Verzuimnormering Nederlandse Gemeenten
|
|
|
- Leo Gerritsen
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Verzuimnormering Nederlandse Gemeenten Ten behoeve van A+O fonds Gemeenten November 2005 drs. Dianne van der Putte Corina Blokland Fazantlaan 1b, 5613 CA Eindhoven Telefoon / Fax (00861) [email protected]
2 Inleiding Bij het bepalen van verzuimdoelstellingen gebruiken veel gemeenten de Verbaannorm. Ter ondersteuning bij de invulling van sectorale programma s voor verzuimbeheersing heeft het A+O fonds Gemeenten bureau Falke & Verbaan opdrachtgegeven om voor iedere grootteklasse van gemeenten de Verbaannorm te berekenen. Deze uitgave vindt plaats onder dankzegging aan het Interprovinciaal Overleg, voor wie wij eerder een handleiding voor het gebruik van de Verbaannorm hebben ontwikkeld. Delen van deze handleiding zijn gebruikt als input voor de toelichting bij gebruik van de Verbaannorm voor Nederlandse Gemeenten. (00861) 2
3 1. De Verbaannorm Wat is een realistisch en haalbaar verzuimniveau? Om dit te bepalen heeft Verbaan in 1984 de Verbaannorm ontwikkeld. De Verbaannorm geeft managers een indicatie van het haalbare verzuimniveau (in het eerste jaar) in hun organisatie (oftewel: het verzuimniveau dat te realiseren is uitgaande van de populatie werknemers binnen de organisatie), afgezet tegen het ingeschatte, haalbare verzuim in heel Nederland. De Verbaannorm maakt hiervoor gebruik van twee belangrijke variabelen: de leeftijd van medewerkers verdeeld in vijf klassen en het werkniveau verdeeld in vijf klassen. De veronderstelling is dat hoe hoger de leeftijd is hoe hoger het verzuim is en hoe hoger het werkniveau is hoe lager het verzuim is. De verklaring hiervoor is dat bij het stijgen van de leeftijd het gemiddelde klachtenniveau toeneemt en dat bij een lager werkniveau er sprake is van minder regelmogelijkheden en meer belastende fysieke en fysische werkomstandigheden (zie ook De Verbaannorm van Falke & Verbaan is in 1984 ontwikkeld door Daan Verbaan en in 1995 herijkt. In 2004 is de Verbaannorm opnieuw herijkt. Hiervoor is gebruik gemaakt van de Nationale Verzuimstatistiek van het Centraal Bureau van de Statistiek 1 waarvan de eerste rapportage in september 2004 verschenen is. Met deze nieuwe statistiek krijgt Nederland voor het eerst sinds de afschaffing van de Ziektewet in 1994 weer de beschikking over gedetailleerde gegevens over het ziekteverzuim. Relevant voor de methodiek van de Verbaannorm zijn de landelijke cijfers over het verzuim naar leeftijdsklassen en het verzuim naar loonniveaus, dat te gebruiken is als indicator voor het verzuim naar werkniveaus. Uit de cijfers van het CBS blijkt dat het verzuim oploopt bij hogere leeftijdsklassen en dat het verzuim daalt bij hogere loonniveaus. De verschillen zijn echter minder groot dan in 1995 toen de Verbaannorm voor het laatst herijkt is. Een veel gehoorde verklaring voor deze kleinere verschillen is dat sinds 1995 de werkomstandigheden zijn verbeterd. Uit de gegevens over de Beroepsbevolking van het CBS blijkt echter dat sinds 1995 de werkomstandigheden vrij stabiel zijn gebleven 2. De werkdruk is stabiel gebleven. De fysieke werkomstandigheden (vuil, lawaai, tillen) en de fysische werkomstandigheden (gevaarlijke stoffen) zijn sinds 1995 niet veel verbeterd. Alleen de autonomie in het werk is verbeterd. Autonomie verwijst naar de regelmogelijkheden die men heeft in het uitvoeren van het werk, het bepalen van het werktempo en het opnemen van verlof. De toegenomen autonomie kan verklaren waarom de verschillen in verzuim tussen de verschillende werkniveaus kleiner zijn geworden. Een belangrijke andere verklaring waarom de verschillen in verzuim tussen leeftijdsklassen en werkniveaus kleiner zijn geworden is dat bedrijven een actiever ziekteverzuimbeleid voeren en een hogere verzuimdrempel opwerpen voor met name oudere werknemers, en werknemers die werkzaam zijn op een lager functieniveau. Ook is de acceptatie van verzuim in de sociale omgeving van werknemers (familie, vrienden, kennissen, werkomgeving) sterk gedaald. Ingrepen in de sociale zekerheid en de conjunctuur zijn hier mede van invloed op. 1 Eerste rapportage van de Nationale Verzuimstatistiek, een gezamenlijk project van het CBS en de Brancheorganisatie Arbo-diensten (BOA), september Trends in arbeid, TNO Arbeid, Houtman et al, p 45, (00861) 3
4 In de oude Verbaannorm werd uitgegaan van een haalbaar verzuimniveau voor Nederland gemiddeld van 5,5% exclusief verzuim langer dan 1 jaar. Voor de Verbaannorm 2004 heeft Falke & Verbaan opnieuw onderzocht wat het ingeschatte haalbare verzuimniveau in Nederland is 1. Dit is gedaan door aan 150 hoofden P&O en directeuren uit de profit en non-profit te vragen wat zij als een haalbaar verzuimniveau beschouwen. Met haalbaar verzuimniveau wordt bedoeld een verzuimniveau dat de respondenten reëel en acceptabel voor hun organisatie vinden. Voor de Verbaannorm 2004 is het haalbare verzuimniveau voor Nederland gemiddeld vastgesteld op 4,3% exclusief verzuim langer dan 1 jaar. 1 De Verbaannorm, een exploratief onderzoek naar een ziekteverzuimnorm en de invloed van psychologische factoren, van Herpt, Falke & Verbaan, (00861) 4
5 2. Uitgangspunten van de herijkte Verbaannorm De Verbaannorm 2004 is gebaseerd op een berekeningsmodel (Verbaannormmodel). Dit model hanteert een aantal uitgangspunten: Het ingeschatte haalbare verzuimniveau in Nederland ligt op 4,3% exclusief verzuim langer dan 1 jaar; Er zijn twee belangrijke verzuimvariabelen: Leeftijd, verdeeld in vijf klassen (hoe hoger de leeftijd, hoe hoger het verzuim) Werkniveau, verdeeld in vijf klassen (hoe lager het werkniveau, hoe hoger het verzuim); Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen mannen en vrouwen, aangezien vrouwen niet ongezonder zijn dan mannen; Dat vrouwen over het algemeen meer verzuimen dan mannen, wordt deels veroorzaakt door het verschil in werkniveau en de eventuele loyaliteitskeuze werk en gezin van vrouwen; De hiervoor genoemde loyaliteitskeuze van vrouwen is in belangrijke mate een gedragsfenomeen, dat met gerichte maatregelen beïnvloed kan worden; Het verschil in gemiddeld werkniveau tussen mannen en vrouwen wordt vanzelf gecorrigeerd, aangezien het werkniveau als variabele onderdeel uitmaakt van het model; Om een statistisch verantwoorde uitkomst te krijgen, dient de Verbaannorm betrekking te hebben op een groep van minimaal 50 medewerkers; Door de bovenstaande uitgangspunten ontstaat een eenvoudig instrument waarmee u snel inzicht krijgt in haalbaar verzuim en daarmee mogelijke verzuimdaling binnen uw Gemeente. (00861) 5
6 3. Ook voor Gemeenten? Omdat de Verbaannorm een inschatting geeft van het verzuim op basis van leeftijd en werkniveau, is de norm voor elke organisatie bruikbaar. De norm wordt namelijk berekend op basis van de werkelijke populatie van de organisatie. Met de normberekening wordt elke medewerker met zijn leeftijd en specifieke werkniveau meegewogen in de norm voor de totale organisatie. Het werk binnen bepaalde Gemeenten of gemeentelijke diensten kan zeer specifiek van aard zijn, maar hierop worden medewerkers dan ook geselecteerd. De norm is dan ook zeer goed bruikbaar voor elke Nederlandse Gemeente. De verzuimnorm dient vooral als indicatie: Wat is het verzuimpercentage dat wij, gezien ons personeelsbestand, op termijn zouden kunnen bereiken?. Een normering van het verzuim van de eigen organisatie heeft daarnaast een aantal belangrijke voordelen. Het biedt mogelijkheden om meer inzicht te krijgen in het verzuim en de beinvloedingsmogelijkheden. Hiermee is het mogelijk: Een doelstelling voor de Gemeente vast te stellen Het verzuim van afzonderlijke afdelingen of bedrijfsonderdelen met elkaar te vergelijken Op basis van de vastgestelde targets het verzuim te kapitaliseren. Om een beeld te kunnen schetsen van een haalbaar verzuim binnen de Nederlandse Gemeenten is een normberekening uitgevoerd. Hiervoor is gebruik gemaakt van gegevens uit de Landelijke benchmark Personeelsmonitor Gemeenten 2003 en van het databestand Eindmeting Arbeidsrisico s Arboconvenant Gemeenten Deze gegevens zijn verwerkt in de kruistabel van de Verbaannorm (zie bijlage 1). Hierbij is een wegingsfactor toegepast, waarbij rekening is gehouden met het werkelijke aantal medewerkers per cel binnen de Nederlandse Gemeenten. De norm is zowel berekend voor de totale sector als voor de verschillende grootteklassen van de gemeenten. In tabel 1 is de Verbaannorm exclusief het tweede verzuimjaar weergegeven. In principe is de gebruikelijke weergave van verzuim binnen Nederland verzuim tot en met 365 dagen. Ook de Verbaannorm is op deze definitie gestoeld. Binnen de Gemeenten wordt er echter gewerkt met verzuimpercentages inclusief het tweede verzuimjaar. Om die reden is een schatting gemaakt van de Verbaannorm voor Gemeenten inclusief het tweede verzuimjaar, zie hiervoor tabel 2. Dit is gedaan door het geïndexeerde verschil tussen het 1 e en 2 e -jaars verzuimpercentage binnen de Nederlandse Gemeenten toe te passen op de Verbaannorm (zie voor een toelichting op de berekening bijlage 2). (00861) 6
7 Tabel 1. Verbaannorm uitgerekend voor gemeenten, exclusief 2 e verzuimjaar Aantal inwoners Aantal Verzuimpercentage excl > 1jr Normpercentage excl > 1jr Verschil < ,9 4,5 0, ,2 4,5 0, ,3 4,5 0, ,9 4,4 1,5 > ,9 4,3 1,6 G4 4 6,6 4,3 2,3 Alle Gemeenten 483 6,6 4,4 2,2 N.B. De Verbaannorm bij > is incl. de G4, het verzuimpercentage is wel uitgesplitst. Dit geldt ook voor de groepen < en Hier is het verzuimpercentage uitgesplitst en de norm berekend voor de twee groepen samen. Tabel 2. Verbaannorm uitgerekend voor gemeenten, inclusief 2 e verzuimjaar Aantal inwoners Aantal Verzuimpercentage incl > 1jr Normpercentage incl > 1jr Verschil < ,1 4,6 0, ,5 4,7 0, ,6 4,7 0, ,2 4,6 1,6 > ,5 4,7 1,8 G4 4 7,5 4,9 2,6 Alle Gemeenten 483 7,1 4,8 2,3 In tabel 2 is zichtbaar dat de Verbaannorm voor het eerste verzuimjaar voor de Nederlandse Gemeenten op 4,4% uitkomt, op basis van de huidige personele bezetting. Afgerond blijkt dat ook de Verbaannorm inclusief het tweede verzuimjaar op 4,8% ligt. Dit maakt dat een verzuimpercentage van 4,8% inclusief het tweede jaar verzuim over het geheel gezien als haalbaar 1 beschouwd kan worden. Uitgaande van het actuele verzuim in 2004 van 7,1 % valt is een verzuimdaling van 2,3% voor de totale sector binnen de mogelijkheden. Tussen de verschillende grootteklassen binnen de Nederlandse Gemeenten zijn geen opvallende verschillen zichtbaar. Wel blijkt dat de Verbaannorm exclusief het tweede jaar verzuim voor de grotere gemeenten iets lager uitvalt dan voor kleinere gemeenten (4,3% versus 4,5%). Dit is tegengesteld aan het beeld van het werkelijke verzuim, dat bij de grotere gemeenten juist hoger ligt. Mogelijke verklaringen hiervoor zijn het feit dat binnen grotere organisaties het sturen op verzuim voor de totale groep medewerkers lastiger is. Dit hangt samen met allerlei kenmerken van grotere 1 Met haalbaar verzuim wordt het verzuimpercentage bedoelt dat, gezien de personeelssamenstelling, dit een reëel streefpercentage is voor een Gemeente (00861) 7
8 organisaties, zoals langere lijnen en minder sociale controle. Ook is de binding met de totale organisatie (eerder dan de eigen afdeling) over het algemeen kleiner bij grotere gemeenten. Doordat het werkelijke verzuim inclusief het tweede jaar bij grotere gemeenten hoger is, valt ook de Verbaannorm inclusief het tweede jaar hoger uit. Immers, deze is gekoppeld aan het werkelijke verzuimpercentage. Het verschil tussen het actuele verzuim en de Verbaannorm inclusief het tweede jaar loopt op naarmate de grootte van de gemeente oploopt. Dit wil overigens niet zeggen dat daarmee de Verbaannorm niet reëel is: immers, de personeelssamenstelling binnen de grotere gemeenten maakt dat deze norm als haalbaar beschouwd kan worden. Wel zal wellicht meer activiteit gestopt moeten worden in de aanpak van verzuim om deze norm te behalen. Voor alle gemeenten geldt hoe dan ook dat door het werkelijke verzuim af te zetten tegen het de Verbaannorm binnen de eigen grootte klasse, men een indicatie krijg van welke verzuimreductie in principe mogelijk is. Nota Bene: Voor de berekening van de Verbaannorm exclusief het tweede jaar is uitgegaan van 4 grootteklassen binnen de Nederlandse Gemeenten. In de Landelijke benchmark Personeelsmonitor wordt een uitsplitsing gemaakt naar 6 grootteklassen. Dit verschil is zichtbaar in tabel 1 en 2. (00861) 8
9 4. Een stappenplan Wanneer u als Gemeente aan de slag wilt met de Verbaannorm, dan vindt u in dit hoofdstuk een beschrijving van stappen via welke u te werk kunt gaan. Stap 1 Berekening Bepalen van de Verbaannorm voor de eigen organisatie. Hiervoor hebt u nodig: de gegevens van uw medewerkers naar leeftijdsklasse en naar klasse van werkniveau, verenigd in een kruistabel (zie hiervoor bijlage 1). Stap 2 Vergelijking Wanneer u de Verbaannorm heeft berekend, kunt u deze vergelijken met de Verbaannorm van alle Gemeenten tezamen en de norm van de grootteklasse waartoe uw gemeente behoort. Als u tevens uw actuele verzuim en het actuele verzuim van de Nederlandse Gemeenten als totaal tegen de desbetreffende normen afzet, krijgt u een helder beeld van uw verzuim in relatie tot de branche. Stap 3 Targets Op basis van de Verbaannorm kunt u de verzuimtargets vaststellen. Let daarbij op dat commitment van het MT én de organisatie van belang is. Hoe scherp u deze targets stelt hangt af van het ambitieniveau van de Gemeente. Van belang is om weliswaar een ambitieus, maar tevens een haalbaar target neer te zetten. Het target kan voor een aantal jaren gesteld worden. Stap 4 vertaling naar organisatieonderdelen Wanneer de targets voor de totale Gemeente zijn bepaald, kunt u de Verbaannorm per organisatieonderdeel berekenen. De berekenwijze hierbij is gelijk aan de berekening voor de totale Gemeente: u dient te beschikken over gegevens van medewerkers naar leeftijds- en werkniveau, verwerkt in een kruistabel. Daarbij is van belang om de norm te berekenen voor organisatieonderdelen met minimaal 50 medewerkers. Wanneer de norm wordt berekend voor kleinere groepen, is de statistische onbetrouwbaarheid te groot om hierover uitspraken te kunnen doen. Stap 5 Doorvertaling targets Na het berekenen van de Verbaannorm per organisatieonderdeel kunt u ook voor elk organisatieonderdeel targets vaststellen voor een aantal jaren. Van belang is uiteraard om dit in overleg te doen met de verantwoordelijke manager. Tevens is het van belang om er zorg voor te dragen dat de targets van de organisatieonderdelen tezamen ook gelijk zijn aan het organisatietarget. Wanneer elk organisatieonderdeel een relatief minder ambitieus target neerlegt, kan het target voor de totale Gemeente nooit gehaald worden. Doordat de organisatieonderdelen een eigen target hebben afgesproken, wordt ook inzichtelijk hoeveel verzuimdaling men dient te bereiken en kan een proces worden ingegaan om deze targets ook te halen aan de hand van een plan van aanpak. Nota Bene: Wanneer u bovenstaande stappen heeft doorlopen, heeft u het verzuim en mogelijke daling hiervan binnen uw Gemeente meer inzichtelijk gemaakt. Het is daarbij wel van belang om de norm niet tot wet te verheffen. De Verbaannorm is slechts een instrument om uw Gemeente het inzicht te geven in beïnvloeding van het verzuimniveau. Vervolgens gaat het erom welke activiteiten u gaat inzetten om deze beïnvloeding in gang te zetten. (00861) 9
10 BIJLAGE 1. De Normberekening Op basis van de in een eerder hoofdstuk beschreven uitgangspunten ontstaat het volgende Verbaannormmodel 2004, exclusief verzuim langer dan 1 jaar. Daarbij geven de cijfers in de vakken aan wat een haalbaar verzuimpercentage is voor de specifieke groep met dit werkniveau en leeftijdsklasse. Werk- Leeftijd niveaus 24 25/34 35/44 45/54 55 I 3,0 5 5,5 6 7,0 II 2,5 4,5 5,0 5,5 6,0 III 2,5 4,0 4,5 5,0 5,5 IV 2,0 3,5 4,0 4,0 5,0 V - 2,5 3,0 3,5 4,0 Werkniveau Functieschalen I 1-2 II 3-4 III 5-8 IV 9-10 V U kunt het model als volgt lezen: Als u alleen maar medewerkers in dienst zou hebben van 55 jaar of ouder jaar werkend op het laagste werkniveau (functieschalen 1 en 2), dan is het normale gemiddelde verzuim 7%; Als u slechts medewerkers met functieschalen in dienst heeft in de leeftijdscategorie van 25/34, dan is het normale gemiddelde verzuimniveau 2,5%; Ter informatie: werkniveau I komt overeen met werk waarvoor niet meer opleiding nodig is dan voor de functieschalen 1 en 2, zijnde lager onderwijs (een voorbeeld is het werk van schoonmakers). Wordt dit werk gedaan door hoger opgeleiden, dan vallen ze voor het normmodel toch onder werkniveau I. Het model De Verbaannorm kan nu als volgt worden berekend: Bepaal voor de organisatie (of organisatieonderdeel) het aantal medewerkers per cel. Noteer dit in de desbetreffende cel in onderstaande lege normtabel. I 1-2 II 3-4 III 5-8 IV 9-10 V Werkniveau Functieschalen Leeftijd 24 25/34 35/44 45/54 55 (00861) 10
11 Wanneer u vervolgens naar de website van Falke & Verbaan gaat ( kunt u direct doorklikken naar de normberekening. Hier vindt u dezelfde lege tabel van de Verbaannorm, waar u de aantallen medewerkers per cel kunt overnemen. De norm voor uw Gemeente of afdeling wordt dan berekend. Door deze norm af te zetten tegen uw huidige verzuimpercentage krijgt u inzicht in mogelijke verzuimdaling en kostenbesparing. Om een indicatie te krijgen van de Verbaannorm voor uw Gemeente of afdeling inclusief het tweede jaar verzuim, kunt u in tabel 1 en 2 het verschil tussen de norm in- en exclusief verzuim langer dan 1 jaar opzoeken. Dit verschil (bijvoorbeeld 0,2% voor Gemeenten met inwoners) kunt u optellen bij de berekende Verbaannorm. Nota Bene: Op de website waar u de Verbaannorm kunt berekenen, dient u uw bedrijfsnaam, de naam van de contactpersoon en een telefoonnummer en adres in te vullen. Deze gegevens zijn enkel bedoeld als interne informatie voor Falke & Verbaan en zullen niet gebruikt worden voor acquisitiedoeleinden. (00861) 11
12 BIJLAGE 2. Verschil 1 e en 2 e jaar verzuim Overzicht berekening verzuimnorm inclusief 2 e jaar verzuim Grootteklasse Verzuim excl 2 e jaar Verzuim incl 2 e jaar Geïndexeer d verzuim excl 2 e jaar Geïndexeer d verzuim incl 2 e jaar Norm excl 2 e jaar Norm incl 2 jaar (maal geïndexeerd verzuim) < ,94 5, ,5 4, ,21 5, ,5 4, ,34 5, ,5 4, ,93 6, ,4 4,6 > ,94 6, ,3 4,7 G4 6,59 7, ,3 4,9 Alle 6,58 7, ,4 4,8 Gemeenten (00861) 12
TOOLKIT ZIEKTEVERZUIMBELEID ARBO- CONVENANT PROVINCIES
TOOLKIT ZIEKTEVERZUIMBELEID ARBO- CONVENANT PROVINCIES Colofon Uitgave: BBCP/projectorganisatie Arboconvenant Provincies mei 2006 Werkgroep ziekteverzuim Arboconvenant Provincies: Projectbureau Peter Smits
Verzuimcijfers 2010 sector Gemeenten
Verzuimcijfers 00 sector Gemeenten A+O fonds Gemeenten, april 0 Ziekteverzuim bij gemeenten daalt licht tot, procent in 00 Het ziekte van gemeenten is in 00 licht gedaald tot, procent. Ten opzichte van
Feiten en cijfers 2010 Branche Kinderopvang
Feiten en cijfers 2010 Branche Kinderopvang Ieder jaar maakt FCB de zogenoemde factsheets. Deze bestaat uit cijfers over de branche in een bepaald jaar. De cijfers over 2010 worden met de ontwikkelingen
GEBASEERD OP DE VERZUIMGEGEVENS OVER 2018
arbeidsmarkt- en opleidingsfonds hbo PAPER ZIEKTEVERZUIM HBO 2019 GEBASEERD OP DE VERZUIMGEGEVENS OVER 2018 ZIEKTEVERZUIM HBO 2019 GEBASEERD OP DE VERZUIMGEGEVENS OVER 2018 Jaarlijks brengt Zestor, op
Rapportage benchmark ziekteverzuim SW-sector, 2013
Rapportage benchmark ziekteverzuim SW-sector, 2013 Een onderzoek in opdracht van SBCM uitgevoerd door Prae Advies & Onderzoek Utrecht, mei 2014 Gezond & Veilig werken Gezond & Veilig werken Rapportage
Rapportage benchmark ziekteverzuim SW-sector, 2007
Rapportage benchmark ziekteverzuim SW-sector, 2007 24-06-2008, Bussum Etienne Lemmens, Orbis Inleiding Vergelijking Respons Regionale spreiding In de CAO voor de sector SW is opgenomen dat de verzuimbenchmark,
Meten = Weten Inventarisatie van leeftijdsgerelateerde personeelscijfers in uw onderneming
Meten = Weten Inventarisatie van leeftijdsgerelateerde personeelscijfers in uw onderneming Inleiding De generatie van babyboomers gaat binnenkort met pensioen. En met hen een grote hoeveelheid vakkennis.
Rapportage Vergelijkend Onderzoek naar Ziekteverzuim SW-sector 2003
Rapportage Vergelijkend Onderzoek naar Ziekteverzuim SW-sector 2003 Inleiding In het arboconvenant Sociale Werkvoorziening is bepaald dat jaarlijks een vergelijkend onderzoek naar de hoogte van het ziekteverzuim
Rapportage. Rapportage benchmark ziekteverzuim SW-sector, 2011. Gezond & Veilig werken. Prae Advies & Onderzoek, 17 september 2012, Utrecht
Rapportage Rapportage benchmark ziekteverzuim SW-sector, 2011 Prae Advies & Onderzoek, 17 september 2012, Utrecht Gezond & Veilig werken Gezond & Veilig werken Rapportage benchmark ziekteverzuim SW-sector,
Monitor Arbeid en Gezondheid update eerste halfjaar 2013 Cijfers & trends over Inzetbaarheid van werknemers
Monitor Arbeid en Gezondheid update eerste halfjaar 2013 Cijfers & trends over Inzetbaarheid van werknemers Oktober 2013 1 Inhoud Inleiding... 3 Belangrijkste resultaten/bevindingen... 5 Verzuimpercentage...
Notitie. Verzuimrapportage 2e kwartaal 2014 1. AAN : Commissie Sociale Aangelegenheden en Leden van Veneca. VAN : Secretariaat Veneca
Notitie AAN : Commissie Sociale Aangelegenheden en Leden van Veneca VAN : Secretariaat Veneca DATUM : 22 september 2014 ONDERWERP : Verzuimrapportage 2e kwartaal 2014 NUMMER : 20344209 Algemeen Vanaf het
Feiten en cijfers 2010 Branche WMD
Feiten en cijfers 2010 Branche WMD Ieder jaar maakt FCB de zogenoemde factsheets. Deze bestaat uit cijfers over de branche in een bepaald jaar. De cijfers over 2010 worden met de ontwikkelingen ook in
Analyse Ziekteverzuim
Analyse Ziekteverzuim Jaaroverzicht 2013 In het Agrarisch en Groen Bedrijf pagina 1 SAZAS HELPT U VERDER! SAZAS HELPT U VERDER! pagina 2 1. INLEIDING Voor u ligt de analyse ziekteverzuim over het kalenderjaar
Verslag consumentenonderzoek zorgsector Breda
Verslag consumentenonderzoek zorgsector Breda Inleiding: In het kader van het project economische barometer is in 2012 gekozen voor het onderwerp zorgverlening en vooral het gebruik van de zorgverleners,
Verzuimanalyse MBO-sector
Verzuimanalyse MBO-sector 3 e kwartaal 2011 t/m 2 e kwartaal 2012 MBO Raad Woerden, November 2012 2 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. Het genereren van de verzuimgegevens... 4 3. Van registratie naar
Inhoudsopgave. Alle verzuimgrootheden worden berekend exclusief zwangerschap, tenzij anders vermeld.
Inhoudsopgave 1. Verzuim naar geslacht 2. Tijdreeks verzuimcijfers 3. Verzuim naar grootteklasse 4. Verzuim en meldingsfrequentie naar leeftijd 5. Combinatie verzuimpercentage en meldingsfrequentie 6.
Vernet Health Ranking
Naam Voorbeeldorganisatie Vernet-ID 000000 Voorbeeldbranche Vernet Health Ranking De Vernet Health Ranking(*) over 2014 is bekend! De score van uw organisatie is 5,2. Op verschillende verzuimonderdelen
6 Meervoudige problematiek bij werknemers
6 Meervoudige problematiek bij werknemers Maroesjka Versantvoort (SCP) en Lando Koppes (TNO) 6.1 Inleiding Werknemers met meervoudige problematiek staan centraal in dit hoofdstuk. Uitgangspunt is de definitie
Ziekteverzuim het laagst bij werknemers met een hoge mate van autonomie en veel steun van collega's en leidinggevenden
Ziekteverzuim het laagst bij werknemers met een hoge mate van autonomie en veel steun van collega's en leidinggevenden Martine Mol en Jannes de Vries Een hoge werkdruk onder werknemers komt vooral voor
Hoofdstuk 13. Arbeidsmarkt
Hoofdstuk 13. Arbeidsmarkt Samenvatting De potentiële beroepsbevolking wordt gedefinieerd als alle inwoners van 15-64 jaar en bestaat uit ruim 86.000 Leidenaren. Van hen verricht ruim zeven op de tien
Ziekteverzuim. Personeelsmonitor Gemeenten 2015
Ziekteverzuim Personeelsmonitor Gemeenten 20 In dit hoofdstuk wordt stilgestaan bij het ziekteverzuim binnen de gemeentelijke bezetting. Naast het totale verzuimpercentage wordt onderscheid gemaakt naar
Jaarrapportage 2010. Branche informatie voor Welzijn en Maatschappelijke Dienstverlening
Jaarrapportage 2010 Branche informatie voor Welzijn en Maatschappelijke Dienstverlening Inhoud Inleiding... 3 Samenvatting... 3 Kerncijfers 2008, 2009, 2010... 4 Participatie... 5 Verzuimontwikkeling...
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus EA Den Haag
> Retouradres Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Directoraat-Generaal Organisatie Bedrijfsvoering Rijk Directie Organisatie- en Personeelsbeleid Rijk
ONTSLAGSTATISTIEK. Jaarrapportage 2004
ONTSLAGSTATISTIEK Jaarrapportage 2004 Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Directie Arbeidsverhoudingen mei 2005 Inleiding Een arbeidsovereenkomst kan op verschillende wijzen eindigen. De gegevens
Gebruikershandleiding Statistieken
Gebruikershandleiding Statistieken DOCUMENT DATUM 21-11-2014 AUTEUR I-Signaal Copyright 2014 i-signaal B.V. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een
SticVerzuimrapportage J C:\Verzuimrapportages
16-01-2018 # December SticVerzuimrapportage J C:\Verzuimrapportages Stichting voor Bijzonder Voortgezet Onderwijs Bilthoven ArboNed Kenniscentrum Rapportagedatum: 16-01-2018 Peiljaar: 2017 Peilmaand: December
Wachtdagen en ziekteverzuim
Wachtdagen en ziekteverzuim 1 Inhoud presentatie Onderzoeksvraag Uitvoering onderzoek Betrouwbaarheid van de gegevens Uitkomsten Hoofdvraag Neveneffect (verlof) Controlevariabelen Stijgers/dalers Conclusie
Arbeidsmarktmobiliteit van ouderen
Arbeidsmarktmobiliteit van ouderen Jan-Willem Bruggink en Clemens Siermann Werkenden van 45 jaar of ouder zijn weinig mobiel op de arbeidsmarkt. Binnen deze groep neemt de mobiliteit af met het stijgen
ONTSLAGSTATISTIEK. Jaarapportage 2008
ONTSLAGSTATISTIEK Jaarapportage 2008 Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Directie Arbeidsverhoudingen Mei 2009 Inleiding Een arbeidsovereenkomst kan op verschillende wijzen eindigen. De gegevens
Periodieke Brancherapportage 2014
Periodieke Brancherapportage 2014 Peildatum: 1 januari 2015 Brancheorganisatie: Datum: Februari 2015 Sectormanager: Jaap Tinga Telefoonnummer: Zonder toestemming van de sectormanager mogen de in deze rapportage
Resultaten onderzoek: Redenen waarom mensen niet-presteren
Resultaten onderzoek: Redenen waarom mensen niet-presteren 305 respondenten hebben deelgenomen aan de enquête rond redenen waarom mensen niet-presteren. De resultaten van deze enquête worden o.a. gebruikt
Tussenrapportage Toetstijden FVT DJI per februari 2012
TGO TOEGEPAST GEZONDHEIDS ONDERZOEK Tussenrapportage Toetstijden FVT DJI per februari 2012 dr. Roel Bakker dr. G.J. Dijkstra TGO A. Deusinglaan 1, Gebouw 3217 Postbus 58285 9713 AV Groningen (050) 3632857
Voorbeelden Verzuimpercentages
Voorbeelden Verzuimpercentages I Voorbeelden Verzuimpercentages Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Verzuimpercentages 2... 2 1.1 Waarom verzuimpercentages?... 2 1.2 Verzuimpercentages scherm... 3 1.3 De rapporten...
Bijlage III Het risico op financiële armoede
Bijlage III Het risico op financiële armoede Zoals aangegeven in hoofdstuk 1 is armoede een veelzijdig begrip. Armoede heeft behalve met inkomen te maken met maatschappelijke participatie, onderwijs, gezondheid,
Toelichting. PS = gemiddeld aantal werknemers BF = beëindigingsfrequentie
Toelichting In dit KwartaalRapport zijn de volgende tabellen opgenomen: Tabel Eerste ziektejaar Pagina 1 Tijdreeks verzuimcijfers 2 2 Verzuim naar geslacht 3 3 Verzuim naar leeftijdklasse 4 4 Verzuim naar
Monitor gemeenten 2010. Personeel in Perspectief
Monitor gemeenten 21 Personeel in Perspectief Monitor gemeenten 21 Personeel in Perspectief 3 Inhoudsopgave Highlights uit de Personeelsmonitor 21 5 1 Ontwikkeling gemeentelijke bezetting 9 1.1 Naar gemeentegrootteklasse
Jeugdwerkloosheid Amsterdam
Jeugdwerkloosheid Amsterdam 201-201 Factsheet maart 201 De afgelopen jaren heeft de gemeente Amsterdam fors ingezet op het terugdringen van de jeugdwerkloosheid. Nu de aanpak jeugdwerkloosheid is afgelopen
RICHTING GEVEN IS VOORUITKIJKEN STRATEGISCHE PERSONEELSPLANNING IN HET PO
RICHTING GEVEN IS VOORUITKIJKEN STRATEGISCHE PERSONEELSPLANNING IN HET PO Handleiding rekenmodel Richting geven is vooruitkijken Strategische personeelsplanning in het PO Handleiding rekenmodel Deze handleiding
ONTSLAGSTATISTIEK. Jaarrapportage 2005
ONTSLAGSTATISTIEK Jaarrapportage 2005 Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Directie Arbeidsverhoudingen april 2005 Inleiding Een arbeidsovereenkomst kan op verschillende wijzen eindigen. De
Werkloosheid in oktober vrijwel onveranderd
Persbericht Pb14-070 20 november 2014 09.30 uur Werkloosheid in oktober vrijwel onveranderd - Meer mensen aan het werk - Aantal WW-uitkeringen vrijwel onveranderd - WW-uitkeringen toegenomen vanuit seizoengevoelige
HR-Dashboard. Workshop 16 maart 2015
HR-Dashboard Workshop 16 maart 2015 Michel Winnubst 16 maart 2015 Welkom door Jannet Bergman A&O-fonds Provincies Wat doet het A&O-fonds Provincies https://www.youtube.com/watch?v=6wwu3rc6hkc Peter Smits,
Notitie. Verzuimrapportage 3e en 4e kwartaal AAN : Commissie Sociale Aangelegenheden en Leden van Veneca. VAN : Secretariaat Veneca
Notitie AAN : Commissie Sociale Aangelegenheden en Leden van Veneca VAN : Secretariaat Veneca DATUM : 2 april 2014 ONDERWERP : Verzuimrapportage 3e en 4e kwartaal 2013 NUMMER : 20299224 Algemeen Vanaf
Vernet Viewer Q Voorbeeldorganisatie
Voorbeeld Vernet-ID 498319 Branche Gehandicaptenzorg Regio Randstad Ontwikkeling van verzuim Het verzuim in de in het voortschrijdend jaar 2016-2 t/m 2017-1 is %. Dit is een stijging ten opzichte van dezelfde
Bedrijfsnummer: 469. Rapportage tevredenheidsonderzoek onder cliënten en opdrachtgevers van. Stichting ActiefTalent
Rapportage tevredenheidsonderzoek onder cliënten en opdrachtgevers van Stichting ActiefTalent Juni 2009 1 Bedrijfsnaam: Stichting ActiefTalent Inleiding Voor u ligt het definitieve rapport van het tevredenheidsonderzoek
Analyse ontwikkeling leerlingaantallen
Analyse ontwikkeling leerlingaantallen Naar aanleiding van de 1 oktobertelling 2014 heeft VGS Adivio weer een korte analyse uitgevoerd waarbij onderzocht is in hoeverre de leerlingaantallen onderhevig
Uitstroom van ouderen uit de werkzame beroepsbevolking
Uitstroom van ouderen uit de werkzame beroepsbevolking Clemens Siermann en Henk-Jan Dirven De uitstroom van 50-plussers uit de werkzame beroepsbevolking is de laatste jaren toegenomen. Een kwart van deze
Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010
FORUM Maart Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt 9-8e monitor: effecten van de economische crisis In steeg de totale werkloosheid in Nederland met % naar 26 duizend personen. Het werkloosheidspercentage
Monitor HH(T) 4 e kwartaalmeting
Monitor HH(T) 4 e kwartaalmeting Marlijn Abbink-Cornelissen Marcel Haverkamp Janneke Wilschut 5 April 2016 1 Samenvatting Samenvatting Dit is het vijfde rapport van de monitor HH(T). Deze monitor inventariseert
Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014
Nummer 6 juni 2014 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014 Factsheet Ondanks eerste tekenen dat de economie weer aantrekt blijft de werkloosheid. Negen procent van de Amsterdamse beroepsbevolking is werkloos
Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages
Dit rapport is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen worden gebruikt met bronvermelding. Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages Een analyse van de huisartsenregistratie over de
Brancherapportage J C:\Brancherapportages
23-03-2016 2015 December VOB Brancherapportage J C:\Brancherapportages Vereniging Openbare Bibliotheken ArboNed Kenniscentrum Rapportagedatum: 23-03-2016 Peildatum: 31-12-2015 Sectormanager: Jaap Tinga
Samenvatting Medewerkersonderzoek Hogeschool der Kunsten 2012. 1. Hogeschool der Kunsten
Samenvatting Medewerkersonderzoek Hogeschool der Kunsten 2012 1. Hogeschool der Kunsten Eind 2012 is in de Hogeschool der Kunsten Den Haag een medewerkersonderzoek uitgevoerd. Voor het Koninklijk Conservatorium
Bedrijfsnummer: 159. Rapportage tevredenheidsonderzoek onder cliënten en opdrachtgevers van. Matchcare re-integratie
Rapportage tevredenheidsonderzoek onder cliënten en opdrachtgevers van Matchcare re-integratie April 2009 1 Bedrijfsnaam: Matchcare re-integratie Inleiding Voor u ligt het rapport van het tevredenheidsonderzoek
rapport Zelf toegebracht letsel Kerncijfers 2014
rapport Zelf toegebracht letsel Kerncijfers 2014 Disclaimer Bij de samenstelling van deze publicatie is de grootst mogelijke zorgvuldigheid in acht genomen. VeiligheidNL aanvaardt echter geen verantwoordelijkheid
Statistisch Bulletin. Jaargang 71 2015 13
Statistisch Bulletin Jaargang 71 2015 13 26 maart 2015 Inhoud 1. Arbeid en sociale zekerheid 3 CBS: Werkloosheid gedaald door afname beroepsbevolking 3 Werkloze beroepsbevolking 1) 5 2. Inkomen en bestedingen
Hoofdstuk 10. Trendvragen financiële situatie Hoofdstuk 11. Financiële situatie
Hoofdstuk 10. Trendvragen financiële situatie Hoofdstuk 11. Financiële situatie Samenvatting Hfst 10. Trendvragen financiële situatie Jaarlijks worden drie trendvragen gesteld die inzicht geven in de financiële
VerzuimMonitor Sector Zorg Jaar 2005
VerzuimMonitor Sector Zorg Verzuimpercentage Sector Zorg Meldingsfrequentie Sector Zorg Gemiddelde duur Sector Zorg Aantal werknemers Sector Zorg De indeling voor de vijf regio s in de zorgsector NN :
Kengetallen op maat. Stimulansz
Kengetallen op maat Stimulansz 1 INLEIDING Voor u ligt de rapportage Kengetallen op maat. Kengetallen op maat is een product van Stimulansz, gemaakt voor de abonnees van Stimulansz. In de rapportage wordt
4. Werkloosheid in historisch perspectief
4. Werkloosheid in historisch perspectief Werkloosheid is het verschil tussen het aanbod van arbeid en de vraag naar arbeid. Het arbeidsaanbod in Noord-Nederland hangt samen met de mate waarin de inwoners
Personeelsmonitor 2011 Samenvatting
Jaarlijks brengt het A+O fonds Gemeenten de Personeelsmonitor uit. Dit rapport geeft de belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van HRM en arbeidsmarktontwikkelingen bij gemeenten weer. In deze samenvatting
Ouders op de arbeidsmarkt
Ouders op de arbeidsmarkt Ingrid Beckers en Johan van der Valk De bruto arbeidsparticipatie van alleenstaande s is sinds 1996 sterk toegenomen. Wel is de arbeidsparticipatie van paren nog steeds een stuk
Verhuisplannen en woonvoorkeuren
Verhuisplannen en woonvoorkeuren Burgerpeiling Woon- en Leefbaarheidsmonitor Eemsdelta 2015 Bevolkingsdaling ontstaat niet alleen door demografische ontwikkelingen, zoals ontgroening en vergrijzing of
Vragen ex artikel 39 van D66 over kinderen in huishoudens met een laag inkomen
Collegevoorstel Openbaar Onderwerp Vragen ex artikel 39 van D66 over kinderen in huishoudens met een laag inkomen Programma Inkomen & Armoedebestrijding Portefeuillehouder T. Tankir Samenvatting De fractie
Inhoudsopgave. Alle verzuimgrootheden worden berekend exclusief zwangerschap, tenzij anders vermeld.
Inhoudsopgave 1. Tijdreeks verzuimcijfers 2. Verzuim naar geslacht 3. Verzuim naar grootteklasse 4. Verzuim en meldingsfrequentie naar leeftijd 5. Combinatie verzuimpercentage en meldingsfrequentie 6.
GHB hulpvraag in Nederland
GHB hulpvraag in Nederland Belangrijkste ontwikkelingen van de hulpvraag voor GHB problematiek in de verslavingszorg 2007-2012 Houten, mei 2013 Stichting IVZ GHB hulpvraag in Nederland Belangrijkste ontwikkelingen
Studenten aan lerarenopleidingen
Studenten aan lerarenopleidingen Factsheet januari 219 In de afgelopen vijf jaar is het aantal Amsterdamse studenten dat een lerarenopleiding volgt met ruim 9% afgenomen. Deze daling is het sterkst voor
Omvang Collectief Mentaal Verzuim in organisaties
Omvang Collectief Mentaal Verzuim in organisaties Feitelijk Energie het & Potentie Onbenut in Vermogen uw Bedrijf in en van organisaties in percentages en euro s! Hans Visser - United Sense Per 23 juli
Fact sheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2013
Fact sheet nummer 9 juli 2013 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2013 Er zijn in Amsterdam bijna 135.000 jongeren in de leeftijd van 15 tot 27 jaar (januari 2013). Veel jongeren volgen een opleiding of
Monitor Jeugdwerkloosheid Amsterdam over 2014
1 Monitor Jeugdwerkloosheid Amsterdam over 2014 Fact sheet juni 2015 De werkloosheid onder Amsterdamse jongeren is voor het eerst sinds enkele jaren weer gedaald. Van de bijna 140.000 Amsterdamse jongeren
Ontwikkeling werkdruk in het onderwijs 1999-2003
Ontwikkeling werkdruk in het onderwijs 1999-2003 Eindrapport Een onderzoek in opdracht van het Vervangingsfonds Frank Schoenmakers Rob Hoffius B3060 Leiden, 21 juni 2005 Inhoudsopgave 1 Inleiding 4 2 Verantwoording:
Rapportage bijzondere bijstand 2014
Rapport Rapportage bijzondere bijstand 2014 Vinodh Lalta Thomas Slager 30 oktober 2015 CBS Den Haag Henri Faasdreef 312 2492 JP Den Haag Postbus 24500 2490 HA Den Haag +31 70 337 38 00 www.cbs.nl projectnummer
Rapportage beoordelen en incidenteel belonen 2012
Rapportage beoordelen en incidenteel belonen 2012 Oktober 2013 Samenvatting Provinciebreed wordt er in 2012 met 91% van de medewerkers een planningsgesprek gevoerd, met 81% een voortgangsgesprek en met
Rapportage Arbeidsmarkt Prestatie Kaart (APK)
Rapportage Arbeidsmarkt Prestatie Kaart (APK) Het in kaart brengen van de huidige personeelssamenstelling kan als een eerste stap worden gezien bij het opstellen van een strategisch personeelsplan. Analyses
Periodieke Brancherapportage 2013-2014
Periodieke Brancherapportage 2013-2014 Peildatum: 1 juli 2014 Brancheorganisatie: Datum: oktober 2014 Sectormanager: Telefoonnummer: Zonder toestemming van de sectormanager mogen de in deze rapportage
Hoge werktevredenheid geen garantie voor doorwerken tot pensioen
Hoge werktevredenheid geen garantie voor doorwerken tot pensioen 11 Meeste werknemers tevreden met het werk Acht op de tien werknemers (zeer) tevreden met hun werk Vrouwen vaker tevreden dan mannen Werknemers
Aartsbisdom Utrecht Prognose van de ontwikkeling van de personele bezetting van het parochiepastoraat, voor de jaren 2005 en 2010
Aartsbisdom Utrecht Prognose van de ontwikkeling van de personele bezetting van het parochiepastoraat, voor de jaren 2005 en 2010 Rapport nr. 495 maart 2002 Dr. Ton Bernts Drs. Joris Kregting KASKI onderzoek
Hoofdstuk 12. Arbeidsmarkt
Hoofdstuk 12. Arbeidsmarkt Samenvatting De potentiële beroepsbevolking wordt gedefinieerd als alle inwoners van 15-64 jaar en bestaat uit ruim 86.000 Leidenaren. Van hen verricht 7-74% betaald werk voor
