Scannerhandleiding. Gebruiksaanwijzing
|
|
|
- Dirk Bosman
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Gebruiksaanwijzing Scannerhandleiding Het versturen van een scanbestand per Scanbestanden versturen met scan-to-folder Scanbestanden bezorgen Het apparaat gebruiken als een TWAIN-compatibele netwerkscanner Diverse scaninstellingen Appendix Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u dit apparaat gebruikt en houd hem bij de hand voor toekomstig gebruik. Lees voor een veilig en correct gebruik van het apparaat eerst de Veiligheidsvoorschriften in "Informatie over het apparaat" voordat u het apparaat gaat gebruiken.
2 Inleiding Deze handleiding bevat gedetailleerde aanwijzingen en opmerkingen over de bediening en het gebruik van dit apparaat. Lees voor uw veiligheid en voordeel deze handleiding eerst zorgvuldig voordat u het apparaat gebruikt. Bewaar de handleiding op een handige plaats om informatie snel te kunnen opzoeken. Belangrijk De inhoud van deze handleiding kan worden gewijzigd zonder voorafgaande kennisgeving. In geen enkele omstandigheid kan het bedrijf aansprakelijk worden gesteld voor directe, indirecte, speciale of toevallige schade of gevolgschade voortvloeiend uit het hanteren of de bediening van het apparaat. Originelen waarvan de reproductie is verboden bij wet, niet kopiëren of afdrukken. Het kopiëren of afdrukken van de volgende originelen is in het algemeen verboden door de plaatselijke wetgeving: bankbiljetten, belastingzegels, obligaties, aandeelbewijzen, bankcheques, cheques, paspoorten en rijbewijzen. Deze lijst is uitsluitend een richtlijn en is niet volledig. Wij accepteren geen verantwoordelijkheid voor de volledigheid of nauwkeurigheid. Overleg met uw juridische adviseur als u vragen heeft over de rechtmatigheid van het kopiëren of afdrukken van bepaalde originelen. In deze handleiding worden twee soorten maateenheden gehanteerd. Voor dit apparaat geldt de metrieke versie. Bepaalde afbeeldingen in deze handleiding kunnen enigszins verschillen van uw apparaat. Bepaalde opties zijn mogelijk niet beschikbaar in sommige landen. Neem voor meer informatie contact op met uw plaatselijke dealer.
3 Handleiding voor dit apparaat Raadpleeg de handleidingen die relevant zijn voor wat u met het apparaat wilt doen. Informatie over het apparaat Lees de Veiligheidsvoorschriften in deze handleiding voordat u het apparaat gaat gebruiken. Deze handleiding biedt een inleiding tot de functies van het apparaat. Ook worden het bedieningspaneel, de voorbereidingsprocedures voor het gebruik van het apparaat, het invoeren van tekst en het installeren van de meegeleverde CD-ROM s beschreven. Bedieningshandleiding Standaardinstellingen Hierin worden de gebruikersinstellingen en de adresboekprocedures beschreven, zoals het opslaan van faxnummers, adressen en gebruikerscodes. Raadpleeg deze handleiding ook voor een uitleg over het aansluiten van het apparaat. Troubleshooting Biedt richtlijnen voor het oplossen van algemene problemen en een uitleg van het vervangen van papier, printcartridges en andere verbruiksgoederen. Beveiligingshandleiding Deze handleiding is bestemd voor de beheerders van dit apparaat. In deze handleiding worden de beveiligingsfuncties beschreven die de beheerders kunnen gebruiken om te voorkomen dat er wordt geknoeid met de gegevens of om het apparaat te beschermen tegen onrechtmatig gebruik. De handleiding beschrijft de beveiligingsfuncties die de beheerders kunnen gebruiken om te voorkomen dat er wordt geknoeid met de gegevens of het apparaat te beschermen tegen onrechtmatig gebruik. Kopieerhandleiding In deze handleiding worden de kopieerfuncties en -bewerkingen beschreven. Raadpleeg deze handleiding ook voor een uitleg over het plaatsen van originelen. Faxhandleiding In deze handleiding worden de faxfuncties en -bewerkingen beschreven. Printerhandleiding In deze handleiding worden de printerfuncties en -bewerkingen beschreven. Scannerhandleiding In deze handleiding worden de scannerfuncties en -bewerkingen beschreven. i
4 Netwerkhandleiding In deze handleiding wordt uitgelegd hoe u het apparaat in een netwerkomgeving kunt configureren en bedienen en hoe u de meegeleverde software gebruikt. Deze handleiding behandelt alle modellen en bevat daarom beschrijvingen van functies en instellingen die op dit apparaat misschien niet beschikbaar zijn. Plaatjes, afbeeldingen en informatie over ondersteunde besturingssystemen kunnen eveneens enigszins verschillen van die van dit apparaat. Overige handleidingen Handleidingen voor dit apparaat Veiligheidsvoorschriften Verkorte Kopieerhandleiding Verkorte Faxhandleiding Verkorte Printerhandleiding Verkorte Scanhandleiding PostScript3 Supplement UNIX Supplement Handleidingen voor DeskTopBinder Lite DeskTopBinder Lite Installatiehandleiding DeskTopBinder Introductiehandleiding Auto Document Link Handleiding Opmerking De meegeleverde handleidingen zijn specifiek per type apparaat. U moet Adobe Acrobat Reader/Adobe Reader hebben geïnstalleerd om de handleidingen als PDF-bestanden te kunnen bekijken. Naar de volgende software wordt verwezen met behulp van een algemene benaming: Naam software DeskTopBinder Lite en DeskTopBinder Professional * Algemene benaming DeskTopBinder ScanRouter EX Professional * en ScanRouter EX Enterprise * de ScanRouter-bezorgingssoftware * Optioneel ii
5 INHOUDSOPGAVE Handleiding voor dit apparaat...i Verklaring van symbolen in deze handleiding...1 Symbolen...1 Namen van belangrijke functies...2 Scannermodus...2 Display...3 Bediening van display en toetsen...3 Scannereigenschappen Het versturen van een scanbestand per Voordat scanbestanden per worden verstuurd...8 Overzicht van het versturen van een scanbestand per Voorbereiding voor het versturen per adressen opslaan in het adresboek...9 scherm...10 Basisprocedure voor het versturen van berichten...12 Een bestemming opgeven...14 Een bestemming selecteren die onder een sneltoets is opgeslagen...14 Een bestemming selecteren die in het adresboek van het apparaat is opgeslagen...15 Handmatige invoer van een adres...21 Een bestemming zoeken op de LDAP-server...22 Geselecteerde bestemmingen controleren...25 Handmatig ingevoerde -adressen opslaan in het adresboek...26 De afzender opgeven...28 Een afzender selecteren die onder een sneltoets is opgeslagen...29 Een afzender selecteren in de lijst...30 Een registratienummer gebruiken om de naam van een afzender op te geven...31 Een afzender zoeken op naam...33 Een afzender zoeken op adres resultaten controleren Scanbestanden versturen met scan-to-folder Voordat u scanbestanden verstuurt met scan-to-folder...40 Overzicht van het versturen van scanbestanden met scan-to-folder...40 Voorbereiding voor het versturen met scan-to-folder...42 Bestemmingsmappen opslaan in het adresboek...44 Scan-to-folderscherm...44 Basisprocedure voor het versturen met scan-to-folder...46 iii
6 Een bestemmingsmap opgeven...48 Een bestemming selecteren die onder een sneltoets is opgeslagen...48 Een bestemming selecteren die in het adresboek van het apparaat is opgeslagen...49 Scanbestanden naar een gedeelde map in het netwerk versturen...54 Scanbestanden naar de FTP-server versturen...59 Scanbestanden versturen naar een map in een NDS-structuur of NetWare-server...62 Geselecteerde bestemmingen controleren...67 Het pad naar een bepaalde bestemmingsmap opslaan in het adresboek...67 De resultaten van scan-to-folder controleren Scanbestanden bezorgen Voordat u scanbestanden bezorgt...71 Scanbestanden bezorgen...71 Voorbereiding van bezorging...72 DeskTopBinder Lite installeren vanaf de meegeleverde CD-ROM...73 Scherm voor netwerkbezorgingsscanner...74 Basisbezorgingsprocedure...76 Een bestemming opgeven...79 Een bestemming selecteren met behulp van een sneltoets...79 Een bestemming selecteren die in de bestemmingslijst van de bezorgingsserver is opgeslagen...80 Geselecteerde bestemmingen controleren...85 Het controleren van de bezorgstatus Het apparaat gebruiken als een TWAIN-compatibele netwerkscanner Bij gebruik als een TWAIN-scanner...87 Overzicht van de TWAIN-scannerfunctie...88 Voorbereidingen om het apparaat te gebruiken als een TWAIN-compatibele netwerkscanner...89 Het TWAIN-stuurprogramma installeren vanaf de meegeleverde CD-ROM...90 Basisprocedure voor het scannen van bestanden met behulp van de TWAIN-scanner...91 Richting van originelen op de TWAIN-netwerkscanner Diverse scaninstellingen Verzendopties opgeven...95 Resolutie...95 Richting van origineel...96 Originele instelling...98 Scanformaat...99 Modus voor verschillende formaten iv
7 Een onderwerp opgeven Een bestandstype opgeven Stempel Beveiliging instellen voor PDF-bestanden De toegangsrechten voor een PDF-bestand wijzigen Een type origineel selecteren De beelddichtheid aanpassen Appendix Het verband tussen de resolutie en de bestandsomvang Bij gebruik als , scan-to-folder of als netwerkbezorgingsscanner Bij gebruik als een netwerk TWAIN-scanner Verband tussen bestandsformaat opgegeven voor scan- en bestandsformaten voor het versturen per of scan-to-folder Software meegeleverd op cd-rom Quick Install TWAIN-stuurprogramma DeskTopBinder Lite Waarden van verschillende opties voor de verzend-/bezorgingsfunctie Verzending De netwerkbezorgingsfunctie Specificaties INDEX v
8 vi
9 Verklaring van symbolen in deze handleiding In dit gedeelte wordt beschreven hoe u deze handleiding kunt lezen aan de hand van de gebruikte symbolen. Symbolen In deze handleiding worden de volgende symbolen gebruikt: Geeft belangrijke veiligheidsvoorschriften aan. Als u deze voorschriften niet volgt, kan dit ernstige verwondingen of zelfs de dood tot gevolg hebben. Lees deze voorschriften daarom zorgvuldig door. U vindt deze voorschriften in het gedeelte "Veiligheidsvoorschriften" van Informatie over het apparaat. Geeft belangrijke veiligheidsvoorschriften aan. Als u deze voorschriften niet opvolgt, kan dit middelmatige of kleine verwondingen tot gevolg hebben of beschadiging van het apparaat of eigendommen. Lees deze voorschriften daarom zorgvuldig door. U vindt deze voorschriften in het gedeelte "Veiligheidsvoorschriften" van Informatie over het apparaat. Geeft punten aan waar u rekening mee moet houden wanneer u het apparaat gebruikt en een uitleg van mogelijke oorzaken voor het vastlopen van papier, schade aan originelen of gegevensverlies. Lees deze uitleg zorgvuldig door. Geeft een aanvullende uitleg van de functies van het apparaat aan en instructies voor het oplossen van fouten die door de gebruiker zijn gemaakt. Dit symbool bevindt zich aan het einde van een gedeelte en geeft aan waar u meer relevante informatie kunt vinden. [ ] Geeft de namen aan van toetsen die zich op het display van het apparaat bevinden. { } Geeft de namen aan van toetsen die zich op het bedieningspaneel van het apparaat bevinden. 1
10 Namen van belangrijke functies Naar belangrijke opties van dit apparaat wordt in deze handleiding als volgt verwezen: Automatische documenteninvoer ADF Automatische documenteninvoer met de mogelijkheid om beide zijden van een vel te scannen ARDF Scannermodus In dit gedeelte worden de functies beschreven die u in de scannermodus kunt gebruiken. Raadpleeg de betreffende hoofdstukken voor meer informatie over elke functie. Scanbestanden versturen U kunt opgeslagen gegevens op verschillende manieren als bestanden naar computers versturen. De volgende functies zijn alleen beschikbaar wanneer de Functie-upgradeoptie is geïnstalleerd: Scanbestanden per versturen Zie hoofdstuk 1 "Scanbestanden per versturen" voor meer informatie. Scanbestanden naar een gedeelde map versturen Zie hoofdstuk 2 "Scanbestanden met scan-to-folder versturen" voor meer informatie. Scanbestanden naar een FTP-server versturen Zie hoofdstuk 2 "Scanbestanden met scan-to-folder versturen" voor meer informatie. Scanbestanden naar een NetWare-server versturen Zie hoofdstuk 2 "Scanbestanden met scan-to-folder versturen" voor meer informatie. Scanbestanden bezorgen met behulp van de bezorgingsserver Zie hoofdstuk 3 "Scanbestanden bezorgen" voor meer informatie. Originelen scannen met behulp van het TWAIN-stuurprogramma Gebruik het TWAIN-stuurprogramma om het apparaat op te geven waarop originelen worden gescand vanaf een clientcomputer. Zie hoofdstuk 4 "Werken met de TWAIN-netwerkscannerfunctie". Verwijzing Pag.7 Het versturen van een scanbestand per Pag.39 Scanbestanden versturen met scan-to-folder Pag.71 Scanbestanden bezorgen Pag.87 Het apparaat gebruiken als een TWAIN-compatibele netwerkscanner 2
11 Display In deze handleiding vindt u een beschrijving van het scherm, het scan-tofolderscherm en het scherm voor de netwerkbezorgingsscanner. Zie " scherm", "Scan-to-folderscherm" en "Scherm voor de netwerkbezorgingsscanner" voor meer informatie. Verwijzing Pag.10 scherm Pag.44 Scan-to-folderscherm Pag.74 Scherm voor netwerkbezorgingsscanner Bediening van display en toetsen ALO011S NL 1. Selectietoetsen Druk op een selectietoets om een item onder in het scherm te selecteren. Voorbeeld: het standby-scherm Wanneer de instructie "druk op [ ] om over te schakelen naar het scherm" wordt gegeven in deze handleiding, drukt u op de linkerselectietoets. Wanneer de instructie "druk op [Handm.] " wordt gegeven in deze handleiding, drukt u op de middelste selectietoets. Wanneer de instructie "druk op [Opties]" wordt gegeven in deze handleiding, drukt u op de rechterselectietoets. 2. {Escape}-toets Druk op deze toets om de bewerking te annuleren of terug te gaan naar het vorige scherm. 3. {OK}-toets Druk op deze toets om een functie op het display op te geven of een geselecteerde functie aan te geven. 4. Bladertoets Druk op deze toets om de cursor stap voor stap in de gewenste richting te verplaatsen. Wanneer {U}, {T}, {V} of {W} in deze handleiding wordt afgebeeld, drukt u op de bladertoets in dezelfde richting. 3
12 Scannereigenschappen In dit gedeelte worden de Scannereigenschappen-instellingen beschreven. Als u het Scannereigenschappen-scherm wilt weergeven, drukt u op {Gebruikersinstellingen/Teller}. Raadpleeg de Bedieningshandleiding Standaardinstellingen voor meer informatie over instelmethoden. Belangrijk Het Scannereigenschappen-scherm wordt alleen weergegeven wanneer de Functie-upgradeoptie is geïnstalleerd. Scaninstellingen Opties Standaard scaninstellingen Origineelinstelling Prior. versch.orig.form. Prior. origineelrichting Origineel type instelling Prioriteit Kleurmodus Instellingen: Uitvalkleur Omschrijving Hier kunt u de standaardresolutie en het scanformaat opgeven. Hier kunt u het standaardscangebied opgeven. Hier kunt het apparaat instellen om het formaat van originelen van verschillende formaten die in de Automatische documenteninvoer (ADF) worden geplaatst automatisch te detecteren. Hier kunt u de standaardwaarde voor de richting van het origineel selecteren (handig als u originelen meestal in dezelfde richting plaatst). Hier kunt u een geschikte instelling voor het type origineel selecteren. Hier kunt u opgeven of originelen in kleur of in zwartwit moeten worden gescand. Hier kunt u aangeven welke kleuren niet moeten worden gescand (bepaalde kleuren in het vooraf gedefinieerde bereik worden niet gescand). Instellingen bestemmingslijst Opties Prior. Bestem.lijst 1 Server bestem.lijst bijw. Bestem.lijst prioriteit 2 Omschrijving Hier kunt u aangeven of het adresboek dat door dit apparaat wordt beheerd of de "Bestemmingslijst" die door de bezorgingsserver wordt beheerd standaard moet worden weergegeven. Hier kunt u de bestemmingslijst van de server bijwerken door te drukken op [Server bestem.lijst bijw.]. Als u deze functie wilt gebruiken, stelt u onder [Systeeminst.] [Afleveringsoptie] in op [Aan]. Hier kunt u aangeven of prioriteit moet worden gegeven aan de bestemmingslijst of aan de mapbestemmingslijst. 4
13 Verzendinstellingen Opties TWAIN Stand-by tijd Prioriteit bestandstype Compressie (Z&W) Compressie (Grijs/Kleur) Afdr.&Verw.scannerjournaal Scannerjournaal afdrukken Scannerjournaal verw. Max. form. Beheerdertoepassingen Omschrijving Hier kunt u aangeven hoe het apparaat moet reageren als een clientcomputer gebruik van de TWAIN-scanner probeert te maken tijdens het maken van een scan. Hier kunt u de standaardbestandsindeling van scanbestanden selecteren. Hier kunt u een compressiemethode opgeven voor bestanden die in zwart-wit worden gescand. Hier kunt u een compressiemethode opgeven voor bestanden die in grijstint of kleur worden gescand. Hier kunt u aangeven hoe het apparaat moet reageren wanneer het maximale aantal scannerjournalen wordt overschreden. Hiermee kunt u het scannerjournaal afdrukken. Het scannerjournaal wordt vervolgens verwijderd. Hiermee kunt u het scannerjournaal verwijderen zonder het eerst af te drukken. Hier kunt u aangeven of de grootte van met bijlagen moet worden beperkt of niet. Verdeel & verzend Hier kunt u aangeven of bestanden die de in [Max. E- mailform.] opgegeven grootte overschrijden, moeten worden opgedeeld en als meerdere s moeten worden verzonden. Taal informatie Hier kunt u de taal selecteren waarin documentinformatie als de titel, datum en beheerdersnaam wordt verstuurd. Opties Menu Beschermen Omschrijving Hier kunt u het standaardtoegangsniveau instellen voor functies waarvan de instellingen kunnen worden gewijzigd door gebruikers die geen beheerder zijn. 5
14 6
15 1. Het versturen van een scanbestand per U kunt scanbestanden toevoegen aan s en deze via verbindingen als LAN en het Internet versturen. Belangrijk Deze functie is alleen beschikbaar wanneer de Functie-upgradeoptie is geïnstalleerd. 7
16 Het versturen van een scanbestand per 1 Voordat scanbestanden per worden verstuurd In dit gedeelte worden de benodigde voorbereidingen en de procedure voor het versturen van een scanbestand per beschreven. Overzicht van het versturen van een scanbestand per In dit gedeelte wordt de functie voor het versturen van scanbestanden per besproken. ZZZ508S 1. Dit apparaat Een gescand bestand kan aan een worden toegevoegd en naar een mailserver worden gestuurd. 2. SMTP-server Als u scanbestanden per wilt versturen, heeft u toegang nodig tot een e- mailserver die SMTP (Simple Mail Transfer Protocol) ondersteunt. Het is echter niet noodzakelijk om een server te hebben binnen het LAN waartoe dit apparaat behoort. Via een LAN of het Internet wordt een ontvangen door het apparaat overgedragen naar een opgegeven bestemming. 3. Cliëntcomputer Gebruik clientsoftware om berichten en scanbestandbijlagen te ontvangen die door het apparaat zijn gegenereerd. 4. LDAP-server Gebruik deze server voor het beheren van accounts, het doorzoeken van het netwerk en het verifiëren van de computers die toegang hebben tot het apparaat. Met behulp van de LDAP-server kunt u vanaf het apparaat naar bestemmingen zoeken. 8
17 Voordat scanbestanden per worden verstuurd Voorbereiding voor het versturen per In dit gedeelte worden de voorbereidingen en de instellingen voor het versturen van een scanbestand per beschreven. A Sluit het apparaat aan op het netwerk. Sluit het apparaat aan op het netwerk via een Ethernet-kabel, een IEEE kabel of een draadloos LAN (IEEE b). B Geef de benodigde netwerkinstellingen op in [Systeeminst.]. Als u het apparaat op het netwerk heeft aangesloten met een Ethernet-kabel, geeft u de volgende instellingen op. Zie de Bedieningshandleiding Standaardinstellingen voor meer informatie. Geef het IPv4-adres en het subnetmasker van het apparaat op. Geef het IPv4-gatewayadres op. Schakel in [Actief protocol] [IPv4] in. Geef de SMTP-server op. C Wijzig, indien nodig, instellingen in [Verzendinstellingen] onder [Scannereigenschappen]. 1 Opmerking Als u het apparaat met een IEEE 1394-kabel of draadloos LAN (IEEE b) wilt aansluiten, is respectievelijk een uitgebreid 1394-board of uitgebreid draadloos LAN-board vereist. Zie de Netwerkhandleiding voor meer informatie. De opties die in [Systeeminst.] moeten worden ingesteld, variëren afhankelijk van de netwerkomgeving. Raadpleeg de Bedieningshandleiding Standaardinstellingen voor meer informatie over netwerkinstellingen. Raadpleeg de Bedieningshandleiding Standaardinstellingen voor meer informatie over [Scannereigenschappen]. -adressen opslaan in het adresboek U kunt veelgebruikte adressen opslaan in het adresboek. U kunt veelgebruikte adressen opslaan in het adresboek. Sla adressen op in [Adresboek beheer] onder [Beheerderstoepassingen] in [Systeeminst.]. Adressen kunnen ook als groepen worden opgeslagen. 9
18 Het versturen van een scanbestand per 1 Opmerking Raadpleeg de Bedieningshandleiding Standaardinstellingen voor meer informatie over het opslaan van adressen in het adresboek. U kunt adressen ook met behulp van Web Image Monitor of SmartDeviceMonitor for Admin in het adresboek opslaan. Raadpleeg de Netwerkhandleiding voor meer informatie over het installeren van deze toepassingen. Raadpleeg de Help bij de betreffende toepassingen voor meer informatie over het opslaan van adressen in het adresboek. Afhankelijk van het soort apparaat kunt u mogelijk het apparaat niet gebruiken wanneer het het adresboek aan het bijwerken is met CSV-bestanden (opgehaald met SmartDeviceMonitor for Admin) waarin gebruikerscodes staan. scherm In dit gedeelte wordt de schermlay-out tijdens het versturen van scanbestanden per besproken. Hoofdscherm ALO001S NL Wanneer een bestemming handmatig wordt ingevoerd ALO002S NL 10
19 Voordat scanbestanden per worden verstuurd Wanneer een groep voor een bestemming wordt geselecteerd 1 ALO020S NL 1. pictogram Dit pictogram geeft aan dat het scherm wordt weergegeven. 2. Bestemmingsveld Hier wordt de geselecteerde bestemming weergegeven. Als er meerdere bestemmingen zijn geselecteerd, drukt u op {U} of {T} om de bestemmingen in de geselecteerde volgorde weer te geven. Druk op {Controleer bestemming} om de geselecteerde bestemming te controleren. 3. /scan-to-folder /netwerkbezorgingsscanner Druk hier om tussen de schermen te schakelen. U kunt deze toets ook gebruiken om tussen de - en scan-to-folderfuncties te schakelen wanneer u hetzelfde bestand tegelijkertijd naar zowel - als scan-to-folder bestemmingen verstuurt. 4. [Handm.] Wanneer u een bestemming opgeeft die niet is geregistreerd, drukt u op [Handm.] en voert u vervolgens het adres van de bestemming in met behulp van de sneltoetsen. 5. [Opties] Druk hierop om scaninstellingen en indelingen op te geven van de bestanden die u wilt versturen. 6. [Best.tv.] Wanneer u een adres handmatig heeft toegevoegd en u daarna meerdere bestemmingen wilt selecteren, drukt u op [Best.tv.] en voert u het adres van de bestemming in. 7. [Best.bw.] Wanneer u een al ingevoerd adres wilt wijzigen, drukt u op [Best.bw.] en voert u het nieuwe adres in. 8. [Weerg.] Druk hierop om de adressen die in een groep zijn opgeslagen te bekijken. 11
20 Het versturen van een scanbestand per 1 Basisprocedure voor het versturen van berichten In dit gedeelte wordt de basisprocedure voor het versturen van scanbestanden per besproken. A Zorg ervoor dat alle oude instellingen verwijderd worden. Als een voorgaande instelling is overgebleven, drukt u op de toets {Instellingen verwijderen}. B Als het netwerkbezorgingsserver- of scan-to-folderscherm wordt weergegeven, drukt u op [ ] om over te schakelen naar het scherm. C Plaats de originelen. D Selecteer de bestemming. U kunt meerdere bestemmingen opgeven. Zie "Een bestemming opgeven" voor meer informatie. E Druk op [Opties], selecteer [Naam afzender] en geef de afzender op. Zie "Een bestemming opgeven" voor meer informatie. F Druk indien nodig op [Opties] om de resolutie en de richting van de originelen op te geven. Zie "Diverse scaninstellingen" voor meer informatie. 12
21 Basisprocedure voor het versturen van berichten G Druk op {Start}. Het scannen wordt gestart. U moet op {q} drukken om scanbestanden te versturen die vanaf de glasplaat worden gescand. Scanbestanden die vanaf de ADF worden gescand, worden onmiddellijk verzonden. H Als u nog meer originelen wilt versturen, plaatst u deze op het apparaat en drukt u op {Start}. Herhaal deze stap totdat alle originelen zijn gescand. I Als alle originelen zijn gescand, drukt u op {q}. De overdracht wordt gestart. 1 Opmerking Als u twee of meer bestemmingen heeft geselecteerd, kunt u de bestemmingen één voor één zichtbaar maken door op {U} of {T} te drukken. Als u een geselecteerde bestemming wilt annuleren, geeft u de bestemming weer in het bestemmingsveld en drukt u vervolgens op {Wis/Stop}. In [Systeeminst.] kunt u het adres van de beheerder opgeven als de standaard afzendernaam. Op deze manier kunt u versturen zonder iets te hoeven invoeren voor [Naam afzender]. Zie de Bedieningshandleiding Standaardinstellingen voor meer informatie. Afhankelijk van de beveiligingsinstelling kan de ingelogde gebruiker worden opgegeven als [Naam afzender]. Wanneer u scanbestanden per verstuurt, kunt u de ontvangstbevestigingsfunctie gebruiken. Er wordt een verstuurd naar de in stap E geselecteerde afzender met de mededeling dat de ontvanger de heeft gelezen. Als u deze functie wilt gebruiken, selecteert u onder [Opties] de optie [Ontvangstbevestiging]. Als u de ontvangstbevestigingsfunctie wilt inschakelen, moet u de Scan- Router-bezorgingssoftware instellen om via SMTP te versturen. Raadpleeg de handleidingen die zijn meegeleverd met de ScanRouter-bezorgingssoftware voor meer informatie over het opgeven van deze instelling. Als de toepassing van de ontvanger de MDN-functie (Message Disposition Notification) niet ondersteunt, wordt de met de ontvangstbevestiging mogelijk niet verzonden. Druk op {Wis/ Stop} om het scannen te annuleren. Verwijzing Pag.14 Een bestemming opgeven Pag.28 De afzender opgeven Pag.95 Diverse scaninstellingen 13
22 Het versturen van een scanbestand per Een bestemming opgeven 1 In dit gedeelte wordt beschreven hoe u bestemmingen kunt opgeven. U kunt bestemmingen op een van de volgende manieren opgeven: Een bestemming opgeven: Een bestemming selecteren die onder een sneltoets is opgeslagen Een bestemming selecteren uit het adresboek van het apparaat Een adres handmatig invoeren. Op de LDAP-server zoeken naar een bestemming en deze selecteren Een bestemming selecteren die onder een sneltoets is opgeslagen In dit gedeelte wordt beschreven hoe u een bestemming selecteert die onder een sneltoets is opgeslagen. Raadpleeg de Bedieningshandleiding Standaardinstellingen voor meer informatie over het opslaan van een bestemming onder een sneltoets. A Druk op de sneltoets waaronder de bestemming is opgeslagen. ALO007S Herhaal deze stap om meer bestemmingen toe te voegen. 14
23 Een bestemming opgeven Een bestemming selecteren die in het adresboek van het apparaat is opgeslagen In dit gedeelte wordt beschreven hoe u een bestemming kunt selecteren in het adresboek van het apparaat. 1 Belangrijk Als u deze functie wilt gebruiken, moet u de bestemmingen eerst in [Systeeminst.] opslaan. Zie de Bedieningshandleiding Standaardinstellingen voor meer informatie. U kunt een bestemming die in het adresboek van het apparaat is opgeslagen op vier manieren selecteren: Een bestemming selecteren in de lijst Het registratienummer van de bestemming invoeren Een bestemming zoeken op naam Een bestemming zoeken op adres Een bestemming selecteren in een lijst Volg de onderstaande procedure om een bestemming te selecteren in de lijst. A Druk op {Zoek bestemming}. ALO010S NL B Druk op {U} of {T} om [Geef bestemmingslijst weer] te selecteren en druk vervolgens op {OK}. 15
24 Het versturen van een scanbestand per C Druk op {U} of {T} om de bestemming in de lijst te selecteren en druk vervolgens op {V}. 1 Het selectievakje aan de linkerzijde van de geselecteerde bestemming is ingeschakeld. Herhaal deze stap om meer bestemmingen toe te voegen. D Druk op {OK}. Opmerking Als onder [Systeeminst.] [LDAP zoeken] is ingesteld op [Aan] wordt een scherm weergegeven waarin u een zoekobject kunt selecteren wanneer u op {Zoek bestemming} drukt. Selecteer in het scherm [Zoek adresboek] en druk vervolgens op {OK}. Als u een geselecteerde bestemming wilt annuleren, drukt u op {U} of {T} om de doelbestemming te selecteren en drukt u vervolgens op {W}. Afhankelijk van de beveiligingsinstellingen worden sommige bestemmingen mogelijk niet in de bestemmingslijst weergegeven. Het registratienummer gebruiken voor het selecteren van een bestemming De bestemming in het adresboek van het apparaat selecteren met behulp van het registratienummer van de bestemming. A Druk op {Zoek bestemming}. ALO010S NL 16
25 Een bestemming opgeven B Druk op {U} of {T} om [Zoek op registratienr.] te selecteren en druk vervolgens op {OK}. 1 C Voer het uit drie cijfers bestaande nummer dat aan de bestemming is toegewezen in met behulp van de cijfertoetsen en druk vervolgens op {OK}. Voorbeeld: u wilt 003 invoeren Druk op {3} en druk vervolgens op {OK}. D Druk op {V}. Het selectievakje aan de linkerzijde van de geselecteerde bestemming is ingeschakeld. E Druk op {OK}. Opmerking Als onder [Systeeminst.] [LDAP zoeken] is ingesteld op [Aan] wordt een scherm weergegeven waarin u een zoekobject kunt selecteren wanneer u op {Zoek bestemming} drukt. Selecteer in het scherm [Zoek adresboek] en druk vervolgens op {OK}. 17
26 Het versturen van een scanbestand per Een bestemming zoeken op naam 1 Volg de onderstaande procedure om een bestemming te zoeken op naam in het adresboek van het apparaat. A Druk op {Zoek bestemming}. ALO010S NL B Selecteer [Zoek op naam] en druk vervolgens op {OK}. C Voer de eerste letters van de naam van de bestemming in en druk vervolgens tweemaal op {OK}. De bestemmingen die aan de zoekvoorwaarden voldoen, worden weergegeven. D Druk op {U} of {T} om de bestemming te selecteren en druk vervolgens op {V}. Het selectievakje aan de linkerzijde van de geselecteerde bestemming is ingeschakeld. 18
27 Een bestemming opgeven E Druk op {OK}. 1 Opmerking Er worden maximaal 100 bestemmingen in de zoekresultaten weergegeven. Als onder [Systeeminst.] [LDAP zoeken] is ingesteld op [Aan] wordt een scherm weergegeven waarin u een zoekobject kunt selecteren wanneer u op {Zoek bestemming} drukt. Selecteer in het scherm [Zoek adresboek] en druk vervolgens op {OK}. Als u een geselecteerde bestemming wilt annuleren, drukt u op {U} of {T} om de doelbestemming te selecteren en drukt u vervolgens op {W}. Een bestemming zoeken op adres Volg de onderstaande procedure om een bestemming te zoeken op adres in het adresboek van het apparaat. A Druk op {Zoek bestemming}. ALO010S NL B Druk op {U} of {T} om [Zoeken op adres] te selecteren en druk vervolgens op {OK}. 19
28 Het versturen van een scanbestand per C Voer de eerste letters van het adres van de bestemming in en druk vervolgens tweemaal op {OK}. 1 De bestemmingen die aan de zoekvoorwaarden voldoen, worden weergegeven. D Druk op {U} of {T} om de bestemming te selecteren en druk vervolgens op {V}. Het selectievakje aan de linkerzijde van de geselecteerde bestemming is ingeschakeld. E Druk op {OK}. Opmerking Als onder [Systeeminst.] [LDAP zoeken] is ingesteld op [Aan] wordt een scherm weergegeven waarin u een zoekobject kunt selecteren wanneer u op {Zoek bestemming} drukt. Selecteer in het scherm [Zoek adresboek] en druk vervolgens op {OK}. Er worden maximaal 100 bestemmingen in de zoekresultaten weergegeven. Als u een geselecteerde bestemming wilt annuleren, drukt u op {U} of {T} om de doelbestemming te selecteren en drukt u vervolgens op {W}. 20
29 Een bestemming opgeven Handmatige invoer van een adres In dit gedeelte wordt beschreven hoe u een adres handmatig kunt invoeren. A Druk op [Handm.]. 1 B Voer het adres in. C Druk op {OK}. Opmerking [Handm.] wordt, afhankelijk van de beveiligingsinstellingen, mogelijk niet weergegeven. Neem contact op met de beheerder voor meer informatie. Als u een al ingevoerd adres wilt aanpassen of wijzigen, drukt u op [Best.bw.]. Als u een andere bestemming wilt toevoegen, drukt u op [Best.tv.] en voert u vervolgens een adres in. U kunt handmatig ingevoerde adressen opslaan in het adresboek van het apparaat. Zie "Handmatig ingevoerde adressen opslaan in het adresboek" voor meer informatie. Verwijzing Pag.26 Handmatig ingevoerde -adressen opslaan in het adresboek 21
30 Het versturen van een scanbestand per Een bestemming zoeken op de LDAP-server 1 U kunt op een LDAP-server zoeken naar bestemmingen en deze selecteren. Belangrijk Als u deze functie wilt gebruiken, moet er een LDAP-server op het netwerk zijn aangesloten. Daarnaast moet u de server registreren onder [Systeeminst.] en [LDAP zoeken] instellen op [Aan]. Raadpleeg de Netwerkhandleiding voor meer informatie. A Druk op {Zoek bestemming}. ALO010S NL B Selecteer [Zoek LDAP] en druk vervolgens op {OK}. C Selecteer [Selecteer Server] en druk vervolgens op {OK}. D Selecteer de server en druk op {OK}. Als verificatie vereist is voor toegang tot de server wordt het verificatiescherm weergegeven. Voer de gebruikersnaam en het wachtwoord in. Het LDAP-zoekscherm wordt opnieuw weergegeven. 22
31 Een bestemming opgeven E Selecteer [Geavanceerd zoeken] en druk vervolgens op {OK}. 1 F Geef de zoekvoorwaarden op. In het volgende voorbeeld wordt gezocht op de beginletters van de naam van de bestemming. Selecteer [Naam] en druk vervolgens op {OK}. G Voer de beginletters van de naam van de bestemming in. Of de zoekopdracht is gebaseerd op achternaam of voornaam is afhankelijk van de manier waarop de beheerder de zoekfunctie heeft geconfigureerd. H Druk op {OK}. I Druk op {U} of {T} om [Ongestr. zk] te selecteren en druk vervolgens op {OK}. ~ wordt aan de linkerzijde van de opgegeven zoekvoorwaarde opgegeven. U kunt de zoekopdracht verfijnen door meerdere zoekvoorwaarden op te geven. J Druk op {Escape}. 23
32 Het versturen van een scanbestand per K Druk op [Zoeken]. 1 De bestemmingen die aan de zoekvoorwaarden voldoen, worden weergegeven. L Druk op {U} of {T} om de bestemming te selecteren en druk vervolgens op {V}. Het selectievakje aan de linkerzijde van de geselecteerde bestemming is ingeschakeld. M Druk op {OK}. 24 Opmerking Er worden maximaal 100 bestemmingen in de zoekresultaten weergegeven. U kunt criteria uit de volgende lijst selecteren: [Insluiten]: De namen die het opgegeven teken (of de opgegeven tekens) bevatten, worden weergegeven. Voorbeeld: Voer "A", "B" of "C" in om "ABC" te vinden. [Uitsluiten]: De namen die niet een opgegeven teken (of opgegeven tekens) bevatten, worden weergegeven. Voorbeeld: Voer "D" in om "ABC" te vinden. [Eerste woord]: De namen die beginnen met het opgegeven teken (of de opgegeven tekens) worden weergegeven. Voorbeeld: Voer "A" in om "ABC" te vinden. [Ltste woord]: De namen die eindigen met het opgegeven teken (of de opgegeven tekens) worden weergegeven. Voorbeeld: Voer "C" in om "ABC" te vinden. [Ex. ovreenk.]: De namen die overeenkomen met het opgegeven teken (of de opgegeven tekens) worden weergegeven. Voorbeeld: Voer "ABC" in om "ABC" te vinden. [Ongestr. zk]: een vage zoekbewerking (De werking van deze vage zoekbewerking is afhankelijk van het door de LDAP-server ondersteunde systeem.)
33 Een bestemming opgeven Als een adres dat door de LDAP-server wordt opgehaald te lang is, kan het niet als de bestemming worden opgegeven. Zie " " voor meer informatie over het aantal tekens dat kan worden opgegeven. Voor een bestemming kunnen meerdere adressen zijn opgeslagen. Er wordt echter maar één adres per bestemming in de zoekresultaten weergegeven. Welk adres wordt weergegeven, is afhankelijk van de LDAP-server. Doorgaans is dit het adres dat als eerste is opgeslagen. 1 Verwijzing Pag.127 Geselecteerde bestemmingen controleren In dit gedeelte wordt beschreven hoe u geselecteerde bestemmingen kunt controleren. U kunt geselecteerde bestemmingen op twee manieren controleren: Het bestemmingsveld controleren U kunt in het bestemmingsveld controleren welke bestemming is geselecteerd. Als er meerdere bestemmingen zijn geselecteerd, drukt u op {U} of {T} om de bestemmingen in de geselecteerde volgorde weer te geven. Het bedieningspaneel controleren Druk op {Controleer bestemming} om een geselecteerde bestemming te controleren. 25
34 Het versturen van een scanbestand per Handmatig ingevoerde -adressen opslaan in het adresboek 1 In dit gedeelte wordt beschreven hoe u een handmatig ingevoerde bestemming kunt opslaan in het adresboek van het apparaat. U kunt ook een adres dat u op de LDAP-server heeft geselecteerd in het adresboek opslaan. A Druk op {Controleer bestemming}. ALO008S NL B Druk op {U} of {T} om de bestemming weer te geven die u wilt opslaan en druk vervolgens op [Progr.]. C Voer de naam in en druk op {OK}. D Druk op [Best.] en [Reg.nr.] om de registratiegegevens op te geven. Als u alle instellingen heeft gedefinieerd, drukt u op {OK}. Raadpleeg de Bedieningshandleiding Standaardinstellingen voor meer informatie over het opgeven van registratiegegevens. 26
35 Een bestemming opgeven E Druk op {Escape}. 1 Opmerking Afhankelijk van de beveiligingsinstellingen wordt [Progr.] mogelijk niet weergegeven. In dat geval kunt u de registratie niet voltooien. 27
36 Het versturen van een scanbestand per De afzender opgeven 1 In dit gedeelte wordt beschreven hoe u de afzender van de kunt opgeven. Als u s wilt versturen, moet u de naam van de afzender opgeven. U kunt de afzender van de op een van de volgende manieren opgeven: Een afzender selecteren die onder een sneltoets is opgeslagen Een afzender selecteren uit het adresboek van het apparaat Het registratienummer invoeren van een afzender die in het adresboek van het apparaat is opgeslagen Op naam zoeken naar een afzender in het adresboek van het apparaat Op adres zoeken naar een afzender in het adresboek van het apparaat Opmerking Afzenders moeten eerst worden opgeslagen onder [Systeeminst.]. Zie de Bedieningshandleiding Standaardinstellingen voor meer informatie. In [Systeeminst.] kunt u het adres van de beheerder opgeven als de standaardafzendernaam. Op deze manier kunt u versturen zonder iets te hoeven invoeren voor [Naam afzender]. Afhankelijk van de beveiligingsinstelling kan de ingelogde gebruiker worden opgegeven als [Naam afzender]. Als een beveiligingscode is ingesteld, verschijnt nadat de afzender is geselecteerd, het scherm voor het invoeren van de beveiligingscode. Voer de beveiligingscode in en druk vervolgens op {OK}. Als de door u ingevoerde beveiligingscode juist is, verschijnt de naam van de afzender. 28
37 De afzender opgeven Een afzender selecteren die onder een sneltoets is opgeslagen In dit gedeelte wordt beschreven hoe u een afzender selecteert die onder een sneltoets is opgeslagen. Raadpleeg de Bedieningshandleiding Standaardinstellingen voor meer informatie over het opslaan van een afzenders van onder een sneltoets. A Druk op [Opties]. 1 B Selecteer [Naam afzender] en druk vervolgens op {OK}. C Druk op de sneltoets waaronder de afzender is opgeslagen. ALO007S D Druk op {OK}. "Geprogrammeerd" wordt weergegeven en vervolgens wordt het scherm met verzendopties opnieuw weergegeven. 29
38 Het versturen van een scanbestand per Een afzender selecteren in de lijst 1 In dit gedeelte wordt beschreven hoe u een afzender kunt selecteren in het adresboek van het apparaat. A Druk op [Opties]. B Selecteer [Naam afzender] en druk vervolgens op {OK}. C Druk op {Zoek bestemming}. ALO010S NL D Druk op {U} of {T} om [Geef bestemmingslijst weer] te selecteren en druk vervolgens op {OK}. 30
39 De afzender opgeven E Druk op {U} of {T} om de afzender te selecteren, en druk vervolgens op {V}. 1 Het selectievakje aan de linkerzijde van de geselecteerde afzender is ingeschakeld. Als u een geselecteerde afzender wilt annuleren, drukt u op {U} of {T} om de doelafzender te selecteren en drukt u vervolgens op {W}. F Druk op {OK}. G Druk op {OK}. "Geprogrammeerd" wordt weergegeven en vervolgens wordt het scherm met verzendopties opnieuw weergegeven. Een registratienummer gebruiken om de naam van een afzender op te geven In dit gedeelte wordt beschreven hoe u een afzender kunt selecteren door zijn/haar registratienummer in te voeren. A Druk op [Opties]. B Selecteer [Naam afzender] en druk vervolgens op {OK}. 31
40 Het versturen van een scanbestand per C Druk op {Zoek bestemming}. 1 ALO010S NL D Druk op {U} of {T} om [Zoek op registratienr.] te selecteren en druk vervolgens op {OK}. E Voer het uit drie cijfers bestaande nummer dat aan de afzender is toegewezen in met behulp van de cijfertoetsen en druk vervolgens op {OK}. Voorbeeld: u wilt 001 invoeren Druk op {1} en druk vervolgens op {OK}. F Druk op {V}. Het selectievakje aan de linkerzijde van de geselecteerde afzender is ingeschakeld. G Druk op {OK}. 32
41 De afzender opgeven H Druk op {OK}. 1 "Geprogrammeerd" wordt weergegeven en vervolgens wordt het scherm met verzendopties opnieuw weergegeven. Een afzender zoeken op naam In dit gedeelte wordt beschreven hoe u naar een afzender kunt zoeken op naam in het adresboek van het apparaat. A Druk op [Opties]. B Selecteer [Naam afzender] en druk vervolgens op {OK}. C Druk op {Zoek bestemming}. ALO010S NL D Selecteer [Zoek op naam] en druk vervolgens op {OK}. 33
42 Het versturen van een scanbestand per E Voer de eerste letters van de naam van de afzender in en druk tweemaal op {OK}. 1 De afzenders die aan de zoekvoorwaarden voldoen, worden weergegeven. F Druk op {U} of {T} om de afzender te selecteren, en druk vervolgens op {V}. Het selectievakje aan de linkerzijde van de geselecteerde afzender is ingeschakeld. G Druk op {OK}. H Druk op {OK}. "Geprogrammeerd" wordt weergegeven en vervolgens wordt het scherm met verzendopties opnieuw weergegeven. Opmerking Er worden maximaal 100 bestemmingen in de zoekresultaten weergegeven. 34
43 De afzender opgeven Een afzender zoeken op adres In dit gedeelte wordt beschreven hoe u naar een afzender kunt zoeken op adres in het adresboek van het apparaat. A Druk op [Opties]. 1 B Selecteer [Naam afzender] en druk vervolgens op {OK}. C Druk op {Zoek bestemming}. ALO010S NL D Selecteer [Zoeken op adres] en druk vervolgens op {OK}. E Voer de eerste letters van het adres van de afzender in en druk vervolgens tweemaal op {OK}. De bestemmingen die aan de zoekvoorwaarden voldoen, worden weergegeven. 35
44 Het versturen van een scanbestand per F Druk op {U} of {T} om de bestemming te selecteren en druk vervolgens op {V}. 1 G Druk op {OK}. H Druk op {OK}. "Geprogrammeerd" wordt weergegeven en vervolgens wordt het scherm met verzendopties opnieuw weergegeven. Opmerking Er worden maximaal 100 bestemmingen in de zoekresultaten weergegeven. 36
45 resultaten controleren resultaten controleren In dit gedeelte worden de items beschreven die op het scherm worden weergegeven en wordt beschreven hoe u de status van verzonden bestanden kunt weergeven. Druk op {Taak-informatie} om de status van verzonden bestanden weer te geven. U kunt dit scherm gebruiken om -, scan-to-folder- en bezorgingsresultaten te controleren. 1 Status van verzonden bestanden ALO012S NL 1. Datum / Tijd Hier worden de datum en tijd weergegeven waarop het bestand door het apparaat is verzonden of de datum en tijd waarop de verzending van het bestand is"vvoltooid", "VMislukt" of "VGeannuleerd". 2. Bestemming De verzendfunctie ( , scan-to-folder of bezorgfunctie) wordt met een pictogram weergegeven. Wanneer meerdere bestemmingen werden geselecteerd, wordt de eerst geselecteerde bestemming weergegeven. 3. Aantal gescande pagina s Hier wordt het aantal gescande pagina s weergegeven. 4. Status Een van de volgende statuswaarden worden weergegeven voor de verzending: "VVoltooid", "VVersturen ", "VWachten ", "VMislukt" of "VGeannuleerd". 5. [Afdrukken] Druk hierop om de verzendresultaten af te drukken. Opmerking Afhankelijk van de beveiligingsinstellingen worden sommige verzendresultaten mogelijk niet weergegeven bij Status verzonden bestanden. 37
46 Het versturen van een scanbestand per 1 38
47 2. Scanbestanden versturen met scan-to-folder Als u met de scan-to-folderfunctie werkt, kunt u bestanden via het netwerk versturen naar gedeelde mappen van de FTP-server of NetWare-mappen. Belangrijk Deze functie is alleen beschikbaar wanneer de Functie-upgradeoptie is geïnstalleerd. 39
48 Scanbestanden versturen met scan-to-folder Voordat u scanbestanden verstuurt met scan-to-folder 2 In dit gedeelte worden de benodigde voorbereidingen en de procedure voor het versturen van scanbestanden met scan-to-folder beschreven. Overzicht van het versturen van scanbestanden met scan-tofolder In dit gedeelte wordt de functie voor het versturen van scanbestanden met scanto-folder besproken. Scanbestanden naar gedeelde mappen versturen ZZZ509S 1. Dit apparaat U kunt scanbestanden naar gedeelde netwerkmappen versturen. Als u scanbestanden naar gedeelde netwerkmappen wilt versturen, gebruikt u het SMB-protocol. 2. Computer met een gedeelde map Als u deze functie wilt gebruiken, moet u eerst een gedeelde map hebben gemaakt. U kunt een gedeelde map opgeven om scanbestanden in op te slaan. 3. Cliëntcomputer U kunt scanbestanden die in een gedeelde map zijn opgeslagen ook doorbladeren vanaf een clientcomputer. 40
49 Voordat u scanbestanden verstuurt met scan-to-folder Scanbestanden naar de FTP-server versturen 2 ZZZ510S 1. Dit apparaat U kunt scanbestanden naar mappen van de FTP-server versturen. Als u scanbestanden naar mappen op FTP-servers wilt versturen, gebruikt u het FTP-protocol. 2. FTP-server De FTP-server is een server die zorgt voor de overdracht van bestanden tussen computers op hetzelfde netwerk. Verzonden bestanden worden op deze server opgeslagen. De FTP-server moet zich binnen het LAN/WAN bevinden waartoe het apparaat behoort. Het is niet mogelijk om toegang te krijgen tot een FTPserver via een proxyserver. 3. Cliëntcomputer U kunt scanbestanden die op een FTPserver zijn opgeslagen doorbladeren vanaf een clientcomputer. Er moet een FTPclientprogramma op de computer aanwezig zijn om verbinding met een FTPserver te kunnen maken. 41
50 Scanbestanden versturen met scan-to-folder Scanbestanden naar een NetWare-server versturen 2 ZZZ511S 1. Dit apparaat U kunt scanbestanden naar NetWaremappen versturen. Als u scanbestanden naar NetWare-mappen wilt versturen, gebruikt u het NCP-protocol. 2. NetWare-server U kunt deze server gebruiken om bestanden via NetWare op het netwerk te delen. Als u beeldgegevens naar de server verzendt, kunnen de beelden op de server worden opgeslagen. 3. Cliëntcomputer De beelden kunnen alleen worden gedownload door computers waarop de NetWare-client is geïnstalleerd en die op de server zijn ingelogd. Voorbereiding voor het versturen met scan-to-folder In dit gedeelte worden de voorbereidingen en de instellingen voor het versturen van een scanbestand met scan-to-folder beschreven. Belangrijk Bestanden kunnen naar gedeelde mappen op clientcomputers worden verstuurd. Bestanden kunnen ook naar FTP-servers worden verstuurd als deze aanwezig zijn in het netwerk. Bestanden kunnen ook naar NetWare-servers worden verstuurd als deze aanwezig zijn in het netwerk. A Sluit het apparaat aan op het netwerk. Sluit het apparaat aan op het netwerk via een Ethernet-kabel, een IEEE kabel of een draadloos LAN (IEEE b). 42
51 Voordat u scanbestanden verstuurt met scan-to-folder B Geef de benodigde netwerkinstellingen op in [Systeeminst.]. Als u het apparaat op het netwerk hebt aangesloten met een Ethernet-kabel, geeft u de volgende instellingen op. Zie de Bedieningshandleiding Standaardinstellingen voor meer informatie. Geef het IPv4-adres en het subnetmasker van het apparaat op. Geef het IPv4-gatewayadres op. Schakel in [Actief protocol] [IPv4] in. Als u bestanden naar gedeelde mappen wilt versturen, schakelt u [SMB] in [Actief protocol] in. Als u bestanden naar NetWare-mappen wilt versturen, schakelt u [NetWare] in [Actief protocol] in. C Wijzig, indien nodig, instellingen in [Verzendinstellingen] onder [Scannereigenschappen]. 2 Opmerking Als u het apparaat met een IEEE 1394-kabel of draadloos LAN (IEEE b) wilt aansluiten, is respectievelijk een uitgebreid 1394-board of uitgebreid draadloos LAN-board vereist. Zie de Netwerkhandleiding voor meer informatie. De opties die in [Systeeminst.] moeten worden ingesteld, variëren afhankelijk van de netwerkomgeving. Raadpleeg de Bedieningshandleiding Standaardinstellingen voor meer informatie over netwerkinstellingen. Raadpleeg de Bedieningshandleiding Standaardinstellingen voor meer informatie over [Scannereigenschappen]. Het verzenden van bestanden met SMB is alleen mogelijk in een NetBiosvia-TCP/IP-omgeving. Het verzenden van bestanden met SMB is niet mogelijk in de NetBEUI-omgeving. Zelfs wanneer instellingen die via het bedieningspaneel, Web Image Monitor, Telnet of een andere methode zijn opgegeven het gebruik van SMB en FTP niet toestaan, is het nog steeds mogelijk om bestanden te versturen met scan-to-folder. 43
52 Scanbestanden versturen met scan-to-folder Bestemmingsmappen opslaan in het adresboek 2 U kunt de adressen van veelgebruikte bestemmingsmappen opslaan in het adresboek. Sla de mapadressen op in [Adresboek beheer] onder [Beheerderstoepassingen] in [Systeeminst.]. Deze adressen kunnen ook als groepen worden opgeslagen. Opmerking Raadpleeg de Bedieningshandleiding Standaardinstellingen voor meer informatie over het opslaan van het adres van een bestemmingsmap in het adresboek. U kunt gegevens invoeren in het adresboek met Web Image Monitor of SmartDeviceMonitor for Admin. Raadpleeg de Netwerkhandleiding voor meer informatie over het installeren van deze toepassingen. Zie de Help van iedere toepassing voor informatie over het opslaan van adressen. Afhankelijk van het soort apparaat kunt u mogelijk het apparaat niet gebruiken wanneer het het adresboek aan het bijwerken is met CSV-bestanden (opgehaald met SmartDeviceMonitor for Admin) waarin gebruikerscodes staan. Scan-to-folderscherm In dit gedeelte wordt de schermlay-out voor het versturen van scanbestanden met scan-to-folder besproken. Hoofdscherm ALO003S NL 44
53 Voordat u scanbestanden verstuurt met scan-to-folder Wanneer een bestemming handmatig wordt ingevoerd ALO004S NL 2 Wanneer een groep voor een bestemming wordt geselecteerd ALO021S NL 1. Scan-to-folderpictogram Dit pictogram geeft aan dat het scan-tofolderscherm wordt weergegeven. 2. Bestemmingsveld Hier wordt de geselecteerde bestemming weergegeven. Als er meerdere bestemmingen zijn geselecteerd, drukt u op {U} of {T} om de bestemmingen in de geselecteerde volgorde weer te geven. Druk op {Controleer bestemming} om de geselecteerde bestemming te controleren. 3. /scan-to-folder /netwerkbezorgingsscanner Druk hier om tussen de schermen te schakelen. U kunt deze toets ook gebruiken om tussen de - en scan-to-folderfuncties te schakelen wanneer u een bestand tegelijkertijd naar zowel als scan-to-folderbestemmingen verstuurt. 4. [Best.:] Wanneer u een bestemming opgeeft die niet is geregistreerd, drukt u op [Best.:] en voert u vervolgens het pad naar de bestemming in met behulp van de sneltoetsen. 5. [Opties] Druk hierop om scaninstellingen en indelingen op te geven van de bestanden die u wilt versturen. 6. [Best.tv.] Druk hierop om een handmatig ingevoerd pad naar een map als een bestemming toe te voegen. 7. [Best.bw.] Druk hierop om een handmatig ingevoerd pad naar een map aan te passen of te wijzigen. 8. [Weerg.] Druk hierop om de bestemmingen die in een groep zijn opgeslagen te bekijken. 45
54 Scanbestanden versturen met scan-to-folder Basisprocedure voor het versturen met scan-to-folder 2 In dit gedeelte wordt de basisprocedure voor het versturen van scanbestanden met scan-to-folder besproken. A Zorg ervoor dat alle oude instellingen verwijderd worden. Als een voorgaande instelling is overgebleven, drukt u op de toets {Instellingen verwijderen}. B Als het netwerkbezorgingsserver- of scherm wordt weergegeven, drukt u op [ ] om over te schakelen naar het scan-to-folderscherm. C Plaats de originelen. D Selecteer een bestemming. U kunt meerdere bestemmingen opgeven. Zie "Een bestemmingsmap opgeven" voor meer informatie. E Druk indien nodig op [Opties] om de resolutie en de richting van de originelen op te geven. Zie "Diverse scaninstellingen" voor meer informatie. F Druk op {Start}. Het scannen wordt gestart. U moet op {q} drukken om scanbestanden te versturen die vanaf de glasplaat worden gescand. Scanbestanden die vanaf de ADF worden gescand, worden onmiddellijk verzonden. 46
55 Basisprocedure voor het versturen met scan-to-folder G Als u nog meer originelen wilt versturen, plaatst u deze op het apparaat en drukt u op {Start}. Herhaal deze stap totdat alle originelen zijn gescand. H Als alle originelen zijn gescand, drukt u op {q}. De overdracht wordt gestart. Opmerking Als u twee of meer bestemmingen hebt geselecteerd, kunt u de bestemmingen één voor één zichtbaar maken door op {U} of {T} te drukken. Als u een geselecteerde bestemming wilt annuleren, geeft u de bestemming weer in het bestemmingsveld en drukt u vervolgens op {Wis/Stop}. Als u een bestemming die u in het adresboek heeft geselecteerd, wilt annuleren, drukt u nogmaals op de geselecteerde bestemming. Druk op {Wis/ Stop} om het scannen te annuleren. 2 Verwijzing Pag.48 Een bestemmingsmap opgeven Pag.95 Diverse scaninstellingen 47
56 Scanbestanden versturen met scan-to-folder Een bestemmingsmap opgeven 2 In dit gedeelte wordt beschreven hoe u scan-to-folderbestemmingen kunt opgeven. U kunt een bestand op een van de volgende manieren met scan-to-folder versturen: Een bestemming selecteren die onder een sneltoets is opgeslagen Een bestemming selecteren die in het adresboek van het apparaat is opgeslagen Een bestand versturen naar een gedeelde netwerkmap Een bestand naar een FTP-server versturen Een bestand naar een NDS-structuur of NetWare-server versturen Een bestemming selecteren die onder een sneltoets is opgeslagen In dit gedeelte wordt beschreven hoe u een bestemming selecteert die onder een sneltoets is opgeslagen. Raadpleeg de Bedieningshandleiding Standaardinstellingen voor meer informatie over het opslaan van een scan-to-folderbestemming onder een sneltoets. A Druk op de sneltoets waaronder de bestemming is opgeslagen. ALO007S Herhaal deze stap om meer bestemmingen toe te voegen. 48
57 Een bestemmingsmap opgeven Een bestemming selecteren die in het adresboek van het apparaat is opgeslagen In dit gedeelte wordt beschreven hoe u een bestemming kunt selecteren in het adresboek van het apparaat. Belangrijk Als u deze functie wilt gebruiken, moet u de bestemmingen eerst in [Systeeminst.] opslaan. 2 U kunt een bestemming die in het adresboek van het apparaat is opgeslagen op vier manieren selecteren: Een bestemming selecteren in de lijst Het registratienummer van de bestemming invoeren Een bestemming zoeken op naam Een bestemming zoeken op mappad Opmerking Als u een adresbeveiligingscode hebt ingesteld voor toegang tot het adresboek wordt het scherm weergegeven waarin u de adresbeveiligingscode kunt instellen. Afhankelijk van de beveiligingsinstellingen worden sommige bestemmingen mogelijk niet in de bestemmingslijst weergegeven. Een bestemmingsmap selecteren uit het overzicht Volg de onderstaande procedure om een bestemming te selecteren in de lijst. A Druk op {Zoek bestemming}. ALO010S NL B Druk op {U} of {T} om [Geef bestemmingslijst weer] te selecteren en druk vervolgens op {OK}. 49
58 Scanbestanden versturen met scan-to-folder C Druk op {U} of {T} om de bestemming te selecteren en druk vervolgens op {V}. 2 Het selectievakje aan de linkerzijde van de geselecteerde bestemming is ingeschakeld. Herhaal deze stap om meer bestemmingen toe te voegen. D Druk op {OK}. Opmerking Als u een geselecteerde bestemming wilt annuleren, drukt u op {U} of {T} om de doelbestemming te selecteren en drukt u vervolgens op {W}. Afhankelijk van de beveiligingsinstellingen worden sommige bestemmingen mogelijk niet in de bestemmingslijst weergegeven. Het registratienummer gebruiken voor het selecteren van een bestemmingsmap Selecteer de bestemming in het adresboek van het apparaat met behulp van het registratienummer van de bestemming. A Druk op {Zoek bestemming}. ALO010S NL B Druk op {U} of {T} om [Zoek op registratienr.] te selecteren en druk vervolgens op {OK}. 50
59 Een bestemmingsmap opgeven C Voer het uit drie cijfers bestaande registratienummer dat aan de bestemming is toegewezen in met behulp van de cijfertoetsen en druk vervolgens op {OK}. Voorbeeld: u wilt 002 invoeren Druk op {2} en druk vervolgens op {OK}. 2 D Druk op {V}. Het selectievakje aan de linkerzijde van de geselecteerde bestemming is ingeschakeld. E Druk op {OK}. Een bestemming zoeken op naam Volg de onderstaande procedure om een bestemming te zoeken op naam in het adresboek van het apparaat. A Druk op {Zoek bestemming}. ALO010S NL 51
60 Scanbestanden versturen met scan-to-folder B Selecteer [Zoek op naam] en druk vervolgens op {OK}. 2 C Voer de eerste letters van de naam van de bestemming in en druk vervolgens tweemaal op {OK}. De bestemmingen die aan de zoekvoorwaarden voldoen, worden weergegeven. D Druk op {U} of {T} om de bestemming te selecteren en druk vervolgens op {V}. Het selectievakje aan de linkerzijde van de geselecteerde bestemming is ingeschakeld. E Druk op {OK}. Opmerking Er worden maximaal 100 bestemmingen in de zoekresultaten weergegeven. 52
61 Een bestemmingsmap opgeven Een bestemming zoeken op mappad Volg de onderstaande procedure om een bestemming te zoeken op het mappad in het adresboek van het apparaat. A Druk op {Zoek bestemming}. 2 ALO010S NL B Selecteer [Zoeken op Mapnaam] en druk vervolgens op {OK}. C Voer de eerste letters van het pad naar de map in en druk vervolgens tweemaal op {OK}. Voer het pad naar de map in de volgende indeling in: \\computernaam\mapnaam. De bestemmingen die aan de zoekvoorwaarden voldoen, worden weergegeven. D Druk op {U} of {T} om de bestemming te selecteren en druk vervolgens op {V}. Het selectievakje aan de linkerzijde van de geselecteerde bestemming is ingeschakeld. 53
62 Scanbestanden versturen met scan-to-folder E Druk op {OK}. 2 Opmerking Er worden maximaal 100 bestemmingen in de zoekresultaten weergegeven. Scanbestanden naar een gedeelde map in het netwerk versturen In dit gedeelte wordt beschreven hoe u de bestemming kunt opgeven wanneer u bestanden naar een gedeelde netwerkmap verstuurt. Belangrijk Eerst moet een gedeelde map op een clientcomputer zijn ingesteld. Afhankelijk van het besturingssysteem van de clientcomputer is voor toegang tot de gedeelde map mogelijk een verificatieprocedure vereist. U kunt een bestand op een van de volgende manieren naar een gedeelde map in het netwerk versturen: Het bestemmingspad handmatig invoeren Het pad naar de bestemmingsmap opgeven door er naartoe te bladeren Het pad naar een bestemmingsmap invoeren Volg de onderstaande procedure om het bestemmingspad handmatig in te voeren. A Druk op [Best.:]. B Selecteer [SMB] en druk vervolgens op {OK}. 54
63 Een bestemmingsmap opgeven C Selecteer [Handmatige invoer] en druk vervolgens op {OK}. D Voer het pad naar de bestemmingsmap in en druk vervolgens op {OK}. Hieronder ziet u een voorbeeld van een pad waarin de mapnaam user en de computernaam desk01 : is \\desk01\user In plaats van de bestemming op te geven aan de hand van de computernaam, kunt u ook het IPv4-adres opgeven. 2 E Voer een gebruikersnaam in om op de clientcomputer in te loggen en druk vervolgens op {OK}. F Voer het wachtwoord in om op de clientcomputer in te loggen en druk vervolgens op {OK}. Het scherm voor het bevestigen van de bestemming wordt weergegeven. G Druk op [Com.Tst]. De verbinding wordt nu getest. 55
64 Scanbestanden versturen met scan-to-folder H De testresultaten worden weergegeven. Druk op [Afsluit.]. 2 I Druk op {OK}. Opmerking Als verificatie vereist is voor toegang tot de map wordt het inlogscherm weergegeven. Voer de gebruikersnaam en het wachtwoord in. Als u het protocol wijzigt nadat u de padnaam, de gebruikersnaam of het wachtwoord heeft ingevoerd, wordt een bevestigingsbericht weergegeven. Het invoeren van een IPv4-adres wordt ondersteund door Windows98/Me/2000/XP, Windows NT4.0 en Windows Server Druk op [Best.bw.] om een al eerder ingevoerd pad naar een map aan te passen of te wijzigen. Druk op [Best.tv.] om nog een bestemming toe te voegen en voer daarna het pad naar de map in. De verbindingstest kan enige tijd in beslag nemen. Zelfs als de verbindingstest is geslaagd, is het mogelijk dat het apparaat het bestand niet kan versturen als u geen schrijfrechten heeft voor de gedeelde map of als er onvoldoende ruimte beschikbaar is op de harde schijf. U kunt het pad naar de bestemming opslaan in het adresboek van het apparaat. Zie Handmatig ingevoerde adressen opslaan in het adresboek voor meer informatie. Verwijzing Pag.26 Handmatig ingevoerde -adressen opslaan in het adresboek 56
65 Een bestemmingsmap opgeven Het pad naar een bestemmingsmap opgeven door er naartoe te bladeren Volg de onderstaande procedure om een pad naar een bestemmingsmap op te geven door computers in het netwerk te doorbladeren. A Druk op [Best.:]. 2 B Selecteer [SMB] en druk vervolgens op {OK}. C Druk op [Blader Netwerk] en vervolgens op {OK}. Er wordt een lijst met domeinen of werkgroepen in het netwerk weergegeven. D Selecteer het domein of de werkgroep die de bestemmingsmap bevat die u wilt opgeven en druk vervolgens op {OK}. E Selecteer de computer met de bestemming. Als u de computer die de bestemming bevat niet kunt vinden, drukt u op {U} of {T}. Selecteer de computer en druk vervolgens op {OK}. De computermap wordt geopend. Druk op [Boven] of {Escape} om één niveau omhoog te gaan. 57
66 Scanbestanden versturen met scan-to-folder F Als verificatie vereist is, wordt een inlogscherm weergegeven. Voer een gebruikersnaam en wachtwoord in om op de clientcomputer in te loggen en druk vervolgens op {OK}. 2 G Selecteer de bestemmingsmap en druk vervolgens op [Toep.]. Als u de bestemmingsmap niet kunt vinden, drukt u op {U} of {T}. Selecteer de map en druk op {OK}. De map wordt geopend. Druk op [Boven] of op {Escape} om één niveau omhoog te gaan. H Druk op {OK}. I Druk op [Com.Tst]. J De testresultaten worden weergegeven. Druk op [Afsluit.]. 58
67 Een bestemmingsmap opgeven K Druk op {OK}. Opmerking Als verificatie vereist is voor toegang tot de map wordt het inlogscherm weergegeven. Voer de gebruikersnaam en het wachtwoord in. Als u het protocol wijzigt nadat u de padnaam, de gebruikersnaam of het wachtwoord heeft ingevoerd, wordt een bevestigingsbericht weergegeven. Als u op [Annuleer] drukt wanneer u het netwerk doorbladert, wordt het scherm Invoermethode pad weergegeven. Namen van computers en gedeelde mappen die uit meer dan twaalf tekens bestaan, kunnen niet worden weergegeven. Er worden maximaal 100 computers en gedeelde mappen in de zoekresultaten weergegeven. Het apparaat kan het bestand mogelijk niet versturen als u geen schrijfrechten heeft voor de gedeelde map of als er onvoldoende ruimte beschikbaar is op de harde schijf. U kunt het pad naar de bestemming opslaan in het adresboek van het apparaat. Zie Handmatig ingevoerde adressen opslaan in het adresboek voor meer informatie. 2 Verwijzing Pag.26 Handmatig ingevoerde -adressen opslaan in het adresboek Scanbestanden naar de FTP-server versturen In dit gedeelte wordt beschreven hoe u bestemmingen opgeeft wanneer u bestanden naar een FTP-server verstuurt. Het pad rechtstreeks invoeren voor de map op de FTP-server U kunt het pad naar een FTP-server handmatig invoeren. A Druk op [Best.:]. 59
68 Scanbestanden versturen met scan-to-folder B Selecteer [FTP] en druk vervolgens op {OK}. 2 C Voer de naam van de FTP-server in en druk op {OK}. In plaats van de bestemming op te geven aan de hand van de servernaam, kunt u ook het IPv4-adres opgeven. D Als u het poortnummer wijzigt dat is opgegeven onder [Systeeminst.], voert u een nieuw nummer in met behulp van de cijfertoetsen en drukt u op {OK}. E Voer de gebruikersnaam in en druk op {OK}. F Voer het wachtwoord in en druk op {OK}. 60
69 Een bestemmingsmap opgeven G Voer het pad naar de bestemmingsmap in en druk vervolgens op {OK}. Hieronder ziet u een voorbeeld van een pad waarin de naam van de submap lib en de naam van de map user : user\lib is. Er wordt een scherm voor het bevestigen van de bestemming weergegeven. H Druk op [Com.Tst]. 2 De verbinding wordt nu getest. I De testresultaten worden weergegeven. Druk op [Afsluit.]. J Druk op {OK}. Opmerking Als u het protocol wijzigt nadat u de padnaam, de gebruikersnaam of het wachtwoord heeft ingevoerd, wordt een bevestigingsbericht weergegeven. De verbindingstest kan enige tijd in beslag nemen. U kunt het pad naar de bestemming opslaan in het adresboek van het apparaat. Zie Handmatig ingevoerde adressen opslaan in het adresboek voor meer informatie. Verwijzing Pag.26 Handmatig ingevoerde -adressen opslaan in het adresboek 61
70 Scanbestanden versturen met scan-to-folder Scanbestanden versturen naar een map in een NDS-structuur of NetWare-server 2 In dit gedeelte wordt beschreven hoe u bestemmingen opgeeft wanneer u bestanden naar een NDS-structuur of NetWare-server verstuurt. U kunt op een van de volgende manieren een bestand naar een NDS-structuur of NetWare-server versturen: Het bestemmingspad handmatig invoeren Het pad naar de bestemmingsmap opgeven door er naartoe te bladeren Het pad naar een bestemmingsmap invoeren Volg de onderstaande procedure om het pad naar een NDS-structuur of Net- Ware-server handmatig in te voeren. A Druk op [Best.:]. B Selecteer [NCP] en druk vervolgens op {OK}. C Selecteer het verbindingstype. Druk op [NDS] om de map in de NDS-structuur op te geven. Druk op [Bindery] om de map op de NetWare-server op te geven. D Selecteer [Handmatige invoer] en druk vervolgens op {OK}. 62
71 Een bestemmingsmap opgeven E Voer het pad naar de bestemmingsmap in en druk op {OK}. Als u het verbindingstype instelt op [NDS] is structuur de naam van de NDS-structuur, context de naam van de context waarin het volume zich bevindt, volume de naam van het volume en map de mapnaam, Het pad is daarom \\structuur\volume.context\map. Als u het verbindingstype instelt op [Bindery], is server de naam van de NetWare-server, volume de volumenaam en map de mapnaam. Het pad is daarom \\server\volume\map. 2 F Voer een gebruikersnaam in om in te loggen bij de NDS-structuur of de NetWare-server en druk vervolgens op {OK}. Als u [NDS] als verbindingstype selecteert, moet u eerst de gebruikersnaam opgeven en vervolgens de naam van de context waarin het gebruikersobject zich bevindt. Als gebruiker de gebruikersnaam is en context de naam van de context, is de gebruikersnaam gebruiker.context. G Als een wachtwoord vereist is voor de gebruiker die inlogt, voert u dit in en drukt u op {OK}. Het scherm voor het bevestigen van de bestemming wordt weergegeven. H Druk op [Com.Tst]. De verbinding wordt nu getest. 63
72 Scanbestanden versturen met scan-to-folder I Controleer het resultaat van de tekst en druk op [Afsluit.]. 2 J Druk op {OK}. Opmerking Als u het protocol wijzigt nadat u de padnaam, de gebruikersnaam of het wachtwoord heeft ingevoerd, wordt een bevestigingsbericht weergegeven. U kunt alleen verbinding maken met mappen waarvoor u leesrechten heeft. De verbindingstest kan enige tijd in beslag nemen. Zelfs als de verbindingstest is geslaagd, is het mogelijk dat het apparaat het bestand niet kan versturen als u geen leesrechten hebt voor het bestand of als er onvoldoende ruimte beschikbaar is op de harde schijf. U kunt het pad naar de bestemming opslaan in het adresboek van het apparaat. Zie Handmatig ingevoerde adressen opslaan in het adresboek voor meer informatie. Verwijzing Pag.26 Handmatig ingevoerde -adressen opslaan in het adresboek Het pad naar een bestemmingsmap opgeven door er naartoe te bladeren U kunt door het netwerk bladeren en het pad opgeven naar een bestemmingsmap in een NDS-structuur of op een NetWare-server. A Druk op [Best.:]. B Selecteer [NCP] en druk vervolgens op {OK}. 64
73 Een bestemmingsmap opgeven C Selecteer het verbindingstype. Druk op [NDS] om de bestemming op te geven in een NDS-structuur. Druk op [Bindery] om de map op te geven op een NetWare-server. D Druk op [Blader Netwerk] en vervolgens op {OK}. 2 Er wordt een lijst met NetWare-servers of NDS-structuren in het netwerk weergegeven. E Selecteer de NDS-structuur of NetWare-server die de gewenste bestemmingsmap bevat en druk op {OK}. Er wordt een lijst met NDS-structuurcontexten of NetWare-servervolumes weergegeven. F Als verificatie vereist is, wordt een inlogscherm weergegeven. Voer een gebruikersnaam en wachtwoord in en druk op {OK}. G Selecteer de context die of het volume dat de gewenste bestemmingsmap bevat en druk op {OK}. Er wordt een lijst met bestemmingsmappen weergegeven. 65
74 Scanbestanden versturen met scan-to-folder H Selecteer de bestemmingsmap en druk vervolgens op [Toep.]. 2 I Het pad naar de geselecteerde map wordt weergegeven. Controleer of het pad juist is en druk op {OK}. J De bestemming wordt weergegeven. Controleer of de bestemming juist is en druk vervolgens op {OK}. 66 Opmerking Als u het protocol wijzigt nadat u de padnaam, de gebruikersnaam of het wachtwoord heeft ingevoerd, wordt een bevestigingsbericht weergegeven. Alleen de mappen waarvoor u leesrechten heeft, worden weergegeven. Als de taal die voor de NDS-structuur of door de NetWare-server wordt gebruikt niet hetzelfde is als de taal die door het apparaat wordt gebruikt, zijn de bestandsnamen in de NDS-structuur of op de NetWare-server mogelijk onleesbaar. Als voor de geselecteerde NDS-structuur of NetWare-server verificatie is vereist, wordt een inlogscherm weergegeven. Geef de gebruikersnaam en het wachtwoord op voor het inloggen in de NDS-structuur of op de Net- Ware-server. Als u inlogt bij de NDS-structuur, voert u een gebruikersnaam in en vervolgens de naam van de context waarin het gebruikersobject zich bevindt. Als gebruiker de gebruikersnaam is en context de naam van de context, is de gebruikersnaam gebruiker.context. Het apparaat kan het bestand mogelijk niet versturen als u geen schrijfrechten heeft voor de map of als er onvoldoende ruimte beschikbaar is op de harde schijf. U kunt het pad naar de bestemming opslaan in het adresboek van het apparaat. Zie Handmatig ingevoerde adressen opslaan in het adresboek voor meer informatie. Verwijzing Pag.26 Handmatig ingevoerde -adressen opslaan in het adresboek
75 Een bestemmingsmap opgeven Geselecteerde bestemmingen controleren In dit gedeelte wordt beschreven hoe u geselecteerde bestemmingen kunt controleren. A Controleer in het bestemmingsveld welke bestemmingen zijn geselecteerd. Als er meerdere bestemmingen zijn geselecteerd, drukt u op {U} of {T} om de bestemmingen in de geselecteerde volgorde weer te geven. 2 Opmerking Druk op {Controleer bestemming} in het bedieningspaneel om de geselecteerde bestemmingen te controleren. Het pad naar een bepaalde bestemmingsmap opslaan in het adresboek In dit gedeelte wordt beschreven hoe u het pad naar een map dat u handmatig heeft opgeslagen of heeft opgegeven door er naartoe te bladeren in het adresboek van het apparaat kunt opslaan. A Druk op {Controleer bestemming}. ALO008S NL 67
76 Scanbestanden versturen met scan-to-folder B Druk op {U} of {T} om de bestemming die u wilt opslaan weer te geven en druk vervolgens op [Progr.]. 2 C Voer de naam in en druk op {OK}. D Druk op [Best.] en [Reg.nr.] om de registratiegegevens op te geven. Als u alle instellingen heeft gedefinieerd, drukt u op {OK}. Opmerking Afhankelijk van de beveiligingsinstellingen wordt [Progr.] mogelijk niet weergegeven. In dat geval kunt u het opslaan niet voltooien. Neem contact op met de beheerder voor meer informatie. 68
77 De resultaten van scan-to-folder controleren De resultaten van scan-to-folder controleren In dit gedeelte worden de items beschreven die op het scherm worden weergegeven en wordt beschreven hoe u de status van verzonden bestanden kunt weergeven. Druk op {Taakinformatie} om de status van verzonden bestanden weer te geven. U kunt dit scherm gebruiken om -, scan-to-folder- en bezorgingsresultaten te controleren. 2 Status van verzonden bestanden ALO013S NL 1. Datum / Tijd Hier worden de datum en tijd weergegeven waarop het bestand door het apparaat is verzonden of de datum en tijd waarop de verzending van het bestand is"vvoltooid", "VMislukt" of "VGeannuleerd". 2. Bestemming De verzendfunctie ( , scan-to-folder of bezorgfunctie) wordt met een pictogram weergegeven. Wanneer meerdere bestemmingen werden geselecteerd, wordt de eerst geselecteerde bestemming weergegeven. 3. Aantal gescande pagina s Hier wordt het aantal gescande pagina s weergegeven. 4. Status Een van de volgende statuswaarden worden weergegeven voor de verzending: "VVoltooid", "VVersturen ", "VWachten ", "VMislukt" of "VGeannuleerd". 5. [Afdrukken] Druk hierop om de verzendresultaten af te drukken. Opmerking Afhankelijk van de beveiligingsinstellingen worden sommige verzendresultaten mogelijk niet weergegeven bij Status verzonden bestanden. 69
78 Scanbestanden versturen met scan-to-folder 2 70
79 3. Scanbestanden bezorgen Met behulp van de ScanRouter-bezorgingssoftware kunt u scanbestanden op verschillende manieren bezorgen. Belangrijk Deze functie is alleen beschikbaar wanneer de Functie-upgradeoptie is geïnstalleerd. Voordat u scanbestanden bezorgt In dit gedeelte worden de benodigde voorbereidingen en de procedure beschreven voor het gebruik van de netwerkbezorgingsscanner. Belangrijk Als u de netwerkbezorgingsscanner wilt gebruiken, heeft u een bezorgingsscanner nodig waarop de optionele ScanRouter-bezorgingssoftware is geïnstalleerd. U moet ook gegevens over bestemmingen en afzenders op de bezorgingsserver kunnen opslaan. Scanbestanden bezorgen In dit gedeelte wordt de functie voor het bezorgen van bestanden met behulp van de netwerkbezorgingsscanner beschreven. ZZZ513S 71
80 Scanbestanden bezorgen 3 1. Dit apparaat U kunt scanbestanden naar de bezorgingsserver versturen. 2. Bezorgingsserver Installeer de ScanRouter-bezorgingssoftware op de computer om deze als de bezorgingsserver te gebruiken. Nadat u een scanbestand heeft ontvangen, wordt het bestand in overeenstemming met de voor de bestemming opgegeven instelling door de bezorgingsserver bezorgd. De bezorgingsinstellingen zijn als volgt: Het bestand opslaan in een in-lade. Het bestand bezorgen per . Het bestand opslaan in een geselecteerde map. Voorbereiding van bezorging Raadpleeg de handleidingen bij de Scan- Router-bezorgingssoftware voor meer informatie over soorten bezorging en de instelmethode. 3. Cliëntcomputer Aan de hand van de bezorgingsmethode wordt vastgesteld hoe u bestanden vanaf een clientcomputer kunt controleren. U kunt bijvoorbeeld de volgende methoden gebruiken om bestanden te controleren: Gebruik DeskTopBinder om een bestand te bekijken dat in een in-lade is bezorgd. Gebruik een toepassing om een te ontvangen die een bijlage bevat. Blader naar een map om een opgeslagen bestand te bekijken. In dit gedeelte worden de voorbereidingen en de instellingen beschreven voor het bezorgen van scanbestanden. Belangrijk Voor de netwerkbezorgingsscanner is een bezorgingsserver vereist waarop software als de optionele ScanRouter-bezorgingssoftware is geïnstalleerd. Raadpleeg de handleidingen die bij de ScanRouter-bezorgingssoftware zijn meegeleverd voor meer informatie over de ScanRouter-bezorgingssoftware. Als u bestanden wilt bekijken die in een in-lade worden bezorgd, moet u DeskTopBinder op de clientcomputer installeren. A Sluit het apparaat aan op het netwerk. Sluit het apparaat aan op het netwerk via een Ethernet-kabel, een IEEE kabel of een draadloos LAN (IEEE b). B Geef de benodigde instellingen op in [Systeeminst.]. Als u het apparaat op het netwerk heeft aangesloten met een Ethernet-kabel, geeft u de volgende instellingen op. Zie de Bedieningshandleiding Standaardinstellingen voor meer informatie. Geef het IPv4-adres en het subnetmasker van het apparaat op. Schakel in [Actief protocol] [IPv4] in. Stel [Afleveringsoptie] in op [Aan]. C Wijzig, indien nodig, instellingen in [Verzendinstellingen] onder [Scannereigenschappen]. 72
81 Voordat u scanbestanden bezorgt D U stelt het apparaat in als een I/O-apparaat met behulp van de ScanRouterbezorgingssoftware. Daarnaast stelt u bestemmingen in en geeft u instellingen op als het type bezorging en de afzender. Meer informatie vindt u in de handleidingen van de ScanRouter-bezorgingssoftware. Opmerking Als u het apparaat met een IEEE 1394-kabel of draadloos LAN (IEEE b) wilt aansluiten, is respectievelijk een uitgebreid 1394-board of uitgebreid draadloos LAN-board vereist. Zie de Netwerkhandleiding voor meer informatie. De opties die in [Systeeminst.] moeten worden ingesteld, variëren afhankelijk van de netwerkomgeving. Raadpleeg de Bedieningshandleiding Standaardinstellingen voor meer informatie over netwerkinstellingen. Raadpleeg installeren DeskTopBinder Litevanaf de meegeleverde CD- ROM voor meer informatie over het installeren van DeskTopBinder Lite. 3 Verwijzing Pag.73 DeskTopBinder Lite installeren vanaf de meegeleverde CD-ROM DeskTopBinder Lite installeren vanaf de meegeleverde CD-ROM In dit gedeelte wordt besproken hoe u de meegeleverde "Scanner/PostScript Drivers and Utilities"-CD-ROM gebruikt om DeskTopBinder Lite op een clientcomputer te installeren. Als u bestanden wilt bekijken of ontvangen die in in-laden worden bezorgd, moet u DeskTopBinder Lite eerst op de clientcomputer installeren. A Zorg dat Windows wordt uitgevoerd op de clientcomputer en plaats vervolgens de Scanner/PostScript Drivers and Utilities -CD-ROM in het CD- ROM-station. De installatie wordt automatisch gestart en het [Scanner/PostScript Drivers and Utilities]-dialoogvenster wordt weergegeven. Raadpleeg de Installatiehandleiding voor de daaropvolgende installatiestappen. U kunt de Installatiehandleiding weergeven vanuit het dialoogvenster [DeskTopBinder Lite-installatie]. B Klik op [DeskTopBinder Lite]. Het installatievenster van [DeskTopBinder Lite] wordt weergegeven. Opmerking Controleer voordat u de installatie start de systeemvereisten voor Desk- TopBinder Lite. Zie Op CD-ROM meegeleverde software voor meer informatie. U kunt de software installeren met behulp van het auto-runprogramma. Zie Verkorte installatie voor meer informatie over het auto-runprogramma. 73
82 Scanbestanden bezorgen Raadpleeg de Installatiehandleiding die vanuit het installatiescherm van DeskTopBinder Lite kan worden weergegeven voor informatie over de daaropvolgende installatieprocedure. Verwijzing Pag.124 Software meegeleverd op cd-rom Pag.124 Quick Install 3 Scherm voor netwerkbezorgingsscanner In dit gedeelte wordt de schermlay-out beschreven wanneer u de netwerkbezorgingsscanner gebruikt. Hoofdscherm ALO005S NL Wanneer een bestemming handmatig wordt ingevoerd ALO006S NL 1. Pictogram netwerkbezorgingsscanner Dit pictogram geeft aan dat het scherm van de netwerkbezorgingsscanner is geopend. 2. Bestemmingsveld Hier wordt de geselecteerde bestemming weergegeven. Als er meerdere bestemmingen zijn geselecteerd, drukt u op {U} of {T} om de bestemmingen in de geselecteerde volgorde weer te geven. Druk op {Controleer bestemming} om de geselecteerde bestemming te controleren. 74
83 Voordat u scanbestanden bezorgt 3. Netwerkbezorgingsscanner / Scan-to-folder / Druk hier om tussen de schermen te schakelen. 4. [Handm.] Als u via de bezorgingsserver een bestand per wilt versturen naar een bestemming die niet in de bestemmingslijst van de bezorgingsserver is opgeslagen, drukt u op deze toets om het softtoetsenbord weer te geven. Vervolgens voert u het adres in met behulp van het soft-toetsenbord. Raadpleeg de handleidingen bij de ScanRouter-bezorgingssoftware voor meer informatie over het versturen van een bestand per via de bezorgingsserver. 5. [Opties] Druk hierop om scaninstellingen en indelingen op te geven van de bestanden die u wilt versturen. 6. [Best.tv.] Wanneer u een adres handmatig heeft toegevoegd en u daarna meerdere bestemmingen wilt selecteren, drukt u op [Best.tv.] en voert u het adres van de bestemming in. 7. [Best.bw.] Wanneer u een al ingevoerd adres wilt wijzigen, drukt u op [Best.bw.] en voert u het nieuwe adres in. 3 75
84 Scanbestanden bezorgen Basisbezorgingsprocedure In dit gedeelte wordt de basisprocedure voor het bezorgen van scanbestanden met behulp van de netwerkbezorgingsscanner beschreven. 3 Belangrijk U moet eerst bestemmingen en afzenders opslaan met behulp van de Scan- Router-bezorgingssoftware die op de bezorgingsserver is geïnstalleerd. A Zorg ervoor dat alle oude instellingen verwijderd worden. Als een voorgaande instelling is overgebleven, drukt u op de toets {Instellingen verwijderen}. ] om over te schake- B Druk in het - of scan-to-folderscherm op [ len op het scherm van de netwerkbezorgingsscanner. C Plaats de originelen. D Selecteer de bestemming. U kunt meerdere bestemmingen opgeven. Zie Een bestemming opgeven voor meer informatie. E Druk indien nodig op [Opties] om de resolutie en de richting van de originelen op te geven. Zie "Diverse scaninstellingen" voor meer informatie. 76
85 Basisbezorgingsprocedure F Druk op [Opties], selecteer [Naam afzender] en geef de afzender op. Als u de afzender opgeeft, worden gegevens over de afzender aan het bezorgde bestand toegevoegd. Selecteer een afzender uit de afzenders die op de bezorgingsserver zijn opgeslagen. Zie Een bestemming opgeven voor meer informatie. G Druk op {Start}. Het scannen wordt gestart. U moet op {q} drukken om scanbestanden te versturen die vanaf de glasplaat worden gescand. Scanbestanden die vanaf de ADF worden gescand, worden onmiddellijk verzonden. H Als u nog meer originelen wilt versturen, plaatst u deze op het apparaat en drukt u op {Start}. Herhaal deze stap totdat alle originelen zijn gescand. I Als alle originelen zijn gescand, drukt u op {q}. De overdracht wordt gestart. 3 Opmerking Als u een via de bezorgingsserver wilt versturen, drukt u in het bezorgingsscherm op [Handm.] en voert u het adres van de bestemming in. Zie "Handmatige invoer van een adres" voor meer informatie over de procedure voor het handmatig invoeren van adressen. Als u twee of meer bestemmingen heeft geselecteerd, kunt u de bestemmingen één voor één zichtbaar maken door op {U} of {T} te drukken. Als u een geselecteerde bestemming wilt annuleren, geeft u de bestemming weer in het bestemmingsveld en drukt u vervolgens op {Wis/Stop}. Wanneer u via de bezorgingsserver verstuurt, kunt u de ontvangstbevestigingsfunctie gebruiken. Er wordt een verstuurd naar de in stap F geselecteerde afzender met de mededeling dat de ontvanger de e- mail heeft gelezen. Als u deze functie wilt gebruiken, selecteert u onder [Opties] de optie [Ontvangstbevestiging]. 77
86 Scanbestanden bezorgen 3 Als u de ontvangstbevestigingsfunctie wilt inschakelen, moet u de Scan- Router-bezorgingssoftware instellen om via SMTP te versturen. Raadpleeg de handleidingen die zijn meegeleverd met de ScanRouter-bezorgingssoftware voor meer informatie over het opgeven van deze instelling. Als de toepassing van de ontvanger de MDN-functie (Message Disposition Notification) niet ondersteunt, wordt de met de ontvangstbevestiging mogelijk niet verzonden. U moet eerst het adres van de afzender opslaan met behulp van de ScanRouter-bezorgingssoftware. Druk op {Wis/ Stop} om het scannen te annuleren. Verwijzing Pag.95 Diverse scaninstellingen Pag.79 Een bestemming opgeven Pag.21 Handmatige invoer van een adres 78
87 Een bestemming opgeven Een bestemming opgeven In dit gedeelte wordt beschreven hoe u bestemmingen kunt opgeven. U kunt op een van de volgende manieren bezorgingsbestemmingen selecteren die in de bestemmingslijst van de bezorgingsserver zijn opgeslagen: Een bestemming selecteren met behulp van de sneltoetsen Een bestemming selecteren die in de bestemmingslijst van de bezorgingsserver is opgeslagen Een bestemming selecteren met behulp van een sneltoets 3 In dit gedeelte wordt beschreven hoe u een bestemming selecteert met behulp van een sneltoets. Raadpleeg de Bedieningshandleiding Standaardinstellingen voor meer informatie over het opslaan van een bezorgingsbestemming onder een sneltoets. A Druk op een sneltoets met hetzelfde cijfer als de [Korte ID] van de bestemming die op de bezorgingsserver is opgeslagen. ALO007S Herhaal deze stap om meer bestemmingen toe te voegen. Opmerking Raadpleeg de handleidingen die zijn meegeleverd met de ScanRouter-bezorgingssoftware voor meer informatie over het instellen van verkorte ID s. 79
88 Scanbestanden bezorgen Een bestemming selecteren die in de bestemmingslijst van de bezorgingsserver is opgeslagen 3 In dit gedeelte wordt beschreven hoe u een bestemming selecteert die in de bestemmingslijst van de bezorgingsserver is opgeslagen. U kunt een bestemming die in de bestemmingslijst van de bezorgingsserver is opgeslagen op vier manieren selecteren: Een bestemming selecteren in de lijst Het registratienummer van de bestemming invoeren Een bestemming zoeken op naam Een bestemming zoeken op opmerking Een bestemming selecteren uit het overzicht Volg de onderstaande procedure om een bestemming te selecteren in de lijst. A Druk op {Zoek bestemming}. ALO010S NL B Druk op {U} of {T} om [Geef bestemmingslijst weer] te selecteren en druk vervolgens op {OK}. C Druk op {U} of {T} om de bestemming te selecteren en druk vervolgens op {V}. 80 Het selectievakje aan de linkerzijde van de geselecteerde bestemming is ingeschakeld. Herhaal deze stap om meer bestemmingen toe te voegen.
89 Een bestemming opgeven D Druk op {OK}. Opmerking Als u een geselecteerde bestemming wilt annuleren, drukt u op {U} of {T} om de doelbestemming te selecteren en drukt u vervolgens op {W}. Afhankelijk van de beveiligingsinstellingen worden sommige bestemmingen mogelijk niet in de bestemmingslijst weergegeven. 3 Het registratienummer gebruiken voor het selecteren van een bestemming Selecteer een bestemming door de verkorte ID ervan in te voeren (die met behulp van de ScanRouter-bezorgingssoftware is opgeslagen). Raadpleeg de handleidingen die zijn meegeleverd met de ScanRouter-bezorgingssoftware voor meer informatie over het instellen van verkorte ID s. A Druk op {Zoek bestemming}. ALO010S NL B Druk op {U} of {T} om [Zoek op registratienr.] te selecteren en druk vervolgens op {OK}. 81
90 Scanbestanden bezorgen C Voer het uit drie cijfers bestaande registratienummer dat aan de bestemming is toegewezen in met behulp van de cijfertoetsen en druk vervolgens op {OK}. Voorbeeld: u wilt 003 invoeren Druk op {3} en druk vervolgens op {OK}. 3 D Druk op {V}. Het selectievakje aan de linkerzijde van de geselecteerde bestemming is ingeschakeld. E Druk op {OK}. Een bestemming zoeken op naam Volg de onderstaande procedure om een bestemming te zoeken op naam in de bestemmingslijst van de bezorgingsserver. A Druk op {Zoek bestemming}. ALO010S NL 82
91 Een bestemming opgeven B Selecteer [Zoek op naam] en druk vervolgens op {OK}. C Voer de eerste letters van de naam van de bestemming in en druk vervolgens tweemaal op {OK}. 3 D Druk op {U} of {T} om de bestemming te selecteren en druk vervolgens op {V}. Het selectievakje aan de linkerzijde van de geselecteerde bestemming is ingeschakeld. E Druk op {OK}. Opmerking Er worden maximaal 100 bestemmingen in de zoekresultaten weergegeven. 83
92 Scanbestanden bezorgen Een bestemming zoeken op opmerking Volg de onderstaande procedure om een bestemming te zoeken op opmerking in de bestemmingslijst van de bezorgingsserver. Door de functie voor het zoeken op opmerking wordt gezocht naar een bestemming waarbij een opmerking (een van de opgeslagen gegevens die vereist zijn voor de ScanRouter-bezorgingssoftware) als een trefwoord wordt gebruikt. A Druk op {Zoek bestemming}. 3 ALO010S NL B Selecteer [Zoeken op notitie] en druk vervolgens op {OK}. C Voer de eerste letters van de opmerking in en druk vervolgens tweemaal op {OK}. D Druk op {U} of {T} om de bestemming te selecteren en druk vervolgens op {V}. Het selectievakje aan de linkerzijde van de geselecteerde bestemming is ingeschakeld. 84
93 Een bestemming opgeven E Druk op {OK}. Geselecteerde bestemmingen controleren In dit gedeelte wordt beschreven hoe u geselecteerde bestemmingen kunt controleren. A Controleer in het bestemmingsveld welke bestemmingen zijn geselecteerd. Als er meerdere bestemmingen zijn geselecteerd, drukt u op {U} of {T} om de bestemmingen in de geselecteerde volgorde weer te geven. 3 Opmerking Druk op {Controleer bestemming} in het bedieningspaneel om de geselecteerde bestemmingen te controleren. 85
94 Scanbestanden bezorgen Het controleren van de bezorgstatus In dit gedeelte worden de items beschreven die op het scherm worden weergegeven en wordt beschreven hoe u de status van verzonden bestanden kunt weergeven. Als u de status van verzonden bestanden wilt weergeven, drukt u op {Taakinformatie}. U kunt dit scherm gebruiken om -, scan-to-folder- en bezorgingsresultaten te controleren. 3 Status van verzonden bestanden ALO014S NL 1. Datum / Tijd Hier worden de datum en tijd weergegeven waarop het bestand door het apparaat is verzonden of de datum en tijd waarop de verzending van het bestand is"vvoltooid", "VMislukt" of "VGeannuleerd". 2. Bestemming De verzendfunctie ( , scan-to-folder of bezorgfunctie) wordt met een pictogram weergegeven. Wanneer meerdere bestemmingen werden geselecteerd, wordt de eerst geselecteerde bestemming weergegeven. 3. Aantal gescande pagina s Hier wordt het aantal gescande pagina s weergegeven. 4. Status Een van de volgende statuswaarden worden weergegeven voor de verzending: "VVoltooid", "VVersturen ", "VWachten ", "VMislukt" of "VGeannuleerd". 5. [Afdrukken] Druk hierop om de verzendresultaten af te drukken. Opmerking Afhankelijk van de beveiligingsinstellingen worden sommige verzendresultaten mogelijk niet weergegeven bij Status verzonden bestanden. Neem contact op met uw beheerder voor meer informatie. 86
95 4. Het apparaat gebruiken als een TWAIN-compatibele netwerkscanner U kunt dit apparaat gebruiken om originelen via het netwerk naar een clientcomputer te scannen. Bij gebruik als een TWAIN-scanner In dit gedeelte worden de benodigde voorbereidingen en de procedure beschreven voor het gebruik van de TWAIN-netwerkscanner. Belangrijk Als u de TWAIN-netwerkscanner wilt gebruiken, moet u het TWAIN-stuurprogramma gebruiken, dat zich op de meegeleverde CD-ROM bevindt. Zie Het TWAIN-stuurprogramma installeren vanaf de meegeleverde CD- ROM voor meer informatie over het installeren van het TWAIN-stuurprogramma. Als u de TWAIN-netwerkscanner wilt gebruiken, moet er een met TWAIN compatibele toepassing, zoals DeskTopBinder, op de clientcomputer zijn geïnstalleerd. DeskTopBinder Lite bevindt zich op de meegeleverde CD- ROM. Raadpleeg installeren DeskTopBinder Litevanaf de meegeleverde CD-ROM voor meer informatie over het installeren van DeskTopBinder Lite. Verwijzing Pag.90 Het TWAIN-stuurprogramma installeren vanaf de meegeleverde CD-ROM Pag.73 DeskTopBinder Lite installeren vanaf de meegeleverde CD-ROM 87
96 Het apparaat gebruiken als een TWAIN-compatibele netwerkscanner Overzicht van de TWAIN-scannerfunctie In dit gedeelte vindt u een overzicht van de TWAIN-netwerkscannerfunctie. In de TWAIN-scannermodus kan het apparaat door meerdere computers worden gedeeld. U hoeft dan niet één speciale computer voor te bereiden voor de scanner of de scanner telkens op een andere computer aan te sluiten wanneer u deze wilt gebruiken. 4 ZZZ514S 1. Dit apparaat Scant een origineel nadat een scaninstructie is ontvangen van een clientcomputer en verstuurt het scanbestand via het netwerk naar de clientcomputer. 2. Cliëntcomputer Geeft de scannerinstellingen op en stuurt de scanner aan die gebruikmaakt van een bepaalde toepassing, zoals DeskTopBinder Lite, die de TWAIN-netwerkscanner ondersteunt. Ontvangt de bestanden die door het apparaat zijn gescand en geeft deze weer met behulp van een toepassing die de TWAIN-netwerkscanner ondersteunt. Opmerking Wanneer u het apparaat gebruikt als TWAIN-netwerkscanner, is het niet noodzakelijk om op {Scanner} te drukken op het bedieningspaneel van het apparaat. Wanneer u een origineel van een clientcomputer scant met behulp van het TWAIN-stuurprogramma, schakelt het scherm automatisch over. Druk op [Afsluit.] om andere functies te gebruiken dan de TWAIN-netwerkscanner. 88
97 Bij gebruik als een TWAIN-scanner Voorbereidingen om het apparaat te gebruiken als een TWAINcompatibele netwerkscanner In dit gedeelte worden de voorbereidingen en instellingen beschreven voor het gebruik van de TWAIN-netwerkscannerfunctie. Belangrijk Als u de TWAIN-netwerkscanner wilt gebruiken, moet er een met TWAIN compatibele toepassing, zoals DeskTopBinder, op de clientcomputer zijn geïnstalleerd. DeskTopBinder Lite bevindt zich op de meegeleverde CD- ROM. Raadpleeg installeren DeskTopBinder Litevanaf de meegeleverde CD-ROM voor meer informatie over het installeren van DeskTopBinder Lite. A Sluit het apparaat aan op het netwerk. Sluit het apparaat aan op het netwerk via een Ethernet-kabel, een IEEE kabel of een draadloos LAN (IEEE b). B Geef de benodigde netwerkinstellingen op in [Systeeminst.]. Als u het apparaat op het netwerk heeft aangesloten met een Ethernet-kabel, geeft u de volgende instellingen op. Zie de Bedieningshandleiding Standaardinstellingen voor meer informatie. Geef het IPv4-adres en het subnetmasker van het apparaat op. Schakel in [Actief protocol] [IPv4] in. C Installeer het TWAIN-stuurprogramma op een clientcomputer. Zie Het TWAIN-stuurprogramma installeren vanaf de meegeleverde CD- ROM voor meer informatie over het installeren van het TWAIN-stuurprogramma. 4 Opmerking Als u het apparaat met een IEEE 1394-kabel of draadloos LAN (IEEE b) wilt aansluiten, is respectievelijk een uitgebreid 1394-board of uitgebreid draadloos LAN-board vereist. Zie de Netwerkhandleiding voor meer informatie. De opties die in [Systeeminst.] moeten worden ingesteld, variëren afhankelijk van de netwerkomgeving. Raadpleeg de Bedieningshandleiding Standaardinstellingen voor meer informatie over netwerkinstellingen. Raadpleeg de Bedieningshandleiding Standaardinstellingen voor meer informatie over [Systeeminst.]. Verwijzing Pag.90 Het TWAIN-stuurprogramma installeren vanaf de meegeleverde CD-ROM Pag.73 DeskTopBinder Lite installeren vanaf de meegeleverde CD-ROM 89
98 Het apparaat gebruiken als een TWAIN-compatibele netwerkscanner Het TWAIN-stuurprogramma installeren vanaf de meegeleverde CD-ROM 4 In dit gedeelte wordt beschreven hoe u het TWAIN-stuurprogramma op een clientcomputer installeert vanaf de meegeleverde Scanner/PostScript Drivers and Utilities -CD-ROM. Als u de TWAIN-scanner wilt gebruiken, moet u het TWAIN-stuurprogramma op een clientcomputer installeren. Als u de TWAIN-scannerfunctie wilt gebruiken, moet u het TWAIN-stuurprogramma op de clientcomputer installeren. A Start Windows en stop vervolgens de CD-ROM Scanner/PostScript Drivers and Utilities in het CD-ROMspeler van de client computer. De installatie wordt automatisch gestart en het [Scanner/PostScript Drivers and Utilities]-dialoogvenster wordt weergegeven. B Klik op [TWAIN Driver]. C Het installatieprogramma van TWAIN Driver wordt gestart. Volg de aanwijzingen op. Opmerking Controleer voordat u de installatie start de systeemvereisten voor het TWAIN-stuurprogramma. Zie Op CD-ROM meegeleverde software voor meer informatie over de systeemvereisten. U kunt de software installeren met behulp van het auto-runprogramma. Zie Verkorte installatie voor meer informatie over het auto-runprogramma. Zie Verkorte installatie als het installatieprogramma niet automatisch start. Wanneer de installatie is voltooid, kan er een bericht worden weergegeven waarin u wordt gevraagd de client computer opnieuw op te starten. Start in dat geval de cliëntcomputer opnieuw op. Nadat de installatie is voltooid, wordt in [Programma] in het menu [Start] een map gemaakt met de naam van het apparaat dat in gebruik is. U kunt de Help hier weergeven. In Leesmij.txt vindt u opmerkingen over de TWAIN-netwerkscanner. Lees dit document door voordat u de scanner gaat gebruiken. Verwijzing Pag.124 Software meegeleverd op cd-rom Pag.124 Quick Install 90
99 Basisprocedure voor het scannen van bestanden met behulp van de TWAIN-scanner Basisprocedure voor het scannen van bestanden met behulp van de TWAINscanner In dit gedeelte wordt de basisbewerking beschreven voor het scannen met de TWAIN-netwerkscanner. Belangrijk Als u de TWAIN-netwerkscanner wilt gebruiken, moeten een met TWAIN compatibele toepassing, zoals DeskTopBinder, en het TWAIN-stuurprogramma op de clientcomputer worden geïnstalleerd. In de volgende procedure worden, als voorbeeld, Windows XP en DeskTop- Binder Lite gebruikt. A Wijs in het menu [Start] de optie [Programma s] aan, wijs [DeskTopBinder] aan en klik vervolgens op [DeskTopBinder]. B In het menu [Extra], klikt u op [Scannerinstellingen...]. C Klik op [Scannerstuurprogramma selecteren...]. D Selecteer in de lijst de naam van het apparaat dat u wilt gebruiken en klik vervolgens op [Selecteren...]. E Klik op [OK]. F Plaats de originelen. G In het menu [Bestand], ga naar [Document toevoegen], en klik vervolgens op [Scannen...]. Het dialoogvenster Scannerbesturing wordt weergegeven. Het dialoogvenster dat wordt gebruikt om een scanner aan te sturen met behulp van het TWAIN-stuurprogramma, wordt het dialoogvenster Scannerbesturing genoemd. H Geef de instellingen op aan de hand van criteria zoals het soort origineel, de soort scan en de afdrukstand van het origineel. Zie de Help bij het TWAIN-stuurprogramma voor meer informatie. I Klik in het dialoogvenster Scannerbesturing op [Scannen...]. Als u op [Scannen...] drukt, wordt afhankelijk van de beveiligingsinstellingen een dialoogvenster weergegeven waarin u de gebruikersnaam en het wachtwoord kunt invoeren. Als er nog meer originelen worden gescand, plaatst u het volgende origineel en klikt u vervolgens op [Doorgaan]. Als er geen originelen meer gescand hoeven te worden, klikt u op [Voltooid]. 4 91
100 Het apparaat gebruiken als een TWAIN-compatibele netwerkscanner J In het menu [Bestand], klikt u op [Afsluiten]. K Voer de bestandsnaam in en klik op [OK]. De DeskTopBinder-viewer wordt gesloten en de afbeelding wordt opgeslagen in DeskTopBinder Lite. 4 Opmerking Als u al een scanner heeft geselecteerd, hoeft u de scanner niet te selecteren, tenzij u deze wilt veranderen. Met behulp van DeskTopBinder kunt u scanbestanden bewerken en afdrukken. Raadpleeg de handleidingen bij DeskTopBinder voor meer informatie over DeskTopBinder. De modelnaam van de aangesloten scanner wordt in de titelbalk van het dialoogvenster Scannerbesturing weergegeven. Als er meer dan één scanner van hetzelfde model in het netwerk aanwezig is, moet u controleren of u de juiste scanner heeft geselecteerd. Als u niet de juiste scanner heeft geselecteerd, klikt u op [Scannerstuurprogramma selecteren...] en selecteert u de scanner opnieuw. Als de juiste scanner niet in de lijst wordt weergegeven, controleert u of de scanner op de juiste manier op het netwerk is aangesloten en of het IPv4-adres ervan is opgegeven. Raadpleeg de netwerkbeheerder als de juiste scanner nog steeds niet wordt weergegeven. Richting van originelen op de TWAIN-netwerkscanner Voor het correct weergeven van de boven/onder-richting van het gescande origineel op een cliëntcomputer moeten de richting van het origineel en de instellingen in het dialoogvenster Scannerbesturing overeenkomen. A Open het dialoogvenster Scannerbesturing. B Selecteer in de [Scanmethode orig.:]-lijst de plaats waarop het origineel is geplaatst. C Selecteer in de [Oorspr.afd.richt:]-lijst [ ] of [ ]. D Selecteer in de [Afdrukstand:]-lijst [ / ], [ / ], [ / ] of [ / ]. 92
101 Basisprocedure voor het scannen van bestanden met behulp van de TWAIN-scanner In de volgende tabel wordt de relatie geïllustreerd tussen de richting van het origineel en de instellingen in het dialoogvenster Scannerbesturing: Een origineel op de glasplaat plaatsen Originelen plaatsen Instelling in het TWAIN-dialooogvenster Scannerbesturing bovenrand raakt linkerbovenhoek van glasplaat. Deze richting is de standaardinstelling van het TWAIN-stuurprogramma. Normaal gesproken plaatst u originelen in deze richting. bovenrand raakt achterkant van glasplaat 4 Een origineel in de ADF/ARDF plaatsen Richting van origineel bovenrand van origineel wordt eerst geplaatst Instelling in het TWAIN-dialooogvenster Scannereigenschappen bovenrand raakt achterkant van ADF/ARDF Opmerking Originelen zijn normaal gesproken rechthoekig ( ) of in horizontale lengte ( ). In de bovenstaande tabel is echter gebruikgemaakt van vierkanten om de richting van originelen gemakkelijker te begrijpen. Als het werkelijke formaat van het origineel anders is, verandert de combinatie van richting van het origineel en richting opgegeven in het scannerstuurprogramma niet. Zie voor meer informatie over het dialoogvenster Scannerbeheer "Basisprocedure voor het scannen van bestanden met behulp van de TWAINscanner". Afhankelijk van de instellingen worden originelen van verschillende formaten verschillend gescand. Verwijzing Pag.91 Basisprocedure voor het scannen van bestanden met behulp van de TWAIN-scanner 93
102 Het apparaat gebruiken als een TWAIN-compatibele netwerkscanner Originelen van verschillende formaten scannen met de TWAIN-scanner In dit gedeelte worden de verschillen beschreven waarvan u zich bewust moet zijn wanneer u met de TWAIN-scanner originelen met dezelfde breedte maar een verschillende lengte scant, zoals A3&A4 of B4&B5. Als [Auto det.(versch.form.)] is geselecteerd in de[oorspronk. form.:]-lijst, detecteert het apparaat de lengte van elk origineel met dezelfde breedte en scant het. Als [Auto det.(uniformaat)] is geselecteerd in de [Oorspronk. form.:]-lijst, detecteert het apparaat het formaat van het eerste origineel van de batch en scant alle daarop volgende originelen in hetzelfde formaat. 4 94
103 5. Diverse scaninstellingen In dit gedeelte worden diverse scaninstellingen beschreven. Verzendopties opgeven In deze sectie wordt de procedure voor het opgeven van verzendopties beschreven. Resolutie Selecteer de resolutie voor het scannen van originelen. Selecteer [100dpi], [200dpi], [300dpi], [400dpi] of [600dpi] als de scanresolutie. A Druk op [Opties]. B Druk op {U} of {T} om [Resolutie] te selecteren en druk vervolgens op {OK}. C Selecteer een resolutie en druk vervolgens op {OK}. "Geprogrammeerd" wordt weergegeven en vervolgens wordt het scherm met verzendopties opnieuw weergegeven. D Druk op {Escape}. 95
104 Diverse scaninstellingen Richting van origineel In deze sectie wordt beschreven hoe u de boven/onderrichting van gescande originelen op de juiste wijze op het scherm van een clientcomputer kunt weergeven. A Druk op [Opties]. B Druk op {U} of {T} om [Orig. invoerrichting] te selecteren en druk vervolgens op {OK}. 5 C Selecteer of voor dezelfde richting van het origineel en druk op {OK}. "Geprogrammeerd" wordt weergegeven en vervolgens wordt het scherm met verzendopties opnieuw weergegeven. D Druk op {Escape}. Voor het correct weergeven van de boven/onder-richting van het gescande origineel op een cliëntcomputer moeten de richting van het origineel en de instellingen op het bedieningspaneel overeenkomen. 96
105 Verzendopties opgeven In de volgende tabel wordt de relatie geïllustreerd tussen de richting van het origineel en de instellingen op het bedieningspaneel: Een origineel op de glasplaat plaatsen Richting van origineel bovenrand raakt linkerbovenhoek van glasplaat Instelling op het bedieningspaneel bovenrand raakt achterkant van glasplaat Een origineel in de ADF/ARDF plaatsen Richting van origineel Instelling op het bedieningspaneel bovenrand wordt eerst geplaatst 5 bovenrand raakt achterkant van ADF/ARDF Opmerking Originelen zijn normaal gesproken rechthoekig ( ) of in horizontale lengte ( ). In de bovenstaande tabel is echter gebruikgemaakt van vierkanten om de richting van originelen gemakkelijker te begrijpen. Als het werkelijke formaat van het origineel anders is, verandert de combinatie van richting van het origineel en richting opgegeven in het scannerstuurprogramma niet. 97
106 Diverse scaninstellingen Originele instelling In dit gedeelte worden de instellingen beschreven voor het scannen van originelen met de bedrukte zijde naar beneden. Belangrijk Deze functie is alleen beschikbaar wanneer ARDF is geïnstalleerd. A Druk op [Opties]. 5 B Druk op {U} of {T} om [Origineelinstelling] te selecteren en druk vervolgens op {OK}. C Selecteer [ ] om enkelzijdige originelen te scannen en druk op {OK}. Selecteer [ ] of [ ] om dubbelzijdige originelen te scannen en druk op {OK}. "Geprogrammeerd" wordt weergegeven en vervolgens wordt het scherm met verzendopties opnieuw weergegeven. D Druk op {Escape}. 98
107 Verzendopties opgeven Scanformaat Selecteer het formaat van het te scannen origineel. A Druk op [Opties]. B Druk op {U} of {T} om [Scanformaat] te selecteren en druk vervolgens op {OK}. 5 C Druk op {U} of {T} om het scanformaat in de lijst te selecteren en druk op {OK}. "Geprogrammeerd" wordt weergegeven en vervolgens wordt het scherm met verzendopties opnieuw weergegeven. D Druk op {Escape}. U kunt één van de volgende opties en formaten selecteren: [Autom. det.] Scant het formaat van het origineel met behulp van de functie voor het automatisch detecteren van het formaat. Sjabloonformaat A3L, A4K, A4L, A5K, A5L, 11 x 17L, 8 1 / 2 x 14L, 8 1 / 2 x 13L, 8 1 / 2 x 11K, 8 1 / 2 x 11L, 5 1 / 2 x 8 1 / 2 K, 5 1 / 2 x 8 1 / 2 L, B4L, B5K, B5L, aangepast formaat 99
108 Diverse scaninstellingen [Ang.fr] Scant in een opgegeven formaat. Maximaal formaat origineel: Horizontale lengte: mm Verticale breedte: mm Opmerking Wanneer [Ang.fr] wordt geselecteerd, kunnen de afmetingen van het scanformaat (breedte en lengte) in mm worden opgegeven. De relatie tussen originelen van verschillende formaten en het scanformaat 5 In dit gedeelte worden de verschillen beschreven waarvan u zich bewust moet zijn wanneer u originelen met dezelfde breedte maar een verschillende lengte scant (zoals A3&A4 of B4&B5) waarbij u de positie en het formaat van het origineel gebruikt. Als u [Gemengde formaten] op [Aan] instelt, detecteert het apparaat de lengte van originelen met dezelfde breedte en scant het deze. Zie "Modus voor verschillende formaten" voor meer informatie over verschillende formaten. Als een sjabloonformaat is geselecteerd, scant het apparaat originelen op het geselecteerde formaat, ongeacht het werkelijke formaat van de originelen. Als een origineel kleiner is dan het geselecteerde formaat, past het apparaat marges toe op het scangebied. Als [Autom. det.] is geselecteerd voor het scannen van originelen vanaf de glasplaat, detecteert het apparaat het formaat van de afzonderlijke originelen, en worden deze op hun werkelijke formaat gescand. Als [Autom. det.] is geselecteerd voor het scannen van originelen vanaf de ADF detecteert het apparaat het formaat van het grootste origineel en worden alle overige originelen gebaseerd op dat formaat. Verwijzing Pag.103 Modus voor verschillende formaten Aangepaste grootte opgeven In dit gedeelte wordt beschreven hoe u een aangepast formaat kunt opgeven. Als u een origineel op een aangepast formaat wilt scannen, meet u de breedte en de lengte ervan op en voert u deze getallen in voor de instellingen bij "Breedte" en "Lengte". Op de volgende afbeelding worden de "Breedte" en "Lengte" van een origineel geïllustreerd. 100
109 Verzendopties opgeven Een origineel in de ADF plaatsen ALO031S A Verticaal B Horizontaal Een origineel op de glasplaat plaatsen 5 ALO032S A Verticaal B Horizontaal A Druk op [Opties]. B Druk op {U} of {T} om [Scanformaat] te selecteren en druk vervolgens op {OK}. C Druk op {U} of {T} om [Ang.fr] te selecteren en druk vervolgens op {OK}. 101
110 Diverse scaninstellingen D Voer de horizontale lengte in met behulp van de cijfertoetsen en druk vervolgens op {OK} of op {q}. E Voer de verticale lengte in met behulp van de cijfertoetsen en druk vervolgens op {OK} of op {q}. 5 "Geprogrammeerd" wordt weergegeven en vervolgens wordt het scherm met verzendopties opnieuw weergegeven. F Druk op {Escape}. Originelen plaatsen om deze op een aangepast formaat te scannen In dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u originelen plaatst die u op een aangepast formaat wilt scannen. Instelling voor richting origineel Selecteer onder [Orig. invoerrichting] [ ] of [ ] in overeenstemming met de richting van uw origineel. Als u [Orig. invoerrichting] wilt weergeven, drukt u in het scherm Scannereigenschappen op [Opties]. Zie "De richting van originelen" voor meer informatie. 102
111 Verzendopties opgeven Een origineel plaatsen Plaats originelen met de bedrukte zijde naar boven in de ADF en met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat. De richting van het origineel is [ ] Een origineel in de ADF plaatsen ALO027S Een origineel op de glasplaat plaatsen Lijn het origineel uit, draai het naar links of naar rechts en plaats het vervolgens met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat. ALO028S De richting van het origineel is [ ] Een origineel in de ADF plaatsen 5 ALO029S Een origineel op de glasplaat plaatsen Lijn het origineel verticaal uit en plaats het vervolgens met de bedrukte zijde naar beneden. ALO030S Verwijzing Pag.96 Richting van origineel Modus voor verschillende formaten In dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u het apparaat instelt om de lengte van afzonderlijke originelen te detecteren wanneer u een batch met originelen scant die dezelfde breedte hebben maar een andere lengte. A Druk op [Opties]. 103
112 Diverse scaninstellingen B Druk op {U} of {T} om [Gemengde formaten] te selecteren en druk vervolgens op {OK}. C Selecteer [Aan] en druk vervolgens op {OK}. 5 "Geprogrammeerd" wordt weergegeven en vervolgens wordt het scherm met verzendopties opnieuw weergegeven. D Druk op {Escape}. Opmerking Als u originelen instelt met dezelfde breedte en een andere lengte, stelt u deze in overeenstemming met het onderstaande diagram in. ALO033S De volgende combinaties van formaten van originelen zijn beschikbaar: A3L&A4K, B4L&B5K en A4L&A5K. 104
113 Een onderwerp opgeven Een onderwerp opgeven In dit gedeelte wordt beschreven hoe u het onderwerp van de kunt opgeven. A Druk op [Opties]. B Druk op {U} of {T} om [Onderwerp bijvoegen] te selecteren en druk vervolgens op {OK}. 5 C Voer het onderwerp in en druk op {OK}. "Geprogrammeerd" wordt weergegeven en vervolgens wordt het scherm met verzendopties opnieuw weergegeven. D Druk op {Escape}. 105
114 Diverse scaninstellingen Een bestandstype opgeven In dit gedeelte wordt de procedure voor het selecteren van een bestandstype beschreven. Belangrijk Als u bestanden wilt bezorgen, stelt u het bestandstype in met behulp van de bezorgingsservercomputer. Zie de handleidingen die zijn meegeleverd met de ScanRouter-bezorgingssoftware voor meer informatie. 5 U kunt een van de volgende bestandstypen selecteren: Enkele pagina: TIFF/JPEG Enkele pagina: PDF Meerdere pagina's: TIFF Meerdere pagina's: PDF A Druk op [Opties]. B Druk op {U} of {T} om [Bestandstype] te selecteren en druk vervolgens op {OK}. C Druk op {U} of {T} om het bestandstype te selecteren en druk op {OK}. "Geprogrammeerd" wordt weergegeven en vervolgens wordt het scherm met verzendopties weergegeven. D Druk op {Escape}. 106
115 Een onderwerp opgeven Stempel In deze sectie wordt de procedure besproken voor het stempelen van originelen die zijn gescand vanaf de ADF. Belangrijk Als u het stempelen wilt inschakelen, moet u het optionele stempelpatroon voor opnieuw faxen installeren. A Druk op [Opties]. B Druk op {U} of {T} om [Stempel] te selecteren en druk vervolgens op {OK}. 5 C Selecteer [Aan] en druk vervolgens op {OK}. "Geprogrammeerd" wordt weergegeven en vervolgens wordt het scherm met verzendopties opnieuw weergegeven. D Druk op {Escape}. Opmerking Afhankelijk van de oorzaak van de onderbreking gaat het stempelen mogelijk gewoon door als het scannen is onderbroken. Vervang het stempelpatroon wanneer de stempel vaag begint te worden. Zie Probleemoplossing voor meer informatie. [Stempel] wordt alleen weergegeven als de ADF is geïnstalleerd. 107
116 Diverse scaninstellingen Beveiliging instellen voor PDF-bestanden In dit gedeelte worden de beveiligingsinstellingen voor PDF-bestanden beschreven. Maak gebruik van beveiligingsinstellingen om ongeautoriseerde toegang tot PDF-bestanden te voorkomen. Belangrijk Beveiligingsinstellingen kunnen alleen worden ingesteld voor PDF-bestanden. PDF-bestand coderen 5 Stel een wachtwoord in om een PDF-bestand te beveiligen en te coderen. Alleen gebruikers die in het bezit zijn van het wachtwoord kunnen het PDF-bestand openen en decoderen. Belangrijk Codering is alleen mogelijk voor scanbestanden die via of scan-to-folder worden verstuurd. Een gecodeerd bestand kan niet zonder wachtwoord worden geopend. Zorg dat u het wachtwoord van een bestand niet vergeet. A Druk op [Opties]. B Druk op {U} of {T} om [PDF Beveiligingcodering] te selecteren en druk vervolgens op {OK}. C Selecteer [Document coderen] en druk vervolgens op {OK}. 108
117 Een onderwerp opgeven D Selecteer [Aan] en druk vervolgens op {OK}. E Voer een wachtwoord in en druk op {OK}. Het wachtwoord dat u hier invoert, heeft u nodig om het PDF-bestand te kunnen openen. F Voer het wachtwoord nogmaals in en druk op {OK}. 5 "Geprogrammeerd" wordt weergegeven en het scherm Beveiliging PDF-bestanden wordt weergegeven. G Druk tweemaal op {Escape}. Opmerking Het wachtwoord voor een document kan niet hetzelfde zijn als het hoofdwachtwoord. U kunt maximaal 32 alfanumerieke tekens invoeren voor het wachtwoord van een document. 109
118 Diverse scaninstellingen Een coderingsniveau instellen voor een PDF-bestand In dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u een coderingsniveau instelt voor een PDFbestand. A Druk op [Opties]. B Druk op {U} of {T} om [PDF Beveiligingcodering] te selecteren en druk vervolgens op {OK}. 5 C Selecteer [Coderingsniveau] en druk vervolgens op {OK}. D Selecteer [40 bit] of [128 bit] en druk vervolgens op {OK}. "Geprogrammeerd" wordt weergegeven en het scherm Beveiliging PDF-bestanden wordt weergegeven. E Druk tweemaal op {Escape}. 110
119 Een onderwerp opgeven Opmerking U kunt maximaal 32 alfanumerieke tekens invoeren voor het wachtwoord van een document. Een PDF-bestand dat onder het coderingsniveau [128 bit] is gemaakt, kan niet worden bekeken met Adobe Acrobat Reader 3.0 en 4.0. Als [Alleen lge resol. toest.] is opgegeven als de toegangsrechten voor afdrukken in [PDF Beveil.toestemm.] kunt u [40 bit] niet selecteren. De toegangsrechten voor een PDF-bestand wijzigen Stel een hoofdwachtwoord in om het ongeautoriseerd afdrukken, wijzigen, kopiëren of extraheren van de inhoud van een PDF-bestand te voorkomen. Alleen gebruikers die in het bezit zijn van het hoofdwachtwoord kunnen deze beperkingen opnieuw instellen of wijzigen. Belangrijk Codering is alleen mogelijk voor scanbestanden die via of scan-to-folder worden verstuurd. U kunt een beperking op een bestand niet opnieuw instellen of wijzigen zonder het hoofdwachtwoord. Noteer het hoofdwachtwoord en berg het op een veilige plaats op. A Druk op [Opties]. 5 B Druk op {U} of {T} om [PDF Beveil.toestemm.] te selecteren en druk vervolgens op {OK}. C Selecteer [Master wachtwoord] en druk vervolgens op {OK}. 111
120 Diverse scaninstellingen D Selecteer [Aan] en druk vervolgens op {OK}. Het scherm waar u het wachtwoord kunt invoeren, wordt weergegeven. E Voer een wachtwoord in en druk op {OK}. 5 Het wachtwoord dat u hier invoert, heeft u nodig om de beveiligingsinstellingen van het PDF-bestand te kunnen wijzigen. F Voer het wachtwoord nogmaals in en druk op {OK}. "Geprogrammeerd" wordt weergegeven en vervolgens wordt het scherm PDF Beveil.toestemm. opnieuw weergegeven. G Selecteer [Toestemmingen] en druk vervolgens op {OK}. H Wijzig de beveiligingsinstellingen voor het PDF-bestand. U kunt de volgende beveiligingsinstellingen opgeven: Afdrukrechten: [Verbieden], [Alles toestaan] en [Alleen lge resol. toest.]. Bewerkingsrechten: [Verbieden] of [Toestaan]. Kopieerrechten of rechten tot extraheren van inhoud: [Verbieden] of [Toestaan]. Met de onderstaande procedure wordt het afdrukken van gescande PDF-bestanden voorkomen. 112
121 Een onderwerp opgeven I Selecteer [Afdrukken] en druk vervolgens op {OK}. J Selecteer [Verbieden] en druk vervolgens op {OK}. "Geprogrammeerd" wordt weergegeven en het scherm Beveiliging PDF-bestanden wordt weergegeven. U kunt meerdere beveiligingsinstellingen toepassen op een PDF-bestand. K Druk driemaal op {Escape}. 5 Het scherm Verzendopties wordt opnieuw weergegeven. Opmerking Het [Wachtw.] en het [Master wachtwoord] kunnen niet hetzelfde zijn. U kunt maximaal 32 alfanumerieke tekens invoeren voor het hoofdwachtwoord. Als [40 bit] is geselecteerd als het PDF-coderingsniveau, kunt u [Alleen lge resol. toest.] niet als de afdrukrechten selecteren. 113
122 Diverse scaninstellingen Een type origineel selecteren Een type origineel selecteren. Gebruik een combinatie van de toetsen {Kleur/ Z&W}en {Origineel} om [Type 1(Kleur:Tekst)], [Type 2(Kleur:Foto)], [Type3(Z&W:Tekst)], of [Type 4(Z&W:Foto)] als het type origineel te selecteren. In de volgende tabel worden de combinaties tussen de toetsen {Kleur/Z&W} en {Origineel} beschreven. {Kleur/Z&W}-toets {Origineel}-toets Type origineel Kleur Tekst [Type 1(Kleur:Tekst)] Kleur Foto [Type 2(Kleur:Foto)] Zwart-wit Tekst [Type3(Z&W:Tekst)] 5 Zwart-wit Foto [Type 4(Z&W:Foto)] A Druk op {Kleur/Z&W} om kleur of zwart-wit te selecteren. AMA008S De indicator voor het geselecteerde type kleur gaat branden. B Druk op {Origineel} om tekst of een foto als het type origineel te selecteren. AMA010S De indicator voor het geselecteerde type origineel gaat branden. 114
123 Een type origineel selecteren Opmerking Geef de instellingen voor het type origineel op onder [Scannereigenschappen], [Origineel type instelling]. In [Origineel type instelling] kunt u de instellingen wijzigen voor [Type 1(Kleur:Tekst)], [Type 2(Kleur:Foto)], [Type3(Z&W:Tekst)] en [Type 4(Z&W:Foto)]. Als u deze instellingen wijzigt, is het ook mogelijk om originelen in grijstint te scannen. Zie de Bedieningshandleiding Standaardinstellingen voor meer informatie. Als u bestanden wilt scannen wanneer [Instellingen: Uitvalkleur] is ingeschakeld onder [Scannereigenschappen], selecteert u [Type3(Z&W:Tekst)] of [Type 4(Z&W:Foto)]. De [Origineel type instelling] onder [Scannereigenschappen] bepaalt of [Type3(Z&W:Tekst)] of [Type 4(Z&W:Foto)] beschikbaar is. Raadpleeg de Bedieningshandleiding Standaardinstellingen voor meer informatie over het selecteren van uitvalkleuren
124 Diverse scaninstellingen De beelddichtheid aanpassen U kunt de scandichtheid op vijf niveaus aanpassen. A Druk op {Lichter} of op {Donkerder} om de dichtheid aan te passen. 5 AMA009S De dichtheidsindicator " " wordt met elke druk op de knop met één positie verplaatst. 116
125 6. Appendix In deze appendix worden de specificaties van de scannerfunctie uiteengezet en worden aanvullende instellingen beschreven. Het verband tussen de resolutie en de bestandsomvang In dit gedeelte wordt het verband tussen de resolutie en het formaat van originelen beschreven. De resolutie en het scangebied zijn omgekeerd evenredig aan elkaar. Hoe hoger de resolutie, des te kleiner het gebied dat kan worden gescand. Hoe groter het scangebied, des te lager de resolutie die kan worden ingesteld. Het verband tussen de scanresolutie en het bestandsformaat wordt hieronder geïllustreerd. Als het bestandsformaat te groot is, wordt het bericht Max. geg.cap. overschreden Contr. resolutie en Start. weergegeven op het bedieningspaneel van het apparaat. Geef het scanformaat en de resolutie opnieuw op. Opmerking Afhankelijk van het beeldcompressieniveau wordt het maximale afbeeldingsformaat beperkt. 117
126 Appendix Bij gebruik als , scan-to-folder of als netwerkbezorgingsscanner In dit gedeelte wordt het verband tussen de resolutie en het scanformaat besproken wanneer u de -, scan-to-folder of netwerkbezorgingsscannerfunctie gebruikt. Als [Type3(Z&W:Tekst)] of [Type 4(Z&W:Foto)] als het type origineel is geselecteerd onder [Scannereigenschappen] Alle combinaties tot A3 en 600 dpi kunnen worden gescand. Als [Type 1(Kleur:Tekst)] of [Type 2(Kleur:Foto)] als het type origineel is geselecteerd onder [Scannereigenschappen] De originelen kunnen worden gescand met combinaties die in de tabel gemarkeerd zijn met. A3 100 dpi 200 dpi 300 dpi 400 dpi 600 dpi 6 B4 A4 B5 A5 B6 A6 A7 11 x 17 Legal (8 1 / 2 14) 8 1 / 2 x 13 Legal (8 1 / 2 11) 5 1 / 2 x 8 1 / 2 Opmerking Voer de formaten B6, A6 en A7 rechtstreeks in. 118
127 Het verband tussen de resolutie en de bestandsomvang Bij gebruik als een netwerk TWAIN-scanner In dit gedeelte wordt het verband tussen resolutie en scanformaat besproken wanneer u het apparaat als een TWAIN-scanner gebruikt. Als de Functie-upgradeoptie op het apparaat is geïnstalleerd Raadpleeg de Help bij het TWAIN-stuurprogramma als u het scangebied of de resolutie rechtstreeks wilt opgeven op het apparaat dat u als een netwerkscanner wilt gebruiken. Als [Binair(Tekst)], [Binair(Foto)], [Grijstint], [8 kleuren] of [8 kleuren (Foto)] is geselecteerd in [Kleur/verloop:] De originelen kunnen worden gescand met combinaties die zijn gemarkeerd met in de tabel als de richting van het origineel L is. 100 dpi 200 dpi 300 dpi 400 dpi 500 dpi 600 dpi 700 dpi 800 dpi 900 dpi 1000 dpi 1100 dpi 1200 dpi A3 B4 A4 6 B5 A5 B6 A6 A7 11 x 17 Legal (8 1 / 2 14) 8 1 / 2 x 13 Legal (8 1 / 2 11) 5 1 / 2 x 8 1 / 2 119
128 Appendix Als [16770K kleuren] is geselecteerd in [Kleur/verloop:] De originelen kunnen worden gescand met combinaties die zijn gemarkeerd met in de tabel als de richting van het origineel L is. 100 dpi 200 dpi 300 dpi 400 dpi 500 dpi 600 dpi 700 dpi 800 dpi 900 dpi 1000 dpi 1100 dpi 1200 dpi A3 B4 A4 B5 A5 B6 A6 A7 11 x 17 6 Legal (8 1 / 2 14) 8 1 / 2 x 13 Legal (8 1 / 2 11) 5 1 / 2 x 8 1 / 2 Opmerking De scanformaten B6, A6 en A7 moeten rechtstreeks worden ingevoerd. 120
129 Het verband tussen de resolutie en de bestandsomvang Als de Functie-upgradeoptie niet op het apparaat is geïnstalleerd In de volgende tabel wordt het verband geïllustreerd tussen de resolutie en het scanformaat wanneer de Functie-upgradeoptie niet op het apparaat is geïnstalleerd. Als [Binair(Tekst)], [Binair(Foto)], [Grijstint], [8 kleuren] of [8 kleuren (Foto)] is geselecteerd in [Kleur/verloop:] De originelen kunnen worden gescand met combinaties die zijn gemarkeerd met in de tabel als de richting van het origineel L is. 100 dpi 200 dpi 300 dpi 400 dpi 500 dpi 600 dpi 700 dpi 800 dpi 900 dpi 1000 dpi 1100 dpi 1200 dpi A3 B4 A4 B5 A5 B6 A6 6 A7 11 x 17 Legal (8 1 / 2 14) 8 1 / 2 x 13 Legal (8 1 / 2 11) 5 1 / 2 x 8 1 / 2 121
130 Appendix Als [16770K kleuren] is geselecteerd in [Kleur/verloop:] De originelen kunnen worden gescand met combinaties die zijn gemarkeerd met in de tabel als de richting van het origineel L is. 100 dpi 200 dpi 300 dpi 400 dpi 500 dpi 600 dpi 700 dpi 800 dpi 900 dpi 1000 dpi 1100 dpi 1200 dpi A3 B4 A4 B5 A5 B6 A6 A7 11 x 17 6 Legal (8 1 / 2 14) 8 1 / 2 x 13 Legal (8 1 / 2 11) 5 1 / 2 x 8 1 / 2 Opmerking De scanformaten B6, A6 en A7 moeten rechtstreeks worden ingevoerd. 122
131 Verband tussen bestandsformaat opgegeven voor scan- en bestandsformaten voor het versturen per of scan-to-folder Verband tussen bestandsformaat opgegeven voor scan- en bestandsformaten voor het versturen per of scan-to-folder In dit gedeelte wordt het verband beschreven tussen het bestandstype opgegeven voor het scannen van originelen en het bestandstype waarnaar bestanden worden geconverteerd indien verstuurd per of scan-to-folder. Bestand met één pagina Scaninstelling TIFF/JPEG PDF Zwart-wit TIFF PDF Kleur of grijstint TIFF (niet-gecomprimeerd)/jpeg (gecomprimeerd) PDF Bestand met meerdere pagina s Scaninstelling TIFF PDF Zwart-wit TIFF PDF Kleur of grijstint TIFF (niet-gecomprimeerd) PDF 6 Opmerking Als [Enkele pagina: TIFF/JPEG] is opgegeven wanneer u een origineel in kleur scant, verandert het bestandstype, afhankelijk van de [Compressie (Grijs/Kleur)]-instellingen onder [Scannereigenschappen] als volgt: [Aan]...JPEG [Uit]...TIFF 123
132 Appendix Software meegeleverd op cd-rom In dit gedeelte worden de toepassingen beschreven die zich op de meegeleverde CD-ROM bevinden. Quick Install In dit gedeelte wordt het auto-runprogramma besproken. Wanneer de CD-ROM wordt geplaatst in een clientcomputer onder Windows 95/98/Me/2000/XP, Windows Server2003 of Windows NT 4.0, begint het installatieprogramma automatisch (auto-run) met het installeren van de diverse software. 6 Opmerking Login als een lid van de groep Beheerders bij een installatie onder Windows 2000/XP, Windows Server 2003 of Windows NT 4.0 Als de plug-and-playfunctie start, wordt het bericht [Nieuwe hardware gevonden] weergegeven wanneer Windows 2000/XP of Windows Server 2003 wordt gestart. Wanneer Windows NT 4.0 wordt gestart, wordt de [Wizard Nieuwe hardware gevonden] weergegeven. Wanneer Windows 95/98/Me wordt gestart, wordt het bericht [Nieuwe hardware] of de [Wizard stuurprogramma] weergegeven, afhankelijk van de systeemversie. Als dit scherm wordt weergegeven, klikt u op [Annuleren], plaatst u de CD-ROM bij het apparaat in het CD-ROM-station van de clientcomputer, waarna het auto-runprogramma wordt uitgevoerd. Het auto-runprogramma wordt mogelijk niet automatisch uitgevoerd bij bepaalde instellingen van het besturingssysteem. Als dit gebeurt, start u Setup.exe in de hoofddirectory van de CD-ROM. Als u het auto-runprogramma wilt uitschakelen, plaatst u de CD-ROM terwijl u de Shift-toets ingedrukt houdt. Houd de Shift-toets ingedrukt totdat de computer klaar is met lezen van de CD-ROM. Als u tijdens de installatie op [Annuleren] drukt, wordt de installatie van alle software gestopt. Als u op Annuleren heeft gedrukt, kunt u de overige software opnieuw installeren nadat de clientcomputer opnieuw is gestart. 124
133 Software meegeleverd op cd-rom TWAIN-stuurprogramma In dit gedeelte worden het bestandspad naar het TWAIN-stuurprogramma en de systeemvereisten voor het TWAIN-stuurprogramma beschreven. U moet dit stuurprogramma installeren als u originelen wilt scannen of het apparaat als een TWAIN-netwerkscanner wilt gebruiken. Bestandspad Het TWAIN-stuurprogramma is in de volgende map op de CD-ROM opgeslagen: \DRIVERS\TWAIN Systeemvereisten Hardware PC/AT-compatibel apparaten die het besturingssysteem goed ondersteunen Dit stuurprogramma kan niet worden gebruikt in Windows NT-omgevingen met RISC-processoren (MIPS R-serie, Alpha AXP of PowerPC). Besturingssysteem Microsoft Windows 95/98/Me Microsoft Windows 2000/XP Microsoft Windows NT 4.0 Microsoft Windows Server 2003 Beeldschermresolutie 800 x 600 pixels, 256 kleuren of meer 6 DeskTopBinder Lite In dit gedeelte worden het bestandspad naar DeskTopBinder Lite, de DeskTop- Binder Lite-systeemvereisten en de toepassingen die worden geïnstalleerd met DeskTopBinder Lite vermeld. DeskTopBinder wordt geïnstalleerd op de clientcomputers ten behoeve van de integratie en het beheer van diverse soorten bestanden, zoals scanbestanden, met toepassingen gemaakte bestanden en bestaande scanbestanden. Met deze software kunt u verscheidene functies gebruiken voor opgeslagen scanbestanden zoals het bekijken van opgeslagen bestanden. U kunt ook, met de ScanRoutersoftware, de bestanden die zijn opgeslagen in de in-laden van de bezorgingsserver bekijken of andere functies voor opgeslagen bestanden gebruiken. Raadpleeg de handleidingen bij DeskTopBinder Lite of de Help bij DeskTopBinder Lite voor meer informatie over DeskTopBinder Lite. Bestandspad De DeskTopBinder Lite is opgeslagen in de onderstaande map op de bij dit apparaat meegeleverde cd-rom. \UTILITY\DESKV2 125
134 Appendix Systeemvereisten Hardware PC/AT-compatibel apparaten die het besturingssysteem goed ondersteunen Besturingssysteem Wanneer u alle functies van DeskTopBinder installeert Microsoft Windows 98SE/Me/2000 Professional SP1 of hoger/2000 Server SP1 of hoger/2000 Advanced Server SP1 of hoger/xp Professional/XP Home Edition Microsoft Windows Server 2003 Standard Edition/Enterprise Edition Wanneer u alleen SmartDeviceMonitor installeert Microsoft Windows 95 SP1/98/98SE/Me/2000 Professional SP1 of hoger/2000 Server SP1 of hoger/xp Professional/XP Home Edition Microsoft Windows Server 2003 Standard Edition/Enterprise Edition Microsoft Windows NT 4.0 SP5 of hoger Beeldschermresolutie 800 x 600 pixels, 64K kleuren of meer 6 Software geïnstalleerd met DeskTopBinder Lite Auto Document Link Auto Document Link op de cliëntcomputer controleert de in-laden van de bezorgingsserver periodiek, haalt de bestanden op die in de in-laden zijn bezorgd en stelt de gebruiker op de hoogte van de bezorging. RFWriter In plaats van de bestanden die met een toepassing zijn gemaakt af te drukken, converteert de RFWriter deze bestanden naar TIFF- of BMP-beeldbestanden en slaat deze op in een werkmap van DeskTopBinder. Zie de Help bij DeskTopBinder voor meer informatie. Function Palette Met behulp van Function Palette kunt u functies uitvoeren als scannen met behulp van de TWAIN-scanner of afdrukken zonder DeskTopBinder te hoeven starten. Als u deze functies vanuit Function Palette wilt gebruiken, moet u deze eerst configureren met behulp van de Uitgebreide functies van DeskTopBinder. Raadpleeg de handleidingen bij DeskTopBinder voor meer informatie over Function Palette. Uitgebreide functies Wizard Met behulp van de Wizard Uitgebreide functies kunt u instellingen opgeven zoals in de [Uitgebreide functies] van het menu [Extra]. Zie de Help bij DeskTopBinder voor meer informatie. 126 Opmerking Doorgaans wordt RFWriter geïnstalleerd met DeskTopBinder Lite. Als u echter Windows 98SE/Me uitvoert, wordt RFWriter mogelijk niet geïnstalleerd met DeskTopBinder Lite. In dit geval installeert u RFWriter handmatig met behulp van [Printer toevoegen]. Zie het LEESMIJ-bestand in de map [RFWriter] op de meegeleverde CD-ROM voor meer informatie.
135 Waarden van verschillende opties voor de verzend-/bezorgingsfunctie Waarden van verschillende opties voor de verzend-/bezorgingsfunctie In dit gedeelte worden de waarden van verschillende verzend-/bezorgingsfunctie-instellingen beschreven. Opmerking Afhankelijk van het type of de instellingen van het bestand of het origineel kunt u mogelijk de bestemming niet opgeven of het maximum aantal tekens niet invoeren dat hieronder wordt aangegeven. Verzending In dit gedeelte worden de waarden van de instellingen voor de verzendfunctie beschreven. In de onderstaande tabel worden de maximale waarden voor de instellingen voor het versturen van vermeld. 6 Optie Maximale waarde Opmerkingen Aantal tekens in de onderwerpregel 128 alfanumerieke tekens - Aantal tekens van het adres Aantal adressen dat u tegelijkertijd kunt opgeven 128 alfanumerieke tekens adressen die via de LDAP-server zijn opgehaald, kunnen niet worden geselecteerd als deze uit meer dan 128 tekens bestaan. 100 U kunt 50 bestemmingen opgeven bij rechtstreekse invoer, inclusief zoeken via LDAP. Selecteer de resterende 50 bestemmingen in de opgeslagen adressen. Verzendbaar bestandsformaat MB per bestand - Verzendbaar aantal pagina s 1000 pagina s per bestand - 127
136 Appendix Scan-to-folder In de onderstaande tabel worden de maximale waarden voor de instellingen voor de scan-to-folderfunctie vermeld. 6 Optie Maximale waarde Opmerkingen Aantal tekens van padnaam op SMB 128 alfanumerieke tekens - Aantal tekens van gebruikersnaam 64 alfanumerieke tekens - op SMB Aantal tekens van wachtwoord op 64 alfanumerieke tekens - SMB Aantal tekens van servernaam op 64 alfanumerieke tekens - FTP Aantal tekens van padnaam op FTP 128 alfanumerieke tekens - Aantal tekens van gebruikersnaam 64 alfanumerieke tekens - op FTP Aantal tekens van wachtwoord op 64 alfanumerieke tekens - FTP Aantal tekens van padnaam op NCP 128 alfanumerieke tekens - Aantal tekens van gebruikersnaam 64 alfanumerieke tekens - op NCP Aantal tekens van wachtwoord op NCP 64 alfanumerieke tekens - Aantal adressen dat tegelijkertijd kan worden opgegeven 32 U kunt maximaal 32 rechtstreeks ingevoerde bestemmingen opgeven. Verzendbaar bestandsformaat 2000 MB per bestand - Gelijktijdige verzending In de volgende tabel worden de maximale waarden vermeld van de instellingen bij een gelijktijdig gebruik van de - en scan-to-folderfunctie. Optie Maximale waarde Opmerkingen Aantal bestemmingen dat u kunt selecteren voor en scan-to-folder Aantal bestemmingen dat u kunt selecteren voor verzending per Aantal bestemmingen dat u kunt instellen voor verzending per scan-tofolder 100 U kunt maximaal 50 rechtstreeks ingevoerde bestemmingen opgeven, inclusief bestemmingen die via de LDAP-server zijn opgehaald
137 Waarden van verschillende opties voor de verzend-/bezorgingsfunctie De netwerkbezorgingsfunctie In de volgende tabel worden de waarden vermeld die u kunt instellen voor opties voor de netwerkbezorgingsscannerfunctie. Optie Maximale waarde Opmerkingen Aantal tekens in de onderwerpregel Aantal tekens van het adres 128 alfanumerieke tekens alfanumerieke tekens - Aantal adressen dat u tegelijkertijd kunt opgeven 100 U kunt 50 bestemmingen opgeven bij rechtstreekse invoer, inclusief zoeken via LDAP. Selecteer de resterende 50 bestemmingen in de opgeslagen adressen. Het maximale aantal bestemmingen dat u kunt opgeven, hangt af van welke ScanRouterbezorgingssoftware u gebruikt. Zie de handleidingen die zijn meegeleverd met de ScanRouter-bezorgingssoftware voor meer informatie. Verzendbaar bestandsformaat 2,000 MB per bestand
138 Appendix Specificaties In de volgende tabel worden de specificaties van de scanner vermeld Scanmethode Scansnelheid Type beeldsensor Scantype Interface Maximum scanformaat Scanformaten die automatisch worden gedetecteerd op de glasplaat Scanformaten die automatisch worden gedetecteerd op de ADF Basisscanresolutie Te selecteren scanresoluties bij gebruik van de -/scan-to-folder-/netwerkbezorgingsscannerfunctie Te selecteren scanresolutie bij gebruik van de TWAIN-scanner Verzendbare bestandsindelingen Type beeldcompressie voor zwart/wit (twee waarden) Type beeldcompressie voor grijstint/kleur Protocol voor het versturen van Netwerkprotocol Protocol voor scan-to-folder Flatbed scannen Wanneer u de -/scan-to-folder-/netwerkbezorgingsscannerfunctie gebruikt: Zwart&wit: 42 pagina s per minuut (Formaat van origineel: A4K, Type origineel: Tekst, Resolutie: 200 dpi, Compressie (Zwart &wit): Aan, ITU-T Nr.1 diagram, enkelzijdig scannen) Bij gebruik van de -/scan-to-folder-/netwerkbezorgingsscannerfunctie gebruikt: Kleur: 13 pagina s per minuut (Formaat van origineel: A4K, Type origineel: Tekst/Foto, Resolutie: 200 dpi, Compressie (Grijstint/kleur): Compressieniveau 3, diagram, enkelzijdig scannen) De scansnelheid is afhankelijk van het volgende: de besturingsomgeving van het apparaat en de computer, de scaninstellingen en de inhoud van de originelen (het scannen van originelen met een hoge dichtheid duurt langer). CCD-beeldsensor Vel, boek Ethernet interface (10BASE - T of 100BASE - TX), IEEE 1394 (IPv4 over 1394) (optioneel), IEEE b (draadloos LAN) (optioneel) A3/DLT (297 X 432 mm) A3L, B4L, A4K, A4L, B5K, B5L A3L, B4L, A4K, A4L, B5K, B5L, A5K, A5L 600 dpi (8-bit grijstint) 100 dpi, 200 dpi, 300 dpi, 400 dpi, 600 dpi 100 dpi tot 1200 dpi TIFF, JPEG, PDF TIFF (MH, MR, MMR) JPEG IPv4, IPX SMTP, POP3 SMB, FTP, NCP
139 INDEX A Aangepast formaat, 100 Aantal adressen bij gelijktijdige overdracht, 128 ADF, 2 Adresboek, 9, 44 adres opslaan, 26 pad naar map opslaan, 67 Adresboek doorzoeken, 82 Afzender selecteren Bestemmingslijst, 30 Sneltoets, 29 Afzender zoeken op adres, 35 op naam, 33 ARDF, 2 Automatische documenteninvoer, 2 Automatische documenteninvoer met de mogelijkheid om beide zijden van een vel te scannen, 2 Auto-runprogramma, 124 B Bediening van display en toetsen, 3 Belichting, 116 Bestandstype, 106 Bestemming, 14 Bestemming selecteren Adresboek, 15 registratienummer, 50 Sneltoets, 14 Bestemmingslijst, 80 Bestemmingsmap, 48 Bestemming zoeken bestemmingslijst, 15, 49, 80 LDAP, 22 op adres, 19 op mappad, 53 op naam, 18, 51, 82 op opmerking, 84 registratienummer, 16, 81 Beveiligingsinstellingen voor PDFbestand coderen, 108 coderingsniveau, 110 toegangsrechten wijzigen, 111 Bewerking van de netwerkbezorgingsscanner, 76 Bezorgingsserver, 71 Bindery, 64 C CD-ROM, 124 DeskTopBinder Lite, 125 TWAIN-stuurprogramma, 125 CSV-bestand, 9, 44 D De afzender opgeven, 28, 31 DeskTopBinder Lite, 71, 73, 125 Display, 3 Draadloos LAN, 9, 42, 89 E Een bestemming opgeven, 79 Een bestemming selecteren, 48, 79, 80 Eén pagina, 123 adres, 9 versturen, 12 Ethernet, 9, 42, 89 F G FTP, 40, 59 Gedeelde map, 40 Geselecteerde bestemmingen controleren, 85 H I J Handmatige invoer adres, 21 pad naar een bestemmingsmap, 54, 62 Het controleren van geselecteerde bestemmingen, 25, 67 IEEE1394, 9, 42, 89 Installatie, 73, 90 Instellingen bestemmingslijst, 4 I/O-apparaat instellen, 71 JPEG,
140 L M LDAP-server, 8 Mappad, 53 Meerdere pagina s, 123 Modus voor verschillende formaten, 103 N NCP, 64 NDS, 62, 64 NetWare, 40, 62, 64 Netwerkbezorgingsfunctie, 129 Netwerk doorbladeren, 57, 64 O Onderwerp, 105 Onderwerp toevoegen, 105 Ontvangstbevestiging, 76 P R PDF, 123 Registratienummer, 31, 81 Resolutie en bestandsformaat, 117 Resolutie en formaat van het origineel, 119 Resolutie en scanformaat, 118 Richting van origineel, 102 S Scanbestanden per versturen, 7 Scannereigenschappen, 4 Beheerdertoepassingen, 5 Scaninstellingen, 4 Verzendinstellingen, 5 Scannermodus, 2 Scannerstuurprogramma, 91 ScanRouter bezorgingssoftware, 71 Scan-to-folder, 39, 46 Scherm , 10 Netwerkbezorgingsscanner, 74 Scan-to-folder, 44 SmartDeviceMonitor for Admin, 9, 44 SMB, 54, 57 SMTP-server, 8 Sneltoets, 14, 29, 48, 79 Specificaties, 130 Status van verzonden bestanden, 37, 69, 86 Stempel, 107 Symbool, 1 T Taak-informatie, 37, 86 Taakinformatie, 69 TIFF, 123 TWAIN-scanner, 87, 91, 92, 119 TWAIN-stuurprogramma, 90, 125 Type origineel, 114 V Verschillende formaten, 94 Verzending, 127 Verzendoptie Instelling van origineel, 98 Resolutie, 95 Richting van originelen, 96 Scanformaat, 99 Voorbereidingen instellingen voor scanbestanden, 72 versturen met scan-to-folder, 42 versturen per , 9 voor het gebruik van de TWAINnetwerkscanner, 89 W Waarden van verschillende opties Bezorging, 127 Verzending, 127 Waarden voor opties voor scan-tofolderfunctie, 128 Waarde voor optie voor het versturen van , 127 Web Image Monitor, 9, 44 Z Zoeken op naam, DU NL B
141 Conform IEC gebruikt dit toestel de volgende symbolen voor de hoofdschakelaar: a betekent STROOM AAN. b betekent STROOM UIT. Verklaring van conformiteit Dit product voldoet aan de vereisten van de EMC-richtlijn 89/336/EEC inclusief de bijbehorende wijzigingen en de laagspanningsrichtlijn 73/23/EEC inclusief de bijbehorende wijzigingen. Handelsmerken Adobe, PostScript en Acrobat zijn handelsmerken van Adobe Systems Incorporated. Pentium is een geregistreerd handelsmerk van Intel Corporation. NetWare is een gedeponeerd handelsmerk van Intel Corporation. Microsoft, Windows en Windows NT zijn geregistreerde handelsmerken van Microsoft Corporation. Andere productnamen in deze handleiding dienen alleen ter aanduiding en kunnen handelsmerken zijn van hun respectieve eigenaren. Wij maken geen enkele aanspraak op enig recht op deze merken. De productnaam van Windows 95 is Microsoft Windows 95. De productnaam van Windows 98 is Microsoft Windows 98. De productnaam van Windows Me is Microsoft Windows Millennium Edition (Windows Me). De productnamen van Windows 2000 zijn als volgt: Microsoft Windows 2000 Professional Microsoft Windows 2000 Server Microsoft Windows 2000 Advanced Server De productnamen van Windows XP zijn als volgt: Microsoft Windows XP Home Edition Microsoft Windows XP Professional De productnamen van Windows Server TM 2003 zijn als volgt: Microsoft Windows Server TM 2003 Standard Edition Microsoft Windows Server TM 2003 Enterprise Edition Microsoft Windows Server TM 2003 Web Edition De productnamen van Windows NT 4.0 zijn als volgt: Microsoft Windows NT Workstation 4.0 Microsoft Windows NT Server 4.0 Copyright 2006
142 DU NL B Gebruiksaanwijzing Scannerhandleiding
Scannerhandleiding. Gebruiksaanwijzing
Gebruiksaanwijzing Scannerhandleiding 1 2 3 4 5 6 7 Scanbestanden per e-mail verzenden Scanbestanden verzenden via scan-to-folder Bestanden opslaan met de scanfunctie Scanbestanden bezorgen Originelen
Scannerhandleiding. Gebruiksaanwijzing
Gebruiksaanwijzing Scannerhandleiding 1 2 3 4 5 6 7 Het versturen van een scanbestand per e-mail Scanbestanden naar mappen verzenden Bestanden opslaan met de scanfunctie Scanbestanden bezorgen Originelen
Scannerhandleiding. Gebruiksaanwijzing
Gebruiksaanwijzing Scannerhandleiding 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Beginnen Het versturen van een scanbestand per e-mail Scanbestanden versturen met scan-to-folder Opslaan van bestanden Scanbestanden bezorgen
Printer/Scanner Unit Type 3045. Scannerhandleiding. Gebruiksaanwijzing
Printer/Scanner Unit Type 3045 Gebruiksaanwijzing Scannerhandleiding 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Beginnen Het versturen van een scanbestand per e-mail Scanbestanden versturen met scan-to-folder Opslaan van bestanden
2 mei 2014. Remote Scan
2 mei 2014 Remote Scan 2014 Electronics For Imaging. De informatie in deze publicatie wordt beschermd volgens de Kennisgevingen voor dit product. Inhoudsopgave 3 Inhoudsopgave...5 openen...5 Postvakken...5
Fax Connection Unit Type C Gebruiksaanwijzing
Fax Connection Unit Type C Gebruiksaanwijzing Voor een veilig en correct gebruikt, dient u de Veiligheidsinformatie in "Lees dit eerst" te lezen voordat u het apparaat gebruikt. INHOUDSOPGAVE Hoe werkt
Fiery Remote Scan. Fiery Remote Scan openen. Postvakken
Fiery Remote Scan Met Fiery Remote Scan kunt u scantaken op de Fiery-server en de printer beheren vanaf een externe computer. Met Fiery Remote Scan kunt u het volgende doen: Scans starten vanaf de glasplaat
Gids Instelling Verzenden
Gids Instelling Verzenden In deze handleiding wordt uitgelegd hoe u de Instel-tool Zendfunctie kunt gebruiken om de machine in te stellen voor het scannen van documenten als e-mails (Verzenden naar e-mail)
Kopiëren via de glasplaat. 1 Plaats het originele document met de bedrukte zijde naar beneden in de linkerbovenhoek van de glasplaat.
Naslagkaart Wordt gekopieerd Kopieën maken Snel kopiëren 3 Druk op het bedieningspaneel van de printer op. 4 Als u het document op de glasplaat hebt gelegd, raakt u Finish the Job (Taak voltooien) aan
Instellingen voor Scannen naar e-mail
Handleiding Snelle configuratie scanfuncties XE3024NL0-2 In deze handleiding vindt u instructies voor het volgende: Instellingen voor Scannen naar e-mail op pagina 1 Instellingen voor Scannen naar mailbox
Xerox WorkCentre 6655 multifunctionele kleurenprinter Bedieningspaneel
Bedieningspaneel Beschikbare services kunnen variëren afhankelijk van uw printerinstellingen. Zie de Handleiding voor de gebruiker voor meer informatie over functies en instellingen. 3 4 5 Aanraakscherm
Fiery Remote Scan. Verbinden met Fiery servers. Verbinding maken met een Fiery server bij het eerste gebruik
Fiery Remote Scan Met Fiery Remote Scan kunt u scantaken beheren op de Fiery server en de printer vanaf een externe computer. Met Fiery Remote Scan kunt u het volgende doen: Scans starten vanaf de glasplaat
Gebruiksaanwijzing Website met toepassingen
Lees deze handleiding zorgvuldig voordat u dit apparaat gebruikt en bewaar deze voor toekomstige raadpleging. Gebruiksaanwijzing Website met toepassingen INHOUDSOPGAVE Hoe werkt deze handleiding?... 2
Gebruikershandleiding MFP kleur systemen. Aanteken vel. infotec kenniscentrum. Infotec gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding MFP kleur systemen Aanteken vel Het Bedieningspaneel Functie paneel Functietoetsen Geeft de keuze om te wisselen tussen de functies: Kopiëren - Doc. Server Faxen - Printen - Scannen
Installatiehandleiding MF-stuurprogramma
Nederlands Installatiehandleiding MF-stuurprogramma Cd met gebruikerssoftware.............................................................. 1 Informatie over de stuurprogramma s en de software.............................................
Sharpdesk Mobile V1.1 Gebruikershandleiding
Sharpdesk Mobile V1.1 Gebruikershandleiding Voor de iphone SHARP CORPORATION April 27, 2012 1 Inhoudsopgave 1 Overzicht... 3 2 Ondersteunde besturingssystemen... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 3 Installatie
Handleiding Wi-Fi Direct
Handleiding Wi-Fi Direct Eenvoudige installatie via Wi-Fi Direct Problemen oplossen Appendix Inhoud Hoe werken deze handleidingen?... 2 Symbolen in de handleidingen... 2 Disclaimer... 2 1. Eenvoudige
Gids Instelling Verzenden
Gids Instelling Verzenden In deze gids wordt uitgelegd hoe u de functies Verzenden naar e-mail en Opslaan in gedeelde map kunt instellen met behulp van de Instel-tool Zendfunctie en hoe u kunt controleren
FAX Option Type 3030. Faxhandleiding <Basis functies> Gebruiksaanwijzing
FAX Option Type 3030 Gebruiksaanwijzing Faxhandleiding 1 2 3 4 5 Aan de slag Faxen Internetfaxfuncties gebruiken Programmeren Probleemoplossing Lees deze handleiding aandachtig door voordat
Installatiehandleiding software
Installatiehandleiding software In deze handleiding wordt uitgelegd hoe u de software via een USB- of netwerkverbinding installeert. Netwerkverbinding is niet beschikbaar voor de modellen SP 200/200S/203S/203SF/204SF.
FAX Option Type 3045. Faxhandleiding <Basisfuncties> Gebruiksaanwijzing
FAX Option Type 3045 Gebruiksaanwijzing Faxhandleiding 1 2 3 4 5 Aan de slag Faxen Internetfax-functies gebruiken Programmeren Probleemoplossing Lees deze handleiding aandachtig door voordat
Kopiëren...5. Kopieën maken...5. Taakonderbreking...6 Een kopieertaak annuleren en...7. Voorbereiden op het per verzenden...
Naslagkaart Inhoudsopgave Kopiëren...5 Kopieën maken...5 Snel kopiëren...5 Kopiëren via de ADF...5 Kopiëren via de glasplaat...5 Taakonderbreking...6 Een kopieertaak annuleren...6 Een kopieertaak annuleren
Xerox ColorQube 8700 / 8900 Bedieningspaneel
Bedieningspaneel Beschikbare services kunnen variëren afhankelijk van uw printerinstellingen. Zie de Handleiding voor de gebruiker voor meer informatie over functies en instellingen. 3 5 Ontgrendeling
Software-installatiehandleiding
Software-installatiehandleiding In deze handleiding wordt uitgelegd hoe u de software via een USB- of netwerkverbinding installeert. Netwerkverbinding is niet beschikbaar voor de modellen SP 200/200S/203S/203SF/204SF.
Gebruiksaanwijzing. Website met toepassingen
Gebruiksaanwijzing Website met toepassingen INHOUDSOPGAVE Hoe werkt deze handleiding?... 2 Symbolen in de handleidingen... 2 Disclaimer...3 Opmerkingen...3 Taken die u kunt uitvoeren op de Website met
Handleiding. Outlook Web App 2010 - CLOUD. Versie: 22 oktober 2012. Toegang tot uw e-mailberichten via internet
Handleiding Outlook Web App 2010 - CLOUD Versie: 22 oktober 2012 Toegang tot uw e-mailberichten via internet Handleiding Multrix Outlook Web App 2010 - CLOUD Voorblad Inhoudsopgave 1 Inleiding...3 2 Inloggen...4
Toegang tot uw e-mailberichten via internet
Basishandleiding Multrix Outlook Web App 2010 Versie: 24 februari 2011 Toegang tot uw e-mailberichten via internet Handleiding Multrix Outlook Web Access 2010 Voorblad Inhoudsopgave 1 Inloggen...3 2 Veelgebruikte
Introductiehandleiding Webmail Dussense Boys
Introductiehandleiding Webmail Dussense Boys Versie: 1.0 Naam: E-mail: H.A.P.P. Ribbers [email protected] Inhoudsopgave Inleiding... 3 Account... 3 Inloggen met uw gebruikersaccount... 4 Introductie
AirPrint handleiding DCP-J562DW MFC-J480DW MFC-J680DW MFC-J880DW
AirPrint handleiding DCP-J562DW MFC-J480DW MFC-J680DW MFC-J880DW Voordat u uw Brother-machine gebruikt Definities van opmerkingen Handelsmerken Belangrijke opmerking Definities van opmerkingen In deze
Outlook Web App 2010 XS2office
Handleiding Outlook Web App 2010 XS2office Toegang tot uw contacten, adressen en e-mail berichten via internet XS2office Versie: 22 juli 2014 Helpdesk: 079-363 47 47 Handleiding OWA Helpdesk: 079-363 47
Verkorte Handleiding DX-C200. Namen en locaties. De kopieerfunctie gebruiken. De scannerfunctie gebruiken. De faxfunctie gebruiken. Problemen oplossen
DX-C200 Verkorte Handleiding Namen en locaties De kopieerfunctie gebruiken De scannerfunctie gebruiken De faxfunctie gebruiken Problemen oplossen Papierstoringen oplossen Inktcartridges Lees deze handleiding
BEKNOPTE HANDLEIDING INHOUD. voor Windows Vista
BEKNOPTE HANDLEIDING voor Windows Vista INHOUD Hoofdstuk 1: SYSTEEMVEREISTEN...1 Hoofdstuk 2: PRINTERSOFTWARE INSTALLEREN ONDER WINDOWS...2 Software installeren om af te drukken op een lokale printer...
Opmerkingen voor gebruikers van wireless LAN
Opmerkingen voor gebruikers van wireless LAN Lees deze handleiding zorgvuldig voordat u dit apparaat gebruikt en bewaar deze voor toekomstige raadpleging. Opmerkingen voor gebruikers van wireless LAN In
P-touch Transfer Manager gebruiken
P-touch Transfer Manager gebruiken Versie 0 DUT Inleiding Belangrijke mededeling De inhoud van dit document en de specificaties van het product kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
Sharpdesk Mobile V1.1 Gebruikershandleiding
Sharpdesk Mobile V1.1 Gebruikershandleiding Voor de ipad SHARP CORPORATION 27 April, 2012 1 Inhoudsopgave 1 Overzicht... 3 2 Ondersteunde besturingssystemen... 4 3 Installatie en starten van de applicatie...
Templates aanmaken voor scannaar-bestand
MULTIFUNCTIONELE DIGITALE SYSTEMEN Templates aanmaken voor scannaar-bestand Versie: 1.0 Scan-to-File voorbereiden Alvorens er templates kunnen worden aangemaakt, dient de scan-to-file functie te zijn voorbereid,
Xerox WorkCentre 7800-serie Bedieningspaneel
Bedieningspaneel Beschikbare services kunnen variëren afhankelijk van uw printerinstellingen. Zie de Handleiding voor de gebruiker voor meer informatie over functies en instellingen. ABC DEF Menu's GHI
Xerox ColorQube 9301 / 9302 / 9303 Bedieningspaneel
Xerox ColorQube 90 / 90 / 90 Bedieningspaneel Beschikbare services kunnen variëren afhankelijk van uw printerinstellingen. Zie de Handleiding voor de gebruiker voor meer informatie over functies en instellingen.?
Welkom bij de Picture Package Producer 2
Handleiding voor Picture Package Producer2 Welkom bij de Picture Package Producer 2 Welkom bij de Picture Package Producer 2 Picture Package Producer 2 starten en afsluiten Stap 1: Beelden selecteren Stap
Inhoudsopgave. Opmerking: het is aanbevolen de verschillende onderdelen te installeren in de volgorde waarin ze op het scherm verschijnen.
Deze Beknopte Gebruiksaanwijzing helpt u bij de installatie en het gebruik van IRIScan Express 3. De meegeleverde software is Readiris Pro 12. Voor gedetailleerde informatie over alle mogelijkheden van
Beschrijving webmail Enterprise Hosting
Beschrijving webmail Enterprise Hosting In dit document is beschreven hoe e-mail accounts te beheren zijn via Enterprise Hosting webmail. Webmail is een manier om gebruik te maken van e-mail functionaliteit
Faxhandleiding. Gebruiksaanwijzing
Gebruiksaanwijzing Faxhandleiding 1 2 3 4 5 6 Verzending Verzendinstellingen Ontvangst Informatie over de communicatie wijzigen/controleren Faxen via de computer Bijlage Lees deze handleiding aandachtig
Verkorte handleiding. 1. Installeren van Readiris TM. 2. Opstarten van Readiris TM
Verkorte handleiding Deze Verkorte handleiding helpt u bij de installatie en het gebruik van Readiris TM 15. Voor gedetailleerde informatie over alle mogelijkheden van Readiris TM, raadpleeg het hulpbestand
Inhoudsopgave. 2014 web2work Pagina 1 van 16
Inhoudsopgave Aanmelden bij Office 365... 2 Office 365 voor het eerste gebruiken... 2 Persoonlijke instellingen Office 365... 3 Wijzigen wachtwoord... 4 Instellen voorkeurstaal... 4 Office Professional
Welkom bij de Picture Package Producer 2. Picture Package Producer 2 starten en afsluiten. Stap 1: Beelden selecteren
Welkom bij de Picture Package Producer 2 Picture Package Producer 2 starten en afsluiten Stap 1: Beelden selecteren Stap 2: Geselecteerde beelden controleren Stap 3: Voorbereidingen treffen om een korte
Hulp krijgen. Systeemberichten. Aanmelden/Afmelden. Pictogrammen op het bedieningspaneel
Hulp krijgen Voor informatie/assistentie, raadpleegt u het volgende: Handleiding voor de gebruiker voor informatie over het gebruik van de Xerox 4595. Ga voor online hulp naar: www.xerox.com Klik op de
Voor gebruikers van de Ricoh Smart Device Connector: Het apparaat configureren
Voor gebruikers van de Ricoh Smart Device Connector: Het apparaat configureren INHOUDSOPGAVE 1. Voor alle gebruikers Inleiding...3 Hoe werkt deze handleiding?...3 Handelsmerken...4 Wat is Ricoh Smart
Handleiding instellingen vrijgave van afdrukken
Handleiding instellingen vrijgave van afdrukken INHOUDSOPGAVE OVER DEZE HANDLEIDING............................................................................. 2 FUNCTIE AFDRUKVRIJGAVE...........................................................................
Bedieningshandleiding Standaardinstellingen
Gebruiksaanwijzing Bedieningshandleiding Standaardinstellingen 1 2 3 4 5 6 7 8 9 Het apparaat aansluiten Systeeminstellingen Eigenschappen Kopieerapparaat/Document Server Faxeigenschappen Printereigenschappen
Bedieningshandleiding Bijvoegsel
Bedieningshandleiding Bijvoegsel Snijmachine Product Code: 891-Z01 Lees dit document voordat u de machine gebruikt. Houd dit document bij de hand, zodat u het kunt raadplegen. Inleiding In deze handleiding
ZN GERRIT@Mail - Handleiding Instellen Microsoft Outlook 2010
ZN GERRIT@Mail - Handleiding Instellen Microsoft Outlook 2010 Informatiedomein: ZN GERRIT@Mail - Handleiding Instellen Microsoft Outlook 2010 Status: Productie Versie: v02.00 Publicatie datum: 9-12-2015
Gebruik van het Brother SmartUI Control Center op basis van Windows voor PaperPort 8.0 en Windows XP
Gebruik van het Brother SmartUI Control Center op basis van Windows voor PaperPort 8.0 en Windows XP Brother SmartUI Control Center Het Control Center van Brother is een hulpprogramma waarmee u gemakkelijk
Dick Grooters Raadhuisstraat 296 5683 GM Best tel: 0499-392579 e-mail: [email protected]. Printen en Scannen
Dick Grooters Raadhuisstraat 296 5683 GM Best tel: 0499-392579 e-mail: [email protected] Printen en Scannen Als een nieuwe printer wordt gekocht en onder Windows XP aangesloten zal Windows deze nieuwe
Handleiding E-mail clients
Handleiding E-mail clients Inhoudsopgave Handleiding E-mail clients... 1 1 POP of IMAP... 2 2 Outlook... 2 2.1 Instellen Mailaccount... 2 Stap 1... 2 Stap 2... 2 Stap 3... 3 Stap 4... 3 Stap 5... 3 Stap
Aan de slag met het e-mailadres van uw nieuwe Website
Aan de slag met het e-mailadres van uw nieuwe Website Handleiding Inhoud 03 Basisinformatie e-mail 04 E-mailprogramma's 07 SMTP controleren als u geen e-mails kunt versturen 10 Veranderen van SMTP-poort
Handmatige Instellingen Exchange Online. Nokia E51 Symbian S60 Smartphone
Handmatige Instellingen Exchange Online Nokia E51 Symbian S60 Smartphone Inhoudsopgave 1 Handmatige Instellingen Exchange Online voor Nokia E51 Smartphone...3 1.1 Inleiding...3 1.2 Mail for Exchange van
Handleiding Wi-Fi Direct
Handleiding Wi-Fi Direct Eenvoudige installatie via Wi-Fi Direct Problemen oplossen Inhoudsopgave Hoe werken deze handleidingen?... 2 Symbolen in de handleidingen... 2 Disclaimer... 2 1. Eenvoudige installatie
NETWERKHANDLEIDING. Afdruklogboek op netwerk opslaan. Versie 0 DUT
NETWERKHANDLEIDING Afdruklogboek op netwerk opslaan Versie 0 DUT Definities van opmerkingen Overal in deze handleiding gebruiken we de volgende aanduiding: Opmerkingen vertellen u hoe u op een bepaalde
E-mail instellen in Outlook 2010
E-mail instellen in Outlook 2010 Benodigde gegevens Je kunt aan de slag met het instellen van je e-mailprogramma zodra je een e-mailadres hebt aangemaakt. Voor het instellen van je e-mailprogramma heb
Mobiel Internet Veiligheidspakket
Mobiel Internet Veiligheidspakket Gebruikershandleiding Mobiel Internet Veiligheidspakket voor Windows Mobile smartphones Mobiel IVP Windows Mobile Versie 1.0, d.d. 20-07-2011 Inleiding... 3 1 Installatie...
Live Mail Windows. Deel 1 Downloaden en installeren van Windows Live Mail
Live Mail Windows Dit programma kan alleen onder MS Windows worden geïnstalleerd en is één van de betere programma's om mee te E-mailen op een Windows computer Windows Live Mail is een prima programma
Mail op Domeinnaam. Instellen in software en apparaten. Mail op domeinnaam 29-3-2016. Versie 1.5 Auteur : E.Mouws
Mail op domeinnaam Instellen in software en apparaten Mail op domeinnaam 29-3-2016 Versie 1.5 Auteur : E.Mouws Pagina 1 Inhoudsopgave Wat is?... 3 Algemene instellingen... 3 Verschillen tussen IMAP en
Handleiding mobiel printen/scannen voor Brother iprint&scan (Android )
Handleiding mobiel printen/scannen voor Brother iprint&scan (Android ) Voordat u uw Brother-machine gebruikt Definities van opmerkingen In deze gebruikershandleiding worden de volgende symbolen en conventies
Handleiding instellingen vrijgave van afdrukken
Handleiding instellingen vrijgave van afdrukken INHOUDSOPGAVE OVER DEZE HANDLEIDING............................................................................. 2 FUNCTIE AFDRUKVRIJGAVE...........................................................................
Windows Live Mail Windows 8
Windows Live Mail Windows 8 Dit programma kan alleen onder MS Windows worden geïnstalleerd en is één van de betere programma's om mee te E-mailen op een Windows computer Windows Live Mail is een prima
Handleiding Versie: maart 2008
Handleiding Versie: maart 2008 Gebruikersnaam Wachtwoord : : Inhoud Inloggen Beheerscherm 3 Opties in het menu 3 Instellingen 4 Groepen 5 Toevoegen 6 Aanpassen 6 Verwijderen 7 Abonnees 8 Toevoegen 9 Aanpassen
Berichtenbox. Auteur : Rakesh Poeran Datum : 19 mei 2015 Versie : 2014.5 Documentnaam : Berichtenbox
Berichtenbox Auteur : Rakesh Poeran Datum : 19 mei 2015 Versie : 2014.5 Documentnaam : Berichtenbox Inhoud 1. Inleiding 3 2. Inloggen op de berichtenbox 4 3. Lay-out van de berichtenbox 6 3.1 Linker menu
Handleiding Hosted Exchange
Handleiding Hosted Exchange Toelichting In deze handleiding worden verschillende mogelijkheden en instellingen van Hosted Exchange aan u uitgelegd. Bestemming Dit document is bestemd voor klanten van Comvio
WERKEN MET ELEKTRONISCHE POST
WERKEN MET ELEKTRONISCHE POST Naam Nr Klas Datum Met E-mail of elektronische post kan je berichten verzenden naar en ontvangen van andere computersystemen die aangesloten zijn op het Internet. De berichten
Capture Pro Software. Handleiding. A-61640_nl
Capture Pro Software Handleiding A-61640_nl Aan de slag met Kodak Capture Pro Software Deze gids bevat simpele procedures waarmee u snel aan de slag kunt, onder meer voor het installeren en starten van
Van Dale Elektronisch groot woordenboek versie 4.5 activeren en licenties beheren
De nieuwste editie van dit document is altijd online beschikbaar: Activeren en beheren licenties Inhoudsopgave Van Dale Elektronisch groot woordenboek versie 4.5 activeren Automatisch activeren via internet
Welkom bij de Picture Package DVD Viewer
Handleiding van de Picture Package DVD Viewer Welkom bij de Picture Package DVD Viewer Welkom bij de Picture Package DVD Viewer De Picture Package DVD Viewer starten en afsluiten Beelden bekijken Beelden
AR-M256 AR-M316 DIGITAAL MULTIFUNCTIONEEL SYSTEEM. GEBRUIKSAANWIJZING (voor netwerkscanner)
MODEL AR-M56 AR-M6 DIGITAAL MULTIFUNCTIONEEL SYSTEEM GEBRUIKSAANWIJZING (voor netwerkscanner) INLEIDING VOORDAT U DE NETWERKSCANNERFUNCTIE GEBRUIKT HOE U DE NETWERKSCANNERFUNCTIE GEBRUIKT PROBLEMEN OPLOSSEN
Installatiegids Command WorkStation 5.6 met Fiery Extended Applications 4.2
Installatiegids Command WorkStation 5.6 met Fiery Extended Applications 4.2 Fiery Extended Applications Package (FEA) v4.2 bevat Fiery-toepassingen voor het uitvoeren van taken die zijn toegewezen aan
Kopiëren via de glasplaat. 1 Plaats het originele document met de bedrukte zijde naar beneden in de linkerbovenhoek van de glasplaat.
Laser-MFP Naslagkaart Kopiëren Snel kopiëren documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats plaatst, moet u de papiergeleiders
Handleiding mobiel printen/scannen voor Brother iprint&scan (Android )
Handleiding mobiel printen/scannen voor Brother iprint&scan (Android ) Inhoudsopgave Voordat u uw Brother-machine gebruikt... Definities van opmerkingen... Handelsmerken... Inleiding... Brother iprint&scan
Mail op Domeinnaam. Instellen in software en apparaten. Mail op domeinnaam Versie 1.9 Auteur : E.Mouws
Mail op domeinnaam Instellen in software en apparaten Mail op domeinnaam 3-11-2016 Versie 1.9 Auteur : E.Mouws Pagina 1 Inhoudsopgave Wat is?... 3 Algemene instellingen... 3 Verschillen tussen IMAP en
CycloAgent v2 Handleiding
CycloAgent v2 Handleiding Inhoudsopgave Inleiding...2 De huidige MioShare-desktoptool verwijderen...2 CycloAgent installeren...4 Aanmelden...8 Uw apparaat registreren...8 De registratie van uw apparaat
Opleiding: Webmail outlook 2007
Opleiding: Webmail outlook 2007 1. Inloggen Via de website: 1. http://webmail.hostedexchange.be of via 2. http://www.mpcterbank.be/personeel e-mailadres = [email protected] wachtwoord:
cbox UW BESTANDEN GAAN MOBIEL! VOOR ANDROID-SMARTPHONES EN -TABLETS GEBRUIKERSHANDLEIDING
cbox UW BESTANDEN GAAN MOBIEL! VOOR ANDROID-SMARTPHONES EN -TABLETS GEBRUIKERSHANDLEIDING Inleiding cbox is een applicatie die u eenvoudig op uw computer kunt installeren. Na de installatie wordt in de
AirPrint handleiding
AirPrint handleiding Deze gebruikershandleiding is van toepassing op de volgende modellen: HL-L340DW/L360DN/L360DW/L36DN/L365DW/ L366DW/L380DW DCP-L50DW/L540DN/L540DW/L54DW/L560DW MFC-L700DW/L70DW/L703DW/L70DW/L740DW
Handleiding AirPrint. Informatie over AirPrint. Instelprocedure. Afdrukken. Appendix
Handleiding AirPrint Informatie over AirPrint Instelprocedure Afdrukken Appendix Inhoud Hoe werken deze handleidingen?... 2 Symbolen in de handleidingen... 2 Disclaimer... 2 1. Informatie over AirPrint
COLOR LASERJET ENTERPRISE CM4540 MFP-SERIE. Naslaggids
COLOR LASERJET ENTERPRISE CM4540 MFP-SERIE Naslaggids HP Color LaserJet Enterprise CM4540 MFP-serie Naslaggids Inhoudsopgave Naslaggids... 1 Kopieën verkleinen of vergroten... 2 Kopieertaken sorteren...
Nokia C110/C111 draadloze LAN-kaart Installatiehandleiding
Nokia C110/C111 draadloze LAN-kaart Installatiehandleiding CONFORMITEITSVERKLARING NOKIA MOBILE PHONES Ltd. verklaart op eigen verantwoordelijkheid dat de producten DTN-10 en DTN-11 conform zijn aan de
P-touch Editor starten
P-touch Editor starten Versie 0 DUT Inleiding Belangrijke mededeling De inhoud van dit document en de specificaties van dit product kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden aangepast. Brother behoudt
