Problemen oplossen. Gebruiksaanwijzing

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Problemen oplossen. Gebruiksaanwijzing"

Transcriptie

1 Gebruiksaanwijzing Problemen oplossen Het apparaat functioneert niet naar wens Probleemoplossing bij gebruik van de kopieerfunctie Probleemoplossing bij gebruik van de faxfunctie Probleemoplossing tijdens het gebruik van de printerfunctie Probleemoplossing bij gebruik van de scannerfunctie Papier laden en toner vervangen Papierstoringen oplossen Opmerkingen Lees deze handleiding aandachtig door voor u deze machine in gebruik neemt en bewaar de handleiding op een handige plaats voor latere naslag. Lees voor een veilig en correct gebruik van het apparaat eerst de Veiligheidsinformatie in "Over dit apparaat".

2 Inleiding Deze handleiding bevat gedetailleerde aanwijzingen over de bediening en opmerkingen over het gebruik van deze machine. Voor uw veiligheid en ter ondersteuning raden wij aan deze handleiding goed door te lezen voordat u de machine gebruikt. Bewaar deze handleiding op een handige plaats zodat u snel gegevens kunt opzoeken. Belangrijk De inhoud van deze handleiding kan zonder kennisgeving worden veranderd. In geen geval is de producent/leverancier aansprakelijk voor directe, indirecte, speciale, incidentele schade of bedrijfsschade als gevolg van het hanteren of bedienen van het apparaat. Opmerkingen: Sommige illustraties wijken mogelijk iets af van hetgeen u op uw apparaat ziet. Sommige opties zijn niet in alle landen leverbaar. Neem voor details hierover contact op met uw plaatselijke leverancier. Afhankelijk van het land waarin u zich bevindt, kunnen sommige unit optioneel zijn. Neem voor details hierover contact op met uw plaatselijke leverancier. Let op: Het gebruik van functies en het uitvoeren van afstellingen en procedures die niet in deze handleiding worden vermeld, kunnen tot gevaarlijke blootstelling aan straling leiden. Opmerkingen: De modelnamen van de apparaten staan niet vermeld op de volgende pagina s. Controleer het type van uw apparaat voordat u deze handleiding leest. (Voor details, raadpleeg Over dit apparaat.) Type 1: 16 kopieën/minuut (A4K, 8 1 / 2 " 11"K) Type 2: 20 kopieën/minuut (A4K, 8 1 / 2 " 11"K) Bepaalde typen zijn in enkele landen niet verkrijgbaar. Neem voor details hierover contact op met uw plaatselijke leverancier. Deze gebruiksaanwijzing voorziet in twee maatsystemen. Gebruik de metrische maten voor dit apparaat. Voor een goede kwaliteit bij het kopiëren raadt de leverancier u aan de originele toner van de leverancier te gebruiken. De leverancier is niet aansprakelijk voor schade of onkosten die ontstaan doordat u onderdelen van andere producenten heeft gebruikt in uw apparaat. Stroombron V, 50/60 Hz, 7A of meer. Zorg ervoor dat de stekker van het netsnoer met een als hierboven omschreven stroombron is verbonden. Raadpleeg Pag.102 Stroomvoorziening voor meer informatie over de stroombron.

3 Machinehandleiding Verwijzen naar de handleidingen die betrekking hebben op hetgene dat u met het apparaat wilt doen. Belangrijk Media verschillen volgens de handleiding. De gedrukte en elektronische versies van een handleiding hebben dezelfde inhoud. U moet Adobe Acrobat Reader/Adobe Reader op uw pc geïnstalleerd hebben om de handleidingen in PDF-formaat te kunnen bekijken. Afhankelijk van het land waarin u zich bevindt, kunnen er ook html-handleidingen beschikbaar zijn. Om deze handleidingen te bekijken, moet er een webbrowser zijn geïnstalleerd. Over dit apparaat Lees de veiligheidsinformatie in deze handleiding voordat u het apparaat gaat gebruiken. Deze handleiding geeft een inleiding op de functies van het apparaat. Het geeft tevens uitleg over het bedieningspaneel, voorbereidende procedures voor het gebruik van het apparaat, hoe u tekst kunt invoeren en hoe u de meegeleverde CD-roms moet installeren. Bedieningshandleiding Standaardinstellingen Hierin worden Gebruikersinstellingen uitgelegd en de Adresboekprocedures, zoals het registreren van faxnummers, adressen en gebruikerscodes. Raadpleeg deze handleiding ook voor uitleg over de wijze waarop het apparaat moet worden aangesloten. Problemen oplossen Geeft aanwijzingen over hoe u algemene problemen kunt oplossen en legt uit hoe u papier, toner en andere verbruiksartikelen kunt vervangen. Veiligheidsinformatie Deze handleiding is bedoeld voor beheerders van het apparaat. In de handleiding worden de beveiligingsfuncties uitgelegd die de beheerders kunnen gebruiken om te voorkomen dat er wordt geknoeid met de gegevens of om het apparaat te beschermen tegen onrechtmatig gebruik. Raadpleeg deze handleiding ook voor procedures voor het registreren van beheerders en het instellen van gebruikers- en beheerderstoegang. Kopieerhandleiding Geeft uitleg over kopieerfuncties en -bewerkingen. Wij verwijzen u tevens naar deze handleiding voor uitleg over het plaatsen van originelen. Faxhandleiding Geeft uitleg over Faxfuncties en -bewerkingen. Printerhandleiding Geeft uitleg over Printerfuncties en -bewerkingen. i

4 Scannerhandleiding Geeft uitleg over Scannerfuncties en -bewerkingen. Netwerkhandleiding Geeft uitleg over hoe u het apparaat in een netwerkomgeving configureert en bedient en hoe u de meegeleverde software moet gebruiken. Deze handleiding beslaat alle modellen en bevat beschrijvingen van functies en instellingen die mogelijk niet op dit apparaat beschikbaar zijn. Afbeeldingen, illustraties en informatie over bedieningssystemen die worden ondersteund kunnen enigszins afwijken van diegene van dit apparaat. Overige handleidingen Machinehandleiding Veiligheidsinformatie Verkorte Kopieerhandleiding Verkorte Faxhandleiding Verkorte Printerhandleiding Verkorte Scanhandleiding PostScript3 Supplement UNIX Supplement Handleidingen voor DeskTopBinder Lite DeskTopBinder Lite Installatiehandleiding DeskTopBinder Introductiehandleiding Handleiding Auto Document Link Opmerking De meegeleverde handleidingen zijn specifiek voor alle apparaattypes. Voor een UNIX-supplement, ga naar onze website of neem contact op met een officiële dealer. Het PostScript3-supplement en UNIX-supplement bevatten beschrijvingen van functies en instellingen die mogelijk niet beschikbaar zijn op dit apparaat. ii

5 INHOUDSOPGAVE Machinehandleiding...i Gebruik van deze handleiding...1 Symbolen...1 Namen van belangrijke functies Het apparaat functioneert niet naar wens Lampjes...3 Geluid bedieningspaneel...4 De Functiestatusindicator brandt in het rood...5 U hebt problemen met de bediening van het apparaat...6 Een taak is niet uitgevoerd Probleemoplossing bij gebruik van de kopieerfunctie Er verschijnt een bericht...11 U kunt geen duidelijke kopieën maken...13 Als u geen kopieën kunt maken zoals u wilt...15 Als het geheugen vol is Probleemoplossing bij gebruik van de faxfunctie Het volume aanpassen...19 Er verschijnt een bericht...22 U kunt geen faxberichten verzenden of ontvangen zoals u wilt...29 Als het geheugen vol is...33 Als er een foutenrapport wordt afgedrukt...34 De hoofdschakelaar uitschakelen / In geval van een stroomonderbreking...35 Als er een fout optreedt terwijl u internetfax gebruikt...36 Foutmail-berichtgeving...36 Foutenrapport ( )...36 Fout- door de server gegenereerd Probleemoplossing tijdens het gebruik van de printerfunctie Als er een bericht verschijnt tijdens de installatie van het printerstuurprogramma...37 Windows 95/98/Me, Windows 2000 of Windows NT Windows XP Professional of Windows Server Windows XP Home Edition...38 Er verschijnt een bericht...39 Statusberichten...39 Waarschuwingsberichten...40 Het foutenlogboek afdrukken...42 U kunt niet afdrukken...43 Overige afdrukproblemen...47 iii

6 5. Probleemoplossing bij gebruik van de scannerfunctie Als het scannen niet naar verwachting wordt uitgevoerd...57 Als u gescande bestand niet kunt versturen...58 Als u niet in het netwerk kunt bladeren om een gescand bestand te verzenden...58 Als het TWAIN-stuurprogramma niet kan worden opgestart...58 De functie netwerkbezorging kan niet worden gebruikt...58 Bewerkingen zijn niet mogelijk als er berichten verschijnen...59 Wanneer er een bericht wordt weergegeven...60 Wanneer er een bericht wordt weergegeven op het bedieningspaneel...60 Wanneer er een bericht wordt weergegeven op de clientcomputer Papier laden en toner vervangen Papier plaatsen...69 Papier plaatsen in de papierladen...69 Papier laden in de optionele papierlade-eenheid...71 Papier met een vaste richting of 2-zijdig papier...72 Papierformaat wijzigen...75 Het papierformaat in de papierlade wijzigen...75 Het papierformaat in de optionele papierlade-eenheid wijzigen...83 Toner bijvullen...88 Toner vervangen...89 Faxberichten verzenden als de toner op is...91 Verbruikte toner...91 De stempelcartridge vervangen voor het verzenden Papierstoringen oplossen Vastgelopen papier verwijderen Opmerkingen Plaatsen van het apparaat...99 Apparaatomgeving...99 Verplaatsen Stroomvoorziening Toegang tot het apparaat Wanneer het apparaat lange tijd niet wordt gebruikt Onderhoud van uw apparaat De glasplaat reinigen De deksel van de glasplaat schoonmaken De ADF/ARDF reinigen INDEX iv

7 Gebruik van deze handleiding Symbolen In deze handleiding worden de volgende symbolen gebruikt: Duidt belangrijke veiligheidsvoorschriften aan. Het niet in acht nemen van deze voorschriften kan leiden tot ernstige verwondingen of overlijden. Lees altijd deze voorschriften. U vindt deze in het hoofdstuk Veiligheidsinformatie in Over dit apparaat. Duidt belangrijke veiligheidsvoorschriften aan. Het negeren van deze opmerkingen kan resulteren in middelzwaar tot licht letsel, of schade aan het apparaat of eigendommen. Lees altijd deze voorschriften. U vindt deze in het hoofdstuk Veiligheidsinformatie in Over dit apparaat. Duidt aan dat u moet opletten als u het apparaat gebruikt, en signaleert waarschijnlijke oorzaken voor papierstoringen, schade aan originelen, of verlies van gegevens. Lees altijd deze uitleg. Geeft extra uitleg over de apparaatfuncties en instructies voor het oplossen van gebruikersfouten. Dit symbool staat aan het einde van secties. Het geeft aan waar u meer relevante informatie kunt vinden. [] Geeft de namen van toetsen aan die verschijnen op het bedieningspaneel van het apparaat. {} Geeft de namen van toetsen aan op het bedieningspaneel van het apparaat. Namen van belangrijke functies Naar belangrijke opties van dit apparaat wordt in deze handleiding als volgt verwezen: Automatische documentinvoer ADF Automatische documentinvoer die beide zijden van een blad kan scannen ARDF 1

8 2

9 1. Het apparaat functioneert niet naar wens Dit gedeelte beschrijft de basisprocedures voor probleemoplossing die u kunt toepassen op alle functies van dit apparaat. Lampjes Dit gedeelte geeft uitleg over de indicatoren die gaan branden als het apparaat de gebruiker vraagt om vastgelopen papier te verwijderen, papier bij te vullen, of andere procedures uit te voeren. h: Foutindicator Verschijnt wanneer er een papierstoring is, er een klep openstaat of een ander probleem heeft plaatsgevonden. Zie Pag.95 Papierstoringen oplossen. B: indicator Papier laden Verschijnt als de papiervoorraad op is. Zie Pag.69 Papier plaatsen. D: Lampje Toner bijvullen Verschijnt als de toner op is. Zie Pag.88 Toner bijvullen. 3

10 Het apparaat functioneert niet naar wens Geluid bedieningspaneel 1 De volgende tabel geeft uitleg over de verscheidene geluidspatronen die het apparaat produceert om de gebruiker te attenderen op originelen die op de machine zijn achtergebleven en overige omstandigheden aan het apparaat. Geluidspatroon Betekenis Oorzaak Twee lange geluiden. Apparaat is opgewarmd. Nadat het apparaat is ingeschakeld of nadat deze was afgekoeld, is het apparaat weer volledig opgewarmd en klaar voor gebruik. Enkel kort geluidsignaal. Een geldige bewerking is geaccepteerd. Er is een toets ingedrukt op het bedieningspaneel of het scherm, het apparaat is ingeschakeld, of er is een document in de ADF of ARDF geplaatst. Enkel lang geluidsignaal. Taak voltooid. Er is een taak voltooid van de kopieereigenschappen. Vijf lange geluidssignalen die vier keer worden herhaald. Vijf korte geluidssignalen die vijf keer worden herhaald. Zachte waarschuwing. Sterke waarschuwing. Er is een origineel op de glasplaat achtergebleven of het papier is op. Het apparaat heeft de aandacht van de gebruiker nodig. Er is mogelijk een papierstoring of de toner moet worden bijgevuld. Opmerking Gebruikers kunnen de waarschuwingssignalen van het apparaat niet uitzetten. Wanneer het apparaat een geluid maakt om gebruikers te waarschuwen voor een papierstoring of om toner bij te vullen, of wanneer de panelen van het apparaat binnen een korte tijd herhaaldelijk worden geopend en gesloten, zal het waarschuwingssignaal blijven doorgaan zelfs nadat het apparaat zijn normale status heeft hervat. Verwijzing Voor details over het in- en uitschakelen van waarschuwingssignalen, zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. 4

11 De Functiestatusindicator brandt in het rood De Functiestatusindicator brandt in het rood Wanneer een functietoets rood brandt, druk op de toets om naar het scherm van deze functie te gaan en volg de melding die verschijnt. 1 Probleem Oorzaak Oplossing Documenten en rapporten worden niet afgedrukt. Er is een fout opgetreden. Er is geen kopieerpapier meer. De functie waarvan het lampje brandt, werkt niet goed. Vul papier bij. Zie Pag.69 Papier plaatsen. Noteer het codenummer dat in het display wordt afgebeeld en neem contact op met uw leverancier. Zie Er verschijnt een bericht van elk hoofdstuk. U kunt overige functies normaal gebruiken. Het apparaat kan geen verbinding met het netwerk maken. Er is een netwerkfout opgetreden. Controleer het bericht dat wordt weergegeven en neem gepaste maatregelen. Zie Er verschijnt een bericht van elk hoofdstuk. Controleer of het apparaat correct is aangesloten op het netwerk en of het apparaat correct is ingesteld. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Neem contact op met de beheerder. Wanneer de functietoets zelfs na het nemen van de bovenstaande maatregelen nog rood brandt, dan moet u contact opnemen met uw leverancier. Opmerking Als er een fout optreedt in de functie die u gebruikt, dan moet u het bericht controleren dat op het bedieningspaneel verschijnt en de betreffende functie opzoeken in Wanneer een bericht wordt weergegeven. Verwijzing Pag.11 Probleemoplossing bij gebruik van de kopieerfunctie Pag.19 Probleemoplossing bij gebruik van de faxfunctie Pag.37 Probleemoplossing tijdens het gebruik van de printerfunctie Pag.57 Probleemoplossing bij gebruik van de scannerfunctie 5

12 Het apparaat functioneert niet naar wens U hebt problemen met de bediening van het apparaat 1 Onderstaand schema bevat een uitleg over algemene problemen en berichten. Als er andere berichten worden weergegeven, volgt u de instructies die daarbij worden weergegeven. Probleem Oorzaak Oplossing Ogenblik geduld. verschijnt. Ogenblik geduld. verschijnt. Het kopieerscherm verschijnt wanneer u het apparaat inschakelt met behulp van de hoofdstroomschakelaar, maar u kunt niet omschakelen naar een ander scherm door op de toets {Fax} of {Scanner} te drukken. Het apparaat is zojuist aangezet en het scherm Gebruikersinstellingen wordt weergegeven, maar er ontbreken items in het menu Gebruikersinstellingen. De display is moeilijk te zien. Het display is uit. Het display is uit. Er gebeurt niets als de bedrijfsschakelaar wordt ingeschakeld. Wanneer u de bedrijfsschakelaar inschakelt of de tonerfles vervangt, wordt deze melding weergegeven. Wanneer het apparaat langere tijd niet in gebruik is geweest, kan het langer dan normaal duren om af te drukken of op te starten nadat het apparaat is ingeschakeld. Alleen de kopieerfunctie is klaar; andere functies nog niet. Alleen de kopieerfunctie is klaar; andere functies nog niet. De benodigde tijd varieert per functie. Functies verschijnen in het menu Gebruikersinstellingen als ze klaar zijn voor gebruik. Het schermcontrast is niet aangepast. Het apparaat staat in de Energiespaarstand. De bedrijfsschakelaar is uitgeschakeld. De hoofdschakelaar is uitgeschakeld. Als het apparaat niet binnen 2 minuten start, neem dan contact op met uw leverancier. Wacht tot het apparaat gereed is. Wacht nog even. Wacht nog even. Pas het schermcontrast aan, zodat de informatie op de display goed zichtbaar is. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Schakel de bedrijfsschakelaar in. Schakel de bedrijfsschakelaar in. Schakel de hoofdschakelaar in. 6

13 U hebt problemen met de bediening van het apparaat Probleem Oorzaak Oplossing De bedrijfsschakelaarindicator blijft knipperen en gaat niet uit als erop wordt gedrukt. Oorspronkelijke afbeeldingen worden op de achterkant van het papier afgedrukt. Er treden geregeld papierstoringen op. Er treden geregeld papierstoringen op. Er treden geregeld papierstoringen op. Ook als het vastgelopen papier is verwijderd, blijft het foutbericht staan. Kan niet in duplexmodus afdrukken Kan niet in duplexmodus afdrukken Het invoerscherm voor de gebruikerscode wordt weergegeven. Er vindt communicatie plaats tussen het apparaat en externe apparatuur. U heeft wellicht het papier niet correct geplaatst. Wellicht zijn de zijafscheidingen van de lade niet vergrendeld. Wellicht is de eindafscheider van de lade niet juist ingesteld. Misschien heeft u papier geplaatst met een formaat dat niet op de papierformaatknop wordt weergegeven. Wanneer u de melding van een papierstoring krijgt, blijft het bericht staan totdat u de vereiste handeling heeft uitgevoerd, namelijk de klep openen en weer sluiten. Er zit nog steeds papier vast in de lade. U kunt papier in de handinvoer niet gebruiken om tweezijdige afdrukken te maken. U heeft een lade geselecteerd die is ingesteld op [Uit] voor dubbelzijdig afdrukken in [Papierlade-instellingen] onder [Systeeminstellingen]. Met gebruikersbeheer worden er beperkingen voor de gebruikers ingesteld. Controleer of het apparaat communiceert met een computer. Plaats papier op de juiste wijze. Plaats papier in lade 1-4 met de afdrukzijde omhoog en in de handinvoer met de afdrukzijde omlaag. Zie Pag.72 Papier met een vaste richting of 2-zijdig papier. Controleer of de zijafscheidingen vergrendeld zijn. Zie Pag.75 Papierformaat wijzigen. Controleer of de afscheiding juist ingesteld is. Zie Pag.75 Papierformaat wijzigen. Gebruik Papierlade instellingen om het papierformaat in te stellen. Zie Pag.82 Naar een ander formaat wijzigen dan aangegeven op de papierformaatknop. Verhelp de papierstoring en open en sluit het paneel. Zie Pag.95 Vastgelopen papier verwijderen. Selecteer in de kopieermodus of met het printerstuurprogramma lade 1-4 voor dubbelzijdig afdrukken. Selecteer een papierlade in [Papierlade-instellingen] onder [Systeeminstellingen] en druk vervolgens op [OK]. Selecteer vervolgens [Geen weergave (Norm. pap.)] of [Gerecycled papier] als papiersoort, druk op [Duplex] en selecteer daarna [Aan]. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Voer de gebruikerscode (maximaal acht cijfers) in en druk vervolgens op de toets {OK} of {q}. 1 7

14 Het apparaat functioneert niet naar wens Probleem Oorzaak Oplossing 1 Het verificatiescherm verschijnt. Het bericht Temperatuur waarsch. Schk. hfdschak.uit pas kamertemp aan en wacht voordat u opn. start. verschijnt en het afdrukken is uitgeschakeld. Basisverificatie, Windows-verificatie, LDAP-verificatie of Integratieserver-verificatie wordt ingesteld. De temperatuur in het apparaat is te hoog of te laag. Voer uw gebruikersnaam en wachtwoord in voor het aanmelden. Zie Over dit apparaat. Plaats het apparaat in een omgeving waar de temperatuur tussen de 10 en 32 C is. Zie Pag.99 Plaatsen van het apparaat U heeft geen rechten om deze functie te gebruiken. wordt weergegeven. Het gebruik van de functie is beperkt tot alleen geverifieerde gebruikers. Neem contact op met de beheerder. Verificatie mislukt. De ingevoerde gebruikersnaam of het wachtwoord is niet juist. Neem contact op met de beheerder voor de juiste gebruikersnaam en wachtwoord. Verificatie mislukt. Er kan met Windows-verificatie, LDAP- verificatie of Integratieserver- verificatie geen verbinding met de verificatieserver worden gemaakt. Neem contact op met de beheerder. Opmerking Als u geen kopieën naar wens kunt maken vanwege papiersoort, papierformaat of papiercapaciteit, gebruik dan het aanbevolen papier. Zie Over dit apparaat. 8

15 Een taak is niet uitgevoerd Een taak is niet uitgevoerd Als u een functie niet kunt uitvoeren, dan wordt het apparaat wellicht opgehouden door een andere functie. Als u een functie niet kunt uitvoeren, beëindig dan alle andere functies die op dat moment actief zijn en probeer opnieuw om de functie uit te voeren. In bepaalde gevallen kunt u een andere taak uitvoeren (kopieerapparaat, fax, printer of scanner), zonder de taak die op dat moment wordt uitgevoerd te hoeven annuleren. Het gelijktijdig uitvoeren van meerdere functies wordt Multi-accessing genoemd. 1 Combinatieschema Modus nadat u één van de Kopiëren Fax Printer Scanner volgende functies heeft geselecteerd Verzending Ontvangst Afdruk ken TWAIN Modus voordat u één van de volgende functies hebt geselecteerd Kopiëren Fax Het bedieningspaneel gebruiken Kopiëren Het bedieningspaneel gebruiken Kopiëren Verzendingsbewerking Een origineel scannen voor geheugenverzending Geheugenverzending Directe verzending Geheugenontvangst Ontvangen gegevens afdrukken Gegevens ontvangen Afdrukken Het bedieningspaneel gebruiken Scannen *1 *1 *1 Verzendingsbewerking Verzending Ontvangst Een origineel scannen voor geheugenverzending Geheugenverzending Directe verzending Geheugenontvangst Ontvangen gegevens afdrukken Gegevens ontvangen *2 *2 *2 Scannen Printer Afdrukken Afdrukken 9

16 Het apparaat functioneert niet naar wens 1 Modus voordat u één van de volgende functies hebt geselecteerd Het bedieningspaneel gebruiken Scannen Scanner TWAIN Modus nadat u één van de Kopiëren Fax Printer Scanner volgende functies heeft geselecteerd Verzending Ontvangst Afdruk ken Het bedieningspaneel gebruiken Kopiëren Verzendingsbewerking Een origineel scannen voor geheugenverzending Geheugenverzending *1 *1 *1 Scannen betekent dat deze functies samen kunnen worden gebruikt. betekent dat u de huidige opdracht kunt onderbreken met functietoetsen om over te gaan tot een volgende opdracht. betekent dat een andere opdracht automatisch start nadat de huidige opdracht voltooid is. betekent dat u handmatig een andere opdracht moet starten nadat de huidige opdracht is voltooid (m.a.w. deze functies kunnen niet samen worden gebruikt). *1 U kunt een document scannen zodra alle voorgaande documenten zijn gescand. *2 Tijdens parallelle ontvangst worden eventuele volgende opdrachten uitgesteld tot de ontvangst voltooid is. Opmerking Als het apparaat meerdere functies tegelijkertijd kan uitvoeren, geef dan in Afdrukprioriteit aan welke functies u voorrang wilt verlenen. Deze instelling is vanuit de fabriek ingesteld op Display modus. Voor het instellen van de functie Afdrukprioriteit, zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Tijdens het afdrukken kan het scannen van een document met behulp van een andere functie meer tijd in beslag nemen. Directe verzending Geheugenontvangst Ontvangen gegevens afdrukken Gegevens ontvangen Afdrukken Het bedieningspaneel gebruiken Scannen TWAIN Scannen 10

17 2. Probleemoplossing bij gebruik van de kopieerfunctie Dit hoofdstuk geeft uitleg over waarschijnlijke oorzaken en mogelijke oplossingen voor problemen met kopieerfuncties. Er verschijnt een bericht Dit gedeelte geeft uitleg over de belangrijkste berichten van het apparaat. Als er andere berichten worden weergegeven, volgt u de instructies die ze bevatten. Belangrijk Voor berichten die hier niet worden opgenoemd, verwijzen wij u naar U heeft problemen met de bediening van het apparaat. Bericht Oorzaak Oplossing Form.orig. niet detect.baar Form.orig. niet detect.baar Form.orig. niet detect.baar Form.orig. niet detect.baar Controleer orig.richting. Controleer papierformaat. Gerot.sort.niet besch. met dit papierformaat. Kan form. niet dubz. kop. Er is een onjuist origineel geplaatst. Er is een onjuist origineel geplaatst. Er is een onjuist origineel geplaatst. Er is geen origineel geplaatst. Origineel is niet in de juiste richting geplaatst. Er is een onjuist formaat papier geplaatst. Er is een papierformaat gekozen waarvoor Geroteerd sorteren niet beschikbaar is. Een papierformaat dat niet beschikbaar is in de Duplexmodus is geselecteerd. Selecteer papier handmatig en niet met de Automatische papierselectie, en gebruik de functie Automatisch Verkleinen/Vergroten niet. Zie Kopieerhandleiding. Voer zowel het horizontale als verticale formaat in van een niet-standaard origineel. Plaats het origineel op de glasplaat. Zie Kopieerhandleiding. Plaats de originelen. Verander de richting van het origineel. Als u op de toets {Start} drukt, wordt het kopiëren gestart op het geselecteerde papier. Kies het juiste papierformaat. Zie Kopieerhandleiding. De volgende papierformaten zijn beschikbaar voor de duplexmodus: A3L, B4 JISL, A4KL, B5 JISKL, A5KL, 11" 17"L, 8 1 / 2 " 14"L, 8 1 / 4 " 14"L, 8 1 / 2 " 11"KL, 7 1 / 4 " 10 1 / 2 "KL, 8" 13"L, 8 1 / 2 " 13"L, 8 1 / 4 " 13"L, 8KL, 16KKL. Kies een van deze formaten. 11

18 Probleemoplossing bij gebruik van de kopieerfunctie 2 Bericht Oorzaak Oplossing Max. aantal sets is nn Kan niet kopiëren. Origineel wordt gescand door andere functie. U heeft geen rechten om deze functie te gebruiken. Verificatie mislukt. Verificatie mislukt. Het aantal kopieën overschrijdt de maximale kopieercapaciteit. De scannerfunctie is in gebruik. Het gebruik van deze functie is beperkt tot alleen geverifieerde gebruikers. De ingevoerde gebruikersnaam of het wachtwoord is niet juist. Er kan met Basisverificatie, Windows-verificatie, LDAP-verificatie of Integratieserver-verificatie geen verbinding met de verificatieserver worden gemaakt. U kunt het maximale aantal kopieën wijzigen. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Annuleer de huidige scanopdracht. Druk hiervoor op {Wis/Stop} op het scannerscherm om het bericht Wissen/Stop toets is ingedrukt. Scannen stoppen? te tonen en druk vervolgens op [Stoppen]. Neem contact op met de beheerder. Neem contact op met de beheerder voor de juiste gebruikersnaam en wachtwoord. Neem contact op met de beheerder. Verwijzing Pag.6 U hebt problemen met de bediening van het apparaat 12

19 U kunt geen duidelijke kopieën maken U kunt geen duidelijke kopieën maken Dit gedeelte geeft uitleg over de mogelijke oorzaken en oplossingen voor onduidelijke kopieën. Probleem Oorzaak Oplossing De kopieën zijn vuil. De belichting is te donker ingesteld. Pas de belichting aan. Zie Kopieerhandleiding. 2 De afgedrukte afbeeldingen zijn vlekkerig. Het apparaat staat niet op een vlakke ondergrond. Plaats het apparaat op een stabiele, vlakke ondergrond. Zorg ervoor dat de omgeving van het apparaat aan de vereisten voldoet. Zie Pag.99 Plaatsen van het apparaat. De afgedrukte afbeeldingen zijn vlekkerig. Het papier is gekreukeld, gevouwen of bevat onvolkomenheden. Verwijder de kreukels uit het papier of vervang het. Zie Kopieerpapier, Over dit apparaat. Wanneer het papier verkreukeld uit het apparaat komt, pas dan de uitvoerlade aan. Zie Kopieerhandleiding. De afgedrukte afbeeldingen zijn vlekkerig. De belichting is te licht ingesteld. Pas de belichting aan. Zie Kopieerhandleiding. De afgedrukte afbeeldingen zijn vlekkerig. Het papier is vochtig. Gebruik papier dat is opgeslagen onder de aanbevolen temperatuur en luchtvochtigheid. Zie Over dit apparaat. De afbeelding is te licht of te donker. De juiste papiertype-instellingen zijn niet gemaakt. Controleer of het papier dat is geladen in de papierlade of de handinvoer overeenkomst met het papiertype dat is aangegeven op de display. Zie Over dit apparaat. De afbeelding is te licht of te donker. De afbeelding is niet op een geschikte oppervlakte afgedrukt. Controleer voordat u gaat afdrukken op speciaal papier de oppervlakte zorgvuldig. Afdrukken op niet afdrukbare oppervlakten vermindert de afdrukkwaliteit en kan de interne onderdelen van het apparaat beschadigen. Zie Over dit apparaat. De afbeelding is vuil. Het gebruik van niet aanbevolen toner kan leiden tot verminderde afdrukkwaliteit en andere problemen. Gebruik de aanbevolen toner van de fabrikant. Neem contact op met uw leverancier. De achterzijde van een originele afbeelding is gekopieerd. De belichting is te donker ingesteld. Pas de belichting aan. Zie Kopieerhandleiding. 13

20 Probleemoplossing bij gebruik van de kopieerfunctie Probleem Oorzaak Oplossing 2 Bij het kopiëren van beplakte originelen verschijnt er een schaduw op de kopie. Bij elke kopie is hetzelfde gebied vuil. De belichting is te donker ingesteld. De glasplaat, ADF of ARDF is vuil. Pas de belichting aan. Zie Kopieerhandleiding. Verander de richting van het origineel. Gebruik doorzichtig plakband op de beplakte delen. Reinig deze. Zie Pag.104 Onderhoud van uw apparaat. De kopieën zijn te licht. De belichting is te licht ingesteld. Pas de belichting aan. Zie Kopieerhandleiding. De kopieën zijn te licht. Het papier is vochtig of ruw. Gebruik het aanbevolen papier. Gebruik bovendien papier dat is opgeslagen onder de aanbevolen temperatuur en luchtvochtigheid. Zie Over dit apparaat. Neem contact op met uw leverancier. De kopieën zijn te licht. De tonerfles is bijna leeg. Voeg toner toe. Zie Pag.88 Toner bijvullen. Delen van afbeeldingen worden niet gekopieerd. Delen van afbeeldingen worden niet gekopieerd. Er verschijnen witte lijnen. De kopieën zijn blanco. Er verschijnt een moirépatroon op de kopieën. Het origineel is niet correct geplaatst. Het juiste papierformaat is niet geselecteerd. De glasplaat of het scanglas is vuil. Het origineel is niet correct geplaatst. Het origineel bevat een afbeelding bestaande uit stippen of veel lijnen. Plaats de originelen op de juiste plaats. Zie Kopieerhandleiding. Kies het juiste papierformaat. Reinig deze. Zie Pag.104 Onderhoud van uw apparaat. Wanneer u de glasplaat gebruikt, plaatst u de originelen met de bedrukte zijde omlaag. Wanneer u de ADF of ARDF gebruikt, plaatst u de originelen met de bedrukte zijde omhoog. Plaats het origineel op de glasplaat onder een kleine hoek. Er verschijnen zwarte stippen op de kopie of een fotografische afdruk. Vanwege hoge luchtvochtigheid is de fotografische afdruk tegen de glasplaat blijven plakken. Plaats de afdruk op de glasplaat op een van de onderstaande manieren: Plaats een OHP-transparant op de glasplaat en plaats de afdruk vervolgens bovenop het OHPtransparant. Plaats de afdruk op de glasplaat en plaats er dan twee of drie vellen wit papier bovenop. Laat de afdekplaat van de glasplaat, ADF of ARDF open tijdens het kopiëren. 14

21 Als u geen kopieën kunt maken zoals u wilt Als u geen kopieën kunt maken zoals u wilt In dit gedeelte worden oorzaken en oplossingen beschreven van onbevredigende kopieerresultaten. Basis Probleem Oorzaak Oplossing Er treden geregeld papierstoringen op. Er treden geregeld papierstoringen op. Er treden geregeld papierstoringen op. Er treden geregeld papierstoringen op. Er treden geregeld papierstoringen op. Kopieerpapier raakt gekreukeld. Kopieerpapier raakt gekreukeld. U kunt verscheidene functies niet combineren. Afdruk is scheef. Afdruk is scheef. Het aantal geplaatste vellen overschrijdt de maximale capaciteit van het apparaat. Het papier is vochtig. Het papier is te dik of te dun. Het kopieerpapier is verkreukeld of is gevouwen/gekreukeld. Er wordt bedrukt papier gebruikt. Het papier is vochtig. Het papier is te dun. De geselecteerde functies kunnen niet gezamenlijk worden gebruikt. De zijafscheidingen in de papierinvoerlade zijn niet vergrendeld. Het papier wordt scheef ingevoerd. Stapel papier niet boven de bovenste merktekens aan de zijafscheidingen van de papierlade of handinvoerlade. Zie Over dit apparaat. Gebruik papier dat is opgeslagen onder de aanbevolen temperatuur en luchtvochtigheid. Zie Over dit apparaat. Gebruik aanbevolen papier. Zie Over dit apparaat. Gebruik aanbevolen papier. Gebruik papier dat is opgeslagen onder de aanbevolen temperatuur en luchtvochtigheid. Zie Over dit apparaat. Gebruik aanbevolen papier. Gebruik geen kopieerpapier waarop al eens gekopieerd of afgedrukt is. Zie Over dit apparaat. Gebruik papier dat is opgeslagen onder de juiste temperatuur en luchtvochtigheid. Zie Over dit apparaat. Gebruik aanbevolen papier. Zie Over dit apparaat. Controleer de combinatie van functies en corrigeer de instellingen. Zie Kopieerhandleiding. Vergrendel de zijafscheiding. Zie Pag.75 Papierformaat wijzigen. Plaats het papier op de juiste wijze. Zie Pag.69 Papier plaatsen. Afdruk is scheef. De klep van het apparaat is open. Let erop dat de onderste kleppen aan de rechter- en linkerzijde correct zijn gesloten. 2 15

22 Probleemoplossing bij gebruik van de kopieerfunctie Bewerken Probleem Oorzaak Oplossing 2 Wanneer u de functie Duplex marge gebruikt, worden delen van de originele afbeelding niet gekopieerd. Wanneer u de functie Duplex marge gebruikt, worden delen van de originele afbeelding niet gekopieerd. U heeft de breedte van de wismarge te groot ingesteld. Er is te weinig margeruimte aan de andere zijde van de inbindpositie. Stel een smallere marge in met Gebruikersinstellingen. U kunt de breedte instellen tussen 0-50 mm (0"-2"). Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Stel een smallere marge in met Gebruikersinstellingen. U kunt de breedte instellen tussen 0-50 mm (0"-2"). Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Combineren Probleem Oorzaak Oplossing Bij gebruik van de functie Combineren worden delen van de afbeelding niet weergegeven. Bij gebruik van de functie Combineren worden delen van de afbeelding niet weergegeven. Kopieën bevinden zich niet in de juiste volgorde. U heeft een verkeerde reproductiefactor gekozen die niet overeenkomt met het formaat van het origineel en het kopieerpapier. De originelen zijn niet identiek voor wat betreft formaat en richting. U heeft de originelen niet in de juiste volgorde geplaatst. Indien u met behulp van de functie handmatige papierkeuze een reproductiefactor aangeeft, dient u ervoor te zorgen dat de factor overeenkomt met uw originelen en het kopieerpapier. (Selecteer de juiste reproductiefactor voordat u de samenvoegfunctie gebruikt.) Gebruik originelen die identiek zijn voor wat betreft formaat en richting. Zorg ervoor dat de laatste pagina zich onderop bevindt wanneer u een stapel originelen in de ADF of ARDF plaatst. Als u de originelen op de glasplaat plaatst, dient u te beginnen met de pagina die u als eerste wil kopiëren. 16

23 Als u geen kopieën kunt maken zoals u wilt Duplex (alleen type 2) Probleem Oorzaak Oplossing Kan niet in duplexmodus afdrukken U heeft mogelijk papier geplaatst op de handinvoer. Verwijder papier dat op de handinvoerlade is geplaatst. Papier bijvullen in lade 1-4. Kan niet in duplexmodus afdrukken Kan niet in duplexmodus afdrukken U heeft papier geplaatst van meer dan 90 g/m 2. U heeft een lade geselecteerd die is ingesteld op [Uit] voor dubbelzijdig afdrukken in [Papierlade-instellingen] onder [Systeeminstellingen]. Verander het papier. Selecteer een papierlade in [Papierlade-instellingen] onder [Systeeminstellingen] en druk vervolgens op [OK]. Selecteer vervolgens [Geen weergave (Norm. pap.)] of [Gerecycled papier] als papiertype, druk op [Duplex] en selecteer daarna [Aan]. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. 2 Kopieën zijn niet in duplexvolgorde. U heeft de originelen niet in de juiste volgorde geplaatst. Zorg ervoor dat de laatste pagina zich onderop bevindt wanneer u een stapel originelen in de ADF of ARDF plaatst. Als u de originelen op de glasplaat plaatst, dient u te beginnen met de pagina die u als eerste wil kopiëren. Bij gebruik van de Duplexmodus wordt een kopie van boven naar beneden gemaakt ondanks dat [Boven/Boven] geselecteerd is. De originelen zijn in de verkeerde richting geplaatst. Plaats het origineel in de correcte richting. Zie Kopieerhandleiding. Delen van de origineelafbeelding worden niet gekopieerd. De marge is te breed. Stel een smallere marge in met Gebruikersinstellingen. Zie Kopieerhandleiding. 17

24 Probleemoplossing bij gebruik van de kopieerfunctie Als het geheugen vol is Dit gedeelte geeft uitleg over waarschijnlijke oorzaken en mogelijke oplossingen voor problemen met betrekking tot een vol geheugen. 2 Bericht Oorzaak Oplossing Geheugen is vol. [Afdrukken] gescand orig. [Wis] geh. annl./wis. Druk op [Hervatten] om overgebl. orig. te scannen en kopiëren. De gescande originelen overschrijdt het aantal pagina s die in het geheugen kunnen worden opgeslagen. Het apparaat controleert of de resterende originelen moeten worden gekopieerd nadat het gescande origineel is afgedrukt. Druk op de toets [Afdr.] om de gescande originelen te kopiëren en de gescande gegevens te annuleren. Druk op de toets [Wissen] om de gescande gegevens te annuleren zonder te kopiëren. Om door te gaan met kopiëren, verwijdert u alle kopieën en drukt u vervolgens op de toets [Hervat]. Om het kopiëren te stoppen, drukt u op de toets [Stoppen]. 18

25 3. Probleemoplossing bij gebruik van de faxfunctie Dit hoofdstuk geeft uitleg over waarschijnlijke oorzaken en mogelijke oplossingen voor problemen met faxfuncties. Het volume aanpassen Hieronder volgt een beschrijving over hoe u het volume kunt aanpassen. U kunt het volume van de onderstaande apparaatgeluiden wijzigen. Kiezen met hoorn op haak U hoort dit geluid wanneer de toets {Direct kiezen} is ingedrukt. Bij verzending U hoort dit geluid als Onmiddellijke verzending wordt uitgevoerd. Bij ontvangst U hoort dit geluid als het apparaat een document ontvangt. Bij bellen U hoort dit geluid nadat u op de toets {Start} heeft gedrukt; dit geluid houdt aan totdat de lijn verbinding met de bestemming maakt. Bij afdrukken U hoort dit geluid er een ontvangen document wordt afgedrukt. A Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. ASB018S B Selecteer [Faxeigensch.] met {U} of {T} en druk op de toets {OK}. 19

26 Probleemoplossing bij gebruik van de faxfunctie C Selecteer [Algemene inst./aanpassen] met {U} of {T} en druk op de toets {OK}. D Selecteer [Volume aanpassen] met {U} of {T} en druk op de toets {OK}. 3 E Selecteer het in te stellen item met behulp van {U} of {T} en druk vervolgens op {OK}. F Selecteer het volume met {W} of {V} en druk vervolgens op {OK}. Druk op {Escape} om de instelling te annuleren, de display keert terug naar stap E. G Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. Het stand-by-display verschijnt. ASB018S 20

27 Het volume aanpassen Opmerking U kunt ook het volume voor Hoorn op de haak aanpassen door op {Direct kiezen} te drukken. Zie Faxhandleiding. Indien de uitgebreide beveiligingsfunctie het wijzigen van deze instelling niet toestaat, neem contact op met de beheerder. U kunt het volumeniveau instellen van 0 tot

28 Probleemoplossing bij gebruik van de faxfunctie Er verschijnt een bericht Dit gedeelte geeft uitleg over de belangrijkste berichten van het apparaat. Als er andere berichten worden weergegeven, volgt u de instructies in die berichten. Bericht Oorzaak Oplossing 3 Fout opgetreden, verzending geannuleerd. Er vond een documentstoring plaats tijdens Direct verzenden. Er is mogelijk een probleem met het apparaat of de telefoonlijn (bijvoorbeeld geluid of terugpraten). Druk op [Afsl.] en stuur vervolgens opnieuw de pagina s die nog niet zijn verzonden. Als een fout regelmatig voorkomt, neem dan contact op met uw leverancier. Plaats origineel opnieuw, controleer het en druk op [Start]. Origineel vastgelopen tijdens Geheugentransmissie. Plaats de originelen die nog niet zijn gescand opnieuw op de glasplaat, ADF of ARDF. Kan form.orig. niet detecteren. Plaats orig. opnieuw en druk op[start]. Het apparaat kon het origineelformaat niet waarnemen. Plaats het origineel opnieuw en druk vervolgens op {Start}. LFunc. Problemen Gegevens worden geïnitialiseerd. Er is een probleem met de fax. Noteer het codenummer dat in het display wordt afgebeeld en neem contact op met uw leverancier. Andere functies kunnen worden gebruikt. Geheugen is vol. Scan wordt gest. gesc. pg. zullen wrd opgesl. Het geheugen is vol. Als u op [Afsl.] drukt, dan keert het apparaat terug in stand-by-modus en start het met het verzenden van de opgeslagen pagina s. Kan fax niet verzenden, scanner wordt gebruikt door een andere functie. Het apparaat scant een origineel onder een andere functie. Annuleer de huidige scanopdracht onder de andere functie voordat u de fax gaat versturen. Druk hiervoor op {Clear/Stop} op het bedieningspaneel om het bericht Wissen/Stop toets is ingedrukt. Scannen stoppen?, te tonen en druk vervolgens op [Stoppen]. Instellingen bijwerken. Herselecteer best./funct. na bijwerken. De bestemmingslijst wordt bijgewerkt vanuit het netwerk met SmartDeviceMonitor for Admin of Web Image Monitor. Wacht totdat het bericht is verdwenen. Schakel de stroom niet uit terwijl dit bericht wordt weergegeven. 22

29 Er verschijnt een bericht Bericht Oorzaak Oplossing Best. bijwerken. Selecteer best. of naam afz. later U heeft geen rechten om deze functie te gebruiken. Verificatie mislukt. Verificatie mislukt. Verb. mk met LDAP server is mislukt. Contr. server status. LDAP server authentif is mislukt. Contr. instellingen. Het maximum aantal zoekresultaten dat kan worden getoond is overschreden. Max.: nnn (Er is een figuur geplaatst op n.) Tijd zk LDAP server om. Contr. server status. De bestemmingslijst wordt bijgewerkt vanuit het netwerk met SmartDeviceMonitor for Admin of Web Image Monitor. Het gebruik van deze functie is beperkt. Verkeerde log-in gebruikersnaam of wachtwoord. Verificatie is niet mogelijk vanaf dit apparaat. Er is een netwerkfout opgetreden en de verbinding is mislukt. De ingevoerde gebruikersnaam of wachtwoord komt niet overeen met de opgegeven waarden voor LDAP-serververificatie. Het aantal zoekresultaten overschrijdt het maximale aantal items dat kan worden weergegeven. Er is een netwerkfout opgetreden en de verbinding is mislukt. Wacht totdat het bericht is verdwenen. Schakel de stroom niet uit terwijl dit bericht wordt weergegeven. Afhankelijk van het aantal bestemmingen dat dient te worden bijgewerkt, kan er wat vertraging ontstaan voordat u de bewerking kunt hervatten. Bewerkingen zijn niet mogelijk terwijl dit bericht wordt weergegeven. Neem contact op met de beheerder. Bevestig juiste log-in gebruikersnaam of wachtwoord. Neem contact op met de beheerder. Probeer de bewerking nogmaals. Als het bericht nog steeds wordt weergegeven, dan is het netwerk wellicht bezet. Controleer de informatie van [Systeeminstellingen]. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Zorg ervoor dat de gebruikersnaam en het wachtwoord voor de LDAP-serververificatie correct zijn ingesteld. Voer de zoekopdracht opnieuw uit nadat u de zoekvoorwaarden heeft gewijzigd. Probeer de bewerking nogmaals. Als het bericht nog steeds wordt weergegeven, dan is het netwerk wellicht bezet. Controleer de informatie van [Systeeminstellingen]. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. 3 23

30 Probleemoplossing bij gebruik van de faxfunctie Bericht Oorzaak Oplossing 3 Opgegeven groep bevat ongeldige bestemmingen. Alleen geldige bestem. select? Ingev. pad niet correct. Vr a.u.b. opn. in. De opgegeven groep bevat een aantal bestemmingen voor het verzenden per en een aantal bestemmingen voor het verzenden per Scan to Folder. De naam van de computer of map die als bestemming is opgegeven, is verkeerd. Om bestemmingen voor verzending per te selecteren, drukt u op [Select.] voor het bericht dat wordt weergegeven op het scherm . Om bestemmingen voor verzending met Scan to Folder te selecteren, drukt u op [Select.] voor het bericht dat wordt weergegeven op het scherm Scan to Folder. Controleer of de computernaam en de mapnaam voor de bestemming correct zijn. Naam afz. is niet geselecteerd. Geef naam afzender. De afzender is niet opgegeven. De naam van de afzender moet worden gespecificeerd voordat een e- mail wordt verzonden. Verzend het bericht nadat u de naam van de afzender hebt gespecificeerd. Ingevoerde adres is niet juist. Voer opnieuw in. Het ingevoerde adres is verkeerd. Controleer of het adres correct is en voer het nogmaals in. Controleer of er netwerk- problemen zijn. {13-10} Het alternatieve telefoonnummer dat u heeft ingevoerd is al geregistreerd op de gatekeeper van een ander apparaat. Controleer of het alternatieve telefoonnummer juist is geprogrammeerd met de Web Image Monitor. Zie de Helpfunctie van de Web Image Monitor. Neem contact op met de netwerkbeheerder. Controleer of er netwerk- problemen zijn. {13-11} Kan geen toegang krijgen tot de gatekeeper. Gebruik uw Web Image Monitor om te controleren of het adres van de gatekeeper correct is geprogrammeerd. Zie de Helpfunctie van de Web Image Monitor. Neem contact op met de netwerkbeheerder. Controleer of er netwerk- problemen zijn. {13-17} Het registreren van de gebruikersnaam is afgewezen door de SIPserver. Gebruik uw Web Image Monitor om te controleren of het adres van de SIP-server correct is geprogrammeerd. Zie de Helpfunctie van de Web Image Monitor. Neem contact op met de netwerkbeheerder. 24

31 Er verschijnt een bericht Bericht Oorzaak Oplossing Controleer of er netwerk- problemen zijn. {13-18} Kan geen toegang krijgen tot de SIP-server. Gebruik uw Web Image Monitor om te controleren of het adres van de SIP-server correct is geprogrammeerd. Zie de Helpfunctie van de Web Image Monitor. Neem contact op met de netwerkbeheerder. Controleer of er netwerk- problemen zijn. {14-01} Kan de DNS-server, SMTP-server of map voor doorzenden niet vinden. Controleer of het IPv4-adres van de DNS-server correct is geprogrammeerd met Web Image Monitor. Zie de Helpfunctie van de Web Image Monitor. Controleer of de hostnaam of het IPv4-adres van de SMTPserver correct is geprogrammeerd met Web Image Monitor. Zie de Helpfunctie van de Web Image Monitor. Controleer of de SMTP-server correct is geprogrammeerd met Web Image Monitor. Zie de Helpfunctie van de Web Image Monitor. Controleer of de map voor doorzenden correct is opgegeven. Controleer of de computer waarin de map voor doorzenden is opgegeven, juist werkt. Controleer of de LAN-kabel correct op het apparaat is aangesloten. Controleer de radiogolfstatus en de netwerkverbinding. Neem contact op met de netwerkbeheerder. 3 25

32 Probleemoplossing bij gebruik van de faxfunctie Bericht Oorzaak Oplossing 3 Controleer of er netwerk- problemen zijn. {14-09} verzending is geweigerd door SMTP-verificatie, POP- voor SMTP-verificatie of inlog-verificatie van de computer waarin de map voor verzending is opgegeven. Controleer of de gebruikersnaam en het wachtwoord voor SMTPverificatie of POP voor SMTP-verificatie correct zijn geprogrammeerd vanuit Bestandsoverdracht onder Systeeminstellingen. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. U kunt ook de Web Image Monitorgebruiken voor bevestiging. Zie de Helpfunctie van de Web Image Monitor. Controleer of de gebruikersnaam en het wachtwoord van de account correct zijn geprogrammeerd vanuit Bestandsoverdracht vanuit Systeeminstellingen. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. U kunt ook de Web Image Monitorgebruiken voor bevestiging. Zie de Helpfunctie van de Web Image Monitor. Controleer of de gebruikers- ID en het wachtwoord voor de computer waarin de map voor verzending is opgegeven, correct zijn geprogrammeerd. Controleer of de map voor verzending correct is opgegeven. Controleer of de computer waarin de map voor verzending is opgegeven, juist wordt gebruikt. Neem contact op met de beheerder. Controleer of er netwerk- problemen zijn. {14-33} Er is geen adres van het apparaat geprogrammeerd. Controleer of het adres van het apparaat correct is geprogrammeerd vanuit Bestandsoverdracht onder Systeeminstellingen. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. U kunt ook de Web Image Monitorgebruiken voor bevestiging. Zie de Helpfunctie van de Web Image Monitor. Neem contact op met de beheerder. 26

33 Er verschijnt een bericht Bericht Oorzaak Oplossing Controleer of er netwerk- problemen zijn. {15-01} Er is geen POP3/IMAP4-serveradres geprogrammeerd. Controleer of de hostnaam of het IPv4-adres van de POP3/IMAP4-server correct is geprogrammeerd met Web Image Monitor. Zie de Helpfunctie van de Web Image Monitor. Neem contact op met de beheerder. Controleer of er netwerk- problemen zijn. {15-02} Kan niet inloggen op de POP3/IMAP4-server. Controleer of de gebruikersnaam en het wachtwoord van de account correct zijn geprogrammeerd met Bestandsoverdracht vanuit Systeeminstellingen. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. U kunt ook de Web Image Monitorgebruiken voor bevestiging. Zie de Helpfunctie van de Web Image Monitor. Neem contact op met de netwerkbeheerder. 3 Controleer of er netwerk- problemen zijn. {15-03} Er is geen adres van het apparaat geprogrammeerd. Controleer of het adres van het apparaat correct is geprogrammeerd vanuit Bestandsoverdracht onder Systeeminstellingen. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. U kunt ook de Web Image Monitorgebruiken voor bevestiging. Zie de Helpfunctie van de Web Image Monitor. Neem contact op met de netwerkbeheerder. Controleer of er netwerk- problemen zijn. {15-11} Kan de DNS-server of POP3/IMAP4-server niet vinden. Controleer of het IPv4-adres van de DNS-server correct is geprogrammeerd met Web Image Monitor. Zie de Helpfunctie van de Web Image Monitor. Controleer of de POP3/IMAP4- server correct is geprogrammeerd met Web Image Monitor. Zie de Helpfunctie van de Web Image Monitor. Controleer de radiogolfstatus en de netwerkverbinding. Controleer of de LAN-kabel correct op het apparaat is aangesloten. Neem contact op met de netwerkbeheerder. 27

34 Probleemoplossing bij gebruik van de faxfunctie Bericht Oorzaak Oplossing 3 Controleer of er netwerk- problemen zijn. {15-12} Kan niet inloggen op de POP3/IMAP4-server. Controleer of de gebruikersnaam en het wachtwoord van de account correct zijn geprogrammeerd vanuit Bestandsoverdracht vanuit Systeeminstellingen. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. U kunt ook de Web Image Monitorgebruiken voor bevestiging. Zie de Helpfunctie van de Web Image Monitor. Controleer of de gebruikersnaam en het wachtwoord voor POP- voor SMTP-verificatie correct zijn geprogrammeerd vanuit Bestandsoverdracht onder Systeeminstellingen. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. U kunt ook de Web Image Monitorgebruiken voor bevestiging. Zie de Helpfunctie van de Web Image Monitor. Neem contact op met de netwerkbeheerder. Opmerking Als het bericht Controleer of er netwerk- problemen zijn. verschijnt, dan is het apparaat niet correct op het netwerk aangesloten of dan zijn de apparaatinstellingen niet juist. Als u het apparaat niet hoeft te verbinden met een netwerk, dan kunt u instellen dat dit bericht niet wordt weergegeven; de {Fax-toets} brandt dan niet meer. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Als u het apparaat opnieuw aansluit op het netwerk, stel Display dan in met Gebruikersparameters. Anders kunt u de status van de netwerkverbinding niet controleren. Als de papierlade geen papier meer heeft, dan verschijnt het bericht Papier is op. Plaats nieuw en druk op [Afsluiten]. op de display, waarin u gevraagd wordt meer papier te plaatsen. Als er nog papier in de andere lades zit, dan kunt u zoals normaal documenten ontvangen, zelfs als het bericht op het display verschijnt. U kunt deze functie in- of uitschakelen met Parameterinstelling. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. 28

35 U kunt geen faxberichten verzenden of ontvangen zoals u wilt U kunt geen faxberichten verzenden of ontvangen zoals u wilt Dit gedeelte geeft uitleg over waarschijnlijke oorzaken en mogelijke oplossingen voor problemen met betrekking tot verzending en ontvangst. Verzending/ontvangst Probleem Oorzaak Oplossing Zowel verzending als ontvangst zijn onmogelijk. Zowel verzending als ontvangst zijn onmogelijk. De modulaire kabel kan loszitten. De instelling van de terminal adapter is niet juist. Zorg ervoor dat de modulaire kabel correct is aangesloten. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Controleer de instelling. 3 Verzending Probleem Oorzaak Oplossing Document verschijnt blanco aan de andere kant. Verzending mislukt door fout maximale e- mailgrootte. Wanneer u direct kiezen of handmatig kiezen gebruikt, dan verschijnt het bericht Ontvangen... en is verzending niet toegestaan. LAN-faxstuurprogramma werkt niet. Het origineel is ondersteboven geplaatst. De grootte van de Internetfax is groter dan de maximum grootte die is aangegeven in het apparaat. Als het apparaat het formaat van het origineel niet kan achterhalen als u op {Start} drukt, dan is het bezig met een ontvangstbewerking. De gebruikernaam voor aanmelden, het wachtwoord of driver coderingssleutel is incorrect. Plaats het origineel op de juiste manier. Zie Kopieerhandleiding. Stel Max. grootte in op [Uit], of stel de maximale grootte in op een grotere waarde. Verzend het document dan opnieuw. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Druk op [Origineelformaat:], selecteer het gebied dat moet worden gescand en verzend het document opnieuw. Wanneer u regelmatig Direct kiezen of Handmatig kiezen gebruikt, raden wij u aan om Documenten ontvangen door op {Start} te drukken als er geen originelen zijn ingesteld op Uit in te stellen in Gebruikerparameters. Als deze op Uit is ingesteld en u gebruikt Handmatig kiezen, zult u niets ontvangen wanneer u op {Start} drukt. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Controleer de gebruikernaam voor aanmelden, het wachtwoord of driver coderingstoets en voer deze correct in. Neem contact op met de beheerder. 29

36 Probleemoplossing bij gebruik van de faxfunctie Probleem Oorzaak Oplossing 3 LAN-faxstuurprogramma werkt niet. Kan een geheugenverzending niet annuleren. Kan een geheugenverzending niet annuleren. Kan een Directe verzending niet annuleren. Kan een Internetfaxverzending niet annuleren. Een groepspecificatie was ingesteld voor het onderstaande, maar ontvangst was niet mogelijk. Doorsturen, Doorsturen van een bijzondere afzender, TX-resultaten en, via SMTP routeren. Ontvangst Er is een hoog beveiligingsniveau ingesteld door de uitgebreide beveiligingsfunctie. Het document wordt gescand. Het document wordt verzonden of is in standby. Neem contact op met de beheerder. Druk op de toets {Wissen/Stoppen}. Zie Faxhandleiding. Druk op de toets {Wissen/Stoppen}. Zie Faxhandleiding. - Druk op de toets {Wissen/Stoppen}. Zie Faxhandleiding. - Druk op de toets {Wissen/Stoppen}. Zie Faxhandleiding. Het aantal opgegeven bestemmingen overschrijdt het maximale aantal dat als een groep kan worden opgegeven. Het annuleren van een Internetfaxverzending is alleen mogelijk tijdens het scannen. Het is niet mogelijk tijdens de communicatie. Maximaal 100 mensen kunnen worden opgegeven voor een groep. Controleer of er meer dan 100 mensen zijn opgegeven in het adresboek. Als er een groep is opgegeven in een andere groep, dan wordt de verzending geannuleerd, maar er verschijnt geen foutbericht. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Probleem Oorzaak Oplossing Het apparaat kon geen ontvangen faxdocumenten afdrukken. Het apparaat kon geen ontvangen faxdocumenten afdrukken. Ontvangst is niet mogelijk maar verzenden is wel mogelijk. Ontvangst is mogelijk maar verzenden is niet mogelijk. Verzenden is mogelijk maar ontvangst is niet mogelijk. Als dit voorkomt terwijl de indicator Bestand ontvangen brandde, dan kan het papier of de toner op zijn, waardoor afdrukken niet mogelijk is. De indicator BPapier laden brandt. De toner is leeg. De instelling van de terminal adapter is niet juist. De instelling van de terminal adapter is niet juist. Papier plaatsen in de papierlade. Voeg toner toe. Zie Faxhandleiding. Papier plaatsen in de papierlade. Zie Pag.69 Papier plaatsen. Vervang de tonerfles. Zie Pag.89 Toner vervangen. Controleer de instelling. Controleer de instelling. 30

37 U kunt geen faxberichten verzenden of ontvangen zoals u wilt Afdrukken Probleem Oorzaak Oplossing Afdruk is scheef. Afdruk is scheef. Wellicht zijn de zijafscheidingen van de lade niet vergrendeld. Het papier wordt scheef ingevoerd. Controleer of de zijafscheidingen vergrendeld zijn. Zie Pag.75 Papierformaat wijzigen. Plaats het papier op de juiste wijze. Zie Pag.69 Papier plaatsen. Afdruk is scheef. De klep van het apparaat is open. Let erop dat de onderste kleppen aan de rechter- en linkerzijde correct zijn gesloten. Er treden geregeld papierstoringen op. Er treden geregeld papierstoringen op. Er treden geregeld papierstoringen op. Er treden geregeld papierstoringen op. Kopieerpapier raakt gekreukeld. Kopieerpapier raakt gekreukeld. Kopieerpapier raakt gekreukeld. De afgedrukte afbeeldingen zijn vlekkerig. De afgedrukte afbeeldingen zijn vlekkerig. Het aantal geplaatste vellen overschrijdt de maximale capaciteit van het apparaat. Het papier is vochtig. Het papier is te dik of te dun. Het kopieerpapier is verkreukeld of is gevouwen/gekreukeld. Er wordt bedrukt papier gebruikt. Het papier is vochtig. Het papier is te dun. Het apparaat staat niet op een vlakke ondergrond. Het papier is gekreukeld, gevouwen of bevat onvolkomenheden. Stapel papier niet boven de bovenste merktekens aan de zijafscheidingen van de papierlade of handinvoerlade. Zie Over dit apparaat. Gebruik papier dat is opgeslagen onder de aanbevolen temperatuur en luchtvochtigheid. Zie Over dit apparaat. Gebruik aanbevolen papier. Zie Over dit apparaat. Gebruik aanbevolen papier. Gebruik papier dat is opgeslagen onder de aanbevolen temperatuur en luchtvochtigheid. Zie Over dit apparaat. Gebruik aanbevolen papier. Gebruik geen kopieerpapier waarop al eens is afgedrukt. Zie Over dit apparaat. Gebruik papier dat is opgeslagen onder de juiste temperatuur en luchtvochtigheid. Zie Over dit apparaat. Gebruik aanbevolen papier. Zie Over dit apparaat. Het apparaat moet op een stabiele, vlakke ondergrond worden geplaatst. Controlerende locatieomgeving om de juiste locatie te kiezen. Zie Pag.99 Plaatsen van het apparaat. Maak het papier recht indien dit is gevouwen. Vervang het indien het gekreukeld of beschadigd is. Zie Over dit apparaat. 3 31

38 Probleemoplossing bij gebruik van de faxfunctie Probleem Oorzaak Oplossing 3 De afbeelding is te licht of te donker. De afbeelding is te licht of te donker. Achtergrond of ontvangen afbeeldingen lijkt/lijken vuil. Afbeeldingen van de achterkant van de pagina s verschijnen. Afgedrukte of verzonden afbeeldingen zijn vlekkerig. Ontvangen afbeelding is te licht. Ontvangen afbeelding is te licht. Ontvangen afbeelding is te licht. Ontvangen afbeelding is te licht. De naam van het andere faxapparaat wordt niet juist getoond of afgedrukt. De juiste papiertype-instellingen zijn niet gemaakt. Het gebruik van tonerflessen die niet zijn aanbevolen door de leverancier of het hervullen van de tonerfles kan mogelijk tot verminderde afdrukkwaliteit leiden of storing veroorzaken. De belichting is te donker ingesteld. De glasplaat, ADF of ARDF is vuil. Wanneer u vochtig, ruw of bewerkt papier gebruikt, dan kunnen sommige afdrukgebieden niet volledig worden geproduceerd. Het papier is vochtig. De afbeeldingsdichtheid is te laag ingesteld. Het origineel van de verzonden fax is afgedrukt op te dun papier. Wanneer de indicator D Toner bijvullen brandt, dan is de toner bijna op. Wanneer er een bestemming is geprogrammeerd in het adresboek met SmartDeviceMonitor for Admin of Web Image Monitor, wordt in sommige talen de geprogrammeerde bestemming mogelijk niet juist afgedrukt of getoond. Controleer of het papier dat is geladen in de papierlade of de handinvoer overeenkomst met het papiertype dat is aangegeven op de display. Zie Over dit apparaat. Gebruik alleen tonerflessen die zijn aanbevolen door de leverancier. Scandichtheid aanpassen. Zie Faxhandleiding. Reinig deze. Zie Pag.104 Onderhoud van uw apparaat. Gebruik alleen aanbevolen papier. Zie Over dit apparaat. Gebruik papier dat is opgeslagen onder de aanbevolen temperatuur en luchtvochtigheid. Zie Over dit apparaat. Verhoog de scandichtheid. Zie Faxhandleiding. Vraag de afzender om het origineel op dikker papier af te drukken en het opnieuw te faxen. Vervang de tonerfles binnenkort. Zie Pag.89 Toner vervangen. Gebruik ASCII-tekens (bijvoorbeeld: a-z, 0-9). 32

39 U kunt geen faxberichten verzenden of ontvangen zoals u wilt Overige Probleem Oorzaak Oplossing Alle faxdocumenten die in het geheugen zijn opgeslagen, zijn verloren gegaan. Deze documenten zijn opgeslagen met Geheugen- transmissie/- ontvangst, Geheugenbeveiliging, Vervangende ontvangst of Auto Document. Als het apparaat langer dan ongeveer 12 uur geen stroom krijgt, worden alle faxdocumenten gewist uit het geheugen. Als er daardoor documenten verloren zijn gegaan, dan wordt er automatisch een Stroomstoringsrapport afgedrukt bij het inschakelen van het apparaat. Als er faxdocumenten verloren zijn gegaan die voor Geheugentransmissie zijn opgeslagen, controleer dan de bestemmingen en verzend de documenten opnieuw. Als er faxdocumenten verloren zijn gegaan die zijn ontvangen per Geheugen, Geheugenbeveiliging of Vervangende ontvangst, vraag dan de afzender om de documenten opnieuw te verzenden. Zie Pag.35 De hoofdschakelaar uitschakelen / In geval van een stroomonderbreking. 3 De volgende functies zijn niet beschikbaar: Doorsturen, ontvangen via SMTP routeren. Deze functie is niet beschikbaar gemaakt door de verbeterde beveiligingsfunctie. Neem contact op met de beheerder. Als het geheugen vol is Dit gedeelte geeft uitleg over waarschijnlijke oorzaken en mogelijke oplossingen voor problemen met betrekking tot een vol geheugen. Bericht Oorzaak Oplossing Max. geheugencap. overschreden. Wilt u gescande gegevens verz.? Het geheugen is vol. Als u drukt op [Afsl.], dan keert het apparaat terug in stand-by-modus en start het met het verzenden van de opgeslagen pagina s. 33

40 Probleemoplossing bij gebruik van de faxfunctie Als er een foutenrapport wordt afgedrukt 3 Er wordt een Foutenbericht afgedrukt als een document niet succesvol kan worden verzonden of ontvangen. Mogelijke oorzaken zijn problemen met het apparaat of geluid op de telefoonlijn. Als er een fout optreedt tijdens de verzending, verzend het origineel dan opnieuw. Als er een fout optreedt tijdens de ontvangst, vraag dan de afzender om het document opnieuw te versturen. Opmerking Als een fout regelmatig voorkomt, neem dan contact op met uw leverancier. De Pagina -kolom vermeldt het totale aantal pagina s. De kolom Pagina niet verzonden of Pagina niet ontvangen vermeldt het aantal pagina s dat niet succesvol is ontvangen of verzonden. U kunt een bestemming weergeven met de Gebruikersparameters. Zie de Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. U kunt de naam van een afzender weergeven met de Gebruikersparameters. Zie de Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. 34

41 De hoofdschakelaar uitschakelen / In geval van een stroomonderbreking De hoofdschakelaar uitschakelen / In geval van een stroomonderbreking Dit gedeelte geeft uitleg over de apparaatstatus als de stroom wordt uitgeschakeld of wordt onderbroken. R VOORZICHTIG: Trek aan de stekker, niet aan het snoer, wanneer u de stekker uit het stopcontact haalt. Belangrijk Schakel de hoofdschakelaar niet uit terwijl de aan/uit-indicator brandt of knippert. Doet u dit toch, dan kan het geheugen beschadigd raken en kunnen er storingen optreden. Schakel de hoofdschakelaar uit voordat u de stekker uit het stopcontact trekt. Als u de stekker uit het stopcontact trekt, terwijl de schakelaar nog ingeschakeld is, dan kan het geheugen beschadigd raken en kunnen er storingen optreden. Zorg ervoor het display 100% weergeeft, voordat u de stekker van het apparaat uit het stopcontact trekt. Als er een lagere waarde wordt weergegeven, dan zijn er nog gegevens aanwezig in het geheugen. Vlak na een stroomonderbreking moet de interne batterij voldoende worden opgeladen om bescherming te kunnen leveren tegen toekomstig gegevensverlies. Houd de stekker van het apparaat in het stopcontact en de hoofdschakelaar ingeschakeld gedurende circa 5 dagen na de stroomstoring. Zelf als de hoofdstroomschakelaar wordt uitgeschakeld, dan zal de inhoud van het apparaatgeheugen (geprogrammeerde nummers bijvoorbeeld) niet verloren gaan. Maar als er ongeveer 12 uur geen stroom is doordat de hoofdstroomschakelaar is uitgeschakeld, er een stroomonderbreking is of de stroomkabel wordt verwijderd, dan gaat de inhoud van het faxgeheugen verloren. Verloren items zijn: alle faxdocumenten die in het geheugen zijn opgeslagen met Geheugentransmissie/-ontvangst, Auto Document, Vertrouwelijke ontvangst, Geheugenbeveiliging of Vervangende ontvangst. Als er een bestand is gewist uit het geheugen, dan wordt er automatisch een Stroomstoringsrapport afgedrukt zodra de stroom weer wordt hersteld. Dit rapport kan worden gebruikt om verloren bestanden te identificeren. Als een geheugen dat is opgeslagen voor Geheugentransmissie verloren is gegaan, verzend het dan opnieuw. Als een document dat is ontvangen met Geheugenontvangst of Vervangende ontvangst verloren is gegaan, vraag de afzender dan het opnieuw te verzenden. 3 35

42 Probleemoplossing bij gebruik van de faxfunctie Als er een fout optreedt terwijl u internetfax gebruikt Dit gedeelte geeft uitleg over rapporten die het apparaat verzendt als er een internetfax-fout optreedt. Foutmail-berichtgeving 3 Het apparaat verzendt de foutmail-berichtgeving aan de afzender als het niet in staat is om een bepaald bericht succesvol te ontvangen. Een cc van deze melding wordt ook verstuurd naar het adres van de beheerder, op voorwaarde dat zijn adres is opgegeven. Opmerking U kunt de optie om een Foutmailberichtgeving te verzenden selecteren onder Gebruikersparameters. Zie de Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Als een foutmail-berichtgeving niet kan worden verzonden, dan wordt het foutenbericht ( ) door het apparaat afgedrukt. Als er een fout optreedt terwijl een via SMTP wordt ontvangen, dan verstuurd de SMTP-server een foutbericht van de naar degene van wie het document afkomstig is. Foutenrapport ( ) Het Foutenrapport ( ) wordt afgedrukt door het apparaat als het niet in staat is om een foutmailberichtgeving te verzenden. Fout- door de server gegenereerd De transmissieserver verzendt deze fout- naar degene van wie het bericht afkomstig is dat niet succesvol kan worden verzonden (vanwege redenen zoals het opgeven van een onjuist -adres). Opmerking Na het afdrukken van een foutieve die door de server is gegenereerd, wordt de eerste pagina van het verzonden document afgedrukt. 36

43 4. Probleemoplossing tijdens het gebruik van de printerfunctie Dit hoofdstuk geeft uitleg over waarschijnlijke oorzaken en mogelijke oplossingen voor problemen met printerfuncties. Als er een bericht verschijnt tijdens de installatie van het printerstuurprogramma Dit gedeelte geeft uitleg over wat u moet doen als er een bericht verschijnt tijdens het installeren van het printerstuurprogramma. Bericht nummer 58 of 34 geeft aan dat het printerstuurprogramma niet kan worden geïnstalleerd met Automatisch uitvoeren. Installeer het printerstuurprogramma met [Printer toevoegen] of [Printer installeren]. Windows 95/98/Me, Windows 2000 of Windows NT 4.0 Dit gedeelte geeft uitleg over de procedure voor Windows 95/98/Me, Windows 2000 of Windows NT 4.0 A Op het [Start]-menu wijst u naar [Instellingen] en klikt u vervolgens op [Printers]. B Dubbelklik op het pictogram Printer toevoegen. C Volg de instructies op in de wizard Printer toevoegen. Als het printerstuurprogramma op een CD-rom staat, is de locatie van het RPCS-printerstuurprogramma \DRIVERS\RPCS\WIN9X_ME, of \DRI- VERS\RPCS\WIN2K_XP. Als het installatieprogramma start, klikt u op [Annuleren] om het af te sluiten. Windows XP Professional of Windows Server 2003 Dit gedeelte beschrijft de procedure voor Windows XP of Windows Server A In het [Start]-menu, klikt u op [Printers en faxen]. B Klik op [Een printer toevoegen]. C Volg de instructies op in de wizard Printer toevoegen. Als het printerstuurprogramma op een CD-rom staat, is de locatie van het RPCS-printerstuurprogramma \DRIVERS\RPCS\WIN2K_XP. Als het installatieprogramma start, klikt u op [Annuleren] om het af te sluiten. 37

44 Probleemoplossing tijdens het gebruik van de printerfunctie Windows XP Home Edition Dit gedeelte beschrijft de procedure voor Windows XP Home Edition. A In het [Start]-menu, klikt u op [Printers en faxen]. B Klik op [Een printer toevoegen]. C Volg de instructies op in de wizard Printer toevoegen. Als het printerstuurprogramma op een CD-rom staat, is de locatie van het RPCS-printerstuurprogramma \DRIVERS\RPCS\WIN2K_XP. Als het installatieprogramma start, klikt u op [Annuleren] om het af te sluiten. 4 38

45 Er verschijnt een bericht Er verschijnt een bericht Dit gedeelte geeft uitleg over de basisberichten die verschijnen op het bedieningspaneel. Als er een bericht verschijnt dat hier niet wordt beschreven, volg dan de aanwijzingen in het bericht op. Verwijzing Voordat u de spanning uitschakelt, zie Over dit apparaat. Statusberichten Dit gedeelte beschrijft de statusberichten van het apparaat. Gereed Bericht Afdrukken... Bezig met wachten... Offline Ogenblik geduld. Taak resetten... Instelling wijziging... Hex Dump-modus Status Dit is het standaardbericht Gereed. Het apparaat is klaar voor gebruik. U hoeft niets te doen. Het apparaat is bezig met afdrukken. Wacht even. Het apparaat wacht op de volgende gegevens om af te drukken. Wacht even. Het apparaat is offline. Om te starten met afdrukken schakelt u het apparaat in online-modus door op {On line} te drukken. Dit bericht kan mogelijk enkele seconden verschijnen. Het betekent dat de printer bezig is met initialiseren of het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden. Wacht even. Het apparaat is bezig de afdruktaak te resetten. Wacht tot Gereed verschijnt op de display. De apparaatinstellingen worden gewijzigd. Wacht even. In de Hex Dump-modus drukt het apparaat de ontvangen gegevens af in hexadecimaal formaat. Schakel het apparaat uit na het afdrukken en schakel het opnieuw in. De Hex Dump-modus wordt gebruikt voor geavanceerde probleemoplossing. 4 39

46 Probleemoplossing tijdens het gebruik van de printerfunctie Waarschuwingsberichten Dit gedeelte beschrijft de waarschuwingsberichten van het apparaat. Bericht Oorzaak Oplossing 4 Wijzig lade # in de volgende instellingen: xxx yyy Verb. mislukt:wirelesskaart Zet stroom uit, contr krt. Probleem:wireless kaart De instellingen van de geselecteerde papierlade wijken af van de instellingen opgegeven voor afdrukken. # geeft het ladenummer weer. xxx geeft het ladenummer weer. yyy geeft het papierformaat weer. De IEEE b-kaart is mogelijk losgeraakt of er is een fout opgetreden in de IEEE b-kaart. Er is mogelijk een fout opgetreden in de IEEE b-kaart. Druk op [JobReset] om de papierlade-instellingen te wijzigen, of druk op [FormFeed] om ongeacht af te drukken. Voor details over de papierlade-instellingen, zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Zet de hoofdschakelaar uit en controleer of de kaart correct is geïnstalleerd. Neem contact op met uw leverancier of servicedienst als de melding opnieuw verschijnt. Schakel de hoofdstroomschakelaar uit en weer in. Neem contact op met uw leverancier of servicedienst als de melding opnieuw verschijnt. Probleem:Wireless kaart Papierlade is in gebruik. Fout in lade # USB fout Duplexmodus staat uit voor lade # Er is mogelijk een fout opgetreden in de IEEE b-kaart. De opgegeven papierlade wordt door een andere functie gebruikt zoals de kopieerfunctie. Er is een fout opgetreden in de papierlade. # geeft het ladenummer weer. Er is een fout opgetreden in de USB-interface. De geselecteerde papierlade is niet ingesteld voor dubbelzijdig afdrukken. # geeft het ladenummer weer. Schakel de hoofdstroomschakelaar uit en weer in. Neem contact op met uw leverancier of servicedienst als de melding opnieuw verschijnt. Wacht totdat de andere functie klaar is met het gebruiken van de opgegeven papierlade. Druk op [JobReset] om de papierlade-instellingen te wijzigen, of druk op [FormFeed] om een andere papierlade te selecteren en hiermee af te drukken. Schakel de hoofdstroomschakelaar uit en weer in. Neem contact op met uw leverancier of servicedienst als de melding opnieuw verschijnt. Druk op [JobReset] om de papierlade-instellingen te wijzigen, of druk enkelzijdig af. Voor details over de lade-instellingen, zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. 40

47 Er verschijnt een bericht Bericht Oorzaak Oplossing Ethernetkaart fout Er is een fout opgetreden in de Ethernetkaart. Schakel de hoofdstroomschakelaar uit en weer in. Neem contact op met uw leverancier of servicedienst als de melding opnieuw verschijnt. Max. afdrukformaat overschreden. Druk op FormFeed/JobReset. De af te drukken pagina-afbeeldingen zijn groter dan het maximum afdrukgebied. Druk op [JobReset] om de papierlade-instellingen te wijzigen, of druk op [FormFeed] om ongeacht af te drukken. Papier bijvullen in lade # NV-RAM fout Er is geen papier in de geselecteerde papierlade. # geeft het ladenummer weer. Er is een fout ontstaan in het apparaat. Plaats papier in de lade. Schakel de hoofdstroomschakelaar uit en weer in. Als het bericht opnieuw wordt weergegeven, neemt u contact op met de verkoop- of servicevertegenwoordiger. 4 Pap.form/soort verschilt Wijzig instellingen in: xxx yyy Er is geen papierlade die overeenkomt met de papierinstellingen die zijn geselecteerd in Automatische ladekeuze. xxx geeft het ladenummer weer. yyy geeft het papierformaat en papiertype weer. Druk op [JobReset] om de papierlade-instellingen te wijzigen, of druk op [FormFeed] om ongeacht af te drukken. Voor details over de papierladeinstellingen, zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Verificatie mislukt. Parallelle I/F fout. Printer lettertype fout. De log-in gebruikersnaam of het log-in wachtwoord is niet juist. Het apparaat kan nu geen verificatie uitvoeren. Er is een fout opgetreden in de parellelle interfacekaart. Er is een fout opgetreden in de font-instellingen. Controleer uw log-in gebruikersnaam en uw log-in wachtwoord. Neem contact op met de beheerder. Neem contact op met uw leverancier. Schakel de hoofdstroomschakelaar uit en weer in. Neem contact op met uw leverancier of servicedienst als de melding opnieuw verschijnt. 41

48 Probleemoplossing tijdens het gebruik van de printerfunctie Het foutenlogboek afdrukken Als bestanden niet konden worden opgeslagen ten gevolge van afdrukfouten, spoor dan de oorzaak van de fout op door het foutenlogboek af te drukken. A Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. 4 ASB018S B Selecteer [Printereigenschappen] met {U} of {T} en druk op de toets {OK}. C Selecteer [Lijst-/proefafd] met {U} of {T} en druk op de toets {OK}. D Selecteer [Foutenlogbestand] met {U} of {T} en druk op de toets {OK}. Het foutenlogboek is afgedrukt. Opmerking De 30 meest recente fouten worden opgeslagen in het foutenlogboek. Als er een nieuwe fout wordt toegevoegd en er zijn al 30 fouten opgeslagen, dan wordt de eerste fout verwijderd. U kunt al deze afdruktaken controleren op foutloggegevens. Als de hoofdstroomschakelaar is uitgeschakeld, dan wordt het log verwijderd. 42

49 U kunt niet afdrukken U kunt niet afdrukken Gebruik de volgende procedures als het afdrukken zelfs niet start na het uitvoeren van [Afdr.]. Probleem Oorzaak Oplossing Het afdrukken start niet. Het stroom is uit. Controleer of het snoer goed in het stopcontact en het apparaat zit. Schakel de hoofdschakelaar in. Het afdrukken start niet. Het apparaat staat ingesteld op Offline. Druk op de toets {Online}. Het afdrukken start niet. De oorzaak wordt weergegeven op het bedieningspaneel. Controleer het foutbericht of de waarschuwingsstatus op het bedieningspaneel en neem de nodige stappen. Zie Pag.39 Er verschijnt een bericht. 4 Het afdrukken start niet. De interfacekabel is aangesloten nadat het apparaat is ingeschakeld. Sluit de interfacekabel aan voordat u het apparaat inschakelt. Het afdrukken start niet. De interfacekabel is niet correct aangesloten. Sluit de interfacekabel goed aan. Als de kabel een klem heeft, maak deze dan ook stevig vast. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Het afdrukken start niet. Er is geen juiste interfacekabel gebruikt. De soort interfacekabel die u moet gebruiken, is afhankelijk van de computer. Zorg ervoor dat u de juiste kabel gebruikt. Als de kabel beschadigd of versleten is, dan moet u deze vervangen. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Het afdrukken start niet. Als een uitgebreid wirekless LAN wordt gebruikt, dan kunnen afdrukstoringen ontstaan door een zwak draadloos signaal. Om de signaalstatus te controleren, drukt u op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller} en selecteert u [Systeeminstellingen] met {U} of {T}. Op [Instell. Interface] selecteert u [IEEE b] en drukt u vervolgens op [Wireless LAN signaal] met {U} of {T}. Als de signaalkwaliteit zwak is, verplaats het apparaat dan naar een locatie waar radiogolven kunnen passeren of verwijderen voorwerpen die interferentie kunnen veroorzaken. (U kunt de signaalstatus alleen controleren wanneer u gebruik maakt van de infrastructuurmodus wireless LAN.) 43

50 Probleemoplossing tijdens het gebruik van de printerfunctie Probleem Oorzaak Oplossing Het afdrukken start niet. Als het apparaat werkt in een uitgebreid wireless LAN, dan zijn de SSID-instellingen onjuist. Controleer op de display van het apparaat of de SSID correct is ingesteld. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. 4 Het afdrukken start niet. Als het apparaat werkt in een uitgebreid wireless LAN, dan kan het MAC-adres van de ontvanger communicatie met het toegangspunt tegenwerken. Controleer in de infrastructuurmodus de instellingen van het toegangspunt. Afhankelijk van het toegangspunt kan cliënttoegang door MAC-adressen worden beperkt. Controleer ook of er geen problemen bestaan met verzending tussen toegangspunten en clients met een normale verbinding, en tussen toegangspunten en clients met een draadloze verbinding. Het afdrukken start niet. Het uitgebreid draadloos LAN is niet gestart. Check of de oranje led brandt en of de groene led brandt of knippert tijdens verzending. Het afdrukken start niet. Geavanceerde codering is ingesteld tijdens gebruik van de Uitgebreide beveiligingsfunctie. Controleer de instellingen van de Uitgebreide beveiligingsfunctie met de beheerder. Het afdrukken start niet. De gebruikersnaam, het wachtwoord voor aanmelding of de coderingssleutel voor het stuurprogramma is ongeldig. Controleer of de gebruikernaam, het wachtwoord voor aanmelding of de driver coderingssleutel correct is. Lamp voor gegevensontvangst knippert of brandt niet. Als de indicator voor gegevensontvangst niet brandt of knippert nadat [Afdr.] is uitgevoerd, dan heeft het apparaat de gegevens niet ontvangen. Wanneer het apparaat via een kabel is aangesloten op een computer, controleer dan of de computerpoortinstellingen voor afdrukken correct zijn. Raadpleeg de Printerhandleiding om te zien hoe u de printerpoort kunnen controleren. Wanneer het apparaat in een netwerk is aangesloten op een computer, neem dan contact op met de beheerder. Het statuslampje van het apparaat is rood. De oorzaak wordt weergegeven op het display van het bedieningspaneel. Controleer het foutbericht op het bedieningspaneel en neem de nodige stappen. Zie Pag.39 Er verschijnt een bericht. 44

51 U kunt niet afdrukken Probleem Oorzaak Oplossing Lijst met bestemmingen bijwerken. Voer het opnieuw selecteren van bestemming(en) of de naam van de afzender later uit. De bestemmingslijst wordt bijgewerkt vanuit het netwerk met SmartDeviceMonitor for Admin of Web Image Monitor. Wacht totdat het bericht is verdwenen. Schakel de stroom niet uit terwijl dit bericht wordt weergegeven. Afhankelijk van het aantal bestemmingen dat dient te worden bijgewerkt, kan er wat vertraging ontstaan voordat u de bewerking kunt hervatten. Bewerkingen zijn niet mogelijk terwijl dit bericht wordt weergegeven. [Lijst-/proefafd] is uitgeschakeld. Het afdrukken start niet wanneer het uitgebreid wireless LAN in ad-hocmodus wordt gebruikt. Er kan een mechanische fout zijn opgetreden. De communicatiemodus is niet juist ingesteld. Neem contact op met uw leverancier. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Schakel de hoofdstroom uit en dan weer in. Zie Over dit apparaat. Of wijzig de instellingen voor [Systeeminstellingen], [Instell. Interface] en [Netwerk]. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. 4 Als het afdrukken niet start, neem dan contact op met uw leverancier. 45

52 Probleemoplossing tijdens het gebruik van de printerfunctie 4 Wanneer het apparaat is aangesloten op de computer met de interfacekabel Het onderstaande toont aan hoe u de afdrukpoort moet controleren als de indicator voor gegevensontvangst niet brandt of knippert. Controleer of de afdrukpoortinstelling correct is. Wanneer het apparaat is aangesloten met een parallelle interface, sluit het dan aan op LPT1 of LPT2. Voor Windows 95/98/Me A Klik op de [Start]-knop, wijs naar [Instellingen] en klik vervolgens op [Printers]. B Klik op het pictogram van het apparaat. Klik in het [Bestand]-menu op [Eigenschappen]. C Klik op het tabblad [Details]. D In de lijst [Afdrukken naar de volgende poort:] en controleer of de juiste poort is geselecteerd. Voor Windows 2000 of Windows NT 4.0 A Klik op de [Start]-knop, wijs naar [Instellingen] en klik vervolgens op [Printers]. B Klik op het pictogram van het apparaat. Klik in het [Bestand]-menu op [Eigenschappen]. C Klik op het tabblad [Poorten]. D In de lijst [Afdrukken naar de volgende poort(en)] en controleer of de juiste poort is geselecteerd. Voor Windows XP Professional of Windows Server 2003 A Klik op de [Start]-knop en vervolgens op [Printers en faxen]. B Klik op het pictogram van het apparaat. Klik in het [Bestand]-menu op [Eigenschappen]. C Klik op het tabblad [Poorten]. D In de lijst [Afdrukken naar de volgende poort(en)] en controleer of de juiste poort is geselecteerd. Voor Windows XP Home Edition A Klik op [Start] en vervolgens op [Configuratiescherm]. B Klik op [Printers en andere hardware]. C Klik op [Printers en faxapparaten]. D Klik op het pictogram van het apparaat. Klik in het [Bestand]-menu op [Eigenschappen]. E Klik op het tabblad [Poorten]. F In de lijst [Afdrukken naar de volgende poort(en)] en controleer of de juiste poort is geselecteerd. 46

53 Overige afdrukproblemen Overige afdrukproblemen Dit gedeelte geeft uitleg over waarschijnlijke oorzaken en mogelijke oplossingen voor problemen die kunnen voorkomen wanneer u afdrukt vanaf een computer. Probleem Oorzaak Oplossing De afdruk op de hele pagina is wazig. Het papier is vochtig. Gebruik papier dat is opgeslagen onder de aanbevolen temperatuur en luchtvochtigheid. Zie Over dit apparaat. De afdruk op de hele pagina is wazig. De afdruk op de hele pagina is wazig. De afgedrukte afbeeldingen zijn vlekkerig. De afgedrukte afbeeldingen zijn vlekkerig. De afgedrukte afbeeldingen zijn vlekkerig. De afgedrukte afbeeldingen zijn vlekkerig. De afgedrukte afbeeldingen zijn vlekkerig. Het papier is niet geschikt. In het printerstuurprogramma is onder [Afdrukkwaliteit] de waarde [Level Color] aangevinkt. Instellingen voor dik papier zijn mogelijk niet gemaakt bij het afdrukken op dik papier. Afdrukken op grof of bewerkt papier kan leiden tot vage afdrukafbeeldingen. Het papier is vochtig. Controleer of het apparaat op een vlakke ondergrond staat. Het apparaat moet op een stabiele, vlakke ondergrond worden geplaatst. Het papier is gekreukeld, gevouwen of bevat onvolkomenheden. Gebruik aanbevolen papier. (Afdrukken op grof of bewerkt papier kan leiden tot vage afdrukafbeeldingen.) Zie Over dit apparaat. Zie de Help-functie van het printerstuurprogramma. PCL 6/5e en PostScript 3 Selecteer [Dik] in de lijst [Type:] op het [Papier]-tabblad. RPCS Selecteer [Dik] in de lijst [Papiersoort:] op het [Afdrukinstellingen]-tabblad. Gebruik alleen papier dat is aanbevolen door de leverancier. Zie Over dit apparaat. Gebruik papier dat is opgeslagen onder de aanbevolen temperatuur en luchtvochtigheid. Zie Over dit apparaat. Controlerende locatieomgeving om de juiste locatie te kiezen. Zie Pag.99 Plaatsen van het apparaat. Verwijder de kreukels uit het papier of vervang het. Zie Over dit apparaat. 4 47

54 Probleemoplossing tijdens het gebruik van de printerfunctie Probleem Oorzaak Oplossing 4 De afbeelding is te licht of te donker. De afbeelding is te licht of te donker. De afbeelding is vuil. De afdruk wijkt af van de display. De afdruk wijkt af van de display. De karakters wijken af van de display. De karakters wijken af van de display. Het duurt te lang voordat het afdrukken wordt hervat. Het duurt te lang voordat het afdrukken wordt hervat. De juiste papiertype-instellingen zijn niet gemaakt. Het papier is geladen met de achterzijde naar boven. Het gebruik van niet aanbevolen toner kan leiden tot verminderde afdrukkwaliteit en andere problemen. Er wordt een niet-windows besturingssysteem gebruikt. Het apparaat is niet geselecteerd voor afdrukken. De afdruk wijkt af van de display. Gegevensverzending is mislukt of werd tijdens het afdrukken geannuleerd. De belichting is te donker ingesteld. Het geladen papier is niet geschikt. De gegevens zijn zo omvangrijk of ingewikkeld dat het tijd vergt om deze te verwerken. Het apparaat bevond zich in de modus Energiespaarstand. Controleer of het papier dat is geladen in de papierlade of de handinvoer overeenkomst met het papiertype dat is aangegeven op de display. Zie Over dit apparaat. Controleer voordat u gaat afdrukken op speciaal papier de oppervlakte zorgvuldig. Afdrukken op niet afdrukbare oppervlakten vermindert de afdrukkwaliteit en kan de interne onderdelen van het apparaat beschadigen. Zie Over dit apparaat. Gebruik de aanbevolen toner van de fabrikant. Neem contact op met uw leverancier. Controleer of de applicatie het printerstuurprogramma ondersteunt. Gebruik het printerstuurprogramma van het apparaat en controleer of het apparaat de aangewezen printer is. Zie Printerhandleiding. Controleer of er mislukte of geannuleerde gegevens zijn achtergebleven. Zie Printerhandleiding. Pas de belichting aan. Zie de Help-functie van het printerstuurprogramma. Afdrukken op aanbevolen papier geven een betere resolutie. Zie Over dit apparaat. Als de indicator Data-In knippert, worden gegevens verwerkt. Wacht eenvoudigweg totdat het afdrukken wordt hervat. Om te hervatten vanuit de energiespaarstand, wordt eerst de opwarmfase doorlopen en dit vergt tijd. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. 48

55 Overige afdrukproblemen Probleem Oorzaak Oplossing Optionele componenten die zijn aangesloten op het apparaat kunnen eventueel niet herkend worden onder Windows 95/98/Me, Windows 2000/XP en Windows NT 4.0. De optie-instelling in de printereigenschapp en is niet geconfigureerd wanneer de bidirectionele transmissie is ingeschakeld. Zie de Help-functie van het printerstuurprogramma. Papier wordt niet ingevoerd vanuit de geselecteerde lade. Wanneer een Windows-besturingssysteem gebruikt, dan kunnen de instellingen van het printerstuurprogramma de instellingen die worden gebruikt op het bedieningspaneel opheffen. Stel de gewenste lade in met behulp van het printerstuurprogramma. Zie de Help-functie van het printerstuurprogramma. 4 Sommige gegevenstypen zoals afbeeldinggegevens of gegevens van bepaalde applicaties kunnen niet worden afgedrukt. Sommige karakters worden niet afgedrukt of lijken vreemd. De instellingen voor het printerstuurprogramma zijn niet correct uitgevoerd. Op het tabblad [Details...] selecteert u voor de groep [Afdrukvoorkeur volgens het geselecteerde papier] de waarde [Kwaliteit] en druk vervolgens af. Selecteer op het tabblad [Diversen] de waarde [Gegevens in EMF-formaat in wachtrij plaatsen]. Selecteer in het dialoogvenster [Gebruikersinstellingen wijzigen] van tabblad [Diversen] de waarde [Afdrukken als bitmap]. Zie de Help-functie van het printerstuurprogramma. De instellingen voor het printerstuurprogramma zijn niet correct uitgevoerd. Selecteer in het dialoogvenster [Gebruikersinstellingen wijzigen] van tabblad [Diversen] de waarde [TrueType-lettertype uitpakken methodes wijzigen]. Selecteer op het tabblad [Diversen] de waarde [Gegevens in EMF-formaat in wachtrij plaatsen]. Selecteer in het dialoogvenster [Gebruikersinstellingen wijzigen] van tabblad [Diversen] de waarde [Afdrukken als bitmap]. Zie de Help-functie van het printerstuurprogramma. Sommige karakters worden niet afgedrukt of lijken vaag. De instellingen voor het printerstuurprogramma zijn niet correct uitgevoerd. Op het tabblad [Afdrukkwaliteit] selecteert u voor de groep [Afdrukvoorkeur volgens het geselecteerde papier] de waarde [Kwaliteit], en druk vervolgens af. Zie de Help-functie van het printerstuurprogramma. 49

56 Probleemoplossing tijdens het gebruik van de printerfunctie Probleem Oorzaak Oplossing 4 De afdruksnelheid of de snelheid waarmee de applicatie gegevens afstaat is traag. Afdruk wordt middenin de taak beëindigd. De afbeeldingpositie wijkt af van de display. De afbeeldingpositie wijkt af van de display. De afgedrukte afbeelding wijkt af van de afbeelding op het computerbeeldscherm. De afgedrukte afbeelding wijkt af van de afbeelding op het computerbeeldscherm. Afdruk is scheef. Afdruk is scheef. Afdruk is scheef. De instellingen voor het printerstuurprogramma zijn niet correct uitgevoerd. Er kan een fout zijn opgetreden. Er zijn niet de juiste pagina lay-outinstellingen gemaakt. Er zijn niet de juiste pagina lay-outinstellingen gemaakt. Met bepaalde functies, zoals vergroten en verkleinen, kan de lay-out van afbeeldingen verschillen met de lay-out op het computerdisplay. U hebt mogelijk gekozen om de optie TrueTypelettertypen te vervangen door apparaatlettertypen in de afdrukbewerking. Wellicht zijn de zijafscheidingen van de lade niet vergrendeld. Het papier wordt scheef ingevoerd. De klep van het apparaat is open. Op het tabblad [Afdrukkwaliteit] selecteert u voor de groep [Afdrukvoorkeur volgens het geselecteerde papier] de waarde [Snel]. Selecteer op het tabblad [Diversen] de waarde [Gegevens in EMF-formaat in wachtrij plaatsen]. Zie de Help-functie van het printerstuurprogramma. Sluit alle andere applicaties af. Kijk op de display van het apparaat om te zien of er een fout is opgetreden. Controleer de pagina lay-outinstellingen met behulp van de applicatie. Zie de Helpfunctie van de applicatie. Controleer of het formaat van het geladen papier overeenkomt met het opgegeven formaat in dialoogvenster [Afdrukformaat:] van het printerstuurprogramma. Zie de Help-functie van het printerstuurprogramma. Wijzig in de toepassing de lay-out, tekengrootte en tekeninstellingen. Om een afbeelding af te drukken die lijkt op de afbeelding op de computerdisplay, moet u instellingen zo maken dat TrueType-lettertypen als een afbeelding worden afgedrukt. Zie de Help-functie van het printerstuurprogramma. Controleer of de zijafscheidingen vergrendeld zijn. Zie Pag.75 Papierformaat wijzigen. Plaats het papier op de juiste wijze. Zie Pag.69 Papier plaatsen. Let erop dat de onderste kleppen aan de rechter- en linkerzijde correct zijn gesloten. 50

57 Overige afdrukproblemen Probleem Oorzaak Oplossing Er treden geregeld papierstoringen op. Er treden geregeld papierstoringen op. Er treden geregeld papierstoringen op. Er treden geregeld papierstoringen op. Er treden geregeld papierstoringen op. Kopieerpapier raakt gekreukeld. Kopieerpapier raakt gekreukeld. Er worden verminkte tekens afgedrukt. Afbeeldingen worden afgedrukt in de verkeerde richting. Er is een aanzienlijke vertraging tussen het startbevel voor afdrukken en het daadwerkelijke afdrukken. Het aantal geplaatste vellen overschrijdt de maximale capaciteit van het apparaat. Het papier is vochtig. Het papier is te dik of te dun. Het kopieerpapier is verkreukeld of is gevouwen/gekreukeld. Er wordt bedrukt papier gebruikt. Het papier is vochtig. Het papier is te dun. De juiste printertaal is mogelijk niet geselecteerd. De invoerrichting die u hebt geselecteerd komt mogelijk niet overeen met de invoerrichting die is ingesteld in het printerstuurprogramma. Uit-stand is wellicht ingesteld. Stapel papier niet boven de bovenste merktekens aan de zijafscheidingen van de papierlade of handinvoerlade. Zie Over dit apparaat. Gebruik papier dat is opgeslagen onder de aanbevolen temperatuur en luchtvochtigheid. Zie Over dit apparaat. Gebruik aanbevolen papier. Zie Over dit apparaat. Gebruik aanbevolen papier. Gebruik papier dat is opgeslagen onder de aanbevolen temperatuur en luchtvochtigheid. Zie Over dit apparaat. Gebruik aanbevolen papier. Zie Over dit apparaat. Gebruik papier dat is opgeslagen onder de aanbevolen temperatuur en luchtvochtigheid. Zie Over dit apparaat. Gebruik aanbevolen papier. Zie Over dit apparaat. Stel de juiste printertaal in. Stem de invoerrichting van het apparaat en van het printerstuurprogramma op elkaar af. Zie de Help-functie van het printerstuurprogramma. Het apparaat heeft een opwarmtijd nodig als het in de Uit-stand heeft gestaan. Geef Uit-stand op in [Systeeminstellingen], [Automatische timer]. 4 51

58 Probleemoplossing tijdens het gebruik van de printerfunctie Probleem Oorzaak Oplossing 4 Er is een aanzienlijke vertraging tussen het startbevel voor afdrukken en het daadwerkelijke afdrukken. Afbeeldingen worden afgesneden, of restant wordt afgedrukt. Verwerkingstijd is afhankelijk van de gegevenshoeveelheid. Een grote hoeveelheid gegevens, zoals zware grafische documenten, hebben een langere tijd nodig voor verwerking. U gebruikt wellicht papier dat kleiner is dan het formaat dat in de toepassing is geselecteerd. Als de indicator Data-In knippert, zijn de gegevens door het apparaat ontvangen. Wacht een ogenblik. Het maken van de volgende instellingen in het printerstuurprogramma kan de werklast van de computer verminderen. Raadpleeg de Printerhandleiding om te zien hoe u het dialoogvenster afdrukvoorkeuren kunt openen. PCL 6/5e Selecteer de laagste waarde voor [Resolutie] op het tabblad [Afdrukkwaliteit] van het dialoogvenster afdrukvoorkeuren. PostScript3 Als u het besturingssysteem Windows gebruikt, selecteert u [PostScript (maximale snelheid)] in [Uitvoeroptie PostScript]. [PostScript-uitvoeroptie] staat op de volgende locatie: Windows 95 / 98 / Me [PostScript-uitvoerindeling:] op het tabblad [PostScript] in het dialoogvenster Afdrukvoorkeuren Windows 2000 / XP, Windows Server 2003 [PostScript-uitvoeroptie] in [PostScript-opties] op [Meer...] op het tabblad [Layout] in het dialoogvenster afdrukvoorkeuren. Windows NT 4.0 [PostScript-uitvoeroptie] in [PostScript-opties] op [ Documentopties] op het tabblad [Meer] in het dialoogvenster afdrukvoorkeuren (standaardwaarden document). RPCS Selecteer een lage waarde voor [Resolutie:] op het tabblad [Afdrukkwaliteit] in het dialoogvenster van het printerstuurprogramma. Selecteer [Snel] voor [Type document] op het tabblad [Afdrukkwaliteit] in het dialoogvenster van het printerstuurprogramma. Om [Gebruikersinst. wijzigen...] in te schakelen, schakelt u het selectievakje [Gebruikersinstellingen] in. Zie de Help-functie van het printerstuurprogramma. Gebruik hetzelfde papierformaat dat ook in de applicatie is geselecteerd. Als u geen papier kunt plaatsen van het correcte formaat, gebruik dan de verkleiningsfunctie om de afbeelding te verkleinen en druk deze vervolgens af. Zie de Help-functie van het printerstuurprogramma. 52

59 Overige afdrukproblemen Probleem Oorzaak Oplossing Wanneer u afbeeldingen afdrukt, dan is de uitvoer anders dan het scherm. Lay-out is niet zoals u verwacht. Fotoafbeeldingen zijn grof. Volle lijnen worden afgedrukt als stippellijnen. Als het printerstuurprogramma is geconfigureerd om de opdracht Afbeeldingen te gebruiken, dan wordt de opdracht Afbeeldingen van het apparaat gebruikt voor het afdrukken. Als u nauwkeurig wilt afdrukken, stel dan het printerstuurprogramma in voor afdrukken zonder het bevel Afbeeldingen te gebruiken. Afdrukgebieden verschillen naargelang het gebruikte apparaat. Informatie die op een enkele pagina past bij het ene apparaat kan bij het andere apparaat niet op een enkele pagina passen. Sommige toepassingen drukken af op een lagere resolutie. Trillende patronen komen niet overeen. Zie de Help-functie van het printerstuurprogramma. Pas de [Afdrukbaar gebied:]-instelling aan in het [Printerconfiguratie...]-dialoogvenster op het [Afdrukinstellingen]-tabblad in het RPCS-printerstuurprogramma. Zie de Helpfunctie van het printerstuurprogramma. Gebruik de instellingen van de toepassing om een hogere resolutie op te geven. Maak in het printerstuurprogramma de volgende instelling: Wijzig de instelling [Dither:] op het tabblad [Beeld aanpassingen] in het dialoogvenster [Gebruikersinstellingen wijzigen] via het tabblad [Afdrukkwaliteit] van het RPCSprinterstuurprogramma. Zie de Help-functie van het printerstuurprogramma. 4 53

60 Probleemoplossing tijdens het gebruik van de printerfunctie Probleem Oorzaak Oplossing Optionele componenten die zijn aangesloten op het apparaat kunnen eventueel niet herkend worden onder Windows 95 / 98 / Me, Windows 2000 / XP, Windows Server 2003 en Windows NT 4.0. Bidirectionele communicatie werkt niet. Stel optionele apparaten in op Eigenschappen van de printer. Zie de Help-functie van het printerstuurprogramma. 4 Als u Windows 95/98/Me, Windows 2000/XP of Windows NT 4.0 gebruikt, voldoen afdrukken waarbij Auto-reduceren/Vergroten wordt gebruikt niet aan de verwachtingen. Dubbelzijdig afdrukken vertoont storingen. De afdruktaak is niet geannuleerd zelfs als het apparaat offline wordt geschakeld. Fotoafbeeldingen zijn grof. Afbeeldingen worden afgesneden, of restant wordt afgedrukt. - Zorg ervoor dat de instellingen in het programma voor het papierformaat en de richting overeenkomen met die van het printerstuurprogramma. Als er een ander papierformaat en een andere richting zijn ingesteld, selecteer dan hetzelfde formaat en dezelfde richting. Dubbelzijdig afdrukken kan niet worden uitgevoerd met papier dat is ingesteld in de handinvoerlade. Wanneer u dubbelzijdig afdrukken gebruikt, maak de instellingen dan zo dat papier uit een andere lade wordt gebruikt dan uit de handinvoerlade. - Zelfs als het apparaat offline is, wordt afgedrukt wanneer [Prioriteit taakacceptatie] is geselecteerd voor [Signaalcontrole] in de [Parallelle interface] in [Instell. Interface] onder [Systeeminstellingen]. Selecteer [Printerprioriteit] voor [Signaalcontrole]. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. - Sommige toepassingen reduceren de afdrukresolutie. U gebruikt wellicht papier dat kleiner is dan het formaat dat in de toepassing is geselecteerd. Gebruik hetzelfde papierformaat dat ook in de applicatie is geselecteerd. Als u geen papier kunt plaatsen van het correcte formaat, gebruik dan de verkleiningsfunctie om de afbeelding te verkleinen en druk deze vervolgens af. Zie de Help-functie van het printerstuurprogramma. 54

61 Overige afdrukproblemen Probleem Oorzaak Oplossing Dubbelzijdig afdrukken vertoont storingen. Dubbelzijdig afdrukken vertoont storingen. Onder Windows 95 / 98 / Me / 2000 / XP, Windows Server 2003 of Windows NT 4.0 is het resultaat van gecombineerd afdrukken of het afdrukken als een boekje niet wat u had verwacht had. Er is een afdrukbevel uitgegeven vanaf de computer, maar het afdrukken startte niet. U hebt dik papier, OHP-transparanten of etiketten geladen of als papiersoort opgegeven. Dubbelzijdig afdrukken kan niet worden uitgevoerd met een lade waarvoor [Uit] is opgegeven als Papiersoort op het menu Systeeminstellingen. De toepassing of instellingen voor het printerstuurprogramma zijn niet correct uitgevoerd. Gebruikersverificatie kan ingesteld zijn. Geef een andere papiersoort op. Wijzig de instelling voor Papiersoort voor de lade in [Aan] op het menu Systeeminstellingen. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Zorg ervoor dat de instellingen in het programma voor het papierformaat en de richting overeenkomen met die van het printerstuurprogramma. Als er een ander papierformaat en een andere richting zijn ingesteld, selecteer dan hetzelfde formaat en dezelfde richting. Gebruikerscodebeheer is mogelijk niet ingesteld. Vraag de beheerder om geldige gebruikerscodes. Om af te drukken, moet u de gebruikerscode invoeren vanuit het printerstuurprogramma. 4 55

62 Probleemoplossing tijdens het gebruik van de printerfunctie Probleem Oorzaak Oplossing 4 Afdrukken met Bluetooth is langzaam. Het aantal taken overschrijdt de maximale capaciteit van het apparaat. Er kan een communicatiefout zijn opgetreden. Interferentie van IEEE802.11b -apparaten wireless LAN) kan de communicatiesnelheid beïnvloeden. Bluetoothtranmissiesnelheden zijn niet hoog. Verminder het aantal taken. Verplaats het apparaat als het te dicht in de buurt staat van draadloze IEEE802.11b LAN-apparaten. Als er actieve, wireless IEEE802.11b-LAN-apparaten of andere Bluetooth-apparaten in de buurt zijn, verplaats het apparaat dan of schakel deze apparaten uit. Als het probleem niet kan worden opgelost, neemt u contact op met uw dealer. 56

63 5. Probleemoplossing bij gebruik van de scannerfunctie Dit hoofdstuk geeft uitleg over waarschijnlijke oorzaken en mogelijke oplossingen voor problemen met scannerfuncties. Als het scannen niet naar verwachting wordt uitgevoerd In dit gedeelte worden oorzaken en oplossingen beschreven van onbevredigende scanresultaten. Probleem Oorzaak Oplossing De gescande afbeelding is vuil. De afbeelding is vervormd of verplaatst. De afbeelding is vervormd of verplaatst. De gescande afbeelding is ondersteboven. Er verschijnt geen afbeelding na het scannen. De gescande afbeelding bevat witte gedeelten. De glasplaat, het scanglas, de afdekplaat van de glasplaat, ADF of ARDF is vuil. Het origineel is verplaatst tijdens het scannen. Het origineel is niet plat tegen de glasplaat gedrukt. Het origineel is ondersteboven geplaatst. Het origineel is achterstevoren geplaatst. Als u originelen scant met functies die niet tot de TWAIN-scannerfunctie van het netwerk behoren, dan kunnen bepaalde papierformaat- en resolutie-instellingen gescande afbeeldingen produceren die groter zijn dan het opgegeven formaat omdat er marges langs de zijkanten worden toegevoegd. Maak deze onderdelen schoon. Zie Pag.104 Onderhoud van uw apparaat. Verplaats het origineel niet tijdens het scannen. Zorg ervoor dat het origineel plat tegen de glasplaat wordt gedrukt. Plaats het origineel in de correcte richting. Zie Kopieerhandleiding. Wanneer het origineel direct op de glasplaat wordt geplaatst, dan moet de te scannen zijde naar beneden liggen. Wanneer het origineel wordt ingevoerd via de ADF of ARDF, dan moet de te scannen zijde naar boven liggen. Zie Kopieerhandleiding. Scannen met een hogere resolutie kan de marges verkleinen. 57

64 Probleemoplossing bij gebruik van de scannerfunctie Als u gescande bestand niet kunt versturen De volgende gedeeltes geven uitleg over waarschijnlijke oorzaken van en oplossingen voor problemen met betrekking tot netwerkbezorging en verzending. Als u niet in het netwerk kunt bladeren om een gescand bestand te verzenden Dit gedeelte geeft uitleg over waarschijnlijke oorzaken van en oplossingen voor een mislukte werking van het browsernetwerk bij het verzenden van bestanden. Probleem Oorzaak Oplossing 5 U kunt niet bladeren in het netwerk wanneer u de bestemmingsmap opgeeft. De volgende apparaatinstellingen zijn wellicht niet correct: IPv4-adres Subnetmasker Controleer de instellingen. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Als het TWAIN-stuurprogramma niet kan worden opgestart Dit gedeelte geeft uitleg over de waarschijnlijke oorzaken van en mogelijke oplossingen voor het TWAIN-stuurprogramma dat niet werkt. Probleem Oorzaak Oplossing Het dialoogvenster Scannereigenschappen kan niet worden weergegeven. Geavanceerde codering is opgegeven in de uitgebreide beveiligingsinstelling. Voor details over de uitgebreide beveiligingsinstelling neemt u contact op met de beheerder. De functie netwerkbezorging kan niet worden gebruikt Dit gedeelte geeft uitleg over de waarschijnlijke oorzaken van en mogelijke oplossingen voor de functie Netwerkbezorging die niet werkt. Probleem Oorzaak Oplossing De functie netwerkbezorging kan niet worden gebruikt. De functie netwerkbezorging kan niet worden gebruikt. De bezorgingssoftware is wellicht een oude versie of er is een beveiligingsinstelling opgegeven. De functie-instelling netwerkbezorging is niet correct. Neem contact op met de beheerder. Geef het juist op. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. 58

65 Als u gescande bestand niet kunt versturen Bewerkingen zijn niet mogelijk als er berichten verschijnen Dit gedeelte geeft uitleg over waarschijnlijke oorzaken van en mogelijke oplossingen voor berichten die verschijnen en wanneer het apparaat niet werkt. Bericht Oorzaak Oplossing Best. bijwerken. Selecteer best. of naam afz. later De bestemmingslijst wordt bijgewerkt vanuit het netwerk met SmartDeviceMonitor for Admin of Web Image Monitor. Wacht totdat het bericht is verdwenen. Schakel de stroom niet uit terwijl dit bericht wordt weergegeven. Afhankelijk van het aantal bestemmingen dat dient te worden bijgewerkt, kan er wat vertraging ontstaan voordat u de bewerking kunt hervatten. Bewerkingen zijn niet mogelijk terwijl dit bericht wordt weergegeven. 5 59

66 Probleemoplossing bij gebruik van de scannerfunctie Wanneer er een bericht wordt weergegeven Dit gedeelte geeft uitleg over waarschijnlijke oorzaken van en mogelijke oplossingen voor foutberichten die kunnen verschijnen op het bedieningspaneel van het apparaat. Wanneer er een bericht wordt weergegeven op het bedieningspaneel Dit gedeelte geeft uitleg over oorzaken en oplossen als er een foutbericht verschijnt op de display van het bedieningspaneel. 5 Belangrijk Voor berichten die hier niet worden opgenoemd, verwijzen wij u naar U heeft problemen met de bediening van het apparaat. Bericht Oorzaak Oplossing Verb. mk met LDAP server is mislukt. Contr. server status. LDAP server authentif is mislukt. Contr. instellingen. Bestemmingslijst is bijgewerkt. Geselecteerde bestemming/afzender wordt gewist. Bestemmingslijst bijw. mislukt. Opnieuw proberen? Best. bijwerken. Selecteer best. of naam afz. later Er is een netwerkfout opgetreden en de verbinding is mislukt. De gebruikersnaam en het wachtwoord zijn anders dan degene die voor LDAP-serververificatie zijn ingesteld. Een gespecificeerde bestemming of afzendernaam werd tijdens het bijwerken van het bestemmingenoverzicht in de bezorgingsserver gewist. Er is een netwerkfout opgetreden. De bestemmingslijst wordt bijgewerkt. Probeer de bewerking nogmaals. Als het bericht nog steeds wordt weergegeven, dan is het netwerk wellicht bezet. Controleer de informatie van Systeeminstellingen. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Zorg ervoor dat de gebruikersnaam en het wachtwoord voor de LDAP-serververificatie correct zijn ingesteld. Specificeer de bestemming of de afzendernaam opnieuw. Controleer of de server is aangesloten. Als een bestemming of afzendernaam al was geselecteerd, selecteer deze dan opnieuw wanneer deze melding verdwijnt. 60

67 Wanneer er een bericht wordt weergegeven Bericht Oorzaak Oplossing Form.orig. niet detect.baar Selecteer scanformaat. U heeft papier geplaatst waarvan het formaat niet op de papierkeuzeselector voorkomt. Plaats het origineel op de juiste manier. Geef het scanformaat op. Wanneer u een origineel direct op de glasplaat plaatst, dan schakelt het optillen/laten zakken van de ADF of ARDF het automatische detectieproces van het origineelformaat in. Til de ADF of ARDF meer dan 30 graden op. Zie Kopieerhandleiding. Het maximum aantal zoekresultaten dat kan worden getoond is overschreden. Max.: nnn (Er is een figuur geplaatst op n.) Er zijn meer zoekresultaten dan het maximale aantal dat kan worden weergegeven. Voer de zoekopdracht opnieuw uit nadat u de zoekvoorwaarden heeft gewijzigd. 5 U heeft geen rechten om deze functie te gebruiken. Tijd zk LDAP server om. Contr. server status. Opgegeven groep bevat ongeldige bestemmingen. Alleen geldige bestem. select? Ingev. pad niet correct. Vr a.u.b. opn. in. Toegangsrechten om deze functie te gebruiken. Er is een netwerkfout opgetreden en de verbinding is mislukt. De opgegeven groep bevat een aantal bestemmingen voor het verzenden per en een aantal bestemmingen voor het verzenden per Scan to Folder. De naam of mapnaam van de bestemmingscomputer folder is ongeldig. Neem contact op met de beheerder. Probeer de bewerking nogmaals. Als het bericht nog steeds wordt weergegeven, dan is het netwerk wellicht bezet. Controleer de informatie van Systeeminstellingen. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Om bestemmingen voor verzending per te selecteren, drukt u op [Select.] voor het bericht dat wordt weergegeven op het scherm . Om bestemmingen voor verzending met Scan to Folder te selecteren, drukt u op [Select.] voor het bericht dat wordt weergegeven op het scherm Scan to Folder. Controleer of de computernaam en de mapnaam voor de bestemming correct zijn. 61

68 Probleemoplossing bij gebruik van de scannerfunctie Bericht Oorzaak Oplossing Max.aantal alfanumerieke tekens overschreden. Het maximale aantal te specificeren alfanumerieke tekens in een specificeerbaar pad is overschreden. Het maximale aantal tekens dat kan worden ingevoerd voor het pad is 128. Controleer het aantal tekens dat u hebt ingevoerd en voer het pad dan opnieuw in. Zie Scannerhandleiding. Verbinding is mislukt. Contr. Instell. contr. Stat. Gesc. best. De Netwerkinstellingen zijn niet juist ingesteld. Controleer de netwerkinstellingen van de clientcomputer. Controleer of componenten zoals de LAN-kabel goed zijn aangesloten. Controleer of de serverinstellingen correct zijn en of de server naar behoren functioneert. 5 Verif. bestemming mislukt. Contr. instell. contr. Stat. Gesc. best. De ingevoerde gebruikersnaam of het ingevoerde wachtwoord was ongeldig. Controleer of de gebruikersnaam en het wachtwoord correct zijn. Controleer of de ID en het wachtwoord voor de bestemmingsmap correct zijn. Een wachtwoord van 128 of meer tekens kan wellicht niet herkend worden. Naam afz. is niet geselecteerd. Geef naam afzender. De naam van de afzender is niet opgegeven. De naam van de afzender moet worden gespecificeerd voordat een wordt verzonden. Verzend het bericht nadat u de naam van de afzender hebt gespecificeerd. Het is niet mogelijk meer dan nnn bestemmingen handmatig in te voeren. (Er is een figuur geplaatst op n.) heeft te veel bestemmingen (nnn of meer). Splits de bestemmingen op in twee of meer groepen. Het is niet mogelijk meer dan 100 bestemmingen op te geven. heeft te veel bestemmingen (100 of meer). Splits de bestemmingen op in twee of meer groepen. Het aantal bestemmingsmappen dat in één keer is te kiezen is beperkt tot 32. Het maximum aantal bestemmingsmappen dat in één keer kan worden geselecteerd is overschreden. Selecteer maximaal 32 of minder bestemmingsmappen. 62

69 Wanneer er een bericht wordt weergegeven Bericht Oorzaak Oplossing Max. formaat overschreden. verz is geannuleerd. Verzending is mislukt. Contr. inst. contr. Stat. Gesc. best. Ingev. bev.code voor bestemming is niet juist Voer opnieuw in. Ingevoerde wachtwoord is niet correct. Voer a.u.b. opnieuw in. Max.aantal alfanumerieke tekens overschreden. Verificatie mislukt. Ingev. pad niet correct. Vr a.u.b. opn. in. Max. geg.form. per best. overschr. Kan niet scan. gesc. gegev. worden verw. Het maximale formaat is overschreden. Terwijl er een bestand werd verzonden, is er een netwerkfout opgetreden en kon het bestand niet correct verzonden worden. Er is een onjuiste beveiligingscode ingevoerd. Het ingevoerde wachtwoord was onjuist. Het maximale aantal in te voeren alfanumerieke tekens is overschreden. De ingevoerde gebruikersnaam of wachtwoord is niet juist. Het ingevoerde pad is onjuist. Het aantal bestanden overschrijdt het mogelijke maximale aantal. Vergroot het formaat van [Max. form.]. Stel [Verdeel & verzend ] in op [Aan (per pagina)] of [Aan (per max. formaat)]. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Probeer de bewerking nogmaals. Als het bericht nog steeds wordt weergegeven, dan is het netwerk wellicht bezet. Neem contact op met de beheerder. Druk op {Taakinformatie} om de verzendresultaten te tonen en controleer vervolgens welke taak niet is verzonden. Zie Scannerhandleiding. Zorg ervoor dat de beveiligingscode correct is en voer deze dan nogmaals in. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Voer de instellingen voor verificatie van het wachtwoord juist in. Zorg ervoor dat het maximale aantal tekens dat u wilt invoeren niet te groot is en voer het opnieuw in. Zie Scannerhandleiding. Controleer uw gebruikersnaam en wachtwoord. Het apparaat kan niet verifiëren. Neem contact op met de beheerder. Bevestig de bestemmingscomputer en het pad en voer deze opnieuw in. Verminder het aantal bestanden en verzend ze opnieuw. 5 63

70 Probleemoplossing bij gebruik van de scannerfunctie Bericht Oorzaak Oplossing Origineel wordt gescand door een andere functie. Het apparaat gebruikt een andere functie zoals kopiëren. Probeer opnieuw te scannen nadat de bewerking met de andere functie is voltooid. Ingevoerde E- mailadres is niet juist. Voer opnieuw in. Het ingevoerde adres is onjuist. Controleer of het adres correct is en voer het nogmaals in. Ongeldige best.lijst. Contr. instell. of server status. De verificatie-instellingen voor de bezorgingsserver zijn onjuist. Controleer of de bezorgingsserver aanstaat en de verificatie-instellingen voor de bezorgingsserver juist zijn. 5 Verzenden is mislukt. Druk op Taakinformatie toets om de status te controleren. Verzenden is mislukt. Druk op {Taakinformatie} om de status te controleren. Probeer de bewerking nogmaals. Als het bericht nog steeds wordt weergegeven, dan is het netwerk wellicht bezet. Neem contact op met de netwerkbeheerder. Gebruik het scherm Taakinformatie om het bestand te controleren waar het probleem zich heeft voorgedaan. Zie Scannerhandleiding. Papier is op. Plaats _%1_papier in lade. Er is geen papier geladen in de opgegeven papierlade. Plaats papier van het formaat dat wordt getoond in het bericht. Controleer de resolutie en stel de nnn-originelen opnieuw in (Er is een figuur geplaatst op nnn.) Het gescande origineel overschrijdt de maximale gegevenscapaciteit. Geef het scanformaat en de -resolutie opnieuw op. Let erop dat het wellicht niet mogelijk is om zeer grote originelen met een hoge resolutie te scannen. Zie Scannerhandleiding. Max. geg.cap. overschreden Contr. resolutie en Start. De gescande gegevens overschrijden de maximale gegevenscapaciteit. Geef het scanformaat en de -resolutie opnieuw op. Let erop dat het wellicht niet mogelijk is om zeer grote originelen met een hoge resolutie te scannen. Zie Scannerhandleiding. Max. pag.cap. per bestand overschr. Wilt u gescande pag. verst.? Het aantal gescande pagina s overschrijdt de maximale paginacapaciteit. Selecteer of u de gegevens tot zover wilt verzenden. 64

71 Wanneer er een bericht wordt weergegeven Wanneer er een bericht wordt weergegeven op de clientcomputer Dit gedeelte geeft uitleg over de waarschijnlijke oorzaken en de mogelijke oplossingen voor de belangrijkste foutberichten die worden weergegeven op de clientcomputer als u het TWAIN-stuurprogramma gebruikt. Belangrijk Als er een foutbericht verschijnt dat niet in dit gedeelte wordt besproken, schakel dan de hoofdstroomschakelaar van het apparaat uit en en weer in. Voor informatie over hoe u de hoofdstroomschakelaar moet uitschakelen, zie Over dit apparaat. Bericht Oorzaak Oplossing Verwijder onjuiste invoer in ADF. Ongeldige Winsock-versie. Gebruik versie 1.1 of hoger. Er is een papierstoring in de ADF of ARDF. U gebruikt een ongeldige versie van Winsock. Verwijder vastgelopen originelen en plaats ze opnieuw. Controleer of de originelen geschikt zijn om te worden gescand door het apparaat. Installeer het besturingssysteem van de computer of kopieer Winsock van de cd-rom van het besturingssysteem. 5 Deze naam wordt al gebruikt. Controleer de geregistreerde namen. U heeft geprobeerd een naam te registreren die al wordt gebruikt. Gebruik een andere naam. Kan het papierformaat van het origineel niet detecteren. Specificeer het scanformaat. Het geplaatste origineel is niet goed gericht. Plaats het origineel op de juiste manier. Geef het scanformaat op. Wanneer u een origineel direct op de glasplaat plaatst, dan schakelt het optillen/laten zakken van de ADF of ARDF het automatische detectieproces van het origineelformaat in. Til de ADF of ARDF meer dan 30 graden op. Kan geen scanmodi meer toevoegen. Het maximale aantal registreerbare scanmodi is overschreden. Het maximale aantal modi dat kan worden opgeslagen is 99. Verwijder onnodige modi. Kan geen scangebieden meer opnemen. Het maximum aantal registreerbare scangebieden is overschreden. Het maximale aantal scangebieden dat kan worden opgeslagen is 99. Verwijder onnodige scangebieden. 65

72 Probleemoplossing bij gebruik van de scannerfunctie Bericht Oorzaak Oplossing Bel de servicedienst Neem contact op met uw servicevertegenwoordiger. Er is een onherstelbare fout opgetreden in het apparaat. Neem contact op met uw leverancier. Scanner is niet beschikbaar in het gespecificeerde apparaat. De TWAIN-scannerfunctie kan niet worden gebruikt op dit apparaat. Neem contact op met uw leverancier. 5 De scanner is niet beschikbaar. Controleer de verbinding van de scanner. De hoofdstroomschakelaar van het apparaat staat uit. Het apparaat is niet correct op het netwerk aangesloten. Zet de hoofdstroomschakelaar op Aan. Controleer of het apparaat correct op het netwerk is aangesloten. Deselecteer de persoonlijke firewallfunctie van de clientcomputer. Gebruik een toepassing zoals telnet om te controleren of SNMPv1 of SNMPv2 is ingesteld als het apparaatprotocol. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen en voor Netwerkhandleiding. Geen reactie van de scanner. Het apparaat is niet correct op het netwerk aangesloten. Controleer of het apparaat correct op het netwerk is aangesloten. Geen reactie van de scanner. Het netwerk is bezet. Wacht even en probeer dan opnieuw een verbinding tot stand te brengen. Er is een fout opgetreden in de scanner. De in de toepassing opgegeven scanvoorwaarden hebben het instelbereik van het apparaat overschreden. Controleer of de scaninstellingen die met de toepassing zijn gemaakt het instelbereik van het apparaat overschrijden. Er is een fatale fout opgetreden in de scanner. Er is een onherstelbare fout opgetreden in het apparaat. Er is een onherstelbare fout opgetreden in het apparaat. Neem contact op met uw leverancier. Kan geen verbinding maken met de scanner. Controleer de instellingen voor het toegangsmasker van het netwerk in Gebruikersinstellingen. Er is een toegangsmasker ingesteld. Neem contact op met de beheerder. 66

73 Wanneer er een bericht wordt weergegeven Bericht Oorzaak Oplossing Scanner is niet gereed. Controleer de scanner en de opties. De klep van de ADF of ARDF staat open. Controleer of de afdekplaat van de ADF of ARDF gesloten is. Onvoldoende geheugen. Maak het scangebied kleiner. Onvoldoende geheugen. Maak het scangebied kleiner. Kan scanner XXX niet vinden die bij de vorige scan is gebruikt. In plaats hiervan wordt YYY gebruikt. (XXX en YYY zijn scannernamen.) Scannergeheugen is ontoereikend. Wanneer er een papierstoring optreedt in het apparaat tijdens het afdrukken, dan kan het scannen niet worden uitgevoerd. De hoofdstroomschakelaar van de eerder gebruikte scanner staat niet op Aan. Het apparaat is niet correct op het netwerk aangesloten. Reset het scanformaat. Verlaag de resolutie. Stel in zonder compressie. Zie Help-functie TWAIN-stuurprogramma. Het probleem kan het gevolg zijn van de onderstaande reden: Het schema De relatie tussen de resolutie en het scangebied in het Helponderwerp voor halftoon-scannen is wellicht niet altijd van toepassing. Het scannen kan niet worden uitgevoerd als er grote waarden zijn ingesteld voor helderheid bij gebruik van halftintresolutie of hoge resolutie. Nadat het vastgelopen papier is verwijderd, kunt u verdergaan met scannen. Controleer of de hoofdstroomschakelaar van de scanner die voor de vorige scan is gebruikt, is uitgeschakeld. Controleer of de eerder gebruikte scanner correct op het netwerk is aangesloten. Schakel de persoonlijke firewall van de clientcomputer uit. Gebruik een toepassing zoals telnet om te controleren of SNMPv1 of SNMPv2 is ingesteld als het apparaatprotocol. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen en voor Netwerkhandleiding. Selecteer de scanner die voor de vorige scan gebruikt is. 5 67

74 Probleemoplossing bij gebruik van de scannerfunctie Bericht Oorzaak Oplossing 5 Er is een fout opgetreden in de scanner. Er is een communicatiefout op het netwerk opgetreden. Scanner is in gebruik voor een andere functie. Een ogenblik geduld. Onvoldoende geheugen. Sluit alle andere programma's en scan opnieuw. Er is geen Gebruikerscode geregistreerd. Neem contact op met uw systeembeheerder. Log-in gebruikersnaam, Login wachtwoord of Driver coderingstoets is onjuist. Er is een fout opgetreden in het stuurprogramma. Er is een communicatiefout op het netwerk opgetreden. Een functie van het apparaat (niet de scannerfunctie) wordt gebruikt als de kopieerfunctie. Controleer of de netwerkkabel correct op de clientcomputer is aangesloten. Controleer of de Ethernet-kaart van de clientcomputer correct wordt herkend door Windows. Controleer of de clientcomputer het TCP/IP-protocol kan gebruiken. Controleer of de clientcomputer het TCP/IP-protocol kan gebruiken. Wacht even en probeer opnieuw een verbinding tot stand te brengen. Geheugen is ontoereikend. Sluit alle onnodige toepassingen die worden uitgevoerd op de clientcomputer. Deïnstalleer het TWAINstuurprogramma, herstart de computer en installeer vervolgens het TWAIN-stuurprogramma opnieuw. Toegang is beperkt met gebruikerscodes. De ingevoerde log-in gebruikersnaam, het wachtwoord of de coderingssleutel voor het stuurprogramma was ongeldig. Neem contact op met de beheerder. Controleer de gebruikernaam en het wachtwoord voor aanmelding en de encryptiesleutel van het stuurprogramma. Er is geen toestemming verleend om deze functie te gebruiken. Neem contact op met de beheerder. 68

75 6. Papier laden en toner vervangen Dit gedeelte geeft u uitleg over procedures voor probleemoplossing die u kunt toepassen op alle functies van dit apparaat. Papier plaatsen Dit gedeelte geeft uitleg over wat u moet doen als het papier opraakt en moet worden bijgevuld. R VOORZICHTIG: Als u papier bijvult, let er dan op dat u vingers niet vast komen te zitten of gewond raken. Opmerking Zorg ervoor dat u het papierformaat selecteert met Gebruikersinstellingen en de papierformaatknop. Er kan anders een papierstoring optreden. Strijk gekruld of gekreukeld papier glad voor u dit plaatst. Zie Over dit apparaat voor papiersoorten en -formaten. Om papier in de handinvoer te laden, zie Kopieerhandleiding. Papier plaatsen in de papierladen Deze procedure legt uit hoe u papier moet laden in de papierladen. A Trek de papierlade langzaam uit tot aan de aanslag. B Druk op de ontgrendelingshendel en zonder de hendel los te laten verschuift u de eindafscheider. ZENY380E 69

76 Papier laden en toner vervangen C Druk de metalen plaat naar beneden totdat deze klikt. ZENY300E D Zorg ervoor dat de uiteinden van de papierstapel effen zijn en plaats het papier. Zorg dat de stapel niet hoger is dan de markering in de lade. 6 ASB003S E Plaats de effen eindafscheider tegen het papier aan. F Schuif de papierlade weer terug totdat deze stopt. Opmerking Schud het papier voor u dit plaatst. Voor details over het laden van papier met een formaat dat niet is aangeduid op de papierformaatknop in de papierlade, zie Papierformaat wijzigen. Verwijzing Pag.75 Papierformaat wijzigen 70

77 Papier plaatsen Papier laden in de optionele papierlade-eenheid Van deze procedure legt hoe u papier laadt in de optionele papierlade-eenheid. A Trek de papierlade langzaam uit tot aan de aanslag. B Druk op de ontgrendelingshendel en zonder de hendel los te laten verschuift u de eindafscheider. ASB012S C Zorg ervoor dat de uiteinden van de papierstapel effen zijn en plaats het papier. Zorg dat de stapel niet hoger is dan de markering in de lade. 6 ASB013S D Plaats de effen eindafscheider tegen het papier aan. E Schuif de papierlade weer terug totdat deze stopt. 71

78 Papier laden en toner vervangen Papier met een vaste richting of 2-zijdig papier De onderstaande tekst legt uit hoe u papier plaatst waarvoor de richting en afdrukzijde is opgegeven (briefhoofdpapier). Het papier met een vaste richting (boven-onder) of 2-zijdig papier (bijvoorbeeld briefpapier, geperforeerd papier of gekopieerd papier) wordt mogelijk onjuist afgedrukt, afhankelijk van hoe de originelen en het papier worden geplaatst. Selecteer [Aan] in de Briefhoofdinstelling onder Kopieereigenschappen en plaats vervolgens het origineel en het papier zoals hieronder is weergegeven. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Wanneer met de printerfunctie wordt afgedrukt, is de invoerrichting dezelfde. Orig. invoerrichting Glasplaat ADF of ARDF *1 *2 *1 6 *1 Om in deze afdrukrichting te kopiëren met de duplexfunctie, selecteer [Altijd opgeven] in [Richting] onder [Kopieereig.] (Gebruikersinstellingen). Plaats de originelen en selecteer vervolgens als de oorspronkelijke afdrukstand. *2 Om in deze afdrukrichting te kopiëren met de duplexfunctie en de geladen papierrichting is L, plaats dan de originelen zoals wordt getoond: 72

79 Papier plaatsen Papierrichting bij laden Voor apparaat met alleen kopieerfunctie *2 6 *2 NL ASB001S 73

80 Papier laden en toner vervangen Voor MFP *2 6 *2 NL ASB002S Opmerking In [Systeeminstellingen], kiest u [Briefpapier] als Papiertype voor de papierlade die u wilt gebruiken. Deze instelling is alleen beschikbaar wanneer de printer/scanner- en faxeenheden geïnstalleerd zijn. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. 74

81 Papierformaat wijzigen Papierformaat wijzigen In dit gedeelte wordt beschreven hoe u papierformaten kunt wijzigen. De procedures voor het wijzigen van het papierformaat is afhankelijk van de papierlade (lade 1 of 2 of de optionele papierlade-eenheid). Let erop dat u de goede procedure volgt voor u begint. Opmerking Zorg ervoor dat u het papierformaat selecteert met Gebruikersinstellingen en de papierformaatknop. Er kan anders een papierstoring optreden. Schud het papier voor u dit plaatst. Strijk gekruld of gekreukeld papier glad voor u dit plaatst. Verwijzing Voor details over papiertypen en papierformaten, zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Het papierformaat in de papierlade wijzigen Gebruik de volgende procedure om het papierformaat in de papierlade te wijzigen. A Let erop dat de papierlade niet in gebruik is. B Trek de papierlade langzaam uit tot aan de aanslag. C Verwijder alle overgebleven kopieerpapier. D Schuif de eindafscheiding naar buiten terwijl u de ontgrendelhendel ingedrukt houdt. 6 ZENY380E 75

82 Papier laden en toner vervangen E Druk op de ontgrendelknop. F Schuif de zijafscheidingen naar buiten terwijl u de ontgrendelhendel ingedrukt houdt. 6 ZENY390E G Druk de metalen plaat naar beneden. ZENY300E 76

83 Papierformaat wijzigen H Maak een correcte stapel papier en plaats die in de lade. Zorg ervoor dat het papier onder de rol past. Plaats niet meer papier dan aangegeven. ASB003S I Pas de zij- en eindafscheidingen aan het nieuwe papierformaat aan terwijl u de ontgrendelhendel ingedrukt houdt. 6 ZENY320E J Druk de vergrendelknop naar beneden. ASB019S 77

84 Papier laden en toner vervangen K Stel de grootte van de lade met de papierformaatknop in op het nieuwe papierformaat. L Schuif de papierlade weer terug totdat deze stopt. 6 Opmerking Als u kleine stapeltjes kopieerpapier plaatst, let er dan op de zijafscheiders niet te dicht tegen het papier te drukken. Het papier wordt mogelijk niet juist ingevoerd als de zijgeleiders te dicht tegen de papierrand staan. Let erop de juiste grootte in te stellen, want anders kan het papier vastlopen. Het papierformaat gebruiken Dit gedeelte geeft uitleg over hoe u het papierformaat kunt wijzigen naar 11" 17". A Stel de selectieknop voor het papierformaat in op p. B Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. ASB018S C Selecteer [Systeeminstellingen] met {U} of {T} en druk op de toets {OK}. 78

85 Papierformaat wijzigen D Selecteer [Papierlade-instellingen] met {U} of {T} en druk op de toets {OK}. E Selecteer Papierformaat voor de papierlade en wijzig het papierformaat met {U} of {T} en druk vervolgens op {OK}. F Selecteer het papierformaat met de scroll-toetsen en druk op {OK}. 6 G Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. ASB018S H Trek de papierlade langzaam uit tot aan de aanslag. I Trek de eindafscheiding los van de lade. 79

86 Papier laden en toner vervangen J Plaats ze in de hoek aan de linkerzijde. K Verwijder alle overgebleven kopieerpapier. L Druk op de ontgrendelknop. 6 ASB020S M Schuif de zijafscheidingen naar buiten terwijl u de ontgrendelhendel ingedrukt houdt. ASB021S 80

87 Papierformaat wijzigen N Druk de metalen plaat naar beneden. ASB022S O Maak een correcte stapel papier en plaats die in de lade. Zorg ervoor dat het papier onder de rol past. Plaats niet meer papier dan aangegeven. 6 ASB026S P Pas de zij- en eindafscheidingen aan het nieuwe papierformaat aan terwijl u de ontgrendelhendel ingedrukt houdt. Q Druk de vergrendelknop naar beneden. ASB023S R Schuif de papierlade weer terug totdat deze stopt. S Controleer het papierformaat op de display. 81

88 Papier laden en toner vervangen Naar een ander formaat wijzigen dan aangegeven op de papierformaatknop Deze procedure geeft uitleg over het wijzigen van een papierformaat naar een formaat die niet is aangegeven op de papierformaatknop. A Stel de selectieknop voor het papierformaat in op p. B Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. ASB018S 6 C Selecteer [Systeeminstellingen] met {U} of {T} en druk op de toets {OK}. D Selecteer [Papierlade-instellingen] met {U} of {T} en druk op de toets {OK}. E Selecteer Papierformaat voor de papierlade en wijzig het papierformaat met {U} of {T} en druk vervolgens op {OK}. F Selecteer het papierformaat met de scroll-toetsen en druk op {OK}. 82

89 Papierformaat wijzigen G Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. ASB018S H Laad het papier en schuif de papierlade voorzichtig terug totdat deze stopt. I Controleer het papierformaat op de display. Opmerking Voor details over het papier dat kan worden geladen in papierlade 1, zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Het papierformaat in de optionele papierlade-eenheid wijzigen 6 In dit gedeelte wordt beschreven hoe u het formaat wijzigt van het geladen papier in de optionele papierlade-eenheid. Belangrijk Plaats niet meer papier dan aangegeven. Als u kleine stapeltjes kopieerpapier plaatst, let er dan op de zijafscheiders niet te dicht tegen het papier te drukken. Het papier wordt mogelijk niet juist ingevoerd als de zijgeleiders te dicht tegen de papierrand staan. A Let erop dat de papierlade niet in gebruik is. B Trek de papierlade langzaam uit tot aan de aanslag. C Verwijder alle overgebleven kopieerpapier. D Pas de eindafscheidingen aan terwijl u de hendel samenknijpt. ASB012S 83

90 Papier laden en toner vervangen E Druk op de ontgrendelknop. ASB014S F Schuif de zijafscheidingen naar buiten terwijl u de ontgrendelhendel ingedrukt houdt. 6 ASB015S G Maak een correcte stapel papier en plaats die in de lade. ASB013S 84

91 Papierformaat wijzigen H Pas de zij- en eindafscheidingen aan het nieuwe papierformaat aan terwijl u de ontgrendelhendel samenknijpt. ASB016S I Druk de vergrendelknop naar beneden. 6 ASB024S J Stel de papierformaatknop van de papierlade in op het papierformaat. ASB017S K Schuif de papierlade weer terug totdat deze stopt. L Controleer het papierformaat op de display. Opmerking Let erop de juiste grootte in te stellen, want anders kan het papier vastlopen. 85

92 Papier laden en toner vervangen Naar een ander formaat wijzigen dan aangegeven op de papierformaatknop Deze procedure geeft uitleg over het wijzigen van een papierformaat naar een formaat die niet is aangegeven op de papierformaatknop. A Stel de papierformaatknop in de papierlade in op p. B Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. ASB018S 6 C Selecteer [Systeeminstellingen] met {U} of {T} en druk op de toets {OK}. D Selecteer [Papierlade-instellingen] met {U} of {T} en druk op de toets {OK}. E Selecteer Papierformaat voor de papierlade en wijzig het papierformaat met {U} of {T} en druk vervolgens op {OK}. F Selecteer het papierformaat met de scroll-toetsen en druk op {OK}. 86

93 Papierformaat wijzigen G Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. ASB018S H Laad het papier en schuif de papierlade voorzichtig terug totdat deze stopt. I Controleer het papierformaat op de display. Opmerking Voor details over het papiersoort dat kan worden geladen in de optionele papierlade, zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. 6 87

94 Papier laden en toner vervangen Toner bijvullen Dit gedeelte geeft uitleg over het bijvullen en opslaan van toner. R WAARSCHUWING: Voorkom dat verbruikte toner of tonercassettes worden verbrand. Bij blootstelling aan vuur kan toner ontvlammen. Voer gebruikte toner af volgens de plaatselijke regelgeving. R VOORZICHTIG: Houd toner (nieuw en gebruikt) en tonercassettes buiten het bereik van kinderen. R VOORZICHTIG: Bij het inademen van toner of gebruikte toner, goed gorgelen met veel water en zorgen voor voldoende frisse lucht. Raadpleeg indien nodig een arts. R VOORZICHTIG: Wanneer toner of gebruikte toner in de ogen terecht komt, onmiddellijk spoelen met veel water. Raadpleeg indien nodig een arts. 6 R VOORZICHTIG: Bij het inslikken van toner of gebruikte toner, veel water drinken om de ingeslikte toner te verdunnen. Raadpleeg indien nodig een arts. R VOORZICHTIG: Let op dat geen toner terecht komt op uw kleding of huid bij het verhelpen van een papierstoring of het vervangen van toner. Als uw huid in contact komt met toner, het betreffende gedeelte van de huid grondig wassen met water en zeep. Als u toner op uw kleding heeft geknoeid, de toner verwijderen met koud water. Wanneer u warm water gebruikt, dringt de toner in de stof van uw kleding waardoor de vlek mogelijk niet meer kan worden verwijderd. Belangrijk Indien u een toner gebruikt die niet wordt aanbevolen, kan er een fout optreden. Schakel het apparaat niet uit tijdens het toevoegen van de toner. Als u dit doet gaan uw instellingen verloren. Vul de toner altijd bij als u daarom wordt gevraagd. Wanneer het bericht Toner bijvullen. wordt weergegeven op de display, vervang dan de toner. Bewaar de tonerflessen op een koele en droge plaats en vermijd direct zonlicht. Bewaar het papier op een vlak oppervlak. Het is niet raadzaam de tonerflessen herhaaldelijk te plaatsen en te verwijderen. Dit kan resulteren in tonerlekkage. Schud de verwijderde tonerfles niet. Hierdoor kan de resterende toner eruit vallen. 88

95 Toner bijvullen Opmerking U kunt nog circa 50 kopieën maken nadat de indicator D Toner bijvullen begint te branden, maar vervang de toner echter tijdig om kopieën van slechte kwaliteit te voorkomen. Toner vervangen Dit gedeelte beschrijft hoe u een tonerfles dient te vervangen. Toner verwijderen 6 NL ASB025S 89

96 Papier laden en toner vervangen Toner plaatsen Belangrijk Schud de verwijderde tonerfles niet. Hierdoor kan resterende toner eruit vallen. 6 NL ASB004S Opmerking Het zwarte kapje mag niet worden verwijderd voordat u gaat schudden. Verwijder niet de binnenste dop. 90

97 Toner bijvullen Faxberichten verzenden als de toner op is Wanneer het apparaat geen toner meer heeft, dan brandt het lampje op het display. Let op: u kunt nog faxdocumenten verzenden als de toner op is. Belangrijk Communicatie is niet mogelijk als het aantal uitgevoerde communicaties nadat de toner is opgeraakt en het aantal communicaties die niet zijn vermeld in het journaal groter dan 200 is. A Zorg ervoor dat het apparaat zich in faxmodus bevindt. B Druk op [Afsl.] en voer de verzendingsbewerking uit. Het foutbericht verdwijnt. Opmerking Het communicatieresultaatrapport kan niet worden afgedrukt. Als het faxscherm niet verschijnt in stap A, druk dan op de {Fax}-toets. Verbruikte toner Verbruikte toner kan niet worden hergebruikt. Breng de fles met verbruikte toner naar uw dealer om deze te recyclen. Wanneer u deze zelf als afval verwijdert, beschouw het dan als regulier plastic afval. 6 91

98 Papier laden en toner vervangen De stempelcartridge vervangen voor het verzenden Als de verzendstempel zwak wordt, vervang dan de vulling. Belangrijk Deze stempelcartridge wordt gebruikt voor fax- en scandoeleinden. Gebruik de cartridge die voor deze machine is aangeduid. Voeg zelf geen inkt aan de cartridge toe. Wanneer u dit wel doet kan er mogelijk lekkage ontstaan. Zorg ervoor dat u geen vieze vingers krijgt van de inkt uit de cartridge. A Open de ADF- of ARDF-eenheid. 6 AMH006S B Open het stempeldeksel. AMH010S C Haal de oude stempelcartridge eruit. 92 ZEXH080J

99 De stempelcartridge vervangen voor het verzenden D Plaats de nieuwe stempelcartridge. Duw de cartridge er zover in dat de metalen delen niet langer zichtbaar zijn. E Sluit de stempeldeksel. Duw het middendeel van de klep naar beneden en zorg ervoor dat deze volledig gesloten is. 6 ZEXH100J F Laat de ADF- of ARDF-eenheid zakken. 93

100 Papier laden en toner vervangen 6 94

101 7. Papierstoringen oplossen Dit hoofdstuk geeft uitleg over wat u moet doen bij vastgelopen papier of originelen (die vast komen te zitten in het apparaat). Vastgelopen papier verwijderen R WAARSCHUWING: Sluit het apparaat uitsluitend aan op een elektriciteitsnet dat voldoet aan de beschrijving op de binnenkant van de omslag van deze handleiding. Steek de stekker van het netsnoer direct in het wandstopcontact en gebruik geen verlengsnoer. Zorg dat het netsnoer niet beschadigt of knikt en pas het snoer niet aan. Plaats geen zware voorwerpen op het netsnoer. Trek er niet te hard aan en buig het niet te sterk. Deze handelingen kunnen een elektrische schok of brand veroorzaken. R VOORZICHTIG: Het fuseergedeelte van het apparaat kan zeer heet worden. Pas op dat u dit gedeelte niet aanraakt wanneer u vastgelopen papier verwijdert. Belangrijk Schakel het apparaat niet uit bij het verwijderen van foutieve invoer. Wanneer u dit wel doet worden de afdrukinstellingen gewist. Laat geen stukjes papier in het apparaat achter ter voorkoming van papierstoringen. Indien er herhaaldelijk papierstoringen optreden, dient u contact op te nemen met uw leverancier. Opmerking Er kunnen verschillende gebieden worden aangewezen waar papierstoringen kunnen optreden. Indien dit het geval is, controleer elk aangegeven gebied. Raadpleeg de volgende grafieken: A, B, P, R, Y en Z. U kunt er stickers vinden waarop wordt uitgelegd hoe u vastgelopen papier in de rechterklep en bovenop de ADF- of ARDF-klep moet verwijderen. 95

102 Papierstoringen oplossen Wanneer het apparaat u vraagt om de originelen terug te plaatsen, plaats ze dan terug in de invoerpositie. De display zal het aantal originelen weergeven dat u moet terugplaatsen. Als A wordt getoond AAI030S 7 NL ASB005S Als B wordt getoond NL ASB006S 96

103 Vastgelopen papier verwijderen Als P wordt getoond (ADF) NL ASB007S Als P wordt getoond (ARDF) 7 NL ASB008S Als R wordt getoond NL ASB009S 97

104 Papierstoringen oplossen Als Y wordt getoond NL ASB010S Als Z wordt getoond 7 NL ASB011S 98

105 8. Opmerkingen Dit hoofdstuk beschrijft het onderhoud en de bediening van het apparaat. Plaatsen van het apparaat Dit gedeelte geeft voorzorgsmaatregelen voor installatie, verplaatsing en afvoer. Apparaatomgeving Kies de plaats van het apparaat zorgvuldig. De omgeving bepaalt in grote mate de prestatie van het apparaat. Optimale omgevingsomstandigheden De volgende tekst beschrijft voorzorgsmaatregelen voor het verplaatsen van het apparaat. R VOORZICHTIG: Stel het apparaat niet bloot aan stof en vocht. Dit om brand of elektrische schok te vermijden. Plaats het apparaat niet op een wankele of schuine ondergrond. Wanneer het apparaat omvalt, kan dit leiden tot lichamelijk letsel. R VOORZICHTIG: Nadat u het apparaat heeft verplaatst, gebruikt u de gegoten bevestiging om het op zijn plaats vast te zetten. Anders kan het apparaat bewegen of vallen, wat leidt tot verwondingen. R VOORZICHTIG: Zorg ervoor dat de kamer waar u het apparaat gebruikt goed geventileerd en ruim is. Goede ventilatie is helemaal van belang als het apparaat veel gebruikt wordt. Temperatuur: C (50-89,6 F) (vochtigheid 54% bij 32 C, 89,6 F) Luchtvochtigheid: 15-80% (temperatuur van 27 C, 80,6 F bij 80%) Ventilatie: 3 keer/uur/persoon of meer Een stevige, vlakke ondergrond. Het apparaat moet waterpas staan met een marge van 5 mm (0,2"), zowel van voor tot achter, als van links naar rechts. 99

106 Opmerkingen Te mijden plaatsen Plaatsen in direct zonlicht of sterk licht (meer dan 1500 lux). Plaatsen direct blootgesteld aan koele lucht van een airconditioner of verwarmde lucht van een verwarming. (Plotselinge temperatuurveranderingen kunnen condensatie in het apparaat veroorzaken.) Plaatsen dichtbij apparatuur die ammoniadampen uitstoten zoals een diazo-kopieersysteem. Plaatsen waar het apparaat frequente trillingen zou kunnen ondergaan. Stoffige ruimten. Ruimten met agressieve gassen. Verplaatsen De volgende tekst beschrijft voorzorgsmaatregelen voor het verplaatsen van het apparaat. R VOORZICHTIG: Trek alle vier de handgrepen volledig uit voordat u het apparaat verplaatst. Anders bestaat er gevaar voor verwondingen. Zet de vier handgrepen terug in hun oorspronkelijke stand nadat het apparaat is verplaatst. 8 R VOORZICHTIG: Voordat u het apparaat verplaatst moet u ervoor zorgen dat alle externe verbindingen zijn losgemaakt, met name dat het netsnoer uit het stopcontact getrokken is. Beschadigde netsnoeren vergroten de kans op brand en elektrische schokken. R VOORZICHTIG: Wanneer u het apparaat wilt verplaatsen en de optionele papierlade-eenheid is bevestigd, duw dan niet tegen de bovenkant van de hoofdeenheid. Wanneer u dit doet, kan de optionele papierlade-eenheid losraken en mogelijk letsel veroorzaken. R VOORZICHTIG: Verwijder de stekker van het netsnoer uit het stopcontact voordat u het apparaat verplaatst. Pas op dat het netsnoer niet beschadigt wanneer u het apparaat verplaatst. 100

107 Plaatsen van het apparaat Belangrijk Wees voorzichtig bij het verplaatsen van het apparaat. Neem de volgende voorzorgsmaatregelen: Zet de hoofdschakelaar uit. Zie Pag.35 De hoofdschakelaar uitschakelen / In geval van een stroomonderbreking. Verwijder de stekker van het netsnoer uit het stopcontact. Als u de stekker uit het stopcontact trekt, houdt u alleen de stekker vast om ervoor te zorgen dat het snoer niet beschadigd raakt en om vonken of elektrische schokken te voorkomen. Sluit alle kleppen en laden inclusief de voorklep en de handinvoer. Verwijder het voetstuk niet. Bescherm het apparaat tegen sterke schokken. Een schok kan het geheugen beschadigen

108 Opmerkingen Stroomvoorziening De onderstaande tekst geeft uitleg over stroomvoorziening. R WAARSCHUWING: Sluit het apparaat uitsluitend aan op een elektriciteitsnet dat voldoet aan de beschrijving op de binnenkant van de omslag van deze handleiding. Steek de stekker van het netsnoer direct in het wandstopcontact en gebruik geen verlengsnoer. Zorg dat het netsnoer niet beschadigt of knikt en pas het snoer niet aan. Plaats geen zware voorwerpen op het netsnoer. Trek er niet te hard aan en buig het niet te sterk. Deze handelingen kunnen een elektrische schok of brand veroorzaken. R VOORZICHTIG: Verwijder de stekker van het netsnoer uit het stopcontact voordat u het apparaat verplaatst. Pas op dat het netsnoer niet beschadigt wanneer u het apparaat verplaatst. R VOORZICHTIG: Als netsnoer is beschadigd (blootstelling van de kern, ontkoppeling, etc.), neem dan contact op met uw leveranciers voor een nieuw netsnoer. Als u het apparaat gebruikt met een beschadigd netsnoer, dan bestaat er gevaar voor een elektrische schok of brand. 8 R VOORZICHTIG: Trek aan de stekker, niet aan het snoer, wanneer u de stekker uit het stopcontact haalt. R VOORZICHTIG: U maakt het netsnoer los door het aan de stekker uit het stopcontact te trekken. Niet aan de kabel zelf trekken. Dit kan leiden tot beschadiging van het snoer, waardoor er brand of een elektrische schok kan ontstaan. Wanneer de hoofdschakelaar stand-by staat, zijn de optionele anti-condensverwarmers ingeschakeld. In een noodgeval dient u de stekker uit de wandcontactdoos te halen. De optionele anti-condensverwarmers worden uitgeschakeld wanneer u de stekker uit de wandcontactdoos haalt. Zorg dat de stekker goed in de wandcontactdoos is geplaatst. Het voltage mag niet meer dan 10% fluctueren. De wandcontactdoos moet vlakbij de apparatuur geplaatst zijn en goed toegankelijk zijn. 102

109 Plaatsen van het apparaat Toegang tot het apparaat Plaats het apparaat in de buurt van een stroombron rekening houdend met de volgende vrije ruimten zoals weergegeven. 1. Achteraan: minstens 5 cm 2. Rechts: minstens 25 cm 3. Vooraan: minstens 75 cm 4. Links: minstens 15 cm Opmerking Indien u wilt weten hoeveel extra ruimte nodig is voor het installeren van extra opties, dan kunt u contact opnemen met uw leverancier. Wanneer het apparaat lange tijd niet wordt gebruikt R VOORZICHTIG: Trek uit veiligheidsoverwegingen de stroomkabel uit de wandcontactdoos wanneer het apparaat langere tijd niet wordt gebruikt zoals gedurende vakanties. 8 Let op het volgende: Wanneer het apparaat recentelijk niet is gebruikt, heeft deze tijd nodig om te initialiseren en kan daarom niet gelijk beginnen met afdrukken. Laat het apparaat aanstaan en wacht ongeveer 10 minuten. 103

110 Opmerkingen Onderhoud van uw apparaat Als de glasplaat, deksel van de glasplaat of de band van de ADF of ARDF vuil is, kunt u mogelijk geen duidelijke kopieën maken. Maak de onderdelen schoon als ze vuil zijn. R VOORZICHTIG: Er kan brand en storing ontstaan als er zich veel stof in dit apparaat heeft opgehoopt. Neem contact op met uw leverancier voor informatie over en kosten voor het reinigen van de binnenkant van het apparaat. Belangrijk Gebruik geen chemische reinigers of organische oplossers, zoals verdunners of benzine. Als deze in het apparaat terechtkomen of plastic onderdelen doen smelten, kan er een storing optreden. Reinig geen onderdelen die niet in deze handleiding worden gespecificeerd. Andere onderdelen mogen uitsluitend worden gereinigd door uw leverancier. Reinigen van het apparaat Maak het apparaat schoon met een zachte, vochtige doek en neem het apparaat vervolgens af met een droge doek om het vocht te verwijderen. De glasplaat reinigen 8 Dit gedeelte beschrijft hoe u de glasplaat en het scanglas moet reinigen. Maak 1 en 2 schoon. 104

111 Onderhoud van uw apparaat De deksel van de glasplaat schoonmaken Dit gedeelte beschrijft hoe u de klep van de glasplaat moet reinigen. De ADF/ARDF reinigen Dit gedeelte beschrijft hoe u de ADF of ARDF moet reinigen. 8 AMH012S Maak 1 en 2 schoon. 105

112 INDEX A ADF, 1, 105 ADF/ARDF-band is vuil, 104 Afdrukken, 29 Afscheiding, 69, 71, 75, 78, 83 Als A wordt getoond, 95 Als B wordt getoond, 95 Als P wordt getoond (ADF), 95 Als P wordt getoond (ARDF), 95 Als R wordt getoond, 95 Als Y wordt getoond, 95 Als Z wordt getoond, 95 ARDF, 1, 105 B Basis, 15 Bedrijfsschakelaarindicator, 6 Betekenis van de geluidspatronen, 4 Bewerken, 15 Briefhoofdpapier, 72 C Combinatieschema, 9 Combineren, 15 D De achterzijde van het origineel is gekopieerd, 13 De afbeelding is vuil, 47 De afgedrukte afbeelding is anders dan de weergave op de computer, 47 De afgedrukte afbeelding is wazig, 47 De afgedrukte afbeelding staat in de verkeerde richting, 47 De functie netwerkbezorging kan niet worden gebruikt, 58 De kopieën zijn te licht, 13 De kopieën zijn vuil, 13 Dialoogvenster Scannereigenschappen wordt niet getoond, 58 Display is uit, 6 Duplex, 15 E Een deel van de afbeelding wordt niet gekopieerd, 13 Er verschijnt schaduw op de kopieën, 13 F Fout- door de server gegenereerd, 36 Foutenlogboek, 42 Foutenrapport ( ), 36 Foutindicator, 3 Foutmail-berichtgeving, 36 Foutrapport fax, 34 Functiestatusindicator, 5 G Geen gescande afbeelding, 57 Geluid bedieningspaneel, 4 Gescande afbeelding bevat witte gedeelten, 57 Gescande afbeelding is misplaatst., 57 Gescande afbeelding is ondersteboven., 57 Gescande afbeelding is vervormd, 57 Gescande afbeelding is vuil, 57 Glasplaat is vuil, 104 H I Het afdrukken start niet, 43 Het geheugen is vol, 18, 33 Het netwerk kan niet worden doorzocht, 58 Het papierformaat gebruiken, 78 Het papierformaat in de optionele papierlade-eenheid wijzigen, 83 Het papierformaat in de papierlade wijzigen, 75 Het schermcontrast aanpassen, 6 Hoofdstroomschakelaar, 35 Indicator papier laden, 3 Indicator toner bijvullen, 3 Ingave gebruikerscode, 6 106

113 K L Klep van de glasplaat is vuil, 104 Lampjes, 3 Limietteken, 69, 75 M N Multi-accessing, 9 Naar een ander formaat wijzigen dan aangegeven op de papier formaatknop, 82, 86 Netwerkbezorging, 58 O Ontgrendelknop, 75 Ontvangst, 29 Optimale omgevingsomstandigheden, 99 Orig. invoerrichting, 72 P Papierformaatknop, 82 Papierformaat wijzigen, 75 Papier laden in de optionele papierladeeenheid, 71 Papier met vaste afdrukstand, 72 Papier plaatsen in de papierladen, 69 Papierrichting, 72 Papierrichting bij laden, 72 Papier wordt niet ingevoerd vanuit de geselecteerde lade, 47 Printerstuurprogramma installeren, 37 R Rapport stroomuitval, 35 Reinigen van het apparaat, 104 S Statusberichten, 39 Stempelcartridge vervangen, 91 Stroomindicator, 35 Stroomvoorziening, 102 T Te mijden plaatsen, 100 Toner, 88, 89, 91 Toner plaatsen, 90 Toner verwijderen, 89 TWAIN, 65 Tweezijdig papier, 72 V Vastgelopen papier verwijderen, 95 Verbruikte toner, 91 Vergrendelknop, 75, 83 Verificatie mislukt, 6 Verzending, 29 Verzending/ontvangst, 29 Volume aanpassen, 19 Voorzorgsmaatregelen bij verplaatsing van het apparaat, 99, 100 W Z Wachtwoord niet juist, 6 Zijafscheidingen, 75, 78,

114 108 DU NL B

115 Verklaring van overeenkomst Dit product voldoet aan de vereisten van de EMC-richtlijn 89/336/EEC en diens aanvullende richtlijnen en de Laagspanningsrichtlijn 73/23/EEC en diens aanvullende richtlijnen. Conform IEC gebruikt dit toestel de volgende symbolen voor de hoofdschakelaar: a betekent STROOM AAN. c betekent STAND-BY. Handelsmerken Microsoft, Windows en Windows NT zijn gedeponeerde handelsmerken van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en/of andere landen. TrueType is een gedeponeerd handelsmerk van Apple Computer Inc. PostScript en Acrobat zijn gedeponeerde handelsmerken van Adobe Systems, Incorporated. PCL is een gedeponeerd handelsmerk van Hewlett-Packard Company. Bluetooth is een handelsmerk van Bluetooth SIG, Inc. (Special Interest Group) en hiervoor is een licentie verstrekt aan Ricoh Company Limited. Andere productnamen die in dit document worden gebruikt, worden alleen genoemd ter identificatie en kunnen handelsmerken zijn van de betreffende ondernemingen. Wij doen afstand van alle rechten op deze merken. De juiste benamingen voor besturingsprogramma s van Windows zijn als volgt: De productnaam voor Windows 95 is Microsoft Windows 95 De productnaam voor Windows 98 is Microsoft Windows 98 De productnaam voor Windows Me is Microsoft Windows Millennium Edition (Windows Me) De productnamen voor Windows 2000 zijn als volgt: Microsoft Windows 2000 Advanced Server Microsoft Windows 2000 Server Microsoft Windows 2000 Professional De productnamen voor Windows XP zijn als volgt: Microsoft Windows XP Professional Microsoft Windows XP Home Edition De productnamen van Windows Server TM 2003 zijn als volgt: Microsoft Windows Server TM 2003 Standard Edition Microsoft Windows Server TM 2003 Enterprise Edition Microsoft Windows Server TM 2003 Web Edition De productnamen van Windows NT zijn als volgt: Microsoft Windows NT Server 4.0 Microsoft Windows NT Workstation 4.0 Copyright 2006

116 DU NL B Gebruiksaanwijzing Problemen oplossen

Problemen oplossen. Gebruiksaanwijzing

Problemen oplossen. Gebruiksaanwijzing Gebruiksaanwijzing Problemen oplossen 1 2 3 4 5 6 7 8 Het apparaat functioneert niet naar wens Probleemoplossing bij gebruik van de kopieerfunctie Probleemoplossing bij gebruik van de faxfunctie Probleemoplossing

Nadere informatie

Verkorte Handleiding DX-C200. Namen en locaties. De kopieerfunctie gebruiken. De scannerfunctie gebruiken. De faxfunctie gebruiken. Problemen oplossen

Verkorte Handleiding DX-C200. Namen en locaties. De kopieerfunctie gebruiken. De scannerfunctie gebruiken. De faxfunctie gebruiken. Problemen oplossen DX-C200 Verkorte Handleiding Namen en locaties De kopieerfunctie gebruiken De scannerfunctie gebruiken De faxfunctie gebruiken Problemen oplossen Papierstoringen oplossen Inktcartridges Lees deze handleiding

Nadere informatie

Problemen oplossen. Gebruiksaanwijzing

Problemen oplossen. Gebruiksaanwijzing Gebruiksaanwijzing Problemen oplossen 1 2 3 4 5 6 7 8 Het apparaat functioneert niet naar wens Probleemoplossing bij gebruik van de kopieerfunctie Probleemoplossing bij gebruik van de faxfunctie Probleemoplossing

Nadere informatie

Fax Connection Unit Type C Gebruiksaanwijzing

Fax Connection Unit Type C Gebruiksaanwijzing Fax Connection Unit Type C Gebruiksaanwijzing Voor een veilig en correct gebruikt, dient u de Veiligheidsinformatie in "Lees dit eerst" te lezen voordat u het apparaat gebruikt. INHOUDSOPGAVE Hoe werkt

Nadere informatie

Problemen oplossen. Gebruiksaanwijzing

Problemen oplossen. Gebruiksaanwijzing Gebruiksaanwijzing Problemen oplossen 1 2 3 4 5 6 7 Wanneer het apparaat niet functioneert zoals gewenst Problemen oplossen bij gebruik van de kopieerfunctie Problemen oplossen bij gebruik van de Printerfunctie

Nadere informatie

Kopieerhandleiding. Gebruiksaanwijzing. Originelen plaatsen Kopiëren Bijlage

Kopieerhandleiding. Gebruiksaanwijzing. Originelen plaatsen Kopiëren Bijlage Gebruiksaanwijzing Kopieerhandleiding 1 3 Originelen plaatsen Kopiëren Bijlage Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u het product in gebruik neemt en bewaar de handleiding in de buurt van het

Nadere informatie

2 mei 2014. Remote Scan

2 mei 2014. Remote Scan 2 mei 2014 Remote Scan 2014 Electronics For Imaging. De informatie in deze publicatie wordt beschermd volgens de Kennisgevingen voor dit product. Inhoudsopgave 3 Inhoudsopgave...5 openen...5 Postvakken...5

Nadere informatie

Fiery Remote Scan. Fiery Remote Scan openen. Postvakken

Fiery Remote Scan. Fiery Remote Scan openen. Postvakken Fiery Remote Scan Met Fiery Remote Scan kunt u scantaken op de Fiery-server en de printer beheren vanaf een externe computer. Met Fiery Remote Scan kunt u het volgende doen: Scans starten vanaf de glasplaat

Nadere informatie

Berichten op het voorpaneel

Berichten op het voorpaneel en op het voorpaneel In dit onderwerp wordt het volgende besproken: "Statusberichten" op pagina 4-61 "Foutberichten en waarschuwingen" op pagina 4-62 Het voorpaneel van de printer biedt informatie en hulp

Nadere informatie

Afdrukmateriaal plaatsen in de standaardlade voor 250 vel

Afdrukmateriaal plaatsen in de standaardlade voor 250 vel Naslagkaart Papier en speciaal afdrukmateriaal plaatsen In dit gedeelte wordt beschreven hoe u papier plaatst in de laden voor 250 en 550 vel en de handmatige invoer. Het bevat tevens informatie over het

Nadere informatie

Kopiëren > Instellingen > Pagina's per zijde. Voor printermodellen zonder touchscreen drukt u op om door de instellingen te navigeren.

Kopiëren > Instellingen > Pagina's per zijde. Voor printermodellen zonder touchscreen drukt u op om door de instellingen te navigeren. Naslagkaart Bezig met kopiëren Een kopie maken 1 Plaats een origineel document in de ADF-lade of op de glasplaat. Opmerking: Zorg ervoor dat het papierformaat van het origineel en de uitvoer hetzelfde

Nadere informatie

Xerox WorkCentre 6655 multifunctionele kleurenprinter Bedieningspaneel

Xerox WorkCentre 6655 multifunctionele kleurenprinter Bedieningspaneel Bedieningspaneel Beschikbare services kunnen variëren afhankelijk van uw printerinstellingen. Zie de Handleiding voor de gebruiker voor meer informatie over functies en instellingen. 3 4 5 Aanraakscherm

Nadere informatie

FAX Option Type 3045. Faxhandleiding <Basisfuncties> Gebruiksaanwijzing

FAX Option Type 3045. Faxhandleiding <Basisfuncties> Gebruiksaanwijzing FAX Option Type 3045 Gebruiksaanwijzing Faxhandleiding 1 2 3 4 5 Aan de slag Faxen Internetfax-functies gebruiken Programmeren Probleemoplossing Lees deze handleiding aandachtig door voordat

Nadere informatie

Printerproblemen oplossen

Printerproblemen oplossen 1 De display op het bedieningspaneel is leeg of er worden alleen ruitjes weergegeven. Taken worden niet De zelftest van de printer is mislukt. De printer is niet gereed om gegevens te ontvangen. De aangegeven

Nadere informatie

Scannerhandleiding. Gebruiksaanwijzing

Scannerhandleiding. Gebruiksaanwijzing Gebruiksaanwijzing Scannerhandleiding 1 2 3 4 5 6 7 Scanbestanden per e-mail verzenden Scanbestanden verzenden via scan-to-folder Bestanden opslaan met de scanfunctie Scanbestanden bezorgen Originelen

Nadere informatie

FAX Option Type 3030. Faxhandleiding <Basis functies> Gebruiksaanwijzing

FAX Option Type 3030. Faxhandleiding <Basis functies> Gebruiksaanwijzing FAX Option Type 3030 Gebruiksaanwijzing Faxhandleiding 1 2 3 4 5 Aan de slag Faxen Internetfaxfuncties gebruiken Programmeren Probleemoplossing Lees deze handleiding aandachtig door voordat

Nadere informatie

Kopiëren via de glasplaat. 1 Plaats het originele document met de bedrukte zijde naar beneden in de linkerbovenhoek van de glasplaat.

Kopiëren via de glasplaat. 1 Plaats het originele document met de bedrukte zijde naar beneden in de linkerbovenhoek van de glasplaat. Laser-MFP Naslagkaart Kopiëren Snel kopiëren documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats plaatst, moet u de papiergeleiders

Nadere informatie

Scannerhandleiding. Gebruiksaanwijzing

Scannerhandleiding. Gebruiksaanwijzing Gebruiksaanwijzing Scannerhandleiding 1 2 3 4 5 6 Het versturen van een scanbestand per e-mail Scanbestanden versturen met scan-to-folder Scanbestanden bezorgen Het apparaat gebruiken als een TWAIN-compatibele

Nadere informatie

Naslagkaart voor de 5210n / 5310n

Naslagkaart voor de 5210n / 5310n Naslagkaart voor de 5210n / 5310n 1 2 3 4 VOORZICHTIG: Neem zorgvuldig de veiligheidsvoorschriften in de Handleiding voor eigenaren door voordat u de Dell-printer gaat instellen en gebruiken. 5 6 7 8 1

Nadere informatie

Gebruikershandleiding MFP kleur systemen. Aanteken vel. infotec kenniscentrum. Infotec gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding MFP kleur systemen. Aanteken vel. infotec kenniscentrum. Infotec gebruikershandleiding Gebruikershandleiding MFP kleur systemen Aanteken vel Het Bedieningspaneel Functie paneel Functietoetsen Geeft de keuze om te wisselen tussen de functies: Kopiëren - Doc. Server Faxen - Printen - Scannen

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing Website met toepassingen

Gebruiksaanwijzing Website met toepassingen Lees deze handleiding zorgvuldig voordat u dit apparaat gebruikt en bewaar deze voor toekomstige raadpleging. Gebruiksaanwijzing Website met toepassingen INHOUDSOPGAVE Hoe werkt deze handleiding?... 2

Nadere informatie

Hulp krijgen. Systeemberichten. Aanmelden/Afmelden. Pictogrammen op het bedieningspaneel

Hulp krijgen. Systeemberichten. Aanmelden/Afmelden. Pictogrammen op het bedieningspaneel Hulp krijgen Voor informatie/assistentie, raadpleegt u het volgende: Handleiding voor de gebruiker voor informatie over het gebruik van de Xerox 4595. Ga voor online hulp naar: www.xerox.com Klik op de

Nadere informatie

Kopieerhandleiding. Gebruiksaanwijzing

Kopieerhandleiding. Gebruiksaanwijzing Gebruiksaanwijzing Kopieerhandleiding 1 3 4 5 Originelen plaatsen Kopiëren Problemen oplossen Gebruikersinstellingen (Eigenschappen Kopieerapparaat/Document Server) Specificaties Lees deze handleiding

Nadere informatie

Bedieningshandleiding Standaardinstellingen

Bedieningshandleiding Standaardinstellingen Gebruiksaanwijzing Bedieningshandleiding Standaardinstellingen 1 2 3 4 5 6 7 8 9 Het apparaat aansluiten Systeeminstellingen Eigenschappen Kopieerapparaat/Document Server Faxeigenschappen Printereigenschappen

Nadere informatie

Kopiëren via de glasplaat. 1 Plaats het originele document met de bedrukte zijde naar beneden in de linkerbovenhoek van de glasplaat.

Kopiëren via de glasplaat. 1 Plaats het originele document met de bedrukte zijde naar beneden in de linkerbovenhoek van de glasplaat. Naslagkaart Wordt gekopieerd Kopieën maken Snel kopiëren 3 Druk op het bedieningspaneel van de printer op. 4 Als u het document op de glasplaat hebt gelegd, raakt u Finish the Job (Taak voltooien) aan

Nadere informatie

Xerox ColorQube 8700 / 8900 Bedieningspaneel

Xerox ColorQube 8700 / 8900 Bedieningspaneel Bedieningspaneel Beschikbare services kunnen variëren afhankelijk van uw printerinstellingen. Zie de Handleiding voor de gebruiker voor meer informatie over functies en instellingen. 3 5 Ontgrendeling

Nadere informatie

Handleiding instellingen vrijgave van afdrukken

Handleiding instellingen vrijgave van afdrukken Handleiding instellingen vrijgave van afdrukken INHOUDSOPGAVE OVER DEZE HANDLEIDING............................................................................. 2 FUNCTIE AFDRUKVRIJGAVE...........................................................................

Nadere informatie

Handleiding voor afdrukkwaliteit

Handleiding voor afdrukkwaliteit Pagina 1 van 7 Handleiding voor afdrukkwaliteit Veel problemen met de afdrukkwaliteit kunnen worden opgelost door supplies of printeronderdelen te vervangen die bijna het einde van hun levensduur hebben

Nadere informatie

Handleiding Wi-Fi Direct

Handleiding Wi-Fi Direct Handleiding Wi-Fi Direct Eenvoudige installatie via Wi-Fi Direct Problemen oplossen Inhoudsopgave Hoe werken deze handleidingen?... 2 Symbolen in de handleidingen... 2 Disclaimer... 2 1. Eenvoudige installatie

Nadere informatie

Gids Instelling Verzenden

Gids Instelling Verzenden Gids Instelling Verzenden In deze handleiding wordt uitgelegd hoe u de Instel-tool Zendfunctie kunt gebruiken om de machine in te stellen voor het scannen van documenten als e-mails (Verzenden naar e-mail)

Nadere informatie

Xerox ColorQube 9301 / 9302 / 9303 Bedieningspaneel

Xerox ColorQube 9301 / 9302 / 9303 Bedieningspaneel Xerox ColorQube 90 / 90 / 90 Bedieningspaneel Beschikbare services kunnen variëren afhankelijk van uw printerinstellingen. Zie de Handleiding voor de gebruiker voor meer informatie over functies en instellingen.?

Nadere informatie

Printerproblemen oplossen

Printerproblemen oplossen Neem contact op met uw servicevertegenwoordiger als u met de voorgestelde oplossing het probleem niet verhelpt. Taak is niet afgedrukt of de verkeerde tekens zijn afgedrukt. Controleer of Gereed wordt

Nadere informatie

Kopiëren. WorkCentre C2424-kopieerapparaat-printer

Kopiëren. WorkCentre C2424-kopieerapparaat-printer Kopiëren Dit hoofdstuk omvat: Eenvoudige kopieertaken op pagina 3-2 Kopieeropties aanpassen op pagina 3-3 Basisinstellingen op pagina 3-4 Afbeeldingsaanpassingen op pagina 3-9 Aanpassingen aan de positie

Nadere informatie

Handleiding AirPrint. Informatie over AirPrint. Instelprocedure. Afdrukken. Appendix

Handleiding AirPrint. Informatie over AirPrint. Instelprocedure. Afdrukken. Appendix Handleiding AirPrint Informatie over AirPrint Instelprocedure Afdrukken Appendix Inhoud Hoe werken deze handleidingen?... 2 Symbolen in de handleidingen... 2 Disclaimer... 2 1. Informatie over AirPrint

Nadere informatie

Fiery Remote Scan. Verbinden met Fiery servers. Verbinding maken met een Fiery server bij het eerste gebruik

Fiery Remote Scan. Verbinden met Fiery servers. Verbinding maken met een Fiery server bij het eerste gebruik Fiery Remote Scan Met Fiery Remote Scan kunt u scantaken beheren op de Fiery server en de printer vanaf een externe computer. Met Fiery Remote Scan kunt u het volgende doen: Scans starten vanaf de glasplaat

Nadere informatie

BEKNOPTE HANDLEIDING INHOUD. voor Windows Vista

BEKNOPTE HANDLEIDING INHOUD. voor Windows Vista BEKNOPTE HANDLEIDING voor Windows Vista INHOUD Hoofdstuk 1: SYSTEEMVEREISTEN...1 Hoofdstuk 2: PRINTERSOFTWARE INSTALLEREN ONDER WINDOWS...2 Software installeren om af te drukken op een lokale printer...

Nadere informatie

Handleiding instellingen vrijgave van afdrukken

Handleiding instellingen vrijgave van afdrukken Handleiding instellingen vrijgave van afdrukken INHOUDSOPGAVE OVER DEZE HANDLEIDING............................................................................. 2 FUNCTIE AFDRUKVRIJGAVE...........................................................................

Nadere informatie

Handleiding Kopieerapparaat/ Document Server

Handleiding Kopieerapparaat/ Document Server Gebruiksaanwijzing Handleiding Kopieerapparaat/ Document Server 1 3 4 Originelen plaatsen Kopiëren Document Server Bijlage Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u dit apparaat gebruikt en houd

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing Book Copier VL 4222 Deze handleiding is geschreven om u te helpen bij het kopiëren van een boek of een gedeelte daarvan.

Gebruiksaanwijzing Book Copier VL 4222 Deze handleiding is geschreven om u te helpen bij het kopiëren van een boek of een gedeelte daarvan. Gebruiksaanwijzing Book Copier VL 4222 Deze handleiding is geschreven om u te helpen bij het kopiëren van een boek of een gedeelte daarvan. Stap 1 U legt het boek opengeslagen met de pagina s die u wilt

Nadere informatie

Afdrukproblemen. Afdrukkwaliteit

Afdrukproblemen. Afdrukkwaliteit Printerproblemen Een aantal printerproblemen is eenvoudig te verhelpen. Als de printer niet reageert, controleer dan eerst of: de printer is ingeschakeld; het netsnoer is aangesloten op het stopcontact;

Nadere informatie

Installatiehandleiding MF-stuurprogramma

Installatiehandleiding MF-stuurprogramma Nederlands Installatiehandleiding MF-stuurprogramma Cd met gebruikerssoftware.............................................................. 1 Informatie over de stuurprogramma s en de software.............................................

Nadere informatie

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding Gebruikershandleiding Wat kunt u doen met dit apparaat? Snel aan de slag Kopiëren Fax Afdrukken Scannen Document Server Web Image Monitor Papier en toner bijvullen Problemen oplossen Bijlage Informatie

Nadere informatie

Handleiding met informatie

Handleiding met informatie Handleiding met informatie Pagina 1 van 1 Handleiding met informatie Er is een groot aantal handleidingen beschikbaar om u te helpen de MFP en de functies ervan te begrijpen. Met behulp van deze pagina

Nadere informatie

Online Handleiding Start

Online Handleiding Start Online Handleiding Start Klik op "Start". Inleiding Deze handleiding beschrijft de printerfuncties van de e-studio6 multifunctionele digitale systemen. Voor informatie over de volgende onderwerpen raadpleeg

Nadere informatie

Kopiëren...5. Kopieën maken...5. Taakonderbreking...6 Een kopieertaak annuleren en...7. Voorbereiden op het per verzenden...

Kopiëren...5. Kopieën maken...5. Taakonderbreking...6 Een kopieertaak annuleren en...7. Voorbereiden op het per  verzenden... Naslagkaart Inhoudsopgave Kopiëren...5 Kopieën maken...5 Snel kopiëren...5 Kopiëren via de ADF...5 Kopiëren via de glasplaat...5 Taakonderbreking...6 Een kopieertaak annuleren...6 Een kopieertaak annuleren

Nadere informatie

Xerox WorkCentre 7800-serie Bedieningspaneel

Xerox WorkCentre 7800-serie Bedieningspaneel Bedieningspaneel Beschikbare services kunnen variëren afhankelijk van uw printerinstellingen. Zie de Handleiding voor de gebruiker voor meer informatie over functies en instellingen. ABC DEF Menu's GHI

Nadere informatie

Handleiding Icespy MR software

Handleiding Icespy MR software Handleiding Icespy MR software Versie 4.40.04 Wij danken u voor de aanschaf van deze IceSpy producten en adviseren u om deze handleiding goed door te nemen. 2 INHOUDSOPGAVE: 1. Installeren van de software...

Nadere informatie

Handleiding Wi-Fi Direct

Handleiding Wi-Fi Direct Handleiding Wi-Fi Direct Eenvoudige installatie via Wi-Fi Direct Problemen oplossen Appendix Inhoud Hoe werken deze handleidingen?... 2 Symbolen in de handleidingen... 2 Disclaimer... 2 1. Eenvoudige

Nadere informatie

Hier beginnen. Inktcartridges uitlijnen zonder een computer

Hier beginnen. Inktcartridges uitlijnen zonder een computer Hier beginnen Inktcartridges uitlijnen zonder een computer Volg de stappen in de installatiehandleiding om de installatie van de hardware te voltooien. Ga door met de volgende stappen om de afdrukkwaliteit

Nadere informatie

Dick Grooters Raadhuisstraat 296 5683 GM Best tel: 0499-392579 e-mail: [email protected]. Printen en Scannen

Dick Grooters Raadhuisstraat 296 5683 GM Best tel: 0499-392579 e-mail: d.grooters@home.nl. Printen en Scannen Dick Grooters Raadhuisstraat 296 5683 GM Best tel: 0499-392579 e-mail: [email protected] Printen en Scannen Als een nieuwe printer wordt gekocht en onder Windows XP aangesloten zal Windows deze nieuwe

Nadere informatie

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding Gebruikershandleiding Wat kunt u doen met dit apparaat? Snel aan de slag Kopiëren Fax Afdrukken Scannen Document Server Web Image Monitor Papier en toner bijvullen Problemen oplossen Voor informatie die

Nadere informatie

Eenvoudige afdruktaken

Eenvoudige afdruktaken Eenvoudige afdruktaken In dit onderwerp wordt het volgende besproken: "Papier plaatsen in Lade 1 (MPT) voor enkelzijdig afdrukken" op pagina 2-9 "Papier plaatsen in laden 2-5 voor enkelzijdig afdrukken"

Nadere informatie

PRODUCTBESCHRIJVING...

PRODUCTBESCHRIJVING... Naslaghandleiding Inhoudsopgave 1. INLEIDING... 4 INHOUD VAN DE DOOS... 4 STROOMVERBRUIK... 4 PRAKTISCHE TIPS VOOR HET GEBRUIK VAN HET CONTROLEAPPARAAT... 5 2. PRODUCTBESCHRIJVING... 6 FUNCTIES VAN HET

Nadere informatie

Van Dale Elektronisch groot woordenboek versie 4.5 activeren en licenties beheren

Van Dale Elektronisch groot woordenboek versie 4.5 activeren en licenties beheren De nieuwste editie van dit document is altijd online beschikbaar: Activeren en beheren licenties Inhoudsopgave Van Dale Elektronisch groot woordenboek versie 4.5 activeren Automatisch activeren via internet

Nadere informatie

Mobiel Internet Veiligheidspakket

Mobiel Internet Veiligheidspakket Mobiel Internet Veiligheidspakket Gebruikershandleiding Mobiel Internet Veiligheidspakket voor Windows Mobile smartphones Mobiel IVP Windows Mobile Versie 1.0, d.d. 20-07-2011 Inleiding... 3 1 Installatie...

Nadere informatie

DIGITAAL KLEUREN MULTIFUNCTIONEEL SUSTEEM

DIGITAAL KLEUREN MULTIFUNCTIONEEL SUSTEEM MODEL: MX-2301N DIGITAAL KLEUREN MULTIFUNCTIONEEL SUSTEEM Verkorte installatiehandleiding Voordat u de machine gebruikt Functies van de machine en procedures voor het plaatsen van originelen en het laden

Nadere informatie

NETWERKHANDLEIDING. Afdruklogboek op netwerk opslaan. Versie 0 DUT

NETWERKHANDLEIDING. Afdruklogboek op netwerk opslaan. Versie 0 DUT NETWERKHANDLEIDING Afdruklogboek op netwerk opslaan Versie 0 DUT Definities van opmerkingen Overal in deze handleiding gebruiken we de volgende aanduiding: Opmerkingen vertellen u hoe u op een bepaalde

Nadere informatie

De universeellader accepteert papier met de volgende afmetingen: breedte 69,85 mm tot 229 mm. lengte 127 mm tot 355,6 mm

De universeellader accepteert papier met de volgende afmetingen: breedte 69,85 mm tot 229 mm. lengte 127 mm tot 355,6 mm De universeellader is geschikt voor papier van diverse formaten en soorten, zoals transparanten, briefkaarten, memokaarten en enveloppen. Deze lade is handig als u enkelzijdig wilt afdrukken op papier

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing. Website met toepassingen

Gebruiksaanwijzing. Website met toepassingen Gebruiksaanwijzing Website met toepassingen INHOUDSOPGAVE Hoe werkt deze handleiding?... 2 Symbolen in de handleidingen... 2 Disclaimer...3 Opmerkingen...3 Taken die u kunt uitvoeren op de Website met

Nadere informatie

Gids Instelling Verzenden

Gids Instelling Verzenden Gids Instelling Verzenden In deze gids wordt uitgelegd hoe u de functies Verzenden naar e-mail en Opslaan in gedeelde map kunt instellen met behulp van de Instel-tool Zendfunctie en hoe u kunt controleren

Nadere informatie

Inhoudsopgave Uitpakinstructies...1 Voordat u begint...5 Installatie...6 De fles met verzegelingsvloeistof vullen...9

Inhoudsopgave Uitpakinstructies...1 Voordat u begint...5 Installatie...6 De fles met verzegelingsvloeistof vullen...9 Inhoudsopgave 1 Uitpakinstructies...1 Verpakkingsmateriaal verwijderen...3 2 Voordat u begint...5 3 Installatie...6 De documentfeederladen installeren...6 De schuif en opvanglade installeren...7 Zijuitgang...8

Nadere informatie

Toegang tot uw e-mailberichten via internet

Toegang tot uw e-mailberichten via internet Basishandleiding Multrix Outlook Web App 2010 Versie: 24 februari 2011 Toegang tot uw e-mailberichten via internet Handleiding Multrix Outlook Web Access 2010 Voorblad Inhoudsopgave 1 Inloggen...3 2 Veelgebruikte

Nadere informatie

Gebruikershandleiding voor gegevensoverdracht van camera naar camera

Gebruikershandleiding voor gegevensoverdracht van camera naar camera Canon Digitale Camera Gebruikershandleiding voor gegevensoverdracht van camera naar camera Inhoudsopgave Inleiding....................................... Beelden overbrengen via een draadloze verbinding.....

Nadere informatie

Speciale afdrukmethoden en - materialen

Speciale afdrukmethoden en - materialen Speciale afdrukmethoden en - materialen In deze sectie komen de volgende onderwerpen aan de orde: Automatisch dubbelzijdig afdrukken zie pagina 16. Handmatig dubbelzijdig afdrukken zie pagina 19. Transparanten

Nadere informatie

Installatiehandleiding

Installatiehandleiding FAX-2820 FAX-2920 U moet eerst alle hardware instellen, pas dan kunt u de machine gebruiken. Lees deze Installatiehandleiding voor instructies over de correcte opstelling van deze machine. Installatiehandleiding

Nadere informatie

Uw gebruiksaanwijzing. HP LASERJET 4050 http://nl.yourpdfguides.com/dref/901693

Uw gebruiksaanwijzing. HP LASERJET 4050 http://nl.yourpdfguides.com/dref/901693 U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de in de gebruikershandleiding (informatie, specificaties, veiligheidsaanbevelingen,

Nadere informatie

Software-installatiehandleiding

Software-installatiehandleiding Software-installatiehandleiding In deze handleiding wordt uitgelegd hoe u de software via een USB- of netwerkverbinding installeert. Netwerkverbinding is niet beschikbaar voor de modellen SP 200/200S/203S/203SF/204SF.

Nadere informatie

Waarschuwingen. Het onderstaande symbool geeft belangrijke of nuttige informatie aan die u in gedachte dient te houden.

Waarschuwingen. Het onderstaande symbool geeft belangrijke of nuttige informatie aan die u in gedachte dient te houden. De onderstaande symbolen worden in de handleiding en op het apparaat zelf gebruikt als waarschuwing. Hiermee wordt getoond hoe het product veilig en correct wordt gebruikt om persoonlijk letsel aan u en

Nadere informatie

Opmerking: Zorg ervoor dat het formaat van het origineel en het kopieerpapier hetzelfde zijn. Zo voorkomt u dat een afbeelding wordt bijgesneden.

Opmerking: Zorg ervoor dat het formaat van het origineel en het kopieerpapier hetzelfde zijn. Zo voorkomt u dat een afbeelding wordt bijgesneden. Pagina 1 van 5 Snel kopiëren 1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de ADF-lade of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat. Opmerkingen:

Nadere informatie

8.13 Windows Hulp op afstand

8.13 Windows Hulp op afstand 1 8.13 Windows Hulp op afstand Misschien heeft u een probleem dat u zelf niet kunt oplossen, maar is één van uw (klein)kinderen of kennissen erg handig met computers. Dan kunt u natuurlijk telefonisch

Nadere informatie

Kopieer-/Document Serverhandleiding

Kopieer-/Document Serverhandleiding Gebruiksaanwijzing Kopieer-/Document Serverhandleiding 1 3 4 Originelen plaatsen Kopiëren Document Server Bijlage Lees deze handleiding aandachtig door voor u deze machine in gebruik neemt en bewaar de

Nadere informatie

Faxhandleiding. Gebruiksaanwijzing

Faxhandleiding. Gebruiksaanwijzing Gebruiksaanwijzing Faxhandleiding 1 2 3 4 5 6 Verzending Verzendinstellingen Ontvangst Informatie over de communicatie wijzigen/controleren Faxen via de computer Bijlage Lees deze handleiding aandachtig

Nadere informatie

Sharpdesk Mobile V1.1 Gebruikershandleiding

Sharpdesk Mobile V1.1 Gebruikershandleiding Sharpdesk Mobile V1.1 Gebruikershandleiding Voor de iphone SHARP CORPORATION April 27, 2012 1 Inhoudsopgave 1 Overzicht... 3 2 Ondersteunde besturingssystemen... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 3 Installatie

Nadere informatie

Handleiding. Outlook Web App 2010 - CLOUD. Versie: 22 oktober 2012. Toegang tot uw e-mailberichten via internet

Handleiding. Outlook Web App 2010 - CLOUD. Versie: 22 oktober 2012. Toegang tot uw e-mailberichten via internet Handleiding Outlook Web App 2010 - CLOUD Versie: 22 oktober 2012 Toegang tot uw e-mailberichten via internet Handleiding Multrix Outlook Web App 2010 - CLOUD Voorblad Inhoudsopgave 1 Inleiding...3 2 Inloggen...4

Nadere informatie

Outlook Web App 2010 XS2office

Outlook Web App 2010 XS2office Handleiding Outlook Web App 2010 XS2office Toegang tot uw contacten, adressen en e-mail berichten via internet XS2office Versie: 22 juli 2014 Helpdesk: 079-363 47 47 Handleiding OWA Helpdesk: 079-363 47

Nadere informatie

Voor alle printers moeten de volgende voorbereidende stappen worden genomen: Stappen voor snelle installatie vanaf cd-rom

Voor alle printers moeten de volgende voorbereidende stappen worden genomen: Stappen voor snelle installatie vanaf cd-rom Windows NT 4.x In dit onderwerp wordt het volgende besproken: "Voorbereidende stappen" op pagina 3-24 "Stappen voor snelle installatie vanaf cd-rom" op pagina 3-24 "Andere installatiemethoden" op pagina

Nadere informatie

Installatiehandleiding software

Installatiehandleiding software Installatiehandleiding software In deze handleiding wordt uitgelegd hoe u de software via een USB- of netwerkverbinding installeert. Netwerkverbinding is niet beschikbaar voor de modellen SP 200/200S/203S/203SF/204SF.

Nadere informatie

Scannerhandleiding. Gebruiksaanwijzing

Scannerhandleiding. Gebruiksaanwijzing Gebruiksaanwijzing Scannerhandleiding 1 2 3 4 5 6 7 Het versturen van een scanbestand per e-mail Scanbestanden naar mappen verzenden Bestanden opslaan met de scanfunctie Scanbestanden bezorgen Originelen

Nadere informatie

ABCDE ABCDE ABCDE. Handleiding voor afdrukkwaliteit. Problemen met afdrukkwaliteit opsporen. Onregelmatigheden in de afdruk

ABCDE ABCDE ABCDE. Handleiding voor afdrukkwaliteit. Problemen met afdrukkwaliteit opsporen. Onregelmatigheden in de afdruk Pagina 1 van 8 Handleiding voor afdrukkwaliteit U kunt veel problemen met de afdrukkwaliteit verhelpen door supplies of printeronderdelen te vervangen die bijna het einde van hun levensduur hebben bereikt.

Nadere informatie

Webservices gebruiken om op het netwerk te scannen (Windows Vista SP2 of recenter, Windows 7 en Windows 8)

Webservices gebruiken om op het netwerk te scannen (Windows Vista SP2 of recenter, Windows 7 en Windows 8) Webservices gebruiken om op het netwerk te scannen (Windows Vista SP2 of recenter, Windows 7 en Windows 8) Met het Webservices-protocol kunnen gebruikers van Windows Vista (SP2 of recenter), Windows 7

Nadere informatie