PROEFLESSENSYLLABUS TAAL ACTIEF (SPELLING) GROEP 5

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "PROEFLESSENSYLLABUS TAAL ACTIEF (SPELLING) GROEP 5"

Transcriptie

1 PROEFLESSENSYLLABUS TAAL ACTIEF (SPELLING) GROEP

2 Inhoudsopgave Taal actief spelling in het kort 2 Wat u vooraf moet weten 4 Algemene inleiding op het thema 5 Week 1, dag 1 9 Week 1, dag 2 12 Week 1, dag 3 15 Week 2, dag 1 18 Week 2, dag 2 signaaldictee 21 Week 2, dag 3 26 Week 3, dag 1 43 Week 3, dag 2 46 Week 3, dag 3 53 Proeflessensyllabus Taal actief Spelling Groep 5 Inhoud 1

3 Taal actief spelling in het kort U hebt tijdens het keuzeproces misschien al de brochure van de nieuwste Taal actief gelezen en het zichtzendingenpakket bekeken. Toch willen we deze proeflessensyllabus starten met een korte beschrijving van de meest opvallende kenmerken van Taal actief (het onderdeel spelling). Dit overzicht biedt u namelijk kort en helder de informatie die u nodig zult hebben om een goede indruk van de proeflessen en de methode Taal actief te krijgen. Uitgangspunten Taal actief is de meest gebruikte methode voor taal en spelling in het basisonderwijs. Op Taal actief kunt u vertrouwen, want de ervaringen van meer dan 3500 scholen zijn in de nieuwste Taal actief verwerkt. Bovendien blijkt uit onderzoek dat scholen die werken met Taal actief gemiddeld hoger scoren op de Cito eindtoets. Taal actief biedt u een eenvoudig basisprogramma dat u kunt uitbreiden op het moment dat u er aan toe bent. Dat maakt Taal actief tot een methode die gemakkelijk organiseerbaar is. U differentieert met Taal actief moeiteloos, want: de differentiatielessen zijn een vast onderdeel van het basisprogramma; u kunt op hetzelfde moment differentiëren naar goede, gemiddelde en zwakke spellers; als uw organisatie het toelaat, kunt u onderwijs op maat bieden via het computerprogramma spelling; u kunt uitval voorkomen door verlengde instructie vooraf; voor snelle kinderen zijn er klaar?-opdrachten. Kinderen werken echt zelfstandig met de nieuwste Taal actief. De methode start op avi 2. De instructies zijn kort en krachtig. Elke les staat op 1 pagina in het werkboek. Taal actief biedt opdrachten aan op het niveau van elk kind. U krijgt als leerkracht praktische ondersteuning door de overzichtelijke handleiding met op elke pagina een les. Elke les kent een vaste structuur en voor combinatiegroepen heeft Taal actief startopdrachten in de kopieermap. Een les kent weinig voorbereidingstijd door de concrete suggesties voor (verlengde) instructie. De lesorganisatie Een korte beschrijving van een thema De nieuwste Taal actief gaat uit van 10 thema s per jaargroep. Een thema duurt 3 weken. In elke week geeft u 3 lessen spelling. Elk thema kent dezelfde opbouw: 4 basislessen spelling gevolgd door een signaaldictee; 5 differentiatielessen spelling in de vorm van reteaching, bakkaarten of een computerprogramma. Tijdens deze les neemt u het controledictee af. Proeflessensyllabus Taal actief Spelling Groep 5 Taal actief in het kort 2

4 In een schema ziet een week van Taal actief er als volgt uit: 25 minuten 25 minuten dag 1 TAAL SPELLING dag 2 TAAL TAAL dag 3 TAAL SPELLING dag 4 TAAL TAAL dag 5 TAAL SPELLING Samen met de lessen taal geeft u dan niet meer dan 50 minuten Taal actief per dag. In totaal geeft u 30 weken les. Dat betekent dat u 10 weken uitlooptijd heeft. Taal actief biedt voor deze weken extra stof voor zelfstandig werken in het werkboek taal en met de gratis internetopdrachten. Een korte beschrijving van een les Elke les in Taal actief kent eenzelfde opbouw: De opbouw van een basisles: 10 minuten Introductie/instructie 10 minuten Verwerking 5 minuten Reflectie De basislessen beginnen met een korte introductie, waarbij het ankerverhaal (het verhaal waar elk thema mee begint) steeds het uitgangspunt vormt. Daarna volgt een korte instructie met suggesties voor verlengde instructie en inoefening van het aangeboden lesdoel. Tijdens de verwerking werken de kinderen volledig zelfstandig. De differentiatielessen bestaan uit: Voor zwakke spellers bieden we extra instructiemomenten met kopieerbladen en zelfstandig oefenmateriaal op bakkaarten en/of in een computerprogramma. Voor gemiddelde spellers bieden we woordpakketoefeningen op bakkaarten en/of in een computerprogramma. Voor goede spellers bieden we extra oefenmateriaal op bakkaarten en kopieerbladen. Als uw organisatie het toelaat, kunt u ook het computerprogramma spelling inzetten. U vindt daarin de dictees (signaal-, controle-, instap-, parkeerweek- en algemeen controledictee), woordpakketoefeningen en categorieoefeningen. Proeflessensyllabus Taal actief Spelling Groep 5 Taal actief in het kort 3

5 Wat u vooraf moet weten Deze proeflessenwijzer zorgt ervoor dat u snel en gemakkelijk aan de slag kunt met de proeflessen. Alle benodigde informatie én het leerlingenmateriaal zitten samen in dit pakket. Het proeflessenpakket bevat thema 4 van deze jaargroep. Het thema beslaat 3 lesweken van 9 lessen spelling: - 4 basislessen (afgesloten met een signaaldictee); - 5 differentiatielessen (voor goede, gemiddelde en zwakke spellers. De zwakke spellers neemt u tussentijds nog het controledictee af.). Het pakket is zo opgebouwd dat per dag alles gebundeld is wat u nodig hebt. Dit helpt om het overzicht te houden. Iedere dag begint met een kopie uit de handleiding waarin u precies ziet welke materialen u voor deze les gebruikt. U hoeft dus alleen nog kopieën te maken van het leerlingenmateriaal naar gelang het aantal leerlingen in uw groep. Het leerlingenmateriaal betreft: het werkboek, kopieerbladen spelling, bakkaarten spelling en eventueel het computerprogramma. De opbouw per week is steeds hetzelfde. Het gemak van dit organisatiemodel zult u tijdens het werken snel ervaren. De proeflessen bevatten alleen het spellingdeel van de methode Taal actief. Bij de zichtzending Taal actief taal vindt u ook een proeflessensyllabus voor het taaldeel van de methode. U zult merken dat u voor deze proeflessen spelling behoorlijk veel moet kopiëren voor de kinderen. Normaal gesproken kopieert u alleen materialen uit de kopieermap. Bedenk ook dat het in werkelijkheid tweekleuren materialen zijn. Een voorbeeld van het tweekleuren materiaal vindt u in de zichtzending. Al die zwart-wit kopieën kunnen misschien tot verwarrende situaties leiden voor de kinderen. En dat kan weer de organisatie van de les nadelig beïnvloeden. Let dus goed op de vermelding onder aan de bladen en zorg dat de stapeltjes niet door elkaar raken. Bedenk hierbij dat dit met de werkelijke materialen van de methode niet het geval zal zijn. Proeflessensyllabus Taal actief Spelling Groep 5 Taal actief in het kort 4

6 Algemene inleiding op het thema

7 4 Letters uit China Inleiding Spellingwoorden Probleemomschrijving Dit is een kopie van: handleiding pagina 103 De komende weken staat het thema lezen centraal. In het ankerverhaal leest Lotte een boek over een Chinese prinses. Haar broer Tim plaagt Lotte altijd omdat ze graag leest, maar Lotte trekt zich daar niets van aan. 13b: woorden met cht lucht: achterna, achterover, gedachte, gericht, gevecht, inzicht, nuchter, ochtend, rechtbank, rechter, rechts, toevlucht, verplicht, voordracht 14a: woorden met ei reis: afscheid, beide, eiland, eis, geheim, leider, leiding, peil, seizoen, steil, veilig, weinig 30a: woorden die beginnen met be bezoek: bediende, behang, bekend, belang, beleefd, belofte, beperkt, bewust, bezit, bezoeker, bezwaar 30b: woorden die beginnen met ge getal: gebaar, gebied, geboorte, gebrek, gedeeld, geheel, geluid, geval, gevolg, geweld, gewoonte 30c: woorden die beginnen met ver verkeer: verband, verdriet, verhaal, verjaardag, verkeerde, verkoop, verlies, verloop, verslag, vervoer, verzoek Bij het schrijven van de woorden uit categorie 13b wordt een beroep gedaan op: het bepalen van de spellingmoeilijkheid in het woord; het analyseren van het woord in klankgroepen; het koppelen van de klankgroep gt aan de lettergroep cht; het opschrijven van het woord. De woorden met cht worden vooral op basis van inprenting geleerd. Daarnaast kan er sprake zijn van een analogieaanpak waarbij de woorden met acht, echt, ocht, ucht of icht goed geschreven worden op basis van voorbeeldwoorden als acht, echt, zocht, zucht of zicht. De kinderen kunnen deze benaderingswijze verwoorden in een regel: Als acht, echt, ocht, ucht of icht in een woord voorkomt, schrijf je cht. Er kunnen fouten ontstaan in de volgende gevallen: Er is geen verschil te horen tussen gt en cht. Op basis van klank-letterkoppeling kunnen de woorden niet goed worden geschreven. Er moet een keuze worden gemaakt tussen twee tekengroepen met dezelfde uitspraak. Er zijn woorden die hetzelfde klinken, maar anders worden geschreven op grond van verschil in betekenis in een zin of context, bijvoorbeeld: ligt en licht, egt en echt. Deze twee problemen houden in dat de woorden met cht vooral op basis van inprenting geleerd dienen te worden. Daarnaast wordt gebruikgemaakt van een analogie-aanpak, waarbij woordrijen worden samengesteld met acht, echt, icht, ocht en ucht. Hierop is een beperkt aantal uitzonderingen (zie voorbeeld boven). Op beperkte schaal biedt overeenkomst in betekenis ondersteuning, bijvoorbeeld alle woorden die afgeleid zijn van het woord lucht. Bij het schrijven van de woorden uit categorie 14a wordt een beroep gedaan op: het bepalen van de spellingmoeilijkheid in het woord; het inprenten van het woord met ei; het schrijven van de klankgroep ei overeenkomstig de klankgroep van een ander woord met ei. Voorbeeld: de klankgroep ei in het woord leiding schrijf je overeenkomstig klankgroep ei in het woord leider. Er kunnen fouten ontstaan in de volgende gevallen: Er is geen verschil te horen tussen ei en ij. Op basis van klank-letterkoppeling kunnen de woorden niet goed worden geschreven. Er moet een keuze worden gemaakt tussen twee tekens met dezelfde uitspraak. Er zijn woorden die hetzelfde klinken, maar anders worden geschreven op grond van verschil in betekenis van het woord in een zin of context, bijvoorbeeld: zij en zei, hij en hei, wij en wei, mij en mei. De volgorde van de twee tekens in de klankgroep ei wordt soms verwisseld, waardoor er ie komt te staan. Voor het schrijven van woorden met ei wordt een beroep gedaan op het visueel inprenten van de schriftbeelden. Binnen een context kunnen deze woorden gemakkelijker worden onthouden, bijvoorbeeld doordat de kinderen weten dat de woorden met ei tot een bepaald verhaal behoren. Proeflessensyllabus Taal actief Spelling Groep 5 inleiding 6

8 Bij het schrijven van de woorden uit categorie 30a wordt een beroep gedaan op: het bepalen van de spellingmoeilijkheid in het woord; het analyseren van het woord in klankgroepen; het koppelen van de klankgroep be aan de lettergroep be; het opschrijven van het woord. De klankgroep be kan ingeprent worden, zodat het kind weet dat deze geschreven wordt als be. Daarnaast kan er sprake zijn van een analogieaanpak, waarbij het kind be schrijft overeenkomstig het voorvoegsel van het grondwoord bezoek. Ook kan er sprake zijn van een regelaanpak, waarbij het kind aangeeft: je hoort bu, maar je schrijft be. Er kunnen fouten ontstaan in de volgende gevallen: Je hoort bu, maar je schrijft be. Op basis van klank-letterkoppeling kunnen de woorden niet goed worden geschreven. Er moet een keuze worden gemaakt tussen twee tekens met dezelfde klank: e of u. De letter e wordt weggelaten, omdat deze klank tussen twee medeklinkers onvoldoende wordt gehoord. De regel voor de verdubbeling van de medeklinker wordt ten onrechte toegepast, doordat de e wordt gezien als een korte klank waarna twee dezelfde medeklinkers volgen. Bij het schrijven van de woorden uit categorie 30b wordt een beroep gedaan op: het bepalen van de spellingmoeilijkheid in het woord; het analyseren van het woord in klankgroepen; het koppelen van de klankgroep ge aan de lettergroep ge; het opschrijven van het woord. De klankgroep ge kan ingeprent worden, zodat het kind weet dat deze geschreven wordt als ge. Daarnaast kan er sprake zijn van een analogieaanpak, waarbij het kind ge schrijft overeenkomstig het voorvoegsel van het grondwoord getal. Ook kan er sprake zijn van een regelaanpak, waarbij het kind aangeeft: je hoort gu, maar je schrijft ge. Er kunnen fouten ontstaan in de volgende gevallen: Je hoort gu, maar je schrijft ge. Op basis van klank-letterkoppeling kunnen de woorden niet goed worden geschreven. Er moet een keuze worden gemaakt tussen twee tekens met dezelfde klank: e of u. De letter e wordt weggelaten, omdat deze klank tussen twee medeklinkers onvoldoende wordt gehoord. De regel voor de verdubbeling van de medeklinker wordt ten onrechte toegepast, omdat de e wordt gezien als een korte klank waarna twee dezelfde medeklinkers volgen. Bij het schrijven van de woorden uit categorie 30c wordt een beroep gedaan op: het bepalen van de spellingmoeilijkheid in het woord; het analyseren van het woord in klankgroepen; het koppelen van de klankgroep ver aan de lettergroep ver; het opschrijven van het woord. De klankgroep ver kan ingeprent worden, zodat het kind weet dat deze geschreven wordt als ver. Daarnaast kan er sprake zijn van een analogieaanpak, waarbij het kind ver schrijft overeenkomstig het voorvoegsel van het grondwoord verkeer. Ook kan er sprake zijn van een regelaanpak, waarbij het kind aangeeft: je hoort ver, maar je schrijft ver. Er kunnen fouten ontstaan in de volgende gevallen: Je hoort vur, maar je schrijft ver. Op basis van klank-letterkoppeling kunnen de woorden niet goed worden geschreven. Er moet een keuze worden gemaakt tussen twee tekens met dezelfde klank: e of u. De letter e wordt weggelaten, omdat deze klank tussen twee medeklinkers onvoldoende wordt gehoord. De letter v wordt gehoord als f en vervolgens ook zo geschreven. Dit is een kopie van: handleiding pagina 104 U gaat steeds na wat de mogelijke oorzaak van de fouten is. Zo nodig voert u een diagnostisch gesprek met de kinderen over de spellingmoeilijkheden om meer zicht te krijgen op hun probleem. U kunt de kinderen daarbij de volgende vragen stellen. Wat vind je moeilijk? Waar denk je aan bij het schrijven van deze woorden? Hoe weet je of het woord correct is geschreven? Proeflessensyllabus Taal actief Spelling Groep 5 inleiding 7

9 Lesmenu 4 Letters uit China tijdstip les / opdracht tijd (min) spellers doel materialen goede speller gemiddelde speller zwakke speller nieuw toets herhaling toepassing remediëring handleiding spelling werkboek spelling kopieerbladen spelling bakkaarten spelling computerprogramma spelling* antwoordenboek spelling Basislessen week 1 dag 1 dag 2 dag 3 1 lucht 2 reis 3 bezoek, getal week 2 dag 1 dag 2 4 verkeer signaaldictee Differentiatielessen dag 3 5 lucht, reis woordpakketoefeningen themapakket week 3 dag 1 dag 2 dag 3 6 bezoek, getal, verkeer woordpakketoefeningen themapakket 4 controledictee woordpakketoefeningen themapakket 4 categorieoefeningen woordpakketoefeningen themapakket * U kunt er ook voor kiezen om voor de gemiddelde en zwakke spellers het computerprogramma spelling in te zetten in plaats van de bakkaarten spelling. Dit is een kopie van: handleiding lesmenu 4 Proeflessensyllabus Taal actief Spelling Groep 5 inleiding 8

10 week 1 dag 1

11 Basislessen Les 1 Doel Doelgroep Woorden lucht De kinderen kunnen woorden met cht correct schrijven. alle kinderen 13b lucht: achterna achterover gedachte gericht gevecht inzicht nuchter ochtend rechtbank rechter rechts toevlucht verplicht voordracht Materiaal Werkboek spelling, bladzijde 14, oefening 1, 2 en 3 Antwoordenboek spelling Introductie U vertelt dat Lotte in het ankerverhaal leest in het boek over de Gouden Prinses. De prinses stelt allerlei moeilijke vragen aan Meester Lie: Hoe hoog zijn de bergen? Is de lucht overal blauw? U schrijft het woord lucht op het bord en zet een streep onder de letters cht. U vertelt de kinderen dat ze vandaag woorden met cht leren schrijven. Instructie en oefening De kinderen leren eerst het grondwoord bij deze categorie: lucht. U vraagt de kinderen of ze nog meer woorden kennen met cht. U laat een paar kinderen de woorden op het bord schrijven en cht onderstrepen. Vervolgens leest u een woord met cht voor, bijvoorbeeld gericht. De kinderen schrijven het woord in hun schrift en onderstrepen wederom cht. Samen met de kinderen controleert u of het woord correct geschreven is. Op deze manier kunt u de volgende woorden aanbieden: inzicht, nuchter, ochtend, gevecht, toevlucht, voordracht. Kinderen die zelfstandig verder kunnen, maken oefening 1, 2 en 3 in het werkboek spelling. VERLENGDE INSTRUCTIE 1 U bespreekt de volgende woorden: achterna, inzicht, ochtend, rechtbank, gedachte. U schrijft de lettergroepen acht, echt, icht, ocht en ucht op het bord, waarbij u cht onderstreept. De kinderen noemen woorden die met een van deze lettergroepen worden geschreven. U schrijft de woorden onder de juiste groep op het bord, de kinderen schrijven de woorden in hun schrift. Vervolgens noemt u een woord, bijvoorbeeld achterna. U spreekt het woord duidelijk uit. De kinderen schrijven het woord in hun schrift. Samen met de kinderen controleert u of het woord correct geschreven is. VERLENGDE INSTRUCTIE 2 U schrijft woorden met cht op het bord, waarbij u cht in een andere kleur schrijft. De kinderen lezen de woorden op en zeggen of ze bij de klankgroep acht, echt, icht, ocht of ucht horen. Dan schrijven de kinderen de woorden in hun schrift en controleren samen met u of ze correct geschreven zijn. U kunt ook verder ingaan op de samenstelling van de woorden met cht. Bijvoorbeeld: inzicht komt van zicht en zien, net als gezicht, uitzicht, toezicht en zichtbaar; rechts komt van recht en betekent aan de rechterkant (dus niet links); toevlucht komt van vlucht en vluchten en betekent ergens snel naartoe gaan om veilig te zijn. U zegt een woord en vraagt naar de samenstelling, betekenis en schrijfmoeilijkheid van het woord. De kinderen schrijven de woorden in hun schrift en zetten een streep onder de letters cht. Verwerking Bij oefening 1 schrijven de kinderen de woorden in de goede rij, onder acht, echt of icht. Bij oefening 2 vullen de kinderen in elk woord cht in en schrijven het woord over. Bij oefening 3 vullen de kinderen een woord in dat past bij de omschrijving. De woorden waaruit ze kunnen kiezen zijn gegeven. Bij de klaar?-opdracht schrijven de kinderen de kleinere woorden op die uit de in oefening 1 gegeven woorden zijn af te leiden. Reflectie Kunnen de kinderen vertellen wat ze vandaag geleerd hebben? Kunnen ze de woorden met cht goed schrijven? Waarop moet je letten? Hoe denk je na over de schrijfwijze van cht? U vertelt de kinderen dat ze de volgende les woorden met ei leren schrijven. Dit is een kopie van: handleiding pagina 105 Proeflessensyllabus Taal actief Spelling Groep 5 proefles week 1 dag 1 10

12 Dit is een kopie van: werkboek pagina 14 Proeflessensyllabus Taal actief Spelling Groep 5 proefles week 1 dag 1 11

13 week 1 dag 2

14 Les 2 Doel Doelgroep reis De kinderen kunnen woorden met ei correct schrijven. alle kinderen Woorden 14a reis: afscheid beide eiland eis geheim leider leiding peil seizoen steil veilig weinig Materiaal Werkboek spelling, bladzijde 15, oefening 1, 2 en 3 Antwoordenboek spelling Introductie In het ankerverhaal staat dat de Gouden Prinses in het paleis woont en dat ze op reis gaat. U schrijft op het bord de woorden reis en paleis en zet een streep onder de letters ei. U vertelt de kinderen dat ze vandaag woorden met ei leren schrijven. Instructie en oefening De kinderen leren eerst het grondwoord bij deze categorie: reis. U vraagt de kinderen welke woorden met ei ze al kennen. De geschikte woorden schrijft u op het bord, onder het grondwoord reis. U onderstreept ei. U vertelt de kinderen wat de moeilijkheid bij de klank ei is, namelijk dat er twee soorten zijn: de ei van reis en de ij van ijs. Bij enkele woorden is de betekenis van belang, omdat er concurrerende woorden met ij zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld om de woorden eis, peil, steil en leiden. U wijst de kinderen bij deze woorden op het belang van de betekenis voor de schrijfwijze ervan. Deze woorden kun je alleen correct schrijven als je de betekenis weet. De kinderen schrijven de woorden in hun schrift en zetten een streep onder de letter ei. Kinderen die zelfstandig verder kunnen, maken oefening 1, 2 en 3 in het werkboek spelling. VERLENGDE INSTRUCTIE U bespreekt de volgende woorden: afscheid, eiland, geheim, leider, veilig. U schrijft een woord en samen met de kinderen gaat u in op de betekenis ervan. U vraagt ook hoe het woord wordt geschreven. De kinderen zeggen dat het woord met de ei van reis wordt geschreven. Ze schrijven in hun schrift eerst de letters ei op en daarachter het woord met ei. Onder de letters ei in het woord zetten ze een streep en ze controleren of het correct is geschreven. Verwerking Bij oefening 1 schrijven de kinderen de woorden met ei over uit een verhaaltje. Bij oefening 2 vullen de kinderen ei in en schrijven ze de woorden op. Bij oefening 3 schrijven de kinderen het woord met ei op dat bij de omschrijving past. De woorden waaruit ze kunnen kiezen, zijn gegeven. Bij de klaar?-opdracht bedenken de kinderen met elk woord uit oefening 2 een zin en schrijven deze op. Reflectie Wat is het lastige aan de woorden die de kinderen vandaag geleerd hebben? Hebben ze zichzelf een manier geleerd om de schrijfwijze van woorden met ei te onthouden? Welke manieren gebruiken ze? Welke woorden met ei schrijven ze zeker goed? Bij welke woorden weten ze het niet zeker? U vertelt de kinderen dat ze de volgende les woorden die beginnen met be of ge leren schrijven. Dit is een kopie van: handleiding pagina 106 Proeflessensyllabus Taal actief Spelling Groep 5 proefles week 1 dag 2 13

15 Dit is een kopie van: werkboek pagina 15 Proeflessensyllabus Taal actief Spelling Groep 5 proefles week 1 dag 2 14

16 week 1 dag 3

17 Les 3 Doel Doelgroep bezoek De kinderen kunnen: woorden die beginnen met be correct schrijven; woorden die beginnen met ge correct schrijven. alle kinderen Woorden 30a bezoek: bediende behang bekend belang beleefd belofte beperkt bewust bezit bezoeker bezwaar 30b getal gebaar gebied geboorte gebrek gedeeld geheel geluid geval gevolg geweld gewoonte Materiaal Werkboek spelling, bladzijde 16, oefening 1, 2 en 3 Antwoordenboek spelling Introductie U vraagt de kinderen of ze nog weten waarom de Gouden Prinses op bezoek wil bij de zee. Ze wil op bezoek bij de zee om te horen welk geluid de zee maakt. U schrijft de woorden bezoek en geluid op het bord en zet een streep onder de letters be en ge. U vertelt de kinderen dat ze vandaag woorden die beginnen met be of ge leren schrijven. Instructie en oefening De kinderen leren eerst de grondwoorden bij deze categorieën: bezoek en getal. U schrijft getal naast bezoek op het bord en onderstreept ge. Kennen de kinderen nog meer woorden die beginnen met be of ge? De kinderen bedenken zelf woorden of zoeken in het ankerverhaal naar voorbeelden. U laat enkele voorbeelden onder bezoek en getal op het bord schrijven. Daarna lezen ze de woorden in twee delen, waarbij de klankgroep be of ge los wordt genoemd van de rest van het woord. Bij elk woord geven de kinderen met een regel aan hoe het eerste stukje wordt geschreven: je hoort bu, maar je schrijft be; je hoort gu, maar je schrijft ge. Kinderen die zelfstandig verder kunnen, maken oefening 1, 2 en 3 in het werkboek spelling. VERLENGDE INSTRUCTIE U bespreekt de volgende woorden: bewust, bezit, geval, gebaar, bekend, geboorte. U zegt een woord en verdeelt het in klankgroepen. Met een horizontale beweging van uw hand geeft u aan of een klankgroep een zwakke (lage beweging) of een sterke (hoge beweging) klemtoon heeft. U legt uit dat bij een zwakke klemtoon de klankgroep die klinkt als bu en gu wordt geschreven als be of ge. Bij de volgende woorden doet u de klankgroepverdeling en het handgebaar niet voor, maar voeren de kinderen deze onder uw toezicht uit. Ze geven ook telkens aan hoe de eerste klankgroep van elk woord wordt geschreven. U tekent een stemtrap van een woord op het bord. De lettergreep met klemtoon staat op de hoge trede, de lettergreep zonder klemtoon staat op de lage trede. Ook vergelijkt u de zwakke klemtoon van de eerste klankgroep met de zwakke uitspraak van de e-klank, net zoals de e van de. Bij de volgende woorden tekenen de kinderen in hun schrift de stemtrap van het woord en schrijven de klankgroepen op de stemtrap. Samen met de kinderen controleert u of ze de woorden correct geschreven hebben. Verwerking Bij oefening 1 schrijven de kinderen de woorden in de goede rij: woorden die beginnen met be en woorden die beginnen met ge. Bij oefening 2 schrijven de kinderen synoniemen op. De woorden waaruit ze mogen kiezen, zijn gegeven. Bij oefening 3 vullen de kinderen be of ge in naar gelang deze lettergroep in het woord past. Bij de klaar?-opdracht bedenken de kinderen nog meer woorden met be en ge en schrijven deze in twee rijen op. Reflectie U neemt een paar woorden door die de kinderen vandaag geleerd hebben. Kun je de woorden verdelen in klankgroepen? Kun je uitleggen hoe de eerste klankgroep van elk woord wordt geschreven? Helpt het verdelen van woorden in klankgroepen met lage en hoge handgebaren? Helpt het verdelen van woorden in lettergrepen op de stemtrap? Weet je of de eerste klankgroep een zwakke of sterke klemtoon heeft? U vertelt de kinderen dat ze de volgende les woorden die beginnen met ver leren schrijven. Dit is een kopie van: handleiding pagina 107 Proeflessensyllabus Taal actief Spelling Groep 5 proefles week 1 dag 3 16

18 Dit is een kopie van: werkboek pagina 16 Proeflessensyllabus Taal actief Spelling Groep 5 proefles week 1 dag 3 17

19 week 2 dag 1

20 Les 4 Doel Doelgroep verkeer De kinderen kunnen woorden die beginnen met ver correct schrijven. alle kinderen Woorden 30c verkeer: verband verdriet verhaal verjaardag verkeerde verkoop verlies verloop verslag vervoer verzoek Materiaal Werkboek spelling, bladzijde 17, oefening 1, 2 en 3 Antwoordenboek spelling Introductie In het verhaal dat Lotte leest staat dat de Chinezen op de verjaardag van de Gouden Prinses vuurwerk maken. U schrijft de woorden verhaal en verjaardag op het bord. Vraag de kinderen wat hen opvalt aan deze woorden. Concludeer dat beide woorden beginnen met ver. U vertelt de kinderen dat ze vandaag woorden die beginnen met ver leren schrijven. Instructie en oefening De kinderen leren eerst het grondwoord bij deze categorie: verkeer. U schrijft verkeer op het bord, waarbij u ver onderstreept. De kinderen verdelen het woord in klankgroepen. Wat valt op aan de eerste klankgroep? Je hoort vur, maar je schrijft ver. De klemtoon is zwak; je hoort de e van de, net als bij be-zoek en ge-tal. Vervolgens biedt u de volgende woorden aan: verband, verhaal, verkeer, verlies, verloop, verzoek. De kinderen schrijven de woorden in hun schrift en zetten een streep onder ver. Samen met de kinderen controleert u of ze de woorden correct geschreven hebben. Kinderen die zelfstandig verder kunnen, maken oefening 1, 2 en 3 in het werkboek spelling. VERLENGDE INSTRUCTIE U bespreekt de volgende woorden: verkeer, verdriet, verjaardag, verkoop, vervoer, verslag. U zegt een woord en verdeelt het in klankgroepen. Met lage en hoge horizontale handbewegingen geeft u aan of een klankgroep een zwakke of een sterke klemtoon heeft. De kinderen herhalen het woord in klankgroepen en maken tegelijkertijd de gebaren met de handen erbij. Bij een volgend woord, bijvoorbeeld verdriet, doet u de klankgroepverdeling en het handgebaar niet voor, maar voeren de kinderen deze onder uw leiding uit. Ze vertellen ook hoe de eerste klankgroep van het woord wordt geschreven. Vervolgens tekent u de stemtrap van een tweelettergrepig woord op het bord. U zegt een woord, bijvoorbeeld verband. De kinderen verdelen het woord met lage en hoge handbeweging in klankgroepen. U schrijft het woord in lettergrepen op de stemtrap en vergelijkt de handbewegingen met de treden op de stemtrap. Ook vergelijkt u de zwakke klemtoon van de eerste klankgroep met de zwakke uitspraak van de e-klank, de e van de. Daarna tekenen alle kinderen de stemtrap in hun schrift en vullen de lettergrepen in. Achter de stemtrap schrijven ze het woord aan elkaar op. Verwerking Bij oefening 1 verdelen de kinderen de woorden in lettergrepen. Bij oefening 2 vullen de kinderen de lettergreep ver in de woorden in en schrijven de woorden op. Bij oefening 3 schrijven de kinderen een woord dat begint met ver op achter de omschrijving waarbij het past. De woorden waaruit ze kunnen kiezen, zijn gegeven. Bij de klaar?-opdracht kiezen de kinderen uit alle oefeningen woorden en maken daar nieuwe, langere woorden van. Reflectie Laat de kinderen vertellen wat ze vandaag geleerd hebben. Kunnen ze de woorden verdelen in klankgroepen? Hoe schrijf je de eerste klankgroep van elk woord? Helpt het verdelen van woorden in klankgroepen met lage en hoge handgebaren? Helpt het verdelen van woorden in lettergrepen op de stemtrap? U vertelt dat de kinderen de volgende les een dictee krijgen. In dat dictee worden de woorden getoetst die ze in de afgelopen lessen geleerd hebben. Dit is een kopie van: handleiding pagina 108 Proeflessensyllabus Taal actief Spelling Groep 5 proefles week 2 dag 1 19

21 Dit is een kopie van: werkboek pagina 17 Proeflessensyllabus Taal actief Spelling Groep 5 proefles week 2 dag 1 20

22 week 2 dag 2 Signaaldictee

23 Signaaldictee Doelgroep alle kinderen Materiaal Kopieerbladen spelling, bladzijde 22, 26 en 33 of computerprogramma spelling Als u het signaaldictee afneemt met behulp van het computerprogramma spelling, gebruikt u de inlegkaart bij het computerprogramma. Dictee U leest het vetgedrukte woord, vervolgens de zin en dan herhaalt u het woord. De kinderen schrijven het woord op. Achter de zin staat tussen haakjes de spellingcategorie. 1 De kat rent de muis achterna. (13b) 2 Beide boeken gaan over de natuur. (14a) 3 De bediende brengt een glas water. (30a) 4 Bij de geboorte van een baby sturen we kaartjes. (30b) 5 Op de verjaardag van de prinses steken ze vuurwerk af. (30c) 6 Tim houdt een voordracht over Chinese tekens. (13b) 7 De jarige bedankt de bezoeker voor zijn komst. (30a) 8 Zal ik je een geheim vertellen? (14a) 9 Lie heeft inzicht in de oplossing van het probleem. (13b) 10 Wie is de leider van de groep? (14a) 11 De meneer op de foto komt me bekend voor. (30a) 12 Zes gedeeld door drie is twee. (30b) 13 Lotte schrijft een verslag over haar boek. (30c) 14 De weg gaat steil omhoog naar de top van de berg. (14a) 15 Verkeer van rechts heeft voorrang. (13b) 16 Er zijn vandaag weinig kinderen afwezig. (14a) 17 Door de lange droogte is er gebrek aan water. (30b) 18 Verkeer van links moet voorrang geven. (30c) 19 De jongen zoekt zijn toevlucht bij zijn vader. (13b) 20 Op verzoek van de kinderen leest juf uit een boek voor. (30c) Reflectie De kinderen controleren de dicteewoorden door een kruisje te zetten in een van de kolommen op het dicteeblad. Woorden die ze willen verbeteren, schrijven ze op in de kolom Ik verander. Met een plusteken geven ze aan welk woord ze goed vinden. Beoordeling en vervolg De resultaten van het signaaldictee noteert u op het registratieblad voor de leerkracht. U noteert voor elk kind het aantal fouten bij de verschillende spellingcategorieën. De kinderen kleuren op bladzijde 26 van de kopieerbladen voor elk goed geschreven woord een vakje. aantal woorden goed beheersing na het signaaldictee 18, 19, % Bakkaarten goede spellers, differentiatielessen taal of een ander vak 16, % Integratie: bakkaarten gemiddelde spellers of computerprogramma spelling (woordpakketten) <16 <80% Reteaching: gerichte spellinginstructie: les 5 en 6 Dit is een kopie van: handleiding pagina 109 Proeflessensyllabus Taal actief Spelling Groep 5 proefles week 2 dag 2 22

24 Dit is een kopie van: kopieerblad pagina 22 Proeflessensyllabus Taal actief Spelling Groep 5 proefles week 2 dag 2 23

25 Dit is een kopie van: kopieerblad pagina 26 Proeflessensyllabus Taal actief Spelling Groep 5 proefles week 2 dag 2 24

26 Dit is een kopie van: kopieerblad pagina 33 Proeflessensyllabus Taal actief Spelling Groep 5 proefles week 2 dag 2 25

27 week 2 dag 3

28 Differentiatielessen Na het signaaldictee Op basis van de resultaten van het signaaldictee deelt u de kinderen in als: = goede speller = gemiddelde speller = zwakke speller De goede spellers beheersen het gewenste spellingniveau. U laat ze extra oefenen met de bakkaarten voor de goede spellers of ze gaan aan de slag met de differentiatielessen taal (taalboek extra) of een ander vak. Integratie De kinderen die gemiddeld scoorden op het signaaldictee verwijst u naar de bakkaarten voor de gemiddelde spellers of naar de woordpakketten van het computerprogramma spelling. Reteaching De kinderen die zwak scoorden op het signaaldictee doorlopen onder uw begeleiding de gerichte spellinginstructie van les 5 en 6. Dit is een kopie van: handleiding pagina 110 Proeflessensyllabus Taal actief Spelling Groep 5 proefles week 2 dag 3 27

29 Dit is een conceptversie van bakkaart 4.1 zonder illustraties Proeflessensyllabus Taal actief Spelling Groep 5 proefles week 2 dag 3 28

30 Dit is een conceptversie van bakkaart 4.2 zonder illustraties Proeflessensyllabus Taal actief Spelling Groep 5 proefles week 2 dag 3 29

31 Dit is een conceptversie van bakkaart 4.3 zonder illustraties Proeflessensyllabus Taal actief Spelling Groep 5 proefles week 2 dag 3 30

32 Dit is een conceptversie van bakkaart 4.4 zonder illustraties Proeflessensyllabus Taal actief Spelling Groep 5 proefles week 2 dag 3 31

33 Integratie Doel Doelgroep De kinderen kunnen: woorden met cht correct schrijven; woorden met ei correct schrijven; woorden die beginnen met be correct schrijven; woorden die beginnen met ge correct schrijven; woorden die beginnen met ver correct schrijven. gemiddelde spellers Woorden 13b lucht: achterna achterover gedachte gericht gevecht inzicht nuchter ochtend rechtbank rechter rechts toevlucht verplicht voordracht 14a reis: afscheid beide eiland eis geheim leider leiding peil seizoen steil veilig weinig 30a bezoek: bediende behang bekend belang beleefd belofte beperkt bewust bezit bezoeker bezwaar 30b getal: gebaar gebied geboorte gebrek gedeeld geheel geluid geval gevolg geweld gewoonte 30c verkeer: verband verdriet verhaal verjaardag verkeerde verkoop verlies verloop verslag vervoer verzoek Materiaal Bakkaarten gemiddelde spellers of computerprogramma spelling Op het moment dat de kinderen de woordpakketten gaan oefenen met behulp van het computerprogramma spelling, gebruikt u de inlegkaart bij het computerprogramma. Dit is een kopie van: handleiding pagina 111 Proeflessensyllabus Taal actief Spelling Groep 5 proefles week 2 dag 3 32

34 Dit is een conceptversie van bakkaart 4a zonder illustraties Proeflessensyllabus Taal actief Spelling Groep 5 proefles week 2 dag 3 33

35 Dit is een conceptversie van bakkaart 1a zonder illustraties Proeflessensyllabus Taal actief Spelling Groep 5 proefles week 2 dag 3 34

36 Dit is een conceptversie van bakkaart 4b zonder illustraties Proeflessensyllabus Taal actief Spelling Groep 5 proefles week 2 dag 3 35

37 Dit is een conceptversie van bakkaart 4b zonder illustraties Proeflessensyllabus Taal actief Spelling Groep 5 proefles week 2 dag 3 36

38 Dit is een conceptversie van bakkaart 4c zonder illustraties Proeflessensyllabus Taal actief Spelling Groep 5 proefles week 2 dag 3 37

39 Dit is een conceptversie van bakkaart 4c zonder illustraties Proeflessensyllabus Taal actief Spelling Groep 5 proefles week 2 dag 3 38

40 Dit is een conceptversie van bakkaart 4a, 4b, 4c zonder illustraties Proeflessensyllabus Taal actief Spelling Groep 5 proefles week 2 dag 3 39

41 Dit is een conceptversie van bakkaart 4a, 4b, 4c zonder illustraties Proeflessensyllabus Taal actief Spelling Groep 5 proefles week 2 dag 3 40

42 Les 5 Doel Doelgroep Reteaching lucht, reis De kinderen kunnen: woorden met cht correct schrijven; woorden met ei correct schrijven. zwakke spellers Dit is een kopie van: handleiding pagina 112 Woorden 13b lucht: achterna achterover gedachte gericht gevecht inzicht nuchter ochtend rechtbank rechter rechts toevlucht verplicht voordracht 14a reis: afscheid beide eiland eis geheim leider leiding peil seizoen steil veilig weinig Materiaal Kopieerblad spelling, bladzijde 7, oefening 1, 2 en 3 Antwoordenboek spelling Introductie U leest de volgende passage voor uit het tweede deel van het ankerverhaal. Tijdens het voorlezen schrijft u de cursief gedrukte woorden op het bord. De Gouden Prinses geniet. Meester Lie, ziet u die bergen? Kijk eens naar de lucht! Meester Lie zucht. Hij was liever in het paleis. Ik zie de zee! roept de Prinses. Kom, Meester Lie! De weg is steil. Toch gaat Meester Lie de prinses achterna. U vraagt welke twee schrijfproblemen de kinderen zien in de woorden die op het bord staan. U laat enkele kinderen strepen zetten onder de letters cht en ei in de woorden op het bord. U vertelt de kinderen dat ze vandaag verder oefenen met woorden met cht en ei. Instructie en oefening U vraagt de kinderen of ze woorden kennen met de cht van lucht. De woorden die de kinderen noemen, schrijft u onder elkaar op het bord. De kinderen schrijven de woorden in hun schrift. U zorgt dat er woorden met acht, echt, icht, ocht en ucht op het bord komen te staan. Vervolgens laat u op het bord en in het schrift een streep zetten onder de vijf klankgroepen. U noemt een woord uit de spellingcategorie. De kinderen geven aan bij welke klankgroep dit woord hoort en schrijven het woord op. Van elke klankgroep noemt u minstens één woord, bijvoorbeeld: achterna, rechts, inzicht, ochtend, nuchter. Zo gaat u ook te werk met de ei-woorden. U laat enkele woorden met ei, waarvan de kinderen zeker weten dat die met de ei van reis zijn, opschrijven op het bord en in het schrift. Dan zegt u enkele woorden met ei uit de spellingcategorie hierboven. De woorden eis, peil en steil biedt u aan in zinsverband, waarin de betekenis duidelijk naar voren komt. De kinderen schrijven het woord op en zetten een streep onder de letters ei. Kinderen die zelfstandig verder kunnen, maken oefening 1, 2 en 3 van het kopieerblad spelling. VERLENGDE INSTRUCTIE U schrijft een woord met cht op het bord, bijvoorbeeld zucht. De kinderen lezen het woord. U dekt de letters cht af. De kinderen schrijven de letters in hun schrift, schrijven dan het gehele woord op en zetten vervolgens een streep onder de letters cht in het woord. Daarna vergelijken ze hun woord met het woord op het bord. Elke moeilijkheid wordt hierbij kort besproken. U oefent verder met de woorden gericht, gevecht, inzicht, toevlucht, verplicht. U biedt vervolgens een woord met ei aan, bijvoorbeeld steil. De betekenis staat nu centraal. U betrekt de kinderen actief bij deze betekenisverlening door te vragen naar hun kennis van het betreffende woord. Zo worden woordbetekenis en schrijfwijze intensiever aan elkaar gekoppeld; dit ondersteunt het geheugen. Vervolgens vraagt u naar de schrijfmoeilijkheid in het woord. De kinderen verwoorden het probleem waarop ze vooral moeten letten: het verschil tussen ei en ij. U schrijft de letter ei op het bord en zet het woord erachter. De kinderen schrijven dit woord over in hun schrift en onderstrepen ei. U kunt hierbij de volgende woorden aanbieden: afscheid, eiland, geheim, leiding, seizoen, weinig. Verwerking Bij oefening 1 schrijven de kinderen de gegeven woorden in de goede rij: woorden met cht en woorden met ei. Bij oefening 2 vullen de kinderen de letters cht of ei in in een woord. Bij oefening 3 schrijven de kinderen het woord met cht of ei uit oefening 2 op dat in de zin past. Bij de klaar?-opdracht bedenken de kinderen tekens voor de lettergroepen cht en ei en vullen deze tekens in in de woorden van oefening 1. Reflectie U neemt de woorden door die de kinderen geoefend hebben. Laat de kinderen uitleggen hoe je woorden met cht en ei onthoudt. Welke woorden kende je al en welke woorden heb je geleerd? Welke manier van leren vind je het fijnst: alleen in het werkboek oefenen of samen de woorden bespreken en opschrijven? U vertelt de kinderen dat ze de volgende les gaan oefenen met woorden die beginnen met be, ge of ver. De kinderen hebben in les 3 en 4 al eens gewerkt met deze woorden. Wie kan er een voorbeeld geven? Proeflessensyllabus Taal actief Spelling Groep 5 proefles week 2 dag 3 41

43 Dit is een kopie van: kopieerblad pagina 7 Proeflessensyllabus Taal actief Spelling Groep 5 proefles week 2 dag 3 42

44 week 3 dag 1

45 Les 6 Doel Doelgroep Reteaching bezoek, getal, verkeer De kinderen kunnen: woorden die beginnen met be correct schrijven; woorden die beginnen met ge correct schrijven; woorden die beginnen met ver correct schrijven. zwakke spellers Dit is een kopie van: handleiding pagina 113 Woorden 30a bezoek: bediende behang bekend belang beleefd belofte beperkt bewust bezit bezoeker bezwaar 30b getal: gebaar gebied geboorte gebrek gedeeld geheel geluid geval gevolg geweld gewoonte 30c verkeer: verband verdriet verhaal verjaardag verkeerde verkoop verlies verloop verslag vervoer verzoek Materiaal Kopieerblad spelling, bladzijde 8, oefening 1, 2 en 3 Antwoordenboek spelling Introductie Tim vraagt zich in het ankerverhaal af of de Chinese tekens ook een getal kunnen zijn. U schrijft het woord getal op het bord. De Gouden Prinses maakt een verband voor Meester Lie, omdat hij is gevallen. Ze geeft de brief voor haar vader mee aan een bediende. U schrijft verband en bediende op het bord. U zet een streep onder de lettergroepen ge, ver en be in de woorden op het bord. Wat valt de kinderen op als ze kijken naar het eerste stukje van elk woord? Je hoort de e die klinkt als u van de, maar je schrijft e. U vertelt de kinderen dat ze vandaag verder oefenen met woorden die beginnen met be, ge of ver. Instructie en oefening U vraagt de kinderen of ze de grondwoorden die bij woorden met be, ge en ver horen nog kennen. (bezoek, getal, verkeer) U vraagt of ze nog meer woorden kennen die beginnen met be, ge of ver. U schrijft de woorden op het bord tot er van elke categorie enkele woorden staan. Eventueel biedt u zelf de volgende woorden aan: bekend, gevolg, vervoer, verhaal, belofte, gebied. Vervolgens gaat u in op de uitspraak van de woorden. Met een handgebaar geven de kinderen de klemtonen in de woorden aan: een hoofdaccent met een hoog gebaar, een nevenaccent met een laag gebaar. Deze gebaren tekent u schematisch op het bord in de vorm van een stemtrap, die u door een kind laat invullen met het betreffende woord. De overige kinderen tekenen de stemtrap met het woord in hun schrift. Bij de nabespreking geven de kinderen met een spellingregel aan hoe de eerste lettergreep op de stemtrap wordt geschreven, bijvoorbeeld: je hoort bu, maar je schrijft be. Kinderen die zelfstandig verder kunnen, maken oefening 1, 2 en 3 van het kopieerblad spelling. VERLENGDE INSTRUCTIE U bespreekt de volgende woorden: beleefd, geval, verkoop, geluid, behang, verlies. U spreekt een woord uit in klankgroepen. De kinderen zeggen het woord in klankgroepen na en voegen deze samen tot één woord. Bij welk grondwoord hoort dit woord: bij getal, bezoek of verkeer? De kinderen schrijven de lettergreep be-, geof ver- op en zetten hieronder een streep om na te kijken of ze deze correct hebben geschreven. Ze zeggen hierbij de regel, bijvoorbeeld: je hoort gu, maar je schrijft ge. Bij de lettergreep ver letten ze ook op de eerste letter. Is dat de v van vis? Als alles correct is, schrijven ze het woord op. U oefent zo tot het schrijven van de woorden vlot en foutloos gaat. Als de kinderen de klankgroepen niet auditief kunnen samenvoegen, schrijft u de woorden in lettergrepen op het bord. De kinderen lezen de lettergrepen hardop en voegen deze samen tot één woord. Dan gaat u verder met de afhandeling van het woord zoals in het begin van de verlengde instructie staat aangegeven. Verwerking Bij oefening 1 schrijven de kinderen de woorden in de goede rij: woorden die beginnen met be, ge of ver. Bij oefening 2 vullen de kinderen de lettergrepen be, ge of ver in en schrijven het woord op. Bij oefening 3 schrijven de kinderen het woord met be, ge of ver op dat in de zin past. De woorden waaruit ze mogen kiezen, zijn gegeven. Bij de klaar?-opdracht verdelen de kinderen de woorden van oefening 1 in lettergrepen. Reflectie De kinderen hebben nu twee keer met de woorden geoefend. Wordt het gemakkelijker als je vaak oefent? Waarom? Wat doen ze nog fout? Weten ze ook hoe ze dat kunnen verbeteren? De volgende les krijgen de kinderen een dictee waarin alle spellingwoorden nog eens getoetst worden. Weten de kinderen nog welke woorden zij geleerd hebben? Laat ze nog een keer oefenen met de woorden die ze moeilijk vonden. Proeflessensyllabus Taal actief Spelling Groep 5 proefles week 3 dag 1 44

46 Dit is een kopie van: kopieerblad pagina 8 Proeflessensyllabus Taal actief Spelling Groep 5 proefles week 3 dag 1 45

47 week 3 dag 2

48 Controledictee Doelgroep zwakke spellers Materiaal Kopieerbladen spelling, bladzijde 23, 24, 26 en 33 of computerprogramma spelling Als u het controledictee afneemt met behulp van het computerprogramma spelling, gebruikt u de inlegkaart bij het computerprogramma. Zinnendictee In het zinnendictee worden woorden getoetst die twee thema s eerder zijn aangeboden. Bij thema 4 zijn dit woorden uit spellingcategorie 7a, 7b, 8a, 9a die in thema 2 van groep 5 zijn behandeld. U leest de hele zin voor en herhaalt deze in zinsdelen. De kinderen schrijven de hele zin op. Achter de zin staat tussen haakjes de spellingcategorie. 1 De soldaat zwaait met zijn zakdoek. (7a en 7b) 2 De schilder kwam in botsing met zijn ladder. (8a en 9a) 3 De leerling voelt zich schuldig vanwege zijn fout. (9a en 8a) 4 De zuster geeft de zieke man suiker. (7b en 7a) 5 De koning vertelt de prinses een boodschap. (9a en 7a) Reflectie Na het dictee leest u de zinnen nog een keer voor. De kinderen kunnen op de regel Ik verander de woorden opschrijven die ze willen verbeteren. Met een plusteken geven ze aan welk woord volgens hen goed is. Dit woord kijkt u na. Beoordeling en vervolg De zwakke spellers die bij het zinnendictee drie of meer fouten hebben gemaakt, verwijst u naar de remediëring van de categorieën waarin ze fouten hebben gemaakt. Woordendictee U leest het vetgedrukte woord, vervolgens de zin en dan herhaalt u het woord. De kinderen schrijven het woord op. Achter de zin staat tussen haakjes de spellingcategorie. 1 De prinses viel achterover in het gras. (13b) 2 Als ik naar school ga, neem ik afscheid van mijn ouders. (14a) 3 Bea spreekt de belofte uit dat zij beter haar best zal doen. (30a) 4 Het is een goede gewoonte om altijd op tijd aanwezig te zijn. (30b) 5 De chauffeur nam de verkeerde weg. (30c) 6 Nico heeft niets gegeten en gedronken; hij is nuchter. (13b) 7 Midden in het meer ligt een eiland. (14a) 8 Het kind gedraagt zich beleefd tegen andere mensen. (30a) 9 Het gevolg van het ongeluk is dat niemand erdoor kan. (30b) 10 De prinses legt een verband op de zere plek van Meester Lie. (30c) 11 Elke ochtend poets ik mijn tanden. (13b) 12 Wie heeft hier op school de leiding? (14a) 13 De kennis van Meester Lie is beperkt. (30a) 14 Met geweld werd de deur opengebroken. (30b) 15 De kleuter moest huilen van verdriet. (30c) 16 De rechters werken in een rechtbank. (13b) 17 Welk seizoen komt er na de herfst? (14a) 18 Het vervoer van zand en grind gaat vaak per schip. (30c) 19 Bij rood licht ben je verplicht om te stoppen. (13b) 20 Het sein voor de trein staat op veilig. (14a) Dit is een kopie van: handleiding pagina 114 Reflectie De kinderen controleren de dicteewoorden door een kruisje te zetten in een van de kolommen op het dicteeblad. Woorden die ze willen verbeteren, schrijven ze op in de kolom Ik verander. Met een plusteken geven ze aan welk woord ze goed vinden. Beoordeling en vervolg De resultaten van het controledictee noteert u op het registratieblad voor de leerkracht. U noteert voor elk kind het aantal fouten bij de verschillende spellingcategorieën. De kinderen kleuren op bladzijde 26 van de kopieerbladen voor elk goed geschreven woord een vakje. Daarna zetten zij een kruisje voor de woorden die zij fout hebben geschreven. Proeflessensyllabus Taal actief Spelling Groep 5 proefles week 3 dag 2 47

49 aantal woorden goed beheersing na het controledictee 18, 19, % Bakkaarten goede spellers of differentiatielessen taal <18 <90% Bakkaarten zwakke spellers of computerprogramma spelling (categorieoefeningen) Dit is een kopie van: handleiding pagina 115 Proeflessensyllabus Taal actief Spelling Groep 5 proefles week 3 dag 2 48

50 Dit is een kopie van: kopieerblad pagina 23 Proeflessensyllabus Taal actief Spelling Groep 5 proefles week 3 dag 2 49

51 Dit is een kopie van: kopieerblad pagina 24 Proeflessensyllabus Taal actief Spelling Groep 5 proefles week 3 dag 2 50

52 Dit is een kopie van: kopieerblad pagina 26 Proeflessensyllabus Taal actief Spelling Groep 5 proefles week 3 dag 2 51

53 Dit is een kopie van: kopieerblad pagina 33 Proeflessensyllabus Taal actief Spelling Groep 5 proefles week 3 dag 2 52

54 week 3 dag 3

55 Differentiatielessen Na het controledictee Op basis van de resultaten van de controledictees deelt u de kinderen in als: = goede speller = zwakke speller De goede spellers beheersen het gewenste spellingniveau. U laat ze extra oefenen met de bakkaarten voor de goede spellers of ze gaan aan de slag met de differentiatielessen taal (taalboek extra) of een ander vak. Remediëring De zwakke spellers oefenen met behulp van de bakkaarten voor de zwakke spellers of het computerprogramma de categorieën waarmee ze moeite hebben. Dit is een kopie van: handleiding pagina 116 Proeflessensyllabus Taal actief Spelling Groep 5 proefles week 3 dag 3 54

56 Remediëring Doel Doelgroep De kinderen kunnen woorden met cht en met ei correct schrijven. zwakke spellers Woorden 13b lucht: achterna achterover gedachte gericht gevecht inzicht nuchter ochtend rechtbank rechter rechts toevlucht verplicht voordracht 14a reis: afscheid beide eik Materiaal Bakkaarten zwakke spellers of computerprogramma spelling Op het moment dat de kinderen de categorieoefeningen gaan maken met behulp van het computerprogramma spelling, gebruikt u de inlegkaart bij het computerprogramma. Dit is een kopie van: handleiding pagina 117 Proeflessensyllabus Taal actief Spelling Groep 5 proefles week 3 dag 3 55

57 Dit is een conceptversie van bakkaart 13b zonder illustraties Proeflessensyllabus Taal actief Spelling Groep 5 proefles week 3 dag 3 56

58 Dit is een conceptversie van bakkaart 13b zonder illustraties Proeflessensyllabus Taal actief Spelling Groep 5 proefles week 3 dag 3 57

59 Dit is een conceptversie van bakkaart 14a zonder illustraties Proeflessensyllabus Taal actief Spelling Groep 5 proefles week 3 dag 3 58

60 Dit is een conceptversie van bakkaart 14a zonder illustraties Proeflessensyllabus Taal actief Spelling Groep 5 proefles week 3 dag 3 59

61 Dit is een conceptversie van bakkaart 30a, 30b zonder illustraties Proeflessensyllabus Taal actief Spelling Groep 5 proefles week 3 dag 3 60

62 Dit is een conceptversie van bakkaart 30a, 30b zonder illustraties Proeflessensyllabus Taal actief Spelling Groep 5 proefles week 3 dag 3 61

63 Dit is een conceptversie van bakkaart 30a, 30b, 30c zonder illustraties Proeflessensyllabus Taal actief Spelling Groep 5 proefles week 3 dag 3 62

64 Dit is een conceptversie van bakkaart 30a, 30b, 30c zonder illustraties Proeflessensyllabus Taal actief Spelling Groep 5 proefles week 3 dag 3 63

PROEFLESSENSYLLABUS TAAL ACTIEF (SPELLING) GROEP 7

PROEFLESSENSYLLABUS TAAL ACTIEF (SPELLING) GROEP 7 PROEFLESSENSYLLABUS TAAL ACTIEF (SPELLING) GROEP 7 501722 Inhoudsopgave Taal actief spelling in het kort 2 Wat u vooraf moet weten 4 Algemene inleiding op het thema 5 Week 1, dag 1 9 Week 1, dag 2 12 Week

Nadere informatie

kt! 2 Leren lezen en spellen, een aanpak periode in groep 3 en de hogere

kt! 2 Leren lezen en spellen, een aanpak periode in groep 3 en de hogere Leren lezen en spellen, een aanpak kt! 2 In het vorige artikel- Instructie werkt! (r), opgenomen in Praxis~ bulletin, nummer 7 - zijn een " aantal algemene tips beschreven én speciale tips voor de klankzuiuere

Nadere informatie

Taal actief (oud, versie 2) - Woordspel

Taal actief (oud, versie 2) - Woordspel SPELLING Taal actief (oud, versie 2) - Woordspel Praktische handvatten voor het taallees- en rekenonderwijs en opbrengstgericht werken zoals deze methode zijn te vinden op www.taalpilots.nl, www.rekenpilots.nl

Nadere informatie

PROEFLESSENSYLLABUS TAALJOURNAAL (SPELLING) GROEP 7

PROEFLESSENSYLLABUS TAALJOURNAAL (SPELLING) GROEP 7 PROEFLESSENSYLLABUS TAALJOURNAAL (SPELLING) GROEP 7 501727 Inhoudsopgave pagina Taaljournaal Spelling in het kort 2 Wat u vooraf moet weten 4 Dag 1, week 9 5 Dag 2, week 9 13 Dag 3, week 9 17 Dag 1, week

Nadere informatie

Voor welke groepen? Voor het onderdeel spelling is er materiaal voor de groepen 4 t/m 8.

Voor welke groepen? Voor het onderdeel spelling is er materiaal voor de groepen 4 t/m 8. KWALITEITSKAART Spellen en stellen PO Praktische handvatten voor het taallees- en rekenonderwijs zoals deze Kwaliteitskaart Opbrengstgericht Werken zijn te vinden op www.schoolaanzet.nl. Deze website bevat

Nadere informatie

SPELLINGBOEK 2 DEEL B

SPELLINGBOEK 2 DEEL B SPELLINGBOEK 2 DEEL B LES 6 Echte, rechte en slechte tanden DIT KAN IK AL! Ik schrijf woorden met het dubbele staartje -gt. Deze les gaat over... We stegen met een zucht, tot boven in de lucht. We zaten

Nadere informatie

PROEFLESSENSYLLABUS TAALJOURNAAL (SPELLING) GROEP 6

PROEFLESSENSYLLABUS TAALJOURNAAL (SPELLING) GROEP 6 PROEFLESSENSYLLABUS TAALJOURNAAL (SPELLING) GROEP 6 501726 Inhoudsopgave pagina Taaljournaal Spelling in het kort 2 Wat u vooraf moet weten 4 Dag 1, week 9 5 Dag 2, week 9 13 Dag 3, week 9 17 Dag 1, week

Nadere informatie

Taaljournaal, tweede versie

Taaljournaal, tweede versie SPELLING Taaljournaal, tweede versie Praktische handvatten voor het taallees- en rekenonderwijs en opbrengstgericht werken zoals deze methode zijn te vinden op www.taalpilots.nl, www.rekenpilots.nl en

Nadere informatie

Tien eenheden per jaar, voor dertig weken spellingonderwijs (exclusief

Tien eenheden per jaar, voor dertig weken spellingonderwijs (exclusief SPELLING Zin in taal (oude versie) Praktische handvatten voor het taallees- en rekenonderwijs en opbrengstgericht werken zoals deze methode zijn te vinden op www.taalpilots.nl, www.rekenpilots.nl en www.schoolaanzet.nl/opbrengstgerichtwerken.

Nadere informatie

TAALLEESONDERWIJS - 19 tips voor betere spellingresultaten

TAALLEESONDERWIJS - 19 tips voor betere spellingresultaten TAALLEESONDERWIJS - 19 tips voor betere spellingresultaten Praktische handvatten voor het taallees- en rekenonderwijs zoals deze kwaliteits zijn te vinden op www.taalpilots.nl en www.rekenpilots.nl. De

Nadere informatie

Optimaal zicht op spelling

Optimaal zicht op spelling Cito Spelling LVS Team Werken met de LVS-toetsen en hulpboeken Optimaal zicht op spelling Kim heeft midden groep 5 bij de LVS-toets Spelling een vaardigheidsscore gehaald van 122. Haar leerkracht weet

Nadere informatie

Gebruikersinstructie digitale registratiesysteem

Gebruikersinstructie digitale registratiesysteem GI Gebruikersinstructie digitale registratiesysteem Taal actief 3 spelling groep 4-8 Met het digitaal registratiesysteem spelling Taal actief 3 kunt u de methodegebonden toetsgegevens van de kinderen vastleggen.

Nadere informatie

PROEFLESSENSYLLABUS TAALJOURNAAL (SPELLING) GROEP 8

PROEFLESSENSYLLABUS TAALJOURNAAL (SPELLING) GROEP 8 PROEFLESSENSYLLABUS TAALJOURNAAL (SPELLING) GROEP 8 501728 Inhoudsopgave pagina Taaljournaal Spelling in het kort 2 Wat u vooraf moet weten 4 Dag 1, week 9 5 Dag 2, week 9 13 Dag 3, week 9 17 Dag 1, week

Nadere informatie

PROEFLESSENSYLLABUS TAALJOURNAAL (TAAL) GROEP 7

PROEFLESSENSYLLABUS TAALJOURNAAL (TAAL) GROEP 7 PROEFLESSENSYLLABUS TAALJOURNAAL (TAAL) GROEP 7 501469 Inhoudsopgave pagina Taaljournaal Taal in het kort 3 Wat u vooraf moet weten 5 Dag 1, week 11 6 Dag 2, week 11 17 Dag 3, week 11 29 Dag 4, week 11

Nadere informatie

Overzicht categorieën Taal actief groep 7

Overzicht categorieën Taal actief groep 7 Overzicht categorieën Taal actief groep Introductie Onderstaand treft u in de eerste kolom het nummer van de categorie aan zoals die voorkomt in Taal actief, in de tweede kolom de omschrijving, in de derde

Nadere informatie

Effectief spellingonderwijs

Effectief spellingonderwijs Effectief spellingonderwijs Foutloos kunnen spellen is een belangrijke vaardigheid om je goed en correct te kunnen uitdrukken op papier en in de digitale wereld. Maar hoe maakt u van alle leerlingen goede

Nadere informatie

2 > Kerndoelen 11. 4 > Aan de slag 15. 5 > Introductie van de manier van werken 22. 6 > Mogelijke werkvormen en de plaats op het rooster 27

2 > Kerndoelen 11. 4 > Aan de slag 15. 5 > Introductie van de manier van werken 22. 6 > Mogelijke werkvormen en de plaats op het rooster 27 Inhoud 1 > Uitgangspunten 9 2 > Kerndoelen 11 3 > Materialen 12 4 > Aan de slag 15 5 > Introductie van de manier van werken 22 6 > Mogelijke werkvormen en de plaats op het rooster 27 7 > Waarom samenwerkend

Nadere informatie

Taal actief (derde versie) Beschrijvingsgegevens en toelichting bij het compacten

Taal actief (derde versie) Beschrijvingsgegevens en toelichting bij het compacten Taal actief (derde versie) Beschrijvingsgegevens en toelichting bij het compacten SLO nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling Taal actief (derde versie) Beschrijvingsgegevens en toelichting bij

Nadere informatie

Uitleg bij de spellingskaartjes.

Uitleg bij de spellingskaartjes. Uitleg bij de spellingskaartjes. 1. De BLAUWE kaartjes zijn bedoeld om alleen te oefen met de spellingskaartjes 2. Met de Paarse kaartjes mag je met zijn tweeën oefenen met de spellingskaartjes 3. De Groene

Nadere informatie

Voor welke groepen? Voor het onderdeel spelling is er materiaal voor de groepen 4 t/m 8.

Voor welke groepen? Voor het onderdeel spelling is er materiaal voor de groepen 4 t/m 8. KWALITEITSKAART Spellen en stellen SPELLING PO Praktische handvatten voor het taallees- en rekenonderwijs en opbrengstgericht werken zoals deze methode zijn te vinden op www.taalpilots.nl, www.rekenpilots.nl

Nadere informatie

Lesopbouw: instructie. 2 Instructie. 1 Start. Blok 4 Week 2 Les 1

Lesopbouw: instructie. 2 Instructie. 1 Start. Blok 4 Week 2 Les 1 Blok Week 2 Les 1 0 70 30 0 35 5 20 10 1 36 2 11 12 1 0 739 00 96 325 10 71 02 9 327 330 69 56 1 210 332 700 566 20 212 59 29 3 599 76 551 300 5 1 770 99 0 00 109 3 991 10 02 111 350 70 270 96 596 150

Nadere informatie

leerlingbrochure nld Door: Jolanthe Jansen

leerlingbrochure nld Door: Jolanthe Jansen leerlingbrochure nld Door: Jolanthe Jansen Dit is een brochure, gemaakt voor leerlingen met NLD. Naast deze brochure is er ook: - een brochure met informatie voor ouders van kinderen met NLD en - een brochure

Nadere informatie

En, wat hebben we deze les geleerd?

En, wat hebben we deze les geleerd? Feedback Evaluatie Team 5 En, wat hebben we deze les geleerd? FEED BACK in de klas En, wat hebben we deze les geleerd? Leerkracht Marnix wijst naar het doel op het bord. De leerlingen antwoorden in koor:

Nadere informatie

Nieuwe woorden correct kunnen schrijven, kunnen vertalen van N-F en van F-N en kunnen gebruiken in mondelinge en schriftelijke zinnen.

Nieuwe woorden correct kunnen schrijven, kunnen vertalen van N-F en van F-N en kunnen gebruiken in mondelinge en schriftelijke zinnen. Vaktips Frans 1. D O E L S T E L L I N G E N De Franse taal leren verstaan, lezen, spreken en schrijven. Om dit te bereiken, moet je: Nieuwe woorden correct kunnen schrijven, kunnen vertalen van N-F en

Nadere informatie

Het verbeterplan Spelling is gemaakt n.a.v. de klassenbezoeken en daaraan gekoppeld de analyse van de taalopbrengsten.

Het verbeterplan Spelling is gemaakt n.a.v. de klassenbezoeken en daaraan gekoppeld de analyse van de taalopbrengsten. Voorwoord: Het verbeterplan Spelling obs de Lisdodde Daltonschool Het verbeterplan Spelling is gemaakt n.a.v. de klassenbezoeken en daaraan gekoppeld de analyse van de taalopbrengsten. Tijdens de klassenbezoeken

Nadere informatie

Dit programma is gemaakt voor leerlingen van groep 4 en 5 van de basisschool, het praktijkonderwijs, vmbo bbl en mbo 1.

Dit programma is gemaakt voor leerlingen van groep 4 en 5 van de basisschool, het praktijkonderwijs, vmbo bbl en mbo 1. Spelling op maat 1 De Muiswerkprogramma s Spelling op maat 1, 2 en 3 vormen een complete leerlijn voor de spelling die op de basisschool moet worden aangeleerd. Spelling op maat 1 is het eerste deel van

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Instapweek 3. Dag 1: kennismaking 4. Dag 2: organisatie 6. Dag 3: wat wordt er van de kinderen verwacht 7. Dag 4: lekker vlot lezen 10

Inhoudsopgave. Instapweek 3. Dag 1: kennismaking 4. Dag 2: organisatie 6. Dag 3: wat wordt er van de kinderen verwacht 7. Dag 4: lekker vlot lezen 10 INSTAPWEEK Inhoudsopgave Instapweek 3 Dag 1: kennismaking 4 Dag 2: organisatie 6 Dag 3: wat wordt er van de kinderen verwacht 7 Dag 4: lekker vlot lezen 10 Dag 5: leeskaarten en computerprogramma 11 2

Nadere informatie

Dit programma is gemaakt voor leerlingen van groep 4 en 5 van de basisschool, het praktijkonderwijs, vmbo bbl en mbo 1.

Dit programma is gemaakt voor leerlingen van groep 4 en 5 van de basisschool, het praktijkonderwijs, vmbo bbl en mbo 1. Spelling op maat 1 De Muiswerkprogramma s Spelling op maat 1, 2 en 3 vormen een complete leerlijn voor de spelling die op de basisschool moet worden aangeleerd. Spelling op maat 1 is het eerste deel van

Nadere informatie

Groep 3: twee blokken per jaar, start is na de kerst (80 lessen, waaronder

Groep 3: twee blokken per jaar, start is na de kerst (80 lessen, waaronder KWALITEITSKAART Spellen en stellen SPELLING Woordbouw nieuw Woordbouw nieuw PO Praktische handvatten voor het taallees- en rekenonderwijs en opbrengstgericht werken zoals deze methode zijn te vinden op

Nadere informatie

Dit programma is gemaakt voor leerlingen van eind groep 3 en groep 4 van de basisschool, het praktijkonderwijs, vmbo bbl en mbo 1.

Dit programma is gemaakt voor leerlingen van eind groep 3 en groep 4 van de basisschool, het praktijkonderwijs, vmbo bbl en mbo 1. Spelling op maat 1 De programma s Spelling op maat 1, 2 en 3 vormen een complete leerlijn voor de spelling die op de basisschool moet worden aangeleerd. Spelling op maat 1 is het eerste deel van deze leerlijn.

Nadere informatie

Informatieboekje groep 5-6 schooljaar 2014-2015

Informatieboekje groep 5-6 schooljaar 2014-2015 Informatieboekje groep 5-6 schooljaar 2014-2015 Samenwerkingsschool de Lispeltuut Juf Teatske Juf Marleen Juf Judith Het informatieboekje voor groep 5/6 In dit boekje willen wij u in t kort vertellen hoe

Nadere informatie

Thema 2. Rennen voor geld

Thema 2. Rennen voor geld Thema 2 Rennen voor geld Les 2.1 Berlijnse calorieën zekerheden zebra s onmiddellijk Les 1 reis, ijs Sjoerd vertelt zijn opa dat hij rondjes gaat lopen op een sportterrein. Wat een ander woord voor terrein?

Nadere informatie

De golf spoelt op het strand. 1. golf 2. strand

De golf spoelt op het strand. 1. golf 2. strand Coöperatieve werkvormen voor spellingonderwijs Schud & pak : - Maak een stapel kaartjes met (werk)woorden in een ondersteunende zin De golf spoelt op het strand. 1. golf 2. strand - - Zet leerlingen in

Nadere informatie

Zie zo Spelling Kopieermap Evaluatie en remediëring leerjaar 2

Zie zo Spelling Kopieermap Evaluatie en remediëring leerjaar 2 Kopieermap Evaluatie en remediëring leerjaar 2 Je vindt in deze kopieermap het materiaal voor de dictees, de registratie, het remediëren, oefenen en verrijken. Het materiaal is verzameld per blok. De vierde

Nadere informatie

woorden met eer (heer) De /r/ is een plaagletter bij /eer/. volgwoord woorden met oor (oor) De /r/ is een plaagletter bij /oor/.

woorden met eer (heer) De /r/ is een plaagletter bij /eer/. volgwoord woorden met oor (oor) De /r/ is een plaagletter bij /oor/. Groep 5 Spelling Thema 1 Een plek om te werken De /f/ is de fietspompletter. Je hoort met f (fluit) /ffff/. De /v/ is van vlieg. Je hoort /vvvv/. met v (vis) woorden met aar (jaar) luisterwoord woorden

Nadere informatie

LEESLIJN/LEESWEG. Adaptieve toets: na dik en rik van basisblok a

LEESLIJN/LEESWEG. Adaptieve toets: na dik en rik van basisblok a LEESLIJN/LEESWEG 1 e VERSIE Adaptieve toets: na dik en rik van basisblok a 1 Grafementoets aangeboden letters tot en met dik en rik : instructie voor de leerkracht Algemene informatie: Deze toets bestaat

Nadere informatie

Aanvullende informatie ter voorbereiding op de TGN A1. Inleiding. Hoe maakt u de TGN?

Aanvullende informatie ter voorbereiding op de TGN A1. Inleiding. Hoe maakt u de TGN? Aanvullende informatie ter voorbereiding op de TGN A1 Inleiding Dit is informatie over de Toets Gesproken Nederlands (of TGN) 1. De TGN maakt deel uit van het inburgeringsexamen buitenland. Moet u de TGN

Nadere informatie

De ontwikkelde materialen per unit.

De ontwikkelde materialen per unit. Handleiding. Dit is de handleiding voor het remediërende programma voor de leeszwakke leerling bij het vak Engels. De hulpmiddelen zijn ontwikkeld voor leerlingen die bij de toetsen technisch lezen uitvallen

Nadere informatie

LES 1: VOORLEZEN met STRATEGIE WEEK 1.1 0, 1, 4 en 6

LES 1: VOORLEZEN met STRATEGIE WEEK 1.1 0, 1, 4 en 6 LES 1: VOORLEZEN met STRATEGIE WEEK 1.1 0, 1, 4 en 6 Lesdoel: De kinderen vergroten hun tekstbegrip door interactie over het verhaal en hun metacognitieve vaardigheden door het oefenen en toepassen van

Nadere informatie

Groep 1/2 Groep 1/2 heeft afgelopen periode gewerkt aan het thema dieren. Welke dieren leven in de dierentuin en welke op de kinderboerderij?

Groep 1/2 Groep 1/2 heeft afgelopen periode gewerkt aan het thema dieren. Welke dieren leven in de dierentuin en welke op de kinderboerderij? Het schooljaar is weer begonnen. Dit jaar zijn we gestart met groep 1 tot en met 5. Het was eerst voor iedereen even wennen, maar het gaat nu heel erg goed! Groep 1/2 Groep 1/2 heeft afgelopen periode

Nadere informatie

Klassikale opstelling:

Klassikale opstelling: Klassikale opstelling: We maken gebruik van een flexibele opstelling. De kinderen zitten bij de leervakken: taal, lezen, spelling en rekenen allemaal frontaal. Hierdoor kan de leerkracht snel monitoren

Nadere informatie

PROEFLESSENSYLLABUS TAALJOURNAAL (SPELLING) GROEP 5 801725Z

PROEFLESSENSYLLABUS TAALJOURNAAL (SPELLING) GROEP 5 801725Z PROEFLESSENSYLLABUS TAALJOURNAAL (SPELLING) GROEP 5 801725Z Inhoudsopgave pagina Taaljournaal Spelling in het kort 2 Wat u vooraf moet weten 4 Dag 1, week 9 5 Dag 2, week 9 13 Dag 3, week 9 17 Dag 1, week

Nadere informatie

Wij willen u vragen niet vooruit te gaan werken/oefenen. Er kan dan verwarring ontstaan bij het kind. Wij willen dit graag voorkomen!

Wij willen u vragen niet vooruit te gaan werken/oefenen. Er kan dan verwarring ontstaan bij het kind. Wij willen dit graag voorkomen! In dit document kunt u lezen wat de kinderen leren in elke kern. In de eerste zes kernen zal dit voornamelijk ingaan op het aanleren van woorden en letters. In de laatste kernen komt het lezen al wat meer

Nadere informatie

Alles over. Taal actief. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen

Alles over. Taal actief. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Alles over Taal actief Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In samenwerking

Nadere informatie

Alles over. Taal actief. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen

Alles over. Taal actief. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Alles over Taal actief Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In samenwerking

Nadere informatie

voortgezet technisch lezen Feest! Proeflessensyllabus Malmberg

voortgezet technisch lezen Feest! Proeflessensyllabus Malmberg voortgezet technisch lezen Feest! Proeflessensyllabus Niveau 2 (AVI 2/AVI E3) 511146 Malmberg Inhoudsopgave pagina Lekker Lezen in het kort 3 Hoe werkt u met deze proeflessen? 4 Wat u vooraf moet weten

Nadere informatie

schrijf je meestal ch, behalve bij hij ligt, hij legt en hij zegt. Hoor je /ie/ aan het eind van een klankgroep, dan schrijf je i. Dan schrijf je ij.

schrijf je meestal ch, behalve bij hij ligt, hij legt en hij zegt. Hoor je /ie/ aan het eind van een klankgroep, dan schrijf je i. Dan schrijf je ij. Groep 7 Spelling Thema 1 Het landje van ons woorden met ng (tong) woorden met cht (lucht) woorden met i die klinkt als ie (liter) Hoor je de zingende /n/, dan schrijf je ng. Hoor je na een korte klank

Nadere informatie

de nieuwste Taal actief Inhoud Implementatiebulletin Met een instapweek van dag tot dag

de nieuwste Taal actief Inhoud Implementatiebulletin Met een instapweek van dag tot dag de nieuwste Taal actief Implementatiebulletin Inhoud Met een instapweek van dag tot dag Inhoud Inleiding 3 Implementatie: hoe werken wij met Taal actief? 4 Het invoeren van Taal actief Taal 6 Het invoeren

Nadere informatie

Grafementoets: instructie voor de leerkracht

Grafementoets: instructie voor de leerkracht veilig leren lezen Grafementoets: instructie voor de leerkracht De Grafementoets wordt afgenomen na kern 3. De toets bestaat uit een kaart, waarop de letters per kern gegroepeerd staan. De letterkennis

Nadere informatie

Lesdoelen De kinderen kunnen aanhalingstekens gebruiken.

Lesdoelen De kinderen kunnen aanhalingstekens gebruiken. groep 8 vakantie instaples 1 taal Lesdoelen De kinderen kunnen aanhalingstekens gebruiken. Materiaal Oefenblad instaples 1 taal Antwoordblad instaples 1 taal Verlengde instructie: Per kind een blad met

Nadere informatie

Lijn 3 in een combinatiegroep

Lijn 3 in een combinatiegroep Inhoud 1 Werken met blz. 3 2 2-3 blz. 4 3 3-4 blz. 6 Bijlagen 1 De combinatie Lijn 3 - Station Zuid blz. 7 2 De combinatie Lijn 3 - Station Zuid en Taal actief 4 blz. 9 3 De combinatie Lijn 3 - Station

Nadere informatie

Informatieboekje groep 5-6 schooljaar 2015-2016. Samenwerkingsschool de Lispeltuut

Informatieboekje groep 5-6 schooljaar 2015-2016. Samenwerkingsschool de Lispeltuut Informatieboekje groep 5-6 schooljaar 2015-2016 Samenwerkingsschool de Lispeltuut Oostkapelle, september 2015 informatieboekje voor groep 5/6 In dit boekje willen wij u in t kort vertellen hoe en met welke

Nadere informatie

Alles over. Taal actief. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen

Alles over. Taal actief. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Alles over Taal actief Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In samenwerking

Nadere informatie

VEILIG LEREN LEZEN. Adaptieve toets: Kern 1

VEILIG LEREN LEZEN. Adaptieve toets: Kern 1 VEILIG LEREN LEZEN 2 e MAANVERSIE Adaptieve toets: Kern 1 1 Grafementoets aangeboden letters kern 1 : instructie voor de leerkracht Algemene informatie: Deze toets bestaat uit letters die tot en met kern

Nadere informatie

Klankzuivere werkwoorden vervoegen Methode voor beelddenkers Juf Kitty 2016

Klankzuivere werkwoorden vervoegen Methode voor beelddenkers Juf Kitty 2016 Klankzuivere werkwoorden vervoegen Methode voor beelddenkers Juf Kitty 2016 Inleiding Waarom klopt het niet als je werdt schrijft? Is het kookte of kookde? Als je onvoldoende Nederlands spreekt als tweede

Nadere informatie

Gevarieerde Spelling is een programma voor het leren van de belangrijkste spellingregels van het Nederlands.

Gevarieerde Spelling is een programma voor het leren van de belangrijkste spellingregels van het Nederlands. Gevarieerde Spelling Gevarieerde Spelling is een programma voor het leren van de belangrijkste spellingregels van het Nederlands. Doelgroep Gevarieerde Spelling Gevarieerde Spelling is bedoeld voor leerlingen

Nadere informatie

Handleiding Les 1. Nieuwsbegriponderwerp. Schrijftaak. Voorbereiding. week september 2013 Handleiding niveau B, les 1 en 2

Handleiding Les 1. Nieuwsbegriponderwerp. Schrijftaak. Voorbereiding. week september 2013 Handleiding niveau B, les 1 en 2 Handleiding Les 1 Deze schrijfles is de tweede waarin leerlingen oefenen in het genre beschrijven. Het is een instructieles, waarin u uitlegt en voordoet hoe je een beschrijvende tekst maakt met de schrijfstrategie

Nadere informatie

Alfabetisering. ~de versnelde versie~

Alfabetisering. ~de versnelde versie~ Alfabetisering ~de versnelde versie~ Introductie pilot versnelde alfabetisering Waarom gekozen voor een versnelde manier van alfabetisering? - het trage tempo + ballast (bij de start van geletterdheid

Nadere informatie

Blok Klankgrgoepenwoord Deze categorie komt in veel woorden voor en is een heel lastige categorie.

Blok Klankgrgoepenwoord Deze categorie komt in veel woorden voor en is een heel lastige categorie. Blok 4 10 Klankgrgoepenwoord Deze categorie komt in veel woorden voor en is een heel lastige categorie. stap 3 stap 4 stap 1 stap 2 Stap 1 Verdelen in klankgroepen Klankgroepen zijn auditieve lettergrepen.

Nadere informatie

KIJKER 2 Les 1, 6 en 7

KIJKER 2 Les 1, 6 en 7 KIJKER 2 Les 1, 6 en 7 Kopieerblad 1A Naam Klas Kijkwijzer spreken Gesprekken voeren met klasgenoten Ik kan nog niet zo goed praten met mijn klasgenoten. Ik kan praten met mijn klasgenoten, maar ik luister

Nadere informatie

Cito-toetsen ( )

Cito-toetsen ( ) Cito-toetsen (15.01.2017) Op de Plakkenberg worden diverse toetsen afgenomen. Veel toetsen horen bij de methode, zgn. methodetoetsen, die de stof toetsen die in de methode is behandeld. Daarnaast wordt

Nadere informatie

Tips voor betere spellingresultaten

Tips voor betere spellingresultaten TAALLEESONDERWIJS Tips voor betere spellingresultaten Praktische handvatten voor het taallees- en rekenonderwijs zoals deze kwaliteits zijn te vinden op www.taalpilots.nl en www.rekenpilots.nl. De rubriek

Nadere informatie

Hoe leer ik uit... Naam: Klas:

Hoe leer ik uit... Naam: Klas: Hoe leer ik uit... Naam: Klas: 1 Inhoud Woorden... 3 Flashcards... 3 Opschrijven... 3 WRTS... 3 Tekenen... 4 Stones... 5 Flashcards Opschrijven - WRTS... 5 Het thema van de Stone... 5 Stukjes combineren...

Nadere informatie

Wat is Digi-Spelling?

Wat is Digi-Spelling? Digi - Spelling Digi-Spelling is een webbased remediërend spellingprogramma van de Zuid-Vallei. Het programma behoort tot de reeks remediërende programma s van De Zuid-Vallei. Voor informatie over het

Nadere informatie

Na de herhaling volgt het aanbieden van een nieuwe letter. De nieuwe letter staat in de taalles centraal.

Na de herhaling volgt het aanbieden van een nieuwe letter. De nieuwe letter staat in de taalles centraal. Zo leren kinderen lezen en spellen Op onze school werken we met de lees- en spellingsmethodiek Zo leren kinderen lezen en spellen van José Schraven (ZLKLS). Een methodiek kan worden toegepast bij iedere

Nadere informatie

Analyse van getallen tot (2)

Analyse van getallen tot (2) WERKBOEK 5 Les 7 Analyse van getallen tot 1 000 000 (2) Dit kan ik al! Ik kan getallen tot 1 000 000 lezen en schrijven. Ik kan getallen tot 1 000 000 op een getallenas plaatsen. Ik kan getallen tot 1

Nadere informatie

Een overtuigende tekst schrijven

Een overtuigende tekst schrijven Een overtuigende tekst schrijven Taalhandeling: Betogen Betogen ervaarles Schrijftaak: Je mening geven over een andere manier van herdenken op school instructieles oefenlesles Lesdoel: Leerlingen kennen

Nadere informatie

Taal in beeld Beschrijvingsgegevens en toelichting bij het compacten

Taal in beeld Beschrijvingsgegevens en toelichting bij het compacten Taal in beeld Beschrijvingsgegevens en toelichting bij het compacten SLO nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling Taal in beeld Beschrijvingsgegevens en toelichting bij het compacten November 2009

Nadere informatie

lezen Veilig leren lezen Artikelen - Letterkennis, aanpak eu/ui/ou-probleem veilig leren Woorden met tweetekenklanken Juist verklanken

lezen Veilig leren lezen Artikelen - Letterkennis, aanpak eu/ui/ou-probleem veilig leren Woorden met tweetekenklanken Juist verklanken veilig leren lezen Letterkennis Aanpak eu/ui/ou-probleem Auteur: Susan van der Linden Op welke wijze kunt u problemen met de tweetekenklanken eu/ui/ou aanpakken? In dit artikel bieden we u een stappenplan

Nadere informatie

Gebruik materialen Veilig leren lezen bij Veilig stap voor stap. Auteurs: Susan van der Linden en Rosemarie Irausquin. Ankers

Gebruik materialen Veilig leren lezen bij Veilig stap voor stap. Auteurs: Susan van der Linden en Rosemarie Irausquin. Ankers Gebruik materialen Veilig leren lezen bij Veilig stap voor stap Auteurs: Susan van der Linden en Rosemarie Irausquin Leerkrachten op het speciaal basisonderwijs die met Veilig stap voor stap werken, maken

Nadere informatie

De Leerkrachtassistent Estafette geeft de leerkracht ondersteuning bij de basislessen van Estafette

De Leerkrachtassistent Estafette geeft de leerkracht ondersteuning bij de basislessen van Estafette De Leerkrachtassistent Estafette geeft de leerkracht ondersteuning bij de basislessen van Estafette Wanneer zet u de Leerkrachtassistent Estafette in? De Leerkrachtassistent Estafette volgt de handleiding

Nadere informatie

Dyslexiebehandeling. Informatiepakket leerkracht:

Dyslexiebehandeling. Informatiepakket leerkracht: Dyslexiebehandeling Informatiepakket leerkracht: - Werkwijze bij Onderwijszorg Nederland (ONL) - Klankenschema - Stappenplan - Kopie overzichts-steunkaart - Uitleg losse steunkaarten - Uitleg steunkaart

Nadere informatie

Welkom op onze pagina. Groep 4b en 5. Obs de aanloop

Welkom op onze pagina. Groep 4b en 5. Obs de aanloop Welkom op onze pagina Groep 4b en 5 Obs de aanloop Wat doen we in groep 4? Rekenen Taal Lezen Spelling Van begrijpend luisteren naar begrijpend lezen Schrijven Natuur verkeer Tekenen/handvaardigheid/muziek/gymnastiek

Nadere informatie

veilig leren Veilig leren lezen Artikelen - Letterkennis, aanpak b/d-probleem lezen Auteur: Susan van der Linden Stap 1

veilig leren Veilig leren lezen Artikelen - Letterkennis, aanpak b/d-probleem lezen Auteur: Susan van der Linden Stap 1 veilig leren lezen Letterkennis Aanpak b/d-probleem Auteur: Susan van der Linden De letters b en d zijn voor veel kinderen een bron van verwarring. Dit komt door hun gelijke vorm. Toch kunt u dit probleem

Nadere informatie

Handleiding en opgaven niveau A1. Opgave 1: Samen

Handleiding en opgaven niveau A1. Opgave 1: Samen Handleiding en opgaven niveau A1 Benodigd materiaal - Voor alle leerlingen een exemplaar van Opgavenblad A1 (zie pagina 6) - Voor alle leerlingen drie exemplaren van Werkblad Stappenplan (zie pagina 7)

Nadere informatie

HANDLEIDING BLOK 1, WEEK 1, LES 1 GROEP 4

HANDLEIDING BLOK 1, WEEK 1, LES 1 GROEP 4 HANDLEIDING BLOK, WEEK, LES GROEP achtergrondinformatie Leesstrategie Waarom lees ik de tekst? (Leesdoel bepalen) Lesdoelen De kinderen kunnen: vertellen wat een tekst is; opnoemen welke teksten ze voor

Nadere informatie

Informatieboekje groep 5-7 schooljaar 2013-2014. Samenwerkingsschool de Lispeltuut

Informatieboekje groep 5-7 schooljaar 2013-2014. Samenwerkingsschool de Lispeltuut Informatieboekje groep 5-7 schooljaar 2013-2014 Samenwerkingsschool de Lispeltuut Het informatieboekje voor groep 5/7. In dit boekje willen wij u in t kort vertellen hoe en met welke methodes we werken

Nadere informatie

Luc Cielen BAS KUNSTLER LEEST. HET BEGIN. Dag 9

Luc Cielen BAS KUNSTLER LEEST. HET BEGIN. Dag 9 Dag 9 van de eerste taalperiode 1. Muzikale opmaat (25 minuten). Zang en blokfluit. 2. Mondelinge herhaling en ritmiek (25 minuten in de 1e klas, later 15 minuten). Spreken, klappen, stappen enz. van reeksen,

Nadere informatie

De Leeshoek. Herfstsignalering groep 3

De Leeshoek. Herfstsignalering groep 3 De Leeshoek Herfstsignalering groep 3 Grafementoets: instructie voor de leerkracht De Grafementoets wordt afgenomen na serie 1. De toets bestaat uit een kaart, waarop de letters staan. De letterkennis

Nadere informatie

Grafementoets: instructie voor de leerkracht

Grafementoets: instructie voor de leerkracht de leessleutel Grafementoets: instructie voor de leerkracht De Grafementoets wordt afgenomen na thema 3. De toets bestaat uit een kaart, waarop de letters per thema gegroepeerd staan. De letterkennis wordt

Nadere informatie

Opbrengstgericht werken en spelling

Opbrengstgericht werken en spelling WORKSHOP Opbrengstgericht werken en spelling Programma en doelen Is spelling moeilijk? Het waarom en wat Effectief spellingonderwijs Spellingbewustzijn Tips Afsluiting. Schema spellingsproces Gesproken

Nadere informatie

Hoofdstuk 18 - Tips om voorleessoftware in te zetten in de klas

Hoofdstuk 18 - Tips om voorleessoftware in te zetten in de klas Hoofdstuk 18 - Tips om voorleessoftware in te zetten in de klas 18.1. Voorleessoftware compenserend inzetten voor leerlingen met een ernstige beperking 235 18.2. Voorleessoftware leerondersteunend inzetten

Nadere informatie

De Leessleutel wordt iets van jezelf

De Leessleutel wordt iets van jezelf De Leessleutel wordt iets van jezelf In groep 3/4 van de Eben Haëzerschool in Tholen werkt leerkracht Erna Fase nu bijna twee jaar vol enthousiasme met de nieuwe versie van De leessleutel. Erna: Toen de

Nadere informatie

Thema: Weekblad Donald Duck 60 jaar. Handleiding en opgaven niveau A1. Opgave 1: Samen

Thema: Weekblad Donald Duck 60 jaar. Handleiding en opgaven niveau A1. Opgave 1: Samen Handleiding en opgaven niveau A1 Thema: Weekblad Donald Duck 60 jaar Benodigd materiaal - Voor alle leerlingen een exemplaar van Opgavenblad A1 (zie pagina 6) - Voor alle leerlingen drie exemplaren van

Nadere informatie

veilig leren Veilig leren lezen Artikelen - Letterkennis, aanpak ie/ei-probleem lezen Auteur: Susan van der Linden Kijkletter ei

veilig leren Veilig leren lezen Artikelen - Letterkennis, aanpak ie/ei-probleem lezen Auteur: Susan van der Linden Kijkletter ei vlig leren lezen Letterkennis Aanpak /-probleem Auteur: Susan van der Linden Hulpjes bij het aanleren van In kern 6 leren de kinderen de letter. Ook voor deze letter kunt u een kijkletter maken. U vertelt

Nadere informatie

Woensdag, 31 oktober Luizencontrole 1 november - 7 november Juf Melissa in NY, juf Marjan B en juf Inge staan voor de groep

Woensdag, 31 oktober Luizencontrole 1 november - 7 november Juf Melissa in NY, juf Marjan B en juf Inge staan voor de groep Datum: 29 oktober 2018 Belangrijke data: Woensdag, 31 oktober Luizencontrole 1 november - 7 november Juf Melissa in NY, juf Marjan B en juf Inge staan voor de groep Dinsdag, 6 november Einde kledingactie

Nadere informatie

UITNEEMVEL > Alle taalmethoden in 1 overzicht!

UITNEEMVEL > Alle taalmethoden in 1 overzicht! UITNEEMVEL > Alle taalmethoden in 1 overzicht! Informatie: er is maar één juiste keuze! In onze informatiecentra in Rijssen en Ede vindt u de materialen uit de verschillende methoden, zodat u zich goed

Nadere informatie

1. LEZEN Inleiding: doel en structuur Gebaren lezen

1. LEZEN Inleiding: doel en structuur Gebaren lezen 1. LEZEN Inleiding: doel en structuur De doorloopklok wordt gezet, zodat de leerlingen weten tot wanneer er wordt gewerkt. De leerkracht vertelt welke lesonderdelen aan bod zullen komen en vertelt ook

Nadere informatie

LES. les 1 rap rat, rap! THEMA 5. dit kan ik al! deze les gaat over... de a van rat. aan de slag! man, man, man SPELLINGBOEK

LES. les 1 rap rat, rap! THEMA 5. dit kan ik al! deze les gaat over... de a van rat. aan de slag! man, man, man SPELLINGBOEK THEMA 5 LES 1 les 1 rap rat, rap! dit kan ik al! ik kan de letter a schrijven. ik kan woorden met de korte a lezen. SPELLINGBOEK deze les gaat over... 1 de a van rat schrijf a driemaal over. a schrijf

Nadere informatie

Lesbrief bij Niemand mag het weten. Trudy van Harten

Lesbrief bij Niemand mag het weten. Trudy van Harten Lesbrief bij Niemand mag het weten Trudy van Harten Voor groep 6 en 7 Inhoud van deze lesbrief - Thema s in het boek - Lesopzet - Doel van de les - Uitwerking - Bijlage 1: Opdrachtenblad - Bijlage 2: Niemand

Nadere informatie

Algemene instructies voor de strategie: Voorspellen. Introductiefase bij de eerste les: 2. Vraag: "Kan iemand mij vertellen wat voorspellen betekent?

Algemene instructies voor de strategie: Voorspellen. Introductiefase bij de eerste les: 2. Vraag: Kan iemand mij vertellen wat voorspellen betekent? Algemene instructies voor de strategie: Voorspellen "Welkom,." Introductiefase bij de eerste les: 1. "We gaan vandaag proberen te voorspellen." 2. Vraag: "Kan iemand mij vertellen wat voorspellen betekent?"

Nadere informatie

instapkaarten spelling

instapkaarten spelling instapkaarten inhoud instapkaarten Spelling thema 1 les 1 cat. 5a 1 thema 1 les 3 cat. 5b 2 thema 1 les 5 cat. 6a,b 3 thema 1 les 7 cat. 6c 4 thema 1 les 9 cat. 7a,b 5 thema 1 les 11 cat. 7c 6 thema 1

Nadere informatie