Handleiding TELESCREEN

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Handleiding TELESCREEN"

Transcriptie

1 Handleiding TELESCREEN September 2015

2

3 TeleScreen Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders IV Screener As-I-II-III-IV-V TelePsy 2015, Drs. H. Lionarons, drs. E. van de Leur, drs. I. Dijksman, drs. R. Smit, mr. M. Essed

4 Inhoudsopgave Voorwoord... 5 Samenvatting Inleiding Achtergronden van de TeleScreen Kenmerken van e-diagnostiek De ontwikkeling van de TeleScreen Validiteitsonderzoek TeleScreen Professionele en ethische aspecten Mogelijkheden en beperkingen Het instrument Gebruikers van de TeleScreen De screening AS-III-V Algemeen Algemene anamnese, actuele zorgbehoefte en hulpvraag Stressfactoren in heden en verleden Globaal Algemeen Functioneren Afname en scoring De screening As-I Algemeen Indicaties van screening As-I Aanvullende indicaties Notificaties Afwezige indicaties Afname en scoring De screening As-II Algemeen De persoonlijkheidsstoornissen van screening As-II Inhoud van de screening As-II Afname en Scoring Verwijsmodel GGZ Literatuur Bijlage A. Items van de screening As-III-V Handleiding TeleScreen 3

5 Bijlage B. Items van de screening As-I Bijlage C. Items van de screening As-II Bijlage D. Items van de slotvragen Bijlage E. Verwijscriteria HHM rapport Bijlage F. Verwijsrichtlijnen Bijlage G. Gebruik van de GAF-scores Bijlage H. GAF intervallen en hun betekenis voor de zorgindicering Bijlage I. Instructiehandleiding Inloggen op TelePsy Aanmelden van een patiënt Aanmelden van een patiënt met een automatisch testprotocol Aanmelden van een patiënt zonder automatische testprotocollen Overzicht van uw dossier Test Overzicht Antwoorden Indicaties Scores Zorgaanbieders Verslag Zorgmail Handleiding TeleScreen 4

6 Voorwoord E-health wint steeds meer terrein, ook in de geestelijke gezondheidszorg (GGZ). Professionals worden uitgedaagd om hun traditionele rol onder de loep te nemen en andere vormen van zorg in hun werkwijze op te nemen. E-health is een goed bereikbare en goedkope variant op de vaak moeilijk toegankelijke en dure face-to-face contacten met een professional. Mensen die vanwege geografische of financiële omstandigheden niet in staat waren te profiteren van professionele hulp krijgen nu de mogelijkheid om via het internet alsnog die hulp te ontvangen. Een bijzondere vorm van e-health is e-diagnostiek. Ook daar zijn de efficiencyvoordelen evident. E- diagnostiek maakt niet alleen gebruik van de voordelen van computergestuurd psychodiagnostisch onderzoek (met behulp van vragenlijsten en psychologische tests), maar ook van de mogelijkheden voor het toepassen van gestandaardiseerde beslisregels bij de diagnostische hypothesevorming, zorgindicering en behandelplanning. Gestandaardiseerde beslisregels dragen bij tot het vergroten van de betrouwbaarheid van deze drie essentiële facetten van de behandeling. Web-based afname voegt daaraan toe dat de patiënt in zijn eigen tijd, vanaf elke locatie (mits verbonden met het internet) en op elk moment, diagnostische vragenlijsten en tests kan invullen. TelePsy is er trots op aan deze belangrijke ontwikkeling in de zorg bij te mogen dragen. Zowel de ontwikkeling van de TeleScreen, een instrument voor ggz-diagnostiek op afstand, als de ontwikkeling van onze ROM-portal voor de monitoring van de behandeloutcome mogen zich verheugen in een groeiende en inspirerende belangstelling, zowel in Nederland als daarbuiten. De noodzaak voor het samenstellen van een handleiding voor de TeleScreen werd hierdoor steeds groter. In deze handleiding wordt de stand van zaken rond de TeleScreen weergegeven. Gezien de ontwikkelingen niet alleen maatschappelijk, maar ook op het gebied van psychometrisch onderzoek zullen meerdere versies volgen. Wij houden u op de hoogte. De afgelopen jaren hebben verschillende professionals en instanties bijgedragen aan de ontwikkeling van de TeleScreen, waaronder Stichting Robuust, Maastricht University, verscheidene GGZinstellingen en praktijken, huisartsen en natuurlijk de medewerkers van TelePsy. Wij zijn al deze mensen zeer dankbaar voor hun hulp. Ook de gebruikers hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan het verbeteren van de TeleScreen door het delen van hun ervaringen met de ontwikkelaars. Wij zijn blij met elke feedback, positief of negatief, omdat we daarvan kunnen leren en de TeleScreen verder kunnen ontwikkelen tot een instrument waarmee de zorg beter en goedkoper kan worden, en beschikbaar blijft voor iedereen die zorg nodig heeft. Mr. Marco Essed Directeur TelePsy Handleiding TeleScreen 5

7 Samenvatting De TeleScreen is een zelfrapportage vragenlijst gericht op de screening van patiënten met een GGZhulpvraag. Het doel van het instrument is om door middel van een laagdrempelige screening de aard en ernst van de klachten gestructureerd in kaart te brengen. De TeleScreen is bedoeld ter ondersteuning van de GGZ, maar kan ook worden ingezet binnen de huisartsenpraktijk door een POH-GGZ die is opgeleid als psycholoog. De TeleScreen houdt de assen systematiek van de DSM-IV aan, waarbij elke as verwijst naar een ander kennisdomein. As-I is opgebouwd uit klinische stoornissen en andere aandoeningen of problemen die een reden kunnen zijn voor zorg. As-II bestaat uit persoonlijkheidsstoornissen en zwakzinnigheid. Op As-III worden de somatische aandoening genoteerd. As-IV betreft psychosociale en omgevingsproblemen. Ten slotte is As-V een algehele beoordeling van het psychische functioneren, hierbij gaat het zowel om de ernst van de symptomen alsook de beperkingen in het functioneren. De TeleScreen brengt de actuele zorgbehoefte - de problemen waarvoor de patiënt hulp zoekt, of waarvoor de patiënt is verwezen - en het ervaren niveau van functioneren in kaart. De aanwezigheid van medische, psychosociale en omgevingsproblemen wordt uitgevraagd, omdat deze een belangrijke rol kunnen spelen in het ontstaan of voortbestaan van psychische stoornissen. In navolging van gestructureerde interviews, zoals de SCID-I en de MINI 500, worden stapsgewijze groepen van As-I stoornissen uit de DSM-IV uitgevraagd. De As-II screening is opgebouwd rond de 10 persoonlijkheidsstoornissen van de DSM-IV, alsmede de persoonlijkheidsstoornis NAO (depressieve en passief-agressieve). De TeleScreen is adaptief, dat wil zeggen dat wanneer de patiënt niet voldoet aan de ingangscriteria voor een specifieke indicatie, de vervolgvragen worden overgeslagen en de vragenlijst verder gaat naar het volgende onderwerp. Hierdoor kan de afnametijd van de TeleScreen, ondanks de reikwijdte, kort gehouden worden. De TeleScreen bestaat uit 758 vragen, over de DSM-IV criteria. Vragen worden beantwoord door middel van een Ja/Nee, Juist/Onjuist, multiple choice (lengte, gewicht en middelen gebruik) en open eind antwoordformat. Scoring is volledig geautomatiseerd. Wanneer een patiënt voldoet aan de criteria voor een bepaalde stoornis genereert de applicatie de betreffende DSM-IV classificatie. Het gaat hierbij niet om een definitieve DSM-IV classificatie, maar om een indicatie voor een mogelijke classificatie. Met behulp van de aldus verkregen informatie worden indicaties gegenereerd op alle assen van de DSM-IV. De scores van maatschappelijk functioneren, leefsituatie en lichamelijk gezondheid worden grafisch weergegeven. De indicaties uit de TeleScreen dienen getoetst te worden aan andere bronnen van klinische informatie. Handleiding TeleScreen 6

8 Bij de scoring wordt onderscheid gemaakt in primaire en secundaire indicaties, aanvullende indicaties en notificaties. Secundaire indicaties zijn indicaties voor bijkomende stoornissen die (waarschijnlijk) het gevolg zijn van een primaire diagnose, zoals bijvoorbeeld een verminderd seksueel verlangen het gevolg kan zijn van een depressieve stoornis. Een aanvullende indicatie betreft informatie over psychopathologie die niet op de assen genoteerd wordt, maar belangrijk kan zijn voor de casusconceptualisatie, zoals paniekaanvallen of ernstige obesitas. In het geval van suïcide gevaar genereert de TeleScreen notificaties welke, indien de gebruiker beschikt over de aanvullende instellingen binnen de TelePsy-applicatie, tevens per kunnen worden verstuurd aan daartoe aangewezen personen. De TeleScreen kan stoornissen indiceren behorend bij onderstaande hoofdcategorieën: Stoornissen uit de kindertijd Aan middelen gebonden stoornissen Schizofrenie en andere psychotische stoornissen Stemmingsstoornissen Angststoornissen Somatoforme stoornissen Seksuele stoornissen en genderidentiteitsstoornissen Eetstoornissen Slaapstoornissen Stoornissen in de impulsbeheersing Aanpassingsstoornissen Persoonlijkheidsstoornissen Andere aandoeningen en problemen die een reden voor zorg kunnen zijn (relatieproblemen, rouwreactie, identiteitsprobleem, acculturatieprobleem, levensfaseprobleem) Op basis van de indicaties genereert het systeem een echelonadvies, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen de verschillende zorgzwaarteproducten binnen de Generalistische Basis GGZ. Het invullen van de TeleScreen neemt 15 tot 45 minuten in beslag, afhankelijk van de hoeveelheid klachten en problemen die de patiënt rapporteert. Handleiding TeleScreen 7

9 1. Inleiding Voor u ligt de handleiding van de TeleScreen. Doel is de gebruiker bekend te maken met de mogelijkheden van het instrument en behulpzaam te zijn bij het praktische gebruik daarvan. De handleiding voorziet niet in algemene psychodiagnostische kennis, maar in het verbinden van deze kennis met een wezenlijk andere vorm van diagnostiek dan tot nu toe gebruikelijk in de GGZ. Informatie wordt verzameld door een applicatie, die deze informatie vervolgens automatisch verwerkt en samenvat in hypotheses. Deze hypotheses of indicaties voor mogelijke stoornissen dienen te worden getoetst, gecorrigeerd en/of aangevuld in een persoonlijk contact met de patiënt. Deze persoonlijke nuancering door de patiënt van de digitaal gegenereerde indicaties vormt een belangrijke aanvulling op de e-diagnostiek. In de eerste drie hoofdstukken van de handleiding wordt ingegaan op de kenmerkende aspecten van e-diagnostiek en de wijze waarop de applicatie hiermee rekening houdt. In de hoofdstukken 4,5 en 6 wordt de inhoud en afname van de verschillende (deel)instrumenten van de TeleScreen beschreven. Handleiding TeleScreen 8

10 2. Achtergronden van de TeleScreen 2.1 Kenmerken van e-diagnostiek E-diagnostiek maakt gebruik van tests en vragenlijsten binnen een web applicatie. Gestructureerde Interviews verhogen de betrouwbaarheid en validiteit van het psychiatrisch onderzoek aanmerkelijk, maar worden niet altijd ingezet in verband met de forse tijdinvestering die ze vragen. Afname met behulp van de computer kan de diagnosticus veel kostbare tijd besparen. Met de popularisering van het internet is een volgende stap gezet in de geautomatiseerde afname en in de huidige tijd waarin budgets in de geestelijke gezondheidszorg sterk onder druk staan, lijkt de inzet van e-diagnostiek binnen de GGZ onvermijdelijk. Zeker wanneer het gaat om screenend onderzoek in het kader van de zorgindicering behoort e-diagnostiek tot de meest kosteneffectieve en gebruiksvriendelijke vormen van diagnostiek. In het algemeen stellen mensen zich zeer openhartig op tijdens het invullen van online tests. Er is een groot aantal onderzoeken waaruit blijkt dat mensen geneigd zijn meer informatie over zichzelf prijs te geven aan een computer dan aan een persoon (Davis, 1999; Joinson & Buchanan, 2001; Wallace, 1999). Een mogelijke verklaring hiervoor is dat mensen zich anoniem wanen bij het invullen van online onderzoek, en daardoor de tests minder sociaal wenselijk en meer openhartig invullen dan ze geneigd zijn te doen bij een paper-and-pencil versie van dezelfde test (Joinson, 1999). Of die openhartigheid ook geldt voor patiënten, wiens identiteit bekend is bij de e-diagnosticus, is niet wetenschappelijk onderzocht. Buchanan (2000, 2001) wees al meer dan een decennium geleden op de noodzaak voor onderzoek naar de openhartigheidshypothese, dat is, naar het verschijnsel dat patiënten geneigd zijn op online vragenlijsten een grotere mate van zelfonthulling te laten zien. De ervaring bij TelePsy wijst in die richting. Door Maastricht University is onderzoek gedaan naar de acceptatie van e-diagnostiek in het kader van de ggz-triage door huisartsen en ggz-praktijkondersteuners. Deze feasibility study heeft aangetoond dat zowel patiënten als hulpverleners enthousiast zijn over het gebruik van e- diagnostiek. De validiteitsstudie is op het moment van schrijven van deze handleiding nog in volle gang. Hierbij wordt samengewerkt met verschillende GGZ-instellingen en vrijgevestigde praktijken. 2.2 De ontwikkeling van de TeleScreen In 2010 werd door TelePsy een begin gemaakt met de ontwikkeling van een internetapplicatie ten behoeve van triagediagnostiek door de huisarts. Onder triagediagnostiek wordt verstaan: een vorm van screenende diagnostiek bij mensen met psychische klachten en problemen, gericht op het formuleren van hypotheses over mogelijke psychische stoornissen en het inschatten van de zorgbehoefte van de patiënt. Het instrument dat bij de triagediagnostiek ingezet zou worden, diende geschikt te zijn voor gebruik via het internet door verschillende groepen patiënten. Handleiding TeleScreen 9

11 Voor de ontwikkeling van de TeleScreen werd een aantal van de gangbare instrumenten uit de psychiatrische en psychologische onderzoekspraktijk beoordeeld op hun bruikbaarheid voor triagediagnostiek via het internet. Het ging daarbij niet uitsluitend om zelfrapportage-instrumenten, maar ook om gestructureerde interviews en psychologische tests. Er werd voor gekozen om voor het onderzoek naar de psychiatrische toestandsbeelden de MINI 500 en de SCID-I als inspiratiebron te gebruiken. Aan de hand van de DSM-IV werden vragen geformuleerd die geschikt zijn voor gebruik bij e-diagnostiek. Voor de persoonlijkheidsstoornissen en -trekken werd aan de hand van de kenmerken van de As-II stoornissen van de DSM-IV een lijst ontwikkeld met beweringen over de persoonlijkheid. Voor het in kaart brengen van de psychosociale stress (As-IV problematiek) werd een vragenlijst ontwikkeld met open vragen over een aantal vaste onderwerpen. Op deze wijze wordt door middel van de TeleScreen navraag gedaan naar psychiatrische symptomen nu en in het verleden, naar persoonlijkheidsproblemen, naar de medische status en ontregelende situaties nu en in het verleden, en naar het algemeen niveau (persoonlijk, maatschappelijk en beroepsmatig) van functioneren nu en in het afgelopen jaar. 2.3 Validiteitsonderzoek TeleScreen In 2013 en 2014 is door de Maastricht University onderzoek verricht naar de validiteit van de TeleScreen. Aan het onderzoek namen 675 patiënten (276 mannen en 399 vrouwen) deel. In het onderzoek werd tevens gekeken of hulpverleners op basis van hetzelfde dossier dezelfde conclusies trokken. Om de interbeoordelaarsbetrouwbaarheid te bepalen werden 100 patiënten at random geselecteerd uit de onderzoekspopulatie. De dossiers van de patiënten werden geëvalueerd door twee verschillende psychologen. De psychologen moesten enkel op basis van het dossier hun oordeel opmaken. Er was geen persoonlijk contact met de patiënt. De interbeoordelaarsbetrouwbaarheid is voldoende tot goed voor de meeste classificaties met uitzondering van de depressieve stoornis NAO (K-waarde 0.35) en de obsessieve-compulsieve persoonlijkheidsstoornis (K-waarde 0.39). Tabel 1. Overeenstemming tussen As-I-V indicaties en echelonadvies tussen psychologen (n = 100) As-I classificatie (klinische stoornissen) Cohen's κ (95% (CI) Depressieve stoornissen 0.67 ( ) Depressieve stoornis NAO 0.35 ( ) Posttraumatische stress-stoornis 0.62 ( ) Paniekstoornis 0.70 ( ) Sociale fobie 0.81 ( ) Alcoholmisbruik/afhankelijkheid 0.79 ( ) Cannabismisbruik/afhankelijkheid 0.86 ( ) Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit 0.82 ( ) Autisme 0.42 ( ) As-II classificatie (persoonlijkheidsstoornissen) Cohen's κ (95% (CI) Geen As-II stoornis 0.43 ( ) Ontwijkende persoonlijkheidsstoornis 0.41 ( ) Obsessieve-compulsieve persoonlijkheidsstoornis 0.39 ( ) Borderline persoonlijkheidsstoornis 0.78 ( ) Persoonlijkheidsstoornis NAO 0.46 ( ) Handleiding TeleScreen 10

12 Classificatie op As-II uitgesteld ( ) As-III classificatie (somatische aandoening) a Cohen's κ (95% (CI) Geen somatische aandoening 0.56 ( ) Enkelvoudige somatische aandoening (geen invloed op behandeling) 0.51 ( ) Complexe somatische aandoening (van invloed op behandeling) 0.49 ( ) As-IV classificatie (psychosociale problemen) Cohen's κ (95% (CI) Geen As-IV problemen 0.52 ( ) Problemen binnen de primaire steungroep 0.66 ( ) Problemen gebonden aan de sociale omgeving 0.62 ( ) Problemen in samenhang met onderwijs/scholing 0.75 ( ) Werkproblemen 0.65 ( ) Woonproblemen 1.0 ( ) Financiële problemen 0.79 ( ) As-V classificatie (GAF-score) Cohen's κ (95% (CI) ( ) ( ) Echelon advies b Cohen's κ (95% (CI) Eerstelijns GGZ 0.62 ( ) Tweedelijns GGZ 0.67 ( ) Waarden werden alleen berekend indien er tenminste 5 classificaties aanwezig waren per As-I-V classificatie. Bij het echelon is bijvoorbeeld verwijzing naar de huisartspraktijk niet opgenomen omdat deze minder dan vijf keer voorkomt. a Er waren zeven ontbrekende waarden, b er was één ontbrekende waarde. De resultaten van het internetsysteem (Int) werden vergeleken met het oordeel van de psycholoog na een telefonisch contact (Psy). Het echelonadvies wordt adequaat ingeschat door het systeem (sensitiviteit: , specificiteit: ). De meeste klinische stoornissen worden correct herkend en uitgesloten (sensitiviteit , specificiteit ), behalve de stoornis van Asperger, seksuele stoornis en de aanpassingsstoornis (sensitiviteit: , specificiteit: ). Het systeem kon de afwezigheid van een persoonlijkheidsstoornis bepalen (sensitiviteit: 0.81, specificiteit: 0.84, positief voorspellende waarden: 0.77, negatief voorspellende waarden: 0.87). Echter door het hoog aantal vals positieven bij een aantal van de persoonlijkheidsstoornissen is de Positieve Voorspellende Waarde laag (PVW ). De somatische aandoeningen en psychosociale problemen worden door het systeem correct herkend en uitgesloten (sensitiviteit specificiteit ). De GAF-score wordt minder goed beoordeeld door het systeem (sensitiviteit specificiteit ). Concluderend wijzen de resultaten erop dat het systeem een valide instrument is voor de meeste DSM-IV classificaties. Voor sommige classificaties is het systeem sensitief. Handleiding TeleScreen 11

13 Tabel 2. Diagnostische eigenschappen van de As-I en A-II classificaties van de TeleScreen (n = 675) Internet classificatie vs. Oordeel psycholoog As-I classificatie (klinische stoornissen) Total Int a Total Psy b EP c FP d FN e EN f Sens g Spec h PVW NVW Cohen's κ (95% CI) Geen As-I stoornis ( ) Depressieve stoornis ( ) Dysthyme stoornis ( ) Bipolaire stoornis Depressieve stoornis NAO ( ) Posttraumatische stress-stoornis ( ) Paniekstoornis ( ) Sociale fobie ( ) Obsessievecompulsieve stoornis ( ) Specifieke fobie ( ) Gegeneraliseerde angststoornis ( ) Agorafobie Alcoholmisbruik/afha nkelijkheid ( ) Cannabismisbruik/afh ankelijkheid ( ) Cocaïnemisbruik/afha nkelijkheid ( ) Andere middelenmisbruik/afh ankelijkheid ( ) Hypochondrie ( ) Stoornis in de lichaamsbeleving ( ) Pijnstoornis ( ) Ongedifferentieerde somatoforme stoornis Autisme ( ) Stoornis van Asperger ( ) ADHD i ( ) Eetstoornissen ( ) Aanpassingsstoornis ( ) Seksuele stoornissen ( ) Slaapstoornissen Psychotische stoornissen ( ) Stoornissen in de impulscontrole ( ) As-II classificatie (persoonlijkheidsstoornissen) Geen As-II stoornis ( ) Ontwijkende ps ( ) Afhankelijke ps ( ) Handleiding TeleScreen 12

14 Obsessievecompulsieve ps ( ) Narcistische ps ( ) Antisociale ps ( ) Borderline ps ( ) Theatrale ps Paranoïde ps ( ) Schizoïde ps Schizotypische ps PS NAO ( ) a Totaal aantal classificaties van het internet systeem, b totaal aantal classificaties van de psycholoog, c echt positieven, d fout positieven, e fout negatieven, f echt negatieven, g sensitiviteit, h specificiteit,, i Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit. Waarden werden alleen berekend indien er tenminste 5 aantallen classificaties aanwezig waren per groep. Tabel 3. Diagnostische eigenschappen van het echelon advies, As-III-V classificaties van de TeleScreen (n = 675) Internet classificatie vs. Oordeel psycholoog Echelon advies Total Int a Total Psy b EP c FP d FN e EN f Sens g Spec h PVW NVW Cohen's κ (95% CI) Geen verwijzing Huisartspraktijk (inclusief POH-GGZ) Maatschappelijk werk Eerstelijns GGZ ( ) Tweedelijns GGZ ( ) As-III (somatische aandoeningen) Somatische aandoening ( ) As IV (psychosociale problemen en omgevingsproblemen) Geen As-IV problemen ( ) Problemen binnen de primaire steungroep ( ) Problemen gebonden aan de sociale omgeving ( ) Werkproblemen ( ) Woonproblemen ( ) Problemen in samenhang met scholing/onderwijs ( ) Problemen met justitie of politie of met de misdaad ( ) As V (Algehele beoordeling van het functioneren) GAF GAF ( ) GAF ( ) GAF , ( ) GAF , ( ) GAF GAF a Totaal aantal classificaties van het internet systeem, b totaal aantal classificaties van de psycholoog, c echt positieven, d fout positieven, e fout negatieven, f echt negatieven, g sensitiviteit, h specificiteit. Waarden werden alleen berekend indien er tenminste 5 aantallen classificaties aanwezig waren per groep. Handleiding TeleScreen 13

15 2.4 Professionele en ethische aspecten Professionele en ethische aspecten wegen zwaar bij elke vorm van psychologisch of psychiatrisch onderzoek, en zijn zo mogelijk van nog groter belang bij e-diagnostiek. De ethische richtlijnen voor testdiagnostiek zijn ook van toepassing op het gebruik van online tests. Zowel TelePsy, de ontwikkelaar en distribiteur van de TeleScreen, als de gebruikers dienen zich er rekenschap van te geven dat het wetenschappelijk onderzoek naar de betrouwbaarheid en validiteit van e-diagnostiek nog weinig instrumenten heeft opgeleverd. De informatie uit het onderzoek met de TeleScreen dient daarom altijd getoetst te worden aan andere bronnen van informatie. Gebeurt dit niet, of onvoldoende, dan lopen patiënten het risico dat er onjuiste conclusies getrokken worden over hun toestand en hun een juiste behandeling onthouden wordt. Elk onderzoeksinstrument, hoe zorgvuldig ook geconstrueerd, kan verkeerd gebruikt worden. De hulpverlener dient zich daarom goed op de hoogte te stellen van het doel en de mogelijkheden en beperkingen van de TeleScreen. Het gemak waarmee de TeleScreen ingezet kan worden kan de drempel ongewenst verlagen. Afname van de TeleScreen of onderdelen daarvan moet berusten op een bewuste keuze van de hulpverlener en ten diensten staan van de behandeling van de patiënt. Een ander aspect betreft de bespreking van de onderzoeksresultaten met de patiënt. De resultaten dienen persoonlijk door de hulpverlener met de patiënt besproken te worden. Het op afstand meedelen aan patiënten van potentieel gevoelige informatie, zonder de mogelijkheid voor een passende opvang, is ethisch niet acceptabel. Hierdoor zou de patiënt geconfronteerd kunnen worden met emotioneel belastende informatie, of met informatie die onvolledig is of vatbaar is voor een verkeerde interpretatie. Ook de financiële voordelen van e-diagnostiek mogen niet ten koste gaan van het belang van de patiënt. Kosteneffectiviteit houdt een zorgvuldige afweging in van de zorgbehoefte van de patiënt en de beschikbare middelen voor diens behandeling. Tenslotte dient de hulpverlener garant te staan voor een juiste omgang met de privacy van de patiënt en de resultaten van het onderzoek uitsluitend beschikbaar te stellen aan derden als vooraf toestemming daartoe is verleend door de patiënt. 2.5 Mogelijkheden en beperkingen De gebruiker moet op de hoogte zijn van de mogelijkheden en beperkingen van de TeleScreen en de omstandigheden waaronder deze ingevuld dient te worden teneinde betrouwbare indicaties te krijgen. In het algemeen stellen mensen zich zeer openhartig op tijdens het invullen van online tests. Dit biedt mogelijkheden voor het efficiënt opsporen van pathologie onder zowel de normaalpopulatie als onder reeds bekende patiëntpopulaties. Handleiding TeleScreen 14

16 Onderzoek met de TeleScreen is gebaseerd op de zelfbeoordeling van de patiënt over zijn functioneren. Dit maakt het onderzoek kwetsbaar voor al dan niet opzettelijke vervorming van de informatie door de patiënt. Daarom is de TeleScreen doorgaans niet het enige instrument waarmee bepaald wordt welke zorg de patiënt nodig heeft. Ook andere beoordelaars, en beoordelingsmomenten, zoals het contact met de zorgverlener en/of aanvullende specialistische tests, dienen als toets voor de indicaties die zijn gegenereerd door de TeleScreen. Niet elke patiënt leent zich voor toepassing van de TeleScreen. Met de TeleScreen kunnen patiënten met een leeftijd vanaf 16 jaar die de Nederlandse taal beheersen en een leesniveau hebben van tenminste zes schoolse jaren (een afgeronde basisschool) worden onderzocht. De hulpverlener dient na te gaan of de patiënt in staat is de inhoud van de vragen te begrijpen en op zichzelf toe te passen. Dit kan problematisch zijn bij: Mensen met een laag verbaal IQ Mensen met een leesstoornis Mensen uit een andere cultuur Emotioneel ernstig gedepriveerde mensen Mensen uit een andere cultuur en die vrij recent in Nederland zijn komen wonen, kunnen de vragen interpreteren vanuit een culturele achtergrond die sterk kan afwijken van de gehanteerde normgroep. Dit kan de betrouwbaarheid van het onderzoek nadelig beïnvloeden. Ook de klinische toestand van de patiënt kan een betrouwbare invulling van de TeleScreen nadelig beïnvloeden. Voor patiënten met een concentratiestoornis kan het invullen van de vragenlijsten een langdurige en eentonige opgave zijn. Ook erg angstige of geagiteerde mensen vinden het vaak moeilijk om de vragenlijsten in één keer af te ronden. Het is geen probleem om de invulling zo nodig kort te onderbreken, zodat de patiënt zich daarna weer beter op de vragen kan concentreren. Het is wel van belang om de vragenlijsten op dezelfde dag in te vullen. Bij extreem angstige of psychotische mensen kunnen de vragen soms te bedreigend overkomen en is het onmogelijk de TeleScreen af te ronden. In verband met gevaar voor overbelasting kunnen deze patiënten beter niet met behulp van de TeleScreen onderzocht worden. Ten slotte zijn bij antisociale en narcistische patiënten, en patiënten die om andere redenen niet in staat zijn kwetsbaarheden bij zichzelf te onderkennen en hierover te rapporteren, bijvoorbeeld verwarde patiënten, zelfbeoordelingen van maar zeer beperkte waarde. Een andere voorwaarde voor een betrouwbaar onderzoeksresultaat is dat de patiënt de vragenlijsten kan invullen in een rustige omgeving, waarin hij niet wordt afgeleid en zich niet onder druk gezet voelt om vragen in een bepaalde richting te beantwoorden. Wanneer de hulpverlener twijfels heeft omtrent de condities waaronder de patiënt aan de TeleScreen zal werken, dient de afname heroverwogen te worden. Handleiding TeleScreen 15

17 Het is ook van belang om na te gaan welke attitude de patiënt heeft ten opzichte van het onderzoek. Een onwelwillende patiënt zal de vragenlijsten in het algemeen niet gemotiveerd en niet betrouwbaar invullen. Vaak is het goed informeren van de patiënt over het doel en de werkwijze van de TeleScreen al voldoende. Zeker in de context van een langdurige behandelrelatie - zoals gebruikelijk in de huisartssetting - is de patiënt doorgaans goed te overtuigen van het belang van een openhartige en eerlijke zelfrapportage voor een juiste behandelkeuze. Maar ook bij gebruik aan de poort van de GGZ is de patiënt in het algemeen gemakkelijk te overtuigen van het belang van de TeleScreen teneinde in het juiste zorgprogramma te komen. Men mag er niet zonder meer van uit gaan dat web-based versies van psychologische tests hetzelfde in kaart brengen als paper-and-pencil varianten. Helaas zijn op dit moment nog weinig diagnostische instrumenten onderzocht op hun betrouwbaarheid en validiteit bij het gebruik via het internet. Ook het onderzoek naar de psychometrische eigenschappen van de TeleScreen tests verkeert nog in de onderzoeksfase. Desalniettemin zijn de eerste data veelbelovend. In het licht van bovenstaande moet erop gewezen worden dat de TeleScreen geen definitieve DSM IV diagnoses afgeeft, maar uitsluitend indicaties voor een mogelijke diagnose. Voorzichtigheid bij de interpretatie van de diagnostische informatie is dan ook geboden. Handleiding TeleScreen 16

18 2.6 Het instrument Afname van de TeleScreen vereist enige ervaring met het gebruik van een computer. Het instrument is bedoeld voor het screenen van patiënten die zich melden met psychische klachten en patiënten met somatische klachten waarbij gedacht wordt aan een psychische oorzaak. De TeleScreen bestaat uit een gedigitaliseerde vragenlijst, die geïntegreerd is in een web-based applicatie en waarbij de onderdelen in de onderstaande volgorde worden afgenomen: Screening van As-III-V: Algemene anamnese, somatische aandoeningen, psychosociale en omgevingsfactoren en globaal algemeen functioneren (GAF) Screening van As-I: Klinische stoornissen en andere aandoeningen die reden voor zorg kunnen zijn Screening van As-II: Persoonlijkheidsstoornissen De screening van As-III-IV betreft een vragenlijst met een variabel aantal vragen, bestaande uit vragen in Ja-Nee vorm, multiple choice en open vragen. De screening As-I betreft een klachtenlijst met een variabel aantal vragen, bestaande uit vragen in Ja-Nee vorm, multiple choice en open vragen. De screening As-II betreft een vragenlijst met een vast aantal vragen, bestaande uit vragen in Juist-Onjuist vorm. De e-tool is zelfdenkend, dat wil zeggen dat antwoorden op voorgaande vragen bepalen welke volgende vraag wordt gepresenteerd. Hierdoor worden er geen onnodige items gepresenteerd en wordt de benodigde informatie op een zo efficiënt mogelijke manier verkregen. Wanneer de patiënt niet voldoet aan de noodzakelijke ingangscriteria, en er dus niet (meer) aan een bepaalde indicatie kan worden voldaan, wordt de vragen set afgebroken en wordt vervolgd met een volgend onderwerp. Aan de hand van de gerapporteerde informatie worden hypotheses gegenereerd en geclassificeerd volgens het DSM-IV classificatiesysteem en wordt een inschatting gemaakt van de zorgbehoefte en behandelmotivatie van de patiënt. Invulling van de volledige TeleScreen neemt 15 tot 45 minuten in beslag, afhankelijk van de hoeveelheid klachten en problemen die de patiënt rapporteert. Handleiding TeleScreen 17

19 3. Gebruikers van de TeleScreen Huisartsen, huisarts-praktijkondersteuners (POH GGZ en POH S), bedrijfsartsen, zelfstandig gevestigd psychologen en psychiaters, maar ook algemene en gespecialiseerde GGZ-instellingen en ziekenhuizen kunnen gebruik maken van de TeleScreen. Niet al deze professionals hebben voldoende kennis van psychopathologie en psychiatrische stoornissen, noch van psychodiagnostisch en psychiatrisch onderzoek. Hiervoor moeten zij terugvallen op een ggz-professional die de onderzoeksgegevens uit de TeleScreen verzamelt en checkt op hun juistheid en relevantie. Deze zogenaamde primaire gebruiker dient bekend te zijn met het state-of-the-art psychologisch en psychiatrisch onderzoek en met de ontwikkelingen binnen de e- diagnostiek. Voor de secundaire gebruiker, de verwijzer, is dit minder het geval, maar is vergaande onwetendheid op zijn minst ongewenst en onverantwoord. De onderzoeksprocedure vereist dat de gebruiker de informatie uit de TeleScreen toetst in het directe patiëntcontact en vervolgens de conclusies met de patiënt bespreekt. Hiervoor is kennis nodig van psychopathologie en psychiatrische diagnoses. Handleiding TeleScreen 18

20 4. De screening AS-III-V 4.1 Algemeen De screening As-III-V is bedoeld om de actuele zorgbehoefte - de problemen waarvoor de patiënt hulp zoekt of waarvoor de patiënt is verwezen - en het ervaren niveau van functioneren in kaart te brengen. Medische, psychosociale en omgevingsproblemen kunnen een belangrijke rol kunnen spelen in het ontstaan of voortbestaan van psychische stoornissen. Ook dienen deze klachten bij de behandelindicering vaak in overweging te worden genomen. De screening As-III-V bestaat uit 16 items verdeeld over 5 sets van vragen: vragen naar de leefsituatie en de actuele zorgbehoefte; vragen naar de huidige medische status; vragen naar de huidige psychische problemen; vragen naar stressfactoren in heden en verleden; vragen naar het algemeen functioneren. Met behulp van de aldus verkregen informatie worden hypotheses gegenereerd op As-III, IV en V. 4.2 Algemene anamnese, actuele zorgbehoefte en hulpvraag In dit deel van de vragenlijst noteert de patiënt informatie over de leef- en werkomstandigheden, de zorgbehoefte en de hulpvraag. Het komt vaak voor dat patiënten op de TeleScreen problemen noteren die nog niet bij de hulpverlener bekend waren. De redenen hiervoor zijn van diverse aard. Soms is het de patiënt onvoldoende gelukt om in de beperkt beschikbare tijd de ervaren problemen afdoende te beschrijven, of resulteert het contact met de hulpverlener niet in een gedeelde probleembeschrijving. Ook komt het voor dat de patiënt in een eerste gesprek nog niet zo ver is om het werkelijke probleem boven tafel te leggen en gebeurt dit pas bij de invulling van de TeleScreen. Dit kan zich onder andere voordoen bij middelenmisbruik en seksueel misbruik, maar ook bij psychoticisme en andere vormen van ernstige psychiatrie, die schuld- of schaamte beladen zijn. 4.3 Stressfactoren in heden en verleden In deze sectie noteert de patiënt de factoren die volgens hem van invloed zijn of zijn geweest op zijn huidige disfunctioneren. Er wordt onderscheid gemaakt in: Problemen binnen de primaire steungroep, zoals gezondheidsproblemen bij of overlijden van een gezinslid, vervreemding van gezinsleden of scheiding, problemen rond nieuwe gezinssamenstelling, over bescherming, emotionele of fysieke verwaarlozing, seksueel of lichamelijk misbruik, en alle andere problemen die zich kunnen voordoen in het huidige gezin of hebben voorgedaan in het gezin van herkomst. Handleiding TeleScreen 19

21 Problemen binnen de sociale omgeving, zoals ontbreken van een sociaal netwerk, overlijden of ander verlies van vrienden, tekortschieten van maatschappelijke steun, eenzaamheid, discriminatie, problemen met aanpassen aan een andere cultuur of aan een andere levensfase. Problemen met onderwijs of scholing, zoals studieproblemen, ongeschikt type onderwijs, ernstige demotivatie, fysiek, geografische, financiële belemmeringen om onderwijs of scholing te volgen. Problemen met werk, zoals dreiging werk te verliezen of werkloosheid, moeilijke werkomstandigheden, onvrede met het soort werk, onenigheid op het werk. Problemen met wonen, zoals dakloosheid, slechte behuizing, onveilige woonomgeving, onenigheid met buren of huisbaas. Financiële problemen, zoals onvoldoende financiële middelen, armoede. Problemen met de toegankelijkheid van gezondheidszorgdiensten, zoals onvoldoende beschikbaarheid of bereikbaarheid, problemen met ziektekostenverzekering. Problemen met justitie en politie of met de misdaad, zoals arrestatie, gevangenneming, slachtoffer van een misdrijf. Andere psychosociale en omgevingsproblemen, zoals oorlogen, natuurrampen, door mensen veroorzaakte rampen en andere vijandelijkheden. 4.4 Globaal Algemeen Functioneren De screening As-III-V vraagt ook om een zelfinschatting van het algemeen niveau van functioneren. Het gaat om een algemene inschatting die is afgeleid van het psychisch, sociaal en beroepsmatig functioneren. De beperkingen die het gevolg zijn van lichamelijk functioneren of van omgevingsfactoren worden niet meegenomen in de vaststelling van de GAF. Uitgegaan wordt van de ernst-bepaling zoals die in de categorieën van DSM-IV GAF schaal is weergegeven. In bijlage G treft u een praktische handleiding voor het gebruik van GAF-scores. Voor een overzicht van 10 DSM-IV GAF schalen, en hun betekenis voor de zorgindicering, ziet u bijlage H in. Om de betrouwbaarheid van de antwoorden van de patiënt te verhogen zijn de 10 GAF categorieën vertaalt naar 5 lijdensdruk categorieën, toegelicht met praktische voorbeelden. Hoe lager het interval, hoe intensiever de zorgbehoefte. Omdat het gaat om een zelfinschatting kan de aangegeven ernst niet leidend zijn voor de zorgindicering. Zowel (veel) te hoge inschattingen als (veel) te lage inschattingen komen voor. Het gaat echter ook om een maat voor het zelfinzicht van de patiënt te verkrijgen. Bovendien is het in de DSM-IV GAF systematiek niet zo dat ernst en niveau van functioneren altijd met elkaar in overeenstemming moeten zijn. Advies is dat bij een verschil in overeenstemming de diagnosticus zich bij de beoordeling laat leiden door de ernstigste van de twee, d.w.z. door de ernst van de symptomatologie wanneer deze het laagste is, of door het niveau van functioneren, wanneer dit opvallend lager is dan de ernst van de symptomen. Zo moet de GAF-beoordeling van iemand met matige psychische verschijnselen, maar die bijvoorbeeld door overmatig middelengebruik vrienden, Handleiding TeleScreen 20

22 werk, en familie heeft verloren onder de 40 vastgesteld worden. In de lijdensdruk categorieën zou zich dit vertalen in zeer hoge lijdensdruk. Lijdensdruk intervallen en hun betekenis voor de zorgindicering Geen lijdensdruk (GAF ) Mensen met deze score hebben geen, of voorbijgaande symptomen, of alleen passende reacties op psychosociale stressfactoren (bijvoorbeeld concentratieproblemen na een familieruzie). Deze mensen functioneren over het algemeen goed op alle terreinen. Ze zijn belangstellend en betrokken bij een groot aantal activiteiten, beschikken over effectieve sociale vaardigheden, zijn in het algemeen tevreden met hun bestaan en hebben niet meer dan alledaagse problemen of zorgen. Behandeling binnen de GGZ is niet aan de orde. In het algemeen worden deze mensen aangezet tot (verbetering van) de zelfzorg, al dan niet gecombineerd met watchful waiting. N.B. Het is opmerkelijk als een (verwezen of zelf verwezen) patiënt aangeeft op een dergelijk hoog niveau te functioneren. Lichte lijdensdruk (GAF 61-70) Enkele lichte symptomen of enkele problemen in het sociaal of beroepsmatig functioneren of op school. Het functioneren is in het algemeen redelijk, en de persoon heeft enkele betekenisvolle contacten. Maar hoewel deze patiënten in staat zijn tot werken en het onderhouden van relaties met anderen, zijn er vaak wel conflicten op deze gebieden. Meestal kan met een korte behandeling al snel resultaat geboekt worden. Matige lijdensdruk (GAF 51-60) Matig ernstige symptomen of matig ernstige problemen in het sociaal en beroepsmatig functioneren of op school. Deze lijdensdruk interval wordt ook gezien bij patiënten met langdurige karakterpathologie, waarbij intensievere behandeling nodig is dan wanneer het uitsluitend lijkt te gaan om een As-I stoornis, maar waarin wel kan worden volstaan met een ambulante behandeling. Hoge lijdensdruk (GAF 41-50) Veel en ernstige symptomen of ernstige beperkingen in het sociaal of beroepsmatig functioneren of op school. Ze kunnen problemen hebben met het algemeen dagelijks functioneren, of met het behouden van werk of intieme vrienden. Ze kunnen worstelen met drugsmisbruik of ernstige impulsiviteit op andere gebieden, en hebben ernstige problemen met het behouden van stabiliteit. Ze zijn in het algemeen niet geschikt voor een kortdurende behandeling. Er zal vaak een tweesporenbeleid gevolgd moeten worden, waarbij het opbouwen van coping vaardigheden gecombineerd wordt met symptomatische behandeling. Ook moet medicatie vaker overwogen worden, aangezien veel van de ernstige As-I stoornissen (bijv. bipolaire I stoornis, schizofrenie, ernstige ADHD) beter reageren op medicatie. Meestal zijn deze patiënten nog wel in staat buiten de kliniek te blijven. Zeer hoge lijdensdruk (GAF 1-40) Enige tot ernstige beperkingen in het denken, de realitytesting of in de communicatie, of belangrijke beperkingen op verschillende terreinen zoals werk, school, gezins- of familierelaties. Deze mensen zijn niet in staat om te werken of anderszins aan het maatschappelijk leven deel te nemen. Er is vaak Handleiding TeleScreen 21

23 sprake van ernstige zelfverwaarlozing en verwaarlozing van het gezin. Klinische behandeling of opname kan overwegen worden. Mensen in deze categorie hebben meestal klinische behandeling nodig of een anderszins gesuperviseerde omgeving. Het gaat om een algemene inschatting die is afgeleid van het psychisch, sociaal en beroepsmatig functioneren. De beperkingen die het gevolg zijn van lichamelijk functioneren of van omgevingsfactoren worden niet meegenomen in de vaststelling van de GAF. Uitgegaan wordt van de ernst-bepaling zoals die in de 10 categorieën van DSM-IV GAF schaal is weergegeven. Hoe lager de GAF interval, hoe intensiever de zorgbehoefte. Omdat het gaat om een zelfinschatting kan de aangegeven ernst niet leidend zijn voor de zorgindicering. Zowel (veel) te hoge inschattingen als (veel) te lage inschattingen komen veel voor. Het gaat echter ook om een maat voor het zelfinzicht van de patiënt te verkrijgen. Bovendien is het in de DSM IV GAF systematiek niet zo dat ernst en niveau van functioneren altijd met elkaar in overeenstemming moeten zijn. Advies is dat bij een verschil in overeenstemming de diagnosticus zich bij de beoordeling laat leiden door de ernstigste van de twee, d.w.z. door de ernst van de symptomatologie wanneer deze het laagste is, of door het niveau van functioneren, wanneer dit opvallend lager is dan de ernst van de symptomen. Zo moet de GAF-beoordeling van iemand met minimale psychische verschijnselen, maar die bijvoorbeeld door overmatig middelengebruik vrienden of werk heeft verloren onder de 40 vastgesteld worden. 4.5 Afname en scoring De screening As-III-V bestaat uit een aantal gesloten en open vragen. De patiënt kan in eigen bewoording een beschrijving geven over zijn of haar functioneren. Antwoorden hoeven niet gescoord of genormeerd te worden. Het betreft een algemene anamnese en zelfbeoordeling van de lijdenslast. Handleiding TeleScreen 22

24 5. De screening As-I 5.1 Algemeen De screening As-I bestaat uit gestructureerde vragen gericht op de belangrijkste psychiatrische aandoeningen en andere problemen die een reden voor zorg kunnen zijn. De vragenlijst bestaat uit 595 vragen met een ja-nee format. De vragen zijn afgeleid van de criteria die in de DSM-IV gehanteerd worden voor het vaststellen van een bepaalde psychische stoornis. De screening As-I maakt onderscheid in primaire en secundaire stoornissen en kan verschillende aanvullende indicaties genereren. Van een secundaire stoornis is sprake als deze onderdeel vormt van een primaire indicatie die reeds door het instrument is vastgesteld. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een slaapstoornis, terwijl er reeds een depressie is vastgesteld. Binnen de applicatie worden primaire stoornissen in het zwart weergegeven en secundaire stoornissen in het grijs. De aanvullende indicaties zijn bedoeld om een compleet beeld te geven van de klachten van een patiënt, nu en in het verleden, maar geen directe indicatie in het kader van de DSM IV vormen. De vragenlijst is zelfdenkend, dat wil zeggen dat wanneer de patiënt niet voldoet aan de noodzakelijke ingangscriteria voor een specifieke diagnose, de vervolgvragen die bij de beoogde diagnose horen, worden overgeslagen. De applicatie gaat dan over naar de vragen behorend bij een volgende diagnose. Hierdoor kan de afnametijd van de screening As-I, ondanks de reikwijdte, bijzonder kort gehouden worden. De screening As-I leent zich voor toepassing in de huisartspraktijk en in de algemene ggz (zelfstandig gevestigden en instellingen) waar niet meteen behoefte is aan specialistisch onderzoek in de diepte, maar waar men door middel van een breedband onderzoek ook bijvoorbeeld aan middelen gebonden stoornissen in beeld wil krijgen, ten behoeve van de toeleiding naar een korte interventie, specialistische behandeling of nader onderzoek. Het merendeel van de stoornissen wordt uitsluitend nagevraagd op huidige aanwezigheid, andere ook op voorgaande episodes en life-time aanwezigheid. De screening As-I geeft geen specificatie van de ernst. Voor sommige diagnoses kan het zinvol zijn, nadat de aanwezigheid met de screening As-I is vastgesteld, een aanvullende ernst rating te doen met een specifieke ernst rating-schaal. Deze schaal kan dan automatisch, na afronding van de sectie over de betreffende stoornis, door de applicatie aan de patiënt gepresenteerd. De screening As-I legt bij sommige stoornissen tevens het beloop vast. Voor de aanduiding in remissie gaat het om een situatie waarin voorheen werd voldaan aan de criteria van een stoornis, maar op het moment van afname geen, of onvoldoende symptomen aanwezig zijn om te mogen spreken van een stoornis. Het is zinvol om een stoornis in remissie vast te leggen, bijvoorbeeld in het Handleiding TeleScreen 23

25 kader van een voortgezette evaluatie of preventieve behandeling. Denk hierbij aan bijvoorbeeld een bipolaire stoornis, of een ernstige verslaving. Ook wordt vastgelegd wanneer het gaat om een recidive, dat wil zeggen, een heropleving van de klachten, na een periode waarin niet langer voldaan werd aan alle criteria van de stoornis. Let wel, dat de patiënt in dit geval nog niet hoeft te voldoen aan alle criteria om van een recidive te kunnen spreken. Als de symptomen het begin lijken in te luiden van een nieuwe episode, kan de stoornis al gediagnosticeerd worden als zijnde actueel aanwezig. De specificatie voorgeschiedenis wordt gebruikt wanneer in de voorgeschiedenis aan de criteria van de stoornis werd voldaan en het nuttig lijkt om dit vast te leggen, zelfs al is de patiënt volledig hersteld van deze stoornis. 5.2 Indicaties van screening As-I De screening As-I vraagt naar de volgende stoornissen: Stoornissen die meestal voor het eerst op zuigelingenleeftijd, kinderleeftijd of in adolescentie gediagnosticeerd worden o Aandachtstekortstoornissen en gedragsstoornissen Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit, gecombineerde type Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit, overwegend onoplettendheid type Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit, overwegend hyperactiefimpulsief type o Pervasieve ontwikkelingsstoornissen Autistische stoornis Stoornis van Asperger o Tic-stoornissen Stoornis van Gilles de la Tourette Aan middelen gebonden stoornissen o Alcohol gerelateerde stoornissen Alcoholafhankelijkheid Misbruik van alcohol o Amfetamine gerelateerde stoornissen Amfetamineafhankelijkheid Misbruik van amfetamine o Cannabis gerelateerde stoornissen Cannabisafhankelijkheid Cannabismisbruik o Cocaïne gerelateerde stoornissen Cocaïneafhankelijkheid Misbruik van cocaïne Handleiding TeleScreen 24

26 o o o o o o Hallucinogeen gerelateerde stoornissen Hallucinogeenafhankelijkheid Misbruik van hallucinogeen Stoornissen gerelateerd aan afhankelijkheid van een vluchtige stof Afhankelijkheid van een vluchtige stof Misbruik van een vluchtige stof Opioïde gerelateerde stoornissen Afhankelijkheid van opioïde, Misbruik van opioïde Fencyclidine gerelateerde stoornissen Afhankelijkheid van fencyclidine Misbruik van fencyclidine Sedativum, hypnoticum of anxiolyticum gerelateerde stoornissen Afhankelijkheid van sedativum, hypnoticum of anxiolyticum Misbruik van sedativum, hypnoticum of anxiolyticum Andere (onbekende) aan middelen gebonden stoornissen Afhankelijkheid van een ander middel Misbruik van een ander middel Schizofrenie en andere psychotische stoornissen o Schizofrenie Schizofrenie Schizofreniforme stoornis Kortdurende psychotische stoornis Stemmingsstoornissen o Depressieve stoornissen Depressieve stoornis, eenmalige episode Depressieve stoornis, recidiverend Dysthyme stoornis Depressieve stoornis NAO o Bipolaire stoornissen Bipolaire I stoornis Bipolair I stoornis, laatste episode manisch Bipolair I stoornis, laatste episode hypomaan Bipolair I stoornis, laatste episode depressief Bipolaire II stoornis Bipolair stoornis II, huidig hypomaan Bipolair II stoornis, huidig depressief Handleiding TeleScreen 25

27 Angststoornissen Paniekstoornis zonder agorafobie Paniekstoornis met agorafobie Agorafobie, zonder voorgeschiedenis van paniekstoornis Agorafobie, zonder paniekstoornis, maar met voorgeschiedenis van paniekstoornis Agorafobie, zonder voorgeschiedenis van gelimiteerde symptomen Sociale fobie, gegeneraliseerd Sociale fobie, niet gegeneraliseerd Specifieke fobie Obsessieve-compulsieve stoornis Posttraumatisch stressstoornis Gegeneraliseerde angststoornis Somatoforme stoornissen Somatoforme stoornis Conversiestoornis Pijnstoornis gebonden aan psychische factoren, acuut Pijnstoornis gebonden aan psychische factoren, chronisch Pijnstoornis gebonden aan zowel psychische factoren als een somatische aandoening, acuut Pijnstoornis gebonden aan zowel psychische factoren als een somatische aandoening, chronisch Hypochondrie Stoornis in de lichaamsbeleving Seksuele stoornissen en genderidentiteitsstoornissen Stoornissen in seksueel verlangen Seksuele stoornis met verminderd verlangen Seksuele aversiestoornis Seksuele opwindingsstoornis Erectiestoornis Orgasmestoornissen Orgasmestoornis bij de man Orgasmestoornis bij de vrouw Voortijdige ejaculatie Seksuele-pijnstoornissen Dyspareunie Vaginisme Handleiding TeleScreen 26

28 Seksuele stoornis niet anderszins omschreven Parafilieën Parafilie (NAO) Genderidentiteitsstoornissen Genderidentiteitsstoornis Eetstoornissen Anorexia nervosa Bulimia nervosa, niet-purgerend type Bulimia nervosa, purgerend type Eetstoornis NAO Slaapstoornissen Dyssomnia`s Primaire insomnia Primaire hypersomnia Narcolepsie Slaap gebonden ademhalingsstoornis Parasomnia s Nachtmerries Pavor nocturnus Slaapwandelen Andere slaapstoornissen Stoornissen in de impulsbeheersing Periodiek explosieve stoornis Kleptomanie Pyromanie Pathologisch gokken Trichotillomanie Stoornis in de impulsbeheersing NAO Aanpassingsstoornissen Aanpassingsstoornis 5.3 Aanvullende indicaties De volgende aanvullende indicaties komen naar voren bij de screening As-I: Stoornissen die meestal voor het eerst op zuigelingenleeftijd, kinderleeftijd of in adolescentie gediagnosticeerd worden Handleiding TeleScreen 27

29 o Tic-stoornissen Organische oorzaak stoornis van Gilles de la Tourette Aan middelen gebonden stoornissen o Amfetamine gerelateerde stoornissen Amfetamineafhankelijkheid, in het verleden Misbruik van amfetamine, in het verleden Gebruik van amfetamine, huidige episode Gebruik van amfetamine, in het verleden o Cannabis gerelateerde stoornissen Cannabisafhankelijkheid, in het verleden Misbruik van cannabis, in het verleden Gebruik van cannabis, huidige episode Gebruik van cannabis, in het verleden o Cocaïne gerelateerde stoornissen Cocaïneafhankelijkheid, in het verleden Misbruik van cocaïne, in het verleden Gebruik van cocaïne, huidige episode Gebruik van cocaïne, in het verleden o Hallucinogeen gerelateerde stoornissen Hallucinogeenafhankelijkheid, in het verleden Hallucinogeenafhankelijkheid, in het verleden Gebruik van hallucinogeen, huidige episode Gebruik van hallucinogeen, in het verleden o Stoornissen gerelateerd aan afhankelijkheid van een vluchtige stof Afhankelijk van een vluchtige stof, in het verleden Misbruik van een vluchtige stof, in het verleden Gebruik van een vluchtige stof, huidige episode Gebruik van een vluchtige stof, in het verleden o Opioïde gerelateerde stoornissen Afhankelijkheid van opioïde, in het verleden Misbruik van opioïde, in het verleden Gebruik van opioïde, huidige episode Gebruik van opioïde, in het verleden o Fencyclidine gerelateerde stoornissen Afhankelijkheid van fencyclidine, in het verleden Misbruik van fencyclidine, in het verleden Gebruik van fencyclidine, huidige episode Gebruik van fencyclidine, in het verleden o Sedativum, hypnoticum of anxiolyticum gerelateerde stoornissen Handleiding TeleScreen 28

30 o Afhankelijkheid van sedativum, hypnoticum of anxiolyticum, in het verleden Misbruik van sedativum, hypnoticum of anxiolyticum, in het verleden Gebruik van sedativum, hypnoticum of anxiolyticum, huidige episode Gebruik van sedativum, hypnoticum of anxiolyticum, in het verleden Andere (onbekende) aan middelen gebonden stoornissen Afhankelijkheid van een ander middel, in het verleden Misbruik van een ander middel, in het verleden Gebruik van een ander middel, huidige episode Gebruik van een ander middel, in het verleden Schizofrenie en andere psychotische stoornissen Aan criterium A voor schizofrenie wordt momenteel voldaan Aan criterium A voor schizofrenie in het verleden wordt momenteel voldaan Aanwijzingen voor organische oorzaak psychotisch symptoom Psychotische kenmerken houden mogelijk verband met een stemmingsstoornis Stemmingsstoornissen o Depressieve stoornissen Organische factoren voor depressie Post partum depressie, huidige episode Seizoensgebonden depressie, huidige episode Organische factoren voor depressie in het verleden Post partum depressie, in het verleden Seizoensgebonden depressie, in het verleden Depressieve stoornis, recidiverend, in remissie Depressieve episode, eenmalige episode, in remissie Premenstruele dysforie o Bipolaire stoornissen Organische oorzaak (hypo)mane en/of manische episode Bipolaire I stoornis, in remissie Bipolaire II stoornis, in remissie Handleiding TeleScreen 29

31 Angststoornissen Organische oorzaak Paniekstoornis Paniekaanvallen Paniek aanvallen met gelimiteerde symptomen, huidige episode Paniekstoornis, in het verleden Organische oorzaak obsessieve-compulsieve stoornis Somatoforme stoornissen Aanwijzingen voor organische aandoening (bij somatoforme stoornis) Somatoforme stoornis, in het verleden Eetstoornissen Ondergewicht Lichte Obesitas Matige Obesitas Ernstige Obesitas Morbide Obesitas Rouwproblematiek Rouwproblematiek, huidige episode Rouwproblematiek, in het verleden Premenstruele dysforie 5.4 Notificaties Hoewel het afgeraden wordt om in crisissituaties de TeleScreen in te zetten, kan het toch voorkomen dat patiënten bij de invulling van de vragenlijsten aangeven in crisis te zijn. De volgende notificaties kunnen door de screening As-I naar aanleiding van de antwoorden van de patiënt worden gegenereerd: Acuut suïcide risico Hoog suïcide risico Psychotische stoornis De notificaties worden afgegeven wanneer de patiënt positief geantwoord heeft op een aantal kritieke items, die opgevat worden als tekenen van suïcidaliteit. De applicatie kan in dat geval een e- mail versturen naar een door de hulpverlener opgegeven adres. Op grond daarvan kan de hulpverlener besluiten direct contact op te nemen met de patiënt en niet af te wachten tot het geplande patiëntcontact. Handleiding TeleScreen 30

32 Naast suïcidenotificaties geeft de TeleScreen ook apart notificaties af voor de aanwezigheid van een psychotische stoornis. 5.5 Afwezige indicaties As-I stoornissen die moeilijk te screenen zijn aan de hand van een zelfbeoordelingsinstrument zijn niet in de screening As-I opgenomen. Het gaat om: Communicatiestoornissen Mentale retardatie Cognitieve stoornissen Nagebootste stoornissen Dissociatieve stoornissen 5.6 Afname en scoring De vragenlijst is zelfdenkend : antwoorden op de ingangsvragen bepalen of en welke vervolgvragen worden afgenomen. Als aan een bepaalde indicatie niet (meer) kan worden voldaan gaat de vragenlijst verder naar het volgende onderwerp. De vragenlijst kan in eigen tempo ingevuld worden, er is geen tijdsdruk. De gemiddelde afnameduur ligt rond de 30 minuten, maar kan afhankelijk van het aantal gerapporteerde klachten en problemen oplopen tot 90 minuten. Scoring en interpretatie zijn geautomatiseerd. Aan de hand van de scores worden indicaties afgegeven voor mogelijke As-I stoornissen. Zo mogelijk wordt onderscheid gemaakt in primaire, secundaire en aanvullende indicaties om een mogelijke samenhang tussen verschillende stoornissen te verduidelijken en aan te geven op welke stoornis(sen) een eventuele behandeling zich moet richten. Handleiding TeleScreen 31

33 6. De screening As-II 6.1 Algemeen Persoonlijkheidstrekken zijn duurzame patronen in het waarnemen, denken en ervaren van zichzelf en de omgeving, die tot uitdrukking komen op een breed terrein van sociaal en persoonlijk functioneren (APA, 2000). Wanneer de trekken een star en disfunctioneel patroon van denken, voelen en waarnemen van zichzelf en de omgeving met zich meebrengen, spreken we van een persoonlijkheidsstoornis. Ook bij de behandeling van een As-I of As-III stoornis is het nodig om te weten met welke belemmerende persoonlijkheidsfactoren rekening gehouden moet worden. Zonder deze kennis is het niet mogelijk een effectieve en efficiënte behandelstrategie te selecteren, noch het behandelresultaat op zijn waarde te beoordelen. Tenslotte vragen steeds meer patiënten expliciet hulp voor disfunctionele persoonlijkheidskenmerken die hun in de weg staan om hun doelen te bereiken of aanleiding zijn voor problemen met anderen. Kortom, screenend persoonlijkheidsonderzoek kan van meerwaarde zijn bij de behandelindicering, omdat het aanwijzingen geeft voor de haalbaarheid en effectiviteit van die behandeling gegeven de persoonlijkheid van de patiënt en omdat het patiënten kan helpen bij het verbeteren van het persoonlijk en interpersoonlijk functioneren. De screening As-II heeft als doel de screening van patiënten op mogelijke disfunctionele persoonlijkheidskenmerken. De screening As-II is opgebouwd rond de 10 persoonlijkheidsstoornissen van de DSM-IV, alsmede de persoonlijkheidsstoornis NAO (depressieve en passief-agressieve). Benadrukt dient te worden dat de screening As-II indicaties voor de mogelijke aanwezigheid van een persoonlijkheidsstoornis afgeeft en geen vaststaande diagnoses. De screening As-II is uitsluitend geschikt voor het opsporen van verschijnselen die een teken kunnen zijn van pathologie, en uit dien hoofde nader onderzocht dienen te worden. Empirisch onderzoek wijst uit dat web-based persoonlijkheidstests weliswaar betrouwbaar en valide zijn, maar niet hetzelfde meten als hun traditionele paper-and-pencil versies. Men mag niet zondermeer uitgaan van hun equivalentie. Sommige constructen (met name negatieve affecten) lijken moeilijker meetbaar en zijn onderhevig aan stringentere ethische overwegingen dan andere. E- diagnostiek van persoonlijkheidsstoornissen vraagt om strenge validatie en zorgvuldig gebruik. 6.2 De persoonlijkheidsstoornissen van screening As-II De screening As-II genereert aanwijzingen voor: Cluster A - Paranoïde persoonlijkheidsstoornis: wantrouwen en achterdocht ten opzichte van de motieven van anderen, die worden geïnterpreteerd als kwaadwillend. Handleiding TeleScreen 32

34 - Schizoïde persoonlijkheidsstoornis: afstandelijkheid in sociale relaties, en beperkingen in het uiten van emoties in intermenselijke situaties. - Schizotypische persoonlijkheidsstoornis: beperkingen in het sociale en intermenselijke contact, cognitieve en perceptuele vervormingen en eigenaardigheden in het gedrag. Cluster B - Theatrale persoonlijkheidsstoornis: buitensporige emotionaliteit en aandacht vragen. - Narcistische persoonlijkheidsstoornis: grootheidsgevoelens in fantasie of gedrag, overdreven behoefte aan bewondering, en gebrek aan empathie. - Borderline persoonlijkheidsstoornis: instabiliteit in intermenselijke relaties, zelfbeeld en affecten, en duidelijke impulsiviteit. - Antisociale persoonlijkheidsstoornis: gebrek aan achting voor en schending van de rechten van anderen, vanaf het vijftiende jaar aanwezig. Omdat voor het vaststellen van de antisociale persoonlijkheidsstoornis er in de ontwikkeling vóór het vijftiende jaar ook sprake geweest moet zijn van een gedragsstoornis, wordt in de screening As-II ook gevraagd naar de kenmerken van een gedragsstoornis vóór het vijftiende jaar. Cluster C - Ontwijkende persoonlijkheidsstoornis: geremdheid in gezelschap, gevoel van tekortschieten en overgevoeligheid voor een negatief oordeel. - Afhankelijke persoonlijkheidsstoornis: buitensporige behoefte om verzorgd te worden, hetgeen leidt tot aanklampend gedrag en de angst in de steek gelaten te worden. - Obsessief-compulsieve persoonlijkheidsstoornis: preoccupatie met ordelijkheid, perfectionisme, beheersing van psychische en intermenselijke processen, ten koste van soepelheid, openheid en efficiëntie. Persoonlijkheidsstoornis NAO - Passief-agressieve (negativistische) persoonlijkheidsstoornis: negatieve houding en passief verzet tegen eisen met betrekking tot het presteren op voldoende niveau. - Depressieve persoonlijkheidsstoornis: stemming wordt gedomineerd door depressieve cognities. 6.3 Inhoud van de screening As-II De screening As-II is samengesteld uit 125 beweringen. Elke bewering heeft betrekking op een specifiek criterium van de DSM-IV criteria voor As-II stoornissen. Elk criterium wordt waar mogelijk uitgevraagd door middel van één bewering. Wanneer een DSM IV criterium zich niet leent om in de vorm van één bewering te worden bevraagd, wordt deze opgedeeld in deelbeweringen. Er is onderscheid tussen DSM IV criteria waarbij slechts één deelbewering met Juist moet worden beantwoord en DSM IV criteria waarbij meerdere deelbeweringen met Juist moeten worden beantwoord om aan het criterium te voldoen. Voorafgaand aan elke set beweringen over één Handleiding TeleScreen 33

35 bepaalde persoonlijkheidsstoornis, wordt de patiënt eraan herinnerd dat het moet gaan om een duurzaam persoonlijkheidskenmerk die al vele jaren aanwezig is en in het merendeel van de situaties tot uitdrukking komt. Begonnen wordt met beweringen die verwijzen naar de persoonlijkheidsstoornissen uit het cluster C, waarna vervolgd wordt met de persoonlijkheidsstoornissen uit het cluster B en geëindigd met de persoonlijkheidsstoornissen uit het cluster A. 6.4 Afname en Scoring De patiënt geeft in een juist-onjuist format aan of hij zich in de bewering herkent. De grens tussen een normale persoonlijkheid en persoonlijkheidspathologie is gelegen in het aantal afwijkende karaktertrekken, en dus in het aantal beweringen dat bevestigend beantwoord is. Op grond van het aantal juist-antwoorden geeft de applicatie een indicatie af voor een mogelijke persoonlijkheidsstoornis. Het scoringsoverzicht laat zowel het aantal beweringen per cluster als het totaal aantal bevestigde uitspraken zien. De laatste score geeft de ernst van de persoonlijkheidspathologie in zijn algemeenheid aan. Beweringen van de Antisociale persoonlijkheidsstoornis worden alleen gesteld wanneer er wordt voldaan aan een gedragsstoornis voor het 15 de levensjaar. Aantal noodzakelijke kenmerken voor het vaststellen van een persoonlijkheidsstoornis: - Paranoïde persoonlijkheidsstoornis: minimaal 4 uit 7 kenmerken - Schizoïde persoonlijkheidsstoornis : minimaal 4 uit 7 kenmerken* - Schizotypische persoonlijkheidsstoornis: minimaal 5 uit 9 kenmerken* - Ontwijkende persoonlijkheidsstoornis: minimaal 4 uit 7 kenmerken. - Afhankelijke persoonlijkheidsstoornis: minimaal 5 uit 8 kenmerken. - Passief-agressieve persoonlijkheidsstoornis: minimaal 4 uit 7 kenmerken. - Depressieve persoonlijkheidsstoornis: minimaal 5 uit 7 kenmerken. - Borderline persoonlijkheidsstoornis: minimaal 5 uit 9 kenmerken. - Narcistische persoonlijkheidsstoornis: minimaal 5 uit 9 kenmerken. - Theatrale persoonlijkheidsstoornis: minimaal 5 uit 8 kenmerken. - Antisociale persoonlijkheidsstoornis: vanaf het 15 de levensjaar minimaal 3 uit 7 kenmerken, én vóór het 15 de levensjaar minimaal 3 uit 15 kenmerken van de gedragsstoornis. * De Schizoïde en Schizotypische persoonlijk delen een criterium, deze wordt eenmaal uitgevraagd en het antwoord wordt bij beide persoonlijkheidsstoornissen gebruikt (item 110). Door de applicatie wordt het aantal bevestigde kenmerken per cluster berekend. Op deze manier kan vastgesteld worden in welk cluster het zwaartepunt van de problematiek ligt. Daarnaast wordt Handleiding TeleScreen 34

36 de consistentie van de antwoorden berekend door speciaal toegevoegde stellingen. Deze betreffen eerder uitgevraagde criteria in andere bewoordingen. Door antwoorden te vergelijking kan worden bepaald in hoeverre de patiënt consistent antwoordt. Persoonlijkheidspathologie komt niet alleen tot uitdrukking in één of meer specifieke persoonlijkheidsstoornissen, maar ook in onaangepaste trekken op een breed terrein van het persoonlijk functioneren. Wanneer er kenmerken van verschillende persoonlijkheidsstoornissen gevonden worden, terwijl er niet voldaan wordt aan het noodzakelijk aantal criteria om een specifieke stoornis te kunnen rechtvaardigen, wordt van een gemengde persoonlijkheidsstoornis gesproken. Om een indicatie voor een gemengde persoonlijkheidsstoornis te kunnen afgeven, wordt door de applicatie het totaal aantal bevestigde kenmerken berekend. Het is belangrijk zich te realiseren dat persoonlijkheidstrekken meestal egosyntoon zijn. Bij het navragen naar persoonlijkheidspathologie kan er daarom sprake zijn van onderrapportage. Een patiënt met, bijvoorbeeld, een obsessieve compulsieve persoonlijkheidsstoornis kan zijn perfectionisme en toewijding aan het werk zien als een zeer goede eigenschap en niet als een pathologische karaktertrek, zelfs als hij daardoor volledig uitgeput is geraakt, of zich daardoor volledig vervreemd heeft van zijn intieme en sociale relaties. Bij sommige As-I stoornissen, bijvoorbeeld een depressieve stoornis, kan er juist sprake zijn van overrapportage. Door het depressief toestandsbeeld kan de patiënt geneigd zijn een negatiever beeld van zichzelf te schetsen. Bij aanwezigheid van een ernstige As-I stoornis zal de uitkomst van de screening As-II mogelijk onbetrouwbaar zijn. Het directe patiëntcontact geeft de diagnosticus de gelegenheid om kort na te gaan of er sprake kan zijn geweest van onder- dan wel overrapportage op de screening As-II. Handleiding TeleScreen 35

37 7. Verwijsmodel GGZ In opdracht van het VWS heeft Bureau HHM objectieve criteria beschreven voor een uniforme zorgtoewijzing binnen de nieuwe zorg producten. Er wordt onderscheid gemaakt tussen 3 echelons: de huisarts (inclusief POH-GGZ), de Generalistische Basis GGZ en de Specialistische GGZ. Binnen de Generalistische GGZ wordt onderscheid gemaakt tussen 4 zorgzwaarte producten: kort, middel, intensief en chronisch. Op basis van het totaal beeld van aard en ernst van de problematiek, het risico en beloop van de klachten, bepaalt het systeem welk echelon/product het beste aansluit bij de klachten van de patiënt. Een schematisch overzicht van het verwijsmodel treft u aan in bijlage F. Aanvullend geldt dat als er uitsluitend indicaties naar voren komen op As-IV maatschappelijk werk wordt geadviseerd en als er helemaal geen indicaties naar voren komen adviseert het systeem geen verwijzing of zelfhulp. Onderstaand treft u de verschillende adviezen aan die het systeem kan genereren: Geen vervolgtraject/zelfhulp Maatschappelijk werk Huisartsenzorg met praktijkondersteuner GGZ Generalistische Basis GGZ o Kort o Middel o Intensief o Chronisch Gespecialiseerde GGZ Voor het grootste deel zijn de criteria van Bureau HHM duidelijk en is er niet of nauwelijks discussie mogelijk over de invulling ervan. Echter op bepaalde aspecten is er ruimte voor eigen interpretatie. Zoals het product chronisch. Iedere zorgprofessional heeft een algemeen idee van wat er bedoeld wordt met chronische problematiek. Echter in een geautomatiseerd verwijsmodel volstaat een algemeen idee niet. Is er bij een patiënt die 5 jaar met dezelfde klachten rondloopt sprake van chronische problematiek, of na 10 jaar? Er zijn, voor zover ons bekend, geen wetenschappelijke criteria en/of definities die aangeven wanneer er sprake is van chronische problematiek. Binnen de applicatie is chroniciteit geïndiceerd wanneer het probleem al meer dan 5 jaar aanhoudt en er al 3 of meer behandeling zijn geweest. Daarnaast moet er sprake zijn van een ontwikkelingsstoornis, persoonlijkheidsstoornis, bipolaire stoornis of schizofrenie. Het systeem zal geen chroniciteit indiceren bij bijvoorbeeld een depressie of angststoornis. Ook op een ander punt hebben wij een eigen invulling moeten geven aan de richtlijnen uit het HHM rapport. Zo hebben wij een onderscheid gemaakt tussen het mogelijk interfereren van As-II enerzijds en As-III/-IV anderzijds, met een behandeling op As-I. Bij As-III/-IV is niet in alle gevallen sprake van ernstige problematiek die interfereert met de behandeling van As-I problematiek. Denk bijvoorbeeld aan mensen die aangeven dat ze financiële problemen hebben omdat zij moeilijk kunnen rondkomen, maar nog geen schulden hebben. Of patiënten die aangaven te lijden aan lichamelijke Handleiding TeleScreen 36

38 aandoening, waarbij het enkel gaat om terugkerende hoofdpijn. Beiden zeer vervelend, maar zeker geen reden voor een verwijzing naar de gespecialiseerde GGZ. Bij een persoonlijkheidsstoornis gaat het altijd om een pervasief, persistent en pathologisch patroon, waarbij het aannemelijker is dat deze de behandeling van As-I zal beïnvloeden. Echter, dit zal niet in alle gevallen zo zijn. Wij hopen de komende jaren op feedback uit het veld en/of verdere ontwikkelingen. As-III en IV staan standaard ingesteld als niet interfererend met een behandeling op As-I. Persoonlijkheidsstoornissen zijn standaard wel ingesteld als interfererend met een behandeling op As-I. Binnen het systeem kunnen indicaties worden aangepast, als naar het klinisch oordeel van de diagnosticus blijkt dat enige nuancering op zijn plaats is. Het echelonadvies zal automatisch mee veranderen. Het voordeel van werken met automatische beslisregels is dat het een hoop werk uit handen neemt. Het nadeel is dat, door het generalistische karakter van het verwijsmodel niet voorzien wordt in alle uitzonderingsgevallen. Het systeem maakt keuzes op basis van gesloten vragen en kan hierbij geen onderscheid maken tussen lichte/niet interfererende problematiek en zware/wel interfererende problematiek op As-II, III of IV. Het systeem is een hulpmiddel om efficiënter en beter te kunnen triëren, waarbij ook de klinische blik een belangrijke rol speelt. Handleiding TeleScreen 37

39 8. Literatuur Babor, T.F., Higgins-Biddle, J.C., Saunders, J.B., & Monteiro, M.G. (2001). AUDIT: The Alcohol Use Disorders Identification Test: Guidelines for use in primary care (2nd ed.). Geneva: World Health Organization. Buchanan, T. (2000). Potential of the Internet for personality research. In M. H. Birnbaum (Ed.), Psychological experiments on the Internet (pp ). San Diego, CA: Academic Press. Buchanan, T. (2001). Online personality assessment. In U.-D. Reips & M.Bosnjak (Eds.), Dimensions of Internet science (pp ). Lengerich, Germany: Pabst Science Publishers. Buchanan, T., & Smith, J. L. (1999a). Research on the Internet: Validation of a World-Wide Web mediated personality scale. Behavior Research Methods, Instruments, & Computers, 31, Buchanan, T., & Smith, J. L. (1999b). Using the Internet for psychological research: Personality testing on the World-Wide Web. British Journal of Psychology, 90, Bureau HHM Onderzoek en Advies, Bakker, P., Jansen, P., Generalistische Basis GGZ Verwijsmodel en Productbeschrijvingen Davis, R. N. (1999). Web-based administration of a personality questionnaire: Comparison with traditional methods. Behavior Research Methods, Instruments, & Computers, 31, Dawson, D.A., Grant, B.F., Stinson, F.S., Chou, P.S., Huang, B., & Ruan, W.J. (2005a). Recovery from DSM-IV alcohol dependence: United States, Addiction, 100, Fairburn, C., & Harrison, J. (2003). Eating disorders. The Lancet, 361, Fairburn, C.G., & Beglin, S.J. (1994). The assessment of eating disorders. Interview or self-report questionnaire? International Journal of Eating Disorders, 16, Fairburn, C.G., & Cooper, Z. (1993). The Eating Disorder Examination (twelfth edition). In: C.G. Fairburn & G.T. Wilson (red.). Binge eating. Nature, assessment and treatment (pp ). New York: Guilford Press. First, M.B., Spitzer, R.L., Gibbon, M., e.a. (1996). Structured Clinical Interview for DSM IV Axis I Disorders (SCID I). Washington DC: Americain Psychiatric Press. Jansen, A. (2000). Eating Disorder Examination. Lisse: Swets & Zeitlinger. Handleiding TeleScreen 38

40 Maisto, S.A., McKay, J.R., & Conners, G.J. (1990). Self-report issues in substance abuse: State of the art and future directions. Behavioral Assessment, 12, National Institute on Alcohol Abuse and Alcoholism. (2005). Helping patients who drink too much: A clinician s guide. Rockville, MD: NIAAA/National Institutes of Health/U.S. Department of Health and Human Services. National Institute for Clinical Excellence (NICE). Eating disorders. Core interven-tions in the treatment and management of anorexia nervosa, bulimia nervosa and related eating disorders. Clinical Guideline 9. London, UK: National Health Service, National Collaborating Centre for Mental Health; January Available at: Accessed February 4, Saunders, J.B., Aasland, O.G., Babor, T.F., de la Fuente J.R., & Grant, M. (1993). Development of the Alcohol Use Disorders Identification Test (AUDIT): WHO collaborative project on early detection of persons with harmful alcohol consumption. Addiction, 88, Schoemaker C., & Ruiter C. de (Red.). (2003) Nationale Monitor Geestelijke gezondheid, Jaarboek Trimbos-instituut Utrecht. Strien, T. van, Frijters, J.E.R., Bergers, G.P.A., & Defares, P.B. (1986). Nederlandse Vragenlijst voor eetgedrag. Lisse: Swets & Zeitlinger. Landelijke Stuurgroep Multidisciplinaire Richtlijnontwikkeling in de GGZ (2011). Richtlijnherziening van de Multidisciplinaire richtlijn Angststoornissen (tweede revisie). Richtlijn voor de diagnostiek, behandeling en begeleiding van volwassen patiënten met een angststoornis. Trimbos-instituut. Tucker, J.A., (2003). Natural resolution of alcohol-related problems. In J.P. Allen & M. Gallanter (Eds.). Recent developments in alcoholism: Vol. XVI. Research in alcoholism treatment (pg ). New York: Plenum Press. Handleiding TeleScreen 39

41 Bijlage A. Items van de screening As-III-V 1. Wat is uw relatiestatus? 2. Heeft u kinderen? 3. Toelichting 4. Wat is uw hoogst voltooide opleiding? 5. Toelichting 6. Werkt u momenteel? (Lees voor werk ook school, studie of vrijwilligerswerk.) 7. Wat voor werk doet u? 8. Wat voor werk deed u in het verleden? 9. Hoelang bent u al thuis? 10. Wat is de reden van het thuis zijn? 11. Wat zijn uw hobby s of hoe besteedt u uw vrije tijd? 12. Omschrijf (beknopt) in uw eigen woorden waarvoor u hulp zoekt. 13. Hoelang is dit probleem al aanwezig? 14. Heeft u eerder psychische problemen gehad? 15. Toelichting 16. Gebruikt u medicatie voor uw psychische problemen? 17. Toelichting 18. Heeft u al eens een behandeltraject doorlopen bij een psycholoog, psychiater, psychotherapeut of maatschappelijk werker voor uw psychische problemen? 19. Toelichting 20. Welke categorie is het meest op u van toepassing? Lees alle categorieën door voordat u een keuze maakt. 21. Lijdt u momenteel aan (een) lichamelijke aandoening(en)? 22. Toelichting 23. Hoelang is/zijn deze lichamelijke aandoening(en) al aanwezig? 24. Bent u voor deze lichamelijke aandoening(en) in het afgelopen jaar naar de dokter geweest? 25. Gebruikt u medicatie voor deze lichamelijke aandoening(en)? 26. Toelichting 27. Hoe beoordeelt u uw algehele lichamelijke gezondheid? 28. Heeft u problemen binnen het gezin? (Bijvoorbeeld problemen met het ouderschap, onenigheid tussen kinderen, relatieproblemen, enz.) 29. Toelichting 30. Hoelang bestaan deze problemen al? 31. Heeft u problemen in uw sociale leven? (Bijvoorbeeld weinig vrienden of sociale activiteiten, verlies van een dierbare, discriminatie, enz.) 32. Toelichting 33. Hoelang bestaan deze problemen al? 34. Heeft u woonproblemen? (Bijvoorbeeld geen of een slechte woning, onveilige buurt, onenigheid met buren of huisbaas, enz.) 35. Toelichting 36. Hoelang bestaan deze problemen al? 37. Hoe beoordeelt u uw leefsituatie? 38. Heeft u momenteel problemen met onderwijs of scholing? (Bijvoorbeeld leer- of studieproblemen, ongeschikte schoolomgeving, enz.) Handleiding TeleScreen 40

42 39. Toelichting 40. Hoelang bestaan deze problemen al? 41. Heeft u werkproblemen? (Bijvoorbeeld (dreigende) werkeloosheid, moeilijke werkomstandigheden, ruzie met collega's of werkgever, enz.) 42. Toelichting 43. Hoelang bestaan deze problemen al? 44. Heeft u momenteel financiële problemen? (Bijvoorbeeld schulden, geen of te lage inkomsten, enz.) 45. Toelichting 46. Hoelang bestaan deze problemen al? 47. Heeft u momenteel problemen met justitie of politie? 48. Toelichting 49. Hoelang bestaan deze problemen al? 50. Hoe beoordeelt u uw mogelijkheden om een goed leven voor uzelf en uw naasten op te bouwen, geaccepteerd en verbonden te zijn met de mensen om u heen? 51. Als u dit met een schoolcijfer moet aangeven, hoeveel hoop heeft u dan dat de situatie gaat veranderen? 52. Als u dit met een schoolcijfer moet aangeven, hoeveel vertrouwen heeft u dan dat de situatie gaat veranderen? 53. Als u dit met een schoolcijfer moet aangeven, in hoeverre bent u dan bereid om tijd en moeite te steken in uw behandeling? Handleiding TeleScreen 41

43 Bijlage B. Items van de screening As-I Depressieve stoornis 1. Gedurende de afgelopen maand : was er een periode van twee weken waarin u zich bijna elke dag het grootste gedeelte van de dag gedeprimeerd of down voelde? 2. Gedurende de afgelopen maand : was er een periode van twee weken waarin u geen interesse of plezier in activiteiten had, waarvan u doorgaans wel geniet? 3. Heeft u, gedurende deze periode, bijna elke dag minder of juist meer eetlust of is uw gewicht af- of toegenomen zonder dat u dat wilde? 4. Heeft u, gedurende deze periode, bijna elke nacht moeite gehad met in slaap komen, wordt u vaak wakker, heeft u moeite met doorslapen, of wordt u te vroeg wakker, of slaapt u juist te veel? 5. Gedurende deze periode, spreekt of beweegt u trager dan anders, of bent u zenuwachtig, rusteloos of heeft u moeite met stilzitten, en dat bijna iedere dag? 6. Voelt u zich, gedurende deze periode, bijna iedere dag moe en futloos? 7. Voelt u zich, gedurende deze periode, bijna iedere dag waardeloos of schuldig? 8. Heeft u, gedurende deze periode, moeite met nadenken, concentreren of beslissingen nemen, en dat bijna iedere dag? 9. Gaat het, gedurende deze periode, zo slecht met u dat u vaak aan de dood denkt, of dat u denkt beter af te zijn als u dood zou zijn? 10. Maakten die klachten en symptomen het u erg moeilijk om uw werk te doen, zorg te dragen voor het huishouden, of met anderen om te gaan? 11. De klachten waar u toen last van had, begonnen die snel na het overlijden van een dierbaar persoon? 12. De klachten waar u toen last van had, begonnen die vlak nadat u drugs of medicijnen had gebruikt? 13. De klachten waar u toen last van had, begonnen die vlak nadat u een lichamelijke aandoening had gekregen? 14. De klachten waar u toen last van had, begonnen die binnen een maand na het krijgen van uw kind? 15. De klachten waar u toen last van had, begonnen die altijd in een specifiek seizoen of jaargetijde? Depressieve stoornis, in het verleden 16. Afgezien van de afgelopen maand, was er ooit in uw leven: een periode van twee weken waarin u zich bijna elke dag het grootste gedeelte van de dag gedeprimeerd of down voelde? 17. Afgezien van de afgelopen maand, was er ooit in uw leven: een periode van twee weken waarin u geen interesse of plezier in activiteiten had, waarvan u doorgaans wel geniet? 18. Was er ooit in uw leven, buiten de afgelopen periode die u zojuist beschreef: een periode van twee weken waarin u zich bijna elke dag het grootste gedeelte van de dag gedeprimeerd of down voelde? 19. Was er ooit in uw leven, buiten de afgelopen periode die u zojuist beschreef: een periode van twee weken waarin u geen interesse of plezier in activiteiten had, waarvan u doorgaans wel geniet? Handleiding TeleScreen 42

44 20. Had u gedurende die periode bijna elke dag minder of juist meer eetlust of is uw gewicht af- of toegenomen zonder dat u dat wilde? (Indien u meerdere periodes kende: neem de ergste in gedachten.) 21. Had u gedurende die periode bijna elke nacht moeite met in slaap komen, werd u vaak wakker, had u moeite met doorslapen of werd u te vroeg wakker of sliep u juist te veel? (Indien u meerdere periodes kende, neem dan de ergste in gedachten.) 22. Gedurende die periode, sprak of bewoog u trager dan anders, of was u zenuwachtig, rusteloos of had u moeite met stilzitten, en dat bijna iedere dag? (Indien u meerdere periodes kende, neem dan de ergste in gedachten.) 23. Voelde u zich, gedurende die periode, bijna iedere dag moe en futloos? (Indien u meerdere periodes kende: neem de ergste in gedachten.) 24. Voelde u zich, gedurende die periode, bijna iedere dag waardeloos of schuldig? (Indien u meerdere periodes kende, neem dan de ergste in gedachten.) 25. Had u, gedurende die periode, moeite met nadenken, concentreren of beslissingen nemen? En dat bijna iedere dag? (Indien u meerdere periodes kende, neem dan de ergste in gedachten.) 26. Ging het gedurende die periode zo slecht dat u vaak aan de dood dacht, of dat u dacht dat u beter af zou zijn als u dood zou zijn? (Indien u meerdere periodes kende, neem dan de ergste in gedachten.) 27. Maakten die klachten en symptomen het u erg moeilijk om uw werk te doen, zorg te dragen voor het huishouden, of met anderen om te gaan? (Indien u meerdere periodes kende, neem dan de ergste in gedachten.) 28. De klachten waar u toen last van had, begonnen die snel na het overlijden van een dierbaar persoon? 29. De klachten waar u toen last van had, begonnen die vlak nadat u drugs of medicijnen had gebruikt? 30. De klachten waar u toen last van had, begonnen die vlak nadat u een lichamelijke aandoening had gekregen? 31. De klachten waar u toen last van had, begonnen die binnen een maand na het krijgen van uw kind? 32. De klachten waar u toen last van had, begonnen die altijd in een specifiek seizoen of jaargetijde? 33. Hoeveel van deze episodes heeft u in het verleden meegemaakt? Dysthyme stoornis (wordt alléén uitgevraagd indien er geen sprake is van een depressieve stoornis) 34. Heeft u zich gedurende het grootste deel van de afgelopen twee jaren bedroefd, somber of depressief gevoeld? 35. Werd deze periode onderbroken door twee maanden of meer dat u zich wel goed voelde? 36. Was uw eetlust in die periode duidelijk veranderd? 37. Had u in die periode moeite met slapen of sliep u overmatig veel? 38. Voelde u zich in die periode moe of had u weinig energie? 39. Had u in die periode minder zelfvertrouwen? 40. Had u in die periode moeite met concentreren of beslissingen nemen? 41. Voelde u zich in die periode wanhopig? Handleiding TeleScreen 43

45 42. Maakten die klachten en symptomen het u erg moeilijk om uw werk te doen, zorg te dragen voor het huishouden, of met anderen om te gaan? 43. Hoe oud was u toen u de eerste verschijnselen van minimaal twee jaren durende somberheid begonnen? Suïcide 44. Dacht u ooit dat u beter af zou zijn wanneer u dood zou zijn? Of wenste u ooit dat u dood was? 45. De afgelopen maand : wilde u zichzelf iets aandoen? 46. De afgelopen maand : maakte u concrete plannen om een eind aan uw leven te maken? (Hier wordt bedoeld voorbereiden zoals een afscheidsbrief schrijven, pillen sparen, of op internet zoeken.) 47. In uw leven: deed u een zelfmoordpoging? 48. De afgelopen maand : ondernam u een zelfmoordpoging? 49. Heeft u momenteel : concrete of uitgewerkte plannen om een einde aan uw leven te maken? Bipolaire stoornis 50. Is er ooit een periode geweest waarin u zich gedurende ten minste één week voortdurend, abnormaal blij en uitgelaten voelde? 51. Was u zodanig blij en uitgelaten, dat uzelf of anderen vonden dat u zichzelf niet meer was, of dat u daardoor in problemen bent gekomen? 52. Bent u momenteel in zo'n periode waarin u zich uitzonderlijk blij en uitgelaten voelt? Bipolaire stoornis, huidig 53. Voelt u momenteel dat u dingen aankunt die anderen niet aankunnen, of dat u een bijzonder belangrijk iemand bent? 54. Heeft u momenteel veel minder behoefte aan slaap dan gewoonlijk en bent u al uitgerust en fit na amper een paar uur slaap? 55. Praat u momenteel zonder ophouden, of zo vlug dat u moeilijk te volgen bent? 56. Gaan de gedachten momenteel razendsnel en onophoudelijk door uw hoofd? 57. Bent u momenteel zelfs door kleine dingen afgeleid? 58. Bent u momenteel zo actief of lichamelijk rusteloos dat anderen zich zorgen maken om u? 59. Gaat u momenteel zo op in het doen van plezierige activiteiten, dat u geen oog heeft voor de risico's of de gevolgen? (Bijvoorbeeld koopzucht, roekeloos rijden, seksuele buitensporigheden.) 60. Gebruikte u drugs of medicijnen vlak voordat deze verschijnselen begonnen? 61. Had u een lichamelijke aandoening voordat de verschijnselen begonnen? 62. Duren de verschijnselen ten minste één week en hebben ze al tot oncontroleerbare problemen thuis, op het werk, dan wel op school geleid, of moet u worden opgenomen in een (psychiatrisch) ziekenhuis? 63. Heeft u, buiten de afgelopen periode, ooit een episode "boordevol energie" gehad? Handleiding TeleScreen 44

46 Bipolaire stoornis, in het verleden 64. Toen u in het verleden zo'n episode "boordevol energie" had: voelde u dat u dingen aankon die anderen niet aankonden, of dat u een bijzonder belangrijk iemand was? 65. Toen u in het verleden zo'n episode "boordevol energie" had: had u minder behoefte aan slaap dan gewoonlijk en was u al uitgerust en fit na amper een paar uur slaap? 66. Toen u in het verleden zo'n episode "boordevol energie" had: praatte u zonder ophouden, of zo vlug dat u moeilijk te volgen was? 67. Toen u in het verleden zo'n episode "boordevol energie" had: gingen de gedachten razendsnel en onophoudelijk door uw hoofd? 68. Toen u in het verleden zo'n episode "boordevol energie" had: was u zo gemakkelijk afgeleid dat kleine gebeurtenissen u al snel konden afleiden? 69. Toen u in het verleden zo'n episode "boordevol energie" had: was u zo actief of lichamelijk rusteloos dat anderen zich zorgen maakten om u? 70. Toen u in het verleden zo'n episode "boordevol energie" had: ging u zo op in het doen van plezierige activiteiten dat u geen oog had voor de risico's of de gevolgen? (Bijvoorbeeld koopzucht, roekeloos rijden, seksuele buitensporigheden.) 71. Gebruikte u drugs of medicijnen vlak voordat deze verschijnselen begonnen? 72. Had u een lichamelijke aandoening voordat deze verschijnselen begonnen? 73. Duurden de verschijnselen ten minste één week en hebben ze tot oncontroleerbare problemen thuis, op het werk, dan wel op school geleid, of moest u worden opgenomen in een (psychiatrisch) ziekenhuis? 74. Hoe oud was u toen u voor het eerst zo'n episode "boordevol energie" had? 75. Hoe vaak heeft u sindsdien duidelijk last gehad van dergelijke episodes "boordevol energie"? Schizofrenie 76. In uw leven, gedurende ten minste één maand en het grootste deel van de tijd aanwezig : nam u dingen waar (zien, horen, ruiken, voelen of proeven), die anderen niet konden waarnemen? 77. In uw leven, gedurende ten minste één maand en het grootste deel van de tijd aanwezig : hoorde u stemmen of geluiden die anderen niet konden waarnemen? (Het gaat hier niet om uw eigen gedachten, maar om stemmen of geluiden van buitenaf.) 78. In de afgelopen maand en het grootste deel van de tijd aanwezig : hoorde u stemmen of geluiden die anderen niet konden waarnemen? (Het gaat hier niet om uw eigen gedachten, maar om stemmen of geluiden van buitenaf.) 79. In uw leven, gedurende ten minste één maand en het grootste deel van de tijd aanwezig : hoorde u stemmen die voortdurend commentaar leverden op uw gedachten of gedrag? (Het gaat hier niet om uw eigen gedachten, maar om stemmen van buitenaf.) 80. In de afgelopen maand en het grootste deel van de tijd aanwezig : hoorde u stemmen die voortdurend commentaar leverden op uw gedachten of gedrag? (Het gaat hier niet om uw eigen gedachten, maar om stemmen van buitenaf.) 81. In uw leven, gedurende ten minste één maand en het grootste deel van de tijd aanwezig : hoorde u stemmen in uw hoofd met elkaar praten? (Het gaat hier niet om uw eigen gedachten, maar om stemmen van buitenaf.) Handleiding TeleScreen 45

47 82. In de afgelopen maand en het grootste deel van de tijd aanwezig : hoorde u stemmen in uw hoofd met elkaar praten? (Het gaat hier niet om uw eigen gedachten, maar om stemmen van buitenaf.) 83. In uw leven, gedurende ten minste één maand en het grootste deel van de tijd aanwezig : zag u dingen, die anderen niet konden zien? (Het gaat hier om een niet normale beleving, zoals het zien van geesten, vreemde kleuren, objecten of personen die anderen niet kunnen zien.) 84. In de afgelopen maand en het grootste deel van de tijd aanwezig : zag u dingen, die anderen niet konden zien? (Het gaat hier om een niet normale beleving, zoals het zien van geesten, vreemde kleuren, objecten of personen die anderen niet kunnen zien.) 85. In uw leven, gedurende ten minste één maand en het grootste deel van de tijd aanwezig : rook u vreemde dingen, die anderen niet konden ruiken? (Het gaat hier om een niet normale beleving, die niet het gevolg is van bijvoorbeeld een erg goed ontwikkeld reukorgaan.) 86. In de afgelopen maand en het grootste deel van de tijd aanwezig : rook u vreemde dingen, die anderen niet konden ruiken? (Het gaat hier om een niet normale beleving, die niet het gevolg is van bijvoorbeeld een erg goed ontwikkeld reukorgaan.) 87. Verstoorden deze ervaringen uw sociaal of beroepsmatig functioneren, of gaven ze problemen in de contacten met anderen of in de verzorging van uzelf? 88. In uw leven, gedurende ten minste één maand en het grootste deel van de tijd aanwezig : gaven de mensen in uw omgeving aan dat ze u niet goed konden volgen, omdat u vreemd of warrig sprak? 89. In de afgelopen maand en het grootste deel van de tijd aanwezig : gaven de mensen in uw omgeving aan dat ze u niet goed konden volgen, omdat u vreemd of warrig sprak? 90. In uw leven, gedurende ten minste één maand en het grootste deel van de tijd aanwezig : was u continu de draad van het gesprek kwijt? 91. In de afgelopen maand en het grootste deel van de tijd aanwezig : was u continu de draad van het gesprek kwijt? 92. Verstoorden deze ervaringen uw sociaal of beroepsmatig functioneren, of gaven ze problemen in de contacten met anderen of in de verzorging van uzelf? 93. In uw leven, gedurende ten minste één maand en het grootste deel van de tijd aanwezig : was u zo chaotisch en verward, dat u niet meer goed kon functioneren? 94. In de afgelopen maand en het grootste deel van de tijd aanwezig : was u zo chaotisch en verward, dat u niet meer goed kon functioneren? 95. In uw leven, gedurende ten minste één maand en het grootste deel van de tijd aanwezig : nam u wisselend vreemde lichamelijke houdingen aan, of kon u zich juist niet bewegen? 96. In de afgelopen maand en het grootste deel van de tijd aanwezig : nam u wisselend vreemde lichamelijke houdingen aan, of kon u zich juist niet bewegen? 97. Verstoorden deze ervaringen uw sociaal of beroepsmatig functioneren, of gaven ze problemen in de contacten met anderen of in de verzorging van uzelf? 98. In uw leven, gedurende ten minste één maand en het grootste deel van de tijd aanwezig : had u het gevoel dat uw gedachten, gevoel, of spraak zodanig afgevlakt waren dat u buiten het normale leven leek te staan? 99. In de afgelopen maand en het grootste deel van de tijd aanwezig : had u het gevoel dat uw gedachten, gevoel, of spraak zodanig afgevlakt waren dat u buiten het normale leven leek te staan? 100. Verstoorden deze ervaringen uw sociaal of beroepsmatig functioneren, of gaven ze problemen in de contacten met anderen of in de verzorging van uzelf? Handleiding TeleScreen 46

48 101. Gebruikte u drugs of medicijnen vlak voordat deze verschijnselen begonnen? 102. Had u een lichamelijke aandoening vlak voordat deze verschijnselen begonnen? 103. Hoe lang was de langste periode waarin u de zojuist genoemde gedachten of ervaringen had? 104. Werd u behandeld met medicijnen of werd u opgenomen in een ziekenhuis vanwege deze gedachten of ervaringen, of vanwege de moeilijkheden die daardoor ontstonden? 105. Hoelang was de langste periode dat u met medicijnen behandeld werd, of opgenomen was vanwege deze gedachten of ervaringen? 106. Heeft u die gedachten en ervaringen ooit twee weken of meer gehad, terwijl u zich toen niet depressief, opgewonden of prikkelbaar voelde? ADHD 107. Had u als kind vaak moeite om voldoende aandacht te geven aan details en maakte u daardoor fouten in uw schoolwerk of andere activiteiten? 108. Had u als kind vaak moeite om uw aandacht bij taken of spel te houden? 109. Had u als kind vaak moeite om te luisteren als u aangesproken werd? 110. Had u als kind vaak moeite met het opvolgen van aanwijzingen? 111. Had u als kind vaak moeite met het afmaken van schoolwerk of karweitjes? 112. Had u als kind vaak moeite met het organiseren van taken en activiteiten? 113. Ging u als kind vaak taken of activiteiten uit de weg, waarbij u zich langdurig moest concentreren? 114. Raakte u als kind vaak dingen kwijt die u nodig had voor taken of bezigheden? (Bijvoorbeeld speelgoed, huiswerk, potloden, boeken, of gereedschap.) 115. Was u als kind gemakkelijk afgeleid door de dingen die om u heen gebeurden? 116. Vergat u als kind vaak afspraken of taken? 117. Bewoog u als kind vaak onrustig? (Bijvoorbeeld met handen of voeten bewegen of in uw stoel draaien.) 118. Kon u moeilijk stil zitten zelfs in situaties waar dat nodig was? 119. Rende u als kind vaak rond of klom u overal in, ook als dit ongepast was? 120. Had u als kind vaak moeite om rustig te spelen, of u bezig te houden met ontspannende activiteiten? 121. Was u als kind vaak in de weer of draafde u maar door? 122. Praatte u als kind vaak aan één stuk door? 123. Gaf u als kind vaak al antwoord voordat de ander zijn vraag had afgemaakt? 124. Had u als kind vaak moeite met uw beurt afwachten? 125. Verstoorde u als kind vaak bezigheden van anderen, of drong u zich op? 126. Had u deze net benoemde verschijnselen van drukte, impulsiviteit en/of onoplettendheid al vóór uw zevende jaar? (Indien u zich dat niet kunt herinneren mag u ja antwoorden) 127. Hebben deze verschijnselen van drukte, impulsiviteit en/of onoplettendheid, geleid tot problemen thuis, op school of met vriendjes? 128. Heeft u ook nu nog vaak moeite om voldoende aandacht te geven aan details en maakt u daardoor fouten in taken of bij andere activiteiten? 129. Heeft u ook nu nog vaak moeite om uw aandacht bij taken of andere activiteiten te houden? 130. Heeft u ook nu nog vaak moeite om te luisteren als u aangesproken wordt? 131. Heeft u ook nu nog vaak moeite met het opvolgen van aanwijzingen? Handleiding TeleScreen 47

49 132. Heeft u ook nu nog vaak moeite met het afmaken van werk of klussen? 133. Heeft u ook nu nog vaak moeite met het organiseren van taken en activiteiten? 134. Gaat u ook nu nog vaak taken of activiteiten uit de weg, waarbij u zich langdurig moet concentreren? 135. Raakt u ook nu nog vaak dingen kwijt die u nodig heeft voor taken of bezigheden? (Bijvoorbeeld pennen, boeken of gereedschap.) 136. Bent u ook nu nog gemakkelijk afgeleid door dingen die om u heen gebeuren? 137. Vergeet u ook nu nog vaak afspraken of taken? 138. Beweegt u ook nu nog vaak onrustig? (Bijvoorbeeld met handen of voeten bewegen of in uw stoel draaien.) 139. Kunt u ook nu nog moeilijk stil zitten, zelfs in situaties waar dat nodig is? 140. Voelt u zich ook nu nog vaak rusteloos? 141. Heeft u ook nu nog vaak moeite om u bezig te houden met ontspannende activiteiten? 142. Bent u ook nu nog vaak in de weer of draaft u maar door? 143. Praat u ook nu nog vaak aan één stuk door? 144. Geeft u ook nu nog antwoord voordat de ander zijn vraag heeft afgemaakt? 145. Heeft u ook nu nog moeite met uw beurt afwachten? 146. Verstoort u ook nu nog vaak bezigheden van anderen, of dringt u zich op? 147. Hebben deze net door u benoemde verschijnselen van drukte, impulsiviteit en/of onoplettendheid geleid tot duidelijke problemen in twee of meer van de volgende situaties: op school, op het werk, thuis of bij familie of vrienden? Pervasieve ontwikkelingsstoornissen 148. Vindt u het moeilijk om oogcontact te maken? 149. Lukt het u om vriendschappen te ontwikkelen met leeftijdsgenoten? 150. Vindt u het prettig om het anderen te vertellen als u iets bereikt heeft, of iets leuks heeft meegemaakt? 151. Wanneer anderen iets voor u doen, heeft u dan de behoefte om iets terug te doen? 152. Wanneer anderen interesse in u tonen, gaat u hier dan op in? 153. Heeft u veel moeite met het inschatten hoe een ander zich voelt, of geven andere mensen aan dat u hen niet goed aanvoelt? 154. Heeft u hobby s of interesses waaraan u zoveel tijd besteedt en waar u in opgaat, dat u vergeet te eten, later gaat slapen, of andere verplichting aan de kant schuift? 155. Heeft u routines of rituelen waar u moeilijk van kunt afwijken? (Bijvoorbeeld bepaalde eetgewoontes, manier van aankleden, vaste volgorde van activiteiten.) 156. Bent u van slag als deze routines of rituelen worden verstoord? 157. Heeft u bepaalde lichamelijke bewegingen die u telkens opnieuw herhaalt? (Bijvoorbeeld fladderen of draaien met uw armen, bewegingen met het hele lichaam.) 158. Bent u zodanig gefascineerd door kleine onderdelen dat u het grotere geheel mist? 159. Had u als kind meer moeite met leren praten dan uw leeftijdsgenoten? 160. Is het voor u moeilijk om een gesprek aan te gaan of gaande te houden? 161. Herhaalt u vaak dezelfde woorden, of vinden anderen uw taalgebruik eigenaardig? 162. Vindt u het moeilijk om mee te doen, of zich in te leven, in fantasiespellen van anderen? Handleiding TeleScreen 48

50 Paniekstoornis 163. Heeft u meer dan eens een "aanval" gehad waarbij u plotseling allerlei lichamelijke klachten kreeg, u zich onbehaaglijk voelde of waarbij u zich plotseling bang of angstig voelde? 164. Bereikte zo'n aanval een piek binnen tien minuten? 165. Kwamen die aanvallen ooit onverwacht, spontaan, onvoorspelbaar of zonder enige aanleiding? 166. Was u na zo'n aanval ooit een maand of langer bang een nieuwe aanval te krijgen, of was u ongerust over de mogelijke gevolgen van zo'n aanval? 167. Tijdens de ergste aanval die u zich kunt herinneren: had u een bonzend, overslaand hart of hartkloppingen? 168. Tijdens de ergste aanval die u zich kunt herinneren: had u zweterige of klamme handen? 169. Tijdens de ergste aanval die u zich kunt herinneren: had u last van trillen of beven? 170. Tijdens de ergste aanval die u zich kunt herinneren: was u kortademig of had u moeite met ademen? 171. Tijdens de ergste aanval die u zich kunt herinneren: had u het gevoel te stikken of had u een brok in de keel? 172. Tijdens de ergste aanval die u zich kunt herinneren: voelde u pijn, druk of een beklemmend gevoel op de borst? 173. Tijdens de ergste aanval die u zich kunt herinneren: voelde u zich misselijk, had u last van uw maag of plotselinge diarree? 174. Tijdens de ergste aanval die u zich kunt herinneren: voelde u zich duizelig, onvast op de benen, licht in het hoofd of had u het gevoel flauw te zullen vallen? 175. Tijdens de ergste aanval die u zich kunt herinneren: leek uw omgeving vreemd, niet echt, ver weg, niet vertrouwd? Leek het alsof u buiten een deel van uzelf of uw hele lichaam stond? 176. Tijdens de ergste aanval die u zich kunt herinneren: was u bang de controle te verliezen of gek te worden? 177. Tijdens de ergste aanval die u zich kunt herinneren: was u bang om dood te gaan? 178. Tijdens de ergste aanval die u zich kunt herinneren: had u tintelingen of een verdoofd gevoel ergens in uw lichaam? 179. Tijdens de ergste aanval die u zich kunt herinneren: had u last van opvliegers of koude rillingen? 180. Gebruikte u drugs of medicijnen vlak voordat deze verschijnselen begonnen? 181. Had u een lichamelijke aandoening vlak voordat deze symptomen begonnen? 182. Had u de afgelopen maand twee of meer van zulke aanvallen? 183. Verstoren deze aanvallen, of de gevolgen daarvan (zoals angst voor een nieuwe aanval), uw werk of sociaal functioneren, of het functioneren op belangrijke terreinen? (Bijvoorbeeld door voortdurende ongerustheid over het krijgen van een nieuwe aanval, bezorgdheid over de gevolgen, of u bent zich anders gaan gedragen door de aanvallen.) Agorafobie 184. Is er bij u sprake van een buitensporige angst in situaties waaruit ontsnappen moeilijk of gênant zou zijn, of waar moeilijk hulp geboden kan worden? (Bijvoorbeeld in een menigte, wachten in een rij, reizen met het openbaar vervoer.) 185. Is de angst momenteel zo groot dat u die situaties vermijdt, of dat u ze niet aangaat zonder dat er iemand bij u is? Handleiding TeleScreen 49

51 Sociale fobie 186. Ontstaat er bij u veel angst als u iets moet doen of presteren in een sociale situatie (bijvoorbeeld op school, werk, feestje, kroeg, vergadering), waarbij mogelijk onbekenden aanwezig zijn of kritiek kan volgen? 187. Is de ontstane angst naar uw mening veel intenser en heviger dan passend in die situatie? 188. Bent u zo bang dat u de gevreesde situatie vermijdt, of deze met intense angst moet doorstaan? 189. Verstoort deze angst in belangrijke mate uw werk of sociaal functioneren, of veroorzaakt het duidelijk lijden of ongemak? 190. Geldt deze angst in de meeste sociale situaties? (Bijvoorbeeld zowel op school, werk, feestje, vergadering, etc.) Specifieke fobie 191. Was u de afgelopen maand overdreven bang voor heel specifieke zaken zoals vliegen, autorijden, hoogten, kleine ruimtes, stormen, dieren, insecten, het zien van bloed of naalden? 192. Vindt u deze angst overdreven en eigenlijk zonder reden? 193. Welke angst is overdreven of onterecht? 194. Bent u zo bang dat u deze situaties vermijdt, of ze doorstaat, maar dan met een intense angst? 195. Verstoort deze angst uw gewone werk of sociaal functioneren, of het functioneren op andere belangrijke terreinen? Obsessieve Compulsieve stoornis 196. Werd u de afgelopen maand geplaagd door gedachten, neigingen of beelden, die ongewenst, walgelijk, ongepast, opdringerig of verontrustend waren? (Bijvoorbeeld het idee dat u vuil of besmet was, de vrees dat u anderen ongewild zou schaden, de gedachte om uzelf of een ander iets aan te doen, of gedachten van seksuele aard die u beangstigden.) 197. Houden deze opdringerige gedachten aan, of komen zij telkens weer terug? 198. Probeert u deze gedachten, impulsen of voorstellingen te negeren, te onderdrukken of te neutraliseren met een andere gedachte of handeling? 199. Hebben de gedachten direct betrekking op iets wat u pas geleden heeft meegemaakt, of u pas geleden is overkomen? (bijvoorbeeld zorgen over problemen op het werk, of telkens denken aan een ruzie of iets wat u fout heeft gedaan) Selecteer "Ja", indien uw gedachten/zorgen vooral betrekking hebben op iets wat u pas geleden heeft meegemaakt of ondergaan Voelt u zich door opdringerige, vervelende gedachte(n) of regel(s) gedwongen tot het verrichten van telkens herhalend gedrag (bijvoorbeeld schoonmaken, handen wassen, opruimen, controleren), of psychische bezigheden (bijvoorbeeld bidden, tellen, woorden herhalen)? 201. Geef aan welke handelingen u herhaalt Zijn de dwanggedachten of dwanghandelingen er op gericht om een bepaalde gevreesde situatie te voorkomen of om psychisch ongemak te verminderen? 203. Verstoorden deze dwanggedachten of dwanghandelingen uw gewone bezigheden, uw werk, uw sociaal leven, uw relaties, of namen ze meer dan een uur per dag in beslag? 204. Gebruikte u drugs of medicijnen juist voordat deze verschijnselen begonnen? Handleiding TeleScreen 50

52 205. Had u een lichamelijke aandoening juist voordat deze symptomen begonnen? PTSS 206. Heeft u ooit een extreem schokkende gebeurtenis gezien, of was u daarbij betrokken? Bedoeld wordt een gebeurtenis die te maken heeft met de dood of met directe dreiging van de dood, of een gebeurtenis waarbij ernstig letsel was of seksuele grenzen werden overschreden, niet alleen van uzelf, maar ook van iemand anders, terwijl u daar getuige van was? 207. Had u gedurende de afgelopen maand nare en verstorende herbelevingen van die gebeurtenis? (Bijvoorbeeld dromen, nachtmerries, intense herinneringen, flashbacks of lichamelijke reacties.) 208. Bent u sinds dat trauma extra prikkelbaar of had u woede uitbarstingen? 209. Bent u na die extreem schokkende gebeurtenis dingen gaan vermijden die u daaraan herinneren? Gegeneraliseerde Angststoornis 210. Gedurende ten minste de afgelopen zes maanden : had u buitengewoon veel bange voorgevoelens en bezorgdheid over allerlei vervelende dingen die kunnen gebeuren? 211. Maakt u zich daadwerkelijk over alles zorgen? Selecteer nee, indien uw zorgen zich beperken tot enkele situaties of thema s (Zoals: slechts mijn kinderen, relaties of werk.) 212. Deze bezorgdheid over dingen die zouden kunnen gebeuren, is die vaker wel dan niet aanwezig? 213. Vindt u het moeilijk om deze angsten en bezorgdheid in de hand te houden? (U merkt bijvoorbeeld dat u het moeilijk vindt om de aandacht gericht te houden op datgene waarmee u bezig bent.) 214. Wanneer u zich zo angstig en bezorgd voelde in de afgelopen zes maanden, was er dan meestal sprake van: rusteloosheid, opgewonden of geïrriteerd zijn? 215. Wanneer u zich zo angstig en bezorgd voelde in de afgelopen zes maanden, was er dan meestal sprake van: spierspanning? 216. Wanneer u zich zo angstig en bezorgd voelde in de afgelopen zes maanden, was er dan meestal sprake van: moeheid, zwak gevoel of snel uitgeput zijn? 217. Wanneer u zich zo angstig en bezorgd voelde in de afgelopen zes maanden, was er dan meestal sprake van: moeite met concentreren, black-outs (het ineens niet meer weten)? 218. Wanneer u zich zo angstig en bezorgd voelde in de afgelopen zes maanden, was er dan meestal sprake van: een prikkelbaar gevoel? 219. Wanneer u zich zo angstig en bezorgd voelde in de afgelopen zes maanden, was er dan meestal sprake van: slaapstoornissen (moeite met inslapen, wakker worden 's nachts, te vroeg ontwaken of overmatig slapen)? 220. Gaven deze angstverschijnselen u veel spanning, of verstoorden ze uw functioneren op uw werk of sociaal of op andere gebieden van uw leven? Handleiding TeleScreen 51

53 Alcoholafhankelijkheid 221. Heeft u de afgelopen 12 maanden bij drie of meer gelegenheden zes of meer glazen alcohol gedronken? 222. De afgelopen 12 maanden : heeft u gemerkt dat u meer alcohol moest gebruiken om hetzelfde effect te hebben dat u had toen u begon te drinken? 223. De afgelopen 12 maanden : wanneer u minder alcohol dronk, beefden uw handen dan, had u last van transpireren of voelde u zich dan rusteloos, of dronk u alcohol om verschijnselen zoals trillen, transpireren en onrust te vermijden, of om geen kater te hebben? 224. De afgelopen 12 maanden : is het u ooit opgevallen dat u vaak meer alcohol dronk, of gedurende langere periodes, dronk dan u aanvankelijk had gepland? 225. De afgelopen 12 maanden : heeft u geprobeerd minder te drinken of te stoppen, maar lukte dat niet? 226. De afgelopen 12 maanden : spendeerde u een deel groot van de tijd aan het verkrijgen van alcohol, het drinken of aan het bijkomen van de effecten van het drinken? 227. De afgelopen 12 maanden : was u minder bezig met uw werk, uw hobby's of minder met anderen samen omdat u dronk? 228. De afgelopen 12 maanden : bent u verder blijven drinken hoewel u wist dat het u lichamelijke en geestelijke problemen veroorzaakte? Alcoholmisbruik 229. De afgelopen 12 maanden : bent u meer dan eens aangeschoten of dronken geweest, of had u een kater terwijl u verplichtingen had op school, op het werk of thuis en veroorzaakte dat problemen? Selecteer alleen "Ja" in geval van problemen 230. De afgelopen 12 maanden : bent u onder invloed geweest als dat lichamelijke risico's met zich meebracht? 231. De afgelopen 12 maanden : bent u in aanraking gekomen met justitie door het alcoholgebruik? (Bijvoorbeeld een arrestatie, wangedrag.) 232. De afgelopen 12 maanden : bent u verder blijven drinken terwijl u wist dat dit problemen met uw familie of omgeving veroorzaakte? Afhankelijkheid van drugs (en andere middelen), huidig 233. Selecteer de middelen die u ooit met enige regelmaat heeft gebruikt Heeft u de afgelopen 12 maanden gebruikt? 235. Welke middelen heeft u de afgelopen 12 maanden gebruikt: 236. Heeft u gemerkt dat u steeds meer nodig had om hetzelfde effect te bereiken dan toen u het middel begon te nemen? 237. Had u ontwenningsverschijnselen toen u het verminderde of stopte (pijn, beven, koorts, flauwte, diarree, misselijkheid, slaapstoornissen, onrust, transpireren, hartkloppingen, gespannenheid, angst, prikkelbaarheid, somberheid), of gebruikte u iets om ontwenningsverschijnselen te voorkomen of om u beter te voelen? 238. Is het u ooit opgevallen dat u vaak meer van het middel, of gedurende langere periodes, gebruikte dan u aanvankelijk had gepland? 239. Heeft u tevergeefs geprobeerd het gebruik van het middel te verminderen of te stoppen? Handleiding TeleScreen 52

54 240. Als u het middel gebruikte, spendeerde u een groot deel van de tijd aan het verkrijgen, gebruiken of herstellen van het middel? 241. Was u minder bezig met uw werk, uw hobby's, uw familie en vrienden door het gebruik van het middel? 242. Bent u het middel blijven gebruiken hoewel het u lichamelijke of geestelijke problemen gaf? Misbruik van drugs (en andere middelen), huidig 243. Bent u onder invloed of 'high' geweest, of had u een kater terwijl u verplichtingen had op school, op het werk of thuis en veroorzaakte dit problemen? Selecteer alleen "Ja" in geval van problemen 244. Bent u onder invloed of 'high' geweest in een situatie waarin dat gevaarlijk kon zijn? 245. Bent u in aanraking gekomen met justitie door het middelengebruik? (Bijvoorbeeld een arrestatie, wangedrag.) 246. Bent u de middelen verder blijven gebruiken ondanks het feit dat dit problemen met familie en omgeving veroorzaakte? Afhankelijkheid van drugs (en andere middelen), in het verleden 247. Heeft u gemerkt dat u steeds meer nodig had om hetzelfde effect te bereiken dan toen u het middel begon te nemen? 248. Had u ontwenningsverschijnselen toen u het verminderde of stopte (pijn, beven, koorts, flauwte, diarree, misselijkheid, slaapstoornissen, onrust, transpireren, hartkloppingen, gespannenheid, angst, prikkelbaarheid, somberheid), of gebruikte u iets om ontwenningsverschijnselen te voorkomen of om u beter te voelen? 249. Is het u ooit opgevallen dat u vaak meer van het middel, of gedurende langere periodes, gebruikte dan u aanvankelijk had gepland? 250. Heeft u tevergeefs geprobeerd het gebruik van het middel te verminderen of te stoppen? 251. Als u het middel gebruikte, spendeerde u een groot deel van de tijd aan het verkrijgen, gebruiken of herstellen van het middel? 252. Was u minder bezig met uw werk, uw hobby's, uw familie en vrienden door het gebruik van het middel? 253. Bent u het middel blijven gebruiken hoewel het u lichamelijke of geestelijke problemen gaf? Misbruik van drugs (en andere middelen), in het verleden 254. Bent u onder invloed of 'high' geweest of had u een kater terwijl u verplichtingen had op school, op het werk of thuis en veroorzaakte dit problemen? Selecteer alleen "Ja" in geval van problemen 255. Bent u onder invloed of 'high' geweest in een situatie waarin dat gevaarlijk kon zijn? 256. Bent u in aanraking gekomen met justitie door het middelengebruik? (Bijvoorbeeld een arrestatie, wangedrag.) Handleiding TeleScreen 53

55 257. Bent u de middelen verder blijven gebruiken ondanks het feit dat dit problemen met familie en omgeving veroorzaakte? Anorexia Nervosa 432. Hoe lang bent u in cm? (Bijvoorbeeld u bent 1,80 meter lang, vul dan 180 in.) 433. Wat was uw laagste gewicht de afgelopen drie maanden (in kg)? 434. Heeft u geprobeerd uw gewicht gelijk te houden, of zelfs af te vallen, ondanks uw lage gewicht? 435. Was u bang aan te komen of dik te worden ondanks uw lage gewicht? 436. Vindt u uzelf, of delen van uw lichaam, te dik? 437. Hebben uw gewicht en uw figuur een grote invloed op het beeld dat u van uzelf heeft? 438. Vindt u uw huidige lichaamsgewicht te laag? 439. Zijn alle verwachte menstruaties de afgelopen drie maanden uitgebleven (behalve in geval van zwangerschap)? Bulimia Nervosa 440. Heeft u de afgelopen drie maanden eetbuien gehad, waarbij u binnen een tijdsbestek van twee uur buitensporig grote hoeveelheden voedsel at? 441. Heeft u de afgelopen drie maanden dergelijke eetbuien ten minste tweemaal per week gehad? 442. Had u bij die eetbuien het gevoel dat u het eten niet meer onder controle had of het niet kon stoppen? 443. Heeft u geprobeerd deze eetbuien te compenseren of gewichtstoename te voorkomen door bijvoorbeeld te braken, te vasten, extra te bewegen of (laxeer)middelen te gebruiken? 444. Houdt u zichzelf geregeld bezig met zelfopgewekt braken, gebruikt u teveel laxeermiddelen, plaspillen of klysmata? Somatisatie- en Pijnstoornis 445. Heeft u regelmatig last van lichamelijke klachten zoals: pijn, chronische vermoeidheid, duizeligheid, maag/darm problemen, seksuele klachten, problemen met de zintuigen of spierzwakte? 446. Van welke lichamelijke klachten heeft u regelmatig last? (Meerdere antwoorden zijn mogelijk) 447. Lijdt u erg onder deze lichamelijke klachten, of verstoren deze lichamelijke klachten in belangrijke mate uw sociaal of beroepsmatig functioneren of op andere belangrijke terreinen? 448. Is lichamelijke pijn de klacht waar u het meeste last van heeft? U kunt hierbij nee antwoorden indien er geen sprake is van pijn, of indien u ook veel hinder ondervindt van andere lichamelijke klachten Zijn deze lichamelijke klachten medisch onderzocht of beoordeeld door een arts? 450. Konden uw lichamelijke klachten op grond van dat onderzoek worden toegeschreven aan een aantoonbare lichamelijke aandoening/ziekte of het effect van een middel (zoals drugs of medicijnen)? Selecteer "Nee", indien de klachten niet, of slechts deels, door een lichamelijke oorzaak verklaard konden worden. Handleiding TeleScreen 54

56 451. Zijn de lichamelijke klachten of beperkingen ernstiger, of meer beperkend dan verwacht op basis van het medisch onderzoek, of medische verklaring? 452. Zijn de lichamelijke klachten begonnen vóór het dertigste levensjaar? 453. Zijn de lichamelijke klachten ten minste zes maanden aanwezig? 454. Is er in uw leven sprake geweest van vier of meer verschillende pijnklachten? 455. Is er in uw leven sprake geweest van twee of meer verschillende klachten van de maag, darm of spijsverteringskanaal? (Bijvoorbeeld misselijkheid, braken, opgeblazen gevoel, diarree, intolerantie voor bepaalde voedingsmiddelen of verstoppingen.) 456. Is er in uw leven sprake geweest van één of meer verschillende klachten van seksuele aard? (Bijvoorbeeld seksuele onverschilligheid, erectieproblemen, onregelmatige ongesteldheid, of overvloedige menstruele bloedingen.) 457. Is er in uw leven sprake geweest van één of meer van de volgende symptomen: verlamming, spierzwakte, slikproblemen, dubbel zien, blindheid, doofheid, evenwichtsproblemen, flauwvallen of vermoeidheid? Hypochondrie 458. Heeft u zich de afgelopen zes maanden vaak zorgen gemaakt dat u mogelijk een ernstige, levensbedreigende lichamelijke ziekte zou hebben? 459. Heeft u vanwege deze vrees voor een ernstige ziekte vaker aangedrongen op onderzoek door de huisarts of door een specialist? 460. Bleef de vrees voor een ernstige ziekte aanwezig ondanks geruststelling door de arts, of kwam de vrees binnen enkele dagen na de geruststelling alweer terug? 461. Is deze vrees zo ernstig dat u daardoor belemmerd wordt in uw functioneren? (Bijvoorbeeld in uw werk of in uw sociale activiteiten.) Stoornis in de lichaamsbeleving 462. Bent u zo bezorgd over een uiterlijk kenmerk of mankement dat het op dit moment uw leven beheerst? (Bijvoorbeeld u kunt aan niets anders meer denken en/of komt bijna niet meer aan andere dingen toe.) 463. Welk uiterlijk mankement? 464. Bent u vrijwel elke dag buitensporig veel tijd kwijt aan het bezig zijn met dit uiterlijk mankement? 465. Vinden andere mensen en/of uw arts dat deze bezorgdheid overdreven is? 466. Verstoort dit bezig zijn met uw uiterlijk in belangrijke mate uw sociaal of beroepsmatig functioneren, of het functioneren op belangrijke andere terreinen? Depressieve stoornis NAO (Premenstruele dysforie) 467. Werden in het afgelopen jaar de meeste van uw menstruaties voorafgegaan door een duidelijke verandering van stemming, gedurende een periode van ongeveer één week? 468. Gedurende deze perioden: ondervindt u problemen bij uw normale activiteiten of uw contacten, bent u dan minder efficiënt in uw werk of vermijdt u andere mensen? Handleiding TeleScreen 55

57 469. Gedurende deze perioden: voelt u zich triest, neerslachtig, depressief, wanhopig, vol zelfkritiek? 470. Gedurende deze perioden: bent u bijzonder angstig, gespannen, opgewonden of prikkelbaar? 471. Gedurende deze perioden: kunt u zich plotseling somber of huilerig voelen, of bent u bijzonder gevoelig voor het commentaar van anderen? 472. Gedurende deze perioden: voelt u zich prikkelbaar, boos of zoekt u ruzie? 473. Gedurende deze perioden: heeft u minder interesse in uw dagelijkse activiteiten, zoals uw werk, hobby's, contacten met vrienden? 474. Gedurende deze perioden: heeft u moeite met concentreren? 475. Gedurende deze perioden: voelt u zich uitgeput, bent u snel vermoeid of heeft u weinig energie? 476. Gedurende deze perioden: verandert uw eetlust, eet u teveel of heeft u overmatige trek in bepaalde etenswaren? 477. Gedurende deze perioden: heeft u moeite met slapen of slaapt u overmatig veel? 478. Gedurende deze perioden: voelt u zich onder de voet gelopen of zonder controle? 479. Gedurende deze perioden: heeft u lichamelijke klachten zoals gevoelige of opgezette borsten, hoofdpijn, gewricht- of spierpijnen, een opgeblazen gevoel of gewichtstoename? Seksuele stoornissen 480. Heeft u problemen in de seksualiteitsbeleving, zoals het niet opgewonden kunnen raken, of juist opgewonden raken van dingen waar u zich voor schaamt, niet kunnen klaarkomen, pijn bij het vrijen, enz.? 481. Komen deze seksuele problemen vooral voor in periodes waarin u somber, down, of angstig bent? Seksuele stoornis met verminderd verlangen 482. Heeft u een gebrek aan seksuele fantasieën en/of verlangen naar seksuele activiteit? 483. Heeft u het gevoel te lijden onder dit gebrek aan verlangen, of veroorzaakt dit gebrek relatieproblemen? 484. Staat dit gebrek los van eventueel gebruik van alcohol, drugs of geneesmiddelen? Seksuele aversiestoornis 485. Heeft u veelvuldig afkeer van en/of vermijdt u seksueel contact met een partner? 486. Heeft u het gevoel te lijden onder deze afkeer of veroorzaakt dit gevoel relatieproblemen? 487. Staat deze afkeer of vermijding los van eventueel gebruik van alcohol, drugs of geneesmiddelen? Seksuele opwindingsstoornis (bij de vrouw) 488. Kunt u niet seksueel opgewonden raken, of u bent niet in staat om dit vast te houden tot het einde van de seksuele activiteit? 489. Heeft u het gevoel te lijden onder dit gebrek aan vermogen om opgewonden te geraken, of veroorzaakt dit onvermogen relatieproblemen? Handleiding TeleScreen 56

58 490. Staat dit onvermogen los van eventueel gebruik van alcohol, drugs of geneesmiddelen? Vaginisme 491. Heeft u vaak onvrijwillige krampen in de spieren van uw vagina waardoor geslachtsgemeenschap belemmerd wordt? 492. Heeft u het gevoel te lijden onder deze krampen, of veroorzaakt dit relatieproblemen? 493. Staan deze spierkrampen los van eventueel gebruik van alcohol, drugs of geneesmiddelen? Erectiestoornis (bij de man) 494. Kunt u geen adequate erectie krijgen, of u bent niet in staat om deze vast te houden tot het einde van de seksuele activiteit? 495. Heeft u het gevoel te lijden onder dit erectieprobleem, of veroorzaakt dit relatieproblemen? 496. Staat dit gebrek los van eventueel gebruik van alcohol, drugs of geneesmiddelen? Voortijdige ejaculatie 497. Komt u te snel klaar, of heeft u last van een vroegtijdige zaadlozing? 498. Heeft u het gevoel te lijden onder de vroegtijdige zaadlozing, of veroorzaakt dit relatieproblemen? 499. Staat dit probleem los van eventueel gebruik van alcohol, drugs of geneesmiddelen? Dyspareunie 500. Heeft u vaak pijn bij de geslachtsgemeenschap? 501. Heeft u het gevoel te lijden onder deze pijn, of veroorzaakt dit relatieproblemen? 502. Staat deze pijn los van eventueel gebruik van alcohol, drugs of geneesmiddelen? Orgasmestoornis bij de Man/Vrouw 503. Bereikt u zelden of nooit een orgasme ondanks adequate seksuele opwinding? 504. Heeft u het gevoel te lijden onder dit gebrek, of veroorzaakt dit gebrek relatieproblemen? 505. Staat dit gebrek los van eventueel gebruik van alcohol, drugs of geneesmiddelen? Parafilie 506. Heeft u de afgelopen zes maanden meerdere malen seksueel opwindende fantasieën, seksuele drang of gedragingen gehad, waarvan mag worden aangenomen dat het niet tot de gangbare seksualiteitsbeleving behoort (kinderen, dieren, objecten, enz.)? 507. Heeft u het gevoel hieronder te lijden, of veroorzaken deze fantasieën, drang of gedragingen relatieproblemen? Handleiding TeleScreen 57

59 Genderidentiteitsstoornis 508. Voelt u zich niet op uw gemak met uw eigen geslacht en de daarmee samenhangende geslachtsrollen? 509. Identificeert u zich bijna voortdurend met het andere geslacht? 510. Heeft u de oprechte wens om tot het andere geslacht te behoren? 511. Droeg u als kind kleren die feitelijk beter bij het andere geslacht passen? 512. Heeft u voortdurende fantasieën over hoe het zou zijn als u van het andere geslacht was? 513. Had u als kind al het verlangen om deel te nemen aan de typische spelletjes, hobby's of tijdverdrijf, passend bij het ander geslacht? 514. Had u als kind een sterke voorkeur voor vriendjes/vriendinnetjes van het andere geslacht? Slaapstoornissen 515. Heeft u moeite met inslapen, doorslapen of heeft u een anderszins verstoorde slaap? 516. Komen deze slaapproblemen vooral voor in periodes waarin u somber, down, of angstig bent? Insomnia 517. Heeft u problemen met inslapen of doorslapen of niet uitgerust zijn na de slaap, gedurende ten minste één maand? 518. Zorgt dit probleem er voor dat u beperkt bent in uw sociaal of beroepsmatig functioneren of beperkt dit u in andere belangrijke dagelijkse bezigheden? 519. Staan de slaapproblemen los van eventueel gebruik van alcohol, drugs of medicijnen of andere aanwijsbare redenen waardoor de slaap verstoord is? Hypersomnia 520. Heeft u problemen met overmatige slaperigheid of vergrote slaapbehoefte voor ten minste de duur van één maand? 521. Zorgt dit slaapprobleem er voor dat u beperkt bent in uw sociaal of beroepsmatig functioneren of beperkt dit u in andere belangrijke dagelijkse bezigheden? 522. Staan de slaapproblemen los van eventueel gebruik van alcohol, drugs of medicijnen of andere aanwijsbare redenen waardoor de slaap verstoord is? Narcolepsie 523. Had u de afgelopen drie maanden last van: plotselinge onweerstaanbare aanvallen van een verkwikkende slaap die dagelijks voorkomen? Apneu 524. Had u de afgelopen drie maanden last van: verstoring van de slaap ten gevolge van problemen met het stoppen van de ademhaling? Handleiding TeleScreen 58

60 Parasomnia 525. Had u de afgelopen drie maanden last van: nachtmerries, slaapwandelen, plotseling ontwaken met heftige paniek, onrustig bewegen van armen en/of benen? Slaapstoornis ten gevolge externe factoren 526. Had u de afgelopen drie maanden last van: verstoring van de slaap ten gevolge van externe factoren? Periodieke explosieve stoornis 527. Heeft u meer dan eens oncontroleerbare woedeaanvallen? 528. Is dit meer dan eens uitgelopen op ernstige gewelddadigheden of vernieling van eigendommen? 529. Stond uw agressie in geen enkele verhouding tot de gebeurtenis die de agressie uitlokte? (Antwoord Nee indien uw agressie overdreven was gezien de omstandigheden) Pathologisch gokken 530. Heeft u momenteel een periode waarin u veel gokt en hierdoor in de problemen komt? 531. Denkt u vrijwel voortdurend aan gokken, bent u van plan om te gaan gokken, of denkt u aan manieren om aan geld te komen zodat u kunt gaan gokken? 532. Heeft u het gevoel dat u steeds meer geld nodig heeft om de gewenste spanning te bereiken? 533. Heeft u vaak geprobeerd het gokken in de hand te houden, te verminderen of te stoppen, zonder dat dit lukte? 534. Voelde u zich vaak rusteloos of geïrriteerd wanneer u probeerde het gokken te minderen of te stoppen? 535. Gokt u om te ontsnappen aan uw problemen? (Bijvoorbeeld uit hulpeloosheid, schuldgevoel, angst of vanwege een depressie.) 536. Bent u vaak, nadat u geld met gokken had verloren, de volgende dag terug gegaan om het verloren geld terug te winnen? 537. Liegt u tegen familie, therapeut of anderen om het gokken te verbergen? 538. Doet u aan illegale activiteiten zoals vervalsing, oplichting, diefstal of verduistering om het gokken te kunnen betalen? 539. Heeft u ooit belangrijke relaties, een baan, onderwijs- of carrièremogelijkheden op het spel gezet of verloren ten gevolge van het gokken? 540. Heeft u ooit aan anderen geld gevraagd om gokschulden af te kunnen lossen? Pyromanie 541. Heeft u meer dan eens vrijwillig en opzettelijk brand gesticht? 542. Voelde u een soort spanning of opwinding vlak voor de handeling? 543. Bent u gefascineerd door vuur, heeft u belangstelling voor vuur, wordt u aangetrokken door vuur en/of wordt u aangetrokken door dingen die te maken hebben met vuur? Handleiding TeleScreen 59

61 544. Ervaart u plezier, bevrediging of opluchting tijdens het stichten van brand, of wanneer u getuige bent van de gevolgen van brand, of wanneer u deelneemt aan de gevolgen van de brand (denk aan brandblussen)? 545. Stichtte u brand om er financieel bij te winnen, om politieke ideeën uit te dragen, om criminele activiteiten te verbergen, of stichtte u brand uit boosheid of wraak of om uw levensomstandigheden te verbeteren? Trichotillomanie 546. Heeft u meer dan eens bij uzelf haren uitgetrokken, zodat haarverlies zichtbaar werd? 547. Voelt u een soort spanning die toeneemt, direct voor het uittrekken van de haren of wanneer u zich probeert te verzetten tegen het uittrekken van uw haar? 548. Voelt u een soort plezier, bevrediging of opluchting wanneer u uw haar uittrekt? 549. Trekt u uw haren uit vanwege een bestaande haaraandoening? 550. Bezorgt het uittrekken van uw haren u een ellendig gevoel, veroorzaakt het beperkingen in uw sociale of beroepsmatige functioneren, of veroorzaakt het problemen op andere gebieden van uw leven? Stoornis in de impulsbeheersing NAO (dwangmatig kopen) 551. Heeft u meer dan eens problemen gehad met het kopen van dingen die meer kosten dan u zich kon veroorloven, of heeft u vaker problemen gehad doordat u regelmatig langer winkelde dan u van plan was? 552. Heeft het koopgedrag u een ellendig gevoel gegeven, heeft het u veel tijd gekost, of heeft het koopgedrag problemen voor andere mensen veroorzaakt? 553. Kwam het koopgedrag alleen voor in periodes waarin u zich overmatig goed, energiek of gespannen voelde? Kleptomanie 554. Heeft u vaker (impulsief) spullen gestolen die u niet nodig had? 555. Voelt u een soort spanning die zich opbouwt, vlak voor u iets steelt? 556. Ervaart u een soort plezier of opluchting, nadat u dingen gestolen heeft? 557. Heeft u alleen dingen gestolen omdat u boos was op iemand en/of wraak te nemen om iemand? Stoornis van Gilles de la Tourette 558. Heeft u vaker gemerkt dat u herhaaldelijk zenuwtrekken had die u niet onder controle kon krijgen, zoals het plotseling en veelvuldig knipperen met uw ogen, zenuwtrekkingen in uw keel/hals, het schokken van uw schouders, of het trekken van uw gezicht? 559. Heeft u vaker plotseling en veelvuldig geluiden gemaakt die u niet onder controle kon krijgen, zoals hoesten, het schrapen van de keel, knorren, brommen, snuiven, snurken, of heeft u gemerkt dat u woorden sprak zonder daar controle over te kunnen krijgen, zoals het tegen uw wil uitspreken van vieze woorden? Handleiding TeleScreen 60

62 560. Komen deze zenuwtrekken en/of stemgeluiden meerdere keren per dag voor, komen ze bijna elke dag voor, of komen ze van tijd tot voor gedurende een periode van meer dan één jaar? 561. Zijn de zenuwtrekken en/of stemgeluiden begonnen voordat u 18 jaar was? 562. Zijn de zenuwtrekken en/of stemgeluiden begonnen vlak nadat u alcohol, drugs, of medicijnen gebruikte? 563. Zijn de zenuwtrekken en/of stemgeluiden begonnen vlak nadat u een lichamelijke aandoening kreeg? Aanpassingsstoornis (alléén uitgevraagd indien er geen sprake is van een andere klinische stoornis) 564. Heeft u een ontregeling van uw emoties, gevoel of gedrag als gevolg van stressvolle gebeurtenis(sen) of omstandigheden? 565. Begonnen deze ontregeling binnen 3 maanden na het optreden van de stressvolle gebeurtenis(sen) of omstandigheden? 566. Bezorgt deze ontregeling u meer ongemak dan verwacht? 567. Bezorgt deze ontregeling duidelijke problemen op het werk, in uw sociaal leven of op school? Handleiding TeleScreen 61

63 Bijlage C. Items van de screening As-II Screenende items 1. Stelling: Ik heb karaktertrekken die mij op meerdere levensgebieden (werk, relatie, etc.) erg veel hinder opleveren. 2. Stelling: Deze karaktertrekken kunnen ten minste worden teruggevoerd tot mijn vroege volwassenheid of pubertijd of zijn minimaal vijf jaar aanwezig. 3. Stelling: Ik heb regelmatig problemen in het contact met andere mensen en dat benadeelt mij erg in mijn functioneren. (Bijvoorbeeld: conflicten, vermijden van mensen, mezelf laten gebruiken/misbruiken, anderen begrijpen mij nooit, behandelen mij altijd verkeerd, ik ben erg bang dat anderen mij gaan bekritiseren, ik ben veel te kritisch tegen anderen.) 4. Stelling: Deze problemen zijn reeds ten minste vijf jaar aanwezig. 5. Stelling: Ik heb problemen met het omgaan met mijn emoties, die mij erg hinderen, in de zin van: ik heb meer dan eens in verschillende situaties intense emotionele uitbarstingen (Bijvoorbeeld: schreeuwen/schelden tegen mensen, agressief gedrag, intense huilbuien.), of ik toon en/of voel mijn emoties vrijwel nooit. 6. Stelling: Ik heb de problemen in het omgaan met mijn emoties al meer dan vijf jaar. 7. Stelling: Mijn manier van kijken naar de wereld, mezelf en anderen verschilt erg van andere mensen en ik ondervind hier op meerdere gebieden (werk, relatie, vriendschappen) hinder van. (Bijvoorbeeld: ik beoordeel mezelf veel slechter of beter dan anderen, mijn normen en waarden zijn anders, mijn mening over het bovennatuurlijke of religie is anders, ik schat de wereld veel gevaarlijker in dan anderen.) 8. Stelling: Gedurende het grootste deel van mijn leven en ten minste afgelopen vijf jaar : Ik kan regelmatig mezelf moeilijk beheersen, waardoor ik vaak ongezond of problematisch gedrag vertoon en daarmee mezelf schaad of kan schaden. 9. Stelling: Gedurende het grootste deel van mijn leven en ten minste afgelopen vijf jaar : Ik breng mezelf regelmatig in de problemen doordat ik altijd zo geremd, perfectionistisch/veeleisend of vermijdend ben. Ontwijkende persoonlijkheidsstoornis Gedurende het grootste deel van uw leven, maar zeker gedurende de afgelopen vijf jaar: 1. ik ga taken of werkzaamheden uit de weg waarbij ik met veel andere mensen te maken krijg, uit angst voor kritiek, afkeuring of afwijzing. (ONTW1) 2. ik vermijd het contact met anderen, tenzij ik er zeker van ben dat zij mij aardig zullen vinden. (ONTW2) 3. ik stel me niet open voor anderen, ook niet in intieme relaties, uit vrees vernederd of uitgelachen te worden. (ONTW3) 4. ik maak me voortdurend zorgen dat anderen kritiek op mij zullen hebben of mij zullen afwijzen. (ONTW4) 5. ik houd me op de achtergrond bij nieuwe mensen, uit angst dat ze zullen zien dat ik niet goed genoeg ben. (ONTW5) 6. ik ben niet aantrekkelijk voor anderen. (ONTW6) Handleiding TeleScreen 62

64 7. ik ben niet de moeite waard. (ONTW6) 8. ik vermijd persoonlijke risico's of nieuwe activiteiten uit angst om af te gaan. (ONTW7) 9. Als ik nieuwe mensen ontmoet stel ik mij gereserveerd op omdat ik bang ben te kort te schieten. (consistentie i.s.m. item 5) Afhankelijke persoonlijkheidsstoornis Gedurende het grootste deel van uw leven, maar zeker gedurende de afgelopen vijf jaar: 10. ik vind het heel moeilijk om zelfs alledaagse beslissingen te nemen zonder het advies en de geruststelling door anderen. (AFH1) 11. ik heb anderen nodig om de verantwoordelijkheid te nemen voor belangrijke dingen in mijn leven. (AFH2) 12. ik vind het moeilijk om het met mensen oneens te zijn, uit vrees hun steun en goedkeuring te verliezen. (AFH3) 13. ik vind het moeilijk ergens aan te beginnen zonder de steun van anderen, uit angst dat ik het niet goed zal doen. (AFH4) 14. ik doe vaak dingen voor anderen die ik eigenlijk onplezierig vind of die me niet goed uitkomen, uit angst hun steun te verliezen. (AFH5) 15. ik voel me hulpeloos wanneer ik alleen ben, omdat ik dan bang ben niet voor mezelf te kunnen zorgen. (AFH6) 16. als een intieme relatie tot een eind komt, zoek ik direct iemand anders die voor mij kan zorgen. (AFH7) 17. ik ben bang dat ik aan mijn lot overgelaten word en voor mezelf moet zorgen. (AFH8) 18. de gedachte alleen te zijn en voor mezelf te moeten zorgen beangstigd mij. (consistentie i.s.m. item 17) Obsessieve-compulsieve persoonlijkheidsstoornis Gedurende het grootste deel van uw leven, maar zeker gedurende de afgelopen vijf jaar: 19. ik ben zo bezig met details dat ik het eigenlijke doel uit het oog verlies. (OBS1) 20. ik krijg mijn werk nauwelijks af, omdat ik te veel tijd besteed om dingen helemaal goed te doen. (OBS2) 21. ik ben zo toegewijd aan mijn werk (of opleiding/school) dat ik geen tijd heb voor ontspanning en vriendschappen. (OBS3) 22. ik ben een zeer gewetensvol persoon met hoge normen ten aanzien van wat goed en wat fout is. (OBS4) 23. het kost mij veel moeite om dingen weg te gooien, ook al zijn ze versleten of van geen enkele emotionele waarde, omdat ze ooit nog eens van pas kunnen komen. (OBS5) 24. ik vind het moeilijk om door andere mensen geholpen te worden of met anderen samen te werken, tenzij zij er mee instemmen de dingen precies op mijn manier te doen. (OBS6) Handleiding TeleScreen 63

65 25. ik geef niet graag geld uit aan mezelf of aan anderen, zelfs al kan ik het missen, want je weet maar nooit wanneer je het nodig kan hebben. (OBS7) 26. ik ben vaak zo zeker van mijn gelijk dat andere mensen mij koppig vinden. (OBS8) 27. het is belangrijk om vast te houden aan hoge morele en ethische normen. (consistentie i.s.m. item 22). Passief-agressieve persoonlijkheidsstoornis Gedurende het grootste deel van uw leven, maar zeker gedurende de afgelopen vijf jaar: 28. wanneer mij gevraagd wordt om iets te doen wat ik eigenlijk niet wil doen, zeg ik wel "ja", maar dan doe ik dat heel langzaam, slecht of "vergeet" ik het gewoon. (PAS-AGR1) 29. ik geef vaak aan dat ik mij niet begrepen of gewaardeerd voel. (PAS-AGR2) 30. ik ben vaak koppig en raak gemakkelijk in discussies met anderen verzeild. (PAS-AGR3) 31. ik vind dat de meeste van mijn leidinggevenden en anderen waarvan verwacht mag worden dat zij weten wat ze doen, in werkelijkheid onbekwaam zijn. (PAS-AGR4) 32. ik vind het niet eerlijk dat andere mensen meer hebben dan ik. (PAS-AGR5) 33. ik klaag vaker over alle nare dingen die mij zijn overkomen. (PAS-AGR6) 34. het gebeurt mij vaak dat ik kwaad weiger om iets te doen, waarna ik mij slecht voel en mijn excuses aanbied. (PAS-AGR7) Depressieve persoonlijkheidsstoornis Gedurende het grootste deel van uw leven, maar zeker gedurende de afgelopen vijf jaar: 35. ik voel mij vaak ongelukkig, zwaarmoedig en somber. (DEPR1) 36. ik voel me vaak een waardeloos persoon. (DEPR2) 37. ik ben vaak kritisch, beschuldigend of kleinerend naar mezelf. (DEPR3) 38. ik blijf maar denken aan nare dingen die zijn gebeurd in het verleden, of ik maak me voortdurend zorgen over nare dingen die zouden kunnen gebeuren in de toekomst. (DEPR4) 39. ik beoordeel anderen vaak scherp en heb vaak iets op hen aan te merken. (DEPR5) 40. ik verwacht bijna altijd het ergste. (DEPR6) 41. ik voel me vaak schuldig over dingen die fout zijn gegaan. (DEPR7) 42. ik heb me vaak een mislukkeling gevoeld. (consistentie i.s.m item 36) Theatrale persoonlijkheidsstoornis Gedurende het grootste deel van uw leven, maar zeker gedurende de afgelopen vijf jaar: 43. ik voel mij ongemakkelijk wanneer ik niet in het middelpunt van de belangstelling sta. (THEATR1) 44. ik vind het prettig om mij seksueel verleidelijk of uitdagend te gedragen. (THEATR2) Handleiding TeleScreen 64

66 45. mijn emoties wisselen heel gemakkelijk. (THEATR3) 46. ik maak voortdurend gebruik van mijn uiterlijk om de aandacht naar mij toe te trekken. (THEATR4) 47. als ik een verhaal vertel dan ga ik in op de grote lijnen, niet op de details. (THEATR5) 48. ik ben een emotioneel, gepassioneerd, kleurrijk persoon. (THEATR6) 49. ik verander gemakkelijk van mening, afhankelijk van de mensen waarmee ik omga, of informatie uit een boek of van TV. (THEATR7) 50. ik maak snel intieme vrienden. (THEATR8) 51. ik neem gemakkelijk de mening van anderen over. (consistentie i.s.m. item 49) Narcistische persoonlijkheidsstoornis Gedurende het grootste deel van uw leven, maar zeker gedurende de afgelopen vijf jaar: 52. mensen onderschatten mijn buitengewone talenten of prestaties. (NARC1) 53. ik fantaseer vaak over de macht, roem of ideale liefde die ik op een dag zal krijgen. (NARC2) 54. ik ben een uniek, heel bijzonder persoon, die alleen begrepen word door heel speciale mensen. (NARC3) 55. ik vind de aandacht en bewondering van andere mensen belangrijk. (NARC4) 56. ik hoef me niet aan regels of gebruiken te houden die voor anderen misschien wel gelden. (NARC5) 57. bij een probleem met een instantie sta ik er altijd op om de hoogste persoon te spreken. (NARC5) 58. het is vaak noodzakelijk om mensen te passeren om te bereiken wat ik wil. (NARC6) 59. ik heb moeite om mij in te leven in de gevoelens en behoeften van anderen. (NARC7) 60. ik ben vaak jaloers of anderen zijn jaloers op mij. (NARC8) 61. ik ben vaak beter, mooier of slimmer dan anderen. (NARC9) Borderline persoonlijkheidsstoornis Gedurende het grootste deel van uw leven, maar zeker gedurende de afgelopen vijf jaar: 62. ik ga vaak heel ver om te voorkomen dat iemand waarom ik geef mij zal verlaten. (BORDL1) 63. mijn intieme relaties hebben een hoop pieken en dalen. (BORDL2) 64. ik ben instabiel en de doelen in mijn leven veranderen vaak. (BORDL3) 65. ik ben vaak zo impulsief, dat ik mezelf in gevaar breng of nadeel berokken. (BORDL4) 66. ik heb vaker geprobeerd mezelf te doden, of gedreigd dit te doen. (BORDL5) 67. ik heb mezelf vaker met opzet gesneden, gebrand of gekrast. (BORDL5) 68. mijn humeur kan plotseling omslaan. (BORDL6) 69. ik voel me vaak leeg van binnen. (BORDL7) 70. ik ben vaak zo kwaad dat ik mijn woede niet kan beheersen. (BORDL8) Handleiding TeleScreen 65

67 71. wanneer ik erg gespannen ben, word ik wantrouwend ten opzichte van anderen of verlies ik het contact met mezelf. (BORDL9) 72. mijn intieme relaties worden gekenmerkt door een patroon van aantrekken en afstoten. (consistentie i.s.m. item 63) 73. ik doe vaak dingen zonder erbij na te denken of ze wel goed voor me zijn. (consistentie i.s.m. item 65) Gedragsstoornis voor het vijftiende levensjaar Voor uw vijftiende jaar: 74. ik heb vaak andere kinderen gepest of bedreigd. (CD-k1) 75. ik begon vaak met vechtpartijen. (CD-k2) 76. ik heb vaker bij een vechtpartij een wapen gebruikt waarmee ik anderen lichamelijk letsel kon toebrengen. (CD-k3) 77. ik heb vaker iemand mishandeld. (CD-k4) 78. ik heb vaker een dier mishandeld. (CD-k5) 79. ik heb vaker iemand beroofd, of met geweld iets ontnomen. (CD-k6) 80. ik heb vaker iemand gedwongen seks met me te hebben, zich voor me uit te kleden of me te betasten. (CD-k7) 81. ik heb vaker opzettelijk brand gesticht. (CD-k8) 82. ik heb vaker opzettelijk eigendommen van anderen vernield. (CD-k9) 83. ik heb vaker ingebroken in iemands huis, gebouw of auto. (CD-k10) 84. ik heb vaker gelogen om iets te bemachtigen of om verplichtingen uit de weg te gaan. (CDk11) 85. ik heb vaker iets gestolen of iemands handtekening vervalst. (CD-k12) 86. ik ben tenminste twee keer van huis weggelopen en s nachts weggebleven. (CD-k13) Voor uw dertiende jaar: 87. ik ben vaker, ondanks het verbod van mijn ouders, s nachts van huis weggebleven. (CD-k14) 88. ik heb vaak gespijbeld. (CD-k15) Antisociale persoonlijkheidsstoornis Voor uw vijftiende jaar: 89. ik vind het moeilijk om mij aan de wet te houden en heb vaker dingen gedaan waarvoor ik gearresteerd ben, of gearresteerd had kunnen worden. (ANT1) 90. ik lieg vaak tegen anderen als dat in mijn voordeel is, of omdat ik daar zin in heb. (ANT2) Handleiding TeleScreen 66

68 91. ik doe de dingen vaak zeer impulsief, zonder na te denken wat de gevolgen daarvan zijn. (ANT3) 92. Het lukt me niet om dingen goed te plannen, zelfs als ze voor mij belangrijk zijn. (ANT3) 93. andere mensen maken mij vaak zo kwaad, dat het op een vechtpartij uitloopt. (ANT4) 94. ik hecht weinig waarde aan de veiligheid van mijzelf of anderen. (ANT5) 95. ik heb vaker door mijn eigen schuld mijn baan verloren, of niet aan mijn financiële verplichtingen kunnen voldoen. (ANT6) 96. ik heb zelden spijt van mijn daden, ook al weet ik dat ik iemand anders daarmee heb gekwetst of schade heb berokkend. (ANT7) Paranoïde persoonlijkheidsstoornis Gedurende het grootste deel van uw leven, maar zeker gedurende de afgelopen vijf jaar: 97. ik moet andere mensen altijd in de gaten houden om te voorkomen dat ze misbruik van mij maken, mij zullen uitbuiten, schade berokkenen of bedriegen. (PAR 1) 98. ik twijfel eraan of mijn vrienden en collega s wel te vertrouwen zijn. (PAR2) 99. anderen kunnen beter zo min mogelijk van mij weten, omdat zij die kennis vroeg of laat tegen mij zullen gebruiken. (PAR3) 100. ik vind dat achter zogenaamde onschuldige opmerkingen van mensen meestal een verborgen bedreiging of belediging zit. (PAR4) 101. als iemand mij ooit heeft beledigd of gekleineerd, kan ik die persoon maar moeilijk vergeven. (PAR5) 102. ik word heel boos als iemand kritiek heeft op mijn karakter of reputatie. (PAR6) 103. ik ben zelfs voor kleine en/of verborgen beledigingen gevoelig. (PAR6) 104. ik heb vaak het vermoeden dat mijn partner mij ontrouw is, ook al is er geen duidelijke aanleiding om dat te denken. (PAR7) 105. ik ben altijd op mijn hoede in contact met anderen. (consistentie i.s.m. item 99) Schizoïde persoonlijkheidsstoornis Gedurende het grootste deel van uw leven, maar zeker gedurende de afgelopen vijf jaar: 106. ik heb geen behoefte aan intieme relaties, ook niet met mijn gezin of familie. (SCHIZ1) 107. ik doe dingen bij voorkeur alleen. (SCHIZ2) 108. ik heb nooit echt belangstelling gehad voor seks. (SCHIZ3) 109. Er zijn maar weinig activiteiten waaraan ik echt veel plezier beleef. (SCHIZ4) 110. ik heb geen intieme vrienden of vertrouwelingen buiten mijn directe familie. (SCHIZ5) 111. Het maakt mij niet uit wat anderen van mij vinden. (SCHIZ6) 112. Er is niets dat mij erg gelukkig of heel verdrietig kan maken. (SCHIZ7) 113. ik kies meestal activiteiten die ik zonder anderen kan doen. (consistentie i.s.m. item 110) Handleiding TeleScreen 67

69 Schizotypische persoonlijkheidsstoornis Gedurende het grootste deel van uw leven, maar zeker gedurende de afgelopen vijf jaar: 114. ik heb vaak het idee dat mensen over mij praten of het op mij gemunt hebben. (SCHIZT1) 115. ik krijg vaak het gevoel dat dingen die voor de meeste mensen geen speciale betekenis hebben, in werkelijkheid bedoeld zijn om mij een boodschap te geven. (SCHIZT1) 116. ik kan dingen laten gebeuren door ze gewoon te wensen of er geconcentreerd aan te denken. (SCHIZT2) 117. ik heb een zesde zintuig waardoor ik dingen weet of zie, die anderen niet kunnen weten of zien. (SCHIZT2) 118. ik heb vaak bovennatuurlijke ervaringen. (SCHIZT2) 119. ik zie vaak voorwerpen of schaduwen van echte mensen of dieren, en hoor geluiden die eigenlijk stemmen van mensen zijn. (SCHIZT3) 120. ik voel vaak dat er een persoon of kracht om mij heen is, terwijl ik niemand kan zien. (SCHITZ3) 121. anderen vinden mijn gedachten of taalgebruik soms vreemd. (SCHIZT4) 122. anderen willen mij kwaad doen, uitbuiten of bedriegen. (SCHIZT5) 123. ik heb meestal een heel ander gevoel bij de dingen dan de meeste andere mensen. (SCHIZT6) 124. mensen vinden mij vreemd, een zonderling. (SCHIZT7) 125. zelfs bij mensen die ik goed ken voel ik me niet op mijn gemak. (SCHIZT9) Handleiding TeleScreen 68

70 Bijlage D. Items van de slotvragen 1. Zijn er bepaalde onderwerpen, of gebeurtenissen, die zeker aan de orde moeten komen om een eventuele behandeling tot een succes te maken? 2. Wat moet zeker aan de orde komen om een eventuele behandeling tot een succes te maken? 3. Zijn er nog onderwerpen of gebeurtenissen die niet aan de orde zijn geweest, die u relevant acht voor dit onderzoek of een mogelijke behandeling? 4. Toelichting Handleiding TeleScreen 69

71 Bijlage E. Verwijscriteria HHM rapport 1. Vermoeden DSM-benoemde stoornis 1.1. Er is een vermoeden van een DSM-benoemde stoornis Er is geen vermoeden van een DSM-benoemde stoornis, er is enkel sprake van klachten. 2. Ernst problematiek 2.1. Subklinisch: er is wel sprake van klachten maar dit is onvoldoende om een diagnose te stellen. Ondanks het ontbreken van een diagnose kunnen de impact van de klachten op het dagelijks functioneren en de duur van de klachten reden zijn om gepaste hulp te bieden Licht: er is sprake van relatief weinig kernsymptomen maar dit is wel voldoende om een diagnose te stellen. De impact van de klachten op het dagelijks functioneren is beperkt. De cliënt ervaart een zekere belemmering in het dagelijks functioneren Matig: de kernsymptomen behorend bij het ziektebeeld zijn aanwezig en daarnaast is er sprake van een aantal aanvullende symptomen. Er is sprake van waarneembare beperkingen in het dagelijks functioneren Ernstig: de meeste symptomen behorend bij het ziektebeeld zijn aanwezig. Er is sprake van uitval en/of substantiële beperkingen in het dagelijks functioneren (bijvoorbeeld niet kunnen werken). 3. Risico 3.1. Laag: er zijn ondanks de aanwezigheid van klachten/symptomen geen aanwijzingen die duiden op gevaar voor ernstige zelfverwaarlozing of verwaarlozing van naasten, decompensatie, suïcide, (huiselijk) geweld, kindermishandeling of automutilatie Matig: er zijn duidelijke klachten/symptomen of er is sprake van een latent gevaarsrisico, maar er staan beschermende factoren tegenover zoals: adequate coping, werk of structurele daginvulling en een steunsysteem waarop men dagelijks kan terugvallen voor toezicht, zorg, praktische en emotionele steun Hoog: er zijn duidelijke aanwijzingen (ook intuïtief) die kunnen duiden op gevaar voor ernstige zelfverwaarlozing of verwaarlozing van naasten, decompensatie, suïcide, (huiselijk) geweld, kindermishandeling of automutilatie. 4. Complexiteit 4.1. Afwezig: er is sprake van een enkelvoudig beeld Laag: er is weliswaar sprake van comorbiditeit of problematiek op As 2 (persoonlijkheid, zwakzinnigheid), As 3 (somatische factoren) of As 4 (psychosociale en omgevingsproblemen), maar deze interfereert niet met de behandeling van de hoofddiagnose. Handleiding TeleScreen 70

72 4.3. Hoog: er is sprake van ingewikkelde comorbiditeit of problematiek op As 2, 3 of 4 die om multidisciplinaire behandeling in een gespecialiseerde setting vraagt. 5. Beloop klachten De duur van de symptomen beantwoordt (nog) niet aan de criteria uit de DSM richtlijn voor het betreffende ziektebeeld Er is sprake van aanhoudende/persisterende klachten. Eerdere interventies hebben onvoldoende effect bewerkstelligd De duur van de symptomen beantwoordt aan de criteria uit de DSM richtlijn voor het betreffende ziektebeeld Er is sprake van recidive Er is sprake van stabiele chronische problematiek, niet crisisgevoelig Er is sprake van stabiele chronische problematiek, crisisgevoelig Er is sprake van instabiele chronische problematiek. Handleiding TeleScreen 71

73 Bijlage F. Verwijsrichtlijnen ZORGPAD/FUNCTIE ALS aanwezig VERWIJZING Huisartsenzorg met praktijkondersteuner GGZ Gericht op: Probleemverheldering screenende diagnostiek EN/OF Opstellen en bespreken van een vervolgstappenplan EN/OF Geven van psycho-educatie EN/OF Begeleiden/ondersteunen van zelfmanagement EN/OF Interventie gericht op verbetering in functioneren van de patiënt met psychische klachten Geen vermoeden van DSM-benoemde stoornis OF Vermoeden DSM-benoemde stoornis EN Ernst: Licht of subklinische score Risico: laag Complexiteit: afwezig Duur: van de symptomen beantwoord (nog) niet aan de criteria OF Stabiele chronische problematiek, niet crisisgevoelig en met laag risico. Generalistische Basis GGZ EN/OF Preventie (geïndiceerde preventie, zorggerelateerde preventie, terugval preventie) Basis Generalistische GGZ Kort (BK) (circa 300 min) DSM-benoemde stoornis ALS: Ernst: licht (GAF score= 61-70) Laag risico Enkelvoudig beeld Lage complexiteit en aanhoudende of persisterende klachten Basis Generalistische GGZ Middel (BM) (circa 500 min) ALS: Ernst: matig (GAF score= 51-60) Risico: laag matig Enkelvoudig beeld Lage complexiteit Duur klachten beantwoord aan de criteria uit de richtlijn voor het ziektebeeld Basis Generalistische GGZ Intensief (BI) (circa 750 min) ALS: Ernstige problematiek (GAF score= 41-50) Laag- matig risico Enkelvoudig beeld Lage complexiteit (comorbiditeit As II, as III, as IV interfereert niet met behandeling) Basis Generalistische GGZ Chronisch (BC) (circa 750 min) ALS: Instabiele of stabiele chronische problematiek Risico: matig Vaak behandeling afgerond Persoonlijkheidsproblematiek Bijv. onderhoudsbehandeling, zorggerelateerde preventie en zorgcoördinatie Behandeling gericht op stabilisatie of stabiel laten blijven Handleiding TeleScreen 72

74 Specialistische GGZ DSM-benoemde stoornis EN/OF Hoog risico: Acuut suïcide risico Hoog suïcide risico Psychotische stoornis*** GAF score =1-40*** EN/OF Hoge complexiteit: Bipolaire stoornis*** Ontwikkelingsstoornis*** Afhankelijkheid van middelen*** Eetstoornissen*** Persoonlijkheidsstoornissen (mits interfereert met behandeling As I)*** Voor de richtlijnen zie: Rapportage Basis Generalistische GGZ Bakker & Jansen * Het Maatschappelijk Werk is in dit rapport buiten beschouwing gelaten. Bij as IV problemen wordt een verwijzing naar het MW geadviseerd. **Indien er geen hulpvraag is of er zijn geen klachten wordt geen verwijzing of zelfhulp geadviseerd. ***Interpretatie TelePsy (geen duidelijkheid HHM rapport) Handleiding TeleScreen 73

75 Bijlage G. Gebruik van de GAF-scores De Global Assessment of Functioning (GAF) score is een maat waarmee het psychisch, sociaal en beroepsmatig functioneren van een persoon wordt aangeduid in de vorm van een score tussen 0 en 100. Bij onvoldoende informatie voor GAF beoordeling scoort men 0. Stap 1: Begin bovenaan de schaal en ga na of de ernst van de symptomen die een patiënt heeft of diens niveau van functioneren slechter is dan wat deze schaal aangeeft. Stap 2: Ga steeds een schaal lager tot u een gebied vindt dat ofwel matcht met de ernst van de symptomen ófwel het niveau van functioneren. Ga hierbij uit van de laagste van deze twee. Stap 3: Controleer uw keuze door de schaal eronder te bekijken: deze zou te ernstig moeten zijn op zowel het gebied van de symptomen alsook het niveau van functioneren. Als ze niet beide beter zijn dan deze schaal, moet je nog verder dalen. Stap 4: Bepaal het specifieke cijfer binnen de gekozen schaal. Handleiding TeleScreen 74

76 Domein Geen symptomen Geen of minimale symptomen Enige voorbijgaande milde symptomen Enige persisterende milde symptomen Matige symptomen Ernst van de symptomen Geen symptomen. Geen of minimale symptomen (b.v. lichte examenvrees), in het algemeen tevreden met het bestaan, niet meer dan alledaagse problemen of zorgen (b.v. slechts af en toe ruzie met gezinsof familieleden). Indien symptomen aanwezig, dan zijn dit voorbijgaande en te verwachten reacties op psychosociale stres veroorzakende factoren (b.v. concentratieproblemen een familieruzie). Enkele lichte symptomen (b.v. depressieve stemming en slapeloosheid) Matige symptomen (b.v. vlak affect en wijdlopige spraak, af en toe paniekaanvallen) Niveau van functioneren Voorbeelden Uitstekend functioneren bij een groot aantal activiteiten, levensproblemen lijken nooit uit de hand te lopen, men komt naar hem/haar toe vanwege de vele positieve kwaliteiten. Goed functioneren op alle terreinen, belangstellend en betrokken bij een grote reeks activiteiten, effectieve sociale vaardigheden. Bij minimale symptomen en alledaagse problemen Niet meer dan lichte beperkingen in het sociaal of beroepsmatig functioneren of op school (b.v. tijdelijk wat achterraken met de studie). Bij milde voorbijgaande symptomen of/alsook lichte beperkingen in het functioneren sociaal, op werk of school Enkele problemen in het sociaal of beroepsmatig functioneren of op school (b.v. af en toe spijbelen of stelen binnen het eigen gezin), maar in het algemeen vrij redelijk functioneren, heeft enkele betekenisvolle persoonlijke contacten. Bij lichte persisterende symptomen of/alsook enige problemen in het functioneren sociaal, op werk of school Matige problemen in het sociaal of beroepsmatig functioneren of op school (b.v. weinig vrienden, conflicten met leeftijdsgenoten of collega s). Bij matige symptomen of/alsook matige problemen in het functioneren sociaal, op werk of school Handleiding TeleScreen 75

77 Domein Enige ernstige symptomen of beperking in functioneren Behoorlijke beperkingen op verschillende gebieden van functioneren Niet in staat om te functioneren op bijna alle gebieden Enige gevaar om zichzelf of anderen te verwonden 10 1 Blijvend gevaar om zichzelf of anderen ernstig te verwonden Ernst van de symptomen Niveau van functioneren Voorbeelden Ernstige verschijnselen (b.v. suïcidegedachten, ernstige dwangmatige rituelen, frequent winkeldiefstallen) Elke ernstige beperkingen in het sociaal of beroepsmatig functioneren of op school (b.v. geen vrienden, niet in staat om een baan te houden). - frequent botsingen met de wet of regelmatig agressief gedrag - ernstige gebreken in relaties met vrienden/familie - ernstige mentale beperkingen - ernstige angst/- stemmingsproblem en - Passieve suïcidale ideatie maar adequate coping Enige vermindering in realiteitsbesef of communicatie (b.v. spraak is af en toe onlogisch, vreemd of irrelevant) Sterke vermindering op verschillende terreinen, zoals werk of school, gezins- of familierelaties, beoordelingsvermogen, denkvermogen of stemming (b.v. depressieve man vermijdt zijn vrienden, verwaarloost zijn familie en kan geen baan houden; kind slaat andere kinderen, is thuis rebels en spijbelt van school). Criteria: - ernstig beperkt beoordelingsvermogen - ernstige angst- /stemmingsproblemen - Passieve suïcidale ideatie Gedrag wordt in belangrijke mate beïnvloed door wanen of hallucinaties of ernstige beperkingen van communicatie of beoordeling (b.v. bij tijden incoherent, gedraagt zich in hoge mate onaangepast, suïcidale preoccupatie) Onvermogen op alle terreinen te functioneren (b.v. komt de hele dag het bed niet uit, geen baan, huis of vrienden). Criteria:.-Suïcidale preoccupatie of duidelijke suïcidale ideatie met voorbereiding - gedrag behoorlijk beïnvloed door wanen of hallucinaties - ernstige beperkingen in de communicatie Enig gevaar om zichzelf of anderen te verwonden (b.v. zelfmoordpogingen zonder duidelijke doodsverwachting, manische opwinding) of zeer ernstige vermindering van communicatie (b.v. zeer incoherent of stom) Verwaarloost af en toe de persoonlijke hygiëne. Criteria: -zelfmoordpogingen zonder doodsverwachting (b.v. milde overdosis of poging in de buurt van anderen) - ernstig geweld of automutilatie - hevige manische opwinding of grote agitatie en impulsiviteit - vergeet soms de persoonlijke hygiene Blijvend gevaar zichzelf of andere te verwonden (b.v. herhaaldelijk gewelddadig) of ernstig suïcidaal gedrag met duidelijke doodsverwachting Blijvend onvermogen de persoonlijke hygiëne te onderhouden. Criteria: - zelfmoordpoging met duidelijke doodsverwachtiging - frequent ernstig geweld of automutilatie - extreme manische opwinding of extreme agitatie en impulsiviteit - blijvend onvermogen om een minimale persoonlijke hygiëne in acht te nemen - crisisopname Handleiding TeleScreen 76

78 Bijlage H. GAF : GAF 90-81: GAF 71-80: GAF 61-70: GAF 51-60: GAF 41-50: GAF intervallen en hun betekenis voor de zorgindicering Goed tot superieur, (vrijwel) symptoom loos functioneren. Mensen met een dergelijke GAF score hebben veel krachtbronnen om op terug te vallen. Levensproblemen lijken nooit uit de hand te lopen. Ze zijn vrijwel altijd opgewekt en tevreden, zelfverzekerd in werk en relaties. Anderen komen naar hem toe vanwege de vele positieve kwaliteiten. Behandeling is niet aan de orde. N.B. Het is zeer opmerkelijk als een (verwezen of zelf verwezen) patiënt aangeeft op een dergelijk hoog niveau te functioneren. Geen of minimale symptomen. Mensen met een dergelijke GAF score functioneren goed op alle terreinen. Ze zijn belangstellend en betrokken bij een groot aantal activiteiten, beschikken over effectieve sociale vaardigheden, zijn in het algemeen tevreden met hun bestaan en hebben niet meer dan alledaagse problemen of zorgen. Ook bij deze categorie is behandeling niet aan de orde en is het opmerkelijk als een (verwezen of zelf verwezen) patiënt aangeeft op dit niveau te functioneren. Voorbijgaande symptomen of te verwachten reacties op psychosociale stressfactoren. Mensen met een dergelijke GAF score beschikken over minder positieve trekken dan de mensen met hogere GAF scores. Ze laten lichte beperkingen zien in het sociaal of beroepsmatig functioneren of op school. Mensen met een dergelijke GAF worden in het algemeen aangezet tot (verbetering van) de zelfzorg, al dan niet gecombineerd met watchful waiting. Enkele lichte symptomen of enkele problemen in het sociaal of beroepsmatig functioneren of op school. Het functioneren is in het algemeen redelijk, en de persoon heeft enkele betekenisvolle contacten. Maar hoewel deze patiënten in staat zijn tot werken en het onderhouden van relaties met anderen, zijn er vaak wel conflicten op deze gebieden. Meestal kan met een korte behandeling al snel resultaat geboekt worden. Matig ernstige symptomen of matig ernstige problemen in het sociaal en beroepsmatig functioneren of op school. Deze GAF interval wordt ook gezien bij patiënten met langdurige karakterpathologie, waarbij intensievere behandeling nodig is dan wanneer het uitsluitend lijkt te gaan om een As-I stoornis, maar waarin wel kan worden volstaan met een ambulante behandeling. Veel en ernstige symptomen of ernstige beperkingen in het sociaal of beroepsmatig functioneren of op school. Ze kunnen problemen hebben met het algemeen dagelijks functioneren, of met het behouden van werk of intieme vrienden. Ze kunnen Handleiding TeleScreen 77

79 worstelen met drugsmisbruik of ernstige impulsiviteit op andere gebieden, en hebben ernstige problemen met het behouden van stabiliteit. Ze zijn in het algemeen niet geschikt voor een kortdurende behandeling. Er zal vaak een tweesporenbeleid gevolgd moeten worden, waarbij het opbouwen van coping vaardigheden gecombineerd wordt met symptomatische behandeling. Ook moet medicatie vaker overwogen worden, aangezien veel van de ernstige As-I stoornissen (bijv. bipolaire I stoornis, schizofrenie, ernstige ADHD) beter reageren op medicatie. Meestal zijn deze patiënten nog wel in staat buiten de kliniek te blijven. GAF 31-40: GAF 21-30: GAF 1-20 Enige beperkingen in het denken, de realitytesting of in de communicatie, of belangrijke beperkingen op verschillende terreinen zoals werk, school, gezins- of familierelaties. Klinische behandeling of opname kan overwegen worden. Het gedrag wordt ingegeven door ernstige wanen of hallucinaties, of ernstige beperkingen in communicatie of oordeelvorming (bijvoorbeeld incoherente gedachtegang, grove ongepaste handelingen), of onvermogen om te functioneren op bijna alle terreinen. Deze mensen zijn niet in staat om te werken of anderszins aan het maatschappelijk leven deel te nemen. Er is vaak sprake van ernstige zelfverwaarlozing en verwaarlozing van het gezin. Opname voor behandeling is noodzakelijk. Patiënten in deze categorie hebben meestal klinische behandeling nodig of een anderszins gesuperviseerde omgeving. Een klinische opname geldt voor een GAF < 40, terwijl een GAF van vraagt om een gestructureerde leefomgeving en een GAF 1-20 om onder toezichtstelling. Patiënten die op een dergelijk laag niveau functioneren hebben niet alleen ondersteuning nodig, maar ook observatie, medicatie en training in alledaags functioneren en sociale vaardigheden. Handleiding TeleScreen 78

80 Bijlage I. Instructiehandleiding 1. Inloggen op TelePsy Log in op met uw gebruikersnaam en wachtwoord. Figuur 1 Inloggen op Zodra u bent ingelogd, heeft u aan de linkerzijde van de applicatie de beschikking over het hoofdmenu. Vanuit dit menu kunt u de hoofdonderdelen van de applicatie bereiken. Figuur 2 Het hoofdmenu Handleiding TeleScreen 79

81 2. Aanmelden van een patiënt Klik in het hoofdmenu op Dossiers om het menu dossier te openen. Om een nieuw dossier aan te maken drukt u in het midden van het scherm op de zwarte knop Nieuw dossier. Figuur 3 Nieuw dossier aanmaken 2.1 Aanmelden van een patiënt met een automatisch testprotocol Indien u gebruik maakt van automatische testprotocollen heeft u de mogelijk om een protocol te kiezen. Wanneer u slechts één protocol heeft ingesteld dan zal dit protocol automatisch worden geselecteerd voor u. Druk op verder om het dossier aan te maken. De cliënt zal, indien er een e- mailadres is opgegeven, automatisch een mail met login link ontvangen. Figuur 4 Aanmaken van een nieuw dossier met behulp van automatische testprotocollen Handleiding TeleScreen 80

82 2.2 Aanmelden van een patiënt zonder automatische testprotocollen Indien u geen gebruik maakt van automatische testprotocollen dient u eerst een nieuw dossier aan te maken. Nadat u de gegevens hebt ingevuld drukt u op Verder om het dossier aan te maken. Figuur 5 Aanmaken van een nieuw dossier zonder behulp van automatische testprotocollen Nadat u een dossier heeft aangemaakt gaat u naar het Tests tab en klikt op Test klaarzetten om een test te selecteren. Figuur 6 Test klaarzetten voor een respondent Handleiding TeleScreen 81

83 In het volgende menu kunt u uw keuze maken voor het gewenste Triage instrument. Indien u direct aanvullende tests zoals een ROM tests of een persoonlijkheid wilt klaarzetten dan kunt u deze ook nu aanvinken. De cliënt ontvangt slechts één uitnodigingsmail en vult de tests achter elkaar in. Figuur 7 Een tests selecteren en verzenden Handleiding TeleScreen 82

84 3. Overzicht van uw dossier Door op Dossiers te klikken in het hoofdmenu, krijgt u een overzicht van alle dossiers die u heeft ingevoerd. U kunt op een aantal eigenschappen van de dossiers zoeken en sorteren. Indien u wenst te zoeken, geeft u bij de invoervelden Naam, Cliëntnummer, Dossiergroep, Geboortedatum, Cliëntstatus, Verwijzer of Dossierstatus een waarde op en drukt op Zoeken. Indien u alle dossiers weer wenst te zien, verwijderd u alle waarden uit de zoekvelden en drukt wederom op Zoeken. U opent het dossier door op de naam te klikken. Indien u gebruik maakt van GGZ Triage + account dan heeft het dossier een status. Alle dossiers beginnen met de status Nieuw, dit zijn alle dossiers die (nog) niet aan een hulpverlener zijn toegewezen. Wanneer een dossier is toegewezen aan een bepaalde hulpverlener wordt de dossier veranderd naar In behandeling. Het dossier is dan alleen nog zichtbaar voor de toegewezen hulpverlener en supervisor. Supervisors kunnen alle dossiers. Na het afronden van het verslag kan de hulpverlener het verslag Ter beoordeling aanbieden aan de supervisor. Indien het verslag goed is bevonden wordt de status aangepast in Goedgekeurd en/of Afgesloten. Figuur 8 Overzicht van uw dossiers Na het aanmaken van een dossier, krijgt u automatisch de dossiergegevens te zien op de tab Overzicht van het dossier. U heeft vanaf dan de mogelijkheid om het dossier te bewerken en tests klaar te zetten. Indien u het dossier later pas wilt bewerken of tests wenst klaar te zetten, kunt het dossier opnieuw openen door in het dossieroverzicht op de naam van het dossier te klikken. Om een dossier te verwijderen klikt u op de knop Verwijderen, die u kunt vinden op de tab Overzicht van het dossier. U zult worden verzocht deze onomkeerbare wijziging te bevestigen, alvorens het dossier wordt verwijderd. Alle cliëntgegevens, antwoorden en scores worden uit de applicatie én de database verwijderd. Handleiding TeleScreen 83

85 Figuur 9 In het Overzicht kunt u het dossier bewerken of verwijderen Het dossierlog geeft u informatie over de handelingen die u en de cliënt hebben verricht. Het houdt bij wanneer u een test klaar heeft gezet, wanneer er handmatig of automatisch herinneringsmails zijn verzonden en wanneer de cliënt de test heeft ingevuld. Tevens is er de mogelijkheid om een notitie te bewaren via de knop Maak notitie en het snel registreren van een telefonisch contact middels de knop Telefonisch contact. Figuur 10 Een voorbeeld van een dossierlog Handleiding TeleScreen 84

86 4.1 Test Overzicht In het Tests menu treft een overzicht van alle reeds afgenomen tests. U kunt op deze pagina een nieuwe test klaarzetten, een Excel export maken van alle resultaten door middel van de knop Scores, of in het actie menu een van acties selecteren. Figuur 11 Een voorbeeld van een dossierlog 4.2 Antwoorden Zodra een cliënt een of meer vragen van een test heeft beantwoord, wordt de tab Antwoorden zichtbaar in het dossier. Op deze tab treft u alle antwoorden van de cliënt in chronologische volgorde. Behalve het antwoord wordt tevens de score op de individuele vraag weergegeven. Via het dropdown menu kunt u filteren op antwoorden zodat u bijvoorbeeld alleen antwoorden ziet die vallen binnen de DSM-IV categorie Angststoornissen. Figuur 12 De antwoorden van een patiënt Handleiding TeleScreen 85

87 4.3 Indicaties Als een test naast antwoorden en scores ook indicaties heeft, wordt de tab Indicaties beschikbaar in het dossier. Op het tabblad Indicaties ziet u een overzicht van de resultaten van het triage instrument. Het tabblad is tevens uw werkblad voor het verslag. Het is belangrijk om te verifiëren of het beeld dat geschetst wordt door het triage instrument overeen komt het beeld dat u heeft van de patiënt. Het is mogelijk om indicaties te verwijderen wanneer u van mening bent dat deze niet kloppen, of indicaties toe te voegen door het gebruik van de gelijknamige knoppen. De applicatie onthoudt welke indicaties u verwijdert of toevoegt. U kunt wijzingen ongedaan maken door gebruik te maken van de functie Indicatie herstellen voor een specifieke indicatie of Herstellen om alle wijzingen ongedaan te maken. Om de vragen in te zien die bij de een indicatie horen drukt u op de knop Ga naar de gerelateerde antwoorden. Een belangrijk aspect van het verwijsmodel GGZ is de GAF-score, een indicator van de ernst van de klachten en/of psychische lijdensdruk. Pas de GAF-score door middel van de pijltjes naar boven en onder. Door te klikken op het bewerk icoon in de kolom Aantekeningen (verslag) wordt een tekstvak geopend waarin u aantekeningen van het contact noteert. Wanneer u klaar bent klikt u op het icoon naast het tekstvak om de aantekeningen op te slaan. De aantekeningen van het patiëntcontact worden opgenomen in het verslag. Het vak Aantekeningen (intern) is bedoeld voor uw eigen notities en wordt niet meegenomen in het verslag. Indicatie toevoegen Indicatie secundair maken Indicatie primair maken Bewerken Indicatie verwijderen GAF score verhogen GAF score verlagen Indicatie herstellen Bekijk antwoorden m.b.t. indicatie Figuur 13 Indicaties van een TeleScreen Handleiding TeleScreen 86

88 4.4 Scores Zodra een of meer tests zijn ingevuld, wordt de tab Scores beschikbaar in menu Tests. Op de tab Scores worden de totaalscores en (sub)schalen van de testafnames weergegeven in tabelvorm en/of grafieken. U kunt op een grafiek klikken om deze vergroot weer te geven. Klik nogmaals op de grafiek om de vergrootte weergave te sluiten. Bij de TeleScreen ziet u een overzicht van de persoonlijkheidsstoornissen met daaronder opgedeeld per cluster (A/B/C) het aantal Juist antwoorden en de consistentie van de antwoorden. Figuur 14 De scores van een TeleScreen Handleiding TeleScreen 87

89 5. Zorgaanbieders TelePsy biedt een zoekengine aan waarbij gezocht kan worden op basis van het adres, naam hulpverlener, trefwoorden en doelgroep (Kinderen en Jeugd, Volwassenen of Ouderen). De zoekresultaten worden weergegeven op een kaart. De grijze iconen zijn zorgaanbieders die vallen binnen de behandelscope van de zoekopdracht. De volgorde van de resultaten worden bepaald aan de hand van de afstand het opgegeven adres. De zoekengine maakt gebruik van de resultaten van de screening om te zoeken naar zorgverleners die hebben aangegeven dergelijke problematiek te behandelen. Nadat u de gewenste zorgverleners hebt gekozen drukt u op Selectie opslaan. Figuur 15 Een zoekengine op basis van resultaten van de screening Nadat u de gewenste zorgverleners hebt opgeslagen is het mogelijk om de resultaten te bewerken, opnieuw te zoeken of de selecte uit te breiden. Figuur 16 De opgeslagen zorgaanbieders Handleiding TeleScreen 88

90 6. Verslag Klik op Genereer verslag om een nieuw verslag te genereren, of een oud verslag te overschrijven. Het verslag bevat relevante informatie over de patiënt, de indicaties, scores en eventueel zorgaanbieders. Figuur 17 Het genereren van een verslag In de volgende stap kunt u een keuze maken uit de verschillende verslagmodules. Zo bestaat er een standaard screeningsrapportage voor de GGZ, een verwijsrapportage gebaseerd op richtlijnen van NHG/LHV en is het tevens mogelijk om een verslag om maat te laten maken. Daarvoor kunt u contact op nemen met de helpdesk via [email protected]. Door middel van de vinkjes kunt u kiezen welke tests in het verslag worden opgenomen. Klik op Verder om het verslag te genereren. Figuur 18 Selecteren van een verslagsjabloon Handleiding TeleScreen 89

91 Het verslag wordt gegenereerd in een tekstverwerkingsprogramma. Net als iedere tekstverwerker kunt de tekst bewerken, dik gedrukt of cursief maken en teksten knippen of plakken. U gebruikt hiervoor de corresponderende knoppen bovenin het verslag. Het verslag wordt iedere 60 seconden opengeslagen, daarnaast kunt u het verslag (tussentijds) opslaan door op de gelijknamige knop te drukken. Klikt u op Opslaan dan wordt het rapport opgeslagen en verlaat u de bewerkmodus. Figuur 19 Bewerken van een verslag Het verslag is nu opgeslagen en door gebruik te maken het scrol menu rechts van het verslag kunt u het verslag doorlezen. Via de knop Bewerken kunt u handmatig het verslag aanpassen. Met behulp van de knop Verslag genereert u het verslag in PDF-format. Als u op Genereer verslag klikt, terwijl er reeds een rapport is opgeslagen, dan overschrijft u het oude verslag met de beginwaarden. Het systeem zal eerst een waarschuwing geven. Figuur 20 Het verslag is opgeslagen Handleiding TeleScreen 90

92 6. Zorgmail Wanneer u een verslag heeft gegenereerd met de verslaggenerator heeft u de mogelijkheid om het verslag te versturen via ZorgMail. Dit doet u door op tab Verslag te klikken op de knop Verstuur bericht. Figuur 21 Versturen van een zorgmail bericht U kunt een aantal zaken instellen het verslag als bijlage (.pdf) wil versturen of een no-show notificatie versturen. Door middel van de Zoeken knop kunt in het ZorgMail adressen boek zoeken naar het zorgmailadres van een zorgverlener. Als u de gewenste instelling hebt geselecteerd dan klikt u op Verder om het zorgmail bericht of het no-show/dossier gereed notificatie te versturen. Figuur 22 Instellen van het te versturen bericht Handleiding TeleScreen 91

93 Om een bericht via ZorgMail te versturen kunt u gebruik maken van ons ZorgMail adresboek dat geopend wordt wanneer u op zoeken klik. U zoekt hierbij op Naam, Praktijk/Instelling en Woonplaats. Klik op Zoeken om de zoekopdracht uit te voeren. Wanneer de gewenste zorgverlener ziet klikt u op de naam en de applicatie zal het ZorgMail adres selecteren. Figuur 23 Zorgmailadressenboek Nadat u het verslag hebt verstuurd ziet in de rechterzijde van het scherm een notificatie die bevestigd dat het bericht is verstuurd. Figuur 24 Bevestiging van het versturen van het ZorgMailbericht Handleiding TeleScreen 92

Handleiding QUICKSCREEN

Handleiding QUICKSCREEN Handleiding QUICKSCREEN November 2014 QuickScreen Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders IV Screener As-I-II-III-IV-V TelePsy 2014, drs. R. Smit, drs. E. van de Leur, I. Dijksman, mr. M.

Nadere informatie

Handleiding TELESCREEN

Handleiding TELESCREEN Handleiding TELESCREEN April 2013 TeleScreen Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders IV Screener As-I-2-3-4-5 TelePsy 2013, Drs. H. Lionarons, drs. E. van de Leur, mr. M. Essed Inhoudsopgave

Nadere informatie

Je bent alleen maar verslaafd! Wim van Loon, Psychiater. 10 februari 2014

Je bent alleen maar verslaafd! Wim van Loon, Psychiater. 10 februari 2014 Je bent alleen maar verslaafd! Wim van Loon, Psychiater. 10 februari 2014 Comorbiditeit: Voorkomen van verschillende stoornissen bij 1 persoon. Dubbele diagnose: Verslaving (afhankelijkheid en misbruik

Nadere informatie

Rapportage 2010. Landelijk Informatie Netwerk Eerstelijnspsychologen (LINEP) Nederlands Instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg

Rapportage 2010. Landelijk Informatie Netwerk Eerstelijnspsychologen (LINEP) Nederlands Instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg Nederlands Instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg Postbus 1568 3500 BN Utrecht Tel. 030-272 9700 Rapportage 2010 Landelijk Informatie Netwerk Eerstelijnspsychologen (LINEP) 2 Hieronder worden

Nadere informatie

De do s en don ts bij implementatie van nieuw testonderzoek Jeroen Kleijweg

De do s en don ts bij implementatie van nieuw testonderzoek Jeroen Kleijweg De do s en don ts bij implementatie van nieuw testonderzoek Jeroen Kleijweg Wetenschappelijk Bureau HSK VGCt Najaarscongres 2011 18 november 2011 Overzicht presentatie 1. Aanleiding om instrument te ontwikkelen

Nadere informatie

BELEIDSREGEL CV-6300-4.0.1.-2

BELEIDSREGEL CV-6300-4.0.1.-2 BELEIDSREGEL Tarief en prestatiebeschrijvingen voor eerstelijns psychologische zorg 1. Algemeen a. Deze beleidsregel is van toepassing op zorgaanbieders die eerstelijns psychologische zorg leveren, welke

Nadere informatie

Grensoverschrijdend gedrag. Les 2: inleiding in de psychopathologie

Grensoverschrijdend gedrag. Les 2: inleiding in de psychopathologie Grensoverschrijdend gedrag Les 2: inleiding in de psychopathologie Programma Psychopathologie; wat is het? Algemene functionele psychopathologie DSM Psychopathologie = Een onderdeel van de psychiatrie

Nadere informatie

Samenwerkingsverband Vrijgevestigde Psychologen Amsterdam

Samenwerkingsverband Vrijgevestigde Psychologen Amsterdam Samenwerkingsverband Vrijgevestigde Psychologen Amsterdam Sanne Bakker en Marjan Kroon, 19 juni 2014 1. De invoering van de Basis GGZ 2. Het verwijsmodel 3. Overzicht van de DSM-IV stoornissen die vergoed

Nadere informatie

Diagnose en classificatie in de psychiatrie

Diagnose en classificatie in de psychiatrie Diagnose en classificatie in de psychiatrie Klinische Validiteit Research Betrouwbaarheid Prof dr Bert van Hemert psychiater en epidemioloog Afdelingshoofd psychiatrie DBC Kosten-baten 2 Diagnosen in de

Nadere informatie

Borderline, waar ligt de grens?

Borderline, waar ligt de grens? Borderline, waar ligt de grens? Themadag georganiseerd door Friese werkgroep Labyrinth-In Perspectief 23 november 2002 Programma 10.00 10.15 10.20 11.00 11.15 11.45 12.15 13.00 14.00 15.00 Ontvangst met

Nadere informatie

Verwijzen naar de GGZ. Wanneer verwijzen naar de Generalistische basis GGZ en Gespecialiseerde GGZ?

Verwijzen naar de GGZ. Wanneer verwijzen naar de Generalistische basis GGZ en Gespecialiseerde GGZ? Verwijzen naar de GGZ Wanneer verwijzen naar de Generalistische basis GGZ en Gespecialiseerde GGZ? Nieuwe structuur in de geestelijke gezondheidszorg Om de kwaliteit en de kostenbeheersing in de geestelijke

Nadere informatie

Bijlage : Primaire DSM-IV diagnoses

Bijlage : Primaire DSM-IV diagnoses Bijlage : Primaire DSM-IV diagnoses DSM IV stoornis ZUIGELING-KIND-JEUGD Leerstoornissen - Leesstoornis - Rekenstoornis - Schrijfstoornis - Leerstoornis NAO Stoornissen in de motorische vaardigheden -Coördinatieontwikkelingsstoornis

Nadere informatie

Generalistische Basis GGZ en Specialistische GGZ

Generalistische Basis GGZ en Specialistische GGZ Generalistische Basis GGZ en Specialistische GGZ Informatie voor huisartsen Organisatie voor geestelijke gezondheidszorg GGZ Rivierduinen biedt vele vormen van geestelijke gezondheidszorg voor alle leeftijden;

Nadere informatie

Our brains are not logical computers, but feeling machines that think.

Our brains are not logical computers, but feeling machines that think. Drs. Fernando Cunha (Child Support Europe) Ontwikkelingspsycholoog Gezondheidspsycholoog (BIG) Kinder- en Jeugdpsycholoog (NIP) Onderwijsspecialist http://www.child-support-europe.com In dienst van kinderen,

Nadere informatie

Verantwoording data-analyses

Verantwoording data-analyses Verantwoording data-analyses In het kader van werkgroep Zorgvraagzwaarte 2012/2013 Versie: definitief 1.0 Inhoudsopgave 1 Verantwoording data-analyses... 4 1.1 Aanleiding... 4 1.2 Onderzoeksobject... 4

Nadere informatie

BELEIDSREGEL BR/CU-7047

BELEIDSREGEL BR/CU-7047 BELEIDSREGEL Eerstelijns psychologische zorg Ingevolge artikel 57, eerste lid, aanhef, en onder b en c, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) beleidsregels

Nadere informatie

Onderwerp Kenmerk Datum Resultaten e-diagnostiek 104575 18-01-2014

Onderwerp Kenmerk Datum Resultaten e-diagnostiek 104575 18-01-2014 VERTROUWELIJK Onderwerp Kenmerk Datum Resultaten e-diagnostiek 104575 18-01-2014 Cliënt Naam: Dhr. R. Richard Geboortedatum: 01-01-1986 BSN: 111222333 Voorlopige DSM IV classificatie As 1 Hypochondrie

Nadere informatie

Spiegelrapportage 2010

Spiegelrapportage 2010 Nederlands Instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg Postbus 1568 3500 BN Utrecht Tel. 030-272 9700 Spiegelrapportage 2010 Psycholoog: 00000000 Landelijk Informatie Netwerk Eerstelijnspsychologen

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting

Samenvatting. Samenvatting Samenvatting Op grond van klinische ervaring en wetenschappelijk onderzoek, is bekend dat het gezamenlijk voorkomen van een pervasieve ontwikkelingsstoornis en een verstandelijke beperking tot veel bijkomende

Nadere informatie

Dubbele diagnosemonitor

Dubbele diagnosemonitor Dubbele diagnosemonitor Ervaringen met vijf jaar doelgroepenmonitoring Dr. Gerdien de Weert-van Oene Projectleider DD monitor [email protected] www.nispa.nl Schema *: DD-monitor De DD monitor naar meetinstrumenten

Nadere informatie

Vaardighedentoets (Portfolio) gezondheidszorgpsycholoog diagnostiek en indicatiestelling (volwassenen en ouderen)

Vaardighedentoets (Portfolio) gezondheidszorgpsycholoog diagnostiek en indicatiestelling (volwassenen en ouderen) Vaardighedentoets (Portfolio) gezondheidszorgpsycholoog diagnostiek en indicatiestelling (volwassenen en ouderen) Doelstelling De volgende twee Kerncompetenties en vaardigheden in de Regeling periodieke

Nadere informatie

SAMENVATTING. Achtergrond en doelstellingen van dit proefschrift

SAMENVATTING. Achtergrond en doelstellingen van dit proefschrift 153 SAMENVATTING Achtergrond en doelstellingen van dit proefschrift Angst en depressie zijn de meest voorkomende psychische stoornissen, de ziektelast is hoog en deze aandoeningen brengen hoge kosten met

Nadere informatie

Beter geïntegreerd! Wat zeggen de richtlijnen?

Beter geïntegreerd! Wat zeggen de richtlijnen? Beter geïntegreerd! Wat zeggen de richtlijnen? Beter geïntegreerd! Wat zeggen de richtlijnen? Richtlijnen Casus IDDT Richtlijnen, wat zeggen ze niet! Richtlijnen Dubbele Diagnose, Dubbele hulp (2003) British

Nadere informatie

volwassenen en ouderen

volwassenen en ouderen volwassenen en ouderen Inhoudsopgave 1. Aanmelding... 1 2. Eerste gesprek... 1 3. De verdere behandeling... 2 4. Privacy en kwaliteit... 2 5. Kosten... 3 6. Eigen risico... 3 7. Tot slot... 4 AmaCura is

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting. 1. Wat zijn trauma-gerelateerde stoornissen, dissociatieve stoornissen en

Nederlandse samenvatting. 1. Wat zijn trauma-gerelateerde stoornissen, dissociatieve stoornissen en Nederlandse samenvatting 1. Wat zijn trauma-gerelateerde stoornissen, dissociatieve stoornissen en persoonlijkheidsstoornissen? Van de trauma- en stressorgerelateerde (kortweg trauma-gerelateerde) stoornissen

Nadere informatie

Bedoeling van dit werkcollege:

Bedoeling van dit werkcollege: PSYCHOLOGISCHE DIAGNOSTIEK Veld Klinische en Gezondheidspsychologie Oktober 2005 Cécile Vandeputte- v.d. Vijver Bedoeling van dit werkcollege: Bespreking van de stappen van het psychodiagnostisch proces

Nadere informatie

Bijlage. Van ICD-9-CM-codes naar ICD-10-CM-codes

Bijlage. Van ICD-9-CM-codes naar ICD-10-CM-codes Bijlage Van ICD-9-CM-codes naar ICD-10-CM-codes De stoornissen staan in de volgorde waarin ze in de tekst voorkomen. * De eerste code is steeds de icd-9-cm-code, dan volgt een rechte streep ( ) en dan

Nadere informatie

INDIGO HET ANTWOORD OP DE BASIS GGZ

INDIGO HET ANTWOORD OP DE BASIS GGZ INDIGO HET ANTWOORD OP DE BASIS GGZ Inhoudsopgave Indigo Brabant 2 Wat is de Basis GGZ? 2 Wat kan Indigo mij bieden? 4 1. POH-GGZ 2. Generalistische Basis GGZ Specialistische GGZ 7 Heeft u vragen? 7 Contact

Nadere informatie

hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5

hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5 SAMENVATTING 117 Pas kortgeleden is aangetoond dat ADHD niet uitdooft, maar ook bij ouderen voorkomt en nadelige gevolgen kan hebben voor de patiënt en zijn omgeving. Er is echter weinig bekend over de

Nadere informatie

Beschrijving zorgclustermodel ggz. Voor deelnemers aan pilotfase 2

Beschrijving zorgclustermodel ggz. Voor deelnemers aan pilotfase 2 Beschrijving zorgclustermodel ggz Voor deelnemers aan pilotfase 2 Inhoud In document treft u de volgende informatie aan: 1. De beslisboom met de indeling van de zorgclusters; 2. De beschrijving van de

Nadere informatie

Vroeginterventie via het internet voor depressie en angst

Vroeginterventie via het internet voor depressie en angst Samenvatting 141 Vroeginterventie via het internet voor depressie en angst Hoofdstuk 1 is de inleiding van dit proefschrift. Internetbehandeling voor depressie en angst is bewezen effectief. Dit opent

Nadere informatie

Zorgprogramma Angststoornissen

Zorgprogramma Angststoornissen Zorgprogramma Angststoornissen Doelgroep Het Zorgprogramma Angststoornissen is bedoeld voor volwassenen die een angststoornis hebben. Mensen met een angststoornis hebben last van angsten zonder dat daar

Nadere informatie

6 Forensische aspecten Aandachtspunten 134 Noten 134

6 Forensische aspecten Aandachtspunten 134 Noten 134 Inhoud Voorwoord Hoofdstuk 1 Psychiatrische stoornis en diagnostiek 13 1 Inleiding 13 2 Psychiatrische ziekte 13 3 De psychische functies 16 4 Doelen en onderdelen psychiatrische diagnostiek 17 5 Diagnose

Nadere informatie

DECISION TOOLS De juiste zorg op de juiste plaats

DECISION TOOLS De juiste zorg op de juiste plaats Stichting Topklinische GGz DECISION TOOLS De juiste zorg op de juiste plaats De juiste zorg op de juiste plaats In de ggz is het al langer een probleem dat patiënten niet altijd de juiste zorg krijgen,

Nadere informatie

Ik ondergetekende, attesteer dat de hoger genoemde persoon lijdt aan volgende psychiatrische aandoening:

Ik ondergetekende, attesteer dat de hoger genoemde persoon lijdt aan volgende psychiatrische aandoening: VLOR+FORMULIER 5: STUDENTEN MET PSYCHIATRISCHE FUNCTIEBEPERKINGEN, waaronder Ontwikkelingsstoornissen Onderstaand formulier dient ingevuld te worden door de (behandelend) psychiater of erkend psycholoog

Nadere informatie

Persoonlijkheidsstoornissen

Persoonlijkheidsstoornissen Persoonlijkheidsstoornissen PAUL VAN DER HEIJDEN MIRIAM VAN VESSEM Inhoud 1. Wat is een persoonlijkheidsstoornis? 2. Hoe vaak komt het voor? 3. Hoe stellen we een persoonlijkheidsstoornis vast? 4. Wat

Nadere informatie

DSM 5 - psychose Dr. S. Geerts Dr. O. Cools 28-11-2014

DSM 5 - psychose Dr. S. Geerts Dr. O. Cools 28-11-2014 DSM 5 - psychose Dr. S. Geerts Dr. O. Cools 28-11-2014 Inhoud DSM IV -> DSM 5 DSM IV: Schizofrenie als kernsyndroom Even stilstaan bij SCHIZOFRENIE Kritiek op DSM IV Overzicht DSM 5 Schizofrenie (1) Epidemiologie:

Nadere informatie

Factsheet 2: De inzet van de POH-GGZ in de huisartspraktijk over de periode

Factsheet 2: De inzet van de POH-GGZ in de huisartspraktijk over de periode Factsheet 2: De inzet van de POH-GGZ in de huisartspraktijk over de periode 2011-2016 P.F.M. Verhaak M. Nielen D. de Beurs Dit rapport is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen worden gebruikt met

Nadere informatie

Lezing voor de NVA. Door Harmke Nygard-Smith Klinisch psycholoog. Ontwikkelingsstoornissen Dimence

Lezing voor de NVA. Door Harmke Nygard-Smith Klinisch psycholoog. Ontwikkelingsstoornissen Dimence Lezing voor de NVA Door Harmke Nygard-Smith Klinisch psycholoog Ontwikkelingsstoornissen Dimence Waarom diagnostiek? Hoe doen we eigenlijk diagnostiek? De DSM 5 Wijzigingen in de DSM 5 voor de autisme

Nadere informatie

het antwoord op de Basis GGZ

het antwoord op de Basis GGZ het antwoord op de Basis GGZ mentale ondersteuning direct en dichtbij Inhoudsopgave Indigo Wat is de Basis GGZ? Verwijscriteria Wat kan Indigo mij bieden? 1. POH-GGZ 2. Generalistische Basis GGZ Mirro:

Nadere informatie

InFoP 2. Informatie voor Familieleden omtrent Psychose. Inhoud. Inleiding

InFoP 2. Informatie voor Familieleden omtrent Psychose. Inhoud. Inleiding Informatie voor Familieleden omtrent Psychose InFoP 2 Inhoud Introductie Module I: Wat is een psychose? Module II: Psychose begrijpen? Module III: Behandeling van psychose de rol van medicatie? Module

Nadere informatie

Aanleiding. Werkgroep ZVZ. Zorgvraagzwaarte. 29 november Congres Implementatie DBC-pakket Bestuurlijk akkoord toekomst ggz

Aanleiding. Werkgroep ZVZ. Zorgvraagzwaarte. 29 november Congres Implementatie DBC-pakket Bestuurlijk akkoord toekomst ggz Zorgvraagzwaarte Congres Implementatie DBC-pakket 24 Bea van Esch 29 november 23 2 Aanleiding Bestuurlijk akkoord toekomst ggz 23-24 Afspraken over introduceren zorgvraagzwaarte Werkgroep zorgvraagzwaarte

Nadere informatie

Bijlage. Van ICD-9-CM-codes naar ICD-10-CM-codes (alfabetisch)

Bijlage. Van ICD-9-CM-codes naar ICD-10-CM-codes (alfabetisch) Bijlage Van ICD-9-CM-codes naar ICD-10-CM-codes (alfabetisch) De stoornissen staan hier in alfabetische volgorde, en niet in de volgorde waarin ze in Psychiatrische diagnostiek aan bod komen. * De eerste

Nadere informatie

Coaching, Counseling & DSM

Coaching, Counseling & DSM Coaching, Counseling & DSM Ron van Deth - Overgang van DSM-IV naar DSM-5 - Wat kan/moet ik als coach/counselor met de DSM? Valkuilen coach/counselor Gaan diagnosticeren Iemand met een psychische stoornis

Nadere informatie

gegeven met informatie over risico, complexiteit, duur, ernst en een doorverwijzingsadvies.

gegeven met informatie over risico, complexiteit, duur, ernst en een doorverwijzingsadvies. Geachte, Pearson start een onderzoek naar Innerview. Innerview is een beslissingsondersteunend instrument (BOI) voor doorverwijzing in de geestelijke gezondheidszorg en is uniek in zijn soort als het gaat

Nadere informatie

Een nieuwe generatie e-health oplossingen

Een nieuwe generatie e-health oplossingen Een nieuwe generatie e-health oplossingen vragenlijsten psycho-educatie oefeningen dagboeken berichten modules TelePsy ontwikkelt en beheert een internetapplicatie ten behoeve van het meten, monitoren

Nadere informatie

Zorgprogramma Lijf & Leven. Beter in je lijf, beter in je hoofd Herstel van psychiatrische aandoeningen door een betere lichamelijke gezondheid.

Zorgprogramma Lijf & Leven. Beter in je lijf, beter in je hoofd Herstel van psychiatrische aandoeningen door een betere lichamelijke gezondheid. Zorgprogramma Lijf & Leven Beter in je lijf, beter in je hoofd Herstel van psychiatrische aandoeningen door een betere lichamelijke gezondheid. Levensverwachting met tot wel 20 jaar verkort 85% van patienten

Nadere informatie

uw antwoord op de Basis GGZ

uw antwoord op de Basis GGZ uw antwoord op de Basis GGZ mentale ondersteuning direct en dichtbij 2 Inhoudsopgave Indigo Wat is de Basis GGZ? Verwijscriteria Wat kan Indigo mij bieden? 1. POH-GGZ 2. Generalistische Basis GGZ Mirro:

Nadere informatie

Inleiding in de Jeugd-GGZ

Inleiding in de Jeugd-GGZ Inleiding in de Jeugd-GGZ Werkbijeenkomst Jeugd-GGZ Bertine Lahuis, voorzitter BOJOG Ede, 31 mei 2013 Wat is kinder- en jeugdpsychiatrie? Onderdeel van de reguliere gezondheidszorg (ZvW en klein deel AWBZ).

Nadere informatie

Toelichting productstructuur DBC GGZ RG12

Toelichting productstructuur DBC GGZ RG12 Toelichting productstructuur DBC GGZ RG12 Versie 20111201 Ingangsdatum: 1 januari 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding...3 1.1 Voor wie is dit document bedoeld...3 1.2 Welke informatie is er in dit document

Nadere informatie

Verschuivingen van de tweedelijns geestelijke gezondheidszorg naar de eerstelijn en gevolgen daarvan voor de benodigde beroepsbeoefenaren: 2009-2012

Verschuivingen van de tweedelijns geestelijke gezondheidszorg naar de eerstelijn en gevolgen daarvan voor de benodigde beroepsbeoefenaren: 2009-2012 Dit rapport is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen worden gebruikt met bronvermelding. Verschuivingen van de tweedelijns geestelijke gezondheidszorg naar de eerstelijn en gevolgen daarvan voor

Nadere informatie

Informatie voor Familieleden omtrent Psychose. InFoP 2. Inhoud

Informatie voor Familieleden omtrent Psychose. InFoP 2. Inhoud Informatie voor Familieleden omtrent Psychose InFoP 2 Inhoud Introductie Module I: Wat is een psychose? Module II: Psychose begrijpen? Module III: Behandeling van psychose de rol van medicatie? Module

Nadere informatie

Langdurige Forensische Psychiatrie

Langdurige Forensische Psychiatrie Zorgzwaarte Checklijst Langdurige Forensische Psychiatrie Drs. Peter C. Braun, Dr. Erik Bulten Persoonlijke gegevens van de patiënt: Naam tbs-gestelde: Geboortedatum: TBS nummer: Verblijfplaats ten tijde

Nadere informatie

TSCYC Ouderversie. Vragenlijst over traumasymptomen bij jonge kinderen. Jeroen de Groot. ID 256-18 Datum 24.12.2014. Informant:

TSCYC Ouderversie. Vragenlijst over traumasymptomen bij jonge kinderen. Jeroen de Groot. ID 256-18 Datum 24.12.2014. Informant: TSCYC Ouderversie Vragenlijst over traumasymptomen bij jonge kinderen ID 256-18 Datum 24.12.2014 Informant: Mieke de Groot-Aerts moeder TSCYC Inleiding 2 / 10 INLEIDING De TSCYC is een vragenlijst die

Nadere informatie

Consulten bij de huisarts en de POH-GGZ in verband met psychosociale problematiek. Een analyse van NIVEL Zorgregistraties gegevens van 2010-2014

Consulten bij de huisarts en de POH-GGZ in verband met psychosociale problematiek. Een analyse van NIVEL Zorgregistraties gegevens van 2010-2014 Dit factsheet is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen met bronvermelding (Magnée, T., Beurs, D.P. de, Verhaak. P.F.M. Consulten bij de huisarts en de POH-GGZ in verband met psychosociale problematiek.

Nadere informatie

Samenvatting SAMENVATTING Hoofdstuk 1 is de algemene introductie over de inhoud van dit proefschrift. Depressie en angststoornissen zijn de meest voorkomende psychische stoornissen en brengen een grote

Nadere informatie

TSCYC. Vragenlijst over traumasymptomen bij jonge kinderen. HTS Report. Julia de Vries ID Datum Ouderversie

TSCYC. Vragenlijst over traumasymptomen bij jonge kinderen. HTS Report. Julia de Vries ID Datum Ouderversie TSCYC Vragenlijst over traumasymptomen bij jonge kinderen HTS Report ID 15890-3156 Datum 18.07.2017 Ouderversie Informant: Jeroen de Vries Vader INLEIDING TSCYC 2/8 Inleiding De TSCYC is een vragenlijst

Nadere informatie

Reglement. Geestelijke gezondheidszorg (GGZ)

Reglement. Geestelijke gezondheidszorg (GGZ) Reglement Geestelijke gezondheidszorg (GGZ) geldig vanaf 1 januari 2019 575.774.000.000.1850 Pagina 1 van 9 INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE...2 Reglement GGZ 2019...3 1.1. Het Reglement Geestelijke gezondheidszorg

Nadere informatie

Analyse van de inzet van de POH-GGZ in de huisartsenpraktijk over de periode

Analyse van de inzet van de POH-GGZ in de huisartsenpraktijk over de periode Dit factsheet is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen met bronvermelding (Beurs, D. de, Magnée, T., Bakker, D. de, Verhaak, P. Analyse van de inzet van de POH-GGZ in de huisartsenpraktijk over

Nadere informatie

KWALITEITSONTWIKKELING GGZ

KWALITEITSONTWIKKELING GGZ KWALITEITSONTWIKKELING GGZ Kwalitatief goede zorg tegen aanvaardbare kosten Door Sebastiaan Baan Korte uitleg animatie: https://youtu.be/dl6n5hix2d Y 2 NETWERK KWALITEITSONTWIKKELING GGZ Landelijk Platform

Nadere informatie

Richtlijn Angst (2016)

Richtlijn Angst (2016) Richtlijn Angst (2016) Onderbouwing Uitgangsvragen Hoe kunnen rollen en taken optimaal worden verdeeld tussen betrokken zorgverleners bij jeugdigen (0-18 jaar) met angst, ter voorkoming van dubbelingen,

Nadere informatie

Op naar DSM 5. Mariken van Onna Klinisch psycholoog-psychotherapeut Supervisor VGCt Karakter Nijmegen Universitair Centrum Kinder- en jeugdpsychiatrie

Op naar DSM 5. Mariken van Onna Klinisch psycholoog-psychotherapeut Supervisor VGCt Karakter Nijmegen Universitair Centrum Kinder- en jeugdpsychiatrie Op naar DSM 5 Mariken van Onna Klinisch psycholoog-psychotherapeut Supervisor VGCt Karakter Nijmegen Universitair Centrum Kinder- en jeugdpsychiatrie Nieuwe (wetenschappelijke) ontwikkelingen Meer kennis

Nadere informatie

PersonaCura. Uw specialist in persoonlijkheid & gedrag bij senioren

PersonaCura. Uw specialist in persoonlijkheid & gedrag bij senioren PersonaCura Uw specialist in persoonlijkheid & gedrag bij senioren Inleiding We willen allemaal oud worden, maar het liever niet zijn. Ouder worden betekent immers omgaan met verlies van gezondheid, van

Nadere informatie

Handreiking Gebruik zorgvraagzwaarte-indicator GGZ Voor GGZ-instellingen en zorgverzekeraars

Handreiking Gebruik zorgvraagzwaarte-indicator GGZ Voor GGZ-instellingen en zorgverzekeraars Handreiking Gebruik zorgvraagzwaarte-indicator GGZ Voor GGZ-instellingen en zorgverzekeraars September 2015 Utrecht 1 Handreiking zorgvraagzwaarte-indicator GGZ; Voor GGZinstellingen en zorgverzekeraars

Nadere informatie

Waarom onderzoek naar zorggebruik? Over- of onderbehandeling van jongeren in de GGZ? Inhoud. dr. F. Jörg

Waarom onderzoek naar zorggebruik? Over- of onderbehandeling van jongeren in de GGZ? Inhoud. dr. F. Jörg Frederike Jörg Stelling 1 Frederike Jörg Stelling 2 Teveel kinderen en jongeren in Nederland zoeken en krijgen tweedelijns, specialistische GGZ-hulp terwijl er vaak geen sprake is van psychiatrische problematiek

Nadere informatie

Reglement. Geestelijke gezondheidszorg (GGZ)

Reglement. Geestelijke gezondheidszorg (GGZ) Reglement Geestelijke gezondheidszorg (GGZ) geldig vanaf 1 januari 2018 575.774.000.000.1750 Pagina 1 van 10 INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE...2 Reglement GGZ 2018...3 1.1. Het Reglement Geestelijke gezondheidszorg

Nadere informatie

HERDIAGNOSTIEK Een sprookje? Wat willen jullie horen/weten?

HERDIAGNOSTIEK Een sprookje? Wat willen jullie horen/weten? HERDIAGNOSTIEK Een sprookje? Wat willen jullie horen/weten? 11-4-2019 AANLEIDING 2014 project zinnige, zuinige zorg Onderzoekbehandelduur en wachttijden Vermoeden van mismatch zowel behandel- inhoud als

Nadere informatie

HOOFDSTUK 1: INLEIDING

HOOFDSTUK 1: INLEIDING 168 Samenvatting 169 HOOFDSTUK 1: INLEIDING Bij circa 13.5% van de ouderen komen depressieve klachten voor. Met de term depressieve klachten worden klachten bedoeld die klinisch relevant zijn, maar niet

Nadere informatie

heeft krachtens de paragrafen 2 en 4 van hoofdstuk 4 van de Wmg

heeft krachtens de paragrafen 2 en 4 van hoofdstuk 4 van de Wmg PRESTATIEBESCHRIJVINGBESCHIKKING Nummer Datum ingang Datum beschikking Datum verzending 1 januari 2011 21 december 2010 21 december 2010 Volgnr. Geldig tot Behandeld door 4 directie Zorgmarkten Cure De

Nadere informatie

Afspraken over verwijzen, terugverwijzen en ontslag in de GGZ regio Arnhem voor patiënten/cliënten van 18 jaar en ouder

Afspraken over verwijzen, terugverwijzen en ontslag in de GGZ regio Arnhem voor patiënten/cliënten van 18 jaar en ouder Afspraken over verwijzen, terugverwijzen en ontslag in de GGZ regio Arnhem voor patiënten/cliënten van 18 jaar en ouder Verwijzen Criteria voor verwijzen vanuit de huisartsenpraktijk 1 Uit Landelijke samenwerkingsafspraken:

Nadere informatie

Angst en depressie in de huisartspraktijk: signaleren van risicogroepen. Peter F M Verhaak NIVEL

Angst en depressie in de huisartspraktijk: signaleren van risicogroepen. Peter F M Verhaak NIVEL Angst en depressie in de huisartspraktijk: signaleren van risicogroepen Peter F M Verhaak NIVEL 12-maands prevalentie stemmings-, angst- en middelenstoornis 250 200 N/1000 patiënten 150 100 50 Depressie

Nadere informatie

TRANSMURAAL PROTOCOL PSYCHIATRIE Herziene versie mei/juni 2009.

TRANSMURAAL PROTOCOL PSYCHIATRIE Herziene versie mei/juni 2009. TRANSMURAAL PROTOCOL PSYCHIATRIE Herziene versie mei/juni 2009. Werkafspraken De afdeling psychiatrie, gevestigd in het Academisch Psychiatrisch Centrum van het AMC, kent 4 zorglijnen: 1. Acute zorg 2.

Nadere informatie

Generalistische Basis GGZ

Generalistische Basis GGZ Generalistische Basis GGZ Code Omschrijving Maximale vergoeding TOTAAL 180001 Generalistische Basis GGZ Kort (BK) 418,10 180002 Generalistische Basis GGZ Middel (BM) 712,39 180003 Generalistische Basis

Nadere informatie

SCHEMA S STOORNISSEN KINDERPSYCHIATRIE

SCHEMA S STOORNISSEN KINDERPSYCHIATRIE SCHEMA S STOORNISSEN KINDERPSYCHIATRIE Dyslexie Moeite met de techniek van het lezen en spellen, door problemen om het woordniveau en met als belangrijk kenmerk dat geen echte automatisering van het lezen

Nadere informatie

het antwoord op de Basis GGZ

het antwoord op de Basis GGZ het antwoord op de Basis GGZ mentale ondersteuning direct en dichtbij 2 Inhoudsopgave Indigo Wat is de Basis GGZ? Verwijscriteria Wat kan Indigo mij bieden? 1. POH-GGZ 2. Generalistische Basis GGZ 3. mirro:

Nadere informatie

het antwoord op de Basis GGZ

het antwoord op de Basis GGZ het antwoord op de Basis GGZ mentale ondersteuning direct en dichtbij Inhoudsopgave Indigo Wat is de Basis GGZ? Verwijscriteria Wat kan Indigo mij bieden? 1. POH-GGZ 2. Generalistische Basis GGZ 3. mirro:

Nadere informatie

Tarieven niet-gecontracteerde zorg specialistische GGZ (restitutiepolis)

Tarieven niet-gecontracteerde zorg specialistische GGZ (restitutiepolis) Tarieven niet-gecontracteerde zorg specialistische GGZ (restitutiepolis) 1 januari 2017 Bij de vergoeding voor de Restitutiepolis worden indicatieve gangbare bedragen genoemd. Tot de genoemde bedragen

Nadere informatie

SaMenvatting (SUMMARy IN DUTCH)

SaMenvatting (SUMMARy IN DUTCH) Samenvatting (summary in Dutch) Samenvatting In hoofdstuk 1 wordt de algemene introductie van dit proefschrift beschreven. De nadruk in dit proefschrift lag op patiënten met hoofd-halskanker (HHK) en

Nadere informatie

INTER-PSY Vechtdal Kliniek

INTER-PSY Vechtdal Kliniek Informatie voor verwijzers INTER-PSY Vechtdal Kliniek Polikliniek, deeltijdbehandeling en kliniek /opname Informatie voor verwijzers INTER-PSY Vechtdal Kliniek Algemene informatie INTER-PSY Vechtdal Kliniek

Nadere informatie

Behandeling van ouderen in de eerste lijn

Behandeling van ouderen in de eerste lijn Behandeling van ouderen in de eerste lijn Lucinda Meihuizen, GZ psycholoog Bestuurslid sectie ouderenpsychologen NIP Zorgpartners Midden-Holland en Samenwerkende psychologen Alphen a/d Rijn Agenda workshop

Nadere informatie

Reglement Geestelijke gezondheidszorg (GGZ)

Reglement Geestelijke gezondheidszorg (GGZ) Reglement Geestelijke gezondheidszorg (GGZ) geldig vanaf 1 januari 2017 575.774.000.000.1650 Pagina 1 van 9 INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE...2 Reglement GGZ 2017...3 1.1. Het Reglement Geestelijke gezondheidszorg

Nadere informatie

STAPPENPLAN ANGST IN DE EERSTE LIJN

STAPPENPLAN ANGST IN DE EERSTE LIJN STAPPENPLAN ANGST IN DE EERSTE LIJN Doel Vroegtijdige opsporing en behandeling van angst bij zelfstandig wonende ouderen. STAP 1: Screenen op angst in de eerste lijn (kruis aan). Voelde u zich de afgelopen

Nadere informatie

De psycholoog in Zuyderland Medisch Centrum. Medische Psychologie

De psycholoog in Zuyderland Medisch Centrum. Medische Psychologie De psycholoog in Zuyderland Medisch Centrum Medische Psychologie In deze folder informeren we u over de manier van werken van de psycholoog, verbonden aan de afdeling Medische psychologie van Zuyderland

Nadere informatie

Reglement Geestelijke gezondheidszorg (GGZ)

Reglement Geestelijke gezondheidszorg (GGZ) Reglement Geestelijke gezondheidszorg (GGZ) geldig vanaf 1 januari 2015 575.774.000.000.1450 Pagina 1 van 13 INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE... 2 Reglement GGZ 2015... 3 1.1. Het Reglement Geestelijke gezondheidszorg

Nadere informatie

Van somatoforme stoornissen naar somatisch symptoom stoornis

Van somatoforme stoornissen naar somatisch symptoom stoornis Van somatoforme stoornissen naar somatisch symptoom stoornis Prof. dr. Sako Visser Universiteit van Amsterdam Pro Persona GGZ Het verdwijnen van hypochondrie En andere begrepen en onbegrepen verschillen

Nadere informatie

Diagnostiek en onderzoek naar autisme bij dubbele diagnose. Annette Bonebakker, PhD, klinisch neuropsycholoog CENTRUM DUBBELE PROBLEMATIEK DEN HAAG

Diagnostiek en onderzoek naar autisme bij dubbele diagnose. Annette Bonebakker, PhD, klinisch neuropsycholoog CENTRUM DUBBELE PROBLEMATIEK DEN HAAG Diagnostiek en onderzoek naar autisme bij dubbele diagnose Annette Bonebakker, PhD, klinisch neuropsycholoog CENTRUM DUBBELE PROBLEMATIEK DEN HAAG 1 Autisme spectrum stoornissen Waarom dit onderwerp? Diagnostiek

Nadere informatie

Paniekaanval als specificatie

Paniekaanval als specificatie DSM-IV-TR 1. Paniekstoornis met agorafobie 2. Paniekstoornis zonder agorafobie 3. Agorafobie zonder paniekstoornis in de voorgeschiedenis 4. Specifieke fobie 5. Sociale fobie 6. Obsessieve-compulsieve

Nadere informatie

Reglement Geestelijke gezondheidszorg (GGZ)

Reglement Geestelijke gezondheidszorg (GGZ) Reglement Geestelijke gezondheidszorg (GGZ) geldig vanaf 1 januari 2016 575.774.000.000.1550 Pagina 1 van 10 INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE...2 Reglement GGZ 2016...3 1.1. Het Reglement Geestelijke gezondheidszorg

Nadere informatie

DSM-5 Inleiding in de belangrijkste veranderingen

DSM-5 Inleiding in de belangrijkste veranderingen DSM-5 Inleiding in de belangrijkste veranderingen Dr. P. Remijnse, psychiater VIA, 23 januari 2017 Disclosure belangen spreker (potentiële) belangenverstrengeling Voor deze bijeenkomst mogelijk relevante

Nadere informatie

Parnassia Groep Remco de Winter & Karin Slotema

Parnassia Groep Remco de Winter & Karin Slotema Parnassia Groep 30-11- 2017 Remco de Winter & Karin Slotema Kennismaken + epidemiologie Principes voor de omgang met suïcidaal gedrag pauze Systematisch onderzoek van suïcidaal gedrag pauze Beschrijvende

Nadere informatie

Aanmelding behandeling

Aanmelding behandeling Afdeling Neuropsychiatrie Adres Franz Leharstraat 141 3069 MN Rotterdam Telefoon 088-358 53 54 Fax 088-358 4013 E-mail Ons kenmerk Onderwerp Rotterdam [email protected] aanmeldformulier Behandelcentrum

Nadere informatie