Bedieningshandleiding Standaardinstellingen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Bedieningshandleiding Standaardinstellingen"

Transcriptie

1 Gebruiksaanwijzing Bedieningshandleiding Standaardinstellingen Het apparaat aansluiten Systeeminstellingen Eigenschappen Kopieerapparaat/Document Server Faxeigenschappen Printereigenschappen Scannereigenschappen Adressen en gebruikers registreren voor fax-/scannerfuncties Andere gebruikersinstellingen Bijlage Lees deze handleiding aandachtig door voor u deze machine in gebruik neemt en bewaar de handleiding op een handige plaats voor latere naslag. Lees voor een veilig en correct gebruik van het apparaat eerst de Veiligheidsinformatie in Over dit apparaat.

2 Inleiding Deze handleiding bevat gedetailleerde aanwijzingen over de bediening en opmerkingen over het gebruik van dit apparaat. Voor uw veiligheid en ter ondersteuning raden wij aan deze handleiding goed door te lezen voordat u het apparaat gebruikt. Bewaar deze handleiding op een handige plaats zodat u snel gegevens kunt opzoeken. Belangrijk De inhoud van deze handleiding kan zonder kennisgeving worden veranderd. In geen geval is de producent/leverancier aansprakelijk voor directe, indirecte, speciale, incidentele schade of bedrijfsschade als gevolg van het hanteren of bedienen van het apparaat. Opmerkingen: Sommige illustraties wijken mogelijk iets af van hetgeen u op uw apparaat ziet. In sommige landen zijn bepaalde opties mogelijk niet verkrijgbaar. Neem voor details hierover contact op met uw plaatselijke leverancier. Afhankelijk van het land waarin u zich bevindt, kunnen sommige units optioneel zijn. Neem voor details hierover contact op met uw plaatselijke leverancier. Opmerkingen: De modelnamen van de apparaten staan niet vermeld op de volgende pagina s. Controleer het type van uw apparaat voordat u deze handleiding leest. Type 1: 35 kopieën/minuut (A4K, 8 1 / 2 " 11"K) Type 2: 45 kopieën/minuut (A4K, 8 1 / 2 " 11"K) In sommige landen zijn bepaalde typen mogelijk niet verkrijgbaar. Neem voor details hierover contact op met uw plaatselijke leverancier. Deze gebruiksaanwijzing voorziet in twee maatsystemen. Gebruik de metrische maten voor dit apparaat.

3 Handleidingen voor dit apparaat Verwijzen naar de handleidingen die betrekking hebben op hetgene dat u met het apparaat wilt doen. Over dit apparaat Lees de Veiligheidsinformatie in deze handleiding voordat u het apparaat gaat gebruiken. Deze handleiding geeft een inleiding op de functies van het apparaat. Het geeft tevens uitleg over het bedieningspaneel, voorbereidende procedures voor het gebruik van het apparaat, hoe u tekst kunt invoeren en hoe u de meegeleverde cd-roms moet installeren. Bedieningshandleiding Standaardinstellingen Geeft uitleg over gebruikersinstellingen en adresboekprocedures zoals het opslaan van faxnummers, adressen en gebruikerscodes. Wij verwijzen u tevens naar deze handleiding voor uitleg over het aansluiten van het apparaat. Problemen oplossen Geeft aanwijzingen over hoe u algemene problemen kunt oplossen en legt uit hoe u papier, toner, nietjes en andere verbruiksartikelen kunt vervangen. Veiligheidsinformatie Deze handleiding is bedoeld voor beheerders van het apparaat. In de handleiding worden de beveiligingsfuncties uitgelegd die de beheerders kunnen gebruiken om te voorkomen dat er wordt geknoeid met de gegevens of om het apparaat te beschermen tegen onrechtmatig gebruik. Raadpleeg deze handleiding ook voor procedures voor het registreren van beheerders en het instellen van gebruikers- en beheerderstoegang. Kopieer-/Document Server-handleiding Geeft uitleg over functies en bewerkingen van het Kopieerapparaat en de Document Server. Wij verwijzen u tevens naar deze handleiding voor uitleg over het plaatsen van originelen. Faxhandleiding Geeft uitleg over Faxfuncties en -bewerkingen. Printerhandleiding Geeft uitleg over Printerfuncties en -bewerkingen. Scannerhandleiding Geeft uitleg over Scannerfuncties en -bewerkingen. Netwerkhandleiding Geeft uitleg over hoe u het apparaat in een netwerkomgeving configureert en bedient en hoe u de meegeleverde software moet gebruiken. Deze handleiding beslaat alle modellen en bevat beschrijvingen van functies en instellingen die mogelijk niet op dit apparaat beschikbaar zijn. Afbeeldingen, illustraties en informatie over bedieningssystemen die worden ondersteund kunnen enigszins afwijken van die van dit apparaat. i

4 Overige handleidingen Handleidingen voor dit apparaat Veiligheidsinformatie Verkorte Kopieerhandleiding Verkorte Faxhandleiding Verkorte Printerhandleiding Verkorte Scanhandleiding PostScript3 Supplement UNIX Supplement Handleidingen voor DeskTopBinder Lite DeskTopBinder Lite Installatiehandleiding DeskTopBinder Introductiehandleiding Handleiding Auto Document Link Opmerking De meegeleverde handleidingen zijn specifiek voor alle apparaattypes. U moet Adobe Acrobat Reader/Adobe Reader op uw pc geïnstalleerd hebben om de handleidingen in PDF-formaat te kunnen bekijken. Bezoek onze website of neem contact op met een erkende leverancier voor het UNIX Supplement. Het PostScript3 Supplement en UNIX Supplement bevatten beschrijvingen van functies die op dit apparaat mogelijk niet beschikbaar zijn. ii

5 INHOUDSOPGAVE Handleidingen voor dit apparaat...i Gebruik van deze handleiding...1 Symbolen...1 Bedieningspaneel...2 Gebruikersinstellingen openen...3 Standaardinstellingen wijzigen...3 Gebruikersinstellingen afsluiten...4 Menu beveiligen Het apparaat aansluiten Aansluiten op de interfaces...5 Aansluiten op de Ethernet-interface...6 Aansluiten op de USB-interface...8 Aansluiten op de IEEE 1394-interface...9 Aansluiten op de IEEE 1284-interface...10 Aansluiten op de IEEE b (draadloos LAN)-interface...11 Netwerkinstellingen...14 Instellingen die nodig zijn voor het gebruik van de Printer/LAN-fax...14 Vereiste instellingen voor het gebruik van internetfax...17 Vereiste instellingen voor het gebruik van de functie...22 Vereiste instellingen om de functie Scan to Folder te gebruiken...26 Vereiste instellingen voor het gebruik van de netwerkbezorgingsscanner...29 Vereiste instellingen voor het gebruik van de netwerk-twain-scanner...32 Instellingen die nodig zijn voor gebruik van de Document Server...35 Voorzieningen gebruiken om netwerkinstellingen te maken...38 Het apparaat aansluiten op een telefoonlijn en telefoon...49 De telefoonlijn aansluiten...49 Het lijntype selecteren Systeeminstellingen Algemene functies...51 Instellingen voor uitvoerlade...54 Papierlade-instellingen...55 Timer instellingen...62 Interface-instellingen...65 Netwerk...65 Parallelle interface...69 IEEE IEEE b...72 Lijst afdrukken...73 Bestandsoverdracht...75 Beheerderinstellingen...82 LDAP-server programmeren/wijzigen/verwijderen...91 De LDAP-server programmeren...92 iii

6 3. Eigenschappen Kopieerapparaat/Document Server Algemene functies...97 Reproductiefactor Bewerken Stempel Achtergrondnummering Vooraf ingestelde stempel Gebr.stempel Datumstempel Paginanummering Invoer/uitvoer Kleurafbeelding aanpassen Instellingen voor Document Server Faxeigenschappen Algemene functies Scaninstellingen Verzendinstellingen Ontvangstmodus Oorspronkelijke instellingen Instellingen ontvangstbestanden Ontvangstrapport Scanformaat programmeren/wijzigen/wissen Een scanformaat verwijderen Faxinformatie registreren Faxinformatie registreren Faxinformatie wijzigen Faxinformatie verwijderen Doorzenden Een eindontvanger programmeren De doorzendfunctie verlaten Doorzendteken Parameterinstell De gebruikersparameters wijzigen iv

7 Bijzondere afzender die anders moeten worden behandeld Geautoriseerde ontvangst Ontvangstbestand afdrukhoeveelheid Doorzenden zijdig afdrukken Geheugenbeveiliging Papierlade Bijzondere afzender programmeren/wijzigen Geautoriseerde RX (Geautoriseerde ontvangst) Afdrukkwaliteit ontvangstbestand Doorzenden zijdig afdrukken Geheugenbeveiliging Papierlade per afzender Aanvankelijke set-up van een bijzondere afzender programmeren Een bijzondere afzender verwijderen Boxinstellingen Persoonlijke boxen programmeren/wijzigen Persoonlijke boxen verwijderen Informatieboxen programmeren/wijzigen Informatieboxen verwijderen Doorzendboxen programmeren/wijzigen Doorzendboxen verwijderen De boxlijst afdrukken Printereigenschappen Proefafdruk De configuratiepagina afdrukken Onderhoud Systeem Host Interface PCL-menu PS Menu PDF Menu Scannereigenschappen Algemene instellingen Scaninstellingen Verzendinstellingen v

8 7. Adressen en gebruikers registreren voor fax-/scannerfuncties Adresboek Namen beheren in het adresboek Fax verzenden met snelkiezen verzenden met snelkiezen Gescande bestanden rechtstreeks naar een gedeelde map verzenden Voorkomen dat een niet-geautoriseerde gebruiker toegang heeft tot gedeelde mappen van het apparaat Gebruikers en het gebruik van het apparaat beheren Namen registreren Namen registreren Een geregistreerde naam wijzigen Een geregistreerde naam verwijderen Verificatie-informatie Een gebruikerscode registreren Een gebruikerscode wijzigen Een gebruikerscode verwijderen De teller weergeven voor elke gebruiker De teller afdrukken voor elke gebruiker De teller voor alle gebruikers afdrukken Het aantal afdrukken wissen Faxbestemming Faxbestemming IP-faxbestemming bestemming Een bestemming registreren Een bestemming wijzigen Een bestemming verwijderen Mappen registreren SMB gebruiken om verbinding te maken FTP gebruiken om verbinding te maken NCP gebruiken voor het verbinden Namen in een groep registreren Een groep registreren Namen in een groep registreren Een groep toevoegen aan een andere groep Namen weergeven die in een groep zijn geregistreerd Een naam verwijderen uit een groep Een groep in een andere groep verwijderen Een Groepsnaam wijzigen Een groep verwijderen Een beveiligingscode registreren Een beveiligingscode voor een enkele gebruiker registreren Een beveiligingscode voor een groep gebruikers registreren SMTP en LDAP verificatie registreren SMTP-verificatie LDAP-verificatie vi

9 8. Andere gebruikersinstellingen Onderhoud De taal van het display wijzigen Informatie Teller De teller voor Totaal weergegeven Bijlage Specificaties voor de hoofdeenheid Specificaties voor opties Informatie over geïnstalleerde software expat NetBSD Sablotron JPEG LIBRARY SASL MD MD Samba(Ver 3.0.4) RSA BSAFE Open SSL Open SSH Open LDAP INDEX vii

10 viii

11 Gebruik van deze handleiding Symbolen In deze handleiding worden de volgende symbolen gebruikt: Duidt belangrijke veiligheidsvoorschriften aan. Het negeren van deze voorschriften kan leiden tot ernstige verwondingen of overlijden. Lees altijd de voorschriften. Ze staan in het hoofdstuk Veiligheidsinformatie van Over dit apparaat. Duidt belangrijke veiligheidsvoorschriften aan. Het negeren van deze voorschriften kan leiden tot middelmatige of lichte verwondingen, of schade aan het apparaat of eigendommen. Lees altijd de voorschriften. Ze staan in het hoofdstuk Veiligheidsinformatie van Over dit apparaat. Duidt aan dat u moet opletten als u het apparaat gebruikt, en signaleert waarschijnlijke oorzaken voor papierstoringen, schade aan originelen, of verlies van gegevens. Lees altijd deze uitleg. Geeft extra uitleg over de apparaatfuncties en instructies voor het oplossen van gebruikersfouten. Dit symbool staat aan het einde van secties. Het geeft aan waar u verdere relevante informatie kunt vinden. [ ] Geeft de namen van toetsen aan die verschijnen op het bedieningspaneel van het apparaat. { } Geeft de namen van toetsen aan op het bedieningspaneel van het apparaat. 1

12 Bedieningspaneel Op het display worden de status van het apparaat, foutberichten en functiemenu s weergegeven. De weergegeven functie-items dienen als keuzetoetsen. U kunt deze items kiezen of selecteren door kort op uw keuze te drukken. Als u een item op het display kiest of selecteert, wordt het als volgt gemarkeerd. Toetsen die er als volgt uitzien, kunnen niet worden gebruikt. Belangrijk Een schok of stoot van meer dan 30 N (ca. 3 kgf) kan het display beschadigen. Om het volgende scherm weer te geven drukt u op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller} om het menu Gebruikersinstellingen en daarna op [Systeeminstellingen]. Met het menuscherm Systeeminstellingen als voorbeeld geeft dit gedeelte uitleg over hoe u het bedieningspaneel van het apparaat moet gebruiken. NL AQT001S 1. De menutabbladen voor diverse instellingen verschijnt. Om de instelling weer te geven die u wilt opgeven of wijzigen, drukt u op het betreffende menutabblad. 2. Een lijst met instellingen verschijnt. Om een instelling op te geven of te wijzigen drukt u op de betreffende toets in de lijst. 3. Druk hierop om het menu Gebruikersinstellingen af te sluiten. 2

13 Gebruikersinstellingen openen Met Gebruikersinstellingen kunt u standaardwaarden wijzigen of instellen. Opmerking Bewerkingen voor de systeeminstellingen wijken af van de gewone bewerkingen. Verlaat Gebruikersinstellingen altijd als u klaar bent. Elke wijziging die u aanbrengt met Gebruikersinstellingen blijft effectief, zelfs als de hoofdschakelaar of de bedrijfsschakelaar wordt uitgeschakeld of als u op de toets {Energiespaarstand} of {Instellingen verwijderen} drukt. Standaardinstellingen worden vetgedrukt getoond. Verwijzing Pag.4 Gebruikersinstellingen afsluiten Standaardinstellingen wijzigen Dit gedeelte beschrijft hoe u de instellingen van Gebruikersinstellingen kunt wijzigen. Belangrijk Als Beheerderverificatiebeheer is opgegeven, neem dan contact op met uw beheerder. A Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. AQT005S B Selecteer het menu. Om de Systeeminstellingen te wijzigen, drukt u op [Systeeminstellingen]. Om de Kopieer-/Document Server-eigenschappen te wijzigen, drukt u op [Kopieerapp./Doc. Server-eigensch.]. Om de Faxeigenschappen te wijzigen, drukt u op [Faxeigenschappen]. Om de Printereigenschappen te wijzigen, drukt u op [Printereigensch.]. Om de Scannereigenschappen te wijzigen, drukt u op [Scannereigensch.]. Om de kleurregistratie of -gradatie aan te passen, drukt u op [Onderhoud]. Om de taal te wijzigen die op het display wordt gebruikt, drukt u op [Français]. Om de telefoonnummers te controleren die u moet bellen voor reparaties of voor het bestellen van verbruiksartikelen, drukt u op [Informatie]. Om de teller te controleren, drukt u op [Teller]. 3

14 C Selecteer de gebruikerseigenschap die u wilt wijzigen. D Wijzig de instellingen door de instructies op het display te volgen en druk vervolgens op [OK]. Opmerking Als u de wijzigingen in de instellingen ongedaan wilt maken en wilt terugkeren naar het beginscherm, drukt u op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. Verwijzing Pag.51 Systeeminstellingen Pag.97 Eigenschappen Kopieerapparaat/Document Server Pag.129 Faxeigenschappen Pag.195 Printereigenschappen Pag.209 Scannereigenschappen Pag.287 Andere gebruikersinstellingen Gebruikersinstellingen afsluiten Dit gedeelte beschrijft hoe u Gebruikersinstellingen kunt afsluiten. A Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. AQT005S Opmerking U kunt Gebruikersinstellingen ook afsluiten door op [Afsluiten] te drukken. Menu beveiligen Met Menu beveiligen kunt u voorkomen dat niet-geverifieerde gebruikers de Gebruikersinstellingen kunnen wijzigen. Menu beveiligen kan worden ingesteld voor ieder onderstaand gebruikersinstellingenmenu. Eigenschappen Kopieerapparaat/Document Server Faxeigenschappen Printereigenschappen Scannereigenschappen Neem voor meer informatie contact op met uw beheerder. 4

15 1. Het apparaat aansluiten Dit hoofdstuk beschrijft hoe u het apparaat moet aansluiten op het netwerk en hoe u de netwerkinstellingen moet instellen. Aansluiten op de interfaces Dit gedeelte legt uit hoe u de interface van het apparaat kunt identificeren en hoe u het apparaat aansluit volgens de netwerkomgeving. NL AQT002S 1. IEEE 1394-poorten (optioneel) Poorten voor het aansluiten van de IEEE 1394-interfacekabel 2. USB2.0-poort Poort voor het aansluiten van de USB2.0- interfacekabel 3. 10BASE-T/100BASE-TX-poort Poort voor het aansluiten van de 10BASE-T- of 100BASE-TX-kabel 4. IEEE 1284-poort (optioneel) Poort voor het aansluiten van de IEEE 1284-interfacekabel 5. Draadloos LAN-poort (optioneel) Poort voor het gebruik van het draadloos LAN Opmerking Het is onmogelijk twee of meer van de onderstaande opties te installeren: IEEE 1394-interfacekaart, IEEE interfacekaart, IEEE b draadloos LAN. 5

16 Het apparaat aansluiten Aansluiten op de Ethernet-interface 1 Sluit 10BASE-T- of 100BASE-TX-kabel aan op de Ethernet-interface. Belangrijk Als de hoofdstroom is ingeschakeld, schakel deze dan uit. A Een ferrieten kern voor de Ethernet-kabel wordt bij dit apparaat geleverd. Maak een lus in de kabel van circa 3 cm (1,2 inch) (A) van het apparaateinde van de kabel. Sluit de ferrieten kern aan. AEV047S B Zorg ervoor dat de hoofdstroomschakelaar van het apparaat is uitgeschakeld. C Sluit de Ethernet-interfacekabel aan op de 10BASE-T/100BASE-TX-poort. AQS015S D Sluit het andere uiteinde van de Ethernetkabel aan op een aansluitapparaat van het netwerk, bijvoorbeeld een hub. 6

17 Aansluiten op de interfaces E Schakel de hoofdschakelaar van het apparaat in. 1 AME005S A Lampje (groen) Groen licht brandt als het apparaat correct op het netwerk is aangesloten. B Lampje (geel) Geel licht brandt wanneer 100BASE-TX in bedrijf is. Gaat uit wanneer 10BASE-T in bedrijf is. Opmerking Voor meer informatie over het installeren van het printerstuurprogramma verwijzen wij u naar Printerhandleiding. Verwijzing Over dit apparaat Printerhandleiding 7

18 Het apparaat aansluiten Aansluiten op de USB-interface 1 Sluit de USB2.0-interfacekabel aan op de USB2.0-poort. A Sluit de USB2.0-interfacekabel aan op de USB2.0-poort. AQS014S B Sluit het andere uiteinde aan op de USB2.0-poort van de hostcomputer. Opmerking Dit apparaat wordt niet geleverd met een USB-interfacekabel. Zorg ervoor dat u de juiste kabel koopt voor het apparaat en uw computer. De USB2.0-interfacekaart wordt ondersteund door Windows Me / 2000 / XP, Windows Server 2003, Mac OS X of hoger. Voor Windows Me: Installeer USB-afdruksupport. In combinatie met Windows Me is alleen een snelheid mogelijk die gelijk is aan die van USB1.1. Voor Mac OS: Om Macintosh te kunnen gebruiken, moet het apparaat zijn uitgerust met de optionele PostScript 3-eenheid. In combinatie met Mac OS X of hoger wordt een overdrachtssnelheid van USB2.0 ondersteund. Voor meer informatie over het installeren van het printerstuurprogramma verwijzen wij u naar Printerhandleiding. Verwijzing Printerhandleiding 8

19 Aansluiten op de interfaces Aansluiten op de IEEE 1394-interface De IEEE 1394-interfacekabel op de IEEE 1394-interfacekaart aansluiten. A De IEEE 1394-interfacekabel op de IEEE 1394-poort aansluiten. 1 AQS016S B Sluit het andere uiteinde van de kabel aan op de interfaceconnector op de hostcomputer. Controleer de vorm van de connector met de computer. Sluit de kabel goed aan. Opmerking Gebruik de interfacekabel aan die wordt geleverd bij de IEEE 1394-interfacekaart. Er zijn twee interfacepoorten beschikbaar voor het aansluiten van de IEEE 1394-interfacekabel. U kunt een van beide poorten gebruiken. Voor meer informatie over het installeren van het printerstuurprogramma verwijzen wij u naar Printerhandleiding. Verwijzing Over dit apparaat Printerhandleiding 9

20 Het apparaat aansluiten Aansluiten op de IEEE 1284-interface 1 De IEEE 1284-interfacekabel op de IEEE 1284-interfacekaart aansluiten. A Zorg ervoor dat de hoofdstroomschakelaar op het apparaat is uitgeschakeld. B Schakel de hoofdstroomschakelaar van de hostcomputer uit. C De IEEE 1284-interfacekabel op de IEEE 1284-poort aansluiten. AQS017S Gebruik de conversieconnector (1) die bij de IEEE 1284-interfacekaart wordt geleverd. D Sluit het andere uiteinde van de kabel aan op de interfaceconnector op de hostcomputer. Controleer de vorm van de connector met de computer. Sluit de kabel goed aan. E Schakel de hoofdschakelaar van het apparaat in. F Schakel de hostcomputer in. In combinatie met Windows 95/98/Me/2000/XP en Windows Server 2003 kan er een installatiescherm voor het printerstuurprogramma verschijnen bij het inschakelen van de computer. Als dit gebeurt, klik dan op [Annuleren] in het scherm. Opmerking Voor meer informatie over het installeren van het printerstuurprogramma verwijzen wij u naar Printerhandleiding. Verwijzing Over dit apparaat Printerhandleiding 10

21 Aansluiten op de interfaces Aansluiten op de IEEE b (draadloos LAN)-interface Aansluiten op de IEEE b (draadloos LAN)-interface. Opmerking Controleer de instellingen van het IPv4-adres en het subnetmasker van dit apparaat. Voor informatie over het instellen van het IPv4-adres en subnetmasker van het bedieningspaneel van het apparaat, raadpleegt u Interface-instellingen. 1 Verwijzing Pag.65 Netwerk Installatieprocedure Installeer IEEE b (draadloos LAN) volgens de onderstaande procedure: 11

22 Het apparaat aansluiten 1 Opmerking Selecteer [ Ad-hoc modus]-modus wanneer u Windows XP als een draadloze LAN-client aansluit met het standaardstuurprogramma of de voorzieningen van Windows XP, of als u de infrastructuurmodus niet gebruikt. U kunt voor de beveiligingsmethode WEP of WPA opgeven. Geef WPA op wanneer [Communicatiemodus] is ingesteld op [Infrastructuurmodus]. Voor informatie over het opgeven van draadloze LAN-instellingen van het bedieningspaneel van het apparaat, raadpleegt u IEEE b. Voor informatie over het opgeven van draadloze LAN-instellingen anders dan die van het bedieningspaneel van het apparaat, raadpleegt u Voorzieningen gebruiken om netwerkinstellingen te maken. Voor informatie over de instellingsitems, raadpleegt u IEEE b. Verwijzing Pag.72 IEEE b Pag.38 Voorzieningen gebruiken om netwerkinstellingen te maken Controleer de verbinding Controleer de draadloze LAN-verbinding. Zorg ervoor dat de LED van de IEEE b-interface-eenheid brandt. Bij gebruik van infrastructuurmodus 1 2 ZGDH600J 1. Als [Type LAN] op het [Interface instellingen] / [Netwerk]-scherm niet is ingesteld op [IEEE b], dan brandt het niet, zelfs niet als de hoofdspanning is ingeschakeld. 2. Als het correct is aangesloten op het netwerk, dan brandt de LED groen in infrastructuurmodus. Als de LED knippert, dan zoekt het apparaat naar apparaten. 12

23 Aansluiten op de interfaces Bij gebruik van adhoc-modus / ad-hoc-modus Als de IEEE b-interface-eenheid werkt, dan brandt de LED oranje. 2. Als het correct is aangesloten op het netwerk, dan brandt de LED groen in ad-hoc- of ad-hoc-modus. Als de LED knippert, dan zoekt het apparaat naar apparaten. De LED gaat na een paar seconden branden. Druk de configuratiepagina af om instellingen te controleren. Opmerking Voor meer informatie over het afdrukken van een configuratiepagina, zie Afdruklijst. Verwijzing Pag.196 De configuratiepagina afdrukken ZGDH600J Het signaal controleren Bij gebruik van het apparaat in de infrastructuurmodus kunt u de radiogolvenstatus van het apparaat controleren met behulp van het bedieningspaneel. A Druk op [Systeeminstellingen]. B Druk op [Interface instellingen]. C Druk op [IEEE b]. D Druk op [Signaal wireless LAN]. De radiogolvenstatus van het apparaat verschijnt. E Na de controle van de radiogolvenstatus drukt u op [Afsluiten]. F Druk op de {Gebruikersinstellingen/Teller}-toets om terug te keren naar het menu Gebruikersinstellingen/Teller/Informatie. Opmerking Om de radiogolvenstatus te controleren, drukt u op [IEEE b] onder [Type LAN] in Netwerkmenu van Interface-instelling. Verwijzing Pag.38 Voorzieningen gebruiken om netwerkinstellingen te maken Pag.72 IEEE b 13

24 Het apparaat aansluiten Netwerkinstellingen 1 Dit gedeelte beschrijft de netwerkinstellingen die u kunt wijzigen met Gebruikersinstellingen (systeeminstellingen). Maak instellingen al naargelang functies die u wilt gebruiken en de interface die moet worden aangesloten. Belangrijk Deze instellingen dienen te worden gemaakt door de systeembeheerder of met advies van de systeembeheerder. Instellingen die nodig zijn voor het gebruik van de Printer/LAN-fax Dit gedeelte geeft de instellingen die nodig zijn voor het gebruik van de printerof LAN-faxfunctie. Ethernet Dit gedeelte geeft de instellingen die nodig zijn voor het gebruik van de printerof LAN-faxfunctie met een Ethernet-verbinding. Voor details over hoe u de functie moet gebruiken, zie Interface-instellingen. Menu Gebruikersinstellingen Instellingsvereisten Interface-instellingen/Netwerk IPv4-adres apparaat Noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk IPv4 Gateway-adres Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Apparaat IPv6 adres Als vereist Interface-instellingen/Netwerk IPv6 Gateway-adres Als vereist Interface-instellingen/Netwerk IPv6 Staatloze automatische adresconfiguratie Als vereist Interface-instellingen/Netwerk DNS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/Netwerk DDNS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Domeinnaam Als vereist Interface-instellingen/Netwerk WINS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Effectief protocol Noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk NCP-bezorgingsprotocol Als vereist Interface-instellingen/Netwerk NW-frametype Als vereist Interface-instellingen/Netwerk SMB-computernaam Als vereist Interface-instellingen/Netwerk SMB-werkgroep Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Ethernet-snelheid Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Type LAN Noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk SNMPv3-communicatie toestaan Als vereist 14

25 Netwerkinstellingen Menu Gebruikersinstellingen Instellingsvereisten Interface-instellingen/Netwerk SSL- / TLS-communicatie toestaan Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Hostnaam Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Apparaatnaam Als vereist Opmerking IPv6 kan alleen worden gebruikt voor de printerfunctie. Controleer voor Effectief protocol of het protocol dat u wilt gebruiken is ingesteld op [Actief]. [Type LAN] wordt weergegeven wanneer de draadloze LAN-kaart is geïnstalleerd. Als Ethernet en IEEE b (draadloos LAN) zijn aangesloten, dan heeft de geselecteerde interface voorrang. 1 Verwijzing Pag.65 Interface-instellingen IEEE 1394 (IPv4 boven 1394) Dit gedeelte biedt een overzicht van de instellingen die nodig zijn voor het gebruik van de printer- of LAN-faxfunctie met een IEEE 1394-verbinding. Voor details over hoe u de functie moet gebruiken, zie Interface-instellingen. Menu Gebruikersinstellingen Instellingsvereisten Interface-instellingen/IEEE 1394 IPv4-adres Noodzakelijk Interface-instellingen/IEEE 1394 DDNS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/IEEE 1394 Hostnaam Als vereist Interface-instellingen/IEEE 1394 Domeinnaam Als vereist Interface-instellingen/IEEE 1394 WINS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/IEEE 1394 IPv4 over 1394 Noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk IPv4 Gateway-adres Als vereist Interface-instellingen/Netwerk DNS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Effectief protocol Noodzakelijk Opmerking [IEEE1394] verschijnt als de IEEE 1394-interfacekaart is geïnstalleerd. Controleer voor Effectief protocol of het protocol dat u wilt gebruiken is ingesteld op [Actief]. Verwijzing Pag.65 Interface-instellingen 15

26 Het apparaat aansluiten IEEE b (draadloos LAN) 1 Dit gedeelte biedt een overzicht van de instellingen die nodig zijn voor het gebruik van de printer- of LAN-faxfunctie met een IEEE b-verbinding (draadloos LAN). Voor details over hoe u de functie moet gebruiken, zie Interface-instellingen. Menu Gebruikersinstellingen Instellingsvereisten Interface-instellingen/Netwerk IPv4-adres apparaat Noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk IPv4 Gateway-adres Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Apparaat IPv6 adres Als vereist Interface-instellingen/Netwerk IPv6 Gateway-adres Als vereist Interface-instellingen/Netwerk IPv6 Staatloze automatische adresconfiguratie Als vereist Interface-instellingen/Netwerk DNS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/Netwerk DDNS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Domeinnaam Als vereist Interface-instellingen/Netwerk WINS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Effectief protocol Noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk NCP-bezorgingsprotocol Als vereist Interface-instellingen/Netwerk NW-frametype Als vereist Interface-instellingen/Netwerk SMB-computernaam Als vereist Interface-instellingen/Netwerk SMB-werkgroep Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Type LAN Noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk SNMPv3-communicatie toestaan Als vereist Interface-instellingen/Netwerk SSL- / TLS-communicatie toestaan Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Hostnaam Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Apparaatnaam Als vereist Interface-instellingen/ IEEE b Interface-instellingen/ IEEE b Interface-instellingen/ IEEE b Interface-instellingen/ IEEE b Interface-instellingen/ IEEE b Communicatiemodus SSID-instelling Kanaal Beveiligingsmethode Transmissiesnelheid Noodzakelijk Als vereist Als vereist Als vereist Als vereist 16

27 Netwerkinstellingen Opmerking Controleer voor Effectief protocol of het protocol dat u wilt gebruiken is ingesteld op [Actief]. [IEEE b] en [Type LAN] worden weergegeven wanneer de draadloos LAN-interfacekaart is geïnstalleerd. Als zowel Ethernet als draadloos LAN (IEEE b) zijn aangesloten, dan heeft de geselecteerde interface voorrang. 1 Verwijzing Pag.65 Interface-instellingen Vereiste instellingen voor het gebruik van internetfax Dit gedeelte geeft de instellingen die nodig zijn voor het gebruik maken van internetfax. Ethernet Dit gedeelte biedt een overzicht van de instellingen die nodig zijn voor het gebruikmaken van internetfax met een Ethernet-verbinding. Voor details over hoe u de functie moet gebruiken, zie Interface-instelling en Bestandsoverdracht. Menu Gebruikersinstellingen Instellingsvereisten Interface-instellingen/Netwerk IPv4-adres apparaat Noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk IPv4 Gateway-adres Noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk DNS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/Netwerk DDNS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Domeinnaam Als vereist Interface-instellingen/Netwerk WINS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Effectief protocol Noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk Ethernet-snelheid Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Type LAN Noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk SNMPv3-communicatie toestaan Als vereist Interface-instellingen/Netwerk SSL- / TLS-communicatie toestaan Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Hostnaam Als vereist Bestandsoverdracht SMTP-server Noodzakelijk Bestandsoverdracht SMTP-verificatie Als vereist Bestandsoverdracht POP voor SMTP Als vereist Bestandsoverdracht Ontvangstprotocol Als vereist 17

28 Het apparaat aansluiten Menu Gebruikersinstellingen Instellingsvereisten Bestandsoverdracht POP3 / IMAP4-instellingen Als vereist 1 Bestandsoverdracht adres beheerder Als vereist Bestandsoverdracht communicatiepoort Noodzakelijk Bestandsoverdracht Ontvangstinterval Als vereist Bestandsoverdracht Max. ontvangstgrootte Als vereist Bestandsoverdracht opslag in server Als vereist Bestandsoverdracht bericht programmeren/ wijzigen/wissen Als vereist Bestandsoverdracht account faxen Noodzakelijk Opmerking Controleer voor Effectief protocol of het protocol dat u wilt gebruiken is ingesteld op [Actief]. [Type LAN] wordt weergegeven wanneer de draadloze LAN-interfacekaart is geïnstalleerd. Als zowel Ethernet als draadloos LAN (IEEE b) zijn aangesloten, dan heeft de geselecteerde interface voorrang. Voor het verzenden van internetfaxen moet u de instellingen bij SMTP server en Fax account opgeven. Wanneer u POP voor SMTP instelt op [Aan], dient u ook instellingen op te geven voor Ontvangstprotocol en POP3 / IMAP4. Wanneer u SMTP Verificatie instelt op [Aan], dient u ook de instellingen op te geven voor adres beheerder. Voor het ontvangen van internetfaxen moet u de instellingen bij communicatiepoort en Fax account instellen. Als u POP voor SMTP instelt op [Aan], controleert u het POP3-poortnummer bij communicatiepoort. Verwijzing Pag.65 Interface-instellingen Pag.75 Bestandsoverdracht 18

29 Netwerkinstellingen IEEE 1394 (IPv4 boven 1394) Dit gedeelte biedt een overzicht van de instellingen die nodig zijn voor het gebruikmaken van internetfax met een IEEE 1394-verbinding. Voor details over hoe u de functie moet gebruiken, zie Interface-instelling en Bestandsoverdracht. 1 Menu Gebruikersinstellingen Instellingsvereisten Interface-instellingen/IEEE 1394 IPv4-adres Noodzakelijk Interface-instellingen/IEEE 1394 DDNS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/IEEE 1394 Hostnaam Als vereist Interface-instellingen/IEEE 1394 Domeinnaam Als vereist Interface-instellingen/IEEE 1394 WINS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/IEEE 1394 IPv4 over 1394 Noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk IPv4 Gateway-adres Noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk DNS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Effectief protocol Noodzakelijk Bestandsoverdracht SMTP-server Noodzakelijk Bestandsoverdracht SMTP-verificatie Als vereist Bestandsoverdracht POP voor SMTP Als vereist Bestandsoverdracht Ontvangstprotocol Als vereist Bestandsoverdracht POP3 / IMAP4-instellingen Als vereist Bestandsoverdracht adres beheerder Als vereist Bestandsoverdracht communicatiepoort Noodzakelijk Bestandsoverdracht Ontvangstinterval Als vereist Bestandsoverdracht Max. ontvangstgrootte Als vereist Bestandsoverdracht opslag in server Als vereist Bestandsoverdracht bericht programmeren/ wijzigen/wissen Als vereist Bestandsoverdracht account faxen Noodzakelijk Opmerking [IEEE1394] wordt weergegeven wanneer de IEEE 1394-interfacekaart is geïnstalleerd. Controleer voor Effectief protocol of het protocol dat u wilt gebruiken is ingesteld op [Actief]. Voor het verzenden van internetfaxen moet u de instellingen bij SMTP server en Fax account opgeven. 19

30 Het apparaat aansluiten 1 Wanneer u POP voor SMTP instelt op [Aan], dient u ook instellingen op te geven voor Ontvangstprotocol en POP3 / IMAP4. Wanneer u SMTP Verificatie instelt op [Aan], dient u ook de instellingen op te geven voor adres beheerder. Voor het ontvangen van internetfaxen moet u de instellingen bij communicatiepoort en Fax account instellen. Als u POP voor SMTP instelt op [Aan], controleert u het POP3-poortnummer bij communicatiepoort. Verwijzing Pag.65 Interface-instellingen Pag.75 Bestandsoverdracht IEEE b (draadloos LAN) In dit gedeelte worden de instellingen getoond die nodig zijn voor het gebruik van internetfax met een IEEE b-verbinding (draadloos LAN). Voor details over hoe u de functie moet gebruiken, zie Interface-instelling en Bestandsoverdracht. Menu Gebruikersinstellingen Instellingsvereisten Interface-instellingen/Netwerk IPv4-adres apparaat Noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk IPv4 Gateway-adres Noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk DNS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/Netwerk DDNS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Domeinnaam Als vereist Interface-instellingen/Netwerk WINS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Effectief protocol Noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk Type LAN Noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk SNMPv3-communicatie toestaan Als vereist Interface-instellingen/Netwerk SSL- / TLS-communicatie toestaan Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Hostnaam Als vereist Interface-instellingen/ IEEE b Interface-instellingen/ IEEE b Interface-instellingen/ IEEE b Interface-instellingen/ IEEE b Communicatiemodus SSID-instelling Kanaal Beveiligingsmethode Noodzakelijk Als vereist Als vereist Als vereist 20

31 Netwerkinstellingen Menu Gebruikersinstellingen Instellingsvereisten Interface-instellingen/ IEEE b Transmissiesnelheid Als vereist Bestandsoverdracht SMTP-server Noodzakelijk Bestandsoverdracht SMTP-verificatie Als vereist Bestandsoverdracht POP voor SMTP Als vereist 1 Bestandsoverdracht Ontvangstprotocol Als vereist Bestandsoverdracht POP3 / IMAP4-instellingen Als vereist Bestandsoverdracht adres beheerder Als vereist Bestandsoverdracht communicatiepoort Noodzakelijk Bestandsoverdracht Ontvangstinterval Als vereist Bestandsoverdracht Max. ontvangstgrootte Als vereist Bestandsoverdracht opslag in server Als vereist Bestandsoverdracht bericht programmeren/ wijzigen/wissen Als vereist Bestandsoverdracht account faxen Noodzakelijk Opmerking Controleer voor Effectief protocol of het protocol dat u wilt gebruiken is ingesteld op [Actief]. [IEEE b] en [Type LAN] worden weergegeven wanneer de draadloos LAN-interfacekaart is geïnstalleerd. Als zowel Ethernet als draadloos LAN (IEEE b) zijn aangesloten, dan heeft de geselecteerde interface voorrang. Voor het verzenden van internetfaxen moet u de instellingen bij SMTP server en Fax account opgeven. Wanneer u POP voor SMTP instelt op [Aan], dient u ook instellingen op te geven voor Ontvangstprotocol en POP3 / IMAP4. Wanneer u SMTP Verificatie instelt op [Aan], dient u ook de instellingen op te geven voor adres beheerder. Voor het ontvangen van internetfaxen moet u de instellingen bij communicatiepoort en Fax account instellen. Als u POP voor SMTP instelt op [Aan], controleert u het POP3-poortnummer bij communicatiepoort. Verwijzing Pag.65 Interface-instellingen Pag.75 Bestandsoverdracht 21

32 Het apparaat aansluiten Vereiste instellingen voor het gebruik van de functie 1 Dit gedeelte geeft de instellingen die nodig zijn voor het verzenden van . Ethernet Dit gedeelte biedt een overzicht van de instellingen die nodig zijn voor het verzenden van met een Ethernet-verbinding. Voor details over hoe u de functie moet gebruiken, zie Interface-instelling en Bestandsoverdracht. Menu Gebruikersinstellingen Instellingsvereisten Interface-instellingen/Netwerk IPv4-adres apparaat Noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk IPv4 Gateway-adres Noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk DNS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/Netwerk DDNS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Domeinnaam Als vereist Interface-instellingen/Netwerk WINS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Effectief protocol Noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk Ethernet-snelheid Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Type LAN Noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk SNMPv3-communicatie toestaan Als vereist Interface-instellingen/Netwerk SSL- / TLS-communicatie toestaan Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Hostnaam Als vereist Bestandsoverdracht SMTP-server Noodzakelijk Bestandsoverdracht SMTP-verificatie Als vereist Bestandsoverdracht POP voor SMTP Als vereist Bestandsoverdracht Ontvangstprotocol Als vereist Bestandsoverdracht POP3 / IMAP4-instellingen Als vereist Bestandsoverdracht adres beheerder Als vereist Bestandsoverdracht communicatiepoort Als vereist Bestandsoverdracht bericht programmeren/ wijzigen/wissen Als vereist Bestandsoverdracht Intervaltijd opn.verz. scanner Als vereist Bestandsoverdracht Aantal scanneroproepen verzendt opnieuw Als vereist 22

33 Netwerkinstellingen Opmerking Controleer voor Effectief protocol of het protocol dat u wilt gebruiken is ingesteld op [Actief]. [Type LAN] wordt weergegeven wanneer de draadloze LAN-interfacekaart is geïnstalleerd. Als zowel Ethernet als draadloos LAN (IEEE b) zijn aangesloten, dan heeft de geselecteerde interface voorrang. Wanneer u POP voor SMTP instelt op [Aan], dient u ook instellingen op te geven voor Ontvangstprotocol en POP3 / IMAP4. Als u POP voor SMTP instelt op [Aan], controleert u het POP3-poortnummer bij communicatiepoort. 1 Verwijzing Pag.65 Interface-instellingen Pag.75 Bestandsoverdracht IEEE 1394 (IPv4 boven 1394) Dit gedeelte biedt een overzicht van de instellingen die nodig zijn voor het verzenden van met een IEEE 1394-verbinding. Voor details over hoe u de functie moet gebruiken, zie Interface-instelling en Bestandsoverdracht. Menu Gebruikersinstellingen Instellingsvereisten Interface-instellingen/IEEE 1394 IPv4-adres Noodzakelijk Interface-instellingen/IEEE 1394 DDNS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/IEEE 1394 Hostnaam Als vereist Interface-instellingen/IEEE 1394 Domeinnaam Als vereist Interface-instellingen/IEEE 1394 WINS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/IEEE 1394 IPv4 over 1394 Noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk IPv4 Gateway-adres Noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk DNS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Effectief protocol Noodzakelijk Bestandsoverdracht SMTP-server Noodzakelijk Bestandsoverdracht SMTP-verificatie Als vereist Bestandsoverdracht POP voor SMTP Als vereist Bestandsoverdracht Ontvangstprotocol Als vereist Bestandsoverdracht POP3 / IMAP4-instellingen Als vereist Bestandsoverdracht adres beheerder Als vereist Bestandsoverdracht communicatiepoort Als vereist 23

34 Het apparaat aansluiten Menu Gebruikersinstellingen Instellingsvereisten 1 Bestandsoverdracht bericht programmeren/ wijzigen/wissen Als vereist Bestandsoverdracht Intervaltijd opn.verz. scanner Als vereist Bestandsoverdracht Aantal scanneroproepen verzendt opnieuw Als vereist Opmerking [IEEE1394] wordt weergegeven wanneer de IEEE 1394-interfacekaart is geïnstalleerd. Controleer voor Effectief protocol of het protocol dat u wilt gebruiken is ingesteld op [Actief]. Wanneer u POP voor SMTP instelt op [Aan], dient u ook instellingen op te geven voor Ontvangstprotocol en POP3 / IMAP4. Als u POP voor SMTP instelt op [Aan], controleert u het POP3-poortnummer bij communicatiepoort. Verwijzing Pag.65 Interface-instellingen Pag.75 Bestandsoverdracht IEEE b (draadloos LAN) Dit gedeelte biedt een overzicht van de instellingen die nodig zijn voor verzenden van met een IEEE b-verbinding (draadloos LAN). Voor details over hoe u de functie moet gebruiken, zie Interface-instelling en Bestandsoverdracht. Menu Gebruikersinstellingen Instellingsvereisten Interface-instellingen/Netwerk IPv4-adres apparaat Noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk IPv4 Gateway-adres Noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk DNS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/Netwerk DDNS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Domeinnaam Als vereist Interface-instellingen/Netwerk WINS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Effectief protocol Noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk Type LAN Noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk SNMPv3-communicatie toestaan Als vereist Interface-instellingen/Netwerk SSL- / TLS-communicatie toestaan Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Hostnaam Als vereist 24

35 Netwerkinstellingen Menu Gebruikersinstellingen Instellingsvereisten Interface-instellingen/ IEEE b Communicatiemodus Noodzakelijk Interface-instellingen/ IEEE b SSID-instelling Als vereist 1 Interface-instellingen/ IEEE b Kanaal Als vereist Interface-instellingen/ IEEE b Beveiligingsmethode Als vereist Interface-instellingen/ IEEE b Transmissiesnelheid Als vereist Bestandsoverdracht SMTP-server Noodzakelijk Bestandsoverdracht SMTP-verificatie Als vereist Bestandsoverdracht POP voor SMTP Als vereist Bestandsoverdracht Ontvangstprotocol Als vereist Bestandsoverdracht POP3 / IMAP4-instellingen Als vereist Bestandsoverdracht adres beheerder Als vereist Bestandsoverdracht communicatiepoort Als vereist Bestandsoverdracht bericht programmeren/ wijzigen/wissen Als vereist Bestandsoverdracht Intervaltijd opn.verz. scanner Als vereist Bestandsoverdracht Aantal scanneroproepen verzendt opnieuw Als vereist Opmerking Controleer voor Effectief protocol of het protocol dat u wilt gebruiken is ingesteld op [Actief]. [Type LAN] wordt weergegeven wanneer de draadloze LAN-interfacekaart is geïnstalleerd. Als zowel Ethernet als draadloos LAN (IEEE b) zijn aangesloten, dan heeft de geselecteerde interface voorrang. Wanneer u POP voor SMTP instelt op [Aan], dient u ook instellingen op te geven voor Ontvangstprotocol en POP3 / IMAP4. Als u POP voor SMTP instelt op [Aan], controleert u het POP3-poortnummer bij communicatiepoort. Verwijzing Pag.65 Interface-instellingen Pag.75 Bestandsoverdracht 25

36 Het apparaat aansluiten Vereiste instellingen om de functie Scan to Folder te gebruiken 1 Dit gedeelte biedt een overzicht van de instellingen die nodig zijn voor het verzenden van bestanden. Ethernet Dit gedeelte biedt een overzicht van de instellingen die nodig zijn voor het verzenden van bestanden met een Ethernet-verbinding. Voor details over hoe u de functie moet gebruiken, zie Interface-instelling en Bestandsoverdracht. Menu Gebruikersinstellingen Instellingsvereisten Interface-instellingen/Netwerk IPv4-adres apparaat Noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk IPv4 Gateway-adres Noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk DNS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/Netwerk DDNS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Domeinnaam Als vereist Interface-instellingen/Netwerk WINS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Effectief protocol Noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk Ethernet-snelheid Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Type LAN Noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk SNMPv3-communicatie toestaan Als vereist Interface-instellingen/Netwerk SSL- / TLS-communicatie toestaan Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Hostnaam Als vereist Bestandsoverdracht Intervaltijd opn.verz. scanner Als vereist Bestandsoverdracht Aantal scanneroproepen verzendt opnieuw Als vereist Opmerking Controleer voor Effectief protocol of het protocol dat u wilt gebruiken is ingesteld op [Actief]. [Type LAN] wordt weergegeven wanneer de draadloze LAN-interfacekaart is geïnstalleerd. Als zowel Ethernet als draadloos LAN (IEEE b) zijn aangesloten, dan heeft de geselecteerde interface voorrang. Verwijzing Pag.65 Interface-instellingen Pag.75 Bestandsoverdracht 26

37 Netwerkinstellingen IEEE 1394 (IPv4 boven 1394) Dit gedeelte biedt een overzicht van de instellingen die nodig zijn voor het verzenden van bestanden met een IEEE 1394-verbinding. Voor details over hoe u de functie moet gebruiken, zie Interface-instelling en Bestandsoverdracht. 1 Menu Gebruikersinstellingen Instellingsvereisten Interface-instellingen/IEEE 1394 IPv4-adres Noodzakelijk Interface-instellingen/IEEE 1394 DDNS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/IEEE 1394 Hostnaam Als vereist Interface-instellingen/IEEE 1394 Domeinnaam Als vereist Interface-instellingen/IEEE 1394 WINS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/IEEE 1394 IPv4 over 1394 Noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk IPv4 Gateway-adres Noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk DNS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Effectief protocol Noodzakelijk Bestandsoverdracht Intervaltijd opn.verz. scanner Als vereist Bestandsoverdracht Aantal scanneroproepen verzendt opnieuw Als vereist Opmerking [IEEE1394] wordt weergegeven wanneer de IEEE 1394-interfacekaart is geïnstalleerd. Controleer voor Effectief protocol of het protocol dat u wilt gebruiken is ingesteld op [Actief]. Verwijzing Pag.65 Interface-instellingen Pag.75 Bestandsoverdracht 27

38 Het apparaat aansluiten IEEE b (draadloos LAN) 1 Dit gedeelte biedt een overzicht van de instellingen die nodig zijn voor verzenden van bestanden met een IEEE b-verbinding (draadloos LAN). Voor details over hoe u de functie moet gebruiken, zie Interface-instelling en Bestandsoverdracht. Menu Gebruikersinstellingen Instellingsvereisten Interface-instellingen/Netwerk IPv4-adres apparaat Noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk IPv4 Gateway-adres Noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk DNS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/Netwerk DDNS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Domeinnaam Als vereist Interface-instellingen/Netwerk WINS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Effectief protocol Noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk Type LAN Noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk SNMPv3-communicatie toestaan Als vereist Interface-instellingen/Netwerk SSL- / TLS-communicatie toestaan Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Hostnaam Als vereist Interface-instellingen/ IEEE b Communicatiemodus Noodzakelijk Interface-instellingen/ IEEE b Interface-instellingen/ IEEE b Interface-instellingen/ IEEE b Interface-instellingen/ IEEE b SSID-instelling Kanaal Beveiligingsmethode Transmissiesnelheid Als vereist Als vereist Als vereist Als vereist Bestandsoverdracht Intervaltijd opn.verz. scanner Als vereist Bestandsoverdracht Aantal scanneroproepen verzendt Als vereist opnieuw Opmerking Controleer voor Effectief protocol of het protocol dat u wilt gebruiken is ingesteld op [Actief]. [IEEE b] en [Type LAN] worden weergegeven wanneer de draadloos LANinterfacekaart is geïnstalleerd. Als zowel Ethernet als draadloos LAN (IEEE b) zijn aangesloten, dan heeft de geselecteerde interface voorrang. Verwijzing Pag.65 Interface-instellingen Pag.75 Bestandsoverdracht 28

39 Netwerkinstellingen Vereiste instellingen voor het gebruik van de netwerkbezorgingsscanner Dit gedeelte geeft de instellingen die vereist zijn voor het bezorgen van gegevens aan het netwerk. Ethernet 1 Dit gedeelte biedt een overzicht van de instellingen die vereist zijn voor het bezorgen van gegevens aan het netwerk met een Ethernet-verbinding. Voor details over hoe u de functie moet gebruiken, zie Interface-instelling en Bestandsoverdracht. Menu Gebruikersinstellingen Instellingsvereisten Interface-instellingen/Netwerk IPv4-adres apparaat Noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk IPv4 Gateway-adres Als vereist Interface-instellingen/Netwerk DNS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/Netwerk DDNS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Domeinnaam Als vereist Interface-instellingen/Netwerk WINS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Effectief protocol Noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk Ethernet-snelheid Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Type LAN Noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk SNMPv3-communicatie toestaan Als vereist Interface-instellingen/Netwerk SSL- / TLS-communicatie toestaan Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Hostnaam Als vereist Bestandsoverdracht Bezorgingsoptie Als vereist Bestandsoverdracht Bestandsdoorzending Fax RX Als vereist Bestandsoverdracht Intervaltijd opn.verz. scanner Als vereist Bestandsoverdracht Aantal scanneroproepen verzendt opnieuw Als vereist Opmerking Controleer voor Effectief protocol of het protocol dat u wilt gebruiken is ingesteld op [Actief]. [Type LAN] wordt weergegeven wanneer de draadloze LAN-interfacekaart is geïnstalleerd. Wanneer zowel Ethernet als draadloos LAN (IEEE b) zijn aangesloten, dan heeft de geselecteerde interface voorrang. Als Bezorgingsoptie is ingesteld op [Aan], controleert u of het IPv4-adres is opgegeven. Verwijzing Pag.65 Interface-instellingen Pag.75 Bestandsoverdracht 29

40 Het apparaat aansluiten IEEE 1394 (IPv4 boven 1394) 1 Dit gedeelte biedt een overzicht van de instellingen die vereist zijn voor het bezorgen van gegevens aan het netwerk met een IEEE 1394-verbinding. Voor details over hoe u de functie moet gebruiken, zie Interface-instelling en Bestandsoverdracht. Menu Gebruikersinstellingen Instellingsvereisten Interface-instellingen/IEEE 1394 IPv4-adres Noodzakelijk Interface-instellingen/IEEE 1394 DDNS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/IEEE 1394 Hostnaam Als vereist Interface-instellingen/IEEE 1394 Domeinnaam Als vereist Interface-instellingen/IEEE 1394 WINS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/IEEE 1394 IPv4 over 1394 Noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk IPv4 Gateway-adres Als vereist Interface-instellingen/Netwerk DNS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Effectief protocol Noodzakelijk Bestandsoverdracht Bezorgingsoptie Als vereist Bestandsoverdracht Bestandsdoorzending Fax RX Als vereist Bestandsoverdracht Intervaltijd opn.verz. scanner Als vereist Bestandsoverdracht Aantal scanneroproepen verzendt opnieuw Als vereist Opmerking [IEEE1394] wordt weergegeven wanneer de IEEE 1394-interfacekaart is geïnstalleerd. Controleer voor Effectief protocol of het protocol dat u wilt gebruiken is ingesteld op [Actief]. Als Bezorgingsoptie is ingesteld op [Aan], controleert u of het IPv4-adres is opgegeven. Verwijzing Pag.65 Interface-instellingen Pag.75 Bestandsoverdracht 30

41 Netwerkinstellingen IEEE b (draadloos LAN) Dit gedeelte biedt een overzicht van de instellingen die nodig zijn voor het bezorgen van gegevens aan het netwerk met een IEEE b-verbinding (draadloos LAN). Voor details over hoe u de functie moet gebruiken, zie Interface-instelling en Bestandsoverdracht. 1 Menu Gebruikersinstellingen Instellingsvereisten Interface-instellingen/Netwerk IPv4-adres apparaat Noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk IPv4 Gateway-adres Als vereist Interface-instellingen/Netwerk DNS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/Netwerk DDNS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Domeinnaam Als vereist Interface-instellingen/Netwerk WINS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Effectief protocol Noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk Type LAN Noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk SNMPv3-communicatie toestaan Als vereist Interface-instellingen/Netwerk SSL- / TLS-communicatie toestaan Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Hostnaam Als vereist Interface-instellingen/ IEEE b Interface-instellingen/ IEEE b Interface-instellingen/ IEEE b Interface-instellingen/ IEEE b Interface-instellingen/ IEEE b Communicatiemodus SSID-instelling Kanaal Beveiligingsmethode Transmissiesnelheid Noodzakelijk Als vereist Als vereist Als vereist Als vereist Bestandsoverdracht Bezorgingsoptie Als vereist Bestandsoverdracht Bestandsdoorzending Fax RX Als vereist Bestandsoverdracht Intervaltijd opn.verz. scanner Als vereist Bestandsoverdracht Aantal scanneroproepen verzendt opnieuw Als vereist 31

42 Het apparaat aansluiten 1 Opmerking Controleer voor Effectief protocol of het protocol dat u wilt gebruiken is ingesteld op [Actief]. [IEEE b] en [Type LAN] worden weergegeven wanneer de draadloos LAN-interfacekaart is geïnstalleerd. Wanneer zowel Ethernet als draadloos LAN (IEEE b) zijn aangesloten, dan heeft de geselecteerde interface voorrang. Als Bezorgingsoptie is ingesteld op [Aan], controleert u of het IPv4-adres is opgegeven. Verwijzing Pag.65 Interface-instellingen Pag.75 Bestandsoverdracht Vereiste instellingen voor het gebruik van de netwerk-twain-scanner Dit gedeelte geeft de instellingen die vereist zijn voor het gebruik van de TWAIN-scanner in de netwerkomgeving. Ethernet Dit gedeelte biedt een overzicht van de instellingen die vereist zijn voor het gebruik van de netwerk-twain-scanner met een Ethernet-verbinding. Voor details over hoe u de functie moet gebruiken, zie Interface-instellingen. Menu Gebruikersinstellingen Instellingsvereisten Interface-instellingen/Netwerk IPv4-adres apparaat Noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk IPv4 Gateway-adres Als vereist Interface-instellingen/Netwerk DNS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/Netwerk DDNS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Domeinnaam Als vereist Interface-instellingen/Netwerk WINS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Effectief protocol Noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk Type LAN Noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk Ethernet-snelheid Als vereist Interface-instellingen/Netwerk SNMPv3-communicatie toestaan Als vereist Interface-instellingen/Netwerk SSL- / TLS-communicatie toestaan Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Hostnaam Als vereist 32

43 Netwerkinstellingen Opmerking Controleer voor Effectief protocol of het protocol dat u wilt gebruiken is ingesteld op [Actief]. [Type LAN] wordt weergegeven wanneer de draadloze LAN-interfacekaart is geïnstalleerd. Wanneer zowel Ethernet als draadloos LAN (IEEE b) zijn aangesloten, dan heeft de geselecteerde interface voorrang. 1 Verwijzing Pag.65 Interface-instellingen IEEE 1394 (IPv4 boven 1394) Dit gedeelte biedt een overzicht van de instellingen die vereist zijn voor het gebruik van de netwerk-twain-scanner met een IEEE 1394-verbinding. Voor details over hoe u de functie moet gebruiken, zie Interface-instelling en Bestandsoverdracht. Menu Gebruikersinstellingen Instellingsvereisten Interface-instellingen/IEEE 1394 IPv4-adres Noodzakelijk Interface-instellingen/IEEE 1394 DDNS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/IEEE 1394 Hostnaam Als vereist Interface-instellingen/IEEE 1394 Domeinnaam Als vereist Interface-instellingen/IEEE 1394 WINS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/IEEE 1394 IPv4 over 1394 Noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk IPv4 Gateway-adres Als vereist Interface-instellingen/Netwerk DNS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Effectief protocol Noodzakelijk Opmerking [IEEE1394] wordt weergegeven wanneer de IEEE 1394-interfacekaart is geïnstalleerd. Controleer voor Effectief protocol of het protocol dat u wilt gebruiken is ingesteld op [Actief]. Verwijzing Pag.65 Interface-instellingen 33

44 Het apparaat aansluiten IEEE b (draadloos LAN) 1 Dit gedeelte biedt een overzicht van de instellingen die nodig zijn voor het gebruik van een netwerk-twain-scanner met een IEEE b-verbinding (draadloos LAN). Voor details over hoe u de functie moet gebruiken, zie Interface-instellingen. Menu Gebruikersinstellingen Instellingsvereisten Interface-instellingen/Netwerk IPv4-adres apparaat Noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk IPv4 Gateway-adres Als vereist Interface-instellingen/Netwerk DNS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/Netwerk DDNS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Domeinnaam Als vereist Interface-instellingen/Netwerk WINS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Effectief protocol Noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk Type LAN Noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk SNMPv3-communicatie toestaan Als vereist Interface-instellingen/Netwerk SSL- / TLS-communicatie toestaan Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Hostnaam Als vereist Interface-instellingen/ IEEE b Interface-instellingen/ IEEE b Interface-instellingen/ IEEE b Interface-instellingen/ IEEE b Interface-instellingen/ IEEE b Communicatiemodus SSID-instelling Kanaal Beveiligingsmethode Transmissiesnelheid Noodzakelijk Als vereist Als vereist Als vereist Als vereist Opmerking Controleer voor Effectief protocol of het protocol dat u wilt gebruiken is ingesteld op [Actief]. [IEEE b] en [Type LAN] worden weergegeven wanneer de draadloos LAN-interfacekaart is geïnstalleerd. Wanneer zowel Ethernet als draadloos LAN (IEEE b) zijn aangesloten, dan heeft de geselecteerde interface voorrang. Verwijzing Pag.65 Interface-instellingen 34

45 Netwerkinstellingen Instellingen die nodig zijn voor gebruik van de Document Server Dit gedeelte geeft de instellingen die vereist zijn voor het gebruik van de Document Server-functie in de netwerkomgeving. Ethernet 1 Dit gedeelte biedt een overzicht van de instellingen die vereist zijn voor het gebruik van de Document Server-functie met een Ethernet-verbinding. Voor details over hoe u de functie moet gebruiken, zie Interface-instellingen. Menu Gebruikersinstellingen Instellingsvereisten Interface-instellingen/Netwerk IPv4-adres apparaat Noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk IPv4 Gateway-adres Als vereist Interface-instellingen/Netwerk DNS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/Netwerk DDNS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Domeinnaam Als vereist Interface-instellingen/Netwerk WINS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Effectief protocol Noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk Ethernet-snelheid Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Type LAN Noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk SNMPv3-communicatie toestaan Als vereist Interface-instellingen/Netwerk SSL- / TLS-communicatie toestaan Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Hostnaam Als vereist Opmerking Controleer voor Effectief protocol of het protocol dat u wilt gebruiken is ingesteld op [Actief]. [Type LAN] wordt weergegeven wanneer de draadloze LAN-interfacekaart is geïnstalleerd. Wanneer zowel Ethernet als draadloos LAN (IEEE b) zijn aangesloten, dan heeft de geselecteerde interface voorrang. Verwijzing Pag.65 Interface-instellingen 35

46 Het apparaat aansluiten IEEE 1394 (IPv4 boven 1394) 1 Dit gedeelte biedt een overzicht van de instellingen die vereist zijn voor het gebruik van de Document Server-functie met een IEEE 1394-verbinding. Voor details over hoe u de functie moet gebruiken, zie Interface-instellingen. Menu Gebruikersinstellingen Instellingsvereisten Interface-instellingen/IEEE 1394 IPv4-adres Noodzakelijk Interface-instellingen/IEEE 1394 DDNS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/IEEE 1394 Hostnaam Als vereist Interface-instellingen/IEEE 1394 Domeinnaam Als vereist Interface-instellingen/IEEE 1394 WINS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/IEEE 1394 IPv4 over 1394 Noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk IPv4 Gateway-adres Als vereist Interface-instellingen/Netwerk DNS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Effectief protocol Noodzakelijk Opmerking [IEEE1394] wordt weergegeven wanneer de IEEE 1394-interfacekaart is geïnstalleerd. Controleer voor Effectief protocol of het protocol dat u wilt gebruiken is ingesteld op [Actief]. Verwijzing Pag.65 Interface-instellingen 36

47 Netwerkinstellingen IEEE b (draadloos LAN) Dit gedeelte biedt een overzicht van de instellingen die nodig zijn voor het gebruik van de Document Server-functie met een IEEE b-verbinding (draadloos LAN). Voor details over hoe u de functie moet gebruiken, zie Interface-instellingen. 1 Menu Gebruikersinstellingen Instellingsvereisten Interface-instellingen/Netwerk IPv4-adres apparaat Noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk IPv4 Gateway-adres Als vereist Interface-instellingen/Netwerk DNS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/Netwerk DDNS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Domeinnaam Als vereist Interface-instellingen/Netwerk WINS-configuratie Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Effectief protocol Noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk Type LAN Als vereist/noodzakelijk Interface-instellingen/Netwerk SNMPv3-communicatie toestaan Als vereist Interface-instellingen/Netwerk SSL- / TLS-communicatie toestaan Als vereist Interface-instellingen/Netwerk Hostnaam Als vereist Interface-instellingen/ IEEE b Interface-instellingen/ IEEE b Interface-instellingen/ IEEE b Interface-instellingen/ IEEE b Interface-instellingen/ IEEE b Communicatiemodus SSID-instelling Kanaal Beveiligingsmethode Transmissiesnelheid Noodzakelijk Als vereist Als vereist Als vereist Als vereist Opmerking Controleer voor Effectief protocol of het protocol dat u wilt gebruiken is ingesteld op [Actief]. [IEEE b] en [Type LAN] worden weergegeven wanneer de draadloos LAN-interfacekaart is geïnstalleerd. Wanneer zowel Ethernet als draadloos LAN (IEEE b) zijn aangesloten, dan heeft de geselecteerde interface voorrang. Verwijzing Pag.65 Interface-instellingen 37

48 Het apparaat aansluiten Voorzieningen gebruiken om netwerkinstellingen te maken 1 U kunt tevens netwerkinstellingen opgeven met voorzieningen zoals Web Image Monitor, SmartDeviceMonitor for Admin en telnet. Opmerking Meer informatie over het gebruik van Web Image Monitor vindt u in de Netwerkhandleiding. Meer informatie over het gebruik van SmartDeviceMonitor for Admin vindt u in de Netwerkhandleiding. Meer informatie over het gebruik van telnet vindt u in de Netwerkhandleiding. Verwijzing Netwerkhandleiding Netwerkhandleiding Netwerkhandleiding Interface-instellingen Instellingen wijzigen met Web Image Monitor, SmartDeviceMonitor for Admin en telnet. [Netwerk] [Apparaat IPv4-adres] [Autom. verkrijgen (DHCP)] Web Image Monitor: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. [Netwerk] [Apparaat IPv4-adres] [Specificeer] [IPv4-adres] Web Image Monitor: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. [Netwerk] [Apparaat IPv4-adres] [Specificeer] [Sub-net Mask] Web Image Monitor: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. 38

49 Netwerkinstellingen [Netwerk] [IPv4 Gateway adres] Web Image Monitor: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. 1 [Netwerk] [Apparaat IPv6-adres] [Handmatige configuratie-adres] Web Image Monitor: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. [Netwerk] [IPv6 Staatloos adres autom. Configuratie] Web Image Monitor: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. [Netwerk] [DNS Configuratie] [Autom. verkrijgen (DHCP)] Web Image Monitor: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. [Netwerk] [DNS Configuratie] [Specificeer] [DNS Server 1-3] Web Image Monitor: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. [Netwerk] [DDNS Configuratie] Web Image Monitor: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. 39

50 Het apparaat aansluiten 1 [Netwerk] [Domein naam] [Autom. verkrijgen (DHCP)] Web Image Monitor: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. [Netwerk] [Domein naam] [Specificeer] [Domein naam] Web Image Monitor: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. [Netwerk] [WINS configuratie] [Aan] [Eerste WINS server] Web Image Monitor: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. [Netwerk] [WINS configuratie] [Aan] [Tweede WINS server] Web Image Monitor: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. [Netwerk] [WINS configuratie] [Aan] [Scope ID] Web Image Monitor: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. [Netwerk] [Effectief protocol] [IPv4] Web Image Monitor: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: U kunt de TCP/IP-instellingen opgeven als SmartDeviceMonitor for Admin communiceert met het apparaat met behulp van IPX/SPX. telnet: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. 40

51 Netwerkinstellingen [Netwerk] [Effectief protocol] [IPv6] Web Image Monitor: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. 1 [Netwerk] [Effectief protocol] [NetWare] Web Image Monitor: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: U kunt de IPX/SPX-instellingen opgeven als SmartDeviceMonitor for Admin communiceert met het apparaat met behulp van TCP/IP. telnet: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. [Netwerk] [Effectief protocol] [SMB] Web Image Monitor: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. [Netwerk] [Effectief protocol] [AppleTalk] Web Image Monitor: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. [Netwerk] [NCP Bezorgingsprotocol] Web Image Monitor: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. [Netwerk] [NW-frametype] [Autom. sel.] Web Image Monitor: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. 41

52 Het apparaat aansluiten 1 [Netwerk] [NW-frametype] [Ethernet II] Web Image Monitor: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. [Netwerk] [NW-frametype] [Ethernet 802.2] Web Image Monitor: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. [Netwerk] [NW-frametype] [Ethernet 802.3] Web Image Monitor: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. [Netwerk] [NW-frametype] [Ethernet SNAP] Web Image Monitor: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. [Netwerk] [SMB Computernaam] Web Image Monitor: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. [Netwerk] [SMB Werkgroep] Web Image Monitor: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. 42

53 Netwerkinstellingen [Netwerk] [Ethernet snelheid] Web Image Monitor: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. 1 [Netwerk] [Type LAN] [Ethernet] Web Image Monitor: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. [Netwerk] [Type LAN] [IEEE b] Web Image Monitor: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. [Netwerk] [Host naam] Web Image Monitor: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. [Netwerk] [Apparaatnaam] Web Image Monitor: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. [IEEE1394] [IPv4-adres] [Autom. verkrijgen (DHCP)] Web Image Monitor: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. 43

54 Het apparaat aansluiten 1 [IEEE1394] [IPv4-adres] [Specificeer] [Apparaat IPv4-adres] Web Image Monitor: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. [IEEE1394] [IPv4-adres] [Specificeer] [Sub-net Mask] Web Image Monitor: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. [IEEE1394] [DDNS Configuratie] Web Image Monitor: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. [IEEE1394] [IPv4 over 1394] Web Image Monitor: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. [IEEE1394] [WINS configuratie] [Aan] [Eerste WINS server] Web Image Monitor: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. [IEEE1394] [WINS configuratie] [Aan] [Tweede WINS server] Web Image Monitor: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. 44

55 Netwerkinstellingen [IEEE1394] [WINS configuratie] [Aan] [Scope ID] Web Image Monitor: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. 1 [IEEE1394] [Host naam] Web Image Monitor: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. [IEEE1394] [Domein naam] Web Image Monitor: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. [IEEE b] [Communicatiemodus] Web Image Monitor: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. [IEEE b] [SSID-instelling] Web Image Monitor: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. [IEEE b] [Kanaal] Web Image Monitor: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. 45

56 Het apparaat aansluiten 1 [IEEE b] [Beveiligingsmethode] Web Image Monitor: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. [IEEE b] [Verzendsnelheid] Web Image Monitor: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. [Bestand doorzenden] [SMTP Server ] Web Image Monitor: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. [Bestand doorzenden] [SMTP verificatie] Web Image Monitor: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. [Bestand doorzenden] [POP voor SMTP] Web Image Monitor: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. [Bestand doorzenden] [Ontvangstprotocol] Web Image Monitor: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. 46

57 Netwerkinstellingen [Bestand doorzenden] [POP3 / IMAP4 Instellingen] Web Image Monitor: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. 1 [Bestand doorzenden] [ adres beheerder] Web Image Monitor: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. [Bestand doorzenden] [ communicatiepoort] Web Image Monitor: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. [Bestand doorzenden] [ ontvangstinterval] Web Image Monitor: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. [Bestand doorzenden] [Max.ontvangstformaat ] Web Image Monitor: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. [Bestand doorzenden] [ opslag in server] Web Image Monitor: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. 47

58 Het apparaat aansluiten 1 [Bestand doorzenden] [Standaard gebruikersnaam/wachtwoord [Verzenden]] Web Image Monitor: Kan worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. [Bestand doorzenden] [Fax Account] Web Image Monitor: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. [Bestand doorzenden] [Intervaltijd Scanner opnieuw zenden] Web Image Monitor: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. [Bestand doorzenden] [Aant.keren opn.verz. Scan.] Web Image Monitor: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. SmartDeviceMonitor for Admin: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. telnet: Kan niet worden gebruikt voor het opgeven van de instelling. 48

59 Het apparaat aansluiten op een telefoonlijn en telefoon Het apparaat aansluiten op een telefoonlijn en telefoon Dit gedeelte beschrijft hoe u het apparaat moet aansluiten op de telefoonlijnen en hoe u het lijntype selecteert. 1 De telefoonlijn aansluiten Om het apparaat op een telefoonlijn aan te sluiten gebruikt u een modulaire snap-in-connector. Belangrijk Zorg ervoor dat u het juiste connectortype heeft, voordat u start. AQT003S 1. Externe telefoonconnector 2. G3-interface-eenheidsconnector 3. Extra G3-interface-eenheidsconnector Het lijntype selecteren Selecteer het lijntype waarop het apparaat is aangesloten. Er zijn twee types: toon- en pulskieslijn. Selecteer het lijntype via Beheerdertoepassingen. Opmerking Deze functie is in sommige gebieden niet beschikbaar. Verwijzing Pag.143 Selecteer tel. met kiesschijf/druktoetsen 49

60 Het apparaat aansluiten 1 50

61 2. Systeeminstellingen Dit hoofdstuk beschrijft gebruikersinstellingen in het menu Systeeminstellingen. Raadpleeg Gebruikersinstellingen openen (Systeeminstellingen) voor meer informatie over het openen van systeeminstellingen. Algemene functies Dit gedeelte beschrijft de gebruikersinstellingen in het menu Algemene functies onder Systeeminstellingen. Standaardinstellingen worden vetgedrukt getoond. Gebruikerstekst programmeren/wijzigen/verwijderen U kunt tekstconstructies registreren die u vaak gebruikt bij het opgeven van instellingen, zoals.com en Vriendelijke groet. U kunt maximaal 40 items invoeren. Programmeren/Wijzigen A Druk op [Systeeminstellingen]. B Controleer of [Alg. eigensch.] is geselecteerd. C Druk op [Gebruikerstekst Programmeren/ Wijzigen / Verwijderen]. D Druk op [Programmeren/Wijzigen] E Selecteer de gebruikerstekst die u wilt wijzigen. Om een nieuwe gebruikerstekst te programmeren drukt u op [Niet geprogr.]. F Druk op [OK]. G Druk op [Afsluiten]. Verwijderen A Druk op [Systeeminstellingen]. B Controleer of [Alg. eigensch.] is geselecteerd. C Druk op [Gebruikerstekst Programmeren/ Wijzigen / Verwijderen]. D Druk op [Verwijderen]. E Selecteer de gebruikerstekst die u wilt verwijderen. F Druk op [Wissen]. G Druk op [Afsluiten]. Paneel toetsgeluid Er klinkt een geluidssignaal wanneer u een toets indrukt. Aan Uit 51

62 Systeeminstellingen 2 Opwarm pieper (kopieerapparaat/document Server) U kunt opgeven dat er een geluidssignaal moet worden gegeven als het apparaat gereed is voor kopiëren nadat de Energiespaarstand wordt uitgeschakeld of het apparaat wordt ingeschakeld. Aan Uit Weergave aantal kopieën (kopieerapparaat/document Server) U kunt de teller instellen om of het aantal gemaakte kopieën weer te geven (optellen) of het aantal kopieën dat nog moet worden gemaakt (aftellen). Optellen Omlaag Functieprioriteit Stel de modus in die moet worden weergegeven nadat de bedrijfsschakelaar of de modus Systeemreset is ingeschakeld. Kopieerapparaat Document Server Fax Printer Scanner Afdrukprioriteit De geselecteerde modus krijgt afdrukprioriteit. Weergavemodus Kopieerapparaat/Document Server Fax Printer Onderbreken Taakbevel Wanneer [Interleave] is geselecteerd, wordt de huidige afdruktaak onderbroken na maximaal vijf pagina s. Functie reset timer U kunt instellen hoe lang het duurt voordat het apparaat van modus wisselt als de functie Multi-Access is ingeschakeld. Dit is handig als u veel kopieën moet maken en iedere kopie een andere instelling heeft. Als u een langere resettijd invoert, voorkomt u onderbrekingen door andere functies. Tijd instellen Onmiddellijk Wanneer u [Tijd instellen] selecteert, voer dan de tijd in (3-30 seconden, in stappen van 1 seconde) met behulp van de cijfertoetsen. De standaardinstelling is 3 seconde(n). 52

63 Algemene functies Uitvoer: kopieermachine (kopieermachine) Instellen in welke lade de documenten worden afgeleverd Finisher bovenuitvoer 2. Finisher staffellade 3. Finisher bovenuitvoer 4. Finisher staffellade 5. Finisher bovenuitvoer 6. Finisher staffellade 7. Boekje Finisher uitvoer 8. Interne lade 1 9. Interne uitvoer 2 AQT004S Uitvoer: Document Server (Document Server) Instellen in welke lade de documenten worden afgeleverd. Interne lade 1 Interne uitvoer 2 Finisher bovenuitvoer Finisher staffellade Uitvoer: fax (fax) Instellen in welke lade de documenten worden afgeleverd. Interne lade 1 Interne uitvoer 2 Finisher bovenuitvoer Finisher staffellade 53

64 Systeeminstellingen 2 Uitvoer: Printer (printer) Instellen in welke lade de documenten worden afgeleverd. De uitvoerlades die in het printerstuurprogramma zijn ingesteld, hebben prioriteit over de uitvoerlades die hieronder zijn opgegeven. Interne lade 1 Interne uitvoer 2 Finisher bovenuitvoer Finisher staffellade Systeemstatus/Taaklijst tijdsweergave Geef op hoe lang u de Systeemstatus en Taaklijst wilt weergeven. Aan: 60 seconde(n) Uit Door [Aan] te selecteren kunt u een weergavetijd opgeven tussen 10 en 999 seconden. Toetsherhaling U kunt herhaling van een bewerking in- of uitschakelen als een toets op het scherm of het bedieningspaneel voortdurend wordt ingedrukt. Uit Normaal Herhalingstijd: Medium Herhalingstijd: Lang Opmerking Als de instelling voor paneelsignaal is ingesteld op [Uit], klinkt er geen geluidssignaal ongeacht de instelling voor Melding Opwarmen. De instelling Functieresettijd wordt genegeerd als Onderbreken is ingesteld voor Afdrukprioriteit. Verwijzing Pag.3 Gebruikersinstellingen openen Kopieer-/Document Server-handleiding Instellingen voor uitvoerlade Belangrijk U kunt de huidige nietopdracht niet onderbreken, zelfs niet als u de nietopdracht met een andere functie heeft opgegeven. Wanneer de 1000-vel finisher, 3000-vel finisher of boekje finisher is geïnstalleerd en Nieten of Gestaffeld sorteren is ingesteld voor een taak, zal de taak worden afgeleverd aan de finisher-staffeluitvoer, ongeacht de uitvoerlade die is opgegeven. 54

65 Papierlade-instellingen Papierlade-instellingen Dit gedeelte beschrijft de gebruikersinstellingen in het instellingenmenu Papierlade onder Systeeminstellingen. Standaardinstellingen worden vetgedrukt getoond. Belangrijk Als u een ander papierformaat in de lade plaatst dan u heeft opgegeven, kan er een papierstoring optreden omdat het papierformaat dan niet correct kan worden vastgesteld. 2 Papierladeprioriteit: Kopieerapparaat (kopieerapparaat/document Server) Geef de lade op waaruit papier voor uitvoer moet worden geleverd. Lade 1 Lade 2 Lade 3 (optioneel) Lade 4 (optioneel) Wanneer een optionele papierlade-eenheid is geïnstalleerd, worden [Lade 3] en [Lade 4] weergegeven. Als een optionele LCT is geïnstalleerd, wordt [Lade 3] weergegeven. Papierlade prioriteit: fax (fax) Geef de lade op waaruit papier voor uitvoer moet worden geleverd. Lade 1 Lade 2 Lade 3 (optioneel) Lade 4 (optioneel) Wanneer een optionele papierlade-eenheid is geïnstalleerd, worden [Lade 3] en [Lade 4] weergegeven. Als een optionele LCT is geïnstalleerd, wordt [Lade 3] weergegeven. Papierlade prioriteit: printer (printer) Geef de lade op waaruit papier voor uitvoer moet worden geleverd. Lade 1 Lade 2 Lade 3 (optioneel) Lade 4 (optioneel) Wanneer een optionele papierlade-eenheid is geïnstalleerd, worden [Lade 3] en [Lade 4] weergegeven. Als een optionele LCT is geïnstalleerd, wordt [Lade 3] weergegeven. 55

66 Systeeminstellingen Lade papierformaat: lade 2-4 Selecteer het formaat van het papier dat in de papierlade is geplaatst. De papiergeleider voor de optionele LCT is vast voor A4K, 8 1 / 2 " 11"K-papierformaat. Als u een ander papierformaat nodig heeft, dient u contact op te nemen met uw servicevertegenwoordiger. 2 De papierformaten die u kunt instellen voor lade 2 zijn als volgt: Metrische versie: Autodetectie, A3L, A4K, A4L, A5K, B4JISL, B5JISK, B5JISL, 11 17L, 11 15L, 10 14L, 8 1 / 2 14L, 8 1 / 2 13L, 8 1 / 2 11K, 8 1 / 2 11L, 8 1 / 4 14L, 8 1 / 4 13L, 8 13L, 8 10L, 7 1 / / 2 K, 7 1 / / 2 L, 8KL, 16KK, 16KL Inch-versie Autodetectie, 11 17L, 11 15L, 10 14L, 8 1 / 2 14L, 8 1 / 2 13L, 8 1 / 2 11K, 8 1 / 2 11L, 8 1 / 4 14L, 8 1 / 4 13L, 8 13L, 8 10L, 7 1 / / 2 K, 7 1 / / 2 L, A3L, A4K, A4L, A5K, B4JISL, B5JISK, B5JISL, 8KL, 16KK, 16KL De papierformaten die u kunt instellen voor lade 3 zijn als volgt: Wanneer een optionele papierlade-eenheid is geïnstalleerd: Metrische versie Autodetectie, A3L, A4K, A4L, A5K, B4JISL, B5JISK, B5JISL, 11 17L, 11 15L, 10 14L, 8 1 / 2 14L, 8 1 / 2 13L, 8 1 / 2 11K, 8 1 / 2 11L, 8 1 / 4 14L, 8 1 / 4 13L, 8 13L, 8 10L, 7 1 / / 2 K, 7 1 / / 2 L, 8KL, 16KK, 16KL Inch-versie Autodetectie, 11 17L, 11 15L, 10 14L, 8 1 / 2 14L, 8 1 / 2 13L, 8 1 / 2 11K, 8 1 / 2 11L, 8 1 / 4 14L, 8 1 / 4 13L, 8 13L, 8 10L, 7 1 / / 2 K, 7 1 / / 2 L, A3L, A4K, A4L, A5K, B4JISL, B5JISK, B5JISL, 8KL, 16KK, 16KL Wanneer optionele LCT is geïnstalleerd: A4K, 8 1 / 2 11K 56

67 Papierlade-instellingen De papierformaten die u kunt instellen voor lade 4 zijn als volgt: Metrische versie Autodetectie, A3L, A4K, A4L, A5K, B4JISL, B5JISK, B5JISL, 11 17L, 11 15L, 10 14L, 8 1 / 2 14L, 8 1 / 2 13L, 8 1 / 2 11K, 8 1 / 2 11L, 8 1 / 4 14L, 8 1 / 4 13L, 8 13L, 8 10L, 7 1 / / 2 K, 7 1 / / 2 L, 8KL, 16KK, 16KL Inch-versie Autodetectie, 11 17L, 11 15L, 10 14L, 8 1 / 2 14L, 8 1 / 2 13L, 8 1 / 2 11K, 8 1 / 2 11L, 8 1 / 4 14L, 8 1 / 4 13L, 8 13L, 8 10L, 7 1 / / 2 K, 7 1 / / 2 L, A3L, A4K, A4L, A5K, B4JISL, B5JISK, B5JISL, 8KL, 16KK, 16KL 2 Papierformaat handinvoer printer Geef het papierformaat op in de handinvoerlade wanneer u gegevens vanaf de computer afdrukt. De papierformaten die u in de handinvoer kunt plaatsen, zijn: Metrische versie Autodetectie, A3L, A4K, A4L, A5K, A5L, A6L, B4JISL, B5JISK, B5JISL, B6JISL, C5 EnvK, C6 EnvK, DL EnvK, 12 18L, 11 17L, 8 1 / 2 14L, 8 1 / 2 13L, 8 1 / 2 11K, 8 1 / 2 11L, 8 1 / 4 13L, 8 13L, 7 1 / / 2 K, 7 1 / / 2 L, 5 1 / / 2 L, 4 1 / / 2 K, 3 7 / / 2 K, 8KL, 16KK, 16KL Geef een aangepast formaat op tussen 90,0 en 305,0 mm verticaal, en tussen 148,0 en 600,0 mm horizontaal. Inch-versie Autodetectie, 12 18L, 11 17L, 8 1 / 2 14L, 8 1 / 2 13L, 8 1 / 2 11K, 8 1 / 2 11L, 8 1 / 4 13L, 8 13L, 7 1 / / 2 K, 7 1 / / 2 L, 5 1 / / 2 L, 4 1 / / 2 K, 3 7 / / 2 K, A3L, A4K, A4L, A5K, A5L, A6L, B4JISL, B5JISK, B5JISL, B6JISL, C5 EnvK, C6 EnvK, DL EnvK, 8KL, 16KK, 16KL Geef een aangepast formaat op tussen 3,55 inch en 12,00 inch verticaal, en tussen 5,83 inch en 23,62 inch horizontaal. 57

68 Systeeminstellingen 2 Papierformaat: handinvoerlade Hiermee stelt u het display in zodat u kunt zien welk papiertype in de handinvoer is geplaatst. Papiersoort Geen weergave Kringlooppapier Gekleurd papier Briefhoofd Etiketten OHP (Transparant) Speciaal papier 1 Speciaal papier 2 Speciaal papier 3 Karton Voorbedrukt papier Bankpost Papierdikte Dun papier Normaal papier (60-81 g/m 2.) Medium dik ( g/m 2, lb.) Dik papier 1 ( g/m 2.) Dik papier 2 ( g/m 2.) Dik papier 3 ( g/m 2.) 58

69 Papierlade-instellingen Papiersoort: lade 1-4 Hiermee stelt u het display in zodat u kunt zien welk papiertype in elke papierlade is geplaatst. De informatie wordt door de printer gebruikt om automatisch de lade met het geschikte papier te kiezen. Papiersoort Geen weergave Kringlooppapier Gekleurd papier Briefhoofd Speciaal papier 1 Speciaal papier 2 Speciaal papier 3 Karton Voorbedrukt papier Bankpost Papierdikte Dun papier Normaal papier (60-81 g/m 2.) Medium dik (82-105g/m 2, 22-28lb.) Dik papier 1 ( g/m 2.) Dik papier 2 ( g/m 2.) Kopieermethode in Duplex 2-zijdige kopie 1-zijdige kopie Autopapierselectie aan Ja Nee 2 59

70 Systeeminstellingen 2 Voorbladlade Hiermee kunt u opgeven en weergeven vanuit welke lade u voorbladen invoegt. Nadat u de papierlade heeft geselecteerd, kunt u ook de weergavetijd en de kopieermethode voor tweezijdige kopieën kiezen. Lade te programmeren Uit Handinvoerlade Lade 1 Lade 2 Lade 3 (optioneel) Lade 4 (optioneel) Kopieermethode in Duplex 2-zijdige kopie 1-zijdige kopie Displaytijd In geselecteerde modus Volledige tijd Tussenbladlade Hiermee kunt u opgeven en weergeven vanuit welke lade u tussenbladen invoegt. Nadat u de papierlade heeft geselecteerd, kunt u ook de weergavetijd en de kopieermethode voor tweezijdige kopieën kiezen. Lade te programmeren Uit Handinvoerlade Lade 1 Lade 2 Lade 3 (optioneel) Lade 4 (optioneel) Kopieermethode in Duplex 2-zijdige kopie 1-zijdige kopie Displaytijd In geselecteerde modus Volledige tijd 60

71 Papierlade-instellingen Opmerking Wanneer zich papier van hetzelfde type en formaat in twee verschillende laden bevindt en u de ene lade wilt instellen voor 2-zijdig kopiëren en de andere voor 1-zijdig kopiëren, geeft u de bovenste lade op voor 2-zijdig kopiëren. Als één van de laden is opgegeven als de standaardlade in Papierladeprioriteit, wijst u 2-zijdig kopiëren toe aan die lade. Er verschijnt een -merkteken naast de papierlade als u [Uit] heeft geselecteerd in [Autom.pap.sel]. [Autom.pap.sel] kan alleen worden geselecteerd voor de kopieerfunctie wanneer [Geen weergave] en [Gerecycl.pap.] geselecteerd zijn. Als [Nee] geselecteerd is, is Auto. papierselectie niet geldig voor de lade. De functies die de instellingen voor de voorbladlade gebruiken, zijn de voorblad-functie en voor/achterblad-functie. Als u Weergavetijd instelt op Modus geselecteerd in Voorbladlade en Tussenbladlade, worden de lades die zijn geselecteerd voor de voorbladen en tussenbladen alleen aangegeven als u het gebruik van voorbladen en tussenbladen heeft ingeschakeld. 2 Verwijzing Pag.3 Gebruikersinstellingen openen Kopieer-/Document Server-handleiding 61

72 Systeeminstellingen Timer instellingen Dit gedeelte beschrijft de gebruikersinstellingen in het timerinstellingenmenu onder Systeeminstellingen. Standaardinstellingen worden vetgedrukt weergegeven. 2 Automatische timer Uit Nadat er een bepaalde tijd is verstreken na de laatst voltooide opdracht, wordt het apparaat automatisch uitgeschakeld om energie te besparen. Deze functie wordt Automatisch uit genoemd. Naar de status van het apparaat na de bewerking Automatisch uit wordt verwezen met Uit-stand of Slaapstand. Geef voor Timer automatisch uit, de tijd op voordat Automatisch uit wordt geactiveerd. De standaardinstelling is 60 min.. Met behulp van de cijfertoetsen kunt u een tijd tussen 1 seconde en 240 minuten opgeven. Automatisch uit werkt wellicht niet wanneer fouten worden weergegeven. Timer energiespaarstand Geef op hoeveel tijd er moet verstrijken nadat de laatste kopieeropdracht is voltooid of nadat de laatste bewerking is uitgevoerd voordat de modus laag energieverbruik wordt ingeschakeld. Met behulp van de cijfertoetsen kunt u een tijd tussen 1 seconde en 240 minuten opgeven. De standaardinstelling is 15 min.. Display timer Geef op hoeveel tijd er moet verstrijken nadat de laatste kopieeropdracht is voltooid of nadat de laatste bewerking is uitgevoerd voordat het display wordt uitgeschakeld. De opwarmperiode voor het maken van een kopie vanuit de standby-modus is 3 seconden voor Weergave uit niveau 1 en 15 seconden voor Weergave uit niveau 2. Voer een tijdsinterval tussen 10 seconden en 240 minuten in met behulp van de cijfertoetsen. De standaardinstelling is 60seconde(n). Timer automatische systeemreset De systeemresetinstelling kiest automatisch het scherm van de functie die werd ingesteld in Functieprioriteit, wanneer er geen bewerkingen in uitvoering zijn, of wanneer een onderbroken taak wordt gewist. Deze instelling bepaalt het interval voor de systeemreset. Aan Uit Met behulp van de cijfertoetsen kunt u een tijd tussen 10 en 999 seconden opgeven. De standaardinstelling is 60 seconde(n). 62

73 Timer instellingen Automatische reset timer kopieerapparaat/document Server (kopieerapparaat/document Server) Hiermee geeft u op hoeveel tijd er moet verstrijken voordat het kopieerapparaat en de Document Server worden gereset. Aan Uit Als [Uit] geselecteerd is, schakelt het apparaat niet automatisch over naar het invoerscherm van de gebruikerscode. Met behulp van de cijfertoetsen kunt u een tijd tussen 10 en 999 seconden opgeven. De standaardinstelling is 60 seconde(n). 2 Automatische resettijd voor de fax (fax) Hiermee geeft u op hoeveel tijd er moet verstrijken voordat de faxmodus wordt gereset. Met behulp van de cijfertoetsen kunt u een tijd tussen 30 en 999 seconden opgeven. De standaardinstelling is 30 seconde(n). Timer automatische printerreset (printer) Hiermee geeft u op hoeveel tijd er moet verstrijken voordat de printerfunctie wordt gereset. Aan Uit Met behulp van de cijfertoetsen kunt u een tijd tussen 10 en 999 seconden opgeven. De standaardinstelling is 60 seconde(n). Automatische resettijd voor de scanner (scanner) Hiermee geeft u op hoeveel tijd er moet verstrijken voordat de scannerfunctie wordt gereset. Aan Uit Als [Uit] geselecteerd is, schakelt het apparaat niet automatisch over naar het invoerscherm van de gebruikerscode. Met behulp van de cijfertoetsen kunt u een tijd tussen 10 en 999 seconden opgeven. De standaardinstelling is 60 seconde(n). Datum instellen Hiermee stelt u met de cijfertoetsen de datum in voor de interne klok van het kopieerapparaat. Druk op [ ] en [ ] om het jaar, de maand en de dag te wijzigen. 63

74 Systeeminstellingen Tijd instellen Hiermee stelt u met de cijfertoetsen de tijd in van de interne klok van het kopieerapparaat. Voer de tijd in volgens het 24 uur-systeem (in stappen van 1 seconde). Druk op [ ] en [ ] om de uren, minuten en seconden te wijzigen. 2 Timer automatisch afmelden Geef op of een gebruiker automatisch moet worden uitgelogd, als de gebruiker het apparaat niet gebruikt voor een bepaalde periode na het inloggen. Aan Uit U kunt met behulp van de cijfertoetsen een tijd opgeven tussen 60 en 999 seconden in stappen van een seconde. De standaardinstelling is 180 seconde(n). Verwijzing Pag.3 Gebruikersinstellingen openen 64

75 Interface-instellingen Interface-instellingen Dit gedeelte beschrijft de gebruikersinstellingen in het Interface-instellingenmenu onder Systeeminstellingen. Standaardinstellingen worden vetgedrukt weergegeven. Netwerk 2 Dit gedeelte beschrijft de gebruikersinstellingen in het Netwerkmenu onder Systeeminstellingen. IPv4-adres apparaat Voordat u dit apparaat in de netwerkomgeving gaat gebruiken, moet u het IPv4-adres en het subnetmasker opgeven. Wanneer u [Specificeer] selecteert, voert u het IPv4-adres en subnetmasker als xxx.xxx.xxx.xxx in ( x geeft een getal aan). Als de IEEE 1394-interfacekaart is geïnstalleerd en u de IEEE 1394-interface gebruikt, moet u een domeinadres instellen dat anders is dan het [IPv4-adres] van [IEEE1394]. Als u het adres voor hetzelfde domein instelt, stelt u een andere waarde in voor het subnetmasker. Wanneer u [Specificeer] selecteert, dient u ervoor te zorgen dat het IPv4-adres anders is dan dat van andere apparaten in het netwerk. Het fysieke adres (MAC-adres) verschijnt ook. Als u tegelijkertijd Ethernet- en IEEE 1394 (IPv4 boven 1394)-interfaces gebruikt, moet u de instellingen zorgvuldig opgeven. Autom. verkrijgen (DHCP) Specificeer Apparaat IPv4-adres: Subnetmasker: IPv4 Gateway-adres Een gateway is een verbinding of een uitwisselingspunt tussen twee netwerken. Geef het gateway-adres op voor de router of hostcomputer die als gateway wordt gebruikt. IPv4 Gateway-adres: Apparaat IPv6 adres Geef het IPv6-netwerkadres van het apparaat op. Link lokaal adres Het opgegeven link-lokaal adres van het apparaat verschijnt. Handmatig configuratieadres Het handmatige configuratieadres van het apparaat verschijnt. Statusloos adres: 1-5 Het opgegeven staatloze adres verschijnt. 65

76 Systeeminstellingen IPv6 Gateway-adres Toont het IPv6-gatewayadres van het apparaat. 2 IPv6 Staatloze automatische adresconfiguratie IPv6 Staatloze automatische adresconfiguratie instellen. Actief Inactief DNS-configuratie Maak instellingen voor de DNS-server. Wanneer u [Specificeer] selecteert, voert u het IPv4-adres van de DNS-server in als xxx.xxx.xxx.xxx ( x geeft een getal aan). Autom. verkrijgen (DHCP) Specificeer DNS-server 1: DNS-server 2: DNS-server 3: DDNS-configuratie Geef de DDNS-instellingen op. Actief Inactief Domeinnaam Geef de domeinnaam op. De domeinnaam is standaard blanco. Autom. verkrijgen (DHCP) Specificeer WINS-configuratie Geef de instellingen voor de WINS-server op. Als [Aan] is geselecteerd, voert u het IPv4-adres van de WINS-server in als xxx.xxx.xxx.xxx ( x geeft een getal aan). Als DHCP in gebruik is, geeft u de bereik-id op. Voer een bereik-id in van maximaal 31 tekens. Aan Primaire WINS-server: Secundaire WINS-server: Bereik-ID Uit 66

77 Interface-instellingen Effectief protocol Selecteer het protocol dat in het netwerk moet worden gebruikt. IPv4: Actief/ Inactief IPv6: Actief /Niet actief NetWare: Actief / Inactief SMB: Actief / Inactief AppleTalk: Actief/ Inactief NCP-bezorgingsprotocol Selecteer het protocol voor NCP-bezorging. IPX-prioriteit TCP/ IP Prioriteit Alleen IPX Alleen TCP/IP Als u Alleen IPX of Alleen TCP/IP selecteert, kunt u niet naar het protocol overschakelen, zelfs als u er geen verbinding mee kunt maken. Als Net- Ware in [Effectief protocol] is ingesteld op Ongeldig, kunt u alleen TCP/IP gebruiken. 2 NW-frametype Selecteer het frametype wanneer u NetWare gebruikt. Autom. sel. Ethernet II Ethernet Ethernet Ethernet SNAP SMB-computernaam Geef de SMB-computernaam op. Voer de computernaam in met maximaal 15 tekens. "*+,/:;<>=?[\]. en spaties mogen niet worden ingevoerd. Stel geen computernaam in die begint met RNP en rnp. Gebruik hoofdletters voor alfabetten. SMB-werkgroep Geef de SMB-werkgroep op. Voer de computernaam in met maximaal 15 tekens. "*+,/:;<>=?[\]. en spaties mogen niet worden ingevoerd. Gebruik hoofdletters voor alfabetten. 67

78 Systeeminstellingen 2 Ethernet-snelheid Stel de toegangssnelheid voor netwerken in. Selecteer een snelheid die overeenstemt met uw netwerkomgeving. [Autom. sel.] moet normaal worden geselecteerd. Autom. sel. 10 Mbps Full Duplex 10 Mbps Half Duplex 100 Mbps Full Duplex 10 Mbps Half Duplex Type LAN Wanneer u de IEEE b-interface-eenheid heeft geïnstalleerd, selecteer dan de verbindingsmethode. Ethernet IEEE b [Type LAN] wordt weergegeven wanneer de draadloze LAN-kaart is geïnstalleerd. Als Ethernet en IEEE b (draadloos LAN) zijn aangesloten, dan heeft de geselecteerde interface voorrang. Ping-opdracht Controleer de netwerkverbinding met ping-opdracht die het opgegeven IPv4-adres gebruikt. Als u geen verbinding met het netwerk kunt maken, controleer dan het volgende en probeer de ping-opdracht opnieuw. Controleer of IPv4 in [Effectief protocol] is ingesteld op Actief. Controleer of het apparaat met het toegewezen IPv4-adres is verbonden met het netwerk. Het is mogelijk dat hetzelfde IPv4-adres wordt gebruikt voor de opgegeven apparatuur. SNMPv3-communicatie toestaan Stel de gecodeerde communicatie van SNMPv3 in. Alleen codering Codering/Tekst wissen Als u selecteert om [Alleen codering], dan moet u een coderingswachtwoord voor het apparaat instellen. SSL- / TLS-communicatie toestaan Stel de gecodeerde communicatie van SSL/TLS in. Alleen cijfertekst Cijfertekst-prioriteit Cf.tkst/Tkst wis. Als u [Alleen Cijfertekst] instelt, dan moet u het SSL-certificaat voor het apparaat installeren. 68

79 Interface-instellingen Hostnaam Geef de hostnaam op. Voer de hostnaam in met maximaal 63 tekens. Apparaatnaam Geef de apparaatnaam op. Voer de apparaatnaam in met maximaal 31 tekens. Parallelle interface 2 Dit gedeelte beschrijft de gebruikersinstellingen in het menu Parallelle interface onder Interface-instellingen. [Paral. interf.] wordt weergegeven als dit apparaat is geïnstalleerd met de IEEE 1284-interfacekaart. Parallelle Timing Stelt de timing in voor het controlesignaal van de parallelle interface. ACK buitenzijde ACK binnen STB omlaag Parallelle communicatiesnelheid Stelt de communicatiesnelheid voor de parallelle interface in. Hoge snelheid Standaard Status signaalselectie Stelt het niveau in voor het selectiesignaal van de parallelle interface. Hoog Laag Invoeraccent Stelt in of het invoersignaal bij ontvangst moet worden in- of uitgeschakeld. Actief Niet actief Bidirectionele communicatie Stelt de antwoordmodus van de printer in op een statusverwervingsverzoek bij gebruik van een parallelle interface. Aan Uit Wanneer ingesteld op [Uit] zal de bidirectionele communicatiefunctie worden uitgeschakeld en zal het printerstuurprogramma niet worden geïnstalleerd onder Automatische detectiefunctie van Windows. 69

80 Systeeminstellingen Signaalcontrole Hiermee geeft u op hoe fouten tijdens het afdrukken of verzenden van faxen van de computer moeten worden behandeld. Prior. taakacceptatie Printerprioriteit 2 IEEE 1394 Dit gedeelte beschrijft de gebruikersinstellingen in het IEEE 1394-menu onder Interface-instellingen. [IEEE1394] wordt weergegeven als dit apparaat is geïnstalleerd met de IEEE 1394-interfacekaart. IPv4-adres Voordat u dit apparaat in de netwerkomgeving gaat gebruiken, moet u het IPv4-adres en het subnetmasker opgeven. Wanneer u [Specificeer] selecteert, voert u het IPv4-adres en subnet mask als xxx.xxx.xxx.xxx in ( x geeft een getal aan). Wanneer u de IEEE 1394-interface in een netwerk gebruikt, kunt u de Ethernet-interface niet in hetzelfde domein gebruiken. Als u beide interfaces in hetzelfde domein wilt gebruiken, stelt u verschillende waarden in voor het subnet mask. Wanneer u [Specificeer] selecteert, dient u ervoor te zorgen dat het IPv4-adres anders is dan dat van andere apparaten in het netwerk. Het fysieke adres (MAC-adres) verschijnt ook. Als u tegelijkertijd Ethernet- en IEEE 1394 (IPv4 boven 1394)-interfaces gebruikt, dan moeten instellingen zorgvuldig worden gemaakt. Autom. verkrijgen (DHCP) Specificeer Apparaat IPv4-adres: Subnet mask: DDNS-configuratie Geef de DDNS-instellingen op. Actief Inactief Hostnaam Geef de hostnaam op. Voer de hostnaam in met maximaal 63 tekens. 70

81 Interface-instellingen Domeinnaam Maak instellingen voor de domeinnaam. De domeinnaam is standaard blanco. Autom. verkrijgen (DHCP) Specificeer Voer de domeinnaam in met maximaal 63 tekens. WINS-configuratie Geef de instellingen voor de WINS-server op. Als [Aan] is geselecteerd, stelt u het IPv4-adres van de WINS-server in als xxx.xxx.xxx.xxx ( xxx geeft een getal aan). Als DHCP in gebruik is, geeft u de bereik-id op. Voer een bereik-id in van maximaal 31 tekens. Aan Primaire WINS-server: Secundaire WINS-server: Bereik-ID Uit 2 IPv4 over 1394 Wanneer u de IPv4 boven 1394-functie van de IEEE 1394-interface gebruikt om het apparaat aan te sluiten op het netwerk, of als u afdrukt vanaf de computer met het stuurprogramma IPv4 boven 1394, moet u [Actief] opgeven voor [IPv4 over 1394]. Actief Inactief Afdrukken met IPv4 boven 1394 is mogelijk onder Windows Me/XP en Windows Server SCSI-afdruk (SBP-2) Wanneer u afdrukt met de functie SCSI-afdrukclient die wordt ondersteund door Windows 2000/XP of Windows Server 2003, dan moet u [SCSI-afdruk (SBP-2)] instellen. Actief Inactief Bidirectionele SCSI-afdruk Hiermee geeft u de antwoordmodus van de printer, etc. op voor statusverzoeken bij gebruik van de IEEE 1394-interface. Aan Uit Als dit is ingesteld op [Uit], dan zal bidirectionele communicatie niet werken. 71

82 Systeeminstellingen IEEE b 2 Dit gedeelte beschrijft de gebruikersinstellingen in het IEEE b-menu onder Interface-instellingen. [IEEE b] wordt weergegeven wanneer op het apparaat de draadloos LANinterfacekaart is geïnstalleerd. Maak alle instellingen tegelijkertijd. Communicatiemodus Geeft de communicatiemodus van het draadloze LAN op Ad-hoc modus Ad-hoc-modus Infrastructuurmodus SSID-instelling Geeft SSID op om het toegangspunt vast te leggen in infrastructuurmodus of ad-hoc-modus. De tekens die kunnen worden gebruikt zijn ASCII 0x20-0x7e (32 bytes). Als blanco is opgegeven in de b ad-hoc-modus of ad-hoc-modus, verschijnt ASSID. Kanaal Geeft een kanaal op als u b-ad-hoc-modus of ad-hoc-modus selecteert. De standaardinstelling is 11. Er is keuze uit de volgende kanalen: Metrische versie: 1-14 Inch-versie: 1-11 Beveiligingsmethode Geeft de codering van de IEEE b op (draadloos LAN). Als u [WEP] selecteert, dient u altijd een WEP-sleutel in te voeren. Als u [WPA] selecteert, geeft u coderings- en verificatiemethode op. Geef WPA op wanneer [Communicatiemodus] is ingesteld op [Infrastructuurmodus]. Uit WEP WPA WPA-coderingsmethode Selecteer TKIP of CCMP(AES). WPA-authent. Methode Selecteer WPA-PSK of WPA802.1X). Als u WPA-PSK heeft geselecteerd, voert u de vooraf gedeelde sleutel (PSK) in met 8-63 tekens in ASCII-code. 72

83 Interface-instellingen Draadloos LAN-signaal Bij gebruik van het apparaat in de infrastructuurmodus kunt u de radiogolvenstatus van het apparaat controleren met behulp van het bedieningspaneel. Radiogolvenstatus wordt weergegeven als u drukt op [Signaal wireless LAN]. Transmissiesnelheid Geeft de communicatiesnelheid van de IEEE b op (draadloos LAN). Autom. sel. 11 Mbps vast 5,5 Mbps vast 2 Mbps vast 1 Mbps vast 2 Fabrieksinstellingen herstellen U kunt de IEEE b (draadloos LAN)-instellingen terugzetten naar hun standaardwaarden. Nee Ja Verwijzing Pag.3 Gebruikersinstellingen openen Lijst afdrukken U kunt items controleren die met de netwerkomgeving te maken hebben. De configuratiepagina toont de huidige netwerkinstellingen en netwerkinformatie. A Druk op [Systeeminstellingen]. 73

84 Systeeminstellingen B Druk op [Interface instellingen]. 2 C Druk op [Lijst afdrukken]. D Druk op de toets {Start}. De configuratiepagina wordt afgedrukt. E Druk op [Afsluiten]. F Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. Opmerking U kunt ook afsluiten door te drukken op [Afsluiten] op het hoofdmenu Gebruikersinstellingen. 74

85 Bestandsoverdracht Bestandsoverdracht Dit gedeelte beschrijft de gebruikersinstellingen in het menu Bestandsoverdracht onder Systeeminstellingen. Standaardinstellingen worden vetgedrukt weergegeven. Bezorgingsoptie Schakelt het verzenden van opgeslagen of gescande documenten naar de ScanRouter-bezorgingsserver in of uit. Aan IPv4-adres hoofdbezorgingsserver IPv4-adres subbezorgingsserver Uit Geef deze optie op wanneer u wilt selecteren of u de ScanRouter-bezorgingssoftware al dan niet wilt gebruiken. Doet u dit, dan zult u I/O-apparaten eerst moeten registreren in de ScanRouter-bezorgingssoftware. 2 Capture IP-adres van de server Geef het IPv4-adres van de captureserver op. Deze instelling verschijnt als het medialinkbord is geïnstalleerd en de capture-functie wordt gebruikt door de ScanRouter-bezorgingssoftware. Bestandsdoorzending Fax RX Geef op hoe u faxbestanden wilt bezorgen die binnenkomen via de verschillende lijnen. Instelling per lijn Lijn 1 Lijn 2 Lijn 3 IP-Fax De lijnen verschijnen afhankelijk van de bedieningsomgeving. RX-bestandsbezorging Geef op of faxdocumenten moeten worden verzonden naar de ScanRouter-bezorgingssoftware voor elke faxlijn. Bezorgen aan server Niet bezorgen Afdrukken bij ontvangst Geef op of ontvangen faxdocumenten die zijn verzonden naar de ScanRouterbezorgingssoftware al dan niet tegelijkertijd moeten worden afgedrukt. Afdrukken Niet afdrukken 75

86 Systeeminstellingen 2 Te bezorgen bestand Geef op of alle ontvangen faxdocumenten of alleen ontvangen faxdocumenten met bezorgingscodes (ID of SUB/SEP-codes) naar de ScanRouterbezorgingssoftware worden verzonden. Bestand met bezorgingscode Bestand afdrukken Bezorgingsfout bestand Als een ontvangen faxdocument niet kan worden verzonden naar de Scan- Router-bezorgingssoftware, dan wordt het opgeslagen in het geheugen. Om een opgeslagen bestand af te drukken selecteert u [Bestand afdrukken]; om het te verwijderen selecteert u [Bestand verwijderen]. Als het apparaat de gegevens naar de ScanRouter-bezorgingssoftware kan verzenden, dan doet het dit automatisch. Als u gegevens wist, dan zult u ze niet kunnen verspreiden of afdrukken. Bestand afdrukken Bestand verwijderen SMTP-server Wanneer u DNS gebruikt, voer dan de hostnaam in. Wanneer u DNS niet gebruikt, voer dan het IPv4-adres in van de SMTP-server. Servernaam Poortnummer: 25 Voer de servernaam in met maximaal 127 tekens. Spaties mogen niet worden ingevoerd. Voer poortnummer in tussen 1 en met de cijfertoetsen en druk vervolgens op de {q}-toets. 76

87 Bestandsoverdracht SMTP-verificatie Geef SMTP-verificatie op (PLAIN, LOGIN, CRAMMD5, DIGEST-MD5). Wanneer u verzendt naar een SMTP-server, dan kunt u het beveiligingsniveau van de SMTP-server verhogen met verificatie waarvoor u de gebruikersnaam en het wachtwoord moet invoeren. Als de SMTP-server verificatie vereist, stel dan [SMTP verificatie] in op [Aan] en geef vervolgens de gebruikersnaam, het wachtwoord en de codering op. Voer de gebruikersnaam en het wachtwoord voor het adres van de beheerder in bij gebruik van Internetfax. SMTP AUTH Aan Gebruikersnaam Voer de gebruikersnaam in met maximaal 191 tekens. Spaties mogen niet worden ingevoerd. Afhankelijk van het SMTP-servertype, moet domein worden opgegeven. toe na de gebruikersnaam, zoals in gebruikersnaam@domein. adres Wachtwoord Voer het wachtwoord in met maximaal 63 tekens. Spaties mogen niet worden ingevoerd. Codering: Autom. / Aan / Uit [Codering]-[Autom.]: Gebruiken als de verificatiemethode PLAIN, LO- GIN, CRAM-MD5 of DIGEST-MD5 is. [Codering]-[Aan]: Gebruiken als de verificatiemethode CRAMMD5 of DI- GEST-MD5 is. [Codering]-[Uit]: Gebruiken als de verificatiemethode PLAIN of LOGIN is. Uit 2 77

88 Systeeminstellingen 2 POP voor SMTP Geef POP-verificatie op (POP voor SMTP). Wanneer u verzendt naar een SMTP-server, dan kunt u het beveiligingsniveau van de SMTP-server verhogen door voor verificatie verbinding te maken met de POP-server. Om POP-serververificatie in te schakelen voor het verzenden van via de SMTPserver, moet u [POP voor SMTP] instellen op [Aan]. wordt verzonden naar de SMTP-server nadat de tijd die is ingesteld voor [Wachttijd na aut.] is verstreken. Als u [Aan] selecteert, voer dan [Servernaam] in in [POP3 / IMAP4 Instellingen]. Controleer ook het poortnummer voor [POP3] in [ communicatiepoort]. Aan Wachttijd na authent.: 300 Geef [Wachttijd na aut.] op van nul tot milliseconden, in stappen van een milliseconde. Gebruikersnaam Voer de gebruikersnaam in met maximaal 63 tekens. Spaties mogen niet worden ingevoerd. adres Wachtwoord Voer het wachtwoord in met maximaal 63 tekens. Spaties mogen niet worden ingevoerd. Uit Ontvangstprotocol Geef ontvangstprotocol op voor het ontvangen van Internetfax. POP3 IMAP4 SMTP POP3 / IMAP4-instellingen Geef de POP3/IMAP4-servernaam op voor het ontvangen van Internetfaxen. De opgegeven POP3/IMAP4-servernaam wordt gebruikt voor [POP voor SMTP]. Servernaam Als DNS wordt gebruikt, voer dan de hostnaam in. Als DNS niet wordt gebruikt, voer dan het IPv4-adres van de POP3/IMAP4 of server in. Voer POP3/IMAP4-servernaam in met maximaal 127 tekens. Spaties mogen niet worden ingevoerd. Codering Autom. Wachtwoordcodering wordt automatisch ingesteld in overeenstemming met de POP-serverinstellingen. Aan Wachtwoord coderen. Uit Wachtwoord niet coderen. 78

89 Bestandsoverdracht adres beheerder Dit verschijnt als het afzenderadres op g de, gescande documenten, als de afzender niet is opgegeven. Wanneer u verzendt onder de Internetfax-functie, zal het adres van de beheerder verschijnen als het afzenderadres onder de volgende omstandigheden: De afzender is niet ingesteld en het adres van het apparaat is niet geregistreerd. De opgegeven afzender is niet geregistreerd in het adresboek van het apparaat en het adres van het apparaat is niet geregistreerd. Wanneer u SMTP-verificatie uitvoert voor de bestanden die zijn verzonden met de Internetfax-functie, zal het adres van de beheerder verschijnen in het vakje Van:. Als u de gebruikersnaam en het adres heeft opgegeven in [SMTP verificatie], zorg er dan voor deze instelling op te geven. Voer maximaal 128 tekens in. Specificeer afzender op g de, gescande documenten, als [Naam afzender autom. specificeren] is [Uit]. 2 communicatiepoort Geef de poortnummers op voor het ontvangen van Internetfaxen. Het opgegeven POP3-poortnummer wordt gebruikt voor [POP voor SMTP]. POP3: 110 IMAP4: 143 SMTP: 25 Voer een poortnummer in tussen 1 en met de cijfertoetsen en druk vervolgens op de {q}-toets. Ontvangstinterval Geef in minuten het tijdsinterval op voor het ontvangen van Internetfaxen via POP3- of IMAP4-server. Aan: 15 min. Uit Als [Aan] is geselecteerd, kan het tijdsinterval worden ingesteld van 2 tot 1440 minuten in stappen van één minuut. Max. ontvangstgrootte Geeft het maximaal ontvangen formaat op voor het ontvangen van Internetfaxen. 2 MB Voer een formaat in van één tot 50 MB in stappen van één megabyte. opslag in server Geef op of u de per Internetfax ontvangen s wilt opslaan op de POP3- of IMAP4-server. Uit Alles Alleen fouten 79

90 Systeeminstellingen 2 Stand Gebr./Wachtwoord (Verzenden) Geef de gebruikersnaam en het wachtwoord op voor het direct verzenden van scanbestanden naar een gedeelde map op een Windows-computer, naar een FTP-server of naar een NetWare-server. SMB-gebruikersnaam SMB-wachtwoord FTP-gebruikersnaam FTP-wachtwoord NCP-gebruikersnaam NCP-wachtwoord Voer maximaal 64 tekens in. bericht programmeren/wijzigen/wissen U kunt het bericht programmeren, wijzigen of verwijderen dat gebruikt is voor het verzenden van een Internetfax of een scanbestand als bijlage. Programmeren/Wijzigen A Druk op [Systeeminstellingen]. B Druk op [Bestand doorzenden]. C Druk op [TVolg.]. D Druk op [Programmeer/Wijzig/Verwijder bericht]. E Druk op [Programmeren/Wijzigen]. F Druk op [Niet geprogr.]. G Druk op [Allocatie]. H Voer een naam in en druk vervolgens op [OK]. Voer de naam in met maximaal 20 tekens. I Druk op [Bewerken]. Om een nieuwe regel te starten drukt u op [OK] om terug te keren naar het berichtenscherm en vervolgens drukt u op [TVolg.] in Regel voor bewerking selecteren:. J Voer de tekst in en druk vervolgens op [OK]. Voer maximaal vijf regels tekst in. Elke regel mag bestaan uit maximaal 80 tekens. K Druk op [OK]. L Druk op [Afsluiten]. Verwijderen A Druk op [Systeeminstellingen]. B Druk op [Bestand doorzenden]. C Druk op [TVolg.]. D Druk op [Programmeer/Wijzig/Verwijder bericht]. E Druk op [Verwijderen]. F Selecteer het bericht dat u wilt verwijderen. Het bevestigingsbericht over het verwijderen verschijnt. G Druk op [Ja]. 80

91 Bestandsoverdracht Naam afzender autom. specificeren Stel in of u de naam van de afzender wilt specificeren wanneer u verzendt. Aan Als u [Aan] selecteert, verschijnt het opgegeven adres in het vakje Van:. Als u het adres van de afzender niet opgeeft, zal het adres van de beheerder verschijnen in het vakje Van. Als u de afzender niet opgeeft wanneer een bestand wordt verzonden onder de faxfunctie of als het opgegeven adres niet is geregistreerd in het adresboek van het apparaat, verschijnt het adres van het apparaat in het vakje Van:. Als het apparaat geen adres heeft, verschijnt het adres van de beheerder in het vakje Van:. Uit Als u [Uit] selecteert, verschijnt het opgegeven adres in het vakje Van:, maar kunt u geen verzenden zonder het adres van de afzender op te geven. Onder de faxfunctie kunt u geen verzenden als het opgegeven adres niet is geregistreerd in het adresboek van het apparaat. 2 account faxen Geef adres, gebruikersnaam en wachtwoord op voor het ontvangen van Internetfaxen. Ontvangen adres Voer een adres in met maximaal 128 tekens. Gebruikersnaam Voer een gebruikersnaam in met maximaal 64 tekens. Wachtwoord Voer een wachtwoord in met maximaal 64 tekens. Niet ontvangen Intervaltijd opn.verz. scanner Geef het interval op dat het apparaat wacht voordat het een scanbestand opnieuw verzendt, als het niet kan worden verzonden naar de bezorgingsserver of mailserver. De standaardinstelling is 300 seconde(n). U kunt met behulp van de cijfertoetsen een intervaltijd opgeven tussen 60 en 999 seconden in stappen van een seconde. Deze instelling is voor de scannerfunctie. Aantal scanneroproepen verzendt opnieuw Hiermee stelt u een maximum aantal keren in dat een scanbestand opnieuw wordt verzonden naar de bezorgingsserver of de mailserver. Aan: 3 ke(e)r(en) Uit Als [Aan] is geselecteerd, dan kan het aantal keren worden ingesteld van 1 tot 99. Deze instelling is voor de scannerfunctie. Deze instelling is voor de scannerfunctie. Verwijzing Pag.3 Gebruikersinstellingen openen 81

92 Systeeminstellingen Beheerderinstellingen 2 Dit gedeelte beschrijft de gebruikersinstellingen in het menu Beheerdertoepassingen onder Systeeminstellingen. Standaardinstellingen worden vetgedrukt weergegeven. Beheerdersinstellingen worden door de beheerder gebruikt. Neem contact op met de beheerder indien u deze instellingen wilt wijzigen. Wij raden aan om beheerderverificatie in te stellen voordat u beheerderinstellingen maakt. Adresboekbeheer U kunt informatie toevoegen, wijzigen of verwijderen dat in het adresboek is opgeslagen. Zie Adresboek voor meer informatie. Programmeren/Wijzigen U kunt zowel namen als gebruikerscodes invoeren en wijzigen. Namen Het is mogelijk een naam, toetsweergave, registratienummer, en titel selectie te registreren. Verif. info Het is mogelijk een gebruikerscode te registreren en de functies toe te wijzen die voor elke gebruikerscode beschikbaar zijn. Het is ook mogelijk gebruikersnamen en wachtwoorden te registreren die worden gebruikt voor het versturen van en het versturen van bestanden naar mappen of voor toegang tot een LDAP-server. Beveiliging Het is mogelijk een beveiligingscode te registreren. Faxbest. U kunt het volgende registreren: faxnummer, internationale TX-modus, fax koptekst, het invoegen van een label, IP-Faxbestemming en protocol. Het is mogelijk een adres te registreren. Map U kunt het protocol, pad, poortnummer en de servernaam registreren. Toevoegen aan groep Namen die zijn geregistreerd in het adresboek kunnen in een groep worden geplaatst. Verwijderen U kunt een naam uit het adresboek verwijderen. U kunt max namen registreren. U kunt maximaal 500 gebruikerscodes invoeren. U kunt ook namen in het adresboek registreren en beheren met behulp van Web Image Monitor of SmartDeviceMonitor for Admin. 82

93 Beheerderinstellingen Adresboek: groep programmeren/wijzigen/wissen Namen die zijn geregistreerd in het adresboek kunnen aan een groep worden toegevoegd. Hiermee kunt u eenvoudig de namen beheren die in elke groep zijn geregistreerd. Programmeren/Wijzigen U kunt groepen registreren en wijzigen. Namen Het is mogelijk een naam, toetsweergave, registratienummer, en titel selectie te registreren. Geprogrammeerde gebruiker/groep U kunt de namen of groepen van iedere groep controleren. Beveiliging Het is mogelijk een beveiligingscode te registreren. Toevoegen aan groep U kunt groepen die zijn geregistreerd in het Adresboek in een groep plaatsen. Verwijderen U kunt een groep uit het Adresboek verwijderen. U kunt maximaal 100 groepen registreren. U kunt ook groepen in het adresboek registreren en beheren met behulp van Web Image Monitor of SmartDeviceMonitor for Admin. Gebruik de SmartDeviceMonitor for Admin die wordt geleverd bij de printerscanner-eenheid. 2 Adresboek: volgorde wijzigen Hiermee wijzigt u de volgorde van de geregistreerde namen. U kunt de volgorde van items wijzigen als ze op dezelfde pagina staan. Het is niet mogelijk om items naar een andere pagina te verplaatsen. U kunt bijvoorbeeld niet een item uit PLANNING ([OPQ]) naar DAILY ([CD]) verplaatsen. A Druk op [Systeeminstellingen]. B Druk op [Beheerdertoepas.]. C Druk op [Adresboek: Volgorde wijzigen]. 83

94 Systeeminstellingen D Druk op de naamtoets die moet worden verschoven. 2 U kunt een naam selecteren met behulp van de cijfertoetsen. E Druk op de naamtoets op de plaats waarnaar u deze wilt verplaatsen. De gebruikerstoets wordt verplaatst naar de geselecteerde positie en de gebruikerstoets die op dat moment op de geselecteerde positie staat, wordt naar voren of naar achteren verplaatst. Als u de geselecteerde gebruikerstoets vooruit beweegt, dan wordt de gebruikerstoets die op dat moment op de geselecteerde plaats staat, achteruit bewogen. Als u de geselecteerde gebruikerstoets achteruit beweegt, dan wordt de gebruikerstoets die op dat moment op de geselecteerde plaats staat, vooruit bewogen. U kunt ook een naam selecteren met behulp van de cijfertoetsen. 84

95 Beheerderinstellingen Adresboek afdrukken: Bestemmingslijst U kunt de bestemmingslijst die in het adresboek is geregistreerd, afdrukken. Afdrukken op titel 1 volgorde Hiermee wordt het adresboek in de volgorde titel 1 afgedrukt. Afdrukken op titel 2 volgorde Hiermee wordt het adresboek in de volgorde titel 2 afgedrukt. Afdrukken op titel 3 volgorde Hiermee wordt het adresboek in de volgorde titel 3 afgedrukt. Bellijst groep afdrukken Hiermee wordt het groepsadresboek afgedrukt. A Druk op [Systeeminstellingen]. B Druk op [Beheerdertoepas.]. C Druk op [Adresboek afdrukken: Bestemmingslijst]. D Selecteer de afdrukindeling. E Om de lijst op dubbelzijdige pagina s af te drukken, selecteert u [Afdrukken op 2 zijden]. F Druk op de toets {Start}. De lijst wordt afgedrukt. 2 Adresboek: titel bewerken U kunt de titel bewerken om een gebruiker gemakkelijk te vinden. A Druk op [Systeeminstellingen]. B Druk op [Beheerdertoepas.]. C Druk op [Adresboek: Titel bewerken]. 85

96 Systeeminstellingen D Druk op het titeltoets die u wilt wijzigen. 2 E Typ de nieuwe naam en druk vervolgens op [OK]. F Druk op [OK]. Adresboek: Titel omschakelen Hiermee geeft u de titel op om een naam te selecteren. Titel 1 Titel 2 Titel 3 Reservekopie / Adresboek herstellen U kunt op externe opslagruimte een reservekopie maken van het adresboek van het apparaat of de reservekopie vanuit de externe opslagruimte terugzetten. Reservekopie U kunt een reservekopie maken van het adresboek van het apparaat op een externe opslagplaats. Terugzetten U kunt de reservekopie van het adresboek terugzetten vanuit de externe opslagruimte. Indeling U kunt de externe opslagruimte formatteren. Media-info ophalen De vrije ruimte en bezette ruimte van de externe opslagruimte worden weergegeven. Teller Weergeven/Afdrukken Hiermee kunt u het aantal afdrukken bekijken en afdrukken. Teller Weergeven/Afdrukken Hiermee geeft u het aantal afdukken weer voor elke functie (Totaal, Kopieermachine, Printer, A3 / DLT, Duplex, Faxafdrukken, Verzenden / TX Tot., Faxverzending, Verz.nr. Scan). Tellerlijst afdrukken Hiermee kunt u een lijst afdrukken met het aantal afdrukken voor elk functie. 86

97 Beheerderinstellingen Weergeven/Wissen/Afdrukken teller per gebruiker Hiermee kunt u de aantallen afdrukken die met een gebruikerscode zijn geopend bekijken, afdrukken en terugzetten op 0. Druk op [UVorige] en [TVolg.] om alle aantallen afdrukken te tonen. Het aantal afdrukken kan afwijken van de tellerwaarden in Teller Weergeven/Afdrukken. Tellerlijst afdrukken voor alle gebruikers Drukt de tellerwaarden af voor alle gebruikers. Tellerlijst wissen voor alle gebruikers Stelt de tellerwaarden voor alle gebruikers opnieuw in. Tellerlijst afdrukken per gebruiker Drukt de tellerwaarden af voor iedere gebruiker. Tellerlijst wissen per gebruiker Stelt de tellerwaarde voor iedere gebruiker opnieuw in. Alles op pag. selecteren Hiermee selecteert u alle gebruikers op de pagina. 2 Beheer gebruikersverificatie Gebruikerscodeverificatie Met Gebruikerscode-verificatie, kunt u beschikbare functies beperken en op hun gebruik toezien. Wanneer u Gebruikerscode-verificatie gebruikt, registreer dan de gebruikerscode. Met de Printer PC-controlefunctie kunt u een logboek met afdrukken krijgen die overeenstemmen met de codes die zijn ingevoerd tijdens het gebruik van het printerstuurprogramma. Wanneer gebruikerscodeverificatie is ingesteld kan de functie Automatisch kleur selecteren niet worden gebruikt. Voor informatie over Basisverificatie, Windows-verificatie, LDAP-verificatie en Integratieserver-verificatie moet u contact opnemen met uw beheerder. Kopieerapparaat: Alles beperken, Enkele kleur / Kleur, Kleur, Niet beperken Printer: Zwart-wit, PC-besturing, Niet beperken Andere functies: Document Server, Fax, Scanner Taakverificatie: Compleet, Eenvoudig, Eenvoudig (Alles) Basisauth. Windows-verificatie LDAP-verificatie Auth. integratieserver Uit 87

98 Systeeminstellingen Verbeterd verificatiebeheer Neem voor meer informatie over deze functie contact op met uw beheerder. Beheer beheerdersverificatie Neem voor meer informatie over deze functie contact op met uw beheerder. 2 Beheerder programmeren/wijzigen Neem voor meer informatie over deze functie contact op met uw beheerder. Tellertoets beheer Geef die functies op die u wilt beheren met de sleutelteller. Kopieerapparaat: Kleur / Enkele kleur Printer: Enkele kleur Andere functies: Document Server / Fax / Scanner Uitgebreide beveiligingsfunctie Geef op of u de uitgebreide beveiligingsfuncties wilt gebruiken of niet. Neem voor meer informatie over de uitgebreide beveiligingsfuncties contact op met uw beheerder. Aut. best.verw. in Document Server Geef op of de documenten die op de Document Server zijn opgeslagen na een bepaalde tijd moeten worden verwijderd of niet. Aan: 3 dag(en) Uit Als u [Aan] selecteert, dan worden documenten opgeslagen en vervolgens verwijderd na de opgegeven periode. Als u [Uit] selecteert, dan worden de documenten niet automatisch verwijderd. Als u [Aan] selecteert, voert u het aantal dagen in van 1180 (in stappen van 1 dag). De fabrieksinstelling is 3 dagen, dit betekent dat documenten 3 dagen (72 uur) nadat ze zijn opgeslagen, worden verwijderd. Verw. alle best. in Document Server U kunt verwijderde bestanden verwijderen die zijn opgeslagen in de Document Server, inclusief bestanden die zijn opgeslagen voor Testafdruk, Beveiligde afdruk, Wacht met afdrukken en Opgeslagen afdruk onder printerfunctie. Nee Ja Ook als er altijd een wachtwoord is ingesteld, worden alle documenten verwijderd. Er verschijnt een bevestigingsboodschap. Als u alle documenten wilt verwijderen, selecteert u [Ja]. 88

99 Beheerderinstellingen LDAP-server programmeren/wijzigen/verwijderen Programmeer de LDAP-server om bestemming direct op te zoeken in het adresboek van de LDAP-server. Deze functie is mogelijk wanneer u scanbestanden verzendt per met de scanner- of faxfunctie. Naam Servernaam Zoekbasis Poortnummer Gebr. beveil. verbinding (SSL) Verificatie Gebruikersnaam Wachtwoord Zoekvoorwaarden Zoekopties Om een LDAP-zoekopdracht te starten moet u de hieronder opgesomde items instellen. Voor andere items controleert u uw omgeving en maakt u de nodige wijzigingen. Servernaam Zoekbasis Poortnummer Zoekvoorwaarden Verificatie Om de LDAP-server in Beheerderseigenschappen selecteert u [Aan] onder LDAP-server. Deze functie ondersteunt LDAP-versie 2.0 en 3.0. Ver 2.0 ondersteunt geen verificatie met hoge beveiliging. 2 LDAP zoeken Geef op of u de LDAP-server voor zoeken wilt gebruiken of niet. Aan Uit Als u [Uit] selecteert, dan zal de LDAP-serverlijst niet verschijnen op het zoekdisplay. AOF (altijd Aan) Hiermee wordt opgegeven of u Automatisch Uit wilt gebruiken of niet. Aan Uit 89

100 Systeeminstellingen Firmware versie U kunt de versie controleren van de software die is geïnstalleerd op dit apparaat. Niveau netwerkbeveiliging Neem voor meer informatie over deze functie contact op met uw beheerder. 2 Geheugeninstelling automatisch wissen Neem voor meer informatie over deze functie contact op met uw beheerder. Hele geheugen wissen Neem voor meer informatie over deze functie contact op met uw beheerder. Alle logboeken verwijderen Neem voor meer informatie over deze functie contact op met uw beheerder. Logboekinstelling verzenden Neem voor meer informatie over deze functie contact op met uw beheerder. Gegevensbeveiliging voor kopiëren Neem voor meer informatie over deze functie contact op met uw beheerder. Verwijzing Pag.3 Gebruikersinstellingen openen Pag.215 Adresboek Pag.230 De teller afdrukken voor elke gebruiker Pag.291 Teller 90

101 Beheerderinstellingen LDAP-server programmeren/wijzigen/verwijderen In dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u de LDAP-serverinstellingen opgeeft. De LDAP-server programmeren/wijzigen A Druk op [Systeeminstellingen]. B Druk op [Beheerdertoepas.]. C Druk op [Programmeer/Wijzig/Verwijder LDAP server]. D Controleer of [Programmeren/Wijzigen] is geselecteerd. E Selecteer de LDAP-server die u wilt programmeren of wijzigen. Wanneer u de server programmeert, selecteer dan [Niet geprogr.]. F Stel elk item in zoals vereist is. G Druk op [OK] na het instellen van elk item. Voor details over LDAP-server, zie De LDAP-server programmeren. H Druk op [Afsluiten]. I Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. Verwijzing Pag.92 De LDAP-server programmeren 2 De geprogrammeerde LDAP-server verwijderen A Druk op [Systeeminstellingen]. B Druk op [Beheerdertoepas.]. C Druk op [Programmeer/Wijzig/Verwijder LDAP server]. D Druk op [Verwijderen]. E Selecteer de LDAP-server die u wilt wissen. F Druk op [Ja]. G Druk op [Afsluiten]. H Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. 91

102 Systeeminstellingen De LDAP-server programmeren In dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u de LDAP-serverinstellingen opgeeft. Een identificatienaam invoeren 2 A Druk op [Allocatie] onder Naam. Registreer een naam voor de LDAP-server die verschijnt op het serverkeuzescherm van de LDAP-zoekbewerking. B Voer de identificatienaam van de server in. C Druk op [OK]. Een servernaam invoeren A Druk op [Allocatie] onder Servernaam. Registreer de LDAP-serverhostnaam of -IPv4-adres. B Voer de LDAP-servernaam in. C Druk op [OK]. De zoekbasis invoeren A Druk op [Allocatie] onder Zoekbasis. Selecteer een routemap om te starten met zoeken naar adressen die zijn geregistreerd in de geselecteerd en die zoekbestemmingen zijn. B Voer de zoekbasis in. Voorbeeld: als het zoekdoel de verkoopafdeling van bedrijf ABC is, voert u dc=verkoopafdeling, o=abc in. (In dit voorbeeld is de omschrijving een actieve directory. dc is de organisatie-eenheid en o is het bedrijf.) Zoekbasisregistratie kan vereist zijn, afhankelijk van uw serveromgeving. Wanneer registratie vereist is, dan zullen niet-gespecificeerde zoekopdrachten resulteren in foutberichten. Controleer uw serveromgeving en voer de nodige specificaties in. C Druk op [OK]. 92

103 Beheerderinstellingen Een poortnummer invoeren A Druk op [Allocatie] onder Poortnummer. Geef het poortnummer op voor communicatie met de LDAP-server. Geef een poort op die overeenstemt met uw omgeving. B Voer het nieuwe poortnummer in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op de toets {#}. Wanneer SSL is ingesteld op [Aan], verandert het poortnummer automatisch in SSL-communicatie starten A Druk op [Aan] onder Gebr. beveil. verbinding (SSL). Gebruik SSL om te communiceren met de LDAP-server. Om SSL te kunnen gebruiken, moet de LDAP-server SSL ondersteunen. Wanneer SSL is ingesteld op [Aan], verandert het poortnummer automatisch in 689. SSL-instelling moet op dit apparaat zijn ingeschakeld. Neem voor meer informatie contact op met uw netwerkbeheerder. Verificatie instellen A Druk op [TVolg.]. B Druk op [Aan] of [Hge beveiliging] onder Verificatie. Om een zoekverzoek aan de LDAP-server te doen gebruikt u de beheerdersaccount voor verificatie. Verificatie-instellingen moeten voldoen aan de instellingen van uw serververificatie. Controleer uw serverinstellingen voordat u dit apparaat instelt. [Hge beveiliging] is alleen beschikbaar met LDAP-versie 3.0. Wanneer [Hge beveiliging] is geselecteerd, dan wordt het beheerderswachtwoord gecodeerd voordat het wordt verzonden naar het netwerk. Wanneer [Aan] is geselecteerd, dan wordt het wachtwoord verzonden zonder codering. 93

104 Systeeminstellingen De gebruikersnaam en het wachtwoord invoeren 2 A Druk op [TVolg.]. B Druk op [Allocatie] onder Gebruikersnaam. Wanneer [Aan] of [Hge beveiliging] is geselecteerd voor de verificatie-instelling, gebruik dan de accountnaam en het wachtwoord van de beheerder. Voer de accountnaam en het wachtwoord van de beheerder niet in als u verificatie gebruikt voor elk individu of voor elke zoekopdracht. C Voer de gebruikersnaam in en druk vervolgens op [OK]. Procedures voor het instellen van de gebruikersnaam verschillen per serveromgeving. Controleer uw serveromgeving voordat u de instelling maakt. Voorbeeld: Domeinnaam\Gebruikersnaam, Gebruikersnaam@Domeinnaam, CN=Naam, OU=Afdelingsnaam, DC=Servernaam D Druk op [Allocatie] onder Wachtwoord. E Voer het juiste wachtwoord in en druk vervolgens op [OK]. De gebruikersnaam en het wachtwoord zijn vereist voor de beheerdersverificatie voor toegang tot de LDAP-server. U kunt opgeven dat de gebruikersnaam en het wachtwoord in het adresboek van dit apparaat individuele verificatietoegang tot de LDAP-server toestaan. Gebruik Beheerderstoepassingen voor de selectie van de gebruikersnaam en het wachtwoord die/dat u wilt gebruiken. De verbinding testen A Druk op [Verbindingstest]. Open de LDAP-server om te controleren of juiste verbinding tot stand is gebracht. Controleer of de verificatie werkt volgens de verificatie-instellingen. Er wordt een verbindingstest uitgevoerd. B Druk op [Afsluiten]. Als de verbindingstest mislukt, controleer dan uw instellingen en probeer het opnieuw. Deze functie controleert niet de zoekvoorwaarden of de zoekbasis. 94

105 Beheerderinstellingen Zoekvoorwaarden instellen A Druk twee keer op [TVolg.]. B Druk op [Allocatie] voor items die u wilt gebruiken als zoekvoorwaarden van het volgende: [Naam], [ adres], [Faxnummer], [Bedrijfsnaam] en [Afdelingsnaam]. U kunt een eigenschap als een specifiek zoekwoord invoeren. Met de ingevoerde eigenschap doorzoekt de functie het Adresboek van de LDAP-server. C Voer de eigenschap in die u wilt gebruiken wanneer u zoekt naar adressen en druk vervolgens op [OK]. De eigenschapswaarde mag variëren, afhankelijk van de serveromgeving. Controleer of de eigenschapswaarde voldoet aan de serveromgeving voordat u deze instelt. U kunt items blanco laten, maar u kunt geen eigenschappen blanco laten als u zoekt naar adressen in het Adresboek van de LDAP-server. 2 Zoekopties instellen A Druk drie maal op [TVolg.]. B Druk op [Allocatie] onder Eigenschap. C Voer de eigenschap in die u wilt gebruiken wanneer u zoekt naar adressen en druk vervolgens op [OK]. Om de LDAP-servergegevens te doorzoeken met een sleutelwoord dat anders is dan de voorbereide zoekwoorden zoals Naam, adres, FAXnummer, Bedrijfsnaam en Afdelingsnaam, geef dan de eigenschap op voor het sleutelwoord dat is geregistreerd in uw LDAP-server en de naam die moet worden weergegeven op het bedieningspaneel tijdens de zoekopdracht. Bijvoorbeeld: om adressen te doorzoeken op werknemernummer, voert u werknemer nr. in het veld Eigenschappen en Werknemer nr. in het toetsweergaveveld in. De eigenschapswaarde mag variëren, afhankelijk van de serveromgeving. Controleer of de eigenschap voldoet aan de serveromgeving voordat u deze instelt. D Druk op [Allocatie] onder Toetsendisplay. 95

106 Systeeminstellingen E Voer de toetsweergave in en druk vervolgens op [OK]. De geregistreerde toetsweergave verschijnt als een sleutelwoord voor het doorzoeken van de LDAP. Zonder toetsendisplayregistratie 2 Met toetsendisplayregistratie De toets verschijnt niet op het zoekscherm, tenzij zowel Eigenschap als Toetsendisplay zijn geregistreerd. Registreer beide items om de optionele zoekopdracht te kunnen gebruiken. 96

107 3. Eigenschappen Kopieerapparaat/Document Server Dit hoofdstuk beschrijft gebruikersinstellingen in het menu Kopieereigenschappen / Document Server. Zie Gebruikersinstellingen openen (Systeeminstellingen) voor informatie over het openen van Kopieerapparaat / Document Server-eigenschappen. Algemene functies Dit gedeelte beschrijft de gebruikersinstellingen in het menu Algemene functies onder Eigenschappen Kopieerapparaat / Document Server. Standaardinstellingen worden vetgedrukt weergegeven. Automatische densiteitprioriteit U kunt instellen of Automatische afbeeldingsdichtheid Aan of Uit staat wanneer het apparaat wordt ingeschakeld, gereset of als modi worden gewist. Kleur Aan Uit Z/W / Enkele kleur Aan Uit Prioriteit origineeltype U kunt actieve origineeltype selecteren wanneer de spanning wordt ingeschakeld of als modi worden gewist. Kleur Tekst Tekst/Foto Foto Licht Generatiekopie Folder Z/W / Enkele kleur Tekst Tekst/Foto Foto Licht Generatiekopie Folder 97

108 Eigenschappen Kopieerapparaat/Document Server Prioriteit origineel fototype Wanneer u Tekst / Foto of Foto selecteert in Prioriteit Origineeltype, kunt u de instellingen van het geselecteerde origineeltype wijzigen. Glanzende foto Gedrukte foto Gekopieerde foto 3 Origineeltype-display U kunt de origineeltypen op het basisdisplay weergeven. Verbergen Weergeven Indien u [Verbergen] selecteert, wordt het display zoals hieronder weergegeven getoond. Papierdisplay U kunt instellen dat de beschikbare papierladen en -formaten in het basisdisplay worden weergegeven. Verbergen Weergeven Indien u [Verbergen] selecteert, wordt het display zoals hieronder weergegeven getoond. Druk op [Autom.pap.sel] om papierformaten weer te geven. Origineelrichting in duplexmodus Bij het dubbelzijdig kopiëren kunt u de kopieerrichting instellen. Bov. naar Bov. Van boven naar onder 98

109 Algemene functies Kopieerrichting in duplexmodus U kunt de kopieerrichting instellen bij het dubbelzijdig kopiëren. Bov. naar Bov. Van boven naar onder Max. kopieerhoeveelheid Het maximale aantal kopieën kan worden ingesteld tussen 1 en 999. De standaardinstelling is 999 Vellen. Automatische ladewissel Indien u papier van hetzelfde formaat in twee of meer laden plaatst, zal het apparaat automatisch naar de andere lade wisselen indien het papier in de eerste lade die in gebruik is, op is (als Automatische papierselectie is geselecteerd.) Deze functie wordt Automatische ladewissel genoemd. Deze instelling geeft aan of u de functie Automatische ladewisseling moet gebruiken of niet. Met beeldrotatie Gebruiken voor kopiëren wanneer u de functie Automatische ladewissel gebruikt. Zonder afbeeldingsrotatie Kopieert alleen met Automatische ladewissel indien u papier met hetzelfde formaat in twee of meerdere laden plaatst in dezelfde richting. Als het papier niet hetzelfde formaat of niet dezelfde richting heeft, wordt het kopiëren onderbroken met de melding Papier plaatsen. Uit Als het papier in een lade op is, wordt het kopiëren onderbroken en wordt de melding Papier plaatsen. weergegeven. 3 Geluidsignaal: origineel aanwezig Er klinkt een pieptoon wanneer u vergeet de originelen te verwijderen na het kopiëren. Aan Uit Als paneelsignaal van Gebruikersinstellingen (Systeeminstellingen) [Uit] staat, klinkt het geluidssignaal niet, ongeacht de signaalinstelling: Origineel aanwezig. Toon taakeinde U kunt aangeven of u de pieptoon wilt laten klinken wanneer het kopiëren is voltooid. Als paneelsignaal van Gebruikersinstellingen (Systeeminstellingen) [Aan] is, dan klinkt een pieptoon om u op de hoogte te stellen dat het apparaat een opdracht niet heeft voltooid, bijvoorbeeld omdat het papier in de lade op is of omdat er papier is vastgelopen. Aan Uit 99

110 Eigenschappen Kopieerapparaat/Document Server Aangepaste functie: Kopieerapparaat U kunt de zes meest gebruikte functies toewijzen aan toetsen van de kopieerfunctie. 3 Uit 2 originelen 2-zijdig: van boven tot boven 2 originelen 2-zijdig: van boven tot onder 2-zijdig 2-zijdig 2-zijdig 2 vellen 1-zijdig 1-zijdig combineren: 2 originelen 1-zijdig 1-zijdig combineren: 4 originelen 1-zijdig 1-zijdig combineren: 8 originelen 4 originelen 2-zijdig combineren: van boven tot boven 4 originelen 2-zijdig combineren: van boven tot onder 1-zijdig tijdschrift 2-zijdig tijdschrift Marge creëren Orig. invoerrichting Batch Nieten: Bovenste diagonaal/links Nieten: Onderste diagonaal/links Nieten: Links 2 Nieten: Bovenkant 2 Nieten: Bovenkant Nieten: Onderkant Zadelsteek 2 gaatjes links 2 gaatjes bovenkant 3 gaatjes links 3 gaatjes bovenkant 4 gaatjes links 4 gaatjes bovenkant Ger. sort. Positief/Negatief 100

111 Algemene functies Aangepaste functie: Document Server opslag U kunt de zes meest gebruikte functies toewijzen aan toetsen van de Document Server-opslag. 3 Uit 2-zijdig origineel: Boven/Boven 2-zijdig origineel: Boven tot onder 1-zijdig 1-zijdig combineren: 2 originelen 1-zijdig 1-zijdig combineren: 4 originelen 1-zijdig 1-zijdig combineren: 8 originelen 2-zijdig: van boven tot boven 1-zijdig combineren: 2 originelen 2-zijdig: van boven tot onder 1-zijdig combineren: 2 originelen 2-zijdig: van boven tot boven 1-zijdig combineren: 4 originelen 2-zijdig: van boven tot onder 1-zijdig combineren: 4 originelen 2-zijdig: van boven tot boven 1-zijdig combineren: 8 originelen 2-zijdig: van boven tot onder 1-zijdig combineren: 8 originelen Marge creëren Orig. invoerrichting Batch Positief/Negatief Verwijzing Pag.3 Gebruikersinstellingen openen Pag.51 Paneel toetsgeluid Kopieer-/Document Server-handleiding 101

112 Eigenschappen Kopieerapparaat/Document Server Reproductiefactor Dit gedeelte beschrijft de gebruikersinstellingen in het menu Reproductiefactor onder Eigenschappen Kopieerapparaat / Document Server. Standaardinstellingen worden vetgedrukt weergegeven. 3 Snelkoppeling R/E U kunt maximaal 3 vaak gebruikte ratio s Verkleinen / Vergroten programmeren die anders zijn dan de vaste ratio s voor Verkleinen / Vergroten en die kunnen weergegeven worden op het basisdisplay. U kunt de geregistreerde ratio s Verkleinen / Vergroten ook wijzigen. Metrische versie 25% A3 A5, 8" 13" A5 (50%) A3 8" 13" (65%) A3 A4, A4 A5 (71%) B4JIS 8" 13" (75%) 8" 13" A4, B4JIS 8" 13" (82%) 93% B4JIS A3 (115%) 8" 13" A3, A4 B4JIS (122%) A4 A3, A5 A4 (141%) A5 A3 (200%) 400% Gebruiker R/E-factor (25-400%) Uit Standaardinstelling: F1: 71% F2: 141% F3: 93% 102

113 Reproductiefactor Inch-versie 25% 11" 17" 5 1 / 2 " 8 1 / 2 " (50%) 11" 17" 8 1 / 2 " 11" (65%) 11" 15" 8 1 / 2 " 11" (73%) 8 1 / 2 " 14" 8 1 / 2 " 11" (78%) 8 1 / 2 " 13" 8 1 / 2 " 11" (85%) 93% 8 1 / 2 " 14" 11" 17" (121%) 8 1 / 2 " 11" 11" 17" (129%) 5 1 / 2 " 8 1 / 2 " 8 1 / 2 " 14" (155%) 5 1 / 2 " 8 1 / 2 " 11" 17" (200%) 400% Gebruiker R/E-factor (25-400%) Uit Standaardinstelling: F1: 73% F2: 155% F3: 93% 3 103

114 Eigenschappen Kopieerapparaat/Document Server R/E-factor Geef de factoren voor het vergroten en verkleinen op die moeten verschijnen als [Verkleinen/Vergroten] wordt ingedrukt op het kopieerscherm. 3 Metrische versie 25% A3 A5, 8" 13" A5 (50%) A3 8" 13" (65%) A3 A4, A4 A5 (71%) B4JIS 8" 13" (75%) 8" 13" A4, B4JIS 8" 13" (82%) 93% B4JIS A3 (115%) 8" 13" A3, A4 B4JIS (122%) A4 A3, A5 A4 (141%) A5 A3 (200%) 400% Gebruiker R/E-factor (25-400%) Inch-versie 25% 11" 17" 5 1 / 2 " 8 1 / 2 " (50%) 11" 17" 8 1 / 2 " 11" (65%) 11" 15" 8 1 / 2 " 11" (73%) 8 1 / 2 " 14" 8 1 / 2 " 11" (78%) 8 1 / 2 " 13" 8 1 / 2 " 11" (85%) 93% 8 1 / 2 " 14" 11" 17" (121%) 8 1 / 2 " 11" 11" 17" (129%) 5 1 / 2 " 8 1 / 2 " 8 1 / 2 " 14" (155%) 5 1 / 2 " 8 1 / 2 " 11" 17" (200%) 400% Gebruiker R/E-factor (25-400%) 104

115 Reproductiefactor R/E-factorprioriteit U kunt de factor die prioriteit heeft instellen wanneer [Verkleinen/Vergroten] wordt ingedrukt. Metrische versie 400% A5 A3 (200%) A4 A3, A5 A4 (141%) 8" 13" A3, A4 B4JIS (122%) B4JIS A3 (115%) 93% 8" 13" A4, B4JIS 8" 13" (82%) B4JIS 8" 13" (75%) A3 A4, A4 A5 (71%) A3 8" 13" (65%) A3 A5, 8" 13" A5 (50%) 25% Inch-versie 400% 5 1 / 2 " 8 1 / 2 " 11" 17" (200%) 5 1 / 2 " 8 1 / 2 " 8 1 / 2 " 14" (155%) 8 1 / 2 " 11" 11" 17" (129%) 8 1 / 2 " 14" 11" 17" (121%) 93% 8 1 / 2 " 13" 8 1 / 2 " 11" (85%) 8 1 / 2 " 14" 8 1 / 2 " 11" (78%) 11" 15" 8 1 / 2 " 11" (73%) 11" 17" 8 1 / 2 " 11" (65%) 11" 17" 5 1 / 2 " 8 1 / 2 " (50%) 25% 3 Factor voor marge creëren U kunt een ratio Verkleinen / Vergroten instellen wanneer u Marge creëren onder een snelkiestoets registreert. Voer een factor in met de cijfertoetsen (binnen het bereik van 90 tot 99%). De standaardinstelling is 93%. Verwijzing Pag.3 Gebruikersinstellingen openen 105

116 Eigenschappen Kopieerapparaat/Document Server Bewerken 3 Dit gedeelte beschrijft de gebruikersinstellingen in het menu Bewerken onder Eigenschappen Kopieerapparaat / Document Server. Standaardinstellingen worden vetgedrukt weergegeven. Voer met behulp van de cijfertoetsen de breedte van de bindmarge als volgt in: Metrische versie: 0-30 mm (in stappen van 1 mm) Inch-versie: 0" - 1,2" (in stappen van 0,1 inch) Voer met behulp van de cijfertoetsen de breedte van de wismarge als volgt in: Metrische versie: 2-99 mm (in stappen van 1 mm) Inch-versie: 0,1" - 3,9" (in stappen van 0,1 inch) Een afbeelding van ongeveer 1,5 mm (0,06 inch) wordt niet weergegeven als de breedte van de scheidingslijn wanneer een volle lijn of stippellijn wordt gespecificeerd. Marge lettertype: Links/Rechts Geef linker- en rechtermarges op de voorzijde van kopieën op in de modus Marge-aanpassing. Links Rechts Standaardinstelling: Metrische versie: Links 5 mm Inch-versie: Links 0,2" Marge achterzijde: Links/Rechts Geef linker- en rechtermarges op de achterzijde van kopieën op in de modus Marge-aanpassing. Links Rechts Standaardinstelling: Metrische versie: Rechts 5 mm Inch-versie: Rechts 0,2" Marge voorkant: Bovenkant/Onderkant Geef boven- en ondermarges op de voorzijde van kopieën op in de modus Marge-aanpassing. B Ond. Standaardinstelling: Metrische versie: B / O: 0 mm Inch-versie: B / O: 0,0" 106

117 Bewerken Marge achterkant: Bovenkant/Onderkant Geef boven- en ondermarges op de achterzijde van kopieën op in de modus Marge-aanpassing. Bovenaan Onder Standaardinstelling: Metrische versie: B / O: 0 mm Inch-versie: B / O: 0,0" 1-zijdige 2 - zijdige auto-marge: BtotB In de 1-zijdige naar 2 - zijdige duplexmodus kunt u de marges op de achterzijde opgeven. De marge is ingesteld op dezelfde waarde van Marge achterkant: Links/Rechts. Links Rechts Standaardinstelling: Metrische versie: Rechts 5 mm Inch-versie: Rechts 0,2" 3 1-zijdige 2 - zijdige auto-marge: OtotB In de 1-zijdige naar 2 - zijdige duplexmodus kunt u de marges op de achterzijde opgeven. De waarde voor Marge achterkant: Boven/Onder wordt gebruikt. B Onder Standaardinstelling: Metrische versie: B / O: 0 mm Inch-versie: B / O: 0,0" Randbreedte wissen Boven/onder 0mm Standaardinstelling: Metrische versie: 10 mm Inch-versie: 0,4" Origineelschaduw wissen in combimodus In de modus Combineren kunt u opgeven of u een randmarge van 3 mm, 0,1" langs alle vier de randen van het origineel wilt wissen. Aan Uit 107

118 Eigenschappen Kopieerapparaat/Document Server Middenbreedte wissen Met deze functie kunt u de breedte opgeven van de te wissen middenmarges. Standaardinstelling: Metrische versie: 10 mm Inch-versie: 0,4" Voorbladkopie in combimodus U kunt een gecombineerde kopie op het voorblad maken door de Voorbladmodus te selecteren. 3 Combineren Niet gecombineerd Combineren Niet combineren NL GCST019E Kopieervolgorde in combimodus U kunt de kopieervolgorde in de modus Combineren op links of rechts of Van boven tot onder instellen. Van links naar rechts Van boven naar onderen Links nr rechts Van boven naar onder NL GCAH090E Richting: Boekje, Tijdschrift De beginrichting selecteren van kopieën die zijn gemaakt in de Boekje- of Tijdschrift-modus. Links openmaken Naar rechts openen Kopiëren op tussenblad in combinatie Opgeven of u een gecombineerde kopie op de ingevoegde tussenbladen wilt laten afdrukken in de modus Tussenbl./Hoofdstuk. Combineren Niet combineren 108

119 Bewerken Scheidingslijn van afbeeldingherhaling U kunt een scheidingslijn en kleur selecteren met de functie Afbeelding herhalen van: Geen, Doorlopend, Stippellijn A, Stippellijn B of Snijtekens. Geen Doorlopend Stippellijn A 3 Stippellijn B Snijtekens Lijnkleur (alle kleuren): Geel Rood Cyaan Magenta Groen Blauw Zwart Scheidingslijnen kunnen niet worden opgegeven wanneer u [Geen] gebruikt. In Zwart-wit wordt afgedrukt in zwart. Als u een doorlopende lijn of stippellijn selecteert, verschijnt mogelijk een blanco gebied van circa 1,5 mm breedte langs de scheidingslijn. 109

120 Eigenschappen Kopieerapparaat/Document Server Scheidingslijn van dubbele kopie U kunt een scheidingslijn selecteren met de functie Dubbelzijdig kopiëren: Geen, Doorlopend, Stippellijn A, Stippellijn B of Snijtekens. Geen Doorlopend 3 Stippellijn A Stippellijn B Snijtekens Lijnkleur (alle kleuren): Geel Rood Cyaan Magenta Groen Blauw Zwart Scheidingslijnen kunnen niet worden opgegeven wanneer u [Geen] gebruikt. In Zwart-wit wordt afgedrukt in zwart. Als u een doorlopende lijn of stippellijn selecteert, verschijnt mogelijk een blanco gebied van circa 1,5 mm breedte langs de scheidingslijn. 110

121 Bewerken Scheidingslijn in combimodus U kunt een scheidingslijn selecteren met de functie Combineren: Geen, Doorlopend, Stippellijn A, Stippellijn B of Snijtekens. Geen Doorlopend Stippellijn A 3 Stippellijn B Snijtekens Lijnkleur (alle kleuren): Geel Rood Cyaan Magenta Groen Blauw Zwart Scheidingslijnen kunnen niet worden opgegeven wanneer u [Geen] gebruikt. In Zwart-wit wordt afgedrukt in zwart. Als u een doorlopende lijn of stippellijn selecteert, verschijnt mogelijk een blanco gebied van circa 1,5 mm breedte langs de scheidingslijn. Verwijzing Pag.3 Gebruikersinstellingen openen Kopieer-/Document Server-handleiding 111

122 Eigenschappen Kopieerapparaat/Document Server Stempel Dit gedeelte beschrijft de gebruikersinstellingen in het menu Stempelen onder Eigenschappen Kopieerapparaat / Document Server. Standaardinstellingen worden vetgedrukt getoond. Achtergrondnummering 3 Dit gedeelte beschrijft de gebruikersinstellingen in het menu Achtergrond nummeren onder Stempelen. Formaat U kunt de grootte van de nummers instellen. Klein Normaal Groot Densiteit U kunt de densiteit van de nummers instellen. Licht Normaal Donker Zeer donker Stempelkleur U kunt de kleur van de nummers instellen. Geel Rood Cyaan Magenta Groen Blauw Zwart 112

123 Stempel Vooraf ingestelde stempel Dit gedeelte beschrijft de gebruikersinstellingen in het menu Vooraf ingestelde stempel onder Stempelen. Stempeltaal U kunt de taal selecteren voor de melding die in de Stempelmodus wordt afgedrukt. Engels Duits Frans Italiaans Spaans Nederlands Portugees Pools Tsjechisch Zweeds Fins Hongaars Noors Deens Russisch Japans Chinees (vereen. karak.) Traditioneel Chinees Koreaans 3 Stempelprioriteit Als u [Voor.ingest. st.] indrukt, kunt u het stempeltype selecteren waaraan prioriteit wordt verleend. KOPIE SPOED PRIORITEIT Voor uw informatie. VOORLOPIG Alleen voor intern gebruik VERTROUWELIJK ONTWERP 113

124 Eigenschappen Kopieerapparaat/Document Server 3 Stempelindeling Geef op hoe iedere stempel wordt afgedrukt. Stempelpositie Geef op waar de stempel moet worden afgedrukt. Linksboven Bovenaan in het midden Rechtsbov. Links in het midden In het midden Rechts in het midden Linksonder Middenonder Rechtsonder Stempelpositie U kunt de positie van de stempel aanpassen binnen het beschikbare bereik dat hieronder wordt weergegeven. Metrische versie: Linksboven B/O: mm, L/R: mm Links in het midden B/O: mm, L/R: mm Rechtsboven B/O: mm, L/R: mm Links in het midden T/O: mm, L/R: mm Midden T/O: mm, L/R: mm Rechts in het midden T/O: mm, L/R: mm Linksonder T/O: mm, L/R: mm Middenonder B/O: mm, L/R: mm Rechtsonder B/O: mm, L/R: mm Inch-versie: Linksboven T/O: 0,1" - 5,7", L/R: 0,1" - 5,7" Bovenaan in het midden T/O: 0,1" - 5,7", L/R: 2,8" - 2,8" Rechtsboven T/O: 0,1" - 5,7", L/R: 0,1" - 5,7" Links in het midden T/O: 2,8" - 2,8", L/R: 0,1" - 5,7" Midden T/O: 2,8" - 2,8", L/R: 2,8" - 2,8" Rechts in het midden T/O: 2,8" - 2,8", L/R: 0,1" - 5,7" Linksonder T/O: 0,1" - 5,7", L/R: 0,1" - 5,7" Middenonder B/O: 0,1" - 5,7", L/R: 2,8" - 2,8" Rechtsonder T/O: 0,1" - 5,7", L/R: 0,1" - 5,7" Formaat U kunt het formaat van de stempel instellen. 1X 2X 114

125 Stempel Densiteit U kunt het patroon instellen dat wordt gebruikt bij het afdrukken van de stempel. Normaal De stempel wordt afgedrukt op de afbeelding. U kunt niet controleren welke delen overlappen. Lichter De afbeelding is zichtbaar door de stempel. Lichtst De afbeelding verschijnt nog lichter dan in de instelling Lichter. Te stempelen pagina U kunt de stempel op de eerste pagina of op alle pagina s laten stempelen. Alle pagina's Alleen 1e pagina 3 Stempelkleur Stelt de afdrukkleur van de stempel in. Geel Rood Cyaan Magenta Groen Blauw Zwart Verwijzing Kopieer-/Document Server-handleiding 115

126 Eigenschappen Kopieerapparaat/Document Server Gebr.stempel Dit gedeelte beschrijft de gebruikersinstellingen in het menu Gebruikersstempel onder Stempelen. Stempel programmeren/verwijderen U kunt gebruikersstempels registreren, wijzigen of verwijderen. U kunt maximaal vier stempels vastleggen met uw favoriete ontwerpen. 3 Stempelindeling: 1-4 Geef op hoe elke van de geregistreerde Gebruikersstempels 1 tot 4 wordt afgedrukt. Stempelpositie Geef op waar de Gebruikersstempel moet worden afgedrukt. Linksboven Bovenaan in het midden Rechtsbov. Links in het midden In het midden Rechts in het midden Linksonder Middenonder Rechtsonder Stempelpositie U kunt de positie van de Gebruikersstempel aanpassen binnen het beschikbare bereik dat hieronder wordt weergegeven. Metrische versie: Linksboven B/O: mm, L/R: mm Links in het midden B/O: mm, L/R: mm Rechtsboven B/O: mm, L/R: mm Links in het midden T/O: mm, L/R: mm Midden T/O: mm, L/R: mm Rechts in het midden T/O: mm, L/R: mm Linksonder T/O: mm, L/R: mm Middenonder B/O: mm, L/R: mm Rechtsonder B/O: mm, L/R: mm Inch-versie: Linksboven T/O: 0,1" - 5,7", L/R: 0,1" - 5,7" Bovenaan in het midden T/O: 0,1" - 5,7", L/R: 2,8" - 2,8" Rechtsboven T/O: 0,1" - 5,7", L/R: 0,1" - 5,7" Links in het midden T/O: 2,8" - 2,8", L/R: 0,1" - 5,7" Midden T/O: 2,8" - 2,8", L/R: 2,8" - 2,8" Rechts in het midden T/O: 2,8" - 2,8", L/R: 0,1" - 5,7" Linksonder T/O: 0,1" - 5,7", L/R: 0,1" - 5,7" Middenonder B/O: 0,1" - 5,7", L/R: 2,8" - 2,8" Rechtsonder T/O: 0,1" - 5,7", L/R: 0,1" - 5,7" 116

127 Stempel Te stempelen pagina Hier stelt u in of de stempel op elke pagina wordt afgedrukt of alleen op de eerste pagina. Alle pagina's Alleen 1e pagina Stempelkleur: 1-4 Stelt de kleur in die is geregistreerd in Gebruikersstempelkleur (1 tot 4). Geel Rood Cyaan Magenta Groen Blauw Zwart 3 Verwijzing Kopieer-/Document Server-handleiding Datumstempel Dit gedeelte beschrijft de gebruikersinstellingen in het menu Datumstempel onder Stempelen. Indeling U kunt de datumnotatie selecteren in de modus Datumstempel. DD / MM / JJJJ MM.DD.JJJJ DD / MM / JJJJ DD.MM.JJJJ JJJJ.MM.DD Standaardinstelling: Metrische versie: DD/MM/JJJJ Inch-versie: DD/MM/JJJJ Lettertype U kunt het lettertype van de Datumstempel selecteren. Lettertype 1 Lettertype 2 Lettertype 3 117

128 Eigenschappen Kopieerapparaat/Document Server Formaat U kunt het formaat van de Datumstempel instellen. Autom. Groot Midden Klein 3 Opleggen U kunt de Datumstempel in wit laten afdrukken wanneer het zwarte delen van de afbeelding overlapt. Aan Uit Stempelkleur U kunt de geselecteerde prioriteitskleur instellen wanneer u de datum afdrukt. Geel Rood Cyaan Magenta Groen Blauw Zwart 118

129 Stempel Stempelinstelling Geef op hoe de Datumstempel wordt afgedrukt. Stempelpositie Geef op waar de Datumstempel moet worden afgedrukt. Linksboven Bovenaan in het midden Rechtsboven Linksonder Middenonder Rechtsonder Stempelpositie U kunt de positie van de Datumstempel aanpassen binnen het beschikbare bereik dat hieronder wordt weergegeven. Metrische versie: Linksboven B/O: mm, L/R: mm Links in het midden B/O: mm, L/R: mm Rechtsboven B/O: mm, L/R: mm Linksonder T/O: mm, L/R: mm Middenonder B/O: mm, L/R: mm Rechtsonder B/O: mm, L/R: mm Inch-versie: Linksboven T/O: 0,1" - 5,7", L/R: 0,1" - 5,7" Bovenaan in het midden T/O: 0,1" - 5,7", L/R: 2,8" - 2,8" Rechtsboven T/O: 0,1" - 5,7", L/R: 0,1" - 5,7" Linksonder T/O: 0,1" - 5,7", L/R: 0,1" - 5,7" Middenonder B/O: 0,1" - 5,7", L/R: 2,8" - 2,8" Rechtsonder T/O: 0,1" - 5,7", L/R: 0,1" - 5,7" Te stempelen pagina Hier stelt u in of de stempel op elke pagina wordt afgedrukt of alleen op de eerste pagina. Alle pagina's Alleen 1e pagina 3 119

130 Eigenschappen Kopieerapparaat/Document Server Paginanummering Dit gedeelte beschrijft de gebruikersinstellingen in het menu Paginanummering onder Stempelen. 3 Stempelindeling Als u [Paginanummering] indrukt, kunt u het type paginanummering selecteren waaraan prioriteit wordt verleend. P1,P2... 1/5,2/5-1-,-2 - P.1,P.2 1,2 1-1,1-2 Lettertype U kunt de af te drukken paginanummering selecteren in de modus Paginanummering. Lettertype 1 Lettertype 2 Lettertype 3 Formaat U kunt het formaat instellen van de stempel die wordt afgedrukt in de modus Paginanummering. Autom. Groot Midden Klein Stempelpositie achterzijde duplexkopie U kunt de positie instellen van het paginanummer dat wordt afgedrukt op de achterzijde van een dubbele pagina in de Duplexmodus. Teg.gest.pos. Zelfde positie Paginanummering in combinatie U kunt de paginanummering instellen wanneer u de functie Combineren en de functie Paginanummering samen gebruikt. Per origineel Per kopie 120

131 Stempel Stempelpositie op tussenblad U kunt selecteren om de paginanummers op de tussenbladen af te drukken wanneer u de functie Toewijzen gebruikt, die ingesteld is op [Kopie] in combinatie met de functie Paginanummering. Aan Uit Stempelpositie Geef op hoe iedere stempel wordt afgedrukt. Stempelpositie Geef op waar de stempel moet worden afgedrukt. Linksboven Bovenaan in het midden Rechtsboven Linksonder Middenonder Rechtsonder Stempelpositie U kunt de positie van de stempel aanpassen binnen het beschikbare bereik dat hieronder wordt weergegeven. Metrische versie: Linksboven B/O: mm, L/R: mm Links in het midden B/O: mm, L/R: mm Rechtsboven B/O: mm, L/R: mm Linksonder T/O: mm, L/R: mm Middenonder B/O: mm, L/R: mm Rechtsonder B/O: mm, L/R: mm Inch-versie: Linksboven T/O: 0,1" - 5,7", L/R: 0,1" - 5,7" Bovenaan in het midden T/O: 0,1" - 5,7", L/R: 2,8" - 2,8" Rechtsboven T/O: 0,1" - 5,7", L/R: 0,1" - 5,7" Linksonder T/O: 0,1" - 5,7", L/R: 0,1" - 5,7" Middenonder B/O: 0,1" - 5,7", L/R: 2,8" - 2,8" Rechtsonder T/O: 0,1" - 5,7", L/R: 0,1" - 5,7" 3 Opleggen U kunt de paginanummers in wit laten afdrukken indien de nummers zwarte delen van de afbeelding overlappen. Aan Uit 121

132 Eigenschappen Kopieerapparaat/Document Server 3 Stempelkleur U kunt de geselecteerde prioriteitskleur instellen wanneer u de datum afdrukt. Geel Rood Cyaan Magenta Groen Blauw Zwart Paginanummering eerste brief U kunt de beginletter van het paginanummer selecteren tussen P1, P2.../P.1, P.2... en S1, S2.../S.1, S P1,P2.../P.1,P.2... S1, S2.../S.1, S.2... Verwijzing Pag.3 Gebruikersinstellingen openen 122

133 Invoer/uitvoer Invoer/uitvoer Dit gedeelte beschrijft de gebruikersinstellingen in het menu Invoer/Uitvoer onder Eigenschappen Kopieerapparaat / Document Server. Standaardinstellingen worden vetgedrukt getoond. Activeer Batch U kunt selecteren of Batch-modus SADF-modus moet worden weergegeven wanneer u drukt op de toets [Speciaal origineel]. Batch SADF 3 SADF automatische resettijd In SADF-modus moet een origineel zijn ingesteld binnen een opgegeven tijd nadat het vorige origineel is ingevoerd. U kunt deze tijd aanpassen van 3 tot 99 seconden, in stappen van 1 seconde. De standaardinstelling is 5 seconde(n). Ger. sort.: Autom. papier doorgaan Opgeven of u wilt doorgaan met kopiëren als papier met de vereiste richting is opgeraakt bij het geroteerd sorteren. Aan Het kopiëren gaat door met gebruik van papier met een andere richting. De opdracht zal worden voltooid, zelfs als u niet bij het apparaat staat. Uit Als papier met de vereiste richting op is, stopt het apparaat met kopiëren en wordt u gevraagd kopieerpapier toe te voegen. Nadat u papier heeft geplaatst gaat het apparaat door met kopiëren. Geheugen vol automatisch scannen herstarten Indien het geheugen tijdens het scannen van originelen vol raakt, kan het kopieerapparaat eerst kopieën maken van de al gescande pagina s en daarna automatisch verder gaan met het scannen van de resterende pagina s. Aan U kunt het apparaat onbeheerd achterlaten voor het maken van kopieën, maar de gesorteerde pagina s zullen niet op volgorde liggen. Uit Indien het geheugen vol raakt stopt het apparaat de handeling en geeft u de kans de afgeleverde kopieën van de uitvoerlade te verwijderen. 123

134 Eigenschappen Kopieerapparaat/Document Server Briefpapierinstelling Als u bij deze functie [Ja] selecteert, draait het apparaat de afbeelding correct. Ja Nee Papier met een vaste richting (van boven naar onder) of 2-zijdig papier wordt mogelijk onjuist afgedrukt, afhankelijk van hoe de originelen en het papier worden geplaatst. 3 Nietpositie Geef op of nietjes Bovenkant 2 of Onderaan met prioriteit op het basisdisplay wordt weergegeven. Om deze functie te kunnen gebruiken, is de optionele 1000-vel finisher, vel finisher of de boekje finisher vereist. Boven 1 In het midden Links 2 Boven 2 Onder 1 Diagonaal Uit Perforatietype Geef op welk perforatietype (2 gaatjes of 3 gaatjes) met prioriteit op het basisdisplay wordt weergegeven. Om deze functie te kunnen gebruiken, is de optionele 1000-vel finisher, vel finisher of de boekje finisher vereist. 2 gaatjes links 2 gaatjes bovenkant 3 gaatjes links 3 gaatjes bovenkant 4 gaatjes links 4 gaatjes bovenkant Uit 124

135 Invoer/uitvoer Vereenvoudigd scherm: Finishingsoorten U kunt selecteren welke toets wordt weergegeven met hogere prioriteit voor Finishingsoorten op het Vereenvoudigde scherm. Stapelen Diagonaal Boven 1 Onder 1 Links 2 2 gaatjes links 3 gaatjes links 4 gaatjes links Niet weergeven 3 Verwijzing Pag.3 Gebruikersinstellingen openen Problemen oplossen Kopieer-/Document Server-handleiding 125

136 Eigenschappen Kopieerapparaat/Document Server Kleurafbeelding aanpassen Dit gedeelte beschrijft de gebruikersinstellingen in het menu Kleurafbeelding aanpassen onder Eigenschappen Kopieerapparaat / Document Server. Standaardinstellingen worden vetgedrukt weergegeven. 3 Achtergrondverlichting van ADS (Alle kleuren) De achtergronddensiteit wordt aangepast zodat de textuur en kopiëren wordt overgeslagen. U kunt de achtergronddensiteit aanpassen tot maximaal 5 niveaus wanneer u Kleur gebruikt. Aanpassing middelpunt van de 5 niveaus is standaard ingesteld. Kleurgevoeligheid U kunt de kleur aanpassen die is ingesteld voor het converteren in Kleur converteren en de kleur die is ingesteld voor Kleur wissen, in 5 niveaus. Aanpassing middelpunt van de 5 niveaus is standaard ingesteld. Wanneer de kleurbreedte is ingesteld op Breder en de kleur die verwijderd dient te worden bijvoorbeeld rood is, worden alle kleuren dichtbij magenta en oranje verwijderd. Als deze optie is ingesteld op Smaller wordt de kleur rood verwijderd. A.C.S.-gevoeligheid Deze 5-stappeninstelling bepaalt het niveau van de standaard die moet worden gebruikt voor het maken van onderscheid tussen originelen in zwart-wit en originelen in kleur wanneer Automatische kleurselectie is geselecteerd. Aanpassing middelpunt van de 5 niveaus is standaard ingesteld. A.C.S.-prioriteit Deze instelling bepaalt de kopieerprioriteit tussen Zwart-wit en Kleur wanneer Automatische kleurselectie is geselecteerd. Kleur Zwart-wit Verwijzing Pag.3 Gebruikersinstellingen openen 126

137 Instellingen voor Document Server Instellingen voor Document Server Voor meer informatie raadpleegt u Systeeminstellingen en Eigenschappen Kopieerapparaat / Document Server. Eigenschappen Kopieerapparaat/Document Server Koptekst items Standaard Algemene functies Algemene functies Aangepaste functie: Document Server opslag Aangepaste functie: Document Server opslag 2-zijdig origineel: Bov. naar Bov. 1-zijd Cmb 2 orig 3 Algemene functies Aangepaste functie: Document Server opslag 1-zijd Cmb 4 orig Algemene functies Aangepaste functie: Document Server opslag 1-zijd Cmb 8 orig Algemene functies Aangepaste functie: Document Server opslag Marge creëren Algemene functies Aangepaste functie: Document Server opslag Uit Systeeminstellingen Koptekst Item Standaard Algemene functies Opwarmsignaal Aan Algemene functies Weergave kopie-aantal Optellen Algemene functies Uitvoer: Document Server Interne lade 1 Papierlade-instellingen Papierlade prioriteit: Kopieermachine Lade 1 Papierlade-instellingen Voorbladlade Uit Papierlade-instellingen Tussenbladlade Uit Timer instellingen Automatische reset timer kopieermachine/ Document Server 60 seconde(n) Beheerderinstellingen Aut. best.verw. in Document Server 3 dag(en) Beheerderinstellingen Verw. alle best. in Document Server - Verwijzing Pag.51 Systeeminstellingen Pag.97 Eigenschappen Kopieerapparaat/Document Server 127

138 Eigenschappen Kopieerapparaat/Document Server 3 128

139 4. Faxeigenschappen Dit hoofdstuk beschrijft gebruikersinstellingen in het menu Faxeigenschappen. Voor informatie over het openen van Faxeigenschappen raadpleegt u Gebruikersinstellingen openen (Systeeminstellingen). Algemene functies Dit gedeelte beschrijft de gebruikersinstellingen in het menu Algemene functies onder Faxinstellingen. Snelbedieningstoets (1-3) Veel gebruikte functies die zijn geprogrammeerd als Snelbedieningstoetsen worden direct op het menu weergegeven nadat de spanning wordt ingeschakeld. Als [Aan] is geselecteerd, dan kunnen de Snelbedieningstoetsen worden geprogrammeerd met de volgende items: Aan Handm. RX Later verzenden Onderwerp Tekst Ontvangstmelding TX-resultaten BCC-verzending Std.bericht Faxkoptekst afdrukken Label invoegen Gesloten netwerk SUB Code TX SEP-codeontvangst Stempel Geheugenbeveiliging afdrukken Status TX-bestand Status RX-bestand Journaal Opgeslagen RX-bestand opslaan TX-statusrapport Doorzenden Wijzig RX-modus SUB Code TX Uit Maximaal drie functies kunnen worden geprogrammeerd met Snelbedieningstoetsen. Functies die in het grijs verschijnen, zijn al ingesteld. 129

140 Faxeigenschappen Titel veranderen Selecteer de titel die moet worden getoond op de bestemmingslijst. Titel 1 Titel 2 Titel 3 Zoek bestemming Selecteer een bestemmingslijst die moet worden gebruikt in Zoek bestemming. U kunt deze selecteren vanuit adresboek of van de geregistreerde LDAP-server. 4 Communicatie paginateller Controleert de verzending en ontvangt en totalen op het display. Verzendingen: Totaal aantal verzonden pagina s Ontvangsten: Totaal aantal ontvangen pagina s A Druk op [Faxeigenschappen]. B Druk op [Alg. eigensch.]. C Druk op [Teller communicatie pagina's]. D Nadat u het display heeft gecontroleerd, drukt u op [Afsluiten]. E Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. Geluidsniveau aanpassen Pas het geluidsniveau aan tijdens Kiezen met hoorn op haak en Onmiddellijke verzending. Kiezen met hoorn op haak Bij verzending Bij ontvangst Bij bellen Bij afdrukken Boxinstelling De volgende functies zijn voor het bezorgen en verzenden van documenten: Persoonlijke box Informatiebox Doorzendbox Voor details over Boxinstellingen raadpleegt u Boxinstellingen. Boxinstelling: lijst afdrukken U kunt een lijst afdrukken van de persoonlijke boxen, informatieboxen en doorzendboxen die op dit moment zijn geregistreerd. 130

141 Algemene functies Direct kiezen tijd Gebruik deze functie om een tijd op te geven voor het annuleren van de modus Kiezen met hoorn op de haak nadat u heeft verzonden met Kiezen met hoorn op de haak. 1 minuut 3 minuten 5 minuten 10 minuten Verwijzing Pag.3 Gebruikersinstellingen openen Pag.180 Boxinstellingen Problemen oplossen Faxhandleiding 4 131

142 Faxeigenschappen Scaninstellingen Dit gedeelte beschrijft de gebruikersinstellingen in het menu Scaninstellingen onder Faxeigenschappen. Scanformaat programmeren/wijzigen/wissen U kunt veelgebruikte scanformaten programmeren, wijzigen of annuleren. Voor details over het programmeren van Scanformaat, zie Scanformaat programmeren / wijzigen / wissen. 4 Verwijzing Pag.3 Gebruikersinstellingen openen Pag.149 Scanformaat programmeren/wijzigen/wissen 132

143 Verzendinstellingen Verzendinstellingen Dit gedeelte beschrijft de gebruikersinstellingen in het menu Verzendinstellingen onder Faxeigenschappen. Max. formaat Wanneer de andere partij een limiet heeft op de grootte van berichten die kunnen worden ontvangen, of het verzenden van s met grote hoeveelheden gegevens problemen veroorzaakt, kunt u een limiet instellen voor de grootte van te verzenden s. Wanneer deze functie is ingeschakeld, wordt de verzending van een die groter is dan de ingestelde grootte afgebroken. Aan Uit Wanneer groter is dan het maximale bestandsformaat, dan wordt er een Foutbericht uitgegeven en het bericht verwijderd. Zelfs als een de formaatlimiet niet overschrijdt, dan kan hij nog worden verworpen als hij niet voldoet aan de eisen van de serverinstellingen. A Druk op [Faxeigenschappen]. B Druk op [Verzendinst.]. C Druk op [Max. form.]. D Druk op [Aan]. 4 E Voer het maximale formaat in met de cijfertoetsen. Maximaal formaat ligt tussen 128 en kb. Als u zich vergist, drukt u op [Wissen] of {Wis/Stop} en voert u de waarde opnieuw in. F Druk op [OK]. 133

144 Faxeigenschappen 4 Programmeer/Wijzig/Verwijder Standaardbericht Programmeer standaardberichten die moeten worden afgedrukt bovenaan de eerste pagina van het origineel van de tegenpartij. Het is handig voor het personaliseren van berichten zoals het verzenden van begroetingen. U kunt drie standaardberichten programmeren. U kunt de berichten Vertrouwelijk, Dringend, Bel me a.u.b. of Naar betr. gedeelte kopiëren niet wijzigen. De procedure is hetzelfde voor programmeren en wijzigen. A Druk op [Faxeigenschappen]. B Druk op [Verzendinst.]. C Druk op [Progr/Wijz/Verw stand.bericht]. D Controleer of [Programmeren/Wijzigen] is geselecteerd. Om het geregistreerde bericht te verwijderen, drukt u op [Verwijderen]. E Selecteer het bericht dat u wilt programmeren of wijzigen. Om het geregistreerde bericht te verwijderen, selecteert u het bericht dat u wilt verwijderen en drukt u vervolgens op [Ja]. F Voer een nieuw bericht in. Raadpleeg Over dit apparaat voor meer details over het invoeren van tekst. G Druk op [OK]. Om een registratienummer te annuleren drukt u op [Annuleren]. H Druk op [Afsluiten]. I Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. 134

145 Verzendinstellingen Reservebestand TX-instelling U kunt opgeven of u naar een geselecteerde map de reservekopie wilt verzenden van een bestand dat is verzonden met Geheugenverzending. Door [Kopiebestand TX-instelling] op [Aan] in te stellen en de bestemmingsmap te selecteren kunt u automatisch naar de geselecteerde map de reservekopie verzenden van een bestand dat is verzonden met Geheugenverzending op het bedieningspaneel van het apparaat, Web Image Monitor, DeskTopBinder of LAN-fax. Selecteer de bestemmingsmap van de reservekopie van het adresboek. Aan Uit Als u [Kopiebestand TX-instelling] instelt op [Aan] maar de TX-reservekopie ontbreekt, dan drukt het apparaat automatisch een reservekopie van het foutenrapport TX-communicatie af. Voor details over het communicatiefoutrapport, zie Faxhandleiding. Met de parameterinstellingen (schakelaar 04, bit 1) geeft u op of u een communicatiefoutrapport wilt afdrukken. De bestandsindeling van de reservekopie zal hetzelfde zijn als die van de bestanden die zijn verzonden per Scan to Folder. Met de parameterinstellingen (schakelaar: 21, bit: 3) selecteert u TIFF of PDF als de bestandsindeling voor het verzenden van een bestand. De fabriekinstelling voor de indeling is TIFF. Met de parameterinstellingen kunt u het interval voor opnieuw kiezen instellen (schakelaar 35, bits 0-7) en het maximum aantal voor herkiespogingen (schakelaar 36, bits 0-7). Het herkiesinterval is in de fabriek ingesteld op 15 minuten; het maximum aantal herkiespogingen op192. Met de parameterinstellingen (schakelaar 37, bit 0) kunt u opgeven of u het verzenden van een reservekopie wilt stopzetten als de bestemmingsmap vol raakt, terwijl het apparaat wacht om een fax of de reservekopie te verzenden of verzendt. A Druk op [Faxeigenschappen]. B Druk op [Verzendinst.]. C Druk op [Kopiebestand TX-instelling]. D Druk op [Aan]. Als er al een map is geprogrammeerd, dan wordt de mapnaam getoond. Als u de map wilt wijzigen drukt u op [Map] en gaat u door naar stap E. E Geef een map op voor de reservekopie en druk dan op [OK]. De mapnaam wordt getoond aan de rechterkant van [Map]. F Druk op [OK]. G Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. 4 Verwijzing Pag.3 Gebruikersinstellingen openen Pag.160 Parameterinstell. Over dit apparaat Faxhandleiding 135

146 Faxeigenschappen Ontvangstmodus Dit gedeelte beschrijft de gebruikersinstellingen in het menu Ontvangstinstellingen onder Faxeigenschappen. Omschakelen naar ontvangstmodus Geef de methode op voor het ontvangen van faxdocumenten. Handmatige ontvangst Automatische ontvangst 4 Speciale afzender programmeren Door bepaalde ontvangers vooraf als Bijzondere afzender te programmeren kunt u ervoor zorgen dat Bijzondere afzenders anders worden behandeld. Voor details over het programmeren van een Bijzondere afzender raadpleegt u Bijzondere afzenders die anders moeten worden behandeld. Bijzondere afzender programmeren: lijst afdrukken U kunt de lijst met Bijzondere afzenders programmeren. A Druk op [Faxeigenschappen]. B Druk op [Ontvangstinstell.]. C Druk op [Spec. afz. progr.: Lijst afdr.]. D Druk op de toets {Start}. Om het afdrukken van een lijst te annuleren voordat u de {Start}-toets indrukt, drukt u op [Annuleren] of de toets {Wis/Stop}. E Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. Doorzenden Geef op uw ontvangen faxdocumenten wilt doorzenden naar een geprogrammeerde ontvanger. Aan Uit Instellingen ontvangstbestanden Selecteert of ontvangen documenten worden opgeslagen op de harde schijf om later te worden afgedrukt of direct te worden afgedrukt zonder te worden opgeslagen. Voor details over Instellingen ontvangstbestand raadpleegt u Instellingen ontvangstbestand. 136

147 Ontvangstmodus Opgeslagen ontvangstbestand gebruikersinstelling De beheerder kan worden opgegeven voor het beheer van documenten die worden opgeslagen op het apparaat nadat faxdocumenten zijn ontvangen. Om de beheerder op te geven voert u de gebruikerscode van de beheerder in voor het beheer van documenten met Web Image Monitor of DeskTopBinder. U moet vooraf de Gebruikerscode van de beheerder registreren in de bestemmingslijst. Deze functie is alleen beschikbaar wanneer [Opslaan] is geselecteerd in Instelling ontvangstbestand. Wij raden u aan een Web Image Monitor te gebruiken wanneer u werkt onder dezelfde netwerkomgeving als dit apparaat. Anders gaat de Webbrowser wellicht niet open en kan er een fout optreden. A Druk op [Faxeigenschappen]. B Druk op [Ontvangstinstell.]. C Druk op [Opgesl. ontv.best. gebr.inst.]. D Als u een gebruikerscode wilt gebruiken, druk dan op [Aan]. E Druk op de Bestemmingstoets van de gebruiker die u wilt instellen en druk dan op [OK]. F Controleer de geselecteerde gebruiker en druk vervolgens op [OK]. Wanneer een geprogrammeerde gebruiker wordt verwijderd uit de bestemmingslijst, wordt het bericht Verwijderd uit het adresboek weergegeven. Voer de gebruiker opnieuw in. G Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. Als de geprogrammeerde gebruikerscode is verwijderd met de functie Adresboekbeheer onder Systeeminstellingen, dan kunt u ontvangen en opgeslagen documenten niet bekijken met een Web Image Monitor. Selecteer [Uit] in stap D of programmeer de gebruikerscode opnieuw. 4 Bezorgingsinstellingen SMTP RX-bestand Deze functie is beschikbaar op systemen voor routing van die is ontvangen via SMTP. Aan Uit Wanneer een geautoriseerde adres is ingesteld, dan wordt die is ontvangen van adressen die niet overeenstemmen met het geautoriseerde adres, verworpen en wordt er een foutbericht geretourneerd aan de SMTPserver. Het geautoriseerde adres wordt vergeleken met het adres van afzenders, zoals geïllustreerd door de volgende voorbeelden. Wanneer het geautoriseerde adres is ingesteld : [email protected] - geaccepteerd [email protected] - niet geaccepteerd [email protected] - niet geaccepteerd 137

148 Faxeigenschappen Er wordt geen Foutbericht uitgegeven wanneer wordt verworpen. A Druk op [Aan]. 4 B Druk op [Allocatie] en voer dan het adres voor verzending in waarvoor toestemming moet worden gevraagd. Als u een fout maakt, druk dan op [Backspace] of [Wissen] en voer het opnieuw in. C Druk twee keer op [OK]. 2-zijdig afdrukken Geef op of ontvangen faxdocumenten moeten worden afgedrukt op beide zijden van het papier. Aan Uit Geruit merkteken Geef op of een geruit merkteken moet worden afgedrukt op de eerste pagina van ontvangen faxdocumenten. Aan Uit Centreerteken Geef op of er een centreerteken moet worden afgedrukt linksonder en bovenaan in het midden van elke ontvangen pagina. Aan Uit 138

149 Ontvangstmodus Ontvangsttijd afdrukken Geef op of ontvangen datum, tijd en bestandsnummer moeten worden afgedrukt onderaan ontvangen faxdocumenten. Aan Uit Ontvangstbestand afdrukhoeveelheid Geef het aantal kopieën op dat moet worden afgedrukt voor elk ontvangen faxdocument. 1 tot 10 set(s) Papierlade Gebruik deze functie om faxdocumenten af te drukken die worden ontvangen van geprogrammeerde afzenders en faxdocumenten van andere afzenders, met gebruik van verschillende papierlades. Weergave van ladenamen kan variëren naargelang de opties die zijn geïnstalleerd. Lade 1 Lade 2 Lade 3 (optie) Lade 4 (optie) LCT (optie) Automatische selectie 4 Specificeer lade voor regels Geef een papierlade op voor elke lijn (telefoon, Internetfax, IP-fax). Uit Aan A Druk op [Faxeigenschappen]. B Druk op [Ontvangstinstell.]. C Druk op [Specificeer lade voor regels.] en druk vervolgens op [TVolg.]. D Druk op [Aan]. Als u [Uit] selecteert dan wordt de ontvangen fax bezorgd aan een standaardlade. 139

150 Faxeigenschappen E Selecteer het lijntype. 4 F Selecteer lade voor het bezorgen van het ontvangen papier en druk vervolgens op [OK]. Als u andere lijn wilt opgeven, herhaal dan de procedure vanaf stap E. Map verzendresultaatrapport U kunt instellen of de map verzendresultaatrapport wordt verzonden naar het opgegeven adres, wanneer er mappen zijn geprogrammeerd als de doorzendbestemmingen waarnaar documenten worden verzonden van alle afzenders of Bijzondere afzenders. U moet eerst de bestemming registreren voor de map verzendresultaatrapport in de bestemmingslijst. Zie Een faxbestemming vastleggen. Geef een groepsbestemming op voor het verzenden van documenten naar meerdere bestemmingen. Maximaal 500 mensen kunnen worden opgegeven in een groep. Zie Namen in een groep registreren. Zelfs als de map verzendresultaatrapport niet succesvol is verzonden, dan wordt het rapport niet op dit apparaat afgedrukt. Niet en A Druk op [Faxeigenschappen]. B Druk op [Ontvangstinstell.]. C Druk op [TVolg.]. D Druk op [Map Transfer-resultatenrapport]. E Om de map verzendresultaatrapport te verzenden drukt u op [ ]. Om de map verzendresultaatrapport niet te verzenden drukt u op [Niet en] en vervolgens op [OK]. F Druk op [Bestem. om te inform.]. G Druk op de Bestemmingstoets van het adres voor berichtgeving en vervolgens op [OK]. H Controleer de geselecteerde bestemming en druk vervolgens op [OK]. I Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. 140

151 Ontvangstmodus Ontvangst met geheugenslot Wanneer u overschakelt naar Geheugenbeveiliging aan, dan worden ontvangen documenten opgeslagen in het geheugen en niet automatisch afgedrukt. Wanneer een document wordt ontvangen in de Geheugenbeveiligingsmodus, knippert het lampje Vertrouwelijk document. Om dit document te drukken, moet u de ID voor geheugenbeveiliging invoeren. Een gebruiker zonder de ID kan het document niet afdrukken. Dit voorkomt dat niet-geoorloofde gebruikers het document kunnen openen. Om Geheugenbeveiliging te gebruiken, moet u de ID voor geheugenbeveiliging programmeren en vervolgens Geheugenbeveiliging inschakelen. Om inkomende documenten van Bijzondere afzenders alleen in Geheugenbeveiliging op te slaan, moet u elke afzender programmeren met Bijzondere afzenders die anders moeten worden behandeld. Deze functie is niet beschikbaar met Internetfax. A Druk op [Faxeigenschappen]. B Druk op [Ontvangstinstell.] en druk vervolgens op [TVolg.]. C Druk op [TVolg.]. D Druk op [Geheugenbeveiliging ontvangst]. E Selecteer [Aan] of [Uit] en druk vervolgens op [OK]. F Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. 4 Verwijzing Pag.3 Gebruikersinstellingen openen Pag.147 Instellingen ontvangstbestanden Pag.53 Uitvoer: fax (fax) Pag.167 Bijzondere afzender die anders moeten worden behandeld Pag.143 Geheugenslot-ID registreren Pag.235 Een faxbestemming vastleggen Pag.269 Namen in een groep registreren 141

152 Faxeigenschappen Oorspronkelijke instellingen Dit gedeelte beschrijft de gebruikersinstellingen in het menu Oorspronkelijk instellingen onder Faxeigenschappen. Parameterinstelling Met Gebruikersparameters kunt u verschillende instellingen aan uw behoeften aanpassen. Voor details over Parameterinstellingen raadpleegt u Parameterinstellingen. 4 Parameterinstelling: lijst afdrukken U kunt een lijst met parameterinstellingen afdrukken. Druk deze lijst af om de huidige instellingen Gebruikersparameters te bekijken. Alle parameterinstellingen worden echter niet afgedrukt. A Druk op [Faxeigenschappen]. B Druk op [Oorspr. Inst.]. C Druk op [Parameterinstelling: Lijst afdrukken]. D Druk op de toets {Start}. Om het afdrukken van een lijst te annuleren voordat u de {Start}-toets indrukt, drukt u op [Annuleren] of de toets {Wis/Stop}. E Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. Programma gesloten netwerkcode Registreer een ID dat is vereist voor communicatie met een Gesloten netwerk. A Druk op [Faxeigenschappen]. B Druk op [Oorspr. Inst.]. C Druk op [Progr. Gesloten Netwerk code]. D Voer een ID in met de cijfertoetsen en [A] tot [F] en druk vervolgens op [OK]. Registreer een viercijferig nummer met 0 tot 9 en A tot F (behalve 0000 en FFFF). E Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. 142

153 Oorspronkelijke instellingen Geheugenslot-ID registreren Programmeer een Geheugenslot-ID dat moet worden ingevoerd voor het afdrukken van documenten, wanneer de functie Geheugenslot is ingeschakeld. A Druk op [Faxeigenschappen]. B Druk op [Oorspr. Inst.]. C Druk op [Geheug.beveil.-ID progr.]. D Gebruik de cijfertoetsen om een ID in te voeren en druk vervolgens op [OK]. Een Geheugenslot-ID kan om het even welk viercijferig getal zijn, behalve Als u zich vergist, drukt u op [Wissen] of {Wis/Stop} en voordat u drukt op [OK] en dan probeert u het opnieuw. E Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. Internet faxinstellingen U kunt opgeven of u het pictogram Internetfax wilt weergeven. Wanneer u een Internetfax wilt verzenden, stel Aan in om het pictogram weer te geven. Aan Uit Selecteer tel. met kiesschijf/druktoetsen Gebruik deze functie om een lijnsoort te selecteren wanneer het apparaat is aangesloten op een analoge G3-lijn. Lijnen met kiesschijf en druktoetsen zijn beschikbaar voor selectie. Als de optionele extra G3-interface-eenheid is geïnstalleerd dan verschijnen er instellingen voor de extra G3-lijnen. Deze functie is in sommige gebieden niet beschikbaar. A Druk op [Faxeigenschappen]. B Druk op [Oorspr. Inst.]. C Druk op [Sel. tel. met kiessch./dr.toets]. D Druk op [Sel. tel. met dr.ts] of [Tel. kiessch. (10PPS)] om de lijn te selecteren en druk vervolgens op [OK]. E Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. 143

154 Faxeigenschappen Faxinformatie programmeren Programmeer informatie die moet worden weergegeven op het display van het andere apparaat en afgedrukt als een rapport. De volgende informatie kan worden geprogrammeerd. Faxkoptekst Eigennaam Eigen faxnummer Voor details over het programmeren van Faxinformatie raadpleegt u Faxinformatie registreren. 4 H.323 inschakelen Geef op of H.323 wordt gebruikt voor IP-faxverzending. Aan Uit SIP inschakelen Geef op of SIP wordt gebruikt voor IP-faxverzending. Aan Uit H.323-instellingen Stel het IPv4-adres of hostnaam en het alternatieve telefoonnummer van de gatekeeper in. Als u [Aan] selecteert met de Gebruikersparameters, dan kunt u de gatekeeperserver gebruiken. Zie Parameterinstellingen (schakelaar 34, bit 0). U kunt cijfers gebruiken en symbolen ( # en * ) voor de registratie van het alternatieve telefoonnummer in de H.323-instellingen. Zorg ervoor dat u deze tekens correct invoert. A Druk op [Faxeigenschappen]. B Druk op [Oorspr. Inst.]. C Druk op [H.323 instellingen]. D Druk op [Allocatie] voor elke eigenschap. E Voer het IPv4-adres of hostnaam en het alternatieve telefoonnummer van de gatekeeper in en druk op [OK]. F Druk op [OK]. 144

155 Oorspronkelijke instellingen SIP-instellingen Stel het IPv4-adres van de SIP-server of hostnaam in en de SIP-gebruikersnaam. Als u [Aan] selecteert met de Gebruikersparameters, dan kunt u de SIP-server gebruiken. Zie Parameterinstellingen (schakelaar 34, bit 1). U kunt alfanumerieke symbolen gebruiken (kleine letters en hoofdletters) en symbolen ( ;,?, :, &, =, +, $,,, -, _,.,!, ~, *, #, (, ), %, / ) voor registratie van de SIP-gebruikersnaam in SIP-instellingen. Zorg ervoor dat u deze tekens correct invoert. Gebruik nummers en punten (. ) voor de invoer van het correcte IPv-adres voor de gatekeeper, SIP-server en gateway. Voor het correcte IPv4-adres neemt u contact op met de beheerder. A Druk op [Faxeigenschappen]. B Druk op [Oorspr. Inst.]. C Druk op [SIP instellingen]. D Druk op [Allocatie] voor elke eigenschap. Een proxyserver brengt belverzoeken en antwoorden over. Een redirect-server (opnieuw toewijzen) verwerkt verzoeken voor bestemmingsinlichtingen. Een registerserver registreert locatie-informatie van gebruikers (die overeenstemmen met telefoons of faxen op openbare telefoonlijnen) op een IP-netwerk. E Voer het IPv4-adres of hostnaam en de SIP-gebruikersnaam in en druk op [OK]. F Geef op of u de SIP-verificatieopname wilt uitvoeren. Als u [Aan] selecteert, voer dan het wachtwoord in met maximaal 128 tekens. G Druk op [OK]. 4 Gateway programmeren/wijzigen/verwijderen Registreer, wijzig of verwijder de gateway die wordt gebruikt voor overdracht aan IP-fax. Programmeren/Wijzigen A Druk op [Faxeigenschappen]. B Druk op [Oorspr. Inst.]. C Druk op [Gateway progr/wijz/verw]. D Controleer of [Programmeren/Wijzigen] is geselecteerd. E Druk op een gateway om deze te registreren. Wanneer u een nieuwe gateway registreert, druk dan op [Niet geprogr.]. 145

156 Faxeigenschappen 4 F Druk op [Allocatie] voor Kengetal. G Voer het kengetal in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op [OK]. Om het bestaande kengetal te veranderen drukt u op [Wissen], waarna u een nieuw kengetal invoert. Kengetallen kunnen worden gebruikt voor documenten die per gateway naar G3-fax zijn verzonden. Als de eerste paar cijfers van IP-faxnummer en het kengetal dat specifiek is voor de gateway identiek zijn, dan kunnen documenten worden verzonden met de geregistreerde cijfers van de gateway. Bijvoorbeeld, als zowel 03 als 04 zijn geregistreerd als gatewaynummer terwijl ook is ingesteld, dan kunnen documenten worden verzonden via een gateway waarvoor 03 is gebruikt als kengetal. Wanneer u de gateways toch wilt gebruiken ongeacht de bestemmingsnummers van de IP-fax, registreer dan alleen het gatewayadres zonder het kengetal op te geven. H Selecteer een protocol. I Druk op [Allocatie] voor Gatewayadres. J Voer het gatewayadres in en druk vervolgens op [OK]. K Druk op [OK]. Verwijderen A Druk op [Faxeigenschappen]. B Druk op [Oorspr. Inst.]. C Druk op [Gateway progr/wijz/verw]. D Druk op [Verwijderen] en selecteer een gateway die moet worden verwijderd. E Druk op [Ja] op het bevestigingsbericht. Als u de gateway die u heeft geselecteerd niet wilt verwijderen, druk dan op [Nee]. F Druk op [Afsluiten]. G Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. Verwijzing Pag.3 Gebruikersinstellingen openen Pag.141 Ontvangst met geheugenslot Pag.152 Faxinformatie registreren Pag.160 Parameterinstell. Pag.170 Geheugenbeveiliging 146

157 Instellingen ontvangstbestanden Instellingen ontvangstbestanden Geef op of ontvangen documenten moeten worden opgeslagen op de harde schijf of direct moeten worden afgedrukt zonder te worden opgeslagen. U kunt opgeslagen documenten herhaald afdrukken of downloaden als afbeeldingen naar een computer met een Web Image Monitor of DeskTopBinder. Als u afdrukken zonder opslaan selecteert, dan worden documenten telkens afgedrukt als ze worden ontvangen. Als u Systeeminstellingen heeft gebruikt voor het instellen van de optie: ontvangen faxen laten verspreiden naar de bezorgingsserver, dan kunnen de documenten niet worden opgeslagen op de harde schijf. Belangrijk De optionele printer/scannereenheid is vereist. A Druk op [Faxeigenschappen]. B Druk op [Ontvangstinstell.]. C Druk op [Ontvangst bestanden instellingen]. D Druk op [Afdrukken] of [Opslaan] en dan op [OK]. 4 Om uw selectie te annuleren drukt u op [Annuleren]. Het display keert terug naar dat van stap C. Wanneer [Opslaan] is geselecteerd, dan kunt u selecteren of er een ontvangstbericht aan een bepaald adres moet worden verzonden. Voor een ontvangstbericht drukt u op [Bestem. om te inform.] en selecteert u een adres van de internetfaxbestemmingen die in het adresboek zijn geprogrammeerd. Daarnaast kunt u een groepsbestemming registreren. Er kunnen echter in een dergelijk geval maximaal 500 bestemmingen per groep worden opgegeven. 147

158 Faxeigenschappen E Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. 4 Opmerking U kunt Parameterinstellingen gebruiken (schakelaar 10, bit 5) om te selecteren of opgeslagen ontvangen documenten moeten worden afgedrukt. Zie Parameterinstellingen. Als [Opslaan] is geselecteerd en er is een bestemming voor berichtgeving ingesteld, dan kan er een berichtgeving of documentontvangst naar het ingestelde adres worden verzonden. Documenten die zijn opgeslagen op de harde schijf, worden opgedeeld in ontvangen en opgeslagen documenten. U kunt niet schakelen naar een andere instelling als ontvangen bestanden zijn opgeslagen op de harde schijf. Om te schakelen naar een andere instelling, drukt u indien nodig documenten af die op de harde schijf zijn opgeslagen en vervolgens verwijdert u ze. Ontvangen vertrouwelijke documenten worden in het geheugen opgeslagen. Gebruik de functie Vertrouwelijk RX-bestand afdrukken om ze af te drukken. Als [Opslaan] is geselecteerd, dan wordt er geheugenruimte gebruikt als het aantal opgeslagen documenten toeneemt. Als er eenmaal onvoldoende geheugenruimte is, dan worden er geen documenten meer op de harde schijf opgeslagen. Wanneer dit gebeurt, dan start het apparaat met afdrukken en vervolgens met overschrijven van oude documenten. U kunt circa een maximum van 320 pagina s of 2240 pagina s A4-formaat standaard <ITU-T#1Chart> aan ontvangen documenten opslaan. U kunt geen ontvangen documenten verzenden. U kunt geen opgeslagen documenten beheren vanaf het display van de Document Server. Wij raden u aan Web Image Monitor te gebruiken wanneer u werkt onder dezelfde netwerkomgeving als dit apparaat. Anders gaat de Webbrowser wellicht niet open en kan er een fout optreden. Verwijzing Pag.160 Parameterinstell. Faxhandleiding Ontvangstrapport Wanneer een ontvangen document wordt opgeslagen, dan wordt dit rapport verzonden aan het adres dat is ingesteld als bestemming voor de berichtgeving. 148

159 Scanformaat programmeren/wijzigen/wissen Scanformaat programmeren/wijzigen/wissen Veelgebruikte scanformaten programmeren. Belangrijk Wanneer u een scanformaat programmeert of wijzigt, dan raden wij u aan het nieuwe formaat te noteren. Wanneer u een scanformaat selecteert voor het scannen een aangepast origineelformaat, dan zijn er twee aangepaste formaten beschikbaar (Programmeer formaat 1 en Programmeer formaat 2). Gebruik deze functies voor het vooraf programmeren van een aangepast formaat. De procedure is hetzelfde voor programmeren en wijzigen. U kunt maximaal twee formaten programmeren. Geef een horizontale lengte op van 128 tot 1200 mm of van 5,5 tot 47 inches. A Druk op [Faxeigenschappen]. B Druk op [Scaninstellingen]. C Druk op [Scanform. progr/wijz/verw]. D Selecteer [Progr. Formaat 1] of [Progr. Formaat 2]

160 Faxeigenschappen E Voer een horizontaal formaat op met de cijfertoetsen. 4 Telkens wanneer u op [mm] of [inch] drukt, wisselen de eenheden tussen mm en inch. Als u een lengte invoert en drukt op [mm] of [inch], dan wordt de lengte automatisch geconverteerd naar de eenheid (gebroken getallen worden afgerond). Als u bijvoorbeeld {2}, {2} en {0} in millimeters invoert en omschakelt naar inch, wordt de lengte 8,7 inch op het display weergegeven. Als u weer op [mm] of [inch] drukt, wordt 221 mm weergegeven. Als u zich vergist, drukt u op [Wissen] of {Wis/Stop} en probeert u het opnieuw. Om een scanformaat te annuleren drukt u op [Annuleren]. F Selecteer een verticaal formaat en druk vervolgens op [OK]. Het getoonde verticale formaat varieert afhankelijk van de geselecteerde eenheid. Wanneer [mm] is geselecteerd, dan worden [Autodetectie], [210 mm (A4)], [257 mm (B4 JIS)], [297 mm (A3)], [216 mm (8 1/2)] en [279 mm (11)] getoond. Wanneer [inch] is geselecteerd, dan worden [Autodetectie], [8,3 inch (A4)], [10,1 inch (B4 JIS)], [11,7 inch (A3)], [8,5 inch] en [11,0 inch] getoond. Om een scanformaat te annuleren drukt u op [Annuleren]. G Druk op [Afsluiten]. H Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. 150

161 Scanformaat programmeren/wijzigen/wissen Een scanformaat verwijderen Een geprogrammeerd scanformaat verwijderen. A Druk op [Faxeigenschappen]. B Druk op [Scaninstellingen]. C Druk op [Scanform. progr/wijz/verw]. D Druk op [Verwijderen] en selecteer vervolgens [Progr. Formaat 1] of [Progr. Formaat 2]. 4 E Druk op [Verwijderen]. Druk op [Niet verwijderen] voor annuleren. Het display keert terug naar dat van stap D. F Druk op [Afsluiten]. G Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. 151

162 Faxeigenschappen Faxinformatie registreren U kunt informatie naar de andere partij verzenden wanneer u een faxdocument verzendt of ontvangt. Deze informatie wordt weergegeven op het display van het andere apparaat en afgedrukt als een rapport. De volgende informatie kan worden verzonden. Belangrijk U kunt geprogrammeerde instellingen bevestigen vanuit de lijst met Gebruikersparameters. Wij raden u aan om de Lijst met parameterinstellingen af te drukken en de Gebruikersparameterlijst te bewaren wanneer u instellingen programmeert of wijzigt. Zie Parameterlijst. 4 Faxkoptekst De Faxkoptekst wordt afgedrukt als koptekst van elke fax die u verzendt. U moet uw naam aan de Faxkoptekst toevoegen. U kunt Faxkoptekst 1 of Faxkoptekst 2 programmeren. Wanneer u originelen verzendt met de bestemmingslijst, dan kunt u selecteren welke faxkoptekst wordt afgedrukt op het document dat door de andere partij wordt ontvangen. U kunt een Faxkoptekst registreren met maximaal 32 alfanumerieke tekens en symbolen. U kunt tekens, symbolen, getallen en spaties gebruiken. U kunt instellen of een Faxkoptekst moet worden afgedrukt met [Faxkoptekst] onder Opties. Zie Faxhandleiding Eigennaam De Eigennaam wordt verzonden naar de andere partij als u een fax verzendt of ontvangt. Deze naam moet uw naam bevatten. De Eigennaam wordt weergegeven op het display van het andere apparaat en afgedrukt in een rapport. Eigennaam kan alleen worden gebruikt als het andere apparaat van dezelfde fabrikant is en de Eigennaam-functie heeft. U kunt Eigennaam registreren met maximaal 20 alfanumerieke tekens en symbolen. Eigen faxnummer Het Eigen faxnummer van de afzender wordt verzonden naar de andere partij bij het verzenden van een fax. Het ontvangen faxnummer wordt weergegeven op het display van het andere apparaat en afgedrukt in een rapport. Deze functie is beschikbaar, ongeacht de fabrikant van het apparaat van de andere partij. U kunt Eigen faxnummer registreren met maximaal 20 getallen, spaties en het + -teken. Verwijzing Faxhandleiding 152

163 Faxinformatie registreren Faxinformatie registreren A Druk op [Faxeigenschappen]. B Druk op [Oorspr. Inst.]. C Druk op [Fax-informatie programmeren]. D Selecteer de faxinformatie die u wilt registreren. 4 E Registreer de naam en het faxnummer. F Druk op [Afsluiten]. G Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. Een faxkoptekst vastleggen A Controleer of [Faxkoptekst] is geselecteerd. B Druk op [Naam 1] of [Naam 2]. C Voer een faxkoptekst met uw eigennaam en faxnummer in en druk vervolgens op [OK]. 153

164 Faxeigenschappen Een eigennaam vastleggen A Druk op [Eigen Naam]. B Druk op [Eigen Naam]. 4 C Voer uw eigen naam in en druk vervolgens op [OK]. Een eigen faxnummer vastleggen A Druk op [Eigen Faxnr.]. B Selecteer een lijntype om te programmeren. Het display varieert afhankelijk van de optionele eenheden die op het apparaat zijn geïnstalleerd. C Voer uw eigen faxnummer in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op [OK]. Om een +-teken of een spatie in te voeren, drukt u op [+] of [Spatie]. 154

165 Faxinformatie registreren Faxinformatie wijzigen A Druk op [Faxeigenschappen]. B Druk op [Oorspr. Inst.]. C Druk op [Fax-informatie programmeren]. D Selecteer de faxinformatie die u wilt wijzigen. Raadpleeg Een faxkoptekst registreren om een faxkoptekst te wijzigen. Zie Een eigennaam vastleggen om een eigennaam te wijzigen. Zie Een eigen faxnummer vastleggen om een eigen faxnummer te wijzigen. E Druk op [Afsluiten]. F Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. 4 Verwijzing Pag.153 Een faxkoptekst vastleggen Pag.154 Een eigennaam vastleggen Pag.154 Een eigen faxnummer vastleggen Faxinformatie verwijderen A Druk op [Faxeigenschappen]. B Druk op [Oorspr. Inst.]. C Druk op [Fax-informatie programmeren]. D Druk op [Faxkoptekst], [Eigen Naam] of [Eigen Faxnr.] om te verwijderen. E Druk op het item dat u wilt verwijderen. F Druk op [Backspace] of [All.verwijd.] en dan op [OK]. Wanneer u uw eigen faxnummer verwijdert, drukt u op [Wissen] of de toets {Wis/Stop} en vervolgens op [OK]. G [Afsluiten]. H Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. 155

166 Faxeigenschappen Doorzenden Ontvangen documenten afdrukken en doorzenden naar een opgegeven Eindontvanger. Dit is nuttig als u bijvoorbeeld een bezoek brengt aan een ander kantoor en een kopie van uw documenten wilt laten verzenden naar dat kantoor. U kunt ook een map opgeven als een bestemming voor het doorzenden. 4 Belangrijk Om deze functie te gebruiken, stelt u Doorzenden onder Ontvangstinstellingen in op Aan (inschakelen). U kunt eindontvangers alleen selecteren uit bestemmingen die zijn geprogrammeerd in het Adresboek. U kunt geen geprogrammeerde overdrachtsstations selecteren als eindontvangers. Een faxnummer, adres, IP-faxbestemming en map kunnen worden ingesteld als de bestemming voor de verzending. Zelfs wanneer [Aan] is geselecteerd voor Doorzenden in Ontvangstinstellingen en [Uit] is geselecteerd voor de doorzendbestemming in deze functie, wordt alleen afdrukken uitgevoerd en niet doorzenden. Wanneer u de eindontvangers wilt wijzigen afhankelijk van de afzenders, stelt u de eindontvangers in bij de afzenders onder Bijzondere afzender programmeren. Documenten die niet zijn ontvangen van bijzondere afzenders worden verzonden naar de bestemming die is opgegeven in deze functie. U kunt opgeven of doorgezonden documenten moeten worden afgedrukt. Zie Parameterinstellingen (schakelaar 11, bit 6). Het verwijderen uit de bestemmingslijst van een bestemming die is opgegeven als doorzendbestemming zorgt ervoor dat de instellingen van de doorzendbestemming worden verwijderd, dus moeten deze opnieuw worden geregistreerd. Wanneer een bestemming wordt gewijzigd, dan wordt er een document verzonden naar de nieuwe bestemming. Als er geen bestemming is van het opgegeven type, dan kunt u instellen welke bestemming moet worden gebruikt als alternatieve bestemming. Zie Parameterinstellingen (schakelaar 32, bit 0). U kunt een van de Snelbewerkingstoetsen programmeren met bewerkingen voor deze functie. Als u een map voor het doorzenden heeft opgegeven, dan kunt u het bestandsformaat opgeven dat voor het doorzenden moet worden gebruikt. Zie Parameterinstellingen (schakelaar 21, bit 3). Verwijzing Pag.129 Algemene functies Pag.160 Parameterinstell. Pag.136 Ontvangstmodus Pag.167 Bijzondere afzender die anders moeten worden behandeld 156

167 Doorzenden Een eindontvanger programmeren Belangrijk Er kan een eindontvanger worden geregistreerd voor iedere bijzondere afzender. Om twee of meer eindontvangers te registreren moet u een groepsbestemming gebruiken. Er kunnen echter maximaal 500 bestemmingen per groep worden opgegeven. A Druk op [Faxeigenschappen]. B Druk op [Ontvangstinstell.]. C Druk op [Doorzenden]. D Druk op [Aan]. 4 Als er al een Eindontvanger is geprogrammeerd, dan wordt een ontvangernaam getoond. Als u de ontvanger wilt wijzigen drukt u op [Ontvanger] en gaat u door naar stap E. Om het Doorzenden te annuleren, drukt u op [Uit] en gaat u door met stap F. 157

168 Faxeigenschappen E Geef een Eindontvanger op met de bestemmingslijst en druk dan op [OK]. 4 De ontvangernaam wordt getoond aan de rechterkant van [Ontvanger]. Druk op de toets aan de linkerkant van het display om te schakelen tussen de bestemmingen faxnummer, adres, IP-faxbestemming en map. Stel een mapbestemming in in Adresboekbeheer onder Beheerderstoepassingen in het menu Systeeminstellingen. Zie Mappen registreren. Als u een map voor het doorzenden heeft opgegeven, dan kunt u het bestandsformaat opgeven dat voor het doorzenden moet worden gebruikt. Zie Parameterinstellingen (schakelaar 21, bit 3). Als u een fout maakt, druk dan op [Wissen] voordat u drukt op [OK] en probeer het opnieuw. F Druk op [OK]. G Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. Verwijzing Pag.160 Parameterinstell. Pag.250 Mappen registreren 158

169 Doorzenden De doorzendfunctie verlaten A Druk op [Faxeigenschappen]. B Druk op [Ontvangstinstell.]. C Druk op [Doorzenden]. D Druk op [Uit] en druk vervolgens op [OK]. 4 E Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. Doorzendteken U kunt een doorzendteken afdrukken op doorgezonden documenten van de ontvanger. De ontvanger kan onderscheid maken tussen doorgezonden en normaal ontvangen documenten. Deze functie is niet beschikbaar wanneer het doorzenden van geheugen wordt uitgevoerd naar een mapbestemming. Verwijzing Pag.160 Parameterinstell. 159

170 Faxeigenschappen Parameterinstell. Met Gebruikersparameters kunt u verschillende instellingen aan uw behoeften aanpassen. Om functie-instellingen te wijzigen, moet u de Gebruikersparameterschakelaars instellen. 4 Schakelaars en bits Elke Gebruikersparameter heeft een aantal schakelaars en elke schakelaar bestaat uit acht bits, met de waarden 0 of 1. De uiterst rechtse bit is bit 0 en de uiterst linkse is bit 7. U kunt de instellingen aan uw behoeften aanpassen door de bitwaarden te schakelen tussen 0 en 1. Schakelaar Gebruikersparameterlijst Gebruikersparameterschakelaar worden in de volgende tabel beschreven. Schakelaar Bit Item Doorzendteken Uit Aan 02 3 TSI-afdruk Uit Aan 03 0 Automatisch afdrukken van het communicatieresultatenrapport 03 2 Automatisch afdrukken van het rapport van geheugenopslag 03 3 Instellen of het RX-reserverapport SEPcode automatisch moet worden afgedrukt Instellen of het RX-resultatenrapport SEP-code automatisch moet worden afgedrukt Automatisch afdrukken van het onmiddellijke TX-resultatenrapport Uit Uit Uit Uit Uit Aan Aan Aan Aan Aan 03 7 Automatisch afdrukken van het journaal Uit Aan 04 0 Automatisch afdrukken van het vertrouwelijke bestandsrapport 04 1 Automatisch afdrukken van communicatiefoutrapport en verzendresultaatrapport Uit Uit Aan Aan 04 4 Geeft de partijen aan Uit Aan 160

171 Parameterinstell. Alle documenten ontvangen behalve die van opgegeven afzenders. Schakelaar Bit Item Afzendernaam in rapporten opnemen Uit Aan 04 7 Een deel van de afbeelding in rapporten opnemen Uit Aan 05 0 Service Call (SC)-voorwaarde ontvangen (Vervangende ontvangst tijdens service call) 05 2, 1 Vervangt de ontvangst wanneer het apparaat niet kan afdrukken (omdat er een papierstoring is, alle papierladen geen papier meer hebben, of alle papierladen buiten werking zijn) 05 5 Afdrukvel is beperkt tot hetgene met de hoogste prioriteit Waarschuwing lade leegmaken (Waarschuwing papier op) zelf als een papierlade leeg is 07 0 Instellen of het apparaat een signaal afgeeft als het een fax ontvangt. Mogelijk (Vervangende RX) 00: Onvoorwaardelijk ingeschakeld (Vrij) 01: Ingeschakeld als Eigennaam / Eigen faxnummer wordt ontvangen 10: Ingeschakeld voor codematch gesloten netwerk 11: Uitgeschakeld (Ontvangst uit) Uit Uit Signaal Niet mogelijk (Ontvangst uit) - Aan Aan 07 2 Parallelle geheugentransmissie Uit Aan 08 2 Geautoriseerde ontvangstsoort Alleen van opgegeven afzenders ontvangen Paginareductie bij afdrukken Uit Aan 10 5 Instellingen ontvangstbestanden Uit Aan Geen gesproken bericht verzenden

172 Faxeigenschappen 18 2 Bestandsnummer met faxkoptekst afdrukken Schakelaar Bit Item Gebruik zowel berichtgeving als afgedrukte rapporten om de verzendresultaten te bevestigen Uit Aan 11 6 Lokale afdruk bij doorzenden Uit Aan Documenten afdrukken die zijn ontvangen met Automatische spanning Aanontvangst (Nachtafdrukmodus) Onmiddellijk afdrukken (Aan) 14 1 Lange documentverzending (bronlogboek) Uit Aan 14 3 Resetten als functie wordt gewijzigd Uit Aan 15 0, 1, 2 De beschikbare papierinvoerlade selecteren. 001: Lade 1 010: Lade 2 011: Lade 3 100: Lade 4 101: Bulklade (LCT) 15 5 De beschikbare papierinvoerlade eventueel selecteren Instellen of u op [Toev.] moet drukken nadat u een bestemming heeft opgegeven met de toets Bestemming tijdens het uitzenden 17 3 Opgeven of de instellingen moeten worden gereset als er een origineel wordt gescand Documenten ontvangen door te drukken op de {Start}-toets als originelen niet zijn ingesteld. Uit Aan Uit (er worden geen documenten ontvangen nadat de toets {Start} is ingedrukt) Bij het uitschakelen van de bedieningsschakelaar (Uit) - Aan 18 0 Datum met faxkoptekst afdrukken Uit Aan 18 1 Oorsprong verzender afdrukken met faxkoptekst Uit Uit Niet noodzakelijk Noodzakelijk Uit Aan (er worden documenten ontvangen nadat de toets {Start} is ingedrukt) Aan Aan 18 3 Paginanummer afdrukken met faxkoptekst Uit Aan 162

173 Parameterinstell. Schakelaar Bit Item Gebruik de wisselfunctie papierbezorging (Offset afdrukken) Uit Aan 19 1 Journaal op lijntype sorteren Uit Aan 20 0 Automatisch afdrukken van het LANfaxresultatenrapport. Uit Aan 20 5, 4, 3, 2 Tijd voor opnieuw afdrukken van opgeslagen documenten in het geheugen die niet konden worden afgedrukt met het LAN-faxstuurprogramma 21 0 Afdrukresultaten van het verzenden van het verzoekbericht Ontvangstberichtgeving 21 1 Antwoorden op toekennen verzoek e- mailontvangst 21 3 Bestandsformaat voor bestanden die zijn doorgezonden naar mapbestemmingen 0000:0 minuten 0001: 1 minuut 0010: 2 minuten 0011: 3 minuten 0100: 4 minuten 0101:5 minuten 0110: 6 minuten 0111: 7 minuten 1000: 8 minuten 1001: 9 minuten 1010: 10 minuten 1011: 11 minuten 1100: 12 minuten 1101: 13 minuten 1110: 14 minuten 1111: 15 minuten Uit (alleen afdrukken als er een fout optreedt) Uit TIFF - Aan Aan PDF 21 4 Logboek per verzenden Uit Aan 21 6 Netwerkfout weergeven Weergeven (Aan) 21 7 Foutmail-berichtgeving verzenden Aan Uit 22 0 Een kiestoon detecteren voordat faxen met de telefoonlijn worden verzonden (LIJN) 22 1 Een kiestoon detecteren voordat faxen met de telefoonlijn worden verzonden (LIJN2) Niet detecteren (Uit) Niet detecteren (Uit) Niet weergeven (Uit) Detecteren (Aan) Detecteren (Aan) 4 163

174 Faxeigenschappen : 0 minu(u)t(en) : 1 minu(u)t(en) : 2 minu(u)t(en) : 15 minu(u)t(en) : 255 minu(u)t(en) Schakelaar Bit Item Een kiestoon detecteren voordat faxen met de telefoonlijn worden verzonden (LIJN3) 24 0 Documenten opslaan die niet konden worden verzonden in het geheugen Niet detecteren (Uit) Uit Detecteren (Aan) Aan 24 1 Tijdsduur waarin documenten die niet konden worden verzonden, worden opgeslagen in het geheugen 24 uur 72 uur 24 2 Instellen of het opgeslagen bestand permanent moet worden behouden Nee Ja Selecteer welke volgorde van prioriteit moet worden gebruikt om een alternatieve bestemming te selecteren als er geen bestemming van het ingestelde type is. Prioriteit papieruitvoer <Prioriteitsvolgorde> 1. IP-faxbestemming 2. Faxnummer 3. adres 4. Map 34 0 Gebruik gatekeeperserver met IP-fax Uit Aan 34 1 Gebruik SIP-server met IP-fax Uit Aan 35 7, 6, 5, 4, 3, 2, 1, 0 Herkiesinterval tijdens het verzenden van een reservekopie Electronische uitvoerprioriteit <Prioriteitsvolgorde> 1. adres 2. Map 3. IP-faxbestemming 4. Faxnummer 164

175 Parameterinstell. Schakelaar Bit Item , 6, 5, 4, 3, 2, 1, 0 Maximum aantal herkiespogingen voor het verzenden van een reservekopie 37 0 Geef op of het verzenden van een reservekopie moet worden gestopt als de bestemmingsmap te vol raakt terwijl het apparaat bezig is met verzenden of wacht om een fax van de reservekopie te verzenden 37 3, 2 Opgeven of de reservekopie moet worden afgedrukt als hij niet kan worden verzonden : 1 ke(e)r(en) : 2 ke(e)r(en) : 3 ke(e)r(en) : 195 ke(e)r(en) : 254 ke(e)r(en) Nee 00: Niet afdrukken 01: Alleen eerste pagina afdrukken 10: Heel bestand afdrukken Ja 4 165

176 Faxeigenschappen De gebruikersparameters wijzigen In dit gedeelte wordt beschreven hoe u parameters instelt. 4 Belangrijk Voor het openen van sommige instellingen van Gebruikersparameters heeft u opties nodig; andere instellingen moet u wellicht vooraf maken. Wij raden u aan om de Lijst met parameterinstellingen af te drukken en een Gebruikersparameterlijst te bewaren wanneer u een Gebruikersinstelling programmeert of wijzigt. Wijzig geen bitschakelaars behalve degene die op de voorgaande pagina s zijn afgebeeld. A Druk op [Faxeigenschappen]. B Druk op [Oorspr. Inst.]. C Druk op [Parameterinstelling]. D Selecteer het schakelaarnummer dat u wilt wijzigen. E Selecteer het bitnummer dat u wilt wijzigen. Wanneer het bitnummer wordt ingedrukt, schakelt de huidige waarde tussen 1 en 0. Herhaal vanaf stap E om nog een bitnummer voor dezelfde schakelaar te wijzigen. F Druk op [OK]. Druk op [Annuleren] voor verwijderen van deze instellingen. Het display keert terug naar dat van stap D. G Herhaal stap D tot stap E om de schakelaarinstellingen te wijzigen. H Nadat alle instellingen zijn voltooid, drukt u op [Afsluiten]. I Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. 166

177 Bijzondere afzender die anders moeten worden behandeld Bijzondere afzender die anders moeten worden behandeld Door bijzondere afzenders vooraf te programmeren kunt u de volgende functie voor elke afzender instellen: Geautoriseerde RX Doorzenden Afdrukkwaliteit ontvangstbestand 2-zijdig afdrukken Geheugenbeveiliging Papierlade Gebruik Eigennaam of Eigen faxnummer voor het programmeren van uw afzenders. Als de afzender een apparaat heeft van dezelfde fabrikant programmeer dan een Eigennaam die al als een afzender is geprogrammeerd. Als het apparaat niet van dezelfde fabrikant is, dan wordt Eigen faxnummer gebruikt. U kunt dezelfde instellingen toepassen op alle geprogrammeerde nummers. Vervolgens kunt u de instellingen voor individuele nummers indien nodig aanpassen met de functie Bijzondere afzenderregistratie. De volgende items kunnen worden geprogrammeerd. Bijzondere afzenders U kunt maximaal 30 bijzondere afzenders registreren. Bij gebruik van G3 kunt u maximaal 20 tekens of elke naam gebruiken. Volledige / Gedeeltelijke overeenkomst Wanneer u eigennamen en faxnamen voor meervoudige bestemmingen programmeert, dan kunt u een gemeenschappelijke reeks tekens programmeren om bestemmingen mee te identificeren. 4 Bestemming die moet worden geprogrammeerd (Eigennaam) NEW YORK-BRANCHE HONG KONG-BRANCHE SYDNEY-BRANCHE Aantal geprogrammeerde identificaties 3 Gedeeltelijk matchen gebruiken Bestemming die moet worden geprogrammeerd (Eigennaam) Aantal geprogrammeerde identificaties BRANCHE 1 U kunt maximaal 30 wildcards programmeren. Spaties worden genegeerd als identificaties worden vergeleken. U kunt wildcards gebruiken voor de volgende functies: Doorzenden Bijzondere afzenders Geautoriseerde RX (Geautoriseerde ontvangst) Wanneer u Gedeeltelijk afstemmen gebruikt, dan kunt u de eerste 24 tekens van een adres invoeren om het te gebruiken als een eigennaam of een faxnaam. 167

178 Faxeigenschappen 4 Opmerking U kunt afzenders niet als Bijzondere afzenders programmeren als ze er voor hen geen Eigennaam of Eigen faxnummer is geprogrammeerd. Het apparaat kan geen onderscheid maken tussen Pollingontvangst-documenten en Vrije pollingdocumenten van Bijzondere afzenders. U kunt de volgende functies niet gebruiken met Internetfax-ontvangsten. Geautoriseerde RX Afdrukkwaliteit ontvangstbestand Geheugenbeveiliging U kunt maximaal 24 tekens voor de afzender programmeren. Om gebruik te kunnen maken van Doorzenden, Dubbelzijdig afdrukken of Papierlade met Interfaxontvangst moet u het adres van de afzender programmeren. U kunt Eigennaam en Eigen faxnummer controleren met het Journaal. U kunt geprogrammeerde bijzondere afzenders controleren met de lijst van ingestelde afzenders. Als u Uit selecteert voor de functie Bijzondere afzender in Oorspronkelijk set-up, zullen de instellingen hetzelfde zijn als de Ontvangstinstellingen. Geautoriseerde ontvangst Gebruik deze functie om inkomende afzenders te beperken. Het apparaat ontvangt alleen faxen van de geprogrammeerde Bijzondere afzenders en helpt u daardoor met het wegfilteren van ongewenste documenten zoals junkmail en voorkomt de verspilling van faxpapier. Opmerking Om deze functie te gebruiken moet u de functie Bijzondere afzenders programmeren en vervolgens met Ontvangstinstellingen in Geautoriseerde ontvangst de instelling Aan opgeven. Zie Parameterinstellingen (schakelaar 08, bit 2). Als u geen Bijzondere afzenders programmeert, zal de Geautoriseerde RXfunctie niet werken, zelfs niet als u Aan selecteert. Als u Uit instelt voor Geautoriseerde RX in Aanvankelijke set-up, zijn de instellingen gelijk aan die voor de Ontvangstinstellingen. U kunt Bijzondere afzenders wijzigen op dezelfde manier als bij het programmeren. Verwijzing Pag.160 Parameterinstell. Faxhandleiding 168

179 Bijzondere afzender die anders moeten worden behandeld Ontvangstbestand afdrukhoeveelheid Druk het opgegeven aantal kopieën af van documenten die zijn ontvangen van geprogrammeerde afzenders (Bijzondere afzenders). Als u geen Bijzondere afzenders programmeert, drukt het apparaat het opgegeven aantal kopieën af voor alle ontvangen documenten. Opmerking U kunt meervoudige kopieën afdrukken niet gebruiken met Geheugenbeveiliging. U kunt maximaal 10 kopieën opgeven. Doorzenden Ontvangen documenten afdrukken en ze dan verzenden naar de afzenders die vooraf zijn geprogrammeerd. Mapbestemming kan worden geregistreerd. Het is eveneens mogelijk om alleen die faxen door te zenden die afkomstig zijn van afzenders die als Bijzondere afzenders zijn geprogrammeerd. 4 Opmerking Om deze functie te gebruiken moet u uw Bijzondere afzenders programmeren en vervolgens in Ontvangstinstellingen voor Doorzenden de instelling Aan selecteren. Als u Aan opgeeft in Doorzenden en [Gelijk aan basisinstell.] selecteert, wordt het faxdocument doorgezonden naar de ontvangers die zijn geprogrammeerd in Eindontvanger opgeven. Als u geen Bijzondere afzenders programmeert, verzendt het apparaat alle inkomende documenten naar de andere eindontvangers die zijn opgegeven in Eindontvanger opgeven. U kunt de faxbestemming, de Internetfaxbestemming, IP-faxbestemming en mapbestemming instellen als een doorzendbestemming. Stel mapbestemmingen in met de Beheerfunctie van het adresboek onder Systeeminstellingen. Zie Mappen registreren. Verwijzing Pag.156 Doorzenden Pag.160 Parameterinstell. Faxhandleiding 169

180 Faxeigenschappen 2-zijdig afdrukken Op beide zijden van het papier afdrukken. Opmerking Als u de handinvoerlade selecteert als Papierlade, wordt dubbelzijdig afdrukken uitgeschakeld. Geheugenbeveiliging 4 Sla inkomende documenten van geprogrammeerde afzenders (Bijzondere afzenders) op in het geheugen zonder ze af te drukken. Mensen zonder de Geheugenslot-ID kunnen de documenten niet afdrukken en daarom is deze functie handig voor het ontvangen van vertrouwelijke documenten. Als u geen afzenders programmeert, dan ontvangt het apparaat faxdocumenten van alle afzenders die Geheugenslot-ontvangst gebruiken. Belangrijk U moet de Geheugenslot-ID vooraf registreren. Als u dezelfde afzender in Geheugenslot en Doorzenden programmeert, dan wordt Doorzenden uitgeschakeld. Verwijzing Pag.143 Geheugenslot-ID registreren Papierlade Documenten afdrukken die zijn ontvangen van geprogrammeerde afzenders (Bijzondere afzenders) en de documenten van andere afzenders op andere papiersoorten. Als er bijvoorbeeld blauw papier zit in Lade 1 en wit papier in Lade 2, dan drukt het apparaat de documenten van Bijzondere afzenders af op het blauwe papier en de documenten van andere afzenders op het witte papier, waardoor het gemakkelijk is voor u om de twee soorten van elkaar te onderscheiden. Als u geen Bijzondere afzenders programmeert, dan voert het apparaat documenten van alle afzenders uit via de standaardpapierlade. Opmerking Als het apparaat een document ontvangt met een formaat dat verschilt van het papier in de opgegeven lade, dan drukt het apparaat dit document af nadat hij het formaat heeft opgesplitst of verkleind. Met de selectie van de handinvoerlade kunt u het papierformaat opgeven in Scangebied. Verwijzing Faxhandleiding 170

181 Bijzondere afzender die anders moeten worden behandeld Bijzondere afzender programmeren/wijzigen Programmeer en wijzig Bijzondere afzenders. A Druk op [Faxeigenschappen]. B Druk op [Ontvangstinstell.]. C Druk op [Speciale afzender programmeren]. D Controleer of [Programmeren/Wijzigen] is geselecteerd. E Selecteer de afzender die moet worden geprogrammeerd of gewijzigd. 4 F Voer een afzendernaam in en druk vervolgens op [OK]. Voer een bestemmingsnaam in met Eigennaam of Eigen faxnummer. G Druk op [Voll. overnk.] of [Ged. overeenk.]. 171

182 Faxeigenschappen H Selecteer het item dat u wilt programmeren. 4 U moet alleen het item selecteren dat u wilt programmeren. Druk op [Annuleren] voor verwijderen van deze instellingen. Het display keert terug naar dat van stap E. I Druk op [OK]. Een Bijzondere afzender wordt geprogrammeerd. Om een andere afzender te programmeren herhaalt u de procedure vanaf stap E. J Druk op [Afsluiten]. K Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. Verwijzing Pag.167 Volledige / Gedeeltelijke overeenkomst Pag.173 Geautoriseerde RX (Geautoriseerde ontvangst) Pag.174 Doorzenden Pag.173 Afdrukkwaliteit ontvangstbestand Pag zijdig afdrukken Pag.175 Geheugenbeveiliging Pag.175 Papierlade per afzender 172

183 Bijzondere afzender die anders moeten worden behandeld Geautoriseerde RX (Geautoriseerde ontvangst) Instellen bij het programmeren van een Bijzondere afzender. A Druk op [Geaut. ontv. per afz.]. B Druk op [Aan] of [Uit] en dan op [OK]. 4 Afdrukkwaliteit ontvangstbestand Instellen bij het programmeren van een Bijzondere afzender. A Druk op [Aant. af te dr. ontv.best. per afz.]. B Druk op [Aantal sets]. C Voer de afdrukkwaliteit in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op [OK]. Opmerking Door [Gelijk aan basisinstell.] te selecteren krijgt u dezelfde instelling als de instelling die is gemaakt voor Afdrukkwaliteit RX-bestand van Ontvangstinstellingen. Als u zich vergist, drukt u op [Wissen] of {Wis/Stop} en voordat u drukt op [OK] en dan probeert u het opnieuw. 173

184 Faxeigenschappen Doorzenden 4 Instellen bij het programmeren van een Bijzondere afzender. Belangrijk Er kan een doorzendbestemming worden geregistreerd voor iedere bijzondere afzender. Om twee of meer doorzendbestemmingen te registreren moet u groepsbestemmingen gebruiken. Er kunnen echter maximaal 500 bestemmingen per groep worden opgegeven. A Druk op [Doorzenden per afzender]. B Selecteer [Aan] of [Uit]. Wanneer u [Uit] selecteert, ga dan door met stap D. C Druk op de Bestemmingstoets van een doorzendbestemming en vervolgens op [OK]. D Druk op [OK]. Opmerking Het selecteren van [Gelijk aan basisinstell.] leidt ertoe dat dezelfde instelling wordt gemaakt als voor Doorzenden onder Beheerderstoepassingen. Druk op de toets aan de linkerkant van het display om te schakelen tussen de bestemmingen faxnummer, adres, IP-faxbestemming en map. Wanneer een map is opgegeven als de doorzendbestemming, dan kunt u een bestandsformaat voor het doorzenden instellen. Zie Parameterinstellingen (schakelaar 21, bit 3). Het verwijderen uit de bestemmingslijst van een bestemming die is opgegeven als doorzendbestemming zorgt ervoor dat de instellingen van de doorzendbestemming worden verwijderd, dus moeten deze opnieuw worden geregistreerd. Wanneer een bestemming wordt gewijzigd, dan wordt er een document verzonden naar de nieuwe bestemming. Als er geen bestemming is van het opgegeven type, dan kunt u instellen welke bestemming moet worden gebruikt als alternatieve bestemming. Zie Parameterinstellingen (schakelaar 32, bit 0). Nadat u stap J heeft uitgevoerd, stelt u Doorzenden van Ontvangstinstellingen in op Aan. 174

185 Bijzondere afzender die anders moeten worden behandeld Verwijzing Pag.160 Parameterinstell. Pag.250 Mappen registreren 2-zijdig afdrukken Instellen bij het programmeren van een Bijzondere afzender. A Druk op [2-zijdig afdrukken per afzender]. B Druk op [Aan] of [Uit] en dan op [OK]. Opmerking Door [Gelijk aan basisinstell.] te selecteren krijgt u dezelfde instelling als de instelling die is gemaakt voor Dubbelzijdig afdrukken van Ontvangstinstellingen. 4 Geheugenbeveiliging Instellen bij het programmeren van een Bijzondere afzender. A Druk op [Ontv. met geh.bev. per afz.]. B Druk op [Aan] of [Uit] en dan op [OK]. Opmerking Het selecteren van [Gelijk aan basisinstell.] leidt ertoe dat dezelfde instelling wordt gemaakt als voor Geheugenslot-ID programmeren onder Beheerderstoepassingen. Papierlade per afzender Instellen bij het programmeren van een Bijzondere afzender. A Druk op [Papierlade per afzender]. B Selecteer de lade die u wilt gebruiken en druk vervolgens op [OK]. Opmerking Door [Gelijk aan basisinstell.] te selecteren krijgt u dezelfde instelling als de instelling die is gemaakt voor Papierlade van Ontvangstinstellingen. 175

186 Faxeigenschappen Aanvankelijke set-up van een bijzondere afzender programmeren De Aanvankelijke set-up van een bijzondere afzender programmeren. U kunt ook het formaat van de Handinvoerlade instellen. A Druk op [Faxeigenschappen]. B Druk op [Ontvangstinstell.]. C Druk op [Speciale afzender programmeren]. D Druk op [Oorspronkelijke setup]. 4 E Selecteer de functie die u wilt programmeren. In deze eigenschap heeft Geautoriseerde RX dezelfde instellingen als Ontvangstinstellingen. F Voor het programmeren van Geautoriseerde RX en Bijzondere RX-functie drukt u op [Geautoriseerd ontvangst] of [Speciale ontvangstfunctie]. 176

187 Bijzondere afzender die anders moeten worden behandeld G Druk op [Aan] of [Uit] en dan op [OK]. De afbeelding toont het display Geautoriseerde RX als een voorbeeld. H Voor het programmeren van het papierformaat van de handinvoerlade drukt u op [Papierform. Handinvoer]. U kunt een formaat selecteren uit [Autodetectie], [Normaal formaat] of [Aangepast formaat]. Als u [Autodetectie] selecteert, ga dan verder met stappen I en N. Als u [Normaal formaat] selecteert, ga dan verder met I, J en N. Als u [Aangepast formaat] selecteert, ga dan verder met stappen I en K tot N. I Selecteer het formaat dat u wilt programmeren. 4 Als u [Normaal formaat] selecteert, selecteer dan een papierformaat dat wordt weergegeven en ga vervolgens verder met stap N. Wanneer u [Aangepast formaat] selecteert, ga dan door met stap K. J Selecteer uit de getoonde formaten het formaat dat u wilt programmeren. K Zorg ervoor dat [Verticaal:] is geselecteerd. 177

188 Faxeigenschappen L Voer de verticale afmeting van het papier met de cijfertoetsen in en druk op de toets {q}. 4 Geef een verticaal formaat van 90 mm (3,6") tot 305 mm (12,0") op. U kunt geen formaat invoeren dat kleiner is dan 90 mm of groter dan 305 mm. Telkens wanneer u op [mm] of [inch] drukt, wisselen de eenheden tussen mm en inch. Als u een lengte invoert en de maten verandert door op [mm] of [inch] te drukken, dan wordt deze automatisch omgezet (gebroken getallen worden afgerond). M Voer de horizontale afmeting van het papier met de cijfertoetsen in en druk op de toets {q}. Geef een horizontaal formaat van 148 mm (5,9") tot 600 mm (23,7") op. U kunt geen formaat invoeren dat kleiner is dan 148 mm of groter dan 600 mm. Telkens wanneer u op [mm] of [inch] drukt, wisselen de eenheden tussen mm en inch. Als u een lengte invoert en de maten verandert door op [mm] of [inch] te drukken, dan wordt deze automatisch omgezet (gebroken getallen worden afgerond). N Druk op [OK]. O Druk op [Afsluiten]. P Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. Opmerking Als u [Autodetectie] selecteert, dan herkent het apparaat het papierformaat automatisch. Verwijzing Faxhandleiding 178

189 Bijzondere afzender die anders moeten worden behandeld Een bijzondere afzender verwijderen Gebruik deze functie voor het verwijderen van de Aanvankelijke set-up van een Bijzondere afzender. Het papierformaat Handinvoerlade kan ook worden verwijderd. A Druk op [Faxeigenschappen]. B Druk op [Ontvangstinstell.]. C Druk op [Speciale afzender programmeren]. D Druk op [Verwijderen] en selecteer vervolgens de Bijzondere afzender die u wilt verwijderen. E Druk op [Ja]. Om het verwijderen van een bijzondere afzender te annuleren, drukt u op [Nee]. Het display keert terug naar dat van stap D. F Druk op [Afsluiten]. G Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}

190 Faxeigenschappen Boxinstellingen De volgende functies zijn voor het bezorgen en verzenden van documenten: Persoonlijke box Informatiebox Doorzendbox 4 SUB-code en SEP-code SUB-code en SEP-code zijn ID s die bestaan uit maximaal 20 cijfers en kunnen nummer, #, * en spaties bevatten. Om deze functie te kunnen gebruiken moet u vooraf een box en SUB-/SEPcode programmeren. De andere partij kan documenten verzenden naar en documenten ontvangen van deze box door de code te gebruiken. Opmerking Het gecombineerde totale aantal items dat kan worden opgeslagen met de functies Persoonlijke box, Informatiebox en Doorzendbox is 150. U kunt dezelfde Boxcode niet instellen voor twee verschillende boxen. Verzenden of programmeren kan wellicht niet toegestaan zijn als er niet voldoende vrij geheugen beschikbaar is. De hoeveelheid beschikbaar vrij geheugen hangt af van het feit of de optionele apparatuur is geïnstalleerd. Persoonlijke boxen programmeren/wijzigen Dit gedeelte beschrijft hoe u Persoonlijke boxen programmeert. U kunt de volgende items programmeren: Boxnaam (vereist) Maximaal 20 tekens lang SUB-code (vereist) Maximaal 20 tekens lang en kan worden samengesteld uit cijfers 0-9, #, * en spaties (het eerste teken kan geen spatie zijn). Wachtwoord (optioneel) Maximaal 20 tekens lang en kan worden samengesteld uit cijfers 0-9, #, * en spaties (het eerste teken kan geen spatie zijn). Wanneer u een wachtwoord programmeert, dan wordt er een teken voor de Boxnaam weergegeven. Ontvanger (optioneel) U kunt één bezorgingsbestemming voor elke Persoonlijke box programmeren. Geef een bezorgingsbestemming op die wordt geprogrammeerd in Bestemmingssleutel. A Druk op [Faxeigenschappen]. B Druk op [Alg. eigensch.]. 180

191 Boxinstellingen C Druk op [Box instelling]. D Controleer of [Programmeren/Wijzigen] is geselecteerd. E Selecteer een box die moet worden geprogrammeerd. Wanneer u een nieuwe box programmeert, drukt u op [Niet geprogr.]. 4 Om een al geprogrammeerde box te wijzigen drukt u op deze box en gaat u door met stap H. F Druk op [Persoonlijke box]. G Voer een boxnaam in en druk vervolgens op [OK]. H Voer een SUB-code in. Om de SUB-code te wijzigen drukt u op [Wissen] of {Wis/Stop} en probeert u het opnieuw. Om een Boxnaam te wijzigen drukt u op [Boxnaam] en herhaalt u de procedure vanaf stap G. I Geef de nodige instellingen op. Als u geen wachtwoord of ontvanger wilt programmeren, gaat u naar stap P. J Druk op [Wachtwoord]. 181

192 Faxeigenschappen K Voer een wachtwoord in en druk vervolgens op [OK]. 4 Als u zich vergist, drukt u op [Wissen] of {Wis/Stop} en voordat u drukt op [OK] en dan probeert u het opnieuw. L Voer het juiste wachtwoord opnieuw in en druk vervolgens op [OK]. Als u zich vergist, drukt u op [Wissen] of {Wis/Stop} en voordat u drukt op [OK] en dan probeert u het opnieuw. Om het wachtwoord te wijzigen nadat u heeft gedrukt op [OK], drukt u op [Allocatie] en herhaalt u stappen K en L of drukt u op [Annuleren] en herhaalt u de procedure vanaf stap J. M Druk op [OK]. N Druk op [Ontvanger]. O Selecteer een bestemming met de bestemmingslijst en druk vervolgens op [OK]. Druk op de toets aan de linkerkant van het display om te schakelen tussen de bestemmingen faxnummer, adres, IP-faxbestemming en map. P Druk op [OK]. Q Druk op [Afsluiten]. 182

193 Boxinstellingen R Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. Opmerking Wanneer u een wachtwoord programmeert, dan wordt er een teken voor de Boxnaam weergegeven. Geef een faxnummer, Internetfaxbestemming en IP-faxbestemming als de doorzendbestemming op. De Faxkoptekst wordt niet afgedrukt op bezorgde documenten. Als een document niet kan worden bezorgd, dan wordt er een Communicatiefoutrapport afgedrukt en het document wordt opgeslagen als een document van Vertrouwelijke ontvangst. U kunt boxen op dezelfde manier bewerken als bij het programmeren. Maar boxen die in gebruik zijn, die kunnen niet worden bewerkt. Als een bestemming in de bestemmingstabel is verwijderd nadat hij is geregistreerd, dan wordt bezorging niet uitgevoerd en worden de instellingen van de bezorgingsbestemming tevens verwijderd. Wanneer een bezorgingsbestemming is gewijzigd, dan wordt er ook een document verzonden naar de gewijzigde bestemming. Als er geen bestemming is van het opgegeven type, dan kunt u instellen welke bestemming moet worden gebruikt als alternatieve bestemming. Zie Parameterinstellingen (schakelaar 32, bit 0). 4 Verwijzing Pag.160 Parameterinstell. Faxhandleiding Over dit apparaat 183

194 Faxeigenschappen Persoonlijke boxen verwijderen Dit gedeelte beschrijft hoe u Persoonlijke boxen verwijdert. 4 Belangrijk Als er documenten in de box aanwezig zijn, kunt u de box niet verwijderen. A Druk op [Faxeigenschappen]. B Druk op [Alg. eigensch.]. C Druk op [Box instelling]. D Druk op [Verwijderen] en selecteer vervolgens de box die u wilt verwijderen. E Als het wachtwoord is geprogrammeerd, voer dan een wachtwoord in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op [OK]. Als u zich vergist, drukt u op [Wissen] of {Wis/Stop} en probeert u het opnieuw. F Druk op [Verwijderen]. Druk op [Niet verwijderen] voor het verwijderen van een box. Het display keert terug naar dat van stap D. G Druk op [Afsluiten]. H Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. 184

195 Boxinstellingen Informatieboxen programmeren/wijzigen Dit gedeelte beschrijft hoe u een Informatiebox installeert. U kunt de volgende items opslaan: Boxnaam (vereist) Maximaal 20 tekens lang SEP-code (vereist) Maximaal 20 tekens lang en kan worden samengesteld uit cijfers 0-9, #, * en spaties (het eerste teken kan geen spatie zijn). Wachtwoord (optioneel) Maximaal 20 tekens lang en kan worden samengesteld uit cijfers 0-9, #, * en spaties (het eerste teken kan geen spatie zijn). Wanneer u een wachtwoord programmeert, dan wordt er een teken voor de Boxnaam weergegeven. A Druk op [Faxeigenschappen]. B Druk op [Alg. eigensch.]. C Druk op [Box instelling]. D Controleer of [Programmeren/Wijzigen] is geselecteerd. E Selecteer de box die moet worden geprogrammeerd. Wanneer u een nieuwe box programmeert, drukt u op [Niet geprogr.]. 4 Om een al geprogrammeerde box te wijzigen drukt u op deze box en gaat u door met stap H. Als een wachtwoord is geprogrammeerd, voer dan het wachtwoord in, druk op [OK] en ga vervolgens door met stap H. F Druk op [Informatiebox]. G Voer een boxnaam in en druk vervolgens op [OK]. 185

196 Faxeigenschappen H Voer de SEP-code in. 4 Om de SEP-code te wijzigen drukt u op [Wissen] of {Wis/Stop} en probeert u het opnieuw. Als u de boxnaam wilt wijzigen, drukt u op [Boxnaam] en herhaalt u de procedure vanaf stap G. I Druk op [Wachtwoord]. Als u geen wachtwoord wilt programmeren, gaat u naar stap L. J Voer een wachtwoord in en druk vervolgens op [OK]. Als u zich vergist, drukt u op [Wissen] of {Wis/Stop} en voordat u drukt op [OK] en dan probeert u het opnieuw. K Voer het juiste wachtwoord opnieuw in en druk vervolgens op [OK]. Als u zich vergist, drukt u op [Wissen] of {Wis/Stop} en voordat u drukt op [OK] en dan probeert u het opnieuw. L Druk op [OK]. M Druk op [Afsluiten]. 186

197 Boxinstellingen N Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. Opmerking U kunt boxen op dezelfde manier bewerken als bij het programmeren. Maar boxen die in gebruik zijn, die kunnen niet worden bewerkt. Als een bestemming in de bestemmingslijst is verwijderd nadat hij is geregistreerd, dan wordt bezorging niet uitgevoerd en worden de instellingen van de bezorgingsbestemming tevens verwijderd. Wanneer een bezorgingsbestemming is gewijzigd, dan wordt er ook een document verzonden naar de gewijzigde bestemming. Als er geen bestemming is van het opgegeven type, dan kunt u instellen welke bestemming moet worden gebruikt als alternatieve bestemming. Zie Parameterinstellingen (schakelaar 32, bit 0). Verwijzing Pag.160 Parameterinstell. Faxhandleiding Over dit apparaat 4 Informatieboxen verwijderen Dit gedeelte beschrijft hoe u Informatieboxen verwijdert. Belangrijk Als er documenten in de box aanwezig zijn, kunt u de box niet verwijderen. A Druk op [Faxeigenschappen]. B Druk op [Alg. eigensch.]. C Druk op [Box instelling]. D Druk op [Verwijderen] en selecteer vervolgens de box die u wilt verwijderen. 187

198 Faxeigenschappen E Als het wachtwoord is geprogrammeerd, voer dan een wachtwoord in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op [OK]. 4 Als u zich vergist, drukt u op [Wissen] of {Wis/Stop} en probeert u het opnieuw. F Druk op [Verwijderen]. Druk op [Niet verwijderen] voor het verwijderen van een box. Het display keert terug naar dat van stap D. G Druk op [Afsluiten]. H Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. 188

199 Boxinstellingen Doorzendboxen programmeren/wijzigen Dit gedeelte beschrijft hoe u een Doorzendbox installeert. Deze functie verandert het apparaat in een fax relay station. U ontvangt documenten die zijn verzonden met een SUB-code die overeenstemt met de SUBcode die is geprogrammeerd als een Doorzendbox, vervolgens worden deze documenten doorgegeven aan een geprogrammeerde ontvanger. Aangezien er documenten kunnen worden verzonden aan meerdere bestemmingen in een eenmalige verzendopdracht, dan kunt u besparen in uw belkosten bij verzendingen naar verre bestemmingen. 4 Breng de verzoekende partij op de hoogte van de SUB-code die aan de Doorzendbox is toegewezen. Wanneer zij willen dat uw apparaat een document doorzendt, vraag hun dan het document te verzenden met de SUB-codeverzending en deze SUB-code in te stellen. Als er ook een wachtwoord is geprogrammeerd, breng hen hier dan ook van op de hoogte en vraag hun dit wachtwoord als de SID-code in te voeren. U kunt de volgende items opslaan: Boxnaam (vereist) Maximaal 20 tekens SUB-code (vereist) Maximaal 20 tekens lang en kan worden samengesteld uit cijfers 0-9, #, * en spaties (het eerste teken kan geen spatie zijn). Eindontvanger (vereist) U kunt vijf Eindontvangers opslaan (bestemmingen waarnaar documenten worden doorgezonden) voor elke box. Geef Eindontvangers op met een enkele bestemming of groepsbestemming die vooraf in de bestemmingslijst is geprogrammeerd. Wachtwoord (optioneel) Maximaal 20 tekens lang en kan worden samengesteld uit cijfers 0-9, #, * en spaties (het eerste teken kan geen spatie zijn). Wanneer u een wachtwoord programmeert, dan wordt er een teken voor de Boxnaam weergegeven. 189

200 Faxeigenschappen A Druk op [Faxeigenschappen]. B Druk op [Alg. eigensch.]. C Druk op [Box instelling]. D Controleer of [Programmeren/Wijzigen] is geselecteerd. E Selecteer de box die moet worden geprogrammeerd. Wanneer u een nieuwe box programmeert, drukt u op [Niet geprogr.]. 4 Om een al geprogrammeerde box te wijzigen drukt u op deze box en gaat u door met stap H. F Druk op [Doorzendbox]. G Voer een Boxnaam in en druk vervolgens op [OK]. H Voer een SUB-code in. Om de SUB-code te wijzigen drukt u op [Wissen] of {Wis/Stop} en probeert u het opnieuw. Om een Boxnaam te wijzigen drukt u op [Boxnaam] en herhaalt u de procedure vanaf stap G. I Om Eindontvangers te programmeren selecteert u een ontvangststation. U kunt vijf ontvangststations opslaan. 190

201 Boxinstellingen J Geef Eindontvangers op met Bestemmingstoetsen en druk dan op [OK]. U kunt het display veranderen in de faxbestemming, Internetfaxbestemming and IP-faxbestemming met de toets aan de linkerkant van het display. Een ontvangststation kan ook worden geregistreerd als een groepsbestemming. Er kunnen echter in een dergelijk geval maximaal 500 partijen inclusief 1-5 Eindontvangers per groep worden opgegeven. Om nog een Eindontvanger te registreren, herhaalt u de procedure vanaf stap I. K Om een wachtwoord te programmeren drukt u op [Wachtwoord]. Als u geen wachtwoord wilt programmeren, gaat u naar stap N. L Voer een wachtwoord in en druk vervolgens op [OK]. 4 Als u zich vergist, drukt u op [Wissen] of {Wis/Stop} en voordat u drukt op [OK] en dan probeert u het opnieuw. M Voer het juiste wachtwoord opnieuw in en druk vervolgens op [OK]. Als u zich vergist, drukt u op [Wissen] of {Wis/Stop} en voordat u drukt op [OK] en dan probeert u het opnieuw. Om het wachtwoord te wijzigen nadat u heeft gedrukt op [OK], drukt u op [Allocatie] en herhaalt u stappen L en M of drukt u op [Annuleren] en herhaalt u de procedure vanaf stap K. N Druk op [OK]. O Druk op [Afsluiten]. 191

202 Faxeigenschappen P Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. 4 Opmerking Nadat documenten zijn verzonden, worden er geen Verzendresultaatrapporten naar de afzender teruggestuurd. Geef de Internetfaxbestemming en de IP-faxbestemming als een ontvangststation op. Nadat documenten zijn verzonden, worden ze verwijderd. Wanneer de functie op Aan staat, dan drukt het apparaat de ontvangen documenten af die het doorzendt en, nadat de verzending is voltooid, drukt het apparaat een Verzendresultaatrapport af. Als u dit niet wilt afdrukken, neem dan contact op met uw leverancier. Wanneer de geprogrammeerde ontvanger een groepsbestemming is voor Meerstappenverzending, dan vindt Meerstappenverzending plaats. Neem voor meer informatie contact op met uw leverancier. U kunt boxen op dezelfde manier bewerken als bij het programmeren. Als u met de bestemmingslijst een bestemming verwijdert die is opgegeven als ontvangstbestemming, dan worden de instellingen van de ontvangstbestemming ook verwijderd, dus moeten deze opnieuw worden geregistreerd. Wanneer een bestemming wordt gewijzigd, dan wordt er een document verzonden naar de nieuwe bestemming. Als er geen bestemming is van het opgegeven type, dan kunt u instellen welke bestemming moet worden gebruikt als alternatieve bestemming. Zie Parameterinstellingen (schakelaar 32, bit 0). Verwijzing Pag.160 Parameterinstell. Over dit apparaat 192

203 Boxinstellingen Doorzendboxen verwijderen Dit gedeelte beschrijft hoe u Doorzendboxen verwijdert. A Druk op [Faxeigenschappen]. B Druk op [Alg. eigensch.]. C Druk op [Box instelling]. D Druk op [Verwijderen] en selecteer vervolgens de box die u wilt verwijderen. 4 E Als het wachtwoord is geprogrammeerd, voer dan een wachtwoord in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op [OK]. Als u zich vergist, drukt u op [Wissen] of {Wis/Stop} en probeert u het opnieuw. F Druk op [Verwijderen]. Om het verwijderen van een bijzondere afzender te annuleren, drukt u op [Niet verwijderen]. Het display keert terug naar dat van stap D. G Druk op [Afsluiten]. H Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. 193

204 Faxeigenschappen De boxlijst afdrukken 4 Druk een lijst af met de Persoonlijke boxen, Informatieboxen en Doorzendboxen die op dit moment zijn geprogrammeerd. A Druk op [Faxeigenschappen]. B Druk op [Alg. eigensch.]. C Druk op [Box instelling: Lijst afdrukken]. D Druk op de toets {Start}. Na het afdrukken van de lijst kunt u starten vanaf stap C. Om het afdrukken van een lijst te annuleren voordat u de {Start}-toets indrukt, drukt u op [Annuleren] of de toets {Wis/Stop}. Het display keert terug naar dat van stap C. Om het afdrukken van een lijst na het indrukken van de {Start}-toets, drukt u op [Stop afdr]. Het display keert terug naar dat van stap C. E Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. 194

205 5. Printereigenschappen Dit hoofdstuk beschrijft gebruikersinstellingen in het menu Printereigenschappen. Voor informatie over het openen van Printereigenschappen raadpleegt u Gebruikersinstellingen openen (Systeeminstellingen). Proefafdruk Dit gedeelte beschrijft de gebruikersinstellingen in het menu Testafdruk onder Printereigenschappen. Meerdere lijsten U kunt de configuratiepagina en het foutenlogboek afdrukken. Configuratiepagina U kunt de huidige configuratiewaarden van het apparaat afdrukken. Foutenlogboek U kunt foutenlogboeken afdrukken met alle fouten die zijn opgetreden tijdens het afdrukken. De 30 meest recente fouten worden opgeslagen in het foutenlogboek. Als er een nieuwe fout wordt toegevoegd en er zijn al 30 fouten opgeslagen, dan wordt de oudste fout verwijderd. Maar als de oudste fout behoort bij een van de volgende soorten afdruktaken, dan wordt hij niet verwijderd. In plaats daarvan zal de fout apart worden opgeslagen in foutlogboeken voor elke soort taak, tot maximaal 30 fouten voor elk logboek. U kunt al deze afdruktaken controleren op foutloggegevens. Testafdruk Beveiligde afdruk Wacht met afdrukken Opgeslagen afdrukken De gegevens van Automatiche taakannulering en handmatig geannuleerde taken vanuit het bedieningspaneel kunnen worden afgedrukt. Menulijst U kunt een Menulijst met de functiemenu s van het apparaat afdrukken. PCL-config./Lettertypepagina U kunt de huidige configuratie en de lijst met geïnstalleerde PCL-lettertypes afdrukken. PS-config./Lettertypepagina U kunt de huidige configuratie en de lijst met geïnstalleerde PostScript-lettertypes afdrukken. Dit menu kan alleen worden geselecteerd wanneer de optionele PostScript 3- eenheid is geïnstalleerd. 195

206 Printereigenschappen PDF-config./Lettertypepagina U kunt de huidige configuratie en de lijst met geïnstalleerde PDF-lettertypes afdrukken. Dit menu kan alleen worden geselecteerd wanneer de PostScript 3-eenheid is geïnstalleerd. Hex Dump U kunt afdrukken in de Hex Dump-modus. De configuratiepagina afdrukken A Druk op [Printereigensch.]. B Druk op [Configuratiepagina] op de [Lijst- / Proefafdruk]. 5 De configuratiepagina wordt afgedrukt. C Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. De configuratiepagina interpreteren Systeemhandleiding Eenheidnummer Toont het serienummer dat door de fabrikant is toegewezen aan de kaart. Totaal geheugen Toont de totale hoeveelheid geheugen (SDRAM) dat op de printer is geïnstalleerd. Firmware versie Printer Toont het versienummer van de printerfirmware. Systeem Toont het versienummer van de systeemfirmware. Motor Toont het versienummer van de printermotor. LCDC Toont het versienummer van de paneeldisplay. NIB Toont het versienummer van de Netwerkinterface. 196

207 Proefafdruk Apparaatverbinding Dit/deze item(s) verschijnen als de apparaatoptie(s) is/zijn geïnstalleerd. HDD: Lettertype- / Macro-download Toont de capaciteit van het harde schijfstation. Printertaal Toont het versienummer van de printerstuurprogrammataal. Verbindingsapparatuur Toont de geïnstalleerde optionele apparatuur. Papierinvoer Toont instellingen die zijn gemaakt onder het menu Papierlade-instellingen. Systeem Toont instellingen die zijn gemaakt onder het Systeemmenu. PCL-menu Toont instellingen die zijn gemaakt onder het PCL-menu. PS Menu Toont instellingen die zijn gemaakt onder het PS-menu. 5 PDF Menu Toont instellingen die zijn gemaakt onder het PDF-menu. Host Interface Toont instellingen die zijn gemaakt onder het Hostinterfacemenu. Wanneer DHCP actief is op het netwerk, dan verschijnen het huidige IPv4-adres, subnetmasker en gatewayadres tussen haakjes op de configuratiepagina. Interface-informatie Toont de interface-informatie. Verwijzing Pag.3 Gebruikersinstellingen openen 197

208 Printereigenschappen Onderhoud Dit gedeelte beschrijft de gebruikersinstellingen in het menu Onderhoud onder Printereigenschappen. Standaardinstellingen worden vetgedrukt weergegeven. Lijst- / proefafdruk beveiligd U kunt het [Lijst- / Proefafdruk]-menu vergrendelen. Aan Uit Alle tijdelijke afdruktaken verwijderen U kunt alle afdruktaken verwijderen die tijdelijk in het apparaat zijn opgeslagen. 5 Alle opgeslagen afdruktaken verwijderen U kunt alle afdruktaken verwijderen die in het apparaat zijn opgeslagen. 4-Kleuren grafische modus Tekst prioriteit Gebruik de optimale CMYK-tonercombinatie voor het afdrukken van tekst. Fotoprioriteit Gebruik de optimale CMYK-tonercombinatie voor het afdrukken van foto s. Verwijzing Pag.3 Gebruikersinstellingen openen Pag.51 Systeeminstellingen 198

209 Systeem Systeem Dit gedeelte beschrijft de gebruikersinstellingen in het Systeemmenu onder Printereigenschappen. Standaardinstellingen worden vetgedrukt weergegeven. Foutenlogboek afdrukken Selecteer dit om een foutenrapport te laten afdrukken wanneer er problemen met de printer of het geheugen optreden. Aan Uit Automatisch doorgaan U kunt dit selecteren om Automatisch doorgaan in te schakelen. Wanneer dit op Aan staat, dan gaat het afdrukken door nadat er een systeemfout is opgetreden. Uit Onmiddellijk 1 minuut 5 minuten 10 minuten 15 minuten 5 Geheugenoverloop Selecteer dit om een foutenbericht te laten afdrukken in geval van geheugenoverloop. Niet afdrukken Foutinformatie Taakscheiding U kunt Taakscheiding inschakelen. Dit menu kan alleen worden geselecteerd wanneer een finisher (optioneel) is geïnstalleerd. Aan Uit Tijdelijke afdruktaken automatisch verwijderen U kunt instellen dat afdruktaken die tijdelijk in het apparaat zijn opgeslagen, automatisch worden verwijderd. Aan Uit Als u [Aan] selecteert, dan kunt u maximaal 200 uur instellen voor automatische bestandsverwijdering. 199

210 Printereigenschappen Opgeslagen afdruktaken automatisch verwijderen U kunt instellen dat afdruktaken die in het apparaat zijn opgeslagen, automatisch worden verwijderd. Aan: 3 dag(en) Uit Als u [Aan] selecteert, dan kunt u maximaal 180 dagen instellen voor automatische bestandsverwijdering. 5 Oorspronkelijke afdruktakenlijst U kunt de gewenste soort afdruktaaklijst selecteren die op het scherm verschijnt als u op [Afdruktaken] drukt. Volledige lijst Toont de lijst met afdruktaken die in het apparaat zijn opgeslagen. Lijst per gebruiker-id Toont de lijst met Gebruikers-ID s die zijn opgeslagen in een bestand in het apparaat. Geheugengebruik U kunt de hoeveelheid gebruikt geheugen in Prioriteit lettertype of Prioriteit kaders selecteren afhankelijk van het papierformaat of de resolutie. Prioriteit lettertype Deze instelling gebruikt geheugen voor het registreren van lettertypes. Prioriteit kaders Deze instelling gebruikt kadergeheugen voor afdrukken op hoge snelheid. Duplex U kunt selecteren of er aan beide zijden van elke pagina afdrukken moeten worden gemaakt. Uit Binden lange zijde Binden korte zijde Kopieën U kunt het aantal afdruksets opgeven. Deze instelling wordt ingeschakeld als het aantal pagina s dat moet worden afgedrukt, is ingesteld met het printerstuurprogramma of een ander bevel. U kunt 1 tot 999 kopieën instellen, in stappen van één. Standaardinstelling: 1 200

211 Systeem Blanco pagina afdrukken U kunt instellen of u blanco pagina s wilt afdrukken. Aan Uit Pagina s die overeenkomen met een van de onderstaande voorwaarden worden gezien als blanco. Er zijn geen afbeeldingen. Er zijn afbeeldingen, maar ze bevinden zich buiten het afdrukgebied. Er zijn alleen blanco tekens. Wachttijd gereserveerde taak U kunt opgeven hoe het apparaat wacht op het ontvangen van een afdruktaak voordat andere functies zoals de kopieer- en scannerfunctie deze taak mogen onderbreken. Lange wachttijd Middelmatige wachttijd Wachten (kort) Gereserv. opdr.volg. 5 Printertaal Geef de printertaal op. Autom. PCL PS PDF Dit menu verschijnt wanneer de PostScript 3-eenheid is geïnstalleerd. Sub papierformaat U kunt de eigenschap voor het Automatisch vervangende papierformaat (A4, LT) inschakelen. Automatisch Uit Papierformaat U kunt het standaardpapierformaat selecteren. U kunt de volgende papierformaten selecteren: A3, A4, A5, A6, B4JIS, B5JIS, B6JIS, C5 Env, C6 Env, DL Env, 12 18, 11 17, 8 1 / 2 14, 8 1 / 2 13, 8 1 / 2 11, 8 1 / 4 13, 8 13, 7 1 / / 2, 5 1 / / 2, 4 1 / / 2, 3 1 / / 2, 8K, 16K, Aangepast formaat Standaard: Metrische versie: A4, inchversie: 8 1 /

212 Printereigenschappen 5 Briefpapierinstelling U kunt originele afbeeldingen roteren tijdens het afdrukken. Bij het afdrukken, worden de originele afbeeldingen altijd 180 graden gedraaid. Bij het afdrukken op papier met een briefhoofd of voorbedrukt papier met een vereiste richting kan het resultaat daarom anders uitvallen dan verwacht. Met deze functie kunt u het roteren van afbeeldingen opgeven. Uit Wanneer deze functie staat ingesteld op Uit, worden originele afbeeldingen 180 graden gedraaid. Automatische detectie Wanneer het staat ingesteld op Automatische detectie, dan detecteert het apparaat papier een briefhoofd of voorbedrukt papier automatisch en wordt de afbeelding niet gedraaid. Aan (altijd) Wanneer ingesteld op Aan (altijd), dan draait het apparaat afbeeldingen niet. Deze functie verlaagt de afdruksnelheid. Handinvoer instellingsprioriteit Geef op of (Printer-) Stuurprogramma / Opdracht of Apparaatinstellingen voorrang heeft voor het bepalen van het papierformaat voor de handinvoerlade. Driver/Opdracht Apparaatinstellingen Afdruk zonder marges U kunt instellen of u het hele vel wilt afdrukken. Uit Aan De marge van 5 mm langs de kanten kan wellicht niet correct worden afgedrukt. Standaardprintertaal U kunt de standaardprintertaal instellen als het apparaat de printertaal niet automatisch kan vinden. PCL PS PDF Dit menu verschijnt wanneer de PostScript 3-eenheid is geïnstalleerd. Lade wisselen U kunt het wisselen van de papierlade instellen. Uit Aan Verwijzing Pag.3 Gebruikersinstellingen openen Problemen oplossen 202

213 Host Interface Host Interface Dit gedeelte beschrijft de gebruikersinstellingen in het menu Hostinterface onder Printereigenschappen. Standaardinstellingen worden vetgedrukt weergegeven. Inv./Uitv. buffer U kunt het formaat van de Inv./Uitv.-buffer instellen. Normaal is het niet noodzakelijk deze instelling te wijzigen. 128 KB 256 KB Inv./Uitv. Interval U kunt instellen hoeveel seconden het apparaat zou moeten wachten voor het beëindigen van een afdruktaak. Als gegevens van een andere poort normaal middenin een afdruktaak binnenkomen, dan moet u de time-outperiode vergroten. 10 seconden 15 seconde(n) 20 seconden 25 seconden 60 seconden 5 Verwijzing Pag.3 Gebruikersinstellingen openen 203

214 Printereigenschappen PCL-menu Dit gedeelte beschrijft de gebruikersinstellingen in het PCL-menu onder Printereigenschappen. Standaardinstellingen worden vetgedrukt weergegeven. Afdrukstand U kunt de paginarichting instellen. Staand Liggend 5 Regels per pagina U kunt het aantal regels per pagina instellen. U kunt een aantal lijnen instellen van 5 tot 128 in stappen van één. Standaard: Metrische versie: 64, inchversie: 60 Lettertypebron U kunt de opslaglocatie van het standaardlettertype instellen. Resident RAM HDD SD RAM, HDD en SD kunnen alleen worden geselecteerd wanneer er lettertypes naar het apparaat zijn gedownload. Lettertypenummer U kunt de ID instellen van het standaardlettertype dat u wilt gebruiken. U kunt het aantal lettertypenummers instellen van 0 tot 63 in stappen van één. De standaardinstelling is 0. Tekengrootte U kunt de tekengrootte instellen die u wilt gebruiken voor het geselecteerde lettertype. U kunt een tekengrootte instellen van 4,00 tot 999,75 in stappen van 0,25. Deze instelling is alleen toepasbaar bij lettertypes met variabele afstanden. De standaardinstelling is 12,00. Lettertypebreedte U kunt het aantal tekens per inch instellen voor het geselecteerde lettertype. U kunt 0,44 tot 99,99 tekens per inch instellen, in stappen van 0,01. Deze instelling is alleen van toepassing met lettertypes met vaste afstanden. De standaardinstelling is 10,00 pitches. 204

215 PCL-menu Symbolenset Hiermee geeft u de tekenset op voor het geselecteerde lettertype. De beschikbare opties zijn als volgt: Roman-8, ISO L1, ISO L2, ISO L5, PC-8PC-8 D/N, PC-850, PC-852, PC8-TK, Win L1, Win L2, Win L5, Desktop, PS Text, VN Intl, VN US, MS Publ, Math-8, PS Math, VN Math, Pifont, Legal, ISO 4, ISO 6, ISO 11, ISO 15, ISO 17, ISO 21, ISO 60, ISO 69, Win 3.0 Courier-lettertype U kunt een courier-lettertype selecteren. Normaal Donker Vergroot A4-breedte U kunt de breedte van het afdrukgebied uitbreiden (wanneer u afdrukt op A4-papier met PCL). Uit Aan Wanneer de instelling op Aan staat, dan zal de breedte 8 1 / 2 inch zijn. 5 Van CR naar LF Wanneer dit op Aan staat, dan zal er een harde return plaatsvinden na elke regelinvoer: CR=CR, LF=CR LF, FF=CR FF. Uit Aan Resolutie U kunt de afdrukresolutie instellen in punten per inch. 300 dpi 600 dpi (snel) 600 dpi (standaard) 600 dpi (hoge kwaliteit) Verwijzing Pag.3 Gebruikersinstellingen openen 205

216 Printereigenschappen PS Menu Dit gedeelte beschrijft de gebruikersinstellingen in het PS-menu onder Printereigenschappen. Standaardinstellingen worden vetgedrukt weergegeven. Dit menu verschijnt wanneer de optionele PostScript 3-eenheid is geïnstalleerd. 5 Gegevensindeling U kunt een gegevensindeling selecteren. Binaire gegevens TBCP Deze instelling is niet van kracht wanneer u het apparaat gebruikt met een parallelle verbinding of EtherTalk-verbinding. Wanneer u het apparaat gebruikt met een parallelle verbinding, en ook als de binaire gegevens worden verzonden vanaf het printerstuurprogramma, dan wordt de afdruktaak geannuleerd. Wanneer u het apparaat gebruikt met een Ethernet-verbinding, dan wordt de afdruktaak geannuleerd onder de volgende omstandigheden: Het bestandsformaat van het printerstuurprogramma is TBCP en het bestandsformaat dat is geselecteerd op het bedieningspaneel is Binaire gegevens. Het bestandsformaat van het printerstuurprogramma is binair en het bestandsformaat dat is geselecteerd op het bedieningspaneel is TBCP. Resolutie U kunt de afdrukresolutie instellen in punten per inch. 600 dpi (snel) 600 dpi (standaard) 600 dpi (hoge kwaliteit) Kleurinstelling U kunt een RGB-instelling maken. Uit Fijn Super Fijn Kleurprofiel U kunt het kleurprofiel instellen. Autom. Presentatie Vaste kleur Fotografisch Gebruikersinstelling Verwijzing Pag.3 Gebruikersinstellingen openen 206

217 PDF Menu PDF Menu Dit gedeelte beschrijft de gebruikersinstellingen in het PDF-menu onder Printereigenschappen. Standaardinstellingen worden vetgedrukt weergegeven. PDF-wachtwoord wijzigen Stel het wachtwoord voor het PDF-bestand in voor het uitvoeren van PDF rechtstreeks afdrukken. Huidig wachtwoord Nieuw wachtwoord Nieuw wachtwoord bevestigen Een wachtwoord kan worden ingesteld op de Web Image Monitor, maar in dit geval wordt de wachtwoordinformatie via het netwerk verzonden. Als veiligheid een prioriteit is, stel dan het wachtwoord in met dit menu vanaf het Bedieningspaneel. PDF-groepswachtwoord Stel het groepswachtwoord in dat al met DeskTopBinder is opgegeven. Huidig wachtwoord Nieuw wachtwoord Nieuw wachtwoord bevestigen Een wachtwoord kan worden ingesteld op de Web Image Monitor, maar in dit geval wordt de wachtwoordinformatie via het netwerk verzonden. Als veiligheid een prioriteit is, stel dan het wachtwoord in met dit menu vanaf het Bedieningspaneel. 5 Resolutie U kunt de afdrukresolutie instellen in punten per inch. 600 dpi (snel) 600 dpi (standaard) 600 dpi (hoge kwaliteit) Kleurinstelling U kunt een RGB-instelling maken. Geen Fijn Super Fijn 207

218 Printereigenschappen Kleurprofiel U kunt het kleurprofiel instellen. Autom. Presentatie Vaste kleur Fotografisch Gebruikersinstelling Verwijzing Pag.3 Gebruikersinstellingen openen 5 208

219 6. Scannereigenschappen Dit hoofdstuk beschrijft gebruikersinstellingen in het menu Scannereigenschappen. Voor informatie over het openen van Scannereigenschappen, raadpleegt u Gebruikersinstellingen openen (Systeeminstellingen). Algemene instellingen Dit gedeelte beschrijft de gebruikersinstellingen in het menu Algemene instellingen onder Scannereigenschappen. Standaardinstellingen worden vetgedrukt getoond. Titel veranderen Selecteer de titel die moet worden getoond op de bestemmingslijst. Bestemmingslijst van bezorgingsserver bijwerken Druk op [Bestem.lijst van de bez.server bijwerken] om de ontvangers van de bezorgingsserver bij te werken. Om deze functie te kunnen gebruiken moet u [Bezorgingsoptie] instellen op [Aan]. Zoek bestemming Selecteer een bestemmingslijst die moet worden gebruikt in Zoek bestemming. Om te zoeken vanaf de LDAP-server moet u de LDAP-server registreren in [Systeeminstellingen] en [LDAP zoeken] instellen op [Aan]. TWAIN-standby-tijd Wanneer het apparaat wordt gebruikt om of een bestand te verzenden, of als het functioneert als een Document Server of een netwerkbezorgingsscanner, dan zal een scanverzoek aan het apparaat in de hoedanigheid van een TWAIN-scanner het apparaat doen overschakelen naar de functie netwerk- TWAIN-scanner. Deze instelling bepaalt de vertraging totdat het apparaat overschakelt naar de functie netwerk-twain-scanner. Uit Wanneer [Uit] is geselecteerd, dan zal het apparaat onmiddellijk naar de netwerk-twain-scannerfunctie schakelen. Aan: 10 sec. Wanneer [Aan] is geselecteerd, dan kunt u de vertragingstijd invoeren met de cijfertoetsen (3-30 seconden). Het apparaat zal alleen schakelen naar de netwerk-twain-scannerfunctie wanneer de tijd verloopt die hier is ingesteld na de laatste toetsbediening. 209

220 Scannereigenschappen Displayprioriteit bestemmingslijst 1 Selecteer een bestemmingslijst die moet worden weergegeven wanneer het apparaat zich in de beginstatus bevindt. U kunt [ /Map] of [Bezorgingsserver] selecteren. / Map Bezorgingsserver Displayprioriteit bestemmingslijst 2 In het adresboek van het apparaat selecteert u welk adresboek standaard verschijnt. U kunt [ adres] of [Map] selecteren. adres Map 6 Afdr. & verw. Scanlogboek Maximaal 100 overdrachts-/bezorgingsresultaten kunnen worden gecontroleerd op dit apparaat. Als de opgeslagen overdrachts-/bezorgingsresultaten de 100 bereiken, geef dan aan of u het bezorgingsjournaal wilt afdrukken. Aan Het overdrachts-/bezorgingsjournaal wordt automatisch afgedrukt. Het afgedrukte journaal wordt verwijderd. Uit Overdrachts-/bezorgingsresultaten worden een voor een gewist wanneer er nieuwe resultaten worden opgeslagen. Niet afdrukken: verzenden uitschakelen Overdracht/bezorging kan niet worden uitgevoerd als het journaal vol is. Eenmaal afgedrukt worden alle gegevens verwijderd. Wanneer ze niet worden afgedrukt, dan zullen alle gegevens boven de limiet automatisch en van oud naar nieuw worden verwijderd. Terwijl het journaal wordt afgedrukt, kunnen bestanden met de status wachten niet worden verzonden. Scanlogboek afdrukken Het scanlogboek wordt afgedrukt en verwijderd. Scanlogboek verwijderen Het scanlogboek wordt verwijderd zonder te worden afgedrukt. Verwijzing Pag.3 Gebruikersinstellingen openen 210

221 Scaninstellingen Scaninstellingen Dit gedeelte beschrijft de gebruikersinstellingen in het menu Scaninstellingen onder Scannereigenschappen. Standaardinstellingen worden vetgedrukt getoond. A.C.S.-gevoeligheidsniveau Stelt het gevoeligheidsniveau in voor het beoordelen van kleur/zwart-wit voor het scannen van originelen wanneer [Scantype] is ingesteld op [Autom. kleurselectie]. Wachttijd voor volgend orig.: glasplaat Wanneer originelen worden opgesplitst en apart worden gescand op de glasplaat om een enkel bestand te vormen, selecteert u [Constante wachtrij], [Uit] of [Stel wachttijd in] voor de wachtstatus. Voortdurend wachten Uit Stel wachttijd in: 60 sec. Als u [SADF] selecteert in [Origin. invoertype] op het scherm Scan to Folder, dan wordt de [Wachttijd voor volg. orig.: Glasplaat]-instelling ongeldig. Als u [Batch] selecteert in [Origin. invoertype] op het scherm Scan to Folder, wordt de [Wachttijd voor volg. orig.: Glasplaat]-instelling ongeldig en wacht het apparaat tot er een volgend origineel wordt geplaatst. Als [Stel wachttijd in] is geselecteerd, voer dan met de cijfertoetsen de wachttijd in seconden (3-999) in voor het plaatsen van extra originelen. Het scannen zal starten als er extra originelen worden geplaatst en er binnen deze tijd op de {Start}-toets wordt gedrukt. U kunt stoppen met scannen en starten met verzenden door binnen deze tijd de {q}-toets in te drukken. Als de ingestelde tijd eenmaal is verlopen, dan start het verzenden automatisch. Als [Constante wachtrij] is geselecteerd, dan zal het apparaat wachten op extra originelen, totdat de {q}-toets wordt ingedrukt. Het scannen zal starten wanneer er extra originelen worden geplaatst en er op de {Start}-toets wordt gedrukt. U kunt het scannen stoppen en het verzenden starten door de {q}- toets in te drukken. Als er originelen in de automatische papierinvoer (ADF) worden geplaatst, zal de verzending, nadat alle originelen in de ADF zijn gescand, starten zonder te wachten op extra originelen, ongeacht de opgegeven instellingen. Als er een papierstoring optreedt of een van de onderstaande bewerkingen wordt uitgevoerd terwijl het apparaat bezig is met wachten op extra originelen, zal het aftellen stoppen en niet opnieuw starten voordat de {q}-toets is ingedrukt. De instellingen wijzigen zoals de scaninstellingen Open de bovenste klep van de ADF Druk op de {Onderbreken}-toets om de kopieermodus te activeren 6 211

222 Scannereigenschappen 6 Wachttijd voor volgend(e) origine(e)l(en): SADF Wanneer originelen worden opgesplitst en apart worden gescand met de ADF om een enkel bestand te vormen, selecteer dan [Stel wachttijd in] of [Constante wachtrij] voor de wachtstatus. Voortdurend wachten Stel wachttijd in: 60 sec. Deze instelling is geldig als [SADF] is ingesteld voor [Origin. invoertype] tijdens het scannen. Als [Stel wachttijd in] is geselecteerd, voer dan met de cijfertoetsen de wachttijd in seconden (3-999) in voor het plaatsen van extra originelen. Het scannen zal automatisch starten als er extra originelen binnen deze tijd worden geplaatst. U kunt stoppen met scannen en starten met verzenden door binnen deze tijd de {q}-toets in te drukken. Als de ingestelde tijd eenmaal is verlopen, dan start het verzenden automatisch. Als [Constante wachtrij] is geselecteerd, dan zal het apparaat wachten op de extra originelen, totdat de {q}-toets wordt ingedrukt. Het scannen zal starten wanneer er extra originelen worden geplaatst en er op de {Start}-toets wordt gedrukt. U kunt het scannen stoppen en het verzenden starten door de {q}-toets in te drukken. Zelfs als er originelen worden geplaatst op de glasplaat, dan zal het apparaat werken volgens de opgegeven instellingen. Telkens wanneer er echter originelen op de glasplaat worden geplaatst, moet u de {Start}-toets indrukken om het scannen te starten. Het scannen zal starten als er extra originelen worden geplaatst en er binnen deze tijd op de {Start}-toets wordt gedrukt. U kunt stoppen met scannen en starten met verzenden door binnen deze tijd de {q}- toets in te drukken. Als de ingestelde tijd eenmaal is verlopen, dan start het verzenden automatisch. Als er originelen wordt geplaatst in de automatische papierinvoer (ADF), dan zal de verzending, nadat alle originelen in de ADF zijn gescand, starten zonder te wachten op extra originelen, ongeacht de opgegeven instellingen. Als er een papierstoring optreedt of een van de onderstaande bewerkingen wordt uitgevoerd terwijl het apparaat bezig is met wachten op extra originelen, zal het aftellen stoppen en niet opnieuw starten voordat de {q}-toets is ingedrukt. De instellingen wijzigen zoals de scaninstellingen Open de bovenste klep van de ADF Druk op de {Onderbreken}-toets om de kopieermodus te activeren Achtergrondverlichting van ADS (Alle kleuren) Kenmerken behorend bij de soort papier zoals niet-wit krantenpapier of transparante originelen kunnen worden verminderd door de scandensiteit te corrigeren. Verwijzing Pag.3 Gebruikersinstellingen openen Scannerhandleiding 212

223 Verzendinstellingen Verzendinstellingen Dit gedeelte beschrijft de gebruikersinstellingen in het menu Verzendinstellingen onder Scannereigenschappen. Standaardinstellingen worden vetgedrukt weergegeven. Compressie (Zwart/Wit) Selecteer of gescande zwart-wit bestanden moeten worden gecomprimeerd. Aan Uit Compressie reduceert de tijd die nodig is voor het verzenden van het scanbestand. De tijd die daadwerkelijk nodig is voor bestandsoverdracht varieert afhankelijk van het bestandsformaat en de netwerkbelasting. Compressie (grijs/kleur/alle kleuren) Geef op of scanbestanden met meerdere niveaus (grijstint/kleur) moeten worden gecomprimeerd. Aan Uit Als u [Aan] selecteert dan kunt u het compressieniveau instellen tussen één en vijf. De afbeeldingskwaliteit is beter voor een lagere compressie, maar de tijd die nodig is voor bestandsoverdracht neemt naar verhouding toe. De tijd die daadwerkelijk nodig is voor bestandsoverdracht varieert afhankelijk van het bestandsformaat en de netwerkbelasting. 6 Hoge compressie PDF-niveau Selecteer compressie niveau wanneer u PDF-bestanden maakt met hoge compressie. Hoger Standaard Max. formaat Selecteer of u het formaat van een met een afbeelding in de bijlage wilt beperken. Aan Uit Wanneer [Aan] is geselecteerd, voer dan de formaatlimiet in ( kb) met behulp van de cijfertoetsen. Wanneer de SMTP het formaat beperkt, stem deze instelling daar dan op af. 213

224 Scannereigenschappen 6 delen & verzenden Deze functie wordt alleen ingeschakeld wanneer [Aan] wordt geselecteerd in [Max. form.]. Selecteer of een afbeelding met een groter formaat dan opgegeven in [Max. form.] moet worden verdeeld en verzonden met meer dan één . Ja (per max. formaat) Ja (per pagina) Uit Wanneer [Ja (per max. formaat)] is geselecteerd, voer dan het Max.aantal verdelingen in (2-500) met behulp van de cijfertoetsen. Wanneer [Mrd. pag.: TIFF] of [Mrd. Pag.: PDF] is geselecteerd voor [Bestandstype], dan zal de afbeelding niet worden verdeeld, zelfs niet als [Ja (per pagina)] is geselecteerd. Wanneer [Ja (per max. formaat)] is geselecteerd, dan zullen sommige ontvangen bestanden niet kunnen worden hersteld, afhankelijk van de soort software. Wanneer [Nee] is geselecteerd, dan wordt de niet verzonden als het formaat de limiet overschrijdt; er verschijnt dan een foutbericht. Het scanbestand wordt verworpen. Stel het maximale formaat binnen de capaciteit van de SMTP-server in. Taal informatie Selecteer de taal waarin informatie zoals titel, documentnaam en afzendernaam wordt verzonden. Selecteer van de volgende 20 talen: Brits Engels, Amerikaans Engels, Duits, Frans, Italiaans, Spaans, Nederlands, Portugees, Pools, Tsjechisch, Zweeds, Fins, Hongaars, Noors, Deens, Japans, Vereenvoudigd Chinees, Traditioneel Chinees, Russisch en Hangul. De tekst die onderdeel uitmaakt van een sjabloon kan niet worden gewijzigd. Aant. cijfers voor bestanden met één pagina Stelt cijferaantal in voor serienummer dat aan bestanden met één pagina wordt verbonden. 4 Cijfers 8 cijfers Opgeslagen bestand methode Geeft de instelling in voor het verzenden van opgeslagen bestanden. U kunt [Bestand verzenden] of [URL link verzenden] selecteren. Deze instellingen kan voor het volgende worden gebruikt: Bestand verzenden Opgeslagen bestanden per verzenden URL-link verzenden Simultaan opslaan en verzenden per Als u [Bestand verzenden] selecteert dan worden huidige bestanden aan e- mails toegevoegd. Als u [URL link verzenden] selecteert, dan worden URL-links met bestandslocaties aan s toegevoegd. Verwijzing Pag.3 Gebruikersinstellingen openen 214

225 7. Adressen en gebruikers registreren voor fax-/scannerfuncties Dit hoofdstuk beschrijft hoe u bestemmingen en gebruikers registreert in het Adresboek. Voor informatie over het openen van Systeeminstellingen, raadpleegt u Gebruikersinstellingen openen (Systeeminstellingen). Adresboek Het registreren van informatie in het adresboek, zoals de namen van gebruikers en hun adressen, maakt het mogelijk deze gemakkelijk te beheren. Belangrijk De gegevens van het adresboek worden op de harde schijf opgeslagen. Als er een storing van de harde schijf plaatsvindt, kunnen deze gegevens verloren gaan. De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade die optreedt als gevolg van het verlies van gegevens. U kunt de volgende items in het adresboek opslaan en beheren: Namen Het is mogelijk de naam van een gebruiker te registreren en de toetsweergave. Dit zijn de basisgegevens die vereist zijn voor het beheren van de gebruiker van het apparaat. Om een faxnummer of een adres in het adresboek te registreren moet u vooraf informatie zoals uw gebruikersnaam en bestemming registreren. Verif. info Het is mogelijk gebruikerscodes te registreren om de bepaalde functies voor gebruikers te beperken en te controleren hoe gebruikers iedere functie gebruiken. Het is ook mogelijk gebruikersnamen en wachtwoorden te registreren die worden gebruikt voor het versturen van en gegevens versturen naar mappen of voor toegang tot een LDAP-server. 215

226 Adressen en gebruikers registreren voor fax-/scannerfuncties Beveiliging U kunt beschermingscodes instellen zodat een afzendernaam niet langer kan worden gebruikt of om te voorkomen dat mappen worden geopend zonder validatie. Faxbest. U kunt faxnummers, lijnen, faxkoptekst registreren en het invoegen van een label selecteren. Wanneer u IP-fax gebruikt, kunt u de IP-faxbestemming registreren en het protocol selecteren. 7 U kunt bestemmingen in het adresboek registreren. 216

227 Adresboek Map U kunt een protocol, pad- en servernaam registreren. SMB FTP NCP 7 Toevoegen aan groep U kunt geregistreerde - en mapbestemmingen in een groep plaatsen voor eenvoudig beheer. 217

228 Adressen en gebruikers registreren voor fax-/scannerfuncties Opmerking U kunt een Web Image Monitor ook gebruiken om namen in het adresboek te registreren. Met de SmartDeviceMonitor for Admin, kunt u meerdere namen tegelijkertijd registreren. Zie de Help-functie van Web Image Monitor voor meer informatie over het gebruik van Web Image Monitor. U kunt een reservekopie maken van de gegevens in het adresboek met behulp van Adres beheer Tool in SmartDeviceMonitor for Admin. We raden u aan een back-up te maken van de gegevens in het adresboek. Voor bedieningsinstructies, zie SmartDeviceMonitor for Admin Help. Namen beheren in het adresboek Door vooraf een naam en toetsweergave te registreren, kunt u - en mapbestemmingen opgeven door eenvoudigweg de naamtoets te selecteren. Verwijzing Pag.220 Namen registreren Fax verzenden met snelkiezen 7 Registreer een faxnummer in het adresboek zodat u deze kunt opgeven door alleen de faxbestemming te selecteren die op het beginscherm van de fax wordt weergegeven bij het verzenden van een fax. Wanneer label invoegen is ingesteld op Aan. worden de naam van de ontvanger en standaardberichten op het faxbericht afgedrukt bij ontvangst aan het andere einde. Door IP-faxbestemmingen op te slaan in het adresboek, kunt u een bestemming opgeven door deze te selecteren uit de bestemmingen die verschijnen op het beginscherm van de fax. Geregistreerde IP-faxnummer kunnen worden gebruikt en afgedrukt als IP-faxnummers van de afzender. Verwijzing Pag.233 Faxbestemming verzenden met snelkiezen Door een adres te registreren in het adresboek, kunt u bestemmingen opgeven door deze te selecteren vanaf het beginscherm van de fax bij het verzenden van een document met internetfax. U kunt ook een adres opgeven door de bestemming te selecteren die wordt weergegeven op het beginscherm van de scanner tijdens het verzenden van een document met de scannerfunctie. Een geregistreerd adres kan worden gebruikt als het adres van de afzender en het adres van de afzender wordt automatisch ingevoerd in het veld Van van een koptekst. Verwijzing Pag.246 bestemming 218

229 Adresboek Gescande bestanden rechtstreeks naar een gedeelde map verzenden Na het registreren van de naam van het pad, de gebruikersnaam en het wachtwoord, kunt u verbinding maken met een gedeelde map door eenvoudigweg de bestemming te selecteren die wordt weergegeven op het beginscherm van de scanner bij het verzenden van bestanden met de scannerfunctie naar een gedeelde map. Om de map te delen met Windows, selecteert u het SMB-protocol. Om de map te registreren voor de FTP-server, selecteert u het FTP-protocol. Om de map op de NetWare-server te registreren, moet u het NCP-protocol selecteren. Verwijzing Pag.250 Mappen registreren Voorkomen dat een niet-geautoriseerde gebruiker toegang heeft tot gedeelde mappen van het apparaat Nadat u een beveiligingscode heeft geregistreerd, kunt u het te beveiligen object opgeven om te voorkomen dat een bestemming zonder toestemming wordt gebruikt. U kunt niet-geautoriseerde toegang tot geregistreerde mappen voorkomen. Verwijzing Pag.279 Een beveiligingscode registreren 7 Gebruikers en het gebruik van het apparaat beheren Door gebruikerscodes te registreren kunt u de volgende functies voor gebruikers beperken en controleren hoe gebruikers iedere functie gebruiken: Kopieermachine Document Server Fax Scanner Printer Verwijzing Pag.224 Verificatie-informatie 219

230 Adressen en gebruikers registreren voor fax-/scannerfuncties Namen registreren Registreer gebruikersinformatie inclusief de namen van de gebruikers. De gebruikersnaam is handig bij het selecteren van een bestemming tijdens het verzenden van faxen of . U kunt deze ook gebruiken als mapbestemming. U kunt max namen registreren. Namen registreren In dit gedeelte wordt beschreven hoe u namen registreert. A Druk op [Systeeminstellingen]. 7 B Druk op [Beheerdertoepas.]. C Druk op [Adresboekmanagement]. D Controleer of [Programmeren/Wijzigen] is geselecteerd. E Druk op [Nieuw progr.]. F Druk op [Allocatie] rechts van de naam. Het display Naam invoeren wordt weergegeven. G Voer de naam in en druk vervolgens op [OK]. 220

231 Namen registreren H Druk onder Titel selecteren op de toets met de classificatie die u wilt gebruiken. U kunt de volgende toetsen selecteren: [Frequent]: Wordt toegevoegd aan de pagina die het eerst wordt weergegeven. [AB], [CD], [EF], [GH], [IJK], [LMN], [OPQ], [RST], [UVW], [XYZ], [1] tot [10]: Wordt toegevoegd aan de lijst met items in de geselecteerde titel. U kunt [Frequent] en nog een pagina voor elke titel selecteren. I Druk twee keer op [OK]. J Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. Opmerking De naam kan worden gebruikt voor documenten in de Document Server. Voor details over de Document Server raadpleegt u de Kopieer-/Document Server-handleiding. 7 Verwijzing Over dit apparaat Kopieer-/Document Server-handleiding 221

232 Adressen en gebruikers registreren voor fax-/scannerfuncties Een geregistreerde naam wijzigen In dit gedeelte wordt beschreven hoe u een naam wijzigt. A Druk op [Systeeminstellingen]. 7 B Druk op [Beheerdertoepas.]. C Druk op [Adresboekmanagement]. D Controleer of [Programmeren/Wijzigen] is geselecteerd. E Selecteer de geregistreerde naam die u wilt wijzigen. Druk op de naamtoets of voer het geregistreerde nummer met de cijfertoetsen in. F Om de naam of toetsweergave te wijzigen, drukt u op [Allocatie] rechts van de naam of de toetsdisplay. G Voer de naam of toetsweergave in en druk vervolgens op [OK]. H Om de titel te wijzigen, drukt u in Titel selecteren op de toets met de classificatie die u wilt gebruiken. I Om het registratienummer te wijzigen, drukt u op [Allocatie] onder Registratienummer. J Voer een nieuw registratienummer in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op de {q}-toets. K Druk op [OK]. L Druk op [Afsluiten]. M Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. Opmerking U kunt zoeken op basis van geregistreerde naam, faxnummer, mapnaam, adres of IP-faxbestemming. Verwijzing Over dit apparaat 222

233 Namen registreren Een geregistreerde naam verwijderen In dit gedeelte wordt beschreven hoe u een naam verwijdert. A Druk op [Systeeminstellingen]. B Druk op [Beheerdertoepas.]. C Druk op [Adresboekmanagement]. D Druk op [Verwijderen]. E Selecteer de naam die u wilt verwijderen. Druk op de naamtoets of voer het geregistreerde nummer met de cijfertoetsen in. F Druk op [Ja]. G Druk op [Afsluiten]. H Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}

234 Adressen en gebruikers registreren voor fax-/scannerfuncties Verificatie-informatie Hieronder wordt de procedure beschreven van de verificatie van een gebruikerscode. Belangrijk De beschikbare functies zijn voor iedere gebruikerscode hetzelfde. Als u gebruikerscodes wijzigt of verwijdert, worden beheergegevens en beperkingen van deze codes ongeldig. Door gebruikerscodes te registreren kunt u de volgende functies voor gebruikers beperken en controleren hoe gebruikers iedere functie gebruiken: Kopieerapparaat Document Server Fax Scanner Printer 7 Opmerking U kunt maximaal 500 gebruikerscodes invoeren. Het aantal exemplaren dat van de documenten zijn gemaakt, die in de Document Server zijn opgeslagen met de faxfunctie wordt voor elke gebruikerscode geteld. Hiermee kunt u het gebruik van elke gebruiker controleren. Het aantal exemplaren dat met de scannerfunctie gescand is voor elke gebruikerscode wordt geteld. Hiermee kunt u het gebruik van elke gebruiker controleren. Om de gebruikerscode van de printer automatisch te registreren, dient u in gebruikerscodeverificatie [Printer: PC Control] te selecteren voor de printer. Om de gebruikerscode te gebruiken die is ingesteld in Gebruikersinstellingen, moet u de gebruikerscodes instellen die in Gebruikersinstellingen zijn geregistreerd voor het printerstuurprogramma. Voor meer informatie over het instellen van gebruikerscodes voor het printerstuurprogramma, raadpleegt u de Help-functie van het Printerstuurprogramma. Verwijzing Pag.87 Beheer gebruikersverificatie 224

235 Verificatie-informatie Een gebruikerscode registreren In dit gedeelte wordt beschreven hoe u een gebruikerscode registreert. A Druk op [Systeeminstellingen]. B Druk op [Beheerdertoepas.]. C Druk op [Adresboekmanagement]. D Controleer of [Programmeren/Wijzigen] is geselecteerd. E Druk op de naam waarvan de code moet worden geregistreerd of typ het geregistreerde nummer met de cijfertoetsen. U kunt zoeken op basis van geregistreerde naam, faxnummer, mapnaam, e- mailadres of IP-faxbestemming. F Druk op [Verif. info]. G Typ de gebruikerscode met de cijfertoetsen en druk vervolgens op de {q}- toets. 7 Als u zich vergist, drukt u op [Wissen] of {Wis/Stop}. H Druk twee keer op [TVolg.]. 225

236 Adressen en gebruikers registreren voor fax-/scannerfuncties I Selecteer de functies die bij de gebruikerscode moeten worden gebruikt uit Beschikbare functies. J Druk op [OK]. K Druk op [Afsluiten]. L Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. Opmerking U kunt een gebruikerscode met één tot acht cijfers invoeren. Zie Namen registreren om de naam te registreren. 7 Verwijzing Pag.220 Namen registreren Een gebruikerscode wijzigen In dit gedeelte wordt beschreven hoe u een gebruikerscode wijzigt. Belangrijk Zelfs als u een gebruikerscode wijzigt, zal de waarde van de teller niet worden gewist. A Druk op [Systeeminstellingen]. B Druk op [Beheerdertoepas.]. 226

237 Verificatie-informatie C Druk op [Adresboekmanagement]. D Controleer of [Programmeren/Wijzigen] is geselecteerd. E Selecteer de gebruiker waarvoor u de gebruikerscode wilt wijzigen. Druk op de naamtoets of voer het geregistreerde nummer met de cijfertoetsen in. U kunt zoeken op basis van geregistreerde naam, faxnummer, mapnaam, e- mailadres of IP-faxbestemming. F Druk op [Verif. info]. G Druk op [Allocatie] en typ met de cijfertoetsen de nieuwe gebruikerscode in H Druk op de {q}-toets. I Om de beschikbare functies te wijzigen drukt u op [Verif. info] en dan twee maal op [TVolg.]. J Druk op de toets om de functies te selecteren die u wilt inschakelen. Druk op de toets zodat de toets wordt gemarkeerd en de functie wordt ingeschakeld. Als u een selectie wilt annuleren, drukt u opnieuw op de gemarkeerde toets. K Druk op [OK]. L Druk op [Afsluiten]. M Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. 7 Opmerking Zie Een geregistreerde naam wijzigen om de naam, toetsweergave en titel te wijzigen. Verwijzing Pag.222 Een geregistreerde naam wijzigen 227

238 Adressen en gebruikers registreren voor fax-/scannerfuncties Een gebruikerscode verwijderen In dit gedeelte wordt beschreven hoe u een gebruikerscode verwijdert. Belangrijk Na het verwijderen van de gebruikerscode, wordt de teller automatisch teruggezet. A Druk op [Systeeminstellingen]. 7 B Druk op [Beheerdertoepas.]. C Druk op [Adresboekmanagement]. D Druk op [Verwijderen]. E Selecteer de naam van wie de code moet worden verwijderd. Druk op de naamtoets of voer het geregistreerde nummer met de cijfertoetsen in. U kunt zoeken op basis van geregistreerde naam, faxnummer, mapnaam, e- mailadres of IP-faxbestemming. F Druk op [Verif. info]. G Druk op [Allocatie] om de gebruikerscode te verwijderen en druk vervolgens op {q}. H Druk op [OK]. 228

239 Verificatie-informatie I Druk op [Afsluiten]. J Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. Opmerking Zie Een geregistreerde naam verwijderen om een naam geheel uit het adresboek te verwijderen. Verwijzing Pag.223 Een geregistreerde naam verwijderen De teller weergeven voor elke gebruiker Dit gedeelte beschrijft hoe u de teller voor elke gebruiker kunt weergeven. A Druk op [Systeeminstellingen]. 7 B Druk op [Beheerdertoepas.]. C Druk op [Teller weergeven/wissen/afdrukken per gebruiker]. D Selecteer het functiegebruik dat u wilt afdrukken uit [Teller Kopieerapparaat], [Printteller], [Faxteller] of [Scannerteller]. Tellers voor individueel functiegebruik voor elke gebruikerscode worden weergegeven. 229

240 Adressen en gebruikers registreren voor fax-/scannerfuncties De teller afdrukken voor elke gebruiker Dit gedeelte beschrijft hoe u de teller voor elke gebruiker kunt afdrukken. A Druk op [Systeeminstellingen]. B Druk op [Beheerdertoepas.]. C Druk op [Teller weergeven/wissen/afdrukken per gebruiker]. D Kies een gebruikerscode links op het display. 7 Druk op [Alles op pag. select.] om alle gebruikerscodes op de pagina te selecteren. E Druk op [Tellerlijst afdrukken] onder Per gebruiker. Typ de gebruikerscode en druk op {q} als het een geregistreerde gebruikerscode betreft. 230

241 Verificatie-informatie F Selecteer het functiegebruik dat u wilt afdrukken uit [Teller Kopieerapparaat], [Printteller], [Faxteller], en [Scannerteller]. G Druk op [Afdrukken]. De teller voor alle gebruikers afdrukken Dit gedeelte beschrijft hoe u de teller voor alle gebruikers kunt afdrukken. A Druk op [Systeeminstellingen]. B Druk op [Beheerdertoepas.]. C Druk op [Teller weergeven/wissen/afdrukken per gebruiker]. D Druk op [Tellerlijst afdrukken] onder Alle gebruikers. 7 Typ de gebruikerscode en druk op {q} als het een geregistreerde gebruikerscode betreft. E Selecteer het functiegebruik dat u wilt afdrukken uit [Teller Kopieerapparaat], [Printteller], [Faxteller], en [Scannerteller]. F Druk op [Afdrukken]. 231

242 Adressen en gebruikers registreren voor fax-/scannerfuncties Het aantal afdrukken wissen Dit gedeelte beschrijft hoe u de teller wist. A Druk op [Systeeminstellingen]. 7 B Druk op [Beheerdertoepas.]. C Druk op [Teller weergeven/wissen/afdrukken per gebruiker]. D Selecteer de gebruikerscode die u wilt wissen. E Om het aantal afdrukken te wissen dat is gemaakt onder een gebruikerscode selecteert u de gebruikerscode aan de linkerkant van het display. Druk op [Alles op pag. select.] om alle gebruikerscodes op de pagina te selecteren. F Druk op [Wissen] onder Per gebruiker. G Selecteer het functiegebruik dat u wilt verwijderen uit [Teller Kopieerapparaat], [Printteller], [Faxteller], en [Scannerteller]. H Druk op [OK]. I Om het aantal afdrukken voor alle gebruikerscodes wissen drukt u op [Wissen] onder Alle gebruikers. J Selecteer het functiegebruik dat u wilt verwijderen uit [Teller Kopieerapparaat], [Printteller], [Faxteller], en [Scannerteller]. K Druk op [OK]. 232

243 Faxbestemming Faxbestemming Door een faxbestemming te registreren, hoeft u de faxnummers niet steeds opnieuw in te voeren en kunt u documenten die in de faxfunctie zijn gescand, verzenden. U kunt gemakkelijk een faxbestemming selecteren als u Naam en Toetsdisplay registreert voor de faxbestemming. U kunt faxbestemmingen als een groep registreren. Voor meer informatie over het registreren van een groep, zie Namen in een groep registreren. U kunt faxbestemmingen registreren door ze vanuit de herkiesfunctie te selecteren. Geregistreerde faxnummers kunnen worden gebruikt als faxnummers van de afzender. Er zijn twee typen faxbestemmingen, zoals hieronder getoond: Faxbestemming Selecteer deze optie om een fax over het telefoonnetwerk te versturen. IP-Fax Selecteer deze optie om een fax over een TCP/IP-netwerk te versturen. U kunt de fax niet versturen naar een machine op een ander netwerk, wanneer dat netwerk is afgeschermd met een firewall. U kunt de volgende items in een faxbestemming programmeren: Faxnummer Hiermee registreert u het faxnummer van de bestemming. Een faxnummer kan uit maximaal 128 cijfers bestaan. U dient elk cijfer in het nummer toe te voegen. 7 SUB-code Door een SUB-code te registreren kunt u Vertrouwelijke verzending gebruiken om berichten naar de andere apparaten te verzenden die een vergelijkbare functie ondersteunen, genaamd SUB-code. Zie Faxhandleiding. SEP-code Door het registreren van een SEP-code kunt u Polling ontvangst gebruiken om faxen van andere faxapparaten te ontvangen die Polling ontvangst ondersteunen. Zie Faxhandleiding. Lijn Als de optionele extra G3-interface-eenheid geïnstalleerd is, kunt u per bestemming het lijntype selecteren. Internationale TX modus Wanneer de internationale TX modus wordt ingesteld op [Aan] verzendt het apparaat nauwkeuriger op een lagere transmissiesnelheid. Hierdoor nemen communicatietijden echter toe. 233

244 Adressen en gebruikers registreren voor fax-/scannerfuncties Faxkoptekst U kunt ervoor kiezen om een faxkoptekst op faxberichten af te drukken die anderen ontvangen. De standaardinstelling is 1e naam. Label invoegen Gebruik Label toevoegen om informatie af te drukken zoals de bestemmingsnaam op het vel dat op de bestemming wordt afgedrukt. Gegevens worden als volgt afgedrukt: Bestemmingsnaam De bestemmingsnaam die is ingesteld in [Faxbestemming] wordt afgedrukt met Aan voordat hij verschijnt bovenaan het vel. Standaardbericht Een geregistreerde zin bestaande uit twee regels die wordt afgedrukt onder Bestemmingsnaam. Om deze functie te gebruiken moet u Label toevoegen instellen op [Aan] wanneer u faxbestemmingen programmeert, en tevens op [Labels invoegen] drukken wanneer u faxdocumenten verzendt. De faxkoptekst en het label invoegen worden ook afgedrukt als wordt verzonden met met behulp van de faxfunctie. U kunt een standaardbericht programmeren dat afwijkt van de berichten die in het apparaat zijn geregistreerd. Zie Faxhandleiding U kunt de volgende items in een IP-faxbestemming programmeren: 7 IP-Fax De IP-faxbestemming registreren. U kunt maximaal 128 tekens gebruiken voor het registreren van de naam. U moet deze instelling invoeren wanneer u een IP-fax gebruikt. Deze instelling werkt alleen als de IP-faxfunctie is geselecteerd. SUB-code Door een SUB-code te registreren kunt u Vertrouwelijke verzending gebruiken om berichten naar de andere apparaten te verzenden die een vergelijkbare functie ondersteunen, genaamd SUB-code. Zie Faxhandleiding. SEP-code Door het registreren van een SEP-code kunt u Polling ontvangst gebruiken om faxen van andere faxapparaten te ontvangen die Polling ontvangst ondersteunen. Zie Faxhandleiding. Protocol selecteren Selecteer het protocol voor de IP-faxverzending. Deze instelling werkt alleen als de IP-faxfunctie is geselecteerd. Verwijzing Pag.269 Namen in een groep registreren Pag.279 Een beveiligingscode registreren 234

245 Faxbestemming Faxbestemming In dit gedeelte wordt beschreven hoe u een faxnummer registreert. Een faxbestemming vastleggen A Druk op [Systeeminstellingen]. B Druk op [Beheerdertoepas.]. C Druk op [Adresboekmanagement]. D Controleer of [Programmeren/Wijzigen] is geselecteerd. E Selecteer de naam van de faxbestemming die u wilt registreren. Druk op de naamtoets of voer het geregistreerde nummer met de cijfertoetsen in. F Druk op [Faxbestemm.]. G Voer het faxnummer in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op [OK] onder Faxnr. 7 H Geef optionele instellingen op zoals SUB-code, SEP-code en Internationale TX-modus. 235

246 Adressen en gebruikers registreren voor fax-/scannerfuncties I Druk op [OK]. Opmerking Wanneer een groep geregistreerd is, kunt u deze faxbestemming ook aan de groep toevoegen. Zie Namen in een groep registreren voor meer informatie over het registreren van een groep. Zie Namen registreren om de naam te registreren. Verwijzing Pag.220 Namen registreren Pag.237 Een faxbestemming als een afzender gebruiken Pag.237 De lijn wijzigen Pag.238 De SUB-code wijzigen Pag.238 De SEP-code wijzigen Pag.238 De internationale TX-modus instellen Pag.238 De faxkoptekst selecteren Pag.239 Label invoegen instellen Pag.270 Namen in een groep registreren Een faxbestemming wijzigen 7 A Druk op [Systeeminstellingen]. B Druk op [Beheerdertoepas.]. C Druk op [Adresboekmanagement]. D Controleer of [Programmeren/Wijzigen] is geselecteerd. E Selecteer de naam van de faxbestemming die u wilt wijzigen. Druk op de naamtoets of voer het geregistreerde nummer met de cijfertoetsen in. U kunt zoeken op basis van geregistreerde naam, faxnummer, mapnaam, e- mailadres of IP-faxbestemming. F Druk op [Faxbestemm.]. 236

247 Faxbestemming G Wijzig de instellingen. H Druk op [OK]. Opmerking Zie Een geregistreerde naam wijzigen om de naam, toetsweergave en titel te wijzigen. Verwijzing Pag.222 Een geregistreerde naam wijzigen Pag.237 Het faxnummer wijzigen Pag.237 De lijn wijzigen Pag.238 De SUB-code wijzigen Pag.238 De SEP-code wijzigen Pag.238 De internationale TX-modus instellen Pag.238 De faxkoptekst selecteren Pag.239 Label invoegen instellen Een faxbestemming als een afzender gebruiken A Druk op [Bescherming]. B Druk op [Afzender] rechts van Gebruikersnaam gebruiken als. Het faxnummer wijzigen 7 A Druk op [Allocatie] onder Faxnummer. B Voer het nieuwe faxnummer in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op [OK]. De lijn wijzigen A Druk op [Select. Regel]. B Selecteer de lijn en druk vervolgens op [OK]. 237

248 Adressen en gebruikers registreren voor fax-/scannerfuncties De SUB-code wijzigen A Druk op [Geav. Eigensch.] en druk vervolgens op [SUB Code]. B Druk op [Allocatie] onder TX SUB-code. C Typ de nieuwe SUB-code in en druk vervolgens op [OK]. D Voor het wijzigen van een wachtwoord drukt u op [Allocatie] onder Wachtwoord (SID). E Voer het nieuwe wachtwoord in en druk vervolgens op [OK]. F Druk op [OK]. De SEP-code wijzigen 7 A Druk op [Geav. Eigensch.] en druk vervolgens op [SEP Code]. B Druk op [Allocatie] onder RX SEP-code. C Typ de nieuwe SEP-code in en druk vervolgens op [OK]. D Voor het wijzigen van een wachtwoord drukt u op [Allocatie] onder Wachtwoord (PWD). E Voer het nieuwe wachtwoord in en druk vervolgens op [OK]. F Druk op [OK]. De internationale TX-modus instellen A Druk op [Allocatie] onder Internationale TX-modus. B Selecteer [Uit] of [Aan] en druk vervolgens op [OK]. De faxkoptekst selecteren U kunt de faxkoptekst registreren in Faxinformatie programmeren in de systeeminstellingen voor Faxfuncties. A Druk op [Allocatie] onder Faxkoptekst. B Selecteer [1e naam] of [2e naam] en druk vervolgens op [OK]. Verwijzing Pag.152 Faxinformatie registreren 238

249 Faxbestemming Label invoegen instellen Wanneer Label invoegen is ingesteld op AAN, worden de naam van de ontvanger en standaardberichten op het faxbericht afgedrukt bij ontvangst aan het andere einde. A Druk op [Allocatie] onder Label invoegen. B Druk op [Aan]. C Druk op [Allocatie] onder regel 2. D Selecteer het nieuwe standaardbericht of druk op [Handm. invoer] om het nieuwe bericht in te voeren. E Voer het nieuwe bericht in en druk vervolgens op [OK]. F Druk op [OK]. G Druk op [Allocatie] onder regel 3. H Selecteer het nieuwe standaardbericht en druk vervolgens op [OK]. I Druk op [OK]. Opmerking Zie Een geregistreerde naam wijzigen om de naam, toetsweergave en titel te wijzigen. 7 Verwijzing Pag.222 Een geregistreerde naam wijzigen 239

250 Adressen en gebruikers registreren voor fax-/scannerfuncties Een faxbestemming verwijderen Belangrijk Als u een bestemming verwijdert wat als bezorgingsbestemming is ingesteld, kunnen berichten naar het geprogrammeerde Persoonlijke vakje niet worden bezorgd. Controleer de instellingen in de faxfunctie voordat u eventuele bestemmingen verwijdert. A Druk op [Systeeminstellingen]. 7 B Druk op [Beheerdertoepas.]. C Druk op [Adresboekmanagement]. D Druk op [Verwijderen]. E Selecteer de naam van de faxbestemming die u wilt verwijderen. Druk op de naamtoets of voer het geregistreerde nummer met de cijfertoetsen in. U kunt zoeken op basis van geregistreerde naam, faxnummer, mapnaam, e- mailadres of IP-faxbestemming. F Druk op [Faxbestemm.]. G Druk op [Allocatie] onder Faxnummer. H Druk op [All.verwijd.]. 240

251 Faxbestemming I Druk twee keer op [OK]. J Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. Opmerking Zie Een geregistreerde naam verwijderen om de naam, toetsweergave en titel te verwijderen. Verwijzing Pag.223 Een geregistreerde naam verwijderen IP-faxbestemming In dit gedeelte wordt beschreven hoe u een IP-faxbestemming registreert. Opmerking Raadpleeg de Faxhandleiding voor meer informatie over het verzenden van een IP-fax. Verwijzing Faxhandleiding De IP-faxbestemming registreren. A Druk op [Systeeminstellingen]. 7 B Druk op [Beheerdertoepas.]. C Druk op [Adresboekmanagement]. D Controleer of [Programmeren/Wijzigen] is geselecteerd. E Selecteer de naam van de IP-faxbestemming die u wilt vastleggen. Druk op de naamtoets of voer het geregistreerde nummer met de cijfertoetsen in. F Druk op [Faxbestemm.]. 241

252 Adressen en gebruikers registreren voor fax-/scannerfuncties G Druk op [Select. Regel] en selecteer vervolgens [H.323] of [SIP]. 7 H Druk op [Allocatie] onder Faxbestemming. I De IP-faxbestemming invoeren. J Druk twee keer op [OK]. Opmerking Zie Namen registreren om de naam te registreren. Verwijzing Pag.220 Namen registreren Pag.225 Een gebruikerscode registreren Pag.269 Namen in een groep registreren Over dit apparaat Een geregistreerde IP-faxbestemming wijzigen A Druk op [Systeeminstellingen]. B Druk op [Beheerdertoepas.]. C Druk op [Adresboekmanagement]. D Controleer of [Programmeren/Wijzigen] is geselecteerd. E Selecteer de naam van de IP-faxbestemming die u wilt wijzigen. U kunt zoeken op basis van geregistreerde naam, faxnummer, mapnaam, e- mailadres of IP-faxbestemming. 242

253 Faxbestemming F Druk op [Faxbestemm.]. G Druk op [Allocatie] onder Faxbestemming. H Typ de nieuwe bestemming en druk vervolgens op [OK]. I Druk op [OK]. J Druk op [OK]. Opmerking Zie Een geregistreerde naam wijzigen om de naam, toetsweergave en titel te wijzigen. Verwijzing Pag.222 Een geregistreerde naam wijzigen Over dit apparaat 7 De IP faxbestemming als de afzender gebruiken A Druk op [Bescherming]. B Druk op [Afzender] onder [Gebruik naam als]. De IP-faxbestemming wijzigen A Druk op [Allocatie] onder [Gebruik naam als]. B Typ de nieuwe bestemming en druk vervolgens op [OK]. Een protocol selecteren A Druk op [Select. Regel]. B Selecteer [H.323] of [SIP]. 243

254 Adressen en gebruikers registreren voor fax-/scannerfuncties De SUB-code programmeren A Druk op [Geav. Eigensch.] en druk vervolgens op [SUB Code]. B Druk op [Allocatie] onder TX SUB-code. C Typ de SUB-code in en druk vervolgens op [OK]. D Voor het invoeren van een wachtwoord drukt u op [Allocatie] onder Wachtwoord (SID). E Gebruik de cijfertoetsen om het wachtwoord in te voeren en druk vervolgens op [OK]. F Druk op [OK]. De SUB-code programmeren 7 A Druk op [Geav. Eigensch.] en druk vervolgens op [SUB Code]. B Druk op [Allocatie] onder RX SEP-code. C Typ een SUB-code in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op [OK]. D Voor het invoeren van een wachtwoord drukt u op [Allocatie] onder Wachtwoord (PWD). E Gebruik de cijfertoetsen om het wachtwoord in te voeren en druk vervolgens op [OK]. F Druk op [OK]. De internationale TX-modus instellen A Druk op [Allocatie] onder Internationale TX-modus. B Selecteer [Uit] of [Aan] en druk vervolgens op [OK]. De faxkoptekst selecteren A Druk op [Allocatie] onder Faxkoptekst. B Selecteer [1e naam] of [2e naam] en druk vervolgens op [OK]. 244

255 Faxbestemming Een geregistreerde IP-faxbestemming verwijderen Als u een bestemming verwijdert wat als bezorgingsbestemming is ingesteld, kunnen berichten naar het geprogrammeerde Persoonlijke vakje niet worden bezorgd. Controleer de instellingen in de faxfunctie voordat u eventuele bestemmingen verwijdert. A Druk op [Systeeminstellingen]. B Druk op [Beheerdertoepas.]. C Druk op [Adresboekmanagement]. D Druk op [Verwijderen]. E Selecteer de naam van de IP-faxbestemming die u wilt verwijderen. Druk op de naamtoets of voer het geregistreerde nummer met de cijfertoetsen in. U kunt zoeken op basis van geregistreerde naam, faxnummer, mapnaam, e- mailadres of IP-faxbestemming. F Druk op [Faxbestemm.]. G Druk op [Allocatie] onder Faxbestemming. H Druk op [All.verwijd.]. I Druk twee keer op [OK]. J Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. 7 Opmerking Zie Een geregistreerde naam wijzigen om de naam, toetsweergave en titel te wijzigen. Verwijzing Pag.222 Een geregistreerde naam wijzigen 245

256 Adressen en gebruikers registreren voor fax-/scannerfuncties bestemming Door een bestemming te registreren, hoeft u niet elke keer het adres in te voeren en kunt u gescande bestanden van de scanner of de faxfunctie per versturen. U kunt gemakkelijk een bestemming selecteren als u een Naam en Toetsweergave registreert als de bestemming. U kunt bestemmingen als een groep registreren. U kunt het adres gebruiken als het afzenderadres wanneer u scanbestanden in de scannerstand verstuurt. Als u dit wilt doen, dient u een beveiligingscode op het adres van de afzender in te stellen om niet-geautoriseerde toegang te voorkomen. Opmerking U kunt een adres van een LDAP-server selecteren en deze registreren in het adresboek. Zie Scannerhandleiding. U kunt het apparaat zo instellen dat het een Verzendresultatenrapport per e- mail verzendt, telkens wanneer er een verzending heeft plaatsgevonden. Zie de Faxhandleiding. 7 Verwijzing Pag.279 Een beveiligingscode registreren Een bestemming registreren A Druk op [Systeeminstellingen]. B Druk op [Beheerdertoepas.]. C Druk op [Adresboekmanagement]. D Controleer of [Programmeren/Wijzigen] is geselecteerd. E Selecteer de naam van wie u het adres wilt vastleggen. Druk op de naamtoets of voer het geregistreerde nummer met de cijfertoetsen in. 246

257 bestemming F Druk op [ ]. G Druk op [Allocatie]. H Voer het adres in. 7 I Druk op [OK]. J Selecteer [ / Internet faxbestemming] of [Alleen Internet faxbestemming]. K Als u internetfax wilt gebruiken, geeft u op of u Verzenden via SMTP-server wilt gebruiken. L Druk op [OK]. Opmerking U kunt maximaal 128 tekens invoeren voor het adres. Zie Namen registreren om de naam te registreren. Verwijzing Pag.220 Namen registreren Pag.225 Een gebruikerscode registreren Pag.270 Namen in een groep registreren 247

258 Adressen en gebruikers registreren voor fax-/scannerfuncties Een bestemming wijzigen A Druk op [Systeeminstellingen]. 7 B Druk op [Beheerdertoepas.]. C Druk op [Adresboekmanagement]. D Controleer of [Programmeren/Wijzigen] is geselecteerd. E Selecteer de naam van wie u het adres wilt wijzigen. Druk op de naamtoets of voer het geregistreerde nummer met de cijfertoetsen in. U kunt zoeken op basis van geregistreerde naam, faxnummer, mapnaam, e- mailadres of IP-faxbestemming. F Druk op [ ]. G Druk op [Allocatie] onder adres. H Voer het adres in en druk op [OK]. I Druk op [OK]. Opmerking Zie Een geregistreerde naam wijzigen om de naam, toetsweergave en titel te wijzigen. Verwijzing Pag.222 Een geregistreerde naam wijzigen Over dit apparaat 248

259 bestemming Het adres als afzender gebruiken. A Druk op [Bescherming]. B Druk op [Afzender] onder [Gebruik naam als]. Een bestemming verwijderen A Druk op [Systeeminstellingen]. B Druk op [Beheerdertoepas.]. C Druk op [Adresboekmanagement]. D Druk op [Verwijderen]. E Selecteer de naam van wie u het adres wilt verwijderen. Druk op de naamtoets of voer het geregistreerde nummer met de cijfertoetsen in. U kunt zoeken op basis van geregistreerde naam, faxnummer, mapnaam, e- mailadres of IP-faxbestemming. F Druk op [ ]. G Druk op [Allocatie] onder adres. H Druk op [All.verwijd.]. I Druk twee keer op [OK]. J Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. 7 Opmerking Zie Een geregistreerde naam verwijderen om de naam, toetsweergave en titel te verwijderen. Verwijzing Pag.223 Een geregistreerde naam verwijderen 249

260 Adressen en gebruikers registreren voor fax-/scannerfuncties Mappen registreren Door een gedeelde map te registreren, kunt u rechtstreeks bestanden daarin scannen. Er bestaan drie soorten protocollen die u kunt gebruiken: SMB Voor het verzenden van bestanden naar gedeelde Windows-mappen. FTP Dit wordt gebruikt indien u bestanden naar een FTP-server wilt sturen. NCP Gebruikt u bij het verzenden van bestanden naar NetWare-server. Opmerking Voor meer informatie over protocollen, servernamen en mapniveaus kunt u contact opnemen met uw netwerkbeheerder. U kunt voorkomen dat niet-geautoriseerde gebruikers toegang hebben tot mappen op het apparaat. Zie Een beveiligingscode registreren. U kunt alleen SMB, FTP of NCP selecteren. Als u een protocol wijzigt na het voltooien van uw instellingen, worden alle eerdere invoeren gewist. 7 SMB gebruiken om verbinding te maken Opmerking Zie FTP gebruiken voor het verbinden om een map in een FTP-server te registreren. Zie NCP gebruiken voor het verbinden om een map in een NetWare-server te registreren. Verwijzing Pag.257 FTP gebruiken om verbinding te maken Pag.263 NCP gebruiken voor het verbinden 250

261 Mappen registreren Een SMB-map registreren A Druk op [Systeeminstellingen]. B Druk op [Beheerdertoepas.]. C Druk op [Adresboekmanagement]. D Controleer of [Programmeren/Wijzigen] is geselecteerd. E Selecteer de naam van de map die u wilt registreren. Druk op de naamtoets of voer het geregistreerde nummer met de cijfertoetsen in. F Druk op [Verif. info] en druk vervolgens op [TVolg.]. 7 G Druk op [Spec. and. Ver.info.] rechts van Mapverificatie. H Druk op [Allocatie] onder het log-in gebruikersnaam. I Voer de gebruikersnaam voor het aanmelden in en druk vervolgens op [OK]. J Druk op [Allocatie] onder het log-in wachtwoord. K Voer het juiste wachtwoord in en druk vervolgens op [OK]. L Voer het wachtwoord opnieuw in ter bevestiging en druk vervolgens op [OK]. M Druk op [Map]. 251

262 Adressen en gebruikers registreren voor fax-/scannerfuncties N Druk op [SMB]. O Druk op [Verbindingstest] om te controleren of het pad goed is ingesteld. P Druk op [Afsluiten]. Q Druk op [OK]. R Druk op [Afsluiten]. 7 Opmerking Zie Namen registreren om de naam te registreren. U kunt maximaal 64 tekens invoeren voor de gebruikersnaam. U kunt tot maximaal 64 karakters invoeren voor het wachtwoord. U kunt het pad invoeren met maximaal 128 tekens. Om een map op te geven, dient u handmatig het pad in te voeren of de map te lokaliseren door op het netwerk te zoeken. Als de verbindingstest mislukt, controleer dan de instellingen en probeer het opnieuw. Wanneer [Niet specificeren] is geselecteerd, is het SMB-gebruikersnaam en - wachtwoord van toepassing die u hebt opgegeven in standaardinstelling gebruikersnaam/wachtwoord (Verzenden) voor Bestandsoverdracht. Als Gebruikersverificatie is opgegeven, neem dan contact op met uw beheerder. Verwijzing Pag.220 Namen registreren Pag.253 De SMB-map handmatig lokaliseren Pag.253 De SMB-map opsporen met de functie In het netwerk bladeren 252

263 Mappen registreren De SMB-map handmatig lokaliseren A Druk op [Allocatie] onder Pad. B Voer het pad in waar de map zich bevindt. C Druk op [OK]. Als de notatie van het ingevoerde pad niet juist is, verschijnt er een melding. Druk op [Afsluiten], en voer dan het pad opnieuw in. Opmerking Voer het pad zo in: \\ServerNaam\ShareNaam\PadNaam. U kunt ook IPv4-adres invoeren. U kunt het pad invoeren met maximaal 128 tekens. De SMB-map opsporen met de functie In het netwerk bladeren A Druk op [Bladeren door netwerk]. De computers van de klant op hetzelfde netwerk als het apparaat, verschijnen. Netwerk toont alleen clientcomputers waartoe u toegang heeft. B Selecteer een computer van de klant. Hieronder worden de gedeelde mappen weergegeven. 7 U kunt op [1 Niveau omhoog] drukken om van niveau te wisselen. C Selecteer de map die u wilt registreren. D [OK]. 253

264 Adressen en gebruikers registreren voor fax-/scannerfuncties Als een log-in scherm verschijnt Dit gedeelte beschrijft hoe u inlogt op het apparaat als het log-in scherm verschijnt terwijl u probeert een map te openen door in het netwerk te bladeren. Als u geen mapverificatie heeft opgegeven of als er een onjuiste gebruikersnaam of onjuist wachtwoord voor de mapverificatie is ingevoerd, dan verschijnt het inlogscherm. A Voer de gebruikersnaam voor het aanmelden in en druk vervolgens op [OK]. Voer de log-in gebruikersnaam in die voor mapverificatie is opgegeven. B Voer het juiste wachtwoord in en druk vervolgens op [OK]. Het pad naar de geselecteerde map verschijnt. Als er een bericht verschijnt, druk dan op [Afsluiten] en voer de log-in gebruikersnaam en het wachtwoord opnieuw in. Een SMB-map wijzigen A Druk op [Systeeminstellingen]. 7 B Druk op [Beheerdertoepas.]. C Druk op [Adresboekmanagement]. D Controleer of [Programmeren/Wijzigen] is geselecteerd. E Selecteer de naam van de map die u wilt wijzigen. Druk op de naamtoets of voer het geregistreerde nummer met de cijfertoetsen in. U kunt zoeken op basis van geregistreerde naam, faxnummer, mapnaam, e- mailadres of IP-faxbestemming. F Druk op [Map]. 254

265 Mappen registreren G Selecteer de items die u wilt wijzigen. Wanneer u een map opgeeft, voer dan direct het pad in of selecteer het door een verwijzing naar het netwerk te maken. Voor meer informatie raadpleegt u De map handmatig opsporen en De map opsporen met In het netwerk bladeren. H Druk op [Verbindingstest] om te controleren of het pad goed is ingesteld. I Druk op [OK]. J Druk op [Afsluiten]. Opmerking Zie Een geregistreerde naam wijzigen om de naam, toetsweergave en titel te wijzigen. Verwijzing Pag.222 Een geregistreerde naam wijzigen Het protocol wijzigen A Druk op [FTP] of [NCP]. 7 B Er verschijnt een bevestigingsboodschap. Druk op [Ja]. Door het protocol te wijzigen worden alle instellingen die onder het vorige protocol zijn gemaakt, verwijderd. C Voer elk item opnieuw in. Verwijzing Pag.257 Een FTP-map registreren 255

266 Adressen en gebruikers registreren voor fax-/scannerfuncties Een geregistreerde SMB-map verwijderen A [Systeeminstellingen]. 7 B Druk op [Beheerdertoepas.]. C Druk op [Adresboekmanagement]. D Druk op [Verwijderen]. E Selecteer de naam van de map die u wilt verwijderen. Druk op de naamtoets of voer het geregistreerde nummer met de cijfertoetsen in. U kunt zoeken op basis van geregistreerde naam, faxnummer, mapnaam, e- mailadres of IP-faxbestemming. F Druk op [Map]. G Druk op het protocol dat op dit moment niet is geselecteerd. Er verschijnt een bevestigingsboodschap. H Druk op [Ja]. I Druk op [OK]. J Druk op [Afsluiten]. Opmerking Zie Een geregistreerde naam verwijderen om de naam, toetsweergave en titel te verwijderen. Verwijzing Pag.223 Een geregistreerde naam verwijderen 256

267 Mappen registreren FTP gebruiken om verbinding te maken Opmerking Zie SMB gebruiken voor het verbinden om een map te registreren in een gedeelde map die in Windows is geconfigureerd. Zie NCP gebruiken voor het verbinden om een map in een NetWare-server te registreren. Verwijzing Pag.250 SMB gebruiken om verbinding te maken Pag.263 NCP gebruiken voor het verbinden Een FTP-map registreren A Druk op [Systeeminstellingen]. 7 B Druk op [Beheerdertoepas.]. C Druk op [Adresboekmanagement]. D Controleer of [Programmeren/Wijzigen] is geselecteerd. E Selecteer de naam van de map die u wilt registreren. U kunt zoeken op basis van geregistreerde naam, faxnummer, mapnaam, e- mailadres of IP-faxbestemming. F Druk op [Verif. info] en druk vervolgens op [TVolg.]. G Druk op [Spec. and. Ver.info.] rechts van Mapverificatie. H Druk op [Allocatie] onder het log-in gebruikersnaam. I Voer de gebruikersnaam voor het aanmelden in en druk vervolgens op [OK]. J Druk op [Allocatie] onder het log-in wachtwoord. K Voer het juiste wachtwoord in en druk vervolgens op [OK]. 257

268 Adressen en gebruikers registreren voor fax-/scannerfuncties L Voer het wachtwoord opnieuw in ter bevestiging en druk vervolgens op [OK]. M Druk op [Map]. N Druk op [FTP]. 7 O Druk op [Allocatie] onder Servernaam. P Voer de servernaam in en druk vervolgens op [OK]. Q Druk op [Allocatie] onder Pad. R Voer het pad in. S Druk op [OK]. T Druk op [Allocatie] onder Poortnummer. U Voer poort nr. in V Druk op [Verbindingstest] om te controleren of het pad goed is ingesteld. W Druk op [Afsluiten]. X Druk op [OK]. 258

269 Mappen registreren Y Druk op [Afsluiten]. Opmerking Zie Namen registreren om de naam te registreren. U kunt maximaal 64 tekens invoeren voor de gebruikersnaam. U kunt tot maximaal 64 karakters invoeren voor het wachtwoord. U kunt een servernaam invoeren met maximaal 64 tekens. U kunt een absoluut pad invoeren met deze indeling: /gebruiker/home/gebruikersnaam ; of een relatief pad met deze indeling: directory/subdirectory. Indien u het pad leeg laat, wordt aangenomen dat de login-directory de huidige werkende directory is. U kunt ook IPv4-adres invoeren. U kunt het pad invoeren met maximaal 128 tekens. Om het poortnummer te wijzigen, drukt u op [Allocatie] onder Poortnummer. Voer het poortnummer in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op {q}. U kunt 1 tot invoeren. Als de verbindingstest mislukt, controleer dan de instellingen en probeer het opnieuw. Wanneer [Niet specificeren] is geselecteerd, zijn de FTP-gebruikersnaam en het FTP-wachtwoord van toepassing die u heeft opgegeven in standaardinstelling gebruikersnaam/wachtwoord (Verzenden) voor Bestandsoverdracht. Zie Bestandsoverdracht voor meer informatie. Als Gebruikersverificatie is opgegeven, neem dan contact op met uw beheerder. 7 Verwijzing Pag.220 Namen registreren Pag.253 De SMB-map handmatig lokaliseren Pag.253 De SMB-map opsporen met de functie In het netwerk bladeren 259

270 Adressen en gebruikers registreren voor fax-/scannerfuncties Een FTP-map wijzigen A Druk op [Systeeminstellingen]. 7 B Druk op [Beheerdertoepas.]. C Druk op [Adresboekmanagement]. D Controleer of [Programmeren/Wijzigen] is geselecteerd. E Selecteer de naam van de map die u wilt wijzigen en druk dan op [Map]. Druk op de naamtoets of voer het geregistreerde nummer met de cijfertoetsen in. U kunt zoeken op basis van geregistreerde naam, faxnummer, mapnaam, e- mailadres of IP-faxbestemming. F Druk op [Map]. G Selecteer de items die u wilt wijzigen. H Druk op [Verbindingstest] om te controleren of het pad goed is ingesteld. I Druk op [OK]. J Druk op [Afsluiten]. Opmerking Zie Een geregistreerde naam wijzigen om de naam, toetsweergave en titel te wijzigen. Verwijzing Pag.222 Een geregistreerde naam wijzigen 260

271 Mappen registreren Het protocol wijzigen A Druk op [SMB] of [NCP]. B Er verschijnt een bevestigingsboodschap. Druk op [Ja]. Door het protocol te wijzigen worden alle instellingen die onder het vorige protocol zijn gemaakt, verwijderd. C Voer elk item opnieuw in. Verwijzing Pag.251 Een SMB-map registreren Items wijzigen onder FTP 7 A Druk op [Allocatie] onder Poortnummer. B Voer het nieuwe poortnummer in en druk vervolgens op {q}. C Druk op [Allocatie] onder Servernaam. D Typ de nieuwe servernaam en druk vervolgens op [OK]. E Druk op [Allocatie] onder Pad. F Typ het nieuwe pad en druk vervolgens op [OK]. 261

272 Adressen en gebruikers registreren voor fax-/scannerfuncties Een FTP-map verwijderen A Druk op [Systeeminstellingen]. 7 B Druk op [Beheerdertoepas.]. C Druk op [Adresboekmanagement]. D Druk op [Verwijderen]. E Selecteer de naam van de map die u wilt verwijderen. Druk op de naamtoets of voer het geregistreerde nummer met de cijfertoetsen in. U kunt zoeken op basis van geregistreerde naam, faxnummer, mapnaam, e- mailadres of IP-faxbestemming. F Druk op [Map]. G Druk op het protocol dat op dit moment niet is geselecteerd. Er verschijnt een bevestigingsboodschap. H Druk op [Ja]. I Druk op [OK]. J Druk op [Afsluiten]. Opmerking Zie Een geregistreerde naam verwijderen om een naam geheel te verwijderen. Verwijzing Pag.223 Een geregistreerde naam verwijderen 262

273 Mappen registreren NCP gebruiken voor het verbinden Opmerking Zie SMB gebruiken voor het verbinden om een gedeelde map te registreren die in Windows is geconfigureerd. Zie FTP gebruiken voor het verbinden om een map in een FTP-server te registreren. Verwijzing Pag.250 SMB gebruiken om verbinding te maken Pag.257 FTP gebruiken om verbinding te maken Een NCP-map registreren A Druk op [Systeeminstellingen]. 7 B Druk op [Beheerdertoepas.]. C Druk op [Adresboekmanagement]. D Controleer of [Programmeren/Wijzigen] is geselecteerd. E Druk op de naam die u wilt registreren of typ het geregistreerde nummer met de cijfertoetsen. U kunt zoeken op basis van geregistreerde naam, faxnummer, mapnaam, e- mailadres of IP-faxbestemming. F Druk op [Verif. info] en druk vervolgens op [TVolg.]. G Druk op [Spec. and. Ver.info.] rechts van Mapverificatie. H Druk op [Allocatie] onder het log-in gebruikersnaam. I Voer de gebruikersnaam voor het aanmelden in en druk vervolgens op [OK]. J Druk op [Allocatie] onder het log-in wachtwoord. 263

274 Adressen en gebruikers registreren voor fax-/scannerfuncties K Voer het juiste wachtwoord in en druk vervolgens op [OK]. L Voer het wachtwoord opnieuw in ter bevestiging en druk vervolgens op [OK]. M Druk op [Map]. N Druk op [NCP]. O Verbindingstype selecteren. Als u een map in een NDS-boomstructuur wilt opgeven, druk dan op [NDS]. Als u een map op een NetWare-server wilt opgeven, druk dan op [Bindery]. P Geef de map op. Q Druk op [OK]. R Druk op [Afsluiten]. 7 Opmerking Zie Namen registreren om de naam te registreren. U kunt maximaal 64 tekens invoeren voor de gebruikersnaam. U kunt tot maximaal 64 karakters invoeren voor het wachtwoord. Als u Verbindingstype heeft ingesteld op [NDS], voer dan de gebruikersnaam in, gevolgd door de naam van de context waar het gebruikersobject zich bevindt. Als de gebruikersnaam gebruiker is en de contextnaam is context, voert u user.context in. Om een map op te geven, dient u handmatig het pad in te voeren of de map te lokaliseren door op het netwerk te zoeken. Wanneer [Niet specificeren] is geselecteerd, zijn de NCP-gebruikersnaam en het NCP-wachtwoord van toepassing die u hebt opgegeven in standaardinstelling gebruikersnaam/wachtwoord (Verzenden) voor Bestandsoverdracht. Zie Bestandsoverdracht voor meer informatie. Als Gebruikersverificatie is opgegeven, neem dan contact op met uw beheerder. Verwijzing Pag.220 Namen registreren Pag.265 De NCP-map handmatig lokaliseren Pag.265 De NCP-map opsporen met de functie In het netwerk bladeren Over dit apparaat 264

275 Mappen registreren De NCP-map handmatig lokaliseren A Druk op [Allocatie] onder Pad. B Voer het pad in waar de map zich bevindt. C [OK]. D Druk op [Verbindingstest] om te controleren of het pad goed is ingesteld. E Druk op [Afsluiten]. Opmerking Als u Verbindingstype instelt op [NDS], de naam van de NDS-boomstructuur is boomstructuur, de naam van de context met het volume is context, de volumenaam is volume en de mapnaam is map, dan zal het pad zijn: \\boomstructuur\volume. context\map. Als u Verbindingstype instelt op [Bindery], en als de NetWare-servernaam server, de volumenaam volume en de mapnaam map is, zal de padnaam \\server\volume\map zijn. U kunt het pad invoeren met maximaal 128 tekens. Als de verbindingstest mislukt, controleer dan de instellingen en probeer het opnieuw. De NCP-map opsporen met de functie In het netwerk bladeren 7 A Druk op [Bladeren door netwerk]. B Als u Verbindingstype heeft ingesteld op [NDS], dan verschijnt een lijst met items in de NDS-boomstructuur. Als u Verbindingstype heeft ingesteld op [Bindery], dan verschijnt een lijst met items op de NetWare-server. C Zoek naar de bestemmingsmap in de NDS-boomstructuur of NetWare-server. U kunt op [1 Niveau omhoog] drukken om van niveau te wisselen. D Selecteer de map die u wilt registreren. E [OK]. Opmerking Alleen de mappen die u kunt openen, verschijnen in [Bladeren door netwerk]. Als de talen die worden gebruikt op het apparaat en de bestemming die u wilt bekijken van elkaar verschillen, dan verschijnen de items in de lijst wellicht niet correct. Er kunnen maximaal 100 items in de lijst worden weergegeven. 265

276 Adressen en gebruikers registreren voor fax-/scannerfuncties Een geregistreerde NCP-map wijzigen A Druk op [Systeeminstellingen]. 7 B Druk op [Beheerdertoepas.]. C Druk op [Adresboekmanagement]. D Controleer of [Programmeren/Wijzigen] is geselecteerd. E Selecteer de gebruiker van de geregistreerde map die u wilt wijzigen. Druk op de naamtoets of voer het geregistreerde nummer met de cijfertoetsen in. U kunt zoeken op basis van geregistreerde naam, faxnummer, mapnaam, e- mailadres of IP-faxbestemming. F Druk op [Map]. G Verbindingstype selecteren. Als u een map in een NDS-boomstructuur wilt opgeven, druk dan op [NDS]. Als u een map op een NetWare-server wilt opgeven, druk dan op [Bindery]. H Geef de map op. Om een map op te geven, dient u handmatig het pad in te voeren of de map te lokaliseren door op het netwerk te zoeken. I Druk op [Verbindingstest] om te controleren of het pad goed is ingesteld. J Druk op [OK]. K Druk op [Afsluiten]. Opmerking Zie Een geregistreerde naam wijzigen om de naam, toetsweergave en titel te wijzigen. Verwijzing Pag.222 Een geregistreerde naam wijzigen 266

277 Mappen registreren Het protocol wijzigen A Druk op [SMB] of [FTP]. B Er verschijnt een bevestigingsboodschap. Druk op [Ja]. Door het protocol te wijzigen worden alle instellingen die onder het vorige protocol zijn gemaakt, verwijderd. C Voer elk item opnieuw in. Verwijzing Pag.251 Een SMB-map registreren Pag.257 Een FTP-map registreren Een NCP-map verwijderen A Druk op [Systeeminstellingen]. 7 B Druk op [Beheerdertoepas.]. C Druk op [Adresboekmanagement]. D Druk op [Verwijderen]. E Selecteer een gebruiker van de map die u wilt verwijderen. Druk op de naamtoets of voer het geregistreerde nummer met de cijfertoetsen in. U kunt zoeken op basis van geregistreerde naam, faxnummer, mapnaam, e- mailadres of IP-faxbestemming. F Druk op [Map]. G Druk op het protocol dat op dit moment niet is geselecteerd. Er verschijnt een bevestigingsboodschap. H Druk op [Ja]. I Druk op [OK]. 267

278 Adressen en gebruikers registreren voor fax-/scannerfuncties J [Afsluiten]. Opmerking Zie Een geregistreerde naam verwijderen om een naam geheel te verwijderen. Verwijzing Pag.223 Een geregistreerde naam verwijderen 7 268

279 Namen in een groep registreren Namen in een groep registreren U kunt namen registreren in een groep voor een eenvoudig beheer van adressen en mappen voor elke groep. Om namen aan een groep toe te voegen, moeten groepen vooraf zijn geregistreerd. Belangrijk Indien u de Scan to Folder-functie gebruikt, kunt u geen gescande bestanden sturen naar een groep waarvoor meer dan 50 mappen zijn geregistreerd. Het maximum aantal bestemmingen dat in een groep kan worden geregistreerd is 500. Opmerking U kunt een beveiligingscode instellen om niet-geautoriseerde toegang tot de mappen die geregistreerd zijn in een groep, te voorkomen. Zie voor meer informatie Een beveiligingscode registreren. Verwijzing Pag.279 Een beveiligingscode registreren Een groep registreren A Druk op [Systeeminstellingen]. 7 B Druk op [Beheerdertoepas.]. C Druk op [Adresboek: Groep programmeren/wijzigen/verwijderen]. D Controleer of [Programmeren/Wijzigen] is geselecteerd. E Druk op [Nieuw progr.]. 269

280 Adressen en gebruikers registreren voor fax-/scannerfuncties F Druk op [Allocatie] onder Groepsnaam. 7 G Voer de groepsnaam in en druk vervolgens op [OK]. De naam op de toets wordt automatisch ingesteld. H Druk, indien nodig, op de titeltoets onder Titel selecteren. U kunt de volgende toetsen selecteren: [Frequent]: Wordt toegevoegd aan de pagina die het eerst wordt weergegeven. [AB], [CD], [EF], [GH], [IJK], [LMN], [OPQ], [RST], [UVW], [XYZ], [1] tot [10] Wordt toegevoegd aan de lijst met items in de geselecteerde titel. U kunt [Frequent] en nog een pagina voor elke titel selecteren. I Als u de toetsweergave wilt wijzigen, drukt u op [Allocatie] onder Toetsweergave. Voer de toetsweergave in en druk vervolgens op [OK]. J Druk op [OK]. Verwijzing Over dit apparaat Namen in een groep registreren Namen die zijn geregistreerd in het adresboek kunnen in een groep worden geplaatst. Wanneer u nieuwe namen registreert, kunt u tegelijkertijd ook groepen registreren. A Druk op [Systeeminstellingen]. 270

281 Namen in een groep registreren B Druk op [Beheerdertoepas.]. C Druk op [Adresboekmanagement]. D Controleer of [Programmeren/Wijzigen] is geselecteerd. E Selecteer de naam die u in een groep wilt registreren. Druk op de naamtoets of voer het geregistreerde nummer met de cijfertoetsen in. U kunt zoeken op basis van geregistreerde naam, faxnummer, mapnaam, e- mailadres of IP-faxbestemming. F Druk op [Toev aan grp]. G Selecteer de groep waar u de naam aan wilt toevoegen. De groeptoets die u heeft geselecteerd wordt gemarkeerd en de naam wordt hieraan toegevoegd. 7 H Druk op [OK]. 271

282 Adressen en gebruikers registreren voor fax-/scannerfuncties Een groep toevoegen aan een andere groep U kunt een groep toevoegen aan een andere groep. A Druk op [Systeeminstellingen]. 7 B Druk op [Beheerdertoepas.]. C Druk op [Adresboek: Groep programmeren/wijzigen/verwijderen]. D Controleer of [Programmeren/Wijzigen] is geselecteerd. E Selecteer de groep die u in een andere groep wilt plaatsen. Druk op de groeptoets of voer het geregistreerde nummer met de cijfertoetsen in. U kunt zoeken op basis van geregistreerde naam, faxnummer, mapnaam, e- mailadres of IP-faxbestemming. F Druk op [Toev aan grp]. 272

283 Namen in een groep registreren G Selecteer de groep waaraan u deze wilt toevoegen. De groeptoets die u heeft geselecteerd wordt gemarkeerd en de groep wordt hieraan toegevoegd. H Druk op [OK]. 7 Namen weergeven die in een groep zijn geregistreerd U kunt de namen of groepen van iedere groep controleren. A Druk op [Systeeminstellingen]. B Druk op [Beheerdertoepas.]. C Druk op [Adresboek: Groep programmeren/wijzigen/verwijderen]. 273

284 Adressen en gebruikers registreren voor fax-/scannerfuncties D Controleer of [Programmeren/Wijzigen] is geselecteerd. E Selecteer de groep waar de leden staan geregistreerd die u wilt controleren. U kunt zoeken op basis van geregistreerde naam, faxnummer, mapnaam, e- mailadres of IP-faxbestemming. F Druk op [Geprogr. Gebr./Groep]. Alle namen die zijn geregistreerd zullen worden getoond. G Druk op [OK]. Een naam verwijderen uit een groep A Druk op [Systeeminstellingen]. 7 B Druk op [Beheerdertoepas.]. C Druk op [Adresboekmanagement]. D Controleer of [Programmeren/Wijzigen] is geselecteerd. E Selecteer de naam die u uit een groep wilt verwijderen. Druk op de naamtoets of voer het geregistreerde nummer met de cijfertoetsen in. U kunt zoeken op basis van geregistreerde naam, faxnummer, mapnaam, e- mailadres of IP-faxbestemming. F Druk op [Toev aan grp]. 274

285 Namen in een groep registreren G Selecteer de groep waaruit u de naam wilt verwijderen. De groeptoets die u heeft geselecteerd wordt gemarkeerd en de naam wordt hieraan toegevoegd. H Druk op [OK]. 7 Een groep in een andere groep verwijderen A Druk op [Systeeminstellingen]. B Druk op [Beheerdertoepas.]. C Druk op [Adresboek: Groep programmeren/wijzigen/verwijderen]. D Controleer of [Programmeren/Wijzigen] is geselecteerd. 275

286 Adressen en gebruikers registreren voor fax-/scannerfuncties E Selecteer de groep van waaruit u wilt verwijderen. Druk op de groeptoets of voer het geregistreerde nummer in met de cijfertoetsen. U kunt zoeken op basis van geregistreerde naam, faxnummer, mapnaam, e- mailadres of IP-faxbestemming. F Druk op [Toev aan grp]. De toetsen van de groepen waarin de groep is geregistreerd worden gemarkeerd. G Selecteer de groep van waaruit u wilt verwijderen. De groeptoets is niet meer geselecteerd en de groep is hieruit verwijderd. 7 H [OK]. 276

287 Namen in een groep registreren Een Groepsnaam wijzigen A Druk op [Systeeminstellingen]. B Druk op [Beheerdertoepas.]. C Druk op [Adresboek: Groep programmeren/wijzigen/verwijderen]. D Controleer of [Programmeren/Wijzigen] is geselecteerd. E Druk op het groepsnummer dat u wilt wijzigen. U kunt zoeken op basis van geregistreerde naam, faxnummer, mapnaam, e- mailadres of IP-faxbestemming. F Om de groepsnaam en de toetsweergave te wijzigen drukt u op [Allocatie] onder Groepsnaam of Toetsweergave. 7 G Voer de nieuwe groepsnaam of toetsweergave in en druk vervolgens op [OK]. H Om de titel te wijzigen drukt u op de titeltoets onder Titel selecteren. I Om het registratienummer te wijzigen, drukt u op [Allocatie] onder Registratienummer. J Voer het nieuwe registratienummer in met de cijfertoetsen. K Druk op de toets {q}. L Druk op [OK]. 277

288 Adressen en gebruikers registreren voor fax-/scannerfuncties Een groep verwijderen A Druk op [Systeeminstellingen]. 7 B Druk op [Beheerdertoepas.]. C Druk op [Adresboek: Groep programmeren/wijzigen/verwijderen]. D Druk op [Verwijderen]. E Druk op [Ja]. F Druk op een groepstoets die u wilt verwijderen. U kunt zoeken op basis van geregistreerde naam, faxnummer, mapnaam, e- mailadres of IP-faxbestemming. G Druk op [Ja]. 278

289 Een beveiligingscode registreren Een beveiligingscode registreren U kunt het verzenden van afzendernamen of het openen van mappen stopzetten door een beveiligingscode in te stellen. U kunt deze functie gebruiken om het volgende te beveiligen: Mappen U kunt niet-geautoriseerde toegang tot mappen voorkomen. Afzendernamen U kunt misbruik van afzendernamen voorkomen. Verwijzing Pag.225 Een gebruikerscode registreren Een beveiligingscode voor een enkele gebruiker registreren A Druk op [Systeeminstellingen]. 7 B Druk op [Beheerdertoepas.]. C Druk op [Adresboekmanagement]. D Controleer of [Programmeren/Wijzigen] is geselecteerd. E Selecteer de naam voor wie u de beveiligingscode wilt registreren. U kunt zoeken op basis van geregistreerde naam, faxnummer, mapnaam, e- mailadres of IP-faxbestemming. 279

290 Adressen en gebruikers registreren voor fax-/scannerfuncties F Druk op [Bescherming]. G Druk op [Bestemming] of [Afzender] onder Naam gebruiken als 7 Zowel [Bestemming] als [Afzender] kunnen tegelijkertijd worden geselecteerd. H Druk op [Allocatie] onder Beveiligingscode. I Typ een beveiligingscode met de cijfertoetsen en druk vervolgens op {q}. J Druk op [OK]. K Druk op [Afsluiten]. Opmerking Geef een beveiligingscode van maximaal acht cijfers op. U kunt Beveiliging ook instellen zonder een beveiligingscode. 280

291 Een beveiligingscode registreren Een beveiligingscode voor een groep gebruikers registreren A Druk op [Systeeminstellingen]. B Druk op [Beheerdertoepas.]. C Druk op [Adresboek: Groep programmeren/wijzigen/verwijderen]. D Controleer of [Programmeren/Wijzigen] is geselecteerd. E Druk op de groeptoets die u wilt registreren of typ het geregistreerde nummer met de cijfertoetsen. F Druk op [Bescherming]. G Druk op [Mapbestemming] onder Beveiligingsobject. H Druk op [Allocatie] onder Beveiligingscode. I Typ een beveiligingscode met de cijfertoetsen en druk vervolgens op de {q}-toets. J Druk op [OK]. K Druk op [Afsluiten]. Opmerking Geef een beveiligingscode van maximaal acht cijfers op. U kunt Beveiliging ook instellen zonder een beveiligingscode

292 Adressen en gebruikers registreren voor fax-/scannerfuncties SMTP en LDAP verificatie registreren SMTP-verificatie Voor elke gebruiker die in het Adresboek is geregistreerd kunt u een log-in gebruikersnaam en een log-in wachtwoord registreren voor gebruik bij het openen van een SMTP-server. Om een SMTP-server te gebruiken, moet deze vooraf zijn geprogrammeerd. Belangrijk Wanneer [Niet specificeren] is geselecteerd voor SMTP-verificatie, zijn de gebruikersnaam en het wachtwoord van toepassing die u heeft opgegeven in SMTP-verificatie van de instellingen voor Bestandsoverdracht. Zie Bestandsoverdracht voor meer informatie. A Druk op [Systeeminstellingen]. 7 B Druk op [Beheerdertoepas.]. C Druk op [Adresboekmanagement]. D Controleer of [Programmeren/Wijzigen] is geselecteerd. E Druk op de naam die u wilt registreren of typ het geregistreerde nummer met de cijfertoetsen U kunt zoeken op basis van geregistreerde naam, faxnummer, mapnaam, e- mailadres of IP-faxbestemming. F Druk op [Verif. info]. G Druk op [Spec. and. Ver.info.] rechts van SMTP-verificatie. 282

293 SMTP en LDAP verificatie registreren H Druk op [Allocatie] onder het log-in gebruikersnaam. I Voer de gebruikersnaam voor het aanmelden in en druk vervolgens op [OK]. J Druk op [Allocatie] onder het log-in wachtwoord. K Voer het juiste wachtwoord in en druk vervolgens op [OK]. L Voer het wachtwoord opnieuw in ter bevestiging en druk vervolgens op [OK]. M [OK]. Opmerking Zie Namen registreren om de naam te registreren. U kunt maximaal 191 tekens invoeren voor de gebruikersnaam. Wanneer u POP gebruikt voor SMTP-verificatie, kunt maximaal 63 karakters invoeren. U kunt tot maximaal 64 karakters invoeren voor het wachtwoord. Om de instellingen voor de SMTP-verificatie te wijzigen, herhaalt u stap B tot M. 7 Verwijzing Pag.220 Namen registreren Pag.14 Netwerkinstellingen Over dit apparaat 283

294 Adressen en gebruikers registreren voor fax-/scannerfuncties LDAP-verificatie Voor elke gebruiker die in het adresboek is opgeslagen, kunt u een gebruikersnaam en wachtwoord voor het aanmelden opslaan wat moet worden gebruikt voor toegang tot de LDAP-server. Om een LDAP-server te gebruiken, moet deze vooraf zijn geprogrammeerd. Raadpleeg de Netwerkhandleiding voor meer informatie. Belangrijk Wanneer [Niet specificeren] is geselecteerd voor LDAP-verificatie, zijn uw gebruikersnaam en wachtwoord van toepassing die u heeft opgegeven in LDAP-server programmeren/wijzigen van de beheerdersinstellingen. Zie LDAP-serverinstellingen voor meer informatie. A Druk op [Systeeminstellingen]. 7 B Druk op [Beheerdertoepas.]. C Druk op [Adresboekmanagement]. D Controleer of [Programmeren/Wijzigen] is geselecteerd. U kunt zoeken op basis van geregistreerde naam, faxnummer, mapnaam, e- mailadres of IP-faxbestemming. E Druk op de naam die u wilt registreren of typ het geregistreerde nummer met de cijfertoetsen. F Druk op [Verif. info] en druk vervolgens op [TVolg.]. G Druk op [Spec. and. Ver.info.] rechts van LDAP-verificatie. 284

295 SMTP en LDAP verificatie registreren H Druk op [Allocatie] onder het log-in gebruikersnaam. I Voer de gebruikersnaam voor het aanmelden in en druk vervolgens op [OK]. J Druk op [Allocatie] onder het log-in wachtwoord. K Voer het juiste wachtwoord in en druk vervolgens op [OK]. L Voer het wachtwoord opnieuw in ter bevestiging en druk vervolgens op [OK]. M Druk op [OK]. Opmerking Zie Namen registreren om de naam te registreren. Wanneer [Niet specificeren] is geselecteerd voor LDAP-verificatie, zijn uw gebruikersnaam en wachtwoord van toepassing die u heeft opgegeven in LDAP-server programmeren/wijzigen van de beheerdersinstellingen. U kunt maximaal 128 tekens invoeren voor de gebruikersnaam. Om de instellingen voor de LDAP-verificatie te wijzigen, herhaalt u stap B tot M. 7 Verwijzing Pag.220 Namen registreren Over dit apparaat 285

296 Adressen en gebruikers registreren voor fax-/scannerfuncties 7 286

297 8. Andere gebruikersinstellingen Met aanvankelijke instellingen kunt u tussen talen wisselen en het aantal afgedrukte papieren controleren door de teller weer te geven. Voor meer informatie over hoe u betreffende instellingen opent, raadpleegt u Gebruikersinstellingen openen (Systeeminstellingen). Onderhoud Dit gedeelte beschrijft de gebruikersinstellingen in Onderhoud. Met [Onderhoud] kunt u kleurafwijking en helling corrigeren. Automatische kleurkalibratie Als een bepaalde kleur overheerst of de kleur van de kopie wijkt af van die van het origineel, pas dan de balans van geel, magenta, cyaan en zwart aan. Kleurregistratie Als uit de documenten in kleur blijkt dat er een verplaatsing heeft plaatsgevonden, voer dan een automatische kleurregistratie uit. Opmerking Zie Problemen oplossen voor details over Automatische kleurkalibratie en Kleurregistratie. Verwijzing Pag.3 Gebruikersinstellingen openen Problemen oplossen 287

298 Andere gebruikersinstellingen De taal van het display wijzigen U kunt de taal die op het display wordt gebruikt, wijzigen. De standaardinstelling is Engels. A Druk op [Nederlands]. De taal wordt gewijzigd in Nederlands. B Druk op [Afsluiten]. 8 Het menu wordt in het Nederlands weergegeven. Verwijzing Pag.3 Gebruikersinstellingen openen 288

299 Informatie Informatie Met de informatiefunctie kunt u telefoonnummers controleren die u gebruikt voor reparaties of het bestellen van verbruiksartikelen zoals toner. Neem contact op met uw leverancier om het volgende te verifiëren: Verbruiksartikelen Telefoonnummer voor bestellingen Toner Nieten Nieten (midden) TX stempelnaam Onderhoud/reparatie van het apparaat Telefoonnummer Serienummer van het apparaat Verkoper Telefoonnummer A Druk op [Informatie]. 8 De informatie wordt weergegeven. B Druk op [Informatie afdrukken]. 289

300 Andere gebruikersinstellingen C Druk op de toets {Start}. De informatie wordt afgedrukt. D Druk twee keer op [Afsluiten]. Verwijzing Pag.3 Gebruikersinstellingen openen 8 290

301 Teller Teller De teller voor Totaal weergegeven U kunt de totale tellerwaarde weergeven die voor alle functies wordt gebruikt. A Druk op [Teller]. B Als u de tellerlijst wilt afdrukken, drukt u op [Tellerlijst afdrukken]. 8 C Druk op de toets {Start}. De tellerlijst wordt afgedrukt. Verwijzing Pag.3 Gebruikersinstellingen openen 291

302 Andere gebruikersinstellingen 8 292

303 9. Bijlage Specificaties voor de hoofdeenheid Configuratie: Desktop Type beeldvormer: OPC-drum Scannen van het origineel: Solidstate scanner met CCD Kopieerproces: Droog elektrostatisch overdrachtsysteem Ontwikkeling: Droog twee-componenten ontwikkelingssysteem met magnetische borstel Fixeren: Olieloze band fuseren Resolutie: 600 dpi Glasplaat: Type stationaire belichting van originelen Referentiepositie origineel: Hoek linksboven Opwarmtijd: Type 1: 25 seconden of minder (23 C) Type 2: 29 seconden of minder (23 C) Originelen: Vel/boek/objecten Maximaal formaat origineel: A3L, 11" 17"L 293

304 Bijlage Formaat kopieerpapier: Laden: A3L - A5K, 11" 17"L / 4 " 10 1 / 2 "L Handinvoer: A3L - A6L, 11" 17"L / 4 " 10 1 / 2 "L Handinvoer (aangepast formaat): Verticaal: 90,0-305,0 mm, 3,55" - 12,00" Horizontaal: 148,0-600,0 mm, 5,83" - 23,62" Duplexeenheid: A3L - A5K, 11" 17"L / 2 "L LCT: A4K, 8 1 / 2 " 11"K Papiergewicht: Papierlade: g/m 2, lb. Handinvoer: g/m 2, lb. Duplex: g/m 2, lb. Niet-reproduceerbare gebieden: Bovengrens: 5 ± 1 mm Ondergrens: 2 ± 1 mm Linkergrens: 2 ± 1 mm Rechtergrens: 2 ± 1 mm 9 Tijd voor eerste kopie: Type 1: Kleur: 8 seconden of minder Z&W: 4,9 seconden of minder Type 2: Kleur: 7 seconden of minder Z&W: 4,5 seconden of minder Kopieersnelheid: (type 1) Kleur / Z&W 35/35 kopieën/minuut (A4K, 8 1 / 2 " 11"K) Kopieersnelheid: (type 2) Kleur / Z&W 40/45 kopieën/minuut (A4K, 8 1 / 2 " 11"K) 294

305 Specificaties voor de hoofdeenheid Reproductieratio Vaste reproductieratio s: Vergroting Metrische versie Inch-versie 400% 400% 200% 200% 141% 155% 122% 129% 115% 121% Volledig formaat Metrische versie Inch-versie 100% 100% Verkleining Metrische versie Inch-versie 93% 93% 82% 85% 75% 78% 71% 73% 65% 65% 50% 50% 25% 25% In-/uitzoomen: van 25 tot 400% in stappen van 1% Maximale continue kopieeropdracht: 999 vellen 9 Papiercapaciteit: Lade 1,2: 550 vellen (80 g/m 2.) Handinvoer: 100 vellen papier (80 g/m 2.) 295

306 Bijlage Stroomverbruik: Alleen hoofdeenheid Volledig systeem Opwarmen ongeveer 1,5 kw ongeveer 1,5 kw Stand-by circa 250 W circa 280 W Tijdens afdrukken ongeveer 1,2 kw ongeveer 1,3 kw Maximaal ongeveer 1,5 kw ongeveer 1,5 kw Het complete systeem bestaat uit de hoofdeenheid, boekjesfinisher, bulklade, bestandsomzetter, IEEE b (draadloos LAN)-interface-eenheid en USBhostinterface-eenheid. Afmetingen (B D H tot glasplaat): mm; 26,8" 26,8" 30,4" Ruimte voor de hoofdeenheid (B D): Type 1, 2: mm, 36,4" 26,8" Geluidsniveau: Niveau geluidssterkte: Alleen hoofdeenheid Volledig systeem Type 1 Type 2 Stand-by minder dan 44 db (A) minder dan 44 db (A) Kopiëren minder dan 66 db (A) minder dan 67 db (A) Type 1 Type 2 9 Stand-by minder dan 45 db (A) minder dan 45 db (A) Kopiëren minder dan 71 db (A) minder dan 71 db (A) Niveau geluidsdruk: Alleen hoofdeenheid Type 1 Type 2 Stand-by minder dan 32 db (A) minder dan 32 db (A) Kopiëren minder dan 52 db (A) minder dan 53 db (A) 296

307 Specificaties voor de hoofdeenheid Volledig systeem Geluidssterkteniveau en geluidsdrukniveau zijn huidige waarden gemeten in overeenstemming met ISO Geluidssterkteniveau en geluidsdrukniveau worden gemeten vanuit de positie van de omstander. Het complete systeem bestaat uit de hoofdeenheid, automatische papierinvoer, papiereenheid met 2 laden, verbindingseenheid, boekjesfinisher en perforatiekit voor de boekjesfinisher. Gewicht: Type 1, 2: ongeveer 110 kg, 242 lb. HDD: 80 GB of meer Capaciteit voor de Document Server 36 GB Capaciteit voor geheugenopslag MB Capaciteit voor overige zaken 8,7 GB of meer Type 1 Type 2 Stand-by minder dan 33 db (A) minder dan 33 db (A) Kopiëren minder dan 61 db (A) minder dan 61 db (A) 9 297

308 Bijlage Specificaties voor opties Deksel van de glasplaat Breng deze omlaag over de originelen voor het kopiëren. Automatische documentinvoer Breng deze omlaag over de originelen voor het kopiëren. Modus: ADF-modus, batchmodus, SADF-modus, Gemengde formaten-modus, Originelen met een afwijkende maat modus Auto detectie (A4, 8 1 / 2 " 11") Formaat origineel: A3L-B6JISKL Verticaal: mm, 5,1" - 11,7" Horizontaal: mm, 5,1" - 17,3" Maximum aantal originelen: 100 vellen (80 g/m 2.) Afmetingen (B D H): mm; 22,8" 20,8" 5,4" Gewicht: Ca. 12 kg, 26,4 lb vel finisher Finisher-bovenuitvoer: Papierformaat: A3L, B4JISL, A4KL, B5JISKL, A5KL, B6JISL, A6L, 12" 18"L, 11" 17"L, 8 1 / 2 " 14"L, 8 1 / 2 " 11"KL, 8 1 / 2 " 5 1 / 2 "KL Papiergewicht: g/m 2, lb. Stapelcapaciteit: 250 vellen: A4KL, B5JISKL, A5KL, B6JISL, A6L, 8 1 / 2 " 11"KL, 8 1 / 2 " 5 1 / 2 "KL 50 vellen: A3L, B4JISL, 12" 18"L, 11" 17"L, 8 1 / 2 " 14"L 298

309 Specificaties voor opties Finisher staffellade: Papierformaat: A3L, B4JISL, A4KL, B5JISKL, A5KL, 12" 18"L, 11" 17"L, 8 1 / 2 " 14"L, 8 1 / 2 " 11"KL, 8 1 / 2 " 5 1 / 2 "KL Papiergewicht: g/m 2, lb. Stapelcapaciteit: Geen nieten: 1000 vellen: A4KL, B5JISKL, A5KL, 8 1 / 2 " 11"KL, 8 1 / 2 " 5 1 / 2 "KL (80 g/m 2.) 500 vellen: A3L, B4JISL, 12" 18"L, 11" 17"L, 8 1 / 2 " 14"L (80 g/m 2.) Nieten: 2-9 vellen: 100 sets (A4K, 8 1 / 2 " 11"K) (80 g/m 2, 20 lb.) vellen: sets (A4K, 8 1 / 2 " 11"K) (80 g/m 2, 20 lb.) 2-9 vellen: 100 sets (A4L, B5JISL, 8 1 / 2 " 11"KL) (80 g/m 2, 20 lb.) vellen: sets (A4L, B5JISKL, 8 1 / 2 " 11"L) (80 g/m 2.) 2-9 vellen: 50 sets (A3L, B4JISL, 12" 18"L, 11" 17"L, 8 1 / 2 " 14"L) (80 g/m 2.) vellen: sets (A3L, B4JISL, 12" 18"L, 11" 17"L, 8 1 / 2 " 14"L) (80 g/m 2.) Nietcapaciteit: 2-30 vellen: A3L B4JISL, 12" 18"L, 11" 17"L, 8 1 / 2 " 14"L (80 g/m 2.) 2-50 vellen: A4KL, B5JISKL, 8 1 / 2 " 11"KL (80 g/m 2.) Papierformaat voor nieten: A3L, B4JISL, A4KL, B5JISKL, 12" 18"L, 11" 17"L, 8 1 / 2 " 14"L, 8 1 / 2 " 11"KL Papiergewicht voor nieten: g/m 2, lb. Nietpositie 1 nietjes - 2 posities 2 nietjes - 2 posities Stroomverbruik: 50 W (stroom wordt geleverd door de hoofdeenheid) Afmetingen (B D H) mm; 20,8" 20,8" 31,6" Gewicht: Ca. 25 kg, 55 lb

310 Bijlage vel finisher Finisher-bovenuitvoer: Papierformaat: A3L, B4JISL, A4KL, B5JISKL, A5KL, B6JISL, A6L, 12" 18"L, 11" 17"L, 8 1 / 2 " 14"L, 8 1 / 2 " 11"KL, 8 1 / 2 " 5 1 / 2 "L Papiergewicht: g/m 2, lb. Stapelcapaciteit: 250 vellen: A4KL, B5JISKL, A5KL, B6JISL, A6L, 8 1 / 2 " 11"KL, 8 1 / 2 " 5 1 / 2 "L (80 g/m 2.) 50 vellen: A3L, B4JISL, 12" 18"L, 11" 17"L, 8 1 / 2 " 14"L (80 g/m 2.) Finisher staffellade: Papierformaat: A3L, B4JISL, A4KL, B5JISKL, A5KL, B6JISL, A6L, 12" 18"L, 11" 17"L, 8 1 / 2 " 14"L, 8 1 / 2 " 11"KL, 8 1 / 2 " 5 1 / 2 "L Papiergewicht: g/m 2, lb. Stapelcapaciteit: Geen nieten: 3000 vellen: A4K, 8 1 / 2 " 11"K (80 g/m 2.) 1500 vellen: A3L, B4JISL, A4L, B5JISKL, 12" 18"L, 11" 17"L, 8 1 / 2 " 14"L, 8 1 / 2 " 11"L (80 g/m 2.) 500 vellen: A5K (80 g/m 2.) 100 vellen: A5L, B6JISL, A6L, 8 1 / 2 " 5 1 / 2 "L (80 g/m 2.) Nieten: 2-19 vellen: 150 sets (A4K, 8 1 / 2 " 11"K) (80 g/m 2.) vellen: (A4K, 8 1 / 2 " 11"K) (80 g/m 2.) 2-14 vellen: 100 sets (A4L, B5JISL, 8 1 / 2 " 11"KL) (80 g/m 2.) vellen: sets (A4L, B5JISKL, 8 1 / 2 " 11"L) (80 g/m 2.) 2-14 vellen: 100 sets (A3L, B4JISL, 12" 18"L, 11" 17"L, 8 1 / 2 " 14"L) (80 g/m 2.) vellen: sets (A3L, B4JISL, 12" 18"L, 11" 17"L, 8 1 / 2 " 14"L) (80 g/m 2.) Nietcapaciteit: Zonder gemengde formaten: 50 vellen: A4KL, B5JISKL, 8 1 / 2 " 11"KL (80 g/m 2.) 30 vellen: A3L B4JISL, 12" 18"L, 11" 17"L, 8 1 / 2 " 14"L (80 g/m 2.) Met gemengde formaten: 30 vellen (A3L / A4K, B4JISL / B5JISK, 11" 17"L / 8 1 / 2 " 11"K) (80 g/m 2.) 300

311 Specificaties voor opties Papierformaat voor nieten: A3L, B4JISL, A4KL, B5JISKL, 12" 18"L, 11" 17"L, 8 1 / 2 " 14"L, 8 1 / 2 " 11"KL Papiergewicht voor nieten: g/m 2, lb. Nietpositie 1 nietjes - 3 posities 2 nietjes - 2 posities Stroomverbruik: 96 W (stroom wordt geleverd door de hoofdeenheid) Afmetingen (B D H) mm; 26,3" 24,5" 38,4" Gewicht: Ca. 54 kg, 119 lb. Boekjefinisher Finisher-bovenuitvoer: Papierformaat: A3L, B4JISL, A4KL, B5JISKL, A5KL, B6JISL, A6L, 12" 18"L, 11" 17"L, 8 1 / 2 " 14"L, 8 1 / 2 " 11"KL, 8 1 / 2 " 5 1 / 2 "L Papiergewicht: g/m 2, lb. Stapelcapaciteit: 250 vellen: A4KL, B5JISKL, A5KL, B6JISL, A6L, 8 1 / 2 " 11"KL, 8 1 / 2 " 5 1 / 2 "L (80 g/m 2.) 50 vellen: A3L, B4JISL, 12" 18"L, 11" 17"L, 8 1 / 2 " 14"L (80 g/m 2.) Finisher staffellade: Papierformaat: A3L, B4JISL, A4KL, B5JISKL, A5KL, B6JISL, A6L, 12" 18"L, 11" 17"L, 8 1 / 2 " 14"L, 8 1 / 2 " 11"KL, 8 1 / 2 " 5 1 / 2 "L Papiergewicht: g/m 2, lb

312 Bijlage 9 Stapelcapaciteit: Geen nieten: 2000 vellen: A4K, 8 1 / 2 " 11"K (80 g/m 2.) 1000 vellen: A3L, B4JISL, A4L, B5JISKL, 12" 18"L, 11" 17"L, 8 1 / 2 " 14"L, 8 1 / 2 " 11"L (80 g/m 2.) 500 vellen: A5K (80 g/m 2.) 100 vellen: A5L, B6JISL, A6L, 8 1 / 2 " 5 1 / 2 "L (80 g/m 2.) Nieten: 2-12 vellen: 150 sets (A4K, 8 1 / 2 " 11"K) (80 g/m 2.) vellen: (A4K, 8 1 / 2 " 11"K) (80 g/m 2.) 2-9 vellen: 100 sets (A4L, B5JISL, 8 1 / 2 " 11"KL) (80 g/m 2.) vellen: sets (A4L, B5JISKL, 8 1 / 2 " 11"L) (80 g/m 2.) 2-9 vellen: 100 sets (A3L, B4JISL, 12" 18"L, 11" 17"L, 8 1 / 2 " 14"L) (80 g/m 2.) vellen: sets (A3L, B4JISL, 12" 18"L, 11" 17"L, 8 1 / 2 " 14"L) (80 g/m 2.) Nietcapaciteit: Zonder gemengde formaten: 50 vellen: A4KL, B5JISKL, 8 1 / 2 " 11"KL (80 g/m 2.) 30 vellen: A3L B4JISL, 12" 18"L, 11" 17"L, 8 1 / 2 " 14"L (80 g/m 2.) Met gemengde formaten: 30 vellen (A3L / A4K, B4JISL / B5JISK, 11" 17"L / 8 1 / 2 " 11"K) (80 g/m 2.) Papierformaat voor nieten: A3L, B4JISL, A4KL, B5JISKL, 12" 18"L, 11" 17"L, 8 1 / 2 " 14"L, 8 1 / 2 " 11"KL Papiergewicht voor nieten: g/m 2, lb. Nietpositie 1 nietjes - 3 posities 2 nietjes - 2 posities 302

313 Specificaties voor opties Zadelsteek Papierformaat: A3L, B4JISL, A4L, B5JISL, 12" 18"L, 11" 17"L, 8 1 / 2 " 14"L, 8 1 / 2 " 11"L Zadelsteekcapaciteit: 2-15 vellen (80 g/m 2.) Stapelcapaciteit: 2-5 vellen: 30 sets (80 g/m 2.) 6-10 vellen: 15 sets (80 g/m 2.) vellen: 10 sets (80 g/m 2.) Vouwen: In het midden Papiergewicht: g/m 2, lb. Positie: 1 positie Stroomverbruik: 96 W (stroom wordt geleverd door de hoofdeenheid) Afmetingen (B D H) mm; 26,3" 24,5" 38,4" Gewicht: Ca. 63 kg, 138,6 lb. Perforatiekit (3000-vel finisher / Boekje finisher) Papierformaat: A3L, B4JISL, A4KL, B5JISKL, A5KL, 11" 17"L, 8 1 / 2 " 14"L, 8 1 / 2 " 11"KL, 8 1 / 2 " 5 1 / 2 "KL Papiergewicht: g/m 2, 14-43,4 lb. Gewicht: Ca. 2 kg, 4,4 lb

314 Bijlage 2-lade papiereenheid Papierformaat: A3L, B4JISL, A4KL, B5JISKL, A5K, 11" 17"L, 8 1 / 2 " 14"L, 8 1 / 2 " 11"KL, 8 1 / 4 " 14"L, 7 1 / 4 " 10 1 / 2 "KL, 8" 13"L, 8 1 / 2 " 13"L, 8 1 / 4 " 13"L, 8KL, 16KKL Papiergewicht: g/m 2, lb. Papiercapaciteit: 1100 vellen (80 g/m 2.) 2 laden Stroomverbruik: Maximaal 50 W (stroom wordt geleverd door de hoofdeenheid) Afmetingen (B D H): mm; 22,9" 24,5" 10,3" Gewicht: Ca. 25 kg 55,2 lb. 9 Bulklade Papierformaat: A4K, 8 1 / 2 " 11"K Papiergewicht: g/m 2, lb. Papiercapaciteit: 2000 vellen (80 g/m 2.) Stroomverbruik: Maximaal 50 W (stroom wordt geleverd door de hoofdeenheid) Afmetingen (B D H, optionele eenheid): mm; 22,9" 24,5" 10,3" Gewicht: Ca. 25 kg, 55,2 lb. Verbindingseenheid Afmetingen: mm; 16,4" 16,3" 4,4" Gewicht: Ca. 5 kg, 11 lb. 304

315 Informatie over geïnstalleerde software Informatie over geïnstalleerde software expat De software, inclusief controller en dergelijke (hierna te noemen software die op dit product is geïnstalleerd, maakt gebruik van de expat onder de volgende voorwaarden. De producent biedt garantie en ondersteuning voor de software van het product met inbegrip van de expat en de producent vrijwaart de oorspronkelijke ontwikkelaar en bezitter van de auteursrechten van deze verplichtingen. Informatie over de expat is te lezen op: Copyright (c) 1998, 1999, 2000 Thai Open Source Software Centre, Ltd. and Clark Cooper. Copyright 2001, 2002 Expat maintainers. Permission is hereby granted, free of charge, to any person obtaining a copy of this software and associated documentation files (the Software ), to deal in the Software without restriction, including without limitation the rights to use, copy, modify, merge, publish, distribute, sublicense, and/or sell copies of the Software, and to permit persons to whom the Software is furnished to do so, subject to the following conditions: The above copyright notice and this permission notice shall be included in all copies or substantial portions of the Software. THE SOFTWARE IS PROVIDED AS IS, WITHOUT WARRANTY OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO THE WARRANTIES OF MERCHANTABILITY, FITNESS FOR A PARTICULAR PURPOSE AND NONINFRINGEMENT. IN NO EVENT SHALL THE AU- THORS OR COPYRIGHT HOLDERS BE LIABLE FOR ANY CLAIM, DAMA- GES OR OTHER LIABILITY, WHETHER IN AN ACTION OF CONTRACT, TORT OR OTHERWISE, ARISING FROM, OUT OF OR IN CONNECTION WITH THE SOFTWARE OR THE USE OR OTHER DEALINGS IN THE SOFT- WARE

316 Bijlage NetBSD 9 1. Copyright Notice of NetBSD For all users to use this product: This product contains NetBSD operating system: For the most part, the software constituting the NetBSD operating system is not in the public domain; its authors retain their copyright. The following text shows the copyright notice used for many of the NetBSD source code. For exact copyright notice applicable for each of the files/binaries, the source code tree must be consulted. A full source code can be found at Copyright 1999, 2000 The NetBSD Foundation, Inc. All rights reserved. Redistribution and use in source and binary forms, with or without modification, are permitted provided that the following conditions are met: A Redistributions of source code must retain the above copyright notice, this list of conditions and the following disclaimer. B Redistributions in binary form must reproduce the above copyright notice, this list of conditions and the following disclaimer in the documentation and/or other materials provided with the distribution. C All advertising materials mentioning features or use of this software must display the following acknowledgment: This product includes software developed by The NetBSD Foundation, Inc. and its contributors. D Neither the name of The NetBSD Foundation nor the names of its contributors may be used to endorse or promote products derived from this software without specific prior written permission. THIS SOFTWARE IS PROVIDED BY THE NETBSD FOUNDATION, INC. AND CONTRIBUTORS AS IS AND ANY EXPRESS OR IMPLIED WARRANTIES, INCLUDING, BUT NOT LIMITED TO, THE IMPLIED WARRANTIES OF MER- CHANTABILITY AND FITNESS FOR A PARTICULAR PURPOSE ARE DISCLAIMED. IN NO EVENT SHALL THE FOUNDATION OR CONTRIBU- TORS BE LIABLE FOR ANY DIRECT, INDIRECT, INCIDENTAL, SPECIAL, EXEMPLARY, OR CONSEQUENTIAL DAMAGES (INCLUDING, BUT NOT LIMITED TO, PROCUREMENT OF SUBSTITUTE GOODS OR SERVICES; LOSS OF USE, DATA, OR PROFITS; OR BUSINESS INTERRUPTION) HOWE- VER CAUSED AND ON ANY THEORY OF LIABILITY, WHETHER IN CON- TRACT, STRICT LIABILITY, OR TORT (INCLUDING NEGLIGENCE OR OTHERWISE) ARISING IN ANY WAY OUT OF THE USE OF THIS SOFT- WARE, EVEN IF ADVISED OF THE POSSIBILITY OF SUCH DAMAGE. 306

317 Informatie over geïnstalleerde software 2.Authors Name List All product names mentioned herein are trademarks of their respective owners. The following notices are required to satisfy the license terms of the software that we have mentioned in this document: This product includes software developed by the University of California, Berkeley and its contributors. This product includes software developed by Jonathan R. Stone for the NetBSD Project. This product includes software developed by the NetBSD Foundation, Inc. and its contributors. This product includes software developed by Manuel Bouyer. This product includes software developed by Charles Hannum. This product includes software developed by Charles M. Hannum. This product includes software developed by Christopher G. Demetriou. This product includes software developed by TooLs GmbH. This product includes software developed by Terrence R. Lambert. This product includes software developed by Adam Glass and Charles Hannum. This product includes software developed by Theo de Raadt. This product includes software developed by Jonathan Stone and Jason R. Thorpe for the NetBSD Project. This product includes software developed by the University of California, Lawrence Berkeley Laboratory and its contributors. This product includes software developed by Christos Zoulas. This product includes software developed by Christopher G. Demetriou for the NetBSD Project. This product includes software developed by Paul Kranenburg. This product includes software developed by Adam Glass. This product includes software developed by Jonathan Stone. This product includes software developed by Jonathan Stone for the NetBSD Project. This product includes software developed by Winning Strategies, Inc. This product includes software developed by Frank van der Linden for the NetBSD Project. This product includes software developed for the NetBSD Project by Frank van der Linden This product includes software developed for the NetBSD Project by Jason R. Thorpe. The software was developed by the University of California, Berkeley. This product includes software developed by Chris Provenzano, the University of California, Berkeley, and contributors

318 Bijlage Sablotron Sablotron (Version 0.82) Copyright 2000 Ginger Alliance Ltd. All Rights Reserved a) The application software installed on this product includes the Sablotron software Version 0.82 (hereinafter, Sablotron 0.82 ), with modifications made by the product manufacturer. The original code of the Sablotron 0.82 is provided by Ginger Alliance Ltd., the initial developer, and the modified code of the Sablotron 0.82 has been derived from such original code provided by Ginger Alliance Ltd. b) The product manufacturer provides warranty and support to the application software of this product including the Sablotron 0.82 as modified, and the product manufacturer makes Ginger Alliance Ltd., the initial developer of the Sablotron 0.82, free from these obligations. c) The Sablotron 0.82 and the modifications thereof are made available under the terms of Mozilla Public License Version 1.1 (hereinafter, MPL 1.1 ), and the application software of this product constitutes the Larger Work as defined in MPL 1.1. The application software of this product except for the Sablotron 0.82 as modified is licensed by the product manufacturer under separate agreement(s). d) The source code of the modified code of the Sablotron 0.82 is available at: e) The source code of the Sablotron software is available at: f) MPL 1.1 is available at: 9 JPEG LIBRARY The software installed on this product is based in part on the work of the Independent JPEG Group. 308

319 Informatie over geïnstalleerde software SASL CMU libsasl Tim Martin Rob Earhart Rob Siemborski Copyright (c) 2001 Carnegie Mellon University. All rights reserved. Redistribution and use in source and binary forms, with or without modification, are permitted provided that the following conditions are met: A Redistributions of source code must retain the above copyright notice, this list of conditions and the following disclaimer. B Redistributions in binary form must reproduce the above copyright notice, this list of conditions and the following disclaimer in the documentation and/or other materials provided with the distribution. C The name Carnegie Mellon University must not be used to endorse or promote products derived from this software without prior written permission. For permission or any other legal details, please contact: Office of Technology Transfer Carnegie Mellon University 5000 Forbes Avenue Pittsburgh, PA (412) , fax: (412) [email protected] D Redistributions of any form whatsoever must retain the following acknowledgment: This product includes software developed by Computing Services at Carnegie Mellon University ( CARNEGIE MELLON UNIVERSITY DISCLAIMS ALL WARRANTIES WITH REGARD TO THIS SOFTWARE, INCLUDING ALL IMPLIED WARRANTIES OF MERCHANTABILITY AND FITNESS, IN NO EVENT SHALL CARNEGIE MELLON UNIVERSITY BE LIABLE FOR ANY SPECIAL, INDIRECT OR CON- SEQUENTIAL DAMAGES OR ANY DAMAGES WHATSOEVER RESULTING FROM LOSS OF USE, DATA OR PROFITS, WHETHER IN AN ACTION OF CONTRACT, NEGLIGENCE OR OTHER TORTIOUS ACTION, ARISING OUT OF OR IN CONNECTION WITH THE USE OR PERFORMANCE OF THIS SOFTWARE

320 Bijlage MD4 Copyright (C) , RSA Data Security, Inc. All rights reserved. License to copy and use this software is granted provided that it is identified as the RSA Data Security, Inc. MD4 Message-Digest Algorithm in all material mentioning or referencing this software or this function. License is also granted to make and use derivative works provided that such works are identified as derived from the RSA Data Security, Inc. MD4 Message- Digest Algorithm in all material mentioning or referencing the derived work. RSA Data Security, Inc. makes no representations concerning either the merchantability of this software or the suitability of this software for any particular purpose. It is provided as is without express or implied warranty of any kind. These notices must be retained in any copies of any part of this documentation and/or software. MD5 Copyright (C) , RSA Data Security, Inc. Created All rights reserved. 9 License to copy and use this software is granted provided that it is identified as the RSA Data Security, Inc. MD5 Message-Digest Algorithm in all material mentioning or referencing this software or this function. License is also granted to make and use derivative works provided that such works are identified as derived from the RSA Data Security, Inc. MD5 Message- Digest Algorithm in all material mentioning or referencing the derived work. RSA Data Security, Inc. makes no representations concerning either the merchantability of this software or the suitability of this software for any particular purpose. It is provided as is without express or implied warranty of any kind. These notices must be retained in any copies of any part of this documentation and/or software. 310

321 Informatie over geïnstalleerde software Samba (Ver 3.0.4) Voor SMB-transmissie gebruikt dit apparaat Samba ver (hierna aangeduid als Samba 3.0.4). Copyright Andrew Tridgell This program is free software; you can redistribute it and/or modify it under the terms of the GNU General Public License as published by the Free Software Foundation; either version 2 of the License, or (at your option) any later version. This program is distributed in the hope that it will be useful, but WITHOUT ANY WARRANTY; without even the implied warranty of MERCHANTABILI- TY or FITNESS FOR A PARTICULAR PURPOSE. See the GNU General Public License along with this program; if not, write to the Free Software Foundation, Inc., 675 Mass Ave, Cambridge, MA 02139, USA. Opmerking De broncode voor SMB-verzending met deze machine kan van de volgende website worden gedownload: RSA BSAFE This product includes RSA BSAFE cryptographic or security protocol software from RSA Security Inc. RSA and BSAFE are registered trademarks of RSA Security Inc. in the United States and/or other countries. RSA Security Inc. All rights reserved

322 Bijlage Open SSL Copyright (c) The OpenSSL Project. All rights reserved. Redistribution and use in source and binary forms, with or without modification, are permitted provided that the following conditions are met: 1. Redistributions of source code must retain the above copyright notice, this list of conditions and the following disclaimer. 2. Redistributions in binary form must reproduce the above copyright notice, this list of conditions and the following disclaimer in the documentation and/or other materials provided with the distribution. 3. All advertising materials mentioning features or use of this software must display the following acknowledgment: This product includes software developed by the OpenSSL Project for use in the OpenSSL Toolkit. ( 4. The names OpenSSL Toolkit and OpenSSL Project must not be used to endorse or promote products derived from this software without prior written permission. For written permission, please contact 5. Products derived from this software may not be called OpenSSL nor may OpenSSL appear in their names without prior written permission of the OpenSSL Project Redistributions of any form whatsoever must retain the following acknowledgment: This product includes software developed by the OpenSSL Project for use in the OpenSSL Toolkit ( THIS SOFTWARE IS PROVIDED BY THE OpenSSL PROJECT AS IS AND ANY EXPRESSED OR IMPLIED WARRANTIES, INCLUDING, BUT NOT LI- MITED TO, THE IMPLIED WARRANTIES OF MERCHANTABILITY AND FIT- NESS FOR A PARTICULAR PURPOSE ARE DISCLAIMED. IN NO EVENT SHALL THE OpenSSL PROJECT OR ITS CONTRIBUTORS BE LIABLE FOR ANY DIRECT, INDIRECT, INCIDENTAL, SPECIAL, EXEMPLARY, OR CON- SEQUENTIAL DAMAGES (INCLUDING, BUT NOT LIMITED TO, PROCURE- MENT OF SUBSTITUTE GOODS OR SERVICES; LOSS OF USE, DATA, OR PROFITS; OR BUSINESS INTERRUPTION) HOWEVER CAUSED AND ON ANY THEORY OF LIABILITY, WHETHER IN CONTRACT, STRICT LIABILI- TY, OR TORT (INCLUDING NEGLIGENCE OR OTHERWISE) ARISING IN ANY WAY OUT OF THE USE OF THIS SOFTWARE, EVEN IF ADVISED OF THE POSSIBILITY OF SUCH DAMAGE. 312

323 Informatie over geïnstalleerde software This product includes cryptographic software written by Eric Young This product includes software written by Tim Hudson Original SSLeay License Copyright (C) Eric Young All rights reserved. This package is an SSL implementation written by Eric Young The implementation was written so as to conform with Netscapes SSL. This library is free for commercial and non-commercial use as long as the following conditions are aheared to. The following conditions apply to all code found in this distribution, be it the RC4, RSA, lhash, DES, etc., code; not just the SSL code. The SSL documentation included with this distribution is covered by the same copyright terms except that the holder is Tim Hudson Note that any information and cryptographic algorithms used in this software are publicly available on the Internet and at any major bookstore, scientific library, and patent office worldwide. More information can be found e.g. at The legal status of this program is some combination of all these permissions and restrictions. Use only at your own responsibility. You will be responsible for any legal consequences yourself; I am not making any claims whether possessing or using this is legal or not in your country, and I am not taking any responsibility on your behalf. 9 NO WARRANTY BECAUSE THE PROGRAM IS LICENSED FREE OF CHARGE, THERE IS NO WARRANTY FOR THE PROGRAM, TO THE EXTENT PERMITTED BY APPLI- CABLE LAW. EXCEPT WHEN OTHERWISE STATED IN WRITING THE CO- PYRIGHT HOLDERS AND/OR OTHER PARTIES PROVIDE THE PROGRAM AS IS WITHOUT WARRANTY OF ANY KIND, EITHER EXPRESSED OR IM- PLIED, INCLUDING, BUT NOT LIMITED TO, THE IMPLIED WARRANTIES OF MERCHANTABILITY AND FITNESS FOR A PARTICULAR PURPOSE. THE ENTIRE RISK AS TO THE QUALITY AND PERFORMANCE OF THE PROGRAM IS WITH YOU. SHOULD THE PROGRAM PROVE DEFECTIVE, YOU ASSUME THE COST OF ALL NECESSARY SERVICING, REPAIR OR CORRECTION. 313

324 Bijlage IN NO EVENT UNLESS REQUIRED BY APPLICABLE LAW OR AGREED TO IN WRITING WILL ANY COPYRIGHT HOLDER, OR ANY OTHER PARTY WHO MAY MODIFY AND/OR REDISTRIBUTE THE PROGRAM AS PERMIT- TED ABOVE, BE LIABLE TO YOU FOR DAMAGES, INCLUDING ANY GENE- RAL, SPECIAL, INCIDENTAL OR CONSEQUENTIAL DAMAGES ARISING OUT OF THE USE OR INABILITY TO USE THE PROGRAM (INCLUDING BUT NOT LIMITED TO LOSS OF DATA OR DATA BEING RENDERED INACCU- RATE OR LOSSES SUSTAINED BY YOU OR THIRD PARTIES OR A FAILURE OF THE PROGRAM TO OPERATE WITH ANY OTHER PROGRAMS), EVEN IF SUCH HOLDER OR OTHER PARTY HAS BEEN ADVISED OF THE POSSI- BILITY OF SUCH DAMAGES. 2) The 32-bit CRC compensation attack detector in deattack.c was contributed by CORE SDI S.A. under a BSD-style license. 9 Cryptographic attack detector for ssh - source code Copyright (c) 1998 CORE SDI S.A., Buenos Aires, Argentina. All rights reserved. Redistribution and use in source and binary forms, with or without modification, are permitted provided that this copyright notice is retained. THIS SOFTWARE IS PROVIDED AS IS AND ANY EXPRESS OR IMPLIED WARRANTIES ARE DISCLAIMED. IN NO EVENT SHALL CORE SDI S.A. BE LIABLE FOR ANY DIRECT, INDIRECT, INCIDENTAL, SPECIAL, EXEMPLA- RY OR CONSEQUENTIAL DAMAGES RESULTING FROM THE USE OR MI- SUSE OF THIS SOFTWARE. Ariel Futoransky <[email protected]> < 3) One component of the ssh source code is under a 3-clause BSD license, held by the University of California, since we pulled these parts from original Berkeley code. Copyright (c) 1983, 1990, 1992, 1993, 1995 The Regents of the University of California. All rights reserved. Redistribution and use in source and binary forms, with or without modification, are permitted provided that the following conditions are met: 1. Redistributions of source code must retain the above copyright notice, this list of conditions and the following disclaimer. 2. Redistributions in binary form must reproduce the above copyright notice, this list of conditions and the following disclaimer in the documentation and/or other materials provided with the distribution. 314

325 Informatie over geïnstalleerde software 3. Neither the name of the University nor the names of its contributors may be used to endorse or promote products derived from this software without specific prior written permission. THIS SOFTWARE IS PROVIDED BY THE REGENTS AND CONTRIBUTORS AS IS AND ANY EXPRESS OR IMPLIED WARRANTIES, INCLUDING, BUT NOT LIMITED TO, THE IMPLIED WARRANTIES OF MERCHANTABILITY AND FITNESS FOR A PARTICULAR PURPOSE ARE DISCLAIMED. IN NO EVENT SHALL THE REGENTS OR CONTRIBUTORS BE LIABLE FOR ANY DIRECT, INDIRECT, INCIDENTAL, SPECIAL, EXEMPLARY, OR CONSE- QUENTIAL DAMAGES (INCLUDING, BUT NOT LIMITED TO, PROCURE- MENT OF SUBSTITUTE GOODS OR SERVICES; LOSS OF USE, DATA, OR PROFITS; OR BUSINESS INTERRUPTION) HOWEVER CAUSED AND ON ANY THEORY OF LIABILITY, WHETHER IN CONTRACT, STRICT LIABILI- TY, OR TORT (INCLUDING NEGLIGENCE OR OTHERWISE) ARISING IN ANY WAY OUT OF THE USE OF THIS SOFTWARE, EVEN IF ADVISED OF THE POSSIBILITY OF SUCH DAMAGE. 4) Remaining components of the software are provided under a standard 2-term BSD licence with the following names as copyright holders: Markus Friedl Theo de Raadt Niels Provos Dug Song Kevin Steves Daniel Kouril Wesley Griffin Per Allansson Jason Downs Solar Designer Todd C. Miller Redistribution and use in source and binary forms, with or without modification, are permitted provided that the following conditions are met: 1. Redistributions of source code must retain the above copyright notice, this list of conditions and the following disclaimer. 2. Redistributions in binary form must reproduce the above copyright notice, this list of conditions and the following disclaimer in the documentation and/or other materials provided with the distribution

326 Bijlage THIS SOFTWARE IS PROVIDED BY THE AUTHOR AS IS AND ANY EX- PRESS OR IMPLIED WARRANTIES, INCLUDING, BUT NOT LIMITED TO, THE IMPLIED WARRANTIES OF MERCHANTABILITY AND FITNESS FOR A PARTICULAR PURPOSE ARE DISCLAIMED. IN NO EVENT SHALL THE AUTHOR BE LIABLE FOR ANY DIRECT, INDIRECT, INCIDENTAL, SPE- CIAL, EXEMPLARY, OR CONSEQUENTIAL DAMAGES (INCLUDING, BUT NOT LIMITED TO, PROCUREMENT OF SUBSTITUTE GOODS OR SERVICES; LOSS OF USE, DATA, OR PROFITS; OR BUSINESS INTERRUPTION) HOWE- VER CAUSED AND ON ANY THEORY OF LIABILITY, WHETHER IN CON- TRACT, STRICT LIABILITY, OR TORT (INCLUDING NEGLIGENCE OR OTHERWISE) ARISING IN ANY WAY OUT OF THE USE OF THIS SOFT- WARE, EVEN IF ADVISED OF THE POSSIBILITY OF SUCH DAMAGE. 5) Portable OpenSSH contains the following additional licenses: c) Compatibility code (openbsd-compat) Apart from the previously mentioned licenses, various pieces of code in the openbsd-compat/ subdirectory are licensed as follows: Some code is licensed under a 3-term BSD license, to the following copyright holders: 9 Todd C. Miller Theo de Raadt Damien Miller Eric P. Allman The Regents of the University of California Redistribution and use in source and binary forms, with or without modification, are permitted provided that the following conditions are met: 1. Redistributions of source code must retain the above copyright notice, this list of conditions and the following disclaimer. 2. Redistributions in binary form must reproduce the above copyright notice, this list of conditions and the following disclaimer in the documentation and/or other materials provided with the distribution. 3. Neither the name of the University nor the names of its contributors may be used to endorse or promote products derived from this software without specific prior written permission. 316

327 Informatie over geïnstalleerde software THIS SOFTWARE IS PROVIDED BY THE REGENTS AND CONTRIBUTORS AS IS AND ANY EXPRESS OR IMPLIED WARRANTIES, INCLUDING, BUT NOT LIMITED TO, THE IMPLIED WARRANTIES OF MERCHANTABILITY AND FITNESS FOR A PARTICULAR PURPOSE ARE DISCLAIMED. IN NO EVENT SHALL THE REGENTS OR CONTRIBUTORS BE LIABLE FOR ANY DIRECT, INDIRECT, INCIDENTAL, SPECIAL, EXEMPLARY, OR CONSE- QUENTIAL DAMAGES (INCLUDING, BUT NOT LIMITED TO, PROCURE- MENT OF SUBSTITUTE GOODS OR SERVICES; LOSS OF USE, DATA, OR PROFITS; OR BUSINESS INTERRUPTION) HOWEVER CAUSED AND ON ANY THEORY OF LIABILITY, WHETHER IN CONTRACT, STRICT LIABILI- TY, OR TORT (INCLUDING NEGLIGENCE OR OTHERWISE) ARISING IN ANY WAY OUT OF THE USE OF THIS SOFTWARE, EVEN IF ADVISED OF THE POSSIBILITY OF SUCH DAMAGE. Open SSH The licences which components of this software fall under are as follows. First, we will summarize and say that all components are under a BSD licence, or a licence more free than that. OpenSSH contains no GPL code. 1) Copyright (c) 1995 Tatu Ylonen <[email protected]>, Espoo, Finland All rights reserved As far as I am concerned, the code I have written for this software can be used freely for any purpose. Any derived versions of this software must be clearly marked as such, and if the derived work is incompatible with the protocol description in the RFC file, it must be called by a name other than ssh or Secure Shell. 9 [Tatu continues] However, I am not implying to give any licenses to any patents or copyrights held by third parties, and the software includes parts that are not under my direct control. As far as I know, all included source code is used in accordance with the relevant license agreements and can be used freely for any purpose (the GNU license being the most restrictive); see below for details. [However, none of that term is relevant at this point in time. All of these restrictively licenced software components which he talks about have been removed from OpenSSH, i.e., 317

328 Bijlage - RSA is no longer included, found in the OpenSSL library - IDEA is no longer included, its use is deprecated - DES is now external, in the OpenSSL library - GMP is no longer used, and instead we call BN code from OpenSSL - Zlib is now external, in a library - The make-ssh-known-hosts script is no longer included - TSS has been removed - MD5 is now external, in the OpenSSL library - RC4 support has been replaced with ARC4 support from OpenSSL - Blowfish is now external, in the OpenSSL library [The licence continues] Note that any information and cryptographic algorithms used in this software are publicly available on the Internet and at any major bookstore, scientific library, and patent office worldwide. More information can be found e.g. at The legal status of this program is some combination of all these permissions and restrictions. Use only at your own responsibility. You will be responsible for any legal consequences yourself; I am not making any claims whether possessing or using this is legal or not in your country, and I am not taking any responsibility on your behalf. 9 NO WARRANTY BECAUSE THE PROGRAM IS LICENSED FREE OF CHARGE, THERE IS NO WARRANTY FOR THE PROGRAM, TO THE EXTENT PERMITTED BY APPLI- CABLE LAW. EXCEPT WHEN OTHERWISE STATED IN WRITING THE CO- PYRIGHT HOLDERS AND/OR OTHER PARTIES PROVIDE THE PROGRAM AS IS WITHOUT WARRANTY OF ANY KIND, EITHER EXPRESSED OR IM- PLIED, INCLUDING, BUT NOT LIMITED TO, THE IMPLIED WARRANTIES OF MERCHANTABILITY AND FITNESS FOR A PARTICULAR PURPOSE. THE ENTIRE RISK AS TO THE QUALITY AND PERFORMANCE OF THE PROGRAM IS WITH YOU. SHOULD THE PROGRAM PROVE DEFECTIVE, YOU ASSUME THE COST OF ALL NECESSARY SERVICING, REPAIR OR CORRECTION. 318

329 Informatie over geïnstalleerde software IN NO EVENT UNLESS REQUIRED BY APPLICABLE LAW OR AGREED TO IN WRITING WILL ANY COPYRIGHT HOLDER, OR ANY OTHER PARTY WHO MAY MODIFY AND/OR REDISTRIBUTE THE PROGRAM AS PERMIT- TED ABOVE, BE LIABLE TO YOU FOR DAMAGES, INCLUDING ANY GENE- RAL, SPECIAL, INCIDENTAL OR CONSEQUENTIAL DAMAGES ARISING OUT OF THE USE OR INABILITY TO USE THE PROGRAM (INCLUDING BUT NOT LIMITED TO LOSS OF DATA OR DATA BEING RENDERED INACCU- RATE OR LOSSES SUSTAINED BY YOU OR THIRD PARTIES OR A FAILURE OF THE PROGRAM TO OPERATE WITH ANY OTHER PROGRAMS), EVEN IF SUCH HOLDER OR OTHER PARTY HAS BEEN ADVISED OF THE POSSI- BILITY OF SUCH DAMAGES. 2) The 32-bit CRC compensation attack detector in deattack.c was contributed by CORE SDI S.A. under a BSD-style license. Cryptographic attack detector for ssh - source code Copyright (c) 1998 CORE SDI S.A., Buenos Aires, Argentina. All rights reserved. Redistribution and use in source and binary forms, with or without modification, are permitted provided that this copyright notice is retained. THIS SOFTWARE IS PROVIDED AS IS AND ANY EXPRESS OR IMPLIED WARRANTIES ARE DISCLAIMED. IN NO EVENT SHALL CORE SDI S.A. BE LIABLE FOR ANY DIRECT, INDIRECT, INCIDENTAL, SPECIAL, EXEMPLA- RY OR CONSEQUENTIAL DAMAGES RESULTING FROM THE USE OR MI- SUSE OF THIS SOFTWARE. Ariel Futoransky <[email protected]> < 3) One component of the ssh source code is under a 3-clause BSD license, held by the University of California, since we pulled these parts from original Berkeley code. 9 Copyright (c) 1983, 1990, 1992, 1993, 1995 The Regents of the University of California. All rights reserved. Redistribution and use in source and binary forms, with or without modification, are permitted provided that the following conditions are met: 1. Redistributions of source code must retain the above copyright notice, this list of conditions and the following disclaimer. 2. Redistributions in binary form must reproduce the above copyright notice, this list of conditions and the following disclaimer in the documentation and/or other materials provided with the distribution. 319

330 Bijlage 3. Neither the name of the University nor the names of its contributors may be used to endorse or promote products derived from this software without specific prior written permission. THIS SOFTWARE IS PROVIDED BY THE REGENTS AND CONTRIBUTORS AS IS AND ANY EXPRESS OR IMPLIED WARRANTIES, INCLUDING, BUT NOT LIMITED TO, THE IMPLIED WARRANTIES OF MERCHANTABILITY AND FITNESS FOR A PARTICULAR PURPOSE ARE DISCLAIMED. IN NO EVENT SHALL THE REGENTS OR CONTRIBUTORS BE LIABLE FOR ANY DIRECT, INDIRECT, INCIDENTAL, SPECIAL, EXEMPLARY, OR CONSE- QUENTIAL DAMAGES (INCLUDING, BUT NOT LIMITED TO, PROCURE- MENT OF SUBSTITUTE GOODS OR SERVICES; LOSS OF USE, DATA, OR PROFITS; OR BUSINESS INTERRUPTION) HOWEVER CAUSED AND ON ANY THEORY OF LIABILITY, WHETHER IN CONTRACT, STRICT LIABILI- TY, OR TORT (INCLUDING NEGLIGENCE OR OTHERWISE) ARISING IN ANY WAY OUT OF THE USE OF THIS SOFTWARE, EVEN IF ADVISED OF THE POSSIBILITY OF SUCH DAMAGE. 4) Remaining components of the software are provided under a standard 2-term BSD licence with the following names as copyright holders: 9 Markus Friedl Theo de Raadt Niels Provos Dug Song Kevin Steves Daniel Kouril Wesley Griffin Per Allansson Jason Downs Solar Designer Todd C. Miller Redistribution and use in source and binary forms, with or without modification, are permitted provided that the following conditions are met: 1. Redistributions of source code must retain the above copyright notice, this list of conditions and the following disclaimer. 2. Redistributions in binary form must reproduce the above copyright notice, this list of conditions and the following disclaimer in the documentation and/or other materials provided with the distribution. 320

331 Informatie over geïnstalleerde software THIS SOFTWARE IS PROVIDED BY THE AUTHOR AS IS AND ANY EX- PRESS OR IMPLIED WARRANTIES, INCLUDING, BUT NOT LIMITED TO, THE IMPLIED WARRANTIES OF MERCHANTABILITY AND FITNESS FOR A PARTICULAR PURPOSE ARE DISCLAIMED. IN NO EVENT SHALL THE AUTHOR BE LIABLE FOR ANY DIRECT, INDIRECT, INCIDENTAL, SPE- CIAL, EXEMPLARY, OR CONSEQUENTIAL DAMAGES (INCLUDING, BUT NOT LIMITED TO, PROCUREMENT OF SUBSTITUTE GOODS OR SERVICES; LOSS OF USE, DATA, OR PROFITS; OR BUSINESS INTERRUPTION) HOWE- VER CAUSED AND ON ANY THEORY OF LIABILITY, WHETHER IN CON- TRACT, STRICT LIABILITY, OR TORT (INCLUDING NEGLIGENCE OR OTHERWISE) ARISING IN ANY WAY OUT OF THE USE OF THIS SOFT- WARE, EVEN IF ADVISED OF THE POSSIBILITY OF SUCH DAMAGE. 5) Portable OpenSSH contains the following additional licenses: c) Compatibility code (openbsd-compat) Apart from the previously mentioned licenses, various pieces of code in the openbsd-compat/ subdirectory are licensed as follows: Some code is licensed under a 3-term BSD license, to the following copyright holders: Todd C. Miller Theo de Raadt Damien Miller Eric P. Allman The Regents of the University of California 9 Redistribution and use in source and binary forms, with or without modification, are permitted provided that the following conditions are met: 1. Redistributions of source code must retain the above copyright notice, this list of conditions and the following disclaimer. 2. Redistributions in binary form must reproduce the above copyright notice, this list of conditions and the following disclaimer in the documentation and/or other materials provided with the distribution. 3. Neither the name of the University nor the names of its contributors may be used to endorse or promote products derived from this software without specific prior written permission. 321

332 Bijlage THIS SOFTWARE IS PROVIDED BY THE REGENTS AND CONTRIBUTORS AS IS AND ANY EXPRESS OR IMPLIED WARRANTIES, INCLUDING, BUT NOT LIMITED TO, THE IMPLIED WARRANTIES OF MERCHANTABILITY AND FITNESS FOR A PARTICULAR PURPOSE ARE DISCLAIMED. IN NO EVENT SHALL THE REGENTS OR CONTRIBUTORS BE LIABLE FOR ANY DIRECT, INDIRECT, INCIDENTAL, SPECIAL, EXEMPLARY, OR CONSE- QUENTIAL DAMAGES (INCLUDING, BUT NOT LIMITED TO, PROCURE- MENT OF SUBSTITUTE GOODS OR SERVICES; LOSS OF USE, DATA, OR PROFITS; OR BUSINESS INTERRUPTION) HOWEVER CAUSED AND ON ANY THEORY OF LIABILITY, WHETHER IN CONTRACT, STRICT LIABILI- TY, OR TORT (INCLUDING NEGLIGENCE OR OTHERWISE) ARISING IN ANY WAY OUT OF THE USE OF THIS SOFTWARE, EVEN IF ADVISED OF THE POSSIBILITY OF SUCH DAMAGE. Open LDAP The OpenLDAP Public License Version 2.8, 17 August 2003 Redistribution and use of this software and associated documentation ( Software ), with or without modification, are permitted provided that the following conditions are met: 1. Redistributions in source form must retain copyright statements and notices, 9 2. Redistributions in binary form must reproduce applicable copyright statements and notices, this list of conditions, and the following disclaimer in the documentation and/or other materials provided with the distribution, and 3. Redistributions must contain a verbatim copy of this document. The OpenLDAP Foundation may revise this license from time to time. Each revision is distinguished by a version number. You may use this Software under terms of this license revision or under the terms of any subsequent revision of the license. 322

333 Informatie over geïnstalleerde software THIS SOFTWARE IS PROVIDED BY THE OPENLDAP FOUNDATION AND ITS CONTRIBUTORS AS IS AND ANY EXPRESSED OR IMPLIED WAR- RANTIES, INCLUDING, BUT NOT LIMITED TO, THE IMPLIED WARRAN- TIES OF MERCHANTABILITY AND FITNESS FOR A PARTICULAR PURPOSE ARE DISCLAIMED. IN NO EVENT SHALL THE OPENLDAP FOUNDATION, ITS CONTRIBUTORS, OR THE AUTHOR(S) OR OWNER(S) OF THE SOFTWARE BE LIABLE FOR ANY DIRECT, INDIRECT, INCIDEN- TAL, SPECIAL, EXEMPLARY, OR CONSEQUENTIAL DAMAGES (INCLU- DING, BUT NOT LIMITED TO, PROCUREMENT OF SUBSTITUTE GOODS OR SERVICES; LOSS OF USE, DATA, OR PROFITS; OR BUSINESS INTERRUP- TION) HOWEVER CAUSED AND ON ANY THEORY OF LIABILITY, WHETHER IN CONTRACT, STRICT LIABILITY, OR TORT (INCLUDING NE- GLIGENCE OR OTHERWISE) ARISING IN ANY WAY OUT OF THE USE OF THIS SOFTWARE, EVEN IF ADVISED OF THE POSSIBILITY OF SUCH DA- MAGE. The names of the authors and copyright holders must not be used in advertising or otherwise to promote the sale, use or other dealing in this Software without specific, written prior permission. Title to copyright in this Software shall at all times remain with copyright holders. OpenLDAP is a registered trademark of the OpenLDAP Foundation. Copyright The OpenLDAP Foundation, Redwood City, California, USA. All Rights Reserved. Permission to copy and distribute verbatim copies of this document is granted

334 INDEX 1-zijdig 2 - zijdig auto-marge: BtotB, zijdig 2 - zijdig auto-marge: OtotB, zijdig afdrukken, Kleuren grafische modus, 198 A Aangepaste functie: Document Server opslag, 97 Aangepaste functie: Kopieerapparaat, 97 Aansluiten op de Ethernet-interface, 6 Aansluiten op de IEEE 1284-interface, 10 Aansluiten op de IEEE 1394-interface, 9 Aansluiten op de IEEE b (draadloos LAN)-interface, 11 Aansluiten op de interface, 5 Aansluiten op de USB-interface, 8 Aantal scanneroproepen verzendt opnieuw, 75 Aant. cijfers voor bestanden met één pagina, 213 Aanvankelijke set-up van een bijzondere afzender programmeren, 176 Achtergrond ADS (Kleur), 126 Achtergrondnummering, 112 Achtergrondverlichting van ADS (Alle kleuren), 211 A.C.S.-gevoeligheid, 126 A.C.S.-gevoeligheidsniveau, 211 A.C.S.-prioriteit, 126 Activeer Batch, 123 Adresboek: Groep programmeren/ wijzigen/wissen, 82 Adresboek: Titel bewerken, 82 Adresboek: Titel omschakelen, 82 Adresboek: Volgorde wijzigen, 82 Adresboek afdrukken: Bestemmingslijst, 82 Adresboekbeheer, 82 Afdrukken& Scannerlogboek wissen, 209 Afdrukprioriteit, 51 Afdrukstand, 204 Afdruk zonder marges, 199 Algemene eigenschappen / Faxeigenschappen, 129 Algemene eigenschappen / Kopieerapparaat / Document Servereigenschappen, 97 Algemene instellingen / Scannereigenschappen, 209 Algemene instellingen / Systeeminstellingen, 51 Alle logboeken verwijderen, 82 Alle opgeslagen afdruktaken verwijderen, 198 Alle tijdelijke afdruktaken verwijderen, 198 AOF (altijd Aan), 82 Apparaat IPv6 adres, 65 Apparaatnaam, 65 Aut. best.verw. in Document Server, 82 Automatisch doorgaan, 199 Automatische densiteitprioriteit, 97 Automatische kleurkalibratie, 287 Automatische ladewissel, 97 Automatische reset timer kopieermachine/document Server, 62 Automatische timer Uit, 62 B Bedieningspaneel, 2 Beheer beheerdersverificatie, 82 Beheerdereigenschappen / Systeeminstellingen, 82 Beheerder programmeren/wijzigen, 82 Beheer gebruikersverificatie, 82 Bestandsdoorzending Fax RX, 75 Bestandsoverdracht / Systeeminstellingen, 75 Bestemmingslijst van bezorgingsserver bijwerken, 209 Beveiligingsmethode, 72 Bewerken / Kopieerapparaat / Document Server, 106 Bezorgingsinstellingen SMTP RXbestand, 136 Bezorgingsoptie, 75 Bidirectionele communicatie, 69 Bidirectionele SCSI-afdruk, 70 Bijzondere afzender die anders moeten worden behandeld, 167 Bijzondere afzender programmeren/ lijst afdrukken, 136 Bijzondere afzender programmeren/ wijzigen, 171 Blanco pagina afdrukken, 199 Boxinstelling, 129 Boxinstelling: lijst afdrukken, 129 Boxinstellingen, 180 Briefpapierinstelling, 123,

335 C Capture IP-adres van de server, 75 Centreerteken, 136 Communicatiemodus, 72 Communicatie paginateller, 129 Compressie (grijs/kleur/alle kleuren), 213 Compressie (Zwart-wit), 213 Configuratiepagina, 195 Controleer de draadloze LAN-verbinding, 12 Courier-lettertype, 204 D Datum instellen, 62 Datumstempel, 117 DDNS-configuratie, 65 DDNS-configuration (IEEE 1394), 70 De boxlijst afdrukken, 194 De configuratiepagina afdrukken, 196 De configuratiepagina interpreteren, 196 De doorzendfunctie verlaten, 159 De gebruikersnaam en het wachtwoord invoeren, 94 De gebruikersparameters wijzigen, 166 De geregistreerde SMB-mapbestemming wijzigen, 254 De LDAP-server programmeren, 92 Densiteit (achtergrondnummering), 112 De taal van het display wijzigen, 288 De telefoonlijn aansluiten, 49 De teller afdrukken voor elke gebruiker, 230 De teller op nul zetten, 232 De teller voor alle gebruikers afdrukken, 231 De teller weergeven voor elke gebruiker, 229 De verbinding testen, 94 De zoekbasis invoeren, 92 Direct kiezen tijd, 129 Displayprioriteit bestemmingslijst 1, 209 Displayprioriteit bestemmingslijst 2, 209 Display timer, 62 DNS-configuratie, 65 Document Server, 127 Domeinnaam, 65 Domeinnaam (IEEE 1394), 70 Doorzendboxen programmeren/ wijzigen, 189 Doorzendboxen verwijderen, 193 Doorzenden, 136, 156, 169 Doorzendteken, 159 Draadloos LAN-signaal, 72 Duplex, 199 E Een beveiligingscode voor een enkele gebruiker registreren, 279 Een beveiligingscode voor een groep gebruikers registreren, 281 Een bijzondere afzender verwijderen, 179 Een eindontvanger programmeren, 157 Een bestemming registreren, 246 Een bestemming verwijderen, 249 Een bestemming wijzigen, 248 Een faxbestemming als een afzender gebruiken, 237 Een faxbestemming vastleggen, 235 Een faxbestemming verwijderen, 240 Een faxbestemming wijzigen, 236 Een FTP-mapbestemming registreren, 257 Een FTP-mapbestemming verwijderen, 262 Een FTP-mapbestemming wijzigen, 260 Een gebruikerscode registreren, 225 Een gebruikerscode verwijderen, 228 Een gebruikerscode wijzigen, 226 Een geregistreerde naam verwijderen, 223 Een geregistreerde naam wijzigen, 222 Een groep in een andere groep verwijderen, 275 Een groep registreren, 269 Een Groepsnaam wijzigen, 277 Een groep verwijderen, 278 Een identificatienaam invoeren, 92 Een naam verwijderen uit een groep, 274 Een NCP-mapbestemming registreren, 263 Een NCP-mapbestemming verwijderen, 267 Een poortnummer invoeren, 93 Een scanformaat verwijderen, 151 Een servernaam invoeren, 92 Een SMB-mapbestemming registreren, 251 Effectief protocol, 65 account faxen, 75 adres beheerder, 75 bericht programmeren/wijzigen/ wissen, 75 bestemming, 246 communicatiepoort, 75 opslag in server, 75 Ethernet-snelheid,

336 F Fabrieksinstellingen herstellen, 72 Factor voor marge creëren, 102 Faxbestemming, 233, 235 Faxeigenschappen / Algemene eigenschappen, 129 Faxeigenschappen / Ontvangstinstellingen, 136 Faxeigenschappen / Oorspronkelijke instellingen, 142 Faxeigenschappen / Scaninstellingen, 132 Faxeigenschappen / Verzendinstellingen, 133 Faxinformatie programmeren, 142 Faxinformatie registreren, 152, 153 Faxinformatie verwijderen, 155 Faxnummer wijzigen, 237 Firmware versie, 82 Formaat (achtergrondnummering), 112 Formaat (datumstempel), 117 Formaat (paginanummering), 120 Foutenlogboek, 195 Foutenlogboek afdrukken, 199 Functieprioriteit, 51 Functie reset timer, 51 G Gateway programmeren/wijzigen/ verwijderen, 142 Geautoriseerde ontvangst, 168 Gebr.stempel, 116 Gebruikerscode, 224 Gebruikersinstellingen openen, 3 Gebruikersnamen en bestemmingsnamen registreren, 220 Gebruikerstekst programmeren/ wijzigen/verwijderen, 51 Gegevensbeveiliging voor kopiëren, 82 Gegevensindeling, 206 Geheugenbeveiliging, 170 Geheugengebruik, 199 Geheugeninstelling automatisch wissen, 82 Geheugenoverloop, 199 Geheugenslot-ID registreren, 142 Geheugen vol automatisch scannen herstarten, 123 Geluidsignaal: origineel aanwezig, 97 Geluidsniveau aanpassen, 129 Ger. sort.: Autom. papier doorgaan, 123 Geruit merkteken, 136 H I H.323 inschakelen, 142 H.323-instellingen, 142 Handinvoer instellingsprioriteit, 199 Hele geheugen wissen, 82 Het aantal afdrukken wissen, 232 Het telefoonlijntype selecteren, 49 Hex Dump, 195 Hoge compressie PDF-niveau, 213 Hostinterface / Printereigenschappen, 203 Hostnaam, 65 Hostnaam (IEEE 1394), 70 IEEE 1394, 70 IEEE b, 13, 72 Indeling (datumstempel), 117 Informatie, 289 Informatieboxen programmeren/ wijzigen, 185 Informatieboxen verwijderen, 187 Instellingen die nodig zijn voor gebruik van de Document Server, 35 Instellingen die nodig zijn voor gebruik van de Document Server / Ethernet, 35 Instellingen die nodig zijn voor het gebruik van de netwerkbezorgingsscanner / IEEE 1394 (IPv4 boven 1394), 30 Instellingen die nodig zijn voor het gebruik van de netwerkbezorgingsscanner / IEEE b (draadloos LAN), 31 Instellingen die nodig zijn voor het gebruik van de netwerk-twainscanner / IEEE b (draadloos LAN), 34 Instellingen die nodig zijn voor het gebruik van de Printer/LAN-fax, 14 Instellingen die nodig zijn voor het gebruik van de Printer/LAN-fax/ Ethernet, 14 Instellingen die nodig zijn voor het gebruik van Document Server / IEEE 1394 (IPv4 boven 1394), 36 Instellingen die nodig zijn voor het gebruik van Document Server / IEEE b (draadloos LAN), 37 Instellingen die nodig zijn voor het gebruik van functie / IEEE 1394 (IPv4 boven 1394),

337 Instellingen die nodig zijn voor het gebruik van functie / IEEE b (draadloos LAN), 24 Instellingen die nodig zijn voor het gebruik van functie Scan to Folder / IEEE 1394 (IPv4 boven 1394), 27 Instellingen die nodig zijn voor het gebruik van functie Scan to Folder / IEEE b (draadloos LAN), 28 Instellingen die nodig zijn voor het gebruik van Internetfaxfax / IEEE 1394 (IPv4 boven 1394), 19 Instellingen die nodig zijn voor het gebruik van Internetfax / IEEE b (draadloos LAN), 20 Instellingen die nodig zijn voor het gebruik van netwerk-twain-scanner / IEEE 1394 (IPv4 boven 1394), 33 Instellingen die nodig zijn voor het gebruik van Printer/LAN-fax / IEEE 1394 (IPv4 boven 1394), 15 Instellingen die nodig zijn voor het gebruik van Printer/LAN-fax / IEEE b (draadloos LAN), 16 Instellingen ontvangstbestanden, 136, 147 Instellingen voor Document Server, 127 Instellingen voor uitvoerlade, 54 Interface-instellingen / Systeeminstellingen, 65 Internet faxinstellingen, 142 Intervaltijd opn.verz. scanner, 75 Invoeraccent, 69 Invoer/Uitvoer / Kopieerapparaat / Document Server, 123 Inv./Uitv. buffer, 203 Inv./Uitv. Interval, 203 IPv4-adres apparaat, 65 IPv4-adres (IEEE 1394), 70 IPv4 Gateway-adres, 65 IPv4 over 1394, 70 IPv6 Gateway-adres, 65 IPv6 Staatloze automatische adresconfiguratie, 65 K Kanaal, 72 Kleurafbeelding aanpassen / Kopieerapparaat / Document Server, 126 Kleurgevoeligheid, 126 Kleurinstelling, 206, 207 Kleurprofiel, 206, 207 Kleurregistratie, 287 L Kopieën, 199 Kopieerapparaat / Document Server / Bewerken, 106 Kopieerapparaat / Document Servereigenschappen / Algemene eigenschappen, 97 Kopieerapparaat / Document Servereigenschappen / Reproductiefactor, 102 Kopieerapparaat / Document Server / Invoer/Uitvoer, 123 Kopieerapparaat / Document Server / Kleurafbeelding aanpassen, 126 Kopieerapparaat / Document Server / Stempelen, 112 Kopieerrichting in duplexmodus, 97 Kopieervolgorde in combimodus, 106 Kopiëren op tussenblad in combinatie, 106 Lade papierformaat: lade 2-4, 55 Lade wisselen, 199 LDAP-server programmeren/wijzigen/ verwijderen, 82, 91 LDAP-verificatie, 284 LDAP-verificatie registreren, 282, 284 LDAP zoeken, 82 Lettertypebreedte, 204 Lettertypebron, 204 Lettertype (datumstempel), 117 Lettertypenummer, 204 Lettertype (paginanummering), 120 Lijst afdrukken, 73 Lijst- / proefafdruk beveiligd, 198 Logboekinstelling verzenden, 82 M Mapbestemming, 250 Mappen registreren, 250 Map verzendresultaatrapport, 136 Marge achterkant: Bovenkant/ Onderkant, 106 Marge achterzijde: Links/Rechts, 106 Marge lettertype: Links/Rechts, 106 Marge voorkant: Bovenkant/Onderkant, 106 Max. formaat, 133, 213 Max. kopieerhoeveelheid, 97 Max. Ontvangst formaat, 75 Meerdere lijsten, 195 Menulijst, 195 Middenbreedte wissen,

338 N Naam afzender autom. specificeren, 75 Namen in een groep registreren, 270 Namen registreren, 220 Namen weergeven die in een groep zijn geregistreerd, 273 NCP-bezorgingsprotocol, 65 Netwerk, 65 Netwerkinstellingen, 14 Nietpositie, 123 Niveau netwerkbeveiliging, 82 NW-frametype, 65 O Omschakelen naar ontvangstmodus, 136 Onderhoud, 287 Onderhoud / Printereigenschappen, 198 Ontvangstbestand afdrukhoeveelheid, 136, 169 Ontvangstinstellingen / Faxeigenschappen, 136 Ontvangstinterval , 75 Ontvangst met geheugenslot, 136 Ontvangstprotocol, 75 Ontvangstrapport , 148 Ontvangsttijd afdrukken, 136 Oorspronkelijke afdruktakenlijst, 199 Oorspronkelijke instellingen / Faxeigenschappen, 142 Opgeslagen afdruktaken automatisch verwijderen, 199 Opgeslagen bestand methode, 213 Opgeslagen ontvangstbestand gebruikersinstelling, 136 Opleggen (datumstempel), 117 Opleggen (paginanummering), 120 Opwarm pieper, 51 Origineelrichting in duplexmodus, 97 Origineelschaduw wissen in combimodus, 106 Origineeltype-display, 97 Over adresboek, 215 P Paginanummering, 120 Paginanummering eerste brief, 120 Paginanummering in Combineren (paginanummering), 120 Paneel toetsgeluid, 51 Papierdisplay, 97 Papierformaat, 199 Papierformaat: handinvoerlade, 55 Papierformaat handinvoer printer, 55 Papierlade, 136, 170 Papierlade-instellingen / Systeeminstellingen, 55 Papierlade prioriteit: fax, 55 Papierladeprioriteit: Kopieerapparaat, 55 Papierlade prioriteit: printer, 55 Papiersoort: lade 1-4, 55 Parallelle communicatiesnelheid, 69 Parallelle interface, 69 Parallelle Timing, 69 Parameterinstell., 160 Parameterinstelling, 142 Parameterinstelling: lijst afdrukken, 142 PCL-config./Lettertypepagina, 195 PCL-menu / Printereigenschappen, 204 PDF-config./Lettertypepagina, 195 PDF-groepswachtwoord, 207 PDF-menu / Printereigenschappen, 207 PDF-wachtwoord wijzigen, 207 Persoonlijke boxen programmeren/ wijzigen, 180 Persoonlijke boxen verwijderen, 184 Ping-opdracht, 65 POP3 / IMAP4-instellingen, 75 POP voor SMTP, 75 Printereigenschappen / Hostinterface, 203 Printereigenschappen / Onderhoud, 198 Printereigenschappen / PCL-menu, 204 Printereigenschappen / PDF-menu, 207 Printereigenschappen / PS-menu, 206 Printereigenschappen / Systeem, 199 Printereigenschappen / Testafdruk, 195 Printertaal, 199 Prioriteit origineel fototype, 97 Prioriteit origineeltype, 97 Programma gesloten netwerkcode, 142 Programmeer/Wijzig/Verwijder Standaardbericht, 133 PS-config./Lettertypepagina, 195 PS-menu / Printereigenschappen, 206 R Randbreedte wissen, 106 R/E-factor, 102 R/E-factorprioriteit, 102 Regels per pagina, 204 Reproductiefactor / Kopieerapparaat / Document Server-eigenschappen, 102 Reservebestand TX-instelling, 133 Reservekopie / Adresboek herstellen, 82 Resolutie, 204, 206, 207 Richting: Boekje, Tijdschrift,

339 S SADF automatische resettijd, 123 Scanformaat programmeren/wijzigen/ wissen, 132, 149 Scaninstellingen / Faxeigenschappen, 132 Scaninstellingen / Scannereigenschappen, 211 Scanlogboek afdrukken, 209 Scanlogboek verwijderen, 209 Scannereigenschappen / Algemene instellingen, 209 Scannereigenschappen / Scaninstellingen, 211 Scannereigenschappen / Verzendinstellingen, 213 Scheidingslijn in combimodus, 106 Scheidingslijn van afbeeldingherhaling, 106 Scheidingslijn van dubbele kopie, 106 SCSI-afdruk (SBP-2), 70 Selecteer perforatietype, 123 Selecteer tel. met kiesschijf/druktoetsen, 142 Setup draadloos LAN, 11 Setup IEEE b, 11 Signaalcontrole, 69 SIP inschakelen, 142 SIP-instellingen, 142 SMB-computernaam, 65 SMB gebruiken om verbinding te maken, 250 SMB-werkgroep, 65 SMTP-server, 75 SMTP-verificatie, 75, 282 SMTP-verificatie registratie, 282 Snelbedieningstoets (1-3), 129 Snelkoppeling R/E, 102 SNMPv3-communicatie toestaan, 65 Speciale afzender programmeren, 136 Specificaties, 293 Specificaties voor de hoofdeenheid, 293 Specificeer lade voor regels, 136 SSID-instelling, 72 SSL-communicatie starten, 93 SSL- / TLS-communicatie toestaan, 65 Standaardprintertaal, 199 Stand Gebr./Wachtwoord (Verzenden), 75 Status signaalselectie, 69 Stempelen / Kopieerapparaat / Document Server, 112 Stempelformaat (paginanummering), 120 Stempelindeling:1-4 (Gebruikersstempel), 116 Stempelindeling (vooraf ingestelde stempel), 113 Stempelinstelling (datumstempel), 117 Stempelkleur:1-4 (Gebruikersstempel), 116 T Stempelkleur (achtergrondnummering), 112 Stempelkleur (datumstempel), 117 Stempelkleur (Paginanummering), 120 Stempelkleur (vooraf ingestelde stempel), 113 Stempelpositie achterzijde duplexkopie (paginanummering), 120 Stempelpositie op tussenblad (paginanummering), 120 Stempelpositie (paginanummering), 120 Stempelprioriteit, 113 Stempel Programmeren/Verwijderen (Gebruikersstempel), 116 Stempeltaal (vooraf ingestelde stempel), 113 Sub papierformaat, 199 Symbolenset, 204 Systeeminstellingen / Algemene eigenschappen, 51 Systeeminstellingen / Beheerdereigenschappen, 82 Systeeminstellingen / Bestandsoverdracht, 75 Systeeminstellingen / Papierlade-instellingen, 55 Systeeminstellingen / Timerinstellingen, 62 Systeem / Printereigenschappen, 199 Systeemstatus/Taaklijst tijdsweergave, 51 Taakscheiding, 199 Taal informatie, 213 Tekengrootte, 204 Teller, 291 Tellertoets beheer, 82 Teller Weergeven/Afdrukken, 82 Testafdruk / Printereigenschappen, 195 Tijdelijke afdruktaken automatisch verwijderen, 199 Tijd instellen, 62 Timer automatisch afmelden, 62 Timer automatische faxreset, 62 Timer automatische printerreset, 62 Timer automatische scannerreset, 62 Timer automatische systeemreset, 62 Timer energiespaarstand, 62 Timerinstellingen / Systeeminstellingen, 62 Titel veranderen, 129, 209 toetsherhaling, 51 Toon taakeinde, 97 Transmissiesnelheid, 72 Tussenbladlade, 55 TWAIN-standby-tijd, 209 Type LAN,

340 U Uitgebreide beveiligingsfunctie, 82 Uitvoer: Document Server, 51 Uitvoer: Fax, 51 Uitvoer: kopieerapparaat, 51 Uitvoer: Printer, 51 V Van CR naar LF, 204 Verbeterd verificatiebeheer, 82 Verdelen & Verzenden , 213 Vereenvoudigd scherm: Finishingsoorten, 123 Vereiste instellingen om de functie Scan to Folder / Ethernet te gebruiken, 26 Vereiste instellingen om de functie Scan to Folder te gebruiken, 26 Vereiste instellingen voor het gebruik van de functie / Ethernet, 22 Vereiste instellingen voor het gebruik van de netwerkbezorgingsscanner, 29 Vereiste instellingen voor het gebruik van de netwerkbezorgingsscanner / Ethernet, 29 Vereiste instellingen voor het gebruik van de netwerk-twain-scanner, 32 Vereiste instellingen voor het gebruik van de netwerk-twain-scanner / Ethernet, 32 Vereiste instellingen voor het gebruik van internetfax, 17 Vereiste instellingen voor het gebruik van Internetfax / Ethernet, 17 Vergroot A4-breedte, 204 Verificatie-informatie, 224, 282 Verificatie instellen, 93 Verw. alle best. in Document Server, 82 Verzendinstellingen / Faxeigenschappen, 133 Verzendinstellingen / Scannereigenschappen, 213 Vooraf ingestelde stempel, 113 Voorbladkopie in combimodus, 106 Voorbladlade, 55 Voorzieningen gebruiken om netwerkinstellingen te maken, 38 W Z Wachttijd gereserveerde taak, 199 Wachttijd voor volgend(e) origine(e)l(en): SADF, 211 Wachttijd voor volgend orig.: glasplaat, 211 Weergave kopie-aantal, 51 Weergeven/Wissen/Afdrukken teller per gebruiker, 82 WINS-configuratie, 65 WINS-configuration (IEEE 1394), 70 Zoek bestemming, 129, 209 Zoekopties instellen, 95 Zoekvoorwaarden instellen, DU NL B

341 Verklaring van conformiteit Dit product voldoet aan de vereisten van de EMC-richtlijn 89/336/EEC en diens aanvullende richtlijnen en de Laagspanningsrichtlijn 73/23/EEC en diens aanvullende richtlijnen. Conform IEC gebruikt dit toestel de volgende symbolen voor de hoofdschakelaar: a betekent STROOM AAN. c betekent STAND-BY. Handelsmerken Microsoft, Windows en Windows NT zijn gedeponeerde handelsmerken van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en/of andere landen. Acrobat is een gedeponeerd handelsmerk van Adobe Systems Incorporated. NetWare is een gedeponeerd handelsmerk van Intel Corporation. Alle andere productnamen die worden vermeld, worden slechts gebruikt om het product te identificeren en kunnen handelsmerken zijn van de betreffende bedrijven. Wij maken geen enkele aanspraak op de rechten van de betreffende merken. De juiste benamingen voor besturingsprogramma s van Windows zijn als volgt: De productnaam voor Windows 95 is Microsoft Windows 95 De productnaam voor Windows 98 is Microsoft Windows 98 De productnaam voor Windows Me is Microsoft Windows Millennium Edition (Windows Me) De productnamen voor Windows 2000 zijn als volgt: Microsoft Windows 2000 Advanced Server Microsoft Windows 2000 Server Microsoft Windows 2000 Professional De productnamen voor Windows XP zijn als volgt: Microsoft Windows XP Professional Microsoft Windows XP Home Edition De productnamen voor Windows Server 2003 zijn als volgt: Microsoft Windows Server 2003 Standard Edition Microsoft Windows Server 2003 Enterprise Edition Microsoft Windows Server 2003 Web Edition De productnamen voor Windows NT zijn als volgt: Microsoft Windows NT Server 4.0 Microsoft Windows NT Workstation 4.0 Copyright 2006

342 DU NL B Gebruiksaanwijzing Bedieningshandleiding Standaardinstellingen

Scannerhandleiding. Gebruiksaanwijzing

Scannerhandleiding. Gebruiksaanwijzing Gebruiksaanwijzing Scannerhandleiding 1 2 3 4 5 6 Het versturen van een scanbestand per e-mail Scanbestanden versturen met scan-to-folder Scanbestanden bezorgen Het apparaat gebruiken als een TWAIN-compatibele

Nadere informatie

Fax Connection Unit Type C Gebruiksaanwijzing

Fax Connection Unit Type C Gebruiksaanwijzing Fax Connection Unit Type C Gebruiksaanwijzing Voor een veilig en correct gebruikt, dient u de Veiligheidsinformatie in "Lees dit eerst" te lezen voordat u het apparaat gebruikt. INHOUDSOPGAVE Hoe werkt

Nadere informatie

Scannerhandleiding. Gebruiksaanwijzing

Scannerhandleiding. Gebruiksaanwijzing Gebruiksaanwijzing Scannerhandleiding 1 2 3 4 5 6 7 Scanbestanden per e-mail verzenden Scanbestanden verzenden via scan-to-folder Bestanden opslaan met de scanfunctie Scanbestanden bezorgen Originelen

Nadere informatie

Handleiding Wi-Fi Direct

Handleiding Wi-Fi Direct Handleiding Wi-Fi Direct Eenvoudige installatie via Wi-Fi Direct Problemen oplossen Appendix Inhoud Hoe werken deze handleidingen?... 2 Symbolen in de handleidingen... 2 Disclaimer... 2 1. Eenvoudige

Nadere informatie

Software-installatiehandleiding

Software-installatiehandleiding Software-installatiehandleiding In deze handleiding wordt uitgelegd hoe u de software via een USB- of netwerkverbinding installeert. Netwerkverbinding is niet beschikbaar voor de modellen SP 200/200S/203S/203SF/204SF.

Nadere informatie

Opmerkingen voor gebruikers van wireless LAN

Opmerkingen voor gebruikers van wireless LAN Opmerkingen voor gebruikers van wireless LAN Lees deze handleiding zorgvuldig voordat u dit apparaat gebruikt en bewaar deze voor toekomstige raadpleging. Opmerkingen voor gebruikers van wireless LAN In

Nadere informatie

Handleiding Wi-Fi Direct

Handleiding Wi-Fi Direct Handleiding Wi-Fi Direct Eenvoudige installatie via Wi-Fi Direct Problemen oplossen Inhoudsopgave Hoe werken deze handleidingen?... 2 Symbolen in de handleidingen... 2 Disclaimer... 2 1. Eenvoudige installatie

Nadere informatie

Xerox WorkCentre 6655 multifunctionele kleurenprinter Bedieningspaneel

Xerox WorkCentre 6655 multifunctionele kleurenprinter Bedieningspaneel Bedieningspaneel Beschikbare services kunnen variëren afhankelijk van uw printerinstellingen. Zie de Handleiding voor de gebruiker voor meer informatie over functies en instellingen. 3 4 5 Aanraakscherm

Nadere informatie

Inleiding Belangrijk Aanduidingen voor softwareversies in deze handleiding Handelsmerken

Inleiding Belangrijk Aanduidingen voor softwareversies in deze handleiding Handelsmerken Netwerkhandleiding 1 2 3 4 5 6 Starten Aansluiting en installatie Een Printerserver gebruiken De printer volgen en configureren Speciale bewerkingen onder Windows Aanhangsel Lees deze handleiding zorgvuldig

Nadere informatie

Kopiëren via de glasplaat. 1 Plaats het originele document met de bedrukte zijde naar beneden in de linkerbovenhoek van de glasplaat.

Kopiëren via de glasplaat. 1 Plaats het originele document met de bedrukte zijde naar beneden in de linkerbovenhoek van de glasplaat. Naslagkaart Wordt gekopieerd Kopieën maken Snel kopiëren 3 Druk op het bedieningspaneel van de printer op. 4 Als u het document op de glasplaat hebt gelegd, raakt u Finish the Job (Taak voltooien) aan

Nadere informatie

Installatiehandleiding MF-stuurprogramma

Installatiehandleiding MF-stuurprogramma Nederlands Installatiehandleiding MF-stuurprogramma Cd met gebruikerssoftware.............................................................. 1 Informatie over de stuurprogramma s en de software.............................................

Nadere informatie

Xerox ColorQube 8700 / 8900 Bedieningspaneel

Xerox ColorQube 8700 / 8900 Bedieningspaneel Bedieningspaneel Beschikbare services kunnen variëren afhankelijk van uw printerinstellingen. Zie de Handleiding voor de gebruiker voor meer informatie over functies en instellingen. 3 5 Ontgrendeling

Nadere informatie

Instellingen voor Scannen naar e-mail

Instellingen voor Scannen naar e-mail Handleiding Snelle configuratie scanfuncties XE3024NL0-2 In deze handleiding vindt u instructies voor het volgende: Instellingen voor Scannen naar e-mail op pagina 1 Instellingen voor Scannen naar mailbox

Nadere informatie

Opmerkingen voor gebruikers van wireless LAN

Opmerkingen voor gebruikers van wireless LAN Opmerkingen voor gebruikers van wireless LAN Lees deze handleiding zorgvuldig voordat u dit apparaat gebruikt en bewaar deze voor toekomstige raadpleging. Opmerkingen voor gebruikers van wireless LAN In

Nadere informatie

Uw gebruiksaanwijzing. SHARP AL-1633/1644 http://nl.yourpdfguides.com/dref/1289396

Uw gebruiksaanwijzing. SHARP AL-1633/1644 http://nl.yourpdfguides.com/dref/1289396 U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de in de gebruikershandleiding (informatie, specificaties, veiligheidsaanbevelingen,

Nadere informatie

Xerox ColorQube 9301 / 9302 / 9303 Bedieningspaneel

Xerox ColorQube 9301 / 9302 / 9303 Bedieningspaneel Xerox ColorQube 90 / 90 / 90 Bedieningspaneel Beschikbare services kunnen variëren afhankelijk van uw printerinstellingen. Zie de Handleiding voor de gebruiker voor meer informatie over functies en instellingen.?

Nadere informatie

Hulp krijgen. Systeemberichten. Aanmelden/Afmelden. Pictogrammen op het bedieningspaneel

Hulp krijgen. Systeemberichten. Aanmelden/Afmelden. Pictogrammen op het bedieningspaneel Hulp krijgen Voor informatie/assistentie, raadpleegt u het volgende: Handleiding voor de gebruiker voor informatie over het gebruik van de Xerox 4595. Ga voor online hulp naar: www.xerox.com Klik op de

Nadere informatie

Xerox WorkCentre 7800-serie Bedieningspaneel

Xerox WorkCentre 7800-serie Bedieningspaneel Bedieningspaneel Beschikbare services kunnen variëren afhankelijk van uw printerinstellingen. Zie de Handleiding voor de gebruiker voor meer informatie over functies en instellingen. ABC DEF Menu's GHI

Nadere informatie

Scannerhandleiding. Gebruiksaanwijzing

Scannerhandleiding. Gebruiksaanwijzing Gebruiksaanwijzing Scannerhandleiding 1 2 3 4 5 6 7 Het versturen van een scanbestand per e-mail Scanbestanden naar mappen verzenden Bestanden opslaan met de scanfunctie Scanbestanden bezorgen Originelen

Nadere informatie

Opmerkingen voor gebruikers van wireless LAN

Opmerkingen voor gebruikers van wireless LAN Opmerkingen voor gebruikers van wireless LAN Français Deutsch English Português Español Italiano Lees deze handleiding zorgvuldig voordat u dit apparaat gebruikt en bewaar deze voor toekomstige raadpleging.

Nadere informatie

Installatiehandleiding

Installatiehandleiding 2 Installatiehandleiding Kabelinternet BetuweNet BetuweNet Helpdesk Julianastraat 9 6851 KJ Huissen 026 3263010 026 3257011 [email protected] www.betuwe.net Installatiehandleiding - pagina 0 Inhoudsopgave

Nadere informatie

In deze handleiding worden twee maateenheden gebruikt.

In deze handleiding worden twee maateenheden gebruikt. Netwerkhandleiding 1 2 3 4 5 6 7 8 9 Beschikbare printerfuncties via een netwerk De netwerkkabel aansluiten op het netwerk Installatie van het apparaat in een netwerk Windows-configuratie De printerfunctie

Nadere informatie

Gids Instelling Verzenden

Gids Instelling Verzenden Gids Instelling Verzenden In deze handleiding wordt uitgelegd hoe u de Instel-tool Zendfunctie kunt gebruiken om de machine in te stellen voor het scannen van documenten als e-mails (Verzenden naar e-mail)

Nadere informatie

Kopiëren...5. Kopieën maken...5. Taakonderbreking...6 Een kopieertaak annuleren en...7. Voorbereiden op het per verzenden...

Kopiëren...5. Kopieën maken...5. Taakonderbreking...6 Een kopieertaak annuleren en...7. Voorbereiden op het per  verzenden... Naslagkaart Inhoudsopgave Kopiëren...5 Kopieën maken...5 Snel kopiëren...5 Kopiëren via de ADF...5 Kopiëren via de glasplaat...5 Taakonderbreking...6 Een kopieertaak annuleren...6 Een kopieertaak annuleren

Nadere informatie

Printerproblemen oplossen

Printerproblemen oplossen 1 De display op het bedieningspaneel is leeg of er worden alleen ruitjes weergegeven. Taken worden niet De zelftest van de printer is mislukt. De printer is niet gereed om gegevens te ontvangen. De aangegeven

Nadere informatie

AirPrint handleiding DCP-J562DW MFC-J480DW MFC-J680DW MFC-J880DW

AirPrint handleiding DCP-J562DW MFC-J480DW MFC-J680DW MFC-J880DW AirPrint handleiding DCP-J562DW MFC-J480DW MFC-J680DW MFC-J880DW Voordat u uw Brother-machine gebruikt Definities van opmerkingen Handelsmerken Belangrijke opmerking Definities van opmerkingen In deze

Nadere informatie

Netwerkhandleiding. Een Printerserver gebruiken De printer volgen en configureren Speciale bewerkingen onder Windows Aanhangsel

Netwerkhandleiding. Een Printerserver gebruiken De printer volgen en configureren Speciale bewerkingen onder Windows Aanhangsel Netwerkhandleiding 1 3 4 Een Printerserver gebruiken De printer volgen en configureren Speciale bewerkingen onder Windows Aanhangsel Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u dit apparaat gebruikt

Nadere informatie

(2) Handleiding Computer Configuratie voor USB ADSL modem

(2) Handleiding Computer Configuratie voor USB ADSL modem (2) Handleiding Computer Configuratie voor USB ADSL modem Raadpleeg eerst de Quick-Start Guide voor het installeren van uw DSL-aansluiting voordat u deze handleiding leest. Versie 30-08-02 Handleiding

Nadere informatie

Installatiehandleiding software

Installatiehandleiding software Installatiehandleiding software In deze handleiding wordt uitgelegd hoe u de software via een USB- of netwerkverbinding installeert. Netwerkverbinding is niet beschikbaar voor de modellen SP 200/200S/203S/203SF/204SF.

Nadere informatie

Handleiding AirPrint. Informatie over AirPrint. Instelprocedure. Afdrukken. Appendix

Handleiding AirPrint. Informatie over AirPrint. Instelprocedure. Afdrukken. Appendix Handleiding AirPrint Informatie over AirPrint Instelprocedure Afdrukken Appendix Inhoud Hoe werken deze handleidingen?... 2 Symbolen in de handleidingen... 2 Disclaimer... 2 1. Informatie over AirPrint

Nadere informatie

FAX Option Type 3045. Faxhandleiding <Basisfuncties> Gebruiksaanwijzing

FAX Option Type 3045. Faxhandleiding <Basisfuncties> Gebruiksaanwijzing FAX Option Type 3045 Gebruiksaanwijzing Faxhandleiding 1 2 3 4 5 Aan de slag Faxen Internetfax-functies gebruiken Programmeren Probleemoplossing Lees deze handleiding aandachtig door voordat

Nadere informatie

BEKNOPTE HANDLEIDING INHOUD. voor Windows Vista

BEKNOPTE HANDLEIDING INHOUD. voor Windows Vista BEKNOPTE HANDLEIDING voor Windows Vista INHOUD Hoofdstuk 1: SYSTEEMVEREISTEN...1 Hoofdstuk 2: PRINTERSOFTWARE INSTALLEREN ONDER WINDOWS...2 Software installeren om af te drukken op een lokale printer...

Nadere informatie

Scannerhandleiding. Gebruiksaanwijzing

Scannerhandleiding. Gebruiksaanwijzing Gebruiksaanwijzing Scannerhandleiding 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Beginnen Het versturen van een scanbestand per e-mail Scanbestanden versturen met scan-to-folder Opslaan van bestanden Scanbestanden bezorgen

Nadere informatie

Printer/Scanner Unit Type 3045. Scannerhandleiding. Gebruiksaanwijzing

Printer/Scanner Unit Type 3045. Scannerhandleiding. Gebruiksaanwijzing Printer/Scanner Unit Type 3045 Gebruiksaanwijzing Scannerhandleiding 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Beginnen Het versturen van een scanbestand per e-mail Scanbestanden versturen met scan-to-folder Opslaan van bestanden

Nadere informatie

Gids Instelling Verzenden

Gids Instelling Verzenden Gids Instelling Verzenden In deze gids wordt uitgelegd hoe u de functies Verzenden naar e-mail en Opslaan in gedeelde map kunt instellen met behulp van de Instel-tool Zendfunctie en hoe u kunt controleren

Nadere informatie

FAX Option Type 3030. Faxhandleiding <Basis functies> Gebruiksaanwijzing

FAX Option Type 3030. Faxhandleiding <Basis functies> Gebruiksaanwijzing FAX Option Type 3030 Gebruiksaanwijzing Faxhandleiding 1 2 3 4 5 Aan de slag Faxen Internetfaxfuncties gebruiken Programmeren Probleemoplossing Lees deze handleiding aandachtig door voordat

Nadere informatie

AirPrint handleiding

AirPrint handleiding AirPrint handleiding Deze gebruikershandleiding is van toepassing op de volgende modellen: HL-L340DW/L360DN/L360DW/L36DN/L365DW/ L366DW/L380DW DCP-L50DW/L540DN/L540DW/L54DW/L560DW MFC-L700DW/L70DW/L703DW/L70DW/L740DW

Nadere informatie

Bedieningshandleiding Bijvoegsel

Bedieningshandleiding Bijvoegsel Bedieningshandleiding Bijvoegsel Snijmachine Product Code: 891-Z01 Lees dit document voordat u de machine gebruikt. Houd dit document bij de hand, zodat u het kunt raadplegen. Inleiding In deze handleiding

Nadere informatie

Handleiding Google Cloud Print

Handleiding Google Cloud Print Handleiding Google Cloud Print Informatie over Google Cloud Print Afdrukken met Google Cloud Print Appendix Inhoud Hoe werken deze handleidingen?... 2 Symbolen in de handleidingen... 2 Disclaimer... 2

Nadere informatie

Handleiding instellingen vrijgave van afdrukken

Handleiding instellingen vrijgave van afdrukken Handleiding instellingen vrijgave van afdrukken INHOUDSOPGAVE OVER DEZE HANDLEIDING............................................................................. 2 FUNCTIE AFDRUKVRIJGAVE...........................................................................

Nadere informatie

DIGITAAL KLEUREN MULTIFUNCTIONEEL SYSTEEM

DIGITAAL KLEUREN MULTIFUNCTIONEEL SYSTEEM MODEL: MX-2300N MX-2700N DIGITAAL KLEUREN MULTIFUNCTIONEEL SYSTEEM Handleiding software-installatie Houd deze handleiding bij de hand zodat u hem indien nodig kunt raadplegen. Gefeliciteerd met de aanschaf

Nadere informatie

Voor alle printers moeten de volgende voorbereidende stappen worden genomen: Stappen voor snelle installatie vanaf cd-rom

Voor alle printers moeten de volgende voorbereidende stappen worden genomen: Stappen voor snelle installatie vanaf cd-rom Windows NT 4.x In dit onderwerp wordt het volgende besproken: "Voorbereidende stappen" op pagina 3-24 "Stappen voor snelle installatie vanaf cd-rom" op pagina 3-24 "Andere installatiemethoden" op pagina

Nadere informatie

Online Handleiding Start

Online Handleiding Start Online Handleiding Start Klik op "Start". Inleiding Deze handleiding beschrijft de printerfuncties van de e-studio6 multifunctionele digitale systemen. Voor informatie over de volgende onderwerpen raadpleeg

Nadere informatie

AL-1633 AL-1644 DIGITAAL MULTIFUNCTIONEEL SYSTEEM SOFTWARE INSTALLATIE HANDLEIDING

AL-1633 AL-1644 DIGITAAL MULTIFUNCTIONEEL SYSTEEM SOFTWARE INSTALLATIE HANDLEIDING MODEL AL-6 AL-6 DIGITAAL MULTIFUNCTIONEEL SYSTEEM SOFTWARE INSTALLATIE HANDLEIDING INLEIDING SOFTWARE VOOR DE SHARP AL-6/6 VÓÓR DE INSTALLATIE DE SOFTWARE INSTALLEREN AANSLUITEN OP EEN COMPUTER CONFIGUREREN

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing Softwarehandleiding

Gebruiksaanwijzing Softwarehandleiding Gebruiksaanwijzing Softwarehandleiding Lees dit eerst Handleidingen voor deze printer...8 Voorbereiden voor afdrukken Snelinstallatie...9 De verbindingsmethode bevestigen...11 Netwerkverbinding...11 Lokale

Nadere informatie

Netwerkhandleiding. Een Printerserver gebruiken De printer volgen en configureren Speciale bewerkingen onder Windows Aanhangsel

Netwerkhandleiding. Een Printerserver gebruiken De printer volgen en configureren Speciale bewerkingen onder Windows Aanhangsel Netwerkhandleiding 1 3 4 Een Printerserver gebruiken De printer volgen en configureren Speciale bewerkingen onder Windows Aanhangsel Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u dit apparaat gebruikt

Nadere informatie

Bedieningspaneel. Xerox WorkCentre 6655 multifunctionele kleurenprinter Xerox ConnectKey 2.0-technologie

Bedieningspaneel. Xerox WorkCentre 6655 multifunctionele kleurenprinter Xerox ConnectKey 2.0-technologie Xerox ConnectKey.0-technologie Bedieningspaneel Beschikbare functies kunnen variëren afhankelijk van uw printerinstellingen. Zie de Handleiding voor de gebruiker voor meer informatie over functies en instellingen.

Nadere informatie

Faxhandleiding. Gebruiksaanwijzing

Faxhandleiding. Gebruiksaanwijzing Gebruiksaanwijzing Faxhandleiding 1 2 3 4 5 6 Verzending Verzendinstellingen Ontvangst Informatie over de communicatie wijzigen/controleren Faxen via de computer Bijlage Lees deze handleiding aandachtig

Nadere informatie

In deze handleiding worden twee soorten maateenheden gehanteerd. Voor dit apparaat geldt de metrieke

In deze handleiding worden twee soorten maateenheden gehanteerd. Voor dit apparaat geldt de metrieke Netwerkhandleiding 1 2 3 4 5 6 7 Beschikbare functies via een netwerk De netwerkkabel aansluiten op het netwerk Installatie van het apparaat in een netwerk Windows-configuratie Gebruik van de printer Het

Nadere informatie

2 mei 2014. Remote Scan

2 mei 2014. Remote Scan 2 mei 2014 Remote Scan 2014 Electronics For Imaging. De informatie in deze publicatie wordt beschermd volgens de Kennisgevingen voor dit product. Inhoudsopgave 3 Inhoudsopgave...5 openen...5 Postvakken...5

Nadere informatie

Handleiding WiFi-instellingen

Handleiding WiFi-instellingen Handleiding WiFi-instellingen Modelnummer SP 212/SP 213 serie Inleiding Er zijn twee draadloze LAN-modi: infrastructuurmodus voor verbinding via een toegangspunt en ad-hoc-modus voor het maken van een

Nadere informatie

Handleiding voor aansluitingen

Handleiding voor aansluitingen Pagina 1 van 6 Handleiding voor aansluitingen Windows-instructies voor een lokaal aangesloten printer Opmerking: Wanneer u een lokaal aangesloten printer installeert en het besturingssysteem niet wordt

Nadere informatie

Printer/Scanner Unit Type 3260

Printer/Scanner Unit Type 3260 Printer/Scanner Unit Type 3260 Gebruiksaanwijzing Printerhandleiding 1 2 3 4 5 6 7 8 Aan de slag De machine voorbereiden Het printerstuurprogramma instellen Andere afdrukbewerkingen Printeigenschappen

Nadere informatie

Multifunctionele USB-netwerkserver serie

Multifunctionele USB-netwerkserver serie Multifunctionele USB-netwerkserver serie Beknopte installatiegids Inleiding Dit document beschrijft de stappen voor het installeren en configureren van de multifunctionele USB-netwerkserver als een USB-apparaatserver

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing Website met toepassingen

Gebruiksaanwijzing Website met toepassingen Lees deze handleiding zorgvuldig voordat u dit apparaat gebruikt en bewaar deze voor toekomstige raadpleging. Gebruiksaanwijzing Website met toepassingen INHOUDSOPGAVE Hoe werkt deze handleiding?... 2

Nadere informatie

VOORDAT U DE SOFTWARE INSTALLEERT INSTALLATIE IN EEN WINDOWS-OMGEVING INSTALLATIE IN EEN MACINTOSH-OMGEVING PROBLEMEN OPLOSSEN

VOORDAT U DE SOFTWARE INSTALLEERT INSTALLATIE IN EEN WINDOWS-OMGEVING INSTALLATIE IN EEN MACINTOSH-OMGEVING PROBLEMEN OPLOSSEN Handleiding software-installatie VOORDAT U DE SOFTWARE INSTALLEERT INSTALLATIE IN EEN WINDOWS-OMGEVING INSTALLATIE IN EEN MACINTOSH-OMGEVING PROBLEMEN OPLOSSEN Gefeliciteerd met de aanschaf van dit product.

Nadere informatie

Handleiding instellingen vrijgave van afdrukken

Handleiding instellingen vrijgave van afdrukken Handleiding instellingen vrijgave van afdrukken INHOUDSOPGAVE OVER DEZE HANDLEIDING............................................................................. 2 FUNCTIE AFDRUKVRIJGAVE...........................................................................

Nadere informatie

Verkorte Handleiding DX-C200. Namen en locaties. De kopieerfunctie gebruiken. De scannerfunctie gebruiken. De faxfunctie gebruiken. Problemen oplossen

Verkorte Handleiding DX-C200. Namen en locaties. De kopieerfunctie gebruiken. De scannerfunctie gebruiken. De faxfunctie gebruiken. Problemen oplossen DX-C200 Verkorte Handleiding Namen en locaties De kopieerfunctie gebruiken De scannerfunctie gebruiken De faxfunctie gebruiken Problemen oplossen Papierstoringen oplossen Inktcartridges Lees deze handleiding

Nadere informatie

AirPrint handleiding. Deze documentatie is voor inkjetmodellen. Versie B DUT

AirPrint handleiding. Deze documentatie is voor inkjetmodellen. Versie B DUT AirPrint handleiding Deze documentatie is voor inkjetmodellen. Versie B DUT Modellen Deze gebruikershandleiding is van toepassing op de volgende modellen. DCP-J40DW, MFC-J430DW/J440DW/J450DW/J460DW/J470DW

Nadere informatie

P-touch Transfer Manager gebruiken

P-touch Transfer Manager gebruiken P-touch Transfer Manager gebruiken Versie 0 DUT Inleiding Belangrijke mededeling De inhoud van dit document en de specificaties van het product kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.

Nadere informatie

MP C4503(A)SP/MP C5503(A)SP/MP C6003SP BELANGRIJKSTE SPECIFICATIES ALGEMEEN FAX (Optie) Opwarmtijd: Snelheid van de eerste afdruk: Continue uitvoersnelheid: Geheugen: Harde schijf: Afmetingen (B x D x

Nadere informatie

Netwerkhandleiding. Een Printerserver gebruiken De printer volgen en configureren Speciale bewerkingen onder Windows Aanhangsel

Netwerkhandleiding. Een Printerserver gebruiken De printer volgen en configureren Speciale bewerkingen onder Windows Aanhangsel Netwerkhandleiding 1 3 4 Een Printerserver gebruiken De printer volgen en configureren Speciale bewerkingen onder Windows Aanhangsel Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u dit apparaat gebruikt

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing Softwarehandleiding

Gebruiksaanwijzing Softwarehandleiding Gebruiksaanwijzing Softwarehandleiding Lees dit eerst Handleidingen voor deze printer...11 Specifieke modelinformatie...12 Aanwijzingen voor het lezen van deze handleiding...13 Symbols...13 Voorbereiden

Nadere informatie

Fiery Remote Scan. Fiery Remote Scan openen. Postvakken

Fiery Remote Scan. Fiery Remote Scan openen. Postvakken Fiery Remote Scan Met Fiery Remote Scan kunt u scantaken op de Fiery-server en de printer beheren vanaf een externe computer. Met Fiery Remote Scan kunt u het volgende doen: Scans starten vanaf de glasplaat

Nadere informatie

Externe apparatuur Gebruikershandleiding

Externe apparatuur Gebruikershandleiding Externe apparatuur Gebruikershandleiding Copyright 2007 Hewlett-Packard Development Company, L.P. De informatie in deze documentatie kan zonder kennisgeving worden gewijzigd. De enige garanties voor HP-producten

Nadere informatie

Verbinding maken met whiteboard op afstand

Verbinding maken met whiteboard op afstand RICOH Interactive Whiteboard Client for ipad Snel aan de slag Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u dit product in gebruik neemt. Bewaar de handleiding op een handige plek voor eventueel toekomstig

Nadere informatie

Handleiding software-installatie

Handleiding software-installatie DIGITAAL KLEUREN MULTIFUNCTIONEEL SYSTEEM Handleiding software-installatie VOORDAT U DE SOFTWARE INSTALLEERT INSTALLATIE IN EEN WINDOWS-OMGEVING INSTALLATIE IN EEN MACINTOSH-OMGEVING PROBLEMEN OPLOSSEN

Nadere informatie

Hier beginnen. Inktcartridges uitlijnen zonder een computer

Hier beginnen. Inktcartridges uitlijnen zonder een computer Hier beginnen Inktcartridges uitlijnen zonder een computer Volg de stappen in de installatiehandleiding om de installatie van de hardware te voltooien. Ga door met de volgende stappen om de afdrukkwaliteit

Nadere informatie

Xerox WorkCentre 5845 / 5855 / 5865 / 5875 / 5890 Bedieningspaneel

Xerox WorkCentre 5845 / 5855 / 5865 / 5875 / 5890 Bedieningspaneel 8 / 8 / 86 / 87 / 890 Bedieningspaneel Beschikbare services kunnen variëren afhankelijk van uw printerinstellingen. Zie de Handleiding voor de gebruiker voor meer informatie over functies en instellingen.

Nadere informatie

Installatie How-to Kodak Scanstation 100 t.b.v. Factuurscanning TBlox

Installatie How-to Kodak Scanstation 100 t.b.v. Factuurscanning TBlox Installatie How-to Kodak Scanstation 100 t.b.v. Factuurscanning TBlox Introductie Het Kodak Scan Station 100 welke gebruikt wordt t.b.v. TBlox factuurscanning is een zelfstandige oplossing, waarvoor geen

Nadere informatie

Configuratiesoftware voor NetWare-netwerken

Configuratiesoftware voor NetWare-netwerken Novell NetWare In dit onderwerp wordt het volgende besproken: "Configuratiesoftware voor NetWare-netwerken" op pagina 3-38 "Stappen voor snelle installatie" op pagina 3-38 "Geavanceerde installatie" op

Nadere informatie

Printerproblemen oplossen

Printerproblemen oplossen Neem contact op met uw servicevertegenwoordiger als u met de voorgestelde oplossing het probleem niet verhelpt. Taak is niet afgedrukt of de verkeerde tekens zijn afgedrukt. Controleer of Gereed wordt

Nadere informatie

CMP-VOIP80. VoIP + DECT TELEFOON. English Deutsch Français Nederlands Italiano Español Magyar Suomi Svenska Česky ANLEITUNG MANUAL MODE D EMPLOI

CMP-VOIP80. VoIP + DECT TELEFOON. English Deutsch Français Nederlands Italiano Español Magyar Suomi Svenska Česky ANLEITUNG MANUAL MODE D EMPLOI MANUAL MODE D EMPLOI MANUALE HASZNÁLATI ÚTMUTATÓ BRUKSANVISNING CMP-VOIP80 VoIP + DECT TELEFOON ANLEITUNG GEBRUIKSAANWIJZING MANUAL DE USO KÄYTTÖOHJE NÁVOD K POUŽITÍ Česky Svenska Suomi Magyar Español

Nadere informatie

AirPrint handleiding. Versie 0 DUT

AirPrint handleiding. Versie 0 DUT AirPrint handleiding Versie 0 DUT Definities van opmerkingen In deze gebruikershandleiding wordt het volgende pictogram gebruikt: Opmerking Opmerkingen vertellen u hoe u op een bepaalde situatie moet reageren

Nadere informatie

Introductiehandleiding Webmail Dussense Boys

Introductiehandleiding Webmail Dussense Boys Introductiehandleiding Webmail Dussense Boys Versie: 1.0 Naam: E-mail: H.A.P.P. Ribbers [email protected] Inhoudsopgave Inleiding... 3 Account... 3 Inloggen met uw gebruikersaccount... 4 Introductie

Nadere informatie

Externe apparatuur. Gebruikershandleiding

Externe apparatuur. Gebruikershandleiding Externe apparatuur Gebruikershandleiding Copyright 2007 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Windows is een in de Verenigde Staten gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation. De informatie

Nadere informatie

NETWERKHANDLEIDING. Afdruklogboek op netwerk opslaan. Versie 0 DUT

NETWERKHANDLEIDING. Afdruklogboek op netwerk opslaan. Versie 0 DUT NETWERKHANDLEIDING Afdruklogboek op netwerk opslaan Versie 0 DUT Definities van opmerkingen Overal in deze handleiding gebruiken we de volgende aanduiding: Opmerkingen vertellen u hoe u op een bepaalde

Nadere informatie