Problemen oplossen. Gebruiksaanwijzing
|
|
|
- Tobias Hendrickx
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Gebruiksaanwijzing Problemen oplossen Het apparaat functioneert niet naar wens Probleemoplossing bij gebruik van de kopieerfunctie Probleemoplossing bij gebruik van de faxfunctie Probleemoplossing tijdens het gebruik van de printerfunctie Probleemoplossing bij gebruik van de scannerfunctie Papier, toner en nietjes toevoegen Papierstoringen oplossen Opmerkingen Lees deze handleiding aandachtig door voor u deze machine in gebruik neemt en bewaar de handleiding op een handige plaats voor latere naslag. Lees voor een veilig en correct gebruik van het apparaat eerst de Veiligheidsinformatie in "Over dit apparaat".
2 Inleiding Deze handleiding bevat gedetailleerde aanwijzingen over de bediening en opmerkingen over het gebruik van dit apparaat. Voor uw veiligheid en ter ondersteuning raden wij aan deze handleiding goed door te lezen voordat u dit apparaat gebruikt. Bewaar deze handleiding op een handige plaats zodat u snel gegevens kunt opzoeken. U mag geen items afdrukken of kopiëren waarvan de reproductie bij de wet is verboden. Het kopiëren of afdrukken van de volgende items is normaal gesproken bij de wet verboden: bankbiljetten, belastingzegels, obligaties, aandeelbewijzen, bankcheques, cheques, paspoorten en rijbewijzen. De voorgaande lijst is alleen bedoeld als richtlijn en niet volledig. Wij aanvaarden geen verantwoordelijkheid voor volledigheid of accuraatheid van deze lijst. Als u vragen heeft over de wetmatigheid van het kopiëren of afdrukken van bepaalde items, neemt u contact op met een juridisch adviseur. Dit apparaat is uitgerust met een functie ter voorkoming van het namaken van bankbiljetten. Door deze functie kan het voorkomen dat de originele afbeeldingen die lijken op bankbiljetten niet helemaal correct gekopieerd worden. Kleuren op kleurentoetsen of het kleurenspectrum kunnen licht afwijken van de kleuren van de daadwerkelijke kopieën. Belangrijk De inhoud van deze handleiding kan zonder kennisgeving worden veranderd. In geen geval is de producent/leverancier aansprakelijk voor directe, indirecte, speciale, incidentele schade of bedrijfsschade als gevolg van het hanteren of bedienen van het apparaat. Opmerkingen: Sommige illustraties wijken mogelijk iets af van hetgeen u op uw apparaat ziet. Afhankelijk van het land waarin u zich bevindt, kunnen sommige unit optioneel zijn. Neem voor details hierover contact op met uw plaatselijke leverancier. Deze gebruiksaanwijzing voorziet in twee maatsystemen. Gebruik de metrische maten voor dit apparaat. Voor een goede kwaliteit bij het kopiëren raadt de leverancier u aan de originele toner van de leverancier te gebruiken. De leverancier is niet aansprakelijk voor schade of onkosten die ontstaan doordat u onderdelen van andere producenten heeft gebruikt in uw apparaat. Stroombron V, 50/60 Hz, 10 A of meer. Zorg ervoor dat de stekker van het netsnoer met een als hierboven omschreven stroombron is verbonden. Raadpleeg Pag.134 Stroomvoorziening voor meer informatie over de stroombron. Handelsmerken Microsoft, Windows en Windows NT zijn gedeponeerde handelsmerken van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en/of andere landen. TrueType is een gedeponeerd handelsmerk van Apple Computer Inc. PostScript en Acrobat zijn gedeponeerde handelsmerken van Adobe Systems, Incorporated. PCL is een gedeponeerd handelsmerk van Hewlett-Packard Company. Bluetooth is een handelsmerk van Bluetooth SIG, Inc. (Special Interest Group) en hiervoor is een licentie verstrekt aan Ricoh Company Limited. PictBridge is een handelsmerk. Andere productnamen die in dit document worden gebruikt, worden alleen genoemd ter identificatie en kunnen handelsmerken zijn van de betreffende ondernemingen. Wij doen afstand van alle rechten op deze merken. De juiste benamingen voor besturingsprogramma s van Windows zijn als volgt: De productnaam van Windows 95 is Microsoft Windows 95. De productnaam van Windows 98 is Microsoft Windows 98. De productnaam van Windows Me is Microsoft Windows Millenium Edition (Windows Me). De productnamen voor Windows 2000 zijn als volgt: Microsoft Windows 2000 Advanced Server Microsoft Windows 2000 Server Microsoft Windows 2000 Professional De productnamen voor Windows XP zijn als volgt: Microsoft Windows XP Professional Microsoft Windows XP Home Edition De productnamen van Windows Server TM 2003 zijn als volgt: Microsoft Windows Server TM 2003 Standard Edition Microsoft Windows Server TM 2003 Enterprise Edition Microsoft Windows Server TM 2003 Web Edition De productnamen van Windows NT 4.0 zijn als volgt: Microsoft Windows NT Server 4.0 Microsoft Windows NT Workstation 4.0
3 Apparaathandleiding Verwijzen naar de handleidingen die betrekking hebben op hetgene dat u met het apparaat wilt doen. Over dit apparaat Lees de veiligheidsinformatie in deze handleiding voordat u het apparaat gaat gebruiken. Deze handleiding geeft een inleiding op de functies van het apparaat. Het geeft tevens uitleg over het bedieningspaneel, voorbereidende procedures voor het gebruik van het apparaat, hoe u tekst kunt invoeren en hoe u de meegeleverde cd-roms moet installeren. Bedieningshandleiding Standaardinstellingen Hierin worden Gebruikersinstellingen uitgelegd en de Adresboekprocedures, zoals het registreren van faxnummers, adressen en gebruikerscodes. Raadpleeg deze handleiding ook voor uitleg over de wijze waarop het apparaat moet worden aangesloten. Problemen oplossen Geeft aanwijzingen over hoe u algemene problemen kunt oplossen en legt uit hoe u papier, toner, nietjes en andere verbruiksartikelen kunt vervangen. Veiligheidsinformatie Deze handleiding is bedoeld voor beheerders van het apparaat. In de handleiding worden de beveiligingsfuncties uitgelegd die de beheerders kunnen gebruiken om te voorkomen dat er wordt geknoeid met de gegevens of om het apparaat te beschermen tegen onrechtmatig gebruik. Raadpleeg deze handleiding ook voor procedures voor het registreren van beheerders en het instellen van gebruikers- en beheerderstoegang. Kopieer-/Document Serverhandleiding Geeft uitleg over functies en bewerkingen van het Kopieerapparaat en de Documentserver. Wij verwijzen u tevens naar deze handleiding voor uitleg over het plaatsen van originelen. Faxhandleiding Geeft uitleg over Faxfuncties en -bewerkingen. Printerhandleiding Geeft uitleg over Printerfuncties en -bewerkingen. Scannerhandleiding Geeft uitleg over Scannerfuncties en -bewerkingen. i
4 Netwerkhandleiding Geeft uitleg over hoe u het apparaat in een netwerkomgeving configureert en bedient en hoe u de meegeleverde software moet gebruiken. Deze handleiding beslaat alle modellen en bevat beschrijvingen van functies en instellingen die mogelijk niet op dit apparaat beschikbaar zijn. Afbeeldingen, illustraties en informatie over bedieningssystemen die worden ondersteund kunnen enigszins afwijken van diegene van dit apparaat. Overige handleidingen Apparaathandleiding Veiligheidsinformatie Verkorte Kopieerhandleiding Verkorte Faxhandleiding Verkorte Printerhandleiding Verkorte Scanhandleiding PostScript3 Supplement UNIX Supplement Handleidingen voor DeskTopBinder Lite DeskTopBinder Lite Installatiehandleiding DeskTopBinder Introductiehandleiding Handleiding Auto Document Link Opmerking De meegeleverde handleidingen zijn specifiek voor alle apparaattypes. U moet Adobe Acrobat Reader/Adobe Reader op uw pc geïnstalleerd hebben om de handleidingen in PDF-formaat te kunnen bekijken. Voor UNIX Supplement bezoekt u onze website of vraagt u een erkende dealer om advies. PostScript3 Supplement en UNIX Supplement bevatten beschrijvingen van functies en instellingen die wellicht niet beschikbaar zijn op dit apparaat. ii
5 INHOUDSOPGAVE Apparaathandleiding...i Gebruik van deze handleiding...1 Symbolen...1 Namen van de voornaamste opties Het apparaat functioneert niet naar wens Lampjes...3 Geluid Touch Screen...4 Apparaatstatus en -instellingen controleren...5 Wanneer er een lampje aan de rechterkant van een functietoets brandt...8 U heeft problemen met de bediening van het apparaat...10 Een taak wordt niet uitgevoerd Probleemoplossing bij gebruik van de kopieerfunctie Er verschijnt een bericht...23 U kunt geen duidelijke kopieën maken...27 Als u geen kopieën kunt maken zoals u wilt...29 Als het geheugen vol is Probleemoplossing bij gebruik van de faxfunctie Het volume aanpassen...35 Er verschijnt een bericht...38 U kunt geen faxberichten verzenden of ontvangen zoals u wilt...45 Als het geheugen vol is...49 Als er een Foutenrapport wordt afgedrukt...50 De hoofdschakelaar uitschakelen / In geval van een stroomonderbreking...51 Als er een fout optreedt terwijl u internetfax gebruikt...52 Foutmail-berichtgeving...52 Foutenrapport ( )...52 Fout- door de server gegenereerd Probleemoplossing tijdens het gebruik van de printerfunctie Als er een bericht verschijnt tijdens de installatie van het printerstuurprogramma...53 Windows 95 / 98 / Me...53 Windows Windows XP, Windows Server Windows NT Als USB-verbinding mislukt...56 Er verschijnt een bericht...57 Statusberichten...57 Waarschuwingsberichten...58 Het foutenlogboek controleren...60 iii
6 U kunt niet afdrukken...61 Overige afdrukproblemen...65 Als PictBridge-afdrukken niet werkt Probleemoplossing bij gebruik van de scannerfunctie Als het scannen niet wordt uitgevoerd zoals u het verwacht...75 Als u gescande bestand niet kunt versturen...77 Wanneer u opgeslagen bestanden niet kunt openen...77 Als u niet in het netwerk kunt bladeren om een scanbestand te verzenden Als het TWAIN-stuurprogramma niet kan worden opgestart...77 Wanneer u opgeslagen bestanden niet kunt bewerken...78 Als de functie Netwerkbezorging niet kan worden gebruikt...78 Bewerkingen zijn niet mogelijk als er berichten verschijnen...79 Wanneer er een bericht wordt weergegeven...80 Wanneer er een bericht wordt weergegeven op het bedieningspaneel...80 Wanneer er een bericht wordt weergegeven op de clientcomputer Papier, toner en nietjes toevoegen Papier plaatsen...93 Papier plaatsen in de papierladen...93 Papier plaatsen in de bulklade (LCT)...95 Papierformaat wijzigen...97 Het papierformaat in de papierlade wijzigen...97 Toner bijvullen Toner plaatsen Als er toner achterblijft Faxberichten of gescande documenten verzenden als de toner op is Gebruikte toners Onderhoud De kleurregistratie afstellen Automatische kleurkalibratie Nietjes bijvullen SR Finisher SR3030 en Booklet Finisher SR Booklet Finisher SR3020 (Zadelsteek) De stempelcartridge vervangen Papierstoringen oplossen Vastgelopen papier verwijderen Vastgelopen papier opsporen Vastgelopen papier verwijderen Vastgelopen nietjes verwijderen SR Finisher SR3030 en Booklet Finisher SR Booklet Finisher SR3020 (Zadelsteek) Perforatorafval verwijderen Finisher SR3030 en Booklet Finisher SR iv
7 8. Opmerkingen Plaatsen van het apparaat Apparaatomgeving Verplaatsen Stroomvoorziening Toegang tot het apparaat Onderhoud van uw apparaat De glasplaat reinigen De klep van de glasplaat schoonmaken De automatische documentinvoer reinigen Het stofbeschermingsglas schoonmaken INDEX v
8 vi
9 Gebruik van deze handleiding Symbolen In deze handleiding worden de volgende symbolen gebruikt: Duidt belangrijke veiligheidsvoorschriften aan. Het niet in acht nemen van deze voorschriften kan leiden tot ernstige verwondingen of overlijden. Lees altijd deze voorschriften. U vindt deze in het hoofdstuk Veiligheidsinformatie in Over dit apparaat. Duidt belangrijke veiligheidsvoorschriften aan. Het negeren van deze opmerkingen kan resulteren in middelzwaar tot licht letsel, of schade aan het apparaat of eigendommen. Lees altijd deze voorschriften. U vindt deze in het hoofdstuk Veiligheidsinformatie in Over dit apparaat. Duidt aan dat u moet opletten als u het apparaat gebruikt, en signaleert waarschijnlijke oorzaken voor papierstoringen, schade aan originelen, of verlies van gegevens. Lees altijd deze uitleg. Geeft extra uitleg over de apparaatfuncties en instructies voor het oplossen van gebruikersfouten. Dit symbool staat aan het einde van secties. Het geeft aan waar u meer relevante informatie kunt vinden. [] Geeft de namen van toetsen aan die verschijnen op het bedieningspaneel van het apparaat. {} Geeft de namen van toetsen aan op het bedieningspaneel van het apparaat. 1
10 Namen van de voornaamste opties In deze handleiding wordt als volgt naar de voornaamste opties verwezen: Automatische documentinvoer ADF Booklet Finisher SR3020 Booklet Finisher SR3020 Finisher SR3030 Finisher SR3030 Finisher SR790 SR790 2
11 1. Het apparaat functioneert niet naar wens Dit hoofdstuk geeft u uitleg over basisprocedures voor probleemoplossing die u kunt toepassen op alle functies van dit apparaat. Lampjes Dit gedeelte verklaart lampjes die worden weergegeven als het apparaat de gebruiker vraagt om vastgelopen papier te verwijderen, papier bij te vullen, of andere procedures uit te voeren. x: Lampje papierstoring. Verschijnt als er een papierstoring optreedt. Zie Pag.117 Vastgelopen papier verwijderen. B: Lampje Papier toevoegen Verschijnt als de papiervoorraad op is. Zie Pag.93 Papier plaatsen. D: Lampje Toner bijvullen Verschijnt als de toner op is. Zie Pag.103 Toner bijvullen. d: Lampje Nietjes bijvullen Verschijnt als de nietjes op zijn. Zie Pag.112 Nietjes bijvullen. y: Lampje Perforatiecontainer legen Verschijnt wanneer de perforatiecontainer vol is. Zie Pag.129 Perforatorafval verwijderen L: Onderhoud-indicator Verschijnt wanneer het apparaat slecht functioneert of onderhoud nodig heeft. M: Klep open-indicator Verschijnt wanneer de voorklep, etc. open staat. 3
12 Het apparaat functioneert niet naar wens Geluid Touch Screen 1 De volgende tabel geeft uitleg over de betekenis van de verschillende geluidspatronen die het apparaat producteert om gebruikers te waarschuwen over achtergebleven originelen en overige apparaatomstandigheden. Geluidspatroon Betekenis Oorzaak Twee lange pieptonen. Apparaat is opgewarmd. Na koeling of inschakeling is het apparaat volledig opgewarmd en klaar voor gebruik. Enkele korte pieptoon. Paneel-/scherminvoer geaccepteerd. Er is een toets op het bedieningspaneel of het scherm ingedrukt. Enkele korte piepgeluiden worden geproduceerd wanneer er geldige toetsen worden ingedrukt. Enkele lange pieptoon. Taak voltooid. Er is een taak van de Eigenschappen Kopieerapparaat/Documentserver is voltooid. Vier lange pieptonen. Zachte waarschuwing. Het beginscherm keert terug wanneer het apparaat overschakelt naar energiebesparingsmodus en wanneer het vereenvoudigde display wordt geannuleerd. Vier lange pieptonen, vijf keer herhaald. Vijf lange pieptonen, vijf keer herhaald. Zachte waarschuwing. Harde waarschuwing. Er is een origineel achtergebleven op de glasplaat, er is geen papier meer, of de perforatiecontainer is vol. Het apparaat vraagt de aandacht van de gebruiker, omdat er papier is vastgelopen, de toner moet worden bijgevuld, of omdat er zich andere problemen hebben voorgedaan. Opmerking Gebruikers kunnen de geluidwaarschuwingen van het apparaat niet stilzetten. Wanneer het apparaat piept om gebruikers te waarschuwen over een papierstoring of verzoek om toner of als de kleppen van het apparaat binnen korte tijd meerdere malen worden geopend en gesloten, dan kan de geluidswaarschuwing blijven voortduren, zelfs nadat de normale status is hervat. Verwijzing Voor details over het inschakelen of uitschakelen van geluidswaarschuwingen, zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. 4
13 Apparaatstatus en -instellingen controleren Apparaatstatus en -instellingen controleren U kunt de systeemstatus van het apparaat controleren. 1 Onderhoudsinfo U kunt de volgende items controleren onder [Onderhoudsinfo]: [Overgebleven toner] Geeft aan hoeveel toner er nog is. [Geen nietjes] Geeft aan of er nog nietjes over zijn of niet. [Perf.opvangbak is vol.] Geeft aan of de perforatiecontainer vol is. [Papierlade] Toont de soort en het formaat van het papier dat in de papierlade geplaatst is. [Uitvoerlade vol] Geeft aan of de uitvoerlade te vol is. [Fout. ingev. Orig] Toont status van en oplossingen voor vastgelopen originelen. [Papierstoring] Toont status van en oplossingen voor vastgelopen papier. [Klep open] Geeft aan of voorklep, duplexeenheid, etc. open is. Gegevensopslag U kunt de volgende items controleren onder [Gegevensopslag]: [Overgebleven Harde schijf geheugen] Toont de hoeveelheid beschikbaar geheugen op de harde schijf. [Harde schijf bestand(en)] Toont het aantal taken dat op de harde schijf is opgeslagen. [Afdrukta(a)k(en)] Toont het aantal taken voor Wacht met afdrukken/opgeslagen afdrukken/beveiligd afdrukken/voorbeeldafdruk. [Fax TX / RX bestand(en)] Toont het aantal TX-standby-bestanden, Geheugenbeveiligingsbestanden afdrukken, Ontvangst afdrukbestanden en overige bestanden die op de harde schijf zijn opgeslagen. [Status Geheugen wissen] Toont de status van geheugengegevens. 5
14 Het apparaat functioneert niet naar wens 1 Apparaat-adresinfo U kunt de volgende items controleren onder [Apparaat-adresinfo]: [Faxnr.] Toont het faxnummer van het apparaat. [H.323 Eigen faxnummer] Toont het alternatieve telefoonnummer van het apparaat. [SIP Gebruikersnaam] Toont de SIP-gebruikersnaam van het apparaat. [ account Fax] Toont de account van het apparaat. [Apparaat IPv4-adres] Toont het IPv4-adres van het apparaat. [Apparaat IPv6-adres] Toont het IPv6-adres van het apparaat. Informatie U kunt de volgende items controleren onder [Informatie]: [Apparaat-onderhoud] Toont het apparaatnummer en het contactnummer die nodig zijn voor onderhoud. [Vertegenwoordiger] Toont het telefoonnummer van de leverancier. [Leveringsopdracht] Toont het contactnummer voor het plaatsen van voorraadbestellingen. [Leveringsdetails] Toont de naam van toner, nietjes, etc. die door het apparaat worden gebruikt. A Op het bedieningspaneel drukt u op [Systeemstatus]. 6
15 Apparaatstatus en -instellingen controleren B Druk op elk tabblad en controleer de inhoud. 1 C Nadat u de informatie heeft gecontroleerd, drukt u op [Afsluiten]. Het vorige scherm verschijnt. Opmerking [Geen nietjes], [Perf.opvangbak is vol.], [Uitvoerlade vol], [Fout. ingev. Orig], [Papierstoring] en [Klep open] verschijnt alleen wanneer deze fouten zich voordoen. Voor meer informatie over het opsporen en verhelpen van papierstoringen raadpleegt u Vastgelopen papier controleren of Vastgelopen papier verwijderen. Verwijzing Pag.118 Vastgelopen papier opsporen. Pag.117 Vastgelopen papier verwijderen. 7
16 Het apparaat functioneert niet naar wens Wanneer er een lampje aan de rechterkant van een functietoets brandt 1 Wanneer er een lampje aan de rechterkant van een functietoets gaat branden, druk dan op de betreffende functietoets. Volg dan de instructies die op het bedieningspaneel worden weergegeven. AQE900S Als er een fout optreedt in de functie die u gebruikt, dan moet u het bericht controleren dat u op het bedieningspaneel ziet verschijnen en de betreffende functie opzoeken in Wanneer een bericht wordt weergegeven. Hieronder krijgt u uitleg over de voornaamste redenen voor verlichting van de functietoets. Probleem Oorzaak Oplossing Documenten en rapporten worden niet afgedrukt. Documenten en rapporten worden niet afgedrukt. Er is een fout opgetreden. De papieruitvoerlade is vol. Er is geen kopieerpapier meer. De functie waarvan het lampje brandt, werkt niet goed. Verwijder het papier uit de lade. Vul papier bij. Zie Pag.93 Papier plaatsen. Noteer het codenummer dat in het display wordt afgebeeld en neem contact op met uw leverancier. Zie Wanneer een bericht wordt weergegeven van elk hoofdstuk. U kunt overige functies normaal gebruiken. 8
17 Wanneer er een lampje aan de rechterkant van een functietoets brandt Probleem Oorzaak Oplossing Het apparaat kan geen verbinding met het netwerk maken. Er is een netwerkfout opgetreden. Controleer het bericht dat wordt weergegeven en neem gepaste maatregelen. Zie Wanneer een bericht wordt weergegeven van elk hoofdstuk. 1 Controleer of het apparaat correct is aangesloten op het netwerk en of het apparaat correct is ingesteld. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Neem contact op met de beheerder. Wanneer de functietoets zelfs na het nemen van de bovenstaande maatregelen nog brandt, dan moet u contact opnemen met uw leverancier. Verwijzing Pag.23 Probleemoplossing bij gebruik van de kopieerfunctie. Pag.35 Probleemoplossing bij gebruik van de faxfunctie. Pag.53 Probleemoplossing tijdens het gebruik van de printerfunctie. Pag.75 Probleemoplossing bij gebruik van de scannerfunctie. 9
18 Het apparaat functioneert niet naar wens U heeft problemen met de bediening van het apparaat 1 Onderstaand schema bevat een uitleg over algemene problemen en berichten. Als er andere berichten worden weergegeven, volgt u de instructies die daarbij worden weergegeven. Belangrijk Controleer het contactadres en serienummer van het apparaat dat wordt getoond in het onderhoudsbericht (L) en neem dan contact op met uw leverancier. Probleem Oorzaak Oplossing Het kopieerscherm verschijnt wanneer u het apparaat inschakelt met behulp van de hoofdstroomschakelaar, maar u kunt niet omschakelen naar een ander scherm door op de toets {Printer} of {Scanner} te drukken. Het apparaat is net ingeschakeld en het Gebruikersinstellingen-scherm wordt weergegeven, maar de Gebruikersinstellingen-menu mist items. De hoofdstroom-indicator blijft knipperen en gaat niet uit als erop wordt gedrukt. Het display is uit. Het display is uit. Alleen de kopieerfunctie is klaar; andere functies nog niet. Alleen de kopieerfunctie is klaar; andere functies nog niet. De benodigde tijd varieert per functie. Functies verschijnen in het menu Gebruikersinstellingen als ze klaar zijn voor gebruik. Dit treedt op in de volgende situaties: ADF is open. Er vindt communicatie plaats tussen het apparaat en externe apparatuur. De harde schijf is bezig met het uitvoeren van een bewerking. Het apparaat staat in de Energiespaarstand. De bedrijfsschakelaar is uitgeschakeld. Wacht nog even. Wacht nog even. Sluit ADF en controleer of het apparaat communiceert met een computer. Druk op de toets {Energiespaarstand} om de Energiespaarstand uit te schakelen. Schakel de bedrijfsschakelaar in. 10
19 U heeft problemen met de bediening van het apparaat Probleem Oorzaak Oplossing Er gebeurt niets als de bedrijfsschakelaar wordt ingeschakeld. Een ogenblik geduld a.u.b. verschijnt. Een ogenblik geduld a.u.b. verschijnt. Geheugen is vol. Wilt u het gescande bestand opslaan? verschijnt. Zelfcontrole... verschijnt. Het invoerscherm voor de gebruikerscode wordt weergegeven. Het verificatiescherm verschijnt. U heeft niet de privileges om deze functie te gebruiken. wordt getoond. De hoofdschakelaar is uitgeschakeld. Dit bericht verschijnt als u de bedrijfsschakelaar inschakelt. Dit bericht verschijnt als u de tonercartridge vervangt. De gescande originelen overschrijdt het aantal vellen/pagina s die op de harde schijf kunnen worden opgeslagen. Het apparaat voert beeldaanpassingsfuncties uit. Met gebruikersbeheer worden er beperkingen voor de gebruikers ingesteld. Basisverificatie, Windows-verificatie, LDAPverificatie of Integratieserver-verificatie wordt ingesteld. Het gebruik van de functie is beperkt tot alleen geverifieerde gebruikers. Schakel de hoofdschakelaar in. Wacht tot het apparaat gereed is. Wacht tot het apparaat gereed is. Druk op [Bestand opslaan] om pagina s die zijn gescand op te slaan. Verwijder onnodige bestanden met [Bestand verwijderen]. Druk op [Nee] als u pagina s die zijn gescand niet opslaat. Verwijder onnodige bestanden met [Bestand verwijderen]. Het apparaat voert soms periodiek onderhoud tijdens bewerkingen uit. De frequentie en de duur van het onderhoud is afhankelijk van de vochtigheid, de temperatuur en afdrukfactoren zoals het aantal afdrukken, het papierformaat en de papiersoort. Wacht tot het apparaat gereed is. Voer de gebruikerscode (maximaal acht cijfers) in en druk vervolgens op [OK]. Voer uw gebruikersnaam en wachtwoord in voor het aanmelden. Zie Over dit apparaat. Neem contact op met de beheerder. 1 11
20 Het apparaat functioneert niet naar wens Probleem Oorzaak Oplossing 1 U heeft niet de privileges om deze functie te gebruiken. blijft in beeld ondanks dat u een geldige gebruikerscode heeft ingevoerd. Ook als het vastgelopen papier is verwijderd, blijft het foutbericht staan. Oorspronkelijke afbeeldingen worden op de achterkant van het papier afgedrukt. Er treden geregeld papierstoringen op. Er treden geregeld papierstoringen op. Er treden geregeld papierstoringen op. Met deze gebruikerscode is gebruik van de geselecteerde functie niet toegestaan. Wanneer u de melding van een papierstoring krijgt, blijft het bericht staan totdat u de vereiste handeling heeft uitgevoerd, namelijk de klep openen en weer sluiten. Er zit nog steeds papier vast in de lade. U heeft wellicht het papier niet correct geplaatst. Wellicht zijn de zijafscheidingen van de lade niet vergrendeld. Wellicht is de eindafscheider van de lade niet juist ingesteld. Er is papier van onwaarneembaar formaat geplaatst. Druk op de toets {Energiespaarstand}. Bevestig dat het display uitgaat en druk vervolgens opnieuw op de toets {Energiespaarstand}. Het display gaat terug naar gebruikerscode invoeren. Wanneer u afdrukt onder de kopieer- of printerfunctie, druk dan op de toets {Energiespaarstand}, maar pas nadat het afdrukken is voltooid. Verhelp de papierstoring en open en sluit de voorklep. Zie Pag.117 Papierstoringen oplossen. Plaats papier op de juiste wijze. Plaats papier in de papierlade met de te bedrukken zijde omhoog. Plaats het papier in de handinvoerlade met de te bedrukken zijde omlaag. Zie Pag.96 Papier met een vaste richting of 2-zijdig papier. Verwijder het papier. Zie Pag.117 Vastgelopen papier verwijderen. Controleer of de zijafscheidingen vergrendeld zijn. Zie Pag.97 Papierformaat wijzigen. Verwijder het papier. Zie Pag.117 Vastgelopen papier verwijderen. Controleer of de afscheiding juist ingesteld is. Zie Pag.97 Papierformaat wijzigen. Verwijder het papier. Zie Pag.117 Vastgelopen papier verwijderen. Wanneer u papier plaatst van onwaarneembaar formaat, geef dan dat papierformaat op in Lade papierformaat. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen en Over dit apparaat. 12
21 U heeft problemen met de bediening van het apparaat Probleem Oorzaak Oplossing Er treden geregeld papierstoringen op. Er zit een vreemd voorwerp in de lade van de finsher. Verwijder het papier. Zie Pag.117 Vastgelopen papier verwijderen. Plaats niets op de lade van de finisher. Het kan papierstoring veroorzaken. 1 Er treden geregeld papierstoringen op. De nietjescassette is niet correct ingesteld. De Booklet Finisher SR3020 heeft ook de nietjescartridge voor zadelsteek nodig. Zie Pag.112 Nietjes bijvullen. Kan niet in duplexmodus afdrukken [1-zijdige kopie] is geselecteerd voor papiersoort: lade 1-4. Selecteer [2-zijdige kopie] voor papiertype: Lade 1-4 Zie Bedieningshandleiding Systeeminstellingen. Kan niet in duplexmodus afdrukken U kunt dubbelzijdig afdrukken niet selecteren als de papiersoort staat ingesteld op [OHP], [Dun papier], [Etiketten], [Dik papier 2] of [Dik papier 3]. Selecteer een papiersoort waarmee u dubbelzijdig kunt afdrukken. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Verificatie mislukt. De ingevoerde gebruikersnaam en wachtwoord voor het aanmelden is niet juist. Neem contact op met de beheerder voor de juiste gebruikersnaam en wachtwoord voor het aanmelden. Verificatie mislukt. Het apparaat kan geen verificatie uitvoeren. Neem contact op met de beheerder. Het/de geselecteerde bestand(en) bevatte(n) bestand(en) zonder toegangsrechten. Alleen bestand(en) met toegangsrechten zal/zullen worden verwijderd. U heeft geprobeerd bestanden te verwijderen zonder dat u daartoe bevoegd bent. Bestanden kunnen alleen worden verwijderd door de persoon die deze heeft gemaakt. Neem, om een bestand te verwijderen waarvoor u geen rechten heeft om deze te verwijderen, contact op met de persoon die het bestand heeft gemaakt. 13
22 Het apparaat functioneert niet naar wens Document Server Probleem Oorzaak Oplossing 1 Max. aantal pag. per best. overschr. Wilt u de gescande pagina's opslaan als 1 bestand? verschijnt. U bent uw toegangscode vergeten. U kunt er niet achter komen wat de inhoud van een bepaald document is. Het geheugen raakt regelmatig vol. Het aantal gescande pagina s is groter dan de capaciteit per bestand van de Document Server. U kunt geen beveiligd bestand openen zonder het wachtwoord in te voeren. U kunt wellicht alleen aan de hand van de bestandsnaam de inhoud van een bestand niet vaststellen. Het geheugen van de documentserver is vol. Als u de gescande pagina s als een bestand wilt opslaan, drukt u op [Bestand opslaan]. De gescande gegevens zijn opgeslagen als een bestand in de Document Server. Als u de gescande pagina s niet wilt opslaan, drukt u op [Nee]. De gescande gegevens worden gewist. Neem contact op met de beheerder. Om de bestanden te verwijderen die in de documentserver zijn opgeslagen, selecteert u [Verw. alle best. in Document server]. Aangezien dit elk afzonderlijk bestand permanent zal verwijderen, moet u zeker weten dat de documentserver geen bestanden bevat die u wilt bewaren. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. U kunt in het scherm Bestand selecteren schakelen tussen de weergave [Lijst] en [Miniatuurweergave] om de inhoud van het bestand te controleren. In lijstweergave worden de bestandsnaam, opslagdatum en -tijd en gebruikersnaam getoond. In miniatuurweergave verschijnt een afbeelding van het opgeslagen bestand. U kunt de afbeelding vergroten door te drukken op [Voorvertoning]. Gebruik het scherm Bestand selecteren om informatie buiten de bestandsnaam te controleren. Zie Kopieer-/Document Serverhandleiding. Verwijder onnodige bestanden. Op het bestandskeuzedisplay selecteert u onnodige bestanden en drukt u vervolgens op [Bestand verwijderen]. Als dit de hoeveelheid beschikbaar geheugen niet vergroot, doe dan het volgende. Schakel over op het scannerscherm en verwijder onnodige bestanden die onder de scannerfunctie zijn opgeslagen. Schakel over naar het printerscherm en verwijder onnodige bestanden die zijn opgeslagen onder Voorbeeldafdruk, Beveiligde afdruk, Wachten met afdruk of Opgeslagen afdruk. 14
23 U heeft problemen met de bediening van het apparaat Probleem Oorzaak Oplossing U wilt de afdrukkwaliteit controleren voordat u een groot aantal sets afdrukt. Orig. wordt gescand door andere functie. Een ogenblik. verschijnt. Kan geen voorvert. mk van deze pag. verschijnt en u kunt de miniatuurafbeelding niet controleren. U kunt een enkele kopie afdrukken zonder de instelling opnieuw op te geven. De kopieer- of scannerfunctie is in gebruik. De afbeeldingsgegevens zijn wellicht beschadigd. Controleer de afdrukkwaliteit door alleen de eerste set af te drukken met behulp van de toets {Testafdruk}. Als u de huidige opdracht wilt annuleren, drukt u eerst op [Afsluiten] en vervolgens op de toets {Kopiëren} of {Scanner}. Druk vervolgens op de toets {Wis/Stop}. Als het bericht De [Stoppen]-toets is ingedrukt. Wilt u stoppen met afdrukken? wordt weergegeven, druk dan op [Stoppen]. Wanneer u drukt op [Afsluiten] dan verschijnt het voorbeeldscherm zonder een miniatuur. 1 Opmerking Als u geen kopieën naar wens kunt maken vanwege papiersoort, papierformaat of papiercapaciteit, gebruik dan het aanbevolen papier. Zie Over dit apparaat. Het gebruik van gekruld papier veroorzaakt vaak papierstoringen, vuile papierranden of verschoven posities bij het uitvoeren van afdruktaken met nietjes of in stapels. Wanneer u gekruld papier gebruikt, maak het papier dan minder stijf met uw handen en vouw de krul uit het papier of plaats het papier ondersteboven in de lade. Voorkom ook dat papier kan opkrullen en leg het op een plat oppervlak en plaats het niet tegen de muur. 15
24 Het apparaat functioneert niet naar wens Een taak wordt niet uitgevoerd 1 Als u een functie niet kunt uitvoeren, dan wordt het apparaat wellicht opgehouden door een andere functie. Als u een functie niet kunt uitvoeren, beëindig dan alle andere functies die op dat moment actief zijn en probeer opnieuw om de functie uit te voeren. In bepaalde gevallen kunt u een andere taak uitvoeren (kopieerapparaat, documentserver, printer, scanner), zonder de taak die op dat moment wordt uitgevoerd te hoeven annuleren. Het gelijktijdig uitvoeren van meerdere functies wordt Multi-accessing genoemd. Combinatieschema Onderling verenigbare functies De tabel geeft de onderling verenigbare functies aan als de afdrukprioriteit is ingesteld op Interleave. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. : Het is mogelijk om bewerkingen gelijktijdig uit te voeren. : Bewerking wordt ingeschakeld als er op de bijhorende functietoets wordt gedrukt en als het op afstand schakelen (van de scanner/externe aansluiting) klaar is. : Bewerking wordt ingeschakeld als er op de toets {Onderbreken} wordt gedrukt om de voorgaande bewerking te onderbreken. : Bewerking wordt automatisch uitgevoerd als de huidige bewerking is voltooid. : De bewerking moet worden gestart zodra de huidige bewerking is voltooid. (Het is niet mogelijk om bewerkingen gelijktijdig uit te voeren.) 16
25 Een taak wordt niet uitgevoerd Modus nadat u één Kopiëren van de volgende functies heeft geselecteerd Kopiëren onderbreken Fax Verzending Ontvangst Printer Afdrukken Scanner TWAIN Document Server DeskTopBinder Web Document Server 1 Modus voordat u één van de volgende functies heeft geselecteerd Kopiëren Bewerkingen voor kopiëren Nieten Bewerkingen voor kopiëren Nieten Sorteren Bewerkingen voor kopiëren Kopiëren *1 *1 Verzendingbewerking/Handmatige ontvangstbewerking Een origineel scannen voor geheugenverzending Geheugenverzending Directe verzending Geheugenontvangst *1 *5 *2 *2 Ontvangen gegevens afdrukken Gegevensontvangst Afdrukken Nieten Bewerkingen voor scannen Scannen Scannen Bedieningen voor Document Server Een document scannen dat u op de Document Server wilt opslaan Afdrukken vanuit Document Server Afdrukken vanuit Document Server Een fax versturen vanuit Document Server Afdrukken *2 *2 *4 *4 *4 Sorteren *1 *1 *1 *2 *2 *2 *2 Kopiëren onderbreken Bewerkingen voor kopiëren Kopiëren 17
26 Het apparaat functioneert niet naar wens 1 Modus nadat u één Kopiëren van de volgende functies heeft geselecteerd Kopiëren onderbreken Fax Verzending Ontvangst Printer Afdrukken Scanner TWAIN Document Server DeskTopBinder Web Document Server 18 Modus voordat u één van de volgende functies heeft geselecteerd Fax Verzendingbewerking/ Handmatige ontvangstbewerking Verzending Ontvangst Een origineel scannen voor geheugenverzending Geheugenverzending *3 *3 *3 *7 Directe verzending Geheugenontvangst *3 *3 *3 *7 Ontvangen gegevens afdrukken Bewerkingen voor kopiëren Nieten Sorteren Bewerkingen voor kopiëren Kopiëren Verzendingbewerking/Handmatige ontvangstbewerking Een origineel scannen voor geheugenverzending Geheugenverzending Directe verzending Geheugenontvangst *3 *7 *7 Ontvangen gegevens afdrukken Gegevensontvangst Afdrukken Nieten Bewerkingen voor scannen Scannen Scannen Bedieningen voor Document Server Een document scannen dat u op de Document Server wilt opslaan Afdrukken vanuit Document Server Afdrukken vanuit Document Server Een fax versturen vanuit Document Server Afdrukken *2 *3 *2
27 Een taak wordt niet uitgevoerd Modus nadat u één Kopiëren van de volgende functies heeft geselecteerd Kopiëren onderbreken Fax Verzending Ontvangst Printer Afdrukken Scanner TWAIN Document Server DeskTopBinder Web Document Server 1 Modus voordat u één van de volgende functies heeft geselecteerd Printer Scanner Gegevensontvangst Afdrukken Afdrukken Nieten Bewerkingen voor scannen Scannen Bewerkingen voor kopiëren Nieten Sorteren Bewerkingen voor kopiëren Kopiëren *5 Verzendingbewerking/Handmatige ontvangstbewerking Een origineel scannen voor geheugenverzending Geheugenverzending Directe verzending Geheugenontvangst *2 *2 *2 *2 Ontvangen gegevens afdrukken Gegevensontvangst Afdrukken Nieten Bewerkingen voor scannen Scannen Scannen Bedieningen voor Document Server Een document scannen dat u op de Document Server wilt opslaan Afdrukken vanuit Document Server Afdrukken vanuit Document Server Een fax versturen vanuit Document Server Afdrukken *2 *4 *4 *4 TWAIN Scannen 19
28 Het apparaat functioneert niet naar wens 1 Modus nadat u één Kopiëren van de volgende functies heeft geselecteerd Kopiëren onderbreken Fax Verzending Ontvangst Printer Afdrukken Scanner TWAIN Document Server DeskTopBinder Web Document Server Modus voordat u één van de volgende functies heeft geselecteerd Document Server Bedieningen voor Document Server Een document scannen dat u op de Document Server wilt opslaan Afdrukken vanuit Document Server Bewerkingen voor kopiëren Nieten Sorteren Bewerkingen voor kopiëren Kopiëren Verzendingbewerking/Handmatige ontvangstbewerking Een origineel scannen voor geheugenverzending Geheugenverzending Directe verzending Geheugenontvangst Ontvangen gegevens afdrukken Gegevensontvangst Afdrukken Nieten Bewerkingen voor scannen Scannen Scannen Bedieningen voor Document Server Een document scannen dat u op de Document Server wilt opslaan Afdrukken vanuit Document Server Afdrukken vanuit Document Server Een fax versturen vanuit Document Server Afdrukken *2 *4 *6 *6 *6 20
29 Een taak wordt niet uitgevoerd Modus nadat u één Kopiëren van de volgende functies heeft geselecteerd Kopiëren onderbreken Fax Verzending Ontvangst Printer Afdrukken Scanner TWAIN Document Server DeskTopBinder Web Document Server 1 Modus voordat u één van de volgende functies heeft geselecteerd DeskTopBinder Web Document Server Afdrukken vanuit Document Server Een fax versturen vanuit Document Server Afdrukken Bewerkingen voor kopiëren Nieten Sorteren Bewerkingen voor kopiëren Kopiëren Verzendingbewerking/Handmatige ontvangstbewerking *4 *4 Een origineel scannen voor geheugenverzending Geheugenverzending Directe verzending Geheugenontvangst Ontvangen gegevens afdrukken Gegevensontvangst Afdrukken Nieten Bewerkingen voor scannen Scannen Scannen Bedieningen voor Document Server Een document scannen dat u op de Document Server wilt opslaan Afdrukken vanuit Document Server Afdrukken vanuit Document Server Een fax versturen vanuit Document Server Afdrukken 21
30 Het apparaat functioneert niet naar wens 1 *1 U kunt geen gelijktijdige bewerkingen uitvoeren totdat alle voorgaande documenten zijn gescand en toets [Nieuwe taak] wordt weergegeven. *2 U kunt een document scannen zodra alle voorgaande documenten zijn gescand. *3 Bewerking is alleen mogelijk als er extra lijnen zijn toegevoegd. *4 Tijdens het nieten wordt het afdrukken automatisch gestart na de huidige opdracht. *5 De functie Nieten is niet beschikbaar. *6 Gelijktijdige bewerkingen worden mogelijk nadat u op toets [Nieuwe taak] hebt gedrukt. *7 Tijdens parallelle ontvangst worden eventuele volgende opdrachten uitgesteld tot de ontvangst voltooid is. Opmerking U kunt de functie Nieten niet voor meerdere functies tegelijkertijd gebruiken. Als het apparaat meerdere functies tegelijkertijd kan uitvoeren, geef dan aan welke functies u voorrang wilt verlenen in Afdrukprioriteit. Deze instelling is vanuit de fabriek ingesteld op Weergavemodus. Voor het instellen van de functie Afdrukprioriteit, zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Wanneer Booklet Finisher SR3020, Finisher SR3030 of SR790 op het apparaat is geïnstalleerd, kunt u opgeven in welke uitvoerlade de documenten moeten worden afgeleverd. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Tijdens het afdrukken kan het scannen van een document met behulp van een andere functie meer tijd in beslag nemen. 22
31 2. Probleemoplossing bij gebruik van de kopieerfunctie Dit hoofdstuk geeft uitleg over waarschijnlijke oorzaken en mogelijke oplossingen voor problemen met kopieerfuncties. Er verschijnt een bericht Dit gedeelte geeft uitleg over de belangrijkste berichten van het apparaat. Als er andere berichten worden weergegeven, volgt u de instructies die ze bevatten. Belangrijk Voor berichten die hier niet worden vermeld, zie Pag.10 U heeft problemen met de bediening van het apparaat. Bericht Oorzaak Oplossing Formaat van het origineel is niet herkenbaar. Formaat van het origineel is niet herkenbaar. Formaat van het origineel is niet herkenbaar. Controleer richting van het origineel. Controleer het papierformaat. Geroteerd sorteren is niet beschikbaar voor dit papierformaat. Duplex is niet beschikbaar voor dit papierformaat. Er is een onjuist origineel geplaatst. Er is een onjuist origineel geplaatst. Er is geen origineel geplaatst. Origineel is niet in de juiste richting geplaatst. Er is een onjuist formaat papier geplaatst. Er is een papierformaat gekozen waarvoor Geroteerd sorteren niet beschikbaar is. Een papierformaat dat niet beschikbaar is in de Duplexmodus is geselecteerd. Selecteer papier handmatig en niet de Automatische papierselectie, en gebruik de functie Automatisch Verkleinen/Vergroten niet. Zie Kopieer- /Document Serverhandleiding. Plaats het origineel op de glasplaat. Zie Kopieer-/Document Serverhandleiding. Plaats de originelen. Verander de richting van het origineel. Als u op de toets {Start} drukt, wordt het kopiëren gestart op het geselecteerde papier. Kies het juiste papierformaat. Zie Kopieer-/Document Serverhandleiding. De volgende papierformaten zijn beschikbaar voor duplexmodus: A3L, B4L, A4KL, B5KL, A5K, L, Legal (8 1 / 2 14 )L, 8 1 / 4 14 L, Letter (8 1 / 2 11 )KL, Executive (7 1 / / 2 )KL, F/GL (8 13 )L, Foolscap (8 13 )L, Folio (8 1 / 4 13 )L, L, L, 8 10 L, 8KL, 16KKL. Kies een van deze formaten. 23
32 Probleemoplossing bij gebruik van de kopieerfunctie 2 Bericht Oorzaak Oplossing Kan dit papierformaat niet perforeren. Kan papier van dit formaat niet nieten. Nietcapaciteit overschreden. De functie Perforeren kan niet in combinatie met het geselecteerde papierformaat worden gebruikt. De functie Nieten kan niet in combinatie met het geselecteerde papierformaat worden gebruikt. Het aantal bladen per set overschrijdt de capaciteit van het nietapparaat. De volgende papierformaten zijn beschikbaar voor modus Perforeren: 2 perforaties: A3L, B4L, A4KL, B5KL, A5KL, L, Legal(8 1 / 2 14 )L, 8 1 / 4 14 L, Letter(8 1 / 2 11 )KL, Half Letter (5 1 / / 2 )L, Executive (7 1 / / 2 )KL, F/GL (8 13 )L, Foolscap (8 1 / 2 13 )L, Folio (8 1 / 4 13 )L, L, L, 8 10 L, 8KL, 16KKL. Kies een van deze formaten. 3 perforaties: A3L, B4L, A4K, B5K, L, Letter(8 1 / 2 11 )K, Executive (7 1 / / 2 )K, L, L, 8KL, 16KK. Kies een van deze formaten. 4 perforaties: Metrische versie: A3L, B4L, A4K, B5K, L, Letter(8 1 / 2 11 )K, Executive (7 1 / / 2 )K, L, 8KL, 16KK. Kies een van deze formaten. Smal 2 2 versie: A3L, B4L, A4KL, B5KL, A5KL, L, Legal(8 1 / 2 14 )L, 8 1 / 4 14 L, Letter(8 1 / 2 11 )KL, Half Letter (5 1 / / 2 )L, Executive (7 1 / / 2 )KL, F/GL (8 13 )L, Foolscap (8 1 / 2 13 )L, Folio (8 1 / 4 13 )L, L, L, 8 10 L, 8KL, 16KKL. Kies een van deze formaten. Selecteer het juiste papierformaat dat wel kan worden gebruikt in de modus Nieten. Zie Kopieer-/Document Serverhandleiding. Controleer de capaciteit van het nietapparaat. Zie Kopieer-/Document Serverhandleiding. 24
33 Er verschijnt een bericht Bericht Oorzaak Oplossing Maximum aantal sets is nn. (Er is een figuur geplaatst op n.) Het bestand dat wordt opgeslagen heeft max. aantal pagina's overschreden per bestand. Kopiëren zal worden gestopt. De modus Tijdschrift of Boekje is niet beschikbaar wegens gemengde resoluties. U heeft niet de privileges om deze functie te gebruiken. U heeft niet de privileges om deze functie te gebruiken. Verificatie is mislukt. Verificatie is mislukt. Het aantal kopieën overschrijdt de maximale kopieercapaciteit. De gescande originelen hebben teveel pagina s om als één document te kunnen worden opgeslagen. U heeft de functie Tijdschrift of Boekje geselecteerd voor originelen die zijn gescand met verschillende functies zoals kopiëren en printer. Met deze gebruikerscode is gebruik van de geselecteerde functie niet toegestaan. Met deze gebruikerscode is gebruik van de geselecteerde functie niet toegestaan. De ingevoerde gebruikersnaam en wachtwoord voor het aanmelden is niet juist. Het apparaat kan geen verificatie uitvoeren. U kunt het maximale aantal kopieën wijzigen. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Druk op [Afsluiten] en sla dan opnieuw op met een geschikt aantal pagina s. Zorg ervoor dat originelen voor de functie Tijdschrift of Boekje worden gescand met behulp van dezelfde functie. Neem contact op met de beheerder. Als het bericht nog steeds wordt weergegeven en u kunt het scherm niet omschakelen, druk dan op de toets {Energiespaarstand}. Bevestig dat het display uitgaat en druk vervolgens opnieuw op de toets {Energiespaarstand}. Het display gaat terug naar gebruikerscode invoeren. Wanneer u afdrukt onder de kopieer- of printerfunctie, druk dan op de toets {Energiespaarstand}, maar pas nadat het afdrukken is voltooid. Neem contact op met de beheerder voor de juiste gebruikersnaam en wachtwoord voor het aanmelden. Neem contact op met de beheerder. 2 25
34 Probleemoplossing bij gebruik van de kopieerfunctie 2 Bericht Oorzaak Oplossing De geselect. best. bevat best. zonder toegangsprivileges. Alleen best. met toegangspriv. zullen worden verwijderd. Orig. wordt gesc. door andere functie. Een ogenblik. Een ogenblik geduld a.u.b. U heeft geprobeerd bestanden te verwijderen zonder dat u daartoe bevoegd bent. De functie Documentserver of Scanner is in gebruik. De bestemmingslijst wordt bijgewerkt vanuit het netwerk met Smart- DeviceMonitor for Admin. Afhankelijk van het aantal bestemmingen dat dient te worden bijgewerkt, kan er wat vertraging ontstaan voordat u de bewerking kunt hervatten. Bewerkingen zijn niet mogelijk terwijl dit bericht wordt weergegeven. Bestanden kunnen alleen worden verwijderd door de persoon die deze heeft gemaakt. Neem, om een bestand te verwijderen waarvoor u geen rechten heeft om deze te verwijderen, contact op met de persoon die het bestand heeft gemaakt. Om de huidige taak te annuleren drukt u op [Afsluiten] en vervolgens op de toets {Document Server} of {Scanner}. Druk vervolgens op de toets {Wis/Stop}. Als het bericht De Wissen / Stoppen toets was ingedrukt. Weet u zeker dat u wilt stop. met scan.? wordt weergegeven, drukt u op [Annuleren]. Wacht totdat het foutbericht verdwijnt. Schakel de stroom niet uit terwijl dit bericht wordt weergegeven. Verwijzing Pag.10 U heeft problemen met de bediening van het apparaat 26
35 U kunt geen duidelijke kopieën maken U kunt geen duidelijke kopieën maken Dit gedeelte geeft uitleg over waarschijnlijke oorzaken en mogelijke oplossingen voor onduidelijke kopieën. Probleem Oorzaak Oplossing De kopieën zijn vuil. De kopieën zijn vuil. De achterzijde van een originele afbeelding is gekopieerd. De achterzijde van een originele afbeelding is gekopieerd. Bij het kopiëren van beplakte originelen verschijnt er een schaduw op de kopie. Bij elke kopie is hetzelfde gebied vuil. Bij elke kopie is hetzelfde gebied vuil. De kopieën zijn te licht. De kopieën zijn te licht. De kopieën zijn te licht. Delen van afbeeldingen worden niet gekopieerd. Delen van afbeeldingen worden niet gekopieerd. Afbeeldingen lijken alleen gedeeltelijk gekleurd. De belichting heeft een te hoge dichtheid. Automatische belichting is niet geselecteerd. De belichting heeft een te hoge dichtheid. Automatische belichting is niet geselecteerd. De belichting heeft een te hoge dichtheid. De glasplaat, het scanglas of de ADF is vuil. Het origineel is al afgedrukt of gescand. De belichting is te licht ingesteld. Een lichte kopie kan ontstaan als u vochtig of ruw, korrelig papier gebruikt. De tonercartridge is bijna leeg. Het origineel is niet correct geplaatst. Het juiste papierformaat is niet geselecteerd. Het papier is vochtig. Pas de belichting aan. Zie Kopieer-/Document Serverhandleiding. Pas de automatische belichting aan. Zie Kopieer-/Document Serverhandleiding. Pas de belichting aan. Zie Kopieer-/Document Serverhandleiding. Pas de automatische belichting aan. Zie Kopieer-/Document Serverhandleiding. Pas de belichting aan. Zie Kopieer-/Document Serverhandleiding. Verander de richting van het origineel. Gebruik doorzichtige tape op de beplakte originelen. Reinig deze. Zie Pag.136 Onderhoud van uw apparaat. Selecteer [Generatiekopie] en begin dan met kopiëren. Zie Kopieer-/Document Serverhandleiding. Pas de belichting aan. Zie Kopieer-/Document Serverhandleiding. Gebruik het aanbevolen papier. Gebruik ook papier dat is opgeslagen onder de aanbevolen temperatuur en luchtvochtigheid. Zie Over dit apparaat. Neem contact op met uw leverancier. Voeg toner toe. Zie Pag.103 Toner bijvullen. Plaats de originelen op de juiste manier. Zie Kopieer-/Document Serverhandleiding. Kies het juiste papierformaat. Gebruik papier dat is opgeslagen onder de aanbevolen temperatuur en luchtvochtigheid. Zie Over dit apparaat. 2 27
36 Probleemoplossing bij gebruik van de kopieerfunctie Probleem Oorzaak Oplossing Er verschijnen gekleurde lijnen. De glasplaat of het scanglas is vuil. Reinig deze. Zie Pag.136 Onderhoud van uw apparaat. Er verschijnen witte lijnen. De glasplaat of het scanglas is vuil. Reinig deze. Zie Pag.136 Onderhoud van uw apparaat. 2 Er verschijnen witte lijnen. De kopieën zijn blanco. Wanneer D knippert, dan is de toner bijna op. Het origineel is niet correct geplaatst. Voeg toner toe. Zie Pag.103 Toner bijvullen. Plaats de originelen met de te kopiëren zijde naar beneden als u de glasplaat gebruikt. Als u de ADF gebruikt, plaatst u de originelen met de te kopiëren zijde naar boven. Er verschijnt een moirépatroon op de kopieën. Het origineel bevat een afbeelding bestaande uit stippen of veel lijnen. Plaats het origineel op de glasplaat onder een kleine hoek. Er verschijnen zwarte stippen op de kopie of een fotografische afdruk. Vanwege hoge luchtvochtigheid is de fotografische afdruk tegen de glasplaat blijven plakken. Plaats de afdruk op de glasplaat op een van de onderstaande manieren: Plaats een OHP-transparant op de glasplaat en plaats de afdruk vervolgens bovenop het OHP-transparant. Plaats de afdruk op de glasplaat en plaats er dan twee of drie vellen wit papier bovenop. Laat de automatische documentinvoer (ADF) open als u kopieert. 28
37 Als u geen kopieën kunt maken zoals u wilt Als u geen kopieën kunt maken zoals u wilt Dit gedeelte geeft uitleg over waarschijnlijke oorzaken en mogelijke oplossingen voor onduidelijke kopieën. Basis Probleem Oorzaak Oplossing Er treden geregeld papierstoringen op. Er treden geregeld papierstoringen op. Er treden geregeld papierstoringen op. Er treden geregeld papierstoringen op. Er treden geregeld papierstoringen op. Er treden geregeld papierstoringen op. Kopieerpapier raakt gekreukeld. Kopieerpapier raakt gekreukeld. De kopieën zijn niet geniet. De kopieën zijn niet geniet. De kopieën zijn niet geniet. Het aantal geplaatste vellen overschrijdt de maximale capaciteit van het apparaat. De zijafscheiding van de papierlade is te strak ingesteld. Het papier is vochtig. Het papier is te dik of te dun. Het kopieerpapier is verkreukeld of is gevouwen/gekreukeld. Er wordt bedrukt papier gebruikt. Het papier is vochtig. Het papier is te dun. Er zijn nietjes vastgelopen in het nietapparaat. Het aantal kopieën overschrijdt de maximale capaciteit van het nietapparaat. Het kopieerpapier is gekruld. Stapel papier niet boven de bovenste merktekens aan de zijafscheiding van de papierlade of handinvoerlade. Zie Over dit apparaat. Duw zacht tegen de zijafscheiding en stel deze dan opnieuw in. Wij raden u tevens aan om minimaal 20 vellen dik papier te plaatsen. Gebruik papier dat is opgeslagen onder de aanbevolen temperatuur en luchtvochtigheid. Zie Over dit apparaat. Gebruik aanbevolen papier. Zie Over dit apparaat. Gebruik aanbevolen papier. Gebruik papier dat is opgeslagen onder de aanbevolen temperatuur en luchtvochtigheid. Zie Over dit apparaat. Gebruik aanbevolen papier. Gebruik geen papier waarop al kopieën of afdrukken zijn gemaakt. Zie Over dit apparaat. Gebruik papier dat is opgeslagen onder de aanbevolen temperatuur en luchtvochtigheid. Zie Over dit apparaat. Gebruik aanbevolen papier. Zie Over dit apparaat. Verwijder vastgelopen nietjes. Zie Pag.126 Vastgelopen nietjes verwijderen. Controleer de capaciteit van het nietapparaat. Zie Kopieer-/Document Serverhandleiding. Draai het kopieerpapier in de lade om. 2 29
38 Probleemoplossing bij gebruik van de kopieerfunctie Probleem Oorzaak Oplossing De nietjes zijn verkeerd geplaatst. De originelen zijn niet correct geplaatst. Controleer wat de juiste positie is om de originelen te plaatsen. Zie Kopieer- /Document Serverhandleiding. 2 U kunt verscheidene functies niet combineren. Bij het sorteren worden de pagina s in twee groepen gescheiden. De geselecteerde functies kunnen niet gezamenlijk worden gebruikt. Het geheugen raakte vol tijdens het sorteren en de pagina s zijn in twee groepen afgeleverd. Controleer de combinatie van functies en corrigeer de instellingen. Zie Kopieer-/Document Serverhandleiding. U kunt het kopiëren onderbreken als het geheugen vol raakt. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Het papier komt bij afdrukken met nieten niet uit het apparaat. Wanneer u het afdrukken onderbreekt terwijl de nietfunctie wordt gebruikt, kan er papier dat tijdens het afdrukken niet is geniet, in het nietapparaat achterblijven. Druk op de toets {Instellingen verwijderen} en annuleer de kopieerinstellingen, inclusief het nieten. De kopie wordt grijs weergegeven of er verschijnt een patroon op de achtergrond van de kopie. U heeft een document met kopieerbeveiliging gekopieerd; dit document is beveiligd tegen ongeautoriseerd kopiëren. Controleer het document. Zie Printerhandleiding. Afbeeldingen zijn scheef. De zijafscheidingen in de papierinvoerlade zijn niet vergrendeld. Vergrendel de papiergeleider. Zie Pag.97 Papierformaat wijzigen. Afbeeldingen zijn scheef. Het papier wordt scheef ingevoerd. Plaats het papier op de juiste wijze. Zie Pag.93 Papier plaatsen. 30
39 Als u geen kopieën kunt maken zoals u wilt Bewerken Probleem Oorzaak Oplossing In de modus Dubbelzijdige kopieën worden delen van de originele afbeelding niet gekopieerd. De combinatie van origineel en kopieerpapier is niet correct. Selecteer A3L voor A4 K formaat originelen en A4 voor A5 formaat originelen. In de modi Rand, Midden of Midden/Rand worden delen van de originele afbeelding niet gekopieerd. U heeft de breedte van de wismarge te groot ingesteld. Maak de margebreedte smaller. U kunt deze afstellen tussen 2-99 mm (0,1-3,9 ). Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. 2 In de modi Rand, Midden of Midden/Rand worden delen van de originele afbeelding niet gekopieerd. De originelen zijn niet correct gescand. Plaats de originelen op de juiste manier. In de modus Marge-aanpassing worden delen van de originele afbeelding niet gekopieerd. U heeft de breedte van de wismarge te groot ingesteld. Stel een smallere marge in met Gebruikersinstellingen. U kunt de breedte instellen tussen 0-30 mm (0-1,2 ). Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. In de modus Marge-aanpassing worden delen van de originele afbeelding niet gekopieerd. Er is te weinig margeruimte aan de andere zijde van de inbindpositie. Stel een smallere marge in met Gebruikersinstellingen. U kunt de breedte instellen tussen 0-30 mm (0-1,2 ). Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. In de modus Afbeelding herhalen wordt de originele afbeelding niet meerdere keren gekopieerd. U heeft hetzelfde formaat kopieerpapier als de originelen gekozen of u heeft niet de juiste reproductiefactor geselecteerd. Selecteer kopieerpapier dat groter is dan de originelen of selecteer de geschikte reproductiefactor. Stempel Probleem Oorzaak Oplossing De stempelpositie is niet goed. De stempel wordt niet afgedrukt op de achterkant van vellen bij dubbelzijdig kopiëren. De richting van het papier is niet goed. De stempelplaats op de achterkant van vellen is niet juist voor het papierformaat. Controleer de richting van het papier en de stempelpositie. Stel de stempelpositie voor de achterkant opnieuw in. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. 31
40 Probleemoplossing bij gebruik van de kopieerfunctie Combineren Probleem Oorzaak Oplossing 2 U kunt geen boek met de modus Boekje of de modus Tijdschrift maken door kopieën te vouwen. Bij gebruik van de functie Combineren worden delen van de afbeelding niet weergegeven. Kopieën bevinden zich niet in de juiste volgorde. Duplex U hebt een instelling geselecteerd ( Naar links openen of Naar rechts openen ) die niet overeenkomt met de richting van de originelen. U heeft een verkeerde reproductiefactor gekozen die niet overeenkomt met het formaat van het origineel en het kopieerpapier. U heeft de originelen niet in de juiste volgorde geplaatst. Verander de instelling. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Indien u met behulp van de handmatige papierkeuzemodus een reproductiefactor aangeeft, dient u ervoor te zorgen dat de factor overeenkomt met uw originelen en het kopieerpapier. Selecteer de juiste reproductiefactor voordat u de comb.modus gebruikt. Zorg ervoor dat de laatste pagina zich onderop bevindt wanneer u een stapel originelen in de ADF plaatst. Als u de originelen op de glasplaat plaatst, dient u te beginnen met de pagina die u als eerste wil kopiëren. Probleem Oorzaak Oplossing Kan niet in duplexmodus afdrukken Kan niet in duplexmodus afdrukken Kan niet in duplexmodus afdrukken Kopieën bevinden zich niet in de juiste volgorde. Bij gebruik van de Duplexmodus wordt een kopie van boven naar beneden gemaakt ondanks dat [Boven/Boven] geselecteerd is. U heeft papier geplaatst op de handinvoerlade. U heeft papier geplaatst van meer dan 169 g/m 2. U heeft een lade geselecteerd die is ingesteld op [1-zijdige kopie] in [Instell. papierlade] in [Systeeminstellingen]. U heeft de originelen niet in de juiste volgorde geplaatst. De originelen zijn in de verkeerde richting geplaatst. Verwijder papier dat op de handinvoerlade is geplaatst. Plaats papier in een andere lade. Verander het papier. Stel de lade in op [2-zijdige kopie] in [Instell. papierlade] in [Systeeminstellingen]. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Zorg ervoor dat de laatste pagina zich onderop bevindt wanneer u een stapel originelen in de ADF plaatst. Als u de originelen op de glasplaat plaatst, dient u te beginnen met de pagina die u als eerste wil kopiëren. Plaats het origineel in de correcte richting. Zie Kopieer-/Document Serverhandleiding. 32
41 Als u geen kopieën kunt maken zoals u wilt Als het geheugen vol is Dit gedeelte geeft uitleg over waarschijnlijke oorzaken en mogelijke oplossingen voor problemen met betrekking tot een vol geheugen. Bericht Oorzaak Oplossing Geheugen is vol. nn originelen zijn gescand. Druk op [Afdrukken] om gesc. orig. te kop. Verwijder geen achtergebleven originelen. n in het bericht staat voor een nummer dat gewijzigd kan worden. De gescande originelen overschrijdt het aantal pagina s die in het geheugen kunnen worden opgeslagen. Druk op de toets [Afdrukken] om de gescande originelen te kopiëren en de gescande gegevens te annuleren. Druk op de toets [Stoppen] om de gescande gegevens te annuleren zonder te kopiëren. 2 Druk op [Doorgaan] om de resterende originelen in te scannen en te kopiëren. Het apparaat controleert of de resterende originelen moeten worden gekopieerd nadat het gescande origineel is afgedrukt. Om door te gaan met kopiëren, verwijdert u alle kopieën en drukt u vervolgens op de toets [Doorgaan]. Om het kopiëren te stoppen, drukt u op de toets [Stoppen]. Opmerking Als u [Autom scan. herst. na vol geh.] in Gebruikersinstellingen instelt op [Aan], dan wordt zelfs als het geheugen vol is, het bericht dat het geheugen vol is niet weergegeven. Het apparaat maakt eerst kopieën van de gescande originelen en gaat vervolgens automatisch door met het scannen en kopiëren van de resterende originelen. In dat geval liggen de resulterende gesorteerde pagina s niet op volgorde. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. 33
42 Probleemoplossing bij gebruik van de kopieerfunctie 2 34
43 3. Probleemoplossing bij gebruik van de faxfunctie Dit hoofdstuk geeft uitleg over waarschijnlijke oorzaken en mogelijke oplossingen voor problemen met faxfuncties. Het volume aanpassen Hieronder volgt een beschrijving over hoe u het volume kunt aanpassen. U kunt het volume van de onderstaande apparaatgeluiden wijzigen. Kiezen met hoorn op haak U hoort dit geluid wanneer de [Dir.kz.] wordt ingedrukt. Bij verzending U hoort dit geluid als Onmiddellijke verzending wordt uitgevoerd. Bij ontvangst U hoort dit geluid als het apparaat een document ontvangt. Bij bellen U hoort dit geluid nadat u op de toets {Start} heeft gedrukt; dit geluid houdt aan totdat de lijn verbinding met de bestemming maakt. Bij afdrukken U hoort dit geluid als er een ontvangen document wordt afgedrukt. A Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. AQE901S 35
44 Probleemoplossing bij gebruik van de faxfunctie B Druk op [Faxeigenschappen]. 3 C Controleer of het scherm [Algemene Instellingen] verschijnt. D Druk op [Geluidsvolume aanpassen]. E Druk op [Lager] of [Harder] om het volume aan te passen en druk vervolgens op [OK]. 36
45 Het volume aanpassen F Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. Het stand-by-display verschijnt. Opmerking U kunt het volume voor Hoorn op de haak aanpassen door te drukken op de [Dir.kz.]. Zie Faxhandleiding. Wanneer u drukt op [Controleren] op het scherm voor de aanpassing van het geluidsvolume, dan zult u een bevestigingsgeluid horen zodat u het volume kunt controleren. Als u drukt op [Annuleren], dan wordt de volume-instelling geannuleerd. Het display keert terug naar dat van stap D. U kunt het volumeniveau instellen van 0 tot
46 Probleemoplossing bij gebruik van de faxfunctie Er verschijnt een bericht Dit gedeelte geeft uitleg over de belangrijkste berichten van het apparaat. Als er andere berichten worden weergegeven, volgt u de instructies in die berichten. 3 Bericht Oorzaak Oplossing Plaats origineel terug, controleer en druk op [Start]. Kan origineel formaat niet detecteren. Plaats origineel opnieuw, druk dan op Starttoets. Functionele problemen in fax. Gegevens worden geïnitialiseerd. Verwijder papier uit de interne lade 1. Origineel wordt gescand via een andere functie. Verander naar volgende functie, druk dan op de Stop-toets om het scannen te annuleren of druk op de Starttoets om door te gaan. Origineel vastgelopen tijdens Geheugentransmissie. Het apparaat kon het origineelformaat niet waarnemen. Er is een probleem met de fax. Interne lade 1 is vol. Het apparaat scant een origineel onder een andere functie. Plaats de originelen die niet zijn gescand opnieuw op de glasplaat of ADF. Plaats het origineel opnieuw en druk vervolgens op de toets {Start}. Noteer het codenummer dat in het display wordt afgebeeld en neem contact op met uw leverancier. Andere functies kunnen worden gebruikt. Verwijder het papier. Als de andere lade ook vol is, dan verandert de naam van de lade die in het display wordt getoond. Verwijder papier uit de lade die in het display wordt weergegeven. Voordat u een bestand per fax verzendt, annuleert u de taak die op dat moment wordt uitgevoerd. U doet dit door te drukken op [Afsluiten] en vervolgens op de toets {Kopiëren} of {Document Server} om de onderbroken functie weer te geven. Dan druk u op het scherm van het kopieerapparaat of van de documentserver op de toets {Wis/Stop} voor weergave van de vraag De stoptoets is ingedrukt. Weet u zeker dat u wilt stoppen met kopiëren? of De Wissen / Stoppen toets was ingedrukt. Weet u zeker dat u wilt stop. met scan.?, en vervolgens drukt u op [Stoppen]. 38
47 Er verschijnt een bericht Bericht Oorzaak Oplossing Bestemmingslijst wordt bijgewerkt... Een ogenblik geduld a.u.b. Geselecteerde bestemmingen en/of namen zijn gewist. De geselect. best. bevat best. zonder toegangsprivileges. Alleen best. met toegangspriv. zullen worden verwijderd. Verbinding met de LDAP server is mislukt. Controleer de serverstatus. LDAP server verificatie is mislukt. Controleer de instellingen. Max. aantal weergeg. Zoekresult. overschr. Max.: Tijdlim. zoeken naar LDAP server overschr. Contr. serverstatus. De bestemmingslijst wordt bijgewerkt vanuit het netwerk met Smart- DeviceMonitor for Admin of Web Image Monitor. Afhankelijk van het aantal bestemmingen dat dient te worden bijgewerkt, kan er wat vertraging ontstaan voordat u de bewerking kunt hervatten. Bewerking is niet mogelijk terwijl dit bericht wordt weergegeven. U heeft geprobeerd een document te verwijderen waarvoor u geen verwijderingstoestemming heeft. Er is een netwerkfout opgetreden en de verbinding is mislukt. Er is een netwerkfout opgetreden en de verbinding is mislukt. Het aantal zoekresultaten overschrijdt het maximale aantal items dat kan worden weergegeven. Er is een netwerkfout opgetreden en de verbinding is mislukt. Wacht totdat het foutbericht verdwijnt. Schakel de stroom niet uit terwijl dit bericht wordt weergegeven. Alleen de beheerder kan dit document verwijderen. Neem contact op met de beheerder als u een document wilt verwijderen waarvoor u geen verwijderingstoestemming heeft. Probeer de bewerking nogmaals. Als het bericht nog steeds wordt weergegeven, dan is het netwerk wellicht bezet. Controleer de informatie van [Systeeminstellingen]. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Zorg ervoor dat de gebruikersnaam en het wachtwoord voor de LDAP-serververificatie correct zijn ingesteld. Voer de zoekopdracht opnieuw uit nadat u de zoekvoorwaarden heeft gewijzigd. Probeer de bewerking nogmaals. Als het bericht nog steeds wordt weergegeven, dan is het netwerk wellicht bezet. Controleer de informatie van [Systeeminstellingen]. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. 3 39
48 Probleemoplossing bij gebruik van de faxfunctie Bericht Oorzaak Oplossing 3 Enkele bestemmingen in de geselecteerde groep hebben geen toegangsprivileges. Wilt u alleen bestemmingen met privileges selecteren? Kan het specifieke pad niet vinden. Controleer a.u.b de instellingen. Afzender is niet gespecificeerd. Het ingevoerde e- mailadres is niet juist. Voer opnieuw in. U heeft niet de privileges om deze functie te gebruiken. Verificatie is mislukt. Verificatie is mislukt. Controleer of er netwerkproblemen zijn. {13-10} Controleer of er netwerkproblemen zijn. {13-11} De opgegeven groep bevat een aantal bestemmingen voor het verzenden per en een aantal bestemmingen voor het verzenden per Scan to Folder. De naam van de computer of map die als bestemming is opgegeven, is verkeerd. De afzender is niet opgegeven. Het ingevoerde adres is verkeerd. Het gebruik van deze functie is beperkt. Verkeerde log-in gebruikersnaam of wachtwoord. Verificatie is niet mogelijk vanaf dit apparaat. Het alternatieve telefoonnummer dat u heeft ingevoerd is al geregistreerd op de gatekeeper van een ander apparaat. Kan geen toegang krijgen tot de gatekeeper. Om bestemmingen voor verzending per te selecteren, drukt u op [Selecteren] voor het bericht dat wordt weergegeven op het scherm. Om bestemmingen voor verzending met Scan to Folder te selecteren, drukt u op [Selecteren] voor het bericht dat wordt weergegeven op het scherm Scan to Folder. Controleer of de computernaam en de mapnaam voor de bestemming correct zijn. Er moet afzendernaam worden opgegeven voordat u verzendt per . Verzend nadat u de afzendernaam heeft opgegeven. Controleer of het adres correct is en voer het nogmaals in. Neem contact op met de beheerder. Bevestig juiste log-in gebruikersnaam of wachtwoord. Neem contact op met de beheerder. Controleer of het alternatieve telefoonnummer juist is geprogrammeerd met de Web Image Monitor. Zie de Helpfunctie van Web Image Monitor. Neem contact op met de beheerder. Gebruik uw Web Image Monitor om te controleren of het adres van de gatekeeper correct is geprogrammeerd. Zie de Helpfunctie van Web Image Monitor. Neem contact op met de beheerder. 40
49 Er verschijnt een bericht Bericht Oorzaak Oplossing Controleer of er netwerkproblemen zijn. {13-17} Het registreren van de gebruikersnaam is afgewezen door de SIP-server. Gebruik uw Web Image Monitor om te controleren of het adres van de gatekeeper correct is geprogrammeerd. Zie de Helpfunctie van Web Image Monitor. Neem contact op met de beheerder. Controleer of er netwerkproblemen zijn. {13-18} Kan geen toegang krijgen tot de SIP-server. Gebruik uw Web Image Monitor om te controleren of het adres van de SIP-server correct is geprogrammeerd. Zie de Helpfunctie van Web Image Monitor. Neem contact op met de beheerder. 3 Controleer of er netwerkproblemen zijn. {14-01} Kan de DNS-server, SMTP-server of map voor doorzenden niet vinden. Controleer of het IPv4-adres van de DNS-server correct is geprogrammeerd met Web Image Monitor. Zie de Helpfunctie van Web Image Monitor. Controleer of de hostnaam en het IPv4-adres van de SMTP-server correct zijn geprogrammeerd met Web Image Monitor. Zie de Helpfunctie van Web Image Monitor. Controleer of de hostnaam of het IPv4-adres van de SMTP-server correct is geprogrammeerd met Web Image Monitor. Zie de Helpfunctie van Web Image Monitor. Controleer of de SMTP-server correct is geprogrammeerd met Web Image Monitor. Zie de Helpfunctie van Web Image Monitor. Controleer of de map voor verzending correct is opgegeven. Controleer of de computer waarin de map voor verzending is opgegeven, juist wordt gebruikt. Controleer of de LAN-kabel correct op het apparaat is aangesloten. Neem contact op met de beheerder. 41
50 Probleemoplossing bij gebruik van de faxfunctie Bericht Oorzaak Oplossing 3 Controleer of er netwerkproblemen zijn. {14-09} Controleer of er netwerkproblemen zijn. {14-33} Controleer of er netwerkproblemen zijn. {15-01} verzending is geweigerd door SMTP-verificatie, POP- voor SMTPverificatie of inlog-verificatie van de computer waarin de map voor verzending is opgegeven. Er is geen adres van het apparaat geprogrammeerd. Er is geen POP3/IMAP4- serveradres geprogrammeerd. Controleer of het adres van het apparaat correct is geprogrammeerd vanuit Bestandsoverdracht onder Systeeminstellingen. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. U kunt ook de Web Image Monitor gebruiken voor bevestiging. Zie de Helpfunctie van Web Image Monitor. Controleer of de gebruikersnaam en het wachtwoord van de account correct zijn geprogrammeerd vanuit Bestandsoverdracht vanuit Systeeminstellingen. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. U kunt ook de Web Image Monitor gebruiken voor bevestiging. Zie de Helpfunctie van Web Image Monitor. Controleer of de gebruikers-id en het wachtwoord voor de computer waarin de map voor verzending is opgegeven, correct zijn geprogrammeerd. Controleer of de map voor verzending correct is opgegeven. Controleer of de computer waarin de map voor verzending is opgegeven, juist wordt gebruikt. Neem contact op met de beheerder. Controleer of het adres van de mailaccount correct is geprogrammeerd met Bestandsoverdracht van Systeeminstellingen. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. U kunt ook de Web Image Monitor gebruiken voor bevestiging. Zie de Helpfunctie van Web Image Monitor. Neem contact op met de beheerder. Controleer of de hostnaam of het IPv4-adres van de POP3/IMAP4- server correct is geprogrammeerd met Web Image Monitor. Zie de Helpfunctie van Web Image Monitor. Neem contact op met de beheerder. 42
51 Er verschijnt een bericht Bericht Oorzaak Oplossing Controleer of er netwerkproblemen zijn. {15-02} Controleer of er netwerkproblemen zijn. {15-03} Kan niet inloggen op de POP3/IMAP4-server. Er is geen adres van het apparaat geprogrammeerd. Controleer of de gebruikersnaam en het wachtwoord van de account correct zijn geprogrammeerd met Bestandsoverdracht vanuit Systeeminstellingen. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. U kunt ook de Web Image Monitor gebruiken voor bevestiging. Zie de Helpfunctie van Web Image Monitor. Neem contact op met de beheerder. Controleer of het adres van het apparaat correct is geprogrammeerd met Bestandsoverdracht onder Systeeminstellingen. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. U kunt ook de Web Image Monitor gebruiken voor bevestiging. Zie de Helpfunctie van Web Image Monitor. 3 Controleer of er netwerkproblemen zijn. {15-11} Kan de DNS-server of POP3/IMAP4-server niet vinden. Controleer of het IPv4-adres van de DNS-server correct is geprogrammeerd met Web Image Monitor. Zie de Helpfunctie van Web Image Monitor. Controleer of de DNS-server correct is geprogrammeerd met Web Image Monitor. Zie de Helpfunctie van Web Image Monitor. Controleer of de hostnaam of het IPv4-adres van de POP3/IMAP4- server correct is geprogrammeerd met Web Image Monitor. Zie de Helpfunctie van Web Image Monitor. Controleer of de POP3/IMAP4-server correct is geprogrammeerd met Web Image Monitor. Zie de Helpfunctie van Web Image Monitor. Controleer of de LAN-kabel correct op het apparaat is aangesloten. Neem contact op met de beheerder. 43
52 Probleemoplossing bij gebruik van de faxfunctie Bericht Oorzaak Oplossing 3 Controleer of er netwerkproblemen zijn. {15-12} Kan niet inloggen op de POP3/IMAP4-server. Controleer of de gebruikersnaam en het wachtwoord van de account correct zijn geprogrammeerd vanuit Bestandsoverdracht vanuit Systeeminstellingen. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. U kunt ook de Web Image Monitor gebruiken voor bevestiging. Zie de Helpfunctie van Web Image Monitor. Controleer of de gebruikersnaam en het wachtwoord voor POP- voor SMTP-verificatie correct zijn geprogrammeerd vanuit Bestandsoverdracht onder Systeeminstellingen. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. U kunt ook de Web Image Monitor gebruiken voor bevestiging. Zie de Helpfunctie van Web Image Monitor. Neem contact op met de beheerder. Opmerking Als het bericht Controleer of er netwerkproblemen zijn. verschijnt, dan is het apparaat niet correct op het netwerk aangesloten of dan zijn de apparaatinstellingen niet juist. Als u geen verbinding met een netwerk hoeft te maken, dan kunt u de instelling zo opgeven dat dit bericht niet wordt weergegeven; de {Fax}-toets brandt dan niet meer. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Als u het apparaat opnieuw aansluit op het netwerk, stel Display dan in met Gebruikersparameters. Als de papierlade geen papier meer heeft, dan verschijnt Papier bijvullen. op het display, waarin u gevraagd wordt meer papier te plaatsen. Als er nog papier in de andere lades zit, dan kunt u zoals normaal documenten ontvangen, zelfs als het bericht op het display verschijnt. U kunt deze functie in- of uitschakelen met Parameterinstellingen. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. 44
53 U kunt geen faxberichten verzenden of ontvangen zoals u wilt U kunt geen faxberichten verzenden of ontvangen zoals u wilt Dit gedeelte geeft uitleg over waarschijnlijke oorzaken en mogelijke oplossingen voor problemen met betrekking tot verzending en ontvangst. Verzending/ontvangst Probleem Oorzaak Oplossing Zowel verzending als ontvangst zijn onmogelijk. Het modulaire snoer kan loszitten. Zorg ervoor dat het modulaire snoer correct is aangesloten. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. 3 Verzending Probleem Oorzaak Oplossing Document verschijnt blanco aan de andere kant. Verzending mislukt door fout maximale grootte. Wanneer u direct kiezen of handmatig kiezen gebruikt, dan verschijnt Gegev.ontv... en is verzending niet toegestaan. LAN-faxstuurprogramma werkt niet. LAN-faxstuurprogramma werkt niet. Een geheugentransmissie annuleren. Het origineel is ondersteboven geplaatst. Als de grootte die op het apparaat is opgegeven, te groot is, dan kan het inernetfaxdocument niet worden verzonden. Als het apparaat het formaat van het origineel niet kan waarnemen als u op de {Start}-toets drukt, dan is het bezig met een ontvangstbewerking. De ingevoerde log-in gebruikersnaam, het log-in wachtwoord of de coderingssleutel voor het stuurprogramma is onjuist. Er is een hoog beveiligingsniveau ingesteld door de uitgebreide beveiligingsfunctie. Plaats het origineel op de juiste manier. Zie Kopieer-/Document Serverhandleiding. Stel Max. grootte in op [Uit], of stel de maximale grootte in op een grotere waarde. Verzend het document dan opnieuw. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Druk op [Scanformaat], selecteer het gebied dat moet worden gescand en verzend het document opnieuw. Als u gebruik maakt van direct kiezen of handmatig kiezen, dan raden wij u aan Documenten ontvangen door de {Start}-toets in te drukken wanneer originelen niet staan ingesteld op Uit in Gebruikersparameters. Als dit staat ingesteld op Uit bij gebruik van handmatig kiezen, dan kunt u niets ontvangen als u op de toets {Start} drukt. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Controleer de ingevoerde log-in gebruikersnaam, het log-in wachtwoord of de coderingssleutel voor het stuurprogramma, en voer ze nogmaals juist in. Neem contact op met de beheerder. Neem contact op met de beheerder. - Druk op de toets {Wis/Stop} of [Stoppen] om de taak tijdens het scannen te annuleren. Zie Faxhandleiding. 45
54 Probleemoplossing bij gebruik van de faxfunctie Probleem Oorzaak Oplossing 3 Een geheugentransmissie annuleren. Een onmiddellijke verzending annuleren. Een groepspecificatie was ingesteld voor het onderstaande, maar ontvangst was niet mogelijk. Ontvanger van informatiebox, Doorzenden, Doorzenden van bijzondere afzender, Ontvangstbericht , TX-resultaten en, Routing die is ontvangen via SMTP. Ontvangst - Als het origineel wordt verstuurd of als het stand-by staat, druk dan op de toets {Wis/Stop} of [TX-bestand contr./stoppen]. Zie Faxhandleiding. - Druk op de {Wis/Stop}-toets. Zie Faxhandleiding. Het aantal opgegeven bestemmingen overschrijdt het maximale aantal dat als een groep kan worden opgegeven. Maximaal 500 mensen kunnen worden opgegeven voor een groep. Controleer of er meer dan 100 mensen zijn opgegeven in het adresboek. Als er een groep is opgegeven in een andere groep of aangeduid in 1-5 van de Doorzendbox, dan wordt de verzending geannuleerd, maar er verschijnt geen foutbericht. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Probleem Oorzaak Oplossing Het apparaat kon geen ontvangen faxdocumenten afdrukken. Het apparaat kon geen ontvangen faxdocumenten afdrukken. Het apparaat kon geen ontvangen faxdocumenten afdrukken. Afdrukken Als dit voorkomt terwijl de Ontvangst bestand-indicator brandde, dan kan het afdrukken zijn gestopt vanwege te weinig papier. Opslaan is geselecteerd voor Ontvangst bestandsinstellingen. Lampje Papier toevoegen brandt. Plaats papier in de lade. Voeg toner toe. Zie Faxhandleiding. Druk de faxdocumenten af met een webbrowser of de functie Opgeslagen RX-bestand afdrukken. Zie Faxhandleiding. Plaats papier in de lade. Zie Pag.93 Papier plaatsen. Probleem Oorzaak Oplossing Afdruk is scheef. Afdruk is scheef. Er treden geregeld papierstoringen op. Wellicht zijn de zijafscheidingen van de lade niet vergrendeld. Het papier is scheef ingevoerd. Het aantal invoeren overschrijdt de maximale capaciteit van het apparaat. Controleer of de zijafscheidingen vergrendeld zijn. Zie Pag.97 Papierformaat wijzigen. Plaats het papier op de juiste wijze. Zie Pag.93 Papier plaatsen. Stapel papier niet boven de bovenste merktekens aan de zijafscheidingen van de papierlade of handinvoerlade. Zie Over dit apparaat. 46
55 U kunt geen faxberichten verzenden of ontvangen zoals u wilt Probleem Oorzaak Oplossing Er treden geregeld papierstoringen op. Er treden geregeld papierstoringen op. Er treden geregeld papierstoringen op. Kopieerpapier raakt gekreukeld. Kopieerpapier raakt gekreukeld. Kopieerpapier raakt gekreukeld. Afbeeldingen worden slechts gedeeltelijk afgedrukt. Er verschijnen zwarte lijnen op de afdruk die op de bestemming wordt gemaakt. Achtergrond of ontvangen afbeeldingen lijkt/lijken vuil. Afbeeldingen van de achterkant van de pagina s verschijnen. Afgedrukte of verzonden afbeeldingen zijn vlekkerig. Ontvangen afbeelding is te licht. Ontvangen afbeelding is te licht. Ontvangen afbeelding is te licht. Het papier is vochtig. Het papier is te dik of te dun. Het kopieerpapier is verkreukeld of is gevouwen/gekreukeld. Er wordt bedrukt papier gebruikt. Het papier is vochtig. Het papier is te dun. Het papier is vochtig. De glasplaat of het scanglas is vuil. De belichting heeft een te hoge dichtheid. De ADF, glasplaat of het scanglas is vuil. Wanneer u vochtig, ruw of bewerkt papier gebruikt, dan kunnen sommige afdrukgebieden niet volledig worden geproduceerd. Wanneer D knippert, dan is de toner bijna op. De afbeeldingsdichtheid is te laag ingesteld. Het origineel van de verzonden fax is afgedrukt op te dun papier. Gebruik papier dat is opgeslagen onder de aanbevolen temperatuur en luchtvochtigheid. Zie Over dit apparaat. Gebruik aanbevolen papier. Zie Over dit apparaat. Gebruik aanbevolen papier. Gebruik papier dat is opgeslagen onder de aanbevolen temperatuur en luchtvochtigheid. Zie Over dit apparaat. Gebruik aanbevolen papier. Zie Over dit apparaat. Gebruik papier dat is opgeslagen onder de aanbevolen temperatuur en luchtvochtigheid. Zie Over dit apparaat. Gebruik aanbevolen papier. Zie Over dit apparaat. Gebruik papier dat is opgeslagen onder de aanbevolen temperatuur en luchtvochtigheid. Zie Over dit apparaat. Reinig deze. Zie Pag.136 Onderhoud van uw apparaat. Scandichtheid aanpassen. Zie Faxhandleiding. Reinig deze. Zie Pag.136 Onderhoud van uw apparaat. Zorg ervoor dat inkt of correctievloeistof droog is voordat u originelen plaatst. Gebruik alleen aanbevolen papier. Zie Over dit apparaat. Voeg toner toe. Zie Pag.103 Toner bijvullen. Verhoog de scandichtheid. Zie Faxhandleiding. Vraag de afzender om het origineel op dikker papier af te drukken en het opnieuw te faxen. 3 47
56 Probleemoplossing bij gebruik van de faxfunctie Overige Probleem Oorzaak Oplossing 3 Alle faxdocumenten die in het geheugen zijn opgeslagen, zijn verloren gegaan. Deze documenten zijn: de documenten die zijn opgeslagen met Geheugentransmissie/- ontvangst, Geheugenbeveiliging, Vervangende ontvangst of Auto Document. Wanneer er een correct wachtwoord is ingevoerd, dan kunt u geen documenten afdrukken die verschijnen in het vakje Vertrouwelijk of het vakje Prikbord, noch opgeslagen documenten verzenden of afdrukken. [Prg.Best.] of [Handm. invoer] verschijnt niet. De volgende functies zijn niet beschikbaar: Doorzenden, Bestand in het informatievenster opslaan, Routing die is ontvangen via SMTP. Wanneer er ongeveer een uur voorbij is nadat het apparaat is uitgeschakeld, dan gaan alle faxdocumenten verloren die in het geheugen zijn opgeslagen. Documenten zijn beveiligd door een beveiligingsfunctie als er een aantal keren onjuiste wachtwoorden zijn ingevoerd. Deze functie is niet beschikbaar gemaakt door de verbeterde beveiligingsfunctie. Deze functie is niet beschikbaar gemaakt door de verbeterde beveiligingsfunctie. Als er daardoor documenten verloren zijn gegaan, dan wordt er automatisch een Stroomstoringsrapport afgedrukt bij het inschakelen van het apparaat. Als er faxdocumenten verloren zijn gegaan die voor Geheugentransmissie zijn opgeslagen, controleer dan de bestemmingen en verzend de documenten opnieuw. Als er faxdocumenten verloren zijn gegaan die zijn ontvangen per Geheugen, Geheugenbeveiliging of Vervangende ontvangst, vraag dan de afzender om de documenten opnieuw te verzenden. Als Auto Documenten verloren zijn gegaan, programmeer ze dan opnieuw. Zie Pag.51 De hoofdschakelaar uitschakelen / In geval van een stroomonderbreking. Neem contact op met de beheerder. Neem contact op met de beheerder. Neem contact op met de beheerder. 48
57 U kunt geen faxberichten verzenden of ontvangen zoals u wilt Als het geheugen vol is Dit gedeelte geeft uitleg over waarschijnlijke oorzaken en mogelijke oplossingen voor problemen met betrekking tot een vol geheugen. Probleem Oorzaak Oplossing Het geheugen is vol. Kan niet meer scannen. Verzendt alleen gescande pagina s. Het geheugen is vol. Als u drukt op [Afsluiten], dan keert het apparaat terug in stand-by-modus en start het met het verzenden van de opgeslagen pagina s. 3 49
58 Probleemoplossing bij gebruik van de faxfunctie Als er een Foutenrapport wordt afgedrukt Er wordt een Foutenbericht afgedrukt als een document niet succesvol kan worden verzonden of ontvangen. Mogelijke oorzaken zijn problemen met het apparaat of geluid op de telefoonlijn. Als er een fout optreedt tijdens de verzending, verzend het origineel dan opnieuw. Als er een fout optreedt tijdens de ontvangst, vraag dan de afzender om het document opnieuw te versturen. 3 Opmerking Als een fout regelmatig voorkomt, neem dan contact op met uw leverancier. De Pagina -kolom vermeldt het totale aantal pagina s. De kolom Pagina niet verzonden of Pagina niet ontvangen vermeldt het aantal pagina s dat niet succesvol is ontvangen of verzonden. U kunt een bestemming weergeven met de Gebruikersparameters. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. U kunt een afzendernaam weergeven met de Gebruikersparameters. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. 50
59 De hoofdschakelaar uitschakelen / In geval van een stroomonderbreking De hoofdschakelaar uitschakelen / In geval van een stroomonderbreking Dit gedeelte geeft uitleg over de apparaatstatus als de stroom wordt uitgeschakeld of wordt onderbroken. R VOORZICHTIG: Trek aan de stekker, niet aan het snoer, wanneer u de stekker uit het stopcontact haalt. Belangrijk Schakel de hoofdschakelaar niet uit terwijl de aan/uit-indicator brandt of knippert. Doet u dit toch, dan kan de harde schijf of het geheugen beschadigd raken en kunnen er storingen optreden. Schakel de hoofdschakelaar uit voordat u de stekker uit het stopcontact trekt. Als u de stekker uit het stopcontact trekt, terwijl de schakelaar nog ingeschakeld is, dan kunnen de harde schijf en het geheugen beschadigd raken en kunnen er storingen optreden. Zorg ervoor het display 100% weergeeft, voordat u de stekker van het apparaat uit het stopcontact trekt. Als er een lagere waarde wordt weergegeven, dan zijn er nog gegevens aanwezig in het geheugen. Vlak na een stroomonderbreking moet de interne batterij voldoende worden opgeladen om bescherming te kunnen leveren tegen toekomstig gegevensverlies. Houd de stekker van het apparaat in het stopcontact en de hoofdschakelaar ingeschakeld gedurende circa 24 uur na de stroomstoring. Zelf als de hoofdstroomschakelaar wordt uitgeschakeld, dan zal de inhoud van het apparaatgeheugen (geprogrammeerde nummers bijvoorbeeld) niet verloren gaan. Maar als er ongeveer één uur geen stroom is doordat de hoofdstroomschakelaar is uitgeschakeld, er is een stroomonderbreking of het stroomsnoer wordt verwijderd, dan gaat de inhoud van het faxgeheugen verloren. Verloren items zijn: alle faxdocumenten die in het geheugen zijn opgeslagen met Geheugentransmissie/-ontvangst, Auto Document, Vertrouwelijke ontvangst, Geheugenbeveiliging of Vervangende ontvangst. Als er een bestand is gewist uit het geheugen, dan wordt er automatisch een Stroomstoringsrapport afgedrukt zodra de stroom weer wordt hersteld. Dit rapport kan worden gebruikt om verloren bestanden te identificeren. Als een geheugen dat is opgeslagen voor Geheugentransmissie verloren is gegaan, verzend het dan opnieuw. Als een document dat is ontvangen met Geheugenontvangst of Vervangende ontvangst verloren is gegaan, vraag de afzender dan het opnieuw te verzenden. 3 51
60 Probleemoplossing bij gebruik van de faxfunctie Als er een fout optreedt terwijl u internetfax gebruikt Dit gedeelte geeft uitleg over rapporten die het apparaat verzendt als er een internetfax-fout optreedt. Foutmail-berichtgeving 3 Het apparaat verzendt de foutmail-berichtgeving aan de afzender als het niet in staat is om een bepaald bericht succesvol te ontvangen. Een cc van deze berichtgeving wordt ook verstuurd naar het adres van de beheerder, op voorwaarde dat zijn adres is opgegeven. Opmerking U kunt de optie om een Foutmailberichtgeving te verzenden selecteren onder Gebruikersparameters. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Als een foutmail-berichtgeving niet kan worden verzonden, dan wordt het foutenbericht ( ) door het apparaat afgedrukt. Als er een fout optreedt terwijl een via SMTP wordt ontvangen, dan verstuurt de SMTP-server een foutbericht van de naar degene van wie het document afkomstig is. Foutenrapport ( ) Het Foutenrapport ( ) wordt afgedrukt door het apparaat als het niet in staat is om een foutmailberichtgeving te verzenden. Fout- door de server gegenereerd De transmissieserver verzendt deze fout- naar degene van wie het bericht afkomstig is dat niet succesvol kan worden verzonden (vanwege redenen zoals het opgeven van een onjuist -adres). Opmerking Na het afdrukken van een fout- die door de server is gegenereerd, wordt de eerste pagina van het verzonden document afgedrukt. 52
61 4. Probleemoplossing tijdens het gebruik van de printerfunctie Dit hoofdstuk geeft uitleg over waarschijnlijke oorzaken en mogelijke oplossingen voor problemen met printerfuncties. Als er een bericht verschijnt tijdens de installatie van het printerstuurprogramma Dit gedeelte geeft uitleg over wat u moet doen als er een bericht verschijnt tijdens het installeren van het printerstuurprogramma. De onderstaande tekst beschrijft bewerkingen voor het geval dat er een bericht verschijnt tijdens de installatie van het printerstuurprogramma. Bericht nummer 58 of 34 geeft aan dat het printerstuurprogramma niet kan worden geïnstalleerd met Automatisch uitvoeren. Installeer het printerstuurprogramma met [Printer toevoegen] of [Printer installeren]. Berichtnummer 58 wordt weergegeven als er reeds een nieuwere versie van het printerstuurprogramma is geïnstalleerd. Windows 95 / 98 / Me Dit gedeelte geeft uitleg over de procedure onder Windows 95/98/Me. A Op het [Start]-menu wijst u naar [Instellingen] en klikt u vervolgens op [Printers]. B Dubbelklik op het pictogram Printer toevoegen. C Volg de instructies op in de wizard Printer toevoegen. Als het cd-romstation D is, dan worden de bronbestanden van het printerstuurprogramma opgeslagen op de volgende locatie: RPCS ( Printer Drivers and Utilities CD-rom) D:\DRIVERS\RPCS\WIN9X_ME\(Taal)\DISK1 PCL 5c ( Printer Drivers and Utilities CD-rom) D:\DRIVERS\PCL5C\WIN9X_ME\(Taal)\DISK1 PCL 6 ( Printer Drivers and Utilities CD-rom) D:\DRIVERS\PCL6\WIN9X_ME\(Taal)\DISK1 PostScript 3 ( Scanner/PostScript Drivers and Utilities CD-rom) D:\DRIVERS\PS\WIN9X_ME\(Taal)\DISK1 Als de installer start, klik dan op [Annuleren] om af te sluiten. 53
62 Probleemoplossing tijdens het gebruik van de printerfunctie Windows Dit gedeelte geeft uitleg over de procedure onder Windows A Op het [Start]-menu wijst u naar [Instellingen] en klikt u vervolgens op [Printers]. B Dubbelklik op het pictogram Printer toevoegen. C Volg de instructies op in de wizard Printer toevoegen. Als het cd-romstation D is, dan worden de bronbestanden van het printerstuurprogramma opgeslagen op de volgende locatie: RPCS ( Printer Drivers and Utilities CD-rom) D:\DRIVERS\RPCS\WIN2K_XP\(Taal)\DISK1 PCL 5c ( Printer Drivers and Utilities CD-rom) D:\DRIVERS\PCL5C\WIN2K_XP\(Taal)\DISK1 PCL 6 ( Printer Drivers and Utilities CD-rom) D:\DRIVERS\PCL6\WIN2K_XP\(Taal)\DISK1 PostScript 3 ( Scanner/PostScript Drivers and Utilities CD-rom) D:\DRIVERS\PS\WIN2K_XP\(Taal)\DISK1 Als de installer start, klik dan op [Annuleren] om af te sluiten. Windows XP, Windows Server 2003 Dit gedeelte geeft uitleg over de procedure onder Windows XP of Windows Server A In het [Start]-menu, klikt u op [Printers en faxen]. B Klik op [Een printer toevoegen]. C Volg de instructies op in de wizard Printer toevoegen. Als het cd-romstation D is, dan worden de bronbestanden van het printerstuurprogramma opgeslagen op de volgende locatie: RPCS ( Printer Drivers and Utilities CD-rom) D:\DRIVERS\RPCS\WIN2K_XP\(Taal)\DISK1 PCL 5c ( Printer Drivers and Utilities CD-rom) D:\DRIVERS\PCL5C\WIN2K_XP\(Taal)\DISK1 PCL 6 ( Printer Drivers and Utilities CD-rom) D:\DRIVERS\PCL6\WIN2K_XP\(Taal)\DISK1 PostScript 3 ( Scanner/PostScript Drivers and Utilities CD-rom) D:\DRIVERS\PS\WIN2K_XP\(Taal)\DISK1 Als de installer start, klik dan op [Annuleren] om af te sluiten. 54
63 Als er een bericht verschijnt tijdens de installatie van het printerstuurprogramma Windows NT 4.0 Dit gedeelte geeft uitleg over de procedure onder Windows NT 4.0. A Op het [Start]-menu wijst u naar [Instellingen] en klikt u vervolgens op [Printers]. B Dubbelklik op het pictogram Printer toevoegen. C Volg de instructies op in de wizard Printer toevoegen. Als het cd-romstation D is, dan worden de bronbestanden van het printerstuurprogramma opgeslagen op de volgende locatie: RPCS ( Printer Drivers and Utilities CD-rom) D:\DRIVERS\RPCS\NT4\(Taal)\DISK1 PCL 5c ( Printer Drivers and Utilities CD-rom) D:\DRIVERS\PCL5C\NT4\(Taal)\DISK1 PCL 6 ( Printer Drivers and Utilities CD-rom) D:\DRIVERS\PCL6\NT4\(Taal)\DISK1 PostScript 3 ( Scanner/PostScript Drivers and Utilities CD-rom) D:\DRIVERS\PS\NT4\(Taal)\DISK1 Als de installer start, klik dan op [Annuleren] om af te sluiten. 4 55
64 Probleemoplossing tijdens het gebruik van de printerfunctie Als USB-verbinding mislukt Dit gedeelte beschrijft hoe u een probleem met een USB-verbinding oplost. Probleem Oorzaak Oplossing 4 Het apparaat wordt niet automatisch herkend. Windows heeft de USBinstellingen al geconfigureerd. Windows Me en het apparaat kunnen niet aangesloten worden. De USB-kabel is niet op de juiste wijze aangesloten. Controleer of de computer het apparaat heeft geïdentificeerd als een nietondersteund apparaat. U moet USB Printing Support voor Windows Me downloaden. Schakel de spanning van het apparaat uit en sluit de USB-kabel opnieuw aan, schakel dan het apparaat weer in. Open Apparaatbeheer in Windows en verwijder dan, onder [Universal Serial Bus-controllers] alle apparaten die in conflict zijn. Naast apparaten die in conflict zijn, staat een pictogram met [!] of [?]. Verwijder nooit per ongeluk apparaten die nodig zijn. Zie voor meer informatie de Help-functie van Windows. Wanneer u Windows 2000 / XP of Windows Server 2003 gebruikt, dan wordt een onjuist apparaat weergegeven onder [USB-controller] in het dialoogvenster [Apparaatbeheer]. Download USB Printing Support van de website van de leverancier. Zoek de naam van het model dat u gebruikt op de website van de leverancier en download USB Printing Support. 56
65 Er verschijnt een bericht Er verschijnt een bericht Dit gedeelte geeft uitleg over de basisberichten die verschijnen op het bedieningspaneel. Als er een bericht verschijnt dat hier niet wordt beschreven, volg dan de aanwijzingen in het bericht op. Verwijzing Voordat u de hoofdstroom uitschakelt, zie Over dit apparaat. Statusberichten Dit gedeelte beschrijft de statusberichten van het apparaat. Gereed Afdrukken... Wachten... Off line Bericht Een ogenblik geduld a.u.b. Bezig taak te resetten Instelling wijzigen... Hex dump modus Probleem Dit is het standaardbericht Gereed. Het apparaat is klaar voor gebruik. U hoeft niets te doen. Het apparaat is bezig met afdrukken. Wacht even. Het apparaat wacht op de volgende gegevens om af te drukken. Wacht even. Het apparaat is offline. Om te starten met afdrukken schakelt u het apparaat in online-modus door te drukken op de {On line}-toets. Het apparaat bereidt de ontwikkelingseenheid voor. Wacht even. Het apparaat is bezig de afdruktaak te resetten. Wacht tot Gereed verschijnt op het display. Het apparaat is bezig de instellingen te wijzigen. Wacht even. In de Hex Dump-modus ontvangt het apparaat gegevens in een hexadecimale indeling. Schakel het apparaat uit na het afdrukken en schakel het opnieuw in. 4 57
66 Probleemoplossing tijdens het gebruik van de printerfunctie Waarschuwingsberichten Dit gedeelte beschrijft de waarschuwingsberichten van het apparaat. Bericht Oorzaak Oplossing 4 Kan geen verbinding maken met de draadloze kaart. Zet de hoofdschakelaar uit en controleer vervolgens de kaart./ Probleem met draadloze kaart./ Probleem met draadloze kaart. Probleem met IEEE 1394 kaart. Harde schijf probleem. Het ingevoerde wachtwoord is onjuist. Probleem met USB Fout: Ethernet Board U heeft niet de privileges om deze functie te gebruiken. IEEE b-interface-eenheid was niet geplaatst toen het apparaat werd ingeschakeld of het is verwijderd nadat het apparaat is ingeschakeld. De instellingen zijn niet bijgewerkt hoewel de eenheid is waargenomen, of er zijn fouten gevonden terwijl u toegang zocht tot de eenheid. Er kan een fout zijn opgetreden in de IEEE kaart. Er is een fout opgetreden in het harde schijf-station. Het wachtwoord van het gecodeerde PDF-bestand is foutief ingevoerd. Er is een fout opgetreden in de USB-interface. Er is een fout opgetreden in de Ethernetkaart. Het gebruik van deze functie is beperkt. Schakel het apparaat uit en controleer of de IEEE b-interface-eenheid correct is geplaatst. Schakel dan het apparaat weer in. Als het bericht weer verschijnt, neem dan contact op met uw leverancier. Schakel de hoofdstroomschakelaar uit en weer in. Als het bericht weer verschijnt, neem dan contact op met uw leverancier. Schakel de hoofdstroomschakelaar uit en weer in. Als het bericht weer verschijnt, neem dan contact op met uw leverancier. Voer het correcte wachtwoord in. Schakel de hoofdstroomschakelaar uit en weer in. Als het bericht weer verschijnt, neem dan contact op met uw leverancier. Schakel de hoofdstroomschakelaar uit en weer in. Als het bericht weer verschijnt, neem dan contact op met uw leverancier. Neem contact op met de beheerder. 58
67 Er verschijnt een bericht Bericht Oorzaak Oplossing Verificatie is mislukt. Probleem met parallelle interfacekaart. Printer lettertypefout. Geheugenoverloop De log-in gebruikersnaam of het log-in wachtwoord is niet juist. Het apparaat kan nu geen verificatie uitvoeren. Er is een fout opgetreden in de parellelle interfacekaart. Er is een fout opgetreden in de font-instellingen. Maximumcapaciteit van PCL 5c/6- of PostScript 3- lijstweergave is overschreden. Controleer uw log-in gebruikersnaam en uw log-in wachtwoord. Neem contact op met de beheerder. Schakel de hoofdstroomschakelaar uit en weer in. Als het bericht weer verschijnt, neem dan contact op met uw leverancier. Neem contact op met uw leverancier. Verlaag de waarde van [Resolutie] in het printerstuurprogramma. Of selecteer [Prioriteit kaders] vanuit [Gebruik van geheugen] in [Systeem]. Als dit bericht blijft verschijnen na het uitvoeren van deze stappen, verlaag dan het aantal bestanden dat naar het apparaat wordt verzonden. 4 59
68 Probleemoplossing tijdens het gebruik van de printerfunctie Het foutenlogboek controleren Als bestanden niet konden worden opgeslagen ten gevolge van afdrukfouten, spoor dan de oorzaak van de fout op door het foutenlogboek op het bedieningspaneel te controleren. A Druk op de toets {Printer} om het printerscherm weer te geven. 4 AQE902S B Druk op [Foutenlogboek]. Er verschijnt een foutenlogboek. Opmerking De 30 meest recente fouten worden opgeslagen in het foutenlogboek. Als er een nieuwe fout wordt toegevoegd en er zijn al 30 fouten opgeslagen, dan wordt de oudste fout verwijderd. Als de eerste fout echter een fout met Voorbeeldafdruk is, een Beveiligde afdruk, Wachten met afdruk of Opgeslagen afdruk, dan wordt hij niet verwijderd. De fout wordt apart opgeslagen totdat het aantal fouten de 30 bereikt. Als de hoofdstroomschakelaar is uitgeschakeld, dan wordt het log verwijderd. U kunt de [Foutenlogboek] niet bekijken op het vereenvoudigd display. 60
69 U kunt niet afdrukken U kunt niet afdrukken Gebruik de volgende procedures als het afdrukken zelfs niet start na het uitvoeren van [Afdrukken]. Probleem Oorzaak Oplossing Het afdrukken start niet. Het stroom is uit. Controleer of het snoer goed in het stopcontact en het apparaat zit. Schakel de hoofdschakelaar in. Het afdrukken start niet. Het apparaat staat ingesteld op Offline. Druk op de toets {Online}. Het afdrukken start niet. De oorzaak wordt weergegeven op het display van het bedieningspaneel. Conroleer het foutbericht of de waarschuwingsstatus op het bedieningspaneel en neem de nodige stappen. 4 Het afdrukken start niet. De interfacekabel is niet correct aangesloten. Sluit de interfacekabel goed aan. Als de kabel een klem heeft, maak deze dan ook stevig vast. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Het afdrukken start niet. Er is geen juiste interfacekabel gebruikt. De soort interfacekabel die u moet gebruiken, is afhankelijk van de computer. Zorg ervoor dat u de juiste kabel gebruikt. Als de kabel beschadigd of versleten is, dan moet u deze vervangen. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Het afdrukken start niet. De interfacekabel is aangesloten nadat het apparaat is ingeschakeld. Sluit de interfacekabel aan voordat u het apparaat inschakelt. Het afdrukken start niet. Als het apparaat werkt in een uitgebreid draadloos LAN wordt gebruikt, dan kunnen afdrukstoringen ontstaan door een zwak draadloos signaal. Om de signaalstatus te controleren, drukt u op de {Gebruikersinstellingen/Teller}-toets en vervolgens op [Systeeminstellingen] op het bedieningspaneel. Op het [Interface instellingen]-tabblad selecteert u [IEEE b] en vervolgens drukt u op [Signaal wireless LAN]. Als de signaalkwaliteit zwak is, verplaats het apparaat dan naar een locatie waar radiogolven kunnen passeren of verwijderen voorwerpen die interferentie kunnen veroorzaken. (U kunt de signaalstatus controleren als u een draadloos LAN in de infrastructuurmodus gebruikt.) 61
70 Probleemoplossing tijdens het gebruik van de printerfunctie Probleem Oorzaak Oplossing 4 Het afdrukken start niet. Het afdrukken start niet. Het afdrukken start niet. Het afdrukken start niet. Het afdrukken start niet. Lamp voor gegevensontvangst knippert of brandt niet. Het statuslampje van de printer brandt. Als het apparaat werkt in een uitgebreid draadloos LAN, dan zijn SSID-instellingen onjuist. Als het apparaat werkt in een uitgebreid draadloos LAN, dan kan het MACadres van de afzender communicatie met het toegangspunt tegenwerken. Het uitgebreid draadloos LAN is niet gestart. De log-in gebruikersnaam, het log-in wachtwoord of de coderingssleutel voor het stuurprogramma is ongeldig. Geavanceerde codering is ingesteld tijdens gebruik van de Uitgebreide beveiligingsfunctie. Als de lamp voor gegevensontvangst niet brandt of knippert nadat [Afdrukken] is uitgevoerd, dan heeft het apparaat de gegevens niet ontvangen. De oorzaak wordt weergegeven op het display van het bedieningspaneel. Controleer met behulp van het bedieningspaneel van het apparaat of de SSID correct is ingesteld. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Controleer de instellingen van het toegangspunt als u werkt in de infrastructuurmodus. Afhankelijk van het toegangspunt kan cliënttoegang door MAC-adressen worden beperkt. Controleer ook of er geen problemen bestaan met verzending tussen toegangspunten en clients met een normale verbinding, en tussen toegangspunten en clients met een draadloze verbinding. Check of de oranje led brandt en of de groene led brandt of knippert tijdens verzending. Controleer de ingevoerde log-in gebruikersnaam, het log-in wachtwoord of de coderingssleutel voor het stuurprogramma. Controleer de instellingen van de Uitgebreide beveiligingsfunctie met de beheerder. Wanneer het apparaat via een kabel is aangesloten op een computer, controleer dan of de computerpoortinstellingen voor afdrukken correct zijn. Zie Printerhandleiding. Wanneer het apparaat in een netwerk is aangesloten op een computer, neem dan contact op met de beheerder. Controleer het foutbericht op het bedieningspaneel en neem de nodige stappen. Zie Pag.57 Er verschijnt een bericht. 62
71 U kunt niet afdrukken Probleem Oorzaak Oplossing B Klik op het pictogram van het apparaat. Klik in het [Bestand]-menu op [Eigenschappen]. Bestemmingslijst wordt bijgewerkt... Een ogenblik geduld a.u.b. Geselecteerde bestemmingen en/of namen zijn gewist. verschijnt. De bestemmingslijst wordt bijgewerkt vanuit het netwerk met Smart- DeviceMonitor for Admin. Wacht totdat het foutbericht verdwijnt. Schakel de stroom niet uit terwijl dit bericht wordt weergegeven. Afhankelijk van het aantal bestemmingen dat dient te worden bijgewerkt, kan er wat vertraging ontstaan voordat u de bewerking kunt hervatten. Bewerkingen zijn niet mogelijk terwijl dit bericht wordt weergegeven. [Lijst- / Proefafdruk] is uitgeschakeld. Er kan een mechanische fout zijn opgetreden. Neem contact op met uw leverancier. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Het afdrukken start niet wanneer het uitgebreid draadloos LAN in adhocmodus gebruikt. De juiste Communicatiemodus is niet ingesteld. Schakel de hoofdstroom uit en dan weer in. Zie Over dit apparaat. Of wijzig de instellingen voor [Systeeminstellingen], [Interface instellingen] en [Netwerk]. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. 4 Als het afdrukken niet start, vraag dan advies aan uw leverancier. Wanneer het apparaat is aangesloten op de computer met de interfacekabel Het onderstaande toont aan hoe u de afdrukpoort moet controleren als het lampje voor gegevensontvangst niet brandt of knippert. Controleer of de afdrukpoortinstelling correct is. Wanneer het apparaat is aangesloten met een parallelle interface, sluit het dan aan op LPT1 of LPT2. Voor Windows 95/98/Me A Klik op de [Start]-knop, wijs naar [Instellingen] en klik vervolgens op [Printers]. B Klik op het pictogram van het apparaat. Klik in het [Bestand]-menu op [Eigenschappen]. C Klik op het tabblad [Details]. D In de lijst [Afdrukken naar de volgende poort:] en controleer of de juiste poort is geselecteerd. Voor Windows 2000 of Windows NT 4.0 A Klik op de [Start]-knop, wijs naar [Instellingen] en klik vervolgens op [Printers]. C Klik op het tabblad [Poorten]. D In de lijst [Afdrukken naar de volgende poort(en)] en controleer of de juiste poort is geselecteerd. 63
72 Probleemoplossing tijdens het gebruik van de printerfunctie 4 Windows XP A Klik op de [Start]-knop en vervolgens op [Printers en faxen]. B Klik op het pictogram van het apparaat. Klik in het [Bestand]-menu op [Eigenschappen]. C Klik op het tabblad [Poorten]. D In de lijst [Afdrukken naar de volgende poort(en)] en controleer of de juiste poort is geselecteerd. Windows Server 2003 A Klik op de [Start]-knop, wijs naar [Instellingen] en klik vervolgens op [Printers en faxapparaten]. B Klik op het pictogram van het apparaat. Klik in het [Bestand]-menu op [Eigenschappen]. C Klik op het tabblad [Poorten]. D In de lijst [Afdrukken naar de volgende poort(en)] en controleer of de juiste poort is geselecteerd. 64
73 Overige afdrukproblemen Overige afdrukproblemen Dit gedeelte geeft uitleg over waarschijnlijke oorzaken en mogelijke oplossingen voor problemen die kunnen voorkomen wanneer u afdrukt vanaf een computer. Probleem Oorzaak Oplossing Afdruk is vlekkerig. De afdruk op de hele pagina is wazig. De afdruk op de hele pagina is wazig. De afdruk op de hele pagina is wazig. De afdruk op de hele pagina is wazig. Afbeelding vlekt als u erover wrijft. Papier wordt niet ingevoerd vanuit de geselecteerde lade. Instellingen voor dik papier zijn mogelijk niet gemaakt bij het afdrukken op dik papier in de handinvoerlade. Wanneer D knippert, dan is de toner bijna op. Het papier is vochtig. Het papier is niet geschikt. Als het selectievakje [Tonerbesparen] is geselecteerd in de instellingen van het printerstuurprogramma, dan zal de gehele pagina vaag worden afgedrukt. Als u dik papier gebruikt, dan is [Papiersoort:] mogelijk niet ingesteld op [Dik]. Wanneer een Windows-besturingssysteem gebruikt, dan kunnen de instellingen van het printerstuurprogramma de instellingen die worden gebruikt op het bedieningspaneel opheffen. PCL 5c/6 en PostScript 3 Selecteer [Dik] in de lijst [Type:] op het [Papier]-tabblad. RPCS Selecteer [Dik] in de lijst [Papiersoort:] op het [Afdrukinstellingen]-tabblad. Voeg toner toe. Zie Pag.103 Toner bijvullen. Gebruik papier dat is opgeslagen onder de aanbevolen temperatuur en luchtvochtigheid. Zie Over dit apparaat. Gebruik het aanbevolen papier. (Afdrukken op grof of bewerkt papier kan leiden tot vage afdrukafbeeldingen.) Zie Over dit apparaat. Voor het RPCS-printerstuurprogramma is [Tonerbesparen] te vinden op het [Afdrukkwaliteit]- tabblad. Voor het printerstuurprogramma PostScript 3 raadpleegt u het PostScript3 Supplement. Zie de Help-functie van het printerstuurprogramma. Op het tabblad [Setup] van het printerstuurprogramma stelt u [Papiersoort:] in op [Dik]. Zie de Help-functie van het printerstuurprogramma. Stel de gewenste lade in met behulp van het printerstuurprogramma. Zie de Help-functie van het printerstuurprogramma. 4 65
74 Probleemoplossing tijdens het gebruik van de printerfunctie Probleem Oorzaak Oplossing 4 De afgedrukte afbeelding verschilt van de afbeelding op het computerdisplay. De afgedrukte afbeelding verschilt van de afbeelding op het computerdisplay. Afbeeldingen worden scheef afgedrukt. Afdruk is scheef. Er treden geregeld papierstoringen op. Er treden geregeld papierstoringen op. Er treden geregeld papierstoringen op. Er treden geregeld papierstoringen op. Er treden geregeld papierstoringen op. Kopieerpapier raakt gekreukeld. Kopieerpapier raakt gekreukeld. Er verschijnen witte lijnen. Met bepaalde functies, zoals vergroten en verkleinen, kan de lay-out van afbeeldingen verschillen met de lay-out op het computerdisplay. U hebt mogelijk gekozen voor de optie TrueType-lettertypen te vervangen door apparaatlettertypen in de afdrukbewerking. Wellicht zijn de zijafscheidingen van de lade niet vergrendeld. Het papier wordt scheef ingevoerd. Het aantal geplaatste vellen overschrijdt de maximale capaciteit van het apparaat. Het papier is vochtig. Het papier is te dik of te dun. Het kopieerpapier is verkreukeld of is gevouwen/gekreukeld. Er wordt bedrukt papier gebruikt. Het papier is vochtig. Het papier is te dun. Wanneer D knippert, dan is de toner bijna op. Wijzig in de toepassing de lay-out, tekengrootte en tekeninstellingen. Om een afbeelding af te drukken die lijkt op de afbeelding op het computerdisplay, moet u instellingen zo maken dat TrueType-lettertypen als een afbeelding worden afgedrukt. Zie de Help-functie van het printerstuurprogramma. Controleer of de zijafscheidingen vergrendeld zijn. Zie Pag.97 Papierformaat wijzigen. Plaats het papier op de juiste wijze. Zie Pag.93 Papier plaatsen. Stapel papier niet boven de bovenste merktekens aan de zijafscheidingen van de papierlade of handinvoerlade. Zie Over dit apparaat. Gebruik papier dat is opgeslagen onder de aanbevolen temperatuur en luchtvochtigheid. Zie Over dit apparaat. Gebruik aanbevolen papier. Zie Over dit apparaat. Gebruik aanbevolen papier. Gebruik papier dat is opgeslagen onder de aanbevolen temperatuur en luchtvochtigheid. Zie Over dit apparaat. Gebruik aanbevolen papier. Zie Over dit apparaat. Gebruik papier dat is opgeslagen onder de aanbevolen temperatuur en luchtvochtigheid. Zie Over dit apparaat. Gebruik aanbevolen papier. Zie Over dit apparaat. Voeg toner toe. Zie Pag.103 Toner bijvullen. 66
75 Overige afdrukproblemen Probleem Oorzaak Oplossing Wanneer u afbeeldingen afdrukt, dan is de uitvoer anders dan het scherm. Er worden verminkte tekens afgedrukt. Afbeeldingen worden afgedrukt in de verkeerde richting. Er is een aanzienlijke vertraging tussen de startinstructie voor afdrukken en het daadwerkelijke afdrukken. Als het printerstuurprogramma is geconfigureerd om de opdracht Afbeeldingen te gebruiken, dan wordt de opdracht Afbeeldingen van het apparaat gebruikt voor het afdrukken. De juiste printertaal is mogelijk niet geselecteerd. De invoerrichting die u heeft geselecteerd en de invoerrichting die is geselecteerd in de optie set-up van het printerstuurprogramma zijn mogelijk niet identiek. Uit-stand/ Slaapstand is wellicht ingesteld. Als u nauwkeurig wilt afdrukken, stel dan het printerstuurprogramma in voor afdrukken zonder de opdracht Afbeeldingen te gebruiken. Zie de Help-functie van het printerstuurprogramma. Stel de juiste printertaal in. Stem de invoerrichting van het apparaat af op die van het printerstuurprogramma. Zie de Help-functie van het printerstuurprogramma. Het apparaat heeft een opwarmingstijd nodig als het in de Uit-stand/Slaap-stand heeft gestaan Geef Uit-stand/Slaap-stand op in [Systeeminstellingen], [Automatische timer UIT]. 4 67
76 Probleemoplossing tijdens het gebruik van de printerfunctie Probleem Oorzaak Oplossing Er is een aanzienlijke vertraging tussen de startinstructie voor afdrukken en het daadwerkelijke afdrukken. Verwerkingstijd is afhankelijk van de gegevenshoeveelheid. Een grote hoeveelheid gegevens, zoals grafisch zware documenten, hebben een langere tijd nodig voor verwerking. Als het lampje voor gegevensontvangst knippert, dan is de printer bezig met het ontvangen van gegevens. Wacht even. Het maken van de volgende instellingen in het printerstuurprogramma kan de werklast van de computer verminderen. Voor uitleg over het openen van het dialoogvenster afdrukvoorkeuren, zie Printerhandleiding. 4 PCL 5c/6 Selecteer de lagere waarde voor de [Resolutie]-lijst op het tabblad [Afdrukkwaliteit] in het dialoogvenster printereigenschappen. PostScript 3 Als uw besturingssysteem Windows is, selecteer dan [PostScript (maximale snelheid)] in de lijst [PostScript-uitvoeroptie]. [PostScriptuitvoeroptie] staat op de volgende locatie: Windows 95 / 98 / Me [PostScript-uitvoerindeling:] op het tabblad [PostScript] in het dialoogvenster afdrukvoorkeuren. Windows 2000 / XP, Windows Server 2003 [PostScript-uitvoeroptie] in [PostScript-opties] op [Geavanceerd...] op het tabblad [Lay-out] in het dialoogvenster afdrukvoorkeuren. Windows NT 4.0 [PostScript-uitvoeroptie] in [PostScript-opties] op [Documentopties] op het tabblad [Geavanceerd] in het dialoogvenster afdrukvoorkeuren (standaarddocumentinstellingen). RPCS Selecteer [Snelheid] in [Afdrukprioriteit] op het tabblad [Afdrukkwaliteit] in het dialoogvenster afdrukvoorkeuren. Selecteer ook het selectievakje [Gebruikersinstellingen] en klik vervolgens op [Gebruikersinst. wijzigen...]. Selecteer de lagere waarde voor de [Resolutie:]-lijst op het tabblad [Beeld aanpassingen] in het dialoogvenster [Gebruikersinstellingen wijzigen]. Zie de Help-functie van het printerstuurprogramma. 68
77 Overige afdrukproblemen Probleem Oorzaak Oplossing Afbeeldingen worden afgesneden, of restant wordt afgedrukt. U gebruikt wellicht papier dat kleiner is dan het formaat dat in de toepassing is geselecteerd. Gebruik hetzelfde papierformaat dat ook in de applicatie is geselecteerd. Als u geen papier kunt plaatsen van het correcte formaat, gebruik dan de verkleiningsfunctie om de afbeelding te verkleinen en druk deze vervolgens af. Zie de Help-functie van het printerstuurprogramma. Lay-out is niet zoals u verwacht. Afdrukgebieden verschillen naargelang het gebruikte apparaat. Informatie die op een enkele pagina past bij het ene apparaat kan bij het andere apparaat niet op een enkele pagina passen. Pas de [Afdrukbaar gebied:]-instelling aan in het [Printerconfiguratie...]-dialoogvenster op het [Afdrukinstellingen]-tabblad in het RPCS-printerstuurprogramma. Zie de Help-functie van het printerstuurprogramma. 4 Fotoafbeeldingen zijn grof. Sommige toepassingen drukken af met een lagere resolutie. Gebruik de instellingen van de toepassing om een hogere resolutie op te geven. Volle lijnen worden afgedrukt als stippellijnen. Trillende patronen komen niet overeen. Maak de volgende instellingen met het printerstuurprogramma. Wijzig de [Dither:]-instellingen op het [Beeld aanpassingen]-tabblad in het [Gebruikersinst. wijzigen...]-dialoogvenster, op het [Afdrukkwaliteit]-tabblad in het RPCSprinterstuurprogramma. Zie de Help-functie van het printerstuurprogramma. Optionele componenten die zijn aangesloten op het apparaat kunnen eventueel niet herkend worden onder Windows 95 / 98 / Me, Windows 2000 / XP, Windows Server 2003 en Windows NT 4.0. Bidirectionele communicatie werkt niet. Stel optionele apparaten in op Eigenschappen van de printer. Zie de Help-functie van het printerstuurprogramma. Dubbelzijdig afdrukken vertoont storingen. Dubbelzijdig afdrukken kan niet worden uitgevoerd met papier dat is ingesteld in de handinvoerlade. Wanneer u dubbelzijdig afdrukken gebruikt, maak de instellingen dan zo dat papier uit een andere lade wordt gebruikt dan uit de handinvoerlade. Dubbelzijdig afdrukken vertoont storingen. De bovenste lade kan niet worden gebruikt als uitvoerbestemming in duplexmodus. Geef een andere uitvoerlade op. 69
78 Probleemoplossing tijdens het gebruik van de printerfunctie Probleem Oorzaak Oplossing Dubbelzijdig afdrukken vertoont storingen. U heeft dik papier geplaatst dat zwaarder is dan 169 g/m 2. Geef een andere papiersoort op. Dubbelzijdig afdrukken vertoont storingen. Dubbelzijdig afdrukken kan niet worden uitgevoerd met een lade waarvoor [1-zijdige kopie] is opgegeven als Papiersoort op het menu Systeeminstellingen. Wijzig de instelling voor Papiersoort voor de lade in [2-zijdige kopie] op het menu Systeeminstellingen. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. 4 Onder Windows 95 / 98 / Me / 2000 / XP, Windows Server 2003 of Windows NT 4.0 is het resultaat van gecombineerd afdrukken of het afdrukken als een boekje niet wat u verwacht. De toepassing of instellingen voor het printerstuurprogramma zijn niet correct uitgevoerd. Zorg ervoor dat de instellingen voor het papierformaat en de richting van de toepassing overeenstemmen met die van het printerstuurprogramma. Als er een ander papierformaat en een andere richting zijn ingesteld, selecteer dan hetzelfde formaat en dezelfde richting. Er is een afdrukopdracht uitgegeven vanaf de computer, maar het afdrukken startte niet. Gebruikersverificatie kan ingesteld zijn. Neem contact op met de beheerders. Er is geen transmissie bij gebruik van een 1394-interfaceverbinding. Interfaceverbinding is niet gemaakt. De juiste computerinstellingen zijn niet gemaakt. Controleer dit met behulp van de onderstaande procedure: A Controleer of de IEEE 1394-interfacekabel goed is aangesloten. B Start de computer opnieuw op. Als de fout optreedt na het uitvoeren van de bovenstaande operatie, neem dan de volgende stappen. C Verwijder de IEEE 1394-interfacekabel die op de computer is aangesloten. D Voer de Help-functie voor de IEEE 1394-interfacekaart die is opgeslagen in het volgende pad op de cd-rom Printer Drivers and Utilities : \UTILITY\1394\ (Voor meer informatie over hoe u de Helpfunctie voor IEEE 1394 moet gebruiken, zie het README-bestand in dezelfde directory op de cd-rom.) E Start de computer opnieuw op. 70
79 Overige afdrukproblemen Probleem Oorzaak Oplossing Wijzigingen in de kleurinstellingen van het printerstuurprogramma leiden tot extreme wijzigingen in de afdrukkleuren. De instellingen voor het printerstuurprogramma zijn niet correct uitgevoerd. Maak alleen kleine aanpassingen in de [Balansaanpassingen]-instellingen op het [Gebruikersinstellingen wijzigen]-tabblad van het printerstuurprogramma. Het voorbeeld dat wordt weergegeven op het printerstuurprogramma is slechts een indicatie van de aanpassingen; het is geen exacte weergave van de afgedrukte kleur. Zie de Help-functie van het printerstuurprogramma. Afbeeldingen worden niet afgedrukt in de opgegeven kleuren. De instellingen voor het printerstuurprogramma zijn niet correct uitgevoerd. Als er slechts één specifieke kleur niet wordt afgedrukt, schakel dan de stroom van het apparaat uit en weer in. Als het probleem blijft bestaan, dan moet u contact opnemen met uw leverancier. 4 Gekleurde originelen worden afgedrukt in zwart-wit. Er zijn geen kleurinstellingen voor afdrukken gemaakt op het printerstuurprogramma. Voor het functionele venster: op het [Setup]-tabblad, voor [Kleur/Zwart-wit:], selecteert u [Kleur]. Voor de aangepaste instelling: op het [Afdrukinstellingen]-tabblad, voor [Kleur/Zwartwit:], selecteert u [Kleur]. PDF-bestanden worden niet afgedrukt of kunnen [PDF direct afdrukken] niet uitvoeren. PDF-bestanden zijn met een wachtwoord beveiligd. Om wachtwoordbeveiligde PDF-bestanden af te drukken, voert u het wachtwoord in in de [PDF Menu] of op Web Image Monitor. Voor details over [PDF Menu], zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Zie de Help-functie van Web Image Monitor voor meer informatie over Web Image Monitor. PDF-bestanden worden niet afgedrukt of kunnen [PDF direct afdrukken] niet uitvoeren. PDF-bestanden kunnen niet worden afgedrukt als ze in PDFbestandsbeveiligingsinstelling voor afdrukken zijn uitgeschakeld. Wijzig de instelling voor PDF-bestandsbeveiliging. PDF-bestanden worden niet afgedrukt of kunnen [PDF direct afdrukken] niet uitvoeren. PDF-bestanden met hoge compressie die zijn gemaakt met de scannerfunctie van het apparaat kunnen niet direct worden afgedrukt. Open de toepassing die is gebruikt om de PDF te maken en druk het bestand vervolgens af met het stuurprogramma van de toepassing. Sla het bestand opnieuw op in een normale (niet-gecomprimeerde) PDF-indeling. Sommige soorten PDF-bestanden met hoge compressie worden niet ondersteund. Neem contact op met uw leverancier over de ondersteunde bestandsindelingen. 71
80 Probleemoplossing tijdens het gebruik van de printerfunctie Probleem Oorzaak Oplossing [PDF direct afdrukken] produceert rare of misvormde tekens. Lettertypen zijn niet ingesloten. Sluit lettertypen in in het PDF-bestand dat u wilt afdrukken en druk dit vervolgens af. Afdrukken met Bluetooth is langzaam. Het aantal taken overschrijdt de maximale capaciteit van het apparaat. Verminder het aantal taken. 4 Afdrukken met Bluetooth is langzaam. Er kan een communicatiefout zijn opgetreden. Interferentie van IEEE b-apparaten (draadloos LAN) kan communicatiesnelheid verminderen. Bluetooth-tranmissiesnelheden zijn niet hoog. Verplaats het apparaat als het te dicht in de buurt staat van draadloze IEEE b LAN-apparaten. Als er actieve, draadloze IEEE b- LAN-apparaten of andere Bluetooth-apparaten in de buurt zijn, verplaats het apparaat dan of schakel deze apparaten uit. Als het probleem niet kan worden opgelost, neem dan contact op met uw leverancier. 72
81 Als PictBridge-afdrukken niet werkt Als PictBridge-afdrukken niet werkt Dit gedeelte geeft uitleg over waarschijnlijke oorzaken van en mogelijke oplossingen voor problemen die kunnen voorkomen wanneer u afdrukt met Pict- Bridge. Probleem Oorzaak Oplossing PictBridge is niet beschikbaar. Wanneer er twee of meer digitale camera s zijn aangesloten, dan worden de tweede en volgende camera s niet herkend. Afdrukken is uitgeschakeld. Afdrukken is uitgeschakeld. Er is een probleem met de USB-verbinding van de PictBridge-instellingen. U heeft meerdere digitale camera s aangesloten. Het aantal originelen overschrijdt het maximale aantal pagina s dat per keer kan worden afgedrukt. Er is geen papier in het opgegeven formaat meer. Gebruikt de onderstaande procedure om de verbinding en instellingen te controleren: A Maak de USB-kabel los en sluit hem weer aan. B Controleer of de PictBridge-instellingen zijn ingeschakeld. C Maak de USB-kabel los en schakel het apparaat uit. Zet het apparaat weer aan. Wanneer het apparaat volledig is geboot, sluit u de USBkabel weer aan. Sluit maar één digitale camerea aan. Sluit nooit meerdere camera s aan. De maximale afdrukhoeveelheid per keer is 999. Geef de hoeveelheid opnieuw op en voer een getal in onder of gelijk aan 999; probeer dan opnieuw af te drukken. Er is geen papier in het opgegeven formaat meer. Als u papier moet gebruiken dat niet het opgegeven formaat heeft, voer dan Formulierinvoer uit. Om het afdrukken te annuleren voert u Taak annuleren uit. 4 73
82 Probleemoplossing tijdens het gebruik van de printerfunctie 4 74
83 5. Probleemoplossing bij gebruik van de scannerfunctie Dit hoofdstuk geeft uitleg over waarschijnlijke oorzaken en mogelijke oplossingen voor problemen met scannerfuncties. Als het scannen niet wordt uitgevoerd zoals u het verwacht In dit gedeelte worden oorzaken en oplossingen beschreven van onbevredigende scanresultaten. Probleem Oorzaak Oplossing De gescande afbeelding is vuil. De afbeelding is vervormd of verplaatst. De afbeelding is vervormd of verplaatst. De gescande afbeelding is ondersteboven. Er verschijnt geen afbeelding na het scannen. Afbeeldingen worden gescand en geroteerd. De glasplaat of automatische papierinvoer (ADF) is vuil. Het origineel is verplaatst tijdens het scannen. Het origineel is niet plat tegen de glasplaat gedrukt. Het origineel is ondersteboven geplaatst. Het origineel is achterstevoren geplaatst. Als u het origineel plaatst met bovenste rand naar achteren en afbeeldingen in kleur of grijstonen opslaat als een TIFF- of JPEG-bestand, dan worden ze gescand en geroteerd. Maak deze onderdelen schoon. Zie Pag.136 Onderhoud van uw apparaat. Verplaats het origineel niet tijdens het scannen. Zorg ervoor dat het origineel plat tegen de glasplaat wordt gedrukt. Plaats het origineel in de correcte richting. Zie Kopieer-/Document Serverhandleiding. Wanneer het origineel direct op de glasplaat wordt geplaatst, dan moet de te scannen zijde naar beneden liggen. Wanneer het origineel wordt ingevoerd via de ADF, dan moet de te scannen zijde naar boven liggen. Zie Kopieer-/Document Serverhandleiding. Wanneer u een stapel originelen in de ADF plaatst, plaats hun bovenste randen dan naar voren. Zie Scannerhandleiding. 75
84 Probleemoplossing bij gebruik van de scannerfunctie Probleem Oorzaak Oplossing De gescande afbeelding bevat witte gedeelten. Als u originelen scant met functies die niet tot de TWAIN-scannerfunctie van het netwerk behoren, dan kunnen bepaalde papierformaat- en resolutie-instellingen gescande afbeeldingen produceren die groter zijn dan het opgegeven formaat omdat er marges langs de zijkanten worden toegevoegd. Als de Bestandsomzetter (optioneel) is geïnstalleerd, worden de marges wellicht breder. Scannen met een hogere resolutie kan de marges verkleinen. 5 76
85 Als u gescande bestand niet kunt versturen Als u gescande bestand niet kunt versturen De volgende gedeeltes geven uitleg over waarschijnlijke oorzaken van en oplossingen voor problemen met betrekking tot Netwerkbezorging en verzending. Wanneer u opgeslagen bestanden niet kunt openen Dit gedeelte geeft uitleg over waarschijnlijke oorzaken en mogelijke oplossingen voor problemen met betrekking tot verzending. Probleem Oorzaak Oplossing Het opgeslagen bestand is beveiligd en kan niet worden geopend. Het bestand dat met een wachtwoord beschermd is, is beveiligd omdat het wachtwoord tien keer incorrect is ingevoerd. Neem contact op met de beheerder. 5 Als u niet in het netwerk kunt bladeren om een scanbestand te verzenden Dit gedeelte geeft uitleg over waarschijnlijke oorzaken van en oplossingen voor een mislukte werking van het Browsernetwerk bij het verzenden van bestanden. Probleem Oorzaak Oplossing U kunt niet bladeren in het netwerk wanneer u de bestemmingsmap opgeeft. De volgende apparaatinstellingen zijn wellicht niet correct: IPv4-adres Subnetmasker Controleer de instellingen. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Als het TWAIN-stuurprogramma niet kan worden opgestart Dit gedeelte geeft uitleg over de waarschijnlijke oorzaken van en mogelijke oplossingen voor het TWAIN-stuurprogramma dat niet werkt. Probleem Oorzaak Oplossing Het dialoogvenster Scannereigenschappen kan niet worden weergegeven. Geavanceerde codering is opgegeven in de uitgebreide beveiligingsinstelling. Voor details over de uitgebreide beveiligingsinstelling neemt u contact op met een beheerder. 77
86 Probleemoplossing bij gebruik van de scannerfunctie Wanneer u opgeslagen bestanden niet kunt bewerken Dit gedeelte geeft uitleg over de waarschijnlijke oorzaken van en mogelijke oplossingen voor het TWAIN-stuurprogramma dat niet werkt. Probleem Oorzaak Oplossing Opgeslagen bestanden kunnen niet worden verwijderd. Bestandsnamen en wachtwoorden kunnen niet worden gewijzigd. Bestanden kunnen niet opnieuw worden afgeleverd. Er zijn limieten geplaatst met de beschikbare uitgebreide beveiligingsfunctie. Neem contact op met de beheerder. 5 Als de functie Netwerkbezorging niet kan worden gebruikt Dit gedeelte geeft uitleg over de waarschijnlijke oorzaken van en mogelijke oplossingen voor de functie Netwerkbezorging die niet werkt. Probleem Oorzaak Oplossing De functie netwerkbezorging kan niet worden gebruikt. De functie netwerkbezorging kan niet worden gebruikt. De bezorgingssoftware is wellicht een oude versie of er is een beveiligingsinstelling opgegeven. De functie-instelling netwerkbezorging is niet correct. Neem contact op met de beheerder. Geef het juist op. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. 78
87 Als u gescande bestand niet kunt versturen Bewerkingen zijn niet mogelijk als er berichten verschijnen Dit gedeelte geeft uitleg over waarschijnlijke oorzaken van en mogelijke oplossingen voor berichten die verschijnen en wanneer het apparaat niet werkt. Bericht Oorzaak Oplossing Bestem.lijst/apparaatinstell. is/zijn bijgewerkt. Geselecteerde bestemmingen of functie-instellingen zijn verwijderd. Selecteer deze opnieuw. De bestemmingslijst wordt bijgewerkt vanuit het netwerk met SmartDeviceMonitor for Admin. Afhankelijk van het aantal bestemmingen dat dient te worden bijgewerkt, kan er wat vertraging ontstaan voordat u de bewerking kunt hervatten. Bewerkingen zijn niet mogelijk terwijl dit bericht wordt weergegeven. Wacht totdat het foutbericht verdwijnt. Schakel de stroom niet uit terwijl dit bericht wordt weergegeven. 5 79
88 Probleemoplossing bij gebruik van de scannerfunctie Wanneer er een bericht wordt weergegeven Dit gedeelte geeft uitleg over waarschijnlijke oorzaken van en mogelijke oplossingen voor foutberichten die kunnen verschijnen op het bedieningspaneel van het apparaat. Wanneer er een bericht wordt weergegeven op het bedieningspaneel Dit gedeelte geeft uitleg over oorzaken en oplossingen als er een foutbericht verschijnt op het display van het bedieningspaneel. 5 Belangrijk Als er een bericht verschijnt dat hier niet wordt beschreven, volg dan de aanwijzingen in het bericht op. Voor informatie over hoe u de hoofdstroomschakelaar moet uitschakelen, zie Over dit apparaat. Bericht Oorzaak Oplossing Verbinding met de LDAP server is mislukt. Controleer de serverstatus. LDAP server verificatie is mislukt. Controleer de instellingen. De bestemmingslijst is bijgewerkt. De gespecificeerde bestemming(en) of afzender(s) is/zijn gewist. Bijwerken bestemmingslijst mislukt. Opnieuw proberen? Er is een netwerkfout opgetreden en de verbinding is mislukt. Probeer de bewerking nogmaals. De gebruikersnaam en het wachtwoord zijn anders dan degene die voor LDAP-verificatie zijn ingesteld. Een opgegeven bestemming of afzendernaam is gewist toen de bestemmingslijst in de bezorgingsserver werd bijgewerkt. Er is een netwerkfout opgetreden. Probeer de bewerking nogmaals. Als het bericht nog steeds wordt weergegeven, dan is het netwerk wellicht bezet. Controleer de informatie van Systeeminstellingen. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Zorg ervoor dat de gebruikersnaam en het wachtwoord voor de LDAP-serververificatie correct zijn ingesteld. Geef de bestemming of de afzendernaam opnieuw op. Controleer of de server is aangesloten. 80
89 Wanneer er een bericht wordt weergegeven Bericht Oorzaak Oplossing De bestemmingslijst is bijgewerkt. De gespecificeerde bestemming(en) of afzender(s) is/zijn gewist. Er is een netwerkfout opgetreden. Als er al een bestemming of afzendernaam was geselecteerd, selecteer deze dan opnieuw nadat dit bericht verdwijnt. Overschrijdt het max. aantal bestanden dat tegelijkertijd kan worden verstuurd. Verminder aantal geselect. best. Het aantal bestanden overschrijdt het mogelijke maximale aantal. Verminder het aantal bestanden en verzend ze opnieuw. Kan origineel formaat niet detecteren. Plaats origineel opnieuw, druk dan op Starttoets. U heeft papier geplaatst waarvan het formaat niet op de papierkeuzeselector voorkomt. Plaats het origineel op de juiste manier. Geef het scanformaat op. Wanneer u een origineel direct op de glasplaat plaatst, dan schakelt het optillen/laten zakken van de ADF het automatische detectieproces origineelformaat. Til de ADF meer dan 30 graden op. Zie Kopieer-/Document Serverhandleiding. 5 Max. aant. result. om weer te gev. overs. Max.: Er zijn meer zoekresultaten dan het maximale aantal dat kan worden weergegeven. Voer de zoekopdracht opnieuw uit nadat u de zoekvoorwaarden heeft gewijzigd. U heeft niet de privileges om deze functie te gebruiken. Het apparaat is niet zodanig ingesteld dat u de functie mag gebruiken. Neem contact op met de beheerder. Max. aant. standby best. overschr.prob. opnieuw nadat gegevensverz. is voltooid. Het maximum aantal stand-by bestanden is overschreden. Er staan 100 bestanden in de verzendrij voor , Scan to Folder of bezorgingsfuncties. Wacht totdat bestanden zijn verzonden. Tijdlim. zoeken naar LDAP server overschr. Contr. serverstatus. Er is een netwerkfout opgetreden en de verbinding is mislukt. Probeer de bewerking nogmaals. Als het bericht nog steeds wordt weergegeven, dan is het netwerk wellicht bezet. Controleer de informatie van Systeeminstellingen. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. 81
90 Probleemoplossing bij gebruik van de scannerfunctie 5 Bericht Oorzaak Oplossing Enkele bestemmingen in de geselecteerde groep hebben geen toegangsprivileges. Wilt u alleen bestemmingen met privileges selecteren? Kan het specifieke pad niet vinden. Controleer a.u.b de instellingen. Max.aant.alfanumerieke karakters voor het pad overschreden. De geselect. best. bevat best. zonder toegangsprivileges. Alleen best. met toegangspriv. zullen worden verwijderd. Sommige geselect. best. zijn momenteel in gebruik. Ze kunnen niet verwijderd worden. Kan verzenden van alle geselect. bestanden niet annuleren. Bepaalde bestanden worden al verzonden. De opgegeven groep bevat een aantal bestemmingen voor het verzenden per en een aantal bestemmingen voor het verzenden per Scan to Folder. De naam of mapnaam van de bestemmingscomputer folder is ongeldig. Het maximale aantal te specificeren alfanumerieke tekens in een pad is overschreden. U heeft geprobeerd bestanden te verwijderen zonder dat u daartoe bevoegd bent. U kunt geen bestand verwijderen dat in wachtrij staat voor verzending ( Wachten... -status weergegeven) of waarvan de informatie is gewijzigd met DeskTopBinder. U kunt geen bestand annuleren dat op dat moment wordt verzonden. Om bestemmingen voor verzending per te selecteren, drukt u op [Selecteren] voor het bericht dat wordt weergegeven op het scherm. Om bestemmingen voor verzending met Scan to Folder te selecteren, drukt u op [Selecteren] voor het bericht dat wordt weergegeven op het scherm Scan to Folder. Controleer of de computernaam en de mapnaam voor de bestemming correct zijn. Het maximale aantal tekens dat kan worden ingevoerd voor het pad is 128. Controleer het aantal tekens dat u heeft ingevoerd en voer het pad dan opnieuw in. Zie Scannerhandleiding. De bestanden kunnen ook door de bestandsbeheerder worden verwijderd. Als u een bestand wilt verwijderen waarvoor u geen bevoegdheden heeft, moet u contact opnemen met de beheerder. Annuleer verzending ( Wachten... - status gewist) of de DeskTopBinder-instelling en verwijder dan het bestand. U kunt alleen bestanden annuleren die in de wachtrij voor verzending staan. U kunt geen bestanden annuleren die al klaarstaan voor verzending of die op dat moment worden verzonden, bestanden die zijn verzonden, maar die hun bestemming niet hebben bereikt, of bestanden die zijn geannuleerd. 82
91 Wanneer er een bericht wordt weergegeven Bericht Oorzaak Oplossing Geselect. bestand is momenteel in gebruik. Kan bestandnaam niet wijzigen. U kunt niet de naam wijzigen van een bestand met de status Wachten... of een bestand dat is bewerkt met DeskTop- Binder. Verander de bestandsnaam nadat de bezorging is geannuleerd of nadat de bewerking is voltooid. Geselecteerde bestand is momenteel in gebruik. Kan wachtwoord niet wijzigen. U kunt het wachtwoord niet wijzigen van een bestand met de status Wachten... of een bestand dat is bewerkt met DeskTopBinder. Verwijder het wachtwoord nadat de bezorging is geannuleerd of nadat de bewerking is voltooid. Geselecteerde bestand is momenteel in gebruik. Kan gebruikersnaam niet wijzigen. U kunt de naam niet wijzigen van een afzender wiens status Wachten... is die is bewerkt met DeskTopBinder. Er moet een afzendernaam worden opgegeven voordat u verzendt per . Verzend nadat u de afzendernaam heeft opgegeven. 5 Verbinding met de bestemming is mislukt. Controleer de status en de verbinding. Om huid. status te contr., druk op [Status gescande bestanden]. De juiste Netwerkinstellingen zijn niet gemaakt. Controleer de netwerkinstellingen van de clientcomputer. Controleer of componenten zoals de LAN-kabel goed zijn aangesloten. Controleer of de serverinstellingen correct zijn en of de server naar behoren functioneert. Verificatie van de bestemming is mislukt. Controleer instellingen. Om huid. status te contr., druk op [Status gescande bestanden]. De ingevoerde gebruikersnaam of het ingevoerde wachtwoord was ongeldig. Controleer of de gebruikersnaam en het wachtwoord correct zijn. Controleer of de ID en het wachtwoord voor de bestemmingsmap correct zijn. Een wachtwoord van 128 of meer tekens kan wellicht niet herkend worden. Afzender is niet gespecificeerd. De afzendernaam is niet opgegeven. Er moet afzendernaam worden opgegeven voordat u verzendt per . Verzend nadat u de afzendernaam heeft opgegeven. 83
92 Probleemoplossing bij gebruik van de scannerfunctie Bericht Oorzaak Oplossing Max. formaat van overschreden. Verzenden e- mail is geannuleerd. Controleer [Max. E- mailform.] in Scannereigenschappen. Het maximale formaat is overschreden. Vergroot het formaat van [Max. E- mailform.]. Stel [ delen & verzenden] in op [Ja (per pagina)] of [Ja (per max. formaat)]. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Het verzenden van de gegevens is mislukt. Gegevens worden later opnieuw verz. Er is een netwerkfout opgetreden en een bestand is niet correct verzonden. Wacht totdat automatisch na de vooraf ingestelde interval opnieuw wordt geprobeerd te versturen. Als het versturen opnieuw mislukt, neemt u contact op met de beheerder. 5 Doorzenden is mislukt. Om huid. status te contr., druk op [Status gescande bestanden]. Doorzenden is mislukt. Onvoldoende geheugen in de harde schijf van de bestemming. Om huid. status te contr., druk op [Status gescande bestanden]. Uitvoer buffer is vol. Verzending is geannuleerd. Probeer het later nog eens. Max. aantal pag. per best. overschr. Wilt u de gescande pagina's opslaan als 1 bestand? Terwijl er een bestand werd verzonden, is er een netwerkfout opgetreden en kon het bestand niet correct verzonden worden. Verzending is mislukt. Er was niet genoeg vrije ruimte op de harde schijf van de SMTP-server, FTP-server of clientcomputer op de bestemming. Er staan teveel taken in stand-by status en het verzenden is geannuleerd. Het bestand dat is opgeslagen heeft het max.aantal pagina s voor één bestand overschreden. Probeer de bewerking nogmaals. Als het bericht nog steeds wordt weergegeven, dan is het netwerk wellicht bezet. Neem contact op met de beheerder. Als er meerdere bestanden zijn verzonden, gebruik dan het scherm Status gescande bestanden om te controleren voor welk bestand het probleem zich heeft voorgedaan. Wijs voldoende ruimte toe. Probeer opnieuw te verzenden nadat het verzenden van de taken in de standby status is voltooid. Geef op of u de gegevens wilt gebruiken of niet. Scan de pagina s die niet zijn gescand en sla ze als een nieuw bestand op. Zie Scannerhandleiding. 84
93 Wanneer er een bericht wordt weergegeven Bericht Oorzaak Oplossing Maximum aantal opgesl. best. wordt overschreden. Alle overbodige bestanden verwijderen. Max. aantal opgeslagen bestanden is overschreden. Kan gescande gegevens niet versturen, omdat het afvangen van bestanden niet beschikbaar is. Max. aantal bestanden dat tegelijk gebr. kan worden op de Document Server is overschreden. De ingevoerde beveiligingscode voor bestemming is onjuist Voer a.u.b opnieuw in. Ingevoerde gebruikerscode is niet juist. Max. aant. alfanum. tekens is overschreden. Verificatie is mislukt. Het ingevoerde pad is onjuist. Voer het opnieuw in. Er staan teveel bestanden in wachtrij om te worden bezorgd. Er staan teveel bestanden in wachtrij om te worden bezorgd. Het maximum aantal bestanden dat kan worden opgeslagen in de documentserver is overschreden. De juiste bestemmingbeveiligingscode is niet ingevoerd. U heeft een onjuiste gebruikerscode ingevoerd. Het maximale aantal in te voeren alfanumerieke tekens is overschreden. De log-in gebruikersnaam of het log-in wachtwoord die/dat u heeft ingevoerd, is niet juist. Het ingevoerde pad is onjuist. Probeer het opnieuw nadat ze zijn bezorgd. Probeer het opnieuw nadat ze zijn bezorgd. Controleer de bestanden die door de andere functies zijn opgeslagen en verwijder vervolgens onnodige bestanden. Zie Kopieer-/Document Serverhandleiding. Zorg ervoor dat de beveiligingscode correct is en voer deze dan nogmaals in. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Controleer de verificatie-instellingen en voer dan een correcte gebruikerscode in. Zorg ervoor dat het maximale aantal tekens dat u wilt invoeren niet te groot is en voer het opnieuw in. Zie Scannerhandleiding. Controleer de log-in gebruikersnaam en het log-in wachtwoord. Het apparaat kan niet verifiëren. Neem contact op met een beheerder. Bevestig de bestemmingscomputer en het pad en voer deze opnieuw in. 5 85
94 Probleemoplossing bij gebruik van de scannerfunctie Bericht Oorzaak Oplossing Het afgevangen bestand heeft max. aantal pag. per bestand overschreden. Kan de gescande gegevens niet verzenden. Het maximale aantal pagina s per bestand is overschreden. Verminder het aantal pagina s in het verzonden bestand en verzend het bestand dan opnieuw. Zie Scannerhandleiding. 5 Orig. wordt gescand door andere functie. Een ogenblik. [Kopieerapparaat][Document Server]... Het ingevoerde e- mailadres is niet juist. Voer opnieuw in. Het geheugen is vol. Het scannen is geannuleerd. Druk op [Verzenden] om gesc. geg. te verz., of druk op [Annuleren] om te verwijderen Geheugen is vol. Kan niet scannen. Gescande gegev. zullen worden verwijderd. Geheugen is vol. Wilt u het gescande bestand opslaan? Het apparaat gebruikt een andere functie zoals kopiëren. Het ingevoerde adres is onjuist. Omdat er niet genoeg vrije ruimte is op de harde schijf in het apparaat voor bezorging of verzending van tijdens opslag in de Documentserver, kon een aantal pagina s niet worden gescand. Omdat er onvoldoende harde schijfruimte was, kon de eerste pagina niet worden gescand. Omdat er voor opslag in de documentserver niet genoeg vrije ruimte is op de harde schijf in het apparaat, kon een aantal pagina s niet worden gescand. Probeer opnieuw te scannen nadat de bewerking met de andere functie is voltooid. Controleer of het adres correct is en voer het nogmaals in. Geef op of u de gegevens wilt gebruiken of niet. Probeer één van de volgende maatregelen: Wacht even en probeer de scanbewerking dan opnieuw. Verklein het scangebied of verminder de scanresolutie. Zie Scannerhandleiding. Verwijder onnodige opgeslagen bestanden. Zie Scannerhandleiding. Geef op of u de gegevens wilt gebruiken of niet. 86
95 Wanneer er een bericht wordt weergegeven Bericht Oorzaak Oplossing Geen papier. Plaats papier van één van de volg. Form., druk dan [Afdrukken starten]. Max. gegevens capaciteit overschreden.control eer de scanresolutie en reset originelen Max. gegevens capaciteit overschreden.control eer scanresoluties, druk opnieuw op Starttoets. Max.paginacap. per bestand overschr. Druk op [Verzend] om gescande gegev. te verst., of druk [Annuleren] om te verwijderen. Er is geen papier ingesteld in de opgegeven papierlade. Het gescande origineel overschrijdt de maximale gegevenscapaciteit. De gescande gegevens overschrijden de maximale gegevenscapaciteit. Het aantal gescande pagina s overschrijdt de maximale paginacapaciteit. Plaats papier van de formaten die worden opgesomd in het bericht. Geef het scanformaat en de -resolutie opnieuw op. Let erop dat het wellicht niet mogelijk is om zeer grote originelen met een hoge resolutie te scannen. Zie Scannerhandleiding. Geef het scanformaat en de -resolutie opnieuw op. Let erop dat het wellicht niet mogelijk is om zeer grote originelen met een hoge resolutie te scannen. Zie Scannerhandleiding. Selecteer of u de gegevens tot zover wilt verzenden. 5 87
96 Probleemoplossing bij gebruik van de scannerfunctie Wanneer er een bericht wordt weergegeven op de clientcomputer Dit gedeelte geeft uitleg over de waarschijnlijke oorzaken en de mogelijke oplossingen voor de belangrijkste foutberichten die worden weergegeven op de clientcomputer als u het TWAIN-stuurprogramma gebruikt. Belangrijk Als er een bericht verschijnt dat hier niet wordt beschreven, volg dan de aanwijzingen in het bericht op. Voor informatie over hoe u de hoofdstroomschakelaar moet uitschakelen, zie Over dit apparaat. Bericht Oorzaak Oplossing 5 Verwijder onjuiste invoer in ADF. Ongeldige Winsock-versie. Gebruik versie 1.1 of hoger. Deze naam wordt al gebruikt. Controleer de geregistreerde namen. Kan het papierformaat van het origineel niet detecteren. Specificeer het scanformaat. Kan geen scanmodi meer toevoegen. Kan geen scangebieden meer opnemen. Bel de servicedienst Neem contact op met uw servicevertegenwoordiger. Er is een papierstoring opgetreden in de ADF. U gebruikt een ongeldige versie van Winsock. U heeft geprobeerd een naam te registreren die al wordt gebruikt. Het geplaatste origineel is niet goed gericht. Het maximale aantal registreerbare scanmodi is overschreden. Het maximale aantal registreerbare scangebieden is overschreden. Er is een onherstelbare fout opgetreden in het apparaat. Verwijder vastgelopen originelen en plaats ze opnieuw. Controleer of de originelen geschikt zijn om te worden gescand door het apparaat. Installeer het besturingssysteem van de computer of kopieer Winsock van de cd-rom van het besturingssysteem. Gebruik een andere naam. Plaats het origineel op de juiste manier. Geef het scanformaat op. Wanneer u een origineel direct op de glasplaat plaatst, dan schakelt het optillen/laten zakken van de ADF het automatische detectieproces origineelformaat. Til de ADF meer dan 30 graden op. Het maximale aantal modi dat kan worden opgeslagen is 100. Verwijder onnodige modi. Het maximale aantal scangebieden dat kan worden opgeslagen is 100. Verwijder onnodige scangebieden. Neem contact op met uw leverancier. 88
97 Wanneer er een bericht wordt weergegeven Bericht Oorzaak Oplossing Scanner is niet beschikbaar in het gespecificeerde apparaat. De TWAIN-scannerfunctie kan niet worden gebruikt op dit apparaat. Neem contact op met uw leverancier. De scanner is niet beschikbaar. Controleer de verbinding van de scanner. De hoofdstroomschakelaar van het apparaat staat uit. Het apparaat is niet correct op het netwerk aangesloten. Zet de hoofdstroomschakelaar op Aan. Controleer of het apparaat correct op het netwerk is aangesloten. Deselecteer de persoonlijke firewallfunctie van de clientcomputer. Geen reactie van de scanner. Het apparaat of de clientcomputer is niet correct op het netwerk aangesloten. Gebruik een toepassing zoals telnet om te controleren of SNMPv1 of SNMPv2 is ingesteld als het apparaatprotocol. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen en voor Netwerkhandleiding. Controleer of het apparaat of de clientcomputer correct op het netwerk is aangesloten. 5 Geen reactie van de scanner. Het netwerk is bezet. Wacht even en probeer dan opnieuw een verbinding tot stand te brengen. Er is een fout opgetreden in de scanner. De in de toepassing opgegeven scanvoorwaarden hebben het instelbereik van het apparaat overschreden. Controleer of de scaninstellingen die met de toepassing zijn gemaakt het instelbereik van het apparaat overschrijden. Schakel de persoonlijke firewall van de clientcomputer uit. Er is een fatale fout opgetreden in de scanner. Er is een onherstelbare fout opgetreden in het apparaat. Er is een onherstelbare fout opgetreden in het apparaat. Neem contact op met uw leverancier. Kan geen verbinding maken met de scanner. Controleer de instellingen voor het toegangsmasker van het netwerk in Gebruikersinstellingen. Er is een toegangsmasker ingesteld. Neem contact op met de beheerder van het netwerk of van de scanner. Scanner is niet gereed. Controleer de scanner en de opties. De klep van de ADF staat open. Controleer of de afdekplaat van de ADF gesloten is. 89
98 Probleemoplossing bij gebruik van de scannerfunctie Bericht Oorzaak Oplossing 5 Onvoldoende geheugen. Maak het scangebied kleiner. Kan scanner "XXX", die voor de vorige scan is gebruikt, niet vinden. "YYY" wordt daarvoor in de plaats gebruikt. ( XXX en YYY geven scannernamen aan.) Er is een fout opgetreden in de scanner. Er is een communicatiefout op het netwerk opgetreden. Scanner is in gebruik voor een andere functie. Een ogenblik geduld. Scannergeheugen is ontoereikend. De hoofdstroomschakelaar van de eerder gebruikte scanner staat niet op Aan. Het apparaat is niet correct op het netwerk aangesloten. Er is een fout opgetreden in het stuurprogramma. Er is een communicatiefout op het netwerk opgetreden. Een functie van het apparaat (niet de scannerfunctie) wordt gebruikt als de kopieerfunctie. Reset het scanformaat. Verlaag de resolutie. Stel in zonder compressie. Zie Helpfunctie TWAIN-stuurprogramma. Het probleem kan het gevolg zijn van de onderstaande reden: Het scannen kan niet worden uitgevoerd als er grote waarden zijn ingesteld voor helderheid bij gebruik van halftintresolutie of hoge resolutie. Zie Scannerhandleiding. Controleer of de hoofdstroomschakelaar van de scanner die voor de vorige scan is gebruikt, is uitgeschakeld. Controleer of de eerder gebruikte scanner correct op het netwerk is aangesloten. Annuleer de persoonlijke firewall van de clientcomputer. Gebruik een toepassing zoals telnet om te controleren of SNMPv1 of SNMPv2 is ingesteld als het apparaatprotocol. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen en voor Netwerkhandleiding. Selecteer de scanner die voor de vorige scan gebruikt is. Controleer of de netwerkkabel correct op de clientcomputer is aangesloten. Controleer of de Ethernet-kaart van de clientcomputer correct wordt herkend door Windows. Controleer of de clientcomputer het TCP/IP-protocol kan gebruiken. Controleer of de clientcomputer het TCP/IP-protocol kan gebruiken. Wacht even en probeer opnieuw een verbinding tot stand te brengen. 90
99 Wanneer er een bericht wordt weergegeven Bericht Oorzaak Oplossing Onvoldoende geheugen. Sluit alle andere programma's en scan opnieuw. Er is geen Gebruikerscode geregistreerd. Neem contact op met uw systeembeheerder. Log-in gebruikersnaam, Log-in wachtwoord of Driver coderingstoets is onjuist. Kan de gebruiker niet registreren omdat het adresboek van de scanner vol is. De gebruiker is reeds geregistreerd in het adresboek van de scanner. Geheugen is ontoereikend. Toegang is beperkt met gebruikerscodes. De ingevoerde log-in gebruikersnaam, het wachtwoord of de coderingssleutel voor het stuurprogramma was ongeldig. Het verifiëren van de gebruiker op de verificatieserver is mislukt omdat het adresboek vol is. Het is niet gelukt om de gebruiker te verifiëren op de verificatieserver, omdat dezelfde gebruikersnaam al is geregistreerd in het adresboek. Sluit alle onnodige toepassingen die worden uitgevoerd op de clientcomputer. Verwijder het TWAIN-stuurprogramma en installeer het opnieuw nadat u de computer opnieuw heeft opgestart. Neem contact op met de beheerder van het apparaat. Controleer de ingevoerde log-in gebruikersnaam, het log-in wachtwoord en de coderingssleutel voor het stuurprogramma. Er is geen toestemming verleend voor het gebruik van deze functie. Neem contact op met de beheerder. Neem contact op met de beheerder van het apparaat. Neem contact op met de beheerder van het apparaat. 5 91
100 Probleemoplossing bij gebruik van de scannerfunctie 5 92
101 6. Papier, toner en nietjes toevoegen Dit gedeelte geeft u uitleg over procedures voor probleemoplossing die u kunt toepassen op alle functies van dit apparaat. Papier plaatsen Dit gedeelte geeft uitleg over wat u moet doen als het papier opraakt en moet worden bijgevuld. R VOORZICHTIG: Als u papier bijvult, let er dan op dat u vingers niet vast komen te zitten of gewond raken. Lade 1 en LCT gebruiken alleen A4 K. Plaats alleen A4-papier in deze laden. Opmerking Schud het papier voor u dit plaatst. Strijk gekruld of gekreukeld papier glad voor u dit plaatst. Indien u briefpapierformaten wilt plaatsen (8 1 / 2 11 K) in lade 1 of LCT, neemt u dan contact op met uw leverancier. Zie Over dit apparaat voor papiersoorten en -formaten. Voor het plaatsen van papier in de handinvoerlade, zie Kopieer-/Document Serverhandleiding. Papier plaatsen in de papierladen De onderstaande procedure geeft uitleg over het plaatsen van papier (in papierlade 2 als voorbeeld). Belangrijk Lade 1 gebruikt alleen A4K-papier. Indien u 8 1 / 2 11 K wilt plaatsen, neem dan contact op met uw leverancier. De positie van de zij- en eindgeleiders kunnen worden gewijzigd in lade 2, 1- lade papiereenheid en 2-laden papiereenheid. U kunt papier van verschillende formaten hierin laden. Wanneer u het papierformaat wijzigt, zie Papierformaat wijzigen. Plaats niet meer papier dan aangegeven. 93
102 Papier, toner en nietjes toevoegen A Trek de papierlade zorgvuldig naar buiten tot deze stopt. AQD027S B Maak een correcte stapel papier en plaats het met te bedrukken zijde naar boven. 6 AQD028S C Duw de papierlade voorzichtig weer naar binnen. Opmerking Indien u een papierformaat heeft geladen dat niet automatisch wordt geselecteerd, dient u het papierformaat met het bedieningspaneel op te geven. Verwijzing Pag.97 Papierformaat wijzigen Pag.100 Wijzigen in een formaat dat niet automatisch wordt opgespoord 94
103 Papier plaatsen Papier plaatsen in de bulklade (LCT) De volgende procedure geeft uitleg over het plaatsen van papier in de bulklade (LCT). Belangrijk LCT (optioneel) gebruikt alleen A4K-papier. Plaats alleen A4Kpapier. Indien u 8 1 / 2 11 K wilt plaatsen, neemt u dan contact op met uw leverancier. Lijn de papierstapels uit en plaats deze tegen de linker- en rechterkanten anders kan er een papierstoring optreden. Plaats niet meer papier dan aangegeven. A Trek de LCT langzaam uit tot aan de aanslag. 6 AQD029S B Lijn, met de te bedrukken zijde omhoog, alle vier zijdes van twee papierstapels uit en plaats deze naast elkaar in de lade. Aan elke kant kunnen maximaal vellen worden geplaatst. AQD030S C Schuif de papierlade weer langzaam terug totdat deze stopt. 95
104 Papier, toner en nietjes toevoegen Papier met een vaste richting of 2-zijdig papier De onderstaande tekst legt uit hoe u papier plaatst waarvoor de richting en afdrukzijde is opgegeven (briefhoofdpapier). Het papier met een vaste richting (boven-onder) of 2-zijdig papier (bijvoorbeeld briefpapier, geperforeerd papier of gekopieerd papier) wordt mogelijk onjuist afgedrukt, afhankelijk van hoe de originelen en het papier worden geplaatst. Selecteer [Aan] in [Briefpapier instelling] onder [Kopieerapp./Doc. Server-eigensch.] en plaats vervolgens het origineel en het papier zoals hieronder getoond. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Wanneer met de printerfunctie wordt afgedrukt, is de plaatsingsrichting dezelfde. Voor het afdrukken met behulp van de printerfunctie plaatst u het papier in dezelfde richting. Orig. invoerrichting Glasplaat ADF kopiëren 6 scanner Papierrichting Papier plaatsen Papierlade Handinvoer Kopieermodus: Kopieermodus: Printermodus Kopieermodus: Kopieermodus: Printermodus Plaats originelen op de glasplaat. Plaats originelen in de ADF. Plaats originelen op de glasplaat. Plaats originelen in de ADF. PapierrichtingK PapierrichtingL Opmerking Voor [Systeeminstellingen] geeft u Briefhoofd op als Papiersoort voor de papierlade die u wilt gebruiken. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. 96
105 Papierformaat wijzigen Papierformaat wijzigen Dit gedeelte geeft uitleg over hoe u een papierformaat kunt wijzigen. De procedures voor het wijzigen van het papierformaat is afhankelijk van de lade (lade 1 of andere optionele papierlade-eenheden). Let erop dat u de goede procedure volgt voor u begint. Opmerking Zorg ervoor dat u het papierformaat selecteert met Gebruikersinstellingen. Er kan anders een papierstoring optreden. Lade 1 en LCT (optioneel) gebruiken alleen A4K-papier. Indien u 8 1 / 2 11 K wilt plaatsen, neemt u dan contact op met uw servicevertegenwoordiger. Schud het papier voor u dit plaatst. Strijk gekruld of gekreukeld papier glad voor u dit plaatst. Voor informatie over papierformaten en soorten, zie Over dit apparaat. Het papierformaat in de papierlade wijzigen De volgende procedure geeft uitleg over het wijzigen van een papierformaat in de papierlade. 6 Belangrijk Plaats niet meer papier dan aangegeven. Controleer of de bovenkant van het papier rechts is uitgelijnd. A Controleer of het papier in de papierlade niet wordt gebruikt voor kopiëren en trek de lade vervolgens zorgvuldig naar buiten totdat deze stopt. AQD027S B Verwijder eventueel geplaatst papier. 97
106 Papier, toner en nietjes toevoegen C Maak de vergrendeling op de zijafscheidingen los. AMJ015S D Terwijl u de hendel naar beneden drukt, verschuift u de zijafscheidingen totdat ze staan ingesteld op het papierformaat dat u wilt plaatsen. 6 AMJ016S E Verschuif de eindafscheiding totdat deze staat ingesteld op het papierformaat dat u wilt plaatsen. ZHXH760J 98
107 Papierformaat wijzigen F Maak een correcte stapel papier en plaats het met te bedrukken zijde naar boven. AQD028S G Vergrendel de zijafscheidingen opnieuw. 6 AMJ055S H Schuif de papierlade voorzichtig weer naar binnen. I Controleer het formaat op het display. Opmerking Als er ruimte is tussen de zijafscheiding en het papier, dan plaatst u de zijafscheidingsindicator tegen de rand van het papier. 99
108 Papier, toner en nietjes toevoegen Wijzigen in een formaat dat niet automatisch wordt opgespoord Indien u een papierformaat heeft geladen dat niet automatisch wordt geselecteerd, dient u het papierformaat met het bedieningspaneel op te geven. Belangrijk De volgende papierformaten worden niet automatisch geselecteerd: Lade 2, optionele papierinvoereenheid (Lade 3, 4): L, 8 1 / 2 14 L, 8 1 / 4 14 L, 8 1 / 2 11 K, 7 1 / / 2 KL, 8 13 L, 8 1 / 2 13 L, 8 1 / 4 13 L, 8KL, 16KKL Handinvoer: B4L, A4K, B5KL, A5K, B6L, L, L, 8 1 / 2 14 L, 8 1 / 4 14 L, 8 1 / 2 11 KL, 5 1 / / 2 L, 7 1 / / 2 KL, 8 13 L, 8 1 / 2 13 L, 8 1 / 4 13 L, 8KL, 16KKL A Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. 6 AQE901S B Druk op [Systeeminstellingen]. 100
109 Papierformaat wijzigen C Druk op het tabblad [Instell. papierlade]. D Selecteer de lade waarvoor u de papierinstellingen wilt wijzigen. Druk op een van de opties tussen [Papierformaat lade: Lade 2] en [Papierformaat lade: Lade 4]
110 Papier, toner en nietjes toevoegen E Selecteer het geladen papierformaat en invoerrichting en druk vervolgens op [OK]. Het ingestelde papierformaat en de invoerrichting wordt weergegeven. 6 F Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. Het begindisplay wordt weergegeven. Opmerking Indien u op papier wilt afdrukken dat automatisch wordt geselecteerd nadat u op papier heeft afgedrukt waarvan het formaat niet automatisch werd vastgesteld, dient u de instelling weer op Autodetectie te zetten. Plaats het papier opnieuw, selecteer Autodetectie in stap E. De instelling staat weer op Autodetectie. 102
111 Toner bijvullen Toner bijvullen Dit gedeelte geeft uitleg over het bijvullen en opslaan van toner. R WAARSCHUWING: Voorkom dat verbruikte toner of tonercassettes worden verbrand. Bij blootstelling aan vuur kan toner ontvlammen. Voer gebruikte toner af volgens de plaatselijke regelgeving. R VOORZICHTIG: Houd toner (nieuw en gebruikt) en tonercassettes buiten het bereik van kinderen. R VOORZICHTIG: Bij het inademen van toner of gebruikte toner, goed gorgelen met veel water en zorgen voor voldoende frisse lucht. Raadpleeg indien nodig een arts. R VOORZICHTIG: Wanneer toner of gebruikte toner in de ogen terecht komt, onmiddellijk spoelen met veel water. Raadpleeg indien nodig een arts. R VOORZICHTIG: Bij het inslikken van toner of gebruikte toner, veel water drinken om de ingeslikte toner te verdunnen. Raadpleeg indien nodig een arts. 6 R VOORZICHTIG: Let op dat geen toner terecht komt op uw kleding of huid bij het verhelpen van een papierstoring of het vervangen van toner. Als uw huid in contact komt met toner, het betreffende gedeelte van de huid grondig wassen met water en zeep. Als u toner op uw kleding heeft geknoeid, de toner verwijderen met koud water. Wanneer u warm water gebruikt, dringt de toner in de stof van uw kleding waardoor de vlek mogelijk niet meer kan worden verwijderd. R VOORZICHTIG: Onze producten worden ontworpen om te voldoen aan de hoogste eisen van kwaliteit en functionaliteit en wij raden u aan om de verbruiksartikelen uitsluitend te kopen van een officiële dealer. R VOORZICHTIG: Open tonercontainers niet met geweld. Er kan toner worden gemorst, waardoor uw kleding en/of handen vies worden en u per ongeluk toner binnen kan krijgen. 103
112 Papier, toner en nietjes toevoegen Belangrijk Indien u een toner gebruikt die niet wordt aanbevolen, kan er een fout optreden. Schakel het apparaat niet uit tijdens het toevoegen van de toner. Als u dit doet gaan uw instellingen verloren. Vul de toner altijd bij als u daarom wordt gevraagd. Wanneer een bericht DToner bijvullen. wordt weergegeven op het display, vervang dan de betreffende kleurentoner. Bewaar de toner op een koele en droge plaats en vermijd direct zonlicht. Bewaar het papier op een vlak oppervlak. Opmerking U kunt de naam van de vereiste toner en de vervangingsprocedure controleren met het scherm DToner bijvullen.. Druk op [Systeemstatus] om het contactnummer te controleren waar u bestellingen kunt plaatsen. Zie Pag.5 Apparaatstatus en -instellingen controleren. U kunt alle vier de kleurentoners op dezelfde manier bijvullen. 6 Toner plaatsen Hieronder wordt beschreven hoe u toner vervangt. Belangrijk Schud de verwijderde tonercartridge niet. Hierdoor kan resterende toner eruit vallen. NL AQE038S 104
113 Toner bijvullen Als er toner achterblijft Er kan in bepaalde omstandigheden toner achterblijven in de tonercartridge. Als dit het geval is, dient u de tonercartridge weer te plaatsen. De toner wordt automatisch toegevoerd en u kunt deze verder gebruiken. Faxberichten of gescande documenten verzenden als de toner op is Wanneer het apparaat geen toner meer heeft, dan brandt het lampje op het display. Let op: u kunt nog faxen of gescande documenten verzenden als de toner op is. Belangrijk Als het aantal communicaties dat is uitgevoerd nadat de toner is opgeraakt en dat niet is vermeld in het automatische uitvoerjournaal, hoger is dan 200, dan is communicatie niet mogelijk. A Zorg ervoor dat het apparaat zich in fax- of scannermodus bevindt. B Druk op [Afsluiten] en voer de verzendingsbewerking uit. Het foutbericht verdwijnt. 6 Opmerking Het rapport dat kan worden afgedrukt voor verzonden bestanden kan niet worden afgedrukt voor bestanden die zijn afgedrukt met Geheugenverzending. Als het fax- of scannerscherm niet verschijnt in stap A, druk dan op de {Fax}- of {Scanner}-toets. Gebruikte toners Toners kunnen niet worden hergebruikt. Breng de opgeslagen, gebruikte container naar uw leverancier of voor recycling in ons recyclingsysteem. Als u het op eigen initiatief weggooit, behandel het dan als algemeen plastic afvalmateriaal. 105
114 Papier, toner en nietjes toevoegen Onderhoud Dit gedeelte geeft uitleg over de aanpassing van de kleurenregistratie en -gradatie door de instellingen in [Onderhoud] op te geven. De kleurregistratie afstellen Als het apparaat is verplaatst, de fuseereenheid is vervangen of na herhaaldelijk printen gedurende een bepaalde periode, kan de registratie verplaatsen. Door de kleurregistratie af te stellen, kunt u de beste afdrukresultaten behalen. Kleurregistratie Als uit de documenten in kleur blijkt dat er een verplaatsing heeft plaatsgevonden, voer dan een automatische kleurregistratie uit. A Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. 6 AQE901S B Druk op [Onderhoud]. 106
115 Onderhoud C Druk op [Kleurregistratie]. D Druk op [OK]. 6 De automatische kleurregistratie neemt ongeveer vijftig seconden in beslag. Als deze is afgerond, keert het display terug naar het kleurregistratiemenu. E Als u alle instellingen heeft ingevoerd, drukt u op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. Het begindisplay wordt weergegeven. 107
116 Papier, toner en nietjes toevoegen Automatische kleurkalibratie Als een bepaalde kleur overheerst of de kleur van de kopie wijkt af van die van het origineel, pas dan de balans van geel, magenta, cyaan en zwart aan. Opmerking Als DToner bijvullen. op het display wordt weergegegeven, kan het testpatroon niet worden afgedrukt. A Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. 6 B Druk op [Onderhoud]. AQE901S 108
117 Onderhoud C Druk op [Autom. Kl.kalibr.]. D Druk op [Start]. 6 E Druk op [Afdr. starten] en er wordt een testpatroon afgedrukt. 109
118 Papier, toner en nietjes toevoegen F Plaats het testpatroon op de glasplaat en druk op [Scannen starten]. De afbeelding wordt gecorrigeerd als Bezig met scannen... Een ogenblik geduld a.u.b. niet meer wordt weergegeven. Opmerking Bij het uitvoeren van de automatische kleurkalibratie van de kopieerfunctie, drukt u op [Start] onder Kopieermachinefunctie. Bij het uitvoeren van de afdrukfunctie, drukt u op [Start] onder Afdrukfunctie. Het testpatroon wordt niet gelezen als deze is ingesteld in de ADF. Bij het uitvoeren van de automatische kleurkalibratie van de afdrukfunctie selecteert u testpatronen van [ dpi], [ dpi] en [ dpi] en drukt u vervolgens op [Afdr. starten]. Het testpatroon wordt afgedrukt op A4K, 8 1 / 2 11 K papierformaat (Als A4K niet beschikbaar is, wordt A3 L, B4 JISL gebruikt.). Let erop dat er papier in de papierlade zit. Stel het testpatroon als volgt in: 6 GCCLCPIE Als de ADF is geïnstalleerd, dient u erop te letten dat het testpatroon op de glasplaat ligt met 2 of 3 witte vellen met hetzelfde formaat als het testpatroon er boven op. 110
119 Onderhoud Teruggaan naar de vorige instelling Vorige instelling betekent teruggaan naar de vorige status, voordat er wijzigingen zijn gemaakt. A Druk op [Vorige instelling]. B Druk op [Ja]. 6 De instellingen worden teruggezet. Opmerking Bij het teruggaan naar de automatische kleurkalibratie van de kopieerfunctie, drukt u op [Vorige instelling] van de Kopieerapparaatfunctie. Bij het teruggaan naar de automatische kleurkalibratie van de afdrukfunctie, drukt u op [Vorige instelling] van de Afdrukfunctie. Bij het terugkeren van de automatische kleurkalibratie van de afdrukfunctie selecteert u testpatronen van [ dpi], [ dpi] en [ dpi] en drukt u vervolgens op [Ja]. 111
120 Papier, toner en nietjes toevoegen Nietjes bijvullen Dit gedeelte geeft uitleg over wat u moet doen als er nietjes moeten worden vervangen. R VOORZICHTIG: Zit niet aan de booklet finisher lade wanneer u de nieteenheid van de finisher eruit of erin stopt. U kunt vast komen te zitten met uw vingers als u dit niet doet. Belangrijk Als u een cartridge voor nietjes gebruikt anders dan de aanbevolen cartridge, dan kan het gebeuren dat er niet wordt geniet of dat de nietjes vastlopen. Vul het nietapparaat bij volgens de soort finisher. (Controleer de soort als u niet zeker bent.) Voor informatie over soorten finishers, zie Over dit apparaat. SR790 6 De volgende procedure geeft uitleg over het bijvullen van nietjes aan de SR790. NL AQE904S 112
121 Nietjes bijvullen Opmerking Als u de bovenste eenheid niet naar buiten kunt trekken, dan zitten er nog nietjes in de cartridge. Gebruik alle nietjes; vul geen nietjes bij. Finisher SR3030 en Booklet Finisher SR3020 De volgende procedure geeft uitleg over het bijvullen van nietjes aan de Finisher SR3030 en Booklet Finisher SR NL AQE003S Opmerking Als u de bovenste eenheid niet naar buiten kunt trekken, dan zitten er nog nietjes in de cartridge. Gebruik alle nietjes; vul geen nietjes bij. 113
122 Papier, toner en nietjes toevoegen Booklet Finisher SR3020 (Zadelsteek) De volgende procedure geeft uitleg over het bijvullen van nietjes aan de Booklet Finisher SR NL AQE004S Opmerking Als u de bovenste eenheid niet naar buiten kunt trekken, dan zitten er nog nietjes in de cartridge. Gebruik alle nietjes; vul geen nietjes bij. 114
123 De stempelcartridge vervangen De stempelcartridge vervangen Als de verzendstempel zwak wordt, vervang dan de vulling. Belangrijk Deze stempelcartridge wordt gebruikt voor fax- en scandoeleinden. Vul zelf geen inkt bij aan de cartridge. Doet u dit toch, dan kan er inktlekkage optreden. Zorg ervoor dat u geen vieze vingers krijgt van de inkt uit de cartridge. Gebruik de cartridge die voor dit apparaat is aangeduid. A Open de ADF-klep. 6 AQD032S B Til hendel P2 op en trek dan klep P2 open. AQD033S 115
124 Papier, toner en nietjes toevoegen C Druk op het gedeelte van klep P3 met de markering DRUKKEN en open klep P3. AQD034S D Haal de oude stempelcartridge eruit. 6 AQD035S E Plaats de nieuwe stempelcartridge. Duw de cartridge er zover in dat de metalen delen niet langer zichtbaar zijn. AQD036S F Sluit klep P3, P2 en de ADF-klep. 116
125 7. Papierstoringen oplossen Dit hoofdstuk geeft uitleg over wat u moet doen bij vastgelopen papier of originelen (die vast komen te zitten in het apparaat). Vastgelopen papier verwijderen R VOORZICHTIG: Het fuseergedeelte van het apparaat kan zeer heet worden. Pas op dat u dit gedeelte niet aanraakt wanneer u vastgelopen papier verwijdert. R VOORZICHTIG: Zit niet aan de booklet finisher lade wanneer u de nieteenheid van de finisher eruit of erin stopt. U kunt vast komen te zitten met uw vingers als u dit niet doet. Belangrijk Schakel het apparaat niet uit bij het verwijderen van foutieve invoer. Als u dit doet, gaan uw kopieerinstellingen verloren. Laat geen stukjes papier in het apparaat achter ter voorkoming van papierstoringen. Indien er herhaaldelijk papierstoringen optreden, dient u contact op te nemen met uw leverancier. Opmerking Voor meer informatie over het opsporen en verhelpen van papierstoringen raadpleegt u Vastgelopen papier controleren of Vastgelopen papier verwijderen. Verwijzing Pag.118 Vastgelopen papier opsporen. Pag.119 Vastgelopen papier verwijderen. 117
126 Papierstoringen oplossen Vastgelopen papier opsporen Als er een storing optreedt, verwijdert u vastgelopen papieren of originelen door de procedures te volgen die op de sticker staan vermeld binnenin de voorklep van de hoofdeenheid. Er is een papierstoring opgetreden op de plaats die overeenstemt met de letter die op het bedieningspaneel wordt weergegeven. 7 AQD024S A Druk op de toets van het gedeelte waaruit u het vastgelopen papier wilt verwijderen. 118
127 Vastgelopen papier verwijderen B Nadat elke stap is voltooid, drukt u op [Volgende]. Om terug te keren naar de vorige stap, drukt u op [Vorige]. C Wanneer al het vastgelopen papier is verwijderd, brengt u het apparaat dan weer terug in de originele staat. Opmerking Er kunnen verschillende plaatsen van papierstoring worden aangeduid. Als dit het gebeurt, controleer dan alle aangegeven gebieden. Vastgelopen papier verwijderen De onderstaande procedure legt uit hoe u vastgelopen papier verwijdert. Belangrijk De inwendige onderdelen van het apparaat kunnen heet worden. Wacht totdat de duplexeenheid is afgekoeld voordat u een papierstoring in de eenheid gaat verhelpen. Als A brandt 7 NL AQE009S 119
128 Papierstoringen oplossen Als B brandt Als C brandt NL AQE010S 7 Wanneer D brandt. NL AQE011S 120 NL AQE012S
129 Vastgelopen papier verwijderen Wanneer P brandt (wanneer ADF is geïnstalleerd) NL AQE013S Wanneer R brandt (wanneer SR790 is geïnstalleerd) 7 NL AQE014S 121
130 Papierstoringen oplossen Wanneer R1 - R8 brandt (wanneer Finisher SR3030 is geïnstalleerd) 7 NL AQE015S 122
131 Vastgelopen papier verwijderen Wanneer R1 - R12 brandt (wanneer Booklet Finisher SR3020 is geïnstalleerd) 7 NL AQE016S 123
132 Papierstoringen oplossen NL AQE017S Wanneer Y brandt (wanneer brede bulklade is geïnstalleerd) 7 NL AQE018S Als Z1 brandt NL AQE020S 124
133 Vastgelopen papier verwijderen Opmerking Aan de binnenzijde van de voorklep of binnenin de finisher vindt u een etiket met aanwijzingen hoe u de papierstoring kunt verhelpen. Als er een gedetailleerde verwijderingsinstructie rechts op het scherm verschijnt, volg deze dan op. U kunt ook de procedure gebruiken die is aangegeven in [Systeemstatus] voor het verwijderen van vastgelopen papier
134 Papierstoringen oplossen Vastgelopen nietjes verwijderen Dit gedeelte legt uit hoe u vastgelopen nietjes verwijdert. R VOORZICHTIG: Zit niet aan de booklet finisher lade wanneer u de nieteenheid van de finisher eruit of erin stopt. U kunt vast komen te zitten met uw vingers als u dit niet doet. Belangrijk Door gekruld papier kunnen nietjes vastlopen. Om dit te voorkomen kunt u het papier andersom neerleggen in de lade. Wanneer de finisher is geïnstalleerd, kan het gebeuren dat, nadat u de vastgelopen nietjes heeft verwijderd, er bij de eerste pogingen om te nieten geen nietjes te voorschijn komen. Verwijder de vastgelopen nietjes volgens de soort finisher. (Controleer de soort als u niet zeker bent.) Voor informatie over soorten finishers, zie Over dit apparaat. SR790 7 De volgende procedure geeft uitleg over het verwijderen van vastgelopen nietjes uit de SR790. NL AQE903S 126
135 Vastgelopen nietjes verwijderen Finisher SR3030 en Booklet Finisher SR3020 De volgende procedure geeft uitleg over het verwijderen van vastgelopen nietjes uit de Finisher SR3030 en Booklet Finisher SR NL AQE007S 127
136 Papierstoringen oplossen Booklet Finisher SR3020 (Zadelsteek) De volgende procedure geeft uitleg over het verwijderen van vastgelopen nietjes uit de Booklet Finisher SR NL ANS062S 128
137 Perforatorafval verwijderen Perforatorafval verwijderen Dit gedeelte legt uit hoe u perforatorafval verwijdert. Opmerking Terwijl Perforatoropvangbak is vol. wordt weergegeven, kunt u de perforator niet gebruiken. Finisher SR3030 en Booklet Finisher SR3020 De volgende procedure geeft uitleg over het verwijderen van perforatorafval uit de Finisher SR3030 en Booklet Finisher SR3020. A Open de voorklep van de finisher. AQD021S 7 B Trek de afvalbak van de perforator voorzichtig naar buiten en verwijder het perforatorafval. ADB033S 129
138 Papierstoringen oplossen C Plaats de afvalbak van de perforator terug. ADB034S D Sluit het voorpaneel van de finisher. Perforatoropvangbak is vol. verdwijnt. Opmerking Als u de afvalbak van de perforator niet terugplaatst in Stap C, dan blijft het bericht Perforatoropvangbak is vol. in beeld. Indien de melding nog steeds op het display staat, installeer de afvalbak dan opnieuw
139 8. Opmerkingen Dit hoofdstuk beschrijft het onderhoud en de bediening van het apparaat. Plaatsen van het apparaat Dit gedeelte geeft voorzorgsmaatregelen voor installatie, verplaatsing en afvoer. Apparaatomgeving Kies de installatieplaats van het apparaat zorgvuldig. De omgeving bepaalt in grote mate de prestatie van het apparaat. Optimale bedrijfsomgeving De volgende tekst beschrijft voorzorgsmaatregelen voor het plaatsen van het apparaat. R VOORZICHTIG: Stel het apparaat niet bloot aan stof en vocht. Dit om brand of elektrische schok te vermijden. Plaats het apparaat niet op een wankele of schuine ondergrond. Wanneer het apparaat omvalt, kan dit leiden tot lichamelijk letsel. R VOORZICHTIG: Nadat u het apparaat heeft verplaatst, gebruikt u de gegoten bevestiging om het op zijn plaats vast te zetten. Anders kan het apparaat bewegen of vallen, wat leidt tot verwondingen. R VOORZICHTIG: Zorg ervoor dat de kamer waar u het apparaat gebruikt goed geventileerd en ruim is. Goede ventilatie is helemaal van belang als het apparaat veel gebruikt wordt. Temperatuur: C (50-89,6 F) (vochtigheid 54% bij 32 C, 89,6 F) Luchtvochtigheid: 15-80% (temperatuur van 27 C, 80,6 F bij 80%) Een stevige, vlakke ondergrond. Het apparaat moet waterpas staan met een marge van 5 mm (0,2"), zowel van voor tot achter, als van links naar rechts. Om mogelijke ozonvorming te vermijden, plaatst u dit apparaat in een goed geventileerde ruimte met een luchtverversing van meer dan 30 m 3 /uur/persoon. 131
140 Opmerkingen Vermijd de volgende omgevingen Plaatsen in direct zonlicht of sterk licht (meer dan 1500 lux). Plaatsen direct blootgesteld aan koele lucht van een airconditioner of verwarmde lucht van een verwarming. (Plotselinge temperatuurveranderingen kunnen condensatie in het apparaat veroorzaken.) Plaatsen dichtbij apparatuur die ammoniadampen uitstoten zoals een diazokopieersysteem. Plaatsen waar het apparaat frequente trillingen zou kunnen ondergaan. Stoffige ruimten. Ruimten met agressieve gassen
141 Plaatsen van het apparaat Verplaatsen De volgende tekst beschrijft voorzorgsmaatregelen voor het verplaatsen van het apparaat. R VOORZICHTIG: Neem contact op met uw service vertegenwoordiger als u het apparaat wilt optillen (als u het bijvoorbeeld wilt verplaatsen naar een andere afdeling). Probeer het apparaat niet op te tillen zonder hulp van uw service vertegenwoordiger. Het apparaat zal beschadigd raken als het omvalt of iemand het laat vallen, dit resulteert in storing en het risico op verwonding bij gebruikers. De diverse bedieningsgebieden van het apparaat zijn alleen voor gebruik van de service engineer. Raak deze gebiedern niet aan. R VOORZICHTIG: Voordat u het apparaat verplaatst moet u ervoor zorgen dat alle externe verbindingen zijn losgemaakt, met name dat het netsnoer uit het stopcontact getrokken is. Beschadigde netsnoeren vergroten de kans op brand en elektrische schokken. R VOORZICHTIG: Verwijder de stekker van het netsnoer uit het stopcontact voordat u het apparaat verplaatst. Pas op dat het netsnoer niet beschadigt wanneer u het apparaat verplaatst. Belangrijk Wees voorzichtig bij het verplaatsen van het apparaat. Neem de volgende voorzorgsmaatregelen: Zet de hoofdschakelaar uit. Verwijder de stekker van het netsnoer uit het stopcontact. Als u de stekker uit het stopcontact trekt, houdt u alleen de stekker vast om ervoor te zorgen dat het snoer niet beschadigd raakt en om vonken of elektrische schokken te voorkomen. Sluit alle kleppen en laden inclusief de voorklep en de handinvoer. Houd het apparaat waterpas en draag het zorgvuldig, waarbij u uitkijkt dat u het niet aan schokken blootstelt of kantelt. Een ruwe behandeling kan storingen veroorzaken of de harde schijf of het geheugen beschadigen, waardoor opgeslagen bestanden verloren kunnen gaan. Verwijder het voetstuk niet. Bescherm het apparaat tegen sterke schokken. Hierdoor kan de harde schijf beschadigd raken en kunnen er opgeslagen bestanden verloren gaan. Als voorzorgsmaatregel moeten bestanden naar een andere computer worden gekopieerd
142 Opmerkingen Stroomvoorziening De onderstaande tekst geeft uitleg over stroomvoorziening. R WAARSCHUWING: De geleverde netsnoer is alleen voor gebruik bij dit apparaat. Niet gebruiken met andere toepassingen. Als u dit wel doet dan kan dat resulteren in brand, elektrische schok of verwondingen. R WAARSCHUWING: Sluit het apparaat uitsluitend aan op een elektriciteitsnet dat voldoet aan de beschrijving op de binnenkant van de omslag van deze handleiding. Steek de stekker van het netsnoer direct in het wandstopcontact en gebruik geen verlengsnoer. Zorg dat het netsnoer niet beschadigt of knikt en pas het snoer niet aan. Plaats geen zware voorwerpen op het netsnoer. Trek er niet te hard aan en buig het niet te sterk. Deze handelingen kunnen een elektrische schok of brand veroorzaken. R WAARSCHUWING: Als netsnoer is beschadigd (blootstelling van de kern, ontkoppeling, etc.), neem dan contact op met uw leveranciers voor een nieuw netsnoer. Als u het apparaat gebruikt met een beschadigd netsnoer, dan bestaat er gevaar voor een elektrische schok of brand. 8 R VOORZICHTIG: Trek aan de stekker, niet aan het snoer, wanneer u de stekker uit het stopcontact haalt. R VOORZICHTIG: U maakt het netsnoer los door het aan de stekker uit het stopcontact te trekken. Trek niet aan het snoer zelf. Dit kan leiden tot beschadiging van het snoer, waardoor er brand of een elektrische schok kan ontstaan. Zorg dat de stekker goed in de wandcontactdoos is geplaatst. Het voltage mag niet meer dan 10% fluctueren. De wandcontactdoos moet vlakbij de apparatuur geplaatst zijn en goed toegankelijk zijn. 134
143 Plaatsen van het apparaat Toegang tot het apparaat Plaats het apparaat in de buurt van een stroombron rekening houdend met de volgende vrije ruimten zoals weergegeven. AAE004S 1. Achteraan: minstens 10 cm (4 ) 2. Rechts: minstens 55 cm (22 ) 3. Vooraan: minstens 75 cm 29,6 ) 4. Links: minstens 10 cm (4 ) Opmerking Indien u wilt weten hoeveel extra ruimte nodig is voor het installeren van extra opties, dan kunt u contact opnemen met uw leverancier
144 Opmerkingen Onderhoud van uw apparaat Als de glasplaat, klep van de glasplaat of de band van de ADF vuil is, kunt u mogelijk geen duidelijke kopieën maken. Maak de onderdelen schoon als ze vuil zijn. Belangrijk Gebruik geen chemische reinigers of organische oplossers, zoals verdunners of benzine. Als deze in het apparaat terechtkomen of plastic onderdelen doen smelten, kan er een storing optreden. Reinig geen onderdelen die niet in deze handleiding worden gespecificeerd. Andere onderdelen mogen uitsluitend worden gereinigd door uw leverancier. Hoe pleegt u onderhoud Het apparaat reinigen: Reinig het apparaat met een zachte, vochtige doek en neem het apparaat vervolgens af met een droge doek om het vocht te verwijderen. De glasplaat reinigen De volgende procedure geeft uitleg over hoe u de glasplaat en het scanglas moet reinigen. 8 Maak 1 en 2 schoon. 136
145 Onderhoud van uw apparaat De klep van de glasplaat schoonmaken De volgende procedure geeft uitleg over hoe u de afdekplaat van de glasplaat moet reinigen. De automatische documentinvoer reinigen De volgende procedure geeft uitleg over hoe u de ADF moet reinigen Maak 1 en 2 schoon. AMJ031S 137
146 Opmerkingen Het stofbeschermingsglas schoonmaken Mogelijk moet het stofbeschermingsglas worden schoongemaakt als er witte regels verschijnen op de bedrukte kant van het document. Belangrijk Steek de borstel er niet met kracht in, ter voorkoming van beschadigingen aan het apparaat. 8 NL AQE031S Opmerking Plaats de schoonmaakstick met de rubberen kant naar beneden. 138
147 INDEX A Afdrukken, 45 Afscheiding, 97 Als er een bericht verschijnt tijdens de installatie van het printerstuurprogramma, 53 Als er een Foutenrapport wordt afgedrukt, 50 Als er een fout optreedt terwijl u internetfax gebruikt, 52 Als er toner achterblijft, 105 Als het geheugen vol is, 49 Als het TWAIN-stuurprogramma niet kan worden opgestart, 77 Als u niet in het netwerk kunt bladeren om een scanbestand te verzenden, 77 Als USB-verbinding mislukt, 56 Apparaathandleiding, i Apparaatomgeving, 131 Apparaatstatus en -instellingen controleren, 5 Automatische documentinvoer reinigen, 137 Automatische documentinvoer (ADF), 137 Automatische kleurkalibratie, 108 B Bewerken, 29 Bewerkingen zijn niet mogelijk als er berichten verschijnen, 79 Boekje Finisher SR3020, 113, 114, 127, 128, 129 Briefhoofd, 96 C D Combineren, 29 De hoofdschakelaar uitschakelen / In geval van een stroomonderbreking, 51 De kleurregistratie afstellen, 106 De stempelcartridge vervangen, 115 Document Server, 10 Duplex, 29 E F Er verschijnt een bericht Faxfunctie, 38 Kopieerfunctie, 23 Printerfunctie, 57 Scannerfunctie, 80 Scannerfunctie (clientcomputer), 88 Faxberichten of gescande documenten verzenden als de toner op is, 105 Faxfunctie, 35 Finisher, 129 Finisher SR3030, 113, 127, 129 Finisher SR790, 112, 126 Fout- door de server gegenereerd, 52 Foutenlogboek, 60 Foutenrapport ( ), 52 Foutmail-berichtgeving, 52 Functie Netwerkbezorging kan niet worden gebruikt, 78 G Gebruikte toners, 105 Gebruik van deze handleiding, 1 Gegevensopslag, 5 Geluid Touch Screen, 4 Glasplaat, 136 reinigen, 136 H I Het apparaat functioneert niet naar wens, 3 Het foutenlogboek controleren, 60 Het geheugen is vol, 33 Het papierformaat in de papierlade wijzigen, 97 Het scannen wordt niet uitgevoerd zoals u het verwacht, 75 Het volume aanpassen, 35 Informatie, 5 Informatie apparaatadres, 5 139
148 K L Kan geen duidelijke kopieën maken., 27 Kan gescande bestanden niet versturen, 77 Kan niet afdrukken, 61 Klep van de glasplaat, 137 Klep van Glasplaat reinigen, 137 Kleurregistratie, 106 Kopieerfunctie, 23 Lampjes, 3 LCT, 95 M N Multi-accessing, 16 Namen van de voornaamste opties, 2 Nietjes bijvullen, 112 Nietjes bijvullen Boekje Finisher SR3030, 113, 114 Finisher SR3030, 113 Finisher SR790, 112 O Omgeving, 131 Onderhoud, 106 Onderhoudsinformatie, 5 Onderhoud van uw apparaat, 136 Ontvangst, 45 Opgeslagen bestanden kunnen niet geopend worden, 77 Opgeslagen bestanden kunnen niet worden bewerkt, 78 Optimale bedrijfsomgeving, 131 Overige afdrukproblemen, 65 P Papier toevoegen, 93 Papierformaat wijzigen, 97 Papier met een vaste richting of 2-zijdig papier, 96 Papier plaatsen, 93 Papier plaatsen in de bulklade, 95 Papier plaatsen in de papierladen, 93 Papierstoringen oplossen, 117 Perforatorafval, 129 Perforatorafval verwijderen Finisher SR3020, 129 Finisher SR3030, 129 Perforeren, 129 PictBridge, 73 PictBridge-afdrukken werkt niet, 73 Printerfunctie, 53 Problemen met het bedienen van het apparaat, 10 Problemen oplossen Faxfunctie, 35 Kopieerfunctie, 23 Printerfunctie, 53 Scannerfunctie, 75 S T Scanglas, 136 reinigen, 136 Scannerfunctie, 75 Statusberichten, 57 Stempel, 29 Stempelcartridge, 115 Stofbeschermingsglas, 138 reinigen, 138 Stroomvoorziening, 134 Taak is niet uitgevoerd, 16 Teruggaan naar de vorige instelling, 111 Toegang tot het apparaat, 135 Toner, 103 bijvullen, 103 Toner plaatsen, 104 TWAIN, 77,
149 U U kunt geen faxberichten verzenden of ontvangen zoals u wilt, 45 U kunt geen kopieën maken zoals u wilt, 29 V Vastgelopen nietjes verwijderen, 126 Boekje Finisher SR3030, 127, 128 Finisher SR3030, 127 Finisher SR790, 126 Vastgelopen papier opsporen, 118 Vastgelopen papier verwijderen, 117, 119 Vermijd de volgende omgevingen, 132 Verplaatsen, 133 Verzending, 45 Verzending/ontvangst, 45 W Z Waarschuwingsberichten, 58 Wanneer er een lampje aan de rechterkant van een functietoets brandt, 8 Wijzigen in een formaat dat niet automatisch wordt opgespoord, 100 Windows 2000, 54 Windows 95 / 98 / Me, 53 Windows NT 4.0, 55 Windows Server 2003, 54 Windows XP, 54 Zijafscheidingen,
150 142 DU NL B
151 Conform IEC gebruikt dit toestel de volgende symbolen voor de hoofdschakelaar: a betekent STROOM AAN. b betekent APPARAAT UIT. c betekent STAND-BY. Copyright 2006
152 DU NL B Gebruiksaanwijzing Problemen oplossen
Problemen oplossen. Gebruiksaanwijzing
Gebruiksaanwijzing Problemen oplossen 1 2 3 4 5 6 7 8 Het apparaat functioneert niet naar wens Probleemoplossing bij gebruik van de kopieerfunctie Probleemoplossing bij gebruik van de faxfunctie Probleemoplossing
Problemen oplossen. Gebruiksaanwijzing
Gebruiksaanwijzing Problemen oplossen 1 2 3 4 5 6 7 Wanneer het apparaat niet functioneert zoals gewenst Problemen oplossen bij gebruik van de kopieerfunctie Problemen oplossen bij gebruik van de Printerfunctie
Problemen oplossen. Gebruiksaanwijzing
Gebruiksaanwijzing Problemen oplossen 1 2 3 4 5 6 7 8 Het apparaat functioneert niet naar wens Probleemoplossing bij gebruik van de kopieerfunctie Probleemoplossing bij gebruik van de faxfunctie Probleemoplossing
Verkorte Handleiding DX-C200. Namen en locaties. De kopieerfunctie gebruiken. De scannerfunctie gebruiken. De faxfunctie gebruiken. Problemen oplossen
DX-C200 Verkorte Handleiding Namen en locaties De kopieerfunctie gebruiken De scannerfunctie gebruiken De faxfunctie gebruiken Problemen oplossen Papierstoringen oplossen Inktcartridges Lees deze handleiding
Xerox WorkCentre 6655 multifunctionele kleurenprinter Bedieningspaneel
Bedieningspaneel Beschikbare services kunnen variëren afhankelijk van uw printerinstellingen. Zie de Handleiding voor de gebruiker voor meer informatie over functies en instellingen. 3 4 5 Aanraakscherm
Naslagkaart voor de 5210n / 5310n
Naslagkaart voor de 5210n / 5310n 1 2 3 4 VOORZICHTIG: Neem zorgvuldig de veiligheidsvoorschriften in de Handleiding voor eigenaren door voordat u de Dell-printer gaat instellen en gebruiken. 5 6 7 8 1
Gebruikershandleiding MFP kleur systemen. Aanteken vel. infotec kenniscentrum. Infotec gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding MFP kleur systemen Aanteken vel Het Bedieningspaneel Functie paneel Functietoetsen Geeft de keuze om te wisselen tussen de functies: Kopiëren - Doc. Server Faxen - Printen - Scannen
Kopiëren > Instellingen > Pagina's per zijde. Voor printermodellen zonder touchscreen drukt u op om door de instellingen te navigeren.
Naslagkaart Bezig met kopiëren Een kopie maken 1 Plaats een origineel document in de ADF-lade of op de glasplaat. Opmerking: Zorg ervoor dat het papierformaat van het origineel en de uitvoer hetzelfde
Hulp krijgen. Systeemberichten. Aanmelden/Afmelden. Pictogrammen op het bedieningspaneel
Hulp krijgen Voor informatie/assistentie, raadpleegt u het volgende: Handleiding voor de gebruiker voor informatie over het gebruik van de Xerox 4595. Ga voor online hulp naar: www.xerox.com Klik op de
Fax Connection Unit Type C Gebruiksaanwijzing
Fax Connection Unit Type C Gebruiksaanwijzing Voor een veilig en correct gebruikt, dient u de Veiligheidsinformatie in "Lees dit eerst" te lezen voordat u het apparaat gebruikt. INHOUDSOPGAVE Hoe werkt
Fiery Remote Scan. Fiery Remote Scan openen. Postvakken
Fiery Remote Scan Met Fiery Remote Scan kunt u scantaken op de Fiery-server en de printer beheren vanaf een externe computer. Met Fiery Remote Scan kunt u het volgende doen: Scans starten vanaf de glasplaat
2 mei 2014. Remote Scan
2 mei 2014 Remote Scan 2014 Electronics For Imaging. De informatie in deze publicatie wordt beschermd volgens de Kennisgevingen voor dit product. Inhoudsopgave 3 Inhoudsopgave...5 openen...5 Postvakken...5
Berichten op het voorpaneel
en op het voorpaneel In dit onderwerp wordt het volgende besproken: "Statusberichten" op pagina 4-61 "Foutberichten en waarschuwingen" op pagina 4-62 Het voorpaneel van de printer biedt informatie en hulp
Kopieerhandleiding. Gebruiksaanwijzing. Originelen plaatsen Kopiëren Bijlage
Gebruiksaanwijzing Kopieerhandleiding 1 3 Originelen plaatsen Kopiëren Bijlage Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u het product in gebruik neemt en bewaar de handleiding in de buurt van het
Handleiding instellingen vrijgave van afdrukken
Handleiding instellingen vrijgave van afdrukken INHOUDSOPGAVE OVER DEZE HANDLEIDING............................................................................. 2 FUNCTIE AFDRUKVRIJGAVE...........................................................................
Afdrukmateriaal plaatsen in de standaardlade voor 250 vel
Naslagkaart Papier en speciaal afdrukmateriaal plaatsen In dit gedeelte wordt beschreven hoe u papier plaatst in de laden voor 250 en 550 vel en de handmatige invoer. Het bevat tevens informatie over het
Kopiëren via de glasplaat. 1 Plaats het originele document met de bedrukte zijde naar beneden in de linkerbovenhoek van de glasplaat.
Laser-MFP Naslagkaart Kopiëren Snel kopiëren documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats plaatst, moet u de papiergeleiders
Speciale afdrukmethoden en - materialen
Speciale afdrukmethoden en - materialen In deze sectie komen de volgende onderwerpen aan de orde: Automatisch dubbelzijdig afdrukken zie pagina 16. Handmatig dubbelzijdig afdrukken zie pagina 19. Transparanten
Gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding Wat kunt u doen met dit apparaat? Snel aan de slag Kopiëren Fax Afdrukken Scannen Document Server Web Image Monitor Papier en toner bijvullen Problemen oplossen Bijlage Informatie
Xerox ColorQube 8700 / 8900 Bedieningspaneel
Bedieningspaneel Beschikbare services kunnen variëren afhankelijk van uw printerinstellingen. Zie de Handleiding voor de gebruiker voor meer informatie over functies en instellingen. 3 5 Ontgrendeling
Fiery Remote Scan. Verbinden met Fiery servers. Verbinding maken met een Fiery server bij het eerste gebruik
Fiery Remote Scan Met Fiery Remote Scan kunt u scantaken beheren op de Fiery server en de printer vanaf een externe computer. Met Fiery Remote Scan kunt u het volgende doen: Scans starten vanaf de glasplaat
Printerproblemen oplossen
1 De display op het bedieningspaneel is leeg of er worden alleen ruitjes weergegeven. Taken worden niet De zelftest van de printer is mislukt. De printer is niet gereed om gegevens te ontvangen. De aangegeven
Handleiding voor afdrukkwaliteit
Pagina 1 van 7 Handleiding voor afdrukkwaliteit Veel problemen met de afdrukkwaliteit kunnen worden opgelost door supplies of printeronderdelen te vervangen die bijna het einde van hun levensduur hebben
Eenvoudige afdruktaken
Eenvoudige afdruktaken In dit onderwerp wordt het volgende besproken: "Papier plaatsen in Lade 1 (MPT) voor enkelzijdig afdrukken" op pagina 2-9 "Papier plaatsen in laden 2-5 voor enkelzijdig afdrukken"
Xerox WorkCentre 7800-serie Bedieningspaneel
Bedieningspaneel Beschikbare services kunnen variëren afhankelijk van uw printerinstellingen. Zie de Handleiding voor de gebruiker voor meer informatie over functies en instellingen. ABC DEF Menu's GHI
LASERJET PRO 200 COLOR MFP. Naslaggids M276
LASERJET PRO 200 COLOR MFP Naslaggids M276 Kopieerkwaliteit optimaliseren De volgende instellingen voor kopieerkwaliteit zijn beschikbaar: Aut. selectie: Gebruik deze instelling als u de kwaliteit van
Handleiding met informatie
Handleiding met informatie Pagina 1 van 1 Handleiding met informatie Er is een groot aantal handleidingen beschikbaar om u te helpen de MFP en de functies ervan te begrijpen. Met behulp van deze pagina
BEKNOPTE HANDLEIDING INHOUD. voor Windows Vista
BEKNOPTE HANDLEIDING voor Windows Vista INHOUD Hoofdstuk 1: SYSTEEMVEREISTEN...1 Hoofdstuk 2: PRINTERSOFTWARE INSTALLEREN ONDER WINDOWS...2 Software installeren om af te drukken op een lokale printer...
Handleiding instellingen vrijgave van afdrukken
Handleiding instellingen vrijgave van afdrukken INHOUDSOPGAVE OVER DEZE HANDLEIDING............................................................................. 2 FUNCTIE AFDRUKVRIJGAVE...........................................................................
Handleiding voor de gebruiker
Versie 1.0 Juli 2008 LX-kantoorafwerkeenheid Handleiding voor de gebruiker Microsoft, MS-DOS, Windows, Windows NT, Microsoft Network en Windows Server zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van
Handleiding Wi-Fi Direct
Handleiding Wi-Fi Direct Eenvoudige installatie via Wi-Fi Direct Problemen oplossen Inhoudsopgave Hoe werken deze handleidingen?... 2 Symbolen in de handleidingen... 2 Disclaimer... 2 1. Eenvoudige installatie
Afdrukproblemen. Afdrukkwaliteit
Printerproblemen Een aantal printerproblemen is eenvoudig te verhelpen. Als de printer niet reageert, controleer dan eerst of: de printer is ingeschakeld; het netsnoer is aangesloten op het stopcontact;
Kopiëren. WorkCentre C2424-kopieerapparaat-printer
Kopiëren Dit hoofdstuk omvat: Eenvoudige kopieertaken op pagina 3-2 Kopieeropties aanpassen op pagina 3-3 Basisinstellingen op pagina 3-4 Afbeeldingsaanpassingen op pagina 3-9 Aanpassingen aan de positie
Xerox ColorQube 9301 / 9302 / 9303 Bedieningspaneel
Xerox ColorQube 90 / 90 / 90 Bedieningspaneel Beschikbare services kunnen variëren afhankelijk van uw printerinstellingen. Zie de Handleiding voor de gebruiker voor meer informatie over functies en instellingen.?
Dick Grooters Raadhuisstraat 296 5683 GM Best tel: 0499-392579 e-mail: [email protected]. Printen en Scannen
Dick Grooters Raadhuisstraat 296 5683 GM Best tel: 0499-392579 e-mail: [email protected] Printen en Scannen Als een nieuwe printer wordt gekocht en onder Windows XP aangesloten zal Windows deze nieuwe
Handleiding Wi-Fi Direct
Handleiding Wi-Fi Direct Eenvoudige installatie via Wi-Fi Direct Problemen oplossen Appendix Inhoud Hoe werken deze handleidingen?... 2 Symbolen in de handleidingen... 2 Disclaimer... 2 1. Eenvoudige
Kopiëren via de glasplaat. 1 Plaats het originele document met de bedrukte zijde naar beneden in de linkerbovenhoek van de glasplaat.
Naslagkaart Wordt gekopieerd Kopieën maken Snel kopiëren 3 Druk op het bedieningspaneel van de printer op. 4 Als u het document op de glasplaat hebt gelegd, raakt u Finish the Job (Taak voltooien) aan
Met het Instellingenmenu kunt u een groot aantal printerfuncties configureren. Selecteer voor verdere informatie een menu-item:
Met het kunt u een groot aantal printerfuncties configureren. Selecteer voor verdere informatie een menu-item: Signaalinstelling Spaarstand Auto doorgaan Afdruktimeout Taal op display Printertaal Laden
Problemen oplossen. Gebruiksaanwijzing
Gebruiksaanwijzing Problemen oplossen 1 2 3 4 5 6 7 Als het apparaat niet naar wens functioneert Probleemoplossing bij gebruik van de kopieerfunctie Probleemoplossing tijdens het gebruik van de printerfunctie
LASERJET ENTERPRISE COLOR FLOW MFP. Naslaggids M575
LASERJET ENTERPRISE COLOR FLOW MFP Naslaggids M575 Een opgeslagen taak afdrukken Volg de onderstaande procedure om een taak af te drukken die in het apparaatgeheugen is opgeslagen. 1. Raak in het beginscherm
Gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding Wat kunt u doen met dit apparaat? Snel aan de slag Kopiëren Fax Afdrukken Scannen Document Server Web Image Monitor Papier en toner bijvullen Problemen oplossen Voor informatie die
FAX Option Type 3045. Faxhandleiding <Basisfuncties> Gebruiksaanwijzing
FAX Option Type 3045 Gebruiksaanwijzing Faxhandleiding 1 2 3 4 5 Aan de slag Faxen Internetfax-functies gebruiken Programmeren Probleemoplossing Lees deze handleiding aandachtig door voordat
Kopieerhandleiding. Gebruiksaanwijzing
Gebruiksaanwijzing Kopieerhandleiding 1 3 4 5 Originelen plaatsen Kopiëren Problemen oplossen Gebruikersinstellingen (Eigenschappen Kopieerapparaat/Document Server) Specificaties Lees deze handleiding
Sharpdesk Mobile V1.1 Gebruikershandleiding
Sharpdesk Mobile V1.1 Gebruikershandleiding Voor de iphone SHARP CORPORATION April 27, 2012 1 Inhoudsopgave 1 Overzicht... 3 2 Ondersteunde besturingssystemen... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 3 Installatie
Installatiehandleiding. Aan de slag DeskTopBinder V2 Lite installeren Bijlage
Installatiehandleiding 1 2 3 Aan de slag DeskTopBinder V2 Lite installeren Bijlage Woord vooraf DeskTopBinder V2 Lite kan diverse gegevens integreren en beheren, zoals bijvoorbeeld bestanden gemaakt met
Gebruiksaanwijzing Website met toepassingen
Lees deze handleiding zorgvuldig voordat u dit apparaat gebruikt en bewaar deze voor toekomstige raadpleging. Gebruiksaanwijzing Website met toepassingen INHOUDSOPGAVE Hoe werkt deze handleiding?... 2
Bedieningspaneel. Afdrukken. Papierverwerking. Onderhoud. Problemen oplossen. Beheer. Index
Dit gedeelte van de handleiding bevat informatie over het bedieningspaneel, het wijzigen van printerinstellingen en over de menu's van het bedieningspaneel. U kunt de meeste printerinstellingen wijzigen
Opmerking: Zorg ervoor dat het formaat van het origineel en het kopieerpapier hetzelfde zijn. Zo voorkomt u dat een afbeelding wordt bijgesneden.
Pagina 1 van 5 Snel kopiëren 1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de ADF-lade of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat. Opmerkingen:
Uw gebruiksaanwijzing. HP LASERJET 4050 http://nl.yourpdfguides.com/dref/901693
U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de in de gebruikershandleiding (informatie, specificaties, veiligheidsaanbevelingen,
Online Handleiding Start
Online Handleiding Start Klik op "Start". Inleiding Deze handleiding beschrijft de printerfuncties van de e-studio6 multifunctionele digitale systemen. Voor informatie over de volgende onderwerpen raadpleeg
Handleiding Kopieerapparaat/ Document Server
Gebruiksaanwijzing Handleiding Kopieerapparaat/ Document Server 1 3 4 Originelen plaatsen Kopiëren Document Server Bijlage Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u dit apparaat gebruikt en houd
Handleiding Icespy MR software
Handleiding Icespy MR software Versie 4.40.04 Wij danken u voor de aanschaf van deze IceSpy producten en adviseren u om deze handleiding goed door te nemen. 2 INHOUDSOPGAVE: 1. Installeren van de software...
AirPrint handleiding DCP-J562DW MFC-J480DW MFC-J680DW MFC-J880DW
AirPrint handleiding DCP-J562DW MFC-J480DW MFC-J680DW MFC-J880DW Voordat u uw Brother-machine gebruikt Definities van opmerkingen Handelsmerken Belangrijke opmerking Definities van opmerkingen In deze
Uw gebruiksaanwijzing. SHARP AL-1633/1644 http://nl.yourpdfguides.com/dref/1289396
U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de in de gebruikershandleiding (informatie, specificaties, veiligheidsaanbevelingen,
FAX Option Type 3030. Faxhandleiding <Basis functies> Gebruiksaanwijzing
FAX Option Type 3030 Gebruiksaanwijzing Faxhandleiding 1 2 3 4 5 Aan de slag Faxen Internetfaxfuncties gebruiken Programmeren Probleemoplossing Lees deze handleiding aandachtig door voordat
Kopiëren...5. Kopieën maken...5. Taakonderbreking...6 Een kopieertaak annuleren en...7. Voorbereiden op het per verzenden...
Naslagkaart Inhoudsopgave Kopiëren...5 Kopieën maken...5 Snel kopiëren...5 Kopiëren via de ADF...5 Kopiëren via de glasplaat...5 Taakonderbreking...6 Een kopieertaak annuleren...6 Een kopieertaak annuleren
Installatiehandleiding
FAX-2820 FAX-2920 U moet eerst alle hardware instellen, pas dan kunt u de machine gebruiken. Lees deze Installatiehandleiding voor instructies over de correcte opstelling van deze machine. Installatiehandleiding
Handleiding AirPrint. Informatie over AirPrint. Instelprocedure. Afdrukken. Appendix
Handleiding AirPrint Informatie over AirPrint Instelprocedure Afdrukken Appendix Inhoud Hoe werken deze handleidingen?... 2 Symbolen in de handleidingen... 2 Disclaimer... 2 1. Informatie over AirPrint
HP Color LaserJet CM1312 MFP-serie Handleiding Papier en afdrukmateriaal
HP Color LaserJet CM1312 MFP-serie Handleiding Papier en afdrukmateriaal Copyright en licentie 2008 Copyright Hewlett-Packard Development Company, L.P. Verveelvoudiging, bewerking en vertaling zonder voorafgaande
Gebruikershandleiding voor gegevensoverdracht van camera naar camera
Canon Digitale Camera Gebruikershandleiding voor gegevensoverdracht van camera naar camera Inhoudsopgave Inleiding....................................... Beelden overbrengen via een draadloze verbinding.....
Wifi-instellingengids
Wifi-instellingengids Wifi-verbindingen met de printer Verbinding met een computer maken via een wifi-router Direct verbinding maken met een computer Verbinding met een smartapparaat maken via een wifi-router
Verbinding maken met whiteboard op afstand
RICOH Interactive Whiteboard Client for ipad Snel aan de slag Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u dit product in gebruik neemt. Bewaar de handleiding op een handige plek voor eventueel toekomstig
ABCDE ABCDE ABCDE. Handleiding voor afdrukkwaliteit. Problemen met afdrukkwaliteit opsporen. Onregelmatigheden in de afdruk
Pagina 1 van 8 Handleiding voor afdrukkwaliteit U kunt veel problemen met de afdrukkwaliteit verhelpen door supplies of printeronderdelen te vervangen die bijna het einde van hun levensduur hebben bereikt.
Verbinding maken met whiteboard op afstand
RICOH Interactive Whiteboard Client for Windows Snel aan de slag Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u dit product in gebruik neemt. Bewaar de handleiding op een handige plek voor eventueel toekomstig
COLOR LASERJET ENTERPRISE CM4540 MFP-SERIE. Naslaggids
COLOR LASERJET ENTERPRISE CM4540 MFP-SERIE Naslaggids HP Color LaserJet Enterprise CM4540 MFP-serie Naslaggids Inhoudsopgave Naslaggids... 1 Kopieën verkleinen of vergroten... 2 Kopieertaken sorteren...
Uw gebruiksaanwijzing. NOKIA TME-3 http://nl.yourpdfguides.com/dref/828540
U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor NOKIA TME-3. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de NOKIA TME-3 in de gebruikershandleiding (informatie,
Verbinding maken met whiteboard op afstand
RICOH Interactive Whiteboard Client for ipad Snel aan de slag Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u dit product in gebruik neemt. Bewaar de handleiding op een handige plek voor eventueel toekomstig
Voor gebruikers van de Ricoh Smart Device Connector: Het apparaat configureren
Voor gebruikers van de Ricoh Smart Device Connector: Het apparaat configureren INHOUDSOPGAVE 1. Voor alle gebruikers Inleiding...3 Hoe werkt deze handleiding?...3 Handelsmerken...4 Wat is Ricoh Smart
Color LaserJet Pro MFP M278-M281. Gids met technische specificaties
Color LaserJet Pro MFP M278-M281 Gids met technische specificaties Copyright en licentie Copyright 2017 HP Development Company, L.P. Verveelvoudiging, bewerking en vertaling zonder voorafgaande schriftelijke
Sharpdesk Mobile V1.1 Gebruikershandleiding
Sharpdesk Mobile V1.1 Gebruikershandleiding Voor de ipad SHARP CORPORATION 27 April, 2012 1 Inhoudsopgave 1 Overzicht... 3 2 Ondersteunde besturingssystemen... 4 3 Installatie en starten van de applicatie...
Voor alle printers moeten de volgende voorbereidende stappen worden genomen: Stappen voor snelle installatie vanaf cd-rom
Windows NT 4.x In dit onderwerp wordt het volgende besproken: "Voorbereidende stappen" op pagina 3-24 "Stappen voor snelle installatie vanaf cd-rom" op pagina 3-24 "Andere installatiemethoden" op pagina
Bedieningshandleiding Bijvoegsel
Bedieningshandleiding Bijvoegsel Snijmachine Product Code: 891-Z01 Lees dit document voordat u de machine gebruikt. Houd dit document bij de hand, zodat u het kunt raadplegen. Inleiding In deze handleiding
Installatiehandleiding MF-stuurprogramma
Nederlands Installatiehandleiding MF-stuurprogramma Cd met gebruikerssoftware.............................................................. 1 Informatie over de stuurprogramma s en de software.............................................
Printerinstellingen wijzigen 1
Printerinstellingen wijzigen 1 U kunt de instellingen van de printer wijzigen met de toepassingssoftware, het Lexmark printerstuurprogramma, het bedieningspaneel of het bedieningspaneel op afstand van
Gids Instelling Verzenden
Gids Instelling Verzenden In deze handleiding wordt uitgelegd hoe u de Instel-tool Zendfunctie kunt gebruiken om de machine in te stellen voor het scannen van documenten als e-mails (Verzenden naar e-mail)
Bedieningspaneel. Xerox WorkCentre 6655 multifunctionele kleurenprinter Xerox ConnectKey 2.0-technologie
Xerox ConnectKey.0-technologie Bedieningspaneel Beschikbare functies kunnen variëren afhankelijk van uw printerinstellingen. Zie de Handleiding voor de gebruiker voor meer informatie over functies en instellingen.
Hier beginnen. Inktcartridges uitlijnen zonder een computer
Hier beginnen Inktcartridges uitlijnen zonder een computer Volg de stappen in de installatiehandleiding om de installatie van de hardware te voltooien. Ga door met de volgende stappen om de afdrukkwaliteit
Scannerhandleiding. Gebruiksaanwijzing
Gebruiksaanwijzing Scannerhandleiding 1 2 3 4 5 6 7 Scanbestanden per e-mail verzenden Scanbestanden verzenden via scan-to-folder Bestanden opslaan met de scanfunctie Scanbestanden bezorgen Originelen
Color LaserJet Pro MFP M178-M181. Gids met technische specificaties
Color LaserJet Pro MFP M178-M181 Gids met technische specificaties Copyright en licentie Copyright 2017 HP Development Company, L.P. Verveelvoudiging, bewerking en vertaling zonder voorafgaande schriftelijke
Welkom bij de Picture Package Producer 2
Handleiding voor Picture Package Producer2 Welkom bij de Picture Package Producer 2 Welkom bij de Picture Package Producer 2 Picture Package Producer 2 starten en afsluiten Stap 1: Beelden selecteren Stap
Firmware Update Bijwerken
Modelnr: Firmware Update Bijwerken Deze handleiding bevat informatie over hoe u de controller firmware van de machine en de PDL-firmware kunt bijwerken. U kunt deze updates van onze website downloaden.
NETWERKHANDLEIDING. Afdruklogboek op netwerk opslaan. Versie 0 DUT
NETWERKHANDLEIDING Afdruklogboek op netwerk opslaan Versie 0 DUT Definities van opmerkingen Overal in deze handleiding gebruiken we de volgende aanduiding: Opmerkingen vertellen u hoe u op een bepaalde
Versie 1.0 09/10. Xerox ColorQube 9301/9302/9303 Internet Services
Versie 1.0 09/10 Xerox 2010 Xerox Corporation. Alle rechten voorbehouden. Ongepubliceerde rechten voorbehouden onder de copyrightwetten van de Verenigde Staten. De inhoud van deze publicatie mag in geen
