STRATEGIE van een GROOTWINKELBEDRIJF
|
|
|
- Sofie Smits
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Onderzoeksrapport Ontwikkelingen in sourcing van kleding. WELKE ontwikkelingen BEPALEN de SOURCING STRATEGIE van een GROOTWINKELBEDRIJF EN HOE KAN het grootwinkelbedrijf hierop INSPELEN? Jennifer Wiering Studentnummer Fashion & Management Amsterdam Fashion Insitute Amsterdam, januari 2013 Proces begeleider: Jan de Vries Tweede lezer: Ligia Hera Ik, Jennifer Wiering, verklaar hierbij dat het gepresenteerde werk in dit onderzoeksrapport eigen werk is, gebaseerd op eigen onderzoek. Aan anderen ontleend materiaal staat in de bronvermelding.
2 Voorwoord Amsterdam, januari 2012 Dit onderzoeksrapport vormt samen met het eindproduct het afstudeerproject van mijn studie Fashion & Management aan het Amsterdam Fashion Institute. Naar aanleiding van mijn interesse in productie van kleding en ontwikkelingen in het sourcing landschap, heb ik onderzoek gedaan naar gebeurtenissen in het verleden die van invloed zijn geweest op het sourcing landschap, de huidige situatie waarin grootwinkelbedrijven kleding moeten inkopen en de toekomstige ontwikkelingen in sourcing. Dit onderwerp is erg breed en er is ontzettend veel informatie over te vinden. Hierdoor was het soms lastig om op het juiste pad te blijven. Een duidelijke afbakening van mijn onderwerp heeft hierbij geholpen. Gelukkig heb ik goede input gehad van verschillende bronnen. Ik ben blij met de interviews die ik naar aanleiding van dit onderzoek heb mogen doen en wil deze mensen graag bedanken voor de interessante gesprekken en hun tijd. Daarnaast heb ik veel gehad aan de extra input bekenden. Het werken aan dit project was een uitdaging, maar ik ben gemotiveerd gebleven door de hoeveelheid informatie die ik in dit semester tot mij heb kunnen nemen en de mensen om mij heen die mij gesteund hebben. Jennifer Wiering 2
3 Inhoudsopgave Onderzoeksrapport Blz. Samenvatting 5 H1 Introductie Aanleiding en probleem analyse Onderzoeksvraag Deelvragen Doelstelling Randvoorwaarden Onderzoeksmethoden Structuur van het Rapport 7 H2 De historie van handel en kledingproductie Het Multi Vezel Akkoord Het World Trade Organization s Agreement on Textiles and Clothing De toetreding van China tot de World Trade Organization Afschaffing van de quota Het gevolg van de quota en de afschaffing Belangrijke landen in de historie van kleding- en textiel handel Importerende landen Exporterende landen 11 H3 Het sourcing landschap China Nieuwe kansen in het Aziatische landschap Vietnam India Bangladesh Pakistan Indonesië Sri Lanka Cambodja Laos Myanmar Zuid-Amerika Afrika Egypte Tunesië Marokko Turkije Oost-Europa Roemenie Bulgarije Polen Macedonië 21 H4 De belangrijkste sourcing criteria voor grootwinkelbedrijven Prijs Kwaliteit Product Modeontwikkelingen Levertijd Ontwikkelingsniveau van het land Maatschappelijk verantwoord ondernemen 24 H5 Invloedhebbende factoren op sourcing Globalisering De financiële crisis 25 3
4 5.2.1 Het effect van de financiële crisis op producenten Het effect van de financiële crisis op retailers Prijsfluctuaties Loonkosten Grondstofprijzen Wisselkoersen Uitbreiding Europese Unie Politieke en economische stabiliteit Wetgeving GSP plus Oorsprongregels 28 H6 Ontwikkelingen in de modebranche Verschuiving van lange naar korte termijn De rol van het private label bedrijf Cut Make Trim en Ready Made Garment De macht van de retailers De invloed van de laagste prijs op sociale omstandigheden Op zoek naar alternatieven voor China Chinese importeurs in Prato, Italië E-commerce Digitaal printen Sourcing integreren in de supply chain Cross-company supply chain planning 34 H7 Conclusie 36 Welke ontwikkelingen bepalen de sourcing strategie van een grootwinkelbedrijf en hoe kan het grootwinkelbedrijf hierop inspelen? H8 Bronnenlijst 38 Rapporten 38 Websites 39 H9 Bijlagen 40 Blz. 4
5 Samenvatting Ontwikkelingen in de historie van sourcing hebben samen met hedendaagse mogelijkheden en valkuilen geleidt tot de huidige sourcing strategieën van grootwinkelbedrijven. De hoofdvraag van dit onderzoeksrapport luidt: Welke ontwikkelingen bepalen de sourcing strategie van een grootwinkelbedrijf en hoe kan het grootwinkelbedrijf hierop inspelen? Sourcing is voor grootwinkelbedrijven van cruciaal belang voor het behalen van de gewenste bedrijfsresultaten. Sourcing is echter zeer complex. Deze complexiteit komt door allerlei externe factoren waar een grootwinkelbedrijf maar weinig invloed op kan uitoefenen, maar die wel belangrijk zijn voor de bedrijfsvoering en de sourcing strategie. De afschaffing van de quota heeft voor veel turbulentie gezorgd in het sourcing landschap. De toetreding van China tot de WTO wordt gezien als een mijlpaal in de historie van handel. Door het stijgende exportvolume en de investeringen van westerse bedrijven in China, steeg de welvaart van het land en hiermee de kosten. Ook andere kledingproducerende landen in Azië maakten een groei door. Het leidde tot toenemende concurrentie tussen de kledingproducerende landen. Buitenlandse investeringen zorgden ervoor dat productielanden hun textiel- en kledingindustrie verder konden ontwikkelen op het gebied van nieuwe technologieën en het vergroten van de capaciteit. Landen die in het bezit zijn van grondstoffen kunnen zich onderscheiden door middel van verticale integratie. China en Turkije zijn hierin het best geslaagd. Hierdoor plaatsen importerende landen steeds meer orders in deze landen. Als gevolg stijgt de welvaart in deze landen en in China daarmee ook de binnenlandse vraag. Dit leidt tot een verdere stijging van de prijzen en een groot deel van de capaciteit wordt gebruikt voor het produceren voor de binnenlandse markt. Hierdoor is China tegenwoordig minder aantrekkelijk land voor Nederlandse grootwinkelbedrijven om hun orders te plaatsen. In Europa gebeurt ongeveer hetzelfde. De mate waarin Turkije geverticaliseerd is, maakt het land aantrekkelijk voor de inkoop van kleding. Maar ook hier zorgt de gigantische vraag naar Turkse productiecapaciteit voor een stijging van de kosten. Daarnaast produceren veel grote retailers, grote orderaantallen in Turkije, waardoor zij voorrang krijgen op kleinere bedrijven met kleinere aantallen. Hierdoor is het voor Nederlandse grootwinkelbedrijven van belang dat zij op zoek gaan naar alternatieve productielanden naast Turkije en China. Het is van belang een goede mix te vinden van productielanden. Om een goede keuze te kunnen maken in het kiezen van productielanden is het belangrijk te kijken naar interne keuzefactoren. Voorbeelden hiervan zijn prijs, kwaliteit en levertijd. Daarnaast moet ook naar de externe factoren gekeken worden die invloed hebben op sourcing. Voorbeelden hiervan zijn globalisering en de financiële crisis. De financiële crisis heeft geleid tot onzekerheid bij de consument en daardoor ook bij de inkopers van grootwinkelbedrijven. Om hierop in te spelen moet de inkoper op zoek gaan naar een manier om aantrekkelijk te blijven voor de klant. Het aanbieden van modegevoelige producten voor aantrekkelijke prijzen, is zo n manier. Hiervoor moet de inkoper kort van te voren beslissen en dus zijn korte levertijden nodig om dit op tijd in de winkels te krijgen. Het aandeel dat in dichtbijgelegen landen geproduceerd wordt, vergroot hierdoor en het deel waarover lang van te voren beslist kan worden en ver weg gekocht wordt, verkleint. Een andere trend is het belang van sociaal en maatschappelijk verantwoord produceren. Modebedrijven worden steeds meer geconfronteerd met kritische maatschappelijke organisaties en consumenten die willen weten waar en hoe hun kleding gemaakt is. Ook overheden leggen de lat voor bedrijven steeds hoger. Hierdoor is het van groot belang dat een grootwinkelbedrijf bijdraagt aan het verbeteren van de sociale en maatschappelijke arbeids- en milieuomstandigheden in en om fabrieken. Dit zijn twee voorbeelden van ontwikkelingen die van invloed zijn op de sourcing strategie van grootwinkelbedrijven. 5
6 Hoofdstuk 1 Introductie 1.1 Aanleiding en probleem analyse Dit onderzoeksrapport is onderdeel van mijn afstudeeropdracht voor de studie Fashion & Management aan het Amsterdam Fashion Institute. Aanleiding voor het schrijven van dit onderzoeksrapport is mijn interesse in verplaatsingen van productie en het kiezen van sourcing strategieën en productielanden. Daarnaast heb ik interesse in het inkopersvak. Sourcing is een belangrijk onderdeel hiervan en daarom wil ik mij graag verdiepen in de ontwikkelingen die in het verleden hebben geleid tot hedendaagse keuzes die gemaakt worden op het gebied van sourcing. Welke factoren spelen hierin een belangrijke rol? Van welke marktontwikkelingen moet een inkoper van een grootwinkelbedrijf op de hoogte zijn om de juiste keuzes te maken voor de toekomst? Ik richt mij bij het schrijven van dit onderzoeksrapport op inkopers van Nederlandse grootwinkelbedrijven. 1.2 Onderzoeksvraag Welke ontwikkelingen bepalen de sourcing strategie van een grootwinkelbedrijf en hoe kan het grootwinkelbedrijf hierop inspelen? 1.3 Deelvragen Om de hoofdvraag te kunnen beantwoorden worden verschillende deelvragen besproken. De deelvragen zijn als volgt: 1. Welke interne criteria en externe factoren hebben invloed op de hedendaagse sourcing strategieën van grootwinkelbedrijven? 2. Welke ontwikkelingen vinden plaats in het sourcing landschap? 3. Hoe ziet de toekomst van sourcing eruit? 1.4 Doelstelling Het doel van dit onderzoek is om inkopers van Nederlandse grootwinkelbedrijven inzicht te geven in sourcing mogelijkheden voor de toekomst. Hiervoor zal gekeken worden naar de historie van het sourcing landschap, de hedendaagse mogelijkheden en valkuilen en mogelijke kansen voor de toekomst. 1.5 Randvoorwaarden Dit onderzoek heeft betrekking op Nederlandse grootwinkelbedrijven opererend in het laag/middensegment. Deze bedrijven bieden damesmode aan in de prijsklasse tot 89,95. Verder richt het zich op de sourcing van kleding. Het gaat dus om het sourcing landschap waarin het Nederlandse grootwinkelbedrijf opereert. Er wordt gekeken naar de aspecten die van belang zijn voor een inkoper. Aangezien Nederland lid is van de Europese Unie, zal er ook vanuit het oogpunt van de EU gekeken worden naar de rest van de wereld. 1.6 Onderzoeksmethoden Voor dit onderzoek is gebruik gemaakt van zowel desk- als field research. De desk research omvat kritisch geselecteerde informatie uit rapporten, tijdschriften, blogs en het verdere internet. Hiernaast bestaat de kwalitatieve field research uit interviews met modeprofessionals uit verschillende invalshoeken. Namelijk: - Monique Chaudron, Directeur bij Fashion2Wear - Ellen Brugman, Senior Buyer bij V&D - Eva Rethmeier, Senior Buyer bij Miss Etam - Kim Knoren, Junior Buyer bij MS Mode - Antonio Barberi Ettaro, senior consultant international trade & sourcing bij Modint. - Odette van der Geest, stoffenagent en eigenaresse van Fabrics & I Voor alle deelvragen zal ik zowel gebruik maken van desk research als field research, omdat voor alle drie de vragen informatie uit de branche even belangrijk is als geschreven informatie uit rapporten, tijdschriften, blogs en van het internet. 6
7 1.7 Structuur van het Rapport Het onderzoeksrapport zal beginnen met de belangrijkste gebeurtenissen in de textiel- en kledinghandel vanaf 1995, die invloed hebben gehad op het hedendaagse sourcing landschap. Als beginjaar voor het onderzoek is gekozen voor 1995, omdat in dit jaar het Wolrd Trade Organization is opgericht en het Agreement on Textiles and Clothing inging. Deze twee gebeurtenissen hebben grote invloed gehad op de internationale textiel- en kledinghandel. Het hierop volgende hoofdstuk omschrijft het landschap van kledingproducerende landen en de redenen waarom deze landen van (toenemend of afnemend) belang zijn voor de export van kleding aan grootwinkelbedrijven. Hierna volgt het hoofdstuk over de belangrijkste sourcing criteria voor grootwinkelbedrijven. Hierin komen de interne keuzefactoren aan bod die voor inkopers van grootwinkelbedrijven van belang zijn bij hun keuze voor productie in een land. Gevolgd door de invloedhebbende externe factoren op sourcing. De ontwikkelingen die plaatsvinden in de modebranche worden genoemd in het zesde hoofdstuk. Hier worden hedendaagse ontwikkelingen besproken die nu van invloed zijn en (sommige) ook voor de toekomst. Het rapport wordt afgesloten met de eindconclusie. Hierin zal antwoord gegeven worden op de hoofden deelvragen. 7
8 Hoofdstuk 2 De historie van handel en kledingproductie In de wereldwijde handel hebben tussen 1995 en 2012 een hoop veranderingen plaatsgevonden die van invloed zijn geweest op de hedendaagse sourcing. In dit hoofdstuk zal aan bod komen wat de belangrijkste ontwikkelingen zijn geweest en welke invloed dat tegenwoordig heeft op het sourcing landschap. Sinds de Tweede Wereld Oorlog is er behoefte aan versterking van de wereldeconomie en een steeds verdergaande liberalisering van de handel. Dit mondde uit in de oprichting van het General Agreement on Trade and Tariffs (GATT). Het GATT is opgericht in 1944 met als doel de internationale handel te bevorderen door de belemmeringen zoveel mogelijk te verminderen en uniform te maken in de vorm van relatief lage tarieven. 1 In verschillende zogenoemde GATT-rondes werden de afspraken keer op keer aangepast. Twee principes waren hierbij van belang: - Het GATT is multilateraal en dus moeten akkoorden gesloten worden tussen alle leden. - Non-discriminatie. Als lidstaten bijvoorbeeld de invoertarieven voor een bepaald product verminderen, dan moeten ze dat doen voor alle lidstaten. 2.1 Het Multi Vezel Akkoord In 1974 werd binnen het GATT het Multi Vezel Akkoord (MFA of MVA) gesloten. Binnen deze overeenkomst werden textiel en kleding quota bilateraal onderhandeld en beheerst door de regels van het Multi Vezel Akkoord. Dit voorkwam dat stijgingen van de invoer van bepaalde producten ernstige schade aanrichtte of dreigde aan te richten aan de industrie van het land van invoer. Dit akkoord was een belangrijke afwijking van de fundamentele GATT-regels en in het bijzonder het beginsel van nondiscriminatie. De ontwikkelingslanden waren niet blij met deze beperkingen van het MFA en eisten nieuwe onderhandelingen om de kleding- en textielhandel weer op te nemen in de algemene GATTakkoorden. Hiermee zouden alle textiel en kleding quota afgeschaft worden. Uiteindelijk begonnen hier onderhandelingen over in de Uruguay-ronde die geleid hebben tot het beëindigen van het Multi Vezel Akkoord eind Tijdens deze ronde werd het werk van de GATT afgerond en tot de oprichting van de World Trade Organization (WTO) besloten Het World Trade Organization s Agreement on Textiles and Clothing Het WTO is een plek waar leden (overheden), handelsproblemen die ze met elkaar tegenkomen, op proberen te lossen. Het WTO bevordert en beschermt de wereldwijde handel. Op 1 januari 1995 werd het Multi Fibre Agreement vervangen door het Agreement on Textiles and Clothing (ATC). Het ATC is een akkoord tussen alle WTO landen dat bepaalt hoe tijdens een tienjarige overgangsperiode (1/1/1995 tot 1/1/2005) geleidelijk alle handel in textiel- en kledingproducten tussen lidstaten van de WTO quotavrij worden en onderworpen wordt aan importtarieven die werden onderhandeld tijdens de Uruguay-ronde. 1 Dit akkoord heeft voor een grote verandering gezorgd binnen de internationale textiel- en kledinghandel. Tegen het einde van het akkoord bleek 51% van de textiel- en kledingproducten door de invoerbeperkende landen geïntegreerd, waarvan zeer weinig gevoelige aan quota s onderworpen producten. Dit betekent dat op 1/1/2005 de resterende 49%, met vooral gevoelige kledingproducten, quotavrij werden. Dit proces verliep in eerste instantie rustig maar dit veranderde met de toetreding van China tot de WTO. 2.3 De toetreding van China tot de World Trade Organization De toetreding van China tot de WTO in 2001 wordt gezien als een mijlpaal in de historie van de internationale handel. China kwam voor het eerst uit haar isolatie. 1 Schone Kleren Campagne (2005). De uitvoering van het Textiel- en Kledingakkoord ( ). 8
9 Voordat China toetrad tot de WTO had zij enkel bilaterale overeenkomsten met landen, waaronder de Europese Unie. China was toen al (in waarde) de grootste leverancier van textiel en kledingproducten aan de Europese Unie. De importquota die de EU voor China hanteerde, werden zeer intensief gebruikt. Dit betekent dat de afschaffing van alle quota in 2005 zal leiden tot een enorme toename aan importen uit China. Daarnaast was het Chinese beleid erop gericht om in de komende jaren haar productiecapaciteit in de textiel te verhogen en enorme investeringen te doen om de industrie te moderniseren. De Europese textielindustrie heeft er groot belang bij zich te verzekeren van eerlijke en open toegang tot de Chinese markt. Dit was de voornaamste prioriteit van de Gemeenschap bij de onderhandelingen over de toetreding van China tot de WTO. 2 De toetreding van China zal een aantal grote voordelen hebben voor de Europese markt. - China zal zijn douanetarieven sterk verlagen via een geleidelijke inkrimping tijdens de periode tot aan Alle door China gehanteerde quota op de invoer van grondstoffen zullen worden afgeschaft. China zou zelf als WTO-lid een belangrijke bondgenoot van de Gemeenschap kunnen worden bij haar pogingen een betere toegang te verkrijgen tot de markten van andere landen die, ondanks hun WTOlidmaatschap, douanetarieven in deze sector blijven toepassen. Verder zal door afschaffing van de quota de Chinese export naar Europa en de Verenigde Staten toenemen. De toetreding van China tot de WTO zou dus gaan leiden tot een versterkte concurrentie op de Europese markt, zowel voor het Europese bedrijfsleven als, in het bijzonder in de lagere prijscategorieën, tussen de voornaamste uitvoerlanden in de sector zoals China en India. Voor Chinese exporteurs werd het mogelijk te investeren in nieuwe machines en technologieën. Dit leidde tot een verhoging van hun productiviteit en een prijsverlaging tot 75%. Hierdoor konden zij verkopen tegen prijzen die zelfs beneden de grondstofkosten van westerse producenten liggen. Daar is niet tegen op te concurreren. In Bangladesh waren de loonkosten op dat moment even laag als in China, maar toch lukte het hun niet om mee te concurreren. Zo kon China een nog groter marktaandeel winnen. De toetreding van China tot de WTO heeft geleid tot de groei van China als kleding exporterend land. Gedurende een periode van twaalf jaar vanaf het moment van toetreding, zal er een speciaal overgang beveiligingsmechanisme zijn, voor het geval dat import van producten van Chinese afkomst ernstige schade toebrengt aan de binnenlandse industrie van andere WTO leden. China zal een onderdeel vormen van de ATC en zal net als alle WTO leden quota s op textiel en kleding moeten afschaffen op 31/12/2004. Het speciale overgang beveiligingsmechanisme zal tot eind 2008 blijven, zodat de WTO actie kan ondernemen als de export van Chinese textielproducten schade toebrengen aan de markt. Zelfs tijdens het quotaregime, gekarakteriseerd door een vervormde wereldwijde markt voor productie van textiel en kleding, vonden ondernemers in landen die beperkt werden door de quota manieren om hier onderuit te komen. Zij vestigden fabrieken in landen die weinig gebruik maakten van de quota die zij hadden en hielpen op deze manier mee in het industrialisatie proces van deze landen. Koreaanse bedrijven vestigden fabrieken in Bangladesh, de Cariben en Afrika, Chinese bedrijven vestigden fabrieken op verschillende plekken in Azië en Afrika en Indiase bedrijven deden dat op de Malediven en Madagaskar Afschaffing van de quota Op 1/1/2005 was de quota op Chinese textiel- en kledingproducten afgeschaft. Daarmee is de wereldhandel vrij gekomen, met alle gevolgen van dien. Diverse landen vrezen het ergste. Chinese export schoot vanaf dat moment omhoog. Dit had een grote impact op lagelonenlanden als Turkije, Bangladesh, Mauritius, Zuid-Afrika, Mexico, Peru, Sri Lanka, Bulgarije en de westerse producenten. 2 SCHRIFTELIJKE VRAAG E-1713/00, van Paul Rübig (PPE-DE) aan de Commissie (29 mei 2000), Voorwaarden voor toetreding van China tot de WTO in de textielsector. 3 Adhikari, Ratnakar and Yamamoto, Yumiko (2008), The textile and clothing Industry: Adjusting to the post-quota world. 9
10 Zij beseften dat ze hun afzet, die in het quotasysteem gewaarborgd was, volledig aan China kwijt konden raken. 4 Het westen werd ineens overspoeld door goedkope producten uit China. In 2002 steeg het totale importvolume, waar geen belemmering meer voor gold, van 33% naar 51%. De eerste reactie op deze situatie was schrik. Het westen wil zich beschermen tegen de goedkope producten en lage loonkosten in Azië en probeert de zaak weer dicht te gooien en nieuwe, protectionistische maatregelen in te voeren. De politiek in Europa heeft toen besloten safequard measures te nemen. 5 Volgens Pieter Remstedt, eigenaar van Texport Childrenswear, een kinderkledingbedrijf dat kantoren in Sjanghai, Hong Kong en Bangladesh heeft, is dit onverstandig en is het opheffen van de quota's juist positief voor de wereldhandel. Lange tijd heeft het Westen juist profijt gehad van de goedkope productie uit China. Doordat China beschikte over de juiste grondstoffen en goedkope werkkrachten bleef de productie uit dat land ook toegankelijker dan die uit landen als India en Bangladesh. Zij moesten de grondstoffen elders vandaan halen waardoor de kosten toenamen. 6 Nu het tijdperk van de vrije markt is aangebroken voelen veel landen, die aanvankelijk de bescherming van de quota's genoten, zich bedreigt door landen als China en India. De recente cijfers zijn zorgwekkend, maar enorme toename in export vanuit Azië is een logische reactie op de afschaffing van het quotasysteem. De deskundigen verwachten dat de markt binnen afzienbare tijd zal stabiliseren en dat de vrije markt juist op diverse vlakken kansen biedt aan alle WTO landen. De opheffing van de quota's heeft een cyclus in gang gezet. Door het hoge exportvolume en de investeringen door westerse bedrijven in China, zal het land spoedig welvarend genoeg zijn waardoor loonkosten omhoog gaan. Daardoor zal de productie op zijn beurt duurder worden. De situatie zal uiteindelijk stabiliseren. In de tussentijd heeft het Westen de gelegenheid enigszins controle uit te oefenen op de import. En natuurlijk kunnen wij profiteren van China waar de koopkracht blijft groeien. Toch lopen de spanningen tussen China, Europa en de Verenigde Staten verder op. Geen van de landen is bereid concessies te doen met betrekking tot de onderlinge handelsproblematiek. In juni 2005 bereiken de EU en China een akkoord om de groeiende stroom textielproducten naar de EU in te perken. Het akkoord heeft een looptijd van drie jaar, totdat in 2008 de textielhandel volledig is geliberaliseerd. China zal opnieuw een quotasysteem invoeren dat bepaalt hoeveel textiel en kleding individuele Chinese producenten mogen exporteren. China heeft toegezegd zich nu te beperken tot een jaarlijkse groei van haar textieluitvoer met 10 procent. Dat is iets meer dan de 7,5 procent tot uiterlijk 2008 waartoe China zich bij zijn toetreding in 2001 tot de WTO had verplicht Het gevolg van de quota en de afschaffing Hoewel de MFA oorspronkelijk een protectiemaatregel was in het voordeel van ontwikkelde landen, hebben ontwikkelingslanden ook kunnen meeprofiteren. Voor hen werd het namelijk mogelijk een industrie op te zetten gebaseerd op een gegarandeerd marktaandeel als gevolg van het quotasysteem. Landen die de protectie van de quota en overvloedige goedkope arbeid combineerden, zagen deze arbeidsintensieve industrie snel ontwikkelen, doordat lokale en internationale investeerders duizenden banen boden aan de eerder ongekwalificeerde populatie. Echter, doordat het marktaandeel gegarandeerd was, creëerden de quota s ook een zekere mate van zelfgenoegzaamheid en gebrek aan competitiviteit. 8 Het directe effect van het afschaffen van de quota s eind 2004 was een winst voor de ontwikkelingslanden en een verlies voor de (semi-) ontwikkelde landen in Azië en Europa. De Chinese export van textiel en kleding is van 2004 tot 2005 met respectievelijk 22,8% en 19,9% gegroeid, Interview Antonio Barberi Ettaro 6 Van den Broek, Wendela (2005), China: een bedreiging of een kans voor de westerse mode- en textielindustrie?, Fashion United vakblad Saxena, S. and Salze-Lozac h, V. (2010), Competitiveness in the Garment and Textiles Industry: Creating a supportive environment. A case study of Bangladesh. The Asia Foundation. 10
11 waardoor haar aandeel in de wereldhandel van textiel en kleding groeide naar respectievelijk 20,2% en 26,9%. Ook andere ontwikkelingslanden in Azië maakten een groei door in het eerste jaar na de afschaffing. Textielexport uit India, Pakistan, Indonesië, Thailand, Maleisië en Bangladesh groeide met 7-16%. Echter nam de export uit de topproducerende landen in Oost-Azië Hong-Kong, Korea, Taiwan en Japan af met 3-4%. De EU, s werelds grootste exporteur van textiel, exporteerde in ,8% minder dan in De exportmarkt van kleding groeide sneller dan die van textiel. De totale kledingexport bereikte in 2005 een waarde van US$276 miljard, wat een groei was van 155% ten opzichte van US$108 miljard in De totale afschaffing van de quota, eind 2008, heeft er toe geleid dat landen nu vrij kunnen handelen. Als gevolg hiervan zijn grootwinkelbedrijven massaal gaan inkopen in het Verre Oosten. De gevolgen op de import van Nederland zijn te zien in de bijgevoegde tabel Belangrijke landen in de historie van kleding- en textiel handel Importerende landen De EU (vanaf haar oprichting in1992), VS, Canada en Japan (al sinds 1980, geen eerdere informatie beschikbaar) waren de eerste importgeoriënteerde markten. De grootste importerende markten zijn ontwikkelde, geïndustrialiseerde landen met als leiders Europa en de Verenigde Staten. 11 In ontwikkelde landen zijn kosten voor lonen en land erg hoog en daarom is het niet aantrekkelijk om een arbeidsintensieve industrie als de textiel- en kledingindustrie in deze landen uit te voeren. Hierdoor werd de productie verschoven naar ontwikkelingslanden, waar de kosten vele malen lager waren en die door deze mogelijkheid een fase van industrialisatie konden doormaken. In de tweede helft van de 20ste eeuw verspreidde de industrialisatie zich in een hoog tempo over de wereld, te beginnen met Azië. Tussen 1980 en 1995 is de textielproductie van Azië met 98% gestegen, terwijl de productie in Europa met 32% is gedaald. 12 Landen als Hong Kong, Taiwan en Singapore ontwikkelden zich snel tot gevestigde economieën en hun productiekwaliteit steeg. Dit leidde tot een stijging van de import. Deze markten bleven kleding exporteren, maar over het algemeen produceren zij alleen producten van hoge kwaliteit en geen massa producten. De ontwikkelde landen worden gekarakteriseerd door ver ontwikkelde technologieën die kapitaal intensief zijn, goed geschoolde en -betaalde werknemers, grote flexibiliteit, goede productiviteit en kwaliteit Exporterende landen Exporterende, voornamelijk Aziatische landen werden gekenmerkt door massa productie van lage kwaliteit, laaggeschoolde arbeiders met lage lonen, weinig technologie, lage flexibiliteit en productiviteit. Textiel en kleding horen bij de eerste producten die een industrialiserende economie produceert. Ze spelen een belangrijke rol in de eerste fase van industrialisatie, omdat hiervoor laaggeschoolde, hardwerkende mensen nodig zijn. Industriële ontwikkelingen richting meer kapitaalintensieve en hightech productie kunnen leiden tot het opschalen van de economie. Dit resulteerde in verloop van tijd in een diverse groep Aziatische landen die textiel en kleding produceren. Tussen 1980 en 1995 zijn Hong Kong, China, Korea, Taiwan en Japan de belangrijkste productielanden geweest. Van minder groot belang waren: - In Azië; India, Pakistan, Indonesië, Bangladesh 13, Vietnam en Thailand - In Oost-Europa; Polen, Oekraïne, Wit-Rusland, Bulgarije en Roemenie - in Noord-Afrika; Tunesië en Marokko 14 9 Bijlagen 2 10 Extra Bijlage Tabel + grafiek Modint 11 Bijlage Internview Ellen Brugman 14 Bijlage 2 11
12 In die tijd was de vraag van de lokale binnenlandse markt nog veel minder groot. Alles moest van de grond af aan opgebouwd worden. Creativiteit van de inkopers was erg belangrijk. 15 Tegenwoordig leveren meer dan vijftig ontwikkelingslanden kleding aan de geïndustrialiseerde wereld, waarbij de 25 grootste samen verantwoordelijk zijn voor bijna 90% van de handel. Maar de snelheid waarmee de kledingproductie zich vervolgens in de tweede helft van de 20ste eeuw verplaatste naar andere delen van de wereld, was ongekend. De belangrijkste oorzaken: lage arbeidskosten en flexibele arbeiders stimuleringsregelingen voor buitenlandse bedrijven door de overheden van rivaliserende productielanden snelheid en lage kosten van nieuwe communicatietechnologie lagere transportkosten Door deze factoren hebben retailers zich ontwikkeld tot wereldwijd inkopende bedrijven die de minder winstgevende onderdelen van kledingproductie (zoals inkoop van materialen, fabricage, verpakken) uitbesteden aan talrijke leveranciers en producenten. Dit doen ze via wereldwijde productieketens Interview Monique Chaudron
13 Hoofdstuk 3 Het sourcing landschap Om een beeld te krijgen van de hedendaagse sourcing mogelijkheden worden in dit hoofdstuk de landen besproken die een belangrijke rol spelen in de productie van kleding. Welke landen zijn in toenemende- en afnemende mate van belang op het gebied van export van textiel en kleding? Ook wordt duidelijk waarom deze landen wel of niet aantrekkelijk zijn voor kledingproductie. Er zijn maar 4 landen in de wereld met een complete keten van katoen verbouw, spinnerijen en weverijen, ververijen en printers, kledingateliers, en de hele sector daaromheen, de toeleveringsindustrie. Deze landen zijn China, India, Pakistan en Turkije. 17 Het voordeel van deze landen is dat alles in hetzelfde land gebeurd en niets uitbesteed (geïmporteerd en geëxporteerd) hoeft te worden. Je zou dus verwachten dat deze landen de belangrijkste toeleveranciers zijn en ook zullen blijven. Als dat niet zo is, komt dat door overheidsingrijpen, een andere bijzondere situatie of een heel laag loon in een ander land. Turkije, Bangladesh en India zijn, na China, de grootste exporteurs naar de EU. De landen die het meest exporteren naar Nederland zijn China, Duitsland, Turkije, Bangladesh en Italië. 18 Deze landen staan al sinds 2003 in de top 5, met wisselde ranking. Turkije, Bangladesh en Italië wisselen elkaar af. De top 5 van landen die exporteren naar de EU is in vergelijking met 2009 onveranderd. Het totale volume van kledingexport van deze 5 landen naar de EU was in 2006 goed voor een aandeel van 59% van de totale export naar de EU, gevolgd door 71% in De toenemende afhankelijk is een goede reden voor de toeleveranciers om hun prijzen te verhogen. Dit heeft geleid tot een zoektocht naar alternatieven, wat blijkt uit de hoge groeicijfers van sommige kleinere landen. 3.1 China De afgelopen vijf jaar zijn voor China bijzonder enerverend geweest. Een hoop doelstellingen van het afgelopen 11 e vijfjarenplan zijn dan ook behaald. Het land heeft de afgelopen jaren een enorme economische groei doorgemaakt. Het inkomen per hoofd van de bevolking is zowel in de steden (82,1%) als op het platteland (81,5%) sterk toegenomen. Daarnaast is de Chinese industrie in rap tempo aan het moderniseren en technische verbeteringen zorgen ervoor dat de productiecapaciteit van de industrie efficiënter functioneert. Het doel van efficiënter energieverbruik en verlaging van de CO2 uitstoot is dan ook behaald. De afgelopen vijf jaar heeft China grote stappen gezet op het gebied van internationale economische samenwerking. De hoeveelheid aan buitenlandse investeringen heeft een jaarlijkse groei van 30% behaald. 19 Voorbeelden van landen waarin China investeert zijn: Bangladesh, Cambodja en Myanmar. Verwacht wordt dat China tegen 2020 s werelds grootste economie wordt. Dit wordt aangedreven door een sterke verstedelijkingsgraad, een goed investeringsklimaat, grote investeringen in infrastructuur en het grootste aantal arbeidskrachten. Zo zal China zich omvormen van het grootste productiecentrum naar een van de grootste consumentenmarkten in de wereld. Ook de demografische samenstelling van de bevolking zal een belangrijke factor van de groei zijn. China zal s werelds grootse bevolking hebben binnen de arbeidsleeftijd. De groeiende groep van jonge consumenten gaan in toenemende mate de vraag van innovatie bepalen. 20 Maar er zijn een aantal ontwikkelingen in de markt ten nadele van China. Door de onzekerheid van de economische crisis gaan inkopers kleinere aantallen inkopen De levertijden in Europa worden korter Andere Aziatische landen zijn dichterbij Europa dan China De waarde van de Chinese munt ten opzichte van de Euro is gestegen 17 Interview Antonio Barberi Ettaro 18 Extra bijlage Modint tabel en grafiek
14 Veel andere Aziatische landen devalueerden tegenover de Euro. Chinese prijzen zijn dus in de afgelopen vijf jaar gestegen voor Europa De EU heeft haar oorsprongsregels voor landen met extreem lage inkomens veranderd en dus is het nu veel makkelijker om invoerrechtenvrij uit Bangladesh of Cambodja te importeren dan vijf jaar geleden. 21 De Chinese arbeidskosten zijn toegenomen door hogere minimumlonen, in 2007 bijna twee keer zo hoog als in buurlanden Competitie om de huidige capaciteit tussen het Westen en de groeiende Chinese binnenlandse markt Overheidsmaatregelen om arbeid weg te halen uit de kledingindustrie, hierdoor is het lastig werknemers te vinden in de gevestigde omgeving Gedurende de economische crisis hebben veel Europese bedrijven om deze redenen hun sourcingactiviteiten in China verminderd. Ook in omringende landen klagen mensen, omdat hen elke dag verteld wordt hoe hun economie door het dak schiet, maar als kledingproducent, is dit niet het geval. Veel Chinese producenten hebben evenveel moeite met het verdienen van hun brood als producenten in India, Bangladesh en Vietnam. Voor veel Chinese kledingproducenten is de situatie misschien wel slechter dan ergens anders in Azië. Zij verwachtten een veel snellere groei dan de huidige 7 a 8% en houden voorraden over die ze niet kunnen verkopen, waardoor ze weer geen nieuwe orders aan kunnen nemen. Als je groei verwacht en dienovereenkomstig plant, kan een langzame groei erger zijn dan verwachte mindere verkopen voor anderen Nieuwe kansen in het Aziatische landschap De afnemende aantrekkelijkheid van China voor Europese retailers, biedt nieuwe kansen aan andere Aziatische landen om dit gat in te vullen. Hier volgen Aziatische landen die mogelijk een goede kans maken een deel van de Chinese productie over te nemen Vietnam Vietnam is naast China het land met de meest indrukwekkend ontwikkeling in het Verre Oosten. Met een totale exportwaarde van US$6,9 miljard groeide de export van dit land met 18% in de eerste 10 maanden van Terwijl de export naar de EU daalde, groeide deze naar de VS. 22 De export naar Nederland nam in 2010 fors af met 55,6%, maar steeg in 2011 weer met 25,2%. 23 Hoewel de importprijzen uit Vietnam stegen, behoren deze nog steeds tot de lage tot gemiddelde prijsklasse. De kosten zijn lager dan in China en India, maar hoger dan Bangladesh en Pakistan. Meer dan Chinese andere buurlanden, profiteerde Vietnam van verschuivingen in sourcing volume en productiefaciliteiten in tijden van quota s en recentelijk hogere kosten in China. Het land maakt gebruik van Chinese materialen, maar heeft goedkopere arbeidskosten. Vietnam was in 2010 nog s werelds snelst groeiende economie. De infrastructuur verbeterd en ze zijn snel in het oppakken van moderne technologieën. Ook de binnenlandse vraag is aan het groeien. Een reden hiervoor is de actieve betrokkenheid van de Vietnamese overheid in de kledingindustrie. 24 Om de groeiende binnenlandse en buitenlandse vraag te beantwoorden, zal Vietnam investeren in productie-uitbreidingen. Toch ondervindt de Vietnamese kledingindustrie dit jaar wat moeilijkheden. Problemen met aanvoer van grondstoffen, de beroepsbevolking en kwaliteit zullen leiden tot een vertraagde groei. Vietnam importeert het grootste deel van haar materialen voor kledingproductie. Dit gebrek aan zelfvoorziening in grondstoffen en materialen maakt het moeilijk voor Vietnam om grote producties uit te voeren India De Indiase export naar de EU daalde marginaal met 0,3% in waarde in het jaar tot juni 2010, terwijl export naar de VS steeg met 3,6% in het jaar tot mei India is een van de landen die het Salmon, K. (2011), Global sourcing reference: Guide for the retail, hard goods and apparel industry. 23 Extra bijlage Modint tabel en grafiek 24 CBI (2009), The effect of the international financial and economic crisis on the garments sector in developing countries. Nash BV
15 complete proces kunnen verzorgen 26 en hiermee een concurrent van China. Experts zeggen dat India het potentieel heeft haar exportaandeel in de wereldhandel te vergroten van de huidige 4,5% naar 8% in India is een passend alternatief voor China, betreffende geweven producten. Bovendien is de Indiase binnenlandse vraag aan het versterken, wat meer investeringen aantrekt. India profiteert ook van toenemende arbeidskosten in Bangladesh en het verlies van belastingvrije toegang tot de EU van Sri Lanka. Een ander voordeel van India is haar stabiele aanvoer van stoffen. De fabrikanten hebben toegang tot verschillende grondstoffen en willen hier een designfase aan toevoegen om zich te onderscheiden van concurrenten. De belangrijkste productgroep voor India is casual wear. Het land focust het meest op de productie van katoenen kleding, aangezien zij een grote voorziening aan katoenvezels en een grote capaciteit heeft om deze te spinnen en tot garen te maken. Nederlandse grootwinkelbedrijven laten in India voornamelijk kleding van licht geweven stoffen produceren, zoals blouses en tunieken. Ze zijn goed in het maken van uitgewerkte producten met pailletten, kraaltjes etcetera. India is interessant voor lange termijn productie, maar het land kan ook fungeren als korte termijn producent. Zij kunnen binnen 4 weken produceren en om het vervoer te versnellen, de goederen met het vliegtuig versturen. Hierdoor kunnen zij goed concurreren met bijvoorbeeld Turkije. India blijft enigszins riskant in termen van protectionistische maatregelen. De beperking op de katoenexport is hier een voorbeeld van. Daarnaast heeft het land last van 'environmental issues' waar grote verbetering in nodig is. Ook is het nodig dat de Indiase regering investeert in de infrastructuur om nog aantrekkelijker te worden 27 voor de buitenlandse retailers Bangladesh Bangladesh is de grootste exporteur van kleding na China en Turkije. Het land heeft zijn kledingexport in de periode van 2004 tot 2009 bijna verdubbeld. De productiekosten in Bangladesh horen bij de laagste in de wereld, voornamelijk door de extreem lage loonkosten. Voor het verbeteren van de slechte sociale werkomstandigheden zijn de lonen in oktober 2010 met 80% omhoog gegaan ten opzichte van Maar de lonen zijn nog steeds laag in vergelijking met het gemiddelde Chinese loon in kledingproductie. Daarbij gebruikt Bangladesh inheems natuurlijk gas om 87% van zijn energie op te wekken. Dit lijdt tot lagere elektriciteitskosten. Een ander voordeel is dat producenten in Bangladesh met betrekking tot de EU een belastingvrije regeling hebben. Dit is een voordeel ten opzichte van andere landen waarvoor 12% invoerrecht betaald wordt. Met deze regeling is de export van (alleen) gebreide artikelen naar de EU gepromoot. De stoffen worden veelal geïmporteerd uit China, wat nu invoerrechtvrij is. Voorheen moesten hier wel invoerrechten voor betaald worden. Het gebruik van lokale stoffen was toen wel vrij van invoerrechten. 28 Doordat de productiekosten in China stijgen, krijgt Bangladesh langzaam aan steeds meer orders voor goedkope, arbeidsintensieve artikelen als casual kleding. Bovendien wordt, onder invloed van Chinese investeringen in Bangladesh, de make steeds mooier. 29 De beschikbaarheid van een gigantische capaciteit, goede management en machines 30 zijn belangrijke factoren voor investeringen in Bangladesh. Dit stimuleert het land om te investeren in de, nu nog slechte, infrastructuur 21 en het verbeteren van de kwaliteit van producten. Maar Bangladesh heeft nog een lange weg te gaan. Daarnaast zijn de arbeiders maar voor 25% zo productief als de Chinezen. En in vergelijking met India zijn ze 15% minder effectief. Dit wordt gecompenseerd door het inzetten van extra werkkrachten, maar is wel een hekel punt waar Bangladesh aan moet werken om beter te kunnen concurreren. 26 Interview Antonio Barberi Ettaro 27 Capgemini (2007), India set to challenge China as global offshoring sector evolves. Paris 28 Adhikari, Ratnakar and Yamamoto, Yumiko (2008), The textile and clothing Industry: Adjusting to the postquota world. 29 Interview Ellen Brugman 30 The source (2012), Edition
16 Bangladesh is zeer aantrekkelijk voor het laagsegment. Om in Bangladesh te kunnen produceren, moet je grote aantallen aanbieden. Mede hierdoor en door de goede relaties die de fabrikanten opbouwen met inkopers 31, is het land voor grootwinkelbedrijven erg aantrekkelijk voor de productie van voornamelijk gebreide basisartikelen, tegen een scherpe prijs. 32 Vietnam 33, Cambodja, India, Pakistan en Sri Lanka zijn alternatieve landen die Bangladesh evenaren ten aanzien van het prijsniveau. Bangladesh heeft als productieland echter ook nadelen. Het vinden van fabrieken die voldoen aan de BSCI standaarden is een probleem. 34 De brand in de Tazreen fabriek die op 25 november 2012 minimaal 110 mensen het leven gekost heeft, is een voorbeeld van een fabriek die niet voldeed aan de veiligheidseisen. De corrupte veiligheidsinspectie kwam regelmatig langs bij de fabriek, maar niet om te checken, maar om geld te innen. Sinds 2006 zijn naar verwachting meer dan 500 arbeiders gestorven door branden in fabrieken in Bangladesh. Wereldwijde retailers zouden moeten investeren in het verbeteren van de veiligheid in de fabrieken. Pas dan kan de situatie echt veranderen. Veel van deze retailers zijn onwillig hogere prijzen te betalen voor productie, wat wel nodig zou zijn om de veiligheid in de fabrieken te verbeteren. Arbeidsgroepen zeggen dat een jaarlijkse prijsstijging van 3% genoeg is om de nodige verbeteringen toe te passen. Daarnaast is het van belang dat er een onafhankelijk inspectiesysteem komt, om zo de corruptie in het land tegen te gaan. 35 Als Bangladesh niet aan de eisen voldoet, zal hun aandeel in de wereldmarkt mogelijk aanzienlijk krimpen en het aantal producenten gereduceerd worden tot een minimum Pakistan De overstromingen in Pakistan in 2010 en 2011 hebben grote invloed gehad op de katoenproductie en lokale infrastructuur. Ongeveer 30% van de katoengewassen is vernield en hectare grond waar katoen op groeide stond onder water. Het tekort aan katoen voor export moest geïmporteerd worden uit India en China. De overstromingen hebben ook geleid tot een groei van de inflatie. In 2012 is Pakistan weer zelfvoorzienend. De katoenproductie is van 11,7 miljoen balen vorig jaar, gestegen naar 15 miljoen balen dit jaar. De stijging was grotendeels te wijten aan All Pakistan Textile Mills Association s pleidooi voor vrije marktmechanismen tijdens de prijsstijgingen in Dit leidde tot een inkomensstijging van Rs 400 miljoen voor Pakistaanse katoenboeren. Hierdoor waren de boeren in staat die opbrengsten te investeren in de productie van grotere opbrengsten. Textiel is goed voor het grootste deel van de Pakistaanse exportinkomsten. Maar het falen in het opbouwen van een goede exportbasis voor andere fabrikanten heeft het land kwetsbaar gemaakt voor verschuivingen in de mondiale vraag. 36 Voor import van bijna alle producten uit Pakistan wordt sinds 15 november 2012 geen 9,6% invoerrecht meer betaald. Deze regeling zal gelden tot eind Het land zal dan net zo aantrekkelijk kunnen worden als Bangladesh. 37 Pakistan wordt gekenmerkt door een hoog niveau van politieke en etnische spanningen. De overheid heeft een grote invloed op de economie en er bestaat een grote mate van corruptie Indonesië In Indonesië is de katoenprijs het laagst van de regio, maar operationele kosten zijn hoger dan in de meeste landen in de regio het geval is. Daarnaast zijn de machines die gebruikt worden voor 31 Saxena, S. and Salze-Lozac h, V. (2010), Competitiveness in the Garment and Textiles Industry: Creating a supportive environment. A case study of Bangladesh. The Asia Foundation. 32 Interview Ellen Brugman 33 Vietnam is in 2007 lid geworden van de WTO en is sindsdien een van de grootste concurrenten van Bangladesh. 34 Interview Eva Rethmeier 35 The source (2012), edition Salmon, K. (2011). Global sourcing reference: Guide for the retail, hard goods and apparel industry. 37 Interview Antonio Barberi Ettaro 38 Modint (2008), Handleiding productie-uitbesteding. Amsterdam 16
17 productie zeer verouderd. Wel beschikt Indonesië over een grote capaciteit in verschillende productsoorten. Het land heeft, van alle Aziatische kledingproducerende landen, een van de meest geverticaliseerde industrieën. De productiecapaciteit van gebreide basisartikelen behoort tot de grootste ter wereld. 39 Ook kunnen in het land synthetische kleding en high-end katoenen overhemden geproduceerd worden. Voor de welvaart en industrialisatie van het land zou het goed zijn om de textiel- en kleding industrie te stimuleren. Het land heeft een groeiende reputatie als toegevoegde waarde producent, door haar geïntegreerde bedrijfsprocessen en door een groeiende ontwerpfase. Indonesië is een goed alternatief voor gebreide artikelen voor China, ondanks dat productie in Indonesië niet goedkoper is. Met de verdwijning van import protectiemaatregelen op Chinese producten, is de competitie vanuit China echter groot. 40 Daarnaast zal in 2013 het gemiddelde minimum loon stijgen. Arbeidsorganisaties eisen dit na een economische groei van 6% in acht achtereenvolgende kwartalen Sri Lanka Tussen 2007 en 2008 lukte het Sri Lanka om haar export naar de Europese markt te vergoten. In 2008 ging 47,2% van Sri Lanka s export naar de EU. 42 Maar het verlies van belastingvrije toegang tot de EU heeft hier op negatieve manier verandering in gebracht. Reden voor deze ontzegging was schendingen van de mensenrechten die voortvloeiden uit de burgeroorlog. Het heeft grote invloed gehad op duizenden arbeiders en hun families. 43 Sri Lanka is voornamelijk aantrekkelijk voor de productie van tricot, T-shirts, kwalitatief goede bh s en ondergoed. Op kostenniveau zijn de katoenprijzen, arbeidskosten en operationele kosten lichtelijk hoger dan in Bangladesh en Pakistan. De communicatie met de fabrikanten verloopt redelijk gemakkelijk doordat zij de Engelse taal beheersen. Echter, de politieke risico s in het land zijn groot door de sociale onrust en geweld veroorzaakt door de Tamil Tigers. Daarnaast is de infrastructuur niet goed. In 2014 zal Sri Lanka weer behoren tot het GSP plus systeem. Dit zal mogelijk voordelen brengen voor productie in Sri Lanka Cambodja In 2009 leek Cambodja nog het enige Aziatische laaginkomen land te zijn waarbij de export afnam in plaats van toenam. 44 Maar op 1 januari 2011 zijn ook voor Cambodja de oorsprongregels veranderd. Dit heeft geleid tot hernieuwde interesse in het land. De export naar de Verenigde Staten en Europa nam toe. De Europese markt brengt Cambodja ruim 168 miljoen euro op. Halverwege 2012 werkten zo'n 280 duizend Cambodjaanse arbeiders in kledingfabrieken. Zes maanden later zijn dat er ruim dertigduizend meer, zo blijkt uit cijfers van het Cambodjaanse Ministerie van Handel. In Cambodja wordt geproduceerd voor bedrijven als H&M, Adidas en GAP. Als dit soort grote bedrijven in een land opereren is het vaak alleen mogelijk om hier ook te produceren met grote orderaantallen. Is dit niet het geval, dan kiezen de producenten vaak liever voor de grote retailers. 45 Voor de bedrijven is Cambodja goedkoop, de werknemers zijn betrouwbaar en de kwaliteit van de producten goed. Ook het grootste kledingproducerende land ter wereld, China, heeft het potentieel van Cambodja ontdekt. Vooralsnog zijn de sociale arbeidsomstandigheden echter slecht. Het minimum loon is in Cambodja het laagst van alle omringende landen. Betrokken partijen in de kledingketen moeten stappen zetten 39 CBI (2009), The effect of the international financial and economic crisis on the garments sector in developing countries. Nash BV 40 CBI (2009), The effect of the international financial and economic crisis on the garments sector in developing countries. Nash BV 41 The Source, (2012). Edition Dheerasinghe,Rupa, Garment Industry in Sri Lanka Challenges, Prospects and Strategies Interview Antonio Barberi Ettaro 17
18 om een einde te maken aan de hongerlonen en mensenrechten prioriteit geven in hun inkoop- en prijsbeleid. 46 'Er is veel Chinees kapitaal in Cambodja', zegt Christa de Bruin van de Schone Kleren Campagne. 'Het wordt steeds lastiger voor lokale vakbonden om te onderhandelen over arbeidsomstandigheden. Dat komt mede doordat steeds meer fabrieken in buitenlandse handen zijn.' 47 Het Europees Parlement is bezig een campagne op te bouwen om Cambodja de belastingvrije toegang tot de EU te ontzeggen Laos De textiel- en kledingindustrie heeft een belangrijke rol gespeeld in het proces van economische ontwikkeling. Laos is als land sterk afhankelijk van de uitvoer van kleding, namelijk voor 93%. 49 Laos is nog altijd een communistisch bestuurd land. Door de toetreding tot de WTO in 2013 is meer zekerheid en voorspelbaarheid van de regering te verwachten. De export van kleding in 2011 bedroeg ca 136 miljoen. 50 Het exportvolume naar de EU, VS en Japan daalde in augustus 2012 met 27% en dit vervolgde zich in september. De Laos Garment Industry Association gaf als rede van de dalende verkoop het tekort aan personeel. Arbeiders in Laos werken liever niet in de kledingindustrie omdat de lonen niet met de inflatie meebewegen Myanmar Europa maakt weinig gebruik van Myanmar als productieland. Er lijkt wel een hype te ontstaan om dit land, omdat het ongeveer het laatste land is dat zichzelf afzondert van de buitenwereld. Hierdoor is er in dit land weinig infrastructuur. Verder is de beroepsbevolking vrijwel ongeschoold, omdat het militaire regime bijna al het voortgezet onderwijs gesloten heeft, dit uit angst voor studentenprotesten tegen de regering. Er is een reële kans dat Myanmar nooit een veelbetekenend productieland zal worden. De lonen zijn, vergeleken met Bangladesh, hoog en er is geen netwerk van ervaren kledingmakers om deze kosten te verlagen. Het is nu simpelweg een land waarvan gedacht wordt dat het een goedkoop alternatief kan zijn voor andere Aziatische landen. Het heeft echter niet de capaciteit of de kostenstructuur om te zijn wat inkopers hopen. Voornamelijk Thaise producenten zouden graag hun fabrieken naar dit land verplaatsen. De kans bestaat dus dat in de komende jaren producenten zich hier zullen vestigen om de kwaliteit en productiecapaciteit te verbeteren. De competitiviteit van het land zal waarschijnlijk de komende vijf jaar gaan fluctueren. Het is vandaag de dag nog onmogelijk om in te schatten waar Myanmar als kledingproducerend land over vijf jaar staat. 52 In september 2012 is het voorstel om Myanmar weer te laten profiteren van invoerrecht- en quotavrije toegang tot de EU onder het GSP plus systeem, goedgekeurd. Recente verbetering op het gebied van politieke-, sociale- en arbeidsontwikkelingen hebben hiertoe geleid. 53 Myanmar s ministerie van arbeid, werkgelegenheid en sociale veiligheid heeft op 19 november 2012 aangekondigd bezig te zijn met een nieuwe wet die de gezondheid en veiligheid van arbeiders beschermd. 3.3 Zuid-Amerika Bij grootwinkelbedrijven wordt op het moment geen gebruik gemaakt van Zuid-Amerikaanse landen voor productie. Zuid-Amerika produceert nu vooral voor de Verenigde Staten. Productie voor Europese bedrijven staat nog in de kinderschoenen. Deze landen zijn niet geschikt voor de Europese scherpe prijzen en hoge service eisen The Source (2012). Edition Vereniging Importeurs Verre Oosten (2012), Nieuwsbrief The Source (2012). Edition
19 3.4 Afrika Het EUR1 schema staat Noord-Afrikaanse landen, inclusief Egypte, toe te exporteren naar Europese landen zonder invoerrechten te betalen. Deze landen hebben een geografisch voordeel ten opzichte van de EU, hoewel de lonen er relatief hoog zijn. Echter, Tunesië, Egypte en Marokko hebben hun concurrentievoordeel op de Europese markt deels verloren, omdat zij zich voornamelijk hebben gericht op de Amerikaanse markt, onder het Free Trade Agreement. 54 De Chinezen lijken ook interesse te tonen in Afrika. Zullen zij hier naartoe gaan met hun investeringen? Een aantal landen in Westelijk Afrika, waaronder Ivoorkust en Benin, heeft beschikking over katoen. En waar katoen is, zou je een basis kunnen hebben voor productie van kleding. Modint is vorig jaar begonnen met een Afrika-alert. Er was toen echter nog weinig vraag naar. 55 De volgende landen spelen al een rol in de export van kleding naar Europa Egypte De export van Egyptische textiel- en gereed product zijn met 12,2% gestegen in de periode van januari tot september Echter is de Nederlandse import vanuit Egypte sterk gedaald. 56 Recente politieke activiteiten in Noord-Afrika en bureaucratie hebben het lastig gemaakt om met Egypte samen te werken 57 en gezorgd voor een onzekere rol in haar toekomst als productieland. Sommige verschuivingen naar andere landen hebben plaatsgevonden. Echter, gezien meer recente ontwikkelingen in Tunesië en Egypte, wordt niet verwacht dat dit op de lange termijn impact zal hebben op de sourcing activiteiten in deze landen, zolang de lonen en productiviteit op een redelijk niveau blijven. Egypte exporteert voornamelijk geweven kleding. Echter, het percentage gebreide producten stijgt en verwacht wordt dat dit zal doorzetten door de internationale trend richting knitwear en casual kleding. De export is voornamelijk gericht op laag- tot gemiddeld geprijsde artikelen. Turkije heeft veel geïnvesteerd in Egypte, omdat de loonkosten daar erg laag zijn. 20 Toch kampt Egypte nog steeds met het probleem van ongekwalificeerde arbeiders en gelimiteerde verticale integratie doordat de meeste stoffen geïmporteerd moeten worden Tunesië Samen met Marokko is Tunesië gegroeid als belangrijke sourcing bestemming voor Europese retailers. Beide hebben een beter ontwikkelde textiel- en kleding industrie dan Egypte en willen profiteren van hun geografische positie en lagere kosten dan Oost-Europa. De regering steunt de textiel- en kledingindustrie door middel van export zones. Hierbij ontheffen zij exportbedrijven van het betalen van de inkomensbelasting voor 10 jaar. Tunesië heeft een nulrecht bij de EU op voorwaarde dat fabrikanten inlandse stoffen gebruiken, of stoffen uit de EU of Turkije. Er wordt veel gebruik gemaakt van import van Turkse stoffen. Het is nu mogelijk om Turkse stoffen naar Tunesië te sturen, te produceren en met nul invoerrecht te importeren in de EU. In Tunesië wordt onder andere werkkleding, dames blouses, jeans en beach wear geproduceerd Marokko Het aandeel van Marokko in de Nederlandse import is vanaf 2007 bijna gehalveerd. Het grootste deel van de vraag van Marokko s export komt uit de EU, welke differentiatie van textielen kledingfabrikanten heeft gezocht in het Verre Oosten en Noord-Afrika. Dit heeft de Marokkaanse competitiviteit geschaad. Echter, experts denken dat Marokko meer zal groeien in de specialistische kleding industrie. Dit zal misschien leiden tot een duurzamere groei in de toekomst. Marokko is goedkoper dan Turkije, omdat het maakloon er lager ligt. Voor het produceren van duurdere, geweven artikelen op de korte termijn is Marokko een goed alternatief. 54 CBI (2009), The effect of the international financial and economic crisis on the garments sector in developing countries. Nash BV 55 Interview Antonio Barberi Ettaro 56 Extra bijlage tabel Modint 57 Interview Antonio Barberi Ettaro 19
20 3.5 Turkije In 2009 was Turkije gedwongen een strategie aan te nemen gebaseerd op merkcreatie, ontwikkeling van hogere kwaliteit stoffen en waarde toevoegen aan het product, om de druk van goedkopere concurrentie uit China, India en Vietnam aan te kunnen. Na een zwaar jaar, met een dalende export in 2009, heeft Turkije zichzelf teruggevochten in 2010, door goede verkopen aan Europa, waaronder Nederland en opkomende markten. In 2011 importeerde Nederland voor 2 miljard euro aan goederen uit Turkije. Dit is 25 procent meer dan in In 2010 steeg de invoer ook al fors, namelijk met 18 procent. Turkije is, na China en Duitsland, de derde grootste kledingleverancier voor Nederland. 58 Terwijl de EU een aandeel van 80% van de Turkse export bevat, stijgen ook de verkopen aan de binnenlandse markt in 2010 en gaat de export naar opkomende markten goed, voornamelijk in Tunesië, Iran, Irak, Syrië, Azerbeidzjan en China. De recente groei in vraag naar Turkse producten is deels te danken aan korte levertijden die geleidelijk aan gedaald zijn van twee maanden naar vier weken. Verder zijn de voordelen van Turkije, de goedgeschoolde beroepsbevolking, technologie- en design capaciteiten en de flexibiliteit. Turkije biedt een compleet pakket aan en is verticaal geïntegreerd, vergelijkbaar met China. Turkije is geen lid van de Europese Unie en verwacht wordt dat dit de komende 10 jaar niet zal gebeuren. Dit zal namelijk resulteren in een stijging van de lonen. 59 Turkije wordt steeds populairder voor sourcing op de korte termijn. De angst bestaat dat het land vol raakt en dus is de zoektocht begonnen naar goede alternatieven voor Turkije. Daarnaast heeft het land maatregelen getroffen, safegaurd measures, tegen de import in derden landen 60, wat het importeren van stoffen uit Turkije om vervolgens in een ander land te produceren, inhoudt. Dit is een kostprijsverhogende factor en dus is het niet meer zo aantrekkelijk als dat het voorheen was. 3.6 Oost-Europa Het sourcing volume van Oost-Europa is in de laatste jaren gedaald, voornamelijk door gestegen arbeidskosten, uitbreiding van de EU en door een constante verschuiving van Westerse retailers van Cut-Make-Trim (CMT) productie naar Ready Made Garment (RMG) productie. Deze ontwikkelingen hebben hen, ondanks de stijgende kosten in Azië, gehinderd in het terugwinnen van een deel van hun laatste marktaandeel. Het probleem is dat de landen die deels competitief zijn gebleven in kosten (Roemenie, Bulgarije en Oekraïne) de structuur van hun industrie niet zo hebben geverticaliseerd als China, India en Turkije. Hierdoor konden zij niet meegaan in de verschuiving van hun klanten, namelijk van CMT naar RMG. Daarnaast is de productiviteit in Oost-Europese landen relatief laag Roemenie De geleidelijke afschaffing van de quota op Aziatische import in 2005 heeft het Roemeense concurrentievermogen ondermijnd. Een andere gebeurtenis die grote impact had op Roemenie als kledingproducerend land, is het toetreden tot de Europese Unie in Hierdoor kregen Roemeense arbeiders de kans op beter betaalde banen dan die in de kledingproductie en gingen de lonen omhoog, waardoor het land minder aantrekkelijk werd qua prijs. Daarnaast groeide het vertrouwen in de Roemeense economie wat leidde tot verdere stijging van de prijzen. Toch lijkt het tij te gaan keren. Toetreding tot de EU heeft namelijk ook voordelen gehad. Het gebruik van stoffen uit het Verre Oosten is bijvoorbeeld goedkoper geworden door het lidmaatschap, namelijk 4-5% in plaats van 12%. 61 Inkopers hebben in toenemende mate behoefte aan betrouwbare, dichtbij gelegen kledingproducenten die kleinere aantallen produceren op korte termijn. Roemenie heeft een goede infrastructuur en goede fabrieken. Het behalen van een transparante supply chain is hier makkelijker dan in haar concurrerende landen. Daarnaast ligt de kleding na productie binnen enkele dagen in de winkels Interview Antonio Barberi Ettaro 60 Interview Antonio Barberi Ettaro
21 3.6.2 Bulgarije Bulgarije is ook in 2007 toegetreden tot de EU. Dit heeft ongeveer hetzelfde effect gehad op het land als in Roemenie. Bulgarije is gespecialiseerd in CMT productie. Het nadeel van dit land is dat zij niet mee zijn gegaan met de trend van de inkopers van CMT naar RMG, verticalisatie van de industrie. Toch zijn inkopers tevreden over Bulgarije als productieland. Ze maken een strak product, hebben geen modegevoel, maar doen wat je vraagt en zijn een stuk goedkoper dan bijvoorbeeld Turkije Polen Polen is als CMT producerend land en als lid van de EU (2004) nog steeds interessant, maar verwacht wordt dat dit een keer ophoudt. Het land is voornamelijk aantrekkelijk voor tricot. Geweven artikelen produceren is te duur en kan beter in andere landen gedaan worden, waaronder Macedonië, Turkije, hoewel zij al duurder worden, of Marokko. 62 Bovendien ligt het land dichtbij en zijn goederen na productie binnen een dag in Nederland. Voor het invoeren van stoffen uit het Verre Oosten hoef je in Polen geen invoerrechten te betalen. Verder kunnen de kosten in Polen laaggehouden worden door continuïteit. Een goede relatie met de producent is hierbij van groot belang Macedonië Macedonië heeft grote expertise op het gebied van CMT productie. Het land is (nog) geen lid van de EU en daarom nog redelijk aantrekkelijk in prijs. Macedonië is goed georganiseerd en gestructureerd doordat het vroeger veel voor communistische landen heeft geproduceerd en dus al een goede confectie-industrie had. Vanuit daar kunnen zij gemakkelijker groeien naar een commerciële industrie. In 2004 trad de Stabilisatie- en Associatieovereenkomst in werking, welke leidde tot handelsvoordelen voor Macedonië. Bijna alle Macedonische producten hebben zonder invoerheffingen toegang tot de Europese markt. Macedonië zal in de loop van het Stabilisatie- en Associatieproces de tarieven voor de invoer van producten uit de Europese Unie verlagen. 63 Dit zal invloed hebben op de concurrentiepositie van Macedonië in de kledingindustrie. 62 Interview Monique Chaudron
22 Hoofdstuk 4 De belangrijkste sourcing criteria voor grootwinkelbedrijven Om goede keuzes te kunnen maken betreffende productie, is het van belang te kijken naar de sourcing criteria van grootwinkelbedrijven. Welke interne keuzefactoren spelen een rol bij het kiezen van een productieland? In dit hoofdstuk volgen de belangrijkste. 4.1 Prijs Prijs is een van de belangrijkste drijfveren voor het kiezen van een productieland. Er is altijd al een neiging geweest te trekken naar het land waar de prijs het laagst is. 64 Voor grootwinkelbedrijven is de prijs van het product van groot belang. Zij hebben vaak een vaste klantenkring die al jaren bij hun koopt. De klant is gewend aan lage prijzen en zal producten die te hoog geprijsd zijn waarschijnlijk niet kopen. Voornamelijk in tijden van crisis, waarin de consument minder te besteden heeft, zie je verandering in het aankooppatroon. Consumenten willen minder geld uitgeven aan kleding en gaan opzoek naar de beste prijzen of kopen in de uitverkoop. Het grootwinkelbedrijf wil haar klant niet teleurstellen. 65 Vandaar dat zij probeert de prijs zo laag mogelijk te houden en zo aantrekkelijk te blijven voor haar klant. Een manier die sommige inkopers tegenwoordig gebruiken om de best mogelijke prijs te krijgen, is werken met open calculaties. Miss Etam is een voorbeeld van een bedrijf dat hiermee werkt. Zij verwacht dat hun fabrikanten de calculaties voor de inkoper beschikbaar stelt, zodat zij ernaar kan kijken als zij wilt. Op deze manier kan de inkoper precies zien hoe de prijs in opgebouwd en kunnen zij prijzen vergelijken met andere fabrikanten. Zo houden zij hun prijzen scherp. Als de prijs ergens te hoog is, kunnen de inkopers precies zien waar dat m in zit en proberen om deze prijs te verlagen, of ervoor kiezen niet meer met deze fabrikant te werken. Inkopers zullen altijd proberen de beste prijs voor een product te krijgen. Als de prijs te hoog is, maar het product is aantrekkelijk voor de verkoop, dan kunnen zij ervoor kiezen een prijsconcessie te doen. Hiermee wordt niet de hoogste inkoopmarge behaald, maar dit zal gecompenseerd moeten worden door op een ander product een hogere marge te behalen. Het draait uiteindelijk om de eindmarge. Een voorbeeld hiervan is producten die in de Miss Etam of Bristol folder geplaatst worden of in de aanbeding zijn. Deze producten zien er vaak aantrekkelijk uit voor de consument en worden verkocht met lagere marges om ze ook op prijsniveau aantrekkelijker te maken. Dit trekt klanten naar de winkel en leidt vaak tot betere verkopen. Dit margeverlies wordt gecompenseerd met andere producten die in de winkel worden verkocht met normale of hogere marge. Voor de crisis werd er door inkopers minder gelet op de stofprijs. Veel stof werd in Europa gekocht, wat redelijk duur is in vergelijking met stofprijzen in Turkije. De stofprijs is ongeveer 50% van de totale kostprijs. Het is daarom verstandig dat in deze tijd van crisis mede op deze manier gelet wordt op het reduceren van de kostprijs. 4.2 Kwaliteit De kwaliteit van een product moet bij grootwinkelbedrijven, vanzelfsprekend, goed zijn. Producten moeten voldoen aan strenge kwaliteitsnormen. Het product mag bijvoorbeeld niet te veel krimpen in de was, niet teveel pillen, de kleurechtheid moet goed zijn en het moet netjes gestikt zijn. Het waarborgen van deze kwaliteit wordt gedaan door zoveel mogelijk met vaste leveranciers en producenten te werken. Hierbij zijn leveringsvoorwaarden en standaardnormen, waaraan stoffen en producten moeten voldoen, van belang. De verantwoordelijkheid ligt hierbij bij de producent. Voor het vertrouwen van de kwaliteit van de producent is het opbouwen van een goede vertrouwensband belangrijk. Daarbij helpt een continue orderstroom naar een producent ook bij het leveren van constante kwaliteit Interview Antonio Barberi Ettaro 65 Interview Kim Knoren 66 Interview Monique Chaudron 22
23 4.3 Product De mate van uitwerking (complexiteit) van een product is belangrijk voor de keuze van het productieland. Een complex product wordt vaak in het Verre Oosten onder gebracht om zo de (loon)kosten te beperken. Minder complexe producten kunnen gemakkelijker dichtbij geproduceerd worden. 4.4 Modeontwikkelingen Naast de complexiteit van een product zijn de modeontwikkelingen een belangrijk gegeven. De meeste productielanden zijn gespecialiseerd in specifieke producten. Hierdoor zijn modeontwikkelingen belangrijk bij de keuze voor een productieland. Daarnaast is de levertijd een ook van belang. Op het moment dat kraaltjes en pailletten in de mode zijn en een inkoper genoeg tijd heeft om het ver weg te laten produceren dan kan dit prima in India gedaan worden. India zal op dat moment waarschijnlijk veel meer orders krijgen dan als de kralen en pailletten niet in de mode waren geweest. Als de goederen op korte termijn geproduceerd moeten worden, is India alsnog een mogelijkheid als de goederen ingevlogen kunnen worden, en anders zou Turkije een optie kunnen zijn. Verschuivingen van productie van het ene naar het andere land vinden dus mede plaats door de modetrends van het moment. 4.5 Levertijd De levertijd heeft grote invloed op de keuzes die gemaakt worden betreffende sourcing. Afhankelijk van de levertijd wordt besloten waar een product onder gebracht kan worden, op korte of lange termijn. Als orders geplaatst worden bij een producent, is het belangrijk dat er volgens afspraak en op tijd geleverd wordt. Alles valt of staat met de controle die je als bedrijf in een productieland hebt. Meestal heb je voor producties een agent en/of een accountmanager. Een agent heeft vaak meerdere ateliers, dus die is er niet altijd. De accountmanager houd je op de hoogte van de stand van zaken over het binnenkomen van patronen, stoffen en fournituren en problemen die voorvallen. Daarnaast helpt hij/zij bij het beheren van de levertijd. Problemen met de levertijd worden vaak veroorzaakt door vertraging in stoffen, patronen, communicatie, transport of goedkeuring van prints of samples. Daarnaast worden in de snelheid waarin alles moeten gebeuren, weleens fouten gemaakt. Deze vertragingen merkt het grootwinkelbedrijf voornamelijk bij productie op de korte termijn, want op de lange termijn zijn vaak grotere marges ingecalculeerd. 67 Levertijden van producties op de korte termijn zijn vaak zo kort, dat problemen vaak directe invloed hebben. Om de levertijd te versnellen of om de levertijd alsnog te behalen, wordt er tegenwoordig veel meer ingevlogen dan vroeger. 68 Hierdoor kunnen levertijden van bijvoorbeeld producties in het Verre Oosten vele malen korter worden. 4.6 Ontwikkelingsniveau van het productieland Het ontwikkelingsniveau van het productieland draagt ook bij aan de keuze van een inkoper voor een specifiek land. Politieke stabiliteit is hierbij van belang. Een regering die de kledingindustrie niet steunt of stimuleert en corruptie zijn omstandigheden die een land minder aantrekkelijk maken. Ook goede logistieke omstandigheden zijn belangrijk. Een land kan wel hele lage loonkosten hebben en een goed product aanbieden, maar ook een goed ontwikkelde infrastructuur, goede wegen, regelmatig transport, het aantal beschikbare vervoerders, afstanden die afgelegd moeten worden en de tijd die nodig is om deze afstanden af te leggen, moeten in goede staat zijn om de goederen zonder problemen het land uit te krijgen. Hoeveel verschillende transporteurs zijn er nodig? En moet er alleen over land vervoerd worden? Of ook over water en door de lucht? Het is belangrijk na te gaan wat er allemaal mogelijk is. 67 Interview Kim Knoren 68 Interview Monique Chaudron 23
24 Daarnaast zijn er landen waar het dagelijks hebben van elektriciteit en water ook niet vanzelfsprekend is. Een goed besef van de situatie in het land en daarbij een goede vertrouwensband met de producent is dus van belang om continuïteit aan elkaar te kunnen bieden en elkaar ook betreffende deze aspecten te kunnen vertrouwen. 4.7 Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) Enerzijds zijn inkopers op zoek naar de laagste prijs, terwijl grootwinkelbedrijven anderzijds ook met sociale arbeidsomstandigheden en milieueisen rekening moeten houden. De zoektocht naar de laagste prijs wordt hierdoor steeds complexer. In ISO 26000, de richtlijn voor MVO, wordt MVO gezien als de bereidheid van een organisatie om verantwoordelijkheid te nemen voor de gevolgen van haar activiteiten en beslissingen op de mens, milieu en maatschappij en daar verantwoording over af te leggen. MVO gaat dus om het vinden van een balans tussen de sociale (people), ecologische (planet) en economische (profit) dimensies van ondernemen en het minimaliseren van negatieve duurzaamheidseffecten van de organisatie op haar stakeholders en de samenleving. - People: Hoe voorziet de organisatie in de behoeften van mensen en hoe gaan zij met hun belangen om? - Planet: Hoe gaat de organisatie om met de milieueffecten die zij veroorzaakt? - Profit: Het doel is om invulling te geven aan MVO op manieren die passen bij de organisatie en die winst opleveren. 69 Modebedrijven worden steeds meer geconfronteerd met kritische maatschappelijke organisaties en consumenten die willen weten waar en hoe hun kleding gemaakt is. Ook overheden leggen de lat voor bedrijven steeds hoger. Bedrijven worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid in de keten. Van hen wordt verwacht dat ze meer doen dan alleen werkgelegenheid creëren en winst maken. Steeds meer wordt hen gevraagd ook te kijken naar de sociale en ecologische aspecten van hun bedrijfsvoering. 70 Recente branden in Bangladesh waarbij op 25 november 2012 minstens 110 arbeiders om het leven kwamen doordat de fabriek niet aan de veiligheidseisen voldeed en kinderarbeid in fabrieken in India waar producten voor onder andere C&A en Primark geproduceerd worden 71, zijn voorbeelden van slechte sociale arbeidsomstandigheden in fabrieken en het niet naleven van de mensenrechten. Gelukkig zijn er tegenwoordig steeds meer bedrijven die zich wel met deze problemen bezig houden. Veel Nederlandse grootwinkelbedrijven werken met het Business Social Compliance Initiative (BSCI). BSCI is geen certificeringsysteem, maar een proces dat de toeleverancier stapsgewijs helpt om de arbeidsomstandigheden te verbeteren. 72 De fabrieken waar grootwinkelbedrijven produceren moeten voldoen aan de standaarden die het BSCI stelt en worden anders geholpen bij het volbrengen van deze taken. Door middel van onafhankelijke inspecties in fabrieken wordt gekeken of de fabriek aan de eisen voldoet. Voorbeelden van eisen zijn: - verbod op kinderarbeid - inachtneming van het wettelijk minimumloon en/of standaardloon geldend voor de industrie - een veilige en gezonde werkplek - toepassing van een maatschappelijk verantwoord beleid Hupperts, P. (2006), Modebewust BSCI (2011), BSCI information sheet. 24
25 Hoofdstuk 5 Invloedhebbende factoren op sourcing 5.1 Globalisering Een wereldmarkt met steeds minder grenzen biedt veel voordelen. Deze ontwikkeling, globalisering genaamd, biedt werkgelegenheid, maakt producten wereldwijd verkrijgbaar, bevordert flexibiliteit en innovatie. Het kabinet is voor duurzame globalisering: economische vooruitgang in rijke en arme landen, waarbij rekening wordt gehouden met mensen en milieu. Dus bij het afsluiten van handelsakkoorden worden ook afspraken gemaakt over mensenrechten en het milieu. Daarbij is samenwerking binnen de EU cruciaal. Nederland profiteert van de globalisering, maar er zijn ook schaduwkanten. 74 De VS en andere geïndustrialiseerde landen hebben er alles aan gedaan om de verplaatsing van banen in de kledingproductie industrie naar Aziatische ontwikkelingslanden te stoppen. Ze hebben de landen de hoogst mogelijk quota opgelegd om zo de stijgende kledingimport uit Azië te kunnen remmen. Maar niets werkte. In feiten hebben deze protectionistische maatregelen juist geleid tot een stijging van import van goedkope kleding uit Azië en hebben Aziatische producenten gedwongen de productiviteit te verhogen en waarde toe te voegen aan de producten die zijn aanbieden. Quota hebben ertoe geleid dat zij fabrieken in landen gingen bouwen die aanvankelijk niet eens de capaciteit hadden om te exporteren. Wat begon als een industrie die goedkope producten maakte geconcentreerd in drie Aziatische landen, is nu uitgegroeid tot een industrie die alle mogelijke kledingproducten, voor elke mogelijke prijs kan produceren in bijna elk land in de wereld. Globalisatie heeft geleid tot verandering en die verandering heeft het leven van vele mensen over de hele wereld verstoord. Waar eerst alleen naaiwerk en ander fabriekswerk verplaats werd naar lagelonenlanden, is vandaag de dag het gehele kleding sourcing proces overgenomen door gekwalificeerde Aziatische professionals. Zelfs productontwikkeling wordt tegenwoordig naar deze zelfde Aziatische landen verplaatst. Uiteindelijk zullen alleen sales, marketing en de eerste schetsen nog in de importerende landen uitgevoerd worden. Maar globalisering heeft ook een positieve kant. In de eerste fase van globalisatie verdienden naaisters nog lonen waar ze niet van konden leven en werkten lange dagen in sweatshop omstandigheden. Dat veranderd nu. In de meeste kledingexporterende landen stijgen de lonen tegenwoordig elk jaar meer dan 20% en verbeteren de arbeidsomstandigheden Financiële crisis De financiële crisis is van grote invloed op de sourcing mogelijkheden van grootwinkelbedrijven. De financiële situatie van de Nederlandse consument verandert, de kledingproducenten hebben minder zekerheid en retailers kunnen minder risico s nemen. In oktober 2012 is de inflatie in Nederland gestegen naar 2,9 procent. Dit is de hoogste inflatie in 4 jaar tijd. 76 Hierdoor daalt het consumentenvertrouwen. Consumenten hebben minder te besteden, worden zuiniger en zullen moeten afwegen waar ze hun geld aan willen besteden. Het kopen van kleding is dan vaak geen prioriteit. Als gevolg hiervan nemen de verkopen in winkels af en worden deze minder voorspelbaar. Dit zorgt voor moeilijkheden bij het inkoopproces. Inkopers durven minder risico te nemen en besluiten flexibeler op de markt in te spelen door minder ver weg te kopen. Hierdoor houden zij meer budget over om op de markt in te spelen door op korte termijn bij te kopen Het effect van de financiële crisis op producenten De exporteurs uit productielanden hebben door de crisis geen toegang meer tot krediet voor werkkapitaal en investeringskapitaal. Ook financiële support voor export activiteiten is stopgezet. Protectie maatregelen van lokale en internationale banken zorgen ervoor dat letters of credit niet meer gemakkelijk toegekend worden. Hierdoor kunnen gereed product producenten hun leveranciers van Inflatie stijgt fors naar 2,9 procent, CBS Persbericht PB12-061, 8 november
26 materiaal en accessoires niet meer betalen. Dit houdt in dat zij niet langer meer kunnen produceren en exporteren en dat hun liquiditeit in gevaar is. 77 Deze lastige situatie voor producenten en de hoge competitiviteit in de markt zorgen ervoor dat zij er alles aan doen om aantrekkelijk te zijn voor internationale inkopers. Aziatische toeleveranciers hebben grote vooruitgang geboekt in de productiviteit van hun proces. Om aantrekkelijk te blijven voor retailers moeten producerende landen hun competitiviteit vergroten door iets aan te bieden wat hun concurrenten niet hebben. Dit kan zijn; de industrie meer verticaliseren door een designfase op te stellen of de kwaliteit verhogen door arbeidskrachten op de leiden. Een voordeel die uit deze crisissituatie ontstaat, is dat doordat fabrieken grotendeels stil liggen, zij de flexibiliteit hebben (gedwongen zijn) om kleinere orderaantallen aan te nemen en nieuwe klanten te benaderen Het effect van de financiële crisis op retailers De Europese retail markt staat onder druk. Producten gaan bijna direct nadat ze ingekocht zijn in de uitverkoop. Dit gebeurt vooral in het middensegment, welke in alle Europese landen veruit het grootste kledingsegment is. De snelle turnaround time, van 6 weken in deze nieuwe cyclus, in combinatie met de inkoop van te grote aantallen, is risicovol en kan zorgen voor een groot margeverlies. Exporterende producenten moeten als gevolg van de financiële crisis hun prijzen zo extreem verlagen dat het voor hen nauwelijks kostendekkend is. In maart 2009 heeft de ondercapaciteit geleidt tot een afname van de liquiditeit in Bangladesh (34%), Pakistan (17%) en Macedonië (22%). De overvloed aan productiecapaciteit en de extreme prijsverlagingen zorgen voor een prijsreductie voor inkopers van 15 tot 20%, versoepeling van betalingstermijnen en -condities en de mogelijkheid tot het plaatsen van kleinere orders dan eerst acceptabel was. 5.3 Prijsfluctuaties Er zijn meerdere factoren die invloed hebben op de kosten van kledingproductie. Door ontwikkelingen in de markt fluctueren deze kosten. In sommige gevallen zijn deze schommelingen te merken in de prijs, in andere gevallen worden deze niet direct doorberekend. Hier volgen een aantal voorbeelden van factoren die invloed hebben op deze prijsfluctuaties Loonkosten De lonen stijgen in veel productielanden. De oorzaak hiervan is de sterke economische groei die kledingproducerende landen als China, India en Vietnam doormaken. In China komt hierbij dat de interne markt enorm groeit en het land aan het uitgroeien is tot een consumptiemaatschappij. Hiernaast hebben veel landen te maken met turbulentie omtrent het loonniveau van kleding arbeiders, doordat vakbonden zich inzetten voor hogere lonen. In Egypte, Bangladesh en Pakistan worden stakingen verwacht, nu de crisis het voor veel werkgevers een stuk moeilijker maakt om lonen te betalen, onder andere door uitgestelde orders en betalingen uit de EU. 77 In andere kledingproducerende landen zorgt het competitieniveau er voor dat producenten er alles aan doen om aantrekkelijk te zijn en te blijven voor Europese retailers. Zij proberen klanten aan te trekken met het aanbieden van een zo laag mogelijke prijs Grondstofprijzen Ook stijgende grondstofprijzen zorgen voor schommelingen. Het begon met turbulentie betreffende de katoenprijs. Een belangrijk deel van de stijging van de katoenprijs wordt bepaald door de natuur. Als gevolg van slechte weercondities in China (nr. 1 katoenproducent) en verwoestingen in Pakistan (nr. 4 katoenproducent) slonken de katoenvoorraden schrikbarend snel. Het overheidsbeleid in India (nr. 2 katoenproducent) om de katoenexport te beperken, het falen van de VS (nr. 3 katoenproducent) om het ontstane gat te vullen, door toenemende productie en de toenemende vraag uit het Westen en ontwikkelingslanden tijdens herstel van de economische crisis, hebben gezorgd voor torenhoge prijzen. 77 CBI (2009), The effect of the international financial and economic crisis on the garments sector in developing countries. Nash BV 26
27 Tussen maart 2009 en maart 2011 is de gemiddelde katoenprijs gestegen met 346%. De prijs voor synthetica is gestegen met 71%. 78 Als gevolg van de stijgende katoenprijzen moest naar alternatieven gezocht worden. Dit heeft geleid tot prijsstijgingen van andere grondstoffen als wol en zijde en kunstmatige stoffen als polyester, wat mede veroorzaakt is door de stijging van de olieprijzen, waar synthetische stoffen weer afhankelijk van zijn. Het is onwaarschijnlijk dat de katoenprijzen zullen dalen tot het punt in 2008, maar ze zijn inmiddels redelijk gestabiliseerd. Sommige grootwinkelbedrijven rekenen deze kostenstijgingen door in hun prijs, anderen leggen de risico s bij de leveranciers, omdat zij ervaren dat dalende prijzen ook niet in hun voordeel doorberekend wordt Wisselkoersen De kleding die in Azië wordt geconfectioneerd, wordt in dollars afgerekend. Doordat de Chinese RMB sterker wordt tegenover de US$ en de Euro, krijgen Chinese toeleveranciers minder lokaal geld voor hun producten. De RBM is in 2010 met gemiddeld 10% gestegen tegenover de Euro. Als gevolg hiervan hebben de Chinezen hun kostprijzen in de fabrieken verscherpt om handel te kunnen blijven drijven met Europa. Andere landen halen voordeel uit de waardevermindering op lange termijn van hun munt tegenover de US$ en de Euro, zoals Turkije en India. Hoewel de wisselkoers van deze landen ook deels stijgingen hebben laten zien in 2010, voornamelijk tegenover de Euro. Voor andere landen, voornamelijk in Oost-Europa, waaronder Oekraïne, heeft zelfs waardevermindering op lange termijn niet geleid tot een groei in de kledingexport. Reden hiervoor is de productiekosten en onstabiele productiviteit- en loonkostenontwikkelingen. 5.4 Uitbreiding Europese Unie 79 De grenzen van Europa zijn in 2004 opgeschoven. 80 Landen die lid zijn van de EU hebben vaak een (redelijk) stabiele economie en een hoge welvaart. Productie in deze landen kost hierdoor meer dan productie in landen die niet lid zijn van de EU. Kledingateliers vestigen zich vaak in landen die deze fase van industrialisatie doormaken, omdat dit veel werkgelegenheid creëert. 3 Dit betekent dat op de midden-lange termijn, in landen die toetreden tot de EU, de lonen zullen stijgen en dat productie in deze landen minder aantrekkelijk wordt voor grootwinkelbedrijven. Lage lonen en lagere operationele kosten zorgen ervoor dat de niet-eu landen aantrekkelijker zijn om te produceren dan lidstaten van de EU. Turkije en Macedonië zijn twee landen die nog niet bij de EU horen en dit voordeel hebben. Het toetreden tot de Europese Unie geeft een land echter ook handelsvoordelen. Zo is er vrije handel tussen EU-landen, een kortere doorlooptijd doordat de grenzen opengesteld zijn en hoeven er geen douanekosten betaald te worden bij handel tussen EU-landen. Daarnaast steunt de EU de landen in de wereld die dit het hardst nodig hebben door middel van handelsvoordelen. Over import uit deze landen hoeft het EU-land minder/geen invoerrechten te betalen. 5.5 Politieke en economische stabiliteit Politieke onrust heeft in grote mate invloed op de aantrekkelijkheid van een land voor productie van textiel en kleding. Recente politieke activiteiten in Noord-Afrika hebben bijvoorbeeld geleid tot onzekerheid over de toekomstige rol als sourcing landschap van deze landen. Als landen politiek instabiel zijn, gaat de voorkeur van inkopers uit naar landen die stabiel zijn voor sourcing en samenwerking. Naast de gevolgen die direct merkbaar zijn, als goederen die het land niet uitkomen, zijn er ook gevolgen op langere termijn. Een onstabiele politieke situatie zal buitenlandse investeerders beangstigen en doen afzien van (nieuwe) investeringen. Zonder deze investeringen zullen innovatie Zie bijlage 3 voor de landen die lid zijn van de EU, landen die toetreden, lidstaten en potentiële lidstaten 80 Interview Antonio Barberi Ettaro 27
28 en ontwikkelingen stagneren en zullen deze landen achter raken op andere landen. Uiteindelijk zullen inkopers vertrekken uit deze landen en opzoek gaan naar alternatieve landen zonder politieke belemmeringen. Een land dat tegenwoordig last heeft van politieke belemmeringen is Egypte. Revoluties in het land hebben een behoorlijke impact gehad en leiden tot onzekerheid bij inkopers. 81 Veel bedrijven hebben er geen vertrouwen (meer) in om hun producten daar te laten produceren, omdat zij niet weten wat er in de nabije toekomst met het land zal gebeuren. De fase van herstructurering waarin het land verkeert zegt veel over de mogelijke potentie voor productie-uitbesteding. In de eerste fase zal een land vaak kunnen concurreren op kostenvoordelen. Na de beginfase zal een land te maken krijgen met stijgende loonkosten. De fase van herstructurering is ook belangrijk om een inschatting te maken van toekomstige voordelen, zoals hoogwaardige productiemogelijkheden Wetgeving GSP plus De EU heeft een import preferentie regeling ontwikkeld voor ontwikkelingslanden die dit het hardst nodig hebben. Voor import uit deze landen hoeven EU-lidstaten geen (12%) invoerrechten te betalen. Daarnaast wordt extra steun gegeven aan landen die zich inzetten voor de internationale mensenrechten, arbeidsrechten, milieu en goed bestuur van het land. De huidige GSP regeling zal geldig zijn tot 1 januari 2014, om ondernemers de tijd te geven zich aan te passen aan het vernieuwde regime. Vanaf dat moment zal het herziene rapport 83 in werking treden. 84 In dit herziene rapport zal de EU in plaats van 176 nog maar 89 landen voordelen bieden Oorsprongregels Op 1 januari 2011 zijn voor de allerarmste landen, onder andere Bangladesh, Cambodja en Laos, de Rules of Origin, de regels die bepalen waar een product vandaan komt, versoepeld. Concreet betekend dit dat nu ook geweven producten in Bangladesh geproduceerd kunnen worden en tegen 0% invoerrechten geëxporteerd kunnen worden naar de EU, doordat het geweven doek uit China geïmporteerd kan worden. 85 Hierdoor is productie in landen als Bangladesh, Cambodja en Laos aantrekkelijker geworden voor Europa. 81 Interview Odette van der Geest 82 Modint (2008), Handleiding productie-uitbesteding. Amsterdam 83 Zie bijlage 4 voor landen die profiteren van het GSP Interview Antonio Barberi Ettaro 28
29 Hoofdstuk 6 Ontwikkelingen in de modebranche Ontwikkelingen in de modebranche zijn vaak niet gebonden aan een seizoen of jaar. Ze verspreiden zich vaak over een periode van een aantal jaren. Vandaar dat in dit hoofdstuk de hedendaagse ontwikkelingen beschreven worden in combinatie met de ontwikkelingen voor de toekomst. 6.1 Verschuiving van lange naar korte termijn Alle Nederlandse grootwinkelbedrijven produceren tegenwoordig op lange- en korte termijn. Producten die niet erg modegevoelig zijn, zoals basis broeken, blousejes en T-shirts, zijn geen risicoproducten en worden veelal ver weg, op de lange termijn, ingekocht. Op deze producten zijn de marges van de inkopers hoog, omdat ze voor lage prijzen worden ingekocht. Over producten die wel op de laatste modetrends inspelen, willen inkopers graag op de korte termijn beslissen. Bij deze producten zijn de marges lager, omdat het meer kost om ze in te kopen. Deze producten worden meestal goed verkocht, dus de eindmarge is vaak goed. Wat sinds een aantal jaar erg opvallend is, is de snelheid waarmee modetrends komen en gaan. Dit komt door bedrijven als Zara en Bershka die erg snel inspelen op de catwalk mode en trends. Hierdoor went de klant snel aan nieuwe trends en moeten grootwinkelbedrijven hier ook sneller op inspelen. 86 In onzekere tijden komen marges gigantisch onder druk te staan. 87 Het is daarom voor inkopers van belang om een deel van het budget open te laten om in te kunnen spelen op de markt en op korte termijn producten bij te kopen die goed verkocht worden in de winkels. Bij inkoop op korte termijn verplaats je je risico s doordat je meer zekerheid hebt dat de producten goed zullen verkopen, maar je marge is kleiner doordat het meer kost om op korte termijn in te kopen. 88 Op korte termijn inkopen houdt meestal in dat de landen waar wordt ingekocht dichtbij liggen, maar dit is niet altijd het geval. De wereld is tegenwoordig kleiner en mobieler en communicatie gaat gemakkelijker. Het gehele traject gaat sneller en omschakelen daarmee ook. Hierdoor is het mogelijk in landen die ver weg liggen in te kopen en de producten te laten invliegen. Dit is vooral aantrekkelijk voor uitgewerkte artikelen 86 die in dichtbijgelegen landen duurder zijn om in te kopen. Door het product in een lagelonenland te produceren zijn de kosten lager en kan het aantrekkelijk zijn om te laten invliegen, wat redelijk duur is. Een andere oorzaak van de verschuiving van lange- naar korte termijn is de hogere prijs die inkopers tegenwoordig in China moeten betalen voor kleine orderaantallen. De Chinese economie trekt aan en producenten kunnen veel meer verdienen aan de binnenlandse markt. Hierdoor worden de buitenlandse accounts meer afgehouden. Dit geldt niet voor hele grote spelers, met grote orderaantallen. De kleinere spelers worden minder aantrekkelijk om producties voor te doen en dus worden zij afgeschrikt met een hogere prijs. Hierdoor is bijvoorbeeld Turkije weer aantrekkelijker geworden. Turkije speelt namelijk heel snel in op de markt en ze kijken naar een product met westerse ogen, wat in China nog niet altijd het geval is. 89 In China begrijpen ze je niet altijd. Daarentegen gaat de communicatie met Turkije veel soepeler en als ze iets niet begrijpen zullen ze je sneller bellen om bevestiging te krijgen. Het is van groot belang een goede mix te vinden tussen op korte- en op lange termijn inkopen. Dit blijft de optimale combinatie. Doordat in onzekere tijden inkopers op zoek zijn naar een bepaalde zekerheid vindt er een verschuiving plaats. Er wordt tegenwoordig minder op de lange termijn gekocht en meer op de korte termijn. Hoelang dit zo zal blijven is de grote vraag. Als de economie weer aantrekt en de verkopen in de winkels meer voorspelbaar worden, zal het aandeel dat op de lange termijn wordt gekocht waarschijnlijk toenemen. Het ziet er echter naar uit dat de economische recessie voorlopig doorzet. In 86 Interview Eva Rethmeier 87 Interview Monique Chaudron 88 interview Kim Knoren 89 Interview Odette van der Geest 29
30 dat geval zullen inkopers geen risico s willen nemen en zal productie met korte levertijden de komende tijd de overhand houden. 6.2 De rol van het private label bedrijf Private label bedrijven spelen in op de korte termijn trend. 90 Alles wordt door het bedrijf geregeld van het eerste ontwerp tot de laatste logistieke handeling, mogelijk in overleg en samenwerking met de inkoper. En dat in 6 weken tijd. De klant kan van week 1 tot en met week 6 precies volgen wat er met zijn bestelling gebeurd. Alle zorgen van de inkoper worden uit handen genomen. De succesfactoren hierbij zijn snelheid en flexibiliteit. Bij deze private label bedrijven worden vaak de producten gekocht waarvan de inkoper overtuigd is dat het goed zal verkopen. Zij kopen daar niet het simpele streepje, maar de aparte artikelen. 91 Deze producten zijn duurder om in te kopen voor het grootwinkelbedrijf, omdat er een tussenschakel is (het private label bedrijf) waardoor er een extra marge in de kostprijs zit. De inkoopmarge is dus vaak lager dan bij zelf sourcen, maar doordat de omloopsnelheid hoger is en hierdoor minder producten in de uitverkoop hoeven, is de eindmarge vaak hoger. 89 Private label bedrijven kunnen stofprijzen laag houden door grote stofblocks te plaatsen in kwaliteiten die veel gekocht worden. Hiermee kunnen zij hun kosten reduceren en aantrekkelijker zijn voor de inkoper. Een ander voordeel van het inkopen bij zo n bedrijf is dat ze heel veel stoffabrikanten zien en daardoor input kunnen geven over de laatste ontwikkelingen in bijvoorbeeld prints. Daarnaast zijn de leveringscondities bij inkoop in het Verre Oosten vaak FOB (Free On Board; de goederen worden in de haven afgeleverd en het gehele traject naar Nederland regelt het grootwinkelbedrijf zelf). Hierbij ligt de verantwoordelijkheid bij het grootwinkelbedrijf. Bij het inkopen bij een private label bedrijf is de leveringsconditie Franko Huis. Dat houdt in dat het vervoer door hun geregeld wordt en de goederen in het magazijn afgeleverd worden. De verantwoordelijkheid ligt in dit geval bij het private label bedrijf. Het prijsvoordeel is groter als inkopers zelf sourcen. Daarnaast moet er niet te veel bij een private label bedrijf ingekocht worden, omdat alle grootwinkelbedrijven dan in de dezelfde vijver vissen en het lastiger wordt om zich van elkaar te onderscheiden. 90 De grootwinkelbedrijven kiezen ervoor om gericht te kijken naar welke mogelijkheden de beste combinatie vormen. In sommige gevallen kan de inkoper samen met de stylist niet alles zelf doen en is het voordelig om een private label bedrijf in te schakelen voor de korte termijn productie. In dit geval ligt de verantwoordelijkheid bij hun. 92 De private label sector heeft het moeilijk, want communicatie gaat steeds gemakkelijker. Waarom zou er nog een tussenpersoon gebruikt worden? Dezelfde vraag kan je stellen betreffende een agent of buyingoffice. De tendens is om alle tussenschakel eruit te halen. Het private label bedrijf zal krachten moeten bundelen door groter te worden, of ze moet zich specialiseren in een niche. In Nederland zijn nog een aantal grote en een aantal kleine spelers actief Cut Make Trim en Ready Made Garment De globalisering van kledingproductie heeft de competitie tussen grootwinkelbedrijven vergroot doordat elk bedrijf globale sourcing mogelijkheden heeft ontwikkeld. 94 Een grote ontwikkeling die zichtbaar is, is de verschuiving van Cut-Make-Trim productie (CMT) naar inkoop van gereed product (RMG). Het grootwinkelbedrijf deed al niet veel CMT meer, maar in de toekomst zal steeds minder CMT productie overblijven. 95 Bij CMT productie levert de opdrachtgever alle materialen aan, evenals de exacte specificaties van het product aan de hand van modellen, intekeningen, snijlijsten en aanwijzingen voor de verwerking 90 Interview Monique Chaudron 91 Interview Kim Knoren 92 Interview Ellen Brugman 93 Interview Antonio Barberi Ettaro 94 Gereffi, G. and Memedovic, O. (2003), The global apparel value chain: What prospects for upgrading by developing countries? UNIDO 95 Interview Antonio Barberi Ettaro 30
31 van het product. 96 Het uitoefenen van dit klassieke model wordt steeds lastiger en minder aantrekkelijk, omdat: - Zelf alles inkopen meer tijd kost - De personeelskosten hoger zijn dan als je het uitbesteed aan landen waar het loon lager ligt - De sample kosten hoger zijn - Vervoerskosten hoger zijn - De uiteindelijke kosten hoger zijn omdat er in elke fase marge overheen gaat - Het risico bij CMT productie in eigen handen ligt. Om deze redenen beheersen steeds minder bedrijven tegenwoordig CMT en voor de toekomst lijkt het erop dat er steeds minder over zal blijven. Aan de andere kant kan het zelf sourcen van alle onderdelen ook leiden tot een groot prijsvoordeel en hogere marges 97. Dit geeft namelijk de flexibiliteit om te kiezen voor fabrikanten die het meest aantrekkelijk zijn in het produceren van dat product. Uiteindelijk kunnen producten goedkoper aangeboden worden aan de klant en daarom verkoopt het weer beter. 98 Je hebt het dus eigenlijk wel nodig. 99 Het hebben van een continue aanvoer naar de producent, sourcing agenten en eigen inkoopkantoren zijn belangrijke factoren om snelle toegang te hebben tot de juiste fabrikanten en zo de beste prijs te krijgen. Veel grootwinkelbedrijven die nog eigen producties doen hebben grote inkoopkantoren in productielanden. Hier komen fabrikanten heen, worden de kwaliteitscontrole en onderhandelingen gedaan. Je zou denken dat dit goedkoper is. 100 Het sourcen van gereed product houdt in dat het gehele proces uitbesteed wordt, de ontwerpfase, de ontwikkeling van het product, het sourcen van stoffen en fournituren, de productie, de finishing en het inpakken voor verzending. Hierbij is het mogelijk om eigen maatvoering toe te passen en de fabrikant enigszins te sturen. De essentie is dat het product gekocht wordt voor een volle prijs. Verwacht wordt dat het inkopen van gereed product in de toekomst zal toenemen. Steeds meer landen in het Verre Oosten bieden het aan en worden hier beter in. Ook in Turkije gaan meer bedrijven zich richten op het aanbieden van een full-product. Hierbij kan de inkoper voordelen halen uit de kennis van de fabrikant, het verkorten van de levertijd en het verlagen van supply chain kosten. Het inkopen van gereed product verandert de band tussen inkoper en fabrikant doordat de fabrikant meer verantwoordelijkheid krijgt. Daarnaast wordt voor de fabrikant de mogelijkheid gecreëerd voor meer innovatie en ontwikkeling. 101 Het investeren in een goede relatie met de fabrikant is dus van toenemend belang. Veel inkopers maken tegenwoordig gebruik van de mix van CMT en het inkopen van gereed product. Het CMT gedeelte wordt grotendeels uitbesteed aan private label bedrijven. Ook zij combineren CMT productie met inkoop van gereed product. Om het gehele proces te optimaliseren zullen grootwinkelbedrijven flexibel moeten blijven sourcen. 6.4 De macht van de retailers De textiel- en kledingmarkt is de laatste jaren een inkoopgedreven markt geweest. De retailers controleerden namelijk het design-, sourcing-, ontwikkeling- en distributieproces. Hierdoor ontvingen grootwinkelbedrijven het grootste aandeel van de waarde toevoeging aan het product. De financiële crisis heeft ervoor gezorgd dat Europese retailers hun aankoopgedrag hebben aangepast. Het uitstellen van aankopen, kleinere aantallen kopen en harder onderhandelen heeft de 96 Modint (2008), Handleiding productie-uitbesteding. Amsterdam 97 Interview Ellen Brugman 98 Interview Kim Knoren 99 Interview Antonio Barberi Ettaro 100 Interview Monique Chaudron 101 Gereffi, G. and Memedovic, O. (2003), The global apparel value chain: What prospects for upgrading by developing countries? UNIDO 31
32 druk op producenten uit ontwikkelingslanden verhoogd. Met een productiecapaciteit die twee keer zo groot is als de vraag, is de strijd tussen producenten om het binnenhalen van orders begonnen. 102 Door middel van investeringen in de kwaliteit en het product proberen fabrikanten aantrekkelijker te worden voor grootwinkelbedrijven. Daarnaast zetten zij zich in voor het verbeteren van hun service. De fabrikanten in het Verre Oosten en Turkije investeren in het aanbieden van gereed product. Hierdoor wordt de positie van deze landen sterker. Grote retailers, waaronder Zara, maken tegenwoordig misbruik van hun macht. In 2010 was een verschuiving te zien van grote retailers die van het Verre Oosten, massaal in Turkije gingen sourcen en produceren. Dit had grote gevolgen voor kleinere spelers in de markt die met hun kleinere order aan de kant werden geschoven voor de gigantische orderaantallen van deze modegiganten. 6.5 De invloed van de laagste prijs op sociale omstandigheden Sociaal verantwoorde sourcing is in toenemende mate een probleem geworden in de kledingindustrie, nu bedrijven wereldwijd onder groeiende druk staan van consumenten, de regering en vakbonden. Zij willen zeker zijn van het feit dat de goederen onder fatsoenlijke werkomstandigheden geproduceerd worden. Recentelijk heeft de groeiende bezorgdheid over het milieu geleid tot een groter bewustzijn van de consument betreffende duurzaam sourcen. Het wordt steeds belangrijker voor retailers te zorgen voor positieve reclame over duurzaamheid hun steun bij de ontwikkeling van productielanden en negatieve berichten te vermijden om hun imago niet te schaden. Bijkomende uitdagingen vind je als je kijkt naar de structuur van de supply chain. Sociaal verantwoord sourcen moet niet alleen de eerste rang fabrikanten bevatten. Het zijn juist de subcontractors en kleinere fabrieken waar de omstandigheden vaak minder goed zijn. 103 Hier is weinig toezicht over en soms weet je als opdrachtgever niet eens dat je productie ondergebracht is bij een subcontractor. Het is zeer lastig om de hele supply chain transparant en onder controle te hebben. Als gevolg hiervan maken steeds meer bedrijven nu gebruik van de nieuwste technologieën om een betere controle en zicht te krijgen op hun supply chain. Opdrachtgevers moeten duidelijke minimum standaarden communiceren waaraan de producenten moeten voldoen, met een strakke deadline. Tot dit gebeurd is, is het verstandig dat retailers hun producenten beperken tot een minimum, aan de eisen voldoende producenten. 104 Uiteraard is het hierbij zeer belangrijk een goede vertrouwensband met je producenten op te bouwen. Er is een groot aantal verschillende certificaten en initiatieven die testen en controleren of aan deze eisen wordt voldaan. Veel Nederlandse grootwinkelbedrijven werken met het Business Social Compliance Initiative (BSCI). Het BSCI is een businessgedreven initiatief voor bedrijven die belang hebben bij verbeterende werkomstandigheden in de wereldwijde supply chain. 105 Enerzijds worden de sociale arbeidsomstandigheden en milieueisen voor grootwinkelbedrijven steeds belangrijker, terwijl anderzijds de zoektocht naar het land met de laagste prijzen nog steeds gaande is. Laatstgenoemde wordt door de nieuwe standaarden steeds lastiger gemaakt. 6.6 Op zoek naar alternatieven voor China De economische recessie, voornamelijk in 2009, heeft enorme gevolgen gehad op de handelsvolumes tussen China en het Westen, resulterend in bezuinigingen in de productiecapaciteit. In 2011 zag dit er anders uit doordat de Europese vraag naar producten geproduceerd in China hersteld is in Kledingexport vanuit China nam in 2009 af met 11%. 106 Dit zorgde voor een banenverlies voor ongeveer 10 miljoen mensen. In 2010 veranderde dit. China s export van textiel en kleding nam toe met 23,2% naar een waarde van US$150 miljard. De export naar Europa herstelde ook, met een groei van 7,6% in de eerste 10 maanden van The effect of the international financial and economic crisis on the garment sector in developing countries, CBI, March Interview Kim Knoren 104 The Source (2012), Edition Salmon, K. (2011). Global sourcing reference: Guide for the retail, hard goods and apparel industry. 32
33 China is verreweg de grootste leverancier van textiel en kleding aan de EU. Haar verticaal geïntegreerde textiel- en kledingindustrie, goed ontwikkelde supply chains en infrastructuur, expertise op het gebied van textiel- en kledingproducten en hoge productiecapaciteit geven het land een competitief voordeel wat niet bereikt kan worden door andere landen. 107 China is de afgelopen jaren zeer snel ontwikkeld. Hiermee is de welvaart en de koopkracht flink gestegen. Daarnaast is de lokale markt zo groot dat China steeds meer een consumptiemaatschappij aan het worden is. Door toenemende vraag kunnen zij nu werken met de nieuwste technologieën en machines. Het land concurreerde altijd met zijn lage prijzen, maar wil zich nu gaan profileren met kwalitatief goede producten en niet zozeer meer op het lage segment. 108 Dit heeft ook zijn weerslag op de loonkosten. Daarnaast produceren steeds meer Chinese exportbedrijven voor de eigen markt en voor een eigen label. Voorlopig is dit alleen voor de binnenlandse markt, maar waarschijnlijk zal in de toekomst meer richting het buitenland gaan. Chinese bedrijven maken meer winst als zij aan Chinese bedrijven leveren dan als zij aan de EU of VS leveren. De EU en VS hebben gigantische ordergrootten waardoor zij sterk kunnen onderhandelen in prijs. Het voordeel van leveren aan het Westen is echter dat zij meer zekerheid bieden en op tijd betalen. Grootwinkelbedrijven merken op dit moment dat China margetechnisch gezien minder interessant wordt om grote delen van de collectie in te kopen. Er wordt dus gezocht naar alternatieven naast China om de risico s te verdelen. China zelf is ook opzoek naar alternatieven. Enerzijds verhuizen de fabrikanten van de Chinese kustgebieden naar het binnenland. De binnenlandse regeringen doen hun best om deze arbeidsintensieve industrieën aan te trekken door middel van het aanbieden van belasting voordelen, lage grondprijzen en andere voordelen. Anderzijds investeren de Chinese fabrikanten in andere landen als Bangladesh, Cambodja en Laos. Ook heeft China haar eerste fabrieken in landen in Centraal-Afrika geopend, waaronder Nigeria. Hier werken voornamelijk Chinese arbeiders, om ervaring- en productiviteitsredenen. 6.7 Chinese importeurs in Prato, Italië In de jaren 80 kwamen de eerste Chinese migranten naar Prato. Al snel kwamen ze met tienduizenden tegelijk en in 2010 had de stad de hoogste concentratie Chinezen van Europa. Prato is veranderd van haute coutureparadijs in een centrum voor goedkope kledingindustrie. De materialen die verwerkt worden voor grootwinkelbedrijven over de hele wereld, komen grotendeels uit China. Het geld dat verdient wordt, wordt geëxporteerd naar China. 109 De kracht van deze Chinese bedrijven is dat zij zoeken naar de nieuwste ontwikkelingen op modegebied met het doel de klant te verleiden. Hiermee spelen zij in op de wensen van de grootwinkelbedrijven op het moment dat zij dat willen. Deze bedrijven leveren binnen 4 weken, met invliegen, of uit voorraad, dus klanten kunnen laat beslissen en de laatste trends snel in de winkels hebben. Deze producten zijn niet goedkoop om in te kopen, maar inkopers nemen hiermee weinig risico en hebben de garantie dat het goed zal verkopen. Door de strenge eisen die de meeste grootwinkelbedrijven nu stellen aan hun producten en producenten, is het inkopen van gereed product bij importeurs (bijvoorbeeld uit Prato) bijna onmogelijk. Hierbij is het namelijk bijna niet te achterhalen op welke manier producten geconfectioneerd zijn (belangrijk onderdeel van BSCI). Echter, niet alle grootwinkelbedrijven werken met BSCI of een ander keurmerk. 6.8 E-commerce E-commerce is voor grootwinkelbedrijven een succesvolle manier gebleken om te verkopen. Het geeft hen de mogelijkheid om nieuwe modellen en kleuren te testen en te kijken wat hierop de reactie van de klant is. De webshop wordt ook gebruikt om de producten die in winkels verkocht worden en in de uitverkoop zijn, te verkopen. Sommige retailers kopen gereed product in om de collectie aan te vullen en te zien of dit aanslaat. Deze artikelen zijn redelijk duur om in te kopen en de marge hierop is klein, Interview Antonio Barberi Ettaro Chinees.dhtml 33
34 maar als ze goed verkopen, kun je hier als inkoper op inspelen in een volgende collectie in de winkel en deze via andere wegen goedkoper inkopen Digitaal printen Digitaal printen is een nieuwe trend in het bedrukken van stoffen. Het voordeel van deze printmethode ten opzichte van rotatiedruk is dat er geen maximum zit aan het aantal kleuren dat gebruikt kan worden, waar rotatiedruk een maximum van 12 kleuren heeft. Bovendien kan met deze methode een kleine oplage geprint worden. Momenteel is digitaal printen nog redelijk duur in vergelijking met rotatiedruk. Ook ondervindt deze printmethode nog de nodige kinderziektes, waaronder het printen op polyester. Verwacht wordt dat digitaal printen steeds gangbaarder en goedkoper zal worden, nu China deze trend ook heeft opgepakt. Over 10 jaar zullen waarschijnlijk de meest eenvoudige printjes digitaal geprint worden Sourcing integreren in de supply chain Sourcing zou beschouwd moeten worden als een integraal deel van supply chain management, omdat sourcing beslissingen nauw gelinkt zijn aan assortiment, merchandising, design, ontwikkeling en logistiek. Een goede planning, voorspelling en tracking proces waarbij informatie op een goede manier gedeeld wordt, is de belangrijkste succesfactor. Belangrijk is dat de verkoop input vormt voor supply chain planning, in termen van het structureren van het assortiment en het plannen van hoeveelheden. In de ultieme situatie is dit een evoluerend proces waar extra informatie aan toegevoegd wordt als deze vrij komt. Design beslissingen moeten op hun beurt nauw gelinkt zijn aan sourcing als het gaat om materiaal onderzoek en conceptontwikkeling, wat de basis is voor vroegtijdige beslissingen over het plaatsen van stof-blocks. Afhankelijk van het risico niveau kunnen meer modegerelateerde beslissingen over stoffen later genomen worden, wanneer er beschikking is over meer laatste trends- en seizoensverkoop informatie. Productontwikkelinggerichte taken, als technische specificaties, prototypes en monsters goedkeuren worden steeds meer verplaatst naar fabrikanten, inkoopkantoren of agenten. Het gehele traject van mailen, foto s, design en schakelen gaat tegenwoordig veel sneller. Er wordt niet altijd meer een monster opgestuurd voor goedkeuring, maar dit gebeurd in toenemende mate door middel van foto s, om de levertijden te verkorten en operationele kosten te verminderen. 112 Als de productie eenmaal is begonnen, is het belangrijk om de order en de prestatie van de fabrikant nauw te volgen op gebied van: levering, betrouwbaarheid, productkwaliteit, -kwantiteit, en kosten. 113 Waar het dus om gaat is in een zo vroeg mogelijk stadium zoveel mogelijk informatie verzamelen uit eerdere processen. Voorbeelden zijn: - al voor het designproces rekening houden met materiaalonderzoek - tijdens het designproces mogelijkheden van producenten bekijken - vroegtijdig trends en seizoensverkoop analyseren - stofblocks plaatsen Cross-company supply chain planning Informatie-uitwisseling met fabrikanten start niet met de inkooporder en eindigt met een invoice. Dit proces heeft een goede planning en communicatie nodig. Het vroegtijdig delen van de planning/voorspelling beïnvloedt capaciteitplanningen en het blocken van stof en is belangrijk voor het verkorten van levertijden en het verlagen van voorraadrisico s. Verschillende manieren van benadering van productie moeten toegepast worden omdat de risico s verschillen per productsoort. Lage risico producten kunnen op voorraad geproduceerd worden om zo gebruik te maken van de kostenvoordelen van produceren buiten het seizoen. Trendgevoelige producten moeten echter nauwkeuriger gepland worden, rekening houdend met risico s. In dit geval is het blocken van materiaal en reserveren van capaciteit alleen mogelijk voor specifieke producten. Het maken van deze supply chain planningen en voorspellingen helpen bij het opbouwen van een vertrouwensband met de fabrikant. Hierbij is het belangrijk om de risico s te delen. 110 Interview Eva Rethmeier 111 Interview Odette van der Geest 112 Interview Monique Chaudron 113 Salmon, K. (2011). Global sourcing reference: Guide for the retail, hard goods and apparel industry. 34
35 Door middel van het implementeren van deze maatregelen zal het toekomstige sourcing landschap voor minder verrassingen en tegenslagen zorgen Salmon, K. (2011). Global sourcing reference: Guide for the retail, hard goods and apparel industry. 35
36 Hoofdstuk 7 Conclusie In deze conclusie zal antwoord worden gegeven op de hoofdvraag. Deze luidt: Welke ontwikkelingen bepalen de sourcing strategie van een grootwinkelbedrijf en hoe kan het grootwinkelbedrijf hierop inspelen? Sourcing is voor grootwinkelbedrijven van cruciaal belang voor het behalen van de gewenste bedrijfsresultaten. Sourcing is echter zeer complex en dient dan ook hoog op de agenda te staan bij de (inkoop) directie van een grootwinkelbedrijf. Deze complexiteit komt door allerlei externe factoren waar een grootwinkelbedrijf maar weinig invloed op kan uitoefenen, maar die wel belangrijk zijn voor de bedrijfsvoering en de sourcing strategie. Tevens zijn deze externe factoren zeer dynamisch waardoor het sourcen continu gemonitord dient te worden. De afschaffing van de quota heeft voor veel turbulentie gezorgd in het sourcing landschap. De toetreding van China tot de WTO wordt gezien als een mijlpaal in de historie van handel. Door het stijgende exportvolume en de investeringen van westerse bedrijven in China, steeg de welvaart van het land en hiermee de kosten. Ook andere kledingproducerende landen in Azië maakten een groei door. Het leidde tot toenemende concurrentie tussen de kledingproducerende landen. Buitenlandse investeringen zorgden ervoor dat productielanden hun textiel- en kledingindustrie verder konden ontwikkelen op het gebied van nieuwe technologieën en het vergroten van de capaciteit. Landen die in het bezit zijn van grondstoffen kunnen zich onderscheiden door middel van verticale integratie. China en Turkije zijn hierin het best geslaagd. Hierdoor plaatsen importerende landen steeds meer orders in deze landen. Als gevolg stijgt de welvaart in deze landen en in China daarmee ook de binnenlandse vraag. Dit leidt tot een verdere stijging van de prijzen en een groot deel van de capaciteit wordt gebruikt voor het produceren voor de binnenlandse markt. Hierdoor is China tegenwoordig minder aantrekkelijk land voor Nederlandse grootwinkelbedrijven om hun orders te plaatsen. In Europa gebeurt ongeveer hetzelfde. De mate waarin Turkije geverticaliseerd is, maakt het land aantrekkelijk voor de inkoop van kleding. Maar ook hier zorgt de gigantische vraag naar Turkse productiecapaciteit voor een stijging van de kosten. Daarnaast produceren veel grote retailers, grote orderaantallen in Turkije, waardoor zij voorrang krijgen op kleinere bedrijven met kleinere aantallen. Hierdoor is het voor Nederlandse grootwinkelbedrijven van belang dat zij op zoek gaan naar alternatieve productielanden met korte levertijden naast Turkije en naar alternatieven voor productie met lange levertijden naast China. India is voor productie van geweven artikelen een goed alternatief voor China en Bangladesh op het gebied van gebreide producten. Naast Turkije kunnen Macedonië en Marokko alternatieven zijn. Deze alternatieve landen zijn momenteel nog niet in staat om daadwerkelijk vervangers van China en Turkije te worden. Daarom is het van belang een goede mix te vinden van productielanden. Om een goede keuze te kunnen maken in het kiezen van productielanden is het belangrijk te kijken naar interne keuzefactoren. De factoren die voor grootwinkelbedrijven het meest van belang zijn, zijn prijs, kwaliteit en levertijd. Een manier die sommige inkopers tegenwoordig gebruiken om de best mogelijke prijs te krijgen, is werken met open calculaties. Daarnaast is het maken van nacalculaties ook een belangrijke factor. Voor het beheren van kwaliteit en levertijd is het van groot belang dat er goede afspraken worden gemaakt met fabrikanten, is het verstandig om met vaste fabrikanten te werken en een goede vertrouwensband met elkaar op te bouwen. Daarnaast is sociaal verantwoord ondernemen in toenemende mate van belang. Modebedrijven worden steeds meer geconfronteerd met kritische maatschappelijke organisaties en consumenten die willen weten waar en hoe hun kleding gemaakt is. Ook overheden leggen de lat voor bedrijven steeds hoger. Hierdoor is het van groot belang dat een grootwinkelbedrijf bijdraagt aan het verbeteren van de sociale en maatschappelijke arbeids- en milieuomstandigheden in en om fabrieken. De financiële crisis heeft geleid tot onzekerheid bij de consument en daardoor ook bij de inkopers van grootwinkelbedrijven. Om hun risico te verkleinen zijn zij kleinere aantallen gaan inkopen. Daarnaast 36
37 is er de afgelopen jaren een ontwikkeling geweest in de snelheid maarmee trends komen en gaan. Om hierop in te spelen verkleinen inkopers het aandeel dat zij in het Verre Oosten kopen en gaan zij, om meer op de trend in te spelen, een groter deel zo laat mogelijk op de korte termijn inkopen. Hierdoor heeft een verschuiving plaats gevonden richting de dichtbij gelegen landen, de korte termijn. Partijen die op deze trend inspelen zijn private label bedrijven en importeurs. Deze bedrijven bieden modegevoelige artikelen aan die op zeer korte termijn te leveren zijn en een hoge omloopsnelheid hebben. Mede om deze reden kan het zeer aantrekkelijk zijn om bij deze bedrijven in te kopen. Het nadeel is echter dat de prijzen om deze redenen ook hoger zijn. De inkoper moet een goede overweging maken of zij hier gebruik van wil maken. De inkoopmarge is voor de inkoper lager maar de eindmarge komt vaak hoger uit. Als gevolg van deze verschuiving naar de korte termijn ontstond in het Verre Oosten overcapaciteit. Andere belangrijke factoren die zullen leiden tot verschuivingen zijn: het sterker worden van de RBM ten opzichte van de US$ en de Euro, politieke onrust in productielanden waardoor het vertrouwen in een land daalt en inkopers opzoek gaan naar andere landen voor productie, veranderingen in de oorsprongregels en het GSP plus waardoor landen die worden bevoordeeld aantrekkelijker worden voor productie en het wel of niet toetreden van landen tot de Europese Unie wat zal leiden tot hogere welvaart, lonen en productiekosten voor het land. Dit leidt tot een stijgende concurrentie tussen ontwikkelingslanden en fabrikanten doen er alles aan om aantrekkelijk te blijven voor de importerende landen en orders binnen te halen. Als gevolg wordt er door deze exportlanden geïnvesteerd in het ontwikkelen van design en productontwikkeling. Hierdoor wordt in toenemende mate gereed product aangeboden. De verantwoordelijkheid van de fabrikanten neemt hierdoor toe en de inkoper kan voordelen halen uit de kennis van de fabrikant, het verkorten van de levertijd en het verlagen van de supply chain kosten. Verwacht wordt dat het inkopen van gereed product zal toenemen en CMT-productie minder wordt. Enerzijds worden sociale arbeidsomstandigheden en milieueisen voor grootwinkelbedrijven steeds belangrijker, terwijl anderzijds de zoektocht naar het land met de laagste prijzen nog steeds in volle gang is. Een balans vinden tussen beide is een grote uitdaging voor inkopers. Veel grootwinkelbedrijven werken tegenwoordig met het BSCI om de situatie in fabrieken in productielanden te verbeteren. Hiervoor is het van belang dat er regelmatig een onafhankelijke inspectie wordt gedaan en de fabriek wordt begeleid in het proces. Naast het zoeken van het land met de laagste kostprijs zullen de kosten op andere manieren gereduceerd moeten worden. Voor de toekomst is het belangrijk om interne processen beter te organiseren. Hiervoor moet sourcing geïntegreerd worden in supply chain management. Een goede planning, voorspelling en tracking proces waarbij informatie op een goede manier gedeeld wordt, is de belangrijkste succesfactor. Het is essentieel om hierbij in een zo vroeg mogelijk stadium zoveel mogelijk informatie te verzamelen uit eerdere processen. Dit kan namelijk leiden tot het verkorten van de levertijden en het verlagen van de operationele kosten. Grootwinkelbedrijven kunnen op verschuivingen in het sourcing landschap inspelen door middel van het implementeren van de belangrijkste ontwikkelingen die gepland staan voor de toekomst. 37
38 Hoofdstuk 8 Bronnenlijst Rapporten Adhikari, Ratnakar and Yamamoto, Yumiko (2008), The textile and clothing Industry: Adjusting to the post-quota world. Birmhaum, D. (2005), Source-it, Global material sourcing for the clothing industry. Birmhaum s Handbook, Geneva Capgemini (2007), India set to challenge China as global offshoring sector evolves. Paris CBI (2009), The effect of the international financial and economic crisis on the garments sector in developing countries. Nash BV CBS (2012), Inflatie stijgt fors naar 2,9%. Persbericht PB Clothesource (2010), The garment trade s next revolution. What is likely to change between 2010 and 2015? Dheerasinghe,Rupa, Garment Industry in Sri Lanka Challenges, Prospects and Strategies. Gereffi, G. and Memedovic, O. (2003), The global apparel value chain: What prospects for upgrading by developing countries? UNIDO Hupperts, P. (2006), Modebewust. Just-style (2010), Tomorrow s apparel industry: products, marktets, and processes forecast to Modint (2008), Handleiding productie-uitbesteding. Amsterdam Salmon, K. (2011). Global sourcing reference: Guide for the retail, hard goods and apparel industry. Schone Kleren Campagne (2005). De uitvoering van het Textiel- en Kledingakkoord ( ). SCHRIFTELIJKE VRAAG E-1713/00, van Paul Rübig (PPE-DE) aan de Commissie (29 mei 2000), Voorwaarden voor toetreding van China tot de WTO in de textielsector Textile Media Services Ltd (2006), Central and Eastern Europe, Textile business review. 2nd edition The Source (2012). Edition 9. The Source (2012). Edition 10. The Source (2012). Edition 11. The World Bank, Sewing success? Employment and wages following the end of the Multi-fibre Arrangement. Saxena, S. and Salze-Lozac h, V. (2010), Competitiveness in the Garment and Textiles Industry: Creating a supportive environment. A case study of Bangladesh. The Asia Foundation. Van den Broek, Wendela (2005), China: een bedreiging of een kans voor de westerse mode- en textielindustrie?, Fashion United vakblad Vereniging Importeurs Verre Oosten (2012), Nieuwsbrief 20. World Trade Organization (2010), International Trade Statistics
39 39 Websites Cambodja-is-het-nieuwe-textielland.dhtml
40 Hoofdstuk 9 Bijlagen Bijlage 1 Bron: WTO, World trade developments in
41 Bijlage 2 41
42 Vervolg bijlage 2 42
43 Bijlage 3 Bron: 43
44 Bijlage 4 Generalised Scheme of Preferences (GSP), Brussels, October 31 Which partners are beneficiaries in the reformed GSP? The new scheme is expected to start with 89 beneficiaries: 49 least developed countries in the Everything But Arms scheme, and 40 other low and lower-middle income partners: Everything But Arms (49): - 33 in Africa (Angola, Burkina Faso, Burundi, Benin, Chad, Congo (Democratic Republic of), Central African (Republic), Djibouti, Eritrea, Ethiopia, Gambia, Guinea, Equatorial Guinea, Guinea-Bissau, Comoros Islands, Liberia, Lesotho, Madagascar, Mali, Mauritania, Malawi, Mozambique, Niger, Rwanda, Sudan, Sierra Leone, Senegal, Somalia, Sao Tome and Principe, Togo, Tanzania, Uganda, Zambia); - 10 in Asia (Afghanistan, Bangladesh, Bhutan, Cambodia, Lao (People's Democratic Republic), Maldives (until end 2013 as they have exited the UN Least Developed Country list), Myanmar/Burma (preferences currently withdrawn), Nepal, Timor-Leste, Yemen); - 5 in Australia and Pacific (Kiribati, Samoa, Solomon Islands, Tuvalu, Vanuatu) - 1 the Caribbean (Haiti). These partners will enjoy more opportunities to export as competitors exit the scheme. Low and lower middle income partners (40): Armenia, Azerbaijan, Bolivia, China, Cape Verde, Colombia, Congo (Republic of), Cook Islands, Costa Rica, Ecuador, Georgia, Guatemala, Honduras, India, Indonesia, Iran (Islamic Republic of), Iraq, Kirghizia, Marshall (islands), Micronesia (federate States of), Mongolia, Nauru, Nicaragua, Nigeria, Niue, Pakistan, Panama, Paraguay, Peru, the Philippines, El Salvador, Sri Lanka, Syrian (Arab Republic), Tajikistan, Thailand, Tonga, Turkmenistan, the Ukraine, Uzbekistan, Vietnam. These partners will also enjoy more opportunities to export as competitors exit the scheme. Which countries will no longer benefit? The main country categories which will no longer benefit from the GSP scheme are as follows: - 33 overseas countries and territories. These are mainly EU territories which have their own market access regulation and thus do not use GSP to enter the EU. Reform will be in general neutral for them. This is the case for: Anguilla, Netherlands Antilles, Antarctica, American Samoa, Aruba, Bermuda, Bouvet Island, Cocos Islands, Christmas Islands, Falkland Islands, Gibraltar, Greenland, South Georgia and South Sandwich Islands, Guam, Heard Island and McDonald Islands, British Indian Ocean Territory, Cayman Islands, Northern Mariana Islands, Montserrat, New Caledonia, Norfolk Island, French Polynesia, St Pierre and Miquelon, Pitcairn, Saint Helena, Turks and Caicos Islands, French Southern Territories, Tokelau, United States Minor Outlying Islands, Virgin Islands British, Virgin Islands- US, Wallis and Futuna, Mayotte countries which enjoy another trade arrangement with the EU which provides substantially equivalent coverage as compared to GSP. This includes countries with a Free Trade Agreement or with autonomous arrangements (such as the Market Access Regulation for countries with an Economic Partnership Agreement (EPA) or the special regime for Western Balkan countries). Given that use of GSP is marginal for these countries, reform will in general be neutral for them. This is the case for: o o o o o o Euromed (6): Algeria, Egypt, Jordan, Lebanon, Morocco, Tunisia Cariforum (14): Belize, St. Kitts and Nevis, Bahamas, Dominican Republic, Antigua and Barbuda, Dominica, Jamaica, Saint Lucia, Saint-Vincent and the Grenadines, Barbados, Trinidad and Tobago, Grenada, Guyana, Surinam Eastern Southern Africa (3): Seychelles, Mauritius, Zimbabwe Pacific (1): Papua New Guinea Economic Partnership Agreement Market Access Regulation (8): Côte d'ivoire, Ghana, Cameroon, Kenya, Namibia, Botswana, Swaziland, Fiji Other (2): Mexico, South Africa 44
45 Countries which have been listed by the World Bank as high or upper middle income economies for the past three years, based on Gross National Income (GNI) per capita. These are: - 8 high-income partners (Saudi Arabia, Kuwait, Bahrain, Qatar, United Arab Emirates, Oman, Brunei Darussalam; Macao) and - 12 upper-middle income partners (Argentina, Brazil, Cuba, Uruguay, Venezuela; Belarus, Russia, Kazakhstan; Gabon, Libya, Malaysia, Palau). Bron: 45
46 Interview Monique Chaudron Kunt u een korte uitleg geven van wat uw functie inhoudt? Directeur Groot Aandeelhouder bij Fashion 2 Wear, alles van HR tot sourcing, van styling tot verkoop, tot financiën. Welke landen zijn op dit moment interessant voor productie op korte termijn? Waarom? Voor ons het Europese gedeelte, dus Polen, Macedonië, Hongarije, Bulgarije. Macedonië is op dit moment erg in opkomst. Turkije, Marokko en Tunesië. Macedonië is vrij goedkoop maar gestructureerd. Een land dat vroeger veel voor de communistische landen produceerde, veel uniformen en dus al een goede confectie industrie had. Goed georganiseerd. En van daaruit kunnen zij nu heel goed naar het commerciële deel toe. Een jaar of 7/8 geleden zijn ze daar echt mee begonnen. Als een land dat vroeger niet had en helemaal vanaf het begin moet opstarten heb je een groter probleem dan op deze manier. Het is maar net waar je zit, wat korte termijn is. Want als je in bijv Rusland zit en je wilt korte termijn doen, is het onhandig om naar Marokko te gaan. Voor ons is Rusland ver, maar als je in Rusland zit is het heel dichtbij. Je zou dan bijvoorbeeld goed in Oekraïne gaan zitten, die hebben ook hele goede confectie. Niet elk land is sterk in elke groep artikelen. In Polen doen wij nu bijvoorbeeld heel veel, maar met name tricot. Daar moet je geen geweven doen, dat is daar veel te duur. Er zijn landen als Macedonië en Turkije, hoewel zij al duurder worden, en Marokko die daar gewoon veel beter in zijn. Het hangt af van de wat het mag kosten, met welk grootwinkelbedrijf je werkt. Een heel strak product komt meer uit Macedonië en Bulgarije dan uit Turkije. Zij zijn meer bulkdraaiers. De aantallen kwestie wordt steeds moeilijker. Als je in een band start zoals bij ons, ze verdienen natuurlijk in het volume, als je begint en ze moeten bijna gelijk weer ophouden, krijg je natuurlijk nooit je efficiëntie in de band. Vandaar dat je natuurlijk ook meer betaald bij kleine ateliers, als je kleinere series moet draaien. Waar letten jullie op bij het inkopen van stoffen? Op de kwaliteit en de print en daarna de prijs denk ik. Ligt er een beetje aan voor welke klant het is. Ik werk bijvoorbeeld veel met C&A. Die moeten heel scherp geprijsd zijn. Dus als ik daar aan het werk ben, stuur ik ze richting bepaalde printers. Ik weet dat we daar de beste prijzen kunnen krijgen, ze zijn snel, ze zijn goed. Bijvoorbeeld Etam werkt veel meer vanuit de prints. Ik wil niet zeggen dat de prijs er niet toe doet, maar die werken vanuit een ander volume. Een Mart Visser en Bandolera, waar we nu een beetje mee bezig zijn, kijkt naar hoe een print eruit ziet. De kwaliteitsnormen zijn gewoon een gegeven, dus daar letten we eigenlijk niet op, want dat moet gewoon goed zijn. Maar de ene concern kiest voor het plaatje en de ander kiest ook wel voor het plaatje, maar worden door mij bijvoorbeeld toch meer in een bepaalde richting geduwd, daar gaan we het doen. Anders kunnen we wel allemaal leuke dingen gaan verzinnen, maar dat gaat toch niet werken. Is het inkopen van gereed product voor jullie net zo aantrekkelijk als zelf het gehele proces verzorgen? Waarom kiezen jullie hier in sommige gevallen voor? We kiezen ervoor als het een product is dat we zelf niet kunnen bijvoorbeeld een product met veel borduursels of een geplaatste print, dat is iets anders dan wat wij hebben met bijvoorbeeld de all-over prints en all-over uni s. Ik heb er een paar keer voor gekozen omdat het echt veel goedkoper was. Dit omdat het vaak bedrijven zijn die alles in een hand hebben, ze maken de stoffen en ze produceren. Als je het zo doet kan het goedkoper zijn. Als je bijvoorbeeld iemand in Turkije hebt die a la Fashion 2 Wear loopt te shoppen, hij koopt daar zijn stof en daar plaats je het onder, plus dat hij er iets aan moet verdienen, plus dat wij er iets aan moeten verdienen, dat werkt niet. Maar je hebt natuurlijk ook concerns die alles in huis hebben, die stoffen maken plus de productie. Die marge gaat er dan maar een keer aan het eind overheen. Nu gaat de marge over de stof, maakloon gaat marge overheen, plus dat F2W zijn marge eroverheen doet. Dus het zou goedkoper moeten zijn, maar je zit aan de printers vast van dat bedrijf. Nu zijn wij super flexibel om met alle printers te werken. 46
47 Welke ervaringen en problemen komen jullie tegen betreft productie? Het valt en staat met de controle die je in een land hebt. Wij hebben ervoor gekozen om veel met Nederlanders te werken in die landen. We hebben in Polen, Macedonië, Bulgarije en Marokko een Nederlandse agent/kwaliteitscontroleur. Ik denk dat als wij in Marokko geen Nederlandse controleur hadden gehad, dat het veel lastiger was geweest. Zij zitten er bovenop. Het is landswijs, landseer. Niet veel van onze concurrenten zitten in zoveel landen. Zij zullen voornamelijk in Turkije en Bulgarije zitten. Zij besteden ook heel veel uit. Wij werken op de oud Max Abraham manier. De patronen worden natuurlijk ook nog in huis gemaakt. Het is wel een ontzettende kostenpost om dat hier te houden. Maar aan de andere kant kunnen wij hierdoor creatief zijn en blijven schakelen en doen wat we doen. Dus het heeft nu nog veel meer positieve kanten dan negatief. Problemen die wij tegenkomen zijn vaak veroorzaakt door vertragingen in het een of het ander. Stoffen, patronen, goedkeuring bij de klant, of dat er tijdens het transport wat gebeurd. De klant wilt soms geen vertraging waardoor je in kortere tijd hetzelfde product moet maken. Als het patroon niet goedgekeurd wordt, moet dan heel snel weer gemaakt worden dus daar kan je ook klem door zitten. In de snelheid dat dingen gebeuren worden makkelijker fouten gemaakt. Dus moet dat weer opgelost worden in het atelier. De stof werkt minder of hij krimpt in productie. Er kan van alles en nog wat gebeuren. Er kan natuurlijk ook nog wat met het transport gebeuren. Bijvoorbeeld met invliegen dat het niet ingeklaard kan worden. Hebben jullie last gehad van prijsstijgingen van katoen en synthetische stoffen? Absoluut, zeker met katoen. Wij doen zelf niet zo heel veel met katoen, behalve in de bedrijfskleding. Dus daar zag je een hele sterke prijsstijging. Die nu wel weer een beetje gedaald is. En viscose. Er is een continue verschuiving van prijzen en wat wij dan proberen te doen is die prijsstijgingen proberen op te vangen. Zodra we horen dat de prijs gaat stijgen leggen we gigantische blocks neer. In onze uni doeken, op dit moment alleen de viscose/elastane en de sweat, in onze yoryu en viscose/voile, onze grote kwaliteiten. Met onze suppliers waar wij het meest mee werken, plaatsen we grote blockorders. Waardoor de meiden die bij ons de orders uitschrijven niet continue in prijsonderhandeling moeten. Daarmee verdien je het toch. Bij ons is de stofprijs toch ongeveer 50-60% van je artikel. Dus dat moet wel goed geregeld zijn. Welke verschuivingen/veranderingen heeft u de afgelopen jaren gemerkt bij uw klanten? Bij onze klanten zien we dat er iets meer van lange termijn naar de korte termijn verschoven wordt, qua inkoop. Dus dichterbij. Dit hoeft niet altijd. Want je moet een land als India niet vergeten, wat natuurlijk heel sterk is op de korte termijn, maar dan vooral op invliegen. Er wordt nu veel meer ingevlogen dan vroeger. Vroeger toen ik nog bij M&S Mode werkte werd er zelden ingevlogen. Toen ging het op de boot. Maar de wereld is nu veel kleiner, en dus ook veel mobieler. Daardoor wordt er nu veel meer in het Verre Oosten ook op korte termijn ingekocht. Het hele traject van mailen, foto s, design en schakelen gaat allemaal zo veel sneller. Er wordt niet eens meer altijd een monster goedgekeurd. Soms wordt de zending gewoon via foto s goedgekeurd. Ik denk dus dat er een algehele schakeling is naar korte termijn, omdat mensen zekerder willen zijn van dat ze het juiste kopen, dat het product meer trendy op de markt is. Ook concerns die wat minder dicht op de markt zaten spelen nu in op de klant die jonger in zijn gedachten wordt, ze kleedt zich steeds jonger, dus spelen ze meer in op de trend. Je ziet dat, omdat concerns wat minder goed gaan, ze minder grote budgetten minder lang van te voren willen vastzetten. Aan de andere kant is het zo dat concerns hun geld niet zo lang van te voren vast willen zetten, omdat de markt onzeker is. En als je 80% in het Verre Oosten koopt en je hebt een rotseizoen, dan zit alles vast. Maar dat wil dus niet zeggen dat ze alles in Europa kopen. Het is een soort tegengestelde beweging. Er is altijd een golfbeweging in elke branche denk ik en de kledingbranche is daar geen uitzondering van. Op een gegeven moment gaat het goed, goed, goed, dan zie je die prijzen stijgen. Dan gaat het slecht, dan verkopen ze minder en dan staan die marges gigantisch onder druk. Dat is nu weer het heel sterk aan de hand. Al mijn klanten zeggen; marge, marge, marge. Maar marge betekend vaak lage inkoopsprijzen. Want we schakelen allemaal op een inkomensmarge, de meeste concerns. Je koopt een product en daar zet je 35% op en dat zet je dan in je boeken. Die manager ziet dan, we hebben een inkoopsmarge van 35%, dus we kunnen wat lijden. Bij ons product hebben ze maar 25% marge. Wat het wel met ons product is, is dat ze vaak minder hoeven af te prijzen op ons product dan de Verre Oosten artikelen die je veel langer van te voren inkoopt. Dus aan het eind van de rit kom je wel redelijk gelijk uit. De kruk zit in dat tussenstuk. Omdat 47
48 die managers die niet meer met de echte goederen te maken hebben, denken, ja maar mijn inkomstmarge is te laag. Want als onze klanten veel met ons werken, staat er heel veel van die 25% en weinig van die 35%, dus dat percentage is te laag. Dus de inkopers moeten zich voortdurend verdedigen waarom die inkoopsmarge zo laag is. Dus zegt hij tegen die inkopers, jullie moeten hogere marges halen. Het kan zijn dat zij weer denken, wij moeten meer in het Verre Oosten kopen omdat mijn inkoopsmarge omhoog moet. Dat is een beetje het spel. Het ligt er dus maar net aan hoe goed die inkoper zichzelf kan verkopen aan haar directeur. C&A zei laatst tegen mij, je bent nu mijn grootste leverancier, maar niet voor lang meer. Ze vinden het namelijk belachelijk dat we zoveel bij F2W doen. Dat wij dat niet zelf doen, want wij hebben ook een eigen styling en sourcing afdeling. Etam bijvoorbeeld koopt alles op korte termijn. Maar alle andere concerns hebben zelf buying kantoren in andere landen. Waarom zouden zij bij F2W moeten kopen? Zij hebben geen eigen productie meer toch? Nee maar zij hebben wel hele grote kantoren daar. De inkopers gaan daar naartoe, alle fabrikanten komen daarheen. Zij doen dan de kwaliteitscontrole en de onderhandelingen. Dat zou toch eigenlijk wel goedkoper moeten zijn. Maar ja, wij zijn natuurlijk wel heel scherp. Heeft u een idee van wat er in de toekomst gaat gebeuren? Wat zijn de redenen voor die verschuivingen/veranderingen? Er is al wel een verschuiving zichtbaar richting korte termijn, maar ik denk dus ook dat er verschuiving gaat plaatsvinden richting korte termijn Verre Oosten. Ik zie het op dit moment bij V&D gebeuren. Vooral de uitgewerkte dingen, embellishments, kraaltjes. Turkije kan dit ook maar niet zo goed en niet zo goedkoop. Het heeft natuurlijk ook te maken met een moderichting. Nu zie je gelukkig niet zo veel tierelantijntjes. Twee jaar geleden was bijvoorbeeld alles geborduurd. Dan zitten wij met ons product, niet wat moeilijker, want er zijn zoveel klanten dus ze kopen altijd wel wat, maar het is echt modeafhankelijk wat je waar vandaan gaat halen. Het gaat niet alleen maar om het land, maar ook om de trend. Daardoor vinden ook weer verschuivingen plaats. Welke verschuivingen heeft u de afgelopen jaren ervaren betreft productie landen? En heeft u ideeën over de toekomst? Ik heb bij M&S Mode gewerkt en daar deden wij toen heel veel Verre Oosten en eigen productie, Max Abraham. We deden korte en lange termijn. Lange termijn is niet verkeerd, als je maar iemand hebt die weet hoe die het moet doen. Iemand die visie heeft. Bij M&S Mode werkten we met 3 seizoenen tegelijk. Het is maar net hoe je naar goederen kijkt, hoe je kan scoren. Ik denk nog steeds dat als je een goede inkoopster bent en een goede visie op het vak, dan kan je ook op lange termijn inkopen. Het is maar net hoe je naar dingen kijkt. Shows zijn lang van tevoren, stoffen zijn lang van tevoren bekend. Je gaat natuurlijk niet de nieuwste tendensen in het Verre Oosten kopen, maar als je bijvoorbeeld denkt, ik heb altijd een goed zwart/wit programma nodig, dat kan je natuurlijk prima in het Verre Oosten kopen. En natuurlijk je uni s en broeken. Je ziet natuurlijk bepaalde tendensen aankomen. Je hebt bepaalde verkopen. Hier kan je veel informatie uit halen. Wij waren als M&S een van de eersten in China (25-27 jaar geleden al). Er was toen nog niets, geen hotels, alles was communistisch. We waren ook een van de eersten in Bangladesh (20 jaar geleden). Er is heel veel veranderd. Laatst zag ik een tv-programma, wat je daar nu ziet was er toen bijna allemaal nog niet. Alles moest van de grond af aan gebouwd worden. Als je China zag, dat was communistisch, dus je had een bepaald quota wat je in mocht kopen. En ze hadden een boekje met stalen, en daar moest je het mee doen. Creativiteit bij de inkopers was erg belangrijk. Sri Lanka was erg creatief, maar we kochten zelf de stoffen in uit Taiwan, China, India. Daar lieten we het iets creatievere product maken. Maar terwijl ik daar was besprak ik altijd alles met kantoor, want soms kon het nog beter gemaakt worden in Oekraïne, of Macedonië. Ik bedacht van te voren de meeste dingen die ik wilde gaan kopen en dan liet ik mijn sizespecs bij hun achter. En als ik twijfelde waar ik het moest kopen belde ik hun op en ging ik ze tegen elkaar uit onderhandelen. Daarnaast hield ik nog een budget open om op korte termijn bij de EP de rest te doen. Maar goed, de mix tussen lange- en korte termijn blijft denk het optimale. De scherpste prijzen kan je namelijk niet alleen van dichtbij halen. 48
49 Waar letten jullie op bij het kiezen van ateliers? Kwaliteit, prijs en hun capaciteit. En of ze BSCI gecertificeerd zijn. Bij C&A bijvoorbeeld mag je nergens produceren als het niet eerst door hun goedgekeurd is. Vroeger was het nog zo dat als je ergens ging produceren en je vond het een goed atelier, dan meldde je hun aan bij SOCAM, hun testorgaan, en dan mocht je daar gaan produceren. Dat is nu niet meer zo. Dan ben je echt C&A als klant kwijt. Hoe is de communicatie met de productie ateliers? Goed. Meestal heb je daar een accountmanager waar je al je contact mee hebt. Dat vind ik de beste optie. Je hebt een agent en een accountmanager bij zo n atelier. Een agent heeft vaak meerdere ateliers, dus die is er niet altijd. Accountmanager houdt je op de hoogte van als de stoffen en patronen zijn aangekomen, problemen die er zijn. We proberen bij die ateliers een continue orderstroom te hebben, zodat zij voor continue kwaliteit zorgen. Het heeft geen zin om constant te hoppen naar andere ateliers. We proberen er dus wel continuïteit in te houden bij onze 5 grootste ateliers. Bent u constant op zoek naar nieuwe productielanden/ateliers? Of denkt u er wel eens aan om in andere landen stoffen in te kopen of productie te plaatsen? We zijn wel continue opzoek om te kijken of we er nog een atelier naast kunnen hebben of als het echt niet zo lukt. We werken met 4 of 5 ateliers al jarenlang en daarnaast hebben we nog allemaal randverschijnselen. Op dit moment zijn wij op zoek naar ateliers omdat we de productie niet aankunnen. Dus hierin hebben we altijd wel verschuivingen, maar met een aantal hebben we wel een lange termijn relatie opgebouwd. Wat ook belangrijk voor ons is. Hoe belangrijk zijn goede werkcondities voor jullie? Hoe checken jullie dat? Dit staat voor ons buiten kijf. Het is net zoiets als dat je stof niet krimpt. Welke landen kunnen alles in eigen land? Turkije kan echt alles zelf. Maar verder ligt het aan het product. Ik weet niet precies hoe het met de stoffen staat, maar ik denk dat Rusland ook wel alles kan. Oud-communistische landen zullen wel hele grote katoenweverijen hebben staan. Frankrijk heeft bijvoorbeeld een hele grote stoffenindustrie en een groot illegaal naaicircuit. Italie ook. Maar katoen en viscose kopen zij ook allemaal in uit het Verre Oosten. De wereld is natuurlijk zo klein, het is allemaal een soort kruisbestuiving geworden. Maar Frankrijk breit zelf, bedrukt zelf en hebben illegale naai ateliers. In Italie hebben we een probleem met al die illegale Chinezen die er zitten. Daar komt heel veel korte termijn vandaan, 2 weken. Je hebt geen idee wat de werkcondities daar zijn, maar het is wel een concurrent van ons. Hebben jullie last van het verminderen van de beschikbaarheid van ruwdoek? Ik denk dat wij daar te klein voor zijn. Hoe denkt u dat de wereldwijde productie eruit zal zien over 10 jaar? Ik denk dat er veel meer in Afrika zal zitten. Waarom? Ik ben ergens heel benieuwd want als alle grote landen echt los gaan, zal er misschien toch wel een bepaalde schaarste ontstaan en daarmee weer een nieuwe rijkdom. Het is natuurlijk een continue golfbeweging. Komen daar in India en Afrika de concerns van H&M s of zijn het toch de Indiase H&M s die de andere kant uit gaan werken. Nu domineren toch redelijk de Europese concerns. Blijft dat zo? Denken wij dat wij dan nog steeds het middelpunt van de wereld zijn? Denkt u dat korte termijn productie zal toenemen en lange termijn productie zal afnemen? Ja dat denk ik wel, zeker in deze onzekere markt, want dan zoeken mensen zekerheid. 49
50 Interview Ellen Brugman Kunt u een korte uitleg geven van wat uw functie inhoudt? Ik werk nu 22 jaar als inkoopster voor V&D. Senior Buyer. Kunt u een korte uitleg geven van welke producten uw bedrijf verkoopt? In het verleden hadden wij alleen een private label, we kochten alleen onze eigen collectie is. Nu is V&D een shop-in-shop, dus naast ons private label hebben wij andere labels toegevoegd. Het private label is nog steeds een belangrijk onderdeel. Daar verdienen wij nog steeds het meest mee. En de merken zijn er om de aantrekkelijkheid te verhogen. Omdat wij een warenhuis zijn en meerdere doelgroepen bedienen, hebben wij binnen ons private label verschillende doelgroepen; voor jong Yes or No, voor de groep die daarna komt Soho, voor de brede doelgroep die wij bedienen van jaar LIV Collection en LIV is het casual gedeelte. We hebben dus verschillende private brands die aansluiten op de totale doelgroep die wij binnen ons warenhuis bedienen. Ik koop in voor het label LIV. Omdat LIV het grootste label is binnen V&D hebben wij hier 2 inkopers voor. 1 voor gebreid en 1 voor geweven. Ik doe het geweven pakket. Hoe lang werken jullie vooruit? Dat is verschillend. Wij maken een Verre Oosten reis. Daar kopen wij de lange termijn in op een productietijd van 5-6 maanden. Dan krijg je de midden-lange termijn, 3 maanden van tevoren. En de korte termijn die we in 6-8 weken laten produceren. We hebben dus verschillende termijnen. We beginnen met de lange termijn en later vullen wij dat aan. In welke landen koopt u in het Verre Oosten? Toen ik hier begon, kocht ik heel veel in China. Toen kwam ik al in Sjanghai. Toen begon dat echt groot te worden. Dat is nu bijna niets meer, omdat China heel duur aan het worden is. Dat heeft te maken met de inflatie die daar is, de lonen en grondstofprijzen stijgen enorm. En wat China als nadeel heeft is die enorme lokale vraag. De lokale markt is zo groot, het is een consumptiemaatschappij aan het worden. Dus de afname van de lokale markt is zo groot dat zij die prijzen kunnen blijven vragen. Ik heb mijn orders daar bijna helemaal weggetrokken. Verder werken wij met fabrikanten die in Hong Kong zitten, maar elders produceren, bijvoorbeeld in Vietnam, Indonesië, Bangladesh en India. In India komen wij zelf ook. Dus van China zijn wij echt aan het verschuiven naar andere landen, omdat het margetechnisch niet meer haalbaar is. Kunt u een idee geven van wanneer dit gebeurde? Toen ik hier begon, 20 jaar geleden kochten wij heel veel in Hong Kong. Daar werd nog wel wat geproduceerd, maar het meeste werd al in China gedaan. Hong Kong hoort nu ook bij China, maar dat was toen nog niet het geval. In principe zaten al die leveranciers in Hong Kong. Toen bleek dat China veel goedkoper was dan Hong Kong, dus toen zijn wij allemaal opgeschoven naar China. Tijdenlang hebben wij daar heel veel vandaan gehaald. Het was toen zo een groeiende maatschappij. Die lokale markt was daar toen nog helemaal niet, dus wij hebben daar heel goed kunnen werken. Daarnaast hebben wij altijd Vietnam, Bangladesh en India gehad. Maar met mijn pakket was op dat moment China heel groot. Wat er toen gebeurde is dat die mensen uit Hong Kong, die heel slim zijn, zagen dat al die handel wegging, dus die zijn naar offshore landen gaan zoeken, Bangladesh, Vietnam. Zij gingen overal produceren, als het maar geen China was. Dus die werden eigenlijk weer goedkoper dan China. Dus toen verschoof het weer van China naar Hong Kong. Dat is ongeveer 10 jaar geleden. India is altijd groot geweest, maar nu zijn ze nog een heel interessant land om te kopen. Van mijn totale Verre Oosten orderbestand nu, wat eerst nog heel veel China was, zie je dat India een heel groot deel gaat worden. Dat komt puur doordat de lonen daar relatief laag blijven. De grondstoffen zitten hun ook mee. Dus daar weten ze de prijzen heel scherp te houden. In welke producten zijn zij gespecialiseerd? India is wat minder goed in de zwaardere geweven producten als broeken en jeans. Ze doen het wel, maar voor mijn pakket zijn ze daar niet sterk genoeg in. Maar waar ze heel sterk in zijn, is tuniekjes, licht gewicht stoffen. Ze zijn uitgewerkt heel goed. Voor een basis artikel kan je heel goed naar Bangladesh. Maar voor uitgewerkte artikelen met pailletten of kraaltjes moet je echt in India zijn. Zelfs voor mijn basisproducten waar die kraaltjes niet op zitten zijn zij nog steeds heel goed. 50
51 Hoe is de lange-, midden- en korte termijn bij u verdeeld? Dat doen wij in onze assortmentplanningen. Ik ga nu starten met mijn assortment plan van zomer 2013, omdat ik begin august weer naar het Verre Oosten ga om mijn lange termijn in te kopen. Dan moet ik mijn totale assortment plan klaar hebben. Ik ben in principe vrij om dat in te delen. Dat gaat natuurlijk wel op basis van ontwikkelingen. Wat wordt de mode? Stel dat het allemaal kraaltjes worden, dan gaat er veel meer naar India. Dus modeontwikkelingen zijn absoluut een gegeven bij de landenverdeling. Zo n assortment tool is op basis van historie, dus hoe heb ik afgelopen zomer gedraaid? Er wordt naar cijfers gekeken, welke leveranciers, waar is het gekocht, wat hebben ze opgeleverd. Je kan een hele hoge ingangsmarge hebben waarvoor je koopt, maar uiteindelijk wil je weten wat je er aan het eind van de rit op verdiend hebt. Dat wordt allemaal per leverancier inzichtelijk gemaakt. En dan ga je kijken wat goed verkocht is en wat niet, waar gaan de trends heen. Alle facetten worden samen genomen en dan kom je tot de conclusie welke producten het moeten worden. Uit ervaring weet ik vaak welk land waar goed in is. En zo bouwen we een verdeling van de landen op. Op dit moment hebben we alleen de marktontwikkeling tegen. Crisis, klanten houden geld in hun zak, het fluctueert heel erg. Het is heel lastig te voorspellen hoeveel je nodig zult hebben. Je probeert daar wat flexibeler op in te spelen. Het deel dat ik ver weg koop maak ik iets kleiner, zodat we meer budget overhouden om bij te kopen. En mocht het tegenzitten, dan vul je een deel nog even niet in. Als je 70% in het Verre Oosten inkoopt, zet je jezelf vast. Want het zou kunnen zijn dat je midden in het seizoen zit en de verkoop tegenvalt. Door die onzekerheid zie je een verschuiving in lange-, midden-, en korte termijn. Denkt u dat als de markt weer zekerder wordt er een verschuiving terug zal plaatsvinden? Dat zou kunnen. Het hangt ervan af of de goederen die de klant dan wilt ook uit die landen komen. Maar ik denk het wel. We zijn nu absoluut voorzichtiger in het ver weg kopen dan voorheen. De klant is onvoorspelbaar op dit moment. Laat u zich beïnvloeden door nieuwe input van stoffabrikanten, confectionairs etc.? Ja, het voordeel van het op korte termijn kopen is dat bijvoorbeeld confectionairs print informatie hebben. Dat is voor ons heel fijn. Want als ik in India kom hangt daar een heleboel. Ook een heleboel dat je niet kan gebruiken. Dus daar moet je veel meer aan eigen ontwikkeling doen. Het voordeel is het prijsvoordeel. Dus daar moet je iets meer doen, maar je prijs is veel lager. Wij zijn natuurlijk hartstikke blij met Verre Oosten fabrikanten die wel die input geven, maar dat gebeurd heel weinig. Ik koop ook bij importeurs die zelf in China of Bangladesh produceren. Die hebben verschillende kanalen. Die verschuiving zie je ook. Het deel dat ik direct inkoop is aan het afnemen en ik gebruik de importeurs voor een stukje informatie, omdat zij veel meer collecties maken dan mijn eigen leveranciers die ver weg zitten. Daarnaast, als ik bij een fabrikant kom voor stuks, dan ben ik de enige met mijn stuks. Als ik bij een importeur kom waar anderen ook bestellen, dan heeft hij een hele grote stofblok in een bepaalde kwaliteit en kan hij een hele scherpe prijs maken. Dus het gebeurd dat mijn importeur bij sommige artikelen goedkoper is dan als ik het zelf doe. En daarbij komt dat zij mij input geven over ontwikkelingen. Dus ik gebruik steeds vaker importeurs die ver weg produceren. Als wij in het Verre Oosten kopen is dat FOB, de goederen worden in de haven afgeleverd en het hele traject naar Nederland regelen wij. Als ik bij een importeur koop, is dat Franko Huis. Dat houdt in dat zij dat regelen en bij ons afleveren. Is het inkopen van gereed product voor jullie aantrekkelijker dan zelf het gehele proces verzorgen? Dat hangt er vanaf. Het prijsvoordeel is veel groter als wij het zelf doen. Maar de stylist waarmee ik werk op mijn pakket kan niet alles doen. Dus ik moet gericht kijken wat zij wel en niet kan en waarvoor ik een andere oplossing moet zoeken. Een importeur die ook scherpe prijzen biedt, heeft ook een stylist. Dus als ik bij een importeur koop, verzorgen zij dat deel. Het is een afweging. Voor het Verre Oosten pakket is het zeer zinvol om het zelf te doen, want daar heb je een groot prijsvoordeel en veel hogere marges. Maar bij de korte termijn probeer ik het zoveel mogelijk bij de fabrikanten zelf neer te leggen. Welke producten laten jullie waar maken? Welke landen zijn waarin gespecialiseerd? China is voor ons heel goed in het geweven pakket, met name de zwaardere geweven stoffen. Ze maken een heel mooi product. Hele lichte doekjes kunnen ze ook, maar daar vind ik ze minder goed in. De make in China is erg netjes, heel clean. In India ziet het er minder strak uit. Ze zijn allebei goed, alleen krijg je een ander product. India is erg goed in lichtgewicht stoffen en uitgewerkte producten. 51
52 Vietnam is een beetje vergelijkbaar met China maar dan goedkoper. Ik kies vaak voor China, omdat Vietnam over het algemeen goedkoper is, maar ze hebben veel noten op hun zang. Vietnam is veel kleiner, de Amerikanen zitten daar heel groot en die komen met megagrote orders aan. Ik kom daar met mijn orders van 8000 stuks. China krijgt absoluut ook grote aantallen, maar die zijn nog blij met dat soort orders. Wij wegen continue de prijzen af. Ik ben nu Bangladesh goed aan het opzetten. Zij zijn erg goed in gebreid. Maar voor geweven vind ik de make nog net niet goed genoeg. Daar zie je dat een aantal Chinese- en Hong Kong leveranciers in Bangladesh produceren. Als ik in Hong Kong laat produceren betaal ik 12% invoerrechten. Een aantal landen in de wereld zijn daarvan uitgesloten. Dat zijn landen die gesupport worden door de World Trade Organisation. Een van die landen is Bangladesh. Dus als ik daar iets koop scheelt dat al 12% wat ik minder aan invoerrechten hoef te betalen. Dus voor mij is de afweging, waar is het het goedkoopst. Nu zie je dat Bangladesh een mooiere make gaat krijgen, ook door de invloed van de Chinezen die daar heen gaan. Dus je ziet dat ze daar een relatief mooi product hebben voor hele scherpe prijzen. Het nadeel van Bangladesh is dat het enorme aantallen zijn. Ze doen daar bijvoorbeeld niet minder dan 1500 stuks per kleur. Dus daar gaan wij met basis artikelen heen, waar we een scherpe prijs voor willen hebben. China en India maken zelf hun stoffen. Bangladesh doet dat veel minder. De mooie stoffen komen gewoon uit China. Dus mooie stoffen worden geïmporteerd. Dat kan nu, maar voorheen was het zo dat als je in Bangladesh stoffen importeerde, je invoerrechten moest betalen. Als je lokale stoffen gebruikte was het invoerrechtvrij. Maar nu is dat helemaal losgelaten. Dus je ziet nu dat ze voor andere landen gaan invoeren. Welke landen zijn aantrekkelijk in Europa? Turkije maakt hele mooie producten, maar is voor mij veel te duur. Ik kom niet meer uit met de prijzen. Ik heb wat Nederlands fabrikanten die produceren in Turkije en die kunnen het voor mij scherper doen dan als ik daar zelf, direct, heen ga. Die constructie daar begrijp ik niet helemaal. Maar het voordeel van Turkije is de snelle levertijd. Dus als ik in het seizoen een artikel heb dat goed verkoopt en je koopt het kort bij, dan ben ik bereidt om een lagere inkoopmarge te nemen. Wat is het belangrijkst voor jullie? Prijs, kwaliteit of het product? Alles bij elkaar. Het is altijd een combinatie. Wij calculeren heel erg in de mix. Soms heb ik een artikel wat ik koop op de korte termijn. Als ik die heel erg graag in mijn assortiment wil, maar ik verdien er niet veel aan, probeer ik er altijd de scherpste prijs voor te krijgen, maar ik heb dan niet mijn allerhoogste inkoopmarge. Dan doe ik een prijsconcessie. Dat kan af en toe een keer gebeuren. De targets worden de laatste tijd steeds hoger gesteld, dus dan wordt het steeds lastiger om dat soort trucjes uit te halen. Heeft u een idee van verschuiving die in de toekomst gaan plaatsvinden? Bijvoorbeeld landen die opkomen? In Myanmar wordt al geproduceerd, maar je ziet dat de Amerikanen daar voet op aarde hebben gezet. Hillary Clinton gaat er regelmatig naartoe om het open te breken. Er zijn daar nu nog wat dubieuze dingen vanwege het regime, maar dat zie je langzaam verbeteren. Dus op het moment dat dat soort dingen gebeuren, dat de Amerikanen in zo n land binnen komen (wat in Vietnam ook is gebeurd) is het over. Dan worden die fabrieken zo volgepompt. De prijs zal omhoog gaan. Ik vind het nu heel lastig. Ik denk dat India nog heel veel kan groeien. Ik denk dat we nu in alle landen zitten. Geen idee wat er verder gaat komen. En Zuid-Amerika of Afrika? Daar hoor je wel over. 52
53 Interview Eva Rethmeier Deel Kunt u een korte uitleg geven van wat uw functie inhoudt? Inkoper voor de tricot collectie van Miss Etam, voor dames regulier. Hiernaast hebben wij nog plus maten en specialities, namelijk kort en longwear. Die afdelingen kopen ook allemaal tricot in. Ik koop alles in wat tricot is, dus ook blazers en leggings bijvoorbeeld. Daarnaast ben ik eindverantwoordelijk voor de basiscollectie regulier. Dus singletjes, punten vesten, leggings etc. Hoeveel collecties hebben jullie per jaar? Elke 6 weken hebben wij een nieuw thema dat in de winkel komt te hangen. Sowieso hebben wij elke week nieuwe aanvulling. Een thema loopt 6 weken, dat is een kleurstroom. Na 3 weken heb je daar weer een nieuwe input in. Na de volgende 3 weken loopt het af. Dus blokken van 6 weken, waarin nog één keer een nieuwe input zit. Na die 6 weken worden de artikelen uit de winkel gehaald. Hoe lang werken jullie vooruit? Wij werken met deze productgroep heel kort. We proberen op 6 weken te schakelen. Voor tricot collectie doen we 100% op korte termijn, dus we proberen op 4-6 weken te schakelen. Het is afhankelijk van het type artikelen dat je koopt. Voor bijvoorbeeld een blazer is 6 weken lastig haalbaar en is het eerder 7-8 weken. Voor basis zit het anders. De niet-risico kleuren kopen wij vooruit met een levertijd van 3 maanden, in Sri Lanka. We hebben ook wel eens met Bangladesh gewerkt, maar dat doen we nu niet meer. Waarom doen jullie dat niet meer? Omdat wij toch best wat problemen hebben gehad met leveringen. Wat ze leverden was niet goed genoeg. Dus uiteindelijk hebben we nu gekozen voor Sri Lanka. Daar hebben wij goede ervaringen mee. Kwaliteit is mooi en goed en de leverancier biedt veel meer service dan we in Bangladesh kregen. Bij Etam hebben we best hoge kwaliteitseisen. Leveranciers moeten BSCI-approved zijn. Dat was in Bangladesh een probleem. Wij hebben de visie om met minder leveranciers meer zaken te doen in plaats van iedereen een beetje te geven, want dan wordt je uiteindelijk voor niemand interessant. Dus we hebben het zo verdeeld dat we een pakket aan Sri Lanka hebben gegeven en dat is het eerste rondje en de kleuren waarin je geen risico loopt. De modekleuren die wel in je basis zitten, denk aan een groen of kobalt, dat zijn kleuren die je misschien in je eerste input daar doet, kijkt wat de beste kleuren zijn en die schakel je kort bij. Dus je probeert zo min mogelijk risico ver weg te zetten. En daardoor ga je voor een snellere omzetsnelheid. Hoe zit dat bij andere afdelingen? Ik heb bijvoorbeeld ook geweven blouses en jurken voor regulier gedaan en daar deden we basis op de zelfde manier maar dan in India, de niet-risico kleuren. En korte termijn schakelde wij op kleur. Maar ook bij bijvoorbeeld modellen waarvan we in de collectie zagen ontstaan dat ze heel goed waren, schakelde we op korte termijn. Vanuit de collectie werd gekeken wat de artikelen zijn die we eigenlijk niet kunnen betalen op korte termijn, waar bijvoorbeeld veel handwerk op zit als kraaltjes. Daar zijn ze ook minder goed in in Turkije of Marokko, dichtbijgelegen landen. En daar zijn ze juist in India heel goed in. Daar krijg je een betere prijs, maar je zit met een levertijd van 3-4 maanden. In zo n situatie kiezen jullie niet voor het laten invliegen? Invliegen doen we ook wel. Vanaf het moment dat je een order ingeeft, moet je rekenen met 90 dagen en dan moet het nog eens afgaan. Dus aan de 3 maanden zit je sowieso, ook als je het invliegt. Met een aantal leveranciers kan het wel sneller, 60 dagen is echt het maximale qua snelheid wat mogelijk is met de leveranciers waar wij mee hebben gewerkt in India. Maar daar hebben we wel veel gebruik van gemaakt. Voor dat pakket deden we 25% Verre Oosten en 75% dichtbij. Soms 30/70, maar niet veel meer. De strategie van Etam is op korte termijn schakelen. Voor zo n blousenpakket heb je India wel echt nodig voor de variatie, voor een ander type artikelen. In de tricot is het toch makkelijker om dat niet te doen. En borduur zit nou eenmaal eerder op een geweven artikel dan op tricot. Voor de korte termijn werken jullie met leveranciers. In welke landen produceren zij? Turkije, Polen en Marokko zijn de grootste. 53
54 Werken jullie daar ook direct mee? Ja, we doen beide. Via leveranciers en in Turkije werken wij zowel rechtstreeks als met een agent. Waarom is Turkije aantrekkelijk? Met name door zijn snelheid. Ze kunnen alles, zijn flexibel. Als je ergens resultaten van krijgt en je denkt dat iets anders beter is, dan kun je daar vaak nog wel iets omzetten, terwijl in een land waar je een lange levertijd hebt, ze daar duidelijk niet op ingesteld zijn. De prijs-kwaliteit verhouding is ook gewoon goed. Met name de duurdere artikelen, dus de artikelen die wat moeilijker zijn, worden bijvoorbeeld in Marokko ondergebracht omdat daar het maakloon wat lager ligt. Laat u zich beïnvloeden door nieuwe input van stoffabrikanten, confectionairs etc.? Ja, als zij een bepaalde printrichting bijvoorbeeld hebben gevonden die wij niet in ons stroomschema hebben staan. Een stroomschema bevat een aantal thema s. Twee thema s staan vast en één thema staat altijd open. Het wordt tien weken vooraf bepaalt. Dus voor de open trading laten we ons juist inspireren. We zien bij stoffenfabrikanten bepaalde prints of kleuren, of als we een bepaalde kleur in een thema hebben en die is zo goed, dan moeten we daar wat mee doen, maar dan in een andere kleurvariant. We proberen daar erg veel gebruik van te maken. Stoffabrikanten kunnen ineens met een nieuwe richting komen of een nieuw kleuridee wat je zelf van te voren niet hebt bedacht. Kopen jullie ook gereed product in? Nee, gereed product doen wij niet. Nou ja, alleen in de outlet waar ook de spullen die na 6 weken de winkel uit moeten heen gaan. Wij kopen niet kant-en-klaar in, omdat Etam haar eigen pasvorm heeft, eigen maten. De artikelen moeten aan allerlei kwaliteitseisen voldoen en dat blijkt toch lastig bij kant-en-klaar artikelen. We willen graag dat de klant weet welke maat zij bij ons heeft. Bij een kant-en-klaar artikel ben je vaak afhankelijk van de maatvoering die de partij jou aanbied. Wat wij bij een leverancier inkopen, ontwikkelen wij samen met de leverancier. We passen het door, we zoeken zelf alle prints uit. De prints worden ook omgekleurd naar onze kleurthema s. Soms koop ik ook van de kap, maar meestal kleur ik het om. Hoe is bij jullie de verdeling rechtstreeks en via leveranciers inkopen? Wij doen het meeste via leveranciers. Waarom kiezen jullie hiervoor? Omdat wij geen eigen inkoopkantoor hebben, dus dat maakt het lastig. Wat wij zelf doen, doen wij via een agent. Op het moment dat je geen eigen inkoopkantoor hebt, maar het wel zelf doet, moet je zorgen dat je daar een controleur hebt. Maar die faciliteiten hebben zij niet. Het is te complex om dat allemaal zelf te doen en vooral als je zo kort schakelt. Waar letten jullie op bij het uitbesteden van productie? Hoe kiezen jullie je partners? Als je met een leverancier van start gaat, ga je eerst naar de leverancier toe, je wilt weten wat voor capaciteit de leverancier heeft, wat voor soort artikelen ze maken, met welke klanten ze werken, waar ze produceren etc. Voor we starten, wordt altijd een audit gedaan om te kijken of de leverancier aan de eisen voldoet. En als we met een leverancier starten is altijd de insteek dat we op lange termijn iets met de leverancier op willen bouwen. We zijn dus erg selectief in het kiezen van onze leveranciers. Bent u constant op zoek naar nieuwe fabrikanten? Ik ben niet altijd op zoek. Als je je collectie opdeelt zie je; ik heb een leverancier nodig die goed is in all-over prints, één in geplaatste prints, één in yarn-dyed strepen. Als bijvoorbeeld de geplaatste prints mode worden en je hebt daar maar één leverancier in is dat best een groot risico. Op die manier ga ik kijken, wie zou dat nog meer kunnen en dan ga je een aantal leveranciers zien. Ook belangrijk is of het handschrift van de leverancier je aanspreekt, is de make mooi, is de prijs goed? Dan pas ga ik echt op zoek. Natuurlijk zijn er leveranciers die ons benaderen, omdat Etam heel groot is. Dus je hebt regelmatig gesprekken met leveranciers. Ook omdat ik het als inkoper goed vind om te kijken wat er nog meer te koop is en hoe ik nu met mijn huidige leveranciers op prijs- en kwaliteitsniveau zit. Continue blijven meten. Het is een soort ongoing proces, maar het is niet van: die erin en die eruit. Als je echt iets 54
55 mist ga je ernaar kijken en over het algemeen zijn de leveranciers waar Etam mee werkt al hele lange relaties. Dat zet je niet zomaar aan de kant. Etam wil als partner met elkaar werken en dat kan ook alleen maar als je jarenlang met elkaar werkt en elkaar kent. Dan weet je wat je aan elkaar hebt en wat goed is voor de klant. Wat is het belangrijkst voor jullie? Prijs, kwaliteit of het product? Uiteindelijk het product, want het product moet verkopen. Dat is ook waar de klant mee geconfronteerd wordt. Dus nummer één is het product, dat moet er gewoon super uit zien. En uiteindelijk is het natuurlijk een mix van product, prijs en kwaliteit. Maar ik zou het artikel nooit laten liggen als de prijs net te hoog is en ik denk dat het een commercieel artikel is voor onze klant. Dan zorg ik dat ik met een ander artikel compenseer en uiteindelijk op mijn marge uitkom. Hebben jullie last gehad van prijsstijgingen van bijvoorbeeld katoen, viscose en synthetische stoffen? Ja, net als iedereen. Dat hebben wij soms wel en soms niet doorberekend in de verkoopprijs. Dus dat hebben we bijvoorbeeld op echte basisartikelen die één op één vergeleken kunnen worden niet gedaan, omdat een klant dat niet zo goed begrijpt. En op een meer fancy artikel waar je meer marge op hebt, of als je ergens iets meer op en aan doet waardoor de klant denkt dat het een rijker artikel is, dan kost het jou inkoop misschien wat meer, maar kun je er wel 5,- meer voor vragen. Dus op die manier hebben we daar een mix in gevonden. Hoe belangrijk zijn goede werkcondities voor jullie? Hoe controleren jullie dat? De fabrieken moeten BSCI-appoved zijn. Hebben jullie plannen voor uitbreiding in binnen- of buitenland? Er zijn altijd wel plannen geweest voor uitbreiding in het buitenland. Maar de status daarvan weet ik niet. En wat voor gevolgen zou dat hebben op het gebied van sourcing? De formule van korte termijn schakelen zal hetzelfde blijven. Dus productielanden zullen niet direct veranderen. Maar aantallen worden natuurlijk wel anders, dus we zouden als inkoper betere prijzen moeten kunnen krijgen. Wat ook zou kunnen is dat je voor bepaalde landen bepaalde producten wel of niet koopt, maar dat hangt af van in welke landen je uitbreid. We zijn wel continue bezig met uitbreiding. We zitten nu op mooie A-locaties in grote steden, maar we zijn ook aan het kijken naar kleinere dorpen. We hebben nu 120 winkels. Wat is het prijsniveau van Etam? Voor collectie (fancy) is de startverkoopprijs 19,95 en het duurste artikel is 49,95. In een winterseizoen misschien een keer 59,95 voor een hele uitgewerkte blazer. In de zomer ligt het zwaartepunt op 24,95-29,95 en in de winter ligt het op 29,95-34,95. Heeft u een idee van verschuiving die in de toekomst gaan plaatsvinden? Bijvoorbeeld landen die opkomen? Landen waar je nu heel snel kunt schakelen. Bijvoorbeeld in Italië waar allemaal kleine ateliers zitten met Chinese werknemers, die bij wijze van spreken in een week een T-shirtje kunnen leveren. Daar hoor je meer over om zo steeds korter op de markt te zitten. Maar dat is duur, het zijn kleine aantallen en je krijgt een minder mooi product dan wat wij nu hebben. Maar ik verwacht dat het voor de korte termijn niet zo snel zal veranderen. En wat denk je dat er met Turkije gaat gebeuren? Een hele tijd is Portugal ook in beeld geweest. Die waren eigenlijk wat te duur, die worden qua prijs nu wel scherper. Misschien is dat een mogelijkheid. Voor ons blijven ze nog wel te duur. Zij doen alles wel, gebreid, ook heel veel tricot. En hoe zit het met verschuivingen van de afgelopen jaren? Bij Etam is wel veel geschoven. Toen ons management veranderde hebben wij een tijdje Engelse leidinggevenden gehad. Bij de Engelsen wordt er veel meer gewerkt met Verre Oosten. Dus die verschuiving was waar we eerst bijna niets Verre Oosten deden, dat het opeens 40-50% werd. Dit speelde ongeveer 3 jaar geleden. Toen zij weggingen is dat vrij snel weer teruggaan naar meer korte termijn. We verloren onze kracht van het snelle schakelen. Ik denk zelf dat de mix belangrijk is. De 55
56 artikelen die je dichtbij niet kunt betalen, dus de uitgewerkte artikelen waar veel minuten in zitten en veel handwerk, kun je heel goed in het Verre Oosten onderbrengen. Wij werkten voor geweven veel met China, bottoms en jassen. Jassen lenen zich nauwelijks voor korte termijn, dus daarbij deden we wel 90% Verre Oosten. Jassen zijn erg bewerkelijk en landen dichtbij zijn daar niet echt op ingesteld. En je moet het bijna wel in het Verre Oosten kopen omdat het anders niet te betalen is. Het heeft niet zo veel zin om een all-over print T-shirt in het Verre Oosten te kopen omdat wij allereerst heel kort schakelen op kleur, dus als er kleuren worden bepaald en uiteindelijk blijkt dat die kleuren niet goed zijn, dan halen we die kleuren van de kleurkaart. In het Verre Oosten zou ik dat dan misschien al gekocht hebben. Dus daar heb ik niets aan. Dan pakken we liever minder marge en gaan we voor de omzetsnelheid. Daarentegen, een workerbroek in basiskleuren kun je lekker uitgewerkt maken met allerlei zakken erop etc. Daar loop je weinig risico mee en dan pak ik daarmee de goede prijs en krijg ik een heel mooi uitgewerkt artikel. Dat is voor de balans van je totaalcollectie ook heel goed. De mix is belangrijk. 56
57 Interview Eva Rethmeier Deel Wat zijn voor u de belangrijkste sourcing criteria en waarom? Hoeveel werk zit er aan een artikel. En waar kan je dit dan het best laten produceren. De prijs is daarbij ook belangrijk. Welk belangrijke ontwikkelingen zie jij in de modebranche? Nu en voor de toekomst. Wat nu erg opvallend is, is de snelheid waarmee modetrends komen en gaan. Dit komt door bedrijven als Zara en Bershka die erg snel inspelen op catwalk mode en trends. Hierdoor merken wij dat de klant snel went aan nieuwe trends en daardoor moeten wij ook weer snel hierop inspelen. Dit is echt iets van de afgelopen jaren. 10 jaar terug gebeurde dit nog niet. Verder is de mix van ver weg en dichtbij inkopen belangrijk en dat blijft ook nog wel een tijd. Uitgewerkte producten kun je het voordeligst ver weg kopen (ook in Turkije maar dat is duurder) en basis tot minder uitgewerkte producten kun je prima dichtbij kopen. Hoe meer uitgewerkt, hoe beter je het verder weg kan kopen. Digitaal printen zal misschien steeds meer gebruikt worden en steeds minder rotatie druk. Digitaal is tegenwoordig nog redelijk duur. Maar ik denk dat die prijs zal gaan afnemen en dat het wat makkelijker wordt om digitaal te laten printen. Het wordt nu ook al in China gedaan. Wat zou u, als inkoopster van een grootwinkelbedrijf, willen weten over de toekomst van sourcing? Ik zou graag willen weten welke landen er voor dichtbij aantrekkelijk worden en welke nieuwe landen er komen, bijvoorbeeld Egypte. En hoe ik BSCI verantwoord kan ondernemen in Europa maar ook in het Verre Oosten. Heeft E-commerce invloed op jullie manier van sourcen? E-commerce geeft ons de mogelijkheid om te testen, maar wel meer op modeniveau dan op het gebied van sourcing. Op de webshop kunnen we nieuwe kleuren en modellen proberen en zo kijken wat de reactie is op het artikel. Hiervoor kun je bijvoorbeeld kant-en-klaar producten inkopen om je collectie aan te vullen en kijken of dit aanslaat. Kant-en-klaar is redelijk duur om in te kopen dus je marge hierop is klein, maar als je merkt dat dit goed verkoopt, dan kun je hierop inspelen in een volgende collectie in de winkel en deze goedkoper inkopen. 57
58 Interview Kim Knoren Kunt u een korte uitleg geven van wat uw functie inhoudt? Junior inkoper bij MS Mode. Welke productgroepen koopt u in? T-shirt en jersey jurken afdeling, het grootste pakket binnen MS Mode. Ik doe specifiek de korte termijn. Wij hebben daar nu het meeste geloof ik en qua budget is daar ook het meeste in verdeeld. Ik ben begonnen met lange termijn op de bloesjes afdeling bij MS mode. Toen hebben ze mij aangeboden om mij de T-shirts pakket op korte termijn te geven. Laat u zich beïnvloeden door nieuwe input van stoffabrikanten, confectionairs etc.? Absoluut, wij zien natuurlijk heel veel verschillenden, dus soms zie ik iets dan moet ik het even op me in laten werken en soms heb je meteen zoiets van; ja dit is goed, hier zet ik wel mijn centen op. Soms snap ik dat iets mode kan zijn, maar dan ga ik toch voor het commerciële. Besteden jullie alle productie uit? Of hebben jullie ook eigen productie? Inkoop gereed product of CMT? F2W is de enige confectionair op korte termijn waar wij mee werken. Bij de reorganisatie vorig jaar zijn alle derde leveranciers eruit gegaan, omdat onze eigenaar vond dat we veel beter direct kunnen inkopen en gewoon zelf naar Turkije, Bulgarije en Oekraïne moeten gaan. Daar hebben we die Dutch suppliers helemaal niet voor nodig. En daar kan je veel goedkoper inkopen. En dat zijn wij nu aan het doen. Het scheelt gewoon heel veel, zo 1,50 a 2,-. En natuurlijk is het fijn als iemand helemaal voor je voorkauwt wat de modellen zijn en de prints. En nu is eigenlijk gezegd, jullie zijn de inkoper. Het kost alleen meer tijd. Maar het is ook weer heel leuk en we kunnen de producten nu voor een betere prijs aanbieden. We zien dat het echt werkt en er beter door verkoopt. Dus we hebben nu het stukje wat je inkoopt op een schets, wat door ons ontworpen is en wat je dan begint uit te onderhandelen. Je hebt het stukje kant-en-klare goederen, een printje en een modelletje kiezen en je combineert het. En je hebt het stukje dat je in Turkije zelf bent bij een fabrikant en in de showroom kijkt wat hij te bieden heeft en aangeeft wat je nog zoekt en je ziet wat de printleveranciers te bieden hebben. Dus als wij een leuk modelletje getekend hebben dan kiezen we zelf een leuk printje erbij. Welke landen zijn op dit moment interessant in Europa voor productie? Turkije is heel booming, maar we zien nu wel dat Turkije erg populair is, dus dat merk je dan ook wel, dat ze daar echt vol raken. Aan de prijs merken wij nog niets, maar we moeten wel hard voor de prijzen vechten. Wij plaatsen ook wel grote orders, dus ik denk dat dat ook scheelt. Wij doen gemiddeld wel 9000 stuks per kleur. Ik merk dat als ik daar een kleinere order plaats dat ze een stuk minder flexibel zijn. Bulgarije zien we heel erg opkomen. We zijn er heel erg tevreden mee. Ze zijn een stuk goedkoper dan Turkije. Maar omdat Turkije het al langer doet, merk je dat zij een stuk commerciëler worden. Ze hebben zelfs hele showrooms. Bulgarije heeft jou advies meer nodig. Maar als je zegt we hebben zelf een print bedacht en ik heb een aantal modelletjes, dan kan je het het best in Bulgarije laten doen. Ze halen de stof uit Turkije, maar volgens mij betalen zij heel weinig importkosten. En de maakloon in Bulgarije is zo veel lager dan in Turkije. Via een Deense fabrikant werken we ook met Oekraïne. De voordelen zijn ongeveer hetzelfde als in Bulgarije, maakloon is laag, hebben niet echt een gevoel voor mode, maar ze zijn wel snel. Bulgarije en Oekraïne lijken bijna sneller te zijn, maar zij hoeven natuurlijk ook niet te ontwikkelen. Hoe belangrijk is het opbouwen van een lange termijn relatie voor jullie? Wij werken met vaste leveranciers waarmee we een lange termijn relatie opbouwen. Ik denk dat dat erg belangrijk is. Een fabrikant in Turkije werkt alleen voor ons en voor een ander bedrijf. Dus die is ook deels afhankelijk van ons. Dat is ergens heel fijn omdat je elkaar nodig hebt, dus zo zorg je ervoor dat je prijzen altijd redelijk zijn. Je calculeert natuurlijk ook zelf. Je weet wat je betaald voor een viscose/elastan en je weet een beetje wat de maaklonen zijn, dus je kan het zelf ook uitrekenen. 58
59 Is het inkopen van gereed product voor jullie aantrekkelijker dan zelf het gehele proces verzorgen? Het gehele proces zelf verzorgen is aantrekkelijker voor ons, qua kosten. Als je het waarschijnlijk 3 jaar geleden had gevraagd dan had ik gereed product gezegd, maar dat is nu totaal niet onze strategie. Heeft er bij jullie een verschuiving plaatsgevonden van uitbesteding van productie naar inkoop van gereed product? Vroeger had MS Mode haar eigen productie afdeling, maar die is ook met de reorganisatie weggegaan. Toen was het zo dat zij bijvoorbeeld met prints kwamen. Eigenlijk wat F2W nu voor ons doet, deed Max Abraham (EP) toen. Het voordeel daarvan is dat je precies de kosten betaald van wat het kost, en geen overhead, behalve dan je personeel. Maar uiteindelijk is toch besloten om dat niet meer te doen omdat we merken dat we het nu in Turkije ook op die manier kunnen doen. En dan zitten de mensen gewoon daar. De reden waarom we F2W wel aanhouden is dat wat we bij hun kopen, ook al is het vaak wat duurder, de winkel uitvliegt. Het zijn wel je handelsartikelen. Maar als je gewoon een leuk streepje wilt, koop je dat niet bij F2W. Zij zijn echt voor de all over prints en de net wat aparte modellen waar je zelf niet aan denkt, want het is vaak totaal niet modieus maar wel handel. Je herkent het ook heel erg terug, vind ik, in de winkels, V&D, Miss Etam. Dus je wilt je wel blijven onderscheiden. En dat is wat wij als MS Mode nu echt willen doen. Het gevaar is namelijk dat als je alleen kant-en-klare producten inkoopt, dat je allemaal in de zelfde vijver vist. Nu maken we het zelf, dus niemand weet nog hoe het eruit komt te zien. Dus we proberen ons meer te onderscheiden in de markt. We willen graag de goedkoopste zijn, maar we willen natuurlijk niet dat concurrenten praktisch hetzelfde jurkje of T-shirtje heeft. Want indirect concurreert dat toch. Doen jullie meer op korte of lange termijn? We kopen onze basis, 1x1 rib en katoen in het Verre Oosten. In Bangladesh, Indonesië en China. En de dingen waarvan we zeker weten dat het zal verkopen, bijvoorbeeld het simpele streepje dat elk seizoen goed is en dingen met embellishment kopen we in China en de kerstcollectie. Maar de prints kopen we niet in het Verre Oosten. Dit omdat we zien dat korte termijn toch steeds beter te betalen is en het relatief weinig scheelt. Zelfs met embellishments, strassteentjes, flock. Waarom is het voor jullie interessant om in bijvoorbeeld Bangladesh of China in te kopen? Bangladesh is vaak het goedkoopste land, maar ze hebben niet het modegevoel of het lekkere handje. Voor basis dingen is het goed. China is heel goed in het maken van borduur, embroderies, steentjes en artworks. Dus dat heeft dan vaak onze voorkeur. Vaak als we zelf een stijl opzetten en we maken zelf een artwork met steentjes, zetten we ze wel dubbel uit, dus in China en Bangladesh en dan laten we ze allebei een monster maken en een prijs opstellen. Als het er uit China echt beter uitkomt en het scheelt niet teveel dan kiezen we daarvoor. En als je 2 keer uitzet kan je vaak een betere prijs krijgen. In Indonesië doen we ook basis. India gebruiken wij voor geweven, bijna alle bloesjes kopen we daar in. Bij die afdeling is de lange termijn, India, veel belangrijker dan korte termijn. In India kan je hele goede stoffen kopen, en goede embroderies. Voor bloesjes doen we heel weinig China en vooral India. Ook in India produceren ze steeds sneller. Als je merkt dat iets goed loopt in de winkel en je wilt nabestellen bij hun, dan kunnen zij ook binnen 8 weken de goederen op de boot zetten of op het vliegtuig als je dat zou willen. Dat kan ook weer korte termijn zijn, als je het laat invliegen. Normaal is het lange termijn en plaats je die order 4 a 5 maanden van tevoren, maar als je heel graag iets snel wilt hebben is dat mogelijk. De producten die jullie in China kopen, kun je bijvoorbeeld ook goed in Turkije inkopen, waarom kiezen jullie dan voor China? In Turkije kunnen ze dat inderdaad heel goed en mooi, maar ze zijn duurder. En wij kunnen de prijs voor de klant niet veranderen. Als ik het in het Verre Oosten heb gekocht en ik zie dat het de winkel uitvliegt en ik wil het snel bijkopen, kan ik dat in Turkije doen, ik betaal er dan wel veel meer voor, maar voor de klant kan ik die verkoopprijs niet omhoog doen. Dus ik zou het alleen kopen als ik weet, het liep zo goed, dan neem ik maar die kleine marge want het gaat toch goed verkopen. Turkije biedt het mij heel groots aan, ze proberen het elke keer weer en het ziet er heel goed uit. Ik kan me voorstellen dat als je een merk bent dat net even een tientje duurder is, dat die het wel kunnen doen. Maar onze hoogste prijs is 24,99, dus dat wordt krap. Dan kan je het best voor China kiezen. 59
60 Bent u constant op zoek naar nieuwe fabrikanten? Wat zouden redenen zijn om te veranderen van productieland/fabrikant? Wekelijks bellen fabrikanten om langs te mogen komen. Meestal nodig ik 1 keer per maand iemand uit. We zijn net met een nieuwe leverancier begonnen. Dus we kijken wel verder, maar we vergelijken wel meteen keihard. Ze moeten onze prijzen wel kunnen halen, die zijn gewoon heel scherp. Maar dat is met nieuwe leveranciers niet altijd even makkelijk. Als ik zou denken, mijn leveranciers worden te duur of ze halen de levertijden niet, dan ga je ik opzoek. Maar dat hebben wij eigenlijk niet op dit moment. Ik sta altijd wel open voor mensen die mij net iets anders kunnen laten zien wat wel erg commercieel is. Als we een samenwerking aangaan, beginnen we wel heel voorzichtig. Wat is het belangrijkst voor jullie? Prijs, kwaliteit of het product? De prijs, maar ook zeker de kwaliteit. Wij hebben een hele strenge kwaliteitscontrole, als je het vergelijkt met andere merken. Wij laten een stof die niet aan de kwaliteitseisen voldoet niet zomaar doorgaan omdat het goedkoop is. Het moet echt aan de kwaliteitseisen voldoen. De prijs is natuurlijk erg belangrijk maar het zit m ook in het doek, maar je betaald ook wel veel voor het maakloon en het ontwerp. Als je zorgt dat je dat minimaliseert, kan je misschien net het verschil maken met een betere kwaliteit. Onze klant is heel trouw aan onze winkels, het zijn vaak mensen die al jaren bij MS Mode kopen. Dus je wilt die klant niet teleurstellen. Want als je dat doet zal ze niet zo snel meer terugkomen. Daarom zijn wij er heel precies in. Wij willen een lange relatie met onze klant opbouwen. Nederlandse grootwinkelbedrijven zijn sowieso streng op kwaliteit. In Frankrijk en Spanje bijvoorbeeld is dit een heel ander geval. Hebben jullie last gehad van prijsstijgingen van bijv. Katoen, viscose en synthetische stoffen? Op een gegeven moment weet je dat het eraan komt en dan komen de fabrikanten met een upcharge. Maar aan de andere kant, als de prijzen dalen, hoor ik dat ook niet van hen. Wat wij dus altijd afspreken met de leverancier is dat het risico niet bij ons ligt, maar dat wij dat bij de leverancier laten. Want als je eenmaal een prijs betaald ergens voor zal je het niet snel goedkoper krijgen. Wij proberen daar heel stug aan vast te houden. Bijvoorbeeld polyester wordt nu populairder, dus je ziet wel de prijs van de polyester stijgen. Een paar jaar geleden gebruikte je viscose/elastan en als je dat een keertje niet kon betalen koos je voor polyester. Nu zie je dat polyester bijna net zo duur is als viscose, dus geef mij dan maar de viscose, want onze klant associeert polyester niet met mode, want dat is het, maar met, het zit warm, het stinkt. Dus daar heb ik wel een verschuiving in gezien. Maar verder valt het wel mee. Op een gegeven moment zag je bij elastan een stijging, toen koos ik wel eens voor 100% viscose als de stijl wat ingewikkelder was. Maar over het algemeen valt het mee en proberen we het probleem bij de leverancier te laten. Die horen we dan natuurlijk wel klagen, maar wij willen dat eigenlijk niet horen. Net als met de dollar koers. We kopen in het Verre Oosten in met dollars en in Europa met euro s. Nu gaat het weer slechter met de euro en in verhouding beter met de dollar, maar dat merk ik ook niet in de prijzen die wij krijgen. Het blijft een spel, waar schommelingen bij horen. Hoe belangrijk zijn goede werkcondities voor jullie? Hoe controleren jullie dat? Bij Maxeda werkten wij nog met BSCI, die waren daar heel streng in. We mochten toen ook echt niet met een leverancier werken die niet BSCI gecertificeerd was. Maar nu vinden wij het nog steeds belangrijk en wij controleren de fabrieken ook zelf als wij er zijn, we kopen direct in bij de fabrikant, maar het is wel iets minder streng dan BSCI. Heel veel van onze fabrikanten die lange termijn leverancier zijn, zijn wel BSCI goedgekeurd, maar als wij ergens zijn letten we er wel op. Over het algemeen, door onze order grootte, zijn het zulke grote leveranciers. Daar is het altijd wel goed geregeld voor de arbeiders. Het is juist bij de subcontractors en bij de kleinere fabrieken dat de omstandigheden minder goed zijn. Maar bij die grote jongens kunnen ze het zich echt niet veroorloven om dat niet goed te regelen. Jullie hebben daar dus geen agent of controleur? Nee niet daarvoor. Wij hebben wel een kantoor in Turkije die kwaliteit controleert, maar niet de werkcondities. 60
61 Hebben jullie plannen voor uitbreiding in binnen- of buitenland? En wat voor gevolgen zou dat hebben op het gebied van sourcing? Als ik meneer Kahn mag geloven wil hij binnen een paar jaar van 450 winkels naar 1000 winkels gegroeid zijn, dat is zijn strategie. Niet in nieuwe landen, maar in landen waar wij al gevestigd zijn (FR, SP, BE, DU en NL). We openen ook af en toe een winkel erbij. Ik zie dat zelf niet per se iets te maken hebben met onze orders die wij plaatsen, want ons distributiecentrum zit hier in Nederland. Alles komt hier naartoe en wordt dan verdeeld. Het is gebleken dat dat voor ons de meest efficiënte manier is. Ook qua productie denk ik niet dat het iets zal veranderen. Ik denk dat wij op dit moment in de meest aantrekkelijke landen produceren. Ik denk alleen dat wij voor Turkije moeten opletten dat het straks niet te vol wordt, want zij voelen natuurlijk ook dat door de onzekerheid in de markt, de inkopers wachten met inkopen. Ze kopen iets minder Verre Oosten en iets meer korte termijn. Maar daarmee wordt Turkije natuurlijk populairder en we willen niet dat ze te duur worden. Ik denk namelijk dat zolang de crisis aanhoudt mensen korte termijn zullen blijven inkopen en dat ze dat ook graag doen, want je neemt minder risico als bedrijf. Je wilt alleen niet te veel betalen. Denk je dat er weer een verschuiving komt naar lange termijn als de economie aansterkt? Ja, maar ik denk dat er eerst een verschuiving gaat plaatsvinden op de korte termijn buiten Turkije om als zij te vol raken en te duur worden, bijvoorbeeld in Marokko, Macedonië en Polen. Volgens mij is daar nu ook al een groei in en zal dat ook wel doorzetten. Maar Turkije moet wel echt een stuk duurder worden voordat mensen weer teruggaan naar het Verre Oosten. Als ze slim zijn gaan ze niet te hoog zitten, maar het heeft heel veel te maken met vraag en aanbod. Want stel dat het nu super lekker weer wordt, 5 weken lang. Als ik Turkije dan over 4 weken bel zitten ze helemaal vol, want iedereen gaat dan nog snel kopen. Stel dat het dit vervelende weer blijft, kan ik Turkije bellen over een paar weken en dan zullen ze die order heel graag willen hebben omdat zij dan niets gekregen hebben. Dat is korte termijn, je verplaatst je risico s. Dus als het geen lekker weer is en je verkoopt niets, dan ga je ook niet bijkopen. Daar zou je aan de ene kant ook weer gebruik van kunnen maken. Bijvoorbeeld, ze hebben het nu rustig, ik heb sowieso wat streep T-shirtjes nodig over 12 weken, ik laat ze dat wel maken. Welke ervaringen en problemen komen jullie als grootwinkelbedrijf tegen betreft productie? Is deze plaatsgebonden? Je hebt natuurlijk producten die er te lang uit komen of te kort, scheef zijn, krimpen. Dat is niet perse landgebonden. En dan heb je het deel; niet begrijpen, zoals in China kan het bijvoorbeeld zijn dat als je bijvoorbeeld je artwork aan 1 kant hebt en vraagt of ze hem willen spiegelen en je zegt dat niet duidelijk genoeg, dan kunnen ze hem zo aan 1 kant maken en denken, dat zal wel mode zijn. In Turkije zouden ze je in zo n situatie toch even bellen om het zeker te weten. Zij zijn daar wat assertiever in. Verder zijn wij erg streng in onze levertijden. Dat vinden wij het probleem van de leverancier, ze zorgen maar dat we ergens tussen komen. Maar op lange termijn bouw je toch grotere marges in. Dus vandaar dat ik het gevoel heb dat ik uit China en Bangladesh minder vertraging heb. Ik heb wel meer vertraging van korte termijn, maar je plaatst de orders ook veel strakker. Bij prints merk je wel, die wij veel in Turkije doen, dat door goedkeuringen dit sneller tot vertraging kan zorgen. Heeft u een idee van verschuiving die in de toekomst gaan plaatsvinden? Bijv. landen die opkomen? Zuid-Amerika heeft bijvoorbeeld hele mooie breisels. De brei afdeling laten wij veel in China en Bangladesh produceren. Toen ik bij Claudia Sträter werkte haalden wij onze breisels uit Uruguay. Ook wel Italiaanse breisels, dan kochten we het garen in Italië en lieten we het produceren in Turkije. Het ligt heel erg aan je product. Zuid-Amerika lijkt mij niet aantrekkelijk voor ons om T-shirt te produceren, omdat de verschepingskosten hoog zijn. Maar qua breisels hebben zij wel hele bijzondere dingen. 61
62 Interview Antonio Barberi Ettaro Sourcing expert bij Modint In 1994 is het Multi Vezel Akkoord geweest. Dat akkoord ging in 1995 in. Wat betekend dat er quota waren. China had een bilaterale overeenkomst, los hiervan want China was geen lid van de WTO. Van 95 tot 2005 zijn de tarieven afgebouwd. Elk jaar is 0,2% van het invoerrecht afgegaan. Het maximale invoerrecht bij import in de EU was eerst 13,6%. In 2005 is dit gemaximaliseerd tot 12%. Er is geen nieuw WTO akkoord gekomen sinds In 2001 is de Doha-ronde gestart. Die loopt nog steeds en is een mislukking tot nu toe. Wat je ziet is dat de Doha-ronde in 2001 niet van de grond komt. Als multilateraal alle landen het eens worden, zouden de invoerrechten weer verlaagd kunnen worden. Dat heeft natuurlijk een effect op sourcing. Dus een natuurlijk moment om je geschiedenis research te starten, zou 1995 kunnen zijn. Of je gaat verder terug in de tijd. Dan zou je de studie van Michiel Scheffers moeten lezen. Die is erop gepromoveerd. Dat is een goed voorbeeld. Hij heeft over delokalisatie (het verplaatsen van productie) een goede analyse gegeven. Als je 1980 neemt moet je ook de Turkse ateliers gaan noemen, dus daar moet je heel veel literatuur voor vinden. Hoe condenseer je dat? Wordt het echt een historische analyse van 1980 tot 2010? Ik denk dat de jaren 80 niet zo relevant is voor de conclusies van wat er nu gebeurd. Mijn historie gaat niet verder terug dan 1995, omdat dat een impact had, tot en met 2005, op beslissingen. Een ander argument is de GSP, General System of Preferences, als we het hebben over invoerrechten. Dat wordt elke 3 jaar vernieuwd. Dan heb je ook ongeveer 2000 als startpunt, wat relevant is. Als je daarvoor gaat kijken, wordt het echt een historische studie. Toen was er nog geen EU. Vanaf dat moment, qua douane rechten, kon je veel makkelijker handel drijven in een groot gebied. Dus dat zijn allemaal eikpunten die van invloed zijn geweest. Dus 95 is een punt geweest, met de oprichting van de WTO vanuit de GATT. In 2001 werd China lid van de WTO, dit had echt een major inpact. Sinds 2005 heeft China geen quota meer, major impact. En daarna, in 2005, zijn de quota weer heringevoerd in China, weer major impact. Tot aan 31 december Vanaf toen zijn er geen quota meer voor producten uit China. Dus nu heb je nog maar 2 landen waar quota zijn was een turning point. Dus 2001 is een belangrijk jaar, omdat China dan lid is van de WTO. Vanaf dat moment is afgesproken dat er langzaam maar zeker hogere quota kwamen, waardoor China minder beperkt werd. Sinds 2005 zijn er geen quota meer, big bang, chaos, een tijdje paniek. De politiek in Europa heeft toen besloten nog safequard measures te nemen, een technisch andere term dan quota. Tot 1 januari Op dat moment was er geen quota meer voor China. Als je kijkt naar de verschuivingen, dat bijvoorbeeld Mauritius, is altijd belangrijk geweest, maar na 2005 is dat omlaag gegaan. Als alternatief voor China. Of een Li&Fung, wat een buying office is in Hong Kong en in 60 landen laat produceren. Chinezen plaatsten minder orders in Mauritius om eigenlijk die quota te ontwijken. Dus als je statistieken gaat bekijken, zul je dat soort effecten zien in de laatste 10 jaar. Dus dat brengt je tot heden. 2010/2012: turbulentie omtrent katoen prijs. Belangrijke issue. Wisselkoers van de Chinese munt, de arbeidskosten, de 5-jarenplannen van China. Waar willen zij heen? Desondanks door het verlaat van die quota s is het importpercentage van kleding geïmporteerd uit China nu gegroeid naar 45%. We kijken op dit moment of dat stabiel blijft of gaat dalen. Maar er zit nog niet echt een serieuze daling in. Uit de markt hoor je op dit moment verhalen dat China te duur wordt, de aantallen moeten steeds kleiner worden, je collectie moet dicht op de markt zitten, korter in tijd. Dat zijn allemaal ontwikkelingen ten nadele van China. Dus eigenlijk zou je verwachten dat China in belang zou moeten afnemen. Er zijn maar 4 landen in de wereld waar je een complete keten hebt. Dat zijn Turkije, India, Pakistan en China. Daar heb je katoenverbouw, spinnerijen, weverijen, kledingateliers en een hele sector eromheen, de toeleveringsindustrie. Dus ververijen etc. en in China hebben ze dat allemaal. Dat is het voordeel van China. 62
63 Wat zijn de drijfveren achter verschuivingen van productie? Dat zijn een aantal factoren. Je hebt rationele factoren, emotionele factoren. Bij rationele factoren ga je met criteria aan de slag. Totale kosten, arbeidersloon, importduties, kwaliteit, betrouwbaarheid, levertijd, politieke omstandigheden. Er zijn heel veel punten waarop je kan beoordelen. Je hebt een paar trends. Een daarvan is: van CMT naar RMG, dus het klassieke model van op de stoffenbeurs kijken, stofjes inkopen, over laten komen naar Nederland en het versturen naar Polen of Oost-Europa. Je ziet dat steeds minder bedrijven in Nederland CMT beheersen. En als ze het eenmaal afstoten komt het niet meer terug. Zoals bijvoorbeeld MS Mode, die hebben recentelijk hun CMT-tak Max Abraham afgestoten. Daar zat een patronenbureau, wat vroeger eigendom was van MA in Roemenie. Die man heb ik eens gesproken, die zoekt natuurlijk nieuwe opdrachten. Het grootwinkelbedrijf deed al niet veel CMT, maar doet dat eigenlijk nu steeds minder. CMT is eigenlijk dat je alles zelf nog inkoopt, alle accessoires etc verzamelt, Berghaus heette dat vroeger. Dat hele Europa verhaal is steeds minder makkelijk geworden om zelf te beheersen en zelf ook te besturen en weer terug te krijgen. Daarentegen zie je de trend van het Verre Oosten, wat allemaal FOB trade is, ready made garment, full package, hoe je het ook wilt noemen. Daar wordt een product aangeboden voor een volle prijs. Dat wil zeggen dat de Chinees zelf het doek en alle accessoires koopt. Je wijst misschien wel aan wat hij moet kopen of vergelijkt met de Europese stijl. Dat soort business in het Verre Oosten is steeds belangrijken geworden. En dat zijn met name de grootwinkelbedrijven die daar als eerste eigen buying offices hadden in Hong Kong, Sjanghai en met dat model werkte, aangevuld met dingen die ze niet zelf wilden doen of waarvoor zij, met andere woorden, andere lieten voorfinancieren. En private label bedrijven, die dan voor hen misschien de wat moeilijkere producten deden. Je ziet dus een redelijk grote tak van private label bedrijven die nog wel connecties hebben in Oost Europa, of Turkije maar dan is het vaak full product, om namens grootwinkelbedrijven of merken opdrachten te vervullen. Die private label sector heeft het moeilijk, want communicatie gaat steeds makkelijker, dus waarom zou er nog een tussenpersoon gebruikt worden. Ik kan zelf in het vliegtuig stappen, dus waarom heb ik nog een agent of buyingoffice nodig? De tendens is om alle tussenschakels eruit te halen. Dus een private label bedrijf moet of krachten bundelen door groter te worden, of ze moeten zich specialiseren in een niche. Qua private label bedrijf heb je een aantal grote en een aantal kleine spelers, zo ziet de Nederlandse markt eruit. Dus dat klassieke model is steeds moeilijker, dus steeds minder. De grenzen van Europa zijn opgeschoven, in Dit betekend dat ook op midden-lange termijn de lonen omhoog gaan. Dus productie ook niet meer zo aantrekkelijk is. Want als ergens de kledingateliers zich bevinden is het wel in een land dat een fase van industrialisatie doormaakt. Van landbouw naar industrialisatie. Waarom? Dit creëert veel werkgelegenheid. En als het land stijgt in welvaart en inkomen dan gaan ook de lonen omhoog en komen andere industrieën langs, zoals de meubelindustrie, de elektronica. Waar ook skilled labour voor nodig is. Kleding is de eerste die weer weggaat. Dus als je kijkt in Europa is een verschuiving geweest van Polen weg naar Oekraïne, Wit-Rusland, Bulgarije, Roemenië (laatste 2 altijd relatief klein maar belangrijk geweest. Buiten de EU tot 2007, nu wel EU). Wat niet binnen de EU zit heeft dus de extra aandacht, zoals Macedonië. Door de oorlog in Griekenland in de jaren 90 zijn een aantal gefragmenteerd. Slovenië is wel lid van de EU. Kroatië per 1 juli volgend jaar. Servië heeft net lidmaatschap aangevraagd geloof ik. Macedonië is ook geassocieerd met de EU maar geen EU-lid. Dus dat betekend dat de lonen relatief laag liggen, het is een land met expertise. Dus je ziet dat veel Nederlandse bedrijven zich op Macedonië hebben gestort voor CMT producties. En daarnaast Tunesië. Marokko niet zozeer. Tunesië is vele malen belangrijker, want er zit werkkleding, damesblouses, jeans en beachwear. Waarom is Tunesië aantrekkelijker dan Marokko? Misschien hebben de Tunesiërs het beter aangepakt? Ik weet het niet. Ze hebben geen doek, dat moet vanuit Turkije komen. Dus als je in deze regio kijkt, stuur je of je doek van Europa (Fr, It, Sp) naar Tunesië, of je stuurt het vanuit Turkije. Als je het vanuit het perspectief van handelspolitiek bekijkt, zie je dat Turkije pas vanaf 2006 een connectie had met Tunesië. Dus je kan stoffen naar Tunesië kunt sturen, produceren en Europese Unie inkrijgen met 0 invoerrecht. Anders zou je 12% 63
64 invoerrecht moeten betalen. Macedonië is pas in 2009 denk ik, dat je Turkse stoffen naar Macedonië kunt sturen, produceren, naar EU en geen invoerrecht betalen. Daarvoor was het 12%. Het zegt iets over je concurrentiepositie. Conclusie: Prijs is een van de belangrijkste drijfveren. Daarnaast is de prijs in Verre Oosten bij grote aantallen natuurlijk lager. Dus er is altijd aantrekkingskracht geweest om naar Turkije te gaan, maar ook naar China. En daar wordt de full-product gemaakt. Je hoeft niet zelf in te kopen, je hoeft niet zelf voor te financieren. Werken wel misschien met LC s (letter of credit: de fabrikant geeft het geld, bevestigd door 2 banken). Dus iedereen heeft de neiging gehad te trekken naar waar de prijs het laagste is. Het is als water, het gaat altijd naar het laagste niveau. En dat is altijd China geweest, maar is altijd beperkt geweest vanaf 2001 (toetreding WTO). Daarvoor waren de bilaterale handelsakkoorden, dus per productgroep maximale hoeveelheden. Dus vanaf 2005 geen quota meer, chaos, uiteindelijk geen quota meer in Dus je ziet nu dat het van misschien 20% naar 40-45% is gegaan. Het wordt op dit moment niet gek veel meer. 2 jaar geleden kreeg ik veel vragen om China, vanwege de prijs. Dus drijfveer, de belangrijkste is prijs, waar je vanuit gaat is dat politieke zekerheid, stabiliteit een gegeven is. 10 jaar geleden zat Firenzo met zijn productie in Madagaskar, maar hij kreeg zijn producten het land niet uit vanwege politieke onrust omdat er een nieuwe president kwam. Wat nu ook heerst in Egypte? Ja, dat heeft zijn weerslag. Elk land heeft zijn eigen bijzonderheden. Ik hoor bijvoorbeeld dat het erg lastig is om samen te werken met de Egyptenaren. Bureaucratie, misschien wat corruptie. Er zijn niet echt veel bedrijven die daar veel doen qua productie. En degene die ik daar kende is een jaar geleden weggegaan, omdat het onmogelijk was om nog echt te werken. Morgen hebben we een meeting met de ambassadeur van Tunesië. Die zullen zeggen dat het land in transitie is. Het is altijd afhankelijk van de verkiezingen, wat een land gaat doen. Morgen ben ik op de hoogte van de laatste stand van Tunesië. China wordt steeds duurder, dus je zoekt eigenlijk naar een alternatief, naast China. Als de Chinezen zeggen ik doe die opdracht niet meer, of de levertijd wordt 4 maanden in plaats van 3, dan heb je misschien een probleem. Dus wat veel bedrijven gedaan hebben is China, plus een alternatief. Om niet alles op 1 land te gooien. Dus wat vaak in een sourcing strategie naar voren komt is dat je het risico wilt verdelen. Je kunt niet van elke supplier een schaduw-sourcing doen. Alternatief voor China is Bangladesh (is eigenlijk goedkoper). Bangladesh is echt het laag segment en heeft altijd de voordelen gehad van de Europese Unie, van een nul-invoerrecht. Dat is het GSP, dat elke 3 jaar vernieuwd wordt. Ik denk dat dat al vanaf 1990 gaande is. Wat ook nog invloed heeft op de kostprijs is de handelspolitiek vertaald in Free Trade Agreements. Omdat in het WTO-kader na 2005 geen nieuw akkoord is gekomen, gaan de EU en de VS hun eigen akkoorden maken. Dat is met Zuid-Korea gebeurd, de EU is nu bezig met India. En als zo n handelsakkoord gerectificeerd is door alle parlementen, is er nog een transitieperiode, maar dat lijdt tot 0% invoerrechten. Dat zou in theorie betekenen voor India en de EU dat je nu voor kleding 9,6% invoerrechten betaald en als dat over 3-5 jaar 0% is, scheelt dat 9,6% in je kostprijs. Dus zullen mensen dat land weer interessant gaan vinden. Op 1 januari 2011 zijn de oorsprongregels veranderd (de regels die bepalen waar een product vandaan komt), ook een belangrijk moment. Toen zijn voor de allerarmste landen de Rules of Origin versoepeld. Concreet betekend dat, dat je doek uit China kunt importeren in Bangladesh en daar dus ook geweven producten kunt produceren met 0 invoerrecht in de EU, voor Bangladesh, Cambodja en Laos. Dus een jaar geleden kreeg ik veel vragen over hernieuwde interesse in Bangladesh, Cambodja en Laos vanwege de veranderingen in invoerrechten. Dus naast China zoek je diversificatie. Indonesië misschien, Vietnam. Vorige week hebben wij 2 landen behandeld; Noord-Korea en Myanmar. Noord-Korea omdat er toch wat productie plaats vindt. Het is een van de weinige landen met quota, dit belemmerd natuurlijk de handel. Dus je moet weten hoe je met die quota om moet gaan. Wit-Rusland heeft ook nog quota. Dat zijn de enige 2 landen. 64
65 Enerzijds is de zoektocht naar de laagste prijs, maar aan de andere kant zit het grootwinkelbedrijf ook met sociale arbeidsomstandigheden en milieueisen. Dus de zoektocht naar de laagste prijs wordt lastiger gemaakt. Men komt in een spagaat. Men wil eigenlijk goedkoop, maar aan de andere kant worden de eisen die ze zelf stellen ook steeds hoger. Dus dat zou een mooi subthema kunnen zijn. De invloed op sociaal gebied: BSCI. Bijna alle grootwinkelbedrijven zijn BSCI lid. Een subthema zou kunnen zijn, de invloed van sociale normen op de sourcing politiek van grootwinkelbedrijven. Of environmental standards. Ik heb dus vorige week Myanmar behandeld, er is geen sanctie, maar alle NGO groepen liggen bij je op de stoep als ze weten dat je in Myanmar producties laat verrichten. Dus wij hebben het nooit gestimuleerd, als Modint. Bedrijven waren wel verstandig om daar zaken mee te doen, of deden dat niet helemaal open, of doen dat via een Chinese counterpart. Daar heb ik geen zicht op. Hilary Clinton is daar een paar maanden geleden geweest. Ik heb weleens gezegd dat als Myanmar politiek stabiel is, of dat er politieke wijzigingen zijn, dat dan de kledingindustrie daar ook wel interesse in zal tonen. Wat dus ook al zo is. Ik kreeg begin dit jaar aardig wat vragen over Myanmar. Ik ben geen graadmeter wat dat betreft. Maar als ik vragen krijg is dat meestal het topje van de ijsberg. Vorig jaar was dat Cambodja, Laos en Bangladesh. Dit jaar is het Myanmar, moeten we erheen, moeten we er niet heen? En ons thema vorige week was (Myanmar en Noord-Korea gekozen): Hoe ver kun je gaan met alternatieven voor China? Want daarnaast worden steeds meer eisen gesteld op het gebied van transparantie in die ketens, dus dat is die BSCI. Je moet wat meer inzicht geven in je keten. In Myanmar zijn ze niet gecertificeerd en in Noord-Korea al helemaal niet. Dus dat is de spagaat waar een inkoper zich in bevindt. Dus daar zou ik wel wat meer over willen weten. Hoe een inkoper daarmee omgaat. Ik organiseer elk half jaar een sourcing event. Mijn conclusie van een half jaar geleden was: de zoektocht naar het goedkoopste land komt een keer tot zijn einde. De focus zou meer moeten zijn: Hoe kan ik mijn interne processen beter organiseren om efficiënter te werken? Dan zoek je het meer in de supply chain efficiency. Als bedrijven vragen hebben over landen kunnen ze bij ons terecht. Ik heb nu veel vragen over Myanmar, Indonesië. Indonesië als alternatief voor knitwear voor China. Het is niet goedkoper. Als je vanuit een overview zou moeten kijken zou ik zeggen, waarom niet Indonesië eigenlijk? Als een paar % van de productie uit China weggaat naar andere landen, zitten die andere landen al redelijk vol. Want die capaciteit die China heeft, hebben andere landen niet. Indonesië heeft 200 miljoen inwoners. Niet allemaal goed geschoold. Ik kan me niet anders voorstellen dan dat er werkloosheid is. Dus dan is de textiel/kledingindustrie een goede generator in het creëren van banen. Maar het is iets tijdelijks. Waarom dan alleen voor tricot/gebreid? Ik denk dat ze daar een goede basis in hebben. Elk land heeft zijn specialisatie zou je kunnen zeggen. Tricot heb je verder in Bangladesh of Tirupur, Zuid-India. Laagsegment, grote aantallen, sweats, t- shirts. Sweats en t-shirts heb je ook in Bangladesh. Turkije zou ook kunnen. Van Indonesië weet ik relatief weinig. Krijg ik weinig vragen over, maar ik weet dat er veel wordt gedaan. Welke landen zijn opkomend en welke landen verliezen aandeel, op lange termijn en korte termijn. Op korte termijn is Turkije erg belangrijk. Ze zitten dichtbij. Denkt u dat dat zo blijft? Ja, ik denk dat Turkije aantrekkelijk blijft. Wat zou een alternatief zijn om dichtbij te produceren? Macedonië bijvoorbeeld? Maar daar moet je wel op CMT basis kunnen werken en dat is nu niet zo. Dus als je zegt ik kan op CMT basis werken, dan ben je redelijk vrij. Maar V&D werkt bijvoorbeeld niet op CMT basis. Ik denk dat op een gegeven moment de eigen productie onder druk komt te staan. Dus het zou kunnen zijn dat ze dat op lange termijn afstoten. Als je dat nog wel hebt, heb je meer flexibiliteit. Ik zie voor de toekomst alleen maar dat er minder CMT overblijft. Maar aan de andere kant denk ik, je hebt meer flexibiliteit nodig en ook dichterbij moet je kunnen produceren. Dus je hebt het eigenlijk wel nodig. 65
66 Ik zie dat Turkije erg groot en belangrijk is. De statistieken zijn niet altijd even betrouwbaar want Turkije is niet alleen voor de Nederlandse markt maar ook voor de Duitse markt via invoer belangrijk. De landen die belangrijk zijn in deze regio (pan-euro-mediterrane regio): Turkije, Tunesië. Voor CMT Macedonië, Bulgarije is op een lager niveau nog redelijk stabiel. Polen binnen de EU ook nog steeds interessant, maar toch verwacht ik dat dat een keer gaat ophouden. Ik kijk altijd naar de gemiddelde leeftijd van werknemers in een sector. Als het jonge mensen zijn, weet je dat het nog wel even door gaat. Als het mensen zijn op leeftijd, dan weet je het is een uitstervend beroep, als je geen jonge mensen achter de naaimachine ziet zitten. Maar de rol van Turkije is een belangrijke. En dat blijft het ook. Voor hoe lang denkt u nog? De komende 10 jaar? Zo lang kan ik niet vooruitkijken. De komende 5 jaar zeker denk ik. Zoals ik in het begin al zei; Turkije, India, Pakistan en China. Als je naar de theorie kijkt zou het eigenlijk allemaal moeten configureren naar die landen. En de reden dat het niet in die landen is, betekent dat er of overheidsingrijpen is of een bijzondere situatie is, bijvoorbeeld een heel laag loon in een ander land. Maar waarom zou je je levertijd verlengen als je alles in Turkije kunt hebben, naar een ander land, behalve als de kostprijs heel hoog is. Het nationaal product van Turkije groeit elk jaar toch wel flink. Ze worden geen lid van de EU, dat verwacht ik niet binnen 10 jaar. Want dat lijdt meestal tot een uplift in lonen. Dus je moet eigenlijk in de gaten houden wat de wisselkoersen doen en de loon ontwikkeling in Turkije. Dat is van belang om in de gaten te houden. Maar Turkije is gewoon dichtbij. De sector heeft een alternatief nodig voor dichtbij. Het kan niet allemaal van ver komen. De series worden kleiner, je gaat later ingeven. Dus er is niet direct een land wat als alternatief zou kunnen fungeren voor Turkije? Nee, de Turken hebben ook Alexandrië in Egypte. Daar zitten ongeveer 20 Turkse bedrijven in de Free Trade Zone. Dus de Turken hebben zwaar geïnvesteerd in Egypte, omdat de loonkosten daar erg laag zijn. Als je alleen maar kijkt naar loonkosten zou je denken: Egypte. 80 miljoen mensen, net zoveel inwoners als Turkije. Maar het komt niet van de grond. De politieke instabiliteit helpt ook niet echt. En Tunesië is een relatief klein land met maar 10 miljoen inwoners. Dus daar moet je ook maar afwachten hoe ze politiek gezien varen. Als je alleen kijkt naar lonen, dan zou Egypte een alternatief moeten zijn. Maar dat zie ik niet zo 1, 2, 3 gebeuren. Tenzij je dat aan de Turken overlaat, dat zij producties voor jou doen in Egypte. U heeft wel het idee dat er een verschuiving plaatsvindt van lange termijn naar korte termijn, door bijvoorbeeld de onzekerheid die heerst? In modebereik denk ik dat wel ja. Je kunt zeggen dat we steeds korter op de markt moeten zitten. 2005, iedereen gaat naar China, en dan, oeps, 2008, het wordt toch wel duur. We moeten ons toch deels op korte termijn zeker stellen. En ik hoor verhalen van damesmerken in middenhoog segment, met kleine aantallen, dat China helemaal niet zo aantrekkelijk is. Een Duitse man die Oost Europa als zijn broekzak kent vertelde mij dat er bijna geen vraag is naar Oost Europa. Die kreeg weer veel vragen over Cambodja. Hoe zit het dan met Cambodja? Cambodja is niet zo n groot land volgens mij. Je moet er met grote aantallen heen. Grote jongens als H&M, Adidas en GAP zitten daar. Ik heb wel eens begrepen dat GAP 10% van de capaciteit opvult. Als de Amerikanen ergens zitten is het lastig voor de Europeanen om met hun ordertjes aan te kloppen. En dan concurreer je ook met de grote sportbedrijven en H&M. Ik lees allemaal berichten dat ze flauwvallen in de fabrieken in Cambodja, hoe dat precies zit weet ik ook niet. Hoe zit het met de toekomst van lange termijn productie? Iedereen zoekt een alternatief voor China, naast China. Ik wil niet zeggen dat ze helemaal uit China weggaan. Bij Bangladesh is de verwachting dat het omhoog zal gaan. Dat zie je nu al in de import statistieken. Bangladesh stijgt. Wat verwacht u dat de katoenprijzen gaan doen? In 2010 werden inkopers gek van de katoen prijs. Dat is nu gestabiliseerd. Een jaar geleden bereikte het een recordhoogte. Nu is het redelijk normaal, wel hoger dan voorheen, maar niet zo gek meer. Dus daar hoor ik geen inkopers meer over. 66
67 En de prijzen voor synthetische stoffen? De prijzen voor synthetische stoffen zijn ook gestegen. Als katoen duurder wordt ga je naar alternatieven zoeken. In plaats van dat je 80/20 doet, doe je 70/30. Het is heel moeilijk geweest om daar prijzen over te vinden, maar sinds 1 januari hebben wij die. Dus de prijs van de grondstoffen is belangrijk geweest, maar is nu minder hectisch. Ik heb vorige week een lezing gehouden over wat er allemaal speelt. Turkije heeft maatregelen getroffen, safegaurds tegen de import in derden landen, dus dat is een kostprijsverhogende factor. Dat is dus niet zo handig van Turkije. In India heb je de problemen met environmental issues, in Tirupur in Zuid India zie je dat er milieu zorgen zijn. Dat er bijvoorbeeld in een keer 700 verfhuizen gesloten worden. Bangladesh is toch een probleemland. Men wil de capaciteit vergroten, maar de infrastructuur blijft achter. Er is geloof ik maar 1 weg naar het vliegveld. 1 weg van Noord naar Zuid. 1 weg van Oost naar West en die staan altijd vast. Dus 20 km reizen kost je een halve dag, geloof ik. Het zoeken naar alternatieven houdt een keer op. Dat was mijn conclusie al een half jaar geleden. Je kunt zeggen, welk land wordt het, welk land wordt het niet? Ja, daar zie je wat verschuivingen. Bangladesh zal belangrijk worden, nog belangrijker. India zal altijd belangrijk zijn. De grote vraag is wat er met Pakistan gebeurd. Als je iets uit Pakistan haalt moet je nu 9,6% invoerrecht betalen. Als het GSP systeem veranderd per 1 januari 2014 zou het kunnen dat we voor Pakistan geen invoerrechten hoeven te betalen. Dan wordt Pakistan net zo aantrekkelijk als Bangladesh. Nu is Pakistan 9,6% duurder. Ik heb de inkopers van grootwinkelbedrijven niet gehoord over Pakistan. Misschien weten ze het niet. Misschien willen ze er niet heen. Dat kan weer te maken hebben met de emotie. Dat het invoerrecht in 2014 vervalt weet niet iedereen. En volgens mij kijken inkopers ook niet zo ver vooruit. Het is veel korte termijn werk. De grote vraag is dus, wat gaat er gebeuren met een land als Pakistan? Myanmar, is het een serieus alternatief voor Bangladesh? Dat er naast Bangladesh andere landen in dat loon beschikbaar komen. Dat zijn mijn grootste vragen. En ik kijk, waar gaan de Chinezen heen met hun investeringen? Gaan ze naar Afrika? Ik ben sinds kort begonnen met een Afrika alert. We geven alerts uit per regio. Er is nu maar weinig vraag naar, maar nu is er een handelsmissie naar Ethiopië bijvoorbeeld. Is dat interessant? Ik weet het niet. Waar grondstoffen zijn, is belangrijk. In Westelijk Afrika, Ivoorkust, Benin, daar is katoen. Waar katoen is, zou je een basis kunnen hebben om een kledingstuk in elkaar te zetten. Als er spinnerijen en weverijen zijn. In Oezbekistan heb je ook spinnerijen en weverijen. Alleen, op het katoen in Oezbekistan is commentaar vanuit de NGO s, omdat daar één keer per jaar een bus schoolkinderen heengaat om katoen te plukken. Op lange termijn zou je verwachten dat Turkije, India, Pakistan en China de belangrijkste toeleveranciers zouden moeten blijven. En al die andere landen concurreren alleen maar met het niveau van hun loonkosten. Dat kan je niet winnen op de lange termijn. Want je wilt juist dat je land vooruit gaat. China concurreerde op lage prijzen, maar wil zich nu profileren op kwaliteit producten en niet zozeer op laag segment. In China kun je nog steeds veel zoeken en vinden, maar ook daar is de tendens naar verdere ontwikkeling van het land. Welke bronnen zijn voor mij interessant om te gebruiken? Just-Style, The Source, KSA / KS rapport van Kurt salomon, David Birnbaum, Micheal Flamigan. 67
68 Interview Odette van der Geest Kunt u een korte uitleg geven van wat uw functie inhoudt? Ik ben stoffenagent. Dat houdt in dat ik een verlengstuk ben van de fabrikanten, een verkooppunt. De fabrikanten sturen mij hun collecties en met die collecties ga ik bij de klanten langs, bij de confectionairs. Hoeveel collecties krijgt u per jaar? Dat is afhankelijk van wat voor collectie het is. Als het een print collectie is, heb ik om de 2 weken nieuwe aanvullingen. De hoeveelheid printjes kan wisselend zijn. Op een standaardcollectie is het eens in de 2 maanden. Hoe belangrijk is kwaliteit en prijs van stoffen voor u? Dat is heel belangrijk. Ook al zitten we in het lagere segment, als je ziet aan wat voor kwaliteitseisen we moeten voldoen, dat is best zwaar. Als je het met duurdere merken vergelijkt, die hebben vaak minder zware kwaliteitseisen. Mijn klanten zitten erg op de prijs, wat ook weer door hun klanten komt. De combinatie is erg belangrijk. De print doet ook heel veel, want als het plaatje mooi is, is de klant vaak ook bereid om iets meer te betalen. Bijvoorbeeld met de digitale print, de klant moest daar erg aan wennen, maar nu begrijpen ze wel dat ze daar iets meer voor moeten betalen. Dat zal straks weer minder gaan worden omdat ik denk dat het digitale proces, zeg over 10 jaar, ook de gewone stipjes zal gaan printen. Dan zal die prijs een stuk lager liggen. Hoe controleert u deze kwaliteit? Ik zelf niet fysiek. Ik voel bijvoorbeeld met mijn duimen hoe de trekweerstand is, maar in principe doet de fabrikant dat. Als je met een fabrikant begint, doe je het rustig aan. Ze hebben vaak testrapporten. Ik ga ook bij de fabrikant zelf kijken hoe ze zijn opgebouwd. Hoe is het laboratorium? Hoe snel kunnen zij informatie verschaffen? Als dat allemaal panklaar is, dan weet je dat het goed zit. En natuurlijk heb je af en toe eens een probleem, daar ontkom je helaas niet aan. Maar het gaat om de manier waarop je het oplost. Hoe belangrijk is het opbouwen van een goede relatie met uw fabrikanten? Belangrijk, je bouwt een langdurige relatie met elkaar op. Zowel voor de klant als de fabrikant. Alles valt of staat met de leveranciers. Ze moeten natuurlijk een goede collectie hebben, maar je moet ook een klik met die mensen hebben. Dan nog is het belangrijk dat je ze kan overtuigen van het belang van iets op een goede manier op lossen. Soms lukt dat en soms ook niet. En soms moet je op eigen houtje iets oplossen en bel ik de fabrikant later op om te vertellen hoe ik het opgelost heb. En gelukkig kom ik daar meestal wel mee weg. Als je veel voor hun verkoopt accepteren ze het natuurlijk ook sneller. Het is anders als je geen goed verkooppunt bent. Ik ga om de 3 a 4 maanden bij mijn fabrikanten langs. Waarom heeft u gekozen te werken met stoffen uit Turkije en Italië? Het is niet direct een bewuste keuze. Ik heb bij Gustav Weber gewerkt, dat is een vrij groot agentschap. Daar deed ik Turkije. Dus zo ben ik er ingerold. Ik vind het gewoon erg leuk. En misschien is dat ook omdat ik het ken. Als ik een Italiaanse collectie zie is dat toch anders, het zijn rijkere stoffen, mooier, dus daar ben ik ook zeker gevoelig voor. Ik heb 1 Italiaanse fabrikant en printer. Waarom zijn deze landen aantrekkelijk? Voor de klant met wie ik werk is de prijs/kwaliteit verhouding goed. Ze zijn heel snel. Mensen werken heel hard. Ze staan misschien bekend om dat ze hun werk niet goed doen, maar als ik dan kijk naar een Italiaanse fabrikant duurt alles veel langer. Bijvoorbeeld als ik de Italiaanse fabrikant om een omkleuring vraag, duurt dat weleens 3 dagen en bij de Turkse fabrikant heb ik die s middags al. Het gaat daar zo snel. Misschien heeft het te maken met het feit dat de lonen daar veel lager liggen, daardoor meer mensen kunnen aannemen en het sneller kunnen laten doen. Italië is misschien wat meer verwend. Italië heeft voor de prints toch een ander handje. Misschien is het de Italiaanse klasse. Ze hebben meer smaak, design, net wat verfijnder. Ze lopen qua dessinering voor op Turkije. Maar Turkije pikt dat weer heel snel op. 68
69 Wat zijn de nadelen van stoffen inkopen uit Turkije en Italië? Van Turkije iets verzenden naar Polen blijkt heel lastig te zijn. Het gaat bijna altijd eerst naar Nederland en van Nederland naar Polen. Dat heeft met douane te maken. Als het direct gaat, staat het altijd vast. Hetzelfde merk je bij Italië naar Polen, dat werkt ook niet. Nadeel van Italië kan de prijs zijn, als ik kijk naar mijn klanten kring. In het hoger segment is het geen nadeel. In welke stoffen is Turkije gespecialiseerd? Turkije kan alles. En Italië? Italië kan ook alles. Dat komt doordat vooral in Prato de Chinese invloeden heel sterk zichtbaar zijn. Dus daar is van alles te vinden. Bij wat voor bedrijven zijn Turkse stoffen op dit moment in trek? V&D, Etam, C&A, noem ze maar op. Eigenlijk zie je bij hun allemaal Turkse stoffen. Ikzelf ben nu ook aan het werk met labels. Scarva bijvoorbeeld gaat nu ook prints ontwikkelen in Turkije. Er gaat een wereld voor ze open. Het is een service die ze niet gewend zijn om te krijgen. Ze zijn gewend om in Italië te kopen. Maar in Turkije krijgen ze snel antwoord en nog een lagere meterprijs ook. In Parijs heb je op de stoffenbeurs een afdeling waar je dessins kan kopen, Indigo. Daar hebben zij een dessin gekocht. Het cd tje met de artwork wordt naar de fabrikant opgestuurd en die maakt de screens voor hun of print het digitaal. Behalve de prijs zie je geen verschil in of je dat in Turkije of Italië laat doen. Verkoopt u ook gereed product? Waarom heeft u ervoor gekozen om dit erbij te doen? Ja. We zitten nog in de beginfase. Voor ons kan het een toegevoegde waarde zijn. Ik vraag me af of het agent zijn, puur op stoffen gebied, in de toekomst nog lonend zal zijn. Ik denk dat uiteindelijk meer klanten voor gereed product zullen kiezen. Toen ik 7 jaar terug bij Gustav Weber werkte liep die discussie ook al. Maar ook werd toen besproken dat alles naar het Verre Oosten zou gaan verschuiven. Toen leefde het Verre Oosten inderdaad heel erg op. Maar nu gaat de economie daar omhoog en de fabrikanten kunnen veel meer verdienen aan de binnenlandse markt. Dus de buitenlandse accounts worden meer afgehouden, behalve hele grote spelers. Maar de kleinere spelers krijgen een hogere prijs waardoor Turkije weer veel aantrekkelijker geworden is. En ze zijn gewoon heel snel. Ze spelen heel snel in op de markt, ze kijken naar een product met westerse ogen, wat in China nog niet altijd het geval is. Dus heel veel mensen zijn weer teruggekomen uit het Verre Oosten. Natuurlijk is een deel wel daar gelaten, de basis, maar voor de fancy items komt heel veel uit Europa. Heeft u verschuivingen gemerkt in productielanden in afgelopen jaren? Bijvoorbeeld dat andere landen grote concurrenten werden voor Turkije? Of wordt Turkije juist aantrekkelijker? Op zich merk je ook wel dat China niet stil staat, daar komen ook steeds meer aanbieden vandaan voor bijvoorbeeld digitale prints. Maar het ligt toch verder weg, dus je hebt sowieso het transport wat een nadeel is. De levertijd in Turkije is 2 weken en in China is het misschien ook 2 weken, maar dan komt er sowieso nog transport bij. Wat zijn de redenen voor die verschuivingen? Voor die laatste verschuiving was het de Chinese markt zelf, de economie groeit en dus kan de Chinese consument zelf meer geld spenderen. Ze zijn zich echt meer gaan focussen op de binnenlandse markt. De prijs voor de Europese klant wordt opgevoerd, dus voor hen is het aantrekkelijker om dicht bij huis te blijven. Dit is wel specifiek vanuit de prints gezien. Hoe denkt u dat de wereldwijde productie eruit zal zien over 10 jaar? Dat zou ik niet durven zeggen. Ik heb gehoord dat Zuid-Amerika in opkomst is, Brazilië omdat de economie groeit. Qua techniek wat nu nieuw is met de digitale prints, zal over 10 jaar ook gebruikt worden voor de meest eenvoudige printjes, wat nu geprint wordt door middel van rotatiedruk. Dat zie ik wel veranderen. Het is ook even afwachten wat Turkije gaat doen betreft de Europese Unie. Mijn voorkeur zou zijn dat ze erbuiten blijven. Ik denk dat wij daar meer van kunnen profiteren dan als ze bij de EU komen, 69
70 omdat de prijs dan lager kan blijven. Dat klinkt misschien niet zo aardig, maar commercieel gezien is dat wel beter. Heeft u last gehad van prijsstijgingen van katoen en synthetische stoffen? Ja, en ook voor viscose. Nou, last, als je een prijs hebt en hij gaat omhoog, dan is het altijd een gevecht omdat niemand natuurlijk meer wilt betalen en je hebt bepaalde prijzen gecalculeerd. Dus dat is altijd lastig. Wij proberen dat op verschillende manieren op te lossen. Soms leggen we een block neer en daarbij eventueel een vooruitbetaling, zodat de fabrikant dan al cash geld ontvangt. Vaak kunnen ze daar toch betere prijzen voor krijgen. Nu met de dollar koers en de olieprijs die hoog ligt, dat loopt allemaal door. Dus ik verwacht dat daar ook weer een prijsverhoging door zal ontstaan. De klant is koning dus het blijft lastig. En je weet niet precies wat anderen doen. Het belangrijkste is dat je met elkaar in gesprek blijft. Het vertrouwen is er wel. De prijs zal niet opeens met 30 cent omhoog gaan. Je probeert altijd in het redelijke te blijven. En uiteindelijk komt de rest ook wel, want je kan niet alleen achterblijven. Merkt u de invloeden van handelsbarrières, quota en regelgeving? Nee, want de handel is opengesteld. Zijn er andere problemen/ontwikkelingen/invloedhebbende factoren op prijs, kwaliteit, levertijd etc.? (bijv. Grondstof tekort/overschot? Opkomende concurrentie? Problemen in de landen waar uw stoffen vandaan komen/ gereed product wordt geproduceerd?) Bij het katoen was de prijs eerst heel erg laag, dus veel boeren zeiden, we gaan geen katoen meer planten. Daarbij zijn ook een hoop oogsten weggevallen. Daardoor ontstond een soort tekort aan katoen. Daarop hebben de garenboeren ingespeeld door alle katoen naar zich toe te trekken en vast te houden, waardoor de vraag steeds hoger werd en dus de prijs ook. Hiermee werden zij de koning in textielland, maar ze namen ook een hoop risico, dus het kan ook helemaal mis gaan. De markt schommelt continue. Nu naar de zomer toe is de katoen erg in trek. In de winter gaat de viscose weer omhoog. Maar ik heb geen verdere problemen vernomen. Hoe denkt u dat Turkije er over 10 jaar uitziet? Ik denk dat zij heel sterk door zullen zetten, qua fabrieken, investeringen, ze zijn nu allemaal digitale machines aan het kopen. Ik denk dat zij zullen blijven volgen en zo niet voorop gaan lopen. Over Egypte wordt ook wel gesproken. Ze hebben hele lage katoenprijzen. Eigenlijk is Egypte het Turkije van 20 jaar terug. Zij kunnen ook alles in eigen land. Maar de revoluties daar hebben wel impact en geven onzekerheid. Mensen hebben er geen vertrouwen in hun handel daar te laten produceren, omdat ze niet weten wat er gaat gebeuren. Onzekerheid. Bent u constant opzoek naar andere fabrikanten? Ja, ik hou mijn ogen en oren open. Als klanten ergens om vragen of ik zie in veel winkels iets hangen waarvan ik me afvraag waarom ik dat niet heb, dan vraag ik dat aan mijn fabrikanten of zoek ik verder. Ervaart u dat technologische ontwikkelingen belangrijk zijn in de kledingindustrie? Ja. Ruwdoek wordt steeds schaarser, ervaart u de consequenties hiervan? Langzaamaan worden de prijzen wel iets hoger, maar het is nu nog niet direct merkbaar. Denkt u er wel eens aan om met andere landen te gaan werken? Zo ja, welke en waarom? Ja, ik wordt veel benaderd door bijvoorbeeld fabrieken in India of China. Maar op dit moment ben ik ontzettend druk met Turkije, dus ik heb niet echt tijd om extra dingen aan te nemen. Tenzij het er echt uitspringt, het ziet er goed uit, is commercieel. Dan probeer ik het wel. Onlangs ben ik begonnen met een Griekse leverancier, een breifabrikant die ook kant-en-klare truien en vesten maakt. Dan maak ik een rondje langs de klanten en als de reactie daar ook goed zijn, als mijn gevoel bevestigd wordt, dan ga ik erin verder. Denkt u dat korte termijn productie zal toenemen en lange termijn productie zal afnemen? Ja, omdat de korte termijn zo snel kan inspelen op de vraag van de klant. Als ik nu kijk naar een lange termijn collectie van bijvoorbeeld Expresso of Vanilia, wat zij nu op de catwalk laten zien, komt deze zomer eigenlijk al in de winkels. Bijvoorbeeld de neon kleuren zijn getipt op de laatste Premier Vision, maar Expresso of Vanilia komen er pas volgend jaar mee, terwijl het binnenkort al bij Etam hangt, bij 70
71 wijze van spreken. De mensen van die labels zeggen wel dat hun klant vaak toch wat behoudender is, ook de prints zijn niet zo uitgesproken. De korte termijn speelt zo snel in op de huidige trends, de lange termijn haalt dat gewoon niet. Daarom denk ik dat de korte termijn veel belangrijker gaat worden. Reden om bij lange termijn te blijven is dan toch de uitstraling van het merk. Het merkje wat je koopt. De pasvorm is daar ook heel belangrijk in en verwerking komt daar bij kijken. Dat zou misschien een week meer in productie in beslag nemen, maar het is wel mogelijk. 71
STRATEGIE van een GROOTWINKELBEDRIJF
Executive summary WELKE ontwikkelingen BEPALEN de SOURCING STRATEGIE van een GROOTWINKELBEDRIJF EN HOE KAN het grootwinkelbedrijf hierop INSPELEN? Jennifer Wiering 500533459 Fashion & Management Amsterdam
Sourcing handleiding Voor inkopers van grootwinkelbedrijven
Sourcing handleiding Voor inkopers van grootwinkelbedrijven. WELKE ontwikkelingen BEPALEN DE TOEKOMST van sourcing? Jennifer Wiering Studentnummer 500533459 Fashion & Management Amsterdam Fashion Insitute
Sectorwerkstuk Aardrijkskunde Kleding- en schoenenindustrie
Sectorwerkstuk Aardrijkskunde Kleding- en scho Sectorwerkstuk door een scholier 2750 woorden 27 juni 2006 6,6 216 keer beoordeeld Vak Aardrijkskunde Inleiding Ik heb gekozen voor het onderwerp de kleding
Internationale varkensvleesmarkt 2012-2013
Internationale varkensvleesmarkt 212-213 In december 212 vond de jaarlijkse conferentie van de GIRA Meat Club plaats. GIRA is een marktonderzoeksbureau, dat aan het einde van elk jaar een inschatting maakt
Eindexamen economie 1 havo 2000-I
Opgave 1 Meer mensen aan de slag Het terugdringen van de werkloosheid is in veel landen een belangrijke doelstelling van de overheid. Om dat doel te bereiken, streeft de overheid meestal naar groei van
Internationale handel visproducten
Internationale handel visproducten Marktmonitor ontwikkelingen 27-211 en prognose voor 212 Januari 213 Belangrijkste trends 27-211 Ontwikkelingen export De Nederlandse visverwerkende industrie speelt een
FLANDERS INVESTMENT & TRADE MARKTSTUDIE
N H C A M L T X R T S U D T D N Ë L A T N FLANDRS NVSTMNT & TRAD MARKTSTUD D TXTLMACHN-NDUSTR N TALË Overzicht van de sector 1 De taliaanse industrie van textielmachines en -accessoires bestaat uit ongeveer
Statistisch Magazine Internationale economische ontwikkelingen in de periode 2010 tot en met 2012
Internationale economische ontwikkelingen in de periode 2010 tot en met 2012 Inleiding Lorette Ford De economische ontwikkeling van een land kan door middel van drie belangrijke economische indicatoren
Examen HAVO. Economie 1
Economie 1 Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 21 juni 13.30 16.00 uur 20 00 Dit examen bestaat uit 31 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven hoeveel punten met een goed
Antwoorden Economie Handel
Antwoorden Economie Handel Antwoorden door een scholier 973 woorden 14 april 2004 4,8 61 keer beoordeeld Vak Economie Begrippen: Open Economie: Bijvoorbeeld: Nederland exporteert veel goederen en diensten
Samenvatting Economie Internationale Handel
Samenvatting Economie Internationale Handel Samenvatting door een scholier 1611 woorden 9 september 2001 6,5 169 keer beoordeeld Vak Economie Economie Internationale Handel Hoofdstuk 1 Nederland is erg
3.2 De omvang van de werkgelegenheid
3.2 De omvang van de werkgelegenheid Particuliere bedrijven en overheidsbedrijven nemen mensen in dienst. Collectieve sector = Semicollectieve sector = De overheden op landelijk, provinciaal en lokaal
UIT arbeidsdeling
Arbeidsdeling Het streven van de mens is om zijn welvaart te laten toenemen. Meer welvaart is te bereiken door een hogere productie. Een hogere productie kun je op verschillende manieren bereiken. Een
Rabobank Food & Agri. Leidt de verwachte importgroei uit China tot herstel? Kwartaalbericht Varkens Q3 2015
Rabobank Food & Agri Kwartaalbericht Varkens Q3 2015 Leidt de verwachte importgroei uit China tot herstel? De Rabobank verwacht een moeizaam derde kwartaal voor de Nederlandse varkenssector. Aan het einde
De kloof wordt breder. Boekverslag door H woorden 15 februari keer beoordeeld. Aardrijkskunde
Boekverslag door H. 1034 woorden 15 februari 2007 6.6 80 keer beoordeeld Vak Methode Aardrijkskunde BuiteNLand Hoofdstuk 2 het Noorden tegenover het Zuiden 2 Noord- Zuidverhoudingen 2.1 De kloof wordt
Internationale handel H7 1. Internationale handel. Waarom importeren: 25-2-2013. Waar komt het vandaan?
Internationale handel H7 1 Waar komt het vandaan? Economie voor het vmbo (tot 8,35 m.) Internationale handel Importeren = invoeren (betalen) Exporteren = uitvoeren (verdienen) Waarom importeren: Meer keuze
Samenvatting Economie Lesbrief Internationale handel
Samenvatting Economie Lesbrief Internationale handel Samenvatting door een scholier 1819 woorden 4 mei 2004 8,2 97 keer beoordeeld Vak Economie INTERNATIONALE HANDEL COMPLETE SAMENVATTING: H 1 T/M 3 Hoofdstuk
3 Bij deze korte ritten worden levende dieren vervoerd en producten die snel kunnen bederven. Die moeten snel op de plaats van bestemming zijn.
Hoofdstuk 7 Nederland handelsland De grens over 1 Vanuit Nederland 10.000 365 (dagen) = 3.650.000 ritten per jaar 3.650.000 =... % van 7.400.000 3.650.000 7.400.000 100 = 49,3% 2 Binnen de EU is er vrij
Rabobank Food & Agri. Druk op varkensvleesmarkt blijft. Kwartaalbericht Varkens Q2 2015
Rabobank Food & Agri Kwartaalbericht Varkens Q2 2015 Druk op varkensvleesmarkt blijft De vooruitzichten voor de Nederlandse varkenshouderij voor het tweede kwartaal 2015 blijven mager. Ondanks de seizoensmatige
Samenvatting Aardrijkskunde hoofdstuk 1 paragraaf 2,3,4,7,8
Samenvatting Aardrijkskunde hoofdstuk 1 paragraaf 2,3,4,7,8 Samenvatting door V. 1226 woorden 30 oktober 2016 7,1 21 keer beoordeeld Vak Methode Aardrijkskunde BuiteNLand Par. 1.2 Er zijn 2 manieren om
Samenvatting Economie Hoofdstuk 8 Over de grens?
Samenvatting Economie Hoofdstuk 8 Over de grens? 8.1 Waarom handel met het buitenland? Importeren = het kopen van goederen en diensten uit het buitenland. Waarom? -Goedkoper of van betere kwaliteit -Bepaalde
Hieronder volgt een chronologisch overzicht van de ontwikkelingen van de handelsstromen. Verder in dit werkstuk
Werkstuk door een scholier 1433 woorden 1 november 2017 7 6 keer beoordeeld Vak Aardrijkskunde Inhoudsopgave 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. Inleiding; Wat zijn handelsstromen? Wat zijn kolonies? Chronologisch
1. natuurlijke omstandigheden. 2. loonkosten. 3. infrastructuur
Samenvatting door een scholier 1067 woorden 13 juli 2001 4 44 keer beoordeeld Vak Economie Samenvatting:Internationale Handel Hoofdstuk 1: ****Nederland Handelsland**** 1.1 Export/Import: de waarde van
Landenanalyse H4. Week 1 Landenrisico
Landenanalyse H4 Week 1 Landenrisico Risico s en problemen die verbonden zijn met het exporteren naar het buitenland - Importbelemmeringen (als bijvoorbeeld de handelsbalans een groot tekort vertoont)
Geef een voordeel van exporteren. Geef een voordeel van importeren.
Vraagkaarten - blauw & groen De verhouding tussen de euro en de dollar gaat van 1 EUR = 1, 5508 dollar naar 1 EUR = 1, 25 dollar. Is de dollar dan in waarde gedaald of gestegen? De dollar is in waarde
Rabobank Food & Agri. Opslagregeling en kleiner aanbod ondersteunen langzaam herstel Europese varkensmarkt. Kwartaalbericht Varkens Q1 2016
Rabobank Food & Agri Kwartaalbericht Varkens Q1 2016 Opslagregeling en kleiner aanbod ondersteunen langzaam herstel Europese varkensmarkt Na een teleurstellend vierde kwartaal in het vorige jaar, start
de kortste weg naar eerlijke bedrijfskleding 1
De kortste weg naar eerlijke bedrijfskleding de kortste weg naar eerlijke bedrijfskleding 1 waarom deze campagne? zit er een luchtje aan uw bedrijfskleding? Met deze campagne willen wij u de werknemers
Het Vijfkrachtenmodel van Porter
Het Vijfkrachtenmodel van Porter (een concurrentieanalyse en de mate van concurrentie binnen een bedrijfstak) 1 Het Vijfkrachtenmodel van Porter Het vijfkrachtenmodel is een strategisch model wat de aantrekkelijkheid
1 De onderneming in de wereldeconomie
1 De onderneming in de wereldeonomie Meerkeuzevragen 1.1 1.1 Globalisering is een proes a van wereldwijde eonomishe integratie door een sterke toename van de internationale handel en investeringen. b waarbij
Eindexamen economie 1-2 vwo 2003-I
4 Antwoordmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Een voorbeeld van een juiste berekening
Eindexamen economie havo I
Beoordelingsmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 Een antwoord waaruit blijkt dat
UIT de arbeidsmarkt
Verandering van de werkloosheid. Vraag en aanbod op de arbeidsmarkt zijn onderhevig aan continue veranderingen. Als gevolg daarvan verandert de omvang van de werkloosheid in een land ook continue. Werkloosheid
Examenopgaven VMBO-BB 2004
Examenopgaven VMBO-BB 2004 tijdvak 2 dinsdag 22 juni 11.30 13.00 uur ECONOMIE CSE BB Naam kandidaat Kandidaatnummer Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje. Dit examen bestaat uit 30 vragen. Voor dit
FACTSHEET FRESH VEGETABLES
miljoen dollar cq. 1000 ton Factsheet verse groenten januari 2016 FACTSHEET FRESH VEGETABLES Fruit&VegetableFacts; JanKeesBoon; +31654687684; [email protected] WERELDHANDEL VERSE GROENTEN IN 2015
H1: Economie gaat over..
H1: Economie gaat over.. 1: Belangen Geld is voor de economie een smeermiddel, door het gebruik van geld kunnen we handelen, sparen en goederen prijzen. Belangengroep Belang = Ze komen op voor belangen
Samenvatting Economie Internationale handel
Samenvatting Economie Internationale handel Samenvatting door een scholier 1484 woorden 7 oktober 2003 5,5 44 keer beoordeeld Vak Economie Lesbrief Internationale handel HS 1 Nederland handelsland Par.
Samenvatting Aardrijkskunde Paragraaf 1.1 t/m , 1.8
Samenvatting Aardrijkskunde Paragraaf 1.1 t/m 1.4 + 1.7, 1.8 Samenvatting door K. 958 woorden 9 november 2013 6,5 13 keer beoordeeld Vak Methode Aardrijkskunde BuiteNLand Samenvatting aardrijkskunde paragraaf
Twee belangrijke aardrijkskunde vragen zijn waar komt iets voor? En waarom is het daar? Verklaring zoek je in interne factoren en externe factoren.
Samenvatting door Cristel 1008 woorden 26 juni 2016 7,1 3 keer beoordeeld Vak Aardrijkskunde Het grensgebied tussen Mexico en de VS: Illegalen overschrijding van Mexicanen richting de verenigde staten.
Eindexamen vwo economie II
Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 Een antwoord waaruit blijkt dat de particuliere
Samenvatting Economie Werk hoofstuk 1 t/m 3
Samenvatting Economie Werk hoofstuk 1 t/m 3 Samenvatting door H. 1812 woorden 16 juni 2013 6 4 keer beoordeeld Vak Methode Economie LWEO Economie samenvatting Werk hoofdstuk 1, 2 en 3 Hoofdstuk 1. Werken
FAIRTRADE. Een beter leven. Wat is Fairtrade
Wat is Fairtrade EERLIJKE HANDEL STAAT VOOROP KEURMERK INTERNATIONALE SAMENWERKING HANDEL GEMEENTE DUURZAAMHEID Een beter leven Veel boeren en arbeiders in arme landen (ook wel ontwikkelingslanden ) hebben
Eindexamen economie 1-2 vwo 2007-I
Beoordelingsmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 q v = 200 1,25 + 450 = 200 q a
Innovatie, modernisering, goede scholing - een land levert dan goede kwaliteit. Afnemers; goede verhouding prijs en kwaliteit
Samenvatting door een scholier 1633 woorden 8 juni 2007 6,5 4 keer beoordeeld Vak Economie Economie Internationale Handel. Hoofdstuk 1 Nederland handelsland. Nederland afhankelijk van handel omdat het
6,3 ECONOMIE. Samenvatting door een scholier 4680 woorden 25 januari keer beoordeeld. Lesbrief Globalisering INFLATIE
Samenvatting door een scholier 4680 woorden 25 januari 2011 6,3 17 keer beoordeeld Vak Economie ECONOMIE Lesbrief Globalisering INFLATIE Soort Oorzaken OPLOSSINGEN Vraag Bestedingsinflatie Door de oplevende
Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s
Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s In een globaliserende economie moeten regio s en ondernemingen internationaal concurreren. Internationalisatie draagt bij tot de economische
Marktontwikkelingen varkenssector
Marktontwikkelingen varkenssector 1. Inleiding In de deze nota wordt ingegaan op de marktontwikkelingen in de varkenssector in Nederland en de Europese Unie. Waar mogelijk wordt vooruitgeblikt op de te
Veranderingen in de internationale positie van Nederlandse banken
Veranderingen in de internationale positie van Nederlandse banken De Nederlandse bancaire vorderingen 1 op het buitenland zijn onder invloed van de economische crisis en het uiteenvallen van ABN AMRO tussen
Eindexamen economie 1-2 havo 2006-II
Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: kosten van politie-inzet
Belgische kledingsector : redelijk goed klimaat in 2007 maar dreigende onweerswolken in 2008
PERSBERICHT Belgische kledingsector : redelijk goed klimaat in 2007 maar dreigende onweerswolken in 2008 Het jaar 2007 kan voor de kledingsector worden samengevat als een stabiel jaar. De omzetdaling was
Hoofdstuk 5 4e klas GT
Auteur Laatst gewijzigd Licentie Webadres Monique Kroon 27 juni 2016 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie https://maken.wikiwijs.nl/80430 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken van Kennisnet.
Eindexamen economie 1-2 vwo 2004-I
4 Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Een voorbeeld van een juiste berekening
Hoofdstuk 2: Het Taylor-Romer model
Hoofdstuk 2: Het Taylor-Romer model 1. Opbouw van de AV-lijn A. Relatie tussen reële bbp en rente Fragment: Belgische glansprestatie (Tijd, 31/12/2004) Bestedingen De consumptie van de gezinnen groeide
Visie op Windenergie en solar Update 2014
Visie op Windenergie en solar Update 2014 De vooruitzichten voor hernieuwbare energie zijn gunstig Succes hangt sterk af van de beschikbaarheid van subsidies Naast kansen in Nederland kan de sector profiteren
KANSDOSSIER LANDBOUWMACHINES Australië. September 2015
KANSDOSSIER LANDBOUWMACHINES Australië September 2015 Disclaimer Dit rapport is opgesteld door de Economische Afdeling van het. Het is tot stand gekomen door persoonlijke contacten met overheidsinstanties
Wijnimport Nederland naar regio
DO RESEARCH Wijnimport Nederland naar regio Sterke opmars wijn uit Chili Jeroen den Ouden 1-10-2011 Inleiding en inhoudsopgave Pagina I De invoer van wijn in Nederland 1 II De invoer van wijn naar herkomst
4,6. Samenvatting door L. 989 woorden 30 november keer beoordeeld. Aardrijkskunde
Samenvatting door L. 989 woorden 30 november 2016 4,6 5 keer beoordeeld Vak Aardrijkskunde SAMENVATTING AK HOOFDSTUK 1. VWO 2. Primaire sector: landbouw, visserij, mijnbouw, jacht. Secundaire sector: industrie,
Eindexamen economie 1-2 vwo 2004-II
4 Beoordelingsmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Een voorbeeld van een juiste berekening is:
Praktische opdracht Economie Wat voor rol heeft de opkomende economie van China in de wereldeconomie?
Praktische opdracht Economie Wat voor rol heeft de opkomende economie van China in de wereldeconomie? Praktische-opdracht door een scholier 2129 woorden 18 juni 2006 6,5 45 keer beoordeeld Vak Economie
Praktische opdracht Economie Economie van China
Praktische opdracht Economie Economie van China Praktische-opdracht door een scholier 1850 woorden 20 juni 2006 6,2 64 keer beoordeeld Vak Economie Inleiding In deze Praktische Opdracht gaan we de hoofdvraag
Als de lonen dalen, dalen de loonkosten voor de producent. Hetgeen kan betekenen dat de producent niet overgaat tot mechanisatie/automatisering.
Top 100 vragen. De antwoorden! 1 Als de lonen stijgen, stijgen de productiekosten. De producent rekent de hogere productiekosten door in de eindprijs. Daardoor daalt de vraag naar producten. De productie
Handels- en investeringscijfers Spanje-Nederland 1
Handels- en investeringscijfers Spanje-Nederland 1 1. Goederenexport van Spanje naar andere landen Tabel 1: Voornaamste Spaanse exportpartners (bedragen x 1.000 euro) IMPORTERENDE LANDEN WAARDE EXPORT
Eindexamen economie 1-2 havo 2007-I
4 Beoordelingsmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 twee van de volgende voorbeelden
Ontwikkeling in de melkmarkt 21/04/2015
Ontwikkeling in de melkmarkt 21/04/2015 Melk- en voermarkt kort samengevat Vooruitzichten voor de melkmarkt zijn pover tot aan de zomer De melkmarkt is in de ban van het einde van de melkquotering o Afwachtende
A B Het staat in ieders geheugen gegrift. De beelden van de instorting van Textielfabriek Rana Plaza in Bangladesh lieten niemand onberoerd. Meer dan 1100 mensen overleefden de ramp niet en de wereld stond
Beursdagboek 12 September 2013.
Beursdagboek 12 September 2013. De Amerikanen lieten tijdens de herdenking van 9-11 de markten voor de derde achtereenvolgende dag fors stijgen. Gisterenavond Tijd 22:10 uur. Zoals ik al schreef in mijn
WERELDZUIVELHANDEL ACTUEEL
TOELICHTING CONTACT WERELDZUIVELHANDEL ACTUEEL Januari - december 2015 De wereldhandel liet bij alle zuivelproducten een groei zien in het vierde kwartaal. Kaas nam fors toe in de laatste drie maanden
Toerisme in perspectief. NBTC Holland Marketing Afdeling Research
Toerisme in perspectief NBTC Holland Marketing Afdeling Research Inleiding In dit rapport wordt op hoofdlijnen een beeld geschetst van trends en ontwikkelingen in het (internationaal) toerisme en de factoren
Toerisme in perspectief. NBTC Holland Marketing Afdeling Onderzoek
Toerisme in perspectief NBTC Holland Marketing Afdeling Onderzoek Inleiding In dit rapport wordt op hoofdlijnen een beeld geschetst van trends en ontwikkelingen in het (internationaal) toerisme en de factoren
2. Wat is de hoofdvraag? Hoe zijn de arbeidsomstandigheden in de kleding- en schoenenindustrie in landen die aan Nederland leveren?
Werkstuk door een scholier 1455 woorden 24 januari 2005 5,9 376 keer beoordeeld Vak Aardrijkskunde 1. Wat is je onderzoeksterrein? schone kleren 2. Wat is de hoofdvraag? Hoe zijn de arbeidsomstandigheden
Druiven: Ontwikkeling wereldhandel en aandeel Chili (export) en Nederland (import) 10%
wereldhandel in 1000 ton Factsheet druiven oktober FACTSHEET DRUIVEN Fruit&VegetableFacts; JanKeesBoon; +31654687684; [email protected] Groei wereldhandel in druiven, vooral nieuwe markten Zuid en
Handels- en investeringscijfers Zwitserland-Nederland 1
Handels- en investeringscijfers Zwitserland-Nederland 1 1. Goederenexport van Zwitserland naar andere landen Tabel 1: Voornaamste Zwitserse exportpartners (bedragen x 1.000 euro) IMPORTERENDE LANDEN WAARDE
ALGEMENE ECONOMIE /03
HBO Algemene economie Raymond Reinhardt 3R Business Development [email protected] 3R 1 M Productiefactoren: alle middelen die gebruikt worden bij het produceren: NOKIA: natuur, ondernemen, kapitaal,
Hoofdstuk 5 4e klas GT
Auteur Laatst gewijzigd Licentie Webadres Monique Kroon 27 June 2016 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/80430 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijsleermiddelenplein.
Rabobank Cijfers & Trends
Meubelindustrie De meubelindustrie in Nederland telt ruim 6.600 bedrijven. De helft hiervan is actief in de interieurbouw. Daarnaast wordt er onderscheid gemaakt tussen woonmeubelfabrikanten, de bedrijfsmeubelindustrie,
Toerisme in perspectief
Toerisme in perspectief NBTC afdeling Research Den Haag 18-1-2013 Inleiding In dit rapport wordt op hoofdlijnen een beeld geschetst van trends en ontwikkelingen in het (internationaal) toerisme en de factoren
Lesbrief Voor de docent Voor de leerling Inhoud Inleiding De Nigeriaanse olie-industrie in beeld Opdracht 1 Aardolie in Nigeria Niveau
Voor de docent Inhoud In 214 en 215 maakte de olieprijs in de een vrije val: in juli 214 kostte een vat olie nog ruim 1 dollar, in januari 215 nog maar 47 dollar. De prijs is sindsdien wel weer iets gestegen,
