Kopieer-/Document Serverhandleiding
|
|
|
- Ida de Veen
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Gebruiksaanwijzing Kopieer-/Document Serverhandleiding Originelen plaatsen Kopiëren Document Server Bijlage Lees deze handleiding aandachtig door voor u deze machine in gebruik neemt en bewaar de handleiding op een handige plaats voor latere naslag. Voor veilig en correct gebruik, dient u de Veiligheidsinformatie te lezen in "Over dit apparaat" voor u het apparaat gaat gebruiken.
2 Inleiding Deze handleiding bevat gedetailleerde aanwijzingen over de bediening en het gebruik van dit product. Voor uw veiligheid en ter ondersteuning, raden wij u aan deze handleiding goed door te lezen voordat u het apparaat gebruikt. Bewaar deze handleiding op een handige plaats zodat u snel gegevens op kunt zoeken. Belangrijk De inhoud van deze handleiding kan zonder kennisgeving worden gewijzigd. In geen geval is de producent/leverancier aansprakelijk voor directe, indirecte, speciale, incidentele schade of bedrijfsschade als gevolg van het hanteren of bedienen van het apparaat. Opmerkingen: Sommige illustraties wijken mogelijk iets af van hetgeen u op uw apparaat ziet. Bepaalde opties zijn mogelijk niet beschikbaar in bepaalde landen. Neem contact op met uw plaatselijke dealer voor meer informatie. Let op: Het gebruik van functies en het uitvoeren van afstellingen en procedures die niet in deze handleiding worden vermeld, kunnen tot gevaarlijke blootstelling aan straling leiden. Opmerkingen: De modelnamen van de apparaten staan niet vermeld op de volgende pagina s. Controleer het type van uw apparaat voordat u deze handleiding leest. (Voor meer informatie verwijzen wij u naar Over dit apparaat.) Type 1: 5 kopieën/minuut (A4K, 8 1 / " 11"K) Type : 30 kopieën/minuut (A4K, 8 1 / " 11"K) Bepaalde types zijn mogelijk niet beschikbaar in bepaalde landen. Neem contact op met uw plaatselijke dealer voor meer informatie. Afhankelijk van het land waarin u zich bevindt, zijn sommige units misschien optioneel. Neem voor details hierover contact op met uw plaatselijke leverancier. Deze gebruiksaanwijzing voorziet in twee maatsystemen. Gebruik de metrische maten voor dit apparaat. Voor een goede kwaliteit bij het kopiëren wordt door de leverancier aangeraden echte toner van de leverancier te gebruiken. De leverancier is niet aansprakelijk voor schade of onkosten die ontstaan doordat u onderdelen van andere producenten heeft gebruikt in uw apparaat.
3 Handleidingen voor dit apparaat Verwijzen naar de handleidingen die betrekking hebben op hetgeen dat u met het apparaat wilt doen. Over dit apparaat Lees de Veiligheidsinformatie in deze handleiding voordat u het apparaat gaat gebruiken. Deze handleiding geeft een inleiding op de functies van het apparaat. Het geeft tevens uitleg over het bedieningspaneel, voorbereidende procedures voor het gebruik van het apparaat, hoe u tekst kunt invoeren en hoe u de meegeleverde cd-roms moet installeren. Bedieningshandleiding Standaardinstellingen Geeft uitleg over Gebruikersinstellingen en Adresboekprocedures zoals het registreren van faxnummers, adressen en gebruikerscodes. Gebruik deze handleiding ook als referentie voor uitleg over hoe u het apparaat moet aansluiten. Problemen oplossen Geeft aanwijzingen over hoe u algemene problemen kunt oplossen en legt uit hoe u papier, toner, nietjes en andere verbruiksartikelen kunt vervangen. Beveiligingshandleiding Deze handleiding is bedoeld voor beheerders van het apparaat. In de handleiding worden de beveiligingsfuncties uitgelegd die de beheerders kunnen gebruiken om te voorkomen dat er wordt geknoeid met de gegevens of om het apparaat te beschermen tegen onrechtmatig gebruik. Raadpleeg deze handleiding ook voor procedures voor het registreren van beheerders en het instellen van gebruikers- en beheerderstoegang. Kopieer-/Document Serverhandleiding Geeft uitleg over Kopieer- en Document Serverfuncties en -bewerkingen. Gebruik deze handleiding ook als referentie voor uitleg over het plaatsen van originelen. Faxhandleiding Geeft uitleg over Faxfuncties en -bewerkingen. Printerhandleiding Geeft uitleg over Printerfuncties en -bewerkingen. Scannerhandleiding Geeft uitleg over Scannerfuncties en -bewerkingen. i
4 Netwerkhandleiding Geeft uitleg over hoe u het apparaat in een netwerkomgeving configureert en bedient en hoe u de meegeleverde software moet gebruiken. Deze handleiding beslaat alle modellen en bevat beschrijvingen van functies en instellingen die mogelijk niet op dit apparaat beschikbaar zijn. Afbeeldingen, illustraties en informatie over bedieningssystemen die worden ondersteund kunnen enigszins afwijken van die van dit apparaat. Overige handleidingen Handleidingen voor dit apparaat Veiligheidsinformatie Verkorte Kopieerhandleiding Verkorte Faxhandleiding Verkorte Printerhandleiding Verkorte Scanhandleiding PostScript3 Supplement UNIX Supplement Handleidingen voor DeskTopBinder Lite DeskTopBinder Lite Installatiehandleiding DeskTopBinder Introductiehandleiding Handleiding Auto Document Link Opmerking De meegeleverde handleidingen zijn specifiek voor alle apparaattypes. U moet Adobe Acrobat Reader/Adobe Reader op uw pc geïnstalleerd hebben om de handleidingen in PDF-formaat te kunnen bekijken. ii
5 Mogelijkheden van dit apparaat<kleurenfuncties/kleuraanpassingen> Kleurenkopieën U kunt omschakelen naar de kleurenkopiemodus, afhankelijk van het soort originelen die gebruikt zijn en de gewenste afwerking. Zie Pag.41 Een kleurenmodus selecteren. Kleurenkopie Kopieert met vier kleuren: geel, magenta, cyaan en zwart. AMF033S Zwart-wit kopie Kopieert in zwart en wit, ook al is het origineel in kleur. AMF034S Kleur wijzigen Zie Pag.4 Kleur wijzigen. Kopieert door de kleur op het origineel in een andere kleur te wijzigen. AMF038S iii
6 Geselecteerde kleur wissen Zie Pag.43 Kleur Verwijderen. Kopieert door een bepaalde kleur op het origineel te wissen. AMF039S Kleur Achtergrond Zie Pag.44 Kleur Achtergrond. Kopieert door een kleur aan de hele pagina toe te voegen. AMF040S iv
7 Stempelen op Kopieën Kopieën met de datum, paginanummers, enz. De kleur van de stempel kan geel, rood, cyaan, magenta, groen, blauw en zwart zijn. Type afgedrukte bijvoegsels: Achtergrondnummering Zie Pag.107 Achtergrondnummering. Vaste stempel Zie Pag.108 Vaste stempel. Gebruikersstempel Zie Pag.111 Gebruikersstempel. Datumstempel Zie Pag.116 Datumstempel. Paginanummering Zie Pag.119 Paginanummering. AMF041S v
8 Kleuren aanpassen Zie Pag.49 Kleuraanpassing. Primaire kleuren Kleuren kunnen worden gecreëerd door de 3 primaire kleuren met elkaar te combineren: geel, magenta en cyaan. U kunt zwart maken door geel, magenta en cyaan met elkaar te combineren, maar aangezien hierin lichte kleurverschillen kunnen optreden, zal zwart worden weergegeven met een zwarte toner. Kleur aanpassen Past de specifieke kleuren (geel, rood, magenta, blauw, cyaan en groen) aan door ze te mengen met aangrenzende kleuren in het kleurenspectrum. Zie Pag.49 Kleuraanpassing. vi
9 Kleurenbalans Pas de algemene kleurtoon van kopieën aan. Zie Pag.45 Kleurenbalans. Afbeeldingen aanpassen Zie Pag.50 Beeldaanpassing. Scherp/Zacht Pas de omtrek van de afbeelding aan. Zie Pag.51 De scherpte/zachtheid aanpassen. Contrast Pas de schaduw van de afbeelding aan. Zie Pag.5 Het Contrast aanpassen. vii
10 Achtergrondbelichting Pas de achtergrondbelichting van de afbeelding aan. Zie Pag.5 De achtergrondbelichting aanpassen. Overige Aanpassingen U.C.R. aanpassen Zie Pag.53 De U.C.R. aanpassen. Tekst-/Fotogevoeligheid Zie Pag.53 Tekst-/Fotogevoeligheid aanpassen. viii
11 Mogelijkheden van dit apparaat De functies zijn verschillend naar gelang het type apparaat en de mogelijkheden. Verwijzing Zie Pag.3 Functies die extra moeten worden ingesteld. Typen dubbelzijdige kopieën 1-zijdig pagina s -zijdig 1 pagina Zie Pag.83 Duplex. -zijdig 1 pagina -zijdig 1 pagina Zie Pag.83 Duplex. 1-zijdig 4 pagina s Combineren -zijdig 1 pagina Zie Pag.89 -zijdige samenvoegingen. GCSHVY9J ix
12 1-zijdig 8 pagina s Combineren -zijdig 1 pagina Zie Pag.89 -zijdige samenvoegingen. 1 Voor Achter GCSHVYAE -zijdig 16 pagina s Combineren -zijdig 1 pagina Zie Pag.89 -zijdige samenvoegingen. 1 Voor Achter GCSHVY5E -zijdig pagina s Combineren -zijdig 1 pagina Zie Pag.89 -zijdige samenvoegingen. GCSHVY1E x
13 -zijdig 4 pagina s Combineren -zijdig 1 pagina Zie Pag.89 -zijdige samenvoegingen. 1 Voor Achter GCSHVYE -zijdig 8 pagina s Combineren -zijdig 1 pagina Zie Pag.89 -zijdige samenvoegingen. 1 Voor Achter GCSHVY6E Originelen binden -zijdig 1 pagina Zie Pag.94 Boekje/Tijdschrift. xi
14 Voor & achter originelen binden -zijdige pagina s Zie Pag.94 Boekje/Tijdschrift. Boekoriginelen kopiëren 1-zijdig 4 pagina s boekje Zie Pag.94 Boekje/Tijdschrift. Naar links openmaken GCBOOK0E Naar rechts openmaken GCBOOK1E xii
15 -zijdig pagina s boekje Zie Pag.94 Boekje/Tijdschrift. Naar links openmaken GCAH010E Naar rechts openmaken GCAH00E 1-zijdig Tijdschrift Zie Pag.94 Boekje/Tijdschrift. Naar links openmaken Naar rechts openmaken GCBOOK3E GCBOOK4E xiii
16 -zijdig Tijdschrift Zie Pag.94 Boekje/Tijdschrift. Naar links openmaken Naar rechts openmaken GCAH030E GCAH040E xiv
17 Meerdere pagina s op een enkele pagina combineren Zie Pag.87 1-zijdige samenvoegingen. 1-zijdig pagina s Combineren 1-zijdig 1 pagina GCSHVY7E 1-zijdig 4 pagina s Combineren 1-zijdig 1 pagina GCSHVY8J 1-zijdig 8 pagina s Combineren 1-zijdig 1 pagina GCSHVY3J xv
18 -zijdig 1 pagina Combineren 1-zijdig 1 pagina GCSHVYOJ -zijdig pagina s Combineren 1-zijdig 1 pagina GCSHVYBJ -zijdig 4 pagina s Combineren 1-zijdig 1 pagina GCSHVY4J xvi
19 Originelen (zoals boeken) kopiëren Originelen binden 1-zijdig pagina s Zie Pag.9 Serie kopieën. CPB0100 Originelen binden -zijdig 1 pagina Zie Pag.94 Boekje/Tijdschrift. Voor & Achter originelen binden -zijdige pagina s Zie Pag.94 Boekje/Tijdschrift. xvii
20 Kopiëren van -zijdige pagina s op 1-zijdige pagina s Zie Pag.9 Serie kopieën. -zijdig 1 pagina 1-zijdig pagina s CPB000 Kopiëren op dik papier Kopiëren op dik papier Zie Pag.39 Kopiëren op Dik papier. xviii
21 INHOUDSOPGAVE Handleidingen voor dit apparaat...i Mogelijkheden van dit apparaat<kleurenfuncties/kleuraanpassingen>...iii Kleurenkopieën... iii Stempelen op Kopieën... v Kleuren aanpassen... vi Afbeeldingen aanpassen... vii Mogelijkheden van dit apparaat...ix Typen dubbelzijdige kopieën... ix Boekoriginelen kopiëren... xii Meerdere pagina s op een enkele pagina combineren... xv Originelen (zoals boeken) kopiëren...xvii Kopiëren van -zijdige pagina s op 1-zijdige pagina s...xviii Kopiëren op dik papier...xviii Opmerking...1 Gebruik van deze handleiding... Symbolen... Functies die extra moeten worden ingesteld...3 Display...4 Vereenvoudigde display...5 Gebruikersinstellingen Menu (Kopieermachine en Document Server-functies) Originelen plaatsen Originelen...11 Formaten en gewichten van aanbevolen originelen...11 Formaten die kunnen worden waargenomen door de Autopapierselectie...1 Ontbrekende delen...14 Originelen plaatsen...15 Richting van origineel...16 Plaatsen van originelen op de glasplaat...17 Originelen plaatsen in de Automatische documentinvoer...18 Batchmodus...0 SADF-modus...1 Modus gemengde formaten... Formaat origineel...3. Kopiëren Basisprocedure...5 Kopiëren onderbreken...6 Geluidssignaal achtergebleven originelen...7 Opdrachtinstellingen...8 Opdrachtenlijst...9 Scherm Takenlijst...30 Controleren van opdrachten in de afdrukwachtrij...31 De volgorde van de opdrachten wijzigen...31 Afdrukopdrachten stoppen...3 Opdrachten verwijderen...3 Historisch Overzicht Opdrachten inzien...33 xix
22 xx Kopiëren vanuit de handinvoer...34 Wanneer u kopieert op papier met standaardafmetingen...36 Wanneer u kopieert op papier met aangepaste afmetingen...37 Indien u op OHP-transparanten kopieert of op dun papier...38 Kopiëren op Dik papier...39 Kopiëren op Enveloppen...40 Kleurenfuncties...41 Een kleurenmodus selecteren...41 Kleur wijzigen...4 Kleur Verwijderen...43 Kleur Achtergrond...44 Kleurenbalans...45 Programma kleurenbalans...46 Kleuraanpassing...49 Beeldaanpassing...50 Gebruikerskleur...54 Functies kopieerapparaat...58 Beeldbelichting Kopie aanpassen...58 Instelling van het origineeltype...60 Kopieerpapier selecteren...61 Automatisch Verkleinen/Vergroten...64 Inzoomen...66 Automatisch Verkleinen/Vergroten...68 Vergroting...69 Richting van X/Y-as (%)...70 Vergrotingsrichting van X/Y-as (mm)...7 Sorteren...73 Stapelen...77 Nieten...78 Perforeren...81 Duplex zijdige samenvoegingen zijdige samenvoegingen...89 Serie kopieën...9 Boekje/Tijdschrift...94 Marge-aanpassing Wissen Achtergrondnummering Vaste stempel Gebruikersstempel Datumstempel Paginanummering Beeldherhaling...15 Dubbele kopieën...18 Centreren...19 Positief/Negatief Spiegelen...13 Kaften Aanwijzen Hoofdstukken Tussenbladen...137
23 Gegevens opslaan in de Document Server Programma s Een programma opslaan Een opgeslagen programma wijzigen...14 Een programma verwijderen Een programma oproepen Programmeren van Standaardinstellingen in Begindisplay Document Server Verband tussen Document Server en andere Functies Document Server Display Vereenvoudigde display Voorvertoningsdisplay De Document Server gebruiken Gegevens opslaan Wijzigen van Gebruikersnaam, Bestandsnaam of Wachtwoord van een Opgeslagen Document Controleren van de gegevens van opgeslagen document Zoeken naar een opgeslagen document Een opgeslagen document afdrukken Een document verwijderen Een document weergeven Document Server met Web Image Monitor Opgeslagen documenten downloaden Bijlage Functionele compatibiliteit Aanvullende informatie INDEX xxi
24 xxii
25 Opmerking Het is niet toegestaan om items af te drukken of te kopiëren waarvoor een wettelijk kopieerverbod geldt. Over het algemeen is het kopiëren en afdrukken van de volgende items verboden: bankbiljetten, belastingzegels, obligaties, aandeelbewijzen, bankcheques, cheques, paspoorten en rijbewijzen. Deze lijst is slechts een richtlijn en derhalve niet volledig. Wij accepteren geen verantwoordelijkheid voor de volledigheid of nauwkeurigheid ervan. Neem contact op met uw juridisch adviseur als u vragen heeft over de rechtmatigheid van het kopiëren of afdrukken van bepaalde documenten. De kleurvoorbeelden in deze handleiding kunnen iets afwijken van de kleur van de werkelijke kopieën. De kleuren op de kleurtoetsen of de kleurencirkel kunnen lichtelijk verschillen van de kleuren op de daadwerkelijke kopieën. Het apparaat is uitgerust met een functie die het kopiëren van bankbiljetten voorkomt. Door deze functie is het mogelijk dat afbeeldingen die op bankbiljetten lijken niet naar tevredenheid worden gekopieerd. 1
26 Gebruik van deze handleiding Opmerking Om dit product correct te kunnen gebruiken, dient u eerst de handleiding Over dit apparaat te lezen. Aanvullende informatie over de kopieermodus staat beschreven in Aanvullende informatie. Verwijzing Zie Pag.171 Aanvullende informatie. Symbolen In deze handleiding worden de volgende symbolen gebruikt: Duidt belangrijke veiligheidsvoorschriften aan. Het negeren van deze voorschriften kan leiden tot ernstige verwondingen of overlijden. Zorg dat u deze voorschriften leest. Ze staan in het hoofdstuk Veiligheidsinformatie van Over dit apparaat. Duidt belangrijke veiligheidsvoorschriften aan. Het negeren van deze voorschriften kan leiden tot middelmatige of lichte verwondingen of schade aan het apparaat of eigendommen. Zorg dat u deze voorschriften leest. Ze staan in het hoofdstuk Veiligheidsinformatie van Over dit apparaat. Duidt aan dat u moet opletten als u het apparaat gebruikt, en signaleert mogelijke oorzaken voor papierstoringen, schade aan originelen, of verlies van gegevens. Zorg dat u deze voorschriften leest. Geeft extra uitleg over de apparaatfuncties en instructies voor het oplossen van gebruikersfouten. Dit symbool staat aan het einde van secties. Het geeft aan waar u verdere relevante informatie kunt vinden. [ ] Geeft de namen van toetsen aan die verschijnen op het bedieningspaneel van het apparaat. { } Geeft de namen van toetsen aan op het bedieningspaneel van het apparaat.
27 Functies die extra moeten worden ingesteld Voor bepaalde functies moeten het apparaat en extra opties als volgt worden ingesteld: Stapelen: interne staffellade, 500-vel finisher, 1000-vel finisher of boekjefinisher Nieten: 500-vel finisher, 1000-vel finisher of boekjefinisher Nieten (boekje): boekjefinisher Perforeren: boekjefinisher, perforeerkit Opmerking De brugeenheid en de papierlade-eenheid zijn nodig wanneer u de finisher installeert. 3
28 Display De getoonde functie-items dienen als keuzetoetsen. U kunt een item selecteren of aangeven door deze iets in te drukken. Wanneer u een item selecteert of opgeeft op het display, wordt deze als volgt gemarkeerd:. Toetsen die verschijnen als kunnen niet worden gebruikt. Basisdisplay kopiëren NL AMG03S 1. Origineel functie, Belichting en Speciale originelen-functie.. Gebruiksstatus en mededelingen. 3. U kunt maximaal drie regelmatig gebruikte verkleinings-/vergrotingsratio s buiten de standaard ingestelde verkleinings-/vergrotingsratio s vastleggen. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. 4. Het aantal in het geheugen gescande originelen, het aantal ingestelde kopieën en het aantal gemaakte kopieën. 5. Hier wordt de betekenis van de Snelkiestoetsen weergegeven. U kunt regelmatig gebruikte functies onder deze toetsen vastleggen. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. 6. Sorteer-, stapel-, nietfuncties. 7. Hier worden de beschikbare functies weergegeven. Druk op een functie wanneer u het bijbehorende menu wilt zien. Druk bijvoorbeeld op [Verkl/vergr] om het menu Verkleinen/Vergroten weer te laten geven. 8. De momenteel geselecteerde functie wordt gemarkeerd. 4
29 Vereenvoudigde display Dit hoofdstuk verklaart hoe u de "Vereenvoudigde display gebruikt en laat u de toetsen zien. U kunt de vereenvoudigde display bekijken vanuit het eerste kopieerscherm door te drukken op de {Vereenvoudigde display} toets. De vereenvoudigde display bevat enkel hoofdfuncties. Grotere tekens en toetsen maken de bediening eenvoudiger. AMG051S Vereenvoudigde display NL AMG033S 1. [Kleurentoets] Gebruik deze om het contrast van het scherm te verhogen door de kleuren van de toetsen te veranderen. Niet beschikbaar op het standaard kopieerscherm. Opmerking Druk nog eens op de {Vereenvoudigde display} toets om terug te keren naar het standaard kopieerscherm. Het vereenvoudigde displayscherm bevat niet alle beschikbare toetsen. 5
30 Gebruikersinstellingen Menu (Kopieermachine en Document Serverfuncties) Dit hoofdstuk beschijft items die kunnen worden gespecificeerd in het eerste kopieerscherm. Het eerste kopieerscherm kan worden weergegeven door te drukken op de {Gebruikersinstellingen/Teller} toets. Voor details over het installeren van deze items verwijzen wij u naar de Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Algemene eigenschappen Item Voorkeur automatische belichting Prioriteit origineeltype Prioriteit origineel fototype Origineeltype display Papierweergave Origineelrichting in duplexmodus Kopieerrichting in duplexmodus Max. kopieercapaciteit Automatisch lade wisselen Geluidssignaal: Origineel blijft liggen Oproepen bij taakeinde Aanpassem: Kopieerfunctietoets Aanpassen: Opslagtoets Document Server Beschrijving Stel deze functie in om Voorkeur automatische belichting te gebruiken wanneer de stroom is ingeschakeld of de instellingen zijn verwijderd. U kunt het type origineel kiezen dat van kracht is, wanneer het apparaat wordt ingeschakeld of instellingen zijn verwijderd. Indien u " Tekst/Foto of Foto in Prioriteit origineeltype selecteert, kunt u de instellingen van het geselecteerde origineeltype wijzigen. U kunt de origineeltypen op het basisdisplay laten weergegeven. U kunt instellen dat de beschikbare papierladen en -formaten in het basisdisplay worden weergegeven. Bij het dubbelzijdig kopiëren kunt u de kopieerrichting instellen. U kunt de kopieerrichting instellen bij het dubbelzijdig kopiëren. U kunt het maximale aantal kopieën instellen. Indien u papier van hetzelfde formaat in twee of meer laden plaatst, zal het apparaat automatisch naar de andere lade overgaan indien het papier in de eerste lade op is (als Automatische papierkeuze is geselecteerd). Deze functie heet Automatische ladewisseling. Deze instelling geeft aan of Automatisch ladewisseling al dan niet gebruikt moet worden. Er klinkt een pieptoon wanneer u vergeet de originelen te verwijderen na het kopiëren. U kunt aangeven of u de pieptoon wilt laten klinken wanneer het kopiëren is voltooid. U kunt regelmatig gebruikte functies onder de functietoetsen F1 tot F6 registreren. U kunt regelmatig gebruikte functies onder de Kopieerfunctietoetsen van F1 tot F6 vastleggen. U kunt ook reeds geregistreerde functies wijzigen. 6
31 Reproductiefactor Item Sneltoets verkleinen/vergroten Factor verkleinen/vergroten Factor verkleinen/vergroten-prioriteit Factor voor Marge creëren Beschrijving U kunt maximaal 3 vaak gebruikte verkleinings-/vergrotingsfactoren programmeren die anders zijn dan de vaste verkleinings- /vergrotingsfactoren en kunnen weergegeven worden op het basis display. U kunt de geregistreerde verkleinings-/vergrotingsfactoren ook wijzigen. U kunt een toets kiezen om de reproductiefactor te specificeren. Specificeer met prioriteit aangegeven vergrotings- en verkleiningsfactoren door te drukken op [Verkl/vergr]. U kunt een factor voor verkleinen/vergroten instellen wanneer u functie Marge creëren onder een snelkiestoets registreert. Bewerken Item Marge voorzijde: Links/Rechts Marge achterzijde: Links/Rechts Marge voorzijde: boven/onder Marge achterzijde: boven/onder 1-zijdig -zijdig auto. marge: BnrB 1-zijdig -zijdig auto. marge: BnrO Randbreedte wissen Origineelschaduw in combimodus wissen Middenbreedte wissen Voorblad kopiëren in de modus Combineren Kopieervolgorde in de modus Combineren Richting: Boekje, Tijdschrift Kopiëren op het aangegeven papier in de modus Combineren Beschrijving U kunt linker- en rechtermarges op de voorzijde van kopieën opgeven met de functie Marge aanpassen. U kunt linker- en rechtermarges op de achterzijde van kopieën opgeven met de functie Marge aanpassen. U kunt boven- en ondermarges op de voorzijde van kopieën opgeven met de functie Marge aanpassen. U kunt boven- en ondermarges op de achterzijde van kopieën opgeven met de functie Marge aanpassen. Bij het gebruik van de 1-zijdige -zijdige duplexfunctie, kunt u marges op de achterzijde aangeven. Bij het gebruik van de 1-zijdige -zijdige duplexfunctie, kunt u marges op de achterzijde aangeven. Met deze functie kunt u de breedte opgeven van de te wissen randen. In de modus kopiëren combineren of boekje/tijdschrift kopiëren kunt u opgeven of u een randmarge van 3 mm, 0,1" langs alle vier de randen van het origineel wilt wissen. Met deze functie kunt u de breedte opgeven van de te wissen middenmarges. U kunt een gecombineerde kopie op het voorblad maken door de Voorblad-functie te selecteren. U kunt de kopieervolgorde in de functie Combineren op Links/Rechts of Boven naar Beneden instellen. U kunt de richting van de te openen kopieën opgeven met de functie Boekje of Tijdschrift. Het is mogelijk een gecombineerde kopie te maken op de ingestoken tussenbladen wanneer u de Aang./Hoofdstuk kopieerfunctie gebruikt. 7
32 Item Scheidingslijn van afbeeldingherhaling Scheidingslijn van dubbele kopieën Scheidingslijn de modus Combineren Beschrijving U kunt een scheidingslijn selecteren met de functie Beeldherhaling van: Geen, Effen, onderbroken A, onderbroken B of Snijmarkeringen. U kunt een scheidingslijn selecteren met de functie Dubbele kopieën van: Geen, Effen, Gebroken A, Gebroken B of Snijmarkeringen. U kunt een scheidingslijn selecteren met de functie Combineren van: Geen, Effen, Gebroken A, Gebroken B of Snijmarkeringen. Stempel Item Achtergrondnummering Formaat Belichting Stempelkleur Vaste stempel Taal stempel Voorkeur stempel Stempelnotatie Stempelkleur Gebruikersstempel Stempel programmeren/verwijderen Stempelnotatie: 1 tot 4 Beschrijving U kunt het formaat van de nummers instellen. U kunt de belichting van de nummers instellen. U kunt de kleur van de nummers instellen. U kunt de taal voor de stempel selecteren. Als u [Voor.ingest. Stmp.] indrukt, kunt u het stempeltype selecteren waaraan prioriteit wordt verleend. U kunt de stempelafdrukkwaliteit aanpassen. ("KOPIE", "UR- GENT", "SPOED", "Ter informatie", "PRELIMINAIR", "Alleen voor intern gebruik", "VERTROUWELIJK", "ONTWERP". U kunt de kleur van de stempelafdruk specificeren. ("KOPIE", "URGENT", "SPOED", "Ter informatie", "PRELIMINAIR", "Alleen voor intern gebruik", "VERTROUWELIJK", "ONTWERP". U kunt deze ontwerpen registreren, wijzigen of verwijderen als gebruikersstempels. U kunt de positie instellen waar de stempel dient te worden afgedrukt. Stempelkleur Stelt de kleur in die opgeslagen is in Gebruikersstempel kleur (1 tot 4). Datumstempel Formaat Lettertype Formaat Superimpose Stempelkleur U kunt de datumnotatie selecteren voor de functie Datumstempel. U kunt het lettertype voor de datumstempel selecteren. U kunt het formaat van de datumstempel selecteren. U kunt de datumstempel in wit laten afdrukken waar het zwarte delen van de afbeelding overlapt. U kunt de geselecteerde voorkeurkleur instellen als de stempel wordt afgedrukt. 8
33 Item Stempelinstelling Paginanummering Stempelnotatie Lettertype Formaat Stempelpositie achterzijde duplexkopie Paginanummering in de modus Combineren Stempel op het aangegeven tussenblad Stempelpositie: P1, P Stempelpositie: 1/5, /5... Stempelpositie: -1-, Stempelpositie: P.1, P. Stempelpositie: 1,... Stempelpositie: 1-1, Superimpose Stempelkleur Paginanummering Beginletter Beschrijving U kunt de datum op de eerste pagina of op alle pagina s laten afdrukken. Als u [Paginanummering] indrukt, kunt u het type paginanummering selecteren waaraan prioriteit wordt verleend. U kunt het lettertype voor de paginanummering selecteren. U kunt de grootte van de paginanummers instellen. U kunt de positie instellen van het paginanummer dat wordt afgedrukt op de achterzijde van een dubbele pagina in de Duplexmodus met de functie Duplex. U kunt de paginanummering instellen wanneer u de functie Combineren en de functie Paginanummering samen gebruikt. Het is mogelijk het paginanummer op tussenbladen af te drukken wanneer u de functie Aanwijzen samen met functie Paginanummering gebruikt. U kunt de positie instellen waar de stempel dient te worden afgedrukt. U kunt de positie instellen waar de stempel dient te worden afgedrukt. U kunt de positie instellen waar de stempel dient te worden afgedrukt. U kunt de positie instellen waar de stempel dient te worden afgedrukt. U kunt de positie instellen waar de stempel dient te worden afgedrukt. U kunt de positie instellen waar de stempel dient te worden afgedrukt. U kunt de paginanummers in wit laten afdrukken waar de nummers zwarte delen van de afbeelding overlappen. U kunt de geselecteerde voorkeurkleur instellen als de stempel wordt afgedrukt. U kunt de Paginanummering-beginletter kiezen uit "P.1, P.../P.1, P..." en "S1, S.../S.1, S...". 9
34 Invoer/Uitvoer Item Batch activeren SADF automatische resettijd Rotatie sorteren: auto. papier doorgaan Auto. scannen herstarten na geheugen vol Briefhoofd instelling Nietpositie Perforeertype Vereenvoudigd scherm: Type finishing Beschrijving U kunt selecteren of de functie Batch of de functie SADF wordt weergegeven als u drukt op toets [Spec. orig.]. Wanneer u een origineel per keer in de ADF plaatst, zal het lampje van de Automatische Invoer gedurende een bepaalde tijd na invoer van het origineel oplichten, om te laten zien dat de ADF gereed is voor het volgende origineel. U kunt doorgaan met kopiëren als papier met de vereiste richting is opgeraakt bij het Rotatie sorteren. Dit item wordt geactiveerd wanneer [Met beeldrotatie] van [Automatische ladewisseling] onder [Alg. eigensch.] wordt geselecteerd. Indien het geheugen tijdens het scannen van originelen vol raakt, zal het kopieerapparaat eerst kopieën maken van de al gescande pagina s en daarna automatisch verder gaan met het scannen van de resterende pagina s. U kunt deze functie in- of uitschakelen. Als u bij deze functie [Ja] selecteert, draait het apparaat de afbeeldingen correct. U kunt een toets selecteren waarvan u wilt dat hij verschijnt op het eerste scherm voor de functie nieten. U kunt een toets selecteren waarvan u wilt dat hij verschijnt op het eerste scherm voor de functie perforeren. U kunt een toets selecteren waarvan u wilt dat hij verschijnt op het vereenvoudigde scherm voor de functie finishing. Kleurbeeld aanpassen Item Achtergrondbelichting van ADS (Alle kleuren) Kleurgevoeligheid A.C.S. gevoeligheid A.C.S. prioriteit Beschrijving De achtergrondbelichting wordt aangepast om betere kopieën te kunnen leveren. U kunt de achtergrondbelichting maximaal 5 stappen aanpassen wanneer u in de kleurenmodus bent. U kunt de kleur die u heeft gespecificeerd om gewijzigd te worden in "Kleur wijzigen" en de kleur gespecificeerd voor "Kleur wissen" in 5 stappen aanpassen. Deze 5 stappeninstelling bepaalt de mate waarin onderscheid wordt gemaakt tussen zwart & wit-originelen en kleuroriginelen als Auto. Kleurkeuze is geselecteerd. Deze instelling bepaalt de kopieervoorkeur tussen Zwart& Wit en Kleur als Auto.kleurkeuze is geselecteerd. Beheerderinstellingen Item Menu beschermen Beschrijving U kunt voorkomen dat ongeautoriseerde gebruikers de gebruikersinstellingen kunnen wijzigen. 10
35 1. Originelen plaatsen Dit hoofdstuk geeft uitleg over de soorten originelen die u kunt instellen en hoe u originelen moet plaatsen. Originelen Dit gedeelte beschrijft de soorten originelen die kunnen worden geplaatst, papierformaten die automatisch worden gevonden en ontbrekende delen. Opmerking Aangezien het moeilijk is de kleur van markers of markeerstiften te reproduceren, kan de afdruk, afhankelijk van de kleur, niet verschijnen of wordt er een andere kleur afgedrukt. Formaten en gewichten van aanbevolen originelen De onderstaande tekst beschrijft de aanbevolen papierformaten en niet-aanbevolen originelen voor de ADF. Metrische versie Waar het origineel wordt geplaatst Formaat origineel Gewicht origineel Glasplaat Maximaal A3 - ADF Eénzijdige originelen:a3l-b5 JIS (Japanse industrienorm) KL Tweezijdige originelen:a3l-b6 JIS (Japanse industrienorm) KL g/m ( kg) g/m (45-90 kg) Inch-versie Waar het origineel wordt geplaatst Formaat origineel Gewicht origineel Glasplaat Maximaal 11" 17" - ADF Eenzijdige originelen: 11" 17"L-5 1 / " 8 1 / "KL Tweezijdige originelen: 11" 17"L-5 1 / 8 1 / "KL lb. 14-1,70 kg. Opmerking In de ADF kunnen ongeveer 50 originelen worden geplaatst. Het gewichtbereik voor originelen in de Gecombineerde modus is 5-81 g/m ( lb). 11
36 Originelen plaatsen Niet compatibele originelen voor de Automatische documentinvoer 1 Door de volgende originelen in de ADF te plaatsen kunnen er papierstoringen of lichte & zwarte strepen optreden of kunnen de originelen beschadigd raken. Plaats deze originelen in plaats hiervan op de glasplaat. Andere originelen dan de originelen die zijn gespecificeerd in Afmetingen en gewichten van aanbevolen originelen. Originelen met nietjes of paperclips Geperforeerde of gescheurde originelen Opgekrulde, gevouwen of gekreukelde originelen Beplakte originelen Originelen met een coating, zoals thermisch faxpapier, kunstdrukpapier, aluminiumfolie, carbonpapier of geleidend papier Originelen met perforatielijnen Originelen met duimgrepen, labels en uitstekende delen Klevende originelen zoals doorschijnend papier Dunne, zeer buigzame originelen Dikke originelen zoals briefkaarten Gebonden originelen zoals boeken Transparante originelen zoals transparanten of doorschijnend papier Originelen waarvan de inkt of witte stukken nog nat zijn. Opmerking Het origineel kan vuil worden indien het beschreven is met een potlood of een soortgelijk materiaal. Formaten die kunnen worden waargenomen door de Autopapierselectie Afmetingen die kunnen worden waargenomen door de glasplaat en de ADF zijn: Metrische versie Formaat Locatie A3L B4 JISL van het origineel Glasplaat A4K L B5 JIS- KL A5K L B6 JIS- KL 11" 17" L 81/" 11"K L 8" 13" L 8KL 16K KL *1 * *3 *3 ADF * 1 *1 Als u A5-papier waarneembaar wilt maken, moet u contact opnemen met uw leverancier. * U kunt kiezen uit 8 1 / " 13", 8 1 / 4 " 13" en 8" 13" indien u gebruikmaakt van de Gebruikersinstellingen (systeeminstellingen). *3 U kunt kiezen van 8K tot A3 of B4 JIS, van 16K tot A4, A5 of B5 JIS met Gebruikersinstellingen (systeeminstellingen).
37 Originelen Inch-versie Formaat Locatie A3L A4K L van het origineel Glasplaat 11" 17" L 81/" 14"L 81/" 11"K L 51/" 81/" KL 81/" 13"L 11" 15" L 10" 14" L 8" 10" L *1 71/4" 101/" LK 1 ADF * * * * *1 Wanneer u 5 1 / " 8 1 / " formaat waarneembaar wilt maken, neem dan contact op met uw leverancier. * U kunt kiezen uit 8 1 / " 13" tot 8 1 / " 14", van 11" 15" tot 11" 17", van 8" 10" tot 8 1 / " 11"L, 7/ 1 / 4 " 10 1 / K to 8 1 / " 11"K met Gebruikersinstellingen (systeeminstellingen). Glasplaat NL CP01AEE ADF NL AAE044E Opmerking Wanneer u originelen met een afwijkend formaat, zorg er dan voor dat u het formaat van de originele specificeert. Als u dat niet doet, wordt de afbeelding wellicht niet juist gekopieerd. Verwijzing Zie Pag.4 Aangepaste formaten. 13
38 Originelen plaatsen Afmetingen die moeilijk waarneembaar zijn 1 Het is moeilijk voor het apparaat om originelen van de volgende formaten waar te nemen. Selecteer in dat geval de papierformaten handmatig: Originelen met duimgrepen, labels en uitstekende delen Transparante originelen zoals transparanten of doorschijnend papier Donkere originelen met veel tekst en tekeningen Originelen die gedeeltelijk bestaan uit volvlakken Originelen die volvlakken langs de randen hebben Ontbrekende delen Zelfs indien u de originelen correct in de ADF of op de glasplaat plaatst, is het mogelijk dat een marge van 3 mm (0,1")aan alle vier de zijden niet wordt gekopieerd. 14
39 Originelen plaatsen Originelen plaatsen Dit gedeelte beschrijft de procedure voor het plaatsen van originelen op de glasplaat en in de ADF. Let erop dat u originelen pas plaats nadat eventuele correctievloeistof en inkt volledig gedroogd zijn. Indien u deze voorzorgsmaatregel niet opvolgt, kunnen er vlekken op de glasplaat komen die vervolgens worden afgedrukt. 1 Opmerking Zie Originelen voor de origineelformaten die u kunt instellen. Verwijzing Zie Pag.11 Originelen. 15
40 Originelen plaatsen Richting van origineel 1 U kunt de richting van het origineel op de volgende manieren instellen. Als u een origineel op de glasplaat plaatst, plaatst u het met de bedrukte zijde naar beneden. Standaardrichting Kies deze functie wanneer de richting van het origineel hetzelfde is als de richting van het kopieerpapier. 90 rotatie Gebruik deze functie als u A3L, B4 JISL of 11" 17"L formaat originelen wilt kopiëren. Het apparaat draait de kopie 90 en u kunt de kopieën maken die u wilt. Deze functie is handig voor het kopiëren van grote originelen met de Niet-, Duplex-, Combinatie-, of Stempelfuncties. Om bijvoorbeeld originelen met het formaat A3Lof 11" 17"L te kopiëren met de functie Nieten geselecteerd: 16
41 Originelen plaatsen A Druk op [Spec. orig.]. 1 B Selecteer de richting van het origineel ( of ), en druk dan op de [OK]. Opmerking Het wordt aanbevolen deze functie te gebruiken samen met de [Autom.pap.sel] of de [Autom. verkl./vergr.] functie. Plaatsen van originelen op de glasplaat Plaats originelen op de glasplaat. Belangrijk Til de afdekklep van de glasplaat of de ADF nooit met teveel kracht op. Anders kan het deksel van de ADF opengaan of beschadigd raken. A Til de afdekklep van de glasplaat of de ADF op. De afdekklep van de glasplaat of ADF moet meer dan 30 graden worden geopend. Anders kan het gebeuren dat het formaat van het origineel niet correct wordt gedetecteerd. B Plaats het origineel met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat. Leg het origineel in de linkerbovenhoek tegen de aanleg van de glasplaat. Begin met de pagina die als eerste moet worden gekopieerd. AMF00S A Positiemarkering B Linkerschaal C Laat de afdekklep van de glasplaat of de ADF zakken. 17
42 Originelen plaatsen Originelen plaatsen in de Automatische documentinvoer 1 Originelen plaatsen in de ADF. In de volgende gevallen moeten de instellingen worden opgegeven: Als er originelen worden geplaatst die uit meer dan 50 pagina s bestaan: Zie "Batchmodus". Als originelen één voor één worden geplaatst: Zie "SADF-modus". Wanneer u originelen van verschillend formaat kopieert: Zie "Modus gemengde formaten". Als er originelen met een afwijkend formaat worden geplaatst: Zie Aangepaste formaten". 18
43 Originelen plaatsen A Stel de geleider in op het originele formaat. B Plaats de originelen met de bedrukte zijde naar boven in de ADF. Controleer of de bovenkant van de originelen niet uitkomt boven het merkteken op de binnenkant van de lade dat de maximale vulling aangeeft De laatste pagina dient onderop te worden geplaatst. Zorg ervoor dat u de sensor niet blokkeert of het origineel slordig plaatst. Dit kan ertoe leiden dat het apparaat het formaat van de gescande afbeelding verkeerd herkent of dat een papierstoring wordt gemeld. Zorg er ook voor dat u geen originelen of andere voorwerpen op de klep aan de bovenzijde plaatst. Dit kan tot storingen leiden. 1 AMF01S A Sensoren AMF0S A Merkteken B Papiergeleider Opmerking Strijk gekruld papier helemaal glad voordat u de originelen op de ADF plaatst. Om papierstoringen te voorkomen moet u de originelen losschudden voordat u deze op de ADF plaatst. Plaats de originelen recht. 19
44 Originelen plaatsen Batchmodus 1 In de Batchmodus kopieert het apparaat een origineel van meer dan 50 pagina s als één document, zelfs wanneer het in gedeeltes op de ADF wordt geplaatst. A Druk op [Spec. orig.]. B Selecteer [Batch] en druk vervolgens op [OK]. C Plaats het eerste deel van het origineel en druk vervolgens op de toets {Start}. D Nadat het eerste gedeelte van het origineel doorgevoerd is, plaatst u het volgende gedeelte en drukt u vervolgens op de {Start} toets. Opmerking Wanneer [SADF] wordt weergegeven in stap B, stel dan de Batchmodus in met [Activeer Batch]. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Om volgende originelen in deze modus te kopiëren, herhaalt u stap D. Wanneer de functie Sorteren, Combineren of 1-zijdig -zijdig is ingesteld, druk op de toets {q} nadat alle originelen zijn gescand. 0
45 Originelen plaatsen SADF-modus In de SADF-modus wordt elke pagina automatisch doorgevoerd wanneer die wordt geplaatst, zelfs wanneer een origineel pagina voor pagina in de ADF wordt geplaatst. 1 Belangrijk U dient een instelling te maken zodat [SADF] wordt weergegeven wanneer u drukt op [Spec. orig.]. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. A Druk op [Spec. orig.]. B Druk op [SADF] en druk vervolgens op [OK]. C Plaats één pagina van het origineel en druk op de toets {Start}. D Als het apparaat vraagt een ander origineel te plaatsen, plaatst u de volgende pagina. De tweede pagina en de daaropvolgende zullen automatisch worden ingevoerd zonder te drukken op de {Start} toets. Opmerking Wanneer de functie Sorteren, Combineren of 1-zijdig -zijdig is ingesteld, druk op de toets {q} nadat alle originelen zijn gescand. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. 1
46 Originelen plaatsen Modus gemengde formaten 1 Wanneer originelen met verschillende formaten die dezelfde breedte hebben tegelijkertijd in de ADF worden geplaatst, controleert het apparaat automatisch het formaat van de originelen en maakt de kopieën. Belangrijk Wanneer er originelen van verschillend formaat in de ADF worden geplaatst en er geen gebruik wordt gemaakt van de functie Gemengde formaten, kan het papier vastlopen of kan het zijn dat delen van de originele afbeelding niet worden gekopieerd. De formaten van de originelen die in deze modus geplaatst kunnen worden, zijn als volgt: Metrische versie A3L, B4 JISL, A4KL, B5 JISKL Inch-versie 11" 17"L, 8 1 / " 14"L, 8 1 / " 11"KL A Druk op [Spec. orig.]. B Selecteer [Gemengde formaten] en druk vervolgens op [OK]. C Richt de voor- en linkerzijden van de originelen zoals weergegeven in de afbeelding. CP19AE A Plaats de originelen in de ADF B Verticaal formaat D Stel de geleider in op het breedste originele formaat. E Originelen plaatsen in de ADF. F Druk op de toets {Start}.
47 Originelen plaatsen Formaat origineel Specificeer het formaat van de originelen. Standaardformaten 1 Selecteer het formaat van de originelen vanuit de standaardformaten. A Druk op [Spec. orig.]. B Druk op [Origineel formaat]. C Druk op [Normaal formaat]. D Selecteer het formaat van het origineel en druk vervolgens op [OK]. E Plaats het origineel en druk vervolgens op de toets {Start}. 3
48 Originelen plaatsen Aangepaste formaten 1 Wanneer originelen met een aangepast formaat in de ADF worden geplaatst, moeten de afmetingen van de originelen worden opgegeven. Belangrijk Papier met een verticale lengte van mm (5.1"-11.6") en een horizontale lengte van mm (5.1"-17") kunnen met deze functie worden geplaatst. A Druk op [Spec. orig.]. B Druk op [Origineel formaat]. C Druk op [Aangepast formaat]. D Voer de horizontale afmeting van het origineel in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op de {q} toets. E Voer de verticale afmeting van het origineel in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op de {q} key. F Druk op [OK]. G Plaats de originelen en druk op de toets {Start}. Opmerking Als u zich vergist in stap D of E, druk dan [Wissen] of {Wis/Stop} in stap D en voer dan de waarde opnieuw in. 4
49 . Kopiëren Dit hoofdstuk beschrijft de procedure voor het maken van kopieën in verschillende modi. Basisprocedure Dit hoofdstuk beschrijft de basisprocedure voor het maken van kopieën. Belangrijk Als Gebruikersverificatie is ingesteld, typt u uw gebruikerscode (maximaal acht cijfers) in met de cijfertoetsen, zodat het apparaat kopieeropdrachten accepteert. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Als Basisverificatie, Windows-verificatie, LDAP-verificatie of Integratieserver-verificatie is ingesteld, voert u uw log-in gebruikersnaam en gebruikerswachtwoord in, zodat het apparaat kopieeropdrachten accepteert. Vraag de gebruikersbeheerder om de log-in gebruikersnaam en het log-in wachtwoord. Voor meer informatie, zie Over dit apparaat. A Controleer of "Gereed" wordt weergegeven op het scherm. Als er een andere functie wordt weergegeven, druk dan op de toets {Kopie} aan de linkerzijde van het bedieningspaneel. Eerste kopieerscherm B Zorg dat er geen vorige instellingen achterblijven. Als er eerdere instellingen blijven staan, drukt u op de toets {Instellingen verwijderen} en voert u de instelling opnieuw in. C Plaats de originelen. D Geef de gewenste instellingen op. E Voer het aantal kopieën in met de cijfertoetsen. Het maximale aantal kopieën wat kan worden ingesteld is
50 Kopiëren F Druk op de toets {Start}. Het apparaat begint met kopiëren. Als er originelen op de glasplaat worden geplaatst, dan drukt u op de toets {q} nadat alle originelen zijn gescand. De kopieën komen met de bedrukte zijde naar beneden uit het apparaat. Opmerking Log altijd uit nadat u het apparaat niet langer gebruikt, zodat ongeautoriseerde gebruikers het apparaat niet kunnen gebruiken. Om het apparaat stop te zetten tijdens een kopieeropdracht voor meerdere kopieën, drukt u op de toets {Wis/Stop}. Om alle kopieeropdrachten te annuleren en terug te keren naar de uitgangspositie van het apparaat, drukt u op de toets {Instellingen verwijderen}. Om ingevoerde waarden te verwijderen, drukt u op de toets {Wis/Stop} of op [Annul.] op het scherm. Om de instellingen te bevestigen, drukt u op [Modi controleren]. Kopiëren onderbreken Gebruik deze functie wanneer u een lange kopieeropdracht wilt onderbreken om spoedeisende kopieën te maken. Belangrijk U kunt de functie Kopiëren onderbreken niet gebruiken wanneer er faxoriginelen gescand worden of de scanfunctie in gebruik is. A Druk op de toets {Onderbreken}. AMG001S B Het apparaat stopt met scannen. Verwijder de originelen die gescand werden. C Plaats de originelen die u wilt kopiëren. D Druk op de toets {Start}. Het apparaat begint met kopiëren. 6
51 Basisprocedure E Zodra het kopiëren is voltooid, verwijdert u de originelen en kopieën. F Druk nogmaals op de toets {Onderbreken}. De indicator van de toets Onderbreken gaat aan. G Plaats de originelen die u bezig was te kopiëren opnieuw en druk op de toets {Start}. Volgende melding "Reset n originelen.", plaats opnieuw de originelen die u bezig was te kopiëren. Opmerking De vorige instellingen voor de kopieeropdracht zijn hersteld. U hoeft alleen maar te drukken op de toets {Start} om het kopiëren te hervatten vanaf het punt waarop het werd afgebroken. Geluidssignaal achtergebleven originelen Het geluidssignaal klinkt en een foutmelding verschijnt wanneer u uw originelen op de glasplaat laat liggen na het kopiëren. Opmerking Voor meer informatie, zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. 7
52 Kopiëren Opdrachtinstellingen Tijdens het kopiëren kunt u de instellingen voor de volgende kopieeropdracht invoeren. Wanneer er een lange kopieeropdracht bezig is en u wilt niet wachten tot die klaar is, kunt u deze functie gebruiken om vooraf de volgende kopieeropdracht in te stellen. Wanneer de huidige kopieeropdracht klaar is, zal de volgende opdracht automatisch starten. A Druk op [Nieuwe taak] wanneer "Kopiëren..." weergegeven wordt. B Vergewis u ervan dat de melding "Gereed" weergegeven wordt en stel dan de volgende kopieeropdracht in. C Plaats de originelen en druk op de toets {Start}. Alle originelen worden gescand. Wanneer de vooraf ingestelde kopieeropdracht klaar is, zal er een dialoogvenster ter bevestiging van de vooraf ingestelde opdracht weergegeven worden. D Druk op [Afsluiten]. U keert terug naar het kopieerscherm. Zodra de huidige kopieeropdracht is voltooid, wordt de volgende kopieeropdracht automatisch gestart. Opmerking U kunt overschakelen naar de huidige kopieeropdracht op het display door op de toets [Naar Kopieerscherm] te drukken. U kunt overschakelen naar de vooraf ingestelde kopieeropdracht op het display door op de toets [Naar Reserv.scherm] te drukken. 8
53 Opdrachtenlijst Opdrachtenlijst Opdrachten die geprint worden met de functie Kopiëren, Document Server of printer worden tijdelijk opgeslagen in het apparaat en dan in volgorde uitgevoerd. De functie Opdrachtenlijst stelt u in staat deze opdrachten te controleren. U kunt bijvoorbeeld onjuiste opdrachtinstellingen annuleren of een dringend document afdrukken. Opmerking U kunt de functie Opdrachtenlijst niet gebruiken wanneer Kopiëren onderbreken actief is. Documenten die geprint worden tijdens de fax- en scannerfunctie worden niet weergegeven in de opdrachtenlijst. 9
54 Kopiëren Scherm Takenlijst Dit hoofdstuk verklaart displays en pictogrammen die weergegeven worden in het scherm Takenlijst. Het scherm Takenlijst varieert afhankelijk van het feit of [Taakopdracht] is geselecteerd met Printprioritet in de Systeeminstellingen. Raadpleeg de Bedieningshandleiding Standaardinstellingen voor meer informatie over de stroombron. Wanneer [Taakopdracht] niet geselecteerd is: De Takenlijst wordt weergegeven voor elk van de functies. 1 3 NL AMG037S Wanneer [Taakopdracht] niet geselecteerd is: De Takenlijst wordt weergegeven voor alle functies in volgorde van de afdrukopdrachten 3 4 NL AMG038S 30 A Overschakelen tussen takenlijst voor iedere functie. B Schakelt tussen [Huidige / In wachtrij takenlijst] en [Taakhistorie]. C Geeft gereserveerde opdrachtnummers weer. D Geeft de functie weer die gebruikt wordt om opdrachten af te drukken. : Opdracht afgedrukt met de kopieerfunctie. : Opdracht afgedrukt met de printerfunctie : Opdracht afgedrukt met de Document Server functie. : Opdracht afgedrukt met DeskTopBinder. : Opdracht afgedrukt met Web Image Monitor.
55 Opdrachtenlijst Controleren van opdrachten in de afdrukwachtrij U kunt de inhoud van de opdrachten in de afdrukwachtrij controleren A Druk op [Takenlijst]. B Kies de opdracht die u wilt controleren. C Druk op [Details] en controleer dan de inhoud. D Druk op [Afsluiten]. De volgorde van de opdrachten wijzigen U kunt de volgorde waarin de afdrukopdrachten in de takenlijst staan wijzigen: A Druk op [Takenlijst]. B Selecteer de opdracht waarvan u de plaats in de lijst wilt wijzigen. C Druk op [Volgord wijz.]. D Verander de volgorde met [B], [Vorige], or [Volgende]. 31
56 Kopiëren E Druk op [OK]. Afdrukopdrachten stoppen Het apparaat stopt opdrachten die in de wachtrij staan of al afgedrukt worden. A Druk op [Takenlijst]. B Kies de opdracht(en) die u wilt stopzetten. C Druk op [Afdr. onderbr.]. Opdrachten verwijderen U kunt opdrachten verwijderen die in de wachtrij staan of al afgedrukt worden. A Druk op [Takenlijst]. B Kies de opdracht die u wilt verwijderen. C Druk op [Reserv. verw.]. D Druk op [Ja]. Opmerking Om meerdere afdrukopdrachten te verwijderen, selecteert u die in stap B. 3
57 Opdrachtenlijst Historisch Overzicht Opdrachten inzien U kunt het historisch overzicht van afdrukopdrachten inzien. A Druk op [Takenlijst]. B Druk op [Taakhistorie]. Een lijst met uitgevoerde afdrukopdrachten wordt weergegeven. C Druk op [Details] om de inhoud van de weergegeven opdrachten in te zien. D Druk op [Afsluiten]. 33
58 Kopiëren Kopiëren vanuit de handinvoer Gebruik de handinvoer voor het kopiëren op OHP-transparanten, etiketten, doorschijnend papier, briefkaarten en kopieerpapier dat niet in de papierladen kan worden geplaatst. Belangrijk Wanneer de Duplexeenheid aangesloten is, is de standaardinstelling [1-zijdig -zijdig]. Wanneer u kopieert vanuit de handinvoer, selecteert u [1-zijdig] om te kopiëren in [Duplex/combi./reeks] (bijvoorbeeld [1-zijdig 1-zijdig] of [-zijdig 1-zijdig]). U kunt de basisinstellingen wijzigen. Zie "Programmeren van Standaardinstellingen in Begindisplay". Papier met een verticale lengte van mm (3,6-1 inch) en een horizontale lengte van , mm (5,9-18 inch) kan worden gekopieerd vanuit de handinvoerlade. Het apparaat kan de volgende formaten detecteren als standaardformaat kopieerpapier: A3L, A4L, 8" 13"L. Als u een ander papierformaat wilt gebruiken dan hierboven vermeld, zorg er dan voor het formaat te specificeren. Als u kopieert op OHP-transparanten of op papier dat zwaarder is dan 18 g/m (circa 90 kg), dan moet u papiersoort en -formaat opgeven met Speciale originelen. Het maximale aantal vellen dat u tegelijk kunt plaatsen, is afhankelijk van het papiersoort. Het maximale aantal vellen papier mag niet boven het merkteken uitkomen. Wanneer u kopieert op papier lichter dan 59g/m of overtrekpapier, dan moet u de papiersoort aangeven. Als papier wordt gebruikt dat groter is dan 433 mm (17,1 inch), dan wordt het papier mogelijk verkreukeld of niet in het apparaat ingevoerd, of het papier kan vastlopen. [Gebruik Handinvoerlade] toets Druk op [Gebruik Handinvoerlade] voor de weergave van een beschrijving over het gebruik van de handinvoerlade. 34
59 Kopiëren vanuit de handinvoer A Open de handinvoer. AMF03S B Plaats het papier met te kopiëren zijde naar onder tot u de piep hoort en plaats vervolgens de papiergeleider op één lijn met het papier. Als de geleiders niet goed aansluiten op het kopieerpapier, kan dat leiden tot scheve afbeeldingen of papierstoringen. Stapel het papier niet boven het merkteken, anders kan dit een papierstoring of een scheve afbeelding tot gevolg hebben. Draai de verlenging naar buiten ter ondersteuning van papierformaten groter dan A4L of 8 1 / " 11"L. Schud het papier los zodat er lucht tussen de vellen komt en om te voorkomen dat meerdere vellen tegelijk worden ingevoerd. AMF04S A Verlenging C Druk op [Handinvoer] en druk vervolgens op de toets {q}. D Selecteer het formaat en type van het papier. E Plaats het papier en druk op de toets {Start}. F Wanneer de kopieeropdracht is voltooid, drukt u op de toets {Instellingen verwijderen} om de instellingen te wissen. 35
60 Kopiëren Opmerking Wanneer de Sorteerfunctie is geselecteerd, drukt u op de toets {q} nadat alle originelen zijn gescand. Wanneer het geluidssignaal uitgeschakeld is, klinkt deze niet wanneer u papier in de handinvoer plaatst. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Verwijzing Zie Pag.144 Programmeren van Standaardinstellingen in Begindisplay. Wanneer u kopieert op papier met standaardafmetingen Maakt kopieën op papier met standaardafmetingen vanuit de handinvoerlade. A Open de handinvoerlade en plaats vervolgens de papiergeleider op één lijn met het papier. B Plaats het papier met te kopiëren zijde naar onder tot u de piep hoort. C Druk op de toets {q}. D Druk op [Selecteer formaat]. E Kies het papierformaat. F Druk tweemaal op [OK]. 36
61 Kopiëren vanuit de handinvoer Wanneer u kopieert op papier met aangepaste afmetingen Maakt kopieën op papier met afwijkende afmetingen vanuit de handinvoerlade. A Open de handinvoerlade en plaats vervolgens de papiergeleider op één lijn met het papier. B Plaats het papier met te kopiëren zijde naar onder tot u de piep hoort. C {q} toets. D Druk op [Aangepast formaat]. E Voer de horizontale afmeting van het origineel in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op de {q} toets. F Voer de verticale afmeting van het origineel in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op de {q} toets. G Druk op [OK]. Opmerking Als u zich vergist in stap E of F, druk dan [Wissen] of {Wis/Stop} en voer dan de waarde opnieuw in. Om het aangepaste formaat te registreren dat is ingevoerd in stap F, drukt u op [Progr.] en vervolgens op [Afsluiten] in het bevestigingsscherm. 37
62 Kopiëren Indien u op OHP-transparanten kopieert of op dun papier Wanneer u op OHP-transparanten kopieert of op dun papier, dient u de papiersoort en het formaat te selecteren. Belangrijk Wij raden u aan de gespecificeerde OHP-transparanten te gebruiken. OHP-transparanten moeten worden geladen met de te kopiëren zijde naar boven met de gemarkeerde hoek van het vel in de goede hoek van de lade. Om papierstoringen te voorkomen moet u het papier losschudden voordat u het op de lade plaatst. Indien u op OHP-transparanten kopieert, dient u de kopieën één voor één te verwijderen. A Open de handinvoerlade en plaats vervolgens de papiergeleider op één lijn met het papier. B Plaats het papier met te kopiëren zijde naar onder tot u de piep hoort. C Druk op de toets {q}. D Selecteer de papiersoort ([OHP(transparant)] or [Dun papier]) in de speciale papierinstellingen. E Selecteer het papierformaat en druk dan op [OK] om terug te keren naar de eerste display. F Plaats het papier en druk op de toets {Start}. G Wanneer de kopieeropdracht is voltooid, drukt u op de toets {Instellingen verwijderen} om de instellingen te wissen. Opmerking Voor OHP-transparanten of dun papier ligt de afdruksnelheid lager in vergelijking met afdrukken op gewoon papier. 38
63 Kopiëren vanuit de handinvoer Kopiëren op Dik papier Als u kopieert op dik papier, selecteer dan de papiersoort en het formaat. Om papierstoringen te voorkomen moet u het papier losschudden voordat u het op de lade plaatst. A Open de handinvoerlade en plaats vervolgens de papiergeleider op één lijn met het papier. B Plaats het papier met te kopiëren zijde naar onder tot u de piep hoort. C Druk op de toets {q}. D Druk op [Dik papier select.]. E Selecteer papiersoort (een van [Dik papier 1], [Dik papier ], [Dik papier 3], [Dik 1: Dup.Achter], [Dik : Dup.Achter] en [Dik 3: Dup.Achter]) en druk vervolgens op [OK]. Selecteer [Dik papier 1] wanneer u op papier kopieert dat lichter is dan 169 g/m of minder. Selecteer [Dik papier ] wanneer u kopieert op papier dat lichter is dan 19 g/m of minder. Selecteer [Dik papier 3] wanneer u kopieert op papier dat lichter is dan 53 g/m of minder. F Kies het papierformaat. G Druk tweemaal op [OK]. H Plaats het papier en druk op de toets {Start}. I Wanneer de kopieeropdracht is voltooid, drukt u op de toets {Instellingen verwijderen} om de instellingen te wissen. Opmerking Wanneer Interne lade 1 niet geselecteerd is als uitvoerlade, worden de kopieën daarin afgeleverd. Voor dik papier ligt de afdruksnelheid lager dan wanneer u afdrukt op gewoon papier. 39
64 Kopiëren Kopiëren op Enveloppen A Open de handinvoer en voer voorzichtig de enveloppen in met de kant die u wilt kopiëren omlaag, tot het geluidssignaal klinkt. B Stel de papiergeleider in op het formaat van de envelop. C Druk op de toets {q}. D Druk op [Dik papier select.]. E Selecteer [Dik papier 1] en druk vervolgens op [OK]. F Kies het papierformaat. G Druk tweemaal op [OK]. H Plaats de originelen en druk op de toets {Start}. I Wanneer de kopieeropdracht is voltooid, drukt u op de toets {Instellingen verwijderen} om de instellingen te wissen. Opmerking Als u het origineel op de glasplaat plaatst, plaatst u het origineel met de onderkant op een lijn met de linkerschaal. Als u het origineel in de ADF plaatst, plaatst u het origineel met de onderkant ingevoerd in de ADF. Zorg er bij het invoeren van enveloppen voor dat de flap uitgevouwen is en dat ze tegenovergesteld van de papierinvoerrichting zijn geplaatst. AMG05S Verwijzing Voor informatie over ondersteunde enveloppeformaten, zie Over dit apparaat. 40
65 Kleurenfuncties Kleurenfuncties Dit hoofdstuk beschrijft de functies die gebruikt worden voor het maken van kleurenkopieën. Een kleurenmodus selecteren Selecteer een kleur (of meerdere kleuren) die passen bij uw originelen en kopieervereisten. Voor kleurafbeeldingen, verwijzen wij naar Mogelijkheden van dit apparaat<kleurenfuncties/kleuraanpassingen>. De volgende drie kleurenmodi zijn beschikbaar. Autom. Kleurselectie Beoordeelt de kleur van het origineel automatisch en kopieert in kleur of in zwart/wit. Kleurenkopie Kopieert met overlapping van geel, magenta, cyaan en zwart. Zwart-wit kopie Kopieert in zwart, ongeacht de kleur van het origineel. A Selecteer het type kleur. Opmerking Voor kleurafbeeldingen, verwijzen wij naar Mogelijkheden van dit apparaat<kleurenfuncties/kleuraanpassingen>. Om een gebruikerskleur te gebruiken, moet u die vooraf opslaan. Voor meer informatie, zie Kleuren opslaan. Verwijzing Zie Pag.iii Mogelijkheden van dit apparaat<kleurenfuncties/kleuraanpassingen>. Zie Pag.54 Gebruikerskleur. 41
66 Kopiëren Kleur wijzigen Kopieert door de Kleur op het origineel in een andere Kleur te wijzigen. Belangrijk U kunt maximaal 4 Kleuren opgeven. Om deze functie te gebruiken, moet [Kleur] geselecteerd zijn. Wanneer een andere Kleurmodus geselecteerd is, kunt u [Kleur convert.] niet selecteren. A Druk op [Kleur]. B Druk op [Bewerken / Kleur]. C Zorg ervoor dat [Kleur] is geselecteerd en druk dan op [Kleur convert.]. D Selecteer een willekeurig item van [Conversie 1] tot [Conversie 4]. 4 E Selecteer de Kleur die moet worden gewijzigd.
67 Kleurenfuncties F Selecteer de nieuwe Kleur die moet worden gewijzigd. De belichting van elke Kleur kan in vier stappen worden aangepast. Om de Gebruikerskleur te selecteren, drukt u op [Gebruikerskleur] en selecteert dan de Kleur. G Nadat u alle Kleuren die moeten worden gewijzigd, heeft geselecteerd, drukt u drie maal op [OK]. H Plaats de originelen en druk op de toets {Start}. Opmerking Het bereik van de Kleur die moet worden gewijzigd kan op vijf niveau s worden ingesteld. Wanneer het bereik van de Kleur is ingesteld op [Groter] en rood is gespecificeerd, dan zullen Kleuren die dicht bij magenta en oranje liggen, ook gewijzigd worden. Het bereik van de kleur kan aangepast worden in User Tools. Deze aanpassing zal geldig zijn in "Kleur Wissen. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Indien u de gewijzigde Kleur wilt aanpassen in stap F, drukt u van [Conversie 1] to [Conversie 4] en selecteert u opnieuw. Indien u tussen meer dan twee Kleuren wilt wisselen, herhaalt u de stappen D tot F. De Kleurenteller zal op 1 komen te staan. Kleur Verwijderen Kopieert door een bepaalde Kleur in de afbeelding op het origineel te verwijderen. A Druk op [Bewerken / Kleur]. B Zorg ervoor dat [Kleur] is geselecteerd en druk dan op [Kleur wissen]. C Selecteer de Kleur die moet worden verwijderd. U kunt maximaal 4 Kleuren selecteren. D Nadat u alle Kleuren die moeten worden verwijderd, heeft geselecteerd, drukt u twee maal op [OK]. 43
68 Kopiëren E Plaats de originelen en druk op de toets {Start}. Opmerking Het bereik van de Kleur die moet worden verwijderd kan op vijf niveau s worden ingesteld. Wanneer het bereik van de Kleur is ingesteld op [Groter] en rood is gespecificeerd, dan zullen Kleuren die dicht bij magenta en oranje liggen, ook verwijderd worden. Het bereik van de kleur kan aangepast worden in Gebruikersinstellingen. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. U kunt de selectie annuleren door op de geselecteerde (gemarkeerde) toets in stap C te drukken. Wanneer Kleurenkopie geselecteerd is, zal de Kleurenteller op 1 komen te staan. Wanneer Zwart/Wit is geselecteerd, zal de enkele-kleurenteller op 1 komen te staan. Kleur Achtergrond Kopieert door een Kleur op de hele pagina toe te voegen. Belangrijk Omdat Achtergrondkleur-functie het hele origineel overdrukt, kan de Kleur van de afbeelding wijzigen. A Druk op [Bewerken / Kleur]. B Zorg ervoor dat [Kleur] is geselecteerd en druk dan op [Achtergr.kleur]. C Selecteer de Achtergrondkleur en druk vervolgens tweemaal op [OK]. De belichting van elke Kleur kan in vier stappen worden aangepast. Om de Gebruikerskleur te selecteren, drukt u op [Gebruikerskleur] en selecteert u dan de Kleur. D Plaats de originelen en druk op de toets {Start}. 44
69 Kleurenfuncties Opmerking U kunt de selectie annuleren door op de geselecteerde (gemarkeerde) toets in stap C te drukken. Wanneer Kleurenkopie geselecteerd is, zal de Kleurenteller op 1 komen te staan. Wanneer Zwart/Wit is geselecteerd, zal de enkele-kleurenteller op 1 komen te staan. Kleurenbalans Pas de algemene Kleurtoon aan als de hele kopie een rode of blauwe tint heeft. A Druk op [Bewerken / Kleur]. B Zorg ervoor dat [Kleur] is geselecteerd en druk dan op [Kleur aanpassen]. C Zorg ervoor dat [Kleurbalans] is geselecteerd. D Pas de Kleurenbalans aan door te drukken op [Lichter] of [Donk.]. E Druk tweemaal op [OK]. Opmerking De aangepaste instellingen worden gewist en de standaardwaarden worden teruggezet als Auto Verwijderen is uitgevoerd, als de toets {Instellingen verwijderen} is ingedrukt of als de stroom wordt uitgeschakeld. Voor soorten en voorbeelden van de aanpassingsfuncties van de afbeelding, verwijzen wij naar Mogelijkheden van dit apparaat<kleurenfuncties/kleuraanpassingen>. 45
70 Kopiëren Verwijzing Zie Pag.iii Mogelijkheden van dit apparaat<kleurenfuncties/kleuraanpassingen>. Programma kleurenbalans U kunt de instellingen voor de Kleurenbalans ook opslaan als een Kleurenbalansprogramma en dit oproepen als u het weer wenst te gebruiken. U kunt maximaal drie programma s opslaan. Opmerking Als u de vastgelegde instellingen wilt wijzigen, leg ze dan nog een keer vast. In dit geval zal de eerder vastgelegde inhoud worden gewijzigd. De aangepaste Kleurenbalans registreren Registreer aangepaste Kleurenbalansinstellingen, zodat u ze later weer kunt gebruiken. A De Kleurenbalans wijzigen. B Druk op [Kleurbalans programmeren]. C Druk op [m Programmeren]. D Selecteer een programmanummer ([1]-[3]) voor deze instelling. De instelling van de Kleurbalans wordt geregistreerd in het geselecteerde nummer. E Druk tweemaal op [OK]. Opmerking Als u de toets met het programmanummer selecteert waar het m wordt weergegeven in stap D, dan zullen de eerder vastgelegde instellingen veranderen (worden overgeschreven). 46
71 Kleurenfuncties Voor details over hoe u de Kleurenbalans kunt aanpassen, verwijzen wij u naar Kleurenbalans. Verwijzing Zie Pag.iii Mogelijkheden van dit apparaat<kleurenfuncties/kleuraanpassingen>. Zie Pag.45 Kleurenbalans. De geregistreerde inhoud wijzigen Verandert inhoud die is opgeslagen in Kleurenbalansprogramma s. A Druk op [Bewerken / Kleur]. B Zorg ervoor dat [Kleur] is geselecteerd en druk dan op [Kleur aanpassen]. C Zorg ervoor dat [Kleurbalans] is geselecteerd en druk dan op [Kleurbalans programmeren]. D Selecteer het programmanummer ([1]-[3]) dat veranderd moet worden. De geprogrammeerde Kleurenbalans wordt weergegeven. E Wijzig de geregistreerde inhoud. F Nadat alle geprogrammeerde inhoud is gewijzigd, drukt u op [Kleurbalans programmeren]. G Druk op [Progr.] en selecteer dan het programmanummer dat overschreven moet worden. H Druk op [Ja]. Het programma wordt overschreven. I Druk tweemaal op [OK]. 47
72 Kopiëren Kopiëren met de vastgelegde inhoud Roept op en kopieert inhoud die is opgeslagen in Kleurenbalansprogramma s. A Druk op [Bewerken / Kleur]. B Zorg ervoor dat [Kleur] is geselecteerd en druk dan op [Kleur aanpassen]. C Zorg ervoor dat [Kleurbalans] is geselecteerd en druk dan op [Kleurbalans programmeren]. D Zorg ervoor dat [Oproepen] geselecteerd is, en selecteer dan het programmanummer dat is geregistreerd met de Kleurenbalans die gebruikt moet worden. E Druk tweemaal op [OK]. F Plaats de originelen en druk op de toets {Start}. Opmerking Nadat u het kopiëren heeft voltooid, drukt u op de toets {Instellingen verwijderen} en verwijdert u de opgeroepen inhoud. De geregistreerde inhoud verwijderen Verwijdert inhoud die is opgeslagen in Kleurenbalansprogramma s. A Druk op [Bewerken / Kleur]. B Zorg ervoor dat [Kleur] is geselecteerd en druk dan op [Kleur aanpassen]. C Zorg ervoor dat [Kleurbalans] is geselecteerd en druk dan op [Kleurbalans programmeren]. D Druk op [Verwijderen], en selecteer dan het programmanummer dat in de Kleurenbalans geregistreerd is en verwijderd moet worden. E Druk op [Ja]. F Druk tweemaal op [OK]. 48
73 Kleurenfuncties Kleuraanpassing Past de specifieke Kleuren (geel, rood, magenta, blauw, cyaan en groen) aan door ze te mengen met aangrenzende Kleuren in het Kleurenspectrum. U kunt maximaal drie Kleuren aanpassen, te weten: geel, rood, magenta, blauw, cyaan of groen. Deze functie is niet beschikbaar als Zwart/Wit is geselecteerd. A Druk op [Bewerken / Kleur]. B Zorg ervoor dat [Kleur] is geselecteerd en druk dan op [Kleur aanpassen]. C Druk op [Kleur aanpassen]. D Kies de Kleuren die u wilt wijzigen. U kunt maximaal 3 Kleuren selecteren. E Pas de Kleurvoorkeuren aan met behulp van [ ] of [ ]. Raadpleeg de Kleurencirkel op het bedieningspaneel. F Druk tweemaal op [OK]. 49
74 Kopiëren Opmerking De aangepaste instellingen worden gewist en de standaardwaarden worden teruggezet als Auto Verwijderen is uitgevoerd, als de toets {Instellingen verwijderen} is ingedrukt of als de stroom wordt uitgeschakeld. Voor soorten en voorbeelden van de aanpassingsfuncties van de afbeelding, verwijzen wij naar Mogelijkheden van dit apparaat<kleurenfuncties/kleuraanpassingen>. Verwijzing Zie Pag.iii Mogelijkheden van dit apparaat<kleurenfuncties/kleuraanpassingen>. Beeldaanpassing De volgende vijf soorten beeldaanpassingen zijn beschikbaar: Scherp/Zacht Deze functie past de omtrek van een afbeelding aan. Contrast Deze functie past de schaduw van een afbeelding aan. Achtergrondbelichting Deze functie past de achtergrondbelichting van een afbeelding aan. U.C.R. aanpassen Past de hoeveelheid zwarte toner aan waarmee de zwarte gebieden van een afbeelding levendig moeten worden weergegeven. Tekst-/Fotogevoeligheid Deze functie past het standaardniveau aan in het beoordelen van de afbeelding in de tekst en het foto-gedeelte aan bij het gebruik van Tekst/Foto. A Druk op [Bewerken / Kleur]. B Zorg ervoor dat [Kleur] is geselecteerd en druk dan op [Kleur aanpassen]. 50
75 Kleurenfuncties C Druk op [Kopieerkwaliteit]. D De instellingen aanpassen. Opmerking [Hard / Zacht], [Contrast] en [Achtergrondbelichting] kunnen beide aangepast worden: aanpassing ervan kan echter het niveau van andere aanpassingsfuncties beïnvloeden. De aangepaste instellingen worden gewist en de standaardwaarden worden teruggezet als Auto Verwijderen is uitgevoerd, als de toets {Instellingen verwijderen} is ingedrukt of als de stroom wordt uitgeschakeld. Voor soorten en voorbeelden van de aanpassingsfuncties van de afbeelding, verwijzen wij naar Mogelijkheden van dit apparaat<kleurenfuncties/kleuraanpassingen>. Verwijzing Zie Pag.iii Mogelijkheden van dit apparaat<kleurenfuncties/kleuraanpassingen>. De scherpte/zachtheid aanpassen Deze functie past de omtrek van een afbeelding aan. A U kunt deze aanpassen door te drukken op [Zacht] of [Hard]. B Druk op [OK]. 51
76 Kopiëren Het Contrast aanpassen Deze functie past de schaduw van een afbeelding aan. A U kunt deze aanpassen door te drukken op [Laag] of [Hoog]. B Druk op [OK]. De achtergrondbelichting aanpassen Deze functie past de achtergrondbelichting van een afbeelding aan. A U kunt deze aanpassen door te drukken op [Lichter] of [Donk.]. B Druk op [OK]. Opmerking Belichting moet lichter worden uitgevoerd als u originelen kopieert met donkere textuur, zoals krantenpapier of gerecycled papier. Belichting moet donkerder worden uitgevoerd als u de kleur van markers of markeerstiften donkerder maakt. Aangezien het echter moeilijk is de Kleur van markeerstiften te reproduceren, kan de afdruk, afhankelijk van de Kleur, niet verschijnen of wordt er een andere Kleur afgedrukt. 5
77 Kleurenfuncties De U.C.R. aanpassen Past de hoeveelheid zwarte toner aan waarmee de zwarte gebieden van een afbeelding levendig moeten worden weergegeven. A U kunt deze aanpassen door te drukken op [Lichter] of [Donk.]. B Druk op [OK]. Tekst-/Fotogevoeligheid aanpassen Deze functie past het standaardniveau aan in het beoordelen van de afbeelding in de tekst en het foto-gedeelte aan bij het gebruik van Tekst/Foto. A U kunt deze aanpassen door te drukken op [Tekst] of [Foto]. B Druk op [OK]. Opmerking Zorg ervoor over te schakelen naar Tekst wanneer delen van de teksten vaag zijn of niet duidelijk leesbaar. Schakel naar Foto wanneer de omtrek van de foto s donker wordt. 53
78 Kopiëren Gebruikerskleur U kunt Gebruikerskleuren opslaan die zijn gemaakt door het afstellen van de intensiteit van de kleuren geel, magenta, cyaan en zwart. U kunt ook de Kleuren die u opslaat een naam geven en de opgeslagen lijst van Gebruikerskleuren afdrukken. U kunt kleuren maken door: Door aanpassing van de dichtheid van elke Kleur gebaseerd op de intensiteit van een gekozen Basiskleur. De dichtheid van elke Kleur direct te specificeren met behulp van de cijfertoetsen. Opmerking Pas de Kleuren die moeten worden opgeslagen zo aan dat het totaal van geel, magenta, cyaan en zwart minder is dan 400%. Tijdens kopiëren met gebruikerskleuren, zouden de fijne patronen kunnen variëren afhankelijk van de staat van het apparaat. Om originelen goed te kunnen reproduceren, worden de ingevoerde waarden gecorrigeerd door het apparaat en worden de kopieën gemaakt met de optimale waarden. Er kan daarom sprake zijn van kleine Kleurverschillen tijdens het kopiëren met gebruik van Tekst en met gebruik van Foto. U kunt maximaal 15 Kleuren opslaan. Er kan ook een testafdruk van de gebruikerskleuren worden gemaakt op een A4K, 8 1 / " 11"K, A3L, or 11" 17"L-papierformaat. Wanneer u een lijst met gebruikerskleuren afdrukt, zal de Kleurenteller op 1 komen te staan. Voor soorten en voorbeelden van de aanpassingsfuncties van de afbeelding, verwijzen wij naar Mogelijkheden van dit apparaat<kleurenfuncties/kleuraanpassingen>. Verwijzing Zie Pag.iii Mogelijkheden van dit apparaat<kleurenfuncties/kleuraanpassingen>. 54
79 Kleurenfuncties Kleuren aanpassen gebaseerd op Gekozen kleur Kleuren worden gecreëerd door aanpassing van de dichtheid van elke Kleur gebaseerd op de intensiteit van een gekozen Basiskleur. A Druk op [Bewerken / Kleur]. B Druk op [Kleur] en druk vervolgens op [Gebruikerskleur]. C Selecteer het nummer ([1]-[15]) voor de Kleur die u wilt registreren. D Selecteer de Kleur die gebruikt moet worden als basis voor de registratie van de basis- en gebruikerskleuren. De belichting van elke Kleur voor de geselecteerde Kleur wordt weergegeven. Om de Gebruikerskleur te selecteren, drukt u op [Gebruikerskleur] en selecteert u dan de Kleur. 55
80 Kopiëren E Selecteer de Kleur waarvan de dichtheid moet worden gespecificeerd en specificeer vervolgens de dichtheid in percentages door gebruik van [n] of [o]. F Controleer namen en dichtheden van elke Kleur en druk op [OK]. G Druk op [OK]. Opmerking Het is eveneens mogelijk de dichtheid te specificeren door te drukken op [Aanp. met cijferts.] in stap E. Selectie van een gebruikerskleur-toets, die aangegeven wordt door een ononderbroken lijn zal de inhoud van die Kleur veranderen (overschrijven). Kleuren maken door meteen de Dichtheid van Elke Kleur met behulp van de Cijfertoetsen op te geven Creëert Kleuren door direct de dichtheid van elke Kleur te specificeren met behulp van de cijfertoetsen. A Druk op [Bewerken / Kleur]. B Druk op [Kleur] en druk vervolgens op [Gebruikerskleur]. C Selecteer het nummer ([1]-[15]) voor de Kleur die u wilt registreren. D Druk op [Aangepaste inst.]. E Selecteer de Kleur waarvan de dichtheid gespecificeerd moet worden. F Voer de dichtheid (%) in met behulp van de cijfertoets. Wanneer de dichtheden van alle Kleuren zijn gespecificeerd, drukt u op de toets {q}. G Controleer namen en dichtheden van elke Kleur en druk op [OK]. Herhaal stappen E-G indien u de intensiteit van meerdere kleuren wilt opgeven. H Druk op [OK]. 56
81 Kleurenfuncties Opmerking Het is eveneens mogelijk de dichtheid te specificeren door te drukken op [Aanpassen met [n] [o]] en daarna op [n] en [o] in stap F. Selectie van een gebruikerskleur-toets, die aangegeven wordt door een ononderbroken lijn zal de inhoud van die Kleur veranderen (overschrijven). Een Kleur hernoemen Geeft een nieuwe naam aan een gebruikerskleur. A Druk op [Naam wijzigen]. B Voer de naam van de Kleur in (maximaal 16 tekens) en druk op de toets [OK]. C Druk op [OK]. Gebruikerskleuren verwijderen Verwijdert gebruikerskleuren Belangrijk U kunt geen Kleuren verwijderen die geregistreerd staan in het programma noch gebruikerskleuren die op dat moment gebruikt worden. A Druk op [Bewerken / Kleur]. B Druk op [Kleur] en druk vervolgens op [Gebruikerskleur]. C Druk op [Verwijderen]. D Selecteer het nummer van de gebruikerskleur (waarvan de toets wordt aangegeven door een ononderbroken lijn) die u wilt verwijderen. E Druk op [Ja]. F Druk tweemaal op [OK]. Een Lijst met gebruikerskleuren afdrukken. Drukt een lijst met gebruikerskleuren af. A Druk op [Bewerken / Kleur]. B Druk op [Kleur] en druk vervolgens op [Gebruikerskleur]. C Controleer het kopieerpapier en druk dan op [Afdr.vrbld van gebr.kleur]. De lijst met gebruikerskleuren wordt gedeponeerd in de interne lade. Opmerking De gebruikerskleuren worden gekopieerd op een A4K, 8 1 / " 11"K, A3L of 11" 17"L vel. 57
82 Kopiëren Functies kopieerapparaat Dit hoofdstuk beschrijft de kopieerfuncties. Beeldbelichting Kopie aanpassen U kunt de belichting op drie manieren aanpassen. Automatische Belichting Het apparaat past de belichting automatisch aan door de belichting van de originelen te scannen. Originelen met een donkere textuur ( zoals kranten of gerecycled papier) worden zo gekopieerd dat de achtergrond niet gereproduceerd wordt. Handmatige belichting De algemene belichting van het origineel kan in negen stappen worden aangepast. Gecombineerde automatische en handmatige belichting Past de belichting van een afbeelding alleen aan voor originelen met een donkere textuur. Automatische belichting Het apparaat past de belichting automatisch aan door de belichting van de originelen te scannen. Originelen met een donkere textuur ( zoals kranten of gerecycled papier) worden zo gekopieerd dat de achtergrond niet gereproduceerd wordt. A Zorg ervoor dat [Autom. bel.] is geselecteerd. 58
83 Functies kopieerapparaat Handmatige belichting De algemene belichting van het origineel kan in negen stappen worden aangepast. A [Autom. bel.] is geselecteerd, druk dan [Autom. bel.] om het te annuleren. B Druk op [W] of [V] om de beeldbelichting aan te passen. De belichtingsindicator "{" beweegt. Gecombineerde automatische en handmatige belichting Past de belichting van een afbeelding alleen aan voor originelen met een donkere textuur. A Zorg ervoor dat [Autom. bel.] is geselecteerd. B Druk op [W] of [V] om de belichting aan te passen. De belichtingsindicator "{" beweegt. 59
84 Kopiëren Instelling van het origineeltype Kies een van de volgende 6 typen originelen: Tekst Kies deze modus als het origineel volledig uit tekst bestaat (geen afbeeldingen). Tekst/Foto Selecteer [Tekst/foto] wanneer uw originelen foto s of afbeeldingen met tekst bevatten. Foto De fijne nuances van foto s en afbeeldingen kunnen hiermee worden gereproduceerd. Ontwikkelde foto s kopiëren: Als u foto s of afbeeldingen kopieert die zijn afgedrukt op papier (bijv. in tijdschriften): Als u kopieën of originelen kopieert die zijn gemaakt door printers: Generatie kopie Wanneer uw originelen kopieën (generatiekopieën) zijn, kan de kopie scherp en helder worden gereproduceerd. Selecteer dit type van [Overige] wanneer Origineeltype weergeven (Kopieer / Document Server Functies) Uit (Off) gezet is. Licht Het apparaat scant originelen met instellingen die geschikt zijn voor originelen die lichte met potlood geschreven regels bevatten of slecht afgedrukte bonnetjes. De vage lijnen zullen duidelijk gekopieerd worden. Selecteer dit type van [Overige] wanneer Origineeltype weergeven (Kopieer / Document Server Functies) Uit (Off) gezet is. Kaart Het apparaat scant originelen met instellingen die geschikt zijn voor het geval het origineel een kaart is. Selecteer dit type van [Overige] wanneer Origineeltype weergeven (Kopieer / Document Server Functies) Uit (Off) gezet is. A Selecteer het origineeltype en druk vervolgens op [OK]. 60 Opmerking Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen.
85 Functies kopieerapparaat Kopieerpapier selecteren Er zijn twee manieren om kopieerpapier te kiezen: Automatische papierselectie Het apparaat kiest automatisch een passend formaat kopieerpapier, gebaseerd op het formaat van het origineel en de reproductiefactor. Handmatige papierkeuze Kies de lade die het papier bevat waarop u wilt kopiëren: papierlade, handinvoerlade of LCT. Als u gebruik wilt maken van de automatische papierkeuze, kijk dan in de volgende tabel voor formaten en richtingen van kopieerpapier (indien de factor 100% is): Metrische versie Waar het origineel wordt geplaatst Papierformaat en -richting Glasplaat A3L, B4 JISL, A4KL, B5 JISKL, 8" 13"L ADF A3L, B4 JISL, A4KL, B5 JISKL, A5KL, 11 17L, 8 1 / " 11"KL, 8" 13"L, 8KL, 16KKL Inch-versie Waar het origineel wordt geplaatst Glasplaat Papierformaat en -richting 11" 17"L, 8 1 / " 14"L, 8 1 / " 11"KL ADF A3L, A4KL, 11" 17"L, 8 1 / " 14"L, 8 1 / " 11"L, 5 1 / " 8 1 / "KL, 10" 14"L, 7 1 / 4 " 10 1 / "KL Opmerking Alleen papierlades met ingesteld op [Geen weergave] of [Gerecycl.pap.] in Papiersoort in Papierlade Instellingen in Systeeminstellingen en ook ingesteld op [Ja] in Automatisch papier kiezen toepassen kunnen worden geselecteerd in de Automatische papier kiezen modus. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Verwijzing Zie Pag.1 Niet compatibele originelen voor de Automatische documentinvoer. 61
86 Kopiëren Automatische papierselectie Het apparaat kiest automatisch een passend formaat kopieerpapier, gebaseerd op het origineelformaat en de reproductiefactor. A Zorg ervoor dat Automatische papierselectie geselecteerd is. Laden met een markering ( ) worden niet automatisch geselecteerd. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Handmatige papierkeuze Kies de lade die het papier bevat waarop u wilt kopiëren: papierlade, handinvoerlade of bulklade (LCT). A Selecteer de papierlade, handinvoer of de bulklade (LCT). De indicator van de geselecteerde papierlade wordt gemarkeerd. Zie Kopiëren vanuit de handinvoer. 6
87 Functies kopieerapparaat Opmerking Als de richting waarin u het origineel heeft geplaatst (K of L) anders is dan de richting van het papier waarop u kopieert, wordt met deze functie de afbeelding 90 gedraaid om op het kopieerpapier te passen. Richting origineel R Richting papier Richting kopie R NL GCROTA0E Deze functie werkt als [Autom.pap.sel] of [Autom. verkl./vergr.] is geselecteerd. Zie Automatische papierkeuze en Automatisch verkleinen/vergroten. De standaardinstelling voor Automatische ladewisseling is [Met beeldrotatie]. U kunt de Geroteerde kopieerfunctie niet opnieuw gebruiken, als deze instelling gewijzigd is in [Zonder beeldrotatie] of [Uit]. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. U kunt de functie Geroteerd kopiëren niet gebruiken wanneer vergroot wordt op A3-, B4 JIS- of 11" 17"-, 8 1 / " 14"-formaat papier. Plaats in dat geval uw origineel in de L richting. U kunt de volgende formaten niet roteren: Origineelformaat en -richting A4, B5 JIS of A5K GCROTA1E Als u vergroot naar Kopieerpapierformaat en -richting B4 JIS of A3 GCROTAE U kunt de volgende formaten echter wel gebruiken: A4, B5 JIS of A5 L GCROTA3E Als u vergroot naar B4 JIS of A3 GCROTA3E U kunt de Geroteerde Kopieerfunctie niet gebruiken wanneer Links, Boven is geselecteerd voor nieten wanneer een 500-vel finisher gebruikt wordt. Zie Nieten. U kunt de Geroteerde Kopieerfunctie niet gebruiken wanneer is geselecteerd voor nieten wanneer een 1000-vel finisher gebruikt wordt. U kunt de Geroteerde Kopieerfunctie niet gebruiken wanneer of midden is geselecteerd voor nieten wanneer de boekjefinisher gebruikt wordt. Verwijzing Zie Pag.34 Kopiëren vanuit de handinvoer. Zie Pag.68 Automatisch Verkleinen/Vergroten. Zie Pag.78 Nieten. Zie Pag.81 Perforeren. 63
88 Kopiëren Automatisch Verkleinen/Vergroten U kunt een vaste reproductiefactor kiezen om te kopiëren. Basispunt Het basispunt van Verkleinen/Vergroten verschilt afhankelijk van hoe het origineel is gescand. Als het origineel op de glasplaat wordt geplaatst, is de linkerbovenhoek het basispunt. Als het wordt geplaatst op de ADF, dan is de linkeronderhoek het basispunt. GCKA031e A Basispunt bij het plaatsen van het origineel op de glasplaat. B Basispunt bij het plaatsen in de ADF. A Druk op [Verkl/vergr]. B Selecteer een ratio en druk vervolgens op [OK]. 64
89 Functies kopieerapparaat C Plaats de originelen en druk op de toets {Start}. Opmerking U kunt een vaste reproductiefactor kiezen op het basisdisplay in stap A door op de sneltoets Verkleinen/vergroten te drukken en door te gaan naar stap C. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Functie Marge creëren Functie Marge creëren verkleint de afbeelding naar 93% van het oorspronkelijke formaat om de verkleinde afbeelding in het midden te plaatsen. Door deze te combineren met de functie Verkleinen/Vergroten, kunt u een marge verder vergroten. A Druk op [Marge creëren]op het basisdisplay. B Als u deze niet wilt combineren met de functie Verkleinen/Vergroten, plaats dan uw originelen en druk op toets {Start}. Opmerking Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. 65
90 Kopiëren Inzoomen U kunt de reproductiefactor in stappen van 1% aanpassen. De reproductiefactor selecteren met [o] en [n] Selecteer een reproductiefactor met [o] of [n]. A Druk op [Verkl/vergr]. B Kies een vaste reproductiefactor die dicht bij de gewenste reproductiefactor ligt. C Pas de factor aan met [o] of [n]. Om de reproductiefactor te verhogen in stappen van 1%, drukt u op [o] of [n] Om de reproductiefactor te verhogen met stappen van 10%, drukt u op [o] of [n] en houdt die ingedrukt. D Druk op [OK]. E Plaats de originelen en druk op de toets {Start}. Opmerking Indien u de factor verkeerd heeft ingevoerd in stap C, dan past u deze aan met de toets [o] of [n]. 66
91 Functies kopieerapparaat De factor invoeren met de cijfertoetsen Selecteer een reproductiefactor met de cijfertoetsen. A Druk op [Verkl/vergr]. B Druk op [Cijfertoetsen]. C Typ de reproductiefactor in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op de toets {q}. D Druk tweemaal op [OK]. E Plaats de originelen en druk op de toets {Start}. 67
92 Kopiëren Automatisch Verkleinen/Vergroten Het apparaat kan een passende vergrotingsfactor kiezen, gebaseerd op de door u gekozen formaten van het origineel en het afdrukpapier. Belangrijk U kunt de handinvoer niet gebruiken bij deze functie. Wanneer Automatisch verkleinen/vergroten wordt gebruikt, raadpleeg dan de volgende tabel voor origineelformaten en -richtingen die u kunt gebruiken: Metrische versie Waar het origineel wordt geplaatst Origineelformaat en -richting Glasplaat A3L, B4 JISL, A4KL, B5 JISKL, 8" 13"L ADF A3L, B4 JISL, A4KL, B5 JISKL, A5KL, 11 17L, 8 1 / " 11"KL, 8" 13"L, 8KL, 16KKL Inch-versie Waar het origineel wordt geplaatst Glasplaat Papierformaat en -richting 11" 17"L, 8 1 / " 14"L, 8 1 / " 11"KL ADF A3L, A4KL, 11" 17"L, 8 1 / " 14"L, 8 1 / " 11"L, 5 1 / " 8 1 / "KL, 10" 14"L, 7 1 / 4 " 10 1 / "KL A Druk op [Autom. verkl./vergr.]. 68
93 Functies kopieerapparaat B Selecteer de papiersoort. C Plaats de originelen en druk op de toets {Start}. Verwijzing Zie Pag.1 Niet compatibele originelen voor de Automatische documentinvoer. Vergroting Deze functie berekent een vergrotings- of verkleiningsfactor, gebaseerd op de lengtes van het origineel en de kopie. Meet en specificeer de lengte van het origineel en de kopie door "A" met "a" te vergelijken. A Druk op [Verkl/vergr]. B Druk op [Vergr. formaat]. C Voer de lengte van het origineel in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op de {q} toets. U kunt formaten invoeren tussen 1 en 999 mm in stappen van 1 mm. D Voer de lengte van de kopie in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op de {q} toets. E Druk tweemaal op [OK]. 69
94 Kopiëren F Plaats de originelen en druk op de toets {Start}. Opmerking Om de lengte te wijzigen nadat u op de {q}toets heeft gedrukt in stap D, selecteert u [Orig.] of [Kopie] en voert u de gewenste lengte in. Richting van X/Y-as (%) Specificeer de horizontale en verticale lengten van het origineel en kopieer de afbeelding met een verschillende reproductiefactor. Kopieën kunnen worden vergroot of verkleind met verschillende horizontale en verticale reproductiefactoren. CPP01EE a: horizontale factor b: verticale factor De factor invoeren met de cijfertoetsen Selecteer een reproductiefactor met de cijfertoetsen. A Druk op [Verkl/vergr]. B Druk op [X/Y-as %]. C Druk op [Horizontaal]. 70
95 Functies kopieerapparaat D Typ de reproductiefactor in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op de toets {q}. E Druk op [Verticaal]. F Typ de reproductiefactor in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op de toets {q}. G Druk tweemaal op [OK]. H Plaats de originelen en druk op de toets {Start}. De factor opgeven met [o] en [n] Selecteer een reproductiefactor met [o] of [n]. A Druk op [Verkl/vergr]. B Druk op [X/Y-as %]. C Druk op [[n] [o] toetsen]. D Druk op [Horizontaal]. E Pas de factor aan met [n] of [o]. Door op de toets [n] of [o] te drukken, kunt u de factor in stappen van 1 % wijzigen. Wanneer u de toets [n] of [o] ingedrukt houdt, wordt de factor in stappen van 10% gewijzigd. F Druk op [Verticaal]. G Pas de factor aan met [n] of [o]. H Druk tweemaal op [OK]. I Plaats de originelen en druk op de toets {Start}. 71
96 Kopiëren Opmerking Indien u de factor verkeerd heeft ingevoerd in de stappen E of G, dan past u deze aan met de toets [n] of [o]. Vergrotingsrichting van X/Y-as (mm) Specificeer de horizontale en verticale lengten van het origineel en kopieer de afbeelding. Kopieën kunnen worden vergroot of verkleind met verschillende horizontale en verticale reproductiefactoren. CPM01EE A Horizontale afmeting origineel: Amm B Verticale afmeting origineel: Bmm C Horizontale afmeting kopie: amm D Verticale afmeting kopie: bmm Meet en specificeer de lengte van het origineel en de kopie door "A" met "a" te vergelijken en B met b. A Druk op [Verkl/vergr]. B Druk op [X/Y-as mm]. C Voer de horizontale afmeting van het origineel in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op de {q} toets. U kunt formaten invoeren tussen 1 en 999 mm in stappen van 1 mm (0.1 ). 7
97 Functies kopieerapparaat D Voer de horizontale afmeting van de kopie in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op de {q} toets. E Voer de verticale afmeting van het origineel in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op de {q} toets. F Voer de verticale afmeting van de kopie in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op de {q} toets. G Druk tweemaal op [OK]. H Plaats de originelen en druk op de toets {Start}. Opmerking Om een lengte te wijzigen in de stappen C tot F, drukt u op de toets die u wilt wijzigen en voert u de nieuwe waarde in. Sorteren Het apparaat voegt de kopieën samen tot sets en zet ze in volgorde. Belangrijk Om de functie Geroteerd sorteren te gebruiken, zijn twee papierladen met identiek papierformaat en papiertype, maar met verschillende richting (KL) vereist. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. U kunt de handinvoer niet gebruiken met Geroteerd sorteren. Sorteren De kopieën kunnen in opeenvolgende volgorde worden samengevoegd tot sets. Geroteerd sorteren Iedere set wordt steeds 90 graden (KL) gedraaid en afgeleverd in de kopieerlade. A Druk op [Voltooien]. 73
98 Kopiëren B Selecteer [Sorteren] of [Gerot.sort.] en druk vervolgens op [OK]. Wanneer er geen finisher is geïnstalleerd: Indien de 500-vel finisher geïnstalleerd is: Indien de 1000-vel finisher geïnstalleerd is: Wanneer de boekjefinisher geïnstalleerd is: 74 C Voer het aantal te kopiëren sets in met de cijfertoetsen.
99 Functies kopieerapparaat D Plaats de originelen. Als u een origineel op de glasplaat plaatst, moet u beginnen met de eerste pagina die moet worden gekopieerd. Als u een origineel in de ADF plaatst, moet u de eerste pagina bovenop plaatsen. Als een origineel op de glasplaat of in de ADF wordt geplaatst en u gebruikt de Batchmodus, druk dan op de toets {q} nadat alle originelen zijn gescand. E Druk op de toets {Start}. Opmerking Druk op de toets {Testafdruk} in stap D om een type finishing te bevestigen. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Testafdruk Gebruik deze functie om de kopieerinstellingen te controleren voordat u een grote kopieeropdracht start. Belangrijk U kunt deze functie alleen gebruiken als de functie Sorteren ingeschakeld is. A Selecteer Sorteren en eventuele andere noodzakelijke functies en plaats vervolgens de originelen. B Druk op de toets {Testafdruk}. Eén set kopieën wordt als voorbeeld afgeleverd. AMG00S C Als het proefexemplaar naar tevredenheid is, drukt u op [Doorgaan]. Het aantal kopieën dat wordt gemaakt is het gespecificeerde aantal, minus één voor het proefexemplaar. 75
100 Kopiëren Opmerking Als u op de toets [Onderbreken] drukt nadat u de resultaten heeft gecontroleerd, gaat u terug naar stap A om de kopieerinstellingen aan te passen aan uw wensen. U kunt de instellingen wijzigen voor Nieten, Duplex (1-zijdig 1-zijdig, 1-zijdig -zijdig), Kopieerrichting, Marge aanpassen en Voor-/Tussenblad. Afhankelijk van de combinatie van functies kan het echter zijn dat bepaalde instellingen niet kunnen worden gewijzigd. Het aantal sets wijzigen Tijdens het kopiëren kunt u het aantal te kopiëren sets wijzigen. Belangrijk U kunt deze functie alleen gebruiken als de functie Sorteren ingeschakeld is. A Druk op de toets {Wis/Stop} terwijl Kopiëren... wordt weergegeven. B Druk op [Aantal sets wijzigen]. C Voer het aantal kopiesets in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op {q}. D Druk op [Doorgaan]. Het kopiëren begint opnieuw. Opmerking Het aantal sets dat u kunt opgeven in stap C is afhankelijk van het moment waarop de toets {Wis/Stop} wordt ingedrukt. 76
101 Functies kopieerapparaat Stapelen Kopieën kunnen per geplaatste pagina worden samengevoegd. 333 Wanneer er een finisher is geïnstalleerd, dan wordt, elke keer dat de kopieën van een pagina worden afgeleverd, de volgende kopie verschoven, zodat u elke opdracht per pagina kunt scheiden. Belangrijk U kunt de handinvoer niet gebruiken bij deze functie. A Druk op [Stapelen]. B Voer het aantal kopieën in met de cijfertoetsen. C Plaats de originelen en druk op de toets {Start}. Opmerking Als u een origineel op de glasplaat plaatst, moet u beginnen met de eerste pagina die moet worden gekopieerd. Als u een origineel in de ADF plaatst, moet u de laatste pagina onderop plaatsen. 77
102 Kopiëren Nieten Elke kopie kan aan elkaar geniet worden. Belangrijk U kunt de handinvoer niet gebruiken bij deze functie. Positie van de nietjes en plaatsing van het origineel Plaats alle originelen in de ADF in een richting waarin ze normaal kunnen worden gelezen. Als u een origineel op de glasplaat plaatst, houdt u dezelfde richting aan, maar plaatst u het met de bedrukte zijde naar beneden. Als er kopieerpapier is dat hetzelfde formaat en dezelfde richting heeft als het origineel, is de positie van de nietjes als volgt: 500-vel finisher 78
103 Functies kopieerapparaat 1000-vel finisher Boekjefinisher In deze tabel worden de nietposities getoond, niet de uitvoerrichting. Links K enbovenl zijn niet beschikbaar voor papier met een groter formaat dan A4. A Druk op [Voltooien]. 79
104 Kopiëren B Selecteer één van de posities voor de nietjes. 500-vel finisher 1000-vel finisher Boekjefinisher Wanneer u een nietpositie selecteert, wordt de Sorteermodus automatisch geselecteerd. C Voer het aantal te kopiëren sets in met de cijfertoetsen. D Plaats de originelen en druk op de toets {Start}. 80 Opmerking Als u een origineel op de glasplaat plaatst, moet u beginnen met de eerste pagina die moet worden gekopieerd. Als u een origineel in de ADF plaatst, moet u de laatste pagina onderop plaatsen. Als een origineel op de glasplaat of in de ADF wordt geplaatst en u gebruikt de Batchmodus, druk dan op de toets {q} nadat alle originelen zijn gescand. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen.
105 Functies kopieerapparaat Perforeren U kunt perforatiegaten in kopieën maken. perforaties GCPNCH1E 3 perforaties GCPNCH3E 4 perforaties GCPNCH0E Belangrijk U kunt de handinvoer niet gebruiken bij deze functie. 81
106 Kopiëren Posities perforaties De relatie tussen de richting van het origineel en de positie van de perforaties is zoals hieronder is weergegeven: In deze tabel worden de perforatiegatposities getoond, niet de uitvoerrichting. gaten links K en gaten boven L zijn niet beschikbaar voor papier met een groter formaat dan A4. A Selecteer één van de perforatiegatposities. B Plaats de originelen en druk op de toets {Start}. 8
107 Functies kopieerapparaat Duplex Er zijn twee soorten duplex. 1-zijdig -zijdig Hiermee worden twee 1-zijdige pagina s op één -zijdige pagina gekopieerd. -zijdig -zijdig Hiermee wordt 1 twee-zijdige pagina op 1 twee-zijdige pagina gekopieerd. 83
108 Kopiëren Origineelrichting en voltooide kopieën De resulterende kopie is verschillend, overeenkomstig de richting waarin u de originelen plaatst (verticaal of horizontaal ). De tabel geeft de richtingen van de gekopieerde afbeeldingen weer op de voor- en achterzijde, niet de richting waarin deze worden afgeleverd. A Druk op [Duplex/combi./reeks]. 84
109 Functies kopieerapparaat B Selecteer [1-zijdig -zijdig] of [-zijdig -zijdig]. C Druk op [OK]. D Plaats de originelen en druk op de toets {Start}. Opmerking U kunt de handinvoer niet gebruiken bij deze functie. Het maximale papiergewicht dat kan worden gebruikt bij dubbelzijdig kopiëren is g/m (17-8 lb.).. Als u een origineel op de glasplaat plaatst, moet u beginnen met de eerste pagina die moet worden gekopieerd. Als u een origineel in de ADF plaatst, moet u de laatste pagina onderop plaatsen. U kunt ook rechtstreeks "1-zijdig naar -zijdig" of "-zijdig naar -zijdig" selecteren door de Kopieerfunctietoets in te drukken in stap A. Ga in dat geval verder naar stap D. Om originelen en kopieerrichting te wijzigen in stap B, drukt u op [Richting]. Als een origineel op de glasplaat of in de ADF wordt geplaatst en u gebruikt de Batchmodus, druk dan op de toets {q} nadat alle originelen zijn gescand. Voor verwante basisinstelling, zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Verwijzing Zie Pag.100 Marge-aanpassing. 85
110 Kopiëren Originelen en kopieerrichting U kunt de richting kiezen. Boven/Boven Duplex1 Boven/Onder Duplex A Selecteer de richting (origineel en kopie)en druk dan op de [OK]. Opmerking De standaardinstelling is [Boven/boven]. U kunt de standaardrichting veranderen met de Kopieerfuncties in User Tools. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. 86
111 Functies kopieerapparaat 1-zijdige samenvoegingen Combineer meerdere pagina s op één zijde van een vel. Er zijn zes soorten 1-zijdige samenvoegingen. 1-zijdig pagina s Combineer 1-zijdig Met deze functie worden eenzijdige originelen op één zijde van een vel papier gekopieerd. GCSHVY7E 1-zijdig 4 pagina s Combineer 1-zijdig Met deze functie worden vier 1-zijdige originelen op één zijde van een vel papier gekopieerd. 1-zijdig 8 pagina s Combineer 1-zijdig Met deze functie worden 8 eenzijdige originelen op één zijde van een vel papier gekopieerd. -zijdig 1 pagina s Combineer 1-zijdig Met deze functie wordt één -zijdig origineel op één zijde van een vel papier gekopieerd. -zijdig pagina s Combineer 1-zijdig Met deze functie worden tweezijdige originelen op één zijde van een vel papier gekopieerd. -zijdig 4 pagina s Combineer 1-zijdig Met deze functie worden 4 tweezijdige originelen op één zijde van een vel papier gekopieerd. Richting van origineel en afbeeldingspositie van samenvoeging Links openmaken (K) originelen GCSHUY1E Naar boven openmaken (L) originelen GCSHUYE 87
112 Kopiëren Originelen plaatsen (originelen in de ADF geplaatst) Originelen worden van links naar rechts gelezen. Combine5 Originelen worden van boven naar beneden gelezen. Combine6 A Druk op [Duplex/combi./reeks]. B Druk op [Combineren]. C Selecteer [1-zijdig] of [-zijdig] voor Origineel en druk vervolgens op [Comb.1- zijd.] voor Kopiëren. D Selecteer het aantal originelen dat u wilt samenvoegen. E Kies het papierformaat. F Druk op [OK]. G Plaats de originelen en druk op de toets {Start}. 88
113 Functies kopieerapparaat Opmerking U kunt de handinvoer niet gebruiken bij deze functie. U kunt ook direct kiezen voor [1-zijd Cmb orig] of [1-zijd Cmb 4 org] door op de Kopieerfunctietoets te drukken in stap A. Ga in dat geval verder naar stap G. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Verwijzing Zie Pag.86 Originelen en kopieerrichting. -zijdige samenvoegingen Hiermee worden meerdere pagina s van originelen gecombineerd tot één vel met twee zijden. Er zijn zes soorten -zijdige samenvoegingen. 1-zijdig 4 pagina s Combineer -zijdig Hiermee worden vier 1-zijdige originelen gekopieerd naar één vel met twee pagina s per zijde. GCBOOK1E 1-zijdig 8 pagina s Combineer -zijdig Met deze functie worden acht 1-zijdige originelen op één vel met vier pagina s per zijde gekopieerd. GCSHVYAE A Voor B Achter 89
114 Kopiëren 1-zijdig 16 pagina s Combineer -zijdig Met deze functie worden 16 eenzijdige originelen op één vel met acht pagina s per zijde gekopieerd. GCSHVY5E A Voor B Achter -zijdig pagina s Combineer -zijdig Hiermee worden twee -zijdige originelen gekopieerd naar één vel met twee pagina s per zijde. GCSHVY1E -zijdig 4 pagina s Combineer -zijdig Hiermee worden 4 tweezijdige originelen gekopieerd naar één vel met vier pagina s per zijde. GCSHVYE A Voor B Achter 90
115 Functies kopieerapparaat -zijdig 8 pagina s Combineer -zijdig Met deze functie worden 8 tweezijdige originelen op één vel met acht pagina s per zijde gekopieerd. GCSHVY6E A Voor B Achter A Druk op [Duplex/combi./reeks]. B Druk op [Combineren]. C Selecteer [1-zijdig] of [-zijdig] voor Origineel en druk vervolgens op [Comb. -zijd.] voor Kopiëren. D Selecteer het aantal originelen dat u wilt samenvoegen. E Druk op [OK]. 91
116 Kopiëren F Plaats de originelen en druk op de toets {Start}. Opmerking U kunt de handinvoer niet gebruiken bij deze functie. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Verwijzing Zie Pag.86 Originelen en kopieerrichting. Serie kopieën Met deze functie worden de voor- en achterzijde van een -zijdig origineel of de twee tegenover elkaar liggende pagina s van een gebonden origineel, gescheiden gekopieerd op twee vellen. Er zijn twee soorten Serie kopieën. Belangrijk U kunt de functie Boek 1-zijdig niet gebruiken vanuit de ADF. Maak gebruik van de volgende tabel bij het kiezen van het formaat van het origineel en het kopieerpapier met een reproductiefactor van 100 %: Metrische versie Inch-versie 9
117 Functies kopieerapparaat Boek 1-zijdig U kunt 1-zijdige kopieën maken van twee tegenover elkaar liggende pagina s van een gebonden origineel (boek). CPB0100 -zijdig 1-zijdig U kunt eenzijdige kopieën maken van tweezijdige originelen. A Druk op [Duplex/combi./reeks]. B Druk op [Reeks]. C Selecteer [-zijdig 1-zijdig] of [Boek 1-zijdig] en druk vervolgens op [OK]. Wanneer u [-zijdig 1-zijdig] geselecteerd heeft, kunt u de richting veranderen. D Plaats het origineel op de glasplaat en druk vervolgens op de toets {Start}. Opmerking Druk op de toets {q} nadat alle originelen zijn gescand. 93
118 Kopiëren Boekje/Tijdschrift Hiermee worden twee of meer originelen in paginavolgorde gekopieerd. Er zijn zes soorten Boekje/Tijdschrift. Belangrijk De volgende tabel laat de papierformaten zien van tweezijdige originelen en tweezijdige kopieën (wanneer u kopieert met een factor 100%) Metrische versie Inch-versie 1-zijdig Boekje Maak kopieën op paginavolgorde voor een gevouwen boekje zoals getoond wordt. Naar links openmaken GCBOOK0E 94
119 Functies kopieerapparaat Naar rechts openmaken GCBOOK1E -zijdig Boekje Maak tweezijdige originelen tot kopieën op paginavolgorde voor een gevouwen boekje zoals getoond wordt. Naar links openmaken GCAH010E Naar rechts openmaken GCAH00E 95
120 Kopiëren 1-zijdig Tijdschrift Deze functie kopieert twee of meer originelen om kopieën te maken op paginavolgorde wanneer ze gevouwen en gestapeld worden. Naar links openmaken GCBOOK3E Naar rechts openmaken GCBOOK4E -zijdig Tijdschrift Deze functie kopieert twee of meer tweezijdige originelen om kopieën te maken op paginavolgorde wanneer ze gevouwen en gestapeld worden. Naar links openmaken GCAH030E 96
121 Functies kopieerapparaat Naar rechts openmaken GCAH040E Boek -zijdig Deze functie kopieert een originele dubbelpagina op één vel met één pagina per zijde. U kunt de functie handinvoer niet gebruiken met Boek -zijdig of Voor&Achter -zijdig. Voor & Achter -zijdig Met deze functie wordt elke originele dubbelpagina zonder aanpassingen op beide zijden van een vel papier gekopieerd. 97
122 Kopiëren Hoe kopieën te vouwen en uit te vouwen voor het maken van een boekje. Zoals hieronder getoond wordt, vouw een kopie langs de middellijn en maak hem open. GCBOOKE A Naar links openmaken B Naar rechts openmaken Hoe kopieën te vouwen en uit te vouwen voor het maken van een tijdschrift. Zoals hieronder getoond wordt, vouw en stapel kopieën om een tijdschrift te maken en maak open. Naar links openmaken GCBOOK5E Naar rechts openmaken GCBOOK6E 98
123 Functies kopieerapparaat A Selecteer [Links openmaken] of [Rechts openmaken] met de Gebruikersinstellingen. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. B Druk op [Duplex/combi./reeks]. C Druk op [Boek]. D Selecteer afzonderlijk een boektype voor het origineel ([1-zijdig] of [-zijdig]) en kopieer ([Boekje] of [Tijdschrift]), of selecteer een boektype uit [Boek - zijdig] en [Vr&Acht -zijd]. E Kies het papier. F Druk op [OK]. G Plaats de originelen en druk op de toets {Start}. Opmerking U kunt de handinvoer niet gebruiken bij deze functie. Als een origineel op de glasplaat of in de ADF wordt geplaatst en u gebruikt de Batchmodus, druk dan op de toets {q} nadat alle originelen zijn gescand. Het apparaat stelt automatisch de reproductiefactor voor het papierformaat in. 99
124 Kopiëren Marge-aanpassing Kopieert originelen en laat een inbindmarge. A Druk op [Bewerken / Kleur]. B Druk op [Marge aanp.]. C Stel een inbindmarge in voor de eerste pagina. Druk op [ ] en [ ] om de linker- en rechtermarge in te stellen en druk op [ ] en [ ] om de boven- en ondermarge in te stellen. D Stel een inbindmarge in voor de achterpagina s. Druk op [ ] en [ ] wanneer u de linker- en rechtermarge instelt en op [ ] en [ ] wanneer u de onder- en bovenmarges instelt, druk vervolgens op [OK]. Marge voor de achterzijde van de pagina is geldig wanneer [1-zijdig -zijdig] of [Comb. -zijd.] is geselecteerd. E Plaats de originelen en druk op de toets {Start}. Opmerking Wanneer u een fout maakt, drukt u op [ ], [ ], [ ], [ ] of drukt u op [Wissen] om een nieuwe waarde in te stellen. Als u geen marges hoeft in te stellen voor de achterzijden in stap C, drukt u op [OK] en gaat verder naar stap E. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. 100
125 Functies kopieerapparaat Wissen Met deze functie kunt u kunt het midden en/of alle vier zijden van de originele afbeelding wissen. Deze functie bestaat u de volgende drie types: Rand Deze modus wist de buitenste marge van de originele afbeelding. GCCENTE Midden Deze modus wist de middenmarge van de originele afbeelding. GCCENT1E Midden/rand Deze modus wist de middenmarges en de buitenste marges van de originele afbeelding. GCCENT3E 101
126 Kopiëren Opmerking De verhouding tussen de richting van het origineel en het gewiste gedeelte is als volgt: L origineel K origineel A Gewist gedeelte B -99 mm (0.1"-3.9") De standaardinstelling van de wisbreedte is ingesteld op 10 mm (0,4 inch). U kunt deze instelling wijzigen met Gebruikersinstellingen. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Rand wissen (zelfde breedte) Deze modus wist de buitenste marge van de originele afbeelding. A Druk op [Bewerken / Kleur]. B Druk op [Wissen]. C Druk op [Midden/Rand wissen]. D Druk op [Breedte gelijk]. 10
127 Functies kopieerapparaat E Stel een breedte van de wisrand in [n] of [o]. Door te drukken op [n] of [o] verandert de breedte in stappen van 1 mm (0.1 inch). U wijzigt de breedte in stappen van 10 mm (0.4 inch) door de betreffende toets ingedrukt te houden. F Druk tweemaal op [OK]. G Plaats de originelen en druk op de toets {Start}. Opmerking U kunt de waarde wijzigen die u heeft ingevoerd in stap E; druk op [n] en [o] om een nieuwe waarde in te voeren. Rand wissen (verschillende breedte) Deze modus wist de buitenste marge van de originele afbeelding. A Druk op [Bewerken / Kleur]. B Druk op [Wissen]. C Druk op [Midden/Rand wissen]. D Druk op [Breedte anders]. 103
128 Kopiëren E Druk op de toets behorend bij de rand die u wilt wijzigen en stel een wisbreedte in met de toetsen [n] en [o]. F Druk tweemaal op [OK]. G Plaats de originelen en druk op de toets {Start}. Midden wissen Deze modus wist de middenmarge van de originele afbeelding. A Druk op [Bewerken / Kleur]. B Druk op [Wissen]. C Druk op [Midden/Rand wissen]. D Druk op [Midden wissen]. E Stel de middenbreedte wissen in met [n] en [o]. F Druk tweemaal op [OK]. G Plaats de originelen en druk op de toets {Start}. 104
129 Functies kopieerapparaat Midden/rand wissen (zelfde breedte) Deze modus wist de middenmarges en de buitenste marges van de originele afbeelding. A Druk op [Bewerken / Kleur]. B Druk op [Wissen]. C Druk op [Midden/Rand wissen]. D Druk op [Midden/Rand wissen]. E Druk op [Breedte gelijk]. F Druk op [Midden] en stel vervolgens de middenbreedte wissen in met [n] en [o]. G Druk op [Rand] en stel vervolgens de middenbreedte wissen in met [n] en [o]. H Druk tweemaal op [OK]. I Plaats de originelen en druk op de toets {Start}. 105
130 Kopiëren Midden/rand wissen (verschillende breedte) Deze modus wist de middenmarges en de buitenste marges van de originele afbeelding. A Druk op [Bewerken / Kleur]. B Druk op [Wissen]. C Druk op [Midden/Rand wissen]. D Druk op [Midden/Rand wissen]. E Druk op [Breedte anders]. F Druk op de toets behorend bij de opdracht die u wilt wijzigen en stel een wisbreedte in met de toetsen [n] en [o]. G Druk tweemaal op [OK]. H Plaats de originelen en druk op de toets {Start}. 106
131 Functies kopieerapparaat Achtergrondnummering Gebruik deze functie om de nummers op de achtergrond van de kopieën af te drukken. Wanneer deze functie gebuikt wordt samen met Sorteren, dan worden dezelfde nummers afgedrukt per afdeling, om u te helpen vertrouwelijke documenten niet uit het oog te verliezen. Belangrijk U kunt de handinvoer niet gebruiken bij deze functie. GCSTMPJ A Druk op [Bewerken / Kleur]. B Druk op [Stempel]. C Druk op [Achtergrondnummering]. D Voer met de cijfertoetsen het aantal in waarmee moet worden begonnen met tellen en druk vervolgens op de toets {q}. E Druk tweemaal op [OK]. F Plaats de originelen en druk op de toets {Start}. Opmerking U kunt de waarde wijzigen die u heeft ingevoerd in stap D; druk op [Wissen] of {Wis/Stop} om een nieuwe waarde in te voeren. Wanneer Kleurenkopie geselecteerd is, zal de Kleurenteller op 1 komen te staan. De Standaardkleur is zwart. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. 107
132 Kopiëren Vaste stempel Meldingen worden op kopieën gestempeld. Belangrijk U kunt de handinvoer niet gebruiken bij deze functie. Er kan slechts één melding tegelijk worden gestempeld. SPOED KOPIE VERTROUWELIJK NL De volgende acht meldingen zijn beschikbaar voor stempelen: "KOPIE", "URGENT", "SPOED", "Ter informatie", "PRELIMINAIR", "Alleen voor intern gebruik", "VERTROUWELIJK", "ONTWERP" Stempelpositie en richting van het origineel De stempelposities verschillen afhankelijk van de richting waarin u uw originelen plaatst. KOPIE Standaard KOPIE 90 -draaiing KOPIE KOPIE Sleutel op het display Stempelpositie NL GCSTMP5E 108
133 Functies kopieerapparaat A Druk op [Bewerken / Kleur]. B Druk op [Stempel]. C Druk op [Voor.ingest. Stmp.]. D Kies het gewenste bericht. U kunt de Stempelkleur, de positie, de grootte en de dichtheid van de stempel wijzigen. E Druk op [Alle pagina's] of [Alleen 1e pagina] om de pagina te selecteren waarop het stempel dient te worden afgedrukt. F Nadat u alle gewenste instellingen heeft opgegeven, drukt u op [OK]. G Druk tweemaal op [OK]. H Plaats de originelen en druk op de toets {Start}. Opmerking Wanneer Kleurenkopie geselecteerd is, zal de Kleurenteller op 1 komen te staan. De standaard Kleurinstelling van de gebruikersstempel is rood. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. 109
134 Kopiëren De Kleur van de stempel wijzigen. Verandert de Kleur van de stempel. A Druk op [Stempelkleur]. B Selecteer de Stempelkleur en druk vervolgens op [OK]. De positie, de grootte en de dichtheid van de stempel wijzigen. Wijzigt de positie, de grootte en de dichtheid van de stempel. A Druk op [Wijzigen]. B Selecteer de positie, de grootte en de dichtheid en druk vervolgens op [OK]. 110
135 Functies kopieerapparaat Gebruikersstempel Kopieert een gescande afbeelding als een stempel. Letters of afbeeldingen die u vaak gebruikt kunnen worden opgeslagen. Belangrijk U moet een gebruikersstempel registreren voordat u deze functie kunt gebruiken. U kunt de handinvoer niet gebruiken bij deze functie. Er kan per keer slechts één melding worden gestempeld. GCSTMP0E Stempelpositie en richting van het origineel De posities van de gebruikersstempels verschillen afhankelijk van de richting waarin u uw originelen plaatst. 90 -draaiing Standaard Sleutel op het display Stempelpositie NL GCSTPM6E 111
136 Kopiëren A Druk op [Bewerken / Kleur]. B Druk op [Stempel]. C Druk op [Gebruikersstempel]. D Selecteer de gewenste stempel. U kunt de Kleur en de positie van de stempel wijzigen. E Druk op [Alle pagina's] of [Alleen 1e pagina] om de pagina te selecteren waarop het stempel dient te worden afgedrukt. F Na alle instellingen te hebben ingevoerd, drukt u op [OK]. G Druk op [OK]. H Plaats de originelen en druk op de toets {Start}. Opmerking Wanneer Kleurenkopie geselecteerd is, zal de Kleurenteller op 1 komen te staan. De standaard Kleurinstelling van de gebruikersstempel is rood. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. 11
137 Functies kopieerapparaat De Kleur van de gebruikersstempel wijzigen. Verandert de Kleur van de stempel. A Druk op [Stempelkleur]. B Selecteer de Stempelkleur en druk vervolgens op [OK]. De positie van de gebruikersstempel wijzigen. Verandert de positie van de stempel. A Druk op [Wijzigen] onder < Stempelpositie >. B Selecteer de gewenste positie en druk vervolgens op [OK]. Programmeren van de gebruikersstempel Deze functie scant een afbeelding die wordt gebruikt als gebruikersstempel. Stempelafbeeldingen zijn alleen leesbaar als ze een formaat hebben van mm (0.4"-11.7") hoog en mm (0.4"-17.0") breed. Indien de waarde echter de maximale afmetingen voor het gebied (5000 mm, 7.75 inch ) overschrijdt, dan wordt dit automatisch aangepast binnen het beschikbare bereik. A Vergewis u ervan dat het apparaat in de kopieermodus staat. B Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. NL AMG003S 113
138 Kopiëren C Druk op [Kopieerapp./Doc. Server-eigensch.]. D Druk op [Stempel]. E Druk op [Gebruikersstempel]. F Druk op [Stempel programmeren/verwijderen]. G Druk op [mprogramma] en druk vervolgens op het stempelnummer dat u wilt programmeren. H Voer de naam van de gebruikersstempel in (maximaal tien tekens) met de lettertoetsen en druk vervolgens op [OK]. I Voer de horizontale afmeting van de stempel in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op de {q} toets. J Druk op [Verticaal] en voer de verticale afmeting van het papier in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op de toets {q}. K Plaats het origineel voor de gebruikersstempel op de glasplaat en druk vervolgens op [Scannen starten]. Het origineel zal worden gescand en de stempel zal worden geregistreerd. L Druk op [Afsluiten]. M Druk op [Afsluiten]. Display keert terug naar het Printerconfiguratie-menuscherm. N Druk op [Afsluiten]. Hiermee worden de instellingen afgesloten en maakt het apparaat zich gereed voor kopiëren. 114 Opmerking Stempelnummers weergegeven met m bevatten al instellingen. Als het stempelnummer al in gebruik is, wordt u gevraagd of u het nummer wilt overschrijven. Druk op [Ja] of [Nee]. Originelen kunnen niet worden gescand via de ADF tijdens het programmeren van de gebruikersstempel.
139 Functies kopieerapparaat Verwijderen van de gebruikersstempel Verwijdert een afbeelding die geregistreerd staat als een gebruikersstempel. U kunt een verwijderde stempel niet opnieuw oproepen. A Vergewis u ervan dat het apparaat in de Kopieermodus staat. B Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. NL AMG003S C Druk op [Kopieerapp./Doc. Server-eigensch.]. D Druk op [Stempel]. E Druk op [Gebruikersstempel]. F Druk op [Stempel programmeren/verwijderen]. G Druk op [Verwijderen] en druk vervolgens op het stempelnummer dat u wilt verwijderen. H Selecteer [Ja] en druk vervolgens op [Afsluiten]. I Druk op [Afsluiten]. De display keert terug naar het hoofdmenu van Kopie / Document Serverfuncties. J Druk op [Afsluiten]. Hiermee worden de instellingen afgesloten en maakt het apparaat zich gereed voor kopiëren. 115
140 Kopiëren Datumstempel Gebruik deze functie om datums op uw kopieën te drukken. 17/11/006 AMG049S U kunt de volgende stijlen selecteren: MM/DD/JJJJ MM.DD.JJJJ DD/MM/JJJJ DD.MM.JJJJ Stempelpositie en richting van het origineel De datumstempelposities verschillen afhankelijk van de richting waarin u uw originelen plaatst. Belangrijk U kunt de handinvoer niet gebruiken bij deze functie. 116
141 Functies kopieerapparaat A Druk op [Bewerken / Kleur]. B Druk op [Stempel]. C Druk op [Datumstempel]. D Selecteer het stempelformaat. U kunt de Stempelkleur, de stijl en de positie van de datum die gestempeld moet worden, wijzigen. E Druk op [Alle pagina's] of [Alleen 1e pagina] om de pagina te selecteren waarop het stempel dient te worden afgedrukt. F Nadat alle instellingen zijn gewijzigd, drukt u op [OK]. G Druk op [OK]. H Plaats de originelen en druk op de toets {Start}. Opmerking U kunt de Stempelkleur, het formaat en de positie van de datum die gestempeld moet worden, wijzigen. De Standaardkleur is Zwart. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. 117
142 Kopiëren De Kleur van de datumstempel wijzigen Verandert de Kleur van de stempel. A Druk op [Stempelkleur]. B Selecteer de Stempelkleur en druk vervolgens op [OK]. Het formaat van de datum veranderen Verandert de stijl van de datum die gestempeld moet worden. A Druk op [Format wijzigen] onder < Huidige Datum>. B Selecteer de datumnotatie en druk vervolgens op [OK]. De positie van de datumstempel wijzigen Verandert de positie van de stempel. A Druk op [Wijzigen] onder < Stempelpositie >. 118
143 Functies kopieerapparaat B Selecteer de gewenste positie van de datumstempel en druk vervolgens op [OK]. Paginanummering Gebruik deze functie om paginanummers op uw kopieën te drukken. NL CPG0100 Er zijn zes soorten paginanummering. P1, P, 1/5,/5, -1-,--, P.1, P., 1,, 1-1,1-, 119
144 Kopiëren Stempelpositie en richting van het origineel De stempelposities op de pagina verschillen afhankelijk van de richting waarin u uw originelen plaatst. 90 -draaiing Standaard Sleutel op het display Stempelpositie NL GCSTMP8E Belangrijk U kunt de handinvoer niet gebruiken bij deze functie. A Druk op [Bewerken / Kleur]. B Druk op [Stempel]. C Druk op [Paginanummering]. 10
145 Functies kopieerapparaat D Selecteer het formaat. E Nadat u alle gewenste instellingen heeft opgegeven, drukt u op [OK]. F Druk op [OK]. G Plaats de originelen en druk op de toets {Start}. Opmerking U kunt de stempelkleur, positie, de pagina s waarop een stempel moet worden geplaatst en de paginanummering opgeven. De Standaardkleur is zwart. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. De Kleur van de stempel wijzigen Verandert de Kleur van de stempel. A Druk op [Stempelkleur]. B Selecteer de Stempelkleur en druk vervolgens op [OK]. De positie van de stempel wijzigen Verandert de positie van de stempel. A Druk op [Wijzigen] onder < Stempelpositie >. B Selecteer de gewenste positie en druk vervolgens op [OK]. 11
146 Kopiëren De eerste afdrukpagina en beginnummer ("P1,P...", "-1-,--...", "P.1,P...", "1,...") specificeren Onderstaand wordt de situatie verklaard waarin "P1, P " is geselecteerd. De stappen zijn gelijk voor andere gevallen. A Druk op [Wijzigen] onder <Nummering Wijzigen>. B Druk op [1e af te drukken pag.], voer het paginanummer van het origineel in van waar moet worden begonnen met afdrukken en druk vervolgens op de toets {q}. C Druk op [1e af te drukken nr.], voer vervolgens met de cijfertoetsen het paginanummer in waarmee u de paginanummering wilt laten beginnen, en druk vervolgens op de toets {q}. Onderstaand voorbeeld laat de situatie zien wanneer de eerste afdrukpagina is en het beginnummer 3. NL GCANPEJ D Druk op [Laatste nr], voer vervolgens met de cijfertoetsen het paginanummer in waar u de paginanummering wilt laten stoppen, en druk vervolgens op de toets {q}. Als u alle pagina s tot het einde wilt nummeren, drukt u op [tot het eind]. 1
147 Functies kopieerapparaat E Als het toewijzen van de pagina s voltooid is, drukt u op [OK]. F Druk tweemaal op [OK]. De eerste afdrukpagina en beginnummer ("1/5,/5 ") specificeren A Druk op [Wijzigen] onder <Nummering Wijzigen>. B Druk op [1e af te drukken pag.]. Voer het paginanummer van het origineel in van waar moet worden begonnen met afdrukken en druk vervolgens op de toets {q}. U kunt tussen 1 en 9999 invoeren voor het paginanummer van het origineel waarmee het afdrukken moet beginnen. C Druk op [1e af te drukken nr.], voer vervolgens met de cijfertoetsen het paginanummer in waarmee u de paginanummering wilt laten beginnen, en druk vervolgens op de toets {q}. D Druk op [Laatste nr], voer vervolgens met de cijfertoetsen het paginanummer in waar u de paginanummering wilt laten stoppen, en druk vervolgens op de toets {q}. Ga verder met stap E als u geen wijzigingen wilt aanbrengen. Als u alle pagina s tot het einde wilt nummeren, drukt u op [tot het eind]. Het laatste nummer is het laatste paginanummer dat wordt afgedrukt. Bijvoorbeeld, wanneer het Totaal van de Pagina s tien is, en u wilt maximaal zeven pagina s afdrukken en u vanaf pagina 8 niet wilt afdrukken, dan voert u 7 in als Laatste Nummer. Normaal gesproken, hoeft u het aantal niet in te voeren. E Druk op [Alle pagina's], voer met de cijfertoetsen het totaal aantal origineelpagina s in en druk vervolgens op de toets {q}. F Als het toewijzen van de pagina voltooid is, drukt u tweemaal op [OK]. G Plaats de originelen en druk op de toets {Start}. 13
148 Kopiëren Opmerking Als u het nummer wilt wijzigen, dat u heeft ingevoerd in stap B, drukt u op [Wissen] of op {Wis/Stop} en voert u vervolgens een nieuw nummer in. Om de instellingen te veranderen ( de eerste afdrukpagina, het nummer van de pagina vanwaar nummering moet worden begonnen of het totaal aantal pagina s), drukt u na [OK], op [Wijzigen] en voert u de nummers weer in. Om een paginanummer te veranderen, drukt u op [Startpag] en voert u daarna met de cijfertoetsen het nummer in. De eerste afdrukpagina en beginnummer ("1-1,1- ") specificeren A Druk op [Wijzigen] onder <Nummering Wijzigen>. B Druk op [1e af te drukken pag.], voer het paginanummer van het origineel in van waaraf moet worden begonnen met afdrukken en druk vervolgens op de toets {q}. C Druk op [Nr. eerste hoofdstuk], voer met de cijfertoetsen het hoofdstuknummer in waarmee u de paginanummering wilt laten beginnen en druk vervolgens op de toets {q}. U kunt tussen 1 en 9999 invoeren voor het hoofdstuknummer waarmee de paginanummering moet beginnen. D Druk op [1e af te drukken nr.], voer vervolgens met de cijfertoetsen het paginanummer in waarmee u het afdrukken wilt laten beginnen, en druk vervolgens op de toets {q}. E Druk op [OK]. F Als het toewijzen van de pagina voltooid is, drukt u tweemaal op [OK]. G Plaats de originelen en druk op de toets {Start}. 14
149 Functies kopieerapparaat Opmerking Als u het nummer wilt wijzigen, dat u heeft ingevoerd in stap B, drukt u op [Wissen] of op {Wis/Stop} en voert u vervolgens een nieuw nummer in. Wanneer u "1/5,/5..." heeft geselecteerd en de instellingen wilt veranderen ( de eerste afdrukpagina, het nummer van de pagina vanwaar met nummering moet worden begonnen of het totaal aantal pagina s), drukt u na [OK] in stap F, op [Wijzigen] en voert u de nummers weer in. Wanneer u "1/5,/5..." heeft geselecteerd en een paginanummer wilt veranderen, drukt u na [OK] in stap F, op [Wijzigen] en voert u het nummer opnieuw met de cijfertoetsen in. Beeldherhaling De originele afbeelding wordt meerdere keren herhaald. Er zijn twee manieren om een afbeelding te specificeren die herhaald moet worden. Volledig gebied herhalen Kopieert herhaaldelijk de hele afbeelding. Gespecificeerd gebied herhalen Kopieert herhaaldelijk een opgegeven gedeelte van de afbeelding. Opmerking Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. 15
150 Kopiëren Volledig gebied herhalen Kopieert herhaaldelijk de hele afbeelding. Het aantal herhaalde afbeeldingen hangt af van het formaat van het origineel, het formaat van het kopieerpapier en de reproductiefactor. Zie, bijvoorbeeld, de volgende tabel: Origineel: A5L/Kopieerpapier: A4K of Origineel: A5K/Kopieerpapier A4L, Origineel: 5 1 / " 8 1 / "K/Kopieerpapier: 8 1 / " 11"L of Origineel: 5 1 / " 8 1 / "L/Kopieerpapier: 8 1 / " 11"K 4 herhalingen (71%) 16 herhalingen (35%) Repeat1 Repeat Origineel: A5K/Kopieerpapier: A4L of Origineel: A5L/Kopieerpapier A4K, Origineel: 5 1 / " 8 1 / "K/Kopieerpapier: 8 1 / " 11"L of Origineel: 5 1 / " 8 1 / "L/Kopieerpapier: 8 1 / " 11"K herhalingen (100%) 8 herhalingen (50%) 3 herhalingen (5%) Repeat3 Repeat4 Repeat5 A Kies het formaat van het kopieerpapier en de reproductiefactor. B Druk op [Bewerken / Kleur]. 16 C Druk op [Bld bew.]. D Druk op [Beeld herhalen]. E Let erop dat [Volledige gebied] is geselecteerd en druk dan op [OK]. F Druk op [OK]. G Plaats het origineel en druk op de toets {Start}.
151 Functies kopieerapparaat Gespecificeerd gebied herhalen Kopieert herhaaldelijk een opgegeven gedeelte van de afbeelding. Bepaal de locatie van het basispunt van het gebied en de lengte en breedte ervan. GCRE03E A Plaats op de glasplaat. Belangrijk U kunt deze functie niet gebruiken vanuit de ADF. A Bepaal de maat van de locatie van het basispunt (X1, Y1) en de lengte en breedte (X, Y) ervan voor het gebied van de afbeelding die meermaals gekopieerd wordt. U kunt waarden ingeven voor X1 tussen: 0-41 mm (0"-16."), X: 0-43 mm (0.8"-17.0"), Y1: 0-77 mm (0"-10.8") en Y: 0-97 mm (0.8"-11.6"). B Kies het formaat van het kopieerpapier en de reproductiefactor. C Druk op [Bewerken / Kleur]. D Druk op [Bld bew.]. E Druk op [Beeld herhalen]. F Druk op [Gespecific. gebied]. G Voer de lengte van [X1]in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op de {q} toets. H Voer de lengte van [Y1]in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op de {q} toets. 17
152 Kopiëren I Voer de lengte van [X]in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op de {q} toets. J Voer de lengte van [Y]in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op de {q} toets. K Druk tweemaal op [OK]. L Plaats het origineel op de glasplaat en druk vervolgens op de toets {Start}. Dubbele kopieën Eén originele afbeelding wordt in tweevoud gekopieerd op één kopie, zoals weergegeven. Belangrijk U kunt de handinvoer niet gebruiken bij deze functie. Maak gebruik van de volgende tabel bij het kiezen van het formaat van het origineel en het kopieerpapier met een reproductiefactor van 100 %: Metrische versie Inch-versie 18
153 Functies kopieerapparaat A Druk op [Bewerken / Kleur]. B Druk op [Bld bew.]. C Druk op [Dubbele kopie]. D Druk op [OK]. E Kies het papier. F Plaats de originelen en druk op de toets {Start}. Opmerking Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Centreren U kunt kopiëren met de afbeelding verplaatst naar het midden van het kopieerpapier. Belangrijk U kunt de handinvoer niet gebruiken bij deze functie. De formaten en richtingen van het origineel die geschikt zijn voor centreren, zijn hieronder weergegeven. Metrische versie Origineel geplaatst op: Inch-versie Origineelformaat en -richting Glasplaat A3L, B4 JISL, A4KL, B5 JISKL, 8" 13"L ADF A3L, B4 JISL, A4KL, B5 JISKL, A5KL, 11 17L, 8 1 / " 11"KL, 8" 13"L, 8KL, 16KKL Origineel geplaatst op: Glasplaat Papierformaat en -richting 11" 17"L, 8 1 / " 14"L, 8 1 / " 11"KL ADF A3L, A4KL, 11" 17"L, 8 1 / " 14"L, 8 1 / " 11"L, 5 1 / " 8 1 / "KL, 10" 14"L, 7 1 / 4 " 10 1 / "KL 19
154 Kopiëren GCCNTR0E A Kies het papier. B Druk op [Bewerken / Kleur]. C Druk op [Bld bew.]. D Druk op [Centreren]. E Druk op [OK]. F Plaats de originelen en druk op de toets {Start}. 130
155 Functies kopieerapparaat Positief/Negatief Kopieert een afbeelding omgekeerd. Als uw origineel zwart-wit is, worden gekopieerde afbeeldingen omgekeerd. Als uw origineel in Kleur is, worden belichting, de donkere en heldere afstelling voor elke Kleur omgedraaid en aangepast naar kopiekleuren. Belangrijk Als uw origineel zwart-wit is, worden gekopieerde afbeeldingen omgekeerd. Als uw origineel in Kleur is, worden belichting, de donkere en heldere afstelling voor elke Kleur omgedraaid en aangepast naar kopiekleuren. GCHATN1E A Druk op [Bewerken / Kleur]. B Druk op [Bld bew.]. C Druk op [Positief/Negatief]. D Druk op [OK]. E Kies het papier. F Plaats de originelen en druk op de toets {Start}. 131
156 Kopiëren Spiegelen Kopieën worden gemaakt door de afbeelding van rechts naar links om te draaien, als door een spiegel gereflecteerd. GCMILL1J A Druk op [Bewerken / Kleur]. B Druk op [Bld bew.]. C Druk op [Gespiegeld beeld]. D Druk op [OK]. E Plaats de originelen en druk op de toets {Start}. 13
157 Functies kopieerapparaat Kaften Kaft-functie omvat Voorblad en Voor-/Achterbladen. Voorblad De eerste pagina van uw origineel wordt gekopieerd op speciaal papier voor kaften of er wordt een kaftvel ingevoegd voor de eerste kopie. Kopiëren Blanco Voor-/Achterbladen De eerste en laatste pagina s van uw origineel worden gekopieerd op speciaal papier voor gebruik als omslag of er wordt een kaftvel ingevoegd voor de eerste kopie en na de laatste kopie. Kopiëren Blanco AMF085S A De lade voor het voorbladpapier instellen. Het voorblad moet hetzelfde formaat en dezelfde richting hebben als het kopieerpapier. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. 133
158 Kopiëren B Druk op [Kaft/Tussenblad]. C Kies [Kopie] of [Blanco] voor het voorblad en druk vervolgens op [OK]. D Selecteer de papierlade die het papier bevat waarop de originelen moeten worden gekopieerd. E Plaats de originelen in de ADF en druk op de toets {Start}. Opmerking U kunt het kopieerpapier voor originelen noch de omslagbladen in de handinvoerlade plaatsen. Wanneer u [Kopie] selecteert in stap C, selecteer dan of de voor- en achterbladen 1-zijdig of -zijdig gekopieerd worden. Aanwijzen U kunt deze functie gebruiken om bepaalde pagina s van uw origineel naar tussenbladen te kopiëren of om een tussenblad in te voegen voor elke gespecificeerde pagina. Belangrijk Voordat u deze functie kiest, dient u de lade voor speciaal papier voor de tussenbladen in te stellen. De tussenbladen moeten hetzelfde formaat en dezelfde richting hebben als het kopieerpapier. U kunt het kopieerpapier niet in de handinvoerlade plaatsen. 134
159 Functies kopieerapparaat A Druk op [Kaft/Tussenblad]. B Druk op [Tussv./hfdstk]. C Selecteer [Tussenv.: Kopie] of [Tussenv.: Blanco]. D Druk op de toets om het hoofdstuknummer te selecteren. Om pagina s 11 tot 0 (hoofdstuk) te selecteren, drukt u op [11-0]. E Voer de lokatie van de eerste pagina van het eerste hoofdstuk in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op de toets {q}. F Om een andere paginalokatie op te geven, herhaal stappen D tot E. U kunt maximaal 0 pagina s opslaan. G Selecteer de papierlade die het papier bevat waarop de originelen moeten worden gekopieerd. H Wanneer u klaar bent met het opslaan van de pagina s, drukt u tweemaal op [OK]. I Plaats de originelen in de ADF en druk op de toets {Start}. Verwijzing Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. 135
160 Kopiëren Hoofdstukken De paginalokaties die u met deze functie opgeeft zullen aan de voorkant van de gekopieerde bladen verschijnen. GCSHOWOJ Belangrijk Voordat u deze functie selecteert, druk op de toets [Duplex/combi./reeks] en selecteer 1-zijdig -zijdig of Combineren. Deze functie kan alleen worden gebruikt wanneer u de functie Duplex (1-zijdig -zijdig) of Combineren gebruikt. A Druk op [Kaft/Tussenblad]. B Druk op [Tussv./hfdstk]. C Druk op [Hoofdstuk]. D Druk op de toets om het hoofdstuknummer te selecteren. Om hoofdstuk 11 tot 0 te selecteren, drukt u op [11-0]. E Voer de lokatie van de eerste pagina van het eerste hoofdstuk in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op de toets {q}. U kunt maximaal 0 pagina s opgeven. F Om een andere paginalokatie op te geven, herhaal stappen D tot E. G Kies het papier. 136
161 Functies kopieerapparaat H Als het toewijzen van de pagina voltooid is, tweemaal [OK]. I Plaats de originelen en druk op de toets {Start}. Tussenbladen Iedere keer dat een pagina van het origineel wijzigt, wordt er een tussenblad ingestoken. U kunt ook afdrukken op het ingevoegde tussenblad. Aangezien een tussenblad wordt ingestoken voor iedere pagina, kunt u bedrukte oppervlakken beschermen. Deze functie komt van pas wanneer u OHP transparanten kopieert. Belangrijk Voordat u deze functie kiest, dient u de lade voor speciaal papier voor de tussenbladen in te stellen. Laad de tussenbladen van hetzelfde formaat en in dezelfde richting als het kopieerpapier of de OHP-transparanten. Wanneer u OHP transparanten gebruikt die in de handinvoerlade zijn geplaatst Kopiëren Blanco 137
162 Kopiëren A Druk op [Kaft/Tussenblad]. B Selecteer [Kopie] of [Blanco] en druk vervolgens op [OK]. C Selecteer de papierlade die het papier bevat waarop de originelen moeten worden gekopieerd. Open de handinvoer als er OHP-transparanten worden gebruikt. D Plaats de originelen en druk op de toets {Start}. Opmerking Druk op de toets {q} en selecteer [OHP(transparant)] in Speciaal papier. Wanneer u OHP transparanten kopieert die in de handinvoerlade zijn geplaatst en de Interne lade 1 niet geselecteerd is als uitvoerlade, dan worden de kopieën daarin afgeleverd. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Verwijzing Zie Pag.38 Indien u op OHP-transparanten kopieert of op dun papier. 138
163 Gegevens opslaan in de Document Server Gegevens opslaan in de Document Server Met Document Server kunt u documenten in het geheugen opslaan en deze naar wens afdrukken. Belangrijk Gegevens opgeslagen in het apparaat kunnen verloren gaan bij het optreden van een storing. De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade die optreedt als gevolg van het verlies van gegevens. A Druk op [Bestand opslaan]. B Typ een bestandsnaam, gebruikersnaam of wachtwoord, indien nodig. C Druk op [OK]. D Plaats de originelen. E Voer de scaninstellingen voor het origineel in. 139
164 Kopiëren F Druk op de toets {Start}. Originelen worden gescand en opgeslagen in het geheugen. Opmerking Als u het scannen wilt stoppen, drukt u op de toets {Wis/Stop}. Om het scannen na een onderbreking te hervatten, drukt u in het bevestigingsdisplay op de toets [Doorgaan]. Om gescande beelden te verwijderen en de opdracht te annuleren, drukt u op [Stoppen]. De originelen geplaatst in de ADF, worden afgeleverd. Als een origineel op de glasplaat wordt geplaatst, moet op de toets {q} worden gedrukt nadat alle originelen zijn gescand. Gegevens die op de Document Server zijn opgeslagen, worden standaard na drie dagen verwijderd. U kunt opgeven na verloop van welke tijd de opgeslagen gegevens automatisch worden verwijderd. Voor details over het wijzigen van instellingen, verwijzen wij u naar de Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Om te controleren of het document opgeslagen is, drukt u op de toets {Document Server} Wanneer u een nog een document wilt opslaan, doe dat dan nadat het kopiëren is beëindigd. Voor nadere informatie over de Document Server, zie Document Server. Voor nadere informatie over het afdrukken van opgeslagen documenten, zie Afdrukken van een Opgeslagen Document. Voor details over de wijze waarop gebruikersnaam, bestandsnaam en wachtwoord moeten worden ingesteld, zie Gegevens Opslaan. Afhankelijk van de beveiligingsinstelling, wordt mogelijk [Toegangsprivileges] weergegeven in plaats van [Gebruikersnaam]. Voor details over het specificeren van [Toegangsprivileges], neemt u contact op met de beheerder. Verwijzing Zie Pag.149 De Document Server gebruiken. Zie Pag.159 Een opgeslagen document afdrukken. Zie Pag.149 Gegevens opslaan. 140
165 Programma s Programma s U kunt de regelmatig gebruikte kopieerinstellingen opslaan in het geheugen van het apparaat en deze bij toekomstig gebruik weer oproepen. U kunt maximaal 10 programma s opslaan. Opmerking U kunt kiezen om de Standaardmodus of Programmanummer 10 als standaardmodus in te laten stellen indien alle modi worden verwijderd, of gereset of onmiddellijk nadat de bedrijfsschakelaar is ingeschakeld. Zie "Programmeren van Standaardinstellingen in Begindisplay". Papierinstellingen worden gebaseerd op papierformaat opgeslagen. Dus als u meer dan één papierlade met hetzelfde formaat plaatst, zal de bij Gebruikersinstellingen (Systeeminstellingen) met prioriteit aangegeven papierlade als eerste worden gebruikt. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Programma s worden niet gewist door de stroom uit te schakelen of door op de toets {Instellingen verwijderen} te drukken. Een programma opslaan Slaat een programma op A Bewerk de kopieerinstellingen zodat alle functies die u in het geheugen wilt opslaan, zijn geselecteerd. B Druk op de toets {Programma}. AMG004S C Druk op [Progr.]. 141
166 Kopiëren D Druk op het nummer van het programma dat u wilt opslaan. E Voer de naam van het programma in met de lettertoetsen op de display van het apparaat. U kunt maximaal 40 tekens typen. F Druk op [OK]. Het scherm keert terug naar het programmascherm en toont het programmanummer gevolgd door de programmanaam. Het scherm keert na korte tijd terug naar het beginscherm van de kopieerfunctie. Opmerking Voor programmanummers met een m ervoor zijn al instellingen gemaakt. Als u de programmanaam niet wilt invoeren in stap E, gaat u verder naar stap F. Een opgeslagen programma wijzigen Programma-instellingen wijzigen. A Controleer de programma-instellingen. B De inhoud van een programma instellen. C Druk op de toets {Programma}. D Druk op [Progr.]. E Druk op het nummer van het programma dat u wilt opslaan. F Druk op [Ja]. G Voer de programmanaam in. U kunt maximaal 40 tekens typen. H Druk op [OK]. Het scherm keert terug naar het programmascherm en toont het programmanummer gevolgd door de programmanaam. Het scherm keert na korte tijd terug naar het beginscherm van de kopieerfunctie. 14
167 Programma s Opmerking Om de inhoud van een programma te bekijken, roept u het programma op. Wanneer het overschreven is, wordt het vorige programma verwijderd. Een programma verwijderen Wist de inhoud van een programma. A Druk op de toets {Programma}. B Druk op [Verwijderen]. C Druk op het nummer van het programma dat u wilt verwijderen. D Druk op [Ja]. Het programma wordt verwijderd en het display keert terug naar het beginkopieerdisplay. Een programma oproepen Roept een opgeslagen programma op en kopieert de inhoud ervan. A Druk op de toets {Programma}. B Druk op [Oproepen]. 143
168 Kopiëren C Druk op het nummer van het programma dat u wilt oproepen. De opgeslagen instellingen worden getoond. D Plaats de originelen en druk op de toets {Start}. Opmerking Alleen programma s met een m ervoor, bevatten een programma in stap C. Programmeren van Standaardinstellingen in Begindisplay Dit hoofdstuk beschrijft hoe u standaardinstellingen kunt programmeren voor de begindisplay, wanneer modi worden verwijderd of gereset of onmiddellijk nadat het apparaat is aangezet. De standaardinstellingen die u kunt programmeren zijn Kleurenmodus, Papierlade, Origineeltype, Belichting, Speciale Originelen, Richting Origineel, Voor- /Tussenblad, Bewerken/Kleur, Dup./Combineer/Serie, Verkleinen/Vergroten, Finishing. A Specificeren van scannerinstellingen en andere instellingen die u nodig heeft in de begindisplay. B Druk op de toets {Programma}. C Druk op [Als stnd progr.]. D Druk op [Progr.]. E Wanneer er een dialoogvenster voor bevestiging verschijnt, drukt u op [Ja]. De huidige instellingen zijn als standaardinstellingen geprogrammeerd. Het scherm keert terug naar de begindisplay. Opmerking Om de standaard fabrieksinstellingen weer op de begindisplay te installeren, drukt u op [Fabrieksinst. herstellen]. De standaardinstellingen kunnen afzonderlijk worden geprogrammeerd voor het normale scherm en de vereenvoudigde schermen. 144
169 3. Document Server Gebruik van de Document Server maakt het voor u mogelijk documenten op de harde schijf van het apparaat op te slaan, door ze met de kopieerfunctie in te lezen. Zo kunt u ze later afdrukken onder toepassing van de noodzakelijke voorwaarden. Verband tussen Document Server en andere Functies De staat van de Document Server varieert afhankelijk van de gebruikte functie. Functies kopieerapparaat Opslagmethode: Kopieer//Document Server Lijstweergave: Beschikbaar Afdrukken: Beschikbaar Versturen: Niet beschikbaar Printerfuncties Opslagmethode: Personal computer Lijstweergave: Beschikbaar Afdrukken: Beschikbaar Versturen: Niet beschikbaar Faxfuncties Opslagmethode: Fax Lijstweergave: Beschikbaar Afdrukken: Beschikbaar Versturen: Beschikbaar Versturen wordt uitgevoerd met gebruikmaking van de opgeslagen document transmissie van de faxfunctie. Zie de Faxhandleiding. Scannerfuncties Opslagmethode: Scanner Lijstweergave: Niet beschikbaar Wanneer documenten worden opgeslagen met de scannerfunctie, kunt u ze bevestigen in het scanner functiescherm. Zie Scannerhandleiding. Afdrukken: Niet beschikbaar Versturen: Beschikbaar Versturen wordt uitgevoerd met gebruikmaking van de opgeslagen document transmissie van de scannerfunctie. Zie Scannerhandleiding. 145
170 Document Server Document Server Display Het volgende geeft uitleg over de schermen en de pictogrammen die worden weergegeven in de Document Server functie. Document Server begindisplay 3 AMG034S 1. Dit scherm geeft de operationele status en berichten weer.. Het aantal originelen dat gelezen wordt in het geheugen evenals het aantal geplaatste en gekopieerde papiersets worden weergegeven. 3. De toets voor de bediening wordt weergegeven. 4. De functie die wordt gebruikt voor opslag evenals de kleurenmodus wordt weergegeven. 5. De functies waarmee de documenten werden opgeslagen. De lijstweergave van de Document Server laat de volgende pictogrammen zien afhankelijk van de geselecteerde opslagfunctie en de kleurenmodus: Functie Kopiëren Fax Printer Pictogrammen Kleuren pictogrammen Kleur Zwart-wit Monochroom 146
171 Verband tussen Document Server en andere Functies Opmerking Het is mogelijk dat niet alle opgeslagen documenten worden weergegeven, daar dat afhankelijk is van de gespecificeerde beveiligingsfunctie. Vereenvoudigde display Dit hoofdstuk verklaart hoe u de "Vereenvoudigde display gebruikt en laat u de toetsen zien. U kunt de vereenvoudigde display bekijken van het beginscherm van de Document Server door te drukken op de toets {Vereenvoudigde Display}. De vereenvoudigde display bevat enkel hoofdfuncties. Tekens en toetsen zijn op dit scherm vergroot, waardoor de bediening makkelijker wordt. 3 AMG051S Vereenvoudigd Document Server Scherm NL AMG035S 1. [Kleurentoets] Gebruik deze om het contrast van het scherm te verhogen door de kleuren van de toetsen te veranderen. Niet beschikbaar op de Document Server standaarddisplay. Opmerking Druk nog eens op de toets {Vereenvoudigde display} om terug te keren naar het Document Server standaardscherm. Het vereenvoudigde displayscherm bevat niet alle beschikbare toetsen. 147
172 Document Server Voorvertoningsdisplay 3 Het volgende verklaart de weergaveprocedure van de voorvertoningsdisplay en de items die worden weergegeven op het scherm. De voorvertoningsdisplay wordt weergegeven nadat het scannen beëindigd is. U kunt ook opgeslagen documenten weergeven in de voorvertoningsdisplay. Voor details, zie de Scannerhandleiding. De voorvertoningsdislplay verwijst naar het scherm waar u de inhoud van de gescande documenten kunt bevestigen. Voorvertoningsdisplay NL AMG036S 1. [ ][ ][ ][ ] Deze worden gebruikt om het gedeelte te verplaatsen dat moet worden weergegeven.. [Uitzoomen], [Inzoomen] Deze worden gebruikt om op het weer te geven document in en uit te zoomen. 3. [Afsluiten] Het log-in scherm zal worden weergegeven. 4. Bestand weergeven Wordt gebruikt om de documentnaam weer te geven. [Veranderen] wordt weergegeven op het voorvertoningsscherm voor opgeslagen documenten. Bovenstaande toets wordt gebruikt om het document in het voorvertoningsscherm weer te geven. 5. Pagina weergeven Wordt gebruikt om het nummer van de huidig geopende pagina weer te geven, het totaal aantal pagina s, het paginaformaat en de geselecteerde kleurenmodus. 6. [Veranderen] Wordt gebruikt om de pagina van het geselecteerde document om te slaan. 7. Positie weergeven Wanneer de afbeelding vergroot wordt, wordt de positie weergegeven op het document dat door deze toets wordt aangegeven. 148 Opmerking Wanneer de voorvertoning al is geselecteerd vanuit een andere functie, kan het zijn dat de functie voorvertoningsscherm onbruikbaar wordt. De preview weergave is evenmin beschikbaar wanneer het papierformaat groter is dan A3.
173 De Document Server gebruiken De Document Server gebruiken Het volgende beschrijft hoe u de Document Server moet gebruiken. Gegevens opslaan Het volgende beschrijft de procedure voor de opslag van documenten op de Document Server. Belangrijk Gegevens opgeslagen in het apparaat kunnen verloren gaan bij het optreden van een storing. De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade die optreedt als gevolg van het verlies van gegevens. Wanneer u uw wachtwoord invoert of opslaat op uw notebook of iets dergelijks, zorg er dan voor dat dat niet door anderen gezien wordt. Eveneens dient er zorgvuldig en veilig te worden omgegaan met het papier waar het op vermeld staat. Voer het wachtwoord in met een lengte van vier tot acht cijfers. Het is aan te raden voor uw wachtwoord niet gelijke cijfers te gebruiken zoals 0000 of opeenvolgende cijfers zoals 134. Deze nummers zijn makkelijk te raden en bieden niet genoeg veiligheid. Wanneer u een document heeft geselecteerd met een correct wachtwoord, dan blijft dat document geselecteerd nadat de operatie beëindigd is. Dat betekent dus dat het document beschikbaar blijft voor personen die het wachtwoord niet kennen. Zorg er daarom voor dat u na de operatie drukt op de toets {Instellingen verwijderen} om de geselecteerde status van het document te annuleren. Gebruikersnamen die geregistreerd staan bij de opgeslagen documenten van de Document Server worden gebruikt om de auteurs van het document te identificeren en de aard van de documenten. Zij dienen niet als beschermende maatregel voor vertrouwelijke documenten. Wanneer u faxverzending inschakelt of het scannen door de scanner, vergewis u er dan van dat alle andere bewerkingen beëindigd zijn. 3 Bestandsnaam Een documentnaam zoals "COPY0001" en "COPY000" wordt automatisch aan het gescande document verbonden. U kunt de naam van het document veranderen. Gebruikersnaam U kunt de gebruikersnaam specificeren zodat de persoon of de afdeling die het document heeft opgeslagen kan worden geïdentificeerd. Er zijn twee manieren mogelijk om een gebruikersnaam te specificeren. Eén is om de te registreren naam te specificeren via het Adressenboek Beheer en de andere manier is een andere naam in te voeren. 149
174 Document Server Wachtwoord U kunt een wachtwoord specificeren voor een document dat moet worden opgeslagen. Wanneer er een wachtwoord voor een document is ingesteld, moet u dat wachtwoord invoeren wanneer u het document wilt afdrukken. Dit voorkomt ongeoorloofd afdrukken van het document. Er zal een slot-pictogram bij het document geplaatst worden waarvoor een wachtwoord is ingesteld. A Druk op de toets {Document Server}. 3 NL AMG005S B Druk op [Origineel scannen]. C Bovenstaande operatie stelt de gebruikersnaam, de documentnaam en het wachtwoord in. Wanneer u een documentnaam niet verandert, zal die automatisch bepaald worden. D Plaats het origineel. E Specificeer de scanvoorwaarden van het origineel. 150
175 De Document Server gebruiken F Druk op de toets {Start}. Het origineel is gescand. Het document is opgeslagen in de Document Server Opmerking Wanneer u de scan wilt onderbreken, drukt u op de toets {Wis/Stop}. Wanneer u drukt op [Doorgaan] in het bevestigingsscherm wordt de scan hervat. Wanneer u drukt op [Stoppen] worden de gescande afbeeldingen verwijderd en het origineel in de automatische documentinvoer (ADF) zal worden uitgeworpen. Wanneer een wachtwoord is ingesteld, zal er aan de linkerzijde van het document een slotje weergegeven worden. Wanneer de scan van het document beëindigd is zal een lijst worden weergegeven. Wanneer de lijst niet verschijnt, drukt u op [Scannen voltooid]. Volgens de standaard fabrieksinstellingen worden op de Document Server opgeslagen documenten drie dagen (7 uur) na datum van opslag verwijderd. U kunt het automatisch verwijderen van documenten annuleren of de periode van automatische verwijdering van drie dagen veranderen. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Wanneer een document dat opgeslagen wordt in de Document Server niet automatisch verwijderd moet worden, specificeer dan [Uit] voor Bedieningshandleiding Standaardinstellingen voordat u het document opslaat. Wanneer u daarna [Aan] specificeert "Automatisch Verwijderen Bestand in Document Server" dan zal Automatisch Verwijderen Bestand in Document Server ingeschakeld zijn voor documenten die na de instelling worden opgeslagen. Wanneer een document wordt opgeslagen in de Document Server na het te hebben opgeslagen met de kopieerfunctie, vergewis u er dan van dat het kopiëren beëindigd is
176 Document Server Om een gebruikersnaam te registreren of te wijzigen ( Wanneer die gebruikersnaam geregistreerd staat in het Adresboek) Het volgende beschrijft de procedure om een gebruikersnaam die aan een opgeslagen document verbonden wordt, te registreren of te wijzigen. A Toon het originele scan-scherm B Druk op [Gebruikersnaam]. 3 Het scherm voor wijziging van gebruikersnaam zal weergegeven worden C Selecteer de gebruikersnaam en druk vervolgens op [OK]. Om een gebruikersnaam te registreren of te wijzigen ( Wanneer die gebruikersnaam niet geregistreerd staat in het Adresboek) Het volgende beschrijft de procedure om een gebruikersnaam die aan een opgeslagen document verbonden wordt, te registreren of te wijzigen. A Toon het originele scan-scherm B Selecteer de gebruikersnaam en druk vervolgens op [OK]. Het scherm gebruikersnaam wijzigen zal weergegeven worden. C Druk op [Handm. invoer]. D Voer de gebruikersnaam in en druk vervolgens op [OK]. 15
177 De Document Server gebruiken Om een gebruikersnaam te registreren of te wijzigen ( Wanneer er geen naam geregistreerd staat in het Adresboek) Het volgende beschrijft de procedure om een gebruikersnaam die aan een opgeslagen document verbonden wordt, te registreren of te wijzigen. A Toon het originele scan-scherm B Druk op [Gebruikersnaam]. 3 Het scherm gebruikersnaam invoeren zal weergegeven worden. C Voer de gebruikersnaam in en druk vervolgens op [OK]. Een bestandsnaam wijzigen Het volgende beschrijft de procedure om een naam die aan een opgeslagen document verbonden wordt, te wijzigen. A Toon het originele scan-scherm B Druk op [Bestandsnaam]. Het scherm van het documentnaam wijzigen zal weergegeven worden. C Druk op [Wissen] om de automatisch ingestelde documentnaam te verwijderen. D Voer de documentnaam in en druk vervolgens op [OK]. 153
178 Document Server Opmerking In stap C, kunt u, door te drukken op [Backspace] elke gewenste lokatie verwijderen. U kunt maximaal 10 grote tekens of 0 kleine tekens invoeren voor een documentnaam. In de lijst worden echter maar maximaal 8 grote tekens of 16 kleine tekens weergegeven als documentnaam. Wanneer bovenstaande limieten worden overschreden zal de lijst maximaal 7 grote of 15 kleine tekens weergeven voor de documentnaam. 3 Een wachtwoord instellen of wijzigen Het volgende beschrijft de procedure om een wachtwoord dat aan een opgeslagen document verbonden wordt, in te stellen of te wijzigen. A Toon het originele scan-scherm B Druk op [Wachtwoord]. C Voer het wachtwoord in met de cijfertoetsen en druk op de toets [OK]. U kunt vier tot acht cijfers gebruiken om het wachtwoord te specificeren. D Om het nog eens te controleren voert u het wachtwoord nog eens in en drukt u op [OK]. 154
179 De Document Server gebruiken Wijzigen van Gebruikersnaam, Bestandsnaam of Wachtwoord van een Opgeslagen Document Het volgende beschrijft de procedure voor het wijzigen van een gebruikersnaam, documentnaam of wachtwoord. A Druk op de toets {Document Server}. B Selecteer het document waarvan de gebruikersnaam, documentnaam of wachtwoord wilt wijzigen. 3 Wanneer een wachtwoord is ingesteld, voert u het in en drukt u op [OK]. C Druk op [Best.mng.]. D Druk op [Gebruikersnaam wijzigen], [Bestandsnaam wijz.] of [Wachtwoord wijzigen]. E Op de respectievelijke wijzigingsschermen voert u de nieuwe gebruikersnaam, documentnaam of wachtwoord in en drukt dan op [OK]. F Druk op [OK]. Opmerking Afhankelijk van de beveiligingsinstelling, wordt mogelijk [Toegangsprivileges] weergegeven in plaats van [Gebruikersnaam]. Voor details over het specificeren van [Toegangsprivileges], neemt u contact op met de beheerder. 155
180 Document Server Controleren van de gegevens van opgeslagen document Het volgende beschrijft de procedure om de gegevens van een opgeslagen document weer te geven. A Selecteer het document waarvan de gegevens moeten worden weergegeven. 3 Wanneer een wachtwoord is ingesteld, voert u het in en drukt u op [OK]. B Druk op [Details]. De gegevens van het document zullen worden weergegeven. Opmerking Wanneer u twee of meer documenten heeft geselecteerd, kunt u de informatie van de documenten bekijken met [U][T]. Door te drukken op [Afsluiten] komt u terug in het documentselectiescherm. 156
181 De Document Server gebruiken Zoeken naar een opgeslagen document Het volgende beschrijft de procedure om te zoeken naar een opgeslagen document aan de hand van gebruikersnaam of documentnaam. De huidige chronologische volgorde van de documenten kunt u in elke gewenste volgorde veranderen. Zoeken op bestandsnaam Het volgende beschrijft de procedure om te zoeken naar een opgeslagen document aan de hand van de documentnaam. Zoeken op gebruikersnaam Het volgende beschrijft de procedure om te zoeken naar een opgeslagen document aan de hand van de gebruikersnaam. 3 Opmerking Installatie van DeskTopBinder Lite activeert het zoeken naar en het opnieuw ordenen van opgeslagen documenten op de PC. Voor details van DeskTopBinder Lite, zie Handleiding voor Gebruik en Help van DeskTopBinder Lite. Zoeken op bestandsnaam Het volgende beschrijft de procedure om te zoeken naar een opgeslagen document aan de hand van de documentnaam. A Druk op de toets {Document Server}. B Druk op [Bestandsnaam]. C Voer de documentnaam in die u wilt zoeken en druk dan op [OK]. Een documentnaam die helemaal overeenkomt vanaf het eerste teken zal worden gezocht en weergegeven op het document-selectiescherm. Opmerking Door te drukken op [Alles weergeven] zullen alle opgeslagen documenten worden weergegeven. 157
182 Document Server Zoeken op gebruikersnaam Het volgende beschrijft de procedure om te zoeken naar een opgeslagen document aan de hand van de gebruikersnaam. A Druk op de toets {Document Server}. B Druk op [Gebruikersnaam]. 3 C Wanneer u een geregistreerde gebruikersnaam specificeert, selecteer dan de gebruikersnaam en druk op [OK]. Wanneer een niet geregistreerde gebruikersnaam gebruikt wordt, ga dan door naar de volgende stap. D Wanneer de gebruikersnaam niet geregistreerd staat, druk dan op [Handm. invoer] en voer de gebruikersnaam in, in het invoerscherm dat weergegeven wordt. Druk vervolgens op [OK]. E Druk op [OK]. Een documentnaam die helemaal overeenkomt vanaf het eerste teken zal worden gezocht en weergegeven op het document-selectiescherm. Opmerking Door te drukken op [Alles weergeven] zullen alle opgeslagen documenten worden weergegeven. 158
183 De Document Server gebruiken Een opgeslagen document afdrukken Het volgende beschrijft de procedure voor het afdrukken van een opgeslagen document Met Web Image Monitor kunt u een document afdrukken dat opgeslagen is in de Document Server van uw PC. A Selecteer het document dat moet worden afgedrukt. Wanneer een wachtwoord is ingesteld, voert u het in en drukt u op [OK]. B Wanneer u twee documenten of meer tegelijkertijd wilt afdrukken, herhaalt u de handelingen van stap A. U kunt maximaal 30 documenten afdrukken. C Wanneer u de afdrukvoorwaarden specificeert, drukt u op [Naar afdr scherm]. Het scherm afdrukvoorwaarden zal worden weergegeven. De gebruikersnaam van het document, de documentnaam en de volgorde van afdrukken van dit document zal worden weergegeven. 3 D Voer het aantal afdrukken in met de cijfertoetsen. Er kunnen maximaal 999 kopieën worden gespecificeerd. E Druk op de toets {Start}. Er zal worden begonnen met afdrukken. 159
184 Document Server 3 Opmerking U kunt het gewenste document zoeken aan de hand van, in stap A, [Gebruikersnaam] of [Bestandsnaam] gesitueerd aan de linker bovenkant van het scherm. Sommige van de geselecteerde documenten worden mogelijkerwijs niet afgedrukt vanwege verschil in formaat of resolutie. Wanneer u de volgorde van afdrukken wijzigt, annuleer dan de markering en specificeer de opdracht op correcte wijze. Door te drukken op {Instellingen verwijderen} worden alle keuzes geannuleerd. Door te drukken op [Volg.] worden alle geselecteerde documenten in volgorde van afdrukken weergegeven. De kopieer- en afdrukfuncties houden de gespecificeerde afdrukvoorwaarden vast nadat het afdrukken beëindigd is en zullen die de volgende keer weer gebruiken. De faxfunctie heeft niet de mogelijkheid afdrukvoorwaarden op te slaan. Wanneer er twee of meer documenten gespecificeerd zijn, worden de afdrukvoorwaarden opgeslagen bij het eerste document, maar niet bij de daaropvolgende documenten. De volgende instellingen zijn beschikbaar als afdrukvoorwaarden. Voor de desbetreffende afdrukresultaten, zie Kopieerfuncties. Boekbindstijl ( -zijdig Bovenzijde aan bovenzijde, -zijdig Bovenzijde aan onderzijde, Tijdschrift, Boekje) Behandeling van het voorblad(voor-/tussenblad, Bewerken/ Stempelen) Afwerking (Sorteren, Rotatie sorteren, Stapelen, Nieten, Perforeren) Bij het afdrukken van twee of meer kopieën terwijl de sorteerfunctie geselecteerd is, kunt u de afwerking bevestigen door slechts een kopie af te drukken. Wanneer u twee of meer documenten tegelijkertijd afdrukt, kunt u ze als één enkel doorlopend document afdrukken door de volgorde van afdrukken ervan te specificeren. Wanneer u twee of meer documenten tegelijkertijd afdrukt, worden de afdrukvoorwaarden ingesteld voor het eerste document toegepast op alle overige documenten Wanneer er twee of meer documenten geselecteerd zijn, kunt u door te drukken op [U][T] de gebruikersnaam, documentnaam en het afdrukvolgorde bevestigen die is toegekend voor verwijderen in stap A. Door te drukken op [Bestand sel.] komt u terug in het documentselectiescherm. De stempelfunctie kan niet gespecificeerd worden voor documenten die worden opgeslagen via de faxfunctie. Verwijzing Zie Pag.58 Functies kopieerapparaat 160
185 De Document Server gebruiken Het afdrukken onderbreken Het volgende beschrijft de procedure voor het onderbreken van afdrukken. A Druk op de toets {Wis/Stop}. B Druk op [Onderbreken]. Het aantal kopieën wijzigen terwijl het afdrukken bezig is Het volgende beschrijft de procedure om het aantal kopieën te wijzigen nadat het afdrukken is gestart. Belangrijk Deze functie is ingeschakeld wanneer de sorteerfunctie is geselecteerd bij de afdrukvoorwaarden. A Druk op de toets {Wis/Stop}. B Druk op [Aantal sets wijzigen]. C Voer opnieuw het aantal afdrukken in met de cijfertoetsen. D Druk op de toets {q}. E Druk op [Doorgaan]. Het afdrukken zal worden hervat. Opmerking Het aantal afdrukken dat kan worden ingevoerd in stap C is afhankelijk van de timing van uw drukken op {Wis/Stop}
186 Document Server Testafdruk Wanneer er heel veel kopieën moeten worden afgedrukt, kunt u vooraf een enkele kopie afdrukken om te controleren of de afdrukvolgorde van de geselecteerde documenten en de afdrukvoorwaarden correct zijn. 3 Belangrijk Deze functie is ingeschakeld wanneer de sorteerfunctie is geselecteerd bij de afdrukvoorwaarden. A Selecteer het document dat moet worden afgedrukt. Wanneer een wachtwoord is ingesteld, voert u het in en drukt u op [OK]. B Druk op de toets {Testafdruk}. Er zal maar één kopie worden afgedrukt. C Druk op [Doorgaan]. Het afdrukken zal worden hervat. Opmerking U kunt het gewenste document zoeken aan de hand van, in stap A, [Gebruikersnaam] of [Bestandsnaam] gesitueerd aan de linker bovenkant van het scherm. In het veld weergavevolgorde in stap A, kunt u de documenten sorteren op [Gebruikersnaam], [Bestandsnaam], [Datum]. Druk op het item dat gebruikt moet worden voor het sorteren. Wanneer u de keuze gemaakt in stap A wilt annuleren, druk dan nogmaals op het gemarkeerde document. Wanneer u het afdrukken wilt annuleren, druk dan op [Onderbreken]. Het afdrukscherm zal weergegeven worden en u kunt een ander item instellen. 16
187 De Document Server gebruiken De eerste pagina afdrukken Om de afdrukresultaten te controleren, kunt u enkel de eerste pagina van het geselecteerde document afdrukken in het document-selectiescherm. Wanneer er twee of meer documenten geselecteerd zijn, worden de eerste pagina s van alle documenten afgedrukt. A Selecteer het document dat moet worden afgedrukt (bevestigd). Wanneer een wachtwoord is ingesteld, voert u het in en drukt u op [OK]. B Druk op [Aangegeven pagina afdrukken]. C Druk op [Eerste pagina]. 3 D Druk op de toets {Start}. Opmerking U kunt het gewenste document zoeken aan de hand van, in stap A, [Gebruikersnaam] of [Bestandsnaam] gesitueerd aan de linker bovenkant van het scherm. In het veld weergavevolgorde in stap A, kunt u de documenten sorteren op [Gebruikersnaam], [Bestandsnaam], [Datum]. Druk op het item dat gebruikt moet worden voor het sorteren. Wanneer u de keuze gemaakt in stap A wilt annuleren, druk dan nogmaals op het gemarkeerde document. 163
188 Document Server Een gespecificeerde pagina afdrukken 3 U kunt de gespecificeerde pagina alleen afdrukken wanneer u het document geselecteerd heeft vanuit het document-selectiescherm. Wanneer er twee of meer documenten geselecteerd zijn, wordt de gespecificeerde pagina van alle documenten afgedrukt. A Selecteer het document dat moet worden afgedrukt. Wanneer een wachtwoord is ingesteld, voert u het in en drukt u op [OK]. B Druk op [Aangegeven pagina afdrukken]. C Druk op [Aangegeven pagina]. D Specificeer de pagina die afgedrukt moet worden met de cijfertoetsen en druk dan op de toets {q} key. E Druk op de toets {Start}. Opmerking U kunt het gewenste document zoeken aan de hand van, in stap A, [Gebruikersnaam] of [Bestandsnaam] gesitueerd aan de linker bovenkant van het scherm. In het veld weergavevolgorde in stap A, kunt u de documenten sorteren op [Gebruikersnaam], [Bestandsnaam], [Datum]. Druk op het item dat gebruikt moet worden voor het sorteren. Wanneer u de keuze gemaakt in stap A wilt annuleren, druk dan nogmaals op het gemarkeerde document. 164
189 De Document Server gebruiken Een gespecificeerde reeks afdrukken U kunt de pagina s van de gespecificeerde reeks alleen afdrukken wanneer u het document geselecteerd heeft vanuit het document-selectiescherm. Wanneer er twee of meer documenten geselecteerd zijn, worden de pagina s uit de gespecificeerde reeks van alle documenten afgedrukt. A Selecteer het document dat moet worden afgedrukt. Wanneer een wachtwoord is ingesteld, voert u het in en drukt u op [OK]. B Druk op [Aangegeven pagina afdrukken]. C Druk op [Bereik specif.]. 3 D Specificeer met de cijfertoetsen de startpagina die afgedrukt moet worden en druk dan op de toets {q}. E Specificeer met de cijfertoetsen de laatste pagina die afgedrukt moet worden en druk dan op de toets {q}. F Druk op de toets {Start}. Opmerking U kunt het gewenste document zoeken aan de hand van, in stap A, [Gebruikersnaam] of [Bestandsnaam] gesitueerd aan de linker bovenkant van het scherm. In het veld weergavevolgorde in stap A, kunt u de documenten sorteren op [Gebruikersnaam], [Bestandsnaam], [Datum]. Druk op het item dat gebruikt moet worden voor het sorteren. Wanneer u de keuze gemaakt in stap A wilt annuleren, druk dan nogmaals op het gemarkeerde document. 165
190 Document Server Een document verwijderen Het volgende beschrijft de procedure voor het verwijderen van een opgeslagen document. 3 Belangrijk De Document Server kan maximaal 1000 documenten opslaan. Wanneer het aantal opgeslagen documenten de 1000 bereikt, wordt het opslaan van een nieuw document onmogelijk. Daarom moet u onnodige documenten zoveel mogelijk verwijderen. A Druk op de toets {Document Server}. B Selecteer het document dat moet worden verwijderd. Wanneer een wachtwoord is ingesteld, voert u het in en drukt u op [OK]. C Druk op [Best.verw]. D Druk op [Ja]. Opmerking Het verwijdert de opgeslagen documenten tegelijkertijd. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Met Web Image Monitor kunt u een document afdrukken dat opgeslagen is in de Document Server van uw PC. Ook is het mogelijk twee of meer documenten te selecteren en ze te verwijderen. U kunt het gewenste document zoeken aan de hand van, in stap [Bestandsnaam] of [Gebruikersnaam] gesitueerd aan de linker bovenkant van het scherm. In het veld weergavevolgorde kunt u de documenten sorteren op [Gebruikersnaam], [Bestandsnaam], [Datum]. Druk op het item dat gebruikt moet worden voor het sorteren. Wanneer u het gezochte document niet heeft kunnen identificeren aan de hand van de documentnaam, druk dan alleen de eerste pagina van het document af om de afdrukresultaten te bevestigen. 166
191 De Document Server gebruiken Wanneer u uw keuze wilt annuleren, druk dan nogmaals op het gemarkeerde document. Voor de Web Image Monitor startprocedure, zie "Een Document weergeven in Document Server met Web Image Monitor". Een document weergeven Document Server met Web Image Monitor Het volgende beschrijft de procedure voor het bevestigen van de inhoud van een opgeslagen document op het PC-scherm met Web Image Monitor. A Start de Web-browser. B Voer in " (IP adres van dit apparaat) /" op de adresbalk. Eerst pagina van Web Image Monitor zal worden weergegeven. C Klik op [Document Server]. De lijst met documenten in de Document Server zal worden weergegeven 3 D Klik op van het document dat u wilt bevestigen. De informatie van het document zal worden weergegeven. E Bevestig de inhoud van het document. Opmerking U kunt het weergaveformaat van de documentenlijst wijzigen vanuit stap C. Klik op (Thumbnails), (Pictogrammen) of (Details). Wanneer u het vertoningsdisplay wilt vergroten in step E, click [Beeld vergroten]. 167
192 Document Server Opgeslagen documenten downloaden Het volgende beschrijft de procedure voor het downloaden van een opgeslagen document naar de PC met Web Image Monitor. 3 Belangrijk Wanneer u een document downloadt dat is opgeslagen met de kopieerfunctie, moet u het uitgebreide dataconversie-programma prepareren. A Start de Web-browser. B Voer in " (IP adres van dit apparaat) /" op de adresbalk. Eerst pagina van Web Image Monitor zal worden weergegeven. C Klik op [Document Server]. De lijst met documenten zal worden weergegeven. D Klik op van het document dat u wilt downloaden. E Kies het bestandsformaat [PDF][Multi-page TIFF] en klik dan op [Download]. De gegevens zullen worden gedownload. F Klik op [OK]. Opmerking U kunt het weergaveformaat van de documentenlijst wijzigen vanuit stap D. Klik op (Thumbnails), (Pictogrammen) of (Details). In stap E kunt u niet [Multi-page TIFF] selecteren voor een document dat wordt opgeslagen met de kopieer- of printerfunctie. Wanneer u een document downloadt met [Multi-page TIFF] in stap E, moet u een printer/scanner en een conversieprogramma voor bestandsformaten prepareren. 168
193 4. Bijlage Het volgende beschrijft de specificaties van het kopieerapparaat en de functionele compatibiliteit. Functionele compatibiliteit De onderstaande tabel geeft aan welke functies gezamenlijk kunnen worden gebruikt. Blanco ruimte: deze modi kunnen samen worden gebruikt. : deze modi kunnen niet samen worden gebruikt. De eerste modus die geselecteerd is zal de modus zijn waarin u werkt. : deze modi kunnen niet samen worden gebruikt. De tweede modus die geselecteerd is zal de modus zijn waarin u werkt. Het volgende toont de combinaties van functies: 169
194 Bijlage *1 Wanneer "-zijdig 1-zijdig" is gespecificeerd, is de combinatie met voor- of tussenblad (Toewijzen). * Combinatie van "Nieten: Boven" en "Perforeren: Links" is. Combinatie van "Nieten: Links" en "Perforeren: Boven" is. Combinatie van "Nieten: Midden" en "Perforeren: Links/ Perforeren: Boven" is
195 Aanvullende informatie Aanvullende informatie Hieronder volgt een beschrijving van de gedetailleerde specificaties van de betreffende functies. Modus gemengde formaten Omdat kleine originelen mogelijk niet juist worden uitgelijnd langs de originelengeleider, kan de kopieerafbeelding scheef staan. U kunt originelen met twee verschillende formaten tegelijkertijd plaatsen. De snelheid waarmee wordt gekopieerd en gescand, gaat omlaag. Kopiëren via de handinvoer De onderstaande papierformaten kunnen als standaardformaat worden geselecteerd: A3L, B4 JISL, A4KL, B5 JISKL, A5KL, B6 JISL, A6L, 1 18L, 11 17L, 8 1 / 14L, 8 1 / " 11"KL, 5 1 / 8 1 / KL, PostcardL, mmkl Wanneer het geluidssignaal uitgeschakeld is, klinkt deze niet wanneer u papier in de handinvoer plaatst. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. 4 Automatisch Vergroten/Verkleinen U kunt kiezen uit 1 vaste factoren (5 vergrotingsfactoren, 7 verkleiningsfactoren). Het volgende laat de relatie zien tussen het formaat van het origineel en het formaat van de kopie-op-papier met de resp. vergrotings-/verkleiningsfactoren. Metrische versie 400% (Sectorratio 16 keer):- 00% (Sectorratio 4 keer): A5 A3, B6JIS B4 JIS 141% (Sectorratio keer): A4 A3, A5 A4, B5 JIS B4 JIS, B6JIS B5 JIS 1%: A4 B4 JIS, A5 B5 JIS 115%: B4 JIS A3, B5 JIS A4, B6JIS A5 93%:- 8%: B4 JIS A4, B5 JIS A5 75%: B4 JIS F4, B4 JIS F 71% (Sectorratio 1 / keer): A3 A4, A4 A5, B4 JIS B5 JIS, B5 JIS B6JIS 65%: A3 F 50% (Sectorratio 1 / 4 keer): A3 A5, B4 JIS B6JIS 5%:- 171
196 Bijlage 4 Inch-versie 400% (Sectorratio 16 keer):- 00% (Sectorratio 4 keer): 5 1 / " 8 1 / " 11" 17" 155% (Sectorratio keer): 5 1 / " 8 1 / " 8 1 / " 14" 19%: 8 1 / " 11" 11" 17" 11%: 8 1 / " 14" 11" 17" 93%: - 85%: F 8 1 / " 11" 78%: 8 1 / " 14" 8 1 / " 11" 73%: 11" 15" 8 1 / " 11" 65%: 11" 17" 8 1 / " 11" 50% (Sectorratio 1 / 4 keer): 11" 17" 5 1 / " 8 1 / " 5%: - U kunt de reproductiefactor onafhankelijk van het formaat van het origineel of de kopie kiezen. Met sommige ratio s worden sommige delen van het beeld niet gekopieerd of verschijnen er marges op de kopieën. Wanneer een beveiligingsprogramma voor het kopiëren van gegevens is geïnstalleerd, kunt u een factor kiezen tussen 50 en 400%. Zoom De reproductiefactoren die u kunt specificeren liggen tussen 5-400%. De factor moet tussen 50 en 400% liggen wanneer het apparaat is uitgerust met een beveiligingsprogramma voor het kopiëren van gegevens. U kunt de reproductiefactor onafhankelijk van het formaat van het origineel of de kopie kiezen. Met sommige ratio s worden sommige delen van het beeld niet gekopieerd of verschijnen er marges op de kopieën. Vergroting Als de berekende factor groter is dan de maximale factor of kleiner is dan de minimale factor, wordt deze automatisch gecorrigeerd naar een waarde binnen het bereik van de beschikbare reproductiefactoren. Bij sommige reproductiefactoren kunnen delen van de afbeeldingen echter niet worden gekopieerd of zullen er marges verschijnen op de kopieën. De reproductiefactoren die u kunt specificeren liggen tussen 5-400%. De factor moet tussen 50 en 400% liggen, wanneer het apparaat is uitgerust met een beveiligingsprogramma voor het kopiëren van gegevens. Vergrotingsrichting van afmetingen De reproductiefactoren die u kunt specificeren liggen tussen 5-400%. De factor moet tussen 50 en 400% liggen, wanneer het apparaat is uitgerust met een beveiligingsprogramma voor het kopiëren van gegevens. Wanneer u een percentage invoert, kunt u alle waarden aangeven binnen de toegestane reeks, ongeacht formaat van origineel of kopieerpapier. Afhankelijk van de instellingen en andere omstandigheden is het echter mogelijk dat delen van de afbeelding niet worden gekopieerd of dat er marges op de kopieën worden weergegeven. 17
197 Aanvullende informatie Wanneer u een formaat in mm invoert en wanneer de berekende productiefactor boven het maximale of onder het minimale aantal productiefactoren ligt, dan wordt dit automatisch aangepast binnen het beschikbare bereik. Bij sommige reproductiefactoren kunnen delen van de afbeeldingen echter niet worden gekopieerd of zullen er marges verschijnen op de kopieën. Sorteren, Geroteerd sorteren, Stapelen Het volgende toont de stapelbare papierformaten en de richting. Interne staffel-/sorteerlade 1" 18"L, A3L, B4L, A4KL, B5KL, A5KL, B6L, A6L, 11" 17"L, 8 1 / " 14"L, 8 1 / " 11"KL, 5 1 / " 8 1 / "L, 7 1 / 4 " 10 1 / "KL, 8" 13"L, 8 1 / " 13"KL, 8 1 / " 13"L, 8KL, 16KKL 500-vel finisher A3L, B4L, A4KL, B5KL, A5KL, B6L, 11" 17"L, 8 1 / " 14"L, 8 1 / " 11"KL, 5 1 / " 8 1 / "L, 7 1 / 4 " 10 1 / "KL, 8" 13"L, 8 1 / " 13"KL, 8 1 / " 13"L, 8KL, 16KKL 1000-vel finisher 1" 18"L, A3L, B4L, A4KL, B5KL, A5KL, 11" 17"L, 8 1 / " 14"L, 8 1 / " 11"KL, 5 1 / " 8 1 / "L, 7 1 / 4 " 10 1 / "KL, 8" 13"L, 8 1 / " 13"KL, 8 1 / " 13"L, 8KL, 16KKL Boekjefinisher 1" 18"L, A3L, B4L, A4KL, B5KL, A5KL, 11" 17"L, 8 1 / " 14"L, 8 1 / " 11"KL, 5 1 / " 8 1 / "L, 7 1 / 4 " 10 1 / "KL, 8" 13"L, 8 1 / " 13"KL, 8 1 / " 13"L, 8KL, 16KKL Papierformaten en -richtingen die kunnen worden gebruikt in de functie Geroteerd sorteren zijn A4KL, B5 JISKL and 8 1 / " 11"KL. Het aantal kopieën dat in de lade kan worden geplaatst is als volgt: Indien het aantal kopieën de capaciteit overschrijdt, dient u kopieën uit de lade te verwijderen. Interne lade A4, 8 1 / " 11" of kleiner: 500 vel B4 JIS, 8 1 / " 14" of groter: 50 vel Interne lade 15 vellen Interne staffel-/sorteerlade A4, 8 1 / " 11" of kleiner: 50 vel B4 JIS, 8 1 / " 14" of groter: 15 vel 500-vel finisher (Op de lade van de Finisher, stapelen van ongeniet papier) A4, 8 1 / " 11" of kleiner: 500 vel B4 JIS, 8 1 / " 14" of groter: 50 vel 4 173
198 Bijlage vel finisher (Op de lade van de Finisher, stapelen van geniet papier) A4KL, B5 JISKL, 8 1 / " 11"KL: -vel binden 55 kopieën, 50-vel binden 9 kopieën A3L, B4 JISL, 11 17L, 8 1 / " 14"L: -vel binden 33 kopieën, 30- vel binden 8 kopieën 1000-vel finisher (Finisher bovenlade) A4, 8 1 / " 11" of kleiner: 50 vel B4 JIS, 8 1 / " 14" of groter: 50 vel 1000-vel finisher (Op de staffellade van de Finisher, stapelen van ongeniet papier) A4, 8 1 / " 11" of kleiner: 1000 vel B4 JIS, 8 1 / " 14" of groter: 500 vel 1000-vel finisher (Op de staffellade van de Finisher, stapelen van geniet papier) A4K, 8 1 / " 11"K: 10 tot 50-vel binden tot 0 kopieën, tot 9-vel binden kopieën A4L, B5 JISL, 8 1 / " 11"K: 10 tot 50-vel binden...50 tot 10 kopieën binden, tot 9-vel binden kopieën A3L, B4L, 11" 17"L, 8 1 / " 14"L, 1" 18"L: 10 tot 30-vel binden...50 tot 10 kopieën, tot 9-vel binden...50 kopieën Boekjefinisher (Finisherlade) A4, 8 1 / " 11" of kleiner: 100 vel B4 JIS, 8 1 / " 14" of groter: 50 vel Boekjefinisher (Op lade van de Finisher, stapelen van ongeniet papier) A4, 8 1 / " 11" of kleiner: vel B4 JIS, 8 1 / " 14" of groter: 500 vel Boekjefinisher (Op lade van de Finisher, stapelen van geniet papier) A4L, B5 JISL, 8 1 / " 11"L: 10 tot 50 vel binden 100 tot 0 kopieën, tot 9-vel binden 100 kopieën A4K, B5 JISK, 8 1 / 11K: 10 tot 50 vel binden 50 tot 10 kopieën, tot 9-vel binden 100 kopieën A3L, B4 JISL, 11 17L, 8 1 / " 14"L: 10 tot 30-vel binden 50 tot 100 kopieën, tot 9-vel binden 50 kopieën Boekjefinisher (Lade boekje) A3L, B4 JISL, A4L, 11 17L, 8 1 / " 14"L, 8 1 / " 11"L: tot 5-vel binden...30 kopieën, 6 tot 10-vel binden...15 kopieën Wanneer de functies Rotatie sorteren of Nieten worden gebruikt, kan de capaciteit worden verminderd. Installatie van de finisher op de interne lade vermindert eveneens het aantal vellen papier dat de lade kan bergen. 174
199 Aanvullende informatie Nieten De volgende papiersoorten kunnen niet worden geniet: Briefkaart Doorschijnend papier OHP-transparanten Etikettenvellen (stickervellen) Opgekruld papier Papier dat niet stevig genoeg is Papier van gemengde formaten In de volgende gevallen worden de kopieën zonder te zijn geniet in de staffellade afgeleverd: Als het aantal kopieën per set de capaciteit van het nietapparaat overschrijdt. Als het geheugen 0% wordt tijdens het kopiëren. Wanneer de Niet-functie gebruikt wordt met [1-zijdig 1-zijdig], [1-zijdig - zijdig], [-zijdig 1-zijdig], [-zijdig -zijdig], [Dubbele kopie], selecteer K origineel voor L en L origineel voor K kopie. Wanneer de Niet-functie gebruikt wordt met [1-zijd Cmb orig], [1-zijd - zijd:b/o], [1-z -z: B/B], [Dubbele kopie], selecteer K papier voor L origineel en L voor K origineel. Wanneer de Niet-functie wordt gebruikt [Nieten:Links ] or [Nieten: Boven ] met de combineerfunctie [1-zijdig 1-zijdig], [1-zijdig -zijdig], [-zijdig 1- zijdig], [-zijdig -zijdig], [Dubbele kopie], selecteer K papier voor L origineel en L papier voor K origineel. Wanneer er een finisher is geïnstalleerd, komen de functies gemengd formaat en automatische papierselectie beschikbaar. Deze functies maken het mogelijk het juiste papier voor het nieten van de gemengde formaten te kiezen. Voor de bewerking dient u in de invoerlade het papier van het te gebruiken formaat te plaatsen. De volgende formaten kunnen worden geniet wanneer ze samen met andere formaten worden gebruikt. A3L en A4 K B4 JISL en B5 JISK 11" 17"L en 8 1 / " 11"K De papierformaten en -richtingen die in de functie Nieten en de niet-capaciteit kunnen worden gebruikt, zijn als volgt: 500-vel finisher A3L, B4 JISL. 11" 17"L, 8 1 / " 14"L: 30 vel A4KL, B5 JISKL, 8 1 / " 11"KL:50 vel 4 175
200 Bijlage vel finisher 1" 18"L, A3L, B4 JISL, 11" 17"L, 8 1 / " 14"L, 8" 13"L, 8 1 / " 13"L, 8 1 / 4 " 13"L, 8KL: 30 vel A4KL, B5 JISKL, 8 1 / " 11"KL, 7 1 / 4 " 10 1 / "KL, 16KKL: 50 vel Boekjefinisher A3L, B4 JISL, 11" 17"L, 8 1 / " 14"L: 30 vel A4KL, B5 JISKL, 8 1 / " 11"KL:50 vel Bij stapelen in het midden: A3L, B4 JISL, A4L, B5 JISL, 11" 17"L, Legal 8 1 / " 14"L, 8 1 / " 11"KL: 10 vel Bij stapelen B4 JISL, A3L, Legal 8 1 / " 14"L, 11" 17"L, trekt u de verlenging van de finisherlade uit. Als het aantal kopieën de capaciteit van de lade overschrijdt, stopt het kopiëren. Verwijder in dit geval de kopieën uit de staffellade en hervat het kopiëren. De ladecapaciteit voor geniete vellen is als volgt: (papiergewicht: 80 g/m, 0 lb.) 500-vel finisher (Finisherlade 1) A4KL, B5 JISKL, 8 1 / " 11"KL: -vel binden 55 kopieën, 50-vel binden 9 kopieën A3L, B4 JISL, 11" 17"L, 8 1 / " 14"L: -vel binden 33 kopieën, 30-vel binden 8 kopieën 1000-vel finisher (Finisher staffellade) A4K, 8 1 / " 11"K: 10 tot 50-vel binden tot 0 kopieën, tot 9-vel binden kopieën A4L, B5 JISL, 8 1 / " 11"K: 10 tot 50-vel binden...50 tot 10 kopieën, tot 9-vel binden kopieën A3L, B4L, 11" 17"L, 8 1 / " 14"L, 1" 18"L: 10 tot 30-vel binden...50 tot 10 kopieën, tot 9-vel binden...50 kopieën Boekjefinisher A4L, B5 JISL, 8 1 / " 11"L: 10 tot 50 vel binden 100 tot 0 kopieën, tot 9-vel binden 100 kopieën A4K, B5 JISK, 8 1 / " 11"K: 10 tot 50 vel binden 50 tot 10 kopieën, tot 9-vel binden 100 kopieën A3L, B4 JISL, 11" 17"L, 8 1 / " 14")L: 10 tot 30-vel binden 50 tot 100 kopieën, tot 9-vel binden 50 kopëeen Boekjelade: A3L. B4 JISL, A4L, 11" 17"L, 8 1 / " 14"L, 8 1 / " 11"L: tot 5-vel binden...30 kopieën, 6 tot 10-vel binden...15 kopieën Tijdens het kopiëren kunt u de positie van de nietjes niet veranderen. Als de afbeelding van het origineel wordt geroteerd, verandert de nietrichting 90. Het maximale formaat van het origineel dat geroteerd kan worden is als volgt: Metrische versie: A4, Inch versie: 8 1 / " 11" 176
201 Aanvullende informatie Wanneer u [Nieten: Scheef], [Nieten: Onder scheef], [Nieten:Links ], [Nieten: Boven ] gebruikt met Combineer, Dubbele kopieën of Automatisch verkleinen/vergroten, zal "Blank gedeelte verschijnen. Controleer de richting. "weergegeven worden, afhankelijk van de richting van de originelen en het papier dat u heeft geplaatst. Verander in dit geval de richting van het papier. Wanneer [Nieten:Links ], [Nieten: Boven ] geselecteerd is, zijn de volgende instellingen handig om afbeeldingen op de juiste wijze te draaien: [Autom. verkl./vergr.] of [Autom.pap.sel] Vervang [Automatische ladewisseling] with [Met beeldrotatie] in Gebruikersinstellingen Kopie/Document Server-functies Als u de zadelsteekfunctie selecteert met de optionele boekjefinisher, niet en vouwt het apparaat het papier in het midden en levert het papier vervolgens gevouwen af. Als u [Nieten: Midden] de modus Tijdschrift of Boekje selecteert, niet het apparaat het papier en vouwt het als een boekje en levert het papier vervolgens gevouwen af. 4 Perforeren Wanneer u Perforeren en Combineer, Dubbele kopieën of Automatisch verkleinen/vergroten gebruikt, kan de melding "Blank gedeelte zal verschijnen. Controleer de richting. " weergegeven worden vanwege de richting van het origineel en de kopie. Als dit het geval is, wijzigt u de richting van het kopieerpapier. Omdat de perforaties in elke kopie gemaakt worden kunnen er kleine afwijkingen optreden tussen de posities van de perforaties. De volgende papierformaten kunnen worden geperforeerd: Type en 4 gaten ( gaten) A3L, B4 JISL, A4LK, B5 JISKL, A5K, 11" 17"L, 8 1 / " 14"L, 8 1 / " 11"KL, 7 1 / 4 " 10 1 / "KL, 8 1 / " 13"L, 8 1 / 4 " 13"L, 8" 13"L, 8KL, 16KKL Type en 4 gaten (4 gaten) A3L, B4 JISL, A4K, B5 JISKL, 11" 17"L, 8 1 / " 11"K, 7 1 / 4 " 10 1 / "K, 8KL, 16KKL Type en 3 gaten ( gaten) A3L, B4 JISL, A4LK, B5 JISKL, A5K, 11" 17"L, 8 1 / " 14"L, 8 1 / " 11"KL, 7 1 / 4 " 10 1 / "KL, 8 1 / " 13"L, 8 1 / 4 " 13"L, 8" 13"L, 8KL, 16KKL Type en 3 gaten (3 gaten) A3L, B4 JISL, A4K, B5 JISK, 11" 17"L, 8 1 / " 11"K, 7 1 / 4 " 10 1 / "K, 8KL, 16KK type 4 gaten A3L, B4 JISL, A4KL, B5 JISKL, A5K, 11" 17"L, 8 1 / " 14"L, 8 1 / " 11"KL, 7 1 / 4 " 10 1 / "KL, 8 1 / " 13"L, 8 1 / 4 " 13"L, 8" 13"L, 8KL, 16KKL 177
202 Bijlage 4 Duplex U kunt de volgende soorten kopieerpapier niet gebruiken met deze functie: A3L, B4 JISL, A4KL, B5 JISKL, A5L, 11" 17"L, 8 1 / " 14"L, 8 1 / " 11"KL, 7 1 / 4 " 10 1 / "KL, 8" 13"L, 8 1 / " 13"L, 8 1 / 4 " 13"L, 8KL, 16KKL U kunt de volgende soorten kopieerpapier niet gebruiken met deze functie: Papier kleiner dan A5, 5 1 / " 8 1 / " Doorschijnend papier Etikettenvellen (stickervellen) OHP-transparanten Papier zwaarder dan 105 g/m, 8 lb. Papier lichter dan 64 g/m, 17 lb. Briefkaarten Als in de ADF een oneven aantal originelen is geplaatst, is de achterkant van de laatste gekopieerde pagina blanco. Tijdens het kopiëren wordt de afbeelding verschoven om ruimte te maken voor de bindmarge. Combineren In deze modus kiest het apparaat automatisch de reproductieratio. Deze reproductiefactor hangt af van het formaat van het kopieerpapier en het aantal originelen. De reproductiefactoren die u kunt specificeren liggen tussen 5-400%. De factor moet tussen 50 en 400% liggen, wanneer het apparaat is uitgerust met een beveiligingsprogramma voor het kopiëren van gegevens. Als de berekende productiefactor onder het minimum aantal productiefactoren ligt, dan wordt dit automatisch aangepast binnen het beschikbare bereik. Bij sommige reproductiefactoren is het echter mogelijk dat delen van de afbeelding niet wordt gekopieerd. U kunt geen papier met een aangepast formaat gebruiken. Als de richting van de originelen afwijkt van die van het kopieerpapier, draait het apparaat de afbeelding automatisch 90 om een goede kopie te kunnen maken. Als het aantal geplaatste originelen kleiner is dan het aantal originelen dat is opgegeven voor het combineren, blijft het laatste paginasegment blanco, zoals afgebeeld. 178
203 Aanvullende informatie Boekje/Tijdschrift Het apparaat past de reproductieratio automatisch aan het papierformaat aan en kopieert de originelen gezamenlijk op het papier. De reproductiefactoren die u kunt specificeren liggen tussen 5-400%. De factor moet tussen 50 en 400% liggen, wanneer het apparaat is uitgerust met een beveiligingsprogramma voor het kopiëren van gegevens. Als de berekende productiefactor onder het minimum aantal productiefactoren ligt, dan wordt dit automatisch aangepast binnen het beschikbare bereik. Bij sommige reproductiefactoren is het echter mogelijk dat delen van de afbeelding niet wordt gekopieerd. Als de richting van de originelen afwijkt van die van het kopieerpapier, draait het apparaat de afbeelding automatisch 90 om een goede kopie te kunnen maken. U kunt geen originelen kopiëren die afwijken in formaat en richting. Indien het aantal gescande originelen kleiner is dan een veelvoud van 4, dan blijft de laatst gekopieerde pagina leeg. In de modus Tijdschrift kan het even duren voordat de kopieën worden gemaakt nadat de originelen zijn gescand. Wanneer de optionele boekjefinisher geïnstalleerd is en u selecteert de zadelsteekfunctie in de modus Tijdschrift, niet en vouwt het apparaat het papier in het midden en levert het papier gevouwen af. 4 Beeldherhaling Afhankelijk van het papierformaat, factor en richting worden delen van herhaalde afbeeldingen mogelijk niet gekopieerd. Centreren Hoewel de richting van het origineel afwijkt van de richting van het geladen papier, zal het apparaat de afbeelding niet 90 roteren (Geroteerde kopiëren). Wissen De breedte van de gewiste marge varieert afhankelijk van de reproductiefactor. Indien het formaat van het origineel afwijkt van de formaten weergegeven in de volgende tabel kan de wismarge worden verschoven: Metrische versie Glasplaat : A3L, B4 JISL, A4KL, B5 JISKL ADF : A3L, B4 JISL, A4KL, B5 JISKL, A5KL Inch-versie Glasplaat: 11" 17"L, 8 1 / " 14"L, 8 1 / " 11"KL ADF: 11" 17"L, 8 1 / " 14"L, 8 1 / " 11"KL, 5/ " 8 1 / "L 179
204 Bijlage Achtergrondnummering De nummers lijken het gekopieerde beeld in sommige gevallen gedeeltelijk te bedekken. Marge-aanpassing Als u een bindmarge instelt die te breed is, wordt een deel van de afbeelding mogelijk niet gekopieerd. Wanneer u kopieën maakt in de modus Combineren, wordt de bindmarge toegevoegd aan de kopieën, nadat het combineren voltooid is. 4 Vaste stempel U kunt de grootte en de dichtheid van de stempel wijzigen met Gebruikersinstellingen. Afhankelijk van de instelling kan de dichtheid veranderen. Afhankelijk van het papierformaat worden delen van de stempel mogelijk niet afgedrukt als u het formaat van de stempel wijzigt. Datumstempel In de modus Combineren wordt de datumstempel als volgt afgedrukt: Met de functie Combineren AMG06S Met de functie Tijdschrift of Boekje AMG07S 180
205 Aanvullende informatie Paginanummering Als paginanummering wordt gebruikt in de modus Combineren, worden paginanummers als volgt afgedrukt: Paginanummering per origineel: Met 1-zijdig/-zijdig in de functie Combineren NL GCANPE0E Met de functie Tijdschrift of Boekje 4 NL GCANPE1E Paginanummering per kopie: Met 1-zijdig/-zijdig in de functie Combineren NL GCANPEE Als u deze functie combineert met de functie Duplex (Boven naar Boven) en [P1,P...] or [1/5,/5...] selecteert, worden paginanummers op de achterzijde als volgt afgedrukt: NL GCSTMPBE A Voor B Achter 181
206 Bijlage Voorblad, Voor-/Achterblad Het voorblad wordt niet geteld als een kopie wanneer de modus Blanco geselecteerd is. Afhankelijk van de instellingen die gemaakt zijn in de Tijdsweergave in voorbladlade van Gebruikersinstellingen (Systeeminstellingen) zijn vooren achterbladen -zijdige kopieën. Bij Geselecteerde Modus is afhankelijk van de instelling van Lade Voorblad. Volledige Tijd Is afhankelijk van de instelling gedaan in Papiersoort. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. 4 Tussenblad Indien u niet op de tussenbladen kopieert, worden ze niet in het aantal kopieën meegeteld. 18
207 INDEX 1-zijdig 16 pagina s combineer -zijdig, 89 1-zijdig pagina s combineer 1-zijdig, 87 1-zijdig 4 pagina s combineer 1-zijdig, 87 1-zijdig 4 pagina s combineer -zijdig, 89 1-zijdig 8 pagina s combineer 1-zijdig, 87 1-zijdig 8 pagina s combineer -zijdig, 89 1-zijdig -zijdig, 83 1-zijdig Boekje, 94 1-zijdig Tijdschrift, 94 1-zijdig combineren, xv 1-zijdige samenvoegingen, 87 -zijdig 16 pagina s combineer -zijdig, 89 -zijdig 1 pagina Combineer 1-zijdig, 87 -zijdig pagina Combineer 1-zijdig, 87 -zijdig 4 pagina Combineer 1-zijdig, 87 -zijdig 4 pagina s combineer -zijdig, 89 -zijdig 8 pagina s combineer -zijdig, 89 -zijdig 1-zijdig, 9 -zijdig -zijdig, 83 -zijdig Boekje, 94 -zijdige samenvoegingen, 89 A Aangepaste formaten, 4 Aanwijzen, 134 Achtergrondbelichting, vii, 50 Achtergrondnummering, v, 107, 171 Afdrukken onderbreken, 161 Afdrukopdrachten stoppen, 3 Afdrukstand, 111 Afmetingen, 14 afwijkende afmeting, 37 Algemene eigenschappen, 6 Automatische belichting, 58 Automatische documentinvoer, 1 Automatische papierselectie, 61, 6 Automatisch Vergroten/Verkleinen, 171 Automatisch Verkleinen/Vergroten, 64, 68 Beheerderinstellingen, 6 Bewerken, 6 Boek 1-zijdig, 9 Boek -zijdig, 94 Boekje, 98 Boekje/Tijdschrift, xii, xvii, 94, 171 C Centreren, 19, 171 cijfertoetsen, 67, 70 Combineren, 171 Contrast, vii, 50 controleer de kopie, 75 Controleren van de gegevens van opgeslagen document, 156 Controleren van opdrachten in de afdrukwachtrij, 31 D datum, 118 datumformaat, 118 Datumstempel, v, 116, 171 De aangepaste Kleurenbalans registreren., 46 De achtergrondbelichting aanpassen, 5 De eerste pagina afdrukken, 163 De geregistreerde inhoud wijzigen., 47 De scherpte/zachtheid aanpassen, 51 De U.C.R. aanpassen., 53 De volgorde van de opdrachten wijzigen, 31 dichtheid, 110 Display, 4 Document Server, 145 Document Server Display, 146 Dubbele kopieën, 18 Duplex, ix, 83, 171 B Basisprocedure, 5 Batchmodus, 0 beeldbelichting, 58 Beeldbelichting Kopie aanpassen, 58 Beeldherhaling, 15, 171 Begindisplay,
208 184 E F Een bestandsnaam wijzigen, 153 Een document verwijderen, 166 Een document weergeven in Document Server met Web Image Monitor, 167 Een gespecificeerde pagina afdrukken, 164 Een kleurenmodus selecteren, 41 Een Kleur hernoemen, 57 Een Lijst met gebruikerskleuren afdrukken., 57 Een opgeslagen document afdrukken, 159 Een opgeslagen programma wijzigen, 14 Een programma oproepen, 143 Een programma opslaan, 141 Een programma verwijderen, 143 Een wachtwoord instellen of wijzigen, 154 eerste afdruknummer, 1, 13, 14 eerste afdrukpagina, 1, 13, 14 Faxfuncties, 145 formaat, 110 Formaat origineel, 3 Formaten en gewichten van aanbevolen originelen, 11 Foto, 60 Functie Marge creëren, 65 Functies kopieerapparaat, 58, 145 Functionele compatibiliteit, 169 G Gebruikerskleur, 54 Gebruikerskleuren verwijderen, 57 Gebruikersstempel, v, 111, 113, 115 Gebruik van deze handleiding, Gecombineerde automatische en handmatige belichting, 58, 59 Gegevens opslaan, 149 Gegevens opslaan in de Document Server, 139 Geluidssignaal achtergebleven originelen, 7 Generatie kopie, 60 Geroteerd sorteren, 73 Geselecteerde kleur wissen, iii Gespecificeerd gebied herhalen, 15, 17 H I Handinvoerlade, 37 handinvoerlade, 36 Handleidingen voor dit apparaat, i Handmatige belichting, 59 Handmatige papierkeuze, 6 Herhalen, 16 herhalen, 15 Het aantal sets wijzigen, 76 Het Contrast aanpassen, 5 Historisch Overzicht Opdrachten inzien, 33 Hoe kopieën te vouwen en uit te vouwen voor het maken van een boekje., 94 Hoe kopieën te vouwen en uit te vouwen voor het maken van een tijdschrift., 94 Hoe u moet dichtvouwen, 98 Hoe u moet openvouwen, 98 Hoofdstukken, 136 inbindmarge, 100 inverteren, 131 Invoer/Uitvoer, 6 Inzoomen, 66, 171 K Kaart, 60 Kaften, 133 Kleur aanpassen, vi, 49 Kleur Achtergrond, 44 Kleur achtergrond, iii Kleurbeeld aanpassen, 6 Kleuren aanpassen gebaseerd op Gekozen kleur, 55 Kleurenbalans, vi, 45 Kleurenfuncties, 41 Kleurenkopie, iii, 41 Kleuren maken door meteen de Dichtheid van Elke Kleur met behulp van de Cijfertoetsen op te geven., 56 Kleur Verwijderen, 43 Kleur wijzigen, iii, 4 Kopieerpapier selecteren, 61 Kopiëren, 5 op enveloppen, 40 Kopiëren onderbreken, 6 Kopiëren op dik papier, xviii kopiëren op dik papier, 39 Kopiëren op Dun Papier, 38 Kopiëren op OHP-transparanten, 38 Kopiëren van -zijdige pagina s, xviii Kopiëren vanuit de handinvoer, 34 Kopiëren via de handinvoer, 171
209 L Laatste Nummer, 1, 13 Licht, 60 M Marge-aanpassing, 100, 171 Midden, 104 midden, 105, 106, 19 Midden/rand wissen, 105 midden/rand wissen, 101 midden wissen, 101, 104 Modus gemengde formaten,, 171 Mogelijkheden van dit apparaat, iii, ix N Nieten, 78, 171 nieter, 78 nietje, 78 O omdraaien, 131 Om een gebruikersnaam te registreren of te wijzigen, 15, 153 Ontbrekende delen, 14 op 1-zijdige pagina s, xviii Opdrachtenlijst, 9 Opdrachten verwijderen, 3 Opdrachtinstellingen, 8 Opgeslagen documenten downloaden, 168 Optie, 3 Origineel, 11 Origineelrichting, 108, 116 origineelrichting, 78, 111, 10 Origineelrichting en voltooide kopieën, 84 Originelen, 11, 14 Originelen en kopieerrichting, 86 Originelen plaatsen, 15 Originelen plaatsen in de Automatische documentinvoer, 18 Originelen (zoals boeken) kopiëren, xvii P Paginanummering, v, 119, 11, 1, 13, 14, 171 Perforaties, 81 Perforeren, 81 Plaatsen van originelen op de glasplaat, 17 Plaatsing, 11 Positie, 78, 111 positie, 78 Positief/Negatief, 131 Posities perforaties, 8 Positie van de nietjes en plaatsing van het origineel, 78 Primaire kleuren, vi Printerfuncties, 145 programma, 113, 144 Programma kleurenbalans, 46 Programma s, 141 R Rand wissen, 101, 10, 103, 106 rand wissen, 105 reflecteren, 13 Reproductiefactor, 6 reproductiefactor, 66, 67 Richting van origineel, 16 Richting van X/Y-as, 70, 71 S T SADF, 1 SADF-modus, 1 Scannerfuncties, 145 Scherm Opdrachtenlijst, 30 Scherp/Zacht, vii, 50 Serie kopieën, 9 Sorteren, 73, 171 Spiegelen, 13 standaard, 144 Standaardformaten, 3 Stapelen, 77, 171 Stempel, 6 stempelkleur, 110, 113, 118, 11 stempelpositie, 108, 110, 111, 113, 116, 118, 10, 11 Symbolen, Tekst, 60 Tekst/Foto, 60 Tekst-/Fotogevoeligheid, vii, 50 Tekst-/Fotogevoeligheid aanpassen, 53 Testafdruk, 75, 16 Tijdschrift, 98 Tussenblad, 171 Tussenbladen,
210 U U.C.R. aanpassen., vii, 50 uiteenlopende formaten, V Vaste stempel, v, 108, 110, 171 Vereenvoudigde display, 5, 147 Vergroting, 69, 171 Vergrotingsrichting van afmetingen (mm), 7 verschillende formaten, Verwijderen van de gebruikersstempel, 115 Volledige gebied, 16 Volledig gebied herhalen, 15 Voor & Achter -zijdig, 94 Voor-/Achterbladen, 133 Voorblad, 133 Voorblad, Voor-/Achterblad, 171 Voorvertoningsdisplay, 148 W Z waarnemen, 14 Waar te nemen Formaten, 1 Wanneer u kopieert op papier met standaardafmetingen, 36 Wijzigen van Gebruikersnaam, Bestandsnaam of Wachtwoord van een Opgeslagen Document, 155 Wissen, 101, 171 Zoeken naar een opgeslagen document, 157 Zoeken op bestandsnaam, 157 Zoeken op gebruikersnaam, 158 Zwart-wit kopie, iii, DU NL B
211 Verklaring van conformiteit Dit product voldoet aan de vereisten van de EMC-richtlijn 89/336/EEC en diens aanvullende richtlijnen en de Laagspanningsrichtlijn 73/3/EEC en diens aanvullende richtlijnen. Conform IEC gebruikt dit toestel de volgende symbolen voor de hoofdschakelaar: a betekent STROOM AAN. c betekent STAND-BY. Acrobat is een gedeponeerd handelsmerk van Adobe Systems Incorporated. Alle andere productnamen die worden vermeld, worden slechts gebruikt om het product te identificeren en kunnen handelsmerken zijn van de betreffende bedrijven. Wij maken geen enkele aanspraak op de rechten van de betreffende merken. Copyright 006
212 DU NL B Gebruiksaanwijzing Kopieer-/Document Serverhandleiding
Handleiding Kopieerapparaat/ Document Server
Gebruiksaanwijzing Handleiding Kopieerapparaat/ Document Server 1 3 4 Originelen plaatsen Kopiëren Document Server Bijlage Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u dit apparaat gebruikt en houd
Kopieerhandleiding. Gebruiksaanwijzing. Originelen plaatsen Kopiëren Bijlage
Gebruiksaanwijzing Kopieerhandleiding 1 3 Originelen plaatsen Kopiëren Bijlage Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u het product in gebruik neemt en bewaar de handleiding in de buurt van het
Kopieerhandleiding. Gebruiksaanwijzing
Gebruiksaanwijzing Kopieerhandleiding 1 3 4 5 Originelen plaatsen Kopiëren Problemen oplossen Gebruikersinstellingen (Eigenschappen Kopieerapparaat/Document Server) Specificaties Lees deze handleiding
Gebruikershandleiding MFP kleur systemen. Aanteken vel. infotec kenniscentrum. Infotec gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding MFP kleur systemen Aanteken vel Het Bedieningspaneel Functie paneel Functietoetsen Geeft de keuze om te wisselen tussen de functies: Kopiëren - Doc. Server Faxen - Printen - Scannen
Kopiëren. WorkCentre C2424-kopieerapparaat-printer
Kopiëren Dit hoofdstuk omvat: Eenvoudige kopieertaken op pagina 3-2 Kopieeropties aanpassen op pagina 3-3 Basisinstellingen op pagina 3-4 Afbeeldingsaanpassingen op pagina 3-9 Aanpassingen aan de positie
Opmerking: Zorg ervoor dat het formaat van het origineel en het kopieerpapier hetzelfde zijn. Zo voorkomt u dat een afbeelding wordt bijgesneden.
Pagina 1 van 5 Snel kopiëren 1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de ADF-lade of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat. Opmerkingen:
1 Aanmelden. Beweeg uw pas over de bovenkant van de betaalterminal (PayCube).
1 Aanmelden Beweeg uw pas over de bovenkant van de betaalterminal (PayCube). 2 Kopieerfunctie kiezen Kies voor kopiëren op het aanraakscherm. 3 Kopieerscherm activeren Druk op de knop Copy om het kopieerscherm
Verkorte Handleiding DX-C200. Namen en locaties. De kopieerfunctie gebruiken. De scannerfunctie gebruiken. De faxfunctie gebruiken. Problemen oplossen
DX-C200 Verkorte Handleiding Namen en locaties De kopieerfunctie gebruiken De scannerfunctie gebruiken De faxfunctie gebruiken Problemen oplossen Papierstoringen oplossen Inktcartridges Lees deze handleiding
Gebruiksaanwijzing Book Copier VL 4222 Deze handleiding is geschreven om u te helpen bij het kopiëren van een boek of een gedeelte daarvan.
Gebruiksaanwijzing Book Copier VL 4222 Deze handleiding is geschreven om u te helpen bij het kopiëren van een boek of een gedeelte daarvan. Stap 1 U legt het boek opengeslagen met de pagina s die u wilt
Fax Connection Unit Type C Gebruiksaanwijzing
Fax Connection Unit Type C Gebruiksaanwijzing Voor een veilig en correct gebruikt, dient u de Veiligheidsinformatie in "Lees dit eerst" te lezen voordat u het apparaat gebruikt. INHOUDSOPGAVE Hoe werkt
Hulp krijgen. Systeemberichten. Aanmelden/Afmelden. Pictogrammen op het bedieningspaneel
Hulp krijgen Voor informatie/assistentie, raadpleegt u het volgende: Handleiding voor de gebruiker voor informatie over het gebruik van de Xerox 4595. Ga voor online hulp naar: www.xerox.com Klik op de
Problemen oplossen. Gebruiksaanwijzing
Gebruiksaanwijzing Problemen oplossen 1 2 3 4 5 6 7 8 Het apparaat functioneert niet naar wens Probleemoplossing bij gebruik van de kopieerfunctie Probleemoplossing bij gebruik van de faxfunctie Probleemoplossing
Problemen oplossen. Gebruiksaanwijzing
Gebruiksaanwijzing Problemen oplossen 1 2 3 4 5 6 7 Wanneer het apparaat niet functioneert zoals gewenst Problemen oplossen bij gebruik van de kopieerfunctie Problemen oplossen bij gebruik van de Printerfunctie
Eenvoudige afdruktaken
Eenvoudige afdruktaken In dit onderwerp wordt het volgende besproken: "Papier plaatsen in Lade 1 (MPT) voor enkelzijdig afdrukken" op pagina 2-9 "Papier plaatsen in laden 2-5 voor enkelzijdig afdrukken"
Xerox ColorQube 8700 / 8900 Bedieningspaneel
Bedieningspaneel Beschikbare services kunnen variëren afhankelijk van uw printerinstellingen. Zie de Handleiding voor de gebruiker voor meer informatie over functies en instellingen. 3 5 Ontgrendeling
Xerox WorkCentre 6655 multifunctionele kleurenprinter Bedieningspaneel
Bedieningspaneel Beschikbare services kunnen variëren afhankelijk van uw printerinstellingen. Zie de Handleiding voor de gebruiker voor meer informatie over functies en instellingen. 3 4 5 Aanraakscherm
Handleiding met informatie
Handleiding met informatie Pagina 1 van 1 Handleiding met informatie Er is een groot aantal handleidingen beschikbaar om u te helpen de MFP en de functies ervan te begrijpen. Met behulp van deze pagina
Problemen oplossen. Gebruiksaanwijzing
Gebruiksaanwijzing Problemen oplossen 1 2 3 4 5 6 7 8 Het apparaat functioneert niet naar wens Probleemoplossing bij gebruik van de kopieerfunctie Probleemoplossing bij gebruik van de faxfunctie Probleemoplossing
Problemen oplossen. Gebruiksaanwijzing
Gebruiksaanwijzing Problemen oplossen 1 2 3 4 5 6 7 8 Het apparaat functioneert niet naar wens Probleemoplossing bij gebruik van de kopieerfunctie Probleemoplossing bij gebruik van de faxfunctie Probleemoplossing
Xerox ColorQube 9301 / 9302 / 9303 Bedieningspaneel
Xerox ColorQube 90 / 90 / 90 Bedieningspaneel Beschikbare services kunnen variëren afhankelijk van uw printerinstellingen. Zie de Handleiding voor de gebruiker voor meer informatie over functies en instellingen.?
Kopiëren > Instellingen > Pagina's per zijde. Voor printermodellen zonder touchscreen drukt u op om door de instellingen te navigeren.
Naslagkaart Bezig met kopiëren Een kopie maken 1 Plaats een origineel document in de ADF-lade of op de glasplaat. Opmerking: Zorg ervoor dat het papierformaat van het origineel en de uitvoer hetzelfde
Naslagkaart voor de 5210n / 5310n
Naslagkaart voor de 5210n / 5310n 1 2 3 4 VOORZICHTIG: Neem zorgvuldig de veiligheidsvoorschriften in de Handleiding voor eigenaren door voordat u de Dell-printer gaat instellen en gebruiken. 5 6 7 8 1
Afdrukmateriaal plaatsen in de standaardlade voor 250 vel
Naslagkaart Papier en speciaal afdrukmateriaal plaatsen In dit gedeelte wordt beschreven hoe u papier plaatst in de laden voor 250 en 550 vel en de handmatige invoer. Het bevat tevens informatie over het
De universeellader accepteert papier met de volgende afmetingen: breedte 69,85 mm tot 229 mm. lengte 127 mm tot 355,6 mm
De universeellader is geschikt voor papier van diverse formaten en soorten, zoals transparanten, briefkaarten, memokaarten en enveloppen. Deze lade is handig als u enkelzijdig wilt afdrukken op papier
Kopieertoepassingen. Verkleinen/vergroten
22 Kopieertoepassingen Op de DocuColor 2006 zijn opties voor de volgende kopieertoepassingen beschikbaar: Verkleinen/vergroten Papier Soort origineel Lichter/donkerder Kwaliteitsaanpassing Geavanceerde
Universeellader vullen
De universeellader is geschikt voor afdrukmedia van diverse formaten en soorten, zoals transparanten en enveloppen. Deze lade is handig als u enkelzijdig wilt afdrukken op papier met een briefhoofd, gekleurd
Scannerhandleiding. Gebruiksaanwijzing
Gebruiksaanwijzing Scannerhandleiding 1 2 3 4 5 6 7 Scanbestanden per e-mail verzenden Scanbestanden verzenden via scan-to-folder Bestanden opslaan met de scanfunctie Scanbestanden bezorgen Originelen
Speciale afdrukmethoden en - materialen
Speciale afdrukmethoden en - materialen In deze sectie komen de volgende onderwerpen aan de orde: Automatisch dubbelzijdig afdrukken zie pagina 16. Handmatig dubbelzijdig afdrukken zie pagina 19. Transparanten
Kopiëren via de glasplaat. 1 Plaats het originele document met de bedrukte zijde naar beneden in de linkerbovenhoek van de glasplaat.
Naslagkaart Wordt gekopieerd Kopieën maken Snel kopiëren 3 Druk op het bedieningspaneel van de printer op. 4 Als u het document op de glasplaat hebt gelegd, raakt u Finish the Job (Taak voltooien) aan
FAX Option Type 3045. Faxhandleiding <Basisfuncties> Gebruiksaanwijzing
FAX Option Type 3045 Gebruiksaanwijzing Faxhandleiding 1 2 3 4 5 Aan de slag Faxen Internetfax-functies gebruiken Programmeren Probleemoplossing Lees deze handleiding aandachtig door voordat
Xerox WorkCentre 7800-serie Bedieningspaneel
Bedieningspaneel Beschikbare services kunnen variëren afhankelijk van uw printerinstellingen. Zie de Handleiding voor de gebruiker voor meer informatie over functies en instellingen. ABC DEF Menu's GHI
Handleiding voor afdrukkwaliteit
Pagina 1 van 7 Handleiding voor afdrukkwaliteit Veel problemen met de afdrukkwaliteit kunnen worden opgelost door supplies of printeronderdelen te vervangen die bijna het einde van hun levensduur hebben
Media plaatsen. WorkCentre C2424-kopieerapparaat-printer
Media plaatsen Dit hoofdstuk omvat: Ondersteunde media op pagina 2-2 Media plaatsen in lade 1 op pagina 2-7 Media plaatsen in lade 2, 3 en 4 op pagina 2-13 Copyright 2005 Xerox Corporation. Alle rechten
Kopieerhandleiding NEDERLANDS
Kopieerhandleiding Lees deze handleiding a.u.b. voordat u dit apparaat gebruikt. Bewaar deze handleiding na het lezen bij het apparaat, zodat u de informatie later snel kunt raadplegen. NEDERLANDS ir206j
FAX Option Type 3030. Faxhandleiding <Basis functies> Gebruiksaanwijzing
FAX Option Type 3030 Gebruiksaanwijzing Faxhandleiding 1 2 3 4 5 Aan de slag Faxen Internetfaxfuncties gebruiken Programmeren Probleemoplossing Lees deze handleiding aandachtig door voordat
Handleiding Icespy MR software
Handleiding Icespy MR software Versie 4.40.04 Wij danken u voor de aanschaf van deze IceSpy producten en adviseren u om deze handleiding goed door te nemen. 2 INHOUDSOPGAVE: 1. Installeren van de software...
Kopieerhandleiding. Gebruiksaanwijzing
Gebruiksaanwijzing Kopieerhandleiding 1 2 3 4 5 6 Originelen plaatsen Kopiëren Problemen oplossen Gebruikerstools (Kopieereigenschappen) Opmerkingen Specificaties Lees deze handleiding zorgvuldig voordat
Kopiëren via de glasplaat. 1 Plaats het originele document met de bedrukte zijde naar beneden in de linkerbovenhoek van de glasplaat.
Laser-MFP Naslagkaart Kopiëren Snel kopiëren documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats plaatst, moet u de papiergeleiders
Voor gebruikers van de Ricoh Smart Device Connector: Het apparaat configureren
Voor gebruikers van de Ricoh Smart Device Connector: Het apparaat configureren INHOUDSOPGAVE 1. Voor alle gebruikers Inleiding...3 Hoe werkt deze handleiding?...3 Handelsmerken...4 Wat is Ricoh Smart
2 mei 2014. Remote Scan
2 mei 2014 Remote Scan 2014 Electronics For Imaging. De informatie in deze publicatie wordt beschermd volgens de Kennisgevingen voor dit product. Inhoudsopgave 3 Inhoudsopgave...5 openen...5 Postvakken...5
HP Color LaserJet CM1312 MFP-serie Handleiding Papier en afdrukmateriaal
HP Color LaserJet CM1312 MFP-serie Handleiding Papier en afdrukmateriaal Copyright en licentie 2008 Copyright Hewlett-Packard Development Company, L.P. Verveelvoudiging, bewerking en vertaling zonder voorafgaande
DIGITAAL KLEUREN MULTIFUNCTIONEEL SUSTEEM
MODEL: MX-2301N DIGITAAL KLEUREN MULTIFUNCTIONEEL SUSTEEM Verkorte installatiehandleiding Voordat u de machine gebruikt Functies van de machine en procedures voor het plaatsen van originelen en het laden
Gebruiksaanwijzing. Gebruikershandleiding
Gebruiksaanwijzing Gebruikershandleiding INHOUDSOPGAVE 1. Introductie Overzicht van RemoteConnect Support... 3 Hoe werkt deze handleiding?... 5 Symbolen... 5 Disclaimer...5 Opmerkingen...5 Terminologie...
Xerox WorkCentre 5735/5740/5745/ 5755/5765/5775/5790 Een kopie maken. Voorbereidingen. Scannen. Meer informatie
Xerox WorkCentre /0// Een kopie maken. Plaats uw documenten met de beeldzijde naar boven in de. Druk op de toets lle wissen (C) om eventuele eerdere 88 99. Druk op de toets Startpagina Functies en selecteer
Dick Grooters Raadhuisstraat 296 5683 GM Best tel: 0499-392579 e-mail: [email protected]. Printen en Scannen
Dick Grooters Raadhuisstraat 296 5683 GM Best tel: 0499-392579 e-mail: [email protected] Printen en Scannen Als een nieuwe printer wordt gekocht en onder Windows XP aangesloten zal Windows deze nieuwe
Printerproblemen oplossen
1 De display op het bedieningspaneel is leeg of er worden alleen ruitjes weergegeven. Taken worden niet De zelftest van de printer is mislukt. De printer is niet gereed om gegevens te ontvangen. De aangegeven
Kopiëren...5. Kopieën maken...5. Taakonderbreking...6 Een kopieertaak annuleren en...7. Voorbereiden op het per verzenden...
Naslagkaart Inhoudsopgave Kopiëren...5 Kopieën maken...5 Snel kopiëren...5 Kopiëren via de ADF...5 Kopiëren via de glasplaat...5 Taakonderbreking...6 Een kopieertaak annuleren...6 Een kopieertaak annuleren
Uw gebruiksaanwijzing. HP LASERJET 4050 http://nl.yourpdfguides.com/dref/901693
U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de in de gebruikershandleiding (informatie, specificaties, veiligheidsaanbevelingen,
Lexmark X5400 Series All-In-One
Lexmark X5400 Series All-In-One Gebruikershandleiding (Mac) 2006 www.lexmark.com Inhoudsopgave Veiligheidsinformatie...5 Afdrukken...6 Aan de slag...6 Afdruktaken en aanverwante taken uitvoeren...10 Afdruktaken
Fiery Remote Scan. Fiery Remote Scan openen. Postvakken
Fiery Remote Scan Met Fiery Remote Scan kunt u scantaken op de Fiery-server en de printer beheren vanaf een externe computer. Met Fiery Remote Scan kunt u het volgende doen: Scans starten vanaf de glasplaat
Eenvoudige afdruktaken
Eenvoudige afdruktaken In dit onderwerp wordt het volgende besproken: 'Papier plaatsen in lade 1 (MPT)' op pagina 2-12 'Papier plaatsen in de laden 2-5' op pagina 2-17 'De nietmachine gebruiken' op pagina
Webservices gebruiken om op het netwerk te scannen (Windows Vista SP2 of recenter, Windows 7 en Windows 8)
Webservices gebruiken om op het netwerk te scannen (Windows Vista SP2 of recenter, Windows 7 en Windows 8) Met het Webservices-protocol kunnen gebruikers van Windows Vista (SP2 of recenter), Windows 7
Handleiding instellingen vrijgave van afdrukken
Handleiding instellingen vrijgave van afdrukken INHOUDSOPGAVE OVER DEZE HANDLEIDING............................................................................. 2 FUNCTIE AFDRUKVRIJGAVE...........................................................................
Printen via de handmatige invoerlade (briefpapier, etiketten, etc.)
Directie ITS Information and Technology Services HANDLEIDING Printen via de handmatige invoerlade (briefpapier, etiketten, etc.) Deze handleiding beschrijft hoe je op een Xerox-Multifunctional via de handmatige
Problemen met de afdrukkwaliteit
Problemen met de afdrukkwaliteit Uw printer is ontworpen om altijd afdrukken van hoge kwaliteit te genereren. Als er problemen met de afdrukkwaliteit optreden, gebruikt u de informatie op deze pagina's
Handleiding instellingen vrijgave van afdrukken
Handleiding instellingen vrijgave van afdrukken INHOUDSOPGAVE OVER DEZE HANDLEIDING............................................................................. 2 FUNCTIE AFDRUKVRIJGAVE...........................................................................
Gebruiksaanwijzing Website met toepassingen
Lees deze handleiding zorgvuldig voordat u dit apparaat gebruikt en bewaar deze voor toekomstige raadpleging. Gebruiksaanwijzing Website met toepassingen INHOUDSOPGAVE Hoe werkt deze handleiding?... 2
Handleiding AirPrint. Informatie over AirPrint. Instelprocedure. Afdrukken. Appendix
Handleiding AirPrint Informatie over AirPrint Instelprocedure Afdrukken Appendix Inhoud Hoe werken deze handleidingen?... 2 Symbolen in de handleidingen... 2 Disclaimer... 2 1. Informatie over AirPrint
Verkorte handleiding kopiëren en printen met de e-studio160/200/250
Verkorte handleiding kopiëren en printen met de e-studio160/200/250 TOSHIBA TEC NETHERLANDS IMAGING SYSTEMS12345678 PELMOLEN 26 POSTBUS 535 3994 XZ 3990 GH HOUTEN TELEFOON +31(0)30 63 48 600 FAX +31(0)30
Gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding Wat kunt u met dit apparaat? Snel aan de slag Kopiëren Fax Afdrukken Scannen Web Image Monitor Papier en toner bijvullen Problemen oplossen Bijlage Informatie die niet in deze handleidingstaat,
LASERJET ENTERPRISE COLOR FLOW MFP. Naslaggids M575
LASERJET ENTERPRISE COLOR FLOW MFP Naslaggids M575 Een opgeslagen taak afdrukken Volg de onderstaande procedure om een taak af te drukken die in het apparaatgeheugen is opgeslagen. 1. Raak in het beginscherm
BEKNOPTE HANDLEIDING INHOUD. voor Windows Vista
BEKNOPTE HANDLEIDING voor Windows Vista INHOUD Hoofdstuk 1: SYSTEEMVEREISTEN...1 Hoofdstuk 2: PRINTERSOFTWARE INSTALLEREN ONDER WINDOWS...2 Software installeren om af te drukken op een lokale printer...
Betekenis van printerberichten 1
Betekenis van printerberichten 1 Wanneer de printer aandacht vereist, wordt een bericht weergegeven op het bedieningspaneel. Als u het Windows-statusvenster voor het stuurprogramma hebt geïnstalleerd,
Gebruiksaanwijzing. Website met toepassingen
Gebruiksaanwijzing Website met toepassingen INHOUDSOPGAVE Hoe werkt deze handleiding?... 2 Symbolen in de handleidingen... 2 Disclaimer...3 Opmerkingen...3 Taken die u kunt uitvoeren op de Website met
Sharpdesk Mobile V1.1 Gebruikershandleiding
Sharpdesk Mobile V1.1 Gebruikershandleiding Voor de iphone SHARP CORPORATION April 27, 2012 1 Inhoudsopgave 1 Overzicht... 3 2 Ondersteunde besturingssystemen... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 3 Installatie
Handleiding documentarchivering
MODEL: MX-2300N MX-2700N Handleiding documentarchivering INHOUDSOPGAVE OVER DEZE HANDLEIDING.................... 2 MET HET APPARAAT MEEGELEVERDE HANDLEIDINGEN......................... 2 DOCUMENTARCHIVERING
Gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding Wat kunt u doen met dit apparaat? Snel aan de slag Kopiëren Fax Afdrukken Scannen Document Server Web Image Monitor Papier en toner bijvullen Problemen oplossen Bijlage Informatie
HP LaserJet P2050-serie-printer. Paper and Print Media Guide
HP LaserJet P2050-serie-printer Paper and Print Media Guide HP LaserJet P2050-serie-printer Handleiding voor papier en afdrukmateriaal Copyright en licentie 2008 Copyright Hewlett-Packard Development
Gebruikershandleiding voor gegevensoverdracht van camera naar camera
Canon Digitale Camera Gebruikershandleiding voor gegevensoverdracht van camera naar camera Inhoudsopgave Inleiding....................................... Beelden overbrengen via een draadloze verbinding.....
Scannerhandleiding. Gebruiksaanwijzing
Gebruiksaanwijzing Scannerhandleiding 1 2 3 4 5 6 Het versturen van een scanbestand per e-mail Scanbestanden versturen met scan-to-folder Scanbestanden bezorgen Het apparaat gebruiken als een TWAIN-compatibele
Printerproblemen oplossen
Neem contact op met uw servicevertegenwoordiger als u met de voorgestelde oplossing het probleem niet verhelpt. Taak is niet afgedrukt of de verkeerde tekens zijn afgedrukt. Controleer of Gereed wordt
Problemen met de afdrukkwaliteit
Problemen met de afdrukkwaliteit In dit onderwerp wordt het volgende besproken: Diagnose stellen van afdrukkwaliteitsproblemen op pagina 4-24 Steeds terugkerende defecten op pagina 4-29 Uw printer is ontworpen
ABCDE ABCDE ABCDE. Handleiding voor afdrukkwaliteit. Problemen met afdrukkwaliteit opsporen. Onregelmatigheden in de afdruk
Pagina 1 van 8 Handleiding voor afdrukkwaliteit U kunt veel problemen met de afdrukkwaliteit verhelpen door supplies of printeronderdelen te vervangen die bijna het einde van hun levensduur hebben bereikt.
Verbinding maken met whiteboard op afstand
RICOH Interactive Whiteboard Client for ipad Snel aan de slag Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u dit product in gebruik neemt. Bewaar de handleiding op een handige plek voor eventueel toekomstig
Fiery Remote Scan. Verbinden met Fiery servers. Verbinding maken met een Fiery server bij het eerste gebruik
Fiery Remote Scan Met Fiery Remote Scan kunt u scantaken beheren op de Fiery server en de printer vanaf een externe computer. Met Fiery Remote Scan kunt u het volgende doen: Scans starten vanaf de glasplaat
Xerox WorkCentre 5845 / 5855 / 5865 / 5875 / 5890 Bedieningspaneel
8 / 8 / 86 / 87 / 890 Bedieningspaneel Beschikbare services kunnen variëren afhankelijk van uw printerinstellingen. Zie de Handleiding voor de gebruiker voor meer informatie over functies en instellingen.
COLOR LASERJET ENTERPRISE CM4540 MFP-SERIE. Naslaggids
COLOR LASERJET ENTERPRISE CM4540 MFP-SERIE Naslaggids HP Color LaserJet Enterprise CM4540 MFP-serie Naslaggids Inhoudsopgave Naslaggids... 1 Kopieën verkleinen of vergroten... 2 Kopieertaken sorteren...
