel door wanneer jullie gaan beslissen of jullie interviews of enquêtes willen gaan doen.. Er zijn veel verschillende manieren om onderzoek te doen en meningen of ideeën te horen van anderen. Twee manieren die veel worden gebruikt zijn: enquêtes houden en interviews houden. Hoe beslis je welke manier je het beste kunt gebruiken? Interviews zijn een goede methode wanneer... Er niet zo veel personen hoeven te worden ondervraagd, bijvoorbeeld minder dan 30. Het handig is dat jullie persoonlijk kennis maken met de mensen die jullie interviewen. Je liever wilt weten waarom mensen iets vinden dan hoeveel mensen iets vinden. Je vragen nog wilt kunnen toe lichten. Je door wilt vragen als iemand een kort antwoord geeft: Kan je daar wat meer over vertellen? Kan je daar een voorbeeld van geven?. Jullie veel open vragen gebruiken en weinig meerkeuzevragen. Je verwacht dat de studenten niet zo gemotiveerd zullen zijn om een enquête zorgvuldig en eerlijk in te vullen. Als je citaten wilt kunnen gebruiken in het verslag, om iets te verduide lijken of levendiger te maken. Bijvoorbeeld: Ik vind het echt een goed idee als veranderingen in de roosters eerder doorgegeven worden, vertelt Bas. Een enquête is een goede methode wanneer Jullie veel studenten willen ondervragen, bijvoorbeeld meer dan 30. De antwoorden niet heel uitgebreid hoeven te zijn. Jullie graag aantallen en percentages willen kunnen gebruiken, b.v. 80% van de studenten vindt dat de kantine langer open moet zijn. Jullie heel duidelijke vragen hebben gemaakt die de ondervraagden zonder verdere uitleg kunnen beantwoorden. Jullie veel meerkeuzevragen hebben gemaakt, waarbij de ondervraag de slechts een kruisje hoeft te zetten bij één van de mogelijke ant woorden. Het verspreiden van de enquêteformulieren onder de doelgroep makkelijk is. De kans groot is dat personen uit de doelgroep gemotiveerd zijn om de enquête zorgvuldig en eerlijk in te vullen

28

29 Hulpmiddel lobbyen Wat? Wie? Waarvoor? Wanneer? Wat is lobbyen? In het hulpmiddel lobbyen staat wat je moet weten om goed te lobbyen. Lobbyen is ervoor zorgen dat de mensen die beslissingen nemen naar je luisteren. Er zit een bijlage rollenspel lobbyen bij dit hulpmiddel. Dit hulpmiddel is bedoeld voor het hele team en de begeleider. Je kan dit hulpmiddel gebruiken bij alle activiteiten Neem dit hulpmiddel door voordat je team plannen maakt om te lobbyen, bijvoorbeeld voor je voor jullie eerste afspraak met de directie. Lobbyen is het beïnvloeden van de mening van mensen. Je kan lobbyen om het gedrag van studenten op school te veranderen, denk bijvoorbeeld aan campagnes om pesten op school tegen te gaan, of om studenten minder alcohol te laten drinken. Lobbyen is ook het beïnvloeden van mensen die beslissingen over beleid en regels kunnen nemen. Op school zijn dat bijvoorbeeld de directeur, een afdelingsmanager of een opleidingscoördinator. Jullie willen deze mensen overtuigen, bijvoorbeeld: om jullie project te ondersteunen, bijvoorbeeld door een lokaal, lesuur of wat geld beschikbaar te stellen; om de verbetervoorstellen van je team serieus te nemen en uit te voeren. Lobbyen is een hulpmiddel om jullie doelen te bereiken. Lobbyen kan op veel verschillende manieren: door even een docent iets vertellen op de gang, een strakke powerpointpresentatie voor de directeur houden, door publiciteit te regelen via de schoolkrant of op de website van de school, of door juist op de achtergrond ergens aandacht voor te vragen, bijvoorbeeld met posters in de mediatheek. Laat zien waarom je voorstel moet worden uitgevoerd Jullie hebben natuurlijk een goed verbetervoorstel bedacht, waarvan jullie hopen dat de directie het ook een goed idee vindt. Misschien is de directie wel meteen overtuigd! Maar misschien twijfelen ze wel over het voorstel. Dan zul je meer uit de kast moeten halen om de directie te overtuigen. Het kan daarbij van pas komen te laten zien wat het de school allemaal opbrengt als de directie akkoord gaat met jullie voorstel. Jullie voorstel lost niet alleen een bepaald probleem op, maar draagt ook op andere manieren bij aan een betere school! Laat de directie daarom zien wat het verder nog oplevert als ze akkoord gaan met je voorstel. Bedenk welke redenen er nog meer zijn voor de directie om akkoord te 111

30 gaan met jullie verbetervoorstel. Dit zijn meestal positieve redenen, b.v.: de school wordt er beter van. de studenten zullen het waarderen dat de directie naar hen luistert. studenten voelen zich serieus genomen en zullen dus vaker met goede ideeën komen het zal de sfeer in school goed doen. Kortom: als jullie voorstel wordt uitgevoerd, lost dat niet alleen het betreffende probleem op, maar wordt de school er helemaal beter van! Soms gebruiken mensen ook de negatieve redenen om iemand ertoe te krijgen akkoord te gaan, bijvoorbeeld: het zal de school geen goed doen. studenten zullen boos zijn dat er niet naar ze geluisterd wordt studenten zullen niet gauw weer bereid zijn ideeën te bedenken de sfeer wordt er niet beter op. Kortom: als jullie voorstel niet wordt uitgevoerd, blijft niet alleen het probleem bestaan, maar wordt de school er ook niet beter op. Probeer vooral de positieve redenen naar voren te brengen. Dan zal iemand eerder akkoord zal gaan, dan wanneer hij zich onder druk gezet voelt om akkoord te gaan. Wat heb je nodig om te lobbyen? Bedenk wanneer, waarvoor en hoe jullie willen lobbyen. Maar daar een plannetje voor. Belangrijke vragen zijn: Wat willen jullie bereiken? Op wie richt je je lobby? Wie zijn de machtige personen? Wie kan beslissingen nemen over wat jullie willen? Welke activiteiten wil je ondernemen om te lobbyen? Grote presentatie, mailbericht, klein gesprekje, ingezonden brief? Het kan allemaal! Op welk moment kan je het best lobbyen? Tijdens het project zien jullie de directie in elk geval 2 keer: 1. Ongeveer in week 8 om te vertellen wat jullie tot dan toe hebben gedaan en wat jullie plannen verder zijn. 2. Aan het eind van het project om te vertellen wat de resultaten zijn en om af te spreken wat er met jullie verbetervoorstellen gebeurt. Waarschijnlijk zijn deze 2 momenten voldoende om jullie verbetervoor stellen onder de aandacht te brengen. Maar misschien willen jullie ook voor andere dingen lobbyen, bijvoorbeeld een begroting, een leuke locatie voor een grote bijeenkomst, Bedenk dat een directeur vaak moet nadenken of overleggen met anderen voor hij een beslissing kan nemen. Houd rekening met deze bedenktijd in je planning. Tips voor de voorbereiding Maak een goede presentatie, een goed verhaal van wat je wil en waar om, dan kom je geloofwaardig over. Zorg dat je de feiten goed op een rijtje hebt, b.v. de ODIN-resultaten van jullie school en de resultaten van jullie interviews of enquêtes. Neem de resultaten zonodig mee. Zorg dat je duidelijk kunt formuleren wat je wilt. Formuleer je wensen kort en duidelijk. Haal er niet teveel andere zaken bij. Je kunt steun vragen voor jullie plannen aan docenten en andere medewerkers op school. Hoe meer verschillende mensen je voorstel steunen, hoe sterker je staat in je lobby. De directeur zal sneller willen luisteren als veel mensen jullie voorstel steunen. Verzamel bijvoorbeeld handtekeningen voor jullie voorstel

31 Probeer je in te leven in degene op wie je je richt, zodat je goed kan bedenken welke redenen voor hem belangrijk zijn om akkoord te gaan. Gebruik een strategie die bij jullie team past. Staan jullie sterk omdat iedereen jullie voorstel steunt? Laat dan een lijst met steunbetuigingen (handtekeningen) zien. Staan jullie sterk omdat de ODIN-resultaten en de antwoorden in de interviews duidelijk laten zien dat het probleem groot is en dus moet worden opgelost? Presenteer die gegevens dan overtuigend. Of hebben jullie andere argumenten bedacht waarom de directie akkoord moet gaan? Leg ze op tafel! Tips voor tijdens een lobbygesprek Wees op tijd en voorbereid! Als je materiaal gaat uitdelen, zorg dat je alles bij de hand hebt en niet lang in tassen hoeft te zoeken. Als je iets niet weet, zeg dat dan gewoon. Bijvoorbeeld: dat is een in teressante vraag, dat weet ik ook niet ; Dat hebben wij niet onder zocht deze keer. Misschien kan dat volgend jaar aan bod komen? ; We weten niet precies wat dat gaat kosten, maar dat zal tussen de 150 en 200 euro zijn. Probeer nooit iets beter te weten dan je gesprekspartner, dat werkt uiteindelijk in je nadeel. Bedank voor de mogelijkheid om jullie verzoek te bespreken. Een gezellig praatje aan het begin kan nooit kwaad, maar draai er niet te lang omheen: maak al snel duidelijk waar je precies voor bent gekomen. Als iemand niet meteen een beslissing kan nemen, probeer dan duide lijke afspraken te maken: Wat gaat de opleidingscoördinator of directeur doen met jullie verzoek? Wanneer horen jullie daar meer over? Spreek een datum af. Wie van jullie wordt contactpersoon? Wissel telefoonnummers en adressen uit. Is er meer informatie nodig, of moet het voorstel aangepast worden? Spreek dan heel duidelijk af wat er precies nodig is en wanneer jullie ermee verder gaan. Lobbyen levert soms heel snel iets op, maar soms moet je echt vaak en lang ergens achteraan om het geregeld te krijgen. Geef niet op, houd de sfeer positief en zie het ook als een spel. Laat duidelijk merken dat jullie niet snel zullen opgeven en elke keer met nieuwe goeie argumenten komen waarom jullie voorstel moet worden uitgevoerd

32 Bijlage bij hulpmiddel lobbyen: rollenspel Wat? Wie? Waarvoor? Wanneer? In deze bijlage lees je hoe je kunt oefenen met lobbyen. Voor iedereen van het team die gaat lobbyen. Je kunt dit hulpmiddel gebruiken bij alle activiteiten. Neem dit hulpmiddel door wanneer je gaat oefenen om te lobbyen. Wat is een rollenspel? Bij een rollenspel spelen de deelnemers elk een rol. In dit rollenspel nemen de spelers de rol aan van student en directeur. Dit valt te vergelijken met wat een acteur doet in een film: de acteur reageert en praat zoals hij zich voorstelt dat het personage zou reageren en praten. Tijdens dit rollenspel kan je met elkaar oefenen om te lobbyen. Het duurt minstens één uur. Het rollenspel hieronder is een voorbeeld voor lobbyen voor verbetervoorstellen. Je kan ook lobbyen voor bijvoorbeeld een begroting of iets anders dat jullie graag willen. Voorbeeld rollenspel verbetervoorstellen. Voorbereiding 1. Schrijf de onderwerpen met daarbij de verbetervoorstellen op een flapover of bord, zodat ze goed zichtbaar zijn. Zet de volgende vraag onder ieder verbeterthema: Waarom is het belangrijk om dit verbetervoorstel uit te voeren? Opdracht: Alle teamleden hebben een stapel post-its en een pen voor zich. Iedereen schrijft nu in drie minuten op hun post-its zoveel mogelijk ideeën waarom het verbetervoorstel moet worden uitgevoerd. Dit zijn jullie argumenten, waarmee jullie de directie willen overtuigen. Gebruik voor ieder nieuw idee een nieuwe post-it. Behandel steeds één verbetervoorstel per keer. Herhaal deze opdracht net zo vaak als er verbetervoorstellen zijn. 3. Probeer je vervolgens in te leven in de directie. Bedenk welke argumenten de directie zou kunnen hebben om een verbetervoorstel niet uit te willen of kunnen voeren. Schrijf alle argumenten die je kunt bedenken, tegen de verbetervoorstellen op post-its. 4. Bedenk lastige situaties waar je in terecht kan komen tijdens het lobbyen. Bijvoorbeeld: de directie beantwoordt steeds telefoontjes tijdens het gesprek en let daardoor niet op; de directie laat je niet uitpraten en begint meteen zelf met een verhaal; de directie herhaalt steeds maar dat er geen geld is. 5. Plak aan het eind alle post-its in een overzicht op het bord of op de flap-over. Het bord komt er dan als volgt uit te zien: Het gaat erom zoveel mogelijk argumenten te verzamelen; er is geen goed of fout

33 Onderwerp: [invullen verbeteronderwerp] Verbetervoorstel: [invullen verbetervoorstel] Waarom is het belangrijk om dit verbetervoorstel uit te voeren? Argumenten VOOR: Argumenten TEGEN: Lastige situaties: [ plak hier de post-its met argumenten vóór op ] [ plak hier de post-its met argumenten tegen op ] [ plak hier de post-its met voorbeelden van lastige situaties op] Rollenspel Verdeel de volgende taken: Twee directieleden voor het rollenspel; Twee studenten voor het rollenspel; Een leider die een verbetervoorstel en een lastige situatie uitkiest, en het begin en einde van het gesprek bepaalt. De rest let op bij de uitvoering en schrijft op wat er goed gaat in het spel en wat er beter kan. Het spel: 1. De regisseur kiest een verbetervoorstel en een lastige situatie van de flap-over en vertelt deze aan de spelers. 2. De spelers krijgen twee minuten om zich voor te bereiden op het gesprek. 3. De regisseur geeft aan wanneer het rollenspel kan beginnen. 4. Begin van het spel: de directieleden gaan aan een tafel zitten en de studenten lopen de kamer binnen. 5. Directieleden en studenten voeren zo goed mogelijk hun opdracht uit (zie hieronder) en spelen de werkelijkheid zoveel mogelijk na. Ze bespreken hierbij één verbetervoorstel per rollenspel. 6. Eind van het spel: bespreek wat er goed ging in het lobbygesprek en wat er beter kan. Opdracht studenten: 1. Houd een presentatie voor de directie over wat het team heeft gedaan, voor welk verbetervoorstel jullie de steun van de directie vragen en waarom het moet worden uitgevoerd. 2. Beantwoord vragen van de directie. Gebruik hiervoor bijvoorbeeld de argumenten die op de flap-over staan. Je kunt het rollenspel net zo vaak herhalen als je wilt, waardoor iedereen een keer de rol van student en/of directie kan oefenen. Je kunt ook je begeleider of een docent vragen om de directie te spelen in het rollenspel

34 3. Maak afspraken met de directie over hoe het verbetervoorstel kan worden uitgevoerd. Maar daarbij afspraken over het hoe, wanneer, en wie. 4. Bedank de directieleden voor hun tijd. Opdracht directie: 1. Verwelkom de studenten in de directiekamer. 2. Stel twee kritische vragen over de presentatie van de studenten. Gebruik hiervoor bijvoorbeeld de tegenargumenten die op de flap-over staan. 3. Probeer een oplossing te bedenken waar jullie het allemaal over eens zijn. Ga je akkoord met hun voorstel? 4. Bedank de studenten voor hun inzet

35 Hulpmiddel notulen maken Wat? Wie? Waarvoor? Wanneer? In dit hulpmiddel staat hoe je een goed verslag van een bijeenkomst of gesprek te maakt. Voor het hele team en vooral voor degene die het verslag gaat maken. Je kunt dit hulpmiddel gebruiken bij alle activiteiten. Neem dit hulpmiddel door voorafgaand aan het gesprek. Wat zijn notulen? Notulen zijn een verslag van een vergadering of bijeenkomst. Degene die notulen maakt, heet een notulist. Waarom notulen maken? Notulen zijn belangrijk om ervoor te zorgen dat afspraken die zijn gemaakt op een vergadering niet verloren gaan. Ook kunnen notulen belangrijk zijn om te onthouden wie wat waarover heeft gezegd. Notulen zijn een: Geheugensteun voor wat er is besproken; Geheugensteun voor wat er is afgesproken (wie doet wat wanneer). Notulen moeten geen blok aan je been zijn, maar een hulpmiddel! Jullie komen regelmatig als team bij elkaar. Tijdens zo n teamvergadering kan het verstandig zijn om (bijvoorbeeld om de beurt) notulen te maken. Schrijf dan kort op wat er gezegd wordt over een onderwerp, en vooral welke afspraken er worden gemaakt (wie doet wat wanneer). Het verslag mag kort zijn en er hoeft echt niet letterlijk in te staan wie wat heeft gezegd. Het gaat er vooral om dat jullie weten welke afspraken zijn gemaakt. Hoe maak je notulen Je kunt notulen op verschillende manieren maken. Meestal hebben notulen de volgende onderdelen: Datum en plaats van de vergadering; Lijst van aanwezigen (en eventueel ook van wie afwezig waren); agenda (als die er is); Per agendapunt de belangrijkste discussiepunten en besluiten; Actielijst en/of afsprakenlijst; Datum van de volgende vergadering (als die er is). Tips voor goede notulen Als het niet duidelijk is wat er wordt gezegd, vraag het dan! Als je niet zeker weet of je iets goed hebt begrepen, kan je het altijd even vragen. Bijvoorbeeld: Heb ik het goed begrepen dat je.? Als je iemand niet goed kan verstaan, vraag even of het herhaald kan worden en of die persoon wat harder kan praten, zodat alles in de notulen kan worden opgenomen. Maak zo snel mogelijk een verslag; dan zit alles nog vers in je geheuwww.job-site.nl 117

36 gen en kost het je veel minder tijd dan als je het lang laat liggen. Verspreid de notulen als ze af zijn onder alle deelnemers (ook de afwezigen). Zorg dat je altijd een kopie van de notulen ergens bewaart. Soms kan het later in het project handig zijn nog eens terug te kijken wat er eerder is afgesproken. Hieronder staat een formulier dat je kunt gebruiken bij het maken van notulen tijdens een vergadering. Je kunt het formulier aanpassen aan je eigen wensen. NOTULEN [ vul hier de naam in van de bijeenkomst of de groep die vergaderde ] Datum vergadering: Voorzitter: Plaats vergadering: Notulist: Deelnemers aan de vergadering Aanwezig: Afwezig: Actielijst Wie: Doet wat: Wanneer? Verslag 1. [ vul het eerste agendapunt of onderwerp in dat is besproken ] [ Leg kort uit wat er is besproken over dit onderwerp] [ Beschrijf hier kort de besluiten die zijn genomen per onderwerp ] 2. [ vul het tweede agendapunt of onderwerp in dat is besproken ] [ Leg kort uit wat er is besproken over dit onderwerp ] 3. [ vul het tweede agendapunt of onderwerp in dat is besproken ] [ Leg kort uit wat er is besproken over dit onderwerp ] Volgende vergadering (datum en plaats) : 118

37 Hulpmiddel ODIN-resultaten lezen Wat? Wie? Waarvoor? Wanneer? In dit hulpmiddel staat beschreven waar je de ODIN resultaten van jouw school kan vinden en hoe je die kan lezen. Voor het hele team en de begeleider. Je kunt dit hulpmiddel gebruiken om de resultaten makkelijk te vinden en te interpreteren. Je kunt dit hulpmiddel gebruiken tijdens de startbijeenkomst van fase 1, in week 1. Hoe zat het ook alweer? Jullie gaan als team de komende maanden aan de slag om jullie school te verbeteren. Het is niet de bedoeling dat jullie alleen je eigen mening geven, maar ook dat jullie de mening van andere studenten meenemen. ODIN is een enquête die elke twee jaar wordt afgenomen. In het schooljaar 2004/2005 is ODIN voor de derde keer afgenomen. Er hebben 46 onderwijsinstellingen mee gedaan aan ODIN3. Er zijn enquêtes ingevuld! Ook jouw school heeft meegedaan en studenten hebben hun mening gegeven over: hun school hun opleiding de schoolorganisatie begeleiding informatievoorziening veiligheid inspraak stage / beroepspraktijk Jullie beginnen dit project door goed naar de resultaten van de ODIN enquête te kijken, want daaruit kan je al heel wat zeggen over wat studenten verbeterd willen zien op school. Als jullie de resultaten hebben bekeken, maken jullie een keuze voor een aantal onderwerpen. Omdat de ODIN enquête misschien al weer wat langer geleden is ingevuld, gaan jullie ook andere studenten interviewen of enquêteren. Maar eerst moet je weten wat de ODIN-resultaten zijn. De ODIN-resultaten van jouw school kun je vinden op Hiervoor moet je dus wel achter een computer met internetverbinding zitten.ga naar zoeken in ODIN en selecteer je school en de sector

38 Heb je problemen om jouw sector te vinden? Klik dan onder Weet je niet welke sector? Als je jouw school en sector hebt geselecteerd, klik je op zoek >>. De ODIN-resultaten van jouw school en sector krijg je dan als volgt te zien: In de linkerkolom zie je thema s, zoals informatievoorziening en gebouw en omgeving. Als je op het pijltje van dat thema klikt, klapt het thema uit en zie je welke vragen er allemaal bij horen. Achter elk thema en achter elke vraag van het thema zie je twee balkjes. Het bovenste balkje is de score van jouw school. Het onderste balkje is de landelijke score. Zo kun je dus goed zien of jouw school beter of slechter scoort dan het landelijke gemiddelde Jouw school Landelijk 120

39 De scores zijn allemaal weergegeven op een 5-puntsschaal: je ziet onderaan de grafiek de nummers 1 tot en met 5. Score 1 betekent heel ontevreden of heel slecht, score 2 betekent ontevreden of slecht, score 3 is neutraal of niet tevreden maar ook niet ontevreden, score 4 betekent tevreden of goed en score 5 betekent heel tevreden of heel goed. Achter elke vraag zie je een balkje met een streepje in het midden. Het streepje laat zien wat de gemiddelde score is op jouw school of in heel Nederland. Als je met je muispijltje op het balkje gaat staan, zie je in een geel kadertje de precieze scores verschijnen. Achter numerieke score zie je de score van jouw school, achter landelijke score de landelijke gemiddelde score: Numerieke score: 2,13 Landelijke score: 2,39 Score van jouw school Landelijke score Je kunt nu bekijken hoe jouw sector op jouw school scoort op alle vragen. Je kunt nu ook vergelijken of jouw sector op jouw school beter of slechter scoort dan het landelijke gemiddelde. Hoe maak je een keuze voor een onderwerpen? Op de website staan een heleboel scores van jouw school: sommige scores zijn goed, sommige redelijk en sommige scores zijn onvoldoende. Als een score onvoldoende is, valt er in elk geval wel wat te verbeteren! Het is aan jullie om te kiezen welke thema s jullie het belangrijkst vinden. Hoe maak je nu een keuze voor een onderwerp? Hieronder zie je drie manieren. 1. Je kunt zoeken naar de onvoldoende scores Een onvoldoende score kun je herkennen aan een score onder de 3. Onderwerpen die lager scoren dan een 3 kunnen wel een verbeteractie gebruiken! Scores onder de 3 kun je herkennen aan: het middenstreepje in het balkje zit onder de 3: de numerieke score, die verschijnt als je met je muis op het balkje gaat staan, is lager dan 3: Numerieke score: 2,13 Landelijke score: 2,39 Score van jouw school Landelijke score 2. Je kunt kijken waar jouw sector op jouw school slechter scoort dan heel Nederland Dit kun je zien door de balkjes van jouw school (de bovenste balkjes) te vergelijken met het landelijke gemiddelde (de onderste balkjes). Jouw 121

40 school scoort slechter dan heel Nederland als het balkje van jouw school meer naar links zit dan het balkje van heel Nederland. Die onderwerpen kunnen wel een verbeteractie gebruiken! 3. Je kunt besluiten dat een bepaalde score minimaal 4 moet zijn Een 4 betekent goed of tevreden. Misschien is een bepaald onderwerp gewoon zó belangrijk, dat je vindt dat jouw school daar minimaal een 4 (tevreden of goed) op moet scoren. Vind jij dat de scores voor bepaalde onderwerpen minimaal 4 moet zijn? Of vind je dat jouw school op álle onderwerpen een 4 zou moeten scoren? Zoek dan naar de scores die lager dan 4 zijn. Dat zijn dan onderwerpen die wel een verbeteractie kunnen gebruiken! Scores onder de 4 kun je herkennen aan: het middenstreepje in het balkje zit onder de 4: de numerieke score, die verschijnt als je met je muis op het balkje gaat staan, is lager dan 4: Numerieke score: 3,21 Landelijke score: 3,85 Score van jouw school Landelijke score Bekijk de resultaten en bespreek met elkaar: Wat vind jij opvallend aan de uitkomsten? Welke onderwerpen wil je verder onderzoeken? Zijn er ook onderwerpen die niet in de ODIN-resultaten staan maar die je wel wilt onderzoeken? Als jullie het eens zijn over bovenstaande vragen, dan kunnen jullie verder

41 Hulpmiddel Overeenkomst team en directie Wat? Wie? Waarvoor? Wanneer? In dit hulpmiddel staat wat een overeenkomst is. Ook bevat het een voorbeeld overeenkomst. Voor jullie team, de begeleider en de directie. Je kunt dit hulpmiddel gebruiken bij alle activiteiten. Neem dit hulpmiddel door zodra jullie starten en beslis dan of je het wilt gebruiken. 1. Wat is een overeenkomst? Een overeenkomst is een schriftelijke afspraak tussen verschillende (groepen) mensen. In dit geval tussen jullie team en de directie. Waarom een overeenkomst? Door aan het begin van het project afspraken tussen je team en de directie op papier te zetten en de overeenkomst allebei te ondertekenen, weet je zeker dat de directie op de hoogte is van het project en ook haar best moet doen om jullie verbetervoorstellen in te voeren. Jullie afspraken staan immers zwart op wit! Hoe maak je een overeenkomst? Er zijn veel soorten overeenkomsten, maar er staat in ieder geval het volgende in: de namen van de partijen (groepen of personen) over wie de overeen komst gaat de afspraken die jullie met elkaar maken over bijvoorbeeld: de bijdragen van school voor het project (denk aan geld, het gebruik van een lokaal, kopieerkosten, ondersteuning voor een mailing, ondersteuner van de IT-afdeling voor de website); de ondersteuning van school voor studenten in het studententeam (denk aan studiepunten of competenties, mogelijkheden om het project onder lestijd uit te voeren); de ondersteuning van school voor de begeleider van het studententeam; de inzet van de directie; de inzet en uitkomst van het studententeam; en eventuele andere zaken waar afspraken over moeten worden gemaakt. datum waarop de overeenkomst is ondertekend handtekeningen van beide partijen Op de volgende pagina staat een voorbeeld van een overeenkomst. De schuingedrukte woorden/zinnen kun je aanpassen aan jullie project

42

43 Overeenkomst project MBO Verbeterkit De partijen: [vul hier de naam van je team in] & [vul hier de naam van je school in] komen hierbij overeen dat het project MBO Verbeterkit zal worden uitgevoerd door bovenstaand studententeam op bovenstaande school. Zowel de school als de studenten zullen zich inzetten voor een succesvol verloop van het project. De school zorgt voor de volgende ondersteuning van het project: [vul hier de bijdragen van de school in, zoals het beschikbaar stellen van een lokaal, een kopieerapparaat, een budget van., een camera, etc.] De school biedt de studenten van het team de gelegenheid de benodigde tijd en energie in het project te steken onder schooltijd door [vul hier in of de studenten lessen mogen missen om aan het project te werken; of de studenten speciaal lesuren krijgen voor het project en hoeveel; of de studenten competenties krijgen voor het project; of andere afspraken die jullie met elkaar hebben gemaakt]. De school zorgt voor een begeleider, te weten [vul de naam van de begeleider in] en geeft hem/haar de gelegenheid tijd en energie in het project te steken. De directie denkt actief mee met het studententeam over de verbetervoorstellen en neemt deze serieus. Het studententeam komt over [vier maanden] hun verbetervoorstellen presenteren aan de directie. Het studententeam plaatst de verbetervoorstellen, de reactie van de directie en de uiteindelijke resultaten op een zelfgemaakte website, zodat iedereen kan zien de resultaten van het project zijn. Namens [Naam studententeam] Naam student 1... Naam student 2... Naam student 3... Naam student 4... Naam student 5... Naam student 6... Naam student 7... Naam student 8... Naam student 9... Naam student Namens [Naam school] Naam:... Functie: Plaats: Datum.. Plaats: Datum.. Handtekeningen: Handtekening: 125

44

45 Hulpmiddel persbericht maken Wat? Wie? Waarvoor? Wanneer? In dit hulpmiddel lees je hoe je een persbericht kunt schrijven. Voor het hele team. Je kunt dit hulpmiddel gebruiken bij alle activiteiten als jullie aandacht van de krant, radio of televisie willen voor iets dat jullie hebben bedacht of gaan doen. Lees dit hulpmiddel door voor je een persbericht maakt. Wat is een persbericht? Een persbericht is een soort brief waarmee je aandacht vraagt van radio, tv, kranten of websites voor een actie, standpunt of nieuwe ontwikkeling. De media beslissen daarna zelf of ze jouw persbericht gebruiken in hun krant, website of radiobericht. Waarom gebruik je een persbericht? Een persbericht gebruik je om (gratis) publiciteit te krijgen voor de plannen, activiteiten of uitkomsten van het project. Er kunnen verschillende redenen zijn waarom je publiciteit wilt voor het project: - om anderen informatie te geven over wat je doet of wil; - om anderen te informeren over uitkomsten; - om anderen te stimuleren om ook zoiets te organiseren; - om anderen te stimuleren iets met de resultaten te doen. Hoe gebruik je een persbericht? Een persbericht stuur je naar de media als je (iets) nieuws te melden hebt. Je stuurt een persbericht per of fax naar journalisten, redacteuren of andere contactpersonen bij media-instellingen. Denk goed na over welke media interesse kunnen hebben in je verhaal. Op internet kan je veel adressen vinden. Je kunt zonodig na het versturen van het persbericht de media-instelling opbellen om het persbericht nogmaals onder hun aandacht te brengen. Vaak zullen de media je zelf opbellen als ze meer informatie willen hebben of naar de bijeenkomst willen komen. Hoe maak je een persbericht? Het is belangrijk dat je goed bedenkt wat je precies in het persbericht wilt zetten en hoe je het opschrijft. Journalisten ontvangen dagelijks veel persberichten, dus je moet zorgen dat je persbericht opvalt tussen de anderen. Een persbericht valt op door een goede inhoud en een goede opmaak. INHOUD: Een goed persbericht bestaat uit verschillende onderdelen: 1. De vermelding PERSBERICHT. Zet het in grote letters bovenaan de pagina

46 2. De kop. Dat is een korte titel die in enkele woorden het nieuws samenvat waar het persbericht over gaat. 3. Plaats en datum van verzending. 4. Korte beschrijving met daarin: wie, wat, waarom, waar, en wanneer. Leg kort uit waar het persbericht over gaat. Zie het kader hieronder voor een voorbeeld van wat er bedoeld wordt met deze vragen. 5. Contactgegevens Zet onderaan het persbericht altijd de contactgegevens (liefst een mobiel telefoonnummer) van iemand die meer informatie kan geven over het project. Voorbeeld Hieronder staan voorbeeldantwoorden bij een persbericht naar een lokale krant over een Lagerhuisdebat dat je organiseert: Wie: leg uit wie je bent studenten van welke opleiding; deelnemers aan het project MBO Verbeterkit Wat: vertel waar het persbericht over gaat een Lagerhuisdebat dat gaat plaatsvinden op jullie school en de media en alle buurtbewoners zijn welkom Waarom: leg uit waarom de activiteit plaats vindt het debat is onderdeel van het project MBO Verbeterkit waarmee studenten hun school verbeteren Waar: locatie van het Lagerhuisdebat op school, in de aula Wanneer: datum en tijdstip van het debat 10 april, van tot OPMAAK: Een persbericht moet er netjes uitzien en toch opvallen. Hier een aantal tips: Deel de tekst met uitleg op in verschillende korte alinea s. Zorg voor witruimte tussen de alinea s. Lees de tekst goed over op spelfouten. Gebruik zo weinig mogelijk afkortingen. Gebruik, als je ze hebt, citaten om de tekst levendig en aantrekkelijk te maken. Zorg er voor dat het persbericht in totaal niet langer is dan één A4. Vooral lokale en regionale kranten, radio en tv zenders kunnen geïnteresseerd zijn om aandacht te geven aan jullie activiteiten. Verstuur het persbericht niet op een dag waarvan je zeker weet dat er ander groot nieuws zal zijn. Als er verkiezingen zijn of de koningin komt op bezoek in jullie woonplaats, dan zal jullie nieuws waarschijnlijk ondersneeuwen. Stuur jullie persbericht in zo n geval een dag voor of na zo n verwachte nieuwsgebeurtenis. Denk ook aan een schoolkrant of de website van school om meer bekendheid te geven aan het project. Op de volgende pagina staat een voorbeeld van een persbericht gericht aan de regionale media

47 PERSBERICHT Studenten mbo Haasburg vertellen schooldirecteur hoe het moet! Haasburgerdam, 28 november 2006 Acht mbo studenten tussen de 17 en 20 jaar hebben vandaag hun schooldirecteur uitgenodigd om te luisteren naar de verbetervoorstellen van de studenten. De studenten vertelden de directeur hoe de sfeer in de grote hal kan worden verbeterd en hoe computers beter gebruikt kunnen worden in de lessen. Ook willen de leerlingen in het vervolg meer mee kunnen praten over belangrijke beslissingen op school. De directeur, mevrouw Zwanenberg, reageerde positief op de plannen van de studenten en belooft verbeteringen door te voeren. Ik ben erg onder de indruk van wat de studenten allemaal hebben onderzocht en bedacht in deze korte tijd. Hiermee kunnen we echt een verbeteringsslag uitvoeren op school, aldus Zwanenberg. De acht studenten van mbo Haasburg in Haasburgerdam hebben samen als studententeam vier maandenlang onder schooltijd maar op eigen initiatief onderzoek gedaan onder hun medestudenten en activiteiten georganiseerd in het kader van het project MBO Verbeterkit. MBO verbeterkit is een project van de JongerenOrganisatie Beroepsonderwijs (JOB) om studenten zelf op hun school aan de slag te laten gaan met de uitkomsten van de ODIN-enquête en echt bij te dragen aan verbeteringen op hun school. ODIN is het grootste onderzoek naar de tevredenheid van mbostudenten in Europa dat wordt uitgevoerd door JOB. Het studententeam heeft medestudenten geïnterviewd over wat ze vinden van bijvoorbeeld de sfeer op school, de leraren, de mate waarin er naar studenten wordt geluisterd, de begeleiding, het gebouw, de boeken, en de computers. Het studententeam heeft door middel van zelfgemaakte fotocollages in de kantine de hele school betrokken bij de problemen en vooral de mogelijke oplossingen ervoor op hun eigen school. De resultaten van het onderzoek en de aanbevelingen staan op Voor de redactie (niet voor publicatie): Voor meer informatie over dit project op mbo Haasburg: Lizzy Franssen (lid van het studententeam) tel

48

49 Hulpmiddel presenteren Wat? Wie? Waarvoor? Wanneer? In dit hulpmiddel staan tips om een goede presentatie te geven. Voor degene die de presentatie geeft, maar is ook nuttig voor de andere leden van het team. Je kunt dit hulpmiddel gebruiken bij alle activiteiten. Neem dit hulpmiddel door wanneer jullie een presentatie gaan voorbereiden. Wat is een presentatie? Een presentatie is een manier om iets aan een groep uit te leggen of te laten zien. Je kunt een presentatie houden door iets te vertellen, maar je kunt bijvoorbeeld ook een filmpresentatie houden. Dit hulpmiddel gaat over een mondelinge presentatie. Waarom een presentatie houden? Met een presentatie kun je veel mensen tegelijk informeren over het project, over de verbetervoorstellen of over de uiteindelijke uitkomsten van het project. Als je een presentatie houdt, dan heb je van te voren goed nagedacht over wat je wil vertellen en hoe. Zo komt je informatie beter over dan als je het zomaar ter plekke verzint. Ook als je maar voor één iemand gaat presenteren en je wil overtuigend overkomen (bijvoorbeeld voor de directeur) dan is het de moeite waard om je goed voor te bereiden. Hoe geef je een goede presentatie? Een goede presentatie heeft een aantal onderdelen: a. voorbereiding; b. inhoud; c. houding tijdens het presenteren; d. gebruik maken (of niet) van hulpmiddelen. a. Voorbereiding: Begin op tijd met de voorbereiding van de presentatie. Bedenk goed voor wie je de presentatie gaat geven en wat je wilt bereiken. Bedenk wat interessant is voor het publiek om van jou te horen. Maak spiekbriefjes die je bij je presentatie kunt gebruiken om je te helpen herinneren wat je allemaal moet vertellen. Schrijf eventueel eerst de presentatie helemaal uit. Oefen de presentatie met leden van je team of voor een spiegel thuis. Let er dan ook op hoe lang de presentatie duurt. Als je met iemand anders of een groep een presentatie geeft, spreek dan duidelijk af wie wat doet. b. Inhoud: Zorg voor een goede verdeling in je presentatie: 1. inleiding; 2. middenstuk; 3. afsluiting; 4. tijd voor vragen uit het publiek. Maak een mooie Power- Point-presentatie met foto s. Dat spreekt vaak meer aan dan iemand die alleen van een briefje staat te lezen. Presenteer met z n tweeën of drieën. Dan kun je elkaar aanvullen en het is meer afwisselend

50 Geef voorbeelden zodat het onderwerp waar je over praat voor het publiek makkelijker te begrijpen is. Gebruik niet te moeilijke woorden en leg afkortingen die je gebruikt uit; Houd het publiek wakker: zorg voor een verrassing, maak een grap, of stel bijvoorbeeld een vraag aan het publiek. Vergeet niet om jezelf voor te stellen als iemand anders dat nog niet voor je heeft gedaan. c. Houding: Haal rustig adem. Neem de tijd om af en toe op je dia s, sheets of spiekbriefje te kijken, maar lees de sheets of dia s niet letterlijk voor. Praat duidelijk en niet te zacht. Praat iets langzamer dan normaal. Zorg voor een geïnteresseerde houding, dus steek bijvoorbeeld niet je handen in je zakken. Gebruik je handen om dingen aan te wijzen of een spiekbriefje vast te houden. Kijk je publiek aan (niet alleen naar één persoon). d. Hulpmiddelen: Er zijn verschillende soorten hulpmiddelen die je kunt gebruiken om je presentatie leuk te maken of te verduidelijken. Laat bij je presentatie in ieder geval zien wat je allemaal hebt gemaakt de afgelopen maanden. Bijvoorbeeld: vragenlijsten, foto s, website of promotieposters. Als je hulpmiddelen als sheets of PowerPoint wilt gebruiken, volg dan deze tips: Zet alleen kernwoorden op een sheet of dia. Gebruik geen lange zinnen of hele paragrafen. Vul maximaal 8 regels per dia. Kies een duidelijk leesbaar lettertype en een groot formaat. Gebruik afbeeldingen (foto s of tekeningen) op de dia s of sheets. Een beeld zegt soms meer dan woorden. Let wel op dat deze bestanden een klein formaat hebben, anders duurt het lang om te laden. Controleer vooraf of alles klaar staat en goed werkt, zodat je niet tijdens je presentatie vast komt te zitten. Met PowerPoint kun je gemakkelijk een print maken van je presentatie voor jezelf en om uit te delen aan het publiek. Hulpmiddelen moeten helpen om je verhaal te vertellen, ze moeten niet afleiden of een heel ander verhaal laten zien. Het is heel normaal om zenuwachtig te zijn voor en tijdens een presentatie. Hieronder staan een aantal tips. Zorg dat je goed bent voorbereid. Zorg dat je een duidelijk spiekbriefje bij de hand hebt. Oefen de presentatie voor je Team. Draag kleding waar jij je prettig in voelt. Neem een flesje water mee bij de presentatie zodat je tussen door een slokje water kan drinken en tot rust kan komen. Neem het niet te serieus! Probeer een grapje te maken, nie mand vindt het erg als het even hapert 132

51 Hulpmiddel samenwerken en beslissen Wat? In dit hulpmiddel staat een aantal tips over samenwerken en beslissen in een team. Wie? Waarvoor? Voor alle leden van het team en de begeleider. Je kunt dit hulpmiddel gebruiken bij alle activiteiten. Wanneer? Neem dit hulpmiddel door wanneer je gaat samenwerken of ergens over wil beslissen. Wat is samenwerken? Samenwerken betekent dat je met samen met elkaar, als een team of groep, werkt om een gezamenlijk doel te bereiken. Dit betekent niet dat iedereen precies het zelfde moet doen, maar wel dat je met elkaar taken uitvoert die een gezamenlijk doel hebben. Bij de MBO Verbeterkit is dat het verbeteren van de school. Waarom samenwerken? Als team of groep sta je sterker dan alleen: Teamleden hebben talenten of competenties op verschillende terreinen: de één kan goed interviewen terwijl de ander graag de promotie organiseert voor een bijeenkomst. Maak zoveel mogelijk gebruik van de interesses, kennis en ervaringen van alle teamleden. Mocht er iemand van het team uitvallen door ziekte of een andere reden, dan kun je als team toch nog doorgaan. De uitkomsten van het project zijn niet van één persoon afhankelijk. Door als een team beslissingen te nemen, is de kans groter dat je alle mogelijkheden en alternatieven hebt bedacht en besproken. De beslissing die je als team neemt is hierdoor sterker omdat het beter met argumenten is ondersteund. Teamleden kunnen elkaar stimuleren en ondersteunen als iets moeilijk is of tegenzit. Je staat er niet alleen voor! Tips om goed in een team samen te werken en te beslissen Ieder team is anders en de problemen die je tegenkomt kunnen heel verschillend zijn. De volgende tips om goed in een team samen te werken gelden in elk geval: zet je in om samen met je teamleden je doelen te bereiken; draag bij aan het gezamenlijke resultaat, ook wanneer je daar persoonlijk niet direct wat aan hebt; luister naar wat andere teamleden te vertellen hebben; geef informatie door die voor andere teamleden van belang kan zijn; respecteer de ervaringen en kennis van alle teamleden; maak duidelijke afspraken met elkaar en houd je zoveel mogelijk aan de afspraken; steun goede ideeën en initiatieven van teamleden; wees bereid om aanpassingen te accepteren en door te voeren om het gezamenlijke doel te bereiken. Belangrijke onderdelen van in een team samenwerken zijn: plannen; Op de volgende pagina staan tips om samen beslissingen te nemen

52 taken verdelen; beslissingen maken. Samen beslissingen maken Bij het samenwerken kunnen er verschillen van mening zijn tussen teamleden. Bijvoorbeeld als teamleden verschillende verbetervoorstellen bedenken voor hetzelfde probleem. Hoe maak je, als dat nodig is, een keus tussen die verbetervoorstellen? Je kunt op twee manieren als team een beslissing nemen: I. Stemming II. Overeenkomst I. Stemming Bij een stemming kan ieder teamlid een stem uitbrengen op het voorstel dat hij het beste vindt. Stappen bij een stemming: 1. Schrijf alle voorstellen waaruit gekozen moet worden op een flap-over of een bord. 2. Laat iedereen een stem uitbrengen. Dit kan op verschillende manieren: Maak een rondje waarbij iedereen zijn keuze zegt en houd dit bij op de flap-over of het bord Ieder teamlid schrijft zijn keuze op een papiertje. Alle papiertjes worden verzameld en de uitkomsten opgelezen en bijgehouden op de flap-over of het bord. Geef ieder teamlid een gekleurde sticker die ze kunnen plakken bij het voorstel van hun keuze op de flapover of het bord. Je kunt er ook voor kiezen iedereen twee of drie stemmen uit te laten brengen. Geef dan iedereen twee of drie stickers. 3. Achter elk voorstel op de flap-over of het bord noteer je het aantal stemmen. 4. Het voorstel met de meeste stemmen heeft gewonnen. Mochten twee of meer voorstellen de meeste (en evenveel) stemmen hebben gekregen, herhaal dan de stemming alleen voor die voorstellen. Voordeel: Een besluit is snel genomen. Nadeel: Niet iedereen is blij met de uitkomst omdat sommige teamleden zelf op een ander voorstel hadden gestemd. Een stemming is alleen bruikbaar als de keuzes van tevoren heel duidelijk zijn. II. Overeenkomst Bij het bereiken van een overeenkomst wordt rekening gehouden met de argumenten van alle teamleden. Alle teamleden worden gehoord en er wordt met elkaar gezocht naar een oplossing (compromis) waar iedereen blij mee is. Stappen bij het komen tot een overeenkomst: Voorbereiding voor alle teamleden: Ga na wat het probleem is waarover een beslissing moet worden ge- Kijk voor plannen en taken verdelen bij het hulpmiddel werkplan maken

53 nomen. Bedenk wat jouw standpunt is. Bedenk goede argumenten voor je standpunt. Het gesprek: 1. Schrijf op een flap-over of bord op waar precies een beslissing over moet worden genomen. 2. Bespreek of iedereen het eens is met het onderwerp waarover een beslissing moet worden genomen. Maak zo nodig aanpassingen aan de beschrijving op de flap-over of het bord. 3. Laat één voor één alle teamleden hun standpunt vertellen en uitleggen. Schrijf kort alle standpunten op de flap-over of het bord. Respecteer de meningen van alle teamleden; er is geen goed of fout. 4. Als er verschillende standpunten zijn, zoek dan met elkaar naar een oplossing waar iedereen zich in kan vinden. Kan een oplossing zó worden aangepast dat iedereen zich erin kan vinden? Wat is daarvoor nodig? Zoek samen naar een oplossing waarmee alle partijen tevreden zijn. 5. Controleer of alle teamleden akkoord zijn met de gezamenlijke oplossing. Voordeel: Uiteindelijk wordt een keus gemaakt waar iedereen mee instemt. Door de zoektocht naar een gezamenlijke oplossing kun je tot een betere oplossing komen dan individuele teamleden eerst zelf hadden bedacht. Nadeel: Het kost meer tijd dan een stemming

54

55 Hulpmiddel verbetervoorstellen Wat? Met dit hulpmiddel kun je op een makkelijke en overzichtelijke manier op een rij zetten welke verbetervoorstellen jullie hebben bedacht. Wie? Voor het hele team en de begeleider. Waarvoor? Wanneer? Voor alle activiteiten als jullie verbetervoorstellen hebben bedacht. Lees dit hulpmiddel door als je de verbetervoorstellen hebt bedacht. In het onderstaande overzicht kun je jullie verbetervoorstellen kort en overzichtelijk op een rijtje zetten. Naam Team: Namen Teamleden: Datum: Wat zijn de belangrijkste onderwerpen die uit ODIN en uit de interviews/enquêtes komen? Beschrijf kort de verbeteronderwerpen die jullie hebben gekozen. Welke activiteit hebben jullie gekozen om met deze onderwerpen aan de slag te gaan? 137

56 Welke verbetervoorstellen hebben jullie gedaan? Wat zijn de beste verbetervoorstellen? Verbetervoorstel 1: Onderwerp: Probleem: Wat moet er gebeuren: Door wie: Wanneer: Verbetervoorstel 2: Onderwerp: Probleem: Wat moet er gebeuren: Door wie: Wanneer: Verbetervoorstel 3: Onderwerp: Probleem: Wat moet er gebeuren: Door wie: Wanneer: 138

57 Hulpmiddel website maken Wat? Wie? Waarvoor? Wanneer? In dit hulpmiddel staat wat je moet weten om een website te maken met het programma Websitemaker. Voor de leden van het team die de website gaan maken. Je kunt dit hulpmiddel gebruiken bij alle activiteiten. Neem dit hulpmiddel door als je de website gaat maken. Waarom een website maken? Met een website kun je veel mensen bereiken. Mensen kunnen gratis je website bekijken, zolang ze maar toegang hebben tot een computer met internetverbinding. Een website heeft andere voordelen dan folders, posters of boekjes: je kunt gemakkelijk links maken met andere interessante websites of met adressen; je kunt veel informatie en beeldmateriaal (foto s, filmpjes, tekeningen) kwijt op een website; je kunt mensen gemakkelijk uitnodigen je website te bezoeken door het rondsturen van een met een link naar je website; je kunt vragen of andere websites, zoals de website van je school, een link willen maken op hun website naar jouw website; je kunt de inhoud en opmaak van de website zo vaak je wilt aanpassen. Hoe maak je een website? Er zijn verschillende manieren om een website te maken. Sommige mensen maken een website helemaal zelf, met behulp van een programmeertaal zoals HTML of Java. Ook als je deze talen niet kent en niet veel weet van computers of programmeren, kun je met behulp van een programma zoals Websitemaker je eigen website maken. Zie het kader onderaan om meer te weten over hoe je Websitemaker gebruikt. Dit is echt helemaal niet moeilijk! Een algemeen stappenplan voor het maken van een website is: 1. Bedenk wat je allemaal op de website wilt zetten. Bedenk ook welke kopjes je gebruikt en welke foto s je erbij wilt zetten. 2. Maak de website: kies een vormgeving en indeling en zet daarna alle tekst en foto s erop. 3. Zet de website online zodat iedereen het kan zien. 4. Zorg voor bekendheid van de website. Wat zet je op een website? Je geeft natuurlijk je eigen invulling aan de website, maar de volgende onderdelen zet je in ieder geval op je website: Stel het studententeam voor; Leg kort uit wat de MBO Verbeterkit is; Vertel wat je hebt gedaan in dit project, wat de resultaten zijn en hoe de directie op de uitkomsten heeft gereageerd; Zet er foto s bij; Zet er een JOB-ODIN logo dat linkt naar op je home Vergeet niet de website opnieuw online te zetten nadat je aanpassingen hebt gemaakt

58 page (de eerste pagina). Hiervoor moet je een mailtje sturen naar JOB stuurt je dan logo s en banners die je op jullie site kunt plaatsen. Hoe gebruik je Websitemaker? Websitemaker is een gratis programma dat gemakkelijk is om te gebruiken. Je hoeft geen technische kennis te hebben. Je moet je één keer gratis registeren (een Entree account aanmaken) en daarna kun je met je inlognaam en wachtwoord zo vaak je wilt je website aanpassen. In de korte handleiding staat dit goed uitgelegd en staat aangegeven hoe je in drie stappen een website maakt. De 3 stappen zijn: 1. De vormgeving (of lay-out). Je kiest een pagina-indeling, lettertype, achtergrondpatroon, en kleur(en). 2. De invulling, Zet alle informatie en beeldmateriaal op de website bijvoorbeeld met een homepage, informatiepagina, fotoboek en gastenboek. 3. Je zet de website online zodat iedereen m kan zien op internet! Er is ook een forum waar je vragen kan stellen aan andere websitemakers. De handleiding (3 pagina s) van Websitemaker kun je vinden op: Snelstart_Websitemaker.pdf Het programma, Websitemaker, zelf kun je vinden op: Stuur in ieder geval een e- mail naar [email protected] met jullie websiteadres, zodat ze een link kunnen maken naar jullie pagina. Jullie website wordt dan bijgeplaatst op de site www. job-odin.nl, waar alle websites van de MBO Verbeterkit te vinden zijn

59 Hulpmiddel werkplan maken Wat? Wie? Waarvoor? Wanneer? In dit hulpmiddel staat wat je moet weten om een website te maken met het programma Websitemaker. Wat is een werkplan? Voor de leden van het team die de website gaan maken. Je kunt dit hulpmiddel gebruiken bij alle activiteiten. Neem dit hulpmiddel door als je de website gaat maken. Een werkplan is een schema waarin alle taken staan die moeten worden gedaan binnen een bepaald project. Een ingevuld werkplan geeft een overzicht van alle taken, met daarbij geschreven wie wanneer welke taken af moet hebben. Waarom een werkplan maken? Een werkplan helpt bij de planning en takenverdeling binnen een project. Door met elkaar een werkplan in te vullen, zijn alle teamleden betrokken bij de planning en kunnen de taken eerlijk worden verdeeld. Bij iedere vergadering kunnen de taken op het werkplan worden besproken om te kijken of alles nog volgens afspraak gaat. Hoe maak je een werkplan? Een werkplan kun je aanpassen aan de behoeften van een team. Je kunt er veel detail inzetten of het werkplan alleen op grote lijnen maken. In ieder geval is het aan te raden de volgende onderdelen in het werkplan te zetten: a. Wat er moet gebeuren; b. Wie het gaat doen; c. Wanneer het af moet zijn. (Op de volgende pagina staat een voorbeeld van hoe je een werkplan kan maken. ) In de beschrijving van Fase 1 en van de activiteiten in Fase 2 staat een stappenplan. Daarin staat wat je welke week ongeveer gaat doen. Gebruik dit stappenplan om het werkplan mee te maken. Kijk hier regelmatig even naar terug

60 VOORBEELD VAN EEN WERKPLAN: Naam studententeam: Wat moet er gebeuren? Wie gaat het doen? Wanneer ga je dit doen? Wanneer is het af? 142

61 Hulpmiddel werven van studenten Wat? Wie? Waarvoor? Wanneer? Wat is werven? In dit hulpmiddel lees je tips om andere studenten over te halen om mee te doen aan jullie activiteiten. Voor het hele team. Je kunt dit hulpmiddel gebruiken bij alle activiteiten, maar het zal vooral van pas komen bij de activiteiten Lagerhuisdebat en Wedstrijd. Lees dit hulpmiddel zodra jullie een plan maken om andere studenten te betrekken bij het project. Werven is ervoor zorgen dat andere studenten meedoen aan een activiteit die jullie hebben georganiseerd, zoals een presentatie, een debat of een wedstrijd. Om ervoor te zorgen dat andere studenten komen, moeten zij: 1. weten wat er waar op welk moment gebeurt; 2. het leuk vinden om mee te doen. Werven is dus reclame maken voor wat jullie organiseren en mensen oproepen om mee te doen. Zorg dat je mensen kunt overtuigen dat het leuk is om te komen of mee te doen. Vertel dus niet alleen dat je iets organiseert, maar laat ook zien waarom het leuk is om mee te doen. Daarnaast is het belangrijk dat mensen weten wat er van ze verwacht wordt als ze komen. Hoeven ze alleen te kijken en luisteren, of moeten ze zelf ook iets voorbereiden en doen? STAP 1 Maak een wervingsplan. Je kunt hiervoor het hulpmiddel brainstormen gebruiken uit deze werkmap. Ook kun je het hulpmiddel werkplan maken gebruiken. Onderdelen van een wervingsplan. In een wervingsplan bepaal je wat het doel is van de werving en op wie je werving richt. Op basis daarvan maken jullie een keuze voor de boodschap en de vormgeving. 1. Wat is het doel van je wervingsactie? Wil je mensen overhalen om op een bepaald tijdstip naar een bijeenkomst te komen? Dan is het vooral belangrijk om tijd, plaats en datum goed te communiceren en mensen te interesseren voor de bijeenkomst. Wil je mensen enthousiast maken om zelf ook iets te doen, zoals meedoen aan de wedstrijd? Dan hebben ze meer informatie nodig over wat er precies van ze verwacht wordt. Het doel van je wervingsactie bepaalt dus wat de boodschap van de werving wordt. 2. Op wie richt je je werving? Wie is de doelgroep? Wil je een heleboel studenten uitnodigen om naar jullie bijeenkomst te komen? Dan zorg je dat je werving zichtbaar is op plaatsen waar veel studenten komen (b.v. kantine, internet, tv-schermen op school)

62 Wil je dat een paar groepjes studenten zelf actief meedoen aan b.v. de wedstrijd, dan is het handig om ook de klassen langs te gaan, zodat jullie wat meer kunnen vertellen over wat precies de bedoeling is. De doelgroep van de werving bepaalt dus hoe je de werving aanpakt. Maak een wervingsplan voor jullie activiteit, waarin jullie bepalen hoe jullie de werving gaan aanpakken. Neem daarin op: wie jullie willen werven: veel of weinig studenten, individuele studenten of groepjes / klassen, wel of geen docenten wat de boodschap van de werving wordt hoe jullie de informatie over de activiteit gaan overbrengen (b.v. flyers, posters, internet, studenten aanspreken, de klassen langsgaan om er iets over te vertellen, sms, aankondiging op informatieschermen op school, etc.) de taakverdeling met wie wat wanneer gaat doen (b.v. flyers maken, klassen rondgaan, informatie op internet zetten, studenten aanspreken in de kantine, etc.) Let bij het maken van de boodschap op de volgende punten: Eenduidige boodschap: verspreid één centrale boodschap. Heldere boodschap: komt dat wat je wil zeggen duidelijk over? Afzender: maak duidelijk wie de afzender is. Taal: gebruik geen moeilijke woorden. Vergeet ook niet aan te geven hoe mensen zich kunnen aanmelden of meer informatie kunnen krijgen. Is er een budget om flyers en posters te maken en/of te kopiëren? Maak een begroting en regel geld/sponsoring. Je kunt hiervoor het hulpmiddel begroting maken gebruiken. Als je iets maakt, een flyer bijvoorbeeld, let er dan op dat de boodschap duidelijk blijft. Flitsende flyers met bijzondere letters en plaatjes kunnen heel mooi zijn, maar soms zijn simpele letters op een simpele achtergrond beter om je boodschap duidelijk over te brengen. Zoek dus naar een balans tussen mooi en duidelijk. Je kunt ook persoonlijk werven. Ga de klassen langs om uit te leggen wat er gaat gebeuren en meteen op te schrijven wie mee willen doen (met hun contactgegevens). Net zo kun je in de pauze studenten aanspreken om mee te doen. Voordeel: je kunt meteen hun vragen beantwoorden en het kost niks! Kies een goed moment om te werven. Tijdig werven is slim, maar mensen vergeten ook gauw weer dat de bijeenkomst eraan komt. Je kunt ook twee keer werven: een eerste keer ruim van tevoren, om te zorgen dat je voldoende mensen vindt, en een tweede keer vlak van tevoren, zodat iedereen weer even herinnerd wordt aan de bijeenkomst

63 STAP 2 Voer het wervingsplan uit. Controleer regelmatig met z n allen de voortgang: lukt het om de afspraken na te komen? Moeten er veranderingen in het plan gemaakt worden? Houd de doelstelling goed in de gaten. Test de werving eerst uit op een paar klasgenoten en vraag of zij het duidelijk en aansprekend genoeg vinden. Pas zonodig je werving nog wat aan. Als je wil dat studenten zich van te voren opgeven om mee te doen, noteer dan niet alleen hun naam, maar ook adres of telefoonnummer. Dan kun je ze een dag van tevoren nog even herinneren aan de afspraak. Docenten willen vaak best even helpen om aandacht te geven aan jullie plannen in hun klassen. Misschien willen zij jullie flyer wel uitdelen. Probeer via je begeleider of andere docenten je plannen bekend te maken bij docenten en hun te vragen er aandacht aan te geven in de les. Een docent kan je ook helpen om eventuele vrijstellingen te regelen voor de studenten die meedoen

64

65 XXXXXXXXXXXXX HULPMIDDELEN XXXXXXXX V00R BEGELEIDER BOVENKOP Hulpmiddel Organiseren van het project MBO verbeterkit subkop Voor je ligt de stagewijzer van JOB. Deze stagewijzer is speciaal ontwikkeld Wat? voor In dit mbo ers hulpmiddel die staat de beschreven beroepsopleidende welke aspecten leerweg aandacht (BOL) kunnen krijgen bestaat bij de dan implementatie voor minimaal en uitvoering 20% en van maximaal het project. 60% volgen. Je opleiding uit stage. Er is ook een leerwerkwijzer voor mbo ers die een opleiding volgen aan Wie? de beroepsbegeleidende Voor docenten, directie leerweg en/of kwaliteitszorgmedewerkers. (BBL). Dan werk je het grootste gedeelte van je opleiding, 60% of meer, en je gaat daarnaast naar school. Waarvoor? U kunt dit hulpmiddel gebruiken bij de voorbereiding van het project Je kuntde leerwerkwijzer gratis downloaden van Neem dit hulpmiddel door bij de start van het project.. Wanneer? Voor je ligt de stagewijzer Deze activiteit van duurt JOB. ongeveer Deze 8 stagewijzer weken. is speciaal ontwikkeld voor mbo ers die de beroepsopleidende leerweg (BOL) volgen. Je opleiding bestaat dan voor minimaal 20% en maximaal 60% uit stage. Er is Waar ook een kunt leerwerkwijzer u op letten voor mbo ers bij de die organisatie? een opleiding volgen aan de beroepsbegeleidende leerweg (BBL). Dan werk je het grootste gedeelte In dit hulpmiddel staat een overzicht van belangrijke keuzemogelijkheden van je opleiding, 60% of meer, en je gaat daarnaast naar school. Je kunt bij het organiseren van het project MBO verbeterkit. Deze betreffen vooral de leerwerkwijzer gratis downloaden van de voorbereidingsfase, maar ook de uitvoerings- en afrondingsfase. In het schema op de volgende pagina staat welke fases het project kent en wie welke taken heeft. Voorbereiding Het is belangrijk een aantal voorbereidende stappen te zetten, voordat het studententeam aan de slag kan. De MBO Verbeterkit is een product van JOB en is tot stand gekomen in samenwerking met Stichting Alexander. Ontwikkeling materialen: Stichting Alexander: www. st-alexander.nl Tekst: Stichting Alexander en JOB Vormgeving:E83 Creëren van draagvlak Wanneer wordt besloten met de MBO Verbeterkit aan de slag te gaan, is het van belang dat er draagvlak wordt gecreëerd en behouden onder directie, docenten en/of kwaliteitszorgmedewerkers. Het betreft dan zowel draagvlak voor de uiteindelijke resultaten (de verbetervoorstellen) als voor de activiteiten die de studenten zullen ondernemen om tot deze voorstellen te komen. Goede informatievoorziening is voor het creëren en behouden van draagvlak essentieel. Inbedden van het project Elke school zal een eigen manier vinden om het project in te bedden. Onderwerpen waaraan bij de inbedding gedacht kan worden, zijn: Eigendom: Wie heeft welke verantwoordelijkheid voor welk onderdeel van het project? Binnen of buiten schooltijd: Welke tijdsinvestering kan verwacht worden binnen en/of buiten schooltijd? Kunnen studenten lessen missen om te werken aan dit project? Beloning: Krijgen deelnemende studenten studiepunten, een aanteke ning voor opgedane competenties, vrijstellingen? Kwaliteitszorg: Welke plek krijgt dit project binnen de kwaliteitszorgcyclus? Monitoring en evaluatie: Op welke wijze wordt het project gemonitord en geëvalueerd? Op welke wijze worden de studenten zelf hierbij betrokken? XX 147

66 HULPMIDDELEN V00R BEGELEIDER Voorbereiding project 148

67 HULPMIDDELEN V00R BEGELEIDER Inplannen van het project Aan de hand van bovenstaand schema kan het project ingepland worden. Houd hierbij rekening met timing in het schooljaar, stageperiodes, examenperiodes, vakanties etc. Organiseren van begeleider(s) Het studententeam wordt begeleid door één of meerdere begeleiders. Zie hiervoor ook het hulpmiddel tips voor begeleidend docenten. Bij het kiezen van een begeleider kan worden gedacht aan onder meer: Welke docent kan goed met studenten samenwerken, ook buiten de normale lessen om? Welke stappen en keuzes zijn al gemaakt, bijvoorbeeld over eigendom van het project? Welke docent past bij deze manier van werken? Welke docent is enthousiast over het project? Aantal begeleiders? Een of twee? Samenstellen studententeam Een team van ongeveer 6 tot 10 studenten voert het project uit. Bij het samenstellen van het team is een aantal keuzes te maken: Kunnen studenten zichzelf opgeven, of worden ze aangewezen? Bestaat het team uit leerlingen van verschillende leeftijden, jaren en richtingen door elkaar? Of is een meer homogeen team (bijvoorbeeld uit één klas) wenselijker? Contact met JOB JOB heeft een beperkte rol tijdens het project. De rol van JOB bestaat uit: Verstrekken van de werkmap Verstrekken van opbergmapjes en eventuele andere gadgets voor deelnemende studenten; School en website toevoegen aan lijst met deelnemende scholen op Helpdeskfunctie; Verstrekken deelnemerscertificaten aan studenten. Het is daarom van belang uw school als deelnemer aan te melden op het moment dat besloten wordt dat de methode ingezet zal worden. Op dat moment kunnen de mogelijkheden van de helpdeskfunctie worden besproken. U kunt dit doen door te bellen: of te mailen naar [email protected]. Tijdens het project Zie voor de begeleiding van het studententeam het hulpmiddel tips voor begeleidend docenten. XX 149

68 HULPMIDDELEN V00R BEGELEIDER Draagvlak behouden In deze fase is het van belang dat de begeleider aandacht blijft houden voor draagvlak voor het project: weten bijvoorbeeld collega s voldoende wat er speelt en gebeurt? Hebben zij vragen, aandachtspunten, ideeën, maar ook bedenkingen en praktische kwesties waarvoor aandacht nodig is? Tevens is aanhoudende aandacht voor draagvlak onder de directie van belang. Monitoring Monitoring is belangrijk tijdens het project om indien nodig op tijd aanpassingen te kunnen doen. Onderwerpen van aandacht kunnen zijn: Zijn de verschillende partijen tevreden met de opzet, inhoud en vorderingen? Klopt de geschatte tijdsinvestering met de werkelijkheid? Evaluatie en afronding Na afloop van het project is het goed met alle partijen stil te staan bij het verloop ervan: wat ging goed, wat ging minder goed en wat kan beter? Op grond van de ervaringen van het studententeam, directie en begeleidend docent kunnen keuzes worden gemaakt over een vervolg op of herhaling van het project

69 HULPMIDDELEN V00R BEGELEIDER Hulpmiddel tips voor docenten bij begeleiding van studenten Wat? Wie? Waarvoor? Wanneer? In dit hulpmiddel staan tips om studenten te begeleiden bij de uitvoering van het project. Voor de begeleider, maar kan ook nuttig zijn voor studenten. U kunt dit hulpmiddel gebruiken bij alle activiteiten. Neem dit hulpmiddel door bij de start van het project. Wat maakt de MBO Verbeterkit bijzonder voor u als begeleider? Met de MBO Verbeterkit gaan studenten gedurende ongeveer 4 maanden zelf aan de slag om de kwaliteit van de school te verbeteren. Hiermee wordt op actieve en creatieve wijze invulling gegeven aan inspraak en participatie van studenten. De MBO Verbeterkit biedt uiteenlopende activiteiten en hulpmiddelen om dit te realiseren. De studenten kunnen kiezen welke activiteiten zij uitvoeren, en welke hulpmiddelen zij daarbij gebruiken. Met andere woorden: de MBO Verbeterkit kent ook een grote vrijheid wat invulling betreft. In het schema op de volgende pagina staat welke fases het project kent en wie welke taken heeft. Waar kunt u op letten bij de begeleiding van studenten? Een van de uitgangspunten van het project is dat studenten zelf eigenaar zijn van het project. U speelt als begeleider hierbij een belangrijke rol. Studenten Studenten zelf zelf vinden vinden onderstaande punten punten het het belangrijkst aan aan een een begeleider begeleider: Gemotiveerd zijn; Achter de leerlingen staan (niet zijn/haar eigen mening naar voren schuiven); Voldoende tijd hebben Groepsproces Bron: evaluatie pilot MBO Verbeterkit Begeleid de studenten bij het maken van planningen, taakverdelingen en afspraken. Let hierbij op haalbaarheid, samenwerking, terugkoppeling etc. Stel samen met de groep enkele regels op; bijvoorbeeld dat iedereen zich met reden op tijd afmeldt en aangeeft wanneer iets niet lukt. Als studenten zelf de regels verzinnen, dan hebben ze meer draagvlak. Geef regelmatig feedback en stimuleer de leerlingen ook op elkaar te reageren. Maak de samenwerking bespreekbaar, bijvoorbeeld: houdt iedereen zich aan de afspraken, inclusief uzelf? Zo nee, waarom niet en hoe kan dat beter XX 151

70 HULPMIDDELEN V00R BEGELEIDER Voorbereiding project XX 152

71 HULPMIDDELEN V00R BEGELEIDER Communicatie Kom eens per week of twee weken als groep samen om de vorderingen te bespreken, deze te evalueren en nieuwe afspraken te maken. Maak afspraken over communicatie: , sms, anders? Vraag de studenten om u op de hoogte te houden van de stand van zaken, succes- en knelpunten, vooral als u niet bij alle bijeenkomsten van het team bent. Eigendom Belangrijk is dat u overzicht houdt over het hele project, vooral over de hoofddoelstelling, de haalbaarheid van de geplande acties en de logica in de gekozen stappen. Neem met name voldoende tijd om de twee startbijeenkomsten goed voor te bereiden. Houd de balans tussen sturend optreden en studenten hun gang laten gaan. Bespreek met de studenten wat zij van u verwachten als begeleider. Kijk waar u als begeleider vanuit uw volwassen positie op school een extra bijdrage kunt leveren. U hebt immers toegang tot contacten en informatie die de studenten niet hebben. Denk hierbij aan: Regelen van faciliteiten, budget, vrijstellingen, afspraken met directie; Docententeam op de hoogte houden van het project en zodoende draagvlak verwerven; Inhoud Laat de inhoud door de studenten zelf bepalen. Rem studenten met in uw ogen wilde of onhaalbare ideeën niet bij voorbaat te veel af. Stimuleer de studenten om zo dicht mogelijk bij hun oorspronkelijke ideeën te blijven, en zelf goed na te denken over haalbaarheid en realiteitszin. Verdedig het schoolsysteem niet. Laat studenten merken dat er naar ze geluisterd wordt en dat ze serieus worden genomen

72

73 HULPMIDDELEN V00R BEGELEIDER Hulpmiddel agenda startbijeenkomst Fase 1 Wat? Wie? Waarvoor? Wanneer? In dit hulpmiddel staat een voorbeeldagenda voor de startbijeenkomst Fase 1. Voor de begeleider van het team. Deze begeleider leidt de bijeenkomst. Voor de onderwerpen tijdens de eerste bijeenkomst. Voor de voorbereiding van de eerste bijeenkomst bij fase 1. Duur: Aanwezig: Doel: 2 uur studenten, begeleidend docent (leidt de bijeenkomst) 1. Kennismaking 2. Uitleg project aan studenten en vragen 3. Start fase 1: ODIN resultaten bekijken 4. Planning, taakverdeling en afspraken Gebruik uit de MBO Verbeterkit voor de studenten: Uit alg. info: Uit deel 1: Uit deel 3: Handleiding voor studenten Fase 1: Wat kan er beter? Hulpmiddel Adressenlijst Hulpmiddel ODIN resultaten bekijken Hulpmiddel Werkplan maken Gebruik uit de MBO Verbeterkit voor de begeleiders: Uit deel 4: Faciliteiten: Hulpmiddel Organiseren van het project MBO Verbeterkit Hulpmiddel Tips voor docenten bij begeleiding van studenten. Computers met internetaansluiting (1 per 2 á 3 studenten) Beschouw de agenda als een optie/keuzemenu. Elke school behoeft een eigen invulling. Denk van te voren na over de vragen die de studenten zouden kunnen hebben. Agenda Startbijeenkomst Fase 1 10 minuten Kennismaking Iedereen stelt zich kort voor (naam, leeftijd, studierichting / niveau). Laat iedereen ook iets leuks, bijzonders of iets geinigs over zichzelf vertellen (bijvoorbeeld je grootste blunder). 30 minuten Uitleg project: de MBO Verbeterkit 1. Neem met de studenten de handleiding voor studenten door: 155

74 HULPMIDDELEN V00R BEGELEIDER Wat is de MBO Verbeterkit? Project van 2x 8 weken. Wat doe je met de MBO Verbeterkit? ODIN-resultaten bekijken Interviewen Verbeteronderwerpen kiezen Activiteit organiseren Website maken Wat zit er in de MBO Verbeterkit? Activiteiten Hulpmiddelen Wie is de begeleider van het project en wat is zijn/haar rol? Wat levert de MBO Verbeterkit jou op? Regelingen met compensatie, onder schooltijd, competenties etc. Kijk eventueel naar de competentiewijzer uit de al gemene info. Welke ondersteuning kun je krijgen van JOB? 2. Neem met studenten de planning van Fase 1 door aan de hand van het schema door. Zijn er vragen? Op de volgend pagina vind je het stappenplan voor fase minuten Pauze Hulpmiddel adressenlijst rond laten gaan. 30 minuten ODIN resultaten bekijken Hiervoor kan gebruik gemaakt worden van het hulpmiddel ODIN resultaten lezen. Voor dit onderdeel zijn computers nodig met Internetaansluiting. (1 per 2 á 3 studenten). 30 minuten Invulling Fase 1: planning, taakverdeling en afspraken Hiervoor kan gebruik gemaakt worden van Fase 1: Wat kan er beter? Kopieer de beschrijving voor de studenten en loop alle stappen met ze door. Als er nog voldoende tijd is, maak dan samen met de studenten het werkplan voor de eerste fase. Hiervoor kan het hulpmiddel werkplan maken gebruikt worden. Maak in ieder geval afspraken met het team over wanneer de eerstvolgende bijeenkomst is

75 HULPMIDDELEN V00R BEGELEIDER STAPPENPLAN FASE 1 Week Stap Activiteit Week 1 Stap 1 Bespreek de ODIN Resultaten Maak een werkplan Week 2 Stap 3 Stap 4 Stap 5 Bereid je voor op de interviews Maak een website Plan een afspraak met de directie voor in de 6e of 7e week Week 3 en 4 Stap 6 Ga interviewen Week 5 Stap 7 Bespreek de interviews en kies verbeteronderwerpen Week 6, 7 en 8 Stap 8 Stap 9 Stap 10 Stap 11 Ontmoet de directie Zet de resultaten op de website Kies welke activiteit jullie hierna gaan doen (startbijeenkomst fase 2) Maak een werkplan daarvoor Hang het stappenplan op in jullie klaslokaal! XX 157

76

77 HULPMIDDELEN V00R BEGELEIDER Duur: Aanwezig: Doel: Hulpmiddel agenda startbijeenkomst Fase 2 Wat? Wie? Waarvoor? Wanneer? In dit hulpmiddel staat een voorbeeldagenda voor de startbijeenkomst Fase 2. Voor de begeleider van het team. Deze begeleider leidt de bijeenkomst. Voor de onderwerpen tijdens de eerste bijeenkomst. Voor de bijeenkomst, die plaats vindt aan het einde van Fase 1, waarschijnlijk in week 7 of 8 van het project. 2 uur studenten, begeleidend docent (leidt de bijeenkomst) 1. Uitleg Fase 2: Hoe kan het beter? 2. Planning, taakverdeling en afspraken Nadat de studenten de verbeteronderwerpen hebben bepaald en dit hebben besproken met de directie, kiezen ze met welke activiteit ze in de komende 8 weken aan de slag gaan om verbetervoorstellen te maken. Deze agenda kan hierbij gebruikt worden. Gebruik uit de MBO Verbeterkit voor de studenten: Uit deel 1: Uit hulpmiddelen: De keuzewijzer Hulpmiddel werkplan maken Beschouw deze agenda als een optie/keuzemenu. Elke school behoeft een eigen invulling. Denk van te voren na over de vragen die de studenten zouden kunnen hebben. Begin indien nodig met een korte gezamenlijke evaluatie van de voorgaande weken. Wat ging goed en wat kan beter? Agenda Startbijeenkomst Fase 2 15 minuten Evaluatie eerste maand Wat ging goed? Wat kan beter? Afspraken 40 minuten Uitleg vervolg project: van verbeteronderwerpen (fase 1) naar verbetervoorstellen (fase 2) Neem de keuzewijzer gezamenlijk door met alle studenten. De bedoeling is dat er een keuze gemaakt wordt voor een activiteit in Fase 2. Als voorbereiding is het handig ook de uitgebreide beschrijvingen van de mogelijke activiteiten uit de werkmap door te nemen. Dan kunt u vragen van studenten makkelijker beantwoorden. Kopieer de keuzewijzer voor de studenten en loop de verschillende activiteiten met ze door. Bespreek aan de hand van het keuzeschema de voor en tegens van de activiteiten en maak gezamenlijk een keuze

78 HULPMIDDELEN V00R BEGELEIDER 15 minuten Pauze Gebruik de pauze om de uitgebreide beschrijving van de gekozen activiteit te kopiëren voor alle teamleden. 45 minuten Werkplan maken Als er nog voldoende tijd en energie is, maak dan samen met de studenten het werkplan voor de tweede fase. Hiervoor kan het hulpmiddel werkplan maken gebruikt worden en de uitgebreide beschrijving van de gekozen activiteit. Maak in ieder geval afspraken met het team over wanneer de eerstvolgende bijeenkomst is

79 HULPMIDDELEN V00R BEGELEIDER Hulpmiddel interviewtraining geven Wat? IIn dit hulpmiddel staat hoe een begeleider een interviewtraining kan geven aan studenten. Wie? Waarvoor? Voor de begeleider. Je kunt dit hulpmiddel gebruiken bij alle activiteiten. Wanneer? Neem dit hulpmiddel door voordat je de interviewtraining geeft. De interviewtraining bestaat uit 4 stappen: 1. Voorbereiding studenten: tv kijken en vragenlijst maken; 2. Brainstormen: ongeveer 20 minuten; 3. Rollenspel: ongeveer 60 minuten; 4. Evaluatie en bespreken: ongeveer 20 minuten. Bijlage: Handout: een goed interview Stap 1: Voorbereiding voor studenten: TV kijken en een vragenlijst maken. Geef de studenten ongeveer een week voor de training een opdracht: Bekijk de avond voor de interviewtraining een interview op televisie. Bijvoorbeeld een interview uit het journaal, op TMF of op een andere zender. Schrijf in een paar woorden op wat je opvalt uit dit interview. Wat vind je goed uit dit interview en wat vind je slecht? Het is handig te oefenen met de vragenlijst die de studenten ook in het echt gaan gebruiken. Zorg er daarom voor dat deze vragenlijst al gemaakt is door de studenten, en pas deze zonodig na het oefenen nog aan. De vragenlijst kan ook gemaakt worden voorafgaand aan de training. Zie hulpmiddel interviewvragen maken in deze werkmap. Regel als het kan een videocamera: zo kunnen de studenten zichzelf terugzien. Dat werkt vaak verhelderend. Stap 2: Brainstormen De begeleider geeft elke student vier memo s (post-its). De studenten schrijven op 2 memo s iets wat ze goed vinden en op 2 memo s iets wat ze slecht vinden van het interview dat ze hebben ge zien op televisie. De begeleider neemt de memo s in en bespreekt ze een voor een: de begeleider laat vooral de studenten zelf aan het woord en geeft motiverende antwoorden. De begeleider laat de studenten op elkaar reageren: de groep als ge heel heeft veel meer kennis dan ze individueel denken. De begeleider geeft de studenten de Handout. De begeleider be spreekt de belangrijke punten van het interviewen uit de Handout met de studenten

80 HULPMIDDELEN V00R BEGELEIDER De begeleider bespreekt met de studenten wat zij nog moeilijk of spannend vinden aan het interviewen. Stap 3: Rollenspel De studenten maken duo s. (let hierbij op groepsdynamiek: stimuleer dat de duo s elkaar niet kennen, niet naast elkaar zitten etc.) Ieder duo oefent om de beurt 3 interviewvragen voor de rest van de groep. Elk duo beslist wie gaat interviewen en wie geïnterviewd wordt. Iedereen komt minimaal 1x aan de beurt als interviewer en als geïnter viewde. De studenten spelen de werkelijkheid zoveel mogelijk na. De interviewer stelt zichzelf voor en legt uit wat het doel is van het interview. Pas daarna worden de interviewvragen gesteld. De studenten die niet hoeven te interviewen, letten op wat er goed gaat in het interview, wat de duo s nog moeten oefenen en wat er beter kan. Stap 4: Evaluatie Bespreek na elk duo met de studenten wat er goed ging in het interview en wat er beter kan. Doe dit meteen na ieder rollenspel. Dan is de ervaring vers Let hierbij vooral op motivatie en activering: de studenten vinden het vaak erg spannend, en zijn het meest gebaat bij opbouwende punten. Indien er een videocamera wordt gebruikt, is dit het moment om terug te kijken. Neem als begeleider ook een keer de rol van interviewer of geïnterviewde op je. Doe dan voor hoe het écht niet moet.. dit levert vaak grappige momenten op. Voorbeelden vragen: Voor interviewer: Hoe vond je zelf dat het ging? Waar ben je zelf tevreden over? Wat zou volgende keer beter kunnen? Heb je de informatie gekregen die je nodig hebt? Voor de geïnterviewde: Wat vond jij van hoe de interviewer de vragen stelde? Wat vond jij goed gaan? Wat zou volgende keer beter kunnen? Voor de groep: Wat vond jij van hoe de interviewer de vragen stelde? Wat vond jij goed gaan? Wat zou volgende keer beter kunnen? Nadat alle duo s aan bod zijn gekomen, vraagt de begeleider aan de studenten wat de belangrijkste punten zijn die ze geleerd hebben. Dit bespreken ze na

81 HULPMIDDELEN V00R BEGELEIDER HANDOUT: een goed interview Opening Je geeft hier een korte inleiding waarin je vertelt: 1. wie jij bent; 2. waar het interview over zal gaan; 3. hoeveel tijd het interview gaat kosten; 4. waarom je juist die persoon hebt gevraagd om mee te doen; 5. waarvoor je de informatie uit het interview gaat gebruiken; Vraag of alles duidelijk is en of de persoon mee wil doen aan het interview. Als de persoon mee wil doen, kan je beginnen met het interviewen. HET INTERVIEWEN Vier dingen zijn belangrijk tijdens het interviewen: 1. Luisteren; 2. Neutraal blijven (niet je eigen mening laten merken); 3. Doorvragen; 4. Leiding houden. Hieronder staan deze vier verder uitgelegd: 1. Luisteren: Luister goed en toon echte interesse. Er zijn twee manieren om te laten zien dat je goed luistert: Zonder woorden: geduldige houding, geïnterviewde aankijken, aanmoedigend knikken, hummen, stiltes niet direct opvullen; Met woorden: door af en toe ja, nee, aha of oh zeggen. 2. Neutraal blijven: Laat niet merken wat je eigen mening is en leg geen mening op. Dat geldt zowel voor de vragen die je stelt, als voor je reactie op de antwoorden die de geïnterviewde geeft. Dit kan op twee manieren: Zonder woorden: geen oordeel laten merken met bijvoorbeeld ge zichtsuitdrukking of de toon van je stem. Met woorden: geen oordeel laten merken door vragen neutraal te stellen, geen voorbeelden noemen. 3. Doorvragen: Je krijgt niet altijd meteen een goed antwoord op je vraag. Dit kan verschillende oorzaken hebben, bijvoorbeeld: De geïnterviewde begrijpt de vraag niet goed. De geïnterviewde gaat een antwoord uit de weg. De geïnterviewde zegt alleen ja of nee, terwijl jij wil weten waarom hij iets vindt. In al deze gevallen is het belangrijk om door te vragen, zodat je alle informatie krijgen die je nodig hebt. Je kunt bijvoorbeeld vragen: Wat bedoel je precies? of Kun je daar een voorbeeld van geven? Je kan ook zelf even samenvatten wat iemand heeft gezegd en dan vragen: Klopt dit? Wil je hier nog iets meer over vertellen? 163

82 HULPMIDDELEN V00R BEGELEIDER 4) Leiding houden: Als interviewer moet je leiding houden de baas blijven - over het gesprek zodat je de informatie krijgt die je nodig hebt. Als de geïnterviewde te ver afdwaalt van het onderwerp mag je ingrijpen. Als de geïnterviewde te lang doorpraat over een onderwerp kan je zeggen: Wil je hier kort op antwoorden ; ik onderbreek je even ; ik geloof dat je nu voldoende over dit onderwerp verteld hebt ; we moeten dit onderwerp nu afsluiten. Blijf hierbij altijd vriendelijk. Afsluiting Nadat jij al je vragen hebt gesteld, en de persoon heeft geantwoord, kan je het interview afsluiten. Je kan als laatste vraag altijd stellen: Wil je verder nog iets vertellen waar we het nog niet over hebben gehad? Tijdens de afsluiting bedank je de persoon voor alle informatie en vertel je wat er verder mee gaat gebeuren

83 HULPMIDDELEN V00R BEGELEIDER VOORBEELD WERVINGSBRIEF STUDENTEN Wat? Wie? Waarvoor? Wanneer? Dit hulpmiddel is een voorbeeldbrief werven studenten waarin staat wat studenten moeten weten om mee te doen met de MBO verbeterkit. Voor de begeleider van het nog samen te stellen team. De begeleider kan dit hulpmiddel gebruiken om studenten te informeren en enthousiasmeren om mee te doen aan de MBO Verbeterkit. Gebruik dit hulpmiddel bij de start van het project. Gebruik de brief om een persoonlijke uitleg te ondersteunen. Pas de brief naar eigen goeddunken aan. [xxx] dient ingevuld te worden. WAT IS JOUW MENING?! Wat vind jij van jouw school? Ben je tevreden.. of zijn er nog wel dingen te verbeteren? Kun je bijvoorbeeld wel rustig studeren op school? Zijn er voldoende computers beschikbaar? Ben je tevreden over de kantine? Voel jij je thuis in het schoolgebouw? En wat is jouw mening over de informatievoorziening binnen school, jouw rooster, de begeleiding. Dit soort onderwerpen bepalen of jij het naar je zin hebt op school en of de kwaliteit van jouw school goed is. Wil jij meedoen om jouw school te verbeteren? Wij zijn op zoek naar. [xx] MBO-studenten, die het leuk vinden om hun mening te geven over de kwaliteit van hun opleiding of school en die ideeën hebben over hoe het beter kan. Wat gaan jullie doen? Jullie bespreken met medestudenten welke dingen beter kunnen op school. Jullie organiseren bijvoorbeeld een Lagerhuisdebat of maken een krant (interviewen, foto s maken, etc) of poster over deze verbeterideeën. Je mag zelf bedenken wat je precies doet, je kan kiezen uit verschillende activiteiten. Jullie bespreken deze ideeën met de directie en bedenken samen hoe deze in de praktijk kunnen worden uitgevoerd. Jullie maken een website over alle resultaten. Waarom meedoen? Je komt op voor jouw belangen in het onderwijs! Jij weet het beste wat er op jouw school speelt en.. jouw ideeën en die van medestudenten zijn belangrijk om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren! Je wordt serieus genomen en je gaat met de directie met jouw ideeën aan de slag! Je leert hoe je een website moet maken. Je leert hoe je onderzoek doet en een presentatie geeft. Je leert hoe je de schoolleiding kunt overtuigen van jouw standpunt

84 HULPMIDDELEN V00R BEGELEIDER Je helpt mee jouw school nog beter en leuker te maken. Je krijgt [studiepunten/ competenties] voor de tijd die je er in steekt. Hoe lang? Het project loopt vier maanden. Het kost jou ongeveer twee uur per week, onder schooltijd! Wil je meedoen? Lijkt het jou leuk om mee te doen? [Wat kunnen studenten dan doen?] Voor meer informatie kun je contact opnemen met [ ] 166

FASE 1: WAT KAN ER BETER?

FASE 1: WAT KAN ER BETER? FASE 1:? Wat? Wie? Wanneer? Hoe lang? In de eerste maand gaan jullie bekijken wat er beter kan op school! Met het hele team en de begeleider. Dit is de start van het project. Deze fase duurt ongeveer acht

Nadere informatie

Huiswerk Spreekbeurten Werkstukken

Huiswerk Spreekbeurten Werkstukken Huiswerk Spreekbeurten Werkstukken - 2 - Weer huiswerk? Nee, deze keer geen huiswerk, maar een boekje óver huiswerk! Wij (de meesters en juffrouws) horen jullie wel eens mopperen als je huiswerk opkrijgt.

Nadere informatie

Tuesday, February 8, 2011. Opleiding Interactieve Media

Tuesday, February 8, 2011. Opleiding Interactieve Media Opleiding Interactieve Media Inhoud Inleiding presenteren 1. Voorwerk 2. Middenstuk 3. Begin presentatie 4. Einde presentatie 5. Visuele middelen 6. Non-verbale communicatie 7. Opdracht 8. Criteria 1.

Nadere informatie

OPDRACHTEN BIJ THEMA 11 BELEID

OPDRACHTEN BIJ THEMA 11 BELEID OPDRACHTEN BIJ THEMA 11 BELEID Beleid is alleen nodig als je iets gaat veranderen. INLEIDING Het beleid van een organisatie bepaalt hoe je moet werken en wat de bestuurders belangrijk vinden. Dat beleid

Nadere informatie

Het houden van een spreekbeurt

Het houden van een spreekbeurt Het houden van een spreekbeurt In deze handleiding staan tips over hoe je een spreekbeurt kunt houden. Waar moet je op letten? Wat moet je wel doen? En wat moet je juist niet doen? We hopen dat je wat

Nadere informatie

lesmateriaal Taalkrant

lesmateriaal Taalkrant lesmateriaal Taalkrant Toelichting Navolgend vindt u een plan van aanpak en 12 werkbladen voor het maken van de Taalkrant in de klas, behorende bij het project Taalplezier van Stichting Wereldleren. De

Nadere informatie

Vragenlijst: Wat vind jij van je

Vragenlijst: Wat vind jij van je Deze vragenlijst is bedacht door leerlingen. Met deze vragenlijst kunnen leerlingen er zelf achter kunnen komen wat andere leerlingen van hun school vinden. De volgende onderwerpen komen langs: Sfeer op

Nadere informatie

Luisteren en samenvatten

Luisteren en samenvatten Luisteren en samenvatten Goede communicatie, het voeren van een goed gesprek valt of staat met luisteren. Vaak denk je: Dat doe ik van nature. Maar schijn bedriegt: luisteren is meer dan horen. Vaak luister

Nadere informatie

Trainershandleiding Brugklas Bikkels. Inkijkexemplaar

Trainershandleiding Brugklas Bikkels. Inkijkexemplaar Trainershandleiding Brugklas Bikkels versie 2014 Inhoudsopgave Introductie Organiseer je training Praktische tips De werkmap Powerpoint presentatie Ouderbrieven Draaiboek Bijeenkomst 1 Bijeenkomst 2 Bijeenkomst

Nadere informatie

Techniekkaart: Het houden van een interview

Techniekkaart: Het houden van een interview WAT IS EEN INTERVIEW? Een interview is een vraaggesprek. Wat een interview speciaal maakt, is dat je met een interview aan informatie kunt komen, die je niet uit boeken kunt halen. Als je de specifieke

Nadere informatie

Oefenen 1 punt verdienen Onderwerpen van de presentaties

Oefenen 1 punt verdienen Onderwerpen van de presentaties Presenteren vmbo-4 Presenteren is aan de ene kant een kunst de één is er beter in dan de ander maar aan de andere kant valt of staat elke presentatie met een goede voorbereiding en veel oefening. Bij presenteren

Nadere informatie

Ideeën presenteren aan sceptische mensen. Inleiding. Enkele begrippen vooraf

Ideeën presenteren aan sceptische mensen. Inleiding. Enkele begrippen vooraf Ideeën presenteren aan sceptische mensen Inleiding Iedereen heeft wel eens meegemaakt dat het moeilijk kan zijn om gehoor te vinden voor informatie of een voorstel. Sommige mensen lijken er uisluitend

Nadere informatie

Zorg dat je een onderwerp kiest, waarvan je echt meer wilt weten. Dat is interessanter, leuker en makkelijker om mee bezig te zijn.

Zorg dat je een onderwerp kiest, waarvan je echt meer wilt weten. Dat is interessanter, leuker en makkelijker om mee bezig te zijn. Werkstukwijzer Deze werkstukwijzer helpt je om een werkstuk in elkaar te zetten. Je vult eerst een formulier in. Op dit formulier komt te staan waar je werkstuk over gaat en hoe je het aanpakt. Met behulp

Nadere informatie

Feedback Project Ergonomisch Ontwerpen

Feedback Project Ergonomisch Ontwerpen Feedback Project Ergonomisch Ontwerpen Competenties Sociaal en communicatief functioneren (P9) Initiatief (P10) Reflectie (P11) Afgelopen module heb je met een groepje gewerkt aan je project. In week 7

Nadere informatie

Films kijken op internet: verboden of niet?

Films kijken op internet: verboden of niet? Les over auteursrecht tekst niveau A Films kijken op internet: verboden of niet? Veel mensen kijken graag naar films. Jij ook? Als je zin hebt om een film te zien, kun je natuurlijk naar de bioscoop gaan.

Nadere informatie

Documentaire. Voorbereiding op het documentaire project

Documentaire. Voorbereiding op het documentaire project Documentaire Voorbereiding op het documentaire project Inhoud 1. Wat is een documentaire? 2. Interview techniek 3. Documentaire maken in 3 stappen 3.1. Ontwerpen 3.2. Opnemen 3.3. Monteren 4. Werkdocument

Nadere informatie

(Vak)teksten lezen in vmbo - mbo - Handleiding

(Vak)teksten lezen in vmbo - mbo - Handleiding (Vak)teksten lezen in vmbo - mbo - Handleiding Aan de slag met lezen in beroepsgerichte vakken Voor de verbetering van leesvaardigheid is het belangrijk dat leerlingen regelmatig en veel lezen. Hoe krijg

Nadere informatie

Beleidsplan Leerlingenraad o.b.s. de Schuthoek 2012-2013

Beleidsplan Leerlingenraad o.b.s. de Schuthoek 2012-2013 Document leerlingenraad Beleidsplan Leerlingenraad o.b.s. de Schuthoek 2012-2013 Inhoud: 1. wat verstaan we onder een leerlingenraad? 2. opzet en organisatie van een leerlingenraad a. samenstelling van

Nadere informatie

Een Goede Lezing. Hans L. Bodlaender

Een Goede Lezing. Hans L. Bodlaender Een Goede Lezing Hans L. Bodlaender Dit verhaal Waar moet ik op letten als ik een lezing geef? Voldoet deze lezing aan wat hij zelf zegt? 2 Overzicht Voorbereiding van een lezing Algemene voorbereiding

Nadere informatie

werkblad Scheldeberoep verkennen Veel beroepen hebben met de Schelde te maken. Welk beroep zou jij verder willen verkennen?

werkblad Scheldeberoep verkennen Veel beroepen hebben met de Schelde te maken. Welk beroep zou jij verder willen verkennen? werkblad Scheldeberoep verkennen Veel beroepen hebben met de Schelde te maken. Welk beroep zou jij verder willen verkennen? Noteer ook 2 reservekeuzen: 1. 2. 1. Wat weet je al van dit beroep? Schrijf het

Nadere informatie

Hoe bereid ik een spreekbeurt voor?

Hoe bereid ik een spreekbeurt voor? Hoe bereid ik een spreekbeurt voor? Het maken van een spreekbeurt is eigenlijk niets anders dan het schrijven van een informatieve tekst (weettekst). Het is daarom handig om net zo te werk te gaan als

Nadere informatie

Dit verhaal. Een Goede Lezing. Overzicht. Algemene voorbereiding

Dit verhaal. Een Goede Lezing. Overzicht. Algemene voorbereiding Dit verhaal Een Goede Lezing Waar moet ik op letten als ik een lezing geef? Voldoet deze lezing aan wat hij zelf zegt? Hans L. Bodlaender 2 Overzicht Voorbereiding van een lezing Algemene voorbereiding

Nadere informatie

Training. Vergaderen

Training. Vergaderen Training Vergaderen Halide Temel 1-5-2014 Inhoudsopgave Inleiding 3 Doelen 4 Deelnemers 4 Werkvormen 4 Programma 4 Voorstellen & introductie 5 Opdracht Luciferspel 6 Theorie 7 Opdracht - Vergaderen 12

Nadere informatie

Sooo! Sooo! viral! viral! toch? toch? In 7 stappen debatteren in de klas over media

Sooo! Sooo! viral! viral! toch? toch? In 7 stappen debatteren in de klas over media Sooo! Sooo! Die post Die post over onze over onze leraar gaat leraar gaat viral! viral! Dan moet Dan moet het wel het wel waar zijn, waar zijn, toch? toch? In 7 stappen debatteren in de klas over media

Nadere informatie

Zelfreflectie meetinstrument Ondernemende houding studenten Z&W

Zelfreflectie meetinstrument Ondernemende houding studenten Z&W Zelfreflectie meetinstrument Ondernemende houding studenten Z&W 1 Naam student: Studentnummer: Datum: Naam leercoach: Inleiding Voor jou ligt het meetinstrument ondernemende houding. Met dit meetinstrument

Nadere informatie

Reflectiegesprekken met kinderen

Reflectiegesprekken met kinderen Reflectiegesprekken met kinderen Hierbij een samenvatting van allerlei soorten vragen die je kunt stellen bij het voeren van (reflectie)gesprekken met kinderen. 1. Van gesloten vragen naar open vragen

Nadere informatie

Nationaal Gevangenismuseum Gevangen in beeld

Nationaal Gevangenismuseum Gevangen in beeld Nationaal Gevangenismuseum Gevangen in beeld Groep 8 Les 1. Boeven in beeld Les 1. Boeven in beeld Nationaal Gevangenismuseum Groep 8 120 minuten Samenvatting van de les De les begint met een klassikaal

Nadere informatie

Dit verhaal. Een Goede Lezing. Voorbereiding. Overzicht. Waar moet ik op letten als ik een lezing geef Voldoet deze lezing aan wat hij zelf zegt?

Dit verhaal. Een Goede Lezing. Voorbereiding. Overzicht. Waar moet ik op letten als ik een lezing geef Voldoet deze lezing aan wat hij zelf zegt? Dit verhaal Een Goede Lezing Waar moet ik op letten als ik een lezing geef Voldoet deze lezing aan wat hij zelf zegt? Hans L. Bodlaender 2 Overzicht Voorbereiding van een lezing Opbouw Vormgeving Geven

Nadere informatie

2 Ik en autisme VOORBEELDPAGINA S

2 Ik en autisme VOORBEELDPAGINA S 2 Ik en autisme In het vorige hoofdstuk is verteld over sterke kanten die mensen met autisme vaak hebben. In dit hoofdstuk vertellen we over autisme in het algemeen. We beginnen met een stelling. In de

Nadere informatie

Project Verwenmorgen voor ouderen organiseren Groepen van 5 leerlingen Totaal: 560 minuten

Project Verwenmorgen voor ouderen organiseren Groepen van 5 leerlingen Totaal: 560 minuten Project Verwenmorgen voor ouderen organiseren Groepen van 5 leerlingen Totaal: 560 minuten Inleiding en werkwijze: De meeste ouderen vinden het leuk om samen met jongeren iets te doen. Op deze manier hebben

Nadere informatie

Handleiding les 1: Een verhaal schrijven over jouw dag in 2034 voor een toekomsttentoonstelling

Handleiding les 1: Een verhaal schrijven over jouw dag in 2034 voor een toekomsttentoonstelling Handleiding les 1: Een verhaal schrijven over jouw dag in 2034 voor een toekomsttentoonstelling Deze schrijfles sluit aan bij het Nieuwsbegriponderwerp van deze week: Vuurwerk bij Oud en Nieuw. De schrijftaak

Nadere informatie

Orienterende filmpjes (hoe het wel of niet moet): https://www.blendspace.com/lessons/jg7knapaigvgmq/lerensolliciteren

Orienterende filmpjes (hoe het wel of niet moet): https://www.blendspace.com/lessons/jg7knapaigvgmq/lerensolliciteren Het sollicitatiegesprek Lesdoel: Korte inhoud: Organisatie: Lesduur: Onderwerp Werkvorm Oriëntatie Uitvoering De student weet meer over het sollicitatiegesprek en heeft een keer geoefend. De vacature is

Nadere informatie

Voordoen (modelen, hardop denken)

Voordoen (modelen, hardop denken) week 11-12 maart 2012 - hardop-denktekst schrijven B Voordoen (modelen, hardop denken) Waarom voordoen? Net zoals bij lezen, leren leerlingen heel veel over schrijven als ze zien hoe een expert dit (voor)doet.

Nadere informatie

Bijeenkomst over geloofsopvoeding Communiceren met je puber Deze bijeenkomst sluit aan bij Moments, magazine voor ouders van jongeren van 12-18 jaar

Bijeenkomst over geloofsopvoeding Communiceren met je puber Deze bijeenkomst sluit aan bij Moments, magazine voor ouders van jongeren van 12-18 jaar DOELSTELLINGEN Ouders zijn zich ervan bewust dat je altijd en overal communiceert Ouders wisselen ervaringen met elkaar uit over hoe de communicatie met hun pubers verloopt Ouders verwerven meer inzicht

Nadere informatie

Handleiding lesmethode Groep 8 Brugklas Bikkels. Inkijkexemplaar

Handleiding lesmethode Groep 8 Brugklas Bikkels. Inkijkexemplaar Handleiding lesmethode Groep 8 Brugklas Bikkels versie 2016 Inhoudsopgave Introductie 4 Verantwoording Methodiek 5 Doorgaande lijn Po en Vo 6 Preventief en curatief 7 Organiseer je les 8 Praktische tips

Nadere informatie

GESPREKKEN VOEREN NEDERLANDS AAN HET EINDE VAN DEZE UITLEG:

GESPREKKEN VOEREN NEDERLANDS AAN HET EINDE VAN DEZE UITLEG: AAN HET EINDE VAN DEZE UITLEG: - Kun je een verzorgde brief schrijven. - Kun je op een juiste manier werkwoorden vervoegen. - Schrijf je op een juiste manier in meervoud. - Gebruik je hoofdletters op een

Nadere informatie

Vergaderen. Wat is dat? Waarom moet dat? Dit is het boekje van..

Vergaderen. Wat is dat? Waarom moet dat? Dit is het boekje van.. Vergaderen Wat is dat? Waarom moet dat? Dit is het boekje van.. 1. Wat is vergaderen? 1. Uitleg vragen en geven Jij mag vragen stellen aan je begeleiders. Ook de begeleiding heeft soms nieuws om te vertellen.

Nadere informatie

SPELVARIANTEN. Heb je vragen, feedback of wil je op weg geholpen worden, neem contact met ons op. [email protected].

SPELVARIANTEN. Heb je vragen, feedback of wil je op weg geholpen worden, neem contact met ons op. info@talentengenerator.nl. SPELVARIANTEN Je ontdekt meer in een uur spelen dan in een jaar converseren Plato Het klinkt zo simpel we gaan bouwen aan het vertrouwen maar is het wel zo simpel? Zomaar vanuit het niets het thema vertrouwen

Nadere informatie

Werkboek Maatschappelijke stage. Stichting Oude Groninger Kerken

Werkboek Maatschappelijke stage. Stichting Oude Groninger Kerken Werkboek Maatschappelijke stage Stichting Oude Groninger Kerken 2011 Inhoud: Inleiding Wat is de SOGK? Wat ga je doen? Voorbereiding Uitvoering Verwerking Evaluatie Bijlagen p3 p X p X p X p X p X p x

Nadere informatie

Document vertellen en presenteren voor de groepen 1, 2, 3 en 4. Doelen van vertellen en presenteren in groep 1 en 2:

Document vertellen en presenteren voor de groepen 1, 2, 3 en 4. Doelen van vertellen en presenteren in groep 1 en 2: Document vertellen en presenteren voor de groepen 1, 2, 3 en 4 Doelen van vertellen en presenteren in groep 1 en 2: Leerlingen raken vertrouwd met het presenteren voor een groep Leerlingen raken vertrouwd

Nadere informatie

Lesmateriaal bij de voorstelling: Zwemmen Zonder Mouwen

Lesmateriaal bij de voorstelling: Zwemmen Zonder Mouwen Lesmateriaal bij de voorstelling: Zwemmen Zonder Mouwen Beste docent, Binnenkort gaat u met uw klas naar de voorstelling Zwemmen Zonder Mouwen; een muzikale 8+ voorstelling die zich afspeelt in en rondom

Nadere informatie

Workshop Handleiding. Verhalen schrijven. wat is jouw talent?

Workshop Handleiding. Verhalen schrijven. wat is jouw talent? Workshop Handleiding Verhalen schrijven wat is jouw talent? Inhoudsopgave Hoe gebruik je deze workshop? Hoe kun je deze workshop inzetten in je klas? Les 1: Even voorstellen stelt zich kort voor en vertelt

Nadere informatie

2: vergaderen VASTE VOORZITTER EN NOTULIST

2: vergaderen VASTE VOORZITTER EN NOTULIST 2: vergaderen Als je lid bent van een studentenraad, vergader je vaak. Je hebt vergaderen met de studentenraad, maar ook vergaderingen met het College van Bestuur en de Ondernemingsraad (OR). Gemiddeld

Nadere informatie

2.1 FaVoriete leestips

2.1 FaVoriete leestips Verhalend 2.1 FaVoriete leestips Van klasgenoten heb ik de volgende tips gekregen van boeken/tijdschriften die mij leuk lijken: 1.... 2.... 3.... Van de leraar heb ik de volgende tips gekregen van boeken/tijdschriften

Nadere informatie

Wat is PDD-nos? VOORBEELDPAGINA S. Wat heb je dan? PDD-nos is net als Tourette een neurologische stoornis. Een stoornis in je hersenen.

Wat is PDD-nos? VOORBEELDPAGINA S. Wat heb je dan? PDD-nos is net als Tourette een neurologische stoornis. Een stoornis in je hersenen. Wat is PDD-nos? 4 PDD-nos is net als Tourette een neurologische stoornis. Een stoornis in je hersenen. Eigenlijk vind ik stoornis een heel naar woord. Want zo lijkt het net of er iets niet goed aan me

Nadere informatie

Ontdek de Bibliotheek. Ontdek de Bibliotheek. Ontdek de Bibliotheek

Ontdek de Bibliotheek. Ontdek de Bibliotheek. Ontdek de Bibliotheek Ontdek de Bibliotheek Ontdek de Bibliotheek Ontdek de Bibliotheek Welkom in de bibliotheek. Je gaat op ontdekking in de bibliotheek. Hierbij doe je een onderzoek naar verschillende soorten media; zoals

Nadere informatie

2.4 Tekstopbouw In deze paragraaf oefen je in het schrijven van een tekst met een indeling in inleiding, kern en slot.

2.4 Tekstopbouw In deze paragraaf oefen je in het schrijven van een tekst met een indeling in inleiding, kern en slot. Fase.4 Tekstopbouw In deze paragraaf oefen je in het schrijven van een tekst met een indeling in inleiding, kern en slot. 1 1 Lees onderstaande tekst. Daarna ga je zelf een soortgelijke tekst schrijven.

Nadere informatie

Lesbrief: Beroepenmagazine Thema: Mens & Dienstverlenen aan het werk

Lesbrief: Beroepenmagazine Thema: Mens & Dienstverlenen aan het werk Lesbrief: Beroepenmagazine Thema: Mens & Dienstverlenen aan het werk Copyright Stichting Vakcollege Groep 2015. Alle rechten voorbehouden. Inleiding In de lesbrieven van het thema Aan het werk hebben jullie

Nadere informatie

Kindervergadering Zo gaat het bij ons!

Kindervergadering Zo gaat het bij ons! Pedagogisch kader kindercentra 4 13 jaar Kindervergadering Zo gaat het bij ons! Introductie voor de groepsleiding Is kinderinspraak belangrijk? Denken vanuit de groep is logisch en praktisch, maar toch

Nadere informatie

? Hier heb ik een vraag bij.?? Dit snap ik niet.! Dit valt me op! N Dit is nieuw voor me.

? Hier heb ik een vraag bij.?? Dit snap ik niet.! Dit valt me op! N Dit is nieuw voor me. 1. Kijk naar de titel en de tussenkopjes van de tekst. Kijk ook naar het plaatje. Waar gaat de tekst over? 2. Tijdens deze les let je extra op moeilijke woorden in de tekst. Kies of je opdracht 1 met hulp

Nadere informatie

Uitleg boekverslag en boekbespreking

Uitleg boekverslag en boekbespreking Uitleg boekverslag en boekbespreking groep 7 schooljaar 2014-2015 Inhoudsopgave: Blz. 3 Blz. 3 Blz. 3 Blz. 4 Blz. 6 Blz. 7 Blz. 7 Stap 1: Het lezen van je boek Stap 2: Titelpagina Stap 3: Inhoudsopgave

Nadere informatie

Ik-Wijzer Ik ben wie ik ben

Ik-Wijzer Ik ben wie ik ben Ik ben wie ik ben Naam: Johan Vosbergen Inhoudsopgave Inleiding... 3 De uitslag van Johan Vosbergen... 7 Toelichting aandachtspunten en leerdoelen... 8 Tot slot... 9 Pagina 2 van 9 Inleiding Hallo Johan,

Nadere informatie

Sectorwerkstuk 2010-2011

Sectorwerkstuk 2010-2011 Sectorwerkstuk 2010-2011 Namen: ---------------------------------------------------------------------------------------- Klas: -------------------- Sector: --------------------------------------------

Nadere informatie

Communiceren met de achterban

Communiceren met de achterban 1 Communiceren met de achterban Je wilt weten hoe je het beste communiceert met de achterban. Je wilt direct aan de slag en snel resultaten. Je hebt een hoe-vraag. Zoals iedereen. Maar als je werkelijk

Nadere informatie

Meten van mediawijsheid. Bijlage 6. Interview. terug naar meten van mediawijsheid

Meten van mediawijsheid. Bijlage 6. Interview. terug naar meten van mediawijsheid Meten van mediawijsheid Bijlage 6 Interview terug naar meten van mediawijsheid Bijlage 6: Het interview Individueel interview Uitleg interview Ik zal je uitleggen wat de bedoeling is vandaag. Ik ben heel

Nadere informatie

Rotterdams Ambassadrices Netwerk

Rotterdams Ambassadrices Netwerk De ambassadrice als werver van inburgeraars 1. Inleiding; eigen ervaringen 2 A. Wat is werven 2 B. Het belang van werven 2 C. Verwachtingen 3 D. Rollenspel 4 E. Opdracht 4 2. Voortraject: 4 A. Doel 4 B.

Nadere informatie

1 Kies je onderwerp Samen met je buurman of buurvrouw. Ons onderwerp: Voorbeeld: Michael Jackson was de beste artiest ooit! Nu jullie!

1 Kies je onderwerp Samen met je buurman of buurvrouw. Ons onderwerp: Voorbeeld: Michael Jackson was de beste artiest ooit! Nu jullie! Na deze les kun je presenteren in vijf stappen: 1. Kies een onderwerp 2. Bedenk een goede opbouw 3. Verzamel informatie 4. Oefen je presentatie 5. Presenteren maar! 8 Vertel je verhaal Regelmatig moet

Nadere informatie

3 Pesten is geen lolletje

3 Pesten is geen lolletje Na deze les kun je: het verschil tussen plagen en pesten noemen; jouw ervaringen met pesten vertellen; uitleggen hoe je pesten kunt stoppen; afspraken maken over pesten. 3 Pesten is geen lolletje Pesten

Nadere informatie

Schrijfopdracht 5: Zijn vrienden het altijd eens?

Schrijfopdracht 5: Zijn vrienden het altijd eens? Leerlingboekje Les 9 en 10 Naam:. Schrijfopdracht 5: Zijn vrienden het altijd eens? Groep 7 Leren schrijven met peer response Tekst: M. Hoogeveen, A. van Gelderen, A. Wijnbergh Illustraties: V. van Asperen

Nadere informatie

Weekschema maken. Je gaat praten over de dingen die jij in één week doet. Deze activiteiten ga je in een schema op de computer uitwerken.

Weekschema maken. Je gaat praten over de dingen die jij in één week doet. Deze activiteiten ga je in een schema op de computer uitwerken. Weekschema maken Je gaat praten over de dingen die jij in één week doet. Deze activiteiten ga je in een schema op de computer uitwerken. Leer en oefen: Neem samen me de docent/assistent het fotoboek de

Nadere informatie

Wereldgodsdiensten. Project Levensbeschouwing 2 e klas St. Nicolaaslyceum. Naam:

Wereldgodsdiensten. Project Levensbeschouwing 2 e klas St. Nicolaaslyceum. Naam: Wereldgodsdiensten Project Levensbeschouwing 2 e klas St. Nicolaaslyceum Naam: Inhoudsopgave Inleiding Schema Beoordeling Deel 1 Test jezelf! Deel 2 Kies je onderwerp en aan de slag! Deel 3 Het ervaren

Nadere informatie

Creatief en flexibel toepassen van Triplep. Maarten Vos Doe, laat zien, lach, oefen en geef applaus

Creatief en flexibel toepassen van Triplep. Maarten Vos Doe, laat zien, lach, oefen en geef applaus Creatief en flexibel toepassen van Triplep Maarten Vos Doe, laat zien, lach, oefen en geef applaus Programma Overzicht Kennismaking Persoonlijke werving van ouders Een goede relatie opbouwen met de ouders

Nadere informatie

Teksten bewerkt uit het gezinsboek Ons Dagelijks Brood veertigdagentijd van pastoor M. Hagen door EBP voor www.kinderenbiddenvoorkinderen.

Teksten bewerkt uit het gezinsboek Ons Dagelijks Brood veertigdagentijd van pastoor M. Hagen door EBP voor www.kinderenbiddenvoorkinderen. Bidden Teksten bewerkt uit het gezinsboek Ons Dagelijks Brood veertigdagentijd van pastoor M. Hagen door EBP voor www.kinderenbiddenvoorkinderen.nl en kinderactiviteiten www.lambertuskerk-rotterdam.nl

Nadere informatie

Groep 8 Verdiepingsles: Lagerhuis (dubbele les) Groep 8 Verdiepingsles: Lagerhuis voorbereiding. Leerkrachtinformatie

Groep 8 Verdiepingsles: Lagerhuis (dubbele les) Groep 8 Verdiepingsles: Lagerhuis voorbereiding. Leerkrachtinformatie Leerkrachtinformatie (dubbele les) Lesduur: 2 x 50 minuten (klassikaal) Introductie van de activiteit 1. Deze klassikale les bestaat uit twee delen: Voorbereiding Uitvoering voorbereiding Lesduur: 50 minuten

Nadere informatie

Dwerggras 30, Rotterdam. 1. Schrijf tijdens het kijken dingen op die jou belangrijk lijken. Je hebt dit later nodig.

Dwerggras 30, Rotterdam. 1. Schrijf tijdens het kijken dingen op die jou belangrijk lijken. Je hebt dit later nodig. Les 1: Een Wikitekst schrijven Waarom ga je schrijven: het Jeugdjournaalfilmpje bekijken Bekijk met de klas het Jeugdjournaalfilmpje over koningin Beatrix op www.nieuwsbegrip.nl 1. Schrijf tijdens het

Nadere informatie

Handleiding voor: * spreekbeurt * nieuwskring * leeskring * werkstuk

Handleiding voor: * spreekbeurt * nieuwskring * leeskring * werkstuk Handleiding voor: * spreekbeurt * nieuwskring * leeskring * werkstuk Antoniusschool Groep 5/6 Let op: deze heb je het hele schooljaar nodig! Hoe maak je een spreekbeurt? Mijn voorbereiding: 1. Je kiest

Nadere informatie

september 2013 Huygens College Kernuur Leesles Muziek Engels Dans PROJECT TITEL Werkboek First ID

september 2013 Huygens College Kernuur Leesles Muziek Engels Dans PROJECT TITEL Werkboek First ID september 2013 Huygens College Kernuur NAAM JAAR KLAS VAK PROJECT TITEL Leesles Muziek Engels Dans Werkboek First ID Inhoud Werkboek First ID 4 Het gebruik van de Powerpoint 7 Instructie voor het gebruik

Nadere informatie

Checklist Gesprek voeren 2F - handleiding

Checklist Gesprek voeren 2F - handleiding Checklist Gesprek voeren 2F - handleiding Inleiding De checklist Gesprek voeren 2F is ontwikkeld voor leerlingen die een gesprek moeten kunnen voeren op 2F. In deze handleiding wordt toegelicht hoe de

Nadere informatie

PeerEducatie Handboek voor Peers

PeerEducatie Handboek voor Peers PeerEducatie Handboek voor Peers Handboek voor Peers 1 Colofon PeerEducatie Handboek voor Peers december 2007 Work-Wise Dit is een uitgave van: Work-Wise [email protected] www.work-wise.nl Contactpersoon:

Nadere informatie

Ik-Wijzer Ik ben wie ik ben

Ik-Wijzer Ik ben wie ik ben Ik ben wie ik ben Naam: Lisa Westerman Inhoudsopgave Inleiding... 3 De uitslag van Lisa Westerman... 7 Toelichting aandachtspunten en leerdoelen... 8 Tot slot... 9 Pagina 2 van 9 Inleiding Hallo Lisa,

Nadere informatie

Lesbrief voor leerlingen: hoe ontwerp je een omslag voor een boek

Lesbrief voor leerlingen: hoe ontwerp je een omslag voor een boek Lesbrief voor leerlingen: hoe ontwerp je een omslag voor een boek KIEZEN Een goed begin is het kiezen van het juiste boek. Er zijn zo veel mooie verhalen waardoor het soms lastig is om een goede keuze

Nadere informatie

3. Wat betekent dat voor de manier waarop lesgegeven zou moeten worden in de - voor jou - moeilijke vakken?

3. Wat betekent dat voor de manier waarop lesgegeven zou moeten worden in de - voor jou - moeilijke vakken? Werkblad: 1. Wat is je leerstijl? Om uit te vinden welke van de vier leerstijlen het meest lijkt op jouw leerstijl, kun je dit simpele testje doen. Stel je eens voor dat je zojuist een nieuwe apparaat

Nadere informatie

Stap 7 Nabespreking met het slachtoffer en nabespreking met de steungroepleden (apart)

Stap 7 Nabespreking met het slachtoffer en nabespreking met de steungroepleden (apart) Handleiding No Blame Stappenplan No Blame Stap 1 Gesprek met het slachtoffer Stap 2 Organiseer een bijeenkomst met de steungroep Stap 3 Uitleg probleem Stap 4 Deel de verantwoordelijkheid Stap 5 Ideeën

Nadere informatie

Spreekbeurt, en werkstuk

Spreekbeurt, en werkstuk Spreekbeurt, krantenkring en werkstuk Dit boekje is van: Datum spreekbeurt Datum krantenkring Inleverdatum werkstukken Werkstuk 1: 11 november 2015 Werkstuk 2: 6 april 2016 Bewaar dit goed! Hoe bereid

Nadere informatie

Thema Op het werk. Demet TV. Lesbrief 8. De eerste werkdag

Thema Op het werk. Demet TV. Lesbrief 8. De eerste werkdag Thema Op het werk. Demet TV Lesbrief 8. De eerste werkdag Deze les gaat over de eerste werkdag. gaat voor het eerst werken bij een snoepfabriek. Hij komt binnen en maakt kennis met de chef. De chef vertelt

Nadere informatie

Solliciteren (2) Waar gaat deze kaart over? Wat wordt er van je verwacht? De sollicitatiebrief

Solliciteren (2) Waar gaat deze kaart over? Wat wordt er van je verwacht? De sollicitatiebrief Waar gaat deze kaart over? Deze kaart gaat over de sollicitatiebrief en het curriculum vitae (c.v.). Wat wordt er van je verwacht? Na het bestuderen van deze kaart kun je: vertellen wat je schrijft in

Nadere informatie

Bepaal eerst de probleemstelling of hoofdvraag

Bepaal eerst de probleemstelling of hoofdvraag Bepaal eerst de probleemstelling of hoofdvraag De probleemstelling is eigenlijk het centrum waar het werkstuk om draait. Het is een precieze formulering van het onderwerp dat je onderzoekt. Omdat de probleemstelling

Nadere informatie

Het verkoop-adviesgesprek. Waar gaat deze kaart over? Wat wordt er van je verwacht? Verkopen

Het verkoop-adviesgesprek. Waar gaat deze kaart over? Wat wordt er van je verwacht? Verkopen Waar gaat deze kaart over? Deze kaart gaat over verkopen aan en adviseren van gasten in horecabedrijven. Oftewel: het verkoopadviesgeprek. Wat wordt er van je verwacht? Na het bestuderen van deze kaart

Nadere informatie

Deze vorm van bidden is alleen geschikt, als een vrij groot deel van de jeugd al hardop durft te bidden. Leg uit hoe popcorn ontstaat.

Deze vorm van bidden is alleen geschikt, als een vrij groot deel van de jeugd al hardop durft te bidden. Leg uit hoe popcorn ontstaat. De hebreeuwse naam voor brandoffer is e ōlāh, wat opstijgend betekent. Als je iets verbrandt, dan zal de hete as ook opstijgen, samen met de rook, waarmee hetgeen dat wordt verbrand, als het ware naar

Nadere informatie

Het Sectorwerkstuk 2015-2016

Het Sectorwerkstuk 2015-2016 Het Sectorwerkstuk 2015-2016 Inhoud Inleiding... 3 Het Sectorwerkstuk... 4 De opbouw... 4 De voorbereiding... 5 Het onderzoek... 6 De verwerking... 7 De presentatie... 7 Het filmpje... 7 Het werkstuk...

Nadere informatie

Waarom ga je schrijven? Om de directeur te overtuigen

Waarom ga je schrijven? Om de directeur te overtuigen week 17 20 april 2015 - Schrijfopdrachten niveau B, les 1 Les 1: Een overtuigende tekst schrijven Beantwoord deze vragen: Een mooie manier om te herdenken 1. Waarom is het volgens jou belangrijk om de

Nadere informatie

Waarom ga je schrijven? Om de directeur te overtuigen

Waarom ga je schrijven? Om de directeur te overtuigen week 17 20 april 2015 - Schrijfopdrachten niveau A, les 1 Les 1: Een overtuigende tekst schrijven Beantwoord deze vragen: Een mooie manier om te herdenken 1. Waarom is het volgens jou belangrijk om de

Nadere informatie

! LERAREN HANDBOEK!!! 1e Editie, 2014

! LERAREN HANDBOEK!!! 1e Editie, 2014 LERAREN HANDBOEK 1e Editie, 2014 1. Je eerste Workshop Om te beginnen In dit Leraren Handboek vind je een paar tips en tricks die je kunnen helpen bij het voorbereiden van je workshop. Als je nog nooit

Nadere informatie

20 tips voor een goed debat!

20 tips voor een goed debat! 20 tips voor een goed debat! Moedig elkaar aan tijdens jullie voorbereidingen en de wedstrijd. Geef elkaar tips en zoek samen de sterktes en zwaktes van de argumenten. Je kan veel leren van elkaar, ook

Nadere informatie

RV 07 R.K. Basisschool de Vlinder groep 8 Stockholm 3 / 8 3124 SG Schiedam Tel.: 010-4717036 / 010-2470164

RV 07 R.K. Basisschool de Vlinder groep 8 Stockholm 3 / 8 3124 SG Schiedam Tel.: 010-4717036 / 010-2470164 R.K. Basisschool De Vlinder RV 07 R.K. Basisschool de Vlinder groep 8 Stockholm 3 / 8 3124 SG Schiedam Tel.: 010-4717036 / 010-2470164 GOEDE STUDIEGEWOONTEN Bij goed studeren (leren) of huiswerk maken

Nadere informatie

Formeel en informeel. Formeel: Je gebruikt u om iemand aan te spreken. Je noemt iemand bij zijn achternaam.

Formeel en informeel. Formeel: Je gebruikt u om iemand aan te spreken. Je noemt iemand bij zijn achternaam. Formeel en informeel Tijdens je stage praat je veel met mensen. Soms is het een officieel gesprek, soms een gezellig praatje met een collega. Dit noem je formele en informele gesprekken. Formeel betekent

Nadere informatie

Lesbrief 14. Naar personeelszaken.

Lesbrief 14. Naar personeelszaken. http://www.edusom.nl Thema Op het werk Lesbrief 14. Naar personeelszaken. Wat leert u in deze les? Wanneer u zeggen en wanneer jij zeggen. Je mening geven en naar een mening vragen. De voltooide tijd gebruiken.

Nadere informatie

Verbindingsactietraining

Verbindingsactietraining Verbindingsactietraining Vaardigheden Open vragen stellen Luisteren Samenvatten Doorvragen Herformuleren Lichaamstaal laten zien Afkoelen Stappen Werkafspraken Vertellen Voelen Willen Samen Oplossen Afspraken

Nadere informatie

Draaiboek voor een gastles

Draaiboek voor een gastles Draaiboek voor een gastles Dit draaiboek geeft jou als voorlichter van UNICEF Nederland een handvat om gastlessen te geven op scholen. Kinderen, klassen, groepen en scholen - elke gastles is anders. Een

Nadere informatie

Waar gaan we het over hebben?

Waar gaan we het over hebben? Waar gaan we het over hebben? Onderwerp: Als je verliefd op iemand bent is dat vaak een fijn gevoel. Als de ander dan ook verliefd op jou is, wordt dit gevoel alleen maar sterker. Het is echter niet altijd

Nadere informatie

ZET DE BOXEN AAN! Kijk op de week. Inhoud. Doelgroep. Vakgebied. Materialen. Doelen STERKE SCHAKELS

ZET DE BOXEN AAN! Kijk op de week. Inhoud. Doelgroep. Vakgebied. Materialen. Doelen STERKE SCHAKELS ZET DE BOXEN AAN! Jongeren verkennen verschillende manieren om radio te maken (podcasting, internetradio), beluisteren voorbeelden en zetten de grote lijnen uit voor een eigen radio-uitzending: voor wie?

Nadere informatie

Voorlezen is leuk en nuttig. Maar hoe doe je dat eigenlijk, goed voorlezen? Hieronder vindt u de belangrijkste tips en trucs.

Voorlezen is leuk en nuttig. Maar hoe doe je dat eigenlijk, goed voorlezen? Hieronder vindt u de belangrijkste tips en trucs. R.K. Basisschool Anselderlaan 10 6471 GL Eygelshoven Tel: 045-5351434 De fijne kneepjes van het voorlezen Voorlezen is leuk en nuttig. Maar hoe doe je dat eigenlijk, goed voorlezen? Hieronder vindt u de

Nadere informatie

OPDRACHTEN BIJ THEMA 9 FEEDBACK

OPDRACHTEN BIJ THEMA 9 FEEDBACK OPDRACHTEN BIJ THEMA 9 FEEDBACK Van positieve feedback leer ik niets. INLEIDING Feedback geven en ontvangen moet je eerst oefenen en dan toepassen. In de opdrachten hieronder ga je ermee aan de slag. Doelstellingen

Nadere informatie

150 Tips om kinderen te laten zien dat je om ze geeft!

150 Tips om kinderen te laten zien dat je om ze geeft! 150 Tips om kinderen te laten zien dat je om ze geeft! Scott de Jong http://www.positiefleren.nl - 1 - Je leest op dit moment versie 2.0 van het Ebook: 150 Tips om kinderen te laten zien dat je om ze geeft.

Nadere informatie

Begeleide interne stage

Begeleide interne stage Ik, leren en werken Begeleide interne stage Deel 2 Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 [email protected] www.edu-actief.nl Auteur: Marian van der Meijs Inhoudelijke redactie: Titel: Ik, leren

Nadere informatie

Deze steekkaarten met tips rond competenties:

Deze steekkaarten met tips rond competenties: Deze steekkaarten met tips rond competenties: zijn een onderdeel van de competentietoolkit ter ondersteuning van sociale sportpraktijken gericht op het ontwikkelen van jongeren. hebben tot doel om te werken

Nadere informatie

Thema Op het werk. Lesbrief 15. Het functioneringsgesprek.

Thema Op het werk. Lesbrief 15. Het functioneringsgesprek. http://www.edusom.nl Thema Op het werk Lesbrief 15. Het functioneringsgesprek. Wat leert u in deze les? Moeten en hoeven gebruiken. Vragen hoe het met uw kind gaat. Veel succes! Deze les is ontwikkeld

Nadere informatie

Uitgeest, 18 augustus 2014. Betr.: verbeterde toewijzing van taken binnen LCP. Beste allemaal,

Uitgeest, 18 augustus 2014. Betr.: verbeterde toewijzing van taken binnen LCP. Beste allemaal, Uitgeest, 18 augustus 2014 Betr.: verbeterde toewijzing van taken binnen LCP Beste allemaal, Het nieuwe basketbalseizoen staat weer voor de deur en daar hebben we natuurlijk allemaal erg veel zin in. Zoals

Nadere informatie

Week 1 twee weken voorafgaand aan het Voorleesontbijt. Bijeenkomst 1. Materiaal

Week 1 twee weken voorafgaand aan het Voorleesontbijt. Bijeenkomst 1. Materiaal Introductie Deze lesmodule is geschreven voor een project van 5 bijeenkomsten van elk 60 minuten, waarvan de laatste bijeenkomst het werkelijke Voorleesontbijt is. Het aantal, de duur en inhoud van de

Nadere informatie