INSTRUCTIE BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE
|
|
|
- Jelle Gerritsen
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 D.I Federale Overheidsdienst FINANCIEN BELASTINGEN EN INVORDERING ADMINISTRATIE DER DOUANE EN ACCIJNZEN DOUANEPROCEDURES INSTRUCTIE BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE 1994 Bon O.S.D. nr. 109/94
2 SUPPLEMENTEN Nrs. Van kracht 1 15 april november april
3 INHOUD TITEL I - ALGEMENE REGELING VOOR DE TOEPASSING VAN DE BTW HOOFDSTUK I - ALGEMENE BESCHOUWINGEN Wet 1-2 Belastbare verrichtingen 3 Goederen 4 Levering van goederen 5 Diensten 6 Invoer 7 Intracommunautaire verwerving 8 t/m 16 Rol van de douane 17 HOOFDSTUK II - DE BELASTING- PLICHTIGE Definitie 18 De persoon 19 De aard van de activiteit 20 t/m 23 Geregelde activiteit Zelfstandige activiteit 26 Gevolgen van de belastingplicht Verschuldigdheid van de belasting 27 Recht van aftrek 28 t/m 30 Verplichtingen 31 De aftrekregeling 32 HOOFDSTUK III - DE IDENTIFICATIE VOOR BTW-DOELEINDEN VAN BELAS- TINGPLICHTIGEN Algemeen 33 t/m 36 Mededeling van het identificatienummer 37
4 II HOOFDSTUK IV - DE PERIODIEKE AANGIFTE Algemeen 38 t/m 40 De periodieke aangifte 41 HOOFDSTUK V - TOEPASSELIJKE REGELING OP EEN IN HET BUITENLAND GEVESTIGDE BELASTINGPLICHTIGE Principe 42 De belastingplichtige is niet in België gevestigd 43 Ontheffing een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen 44 Invoer Erkenningsprocedure van een aansprakelijke vertegenwoordiger 47 Vereenvoudigingsmaatregel 48 t/m 50 Draagwijdte van de taak van de aansprakelijke vertegenwoordiger 51 Rol van de douane 52 t/m 54 Goederen die niet worden geacht te zijn ingevoerd voor de toepassing van de BTW 55 TITEL II - INVOER HOOFDSTUK I ALGEMEEN Wettelijke bepalingen BTW-Wetboek 56 Koninklijke besluiten 57 Ministerieel besluit 58 Suppl. 2
5 III Belastbare handeling 59 De invoer van goederen 60 De invoer van goederen door wie ook 61 De invoer vindt in België plaats 62 t/m 67 Aanbrengen bij de douane en tijdelijke opslag Tijdelijke invoer met gehele vrijstelling van de rechten bij invoer 70 Extern douanevervoer 71 Douane-entrepot 72 Actieve veredeling-schorsingssysteem 73 Vrij entrepot 74 Handelingen betreffende goederen die zich onder een in 63 bedoelde regeling bevinden 75 t/m 78 Vernietiging van goederen onder een in 63 bedoelde regeling 79 Belastbaar feit en opeisbaarheid van de BTW Aan de ingevoerde goederen te geven bestemming 82 HOOFDSTUK II - INVERBRUIKSTELLING Algemeen Maatstaf van heffing Principes 85 t/m 87 Bij de maatstaf van heffing te voegen kosten Rechten, belastingen en taksen Bijkomende kosten 90 Commissielonen 91 Kosten van douaneformaliteiten 92 Verpakkingskosten Kosten van vervoer en van verzekering 95 t/m 98 Suppl. 2
6 IV Sommen die niet tot de maatstaf van heffing behoren Disconto 99 Prijsverminderingen 100 De interesten wegens niet tijdige betaling 101 Gegevens van de maatstaf van heffing uitgedrukt in vreemde munten Plannen en tekeningen 104 Software 105 Handelingen betreffende goederen die zich onder een in 63 bedoelde regeling bevinden 106 Afronding 107 Rol van douane bij het bepalen van de maatstaf van heffing 108 Tarief van de BTW Regels 109 Wijziging van het tarief van de BTW 110 Rol van de douane 111 HOOFDSTUK III - VOLDOENING VAN DE BTW Tijdstip van voldoening 112 Tot de voldoening gehouden personen De geadresseerde 113 Goederen die niet moeten worden geïnstalleerd of gemonteerd De verkrijger of overnemer 114 De eigenaar 115 De verkoper of vorige verkoper 116 De persoon aan wie de goederen op zicht, op proef of in consignatie worden gezonden 117
7 V De persoon aan wie een goed wordt toegezonden dat moet worden hersteld, bewerkt, verwerkt of aangepast 118 De maakloonwerker, de huurder of de ontlener handelend in het kader van de regeling passieve veredeling inzake BTW 119 Goederen die moeten worden geïnstalleerd of gemonteerd De verkrijger 120 De leverancier 121 t/m 123 De verkoper of vorige verkoper 124 Bijzondere gevallen Zending van goederen naar een commissionair 125 Invoer van een gehuurd goed 126 Zending van een goed naar een depothouder 127 Verliezen onder de regeling van tijdelijke opslag, douane-entrepot of vrij entrepot 128 Hoofdelijke aansprakelijkheid 129 Documenten tot vaststelling van de voldoening 130 t/m 134 Wijzen van voldoening Algemeen 135 Boeking van de BTW door middel van een geautomatiseerd systeem van geldigmaking 136 Uitstel van betaling 137 t/m 140 Niet tijdige betaling 141 Materiële vergissingen 142 t/m 145 Onduidelijke of onvolledige stempelafdrukken 146 Inning in speciën tegen afgifte van een kwitantie 257 of 257A 147 t/m 149 Suppl. 2
8 VI Verlegging van de betaling van de BTW Inleiding 150 Personen die de verlegging van de betaling kunnen toepassen 151 Beoogde invoer 152 Voorwaarden waaraan de verlegging van de betaling is onderworpen 153 Formaliteiten 154 Bewijs van betaling van de BTW HOOFDSTUK IV - DE INVOER IN BELGIË MET VRIJSTELLING VAN BTW Algemene opmerkingen Vrijstelling bij invoer van goederen waarvan de levering in het binnenland is vrijgesteld Algemeen 159 Menselijke producten 160 Goederen ingevoerd in het kader van cursussen per briefwisseling 161 Boeken of platen 162 In artikel 42 van het BTW-Wetboek bedoelde goederen 163 Andere gevallen 164 Definitieve invoer met vrijstelling 165 t/m 167 Vrijstelling van BTW voor goederen die bestemd zijn voor een andere lidstaat Algemeen Vrijstellingsvoorwaarden 170 t/m 172 Begunstigde van de vrijstelling 173 Formaliteiten 174 Rol van de douane 175 Suppl. 3
9 VII Wederinvoer van goederen in dezelfde staat Wederinvoer van goederen die uit België buiten het grondgebied van de Gemeenschap werden uitgevoerd tot herstelling, bewerking, verwerking of aanpassing (passieve veredeling) Algemeen 178 Doel van de vrijstelling 179 Gedeeltelijke vrijstelling 180 Gehele vrijstelling 181 Voorwaarden waarvan de vrijstelling afhankelijk is 182 t/m 187 Vrijstelling voor de invoer van beleggingsgoud Algemeen 187/2 Definitie beleggingsgoud 187/3-187/4 Formaliteiten 187/5 Draagwijdte van de vrijstelling 187/6-187/7 HOOFDSTUK V - VRIJSTELLING VOOR DE IN ARTIKEL 42 VAN HET BTW-WETBOEK BEDOELDE GOEDEREN Algemeen 188 Diplomatieke immuniteiten 189 Zeeschepen en binnenschepen 190 t/m 192 Materieel voor zeeschepen en binnenschepen 193 t/m 195 Goederen bestemd voor de bevoorrading van de zee- en binnenschepen 196 t/m 199 Vliegtuigen en dergelijke toestellen 200 t/m 205 Materieel voor vliegtuigen en dergelijke toestellen 206 t/m 212 Goederen bestemd voor de bevoorrading van de vliegtuigen en dergelijke toestellen 213 t/m 216 Suppl. 3
10 VIII Goederen bestemd voor internationale organisaties, voor hun ambtenaren of voor de krijgsmachten van tot het Noord-Atlantisch Verdrag toegetreden vreemde Staten 217 Edelstenen HOOFDSTUK VI - GEVALLEN WAARIN DE BTW NIET WORDT GEËIST Algemeen 220 Voorwerpen die niet aan te merken zijn als lichamelijke goederen uit hun aard 221 Effecten aan toonder 222 Tabaksfabrikaten 223 Vis-, schaal-, schelp- en weekdieren 224 Recuperatiestoffen en -producten 225 Dagbladen en weekbladen 226 Huisvuil 227 Sluiks ingevoerde verdovende middelen en psychotrope stoffen 228 Vals geld 229 HOOFDSTUK VII - GEVALLEN WAARIN DE BTW MOET WORDEN VOLDAAN ALHOEWEL INZAKE INVOERRECHT VRIJSTELLING WORDT VERLEEND Bedoelde gevallen 230 HOOFDSTUK VIII - RECTIFICATIE VAN VERGISSINGEN INZAKE BTW Algemeen 231 t/m 233
11 IX Rectificatie van de aangifte achteraf aangevraagd door de geadresseerde 234 Rectificatie van de aangifte achteraf aangevraagd door een douane-expediteur 235 t/m 239 Boeten en nalatigheidsinteresten 240 HOOFDSTUK IX - BTW-ENTREPOT Algemeen 241 Begrip "BTW-entrepot" 242 Als BTW-entrepot erkende plaatsen 242/2 Beperking van de tot de regeling toegelaten goederen 242/3 Vergunning en werking van de regeling 243 HOOFDSTUK X - GOEDEREN HERKOMSTIG UIT GEBIEDEN, DIE TOT HET DOUANEGEBIED BEHOREN MAAR NIET TOT HET BTW-GEBIED Bedoelde goederen 244 (Vervallen) 245 t/m 252/6 TITEL III - UITVOER HOOFDSTUK I - ALGEMEEN Wettelijke bepalingen 253 Bedoelde gevallen Definitie 256 Draagwijdte van de vrijstellingen 257 Suppl. 3
12 X HOOFDSTUK II - DE EIGENLIJKE UITVOER Toepassingsbepalingen Handelsverkeer van goederen Uitvoer door of voor rekening van de verkoper Uitvoer door de niet in België gevestigde koper of voor zijn rekening 262 t/m 264 Uitvoer door de dienstverrichter of door de niet in België gevestigde ontvanger van de dienst, dan wel voor hun rekening 265 t/m 267 Kettingverkopen 268 Verplichtingen en formaliteiten Uitvoeraangifte Kopiefacturen Termijn voor uitvoer 273 Gezamenlijke uitvoer 274 t/m 276 Rol van de douane Internationaal reizigersverkeer /2 HOOFDSTUK III - HANDELINGEN WAARBIJ COMMUNAUTAIRE GOEDEREN NAAR EEN PLAATS WORDEN VERZONDEN WAAR EEN IN 63 BEDOELDE REGELING VAN TOEPASSING IS, ALSOOK DE LEVERINGEN EN DE DIENSTEN MET BETREKKING TOT GOEDEREN DIE ZICH ONDER EEN VAN DIE REGELINGEN BEVINDEN Algemeen 280 Plaatsing van communautaire goederen onder een regeling douane-entrepot 281 t/m 283 Suppl. 3
13 XI HOOFDSTUK IV - VRIJSTELLINGEN IN DE FASE VOORAFGAAND AAN DE UITVOER (Vervallen) 284 t/m 289 Menslievende, liefdadige of opvoedkundige organisaties HOOFDSTUK V - GOEDEREN TER BESTEMMING VAN GEBIEDEN DIE DEEL UITMAKEN VAN HET DOUANEGEBIED MAAR NIET VAN HET BTW-GEBIED Bedoelde goederen 291/2 (Vervallen) 292 t/m 296 TITEL IV - TABAKSFABRIKATEN Wettelijke bepalingen 297 Fiscale kentekens 298 Bedrag van de BTW 299 Producten waarop fiscale kentekens moeten worden aangebracht Afronden van het bedrag van de BTW 302 Invoer Boeking van de BTW 305 Vervanging van fiscale kentekens 306 Terugbetaling Suppl. 3
14 XII TITEL V - GESCHILLEN - BORGTOCHTEN Geschillen 309 t/m 313 Borgtochten 314 t/m 320 TITEL VI - SLOTBEPALINGEN Van kracht worden 321 Vervallen instructies 322
15 XIII BIJLAGEN Enig document opgesteld door SADBEL 1 Enig document geldiggemaakt door middel van een microcomputer 2 Lijst van de douanekantoren per type van geautomatiseerd systeem van geldigmaking 3 Toelichtingen betreffende de in de lidstaten toegekende BTW-nummers 4 Schema van voorbeeld 1 van 268 Schema van voorbeeld 2 van bis 4 ter Kennisgeving van geschil 48 5 Inlichtingsbulletin 48 bis 6 Suppl. 3
16 TITEL I ALGEMENE REGELING VOOR DE TOEPASSING VAN DE BTW HOOFDSTUK I - ALGEMENE BESCHOUWINGEN Wet 1. De gewijzigde wet van 3 juli 1969, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 17 juli 1969, heeft het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde ingevoerd. Deze belasting, hierna BTW genoemd, is een algemene verbruiksbelasting op goederen en diensten, waarvan de betaling wordt verspreid over de verscheidene producenten, invoerders, handelaars en dienstverrichters, die deelnemen aan een van de opeenvolgende fasen van de productie en de distributie. 2. Het aantal transacties heeft niet de minste weerslag op het bedrag van de BTW die uiteindelijk van de verbruiker wordt geëist. Dat resultaat wordt bereikt door het recht op aftrek (zie 28 t/m 30). De aftrekregeling waarborgt enerzijds ook voor de ingevoerde goederen een gelijkwaardige behandeling als die van toepassing op inlandse goederen, ongeacht hun herkomst, en laat anderzijds toe aan de uitvoerders, die vrijstelling genieten voor de goederen die zij uitvoeren, om de belastingen die de vervaardiging of het in de handel brengen van die producten bezwaren precies te recupereren; zij kunnen aldus in het buitenland verkopen aan een prijs zonder BTW, ontdaan van de voorafgaande belasting.
17 2 De BTW is dus een neutrale belasting voor de personen die recht hebben op de aftrekregeling; zij vormt geen element van de kostprijs. Belastbare verrichtingen 3. In algemene regel zijn aan de Belgische BTW onderworpen, wanneer ze in het land plaatsvinden : - de leveringen van goederen en de diensten die door een als zodanig handelende belastingplichtige onder bezwarende titel worden verricht; - de invoer (zowel uit derde landen ten opzichte van de EG als uit derdelandse gebieden - zie 7) van goederen, door wie ook; - de intracommunautaire verwervingen van goederen, die door een als zodanig handelende belastingplichtige of door een nietbelastingplichtige rechtspersoon (openbare diensten, holdings,...) onder bezwarende titel worden verricht, wanneer de verkoper een belastingplichtige is die als zodanig optreedt. Goederen 4. Onder goederen worden de lichamelijke goederen verstaan, of zij roerend of onroerend zijn. Voor de toepassing van de BTW worden warmte, koude, elektriciteit en gas als lichamelijke goederen beschouwd.
18 3 Levering van goederen 5. Als een levering van een goed wordt beschouwd de overdracht van de macht om als een eigenaar over een goed te beschikken. Dit begrip levering beoogt hoofdzakelijk de verkoop, d.w.z. de overeenkomst waardoor een persoon zich ertoe verbindt om de eigendom van een zaak aan een andere persoon over te dragen middels de betaling van een prijs in geld. Andere eigendomsoverdrachten van een goed, zoals uitwisseling of inbreng in vennootschap, vormen eveneens leveringen. Diensten 6. Als een dienst wordt elke handeling beschouwd die geen levering van een goed is. Invoer 7. Onder invoer van een goed moet worden verstaan : 1 het binnenkomen in de Gemeenschap van een goed dat niet voldoet aan de voorwaarden van artikelen 9 en 10 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap of dat, als het onder het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal valt, zich niet in het vrije verkeer bevindt; 2 het binnenkomen in de Gemeenschap van een ander dan onder 1 bedoeld goed uit een derde land of een derdelands gebied. Dit onderwerp wordt behandeld in Titel II van deze instructie.
19 4 Intracommunautaire verwerving 8. De inning van BTW bij invoer in België en de vrijstelling van belasting bij uitvoer bestaan nog slechts voor handelingen met derde landen, d.w.z. die geen lid zijn van de Gemeenschap. De handelingen tussen België en een andere lidstaat van de Europese Gemeenschap geschieden volgens de BTW-reglementering van levering en intracommunautaire verwerving. Een intracommunautaire handeling wordt in feite gesplitst in een intracommunautaire levering, die plaatsvindt bij vertrek van de leverancier in een lidstaat, en in een intracommunautaire verwerving door de afnemer in een andere lidstaat. 9. Onder intracommunautaire verwerving van een goed wordt verstaan het verkrijgen van de macht om als eigenaar te beschikken over een lichamelijk roerend goed dat door de verkoper of de afnemer, of voor hun rekening, met als bestemming de afnemer is verzonden of vervoerd naar een andere lidstaat van de EG dan die waaruit het goed is verzonden of vervoerd. 10. Het is van belang te verduidelijken dat het begrip intracommunautaire handeling, zoals hierboven is uiteengezet, geen enkel onderscheid maakt tussen communautaire goederen en goederen die zich niet in het vrije verkeer bevinden. Leveringen en verwervingen van goederen, die bij het binnenkomen van de Gemeenschap onder één van de in 63 bedoelde opschortende douaneregelingen zijn geplaatst, zijn evenwel vrijgesteld van de belasting bij toepassing van artikel 40, 2, 1, van het BTW-Wetboek. Bijgevolg geeft enkel het onttrekken van de goederen aan één van voornoemde regelingen aanleiding tot een belastbare handeling in de hoedanigheid van invoer van goederen voor zover zij niet worden uitgevoerd buiten de Gemeenschap. Suppl. 2
20 5 11. Voor tussen belastingplichtigen verrichte intracommunautaire handelingen, andere dan de zogenoemde verkopen op afstand (zie 15), is de intracommunautaire levering vrijgesteld van BTW in de lidstaat van oorsprong, terwijl ze recht geeft op aftrek van de voorafgaande belastingen in hoofde van de leverancier en wordt de intracommunautaire verwerving in de lidstaat van bestemming belast aan de tarieven en volgens de voorwaarden van die Staat, door overlegging door de belastingplichtige van de periodieke BTW-aangifte. Om in de lidstaat van vertrek de intracommunautaire levering te kunnen vrijstellen moet de leverancier beschikken over het BTW-identificatienummer van zijn medecontractant in de lidstaat van aankomst. Anderzijds moet elke belastingplichtige, die vrijgestelde intracommunautaire leveringen verricht, in principe een periodieke opgave overleggen van die leveringen, die aanleiding geven tot belastbare verwervingen in een andere lidstaat. 12. Het bepaalde in 11 is eveneens van toepassing wanneer de intracommunautaire verwerver een niet-belastingplichtige rechtspersoon is die als zodanig optreedt (bv. een publiekrechtelijke overheid). Voor niet voor BTW-doeleinden geïdentificeerde rechtspersonen, alsook voor niet geïdentificeerde belastingplichtigen (zoals scholen, geneesheren, ziekenhuizen) en voor belastingplichtigen die geen periodieke BTW-aangiften moeten overleggen (b.v. de aan de forfaitaire regeling onderworpen landbouwers) mag de heffing geschieden in het land van herkomst (uitgezonderd voor de nieuwe vervoermiddelen - zie 16 - en voor de accijnsproducten - zie de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop) door de leverancier voor zover de verwerver noch in het lopende jaar, noch in het voorafgaande jaar, een bepaald bedrag aan intracommunautaire verwervingen heeft overschreden; dit bedrag, drempel genoemd, bedraagt in België F zonder BTW. Aan intracommunautaire verwervers wordt evenwel de mogelijkheid geboden om te kiezen voor de heffing in de lidstaat van bestemming, ongeacht het bedrag van hun verwervingen. Suppl. 2
21 6 13. In het merendeel van de gevallen wordt de verplaatsing van een goed door een belastingplichtige van een lidstaat naar een andere lidstaat voor bedrijfsdoeleinden gelijkgesteld met een intracommunautaire verrichting. Het element levering van deze verrichting - overbrenging genoemd - is dan vrijgesteld in de lidstaat van vertrek, terwijl het element verwerving - aanwending genoemd - in principe wordt belast in de lidstaat van aankomst. Deze gelijkstelling heeft tot doel de fiscale opvolging te verzekeren van de interne goederenbewegingen in de schoot van in verschillende lidstaten gevestigde ondernemingen. Zij is evenwel niet van toepassing in enkele welomschreven gevallen. 14. In om het even welk land van de Gemeenschap verrichtte aankopen door particulieren, die zelf de aangekochte goederen naar hun land vervoeren, zijn onderworpen aan de BTW in de lidstaat van herkomst, d.w.z. daar waar de goederen werden verworven (zie evenwel 16 voor de verwerving van nieuwe vervoermiddelen). 15. Wegens de onvoldoende onderlinge toenadering van de BTW-tarieven tussen de lidstaten diende daarentegen te worden vermeden dat ondernemingen - bv. postorderbedrijven - zich systematisch in die staten vestigen waar de lage tarieven van toepassing zijn en aldus voor hun verkopen aan in andere lidstaten gevestigde particulieren van die tarieven genieten. Om die reden werd het criterium van de heffing in het land van bestemming weerhouden voor de verkopen op afstand (behalve in de gevallen waarin de goederen worden geleverd na installatie of montage) van een lidstaat naar een andere, met vervoer door de verkoper of door een derde die voor zijn rekening handelt, en is dit criterium niet alleen van toepassing wanneer de koper een particulier is en meer algemeen een niet-belastingplichtige maar eveneens wanneer hij een belastingplichtige is of een niet-belastingplichtige rechtspersoon die niet gehouden is tot het verrichten van intracommunautaire verwervingen omdat zij de drempel van F waarvan sprake in 12 niet overschrijden. Suppl. 2
22 7 Om nochtans de verkoper in het land van bestemming belangrijke verplichtingen te besparen ingeval zijn verkopen te beperkt zouden zijn, wordt de BTW geïnd in het land van herkomst, behalve voor accijnsproducten, zolang een bepaalde drempel voor verkopen op afstand naar de lidstaat van bestemming niet wordt overschreden noch in het lopende jaar, noch in het voorafgaande jaar. Die drempel wordt vastgesteld voor elke lidstaat van bestemming en is in België bepaald op F. Het staat de verkoper evenwel vrij om te kiezen voor de belasting in het land van bestemming. 16. Voor de nieuwe vervoermiddelen geldt een speciale regeling. De aandacht wordt gevestigd op twee essentiële kenmerken : 1 wat ook de hoedanigheid is van de koper en dus zelfs als hij een particulier is, is er steeds een in het land van aankomst belastbare intracommunautaire verwerving - zonder dat de drempel van F waarvan sprake in 12 kan worden ingeroepen - telkens als de levering van een nieuw vervoermiddel vergezeld gaat van het vervoer van dit goed - door wie dan ook (verkoper of koper, of een derde die handelt voor rekening van de verkoper of de koper) - naar een andere lidstaat; 2 elke persoon, die toevallig onder bezwarende titel de levering verricht van een nieuw vervoermiddel dat door wie dan ook wordt verzonden of vervoerd ter bestemming van de koper in een andere lidstaat, bezit van rechtswege de hoedanigheid van belastingplichtige voor deze verrichting; deze toevallige belastingplicht is voordelig voor de bij de verrichting betrokken partijen aangezien dit op zichzelf geen heffing meebrengt (de door de verkoper verrichte levering is inderdaad een intracommunautaire levering en is bijgevolg vrijgesteld van BTW) maar daarentegen in hoofde van de verkoper het recht biedt op aftrek van de BTW die de verwerving van het vervoermiddel bezwaart (evenwel binnen de perken van of tot het bedrag van de belasting dat opeisbaar zou zijn op de levering Suppl. 2
23 8 indien die niet was vrijgesteld), hetgeen tot gevolg heeft dat de heffing op de verwerving in het land van bestemming gebeurt op een belastingvrije basis. De praktische bepalingen, die toepasselijk zijn op de intracommunautaire verwervingen van vervoermiddelen zijn opgenomen in Titel IX van de Instructie Internationaal verkeer (D.I 572.0) (*). Rol van de douane 17. Voor de ingevoerde goederen is de Administratie der douane en accijnzen, in principe belast met de inning van de BTW. De inning gebeurt gewoonlijk, zoals bepaald in 130 en volgende, door middel van de exemplaren 6, 7 en 8 van het enig document - eventueel aangevuld met een exemplaar B - die de aangifte tot verbruik vormen. Ter vereenvoudiging worden die exemplaren verder in deze instructie aangifte genoemd. Wat de uitgevoerde goederen betreft bestaat de rol van de douane inzake BTW hoofdzakelijk uit het zich vergewissen van de aangegeven aard (goederencode) en de hoeveelheid van de goederen. De Administratie der douane en accijnzen is eveneens belast met de inning van de BTW op tabaksfabrikaten waarvan de BTW wordt geïnd door middel van fiscale kentekens. De BTW is geïntegreerd in de totale fiscaliteit, die wordt betaald bij de aankoop van de fiscale kentekens. (*) Nieuwe decimale indeling D.I Suppl. 2
24 9 HOOFDSTUK II - BELASTINGPLICHTIGE Definitie 18. Belastingplichtige is eenieder die in de uitoefening van een economische activiteit geregeld en zelfstandig, hoofdzakelijk of aanvullend, met of zonder winstoogmerk, levering van goederen of diensten verricht die in het BTW-Wetboek zijn omschreven, ongeacht op welke plaats de economische activiteit wordt uitgeoefend. Die definitie bevat vier essentiële elementen : 1 de belastingplichtige is een persoon (eenieder); 2 die persoon oefent een economische activiteit uit die bestaat in het verrichten van in het BTW-Wetboek omschreven leveringen of diensten; 3 die activiteit wordt geregeld uitgeoefend; 4 die activiteit wordt zelfstandig uitgeoefend. Degene die tegelijk aan de vier essentiële elementen beantwoordt, bezit van rechtswege de hoedanigheid van belastingplichtige. De persoon 19. Met het woord eenieder wordt ieder persoon bedoeld : - de fysieke personen;
25 10 - de rechtspersonen, d.w.z. de vennootschappen of verenigingen waaraan de wet rechtspersoonlijkheid toekent; - de groeperingen en verenigingen van personen die gemeenschappelijk een activiteit uitoefenen, ofschoon zij niet worden beschouwd als rechtspersonen (feitelijke vennootschap, vereniging in deelneming, tijdelijke vereniging, vereniging voor vermaak en ontspanning). Zulke verenigingen worden inzake BTW beschouwd als belastingplichtige en als zodanig geregistreerd. De Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten van de Belgische Staat, de provincies, de agglomeraties, de gemeenten en de openbare instellingen hebben, behalve in bepaalde gevallen, niet de hoedanigheid van belastingplichtige. De aard van de activiteit 20. Om de hoedanigheid van belastingplichtige te verwerven volstaat het dat, bij de uitoefening van een economische activiteit, goederen worden geleverd of diensten worden verricht die in het BTW-Wetboek zijn omschreven. Het begrip belastingplichtige wordt toegekend aan eenieder die geregeld en zelfstandig, waar ook, een economische activiteit uitoefent als handelaar, producent of dienstverrichter. Het begrip economische activiteit omvat alle activiteiten van fabrikant, handelaar, dienstverrichter, landbouwer, beoefenaar van een vrij beroep, enz. 21. Praktisch komt het erop neer dat eenieder met een economische activiteit het statuut heeft van BTW-belastingplichtige. Als gevolg daarvan zijn bv. een geneesheer, een ziekenhuis, een school die belastingvrije handelingen verricht, belastingplichtigen alhoewel zij geen recht op aftrek hebben (zie 28 t/m 30). Zij worden vrijgestelde belastingplichtigen genoemd.
26 De personen, die geen jaaromzet verwezenlijken van meer dan F en die hierdoor onder de vrijstellingsregeling vallen, zijn eveneens belastingplichtigen. Die belastingplichtigen zijn enerzijds ontlast van bepaalde verplichtingen inzake BTW (zie 31) doch verliezen anderzijds het recht om de voorafgaande belastingen (zie 30) af te trekken. Zij worden aan de vrijstellingsregeling onderworpen belastingplichtigen genoemd. 23. De hoedanigheid van belastingplichtige wordt daarentegen niet toegekend : a) aan de personen die handelingen verrichten die niet zijn bedoeld in het BTW-Wetboek (bv. holdings); b) aan de persoon die zich beperkt tot het verrichten van een intracommunautaire verwerving of een invoer van goederen. Alhoewel degene die intracommunautaire verwervingen of invoer verricht schuldenaar is inzake de voor die intracommunautaire verwervingen of invoeren verschuldigde BTW, wordt hij daardoor geen belastingplichtige aangezien alleen de door de belanghebbende verrichte leveringen van goederen en diensten hem die hoedanigheid kunnen toekennen (zie de definitie van belastingplichtige in 18). Geregelde activiteit 24. Om belastingplichtige te zijn moet een persoon geregeld in het BTW-Wetboek omschreven leveringen of diensten verrichten. De term geregeld houdt normaal een opeenvolging van handelingen in. Nochtans mag hieruit niet zonder meer worden besloten dat de hoedanigheid van belastingplichtige slechts wordt verkregen nadat meerdere handelingen werden verricht. Gewoonlijk is het immers voldoende de bedoeling te hebben om opeenvolgende in het BTW-Wetboek omschreven handelingen te verrichten.
27 Bepaalde personen kunnen evenwel de hoedanigheid van belastingplichtige op een andere wijze verkrijgen dan door de geregelde uitoefening van een economische activiteit. Aldus is de toevallige bouwer van een nieuw gebouw een vrijwillig toevallige belastingplichtige indien hij kiest voor die hoedanigheid bij de overdracht van het onroerend goed, binnen een bepaalde termijn. Daarentegen is elke persoon ambtshalve toevallig belastingplichtige wanneer hij toevallig de levering onder bezwarende titel verricht van een nieuw vervoermiddel, dat wordt verzonden of vervoerd door wie dan ook ter bestemming van de koper in een andere lidstaat. Zelfstandige activiteit 26. De activiteit moet zelfstandig worden uitgeoefend, d.w.z. buiten iedere band van ondergeschiktheid tegenover een andere persoon. Oefenen hun activiteit niet zelfstandig uit : - de fysieke personen, loon- en weddetrekkenden, zoals werklieden, bedienden, handelsvertegenwoordigers of dienstboden, die hun activiteit uitoefenen in de banden van een bediendecontract of een arbeidersovereenkomst; - de thuiswerkers die als loontrekkenden werden aangemerkt voor de inning van de inkomstenbelastingen en voor de toepassing van de sociale wetten; - de filiaalhouders; - de medewerkende gezinsleden die voortdurend onder de leiding van verwanten in een familiebedrijf werken;
28 13 - de personen die werken onder de leiding van hun werkgever en die geheel, gedeeltelijk of op een bijkomstige wijze worden betaald door middel van drinkgeld, zoals in kapsalons, cafés, bioscopen, schoonheidsinstituten, enz.; - de bestuurders, zaakvoerders en vereffenaars die handelen binnen het kader van hun statutaire opdrachten. Gevolgen van de belastingplicht Verschuldigdheid van de belasting 27. De BTW is in principe verschuldigd voor alle leveringen van goederen en diensten, die de belastingplichtige verricht, op voorwaarde dat ze in België plaatsvinden in de uitoefening van zijn economische activiteit, d.w.z. in het kader van de activiteit waarvoor hij hoedanigheid van belastingplichtige bezit en voor zover zij niet zijn vrijgesteld van BTW. De handelingen die een belastingplichtige verricht buiten het kader van zijn geregelde economische activiteit dienen op dezelfde voet te worden behandeld als de handelingen die door een niet-belastingplichtige zijn verricht. Voorbeeld Een slager, die belastingplichtige is omdat hij geregeld vlees verkoopt, verkoopt een vleessnijmachine die hij in zijn winkel heeft gebruikt. Die verkoop is aan de BTW onderworpen, aangezien hij wordt verricht door een belastingplichtige die als zodanig handelt. Suppl. 2
29 14 Wanneer die slager evenwel een zilveren kandelaar uit zijn privéverzameling aan een antiquair verkoopt, verricht hij een verkoop die buiten de werkingssfeer van de BTW blijft aangezien die verkoop niet kan worden beschouwd als gedaan binnen de uitoefening van zijn activiteit als belastingplichtige. Recht op aftrek 28. Op de belasting, die hij verschuldigd is, mag elke belastingplichtige in principe de belastingen aftrekken die werden geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten, van de door hem ingevoerde goederen en de door hem verrichtte intracommunautaire verwervingen van goederen, in de mate waarin hij ze gebruikt in het kader van de activiteiten waarvoor hij de hoedanigheid van belastingplichtige bezit. 29. Het recht op aftrek van de voorbelasting blijft evenwel voorbehouden aan belastingplichtigen die handelingen verrichten waarvoor aanspraak op aftrek bestaat; ze worden belastingplichtigen met recht op aftrek genoemd. Anderzijds zijn er de vrijgestelde belastingplichtigen die vrijgestelde handelingen verrichten (zie 21) en de aan de vrijstellingsregeling onderworpen belastingplichtigen (zie 22); het gaat om belastingplichtigen zonder recht op aftrek. 30. Genieten van het recht op aftrek komt er in feite, voor een belastingplichtige met recht op aftrek, op neer om het verschil te maken tussen de BTW die zijn klanten hem zijn verschuldigd en de belasting die zijn leveranciers hem hebben aangerekend of die hij heeft betaald wegens intracommunautaire verwerving of invoer en om dit verschil aan de Staat te storten indien het in diens voordeel is of om er de terugbetaling van te eisen indien het verschil in het voordeel van de belastingplichtige is. Suppl. 2
30 15 De aftrekregeling gebeurt door middel van de periodieke BTW-aangifte (zie 38 t/m 41). Verplichtingen 31. De belastingplichtige met recht op aftrek heeft diverse verplichtingen waarvan de voornaamste zijn : - het betalen aan de Staat van de belasting die verschuldigd is voor de door hem geleverde goederen en verrichte diensten (na aftrek van de voor door hem te dragen belastingen); - het uitreiken van facturen; - het indienen van periodieke BTW-aangiften (maand- of kwartaalaangiften); - het voeren van een boekhouding. De aftrekregeling 32. In het volgende voorbeeld wordt verondersteld dat alle bedoelde goederen zijn onderworpen aan een BTW van 21 % en dat het tarief van invoerrechten nul is. Belastingplichtige A, groothandelaar in elektrische huishoudapparaten, voert in het land een koelkast en een vaatwasmachine in uit TAIWAN met als respectievelijke waarden F en F. A betaald aan de Schatkist door middel van de douane : ( ) x 21 % = = F Suppl. 2
31 16 Belastingplichtige A verkoopt aan handelaar B, gevestigd in België, de vaatwasmachine voor de prijs van F Verschuldigde BTW : x 21 % = F B betaalt aan A F bovenop de gefactureerde prijs. A stort aan de Schatkist door middel van zijn periodieke aangifte : = F Handelaar B levert aan particulier C de vaatwasmachine voor de prijs van F Verschuldigde BTW : x 21 % = F C betaalt aan B F bovenop de gefactureerde prijs. B stort aan de Schatkist door middel van zijn periodieke aangifte = F De aan de Schatkist gestorte som in verband met de transacties betreffende de verkoop in België van de vaatwasmachine bedraagt : = F Die som komt precies overeen met die welke werd betaald en gedragen door particulier C. De belastingplichtigen A en B hebben uiteindelijk geen BTW gedragen doch hebben die geprefinancieerd, inderdaad : 1) A heeft betaald : = F B heeft aan hem gestort : F 2) B heeft betaald : = F C heeft aan hem gestort : F Belastingplichtige A verkoopt en verzendt de ingevoerde koelkast aan D, een voor de BTW in Frankrijk geïdentificeerde belastingplichtige, voor de prijs van F. Suppl. 2
32 17 Verschuldigde BTW : 0 F (intracommunautaire levering met vrijstelling) D betaalt aan A de gefactureerde prijs van F Aftrekbare BTW in hoofde van A : F De aan de Schatkist gestorte som bedraagt hier : F F = 0 F. In dit voorbeeld wordt verondersteld dat de BTW verschuldigd is op duidelijk geïdentificeerde goederen, vanaf hun invoer tot hun levering, zonder rekening te houden met de maand of het kwartaal waarin de invoer of de leveringen hebben plaatsgevonden. In werkelijkheid gebeurt de afrekening van de verschuldigde BTW periodiek en niet voor welbepaalde producten maar voor het geheel van de transacties tijdens de beschouwde periode. Suppl. 2
33 18 HOOFDSTUK III - DE IDENTIFICATIE VOOR BTW-DOELEINDEN VAN BELASTINGPLICHTIGEN Algemeen 33. Een BTW-identificatienummer wordt toegekend aan elke belastingplichtige die in het land leveringen van goederen of diensten verricht. De Belgische belastingplichtigen moeten zich dus voor BTW-doeleinden laten registreren bij de A.O.I.F. (sector BTW), die hun een identificatienummer van negen cijfers toekent. 34. Om de lidstaat te bepalen, die het BTW-identificatienummer heeft toegekend, moet dit nummer worden voorafgegaan door een code, die toelaat de lidstaat in kwestie te identificeren. In België wordt het aan de belastingplichtigen toegekende identificatienummer voorafgegaan door de letters BE. 35. De letters BE worden evenwel niet toegekend aan de vrijstellingsregeling onderworpen belastingplichtigen (zie 22) die niet kiezen voor een andere belastingregeling alhoewel deze belastingplichtigen voor BTW-doeleinden zijn geïdentificeerd. Anderzijds dienen vrijgestelde belastingplichtigen, die geen enkel recht op aftrek hebben, evenals de niet-belastingplichtige rechtspersonen geen aangifte in te dienen bij de aanvang van hun activiteit en daardoor niet voor BTW-doeleinden te worden geïdentificeerd. Suppl. 3
34 Zulk identificatienummer, voorafgegaan door de letters BE, wordt evenwel ook toegekend aan de hiervoor bedoelde aan de vrijstellingsregeling onderworpen en vrijgestelde belastingplichtigen, wanneer zij : a) vooraleer de eerste intracommunautaire verwerving van accijnsproducten te verrichtten, de bedoeling te kennen geven een dergelijke verwerving voor de eerste maal te verrichten; b) een verklaring van het overschrijden van de drempel van F indienen, vooraleer de eerste intracommunautaire verwerving van goederen, andere dan nieuwe vervoermiddelen en accijnsproducten, te verrichten ten gevolge waarvan die drempel wordt overschreden; c) een verklaring indienen waarin zij kiezen voor het onderwerpen aan de BTW, in België, van al hun intracommunautaire verwervingen van goederen, andere dan nieuwe vervoermiddelen en accijnsproducten, zonder het overschrijden van de drempel van F af te wachten. Er valt op te merken dat die keuze uitwerking krijgt te rekenen vanaf de dag van het indienen van de verklaring in verband met de keuze tot 31 december van het jaar dat volgt op het jaar waarin de keuze werd gedaan. Mededeling van het identificatienummer 37. De voor BTW-doeleinden geïdentificeerde personen moeten, in principe, hun identificatienummer mededelen aan hun leveranciers en aan hun klanten en het vermelden op alle documenten die zij opstellen. Suppl. 2
35 20 HOOFDSTUK IV - DE PERIODIEKE AANGIFTE Algemeen 38. In de BTW-regeling wordt de belasting normaal geheven op basis van een aangifte waarvan de uiteindelijke afrekening een saldo vormt ten bate van de Staat of ten bate van de belastingplichtige naargelang het bedrag van de verschuldigde belastingen respectievelijk hoger of lager is dan de aftrekbare belastingen. Om de werking van deze manier van inning van de belasting te verzekeren moet de in het land gevestigde belastingplichtige of de aansprakelijke vertegenwoordiger van een in het buitenland gevestigde belastingplichtige periodiek een aangifte indienen bij het BTW-controlekantoor waaronder hij ressorteert. De periodiciteit van aangifte bedraagt één maand of één kwartaal. Die periodiciteit wordt bepaald op basis van het bedrag van de jaaromzet die de belastingplichtige verwezenlijkt of die hij hoopt te verwezenlijken (nieuwe onderneming of belangrijke wijziging van de activiteit) en hangt af van de wijze waarop deze laatste zijn te betalen BTW-voorschotten berekent of wil berekenen. 39. De belastingplichtige van wie de jaaromzet, exclusief BTW, niet meer bedraagt dan F is, in principe, gehouden tot het indienen van een BTW-maandaangifte. Nochtans mag die belastingplichtige slechts een BTW-kwartaalaangifte indienen, wanneer hij uiterlijk de twintigste van de 2de en 3de maand van ieder kalenderkwartaal een voorschot voldoet dat forfaitair is bepaald op één derde van de belastingen die door hem tijdens het vorige kalenderkwartaal waren verschuldigd. Het is dus in het kader van de regeling van de kwartaalindiening uitgesloten om een voorschot te betalen dat berekend werd op grond van de effectief verschuldigde belasting voor de handelingen die werden verricht in de maand die de betaling van het voorschot voorafgaat. De belastingplichtige die een dergelijk voorschot wenst te betalen in de plaats van het forfaitaire voorschot, is dus noodzakelijk onderworpen aan de regeling van de BTW-maandaangiften, zelfs indien zijn omzetcijfer, exclusief BTW, F niet overtreft. Suppl. 2
36 Bepaalde belastingplichtigen zijn vrijgesteld van het indienen van periodieke aangiften, met name : a) de vrijgestelde belastingplichtigen en zij die slechts goederen leveren of diensten verrichten waarvoor zij geen enkel recht op aftrek hebben; b) de landbouwondernemingen, met uitzondering van diegene die de vorm van een handelsvennootschap hebben aangenomen of die reeds de hoedanigheid van belastingplichtige bezitten wegens de uitoefening van een andere activiteit. De periodieke aangifte 41. Hierna volgt een voorbeeld van een maandelijkse afrekening van een groothandelaar in elektrische huishoudtoestellen, die een maandelijkse aangifte moet indienen. In de loop van een maand heeft deze groothandelaar : 1 elektrisch huishoudmateriaal ingevoerd voor F; aan de douane betaalde BTW : aan 21 % = F 2 in België verpakkingen aangekocht voor F; aan de verkoper betaalde BTW : aan 21 % = F; 3 in Frankrijk opbergrekken gekocht voor F; verschuldigde BTW in hoofde van een intracommunautaire verwerving en vermeld in zijn periodieke aangifte : aan 21 % = F; 4 elektriciteit verbruikt voor F; aan de leverancier betaalde BTW : aan 21 % = F TOTAAL VAN DE BETAALDE BTW = F De groothandelaar mag deze BTW aftrekken in zijn periodieke aangifte betreffende de verrichtingen van de beschouwde maand. Suppl. 2
37 22 In de loop van dezelfde maand heeft de groothandelaar : 1 in het land elektrische huishoudtoestellen geleverd voor F; aan de Schatkist verschuldigde BTW : aan 21 % = F; 2 aan een Franse belastingplichtige elektrisch huishoudmateriaal geleverd voor F geen BTW verschuldigd : vrijgestelde intracommunautaire levering; 3 diverse herstellingen verricht voor rekening van Belgische klanten voor F; aan de Schatkist verschuldigde BTW : aan 21 % (Dienstprestaties) = F; 4 koelkasten uitgevoerd naar de Verenigde Staten voor F geen BTW verschuldigd : vrijgestelde levering wegens uitvoer. TOTAAL VAN DE VERSCHULDIGDE BTW = F De groothandelaar moet dit bedrag vermelden als verschuldigde BTW in zijn periodieke aangifte betreffende de verrichtingen van de beschouwde maand. van : Uiteindelijk wordt deze aangifte afgesloten voor een bedrag verschuldigde BTW : F aftrekbare BTW : F F dat de groothandelaar aan de Schatkist moet storten. Suppl. 2
38 23 HOOFDSTUK V - TOEPASSELIJKE REGELING OP EEN IN HET BUITENLAND GEVESTIGDE BELASTINGPLICHTIGE Principe 42. De belastingplichtige, die niet in België is gevestigd, is in principe onderworpen aan specifieke formaliteiten, indien hij in het land handelingen verricht waarvoor hij schuldenaar van de belasting is. Voor de toepassing van het BTW-Wetboek is een belastingplichtige in België gevestigd wanneer de volgende voorwaarden zijn vervuld : - hij beschikt in het land over een vestiging, d.w.z. een directiezetel, een filiaal, een fabriek, een werkplaats, een agentschap, een magazijn, een kantoor, een laboratorium, een inkoop- of verkoopkantoor, een opslagplaats of elke andere vaste inrichting met uitsluiting van bouwwerven; die vestiging wordt door hemzelf beheerd of door een persoon die hij naar behoren volmacht heeft gegeven om in zijn naam alle transacties te sluiten zowel bij het binnenkomen als bij het uitgaan, en hem te verbinden tegenover de leveranciers en de klanten; - de activiteit van die vestiging heeft leveringen van goederen of het verrichten van diensten in de zin van het BTW-Wetboek als doel. Wanneer daarentegen de bovengenoemde voorwaarden niet zijn vervuld, wordt de belastingplichtige beschouwd als niet in België gevestigd. Suppl. 2
39 24 De belastingplichtige is niet in België gevestigd 43. De niet in België gevestigde belastingplichtige moet een aansprakelijk vertegenwoordiger laten erkennen vooraleer hij in België goederen levert of diensten verricht, andere dan die waarvoor overeenkomstig artikel 51, 2, 1 en 2, van het BTW-Wetboek, de belasting verschuldigd is door de ontvanger van de dienst, hetzij goederen invoert, goederen intracommunautair verwerft of een handeling verricht waarvoor hij krachtens artikel 51, 2, 3 en 4, van het BTW-Wetboek schuldenaar is van de belasting, hetzij een handeling verricht waarbij goederen onder een andere regeling van entrepot dan douane-entrepot worden geplaatst zonder aan de belasting te zijn onderworpen. Ontheffing van de verplichting een aansprakelijk vertegenwoordiger te laten erkennen 44. In bepaalde gevallen kan de belastingplichtige die niet in België is gevestigd niettemin worden ontheven een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen. Dat is namelijk het geval wanneer hij in het land : a) occasioneel leveringen van goederen en diensten verricht bijvoorbeeld wanneer de betrokkene occasioneel goederen invoert om ze in België verder te verkopen of om ze hier te gebruiken voor het occasioneel uitvoeren van een materieel werk; b) een vervoer verricht van voor de uitvoer bestemde goederen of goederen in doorvoer of nog, een vervoer dat betrekking heeft op de verzending tot op de plaats van bestemming in België van goederen afkomstig uit derde landen ten opzichte van de EG. c) occasioneel diensten van materiële aard verricht. Die ontheffing van erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger is facultatief. De belastingplichtige die niet in het land is gevestigd, kan afzien van het voordeel van deze mogelijkheid. Suppl. 2
40 25 Invoer 45. Wanneer de belastingplichtige, die niet in België is gevestigd, een invoer van goederen in België verricht, moet hij in principe een aansprakelijke vertegenwoordiger laten erkennen alvorens de invoer te verrichten; men kan redelijkerwijs denken dat die belastingplichtige in het land, door middel van de ingevoerde goederen, aan de BTW-reglementering onderworpen handelingen zal verrichten. Die erkenning is echter niet vereist voor de belastingplichtigen die goederen invoeren die zij bestemmen voor het verrichten, in België, van handelingen die zijn vrijgesteld van belasting bij toepassing van artikel 44 van het BTW-Wetboek en waarvoor geen enkel recht op aftrek van de BTW kan worden uitgeoefend (het gaat namelijk om handelingen die worden verricht door dokters in de geneeskunde, advocaten, scholen, klinieken en ziekenhuizen,...). 46. De erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger is in elk geval onontbeerlijk vóór de invoer van goederen wanneer de belastingplichtige de wijze van betaling, bedoeld in artikel 7, 2, van het koninklijk besluit nr. 7 van 29 december 1992 met betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde, wil toepassen (betaling van de verschuldigde belasting bij invoer door inschrijving van zijn bedrag in de periodieke BTW-aangifte). Erkenningsprocedure van een aansprakelijke vertegenwoordiger 47. Om de erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger te verkrijgen richt de niet in België gevestigde belastingplichtige, aan het Centraal BTW-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen een verzoek waarin hij de inzake BTW voorgeschreven aangifte van aanvang van activiteit doet en de volledige identiteit vermeldt van de aansprakelijk vertegenwoordiger die hij voorstelt ter erkenning door de administratie.
41 26 Die vertegenwoordiger moet bekwaam zijn om contracten aan te gaan, in België zijn gevestigd, voldoende solvabel zijn om de door de BTW-reglementering aan de belastingplichtigen opgelegde verplichtingen na te komen en aanvaarden de belastingplichtige te vertegenwoordigen. Op basis van dat verzoek en van de verbintenis van de aansprakelijk vertegenwoordiger, wordt aan de niet in het land gevestigde belastingplichtige een BTW-identificatienummer toegekend. Vereenvoudigingsmaatregel 48. In afwijking van de normale regels inzake de fiscale vertegenwoordiging kan de niet in België gevestigde belastingplichtige, die niet beschikt over een Belgisch individueel BTW-identificatienummer (zie 47), zich laten vertegenwoordigen door een persoon die vooraf door de Minister van Financiën of zijn afgevaardigde is erkend, wanneer hij in België uitsluitend de volgende handelingen verricht : a) invoer van goederen met vrijstelling van BTW, krachtens artikel 40, 1, 1, d, van het BTW-Wetboek om reden dat de ingevoerde goederen het voorwerp zijn van een door deze belastingplichtige verrichte intracommunautaire levering die is vrijgesteld van de BTW krachtens artikel 39bis van hetzelfde Wetboek; b) plaatsing van goederen onder de regeling BTW-entrepot ingevolge : - de invoer van die goederen waarvoor de niet in België gevestigde belastingplichtige de hoedanigheid van geadresseerde aanneemt in de zin van artikel 6, 2, eerste lid van het koninklijk besluit nr. 7 van 29 december 1992, met name dat hij op het tijdstip van de invoer de verkrijger of de overnemer is van de goederen of bij ontstentenis daarvan dat hij op dat tijdstip de eigenaar van de goederen is; Suppl. 2
42 27 - de intracommunautaire verwerving van die goederen; - de aankoop van die goederen in het land; - de binnenlandse verzending van die goederen in België; c) onttrekking van goederen aan de regeling BTW-entrepot met het oog op : - hetzij een levering van deze goederen die van de BTW is vrijgesteld ingevolge de uitvoer naar een derde land of ingevolge een intracommunautaire levering (BTW-Wetboek, artikelen 39, 1, 1 en 2, en 39 bis); - hetzij een materiële verzending van deze goederen, los van elke handelstransactie, naar een derde land; - hetzij een levering van deze goederen die van de BTW is vrijgesteld krachtens artikel 39 quater, 1, 1, van het BTW-Wetboek om reden dat de goederen in België worden opgeslagen in een ander BTW-entrepot en deze opslag is toegelaten; d) intracommunautaire verwervingen van goederen die niet zijn geplaatst onder de regeling BTW-entrepot wanneer de daaropvolgende levering wegens uitvoer van de goederen naar een derde land is vrijgesteld van de BTW krachtens artikel 39, 1, 1 en 2, van het BTW-Wetboek. 49. De bovengenoemde vereenvoudiging bestaat enerzijds uit de erkenning van aansprakelijke vertegenwoordigers om de in voorgaande paragraaf bedoelde belastingplichtigen te vertegenwoordigen zonder dat iedere belastingplichtige de erkenning van een individuele vertegenwoordiger aan de Administratie dient voor te stellen en anderzijds uit de toekenning van een globaal BTW-identificatienummer dat de aansprakelijke vertegenwoordiger moet gebruiken voor alle belastingplichtigen die hij vertegenwoordigt. Suppl. 2
43 Dit globaal nummer wordt in functie van de aard van de verrichte handelingen, toegekend volgens twee reeksen nummers. De persoon, die zich voorneemt niet in België gevestigde belastingplichtigen te vertegenwoordigen voor de hiervoor opgesomde handelingen, moet beschikken over : - een globaal BTW-identificatienummer, beginnend met BE voor de in 48, letter a) bedoelde handelingen; - een globaal BTW-identificatienummer, beginnend met BE voor de in 48, letters b), c) en d) bedoelde handelingen. Draagwijdte van de taak van de aansprakelijke vertegenwoordiger 51. De aansprakelijk vertegenwoordiger wordt in de plaats gesteld van de niet in België gevestigde belastingplichtige ten aanzien van alle rechten die aan laatstgenoemde zijn verleend of van alle verplichtingen die hem zijn opgelegd door de reglementering inzake BTW. Hij is hoofdelijk gehouden met de belastingplichtige die hij vertegenwoordigt tot voldoening van de belasting, interesten en geldboeten waarvan de opeisbaarheid voortvloeit uit door hem verrichte handelingen. Suppl. 2
44 29 Rol van de douane In België gevestigde buitenlandse belastingplichtigen 52. Wanneer uit de aan de douane voorgelegde stukken blijkt dat de buitenlandse belastingplichtige is gevestigd in België, moeten de naam en het adres alsook het BTW-identificatienummer van de vestiging die de betrokkene heeft in het land worden vermeld op de stukken die, inzake BTW, aan de douane moeten worden voorgelegd. Niet in België gevestigde belastingplichtigen 53. Wanneer de niet in België gevestigde belastingplichtige een invoer verricht waarvoor hij de regeling van verlegging van de heffing wil toepassen, dient hij elk geval vóór de invoer een aansprakelijk vertegenwoordiger te laten erkennen (zie 46). De douane kan bijgevolg de toepassing van die regeling slechts aanvaarden indien de naam of de benaming van de aansprakelijke vertegenwoordiger en het aan de niet in België gevestigde belastingplichtige toegekende BTW-identificatienummer zijn opgegeven in de stukken die moeten worden voorgelegd (kopiefactuur, vervangend stuk of aangifte). Die regel geldt zelfs indien de belastingplichtige zich in één van de in 44 bedoelde gevallen bevindt (mogelijkheid om te worden ontheven van de verplichting een aansprakelijk vertegenwoordiger te laten erkennen). Suppl. 2
45 Indien het gaat om een invoer zonder toepassing van de regeling van verlegging van de heffing, waarvoor een aangifte wordt overgelegd die is opgesteld op naam van een niet in België gevestigde belastingplichtige, moet worden geëist dat die belastingplichtige vóór de invoer een aansprakelijke vertegenwoordiger heeft laten erkennen. Die aangifte moet worden aangevuld met de naam en het adres van die aansprakelijke vertegenwoordiger alsook met het BTW-identificatienummer dat aan die belastingplichtige werd toegekend. Indien aan die vereiste niet wordt voldaan, moet de zending worden geweigerd, behalve indien een ontheffing van erkenning van een aansprakelijk vertegenwoordiger kan worden ingeroepen (zie 44 en 45, tweede lid). Goederen die niet worden geacht te zijn ingevoerd voor de toepassing van de BTW 55. Het gaat om in de Europese Gemeenschap binnengekomen goederen die niet aan één van de in 63 bedoelde regelingen zijn onttrokken. De erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger moet niet worden geëist voor die invoeren. Suppl. 2
46 31 TITEL II INVOER HOOFDSTUK I - ALGEMEEN Wettelijke bepalingen BTW-Wetboek 56. De artikelen 1, 3, 23, 24, 25, 34, 38, 39 quater, 40, 42, 51, 51 bis, 52, 54, 58, 106, 107 en 108 van het BTW-Wetboek hebben betrekking op de BTW bij invoer. Koninklijke besluiten 57. Het koninklijk besluit nr. 7 van 29 december 1992 heeft betrekking op de invoer van goederen voor de toepassing van de BTW. Het koninklijk besluit nr. 8 van 12 maart 1970 stelt, inzake BTW, de wijze van afronding vast van de verschuldigde, de aftrekbare of de voor teruggaaf vatbare BTW. Het koninklijk besluit nr. 13 van 29 december 1992 heeft betrekking op de regeling voor tabaksfabrikaten op het stuk van de BTW. Het koninklijk besluit nr. 16 van 3 juni 1970 heeft betrekking op de toepassing van de BTW inzake de verkoop van vis, schaal-, schelp- en weekdieren in de gemeentelijke vismijn. Het koninklijk besluit nr. 54 van 25 februari 1996 legt de beperkingen en toepassingsvoorwaarden vast met betrekking tot de andere regeling van entrepot dan douane-entrepot bedoeld in artikel 39 quater van het BTW-Wetboek. Suppl. 2
47 32 Ministerieel besluit 58. Het ministerieel besluit nr. 6 van 4 maart 1993, verleent uitstel voor de voldoening van de ter zake van de invoer van goederen verschuldigde BTW. Belastbare handeling 59. Krachtens artikel 3 van het BTW-Wetboek is de invoer van goederen, door wie ook, aan de belasting onderworpen wanneer de invoer in België plaatsvindt. Deze bepaling bevat drie essentiële elementen, met name : - de invoer van goederen : dit begrip wordt gedefinieerd in artikel 23, 1, van het BTW-Wetboek; - door wie ook; - in België : de regels voor het bepalen van de plaats van de invoer zijn opgenomen in artikel 23, 2 t/m 5 van het BTW-Wetboek. Hierna volgt een meer detailleerde bespreking van deze drie elementen. De invoer van goederen 60. De invoer van een goed is het louter materiële feit een goed binnen te brengen op het grondgebied van de Gemeenschap. Het binnenkomen van een goed in Portugal dat van de Verenigde Staten rechtstreeks naar Portugal is verzonden, is een invoer van een goed in de zin van artikel 23, 1 van het BTW-Wetboek.
48 33 In dit verband valt op te merken dat het grondgebied van de Gemeenschap inzake BTW niet gelijk is aan het douanegebied (zie de omzendbrief van 22 februari 1999, nr. D.D D.I ). Zo zijn uitgesloten van het grondgebied van de Gemeenschap maar behoren tot het douanegebied : - de Canarische Eilanden (Spanje); - de Overzeese departementen (Frankrijk); - de Berg Athos (Griekenland); - de Anglo-Normandische Eilanden (Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittanië en Noord-Ierland); - de Åland-Eilanden (Finland). De invoer uit die gebieden is behandeld in hoofdstuk X van deze titel. De invoer van goederen door wie ook 61. De invoer van goederen in België is aan de BTW onderworpen, door wie ook die handeling wordt verricht. Voor de verschuldigdheid van de BTW bij invoer moet dan ook niet worden nagegaan : - of degene die invoert een belastingplichtige, een niet-belastingplichtige rechtspersoon of een particulier is; Suppl. 3
49 34 - of die persoon de goederen heeft verkregen ingevolge een contract onder bezwarende titel (koop, inbreng in vennootschap, verdeling) of ingevolge een contract onder kosteloze titel (schenking), dan wel of hij er reeds eigenaar van was door ze zelf te hebben voortgebracht of door ze te hebben geërfd; - of de goederen hier te lande het voorwerp zullen uitmaken van een commerciële verrichting (wederverkoop) of van een industriële verrichting (verwerking), dan wel bestemd zijn voor privégebruik; - of de goederen hier te lande zullen blijven dan wel zullen worden wederuitgevoerd. De invoer vindt in België plaats 62. In principe geschiedt de invoer van een goed in de lidstaat op het grondgebied waarvan het zich ten tijde van het binnenkomen in de Gemeenschap bevindt (zie artikel 23, 3, van het BTW- Wetboek). De invoer vindt dus plaats in België, indien het goed in de Gemeenschap binnenkomt via België. 63. Van dit principe wordt evenwel afgeweken wanneer het goed vanaf het binnenkomen in de Gemeenschap wordt geplaatst onder één van de navolgende regelingen : - tijdelijke opslag; - tijdelijke invoer met volledige vrijstelling van invoerrechten; - extern douanevervoer; - vrije zone of vrij entrepot; - douane-entrepot; Suppl. 2
50 35 - actieve veredeling met toepassing van het schorsingssysteem; - de regeling inzake de in de territoriale zee toegelaten goederen voor boor- en werkeilanden. In dat geval vindt de invoer plaats in de lidstaat op het grondgebied waarvan het goed aan die regelingen wordt onttrokken (zie artikel 23, 4, van het BTW-Wetboek) tenzij het goed wordt wederuitgevoerd. 64. Wanneer een goed onder de regeling van behandeling onder douanetoezicht, van tijdelijke invoer met gedeeltelijke vrijstelling van invoerrechten of van actieve veredeling met toepassing van het terugbetalingssysteem wordt geplaatst, vindt de invoer plaats in de lidstaat op het grondgebied waarvan het goed zich ten tijde van het binnenkomen in de Gemeenschap bevindt overeenkomstig de in 62 uiteengezette algemene regel. 65. Een goed kan achtereenvolgens onder verschillende regelingen worden geplaatst. Zo kan een goed bij het binnenkomen in de Gemeenschap onder tijdelijke opslag worden geplaatst om vervolgens onder een regeling van douane-entrepot te worden geplaatst en uiteindelijk de entrepotregeling verlaten onder een regeling voor extern douanevervoer. De invoer van dat goed is aan de BTW onderworpen in de lidstaat waar het goed, ter aanzuivering van de regeling voor extern douanevervoer, in het vrije verkeer wordt gebracht. 66. De invoer van een uit de Verenigde Staten afkomstig goed, dat in Portugal de Gemeenschap binnenkomt, vindt in principe plaats in Portugal (zie 62). Hoewel dit een in het BTW-Wetboek bedoelde invoer van een goed is, is die niet aan de BTW in België onderworpen.
51 36 Wanneer dat goed evenwel bij het binnenkomen in Portugal onder een regeling voor extern douanevervoer wordt geplaatst en in België aan die regeling wordt onttrokken om in het vrije verkeer te worden gebracht, vindt de invoer van dat goed in België plaats (zie 63 en 64) en is er aan de BTW onderworpen. 67. Uit de in de 63 en 64 uiteengezette regels blijkt bovendien dat er geen invoer in België plaatsvindt (en dus geen belastbare handeling) wanneer een goed in België de Gemeenschap binnenkomt, er onmiddellijk onder een in 63 bedoelde douaneregeling wordt geplaatst en onder die regeling het nationale grondgebied verlaat. Het materieel feit van het binnenkomen van dat goed in België is als dusdanig geen belastbare handeling. De goederenbeweging valt volledig onder de toepassing van de douanewetgeving. Voorbeeld Een uit Canada afkomstige machine wordt naar Europa gezonden om te worden tentoongesteld in Brussel en achteraf in Keulen. De machine komt de Gemeenschap binnen via Antwerpen, waar ze onmiddellijk onder een regeling voor tijdelijke invoer met volledige vrijstelling van invoerrechten wordt geplaatst. Na de tentoonstelling in Brussel wordt de machine verzonden naar Keulen. Tijdens de tentoonstelling te Keulen wordt de machine verkocht aan een Duitse firma; het goed wordt dan ook in Keulen aan de voornoemde regeling onttrokken en in het vrije verkeer gebracht. Overeenkomstig artikel 23, 4, van het BTW-Wetboek vindt de invoer van de machine plaats in Duitsland (zie 63 en 64); die handeling is dan ook niet aan de BTW in België onderworpen. Bij het binnenkomen van de machine in Antwerpen moeten alleen de formaliteiten voor het plaatsen onder de opschortende regeling inzake invoerrechten worden vervuld.
52 37 Aanbrengen bij de douane en tijdelijke opslag 68. Goederen die het grondgebied van de Gemeenschap worden binnengebracht zijn vanaf het binnenbrengen onderworpen aan douanetoezicht en moeten onverwijld naar een douanekantoor of een andere door de douane aanvaarde of aangeduide plaats worden overgebracht. Bij het aanbieden bij de douane moet voor de goederen, in principe, een summiere aangifte worden gedaan en mogen zij onder dekking van voornoemde aangifte onder de regeling van tijdelijke opslag worden geplaatst gedurende een termijn van twintig dagen of vijfenveertig dagen bij vervoer over zee. 69. In principe wordt een vrachtlijst 126, eventueel aangevuld met een vrachtlijst 126c, gebruikt als summiere aangifte en als aangifte voor tijdelijke opslag (zie de omzendbrief van 25 oktober 1993, nr. D.L. 1/ D.I. 548) (*). In voornoemde omzendbrief zijn de bepalingen opgenomen betreffende het aanbrengen bij de douane en de tijdelijke opslag. Tijdelijke invoer met gehele vrijstelling van de rechten bij invoer 70. De regeling tijdelijke invoer met gehele vrijstelling van de rechten bij invoer maakt het mogelijk om in het douanegebied van de Gemeenschap, met gehele vrijstelling van de rechten bij invoer en zonder dat zij aan handelspolitieke maatregelen worden onderworpen, niet-communautaire goederen te gebruiken die zijn bestemd om te worden wederuitgevoerd zonder wijzigingen te hebben ondergaan, met uitzondering van hun normale waardevermindering ten gevolge van het gebruik dat ervan is gemaakt. Hiervoor wordt een aangifte IM 5 of EU 5 gebruikt. In sommige gevallen kan het carnet ATA worden gebruikt. (*) Nieuwe decimale indeling D.I Suppl. 2
53 38 In de Instructie Tijdelijke invoer, in de Instructie Carnet ATA evenals in de Instructie Internationaal Verkeer zijn de gevallen en voorwaarden bepaald voor het gebruik van de regeling tijdelijke invoer met gehele vrijstelling van de rechten van invoer. Extern douanevervoer 71. De regeling extern douanevervoer maakt het vervoer mogelijk van een plaats in het douanegebied van de Gemeenschap naar een andere plaats in het douanegebied van de Gemeenschap van niet-communautaire goederen zonder dat deze goederen aan rechten bij invoer en andere belastingen of aan handelspolitieke maatregelen worden onderworpen. Het externe douanevervoer geschiedt onder geleide van een document voor extern communautair douanevervoer (T 1, vrachtbrief CIM en expresgoed of overdrachtsformulier TR). In bepaalde specifieke gevallen kunnen eveneens andere documenten worden gebruikt, namelijk het carnet TIR, het carnet ATA of nog het formulier 302. De bepalingen die van toepassing zijn bij het gebruik van die documenten, zijn opgenomen in de Instructie Communautair douanevervoer, de Instructie Carnet ATA en de Instructie Carnet TIR. Douane-entrepot 72. Voor zover de desbetreffende vergunning het toelaat of dat de goederen niet zijn uitgesloten van het entrepot; kunnen onder de regeling douane-entrepot worden geplaatst : - niet-communautaire goederen zonder dat deze aan rechten bij invoer, aan accijns, aan BTW en aan handelspolitieke maatregelen bij invoer worden onderworpen; Suppl. 2
54 39 - communautaire goederen waarvoor, wegens hun plaatsing in een entrepot, maatregelen gelden die in beginsel aan de uitvoer van goederen zijn verbonden (hier wordt het stelsel van de vooruitbetaling van landbouwrestituties bedoeld); de opslag kan gepaard gaan met een vrijstelling van accijns en/of BTW. Wanneer dit in de vergunning is voorzien, kunnen in het douane-entrepot eveneens andere communautaire goederen worden opgeslagen. Het douane-entrepot kan een publiek entrepot (type A, B of F) dan wel een particulier entrepot (type C, D of E) zijn. Een publiek entrepot kan door elke persoon worden gebruikt terwijl een particulier entrepot is voorbehouden voor de opslag van goederen door de entreposeur. In een douane-entrepot mogen de gebruikelijke behandelingen worden verricht. Voor de opslag van goederen onder de regeling wordt een aangifte IM 7 of EU 7 gebruikt. De voor die regeling toepasselijke bepalingen zijn opgenomen in de Instructie Entrepots (D.I. 540). Actieve veredeling- schorsingssysteem 73. Onder de regeling actieve veredeling (schorsingssysteem) kunnen in het douanegebied van de Gemeenschap niet-communautaire goederen, die bestemd zijn om in de vorm van veredelingsproducten uit het douanegebied van de Gemeenschap te worden wederuitgevoerd (veredelingsproducten), één of meer veredelingshandelingen ondergaan zonder dat deze goederen aan rechten bij invoer of aan handelspolitieke maatregelen zijn onderworpen. Voor de plaatsing van goederen onder de regeling wordt een aangifte IM 5 of EU 5 gebruikt. De voor deze regeling toepasselijke bepalingen zijn opgenomen in de Instructie Actieve veredeling (D.I ). Suppl. 2
55 40 Vrij entrepot 74. Een vrij entrepot is een door de douaneautoriteiten erkende afgesloten plaats, waar de in de bijzondere vergunning opgesomde goederen kunnen worden opgeslagen. In principe kan het vrij entrepot dienen voor de opslag van de in 72 bedoelde goederen onder dezelfde voorwaarden. De gebruikelijke behandelingen mogen in een vrij entrepot worden verricht. De oprichting en het gebruik van een vrij entrepot is geregeld in een bijzondere machtiging. In de Instructie Entrepots (D.I. 540) zijn de bepalingen opgenomen, die op deze regeling van toepassing zijn. Handelingen betreffende goederen die zich onder een in 63 bedoelde regeling bevinden 75. De leveringen en intracommunautaire verwervingen door belastingplichtigen van goederen die zich in België onder een in 63 bedoelde regeling bevinden, zijn vrijgesteld van BTW bij toepassing van artikel 40, 2, 1, van het BTW-Wetboek. Wanneer van die regelingen wordt afgezien voor het verbruik, blijft de vrijstelling evenwel slechts behouden voor de levering aan of de verwerving door de geadresseerde en, in voorkomend geval, voor de vorige leveringen en verwervingen (zie artikel 42, 1, tweede lid van het koninklijk besluit nr. 7). De inverbruikstelling van de goederen blijft belastbaar. De begrippen inverbruikstelling en geadresseerde worden uiteengezet in 83 t/m 111 en 113 t/m 128. Suppl. 2
56 41 Voorbeeld De verkoop tussen twee belastingplichtigen van goederen die onder een regeling van douane-entrepot zijn opgeslagen in België. De levering van die goederen, die in België plaatsvindt, is vrijgesteld van de BTW op grond van artikel 40, 2, 1, van het BTW- Wetboek, tenzij de verkoper de goederen ingevolge die verkoop zou onttrekken aan de regeling van douane-entrepot en als geadresseerde zou optreden bij de inverbruikstelling van de goederen. 76. De inning van BTW, die verschuldigd is voor de overdrachten onder een in 63 bedoelde regeling waarvoor de vrijstelling van BTW niet behouden blijft, vindt plaats zonder tussenkomst van de douane. Voorbeeld Indien een goed wordt overgedragen onder een regeling van douane-entrepot van A naar B en daarna van B naar C en tenslotte van C naar D en indien B als geadresseerde optreedt, komt de douane niet tussen in de inning van de BTW die verschuldigd is voor de overdrachten van B naar C en van C naar D. 77. Overeenkomstig artikel 40, 2, 2, van het BTW-Wetboek zijn de diensten met betrekking tot goederen, die vanaf het binnenkomen in de Gemeenschap onder een in 63 bedoelde regeling, werden geplaatst, van de belasting vrijgesteld. Alleen de in het kader van die regelingen toegelaten handelingen mogen aan de goederen worden verricht. De vrijstelling van de belasting geldt dus slechts voor de diensten die in het kader van die regelingen zijn toegelaten. Zo mogen bijvoorbeeld de goederen die in een douane-entrepot zijn opgeslagen alleen de gebruikelijke behandelingen ondergaan. 78. Wanneer de goederen ten verbruik worden aangegeven, blijft de vrijstelling slechts behouden voor de aan de geadresseerde verstrekte diensten en, in voorkomend geval, voor de vorige diensten (zie artikel 42, 2 van het koninklijk besluit nr. 7). De inverbruikstelling van de goederen blijft belastbaar. Suppl. 2
57 42 De inning van BTW, die verschuldigd is voor de dienstverrichtingen waarvoor de vrijstelling van BTW niet behouden blijft, vindt plaats zonder tussenkomst van de douane. Vernietiging van goederen onder een in 63 bedoelde regeling 79. Wanneer onder een in 63 bedoelde regeling geplaatste goederen vernietigd worden, gelden voor de BTW dezelfde regels als voor het invoerrecht, ook indien de ingevoerde goederen wegens hun aard of hun herkomst of om enige andere reden niet aan invoerrecht onderworpen zijn (zie de Instructie Douaneschuld - D.I ) (*). Belastbaar feit en opeisbaarheid van de BTW 80. Wanneer de invoer van een goed in België plaatsvindt, dient het tijdstip van het belastbaar feit en het tijdstip van de opeisbaarheid van de BTW ter zake van die belastbare handeling te worden bepaald. In principe vindt het belastbare feit plaats en wordt de belasting opeisbaar op het tijdstip waarop de invoer van het goed in België geschiedt. De invoer in België geschiedt op het tijdstip waarop het goed in België wordt binnengebracht behalve wanneer het goed vanaf het binnenkomen in de Gemeenschap werd geplaatst onder een in 63 bedoelde regeling. In dat geval vindt de invoer in België plaats op het tijdstip waarop dat goed in het land aan die regeling wordt onttrokken (zie artikel 24, 1, van het BTW-Wetboek). (*) Nieuwe decimale indeling D.I Suppl. 2
58 In de praktijk wijkt artikel 24, 2 van het BTW-Wetboek in het merendeel van de gevallen evenwel af van het algemene principe met betrekking tot het bepalen van het tijdstip van de opeisbaarheid van de BTW zoals bepaald in 80 om dit tijdstip te laten samenvallen met dat van de opeisbaarheid van de invoerrechten. Luidens die bepaling wordt de BTW opeisbaar : - hetzij op het tijdstip van het ontstaan van de douaneschuld, indien de ingevoerde goederen aan invoerrechten zijn onderworpen; - hetzij op het tijdstip dat is vastgesteld overeenkomstig de vigerende bepalingen met betrekking tot het vaststellen van het tijdstip van het ontstaan van de douaneschuld indien de ingevoerde goederen in ieder geval aan douaneformaliteiten maar niet aan invoerrechten zijn onderworpen (nultarief of preferentieel stelsel). Voorbeelden Uit een derde land afkomstige goederen onderworpen aan invoerrechten, worden in België onder een regeling van douaneentrepot geplaatst. De invoer van die goederen geschiedt in België op het tijdstip dat zij in het land aan die regeling worden onttrokken. Het belastbare feit van de BTW vindt plaats op datzelfde tijdstip doch de BTW wordt slechts opeisbaar op het tijdstip van het ontstaan van de douaneschuld, d.w.z. op het tijdstip van de aanvaarding door de douane van de aangifte voor het in het vrije verkeer brengen en het in verbruik stellen van de goederen. Indien die goederen daarentegen via België de Gemeenschap zijn binnengekomen en er vanaf dat tijdstip onder de douaneregeling van actieve veredeling worden geplaatst met toepassing van het terugbetalingssysteem, vindt hun invoer plaats vanaf het binnenkomen in het land. Het belastbare feit van de BTW vindt plaats op datzelfde tijdstip, maar de BTW wordt slechts opeisbaar op het tijdstip van de aanvaarding door de douane van de aangifte tot plaatsing van de goederen onder de regeling actieve veredeling.
59 44 Het belastbare feit vindt plaats en de BTW wordt opeisbaar voor niet-communautaire goederen die in België onder de regeling van behandeling onder douanetoezicht worden geplaatst op het tijdstip van hun binnenkomen in het land, indien zij onder die regeling werden geplaatst vanaf hun binnenkomen in de Gemeenschap. Indien die goederen daarentegen eerst als douanebestemming een doorvoer- of entrepotregeling hebben gekregen vooraleer onder de regeling van behandeling onder douanetoezicht te zijn geplaatst, ontstaan het belastbare feit en de opeisbaarheid van de BTW op het tijdstip waarop die goederen aan die doorvoer- of entrepotregeling worden onttrokken. Er wordt op gewezen dat de BTW bij invoer wordt geïnd op de goederen bij invoer en niet op de verkregen producten. Aan de ingevoerde goederen te geven bestemming 82. De in België ingevoerde goederen moeten ten verbruik worden aangegeven (zie artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 7). Zolang de ingevoerde goederen zich onder een in 63 bedoelde regeling bevinden, moet voor die goederen geen enkele BTW-formaliteit worden vervuld. Wanneer de ingevoerde goederen evenwel in België in het vrije verkeer worden gebracht, hetzij onmiddellijk bij het binnenkomen in de Gemeenschap, hetzij bij de onttrekking van die goederen in België aan een in 63 bedoelde regeling, moeten die goederen tegelijkertijd voor de BTW het verbruik als bestemming krijgen. Suppl. 2
60 45 HOOFDSTUK II - INVERBRUIKSTELLING Algemeen 83. De aangifte ten verbruik geeft in principe aanleiding tot de betaling van de BTW, tenzij een vrijstelling die is voorzien in het BTW-Wetboek of in een ter uitvoering daarvan genomen besluit kan worden ingeroepen. De aangifte ten verbruik, met betaling of met vrijstelling van BTW, moet worden opgemaakt op naam van de geadresseerde van de ingevoerde goederen. 84. De aangifte ten verbruik van de ingevoerde goederen is in principe definitief. De goederen kunnen niettemin onder de volgende voorwaarden alsnog worden aangegeven voor een in 63 bedoelde regeling : 1 ten genoegen van de ambtenaren moet zijn vastgesteld : a) dat de goederen niet zijn gebruikt onder andere voorwaarden dan die welke zijn vastgesteld in de douaneregeling waarvoor zij waren bestemd; b) dat de goederen op het ogenblik van hun aangifte voor het vrije verkeer waren bestemd om te worden geplaatst onder een andere douaneregeling waarvoor zij aan alle vereiste voorwaarden voldeden; c) dat de goederen waarvoor om plaatsing onder deze andere douaneregeling wordt verzocht, wel degelijk diezelfde goederen zijn welke in het vrije verkeer zijn gebracht; 2 de goederen moeten onmiddellijk worden aangegeven voor de douaneregeling waarvoor zij waren bestemd.
61 46 Maatstaf van heffing Principes 85. Overeenkomstig artikel 34 van het BTW-Wetboek is de maatstaf van heffing voor de ingevoerde goederen in principe de waarde, die wordt berekend volgens de regels tot vaststelling van de douanewaarde, vermeerderd met bepaalde kosten (zie de Instructie Waarde - D.I. 620). 85/2. Wanneer voor aan rechten bij invoer onderworpen goederen twee aangiften worden opgesteld zoals voorzien in 109 van de Instructie Enig Document (D.I ), wordt de maatstaf van heffing van de BTW die op de aangifte COM 4 moet worden vermeld, eveneens gevormd door de waarde, die wordt berekend om de douanewaarde vast te stellen en die vermeld is op de IM 0 of EU 0, te vermeerderen met bepaalde kosten. Dit is eveneens het geval bij opeenvolgende verkopen wanneer een prijs van één van deze verkopen als basiswaarde wordt genomen voor de douanewaarde overeenkomstig artikel 147 van het CTW maar die prijs niet die is die door de op de COM 4 vermeld BTW-geadresseerde is betaald of is te betalen. 86. Men kan evenwel niet stellen dat de maatstaf van heffing van de BTW bij invoer gelijk is aan de douanewaarde van de ingevoerde goederen. Aan de douanewaarde moeten inderdaad een aantal kosten worden toegevoegd, voor zover zij niet reeds in die waarde zijn begrepen, voor het bepalen van de maatstaf van heffing van de BTW voor de ingevoerde goederen. Overeenkomstig artikel 34, 2, van het BTW-Wetboek moeten in de maatstaf van heffing worden opgenomen, voor zover zij niet reeds in de douanewaarde zijn begrepen : Suppl. 3
62 47 1 de in het buitenland verschuldigde belastingen, rechten, heffingen en andere taksen, alsmede die welke ter zake van de invoer zijn verschuldigd, met uitzondering van de te heffen BTW (zie 88); 2 de bijkomende kosten zoals de kosten van commissie, douaneformaliteiten, verpakking, vervoer en verzekering, tot op de eerste plaats van bestemming van de goederen in het binnenland. De in 2 bedoelde bijkomende kosten, moeten eveneens in de maatstaf van heffing worden opgenomen wanneer zij voortvloeien uit het vervoer naar een andere plaats van bestemming binnen de Gemeenschap, indien deze plaats is gekend op het tijdstip dat het belastbaar feit plaatsvindt (zie 90 t/m 98). 87. Daarentegen moeten, krachtens het artikel 34, 3, van het BTW-Wetboek, niet in de maatstaf van heffing worden opgenomen : 1 de sommen die als disconto van de prijs mogen worden afgetrokken (zie 98); 2 de prijsverminderingen die aan de koper of de afnemer worden toegekend en die zijn verkregen op het tijdstip waarop de belasting opeisbaar wordt (zie 100); 3 de interesten wegens te late betaling (zie 101). Bij de maatstaf van heffing te voegen kosten Rechten, belastingen en taksen 88. Hieronder verstaat men - met uitzondering van de Belgische BTW zelf - zowel de rechten, belastingen en andere taksen die in het buitenland zijn verschuldigd, als die welke in België zijn verschuldigd wegens de invoer. Suppl. 2
63 48 Als belastingen en heffingen die in de maatstaf van heffing moeten worden opgenomen, dienen te worden genoemd : de rechten bij invoer, de agrarische elementen, de accijns, de bijzondere accijns, evenals de voor bepaalde goederen betaalde som als vergunningsrecht, vergunningszegel, rechten wegens keuring en sanitair onderzoek, bij de invoer aan sommige controle-organisaties verschuldigde vergoeding, de antidumpingrechten, de compenserende en andere rechten die zouden verschuldigd zijn bij de invoer van sommige goederen ter uitvoering van verordeningen van de Europese Gemeenschap. Artikel 369, 1, van de gewone wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale staatsstructuur stelt een milieutaks in. Het belastbaar feit van deze milieutaks bestaat uit het in het verbruik brengen, waaronder wordt verstaan, de levering door een persoon die zich voor de toepassing van die taks als belastingplichtige moet laten registreren, van aan de milieutaks onderworpen goederen aan een zogenaamde kleinhandelaar, dit is elk persoon die aan milieutaks onderworpen goederen levert aan personen die ze verbruiken. De milieutaks is bijgevolg geen belasting die verschuldigd is wegens de invoer. Hij moet dan ook niet worden opgenomen in de maatstaf van heffing van de BTW bij invoer. 89. Wanneer ingevoerde goederen voor de BTW ten verbruik worden aangegeven maar inzake accijnzen onder een opschortende regeling worden geplaatst, moeten de accijnzen niet in de maatstaf van heffing van de BTW worden opgenomen. Immers op het tijdstip van de inverbruikstelling op het stuk van de BTW van de goederen is de accijns niet verschuldigd en het bedrag aan accijns, dat uiteindelijk zal verschuldigd zijn, is nog niet gekend. Bijkomende kosten 90. Als bijkomende kosten moeten de kosten worden aangemerkt die met de invoer zijn verbonden en die normaal vóór de aangifte tot verbruik worden gemaakt. Suppl. 3
64 48/2 Nochtans hoeven de magazijnrechten voor opslag in het entrepot van het type F of in de ruimte voor tijdelijke opslag, de kosten voor overbrenging naar en opslag in het onder hoofdstuk XII van de Algemene Wet inzake douane en accijnzen bedoelde magazijn, de retributies voor bijzondere prestaties, en de nalatigheidsinteresten voor de niet-tijdige betaling van het invoerrecht niet in de maatstaf van heffing te worden begrepen. Commissielonen 91. In de mate dat de commisssielonen, zijnde de vergoeding welke wordt betaald aan makelaars en lasthebbers die tussenkomst hebben verleend bij de verwerving van de ingevoerde goederen, niet reeds zijn begrepen in de douanewaarde, moeten zij voor de BTW bij de maatstaf van heffing worden gevoegd. De aandacht wordt erop gevestigd dat de aankoopcommissies buiten beschouwing blijven bij het vaststellen van de douanewaarde op voorwaarde dat zij zijn onderscheiden van de betaalde of te betalen prijs (zie 73 van de Instructie Waarde - D.I. 620). Kosten van douaneformaliteiten 92. Voor de berekening van de BTW moet in de maatstaf van heffing de som worden begrepen die werd betaald voor de diensten welke werden verstrekt door de commissionair-expediteur of door de douaneagent op wie de invoerder een beroep heeft gedaan voor de dedouanering van de goederen. Voor de toepassing van het voorgaande lid wordt de dedouaneringstaks, die door De Post voor postzendingen wordt geheven, geacht te behoren tot de kosten van douaneformaliteiten. Suppl. 2
65 49 Verpakkingskosten 93. De kosten van gewone en gebruikelijke verpakking, die afzonderlijk worden aangerekend, moeten in de maatstaf van heffing worden opgenomen, niet alleen wanneer de verpakking niet naar de leverancier kan worden teruggezonden (verloren verpakking), maar ook wanneer de verpakking tegen terugbetaling mag teruggezonden worden naar de leverancier, zelfs wanneer de kosten van verpakking door de leverancier werden voorgeschoten voor rekening van de importeur. Op de in het vorig lid uiteengezette regel bestaat evenwel een uitzondering voor de verpakkingen die in België binnenkomen onder een regeling voor tijdelijke invoer met volledige vrijstelling van invoerrechten; in dat geval moeten de verpakkingskosten niet worden opgenomen in de maatstaf van heffing van de BTW die wordt bepaald voor de met die verpakking hier te lande ingevoerde goederen. 94. Verpakkingsmiddelen die geen gewone en gebruikelijke verpakkingsmiddelen zijn en die niet worden binnengebracht onder de voornoemde douaneregeling voor tijdelijke invoer, worden op het tijdstip van de aangifte ten verbruik behandeld als goederen die onderscheiden zijn van de inhoud en afzonderlijk belast tegen het tarief dat ervoor geldt. Kosten van vervoer en van verzekering 95. De kosten van vervoer en verzekering, alsmede de kosten voor diensten met betrekking tot het vervoer (zoals het slepen, het gebruik van de haveninstallaties, het laden, het lossen, het behandelen, het stouwen, het wegen, het meten, het nazien, de expertise en de inontvangstneming van goederen, het opslaan en het bewaren van goederen) berekend tot op de eerste plaats van bestemming in België, moeten steeds in de maatstaf van heffing worden opgenomen. De bijkomende kosten waarvan sprake in deze paragraaf moeten eveneens in de maatstaf van heffing worden opgenomen wanneer zij voortvloeien uit het vervoer naar een andere plaats van Suppl. 2
66 50 bestemming in de Gemeenschap indien deze plaats is gekend op het tijdstip waarop het belastbaar feit plaatsvindt. Dit geldt wanneer de koper het vervoer geheel of ten dele aan een derde toevertrouwt, wanneer hij er de leverancier mee belast, wanneer hij het vervoer zelf met eigen middelen verricht of zelfs wanneer de kosten van het vervoer door de verkoper worden voorgeschoten in naam en voor rekening van de koper en aan deze laatste als voorschot in rekening worden gebracht. 96. Om deze regel te kunnen toepassen is het derhalve van belang de eerste plaats van bestemming van de goederen in België en, voor zover die gekend is op het tijdstip van het belastbaar feit, de werkelijke plaats van bestemming van de goederen in de Gemeenschap te situeren. Krachtens artikel 4 van koninklijk besluit nr. 7 wordt, voor de toepassing van artikel 34, 2, 2, van het BTW-Wetboek, onder eerste plaats van bestemming van de goederen die in België zijn ingevoerd, de plaats in het binnenland verstaan die is vermeld in de vrachtbrief of enig ander document waaronder de goederen België binnenkomen. Bij gebrek aan een dergelijke vermelding wordt de eerste plaats van bestemming geacht de plaats te zijn waar de eerste overlading van goederen in België geschiedt. Onder werkelijke plaats van bestemming in de Gemeenschap moet gelijk welke andere plaats van bestemming van de goederen in België of in een andere lidstaat van de Gemeenschap dan de eerste plaats van bestemming worden verstaan, op voorwaarde dat deze plaats is gekend op het tijdstip waarop de invoer plaatsvindt. Daar de kosten van vervoer en verzekering tot op de plaats van binnenkomen van de goederen in het douanegebied van de Gemeenschap zijn begrepen in de douanewaarde van de ingevoerde goederen, maken zij bijgevolg deel uit van de maatstaf van heffing van de BTW en worden dus niet bedoeld in artikel 34, 2, van het BTW-Wetboek. Suppl. 2
67 51 Voorbeeld Een uit de Verenigde Staten afkomstig goed komt de Gemeenschap binnen via Lissabon (Portugal) waar het onmiddellijk onder een douaneregeling extern douanevervoer wordt geplaatst met Brussel als kantoor van bestemming. Het goed wordt in Brussel in het vrije verkeer gebracht en ten verbruik aangegeven, vooraleer naar Luik te worden vervoerd om bij andere goederen te worden gevoegd die werkelijk bestemd zijn voor Keulen. Veronderstelling 1 Op het tijdstip van het belastbaar feit is enkel de eerste plaats van bestemming in België gekend : LUIK. In deze veronderstelling zijn de kosten van vervoer tussen de Verenigde Staten en Lissabon (plaats van in de Gemeenschap binnen komen) in de douanewaarde begrepen. De kosten van vervoer tussen Lissabon en Luik moeten aan de maatstaf van heffing van de BTW worden toegevoegd. Veronderstelling 2 Op het tijdstip van het belastbaar feit is naast de eerste plaats van bestemming van de goederen in België, reeds een andere plaats van bestemming in de Gemeenschap gekend : KEULEN. In deze veronderstelling moeten, naast de kosten van vervoer tussen de Verenigde Staten en Lissabon (begrepen in de douanewaarde) en die tussen Lissabon en Luik, nog de kosten van vervoer tussen Luik en Keulen aan de maatstaf van heffing van de BTW worden toegevoegd. 97. Aangezien de kosten van vervoer werkelijk moeten worden berekend tot op de eerste plaats van bestemming in België en desgevallend tot op de plaats van bestemming in de Gemeenschap, moeten de kosten die na de aangifte ten verbruik zelfs in België en desgevallend in de Gemeenschap worden gemaakt, in de maatstaf van heffing worden begrepen. Suppl. 2
68 52 Wanneer de eerste plaats van bestemming of desgevallend de werkelijke plaats van bestemming verder ligt dan de plaats van levering die staat vermeld op de vervoerdocumenten welke aan de douane bij de invoer worden overgelegd, vestigt het plaatselijk hoofd de aandacht van de aangever op de verplichting om bij de maatstaf van heffing van de BTW de in 95 bedoelde kosten bij te voegen tot op de eerste plaats van bestemming of desgevallend tot op de werkelijke plaats van bestemming. Wanneer in dezelfde veronderstelling de invoer wordt verricht ter bestemming van een niet-belastingplichtige, stelt de douane een kennisgeving van geschil op met vermelding van de inlichtingen die zij heeft kunnen bekomen van de aangever in verband met het vervoer van de ingevoerde goederen. Hetzelfde geldt in de andere gevallen van invoer door een niet-belastingplichtige, wanneer de douane twijfels heeft omtrent de heffing op de kosten van vervoer tot op de plaats van bestemming. Sommen die niet tot de maatstaf van heffing behoren Disconto 99. De sommen die als disconto van de prijs mogen worden afgetrokken in geval van vooruitbetaling moeten niet in de maatstaf van heffing worden begrepen. De regel is toepasselijk zonder dat dient te worden nagegaan of de klant werkelijk het disconto verkrijgt. Prijsverminderingen 100. Het betreft de prijsverminderingen die aan de geadresseerde zijn toegekend en door deze laatste zijn verkregen op het tijdstip waarop de BTW is verschuldigd. Zij kunnen worden toegekend als bonificatie, commissie, korting of onder een andere benaming. Het heeft geen belang dat ze pas na verloop van een bepaalde tijd betaalbaar zijn, maar vereist is dat de geadresseerde daarop een verworven recht heeft op het tijdstip waarop de BTW is verschuldigd. Suppl. 2
69 53 De interesten wegens niet tijdige betaling 101. Hier worden niet alleen de interesten bedoeld die in rekening worden gebracht omdat de termijn van de betaling van de prijs niet in acht werd genomen,maar ook de conventionele interesten die door de klant moeten worden betaald omdat de leverancier hem belastingsfaciliteiten heeft toegestaan. Gegevens van de maatstaf van heffing uitgedrukt in vreemde munten 102. Wanneer de gegevens voor het bepalen van de maatstaf van heffing zijn uitgedrukt in een vreemde munteenheid, wordt krachtens artikel 34, 4, van het BTW-Wetboek de wisselkoers vastgesteld overeenkomstig de door de Europese Gemeenschap ter zake uitgevaardigde reglementering. De bij invoer toe te passen wisselkoers is die welke geldt voor het berekenen van de douanewaarde. In dit opzicht is het dus nuttig de Instructie Waarde te raadplegen. In de praktijk worden voor de genoteerde munten de toepasselijke wisselkoersen door de Centrale Administratie medegedeeld door middel van een periodiek bericht (Bijlage IV van voornoemde instructie) Wanneer in het koopcontract of op de factuur benevens de vermelding van het bedrag in vreemde munt wordt aangeduid welk bedrag verschuldigd is in Belgische frank, bestaat er geen enkele reden om tot omrekening over te gaan daar de koopprijs reeds is bedongen in Belgische frank. Wanneer wordt bepaald dat het in vreemde munt (bv. Rupiah) uitgedrukte bedrag tegen een vaste koers in een andere vreemde munt (bv. dollar) moet worden vereffend, dienen de gewone regels voor de omrekening te worden toegepast op de munt waarin de werkelijke betaling dient te geschieden.
70 54 Ingeval rectificatie van aangifte wordt gevraagd op grond van artikel 144 van de Algemene Wet, is de datum van de aanvankelijke aangifte maatgevend voor het omrekenen in Belgische munt van een in vreemde munt uitgedrukte waarde. Plannen en tekeningen 104. Voor plannen en tekeningen, die door de kopers normaal voor industriële doeleinden worden gebezigd (plannen van machines, tekeningen voor weverijen, tekeningen voor fabrieken van behangselpapier, enz.), moet de berekening van de BTW enkel worden verricht op de drager van het plan of de tekening, beschouwd als gebruiksvoorwerp. Het overige gedeelte wordt geacht verband te houden met het onlichamelijke recht het plan of de tekening tot de hiervoren genoemde doeleinden te gebruiken en moet bij de invoer niet aan de BTW worden onderworpen. Software 105. Wat de software betreft, moet voor de bepaling van de maatstaf van heffing van de BTW, rekening worden gehouden met de volgende regels. Software voor specifiek gebruik, d.w.z. die welke is ontworpen of aangepast om te voldoen aan de particuliere noden van een onderneming of een organisatie, wordt bij de invoer belast over de waarde van de drager, ongeacht of deze waarde al dan niet onderscheiden is van de waarde van de gegevens of instructies die hij bevat. De waarde van voornoemde gegevens en de instructies volgt de regeling van dienstverrichtingen, die tot de bevoegdheid van de A.O.I.F. (sector BTW) behoort. Suppl. 3
71 55 Gestandaardiseerde software voor algemeen gebruik is, in tegenstelling tot software voor specifiek gebruik, een fabrieksartikel uit een reeks dat vrij kan worden bekomen door alle klanten en dat door hen, na installatie en een beperkte opleiding, zelfstandig kan worden gebruikt in standaardvorm of voor de verwezenlijking van dezelfde toepassingen of functies. Hij is samengesteld uit een samenhangend geheel van programma's en ondersteunend materieel en bevat dikwijls de diensten van installatie, vorming en onderhoud. Software voor PC's, voor huiscomputers en voor spelen valt onder die categorie. Die omvat eveneens gestandaardiseerde software die op voorstel van de leveranciers is aangepast door de inbouw van veiligheids- of gelijkaardige elementen. Die software is een lichamelijk goed in de zin van het BTW- Wetboek en is dus bij invoer belastbaar. Er wordt op gewezen dat de douanewaarde van software is beperkt tot die van de programmadragers die die software bevatten en die bestemd zijn voor gegevensverwerkende apparatuur; ze omvat dus niet de kosten of de waarde van de gegevens of de instructies, op voorwaarde dat die kosten of waarde zijn onderscheiden van de kosten of waarde van de betrokken programmadrager (zie 41 t/m 44 van de Instructie Waarde - D.I. 620). Handelingen betreffende goederen die zich onder een in 63 bedoelde regeling bevinden 106. Wanneer goederen die zich onder een in 63 bedoelde regeling bevinden in België worden aangegeven voor het verbruik na een of meer in 75 en 77 bedoelde vrijgestelde handelingen te hebben ondergaan (levering, intracommunautaire verwerving, dienstverrichting - zie 5, 6 en 9), bestaat de maatstaf van heffing, in afwijking van 85, uit de waarde van die goederen, berekend in de handelsfase waarin zij zich bevinden na die vrijgestelde handelingen en vermeerderd met de niet reeds in die waarde begrepen sommen welke overeenkomstig 86, in de maatstaf van heffing moeten worden opgenomen (zie artikel 42, 3, van het koninklijk besluit nr. 7). Suppl. 2
72 56 Voorbeeld A, B en C zijn drie in België gevestigde personen. A koopt goederen in een derde land voor F. en plaatst ze in België in een douane-entrepot. Deze verrichting brengt inzake BTW noch een belastbaar feit noch opeisbaarheid van de belasting mee (zie 80, derde lid), A verkoopt de in entrepot opgeslagen goederen aan B voor F. B verkoopt de in entrepot opgeslagen goederen aan C voor F. De overdrachten van A aan B en van B aan C zijn vrijgesteld van BTW (zie 75). C onttrekt de goederen aan het entrepot en geeft ze in zijn hoofde aan voor het verbruik. De BTW wordt berekend op de aankoopprijs van C, hetzij F., ongeacht het feit dat voor de inning van de invoerrechten de douanewaarde zou kunnen worden geheven op basis van de transactiewaarde van A, hetzij F. Afronding 107. De maatstaf van heffing hoeft voor de berekening van de BTW niet te worden afgerond. Wanneer het bedrag van de verschuldigde BTW een fractie van een frank bevat, moet die fractie op de hogere of op de lagere frank worden afgerond naargelang ze al dan niet 50 centiem bereikt. Indien voor de ingevoerde goederen die op eenzelfde aangifte zijn vermeld, verschillende BTW-tarieven van toepassing zijn, moet het bedrag van de BTW per tarief worden afgerond. Rol van de douane bij het bepalen van de maatstaf van heffing 108. In de regel is het voldoende dat de douane summier naziet of de maatstaf van heffing van de BTW aannemelijk is, rekening houdend met de elementen waaruit hij bestaat.
73 57 Wanneer de ambtenaren bij het nazien van de elementen van de kopiefactuur, die krachtens de douanereglementering moet worden overgelegd, twijfelen aan de juist van de maatstaf van heffing, vragen zij dat de oorspronkelijke facturen, vrachtbrieven, cognossementen, enz. hun worden voorgelegd. Wanneer de ambtenaren oordelen dat de BTW verschuldigd is op een hogere maatstaf dan degene die is vermeld op de hun voorgelegde aangiften, eisen zij in principe - ongeacht of het al dan niet goederen betreft die vrij zijn van invoerrecht - dat bedoelde aangiften worden verbeterd. De belanghebbende behoudt uiteraard het recht binnen de wettelijke termijn teruggaaf te vorderen bij de Administratie van de BTW, registratie en domeinen. Een kennisgeving van geschil wordt evenwel opgemaakt wanneer de douane, wegens uitzonderlijke omstandigheden, het verkieslijk acht dat voormelde Administratie de betwisting beslecht voor zover het niet gaat om het bepalen van de douanewaarde van ingevoerde goederen (zie 309 t/m 313). Eventueel wordt een borgtocht geëist volgens de voorschriften van 314 t/m 319. Zie ook 72 t/m 107 van de Instructie Afhandeling van de misdrijven inzake BTW - D.I ). Tarief van de BTW Regels 109. De BTW bij invoer wordt geheven tegen dezelfde tarieven als bij overdracht in het binnenland. Die tarieven zijn vastgesteld op 1, 6, 12 en 21 %. De tarieven die bij de invoer dienen te worden toegepast, met inachtneming van alle desbetreffende wettelijke en reglementaire bepalingen, zijn opgenomen met verwijzing naar de hoofdstukken XVIII van dit tarief van het BLEU-Douane Gebruikstarief, in bijlage. Suppl. 2
74 58 Wijziging van het tarief van de BTW 110. Het voor invoer van goederen toe te passen tarief is het tarief dat van kracht is op het tijdstip waarop het belastbare feit plaatsvindt (zie 80 en volgende en artikel 38, 2, eerste lid, van het BTW-Wetboek), d.w.z. op het tijdstip waarop de goederen in België binnenkomen of wanneer zij in België aan één van de in 63 bedoelde regelingen worden onttrokken. Het toe te passen tarief is evenwel, in afwijking van voornoemde regel, het tarief dat van kracht is op het tijdstip waarop de BTW opeisbaar wordt wanneer het tijdstip van de opeisbaarheid van de BTW, wordt bepaald volgens het bepaalde in 81 (zie artikel 38, 2, tweede lid van het BTW-Wetboek). Rol van de douane 111. Wanneer voor de overgelegde documenten de BTW werd berekend tegen een ander tarief dan het tarief dat voorkomt in bijlage XVIII van het BLEU-Douane Gebruikstarief, wordt het bepaalde in cijfer 3 van de inleidende aanmerking van vernoemde bijlage toegepast. In die omstandigheden moet de douane de zaak met een kennisgeving van geschil onderwerpen aan de A.O.I.F. (sector BTW). Een borgtocht in specieën wordt geëist, behoudens in de in 314 t/m 319 bedoelde gevallen. Suppl. 3
75 59 HOOFDSTUK III - VOLDOENING VAN DE BTW Tijdstip van voldoening 112. De belasting moet in principe worden voldaan op het tijdstip van de aangifte tot verbruik (zie artikel 5, 1, van het koninklijk besluit nr. 7). Op dat principe bestaan twee uitzonderingen : a) wanneer de betaling van de BTW kan worden uitgesteld tot de donderdag van de week volgend op die waarin de aangifte is ingediend (zie 137); 154). b) in geval van verlegging van de betaling (zie 150 t/m Tot de voldoening gehouden personen De geadresseerde 113. De BTW bij invoer moet verplicht worden voldaan op naam van de geadresseerde van de ingevoerde goederen (zie artikel 6, 1, van het koninklijk besluit nr. 7). Het aanwijzen van de geadresseerde is vooral van belang om uit te maken wie de bij invoer voldane BTW in aftrek mag brengen. Het recht op aftrek van de belasting, die wordt geheven van andere invoeren dan die welke met verlegging van de betaling worden verricht is immers afhankelijk gesteld van het bezit van een invoerdocument dat de belastingplichtige als geadresseerde aanwijst en dat de betaling van de BTW vaststelt.
76 60 Bovendien dient het recht op een vrijstelling van BTW bij de aangifte tot verbruik van ingevoerde goederen in hoofde van de geadresseerde te worden onderzocht. Om de geadresseerde te bepalen moet een onderscheid worden gemaakt naargelang het ingevoerde goed al dan niet door of voor rekening van de leverancier hier te lande moet worden geïnstalleerd of gemonteerd. Goederen die niet moeten worden geïnstalleerd of gemonteerd De verkrijger of overnemer 114. In de regel is de geadresseerde de verkrijger of overnemer aan wie de goederen worden verzonden op het tijdstip waarop de belasting opeisbaar wordt (zie artikel 6, 2, eerste lid van het koninklijk besluit nr. 7). Opdat de verkrijger of overnemer als geadresseerde zou kunnen optreden is dus vereist : 1 dat die verkrijger of overnemer de goederen reeds heeft verkregen, ter uitvoering van een contract tot overdracht of aanwijzing van eigendom of vruchtgebruik, onder bezwarende titel of gratis, op het tijdstip waarop de belasting opeisbaar wordt; 2 dat de goederen rechtstreeks aan de verkrijger of overnemer worden gezonden vanaf de plaats waar ze zich bevinden op het tijdstip dat de belasting opeisbaar wordt tot op de plaats waar hij over de goederen kan beschikken.
77 61 De eigenaar 115. Wanneer er geen verkrijger of overnemer is, moet degene die eigenaar is van de goederen als geadresseerde optreden (zie artikel 6, 2, eerste lid, in fine, van het koninklijk besluit nr. 7). Voorbeelden a) een buiten de Gemeenschap gevestigde fabrikant voert hier te lande door hem vervaardigde goederen in om ze in België te verkopen : de fabrikant is de geadresseerde; b) een in Mexico gevestigd particulier voert zijn persoonlijke goederen (voertuig, meubelen, enz.) hier te lande in ter gelegenheid van zijn verhuis : de particulier is de geadresseerde. De verkoper of vorige verkoper 116. De verkoper of overdrager of een vorige verkoper of overdrager kan als geadresseerde optreden op voorwaarde dat hij in België is gevestigd of er een aansprakelijk vertegenwoordiger heeft (zie artikel 6, 2, tweede lid van het koninklijk besluit nr. 7). Die mogelijkheid werd vooral ingesteld om commerciële redenen aangezien de verkoper er belang kan bij hebben de identiteit van zijn leverancier niet bekend te maken aan zijn koper of hem het feit te verzwijgen dat de geleverde goederen vanuit een derde land komen.
78 62 Voorbeeld Verkoop door A, die in Brazilië is gevestigd en in België geen vaste inrichting noch aansprakelijk vertegenwoordiger heeft, aan B, die in België is gevestigd. B verkoopt aan C, eveneens in België gevestigd. B en C zijn belastingplichtigen die maandaangiften indienen. Na de verkoop door B aan C wordt het goed verzonden vanuit Brazilië naar Antwerpen, waar het de Gemeenschap binnenkomt en in het vrije verkeer wordt gebracht om vervolgens rechtstreeks te worden vervoerd naar het magazijn van C te Brussel. Om te bepalen wie als geadresseerde kan optreden bij de invoer met aangifte ten verbruik, moeten drie hypothesen worden onderzocht. Eerste hypothese In de regel treedt C op als geadresseerde, aangezien hij het goed vóór het tijdstip van de opeisbaarheid van de BTW heeft gekocht (hij is dus de verkrijger) en het goed hem rechtstreeks wordt verzonden vanaf de plaats waar het zich bevond op het tijdstip dat de belasting opeisbaar is geworden (Antwerpen). In dat geval is er geen BTW verschuldigd in de relatie tussen A en B, omdat de levering van het verkochte goed in het buitenland plaatsvindt (toepassing van artikel 15, 2, van het BTW-Wetboek). Er is eveneens levering in het buitenland in de relatie van B met C zodat die levering evenmin aan de BTW is onderworpen. Maar ongeacht de plaats van de levering van het goed is de BTW verschuldigd wegens invoer van het goed in België; die BTW is verschuldigd en wordt voldaan in hoofde van C, die bij de aangifte ten verbruik als geadresseerde is aangewezen. Suppl. 2
79 63 Tweede hypothese B kan ook als geadresseerde optreden, omdat hij een in België gevestigde verkoper is. Zoals in de eerste hypothese, vinden de leveringen van A aan B en van B aan C in het buitenland plaats. Maar omdat de BTW, die is verschuldigd wegens invoer van het goed wordt voldaan op naam van B die voor de hoedanigheid van geadresseerde heeft geopteerd, wordt de levering door B aan C geacht in België te hebben plaatsgevonden, niettegenstaande het feit dat, volgens artikel 15, 2, van het BTW-Wetboek, die levering in principe in het buitenland plaatsvindt. Artikel 15, 3, van het BTW-Wetboek bepaalt immers - speciaal voor het geval van verzending van goederen van een derde land naar België - dat, wanneer de BTW regelmatig werd voldaan op naam van de verkoper die als geadresseerde optreedt, de levering door deze laatste en eventueel de daaropvolgende leveringen, in afwijking van de gewone regels inzake de plaats van de levering, geacht worden in België te zijn verricht. De BTW is dus verschuldigd in de relatie van B met C en dit onafhankelijk van de BTW die in hoofde van B is verschuldigd wegens invoer. Derde hypothese A, alhoewel vorige verkoper, kan niet als geadresseerde worden aangewezen omdat hij hier te lande niet is gevestigd noch een aansprakelijk vertegenwoordiger heeft. De verkoop door A aan B kan dus nooit aan de BTW zijn onderworpen, want de in de tweede hypothese uiteengezette speciale regel zou slechts toepassing kunnen vinden in de relatie van A met B indien bij de aangifte ten verbruik zou kunnen opteren voor de hoedanigheid van geadresseerde.
80 64 De persoon aan wie de goederen op zicht, op proef of in consignatie worden gezonden 117. De persoon die goederen ontvangt op zicht, op proef of in consignatie is geen verkrijger of overnemer van die goederen en, bij gebrek aan een contract tot overdracht of aanwijziging van eigendom of vruchtgebruik, is het de eigenaar van die goederen die normaal als geadresseerde moet optreden. Teneinde die eigenaar, indien hij niet in België is gevestigd, te ontslaan van een aantal BTW-verplichtingen (betaling van de BTW bij invoer, erkenning van een aansprakelijk vertegenwoordiger), is in artikel 6, 5, 1, van het koninklijk besluit nr. 7, de mogelijkheid voorzien dat de persoon aan wie de goederen op zicht, op proef of in consignatie worden gezonden als geadresseerde optreedt op voorwaarde : 1 dat de eigenaar van de goederen niet in België is gevestigd; 2 dat de persoon aan wie de goederen worden gezonden een belastingplichtige is die periodieke BTW-aangiften indient; 3 dat de goederen worden wederuitgevoerd buiten de Gemeenschap, indien ze niet door die persoon worden gekocht. De persoon aan wie een goed wordt toegezonden dat moet worden hersteld, bewerkt, verwerkt of aangepast 118. Om dezelfde redenen als die welke werden uiteengezet in 117 bepaalt artikel 6, 5, 2, van het koninklijk besluit nr. 7 dat degene aan wie goederen worden gezonden om te worden hersteld, verwerkt, bewerkt of aangepast, als geadresseerde kan optreden op voorwaarde :
81 65 1 dat de eigenaar van de goederen, opdrachtgever, niet in België gevestigd is; 2 dat de persoon aan wie de goederen worden gezonden een belastingplichtige is die periodieke BTW-aangiften indient; 3 dat de goederen worden wederuitgevoerd buiten de Gemeenschap of dat de goederen aan die persoon worden overgedragen. De maakloonwerker, de huurder of de ontlener handelend in het kader van de regeling van passieve veredeling inzake BTW 119. In principe kan de persoon die in de hoedanigheid van maakloonwerker, huurder of ontlener goederen uitvoert buiten de Gemeenschap om ze een herstelling, bewerking, verwerking of aanpassing te laten ondergaan, niet als geadresseerde worden aangemerkt bij de wederinvoer van die goederen. Wanneer die uitvoer uit de Gemeenschap en wederinvoer in België plaatsvindt onder de regeling van passieve veredeling inzake BTW kan nochtans, op grond van artikel 6, 4, van het koninklijk besluit nr. 7, de maakloonwerker, de huurder of de ontlener van de goederen als geadresseerde optreden. Goederen die moeten worden geïnstalleerd of gemonteerd De verkrijger 120. De verkrijger van goederen die door de leverancier moeten worden geïnstalleerd of gemonteerd, kan als geadresseerde optreden indien hij die goederen in het buitenland in bezit heeft genomen en indien hij ze zelf heeft ingevoerd of voor zijn rekening heeft laten invoeren.
82 66 De leverancier 121. Wanneer een goed hier te lande, door of voor rekening van de leverancier moet worden geïnstalleerd of gemonteerd, gaat het om een invoer in België gevolgd door een levering hier te lande. De geadresseerde is de leverancier door wie of voor wiens rekening de installatie of de montage wordt gedaan (zie artikel 6, 3, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 7). In principe moet de leverancier, wanneer hij niet in België is gevestigd, een aansprakelijk vertegenwoordiger laten erkennen bij toepassing van artikel 55 van het BTW-Wetboek De niet in België gevestigde leverancier kan evenwel worden ontslagen van de verplichting een aansprakelijk vertegenwoordiger te laten erkennen. Dat zal het geval zijn, indien zijn medecontractant een belastingplichtige is die periodieke BTW-aangiften indient en de regeling van de BTW-aanschrijving nr. 4/1979 toepast, die ondermeer bepaalt dat de wegens invoer verschuldigde BTW wordt voldaan op naam van de medecontractant. In vak 44 van de aangifte dient dan te worden vermeld : BTW-aanschrijving nr. 4/ De in 122 bedoelde regeling, die steunt op de BTWaanschrijving nr. 4/1979, vindt evenwel geen toepassing wanneer de leverancier de goederen bestemt voor het verrichten van een werk in onroerende staat. Onder werk in onroerende staat wordt verstaan : - het bouwen, het verbouwen, het onderhouden, het reinigen en het afbreken, geheel of ten dele, van een uit zijn aard onroerend goed; - de handeling die erin bestaat een roerend goed te leveren en het meteen op zodanige wijze aan te brengen aan een onroerend goed dat het onroerend uit zijn aard wordt.
83 67 Is eveneens bedoeld, in de mate dat het geen werk in onroerende staat is, iedere handeling die zowel bestaat uit de levering als de aanhechting aan een gebouw van bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van : - een installatie voor centrale verwarming of air-conditionering; - een sanitaire installatie; - een elektrische installatie; - een elektrische belinstallatie, brandalarmtoestellen, alarmtoestellen tegen diefstal of huistelefoon; - kasten, gootstenen, dampkappen; - luiken, rolluiken en rolgordijnen; - wandbekledingen en vloerbedekkingen alsmede het plaatsen, het herstellen, het onderhouden en het reinigen van die goederen. In al die gevallen moet de wegens invoer verschuldigde BTW worden voldaan op naam van de leverancier die bij invoer als geadresseerde moet optreden. De verkoper of vorige verkoper 124. De persoon die de ingevoerde goederen aan de in 121 bedoelde leverancier heeft verkocht of een vorige verkoper, kan eveneens als geadresseerde optreden op voorwaarde dat hij in België is gevestigd of er een aansprakelijk vertegenwoordiger heeft laten erkennen (zie artikel 6, 2, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 7).
84 68 Bijzondere gevallen Zending van goederen naar een commissionair 125. De commissionair is op zichzelf een eenvoudige tussenpersoon, die nochtans voor de toepassing van de BTW wordt behandeld als een koper-verkoper. De inkoopcommissionair wordt inderdaad aangemerkt als koper en, ten opzichte van zijn lastgever, als verkoper van het goed dat door zijn toedoen wordt gekocht; de verkoopcommissionair wordt aangemerkt als verkoper en, ten opzichte van zijn lastgever, als koper van het goed dat door zijn toedoen wordt verkocht. Als commissionair wordt niet alleen hij aangemerkt die op eigen naam of in naam van een firma voor rekening van een lastgever handelt, maar ook de tussenpersoon bij inkoop of de tussenpersoon bij verkoop, die in enigerlei hoedanigheid een op zijn naam gestelde factuur, debetnota of ander daarmee gelijkstaand stuk respectievelijk van de verkoper ontvangt of aan de koper uitreikt. Die tussenpersonen worden gelijkgesteld met kopers of verkopers en kunnen dus als geadresseerde optreden. Invoer van een gehuurd goed 126. De huurder van een ingevoerd goed kan niet als verkrijger of overnemer worden aangemerkt (zie 114). Bijgevolg is de geadresseerde van het ingevoerde goed de eigenaar.
85 69 Zending van een goed naar een depothouder 127. Wanneer goederen worden verzonden naar een depothouder die geen consignataris is, mag die depothouder niet optreden als geadresseerde; enkel de eigenaar kan de hoedanigheid van geadresseerde aannemen. Verliezen onder de regeling van tijdelijke opslag, douane-entrepot of vrij entrepot 128. Wanneer de geadresseerde van ontbrekende goederen onder de regeling van tijdelijke opslag, douane-entrepot of vrij entrepot gekend is gelden de gewone regels die hiervoor zijn vermeld. Evenwel wanneer die niet is gekend, dient op de aangifte ten verbruik in vak 8 de vermelding geadresseerde onbekend te worden aangebracht om elke bedrieglijke aftrek van de betaalde BTW te voorkomen door de personen die gehouden zijn tot de voldoening van de belasting (zie 129) maar die niet de hoedanigheid van geadresseerde bezitten. Hoofdelijke aansprakelijkheid 129. Overeenkomstig artikel 8 van het koninklijk besluit nr. 7, zijn de geadresseerde, de aangever, diens lastgever, de aangever inzake communautair douanevervoer evenals ieder ander persoon die is gehouden tot voldoening van de invoerrechten, hoofdelijk gehouden tot voldoening van de BTW, ook al zijn de goederen om welke reden ook niet aan invoerrechten onderworpen (zie de Instructie Douaneschuld - D.I ) (*). Wanneer de belasting moet worden voldaan op de wijze van de regeling inzake verlegging van de heffing, zijn evenwel alleen de geadresseerde en de aangever inzake communautair douanevervoer hoofdelijk gehouden tot voldoening van de belasting (zie artikel 8, tweede lid van het koninklijk besluit nr. 7). (*) Nieuwe decimale indeling D.I Suppl. 3
86 70 De aangifte ten verbruik moet steeds op naam van de geadresseerde worden opgemaakt, ongeacht de persoon door wie de verschuldigde belasting effectief wordt voldaan. Documenten tot vaststelling van de voldoening 130. Met het oog op de voldoening van de BTW, gebruikt de aangever een aangifte ten verbruik, bestaande uit de exemplaren 6, 7 en 8, eventueel aangevuld met het exemplaar B, van het enig document (zie ter zake de Instructie Enig document - D.I. 535 (*)). In vak 1, tweede onderverdeling, van deze exemplaren wordt code 4 betreffende de inverbruikstelling van goederen vermeld. Code 5 wordt gebruikt in geval van tijdelijke invoer en code 9 in geval van behandeling onder douanetoezicht. In vak 8 van de aangifte moeten naam en adres van de BTWgeadresseerde evenals zijn BTW-identificatienummer, eventueel voorafgegaan door de letters BE, voorkomen. Evenwel mag voor een belastingplichtige, die een identificatienummer heeft aangevraagd, een aangifte waarop het identificatienummer niet is vermeld door de douane worden aanvaard, op voorwaarde dat deze belastingplichtige een bewijs overlegt van de hoofdcontroleur van de BTW, waaronder hij ressorteert, en waarin wordt bevestigd dat een aanvraag tot identificatie werd ingediend. De vermelding Toe te kennen dient te worden aangebracht in vak 8 van de aangifte in plaats van het nummer. Indien het een niet-belastingplichtige of een niet geïdentificeerde belastingplichtige betreft, wordt de vermelding geen aangebracht op de plaats van het nummer in vak 8 van de aangifte. (*) Nieuwe decimale indeling D.I Suppl. 2
87 71 In 44 is het geval geregeld van een in het buitenland gevestigde belastingplichtige, die in België geen vaste inrichting heeft en er geen aansprakelijk vertegenwoordiger heeft laten erkennen Er zijn aanvullende formulieren voorzien om de omschrijving van de goederen voort te zetten indien de aangifte verscheidene artikelen omvat. Die aanvullende formulieren moeten samen met de aangiften die zij aanvullen worden aangeboden. Het is evenwel ook toegelaten om hiervoor gewone bijkomende formulieren te gebruiken (zie het bepaalde in 15 van de Instructie Enig document) Wat het gebruik en de wijze van invullen van de aangiften en de aanvullende formulieren betreft, dient de toelichting betreffende het gebruik van de formulieren Enig document (zie bijlage 5 van de Instructie Enig document) te worden geraadpleegd. De aangever moet steeds in vak 44 de wettelijke, reglementaire of administratieve bepaling vermelden die de invoer toelaat, hetzij met betaling van de BTW tegen een verlaagd tarief, hetzij met vrijstelling. Wanneer er vrijstelling van BTW is, moeten de maatstaf van heffing en het tarief van de BTW in de desbetreffende kolommen van vak 47 van de aangifte worden vermeld. In de kolom Bedrag wordt de vermelding "vrijstelling" aangebracht De invoerders worden erop attent gemaakt dat in principe voor iedere geadresseerde een aangifte moet worden opgemaakt. Door een douane-expediteur mag evenwel een globale aangifte worden gebruikt voor de inverbruikstelling van goederen die toebehoren of bestemd zijn voor verschillende personen, die zelf rechtstreeks de last van de rechten en de belastingen dragen en die geen BTW-belastingplichtigen zijn (zie 47 t/m 49 van de Instructie Douane-expediteurs).
88 Wanneer goederen worden ingevoerd die aan twee of meer personen of firma's in onverdeeldheid toebehoren, dient bij aangifte enkel één aangifte aan de douane te worden overgelegd. Als geadresseerde dienen alle onverdeelde eigenaars te worden aangeduid met, achter hun naam, het aandeel van ieder. Samen met dat document dienen één of meer afschriften van exemplaar 8 te worden ingediend (naargelang er twee of meer onverdeelde mede-eigenaars zijn). Daarop wordt bovenaan op duidelijk zichtbare wijze met rode inkt de vermelding AFSCHRIFT aangebracht en op de keerzijde brengt de aangever de volgende door hem ondertekende vermelding aan : Afschrift bestemd voor (aanduiding van de mede-eigenaar die het origineel niet bewaart en voor wie het afschrift is bestemd). Het originele exemplaar voor de aangever werd geldiggemaakt voor een bedrag van... F (in letters) en wordt bewaard door (aanduiding van de mede-eigenaars die het bewaart). De ontvanger der douane waarmerkt de vermelding op de keerzijde van het (de) afschrift(en) tezelfdertijd als hij de afdruk van de computerprinter erop aanbrengt. Het originele exemplaar 8 van de aangifte wordt bewaard door één van de geadresseerden. Het (de) afschrift(en) wordt (worden) bewaard door de andere geadresseerde(n). De voorgaande handelwijze is evenwel niet toepasselijk wanneer de eigenaars van de ingevoerde goederen niet-belastingplichtigen zijn, of belastingplichtigen die niet invoeren in hun hoedanigheid van belastingplichtige. In dat geval volstaat het dat één aangifte wordt overgelegd met aanduiding van al de mede-eigenaars.
89 73 Wijzen van voldoening Algemeen 135. Behalve wanneer de voldoening plaatsvindt door toepassing van de verlegging van de betaling (zie 150 t/m 154), wordt de BTW voldaan aan de ontvanger der douane die bevoegd is voor het douanekantoor waar de goederen ten verbruik worden aangegeven. De voldoening gebeurt, hetzij bij het indienen van de aangifte ten verbruik (zie 112, eerste lid), hetzij met uitstel (zie 137). De voldoening van de belasting aan de ontvanger der douane wordt vastgesteld door op het voor de geadresseerde bestemde exemplaar van de aangifte ten verbruik een afdruk aan te brengen met het geautomatiseerde systeem van geldigmaking waarvan het douanekantoor is voorzien (zie artikel 7, 1, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 7). In sommige gevallen wordt de BTW aan de ontvanger van het invoerkantoor voldaan in speciën tegen afgifte van een kwitantie 257 A of 257A (zie 147 en volgende). Boeking van de BTW door middel van een geautomatiseerd systeem van geldigmaking 136. In principe wordt de BTW betaald aan de ontvanger en de betaling wordt vastgesteld of het bewijs van boeking met uitstel van betaling (zie 137) wordt gegeven door middel van een met een computerprinter aangebrachte stempelafdruk. Wat de aangebrachte stempelafdruk betreft, onderscheidt men naar gelang van het gebruikte geautomatiseerd systeem van geldigmaking de volgende twee gevallen : Suppl. 3
90 74 a) Sadbel (1) : in vak B van de aangifte worden via de computer en de printer van de aangever afgedrukt : de boekhoudweek, het totaal bedrag van de contant betaalde of van de met uitstel van betaling geboekte belastingen, hetzij de vermelding voldaan, hetzij de vermelding uitstel van betaling en een controlenummer (zie bijlage 1); b) micro-computer, mini-sadbel (2) of manuele documenten op Sadbelkantoren : in vak B van de aangifte worden afgedrukt : eerste regel : nummer van de aangifte, het uur, de datum en het rekeningnummer; tweede regel : het operatornummer, het totaal bedrag van de contant betaalde of van de met uitstel van betaling geboekte belastingen, de vermelding voldaan of uitstel, het jaar en de week van boeking evenals het teken DA (zie bijlage 2). Bij mini-sadbel worden de vermelding Sadbel-micro en het controlenummer na elkaar afgedrukt. De echtheid van de aangifte wordt als volgt gewaarborgd : a) Sadbel : een controlenummer; b) micro-computer en manuele documenten op Sadbelkantoren : het teken DA; (1) De lijst van de kantoren komt per soort van geautomatiseerd systeem van geldigmaking voor in bijlage 3. (2) Door de computer van de douane afgedrukte documenten (Sadbelmodel) mogen worden aangeboden op kantoren die niet met het Sadbelsysteem zijn verbonden, maar zijn uitgerust met microcomputer, voor zover een machtiging werd bekomen van de Dienst Automatisatie van de Centrale Administratie.
91 75 c) mini-sabel : het teken DA en een controlenummer. Daarenboven wordt door de ontvanger in alle gevallen, behalve wanneer het om een Sadbelaangifte gaat, de ronde datumstempel aangebracht in vak J betreffende de controle door het kantoor van bestemming. Het hogervermelde totale bedrag van de belastingen kan andere rechten en taksen bevatten dan de BTW. Het werkelijk geïnde bedrag van de BTW komt voor in vak 47 van de aangifte tegenover de code 01. De hogergenoemde vermeldingen, met uitzondering van het teken DA en het controlenummer, worden ook aangebracht op de journaalstrook en op de dagelijkse rekeninguittreksels 46, die door de computer worden gedrukt. De journaalstroken en de rekeninguittreksels 46 worden tot staving van de dagboeken bewaard. De aangiften betreffende goederen, waarvoor bij invoer geen BTW wordt geheven, worden op dezelfde manier behandeld. Uitstel van betaling 137. Ongeacht of de goederen al dan niet aan invoerrecht zijn onderworpen mag de voldoening van de BTW worden uitgesteld tot de donderdag van de week volgend op die waarin de aangifte werd gedaan (zie ministerieel besluit nr. 6 van 4 maart 1993, waarbij uitstel wordt verleend voor de voldoening van de ter zake van de invoer van goederen verschuldigde BTW). Wanneer krachtens een door de Administratie der douane en accijnzen verleende vergunning de door een zelfde geadresseerde tijdens een bepaalde week ingevoerde goederen worden aangegeven met globale aangiften in de loop van de daaropvolgende week, moet de betaling van de BTW geschieden uiterlijk de donderdag van de week waarin de globale aangiften moeten worden overgelegd.
92 Elke persoon, die uitstel van betaling wenst te genieten, moet : a) een schriftelijke aanvraag richten aan de ontvanger der douane; b) een voldoende borgtocht verstrekken overeenkomstig artikel 287 van de Algemene Wet inzake douane en accijnzen; c) zijn betalingen verrichten door storting of overschrijving op de postrekening van de ontvanger der douane of met een gekruiste check De BTW waarvan de betaling is uitgesteld, wordt - zoals de andere rechten - vermeld in het rekeninguittreksel onder de code 01. Op de strook van het stortings- of overschrijvingsbulletin of op de bankcheck moet de vervaldatum worden vermeld, waarop de betaling moet worden aangerekend Wanneer bij gedeeltelijke betaling de schuldenaar geen enkele vermelding in verband met de vervaldag heeft aangebracht, moet de ontvanger hem uitdrukkelijk vragen op welke schuld hij zijn betaling wil aanrekenen. De verschuldigdheden, die op dezelfde dag vervallen en die in een globale betaling zijn begrepen, worden aangerekend in de volgende volgorde : 1 de kosten; 2 de nalatigheidsinteresten; 3 de boeten; 4 de BTW. De ontvanger kan in overleg met de schuldenaar die toerekeningsvolgorde wijzigen.
93 77 Niet tijdige betaling 141. Het bepaalde in 193 t/m 198 van de Instructie Comptabiliteit - Deel I (D.I. 410) is van toepassing. Materiële vergissingen 142. Indien, ten gevolge van een louter materiële vergissing (verkeerd lezen van de te innen som, verwisseling van cijfers, verkeerde behandeling van de machine), op een aangifte een stempelafdruk werd aangebracht voor een bedrag dat lager is dan de werkelijk verschuldigde BTW, mag de ontvanger toestaan dat een bijkomende stempelafdruk wordt aangebracht. Er dient te worden gezorgd dat de bijkomende stempelafdruk niet over de eerste stempel wordt gedrukt; op de betrokken controleband(en) wordt een verwijzing van de ene verrichting naar de andere aangebracht. Indien daarentegen in gelijkaardige omstandigheden op gelijk welk tijdstip wordt vastgesteld dat de stempelafdruk ten onrechte of voor een te hoog bedrag werd aangebracht, mag de aangifte worden ongeldig gemaakt en vervangen door een nieuwe aangifte. Het bepaalde in 231 en volgende is van toepassing Indien de aanvraag tot regularisatie binnen twee maanden na de aangifte tot verbruik wordt ingediend en het gaat om een aangever die uitstel van betaling geniet, crediteert de ontvanger de rekening 49 van de aangever voor het bedrag van de BTW dat voorkomt op de ongeldig gemaakte aangifte. Exemplaar 8 van de ongeldig gemaakte aangifte wordt bewaard door de douane. Dit exemplaar wordt gevoegd bij exemplaar 6 en de ontvanger brengt op de documenten een vermelding aan die verwijst naar de regularisatie van de BTW op de rekening 49 van de aangever. Suppl. 2
94 78 De aanpassing betreffende de geannuleerde aangiften geschiedt automatisch op de journaalstrook en op het rekeninguittreksel, als gevolg van het insturen van de rectificatie. Om de aftrekking te rechtvaardigen worden de ongeldig gemaakte aangiften aan de desbetreffende band gehecht en wordt een verwijzing aangebracht op de registreerband van de dag waarop deze documenten werden geldiggemaakt. Indien exemplaar B voor het CIV of exemplaar 7 reeds naar het voor de opname bevoegd SADBEL-kantoor of naar de NBB (enkel voor de micro-computers) werd gezonden, moeten een kopie van de oorspronkelijke aangifte, evenals de nieuwe rectificatie-aangifte waarop bovenaan in het rood respectievelijk de letter N (negatief) en de letter R (rectificatie) is aangebracht, (aan elkaar gehecht) aan het voor de opname bevoegde SADBEL-kantoor en aan de NBB worden gezonden ter verbetering van de opgenomen gegevens Indien de aanvraag tot regularisatie niet binnen twee maanden na de aangifte tot verbruik wordt ingediend of indien de aangever niet geniet van uitstel van betaling, wordt exemplaar 8 van de nietig verklaarde aangifte hetzij gevoegd bij de aanvraag om teruggaaf van BTW die door de niet-belastingplichtige bij de douane wordt ingediend, hetzij teruggegeven aan de belastingplichtige met het oog op de terugbetaling van BTW onder controle van de A.O.I.F. (sector BTW) (Vervallen). Onduidelijke of onvolledige stempelafdrukken 146. Indien een onduidelijke of onvolledige stempelafdruk of waarmerk op een aangifte voorkomt, laat de ontvanger een nieuwe aangifte invullen om daarop de voldoening van de BTW in behoorlijke vorm vast te stellen; hij maakt de eerste aangifte ongeldig en handelt ten opzichte van die aangifte zoals bepaald is in Titel II, Hoofdstuk VIII van onderhavige Instructie (zie 231 t/m 240). Suppl. 3
95 79 Inning in speciën tegen afgifte van een kwitantie 257 of 257 A 147. In de volgende gevallen geschiedt de voldoening van het invoerrecht, de accijns en de BTW in speciën tegen afgifte van een kwitantie 257 of 257 A (1) : a) goederen in de bagage van reizigers en, meer algemeen, van alle personen die de grens overschrijden (zie de Instructie Bagage en de Instructie Vereenvoudigd Tarief); b) kleine zendingen van goederen welke werden vrijgemaakt door personen die bij een enkele gelegenheid zulke verrichting doen op een douanekantoor (zie 137 en 138 van de Instructie Enig document - D.I ); c) onregelmatige postzendingen (zie de Instructie Postzendingen en postcolli) De kwitanties vermelden de verschillende belastingen afzonderlijk. Op het einde van de dag worden de als BTW geïnde sommen ingeschreven in het dagboek 55 A onder de code BTW ( 256 van de Instructie Comptabiliteit - Deel I/D.I. 410) In de in 147, letters a, b en c, bedoelde gevallen geschiedt de inontvangstboeking globaal onder de code Vereenvoudigd tarief - forfaitaire globale inningen, wanneer de verschuldigde belastingen voor in de bagage van reizigers ingevoerde goederen worden geïnd door middel van kwitanties 257 op basis van de forfaitaire heffingsvoeten van bijlage 1 van de Instructie Vereenvoudigde Tarief (D.I ). (1) De in de 150 t/m 154 bedoelde verlegging van betaling is niet van toepassing. Suppl. 3
96 80 Wanneer in de kleine zendingen ingevoerde goederen worden onderworpen aan een forfaitaire globale heffing ( 20 van de omzendbrief van 1 januari 1993 op de kleine zendingen, nr. D.L. 5/11.920/D.I ) (*), geschiedt de inontvangstboeking onder de code Vereenvoudigd tarief-forfaitaire globale inningen, in geval van inning door middel van kwitanties 257 of 257 A ( 20, letter a, van de voornoemde omzendbrief op de kleine zendingen), of van de listing in de in 20, letters b) en c), van voornoemde omzendbrief bedoelde gevallen. De ventilatie van de globale inningen geschiedt door de Administratie van de thesaurie. Verlegging van de betaling van de BTW Inleiding 150. De verlegging van de betaling is een wijze van voldoening van de BTW waarbij een belastingplichtige in de zin van 18, die verplicht is tot het indienen van een periodieke BTW-aangifte (met uitzondering dus van de vrijgestelde belastingplichtigen en van de landbouwondernemers, die aan de forfaitaire regeling zijn onderworpen) en die bepaalde voorwaarden vervult, de verschuldigde BTW niet hoeft te betalen op het ogenblik van de aangifte ten verbruik maar ze mag vermelden in zijn periodieke aangifte. In afwijking van 103 t/m 141 mag de betaling van de verschuldigde belasting bij invoer worden verlegd naar het binnenland binnen de perken en onder de voorwaarden die zijn bedoeld in 151 t/m 154. Die bijzondere wijze van betalen strekt ertoe de formaliteiten bij de invoer van goederen te vereenvoudigen, doordat de belastingplichtigen die de verlegging kunnen toepassen de belasting niet meer hoeven te voldoen op het ogenblik van de aangifte ten verbruik. (*) Nieuwe decimale indeling D.I Suppl. 2
97 81 Personen die de verlegging van de betaling kunnen toepassen 151. De verlegging van de betaling kan slechts worden toegepast door belastingplichtingen die de in 153 bedoelde vergunning hebben bekomen en die periodieke BTW-aangiften indienen. Dit is het geval voor : a) in België gevestigde belastingplichtigen; b) in het buitenland gevestigde belastingplichtigen die in het land een vaste inrichting hebben of een aansprakelijke vertegenwoordiger hebben laten erkennen door het Centraal BTW-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen (zie 47). Beoogde invoer 152. De verlegging van de betaling is van toepassing op de invoer van goederen die plaatsvindt in gevallen dat de belasting opeisbaar is bij het indienen van de aangifte ten verbruik. Voorwaarden waaraan de verlegging van de betaling is onderworpen aan : 153. De verlegging van de betaling is met name onderworpen 1 een door de Centrale Administratie van de A.O.I.F. (sector BTW), uitgereikte vergunning; 2 de vooruitbetaling van een bedrag als BTW op het ontvangkantoor van de BTW, waaronder de belastingplichtige ressorteert. De douane hoeft niet na te gaan of deze voorwaarden zijn vervuld. Formaliteiten 154. De aangever vermeldt onder zijn verantwoordelijkheid code G in kolom WB van vak 47 van de aangifte evenals in vak 48 het nummer van de verleende vergunning. Suppl. 3
98 82 Op te merken valt dat, in het kader van SADBEL, op basis van het BTW-nummer, de douanecomputer zelf het nummer van de vergunning op de aangifte vermeldt. De aangever moet echter deze automatische vermelding weigeren wanneer de geadresseerde afziet van de verlegging van de betaling van de BTW of wanneer de hem toegekende vergunning ingetrokken is en een aangifte moet worden opgesteld vooraleer het SABDEL-programma is aangepast. Indien het douanekantoor niet uitgerust is met SADBEL zal dit kantoor zich in verbinding stellen met het dichtstbijgelegen SADBEL kantoor. Terzake is het bepaalde in de omzendbrief van 26 mei 2000, nr. D.O.C "Controle op de verlegging van de BTW" van toepassing. Bewijs van de betaling van de BTW 155. De douaneambtenaren zijn niet bevoegd om bewijzen uit te reiken ten blijke dat de BTW is betaald. Zij moeten dus, ongeacht de omstandigheden, zich strikt onthouden van het uitreiken van dergelijke bewijzen. Wanneer nochtans exemplaar 8 van de aangiften toevallig verloren is gegaan of werd vernietigd vooraleer of nadat de geadresseerde van de ingevoerde goederen dit exemplaar heeft ontvangen, moet door de belanghebbende een aanvraag tot het bekomen van een kopie van het verloren of vernietigde document worden ingediend bij de ontvanger van het douanekantoor van invoer. Deze laatste moet er zich eerst van vergewissen dat alle nodige opzoekingen werden verricht om het document terug te vinden. Aldus dient hij, wanneer de goederen werden aangegeven door een douane-expediteur en de aanvraag voor de aflevering van het duplicaat uitgaat van de geadresseerde, bij de douane-expediteur na te gaan of exemplaar 8 van de aangifte wel degelijk aan de belanghebbende werd toegezonden. Na deze verzekeringen te hebben verkregen levert de ontvanger een eensluidend verklaarde kopie of fotokopie van exemplaar 6 van de aangifte af. Suppl. 3
99 83 Die kopie moet daarna worden geldiggemaakt door de hoofdcontroleur van de BTW van het ambtsgebied waaronder de geadresseerde van de goederen ressorteert Wanneer de afzender de BTW voor zijn rekening neemt, zijn de spoorwegmaatschappijen verplicht, krachtens het bepaalde in artikel 6, 9, van het Bijvoegsel B bij het Verdrag betreffende het internationale spoorwegvervoer (COTIF) van 9 mei 1980 (in België goedgekeurd bij de wet van 25 april 1983, Belgisch Staatsblad van 7 september 1983), aan de belanghebbende een bewijsstuk te overhandigen voor het bedrag dat hem wordt aangerekend. De spoorwegambtenaren mogen evenwel aan de douane, samen met de aangifte waaruit de betaling van de BTW blijkt, een als volgt opgesteld getuigschrift voorleggen, waarop het kantoorstempel wordt aangebracht : De zending, bestaande uit (omschrijving van de goederen, gewicht, enz.), voor vervoer per spoor aangeboden op in het station te, , door met bestemming naar voor (volledig adres van de geadresseerde), werd onderworpen aan de betaling van de BTW op De uit hoofde van deze belasting betaalde som bedraagt F (voluit). (Handtekening van de afgevaardigde van de stationschef) Stempel van de douane Datumstempel van het douanekantoor van inklaring Dat getuigschrift mag in geen geval worden gebruikt tot andere dan de hierboven aangeduide doeleinden.
100 84 HOOFDSTUK IV - DE INVOER IN BELGIE MET VRIJSTELLING VAN BTW Algemene opmerkingen 157. Er vindt in België geen invoer plaats wanneer een goed van bij zijn binnenkomst in de Gemeenschap onder een in 63 bedoelde regeling wordt geplaatst en onder één van die regelingen het Belgisch grondgebied binnenkomt en weer verlaat. Vermits er geen invoer in België is, dient er voor die goederenbeweging geen vrijstelling van BTW te worden ingeroepen. Er kan bijgevolg slechts sprake zijn van een vrijstelling van BTW bij invoer wanneer een goed in België is ingevoerd en er voor het verbruik moet worden aangegeven Vrijstelling van BTW wordt verleend voor : a) de invoer van goederen waarvan de levering in het binnenland is vrijgesteld; b) de definitieve invoer van de in 165 bedoelde goederen; c) de invoer van voor een andere lidstaat bestemd goed; d) de wederinvoer van een goed in dezelfde staat (terugkerend goed) of na een herstelling, een bewerking, een aanpassing of een verwerking te hebben ondergaan (passieve veredeling). e) de invoer van beleggingsgoud. Suppl. 3
101 85 Vrijstelling bij invoer van goederen waarvan de levering in het binnenland is vrijgesteld Algemeen 159. In artikel 40, 1, 1, a, van het BTW-Wetboek is vrijstelling van BTW voorzien voor de invoer van goederen waarvan de levering door belastingplichtigen in het binnenland in elk geval is vrijgesteld. Dit artikel is momenteel van toepassing in de in 160 t/m 162, bedoelde gevallen. Dit artikel kan evenwel van toepassing zijn in andere dan in de 160 t/m 162 bedoelde gevallen. In dat geval is de in 164 bedoelde procedure van toepassing. Menselijke producten 160. Menselijke organen, menselijk bloed en moedermelk mogen worden ingevoerd met vrijstelling van BTW. De levering van die goederen in het binnenland is inderdaad steeds vrijgesteld. Goederen ingevoerd in het kader van cursussen per briefwisseling 161. De boeken, brochures, handboeken en de andere gebruikelijke toebehoren die worden ingevoerd door de leerlingen van een cursus per briefwisseling, ingericht door een in het buitenland gevestigde organisatie of instelling van publiek recht of erkend met een gelijkaardig doel in het buitenland, zijn niet onderworpen aan de BTW indien bedoelde goederen rechtstreeks verband houden met het onderwijs dat wordt verstrekt.
102 86 Boeken of platen 162. De exemplaren van een boek of van een plaat die een buitenlandse uitgever aan de auteur aanbiedt alsmede de exemplaren die hij aan de critici en aan andere personen of instellingen geeft om de verkoop ervan te bevorderen of ze voor een ruimer publiek te bestemmen mogen met vrijstelling van BTW worden ingevoerd. De invoerder moet ten genoegen van de administratie en op haar verzoek kunnen bewijzen dat de daartoe ingevoerde goederen niet zijn bestemd om te worden verkocht in omstandigheden die de BTW opeisbaar maken. Inzonderheid dient voor de monsters, die op dezelfde wijze zijn verpakt of gereedgemaakt als de normaal verkochte producten een ontvangstbewijs te worden geëist van de geadresseerden. In artikel 42 van het BTW-Wetboek bedoelde goederen 163. De invoer van goud door de centrale banken kan plaatsvinden met vrijstelling van BTW, aangezien de leveringen van goud aan de centrale banken zijn vrijgesteld door artikel 42, 3, 7 van het BTW-Wetboek. De in artikel 42, 1 en 2 van het BTW-Wetboek bedoelde zeeschepen en andere schepen evenals de vliegtuigen en dergelijke toestellen mogen met vrijstellingen van de belasting worden ingevoerd binnen de perken en onder de voorwaarden van 190. Voor de door erkende organisaties ingevoerde goederen die deze uitvoeren in het kader van hun menslievend, liefdadig of opvoedkundig werk, kan de in artikel 42, 3, 8 van het BTW-Wetboek, bedoelde vrijstelling van BTW worden verleend binnen de perken en onder de voorwaarden van 290.
103 87 Edelstenen kunnen overeenkomstig artikel 42, 4, 1 van het BTW-Wetboek met vrijstelling van de BTW worden ingevoerd onder de in 218 en 219 gestelde voorwaarden. Andere gevallen 164. Er kunnen nog andere gevallen bestaan waarin een levering in het binnenland door belastingplichtigen is vrijgesteld en het dus ook zou moeten zijn bij invoer. Indien een aangever een dergelijk verzoek inreikt, moet de BTW bij invoer worden geïnd. De aangever moet evenwel worden ingelicht dat hij eventueel een verzoek om teruggaaf kan indienen bij de A.O.I.F. (sector BTW), Directie I/9, Rijksadministratief Centrum - Financietoren - Bus 39 - Kruidtuinlaan 50 te 1010 Brussel. Definitieve invoer met vrijstelling 165. De goederen, bedoeld in artikelen 13 t/m 37 en 43 t/m 44 van het koninklijk besluit nr. 7 van 29 december 1992, tot uitvoering van artikel 40, 1, 1, b van het BTW-Wetboek mogen definitief met vrijstelling van BTW worden ingevoerd. De vrijstelling wordt verleend met inachtneming van de beperkingen en onder de voorwaarden eigen aan de BTW. 166.De hierna volgende tabel vermeldt de goederen die definitief met vrijstelling van BTW mogen worden ingevoerd, met verwijzing naar de bepaling van de bedoelde vrijstellingregeling. Suppl. 3
104 88 Omschrijving van de goederen K.B. nr. 7, art. Persoonlijke goederen van particulieren ingevoerd ter gelegenheid van de overbrenging van de normale verblijfplaats 13 Persoonlijke goederen ingevoerd naar aanleiding van de overbrenging van de normale verblijfplaats ter gelegenheid van een huwelijk 14 Gewoonlijk ter gelegenheid van een huwelijk aangeboden geschenken 15 Door erfopvolging verworven persoonlijke goederen 16 Uitzetten, studiebenodigdheden en gebruikte roerende goederen van scholieren en studenten 17 Goederen waarvan de totale waarde niet meer bedraagt dan 1000 F 18 Kapitaalgoederen en andere uitrusting ingevoerd ter gelegenheid van het verleggen van activiteiten 19 Proefdieren en voor onderzoek bestemde biologische of chemische stoffen 21 Therapeutische stoffen van menselijke oorsprong en testsera voor de vaststelling van bloed- en weefselgroepen 22 Preferentiestoffen voor de kwaliteitscontrole van stoffen, gebruikt bij de vervaardiging van geneesmiddelen 23 Farmaceutische producten gebruikt ter gelegenheid van internationale sportevenementen 24
105 89 Omschrijving van de goederen K.B. nr. 7, art. Voor instellingen met een liefdadig of filantropisch karakter bestemde goederen die worden ingevoerd : - voor algemene doeleinden 25 - ten behoeve van blinden en andere gehandicapten 26 - ten bate van slachtoffers van rampen 27 Als eerbewijs verleende onderscheidingen en beloningen 28 In het kader van internationale betrekkingen ontvangen geschenken 29 Goederen die bestemd zijn om door vorsten en staatshoofden te worden gebruikt 30 Goederen voor klantenwerving : - monsters van goederen met onbeduidende waarde 31 - drukwerk en voorwerpen voor reclamedoeleinden 32 - goederen die worden gebruikt of verbruikt tijdens tentoonstellingen en dergelijke 33 Goederen die worden ingevoerd met het oog op onderzoek, analyses of proefnemingen 34 Brandstoffen en smeermiddelen in motorvoertuigen te land en in containers voor speciale doeleinden 35
106 90 Omschrijving van de goederen K.B. nr. 7, art. Zendingen voor instellingen die bevoegd zijn ter zake van de bescherming van de auteursrechten of de bescherming van industriële of commerciële eigendom 36, 1 Documentatiemateriaal van toeristische aard 26, 2 tot 4 Diverse bescheiden en voorwerpen 36, 5 tot 20 Goederen van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard : - visueel en auditief materiaal 36, 21 en bijlage - voorwerpen voor verzamelingen en kunstvoorwerpen 36, 22 Hulpmaterieel voor de stuwing en de bescherming van goederen tijdens hun vervoer 36, 23 Strooisel, foerage en het voer voor dieren tijdens hun transport 36, 24 Goederen voor de aanleg, het onderhoud of de verfraaiing van gedenktekens of begraafplaatsen van oorlogsslachtoffers 36, 25 Lijkkisten, lijkurnen en grafornamenten 36, 26 en 27
107 91 Omschrijving van de goederen K.B. nr. 7, art. Provisie, brandstoffen en smeermiddelen aan boord van schepen of aanwezig in treinen en luchtvaartuigen in internationaal verkeer 37 Persoonlijk bagage van reizigers 43 Kleine zendingen die door een particulier aan een andere particulier worden verzonden De modaliteiten voor het verlenen van de bovengenoemde vrijstellingen van de BTW worden uitvoerig behandeld in de navolgende instructies, waarnaar wordt verwezen : - de Instructie Definitieve Vrijstellingen, wat de vrijstellingen betreft op grond van artikelen 13 t/m 36 en 43; - de Instructie Vrijdommen, wat de vrijstellingen betreft op grond van artikel 37 (zie ter zake de omzendbrief van 1 januari 1988, nr. D.L. 5/27.030, D.I ); - de Instructie Bagage (D.I. 512), wat de vrijstellingen betreft op grond van artikel 43; - de omzendbrief van 1 januari 1993, nr. D.L. 5/11.920, (D.I ) (*) wat de vrijstellingen betreft op grond van artikelen 18 en 44. (*) Nieuwe decimale indeling D.I Suppl. 2
108 92 Vrijstelling van BTW voor goederen die bestemd zijn voor een andere lidstaat Algemeen 168. Bij toepassing van artikel 40, 1, 1, letter d) van het BTW-Wetboek en van artikel 39 van het koninklijk besluit nr. 7 worden de goederen, die in België ten verbruik worden aangegeven en onmiddellijk het voorwerp uitmaken van een vrijgestelde levering en van een belastbare verwerving in een andere lidstaat, bij de invoer in het land vrijgesteld van BTW. Indien de geadresseerde van de ingevoerde goederen niet in België is gevestigd, moet hij hier een aansprakelijke vertegenwoordiger laten erkennen. De erkenning van die aansprakelijke vertegenwoordiger geschiedt onder de in 47 t/m 50 gestelde voorwaarden De vrijstelling kan niet worden toegepast in geval van invoer zonder aangifte of poging daartoe. Vrijstellingsvoorwaarden 170. Deze vrijstelling is afhankelijk van de volgende voorwaarden : - de geadresseerde bij invoer moet een BTW-belastingplichtige zijn (eventueel een aansprakelijk vertegenwoordiger); Suppl. 3
109 93 - de levering moet door de geadresseerde worden verricht aan een belastingplichtige of aan een niet-belastingplichtige rechtspersoon in een andere lidstaat; - de goederen moeten worden verzonden of vervoerd van België naar een andere lidstaat; - die belastingplichtige of niet-belastingplichtige rechtspersoon moet in de lidstaat van bestemming een intracommunautaire verwerving verrichten Indien de verwerver in de lidstaat van bestemming niet de bewuste hoedanigheid heeft, (b.v. een particulier), moet de BTW worden geïnd in België. De verwerver moet in de lidstaat van bestemming over een identificatienummer beschikken. Bij de inverbruikstelling moet de verwerver in de lidstaat van bestemming gekend zijn De verzending van de goederen ter bestemming van een andere lidstaat moet onmiddellijk na of korte tijd na de inverbruikstelling plaatsvinden. Evenwel kan worden aanvaard dat de goederen, vóór hun levering, naar de magazijnen van de belastingplichtige worden vervoerd met het oog op behandelingen om de levering voor te bereiden (kwaliteitscontrole, enz.). Suppl. 2
110 94 Begunstigde van de vrijstelling 173. De in 113 t/m 128 bedoelde BTW-geadresseerde kan deze vrijstelling inroepen. Teneinde de hoedanigheid van geadresseerde te verduidelijken, zijn hierna verschillende voorbeelden opgenomen : Voorbeeld 1 Verkoop van goederen door een in de Verenigde Staten gevestigde firma A aan een Luxemburgse firma B; de goederen worden ingevoerd via Antwerpen waar zij in het vrije verkeer worden gebracht. De aangifte voor het vrije verkeer te Antwerpen heeft het in verbruik stellen van de goederen tot gevolg. a) In principe moet de aangifte tot verbruik als geadresseerde de Luxemburgse firma B vermelden (zie 114). Indien B in België geen vaste inrichting heeft, moet zij een aansprakelijk vertegenwoordiger laten erkennen. Er wordt een aangifte IM4-code 42 opgemaakt en de vrijstelling van BTW wordt verleend. B verricht immers een overbrenging van de goederen van België naar het Groothertogdom Luxemburg, wat gelijkgesteld is met een intracommunautaire levering, evenals een aanwending van die goederen voor de behoeften van zijn economische activiteit in het Groothertogdom Luxemburg, wat gelijkgesteld is met een intracommunautaire verwerving (zie 13). b) De Amerikaanse firma A kan ook opteren voor de hoedanigheid van geadresseerde op voorwaarde dat zij een aansprakelijk vertegenwoordiger laat erkennen (zie 116). Er wordt een aangifte IM4-code 42 opgemaakt en de vrijstelling van BTW verleend aangezien de invoer wordt gevolgd door een intracommunautaire levering ter bestemming van een in 11 bedoelde belastingplichtige. Suppl. 2
111 95 Voorbeeld 2 Verkoop van goederen door een Canadese firma aan een Belgische firma D, die de goederen in Antwerpen in bezit neemt, ze in het vrije verkeer brengt en ze naar zijn klant in Frankrijk vervoert. a) In principe is de firma D de geadresseerde (zie 114). Er wordt een aangifte IM4-code 42 opgemaakt en de vrijstelling van BTW wordt verleend. b) De Canadese firma E kan ook opteren voor de hoedanigheid van geadresseerde op voorwaarde dat zij een aansprakelijk vertegenwoordiger laat erkennen (zie 116). In dat geval moet een aangifte IM4-code 40 worden opgemaakt met betaling van de BTW want de levering door E aan D, die volgt op het in verbruik stellen, is geen intracommunautaire levering van goederen. Formaliteiten 174. De vrijstelling in geval van levering in een andere lidstaat is het voorwerp van een aangifte IM4-code 42 of - eventueel -, van twee gelijktijdige aangiften, namelijk een aangifte IMO-code 06 en een aangifte COM4-code 42 zoals bepaald in 109 van de Instructie Enig document (D.I ). In vak 8 moet het identificatienummer van een Belgische belastingplichtige (eventueel een aansprakelijk vertegenwoordiger) worden vermeld en onderaan hetzelfde vak, het BTW-nummer van de buitenlandse belastingplichtige. In vak 44 van de aangifte moet de volgende vermelding worden aangebracht : Vrijstelling BTW - Artikel 40, 1, 1, letter d) van het BTW-Wetboek. Suppl. 3
112 96 Rol van de douane 175. De douane moet steekproefsgewijze (zelfs bij gebruik van Sadbel) de echtheid van het BTW-nummer van de buitenlandse belastingplichtige nagaan. Bijlage 4 geeft toelichtingen betreffende de in lidstaten toegekende BTW-nummers. De echtheid van het BTW-nummer van een buitenlandse belastingplichtige moet steekproefgewijs worden gecontroleerd bij de Centrale eenheid voor de administratieve samenwerking met de andere EG-lidstaten op het gebied van BTW. Die dienst is telefonisch te bereiken op werkdagen, doorlopend van 7.30 u tot 18 uur op volgende telefoonnummers : - in het Nederlands : 02/ / / in het Frans : 02/ / in het Duits : 02/ Correspondentie per fax is eveneens mogelijk via het nummer 02/ Suppl. 3
113 97 De douane moet steekproefgewijs de overlegging van documenten eisen waaruit moet blijken dat de ingevoerde goederen wel degelijk zijn bestemd om te worden geleverd in een andere lidstaat (bv. bestelbon, vervoerdocument, enz.). Als blijkt dat het BTW-nummer van de buitenlandse belastingplichtige niet echt is, mag de vrijstelling niet worden toegestaan en moet de BTW worden voldaan. Wederinvoer van goederen in dezelfde staat 176. Bij toepassing van artikel 40, 1, 2, letter a) en 3 van het BTW-Wetboek is de wederinvoer van goederen in de staat waarin ze werden uitgevoerd buiten de Gemeenschap vrijgesteld van BTW binnen de perken en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 40 van het koninklijk besluit nr. 7. De goederen mogen worden wederingevoerd met vrijstelling voor zover inzake invoerrecht een regeling van gehele vrijstelling bij wederinvoer bestaat, zoals bepaald in artikelen 185 t/m 187 van het communautaire basiswetboek en in artikelen 844 t/m 856 van het communautaire toepassingswetboek De vrijstelling wordt verleend met inachtneming van de beperkingen en onder de voorwaarden die zijn gesteld door de bepalingen tot regeling van de vrijstelling inzake invoerrecht, zelfs als het gaat om goederen die wegens hun aard, hun herkomst of om enige andere reden niet aan invoerrecht zijn onderworpen (zie hoofdstuk IV van de Instructie Definitieve Vrijstellingen - D.I. 510). Bovendien moeten de wederingevoerde goederen eigendom gebleven zijn van de persoon die er eigenaar van was bij de uitvoer. Zij moeten daarenboven onderworpen zijn geweest aan de algemene belastingsregels voor de binnenlandse markt van een lidstaat en mogen geen enkele ontheffing of teruggave hebben gekregen wegens hun uitvoer. Suppl. 3
114 98 Wederinvoer van goederen die uit België buiten het grondgebied van de Gemeenschap (1) werden uitgevoerd tot herstelling, bewerking, verwerking of aanpassing (passieve veredeling) Algemeen 178. In artikel 40, 1, 2, letter b en 3 van het BTW-Wetboek en artikel 41 van het koninklijk besluit nr. 7 is de gedeeltelijke of volledige vrijstelling voorzien bij de wederinvoer van de volgende goederen : a) goederen die uit België buiten het grondgebied van de Gemeenschap werden uitgevoerd en worden wederingevoerd na in het buitenland een herstelling, daaronder begrepen het reviseren en het afstellen, te hebben ondergaan; b) goederen die uit België buiten het grondgebied van de Gemeenschap werden uitgevoerd en worden wederingevoerd na in het buitenland een bewerking, daaronder begrepen het monteren en het samenbouwen, te hebben ondergaan; c) goederen waarvan delen of onderdelen uit België buiten het grondgebied van de Gemeenschap werden uitgevoerd en er worden wederingevoerd na aan die goederen te zijn aangebracht; d) goederen die zijn verkregen door het verwerken van goederen die uit België buiten het grondgebied van de Gemeenschap werden uitgevoerd, met het oog op die verwerking. (1) Onder grondgebied van de Gemeenschap moet het BTWgebied van de Gemeenschap worden verstaan (zie de omzendbrief van 22 februari 1999, nr. D.D D.I ). Suppl. 3
115 99 Doel van de vrijstelling 179. Krachtens artikel 3 van het BTW-Wetboek is de invoer van goederen door wie ook onderworpen aan de BTW, wanner die in het land plaatsvindt. Die regel is onder meer van toepassing bij de wederinvoer van goederen die tijdelijk uit België buiten de Gemeenschap werden uitgevoerd om er enkel een herstelling, een bewerking, een verwerking of een aanpassing te ondergaan. Gewoonlijk zijn de goederen die werden uitgevoerd, reeds in het land onderworpen geweest aan de BTW, hetzij bij de aankoop, hetzij bij de intracommunautaire verwerving, hetzij bij de invoer. Wanneer nu de tijdelijke uitvoer van de goederen en hun wederinvoer worden verricht door een persoon die de reeds betaalde BTW niet geheel of gedeeltelijk kan aftrekken, zou de toepassing van artikel 3 van het BTW-Wetboek bij de wederinvoer een gehele of gedeeltelijke dubbele belasting ten gevolge hebben. De in artikel 41 van het koninklijk besluit nr. 7 bedoelde vrijstelling, die werd ingesteld krachtens artikel 40, 1, 2, letter b), van het BTW-Wetboek, heeft dan ook vooral tot doel een dubbele belasting te vermijden. Wanneer de wederinvoer daarentegen wordt verricht door een belastingplichtige die de reeds betaalde BTW volledig heeft kunnen aftrekken, vertoont de belasting van het goed op de totale waarde bij wederinvoer in principe niet hetzelfde nadeel aangezien door de aftrekregeling een dubbele belasting niet kan voorkomen. Die belastingplichtige zou evenwel een belangrijke prefinanciering van de belasting te dragen hebben, zodat hij zelfs hierdoor crediteur van de Staat zou kunnen worden. Daarom laat artikel 41 van het koninklijk besluit nr. 7 toe de vrijstelling te verlenen aan elke persoon en zelfs aan de hiervoor bedoelde belastingplichtigen. Suppl. 2
116 100 Gedeeltelijke vrijstelling 180. De bij wederinvoer verschuldigde BTW is beperkt tot de BTW, berekend aan het op de ingevoerde goederen toepasselijke tarief, over de waarde van de in het buitenland verstrekte goederen en verrichte werken, vermeerderd met de kosten die nog niet in die waarde zijn begrepen en die overeenkomstig 88 t/m 98 in de maatstaf van heffing moeten worden opgenomen. Bovendien bevatten die kosten niet alleen de kosten van vervoer en verzekering vanaf de plaats van het werk in het buitenland tot op de eerste plaats van bestemming in België of naar een andere plaats van bestemming binnen de Gemeenschap, indien deze plaats gekend is op het tijdstip dat de goederen in België worden ingevoerd, maar ook deze betreffende de verzending van de tijdelijk uitgevoerde goederen vanaf de plaats van vertrek in België tot op de plaats van bestemming in het buitenland. Gehele vrijstelling 181. De gehele vrijstelling van de belasting wordt verleend voor de goederen die worden wederingevoerd na in het buitenland één of meer in 178 bedoelde behandelingen te hebben ondergaan die niet aan de BTW zouden zijn onderworpen indien ze in België waren verricht (zie artikel 41, 4, van het koninklijk besluit nr. 7). Dit is namelijk het geval wanneer de goederen in het buitenland gratis werden hersteld op grond van een contractuele of wettelijke garantieverplichting of ingevolge een fabricagefout. Voorwaarden waarvan de vrijstelling afhankelijk is 182. De vrijstelling wordt verleend onder de volgende voorwaarden : Suppl. 2
117 101 a) de goederen moeten vanuit België worden uitgevoerd buiten de Gemeenschap; b) de goederen moeten onderworpen geweest zijn aan de BTW en mogen geen enkele ontheffing hebben gekregen wegens hun uitvoer; c) de uitvoer buiten de Gemeenschap en de wederinvoer van de goederen die één of meer veredelingshandelingen hebben ondergaan, moeten worden gedaan door dezelfde persoon die daarbij handelt in dezelfde hoedanigheid; d) de wederinvoer moet plaatsvinden binnen de vastgestelde termijn; e) de douaneformaliteiten inzake tijdelijke uitvoer en wederinvoer moeten worden verricht, zelfs indien de regelgevingen bepalen dat die formaliteiten niet van toepassing zijn omdat het goederen betreft die niet aan rechten bij invoer zijn onderworpen ingevolge hun aard, hun herkomst of om enige andere reden De goederen moeten verplicht tijdelijk uit België worden uitgevoerd. Dit houdt in dat de aangifte inzake tijdelijke uitvoer op een Belgisch kantoor moet worden overgelegd. Het kantoor van uitgang uit de Gemeenschap kan nochtans in een andere lidstaat zijn gelegen (zie 72 t/m 75 van de Instructie Enig document - D.I ) De goederen die tijdelijk worden uitgevoerd moeten onderworpen zijn geweest aan de BTW en mogen geen enkele ontheffing hebben gekregen wegens hun uitvoer. Het kan gaan om inheemse goederen, goederen die het voorwerp waren van een intracommunautaire verwerving of goederen die in verbruik werden gesteld met betaling van de BTW bij het in het vrije verkeer brengen. Suppl. 3
118 102 Het kan ook gaan om goederen die werden verworven of ingevoerd in een lidstaat van de Gemeenschap volgens de belastingregels voor de binnenlandse interne markt die er van toepassing zijn en die vervolgens werden verzonden of vervoerd naar België zonder dat het binnenkomen van deze goederen in het land aanleiding heeft gegeven tot een inning van de BTW (aankoop door particulieren of door een aan de forfaitaire regeling onderworpen landbouwer zie 12 en 14) Indien de goederen worden wederingevoerd met gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de rechten bij invoer krachtens een vergunning voor passieve veredeling (zie de Instructie Passieve Veredeling - D.I ) moet de wederinvoer plaatsvinden binnen dezelfde termijn als die is vastgesteld voor de vrijstelling van de rechten bij invoer. Indien de goederen niet worden wederingevoerd met gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de rechten bij invoer, moet de wederinvoer plaatsvinden binnen de termijn van één jaar te rekenen vanaf de geldigmaking door het kantoor van uitvoer van de aangifte inzake tijdelijke uitvoer De in 185, eerste lid, bedoelde termijn kan op gemotiveerd verzoek worden verlengd door de ontvanger van het uitvoerkantoor (zie 37 van de Instructie Passieve Veredeling - D.I ). De in 185, tweede lid, bedoelde termijn kan worden verlengd door de A.O.I.F. (sector BTW) - Financietoren - bus 39 Kruidtuinlaan 50 te 1010 Brussel De formaliteiten, die terzake toepasselijk zijn, zijn vermeld in Titel IV van de Instructie Passieve Veredeling - D.I Suppl. 3
119 102/2 Vrijstelling voor de invoer van beleggingsgoud Algemeen 187/2. Krachtens artikel 44bis, 1, eerste lid, van het BTW- Wetboek wordt vrijstelling van BTW verleend voor de invoer van beleggingsgoud. De vrijstelling wordt verleend ongeacht de hoedanigheid van de persoon die als geadresseerde van het ingevoerde goud optreedt (BTW-belastingplichtige, niet belastingplichtige rechtspersoon, particulier). Definitie van beleggingsgoud 187/3. Voor de toepassing van de vrijstelling wordt onder beleggingsgoud verstaan : a) goud in de vorm van staven of plaatjes : - van een door de goudmarkten aanvaard gewicht, - met een zuiverheid van ten minste 995 duizendste. Het is van geen belang dat de staven of plaatjes al dan niet zijn belichaamd in certificaten. De kleine staven of plaatjes van ten hoogste 1 gram worden evenwel niet aangemerkt als beleggingsgoud. Normaal gezien aanvaarden de goudmarkten enkel gestempeld goud met de titel en het persoonlijk merk van de smelter of de keurmeester. Suppl. 3
120 102/3 Niettemin kan ongestempeld goud eveneens de vrijstelling genieten voor zover de invoerder aantoont dat het verhandelde goud aan voornoemde vereisten voldoet. b) gouden munten die : - een zuiverheid van ten minste 900 duizendste hebben, - na 1800 zijn geslagen, - in het land van oorsprong als wettig betaalmiddel fungeren of hebben gefungeerd, en - normaliter verkocht worden voor een prijs die de openmarktwaarde van het in de munten vervatte goud niet met meer dan 80 % overschrijdt. De munten die aan voornoemde criteria beantwoorden worden van rechtswege geacht niet verkocht te worden wegens hun numismatisch belang. Op grond van de lijst van munten die op het grondgebied van elke lidstaat verhandeld worden en die elke lidstaat jaarlijks aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen moet mededelen, publiceert de Commissie vóór 1 december van elk jaar in de C-serie van het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen een lijst van de munten die aan voornoemde criteria voldoen. Die lijst is ook opgenomen in de bijlage XVIII van het Tarief van invoerrechten. De muntstukken vermeld in deze lijst worden geacht te voldoen aan de voorwaarden om als beleggingsgoud te worden aangemerkt gedurende het hele jaar waarvoor die lijst werd gepubliceerd, zelfs indien de waarde van de munten zodanig gaat evolueren dat de voormelde 80 pct.-grens wordt overschreden. Het feit dat een gouden munt niet in de lijst is opgenomen, betekent niet noodzakelijk dat de vrijstelling van artikel 44bis van het BTW-Wetboek geen toepassing zou kunnen vinden. In dat geval moet de invoerder bewijzen dat deze munt voldoet aan de criteria om als beleggingsgoud te worden aangemerkt. Suppl. 3
121 102/4 187/4. Goud dat niet voldoet aan de criteria om als beleggingsgoud te worden aangemerkt, is onderworpen aan de normale BTW-regeling bij invoer. Zo maakt de invoer van o.m. volgende goederen in de regel de BTW opeisbaar : - gouderts; - goud als halffabrikaat; - goud onder de vorm van een eindproduct bestemd voor industriële of commerciële doeleinden; - sieraden en juwelen; - goudsmidwerk; - verzamelobjecten die een numismatisch belang hebben. Formaliteiten 187/5. In vak 44 van de aangifte voor het verbruik dient volgende vermelding te worden aangebracht : Vrijstelling van BTW - toepassing van artikel 44bis, 1, eerste lid, van het BTW-Wetboek. Draagwijdte van de vrijstelling 187/6. De vrijstelling waarin artikel 44bis van het BTW- Wetboek voorziet voor de invoer van beleggingsgoud, primeert op alle andere BTW-vrijstellingen bij invoer en sluit dus elke toepassing van deze andere vrijstelling uit. Uit dit prioriteitsbeginsel volgt o.m. dat : Suppl. 3
122 102/5 - de invoer van beleggingsgoud dat onmiddellijk na de inklaring intracommunautair wordt geleverd met inachtneming van de voorwaarden gesteld in 170, niet van de BTW kan worden vrijgesteld op grond van artikel 40 1, 1, d, van het BTW-Wetboek (z. 168 tot 175); - de wederinvoer van beleggingsgoud in de staat waarin dat goud tijdelijk uit de Gemeenschap werd uitgevoerd, niet kan genieten van de vrijstelling van artikel 40, 1, 2, a, van het BTW- Wetboek (z. 176); - de invoer van beleggingsgoud dat werd gewonnen uit afvallen van goud en sieraden die tijdelijk uit de Gemeenschap werden uitgevoerd om er tot beleggingsgoud te worden omgevormd, niet kan genieten van de (gedeeltelijke) vrijstelling van de BTW die wordt verleend op grond van artikel 40, 1, 2, b, van het BTW- Wetboek (z. 178 tot 187); - in België ingevoerd beleggingsgoud niet kan worden geplaatst onder de regeling BTW-entrepot bedoeld in artikel 39 quater van het BTW-Wetboek (z. 241 tot 243); - de invoer van beleggingsgoud door de centrale banken niet kan worden vrijgesteld bij toepassing van artikel 40, 1, 1, a, van het BTW-Wetboek (z. 163). In de bovenstaande gevallen dient de invoer telkens te worden vrijgesteld op grond van artikel 44 bis van het BTW-Wetboek. 187/7. Opgemerkt wordt dat beleggingsgoud bij het binnenkomen in de Gemeenschap wel kan worden geplaatst onder één van de opschortende regelingen inzake douane bedoeld in 63. Op het stuk van de BTW vindt er in dat geval namelijk geen invoer in België plaats zolang het goud zich onder één van die regelingen bevindt. Bij ontstentenis van een belastbaar feit is er geen BTW verschuldigd en kan er dus evenmin toepassing worden gemaakt van de vrijstelling van artikel 44 bis van het BTW-Wetboek (cfr. 157). Suppl. 3
123 103 HOOFDSTUK V - VRIJSTELLING VOOR DE IN ARTIKEL 42 VAN HET BTW-WETBOEK BEDOELDE GOEDEREN Algemeen 188. Artikel 42 van het BTW-Wetboek bevat de gevallen van vrijstelling voor de leveringen evenals enkele vrijstellingen bij invoer. Artikel 40 breidt die gevallen van vrijstelling bij invoer uit voor de leveringen bij invoer. De hierna vermelde goederen zijn vrijgesteld van de BTW in de gevallen en binnen de in 189 t/m 219 bepaalde beperkingen : Nr. Omschrijving van de goederen Paragraaf van de Instructie BTW 1 Diplomatieke immuniteiten Goederen voor het persoonlijk gebruik van diplomatieke ambtenaren en beroepsconsuls 189 Goederen voor de officiële behoeften van de ambassades en gezantschappen 189 Kanselarijbenodigdheden Zeeschepen en binnenschepen 190 t/m 192 Materieel voor zeeschepen en binnenschepen 193 t/m 195
124 104 Nr. Omschrijving van de goederen Paragraaf van de Instructie BTW Provisie aan boord van zeeschepen en binnenschepen 196 t/m Vliegtuigen en dergelijke toestellen 200 t/m 205 Materieel voor vliegtuigen en dergelijke toestellen 206 t/m 212 Provisie aan boord van vliegtuigen en dergelijke toestellen 213 t/m Goederen voor internationale organisaties, voor hun ambtenaren of voor de krijgsmacht van vreemde Staten die zijn toegetreden tot het Noord-Atlantisch Verdrag Edelstenen Diplomatieke immuniteiten 189. Van de BTW zijn vrijgesteld : a) de invoer van voor hun officieel gebruik bestemde goederen door in België fungerende diplomatieke zendingen en consulaire posten;
125 105 b) de invoer voor hun persoonlijk gebruik bestemde goederen door diplomatieke ambtenaren, consulaire beroepsambtenaren en leden van het administratief en technisch personeel van de diplomatieke zendingen of consulaire posten als bedoeld onder a) hierboven. De invoer van de onder letters a) en b) bedoelde goederen geschiedt met vrijstelling van de BTW volgens de basisvoorwaarden die zijn gesteld voor het toekennen van de vrijstelling van invoerrecht (zie Instructie Immuniteiten); onder dekking van een aangifte 136 F. Zeeschepen en binnenschepen 190. Van de BTW zijn vrijgesteld, de invoer : a) van zeeschepen bestemd voor passagiers- of goederenvervoer tegen betaling, voor de visserij of, meer algemeen, voor de uitoefening van enigerlei industriële of handelsactiviteit; b) van reddingsboten en -schepen voor hulpverlening op zee; c) van oorlogsschepen; d) van binnenschepen bestemd voor de binnenlandse commerciële vaart. Jachten en plezierboten zijn niet te beschouwen als vaartuigen bestemd voor winstgevende handelingen met betrekking tot scheepvaart en kunnen derhalve geen vrijstelling van de BTW genieten De vrijstelling is bovendien niet van toepassing op de schoolschepen, de woonschuiten, de drijvende washuizen, de kerkschepen, de drijvende toestellen zoals drijvende droogdokken, tanks, caissons, aanlegsteigers, meerboeien, andere boeien en vlotten.
126 106 De vrijstelling van de BTW is evenmin toepasselijk op vaartuigen van alle types, gebruikt voor activiteiten te water met een sportief karakter (wedstrijden, jacht, visserij, enz.), voor pleziertochten en kruisvaarten, noch op binnenschepen (voor riviervaart en andere) die niet worden gebruikt voor de eigenlijke commerciële vaart, d.w.z. voor bezoldigd vervoer van goederen of personen. Zo is de vrijstelling van de BTW onder meer niet toepasselijk op de invoer van baggerschepen, drijvende kranen, pompboten en meer algemeen boten voor industrieel gebruik op de binnenwateren (stromen, rivieren, kanalen, meren) Aangezien het Ministerie van Economische Zaken toezicht houdt op het slopen van zeeschepen en binnenschepen, kan worden aangenomen dat de zeeschepen en de binnenschepen die worden ingevoerd met het oog op sloping, worden aangemerkt als schroot en afval van werken. Het bepaalde in 225 is van toepassing op deze invoeren. Om de vrijstelling te bekomen dient de geadresseerde een aangifte ten verbruik op te stellen. Die aangifte moet alle nodige gegevens bevatten om het vaartuig te identificeren en om de aanspraak op vrijstelling te rechtvaardigen (aard, afmetingen, tonnenmaat, bestemming die aan het vaartuig zal worden gegeven, enz.), alsmede in vak 44 de volgende vermelding : Vrijstelling van de BTW Artikel 40, 1, 1, a en Artikel 42, 1, 1 van het BTW-Wetboek. Materieel voor zeeschepen en binnenschepen 193. Van BTW is vrijgesteld, de invoer door bouwers, eigenaars en gebruikers van de in 190 bedoelde zee- en binnenschepen, van voorwerpen bestemd om in die vaartuigen te worden ingelijfd of om te dienen voor de exploitatie van die vaartuigen. Benevens de Staat dient als gebruiker van zeeschepen of van binnenschepen te worden aangemerkt, ieder persoon die zeeschepen of binnenschepen uitbaat of met winstoogmerken gebruikt. In de praktijk gaat het om de reder, de reder-gerant, de scheepsbevrachter of de scheepsbevrachter-gerant.
127 107 De vrijstelling is eveneens toepasselijk op de invoer die wordt verricht door personen wier werkzaamheid uitsluitend of hoofdzakelijk die is van hersteller van zeeschepen en/of binnenschepen. De douane hoeft niet na te gaan of de hersteller van zeeschepen of binnenschepen die werkzaamheid uitsluitend of hoofdzakelijk uitoefent; zij mag zich tevreden stellen met de verklaring van de invoerder, aangezien de activiteitscontrole door het controlekantoor van de BTW wordt gedaan De vrijstelling kan worden verleend voor volgende goederen : a) de delen en voorwerpen die worden gebruikt bij de bouw van zeeschepen en binnenschepen en die door hun aard slechts kunnen worden gebruikt voor de bouw van dergelijke vaartuigen (voorstevens, achterstevens, schouwen, meerpalen, patrijspoorten, ankerkluizen, enz.). b) de uitrustings- en optuigingsvoorwerpen, d.w.z. de voorwerpen die behoren tot de uitrusting waardoor het vaartuig in staat is zich te verplaatsen en, meer algemeen, waardoor het de opdrachten kan uitvoeren waarvoor het wegens zijn aard is bestemd (schroeven, schroefassen, roeren, rolbruggen, luikdeksels, roosters, reservoirs, schuiven, ankers, enterhaken, kettingen, masten, zeilen, kabels, touwen, dekkleden, tenten, presenningdoek, spanschroeven, lantaarns, staken, losse loopplanken, kurkzakken, hoosvaten, stuwhout, sloepen, elektrische en mechanische toestellen - met inbegrip van hun onderdelen - zoals stoomketels, motoren, dynamo's, schakelaars, stuurmachines, hijskranen, windassen, kaapstanders, liften voor het hijsen van personen of van goederen, ankerlieren, katrollen, trommels, pompen, centrale verwarmingsinstallaties, toestellen voor waterverdeling zoals badkuipen, gootstenen, kranen, enz., toestellen voor elektriciteitsverdeling zoals meetinstrumenten, schakelborden, enz., radar-, radio-, telefoon-, ventilatie-, ontsmettings- en koeltoestellen, enz.; het gereedschap, de instrumenten, navigatiekaarten en scheepvaartboeken; het veiligheids-, reddings- en signalisatiematerieel zoals brandblusapparaten, reddingsboeien, nationale vlaggen, rederijvlaggen, signalen, enz).;
128 108 c) de voorwerpen die worden gebruikt voor de eigenlijke bouw van een zeeschip of binnenschip, maar die naar hun aard ook geschikt zijn voor een ander gebruik (trappen, deuren, vensters, hang- en sluitwerk, linoleum, enz.); d) de voorwerpen die bij het gebruik hun identiteit en hun eigen karakter verliezen; in de praktijk zijn ze herkenbaar omdat ze gewoonlijk per gewicht of op maat worden aangekocht (profielijzer, plaatijzer, buizen, isolerende stoffen, soldeersel, nagels, bouten, klinknagels, vijzen, verf, elektrische kabels, transportkabels, enz.); e) het meubilair en de meubileringsvoorwerpen die deel uitmaken van de bestendige uitrusting van het zee- of binnenschip; zijn evenwel uitgezonderd en, bijgevolg, niet vrijgesteld, de radio- en televisietoestellen, magnetoscopen of dergelijke toestellen, met inbegrip van hun toebehoren zoals antennes, kabels, enz., bestemd om aan boord te worden geplaatst van schepen voor de kustvisserij, van reddingsboten en -schepen voor hulpverlening op zee, van schepen van de kustpolitie, van oorlogsschepen of van voor de commerciële binnenvaart gebruikte schepen; f) de containers ingevoerd door de bouwers, eigenaars of gebruikers van de in 135, eerste lid, letter a of d, bedoelde vaartuigen, wanneer die vaartuigen speciaal zijn ontworpen voor het vervoer van goederen met deze containers en wanneer deze slechts worden gebruikt voor het vervoer per boot of schip; g) de buitenboordmotoren Bij de invoer wordt een aangifte ten verbruik gebruikt. Benevens de nauwkeurige aanduiding van de ingevoerde voorwerpen en goederen moet de aangifte de hoedanigheid van de invoerder en het vaartuig vermelden waarvoor de ingevoerde goederen zijn bestemd; in vak 44 wordt de vermelding : Vrijstelling van de BTW Artikel 40, 1, 1, a en Artikel 42, 1, 2, van het BTW-Wetboek aangebracht.
129 109 Het bepaalde in 193 en 194 is niet toepasselijk op de voorwerpen die zijn bestemd voor de in 191 bedoelde voertuigen. Goederen bestemd voor de bevoorrading van de zee- en binnenschepen 196. Als goederen bestemd voor de bevoorrading worden aangemerkt de boordprovisie, de vaste, vloeibare en gasvormige brandstoffen en smeermiddelen, evenals de boordbenodigdheden. Worden beschouwd als : a) boordprovisie : de goederen die uitsluitend bestemd zijn voor verbruik aan boord door de leden van de bemanning en door de passagiers; b) vaste, vloeibare en gasvormige brandstoffen en smeermiddelen : de goederen bestemd voor de voeding van de voortdrijvingsorganen en voor de werking van de andere machines en toestellen aan boord; c) boordbenodigdheden : de verbruikbare goederen voor huishoudelijk gebruik aan boord, alsmede de verbruikbare goederen die werden gebruikt voor het bewaren, het behandelen of het bereiden aan boord van de vervoerde goederen Gehele vrijstelling van de BTW kan worden verleend, binnen de perken en onder de voorwaarden die gelden voor de vrijstelling inzake invoerrecht (zie de omzendbrief van 1 januari 1988, nr. D.L. 5/27.060, D.I ), voor de voor de bevoorrading bestemde goederen aan boord van zeeschepen en binnenschepen die het land binnenkomen. De voor de bevoorrading bestemde goederen die zich onder een doorvoerregeling of onder een regeling voor tijdelijke invoer bevinden zijn overeenkomstig 63 vrijgesteld van BTW.
130 In de andere gevallen dan die bedoeld in 197 wordt vrijstelling van de BTW verleend voor de invoer door eigenaars of gebruikers van de in 190, a, b en c, bedoelde schepen en boten van goederen die zijn bestemd voor de bevoorrading van die vaartuigen. Dezelfde vrijstelling wordt toegestaan wanneer het gaat om voor de industriële kustvisserij gebruikte schepen, d.w.z. schepen die uitsluitend worden gebruikt door personen van wie de beroepsactiviteit de kustvisserij is. Die vrijstellingsregeling is niet toepasselijk voor de goederen die zijn bestemd voor de bevoorrading van schepen gebruikt voor de sportvisserij. Ten aanzien van de in 190 bedoelde oorlogsschepen is de vrijstelling beperkt tot de goederen die zijn bestemd voor de bevoorrading van de in onderverdeling A van het gemeenschappelijk douanetarief bedoelde schepen, die het land verlaten met als bestemming een haven of een ankerplaats in het buitenland De invoer geschiedt met een aangifte ten verbruik. Benevens de nauwkeurige omschrijving van de ingevoerde goederen wordt op die aangifte de hoedanigheid van de invoerder en het vaartuig vermeld waarvoor de ingevoerde goederen zijn bestemd; in vak 44 wordt de vermelding : Vrijstelling van de BTW Artikel 40, 1, 1, a en Artikel 42, 1, 4, van het BTW-Wetboek aangebracht. Vliegtuigen en dergelijke toestellen 200. De invoer van vliegtuigen, watervliegtuigen, hefschroefvliegtuigen en dergelijke toestellen, bestemd om te worden gebruikt door de Staat of door luchtvaartmaatschappijen die zich hoofdzakelijk toeleggen op het internationale vervoer van personen en van goederen tegen betaling, geschiedt met vrijstelling van de BTW. Deze vrijstelling wordt verleend bij de invoer van vliegtuigen en andere dergelijke toestellen, bestemd voor gebruik door de Staat, zonder onderscheid of het gaat om militair of burgerlijk gebruik.
131 111 De vrijstelling geldt onder meer voor de invoer van gevechtstoestellen, transporttoestellen, oefentoestellen, toestellen die speciaal zijn ontworpen voor luchtfotografie, weerkundig onderzoek en andere wetenschappelijke opdrachten, alsook voor ambulancevliegtuigen, voor zover deze toestellen zijn bestemd om te worden gebruikt door diensten van de Staat Onder luchtvaartmaatschappijen die zich hoofdzakelijk toeleggen op het internationale vervoer van personen en van goederen tegen betaling, zijn de Belgische of buitenlandse ondernemingen (natuurlijke personen of rechtspersonen) begrepen, waarvan de werkzaamheid er hoofdzakelijk in bestaat om, voor rekening van derden en ter uitvoering van contracten onder bezwarende titel, luchtvervoer van personen en (of) van goederen te verrichten vanuit een plaats in het buitenland naar een plaats in België of omgekeerd en vanuit een plaats in het buitenland naar een andere plaats in het buitenland, zelfs via België. Als dusdanig worden onder meer aangemerkt : - de Belgische naamloze vennootschap tot exploitatie van het luchtverkeer (SABENA); - de Belgische of buitenlandse luchtvaartmaatschappijen die de vergunning hebben om geregelde vluchten te onderhouden ter bestemming of bij vertrek van een Belgische luchthaven, hetzij bij toepassing van de Overeenkomst betreffende de internationale burgerlijke luchtvaart, ondertekend te Chicago op 7 december 1944 (wet van 30 april 1947, Belgisch Staatsblad van 2 december 1948), hetzij ingevolge bilaterale akkoorden die zijn gesloten tussen België en verschillende vreemde landen; - de andere in België gevestigde ondernemingen dan SABE- NA, die in het bezit zijn van een bijzondere vergunning die is uitgereikt door de hoofdcontroleur van de BTW van de plaats waar de onderneming is gevestigd. Die vergunning is elk jaar te hernieuwen en is geldig tot 31 maart van het jaar volgend op dat van haar uitreiking. In alle gevallen is de toepassing van de vrijstelling van de BTW beperkt tot die toestellen welke worden gebruikt voor betaald luchtvervoer. De douane hoeft het gebruik van de met vrijstelling van de BTW ingevoerde toestellen niet na te gaan, aangezien de controle betreffende dat gebruik wordt verricht door de controledienst van de BTW. Suppl. 2
132 De vrijstelling mag ook worden verleend voor de invoer van een in 200 bedoeld toestel door een persoon die niet kan worden aangemerkt als een luchtvaartmaatschappij die zich hoofdzakelijk toelegt op het internationale vervoer van personen en van goederen tegen betaling, als het vaststaat dat die invoer is geschied met het oog op de verhuur van dat vliegtuig aan een in 201 bedoelde luchtvaartmaatschappij. De vrijstelling is eveneens toepasselijk op de in 200 genoemde toestellen, die luchtwaardig worden geleverd maar die nog niet of slechts gedeeltelijk zijn uitgerust, en die door de ondernemer van het luchtvervoer zelf zullen worden uitgerust of voltooid Voor de luchtvaartuigen die geen vliegtuigen, watervliegtuigen, hefschroefvliegtuigen of dergelijke toestellen zijn, of die niet als zodanig kunnen worden aangemerkt, kan geen vrijstelling worden verleend. Zijn onder meer uitgesloten : - de luchtvaartuigen welke lichter zijn dan de lucht (al dan niet bestuurbare ballons); - de zweefvliegtuigen; - de vliegers (bv. vliegers die dienen voor het vervoer van weerkundige instrumenten); - de verouderde of afgekeurde vliegtuigen;
133 113 - de vliegende doelen die door het leger bij schietoefeningen worden gebruikt; - de raketten, vliegende bommen en andere gevechtsprojectielen Anderzijds is de vrijstelling evenmin toepasselijk op de invoer van vliegtuigen, watervliegtuigen en hefschroefvliegtuigen voor een ander doel dan het gebruik door de Staat of door in 201 bedoelde luchtvaartmaatschappijen. Derhalve is aan de BTW onderworpen : de invoer van toestellen die worden gebruikt voor privaat luchtvervoer van toestellen die zijn bestemd voor niet door de Staat ingerichte pilootscholen, van niet door de Staat gebruikte toestellen die zijn bestemd voor alle ander luchtwerk dan gemachtigd luchtvervoer, zoals luchtfotografie, publiciteit, propaganda, organisatie van luchtvaartshows, activiteiten van zweefvliegers- of valschermspringersclubs. De vrijstelling van de BTW is bovendien niet van toepassing op de invoer van vliegtuigen, watervliegtuigen en hefschroefvliegtuigen door ondernemingen waarvan de activiteit uitsluitend bestaat in de handel in dergelijke toestellen De vrijstelling is onderworpen aan het overleggen door de geadresseerde van een aangifte ten verbruik. Die aangifte moet alle nodige gegevens bevatten om de rechthebbende (Staat of luchtvaartmaatschappij) en het toestel te identificeren evenals om de bestemming en het gebruik ervan na te gaan. Het moet ook alle nodige gegevens bevatten om de vrijstelling te rechtvaardigen, in vak 44 wordt de vermelding : Vrijstelling van de BTW - Artikel 40, 1, 1, letter a) en Artikel 42, 2, 1, van het BTW-Wetboek aangebracht, evenals de datum en het nummer van de bijzondere vergunning in de in 201, in fine, bedoelde gevallen. Suppl. 2
134 114 Materieel voor vliegtuigen en dergelijke toestellen 206. Vrijstelling van de BTW wordt verleend voor de invoer door bouwers, eigenaars of gebruikers van de in 200 bedoelde toestellen, van voorwerpen bestemd om te worden ingelijfd in die toestellen of om te dienen voor de exploitatie ervan. De vrijstelling is eveneens toepasselijk op de invoer door personen waarvan de werkzaamheid uitsluitend of hoofdzakelijk deze is van hersteller van vliegtuigen en dergelijke toestellen. De douane hoeft niet na te gaan of de hersteller deze werkzaamheid uitsluitend of hoofdzakelijk uitoefent; zij mag zich tevreden stellen met de verklaring van de invoerder, aangezien de activiteitscontrole wordt verricht door de controledienst van de BTW. De vrijstelling mag ook worden verleend voor de invoer van in 207 bedoelde goederen door personen of bedrijven, andere dan bouwers, eigenaars of gebruikers van de in 200 bedoelde toestellen, als het vaststaat dat die invoer is geschied met het oog op de verhuur van die goederen aan de Staat of aan een luchtvaartmaatschappij die ze gebruikt voor een bestemming die de vrijstelling van de BTW toepasselijk maakt op de verhuur De vrijstelling van de BTW is van toepassing op de invoer van de hiernavermelde goederen door bouwers, eigenaars, gebruikers of herstellers van de in 200, bedoelde toestellen : a) het materieel voor de bouw, de uitrusting, het onderhoud of de herstelling, opgesomd in 208; b) het grondmaterieel dat specifiek is bestemd voor de bouw, de uitrusting, het onderhoud, de herstelling of het gebruik, opgesomd in 209; c) het materieel voor technische en operationele bijstand op de luchthavens, opgesomd in 210.
135 Vallen onder het bepaalde in 207, letter a) : a) de delen, organen en elementen van vliegtuigen en dergelijke toestellen, die naar hun aard slechts voor de bouw van dergelijke toestellen kunnen dienen, zoals de romp, de vleugels, het landingsgestel, de stabilisatievlakken en alle onderdelen, bijhorigheden en wisselstukken daarvan, de specifieke uitrusting zoals de motoren, de uitlaten, de tanks en de onderdelen van de hydraulische, elektrische, radio-, elektronische en radio-apparaten evenals hun bijhorigheden, de bewapening, de valschermen die zijn vastgemaakt aan de schietstoelen, de remvalschermen van de vliegtuigen en de valschermen die behoren bij het reddingsmateriaal dat deel uitmaakt van de vaste uitrusting van het vliegtuig; b) de ruwe stukken van giet- of smeltijzer die zijn bestemd voor de bouw van vliegtuigen en dergelijke toestellen en de voorwerpen die bij het gebruik hun identiteit en hun eigen karakter verliezen; in de praktijk zijn die goederen herkenbaar omdat ze gewoonlijk per gewicht of op maat worden aangekocht (profielijzer, ijzeren staven, plaatijzer, metalen bladen, buizen, isolerende stoffen, beschermende produkten, soldeersel, nagels, klemmen, klinknagels, schijfjes, vijzen, moeren, bouten, verf, elektrische kabels, enz.); c) de meubileringsvoorwerpen die deel uitmaken van de bestendige uitrusting van het toestel; d) de containers ingevoerd door de bouwers, eigenaars of gebruikers van in 200 bedoelde toestellen, wanneer die toestellen speciaal zijn ontworpen voor het vervoer van goederen met deze containers en wanneer deze slechts worden gebruikt voor het vervoer per vliegtuig of dergelijk toestel Vallen onder het bepaalde in 207, letter b : a) het materieel om vliegtuigmotoren te starten (compressoren, turbostarters, enz.) en generatorgroepen voor vliegtuigen (elektrische, pneumatische, hydraulische en thermodynamische voedingsgroepen; klimaatregelgroepen);
136 116 b) het specifieke gereedschap voor vliegtuigen, alsmede het speciale toebehoren dat gereedschapswerktuigen aanpast voor het uitvoeren van werken de eigen zijn aan de luchtvaart, daaronder begrepen mallen, modellen, matrijzen en profielplaten voor specifieke vliegtuigonderdelen; c) het materieel om de onderhoudspunten van de vliegtuigen te bereiken (vliegtuigdokken, platformen, loopbruggen, banken, takels, werkstands, hydraulische vrachtwagens); d) de meet- en testtoestellen voor onderdelen van vliegtuigen (elektrische, hydraulische, elektronische, pneumatische en thermodynamische) met hun registrerende instrumenten van parameters en verwerkingen met hun bedieningen, maar met uitzondering van het deel van deze gehelen dat tot de burgerlijke bouwkunde behoort; e) het hijs- en steun- of uitrustingsmaterieel voor vliegtuigen (steunen, takels, vijzels, schragen, krukken, zwengels, enz.); f) de behandelings- en positioneerwerktuigen voor stukken en uitrustingen van vliegtuigen (draagstellen voor motoren, landingsgestellen, rijdende steunen voor motorkappen, stuurvlakken, banden, schroeven of alle andere vliegtuigonderdelen), alsmede de uitrustingen die speciaal zijn ontworpen om celstukken, motoren, toebehoren en uitrusting van vliegtuigen te monteren; g) de uitrusting om de opgenomen vluchtgegevens te verwerken; h) de kalibreertoestellen (uitbalanceringsmachines, controlekaliber), ijkapparatuur voor meetinstrumenten, weegtoestellen voor vliegtuigen; i) de mobiele geluiddempers (blast-fence, knaldempers, enz.); j) de wisselstukken en reserveonderdelen voor het onder de letters a) t/m i) bedoeld materieel.
137 Vallen onder het bepaalde in 207, letter c), in de mate dat zij normaal dienen voor de in 200 bedoelde toestellen : a) de vluchtsimulators; b) de tractoren om vliegtuigen te slepen of te duwen, alsmede hun sleeptangen; c) de apparatuur voor de ontsmetting en de radioactiviteitscontrole van vliegtuigen; d) de veiligheidsuitrusting (opsporen van wapens en andere vernietigingstuigen); e) het materieel om toegang te verlenen tot de vliegtuigen : mobiele trappen, aérostands, telescopische inschepingsbruggen, enz.; f) het materieel voor het uitrusten van vliegtuigen; g) het stuwmaterieel voor de vliegtuiglading; h) de heftrucks voor vracht of uitrusting; i) het palettisatiematerieel (laadborden, iglo's, wagens, transpaletten, laadprofielen, rolvloeren, kogelvloeren, trailers, boxen voor dieren die in de vliegtuigen worden ingeladen, enz.); j) de specifieke mobiele uitrusting voor het behandelen van vracht en bagage; k) het telecommunicatiematerieel; l) de servicing -uitrusting (wagens voor het vervoer van flessen, wagens voor het vervoer van hydraulische- of motorolie, op wagentjes gemonteerde blusapparaten, toilettenafvoer, vuilnisbakken, ballastmateriaal, enz.); m) de onthardingsapparaten voor waterinjectie in de motoren;
138 118 n) de vaste en mobiele uitrusting om vliegtuigen van brandstof te voorzien (hydrant refueling system); o) de wissel- en reservestukken voor het onder de letters a) t/m n) genoemde materieel De vrijstelling is niet toepasselijk op de invoer van : a) vluchtuitrusting voor de piloot of voor de bemanning (helm, overall, laarzen, enz.); b) valschermen voor de training van valschermspringers, voor oefeningen van luchtlandingseenheden of voor het droppen van manschappen, wapens en munitie Bij invoer wordt door de geadresseerde een aangifte ten verbruik opgesteld. Op die aangifte wordt de nauwkeurige omschrijving van de ingevoerde goederen vermeld, de hoedanigheid van de invoerder (eigenaar, gebruiker, bouwer of hersteller) en het toestel waarvoor de ingevoerde goederen zijn bestemd. Op die aangifte moet bovendien in vak 44 de vermelding Vrijstelling van de BTW - Artikel 40, 1, 1, a en Artikel 42, 2, 2, van het BTW- Wetboek voorkomen, evenals de datum en het nummer van de bijzondere vergunning in de in 201, in fine, bedoelde gevallen. Bij invoer van in 208 bedoelde goederen met het oog op hun inlijving in een in 200 bedoelde toestel dat wordt geëxploiteerd door een andere in het buitenland gevestigde onderneming dan de in 201, tweede lid, 2de deelstreepje, bedoelde maatschappijen, kan de vrijstelling slechts worden verleend op voorwaarde dat de aangifte ten verbruik is vergezeld van een document (of een fotokopie daarvan), uitgereikt in het land waar de exploitant van het toestel is gevestigd door de autoriteiten die bevoegd zijn voor de luchtvaart of door de fiscale autoriteiten van dat land en waarin wordt bevestigd dat de exploitant zich hoofdzakelijk toelegt op internationaal luchtvervoer tegen betaling en dat het toestel waarvoor de ingevoerde goederen zijn bestemd hoofdzakelijk wordt gebruikt voor vervoer tegen betaling. Dat document wordt op het douanekantoor bewaard samen met de aangifte ten verbruik.
139 119 Goederen bestemd voor de bevoorrading van de vliegtuigen en dergelijke toestellen 213. Voor de voor de bevoorrading bestemde goederen, vermeld in 196, mag gehele vrijstelling van de BTW worden verleend, binnen de perken en onder de voorwaarden die gelden voor de vrijstelling inzake invoerrecht (zie de omzendbrief van 1 januari 1988, nr. D.L. 5/27.060, D.I ). De voor de bevoorrading bestemde goederen, die zich onder een doorvoerregeling of onder voor een regeling voor tijdelijke invoer bevinden, zijn bij het binnenkomen vrijgesteld van BTW In de andere gevallen dan die bedoeld in 213 wordt vrijstelling van de BTW verleend voor de invoer van goederen door de luchtvaartmaatschappijen, die zich hoofdzakelijk toeleggen op het internationale vervoer van personen en van goederen tegen betaling, bestemd voor de bevoorrading van vliegtuigen, watervliegtuigen, hefschroefvliegtuigen en dergelijke toestellen welke die maatschappijen gebruiken Bij de invoer wordt een aangifte ten verbruik gebruikt. Op die aangifte wordt behalve de nauwkeurige omschrijving van de ingevoerde goederen, de hoedanigheid van de invoerder en het toestel vermeld waarvoor de ingevoerde goederen zijn bestemd; in vak 44 wordt de vermelding Vrijstelling van de BTW - Artikel 40, 1, 1, letter a) en Artikel 42, 2, 4, van het BTW-Wetboek aangebracht, evenals de datum en het nummer van de bijzondere vergunning in de in 201, in fine, bedoelde gevallen. Suppl. 2
140 Wanneer de ingevoerde goederen zijn bestemd voor de bevoorrading van een luchtvaartuig, dat wordt geëxploiteerd door een andere in het buitenland gevestigde onderneming dan de in 201, tweede lid, bedoelde maatschappijen, kan de vrijstelling slechts worden verleend op voorwaarde dat de geadresseerde op de aangifte ten verbruik uitdrukkelijk verklaart dat het toestel aan boord waarvan de ingevoerde goederen zullen worden gebracht, op het tijdstip van de bevoorrading een internationaal luchtvervoer tegen betaling verricht. Die verklaring moet worden gestaafd door een door de bevoegde autoriteiten aangebrachte vermelding waarin wordt bevestigd dat, het betrokken toestel - op het tijdstip waarop dat document hun wordt aangeboden - zich in België bevindt onder dekking van een vergunning tot het verrichten van internationaal luchtvervoer tegen betaling, uitgereikt door het Bestuur der Luchtvaart. Goederen bestemd voor internationale organisaties, voor hun ambtenaren of voor de krijgsmachten van tot het Noord-Atlantisch Verdrag toegetreden vreemde Staten 217. Van de BTW is vrijgesteld : a) de invoer van goederen door internationale organisaties en daaraan verbonden buitenlandse ambtenaren, voor zover in de vrijstelling is voorzien door een overeenkomst waarbij België is toegetreden; b) de invoer van goederen, hetzij voor het officiële gebruik van de krijgsmachten van de vreemde Staten, die zijn toegetreden tot het Noord-Atlantisch Verdrag, of van het burgerlijk personeel dat hen vergezelt, hetzij voor de bevoorrading van hun messes en kantines. Suppl. 2
141 121 De invoer van onder letter a) hierboven bedoelde goederen, met uitzondering van de door de internationale militaire hoofdkwartieren van de NAVO verrichte invoer, geschiedt met vrijstelling van de BTW, binnen de perken die zijn gesteld in de overeenkomsten en protocollen betreffende de rechtspositie van die internationale organisaties, onder dekking van een aangifte 136 F. In vak 44 van de aangifte moet de vermelding Vrijstelling van de BTW - Artikel 42, 3, 3, van het BTW-Wetboek worden aangebracht. De invoer van goederen door de internationale militaire hoofdkwartieren van de NAVO en de invoer van onder letter b hierboven bedoelde goederen geschiedt met vrijstelling van de BTW volgens de procedure inzake invoerrecht, zelfs indien die goederen niet aan dergelijke rechten zijn onderworpen wegens hun aard, hun herkomst of om enige andere reden. Edelstenen 218. De invoer van echte parels, natuurlijke edelstenen en dergelijke, door personen die uitsluitend handelaar in die goederen zijn, is vrijgesteld van de BTW. De vrijstelling wordt slechts verleend op voorwaarde dat de goederen bij de invoer op de voorgeschreven wijze worden aangegeven. Worden bedoeld : - echte parels en gekweekte parels, onbewerkt of bewerkt, gevat noch gezet, ook indien tijdelijk aaneengeregen met het oog op het vervoer; - natuurlijke en synthetische of gereconstrueerde edelstenen en halfedelstenen, onbewerkt, geslepen of op een andere wijze bewerkt, gevat noch gezet, ook indien tijdelijk aaneengeregen met het oog op het vervoer;
142 122 - poeder en stof van natuurlijke of van synthetische edelstenen of halfedelstenen. Die goederen zijn ingedeeld onder de posten 71.01, 71.02, 71.03, 71.04, en van het BLEU Douane Gebruikstarief. Voor de goederen die zijn ingedeeld onder deze laatste post is de vrijstelling slechts toepasselijk indien het gaat om parels of edelstenen die voorlopig zijn aaneengeregen op een draad zonder knoop tussen elk element en zonder sluiting of andere bijhorigheden; het moet dus gaan om een voorlopige vorm van aaneenrijgen die uitsluitend is bedoeld om het vervoer, de behandeling of het onderzoek van de parels of edelstenen te vergemakkelijken Bij de invoer met regelmatige aangifte van de in 218 bedoelde producten door personen die uitsluitend handelaar in die goederen zijn, moet een aangifte ten verbruik met vrijstelling worden overgelegd, waarop in vak 44 de vermelding Vrijstelling van de BTW - Artikel 40, 1, 1, letter a) en Artikel 42, 4 van het BTW-Wetboek is aangebracht. In geval van sluikinvoer door voornoemde personen mag de vrijstelling niet worden toegestaan en moet de verschuldigde BTW worden berekend tegen het voor de ingevoerde goederen geldende tarief. Suppl. 2
143 123 HOOFDSTUK VI - GEVALLEN WAARIN DE BTW NIET WORDT GEEIST Algemeen 220. In de gevallen en binnen de perken bepaald in de 221 t/m 229, wordt bij de invoer van de hierna vermelde goederen de BTW niet geëist : Nr. Omschrijving van de goederen Paragraaf van de Instructie BTW 1 Voorwerpen die niet aan te merken zijn als lichamelijke goederen Effecten aan toonder Tabaksfabrikaten Vis, schaal-, schelp- en weekdieren Recuperatiestoffen en -producten Dagbladen en weekbladen Huisvuil Sluiks ingevoerde verdovende middelen en psychotrope stoffen Vals geld 229
144 124 Voorwerpen die niet aan te merken zijn als lichamelijke goederen (zie 3 en 4) 221. De BTW is niet toepasselijk bij de invoer van : a) munten en geldstukken, welke deviezen zijn en die, tegen hun nominale waarde gewoonlijk worden gebruikt als betaalmiddel voor goederen en diensten in hun land van herkomst; de in goud, in zilver of in een ander metaal uitgegeven munten, die normaal niet als betaalmiddel worden gebruikt, maar die voor beleggingsdoeleinden worden aangekocht (bv. wanneer zij niet worden genoteerd of verhandeld tegen hun nominale waarde, maar volgens de prijsschommelingen van het metaal waaruit ze zijn samengesteld), verliezen evenwel de hoedanigheid van geld, zelfs indien zij theoretisch een wettelijke koers behouden in hun land van herkomst, en zijn dus aan de BTW onderworpen; b) kredietbrieven of rentebrieven, aandelen of obligaties van vennootschappen, bankbiljetten, enz. (zie 222); c) nieuwe postzegels, gangbaar in België, tenzij ze worden ingevoerd door de uitgever als materiële waarden; d) buitenlandse fiscale bandjes die worden ingevoerd om te worden aangebracht op voor de uitvoer bestemde producten. Bij invoer van postzendingen, postcolli en kleine luchtzendingen, die onder letter a) t/m c) vermelde goederen bevatten, is geen aangifte vereist. Bij andere wijzen van vervoer dient voor die goederen in vak 44 van de aangifte de vermelding onlichamelijke waarden Instructie BTW, 221 te worden aangebracht.
145 125 Effecten aan toonder 222. Effecten aan toonder worden niet beschouwd als lichamelijke goederen. Derhalve dienen de ingevoerde effecten de vermeldingen te dragen die zijn voorgeschreven door de artikelen 44, 89 of 199 van de gecoördineerde wetten betreffende de handelsvennootschappen (handtekeningen, volgnummers, enz.); ze moeten bovendien een reële beleggingswaarde hebben op het ogenblik dat ze op Belgisch grondgebied worden binnengebracht. Het is bijgevolg noodzakelijk dat de effecten aan hun bezitter de mogelijkheid verlenen de eraan verbonden rechten uit te oefenen, in de vorm waarin de effecten zich op dat ogenblik bevinden. Dat is niet het geval zolang de effecten niet bekleed zijn met de nodige handtekeningen of zolang ze nog niet werden uitgegeven, of wanneer ze worden ingevoerd naar aanleiding van de levering door de drukker die met het drukken ervan werd gelast. Tabaksfabrikaten 223. Bij de invoer van sigaren, cigarillo's, sigaretten en rooktabak, waarop Belgische fiscale bandjes zijn of zullen worden aangebracht, wordt geen BTW geëist (zie 303). Vis, schaal-, schelp- en weekdieren 224. De visserijproducten uit de territoriale wateren van een land alsook de producten van de zeevisserij die zijn gewonnen uit zee buiten de territoriale wateren van een land door in dat land ingeschreven of geregistreerde schepen, die de vlag van datzelfde land dragen, worden beschouwd als van oorsprong uit dat land. Suppl. 2
146 126 De vis-, schaal-, schelp- en weekdieren, die door communautaire vissers aan boord van hun vaartuigen worden aangevoerd en die hun eigen visvangst vormen, mogen inzake BTW zonder formaliteiten worden toegelaten. Als het om andere communautaire vissers gaat dan Belgische vissers, moet een document T2M worden overgelegd. De douane mag daarenboven zonder voldoening van de BTW vis, schaal-, schelp- en weekdieren toelaten die door niet-communautaire vissers aan boord van hun vaartuigen worden aangevoerd en die hun eigen visvangst vormen. De BTW wordt bijgevolg voldaan zonder tussenkomst van de douane, hetzij door de vissers zelf, hetzij bij de verkoop in de gemeentelijke vismijn van de haven van lossing. Voor de vis, schaal-, schelp- en weekdieren welke niet de eigen visvangst vormen van de communautaire of niet-communautaire vissers die ze aanvoeren in een Belgische haven, en welke in het land worden ingevoerd moet de verschuldigde BTW op de gewone manier worden voldaan, tenzij die producten zijn bestemd om te worden verkocht in de gemeentelijke vismijn van de haven van lossing. Recuperatiestoffen en -producten 225. Recuperatiestoffen en producten mogen, door om het even wie, worden ingevoerd zonder betaling van de BTW. Voor de toepassing van die bepaling dienen als recuperatiestoffen en -producten te worden aangemerkt : a) pezen en zenen; snippers en dergelijk afval van ongelooide huiden en vellen; Suppl. 2
147 127 b) beenderen en hoornpitten, ruw, vers, ontvet of eenvoudig voorbehandeld (doch niet in vorm gesneden), met zuur behandeld of ontdaan van gelatine, afval van die stoffen daaronder begrepen maar met uitzondering van beenderpoeder; c) slakken, walsschilfers, metaalassen en andere residuen die metaal of metaalverbindingen bevatten, met uitzondering van hoogovenslakken en van fosfaatslakken; d) afval en resten van werken van kunstmatige plastische stoffen, uitsluitend geschikt voor het recupereren van kunstmatige plastische stoffen; e) afval en snippers van rubber; resten van werken van rubber, uitsluitend geschikt voor het recupereren van rubber; f) snippers en ander afval van leder, van kunstleder of van huiden en vellen, gelooid of tot perkament verwerkt, niet bruikbaar voor de vervaardiging van lederwaren; g) afval van papier of van karton; oude papier- of kartonwaren die enkel geschikt zijn voor het vervaardigen van papier of van karton; h) lompen en vodden, afval en oud goed van bindgaren, van touw of van kabels met uitzondering van vodden en oud linnen die gewassen en ontsmet werden om te kunnen dienen als poetsvodden voor machines, werktuigen en gelijkaardige voorwerpen; i) glasscherven en ander glasafval; j) schroot, resten en afvallen van werken van onedele metalen; k) ruwe konijne- en hazevellen. Voor tweedehandse voorwerpen echter blijft de normale regeling van de BTW van toepassing.
148 128 Een aangifte tot verbruik moet worden overgelegd op het ogenblik van de inverbruikklaring; op die aangifte moet in vak 44 worden vermeld : Recuperatieproducten. BTW niet toegepast. Aanschrijving van 15 december 1970, nr. 88. Dagbladen en weekbladen 226. Dagbladen en periodieke publicaties met een algemene informatieve strekking, die ten minste achtenveertig keer per jaar verschijnen, zijn vrijgesteld van de BTW wanneer zij worden ingevoerd ter bestemming van anderen dan de uitgever of de drukker. Als dagbladen en periodieke publicaties met een algemene informatieve strekking worden aangemerkt, de dagbladen en periodieke publicaties die daarenboven aan de navolgende voorwaarden voldoen : a) zij moeten bestemd zijn voor het grote publiek, zowel rekening houdend met de aard van het (de) behandelde thema( s) als met de wijze waarop het (zij) wordt (worden) behandeld (op een voor leken algemene en bevattelijke wijze, vulgariserende in gangbare termen opgestelde artikels); b) ze moeten zonder beperking in de duur bij regelmatige, vooraf bepaalde tussenpozen, onder een gemeenschappelijke benaming verschijnen en duidelijk de kenmerken van hun periodiciteit dragen; c) ze moeten ten minste vijftig keer per jaar verschijnen; d) ongeacht het voorkomen waaronder ze aan het publiek worden aangeboden, mogen ze niet tot de volgende categorieën behoren : 1 advertentiebladen, prospectussen, catalogussen, almanakken, prijscouranten, koerslijsten, scheepsberichten, notariële berichten, dienstregelingen; Suppl. 2
149 129 2 publicaties waarvan meer dan 60 pct. van de plaatsruimte wordt ingenomen door handelsadvertenties, reclame of publiciteitsteksten, die al of niet tegen vergoeding worden geplaatst; die beperking geldt niet voor dagbladen, d.w.z. publicaties die minstens vijf maal per week verschijnen en die bij iedere verschijning op normale wijze aan het publiek te koop worden aangeboden; 3 publicaties die als voornaamste doel hebben het opzoeken, in stand houden of uitbreiden van overeenkomsten ten voordele van industriële, financiële, commerciële of andere ondernemingen en die een middel van publiciteit of reclame voor ondernemingen vormen; 4 publicaties die onder de naam van een industriële, financiële, commerciële of andere onderneming worden uitgegeven, zelfs indien ze uitsluitend teksten of illustraties van algemeen belang bevatten zonder rechtstreekse reclame; 5 publicaties die in hoofdzaak een volledige roman, verhaal of werk van welke aard ook bevatten, hetzij in de vorm van al of niet verluchte tekst, hetzij in de vorm van beeldverhaal met al of niet inof ondergeschreven korte tekst; 6 de in afleveringen uitgegeven boeken, waarvan de verschijning een beperkte tijdruimte beslaat of die een bijvoegsel of een bijwerking vormen van reeds verschenen werken; 7 publicaties die enkel cryptogrammen, kruiswoordraadsels, puzzels en dergelijke woordzoek- en denkoefeningen bevatten; gespecialiseerde publicaties voor professioneel gebruik, m.a.w. vaktijdschriften en dergelijke voor vakspecialisten of deskundigen bestemde literatuur voor professionele doeleinden. De vrijstelling van de BTW is niet toepasselijk op de volgende drukwerken : a) dagbladen en periodieke publicaties die worden verkocht of ingevoerd na het verstrijken van de termijn van één jaar vanaf de datum van verschijning; Suppl. 2
150 130 b) dagbladen en periodieke publicaties die verenigd zijn in volledige of onvolledige verzamelingen, in één band, of in al dan niet periodieke albums; c) dagbladen en periodieke publicaties die als oud papier of karton worden verkocht. Wanneer de geadresseerde een andere persoon is dan de uitgever of de drukker, moet gebruik worden gemaakt van een aangifte ten verbruik waarop in de kolom Bedrag van vak 47 de vermelding vrijstelling en in vak 44 de vermelding BTW-aanschrijving van 15 december 1970, nr. 82 is aangebracht. Huisvuil 227. Het huisvuil, dat is bestemd om in België te worden verbrand, mag zonder formaliteiten en met vrijstelling van de BTW worden toegelaten. Het bepaalde in de Instructie Gezondheidsmaatregelen - Afvalstoffen (D.I ) mag echter niet uit het oog worden verloren. Sluiks ingevoerde verdovende middelen en psychotrope stoffen 228. Sluiks ingevoerde verdovende middelen, die geen deel uitmaken van het door de bevoegde instanties streng bewaakte economische circuit voor gebruik voor medische of wetenschappelijke doeleinden, zijn niet aan de BTW onderworpen. Vals geld 229. De BTW bij invoer kan niet worden geïnd bij de invoer van vals geld in de Gemeenschap. Suppl. 2
151 131 HOOFDSTUK VII - GEVALLEN WAARIN DE BTW MOET WORDEN VOLDAAN ALHOEWEL INZAKE INVOERRECHT VRIJSTELLING WORDT VERLEEND Bedoelde gevallen 230. De gevallen waarin de BTW moet worden voldaan alhoewel inzake invoerrecht vrijstelling wordt verleend zijn hierna beperkt opgesomd : Nr. Omschrijving van de goederen Wettelijke bepalingen inzake invoerrecht 1 Voorwerpen van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard (1) 2 Wetenschappelijke instrumenten en apparaten Artikelen 50 en 51 van de Verordening (EEG) nr. 918/83 van de Raad van 28 maart 1983 en van Verordening (EEG) nr. 2290/83 van de Commissie van 29 juli 1983 Artikelen 52 en 53 van de Verordening (EEG) nr. 918/83 van de Raad van 28 maart 1983 en Verordening (EEG) nr. 2290/83 van de Commissie van 29 juli 1983 (1) Zie evenwel de bepalingen van Hoofdstuk I, Titel XII, van de Instructie Definitieve Vrijstellingen (D.I ).
152 132 Nr. Omschrijving van de goederen Wettelijke bepalingen inzake invoerrecht 3 Roerende goederen en voorwerpen bestemd voor de meubilering van een tweede woning, ingevoerd vanuit derde landen 4 Voorwerpen ingevoerd door blinden en andere gehandicapten (1) 5 Uitrustingen uitsluitend ingevoerd voor niet-commerciële doeleinden in het kader van internationale overeenkomsten voor wetenschappelijke samenwerking 6 Instrumenten en apparaten voor medisch onderzoek, medische diagnose of medische behandeling Artikelen 20 t/m 24 van de Verordening (EEG) nr. 918/83 van de Raad van 28 maart 1983 Artikelen 70 t/m 78 van de Verordening (EEG) nr. 918/83 van de Raad van 28 maart 1983 en Verordening (EEG) nr. 2289/83 van de Commissie van 29 juli 1983 Artikelen 59 bis en 59 ter van de Verordening (EEG) nr. 918/83 van de Raad van 28 maart 1983 en Verordening (EEG) nr. 2290/83 van de Commissie van 29 juli 1983 Artikelen 63 bis en 63 ter van de Verordening (EEG) nr. 918/83 van de Raad van 28 maart 1983 en Verordening (EEG) nr. 2290/83 van de Commissie van 29 juli 1983 (1) Zie evenwel de bepalingen van Hoofdstuk I, Titel XVI, van de Instructie Definitieve Vrijstellingen (D.I ).
153 133 HOOFDSTUK VIII - RECTIFICATIE VAN VERGISSINGEN INZAKE BTW Algemeen 231. Wanneer de invoer onder de toepassing valt van de douanereglementering, moeten de aanvragen tot regularisatie van het binnenbrengen van goederen in het land zonder douaneaangifte worden ingediend bij de Administratie der douane en accijnzen. In dat geval vordert de douane de in het spel zijnde rechten en andere belastingen (invoerrecht, accijns en BTW) en, in voorkomend geval, de boeten en interesten (zie 240). De rectificatie van vergissingen inzake BTW, die werden begaan bij het opstellen van de aangiften ter gelegenheid van de invoer van goederen, geschiedt bij de Administratie der douane en accijnzen ongeacht de plaats en het ogenblik waarop de vergissing wordt vastgesteld (zie evenwel het bepaalde in het vierde lid). Hetzelfde geldt wat vergissingen bij de boeking betreft. De vaststelling kan gebeuren hetzij op het douanekantoor, hetzij bij de aangever die niet de geadresseerde van de goederen is (bv. douane-expediteur), hetzij bij de geadresseerde van de ingevoerde goederen, hetzij zelfs op het SADBEL-opnamekantoor. Wanneer de vergissingen tijdens een controle door een ambtenaar van de A.O.I.F. (sector BTW) werden vastgesteld, wordt de regularisatie van de BTW afgehandeld door genoemde Administratie De vergissingen die aanleiding geven tot een rectificatie kunnen het gevolg zijn van : a) de verkeerde vermelding van, hetzij : 1 het registratienummer van de belastingplichtige; Suppl. 3
154 134 2 de naam en/of het adres van de geadresseerde; 3 de naam en/of het adres van de aansprakelijke vertegenwoordiger; 4 de omschrijving van de goederen, de hoeveelheid daaronder begrepen; 5 de gegevens betreffende de maatstaf van heffing; 6 het percentage van de verschuldigde BTW; 7 het bedrag van de verschuldigde BTW; 8 de in vak 47 van de aangifte te vermelden code A, E of G; b) de afdruk, van de aangifte. Voor vergissingen in verband met de omschrijving of de hoeveelheid van de goederen, die een weerslag hebben op andere gebieden dan de BTW, geldt bovendien het bepaalde in de 122 en volgende van de Instructie Enig document Wat de rectificatie van de aangifte betreft, wordt een onderscheid gemaakt tussen drie gevallen : - rectificatie van de aangifte vóór de vrijgave : ter zake geldt het bepaalde in 34 en volgende van de Instructie Enig document; - rectificatie van de aangifte achteraf, aangevraagd door de geadresseerde : ter zake geldt het bepaalde in 122 en volgende van de Instructie Enig document evenals het bepaalde in 234 hierna; - rectificatie van de aangifte achteraf, aangevraagd door een douane-expediteur : ter zake geldt het bepaalde in 122 en volgende van de Instructie Enig document evenals het bepaalde in 235 t/m 239 hierna. Suppl. 3
155 135 Rectificatie van de aangifte achteraf aangevraagd door de geadresseerde 234. De aanvragen tot vervanging van de aangiften moeten worden gericht aan de ontvanger van het douanekantoor van invoer door bemiddeling van de hoofdcontroleur van de BTW onder wiens bevoegdheid de geadresseerde ressorteert. In geval van vergissing van geadresseerde moet de aanvraag worden behandeld door de hoofdcontroleur van de BTW onder wiens bevoegdheid de verkeerde geadresseerde ressorteert. Tenzij het om een materiële vergissing gaat, wordt elke aanvraag tot rectificatie van de op een aangifte aangegeven maatstaf van heffing van de BTW, die tot een vermindering hiervan leidt, voor onderzoek door de ontvanger van het douanekantoor van geldigmaking toegezonden aan de hoofdcontroleur over zijn gebied. De ontvanger voegt bij het verzoek alle in zijn bezit zijnde documenten (factuur, certificaat van verificatie, enz.). Indien uit dit onderzoek blijkt dat de aanvraag tot rectificatie gegrond is, geeft de ontvanger machtiging tot vervanging van de aangifte. Rectificatie van de aangifte achteraf aangevraagd door een douane-expediteur (zie eveneens 142 en 143) 235. Het bepaalde in 234, tweede lid, is eveneens van toepassing wanneer de vergissing wordt vastgesteld bij de aangever die niet de geadresseerde van de goederen is (een douane-expediteur) of wanneer de geadresseerde van de goederen een onjuiste aangifte weigert en ze terugzendt naar zijn aangever op voorwaarde dat indien de geadresseerde een BTW-belastingplichtige is - dat document niet in zijn boekhouding werd ingeschreven (1) (1) In geval van twijfel kan de douane aan de hoofdcontroleur van de BTW, onder wiens bevoegdheid de geadresseerde ressorteert, de bevestiging vragen dat deze laatste het document niet in zijn boekhouding heeft ingeschreven. Suppl. 2
156 136 De aanvragen tot vervanging van de hierboven bedoelde aangiften mogen rechtstreeks worden behandeld door de ontvanger der douane, wanneer hij ze ontvangt binnen 2 maanden na de geldigmaking van de aangifte ten verbruik; na het verstrijken van die termijn moeten de aanvragen bij die ontvanger toekomen door bemiddeling van de hoofdcontroleur van de BTW onder wiens bevoegdheid de geadresseerde ressorteert Het kan gebeuren dat de geadresseerde de goederen weigert in bezit te nemen en ze samen met de invoerdocumenten terugzendt naar de aangever, die de invoerformaliteiten heeft vervuld. Het begrip weigering tot inbezitneming is normaal van toepassing op alle gevallen waarin de geadresseerde de goederen met de invoerdocumenten terugzendt aan de aangever die de invoerformaliteiten heeft vervuld; het terugzenden van de documenten kan inderdaad worden beschouwd als de weigering tot inbezitneming van de goederen. De weigering tot inbezitneming hoeft ook niet noodzakelijk samen te vallen met het moment van de levering. Het kan inderdaad gebeuren dat de geadresseerde de leveringsbon heeft ondertekend, de zending slechts later onderzoekt en de goederen dan met de invoerdocumenten tengevolge van gebreken, niet-conformiteit, enz. aan de aangever, die de invoerformaliteiten heeft vervuld, terugzendt. Er kan daarentegen geen sprake van zijn om deze regularisatieprocedure toe te passen in de gevallen waarin de geadresseerde de geleverde goederen aanvaardt maar het onverkochte gedeelte terugzendt aan zijn leverancier.
157 De volgende gevallen kunnen zich voordoen : - de goederen worden wederuitgevoerd; - de buitenlandse leverancier vindt hier te lande een andere koper; - de buitenlandse leverancier vindt een andere koper in een andere lidstaat; - de goederen worden gedeeltelijk wederuitgevoerd of de buitenlandse leverancier vindt hier te lande of in een andere lidstaat een andere koper voor een gedeelte van de zending of er kan een combinatie van deze twee mogelijkheden plaatsvinden In geval van terugzending naar het buitenland door bemiddeling van de aangever (douane-expediteur) dient de regularistie als volgt te geschieden : - bij de wederuitvoer van de goederen dient het exemplaar 8 van de aangifte samen met de uitvoeraangifte aan de ontvanger van het douanekantoor van uitvoer te worden overgelegd; op exemplaren 1 en 3 van de uitvoeraangifte, opgesteld op naam van de douane-expediteur die de invoerformaliteiten heeft verricht, brengt de ontvanger in het voor de speciale vermeldingen bestemde vak, de volgende vermelding aan : Aangifte geldiggemaakt voor terugzending naar het buitenland van GOEDEREN die werden GEWEI- GERD door de geadresseerde en die het voorwerp waren van de aangifte IM4 of EU4 nr.... van van het douanekantoor.... Die vermelding moet worden gedateerd en ondertekend door de ontvanger en gewaarmerkt met de kantoorstempel; - op het douanekantoor van invoer legt de aangever exemplaar 8 van de invoeraangifte en het exemplaar 3 van de uitvoeraangifte voor; - op exemplaren 6 en 8 van de invoeraangifte dient de ontvanger van het douanekantoor van invoer :
158 138 a) in vak 8 een rode dwarsstreep te trekken, b) in vak 44 de volgende vermelding aan te brengen : De goederen die het voorwerp zijn van deze aangifte werden door de geadresseerde geweigerd en door de aangever wederuitgevoerd met de aangifte EX1 of EU1, nr... van , van het douanekantoor.... Die vermelding moet worden gedateerd en ondertekend door de ontvanger en gewaarmerkt worden met de kantoorstempel. Exemplaar 3 van de uitvoeraangifte wordt niet aan de douane-expediteur teruggegeven, uitgezonderd wanneer deze laatste de BTW wil recupereren door middel van zijn register van toerekening. Er wordt op gewezen dat de plaatsing onder de regeling van douane-entrepot wordt gelijkgesteld met wederuitvoer. In voorkomend geval dienen de hiervoor uiteengezette bepalingen mutatis mutandis te worden toegepast met dien verstande dat een aangifte voor inslag in entrepot moet worden gebruikt Wanneer de goederen in opdracht van de buitenlandse leverancier worden overgedragen aan een nieuwe koper hier te lande, geldt het bepaalde in 234, eerste lid (wijziging van geadresseerde). In dat geval mag de op de nieuwe aangifte vermelde maatstaf van heffing inzake BTW in principe niet lager zijn dan de op de oorspronkelijke aangifte vermelde maatstaf (zie evenwel 234, tweede lid). Hetzelfde geldt wanneer de goederen worden overgedragen aan een nieuwe koper in een andere lidstaat, aangezien de vrijstelling van de BTW voor onmiddellijke levering naar een andere lidstaat eventueel kan worden toegepast onder de voorwaarden van 168 en volgende. Hetzelfde geldt eveneens wanneer de goederen gedeeltelijk worden wederuitgevoerd of de buitenlandse leverancier hier te lande of in een andere lidstaat een andere koper vindt voor een gedeelte van de zending of een combinatie van deze twee mogelijkheden plaatsvindt. In elk geval dient de ontvanger er voor te zorgen dat de oorspronkelijke aangifte volledig wordt vervangen door één of meerdere aangiften.
159 139 Boeten en nalatigheidsinteresten 240. Wanneer de aangevers de in dit hoofdstuk bedoelde procedures juist toepassen, worden ze geacht spontane aangifte te doen van de begane vergissing en wordt hun geen boete opgelegd. Wanneer evenwel de regularisatie geschiedt ten gevolge van het vaststellen van een overtreding tijdens de verificatie van de goederen door de ambtenaren der douane en accijnzen, loopt de aangever eventueel de straffen op die zijn bepaald in 72 t/m 105 van de Instructie Afhandeling van de misdrijven inzake BTW (D.I ). De spontane regularisatie van de begane vergissingen ontslaat de aangevers niet van de betaling van de interesten wanneer die verschuldigd zijn omwille van niet tijdige betaling van de rechten en andere belastingen (zie 189 en volgende van de Instructie Comptabiliteit - Deel I - D.I. 410). Wanneer echter de aangever een borg in speciën stelt, dienen vanaf die datum geen nalatigheidsinteresten te worden gevorderd (zie 181 van de Instructie Comptabiliteit - Deel I - D.I. 410). Suppl. 2
160 140 HOOFDSTUK IX - BTW-ENTREPOT Algemeen 241. In een economische kringloop zijn, in principe, alle productie- en handelsstadia aan de BTW onderworpen. Dankzij het aftrekmechanisme, eigen aan de BTW (zie 32) blijft de belastingdruk op de prijs van een goed steeds dezelfde ongeacht het aantal handelingen die de levering aan de eindverbruiker voorafgaan. Teneinde de heffing van de belasting te vereenvoudigen biedt de Zesde BTW-Richtlijn de lidstaten de mogelijkheid om onder duidelijk omschreven voorwaarden af te wijken van dit fundamenteel principe om elk stadium van het economische proces te belasten. Deze mogelijkheid laat de lidstaten toe een vrijstelling in te voeren voor de handelingen die worden verricht in het kader van de andere regeling van entrepot dan douane-entrepot, ook BTW-entrepot genoemd. De basisidee van die regeling is in essentie de verplichtingen te vereenvoudigen van personen die actief zijn in de handel van grondstoffen en andere goederen, die het voorwerp zijn van kettingverkopen of die op internationale termijnmarkten worden verhandeld. In België wordt de vrijstelling verleend door artikel 39quater van het BTW-Wetboek. De beperkingen en de voorwaarden voor de toepassing ervan zijn vastgesteld in het koninklijk besluit nr. 54 van 25 februari Begrip BTW-entrepot 242. Artikel 39 quater van het BTW-Wetboek bepaalt dat de handelingen met betrekking tot goederen, die bestemd zijn om in een BTW-entrepot te worden geplaatst of er zich reeds bevinden, zijn vrijgesteld van de BTW. Suppl. 2
161 141 Het BTW-Wetboek geeft geen definitie van het begrip BTW-entrepot, maar duidt enkel de plaatsen aan die als BTW-entrepot kunnen worden aangemerkt. Het BTW-entrepot kan worden omschreven als een in België gelegen plaatst die door de bevoegde autoriteiten is erkend om goederen met vrijstelling van de BTW te ontvangen. Het betreft steeds duidelijk omschreven fysieke plaatsen (entrepots, delen van een gebouw, fabrieken, silo's, industriële sites, tanks, netwerken van pijpleidingen, enz.). Als BTW-entrepot erkende plaatsen 242/2. De plaats, die als BTW-entrepot kan worden erkend, wordt bepaald volgens aard van de op te slagen goederen. In het kader van de regeling BTW-entrepot wordt een onderscheid gemaakt tussen producten die onderworpen zijn aan communautaire accijnsrechten (minerale oliën, tabaksfabrikaten; alcohol en alcoholhoudende dranken) en goederen die onderworpen zijn aan autonome Belgische accijnsrechten (koffie en alcoholvrije dranken). 1 Aan communautaire accijnsrechten onderworpen producten. Voor aan communautaire accijnsrechten onderworpen producten worden uitsluitend de in België gelegen plaatsen, die worden gedefinieerd als belastingentrepot in de zin van artikel 4, punt b), van de Richtlijn 92/12/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 25 februari 1992, betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controle daarop, als BTW-entrepot erkend. Daarbij heeft het geen belang of de goederen werden ingevoerd, afkomstig zijn uit een andere lidstaat of nationale goederen zijn. Suppl. 2
162 142 Onder belastingentrepot moet worden verstaan ieder plaats waar de erkende entrepothouder bij de bedrijfsuitoefening accijnsproducten onder schorsing van accijns produceert, verwerkt, voorhanden heeft, ontvangt of verzendt. De erkenning van een plaats als belastingentrepot door de Administratie der douane en accijnzen, houdt tevens de ambtshalve erkenning in van die plaats als BTW-entrepot voor de producten onderworpen aan communautaire accijnsrechten die tot de regeling BTW-entrepot zijn toegelaten. 2 Andere goederen dan aan communautaire accijnsrechten onderworpen producten. Wat de andere goederen dan aan communautaire accijnsrechten onderworpen producten betreft, moet een onderscheid worden gemaakt tussen in België ingevoerde goederen en nationale goederen of uit een andere lidstaat afkomstige goederen. a) In België ingevoerde goederen Voor andere goederen dan aan communautaire accijnsrechten onderworpen producten, die in België werden ingevoerd, kunnen alleen de in België gelegen plaatsen die als douane-entrepot worden aangemerkt door de communautaire douanereglementering als BTW-entrepot worden erkend. De erkenning van een douane-entrepot als BTW-entrepot is afhankelijk van een bijzondere vergunning, verleend door de Administratie der douane en accijnzen. b) Nationale goederen of uit een andere lidstaat afkomstige goederen Voor nationale of uit een andere lidstaat afkomstige goederen, andere dan aan communautaire accijnsrechten onderworpen goederen, worden enkel de in België gelegen plaatsen, die door de Administratie van de BTW, registratie en domeinen werden aangenomen, als BTW-entrepot erkend. Suppl. 2
163 143 Die erkenning geschiedt op grond van een door die administratie uitgereikte bijzondere vergunning. Beperking van de tot de regeling toegelaten goederen 242/3. De plaatsing van goederen onder de regeling BTWentrepot wordt beperkt door twee criteria. Eén criterium houdt verband met de herkomst van de goederen, het andere met de bestemming van de goederen. Criterium inzake herkomst 1 Ingevoerde goederen. De plaatsing onder de regeling BTW-entrepot van goederen die in België worden ingevoerd, ongeacht of het aan communautaire accijnsrechten onderworpen producten of andere goederen betreft, is beperkt tot dezelfde goederen als die welke onder de regeling douane-entrepot mogen worden geplaatst. 2 Nationale of uit een andere lidstaat afkomstige goederen Nationale of uit een andere lidstaat afkomstige goederen, ongeacht of het aan communautaire accijnsrechten onderworpen producten of andere goederen betreft, worden slechts onder de regeling BTW-entrepot toegelaten in de mate dat ze voorkomen in onderstaande tabel. Het betreft voornamelijk metalen en grondstoffen die het voorwerp zijn van kettingverkopen, zoals die plaatsvinden op internationale grondstoffenmarkten. De enige aan communautaire accijnsrechten onderworpen producten op de lijst, zijn de minerale oliën. Suppl. 2
164 144 Omschrijving van de goederen Tin 8001 Koper Zink Nikkel 7502 Aluminium 7601 Lood 7801 Indium ex ex GN-code Granen 1001 t/m : uitsluitend padie 1007 t/m 1008 Oliehoudende zaden en vruchten Kokosnoten, paranoten en cashewnoten Andere noten Olijven Zaden en zaaigoed (sojabonen daaronder begrepen) 1201 t/m t/m 1207 Koffie, ongebrand Thee 0902 Cacaobonen, ook indien gebroken, al dan niet gebrand 1801 Ruwe suiker Rubber, in primaire vormen of in platen, vellen of strippen Wol 5101 Chemische producten (in bulk) hoofdstukken 28 en 29 Suppl. 2
165 144/2 Omschrijving van de goederen Polyethyleen in bulk 3901 Minerale oliën (met inbegrip van propaan en butaan en ruwe olie uit aardolie) Zilver 7106 Goud 7108 Platina (Palladium, Rhodium) Aardappelen 0701 Plantaardige vetten en oliën, alsmede fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch niet chemisch gewijzigd Criterium inzake bestemming GN-code 1507 t/m 1515 De goederen, die bestemd zijn om in het kleinhandelsstadium te worden geleverd, worden - ongeacht hun herkomst of hun aard - van de regeling BTW-entrepot uitgesloten. Plaatsen waar de eindgebruikers toegang hebben, kunnen bijgevolg niet als BTW-entrepot worden erkend of aangemerkt (grootwarenhuizen, benzinestations, enz.). Afwijking De twee criteria, die de toegang van de goederen tot de regeling BTW-entrepot beperken, zijn niet toepasselijk in enkele specifieke gevallen, met name de verkopen aan reizigers ter gelegenheid van een vlucht of zeereis, alsook de verkopen aan bepaalde instellingen en organisaties. Vergunning en werking van de regeling 243. Wat de af te leveren vergunning en de werking van de regeling BTW-entrepot betreft wordt verwezen naar Deel III van de Instructie Entrepots (D.I. 540). Suppl. 2
166 144/3 HOOFDSTUK X - GOEDEREN HERKOMSTIG UIT GEBIEDEN, DIE TOT HET DOUANEGEBIED BEHOREN MAAR NIET TOT HET BTW-GEBIED Bedoelde goederen 244. In dit hoofdstuk worden communautaire goederen bedoeld die in het BTW-gebied van de Gemeenschap worden binnengebracht uit landen en gebieden die er niet toe behoren maar deel uitmaken van het douanegebied (zie 60). De communautaire goederen die in België binnenkomen uit één van die gebieden zijn onderworpen aan de douanereglementering, onder meer wat de kantoren en de wegen betreft waarlangs de goederen in het land mogen worden binnengebracht, de verplichting de goederen op die kantoren te vertonen en aan te geven en de uren tijdens dewelke die formaliteiten kunnen worden verricht (zie artikel 2 van het koninklijk besluit nr. 7). De goederen mogen worden geplaatst en in België verblijven onder een fiscale regeling van tijdelijke opslag, entrepot, actieve veredeling of tijdelijke invoer, binnen de perken en onder dezelfde voorwaarden die van toepassing zouden zijn op niet-communautaire goederen die onder de regeling van tijdelijke opslag worden geplaatst of onder een douaneregeling entrepot, actieve veredeling met toepassing van het schorsingssysteem of tijdelijke invoer met volledige vrijstelling van invoerrechten. De communautaire goederen die via België de Gemeenschap binnenkomen of in België worden geplaatst onder een regeling voor intern communautair douanevervoer of die in België aan één van de in 63 bedoelde regelingen worden onttrokken in het land ingevoerd (zie artikel 23, 3 en 5 van het BTW-Wetboek) en moeten ten verbruik worden aangegeven of in een BTW-entrepot worden geplaatst (zie artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 7). Suppl. 2
167 145 Bij de inverbruikstelling moet een aangifte COM 4 (code 49) aan de douane worden overgelegd. In de mate waarin de bepalingen van dit hoofdstuk er niet van afwijken zijn alle regels inzake invoer van niet-communautaire goederen (maatstaf van heffing, tarief, geadresseerde, voldoening van de belasting, vrijstellingen, rectificatie van vergissingen, enz.) mutatis mutandis van toepassing op communautaire goederen herkomstig uit douanegebieden die tot het BTW gebied behoren.
168 146/152/6 245 t/m 252/6. (Vervallen). Suppl. 3
169 153 TITEL III UITVOER HOOFDSTUK I - ALGEMEEN Wettelijke bepalingen 253. De artikelen 39 en 42, 3, 8 van het BTW-Wetboek hebben betrekking op de uitvoer. Het koninklijk besluit nr. 18 van 29 december 1992 heeft betrekking op de vrijstellingen ten aanzien van de uitvoer van goederen en diensten naar een plaats buiten de Gemeenschap op het stuk van BTW. Bedoelde gevallen 254. De in deze titel bedoelde vrijstellingen op het stuk van de BTW zijn hoofdzakelijk gebaseerd op het feit van de uitvoer. Zij laten de persoon toe, die goederen levert welke worden uitgevoerd of die diensten met betrekking tot dergelijke goederen verricht, om de verkoop van die goederen of het verrichten van die diensten vrij te stellen van de BTW. De BTW is inderdaad een belasting die het uiteindelijke verbruik van de goederen en diensten raakt in het land waar die goederen en die diensten worden verbruikt; zij bezwaart niet de goederen en de diensten die worden uitgevoerd of als zodanig worden beschouwd In deze titel worden behandeld : Suppl. 3
170 154 1 de eigenlijke uitvoer, d.w.z. zowel de levering van goederen die worden uitgevoerd als de diensten, bestaande uit werkzaamheden met betrekking tot uitgevoerde goederen (Artikel 39, 1 van het BTW-Wetboek); in dat opzicht moet een onderscheid worden gemaakt tussen het handelsverkeer van goederen en het internationale reizigersverkeer; 2 de verrichtingen waarbij communautaire goederen naar een plaats worden verzonden waar een in 63 bedoelde regeling van toepassing is (1), alsook de leveringen en de diensten met betrekking tot goederen die zich onder één van die regelingen bevinden (artikel 39, 2, van het BTW-Wetboek); 3 de verrichtingen uitgevoerd tijdens de fase voorafgaand aan de uitvoer (artikel 42, 3, 8 van het BTW-Wetboek); Definitie 256. Onder uitvoer inzake BTW dient te worden verstaan de verzending (2) of het vervoer van goederen naar een plaats gelegen buiten het BTW-gebied van de Gemeenschap. Dit behelst ook de zendingen naar gebieden die geen deel uitmaken van het BTW- gebied van de Gemeenschap, maar behoren tot het douanegebied van de Gemeenschap (zie 244). De definitie uitvoer wordt mutatis mutandis uitgebreid tot de daarvan samengestelde begrippen zoals tijdelijke uitvoer en wederuitvoer. (1) Met uitzondering van de regeling voor tijdelijke invoer met volledige vrijstelling van invoerrechten en voor extern douanevervoer. (2) De term verzending dekt verschillende begrippen inzake fiscaliteit en douane. Suppl. 3
171 155 Vanzelfsprekend is het niet de uitvoer als zodanig die is vrijgesteld van de belasting. De uitvoer is in feite een aanleiding tot vrijstelling voor de levering van goederen en diensten. Wat de diensten betreft is er zeker geen sprake van ze feitelijk uit te voeren, aangezien zij in wezen niet verplaatsbaar zijn. De diensten zijn inderdaad vrijgesteld van de belasting omdat de goederen, die er het voorwerp van uitmaken, worden uitgevoerd. Draagwijdte van de vrijstellingen 257. De vrijstellingen inzake uitvoer zijn enkel van toepassing op de leveringen van goederen en op de diensten, die plaatsvinden in België. De bepaling van de plaats van die handelingen is dus fundamenteel voor de toepassing van die vrijstellingen. Inzake de leveringen van goederen geldt als hoofdregel dat deze plaatsvinden op de plaats waar het goed ter beschikking wordt gesteld van de koper. Wanneer de levering van een goed evenwel aanleiding geeft tot een vervoer door of voor rekening van de verkoper of de koper ter bestemming van de koper, wordt de levering geacht te geschieden op de plaats waar het vervoer begint. Daaruit volgt dat de vrijstelling van de Belgische BTW slechts kan worden toegepast, wanneer de goederen zich in België bevinden op het tijdstip waarop de levering ervan plaatsvindt. Suppl. 2
172 156 HOOFDSTUK II - DE EIGENLIJKE UITVOER Toepassingsbepalingen 258. Overeenkomstig artikel 39, 1, van het BTW-Wetboek zijn van de BTW vrijgesteld : 1 de leveringen van goederen die door of voor rekening van de verkoper worden uitgevoerd; 2 de leveringen van goederen die worden uitgevoerd door of voor rekening van een niet in België gevestigde koper, met uitzondering van de door de koper zelf vervoerde goederen bestemd voor de uitrusting of de bevoorrading van pleziervaartuigen en sportvliegtuigen of van andere vervoermiddelen voor privé-gebruik, en van de door een reiziger in zijn persoonlijke bagage meegenomen goederen; 3 de diensten, bestaande uit werkzaamheden met betrekking tot roerende goederen die zijn verworven of ingevoerd teneinde deze werkzaamheden te ondergaan en die worden uitgevoerd door de dienstverrichter of de niet in België gevestigde ontvanger van de dienst dan wel voor hun rekening; 4 de leveringen van goederen aan een niet in de Gemeenschap gevestigde reiziger, die deze goederen in België in bezit neemt en ze in zijn persoonlijke bagage uitvoert. Opdat deze leveringen en diensten zouden worden vrijgesteld wegens uitvoer van de goederen die deze leveringen of deze diensten hebben ondergaan, is het noodzakelijk dat de goederen worden uitgevoerd in de vorm en onder de voorwaarden van het artikel 39, 1 van het BTW-Wetboek Om de vrijstelling om reden van uitvoer te genieten, moeten de goederen worden verzonden of vervoerd naar een plaats buiten de Gemeenschap : Suppl. 2
173 157 - hetzij door de verkoper van de goederen of door de dienstverrichter met hun vervoermiddelen of door een derde persoon die de goederen vervoert in opdracht en voor rekening van de verkoper of van de dienstverrichter; - hetzij door de niet in België gevestigde koper van de goederen of de ontvanger van de diensten, met hun vervoermiddel, of door een derde persoon die de goederen vervoert in opdracht en voor rekening van deze koper of ontvanger van diensten. Voor de toepassing van de BTW-vrijstelling inzake het internationaal reizigersverkeer (zie 258, 4 ), moet de koper buiten de Gemeenschap zijn gevestigd. Onder niet in België gevestigde kopers of ontvangers van diensten verstaat men, inzake uitvoer, de personen die in het buitenland zijn gevestigd, om het even of ze in België al dan niet een aansprakelijk vertegenwoordiger hebben laten erkennen overeenkomstig artikel 55 van het BTW-Wetboek. De uitvoer moet daarenboven definitief zijn. De uitvoer moet tenslotte worden bewezen. Het bewijs dat de goederen het gebied van de Gemeenschap hebben verlaten, is inderdaad een essentieel element voor het recht op vrijstelling. De verplichtingen en formaliteiten inzake uitvoer verschillen in dit opzicht naargelang het al dan niet om het handelsverkeer van goederen gaat Handelsverkeer van goederen Uitvoer door of voor rekening van de verkoper (artikel 39, 1, 1, van het BTW-Wetboek) 260. Er is uitvoer door de verkoper wanneer deze de goederen, die hij heeft verkocht, met zijn eigen vervoermiddelen vervoert van een in België gelegen plaats naar een buiten de Gemeenschap gelegen plaats. Suppl. 2
174 158 Voorbeeld A, handelaar in België verkoopt weefsels aan B, gevestigd in Sofia (Bulgarije). Het contract voorziet dat de levering moet plaats vinden franco bestemming Sofia. A zendt één van zijn vrachtwagens met de verkochte weefsels naar Sofia. De levering wordt geacht plaats te vinden in België op de plaats waar het vervoer ter bestemming van de koper begint. Deze levering is in principe onderworpen aan de BTW (zie 257, tweede lid) maar zij is vrijgesteld krachtens artikel 39, 1, 1, van het BTW-Wetboek, omdat de verkoper de verkochte goederen vervoert van een in België gelegen plaats naar een buiten de Gemeenschap gelegen plaats Er is uitvoer voor rekening van de verkoper wanneer deze aan een derde persoon, die handelt voor rekening van de verkoper en hem deze dienst factureert, opdracht geeft om de verkochte goederen te vervoeren van een in België gelegen plaats naar een buiten de Gemeenschap gelegen plaats. De persoon die het vervoer verricht kan onder meer zijn : - een vervoerondernemer, d.w.z. een persoon die zelf het vervoer verricht tegen vergoeding, (bv. de NMBS, Sabena, DE POST, een reder, een wegvervoerder, enz.); - een commissionair-expediteur, d.w.z. een vervoerbemiddelaar die zich plaatst tussen de leverancier en de vervoerondernemer. Het heeft weinig belang of de persoon, die dit vervoer verricht voor rekening van de verkoper, al dan niet in België is gevestigd. Wanneer de verkoper daarentegen aan zijn eigen klant vraagt om het vervoer te verrichten, is het uiteindelijk de koper van de goederen die het vervoer doet voor eigen rekening; in dat geval is de vrijstelling van de belasting wegens uitvoer slechts van toepassing indien die koper niet in België is gevestigd (zie 259). Suppl. 2
175 159 Uitvoer door de niet in België gevestigde koper of voor zijn rekening (artikel 39, 1, 2 van het BTW-Wetboek) 262. Wanneer een niet in België gevestigde koper van goederen deze goederen in België bij zijn verkoper in bezit neemt en ze zelf vervoert van een in België gelegen plaats naar een buiten de Gemeenschap gelegen plaats, dan geschiedt de levering van goederen in België, op de plaats waar het vervoer begint. De levering is derhalve, in principe, onderworpen aan de BTW (zie 257). Ze is evenwel vrijgesteld van de BTW wegens uitvoer door de niet in België gevestigde koper (artikel 39, 1, 2, van het BTW-wetboek). Er is uitvoer voor rekening van de niet in België gevestigde koper wanneer deze aan een derde persoon opdracht geeft om de goederen in België in bezit te nemen bij zijn verkoper om ze buiten de Gemeenschap te verzenden of te vervoeren. De door de verkoper verrichte levering van goederen is vrijgesteld van de BTW krachtens hetzelfde artikel 39, 1, 2, van het BTW-Wetboek. Het feit van een aansprakelijke vertegenwoordiger in België te hebben laten erkennen is niet van aard om de niet in België gevestigde koper het recht op vrijstelling te ontnemen. De in artikel 39, 1, 2 van het BTW-Wetboek bedoelde vrijstelling is van toepassing op alle mogelijke situaties van uitvoer door een koper, met uitzondering van de reiziger die zich in de voorwaarden van het internationale reizigersverkeer bevindt De in artikel 39, 1, 2 van het BTW-Wetboek voorziene vrijstelling is in elk geval beperkt tot de handeling tussen de niet in België gevestigde koper van goederen en zijn verkoper. Zij is niet van toepassing op voorgaande verrichtingen, zelfs indien die koper de goederen in bezit neemt bij een voorgaande verkoper. Suppl. 2
176 160 Voorbeeld Verkoop van goederen door A aan B, die de goederen doorverkoopt aan C. A en B zijn in België gevestigd, C is gevestigd in Frankrijk. C komt de goederen halen bij A en vervoert ze rechtstreeks naar zijn klant in Bulgarije. De verkoop door B aan C is vrijgesteld van de BTW krachtens artikel 39, 1, 2, van het BTW- Wetboek. De verkoop door A aan B is daarentegen uitgesloten van de vrijstelling. Enerzijds voert A de goederen niet uit en anderzijds is zijn klant B - zelfs indien hij de uitvoer zou verrichten - binnen de relatie A - B geen koper die niet in België is gevestigd Overeenkomstig artikel 39, 1, 2 van het BTW-Wetboek wordt de vrijstelling van de BTW niet verleend voor de levering van de goederen die worden uitgevoerd buiten de Gemeenschap door of voor rekening van de niet in België gevestigde koper en die bestemd zijn voor de uitrusting of voor de bevoorrading van pleziervaartuigen en sportvliegtuigen of voor elk ander vervoermiddel voor privé gebruik. De concrete toepassing van de in vorig lid bedoelde uitsluiting van de BTW-vrijstelling kan in de praktijk aanleiding geven tot interpretatiemoeilijkheden. Daarom wordt deze uitsluiting hierna op een schematische en algemene wijze uiteengezet. De vrijstelling van de BTW is NIET van toepassing : a) op de leveringen van ingebouwde goederen : - in wegvoertuigen; - in luchtvaartuigen, die niet worden gebruikt door de Staat of door luchtvaartmaatschappijen die hoofdzakelijk bezoldigd vervoer van personen en goederen verrichten; Suppl. 2
177 161 - in jachten en pleziervaartuigen; b) op de leveringen van goederen die worden beschouwd als normaal toebehoren of als normale uitrustingsstukken van de onder a) bedoelde vervoermiddelen en die zich als zodanig aan boord van deze vervoermiddelen bevinden bij de uitvoer ervan; c) op de leveringen van goederen, bestemd voor de bevoorrading van de onder a) bedoelde vervoermiddelen en van de aan de Staat toebehorende luchtvaartuigen en die zich aan boord bevinden bij de uitvoer ervan. Wat de andere vervoermiddelen dan de autovoertuigen betreft, worden beschouwd als goederen die zijn bestemd voor de bevoorrading, de goederen bedoeld in artikel 4 van het koninklijk besluit nr. 6 van 27 december 1977 met betrekking tot de vrijstellingen ten aanzien van internationaal vervoer, zee- en binnenschepen en luchtvaartuigen op het stuk van BTW (zie 196, 198, 213 en 214). Aan de koper, die niet in België is gevestigd en in het land geen aansprakelijke vertegenwoordiger voor de toepassing van de BTW heeft en die aantoont dat het vervoermiddel wordt gebruikt om er handelingen mee te verrichten die - indien zij in België zouden worden verricht - hem de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige met recht op aftrek zouden geven, kan nochtans terugbetaling van de betaalde BTW worden verleend in de mate waarin deze aftrekbaar zou zijn volgens de algemene regels van de aftrekregeling; de belanghebbende dient zich schriftelijk te richten tot het Centraal BTW-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen. Indien de leveringen zijn uitgesloten van de vrijstelling van de BTW, mogen geen uitvoeraangiften door de douane worden geldiggemaakt. Suppl. 2
178 162 Uitvoer door de dienstverrichter of door de niet in België gevestigde ontvanger van de dienst, dan wel voor hun rekening (artikel 39, 1, 3 van het BTW-Wetboek) 265. De voorwaarden voor de toepassing van de vrijstelling zijn mutatis mutandis dezelfde als deze, uiteengezet in 260 t/m 264, wat de uitvoer betreft die wordt verricht door de verkoper of de niet in België gevestigde koper, dan wel voor hun rekening. De diensten die onder de vrijstelling vallen zijn de diensten die een materieel werk tot doel hebben zoals de herstelling, de bewerking, de aanpassing, het onderhoud, de reiniging van een goed dat zal worden uitgevoerd. Wanneer dergelijke diensten geacht worden in België plaats te vinden (zie 257, derde lid) en dus onderworpen zijn aan de Belgische BTW, kunnen ze worden vrijgesteld krachtens artikel 39, 1, 3 van het BTW-Wetboek Opdat de bedoelde vrijstelling van toepassing zou zijn, moeten de goederen bovendien zijn verkregen geweest (verworven in België of het voorwerp zijn geweest van een intracommunautaire verwerving in België) of zijn ingevoerd om die diensten te ondergaan. Deze vrijstelling kan dus, onder meer, niet van toepassing zijn als die goederen zich toevallig in België bevinden. Indien de BTW-vrijstelling niet zou worden toegepast, kan de betaalde BTW aan de ontvanger van de dienst worden teruggegeven in de mate waarin deze aftrekbaar zou zijn volgens de algemene regels van de aftrekregeling De in 266, tweede lid bedoelde uitsluiting van de vrijstelling van de BTW op grond van artikel 39, 1, 3 van het BTW- Wetboek heeft evenwel niet tot gevolg dat dergelijke diensten geen andere BTW-vrijstelling zouden kunnen genieten. Dat zal onder meer het geval zijn voor de in artikel 40, 2, 2 van het BTW- Wetboek bedoelde vrijstelling (zie 77), met name een vrijsteling van de BTW voor de diensten die worden verricht aan goederen die zich onder een in artikel 23, 4 van het BTW-Wetboek bedoelde regeling bevinden (b.v. diensten aan vervoermiddelen die zich in België onder de regeling tijdelijke invoer bevinden). Suppl. 2
179 163 Kettingverkopen 268. Kettingverkopen bestaan uit een opeenvolging van overdrachten van de eigendom van een goed dat rechtstreeks van de eerste verkoper naar de laatste koper wordt vervoerd. In dit type van verrichting is er slechts levering met vervoer in één van de kettingverkopen. De bepaling van de verkoop die aanleiding geeft tot vervoer van het goed gebeurt op basis van de contracten en de verkoopvoorwaarden. Alleen de verkoop in de ketting die gepaard gaat met het vervoer van de verkochte goederen naar een plaats buiten de Gemeenschap, kan worden vrijgesteld wegens uitvoer. Dit houdt dus in dat de uiteindelijke bestemming van de goederen reeds moet gekend zijn bij de aanvang van het vervoer. De andere verkopen in de ketting geschieden op de plaats waar het goed ter beschikking wordt gesteld van de koper (zie 257). Zij zijn dus onderworpen aan de BTW, indien het goed zich in België bevindt, of ontsnappen aan de toepassing van de BTW, indien het goed zich in het buitenland bevindt. Voorbeeld 1 (1) verkoop verkoop A B C België Vervoer VSA A verkoopt goederen aan B die ze doorverkoopt aan C. A en B zijn in België gevestigde belastingplichtingen, terwijl C in de Verenigde Staten is gevestigd. De goederen worden rechtstreeks van de magazijnen van A vervoerd naar de Verenigde Staten. (1) Bijlage 4 bis illustreert de verschillende mogelijkheden van dit voorbeeld. Suppl. 3
180 164 Eerste mogelijkheid : het vervoer is ten laste van A In dat geval vindt het vervoer zonder enige twijfel plaats binnen de relatie A - B, aangezien A enkel een contract heeft met B. A verricht dus een levering van goederen met vervoer dat plaatsvindt in België op de plaats waar het vervoer begint. Die levering is in principe onderworpen aan de BTW, maar zij is vrijgesteld krachtens artikel 39, 1, 1 van het BTW-Wetboek wegens uitvoer van de goederen door de verkoper A. De levering B - C vindt plaats in de Verenigde Staten op de plaats waar de goederen door de verkoper B ter beschikking worden gesteld van de koper C. Die levering is dus niet onderworpen aan de BTW. Tweede mogelijkheid : het vervoer is ten laste van B In dat geval kan het vervoer plaatsvinden binnen de relatie A - B of binnen de relatie B - C. Indien het vervoer door B wordt verricht in de hoedanigheid van koper van A, bv. omdat B de contractuele verplichting heeft tegenover A om de goederen weg te halen uit de magazijnen van de verkoper A, is de verrichting A - B een levering met vervoer die plaatsvindt in België op de plaats waar dit vervoer begint en die is onderworpen aan de BTW. Aangezien het vervoer van de goederen wordt verricht door B in de hoedanigheid van in België gevestigde koper, kan inderdaad geen enkele vrijstelling wegens uitvoer worden ingeroepen in dat geval. De verrichting B - C vindt plaats in de Verenigde Staten en ontsnapt aldus aan de toepassing van de BTW. Suppl. 2
181 165 Indien het vervoer daarentegen door B wordt verricht in de hoedanigheid van verkoper aan C, bv. omdat B zich contractueel heeft verbonden tegenover C om hem de goederen in de Verenigde Staten te bezorgen, gebeurt de verrichting A - B in België op de plaats waar A de goederen ter beschikking stelt van B en is zij onderworpen aan de BTW, terwijl de verrichting B - C een levering met vervoer is die eveneens in België plaatsvindt op de plaats waar dit vervoer begint. Deze levering is in principe onderworpen aan de BTW, maar zij is vrijgesteld krachtens artikel 39, 1, 1 van het BTW-Wetboek wegens uitvoer van de goederen door de verkoper B. Derde mogelijkheid : het vervoer is ten laste van C In dat geval vindt het vervoer zonder enige twijfel plaats binnen de relatie B - C, omdat C enkel een contract heeft met B. De levering tussen die personen, die in principe aan de BTW is onderworpen omdat zij in België gebeurt op de plaats waar het vervoer begint, is vrijgesteld krachtens artikel 39, 1, 2, van het BTW- Wetboek (zie 263) wegens uitvoer van de goederen door de niet in België gevestigde koper C. De levering A - B gebeurt in België op de plaats waar de goederen ter beschikking worden gesteld van B en is bijgevolg onderworpen aan de BTW. Voorbeeld 2 (1) verkoop verkoop A B C België vervoer Frankrijk Zwitserland A verkoopt goederen aan B die ze doorverkoopt aan C. A is in België gevestigd (belastingplichtinge), B is in Frankrijk gevestigd en C is in Zwitserland gevestigd. (1) Bijlage 4 ter illustreert de verschillende mogelijkheden van dit voorbeeld. Suppl. 3
182 166 Eerste mogelijkheid : het vervoer is ten laste van A In dat geval vindt het vervoer plaats binnen de relatie A - B. A verricht een levering van goederen met vervoer, dat plaats vindt in België op de plaats waar dit vervoer begint. Deze levering is in principe onderworpen aan de BTW, maar zij is vrijgesteld krachtens artikel 39, 1, 1, van het BTW-Wetboek wegens uitvoer van de goederen door de verkoper A. De levering B - C gebeurt in Zwitserland op de plaats waar de goederen door de verkoper ter beschikking worden gesteld van de koper C. Die levering is dus niet onderworpen aan de BTW. Tweede mogelijkheid : het vervoer is ten laste van B In dat geval kan het vervoer plaatsvinden binnen de relatie A - B of binnen de relatie B - C. Indien het vervoer door B wordt verricht in de hoedanigheid van koper van A, bv. omdat B de contractuele verplichting heeft tegenover A om de goederen weg te halen uit de magazijnen van de verkoper A, is de verrichting A - B een levering met vervoer die plaatsvindt in België op de plaats waar dit vervoer begint en die in principe is onderworpen aan de BTW. Zij is evenwel vrijgesteld krachtens artikel 39, 1, 2, van het BTW-Wetboek, aangezien B een niet in België gevestigde koper is. Indien het vervoer daarentegen door B wordt verricht in de hoedanigheid van verkoper aan C, bv. omdat B zich contractueel heeft verbonden tegenover C om hem de goederen in Zwitserland te bezorgen, gebeurt de verrichting A - B in België op de plaats waar A de goederen ter beschikking stelt van B en is onderworpen aan de BTW. De verrichting B - C is een levering met vervoer die eveneens plaatsvindt in België op de plaats waar dit vervoer begint. Deze levering is in principe onderworpen aan de BTW, maar zij is vrijgesteld krachtens artikel 39, 1, 1, van het BTW-Wetboek wegens uitvoer van de goederen door de verkoper B. Suppl. 2
183 167 Derde mogelijkheid : het vervoer is ten laste van C In dat geval vindt het vervoer zonder enige twijfel plaats binnen de relatie B - C, omdat C enkel een contract heeft met B. De levering B - C, die in principe is onderworpen aan de BTW omdat zij in België gebeurt op de plaats waar het vervoer begint, is vrijgesteld krachtens artikel 39, 1, 2, van het BTW-Wetboek (zie 263) wegens uitvoer van de goederen door de niet in België gevestigde koper C. De levering A - B gebeurt in België op de plaats waar de goederen ter beschikking worden gesteld van B en is onderworpen aan de BTW. Verplichtingen en formaliteiten Uitvoeraangifte 269. De exporteur moet aan de douane een uitvoeraangifte overleggen, bestaande uit exemplaren 1, 2 en 3 van het enig document, eventueel aangevuld met exemplaar A. De uitvoeraangifte wordt gesteld op naam van de exporteur. Inzake douane wordt als exporteur beschouwd de persoon voor wiens rekening de uitvoeraangifte wordt gedaan en die op het tijdstip van haar aanvaarding, eigenaar is van de betrokken goederen of die dienaangaande een gelijkaardig beschikkingsrecht heeft. Wanneer de eigendom of het gelijkaardige beschikkingsrecht over de goederen berust bij een buiten de Gemeenschap gevestigd persoon krachtens de overeenkomst die aan de uitvoer ten grondslag ligt, wordt de in de Gemeenschap gevestigde overeenkomstsluitende partij beschouwd als exporteur. Suppl. 2
184 168 Aangezien de persoon die rechtmatig de vrijstelling van de BTW wegens uitvoer kan inroepen tevens de persoon is die actief deelneemt aan de uitvoerbeweging en die bijgevolg beantwoordt aan de definitie van exporteur inzake douane, moet de verkoper of de dienstverrichter die inzake BTW is geïdentificeerd en wiens levering of dienst is vrijgesteld wegens uitvoer in principe, op de uitvoeraangifte als exporteur worden vermeld Wat de hoedanigheid van exporteur betreft in de gevallen van kettingverkoop of gezamenlijke uitvoer wordt respectievelijk verwezen naar 268 en 274. Wanneer er een mandataris optreedt, moet deze de naam en het adres van de exporteur vermelden in wiens naam hij handelt. Het bepaalde in 47 t/m 97 van de Instructie Enig document is van toepassing. De aandacht wordt vooral gevestigd op het feit dat steeds een T2F- of T2LF-document moet worden gebruikt bij levering van communautaire goederen naar de in 244 bedoelde gebieden. Kopiefacturen 271. Om de juistheid van de waarde van de uitgevoerde goederen te kunnen beoordelen, schrijft de BTW-wetgeving voor dat een kopie van de door de verkoper of dienstverrichter uitgereikte factuur bij de uitvoeraangifte moet worden gevoegd. Het betreft de kopiefactuur of het verzendingsstuk, uitgereikt door de persoon op wiens naam de uitvoeraangifte is opgesteld. Bij ontstentenis van een factuur, bv. indien het niet gaat om een verkoop of indien de factuur nog niet is opgesteld, dient een verzendingsstuk te worden afgegeven waarop de juiste waarde van de goederen is aangegeven. Dat document moet dezelfde vermeldingen bevatten als een factuur en wordt als dusdanig behandeld. Op de kopiefactuur of op het verzendingsstuk moet de oorzaak van de vrijstelling van de BTW worden vermeld door verwijzing naar de desbetreffende bepaling van de BTW-wetgeving. Suppl. 3
185 De kopiefacturen of verzendingsstukken worden aan het kantoorexemplaar van de uitvoeraangifte gehecht. Er hoeft geen kopiefactuur of verzendingsstuk te worden overgelegd voor zendingen waarvan de waarde F niet overtreft, tenzij verscheidene zendingen van F of minder door dezelfde afzender tezelfdertijd of in de loop van dezelfde dag naar dezelfde geadresseerde in het buitenland worden gezonden en het totaal bedrag F overtreft. Termijn voor uitvoer 273. De uitvoer door de niet in België gevestigde koper of ontvanger van de dienst moet onmiddellijk gebeuren nadat de goederen ter beschikking werden gesteld van deze personen en in ieder geval binnen een termijn die strikt noodzakelijk is voor het verwezenlijken van het vervoer van de plaats waar de goederen ter beschikking werden gesteld van deze personen tot het douanekantoor van uitgang langswaar de goederen definitief het gebied van de Gemeenschap verlaten. Wat de motorrijtuigen betreft waarvoor met het oog op hun uitvoer een tijdelijke inschrijving wordt gevraagd, moet de uitvoer gebeuren ten laatste op het einde van de derde maand die volgt op de inschrijving. Gezamenlijke uitvoer 274. Wanneer een niet in België gevestigde persoon bij verschillende in België gevestigde leveranciers bestanddelen bestelt van een voor uitvoer bestemd goed en één van die leveranciers door de koper is belast met het assembleren of het monteren van het goed, is de BTW niet verschuldigd op de facturen van elk van de leveranciers indien deze gezamenlijk uitvoeren. Het vervoer buiten de Gemeenschap mag niettemin geschieden door een van de leveranciers die namens de verschillende leveranciers optreedt. Suppl. 2
186 170 De uitvoeraangifte wordt opgesteld op naam van de leverancier die het goed buiten de Gemeenschap vervoert of doet vervoeren; die leverancier vermeldt, hetzij op dat document, hetzij op een lijst die aan het document is gehecht, de leveranciers die gezamenlijk met hem uitvoeren en hij vermeldt voor ieder van hen, tegenover hun naam en adres, de goederen die door hen zijn geleverd. Bij de uitvoeraangifte voegt hij een kopiefactuur of, bij ontstentenis van een factuur, een verzendingsstuk van elke leverancier Wanneer door één niet in België gevestigde persoon goederen worden besteld die, alvorens te worden uitgevoerd, voor rekening van die persoon een bewerking moeten ondergaan bij een of meer hier te lande gevestigde dienstverichters, is het bepaalde in 274 eveneens toepasselijk. 275/2. Het bepaalde in de 274 en 275 is eveneens van toepassing wanneer de goederen worden uitgevoerd door of voor rekening van de opdrachtgever, die niet in België is gevestigd In de in 274 en 275/2 bedoelde gevallen hoeft de douane niet na te gaan of de persoon die goederen of diensten bestelt al dan niet een aansprakelijke vertegenwoordiger in het land heeft. Rol van de douane 277. Het geldigmaken van de uitvoeraangifte geschiedt op de gewone manier. Exemplaar 3 wordt na verificatie van de zending aan de belanghebbende teruggegeven, terwijl exemplaar 1 door de douane aan het uitvoerkantoor wordt ingehouden. In de in de 67 van de Instructie Enig document bedoelde gevallen moeten de uit te voeren goederen met exemplaar 3 aan het kantoor van uitgang uit de Gemeenschap worden aangeboden. Suppl. 3
187 171 De douaneambtenaren gaan de juistheid van de aangegeven aard (tariefpost) en hoeveelheid van de goederen na. Tevens onderzoeken zij aan de hand van de voorgelegde facturen en andere bescheiden, of de aangegeven prijs aanvaardbaar is. Voor het overige wordt verwezen naar de Instructie Verificatie Wanneer bij de douaneambtenaren gegronde twijfel rijst omtrent de prijs, de waarde, de hoeveelheid, van de voor uitvoer aangegeven goederen of omtrent de gegrondheid van de ingeroepen vrijstelling, wordt een inlichtingsbulletin 48 bis (zie bijlage 6) gezonden aan de Administratie van de BTW, registratie en domeinen. Zie ook 108 t/m 128 van de Instructie Afhandeling van de misdrijven inzake BTW (D.I ). Internationaal reizigersverkeer 279. Wat de goederen betreft zonder handelskarakter die worden uitgevoerd in hun bagage door reizigers die hun woonplaats of hun verblijfplaats buiten de Gemeenschap hebben (zie artikel 39, 1, 4 van het BTW-Wetboek) is het bepaalde in 101 t/m 114 van de Instructie Bagage (D.I. 512) van toepassing. Wanneer de douane-ambtenaren twijfelen aan de gegrondheid van het overleggen van een uitvoeraangifte of een kopiefactuur in verband met goederen die met ontheffing van de BTW werden aangekocht, kan een inlichtingsbulletin worden gezonden aan de A.D.I.F. (sector BTW) (1) die de gegrondheid van de ingeroepen vrijstelling nagaat. 279/2. De verkoop aan vertrekkende reizigers, van goederen in een zogenaamde taksvrije winkel gelegen in de transitzone van een internationale luchthaven, kan sedert 1 juli 1999 nog enkel met vrijstelling van BTW geschieden aan reizigers met een bestemming buiten het BTW-gebied van de Gemeenschap (2). (1) Zie inzonderheid 111 van de Instructie Bagage (D.I. 512). (2) Zie omzendbrief van 27 maart 2000, nr. D.D (D.I ). Suppl. 3
188 172 HOOFDSTUK III - HANDELINGEN WAARBIJ COMMU- NAUTAIRE GOEDEREN NAAR EEN PLAATS WORDEN VERZONDEN WAAR EEN IN 63 BEDOELDE RE- GELING VAN TOEPASSING IS (1), ALSOOK DE LEVERINGEN EN DE DIENSTEN MET BETREK- KING TOT GOEDEREN DIE ZICH ONDER EEN VAN DIE REGELINGEN BEVINDEN Algemeen 280. Artikel 39, 2, van het BTW-Wetboek verleent vrijstelling voor : 1 de leveringen en de intracommunautaire verwervingen van goederen die zijn bestemd om te worden geplaatst onder een regeling tijdelijke opslag, vrije zone of vrij entrepot, douane-entrepot, actieve veredeling met toepassing van het schorsingssysteem of inzake in de territoriale zee toegelaten goederen voor boor- en werkeilanden, alsmede de leveringen van deze goederen, met handhaving van één van die regelingen; 2 de diensten, bestaande uit werkzaamheden met betrekking tot goederen die het voorwerp uitmaken van leveringen als bedoeld in 1 of die zich bevinden onder één van de in 1 bedoelde regelingen. Die vrijstelling is enkel van toepassing op communautaire goederen die afkomstig zijn uit het BTW-gebied van de Gemeenschap. In de praktijk betreft het voornamelijk goederen die onder een regeling douane-entrepot worden geplaatst. (1) Met uitzondering van de regeling voor tijdelijke invoer met volledige vrijstelling van invoerrechten en voor extern douanevervoer. Suppl. 2
189 173 Plaatsing van communautaire goederen onder een regeling douane-entrepot 281. De in artikel 39, 2 van het BTW-Wetboek bedoelde vrijstelling is vooral van toepassing op de leveringen en de intracommunautaire verwervingen van : - communautaire landbouwgoederen voor dewelke een restitutie kan worden verleend en die, onder de regeling prefinanciering-entrepot worden geplaatst (zie de Instructie Prefinanciering- Entrepot (D.I )); - commnuautaire goederen die bestemd zijn om te worden gevoegd bij niet-communautaire goederen die zich reeds onder de regeling douane-entrepot bevinden De opslag van die goederen onder de regeling douaneentrepot mag slechts geschieden indien dergelijke goederen er zijn toegelaten krachtens de douanewetgeving. De diensten met betrekking tot goederen, die zich onder de regeling douane-entrepot bevinden, kunnen slechts de vrijstelling van de BTW genieten wanneer ze door de douanereglementering zijn toegestaan. De vrijstelling kan slechts worden verleend, indien de voor de plaatsing van de goederen onder de regeling voorgeschreven formaliteiten worden nageleefd. Op het douanekantoor, waar de aangifte tot plaatsing van de goederen onder de regeling douane-entrepot wordt ingediend, moet tevens een kopie van de verkoopfactuur worden afgegeven. Suppl. 2
190 Ingeval de goederen worden onttrokken aan de regeling van douane-entrepot om terug op de Belgische markt te worden gebracht of om het voorwerp uit te maken van een intracommunautaire levering naar een andere lidstaat, is de BTW niet verschuldigd wegens de uitslag, maar wordt de BTW met betrekking tot de vorige verrichtingen (levering of afstand), waarvoor vrijstelling werd verleend, opeisbaar. Die regularisatie vindt plaats zonder bemoeienis van de douane, die een kennisgeving van geschil stuurt aan de hoofdcontroleur van het controlekantoor van de BTW waaronder de persoon ressorteert valt op wiens naam de goederen uit het douane-entrepot worden uitgeslagen.
191 175 HOOFDSTUK IV - VRIJSTELLINGEN IN DE FASE VOORAFGAAND AAN DE UITVOER 284 t/m 289. Vervallen. Menslievende, liefdadige of opvoedkundige organisaties 290. De gecombineerde toepassing van de artikelen 40, 1, 1, a) en 42, 3, 8 van het BTW-Wetboek bepalen dat de invoer, de leveringen en de intracommunautaire verwervingen van goederen, verworven door erkende organisaties die deze goederen uitvoeren buiten de Gemeenschap in het raam van hun menslievende, liefdadige of opvoedkundige activiteiten, zijn vrijgesteld van de BTW. De toepassing van de vrijstelling is onderworpen aan de toekenning van een vergunning door de A.O.I.F. (sector BTW) aan de erkende organisaties die geen enkel recht op aftrek van de BTW hebben ten aanzien van de goederen die ze in het kader van de bedoelde activiteiten uitvoeren Bij invoer dient op het douanekantoor het origineel of een kopie van de machtiging te worden overgelegd. De aangifte ten verbruik wordt opgesteld op naam van de vergunninghouder; de aangever brengt in vak 44 van dat document de volgende vermeldingen aan : Vrijstelling van de BTW. Artikel 40, 1, 1, a, van het BTW- Wetboek. Vergunning van..., nr..... Er dient geen zekerheid te worden gesteld voor de BTW. De vrijstelling kan ook worden verleend in de vorm van terugbetaling. De aanvraag hiervoor moet in twee exemplaren aan de in 290 genoemde administratie worden gericht. Suppl. 3
192 176/182 HOOFDSTUK V - GOEDEREN TER BESTEMMING VAN GEBIEDEN DIE DEEL UITMAKEN VAN HET DOUANE- GEBIED MAAR NIET VAN HET BTW-GEBIED BEDOELDE GOEDEREN 291/2. In dit hoofdstuk worden communautaire goederen bedoeld, die worden verzonden of vervoerd naar een gebied dat behoort tot het douanegebied van de Gemeenschap maar die is uitgesloten van het BTW-gebied van de Gemeenschap (zie 60). De vrijstelling van de BTW wegens uitvoer is ook toepasselijk op de leveringen naar dergelijke gebieden en bijgevolg moeten de douaneformaliteiten worden vervuld voor fiscale BTW doeleinden, alsof het een verzending buiten het douanegebied van de Gemeenschap betreft. Bij de verzending moet een aangifte COM 1, naargelang het geval vergezeld van een document T2F of van een document T2LF, bij de douane worden overgelegd. Het douanekantoor van uitvoer maakt de verzendingsaangifte geldig en verwijst daarop naar het document T2F of T2LF. Terzake wordt verwezen naar 36 van de Instructie Communautair Douanevervoer (D.I ) en naar 20 van de omzendbrief van 25 mei 1998, nr. D.D (D.I ). 292 t/m 296. (Vervallen). Suppl. 3
193 183 TITEL IV TABAKSFABRIKATEN Wettelijke bepalingen 297. De artikelen 54 en 58, 1, van het BTW-Wetboek hebben betrekking op de tabaksfabrikaten. Het koninklijk besluit nr. 13 van 29 december 1992 heeft betrekking op de regeling voor tabaksfabrikaten op het stuk van de BTW. Fiscale kentekens 298. Sigaren, cigarillo's, sigaretten en rooktabak zijn onderworpen aan een accijns, waarvan de betaling wordt aangetoond door het aanbrengen van fiscale kentekens. Bedrag van de BTW 299. Ten aanzien van de in 298 bedoelde producten is de in de tabel der fiscale kentekens aangeduide BTW verschuldigd, telkens wanneer voor die fabrikaten accijns moet worden voldaan. Tabakssurrogaten worden als tabaksfabrikaten aangemerkt telkens wanneer ze als zodanig worden aangemerkt voor de heffing van de accijns.
194 184 Producten waarop fiscale kentekens moeten worden aangebracht 300. Wanneer de belanghebbende fiscale kentekens bestellen, vermelden zij in de daartoe bestemde kolom van hun aanvraag 501 het totaal bedrag van de accijns en de BTW, voorkomend in de laatste kolom van de tabel der fiscale kentekens. Zij moeten dus geen onderscheid maken tussen de accijns en de BTW. Wanneer bij invoer, in de door de accijnsreglementering bepaalde gevallen, de fiscale kentekens worden afgegeven door de ontvanger van het kantoor van vrijmaking, stemt de voor die kentekens te betalen som overeen met het totaal dat is aangeduid in de laatste kolom van de tabel der fiscale kentekens Het totaal van de belastingen (laatste kolom van de aanvraag 501) moet door de belastingplichtigen worden gestort of overgeschreven op de postrekening van de ontvanger der accijnzen ( ) te Brussel (Tabak), bij de bestelling van de fiscale kentekens, ofwel worden betaald op het kantoor van die ontvanger bij het afhalen van de fiscale kentekens. Mits voldoende borg werd verstrekt, mag de erkende entrepothouder, de geregistreerde handelaar, de niet geregistreerde handelaar of de importeur de betaling van de verschuldigde som verleggen tot de 15de van de derde maand volgende op die waarin het bestelbulletin van de fiscale kentekens bij de ontvanger der accijnzen is toegekomen. Afronden van het bedrag van de BTW 302. Het bedrag van de BTW op tabaksfabrikaten, verschuldigd voor de afgeleverde fiscale kentekens, wordt afgerond zoals bepaald is voor de accijns (zie artikel 312 van de Algemene wet inzake douane en accijnzen).
195 185 In de praktijk wordt de als accijns en BTW te innen som afgerond tot de naasthogere frank voor elke reeks van fiscale kentekens; het verschil tussen de aldus geïnde som en het verschuldigde bedrag inzake accijns, afgerond op de naasthogere frank, wordt geboekt als BTW. Invoer 303. Ingevoerde tabaksfabrikaten moeten in principe bekleed zijn met Belgische fiscale kentekens. Evenwel mogen de kentekens op het kantoor van vrijmaking en, mits machtiging van de erkende entrepothouder zelfs in de instellingen van de geadresseerde worden aangebracht. In dat laatste geval moet het transport van de met fiscale kentekens te bekleden producten geschieden met een administratief geleidedocument (AGD IMP ). In die gevallen hoeft geen BTW te worden geïnd. De invoer geschiedt met overlegging van een aangifte, een kopiefactuur, en een borderel 502. Bij invoer van natte pruimtabak, waarvoor geen accijns is verschuldigd, dient de BTW op de gewone wijze te worden geïnd In de uitzonderlijke gevallen waarin de accijns wordt geïnd zonder aanbrenging van fiscale kentekens wordt de BTW, berekend volgens de in de tabel der fiscale kentekens aangeduide cijfers, tegelijkertijd en op dezelfde wijze geïnd als de accijns. In voorkomend geval wordt de te innen som voor elke reeks kentekens afgerond zoals bepaald in 302. Voor de kleine hoeveelheden tabaksfabrikaten die worden ingevoerd in de bagage van de reizigers, wordt de BTW geïnd volgens de regels van de Instructie Vereenvoudigd Tarief. Suppl. 3
196 186 Boeking van de BTW 305. De wegens aflevering van fiscale kentekens geïnde BTW (zie 301), wordt onder de rubriek BTW-Tabak geboekt in het dagboek 55 A. De als BTW geïnde sommen worden maandelijks door toedoen van de Administratie der thesaurie overgedragen op de rekening van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen. Vervanging van fiscale kentekens 306. De aflevering van fiscale kentekens, zonder betaling van de accijns, ter vervanging van onbruikbare of vernietigde kentekens geschiedt ook met vrijstelling van de BTW. Terugbetaling 307. Wanneer de terugbetaling van de accijns op tabaksfabrikaten gepaard gaat met gehele of gedeeltelijke terugbetaling van de BTW, geschiedt die terugbetaling in speciën door toedoen van de gewestelijke directeur der douane en accijnzen onder dezelfde voorwaarden als inzake accijns. De aanvraag tot terugbetaling van de BTW moet tegelijkertijd als de vraag tot terugbetaling van de accijns worden ingediend en in ieder geval binnen vijf jaar vanaf het tijdstip waarop het recht op terugbetaling is ontstaan. Bij de terugbetaling worden de als accijns en BTW terugbetaalde sommen afzonderlijk op de kwitantie vermeld.
197 Wanneer de erkende entrepothouder krediet geniet voor de betaling van de accijns op de fiscale kentekens die hij bestelt, wordt de als BTW terugbetaalde som afgeschreven van zijn rekening 112. Voor de terugbetaling van accijns en BTW op ingevoerde tabaksfabrikaten moet het bepaalde in hoofdstuk II van de Instructie terugbetalingen of kwijtscheldingen worden nageleefd.
198 189 TITEL V GESCHILLEN - BORGTOCHTEN Geschillen 309. Wanneer een feit, dat een onregelmatigheid inzake BTW laat blijken of vermoeden aan het licht komt, hetzij door de geschriften van de douane, hetzij door de haar voorgelegde documenten of nog door gegevens die op een andere wijze zijn vernomen, wordt dat feit ter kennis gebracht van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen, die eventueel de verschuldigde BTW zal invorderen. Ongeacht of er al dan niet borg werd gesteld, wordt bij invoer een kennisgeving van geschil 48 (zie bijlage 5) of bij uitvoer een inlichtingsbulletin 48 bis (bijlage 6) opgesteld. Een kennisgeving van geschil of een inlichtingsbulletin wordt o.m. opgesteld : a) bij twijfel nopens de juistheid van het tarief ( 111); b) bij betwisting nopens andere elementen dan de douanewaarde die de maatstaf van heffing vormen ( 108); c) wanneer de douane gegronde twijfel heeft nopens de wettigheid van de gevraagde vrijstelling; d) bij twijfel nopens de prijs of de waarde van de uitgevoerde goederen ( 277, derde lid); e) wanneer inlandse goederen uit entrepot worden uitgeslagen om terug op de binnenlandse markt te worden gebracht en een regularisatie moet plaatsvinden in verband met de BTW waarvoor vrijstelling werd verleend voor de vorige verrichtingen ( 283); Suppl. 2
199 190 f) wanneer, voor goederen die het toezicht van de douane hebben verlaten, de douane aan de aangever een supplement aan invoerrecht vordert; g) wanneer de douane twijfelt aan de gegrondheid van het document, overgelegd bij de uitvoer van goederen die zijn aangekocht met ontheffing van de BTW ( 279); h) wanneer de wegens invoer verschuldigde BTW wordt gevorderd van verdwenen transitgoederen (tekort bij aankomst of diefstal tijdens verblijf onder douanetoezicht of in entrepot); i) wanneer een instructie of een beslissing zulks voorschrijft Behalve wanneer een spoedig onderzoek is geboden, worden de kennisgevingen van geschil en de inlichtingsbulletins de laatste dag van elke maand door de ontvanger toegezonden aan de hoofdcontroleur van de BTW over het gebied waarin het douanekantoor is gelegen. De ontvanger houdt hiervan aantekening in een bijzondere aanwijzer, met opgave van het volgnummer van de kennisgeving van geschil of van het inlichtingsbulletin, de naam van de belanghebbende, de oorzaak van het geschil en de datum van verzending De kennisgevingen van geschil en de inlichtingsbulletins krijgen een doorlopend volgnummer; ieder jaar begint de reeks opnieuw. Indien om een of andere reden een nummer van de reeks ontbreekt, neemt een kennisgeving van geschil of een inlichtingsbulletin in blanco de plaats van het ontbrekende nummer in, krijgt het nummer dat de reeks voortzet en wordt bekleed met een korte verklarende vermelding die door de ontvanger der douane wordt ondertekend.
200 Wanneer het een van de gevallen betreft, bedoeld in 309, tweede lid letters a) b) en c) deelt de A.O.I.F. (sector BTW) zo spoedig mogelijk het resultaat van het onderzoek of het gevolg dat aan het geschil wordt gegeven mee. Teneinde de aandacht te trekken van de diensten van de BTW, moet de volgende vermelding worden aangebracht op de plaats van de reden van de kennisgeving : Toepassing van 312, van de Instructie BTW - Verplichte mededeling. De kennisgeving van geschil of het inlichtingsbulletin moet dan worden opgesteld in tweevoud, waarvan een exemplaar door de douane wordt bewaard tot staving van de aanwijzer Het bepaalde in 309 t/m 312 heeft geen betrekking op overtredingen. Ter zake wordt verwezen naar de Instructie Afhandeling van de misdrijven inzake BTW. Borgtochten Algemeen 314. Krachtens artikel 45 van het koninklijk besluit nr. 7 van 29 december 1993 mogen de Administratie der douane en accijnzen en de A.O.I.F. (sector BTW) een borgtocht in geld eisen om de invordering van de eventueel verschuldigde BTW en boeten te verzekeren. De aandacht van de ontvangers wordt gevestigd op het feit dat, indien een voldoende personele borgtocht is gesteld op het kantoor, het niet nodig is een borgtocht in speciën te eisen voor zover dit niet in tegenstrijd is met een beslissing of een instructie. Suppl. 3
201 In de regel wordt een borgtocht uitsluitend geëist voor de invordering van de BTW. Hij moet worden verstrekt ten genoegen van de ontvanger der douane. Nochtans kunnen beslissingen en instructies voorschrijven dat de borgtocht op een ander kantoor moet worden gestort. In dat geval moet de betrokkene aantonen dat deze borgtocht werd gesteld. Wanneer voor goederen die zich onder douanetoezicht bevinden de geëiste borgtocht niet wordt gesteld, kan de douane de goederen inhouden of terugwijzen buiten het land Behoudens wanneer ingevolge een bijzondere beslissing een borgtocht moet worden geëist of wanneer anders is bepaald in een instructie, mag vrijstelling van borgtocht worden verleend wanneer de aangever in België is gevestigd of wanneer hij een vaste inrichting of een aansprakelijke vertegenwoordiger heeft en wanneer die aangever bovendien door de ontvanger is gekend en deze laatste geen grondige reden heeft om moeilijkheden te vrezen voor de invordering van de BTW. Wanneer het document nochtans wordt gelicht door een grensexpediteur (de NMBS daaronder begrepen) of door een andere mandataris, is het niet de persoonlijkheid van de mandataris maar wel die van de opdrachtgever die in aanmerking moet worden genomen om te bepalen of al dan niet een borgtocht dient te worden geëist Voor de borgtocht inzake de doorvoerverrichtingen wordt verwezen naar 75 t/m 78 van de Instructie Communautair Douanevervoer. Voor het beloop van de zekerheid die moet worden gesteld voor de BTW op ingevoerde goederen bij toepassing van zekere bepalingen betreffende de vrijstellingen inzake invoerrecht, wordt verwezen naar de Instructie Vrijdommen. Suppl. 3
202 Wanneer de borgtocht anders dan in speciën is gesteld en een kennisgeving van geschil aan de hoofdcontroleur van de BTW wordt gezonden, blijft de borgtocht bezwaard voor het desbetreffende bedrag, totdat de hoofdcontroleur van de BTW een andersluidende mededeling aan de ontvanger toezendt. Indien de borgtocht werd gesteld in speciën, mogen de bepalingen van 277 van de Instructie Comptabiliteit, Deel I, niet uit het oog worden verloren. De ontvanger deelt aan de aangever de bestemming mee die aan de borgtocht werd verleend. De ontvanger vermeldt in het rood op de kennisgeving van geschil of het inlichtingsbulletin het type van de gevraagde borgtocht teneinde de aandacht van de hoofdcontroleurs van de BTW te vestigen op de bestemming van de gestelde borgtochten Indien de borgstelling wordt gestort tegen afgifte van een kwitantie Benelux 3, is het bepaalde in 261, 2, van de Instructie Comptabiliteit, Deel I, van toepassing. Verder is eventueel het bepaalde in 262 t/m 321 en 360 van voormelde instructie van toepassing Het bepaalde in 319 is van toepassing ten aanzien van de gestorte borgstellingen met dien verstande dat in de in 277 van de Instructie Comptabiliteit Deel I, bedoelde opgave melding wordt gemaakt van de referten van de afgegeven documenten (kantoor, volgnummer en datum).
203 195 TITEL VI SLOTBEPALINGEN Van kracht worden 321. Deze instructie werd van kracht op 1 januari Vervallen instructies 322. Zijn vervallen : - de Instructie BTW 1976 (D.I ); - de omzendbrief van 20 december 1974, nr. D.L. 1/ (D.I ); - de omzendbrief van 10 december 1976, nr. D.L. 1/ (D.I ); - de omzendbrief van 25 juli 1980, nr. D.L. 5/ (D.I ); - de omzendbrief van 1 januari 1991, nr. D.L. 1/ (D.I ); - de omzendbrief van 1 januari 1993, nr. D.L. 1/ (D.I ). Voor de Directeur-generaal : De Eerste auditeur, W. BAERT
204
205
206
207 BIJLAGE 3 LIJST VAN DE DOUANEKANTOREN WAAR EEN GEAUTOMATISEERD SYSTEEM VAN GELDIG- MAKING IN GEBRUIK IS 1 Kantoren waar een geautomatiseerd systeem voor dedouanering bij de invoer en de uitvoer in gebruik is (SADBEL) waarop de aangevers zich kunnen aansluiten of waar, voor de aangevers die niet zijn aangesloten op SADBEL, een geautomatiseerd systeem voor geldigmaking (Comptabil) wordt gebruikt : - Aalst - Antwerpen - Boorsem (Maasmechelen) - Bornem - Brugge - Brussel - Brussel X (Posterijen) - Eupen - Eynatten (Raeren) - Gent - Geel - Genk - La Louvière - Luik (Bierset) - Lommel - Leuven - Mechelen - Meer (Hoogstraten) - Menen (LAR) - Nijvel - Oostende - Postel (Mol) - Risquons-Tout (Moeskroen) - Roeselare - Sint-Niklaas - Sterpenich - Turnhout Suppl. 3
208 BIJLAGE 3 (blz. 2) - Vilvoorde - Welkenraedt - Zaventem - Zeebrugge - Zelzate 2 Kantoren waar een systeem van geldigmaking met microcomputers wordt gebruikt : Alle andere. Suppl. 3
209 TOELICHTINGEN BETREFFENDE DE IN DE LIDSTATEN TOEGEKENDE BTW-NUMMERS ( 121) LAND VOORSTELLINGSWIJZE VAN HET BTW-IDENTI- FICATIENUMMER IN DE OPGAVE VAN DE INTRACOMMUNAUTAIRE HANDELINGEN IN TE VULLEN POSITIES WAARUIT HET IDENTIFICATIE NR. BESTAAT (landencode uitgezonderd) CODEBTW- LAND NUMMER Suppl. 2 België BE BE (9 posities) Denemarken DK DK (8 posities) Duitsland DE DE (9 posities) Frankrijk FR FR (11 posities) Griekenland EL EL (8 posities) Gr. Brittannië GB GB (9 posities) of GB GB (12 posities) of GB GD999 GB GD999 (5 posities) of GB HA999 GB HA999 (5 posities) Ierland IE 9S99999X IE 9S99999X (8 posities) Italië IT IT (11 posities) Luxembourg LU LU (8 posities) Nederland NL B99 NL (12 posities) Portugal PT PT (9 posities) Spanje ES X ES X (9 posities) of ES X ES X (9 posities) of ES X X ES X X (9 posities) Oostenrijk ATU AT U (9 posities) Finland FI FI (8 posities) Zweden SE SE (12 posities) BIJLAGE 4 Verklaring van de symbolen : 9 = een cijfer X = een letter (Spanje en Ierland) S = een cijfer, een letter, + of * (Ierland) B = de vaste letter B (Nederland) GD = Government Departments (Gr. Brettannië) HA = Health Authorities (Gr. Brettannië)
210 Kettingverkopen - Voorbeeld nr. 1 ( 268) van de Instructie BTW België België USA A B C Vervoer na verkopen A-B en B-C Eén enkel vervoercontract vervoer Voorstellen van het vervoer door A, B of C A - B Vervoer door A Vervoer door C Vervoer door B 1) De levering met vervoer kan worden vrijgesteld ( 268) Binnen welke relatie vindt het vervoer plaats? omdat A enkel een contract heeft met B 1) De levering met vervoer kan worden vrijgesteld ( 268) B - C Binnen welke relatie vindt het vervoer plaats? omdat C enkel een contract heeft met B In dit geval kan het vervoer plaatsvinden binnen de relatie A-B of binnen de relatie B-C Indien het vervoer door B wordt verricht in de hoedanigheid van koper van A (contractuele verplichting tegenover A) 1) De levering met vervoer kan worden vrijgesteld ( 268) Binnen welke relatie vindt het vervoer plaats? Indien het vervoer door B wordt verricht in de hoedanigheid van verkoper aan C (contractuele verplichting tegenover C) 1) De levering met vervoer kan worden vrijgesteld ( 268) Binnen welke relatie vindt het vervoer plaats? Suppl. 3 2) Vrijstelling indien levering in België ( 257) Heeft de levering plaats in België? 2) Vrijstelling indien levering in België ( 257) Heeft de levering plaats in België? A - B want krachtens het contract A - B 2) Vrijstelling indien levering in belgië ( 257) B - C want krachtens het contract B - C 2) Vrijstelling indien levering in België ( 257) BIJLAGE 4 bis Heeft de levering plaats in België? Heeft de levering plaats in België? Ja, want begin van het vervoer in België Ja, want begin van het vervoer in België Ja, want begin van het vervoer in België Ja, want begin van het vervoer in België Deze levering is in principe onderworpen aan de BTW Deze levering is in principe onderworpen aan de BTW Deze levering is in principe onderworpen aan de BTW Deze levering is in principe onderworpen aan de BTW 3) Kan ze niet worden vrijgesteld krachtens art. 39, 1 van het BTW-Weboek ( 258)? 3) Kan ze niet worden vrijgesteld krachtens art. 39, 1 van het BTW-Weboek ( 258)? 3) Kan ze niet worden vrijgesteld krachtens art. 39, 1 van het BTW-Weboek ( 258)? 3) Kan ze niet worden vrijgesteld krachtens art. 39, 1 van het BTW-Weboek ( 258)? Ja, want uitvoer door de verkoper (1ste geval) Ja, want uitvoer door de niet in België gevestigde koper (2de geval) Neen, want uitvoer door de in België gevestigde koper (uitsluiting van het (2de geval) Conclusies Conclusies Conclusies Conclusies - levering A-B vrijgesteld - levering B-C vrijgesteld - levering A-B onderworpen aan de BTW - levering B-C in de USA waar de goederen door B ter beschikking worden gesteld van de koper C (geen vervoer in de regeling B-C) - ontsnapt aan de BTW - levering A-B in België op de plaats waar de goederen ter beschikking worden gesteld van B (geen vervoer in de regeling A-B) - onderworpen aan de BTW - levering B-C in de USA waar de goederen door B ter beschikking worden gesteld van de koper C (geen vervoer in de regeling B-C) - ontsnapt aan de BTW Ja, want uitvoer door de verkoper (1ste geval) - levering B-C vrijgesteld - levering A-B in België waar de goederen door A ter beschikking worden gesteld van de koper B (geen vervoer in de regeling A-B) - onderworpen aan de BTW
211 Kettingverkopen - Voorbeeld nr. 2 ( 268) van de Instructie BTW België België USA A B C Vervoer na verkopen A-B en B-C Eén enkel vervoercontract vervoer Voorstellen van het vervoer door A, B of C A - B Vervoer door A Vervoer door C Vervoer door B 1) De levering met vervoer kan worden vrijgesteld ( 268) Binnen welke relatie vindt het vervoer plaats? omdat A enkel een contract heeft met B 1) De levering met vervoer kan worden vrijgesteld ( 268) B - C Binnen welke relatie vindt het vervoer plaats? omdat C enkel een contract heeft met B In dit geval kan het vervoer plaatsvinden binnen de relatie A-B of binnen de relatie B-C Indien het vervoer door B wordt verricht in de hoedanigheid van koper van A (contractuele verplichting tegenover A) 1) De levering met vervoer kan worden vrijgesteld ( 268) Binnen welke relatie vindt het vervoer plaats? Indien het vervoer door B wordt verricht in de hoedanigheid van verkoper aan C (contractuele verplichting tegenover C) 1) De levering met vervoer kan worden vrijgesteld ( 268) Binnen welke relatie vindt het vervoer plaats? Suppl. 3 2) Vrijstelling indien levering in België ( 257) Heeft de levering plaats in België? 2) Vrijstelling indien levering in België ( 257) Heeft de levering plaats in België? A - B want krachtens het contract A - B 2) Vrijstelling indien levering in belgië ( 257) B - C want krachtens het contract B - C 2) Vrijstelling indien levering in België ( 257) BIJLAGE 4 ter Heeft de levering plaats in België? Heeft de levering plaats in België? Ja, want begin van het vervoer in België Ja, want begin van het vervoer in België Ja, want begin van het vervoer in België Ja, want begin van het vervoer in België Deze levering is in principe onderworpen aan de BTW Deze levering is in principe onderworpen aan de BTW Deze levering is in principe onderworpen aan de BTW Deze levering is in principe onderworpen aan de BTW 3) Kan ze niet worden vrijgesteld krachtens art. 39, 1 van het BTW-Weboek ( 258)? 3) Kan ze niet worden vrijgesteld krachtens art. 39, 1 van het BTW-Weboek ( 258)? 3) Kan ze niet worden vrijgesteld krachtens art. 39, 1 van het BTW-Weboek ( 258)? 3) Kan ze niet worden vrijgesteld krachtens art. 39, 1 van het BTW-Weboek ( 258)? Ja, want uitvoer door de verkoper (1ste geval) Ja, want uitvoer door de niet in België gevestigde koper (2de geval) Ja, want uitvoer door de niet in België gevestigde koper (2de geval) Conclusies Conclusies Conclusies Conclusies Ja, want uitvoer door de verkoper (1ste geval) - levering A-B vrijgesteld - levering B-C vrijgesteld - levering A-B vrijgesteld - levering B-C vrijgesteld - levering B-C in de USA waar de goederen door B ter beschikking worden gesteld van de koper C (geen vervoer in de regeling B-C) - ontsnapt aan de BTW - levering A-B in België op de plaats waar de goederen ter beschikking worden gesteld van B (geen vervoer in de regeling A-B) - onderworpen aan de BTW - levering B-C in de USA waar de goederen door B ter beschikking worden gesteld van de koper C (geen vervoer in de regeling B-C) - ontsnapt aan de BTW - levering A-B in België waar de goederen door A ter beschikking worden gesteld van de koper B (geen vervoer in de regeling A-B) - onderworpen aan de BTW
212 MINISTERIE VAN FINANCIEN ADMINISTRATIE DER DOUANE EN ACCIJNZEN 48 KENNISGEVING VAN GESCHIL Kantoor : Aanwijzer : Datum : Inzake BTW 1. Aard, datum en nr. van het document : Land van herkomst : Wijze van invoer (zee, spoor, weg, lucht, enz. : Naam van het zeeschip of binnenschip, nummerplaat, nummer van de wagon : Naam en adres van de leverancier : Naam en adres van de aangever : Naam, adres en BTW-registratienummer van de geadresseerde : BIJLAGE 5 6. Aantal, soort, merken en nummers van de colli 7. Omschrijving der goederen (aangegeven soort, hoeveelheid en waarde) 8. Tariefpost 9. Oorzaak van het geschil : a) Twijfel nopens het toegepaste tarief of de wettigheid van de gevraagde vrijstelling : - toegepast tarief... % - vermoedelijk toe te passen tarief... % b) Vermoeden dat de maatstaf van heffing ontoereikend is : - aangegeven waarde :... F - waarde die blijkt te moeten worden belast :...F c) Andere gevallen (zuivering van documenten, enz. : Gestorte borgtocht :... F 11. Datum van verzending van de kennisgeving van geschil : Ik verzoek om mededeling van de beslissing die door de diensten van de BTW zal worden genomen. REDEN :... De Hoofdcontroleur/De ontvanger (handtekening) MEDE TE DELEN AAN (kantoor en adres) Nr. 48 -
213 Controle van de BTW aan wie de kennisgeving van geschil door de douane wordt toegestuurd indien de geadresseerde is gevestigd in een ander gebied : Inventaris nr van de ontvangen zendingen, nr Inventaris nr van de ontvangen zendingen, nr Controle van de BTW (over het gebied waar de geadresseerde is gevestigd) : 1. Te Inventaris van de ontvangen zendingen, nr Bundel nr Aanmerkingen : 5. Verslag van Bevel tot invordering van , Nr van de inventaris nr. 700 BIJLAGE 5 (blz. 2) Rechten F... Boeten F... Interesten F... Totaal F... Suppl Gevolg dat aan het verzoek van de douane werd gegeven : De Hoofdcontroleur,
214 MINISTERIE VAN FINANCIEN ADMINISTRATIE DER DOUANE EN ACCIJNZEN Belasting over de toegevoegde waarde (BTW) 48 bis Kantoor : Aanwijzer : Datum : Inlichtingsbulletin bij de uitvoer 1. Aard, datum en nr. van het document : Wijze van uitvoer (zee, spoor, weg, lucht) : Naam en adres : a) van de uitvoerder :... b) van de aangever :... Suppl Aantal, soort, merken en nummers van de colli 6. Tariefpost 5. Omschrijving der goederen (aangegeven soort, hoeveelheid en waarde) BIJLAGE 6 7. Oorzaak van de inlichting : a) Vermoeden dat de waarde onjuist is : - aangegeven waarde :... F - vermoedelijke waarde :... F b) Andere gevallen (onregelmatig vervoer, enz. : Datum van verzending van het inlichtingsbulletin : Ik verzoek om mededeling van de beslissing die door de diensten van de BTW zal worden genomen. REDEN : De Hoofdcontroleur/De ontvanger (handtekening) MEDE TE DELEN AAN (kantoor en adres)
215 Controle van de BTW aan wie het inlichtingsbulletin door de douane wordt toegestuurd indien de exporteur is gevestigd in een ander gebied : Inventaris nr van de ontvangen zendingen, nr Inventaris nr van de ontvangen zendingen, nr Controle van de BTW (over het gebied waar de exporteur is gevestigd) : 1. Te Inventaris van de ontvangen zendingen, nr Bundel nr Aanmerkingen : 5. Verslag van Bevel tot invordering van , Nr van de inventaris nr. 700 BIJLAGE 6 (blz. 2) Rechten F... Boeten F... Interesten F... Totaal F... Suppl. 1 Suppl Gevolg dat aan het verzoek van de douane werd gegeven : De Hoofdcontroleur,
De bijzondere btw-aangifte : omschrijving van de roosters
De bijzondere btw-aangifte : omschrijving van de roosters De verplichting tot indiening van een bijzondere btw-aangifte (formulier nr. 629) is opgenomen in artikel 53ter van het Btw-Wetboek. Deze aangifte
Vanaf 1 januari 2010 worden de basisregels inzake het bepalen van de plaats van een dienst grondig veranderd in het Btw-Wetboek 1.
Belasting over de toegevoegde waarde Wijzigingen betreffende de plaats van diensten en samenhangende verplichtingen vanaf 1 januari 2010 Niet-belastingplichtige rechtspersonen met een btw-identificatienummer
Vanaf 1 januari 2010 worden de basisregels inzake het bepalen van de plaats van een dienst grondig veranderd in het Btw-Wetboek 1.
Belasting over de toegevoegde waarde Wijzigingen betreffende de plaats van diensten en samenhangende verplichtingen vanaf 1 januari 2010 Belastingplichtige die enkel vrijgestelde handelingen verricht waarvoor
Beslissing ET 123563 van 19 december 2012 Nieuwe regels inzake opeisbaarheid van btw Overgangsbepalingen
Beslissing ET 123563 van 19 december 2012 Nieuwe regels inzake opeisbaarheid van btw Overgangsbepalingen De uitreiking van de factuur, vooraleer het belastbaar feit zich heeft voorgedaan, is geen oorzaak
2 Levering van goederen
2 Levering van goederen Oefening 1: leveringen 1 plaats van levering: de plaats van aanvang van het vervoer, Gent; tijdstip van levering: 4 november, tijdstip van aankomst. 2 plaats van levering: waar
Niet-binnenlandse handelingen
1 (art. 39-42) 2 intracommunautaire handelingen - intracommunautaire verwervingen - intracommunautaire leveringen 3 invoer UITVOER wat? levering van goederen met vervoer bestemd voor derdeland plaats?
Vanaf 1 januari 2010 worden de basisregels inzake het bepalen van de plaats van een dienst grondig veranderd in het Btw-Wetboek 1.
Belasting over de toegevoegde waarde Wijzigingen betreffende de plaats van diensten en samenhangende verplichtingen vanaf 1 januari 2010 Landbouwondernemingen die onder de bijzondere regeling voor landbouwondernemingen
Niet-binnenlandse handelingen
1 uitvoer (art. 39-42) 2 intracommunautaire handelingen - intracommunautaire verwervingen - intracommunautaire leveringen 3 invoer uitvoer UITVOER wat? levering van goederen met vervoer bestemd voor derdeland
Wijziging van de declaratieve btw-verplichtingen met ingang van 1 januari 2010
PERSMEDEDELING Wijziging van de declaratieve btw-verplichtingen met ingang van 1 januari 2010 De Heer Didier Reynders, Vice-premier en Minister van Financiën, deelt mee dat de richtlijn 2008/8/EG van de
BTW. Academiejaar 2009-2010 samenvatting - Jeroen De Mets 1
BTW 1. INLEIDING...2 A. DEFINITIE...2 B. OUD EN NIEUW STELSELSTELSEL...2 2. DE BTW-PLICHTIGE VAN RECHTSWEGE...2 3. DE TOEVALLIGE BTW-PLICHTIGE...3 4. DE BELASTBARE FEITEN...3 A. ALGEMEEN...3 B. OVERZICHT...4
Toepassing van de BTW op verrichte handelingen inzake klinische proeven
Toepassing van de BTW op verrichte handelingen inzake klinische proeven Beslissing BTW nr. E.T. 116.111 dd. 21.02.2011 Verrichten van onderzoekswerk, met inbegrip van klinische proeven, verricht door artsen
Koninklijke Besluiten Belasting over de Toegevoegde Waarde
BTW-Wetboek Wetboek waarde................ 5 Hoofdstuk I. Invoering van de belasting. 5 Hoofdstuk II. Belastingplicht......... 6 Hoofdstuk III. Werkingssfeer.......... 8 Afdeling I. Levering van goederen..........
'Vooraf erkend persoon' : (soms) ontheven van zijn hoofdelijkheid
9 april 2014 'Vooraf erkend persoon' : (soms) ontheven van zijn hoofdelijkheid Ivan Massin, Deloitte Belgium, Indirect tax Gepubliceerd in: Fiscoloog, n 1381, p. 7, BIBLO Een 'vooraf erkende persoon' is
Federale Overheidsdienst FINANCIEN
Federale Overheidsdienst FINANCIEN BELASTINGEN EN INVORDERING Administratie der Douane en Accijnzen DOUANEPROCEDURES BTW-EENHEID D.I. 580.11 D.D. 277.999 Brussel, 7 november 2007. Omdeling door de gewestelijke
VOORAFGAANDE OPMERKING
FOD Financiën Algemene Administratie van de Fiscaliteit Operationele Expertise en Ondersteuning Dienst BTW/Taxatieprocedure en Verplichtingen Belasting over de toegevoegde waarde Beslissing Btw nr. E.T.126.003
Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde / 19
INHOUD Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde / 19 Inleiding / 19 Titel I Voorwerp en toepassingsgebied / 30 Titel II Geografisch toepassingsgebied
BTW-Wetboek. Koninklijke Besluiten Belasting over de Toegevoegde Waarde
BTW-Wetboek Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde............. 5 Hoofdstuk I. Invoering van de belasting 5 Hoofdstuk II. Belastingplicht........ 7 Hoofdstuk III. Werkingssfeer......... 8
Geconsolideerde versie van het Btw-Wetboek en het koninklijk besluit nr. 1. Btw-Wetboek
Geconsolideerde versie van het Btw-Wetboek en het koninklijk besluit nr. 1 Btw-Wetboek Artikel 1, 11, 12 en 13 als: 11. Voor de toepassing van de artikelen 14, 4, 21, 3, 6 en 21bis, 2, 8, wordt beschouwd
Hoe een btw- vraagstuk oplossen?
Woord vooraf Hoe een btw- vraagstuk oplossen? Bij het correct oplossen van een btw- vraagstuk in het kader van het zaken doen met het buitenland volgt men best volgend stappenplan dat stap voor stap tot
RICHTLIJN (EU) 2018/1910 VAN DE RAAD
7.12.2018 L 311/3 RICHTLIJNEN RICHTLIJN (EU) 2018/1910 VAN DE RAAD van 4 december 2018 tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG wat betreft de harmonisatie en vereenvoudiging van bepaalde regels in het
12848/1/18 REV 1 CS/srl/sht ECOMP.2.B
Raad van de Europese Unie Brussel, 26 november 2018 (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2017/0251 (CNS) 12848/1/18 REV 1 FISC 397 ECOFIN 881 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: RICHTLIJN
Nieuwsbrief 2009-10 Nieuwe BTW-regels vanaf 01/01/2010 : wijziging inzake de plaats van diensten
Nieuwsbrief 2009-10 Nieuwe BTW-regels vanaf 01/01/2010 : wijziging inzake de plaats van diensten 1. Principe Vanaf 1 januari 2010 wijzigen de regels inzake plaatsbepaling bij grensoverschrijdende diensten
Inhoud Hoofdstuk 1 BTW-belastingplicht Hoofdstuk 2 Maatstaf van heffing, belastbaar feit en tijdstip van opeisbaarheid
Inhoud Inhoud Hoofdstuk 1 BTW-belastingplicht... 11 1. Definitie van de belastingplichtige... 12 2. Gevolgen van de belastingplicht... 12 3. Recht van de belastingplichtige... 13 4. Verplichtingen van
Koninklijke besluiten Belasting over de Toegevoegde Waarde. BTW-Wetboek
BTW-Wetboek toegevoegde waarde............. 5 Hoofdstuk I. Invoering van de belasting. 5 Hoofdstuk II. Belastingplicht......... 6 Hoofdstuk III. Werkingssfeer.......... 7 Afdeling 1. Levering van goederen..........
INHOUD DEEL I TECHNISCHE UITLEG... 8 I. WETTELIJKE BEPALINGEN... 9 II. ALGEMENE BEPALINGEN... 10
INHOUD DEEL I TECHNISCHE UITLEG... 8 I. WETTELIJKE BEPALINGEN... 9 II. ALGEMENE BEPALINGEN... 10 III. VERSCHULDIGDHEID EN BETALING VAN DE ACCIJNZEN... 14 1. AANGIFTE... 14 1.1 VORM EN GEBRUIK... 14 1.1.1.
Algemene inhoud. Belgische wetgeving. Wetboek van de Belasting over de Toegevoegde Waarde. Koninklijke besluiten
Algemene inhoud I A B Belgische wetgeving Wetboek van de Belasting over de Toegevoegde Waarde Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde 3 juli 1969 5 Koninklijke besluiten Koninklijk besluit
Inhoudsopgave BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE. BTW-Wetboek. Uitvoeringsbesluiten. Inhoudsopgave
Inhoudsopgave BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE BTW-Wetboek Wet 3 juli 1969 tot invoering van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, zoals gewijzigd bij wet 28 december 1992 (B.S.,
CIRCULAIRE AOIF nr. 3/2010 DIENSTEN. Belastbaar feit. Inhoudstafel
CIRCULAIRE AOIF nr. 3/2010 Federale Overheidsdienst FINANCIEN ----------------------------------------- Administratie van de Ondernemings- en inkomensfiscaliteit ----------------------------------------
BTW-Wetboek. Koninklijke Besluiten Belasting over de Toegevoegde Waarde. Hoofdstuk XIX. Aan alle belastingen gemene bepalingen...
BTW-Wetboek Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde................ 5 Hoofdstuk I. Invoering van de belasting.. 5 Hoofdstuk II. Belastingplicht........... 6 Hoofdstuk III. Werkingssfeer...........
BTW BIJ IN- en UITVOER. Marja van den Oetelaar/Samatha Speelman
BTW BIJ IN- en UITVOER Marja van den Oetelaar/Samatha Speelman Douaneschuld Douaneschuld ontstaat: - Invoer (in vrije verkeer brengen) - Onttrekking aan het douanetoezicht - Niet voldoen aan verplichtingen
BROCHURE 9 VRAGEN OMTRENT DE VRIJSTELLINGSREGELING VAN BELASTING VOOR KLEINE ONDERNEMINGEN
BROCHURE 9 VRAGEN OMTRENT DE VRIJSTELLINGSREGELING VAN BELASTING VOOR KLEINE ONDERNEMINGEN Federale Overheidsdienst FINANCIEN Sector btw April 2016 WOORD VOORAF De op 1 januari 1993 ingestelde vrijstellingsregeling
BTW-Wetboek. Koninklijke Besluiten Belasting over de Toegevoegde Waarde
BTW-Wetboek Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde................ 5 Hoofdstuk I. Invoering van de belasting.. 5 Hoofdstuk II. Belastingplicht........... 6 Hoofdstuk III. Werkingssfeer...........
Koninklijke Besluiten Belasting over de Toegevoegde Waarde. BTW-Wetboek
BTW-Wetboek Wetboek van de Belasting over de Toegevoegde Waarde............. 5 Hoofdstuk I. Invoering van de belasting.. 5 Hoofdstuk II. Belastingplicht.......... 6 Hoofdstuk III. Werkingssfeer...........
Betekenis vakken BTW-aangifte KADER II : UITGAANDE HANDELINGEN
Betekenis vakken BTW-aangifte KADER II : UITGAANDE HANDELINGEN Rooster 00 - Verkoop van goederen tegen 0-tarief: dagbladen, tijdschriften, pre-paid telefoonkaarten, recuperatiestoffen, tabaksfabrikaten.
De BTW-regeling van toepassing inzake de deeleconomie
De BTW-regeling van toepassing inzake de deeleconomie BTW BASISREGELS (Artikelen 4, 50, 1, 53, 1 en 56bis van het Btw-Wetboek) PRINCIPE De natuurlijke persoon die geregeld diensten verricht in het kader
INHOUD AUTEURS... VOORWOORD... DEEL 1. DE PERIODIEKE BTW-AANGIFTE... 1
INHOUD AUTEURS... VOORWOORD... v vii DEEL 1. DE PERIODIEKE BTW-AANGIFTE... 1 1. MODELLEN VAN FORMULIER... 3 1.1. Model voor manuele invulling... 3 1.2. Model voor geautomatiseerde invulling... 5 1.3. Weergave
BTW-Wetboek. Koninklijke Besluiten Belasting over de Toegevoegde Waarde. Wetboek van de belasting over de toegevoegde
BTW-Wetboek Wetboek waarde............... 5 Hoofdstuk I. Invoering van de belasting..... 5 Hoofdstuk II. Belastingplicht............. 7 Hoofdstuk III. Werkingssfeer............. 8 Afdeling I. Levering
HOOFDSTUK 1 Een systematiek voor het oplossen van btw-problemen
HOOFDSTUK 1 Een systematiek voor het oplossen van btw-problemen De wijze waarop internationale transacties in de heffing van btw worden betrokken, wordt bepaald door de systematiek van de btw-wetgeving.
INHOUDSTAFEL III VOORWOORD LIJST VAN GEBRUIKTE AFKORTINGEN EN BEGRIPPEN HOOFDSTUK 1. HISTORIEK 1 HOOFDSTUK 2. INLEIDENDE BEPALINGEN 5
INHOUDSTAFEL VOORWOORD LIJST VAN GEBRUIKTE AFKORTINGEN EN BEGRIPPEN III V HOOFDSTUK 1. HISTORIEK 1 HOOFDSTUK 2. INLEIDENDE BEPALINGEN 5 1. De vijf-vragen-methode 7 1.1. Overzicht 7 1.2. Wordt de handeling
pagina 1 van 5 Beslissing Btw nr. E.T.129.030/3 dd. 02.02.2016 FOD Financiën, 04/02/2016, www.fisconetplus.be Context Belasting over de toegevoegde waarde > 17 - B.T.W. tarieven Algemene Administratie
Praktische gids btw-plicht notaris
Praktische gids btw-plicht notaris Patrick WILLE Managing Partner THE VAT HOUSE cvba (Het BTW Huis), VAT House Services nv, VAT Applications nv President VAT Forum cv Docent VUB, Professor Fiscale Hogeschool,
INHOUDSOPGAVE LIJST VAN AFKORTINGEN INLEIDING...1
INHOUDSOPGAVE LIJST VAN AFKORTINGEN... v INLEIDING...1 1. INLEIDING DOUANERECHT...3 1.1. Algemeen...3 1.1.1. Vrijhandelszone...3 1.1.2. Tariefunie...4 1.1.3. Douane-unie...4 1.2. Wetgeving...5 1.3. Heffingen
BTW-wijzigingen vanaf 1 januari 2010 VAT-PACKAGE
BTW-wijzigingen vanaf 1 januari 2010 VAT-PACKAGE Boekhoudkantoor Marien BVBA Boekhouding & Fiscaliteit Tel: 03/489.11.46 Fax: 03.489.29.41 [email protected] www.boekhoudkantoormarien.be Waarover
I. INFORMATIE AAN NOTARISSEN
Belasting over de toegevoegde waarde. Artikel 44, 1, 1 van het Btw-Wetboek Onderwerping aan de belasting van de prestaties van notarissen en gerechtsdeurwaarders vanaf 1 januari 2012. De administratie
De inkomsten uit de deeleconomie
De inkomsten uit de deeleconomie Belastingregeling Inkomstenbelasting EIGEN BELASTINGREGELING (Programmawet van 1.7.2016, BS 4.7.2016, Ed. 2) Deze regelgeving voorziet dat: de winst of baten die voortkomen
HRo - Omzetbelasting -- Deel 6
Omzetbelasting les 6 programma Belastbare feiten Internationale handel OB-heffing bij internationale handel intracommunautaire transacties Artikel 1 Onder de naam 'omzetbelasting' wordt een belasting geheven
Wetboek van de met inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen 23 november 1965
INHOUD I. BIJZONDERE FISCALE WETGEVING Wet tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken 24 december
Inhoudstafel. Voorwoord... Hoofdstuk I. Btw: De Europese achtergrond van de btw Hoofdstuk II. De advocaat als belastingplichtige...
i Voorwoord............................................... vii Hoofdstuk I. Btw: De Europese achtergrond van de btw........ 1 HENRI VANDEBERGH Hoofdstuk II. De advocaat als belastingplichtige...............
Art. 39 Algemene wet inzake rijksbelastingen In de gevallen waarin het volkenrecht, dan wel naar het oordeel van Onze Minister het internationale
Art. 39 Algemene wet inzake rijksbelastingen In de gevallen waarin het volkenrecht, dan wel naar het oordeel van Onze Minister het internationale gebruik, daartoe noopt, wordt vrijstelling van belasting
HRo - Omzetbelasting -- Deel 6
Omzetbelasting les 6 programma Belastbare feiten Internationale handel OB-heffing bij internationale handel intracommunautaire transacties Artikel 1 Onder de naam 'omzetbelasting' wordt een belasting geheven
Gewijzigde artikelen 1, 9, en 44, 3, 1, van het Btw-Wetboek vanaf 1 januari Eerste commentaar.
Beslissing BTW nr. E.T.119.318 dd. 28.10.2010 Gewijzigde artikelen 1, 9, en 44, 3, 1, van het Btw-Wetboek vanaf 1 januari 2011. Eerste commentaar. 1. Inleiding Ingevolge de wijzigingen van het Btw-Wetboek
DEFINITIEVE REGELING VOORSCHOTFACTUREN
Koninklijke Federatie van Belgische Transporteurs en Logistieke Dienstverleners Fédération Royale Belge des Transporteurs et des Prestataires de Services Logistiques Königlicher belgischer Verband der
Overzicht. 1. Wat is BTW?
ABC VAN DE BTW Overzicht 1. Wat is BTW? 2. Waar wordt de BTW geregeld? 3. Wie valt onder die regelgeving? 4. Wat wordt belast? 5. Hoeveel bedraagt de belasting? 6. Administratieve verplichtingen 7. Bijzondere
DEFINITIEVE REGELING VOORSCHOTFACTUREN
Koninklijke Federatie van Belgische Transporteurs en Logistieke Dienstverleners Fédération Royale Belge des Transporteurs et des Prestataires de Services Logistiques Königlicher belgischer Verband der
Codex van de Accountant en van de Belastingconsulent
Codex van de Accountant en van de Belastingconsulent Dit wetboek is bijgewerkt tot en met het Belgisch Staatsblad van 6 april 2012. Verantwoordelijke uitgever: Hans Suijkerbuijk # 2012 Wolters Kluwer Belgium
TIPS. Internationaal zaken doen en BTW (deel 2) www.hlb-van-daal.nl
TIPS Internationaal zaken doen en BTW (deel 2) Handel en BTW In dit memo worden aspecten van BTW behandeld, die van toepassing kunnen zijn bij internationale handel. Het is geen volledig overzicht, maar
Bijlage 1: Schematisch overzicht toepassing van artikel 6 van het Wetboek. Onder bezwarende titel? Neen. Nee. Buiten de werkingssfeer
Bijlage 1: Schematisch overzicht toepassing van artikel 6 van het Wetboek "X" handelt in de uitoefening van een geregelde werkzaamheid en verricht een levering van een goed of een dienst? Onder bezwarende
Het wel en wee van de vzw Deel 4 De vzw en de fiscus
Het wel en wee van de vzw Deel 4 De vzw en de fiscus William Wils, accountant De vzw en de fiscus Rechtspersonenbelasting Belasting over de toegevoegde waarde Schenkingsrechten Registratierechten Rechtspersonenbelasting
Inhoudstafel. Woord vooraf 13. Hoofdstuk 1 Recht op aftrek, herziening van de aftrek en gemengde btw-belastingplicht 15
Inhoudstafel Woord vooraf 13 Hoofdstuk 1 Recht op aftrek, herziening van de aftrek en gemengde btw-belastingplicht 15 1. Het recht op aftrek 15 1.1. Algemene draagwijdte van het recht op aftrek (artikel
De nieuwe btw-wetgeving van 2015 zal ook invloed op u hebben!
De nieuwe btw-wetgeving van 2015 zal ook invloed op u hebben! A. Inleiding Op 1 januari 2015 treedt de nieuwe btw-wetgeving in voege. Deze houdt in dat het btw-bedrag voortaan niet meer zal moeten worden
De nieuwe btw- regels 2013 - Factuur
De nieuwe btw- regels 2013 - Factuur Patrick Wille! Managing Partner THE VAT HOUSE, VAT Applications, VAT Forum Wetgeving Richtlijn 2010/45/EU van de Raad van 13 juli 2010 tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EU
BTW in de paardensector: twee uitzonderingen 1
BTW in de paardensector: twee uitzonderingen 1 BTW IN DE PAARDENSECTOR TWEE UITZONDERINGEN Reeds vele jaren dringt de Belgische Confederatie van het Paard er bij de overheid op aan om voor de paardensector
BTW Pakket. Accountemps Maart 2010. Bart Beheydt BDO Belastingconsulenten. BTW pakket Page 1
BTW Pakket Bart Beheydt BDO Belastingconsulenten Accountemps Maart 2010 Page 1 Administratieve commentaar aanschrijving 19 van 2009 aanschrijving 20 van 2009 (teruggave achtste richtlijn) aanschrijving
Overzicht. 1. Wat is BTW?
ABC VAN DE BTW Overzicht 1. Wat is BTW? 2. Waar wordt de BTW geregeld? 3. Wie valt onder die regelgeving? 4. Wat wordt belast? 5. Hoeveel bedraagt de belasting? 6. Administratieve verplichtingen 7. Bijzondere
Mededeling nr. 18. Kolenbelasting. Douane Belastingdienst
Douane Belastingdienst Mededeling 26 maart 2013 Mededeling nr. 18 Kolenbelasting DO 118-1Z*1FD 18.1 Inleiding Met ingang van 1 januari 2008 is onder de naam kolen belasting een nieuwe belasting ingesteld
Wanneer dien je een factuur uit te reiken?
Wanneer dien je een factuur uit te reiken? Algemeen principe (art. 53, 2 W. BTW) : * In principe is elke zelfstandige (met BTW-nummer) verplicht om een factuur op te maken telkens wanneer hij goederen
INFORMATIEDOSSIER. Voor 20 juli: Indienen BTW aangifte Betaling van de op de aangifte verschuldigde BTW minus de betaalde voorschotten
INFORMATIEDOSSIER BTW Hoe en wanneer BTW betalen? Btw betalingen dienen altijd te gebeuren op rekeningnummer BTW Brussel 679 2003000 47 (uitzondering: zie bijzondere rekening). Vermeld steeds de gestructureerde
Special wijziging BTW- factureringsregels Per 1 januari 2013
Special wijziging BTW- factureringsregels Per 1 januari 2013 Audit І Tax І Advisory Belangrijke wijzigingen in de btw facturerings regels per 1 januari 2013 Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 2. Wanneer moet
Factureringsregels van toepassing vanaf 1 januari 2013 volgend op de omzetting. in het Belgisch recht van richtlijn 2010/45/EU
volgend op de omzetting in het Belgisch recht van richtlijn 2010/45/EU Het betrouwbaar controlespoor Als u denkt dat Btw reglementering eenvoudig is, of u niet btw plichtig bent, leest u best niet verder.
Algemene Administratie van de Fiscaliteit Operationele Expertise en Ondersteuning Dienst BTW Belasting over de toegevoegde waarde
Algemene Administratie van de Fiscaliteit Operationele Expertise en Ondersteuning Dienst BTW Belasting over de toegevoegde waarde Beslissing BTW nr. E.T.129.460 d.d. 01.07. Artikel 39bis van het Btw-Wetboek
Levering van goederen
Levering van goederen Wetboek BTW art. 9 definitie goederen art. 10 definitie levering art. 11 beperkingen op begrip levering art. 12 uitbreidingen op begrip levering art. 15 plaats van de levering art.
Belastingwijzer btw. Ragheno Business Park
Belastingwijzer btw Ragheno Business Park Motstraat 30, B-2800 Mechelen tel. 0800 94 571 fax 0800 17 529 www.wolterskluwer.be [email protected] Verantwoordelijke uitgever: Hans Suijkerbuijk, Ragheno
BTW-wijzigingen vanaf 1 januari 2010 VAT-PACKAGE
BTW-wijzigingen vanaf 1 januari 2010 VAT-PACKAGE Boekhoudkantoor Marien BVBA Boekhouding & Fiscaliteit Tel: 03/489.11.46 Fax: 03.489.29.41 [email protected] www.boekhoudkantoormarien.be Waarover
AANVRAAG TOT BTW-IDENTIFICATIE (formulier 604A)
FOD FINANCIEN Sector btw AANVRAAG TOT BTW-IDENTIFICATIE (formulier 604A) BELANGRIJK U bent een natuurlijke persoon of rechtspersoon, of een vennootschap/vereniging zonder rechtspersoonlijkheid en u moet
Circulaire 2018/C/37 betreffende de invoering van een nieuwe vrijstelling van de taks op de beursverrichtingen
Eigenschappen Titel : Circulaire 2018/C/37 betreffende de invoering van een nieuwe vrijstelling van de taks op de beursverrichtingen Samenvatting : vrijstelling van de TOB met betrekking tot verrichtingen
Federale Overheidsdienst FINANCIEN
Federale Overheidsdienst FINANCIEN BELASTINGEN EN INVORDERING Administratie der Douane en Accijnzen DOUANEPROCEDURES OVERGANGSMAATREGELEN NCTS D.I. 521.103 D.D 247.252 Bijlage één schema Brussel, 26 juni
Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad, tot vaststelling van het communautair douanewetboek (CDW) Titel I. Algemene bepalingen
INHOUDSOPGAVE CDW Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad, tot vaststelling van het communautair douanewetboek (CDW) Titel I. Algemene bepalingen Hoofdstuk 1. Toepassingsgebied en basisdefinities Artikel
MINISTERIE VAN FINANCIEN VAN BELGIE Administratie der directe belastingen VERKLARENDE NOTA 276 INT. (Not.) (A) 1999 "Het formulier 276 Int.-Aut. is aangepast voor computerverwerking en dient bijgevolg
Uittreksel uit Belgisch staatsblad dd Verlaging BTW nieuwbouw voor facturen van tot
10 FEBRUARI 2009. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van
De BTW-administratie en de dossieropbouw van Fiscaal vertegenwoordiger moeten bevatten:
BIJLAGE B Volmacht beperkte fiscale vertegenwoordiging BENODIGDE INFORMATIE EN DOCUMENTEN PER TRANSACTIE Een vergunning tot Fiscaal vertegenwoordiger wordt door de Nederlandse Belastingdienst slechts verstrekt
Ligging van de woning
Afbraak en heropbouw van gebouwen: wanneer is het verlaagd BTW-tarief van 6 % van toepassing? Inhoudsopgave Ligging van de woning... Afbraak bij de heropbouw van een privéwoning... Komen dus niet in aanmerking
Deel II. Grondlijnen van het Belgisch belastingstelsel met betrekking tot de onroerende goederen... 7
Deel I. Inleiding.... 1 Deel II. Grondlijnen van het Belgisch belastingstelsel met betrekking tot de onroerende goederen..... 7 Hoofdstuk 1. Inleiding.... 9 Hoofdstuk 2. Categoriee n dubbele belasting.........
Circulaire AAFisc Nr. 15/2015 (nr. E.T.123.725) dd. 07.04.2015
FOD Financiën Algemene Administratie van de Fiscaliteit Operationele Expertise en Ondersteuning Dienst Taxatieprocedure en Verplichtingen Belasting over de toegevoegde waarde Circulaire AAFisc Nr. 15/2015
Lexalert informeert u gratis en per e-mail over de juridische actualiteit. Schrijf gratis in via www.lexalert.net/registratie
CIRCULAIRE AAFisc Nr. 53/2013 DLM Federale Overheidsdienst FINANCIEN ------------------------------------------- Algemene Administratie van de FISCALITEIT ------------------------------------------- Centrale
INHOUD. Hoofdstuk 1. Algemene inleiding... 1
INHOUD Hoofdstuk 1. Algemene inleiding........................................ 1 1.1. Werkingssfeer................................................... 1 1.1.1. Handelingen onderworpen aan de btw.....................
I. BEREKENING VAN HET GEMIDDELD PERSONEELSBESTAND A. Alle personeelsleden. Gemiddeld personeelsbestand in 2010 ... A1 =... B1 251 ... A2 =... B2...
Identiteit:.. Repertoriumnummer:.. Ondernemingsnr. of nationaal nr.:. TABEL voor de berekening van de vrijstelling voor bijkomend personeel (artikel 67ter van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992)
