Contracten voor bepaalde tijd
|
|
|
- Clara van Dijk
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 RIGO Research en Advies BV Woon- werk- en leefomgeving EINDRAPPORT Contracten voor bepaalde tijd Effecten op de dynamiek in de sociale huursector
2 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij RIGO. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in artikelen, scripties en boeken is toegestaan mits de bron duidelijk wordt vermeld. RIGO aanvaardt geen aansprakelijkheid voor drukfouten en/of andere onvolkomenheden.
3 RIGO Research en Advies BV Woon- De bewoonde werk- en leefomgeving EINDRAPPORT Contracten voor bepaalde tijd Effecten op de dynamiek in de sociale huursector Opdrachtgever Gemeente Amsterdam, Dienst WZS Auteurs Steven Kromhout Jeroen Buitendijk Rapportnummer P26470 Uitgave 20 november 2013 RIGO Research en Advies BV De Ruyterkade 1 12C 1011 AB Amsterdam [email protected]
4 Inhoud 1 Inleiding Huurcontracten voor bepaalde tijd Leeswijzer 2 2 Inzicht in de woonduur Woonduur van huurders Blijven zitten of verhuizen 5 3 Effectverkenning Het simulatiemodel Beleidsscenario s Effecten op de dynamiek Einde contractduur 12 4 Conclusies 14
5 1 Inleiding De gemeente en woningcorporaties in Amsterdam zoeken samen naar manieren om meer dynamiek in de sociale huursector te krijgen en de voorraad daardoor efficië n- ter te kunnen benutten. Eén van de ideeën die naar voren zijn gekomen uit de gesprekken over dynamisering is het invoeren van huurcontracten voor bepaalde tijd bij een substantieel deel van de sociale verhuringen. Hierdoor zouden deze woningen sneller weer op de markt komen en kunnen meer woningzoekenden bediend worden dan nu het geval is. De gemeente heeft aan RIGO gevraagd om een verkenning uit te voeren van de effecten van huurcontracten voor bepaalde tijd. De gemeente is vooral benieuwd naar de mate waarin de mutatiegraad zou toenemen en de gevolgen voor huurders. In paragraaf 1.1 gaan we dieper in op het idee van de huurcontracten voor bepaalde tijd. Paragraaf 1.2 bevat een leeswijzer voor de rest van het rapport. 1.1 Huurcontracten voor bepaalde tijd Het idee van huurcontracten voor bepaalde tijd is niet nieuw. Sinds enkele jaren wordt door studentenhuisvesters woonruimte verhuurd met zogenaamde camp uscontracten: na afloop van de studie worden studenten geacht hun wooneenheid te verl a- ten. In 2006 heeft deze contractvorm een wettelijke basis gekregen. Het belangrijkste doel van het campuscontract was om meer studentenhuisvesting beschikbaar te kri j- gen. De kwantitatieve effecten hiervan zijn nog niet in beeld gebracht. Bij de evalu a- tie die het Rijk in 2010 heeft laten uitvoeren, was het daarvoor nog te vroeg. Wel bleek (volgens de verhuurders) dat studenten met een campuscontract eerder antic i- peren op een volgende verhuizing 1. In 2011 zijn Stadgenoot, Eigen Haard en Rochdale gestart met een experiment met huurcontracten voor bepaalde tijd voor niet-studenten van 18 tot 22 jaar. Deze jongerencontracten lopen af wanneer de huurders 26 jaar zijn geworden. Al leen kleine woningen (maximaal 45 m²) die in WoningNet gelabeld zijn als jongerenwoning wo r- den met een jongerencontract verhuurd. Jongeren die een woning met een jongerencontract accepteren, behouden de inschrijfduur die ze hebben opgebouwd. Het huidige voorstel voor huurcontracten voor bepaalde tijd is geïnspireerd op de campus- en jongerencontracten. Het verschil zit vooral in de schaal waarop de co n- tracten voor bepaalde tijd worden ingevoerd. Het idee is nu om huurcontracten voor bepaalde tijd voor een veel groter deel van het aanbod en de woningzoekenden in te zetten: ongeveer een derde van de verhuringen zou een contract voor bepaalde tijd krijgen. Hierdoor ontstaan er binnen het aanbod twee segmenten met verschillende snelheden: 1 Evaluatie campuscontracten. Companen i.o.v. Ministerie van VROM, DG WWI, augustus
6 A. Een derde deel van de sociale voorraad met dynamische huurcontracten. Woningen hoeven niet de allerbeste kwaliteit te hebben; Vooral bedoeld voor starters en doorstromers die snel een woning nodig he b- ben, of woningzoekenden die wachten op een buitenkansje (loting); Kan ook dienen als vangnet (bij scheiding of andere zaken). B. Twee derde deel van de sociale voorraad met vaste huurcontracten. Bestemd voor woningzoekenden die best kunnen en willen wachten; Specifiek geschikt voor grote gezinnen en ouderen; Ook GGZ-cliënten moeten in dit deel van de voorraad terecht kunnen. Volgens de huidige voorstellen krijgen de nieuwe huurders aanvankelijk een huurco n- tract voor vijf jaar aangeboden. Zij behouden hun opgebouwde woon- of inschrijfduur en kunnen tijdens de contractduur nog vijf jaar extra woonduur sparen, waarmee ze na afloop van het contract een andere woning kunnen huren. Of ze vertrekken naar een particuliere huur- of koopwoning. Er wordt nog nagedacht over een achtervang Voor huurders die echt geen andere keuze hebben, bijvoorbeeld een eenmalige verlenging van het huurcontract met nog eens vijf jaar. Vooralsnog is niet duidelijk hoe bepaald wordt wie in aanmerking komt voor de achtervang. 1.2 Leeswijzer De kern van het onderzoek bestaat uit een simulatie van de dynamiek in de s ociale huurvoorraad in Amsterdam waarin de kans dat een huurder verhuist en een woning vrijkomt (mede) afhankelijk is van de woonduur van de huurders. Om deze simulatie te kunnen opzetten, hebben we allereerst inzicht nodig in de woonduur van huurders. In hoofdstuk 2 gaan we daarop in. Vervolgens kunnen we met behulp van simulatietechnieken de effecten van de huurcontracten voor bepaalde tijd verkennen. Dat doen we in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 trekken we conclusies. 2
7 Aantal huishoudens 2 Inzicht in de woonduur De huurcontracten voor bepaalde tijd hebben alleen effect als huurders langer dan vijf jaar dezelfde woning huren. Voor de effectverkenning is het daarom cruciaal om inzicht te krijgen in de woonduur van huurders. Met de woonduur bedoelen we hier de periode dat een huishouden in dezelfde huurwoning woont. De Gemeente Amsterdam (O+S) beschikt over een bestand waarin gegevens uit de Gemeentelijke Basisadministratie zijn gekoppeld aan gegevens over de woningvoo r- raad. In dit bestand is per adres ook de woonduur bekend. Om inzicht te krijgen in de woonduur van huurders van corporatiewoningen hebben we O+S gevraagd om b e- standen te leveren met daarin de woonduur van alle huishoudens die op 1 januari in zelfstandige corporatiewoningen (incl. vrije sector) wonen, uitgesplitst naar: Aantal kamers: 1 of 2 kamers, 3 kamers, 4 of meer kamers; Leeftijd hoofdbewoner: tot 35, 35 tot 50, 50 tot 65 en 65+; Samenstelling huishouden: alleenstaand, samenwonend zonder kinderen, samenwonend met kinderen, eenoudergezin en overig. Deze gegevens hebben we ontvangen voor de jaren 2010 tot en met Woonduur van huurders In figuur 2-1 is voor alle corporatiewoningen in Amsterdam de woonduur van de bewoners op 1 januari 2013 afgebeeld. De figuur laat dus niet de totale woond uur bij verhuizing zien. Naarmate de woonduur hoger wordt, neemt het aantal huurders af, omdat steeds meer huishoudens op een gegeven moment verhuizen. figuur 2-1 Aantal huurders van co rporatie woningen in Amste rdam, naa r woo n- duur op huid ige ad res in jaren, 1 januari Huidige woonduur op adres in jaren 3
8 figuur 2-2 Woonduur van huurders van co rpora tiew oningen in Amste rda m, naar aantal ka me rs, leeftijd en huishoudensamenste lling, in klassen 1 of 2 kamers 3 kamers 4 of meer kamers 0-34 jaar jaar jaar 65 jaar en ouder Stellen Gezinnen Eenoudergezinnen Alleenwonenden Rest 0 tot 5 jaar 5 tot 10 jaar 10 tot 20 jaar 20 tot 40 jaar 40 jaar of meer totaal 0% 20% 40% 60% 80% 100% De woonduur van bewoners van corporatiewoningen hangt samen met de kenmerken van de woning en van het huishouden. In figuur 2-2 is te zien dat bewoners van kleine woningen vaak minder lang op het huidige adres wonen dan de bewoners van grotere woningen. Van de huurders van 1- en 2-kamerwoningen woont 38% er minder dan 5 jaar, bij de woningen met 4 of meer kamers bedraagt dit percentage 23%. Jongeren (tot 35 jaar) wonen veel vaker nog maar kort in hun huidige woning dan vijftigers en 65-plussers. Dit is deels een gevolg van het feit dat zij gezien hun leeftijd nog maar kort in hun woning kunnen wonen, maar wordt ook veroorzaakt doordat jongeren sneller achter elkaar stappen maken in hun wooncarrière. Uitgesplitst naar huishoudensamenstelling zijn de verschillen minder duidelijk. Huishoudens met kinderen wonen relatief vaak tussen 5 en 20 jaar in de huidige woning. De huishoudens met de langste woonduur (vaak ouderen) zijn oververtegenwoordigd bij de alleenstaanden en stellen. In totaal woont 31% van de huurders van corporatiewoningen minder dan vijf jaar in de huidige woning. Nog eens 20% woont 5 tot 10 jaar op hetzelfde adres. Bijna de helft van de bewoners van corporatiewoningen woont dus al 10 jaar of langer in d e- zelfde corporatiewoning. 4
9 Survival rate 2.2 Blijven zitten of verhuizen Door de gegevens van O+S over de woonduur van huishoudens op 1 januari voor ve r- schillende jaren te combineren, kunnen we de kans bepalen dat een huurder met een bepaalde woonduur het volgende jaar nog steeds dezelfde won ing zal huren: de survival rate. In figuur 2-3 is de survival rate van Amsterdamse huurders voor drie combinaties van jaren te zien. Naarmate de woonduur hoger wordt, stijgt de survival rate. De kans dat iemand ook het volgende jaar nog in dezelfde huurwoning woont, is dus groter naarmate de huurder er al langer woont. Het percentage van de huurders dat tussen 1 januari 2012 en 1 januari 2013 is blijven wonen, is groter dan tussen 2010 en De mutatiekans is dus afgenomen: huurders zijn de laatste jaren minder gaan verhuizen. figuur 2-3 Su rv ival rate van huurders van co rpo ratiewoningen in Ams te rdam, naar woonduur en ka lend erjaa r 100% 98% 96% 94% 92% 90% 88% 86% 84% 82% % Door de bovenstaande kansen bij elkaar op te tellen, kunnen we de kans berekenen dat een huurder na x jaar nog in dezelfde huurwoning woont: de cumulatieve survival rate. Deze kans is afgebeeld in figuur 2-4. Op basis van de vergelijking tussen 2012 en 2013 kunnen we bijvoorbeeld zeggen dat van alle huurders die een corporatiewoning betrekken 30% na 16 jaar nog steeds in dezelfde woning woont. 5
10 Survival rate Cumulatieve survival rate figuur 2-4 Cu mulatie ve su rv ival ra te van huurders van corpora t iewoningen in Ams te rdam, naar woonduur en kalenderjaar 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% % 20% 10% 0% Eerder zagen we al dat huurders van de kleine woningen een kortere woonduur hebben dan huurders van grotere woningen. Dit zien we ook terug in de kans dat een huurder in de woning blijft wonen (figuur 2-5 en figuur 2-6). Bij huurders van kleine woningen is de kans dat ze in de woning blijven wonen kleiner dan bij huurders van grote corporatiewoningen. figuur 2-5 Su rv ival ra t e van huurders van co rpo ratiewoningen in Ams te rdam, naar woonduur en aantal kame rs 100% 98% 96% 94% 92% 90% 88% 86% 84% 82% 1 of 2 kamers 3 kamers 4 of meer kamers 80%
11 Cumulatieve survival rate figuur 2-6 Cu multatieve s urv iva l rate van huurders van corpo ratiewon ingen in Ams te rdam, naar woonduur en aanta l kame rs 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 1 of 2 kamers 3 kamers 4 of meer kamers 20% 10% 0% Het omgekeerde van de survival rate is de kans dat de huurder verhuist en de woning vrijkomt: de mutatiekans. Deze kans vormt de basis voor het simulatiemodel dat we in hoofdstuk 3 gebruiken om de effecten van huurcontracten voor bepaalde tijd in beeld te brengen. Het inzicht in de woonduur heeft ons geleerd dat het verstandig is om daarbij onderscheid te maken naar aantal kamers van de woning. 7
12 3 Effectverkenning In het vorige hoofdstuk hebben we een inschatting gemaakt van de kans dat een huurder van een corporatiewoning na verloop van tijd verhuist en de woning vri j- komt. Op basis van deze mutatiekansen hebben we een simulatiemodel ingericht waarin de instroom en uitstroom in de sociale huursector simuleren. In dit hoofdstuk geven we een korte toelichting op het model en laten vervolgens de resultaten van verschillende beleidsscenario s zien. 3.1 Het simulatiemodel De basis van het model wordt gevormd door een simulatie van de huidige dynamiek in de sociale huursector. We beginnen in jaar t=0 met de huidige woningvoorraad die bewoond wordt door huurders met een geschatte woonduurverdeling. Op basis van de kans dat een huurder met een bepaalde woonduur verhuist, laten we huurders verhuizen en daarmee woningen vrijkomen. De verhuurder kan de woningen vervolgens opnieuw verhuren of kiezen voor verkoop of sloop. Op basis van cijfers uit de jaarboeken van de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties schatten we dat ongeveer 1 op 6 vrijkomende woningen (17%) aan de huurvoorraad wordt onttrokken. Wanneer de vrijkomende woningen opnieuw worden verhuurd, komen er huurders in met een woonduur van 0. In de volgende jaren (t = 1, 2, 3, etc.) doen we hetzelfde. Elk jaar krijgen de huurders er een jaar woonduur bij en wordt opnieuw bepaald welke huurders verhuizen. Om het effect van huurcontracten voor bepaalde tijd in beeld te kunnen brengen hebben we een knop in het model ingebouwd, waarmee we de huurcontracten na 5 of 10 jaar woonduur kunnen beëindigen. De kans dat een huurder met deze woo n- duur verhuist, wordt dan 100%. De output van het model laat vervolgens zien welk effect dit heeft op de mutatiegraad en het aantal woningen dat verhuurd kan worden. De huurcontracten voor bepaalde tijd zullen voor een beperkt deel van het aanbod gelden. In het model kunnen we het percentage van de woningen met een beperkte contractduur variëren. Dit kan per aanbodsegment, waarbij we onderscheid maken naar aantal kamers (1 of 2; 3; 4 of meer). Dit is van belang, omdat a) vooral kleine woningen zullen worden verhuurd met een huurcontract voor bepaalde tijd (zie Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.) en b) de mutatiekansen groter zijn naarmate het aantal kamers kleiner is (zie 2.2). Door in het model per aanbodsegment in stellen hoeveel procent van het v erhuurbare aanbod met een huurcontract voor bepaalde tijd wordt verhuurd en met welke contractduur (5 of 10 jaar), kunnen we de effecten van verschillende beleidsscenario s laten zien. De output van het model bestaat uit de ontwikkeling van de mutatiegraad, het verhuurbare aanbod en de samenstelling van de groep huishoudens die na afloop van de contractduur moet verhuizen. N.B. De uitkomsten moeten niet gelezen worden als 8
13 voorspelling van de toekomst maar als een beperkte verkenning van effecten, waarbij overige ontwikkelingen zoveel mogelijk buiten beschouwing zijn gelaten. 3.2 Beleidsscenario s Uitgangspunt voor alle beleidsscenario s is dat één op de zes vrijkomende huurwoni n- gen wordt verkocht of gesloopt en dat ongeveer een derde van het resterende aa n- bod met een contract voor bepaalde tijd wordt verhuurd. Nieuwbouw blijft in deze effectverkenning buiten beschouwing: we richten ons op de bestaande voorraad in In deze rapportage hebben we ervoor gekozen de effecten van 4 beleidsscenario s te laten zien en deze af te zetten tegen een 0-scenario dat uitgaat van de huidige situatie (zie tabel 3-1). In de scenario s 1, 2 en 3 worden de huurcontracten voor bepaalde tijd voor maximaal 5 jaar afgesloten, bij scenario 4 bedraagt de contractduur 10 jaar. Verder verschillen de scenario qua samenstelling van het aanbod dat met een huurcontract voor bepaalde tijd wordt verhuurd. tabel 3-1 Be le idsscena rio s naar contractduu r en percentage huurcont racten voor bepaalde t ijd per aanbodsegment Scenario Contractduur 1 en 2 kamers 3 kamers 4 kamers totaal 0 n.v.t. 0% 0% 0% 0% 1 5 jaar 100% 0% 0% 43% 2 5 jaar 50% 50% 0% 39% 3 5 jaar 33% 33% 33% 33% 4 10 jaar 33% 33% 33% 33% 3.3 Effecten op de dynamiek In figuur 3-1 t/m figuur 3-5 is voor elk scenario s de toekomstige ontwikkeling van de mutatiegraad en het aantal verhuringen weergegeven, uitgesplitst naar aantal k a- mers. In het nulscenario blijft de mutatiegraad vrijwel constant. Dat geldt niet voor het aa n- tal verhuringen, omdat één op de zes vrijkomende huurwoningen aan de huurvoo r- raad wordt onttrokken. Hierdoor daalt het huuraanbod tot 2040 met meer dan 25%, van ruim woningen naar bijna In scenario 1 worden alle 1- en 2-kamerwoningen met een huurcontract van vijf jaar verhuurd. In figuur 3-2 is te zien dat na vijf jaar de eerste contracten worden beëi n- digd en de mutatiegraad begint te stijgen. Ondanks het feit dat 1- en 2- kamerwoningen relatief vaak vrijkomen, duurt het lang voordat de hele voorraad van deze woningen met een huurcontract voor bepaalde tijd wordt verhuurd. De mutatiegraad stijgt uiteindelijk van bijna 10% in 2013 naar 22% in Het aantal verhuurde 1- en 2-kamerwoningen verdubbelt hierdoor. Na 2028 stijgt het aanbod niet meer, omdat het effect van de stijgende mutatiegraad op termijn teniet gedaan wordt door de krimpende huurvoorraad. 9
14 In scenario 2 wordt de helft van alle woningen met 1, 2 of 3 kamers met een huurcontract van vijf jaar verhuurd. In figuur 3-3 is te zien dat de mutatiegraad van deze aanbodsegmenten stijgt, maar minder snel dan wanneer 100% van deze woni ngen met een huurcontract voor bepaalde tijd worden verhuurd. Het totale aantal verhuringen stijgt iets meer dan in scenario 1, omdat 3-kamerwoningen minder vaak vanzelf binnen 5 jaar vrijkomen dan 1- en 2-kamerswoningen. Net als in scenario 1 bereikt het aanbod in 2028 het hoogtepunt. In scenario 3 wordt in alle drie de aanbodsegmenten een derde van de woningen met een huurcontract van vijf jaar verhuurd. In figuur 3-4 is dan ook te zien dat de mutatiegraad in alle drie de segmenten stijgt. Omdat grotere woningen minder vaak vrijkomen duurt het wat langer voordat het effect van de huurcontracten voor bepaalde tijd in het aanbod terug te zien is. Het aanbod aan 1- en 2-kamerwoningen komt in 2040 lager uit dan in 2013, bij het aanbod aan 3- en 4-kamerwoningen geldt het omgekeerde. Scenario 4 ten slotte is gelijk aan scenario 3, met uitzondering van de contractduur: die is 10 jaar in plaats van 5 jaar. In figuur 3-5 is te zien dat de huurcontracten voor bepaalde tijd in dit scenario logischerwijs pas na 10 jaar effect hebben. De langzaam toenemende mutatiegraad kan de krimp van de huurvoorraad niet compenseren. Alleen bij de woningen met 4 kamers of meer neemt het aanbod toe ten opzichte van figuur 3-1 Effec t scena rio 0 op mu tatiegraad en huu raanbod naar aanbodseg ment 10
15 figuur 3-2 Effec t scena rio 1 op mu tatiegraad en huu raanbod naar aanbodseg ment figuur 3-3 Effec t scena rio 2 op mu tatiegraad en huu raanbod naar aanbodseg ment figuu r 3-4 Effect scena r io 3 op mutatieg raad en hu uraanbod naar aanbodseg ment 11
16 figuur 3-5 Effec t scena rio 4 op mu tatiegraad en huu raanbod naar aanbodseg ment 3.4 Einde contractduur De bovenstaande effecten op de dynamiek zijn het gevolg van verhuizingen van hui s- houdens die zonder de huurcontracten voor bepaalde tijd in de woning zouden blijven wonen. In figuur 3-6 t/m figuur 3-9 is per scenario te zien om wat voor huishoudens het gaat. figuur 3-6 Leef tijd en sa m enstelling huishoudens d ie mo et en v erhu izen, scen ario 1 16% 3% 14% 21% 30% 33% 0-34 jaar jaar jaar 65 jaar en ouder 72% 5% 6% Stellen Gezinnen Eenoudergezinnen Alleenwonenden Rest figuur 3-7 Leef tijd en sa m enstelling huishoudens d ie moet en v erhu izen, scen ario 2 22% 17% 28% 0-34 jaar jaar jaar 65 jaar en ouder 58% 4% 15% 11% 12% Stellen Gezinnen Eenoudergezinnen Alleenwonenden Rest 33% 12
17 figuur 3-8 Leef tijd en sa m enstelling huishouden s d ie moet en v erhu izen, scen ario 3 23% 14% 38% 25% 0-34 jaar jaar jaar 65 jaar en ouder 46% 7% 14% 15% 18% Stellen Gezinnen Eenoudergezinnen Alleenwonenden Rest figuur 3-9 Leef tijd en sa m enstelling huishoudens d ie moet en v erhu izen, scen ario 4 31% 18% 8% 43% 0-34 jaar jaar jaar 65 jaar en ouder 47% 6% 13% 16% 18% Stellen Gezinnen Eenoudergezinnen Alleenwonenden Rest Uit de figuren komt het volgende beeld. In scenario 1, waarin alle kleine woningen met een huurcontract voor bepaalde tijd worden verhuurd, bestaat een relatief groot deel van de huishoudens die moeten verhuizen uit jonge alleenstaanden. Dat komt omdat deze groep vaak in kleine woningen woont. Wanneer ook grotere woningen met een huurcontract van vijf jaar worden aangeboden, zoals in scenario 2 en 3, zullen meer stellen en gezinnen in de leeftijd tussen 35 en 65 jaar tegen het einde van de contractduur aanlopen. Het meest opvallende verschil is tussen scenario 3 en 4. In beide gevallen wordt in alle aanbodsegmenten een derde van de woningen met een huurcontract voor bepaalde tijd verhuurd: in scenario 3 voor 5 jaar en in scenario 4 voor 10 jaar. De hui s- houdensamenstelling van de huurders die moeten vertrekken is in beide scenario s vrijwel gelijk, maar de leeftijdsverdeling is erg verschillend: in scenario 4 is het aa n- deel jongeren veel kleiner dan in scenario 3. Dit verschil heeft twee oorzaken. In de eerste plaats geldt: hoe langer de contractduur, hoe groter de kans dat een jongere door ouder worden een leeftijdsklasse is opgeschoven. In de plaats zijn jongeren minder honkvast en verhuizen ze eerder uit zichzelf naar een andere woning. Jongeren lopen dus minder vaak tegen het einde van hun contractduur aan dan oudere huishoudens. 13
18 4 Conclusies Op basis van de voorgaande hoofdstukken kunnen we een aantal conclusies trekken. Uit de cijfers over de woonduur van huurders (hoofdstuk 2) komt het volgende beeld naar voren: Bijna de helft van de bewoners van corporatiewoningen in Amsterdam woont al 10 jaar of langer in dezelfde corporatiewoning. Vooral ouderen hebben vaak een lange woonduur. Kleine corporatiewoningen worden minder lang bewoond dan grote corporati e- woningen: 38% van de huurders van 1- en 2-kamerwoningen woont er minder dan 5 jaar. Naarmate huurders langer in een corporatiewoning wonen, wordt de kans dat ze binnen een jaar verhuizen kleiner. De effectverkenning van de huurcontracten voor bepaalde tijd (hoofdstuk 3) heeft de volgende bevindingen opgeleverd: Bij ongewijzigd beleid neemt het aantal verhuringen steeds verder af, omdat de voorraad krimpt als gevolg van verkoop en sloop, tenzij deze gecompenseerd wordt door nieuwbouw. Huurcontracten van vijf jaar kunnen de mutatiegraad fors verhogen, van ongeveer 7% naar ruim 10%. Het effect hiervan is pas op langere termijn in volle omvang te zien, omdat het een tijd duurt voordat een substantieel deel van de voorraad met een huurcontract voor bepaalde tijd is verhuurd. Grotere woningen hebben op dit moment een lagere mutatiegraad. Daardoor duurt het bij deze woningen langer voordat het effect van de huurcontracten voor bepaalde tijd zichtbaar is. Om dezelfde reden is het uiteindelijke effect op de dynamiek bij grote woningen groter dan bij kleinere woningen. Wanneer vooral kleine woningen met een huurcontract voor bepaalde tijd worden verhuurd, lopen met name jonge alleenstaanden het risico om na afloop van hun contract te moeten verhuizen, terwijl het bij grotere woningen vaker om huishoudens in de gezinsfase zal gaan. Naarmate de contractduur langer is, zullen huishoudens (en met name jongeren) vaker uit zichzelf al zijn verhuisd en hebben de huurcontracten voor bepaalde tijd minder effect op de dynamiek. 14
Woonruimteverdeling in Breda
RIGO Research en Advies BV De bewoonde omgeving www.rigo.nl EINDRAPPORT Woonruimteverdeling in Breda De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij RIGO Research en Advies. Het gebruik van cijfers en/of
Effecten voorstel verlengen periode tijdelijk behoud inschrijfduur na verhuizing van twee naar vijf jaar
Effecten voorstel verlengen periode tijdelijk behoud inschrijfduur na verhuizing van twee naar vijf jaar 1 Aanleiding Bij behandeling van het beleidsvoorstel Actualisatie Woonruimteverdeling op 16 oktober
Naar een woonvisie voor Waterland
Naar een woonvisie voor Waterland Informatieavond Raad 29 oktober 2015 de ruyterkade 112 1011ab amsterdam www.rigo.nl OPZET 1. Welkom en opening door de wethouder 2. Naar een woonvisie voor Waterland 3.
RESULTATEN WOONONDERZOEK PURMEREND UPDATE MAART 2015
Inhoud 1. Woningvoorraad 2 2. Huishoudens 4 3. Huishoudens in woningen 5 4. Verhuizingen 8 5. Verhuiswensen doorstromers 10 6. Verhuiswensen starters 14 7. Woonruimteverdeling 15 Inleiding Er is heel veel
Woonruimteverdeling 2015 2 Woningstichting Putten. Opening Schauwplein
Samenvatting In 2015 leverden wij 39 appartementen op aan het Schauwplein te Putten. De belangstelling voor de woningen was groot en leidde tot doorstroming. Wij sloten in 2015 inclusief deze nieuwbouw
7. Effect crisis op de woningmarkt- dynamiek. Auteur Remco Kaashoek
7. Effect crisis op de woningmarkt- dynamiek Auteur Remco Kaashoek De dynamiek op de koopwoningmarkt is tussen 2007 en 2011 afgenomen, terwijl die op de markt voor huurwoningen licht is gestegen. Het aantal
Doelgroepen TREND A variant
Doelgroepen TREND A variant Kleidum Socrates 2013 Doelgroepen 3 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 5 1.1 Doelgroepen en Socrates... 5 1.2 Werkgebieden... 6 2 Doelgroepen en bereikbare voorraad... 7 2.1 Ontwikkeling
Kengetallen woningtoewijzing in de gemeente Utrecht
Kengetallen woningtoewijzing in de gemeente Utrecht Stand van zaken zomer 2014 Inleiding Op dit moment volstrekt zich een grote verandering binnen de sociale huursector. Dit is het gevolg van het huidige
Meer kansen, keuze en dynamiek?
RIGO Research en Advies Woon- werk- en leefomgeving www.rigo.nl CONCEPT Meer kansen, keuze en dynamiek? Update evaluatie woonruimteverdeling Gooi en Vechtstreek De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust
Tijdelijke Verhuur en Beschikbaarheid. Beleidsmotieven, effecten, kansen en Tineke Lupi. bedreigingen
Tijdelijke Verhuur en Beschikbaarheid Beleidsmotieven, effecten, kansen en Tineke Lupi bedreigingen Steven Kromhout (RIGO) Yvonne Grooten (Grooten Advies & Management) Hanneke Schreuders (Platform31) Thierry
16 Jaarbericht 2016 // Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties
Tabellen en figuren Nieuwe wooncontracten, aanbiedingsafspraken en kwetsbare groepen Jaarbericht 2016 16 Jaarbericht 2016 // Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties Amsterdam in cijfers 2016 Deze tabellen
Verkenning vrije sector huurwoningmarkt in Rotterdam
Verkenning vrije sector huurwoningmarkt in Rotterdam Samenvatting De vrije sector huurmarkt staat de laatste jaren steeds meer in de belangstelling van beleggers, ontwikkelaars en gemeenten. De gemeente
Fact sheet Wonen in Almere. Kerncijfers
Fact sheet Wonen in Kerncijfers SRA- Noord SRA-Zuid Amsterdam* huishoudens (abs. bron: CBS/OIS) 8.79 43.2 4.9.8 Woningvoorraad (abs. bron: CBS/OIS) 78.33 42.93 4.347 47.9 Aantal respondenten enquête..73.77
Rapportage Woonruimteverdeling 2012. Stadsregio Amsterdam
Rapportage Woonruimteverdeling 2012 Stadsregio Amsterdam 1 2 Inhoudsopgave Samenvatting en conclusie... 5 Kengetallen 2010-2012... 7 1 Voorraad en verhuringen in de sociale huursector... 8 1.1 Media en
RIGO Research en Advies BV De bewoonde omgeving www.rigo.nl. De doelgroep in Breda
RIGO Research en Advies BV De bewoonde omgeving www.rigo.nl De doelgroep in Breda De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij RIGO Research en Advies. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting
Rapportage woonruimteverdeling Stadsregio Amsterdam Stadsregio Amsterdam
Rapportage woonruimteverdeling Stadsregio Amsterdam 2014 Stadsregio Amsterdam Inhoudsopgave Pagina 4 Samenvatting en conclusie Interactief schermdocument Pagina 7 Inleiding Pagina 8 1 Pagina 12 1.1 Media
Samenvatting 3. Inleiding 5. 1 Opgeleverde nieuwbouwwoningen 7
INHOUD Samenvatting Inleiding 5 1 Opgeleverde nieuwbouwwoningen 7 De bewoners van de nieuwbouwwoningen 9.1 Nieuwbouw naar bewonerstype 9. Herkomst vestigers 10. Nieuwbouw naar eigendomsverhouding 11.4
Stadsregio Amsterdam
Monitor betaalbare voorraad Stadsregio Amsterdam 2014 Stadsregio Amsterdam Interactief schermdocument PAGINA 5 Inleiding 6 1 De woningvoorraad 7 7 7 1.1 Corporatiebezit 1.2 Woningen naar woningtype 1.3
Woningbehoefte onderzoek
Woningbehoefte onderzoek Prognose woningbehoefte Amersfoort tot 2015 Gemeente Amersfoort Sector Dienstverlening, Informatie en Advies (DIA) Afdeling Onderzoek en Statistiek Marc van Acht Uitgave en rapportage:
Tabellen en figuren 2018 Amsterdam in cijfers
Tabellen en figuren 2018 Amsterdam in cijfers Jaarbericht 2018 18 Jaarbericht 2018 // Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties Amsterdam in cijfers 2018 Deze tabellen en figuren horen bij het Jaarbericht
Woonlastenonderzoek regio Zuid-Holland Zuid
RAPPORT 03-06-2014 RIGO Research en Advies Woon- werk- en leefomgeving www.rigo.nl Woonlastenonderzoek regio Zuid-Holland Zuid De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij RIGO. Het gebruik van cijfers
Fact sheet Wonen in Amsterdam 2017
Fact sheet Wonen in Amsterdam 2017 Amsterdam in het kort Er wonen 462.000 huishoudens in Amsterdam. Amsterdam telt relatief veel alleenwonenden, 49% van de huishoudens woont alleen. Gemiddeld ligt dit
Rapportage woonruimteverdeling Wachttijd voor een huurwoning loopt verder op. Eerste helft 2016
Rapportage woonruimteverdeling Wachttijd voor een huurwoning loopt verder op. Eerste helft 2016 Samenvatting In de eerste helft van 2016 leverden wij geen nieuwe woningen op. Dat zie je terug in de slaagkansen
Stedelijke ontwikkeling
Woningvoorraad 373 Stedelijke ontwikkeling.1.2.3.4 Woningvoorraad Woningmarkt Huisvesting Vastgoed Amsterdam in cijfers 20 374 Stedelijke ontwikkeling Amsterdam telt op 1 januari 20 398.565 woningen, 1.543
Bijlagen bij: Woonagenda Aalsmeer 2016 2020
Bijlagen bij: Woonagenda Aalsmeer 2016 2020 Bijlage 1: Vraag en Aanbod woningmarkt Aalsmeer Bijlage 2: Kaart Woningbouwprojecten Bijlage 3: Woonfonds Aalsmeer Bijlage 1: Vraag & aanbod woningmarkt Aalsmeer
Rapportage Woonruimteverdeling 2013 Stadsregio Amsterdam
Rapportage Woonruimteverdeling 2013 Stadsregio Amsterdam Stadsregio Amsterdam Rapportage Woonruimteverdeling 2013 Stadsregio Amsterdam Pagina 4 Samenvatting en conclusie Pagina 7 Inleiding Rapportage woonruimteverdeling
Beantwoording art 33 vragen bereikbare en betaalbare voorraad sociale huurwoningen
Beleid Uw contact F (020) 540 45 59 [email protected] Fractie Groen Links T.a.v. T. van Wijnen en M. Kortekaas Postbus 4, 1180 BA Amstelveen Vermeld bij reactie ons kenmerk en datum van deze brief
Fact sheet Wonen in Amstelveen. Kerncijfers
Fact sheet Wonen in Amstelveen Kerncijfers Amstelveen SRA- Noord SRA-Zuid Amsterdam* totaal huishoudens (abs. bron: CBS/OIS) 42.33 43.2 4. 3.8 Woningvoorraad (abs. bron: CBS/OIS) 42.73 42.3 4.347 4. Aantal
Fact sheet. Dienst Wonen, Zorg en Samenleven. Eigen woningbezit 1e en 2e generatie allochtonen. Aandeel stijgt, maar afstand blijft
Dienst Wonen, Zorg en Samenleven Fact sheet nummer 1 januari 211 Eigen woningbezit 1e en Aandeel stijgt, maar afstand blijft Het eigen woningbezit in Amsterdam is de laatste jaren sterk toegenomen. De
Woonruimteverdeling
RIGO Research en Advies Woon- werk- en leefomgeving www.rigo.nl EINDRAPPORT Woonruimteverdeling 2015-2017 Evaluatie woonruimteverdeling Gooi en Vechtstreek De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust
Omvang doelgroep en omvang kernvoorraad in 2008
Omvang doelgroep en omvang kernvoorraad in 2008 Van: college van BenW Aan: commissie RF 1. Inleiding In de op 8 juli 2004 gesloten prestatieafspraken tussen de gemeente Helmond en de Helmondse corporaties
RIGO Research en Advies BV De bewoonde omgeving www.rigo.nl Rapportage woningbouwplannen Stadsregio Amsterdam
RIGO Research en Advies BV De bewoonde omgeving www.rigo.nl Rapportage woningbouwplannen Stadsregio Amsterdam o.b.v. monitor plancapaciteit woningbouw 2012 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust
Brief van de minister voor Wonen en Rijksdienst
27926 Huurbeleid Nr. 216 Herdruk 1 Brief van de minister voor Wonen en Rijksdienst Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 21 maart 2014 Hierbij doe ik u het volgende toekomen:
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 156 Voorstel van wet van het lid Schouten tot wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Huisvestingswet 2014 en de Woningwet (aanvulling
Verhuisplannen en woonvoorkeuren
Verhuisplannen en woonvoorkeuren Burgerpeiling Woon- en Leefbaarheidsmonitor Eemsdelta 2015 Bevolkingsdaling ontstaat niet alleen door demografische ontwikkelingen, zoals ontgroening en vergrijzing of
VIJF KEUZES VOOR DE BEWONERS VAN DE GROENE WONINGEN IN DE ZEEHELDENBUURT
VIJF KEUZES VOOR DE BEWONERS VAN DE GROENE WONINGEN IN DE ZEEHELDENBUURT Beste bewoner, In dit boekje leest u welke vijf keuzes u heeft als bewoner van de te slopen woningen in de Zeeheldenbuurt. Mocht
WONINGBEHOEFTEONDERZOEK WIERINGEN
WONINGBEHOEFTEONDERZOEK WIERINGEN 14 december 2017 Publieksversie Joost Wegstapel Dave Havermans Australiëlaan 5, 3526 AB Utrecht 030 693 60 00 [email protected] www.atrive.nl KvK: 17106411 Aanleiding van
RIGO Research en Advies Woon- werk- en leefomgeving www.rigo.nl. Woningbehoefte voor de wijk Marickenzijde in De Ronde Venen
RIGO Research en Advies Woon- werk- en leefomgeving www.rigo.nl Woningbehoefte voor de wijk Marickenzijde in De Ronde Venen De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij RIGO. Het gebruik van cijfers
Schaarste in de regio Utrecht
RIGO Research en Advies Woon- werk- en leefomgeving www.rigo.nl CONCEPT Schaarste in de regio Utrecht Onderbouwing voor de nieuwe huisvestingsverordening De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij
Notitie 2012-04 > Verhuringen 2007-2012 > via Woonnet Rijnmond
Notitie -04 > Verhuringen - > via Woonnet Rijnmond Datum 4 juli 2013 Voor Maaskoepel Door Explica Explica > Beukelsdijk 106a > 3022 DK Rotterdam www.explica.nl > e. [email protected] > t. 010 2236820 01
Meer huur voor minder huis. Gereguleerde huren in de commerciële sector
Meer huur voor minder huis Gereguleerde huren in de commerciële sector Gereguleerde huren in de commerciële sector Meer huur voor minder huis AANLEIDING Corporaties en commerciële verhuurders bieden beiden
NAAR EEN NIEUW WOONRUIMTEVERDEELSYSTEEM. Technische sessie 09 oktober 2018
NAAR EEN NIEUW WOONRUIMTEVERDEELSYSTEEM Technische sessie 09 oktober 2018 AGENDA 1. De regio en woonruimteverdeling 2. Woonruimteverdeling nu 3. Feiten en cijfers 4. Waarom herzien? 5. Hoe pakken we dit
Onderzoek kleine kernen
Gemeente Kampen Onderzoek kleine kernen 1 maart 2012 Projectnr. 166.106/G Boulevard Heuvelink 104 6828 KT Arnhem Postbus 1174 6801 BD Arnhem Telefoon (026) 3512532 Telefax (026) 4458702 E-mail Internet
Presentatie bewoners Gele Lisstraat. 29 januari 2019
Presentatie bewoners Gele Lisstraat 29 januari 2019 2 Doel en inhoud presentatie Presentatie uitkomst individuele gesprekken bewoners januari 2019 (Kevin Groot) Besluitvorming vernieuwing Gele Lisstraat
jaarbericht 2019 Amsterdam in cijfers Tabellen en figuren 2019 amsterdamse federatie van woningcorporaties Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties
jaarbericht 219 Amsterdam in cijfers Tabellen en figuren 219 18 amsterdamse federatie van woningcorporaties Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties 1 Amsterdam in cijfers 219 Deze tabellen en figuren
Studentenmonitor Leeuwarden 2010 Nathan Rozema Leeuwarden Studiestad (1) Laagland advies i.o.v. Ministerie van VROM, april 2010 Doelstelling Leeuwarden om in top 3 HBO-steden te komen Met het oog daarop
Ik zoek een woning. Woonwensen staan voorop
Ik zoek een woning Woonwensen staan voorop Wij verhuren zo n 2.200 woningen in alle kernen van de gemeente Laarbeek. In soorten en maten, goed, gevarieerd en betaalbaar. Voor gezinnen, stelletjes en alleenstaanden.
MK2015. Rapportage Woonruimteverdeling 2015 Stadsregio Amsterdam. Stadsregio Amsterdam
MK215 Rapportage Woonruimteverdeling 215 Stadsregio Amsterdam Stadsregio Amsterdam Inhoudsopgave Inleiding pagina 2 Samenvatting en conclusies pagina 3 Interactief s c h e r m d o c u m e n t Inleiding
Verhuisonderzoek Drechtsteden
Verhuisonderzoek Kenmerken van de verhuizingen en de verhuisredenen? Inhoud: 1. Conclusies 2. Verhuissaldo 3. Huishoudengroepen 4. Inkomensgroepen 5. Kenmerk en prijs woning 6. Woningvoorraad 7. Vertrekredenen
Op 19 mei 2014 stelde u ons college schriftelijke vragen over de verkoop van huurwoningen door Vestia.
De heer P. Beeldman Westeinde 12 2841 BV MOORDRECHT ** verzenddatum 27 mei 2014 onderwerp uw kenmerk bijlage afdeling VROM behandeld door J.D. Lindeman telefoon 0180-639976 Geachte heer Beeldman, Op 19
Kerncijfers 339. 10.1 Woningvoorraad 10.2 Woningmarkt 10.3 Huisvesting 10.4 Vastgoed. Amsterdam in cijfers 2014
Kerncijfers 339 Stedelijke ontwikkeling en wonen.1 Woningvoorraad.2 Woningmarkt.3 Huisvesting.4 Vastgoed Amsterdam in cijfers 2014 340 Stedelijke ontwikkeling en wonen De Amsterdamse woningvoorraad telt
Rapportage Woonruimteverdeling Stadsregio Amsterdam
Rapportage Woonruimteverdeling 2011 Stadsregio Amsterdam 2 Inhoudsopgave Samenvatting en conclusies... 4 1 Kengetallen 2009-2011... 7 2 Voorraad en verhuringen in de sociale huursector... 8 2.1 Verhuringen
Voordracht voor de raadsvergadering van <datum raadsvergadering>
Voordracht voor de raadsvergadering van Jaar 2011 Publicatiedatum * Agendapunt * Datum indiening 30 juni 2011 Tekst wordt gepubliceerd in Onderwerp Initiatiefvoorstel van de raadleden
Betty Boerman en Inge Huiskers, Regio Gooi en Vechtstreek. Sjoerd Zeelenberg en Elien Smeulders, RIGO Research en Advies
M e m o Aan: Van: Onderwerp: Project: Betty Boerman en Inge Huiskers, Regio Gooi en Vechtstreek Sjoerd Zeelenberg en Elien Smeulders, RIGO Research en Advies Nadere profilering doelgroepen P27770 Datum:
Wonen. Woningvoorraad. De buurt Nieuw Waldeck ligt in stadsdeel 1 Loosduinen en heeft inwoners.
Wonen De buurt Nieuw Waldeck ligt in stadsdeel 1 Loosduinen en heeft 7.055 inwoners. Woningvoorraad De gemeente telde op 1 januari 2011 237.789 woningen, Buurt: 40 Nieuw Waldeck telde op dat moment 3.232
2 In het kort: onderzoek en analyse
2 In het kort: onderzoek en analyse In dit hoofdstuk worden de belangrijkste uitkomsten van het onderzoeksrapport De woningmarkt in West-Brabant en Tholen, 2012 weergegeven. In de eerste paragraaf volgt
Bemiddelingsysteem. Woningen te huur
Bemiddelingsysteem Woningen te huur Verantwoording Service- en dienstverlening Huidige situatie Optiemodel: woningzoekenden nemen opties en op basis van inschrijfduur komt men in de optierij. Toewijzing
Effecten van woonwaarde
Effecten van woonwaarde In opdracht van Vereniging van woningcorporaties Holland Rijnland Steven Kromhout Kees Leidelmeijer november 2005 Rapportnummer: 90720 RIGO Research en Advies BV De Ruyterkade 139
