Eindniveau Associate degree
|
|
|
- Willem Kuipersё
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Landelijk Netwerk Ad Eindniveau Associate degree Uitgave: juli 2013 Versie 1
2 Inhoudsopgave Inhoudsopgave 2 Verantwoording 2 1 Inleiding 3 2 Noodzaak tot het formuleren van het eindniveau Ad 4 3 De Ad er een beeldschets 6 4 De kaders Dublin Descriptoren European Qualifications Framework (EQF) Netherlands Qualifications Framework (NLQF) Commissies Franssen en Dunnewijk Overeenkomsten tussen de modellen Onderscheid tussen niveaus 10 5 Descriptoren voor de Ad gerealiseerd niveau 12 6 Onderzoekende houding 16 7 Afsluitende onderwijseenheid 17 Bijlage A: Leden themagroep kwaliteitszorg Landelijk Netwerk Ad 18 Bijlage B: Beoordelingskaders hbo: Ad en Bachelor 19 Verantwoording Dit document is opgesteld binnen de themagroep Kwaliteitszorg van het Landelijk Netwerk Ad. Voor vragen en nadere informatie kunt u terecht bij het Leido door het sturen van een naar [email protected]. Mocht er binnen uw organisatie behoefte zijn aan inhoudelijke toelichting op het stuk bijvoorbeeld door middel van een bijeenkomst hierover met een van de experts van de themagroep, kunt u dit verzoek eveneens aan het Leido voorleggen. 2
3 1 Inleiding Het Associate degree-niveau is op basis van pilots in 2006 opgenomen in het Nederlandse onderwijssysteem. Dit systeem is onder meer opgebouwd uit leerlijnen die doorlopen vanuit het voortgezet onderwijs (vo) en het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) naar het hoger beroepsonderwijs (hbo). Binnen het hbo is er een niveau bijgekomen: de Associate degree. Vanaf 1 september 2013 zal de Ad volledig zijn verankerd in de wet voor het hoger onderwijs. Sinds de invoering van de BaMa-structuur aan het begin deze eeuw zijn er binnen het wo en hbo Bachelor- en Master-diploma s waardoor internationale vergelijkingen in het onderwijs makkelijker zijn dan voorheen. In de VS, Canada, Australië, Japan en een aantal andere landen wordt daarnaast al langer gewerkt met de Ad als Short (Cycle) Higher Education (SCHE) en heeft het onderliggende programma in de doorlopende leerlijn een plek binnen dan wel naast de (professionele) Bachelor. In Nederland is de Associate degree een niveau dat nadrukkelijk is gekoppeld aan de Bachelor, waarbij het als niveau 5 in het nationale raamwerk, the Netherlands Qualifications Framework (NLQF) is gepositioneerd tussen mbo-4 (niveau 4) en hbo-bachelor (niveau 6). De vraag die in dit document behandeld wordt, is in het verlengde daarvan: Wat is onderscheidend aan het Ad-niveau?. Het WO in ons land kent naast de twee niveaus Bachelor en Master geen SCHE, dus geen Ad. Juist door de sterke gerichtheid van de Ad op de arbeidsmarkt en door de mogelijkheid om het onderliggende programma een plek te geven in de professionele leerlijnen van het Nederlandse binaire systeem voor het hoger onderwijs verwerft deze graad zich een goed gepositioneerde plek binnen het hbo. Resultaat Met deze definiëring krijgt de Associate degree een sterke profilering ten opzichte van de bijbehorende Bachelor. Een Associate degree biedt namelijk meer dan een programma dat vooraf gaat aan een zgn. resterend programma om de Bachelor af te ronden. De gemeenschappelijke definiëring van het eindniveau borgt tevens de kwaliteit van de onderliggende curricula. Het geeft bovendien een kader voor het formuleren van de criteria van het afstuderen en zet daarmee de norm voor studenten, docenten, het werkveld en andere doelgroepen van de Ad en dus het hbo. Werkwijze Binnen de themagroep Kwaliteitszorg van het Landelijk Netwerk Ad 1, van start gegaan in het najaar van 2012, bleek behoefte aan een beschrijving van het Ad-eindniveau. Er is vervolgens uit het midden van de themagroep een projectgroep ingesteld, die hiermee aan de slag is gegaan. De werkzaamheden van de projectgroep leunen op de ervaringen die binnen hogescholen met de Ad en de kwaliteitszorg is en wordt opgedaan. Leeswijzer Als eerste wordt de visie gegeven op de Ad-student. Een beknopte typering van de Ad er wordt weergegeven waarna deze wordt uitgewerkt naar de verschillende competenties en indicatoren. Voor een beschrijving van het eindniveau wordt gebruik gemaakt van de bestaande kaders zoals de Dublin Descriptoren voor de Short Cycle Higher Education (SCHE), het European Qualifications Framework (EQF) en daarvan afgeleid de Nederlandse variant, het NLQF, waarvan de niet-formele kwalificaties door het Nationale Coördinatie Punt (NCP) worden ingeschaald. Tot slot wordt het eindniveau uitgewerkt naar onderzoekende houding, om een antwoord te geven op de vraag hoe Ad zich verhoudt tot de competentie onderzoek in de hbo-bachelor. 1 Zie bijlage A voor de hogescholen en organisaties die in de themagroep participeren. 3
4 2 Noodzaak tot het formuleren van het eindniveau Ad Het eindniveau van een Associate degree-programma is in abstracte termen te beschrijven, maar niet concreet te maken voor alle opleidingen in één algemeen geldende omschrijving. Daarmee zou de verscheidenheid van onze Ad s te kort worden gedaan - en deze kan op deze wijze juist worden benadrukt. Een beschrijving van het Ad-niveau staat naast het competentie-raamwerk dat een opleiding maakt in overleg met het werkveld en collega-opleidingen. Het competentie-raamwerk geeft informatie over de inhoud van de opleiding. De beschrijving van het Ad-eindniveau vormt de meetlat waarlangs het niveau getoetst kan worden. Een beschrijving van Ad-niveau moet aan verschillende criteria voldoen. Het moet daarmee herkenbaar zijn voor het werkveld, passen binnen de kaders vanuit de overheid en werkbaar voor een docententeam. Het werkveld geeft advies aan opleidingen over het profiel en de kleur van het curriculum. Daarmee wordt ook advies gegeven over het gewenste niveau dat deze Ad-student minimaal moet hebben om in het werkveld te kunnen functioneren. Het gaat dan om mate van zelfstandigheid, kritisch kunnen denken, complexiteit van een opdracht die een afgestudeerde aan kan en de verantwoordelijkheid die hij al kan nemen als beginnend beroepsbeoefenaar. Naast bovenstaande wensen vanuit het werkveld omtrent het niveau van de student, worden er ook normen vanuit de overheid gesteld. Een diploma of certificaat heeft een betekenis en staat daarmee voor een niveau dat de student heeft bereikt. Het is aan de instituten zelf om dit niveau te waarborgen. Het niveau voor het Hoger Onderwijs is vastgelegd in de Dublin 2 Descriptoren. Deze descriptoren worden door veel Bacheloropleidingen gebruikt om het hbo-niveau te benoemen. Voor de Ad s zijn de Dublin Descriptoren Short Cycle beschreven. Om internationaal onderwijssystemen met elkaar te kunnen vergelijken zijn er afspraken gemaakt over de normen die aan het niveau worden gesteld. Deze zijn vastgelegd in het Europees kwalificatieraamwerk 3, het EQF, en ze zijn vervolgens naar een Nederlandse standaard vertaald in het NLQF. Dit raamwerk geeft ook richtlijnen voor een opleiding wat betreft het niveau. Naast de vraag vanuit het werkveld en de overheid is het voor het docententeam van de Adopleiding noodzaak om een niveau-aanduiding te hanteren. Met deze meetlat kan een docententeam de studenten beoordelen. Hoe duidelijker dit niveau omschreven is, hoe gemakkelijker het is om te beoordelen. Een gemeenschappelijke taal in een opleiding over het eindniveau, helpt om eenduidigheid te krijgen bij de beoordeling. Eenduidigheid tussen de beoordelaars verhoogt de betrouwbaarheid van de beoordeling. Een beschrijving van het eindniveau draagt daarmee bij aan de borging van de kwaliteit. Een duidelijke niveau-omschrijving draagt bij aan de waarde die het diploma heeft. Een student krijgt immers dat diploma pas, als hij aan het niveau heeft voldaan. Daarmee wordt de geloofwaardigheid van het diploma verhoogd 4. Vragen die worden beantwoord in dit document, zijn: Wat kun je nu van een Associate degree verwachten? Ongeacht welk specifiek profiel deze student heeft gekozen, wat is het minimum aan eisen die je aan hem kunt stellen? 2 Dublin Descriptoren, zie 3 Adviescommissie NLQF-EQF (2011) Introductie van het Nederlands Kwalificatiekader NLQF in nationaal en Europees perspectief. 4 Commissie Accreditatie Hoger Onderwijs. Commissie Fransen. Prikkelen, presteren profileren. Eindrapport. september
5 Het is aan de opleidingen om dit niveau te borgen. Zij geven het certificaat uit en zeggen daarmee: Deze student is een beginnend beroepsbeoefenaar in deze context op Ad-niveau. Het is daarmee aan de opleidingen zelf om het eigen beroepsprofiel in het curriculum te vertalen zodat de afgestudeerde student werkelijk in de praktijk kan functioneren, volgens verwachting. Het zijn de opleidingen met een Ad die een standaard neerzetten ten aanzien van het niveau waaraan een Associate degree moet voldoen om zo de kwaliteit te waarborgen van het diploma dat afgegeven wordt. In dit document worden de abstracte kaders voor de Ad vastgelegd. Het is aan de opleidingen om dit te vertalen naar het eigen beroepsprofiel en hier een specifieke kleur aan te geven en de Ad nog waardeerbaar te maken dan deze nu al is. 5
6 3 De Ad er een beeldschets Voordat de competenties van een Associate degree-afgestudeerde op een rij worden gezet, wordt eerst de Ad-afgestudeerde getypeerd door middel van een beeldschets. Een beeld zegt vaak meer dan tot in detail uitgewerkte indicatoren. Een beeldschets geeft in een oogopslag de essentie weer, waarna een uitwerking in indicatoren helpt bij het specifieker maken van dit beeld. De volgende schets geeft het beeld van de afgestudeerde Ad er. Een Associate degree afgestudeerde: - staat met zijn voeten in de praktijk - bewaart met zijn hoofd het overzicht - verbindt mensen en middelen, en - koppelt daarmee denken aan doen. In deze typering van de Ad er komt het spreekwoordelijke hoofd, hart en handen terug. Hier vertaald naar voeten, hoofd en verbinding. Het is een veelgebruikte beeldspraak om te benadrukken dat integratie tussen doen, denken en voelen meer oplevert dan alleen doen, alleen denken of alleen voelen. Een Ad er kent de regels en de procedures die gelden in zijn functie, het doen. Wanneer de omgeving verandert en de vraag of het probleem ambiguer wordt, kan de Ad er deze regels en procedures flexibel inzetten om aan deze verandering tegemoet te komen. Hij kan daarmee de niet-routinematige problemen aan. Op strategisch niveau wordt de visie bepaald en de richting die de organisatie in gaat. Op operationeel niveau wordt naar deze visie gehandeld. De Ad er kan deze visie vertalen naar het handelen. De Ad er is zelf ook bekend met de operationele taken en kan daarmee de verbinding leggen naar het strategisch niveau. Dit betekent dat een typische Ad er werkt op het tactische 5 niveau, hij 6 is de schakel tussen strategie en operatie, tussen denken en doen. Hij kent ook de taal van de strateeg en van de uitvoerder, en kan deze met elkaar verbinden. Bovenstaande leidt tot de volgende omschrijving. Een Ad er is de beginnend beroepsbeoefenaar: - die op tactisch niveau denkt en werkt, - waarbij hij de verbinding legt, - tussen operatie en strategie, - binnen en buiten de organisatie. Een Ad er is de beginnend beroepsbeoefenaar die op tactisch niveau werkt, waarbij hij de verbinding legt tussen operatie en strategie en binnen en buiten de organisatie. 5 6 Afhankelijk van de complexiteit van een organisatie zal een Ad er meer of minder op tactisch of operationeel niveau werken. Waar hij staat kan ook zij worden gelezen, in verband met de leesbaarheid voor de tekst is voor één woord gekozen. 6
7 4 Kaders De Ad is een niveau binnen het hbo maar heeft andere, onderscheidende eindkwalificaties dan de Bachelor. Om de generieke eindkwalificaties van Associate degrees te beschrijven, is in kaart gebracht welke niveaubeschrijvingen er gehanteerd worden. Verschillende kaders zijn geïnventariseerd en met elkaar vergeleken. Dublin descriptoren Short Cycle Higher Education (SCHE) European Qualifications Framework (EQF) en de daarop gebaseerde Nederlandse uitwerking (NLQF) Uitwerking van het eindniveau MBO-4 gepubliceerd door de MBO-raad NVAO accreditatiekaders Toetskader voor het Bachelorniveau van de commissie Dunnewijk 7 en het rapport van de commissie Franssen Zelcom model van Saxion Hogeschool 8. In de volgende paragrafen worden deze kaders kort uiteengezet, waarna beargumenteerd wordt welke keuzes worden gemaakt met betrekking tot het hanteren van kaders voor het Ad-eindniveau. 4.1 Dublin Descriptoren In de afgelopen jaren hebben 47 landen besloten zich - op termijn - te conformeren aan de afspraken die gelden voor de European Higher Education Area, inclusief een Kwalificatieraamwerk voor het Hoger Onderwijs. Deze afspraken vloeien voort uit het Bologna Proces. Binnen dit raamwerk worden de algemeen aanvaarde Dublin descriptoren gebruikt bij de bepaling van het eindniveau van de verschillende opleidingen in het Hoger Onderwijs. De Associate degree, als SCHE beschreven in het raamwerk sinds 2005, kent z n eigen Dublin descriptoren. In het accreditatiekader Associate degree dat door de NVAO is gepubliceerd in worden deze formeel beschreven. In de volgende tabel, zijn ze weergegeven. Dublin Descriptoren Short Cycle Kennis en inzicht Heeft aantoonbare kennis en inzicht van een vakgebied waarbij wordt voortgebouwd op algemeen voortgezet onderwijs, functioneert doorgaans op het niveau van gevorderde leerboeken, heeft een kennisondergrond voor een beroepenveld of een beroep, voor persoonlijke ontwikkeling en voor verdere studie om de eerste cyclus (Bachelor) af te ronden. Toepassen kennis Is in staat om kennis en inzicht in beroepsmatige contexten toe te passen. en inzicht Oordeelsvorming Heeft de vaardigheid om gegevens te identificeren en te gebruiken, teneinde een respons te bepalen met betrekking tot duidelijk gedefinieerde, concrete en abstracte problemen. Communicatie Kan communiceren met gelijken, leidinggevenden en cliënten over begrip, vaardigheden en werkzaamheden. Leervaardigheden Bezit de leervaardigheden om een vervolgopleiding die een zeker mate van autonomie vraagt, aan te gaan Dunnewijk. (2011). Rapport van bevindingen NVAO-commissie Onderzoek Hogeschool Inholland Saxion, (2011). Afdeling onderwijs en kwaliteitszorg. Handleiding HBO-niveau. Handleiding voor het onderzoeken, realiseren en verantwoorden van het HBO-niveau. Versie 1.1 Accreditatiekader bestaande opleidingen hoger onderwijs [hbo-bachelor]: uitwerking voor Associate degree-programma s tijdens de pilotfase. NVAO, 11 februari
8 4.2 European Qualifications Framework (EQF) In Europa bestaan verschillende onderwijssystemen. Om een internationale vergelijking mogelijk te maken is het EQF voor een Leven Lang Leren in 2008 vastgesteld en kent een achttal niveaus om daarmee het gehele onderwijssysteem te kunnen afdekken. Het EQF bouwt voor de hoogste niveaus (6 tot en met 8) voort op de Dublin Descriptoren. Het EQF is vernieuwend omdat het niveau wordt beschreven in termen van Learning Outcomes. Dit betekent dat de formulering de leerresultaten beschrijven en niet de onderwijsinhoud en de onderwijsvorm. Elk land heeft zijn eigen vertaling gemaakt van dit EQF. Voor Nederland betekent dit dat een commissie het NLQF heeft opgesteld waarna de overheid het Nationaal Coördinatie Punt (NCP) heeft ingesteld om alle niet-formele kwalificaties (dus niet lopend via de NVAO voor de niveaus 6 tot en met 8) in te schalen. 4.3 Netherlands Qualifications Framework (NLQF) Het NLQF kent net als het EQF een achttal niveaus (zie In het Nederlandse raamwerk worden de leerresultaten beschreven in termen van kennis, vaardigheden, zelfstandigheid en verantwoordelijkheid, alle binnen een vastgestelde context. 10 Het NLQF is vastgesteld door de overheid in Het NLQF positioneert de Associate degree (Ad) op niveau 5. De context van niveau 5 is een onbekende en wisselende leef- en werkomgeving, ook internationaal. Ter vergelijking; de context voor niveau 4 is een herkenbare wisselende leef- en werkomgeving, ook internationaal. In niveau 6, het Bachelorniveau, blijft de context even complex als in niveau 5. Het verschil uit zich meer in het dragen van verantwoordelijkheid en het zelfstandig werken, dit is terug te zien in de laatste kolom van de tabellen. Het NLQF, niveau 5 Context Kennis Een onbekende, wisselende leef- en werkomgeving, ook internationaal Bezit ruime, verdiepte of gespecialiseerde kennis van een beroep en kennisdomein. Bezit gedetailleerde kennis van enkele beroep en kennisdomeinen, Begrip van een beperkte reeks van basistheorieën, principes en concepten. Bezit beperkte kennis en begrip van enkele belangrijke actuele onderwerpen en specialismen gerelateerd aan het beroep en kennisdomein. Vaardigheden Toepassen van kennis Probleem oplossende vaardigheden Leer- en ontwikkel vaardigheden Reproduceert en analyseert de kennis en past deze toe, ook in andere contexten, om een antwoord te geven op problemen die gerelateerd zijn aan een beroep en kennisdomein. Gebruikt procedures flexibel en inventief. Signaleert beperkingen van bestaande kennis in de beroepspraktijk en in het kennisdomein en onderneemt actie. Analyseert complexe (beroeps)taken en voert deze uit. Onderkent en analyseert complexe problemen in de beroepspraktijk en in het kennisdomein en lost deze op creatieve wijze op door gegevens te identificeren en te gebruiken Ontwikkelt zich door reflectie en beoordeling van eigen (leer)resultaten 10 Advies NLQF2011 Cinop - begrippenkader pagina 3 8
9 Informatie vaardigheden Communicatie vaardigheden Verkrijgt, verwerkt, combineert en analyseert brede, verdiepte en gedetailleerde informatie over beperkte reeks van basis theorieën, principes en concepten, van en gerelateerd aan een beroep en kennisdomein evenals beperkte informatie over enkele belangrijke actuele onderwerpen en specialismen, gerelateerd aan het beroep en kennisdomein en geeft deze informatie weer. Communiceert doelgericht op basis van in de context en de beroepspraktijk geldende conventies met gelijken, leidinggevenden en cliënten Verantwoordelijkheid en zelfstandigheid Werkt samen met gelijken, leidinggevenden en cliënten. Draagt verantwoordelijkheid voor resultaten van eigen activiteiten, werk en studie. Draagt gedeelde verantwoordelijkheid voor het resultaat aan activiteiten en werk van anderen en voor het aansturen van processen 4.4 De Commissies Franssen en Dunnewijk De commissie Franssen kwam in 2001 met het rapport Prikkelen, Presteren, Profileren, in het kader van accreditatie in het hoger onderwijs. In dit rapport worden voor het Bachelorniveau de volgende tien kwalificaties benoemd: 1. brede professionalisering 2. multidisciplinaire integratie 3. (wetenschappelijke) toepassing 4. transfer en brede inzetbaarheid 5. creativiteit en complexiteit in handelen 6. probleemgericht werken 7. methodisch en reflectief denken en handelen 8. sociaalcommunicatieve bekwaamheid 9. basiskwalificering voor managementfuncties 10. besef van maatschappelijke verantwoordelijkheid. Net als bij de Dublin descriptoren en de NLQF-descriptoren wordt in deze uitwerkingen de nadruk gelegd op het toepassen en verwerven van kennis, professionaliteit, methodisch kunnen werken, zowel op een vraagstuk als analytisch reflectief naar het eigen handelen en maatschappij en communicatie. De commissie Dunnewijk heeft naar aanleiding van de bevindingen van de NVAO-Commissie Onderzoek Hogeschool Inholland een eigen beoordelingskader ontworpen en toegepast op afstudeerwerken. De criteria die zij gebruiken, zijn de volgende: 1. theoretische vorming/ onderbouw 2. overzicht en inzicht 3. reflectie 4. creativiteit / vermogen tot conceptualisering 5. vermogen om helder te communiceren 6. vermogen om efficiënt en resultaatgericht te werken. Kennis en het toepassen daarvan, communicatie en kunnen plannen en reflecteren zijn ook in deze uitwerking terug te vinden. De probleemoplossing is hier minder expliciet genoemd en is terug te vinden onder creativiteit en conceptualisering. 4.5 De overeenkomsten tussen de modellen De Dublin descriptoren, het Nederlands Kwalificatie raamwerk (NLQF), de kernkwalificaties van de commissie Franssen en de uitwerking van de commissie Dunnewijk zijn met elkaar vergeleken. De eerste twee kaders zijn expliciet uitgewerkt naar het Associate degree niveau, de laatste twee zijn beschrijvingen voor het hbo-bachelorniveau. 9
10 Het EXPHO 11 heeft voor het Bachelorniveau deze modellen naast elkaar gezet en gezocht naar de gemeenschappelijkheid. Het resultaat is op te vatten als een metamodel : het bevat alle criteria die we in de doorsnede van de bovenstaande modellen tegenkomen Kennisniveau 2. Methodisch werken 3. Professioneel handelen 4. Communicatie. De bruikbaarheid wordt verder bepaald door de herkenbaarheid en de mate van detaillering. Het moet een helder beeld schetsen van het Ad-niveau en voldoende handvatten bieden voor de beoordeling van afstudeerwerk door docenten. Dit model is desgewenst af te beelden op het kader van een specifieke hogeschool en kan verder gespecificeerd worden door bijvoorbeeld rubrics toe te passen. 4.6 Onderscheid tussen niveaus In bovenstaande modellen is getracht een onderscheid te maken tussen het mbo-4 niveau, het Ad-niveau en het Bachelorniveau. De onderscheidende principes die het meeste worden toegepast zijn: 1. Toename in complexiteit van de omgeving 2. Toename in breedte en diepte van de kennis en vaardigheden 3. Toename in het nemen van verantwoordelijkheid en zelfstandig functioneren. In de discussie over dit kader werd benoemd dat van een mbo er wordt verwacht wordt dat hij procedures kan volgen, een Ad er het principe erachter kan zien, een Bachelor principes kan combineren. Zo ook met de mate van zelfstandigheid. Een mbo er heeft meer instructie nodig, terwijl een afgestudeerde Bachelorstudent een probleem geheel zelfstandig kan oppakken. In het mbo is met het plan Focus op vakmanschap 13 dat door het ministerie van OCW is neergelegd, een actieplan gemaakt tot het versterken van vakmanschap in het mbo. Het Ad is een logisch vervolg van het mbo, waarin vakmanschap wordt versterkt en verbreed door te werken aan hbo-competenties. Het verder ontwikkelen van oordeelsvorming en zelfstandigheid zijn hierin belangrijk. Op deze manier kan een mbo er zich ontwikkelen tot een Ad er, een vernieuwer en verbinder in zijn vakgebied. Complexiteit en zelfstandigheid De Saxion Hogeschool heeft een model ontwikkeld waarbij de nadruk ligt op twee variabelen: zelfstandigheid en complexiteit. Het gaat hierbij om de mate waarin meer zelfstandigheid van de student wordt gevraagd en de mate van complexiteit van de omgeving. Deze bepalen het niveau van de opdracht. Dit model kan gebruikt worden voor het afstuderen, waarbij een opdracht wordt getoetst door de opleiding. De variabelen complexiteit en zelfstandigheid zijn een leidraad om de context in kader te brengen. Wanneer de context duidelijk is, kan de student zich vervolgens meten op de vier deelgebieden. Het niveau wordt bepaald door de mate van zelfstandigheid en complexiteit in de opdracht die de student heeft. Wat de student vervolgens doet is onderverdeeld in vier deelgebieden: kennisniveau, methodisch werken, professioneel handelen en communicatie. 11 Wiersma, M. (2011), Het niveau van afstudeerwerk: een beoordelingskader voor een hbo-bachelor. Expertise, praktische visieblad voor hoger onderwijs, jaargang 5/9. 12 Een vergelijking van de modellen treft u aan op de site van EXPHO: Kwaliteit.php 13 Actieplan mbo Focus op vakmanschap
11 Het niveau van de Associate degree is een combinatie van de mate van zelfstandigheid die de student heeft in een opdracht in de praktijk en de mate van complexiteit die de praktijkopdracht heeft. De combinatie kan zich in verschillende vormen voordoen, zoals: de mate van complexiteit en zelfstandigheid zijn allebei gemiddeld de mate van complexiteit is hoog en de student wordt stap voor stap begeleid als er in een bepaalde situatie alleen maar sprake kan zijn van een lage mate van zelfstandigheid. de student krijgt een grote verantwoordelijkheid en werkt tegelijkertijd sterk zelfstandig in een relatief eenvoudige omgeving. 11
12 5 Descriptoren voor Associate degree gerealiseerd niveau In dit hoofdstuk wordt de Ad getypeerd op basis van vier categorieën die zijn aangetroffen in de meeste beoordelingskaders: Kennisniveau Methodisch werken Professioneel handelen Communicatie. Op elk onderdeel worden descriptoren gegeven die het te realiseren niveau vastleggen. Om het kader bruikbaar te maken voor de docent die een oordeel moet vellen en onderbouwen, zijn indicatoren toegevoegd. Die geven meer in detail weer waaruit blijkt dat aan de descriptor is voldaan. Wie liever werkt met een specifiek beoordelingskader, bijvoorbeeld de Dublin descriptoren, kan het onderstaande daar in passen. De indicatoren blijven dan functioneel als handreiking voor de docent (en de student!). Voor alle duidelijkheid: Het gaat hier om een algemene niveaubeschrijving. Voor elke opleiding zijn ook specifieke competenties te noemen, vaak landelijk vastgelegd in profielen. De studenten moeten naast de beoordeling van het gerealiseerde niveau ook beoordeeld worden op de mate waarin deze competenties verworven zijn. Het beroepsprofiel biedt daarvoor aanknopingspunten. Het eerste deelgebied is het kennisniveau. In het kennisniveau is verwerkt: toepassing van kennis en het verwerven van kennis. In vergelijking met de Bachelor is het kennisniveau meer gericht dan breed en beperkt zich tot de standaardliteratuur in plaats van artikelen die op een hoger, breder en/of gevarieerder niveau kunnen worden geplaatst. Dat is uitgewerkt in de onderstaande descriptoren (waarin ook het toepassen van kennis en inzicht uit de Dublin descriptoren is betrokken). Descriptoren Kennisniveau Ad Gerichte professionalisering: kennis op basis van standaard literatuur voor een specifiek vakgebied, alsmede actuele kennis van ontwikkelingen in het daaraan gerelateerde beroepenveld Toepassing in de beroepspraktijk: de toepassing van relevante inzichten, theorieën, concepten binnen vraagstukken uit de beroepspraktijk. Het kennisniveau blijkt uit de hieronder geformuleerde indicatoren. De indicatoren van de Bachelor wijzen naar specifieke vakliteratuur en onderzoeksresultaten. Voor de Ad ligt het accent op de standaardliteratuur en op de relatie met de beroepspraktijk. Indicatoren Kennisniveau Ad Kennis van theorie op basis van standaardliteratuur Goede weergave van relevante theorie, correcte bronvermelding Correcte toepassing van theorie Actuele kennis van ontwikkelingen in de beroepspraktijk Het tweede deelgebied is het methodisch werken. Het verschil met de mbo student is dat de Associate degree-student de methoden flexibel kan toepassen als de context verandert. Wanneer de situatie waarin de student werkt verandert, weet de Ad er de aangeleerde methode licht aan te passen, zodat het gewenste resultaat bereikt kan worden. Een Bachelorstudent daarentegen 12
13 doorziet makkelijker de principes die onder de procedures liggen, en weet deze in een veranderende omgeving aan te passen. Voor de Bachelor wordt bij de descriptor methodisch werken vaak verwezen naar de methoden van onderzoek. Dat is voor een Ad niet aan de orde. Wel wordt van de Ad er een onderzoekende houding verwacht: een kritische en reflectieve benadering van de context. Ook kan een Ad er functioneren in de uitvoering van door anderen opgezet onderzoek. Bijvoorbeeld: een pedagogisch-educatief medewerker (Ad) op een kinderdagverblijf moet in staat zijn binnen een onderzoeksopzet goede observaties uit te voeren. Waar de Bachelor zich baseert op inzichten die wetenschappelijk en/of in de praktijk van het vakgebied gevalideerd zijn, zal de Ad er bij de aanpak van vraagstukken vooral gebruik maken van standaardmethoden en protocollen. Descriptor Methodisch werken Ad Werkt volgens standaard methoden die beschreven zijn voor het vakgebied en/of het beroepenveld, weet die flexibel toe te passen. Heeft een onderzoekende houding, kan desgewenst participeren in de uitvoering van onderzoek. Indicatoren Methodisch werken Ad Probleem: Op basis van een praktijkprobleem in een gegeven context worden doelen en vragen geformuleerd. Doelstelling en vraagstelling zijn zo geformuleerd zodat achteraf is vast te stellen of het doel bereikt is en de vraag is beantwoord. Aanpak: Maakt een gemotiveerde keuze voor een standaardmethode en maakt die passend op de context. Uitvoering: Planmatige, gestructureerde aanpak. Voert de gekozen methode correct uit. Resultaat: Lost het probleem op, beantwoordt de vraagstelling. Kan oplossingen uitwerken, consequenties en haalbaarheid nagaan (bijv. gevolgen voor het werk, kosten). Professioneel handelen is het derde deelgebied. Een student kan als beginnend beroepsbeoefenaar in de beroepsrol functioneren. De student weet wat er van hem verwacht wordt en kan hiernaar handelen. Het verschil tussen mbo, Ad en Bachelor uit zich in de mate waarin de student dit zelfstandig kan. De Ad er werkt zelfstandig, maar onder begeleiding en kan mede verantwoordelijk zijn voor het werk van anderen. Descriptor Professioneel handelen Ad Kan in een beroepsomgeving functioneren als beginnend beroepsbeoefenaar. Indicatoren Professioneel handelen Ad Zelfstandigheid: voert onder begeleiding zelfstandig werk uit, neemt daarvoor de verantwoordelijkheid. Draagt gedeelde verantwoordelijkheid voor het werk van anderen. Samenwerken: functioneert adequaat en collegiaal binnen een arbeidsorganisatie. Verbindt operatie en strategie. Reflectie: denkt kritisch na over de eigen werkwijze en de gevolgen daarvan en stuurt op grond daarvan het handelen bij. 13
14 Communicatie is het laatste deelgebied. Een Ad er kan een boodschap doelgericht en passend bij de context overbrengen. De Ad er communiceert vanuit de eigen context, met collega s en leidinggevenden, maar ook met direct betrokken externen (klanten, ouders, ). De Bachelor kan communiceren met een bredere doelgroep, van buiten de organisatie, ook van niet-specialisten. Descriptor Communicatie Ad Communiceert doelgericht binnen de eigen werkomgeving en met direct betrokkenen (bijv. ouders, klanten), op basis van in de context en beroepspraktijk geldende conventies. Indicatoren Communicatie Ad Doelgericht: brengt de boodschap concreet, helder en passend bij de context over. Navolgbaar: geeft zoveel detail dat de kwaliteit van de verschillende onderdelen verifieerbaar is. Schriftelijke communicatie: tekst, verzorging en presentatie zijn adequaat. Mondelinge communicatie: doel(groep)gericht en kwalitatief in orde, is in staat tot adequate beantwoording van vragen. Hieronder staan de descriptoren en indicatoren per deelgebied. Daarbij wordt globaal aangegeven hoe zich dit verhoudt tot het Bachelorniveau 14. Deelgebieden Descriptoren en Indicatoren Ad Vergelijking met het Bachelorniveau Kennisniveau Descriptoren Kennisniveau Gerichte professionalisering: kennis op basis van standaard literatuur voor een specifiek vakgebied, alsmede actuele kennis van ontwikkelingen in het beroepenveld. Methodisch werken Toepassing in de beroepspraktijk: de toepassing van relevante inzichten, theorieën, concepten binnen vraagstukken uit de beroepspraktijk. Indicatoren Kennisniveau Kennis van theorie op basis van standaard literatuur Goede weergave van relevante theorie, correcte bronvermelding Correcte toepassing van theorie Actuele kennis van ontwikkelingen in de beroepspraktijk. Descriptor Methodisch werken Werkt volgens standaard methoden die beschreven zijn voor het vakgebied en/of het beroepenveld, weet die flexibel toe te passen als de situatie dat vereist. Heeft een onderzoekende houding, kan desgewenst participeren in de uitvoering van onderzoek. Bij de Bachelor is sprake van een brede professionalisering. De Bachelor beschikt over meer conceptuele kennis, zowel breder als meer specialistisch en kan gebruik maken van wetenschappelijke publicaties en onderzoeksresultaten. De Bachelor is meer internationaal gericht. De Bachelor werkt volgens methoden die gevalideerd zijn in de wetenschap en/of in het beroepenveld. De Bachelor heeft een bredere blik op de 14 In bijlage B is een gedetailleerde vergelijking opgenomen. 14
15 Professioneel handelen Communicatie Indicatoren Methodisch werken Probleem: op basis van een praktijkprobleem in een gegeven context formuleert hij doelen en vragen. Doelstelling en vraagstelling zijn zo geformuleerd zodat achteraf is vast te stellen of het doel bereikt is en de vraag is beantwoord; Aanpak: maakt een gemotiveerde keuze voor een standaard methode en maakt deze passend op de context. Uitvoering: planmatige, gestructureerde aanpak. Voert de gekozen methode correct uit; Resultaat: lost het probleem op, beantwoordt de vraagstelling. Kan oplossingen uitwerken, consequenties en haalbaarheid nagaan (bijv. gevolgen voor het werk, kosten). Descriptor Professioneel handelen Kan in een beroepsomgeving functioneren als beginnend beroepsbeoefenaar. Indicatoren Professioneel handelen Zelfstandigheid: voert onder begeleiding zelfstandig werk uit, neemt daarvoor de verantwoordelijkheid. Draagt gedeelde verantwoordelijkheid voor het werk van anderen. Samenwerken: functioneert adequaat en collegiaal binnen een arbeidsorganisatie. Verbindt operatie en strategie. Reflectie: denkt kritisch na over de eigen werkwijze en de gevolgen daarvan en stuurt op grond daarvan het handelen bij. Is zich bewust van de voortgaande ontwikkeling in beroep. Descriptor Communicatie Communiceert doelgericht binnen de eigen werkomgeving en met direct betrokkenen (bijv. ouders, klanten), op basis van in de context en beroepspraktijk geldende conventies. Indicatoren Communicatie Doelgericht: brengt de boodschap concreet helder en passend bij de context over; Navolgbaar: geeft zoveel detail dat de kwaliteit van de verschillende onderdelen verifieerbaar is; Schriftelijke communicatie: tekst, verzorging en presentatie zijn adequaat; Mondelinge communicatie: doel(groep)gericht en kwalitatief in orde, is in staat tot adequate beantwoording van vragen. relevante context, waarbij ook maatschappelijke en ethische aspecten worden meegenomen. De Bachelor kijkt kritisch naar bestaande methoden en kan een bijdrage leveren aan ontwikkeling van de beroepspraktijk. De analyse is meer diepgaand en gerelateerd aan wetenschappelijke inzichten. De Bachelor kan meer onafhankelijk denken en heeft een meer innovatief resultaat. De Bachelor kan zelfstandig werken in complexere situaties en heeft meer verantwoordelijkheid voor het werk van anderen en processen. De reflectie betreft ook de beroepspraktijk en de grenzen van het beroep. De communicatie is gericht op een bredere doelgroep, met specialisten en niet-specialisten, ook extern, waarbij het belang van de organisatie in het geding kan zijn. De Bachelor kan communiceren volgens geldende wetenschappelijk standaarden (bijvoorbeeld bij onderzoeksgerelateerde artikelen). 15
16 6 Onderzoekende houding De competentie onderzoek wordt steeds prominenter in de hbo-bacheloropleidingen. Hierdoor stellen opleidingen zich de vraag hoe het Ad-niveau zich hiertoe verhoudt. Vanuit het beeld van de Ad-student en de uitwerking van gerealiseerd niveau kan het volgende antwoord worden gegeven: Het Associate degree-niveau is een niveau dat de brug is van doen en uitvoeren, naar overzicht houden en een visie en richting van een organisatie vertalen naar handelen. Om eerst te denken en daarna pas te handelen, is een kritische, onderzoekende houding nodig. Een Ad er is nieuwsgierig van aard en onderzoekt een vraagstelling voordat hij met een oplossing komt. Een Associate degree-student heeft een onderzoekende houding, waarmee hij de beroepspraktijk benadert. Hij voert niet alleen standaardprocedures uit, maar kan ook kritisch kijken naar deze procedures en zijn eigen handelen. Op basis van bestaand onderzoek kan de student aangepaste procedures en oplossingen implementeren. Ook kan de Ad er participeren in onderzoek. De Ad er is dus niet als zelfstandig onderzoeker getypeerd. Bij sommige opleidingen kan dit echter wel aan de orde zijn. Het werk van een laborant is bijvoorbeeld te benoemen als onderzoek. Dat is evenwel in een sterk geprotocolleerde omgeving. Een ander voorbeeld is een Ad er Ondernemen, die een marktonderzoek kan uitvoeren. De Ad er moet wel in staat zijn te participeren in onderzoek dat in de eigen werkomgeving wordt uitgevoerd. Daarom zijn elementaire onderzoeksvaardigheden gewenst. Het verschil tussen mbo-4-, Ad- en Bachelorniveau ligt in de wijze waarop naar een probleem wordt gekeken en hoe met de oplossing wordt omgegaan. Een mbo er merkt het probleem op en heeft de signaalfunctie in de organisatie. Een Ad er kan na een analyse het probleem omzetten naar een vraag. Een Bachelor kan deze vraag formuleren naar een hypothese en vervolgens deze vraag aan een breed onderzoek onderwerpen, als een professional die vanuit een brede kennis van concepten en inzichten een praktijkprobleem tegemoet kan treden. Een mbo er kan de oplossing toepassen in de dagelijkse werkzaamheden. De Ad er heeft vervolgens een breder overzicht en implementeert de oplossing in de operationele organisatie. De Bachelor kan de oplossingsstrategie formuleren. In onderstaand overzicht is dit verschil weergegeven. Het is een oplopende trap waarbij de Bachelor ook de handelingen uit mbo en Ad-niveau machtig is. Mbo-4 Ad Bachelor problemen signaleren de vraag formuleren 15 de vraag onderzoeken de aangedragen oplossing toepassen de oplossing implementeren de oplossingsstrategie formuleren 15 Op operationeel en/of tactisch niveau, zie H3 16
17 7 Afsluitende onderwijseenheid Het deelgebied methodisch werken is het gebied waar de onderzoekende houding en oordeelsvorming in terug komen. In de Bachelor is het steeds meer gebruikelijk dat een student een onderzoek opzet en zijn werkwijze en resultaten weergeeft in een rapport of een ander eindproduct. Voor de Ad hoeft een dergelijk rapport of eindproduct niet altijd de toetsvorm te zijn in de afstudeerfase. Aangezien de beroepspraktijk bij een Ad een belangrijk aspect is bij de vormgeving en invulling van het onderliggende programma, zijn er andere toetsvormen mogelijk. Een voorbeeld daarvan is een proeve van bekwaamheid binnen een door het werkveld aangereikte en door de opleiding als adequaat beoordeelde werksituatie, met de vereiste breedheid ten aanzien van de competenties als beginnend beroepsbeoefenaar op het Ad-niveau. Deze toetsvorm kan aantonen dat de student methodisch werkt en met een onderzoekende houding te werk gaat. Een kenmerk van een Ad er is immers dat hij niet slechts regels opvolgt en procedures uitvoert, maar tevens de principes kent en de procedures ook in veranderende contexten flexibel kan toepassen. Een onderzoekende houding en oordeelsvorming zijn hierbij de competenties die de student daarbij dient in te zetten. 17
18 Bijlage A: Deelnemers De Ad-Themagroep Kwaliteitszorg van het Landelijk Netwerk Ad kent experts van de volgende hogescholen, mbo-instellingen en organisaties: CAH Vilentum Christelijke Hogeschool Windesheim ECABO EXPHO Fontys Hogeschool Hogeschool van Amsterdam Hogeschool Arnhem Nijmegen Hogeschool Rotterdam Hogeschool Utrecht LEIDO NHTV Optimal Synergy ROC van Twente Saxion Hogescholen Stenden Hogeschool. 18
19 Bijlage B: Beoordelingskaders hbo Associate Degree en Bachelor Deelgebieden Descriptoren en Indicatoren Ad Descriptoren en Indicatoren Ba Kennisniveau Descriptoren Kennisniveau Descriptoren Kennisniveau Gerichte professionalisering: kennis op basis van standaard literatuur voor een specifiek vakgebied, alsmede actuele kennis van ontwikkelingen in het beroepenveld. Methodisch werken Toepassing in de beroepspraktijk: de toepassing van relevante inzichten, theorieën, concepten binnen vraagstukken uit de beroepspraktijk. Indicatoren Kennisniveau Kennis van theorie op basis van standaard literatuur Goede weergave van relevante theorie, correcte bronvermelding Correcte toepassing van theorie Actuele kennis van ontwikkelingen in de beroepspraktijk. Descriptor Methodisch werken Werkt volgens standaard methoden die beschreven zijn voor het vakgebied en/of het beroepenveld, weet die flexibel toe te passen als de situatie dat vereist. Heeft een onderzoekende houding, kan desgewenst participeren in de uitvoering van onderzoek. Indicatoren Methodisch werken Probleem: op basis van een praktijkprobleem in een gegeven context formuleert hij doelen en vragen. Doelstelling en vraagstelling zijn zo geformuleerd zodat achteraf is vast te stellen of het doel bereikt is en de vraag is beantwoord. Aanpak: maakt een gemotiveerde keuze voor een standaard-methode en maakt deze passend op de context. Uitvoering: planmatige, gestructureerde aanpak. Voert de gekozen methode correct uit. Brede professionalisering: actuele kennis die aansluit bij recente (wetenschappelijke) kennis, inzichten, concepten en onderzoeksresultaten, alsmede aan de in het beroepsprofiel geschetste (internationale) ontwikkelingen in het beroepenveld. (Wetenschappelijke) toepassing: de toepassing van beschikbare relevante (wetenschappelijke) inzichten, theorieën, concepten en onderzoeksresultaten. Indicatoren Kennisniveau Kennis van theorie op basis van standaard vakliteratuur en relevante onderzoeksresultaten. Verantwoorde literatuurselectie, goede weergave van relevante theorie, correcte bronvermelding. Correcte toepassing van theorie. Actuele kennis van ontwikkelingen in het beroepenveld. Descriptor Methodisch werken Werkt volgens methoden die gevalideerd zijn in de wetenschap en/of in het beroepenveld. Indicatoren Methodisch werken Context: schetst de relevante context en geeft aan hoe de opdracht daarin past. De vraagstelling komt voort uit de beroepspraktijk. Probleemstelling: heldere analyse van het probleem in relatie met de context, maar met een goede afbakening. Doelstelling en vraagstelling zijn zodanig geformuleerd dat achteraf is vast te stellen of het doel bereikt is en de vraag is beantwoord. Keuze methode: maakt een gemotiveerde keuze voor een methode. Uitvoering methode: planmatige aanpak, onafhankelijk denken, ideeën kun- 19
20 Professioneel handelen Communicatie Resultaat: lost het probleem op, beantwoordt de vraagstelling. Kan oplossingen uitwerken, consequenties en haalbaarheid nagaan (bijv. gevolgen voor het werk, kosten). Descriptor Professioneel handelen Kan in een beroepsomgeving functioneren als beginnend beroepsbeoefenaar. Indicatoren Professioneel handelen Zelfstandigheid: voert onder begeleiding zelfstandig werk uit, neemt daarvoor de verantwoordelijkheid. Draagt gedeelde verantwoordelijkheid voor het werk van anderen. Samenwerken: functioneert adequaat en collegiaal binnen een arbeidsorganisatie. Verbindt operatie en strategie. Reflectie: denkt kritisch na over de eigen werkwijze en de gevolgen daarvan en stuurt op grond daarvan het handelen bij. Is zich bewust van de voortgaande ontwikkeling in beroep. Descriptor Communicatie Communiceert doelgericht binnen de eigen werkomgeving en met direct betrokkenen (bijv. ouders, klanten), op basis van in de context en beroepspraktijk geldende conventies. Indicatoren Communicatie Doelgericht: brengt de boodschap concreet helder en passend bij de context over. Navolgbaar: geeft zoveel detail dat de kwaliteit van de verschillende onderdelen verifieerbaar is. Schriftelijke communicatie: tekst, verzorging en presentatie zijn adequaat. Mondelinge communicatie: doel- (groep)gericht en kwalitatief in orde, is in staat tot adequate beantwoording van vragen. nen genereren. Voert de gekozen methode correct uit. Resultaat: lost het probleem op, beantwoordt de vraagstelling. Kan oplossingen uitwerken en afwegen, consequenties en haalbaarheid nagaan (bijv. maatschappelijke gevolgen, kosten). Descriptor Professioneel handelen Kan in een beroepsomgeving functioneren als beginnend beroepsbeoefenaar. Indicatoren Professioneel handelen Zelfstandigheid: voert onder begeleiding zelfstandig werk uit, neemt daarvoor de verantwoordelijkheid. Draagt gedeelde verantwoordelijkheid voor het werk van anderen. Samenwerken: functioneert adequaat en collegiaal binnen een arbeidsorganisatie. Reflectie: denkt kritisch na over zowel de aanwezige context als over de eigen werkwijze en de gevolgen daarvan. Descriptor Communicatie Communiceert doelgericht en doelgroepgericht, op basis van in de context en beroepspraktijk geldende conventies. Indicatoren Communicatie Doelgericht: brengt helder over hoe vanuit de probleemstelling met behulp van theorie en methode een resultaat is bereikt dat aansluit op de probleemstelling. Controleerbaar: geeft zoveel detail dat de kwaliteit en herkomst van de verschillende onderdelen verifieerbaar is; Schriftelijke communicatie: tekst, verzorging en presentatie zijn adequaat; Mondelinge communicatie: doel- (groep)gericht en kwalitatief in orde, is in staat tot adequate beantwoording van vragen, laat inzicht en overzicht zien. 20
Bijlage V. Bij het advies van de Commissie NLQF EQF. Tabel vergelijking NLQF-niveaus 5 t/m 8 en Dublin descriptoren.
Bijlage V Bij het advies van de Commissie NLQF EQF Tabel vergelijking NLQF-niveaus 5 t/m 8 en. Tabel ter vergelijking NLQF niveaus 5 t/m 8 en Dublindescriptoren NLQF Niveau 5 Context Een onbekende, wisselende
Bijlage V. Bij het advies van de Commissie NLQF EQF. Tabel vergelijking NLQF-niveaus 5 t/m 8 en Dublin descriptoren.
Bijlage V Bij het advies van de Commissie NLQF EQF Tabel vergelijking NLQF-niveaus 5 t/m 8 en. Tabel ter vergelijking NLQF niveaus 5 t/m 8 en Dublindescriptoren NLQF Niveau 5 Context Een onbekende, wisselende
PR V1. Beroepscompetentie- profiel RBCZ therapeuten
PR 180724 V1 Beroepscompetentie- profiel Afgeleid van de niveaubepaling NLQF, niveau 6 heeft RBCZ kerncompetenties benoemd voor de complementair/alternatief therapeut. Als uitgangspunt zijn de algemene
Bijlage III Bij het advies van de Commissie NLQF EQF Beschrijving leerresultaten van gereguleerde kwalificaties
Bijlage III Bij het advies van de Commissie NLQF EQF Beschrijving leerresultaten van gereguleerde kwalificaties Beschrijvingen in leerresultaten van de diploma s de door het Ministerie van OCW gereguleerde
Context. Instroom. 1 Een herkenbare leef- en werkomgeving. 2 Een herkenbare leef- en werkomgeving. 3 Een herkenbare, wisselende leef- en werkomgeving.
Context Een bekende, stabiele leef- en leeromgeving. 1 Een herkenbare leef- en werkomgeving. 2 Een herkenbare leef- en werkomgeving. 3 Een herkenbare, wisselende leef- en werkomgeving. 4 Een herkenbare,
Handreiking toelichting bij descriptoren NLQF
Handreiking toelichting bij descriptoren NLQF CONTEXT Context Instroom Een bekende, stabiele leef- en leeromgeving. 1 Een herkenbare leef- en werkomgeving. Tussen niveau 1 en 2 is geen verschil in context;
Niveaubeschrijvingen NLQF per descriptor met toelichting, versie 23 maart 2017
Niveaubeschrijvingen NLQF per descriptor met toelichting, versie 23 maart 2017 Context Descriptor Instroom Een bekende, stabiele leef- en leeromgeving. 1 Een herkenbare leef- en werkomgeving. Tussen niveau
ALV V&VN-SPV 17 mei De SPV wel/niet niveau EQF6? Waar gaat het nu allemaal over?
ALV V&VN-SPV 17 mei 2018 De SPV wel/niet niveau EQF6? Waar gaat het nu allemaal over? Europees kwalificatieraamwerk (EQF) Door koppeling van het NLQF aan het Europees kwalificatieraamwerk (EQF) is het
EVC-Beroeps-Overstijgende-Competentiestandaard niveau 1
EVC-Beroeps-Overstijgende-Competentiestandaard niveau 1 Context: Een herkenbare leef- en werkomgeving Bezit basale/algemene kennis van eenvoudige feiten en ideeën gerelateerd aan een beroep of kennisdomein.
Nationaal Kenniscentrum EVC: EVC-Competentiestandaard
Erkenning voor NKC EVC-Competentiestandaard Het Nationaal Kenniscentrum EVC biedt erkende EVC-Aanbieders de mogelijkheid een erkenning aan te vragen voor het mogen uitvoeren van EVC-procedures gebaseerd
Accreditatiekader bestaande opleidingen hoger onderwijs [hbo-bachelor]: uitwerking voor Associate degree-programma s tijdens de pilotfase
Accreditatiekader bestaande opleidingen hoger onderwijs [hbo-bachelor]: uitwerking voor Associate degree-programma s tijdens de pilotfase 11 februari 2008 Inhoud 1 Inleiding 3 2 Accreditatiekader, toegespitst
VISIE OP ONDERWIJS. Associate degrees voltijd
VISIE OP ONDERWIJS Associate degrees voltijd Voor u ligt de Visie op Onderwijs voor de Associate degree-opleidingen. Deze visie is tot stand gekomen met de partners in het mbo en het hbo in de regio. In
Beschrijving van niveau 5
Beschrijving van niveau 5 Associate degree Dit document is op 20 september 2018 vastgesteld in de vergadering van het overlegplatform Ad van de Vereniging Hogescholen en is ter definitieve besluitvorming
Bijlage IV. Bij het advies van de Commissie NLQF EQF Tabel ter vergelijking niveaus NLQF en EQF
Bijlage IV Bij het advies van de Commissie NLQF Tabel ter vergelijking niveaus NLQF Instroomniveau NLQF instroomniveau Context Context: e bekde, stabiele leef- werkomgeving Bezit basale van evoudige feit
De 6 Friesland College-competenties.
De 6 Friesland College-competenties. Het vermogen om met een open enthousiaste houding nieuwe dingen aan te pakken. Het vermogen jezelf steeds beter te leren kennen. Het vermogen om in te schatten in welke
Wanneer is onderzoek goed: de kwaliteitscriteria
Management, finance en recht Wanneer is onderzoek goed: de kwaliteitscriteria De verwarring voorbij Naar hernieuwd zelfvertrouwen Congres Praktijkgericht onderzoek in het HBO Amersfoort, 11 december 2012
Leeswijzer bij de matrix van het Nederlands nationaal kwalificatiekader voor levenlang leren, het NLQF
Leeswijzer bij de matrix van het Nederlands nationaal kwalificatiekader voor levenlang leren, het NLQF Inhoud Toelichting... 2 Het European Qualification Framework for Lifelong learning EQF.. 2 Het Nederlands
Student Company op het hbo. Stappenplan
Student Company op het hbo Tijdens Student Company ontwikkelen de studenten een bedrijfsconcept en rollen dit uit gedurende een collegajaar lang. Ze verdelen functies, bepalen hun doelgroep, brainstormen
Competentie 1 Ondernemerschap Initiëren en/of creëren van producten en/of diensten, zelfstandig en ondernemend.
Naam student: Studentnummer: Evaluatieformulier meewerkstage CE In te vullen door de bedrijfsbegeleider van de stage biedende organisatie voorafgaand aan het eindgesprek met de stagedocent. De stagiair
Teamscan op accreditatiewaardigheid
Teamscan op accreditatiewaardigheid De Teamscan accreditatiewaardigheid (in vervolg: scan) geeft inzicht in hoe het opleidingsteam ervoor staat met betrekking tot de opleidingsaccreditatie. De scan bestaat
Bijlage A Competenties van de opleiding
Bijlage A Competenties van de opleiding A.1 Curriculum opleiding Werktuigbouwkunde Bouwstenen Stenden Hogeschool heeft de strategische keuze gemaakt om al haar opleidingen op te bouwen met behulp van (deels
Competentieprofiel. Instituut voor Interactieve Media. Competentieprofiel studenten Instituut voor Interactieve Media vastgesteld juni 2006
Competentieprofiel Instituut voor Interactieve Media Competentieprofiel studenten Instituut voor Interactieve Media vastgesteld juni 2006 Aangepast in maart 2009 Inleiding De opleiding Interactieve Media
Communicatierichtlijnen NLQF
Communicatierichtlijnen NLQF Aan de door u aangeboden kwalificatie is een NLQF-niveau toegekend. Dit betekent dat u nu, voor deze kwalificatie, gebruik kunt gaan maken van een NLQF niveau-aanduiding. Het
Keuzedeel mbo. Voorbereiding hbo. behorend bij één of meerdere kwalificatiedossiers mbo. Geldig vanaf 1 augustus 2013. Crebonr.
Keuzedeel mbo Voorbereiding hbo behorend bij één of meerdere kwalificatiedossiers mbo Geldig vanaf 1 augustus 2013 Crebonr. Vastgesteld Penvoerder: Ontwikkeld door: 2 van 7 1. Algemene informatie D1: Voorbereiding
Handreiking bij het beoordelingskader voor het bijzonder kenmerk Kleinschalig en intensief onderwijs
Handreiking bij het beoordelingskader voor het bijzonder kenmerk Kleinschalig en intensief onderwijs 12 november 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Handreiking voor specifieke invulling van de standaarden
Naar transparanter hoger onderwijs. Het Nederlandse Nationale Kwalificatieraamwerk
Naar transparanter hoger onderwijs Het Nederlandse Nationale Kwalificatieraamwerk Samenvatting van het Nederlandse Nationale Kwalificatieraamwerk hoger onderwijs Toegang vanuit [1] Eerste cyclus Tweede
Programma van toetsing
Programma van toetsing Inleiding In samenwerking met onderwijskundige experts hebben we ons programma van toetsing ontworpen. Het programma van toetsing is gevarieerd en bevat naast kennistoetsen en beoordelingen
Het belang van goed geformuleerde learning outcomes in het kader van accreditatie en erkenning
Het belang van goed geformuleerde learning outcomes in het kader van accreditatie en erkenning Esther van den Heuvel Beleidsmedewerker Internationalisering 17 Maart 2011 Beoogde learning outcomes Na afloop
Beoordelen in het HBO
Beoordelen in het HBO Eef Nijhuis Saxion Joke van der Meer HAN RIZO 12 maart 2013 Competentiegericht leren Competenties bepalen de inhoud van leren en toetsen Leren en beoordeling zijn gericht op effectief
Beoordelingskader Pilot Bijzonder Kenmerk Ondernemen
Beoordelingskader Pilot Bijzonder Kenmerk Ondernemen 22 november 2011 Inhoud 1 Inleiding 3 2 Beoordeling van het bijzonder kenmerk ondernemen 5 2.1 Uitgangspunten voor de beoordeling van het bijzonder
De student kan vanuit een eigen idee en artistieke visie een concept ontwikkelen voor een ontwerp en dat concept tot realisatie brengen.
Competentie 1: Creërend vermogen De student kan vanuit een eigen idee en artistieke visie een concept ontwikkelen voor een ontwerp en dat concept tot realisatie brengen. Concepten voor een ontwerp te ontwikkelen
REGELING EXTERNE TOEZICHTHOUDERS BIJ EXAMENS Instituut voor Toegepaste Biowetenschappen en Chemie. studiejaar
REGELING EXTERNE TOEZICHTHOUDERS BIJ EXAMENS Instituut voor Toegepaste Biowetenschappen en Chemie studiejaar 20172018 Inhoud REGELING EXTERNE TOEZICHTHOUDERS BIJ EXAMENS... 1 1. Positie en benoeming externe
Werken met leeruitkomsten. 7 november 2016
Werken met leeruitkomsten 7 november 2016 Wat zijn leeruitkomsten? Een leeruitkomst is een meetbaar resultaat van een leerervaring op basis waarvan vastgesteld kan worden in welke mate, tot op welk niveau
Richtlijn beoordeling postinitiële wo-master opleidingen in Nederland Positionering van de opleidingen De vergelijking met Vlaanderen
Richtlijn beoordeling postinitiële wo-master opleidingen in Nederland Het is aan het beoordelingspanel om te bepalen of deze toelichting relevant is bij de beoordeling van de onderhavige opleiding. Positionering
Praktijksessie efficiënt opleiden en ontwikkelen voor volwassenen. Tijs Pijls 18 november 2014
Praktijksessie efficiënt opleiden en ontwikkelen voor volwassenen Tijs Pijls 18 november 2014 Programma 14.00 uur Opening en presentatie Valideren, ECVET en het NLQF door Tijs Pijls, Partnerschap Leven
Keuzedeel mbo. Voorbereiding hbo. behorend bij één of meerdere kwalificatiedossiers mbo. Geldig vanaf 1 augustus 2013.
Keuzedeel mbo Voorbereiding hbo behorend bij één of meerdere kwalificatiedossiers mbo Geldig vanaf 1 augustus 2013 Crebonummer(s) Penvoerder: Ontwikkeld door: 2 van 8 Leeswijzer Dit document bevat de kwalificatie-eisen
Ontwerpkaders: Leeruitkomsten. Versie 1.0/ november Ontwerpkaders: Leeruitkomsten/versie 1.0/november
Ontwerpkaders: Leeruitkomsten Versie 1.0/ november 2016 1 Flexibel onderwijs Flexibel Onderwijs kenmerkt zich door tijd, plaats en tempo-onafhankelijk studeren. De route is individueel en past bij de uitgangssituatie
Opleidingsstatuut Bacheloropleiding Automotive Studiejaar 2015 2016. Regeling Externe toezichthouders bij examens
Opleidingsstatuut Bacheloropleiding Automotive Studiejaar 2015 2016 Regeling Externe toezichthouders bij examens Inhoudsopgave 1. Positie en benoeming externe toezichthouders... 3 2. Taak externe toezichthouder
Protocol PDG en educatieve minor
Protocol PDG en educatieve minor 28 april 2014 Inhoud Protocol voor beoordelingen door de NVAO van de kwaliteit van de afstudeerrichtingen algemeen vormend onderwijs en beroepsgericht onderwijs, het traject
Keuzedeel mbo. Voorbereiding hbo. gekoppeld aan één of meerdere kwalificaties mbo. Code K0125
Keuzedeel mbo Voorbereiding hbo gekoppeld aan één of meerdere kwalificaties mbo Code K0125 Penvoerder: Sectorkamer handel Gevalideerd door: Sectorkamer handel Op: 10-11-2015 2 van 6 1. Algemene informatie
HBO en HBO-niveau in het CAM veld
HBO en HBO-niveau in het CAM veld Voorzitter SNRO: Drs. Johan Boogaars 3 oktober 2013. Inleiding Op dit moment worden er door verzekeraars maar ook beroepsverenigingen en koepels stellingen geponeerd en
Toetsplan Masteropleiding Midden-Oosten Studies
Toetsplan Masteropleiding Studies 2017-2018 JAAR 1 semester 1 Blok 1 Blok 2 vaktitel vakcode week 1-7 colleges week 8/9/10 (her)toetsing week 11-17 colleges week 18/19/20 (her)toetsing Conflicten in het
Doorstroom naar niveau 3 Zorg en Welzijn
Keuzedeel mbo Doorstroom naar niveau 3 Zorg en Welzijn gekoppeld aan één of meerdere kwalificaties mbo Code K0207 Penvoerder: Sectorkamer zorg, welzijn en sport Gevalideerd door: Sectorkamer Zorg, welzijn
Kwaliteit van toetsing
Kwaliteit van toetsing Scholingsdag HAN, 3 oktober 2012 Desirée Joosten-ten Brinke Open Universiteit Fontys Lerarenopleiding Tilburg Programma Kennismaking 9:45 Het borgen van toetskwaliteit Gerealiseerd
Profiel. Expert NCP NLQF
Profiel Expert NCP NLQF Expert NCPNLQF Context Het Nationaal Coördinatiepunt NLQF (NCP NLQF) heeft onder andere de taak om private kwalificaties in te schalen in het Nederlands Kwalificatieraamwerk (NLQF)
HET NIEUWE CURRICULUM WERKVELD HBO-V 19 NOVEMBER 2015
HET GEHEIM VAN GOED BEGELEIDEN IS GOED LUISTEREN NAAR DE STUDENTEN JOHN HATTIE HET NIEUWE CURRICULUM WERKVELD HBO-V 19 NOVEMBER 2015 Beroepsprofiel 2020-Christine Rietveld Aan de slag Wat gaan we doen?
Toelichting beoordelingskader bij beoordeling postinitiële wo-master opleidingen in Nederland
Toelichting beoordelingskader bij beoordeling postinitiële wo-master opleidingen in Nederland Het is aan het beoordelingspanel om te bepalen of deze toelichting relevant is bij de beoordeling van de onderhavige
Duurzaamheid in het beroep C
Keuzedeel mbo Duurzaamheid in het beroep C gekoppeld aan één of meerdere kwalificaties mbo Code K0030 Penvoerder: Sectorkamer techniek en gebouwde omgeving Gevalideerd door: Sectorkamer techniek en gebouwde
Toetsplan Bacheloropleiding Informatiekunde 2014-2015
Toetsplan Bacheloropleiding 2014-2015 BA 1 IK Blok 1 Blok 2 Blok 3 Blok 4 7 collegewekeweken 3 toetsweken 7 college- 2 blok 1 weken blok 2 weken blok 3 toetsweken blok 4 opdrachten schr. tent. schr. tent.
Competenties met indicatoren bachelor Civiele Techniek.
Competenties met indicatoren bachelor Civiele Techniek. In de BEROEPSCOMPETENTIES CIVIELE TECHNIEK 1 2, zijn de specifieke beroepscompetenties geformuleerd overeenkomstig de indeling van het beroepenveld.
PEER REVIEWS. Managementgroep Interactum September 2014
PEER REVIEWS Managementgroep Interactum September 2014 Met peer review wordt een systeem bedoeld waarbij de betreffende opleidingen structureel gebruik maken van elkaars deskundigheid en elkaars critical
ten behoeve van het beoordelingsportfolio Startbekwaamheid Hoofdfase 3, ALO
Zelfevaluatie ten behoeve van het beoordelingsportfolio Startbekwaamheid Hoofdfase 3, AL pleiding Academie voor Lichamelijke pvoeding Februari 2013 Zelfevaluatie ten behoeve van het beoordelingsportfolio
Stand van zaken ontwikkeling afstudeerrichtingen 2 e graads lerarenopleidingen NHL
160624 Stand van zaken afstudeerrichtingen 2 e graads lerarenopleidingen NHL Inleiding: Vanaf november 2015 is een projectgroep van NHL- en werkveldcollega s bezig geweest met de kaders voor de afstudeerrichtingen
Programma van toetsing
Programma van toetsing Programma van toetsing Versie 1.1 Con Amore B.V. Inleiding In samenwerking met onderwijskundige experts hebben we een nieuw programma van toetsing ontworpen. We zijn afgestapt van
Voor elke competentie dient u ten eerste aan te geven in welke mate deze vereist is om het stageproject succesvol te (kunnen) beëindigen.
FACULTEIT ECONOMIE EN BEDRIJFSWETENSCHAPPEN NAAMSESTRAAT 69 BUS 3500 3000 LEUVEN, BELGIË m Stageproject bijlage 1: Leidraad bij het functioneringsgesprek Naam stagiair(e):.. Studentennummer:. Huidige opleiding
DAG VAN DE BEROEPSKOLOM 9 O K TO B E R 20 1 5
DAG VAN DE BEROEPSKOLOM MBO-HBO 9 O K TO B E R 20 1 5 Doelen Kijken wat al goed werkt Nagaan of iets bijdraagt aan de kwaliteit van de aansluiting en doorstroom Aangeven wat kan verder worden uitgewerkt
Besluit strekkende tot het verlenen van accreditatie aan de opleiding hbo-bachelor Communicatie van de NHL Hogeschool
,nuao r nederlands - viaamse accreditatieorganisatie Besluit strekkende tot het verlenen van accreditatie aan de opleiding hbo-bachelor Communicatie van de NHL Hogeschool datum 29 september 2017 onderwerp
Leeswijzer bij het NLQF
Leeswijzer bij het NLQF Inhoud Toelichting...3 Begrippenkader...4 De Europese context; het European Qualifications Framework for lifelong learning (EQF)...6 Het Nederlands kwalificatiekader (NLQF)...7
WINDESHEIM IN ZWOLLE: UNIEKE MASTER VOOR HET BEROEPS- ONDERWIJS. Inspirators voor de toekomst
WINDESHEIM IN ZWOLLE: UNIEKE MASTER VOOR HET BEROEPS- ONDERWIJS 90 Tweedegraads docenten en hbo-bachelors met een pedagogisch-didactisch getuigschrift die lesgeven in een beroepsgericht vak, kunnen bij
Verrijking leervaardigheden
Keuzedeel mbo Verrijking leervaardigheden behorend bij één of meerdere kwalificaties mbo Op dit moment is een wijziging van de WEB in voorbereiding waarmee de positie van keuzedelen in de kwalificatiestructuur
Hogeschool van Arnhem en Nijmegen Faculteit Educatie Instituut voor Leraar en School
Hogeschool van Arnhem en Nijmegen Faculteit Educatie Instituut voor Leraar en School Beoordeling Afstudeeronderzoek eindfase 2014-2015 VT-DT ONDERZOEKSVERSLAG 1 Bijlage 5c Beoordelingsformulier onderzoeksverslag
Onderbouwing Arbeidsmarktrelevantie Ad-opleidingen Een kader voor de uitwerking
Onderbouwing Arbeidsmarktrelevantie Ad-opleidingen Een kader voor de uitwerking Koninklijke vereniging MKB-Nederland Beleid, Onderzoek en Communicatie Delft, 9 januari 2006 Contactpersoon: Ir. G.F.W.C.
MARKETEER RESULTAATGEBIEDEN. Wat kan ik doen om de doelen te bereiken? (Activiteiten) Wat moet ik bereiken? (Doelen)
Waarvoor ben ik aangenomen? (Doel) Het ontwikkelen, coördineren en realiseren van campagnes en acties binnen een team en/of thema met als doel het bereiken, benaderen en activeren van de doelgroepen. Welke
Concept Beoordelingskader voor het bijzondere kenmerk residentieel onderwijs
Concept Beoordelingskader voor het bijzondere kenmerk residentieel onderwijs 2 december 2008 Inhoud 1 Inleiding 3 2 Beoordelingskader 4 pagina 2 1 Inleiding Dit beoordelingskader bevat een aantal facetten
Werkopdracht vijfde ontwikkelsessie. Opbrengsten ontwikkelsessie 5. Wat zijn bouwstenen?
Werkopdracht vijfde ontwikkelsessie Wat hebben onze leerlingen nodig om uit te groeien tot volwassenen die bijdragen aan de samenleving, economisch zelfstandig zijn én met zelfvertrouwen in het leven staan?
Het Nederlands Kwalificatieraamwerk
Het Nederlands Kwalificatieraamwerk MAAKT LEREN ZICHTBAAR De betekenis van NLQF voor werkgevers, werknemers, studenten en onderwijsaanbieders NLQF maakt leren zichtbaar NLQF maakt opleidingsniveaus vergelijkbaar
Mensen met niet-aangeboren hersenletsel
Keuzedeel mbo Mensen met niet-aangeboren hersenletsel gekoppeld aan één of meerdere kwalificaties mbo Code K0067 Penvoerder: Sectorkamer zorg, welzijn en sport Gevalideerd door: Sectorkamer Zorg, welzijn
Beoordelingsformulier Proeve van Bekwaamheid 2 (Rol Ontwerper) 3.12
Beoordelingsformulier Proeve van Bekwaamheid 2 (Rol Ontwerper) 3.12 Naam student: Studentnummer: Naam beoordelende docent: Datum: Toets code Osiris: Algemene eisen (voor een voldoende beoordeling van het
Ondernemend gedrag (geschikt voor niveau 1 en 2)
Keuzedeel mbo Ondernemend gedrag (geschikt voor niveau 1 en 2) gekoppeld aan één of meerdere kwalificaties mbo Code K0211 Penvoerder: Sectorkamer handel Gevalideerd door: Sectorkamer handel Op: 10-11-2015
Doelen Praktijkonderzoek Hogeschool de Kempel
Doelen Praktijkonderzoek Hogeschool de Kempel Auteurs: Sara Diederen Rianne van Kemenade Jeannette Geldens i.s.m. management initiële opleiding (MOI) / jaarcoördinatoren 1 Inleiding Dit document is bedoeld
Bachelor of Business Administration (MER opleiding)
Bachelor of Business Administration (MER opleiding) voor decentrale overheden Het Onderwijs De Bachelor of Business Administration voor decentrale overheden (Management, Economie & Recht, MER) wordt aangeboden
De curriculum van de masteropleiding PM MBO kan op verschillende niveau s bekeken worden:
Marco Snoek over de masteropleiding en de rollen van de LD Docenten De curriculum van de masteropleiding PM MBO kan op verschillende niveau s bekeken worden: Het intended curriculum : welke doelen worden
Alle competenties moeten met voldoende zijn beoordeeld
BEOORDELINGSFORMULIER / Artistieke Praktijk II jaar 4 Blad 1 Toetscode: Datum: Handtekening student: Beoordelaar 1: Handtekening beoordelaar 1: Beoordelaar 2: Handtekening beoordelaar 2: Extern deskundige:
Duurzaamheid in het beroep C
Keuzedeel mbo Duurzaamheid in het beroep C behorend bij één of meerdere kwalificaties mbo Op dit moment is een wijziging van de WEB in voorbereiding waarmee de positie van keuzedelen in de kwalificatiestructuur
OPLEIDEN VOOR DE TOEKOMST VRAAGT NU OM ACTIE. Klaus Boonstra Directeur College Zorgopleidingen Projectleider Broedplaats Fryslân
OPLEIDEN VOOR DE TOEKOMST VRAAGT NU OM ACTIE Klaus Boonstra Directeur College Zorgopleidingen Projectleider Broedplaats Fryslân Inhoud presentatie: 1.Beelden van Zorg 2025 2.Een ongemakkelijk gesprek 3.En
Breakout sessie 2-5. Stelsel 3.0 Accreditatie op Maat: Opleidingsbeoordeling. Introductie
Breakout sessie 2-5 Stelsel 3.0 Accreditatie op Maat: Opleidingsbeoordeling De voorstellen beschreven in deze notitie dienen als uitwerking van (aangekondigde) wetswijzigingen. Op basis van deze wetswijzigingen
Eisen mbo-certificaat. Ondersteuning thuis
Eisen mbo-certificaat Ondersteuning thuis Code Het mbo-certificaat is verbonden aan beroepsgerichte onderdelen van de kwalificatie: Helpende Zorg en Welzijn 25498 Bijlage bij het kwalificatiedossier: Dienstverlening
Motivatie voor FT en voor het volgen van een masteropleiding (MRCA)
Bijlage 3. Motivatie voor FT en voor het volgen van een masteropleiding (MRCA) Het volgen van een masteropleiding als fysiotherapeut is geen vlotte beslissing die in een impuls wordt genomen. Nogal logisch,
Voorbereiding hbo kunstonderwijs
Keuzedeel mbo Voorbereiding hbo kunstonderwijs gekoppeld aan één of meerdere kwalificaties mbo Code K0184 Penvoerder: Sectorkamer ICT en creatieve industrie Gevalideerd door: Sectorkamer ICT en creatieve
COMPETENTIETOETSEN IN HBO OPLEIDINGEN
COMPETENTIETOETSEN IN HBO OPLEIDINGEN COMPETENT GETOETST TOETSEN & EXAMINEREN IN HET HBO ANTOINETTE VAN BERKEL HOGESCHOOL VAN AMSTERDAM 4 OKTOBER 2016 1 DOCENTEN AAN HET WOORD Wat is adequaat bewijs om
BASISGEGEVENS. Naam. Contactpersoon. Dr. E.W.M. Gielen. Portfoliomanager & Organisatieontwikkeling Adacademies. Functie
1 BASISGEGEVENS Soort aanvraag: Nieuwe opleiding De startdatum van de Ad opleiding is gepland per 1 september 2018. Hiermee is te verwachten dat deze nieuwe opleiding valt onder de nieuwe wetgeving rond
Zorginnovaties en technologie
Keuzedeel mbo Zorginnovaties en technologie gekoppeld aan één of meerdere kwalificaties mbo Code K0138 Penvoerder: Sectorkamer zorg, welzijn en sport Gevalideerd door: Sectorkamer Zorg, welzijn en sport
3. Een norm voor valide examenproducten norm voor valide examenproducten cesuur exameninstrumentarium
Dit document is een onderdeel uit het advies Drie routes naar een valide examenproduct van mei 2016. De uitwerking van het advies vindt plaats vanaf augustus 2016 door de hiervoor aangestelde kwartiermaker
Competentie niveaus HHS TIS opleiding Werktuigbouwkunde
Competentie niveaus HHS TIS opleiding Werktuigbouwkunde 1. BoE domeincompetentie Analyseren (minimaal niveau eind major W: 3) (toelichting: deze omschrijving komt uit de Bachelor of Engineering (BoE))
Beoordelingsformulier eindproduct of verslag
Beoordelingsformulier eindproduct of verslag Naam student: Nathalie Zuijdam (000) Floor Smit (000) Cijfer:. (in te vullen door DB) Student nr.: zie boven Herkansing: x nee ja Naam beoordelaar: Roos van
Medical Imaging/ Radiation Oncology Masteropleiding Haarlem
Medical Imaging/ Radiation Oncology Masteropleiding Haarlem Gezondheid, Sport en Welzijn Masteropleiding Medical Imaging/ Radiation Oncology Verschillende studies laten zien dat de druk op de gezondheidszorg
