Concurrent training Combineren van sprinten duurvermogen
|
|
|
- Henriette Smeets
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 presteren Sporters als schaatsers, wielrenners en roeiers moeten beschikken over een goed uithoudingsvermogen, maar moeten ook kunnen sprinten. Hoe train je zowel het sprint- als het duurvermogen zonder dat dit ten koste gaat van elkaar? Concurrent training Combineren van sprinten duurvermogen Stephan van der Zwaard, Jo de Ruiter, Dionne Noordhof, Koen Levels, Mathijs Hofmijster, Willem van der Laarse, Richard Jaspers & Jos de Koning Titel Trainingsstrategieën voor optimaal piek- en duurvermogen van schaatsers, roeiers en wielrenners. Projectpartners VU / VUMC KNRB KNSB KNWU NOC*NSF TulipMed b-cat Sporter Online Artenis Medical Systems Er zijn maar weinig sporten waarvoor sporters uitsluitend over een hoog sprintvermogen of een goed uithoudingsvermogen moeten beschikken. Voor de meeste sporten is een combinatie van maximale spierkracht (bepalend voor het sprintvermogen) en uithoudingsvermogen vereist. In het wielrennen moeten renners bijvoorbeeld etappes rijden van meer dan vijf uur, terwijl een ontsnapping uit het peloton of de eindsprint juist bepalend kunnen zijn voor de eindzege. Het is in deze koersen belangrijk om gedurende langere tijd een hoog duurvermogen te kunnen leveren en tevens te beschikken over een goed sprintvermogen. Concurrent training Een trainingsopbouw waarin zowel uithoudingsvermogen als maximale kracht in dezelfde periode worden getraind, wordt ook wel concurrent training genoemd. 1,2 Het trainen van beide aspecten van de fysieke prestatie blijkt in de praktijk niet eenvoudig te zijn. Wanneer in een trainingsperiode naast krachttraining ook (meerdere) duurtrainingen worden gedaan, blijkt de toename in spierkracht (en sprintvermogen) lager. 3 Het combineren van beide trainingsmodaliteiten leidt namelijk tot verminderde opbouw van spiermassa in vergelijking met krachttraining zonder gelijktijdige duurtraining. Dit staat bekend als het interferentie-effect 1,2 en is bijzonder relevant voor sporters. Het effect is groter wanneer men veel en/of lange duurtrainingen doet gedurende een lange periode. 4,5 Ons onderzoek richt zich op de vraag of en hoe elite wielrenners, schaatsers en roeiers tegelijkertijd hun sprint- en duurvermogen kunnen vergroten door het te verwachten interferentie-effect bij concurrent training te minimaliseren. Enerzijds wordt onderzocht welke factoren bepalend zijn voor sprint- en duurprestaties en anderzijds wordt nagegaan wat slimme trainingsstrategieën zijn om gelijktijdig het sprint- en duurvermogen te verbeteren. Vanuit de praktijk weten we dat er grote verschillen bestaan tussen sporters. Juist deze verschillen zijn interessant. Door een gedetailleerde analyse te maken van de individuele fysieke prestatie van sporters en deze te relateren aan eigenschappen van hun spieren wordt inzicht verkregen in de mechanismen die het sprint- en duurvermogen bepalen. We krijgen daarmee een profiel van de optimale bouw van een sporter voor de beide afzonderlijke prestatievormen en voor hun combinatie. 42 Sportgericht nr. 3 / 2016 jaargang 70
2 Figuur 1. Een maximale inspanningstest met behulp van ademanalyse geeft inzicht in de maximale zuurstofopname (VO 2 max). Sprint- en duurprestatie De sprintprestatie kan in kaart worden gebracht met behulp van een Wingate test. In deze slechts 30 seconden durende test moet de sporter maximaal vermogen leveren op een fietsergometer. Zijn hoogste vermogen over een periode van 1 seconde wordt gebruikt als maat voor explosiviteit. Een goede maat voor de duurprestatie is de maximale zuurstofopname (VO 2 max) per kilogram lichaamsgewicht, welke gemeten kan worden tijdens een maximale inspanningstest op een fietsergometer (zie figuur 1). Wanneer we van wielrenners (baansprinters, ploegenachtervolgers en wegwielrenners), langebaanschaatsers (junioren) en roeiers de VO 2 max uitzetten tegen het piekvermogen tijdens de Wingate test (zie figuur 2) is te zien dat de VO 2 max afneemt met een toename in piekvermogen. De roeiers scoren vooral goed op uithoudingsvermogen en schaatsers lijken meer getraind richting explosiviteit, terwijl de wielrenners zich in het midden van dit spectrum bevinden. Let wel: baansprinters van Olympisch niveau zijn hier niet gemeten. In lijn met het interferentie-effect blijkt dat een hoog piekvermogen per kilogram lichaamsgewicht (sprintvermo- Figuur 2. Sprint- en duurvermogen van roeiers, schaatsers en wielrenners. Piekvermogen tijdens de Wingate en VO 2 max tijdens een maximale inspanningstest hebben een negatieve relatie in een groep van elite roeiers ( ), junior langebaanschaatsers ( ), amateur wielrenners ( ), wegwielrenners ( ), ploegenachtervolgers ( ) en baansprinters ( ). gen) en een hoge maximale zuurstofopname per kilogram lichaamsgewicht (duurvermogen) niet goed samengaan. Ook blijken er duidelijk individuele verschillen te zijn. Slechts een beperkt aantal sporters (zoals de junior langebaanschaatser rechtsboven in figuur 2) lijken beide modaliteiten goed te kunnen combineren. De uitdaging is te leren begrijpen hoe het mogelijk is dat deze sporters een goed sprint- en duurvermogen kunnen combineren en waardoor de individuele verschillen tussen de sporters verklaard kunnen worden. Dit kan mogelijk helpen om trainingsschema s te verbeteren en bijdragen aan de selectie en specialisatie van sporters. Determinanten van sprinten duurvermogen Sprint- en duurvermogen worden voor een groot deel bepaald door de eigenschappen van de skeletspieren. Voor een hoog sprintvermogen zijn dikke spiervezels nodig die snel kunnen samentrekken. Voor een hoog duurvermogen is het van belang om in de mitochondriën (de energiefabriekjes van de spiervezel) energie vrij te maken met behulp van zuurstof. Wanneer deze spiereigenschappen in het dierenrijk worden bestudeerd 6,7 (zie figuur 3), blijkt dat met een toename van de dwarsdoorsnede van de spiervezel de mitochondriële dichtheid, oftewel de capaciteit om met zuurstof energie vrij te maken, afneemt. Dit is geheel in lijn met het eerder genoemde interferentie-effect. De relatie tussen de dwarsdoorsnede en de mitochondriële dichtheid van de spiervezel geeft aan dat de zuurstofvraag (opname door de mitochondriën) en het zuurstofaanbod (toevoer vanuit de buitenlucht via de zuurstoftransportketen) op elkaar zijn afgestemd. De maximale zuurstofopname is afhankelijk van de hoeveelheid zuurstof waarover de mitochondriën kunnen beschikken. Deze wordt be- Sportgericht nr. 3 / 2016 jaargang 70 43
3 des te groter de spiercel in theorie kan groeien. Figuur 3. De dwarsdoorsnede en de VO 2 max van een spiervezel zijn binnen het dierenrijk nauw gereguleerd. De spiervezels van een internationale baanwielrenner ( ) en een hartpatiënten ( ) lijken iets af te wijken van de curve van het dierenrijk. paald door 1) de hoeveelheid zuurstof die wordt opgenomen in de longen en (gebonden aan de zuurstofvervoerder hemoglobine) getransporteerd door het bloed, 2) de afgifte van zuurstof aan de spiervezels in de haarvaatjes/ capillairen en 3) de snelheid waarmee zuurstof, eenmaal aangekomen in de spiercel, naar de mitochondriën wordt getransporteerd door de intracellulaire vervoerder myoglobine. In dikkere spiervezels moet het zuurstof een grotere afstand afleggen (de zogeheten diffusieafstand) vanaf de buitenkant van de vezel naar de mitochondriën. Dit beperkt de beschikbaarheid van zuurstof in het centrum van de spiervezel. Dikkere spiervezels hebben daarom een hogere zuurstofspanning (PO 2 crit) buiten de spiervezel nodig om alle mitochondriën in de spiervezel a van voldoende zuurstof te kunnen voorzien 8 en zuurstofgebrek (hypoxie) in de spiervezel te voorkomen. Langdurige blootstelling aan hypoxie zorgt vermoedelijk voor een afname van contractiele spiereiwitten, waardoor de dwarsdoorsnede van de spiervezel (en dus ook de diffusieafstand) afneemt. 9 Op deze manier stelt zich een nieuw evenwicht in. Om het interferentie-effect te omzeilen en een combinatie van hoge mitochondriële dichtheid en grote spiervezeldwarsdoorsnede te bereiken, zal het zuurstoftransport naar de mitochondriën optimaal moeten zijn. Dit vraagt om een optimale afstemming tussen alle schakels in de zuurstoftransportketen van de buitenlucht naar de mitochondriën. Hoe sterker deze keten, Figuur 4. Afname van een spierbiopt uit het bovenbeen met behulp van een Bergström bioptnaald (a) en de kleuring van een plakje spierweefsel voor bepaling van de VO 2 max van de spiervezel (b). Hoe donkerder de spiervezel is gekleurd, des te hoger zijn VO 2 max. b Zuurstoftoevoer Dat klinkt mooi, maar kan men in de praktijk daadwerkelijk het interferentie-effect omzeilen en boven de curve van het dierenrijk uitstijgen? Het uitgangspunt van ons onderzoeksproject is dat spiervezels alleen dikker kunnen worden door krachttraining, wanneer de duurtrainingen die gelijktijdig (in dezelfde trainingsfase) worden uitgevoerd niet leiden tot lokale zuurstoftekorten in (de centra van) de spiervezels. Om dit laatste te voorkomen is het erg belangrijk om de zuurstoftoevoer naar het binnenste van de spiervezels zo hoog mogelijk te krijgen, bijvoorbeeld door de expressie van myoglobine te verhogen. Onze verwachting is dat sporters met een goede zuurstoftoevoer naar de mitochondriën een grote spiervezeldwarsdoorsnede kunnen combineren met een hoge mitochondriële dichtheid. Daarentegen is de verwachting dat in bijvoorbeeld hartpatiënten (met een slechte zuurstoftoevoer) spiervezels met een kleine dwarsdoorsnede en een lage mitochondriële dichtheid gevonden zullen worden. Om dit te onderzoeken kan men een spierbiopt nemen en deze met histologische technieken analyseren. Met een bioptnaald wordt een klein stukje spierweefsel afgenomen (zie figuur 4a). 10 Het spierbiopt (~ mg) wordt na afname uitgelijnd in de vezelrichting (zodat de spiervezels dwars worden doorgesneden) en ingevroren, waarna hiervan flinterdunne plakjes worden gesneden. Hieruit kunnen vervolgens met histochemische technieken 11,12 de gemiddelde dwarsdoorsnede en de VO 2 max (die proportioneel is aan de mitochondriële dichtheid) van de 44 Sportgericht nr. 3 / 2016 jaargang 70
4 Krachttraining bij de baanwielrenner Opvallend is dat de internationale baanwielrenner (zie figuur 3) aangaf dat krachttraining bij hem zeer weinig effect had. Dit is niet ondenkbaar gezien zijn positie ten opzichte van de curve: het vergroten van de spiervezeldiameter zou namelijk de benodigde PO 2 crit nog verder verhogen, wat een nog betere optimalisatie van zijn zuurstoftoevoer zou vragen. Daarnaast heeft hij al een behoorlijk optimale combinatie van spiervezelgrootte en spiervezel VO 2 max bereikt. Met ander woorden: verder naar rechts schuiven (dikkere vezels) zou wel eens onmogelijk kunnen zijn zonder ook naar beneden te schuiven (afname VO 2 max van de spiervezels). spiervezels worden bepaald (zie figuur 4b). Uit analyses van spierbiopten van een groep chronische hartpatiënten 13 en een internationale baanwielrenner (ploegenachtervolger) blijkt dat de hartpatiënten, waarbij de zuurstoftoevoer waarschijnlijk niet optimaal is, enigszins onder de curve van het dierenrijk liggen, terwijl de baanwielrenner boven de curve uitkomt (zie figuur 3). Juist baanwielrenners hebben baat bij een maximaal ontwikkeld sprint- en duurvermogen, aangezien zij tijdens wedstrijden zowel hun sprint- als duurcapaciteiten maximaal zullen moeten aanspreken. 14 Het lijkt dus wel degelijk mogelijk om (tot op zekere hoogte) een grote spiervezeldwarsdoorsnede te combineren met een hoge mitochondriële dichtheid. Maar hoe heeft de baanwielrenner dit voor elkaar gekregen? Fysiologisch profiel Met een fysiologisch profiel van de sporter kan worden bepaald wat zijn sprint- en zijn duurvermogen zijn en welke factoren deze prestaties bepalen. Heeft de baanwielrenner in figuur 3 de combinatie van een grote dwarsdoorsnede en een hoge VO 2 max van zijn spiervezels bijvoorbeeld bereikt door zijn zuurstoftoevoer te optimaliseren? En hoe is bij hem dan de afstemming van de zuurstofopnamecapaciteit in de longen, de hemoglobineconcentratie in het bloed, het hartminuutvolume en de capillaire dichtheid en/of myoglobineconcentratie in de spier, om zo het zuurstoftransport naar de mitochondriën te bevorderen? Naast de dwarsdoorsnede van de individuele spiervezels bepaalt ook het aantal parallel geschakelde spiervezels hoeveel kracht (vermogen) door de totale spier geleverd kan worden. In theorie kunnen een spier met minder, maar grotere vezels en een spier met meer, maar kleinere vezels dezelfde fysiologische dwarsdoorsnede hebben en dus dezelfde kracht leveren. Toch blijkt een toename van de fysiologische dwarsdoorsnede in de praktijk voornamelijk het gevolg van een toename van de spiervezeldwarsdoorsnede en niet van een toename van het aantal spiervezels. 15 Men kan een schatting van het aantal parallel geschakelde spiervezels maken door het oppervlak van de fysiologische dwarsdoorsnede, zoals verkregen met analyses van 3D echografie (zie figuur 5), te delen door de gemiddelde spiervezel dwarsdoorsnede, bepaald door analyses van een spierbiopt. Figuur 5. Bouw van de quadriceps spier zoals deze in kaart kan worden gebracht met behulp van 3D echografie. Momenteel worden al deze factoren in kaart gebracht en wordt onderzocht welke bepalend zijn voor een goede combinatie van sprint- en duurvermogen en hoe sporters boven de curve van het dierenrijk uit kunnen komen. Voor de individuele sporter is het daarbij van belang te achterhalen welke schakel voor hem/haar de beperkende factor voor prestatieverbetering is (zie kader). Het is onze uitdaging om met deze prestatiebepalende factoren als uitgangspunt een manier van trainen te ontwikkelen die de sporter in staat stelt om met behulp van zuurstof gedurende langere tijd een hoog vermogen te leveren. Trainingstrategieën Het optimaliseren van de totale zuurstoftoevoerketen (van de buitenlucht naar de mitochondriën) zou wel eens essentieel kunnen zijn om een optimale combinatie van sprint- en duurvermogen te bereiken. Hoe kan dit praktisch worden bewerkstelligd? Veel sporters gaan op hoogtestage om de zuurstoftransportcapaciteit van hun bloed te verbeteren. Op hoogte heerst namelijk een lagere zuurstofspanning, waardoor de afgifte van erytropoëtine (EPO) toeneemt en het lichaam extra rode bloedcellen en hemoglobine zal aanmaken. 17 Bij het veel toegepaste live high train low (LHTL) principe lijken hoogtestages in de bergen Sportgericht nr. 3 / 2016 jaargang 70 45
5 (hypobare hypoxie) en gesimuleerde hoogtestages (normobare hypoxie) vergelijkbare toenames in hemoglobine en VO 2 max te veroorzaken. 18 Wel lijkt met hoogtestages in de bergen de blootstelling aan hypoxie groter te zijn. 18 Training onder hypoxische omstandigheden verbetert daarnaast ook de zuurstoftoevoer door een toename van de mitochondriële dichtheid, de capillaire dichtheid en de myoglobineconcentratie in de spier. 19,20 Het effect van hoogtetraining op de prestatie lijkt overigens individueel behoorlijk te kunnen verschillen 18 en groter te zijn voor prestaties die op hoogte geleverd moeten worden dan voor prestaties op zeeniveau. 17 Een andere manier om de zuurstoftoevoer te verbeteren is wellicht polarized training. 21 Bij deze strategie is het programma voornamelijk samengesteld uit laagintensieve duurtraining (75%) en hoogintensieve intervaltraining(20%) en wordt zeer weinig (5%) getraind op een intensiteit rond de ventilatoire drempel of lactaatdrempel. Bij goedgetrainde sporters lijkt dit de grootste verbetering van de Figuur 6. Schematische weergave van spieradaptaties bij krachten duurtraining. Een pijltje betekent een toename en een streepje betekent remming. De stippellijn geeft aan dat AMPK via remming van mtor invloed heeft op de mate van hypertrofie. maximale zuurstofopname te geven. 22 Door de laagintensieve duurtraining zouden het hartminuutvolume en de mitochondriële en capillaire dichtheid verbeteren, terwijl de hoogintensieve intervaltraining zou leiden tot verbetering van de duurprestatie en de efficiëntie, met name door een verbeterde zuurstoftoevoer naar de spier en een verbeterde zuurstofconsumptie in de spier. 22 Naast een verbetering van de zuurstoftoevoer is ook de invulling van de kracht- en duurtraining van invloed op de aanpassingen in de spier. Krachttraining verbetert de aansturing van de spieren door het zenuwstelsel en doet de spiervezeldwarsdoorsnede toenemen door een verhoogde aanmaak van contractiele eiwitten (hypertrofie). De aanmaak van deze contractiele eiwitten wordt onder andere in gang gezet door activatie van het enzym mtor. 23,24 Hierdoor kunnen de spiervezels uiteindelijk dikker worden en neemt de spiermassa toe. Daarentegen wordt met duurtraining het uithoudingsvermogen verbeterd door de zuurstofopnamecapaciteit van de spier te verhogen. Bij veelvuldig samentrekken van de spier zorgen de vrijgekomen calcium-ionen onder andere voor activatie van het eiwit PGC-1α, dat de synthese van mitochondriën stimuleert. 1,24 Wanneer kracht- en duurtraining worden gecombineerd, lijkt dit in overeenstemming met het interferentie-effect te leiden tot verminderde hypertrofie van de spier. 1 Dit is waarschijnlijk gerelateerd aan de activatie van het enzym AMPK bij duurtraining, dat een remmende werking heeft op mtor (zie figuur 6). 4 De intensiteit van de duurtraining is waarschijnlijk zeer belangrijk voor de mate van remming op mtor. Een hogere trainingsintensiteit gaat namelijk gepaard met een hogere AMPK activiteit, hetgeen leidt tot sterkere remming van hypertrofie. 25 Naast remming van de eiwitsynthese via mtor lijkt duurtraining ook de eiwitafbraak te verhogen, blijkend uit een grotere toename van de concentratie afbraakenzymen na de training. 26 Een verhoogde eiwitafbraak na duurtraining kan leiden tot verminderde hypertrofie of zelfs (via een negatieve eiwitbalans) tot atrofie (afname van de spiervezeldwarsdoorsnede). Tips Om het interferentie-effect te omzeilen kan op basis van de in de literatuur onderzochte aanpassingsmechanismen in de spier een aantal tips worden opgesteld voor het combineren van kracht- en duurtraining: Zorg voor voldoende hersteltijd na hoogintensieve duurtrainingen, zodat de AMPK-activiteit kan terugkeren naar zijn baselinewaarde. 1 Een hersteltijd van 6-24 uur tussen een kracht- en een duurtraining kan helpen om het interferentie-effect te omzeilen. 27 Wanneer krachttraining zes uur na een duurtraining wordt gedaan lijkt dit ten opzichte van uitsluitend krachttraining zelfs tot een hogere mtor activatie te leiden. 28 De timing van trainingssessies is met name belangrijk wanneer men veel en/of lange duurtrainingen doet, aangezien het interferentie-effect dan groter is. 4,5 Voeding speelt een belangrijke rol bij de mate van hypertrofie na krachttraining 29 ; de inname van eiwit (bijvoorbeeld het aminozuur leucine) rond de krachttraining bevordert de activatie van mtor en de eiwitsynthese, welke noodzakelijk zijn voor een toename van de spiermassa. 1 Zorg voor voldoende voedselinname 46 Sportgericht nr. 3 / 2016 jaargang 70
6 na afloop van zowel kracht- als duurtraining; let op dat trainen met een lage glycogeenvoorraad het enzym AMPK stimuleert 25, wat bij onvoldoende hersteltijd kan leiden tot een verhoogd interferentie-effect. 1 Tot slot lijkt het interferentie-effect groter te zijn bij hardlopen in vergelijking tot fietsen. 5,27 Intensieve hardlooptraining vergt door de excentrische spieractiviteit een langer het herstel, wat ook negatief kan uitwerken op de mate van hypertrofie bij concurrent training. 27 Conclusie Uit het bovenstaande wordt duidelijk dat voor het optimaliseren van sprinten duurvermogen rekening gehouden moet worden met de vele processen die een rol spelen bij spieradaptaties onder invloed van gelijktijdige krachten duurtraining. Het oplossen van het concurrent training probleem is hierdoor niet eenvoudig en vraagt een meervoudige aanpak, gericht op de individuele fysieke bouw van sporters. Er zijn duidelijk individuele verschillen in de (combinatie van) sprint- en duurvermogen. Deze verschillen kunnen inzicht geven in de wijze waarop het interferentie-effect omzeild kan worden voor een optimale combinatie van sprint- en duurvermogen. Meer lezen? Alle resultaten van dit onderzoeksproject worden toegankelijk gemaakt via de websites: cyclingscience.nl, skatescience.nl en rowingscience.nl. Referenties 1. Baar K (2014). Using molecular biology to maximize concurrent training. Sports Medicine, 44 (2), Leveritt M et al. (1999). Concurrent strength and endurance training. A review. Sports Medicine, 28 (6), Hickson RC (1980). Interference of strength development by simultaneously training for strength and endurance. European Journal of Applied Physiology and Occupational Physiology, 45 (2-3), Fyfe JJ et al. (2014). Interference between concurrent resistance and endurance exercise: molecular bases and the role of individual training variables. Sports Medicine, 44 (6), Wilson JM et al. (2012). Concurrent training: a meta-analysis examining interference of aerobic and resistance exercises. Journal of Strength and Conditioning Research, 26 (8), Laarse WJ van der et al. (1997). Size principle of striated muscle cells. Netherlands Journal of Zoology, 48 (3), Wessel T van et al. (2010). The muscle fiber type-fiber size paradox: hypertrophy or oxidative metabolism? European Journal of Applied Physiology, 110 (4), Bekedam MA et al. (2009). Myoglobin concentration in skeletal muscle fibers of chronic heart failure patients. Journal of Applied Physiology, 107 (4), Hoppeler H et al. (1990). Morphological adaptations of human skeletal muscle to chronic hypoxia. International Journal of Sports Medicine, 11 (Suppl. 1), S3-S Tarnopolsky MA et al. (2011). Suctionmodified Bergström muscle biopsy technique: Experience with 13,500 procedures. Muscle & Nerve, 43 (5), Des Tombe AL et al. (2002). Calibrated histochemistry applied to oxygen supply and demand in hypertrophied rat myocardium. Microscopy Research and Technique, 58 (5), Laarse WJ van der et al. (1989). Maximum rate of oxygen consumption and quantitative histochemistry of succinate dehydrogenase in single muscle fibres of Xenopus laevis. Journal of Muscle Research and Cell Motility, 10 (3), Bekedam MA et al.(2003). Maximum rate of oxygen consumption related to succinate dehydrogenase activity in skeletal muscle fibres of chronic heart failure patients and controls. Clinical Physiology and Functional Imaging, 23 (6), Craig NP & Norton KI (2001). Characteristics of track cycling. Sports Medicine, 31 (7), Bénard MR et al. (2011). Effects of growth on geometry of gastrocnemius muscle in children: a three-dimensional ultrasound analysis. Journal of Anatomy, 219 (3), Ferrari M & Quaresima V (2012). A brief review on the history of human functional near-infrared spectroscopy (fnirs) development and fields of application. NeuroImage, 63 (2), Millet DGP et al. (2010). Combining hypoxic methods for peak performance. Sports Medicine, 40 (1), Hauser A et al. (2016). Similar hemoglobin mass response in hypobaric and normobaric hypoxia in athletes. Medicine & Science in Sports & Exercise, 48 (4), Melissa L et al. (1997). Skeletal muscle adaptations to training under normobaric hypoxic versus normoxic conditions. Medicine & Science in Sports & Exercise, 29 (2), Terrados N et al. (1990). Is hypoxia a stimulus for synthesis of oxidative enzymes and myoglobin? Journal of Applied Physiology, 68 (6), Seiler KS & Kjerland GØ (2006). Quantifying training intensity distribution in elite endurance athletes: is there evidence for an optimal distribution? Scandinavian Journal of Medicine & Science in Sports, 16 (1), Stöggl T & Sperlich B (2014). Polarized training has greater impact on key endurance variables than threshold, high intensity, or high volume training. Frontiers in Physiology, 5, Bodine SC et al. (2001). Akt/mTOR pathway is a crucial regulator of skeletal muscle hypertrophy and can prevent muscle atrophy in vivo. Nature Cell Biology, 3 (11), Nader GA (2006). Concurrent strength and endurance training: from molecules to man. Medicine & Science in Sports & Exercise, 38 (11), Chan MHS et al. (2004). Altering dietary nutrient intake that reduces glycogen content leads to phosphorylation of nuclear p38 MAP kinase in human skeletal muscle: association with IL-6 gene transcription during contraction. FASEB journal, 18 (14), Stefanetti RJ et al. (2015). Regulation of ubiquitin proteasome pathway molecular markers in response to endurance and resistance exercise and training. Pflügers Archiv: European Journal of Physiology, 467 (7), Murach KA & Bagley JR (2016). Skeletal muscle hypertrophy with concurrent exercise training: contrary evidence for an interference effect. Sports Medicine, in druk. 28. Lundberg TR et al. (2012). Aerobic exercise alters skeletal muscle molecular responses to resistance exercise. Medicine & Science in Sports & Exercise, 44 (9), Perez-Schindler J et al. (2015). Nutritional strategies to support concurrent training. European Journal of Sport Science, 15 (1), Over de auteurs Stephan van der Zwaard is promovendus op dit onderzoek naar concurrent training in elite wielrenners, schaatsers en roeiers. Dionne Noordhof en Koen Levels zijn bij dit onderzoek betrokken als postdocs. Alle auteurs zijn werkzaam als docent/ onderzoeker aan de Vrije Universiteit en/of het VU medisch centrum in Amsterdam. Sportgericht nr. 3 / 2016 jaargang 70 47
Kracht- en duurtraining combineren Aanvullende trainingsvormen of tegenpolen?
training Wereldkampioen wielrennen Michal Kwiatkowski won in april na een rit van 258 km vol steile klimmetjes de 50ste Amstel Gold Race. Na een zeer lange duurinspanning was Kwiatkowski in staat om in
FYSIOLOGIE VAN ROEIEN
FYSIOLOGIE VAN ROEIEN 28-11-2015 Koen Levels OVERZICHT Over mijzelf Basisfysiologie van roeien Concurrerende training: kracht vs. duurtraining Oplossingen voor het concurrerende trainingseffect Fysiologische
Profieltesten 10/31/2017. Programma. Talentontwikkeling Energiesystemen. Titel. Piekvermogen vs. Duurvermogen
Programma Profieltesten Hoe te gebruiken bij trainingssturing Dr. Koen Levels Inspanningsfysioloog KNRB 11:15 12:3 Deel 1 Profieltesten: fysiologische achtergrond Profieltesten: interpretatie Profieltesten:
Trainen voor goud in Rio
Trainen voor goud in Rio Wat kunnen we leren van de training van toppers? Drs Albert Smit, bewegingswetenschapper en wielertrainer Vincent ter Schure en Timo Fransen Achtervolging baan Tijdrit weg Wegwedstrijd
In dit proefschrift worden effecten van verschillende vormen van training op het
SAMENVATTING 201 202 Samenvatting In dit proefschrift worden effecten van verschillende vormen van training op het prestatievermogen van paarden beschreven. De paarden warden op stal gehouden en getraind
Meten van explosiviteit bij top indoor balteamsporters. H.T.D. van der Does, MSc. Dr. M.S. Brink S.H. Doeven, MSc. Dr. K.A.P.M.
Meten van explosiviteit bij top indoor balteamsporters H.T.D. van der Does, MSc. Dr. M.S. Brink S.H. Doeven, MSc. Dr. K.A.P.M. Lemmink Indoor Balteamsporten karakteristieken Volleybal explosieve bewegingen:
SAMENVATTING. Spier en Bot in Training
SAMENVATTING Spier en Bot in Training Door de verhoogde levensverwachting in de westerse samenleving zijn er steeds meer mensen die aan osteoporose (aandoening gekenmerkt door een verlaagde botdichtheid)
Goede en langdurige training leidt onder meer tot de volgende aanpassingen van de spieren en het cardiovasculaire systeem.
Het Geheim van Wielrennen Sportfysiologie bij wielrennen In dit artikel gaan we nader in op de effecten van training op ons lichaam. We zagen eerder al in onze artikelen op TriPro dat training leidt tot
GreenAlive Rijmenamseweg 180 2820 Bonheiden www.greenalive.be
GreenAlive Rijmenamseweg 180 2820 Bonheiden www.greenalive.be Kunstmatige hoogtetraining en hoogtetherapie is trainen en bewegen in zuurstofgereduceerde lucht. GreenAlive Sport and Healthcenter Rijmenamseweg
Auteur(s): Noor Bastiaens Titel: Hoogtetraining onder de loep Jaargang: 28 Maand: december Jaartal: 2010
Auteur(s): Noor Bastiaens Titel: Hoogtetraining onder de loep Jaargang: 28 Maand: december Jaartal: 2010 Deze online uitgave mag, onder duidelijke bronvermelding, vrij gebruikt worden voor (para-) medische,
HOOGTETRAINING: EEN METHODIEK OM JE SPORTPRESTATIES TE VERBETEREN!
HOOGTETRAINING: EEN METHODIEK OM JE SPORTPRESTATIES TE VERBETEREN! DENNIS LICHT ELEVATE YOUR WORKOUT EVEN VOORSTELLEN Dennis Licht Woonachtig in Beekbergen Ex-topatleet (13 x Nederlands Kampioen) PR 5000m:
Workshop NTFU. 05 juni 2015 NTFU
Workshop NTFU 05 juni 2015 NTFU Programma Voorstellen: 2 kanten Verwachtingen & programma Geschiedenis van wielrentraining Tegen welke problemen loop je aan als schemamaken & -trainer? Korte geschiedenis
Ademspiertraining: (Inspiratory Muscle Training IMT)
Ademspiertraining: (Inspiratory Muscle Training IMT) Meer Lucht, Betere Prestaties.. @trainjelongen Agenda Ademspiertraining; Korte uitleg & ffecten Wetenschappelijk onderzoek Toepassing, Training, Periodisering
Inspanningsfysiologie. Energiesystemen. Fosfaatpool. Hoofdstuk 5. 1. Fosfaatpool 2. Melkzuursysteem 3. Zuurstofsysteem
Inspanningsfysiologie Hoofdstuk 5 Energiesystemen 1. Fosfaatpool 2. Melkzuursysteem 3. Zuurstofsysteem Fosfaatpool Anaërobe alactische systeem Energierijke fosfaatverbindingen in de cel Voorraad ATP en
199 Hoofdstuk 2 In Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 en 5
197 Samenvatting 198 Samenvatting Samenvatting 199 Veroudering gaat gepaard met het verlies van spiermassa en spierkracht, ook wel sarcopenie genoemd. Dit leidt tot beperkingen in het dagelijkse leven,
Voorwoord 10. Inleiding 11. 1 Inleiding in de module inspanning 1 5
Inhoud 5 Inhoud Voorwoord 10 Inleiding 11 module i aanpassen aan inspannen 1 Inleiding in de module inspanning 1 5 2 Energielevering bij inspanning 1 7 2.1 Bewegen kost energie 1 7 2.1.1 Energie, arbeid,
Netwerkbijeenkomst. Testen van een (top)sporter
Netwerkbijeenkomst Testen van een (top)sporter Wielrennen www.mspopleidingen.nl 1 Inhoud Testen om te testen of om te meten? Wat willen we weten? Fysieke testen (lab) ergometer (veld) vermogenstest Blessure
Fysieke fitheid, vermoeidheid en fysieke training bij sarcoïdose patiënten
Fysieke fitheid, vermoeidheid en fysieke training bij sarcoïdose patiënten 5 april 2017 Sarcoïdose ontsporing afweersyteem ophoping afweercellen: granulomen overal in lichaam: longen, lymfesysteem, huid,
Sportgeneeskunde for dummies
Sportgeneeskunde for dummies Jan Vercammen JYZ-Ieper-Poperinge UZ-Gent Inleiding Effecten van sportbeoefening : Bloeddrukdaling Verbetering van vetprofiel Verbetering van het lichaamsgewicht Voorkomen
Training Trainingsintensiteit:
Training Niet de kwantiteit maar wel de kwaliteit van de trainingen zorgen voor resultaat. Iedere sporter heeft individuele eigenschappen qua aanpassingsvermogen en genetische kenmerken. Training is daarom
Introductie. Inspanningsfysiologie Duursport. Guido Vroemen. Guido Vroemen Sportarts Medisch Bioloog Triathlon Trainer SMA MIDDEN NEDERLAND
Introductie Sportarts Medisch Bioloog Triathlon Trainer SMA MIDDEN NEDERLAND Begeleiding: Roompot Oranje Peloton Team4Talent Bondsarts NTB Individuele atleten WWW.SPORTARTS.ORG Inspanningsfysiologie Duursport
Gezondheid & Voeding
VO2max verhogen, meer zuurstof en daardoor beter hardlopen Afgelopen zondag heb ik een training gedaan in de Drunense Duinen. Dat is een duingebied hier in de buurt met pittige heuvels en vooral veel zand.
TRAINEN IN DE KLIMAATKAMER
TRAINEN IN DE KLIMAATKAMER GEEF JE LICHAAM EEN BOOST MET NIEUWE TRAININGSPRIKKELS Een trainingsstage of wedstrijd in een ander klimaat vereist voor atleten specifieke voorbereiding. In de klimaatkamer
De rol van sportvoeding bij herstel en trainingsadaptatie. Milou Beelen, SMC Zuid-Limburg / Maastricht University Milou Beelen
De rol van sportvoeding bij herstel en trainingsadaptatie Milou Beelen, SMC Zuid-Limburg / Maastricht University Milou Beelen Even voorstellen... Milou Beelen Sportarts SMC Zuid-Limburg en MUMC+ Post-doc
Pacing in de Revalidatie Hoe gaan mensen om met vermoeidheid?
Pacing in de Revalidatie Hoe gaan mensen om met vermoeidheid? Achtergrond Florentina Hettinga Vrije Universiteit Amsterdam PhD Optimal pacing strategy TNO Security Defence and Safety Wetenschapper Human
Belasting en Belastbaarheid
Belasting en Belastbaarheid Papendal 28/10/17 Wim Vandeven Belasting en Belastbaarheid Belasting Belastbaarheid Belasting en Belastbaarheid Topsport Luipaard: rust! Pain is an info, not a limit! Pain
Berekening hartslagzones
Berekening hartslagzones 1. Formule via maximale hartslag Een eenvoudige en snelle berekening (maar minst betrouwbare). MAN VROUW 220 minus leeftijd 226 minus leeftijd 2. Formule van KARVONEN via het verschil
Training op hoogte Nieuwe inzichten
inspanningsfysiologie Hoogtetraining is een bekende trainingsmethode. Vroeger waren sporters aangewezen op stages in de bergen, tegenwoordig is het ook mogelijk om op gesimuleerde hoogte te trainen en/of
Timing van Voeding. Congres Voeding en Leefstijl Marco Mensink, Division of Human Nutrition, Wageningen University
Timing van Voeding Congres Voeding en Leefstijl 19-11-2016 Marco Mensink, Division of Human Nutrition, Wageningen University Timing van Voeding rol van voeding bij herstel en adaptatie èn prestatie 2 Recovery
DE IMPACT VAN BEWEGEN EN VOEDING OP SPIERMASSA EN FYSIEK FUNCTIONEREN VAN OUDEREN. Dr. Ir. Michael Tieland
DE IMPACT VAN BEWEGEN EN VOEDING OP SPIERMASSA EN FYSIEK FUNCTIONEREN VAN OUDEREN Dr. Ir. Michael Tieland 1 DISCLOSURE BELANGEN (potentiële) belangenverstrengeling Geen Veroudering Spiermassa & Kracht
Kracht- en uithoudingstraining
Kracht- en uithoudingstraining The concurrent training effect Prof. Dr. Jan Boone Vakgroep Bewegings-en Sportwetenschappen Sport Science Lab Jacques Rogge Inleiding tot krachttraining Soorten kracht Kracht
Van bewegen naar trainen
Van bewegen naar trainen Charles Heus Sportfysiotherapeut J&C Sportrevalidatie Geblesseerd Trainingsfit Wedstrijdfit Arts / Fysio??? Trainer Pat 0% Fysio 100% Pijn en of Functionele beperking 1e fase:
Uw sportcentrum op eenzame hoogte
Uw sportcentrum op eenzame hoogte Hoogtetraining: het nieuwe concept voor uw sportcentrum. High Altitude High-altitude training Over hoogtetraining en gezond ondernemerschap Binnen vijf jaar is hoogtetraining
Het kwantificeren en sturen van de trainingbelasting Optimale verdeling van intensiteit bij duursporttraining (deel 2)
INSPANNINGS FYSIOLOGIE In deel 1 (Sportgericht 65/4) van deze serie werden de oorsprong en aanleiding van het kwantificeren van trainingsintensiteit in drie zones besproken. In dit tweede deel stellen
DWV Klein DWV Verzet Klein Trainen met een Trainen hartslagmeter met een Jasp Ree Ree lda 04-02-2009
DWV Klein Verzet Trainen met een hartslagmeter Jasper Reenalda 04-02-20092009 Opzet clinic Theoretische introductie: Inspanningsfysiologie Meten van de inspanning Basisprincipes training Trainen met een
Dr. H.J. (Erik) Hulzebos, Medisch Fysioloog (sport) Fysiotherapeut
Sportmedisch Symposium Utrecht Marathon Dr. H.J. (Erik) Hulzebos Klinisch inspanningsfysioloog (sport)fysiotherapeut Universitair Medisch Centrum Utrecht [email protected] Dr. H.J. (Erik) Hulzebos,
Trainen zonder zuurstof: Oosterse wijsheid? Effecten van laagintensieve krachttraining met afgeknelde spierdoorbloeding
inspanningsfysiologie In het jaar 1966 deed de jonge Japanner Yoshiaki Sato een ontdekking. Tijdens een Boeddhistische ceremonie zat hij langdurig in een bepaalde houding en dit bezorgde hem stijve benen.
Wat is de optimale arbeid-rust verhouding (ARV) binnen aerobe hoogintensieve
INSPANNINGS FYSIOLOGIE Hoogintensieve intervaltraining (HI-IT) is tegenwoordig een belangrijk onderdeel in de trainingsprogramma s van duursporters. In de afgelopen jaren zijn de positieve effecten van
Het Geheim van Wielrennen. VO2 max, wat is dat?
Het Geheim van Wielrennen VO2 max, wat is dat? Het zuurstofopnamevermogen, de VO2 max, is een belangrijk begrip bij duursporten als wielrennen. Al in 1923 ontdekte de Engelse fysioloog A.V. Hill dat het
b-cat High Altitude Algemene informatie betreffende hoogtetraining
b-cat High Altitude Algemene informatie betreffende hoogtetraining Inhoud 1. Hoogtetraining wat is het?... 3 2. Wat zijn de fysiologische voordelen van hoogtetraining?... 4 3. Hoe werkt het eigenlijk...
Hoog-intensieve intervaltraining (HIT): hetzelfde effect in minder tijd?
www.physios.nl 4 punten kennistoets Hoog-intensieve intervaltraining (HIT): hetzelfde effect in minder tijd? Tim Takken Dr. T. Takken, medisch fysioloog, The Physiology Academy, Alphen aan den Rijn, [email protected]
55 à 60% volgens de formule van Karvonen of 70à 75% van het omslagpunt.
Duurtrainingen A. De herstelduurtraining. Trainingseffect: Versnellen van het herstel. Vermoeidheid verdwijnt het snelst door het leveren van lichte inspanningen, waardoor afvalstoffen afgevoerd worden.
CLINIC PARELLOOP 2019 EFFECTIEF TRAINEN MET HARTSLAGMETER
CLINIC PARELLOOP 2019 EFFECTIEF TRAINEN MET HARTSLAGMETER ENERGIESYSTEMEN Fosfaatsysteem Melkzuursysteem Zuurstofsysteem FOSFAAT SYSTEEM Anaeroob (zonder zuurstof) Alactisch Duurt bij maximale sprint 14
PrestatieTest. De eerste stappen naar betere prestaties.
PrestatieTest De eerste stappen naar betere prestaties. Naam: Mevrouw X Lengte: 172 cm Geboortedatum: 23-9-1987 Gewicht: 67,3 kg Geslacht: Vrouw Testdatum: 22-01-13 Standaard metingen Vetpercentage (%)
Inspanningsfysiologie Rhijn Visser, sportarts Beatrix Ziekenhuis Gorinchem
Inspanningsfysiologie Rhijn Visser, sportarts Beatrix Ziekenhuis Gorinchem SMA Middenrivierengebied Gorinchem 2015 Jaarlijks aantal sportblessures Alle Blessures: 4.500.000 Behandelingen: 1.900.000 Ziekenhuisopnames:
Nederlandse Samenvatting
9 Nederlandse Samenvatting F.S. de Man 1,2, N. Westerhof 1,2, A. Vonk-Noordegraaf 1 Departments of 1 Pulmonology and 2 Physiology, VU University Medical Center / Institute for Cardiovascular Research,
Inspanningsfysiologie Victor Niemeijer, sportarts
Inspanningsfysiologie Victor Niemeijer, sportarts 18 e Grande Conference Verona 2012 Algemene veranderingen tijdens inspanning Binnen enkele seconden: Hartfrequentie neemt toe Ventilatie neemt toe Zuurstofopname
Coach de coach: fysiologie & trainingsopbouw. Edwin & Jappe DDS Januari 2014
Coach de coach: fysiologie & trainingsopbouw Edwin & Jappe DDS Januari 2014 Waar gaan we het over hebben? I Roeien is een sport waarbij het fysieke aspect erg belangrijk is. Vanavond hebben we het vooral
Het effect van leeftijd en rijping op de selectie van jeugdtennissers en de ontwikkeling op de vijf-meter sprinttest
Het effect van leeftijd en rijping op de selectie van jeugdtennissers en de ontwikkeling op de vijf-meter sprinttest Tamara Kramer Barbara Huijgen Marije Elferink-Gemser Chris Visscher Expertiseteam Talentherkenning
Anaëroob a-lactisch Anaëroob lactisch Aërobe systeem
Anaëroob a-lactisch Afbraak ATP (voedsel van de spier) en creatinefosfaat. Waarbij geen zuurstof nodig is. Geen vorming van lactaat/melkzuur Maximale inspanning 20 seconde Ontwikkelen van veel snelheid
Wie weet nog raad met de koolhydraat? De laatste wetenschappelijke inzichten
Wie weet nog raad met de koolhydraat? De laatste wetenschappelijke inzichten Definitie Breder perspectief in de maatschappij Historische achtergrond: sportvoeding Nieuwe ontwikkelingen Voordelen Nadelen
Doel. Zone Acclimatisatie. Test. Bikefit. Presteren. Houding. Dynamische fietspositemeting. Power profile test. Antropometrie.
Alles voor de wielrenner bij AlbertWOT Ben je een sportieve fietser of wielrenner en heb je een doel of wil je meer plezier beleven aan het fietsen, dan kun je bij AlbertWOT terecht voor vele vormen van
Werkt sporten met extra zuurstof prestatiebevorderend?
inspanningsfysiologie Wanneer tijdens lichamelijke inspanning lucht met extra zuurstof (hyperoxische lucht) wordt ingeademd, kan er meer vermogen worden geleverd. Zorgt dit echter ook voor een prestatieverbetering
Fysiotherapie & Longfibrose. Bert Strookappe MSc Fysiotherapeut Ziekenhuis Gelderse Vallei, Ede 19 november 2014
Fysiotherapie & Longfibrose Bert Strookappe MSc Fysiotherapeut Ziekenhuis Gelderse Vallei, Ede 19 november 2014 Inhoud presentatie Belang van bewegen (algemeen) Bewegen bij acute en chronische ziekte Literatuur
Samenvatting (Dutch summary) Efficiëntie in cyclische sporten: de onderliggende aannames onderzocht
Samenvatting (Dutch summary) Efficiëntie in cyclische sporten: de onderliggende aannames onderzocht Gross efficiency in cyclic sports Samenvatting Om betere prestaties te kunnen leveren, moet het mechanische
Sprint interval training op hoogte: voordelig voor prestatie in teamsportcompetities?
Arenberggebouw Arenbergstraat 5 1000 Brussel Tel: 02 209 47 21 Fax: 02 209 47 15 Sprint interval training op hoogte: voordelig voor prestatie in teamsportcompetities? AUTEURS DR. PUYPE J. REDACTEUR BLOEMEN
Algemene Samenvatting
Algemene Samenvatting e vitamine metaboliet 1,25-dihydroxyvitamine ( ) speelt een sleutelrol bij het handhaven van de calcium homeostase door middel van effecten op de darm, het bot en de nier. e metaboliet
Hoogtetraining. antwoorden op veelgestelde vragen
Hoogtetraining antwoorden op veelgestelde vragen Hoogtetraining antwoorden op veelgestelde vragen Disclaimer Bij het samenstellen van dit ebook is de grootste zorg besteed aan de juistheid van de hierin
Opdracht: hardlopen en ouder worden
Trainen met Masters Datum: 11 november 2017 Opdracht: hardlopen en ouder worden Welke fysieke aspecten gaan achteruit bij het ouder worden? Wat kun je hier tegen doen? 1 Opdracht: denk hierbij aan: 1.
Taperen. Auteur: Drs. R. Louman
Taperen Auteur: Drs. R. Louman H. Inleiding Wedstrijdsporters en hun trainers zijn constant bezig methoden te zoeken waarmee de prestaties verbeterd kunnen worden. Zo wordt er continu gezocht naar nieuwe
15-07-2012. Voedingsadvies bij de ziekte van McArdle
15-07-2012 Voedingsadvies bij de ziekte van McArdle Ziekte-informatie De ziekte van McArdle behoort tot de glycogeenstapelingsziekten. Er is sprake van een tekort aan fosforylase in de spiercel. De ziekte
Revalidatie en preventie meer dan alleen spieren trainen. Lorenzo d Hont [ Master Sportfysiotherapeut]
Revalidatie en preventie meer dan alleen spieren trainen Lorenzo d Hont [ Master Sportfysiotherapeut] Patiënt X VKB-R 2014 30 tot 40 maal grotere kans op een VKB recidief Na 12 maanden ondervindt 28%
Het Geheim van Wielrennen. ADV, wat is dat?
Het Geheim van Wielrennen ADV, wat is dat? Afgelopen week hadden we het op TriPro over het zuurstofopnamevermogen, de VO 2 max, een belangrijk begrip bij duursporten als wielrennen. Tegenwoordig zie je
koolhydraten tijdens inspanning voeding bij herstel & blessure effect van nitraat Cindy van der Avoort MSc. PhD student en sportvoedingskundige
koolhydraten tijdens inspanning voeding bij herstel & blessure effect van nitraat Cindy van der Avoort MSc. PhD student en sportvoedingskundige NGS Kennisdag Exercise is king. Nutrition is queen. Put them
Zuivelproducten voor sporters Effect van melkeiwit en micronutriënten voor prestatie. Jan Steijns
Zuivelproducten voor sporters Effect van melkeiwit en micronutriënten voor prestatie Jan Steijns physical activity, athletic performance, and recovery from exercise are enhanced by optimal nutrition @
Today's talented youth field hockey players, the stars of tomorrow? Gemser, Marije
University of Groningen Today's talented youth field hockey players, the stars of tomorrow? Gemser, Marije IMPORTANT NOTE: You are advised to consult the publisher's version (publisher's PDF) if you wish
Dutch Summary. (Nederlandse Samenvatting) Tim Takken
Dutch Summary (Nederlandse Samenvatting) Tim Takken 9 In Hoofdstuk 1 wordt een inleiding gegeven over algemene fitheid en algehele gezondheid. Uit diverse studies blijkt dat er een relatie bestaat tussen
De rol van sportvoeding bij herstel en trainingsadaptatie
De rol van sportvoeding bij herstel en trainingsadaptatie Dr. M. Beelen en Prof. L.J.C. Van Loon, Maastricht University Milou Beelen De menselijke motor Prof. L.J.C. van Loon www.kenniscentrumsuiker.nl
Samenvatting in het Nederlands
Samenvatting in het Nederlands Samenvatting Men schat dat in 2005 ongeveer 40.000 mensen in Nederland een nieraandoening hadden. Hiervan waren ruim 5500 patiënten afhankelijk van dialyse. Voor dialysepatiënten
1 Inleiding 9 INHOUDSOPGAVE
INHOUDSOPGAVE 1 Inleiding 9 Voor wie is dit boek? 9 Structuur van het boek 9 Theorie 11 Factoren die het succes op de 10K bepalen 11 Aerobe capaciteit en uithoudingsvermogen 12 Snelheid 17 Efficiëntie
Spierdoorbloeding bij patiënten met RSI: Een oorzaak voor RSI?
Spierdoorbloeding bij patiënten met RSI: Een oorzaak voor RSI? Drs. J.J. Brunnekreef Fysiotherapeut/bewegingswetenschapper Docent Fysiotherapie Hogeschool van Arnhem en Nijmegen Onderzoeker afd. Orthopedie
4 Beweegprogramma. 4.1 Voorbereiding
4 Beweegprogramma In dit onderdeel wordt het beweegprogramma gepresenteerd. Binnen het programma worden eerst doelstellingen gevormd die gelden op lange en korte termijn. Vervolgens wordt de introductie
Testen en meten bij spelsporters in de AZ jeugdopleiding
Testen en meten bij spelsporters in de AZ jeugdopleiding Fysieke ontwikkeling meten -Sprint/sprong/%FT/kracht-snelheid -ISRT aeroob (sub-max / max) -intensiteit %HFmax -Voetbalarbeid: vermogen & capaciteit
DE ROL VAN VOEDING EN BEWEGING OP SPIERMASSA BIJ ONDERVOEDE OUDEREN. Dr. Ir. Michael Tieland
DE ROL VAN VOEDING EN BEWEGING OP SPIERMASSA BIJ ONDERVOEDE OUDEREN Dr. Ir. Michael Tieland 1 EXTRA BEWEGING EN EIWIT NODIG? Jack Lalanne, 71 y Exercise is King Nutrition is Queen Put them together and
Samenvatting Samenvatting hoofdstuk 1 127
125 Samenvatting Het metabool syndroom is een clustering van risicofactoren, zoals overgewicht/obesitas, verhoogd cholesterol, hoge bloeddruk (hypertensie) en metabole insulineresistentie (verminderde
Hoe hard wil en kun je gaan??
Hoe hard wil en kun je gaan?? Introductie BONDSARTS NTB TEAM ROOMPOT ORANJE PELOTON TEAM4TALENT TRIATHLON TRAINER SPORTARTS MEDISCH BIOLOOG SMA MIDDEN NEDERLAND AMERSFOORT Hoe hard wil en kun je gaan??
Algemeen Namen van de botstukken Botverbindingen Indeling van de gewrichten 20
Inhoud Voorwoord 11 Functionele anatomie 14 1.1. Inleiding 14 1.2. Het skelet 15 1.2.1. Algemeen 15 1.2.2. Namen van de botstukken 15 1.2.3. Botverbindingen 18 1.2.4. Indeling van de gewrichten 20 1.3.
De echte endurance begint pas bij 80 km.
De echte endurance begint pas bij 80 km. In de wandelgangen hoor je wel eens de uitspraak; de echte endurance begint pas bij 80 km. Vanuit fysiologisch oogpunt een waarheid als een koe. De theorie. In
Sarcopenie in obesitas en na bariatrische chirurgie. Prof. Dominique Hansen, PhD, FESC
Sarcopenie in obesitas en na bariatrische chirurgie Prof. Dominique Hansen, PhD, FESC Prevalentie van obesitas Prevalentie van obesitas Sarcopenie in obesitas Biolo G, et al. Clin Nutr 2014; 33; 737 Wat
Wetenschap en praktijk verbinden. Marcel Schmitz. Inspanningsfysioloog / Bewegingswetenschapper (M.Sc.) - 2008: IC-verpleegkundige Roermond
Marcel Schmitz Inspanningsfysioloog / Bewegingswetenschapper (M.Sc.) - 2008: IC-verpleegkundige Roermond 2003 2007 Bewegingswetenschappen Universiteit Maastricht (thesis Rabobank ProCycling Team) SMI TopSupport
TRAINING DESLY HILL : VOORBEREIDING OP HET NIEUWE SEIZOEN
TRAINING DESLY HILL : VOORBEREIDING OP HET NIEUWE SEIZOEN Een goede voorbereiding is immers het halve werk. Maar wat is nou een goede voorbereiding op een nieuw skeelerseizoen? Op www.skatepodium.com geeft
Hoe gebruik je een hartslagmeter bij je training?
Hoe gebruik je een hartslagmeter bij je training? Looptraining is in de eerste plaats leren efficiënt met je energie omgaan. Dit betekent niet voor elke loper hetzelfde. Een sprinter zal zijn beschikbare
Sportspecifieke voeding Radboud Sportcentrum
Sportspecifieke voeding Radboud Sportcentrum Dit document gaat over de middelste laag van de sportvoedingspiramide en geeft inzicht in sportspecifieke voeding. De onderste laag van de piramide (basisvoeding)
SPORTVOEDING Annet Brons Sportdiëtist Hardlooptrainer & Personal Trainer
SPORTVOEDING Annet Brons Sportdiëtist Hardlooptrainer & Personal Trainer Voeding The Beginning! Goede basisvoeding! Wat is een goede basisvoeding? Voldoende koolhydraten, eiwitten en vetten! Voldoende
De fysiologische basis van inspanning
De fysiologische basis van inspanning Vaak wordt gedacht dat wanneer iemand maar hard en lang genoeg traint het meedoen aan Olympische spelen mogelijk is, maar is dat ook zo? Waardoor wordt het fysieke
Discussie Van onderzoek naar praktijk: Wat heb je nodig aan onderzoeken om de praktijk te veranderen? Wesley Visser Sigrid Amstelveen
Discussie Van onderzoek naar praktijk: Wat heb je nodig aan onderzoeken om de praktijk te veranderen? Wesley Visser Sigrid Amstelveen Inhoud Stellingen / Discussie Casus Behandelplan Level of evidence
Maximale zuurstofopname en anaerobe drempel: graag een correcte interpretatie! Jan Bourgois
Maximale zuurstofopname en anaerobe drempel: graag een correcte interpretatie! Jan Bourgois Vakgroep Bewegings- en Sportwetenschappen Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen, Universiteit Gent
Laurens Lindeman Personal Training
Laurens Lindeman Personal Training HIIT Hoge intensiteit interval training of sprint interval training is een training strategie oftewel methodiek die bedoeld is om prestaties te verbeteren, met relatief
HET BELANG VAN RECUPERATIE IN HET TRAININGSPROCES. Prof. Jan BOONE Vakgroep Bewegings-en Sportwetenschappen Universiteit Gent
HET BELANG VAN RECUPERATIE IN HET TRAININGSPROCES Prof. Jan BOONE Vakgroep Bewegings-en Sportwetenschappen Universiteit Gent Vermoeidheid als onderdeel van het trainingsproces Vermoeidheid als onderdeel
CHAPTER 7 SAMENVATTING
CHAPTER 7 SAMENVATTING 115 116 Chapter 7 7. SAMENVATTING Samenvatting Om diafragmazwakte van mechanisch geventileerde ernstige zieke patiënten beter te kunnen begrijpen is het bestuderen van diafragmaspierbiopten
TNO Runalyser; real time monitoring van looptechniek. John Willems
TNO Runalyser; real time monitoring van looptechniek John Willems Inhoud Korte intro TNO Wat is runalyser? Waarom runalyser? Voorbeeld data runalyser Onderzoek naar running economy Toekomst 2 TNO personal
CURRICULUM VITAE CURRICULUM VITAE
CURRICULUM VITAE 133 Achtergrond Ruby Otter is geboren op 22 december 1986 te Voorst. Ze studeerde van 2003 tot 2007 aan de Academie voor Lichamelijke Opvoeding te Amsterdam. Gedurende het laatste jaar
Periodiseren in de schermsport. Door Brecht Stevens
Periodiseren in de schermsport Door Brecht Stevens - Bijscholing - Doelstelling Resultaatsdoelstellingen Procesdoelstellingen e Training e componenten Reactie van het lichaam Periodisatie Hoe systematisch
