Handelen na handletsel
|
|
|
- Sonja Sylvia Bogaerts
- 8 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Handelen na handletsel De DVD als voorlichtingsmiddel bij flexorpeesletsel Carry Rademaker Wilma van Tol April 2006 In opdracht van: Handenteam Revalidatie Friesland Opleiding ergotherapie / Hogeschool van Amsterdam
2
3 Handelen na handletsel De DVD als voorlichtingsmiddel bij flexorpeesletsel Auteurs Carry Rademaker Wilma van Tol Procesbegeleiding Marjan Stomph April 2006 Inhoudelijke begeleiding Sjoukje Oldersma (fysiotherapeute) Helena Pen-Drost (ergotherapeute) In opdracht van Handenteam Revalidatie Friesland Opleiding ergotherapie / Hogeschool van Amsterdam Trefwoorden: Voorlichting; Voorlichtingsmiddelen; DVD; Handletsel. Flexorpeesletsel 2006 Hogeschool van Amsterdam
4
5 Voorwoord Dit verslag is geschreven in het kader van de opleiding ergotherapie aan de Hogeschool van Amsterdam. Graag willen wij iedereen bedanken die een bijdrage heeft geleverd aan het tot stand komen van deze afstudeeropdracht, die is uitgevoerd bij Revalidatie Friesland. Helena Pen-Drost en Sjoukje Oldersma waren onze contactpersonen vanuit Revalidatie Friesland. Wij danken hen voor de geboden inhoudelijke ondersteuning. Verder gaat onze dank uit naar Gosse Nieuwland voor de opnamen en Oege Kooyker voor het drukwerk van de DVD-omslag. Ook de therapeuten van het handenteam Revalidatie Friesland en de revalidanten bedanken we voor hun medewerking tijdens interviews en opnamen. Vanuit de Hogeschool van Amsterdam zijn wij Marjan Stomph, onze docent begeleider zeer dankbaar voor haar wijze raad, steun en inzet. Wij hebben de samenwerking met haar als erg prettig ervaren. Jeroen Wolf bedanken we omdat hij ons uit de brand geholpen heeft bij de montage van de DVD. Speciale dank gaat uit naar het thuisfront voor zoveel geduld en ondersteuning. Carry Rademaker Wilma van Tol
6
7 Inhoudsopgave Voorwoord... 5 Inleiding Probleemdefinitie Aanleiding Huidige situatie Gewenste situatie Programma van Eisen Flexorpeesletsel Algemeen Werkwijze Revalidatie Friesland Voorlichting Voorlichting Voorlichtingsmiddelen DVD als middel Ontwerp DVD flexorpeesletsel Didactische Analyse Ontwerp Realisatie Test, implementatie en beheer Aanbevelingen voor evaluatie Conclusies en aanbevelingen Conclusies Aanbevelingen Samenvatting Nawoord Bronvermelding Bijlagen Bijlage 1 Interviewvragen therapeuten Bijlage 2 Interviewvragen revalidanten Bijlage 3 Menustructuur Bijlage 4 Opnameschema DVD Flexorpeesletsel Bijlage 5 Draaiboek Flexorpeesletsel... 83
8
9 Inleiding Het handenteam van Revalidatie Friesland heeft behoefte aan uitbreiding van de huidige voorlichting aan revalidanten met handletsel. Het betreft met name het instrueren van de oefeningen aan revalidanten. Om het belang van het uitvoeren van deze oefeningen te benadrukken, krijgt het informeren over de werking van de hand ook de aandacht. Voor ondersteuning van de bestaande mondelinge en schriftelijke instructie is gekozen voor een DVD. Dit is een modern medium met als voordeel dat beeld en geluid gecombineerd kunnen worden. Daarnaast is het voor de revalidant mogelijk de informatie en/of instructie op ieder gewenst moment thuis te herhalen. Vraagstelling Maak een DVD voor revalidanten met flexorpeesletsel met informatie en instructie rondom dit letstel ter ondersteuning van de huidige voorlichting van het handenteam Revalidatie Friesland. Handenteam Revalidatie Friesland Revalidatie Friesland heeft in het Medisch Centrum Leeuwarden een afdeling voor poliklinische behandeling. Deze afdeling is onder andere gespecialiseerd in de behandeling van handletsel. Een team van deskundigen biedt een behandeling aan met behulp van een speciaal programma. Dit team bestaat uit een revalidatie arts, een plastisch chirurg, ergotherapeuten en fysiotherapeuten. Indien gewenst kan een maatschappelijk werker of psycholoog ingeschakeld worden. Doel van de revalidatiebehandeling na handletsel is dat, naast het herstel van de lichamelijke stoornissen, de dagelijkse werkzaamheden weer zo goed mogelijk door de revalidant uitgevoerd kunnen worden. Het project Ergotherapeuten en fysiotherapeuten van het handenteam Revalidatie Friesland hebben in samenwerking met de opleiding ergotherapie van de Hogeschool van Amsterdam het initiatief genomen aandacht te besteden aan eerdergenoemde vraagstelling. Rekening houdende met de duur van het project (tien weken) is ervoor gekozen de doelgroep te beperken tot revalidanten met flexorpeesletsel. Een deel van de informatie en instructie is echter zo algemeen dat deze gebruikt kan worden voor revalidanten met andere handletsels. Het ontwerp, de realisatie en het gebruik van de DVD voor revalidanten met flexorpeesletsel vormen een pilot. Evaluatie door het handenteam en revalidanten zal uit moeten wijzen of verdere implementatie mogelijk en wenselijk is. Dit verslag bevat aanbevelingen voor een evaluatieopzet. Uitvoering van de evaluatie valt onder verantwoordelijkheid van de opdrachtgever. Naast aanbevelingen voor evaluatie bevat dit document aanbevelingen voor voorlichting binnen het handenteam naast de DVD. De gemaakte keuzes en gedachtegangen zijn beschreven en onderbouwd met literatuur. Handelen na handletsel 9 April 2006 Inleiding
10 Dit product In dit document is de voorbereiding, het ontwerp en de realisatie van de DVD beschreven. Hoofdstuk 1 bevat de aanleiding van dit project. Daarnaast beschrijft dit hoofdstuk de resultaten van een oriëntatie op de huidige en gewenste situatie. Hiervoor is het aanwezige voorlichtingsmateriaal binnen het handenteam geanalyseerd. Daarnaast zijn zowel revalidanten als therapeuten geïnterviewd. Op basis van de resultaten is een programma van eisen opgesteld. Hoofdstuk 2 gaat in op voorlichting bij flexorpeesletsel. In het kort wordt ingegaan op dit letsel en de behandeling hiervan. In hoofdstuk 3 over voorlichting staat een model beschreven, waarmee binnen Revalidatie Friesland gewerkt wordt. Er is een aparte paragraaf over verschillende voorlichtingmaterialen, waarbij voornamelijk op de DVD als voorlichtingsmateriaal wordt ingegaan. Hoofdstuk 4 beschrijft het ontwerp en de realisatie van de DVD. Om de inhoud van de DVD te bepalen is voor de uitwerking van de oefeningen gebruik gemaakt van taakanalyses. Door de taken te analyseren is het doel en de activiteit van iedere oefening duidelijk. De taakanalyses en (een deel van) het draaiboek staan in dit hoofdstuk. Daarnaast wordt in dit hoofdstuk aandacht besteed aan implementatie en (aanbevelingen voor) evaluatie. Tot slot staan in het laatste hoofdstuk de aanbevelingen voor voorlichting binnen het handenteam vermeld. De aanbevelingen hebben betrekking op aanpassing of vernieuwing van de bestaande voorlichtingsmiddelen, die kunnen leiden tot verbetering van de voorlichting binnen het handenteam Revalidatie Friesland. Leeswijzer In de tekst staan regelmatig alinea s cursief weergegeven. Deze stukken beschrijven de situatie voor het handenteam van Revalidatie Friesland. Handelen na handletsel 10 April 2006 Inleiding
11 1. Probleemdefinitie 1.1 Aanleiding Binnen het handenteam van Revalidatie Friesland is bij de fysiotherapeuten en ergotherapeuten de wens ontstaan om de voorlichting voor revalidanten met handletsel te verbeteren. Het herhalen van de mondelinge informatie aan de revalidanten vergt verhoudingsgewijze veel tijd, wat ten koste gaat van de behandeltijd. Dit beinvloedt de kwaliteit en het resultaat van de behandeling. Daarnaast wordt het vele herhalen door de therapeuten als vervelend ervaren, zij horen zichzelf vele malen hetzelfde verhaal vertellen. Het schriftelijk materiaal met oefeningen voor thuis biedt onvoldoende ondersteuning. Het is verouderd en revalidanten hebben moeite de illustraties en teksten te vertalen naar een handeling. Wel wordt het belang van een goede voorlichting benadrukt omdat revalidanten direct na het maken van de spalk moeten starten met het uitvoeren van de oefeningen en wel op de juiste manier en met de juiste frequentie. Naast het verbeteren van de voorlichting is het wenselijke het behandelprotocol Postoperatieve behandeling flexorpeeslaesie te actualiseren. Dit protocol is gebaseerd op theorieën van Kleinert en Duran en bevat richtlijnen voor de behandeling van flexorpeesletsel. Het protocol is enigszins verouderd en sluit niet volledig meer aan bij de werkwijze in praktijk (zie 2.2 Werkwijze Revalidatie Friesland). Voor het actualiseren van het protocol en het verbeteren van de voorlichting zou een werkgroep samengesteld worden van medewerkers van het handenteam. Onderdeel hiervan zou een onderzoek naar de DVD als voorlichtingsmiddel binnen het handenteam zijn. De werkgroep is echter niet gestart omdat de prioriteiten voor het handenteam ergens anders lagen. In plaats van de interne werkgroep is een verzoek bij de Hogeschool van Amsterdam neergelegd om als afstudeerproject een DVD te ontwerpen en een inventarisatie te doen naar de mogelijkheden en beperkingen van de DVD als voorlichtingsmiddel. Het actualiseren van het protocol en het vernieuwen van het schriftelijke materiaal valt buiten dit project. Vraagstelling Voor het afstudeerproject is de volgende vraagstelling geformuleerd: Maak een DVD voor revalidanten met flexorpeesletsel met informatie en instructie rondom dit letstel ter ondersteuning van de huidige voorlichting van het handenteam Revalidatie Friesland. Handelen na handletsel 11 April Probleemdefinitie
12 Doelgroep De vraagsteling beperkt zich tot revalidanten met flexorpeesleetsel. Deze doelgroep varieert sterk in leeftijd (15 tot 65) en opleidingsniveau. Doel De DVD geeft de revalidant kennis over:? De anatomie van de hand. Dit gespecificeerd naar flexorpeesletsel;? De juiste wijze en frequentie van het uitvoeren van de oefeningen;? Het belang van de oefeningen; De DVD geeft de revalidant de mogelijkheid tot:? Herhaling van de informatie en instructies op het voor de revalidant gewenste moment. Handelen na handletsel 12 April Probleemdefinitie
13 1.2 Huidige situatie Het handenteam binnen de revalidatie Friesland bestaat uit een revalidatiearts, plastisch chirurg, fysiotherapeuten en ergotherapeuten. Ook kan eventueel een maatschappelijk werker of een psycholoog ingeschakeld worden. De revalidant wordt door de huisarts of een specialist verwezen naar het handenteam. Werkwijze De behandeling van handletsel is poliklinisch. Er is een inloopuur. Het inloopuur maakt het mogelijk dat revalidanten snel in kunnen stromen voor behandeling en dat de behandelfrequentie eenvoudig aangepast kan worden. De behandelfrequentie varieert van één tot vijf keer per week. De behandeling vindt plaats door wisselende therapeuten. In specifieke gevallen wordt een revalidant met handletsel ingepland bij een vaste therapeut (via de structurele planning). Dit geldt bijvoorbeeld voor revalidanten met een psychisch probleem, die behoefte hebben aan een vaste therapeut. Naast het inloopuur bezoekt de revalidant eens in de zes weken het handenspreekuur. Tijdens dit spreekuur vinden de controles plaats door de plastisch chirurg, de revalidatiearts en een therapeut. Zij bespreken met de revalidant de voortgang van de behandeling, eventuele wijzigingen in frequentie of beëindiging van de behandeling. Bij de behandeling wordt gebruik gemaakt van een protocol. In het protocol Postoperatieve behandeling flexorpeeslaesie staan richtlijnen voor de behandeling, maar niet of nauwelijks richtlijnen voor voorlichting. De behandeling volgens het protocol wordt uitgebreider beschreven in 2.2 Werkwijze Revalidatie Friesland. Acties Om de huidige situatie in kaart te brengen zijn de volgende acties ondernomen: 1. Analyseren documenten De volgende documentatie is bestudeerd: algemene informatiefolder over Revalidatie Friesland; algemene informatiefolder handenteam Revalidatie Friesland; Cursus Handrevalidatie (Nederlands Paramedisch Instituut, 2000), het (behandel)protocol Postoperatieve behandeling flexorpeeslaesie, en de huisoefenschema s. 2. Raadplegen deskundigen handletsel Er zijn een aantal oriënterende gesprekken gevoerd over voorlichting bij handletsel met de contactpersonen H. Pen en S. Oldersma. Daarnaast zijn er enkele behandelingen bijgewoond van revalidanten met voornamelijk flexorpeesletsel. Om de kennis van handletsels te vergroten is er een korte anatomieles gegeven aan de studenten zoals die ook aan de revalidant gegeven wordt. 3. Interviewen revalidanten In de oriëntatiefase zijn drie revalidanten geïnterviewd (zie bijlage 1 Interviewvragen revalidanten). Hiervoor is gebruik gemaakt van een half gestandaardiseerd interview. Handelen na handletsel 13 April Probleemdefinitie
14 Bij deze vorm van interview heeft de interviewer voorafgaand aan het gesprek een aantal aandachtspunten op papier gezet. De geïnterviewde is niet vrij in de keuze van onderwerpen, maar wel in zijn of haar antwoorden. In een half-gestandaardiseerd interview wordt naast diepgang ook breedte en volledigheid (binnen de beschikbare tijd) beoogd (Molen, van der, Kluytmans & Kramer, 1995). Deze vorm van interview is in deze situatie geschikt omdat de geïnterviewde naar meningen en ideeën kan vragen. Dit in tegenstelling tot een gestandaardiseerd interview dat meer gericht is op feiten. 4. Interviewen therapeuten In de oriëntatiefase zijn drie therapeuten geïnterviewd. Hiervoor is gebruik gemaakt van een half gestandaardiseerd interview (zie bijlage 2 Interviewvragen therapeuten). Er heeft slechts in beperkte mate een inventarisatie plaats gevonden. Dit heeft te maken met de aard van de opdracht en de looptijd van het project. Ad 1 Documentenanalyse Protocol flexorpeesletsel Ergotherapeuten en fysiotherapeuten werken bij revalidanten met flexorpeesletsel volgens het protocol Postoperatieve behandeling flexorpeeslaesie van Revalidatie Friesland. Dit protocol is een combinatie van twee methodes van nabehandeling: vroege mobilisatie volgens Kleinert en passief oefenen volgens Duran (Nederlands Paramedisch Instituut, 2000). In het protocol worden als eerste de factoren beschreven die het herstel kunnen beïnvloeden, gevolgd door de meest voorkomende oorzaken voor een slecht eindresultaat. Voor de behandeling is het oefenprogramma in vier fasen verdeeld. De vier fasen zijn gebaseerd op principes van wondgenezing, met name de collageensynthese (zie 2.1 Flexorpeesletsel algemeen). In het oefenprogramma is per fase beschreven of er een spalk gedragen dient te worden, hoe het oefenprogramma eruit ziet, in welke frequentie de oefeningen uitgevoerd moeten worden etc. Daarbij worden ook eventuele complicaties benoemd. In het protocol wordt slechts één keer expliciet een opmerking gemaakt over de voorlichting aan revalidanten. Opmerking: In detail wijkt de beschrijving van de behandeling in het protocol enigszins af van de werkwijze in de praktijk. Het protocol wordt hier op korte termijn op aangepast. Schriftelijke informatie / huisoefenschema De revalidanten krijgen na de mondelinge uitleg de oefeningen die zij thuis uit moeten voeren op papier mee naar huis. Er zijn twee huisoefenschema s die specifiek betrekking hebben op de postoperatieve behandeling van flexorpeesletsel. Eén schema bevat oefeningen die uitgevoerd moeten worden tijdens het dragen van de spalk. Het andere schema bevat oefeningen na de Handelen na handletsel 14 April Probleemdefinitie
15 spalkfase. De schema s bestaan uit tekeningen van de hand in de gewenste stand, met een korte tekst waarin vermeld staat hoe de oefeningen uitgevoerd moet worden en hoe vaak. De schriftelijke informatie sluit goed aan bij het protocol. Een ander positief punt is dat vakjargon vermeden is. De vormgeving evenals het taalgebruik van de schema s is echter verouderd. De vormgeving is niet uitnodigend, de tekeningen zijn onduidelijk. De tekst bestaat uit lange zinnen, waardoor de instructie weinig dynamisch is. Folder handletsel De folder handletsel is in de huisstijl uitgevoerd. De folder beschrijft de gevolgen van een beperkte handfunctie, doel van de behandeling, de werkwijze van het handenteam en de verwijzing. Deze informatie is bedoeld voor de revalidanten. De informatie is ook te vinden op de website van Revalidatie Friesland ( Website De website van Revalidatie Friesland geeft beknopt informatie over het handenteam binnen het Medisch Centrum Leeuwarden. De informatie van de folder is hier te downloaden. De website ziet er overzichtelijk en professioneel uit ( Ad 2 Raadplegen deskundigen handletsel Voor meer gedetailleerde informatie over voorlichting aan revalidanten met flexorpeesletsel zijn er oriënterende gesprekken gevoerd met de contactpersonen in Friesland (H. Pen / ergotherapeute en S. Oldersma / fysiotherapeute). Uit de gesprekken blijkt dat er sprake is van interdisciplinair werken: ergotherapeuten en fysiotherapeuten binnen het handenteam zijn, met name in de eerste twee fasen van de behandeling, onderling goed uitwisselbaar. Dit betekent dat de fysiotherapeut en ergotherapeut dezelfde informatie en instructie aan de revalidant overdragen. De contactpersonen zijn van mening dat alle therapeuten het protocol gebruiken als leidraad voor de voorlichting, ook al staat hier expliciet weinig in genoemd over dit onderwerp. De therapeuten zijn van mening dat revalidanten het belang van oefenen wel inzien en gemotiveerd zijn om te oefenen om het herstel te bevorderen. Revalidanten vinden de oefeningen vaak moeilijk om juist uit te voeren, ondanks ondersteuning van de schriftelijke informatie (huisoefenschema). Gevolg is dat een aantal revalidanten de oefeningen niet of niet juist uitvoert. Verder geven de therapeuten aan dat het herhalen van de oefeningen veel tijd vergt tijdens de behandelingen. Het vele herhalen wordt als onprettig ervaren door de therapeuten. Ad 3 Interviews met revalidanten Uit de interviews met drie revalidanten bleek dat zij de voorlichting rondom flexorpeesletsel, zowel de informatie als de instructie, als prettig, duidelijk en goed hebben ervaren. De informatie werd regelmatig herhaald. Ook was er voldoende gelegenheid om vragen te stellen en hierop in te gaan. Eén van de revalidanten heeft geen schriftelijke informatie meegekregen, maar heeft dat ook niet gemist. Handelen na handletsel 15 April Probleemdefinitie
16 De revalidanten hebben geen suggesties ter verbetering. Eén revalidant geeft aan dat hijzelf geen behoefte heeft aan een DVD met informatie en instructies. Wel kan hij zich voorstellen dat anderen daar wel behoefte aan hebben omdat informatie niet wordt opgepikt door alle spanning. Daarnaast is het een goed middel om familie en anderen te informeren. Ad 4 Interviews met therapeuten Uit de drie interviews blijkt dat therapeuten over het algemeen tevreden zijn over de voorlichting die door de handtherapeuten gegeven wordt. De indruk bestaat dat revalidanten veelal ook tevreden zijn. Er staan geen richtlijnen voor therapeuten op papier, wat volgens één van de therapeuten wel wenselijk zou zijn. Er zijn mondelinge afspraken gemaakt over het moment van informatie en instructie geven en de globale inhoud ervan. Er worden twee belangrijke momenten voor voorlichting onderscheiden: bij het maken van de spalk en bij het verwijderen van de spalk. Maken van de spalk Bij het maken van de spalk krijgt de revalidant informatie over wondgenezing en een beknopte anatomische les: Hoe ziet het systeem eruit? Hoe werken de pezen? Hierbij wordt gebruik gemaakt van een poster van de hand, waarop pezen en spieren goed zichtbaar zijn. De therapeut benadrukt het belang van het dragen van de spalk ter bescherming (24 uur per dag) en het regelmatig uitvoeren van de oefeningen. Voor de oefeningen wordt een huisoefenschema meegegeven. De geïnterviewde therapeuten zijn alle drie van mening dat dit schema erg verouderd is. De tekeningen zijn onduidelijk. De lay-out en het taalgebruik zijn ook aan verbetering toe. De tekst is inhoudelijke juist en sluit aan bij het behandelprotocol. Eén van de geïnterviewde therapeuten geeft aan het schema niet mee te geven als de indruk bestaat dat de revalidant de instructies goed begrepen heeft. Eén van de therapeuten vertelt dat zij in de beginfase ook stilstaat bij het autorijden, het douchen en de hygiëne van de hand ( Biotex bad ). De therapeuten geven aan dat het belangrijk is dat de voorlichting in een zo vroeg mogelijk stadium gegeven wordt om risico s te vermijden en het herstel te bevorderen. Tijdens het maken van de spalk is de aandacht voor informatie en instructie niet optimaal, omdat de revalidant veelal gespannen is. Om deze reden zorgen de therapeuten dat zij tijdens de eerstvolgende afspraak uitgebreid op de instructie terugkomen. Hiervoor laten zij de revalidanten de oefeningen zelf uitvoeren en checken zo of de instructie is overgekomen. Tijdens de hele behandelperiode worden de instructies voor de oefeningen regelmatig herhaald. Het herhalen van de algemene informatie is echter sterk afhankelijk van de vragen van de revalidant. Na de spalk Handelen na handletsel 16 April Probleemdefinitie
17 Het tweede vaste moment van voorlichting is tijdens de bijeenkomst als de spalk verwijderd wordt. De revalidant krijgt het huisoefenschema mee naar huis, waarop de nieuwe oefeningen uitgelegd staan. Doel van het thuis oefenen is dat de revalidant de hand weer gericht gaat bewegen. Overdracht Een revalidant krijgt tijdens de behandeling via de inloop te maken met vele therapeuten (de schattingen van de geïnterviewden variëren van drie tot negen). De therapeuten denken dat zij allen vergelijkbare informatie geven op vergelijkbare momenten, maar kunnen dit nergens op baseren. Voor een gedegen overdracht wordt gebruikt gemaakt van een rapportagemodel (SOAP: S= subjectief; = objectief; A =assessment; P = plan). In dit model wordt echter niet specifiek aandacht geschonken aan voorlichting. Kenmerken bij herhaling Uit de interviews blijkt dat moeilijk aan te geven is welke specifieke kernmerken de revalidanten hebben voor wie de boodschap veel herhaald moet worden. Genoemd worden: mensen met een lager opleidingsniveau, mensen met een matig technisch inzicht, ouderen (zij lijken vaak moeite te hebben met de hoeveelheid informatie), jongeren, mensen die de taal niet goed beheersen. De informatie die herhaald moet worden is ook heel wisselend: het benadrukken dat de spalk niet af mag, het gevaar van autorijden, maar ook de oefeningen. Eén therapeut maakte de opmerking dat revalidanten een boodschap niet altijd willen horen en herhalen daardoor nodig is. Handelen na handletsel 17 April Probleemdefinitie
18 1.3 Gewenste situatie Uit de interviews en overige gesprekken komt naar voren dat de therapeuten zoeken naar een oplossing die ondersteuning biedt aan de mondelinge informatie en instructie. Zo hoeft er minder tijd besteed te worden aan herhaling van informatie en instructie en kan meer tijd besteed worden aan de behandeling. De volgende oplossingen worden tijdens de interviews door therapeuten aangedragen:? Aanpassen van het schriftelijk materiaal (tekeningen, lay-out, taalgebruik).? Richtlijnen voor voorlichting toevoegen aan het protocol: wanneer krijgt de revalidant welke informatie en met welke middelen kunnen daarbij ingezet worden.? Maken van een DVD met informatie en instructie Genoemde voordelen: Representatief; Sluit aan bij deze tijd, modern: daardoor interesse gewekt; Thuis kijken in een veilige omgeving; Kijken met familie of andere geïnteresseerden; Combinatie van woord en beeld; Informatie herhalen op een door de revalidant gewenst moment; Instructies hoeven niet vertaald te worden vanaf het papier; De genoemde voordelen sluiten grotendeels aan bij de voordelen voor AV-middelen die in de literatuur worden genoemd (zie 3.3 DVD als middel). Uit de interviews met revalidanten blijkt dat zij tevreden zijn over de huidige wijze van voorlichten. Zij zijn van mening dat de therapeuten duidelijke mondelinge informatie en instructie geven. Dit wordt bovendien ondersteund met schriftelijke informatie. Zij hebben geen suggesties voor verbetering. Conclusie Er is een verschil in beleving tussen de revalidanten en therapeuten. De revalidanten geven aan dat de huidige voorlichting goed is en niet verbeterd hoeft te worden. De therapeuten daarentegen geven aan de voorlichting te willen verbeteren en wel door middel van een DVD. Handelen na handletsel 18 April Probleemdefinitie
19 1.4 Programma van Eisen Ten grondslag aan het Programma van Eisen liggen de wensen en de eisen van zowel de opdrachtgever als revalidanten binnen Revalidatie Friesland. Binnen het project heeft een inventarisatie plaatsgevonden (gesprekken met deskundigen, documentenanalyse, interviews met drie revalidanten en drie behandelaars) om deze wensen en eisen te achterhalen en om een algemeen beeld te krijgen van de huidige en gewenste situatie. Daarnaast is literatuur over handletsel en patiëntenvoorlichting bestudeerd om richting aan het advies te geven over de meest adequate manier van het voorlichten over handletsel (Flexorpeesletsel) aan revalidanten die onder behandeling zijn. In het programma van eisen worden voorwaarden, eisen en ontwerpbeperkingen vermeld. Opdat aan de ene kant afbakeningen, aan de andere kant mogelijkheden ten aanzien van het product voor alle partijen duidelijk zijn (Wijnen, Renes & Storm, 1999). De eisen zijn ingedeeld in randvoorwaarden, functionele eisen, operationele eisen en ontwerpbeperkingen. Er is gekozen voor deze indeling categorieën, zodat gericht eisen en wensen aan / over de DVD en het schriftelijke eindproduct kunnen worden afgesproken en op volledigheid getoetst. 1. Randvoorwaarden Onder een randvoorwaarde wordt verstaan: een eis die vanuit het project niet beïnvloedbaar is en waaraan het project / product onvoorwaardelijk moet voldoen (Wijnen, Renes & Storm, 1999).? Er zijn wekelijks contactmomenten tussen contactpersonen en studenten;? Eén van de contactpersonen is aanwezig tijdens de opnamedagen;? De audiovisuele dienst biedt ondersteuning bij de (proef)opname en montage;? De opdrachtgever stelt een geschikte opnameruimte beschikbaar;? Er wordt rekening gehouden met de eisen en wensen vanuit de PR-afdeling;? De beschikbare tijden van contactpersonen, werknemers en revalidanten van Revalidatie Friesland zijn richtinggevend voor afspraken. 2. Functionele Eisen Onder een functionele eis wordt verstaan: een eis ten aanzien van het resultaat van het Project. Deze worden door de opdrachtgever en/of het adviesteam (in overleg) opgesteld (Wijnen, Renes & Storm, 1999). Toegepast product: DVD Vormaspecten? Uit de aankondiging (en eventueel de omslag) zijn de doelgroep en de boodschap af te leiden;? Het product is gesproken in correct Nederlands; Handelen na handletsel 19 April Probleemdefinitie
20 ? In het product is rekening gehouden met de huisstijl van Revalidatie Friesland;? Het product is eenvoudig toegankelijk door het gebruik van een keuzemenu;? Het product ziet er verzorgd en uitnodigend uit;? Het gebruikte taalgebruik moet voor iedereen te begrijpen zijn. Inhoudsaspecten? De informatie en instructie van het product sluiten aan op de doelgroep: de revalidant met flexorpeesletsel;? Het product sluit aan bij de visie en werkwijze binnen Revalidatie Friesland en het handenteam;? Het product is een aanvulling op de bestaande informatievoorziening binnen het handenteam van Revalidatie Friesland;? Het product sluit aan bij de meest recente kennis en literatuur over flexorpeesletsel;? Het product sluit aan bij recente ontwikkelingen van patiëntenvoorlichting. Schriftelijk eindproduct Vormaspecten? Het product heeft een verzorgde en overzichtelijke lay-out;? De bronvermelding in de tekst en in de literatuurlijst is opgesteld volgens de APA richtlijnen;? Het product is geschreven in correct Nederlands. Inhoudsaspecten? Het eindproduct bevat een advies over (de ontwikkeling van) voorlichting aan revalidanten met flexorpeesletsel, theoretische onderbouwing hiervan en aanbevelingen over de evaluatie van de pilot.? De gemaakte keuzes en gedachtegangen zijn beschreven en onderbouwd met nationale en internationale literatuur;? Er zijn bronnen gebruikt die evidence based zijn;? Er is om te komen tot het eindproduct gebruik gemaakt van een procesmodel; 3. Operationele Eisen Onder een operationele eis wordt verstaan: een eis wat ten aanzien van de toepassing / het gebruik van het resultaat mag worden verwacht (Wijnen, Renes & Storm, 1999).? Het product maakt het behandelproces effectiever en efficiënter;? Het product stimuleert cliëntgericht werken;? Het product geeft de revalidant inzicht in het behandelproces en biedt ondersteuning bij het uitvoeren van de verschillende oefeningen per behandelfase. Handelen na handletsel 20 April Probleemdefinitie
21 4. Ontwerpbeperkingen De beperkingen van het ontwerp geven de kaders aan van wat haalbaar is met betrekking tot de voorgestelde realisatie van het project (Wijnen, Renes & Storm, 1999).? De keuze van een DVD als voorlichtingsmateriaal stond bij het begin van dit project al vast. Uit de gesprekken met revalidanten blijkt geen vraag naar een DVD te zijn. Bij de opdrachtgevers is deze wens echter duidelijk aanwezig. Het gebruik van DVD als voorlichtingsmateriaal binnen het handenteam zien we als een pilot. Het project leidt tot een advies over voorlichting aan revalidanten en aanbevelingen voor evaluatie van de pilot;? Omdat er sprake is van een pilot wordt de informatie en instructie op de DVD beperkt tot flexorpeesletsel aan de vingers (specifieke oefeningen voor de duim vallen dus buiten deze pilot);? Er worden aanbevelingen gedaan voor schriftelijk voorlichtingsmateriaal. Het aanpassen van het bestaande schriftelijk materiaal valt niet binnen dit project;? Er worden aanbevelingen gedaan over de evaluatie van de pilot. Het uitvoeren van de evaluatie (onder andere het verwerken van de feedback van overige behandelaars en gebruikers) valt niet binnen dit project;? Het maken van een handleiding voor de DVD voor het technisch gebruik van de DVD valt niet binnen dit project;? In verband met de looptijd van het project is het aantal interviews tijdens het veldonderzoek in de oriënterende fase beperkt tot drie revalidanten en drie behandelaars. Handelen na handletsel 21 April Probleemdefinitie
22 22
23 2. Flexorpeesletsel Dit hoofdstuk bevat geen uitgebreid onderzoek naar de vernieuwingen voor de behandeling van flexorpeesletsel. Voor het ontwikkelen van de DVD is het huidige protocol Postoperatieve behandeling na flexorpeesletsel van het handenteam Revalidatie Friesland en de daaraan ten grondslag liggende literatuur van de Cursus Handrevalidatie (Nederlands Paramedisch Instituut, 2000) de basis. 2.1 Algemeen De mens gebruikt zijn hand bij bijna elke dagelijkse activiteit. Wanneer er door een trauma letsel aan de hand optreed, is die persoon ook beperkt in zijn handelen. Het handletsel grijpt in in een fijnmazig systeem van functies en vermogens. Letsel en behandeling hebben daardoor een enorme impact op het functioneren van het individu en diens omgeving. Er zijn verschillende soorten letsels die voor kunnen komen wanneer er gesproken wordt over handletsel. Dit verslag richt zich op het flexorpeesletsel. Flexorpeesletsel kan ontstaan door een scherp trauma of door rupturen (Gommers, Kappers, & Van Werkhoven; 2002). De laatste decennia is in de literatuur veel geschreven over de optimale behandeling van flexorpeesletsel van de hand en het resultaat hier van. De bekendste en meest gebruikte behandelmethoden zijn de dynamische behandeling van Kleinert en de passieve behandeling van Duran en Houser (Stewart, & Van Strien, 1995). De normale handfunctie Bewegingen in de hand worden gemaakt (en geremd) door het fijne samenspel van de intrinsieke en extrinsieke handmusculatuur en ze worden geleid door de aanwezigheid van gewrichtskapsel en ligamenten. In de hand zal iedere verandering in de fysische karakteristieken of anatomische rangschikking van weefsels het glijden tegengaan en de functie aanmerkelijk verminderen. Voor een goede behandeling van patiënten met een handletsel is het noodzakelijk om kennis te hebben van de anatomie, fysiologie, biomechanica en het herstelmechanisme van de verschillende weefsels (Stewart & Van Strien, 1995). Bij handletsel zijn verschillende structuren betrokken, die zeer dicht op elkaar liggen en die elk hun eigen herstelreacties hebben. De zes structuren in de hand zijn: (1) de huid en het subcutane weefsel; (2) de bloed- en lymfevaten; (3) de zenuwen; (4) de pezen en de spieren; (5) de botten en (6) de gewrichten met het kraakbeen, kapsels en ligamenten (Huffstadt & Eisma, 1982; Stewart & Van Strien, 1995). Deze weefsels hebben ieder eigen voorwaarden waarop het herstel optimaal tot stand komt. Handelen na handletsel 23 April Flexorpeesletsel
24 Wondgenezing Voor dit project is de wondgenezing beperkt tot het beschrijven van het herstel van de huid en de pezen. Deze twee structuren zijn van groot belang bij de behandeling van flexorpeesletsel. Wanneer de flexorpees is doorgesneden zal deze operatief weer worden gehecht (tenorrafie). De wond bestaat uit de pees, de peesschede, het subcutane weefsel en de huid. Al deze structuren zijn betrokken bij de wondgenezing (Stewart & Van Strien, 1995). De respons van het lichaam op een trauma is te verdelen in een ontstekingsreactie, die direct volgt op het trauma, en de wondgenezing, die hier weer op volgt. Dit proces is in 3 fasen onder te verdelen (Van Strien, 1996): 1) De exudatieve of cellulaire fase 2) De fibroblasten fase 3) De rijpingsfase De exudatieve fase (0 tot 5 dagen) Dit is een fase die de basis vormt voor de wondgenezing. Deze fase start direct na het trauma en wordt gekenmerkt door de inflammatoire reactie (ontstekingsreactie) met een migratie van leucocyten en macrofagen, en van lokaal oedeem in het wondgebied. Marcrofagen hebben een opruimfunctie, ze trekken fibroblasten aan door middel van chemotaxis naar het wondgebied en ze stimuleren de neovascularisatie. Door het oplossen (lysis) van het oude collageen door de macrofagen kan het wondgebied een verzwakking vertonen (Stewart & Van Strien, 1995; Van Strien,1996). Bij de revalidatie is het van belang om deze fase zo kort mogelijk te houden. De mate van ontstekingsreactie hangt samen met enerzijds de ernst en omvang van het letsel. Dit is niet te beïnvloeden. Maar anderzijds wordt de ontstekingsreactie onderhouden door aanwezigheid van bacteriën of andere vreemde lichamen en door hernieuwde trauma s, bijvoorbeeld door te snel of te ruw oefenen (Hoekstra, 2002). De fibroblasten fase (5 tot 21 dagen) In deze fase wordt door fibroblasten collageen aangemaakt door collageensynthese. Bij de opbouw van collageen komt de trekvastheid langzaam op gang. De treksterkte van de wond neemt hierdoor toe. In de tweede helft van deze periode neemt het aantal fibroblasten weer af. Aan het eind bestaat een evenwicht tussen hoeveelheid collageen dat wordt aangemaakt en afgebroken. Naast fibroblasten komen myofibroblasten in het wondgebied voor. Deze zijn verantwoordelijk door de wondcontractie bij de heling. De wondranden worden door de myofibroblast naar het centrum van het defect getrokken, zodat de wond wordt gesloten. Een te hoge concentratie myofibroblasten in een wondgebied kan verantwoordelijk zijn voor een eventuele contractuur (Van Strien,1996; Orenstein, 1992). Handelen na handletsel 24 April Flexorpeesletsel
25 Bij de revalidatie is het van belang om (gecontroleerde) bewegingen toe te laten in deze fase. Hierdoor wordt nagestreefd dat al tijdens deze fase de collageenvezels gerangschikt worden volgens de eisen die worden gesteld aan het betreffende beschadigde weefsel (Hoekstra, 2002). De rijpingsfase (±3 weken tot 6 maanden/ 1 jaar) In deze fase ontstaat er een balans tussen de collageenlysis en synthese. De collageenvezels krijgen een meer georganiseerd patroon. Naast de vorming van intermoleculaire crosslinks, waardoor de treksterkte verder toeneemt, ontstaat een omvorming van de structuur en architectuur van de collageenvezels onder invloed van de omgevende weefsels. Hierdoor zal littekenweefsel dat grenst aan een niet-aangedane pees zich omvormen tot een peesschede; littekenweefsel bij een doorsneden peesuiteinde verandert in een organisatie van peesbundels (Hoekstra, 2002). In deze fase kan er zowel positieve als negatieve invloed worden uitgeoefend op de vorming van het litteken. Dit gebeurt onder invloed van onder andere mechanische factoren zoals druk van buitenaf of tractie door van binnen uit aan een pees te trekken door actieve aanspanning van een spier. De microarchitectuur van het collagene weefsel past zich dan aan aan de specifieke functie die ervan gevraagd wordt (Van Strien, 1996; Orenstein, 1992). Bij de revalidatie is de lengte van deze fase van belang. Terwijl in de eerste twee fasen het beleid erop gericht is die periodes zo kort mogelijk te laten zijn, is de littekenrijping of remodellering een proces dat maximaal uitgebuit moet worden. Zolang een wondmetabool actief is kan er invloed op uitgeoefend worden. Actieve oefeningen kunnen de organisatie van de collageenvezels positief beïnvloeden. Daarnaast kan het nieuwgevormde collageen via langdurige lichte passieve tractie een betere lengtepositie krijgen. Overbelasting (te veel rek of spanning op de wond, of teveel druk) kan daarentegen een fors litteken doen ontstaan. Het proces en de uitkomst van de wondgenezing zijn niet bij iedere persoon gelijk. Het is afhankelijk van een aantal factoren zoals:? Leeftijd;? Algehele gezondheid en helingspotentieel van de patiënt;? Hoeveelheid en kwaliteit van littekenvorming;? Motivatie van de patiënt;? Sociaal-economische factoren;? Niveau van het letsel; type letsel;? Welke andere structuren zijn betrokken (bot, huid, neurovasculaire structuren);? Chirurgische technieken;? Moment van tenorrafie;? Therapiegerelateerde factoren als timing, behandeltechniek en expertise van de therapeut. (Stewart & Van Strien, 1995; Van Strien, 1996) Handelen na handletsel 25 April Flexorpeesletsel
26 Oorzaken voor een mislukte wondgenezing kunnen zijn:? Een te grote concentratie van macrofagen in het wondgebied ten gevolge van een flinke infectie. Meer macrofagen betekent ook meer fibroblasten en dat heeft tot gevolg meer vorming van collageen en een verdikt litteken.? Een langdurig bestaand oedeem heeft ook een verhoogde concentratie van macrofagen tot gevolg. Ook hierbij meer vorming van collageen en een ongunstig litteken.? Afwezigheid van essentiële vitaminen en mineralen, waardoor de collageensynthese niet optimaal verloopt. De vorming van cross-links kan verminderen of vertragen en als gevolg daarvan zal er een verminderde trekkracht zijn of een later ontstaan van de trekkracht dan verwacht met als gevolg rupturen.? Tenslotte kan er ook een te goede trekkracht zijn in de vorm van verklevingen. Adhesies tussen pezen met de omliggende weefsels kunnen de glijfunctie van met name pezen ernstig belemmeren. (Van Strien, 1996). Postoperatieve behandeling flexorpeesletsel Bij de behandeling van flexorpeesletsel wordt (binnen Revalidatie Friesland) gebruik gemaakt van een oefenprogramma dat gebaseerd is op twee methodes van nabehandeling: Vroeg mobiliseren en passief oefenen (Kleinert en Duran). Dit lijkt tegenstrijdig maar het probleem bij de behandeling van flexorpeesletsel is dat aan de ene kant de peesnaad gedurende de eerste 3 weken post-operatief goed beschermd moet worden tegen tractie door te veel extensie en actief aanspannen van de vingerflexoren. Aan de andere kant moet er in deze periode juist goede peesglijding plaatsvinden tussen de pees en de omliggende peesschede om adhesievorming te voorkomen en zo goede peesfunctie te waarborgen. Vroeger werd de hand na flexorpeesletsel gedurende enkele weken geïmmobiliseerd tot de peesnaad voldoende belastbaar was maar door optredende verklevingen is het beleid in de jaren 70 aangepast. Sindsdien wordt direct postoperatief gestart met dynamisch (Kleinert) dan wel passief (Duran & Houser) mobiliseren van de aangedane vinger waardoor directe peesglijding en goede bescherming van de hechtnaad worden gecombineerd (Hoekstra, 2002; Stewart & Van Strien, 1995). Handelen na handletsel 26 April Flexorpeesletsel
27 2.2 Werkwijze Revalidatie Friesland In deze paragraaf staat beschreven hoe de behandeling voor revalidanten met flexorpeesletsel door het handenteam van Revalidatie Friesland eruit ziet. De behandeling is gebaseerd op het protocol Postoperatieve behandeling flexorpeeslaesie van Revalidatie Friesland. Dit protocol bevat richtlijnen voor de behandeling. Opgemerkt moet worden dat het protocol geactualiseerd moet worden. De basisprincipes zijn nog hetzelfde, maar het protocol wijkt soms af van de werkwijze in praktijk. De werkwijze in de praktijk is de meest actuele situatie. Deze beschrijving geeft de werkwijze uit de praktijk weer, waarbij het protocol als leidraad is gebruikt. In de beschrijving is vooral ingegaan op de oefeningen die de revalidant mee naar huis krijgt, omdat dit onderdeel vormt van de inhoud van de DVD. Protocol De postoperatieve behandeling van flexorpeesletsel is een combinatie van twee methodes van nabehandeling: vroeg mobiliseren volgens Kleinert en passief oefenen volgens Duran (Nederlands Paramedisch Instituut, 2000). In het protocol is beschreven in welke stand de hand in de spalk moet komen. Het oefenprogramma vormt een belangrijk onderdeel van het protocol, evenals de complicaties die tijdens het herstelproces kunnen optreden. In het protocol is weinig aandacht besteed aan (het moment en de inhoud van) voorlichting rondom het letsel. Het protocol is ingedeeld in vier fasen, die zijn afgeleid van het wondgenezingsproces. Fase I: Fase II a: Fase II b: Fase III: 1-4 weken na de operatie 4-6 weken na de operatie 6-8 weken na de operatie 8-12 weken na de operatie De snelheid waarmee de individuele revalidant het oefenprogramma doorloopt is afhankelijk van de hoeveelheid adhesies en het glijden van de pees. Als een revalidant weinig adhesies heeft ontwikkeld en de pees dus goed glijdt zal het programma verlopen volgens de genoemde fasen. Als er veel adhesies zijn, wordt het programma sneller doorlopen, om het glijden van de pees te bevorderen. Fase I Na tenorrafie krijgen patiënten zo snel mogelijk een dynamische spalk waarbij de vinger- of de duimnagel(s) verbonden zijn met elastiekjes, zodat in rust de vingers maximaal geflecteerd staan. De eerste vier weken mag de patiënt alleen actief extenderen, waarna de elastiekjes na ontspanning van de extensoren zorgen voor passieve flexie. Handelen na handletsel 27 April Flexorpeesletsel
28 Spalk Bij een correcte stand van de spalk is de pols 30º in flexie, MCP s 70º in flexie. Daarbij moet er volledige PIP extensie mogelijk zijn. Oefenprogramma Actief Actief strekken Frequentie: ieder uur 10 x Passief 1. Geïsoleerde flexie van MCP, PIP en DIP 2. PIP extensie; MCP in flexie; DIP ontspannen 3. DIP extensie; MCP en PIP in flexie Frequentie: 4 x per dag 3-5 keer Oedeembestrijding De arm moet 24 uur per dag hoog gehouden worden. Eventueel gebruik van coban tape (rolflex). Littekenmassage Na twee weken mag er in overleg met de therapeut gestart worden met littekenmassage. Thuisprogramma? Passieve oefeningen? Oedeembestrijding? Littekenmassage Uitleg aan revalidant over? Absoluut niet actief buigen van de vingers? Belang van de spalk? Hoog houden arm en hand Complicaties Het grootse probleem is het voorkomen van PIP flexiecontracturen. Hiervoor is het van belang dat volledige PIP extensie mogelijk is in de spalk. Eventueel kan hierbij de andere hand ingeschakeld worden. Als dit geen resultaat heeft, kan een vilt-wig of rolletjes gaas gebruikt worden. Eventueel wordt een extra spalk gemaakt die over de bestaande spalk geschoven kan worden (alumafoam spalk). Handelen na handletsel 28 April Flexorpeesletsel
29 Fase II a In het huidige protocol wordt in deze fase de spalk vervangen door een pols bandje. Het oefenprogramma van fase I wordt voortgezet en daarnaast starten nieuwe oefeningen. De praktijk wijkt af van deze werkwijze. In praktijk zijn fase I en fase II a vergelijkbaar wat betreft de aanpak. Het oefenprogramma van fase I wordt voortgezet zolang de hand in de spalk zit. Ook littekenmassage en eventuele maatregelen tegen vermindering van oedeem worden voortgezet. Er is nog steeds een risico voor complicaties in de vorm van PIP flexiecontracturen. Fase II b Spalk De spalk wordt verwijderd. Oefenprogramma De passieve oefeningen gaan over in actieve oefeningen? Vingers strekken? Pols strekken? Pols draaien? Maken gewone vuist? Maken rechte vuist? Maken haakvuist Frequentie: ieder uur 10 x; Uitzondering: pols draaien: 4 x per dag 5 x per kant. Lichte ADL-activiteiten Naast deze oefeningen start de ergotherapeut met lichte ADL-activiteiten. Het uitvoeren van deze activiteiten kan gezien worden als praktische oefeningen. De activiteiten worden langzaam opgebouwd. Belangrijk hierbij is dat er in eerste instantie geen kracht gezet wordt en dat onverwachte bewegingen vermeden worden. Eventueel kan gebruik gemaakt worden van aangepaste materialen, zoals verdikte handvaten. Met behulp van een verdikt handvat aan een mes kan de revalidant bijvoorbeeld weer leren zelfstandig zijn boterham te smeren. Ook het schrijven kan geoefend worden, zo nodig met behulp van een penverdikker. In het protocol staat beschreven dat de ADL-activiteiten in deze fase starten, in praktijk blijkt het juiste moment veelal iets laten te liggen (na acht weken / fase III). Thuisprogramma? Littekenmassage? Actieve oefeningen? Uitvoeren lichte ADL activiteiten Handelen na handletsel 29 April Flexorpeesletsel
30 Complicaties? Contractuurbestrijding is nog steeds belangrijk.? Verkleving of verkorting van de extrinsieke flexoren kan nu met gipsredressie (het op zijn plaats zetten van gebroken of ontwrichte ledematen) worden behandeld.? Soms is een dynamische PIP extensie spalk nodig op PIP contracturen te bestrijden.? Als er sprake is geweest van een zenuw laesie kan nu een anti-klauw spalk ingezet worden om deformiteiten en contracturen te voorkomen. Fase III Oefenprogramma De nadruk ligt op spierversterking en terugkeer naar de werksituatie. Spierversterking In deze fase is het belangrijk de hoeveelheid weerstand en de tijdsduur van de oefeningen op te voeren om de spieren te versterken. De knijpkracht en de pincetgreep worden wekelijks gemeten om de opbouw te volgen. Om de spieren te versterken kan putty of kinderklei gebruikt worden. Dit is er in verschillende sterktes. De revalidant kan hiermee tijdens de therapiesessie en thuis oefenen. Naast de functie oefeningen gericht op vergroten van de kracht, worden ook functionele activiteiten ingezet om de kracht op te bouwen. Zo kan door middel van bijvoorbeeld houtbewerking de kracht opgebouwd worden. Tegelijkertijd leert de revalidant de hand weer in te schakelen bij dagelijkse activiteiten. Werksituatie Vanaf de tiende week gaat de ergotherapeut met de revalidant in gesprek over werkhervatting. Is het verantwoord om weer aan het werk te gaan en wat zijn daarbij aandachtspunten. Of de revalidant in dit stadium aan het werk kan, is afhankelijk van de werkzaamheden die de revalidant uitvoert en van de mogelijkheden om tijdelijk ander werk uit te voeren. Tijdens de therapiebijeenkomsten kan de werksituatie gesimuleerd worden om na te gaan waar de revalidant tegen aan loopt. Aandachtspunt is het verlies van sensibiliteit. Hierdoor loopt de revalidant het risico zich te verwonden. Thuisprogramma? Oefeningen met putty of kinderklei? Andere oefeningen om spieren te versterken ( hand versterkers )? Uitbreiden ADL-activiteiten? Werksimulatie Na 12 weken is de pees hersteld en kan deze weer volledig ingezet worden bij dagelijkse activiteiten. Handelen na handletsel 30 April Flexorpeesletsel
31 3. Voorlichting 3.2 Voorlichting De DVD als voorlichtingsmiddel vormt maar een klein onderdeel van patiëntenvoorlichting. In deze paragraaf wordt allereerst beschreven wat patiëntenvoorlichting inhoudt. Dit met de bedoeling om het afstudeerproject beter in de context te kunnen plaatsen. Kennis over voorlichting is nodig om de keuze voor een DVD te verantwoorden. Voor effectieve voorlichting is communicatie nodig. Hoe dit proces verloopt wordt globaal weergegeven. Daarna wordt ingegaan op het model voor patiëntenvoorlichting dat binnen Revalidatie Friesland wordt gebruikt. Tot slot wordt besproken wat relevant is bij voorlichting vanuit een multidisciplinair team. Patiëntenvoorlichting Patiëntenvoorlichting is een verbijzondering van Gezondheidsvoorlichting en -opvoeding (GVO) en is gericht op de relatie tussen gedrag en ziekte of het voorkomen van ziekte. Volgens Dekkers (1981) is patiëntenvoorlichting opgebouwd uit een viertal elementen: 1. Informatie 2. Instructie 3. Educatie 4. Begeleiding Ad 1. Informatieoverdracht houdt zowel theoretische als praktische informatieoverdracht in. Theoretische informatie verwijst naar kennis over de ziekte of aandoening, lichamelijke functies en eventuele complicaties. Praktische informatie verwijst naar de consequenties van de aandoening voor het dagelijks leven in termen van ADL, werk, sport, riskante gewoonten, vakanties, of informatie met betrekking tot materiële voorzieningen, aanpassingen en hulpmiddelen (Witte, 1988). Ad 2 Bij Instructie gaat het om het geven van voorschriften, leefregels over hoe de patiënt dagelijkse activiteiten kan uitvoeren. De ergotherapeut geeft hierover instructie. Dit is een belangrijk aspect van voorlichting binnen de ergotherapeutische behandeling. Ad 3 Educatie speelt binnen de patiëntenvoorlichting vooral een rol wanneer het gaat om gedragsverandering ten aanzien van de omgang met de ziekte en verandering van levensstijl bij chronisch zieken. Het gaat om het vergroten van het inzicht van de patiënt in zijn situatie, het motiveren en bewerkstelligen van gezonder gedrag en het bevorderen van zelfzorg. Ad 4 Het vierde element van patiëntenvoorlichting is de begeleiding. Dit houdt zowel de psychosociale begeleiding in, zoals het bespreken van psychosociale problemen, als ook de begeleiding bij pijn, belemmeringen, handicaps, indringende levensgebeurtenissen, stress, spanning en andere klachten. (Graff & Hensgens, 1999) Handelen na handletsel 31 April Voorlichting
32 Communicatie Voor effectieve voorlichting is communicatie nodig. Een communicatieproces is te beschrijven aan de hand van de vraag: wie zegt wat tegen wie, via welk kanaal en met welk effect (zie Communicatieschema uit van der Burgt & Verhulst 2003). Onderdelen ervan zijn zender, kanaal, boodschap en ontvanger. Het schema is een bruikbaar handvat om communicatie te analyseren. De communciatie begint bij de zender, in dit voorbeeld de hulpverlener (A). Deze zendt informatie aan de ontvanger, de patiënt (B). Zij wisselen achtereenvolgens de boodschappen uit. Zij zijn dus om de beurt de bron (zender) en de ontvanger van informatie. Bij deze informatie-uitwisseling kunnen zij gebruik maken van dezelfde of van verschillende kanalen. Ruis kan optreden bij alle onderdelen van het communicatieproces: bij de zender of bron, de boodschap, het kanaal, en de ontvanger. Om te weten wat er gebeurt in de communicatie is het belangrijk terugkoppeling (feedback) te krijgen en te geven. Hierdoor is ruis te achterhalen en op te lossen. Persoon A Persoon B Zender? boodschap? kanaal? boodschap? ontvanger Ontvanger? boodschap? kanaal? boodschap? zender Mogelijke ruis? feedback Communicatieschema uit van der Burgt & Verhulst (2003). Stappenreeks patiëntenvoorlichting De stappenreeks voor individuele patiëntenvoorlichting is gebaseerd op het gedragsveranderingsmodel van Kok (1993) en uitgewerkt door van der Burgt en Verhulst (2003). Het beschrijft de stappen die een patiënt doorloopt in een gedragsveranderingsproces door voorlichting. De stappen waaruit de reeks bestaat zijn: Openstaan? Begrijpen? Willen? Kunnen? Doen? Blijven doen. De reeks geeft aan dat gedrag (doen) pas tot stand komt wanneer voorgaande stappen met succes doorlopen zijn. Bij Revalidatie Friesland wordt de stappenreeks toegepast in behandelingen. Medewerkers van het handenteam zijn hierin geschoold. Het model wordt met name toegepast in die gevallen waarin een behandeling stagneert. Tijdens een patiëntbespreking wordt dan nagegaan in welke stap een patiënt zich bevindt en welke interventies gedaan moeten worden. De zes stappen worden hieronder kort beschreven. Handelen na handletsel 32 April Voorlichting
33 De stap Openstaan De stap openstaan is de eerste stap van blijvende gedragsverandering. Openstaan verwijst naar de bereidheid om informatie uit te wisselen over de gezondheid en oplossingen te zoeken. Vragen, emoties en zorgen van de patiënt bepalen aan welke informatie hij op dat moment behoefte heeft. Daarnaast kan de omgeving waarin voorlichting plaatsvindt het proces verstoren. Ook de therapeut als persoon en de behandelrelatie tussen therapeut en patiënt hebben invloed op de stap Openstaan. De therapeut werkt vanuit een samenwerkingsrelatie, zorgt voor een rustige ruimte en maakt het mogelijk dat de patiënt zich kan concentreren op de informatie. Door aan te sluiten bij de behoeften wordt het Openstaan bevorderd (van der Burgt & Verhulst, 2003). De stap Begrijpen De stap Begrijpen omvat opnemen en onthouden van informatie. De patiënt weet al het een en ander, soms al veel. De meeste patiënten willen graag informatie. De behoefte aan informatie verschilt per situatie, per moment en per persoon. Drie soorten informatie zijn van belang: technische informatie, belevingsinformatie en procedure-informatie. Bij de patiënten moeten de omstandigheden om informatie op te kunnen nemen gunstig zijn. Daarnaast kunnen mensen maar een beperkt aantal nieuwe dingen onthouden. Vaak krijgt een patiënt van veel verschillende bronnen informatie en kan hij maar een beperkte hoeveelheid nieuwe informatie onthouden. De therapeut zorgt voor belangrijke, bruikbare en begrijpelijke informatie, zodanig dat die beklijft (vier b s). De stap Willen Wanneer een patiënt ervoor openstaat zijn probleem te onderzoeken en begrijpt wat er aan de hand is, komt de stap Willen. In deze stap gaat het om de (gedrags)intentie van de patiënt: de bereidheid zijn probleem aan te pakken en bepaald gedrag uit te voeren. Deze bereidheid is afhankelijk van drie factoren, te weten attitude (A), sociale invloed of sociale omgeving (S), en zijn eigen effectiviteit (E) of haalbaarheidsverwachting. Interventies die een therapeut doet zijn bijvoorbeeld het bespreken van de verwachte resultaten, risico s, voor- en nadelen (attitude), helpen steun te vinden (sociale steun) en zorgen voor succeservaringen (eigen effectiviteit). De stap Kunnen De stap kunnen verwijst naar het vermogen een handeling of aanpak thuis uit te voeren in het leven van alledag. De stap Kunnen omvat vaardigheden en barrières. Een patiënt kan problemen ervaren bij het uitvoeren van het gedrag: praktische problemen, problemen bij het inpassen in het dagelijks leven of in contact met anderen. In de stap Kunnen instrueert de therapeut de patiënt en faciliteert het toepassen van de vaardigheden. De therapeut zorgt voor oefeningen op maat en voor feedback. Verder anticipeert deze op problemen in de uitvoering. De therapeut vraagt naar problemen die de patiënt verwacht en bespreekt samen hoe die op te lossen zijn. Handelen na handletsel 33 April Voorlichting
34 De stap Doen Wanneer de bereidheid en vaardigheden aanwezig zijn, komt het op de stap Doen aan. Deze stap omvat het thuis of elders uitvoeren van het beoogde gedrag. De stap heeft betrekking op de korte termijn, op de behandelperiode. Factoren die het daadwerkelijk uitvoeren van het gedrag beïnvloeden zijn: doelen, afspraken, feedback en (oplossen van) problemen bij de uitvoering. Interventies om de stap Doen te ondersteunen zijn: doelen stellen voor de korte termijn, afspraken op maat maken, expliciet navragen wat wel en niet gelukt is, positieve feedback geven en gezamenlijk zoeken naar oplossingen voor problemen die de patiënt heeft ondervonden. De stap Blijven doen Doen en blijven doen gedurende de behandeling vraagt al aandacht en inzet, blijven doen na afloop nog veel meer. Vanaf het begin van de behandeling kan de therapeut toewerken naar de stap Blijven doen. In de loop van de behandeling kijken therapeut en patiënt daarom ook al vooruit: wat kun je (Blijven) doen om deze klachten te voorkomen of om met resterende klachten om te gaan (zelfmanagement). Interventies die de therapeut kan hanteren zijn: positieve feedback, anticiperen op terugval in risicosituaties en omgaan met terugval, verankering in het dagelijks leven, zelfmanagementprincipes en follow-up (van der Burgt & Verhulst, 2003). Patiëntenvoorlichting vanuit een multidisciplinair team Een patiënt krijgt vaak informatie van verschillende hulpverleners en daarnaast uit andere bronnen. Daardoor kunnen gemakkelijk tegenstrijdigheden, leemtes of (onnodige) herhaling optreden. Afstemming is daarom belangrijk. Afspraken tussen hulpverleners, vastgelegd in een protocol, dragen bij aan een goede afstemming. Zo bestaan er protocollen, waarin de afspraken naar inhoud, discipline en moment van voorlichting zijn beschreven. (van der Burgt & Verhulst, 2003). In het protocol Postoperatieve behandeling flexorpeeslaesie van Revalidatie Friesland zijn geen afspraken tussen therapeuten naar inhoud, discipline en moment van voorlichting vastgelegd. Handelen na handletsel 34 April Voorlichting
35 3.2 Voorlichtingsmiddelen Deze paragraaf geeft in het kort een beschrijving van verschillende voorlichtingsmiddelen. Een oriëntatie op verschillende middelen biedt de mogelijkheid kritisch te kijken naar de keuze van de DVD als voorlichtingsmiddel binnen het handenteam van Revalidatie Friesland. Soorten middelen De middelen zijn onder te verdelen in schriftelijke, visuele, audiovisuele en interactieve middelen. Terra, Mechelen en van der Burgt (2004) geven een beschrijving van de middelen en een overzicht van de sterke en zwakke kanten bij de inzet van die middelen. Daarnaast worden de stappen (zie 3.1 Voorlichting) genoemd waarvoor het betreffende middel ingezet kan worden. Schriftelijke hulpmiddelen Tot deze categorie behoren hulpmiddelen waarin de tekst centraal staat, zoals folders en brochures. Eventuele illustraties dienen ter ondersteuning van de boodschap in de tekst. Schriftelijk materiaal kan gebruikt worden om opnemen, verwerken en onthouden van informatie te ondersteunen (stap Begrijpen). Een folder die concrete instructies bevat voor handelingen kan een naslagfunctie hebben (stap Kunnen). Sterke kanten? Logisch geordend weergeven van relevante informatie;? Brede doelgroep;? Beelden kunnen de effectiviteit van de teksten ondersteunen;? Naslag- en opfrisfunctie;? Anderen informeren. Zwakke kanten? Niet afgestemd op de individuele patiënt;? Mensen lezen niet graag;? Geschreven taal is voor veel mensen een hindernis, omdat zij moeite hebben het te begrijpen. Visuele middelen Tot deze categorie behoren middelen waarbij de boodschap met name door beelden wordt overgebracht. De tekst is beperkt en dient ter ondersteuning van de afbeeldingen. Voorbeelden zijn een fotoboek, diaserie, poster of folder met voornamelijk afbeeldingen. Sterke kanten? Afbeeldingen kunnen informatie compact weergeven;? Ook geschikt voor mensen die niet goed kunnen lezen of de Nederlandse taal niet beheersen. Zwakke kanten? Niet gericht op individuele patiënt, maar toegesneden op specifieke situatie;? Snel verouderd. Handelen na handletsel 35 April Voorlichting
36 Audiovisuele hulpmiddelen In deze categorie hulpmiddelen ligt de nadruk op (bewegend) beeld en geluid (gesproken woord en/of muziek). Beeld en geluid dragen de boodschap over, eventuele gesproken tekst of ondertiteling is ondergeschikt. Tot deze categorie behoren onder ander videobanden, opnames van televisieprogramma s, cd-roms. Audiovisuele middelen kunnen verschillende stappen van gedragsverandering ondersteunen, afhankelijk van de boodschap en presentatie. De stappen Openstaan, Begrijpen, Willen en Kunnen zijn met deze media te beïnvloeden. Openstaan door de aandacht op een probleem of oplossing te vestigen, door uit te nodigen erbij stil te staan. Begrijpen door feitelijke informatie over processen en procedures aan te bieden. Willen door de mogelijkheid de afwegingen, de sociale invloed en / of eigen effectiviteit te beïnvloeden. Denk hierbij aan identificatie met personen en voorbeeldgedrag van rolmodellen. Kunnen wordt beïnvloed door vaardigheden te demonstreren. Sterke kanten? In beeld brengen werkelijkheid of gewenste situatie;? Combinatie van beeld en geluid zegt vaak meer dan woorden;? Identificatiemogelijkheden;? In beeld brengen van relaties en communicatie tussen mensen;? Geschikt voor demonstratie of instructie van ingewikkelde handelingen. Zwakke kanten? Getoonde situatie wijkt af van de situatie van de patiënt (actualiteit is van groot belang);? Geschikte apparatuur en ruimte nodig;? Niet iedereen is bedreven in het bedienen van apparatuur. Een goede video voldoet aan de volgende kenmerken:? De doelgroep is duidelijk;? De boodschap is duidelijk;? De video is voor de doelgroep aantrekkelijk wat betreft sfeer en toon;? Het onderwerp, de personages en enscenering zijn voor de doelgroep herkenbaar;? Inhoud en presentatie sluiten aan bij de doelgroep;? De inhoud is correct en relevant voor de boodschap aan de doelgroep;? Technische kwaliteit van beeld en geluid is goed;? Het jaar waarin de video is uitgebracht staat vermeld. Interactieve hulpmiddelen Deze categorie biedt de mogelijkheid tot interactie en feedback. De patiënt kan zijn eigen route volgen, afhankelijk van zijn interesse. Tot deze interactieve media behoren onder andere internet, cdroms en informatietelefoons. Deze media kunnen verschillende stappen ondersteunen, afhankelijk van de inhoud, het tijdstip en de manier van gebruik in de voorlichting (Openstaan, Begrijpen, Willen, Kunnen, Blijven doen). Handelen na handletsel 36 April Voorlichting
37 Sterke kanten? Biedt combinatie van bewegend en stilstaand beeld;? Gebruiker kan naar behoefte informatie selecteren. Zwakke kanten? Geschikte apparatuur en ruimte nodig;? Niet iedereen is bedreven in het bedienen van apparatuur en daarmee het benutten van de mogelijkheden van het medium. Een goede cd-rom voldoet aan de volgende kenmerken:? Gebruikersvriendelijk;? Maakt een eigen route door de informatie mogelijk;? Is interactief;? Biedt een afwisseling van stilstaand en bewegend beeld, tekst en geluid. Overzicht bruikbaarheid Elke categorie hulpmiddelen heeft zijn sterke en zwakke kanten. Op basis daarvan zijn de gebruiksmogelijkheden geïnventariseerd. Categorie hulpmiddelen Stap Openstaan Begrijpen Willen (A) Willen (S) Willen (E) Kunnen Doen Blijven doen Schriftelijk Visueel Audiovisueel Interactief /- +/ / ???? +/- +/ Binnen dit afstudeerproject staat het ontwikkelen van een DVD met informatie en instructie over handletsel centraal. In de stappenreeks gaat het hier voornamelijk om de stappen Begrijpen, Willen, Kunne, Doen en in mindere mate Openstaan. De DVD heeft invloed op het kennisniveau van een patiënt (Begrijpen). Middels instructies van handelingen en oefeningen wordt de stap Kunnen ondersteund. Wanneer lotgenoten in beeld zijn of aan het woord zijn, kunnen ze herkenning en steun bieden. Afhankelijk van de geboden informatie en gepresenteerde afwegingen, kan de besluitvorming van een patiënt ondersteund worden (Willen) (Van der Burgt & Verhulst, 2003). Handelen na handletsel 37 April Voorlichting
38 De keuze van het middel Bij de keuze van een middel is het van belang de vraag te stellen of het middel effectief is om het doel te bereiken en de doelgroep aan te spreken. Dit zijn de functionele overwegingen. Ook factoren als kosten en beschikbaarheid spelen een rol, de pragmatische overwegingen. Functionele overwegingen Bij de keuze van een middel zijn allerlei functionele overwegingen van belang, die onder andere samenhangen met de beoogde doelen en functies, de aard en inhoud van de boodschappen en de kenmerken van de doelgroep. Voor het onderwijs geldt het volgende. Er wordt een didactische analyse gemaakt waarin leerdoelen, leerinhouden, doelgroepkenmerken, leeromstandigheden en onderwijsfuncties met elkaar in verband worden gebracht. Het resultaat is een didactisch scenario waarin wordt gespecificeerd wat de samenhang tussen al deze instructievariabelen is. Een mediumkeuze is hiermee nog niet gemaakt. De medium keuze moet dus een functionele afweging zijn, die niet technology-driven is (Westera,1995). Voor deze opdracht van Revalidatie Friesland is enigszins afgeweken van deze werkwijze. Het handenteam heeft bij de Hogeschool van Amsterdam een opdracht neergelegd om een DVD te maken. Door het handenteam van Revalidatie Friesland is vooraf geen uitgebreide didactische analyse uitgevoerd om een weloverwogen keuze voor de DVD als middel te maken. Voor dit project zijn de huidige en gewenste situatie zijn zo goed mogelijk in kaart gebracht op basis van de uitkomsten van een oriëntatie in het werkveld (zie hoofdstuk 1 Probleemdefinitie). De resultaten zijn gebruikt om ontwerpkeuzes te maken voor de DVD. Zo is de DVD bijvoorbeeld in eerste instantie niet gericht op het motiveren van de revalidant, maar moet de DVD wel het belang van het regelmatig en juist uitvoeren van de oefeningen benadrukken Pragmatische overwegingen Naast functionele overwegingen is het belangrijk rekening te houden met pragmatische en randvoorwaardelijke overwegingen, zoals maakbaarheid, haalbaarheid, beschikbaarheid, know-how, kosten etc. (Westera,1995). Revalidatie Friesland heeft er voor gekozen om de opdracht voor de DVD als afstudeeropdracht bij de Hogeschool van Amsterdam neer te leggen. Door studenten in te schakelen kunnen de kosten van het project tot een minimum beperkt worden. Wel is de inzet van therapeuten nodig om de juistheid van de inhoud van de DVD te garanderen. Multimedia Bij multimedia projecten worden de producten in onderlinge samenhang ontwikkeld, zo stelt Vos (1997). In de voorbereidingsfase worden de doelstellingen voor het hele project bepaald inclusief de middelen die ingezet worden om het doel te bereiken. Per product worden uitgangspunten bepaald, omdat per product accenten anders worden gelegd. De producten vullen elkaar immers aan. Handelen na handletsel 38 April Voorlichting
39 Het krachtigste punt van een multimedia activiteit is dat ieder medium wordt benut op zijn sterkste kanten. Toch zal er overlap zijn tussen de verschillende media. Enig overlap zal versterkend werken, omdat men zich eerdere informatie herinnert. Bij een multimedia activiteit kan de relatie tussen de media worden weergegeven in een middelenschema. De oppervlakte van een cirkel geeft de hoeveelheid informatie aan. Waar cirkels elkaar overlappen, komen onderwerpen in beide media aan de orde. Bij een minimale overlap ontbreekt de ondersteunende functie. Een tussenvorm is in de regel aan te raden: ondersteuning, maar toch de eigenschappen van ieder medium optimaal benut (Vos, 1997). Schriftelijke informatie Tentoonstelling Video Een voorbeeld van een middelenschema (Vos, 1997) Het middelenschema voor het handenteam van Revalidatie Friesland ziet er afwijkend uit. Dit heeft onder andere te maken met de soort en hoeveelheid informatie die revalidanten met flexorpeesletsel krijgen tijdens de behandeling. Voorlichting vormt een belangrijk onderdeel van deze behandeling. Deze voorlichting bestaat uit informatie en instructie. De informatie heeft vooral betrekking op de werking van de hand om het belang van het oefenen te benadrukken. Instructie bestaat uit algemene instructies en oefeningen. Het juist en volgens de juiste frequentie uitvoeren van de oefeningen is van wezenlijk belang voor een positief eindresultaat van de behandeling. Herhaling van deze informatie in nodig om vanaf het begin van de behandeling te zorgen dat revalidanten de informatie tot zich nemen en overgaan tot het uitvoeren van de instructies en oefeningen. De voorlichting van het handenteam bestaat momenteel uit mondelinge informatie en schriftelijke informatie. Na implementatie van de DVD kan deze hieraan toegevoegd worden. Deze drie middelen overlappen elkaar: Alle schriftelijke informatie is terug te vinden op de DVD. De DVD bevat informatie die ook door de therapeuten aan de revalidanten verteld wordt. Handelen na handletsel 39 April Voorlichting
40 Volgens Meulenberg zou dit maximale overlap betekenen dat onvoldoende gebruik gemaakt wordt van de eigenschappen van een medium. Er is echter bewust sprake van overlap in de situatie van Revalidatie Friesland. Mondelinge informatie DVD Schriftelijke informatie Middelenschema handenteam Revalidatie Friesland Het belang van de informatie is groot voor een goed resultaat van de behandeling. Om de boodschap goed over te laten komen bij de revalidant is herhaling noodzakelijk. Door de informatie aan te bieden met verschillende middelen is de kans het grootst dat de boodschap overkomt. De hulpverlener blijft het belangrijkste medium in de communicatie met de patiënt. De communicatie tussen hulpverlener en patiënt is doorslaggevend voor het beklijven van de boodschap. De geloofwaardigheid van de hulpverlener die bepalend is voor het zich openstellen van informatie zal de patiënt afmeten aan de deskundigheid en betrouwbaarheid van die hulpverlener (Wieberdink in Kinébanian & Thomas, 1999). Bij het overbrengen van informatie speelt de communicatie tussen de therapeut en de revalidant een grote rol. De mondelinge informatie vormt dan ook de grootste cirkel van het middelenschema: de hoeveelheid informatie en het belang daarvan is groot. Dat hulpmiddelen belangrijke ondersteunende instrumenten zijn, blijkt uit een onderzoek van Wieberdink (1988), waarin gesteld wordt dat 50% van de informatie direct na het verlaten van de sessie vergeten wordt. Hoe meer informatie gegeven wordt, hoe hoger dit percentage is. Globaal gesproken onthouden mensen 10% van wat ze horen, 35% van wat ze zien en 55% van wat ze horen en zien (Graff & Hensgens,1999). Om de mondelinge informatie te ondersteunen is er schriftelijke informatie in de vorm van huisoefenschema s. De oefeningen op de schema s zijn juist. Het taalgebuikt, de illustraties en lay out zijn verouderd. Vernieuwen van dit materiaal is, naast de ontwikkeling van een DVD, wenselijk. Het schriftelijk materiaal is namelijk geschikt voor een brede(re) doelgroep. Daarnaast heeft het handenteam van Revalidatie Friesland nu gekozen voor een DVD als aanvullend voorlichtingsmiddel. In de volgende paragraaf wordt hier uitgebreid op ingegaan. Handelen na handletsel 40 April Voorlichting
41 3.3 DVD als middel Bij de DVD als voorlichtingsmiddel wordt in dit verslag uitvoerig stilgestaan, omdat dit het door Revalidatie Friesland gekozen middel is. Deze paragraaf gaat met name in op de meerwaarde van het gebruik van de DVD ten opzichte van andere middelen. De DVD is een nieuw medium. Er is nog weinig ervaring met het gebruik van een DVD als voorlichtingsmiddel binnen de gezondheidszorg. Effectstudies op dit gebied zijn er nog niet, zo bleek uit navraag bij NIGZ (Nationaal Instituut voor Gezondheidsbevordering en Ziektepreventie), TNO (Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek) en het productiebedrijf HR media. De DVD wordt in dit verslag gezien als een audiovisueel middel met beperkte interactieve mogelijkheden, zoals het gebruik van een keuzemenu. Door de beperkte specifieke informatie over de DVD als voorlichtingsmiddel is het literatuuronderzoek daarom grotendeels gericht op het audiovisuele en / of interactieve middelen. De DVD DVD (digital versatile disc) is een populair medium. De reden hiervan is de superieure kwaliteit van beeld en geluid, gecombineerd met een lage prijs. Daarnaast een ongekende bedrijfszekerheid: geen problemen met verkeerde stuurprogramma s, corrupte bestanden of fatale fouten en geen virussen. Een DVD doet het altijd: de speler aansluiten op de tv, schijfje erin en draaien maar (Van der Vegt, Westera, Hoogveld, & Puls, 2005). DVD als educatieve toepassing Door een DVD te beschrijven volgens de DVD videostandaard ontstaat een zogenaamde DVD-video en komt bij het afspelen automatisch een aantal extra functies beschikbaar. Zo voorziet de DVD videostandaard in het definiëren van menu s. Gebruikers kunnen met hun afstandbediening deze menu s doorlopen en zelf scènes of afbeeldingen selecteren, naar behoefte ondertiteling aanzetten in een taal naar keuze of kiezen voor gesproken commentaar. De combinatie van keuzemenu s en selectieve weergave van geluiden, teksten en beelden geeft de DVD educatieve waarde (Van der Vegt, Westera, Hoogveld, & Puls, 2005). Gebruikersmogelijkheden Om het afspelen van een DVD op televisie mogelijk te maken is een DVD-speler nodig, die ervoor zorgt dat alle gegevens op de juiste wijze worden gecombineerd en gepresenteerd op een tv-scherm. De kwaliteit van beeld en geluid is goed. Afspelen kan ook via de computer, waarin tegenwoordig meestel een DVD-speler is ingebouwd. De beeldkwaliteit is meestal lager als op een tv scherm (Van der Vegt e.a, 2005). Lineair en interactief Bij lineaire audiovisuele media is er sprake van eenrichtingsverkeer tussen de zender van de boodschap en de ontvanger. De rollen van zender en ontvanger liggen vast. Het communicatieproces Handelen na handletsel 41 April Voorlichting
42 voltrekt zich als een continue stroom van boodschappen van A naar B. Het tempo en de volgorde ligt vast en de ontvanger heeft geen mogelijkheden om het proces te beïnvloeden. Voorbeelden hiervan zijn films en televisieprogramma s. Bij interactieve audiovisuele media vindt de communicatie in twee richtingen plaats: zender en ontvanger treden in interactie. Ze reageren afwisselend op elkaar zoals bijvoorbeeld bij sommige computerprogramma s. Zo n computerprogramma biedt de ontvanger een aantal opties waaruit deze met behulp van een toetsenbord of muis een keuze maakt. Het programma reageert vervolgens op die keuze door de gewenste programmadelen te activeren enzovoorts. De ontvanger heeft hiermee een zekere controle op het verloop van het programma en omgekeerd kan het programma zich in belangrijke mate richten op de wensen en behoeften van de ontvanger. Het tempo, de aard en de volgorde van de informatieoverdracht liggen nu niet vast. Iedere ontvanger kan zo een individuele route doorlopen. In sommige gevallen is het programma in staat om de activiteiten van de ontvanger te beoordelen en van adequate terugkoppeling te voorzien (Westera,1995). Kenmerken audiovisuele middelen Bij DVD heeft men niet alleen te maken met bewegende beelden, maar ook met stilstaande beelden, geschreven teksten, gesproken woord, terugspoelmogelijkheid, vertraagde afspeelmogelijkheid, zoekmogelijkheid etc. De meeste kenmerken komen overeen met de kenmerken van audiovisuele middelen. Een aantal kenmerken zijn specifiek voor de DVD. Deze laatste worden in een aparte paragraaf beschreven. Doel is kennisvermeerdering Er zijn aantoonbare effecten met audiovisuele middelen als het doel van de informatieoverdracht kennisvermeerdering is. De audiovisuele middelen zijn niet geschikt om abstracte en nauwelijks te visualiseren informatie over te brengen. Belangrijk is dat doelstellingen of het nu op het gebied van kennis, houding of gedrag is, specifiek en niet te hoog gegrepen zijn (Meulenberg, 1994). De DVD van het handenteam Revalidatie Friesland bestaat uit informeren en instrueren. Daarbij is het uitgangspunt dat revalidanten voldoende gemotiveerd zijn om de oefeningen uit te voeren (dit is dus géén doel van deze DVD). Dit betekent dat de DVD met name gericht is op kennisvermeerdering: het juist en met de juiste frequentie uitvoeren van de oefeningen. Bewegende beelden met geluid De beschikbaarheid van geluid biedt de mogelijkheid om de beeldinformatie in de meest brede zin te ondersteunen. Deze parallelle communicatie via twee verschillende kanalen ontbreekt geheel bij schriftelijke media. Een afgeleide van dit kenmerk is het overdragen van moeilijk verbaliseerbare kennis, zoals specifiek psychomotorische handelingen (Westera, 1995). De DVD van Revalidatie Friesland bevat instructies en oefeningen die aan de hand van een schriftelijk middel moeilijk te begrijpen zijn. Er is een vertaalslag nodig van de instructies op papier naar de uit te Handelen na handletsel 42 April Voorlichting
43 voeren handeling. Door het tonen van de handelingen en daarnaast de uit te voeren handelingen stap voor stap te benoemen, kunnen de instructies geïmiteerd en daardoor veelal beter uitgevoerd worden. Informatieoverdracht via beelden Dit kenmerk is niet uniek voor audiovisuele middelen. Wel is de descriptieve potentie van het beeld, de manier waarop het beeld de werkelijkheid beschrijft, vele malen groter dan die van het woord. Een foto van een persoon of voorwerp laat zich niet met een beperkt aantal woorden vergelijkbaar treffend beschrijven (Westera,1995). Voor het uitvoeren van de oefeningen op de DVD geldt dat het beeld inderdaad veel meer zegt dan een uitgebreide beschrijving van de oefening. Ook een illustratie van de hand tijdens de oefening is lastig te vertalen naar een handeling, zo blijkt uit de praktijk. Taal; gesproken woord Woorden kunnen heel andere functies vervullen dan beelden en zijn daardoor zekere zo belangrijk. Een verbale uiting is lineair en discursief (redenerend). Taal stelt mensen in staat tot bewust denken, logische denken, tot het vormen van abstracte verbale concepten en tot het redeneren via sterk omlijnde begrippen en tijdstrappen. Een breed gedragen opvatting binnen de cognitieve psychologie is dat het linguïstische systeem van de mens verantwoordelijk is voor de ontwikkeling van intelligentie (Chomski, Bruner, Vygotsky, Vroon in Westera, 1995). De gesproken tekst op de DVD ondersteunt de getoonde handeling. De presentator benoemt de handelingen stap voor stap en de aandachtspunten voor de getoonde oefening. Taal; geschreven tekst Dit kanaal wordt veelal alleen gebruikt als aanvulling op andere kanalen. Voor de DVD voor Revalidatie Friesland is gebruik gemaakt van deze mogelijkheid door beeldteksten en ondertiteling toe te voegen. De beeldteksten bestaan uit een inhoudsopgave en een samenvatting van de informatie of instructie. Tijdens het tonen van de beeldtekst met de samenvatting is de revalidant in de gelegenheid de oefening zelf uit te voeren aan de hand van de getoonde activiteiten en aandachtspunten. Daarnaast zijn bij de instructies de aandachtspunten als ondertiteling aan het beeld toegevoegd. Herhaalbaarheid Een audiovisueel programma kan vrijwel onbeperkt worden herhaald en zal de informatie telkens op dezelfde wijze aanbieden. Dit biedt garanties voor standaardisatie van informatieoverdracht en flexibel gebruik (tijd, plaats, frequentie) door de toeschouwer (Westera,1995). Handelen na handletsel 43 April Voorlichting
44 Dit is voor de DVD van het handenteam een belangrijk item, omdat de DVD voornamelijk instructies bevat. Het is van belang dat de oefeningen regelmatig en op de juiste manier uitgevoerd worden. Met behulp van de DVD kan de revalidant op ieder gewenst moment de oefening herhalen. Kenmerken specifiek voor DVD Menustructuur Een menustructuur geeft de gebruiker selectief toegang tot de afzonderlijke bestanden met teksten, plaatjes beeld- en geluidsfragmenten. Menu s kunnen eenvoudige afspeellijsten zijn, maar ook ingewikkelde boomstructuren waarmee een hoge graad van interactie wordt bereikt. De menu s bieden via de afstandbediening direct toegang tot relevante fragmenten en kunnen worden gebruikt voor het naar keuze herhalen of juist overslaan van onderdelen (Van der Vegt e.a., 2005). Voor het ontwerp van de DVD is gekozen gebruikt te maken van keuzemenu s. Hierdoor kan de revalidant een eigen route volgen door de informatie. Dit heeft een meerwaarde vergeleken bij bijvoorbeeld een video: de revalidant hoeft niet telkens alle informatie te bekijken en te beluisteren, maar kan zich beperken tot bijvoorbeeld één serie oefeningen. Dit zal het gebruik van de DVD bevorderen. Ondertiteling van het beeld Tijdens de beelden kunnen verschillende niveaus van tekstuele toelichting of aanwijzingen zichtbaar gemaakt worden (Van der Vegt e.a., 2005). Bij de instructies zijn de aandachtspunten als ondertiteling aan het beeld toegevoegd. Het aandachtspunt krijgt zo extra aandacht: een herhaling van het punt door middel van geschreven tekst. Kanttekeningen Bij dit alles moeten wel een aantal kanttekeningen worden geplaatst. Kijkgedrag Televisie is een medium dat een kijker vaak in een passieve rol plaatst. Het toepassen van educatieve film impliceert een leersituatie en dus meer een actieve en betrokken houding van de lerende (Westera,1995). Heterogene doelgroep Audiovisuele middelen zijn niet geschikt voor zeer heterogene doelgroepen. Mensen verschillen in leesvaardigheid, leerstijlen en interpretatievermogen van teksten, zoals ze ook verschillen in visuele ontwikkeling en visueel interpretatievermogen. Sommige (allochtone) groepen in de Nederlandse samenleving zijn niet gesocialiseerd met visuele informatievoorziening of hebben moeite met een grote toevloed van visuele informatie (bijvoorbeeld ouderen) (Meulenberg,1994). Handelen na handletsel 44 April Voorlichting
45 De doelgroep voor de DVD van het handenteam is zeer variabel. De leeftijd varieert van 15 tot 65 jaar. Ook het opleidingsniveau varieert. Dit maakt de doelgroep minder geschikt voor het gebruik van AVmiddelen / DVD. Voor de ouderen onder de revalidanten geldt dat zij niet altijd een PC of DVD-speler in huis zullen hebben. Ook zal een aantal revalidanten niet weten hoe om te gaan met de apparatuur. Hoe groot deze groep is, is niet bekend. Professionele aangelegenheid Het produceren van goed materiaal is een professionele aangelegenheid en kost veel tijd, geld en energie. Het inzetten van media is wenselijk. Afstemming en zorgvuldige ontwikkeling noodzakelijk (Graff & Hensgens, 1999). Dit sluit aan bij de mening van Meulenberg (1994), die aangeeft dat er binnen organisaties veelal voldoende know-how is om personeelsbladen, nieuwsbrieven en tal van andere middelen effectief te laten produceren of extern te laten vervaardigen. Dat ligt anders als het gaat om de productie van audiovisuele media. Dit kan vrijwel nooit intern en moet dus worden uitbesteed aan een productiebedrijf. Daarbij zal een opdrachtgever die zijn communicatiedoelstelling en - middelen serieus neemt, enige kennis van zaken moeten hebben om een goede en effectieve DVD te laten produceren. Handelen na handletsel 45 April Voorlichting
46 46
47 4. Ontwerp DVD flexorpeesletsel 4.1 Didactische Analyse Voorafgaand aan het ontwerp van de DVD is (gezien de tijd) een beperkte didactische Analyse uitgevoerd. Belangrijke elementen hierin worden achtereenvolgens beschreven: doelgroep, beginsituatie, doel, globale inhoud en taakanalyse. Doelgroep De doelgroep wordt gevormd door revalidanten met flexorpeesletsel in verschillende stadia van het herstelproces: in de spalk en na de spalk. De doelgroep varieert in leeftijd (van 15 tot 65 jaar) en in opleidingsniveau. Beginsituatie De revalidant heeft voorafgaand aan het gebruik van de DVD de informatie en instructie die op de DVD staat al mondeling van de therapeut ontvangen. Een deel van de revalidanten weet deze informatie goed te onthouden en toe te passen. Voor een ander deel geldt dat niet. Deze informatie is gebaseerd op uitspraken van de therapeuten (zie 1.2 Huidige situatie). Doel In de startnotitie van het afstudeerproject is het volgende doel geformuleerd. De DVD geeft de revalidant kennis over:? De anatomie van de hand. Dit gespecificeerd naar flexorpeesletsel;? De juiste wijze en frequentie van het uitvoeren van de oefeningen;? Het belang van de oefeningen; De DVD geeft de revalidant de mogelijkheid tot:? Herhaling van de informatie en instructies op het voor de revalidant gewenste moment. Globale inhoud Middels gesprekken met de opdrachtgever en het bestuderen van het protocol Postoperatieve behandeling flexorpeeslaesie (zie 2.2 Werkwijze Revalidatie Friesland) is globaal vastgesteld welke informatie en instructies op de DVD worden opgenomen. De DVD beperkt zich tot instructies en oefeningen voor thuis. Informatie 1. Het handenteam? Locatie Leeuwarden? Betrokken disciplines? Werkwijze Handelen na handletsel 47 April Ontwerp DVD flexorpeesletsel
48 2. De hand en buigpeesletsel? Functies van de hand? Buigpees? Buigpeesletsel? Herstelproces? Verklevingen? Bevorderende maatregelen 3. Behandeling buigpeesletsel? Spalk? Oefeningen? Krachtopbouw? Dagelijkse bezigheden? Werkhervatting Instructies 4. Algemene instructies bij handletsel? Bestrijden dikke hand / vingers? Littekenmassage? Handenbad 5. Instructies bij buigpeesletsel? Bracket bevestigen? Spalk af- en omdoen 6. Oefeningen vingers bij buigpeesletsel 6.1 In de spalk? Actief strekken? Passief buigen? Passief strekken van het eindkootje? Passief strekken van het middelste gewrichtje 6.2 Na de spalk? Vingers strekken? Pols strekken? Pols draaien? De gewone vuist? De rechte/platte vuist? De haakvuist Handelen na handletsel 48 April Ontwerp DVD flexorpeesletsel
49 Taakanalyse De oefeningen en instructies ( taken ) op de DVD bevatten een aantal stappen die in genoemde volgorde uitgevoerd moeten worden. Elke taak is geanalyseerd aan de hand van een aantal vaste aspecten: titel, doel, frequentie, activiteit en aandachtspunt. Indien relevant zijn de volgende aspecten toegevoegd: benodigdheden, moment. Voorbeeld taakanalyse uit hoofdstuk 6.1: Oefeningen vingers in de spalk: Passief strekken eindkootje Doel Bevorderen glijden van de pees om verkleving te voorkomen. Frequentie 4 x per dag 10 keer Activiteit Met behulp van de gezonde hand (passief):? Buig per vinger alle gewrichtjes zo ver mogelijk? Maak in deze stand het eindkootje recht? Houd dit 5 seconden vast? Ontspan uw hand daarna Aandachtspunt Alleen het eindkootje wordt gestrekt. De overige gewrichtjes blijven gebogen Deze taakanalyses zijn, weliswaar in een wat aangepaste vorm, terug te vinden op de beeldschermteksten. Handelen na handletsel 49 April Ontwerp DVD flexorpeesletsel
50 4.2 Ontwerp Ter voorbereiding van het ontwerp zijn drie bestaande voorlichtings- DVD s en CD-roms bekeken:? DVD Hoe zorg ik voor een ander? (Teleac, 2003);? CD-rom Rugklachten, wat te doen, wat te laten (Hartman, Knaap, Koetsier & van Oosten, 2003);? CD-rom bij leerpakket 6 (Bisschop, Satink & Lemmens, 2004). Bij het ontwerp van de DVD is rekening gehouden met ontwerpcriteria afkomstig uit de literatuur en het eerder opgestelde programma van eisen (zie 1.4 Programma van eisen). In deze paragraaf wordt beschreven welke criteria dit zijn en hoe deze in het ontwerp voor de DVD zijn toegepast. Het draaiboek, het resultaat van het ontwerp wordt vervolgens beschreven. Informatie in deze paragraaf kan worden aangewend voor eventueel in de toekomst te ontwikkelen DVD s voor Revalidatie Friesland. Ontwerpcriteria Ontwerpcriteria zijn opgesteld op basis van het Programma van eisen (zie 1.4), de didactische analyse (zie 4.1), beoordelingscriteria voorlichtingsmateriaal (van der Burgt & Verhulst, 2003) en de in hoofdstuk 3.2 genoemde kenmerken waaraan voorlichtingsmiddelen moeten voldoen. Ontwerpcriteria 1. Doelgroep en boodschap zijn duidelijk; 2. Inhoud en opbouw sluiten aan bij doelgroep; 3. Er is rekening gehouden met algemene didactische principes; 4. Inhoud is correct, compact en helder; 5. Taal en toon zijn op maat voor de doelgroep; 6. Personages en enscenering zijn voor de doelgroep herkenbaar; 7. Personages komen geloofwaardig over; 8. Vormgeving is uitnodigend en sluit aan bij de doelgroep en de huisstijl; 9. Technische kwaliteit van beeld en geluid is goed; 10. Jaar waarin de DVD is uitgebracht staat vermeld. Voor een uitwerking van ontwerpcriteria 7 en 9 wordt verwezen naar 4.3 Realisatie. 1. Doelgroep en boodschap zijn duidelijk Bij oppervlakkige of snelle lezing is duidelijk voor wie het voorlichtingsmateriaal bedoeld is (de doelgroep) en wat de boodschap is. De boodschap wil in dit kader zeggen: de strekking van de informatie in een slogan of in een of twee kernzinnen. De boodschap maakt ook duidelijk welke functie het materiaal kan hebben (van der Burgt & Verhulst, 2003). Handelen na handletsel 50 April Ontwerp DVD flexorpeesletsel
51 Uit de omslag en de aankondiging van de DVD zijn de doelgroep en de boodschap af te leiden. Op de voorzijde van de omslag van de DVD staat de titel Handelen na handletsel met subtitel Informatie en instructie bij buigpeesletsel. Op de achterzijde van de omslag staat een deel van de tekst van de aankondiging vermeld. Deel uit de aankondiging: Deze DVD is bedoeld voor u als revalidant met buigpeesletsel. U krijgt tijdens de behandeling mondelinge informatie van uw therapeut. Met deze DVD kunt u de informatie thuis nog eens herhalen op een moment dat het u uitkomt. Ook kunt u met deze DVD uw familie of vrienden informeren over uw letsel en de gevolgen hiervan. De DVD bevat algemene informatie over de hand en de behandeling van handletsel door het handenteam van Revalidatie Friesland. Daarnaast vindt u instructies en oefeningen voor buigpeesletsel, die u thuis uit kunt voeren. 2. Inhoud en opbouw sluiten aan bij doelgroep Een veel voorkomende valkuil is dat de informatie die de professional selecteert en ordent voor de professional wel logisch is en prioriteit heeft, maar dat de inhoud en opbouw niet hoeven aan te sluiten bij de belangrijkste vragen die de patiënt bezighouden (van der Burgt & Verhulst, 2003). De DVD is ontwikkeld naar aanleiding van een vraag van de therapeuten van het handenteam. Er heeft geen onderzoek naar de behoefte en vragen binnen de doelgroep plaats gevonden (zie 1.3 Gewenste situatie). Hierdoor kan de DVD niet optimaal aansluiten bij de doelgroep. De opbouw is vanuit het perspectief van de ontwerpers zo logisch mogelijk gemaakt. Hierbij rekening houdend met algemene (didactische) ontwerpprincipes. De DVD is opgebouwd uit zes hoofdstukken. De eerste drie bevatten informatie en de laatste drie hoofdstukken betreffen instructies (zie 4.1 Didactische Analyse). De revalidant kan afhankelijk van zijn behoefte één van deze hoofdstukken selecteren. Binnen de laatste drie hoofdstukken kan de revalidant ook weer afhankelijk van zijn behoefte een keuze voor een paragraaf maken (zie bijlage 3 Menustructuur). Een revalidant bijvoorbeeld die zijn hand uit de spalk heeft, zal waarschijnlijk op dat moment geen behoefte hebben aan een oefening in de spalk Globaal zijn alle hoofdstukken en paragrafen volgens het kop-romp-staart principe opgebouwd (Terra, Mechelen & van der Burgt, 2004). Eerst volgt een overzicht van de onderwerpen die aan bod gaan komen ( kop ). Vervolgens verschijnt de eigenlijke informatie ( romp ). Tot slot volgt een samenvatting van deze informatie ( staart ). Handelen na handletsel 51 April Ontwerp DVD flexorpeesletsel
52 Binnen de instructiehoofdstukken is de opbouw per instructie/oefening als volgt: 1. Aankondiging Bevat: titel en doel; 2. Demonstratie van de instructie/oefening Ondersteund met verbale uitleg over uitgangspositie en uit te voeren stappen; 3. Herhaling van de instructie/ oefening Tevens verbale uitleg van aandachtspunt(en) en frequentie van uitvoeren; 4. Samenvatting Bevat: de titel, de stappen, de aandachtspunten en de frequentie van uitvoeren. Ook hier is het kop-romp-staart principe terug te vinden. De aankondiging vormt de kop. De demonstratie en herhaling de romp en de staart wordt gevormd door de samenvatting. 3. Er wordt rekening gehouden met algemene didactische principes In de opbouw van een film spelen didactische overwegingen een belangrijke rol. De volgende didactische principes bevorderen het leren:? Voorbereiden op de leertaak;? Aandacht trekken;? Activeren;? Terugkoppeling geven;? Herhalingen inbouwen (Westera, 1995). Voorbereiden op de leertaak Zoals een atleet ruim van tevoren met een warming-up begint zo moet ook de kijker zich van tevoren op een leertaak kunnen instellen. Bij een film moet de kijker duidelijk worden gemaakt waarom hij naar de film moet kijken, wat er gaat komen en wat daarbij van hem wordt verwacht. Het is aan te bevelen om van te voren kenbaar te maken hoe lang de film ongeveer duurt. (Westera, 1995). De DVD titel : Handelen na handletsel en subtitel Informatie en instructie bij buigpeesletsel bieden al een zekere oriëntatie op de inhoud. Verder dienen de hiervoor genoemde overzichten en aankondigingen ter voorbereiding op de leertaak (de kop uit het kop-romp-staart principe ). In de algemene aankondiging van de DVD wordt gezegd dat de revalidant in de gelegenheid wordt gesteld om de instructies en oefeningen mee te doen ( Wat wordt er verwacht? ). Voorafgaand aan de oefeningen wordt uitgelegd hoe de instructie is opgebouwd ( Wat gaat er komen? ). Omdat de duur van de DVD afhankelijk is van de keuze die de revalidant maakt, kan deze van te voren niet kenbaar worden gemaakt. Aandacht trekken Alleen al door een afwisseling van soorten stimuli en soorten communicatiekanalen kan het leren verbeteren. Dat betekent dat een multimediale benadering, bijvoorbeeld het gebruik van een Handelen na handletsel 52 April Ontwerp DVD flexorpeesletsel
53 onderwijsfilm naast schriftelijke materialen, op zich al een positief effect heeft. Binnen de film kan de aandacht van de kijker eenvoudig worden gericht door bijvoorbeeld een camerabeweging, muziekgebruik of door een verandering van stijl, sfeer, kleur, vorm, onderwerp of locatie (Westera, 1995). Voorbeelden hiervan uit de DVD zijn:? Inzoomen op hand, spalk en brackets bij oefeningen en instructies;? Hand vanuit twee verschillende cameraposities laten zien bij een oefening;? Muziekgebruik;? Simulatiepatiënt die felle, donkere bovenkleding draagt;? De spalken-, houtwerkruimte en het afsprakenkantoor als locatie;.? Foto s als achtergrond bij beeldteksten. Activeren Wil een kijker de stof goed leren beheersen en als een vanzelfsprekend onderdeel van zijn handelingsrepetoire kunnen gebruiken dan zal hij voldoende gelegenheid moeten hebben om zelf te oefenen (Westera, 1995). Aan het eind van elke instructie en oefening krijgt de revalidant de gelegenheid zelf mee te doen. Ter ondersteuning staat een samenvatting van de betreffende instructie of oefening op het scherm. Ook schriftelijk materiaal kan een goede nazorg bieden. Het bestaand materiaal zal geactualiseerd moeten worden. Terugkoppeling geven De kijker activeren zonder terugkoppeling geven is weinig zinvol. Maar bij een film speelt het probleem van eenrichtingsverkeer. De makers kunnen niet nagaan wat de kijker doet, bedenkt of beredeneert. Toch zullen zij zoveel mogelijk moeten anticiperen op de fouten die hij kan maken (Westera, 1995). De aandachtspunten bij de instructies en oefeningen zijn met name gebaseerd op door de doelgroep gemaakte fouten in de uitvoering. Voor deze fouten zijn de contactpersonen geraadpleegd. Om veelvoorkomende uitvoeringfouten te achterhalen, is gebruik gemaakt van de ervaringen van de contactpersonen. Herhalingen inbouwen Herhalingen en samenvattingen verbeteren de leerprestatie. En juist omdat de kijker bij de film niet de gelegenheid heeft om nog eens even terug te bladeren zoals bij een boek, is er een extra noodzaak om herhalingen en samenvattingen in te bouwen (Westera, 1995). Het argument van niet kunnen terugbladeren gaat door de mogelijkheid van het keuzemenu niet helemaal op voor de DVD. Dit neemt niet weg dat herhalingen en samenvattingen belangrijk blijven. Alle oefeningen worden twee keer gedemonstreerd. Verder wordt aan het eind van elke instructie en oefening een samenvatting gegeven door middel van beeldteksten. Handelen na handletsel 53 April Ontwerp DVD flexorpeesletsel
54 4. De inhoud is correct, compact en helder De inhoud is juist en is een uitwerking van de voorlichtingsboodschap. Alle informatie is nodig om de boodschap over te dragen. Niet te veel, niet te weinig. Het is duidelijk van wie het voorlichtingsmateriaal afkomstig is (van der Burgt & Verhulst, 2003). Als basis voor de uitwerking van de inhoud zijn het protocol Postoperatieve behandeling Flexorpeeslaesie, en het huisoefenschema gebruikt. Aanvullend hebben de contactpersonen hierin ontbrekende informatie gegeven en onduidelijkheden toegelicht. De conceptversie van het draaiboek is ter beoordeling aangeboden aan de contactpersonen en hun feedback is vervolgens verwerkt in de definitieve versie. De aanwezigheid van één van de therapeuten bij de opnamen van de instructie- en oefenonderdelen heeft gezorgd voor een zo correct mogelijke demonstratie van de simulatie patiënt. Op de omslag en afkondiging staat vermeld van wie het voorlichtingsmateriaal afkomstig is. De richtlijnen die zijn nagestreefd om de inhoud compact en helder weer te geven komt in het volgende ontwerpcriterium aan de orde. 5. Taal en toon zijn op maat voor de doelgroep De stijl past bij de doelgroep en de boodschap. De taal is begrijpelijk voor degenen voor wie de DVD is bedoeld. Dat stelt eisen aan het schriftelijk (beeldschermteksten) en mondeling taalgebruik (commentaarteksten). Onderstaande algemene richtlijnen voor beeldschermteksten en commentaarteksten zijn zoveel mogelijk nagestreefd. Beeldschermteksten Kamps & Kluijt (2005) geven in hun theoretische onderbouwing over folders en posters richtlijnen voor het schijven van teksten:? Gebruik gemiddeld niet meer dan woorden per zin;? Wees concreet, bijvoorbeeld: drie uur in plaats van enige tijd ;? Vermijd moeten en dienen (gebruik liever het is belangrijk, het is verstandig of kunnnen );? Vermijd medisch jargon, gebruik eerst de woorden die bekend zijn voor de patiënten. Als het niet te vermijden is leg het wel uit;? Gebruik voor een bepaald onderwerp consequent dezelfde term;? Schrijf alles voluit, gebruik geen afkortingen;? Het taalgebruik is modern en eenvoudig. Woorden als gaarne, alvorens, derhalve ontbreken.? Vermijd logge uitdrukkingen zoals met betrekking tot (over) en woorden als trachten (proberen), en indien (als);? Het taalgebruik straalt dynamiek (activiteit) uit. De lijdende vorm van werkwoorden ontbreekt zoveel als mogelijk;? Beperk het gebruik van hulpwerkwoorden kunnen en zijn;? Vermijd wij. Handelen na handletsel 54 April Ontwerp DVD flexorpeesletsel
55 De beeldschermteksten worden niet door de voice over (presentator buiten beeld) meegelezen. Hiermee wordt gelegenheid geboden om de tekst in eigen tempo te lezen. Commentaarteksten Een goede commentaartekst beperkt zich tot het hoogstnoodzakelijke. Hoe minder tekst, des te beter. De teksten moeten kort en duidelijk zijn, zodat de kijker (alias luisteraar) zonder veel inspanning op het spoor kan blijven. Dat betekent een directe stijl zonder veel omhaal. De stijl van de teksten is kort en krachtig, zakelijk, en ter zake, levendig en actief. Een goede commentaartekst onderscheidt zich bovendien door een gedoseerde opbouw, met vele pauzes (Westera, 1995). Zowel in de beeldschermteksten als de commentaarteksten wordt de doelgroep direct aangesproken. In overleg met de opdrachtgever is voor de u vorm gekozen De stem geeft kleuring aan de woorden. Deze kleuring wordt bereikt door articulatie, de luidheid, de klank, de intonatie, de snelheid en het ritme. Richtlijnen voor stemgebruik:? Overdrijf niet;? Breng accenten aan met klank en intonatie;? Vermijd het om met de stem naar beneden te gaan aan het einde van een zin. Hierdoor wordt het verhaal saai;? Oefen de presentatie om er een levendige zinsmelodie, met variatie in sterkte en nadruk te krijgen;? Houd de snelheid lager dan bij gewoon praten;? Zorg voor voldoende pauzes. (Terra, Mechelen & van der Burgt, 2004). De commentaarteksten zijn voorafgaand aan de opnamen thuis geoefend. 6. Personages en enscenering zijn voor de doelgroep herkenbaar De volgende personages komen in beeld op de DVD:? Therapeuten? Simulatierevalidant? Echte revalidant Voorbeelden van herkenbaarheid:? De therapeuten die in beeld komen zijn werkzaam in het handenteam;? Bij het onderdeel Littekenmassage is een echte revalidant met een litteken in beeld;? Diverse overlegsituaties tussen therapeut en revalidant; Handelen na handletsel 55 April Ontwerp DVD flexorpeesletsel
56 ? Opnameruimten in Leeuwarden: spalkenruimte, handenkantoor, houtwerkruimte;? Gebruik van anatomieposter die therapeut ook tijdens mondelinge instructie gebruikt.? Vergelijking lijm met herstelweefstel 8. De vormgeving is uitnodigend, sluit aan bij de doelgroep en huisstijl. Muziek kan gebruikt worden om de aandacht te trekken (Westera, 1995) Om de DVD aantrekkelijker te maken is gekozen voor achtergrondmuziek. De muziek wordt ingezet bij beeldteksten die lang genoeg verschijnen om een muziekfragment te laten horen en waarbij geen informatie onthouden hoeft te worden. Het betreft de volgende onderdelen op de DVD: voorafgaand aan de gesproken aankondiging, bij de afkondiging en de momenten waarop gelegenheid wordt geboden om zelf te oefenen. Omdat de muziek tegelijkertijd met beeldschermteksten wordt gehoord, is voor een instrumentaal nummer gekozen: Meta Sequoia van Harry Sacksioni. Bij de keuze van het nummer is ook rekening gehouden met de variatie in leeftijd binnen de doelgroep. Er is gekozen voor muziek door zowel jongeren als ouderen aanspreekt. Voor gebruik van de muziek is toestemming aangevraagd en verkregen bij de gitarist. Huisstijl Voor het lettertype op het beeldscherm, zoals de keuzemenu s en de beeldteksten, wordt gebruik gemaakt van Arial. De grootte is niet vooraf vastgesteld. De titel vormt hierop een uitzondering. Deze heeft hetzelfde lettertype dat in het sjabloon van power point (met het logo van Revalidatie Friesland) gebruikt is. Het omslag bevat het sjabloon van Revalidatie Friesland. De titel op de voorkant bestaat uit het lettertype: Humanitas. De overige tekst op de omslag en de sticker is in Arial. 10. Jaar waarin de DVD is uitgebracht staat vermeld. Op de omslag en de sticker van de DVD staat 2006 vermeld. Handelen na handletsel 56 April Ontwerp DVD flexorpeesletsel
57 Draaiboek Het draaiboek vormt de basis voor de realisatiefase (4.3) en is een bron van informatie voor de filmcrew. Een draaiboek geeft bijna alle informatie die een medewerker nodig heeft en fungeert als communicatiemiddel bij opname en montage. Voor de opzet van het draaiboek is gebruik gemaakt van het draaiboek van de instructie DVD Hoe zorg is voor een ander? (Teleac, 2003) en een voorbeeld van een draaiboek uit het onderwijs (Spaan de Lange & Hendricksen, 2005). Op het voorblad staan de titel van het hoofdstuk en eventuele paragrafen, de naam van de presentator en acteurs, de opnamelocatie en de benodigdheden. De volgende pagina( s) bevat(ten) steeds vijf kolommen (zie onderstaand voorbeeld). Links staat het scènenummer. De kolommen daarnaast geven aan welk (hoofdstuk)onderdeel de scène betreft en biedt informatie over de beeldinhoud. Informatie over de camerapositie staat in de kolom daarnaast. De laatste kolom betreft tekst en geluid. De tekst is letterlijk uitgeschreven. Ook het gebruik van muziekfragmenten wordt hier vermeld. Beeldschermteksten zijn in een aparte bijlage van het draaiboek opgenomen. Hieronder is ter illustratie een klein onderdeel uit het draaiboek weergegeven. In bijlage 5 Draaiboek Flexorpeesletsel is het volledige draaiboek opgenomen. ONDERDEEL BEELD CAMERA GESPROKEN TEKST / GELUID 4.7 Handenbad Algemeen Revalidant zit aan tafel, waarop een teiltje met water staat en de overige benodigdheden liggen (handdoek, zalf, kan met water, biotex en lepel) MS Inz. Een handenbad heeft een positieve invloed op het herstelproces. Het handenbad bevordert de doorbloeding, versoepelt de gewrichten en verbetert de gevoeligheid. Daarnaast is het natuurlijk prettig dat u uw hand kunt wassen. Draagt u een spalk, zorg dan dat u zo kort mogelijk de bescherming van deze spalk mist. 4.8 Instructie handenbad Revalidant zit aan tafel met voor zich een teiltje met water en de benodigde spullen. Revalidant doet biotex in water. MS Vul een teiltje met handwarm water en voeg hier een eetlepel groene Biotex aan toe. Leg vervolgens alle benodigde spullen zoals een handdoek en een kan met schoon water binnen handbereik. Voorbeeld uit het draaiboek DVD Handelen na Handletsel. Informatie en instructie bij buigpeestletsel. Hoofdstuk 4: Algemene instructies, onderdeel Handenbad In het draaiboek zijn de teksten letterlijk uitgeschreven om als onervaren filmploeg zo goed mogelijk voorbereid te zijn. Handelen na handletsel 57 April Ontwerp DVD flexorpeesletsel
58 Het maken van het draaiboek is een flinke tijdsinvestering, die zich later bij de opname en montage laat terugverdienen. Het biedt een goed communicatiemiddel tussen opdrachtgever, makers, acteurs en filmer bij zowel opname als montage, is onze ervaring. Handelen na handletsel 58 April Ontwerp DVD flexorpeesletsel
59 4.3 Realisatie Deze paragraaf bevat een weergave van de realisatiefase, bestaande uit (proef)opnamen en montage. De ervaringsinformatie kan worden aangewend voor eventueel in de toekomst te ontwikkelen DVD s voor Revalidatie Friesland. Proefopname Voorafgaand aan de opnamen heeft een proefopname plaats gevonden.op basis hiervan zijn beslissingen genomen over:? Keuze van de commentaarstem;? Camerapositie bij demonstratie;? Positie hand revalidant bij demonstratie;? Kleur van kleding en tafelblad;? Achtergrond. De proefopname gaf ook een idee van de te verwachten beeld- en geluidskwaliteit Met het resultaat van de proefopname kon alvast een proefmontage worden gemaakt. Opname De superieure kwaliteit van beeld en geluid van een DVD schept verplichtingen. De koppeling aan het tv-scherm veronderstelt kwaliteit. Dit betreft niet alleen de technische kwaliteit, maar ook de kwaliteit in filmisch-conceptuele zin (locaties, licht, verhaalstructuur). Stotterende presentatoren, scheve camera s of jump cuts zullen door gebruikers genadeloos worden verworpen met als gevolg een aantasting van de geloofwaardigheid en geringere leereffecten (Van der Vegt, Westera e.a., 2005). Binnen de randvoorwaarden van het project is een zo optimaal mogelijke beeld- en geluidskwaliteit nagestreefd. De opnamen zijn gemaakt door G. Nieuwland, medewerker van Revalidatie Friesland. Hij maakt regelmatig filmopnamen en foto s voor intern gebruik. De opnamen hebben zoveel mogelijk plaats gevonden op de locatie Beetsterzwaag. Hier is een rustige, goed belichte Audio Visuele ruimte die continu beschikbaar is. Het voordeel van deze ruimte is ook dat tijdens de opnamen direct via een televisiescherm een reëel beeld van het resultaat kon worden verkregen. Opnamen die niet goed waren, konden direct worden overgedaan. Er moet dan wel een regisseur (zonder rol van filmer, acteur of presentator) beschikbaar zijn om op het televisiescherm mee te kijken. Voor de meeste opnamen is beeld en geluid tegelijkertijd opgenomen. Deels is dit apart gedaan. Enkele van de opnamen hebben in Leeuwarden plaats gevonden. De geloofwaardigheid van de simulatierevalidant en voice over (presentator) hebben we nagestreefd door deze rollen voorafgaand aan de opnamen te oefenen. De simulatierevalidant heeft zich ingeleefd door van tevoren een eigen handletsel verhaal te bedenken passend bij haar eigen Handelen na handletsel 59 April Ontwerp DVD flexorpeesletsel
60 leven. Dit was een tip van M. Stomph, senior adviseur van dit afstudeerproject. Zij verzorgt trainingen aan simulatiepatiënten. Alle commentaarteksten van de voice over waren van tevoren letterlijk uitgeschreven. De therapeut kon haar natuurlijke rol spelen. Een nuttig instrument voor de planning bleek het opnameschema (zie bijlage 4 Opnameschema). Hieronder volgt een onderdeel hieruit. Donderdag middag 16 maart ( ) Locatie: Beetsterzwaag Voorbereiding Ruimtes klaar maken en camera opstellen Benodigdheden klaar leggen TIJDSTIP OPNAME ONDERDEEL Ruimte AANWEZIG Voorbereiding AV ruimte Helena Pen -Drost 5. AV ruimte Helena Pen -Drost 6. AV ruimte Helena Pen -Drost Onderdeel uit het opnameschema. De opnamen verliepen volgens planning en waren in twee dagen klaar (duur ruw beeldmateriaal: 45 minuten). Montage Bij montage worden alle onderdelen (plaatjes, video, menu s, teksten) in de juiste structuur geplaatst en waar nodig onderling verbonden. Dit gebeurt met zogeheten auteurssoftware. Er zijn drie soorten pakketten op de markt die oplopen naar aantal mogelijkheden en afnemen naar bedieningsgemak: Low-end software Deze pakketten zijn gemakkelijk te bedienen, maar ondersteunen geen geavanceerde constructies zoals ondertiteling, meerdere gezichtspunten of beïnvloeding van de afstandsbediening. Met meerdere gezichtspunten wordt bedoeld dat een gebruiker zelf op elk mo ment kan bepalen vanuit welke gezichtshoek een gebeurtenis moet worden bekeken. Mid-range software Deze systemen ondersteunen meestal enkele geavanceerde functies, zoals ondertiteling, meer controle over menu s en het gebruik van meerdere audiosporen. Handelen na handletsel 60 April Ontwerp DVD flexorpeesletsel
61 High-end software De high-end systemen zijn vrij complex. Deze software biedt met name voor de auteur meer mogelijkheden, niet zozeer voor de gebruiker (van der Vegt, Westera e.a., 2005). Bij Revalidatie Friesland is het DVD bewerkingssysteem Pinnacle beschikbaar. Dit is een relatief eenvoudig programma dat veelal voor hobbydoeleinden wordt gebruikt. Qua mogelijkheden lijkt het tussen Low-end en Mid-range software in te zitten. Binnen de organisatie is geen ervaring met Pinnacle aanwezig. Ondanks dat het om relatief eenvoudige software gaat, kost het monteren vaak meer tijd dan verwacht. Gebleken is hoe belangrijk het bij montage is om van tevoren de beschikbare kennis, - vaardigheden, -tijd en taakverdeling van alle betrokkenen goed in kaart te brengen. Bij kennis en vaardigheden gaat het niet alleen om het DVD bewerkingssysteem, maar ook om kennis van- en inzicht in het overkoepelende Windows. De montage heeft plaats gevonden door J.Wolf, medewerker van de Hogeschool van Amsterdam. Hij heeft zeer veel ervaring met en handigheid in Pinnacle. Afwijkingen tav ontwerp? De ondertitelingen. Deze konden gezien de tijd en het budget niet meer gerealiseerd worden;? Muziek tijdens de beeldteksten op het moment dat de revalidant de gelegenheid heeft zelf te oefenen. Het kostte teveel tijd om uit te zoeken of dit mogelijk was. Meevallers De volgende zaken konden relatief snel gerealiseerd worden:? Het plaatsen van de muziek;? Het maken van achtergrondfoto s voor beeldteksten Tegenvallers Met tegenvallers worden die zaken bedoeld die moeizaam verliepen en of veel tijd vergden, ondanks veel ervarenheid met Pinnacle.? Het opmaken van beeldteksten;? Het koppelen van geluidsfragmenten aan beeldfragmenten;? Menustructuren met links aanbrengen. Gebleken is dat Pinnacle niet echt bedoeld is voor instructiedoeleinden zoals de auteurssystemen in Van der Vegt & Westera e.a. (2005) beschreven. Met een dergelijk auteurssysteem hadden de hiervoor genoemde tegenvallers naar verwachting efficiënter gerealiseerd kunnen worden. Handelen na handletsel 61 April Ontwerp DVD flexorpeesletsel
62 Auteursrechten, toestemming en omslag De volgende zaken dienen tijdig te worden geregeld en kostten meer tijd dan verwacht:? Helderheid krijgen over auteursrechten (copyrights), muziekrechten en de gevolgen hiervan. Voor de DVD bleken de auteursrechten een wat lastige constructie te hebben. De auteursrechten liggen bij de Hogeschool van Amsterdam en het beheer is in handen van Revalidatie Friesland. Dit heeft gevolgen voor bijvoorbeeld de tekst die op de omslag en op de DVD zelf komt te staan;? Het bedenken van een pakkende titel die de lading dekt;? Toestemming van de personages die in beeld komen. De personages in beeld hebben via een speciaal hiervoor ontwikkeld formulier door de afdeling PR van revalidatie Friesland toestemming gegeven;? Omslag, hoezen en cd s. De aanvraag voor de omslag bij de Repro van Revalidatie Friesland moest tien dagen van tevoren worden gedaan. Tot slot Het produceren van goed materiaal (voor patiëntenvoorlichting) is een professionele aangelegenheid en kost veel tijd, energie en geld (Graff & Hensgens, 1999) Handelen na handletsel 62 April Ontwerp DVD flexorpeesletsel
63 4.4 Test, implementatie en beheer Deze paragraaf gaat in op drie zaken die belangrijk zijn voor als de DVD is gerealiseerd: test, implementatie en beheer. Test Alleen degene voor wie de informatie bedoeld is kan aangeven of de informatie begrijpelijk en aantrekkelijk is. Daarom is pretesten zo belangrijk: testen van een concept-versie onder de doelgroep (Kanters & Wieberdink, 1990; van der Burgt & van Mechelen-Gevers, 2002). Het testen van de DVD valt buiten de scope van deze afstudeeropdracht. De opdrachtgever dient er wel op gewezen te worden dat dit zo belangrijk is (zie 5 Conclusies en aanbevelingen). Implementatie Hieronder staan een aantal aandachtspunten bij gebruik van de DVD:? Maak in het team afspraken over de revalidanten die in aanmerking komen voor het gebruik van de DVD, op welk(e) moment(en) de DVD geïntroduceerd en gebruikt gaat worden en wie de DVD introduceert. Spreek af wat wordt gedaan in het geval een revalidant geen DVD speler heeft.? Ga van tevoren bij de revalidant na of hij de beschikking heeft over een DVD speler. Indien dit niet het geval is, bespreek dan alternatieve mogelijkheden (bijvoorbeeld gebruik maken van een DVD speler van familie, vrienden of Revalidatie Friesland, afspelen op computer).? Vertel de revalidant dat het om een leenexemplaar gaat en spreek af wanneer deze weer wordt terug verwacht.? Vertel wat de functie van de DVD is en dat de revalidant zich bij vragen tot de therapeut kan wenden (nazorg).? Vraag na afloop naar de bevindingen (evaluatie). Beheer Steeds meer instellingen hebben een patiëntenservicebureau, een coördinator patiëntenvoorlichting of een afdeling communicatie en PR, die de ontwikkeling van voorlichtingsmateriaal coördineert en uitvoert. Deze personen bewaken de afstemming van het materiaal op het instellingsbeleid en het voorlichtingsbeleid. Vaak dragen ze zorg voor het beheer van voorlichtingsmateriaal, distributie en herdruk en het uit roulatie nemen of (laten) actualiseren van verouderd materiaal (de Boer, in Terra, 1995). Binnen Revalidatie Friesland ligt het beheer van algemeen voorlichtingsmateriaal, zoals bijvoorbeeld de bedrijfsvideo, bij de afdeling Public Relations (PR). Voorlichtingsmateriaal specifiek voor een afdeling ontwikkelt en beheert de afdeling zelf. Dit geldt ook voor de DVD. Het hoofd van de afdeling Handelen na handletsel 63 April Ontwerp DVD flexorpeesletsel
64 Paramedische Functies is verantwoordelijk voor het beheer van de DVD. Dit betekent dat het hoofd zorg draagt voor het (laten) actualiseren van de inhoud van de DVD, distributie en eventueel uit de roulatie halen van de DVD. Het technische beheer van de DVD ligt bij de audiovisuele dienst van Revalidatie Friesland. De afdeling PR van Revalidatie Friesland bewaakt de afstemming van het materiaal op het instellingsbeleid en het voorlichtingsbeleid, waaronder het gebruik van de huisstijl. Dit betekent dat deze afdeling altijd op de hoogte gebracht moet worden wanneer er nieuw voorlichtingsmateriaal uitgegeven wordt. Voor alle producten, maar met name voor de producten voor extern gebruik, wordt veel belang gehecht aan het gebruik van de huisstijl. Een huisstijl is meer dan een logo. Het willen uitdragen van de identiteit ligt aan de basis van elk huisstijlprogramma. De identiteit van een organisatie is terug te vinden in de naam en handelwijze enerzijds en in visuele aspecten zoals logo s, kleuren en lettertypen anderzijds. Door deze identiteit onderscheidt een organisatie zichzelf van andere organisaties. Het publiek leert zo de organisatie kennen; het leert haar te aanvaarden, te begrijpen en te waarderen. De huisstijl zorgt voor een consistent beeld naar alle doelgroepen en garandeert als het ware kwaliteitsnormen. Zo draagt hij bij aan de loyaliteit van het publiek (Stol. H., 2005). Om te zorgen dat iedere medewerker binnen de organisatie kan werken volgens de huisstijl is er voor iedere unit van Revalidatie Friesland een huisstijlmanuel beschikbaar, waarin de huisstijlregels beschreven staan. Beheer rondom DVD Voor de DVD zijn er slechts een aantal huisstijlaspecten waarmee rekening gehouden moet worden: Beeldscherm Voor het lettertype op het beeldscherm, zoals de keuzemenu s en de beeldteksten, wordt gebruik gemaakt van Arial. De grootte is niet vooraf vastgesteld. De titel vormt hierop een uitzondering. Deze heeft hetzelfde lettertype dat in het logo gebruikt is (humanitas). Omslag en sticker Het omslag bevat het logo van Revalidatie Friesland. De titel op de voorkant bestaat uit de (lettertype: humanitas). De overige tekst op de omslag en de sticker is in Arial. Administratie De DVD wordt uitgeleend aan revalidanten gedurende de herstelperiode. Om dit te bewaken is een eenvoudige administratie nodig op de PC of op papier. De therapeut die de DVD uitleent, legt naam en (uitleen en retour) datum vast. Het is van belang dat de therapeuten van het handenteam hiervan op de hoogte zijn. Handelen na handletsel 64 April Ontwerp DVD flexorpeesletsel
65 4.5 Aanbevelingen voor evaluatie Hierna worden enkele aanbevelingen gedaan ten aanzien van de evaluatie van de DVD. De aanbevelingen beperkingen zich tot de betrokkenen en de onderwerpen. Aanbevelingen over de wijze van evalueren worden niet gedaan.? Betrek zowel therapeuten als revalidanten bij de evaluatie.? Onderwerpen o Sluit de informatie op de DVD aan bij de behoeften van de revalidanten? - qua inhoud; - qua opbouw. o Zijn de informatie en instructies duidelijk? - Uitleg over handenteam, de hand en buigpeesletsel en behandeling buigpeesletsel; - Uitleg instructies en oefeningen; - Demonstratie instructies en oefeningen; - Teksten op het tv scherm. Specifiek voor revalidanten o Wat vindt de revalidant van een DVD als voorlichtingsmiddel? o Heeft de revalidant de beschikking over een DVD speler? o Hoe verloopt de bediening van het programma? o o o Specifiek voor therapeuten Hoe wordt de afstemming met andere voorlichtingsmiddelen gezien (mondelinge instructie, schriftelijk materiaal)? Op welk(e) moment(en) kan de DVD het beste worden geïntroduceerd en door wie? Handelen na handletsel 65 April Ontwerp DVD flexorpeesletsel
66 66
67 5. Conclusies en aanbevelingen 5.1 Conclusies Het produceren van een effectieve voorlichtings-dvd is een professionele aangelegenheid en kost veel tijd, energie en geld. Het ontwerpen ervan vraagt kennis van voorlichtingskunde, communicatie, didactiek (bij instructie) en vormgeving. Ook is het belangrijk dat een ontwerper kennis heeft van het montagesysteem. Dit geeft namelijk mede de grenzen van het ontwerp aan. Het is van belang dat de mogelijkheden van het systeem aansluiten bij de eisen en wensen van de opdrachtgever en de beschikbare tijd in de organisatie. De realisatie vraagt gedegen camerawerk en geschikte opnameapparatuur. Juist voor de opname van oefeningen bij handletsel is een goede camerapositie en de mogelijkheid om voldoende in te zoomen op de handeling van groot belang. Voor de montage is kennis van en ervaring met het te gebruiken montagesysteem nodig. Pinnacle, het systeem dat bij Revalidatie Friesland aanwezig is, lijkt minder geschikt voor instructiedoeleinden. Het systeem kan bijvoorbeeld teksten niet of nauwelijks aan. Het toevoegen van de gebruikte beeldteksten was daardoor omslachtig en zeer arbeidsintensief. DVD als middel De DVD is ontwikkeld naar aanleiding van een vraag van het handenteam. Er heeft geen onderzoek naar de behoefte en vragen binnen de doelgroep plaatsgevonden. Een beperkte inventarisatie wees zelfs uit dat er niet echt behoefte aan een DVD bij revalidanten was. Door het ontbreken van een analyse vooraf is geen beargumenteerde keuze gemaakt voor het meest effectieve middel. Ook kan hierdoor kan de DVD niet optimaal aansluiten bij de doelgroep. De opbouw is vanuit het perspectief van de ontwerpers zo logisch mogelijk gemaakt. Hierbij rekening houdend met algemene (didactische) ontwerpprincipes. Door de tijdsdruk zijn geen revalidanten betrokken geweest bij het ontwerp. Ontwerp Het draaiboek is het product van het ontwerp en de basis voor de realisatie. Het maken van het draaiboek is een flinke tijdsinvestering, die zich later bij opname en montage laat terug verdienen. Het biedt een goed communicatiemiddel tussen opdrachtgever, makers, acteurs en filmer bij zowel ontwerp, opname als montage. Proefopname Het maken van een proefopname is zeer waardevol, omdat hiermee een idee kan worden verkregen van de te verwachten beeld- en geluidskwaliteit. Verder konden een aantal zaken worden getest: cameraposities, voice-over, handposities, kleur- en achtergrondgebruik. Handelen na handletsel 67 April Conclusies en aanbevelingen
68 De proefopname is niet expliciet bedoeld geweest om de opdrachtgever een beeld te geven van het te verwachten resultaat. Tot slot Gedurende het afstudeerproject bleek dat het belangrijk is wederzijdse verwachtingen van de opdrachtgever en de uitvoerenden over de rollen, de taakverdeling, de beschikbare kennis en vaardigheden en de benodigde tijdsinvestering vooraf en gedurende het proces duidelijk af te stemmen. Handelen na handletsel 68 April Conclusies en aanbevelingen
69 5.2 Aanbevelingen Voorbereiding DVD Een onderzoek binnen de doelgroep uitvoeren naar de behoefte aan voorlichting, met name instructie, binnen het handenteam. Na een uitgebreide analyse kan een keuze gemaakt worden voor het meest geschikte middel. Ontwerp DVD? Voor een optimale aansluiting bij de doelgroep, in een vroeg stadium revalidanten betrekken bij het ontwerp. Tijdens de realisatiefase is het wenselijk revalidanten uit te nodigen voor de pretest, voordat de DVD geïmplementeerd wordt.? Het maken van een draaiboek (zie 4.2 Ontwerp).? Het maken van een proefopname. Dit met als doel het testen van de kwaliteit van beeld en geluid voor de makers, maar ook met als doel het tonen van het te verwachten resultaat aan de opdrachtgever om de wederzijdse verwachtingen af te stemmen. Realisatie DVD De productie van een DVD uitbesteden aan een professionele organisatie. Het in samenwerking met andere revalidatiecentra laten produceren van materiaal kan de kosten drukken. Voor het ontwerp kan Revalidatie Friesland haar voordeel doen met de in dit verslag uitgewerkte ontwerpcriteria en het draaiboek (zie 4.2 Ontwerp). Overige voorlichtingmiddelen Protocol Het protocol actualiseren, zodat dit aansluit op de nieuwste inzichten rondom flexorpeesletsel. Daarbij is vermelding van de gebruikte literatuur ook wenselijk. De werkwijze binnen het handenteam moet hierop aansluiten. In het protocol ook richtlijnen voor voorlichting opnemen: op welke momenten moet welke informatie gegeven worden. Omdat een revalidant door meerdere therapeuten behandeld wordt is een goede afstemming belangrijk. Het protocol kan hier een bijdrage aan leveren, naast het gebruikte rapportagemodel. Ook kan het gebruik van de DVD vastgelegd worden, op welk(e) momenten(en) deze wordt geïntroduceerd en door welke discipline dit wordt gedaan. Wat betreft de vormgeving is het protocol ook aan vernieuwing toe. Daarbij is een overzichtelijke lay out een aandachtspunt evenals het toevoegen van een versienummer en datum. Schriftelijk materiaal Naast de introductie van de DVD is vernieuwing van het huidige schriftelijke materiaal, in de vorm van huisoefenschema s, wenselijk. De inhoud van dit schriftelijk materiaal is grotendeels juist, maar aan de Handelen na handletsel 69 April Conclusies en aanbevelingen
70 vormgeving kan veel verbeterd worden. De oefenschema s zijn niet uitnodigend, het taalgebruik is verouderd en de illustraties zijn niet duidelijk. Het project Om een volgend project succesvol te laten verlopen is afstemming van de verwachtingen tussen de betrokken partijen nodig. Hiervoor en voor het beoordelen van producten zal tijd geïnvesteerd moeten worden. Voor overleg en het nemen van beslissingen is het nodig dat de contactpersonen goed bereikbaar zijn en tijdig kunnen reageren. Een projectopzet, waarin de betrokkenen en de te verwachten tijdsinvestering van de betrokkenen in een bepaalde tijdsspanne is begroot en vastgelegd, is daarvoor een voorwaarde. Een aanbeveling aan de Hogeschool van Amsterdam is om bij de acquisitie van soortgelijk audiovisueel materiaal rekening te houden met een uitgebreid gesprek waarin dit wordt doorgesproken en vastgelegd. Handelen na handletsel 70 April Conclusies en aanbevelingen
71 Samenvatting Dit verslag biedt een beschrijving van de afstudeeropdracht over een voorlichtings-dvd voor het handenteam van Revalidatie Friesland. Deze opdracht is ontstaan naar aanleiding van de wens van de ergotherapeuten en fysiotherapeuten binnen het team om een DVD als voorlichtingmiddel te gaan gebruiken. Eerst is een inventarisatie uitgevoerd waarin deskundigen zijn geraadpleegd, interviews met revalidanten en therapeuten hebben plaatsgevonden en documenten zijn bestudeerd. Hierin is de vraag onderzocht in hoeverre er tevredenheid bestaat over de huidige voorlichting en op welke punten deze eventueel verbeterd zou kunnen worden. De conclusie van de inventarisatie is dat er een verschil in beleving is tussen revalidanten en therapeuten. De revalidanten geven aan dat de huidige voorlichting goed is en niet verbeterd hoeft te worden. De therapeuten daarentegen geven aan de voorlichting te willen verbeteren en wel door middel van een DVD. Zij verwachten hiermee de herhalingen in de mondelinge voorlichting terug brengen. Naar aanleiding van de inventarisatie is een programma van eisen opgesteld dat het uitgangspunt heeft gevormd voor de te ontwikkelen DVD en bijbehorende aanbevelingen. Bij wijze van pilot is voor revalidanten met flexorpeesletsel een DVD met als titel Handelen na handletsel en subtitel Informatie en instructie bij buigpeesletsel ontworpen en gerealiseerd. Hiervoor is een draaiboek ontwikkeld op basis van ontwerpcriteria uit de literatuur en de eerder genoemde inventarisatie bij Revalidatie Friesland. Het draaiboek bleek een zeer bruikbaar uitgangsdocument bij zowel opname als montage. Bij toekomstige DVD projecten binnen Revalidatie Friesland kunnen de ontwerpcriteria en het draaiboek als leidraad dienen. De eerste belangrijkste conclusie van de ontwerp- en realisatiefase is dat het produceren van een effectieve voorlichtings-dvd een professionele aangelegenheid is die veel tijd, energie en geld kost. De tweede belangrijke conclusie is dat de DVD ontworpen is vanuit het perspectief van de therapeuten en de makers van de DVD. Er heeft geen behoefte-onderzoek binnen de doelgroep plaatsgevonden. Ook is de doelgroep niet betrokken geweest bij het ontwerp. Dit heeft te maken met de aanleiding van de opdracht en de tijdsdruk. Op basis van de inventarisatie en literatuurstudie zijn aanbevelingen gedaan voor het maken en gebruiken van de DVD als voorlichtingsmiddel binnen het handenteam. De literatuurstudie heeft zich vooral gericht op patiëntenvoorlichting en de DVD als voorlichtingsmiddel hierbinnen, het ontwerpen van een DVD en in beperkte mate op flexorpeesletsel. Over de DVD binnen patiëntenvoorlichting bleek weinig literatuur te vinden. Daarom is vooral gebruik gemaakt van literatuur voor onderwijsdoeleinden. De belangrijkste aanbevelingen betreffen het uitbesteden van opdrachten als deze en het maken van een haalbaarheidsinschatting vooraf. De evaluatie, implementatie en het beheer van de DVD hebben niet binnen deze opdracht plaats gevonden. Wel zijn aanbevelingen hiervoor gedaan. Handelen na handletsel 71 April 2006 Samenvatting
72 72
73 Nawoord Dit project is gestart omdat er een ander afstudeerproject verviel bij Revalidatie Friesland in Beetsterzwaag. Het handenteam van Revalidatie Friesland (locatie Leeuwarden) had een wens om de voorlichting over flexorpeesletsel te verbeteren. Omdat dit bekend was in de organisatie is dat project in de plaats van het vervallen afstudeerproject gestart. Aan de start van dit project was er echter geen projectopzet waarin de tijdsinvestering van alle betrokkenen in een bepaalde tijdsspanne goed was bekeken en afgewogen. Het project heeft van de betrokkenen van het handenteam in Leeuwarden dan ook veel gevraagd. De uitvoerenden hebben een projectopzet gemaakt en al in de eerste weken gesproken over de tijdsplanning met betrokken therapeuten en de audio-visuele dienst. Ondanks deze investering bleken er in het proces verschillen in verwachtingen te zijn en ontstonden er irritaties. Achteraf gezien lijkt dit vooral veroorzaakt door de overhaaste start en realisatie van dit project in negen weken. Handelen na handletsel 73 April 2006 Nawoord
74 74
75 Bronvermelding Bisschop, K., Satink, T., & Speth-Lemmers, I. (2004) Ergotherapeutische vaardigheden. Utrecht: Lemma Burgt, M. van der, & Verhulst, F. (2003). Doen en blijven doen; voorlichting en compliancebevordering door paramedici. Houten: Bohn Stafleu van Loghum. Gommers, A., Kappers, H., & Werkhoven, M. van. (2002). Een kwalitatief onderzoek naar: De voorlichting aan patiënten met handletsel in de acute fase in het UMC St. Radboud, Onderzoeksrapport. Amsterdam: Hogeschool van Amsterdam, Opleiding Ergotherapie. Graff, M., & Hensgens van Goor, J. (1999). Patiëntenvoorlichting. In: Kinébanian, A.& Thomas, C. (1999). Grondslagen van de Ergotherapie (pp ). Maarssen: Elsevier/De Tijdstroom. Hartman, S., Knaap, M., Koetsier, M.J., & Oosten, I. van. (2003). Rugklachten wat te doen, wat te laten (cd). Amsterdam: hogeschool van Amsterdam Hoekstra, A.F. (2002). Wondgenezing en consequenties ervan voor de revalidatie van handletsels op op 25 maart 2006 Huffstadt, A. J. C., & Eisma, W. H. (1982). De Hand. Alphen aan de Rijn/ Brussel: Stafleu s wetenschappelijke uitgeversmaatschappij B.V. Kamps, M. & Kluijt, E. (2005). Het ontwerpen van voorlichtingsmateriaal, in de vorm van posters en een folder, voor de ergotherapie van het UMC St Radboud, Theoretische onderbouwing. Amsterdam: Hogeschool van Amsterdam. Meulenberg, M.(1994). Begeleiden van audiovisuele producties. Alpen a/d Rijn: Zaventum Molen, H.T. van der, Kluytmans, F. & Kramer, M. (1995). Gespreksvoering; vaardigheden en modellen. Groningen: Wolters-Noordhoff Nederlands Paramedisch Instituut. (2000). Cursus Handrevalidatie. Katholieke Universiteit Nijmegen en Nationaal Sportcentrum Papendal Stewart, K. M., & Strien, G. van. (1995). Postoperative management of flexor tendon injuries. In J. M. Hunter, L. H. Schneider, E. J. Mackin, & A. D. Callan (Eds.), Rehabilitation of the hand: Surgury and therapy (p.p ). St. Louis: Mosby. Spaan, S., Lange de, J., Hendricksen, P. (2005). Kwaliteit in Kader video. Alles over video op op 7 maart Stol, H. (2005) Een boekje over huisstijl op users.ncrvnet.nl op 22 maart 2006 Handrevalidatie Revalidatie Friesland op op 13 februari 2006 Strien, G. van (1996). Wondgenezing. In A. J. van Dijk, & J. Gerritsen (Eds.), Traumatisch handletsel en sympatische reflex dystrofie (p.p ). N?megen: PAOG-Heyendael, Katholieke Universiteit N?megen Teleac (2003). DVD: Hoe zorg ik voor een ander? (DVD) Nijmegen: HRmedia Terra, B., Mechelen-Gevers, E. & Burgt van der, M. (2004). Doen wat kan; Patiëntenvoorlichting door verpleegkundigen. Maarssen: Elsevier gezondheidszorg. Vegt, W. van der, Westera, W., Hoogveld, B., &Puls, J. (2005). De dvd-video als educatieve verrassing. In OnderwijsInnovatie, december 2005, Handelen na handletsel 75 April 2006 Bronvermelding
76 Vos, M.F. (1997). Van plan tot uitvoering. Inleiding in voorlichting en public relations. Utrecht: Lemma Westera, W. (1995). Audiovisueel ontwerpen; theorie en praktijk. Abcoude: Uniepers Wijnen, G., Renes, W., & Storm, P. (1999). Projectmatig werken. Utrecht: Uitgeverij Het Spectrum B.V. Handelen na handletsel 76 April 2006 Bronvermelding
77 Bijlagen Handelen na handletsel 77 April 2006 Bijlagen
78 Bijlage 1 Interviewvragen therapeuten Dit document bevat vragen voor behandelaars van flexorpeesletsel om te onderzoeken wat zij vinden van de huidige wijze van informeren en instrueren. Het doel van dit interview is een meer gedetailleerd beeld te verkrijgen over de huidige en gewenste situatie van het voorlichten van revalidanten over flexorpeesletsel en de behandeling ervan. Vragen 1. Kunt u kort vertellen hoe de behandeling van flexorpees patiënten verloopt? Is de behandeling veelal standaard, met andere woorden: kan er veelal volgens het protocol gewerkt worden? 2. Is er een voorlichtingsprotocol? Sluit de informatie van de verschillende behandelaars op elkaar aan? Wat zijn uw ervaringen? 3. Hoeveel behandelaars ziet de revalidant gemiddeld? 4. Welke voorlichting wordt gegeven in de verschillende fasen, die in het protocol genoemd worden? 5. Wordt er naast mondelinge toelichting altijd gebruik gemaakt van informatie op papier? 6. Wat zijn uw ervaringen over de huidige gang van zaken? Waar bent u tevreden/ ontevreden over? 7. Waaraan ligt het volgens u dat de behandelaar de informatie vaak moet herhalen? 8. Welke informatie moet vaak worden herhaald. Nader specificeren. 9. Welke kenmerkende factoren zijn er te noemen bij de revalidanten waarbij de informatie vaak herhaald moet worden? 10. Heeft u het gevoel dat de revalidant tevreden is over de huidige situatie? 11. Wat zou u graag verbetert zien worden? Denkt u dat een DVD een oplossing zal zijn voor al uw aangegeven punten? 12. Wat is naar uw idee, de meerwaarde van ergotherapie/ fysiotherapie per fase van de behandeling met betrekking op voorlichting en behandeling? 13. Zijn zij uitwisselbaar? Aandachtspunt Vragen of we het interview op band op mogen nemen. Handelen na handletsel 78 April 2006 Bijlagen
79 Bijlage 2 Interviewvragen revalidanten Dit document bevat vragen voor revalidanten handletsel (met flexorpeesletsel) om te onderzoeken wat zij vinden van de huidige wijze van informeren en instrueren van de ergotherapeut en fysiotherapeut. Doel van de vragen is een oriëntatie op de ervaring van revalidanten met betrekking tot de informatie en instructie die zij hebben ontvangen over hun handletsel. Vragen 1. Hoe hebt u de voorlichting van de ergotherapeut en/of fysiotherapeut ervaren tijdens de behandeling van uw handletsel? 2. Kunt u iets vertellen over de informatie die u gekregen heeft rondom uw letsel? Met informatie bedoelen we de anatomie van de hand, oedeeembestrijding, het belang van de oefeningen etc. 3. Kunt u iets vertellen over de instructie die u gekregen heeft? Met instructie bedoelen we de uitleg van de oefeningen. 4. Kunt u aangeven wat er naar uw mening verbeterd kan worden aan de voorlichting en hoe dit uitgevoerd kan worden? Aandachtpunten? Vragen of revalidant accoord gaat met opname van het gesprek.? Vragen of revalidant bereid is in een later stadium eventueel mee te werken aan een interview. Handelen na handletsel 79 April 2006 Bijlagen
80 Bijlage 3 Menustructuur Niveau 1 / Hoofdmenu:? Het handenteam? De hand en buigpeesletsel? Behandeling buigpeesletsel? Algemene instructies bij handletsel (link naar menu 1)? Instructies bij buigpeesletsel (link naar menu 2)? Oefeningen vingers bij buigpeesletsel (link naar menu 3) Bij hoofdstuk 1 t/m 3 keer je na het einde van het onderdeel automatisch terug naar het hoofdmenu. Bij hoofdstuk 4 t/m 6 geeft de kijker zelf op de samenvattingpagina aan dat deze terug wil naar het hoofdmenu. In het hoofdmenu is er een optie het programma te verlaten. Niveau 2: Menu 1 Algemene instructies bij handletsel? Bestrijding vochtophoping? Littekenmassage? Handenbad Menu 2 Instructies bij buigpeesletsel? Brackets bevestigen? Spalk om- en afdoen Menu 3 Oefeningen vingers bij buigpeesletsel? In de spalk? Na de spalk Terug naar hoofdmenu / programma verlaten Terug naar hoofdmenu / programma verlaten Terug naar hoofdmenu / programma verlaten Vanuit deze drie menu s (niveau 2) is er de mogelijkheid weer terug te keren naar het hoofdmenu of het programma te verlaten. Niveau 3: Beeld / tekst / beeldteksten Vanuit niveau 3 (samenvatting) is er de mogelijkheid terug te keren naar het menu op niveau 2. Is er geen menu op niveau 2, dan is er de mogelijkheid terug te keren naar het hoofdmenu (niveau 1). Handelen na handletsel 80 April 2006 Bijlagen
81 Bijlage 4 Opnameschema DVD Flexorpeesletsel Donderdag ochtend 16 maart ( ) Locatie: Leeuwarden Voorbereiding? Ruimtes klaar maken, camera en evt. verlichting opstellen? Benodigdheden klaar leggen? Contact opnemen met over tijdstip van : o Renate spalk (zij heeft ook brackets pakketje) o Harm - houtruimte o Een Therapeut over teambespreking Gosse, Wilma en Carry zijn altijd aanwezig bij de opnames. Zij worden niet genoemd onder het kopje aanwezig TIJDSTIP OPNAME ONDERDEEL Ruimte AANWEZIG Voorbereiding Vergaderzaal Diverse Gees Revalidant ( echte ) Spalkenruimte Renate 1.4. Handenkantoor 3.6 Houtwerkruimte Harm 3.2 Spalkenruimte Renate Benodigdheden opnamen meenemen naar Beetsterzwaag! (zie overzicht benodigdheden) Donderdag middag 16 maart ( ) Locatie: Beesterzwaag Voorbereiding? Ruimtes klaar maken en camera opstellen? Benodigdheden klaar leggen TIJDSTIP OPNAME ONDERDEEL Ruimte AANWEZIG Voorbereiding AV ruimte Helena 5. AV ruimte Helena 6. AV ruimte Helena Indien we tijd over hebben, starten we vast met het programma van maandag. Handelen na handletsel 81 April 2006 Bijlagen
82 Maandag 20 maart (9.00- ) Locatie: Beesterzwaag Voorbereiding? Ruimtes klaar maken en camera opstellen? Benodigdheden klaar leggen TIJDSTIP OPNAME ONDERDEEL Ruimte AANWEZIG Voorbereiding AV ruimte Helena , 4.3 en AV ruimte Helena AV ruimte Helena AV ruimte Helena Presentatieteksten inspreken 1., 2.12, 3.2, 3.6, 4.5 AV ruimte Handelen na handletsel 82 April 2006 Bijlagen
83 Bijlage 5 Draaiboek Flexorpeesletsel 1. Het handenteam? Locatie Leeuwarden? Betrokken disciplines? Werkwijze Acteurs? Revalidant (Carry)? Therapeut (Helena)? Presentator (Wilma) Opmerking: Alle tekst wordt gesproken door de presentator. Locatie opnamen Leeuwarden? Gebouw? Spalkenafdeling? Handenkantoor? Vergaderzaal Benodigdheden --- Handelen na handletsel 83 April 2006 Bijlagen
84 ONDERDEEL BEELD CAMERA GESPROKEN TEKST / GELUID 1.1 Overzicht onderwerpen Beeldtekst 1.1: inhoud 1.2 Locatie Leeuwarden Opname van het gebouw; de ingang van het ziekenhuis / afdeling revalidatie. Bord met locatienaam. Revalidatie Friesland heeft in het Medisch Centrum Leeuwarden een afdeling voor revalidatie dagbehandeling. Deze afdeling is onder andere gespecialiseerd in de behandeling van handletsel. 1.3 Betrokken disciplines Opnamen tijdens teamoverleg in vergaderzaal 1.4 Werkwijze Inloopuur Structurele planning Handenspreekuur Eventueel: Plaatje van een overlegsituatie Beeldtekst 1.2 : disciplines Opname van de spalkenruimte en therapeut die bezig is met de behandeling van revalidant met handletsel. Opname handenkantoor / afspraak maken Een team van deskundigen biedt een behandeling aan met behulp van een speciaal programma. Dit team bestaat uit een revalidatie arts, een plastisch chirurg, ergotherapeuten en fysiotherapeuten. Indien gewenst kan een maatschappelijk werker of psycholoog ingeschakeld worden. U bezoekt het inloopuur. Dit inloopuur maakt een snelle start van de behandeling mogelijk. Het aantal behandelingen per week kan eenvoudig aangepast worden. U maakt de vervolgafspraak met de therapeut. De behandeling vindt plaats door verschillende therapeuten. In sommige situaties wordt een revalidant met handletsel behandeld door een vaste therapeut. Naast het inloopuur bezoekt u ongeveer eens in de zes weken het handenspreekuur. Tijdens dit gezamenlijk spreekuur vinden de controles plaats door de plastisch chirurg, de revalidatie arts en een therapeut. Zij bespreken met u de voortgang en eventuele wijzigingen van de behandeling. Handelen na handletsel 84 April 2006 Bijlagen
85 Beeldtekst 1.1 Het handenteam? Locatie Leeuwarden? Betrokken disciplines? Werkwijze Beeldtekst 1. 2 Disciplines handenteam? Plastisch chirurg? Revalidatie arts? Ergotherapeut? Fysiotherapeut Eventueel inschakeling van maatschappelijk werker en/of psycholoog. Handelen na handletsel 85 April 2006 Bijlagen
86 Draaiboek flexorpeesletsel 2. De hand en buigpeesletsel? Functie van de hand? Buigpees? Buigpeesletsel? Verklevingen? Bevorderende maatregelen Acteurs? Revalidant (Carry)? Therapeut (Helena)? Presentator (Wilma) Opmerking: Alle tekst wordt gesproken door de presentator. Locatie opnamen Beetsterzwaag? Opnameruimte AV-dienst Benodigdheden:? Tafel en twee stoelen? Schrijfblok en pen? Doos om op te tillen? Poster hand? Tekening letsel (tijdens opname tekenen?)? Diagram (tijdens opname tekenen?)? Beeldteksten? Houtlijm? Plankjes? Buisjes? Elastiek Handelen na handletsel 86 April 2006 Bijlagen
87 ONDERDEEL BEELD CAMERA GESPROKEN TEKST/GELUID 2.1 Overzicht Beeldtekst 2.1: inhoud onderwerpen 2.2 De hand Kracht Persoon die iets zwaars, een doos of tas optilt Beeld vooral gericht op de handen. Met de hand kunt u verschillende soorten bewegingen maken. U kunt grove bewegingen maken, om bijvoorbeeld 2.3 Fijne beweging Persoon zittend aan tafel, die schrijft. Beeld vooral gericht op de hand. iets zwaars te tillen. U kunt ook fijne bewegingen maken, waardoor u bijvoorbeeld een pen vast kunt houden of piano kunt spelen. 2.4 Therapeut en revalidant aan tafel. De therapeut wijst op de poster aan waar de spieren en pezen lopen. Situatie in beeld. 2.5 Buigpees Inzoomen op de poster (kleine afbeelding met kokers) en de therapeut die de pezen aanwijst. Om kracht uit te kunnen oefenen zitten in uw onderarm grote spieren. Om daarnaast de fijne bewegingen mogelijk te maken, zitten er in de hand pezen. Dit zijn de lange draden die vanaf de spieren naar de vingerkootjes lopen. De pezen aan de binnenzijde van uw hand, de handpalm, zijn de buigers. Deze pezen zijn rond en bewegen in een koker. U kunt dit vergelijken met de remkabel van uw fiets. De remkabel beweegt heen- en weer in het een hoesje. Het hoesje dient ter bescherming van de kabel. Zo is dat bij de pezen ook. De peeskoker beschermt de pees. De pezen bewegen heen- en weer in de koker. 2.6 Inzoomen op afbeelding met de korte en lange pezen (therapeut wijst aan). 2.7 Buigpeesletsel Therapeut wijst in de grafiek de momenten aan en tekent een lijn voor het verloop van het herstel. Aan de binnenzijde van uw hand bevinden zich per vinger twee pezen. De lange pees zorgt voor beweging van het eindkootje, de vingertop. De kortere pees zorgt dat het middelste kootje kan buigen. Samen zorgen de pezen ervoor dat u uw hele vinger kunt buigen. U heeft letsel aan uw vinger. U ziet dat de huid beschadigd is. Binnenin is er ook een en ander beschadigd. Zowel de pees als het beschermhoesje, de peeskoker, zijn beschadigd. De arts heeft de pees, de koker en de huid voor u gehecht. Het herstelproces kan nu beginnen. 2.8 Herstelproces Demonstreren met twee plankjes en lijm Voor het herstel is herstelweefsel nodig. Herstelweefsel is net lijm. Eerst is het dik vloeibaar: de gelijmde delen kunt u nog makkelijk over elkaar schuiven. In de volgende fase bestaat Handelen na handletsel 87 April 2006 Bijlagen
88 ONDERDEEL BEELD CAMERA GESPROKEN TEKST/GELUID de lijm uit draden; de lijm plakt nu al beter. Uiteindelijk is de lijm hard en kunnen de gelijmde delen niet meer van elkaar. Zo gaat het ook bij het herstel van uw peesletsel. De pees is een tijd zwak omdat het herstelweefsel nog onvoldoende sterk is. Pas na ongeveer 12 weken is de pees zover hersteld dat deze weer even sterk is als vòòr het letsel. 2.9 Sterkte pees tijdens herstel Therapeut tekent diagram/ grafiek 2.10 Verklevingen Therapeut demonstreert glijden pees in peeskoker mbv buisjes en elastiek Bevorderende maatregelen: Spalk en oefeningen Revalidant laat een oefening in de spalk zien: actief strekken van de vinger en passief buigen (mbv elastiek). Inzoomen op spalk / elastiekjes Normaal is een pees zo sterk. Op het moment dat de pees kapot gaat is er geen spanning. Zodra de arts de pees gehecht heeft is de pees al weer iets sterker. Rond de tiende dag is de pees heel zwak. De inwendige hechtingen zijn dan opgelost en het herstelweefsel is nog erg zwak. Het is in dit stadium vergelijkbaar met de vloeibare lijm. Na 3 weken is de pees ongeveer zo sterk als direct na het hechten. Zes weken lang draagt u ter bescherming uw spalk. Na 6 weken is de pees zo sterk dat u zonder spalk normaal kunt bewegen, met weinig kracht. Vanaf 8 weken is de pees zo sterk dat u samen met de therapeut kan beginnen om de kracht op te bouwen. Afhankelijk van uw werkzaamheden, kunt u na 10 weken weer aan het werk. Overleg dit altijd eerst met uw therapeut. Na ongeveer 12 weken is de pees hersteld en kan de hand weer volledig ingeschakeld worden bij dagelijkse bezigheden. Een risico tijdens het herstel is dat de pees aan de peeskoker of andere weefsels vast gaat zitten. De pees glijdt niet goed door de peeskoker. De pees is verkleefd. Als dit gebeurt kunt u de vinger in de toekomst minder goed buigen, waardoor u beperkt kunt worden in uw dagelijkse bezigheden. Om verkleven te voorkomen is het belangrijk dat de pees in de peeskoker blijft bewegen. U mag de vinger met letsel echter niet zomaar buigen, dan beschadigt u het gehechte weefsel. U krijgt een spalk voor zes weken. De spalk beschermt u tegen onverwachte bewegingen en stoten. Daarnaast kunt u met de spalk om, oefeningen doen. De spalk voorkomt tijdens het oefenen dat er spanning op de buigpees komt te staan. De elastiekjes nemen het buigen over. Het strekken van de vinger zorgt ervoor dat de pees in de peeskoker beweegt, zonder spanning op de buigpees. Hierdoor worden Handelen na handletsel 88 April 2006 Bijlagen
89 ONDERDEEL BEELD CAMERA GESPROKEN TEKST/GELUID verklevingen voorkomen. Het is erg belangrijk dat u de oefeningen regelmatig doet en op de juiste manier uitvoert. U kunt de oefeningen vinden op deze DVD Overige bevorderende maatregelen Stukje laten zien van de instructie voor het handenbad (zie 4.7) 2.13 Beeldtekst 2.2: samenvatting Naast het belang van het dragen van de spalk zijn er nog een aantal maatregelen die het herstel kunnen bevorderen. U vindt op deze DVD instructie hoe u het litteken kunt masseren, een handenbad kunt nemen en vochtophoping in de vingers en hand kunt voorkomen. Handelen na handletsel 89 April 2006 Bijlagen
90 Beeldtekst 2.1 De hand? Functie van de hand? Buigpees? Buigpeesletsel? Herstelproces? Risico? Bevorderende maatregelen Beeldtekst 2.2 Aandachtspunten buigpeesletsel? Risico: Verklevingen? Bevorderende maatregelen: - Spalk dragen - Oefenen - Bestrijding dikke hand / vingers - Littekenmassage - Handenbad Handelen na handletsel 90 April 2006 Bijlagen
91 Draaiboek Flexorpeesletsel 3. Behandeling buigpeesletsel? Spalk? Oefeningen? Krachtopbouw? Dagelijkse bezigheden? Werkhervatting Acteurs? Revalidant (Carry)? Therapeut (Helena)? Presentator (Wilma) Opmerking: Alle tekst wordt gesproken door de presentator. Locatie opnamen Leeuwarden:? Spalkenruimte? Houtwerkruimte Beetsterzwaag? Opnameruimte AV-dienst Benodigdheden? Tafel en twee stoelen? Spalk? Putty / kinderklei? Bord / bestek (mes en vork) / boterham / boter Handelen na handletsel 91 April 2006 Bijlagen
92 ONDERDEEL BEELD CAMERA GESPROKEN TEKST / GELUID 3.1 Behandeling Beeldtekst 3.1; Inhoud 3.2 Spalk Beeld van therapeut die spalk maakt / spalkenruimte Oefeningen Revalidant voert oefeningen in spalk uit (stuk van andere opname /oefeningen) Revalidant voert oefeningen zonder spalk uit (kunnen we de andere opnamen voor gebruiken) Nadat de plastisch chirurg uw wond gehecht heeft, start de behandeling met het maken van een spalk. Deze spalk draagt u 24 uur per dag. Het is belangrijk dat u de gewonde vinger zo snel mogelijk weer gaat bewegen, maar dan wel gecontroleerd. U krijgt daarvoor oefeningen mee naar huis, die u in de spalk uitvoert. De oefeningen staan op deze DVD. Na ongeveer zes weken verwijdert de therapeut de spalk. U krijgt dan nieuwe oefeningen mee naar huis. U mag uw vinger dan bewegen, maar nog zonder kracht. 3.3 Krachtopbouw Revalidant zit aan tafel en oefent met putty Vanaf acht weken werkt u met de therapeut aan de opbouw van kracht. Thuis kunt u dan bijvoorbeeld oefenen met putty of kinderklei. 3.4 Dagelijkse bezigheden Revalidant smeert een boterham met boter. De ergotherapeut oefent samen met u om uw hand weer in te schakelen bij dagelijkse bezigheden. Dit wordt langzaam opgebouwd. U begint bijvoorbeeld met het smeren van uw boterham. 3.5 Werkhervatting Therapeut in gesprek met revalidant (aan tafel) Na ongeveer tien weken bespreekt de ergotherapeut met u of u weer aan het werk kan en waar u dan op moet letten. Hoe snel u weer aan het werkt kunt is afhankelijk van de werkzaamheden die u doet en of er een mogelijkheid is om tijdelijk ander werk te doen. 3.6 Opname van revalidant in houtwerkruimte Na ongeveer twaalf weken is de pees geheeld en kunt u uw hand weer volledig inschakelen bij dagelijkse bezigheden. 3.7 Overzicht behandeling Beeldtekst 3.2: overzicht behandeling Handelen na handletsel 92 April 2006 Bijlagen
93 Beeldtekst 3.1 Behandeling buigpeesletsel? Spalk? Oefeningen? Krachtopbouw? Dagelijkse bezigheden? Werkhervatting Beeldtekst 3.2 Vanaf dag 1: Aanmeten spalk; oefeneningen in spalk Na 6 weken: Verwijderen spalk; nieuwe oefeningen Na 8 weken: Krachtopbouw; hand inschakelen bij dagelijkse bezigheden Na 10 weken: Bespreken werkhervatting Na 12 weken: Pees hersteld; hand volledig inschakelen. Handelen na handletsel 93 April 2006 Bijlagen
94 Draaiboek Flexorpeesletsel 4. Algemene instructies bij handletsel? Bestrijding dikke hand/vingers? Littekenmassage? Handenbad Acteurs? Revalidant (Carry en echte revalidant)? Therapeut (Helena)? Presentator (Wilma) Opmerking: Alle tekst wordt gesproken door de presentator. Benodigdheden:? Tafel en twee stoelen? Handdoek? Teiltje? Biotex? Lepel? Kan? Calendulanzalf? Papieren doekjes (?)? Beeldteksten? Spalk Handelen na handletsel 94 April 2006 Bijlagen
95 ONDERDEEL BEELD CAMERA GESPROKEN TEKST / GELUID 4.1 Overzicht Beeldtekst 4.1: inhoud onderwerpen 4.2 Oedeembestrijding Algemeen De revalidant (met spalk) zit aan tafel. - Hand ligt op tafel, - Hand hoog door te steunen op de elleboog. - Arm boven hoofd houden mbv andere hand. 4.3 Rolflex De revalidant en therapeut zitten aan tafel. De therapeut brengt rolflex aan op een vinger en laat de revalidant de tweede vinger zelf doen (inzoomen op de hand) 4.4 Beeldtekst 4.2: samenvatting 4.5 Littekenmassage De revalidant en therapeut zitten aan tafel. De therapeut laat de revalidant zien hoe deze het litteken kan masseren. Vervolgens doet de revalidant het zelf (inzoomen op de hand). Zalf opbrengen 4.6 Beeldtekst 4.3: samenvatting 4.7 Handenbad algemeen Revalidant zit aan tafel, waarop een teiltje met water staat en de overige benodigdheden liggen (handdoek, zalf, kan met water, biotex en lepel) 4.8 Instructie handenbad Revalidant zit aan tafel met voor zich een teiltje met water en de benodigde spullen. Revalidant doet biotex in water. Tijdens het herstelproces gebruikt u uw hand weinig. Waarschijnlijk bent u geneigd de hand te laten hangen. Uw hand kan zo dik worden door vochtophoping. Houdt om dit te voorkomen uw hand regelmatig hoog. Dit kan bijvoorbeeld door aan tafel te gaan zitten en met uw elleboog op tafel te steunen. Ook kunt u de arm met behulp van uw andere hand enkele seconden boven uw hoofd houden. Als de vingers dik blijven ondanks het hoog houden van de hand, zal de therapeut u adviseren rolflex te gebruiken. Dit is rekbaar verband dat u zelf om één of meerdere vingers aan kunt brengen. Begin bij uw vingertop. Laat uw nagel vrij. Wikkel de rolflex om de hele vinger. De nieuwe laag gaat half over de voorgaande laag. Rolflex is elastisch, u hoeft het niet uit te rekken tijdens het aanbrengen. De therapeut geeft u zonodig een recept voor rolflex mee. Door het litteken te masseren bevordert u het herstelproces van de wond. U houdt het litteken soepel en helpt inwendige verklevingen voorkomen. U masseert het litteken door zacht druk uit te oefenen op en rondom het litteken. U maakt kleine, draaiende bewegingen met één of twee vingertoppen van uw andere hand. Breng na het masseren calendulan- of andere vette zalf op het litteken aan. U therapeut geeft aan wanneer u mag beginnen met littekenmassage en hoe vaak u dit per dag mag doen.. Een handenbad heeft een positieve invloed op het herstelproces. Het handenbad bevordert de doorbloeding, versoepelt de gewrichten en verbetert de gevoeligheid. Daarnaast is het natuurlijk prettig dat u uw hand kunt wassen. Draagt u een spalk, zorg dan dat u zo kort mogelijk de bescherming van deze spalk mist. Vul een teiltje met handwarm water en voeg hier een eetlepel groene Biotex aan toe. Leg vervolgens alle benodigde spullen zoals een handdoek en een kan met schoon water binnen Handelen na handletsel 95 April 2006 Bijlagen
96 handbereik. 4.9 Revalidant laat hand in bad glijden Ga voorzichtig met uw hand in het teiltje. Ontspan uw hand zoveel mogelijk en voorkom bewegingen van de vingers. U kunt uw hand voorzichtig schoonvegen met uw andere hand Revalidant dept de hand droog. Na maximaal vijf minuten haalt u uw hand uit het water. U spoelt de zeepresten af en legt de hand vervolgens op de handdoek. U droogt de hand door voorzichtig met de handdoek te deppen. Voorkom dat u tijdens het deppen uw pols en vingers beweegt. Laat uw hand vervolgens nog vijf minuten in de lucht drogen. U mag éénmaal per dag een handenbad nemen. Uw therapeut overlegt met u wanneer u hiermee kunt beginnen Beeldtekst 4.4: samenvatting Handelen na handletsel 96 April 2006 Bijlagen
97 Beeldtekst 4.2a Bestrijding dikke hand / vingers Voorkomen van vochtophoping in de hand of vingers ter bevordering van het herstel. Beeldtekst 4.2b Bestrijding dikke hand /vingers? Hand regelmatig hoog houden? Breng zo nodig rolflex aan: - Begin bij de vingertop, laat de nagel vrij - Niet te strak; rolflex dus niet uitrekken - Nieuwe laag half over voorafgaande laag Beeldtekst 4.3a Littekenmassage Soepel houden van het litteken en voorkomen van inwendige verklevingen. Beeldtekst 4.3b Littekenmassage? Geef lichte druk op en rondom het litteken? Maak kleine draaiende bewegingen met de vingertop(pen)? Wrijf het litteken na de massage in met vette zalf? Start in overleg met uw therapeut? Bepaal in overleg met uw therapeut hoe vaak Handelen na handletsel 97 April 2006 Bijlagen
98 Beeldtekst 4.4a Handenbad Bevordert het herstel door een betere doorbloeding, versoepeling van de gewrichtjes en verbetering van de gevoeligheid. Beeldtekst 4.4b Handenbad? Leg de benodigdheden klaar? Gebruik handwarm water? Ontspan de hand en beweeg de vingers en pols niet? Start in overleg met uw therapeut? Maximaal één keer per dag ongeveer vijf minuten Handelen na handletsel 98 April 2006 Bijlagen
99 Draaiboek Flexorpeesletsel 5. Instructies buigpeesletsel 5.1 Brackets spalk bevestigen 5.2 Spalk af- en omdoen Acteurs:? Presentator (Wilma)? Revalidant (Carry) Opmerkingen: Alle tekst wordt gesproken door de presentator De cursieve tekst in onderstaand draaiboekschema komt (ook) in de ondertiteling Benodigdheden:? Tafel en stoel? Spalk? Teil met water, biotex, handdoek? nagelvijl, alcohol, tissue, secondelijm en een pincet? Beeldteksten (zie bijlage) Afkortingen Inz.: inzoomen CU: close-up MS: medium shot Handelen na handletsel 99 April 2006 Bijlagen
100 ONDERDEEL BEELD CAMERA GESPROKEN TEKST/GELUID 5.0 Overzicht oefeningen Beeldtekst 0 verschijnt Inz 5.1 Brackets spalk Beeldtekst 1 verschijnt. Inz bevestigen 5.2 Inzoomen op een bracket Inzoomen op benodigdheden (nagelvijl, alcohol, secondelijm en een pincet) Revalidant zit op stoel aan tafel. Laat de handeling stapsgewijs zien Laat de lijm goed drogen Inz Inz Ms Inz Soms komt het voor dat een bracket van de spalk loslaat. U kunt dit zelf thuis weer herstellen. Hiervoor heeft u nodig: een nagelvijl, alcohol, secondelijm en een pincet. - U vijlt de lijmresten van de nagel - Dan ontsmet u de nagel met alcohol - De bracket bevestigt u met secondelijm - U houdt de bracket vast met een pincet en - Wacht ongeveer 2 min. tot de lijm droog is - Tot slot bevestigt u het elastiek opnieuw 5.3 Spalk af- en omdoen Beeldtekst 2 verschijnt 5.4 Spalk afdoen Beeldtekst 3 verschijnt. 5.5 Revalidant zit op stoel aan tafel met spalk om. Handenbad ernaast Laat de handeling stapsgewijs zien 5.6 Spalk omdoen Beeldtekst 4 verschijnt 5.7 Revalidant zit op stoel aan tafel zonder spalk Spalk, handenbad en handdoek ernaast Laat de handeling stapsgewijs zien Ontspan uw hand Bij het nemen van een handenbad doet u uw spalk af- en om. Het afdoen kunt u het beste op de volgende wijze doen: - De elleboog en onderarm steunen op tafel - U maakt het elastiek van de bracket(s) los - U maakt de klittenbanden los - Met de andere hand neemt u de spalk weg Ontspan uw hand Beweeg uw pols en vingers niet Na het handenbad doet u de spalk weer op de volgende manier om: - Hou met uw gezonde hand de spalk vast met de opening naar boven - Plaats uw hand voorzichtig in de spalk - Beweeg hierbij uw pols en vingers niet - U maakt het middelste klittenband vast - Het elastiek maakt u aan de bracket(s) vast - Dan maakt u de overige klittenbanden vast Handelen na handletsel 100 April 2006 Bijlagen
101 ONDERDEEL BEELD CAMERA GESPROKEN TEKST/GELUID 5.8 Overzicht oefeningen Beeldtekst 0 verschijnt Bijlage: beeldteksten Beeldtekst 1 (5.1) Bracket bevestigen Losgelaten bracket(s) bevestigen. Benodigdheden: bracket(s), nagelvijl, alcohol, secondelijm en een pincet. Beeldtekst 2 (na 5.2) Bracket bevestigen? Vijl de lijmresten van de nagel? Ontvet de nagel met alcohol? Bevestig de bracket met secondelijm? Houd de bracket vast met een pincet? Wacht ongeveer 2 minuten Beeldtekst 3 (5.4) Spalk afdoen Veilig afdoen van de spalk voor het handenbad. Beeldtekst 4 (na 5.5) Spalk afdoen Handelen na handletsel 101 April 2006 Bijlagen
102 ? Maak het elastiek van de bracket(s) los? Maak de klittenbanden los? Neem met uw andere hand de spalk weg Aandachtspunten? Ontspan uw hand? Beweeg uw pols en vingers niet Beeldtekst 5 (5.6) Spalk om doen Veilig omdoen van de spalk na het handenbad. Beeldtekst 6 (na 5.7) Spalk om doen? Houd met uw gezonde hand de spalk vast met de opening naar boven? Plaats uw hand voorzichtig in de spalk? Beweeg hierbij uw pols en vingers niet? Maak het middelste klittenband vast? Maak het elastiek aan de bracket(s) vast? Maak de overige klittenbanden vast Aandachtspunten? Ontspan uw hand? Beweeg uw pols en vingers niet Handelen na handletsel 102 April 2006 Bijlagen
103 Draaiboek Flexorpeesletsel 6. Oefeningen vingers 6. 1 in de spalk Acteurs:? Presentator (Wilma)? Revalidant (Carry) Opmerkingen: Alle tekst wordt gesproken door de presentator De cursieve tekst in onderstaand draaiboekschema komt ook in de ondertiteling Benodigdheden:? Tafel en stoel? Beeldteksten (zie bijlage)? Spalk Afkortingen Inz.: inzoomen CU: close-up MS: medium shot Handelen na handletsel 103 April 2006 Bijlagen
104 ONDERDEEL BEELD CAMERA GESPROKEN TEKST/GELUID Overzicht Beeldtekst 0 verschijnt Inz oefeningen Oefening 1: Actief Beeldtekst 1 verschijnt. Inz strekken Revalidant zit op stoel aan tafel. Laat de oefening stapsgewijs zien Schuin van Voren MS CU De elleboog en onderarm steunen op tafel - U strekt de vingers tegen de trek van het elastiek in en Houdt dit 5 seconden vast - Dan ontspant u de hand Revalidant laat de oefening nog een keer zien. - Ontspan uw arm en hand - Deze oefening doet u ieder uur 10 x Passieve oefeningen Oefening 2: Passief buigen Beeldtekst 2 verschijnt Beeldtekst 3 verschijnt Revalidant zit op stoel aan tafel. Laat de oefening stapsgewijs zien De volgende drie oefeningen worden met behulp van de gezonde hand uitgevoerd - De elleboog en onderarm steunen op tafel - U buigt alle gewrichten zo ver mogelijk en houdt dit 5 seconden - Ontspan uw hand daarna Revalidant laat de oefening nog een keer zien. - U mag de vingers niet actief buigen - U doet deze oefening ook ieder uur 10x Oefening 3: Passief strekken Beeldtekst 4 verschijnt van het eindkootje Revalidant zit op stoel aan tafel en laat de oefening stapsgewijs zien vast - De uitgangspositie is weer hetzelfde. - U buigt alle gewrichten zo ver mogelijk en maakt in deze stand het eindkootje recht - Houd dit 5 seconden vast en ontspan uw hand Revalidant laat de oefening nogmaals zien. Alleen het eindkootje wordt gestrekt, de vinger is verder gebogen Doet u deze oefening weer ieder uur 10 x Oefening 4: Passief strekken van het middelste gewrichtje Beeldtekst 5 verschijnt Handelen na handletsel 104 April 2006 Bijlagen
105 ONDERDEEL BEELD CAMERA GESPROKEN TEKST/GELUID Revalidant zit op stoel aan tafel Laat de oefening stapsgewijs zien. U neemt de uitgangspositie weer in. - U strekt het middelste gewrichtje, houdt hierbij de knokkel gebogen en het eindkootje ontspannen - Houd dit 5 seconden vast Ontspan uw hand Revalidant laat de oefening nogmaals zien Alleen het middelste gewrichtje wordt gestrekt. U mag niet alle gewrichten van 1 vinger tegelijk passief strekken Ook deze oefening doet u weer ieder uur 10x Overzicht oefeningen Beeldtekst 0 verschijnt Handelen na handletsel 105 April 2006 Bijlagen
106 Bijlage: beeldteksten Beeldtekst 0 (6.1.0) Oefeningen vingers in de spalk Bevorderen glijden van de pees om verkleving te voorkomen.? Actief strekken? Passief buigen? Passief strekken van het eindkootje? Passief strekken van het middelste gewrichtje Beeldtekst 1 (6.1.1) Actief strekken Beeldtekst 2 (na 6.1.3) Actief strekken? Strek de vingers tegen de trek van het elastiek in? Houd dit 5 seconden vast? Ontspan uw hand daarna Aandachtspunt? Neem een ontspannen houding aan Doe deze oefening ieder uur 10 keer Beeldtekst 3 (6.1.5) Passief buigen Handelen na handletsel 106 April 2006 Bijlagen
107 Beeldtekst 4 (na 6.1.7) Passief buigen Met behulp van de gezonde hand (passief):? Buig per vinger alle gewrichtjes zo ver mogelijk? Houd dit 5 seconden vast? Ontspan de hand daarna Aandachtspunt? Buig uw vingers niet actief Doe deze oefening 4 x per dag 3 tot 5 keer Beeldtekst 5 (6.1.8) Passief strekken eindkootje Beeldtekst 6 (na ) Passief strekken eindkootje Met behulp van de gezonde hand (passief):? Buig per vinger alle gewrichtjes zo ver mogelijk? Maak in deze stand het eindkootje recht? Houd dit 5 seconden vast? Ontspan uw hand daarna Aandachtspunten? Alleen het eindkootje wordt gestrekt.? De overige gewrichtjes blijven gebogen Doe deze oefening 4 x per dag 3 tot 5 keer Handelen na handletsel 107 April 2006 Bijlagen
108 Beeldtekst 7 (6.1.11) Passief strekken middelste gewrichtje Beeldtekst 8 (na ) Passief strekken middelste gewrichtje Met behulp van de gezonde hand (passief)? Strek per vinger het middelste gewrichtje Houd hierbij de knokkel gebogen en het eindkootje ontspannen? Houd dit 5 seconden vast? Ontspan uw hand daarna Aandachtspunten? Alleen het middelste gewrichtje wordt gestrekt.? De overige gewrichtjes blijven gebogen Doe deze oefening 4 x per dag 3 tot 5 keer Handelen na handletsel 108 April 2006 Bijlagen
109 Draaiboek Flexorpeesletsel 6. Oefeningen vingers 6. 2 uit de spalk Acteurs:? Presentator (Wilma)? Revalidant (Carry) Opmerkingen: Alle tekst wordt gesproken door de presentator De cursieve tekst in onderstaand draaiboekschema komt ook in de ondertiteling Benodigdheden:? Tafel en stoel? Beeldteksten (zie bijlage 5 Draaiboek Flexorpeesletsel) Afkortingen Inz.: inzoomen CU: close-up MS: medium shot Handelen na handletsel 109 April 2006 Bijlagen
110 ONDERDEEL BEELD CAMERA GESPROKEN TEKST/GELUID Overzicht Beeldtekst 0 verschijnt Inz oefeningen Oefening 1: vingers strekken Beeldtekst 1 verschijnt. Inz Revalidant zit op stoel aan tafel. Laat de oefening stapsgewijs zien (De handpalm hierbij frontaal houden, duim Schuin van Voren MS - De elleboog steunt op tafel en de pols is licht gebogen - U strekt de vingers en houdt dit 5 seconden vast - Dan ontspant u de hand ontspannen) CU Revalidant laat de oefening nog een keer zien. - Houd uw pols iets gebogen - Deze oefening doet u ieder uur 10 x Oefening 2: pols strekken Beeldtekst 2 verschijnt Revalidant zit op stoel aan tafel. Laat de oefening stapsgewijs zien - De elleboog steunt op tafel en de pols is licht gebogen - U beweegt de pols achterover en houdt dit 5 seconden vast - U ontspant de hand Revalidant laat de oefening nog een keer zien. - Blijf uw vingers ontspannen - U doet deze oefening ook ieder uur 10x Oefening 3: pols draaien Beeldtekst 3 verschijnt Revalidant zit op stoel aan tafel. Laat de oefening stapsgewijs zien - De elleboog steunt op tafel en de pols is licht gebogen - Maak ronddraaiende bewegingen met de pols - Draai 5 keer naar de ene kant en vervolgens 5 keer naar de andere kant - Ontspan de hand Revalidant laat de oefening nog een keer zien. - Zorg dat u uw hand tijdens de oefening ontspant - U doet deze oefening 4 x per dag Oefening 4: De gewone vuist Beeldtekst 4 verschijnt Revalidant zit op stoel aan tafel. Laat de oefening stapsgewijs zien - De elleboog steunt op tafel, de pols is licht gebogen en de vingers zijn gestrekt - Dan buigt u alle gewrichten van de vingers zo ver mogelijk en houdt dit 5 seconden vast - Ontspan uw hand daarna. Handelen na handletsel 110 April 2006 Bijlagen
111 ONDERDEEL BEELD CAMERA GESPROKEN TEKST/GELUID Revalidant laat de oefening nogmaals zien Dit ist de gewone vuist Oefening 5: De rechte vuist Beeldtekst 5 verschijnt Revalidant zit op stoel aan tafel en laat de oefening stapsgewijs zien U doet deze oefening ieder uur 10 x U begint vanuit dezelfde positie als de vorige oefening. U maakt alle vingertopjes recht. En houdt dit 5 sec. vast. Ontspan uw hand daarna Revalidant laat de oefening nogmaals zien. Dit is de rechte vuist Doet u deze oefening weer ieder uur 10 x Oefening 6: De haakvuist Beeldtekst 6 verschijnt Revalidant zit op stoel aan tafel Laat de oefening stapsgewijs zien. U neemt de uitgangspositie weer in. Dan maakt u alle knokkels recht en buigt de overige gewrichtjes. Als een soort haak. U houdt dit 5 sec. vast. Ontspan uw hand weer Revalidant laat de oefening nogmaals zien Dit is de haakvuist Deze oefening doet u ook ieder uur 10x Overzicht oefeningen Beeldtekst 0 verschijnt Handelen na handletsel 111 April 2006 Bijlagen
112 Bijlage: beeldteksten Beeldtekst 0 (6.2.0) Oefeningen vingers uit de spalk Bevorderen glijden van de pees om verkleving te voorkomen.? Vingers strekken? Pols strekken? Pols draaien? De gewone vuist? De rechte/platte vuist? De haakvuist Beeldtekst 1 (6.2.1) Vingers strekken Beeldtekst 2 (na 6.2.3) Vingers strekken? Strek de vingers? Houd dit 5 seconden vast? Ontspan uw hand daarna Aandachtspunt? Houd uw pols licht gebogen Doe deze oefening ieder uur 10 keer Handelen na handletsel 112 April 2006 Bijlagen
113 Beeldtekst 3 (6.2.4) Pols strekken Beeldtekst 4 (na 6.2.6) Pols strekken? Beweeg de pols achterover? Houd dit 5 seconden vast? Ontspan uw hand daarna Aandachtspunt? Blijf uw vingers ontspannen Doe deze oefening ieder uur 10 keer Beeldtekst 5 (6.2.7) Pols draaien Beeldtekst 6 (na 6.2.9) Pols draaien? Maak ronddraaiende bewegingen met de pols? Doe dit 5 maal elke kant op? Ontspan uw hand daarna Aandachtspunt? Ontspan uw hand tijdens de oefening Doe deze oefening 4 x per dag, 5 keer elke kant Handelen na handletsel 113 April 2006 Bijlagen
114 Beeldtekst 7 (6.2.10) Gewone vuist maken Beeldtekst 8 (na ) Gewone vuist maken? Buig alle gewrichtjes van de vingers zo ver mogelijk? Houd dit 5 seconden vast? Ontspan uw hand daarna Doe deze oefening ieder uur 10 keer Beeldtekst 9 (6.2.13) Rechte/platte vuist maken Beeldtekst 10 (na ) Rechte/platte vuist maken? Maak de vingertoppen recht? Houd dit 5 seconden vast? Ontspan uw hand daarna Doe deze oefening ieder uur 10 keer Beeldtekst 11 (6.2.16) Haakvuist maken Handelen na handletsel 114 April 2006 Bijlagen
115 Beeldtekst 12 (na ) Haakvuist maken? Maak de knokkels recht als een soort haak? Houd dit 5 seconden vast en? Ontspan uw hand daarna Doe deze oefening ieder uur 10 keer Handelen na handletsel 115 April 2006 Bijlagen
buigpeesletsel inhoudsopgave waarom deze brochure? bouw, functie en mogelijke beperkingen
buigpeesletsel inhoudsopgave Waarom deze brochure? Bouw, functie en mogelijke beperkingen 1 Revalidatie Vijf periodes Eerste periode Tweede periode Derde periode Vierde periode Vijfde periode Vragen Notities
Plastische Chirurgie. Oefeninstructies na buigpeesletsel. Nabehandeling geschiedt met behulp van een zogenaamde dynamische spalk (Kleinertspalk).
Plastische Chirurgie Oefeninstructies na buigpeesletsel U bent geopereerd aan buigpeesletsel aan uw hand. Deze folder geeft u informatie over het verloop van de revalidatieperiode en de oefeningen. Om
Revalidatie bij handletsel Revalidatiecentrum Breda
Revalidatie bij handletsel Revalidatiecentrum Breda Inleiding U bent naar de revalidatiearts van Revant Revalidatiecentrum Breda doorverwezen, omdat u onlangs een letsel of een operatieve behandeling heeft
Revalidatie na buigpeesoperatie. Plastische chirurgie
Revalidatie na buigpeesoperatie Plastische chirurgie Inhoudsopgave Wat zijn buigpezen?4 Buigpeesletsel 6 Genezingsproces van de pees 7 Revalidatie 8 Eerste periode... 9 Tweede periode... 9 Derde periode...10
Waarom deze brochure? Deze brochure geeft informatie over de revalidatie in het Gemini Ziekenhuis na een buigpeesletsel.
Buigpeesletsel Waarom deze brochure? Deze brochure geeft informatie over de revalidatie in het Gemini Ziekenhuis na een buigpeesletsel. U kunt hierin terugvinden: - wat u wel mag doen - wat u niet mag
PATIËNTEN INFORMATIE. Tenolyse. Expertisecentrum hand- en polschirurgie Maasstad Ziekenhuis
PATIËNTEN INFORMATIE Tenolyse Expertisecentrum hand- en polschirurgie Maasstad Ziekenhuis 2 PATIËNTENINFORMATIE Door middel van deze informatiefolder wil het Expertisecentrum handen polschirurgie van het
Richtlijnen nabehandeling ganglion extirpatie Versie 1.2 juli 2013
Richtlijnen nabehandeling ganglion extirpatie Versie 1.2 juli 2013 1. Beleid behandeling Deze richtlijnen zijn geschreven voor de nabehandeling van patiënten waarbij een dorsaal polsganglion operatief
Nabehandeling buigpeesletsel van de vinger(s)
Nabehandeling buigpeesletsel van de vinger(s) Revalidatie Locatie Hoorn/Enkhuizen Nabehandeling buigpeesletsel van de vinger(s) Deze folder geeft informatie over de revalidatie na een buigpeesletsel van
Nabehandeling buigpeesletsel van de duim
Nabehandeling buigpeesletsel van de duim volgens Kleinert Revalidatie Locatie Hoorn/Enkhuizen Deze folder geeft informatie over de revalidatie na een buigpeesletsel van de duim Na een buigpeesletsel wordt
volgens reversed Kleinert
Nabehandeling van strekpeesletsel van de duim volgens reversed Kleinert Revalidatie Locatie Hoorn/Enkhuizen Deze folder geeft informatie over de revalidatie na een strekpeesletsel van de duim Na een strekpeesletsel
Afdeling Handchirurgie
Paramedisch protocol Flexorpeesherstel zone 1-3 Kleinert v.3-05/2014 Onder flexorpeesletsel wordt in dit protocol een volledig of partiëel letsel van de Flexor Digitorum Superficialis (FDS) en/of Flexor
Nabehandeling strekpeesletsel van de vinger(s) volgens Norwich
Nabehandeling strekpeesletsel van de vinger(s) volgens Norwich Locatie Hoorn/Enkhuizen Revalidatie 2 Deze folder geeft informatie over de revalidatie na een strekpeesletsel van de vinger(s) Na een strekpeesletsel
Nabehandeling van proximale rij carpectomie van de pols Revalidatie
Nabehandeling van proximale rij carpectomie van de pols Revalidatie Locatie Hoorn/Enkhuizen Deze folder geeft informatie over de revalidatie na een proximale rij carpectomie (=verwijderen eerste rij van
Afdeling Handchirurgie
Paramedisch Extensorpeesletsel zone 3 & 4 Boutonnière v.1-01/2013 Een boutonnière deformiteit (knoopsgatdeformiteit) beschrijft een 'zigzag'-collaps van een vinger of duim waarbij het PIP gewricht in flexie
Mallet vinger operatie
PATIËNTEN INFORMATIE Mallet vinger operatie Expertisecentrum hand- en polschirurgie Maasstad Ziekenhuis 2 PATIËNTENINFORMATIE Door middel van deze informatiefolder wil het Expertisecentrum handen polschirurgie
Handtherapeutische behandelrichtlijn na flexorpeesletsel zone 3 UNIVERSITAIR MEDISCH CENTRUM GRONINGEN
Handtherapeutische behandelrichtlijn na flexorpeesletsel zone 3 UNIVERSITAIR MEDISCH CENTRUM GRONINGEN Verwijzers: Preoperatief: gipsspalk Postoperatief: gipsspalk met vingers en pols in flexie handtherapie
Afdeling Handchirurgie
Paramedisch protocol MCP resectie artroplastiek v.2-09/2013 Dit protocol is bedoeld voor de postoperatieve nabehandeling van een MCP resectie artroplastiek met een prothese. In dit protocol wordt als voorbeeld
Afdeling Handchirurgie
Paramedisch protocol Flexorpeesherstel z. 1-3 Early passive v.3-05/2015 Onder flexorpeesletsel wordt in dit protocol een volledig of partiëel letsel van de Flexor Digitorum Superficialis (FDS) en/of Flexor
Afdeling Handchirurgie
Paramedisch protocol PIP resectie artroplastiek v.2-09/2013 Dit protocol is bedoeld voor de postoperatieve nabehandeling van een PIP resectie-artroplastiek met een prothese. In dit protocol wordt als voorbeeld
Handtherapie. Multidisciplinaire aanpak van problemen met hand, pols en arm
Handtherapie Multidisciplinaire aanpak van problemen met hand, pols en arm 2 De hand is ons belangrijkste werktuig en volgens sommigen zelfs ook ons belangrijkste zintuig. De hand functioneert door een
Haperende vinger (trigger finger) Behandeling door de plastisch chirurg
Haperende vinger (trigger finger) Behandeling door de plastisch chirurg Inleiding De plastisch chirurg heeft met u besproken dat u behandeld wordt aan uw haperende vinger, ook wel trigger finger genoemd.
Hand- en pols spreekuur
Afdeling: Onderwerp: Chirurgie Op het in het Ikazia Ziekenhuis worden patiënten gezien met klachten aan de handen, vingers en/of pols. Zij worden verwezen door de huisarts, specialisten, fysiotherapeuten,
Buigpeesletsel van de hand
Buigpeesletsel van de hand Informatie voor patiënten F0978-3021 december 2011 Medisch Centrum Haaglanden www.mchaaglanden.nl MCH Antoniushove, Burgemeester Banninglaan 1 Postbus 411, 2260 AK Leidschendam
PATIËNTEN INFORMATIE. Hypermobiliteit
PATIËNTEN INFORMATIE Hypermobiliteit 2 PATIËNTENINFORMATIE In deze folder willen wij de behandeling van klachten ten gevolge van hypermobiliteit in ons revalidatiecentrum toelichten. Inleiding Ten gevolge
Afdeling Handchirurgie
Paramedisch protocol Flexorpeesherstel zone 1-3 Early Active v.4-05/2016 Onder flexorpeesletsel wordt in dit protocol een volledig of partiëel letsel van de Flexor Digitorum Superficialis (FDS) en/of Flexor
Na de operatie van een buigpees Informatie en oefeningen
Na de operatie van een buigpees Informatie en oefeningen Inleiding Na de operatie van een buigpees in één van uw handen komt u voor verdere behandeling bij de ergotherapeut en de fysiotherapeut. Om te
Hand- en pols spreekuur
Hand- en pols spreekuur Chirurgie Beter voor elkaar 2 Hand- en pols spreekuur Op het Hand- en pols spreekuur in het Ikazia Ziekenhuis worden patiënten gezien met klachten aan de handen, vingers en/of pols.
Plastische Chirurgie Centrum voor Revalidatie Opheffen van de buigstand van de vingers
Plastische Chirurgie Centrum voor Revalidatie Opheffen van de buigstand van de vingers Ziekte van Dupuytren Plastische Chirurgie Centrum voor Revalidatie In overleg met uw arts heeft u besloten om een
Revalidatie na operatie Dupuytren
Revalidatie na operatie Dupuytren Inhoudsopgave Inleiding... 2 1. Wat is Dupuytren?... 3 2. Operatie en prikbehandeling... 4 2.1. Operatie... 4 2.2. Prikbehandeling... 4 3. Revalideren... 5 3.1. Behandelinformatie...
Patiënteninformatie. Reuma-handenspreekuur. Reuma-handenspreekuur
Patiënteninformatie Reuma-handenspreekuur Reuma-handenspreekuur 1 Reuma-handenspreekuur Polikliniek Revalidatiegeneeskunde, route 0.6 Telefoon (050) 524 5885 Algemeen Neemt u bij ieder bezoek aan het
Buigpeesletsel Herstel na de operatie
Buigpeesletsel Herstel na de operatie U bent geopereerd aan uw hand: aan de pezen die de vingers buigen. Na de operatie legt de arts of de gipsverbandmeester direct een tijdelijke spalk aan. De eerste
Behandelingen. 1 Multidisciplinaire screening Zorg op Maat. Doel van de screening. De screeningsdag
19/01/2019 Behandelingen 1 Multidisciplinaire screening Zorg op Maat Uw revalidatiearts kan u aanmelden voor de multidisciplinaire screening Zorg op Maat. Hierbij gaan we met meerdere behandelaren uw problemen
Nabehandeling Dupuytren
Nabehandeling Dupuytren Revalidatie Locatie Hoorn/Enkhuizen Wat is Dupuytren? (na chirurgische ingreep) Dit is een (goedaardige) aandoening waarbij er bindweefselstrengen en onderhuidse knobbels gevormd
Richtlijnen nabehandeling flexorpeesletsel na chirurgisch herstel met 2-strand hechting Versie 20-12-2011
Richtlijnen nabehandeling flexorpeesletsel na chirurgisch herstel met 2-strand hechting Versie 20-12-2011 Inhoud Beleid behandeling flexorpeesletsel. o Bijzonderheden per zone. o Week 1-3 postoperatief
Afdeling Handchirurgie
Paramedisch Proximale phalanx schacht fracturen v.2-07/2013 Dit protocol betreft de nabehandeling van fracturen van de schacht van de proximale phalanx. Bij fracturen van de schacht in combinatie met een
Anatomy MP joint. Anatomie MP. Rotatie van MP. Anatomy PIP joint
Anatomy MP joint Anatomie MP Rotatie van MP Door de vorm van het kopje En door de plaats van aanhechting: MP in extensie: ACL strak MP in flexie: PCL strak A < B A B Anatomy PIP joint 1 Testing for instability
Opheffen van de buigstand van de vingers Ziekte van Dupuytren
Plastische Chirurgie Opheffen van de buigstand van de vingers Ziekte van Dupuytren Inleiding In overleg met uw arts heeft u besloten om een ingreep te ondergaan, die als doel heeft de buigstand van uw
Schouderoperatie. oefeningen en richtlijnen. Paramedische Ziekenhuiszorg. Het schoudergewricht
Paramedische Ziekenhuiszorg Schouderoperatie oefeningen en richtlijnen U heeft met uw behandelend arts besproken dat u een operatie krijgt aan uw schouder. Het doel van de operatie is het wegnemen of het
Haperende vinger (trigger finger)
Haperende vinger (trigger finger) Behandeling door de plastisch chirurg/handchirurg Naar het ziekenhuis? Lees eerst de informatie op www.asz.nl/brmo. Inleiding De plastisch chirurg heeft met u besproken
Schouderoperatie. oefeningen en richtlijnen. Paramedische afdeling
Paramedische afdeling Schouderoperatie oefeningen en richtlijnen Inleiding U heeft van uw behandelend arts te horen gekregen dat u een operatie krijgt aan uw schouder. Het doel van de operatie is het wegnemen
Patiënteninformatie. Ziekte van Dupuytren
Ziekte van Dupuytren De ziekte van Dupuytren berust op woekering van bindweefsel in de handpalm waardoor de vingers krom trekken. Het is genoemd naar de Franse chirurg Dupuytren die het als eerste heeft
Revalidatie bij pijnklachten in de onderarm en hand Revalidatiecentrum Breda
Revalidatie bij pijnklachten in de onderarm en hand Revalidatiecentrum Breda De doelgroep Het behandelprogramma van Revant Revalidatiecentrum Breda is bestemd voor mensen met beperkingen in het dagelijkse
Revalidatieprogramma
Revalidatiegeneeskunde Revalidatieprogramma Chronische pijn Deze folder geeft u algemene informatie over revalidatie bij chronische pijn. Uiteraard komt de folder niet in plaats van een gesprek met uw
Poliklinische revalidatie programma s
Poliklinische revalidatie programma s Mensen met chronische pijnklachten van het bewegingsapparaat (rug, nek, schouder, knie) kunnen revalideren met behulp van gespecialiseerde revalidatieprogramma s.
Patiënteninformatie. Triggervinger en het syndroom van Quervain. Triggervinger en het syndroom van Quervain
Patiënteninformatie Triggervinger en het syndroom van Quervain Triggervinger en het syndroom van Quervain 876814 Triggervinger.indd 1 1 08-11-13 15:01 Triggervinger en het syndroom van Quervain Polikliniek
Centrum voor Revalidatie locatie Groningen Het schoonmaken van pezen en/of gewrichten
Centrum voor Revalidatie locatie Groningen Het schoonmaken van pezen en/of gewrichten Synovectomie Centrum voor Revalidatie locatie Groningen Inleiding Door reuma heeft u een ontsteking in één of meerdere
De Quervain. Peeskokerontsteking van de duim. Behandeling door de plastisch chirurg /handchirurg
De Quervain Peeskokerontsteking van de duim Behandeling door de plastisch chirurg /handchirurg Inleiding De plastisch chirurg heeft met u besproken dat u behandeld wordt aan de peesontsteking van uw duim.
Handtherapie na operatie ivm van CMC I-artrose
Handtherapie na operatie ivm van CMC I-artrose Handtherapie MST Bezoekadres Ziekenhuis Enschede Ziekenhuis Oldenzaal Gebouw Ariënsplein Prins Bernhardstraat 17 Polikliniek 50 Polikliniek 32 Telefoon (053)
Schouderprothese. De schouder
Schouderprothese De schouder De schouder is een van de meest beweeglijke gewrichten in ons lichaam. Het schoudergewricht verbindt de bovenarm met de romp. Het is een kogelgewricht waarbij de bol (humeruskop)
Pijnrevalidatie voor kinderen en jongeren Informatie voor kinderen, jongeren en ouders
Wat staat er in deze folder? UMCG Centrum voor Revalidatie locatie Beatrixoord Pijnrevalidatie voor kinderen en jongeren Informatie voor kinderen, jongeren en ouders Inleiding voor ouders 1 Informatie
Herstellen schouderspieren met operatie. Cuffrepair
Herstellen schouderspieren met operatie Cuffrepair Inhoud Inleiding 3 Schoudergewricht 3 Een normaal schoudergewricht 3 Een afwijkend schoudergewricht 3 De operatie 3 Na de operatie 4 De wond 4 Sling of
Revalidatieprogramma
Revalidatiegeneeskunde Revalidatieprogramma Chronische pijn Deze folder geeft u algemene informatie over revalidatie bij chronische pijn. Uiteraard komt de folder niet in plaats van een gesprek met uw
Herstellen schouderspieren met operatie. Cuffrepair
Herstellen schouderspieren met operatie Cuffrepair Inhoud Inleiding 3 Schoudergewricht 3 Een normaal schoudergewricht 3 Een afwijkend schoudergewricht 3 De operatie 3 Na de operatie 4 De wond 4 Sling of
Ligamentaire laesie enkelgewricht
Sport-Fysiotherapie R. de Vries en Medische Trainings Therapie Kerkweg 45a 4102 KR Zijderveld Telefoon 0345-642618 Fax 0345-641004 E-mail [email protected] Internet www.fysiodevries.nl Ligamentaire
Ziekte van Dupuytren Radboud universitair medisch centrum
Ziekte van Dupuytren Algemeen De ziekte van Dupuytren is twee eeuwen geleden voor het eerst beschreven door de Franse chirurg Baron Guillaume Dupuytren. De ziekte van Dupuytren begint meestal met een
Revalidatie geneeskunde. Revalidatiedagbehandeling
Revalidatie geneeskunde Revalidatiedagbehandeling Inhoudsopgave 1. Inleiding... 4 2. Het revalidatieteam... 4 3. Poliklinische dagbehandeling... 4 4. Wat doen de verschillende behandelaars?... 5 4a De
Poliklinische revalidatie programma s
Poliklinische revalidatie programma s Mensen met chronische pijn van het bewegingsapparaat (rug, nek, schouder, knie) kunnen revalideren met behulp van gespecialiseerde revalidatieprogramma s. Er is meer
Ontsteking van de duimpezen De Quervain tendovaginitis. Plastische chirurgie
Ontsteking van de duimpezen De Quervain tendovaginitis Plastische chirurgie Deze folder bevat algemene, aanvullende informatie over De Quervain tendovaginitis. De folder heeft niet de intentie volledig
ECU tendinitis & luxatie
RKZ Afdeling Handchirurgie ECU tendinitis & luxatie informatie voor patiënten T: 0251-265355 [email protected] www.afdelinghandchirurgie.nl Informatiefolder De informatie in deze folder is een aanvulling
Informatie. Ergotherapie bij reumatoïde artritis
Informatie Ergotherapie bij reumatoïde artritis Inleiding In deze folder leest u meer informatie over leefstijladviezen bij reumatoïde artritis (RA) die u kunnen helpen om de gevolgen van de reumatische
Schouderoperatie wegens inklemming
Paramedische Ziekenhuiszorg Schouderoperatie wegens inklemming oefeningen en richtlijnen Inleiding Werking van de schouder De bovenarm eindigt bovenaan met een bol, dit is de schouderkop. Deze schouderkop
BEHANDELING VAN FRACTUREN
BEHANDELING VAN FRACTUREN 25733 Inleiding Deze folder geeft u een globaal overzicht van de klachten en de behandeling van een gebroken bot. Het is goed u te realiseren dat bij het vaststellen van een aandoening
Strekpeesletsel. Centrum voor Revalidatie locatie Groningen
Strekpeesletsel Centrum voor Revalidatie locatie Groningen Centrum voor Revalidatie locatie Groningen Inleiding Een of meerdere pezen in uw hand zijn gescheurd of doorgesneden waardoor u uw vinger(s)
Revant, de kracht tot ontwikkeling!
Neurologische revalidatie Hartrevalidatie Revalidatie bij complex chronisch longfalen Oncologische revalidatie Kind- en jeugdrevalidatie Revalidatie bij pijn en gewrichtsaandoeningen Arm-, hand- en polsrevalidatie
Revalideren. op de Patiënteneenheid Dwarslaesie
Revalideren op de Patiënteneenheid Dwarslaesie Inleiding U revalideert in de Sint Maartenskliniek of u gaat binnenkort revalideren in de Sint Maartenskliniek op de Patiënteneenheid (PE) Dwarslaesie. Tijdens
Centrum voor Revalidatie locatie Groningen Het schoonmaken van pezen en/of gewrichten
Centrum voor Revalidatie locatie Groningen Het schoonmaken van pezen en/of gewrichten Synovectomie Centrum voor Revalidatie locatie Groningen Inleiding Door reuma heeft u een ontsteking in één of meerdere
UMCG Centrum voor Revalidatie locatie Beatrixoord Pijnrevalidatie voor kinderen en jongeren
UMCG Centrum voor Revalidatie locatie Beatrixoord Pijnrevalidatie voor kinderen en jongeren Informatie voor kinderen, jongeren en ouders Wat staat er in deze folder? Inleiding voor ouders 1 Informatie
Peesschedeontsteking van de vinger
Plastische chirurgie Peesschedeontsteking van de vinger www.catharinaziekenhuis.nl Inhoud Wat is een peesschedeontsteking?... 3 Oorzaken... 3 Behandeling... 3 Voor de operatie... 4 Aandachtspunten vóór
Revant, de kracht tot ontwikkeling!
Neurologische revalidatie Hartrevalidatie Revalidatie bij complex chronisch longfalen Oncologische revalidatie Kind- en jeugdrevalidatie Revalidatie bij pijn en gewrichtsaandoeningen Arm-, hand- en polsrevalidatie
De ziekte van Dupuytren
RKZ Afdeling Handchirurgie De ziekte van Dupuytren informatie voor patiënten T: 0251-265355 [email protected] www.afdelinghandchirurgie.nl Informatiefolder De informatie in deze folder is een aanvulling op
Ergotherapeutische conceptrichtlijn voor de individuele behandeling van borstkankerpatiënten in de nazorgfase
Ergotherapeutische conceptrichtlijn voor de individuele behandeling van borstkankerpatiënten in de nazorgfase In het kader van: Toegepast Onderzoek Kwaliteitszorg en Ondernemen Realisatiefase 18 december
Chronische pijn volwassenen
Informatie voor de patiënt Chronische pijn volwassenen Laat zien wat je kunt Chronische pijn De behandeling van pijnpatiënten is gewoonlijk gericht op pijnbestrijding, dat wil zeggen op het doen verminderen
Resultaten interviews met patiënten Vervolgens wordt een korte samenvatting gegeven van de belangrijkste resultaten uit de gelabelde interviews.
Onderzoek nazorg afdeling gynaecologie UMCG (samenvatting) Jacelyn de Boer, Anniek Dik & Karin Knol Studenten HBO-Verpleegkunde aan de Hanze Hogeschool Groningen Jaar 2011/2012 Resultaten Literatuuronderzoek
Trigger finger. (plastische chirurgie)
Trigger finger (plastische chirurgie) Inleiding Deze folder geeft u een globaal overzicht van de klachten en oorzaak van een haperende vinger of 'snapping finger' of Trigger Finger en de meest gebruikelijke
PIParthroplastiek. Nabehandeling van een gewrichtsprothese van de vingers. Locatie Hoorn/Enkhuizen
PIParthroplastiek Nabehandeling van een gewrichtsprothese van de vingers Locatie Hoorn/Enkhuizen Revalidatie 2 Deze folder geeft informatie over de revalidatie na een gewrichtsprothese. Na het plaatsen
Revalidatie en Therapie. Oefenprogramma Buigpeesletsel
Revalidatie en Therapie Oefenprogramma Buigpeesletsel Inhoudsopgave Oefenprogramma buigpeesletsel...4 Wel of geen spalktherapie....5 De oefeningen...6 Heeft u nog vragen?... 17 3 Oefenprogramma buigpeesletsel
Plastische Chirurgie en Centrum voor Revalidatie De behandeling van een hokkende vinger
Plastische Chirurgie en Centrum voor Revalidatie De behandeling van een hokkende vinger Triggerfinger Plastische Chirurgie en Centrum voor Revalidatie Inleiding Wanneer u last heeft van een hokkende vinger,
Haperende vinger. Tenovaginitis stensosans. Inleiding. Wat is een haperende vinger? Wat zijn de verschijnselen en de klachten?
Haperende vinger Tenovaginitis stensosans Inleiding Uw specialist heeft bij u een haperende vinger geconstateerd. In deze brochure vindt u informatie over de oorzaak, de mogelijke behandelingen en de gang
Voorste kruisband hechten
Voorste kruisband hechten Orthopedie Inleiding De orthopedisch chirurg heeft bij u een "voorste kruisband letsel" vastgesteld. Dit letsel heeft u korter dan 3 weken geleden opgelopen. De orthopeed heeft
Orthopedie Arthroscopische subacromiale decompressie van de schouder (Neerplastiek)
Orthopedie Arthroscopische subacromiale decompressie van de schouder (Neerplastiek) Inleiding Uw orthopedisch chirurg heeft u geadviseerd om uw schouderklachten operatief te behandelen met behulp van een
Patiënteninformatie Plastische Chirurgie. Carpaal tunnelsyndroom
Patiënteninformatie Plastische Chirurgie Carpaal tunnelsyndroom Wat is carpaal tunnel syndroom De neuroloog heeft de oorzaak voor de tintelingen en pijn in uw hand(en) gevonden. Deze klachten worden veroorzaakt
RKZ Afdeling Handchirurgie. M. De Quervain. informatie voor patiënten.
RKZ Afdeling Handchirurgie M. De Quervain informatie voor patiënten T: 0251-265355 [email protected] www.afdelinghandchirurgie.nl Informatiefolder De informatie in deze folder is een aanvulling op het consult
Patiënteninformatie. Triggervinger en het syndroom van Quervain. Triggervinger en het syndroom van Quervain
Patiënteninformatie Triggervinger en het syndroom van Quervain Triggervinger en het syndroom van Quervain 876814 Triggervinger.indd 1 1 31-08-18 12:24 Triggervinger en het syndroom van Quervain Polikliniek
Ganglion. Ziekenhuis Gelderse Vallei
Ganglion Ziekenhuis Gelderse Vallei Uw plastisch chirurg heeft bij u een ganglion geconstateerd. In deze folder kunt u lezen wat dat is, hoe de diagnose wordt gesteld en wat de behandeling inhoudt. Een
Revalidatiegeneeskunde
Revalidatiegeneeskunde 2 U bent door uw behandelend specialist in het Canisius- Wilhelmina Ziekenhuis (CWZ) of de huisarts verwezen naar een revalidatiearts. In deze folder vindt u informatie over revalidatiegeneeskunde
RKZ Afdeling Handchirurgie. Triggerfinger. informatie voor patiënten.
RKZ Afdeling Handchirurgie Triggerfinger informatie voor patiënten T: 0251-265355 [email protected] www.afdelinghandchirurgie.nl Informatiefolder De informatie in deze folder is een aanvulling op het consult
Behandeling van de ziekte van Dupuytren. Plastische chirurgie
Behandeling van de ziekte van Dupuytren Plastische chirurgie De ziekte van Dupuytren is een aandoening waarbij knobbels en strengen in de handpalm gevormd worden. Dit komt door vermeerdering van bindweefsel
Inhoudsopgave Titel Schouder, Protocol na bicepstenotomie... 2 Doel... 2 Toepassingsgebied... 2 Werkwijze/ Uitvoering... 2
Inhoudsopgave 1. Titel Schouder, Protocol na bicepstenotomie... 2 2. Doel... 2 3. Toepassingsgebied... 2 4. Werkwijze/ Uitvoering... 2 4.1. Behandeling... 2 4.2. Controle/ Nazorg... 5 1. Titel Schouder,
Revalidatie. Revalidatie & Herstel
Revalidatie Revalidatie & Herstel De afdeling Revalidatie in het BovenIJ ziekenhuis is een onderdeel van de afdeling Revalidatie en Herstel. Met deze folder willen wij u graag vertellen wat wij voor u
Schouderprothese voor een schouderbreuk. Poli Orthopedie
00 Schouderprothese voor een schouderbreuk Poli Orthopedie 1 Binnenkort wordt bij u een schouderprothese geïmplanteerd in verband met een schouderbreuk (fractuur). Deze folder kan u en uw familieleden
Informatie en instructies voor patiënten met een zenuwletsel
Centrumlocatie U bent onlangs geopereerd vanwege een zenuwletsel. Daarvoor bent u onder behandeling op de afdelingen Plastische Chirurgie en Revalidatie. In deze folder geven we u informatie over wat een
Orthopedie. Schouderprothese
Orthopedie Schouderprothese Inleiding Binnenkort wordt u geopereerd aan uw schouder. Er wordt een schouderprothese geplaatst. In deze folder vindt u informatie over het schoudergewricht, de aanleiding
Ziekte van Dupuytren. Neem altijd uw verzekeringsgegevens en identiteitsbewijs mee!
Ziekte van Dupuytren In overleg met uw arts heeft u besloten dat u een behandeling zult ondergaan in verband met de ziekte van Dupuytren. Meestal hoeft u daarvoor slechts één dag te worden opgenomen op
Voorste kruisbandreconstructie,
Paramedische afdeling Voorste kruisbandreconstructie, oefeningen en richtlijnen Inleiding Bij een voorste kruisband reconstructie brengt de arts op de plaats van de oude voorste kruisband een vervangende
Chronische pijn. Informatie en behandeling
Chronische pijn Informatie en behandeling Chronische pijn Bij chronische pijn is meer aan de hand dan alleen lichamelijk letsel. We spreken van chronische pijn als pijnklachten langer blijven bestaan dan
Mallet finger. Behandeling door de plastisch chirurg
Mallet finger Behandeling door de plastisch chirurg Inleiding De plastisch chirurg heeft met u besproken dat u behandeld wordt aan uw mallet finger. In deze folder leest u meer over de aandoening en de
Borstverwijdering bij borstkanker (ablatio mamma)
Borstverwijdering bij borstkanker (ablatio mamma) Uw chirurg heeft met u besproken, dat u in aanmerking komt voor een gehele verwijdering van de borst. In deze folder leest u hier meer over. Wanneer wordt
Schouderprothese voor een schouderbreuk. Poli Orthopedie
00 Schouderprothese voor een schouderbreuk Poli Orthopedie 1 Binnenkort wordt bij u een schouderprothese geïmplanteerd in verband met een schouderbreuk (fractuur). Deze folder kan u en uw familieleden
