De baraminic distance method

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "De baraminic distance method"

Transcriptie

1 De baraminic distance method Peter Beernink Inleiding Robinson & Cavanaugh (1998), Wood (2005) en Wood & Cavanaugh (2003) ontwierpen wat zij noemden de baraminic distance method', om baramin als afgescheiden groepen in de biologie te herkennen of te specificeren. De methode beoogt een scherp onderscheid te krijgen tussen groepen. Het gebruik van het woord 'baramin houdt een ideologische positie in. Die ideologisch positie laat ik even voor wat het is. Daarom zal ik het steeds over b-groep hebben, over de BDIST-methode en over het programma dat beschikbaar is op internet als BDIST. Hier gaat het om de volgende vragen over de methode van Cavanaugh, Wood etc: 1. hoe werkt de methode? 2. wat voor effect heeft de methode? 3. is deze methode bruikbaar voor zijn doel? 4. geven voorbeelden inzicht in het belang van b-groepen in de biologie? 1. Hoe werkt de methode? Het is duidelijk hoe de methode werkt, ondanks dat de genoemde artikelen niet in hun geheel op internet beschikbaar zijn. Wood (2006) zegt het volgende: "Robinson and Cavanaugh (1998a) defined the baraminic distance as a percentage of characteristics that differ between two taxa, while ignoring unknown characteristics. The baraminic distance is a modified simple matching coefficient (Cox and Cox, 1994). Because the characters used to calculate baraminic distance depend on the selectivity of a researcher, and because different created kinds seem to vary to different extents, the raw baraminic distance is not a measure that can be used directly to infer baraminic membership. Recognizing this problem, Robinson and Cavanaugh (1998a) proposed a correlation test to measure the relative similarities and differences between taxa." We hebben kennelijk te maken met een correlatiematrix op percentages verschillen. Prettig genoeg is er een kleine uitleg in de internetfile Daar staat een voorbeeld met 5 taxa en 7 kenmerken: Kenmerk k1 k2 k3 k4 k5 k6 k7 Taxon freddie 0 {10} {01} velma 0 {01} 2 13 {12} 0? scooby shaggy {01} daphne {23} Kenmerk 7 is aanwezig in 80% van de taxa, en wordt bij een 95% aanwezigheidscriterium van kenmerken niet gebruikt. Verschillen turven kan met de hand, van 1 op de 6 verschillend tot 5 op de 6 verschillend. Dat geeft een tabel voor het percentage verschillen: 1

2 d f sc sh v d f sc sh v Met Excel correlaties berekenen op de verschillentabel geeft een correlatiematrix: d f sc sh v d f sc sh v Als we alleen de significante correlaties laten staan, komt de volgende correlatiematrix te voorschijn: d f sc sh v d 1 f 1 sc sh v 1 Het programma BDIST in de file geeft precies dezelfde correlatiematrix. Wat er gebeurt, is dus met Excel te volgen (al moet 'zowel waarde 0 als waarde 1 wordt gevonden', {01} met de hand). In een plot staan zowel op de x-as als de y-as de taxa, op dezelfde volgorde, maar het programma drukt alleen de y-as af. Wel komt steeds de diagonaal die identeit geeft in het plaatje, zodat we weten dat horizontaal (d,f,sc,sh,v) is uitgezet. Verder staat de Bgroep Distance Correlation (BCD) aangeven: positief is een zwart vierkantje, als de BCD negatief is een open rondje, als er geen significantie is blijft het vakje open. Het programma sorteert de visuele output; een voorbeeld komt volgt hier. Dat sorteren in de visuele output is mogelijk van belang voor de interpretatie. Eerst het effect van sorteren in de verwerking. Dat wordt duidelijk met het volgende voorbeeld: 2

3 Data k1 k2 k3 k4 k5 k6 k7 B E A D C Correlatiematrix B E A D C B E A D C Significant B E A D C B E A D C De correlatiematrix in Excel is identiek aan de correlatiematrix in het programma BDIST. In de tweede matrix zijn alleen de significante correlaties weergegeven. De visuele output geeft een meer gegroepeerde weergave. De x-as is A D B E C, als de y-as. B en E zijn positief gecorreleerd, en negatief met C. Het is onduidelijk waarom A in de output van BDIST verder weg staat van BE dan D. Alleen alfabetisering lijkt hier de verklaring. Vergelijk een eenvoudige clustering. Het is duidelijk dat de methode grof is. Het gaat alleen om het percentage verschil, niet om welke verschillen. Ook kan een zelfde percentage verschil afkomstig zijn van verschillen in andere kenmerken. Bovendien worden kenmerken die niet voor alle taxa bekend zijn snel weggegooid. Veel gegevens worden dus niet gebruikt. 3

4 2. Wat voor effect heeft de methode? De methode beoogt een scherp onderscheid te krijgen tussen groepen. In het ideale geval zijn er een aantal groepen, met steeds significant positieve correlatie binnen de groep en significant negatieve correlatie tussen de groepen. Wood (2005, blz. 3) geeft het volgende voorbeeld als ideaal (de rondjes voor significant negatieve correlaties in de output van BDIST zijn wat grijs in kleur). Hierbij zijn volgens Wood de vier taxa linksonder de buitengroep, en de 16 andere taxa de groep waarvan we willen weten of het een b-groep is. Een buitengroep is een groep beesten waarvan we weten dat ze niet tot de te onderzoeken groep behoren. Woods vraag is dus niet of de groepen bij elkaar horen, maar hoe scherp de scheiding is. De groep van 20 taxa voldoet volgens Wood aan de definitie van een ideale b-groep; zo is een b-groep in de plotjes te herkennen. Replica van figuur 1 pagina 3 in Wood (2005). Hier komt een merkwaardig probleem: Wood heeft het over een buitengroep, maar er is niets in zijn programma dat taxa aanmerkt als buitengroep. Dus er zijn geen van te voren geoormerkte buitengroepen volgens de methode. De vraag is daarmee wat er met een biologische buitengroep gebeurt. De bedoeling is dat de methode de buitengroep afscheidt, maar dat weten we niet van te voren. Als de biologische buitengroep niet herkent wordt door de methode is er een probleem. Ik had zelf de figuur zelf gemaakt, met data van het volgende type: voorbeelddataset 1 k1 k2 k3 k4 k5 k6 k7 k8 A B C D E F G H Op de diagonaal staat steeds 0 voor kenmerk waarde (dit mag ook bv 2 zijn). De waarden op de diagonaal zijn alleen nodig de 4 soorten per groep niet identiek te laten zijn. Taxa ABCD hebben behalve op de diagonaal kenmerkwaarde 1 voor de eerst 4 kenmerken; taxa EFGH hebben behalve op de diagonaal kenmerkwaarde 1 voor de laatste 4 kenmerken. Dat geeft dan (x-as A B C D E F G H): 4

5 Dus, duidelijk zijn er twee groepen in de gegevens (zie boxjes in de gegevensmatrix) met het ideale patroon voor de b-groep. Hetzelfde zie je in een wat biologisch voorbeeld, met wat losse kenmerken: k1 k2 k3 k4 k5 k6 k7 k8 k9 k10 k11 k12 zangvogel papegaai eend valk kat cavia vleermuis koe K1: vierkamerig hart; k2: rechter aortaboog; k3: ei; k4: haar; k5: vleugel; k6: aantal tenen; k7: aantal vingers; k8: zwemvlies; k9: aantal botten in onderkaak; k10: kromme snavel; k11: kaak kan horizontaal bewegen; k12: tenen 2voor/2achter. Twee blokjes bestaan duidelijk in de gegevens. Deze matrix geeft de vogels en de zoogdieren gescheiden volgens BDIST, zoals te verwachten was (het zou gek zijn als dit niet werkte). Twee b- groepen volgens de criteria van Wood. Wat krijg je als je de methode toepast op andere voorbeeld datasets, met een wat andere blokstructuur in de gegevens? Voorbeeld dataset 2: k1 k2 k3 k4 k5 k6 k7 k8 k9 k10 k11 k12 k13 k14 k15 A B C D E F G

6 H I J K L M N O De vijf taxa KLMNO hebben veranderingen in kenmerk 11 t/m 15, en 0 voor kenmerk 1 t/m 10. De groep 1 taxa ABCDE hebben veranderingen in kenmerk 1 t/m 5, 0 in kenmerk 6 t/m 10 en 1 in kenmerk 11 t/m 15. De groep 2 taxa FGHIJ hebben veranderingen in kenmerk 6 t/m 10, 0 in kenmerk 1 t/m 5 en 1 in kenmerk 11 t/m 15. De taxa ADCDE (groep 1) en FGHIJ (groep 2) hebben dezelfde verhouding ten opzichte van de taxa KMNLO (groep 3), als je de kenmerknummering als arbitrair beschouwd. BDIST geeft: En dat vertelt meer over hoe zo'n plaatje werkt. De x-as is ABCDEFGHIJKLMNO. Er zijn drie groepen van elk 5 soorten, 1: A-E, 2: F-J, en 3: K-O, zoals bekend. In de 'oksel' van groep 2 en groep 3 zijn er de positieve correlaties IK, JK, en JL; in de 'oksel' van groep 1 en groep 3 zijn er de positieve correlaties EK, EL en DK. Dat kan niet tegelijk als oksels worden geplot, dus daar komen die 'pootjes' vandaan. Het is handig om te onthouden waar 'pootjes' vandaan komen. Dus, we hebben een doorgaande club ABCDEKLMNO en een doorgaande club FGHIJKLMNO; en twee clubs die niet samenhangen. ABCDE en FGHIJ. Dus, groep 1 en groep 3 vervloeien; groep 2 en groep 3 vervloeien; groep 1 en groep 2 zijn gescheiden. Dat geeft deze plot met 'pootjes'. Ik weet niet of er hier b-groepen volgens de omschrijving zijn of niet. Groep 1 en groep 2 b-groepen noemen? Ze zitten toch erg aan groep 3 vast, allebei op dezelfde manier. Het is dus niet moeilijk een dataset op te zetten die wel door het programma loopt maar waarop de idealen van b-groepindeling niet erg werken. 6

7 Je kunt je natuurlijk afvragen waarom het programma BDIST de volgorde op x- en y-as niet als ADCDEKMONLJIHGF geeft. Dan zou je een brede strook positieve correlaties langs de diagonaal met negatieve correlaties in de afgelegen hoeken van de plot zien. Die plot is met de hand te maken op grond van de correlatiematrix, waarbij als significantiegrens 0.05 gekozen is. Let op: de diagonaal loopt hier noordwest zuidoost, en niet zuidwest noordoost als in de BDIST output. A B C D E K M O N L J I H G F A B C D E K M O N L J I H G F Ik heb groep 1 uitgebreid tot 8 soorten (A t/m H), groep 2 uitgebreid tot 8 soorten (I t/m P) en groep 3 blijft 5 soorten (nu Q t/m U). Er zijn nu 21 kenmerken. Weer geeft het programma BDIST een plot met 'pootjes : Met de hand gesorteerd op de correlatie matrix, weer met significantie grens 0.05: 7

8 A B C D E F G H Q R S T U P O N M L K J I A B C D E F G H Q R S T U P O N M L K J I Opnieuw, groep 1 en groep 3 vervloeien; groep 2 en groep 3 vervloeien; groep 1 en groep 2 zijn gescheiden. Ik weet niet of er hier b-groepen volgens de omschrijving zijn of niet; als groep 1 en groep 2 b-groepen zijn, is de eigenschap 'b-groep' niet absoluut, maar alleen 'ten opzichte van een gedefinieerde andere b-groep'. In ieder geval blijkt dat de plotjes van het programma BDIST minder inzichtelijk en informatief zijn dan mogelijk is. Overigens, een eenvoudige neighbourhood-joining clustering geeft veel duidelijker de structuur van de data weer, inclusief de rol van taxon Q. Ook in deze clustering is duidelijk dat groep 1 en groep 2 gescheiden zijn. Tot nu toe is de conclusie dat 'buitengroep' niet bestaat in de methode en dat de plotjes niet noodzakerwijs inzicht geven in de verhoudingen tussen de groepen. Ook blijkt dat de methode niet forceert dat de eigenschap 'is b-groep' voor een groep absoluut is. 'B-groep' kan alleen gedefiniëerd worden ten opzichte van een andere groep. Een groep kan volgens een dataset zowel een b-groep als een niet-b-groep zijn. Wood (2005) geeft als patroon voor een ideale b-groep positieve correlaties binnen de groepen en negatieve correlaties tussen de groepen. Dat geeft een scherpe scheiding. Er is nog een mogelijkheid voor een scherpe scheiding tussen groepen: positieve correlaties binnen de groepen en afwezigheid van correlaties tussen de groepen. Uit het boek van Wood (2005) blijkt dat Wood dit geen b-groepen wil noemen. Ik noem het hier even c-groepen, ten opzichte van elkaar. 8

9 H O O O O G O O O O F O O O O E O O O O D O O O O C O O O O B O O O O A O O O O A B C D E F G H H G F E D C B A A B C D E F G H Twee mogelijkheden voor groepsverhoudingen in een afstandscorrelatieplot: b-groep links en c-groep rechts. 3. Is deze methode bruikbaar voor zijn doel? Wood (2005) geeft geen biologisch voorbeeld voor zijn ideale verdeling van positieve en negatieve correlaties op de verschilgegevens. Dat is jammer, want in principe is zou dat wel mogelijk moeten zijn, en het zou ook verhelderend werken op de voorbeelden die hij in zijn 2005 boek geeft. Neem bijvoorbeeld een datamatrix voor de familie honden en een datamatrix voor de familie katten. Volgens Wood etc. zijn deze families uitstekende kandidaten voor het zijn van b-groep. Beide datamatrixen bestaan (Mattern en McLellan 2000 voor de katten, en Tedford, Taylor en Wang 1995 voor de honden). Bij samenvoegen van die datamatrixen moet je bedenken of er dezelfde kenmerken in staan, en als een kenmerk wel in de ene set gegevens staat maar in de andere niet moet je die zelf scoren. Kortom, het is veel werk (dat werk ga ik niet doen). Als iemand dat werk gedaan heeft, voor de soorten k 1 t/m k n de soorten h 1 t/m h m, komt er een verschillenmatrix. Dan heb je als gegevens voor kat k 1 de verschillen de verschillen met k 1 t/m k n en h 1 t/m h m, en voor kat k 2 de verschillen de verschillen met k 1 t/m k n en h 1 t/m h m, en zo voor alle honden en katten. Dan zullen de twee kolommen verschilgegevens voor twee katten c.q. twee honden naar verwachting meer gelijk zijn dan voor een kat en een hond. En je verwacht een ideale b-groepplot te zien; het zou me verbazen als de methode geen echte b-groepplot voor katten en honden gaf bij voldoende gegevens. (Hoewel, de positieve correlaties gaan er naar verwachting wel uitkomen, maar de negatieve correlaties? Misschien worden het wel c-groepen.) Op dezelfde manier kun je de hele orde roofdieren nemen, en kijken in hoeveel b- groepen die uiteenvalt. Gezien de vaak herhaalde bewering dat families b-groepen zijn, verwacht je die toepassing van de methode. Ik heb die toepassing nog nooit gezien. Ik zal wat voorbeelden geven om te zien of de methode b-groepen in biologische gegevens vindt waar je eigenlijk verwacht dat je een b-groep zult vinden. Er is een grote gegevensfile van fossiele roofdieren en een paar levende roofdieren, met een paar niet-roofdieren als buitengroep (Wesley-Hunt en Flynn 2005). De levende beesten in deze datafile geven volgens het programma BDIST: 9

10 De buitengroep insectivoren verschijnt netjes. De vier katvormigen (pardelroller t/m civet) en de twee insectivoren (spitsrat, egel) geven een net voorbeeld van twee wederzijdse b-groepen. De hondvormigen (oorrob t/m beer) geven geen negatieve correlaties met de katvormigen en de insectivoren, en ik zou dan concluderen dat het hier niet om hondvormigen als b-groep gaat volgens de opvatting van Wood. De superfamilie wezeloidea (wasbeer, veelvraat, skunk, rode panda) vormt een groep, maar heeft geen enkele negatieve correlatie ergens mee, en wordt daarmee geen b-groep. Hondvormigen en katvormigen vormen wederzijds c-groepen. In feite is deze plot in overeenstemming met de huidige opvattingen over de indeling van de roofdieren er staat niets nieuws in, en geeft minder biologie dan de klassieke indeling. Het is opmerkelijk dat de hondvormigen geen negatieve correlatie met welke soort dan ook hebben. Biologisch zijn de positieve correlaties te verwachten, maar de BDIST methode had hier toch meer negatieve correlaties moeten geven om als methode een goede beoordeling te krijgen. De hele dataset geeft volgens het programma BDIST (de rondjes voor de negatieve correlaties zijn niet zo goed te zien): 10 95% relevance cutoff Dit laat een eigenschap van het programma BDIST zien: de plot verzamelt negatieve correlaties, en construeert daarmee een 'buitengroep' ten opzichte van een of andere groep. Wat staat nu waar in deze plot? Een mogelijke interpretatie in groepen is:

11 95% relevance cutoff Groep 1 zijn alle levende en fossiele katvormigen in de dataset. Groep 2 zijn drie insectivoren, twee creodonten (uitgestorven, geen roofdier), de levende beer en twee fossiele roofdieren uit het Eoceen, toen er nog geen hondvormigen en katvormigen bestonden. Zulke beesten heten 'stamfossielen' van de roofdieren. Groep 2 is dus een samenraapsel, niet een echte buitengroep. Groep 3 bestaat uit stamfossielen van de roofdieren, fossiele hondachtigen en de levende coyote. Groep 4 zijn vier stamfossielen. Groep 5 zijn: een fossiele wezelachtige, skunk, wasbeer, veelvraat, rode panda, fossiel zeeroofdier, oorrob. Beer en coyote komen niet bij de overige levende hondvormigen, oorrob wel. Groep 1 geeft negatieve correlaties met groep 2. Daarmee lijkt het alsof groep 1 een b-groep is ten opzichte van groep 2. Groep 2 is zelf geen b-groep, want hij heeft allerlei positieve correlaties her en der. Groep 2 is geen biologische groep. Groep 4 geeft wat negatieve correlaties met groep 1. Groep 1 en groep 5 hebben geen negatieve correlaties; de veelvraat uit groep 5 geeft positieve correlaties met groep 1. Hondvormigen in groep 5 en katvormigen in groep 1 zijn hoogstens c-groep ten opzichte van elkaar. Het enige dat duidelijk is dat de katvormigen veel homogener zijn dan de hondvormigen, zoals we altijd al wisten. Als de soorten op biologische groep gesorteerd worden (door gebruik te maken van het alfabet), en we dan de correlaties uit BDIST plotten, komt er: correlatie apinapincancancancancancancancancancancancancanstemstemstemstemstemstemstemstemstemstemtanitanitfeltfeltfeltfeltfelufe ufe ufe ufe ysisysiszinszinszins apin apinfos canif canif canif canif canif canif canifos canifos canifos canifos canifos canifos canifos stemfos stemfos stemfos stemfos stemfos stemfos stemfos stemfos stemfos stemfos tanimfos tanimfos tfelifos tfelifos tfelifos tfelifos tfelifos ufelif ufelif ufelif ufelif ysisfos ysisfos zinsec zinsec zinsecfos % relevance cutoff 11

12 Lichtblauw/donkerblauw is een positieve correlatie, lichtrood/rood is een negatieve correlatie. Langs de diagonaal van noordwest naar zuidoost staan: levende hondvormigen, fossiele hondvormigen, stamfossielen van de roofdieren, fossiele katvormigen, levende katvormigen (donkere kleuren), creodonten, insectivoren (lichte kleuren). De fossiele en levende katvormigen vormen weer het grote gesloten blok van positieve correlaties. Weer blijken de negatieve correlaties van de katvormigen voornamelijk met de buitengroepen creodonten en insectivoren te zijn. De veelvraat steekt er een stokje voor de katvormigen een b-groep ten opzichte van alle overige roofdieren te noemen. Ook met de insectivoren en creodonten geven de roofdieren niet systematisch negatieve correlaties. Dus de conclusie dat de roofdieren als geheel een b-groep vormen ten opzichte van de buitengroep is niet mogelijk. Het programma BDIST geeft wat het noemt een 'relevance cutoff'. Voor elk kenmerk wordt berekend in hoeveel procent van de taxa het gescoord is. Bij een 95% relevance cutoff worden alleen kenmerken die in 95% van de taxa of meer gescoord zijn meegenomen; bij een 75% relevance cutoff worden alleen kenmerken die in 75% van de taxa of meer gescoord zijn meegenomen. Bij een 95% relevance cutoff gebruikt BDIST dus minder kenmerken, bij een 75% relevance cutoff meer kenmerken maar met een hoger aantal kenmerken dat niet volledig gescoord is. De plaatjes die BDIST oplevert verschillen wat tussen 95% en 75%. Nog steeds de dataset van Wesley-Hunt en Flynn (2005). Weer verzamelt het programma negatieve correlaties om een 'buitengroep' te creëren: 75% relevance cutoff 12

13 Groep 1 zijn de insectivoren en creodonten (de buitengroep) plus zeven stamfossielen en een fossiele hondvormige. Groep 2 bestaat drie stamfossielen, vijf fossiele hondvormigen en de coyote. Groep 3 zijn alle levende en fossiele katvormigen in de dataset. Groep 4 bestaat uit twee fossiele en zes levende hondvormigen. Groep 1 en groep 2 zijn niet erg duidelijk gescheiden: ik heb de getekende grens gezet omdat dit de meeste negatieve correlaties met katvormigen binnenboord hield. Lang niet alle correlaties tussen groep 1 en groep 2 zijn negatief, trouwens. Het verschil met 95% relevance cutoff is kleiner dan het op het eerste gezicht lijkt. 95% relevance cutoff 75% relevance cutoff Groep 1 Groep 3 Groep 2 Naar groep 1 Groep 3 Grotendeels groep 2 Groep 4 Naar groep 1 Groep 5 Groep 4 De nieuwe heterogene groep 1 geeft veel negatieve correlaties met groep 3 en groep 4, maar niet consistent. De levende katvormigen in groep 3 en de levende hondvormigen in groep 4 laten nog steeds vooral het ontbreken van correlaties zien. Het totaal aantal positieve correlaties is kleiner dan bij 95% relevance cutoff (van 597 naar 531), en het aantal negatieve correlaties is groter (van 288 naar 332). Ondanks dat blijkt uit de plot van de correlaties op biologische groep hetzelfde patroon: correlatie apinapincancancancancancancancancancancancancanstemstemstemstemstemstemstemstemstemstemtanitanitfeltfeltfeltfeltfelufe ufe ufe ufe ysisysiszinszinszins apin apinfos canif canif canif canif canif canif canifos canifos canifos canifos canifos canifos canifos stemfos stemfos stemfos stemfos stemfos stemfos stemfos stemfos stemfos stemfos tanimfos tanimfos tfelifos tfelifos tfelifos tfelifos tfelifos ufelif ufelif ufelif ufelif ysisfos ysisfos zinsec zinsec zinsecfos % relevance cutoff Nog steeds is een conclusie dat de roofdieren als geheel een b-groep vormen ten opzichte van de buitengroep niet mogelijk, omdat de roofdieren en de buitengroep niet consistent negatieve correlaties hebben. Ook de heel homogene katvormigen weigeren een b-groep te vormen ten opzichte van de hondvormigen. De methode beoogt een scherp onderscheid te krijgen tussen groepen. Dat levert de methode hier niet op. Gezien de positieve correlaties tussen roofdieren en insectivoren die ook aanwezig zijn bij deze methode, is de mate van onderscheid zelfs kleiner dan bij de traditionele indeling. Een groot probleem is dat de biologische buitengroep in de BDIST-analyse niet als aparte groep verschijnt, maar steeds ingedeeld wordt bij een grotere groep beesten. 13

14 Dit is niet de enige keer dat de buitengroep zich niet wil afzonderen, of dat biologische groepen niet willen verschijnen of splitsen in de bekende onderverdeling. In de behandeling door Radagast van een dataset voor dinosauriers (Baron en Barrett, 2017) zitten de drie beesten die absoluut geen dinosauriër zijn, Euparkeria (Archosauromorph), Dimorphodon (Pterosauriër), en Postosuchus (Rauisuchia), met de theropoden en sauropoden in een verder niet opgesplitste groep (https://logos.nl/een-ontbrekende-schakel-in-de-dinopuzzel/ ). De door Radagast gebruikte dataset laat trouwens zien dat de methode niet alleen gevoelig is voor de relevance cutoff van de kenmerken maar ook voor een vergelijkbare cutoff in de gebruikte soorten. Voordat de klassieke indeling in groepen bij de dino's in BDIST verschijnt, moet je alleen de soorten waarvoor 50% of meer van de kenmerken bekend is gebruiken. Dat zijn er 25 van de dataset van 76 soorten die in de oorspronkelijke studie van Baron en Barrett (2017) gebruikt worden. De plots en de informatie die ze opleveren blijken sterk beïnvloed door het aantal gebruikte soorten in de inputfile (Commentaar onder plaatje): Alleen taxa minimaal 33% van de kenmerken en minimaal 75% van de kenmerken gescoord. Hier zijn Ornithischia en alle andere soorten b-groepen ten opzichte van elkaar. Alleen taxa minimaal 50% van de kenmerken en minimaal 75% van de kenmerken gescoord. 14

15 De drie soorten die de biologische buitengroep vormen komen nu te voorschijn als cluster. De Ornithischia en de biologische buitengroep vormen b-groepen ten opzichte van elkaar. In het grote cluster zitten alle niet-ornithischia dino's. Ornithischia en overige dino's vormen geen b-groep ten opzichte van elkaar maar een c-groep. Alleen Sauropoden en Theropoden met minimaal 50% van de kenmerken en minimaal 75% van de kenmerken gescoord. Nu vormen Sauropoden en Theropoden een b-groep ten opzichte van elkaar. De correlaties veranderen van teken afhankelijk van het aantal gebruikte soorten. Bij gebruik van veel soorten correleren Theropoda en Saurischia positief, bij minder soorten is er geen correlatie, bij alleen Saurischia versus Theropoden is de correlatie negatief. Het verschijnen van b-groepen is dus afhankelijk van de hoeveelheid of het type gebruikte gegevens. Dat is niet gewenst bij een nette methode. Het veranderen van teken van de afstandscorrelatie bij verandering van aantal soorten is een direct gevolg van het gebruik van relatieve afstanden als maat. Saurischia en Theropoden verschillen niet in relatieve afstand van Ornithischia; hun onderlinge verschillen vallen dan weg. Wat je dus in feite ziet is de hiërarchische opbouw van de indeling van de soorten: bij gebruik van veel groepen op hoger niveau in de indeling vallen de verschillen tussen groepen op lager niveau binnen een groep op hoger niveau weg. Ook met BDIST blijkt de hiërarchische opbouw van indeling van de levende wezens. Alleen moet je dan de BDIST toepassing getrapt herhalen. 4. Geven voorbeelden inzicht in het belang van b-groepen in de biologie? Wood (2005) geeft 61 voorbeelden van het gebruik van BDIST met als doel te beoordelen of een biologische familie of onderfamilie een b-groep is. Wood gebruikt bestaande datafiles, die bedoeld waren om de biologische indeling binnen een familie op te helderen. Geen van de voorbeelden vergelijkt een familie met een andere familie, of families binnen ordes, terwijl dat het juiste niveau van behandeling zou zijn om de bewering 'b-groep is omstreeks biologische familie' te staven. De bestaande datafiles geven vaak kleine buitengroepen omdat bij gebruik van bv parsimonie maar kleine 15

16 buitengroepen nodig zijn. Over het geheel genomen blijken de families die Wood bekijkt niet erg homogeen in de BDIST analyse: er is veel ruis. Sommige datafiles die Wood gebruikt bevatten een vrij grote buitengroep. De datafile van Ksepka et al. (2006) voor de pinguïns bevat 21 fossiele en 18 levende soorten pinguïns en 10 soorten stormvogels en albatrossen en de ijsduiker. Wood gebruikte alleen de levende soorten. Het resultaat is een ideale b-groep plot van de levende pinguïns en de buitengroep van niet-pinguïns. Ksepka publiceerde in 2012 een grotere datafile waarvan18 levende en 32 fossiele pinguïns en een outgroep van 14 levende soorten voor het programma BDIST bruikbaar zijn. De buitengroep zijn weer stormvogels en albatrossen en zeeduikers; op grond van hun DNA zijn dit de naast verwante groepen naast de pinguïns. Deze datafile geeft ook de kenmerken van de twee fossiele Waimanu soorten uit het Paleoceen, miljoen jaar geleden. Waimamu tuatahi laat positieve afstandscorrelaties met alle soorten van de buitengroep zien, en met Waimanu manneringi, en met 11 fossiele pinguïns; en negatieve correlaties met de zes overige fossiele pinguïns en alle levende pinguïns. Waimanu manneringi laat een positieve afstandscorrelatie met Waimanu tuatahi zien, is niet gecorreleerd met de buitengroep en positief gecorreleerd met 19 fossiele pinguïns, en negatief gecorreleerd met drie fossiele en alle levende pinguïns. Deze resultaten met BDIST zijn in overeenstemming met wat Wood (2017) zegt te hebben gevonden met deze dataset. Van linksboven naar rechtsonder: buitengroep (14 soorten), 32 fossiele pinguïns inclusief de twee Waimanu soorten bovenaan, 18 levende soorten pinguins. De volgorde van de soorten is die van de fylogenie van Ksepka et al. (2012). Een uitsnede laat de correlaties in de omgeving van de twee Waimanu soorten vergroot zien. De Waimanu soorten geven een overgang tussen buitengroep en pinguïns. Waimanu soorten geven een overgang tussen pinguïns en verwanten> 16

17 Er is een duidelijke geleidelijke overgang tussen de fossiele en levende pinguïns; desondanks is er een negatieve correlatie tussen de levende pinguïns en de fossiele pinguïns die meer basaal in de fylogenie staant (de fossielen meer naar linksboven). De twee soorten Waimanu laten een overgang tussen pinguïns en buitengroep zien, ondanks de negatieve afstandscorrelaties van Wainamu soorten met de levende pinguïns. De levende en de fossiele pinguïns zouden een b-groep ten opzichte van de buitengroep vormen als als Waimanu dat niet verhinderde. Er is duidelijk evolutie binnen de pinguïns. Zoals Wood (2017) opmerkt: "The sphenisciform cluster is highly diffuse and forms a crude biological trajectory (Wood and Cavanaugh 2003) with Paleocene and Eocene forms on one end and a tight cluster of extant sphenisciforms on the other." Wood (2017) concludeert dat de pinguïns een duidelijke familie zijn; zoals altijd al bekend was. Wood (2017) is niet bereid tot de conclusie te komen dat Wainamu overgangsvormen tussen de buitengroep en de pinguins zijn. Wood (2005) vergelijkt ook de zwanen (Cygnini ) en de ganzen (Anserini), groepen binnen de familie Eenden (blz. 59). De buitengroep is een diverse set overige eenden. De zwanen en de ganzen laten een ideaal b-groep patroon zien: ze zijn duidelijk b-groepen ten opzichte van elkaar. De zwanen en de buitengroep vormen ook b-groepen ten opzichte van elkaar. De ganzen en de butiengroep vormen c- groepen. Wood (2005) verwerpt deze resultaten omdat de familie Anatidae als klassiek voorbeeld van een b-groep bekend staat. Wood (2005) zegt: "no reliable baraminic conclusions can be drawn from this dataset", ondanks het ideale patroon. Als er hier geen conclusie over b-groepen getrokken kan worden, waar dan wel? Ook bij de familie egels (blz. 30) is er een b-groep patroon tussen onderfamilies. Hier concludeert Wood dat een onderfamilie een b-groep is. De conclusie van Wood is dus verschillend bij zelfde patronen. Wood (2005) geeft ook een BDIST analyse van de familie katten, met twee soorten als buitengroep: de mangoeste Galicia elegans en de gevlekte hyena Crocuta crocuta. De 'grote katten' (leeuw, tijger, panter, jaguar, sneeuwluipaard, nevelpanter) vertonen negatieve correlaties met de geslachten Felis en Lynx, en geen correlatie met de overige 'kleine katten'. De buitengroep komt niet te voorschijn als een aparte groep. De buitengroep heeft geen enkele negatieve correlatie, maar positieve correlaties zowel met de 'grote katten' als met de 'kleine katten' (blz. 18). Wood (2005) zegt dat er geen reden is de katten als b-groep te verwerpen. De Katten zijn natuurlijk een duidelijke familie. Grappig is de opduikende negatieve correlatie tussen Felis en de 'grote katten'. Een interpretatie als voortschrijdende evolutie binnen de katten is daar mogelijk. De civetkatten (blz. 22) geven één cluster van de familie Viverridae met de families Nandiniidae, Prionodontidae en Eupleridae. Die buitengroepfamilies hebben één soort, de pardelroller, tweesoorten, de linsangs, en de Madagascar roofdieren hebben hier ook twee soorten in de datafile. Alleen de hyena s en de katten geven negatieve correlaties, de overige zes roofdieren laten geen correlatie zien. Hier zien we dat beesten met omstreeks dezelfde ecologie in één cluster komen. Wood geeft het grote cluster als b-groep. De b-groep analyse levert niets nieuws voor de biologie op in het boek van Wood. Er zijn wel de nodige tegenstrijdigheden en haperingen in de methode te zien. 17

18 Discussie De b-groep methode zoals in het programma BDIST geïmplementeerd is niet erg inzichtelijk omdat het gaat over correlaties van twee taxa over hun verschillen met zichzelf en andere taxa. De enige heldere voorspelling is dat een homogeen sterk gespecialiseerd taxon gemakkelijker als b-groep te voorschijn komt dan een taxon van generalisten, maar dat hangt van de vergelijkingsgroep af. De methode heeft veel zwakke punten. Een kleine buitengroep wordt niet herkend als buitengroep. Niet nauw verwante beesten met zelfde levenswijze komen gemakkelijk in eenzelfde cluster, zie de behandeling van de civetkatten bij Wood. Levende pinguïns tegen hun naaste allemaal vliegende verwanten (op grond van DNA) in het boek van Wood geeft een mooie scheiding, en een fossiele overgangsgroep; pinguïns versus hun ecologische noordpool tegenhangers de alken is niet gedaan. Hiërarchische indeling komt moeizaam tevoorschijn hiërarchische indeling blijkt wel bij herhaling van BDIST toepassing, maar is niet in de BDIST-plots weer te geven. Overgangssoorten zijn te vinden, zie de pinguïns en de hondvormigen, maar het vraagt wel wat zoeken. Over het geheel genomen is er veel ruis te zien. Dat er een hiërarchische indeling van de levende wezens bestaat is bekend, en dus zullen er met elke methode wel groepen teruggevonden worden. Het is moeilijk katten of pinguïns niet als groep uit een methode met clustering te krijgen. De BDIST methode geeft niets biologisch nieuws, laat veel niet zien, en is niet efficiënt in gebruik van de gegevens. De bedoeling van de methode is om b-groepen als afgescheiden groepen in de biologie te herkennen of te specificeren. Daarbij is de veronderstelling dat baramin te voorschijn komen als b-groep. Ik ben er niet ver genoeg ingedoken om te zien of er ook argumentaten bestaan dat een baramin een b- groep moet zijn: waarom mag een 'baramin' geen c-groep zijn, of niet te herkennen mogen zijn? Dat er baramin bestaan is een buitenwetenschappelijke overtuiging. Een methode die b-groepen zoekt kan die overtuiging niet bevestigen of ontkennen. Literatuur Baron M.G., Barrett P.M A dinosaur missing-link? Chilesaurus and the early evolution of ornithischian dinosaurs. Biol. Lett. 13: Ksepka, D.T., R.E. Fordyce, T. Ando, and C.M. Jones New fossil penguins (Aves: Sphenisciformes) from the Oligocene of New Zealand reveal the skeletal plan of stem penguins. Journal of Vertebrate Paleontology 32: Robinson, D.A. and D.P. Cavanaugh A quantitative approach to baraminology with examples from the primates. CRSQ 34: Wesley Hunt G.D. & J.J. Flynn (2005) Phylogeny of the carnivora: Basal relationships among the carnivoramorphans, and assessment of the position of miacoidea relative to carnivora, Journal of Systematic Palaeontology, 3:1, Wood, T.C Animal and Plant Baramins. Wood, T.C The current status of baraminology. CRSQ Vol 43 No 3 pp December

19 Wood, T.C Visualizing baraminic distances using classical multidimensional scaling. Origins (GRI) 57:9-29. Wood, T.C BDISTMDS software, v Center for Origins Research, Bryan College. Distributed by the author. Wood, T.C Baraminological Analysis of Sphenisciformes Supports their Holobaraminic Status and Reveals a Biological Trajectory. CBS Annual Conference Abstracts 2017 https://fossilpenguins.wordpress.com/2010/01/30/waimanu-the-first-penguin/ 19

Hoofdstuk 13: Sorteren & Filteren* 2010

Hoofdstuk 13: Sorteren & Filteren* 2010 Hoofdstuk 13: Sorteren & Filteren* 2010 13.0 Inleiding Spreadsheets bieden meer grip op gegevens. De twee beste manieren om meer grip te krijgen, is door de gegevens te sorteren of door bepaalde waarden

Nadere informatie

Basistechnieken Microsoft Excel in 15 minuten

Basistechnieken Microsoft Excel in 15 minuten Basistechnieken Microsoft Excel in 15 minuten Microsoft Excel is een rekenprogramma. Je kan het echter ook heel goed gebruiken voor het maken van overzichten, grafieken, planningen, lijsten en scenario's.

Nadere informatie

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS Gezondheidsgedrag als compensatie voor de schadelijke gevolgen van roken COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS Health behaviour as compensation for the harmful effects of smoking

Nadere informatie

Principe Maken van een Monte Carlo data-set populatie-parameters en standaarddeviaties standaarddeviatie van de bepaling statistische verdeling

Principe Maken van een Monte Carlo data-set populatie-parameters en standaarddeviaties standaarddeviatie van de bepaling statistische verdeling Monte Carlo simulatie In MW\Pharm versie 3.30 is een Monte Carlo simulatie-module toegevoegd. Met behulp van deze Monte Carlo procedure kan onder meer de betrouwbaarheid van de berekeningen van KinPop

Nadere informatie

Werkblad Cabri Jr. Constructie van bijzondere vierhoeken

Werkblad Cabri Jr. Constructie van bijzondere vierhoeken Werkblad Cabri Jr. Constructie van bijzondere vierhoeken Doel Het construeren van bijzondere vierhoeken: parallellogram, ruit, vierkant. Constructies 1. Parallellogram (eerste constructie) We herhalen

Nadere informatie

Veel onderzoek kan gedaan worden door dingen direct te observeren in de natuur, of te bestuderen in het laboratorium. Sommige biologische processen

Veel onderzoek kan gedaan worden door dingen direct te observeren in de natuur, of te bestuderen in het laboratorium. Sommige biologische processen Samenvatting SAMENVATTING Veel onderzoek kan gedaan worden door dingen direct te observeren in de natuur, of te bestuderen in het laboratorium. Sommige biologische processen zijn echter extreem langzaam,

Nadere informatie

Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind.

Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind. Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind. Bullying among Students with Autism Spectrum Disorders in Secondary

Nadere informatie

Ledenlijsten + etiketten maken

Ledenlijsten + etiketten maken Ledenlijsten + etiketten maken Eerst wordt uitgelegd hoe je een ledenlijst (van alle clubleden of leden per lesjaar) kan opvragen en bewerken en nadien hoe je met deze lijst etiketten kan maken. De ledenlijst

Nadere informatie

De correlatie kan opgevraagd worden via Analyze Correlate Bivariate en vervolgens maken we een keuze voor de variabelen. Dit levert als output op:

De correlatie kan opgevraagd worden via Analyze Correlate Bivariate en vervolgens maken we een keuze voor de variabelen. Dit levert als output op: Opdrachten en vragen hoofdstuk X 1. Voer de gegevens van figuur 9.1 en 9.2 in SPSS en controleer de correlaties zoals die aangegeven werden. Maak tevens een scatterplot. Tabel 9.1. Lineaire transformatie

Nadere informatie

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur M. Zander MSc. Eerste begeleider: Tweede begeleider: dr. W. Waterink drs. J. Eshuis Oktober 2014 Faculteit Psychologie en Onderwijswetenschappen

Nadere informatie

Rekentijger - Groep 6 Tips bij werkboekje A

Rekentijger - Groep 6 Tips bij werkboekje A Rekentijger - Groep 6 Tips bij werkboekje A Puzzelvierkanten Werkblad 1 Vierkant linksboven Zoek eerst uit hoeveel één hartje waard is. Daarna kun je ook berekenen hoeveel een rondje waard is. Vierkant

Nadere informatie

LESPAKKET ORDENING EN EVOLUTIE

LESPAKKET ORDENING EN EVOLUTIE LESPAKKET ORDENING HAVO / VWO EN EVOLUTIE Naam Docent Klas LEKKER BEESTEN TUSSEN DE DIEREN Dierenrijk is onderdeel van WELKOM IN DIERENRIJK KENMERKEN Om ervoor te zorgen dat je een leuke en leerzame excursie

Nadere informatie

tekentaken [ TO ] technisch tekenen [ A ] BA VA RZA graa klas 1

tekentaken [ TO ] technisch tekenen [ A ] BA VA RZA graa klas 1 tekentaken [ TO ] technisch tekenen [ A ] BA VA RZA graa klas 1 Waaraan moet een technische tekening voldoen? Ontwerpers werken hun ideeën eerst uit in de vorm van schetsen. Schetsen is snel tekenen uit

Nadere informatie

Statistiek met Excel. Schoolexamen en Uitbreidingsopdrachten. Dit materiaal is gemaakt binnen de Leergang Wiskunde schooljaar 2013/14

Statistiek met Excel. Schoolexamen en Uitbreidingsopdrachten. Dit materiaal is gemaakt binnen de Leergang Wiskunde schooljaar 2013/14 Statistiek met Excel Schoolexamen en Uitbreidingsopdrachten 2 Inhoudsopgave Achtergrondinformatie... 4 Schoolexamen Wiskunde VWO: Statistiek met grote datasets... 5 Uibreidingsopdrachten vwo 5... 6 Schoolexamen

Nadere informatie

Wiskunnend Wiske. 5. Goochelende getallen. Wat ik ga studeren? Wiskunde natuurlijk!

Wiskunnend Wiske. 5. Goochelende getallen. Wat ik ga studeren? Wiskunde natuurlijk! Wat ik ga studeren? Wiskunde natuurlijk! Wiskunnend Wiske 5. Goochelende getallen c 2010, Standaard Uitgeverij, Antwerpen, België voor alle afbeeldingen van groot Wiske Opdracht 5 Vele goochelaars gebruiken

Nadere informatie

De Effectiviteit van een Mindfulness-gebaseerde Lichaamsscan: een. Vergelijking met Rusten in Liggende Positie

De Effectiviteit van een Mindfulness-gebaseerde Lichaamsscan: een. Vergelijking met Rusten in Liggende Positie De Effectiviteit van een Mindfulness-gebaseerde Lichaamsscan: een Vergelijking met Rusten in Liggende Positie The Effectiveness of a Mindfulness-based Body Scan: a Comparison with Quiet Rest in the Supine

Nadere informatie

Classification - Prediction

Classification - Prediction Classification - Prediction Tot hiertoe: vooral classification Naive Bayes k-nearest Neighbours... Op basis van predictor variabelen X 1, X 2,..., X p klasse Y (= discreet) proberen te bepalen. Training

Nadere informatie

Sekseverschillen in Huilfrequentie en Psychosociale Problemen. bij Schoolgaande Kinderen van 6 tot 10 jaar

Sekseverschillen in Huilfrequentie en Psychosociale Problemen. bij Schoolgaande Kinderen van 6 tot 10 jaar Sekseverschillen in Huilfrequentie en Psychosociale Problemen bij Schoolgaande Kinderen van 6 tot 10 jaar Gender Differences in Crying Frequency and Psychosocial Problems in Schoolgoing Children aged 6

Nadere informatie

Relatie tussen Persoonlijkheid, Opleidingsniveau, Leeftijd, Geslacht en Korte- en Lange- Termijn Seksuele Strategieën

Relatie tussen Persoonlijkheid, Opleidingsniveau, Leeftijd, Geslacht en Korte- en Lange- Termijn Seksuele Strategieën Relatie tussen Persoonlijkheid, Opleidingsniveau, Leeftijd, Geslacht en Korte- en Lange- Termijn Seksuele Strategieën The Relation between Personality, Education, Age, Sex and Short- and Long- Term Sexual

Nadere informatie

Validatie van de Depressie lijst (DL) en de Geriatric Depression Scale (GDS-30) bij Verpleeghuisbewoners

Validatie van de Depressie lijst (DL) en de Geriatric Depression Scale (GDS-30) bij Verpleeghuisbewoners Validatie van de Depressie lijst (DL) en de Geriatric Depression Scale (GDS-30) bij Verpleeghuisbewoners van Somatische en Psychogeriatrische Afdelingen Validation of the Depression List (DL) and the Geriatric

Nadere informatie

LinkedIn Profiles and personality

LinkedIn Profiles and personality LinkedInprofielen en Persoonlijkheid LinkedIn Profiles and personality Lonneke Akkerman Open Universiteit Naam student: Lonneke Akkerman Studentnummer: 850455126 Cursusnaam en code: S57337 Empirisch afstudeeronderzoek:

Nadere informatie

Verschil in Perceptie over Opvoeding tussen Ouders en Adolescenten en Alcoholgebruik van Adolescenten

Verschil in Perceptie over Opvoeding tussen Ouders en Adolescenten en Alcoholgebruik van Adolescenten Verschil in Perceptie over Opvoeding tussen Ouders en Adolescenten en Alcoholgebruik van Adolescenten Difference in Perception about Parenting between Parents and Adolescents and Alcohol Use of Adolescents

Nadere informatie

LESPAKKET ORDENING EN EVOLUTIE

LESPAKKET ORDENING EN EVOLUTIE LESPAKKET ORDENING VMBO EN EVOLUTIE Naam Docent Klas LEKKER BEESTEN TUSSEN DE DIEREN Dierenrijk is onderdeel van WELKOM IN DIERENRIJK KENMERKEN Om ervoor te zorgen dat je een leuke en leerzame excursie

Nadere informatie

Emotioneel Belastend Werk, Vitaliteit en de Mogelijkheid tot Leren: The Manager as a Resource.

Emotioneel Belastend Werk, Vitaliteit en de Mogelijkheid tot Leren: The Manager as a Resource. Open Universiteit Klinische psychologie Masterthesis Emotioneel Belastend Werk, Vitaliteit en de Mogelijkheid tot Leren: De Leidinggevende als hulpbron. Emotional Job Demands, Vitality and Opportunities

Nadere informatie

Het executief en het sociaal cognitief functioneren bij licht verstandelijk. gehandicapte jeugdigen. Samenhang met emotionele- en gedragsproblemen

Het executief en het sociaal cognitief functioneren bij licht verstandelijk. gehandicapte jeugdigen. Samenhang met emotionele- en gedragsproblemen Het executief en het sociaal cognitief functioneren bij licht verstandelijk gehandicapte jeugdigen. Samenhang met emotionele- en gedragsproblemen Executive and social cognitive functioning of mentally

Nadere informatie

1 Binaire plaatjes en Japanse puzzels

1 Binaire plaatjes en Japanse puzzels Samenvatting Deze samenvatting is voor iedereen die graag wil weten waar mijn proefschrift over gaat, maar de wiskundige notatie in de andere hoofdstukken wat te veel van het goede vindt. Ga er even voor

Nadere informatie

Wat zijn de verschillen tussen SPSS 9 en SPSS 10?

Wat zijn de verschillen tussen SPSS 9 en SPSS 10? Wat zijn de verschillen tussen SPSS 9 en SPSS 10? 1.1 De data-editor / het definiëren van variabelen 1.2 Het openen van bestanden 1.3 Output lezen 1.4 Mogelijke problemen 1.1.1 De data-editor Het grootste

Nadere informatie

De Relatie tussen Angst en Psychologische Inflexibiliteit. The Relationship between Anxiety and Psychological Inflexibility.

De Relatie tussen Angst en Psychologische Inflexibiliteit. The Relationship between Anxiety and Psychological Inflexibility. RELATIE ANGST EN PSYCHOLOGISCHE INFLEXIBILITEIT 1 De Relatie tussen Angst en Psychologische Inflexibiliteit The Relationship between Anxiety and Psychological Inflexibility Jos Kooy Eerste begeleider Tweede

Nadere informatie

The relationship between social support and loneliness and depressive symptoms in Turkish elderly: the mediating role of the ability to cope

The relationship between social support and loneliness and depressive symptoms in Turkish elderly: the mediating role of the ability to cope The relationship between social support and loneliness and depressive symptoms in Turkish elderly: the mediating role of the ability to cope Een onderzoek naar de relatie tussen sociale steun en depressieve-

Nadere informatie

Inhoudsopgave Samenvatting Summary Inleiding Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

Inhoudsopgave Samenvatting Summary Inleiding Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Evaluatieonderzoek naar de Effectiviteit van de Zomercursus Plezier op School bij Kinderen met Verschillende Mate van Angstig en Stemmingsverstoord Gedrag en/of Autistische Gedragskenmerken Effect Evaluation

Nadere informatie

Invloed van Mindfulness Training op Ouderlijke Stress, Emotionele Self-Efficacy. Beliefs, Aandacht en Bewustzijn bij Moeders

Invloed van Mindfulness Training op Ouderlijke Stress, Emotionele Self-Efficacy. Beliefs, Aandacht en Bewustzijn bij Moeders Invloed van Mindfulness Training op Ouderlijke Stress, Emotionele Self-Efficacy Beliefs, Aandacht en Bewustzijn bij Moeders Influence of Mindfulness Training on Parental Stress, Emotional Self-Efficacy

Nadere informatie

de Rol van Persoonlijkheid Eating: the Role of Personality

de Rol van Persoonlijkheid Eating: the Role of Personality De Relatie tussen Dagelijkse Stress en Emotioneel Eten: de Rol van Persoonlijkheid The Relationship between Daily Stress and Emotional Eating: the Role of Personality Arlette Nierich Open Universiteit

Nadere informatie

Running Head: INVLOED VAN ASE-DETERMINANTEN OP INTENTIE CONTACT 1

Running Head: INVLOED VAN ASE-DETERMINANTEN OP INTENTIE CONTACT 1 Running Head: INVLOED VAN ASE-DETERMINANTEN OP INTENTIE CONTACT 1 Relatie tussen Attitude, Sociale Invloed en Self-efficacy en Intentie tot Contact tussen Ouders en Leerkrachten bij Signalen van Pesten

Nadere informatie

Interactive Grammar leert de belangrijkste regels van de Engelste spelling en grammatica aan.

Interactive Grammar leert de belangrijkste regels van de Engelste spelling en grammatica aan. Interactive Grammar Interactive Grammar leert de belangrijkste regels van de Engelste spelling en grammatica aan. Doelgroep Interactive Grammar Het programma is bedoeld voor leerlingen in de brugklas van

Nadere informatie

De Invloed van Kenmerken van ADHD op de Theory of Mind: een Onderzoek bij Kinderen uit de Algemene Bevolking

De Invloed van Kenmerken van ADHD op de Theory of Mind: een Onderzoek bij Kinderen uit de Algemene Bevolking Kenmerken van ADHD en de Theory of Mind 1 De Invloed van Kenmerken van ADHD op de Theory of Mind: een Onderzoek bij Kinderen uit de Algemene Bevolking The Influence of Characteristics of ADHD on Theory

Nadere informatie

5. Discussie. 5.1 Informatieve waarde van de basisgegevens

5. Discussie. 5.1 Informatieve waarde van de basisgegevens 5. 5.1 Informatieve waarde van de basisgegevens Relevante conclusies voor het beleid zijn pas mogelijk als de basisgegevens waaruit de samengestelde indicator berekend werd voldoende recent zijn. In deze

Nadere informatie

Rapportgegevens Nederlandse persoonlijkheidstest

Rapportgegevens Nederlandse persoonlijkheidstest Rapportgegevens Nederlandse persoonlijkheidstest Respondent: Johan den Doppelaar Email: info@123test.nl Geslacht: man Leeftijd: 37 Opleidingsniveau: hbo Vergelijkingsgroep: Nederlandse beroepsbevolking

Nadere informatie

2. We nu nog levende katachtige is volgens deze stamboom het meest verwant aan de Poema? A de Cheeta B de Europese lynx C de Huiskat D de Jaguar

2. We nu nog levende katachtige is volgens deze stamboom het meest verwant aan de Poema? A de Cheeta B de Europese lynx C de Huiskat D de Jaguar 14 C datering De techniek van werken met het verval van 14 C is afkomstig uit onderzoek naar de ouderdom van bepaalde fossielen. De halfwaardetijd van 14 C is 5730 jaar. Over dit onderzoek worden twee

Nadere informatie

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim The Relationship between Work Pressure, Mobbing at Work, Health Complaints and Absenteeism Agnes van der Schuur Eerste begeleider:

Nadere informatie

Hoofdstuk 10: Groeperen* 2010

Hoofdstuk 10: Groeperen* 2010 Hoofdstuk 10: Groeperen* 2010 10.0 Inleiding Soms is het handig om het aantal rijen en kolommen op het scherm te verminderen. Het wordt aangeraden om dit te doen door rijen en kolommen te groeperen. Een

Nadere informatie

Positieve, Negatieve en Depressieve Subklinische Psychotische Symptomen en het Effect van Stress en Sekse op deze Subklinische Psychotische Symptomen

Positieve, Negatieve en Depressieve Subklinische Psychotische Symptomen en het Effect van Stress en Sekse op deze Subklinische Psychotische Symptomen Positieve, Negatieve en Depressieve Subklinische Psychotische Symptomen en het Effect van Stress en Sekse op deze Subklinische Psychotische Symptomen Positive, Negative and Depressive Subclinical Psychotic

Nadere informatie

Figuur 1: Voorbeelden van 95%-betrouwbaarheidsmarges van gemeten percentages.

Figuur 1: Voorbeelden van 95%-betrouwbaarheidsmarges van gemeten percentages. MARGES EN SIGNIFICANTIE BIJ STEEKPROEFRESULTATEN. De marges van percentages Metingen via een steekproef leveren een schatting van de werkelijkheid. Het toevalskarakter van de steekproef heeft als consequentie,

Nadere informatie

Correcties en verbeteringen Wiskunde voor het Hoger Onderwijs, deel A.

Correcties en verbeteringen Wiskunde voor het Hoger Onderwijs, deel A. Wiskunde voor het hoger onderwijs deel A Errata 00 Noordhoff Uitgevers Correcties en verbeteringen Wiskunde voor het Hoger Onderwijs, deel A. Hoofdstuk. 4 Op blz. in het Theorieboek staat halverwege de

Nadere informatie

SLACHTOFFER CYBERPESTEN, COPING, GEZONDHEIDSKLACHTEN, DEPRESSIE. Cyberpesten: de implicaties voor gezondheid en welbevinden van slachtoffers en het

SLACHTOFFER CYBERPESTEN, COPING, GEZONDHEIDSKLACHTEN, DEPRESSIE. Cyberpesten: de implicaties voor gezondheid en welbevinden van slachtoffers en het SLACHTOFFER CYBERPESTEN, COPING, GEZONDHEIDSKLACHTEN, DEPRESSIE Cyberpesten: de implicaties voor gezondheid en welbevinden van slachtoffers en het modererend effect van coping Cyberbullying: the implications

Nadere informatie

Cursus Powerpoint 2003

Cursus Powerpoint 2003 1a. Een presentatie opzetten Cursus Powerpoint 2003 Open Powerpoint en klik linksboven op Bestand en vervolgens op Nieuw. Rechts opent zich het menuscherm Nieuwe presentatie met daarin diverse opties om

Nadere informatie

Type Dementie als Oorzaak van Seksueel Ontremd Gedrag. Aanwezigheid van het Gedrag bij Type Alzheimer?

Type Dementie als Oorzaak van Seksueel Ontremd Gedrag. Aanwezigheid van het Gedrag bij Type Alzheimer? Type Dementie als Oorzaak van Seksueel Ontremd Gedrag Aanwezigheid van het Gedrag bij Type Alzheimer? Type of Dementia as Cause of Sexual Disinhibition Presence of the Behavior in Alzheimer s Type? Carla

Nadere informatie

Faculteit Bètawetenschappen Departement Biologie. Oefententamen deel 1: EVOLUTIE & BIODIVERSITEIT

Faculteit Bètawetenschappen Departement Biologie. Oefententamen deel 1: EVOLUTIE & BIODIVERSITEIT Tafelnr. Faculteit Bètawetenschappen Departement Biologie Oefententamen deel 1: EVOLUTIE & BIODIVERSITEIT Onderstaande toelichting vindt je bij het echte tentamen: Ga zitten aan de tafel die het nummer

Nadere informatie

Handleiding interactieve website 1. G3nt 1n cijfer5

Handleiding interactieve website 1. G3nt 1n cijfer5 Handleiding interactieve website 1 G3nt 1n cijfer5 1. Inleiding De Stad Gent verspreidt cijfers en indicatoren via een interactieve website: Gent in cijfers (http://www.gent.be/gentincijfers). Deze handleiding

Nadere informatie

Verschillen in het Gebruik van Geheugenstrategieën en Leerstijlen. Differences in the Use of Memory Strategies and Learning Styles

Verschillen in het Gebruik van Geheugenstrategieën en Leerstijlen. Differences in the Use of Memory Strategies and Learning Styles Verschillen in het Gebruik van Geheugenstrategieën en Leerstijlen tussen Leeftijdsgroepen Differences in the Use of Memory Strategies and Learning Styles between Age Groups Rik Hazeu Eerste begeleider:

Nadere informatie

Je kunt de getalnotatie wijzigen via Start > Getal > Getalnotatie en om vervolgens te kiezen uit de vervolgkeuzelijst bijvoorbeeld:

Je kunt de getalnotatie wijzigen via Start > Getal > Getalnotatie en om vervolgens te kiezen uit de vervolgkeuzelijst bijvoorbeeld: Hoofdstuk 28: Getalopmaak 28.0 Inleiding Excel is een programma bedoeld om getallen te bewerken. Dus het is belangrijk om getallen weer te kunnen geven zoals jij dat wilt. Hoe een getal in Excel er uitziet,

Nadere informatie

Excellerend Kwartaaltip 2015-3

Excellerend Kwartaaltip 2015-3 Draaitabellen III Draaitabel over meerdere tabbladen In de voorgaande twee kwartaaltips heb ik wat mogelijkheden laten zien van een draaitabel die gegevens samenvat vanuit één tabel. Maar wat moet je nu

Nadere informatie

Swing Quickstep - Help

Swing Quickstep - Help Swing Quickstep - Help Algemeen Wat is Swing Quickstep? Onderwerpen en thema's Wat zijn onderwerpen? Wat zijn pre-selecties? Wat zijn thema's? Hoe kan ik een onderwerp (de)selecteren? Hoe kan ik een bepaald

Nadere informatie

Master Thesis. Early Career Burnout Among Dutch Nurses: Comparing Theoretical Models. Using an Item Response Approach.

Master Thesis. Early Career Burnout Among Dutch Nurses: Comparing Theoretical Models. Using an Item Response Approach. 1 Master Thesis Early Career Burnout Among Dutch Nurses: Comparing Theoretical Models Using an Item Response Approach. Burnout onder Beginnende Nederlandse Verpleegkundigen: een Vergelijking van Theoretische

Nadere informatie

P2 Exponentiële groei

P2 Exponentiële groei P2 Exponentiële groei Opgave 1 a. Zet in Excel in A1: Aantal jaar en in B1: Spaarbedrag. b. Zet in A2-A11 de getallen 1 t/m 10. Handig doen. Zie hulp bij Excel blad 6. c. Zorg met een formule dat er in

Nadere informatie

wiskunde C pilot vwo 2016-I

wiskunde C pilot vwo 2016-I De visstand in het IJsselmeer Om te onderzoeken hoeveel vis er in het IJsselmeer aanwezig is, wordt op verschillende tijden en plaatsen met een sleepnet gevist dat tussen twee boten is bevestigd. Doordat

Nadere informatie

klas 3 beeldende vormgeving buitentekenen

klas 3 beeldende vormgeving buitentekenen ZOEKEN Weet jij wat een zoeker is? Hierboven is er een getekend. Hij wordt gebruikt bij het zoeken naar een geschikt gedeelte om te tekenen. Zo n zoeker heeft brede randen en geeft je als het ware een

Nadere informatie

4. Resultaten. 4.1 Levensverwachting naar geslacht en opleidingsniveau

4. Resultaten. 4.1 Levensverwachting naar geslacht en opleidingsniveau 4. Het doel van deze studie is de verschillen in gezondheidsverwachting naar een socio-economisch gradiënt, met name naar het hoogst bereikte diploma, te beschrijven. Specifieke gegevens in enkel mortaliteit

Nadere informatie

De tekst staat nu aan de linkerkant. De tekst staat nu aan de rechterkant. De tekst staat nu in het midden.

De tekst staat nu aan de linkerkant. De tekst staat nu aan de rechterkant. De tekst staat nu in het midden. 1. Uitlijnen Uitlijnen: De manier waarop een regel wordt getoond. Dit kan op vier verschillende manieren. We geven hieronder vier voorbeelden. A. Links uitlijnen De tekst staat nu aan de linkerkant. B.

Nadere informatie

We gaan binnenkort starten met blok 2 van taal, spelling en begrijpend lezen. Hieronder een overzicht van wat uw kind gaat leren.

We gaan binnenkort starten met blok 2 van taal, spelling en begrijpend lezen. Hieronder een overzicht van wat uw kind gaat leren. Beste ouder(s), verzorger(s), We gaan binnenkort starten met blok 2 van taal, spelling en begrijpend lezen. Hieronder een overzicht van wat uw kind gaat leren. Het thema van dit blok is: natuur taal Bij

Nadere informatie

Ontpopping. ORGACOM Thuis in het Museum

Ontpopping. ORGACOM Thuis in het Museum Ontpopping Veel deelnemende bezoekers zijn dit jaar nog maar één keer in het Van Abbemuseum geweest. De vragenlijst van deze mensen hangt Orgacom in een honingraatpatroon. Bezoekers die vaker komen worden

Nadere informatie

Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten?

Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten? De Modererende rol van Persoonlijkheid op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten 1 Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve

Nadere informatie

Uitleg: In de bovenstaande oefening zie je in het eerste blokje een LEES en een SCHRIJF opdracht. Dit is nog lesstof uit het tweede trimester.

Uitleg: In de bovenstaande oefening zie je in het eerste blokje een LEES en een SCHRIJF opdracht. Dit is nog lesstof uit het tweede trimester. In onderstaande oefeningen zijn kleuren gebruikt. Deze dienen aleen om de structuren makkelijker terug te kunnen herkennen. Ze worden niet standaard zo gebruikt. De dunne rood/roze balken zijn ook geen

Nadere informatie

Tools voor itemanalyse

Tools voor itemanalyse Tools voor itemanalyse Wido La Heij Cognitieve Psychologie laheij@fsw.leidenuniv.nl Klazine Verdonschot ICT en Onderwijscoach kverdonschot@fsw.leidenuniv.nl De weg naar het Grade Center Menu van de toetskolom

Nadere informatie

Inzet van social media in productontwikkeling: Meer en beter gebruik door een systematische aanpak

Inzet van social media in productontwikkeling: Meer en beter gebruik door een systematische aanpak Inzet van social media in productontwikkeling: Meer en beter gebruik door een systematische aanpak 1 Achtergrond van het onderzoek Bedrijven vertrouwen meer en meer op social media om klanten te betrekken

Nadere informatie

De Relatie tussen Existential Fulfilment, Emotionele Stabiliteit en Burnout. bij Medewerkers in het Hoger Beroepsonderwijs

De Relatie tussen Existential Fulfilment, Emotionele Stabiliteit en Burnout. bij Medewerkers in het Hoger Beroepsonderwijs De Relatie tussen Existential Fulfilment, Emotionele Stabiliteit en Burnout bij Medewerkers in het Hoger Beroepsonderwijs The Relationship between Existential Fulfilment, Emotional Stability and Burnout

Nadere informatie

Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch. en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa. Physical factors as predictors of psychological and

Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch. en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa. Physical factors as predictors of psychological and Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa Physical factors as predictors of psychological and physical recovery of anorexia nervosa Liesbeth Libbers

Nadere informatie

De Relatie tussen Betrokkenheid bij Pesten en Welbevinden en de Invloed van Sociale Steun en. Discrepantie

De Relatie tussen Betrokkenheid bij Pesten en Welbevinden en de Invloed van Sociale Steun en. Discrepantie De Relatie tussen Betrokkenheid bij Pesten en Welbevinden en de Invloed van Sociale Steun en Discrepantie The Relationship between Involvement in Bullying and Well-Being and the Influence of Social Support

Nadere informatie

Nabespreking Reflectieopdracht 1 Zoek de fout!

Nabespreking Reflectieopdracht 1 Zoek de fout! Nabespreking Reflectieopdracht 1 Zoek de fout! Leerlingen formuleren zelf (samen) de criteria voor een goede onderzoeksvraag en passen die toe op hun eigen onderzoeksvraag. Het is enerzijds wel de bedoeling

Nadere informatie

16.2 TREK AF VAN. Hoofdstuk 16 HAAKJES VWO. 8 a 16.0 INTRO. 1 b De uitkomsten zijn allemaal 3. c (n + 1)(n 1) (n + 2)(n 2) = 3

16.2 TREK AF VAN. Hoofdstuk 16 HAAKJES VWO. 8 a 16.0 INTRO. 1 b De uitkomsten zijn allemaal 3. c (n + 1)(n 1) (n + 2)(n 2) = 3 Hoofdstuk 6 HAAKJES VWO 6.0 INTRO 6. TREK AF VAN 8 a b De uitkomsten zijn allemaal. c (n + )(n ) (n + )(n ) = d - - = -0,75 -,75 = b De uitkomsten zijn allemaal. c n + (n + ) (n + ) = + 6 4 4 = 6 4 = d

Nadere informatie

Camouflage is handig in het dierenrijk. Veel prooidieren vallen door hun kleur niet

Camouflage is handig in het dierenrijk. Veel prooidieren vallen door hun kleur niet William van den Akker camouflage opvallend onopvallend Camouflage is handig in het dierenrijk. Veel prooidieren vallen door hun kleur niet op in hun omgeving en worden daarom minder snel gevangen door

Nadere informatie

Herhalingsclusters. Algemeen. Aanmaken Herhalingscluster

Herhalingsclusters. Algemeen. Aanmaken Herhalingscluster Herhalingsclusters Algemeen In Orthomatic en Elamatic was het tot voorheen niet mogelijk om een herhalingsschema voor meerdere samengestelde artikelen tegelijk te laten gelden. Dit is in software versie

Nadere informatie

Korte uitleg van twee veelvoorkomende statistische toetsen Veel wetenschappelijke hypothesen kunnen statistisch worden getoetst. Aan de hand van een

Korte uitleg van twee veelvoorkomende statistische toetsen Veel wetenschappelijke hypothesen kunnen statistisch worden getoetst. Aan de hand van een Korte uitleg van twee veelvoorkomende statistische toetsen Veel wetenschappelijke hypothesen kunnen statistisch worden getoetst. Aan de hand van een statistische toets beslis je of een hypothese waar is.

Nadere informatie

De Relatie Tussen Persoonskenmerken en Ervaren Lijden bij. Verslaafde Patiënten met PTSS

De Relatie Tussen Persoonskenmerken en Ervaren Lijden bij. Verslaafde Patiënten met PTSS Persoonskenmerken en ervaren lijden bij verslaving en PTSS 1 De Relatie Tussen Persoonskenmerken en Ervaren Lijden bij Verslaafde Patiënten met PTSS The Relationship between Personality Traits and Suffering

Nadere informatie

15 min. 1-4. NL Spelregels. 17998_ikleer_naar groep1_guide.indd 1 25-09-15 08:39

15 min. 1-4. NL Spelregels. 17998_ikleer_naar groep1_guide.indd 1 25-09-15 08:39 15 min. 1-4 NL Spelregels 17998_ikleer_naar groep1_guide.indd 1 25-09-15 08:39 Voor de ouders Ik leer Op weg naar groep 1 is een compleet spel met duidelijke doelen: 1 Kleuren en vormen leren 2 Letters

Nadere informatie

ICT en grote datasets havo wiskunde A en vwo wiskunde A/C

ICT en grote datasets havo wiskunde A en vwo wiskunde A/C ICT en grote datasets havo wiskunde A en vwo wiskunde A/C Workshop Noordhoff wiskundecongres 19 november 2015 Matthijs van Maarseveen, Stijn Voets en Mark Haneveld Opbouw workshop 1. Demonstratie Exceltabellen

Nadere informatie

Vragenlijsten kwaliteit van leven

Vragenlijsten kwaliteit van leven Click for the English version Vragenlijsten kwaliteit van leven TNO heeft een aantal vragenlijsten ontwikkeld om de gezondheidsrelateerde kwaliteit van leven te meten van kinderen, jongeren en jong-volwassenen.

Nadere informatie

Rekentijger - Groep 7 Tips bij werkboekje A

Rekentijger - Groep 7 Tips bij werkboekje A Rekentijger - Groep 7 Tips bij werkboekje A Omtrek en oppervlakte (1) Werkblad 1 Van een rechthoek die mooi in het rooster past zijn lengte en breedte hele getallen. Lengte en breedte zijn samen gelijk

Nadere informatie

Lief Dagboek, 11 augustus Harry kwam opeens opdagen en ik liet hem het eiland zien. Hij is zo lief en begripvol. Ik kon het niet helpen en

Lief Dagboek, 11 augustus Harry kwam opeens opdagen en ik liet hem het eiland zien. Hij is zo lief en begripvol. Ik kon het niet helpen en Wie van de drie? Introductie De twintigjarige Sophie weet niet wie haar vader is. Het enige dat ze over haar vader weet, is dat het een zomerliefde van haar moeder Donna was en dat hij weg was voordat

Nadere informatie

16.2 TREK AF VAN. Hoofdstuk 16 HAAKJES VWO. 8 a 16.0 INTRO. 1 b De uitkomsten zijn allemaal 3. c (n + 1)(n 1) (n + 2)(n 2) = 3

16.2 TREK AF VAN. Hoofdstuk 16 HAAKJES VWO. 8 a 16.0 INTRO. 1 b De uitkomsten zijn allemaal 3. c (n + 1)(n 1) (n + 2)(n 2) = 3 Hoofdstuk 16 HAAKJES VWO 16.0 INTRO 16.2 TREK AF VAN 8 a 1 b De uitkomsten zijn allemaal 3. c (n + 1)(n 1) (n + 2)(n 2) = 3 1111d 1 2-2 2-1 2= -0,75-3,75 = 3 2 b De uitkomsten zijn allemaal 2. c n 2 +

Nadere informatie

De Relatie Tussen de Gehanteerde Copingstijl en Pesten op het Werk. The Relation Between the Used Coping Style and Bullying at Work.

De Relatie Tussen de Gehanteerde Copingstijl en Pesten op het Werk. The Relation Between the Used Coping Style and Bullying at Work. De Relatie Tussen de Gehanteerde Copingstijl en Pesten op het Werk The Relation Between the Used Coping Style and Bullying at Work Merijn Daerden Studentnummer: 850225144 Werkstuk: Empirisch afstudeeronderzoek:

Nadere informatie

Correctievoorschrift VMBO-GL en TL 2006

Correctievoorschrift VMBO-GL en TL 2006 Correctievoorschrift VMBO-GL en TL 2006 tijdvak WISKUNDE CSE GL EN TL Het correctievoorschrift bestaat uit: Regels voor de beoordeling 2 Algemene regels 3 Vakspecifieke regels 4 Beoordelingsmodel REGELS

Nadere informatie

Meting stoppers-met-roken juni 2008

Meting stoppers-met-roken juni 2008 Grote Bickersstraat 74 1013 KS Amsterdam Postbus 247 1000 AE Amsterdam t 020 522 54 44 f 020 522 53 33 e info@tns-nipo.com www.tns-nipo.com Consumer & Media Rapport Meting stoppers-met-roken juni 2008

Nadere informatie

Peilingwijzer als centrale indicator van de electorale ontwikkelingen van Nederland?

Peilingwijzer als centrale indicator van de electorale ontwikkelingen van Nederland? Peilingwijzer als centrale indicator van de electorale ontwikkelingen van Nederland? Drs. Maurice de Hond (Peil.nl) Net zoals al lang in de VS wordt sinds 2010 in Nederland via geavanceerde berekeningen

Nadere informatie

Maximize Your Profit!

Maximize Your Profit! Maximize Your Profit! In 5 stappen naar winstgevender klantrelaties Deel 1: hoe klanten hun geld Een werkboek door Deel 1: hoe klanten hun geld bij je besteden Inhoudsopgave Inleiding. 3 Klantbestedingen.

Nadere informatie

De Effecten van Informeel Werkplekleren op Duurzame Inzetbaarheid in de Nederlandse. Maakindustrie

De Effecten van Informeel Werkplekleren op Duurzame Inzetbaarheid in de Nederlandse. Maakindustrie De Effecten van Informeel Werkplekleren op Duurzame Inzetbaarheid in de Nederlandse Maakindustrie The effects of Informal Workplace Learning on Employability in the Dutch manufacturing sector Jochem H.

Nadere informatie

Tips en Tricks basis. Microsoft CRM Revisie: versie 1.0

Tips en Tricks basis. Microsoft CRM Revisie: versie 1.0 Tips en Tricks basis Microsoft CRM 2016 Revisie: versie 1.0 Datum: 23/03/2016 Inhoud 1. Basisinstellingen... 3 1.1 INSTELLEN STARTPAGINA... 3 1.2 INSTELLEN AANTAL REGELS PER PAGINA... 3 2. Algemene bediening...

Nadere informatie

Krulgetallen en een heel langzaam stijgende rij. D. C. Gijswijt

Krulgetallen en een heel langzaam stijgende rij. D. C. Gijswijt krulgetal.tex 11 oktober 2015 ²J1 Krulgetallen en een heel langzaam stijgende rij. D. C. Gijswijt Krulgetallen Bekijk eens het volgende rijtje: 2, 1, 2, 3, 2, 3, 1, 2, 3, 2, 3, 1, 2, 3, 2, 3. Dit rijtje

Nadere informatie

Scherpte in de fotografie

Scherpte in de fotografie Scherpte in de fotografie Uitleg clubavond 6 September 2012 Herman Boom Waar gaat deze presentatie over? Wat is scherpte Wel Hoe mensen scherpte ervaren Wat beinvloedt scherpte - een beetje begrip Een

Nadere informatie

Relationele Databases 2002/2003

Relationele Databases 2002/2003 1 Relationele Databases 2002/2003 Hoorcollege 3 24 april 2003 Jaap Kamps & Maarten de Rijke April Juli 2003 Plan voor Vandaag Praktische dingen 2.1, 2.3, 2.6 (alleen voor 2.2 en 2.3), 2.9, 2.10, 2.11,

Nadere informatie

Dieren in de Winter. Inleiding: 2012 Minka Dumont www.lesmateriaalvoorhoogbegaafden.com. www.eduboek.nl. Vaardigheden: Onderzoeksvaardigheden.

Dieren in de Winter. Inleiding: 2012 Minka Dumont www.lesmateriaalvoorhoogbegaafden.com. www.eduboek.nl. Vaardigheden: Onderzoeksvaardigheden. 2012 Minka Dumont www.lesmateriaalvoorhoogbegaafden.com Dieren in de Winter www.eduboek.nl Vaardigheden: Benodigdheden: zie de Slotopdracht op blz 8 voor de benodigde ingrediënten Onderzoeksvaardigheden

Nadere informatie

A c. Dutch Summary 257

A c. Dutch Summary 257 Samenvatting 256 Samenvatting Dit proefschrift beschrijft de resultaten van twee longitudinale en een cross-sectioneel onderzoek. Het eerste longitudinale onderzoek betrof de ontwikkeling van probleemgedrag

Nadere informatie

Optische illusies : wat je ziet is niet altijd de werkelijkheid!

Optische illusies : wat je ziet is niet altijd de werkelijkheid! Optische illusies : wat je ziet is niet altijd de werkelijkheid! Deze tekst is aanvullende stof bij hoofdstuk 10. Sommige illusies zijn te verklaren aan de hand van de theorie met betrekking tot selectie,

Nadere informatie

Uw organisatiesysteem in MS Outlook 2010

Uw organisatiesysteem in MS Outlook 2010 Uw organisatiesysteem in MS Outlook 2010 Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 Inleiding... 3 E-mails beheren... 4 Eenmalige setup Tasks... 6 Eenmalige setup Calendar... 15 2 Inleiding U zoekt een systeem om

Nadere informatie

Examen VWO 2015. wiskunde C. tijdvak 2 woensdag 17 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen VWO 2015. wiskunde C. tijdvak 2 woensdag 17 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen VWO 2015 tijdvak 2 woensdag 17 juni 13.30-16.30 uur wiskunde C Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 22 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 79 punten te behalen. Voor

Nadere informatie

START WISKUNDE-ESTAFETTE RU 2007 Je hebt 60 minuten voor 20 opgaven. Het totaal aantal te behalen punten is 600.

START WISKUNDE-ESTAFETTE RU 2007 Je hebt 60 minuten voor 20 opgaven. Het totaal aantal te behalen punten is 600. START WISKUNDE-ESTAFETTE RU 2007 Je hebt 60 minuten voor 20 opgaven. Het totaal aantal te behalen punten is 600. Estafette-opgave 1 (20 punten, rest 580 punten) Vier bij vier. In een schema van vier maal

Nadere informatie

Werkblad Cabri Jr. Vermenigvuldigen van figuren

Werkblad Cabri Jr. Vermenigvuldigen van figuren Werkblad Cabri Jr. Vermenigvuldigen van figuren Doel Het onderzoeken van de vermenigvuldigingsafbeelding (homothetie) en het bekijken van de relaties tussen het origineel en het beeld van een meetkundige

Nadere informatie

Leest hij eerst de eerste kolom van boven naar beneden, dan de tweede enzovoorts, dan hoor je

Leest hij eerst de eerste kolom van boven naar beneden, dan de tweede enzovoorts, dan hoor je Estafette-opgave 1 (20 punten, rest 580 punten) Vier bij vier. In een schema van vier maal vier vierkantjes schrijft iemand letters. In iedere rij en in iedere kolom komt zo één A, één B en één C, zodat

Nadere informatie

Verwevenheid van Temperament en Hechtingsstijl: verbanden tussen de temperamentkenmerken negatief affect, extraversie/energie en

Verwevenheid van Temperament en Hechtingsstijl: verbanden tussen de temperamentkenmerken negatief affect, extraversie/energie en Verwevenheid van Temperament en Hechtingsstijl: verbanden tussen de temperamentkenmerken negatief affect, extraversie/energie en verbondenheid en de hechtingsstijl in een volwassenen populatie. Interrelationships

Nadere informatie

15 a De rechthoeken zijn 1 bij 6 lucifers, of 2 bij 5 lucifers, of 3 bij 4 lucifers. Zie figuur: Hoofdstuk 21 OPPERVLAKTE HAVO 21.

15 a De rechthoeken zijn 1 bij 6 lucifers, of 2 bij 5 lucifers, of 3 bij 4 lucifers. Zie figuur: Hoofdstuk 21 OPPERVLAKTE HAVO 21. Hoofdstuk 1 OPPERVLAKTE HAVO 1.1 INTRO 15 a De rechthoeken zijn 1 bij 6 lucifers, of bij 5 lucifers, of 3 bij 4 lucifers. Zie figuur: 1 Oppervlakte snelweg = 0 km 18 m = 0.000 m 18 m = 360.000 m. Zijde

Nadere informatie