Rapportage bijzondere bijstand 2014
|
|
|
- Erik Baert
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Rapport Rapportage bijzondere bijstand 2014 Vinodh Lalta Thomas Slager 30 oktober 2015
2 CBS Den Haag Henri Faasdreef JP Den Haag Postbus HA Den Haag projectnummer Sociaaleconomische en demografische statistieken 30 oktober 2015 kennisgeving De in dit rapport weergegeven opvattingen zijn die van de auteur(s) en komen niet noodzakelijk overeen met het beleid van het Centraal Bureau voor de Statistiek.
3 Samenvatting 30 oktober 2015 In 2014 hebben Nederlandse gemeenten in totaal 442 miljoen euro uitgegeven aan bijzondere bijstand. Het gaat hier om een bedrag inclusief projectmatige verstrekkingen en betalingen in natura. Het bedrag is afkomstig uit extra onderzoek naar de uitgaven aan Bijzondere bijstand waarbij de bedragen volgens de Bijstandsuitkeringenstatistiek (BUS) zijn aangevuld met bedragen die niet via deze statistiek kunnen worden waargenomen. Het in 2014 uitgegeven bedrag is net als in 2013 hoger dan in het voorgaande jaar. In 2013 hebben de gemeenten 374 miljoen euro uitgegeven en in miljoen. In het onderzoek over 2014 zijn de uitgaven aan bijzondere bijstand ook onderscheiden naar tien clusters. Het grootste bedrag werd uitgegeven aan het cluster directe levensbehoeften : 148 miljoen. Voor drie clusters bleek het niet mogelijk om de ontbrekende bedragen aan bijzondere bijstand bij te schatten, omdat de kwaliteit van de schattingen niet betrouwbaar genoeg was. De respons was wel erg hoog, 80 procent van alle gemeentelijke eenheden heeft gerespondeerd. Bijzondere bijstand
4 Inhoudsopgave 1. Inleiding Aanleiding onderzoek Doel van het onderzoek 5 2. Uitvoering van het onderzoek Vragenlijst Respons Bruikbaarheid van de respons Geen non-respons G Achtergrond gehanteerde modellen Schatting model totaalbedrag bijzondere bijstand Toepassing van de geschatte modellen Kwaliteit van de uitkomsten 8 3. Uitkomsten Uitgaven bijzondere bijstand opnieuw gestegen Onzekerheidsmarges 11 Bijlage 1. Vragenlijst extra uitvraag bijzondere bijstand 12 Bijzondere bijstand
5 1. Inleiding 1.1 Aanleiding onderzoek Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft informatie nodig over de uitgaven van gemeenten aan bijzondere bijstand. In de Bijstandsuitkeringenstatistiek (BUS) worden echter niet alle uitgaven bijzondere bijstand geregistreerd, omdat deze statistiek alleen de uitgaven op persoonsniveau bevat. Uitgaven aan projectmatige verstrekkingen en/of betalingen in natura ontbreken in de BUS. In de periode is daarom elk jaar een extra uitvraag gedaan bij gemeenten om het totale bedrag aan bijzondere bijstand uitgegeven in het voorgaande verslagjaar volledig in kaart te brengen. SZW heeft te kennen gegeven ook te willen beschikken over het totale bedrag dat in 2014 aan Bijzondere bijstand is verstrekt. Daarom is ook voor het verslagjaar 2014 een extra uitvraag uitgevoerd. Dit rapport beschrijft de uitkomsten en de gehanteerde methode van dit onderzoek. 1.2 Doel van het onderzoek Het doel van dit onderzoek is het publiceren van de totale uitgaven aan bijzondere bijstand in 2014, voor zover mogelijk opgesplitst naar cluster 1 en langdurigheidstoeslag. Dit is nadrukkelijk inclusief de projectmatige verstrekkingen die niet worden waargenomen in de BUS. De tabel met de opsplitsing naar cluster kan alleen worden samengesteld, als de respons groot genoeg is en als de variatie tussen gemeenten onderling klein genoeg is voor een statistisch verantwoorde ophoging voor de non-respons. 2. Uitvoering van het onderzoek Het onderzoek is uitgevoerd onder alle gemeenten in Nederland. Daarbij zijn de zogenaamde berichtgevers benaderd met de vragenlijst bijzondere bijstand (zie bijlage 1). Een berichtgever is een gemeente of een dienst die door een aantal gemeenten is opgezet en de gegevens voor de BUS aanlevert aan het CBS. Een berichtgever kan gegevens verstrekken over verschillende gemeenten, maar het omgekeerde komt ook voor: verschillende berichtgevers kunnen over één gemeente rapporteren. Bij het onderzoek is als eenheid van onderzoek de combinatie berichtgever-gemeente gehanteerd. In het vervolg van dit rapport wordt de combinatie berichtgever-gemeente aangeduid met de term gemeentelijke eenheid. In het verslagjaar 2014 telde Nederland 403 gemeenten en 468 gemeentelijke eenheden. 2.1 Vragenlijst Alle berichtgevers hebben een of meerdere vragenlijsten ontvangen (één voor elke gemeentelijke eenheid waarover zij rapporteren), waarin de bedragen volgens de BUS al waren ingevuld. Het verzoek was om de opgegeven bedragen te controleren op juistheid en in geval van onjuistheid/onvolledigheid aan te vullen met de juiste bedragen bijzondere bijstand volgens de gemeentelijke administratie. In de vragenlijst werden de volgende categorieën onderscheiden: totaal bijzondere bijstand, langdurigheidstoeslag, cluster directe levensbehoeften, cluster voorzieningen voor huishouden, 1 Sinds het verslagjaar 2013 worden de uitgaven in het kader van de bijzondere bijstand ingedeeld in tien clusters. Deze clusters zijn in feite de hoofdkostensoorten waarnaar de uitgaven in voorgaande verslagjaren werden uitgesplitst Bijzondere bijstand
6 cluster voorzieningen voor wonen, cluster voorzieningen voor opvang, cluster kosten uit maatschappelijke zorg, cluster financiële transacties, cluster uitstroombevordering, cluster medische dienstverlening, cluster overige kostensoorten, cluster kosten wel in statistiek maar geen bijzondere bijstand. In de bijlage is de vragenlijst opgenomen. 2.2 Respons Van de 468 uitgestuurde vragenlijsten aan gemeentelijke eenheden over het verslagjaar 2014 zijn er 373 teruggestuurd. Dit komt overeen met een respons van 80 procent. Op het niveau van gemeenten blijkt dat 345 van de in totaal 403 gemeenten hebben gerespondeerd, hetgeen overeenkomt met een respons van 86 procent. 2.3 Bruikbaarheid van de respons De opgegeven bedragen van de gerespondeerde gemeentelijke eenheden zijn beoordeeld op bruikbaarheid. Dit is steeds apart gedaan voor het totale bedrag bijzondere bijstand, voor de clusters en de langdurigheidstoeslag. Als bruikbaar werden die bedragen beschouwd die groter waren dan of gelijk aan de vooraf ingevulde bedragen op basis van de BUS-bestanden. Zoals gezegd bevat de BUS namelijk alle uitgaven bijzondere bijstand van de gemeenten op persoonsniveau. Maar daarnaast kennen de gemeenten nog betalingen op projectmatige basis en/of betalingen in natura. Dat betekent dat de bedragen opgegeven door de gemeenten minimaal even hoog moeten zijn als de bedragen vanuit de BUS. Als bleek dat de opgave van een gemeente lager uitviel dan het BUS-bedrag, is het bedrag vanuit de BUS gebruikt voor de verdere analyse. Zie staat 1 voor het gebruikte aantal waarnemingen per cluster. De bedragen die bruikbaar werden bevonden, zijn gebruikt om een model te bepalen waarmee de bedragen bijzondere bijstand van niet-responderende gemeentelijke eenheden kan worden geschat. Doordat de bedragen van de verschillende clusters afzonderlijk werden beoordeeld, kwam het regelmatig voor dat de door gemeenten ingevulde bedragen voor een deel van de clusters wel bruikbaar waren voor verdere analyse en voor een deel niet. De som van de clusterbedragen behoort per definitie exact gelijk te zijn aan het totaalbedrag bijzondere bijstand. Hiermee wordt voldaan aan de eis van consistentie. Door inconsistenties in de opgaven van de extra uitvraag klopte deze relatie niet precies. Daarom zijn, voor het verkrijgen van volledige consistentie, de clusterbedragen van de gemeenten vermenigvuldigd met een correctiefactor om te zorgen dat de som van de afzonderlijke clusterbedragen exact overeenkomt met het totaalbedrag bijzondere bijstand. 2.4 Geen non-respons G4 Voor de vier grootste gemeenten (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht) wordt bij eventuele non-respons geen gebruik gemaakt van een model om de uitgaven aan bijzondere bijstand van de non-respons te schatten. De reden hiervoor is dat als één van de vier niet heeft gerespondeerd, er drie grote gemeenten gebruikt kunnen worden voor het bepalen van een model. Dit aantal is veel te klein om een bruikbaar model op te leveren. Voor het verslagjaar 2014 hebben alle vier de grote gemeenten gerespondeerd, dus dit probleem was niet aan de orde. Bijzondere bijstand
7 2.5 Achtergrond gehanteerde modellen Met behulp van het statistische softwarepakket SPSS is per onderscheiden categorie van bijzondere bijstand een lineair regressiemodel bepaald om de relatie te beschrijven tussen het bedrag volgens de BUS en het bedrag volgens de extra uitvraag (bedrag inclusief projectmatige verstrekkingen en betalingen in natura). Hierbij is steeds gebruik gemaakt van de volgende regressievergelijking: y = a + bx + ε met ε ~ N(0, σ 2 ), waarbij y: bedrag aan bijzondere bijstand per gemeentelijke eenheid volgens de extra uitvraag (inclusief projectmatige verstrekkingen en betalingen in natura); x: bedrag aan bijzondere bijstand per gemeentelijke eenheid volgens de BUS (exclusief projectmatige verstrekkingen en betalingen in natura); a en b: regressiecoëfficienten en ε: storingsterm met σ = de standaarddeviatie. De regressiecoëfficienten a en b worden geschat met behulp van de methode van de kleinste kwadratensom. Dit houdt in dat de coëfficiënten a en b zodanig worden vastgesteld dat de som van de gekwadrateerde afwijkingen ten opzichte van de regressielijn (y = a + bx) zo klein mogelijk is. In formulevorm: geminimaliseerd wordt χ 2 = i (y i -a-bx i ) 2 voor de coëfficiënten a en b. Hierbij worden de afgeleiden naar a en b gelijkgesteld aan 0: I: i [ -2y i + 2a + 2bx i ] = 0 II: i [ -2x i y i + 2ax i + 2bx 2 i ] = 0 an + b i x i = i y i a i x i + b i x 2 i = i x i y i a =[ i x 2 i i y i - i x i i x i y i ]/[ N i x 2 i ( i x i ) 2 ] b =[ N i x i y i - i x i i y i ]/[ N i x 2 i ( i x i ) 2 ] 2.6 Schatting model totaalbedrag bijzondere bijstand Bij het schatten van het uiteindelijke regressiemodel voor het totaalbedrag bijzondere bijstand is er net als voor verslagjaar voor gekozen om de stratificatie van de gemeentelijke eenheden op basis van het aantal inwoners, achterwege te laten. In de onderzoeken van de eerdere verslagjaren was deze stratificatie nog wel toegepast, waarbij de gemeenten in 5 grootteklassen waren onderverdeeld. De vier grote gemeenten vormden toen de hoogste klasse, waarvoor geen model werd geschat. De eerste reden om de onderverdeling naar gemeentegrootte niet toe te passen is dat de kwaliteit van het uiteindelijke model zeker goed genoeg was voor de samenstelling van de einduitkomsten. De tweede reden was dat de samenstelling eenvoudiger werd, omdat kon worden volstaan met één model voor het totaalbedrag in plaats van de vier modellen (voor alle gemeenten behalve de vier grootste) wanneer wel naar grootteklasse zou worden onderscheiden. Bij het schatten van het regressiemodel zijn alleen de bedragen van de vragenlijsten gebruikt, als het bedrag volgens de extra uitvraag (dus inclusief eventuele projectmatige verstrekkingen en verstrekkingen in natura) groter dan of gelijk was aan het bedrag volgens de BUS. Uitschieters zijn niet meegenomen. Dat wil zeggen, bedragen inclusief bijzondere verstrekkingen die uitzonderlijk groot of klein waren en de verklarende kracht van het model duidelijk verminderden. De uitschieters zijn geïdentificeerd aan de hand van hun afstand ten Bijzondere bijstand
8 opzichte van de regressielijn: als de afstand van een punt minimaal 3 keer zo groot was als gemiddeld voor de hele populatie, werd het punt beschouwd als uitschieter. De kwaliteit van de regressiemodellen werd beoordeeld aan de hand van de R 2, een statistische maat die aangeeft welk deel van de totale variantie door het model wordt verklaard (staat 1). Staat 1. Kwaliteit regressiemodellen naar cluster bijzondere bijstand R 2 a b Aantal gebruikte waarnemingen Totaal 0, , Cluster directe levensbehoeften 1, ,00 97 voorzieningen voor het huishouden 0,62 x x 86 voorzieningen voor wonen 0, , voorzieningen voor opvang 0, ,14 82 kosten uit maatschappelijke zorg 0, , financiële transacties 0, , uitstroombevordering 0, ,99 66 medische dienstverlening 0, , overige kostensoorten 0,69 x x 91 kosten wel in statistiek maar geen bijzondere bijstand 0,13 x x 90 Bron: CBS. Het bleek niet mogelijk om betrouwbare uitkomsten te schatten voor drie clusters. Het betreft de clusters voorzieningen voor het huishouden, overige kostensoorten en kosten wel in statistiek maar geen bijzondere bijstand. Voor de kostensoort langdurigheidstoeslag kon ook geen betrouwbare uitkomst worde geschat. Voor deze categorieën werd de kwaliteit van de regressiemodellen te laag beschouwd om deze te gebruiken voor het schatten van uitkomsten voor de non-respons, zelfs na verwijdering van de uitbijters. Zo was de hoogste R 2 onder deze modellen 0, Toepassing van de geschatte modellen Met de geschatte modellen is de bijzondere bijstand berekend van de gemeentelijke eenheden die niet hadden gerespondeerd. Hierbij is ervan uitgegaan dat gemeentelijke eenheden waarmee de modellen zijn bepaald, representatief waren voor de niet gerespondeerde gemeentelijke eenheden. Bedragen uit de extra uitvraag die niet bij het bepalen van de uiteindelijke modellen waren meegenomen, omdat zij als uitschieters werden beschouwd, zijn wel gebruikt bij het samenstellen van de einduitkomsten. 2.8 Kwaliteit van de uitkomsten De onzekerheidsmarges op de uitkomsten (zie verderop in staat 3) berusten zelf ook op een schatting. De marge op het totaalbedrag bedraagt 0,04 procent, wat overeenkomt met ongeveer 168 duizend euro. Bijzondere bijstand
9 Aan de basis van deze schatting staan de modellen die uiteindelijk zijn gebruikt om de uitgaven bijzondere bijstand van de non-respons te berekenen. Bij het toepassen van deze modellen is er impliciet vanuit gegaan dat de gemeentelijke eenheden die niet hebben gerespondeerd, geen uitzonderlijke grote of kleine bedragen (uitschieters) hebben uitgegeven. Het is echter niet vreemd om te veronderstellen dat er onder de non-respons wel degelijk gemeentelijke eenheden zijn die uitzonderlijk grote of kleine bedragen hebben uitgegeven. Dit is een reden dat de berekende marges moeten worden gezien als een minimum. Een andere reden is het al eerder vermelde feit dat de bedragen die door gemeenten in de vragenlijst worden ingevuld, vaak afkomstig zijn uit andere administraties dan die van de BUS en dat daarom rekening moet worden gehouden met afwijkende definities en indelingen. De veronderstelling is dat in werkelijkheid de marges hoger uitkomen, maar wel klein blijven, waarschijnlijk niet (veel) meer dan 1 procent. 3. Uitkomsten 3.1 Uitgaven bijzondere bijstand opnieuw gestegen Uit het onderzoek blijkt dat de Nederlandse gemeenten in 2014 in totaal 442 miljoen euro aan bijzondere bijstand hebben uitgegeven. Dit bedrag is inclusief projectmatige verstrekkingen en betalingen in natura. De uitgaven aan bijzondere bijstand in 2014 waren 18 procent hoger dan in 2013, toen het totaalbedrag uitkwam op 374 miljoen. Ook in 2013 namen de uitgaven aan Bijzondere bijstand toe ten opzichte van het voorgaande jaar (zie figuur 1). In 2014 werd het grootste bedrag uitgegeven aan het cluster directe levensbehoeften : 148 miljoen (zie verderop in staat 2). De vier grote gemeenten hebben in totaal bijna 124 miljoen euro aan bijzondere bijstand uitgegeven. Bijzondere bijstand
10 Voor de kostensoorten langdurigheidstoeslag, voorzieningen voor het huishouden, overige kostensoorten en kosten wel in statistiek, maar geen bijzondere bijstand konden geen betrouwbare uitkomsten worden geschat. Daarom zijn de bedragen voor deze uitkomsten gebaseerd op de bedragen (voor zover deze beschikbaar waren) vanuit de extra uitvraag en anders de bedragen vanuit de BUS. Omdat de bedragen die de gemeenten opgeven op de vragenlijsten, over het algemeen enkele procenten hoger uitvallen dan de BUS-bedragen, leidt deze benaderingsmethode waarschijnlijk tot een onderschatting van de werkelijkheid. Staat 2. Uitgaven bijzondere bijstand naar cluster, 2014 Bedragen extra uitvraag Bedragen BUS x mln euro Totaal uitgekeerd bedrag Cluster directe levensbehoeften w.o. langdurigheidstoeslag * 47 * 41 voorzieningen voor het huishouden* 3 * 3 voorzieningen voor wonen voorzieningen voor opvang 6 5 kosten uit maatschappelijke zorg financiële transacties uitstroombevordering medische dienstverlening 7 6 overige kostensoorten * 22 * 12 kosten wel in statistiek maar geen bijzondere bijstand * 40 * 34 De toename in het totaalbedrag bijzondere bijstand valt samen met de ontwikkelingen die zichtbaar zijn in het aantal bijstandsuitkeringen, het aantal verstrekkingen in het kader van bijzondere bijstand alsmede het aantal verstrekkingen per persoon vanuit de BUS. Er zijn in de BUS in procent meer verstrekkingen in het kader van bijzondere bijstand gedaan ten opzichte van een jaar eerder. Bovendien is het aantal personen aan wie een verstrekking is gedaan met 40 procent toegenomen. Het gemiddelde bedrag per verstrekte uitkering bijzondere bijstand en per persoon is daardoor wel gedaald met respectievelijk 10 en 11 procent. Het totaalbedrag uitgegeven aan bijzondere bijstand o.b.v. sec de BUS-gegevens is van 2013 op 2014 met 25 procent toegenomen. Het totaal aantal bijstandsuitkeringen is van 2013 op 2014 gestegen van 399 duizend tot 418 duizend. Dit komt neer op een stijging van bijna 5 procent. * De bedragen voor deze clusters zijn gebaseerd op de bedragen (voor zover deze beschikbaar waren) vanuit de extra uitvraag en anders de bedragen vanuit de BUS. Omdat de bedragen die de gemeenten opgeven op de vragenlijsten, over het algemeen enkele procenten hoger uitvallen dan de BUS-bedragen, leidt deze benaderingsmethode waarschijnlijk tot een onderschatting van de werkelijkheid. Bijzondere bijstand
11 3.2 Onzekerheidsmarges Zoals genoemd in paragraaf 1.1 zijn de uitkomsten van dit onderzoek gebaseerd op een enquête uitgevoerd onder alle gemeenten in Nederland. Omdat niet alle gemeenten op de enquête hebben gereageerd, zijn de bedragen voor de ontbrekende gemeenten geschat door middel van een regressieanalyse (er moet wel vermeld worden dat de respons met 80 procent hoog is te noemen). Deze schattingen gaan gepaard met een zekere onzekerheidsmarge, maar zoals blijkt uit de resultaten, zijn de onzekerheidsmarges van de uiteindelijke uitkomsten klein (staat 3). Voor het cluster voorzieningen voor opvang is de grootste marge (0,26 procent) berekend. De getoonde marges moeten wel worden beschouwd als waarden die gelden voor het ideale geval, waarin de opgegeven bedragen door gemeenten in de vragenlijst geheel aansluiten op de waarden volgens de BUS. Gezien het feit dat de bedragen die door gemeenten in de vragenlijst worden ingevuld, vaak afkomstig zijn uit andere administraties dan die van de BUS, moet rekening worden gehouden met afwijkende definities en indelingen met een vertekening van de resultaten als gevolg. Mede hierdoor zullen de werkelijke marges hoger uitvallen. Staat 3. Uitgaven bijzondere bijstand naar cluster, 2014 Bedragen extra uitvraag Percentage van het totaalbedrag Marge x mln euro % % Totaal uitgekeerd bedrag ,04 Cluster directe levensbehoeften ,04 w.o. langdurigheidstoeslag * 47 * 11 *. voorzieningen voor het huishouden * 3 * 1 *. voorzieningen voor wonen ,17 voorzieningen voor opvang 6 1 0,26 kosten uit maatschappelijke zorg ,14 financiële transacties ,07 uitstroombevordering ,20 medische dienstverlening 7 2 0,21 overige kostensoorten * 22 * 5 *. kosten wel in statistiek maar geen bijzondere bijstand * 40 * 9 *. * De bedragen voor deze clusters zijn gebaseerd op de bedragen (voor zover deze beschikbaar waren) vanuit de extra uitvraag en anders de bedragen vanuit de BUS. Omdat de bedragen die de gemeenten opgeven op de vragenlijsten, over het algemeen enkele procenten hoger uitvallen dan de BUS-bedragen, leidt deze benaderingsmethode waarschijnlijk tot een onderschatting van de werkelijkheid. Bijzondere bijstand
12 Bijlage 1. Vragenlijst extra uitvraag bijzondere bijstand Uitgaven aan bijzondere bijstand 2014 Gemeente: Is dit bedrag volledig:* Bedrag Ja Nee Volledig bedrag Totaal bedrag Bijzondere Bijstand (kenmerk 18 alle clusters, a tot en met j)** Indien nee --> Bedrag Langdurigheidstoeslag (kenmerk 19, categorie 3)** Indien nee --> Bijzondere Bijstand naar cluster Bijzondere Bijstand Directe levensbehoeften (kenmerk 18, cluster a) Indien nee --> Voorzieningen voor huishouden (kenmerk 18, cluster b) Indien nee --> Voorzieningen voor wonen (kenmerk 18, cluster c) Indien nee --> Voorzieningen voor opvang (kenmerk 18, cluster d) Indien nee --> Kosten uit maatschappelijke zorg (kenmerk 18, cluster e) Indien nee --> Financiële transacties (kenmerk 18, cluster f) Indien nee --> Uitstroombevordering (kenmerk 18, cluster g) Indien nee --> Medische dienstverlening (kenmerk 18, cluster h) Indien nee --> Overige kostensoorten (kenmerk 18, cluster i) Indien nee --> Kosten wel in statistiek maar geen bijzondere bijstand (kenmerk 18, cluster j) Indien nee --> Opmerkelijk grotere/kleinere uitgaven aan bijzondere bijstand Reden Is er in 2014 opmerkelijk meer uitgegeven aan bijzondere bijstand dan in 2013? Zo ja, waarom? Is er in 2014 opmerkelijk minder uitgegeven aan bijzondere bijstand dan in 2013? Zo ja, waarom? Eventuele opmerkingen: Bedankt voor het invullen van deze vragenlijst! Het ingevulde formulier kunt u zenden aan [email protected]. Mocht u vragen hebben over de vragenlijst, dan kunt u ons altijd benaderen via dit adres of via telefoonnummer of *) S.v.p. betreffende groene vakje aankruisen met een "x" **) Kenmerk 18 betreft het cluster bijzondere bijstand, kenmerk 19 betreft de toepassing categoriale verlening bijzondere bijstand Bijzondere bijstand
Rapport. Bijzondere bijstand Lisanne van Koperen Thirsa Leendertse Jeremy Weidum. Met medewerking van Frank Bastiaans en Erick Markiet
Rapport Bijzondere bijstand 2017 s Lisanne van Koperen Thirsa Leendertse Jeremy Weidum Met medewerking van Frank Bastiaans en Erick Markiet 31 oktober 2018 Samenvatting Nederlandse gemeenten hebben in
Rapport. Bijzondere bijstand Thomas Slager Vinodh Lalta Annemieke Redeman Jeremy Weidum. Met medewerking van Erick Markiet.
Rapport Bijzondere bijstand 2015 s Thomas Slager Vinodh Lalta Annemieke Redeman Jeremy Weidum Met medewerking van Erick Markiet 28 oktober 2016 Samenvatting In 2015 hebben Nederlandse gemeenten in totaal
Rapport. Bijzondere bijstand Leonore Braggaar Thirsa Leendertse Jeremy Weidum. Met medewerking van Frank Bastiaans en Erick Markiet
Rapport Bijzondere bijstand 2016 s Leonore Braggaar Thirsa Leendertse Jeremy Weidum Met medewerking van Frank Bastiaans en Erick Markiet 30 oktober 2017 Samenvatting Nederlandse gemeenten hebben in 2016
Kenmerk ontheffing in de Bijstands Uitkeringen Statistiek 2009 Versie 2
Centraal Bureau voor de Statistiek Divisie sociale en regionale statistieken (SRS) Sector statistische analyse voorburg (SAV) Postbus 24500 2490 HA Den Haag Kenmerk ontheffing in de Bijstands Uitkeringen
Kenmerk ontheffing in de Bijstands Uitkeringen Statistiek
Centraal Bureau voor de Statistiek Divisie sociale en regionale statistieken (SRS) Sector statistische analyse voorburg (SAV) Postbus 24500 2490 HA Den Haag Kenmerk ontheffing in de Bijstands Uitkeringen
Centraal Bureau voor de Statistiek MONITOR GEDETINEERDEN MET BIJSTAND, JANUARI - DECEMBER 2001. H.M. Ammerlaan. Divisie SRS Sector SAV
Centraal Bureau voor de Statistiek Divisie SRS Sector SAV MONITOR GEDETINEERDEN MET BIJSTAND, JANUARI - DECEMBER 2001 H.M. Ammerlaan Samenvatting: Sommige gedetineerden kunnen het laatste deel van hun
NIEUWSBRIEF BIJSTANDSUITKERINGENSTATISTIEK (BUS)
NIEUWSBRIEF BIJSTANDSUITKERINGENSTATISTIEK (BUS) Jaargang 2009, nummer 1 (februari) In dit nummer Toeslag nominale zorgpremie Decentralisatie langdurigheidstoeslag Uitbreiding van categoriale bijzondere
Omnibusenquête 2015. deelrapport. Studentenhuisvesting
Omnibusenquête 2015 deelrapport Studentenhuisvesting Omnibusenquête 2015 deelrapport Studentenhuisvesting OMNIBUSENQUÊTE 2015 deelrapport STUDENTENHUISVESTING Zoetermeer, 9 december 2015 Gemeente Zoetermeer
In dit nummer Nieuwe Richtlijnen voor de bijstandsuitkeringenstatistiek vanaf 1 januari 2010
NIEUWSBRIEF BIJSTANDSUITKERINGENSTATISTIEK (BUS) Jaargang 2009, nummer 3 (oktober) In dit nummer Nieuwe Richtlijnen voor de bijstandsuitkeringenstatistiek vanaf 1 januari 2010 Overzicht van de belangrijkste
KBvG Gerechtsdeurwaarders in Nederland. Kerncijfers over de eerste helft van 2018
KBvG Gerechtsdeurwaarders in Nederland J Kerncijfers over de eerste helft van 2018 CBS Den Haag Henri Faasdreef 312 2492 JP Den Haag Postbus 24500 2490 HA Den Haag +31 70 337 38 00 www.cbs.nl projectnummer
9. Lineaire Regressie en Correlatie
9. Lineaire Regressie en Correlatie Lineaire verbanden In dit hoofdstuk worden methoden gepresenteerd waarmee je kwantitatieve respons variabelen (afhankelijk) en verklarende variabelen (onafhankelijk)
Kengetallen op maat. Stimulansz
Kengetallen op maat Stimulansz 1 INLEIDING Voor u ligt de rapportage Kengetallen op maat. Kengetallen op maat is een product van Stimulansz, gemaakt voor de abonnees van Stimulansz. In de rapportage wordt
CO2-monitor 2013 s-hertogenbosch
CO2-monitor 2013 s-hertogenbosch Afdeling Onderzoek & Statistiek Maart 2013 2 Samenvatting In deze monitor staat de CO2-uitstoot beschreven in de gemeente s-hertogenbosch. Een gebruikelijke manier om de
Praktische handreiking voor het opstellen van de representativiteitsopgave bij aanvragen i.h.k.v. de Wet verplichte beroepspensioenregeling (WVB)
Praktische handreiking voor het opstellen van de representativiteitsopgave bij aanvragen i.h.k.v. de Wet verplichte beroepspensioenregeling (WVB) 1. Inleiding De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Einde in zicht voor de VUT
Einde in zicht voor de VUT 11 0 Drs. J.L. Gebraad en mw. T.R. Pfaff Publicatiedatum CBS-website: 1 september 2011 Den Haag/Heerlen Verklaring van tekens. = gegevens ontbreken * = voorlopig cijfer ** =
Aandeel MKB in buitenlandse handel en investeringen
Rapport Aandeel MKB in buitenlandse handel en investeringen Drie afbakeningen van het MKB Oscar Lemmers Dit onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Er waren geen
Rapportage Vergelijkend Onderzoek naar Ziekteverzuim SW-sector 2003
Rapportage Vergelijkend Onderzoek naar Ziekteverzuim SW-sector 2003 Inleiding In het arboconvenant Sociale Werkvoorziening is bepaald dat jaarlijks een vergelijkend onderzoek naar de hoogte van het ziekteverzuim
Nulmeting 60%-doelstelling Uitstroom naar ar werk (voorlopige cijfers)06
07 Nulmeting 60%-doelstelling Uitstroom naar ar werk (voorlopige cijfers)06 Maaike Hersevoort, Daniëlle ter Haar en Luuk Schreven Centrum voor Beleidsstatistiek (paper 08010) Den Haag/Heerlen Verklaring
Maatwerk voor brancheverenigingen
Rapport Maatwerk voor brancheverenigingen ROMAZO De gezamenlijke brancheverenigingen in de zonwering CBS Den Haag Henri Faasdreef 312 2492 JP Den Haag Postbus 24500 2490 HA Den Haag +31 70 337 38 00 www.cbs.nl
Voortijdig schoolverlaters 0c van misdrijf in Nederland, naar woongemeente ente (G4) en schoolsoort
08 Voortijdig schoolverlaters 0c olverlaters verdacht van misdrijf in Nederland, naar woongemeente ente (G4) en schoolsoort Toelichting bij geleverde everde maatwerktabellen De maatwerktabel bevat gegevens
Methodebeschrijving. Centraal Bureau voor de Statistiek. Nieuwbouwwoningen; outputprijsindex bouwkosten, 2010 = 100
Methodebeschrijving Nieuwbouwwoningen; outputprijsindex bouwkosten, 2010 = 100 1. Inleiding Dit is een methodebeschrijving van de statistiek Nieuwbouwwoningen; outputprijsindex bouwkosten (O-PINW). De
Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht
Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB05-081 8 juli 2005 9.30 uur De in dit persbericht genoemde cijfers over de bijstandsuitkeringen zijn aangepast. Zie hiervoor de persmededeling van 11 augustus
Migratieachtergrond van werknemers in Nederland naar beroep en regio, pilot Barometer culturele diversiteit
Migratieachtergrond van werknemers in Nederland naar beroep en regio, 2015-2017 pilot Barometer culturele diversiteit CBS Januari 2019 Vragen over deze publicatie kunnen gestuurd worden aan het CBS onder
Maatwerk voor brancheverenigingen
Rapport Maatwerk voor brancheverenigingen ROMAZO De gezamenlijke brancheverenigingen in de zonwering CBS Den Haag Henri Faasdreef 312 2492 JP Den Haag Postbus 24500 2490 HA Den Haag +31 70 337 38 00 www.cbs.nl
Peilingen beoordelen. Een checklist. Jelke Bethlehem. Centraal Bureau voor de Statistiek
Peilingen beoordelen Een checklist 07 08 09 10 11 12 13 14 Jelke Bethlehem Centraal Bureau voor de Statistiek Verklaring van tekens. gegevens ontbreken * voorlopig cijfer ** nader voorlopig cijfer x geheim
Monitor Jeugdwerkloosheid Amsterdam over 2015
1 Monitor Jeugdwerkloosheid Amsterdam over 2015 Fact sheet juni 20 De werkloosheid onder Amsterdamse jongeren is het afgelopen jaar sterk gedaald. Van de 3.00 Amsterdamse jongeren in de leeftijd van 15
Voortijdig schoolverlaten 0c het voortgezet et onderwijs in
e088 Voortijdig schoolverlaten 0c olverlaten vanuit het voortgezet et onderwijs in Nederland en 21 gemeenten naar herkomstgroepering en geslacht Antilianen- Toelichting bij geleverde everde maatwerktabellen
HOOFDSTUK VII REGRESSIE ANALYSE
HOOFDSTUK VII REGRESSIE ANALYSE 1 DOEL VAN REGRESSIE ANALYSE De relatie te bestuderen tussen een response variabele en een verzameling verklarende variabelen 1. LINEAIRE REGRESSIE Veronderstel dat gegevens
Cliëntervaringsonderzoek Wmo
Cliëntervaringsonderzoek Wmo WIJ-gebieden 2017 Laura de Jong Marjolein Kolstein Oktober 2018 Inge de Vries www.oisgroningen.nl Inhoud Samenvatting... 2 2.9 Tot slot... 20 Bijlage 1: de WIJ-gebieden...
VUT-fondsen op weg naar het einde
Webartikel 2014 VUT-fondsen op weg naar het einde Drs. J.L. Gebraad mw. T.R. Pfaff 05-03-2013 gepubliceerd op cbs.nl CBS VUT-fondsen op weg naar het einde 3 Inhoud 1. Minder VUT-fondsen in 2012 5 2. Kortlopende
Rapportage Ervaringsonderzoek WOT's
Rapportage Ervaringsonderzoek WOT's Versie 5.0.0 Drs. J.J. Laninga December 2015 www.triqs.nl Voorwoord Met genoegen bieden wij u hierbij de rapportage aan over het uitgevoerde ervaringsonderzoek naar
Redenen van in- en uitstroom WWB
Rapport Redenen van in- en uitstroom WWB Mirthe Bronsveld-de Groot Lisanne van Koperen Annemieke Redeman 11 december 2015 samenvatting In opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Omnibusenquête deelrapport. Zoetermeer FM
Omnibusenquête 2015 deelrapport Zoetermeer FM Omnibusenquête 2015 deelrapport Zoetermeer FM OMNIBUSENQUÊTE 2015 deelrapport ZOETERMEER FM Zoetermeer, 18 december 2015 Gemeente Zoetermeer Afdeling Juridische
Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014
Nummer 6 juni 2014 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014 Factsheet Ondanks eerste tekenen dat de economie weer aantrekt blijft de werkloosheid. Negen procent van de Amsterdamse beroepsbevolking is werkloos
Prijsindexcijfers 0f Reclamediensten
07 Prijsindexcijfers 0f Reclamediensten Michel van Veen Publicatiedatum CBS-website: 20 november 2008 Den Haag/Heerlen, 2008 Verklaring van tekens. = gegevens ontbreken * = voorlopig cijfer x = geheim
BIJLAGE A bij het. voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
NL NL NL EUROPESE COMMISSIE Brussel, 20.12.2010 COM(2010) 774 definitief Bijlage A/Hoofdstuk 14 BIJLAGE A bij het voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende het Europees
Onderzoeksvraag zoals geformuleerd door SZW
aan SZW van Peter-Paul de Wolf en Sander Scholtus (Senior) methodoloog onderwerp Aandeel 0-jarigen onder aanvragen toeslag kinderdagopvang datum 5 september 2018 Inleiding Naar aanleiding van een voorgestelde
BUS-H Samenloop werk en bijstand
Rapport BUS-H Samenloop werk en bijstand Rianne Kraaijeveld-de Gelder Annemieke Redeman Jeremy Weidum 30 november 2016 samenvatting In opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW)
Maatwerk voor brancheverenigingen
Rapport Maatwerk voor brancheverenigingen ROMAZO De gezamenlijke brancheverenigingen in de zonwering CBS Den Haag Henri Faasdreef 312 2492 JP Den Haag Postbus 24500 2490 HA Den Haag +31 70 337 38 00 www.cbs.nl
Kenmerken van wanbetalers zorgverzekeringswet
Publicatiedatum CBS-website: 16 juli 2007 Kenmerken van wanbetalers zorgverzekeringswet Centraal Bureau voor de Statistiek Samenvatting Op 1 januari 2006 is de nieuwe Zorgverzekeringswet inwerking getreden,
Monitor HH(T) 4 e kwartaalmeting
Monitor HH(T) 4 e kwartaalmeting Marlijn Abbink-Cornelissen Marcel Haverkamp Janneke Wilschut 5 April 2016 1 Samenvatting Samenvatting Dit is het vijfde rapport van de monitor HH(T). Deze monitor inventariseert
Monitor Jeugdwerkloosheid Amsterdam over 2014
1 Monitor Jeugdwerkloosheid Amsterdam over 2014 Fact sheet juni 2015 De werkloosheid onder Amsterdamse jongeren is voor het eerst sinds enkele jaren weer gedaald. Van de bijna 140.000 Amsterdamse jongeren
Verantwoordings- en Accountantsprotocol 2018 behorende bij enkele kenmerken van de Wsw-statistiek
Verantwoordings- en Accountantsprotocol 2018 behorende bij enkele kenmerken van de Wsw-statistiek d.d. 27 februari 2019 pag. 1 Inhoud 1 Algemeen... 3 2 Definities... 5 3 Verantwoordingsprotocol... 8 3.1
Resultaten Conjunctuurenquete 1e helft 2014
Resultaten Conjunctuurenquete 1e helft 214 Willemstad, Maart 214 Inleiding In juni 214 zijn in het kader van de conjunctuurenquête (CE) de bedrijven benaderd met vragenlijsten op Curaçao. Doel van deze
Fact sheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2013
Fact sheet nummer 9 juli 2013 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2013 Er zijn in Amsterdam bijna 135.000 jongeren in de leeftijd van 15 tot 27 jaar (januari 2013). Veel jongeren volgen een opleiding of
Nota no claimcompensatie en eenmalige tegemoetkoming in de schoolkosten van 12 tot en met 17-jarigen, Minimabeleid, gemeente Helmond, 2007
Nota no claimcompensatie en eenmalige tegemoetkoming in de schoolkosten van 12 tot en met 17-jarigen, Minimabeleid, gemeente Helmond, 2007 1. Inleiding..... 2 2. Aanleiding..... 2 3. De juridische basis...
Informatie 17 december 2015
Informatie 17 december 2015 ARMOEDE: FEITEN EN CIJFERS Ondanks het aflopen van de economische recessie, is de armoede in Nederland het afgelopen jaar verder gestegen. Vooral het aantal huishoudens dat
