thema schrift 2e editie Thema 4 Rampen en plagen ANTWOORDMODEL Mens en maatschappij leerjaar 1 / vmbo-kgt

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "thema schrift 2e editie Thema 4 Rampen en plagen ANTWOORDMODEL Mens en maatschappij leerjaar 1 / vmbo-kgt"

Transcriptie

1 2e editie Mens en maatschappij leerjaar / vmbo-kgt Thema 4 Rampen en plagen ANTWOORDMODEL thema schrift _Mundo_KGT_TS4_AWM_proef 2.indd :56

2 Inhoud Hoe werk je met Mundo? 4 Start 6 Blok Natuurrampen 8 Menukaart 6 A Pakistan 200 B Rampen deze week C Onderzoek een ramp Blok 2 Rampen in Afrika 20 Menukaart 2 28 A Ramp met de Titanic B Vluchtelingen C Conflicten in de wereld Blok 3 Rampen in de middeleeuwen 32 Menukaart 3 40 A Moord op Bonifatius B Kloosters C Ridders en kastelen Blok 4 Is een ramp te voorkomen? 44 Eindsprint 50 Begrippen 52 Illustratieverantwoording 54 ThiemeMeulenhoff ontwikkelt leermiddelen voor Primair Onderwijs, Voortgezet Onderwijs, Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie en Hoger Beroepsonderwijs Meer informatie over ThiemeMeulenhoff en een overzicht van onze leermiddelen: of via onze klantenservice (088) ISBN Tweede druk, eerste oplage ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 20 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 6 Auteurswet j het Besluit van 23 augustus 985, Stbl., dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 230 KB Hoofddorp ( Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 6 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www. auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. Mundo 2e editie is mede gebaseerd op Mundo e editie. Aan Mundo e editie werkten mee: Kirsten Bos, Liesbeth Coffeng, Jeanine Cronie, Mariska Jansen, Marieke Kleinhuis, Jeannette Kooistra, Juul Lelieveld, Brigitte van Meurs, Eva Noort, Marieke van Osch, Theo Peenstra, Paul Scholte, Ferry Siemensma, Floris Ternede, Barbara Visschedijk, Jaap-Hein Vruggink. Deze uitgave is voorzien van het FSC-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw voor het gebruikte papier op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden _Mundo_KGT_TS4_AWM_proef 2.indd :56

3 Mens en maatschappij 2 e editie Themaschrift 4 Rampen en plagen ANTWOORDMODEL leerjaar / vmbo-kgt Auteurs: Liesbeth Coffeng, Theo Peenstra Eindredactie: Liesbeth Coffeng & Theo Peenstra _Mundo_KGT_TS4_AWM_proef 2.indd :56

4 4 Hoe werk je met Mundo? Voor je ligt het themaschrift van Mundo. Je hebt dit themaschrift samen met het lesboek elke les nodig voor mens en maatschappij. Op deze pagina s zie je hoe je met het themaschrift gaat werken. Intro Hier lees je een korte beschrijving van waar dit blok over gaat. Het themaschrift is op een vaste manier opgebouwd: De Start: dit is de themaopening. Blokken met opdrachten. Na blok, 2 en 3 een menukaart met keuzeopdrachten. Eindsprint met afsluitende opdrachten. Begrippen: uitleg van de belangrijkste begrippen. opdracht De opdrachten die je gaat maken, kunnen door jou of je leraar of lerares worden aangekruist. In het themaschrift staan de opdrachten die je gaat maken. Je doet dat vaak met het lesboek. Bij de opdrachten heb je soms nog andere hulpmiddelen nodig. Dat wordt aangegeven met symbolen. Hieronder kun je lezen wat die betekenen: a b c d Bij deze opdracht heb je de atlas nodig. Bij deze opdracht heb je de computer nodig. Bij deze opdracht ga je samenwerken. Bij deze opdracht heb je extra spullen nodig, bijvoorbeeld een schaar of lijm. 8 Blok opdracht Landen rond de Middellandse Zee Lees de tekst hierboven en bekijk in het lesboek de titels, teksten en bronnen van blok. a Wat is de deelvraag van dit blok? b titel Elk jaar brengen veel Nederlanders hun vakantie door in een land aan de Middellandse Zee. In juli en augustus staan er heel lange files op de Franse snelwegen en daar komen veel Nederlandse gezinnen met hun caravan in terecht. Jongeren pakken massaal de bus of het vliegtuig naar de Spaanse stranden. Waarom is dit deel van Europa zo in trek bij vakantiegangers? DEELvraaG van DIt BLok: Hoe ziet het Middellandse Zeegebied eruit? Welk onderwerp hoort bij welk tekstblokje? Geef in figuur met pijlen aan wat bij elkaar hoort. Warm en zonnig Het land Druk en rustig Het Romeinse rijk Romaanse en andere talen Chinees op school Toerisme Afstand c Welke bron in dit blok spreekt jou het meeste aan? Leg uit waarom. Bron opdracht 2, want Lees op bladzijde 8 van het lesboek de tekst Warm en zonnig. a Gebruik de atlas. 2a Maak de tabel van figuur 2 af. Gebruik GB 77B (BB-) en 77C (BB 56B). 2b Zoek de temperatuur in Athene en Amsterdam in januari en juli op. Zet die in de tabel van figuur 3. Gebruik GB 94E2 en E3 (BB 4D). 2c De blauwe staafjes geven de hoeveelheid neerslag aan per maand. Schrijf in figuur 3 op in welke maand de meeste neerslag valt in Athene en in Amsterdam. 2d Welk klimaat hebben de twee steden? Amsterdam: Athene: 2e Het verschil in klimaat komt doordat Zuid- Europa dichter bij / verder van de Atlantische Oceaan ligt. In Zuid-Europa komt de wind in de zomer uit het westen / andere windrichtingen. Daardoor komen er in de zomer weinig / veel wolken van de Atlantische Oceaan naar Zuid- Europa. Verder ligt Zuid-Europa zuidelijker en daardoor staat de zon er in de zomer hoger / lager. Het is er dan warm en droog. Figuur onderwerp geschiedenis van het gebied talen die mensen spreken landschap wat een toerist nodig heeft in een gebied waar mensen wonen afstand in kilometers en tijd gerekend taalonderwijs in Nederland klimaat Deelvragen Ieder blok begint met een deelvraag. Aan het eind van het blok kun je die deelvraag beantwoorden. figuren Figuren zijn plaatjes en tabellen waarin jij iets moet doen: kleuren, tekenen of schrijven _Mundo_KGT_TS4_AWM_proef 2.indd :56

5 opdracht opdracht FiguuR Culturen Oude Grieken niet één groot rijk, maar verschillende... in Athene bijzondere manier van besturen:... landbouw moeilijk, oplossing: h... 2 k... Romeinen groot rijk: het... rijk Romeinse cultuur verspreidt zich in het hele rijk. Dat heet:... nieuw geloof in dit rijk:... taal:... Arabieren groot rijk: het... rijk geloof:... taal:... opdracht 2 Landschap vegetatie: planten die tegen w... en d... zomers kunnen, zoals... en : veel hoogteverschillen Turkije taal:... geloof:... klimaat kust: M... Zeeklimaat binnenland: - veel / weinig neerslag - koude / zachte winters Klimaat heet:... Zeeklimaat zomer: d... en w... winter: n... en z... in hogere gebieden is het k... en n... Waar de mensen wonen Verdeling van de mensen in het gebied =... Meeste mensen wonen: aan de kust / in het binnenland Redenen vroeger: l... 2 h... 3 v... nu: l... 2 t... 3 h... opdracht FiguuR FiguuR 2 opdracht opdracht 2 opdracht 3 FiguuR 3 d I 250 A km c H 2 a B b L J G 8 C D 9 K E 22 2 F 5 Extra Vraag aan je docent of je deze extra taak mag maken. verdieping Soms mag je deze opdracht maken van je docent, bijvoorbeeld als je tijd over hebt. Menukaart 40 Menukaart 3 Thema 3 Toerisme Menukaart 3 Op vakantie naar Turkije C Turks eten in Nederland 4 Op een rij In deze opdracht oefen je wat je hebt geleerd in dit blok. Keuzeopdracht Samen of alleen Wat heb je nodig? A Moskee of kerk? Alleen Computer Hoe ziet een moskee er uit? Wat gebeurt er in een christelijke kerk? Loop door een moskee of kerk en speel het spel. B Pamukkale Samen Papier, pen Moeten er wel of niet hotels worden gebouwd in (met z n vieren) Pamukkale? Vandaag is er een vergadering over dit onderwerp. C Turks eten in Nederland Samen Internet, Turks taalgidsje Wat staat er op de menukaart? Vertaal de Turkse gerechten. A Moskee of kerk? Bb Ga naar en maak de opdracht Moskee of kerk?. Lees op bladzijde 25 van het lesboek de teksten Turkse restaurants en Het menu. Bekijk op bladzijde 25 van het lesboek bron 3. c Je doet deze opdracht met zijn tweeën. a Gebruik de atlas. Gebruik figuur in blok 3. a In de tekst staan enkele Turkse plaatsen. Zoek die plaatsen op in de atlas. Teken de genoemde steden met een rode stip in figuur van blok 3. Teken de ruïnes met een blauwe stip. Kleur de gebieden en wateren groen. b Hoe heet het Turkse restaurant in jouw woonplaats? Als dat ook een plaats in Turkije is, zet die dan op de kaart van figuur van blok 3. Gebruik figuur op deze bladzijde. 2a De gerechten op deze menukaart staan door elkaar. Trek een lijn van het juiste gerecht naar de juiste Nederlandse vertaling. Een paar tips: Sommige woorden komen in meer gerechten voor. Zo zijn er bijvoorbeeld verschillende gerechten waar het vlees aan een spies zit. Sommige Turkse woorden lijken op Nederlandse woorden. Kijk ook naar de prijs. Voorgerechten, hoofdgerechten en nagerechten staan door elkaar, maar de prijzen staan wel op de juiste plaats achter het Turkse gerecht. Tip: als je er niet uitkomt kun je gebruikmaken van een vertaalsite op internet, een taalgidsje of een klasgenoot die Turks spreekt. 2b Welke Turkse woorden kun je uit deze opdracht leren? B Pamukkale Thema 3 Toerisme Blok 4 Toerisme en recreatie in je eigen omgeving opdracht verdieping a Met welke leus maakt Nijmegen reclame? b Veel dorpen en steden in Nederland hebben een slagzin waarmee ze reclame maken. Welke reclamezin heeft jouw woonplaats of streek? Tip: kijk eens op de website van je gemeente. c Misschien heb je geen reclamezin gevonden. En als die zin er wel is, kun je vast een betere verzinnen. Bedenk eerst wat er in jouw woonomgeving echt goed, leuk of bijzonder is voor toeristen en recreanten. Bedenk dan je eigen reclamezin voor jouw streek of plaats. opdracht 2 2a Bij jou in de buurt is er vast wel een recreatieterrein of zwemplas te vinden. Hoe heet dat recreatieterrein? 2b Bezoek je dat gebied wel eens? Zo ja, op wat voor soort dagen? Ja / nee, ik bezoek het gebied 2c Welke andere plaatsen, die speciaal zijn ingericht om je vrije tijd door te brengen, bezoek jij? 2d Welke recreatievoorziening zou jij in je buurt of stad graag erbij willen krijgen? Bb opdracht 3 Ga naar en maak de opdracht Drusus en Corbulo. opdracht 4 op een rij De letters van de Romeinse sporen zijn door elkaar geraakt. Zet ze weer in de goede volgorde. smile: schewelaag: hisbaud: ceshaspwerk: geenmijn: opdracht 5 deelvraag 5a Wat is er in jouw woonomgeving echt goed, leuk of bijzonder voor toeristen en recreanten? 5b Zijn er in je eigen omgeving overblijfselen uit de Romeinse tijd te vinden? Zo ja, welke en waar? 5c Wat is er te doen voor toeristen en recreanten in jouw omgeving? ExTrA oefenblad vaardigheden Vraag aan je docent of je het extra oefenblad Bronnen gebruiken moet maken. Kennen en kunnen Als je klaar bent met dit blok kun je: op de kaart aanwijzen waar de grens van het Romeinse rijk in Nederland lag. uitleggen hoe de Romeinen hun grens bewaakten. voorbeelden noemen van voorwerpen die van de Romeinen in Nederland teruggevonden zijn. uitleggen waarom Nijmegen een geschikte plek was voor een Romeins fort. een voorbeeld geven van de manier waarop steden met hun geschiedenis mensen proberen te trekken. uitleggen waarom gemeenten mensen met evenementen en voorzieningen naar hun stad proberen te trekken. voorbeelden noemen van recreatievoorzieningen in je eigen omgeving. Begrippen: limes Tijdwijzer: Tijd van Grieken en Romeinen Ga naar: kennen en kunnen Na ieder blok staat er een overzicht van alles wat je moet kennen en kunnen voor je toets. 47 Lees op bladzijde 24 van het lesboek de tekst Pamukkale. Bekijk op bladzijde 24 van het lesboek de bronnen 29 en 30. c Deze opdracht doe je met z n vieren. In Pamukkale wordt al jaren gediscussieerd over het wel of niet bouwen van nieuwe hotels. Vandaag is er een vergadering over dit onderwerp. De deelnemers zijn: A de burgemeester van Pamukkale; B een winkelier uit Pamukkale; C een lid van de bewonersraad; D een milieuactivist. a Beantwoord de vragen op een apart vel papier. Verdeel de rollen. De burgemeester is bij de vergadering de voorzitter. Hij/zij heeft nog geen standpunt ingenomen. Hij/zij zal tijdens de vergadering naar de mening luisteren van de verschillende deelnemers om tot een beslissing te komen. Als je de burgemeester bent, schrijf dan op waar je op gaat letten in de vergadering. Hier mag je kiezen welke van de keuzeopdrachten je wilt doen. Er zit altijd één opdracht bij die je op de computer doet. Eindsprint 50 Eindsprint Bekijk het schema in figuur. Maak het schema in figuur compleet. a Vul de woorden waarvan al een letter is gegeven aan. b Middellandse Zeegebied Maak een agenda: een programma van de vergadering met beurten voor de deelnemers om eerst hun standpunten te vertellen en daarna te beargumenteren. Aan het eind van de vergadering neemt de burgemeester een beslissing en legt uit waarom. Als je een van de andere personen bent, dan schrijf je in één zin op wat je vindt van het plan om hotels te bouwen in Pamukkale. Schrijf nu zoveel mogelijk argumenten op voor je mening. 2a Schrijf in twee zinnen op welke beslissing de burgemeester heeft genomen en welke argumenten hij/zij noemde. 2b Is er nog een andere groepje dat deze keuzeopdracht heeft gedaan? Zo ja, dan vertellen de burgermeesters elkaar kort welke beslissing ze hebben genomen en waarom. Schrijf de beslissing van het andere groepje op. 2c Welke argumenten had het andere groepje voor die beslissing? b Zet de volgende woorden op de goede plek: islam Middellandse Arabisch stadstaten olijfboom christendom cipres reliëf Latijn bevolkingsspreiding Romeinse romanisering christendom islam Arabische democratie. Dit zijn afsluitende opdrachten aan het eind van het thema. Je vult een schema in en herhaalt zo nog een keer de belangrijkste begrippen. Hierdoor ontdek je of je alles goed kent. Ș iș kebab Yoĝ urtlu Adana kebab Ali Nazik Karıș ık ș iș Peynirli Sigara Böreĝ i Kavun ve Peynir Dana Ș iș Biber ve Kuru Patlican Dolması Balık Çorbası Mercimek Çorbasi Baklava Thema 3 Toerisme Eindsprint 7,50 6,75 8,50 8,50 7,25 5,75 7,50 5,50 6,00 5,00 4,00 Bekijk op bladzijde 28 van het lesboek de Tijdwijzer. Bekijk de tijdbalk in figuur 2. 2a Kleur op de tijdbalk: de tijd van jagers en boeren: geel de tijd van Grieken en Romeinen: rood 2b Schrijf de volgende letters bij de tijdbalk: A 500 v.chr.: bloeitijd van Athene B : geboorte van Christus C 00 n.chr: Romeinse rijk op zijn grootst D 500 n.chr: val van het Romeinse rijk 2c Wat kom je nu nog tegen van de oude Grieken? 2d Wat kom je nu nog tegen van de Romeinen? 3a Bekijk de kaart in figuur 3. Zet de naam van het land of eiland achter de letters. A D B E C F Turkse kaas in bladerdeeg met peterselie en verse munt Geitenkaas geserveerd met suikermeloen Stukjes kalfsvlees geserveerd aan de spies Spiesen met kipfilet, kalfsvlees en pittig gekruid lamsgehakt Pittig gekruid lamsgehakt van de spies, geserveerd met speciale tomatensaus en Turkse yoghurt. Traditioneel Turks uit Adana Traditionele Turkse linzensoep Gevulde paprika en gedroogde aubergine met groente en rijst, gegratineerd met Turkse kaas Stukjes lamsvlees geserveerd aan de spies Gebakken kalfsvlees geserveerd op een bedje van fijn gesneden aubergine en Turkse yoghurt met knoflook Gebak van bladerdeeg met honing en walnoten Rijkelijk gevulde vissoep G J H K I 3b Zet de naam van de stad, zee of rivier achter de cijfers c Zet de naam van het gebergte achter de letters. a c b d 5 Bij ieder blok vind je op ict-opdrachten, films, animaties en oefentoetsen _Mundo_KGT_TS4_AWM_proef 2.indd :56

6 6 START Thema 4: Rampen en plagen opdracht 2c Waarom komen de pottenkijkers naar deze wijk? a Schrijf op welke rampen jij je uit het afgelopen jaar herinnert. Eigen antwoorden. 2d Voor de bijzondere architectuur van de wijk. Ben jij benieuwd naar de architectuur van Roombeek na het lezen van deze tekst? Eigen antwoord. opdracht 3 b Kun je je van een of meer van die rampen nog herinneren wat je aan het doen was, toen je van die ramp hoorde? Schrijf dat kort op. 3a Bekijk op de bladzijden 72 en 73 van het lesboek de foto. De vuurwerkramp begon met ontploffingen in de vuurwerkopslag midden op de dag. Bedenk waarom je dat een geluk bij een ongeluk kunt noemen. Eigen antwoorden. Omdat het overdag was, sliepen er weinig mensen c d e 2a 2b Schrijf de rampen die de hele klas zich herinnert op het bord. Tel hoeveel leerlingen bij iedere ramp nog wisten wat ze op dat moment aan het doen waren. Wat valt je op aan de rampen waarbij veel leerlingen nog weten wat ze aan het doen waren? Eigen antwoord. Bijvoorbeeld: het zijn rampen die kort geleden gebeurd waren, het zijn rampen die veel indruk maakten. opdracht 2 Lees op bladzijde 73 van het lesboek de tekst Hippe woonwijk is pottenkijkers zat. Wie zijn de pottenkijkers in deze tekst? Dagjesmensen. Waarom zijn de bewoners van de hippe woonwijk de pottenkijkers zat? Omdat ze naar binnen gluren en de bewoners zo geen privacy hebben. 3b a Hoe kun je aan de foto zien dat het vuur zich snel verspreidde? opdracht 4 Bekijk op bladzijde 4 van het lesboek de Tijdwijzer en gebruik de atlas. 4a Kleur in de tijdbalk van figuur de tijd van monniken en ridders rood. 4b Hoe lang geleden eindigde de tijd van monniken en ridders? 4c Bij welke groep in de samenleving hoorde een monnik? 4d Bij welke groep in de samenleving hoorde eenridder? 4e die daardoor niet snel zouden kunnen vluchten. Eigen antwoord. Bijv.: er staan nog auto s en andere waardevolle dingen die mensen niet meer konden meenemen. 0 jaar. Geestelijkheid. De adel. Er was nog een derde groep in de samenleving. Welke? Figuur De tijd van monniken en ridders. De boeren _Mundo_KGT_TS4_AWM_proef 2.indd :56

7 Thema 4 Rampen en plagen Start 7 d Bb c opdracht 5 kranten, internet Deze opdracht doe je met z n tweeën. Maak samen een kort krantenartikel van een ramp of ongeluk van kort geleden. Schrijf daarin in ieder geval op: Wat er gebeurde. Waar het gebeurde. Wanneer het gebeurde. Wie er betrokken waren. Wat de oorzaak was van de ramp of het ongeluk. Wat de gevolgen waren van de ramp of het ongeluk. Welke hulp werd geboden of welke maatregelen werden genomen, nadat de ramp of het ongeluk was gebeurd. Waardoor komen in Afrika veel rampen voor en welke gevolgen hebben die? Waardoor ontstaan natuurrampen? Hoe is een ramp te voorkomen? Wat waren de oorzaken en gevolgen van rampen in de middeleeuwen? 6c Zet de volgende onderwerpen bij het goede blok in figuur 2. Je mag een onderwerp ook bij twee blokken zetten. vulkaan rampenplan honger storm aids dijken aardbeving oorlog pest honger 6d Zoek in elk blok de mooiste foto. Zet die in de laatste kolom van figuur 2. opdracht 6 Blader in het lesboek thema 4 door. Lees de titels, de tussenkopjes en bekijk de bronnen. 6a De hoofdvraag van dit thema is: Hoe gaan mensen om met rampen? Schrijf die hoofdvraag als titel bij figuur 2. 6b Op welke vraag krijg je antwoord in welk blok? Schrijf in figuur 2 de deelvragen van dit thema bij het goede blok. Dit zijn de deelvragen: Figuur 2 Hoofdvraag: Hoe gaan mensen om met rampen? Blok Deelvraag Onderwerp Mooiste foto Waardoor ontstaan natuurrampen? vulkaan, aarbeving, storm Bron eigen antw. 2 Waardoor komen in Afrika veel rampen aids, armoede, oorlog Bron voor en welke gevolgen hebben die? eigen antw. 3 Wat waren de oorzaken en gevolgen van pest, oorlog, storm, honger Bron rampen in de Middeleeuwen? eigen antw. 4 Hoe is een ramp te voorkomen? rampenplan, dijken Bron eigen antw _Mundo_KGT_TS4_AWM_proef 2.indd :56

8 8 Blok Natuurrampen Aardbevingen, vloedgolven, vulkaanuitbarstingen, modderstromen. Het zijn allemaal voorbeelden van natuurrampen. De mensen die er slachtoffer van zijn, kunnen er vaak niets tegen doen. Of toch? In dit blok zoek je uit hoe natuurrampen ontstaan en hoe je je ertegen kunt beschermen. 2a opdracht 2 Lees op bladzijde 74 van het lesboek bron. In de tekst worden drie oorzaken genoemd, waardoor de aardbeving in Haïti zoveel schade en slachtoffers veroorzaakte. Schrijf die oorzaken op. De aardbeving vond plaats op een geringe diepte. Deelvraag van dit blok: Waardoor ontstaan natuurrampen? 2 3 De aardbeving vond plaats in een dichtbevolkt gebied. De aardbeving vond plaats in een arm land. a b opdracht Bekijk in het lesboek de titels, teksten en bronnen van blok. Noem drie natuurrampen waarover je wel eens hebt gehoord in het nieuws. 2 Eigen antwoorden, denk aan overstromingen, aardbevingen, 3 vulkaanuitbarstingen en stormen. Waar hoorde je van deze rampen? internet Eigen antwoord. krant radio sms televisie 2b 3a In de tekst staat hoeveel doden er waarschijnlijk vielen. Bedenk waarom het niet duidelijk is hoeveel slachtoffers er precies in Haïti gevallen zijn. Het is een arm land, waar de registratie van de slachtoffers waarschijnlijk fouten bevat, niet iedereen was ingeschreven bij de burgerlijke stand. opdracht 3 Bekijk op bladzijde 74 van het lesboek bron 2. Hoe kun je op deze foto zien dat er een aardbeving is geweest? Aan de ingestorte gebouwen. c anders: Van sommige rampen hoor je niets. Hoe zou dat komen? 3b Wat zijn de mensen op de foto aan het doen? Ze slepen met stoelen. Sommige rampen vinden plaats in dunbevolkte d e gebieden (weinig slachtoffers, weinig informatie). Denk je dat een vulkaanuitbarsting altijd gevaarlijk is? Waarom wel of niet? Eigen antwoord. Komen natuurrampen ook in Nederland voor? Zo ja, welke? (Lichte) aardbevingen, overstromingen. 3c 3d Op de voorgrond staat een man. Bedenk waarom soldaten de stad in werden gestuurd na de aardbeving. Om diefstal en plunderingen te voorkomen, om de orde te bewaken. Stel dat de aardbeving in een rijk land zou zijn geweest. Bedenk wat er dan anders was geweest. Eigen antwoord. Waarschijnlijk zou daar ook zijn geplunderd. Maar omdat de schade aan gebouwen kleiner is, zal het wel minder zijn _Mundo_KGT_TS4_AWM_proef 2.indd :56

9 Thema 4 Rampen en plagen Blok Natuurrampen 9 aardmantel aardkern vruchtvlees pit schil stromend magma aardkorst Figuur De aarde en een perzik in doorsnee. opdracht 4 Lees op bladzijde 74 van het lesboek de tekst De aarde onder je voeten. Bekijk op bladzijde 74 van het lesboek bron 3. 4a Je kunt de aarde vergelijken met een perzik. Ze bestaan allebei uit verschillende lagen. Zet de volgende woorden op de goede plek in figuur : vruchtvlees aardmantel aardkorst pit schil aardkern magma. 4b Kleur de verschillende lagen van de aarde in figuur : de aardkorst bruin; de aardmantel rood; de aardkern blauw. 4c De aardkorst is hard / zacht. De dikte van deze laag kun je vergelijken met de schil van een perzik. Wij wonen op de aardkorst. 4d Wat valt je het meest op aan de vergelijking van de aarde met een perzik? Eigen antwoord. Vooral dat de aardkorst erg dun is in verhouding tot de doorsnede van de aarde. 5a 5b 5c 5d opdracht 5 Lees op bladzijde 75 van het lesboek de tekst De aarde beweegt. Wat zijn platen? Stukken aardkorst. Waardoor verschuiven platen? Door de bewegingen van het magma waar ze op drijven. Wat is waar? Hoe langer er geen aardbeving is geweest, hoe groter de spanning langs een breuk. Hoe groter de spanning langs een breuk, hoe zwaarder de aardbeving. Als platen snel langs elkaar schuiven, zijn er minder aardbevingen. Hoe vaker een aardbeving langs een breuk plaatsvindt, hoe kleiner de kans op een hele zware. Waarom is de schade van een aardbeving bij het epicentrum het grootst? Daar is de beweging van de aardkorst het grootst _Mundo_KGT_TS4_AWM_proef 2.indd :56

10 0 opdracht 6 a Gebruik GB (BB 98 en 0). Bekijk figuur 2. 6a Schrijf de namen van de volgende landen op de juiste plaats in de kaart van figuur 2. Verenigde Staten Guatemala Mexico Honduras Cuba Nicaragua Haïti Panama Dominicaanse Republiek Colombia Curaçao Venezuela 6b Schrijf achter de cijfers de naam van de stad. 6c 7a Schrijf achter de letters de naam van de zee. A B C D Grote Oceaan Golf van Mexico Caribische Zee Atlantische Oceaan opdracht 7 Bekijk figuur 3. Hoe heten de platen die bij Haïti langs elkaar schuiven? Miami Noord-Amerikaanse plaat 2 New Orleans 3 Houston 4 Mexico-Stad 5 Havana 6 Port-au-Prince 7 Bogotá 8 Caracas Figuur 2 Caribisch gebied en Golf van Mexico. 7b 7c 2 Caribische plaat Kleur de breuken waar de laatste jaren een aardbeving is geweest rood. Deskundigen hadden voorspeld dat er ongeveer op de plaats van de aardbeving van 200 een aardbeving van 7,2 op de schaal van Richter zou plaatsvinden. Ze wisten alleen niet precies wanneer. De deskundigen voorspellen voor de komende twintig jaar nog een aardbeving in de buurt van Haïti. Bedenk waar die aardbeving zal plaatsvinden en zet op die plaats een rode cirkel op de kaart. Tip: kijk nog eens naar je antwoorden op vraag 5c. Verenigde Staten D A Mexico... 4 Guatemala B... 5 Honduras... Cuba... Nicaragua... 6 Curaçao... Dominicaanse Republiek... Haïti... C 8 Venezuela km Panama... 7 Colombia... Miami Grote Oceaan _Mundo_KGT_TS4_AWM_proef 2.indd :56

11 Thema 4 Rampen en plagen Blok Natuurrampen BAHAMA S Atlantische Oceaan NOORD-AMERIKAANSE PLAAT CUBA 842 HAÏTI DOMINICAANSE REPUBLIEK PUERTO RICO cm/jaar 200 km CARIBISCHE PLAAT 75 2 cm/jaar 98 Caribische Zee gevaarlijk geachte breuklijn 842 jaar waarin aardbeving heeft plaatsgevonden bewegingsrichting van de plaat Figuur 3 Breuken rond Haïti. opdracht 8 opdracht 9 8a Bekijk op bladzijde 75 van het lesboek bron 4. Gebruik figuur 4. Hoe wordt de kracht van een aardbeving aangegeven? 9a Lees op bladzijde 75 van het lesboek bron 5 en bekijk bron 6. Waardoor is de grote troep (planken, meubelen en andere dingen) veroorzaakt? Met de kracht op de schaal van Richter. Door de tsunami, de vloedgolf nam alles mee. 8b Trek in figuur 4 lijnen tussen de kracht van een aardbeving en de gevolgen ervan. 8c Bij welke kracht kunnen mensen een aardbeving voelen? Bij kracht 3. 8d Vergelijk nu figuur 4 met bron 4. Welke kracht had de aardbeving in Roermond in 992? 9b Hoe kun je op deze foto zien dat veel huizen in Japan goed bestand waren tegen een aardbeving? Het gebouw op de voorgrond lijkt niet zwaar beschadigd. 5,5 op de schaal van Richter. Figuur 4 De schaal van Richter. Kracht Wat merk je ervan? 0,, 2 Vernielend; paniek, grote schade aan gebouw en 3 Matig tot sterk; deuren rammelen, schilderijen slingeren 4 Zeer sterk; schade aan gebouwen, schoorstenen breken 5 Niets 5,5 Sterk; voorwerpen (zoals vazen) vallen om, bomen bewegen 6 Zeer catastrofaal; hele steden verwoest, rotsen scheuren 7 Lichte trilling; alsof er een vrachtauto door de straat rijdt 8 Catastrofaal; meeste gebouwen verwoest, rails buigen 8,5 Verwoestend; gebouwen zwaar beschadigd, gasleidingen breken waardoor branden ontstaan, viaducten storten in, Haïti _Mundo_KGT_TS4_AWM_proef 2.indd :56

12 2 9c Bedenk waardoor huizen bij een aardbeving gemakkelijk in brand kunnen vliegen. Door kortsluiting en gaslekken, door de ravage kan de brandweer bovendien niet snel ter plaatse zijn om te blussen. 9d Noem twee redenen waarom de aardbeving in Japan minder slachtoffers kende dan die in Haïti. Aardbeving vond plaats in zee: dichtstbijzijnde stad lag meer dan 70 km van het epicentrum. 0b In de tekeningen van figuur 5 staan steeds twee lijnen. Maak van die lijnen pijlen om aan te geven in welke richting de platen bewegen. 0c Kleur in de juiste tekening van figuur 5 de trog blauw. 0d Kleur in de juiste tekening van figuur 5 de mid-oceanische rug geel. 0e Kleur in de juiste tekeningen van figuur 5 de vlakken waar aardbevingen ontstaan rood. 0f Leg uit waarom bij mid-oceanische ruggen niet veel zware aardbevingen plaats zullen vinden. 2 In Japan stortten door de aardbeving veel minder gebouwen in dan in Haïti. Er schuiven geen platen langs elkaar. opdracht 0 Lees op bladzijde 76 van het lesboek de tekst De aarde verandert. 0a Zet het nummer van de beweging (zie lesboek) voor de juiste tekening van de plaatbewegingen in figuur 5. Figuur 5 a opdracht Gebruik GB 92D (BB 3C). a In Amerika komen aardbevingen vooral voor in het noorden / zuiden / oosten / westen. b In Europa komen aardbevingen vooral voor in het noorden / zuiden / oosten / westen. c In Azië komen aardbevingen vooral voor in het noorden / zuiden / oosten / westen. d In welke twee werelddelen komen weinig aardbevingen voor? Australië Afrika 4... a opdracht 2 Gebruik GB 92D (BB 3C). 2a Gebruik weer de nummers van de bewegingen die in het lesboek staan. Van welk type aardbeving was de aardbeving in Japan een voorbeeld? Van type 2. 2b Van welk type aardbeving was de aardbeving in Haïti een voorbeeld?... Van type 3. 2c Waarom komen er in Nederland nauwelijks aardbevingen voor? Nederland ligt midden op een plaat _Mundo_KGT_TS4_AWM_proef 2.indd :56

13 Thema 4 Rampen en plagen Blok Natuurrampen 3 Horst Slenk Horst 4b Bespreek samen welke aardbeving op jullie de meeste indruk maakte en waarom juist deze aardbeving. De aardbeving in in het jaar a opdracht 3 verdieping Gebruik GB 45 (BB ). 3a In Nederland komen ook aardbevingen voor, zoals in 992 in Roermond. Leg met de kaart in de atlas uit, waarom de kans op een aardbeving in Roermond groter is dan in Venlo of Maastricht. 3b Bekijk figuur 6. De witte pijlen geven aan in welke richting de aardkorst beweegt in dit gebied. Teken met een andere kleur pijl de richting waarin het middelste stuk aardkorst beweegt. 3c Bekijk de legenda van de kaart in de atlas goed. De hoge en lage delen bij de breuk hebben een naam. Schrijf de juiste naam op de juiste lijn in figuur 6. 3d Teken een huis in figuur 6 op de plaats waar Roermond ligt. c Figuur 6 Doorsnede van de aardkorst in Limburg, bij Roermond. Roermond ligt dicht bij een breuk, dichter dan Venlo of Maastricht. opdracht 4 Deze opdracht doe je met z n tweeën. 4a Regelmatig zijn er zware aardbevingen in het nieuws. Overleg met z n tweeën welke (zware) aardbevingen jullie je nog kunnen herinneren. In welke landen waren de aardbevingen? Wanneer waren die aardbeving ongeveer? Wij kunnen ons de volgende aardbevingen herinneren: Eigen antwoorden. (land) (jaar) 2 (land) (jaar) 3 (land) (jaar) maakte op ons de meeste indruk, omdat Eigen antwoorden, vaak zijn het aardbevingen waarover veel op televisie is geweest. 4c De schade die een aardbeving veroorzaakt, heeft te maken met de kracht van de aardbeving, maar ook met het gebied. Welke kenmerken heeft het gebied van de aardbeving die jullie noemen bij opdracht 4b, waardoor de schade zo groot was? Afhankelijk van het antwoord op 4b. opdracht 5 Lees op bladzijde 76 van het lesboek de tekst De aarde brandt!. 5a Zet de volgende begrippen op de juiste plaats in figuur 7: krater lavastroom magma gaswolk aardkorst vulkanische bommen asregen. 5b Gloeiende lava is erg gevaarlijk. Bedenk wat er gebeurt als de lava een bos bereikt. Het bos vliegt in brand. 5c Lava stroomt snel op een steile helling, maar langzamer op een flauwere helling. Bedenk waarom as en gassen uit een vulkaan minstens zo gevaarlijk zijn als de lava. De gassen zijn heet en giftig, en ze zijn sneller dan de lava. Ze verrassen je dus ook sneller. Figuur 7 Een vulkaan barst uit. gaswolk asregen vulkanische bommen krater lavastroom magma aardkorst _Mundo_KGT_TS4_AWM_proef 2.indd :56

14 4 opdracht 6 Bekijk op bladzijde 76 van het lesboek bron 7. 6a Leg uit waarom het gevaarlijk is om door de aswolk van een vulkaan te vliegen. 6b Bedenk wat er gebeurt als gloeiende lava een besneeuwd gebied of een gletsjer bereikt. 6c Bedenk voor wie het vervelend is als er een week lang geen vliegtuigen meer kunnen vliegen. Leg ook uit waarom het voor die mensen vervelend is. c De as kan voor storingen in de motor zorgen. Door de hitte smelt het ijs en de sneeuw en kan er een modderstroom ontstaan. Eigen antwoord. Bijvoorbeeld: mensen die op vliegvelden al zitten te wachten op hun vlucht, mensen op een vakantie of zakenadres. opdracht 7 Opdracht 7f doe je met z n tweeën. Lees op bladzijde 77 van het lesboek de tekst Toen en daar: Pompeii, stad onder de as. 7a In welk jaar barstte de vulkaan Vesuvius uit? 79 na Chr. 7b Bij welk tijdvak hoort dat jaar? Gebruik zonodig de Tijdwijzer. De tijd van Grieken en Romeinen. 7c Hoe kwam het dat de bodem in de buurt van de vulkaan rommelde en trilde? De platen waren in beweging en magma zocht zich een weg omhoog in de aarde. 7d Wat dachten de mensen in die tijd wat de oorzaak was van het rommelen en trillen van de aarde? Dat god Vulcanus in de aarde aan het werk c opdracht 8 Opdracht 8f en g doe je met z n tweeën. Lees op bladzijde 77 van het lesboek bron 8. Bekijk op bladzijde 77 van het lesboek bron 9. 8a Voordat de oom van Plinius naar Pompeii vertrok, keek hij naar de Vesuvius. Wat viel hem op? Een wolk die opsteeg uit de vulkaan. 8b Wat viel er op de schepen toen ze dichter bij Pompeii kwamen? Warme as. 8c Waarom bonden de mensen die uit de huizen kwamen kussens op hun hoofd? Om zich te beschermen tegen de vallende stenen. 8d Waaraan is de oom van Plinius waarschijnlijk gestorven? Waarschijnlijk is hij gestikt in de rook. 8e In Pompeii zijn veel mensen verrast en gestorven tijdens de uitbarsting. Denk je dat er nu ook nog veel mensen sterven aan de gevolgen van een vulkaanuitbarsting? Leg je antwoord uit. Nee, men weet nu door de voortekenen zoals het rommelen/trillen van de aarde en de rook dat de vulkaan waarschijnlijk gaat uitbarsten. Ze kunnen nu op tijd vluchten. 8f Bespreek met je buurman of buurvrouw. Zouden jullie vlak bij een vulkaan willen wonen? Waarom wel of niet? Verschillende antwoorden mogelijk. Zie bladzijde 8 voor deze antwoorden. 8g Waarom wonen veel mensen toch in de buurt van een vulkaan? was in zijn werkplaats. 7e Bedenk waarom de mensen dat dachten. De mensen wisten in die tijd nog weinig over hoe krachten in de aarde werkten. 7f Bedenk samen met je buurman of buurvrouw nog iets dat mensen vroeger geloofden en dat eigenlijk niet klopt. Bb Verschillende antwoorden mogelijk. Zie bladzijde 8 voor deze antwoorden. opdracht 9 ga naar en maak de opdracht De aarde beeft. opdracht 20 Bijvoorbeeld: dat onweer en donder werden veroorzaakt door goden die met een ossenkar Bb ga naar en maak de opdracht De aarde brandt. over de wolken reden _Mundo_KGT_TS4_AWM_proef 2.indd :56

15 Thema 4 Rampen en plagen Blok Natuurrampen 5 V U L K A A N Kennen en kunnen 5 Figuur opdracht 2 op een rij 2a Maak de puzzel in figuur 8. Vuurspuwende berg. 2 Diepe gleuf in de zeebodem. 3 Losse stukken aardkorst. 4 Grote golf, veroorzaakt door zeebeving. 5 Stad verdwenen onder aslaag in 79 n.chr. 6 Buitenste laag van de aarde. 2b Welk woord staat er in de grijze kolom? Krater. 2 T R O G P L A T E N 4 P O M P E I I T S U N A M I A A R D K O R S T 2c Leg uit wat dit woord betekent en wat hier soms uitkomt. Bovenkant/uitgang van een vulkaan waar bij een uitbarsting de vulkanische producten uitkomen zoals: lava, as, vulkanische bommen Als je klaar bent met dit blok kun je: vertellen hoe de aarde is opgebouwd; uitleggen hoe aardbevingen ontstaan; vertellen welke vier soorten bewegingen van platen er zijn; uitleggen wat er gebeurt als platen botsen; uitleggen wat er gebeurt als platen uit elkaar drijven; de verschillen noemen tussen aardbevingen in Japan, Haïti en Nederland; op een kaart met platen en bewegingen die die platen maken, aanwijzen waar aardbevingen kunnen ontstaan; uitleggen wat er bij een vulkaanuitbarsting gebeurt; uitleggen op welke manieren een vulkaanuitbarsting gevaarlijk kan zijn; uitleggen waarom mensen toch graag in de buurt van een vulkaan wonen; op een kaart met platen en bewegingen die die platen maken, aanwijzen waar vulkanen kunnen ontstaan. Eigen onderwerp. Eigen onderwerp. en gassen. opdracht 22 deelvraag 22a Waardoor worden aardbevingen veroorzaakt? Het langs elkaar schuiven van aardplaten. 22b Waardoor worden vulkaanuitbarstingen veroorzaakt? Begrippen aardbeving aardkern aardkorst aardmantel epicentrum krater lava magma mid-oceanische rug platen trog vulkaan Het botsen van aardplaten of het uit elkaar schuiven van aardplaten. 22c Waarom komen er in Nederland geen zware aardbevingen voor? Nederland ligt niet op de rand van een grote plaat. 22d Wat kun je doen tegen aardbevingsgevaar? Tijdwijzer Tijd van Grieken en Romeinen (3000 v.chr.-500 n.chr.) Ga naar: Stevige huizen bouwen, zorgen voor een goed geïnformeerde bevolking _Mundo_KGT_TS4_AWM_proef 2.indd :56

16 6 Menukaart Keuzeopdracht Samen of alleen Wat heb je nodig? A Overstromingen in Pakistan De hulpverlening aan Pakistan kwam moeizaam op gang. Zoek uit waardoor dat kwam en organiseer hulp! In een groepje van twee of drie Atlas, computer met internet, beamer of digibord B Rampen deze week Zoek uit door welke rampen de aarde deze week getroffen is. Samen of alleen Computer C Onderzoek een ramp Wat is er gebeurd met het dorp van Omayra Sanchez? In een groepje van drie of vier Kopieerapparaat, groot vel papier (A2), stiften/ kleurpotloden, schaar A Overstromingen in Pakistan a a b c d opdracht Gebruik de atlas. Bekijk op bladzijde 78 van het lesboek de bronnen 0 en. Zoek Pakistan op in de atlas. Welke rivier stroomt door Pakistan? De Indus. In welk gebergte ontstaat die rivier? De Himalaya. De overstromingen waren niet steeds in hetzelfde deel van Pakistan, maar verplaatsten zich. In welke richting verplaatsten de overstromingen zich? Van noord naar zuid. Leg uit waarom de overstromingen zich zo verplaatsten. Het water stroomde langzaam naar beneden 2b 2c 2d Wat weet je al van Pakistan? Maak steeds een keuze. arm / rijk islam / hindoeïsme sterke regering / zwakke regering, aardbevingsgebied / geen aardbevingsgebied Bij de overstromingen vielen veel minder doden dan bij de aardbeving in Haïti, die een half jaar voor deze overstromingen plaatsvond. Bedenk waardoor het aantal dodelijke slachtoffers bij overstromingen vaak minder is dan bij een grote aardbeving. De ramp komt langzamer, je hebt meer tijd om te vluchten. Het duurde een tijd voor de hulp op gang kwam. In Nederland was er op 26 augustus een televisieactie. Hoe lang stonden sommige gebieden in Pakistan toen al onder water? 2a met de rivier mee, de overstromingen kwamen zo steeds zuidelijker. opdracht 2 Waarom durfden enkele hulporganisaties niet in Pakistan te helpen? Omdat de regering de veiligheid van de hulpverleners niet kon garanderen. 2e Bedenk wat jij deed in de zomer van f Zes weken (44 dagen). Eigen antwoord, bijvoorbeeld: vakantie vieren. Bedenk twee redenen waarom de hulp aan Pakistan zo moeilijk op gang kwam. 2 Men was bang voor een lage opbrengst door te weinig kijkers (mensen waren op vakantie). Pakistan is een onbekend land, niet veel mensen weten er iets van of kennen de inwoners _Mundo_KGT_TS4_AWM_proef 2.indd :56

17 Thema 4 Rampen en plagen Menukaart Natuurrampen 7 c Bb opdracht 3 Deze opdracht doe je in een groepje van twee of drie. gebruik een computer met internet. Bij een grote geldinzamelingsactie voor hulp bij een ramp, worden ook televisiespotjes gemaakt. Jullie gaan zo n spotje met een bekende Nederlander bedenken. Het spotje laten jullie zien in de klas. Bekijk op drie tot vijf filmpjes over de overstromingen in Pakistan en zoek op internet foto s van de overstroming. Tip: gebruik als zoekwoorden: Pakistan flood 200. Bedenk voor welke zender en welke groep kijkers jullie het spotje willen maken. Bedenk welke bekende Nederlander geschikt zou zijn om in jullie spotje geld te vragen voor de noodhulp. Eigen antwoorden. Schrijf een korte tekst, die de bekende Nederlander in het spotje vertelt. Een van jullie speelt de bekende Nederlander en leert de tekst uit het hoofd. Kies uit de gekozen filmpjes en afbeeldingen één minuut film of maximaal vijf foto s die je in het spotje wilt laten zien. Om het filmpje snel te kunnen laten zien, kopieer je de link naar het filmpje op Youtube in een document, dat je snel kunt openen (test de link voor je het voor de klas doet!). Als je kiest voor foto s, dan kun je ze in een powerpointpresentatie zetten. Presenteer je spotje voor de klas. B Rampen deze week Bb Ga naar en maak de opdracht Rampen deze week. Bb c d C Onderzoek een ramp ga naar en print de kaartjes die bij deze opdracht horen. Deze opdracht doe je met z n drieën of vieren. computer en printer, groot vel papier, stiften/kleurpotloden en een schaar Lees op bladzijde 79 van het lesboek de tekst Onderzoek een ramp. Bekijk op bladzijde 79 van het lesboek bron 2. Knip de informatiekaartjes uit. Lees alle kaartjes goed door. Leg alle kaartjes met de oorzaken van de ramp bij elkaar. Leg alle kaartjes met de gevolgen van de ramp bij elkaar. Bedenk wat er met Omayra is gebeurd. Leg de kaartjes op een groot vel papier. Tussen kaartjes die iets met elkaar te maken hebben, trek je lijnen. Jullie moeten van iedere lijn uit kunnen leggen wat het verband is tussen de kaartjes. Plak de kaartjes vast. Presenteer de uitkomsten van jullie onderzoek met de poster voor de klas. Leg aan de rest van de klas uit wat er volgens jullie is gebeurd in Armero. Vertel ook wat er met Omayra is gebeurd _Mundo_KGT_TS4_AWM_proef 2.indd :56

18 8 Antwoord opdracht 8f: Bijvoorbeeld: Nee, want wanneer de vulkaan uitbarst kan het gevaarlijk zijn en kun je sterven aan de gevolgen. Of: Ja, want tegenwoordig worden de meeste mensen op tijd gewaarschuwd en kun je vluchten als de vulkaan gaat uitbarsten. Antwoord opdracht 8g: Bijvoorbeeld: Vaak is het lang geleden dat de vulkaan is uitgebarsten en dreigt er lang geen gevaar. Of: Tegenwoordig kunnen de mensen op tijd gewaarschuwd worden voordat de vulkaan uitbarst. Of: De grond rondom een vulkaan is vaak vruchtbaar door de (afgekoelde) vulkanische as _Mundo_KGT_TS4_AWM_proef 2.indd :56

19 Thema 4 Rampen en plagen Blok Aantekeningen _Mundo_KGT_TS4_AWM_proef 2.indd :56

20 20 Blok 2 Rampen in Afrika Afrika is een continent waar veel rampen plaatsvinden. Soms is de natuur de oorzaak, maar vaak ook de mens. Oorlogen komen helaas veel voor in Afrika. En ook ziekten die door mensen worden verspreid, zoals aids. K Zuid-Afrika L Zimbabwe M Democratische Republiek Kongo N Nigeria O Ghana Deelvraag van dit blok: Waardoor komen er in Afrika veel rampen voor en welke gevolgen hebben die? 2b P Ivoorkust Schrijf achter de cijfers de juiste namen van de steden. 2 Casablanca Cairo 3 Khartoum a b c opdracht Lees de tekst hierboven en bekijk in het lesboek de titels, teksten en bronnen van blok 2. Welk soort natuurrampen komt veel voor in Afrika? Droogte Welke ziekte is een groot probleem in Afrika? Aids In welk gebied in Afrika was in 2006 een oorlog? Darfur opdracht 2 a Gebruik GB en 95C (BB 9 en 4C). Gebruik figuur. 2a Schrijf achter de hoofdletters de juiste landennamen. A B C D E F Marokko Algerije Egypte Sudan Ethiopië Somalia G Kenia H Uganda 2c Lagos Schrijf achter de letters de juiste namen van de rivieren en zeeën. a b c d e f g Nairobi Pretoria Johannesburg Kaapstad Kinshasa Nijl Zambezi Kongo Niger Middellandse Zee Rode Zee Indische Oceaan h Atlantische Oceaan 2d Kleur in figuur de gebieden met meer dan 000 mm neerslag per jaar blauw. 2e Kleur in figuur de gebieden met minder dan 250 mm neerslag per jaar geel. 2f Schrijf de volgende namen op de juiste plaats in de kaart: Sahara, Sahel, Kalahari en Kongobekken. I J Tanzania Mozambique _Mundo_KGT_TS4_AWM_proef 2.indd :56

21 Thema 4 Rampen en plagen Blok 2 Rampen in Afrika 2 A e 2 B C a Sahara f d 3 P O 9 d N Sahel D a E F c H G h c Kongo Bekken 8 M c I 4 g b L J b Kalahari 6 5 Jaarlijkse neerslag minder dan 250 mm K meer dan 250 mm km 3a Figuur Afrika. opdracht 3 Lees op bladzijde 80 van het lesboek de tekst Natuurrampen bestaan niet. Er zijn verschillende oorzaken voor de rampen met veel schade en slachtoffers in Afrika. Schrijf de volgende oorzaken van rampen in Afrika in de juiste kolom in figuur 2: uitstoot van broeikasgassen snelle bevolkingsgroei storten van giftig industrieafval in Afrika armoede 3b 3c Veel mensen denken bij Afrika aan bedreigde diersoorten. Aan welke dieren denk jij bij Afrika? Eigen antwoord. Bijvoorbeeld: olifanten, leeuwen, giraffen, zebra s. Noem twee redenen waarom veel van deze diersoorten worden bedreigd. 2 Het leefgebied van de dieren wordt steeds kleiner. Er wordt op de dieren gejaagd. Figuur 2 Oorzaken van rampen in Afrika zelf snelle bevolkingsgroei armoede Oorzaken van rampen in Afrika buiten Afrika uitstoot van broeikasgassen storten van giftig industrieafval _Mundo_KGT_TS4_AWM_proef 2.indd :56

22 22 Er zijn heftige buien in ZImbabwe In Zimbabwe is veel licht tropisch woud Er worden bossen gekapt De bevolking van Zimbabwe groeit Er worden nieuwe akkers aangelegd De rivier in Mozambique overstroomt Na een regenbui stroomt het water snel naar de rivier In de vlakte van Mozambique stroomt het water in de rivier langzamer Na een regenbui druppelt water langzaam van de bladeren en trekt in de bodem Het water komt gelijkmatig in de rivier Er zijn weinig overstromingen Figuur 3 opdracht 4 Bekijk op bladzijde 80 van het lesboek bron 3. Lees op bladzijde 46 van het lesboek vaardigheid 3 Verklaren. c Deze opdracht doe je met z n tweeën. 4a De overstromingen in Mozambique werden veroorzaakt door heftige regen in Zimbabwe. Wat heeft de bevolkingsgroei in Zimbabwe te maken met de overstromingen in Mozambique? Teken in figuur 3 pijlen tussen de oorzaken en gevolgen. De grijze vakken in figuur 3 zijn alleen oorzaak, daar gaan dus geen pijlen naartoe. De vetomrande vakken in figuur 3 zijn het gevolg van twee oorzaken, daar gaan dus twee pijlen naartoe. Je kunt acht pijlen trekken. 4b Leg met de foto uit waarom het voor de bevolking van Mozambique lastig is om voor de overstroming te vluchten. 4c Het land is vlak en daardoor overstroomd, er zijn geen vluchtheuvels, de huizen zijn laag. Het bouwen van dijken is (te) duur voor de mensen in dit gebied. Bedenk een goedkopere manier om toch veiliger te kunnen wonen in een gebied met een grote overstromingskans. Het bouwen van terpen. 4d Geef met een pijl op figuur aan waar het overstroomde gebied ligt. 5a 5b 5c 5d opdracht 5 Lees op bladzijde 80 van het lesboek bron 4. Hoe lang duurt de droogte in Somalia al? Zes jaar. Waardoor wordt de bevolking van Somalia nog extra getroffen? Er is ook oorlog. In Nederland klagen boeren ook wel eens over een droge tijd. Bedenk hoe lang een droge tijd in Nederland duurt. Hooguit twee maanden. Bedenk nog een reden waarom de droogte voor een Somalische boer veel ernstiger is dan voor een Nederlandse boer. Een Somalische boer heeft geen geld om aan irrigatie te doen, en als hij dat al wel zou hebben, zou het technisch niet mogelijk zijn, omdat het water er gewoon niet is. Wist je dat? De Sahara de grootste woestijn ter wereld is? De Sahara zich de laatste jaren heeft uitgebreid door de droogte? Een groot deel van Afrika voor 800 onbekend was bij Europeanen? _Mundo_KGT_TS4_AWM_proef 2.indd :56

23 Thema 4 Rampen en plagen Blok 2 Rampen in Afrika 23 opdracht 6 opdracht 8 6a Bekijk op bladzijde 8 van het lesboek bron 5. Vergelijk het aantal aidspatiënten in Afrika met de rest van de wereld. In Afrika komen de meeste aidspatiënten voor. 8a Lees op bladzijde 8 van het lesboek de tekst Aids en cultuur. Aids is een taboe in Afrika. Leg uit dat dat ook een oorzaak is voor de grote verspreiding van aids in Afrika. 6b In welk deel van Afrika komt aids het meest voor? Omdat er niet over aids gepraat mag worden, worden jongeren niet gewaarschuwd voor de 6c In het zuiden. Noem twee landen die daar liggen. Zimbabwe, Zuid-Afrika. gevaren van aids. 8b Is aids in Nederland ook een taboe, volgens jou? Eigen antwoord. 6d In welk niet-afrikaans land is het aantal aidspatiënten groot? In Rusland. 8c Leg uit dat de machocultuur ook een oorzaak is voor de grote verspreiding van aids in Afrika. In een machocultuur is het belangrijk dat opdracht 7 Lees op bladzijde 80 van het lesboek de tekst Aids en armoede. Lees op bladzijde 46 van het lesboek vaardigheid 3 Verklaren. d A3-papier c Deze opdracht doe je met z n tweeën. Kopieer de kaartjes uit figuur 4. Leg de kaartjes zo neer dat ze samen vertellen waarom aids zo n groot probleem is in Afrika. mannen seksueel actief zijn. Ze hebben vaak seks met meerdere vrouwen. Daarnaast kunnen vrouwen geen nee zeggen tegen onveilige seks en vinden mannen een condoom niet stoer. 8d Waarom is het een extra groot probleem als jonge vrouwen met hiv besmet raken? Ze kunnen het virus doorgeven aan hun baby. Figuur 4 Voorbeeld Weinig opleiding 2 Mensen kunnen niet lezen en schrijven 3 Armoede Geen kennis over aids 4 Te weinig geld voor condooms 6 Te weinig geld voor medicijnen 7 Slechte gezondheidszorg 0 Geen aidstest 8 Mensen weten niet dat ze besmet zijn 5 Veel mensen krijgen aids 9 Veel mensen gaan dood aan aids _Mundo_KGT_TS4_AWM_proef 2.indd :56

24 24 Zuid-Afrikaanse president Zuma belooft nieuw tijdperk in strijd tegen aids De regering van Zuid-Afrika gaat een nieuwe benadering van aids volgen, zei president Zuma. Zuid-Afrika is het land met de meeste hiv-besmettingen. Zuma beloofde dat meer mensen voor behandeling met aidsremmers in aanmerking komen. De vorige president Mbeki, die negen jaar regeerde, geloofde dat het hiv-virus niet de oorzaak is van aids. Mbeki dacht dat aidsremmende medicijnen giftig waren. Zijn minister van Volksgezondheid schreef aidspatiënten een dieet van knoflook, olijfolie, citroenen en bieten voor. Pas na een rechtszaak kwamen aidsremmers in 2003 voor arme Zuid-Afrikanen beschikbaar. Nog maar voor weinig mensen, want provinciale politici van regeringspartij ANC wilden president Mbeki niet kwaad maken. opdracht 0 Lees op bladzijde 8 van het lesboek de tekst Gevolgen van aids. Bekijk op bladzijde 8 van het lesboek bron 6. 0a Welk gevolg van aids laat bron 6 zien? Veel kinderen verliezen hun ouders aan aids. 0b Leg uit hoe aids leidt tot meer armoede in Afrika. Vooral mensen tussen de 5 en 45 gaan dood aan aids. Zij doen het werk in een land. Als zij doodgaan, zijn er minder mensen over om te werken en wordt er minder geld verdiend. 0c Geef twee redenen waarom de gevolgen van aids in arme landen veel groter zijn dan in rijke landen. Er zijn veel meer aidspatiënten. Vrij naar: NRC Handelsblad, 2 december 2009 FiguuR 5 2 In rijke landen blijven aidspatiënten langer leven, omdat ze goede medicijnen krijgen. 9a opdracht 9 verdieping Lees de tekst in figuur 5. Het aantal hiv- en aidspatiënten is heel groot in Zuid-Afrika. Welke verklaring geeft deze bron daarvoor? Onder de vorige president Mbeki ( ) kregen maar weinig mensen aidsremmers, omdat hij dacht dat het met een dieet te genezen was. 9b Is dit een economische of een culturele oorzaak? Leg je antwoord uit. Een culturele oorzaak: het heeft te maken met een opvatting van de president en niet met opdracht verdieping Bekijk nog eens op bladzijde 8 van het lesboek bron 5. c Deze opdracht doe je met z n tweeën. Jullie werken bij een hulporganisatie en gaan voorlichting geven over aids. Beantwoord eerst de volgende vragen. a In welk land gaan jullie voorlichting geven? b Aan welke groep mensen gaan jullie voorlichting geven? c Eigen antwoord. Eigen antwoord. Waarom aan deze groep? Eigen antwoord. 9c armoede. Onderstreep in de tekst wat president Zuma aan de aidsepidemie wil doen. d Bedenk met welke problemen je rekening moet houden. Eigen antwoord _Mundo_KGT_TS4_AWM_proef 2.indd :56

25 Thema 4 Rampen en plagen Blok 2 Rampen in Afrika 25 e Kies nu de manier waarop jullie voorlichting gaan geven: een folder Eigen keuze. een poster een presentatie van vijf minuten f Op welke vraag moeten mensen het antwoord weten na jullie voorlichting? opdracht 3 Lees op bladzijde 82 van het lesboek de tekst Oorlog in Darfur. Bekijk op bladzijde 82 van het lesboek de bronnen 7 en 8. 3a Welke twee bevolkingsgroepen wonen in Darfur? Eigen antwoord. Zwarten g Werk jullie voorlichting uit. Denk aan: hoe maak je je verhaal geschikt voor jullie doelgroep? welke plaatjes gebruik je? Als je klaar bent: poster: hang jullie poster op in de klas. folder: kopieer de folder vijf keer en deel hem uit aan een paar klasgenoten. presentatie: houd de presentatie. Stel na jullie voorlichting aan een paar mensen de vraag van opdracht f. Weten ze het antwoord? Ja / Nee Zo nee, waar lag dat aan? Eigen antwoord. 2 Arabieren 3b Op welke twee manieren wordt de vruchtbare grond in Darfur gebruikt? Nomaden laten er hun vee grazen. 2 Boeren verbouwen gewassen op hun akkers. 3c Waarvan leven de twee bevolkingsgroepen? Veeteelt en akkerbouw. 3d Waardoor raken de twee bevolkingsgroepen met elkaar in conflict? Beide bevolkingsgroepen hebben vruchtbare grond en water nodig. En dat is er onvoldoende. opdracht 2 Lees op bladzijde 82 van het lesboek de tekst Oorlog in Afrika. Leg de volgende oorzaken van oorlogen in Afrika uit: 2a zwakke regering: Als de regering zwak is, 3e Waardoor is deze oorlog een ramp voor veel mensen uit Darfur? Ze raken hun huizen en akkers kwijt. Veel mensen worden gedood. Ze moeten vluchten voor het geweld. kunnen gewapende bendes de baas worden in een deel van het land. 2b gebrek aan vruchtbaar land: Mensen strijden tegen elkaar om vruchtbare grond. 2c criminele bendes: Criminele gewapende bendes beheersen de handel in grondstoffen en strijden tegen andere bendes of tegen de regering. 2d werkloosheid: Jongeren die werkloos zijn, sluiten zich aan bij de bendes en nemen dus deel aan de strijd _Mundo_KGT_TS4_AWM_proef 2.indd :56

26 26 opdracht 4 Lees op bladzijde 83 van het lesboek de tekst Kinderen zijn slachtoffer van oorlog. 4a Bedenk drie problemen waarmee kinderen te maken hebben die een oorlog hebben meegemaakt. Bijvoorbeeld: 2 angst voor geluiden geen vertrouwen meer in volwassenen 3 slecht kunnen slapen 4b Hoe probeert War Child kinderen uit oorlogsgebieden te helpen? Ze geven de kinderen weer zelfvertrouwen door de kinderen creatieve dingen te laten doen. 4c Rampen als in Kongo komen zelden in het nieuws. Bedenk daarvoor een reden. De rampen zijn niet zo nieuw meer: de nieuwsmakers vinden ze daarom niet zo interessant om te laten zien op tv. Bovendien vallen er in een keer niet heel veel slachtoffers. Het gaat heel geleidelijk. opdracht 5 Lees op bladzijde 83 van het lesboek bron 9. 5a Hoe oud was Kon toen hij kindsoldaat werd? Vijf jaar. 5b Wat was volgens Kon nodig om te overleven als kindsoldaat? Hij moest zijn gevoel uitschakelen. 5c Kon zegt dat zijn hart van steen was, maar door de hulp die hij kreeg is zijn hart zo zacht als katoen geworden. Leg uit wat hij daarmee bedoelt. Toen hij kindsoldaat was, moest hij meevechten en deed en zag hij afschuwelijke dingen. Dat kon hij alleen volhouden als hij zijn gevoel uitschakelde en dus een hart van steen had. Hij voelde geen angst of verdriet. Door de hulp die hij kreeg, leerde hij mensen weer te vertrouwen en gevoelens te hebben en werd zijn hart zacht. opdracht 6 Lees op bladzijde 83 van het lesboek de tekst De schade beperken. Bekijk op bladzijde 83 van het lesboek bron 20. 6a Wat is het doel van de grote poster in bron 20? De mensen waarschuwen tegen aids. 6b In de tekst worden drie soorten hulp bij rampen genoemd. Welke zijn dat? Voorkomen van rampen, gevolgen beperken, noodhulp. 6c Van wat voor soort hulp is de poster van bron 20 een voorbeeld? Voorkomen van een ramp. 6d Geef van de volgende voorbeelden aan wat voor soort hulp er gegeven wordt. Na de overstroming worden mensen naar veiliger gebied gebracht. noodhulp 2 Na de overstroming worden de dijken verbeterd. schade beperken 3 Een hulporganisatie deelt gratis condooms uit in een land waar veel aids is. voorkomen van een ramp opdracht 7 verdieping c Deze opdracht doe je met zijn tweeën. Stel je voor: je hoort dat er in Afrika honger heerst. Je hebt gezien hoe kinderen in het dorp Afu bijna sterven van de honger. Jullie willen hulp bieden. Bedenk samen een plan hoe jullie hulp kunnen bieden aan dit dorp. Denk aan de volgende dingen: Hoe kom je aan geld? Wat voor actie kun je voeren? Hoe zorg je dat mensen van de actie horen? Wat wil je doen met het geld? Hoe krijg je het geld of de spullen in het rampgebied? Eigen antwoorden. Maak samen een kleine presentatie over jullie plan. Kies uit: een powerpointpresentatie een spreekbeurt Eigen keuze _Mundo_KGT_TS4_AWM_proef 2.indd :56

27 Thema 4 Rampen en plagen Blok 2 Rampen in Afrika 27 opdracht 8 Lees figuur 6. 8a Onderstreep de hulp die het Rode Kruis geeft. 8b Hoeveel soorten hulp heb je onderstreept? 7 8c Welke hulp is meteen nodig? Kleur die woorden rood. 8d Welk hulp is pas later belangrijk? Kleur die woorden groen. 8e Voor al die hulp is geld nodig. Hoe komt het Rode Kruis aan geld? Van mensen die geld geven, bijvoorbeeld via de tv of collectes. opdracht 9 Bb Ga naar en maak de opdracht Afrika in het nieuws. opdracht 20 op een rij 20a Noem de belangrijkste oorzaak van aids in Afrika. Armoede. 20b Noem een conflict in Afrika. Oorlog in Darfur. 20c Noem drie soorten hulp bij rampen. Voorkomen van een ramp, schade beperken, noodhulp. opdracht 2 deelvraag Gebruik figuur 7. Vul voor drie rampen die in Afrika voorkomen de tabel van figuur 7 in. Extra oefenblad ECONOMIE Vraag aan je docent of je het extra oefenblad over Ontwikkelingshulp van de Nederlandse overheid moet maken. Het verschaffen van noodhulp is al tachtig jaar een sleutelactiviteit van het Rode Kruis. In eerste instantie gaat het om het redden van levens: het opvangen van slachtoffers, zorgen voor drinkwater, eten en gezondheidszorg. Daarna gaat het om herstelwerkzaamheden en wederopbouw. Door het Rode Kruis wordt jarenlang hulp verleend. Bron: Figuur 6 Wat het Rode Kruis doet. Kennen en kunnen Als je klaar bent met dit blok kun je: de belangrijkste landen, steden en rivieren van Afrika aanwijzen op een kaart; beschrijven met welke rampen Afrika te maken heeft; verklaren waarom die rampen voorkomen in Afrika; oorzaken noemen waarom aids Afrika zo hard treft; de gevolgen van aids in Afrika noemen; verklaren waarom er in Afrika veel conflicten zijn; de oorzaken noemen van het conflict in Darfur; uitleggen welke gevolgen oorlogen hebben voor kinderen; beschrijven welke soorten hulp er geboden wordt bij rampen. Begrippen epidemie Vaardigheid 3 Verklaren noodhulp Ga naar: Figuur 7 Ramp Oorzaken gevolgen Aids Armoede, weinig onderwijs, slechte gezond- Jonge mensen sterven, minder mensen om heidszorg, aids is taboe, machocultuur. het werk te doen, veel kinderen zijn wees. Overstromingen Bevolkingsgroei, aanleg akkers waarvoor Oogsten vernield, honger, mensen en dieren bomen worden gekapt, klimaatsverandering. verdrinken, huizen vernield. Oorlog in Darfur Te weinig vruchtbare grond voor mensen in Veel mensen gedood, veel mensen zijn op Darfur. de vlucht _Mundo_KGT_TS4_AWM_proef 2.indd :56

28 28 Menukaart 2 Keuzeopdracht Samen of alleen Wat heb je nodig? A Ramp met de Titanic Het grootste en modernste schip ter wereld zonk op zijn eerste reis. Schrijf een verhaal of maak een poster over de ramp met de Titanic. Samen of alleen Papier, kleurpotloden B Vluchtelingen Je maakt een natuurramp mee en gaat op de vlucht. Schrijf een verhaal over wat je meemaakt. Alleen Schrijfpapier C Conflicten in de wereld Zoek op internet informatie over een conflict dat nu in het nieuws is. Schrijf daar een krantenbericht over. Samen of alleen Computer A Ramp met de Titanic A d Lees en bekijk op bladzijde 84 van het lesboek de teksten en bronnen van opdracht A. Kies welke opdracht je wilt doen: A Ik maak een ooggetuigenverslag van iemand die de ramp heeft overleefd. B Wij maken een poster of een powerpointpresentatie over de ramp met de Titanic. Ooggetuigenverslag schrijfpapier Je hebt als een van de weinigen de ramp met de Titanic overleefd. Schrijf een verslag over de ramp. Schrijf er het volgende in: of je arm of rijk was; waarom je meeging op de Titanic; hoe het schip eruitzag; hoe de reis verliep; hoe je merkte dat er een ongeluk was gebeurd; wat je toen hebt gedaan; hoe je werd gered. Je mag natuurlijk naar informatie zoeken op internet, in de mediatheek of de bibliotheek. Of bekijk de film Titanic. Maak ook een tekening bij je brief. B Poster c Deze opdracht doe je met z n tweeën. d groot vel papier, kleurpotloden Maak een mooie poster of powerpointpresentatie over de ramp met de Titanic. Zoek als je tijd hebt extra informatie op in de bibliotheek of op internet. Je poster of presentatie moet in ieder geval laten zien: een tekening of plaatje van het schip; de route van het schip; hoe het schip verongelukte; wat er daarna gebeurde. Laat je verslag lezen door je docent. Laat je poster zien aan je docent. Misschien mag je de poster daarna ophangen in de klas _Mundo_KGT_TS4_AWM_proef 2.indd :56

29 Thema 4 Rampen en plagen Menukaart 2 Rampen in Afrika 29 B Vluchtelingen d Lees op bladzijde 85 van het lesboek de tekst Op de vlucht. Bekijk op bladzijde 85 van het lesboek de bronnen bron 23, 24 en 25. schrijfpapier Stel dat jij een van de vluchtelingen op deze foto s bent. Je hebt een natuurramp meegemaakt en besluit te vluchten. Schrijf een verhaal van ongeveer 300 woorden over wat je meemaakt. Beschrijf in ieder geval de volgende dingen: Wat voor soort ramp maakte je mee? Waarom besluit je te vluchten? Met wie vlucht je? Wat neem je mee? Waar ga je heen? Wanneer komt er hulp? Wat voor hulp krijg je? Hoe ziet je leven er nu uit? Welke plannen heb je voor de komende weken? Laat je verhaal lezen door je docent. C Conflicten in de wereld b ga naar en maak de opdracht Conflicten in de wereld _Mundo_KGT_TS4_AWM_proef 2.indd :56

30 _Mundo_KGT_TS4_AWM_proef 2.indd :56

31 Thema 4 Rampen en plagen Blok 2 Aantekeningen _Mundo_KGT_TS4_AWM_proef 2.indd :56

32 32 Blok 3 Rampen in de middeleeuwen Het gebied dat nu Nederland is, werd in de middeleeuwen regelmatig getroffen door rampen. Oorlogen, ziekten en overstromingen eisten veel slachtoffers. Deelvraag van dit blok: Wat waren de oorzaken en gevolgen van rampen in de middeleeuwen? 2a 2b 2c opdracht 2 Bekijk op bladzijde 86 van het lesboek de tijdbalk. Bij welke tijdvakken horen de ikonen die voor de titel van blok 3 staan? De tijd van monniken en ridders en tijd van steden en staten. Hoe noem je die twee tijdvakken samen? De middeleeuwen. In welk tijdvak vonden de Vikingaanvallen plaats? De tijd van monniken en ridders. a b c d opdracht Bekijk in het lesboek de titels, teksten en bronnen van blok 3. Welke tekst gaat over honger? Hongersnood. Welke teksten en welke bron gaan over ziekten? Teksten: De pest, Ellende in Europa Bron: 3 Welke teksten en bron gaan over geweld? Teksten: Vikingen vallen aan, Toen de Vikingen weg waren... Bron: 28 Welke teksten en bron gaan over natuurrampen? Teksten: Watersnood: Sint-Elisabethsvloed 42, Hier en toen: Watersnood 953 Bron: 29 en 30 3a 3b 3c opdracht 3 Bekijk op bladzijde 38 van het lesboek de Tijdwijzer. Welke tijd kwam voor de tijd van monniken en ridders? De tijd van Grieken en Romeinen. Bedenk: welke gebeurtenis was het begin van de tijd van monniken en ridders? het ontstaan van ridders de val van het Romeinse rijk de komst van het christendom Welke drie groepen waren er in de tijd van monniken en ridders? 2 3 boeren 3d Elke groep had zijn eigen taak. Schrijf in figuur de goede groep achter de volgende taken. Figuur monniken ridders Taak Bidden Vechten en besturen Werken op het land groep monniken ridders boeren _Mundo_KGT_TS4_AWM_proef 2.indd :56

33 Thema 4 Rampen en plagen Blok 3 Rampen in de middeleeuwen 33 Romeinse rijk Europa tussen 500 en 000 Wegen goed / slecht goed / slecht Oorlog veel / weinig veel / weinig Handel veel / weinig veel / weinig Steden veel / weinig veel / weinig Landbouw wel / geen specialisatie wel / geen specialisatie Figuur 2 opdracht 4 Lees op bladzijde 86 van het lesboek de tekst Hongersnood. Vergelijk het Romeinse rijk met de tijd tussen 500 en 000. Vul het schema van figuur 2 in. opdracht 5 Lees op bladzijde 46 van het lesboek vaardigheid 3 Verklaren. c Deze opdracht doe je met z n tweeën. d schaar, lijm, A4-papier 5a Met de kaartjes van figuur 3 kun je verklaren waarom het slecht ging met de landbouw tussen 500 en 000. Kopieer de kaartjes en knip ze uit. Leg de kaartjes zo neer dat ze samen verklaren waarom het slecht ging met de landbouw. Plak de kaartjes op het vel papier. Geef met pijlen tussen de kaartjes aan welke gebeurtenissen oorzaken en gevolgen zijn. 5b In welke tijd ging het beter met de landbouw? In de Romeinse tijd / tijd van monniken en ridders, want de boeren specialiseerden zich niet. Daardoor waren de opbrengsten niet hoog. 6a opdracht 6 Bekijk op bladzijde 86 van het lesboek bron 26. Met welk gereedschap werken de boeren op deze bron? Sikkel, hark en schop. 6b De boeren mochten niet alle oogst zelf houden. Bij welk deel van bron 26 horen de volgende zinnen? Een deel van de oogst is voor de heer in het kasteel. boven / midden / onder Een deel van de oogst wordt gebruikt om weer in te zaaien. boven / midden / onder Een deel van de oogst krijgen de boeren zelf. boven / midden / onder 6c Welke twee oorzaken van hongersnood voor de boeren zie je in deze afbeelding? 2 De landbouw was primitief: de boeren hadden eenvoudige gereedschappen De boeren moesten een deel van de oogst afstaan. Figuur 3 slechte wegen 3 boeren verbouwen alles zelf = geen specialisatie lage opbrengst landbouw 5 grond brengt minder op 4 weinig handel 2 veel oorlogen _Mundo_KGT_TS4_AWM_proef 2.indd :56

34 34 7a 7b opdracht 7 Bekijk op bladzijde 86 van het lesboek bron 27. Wat past bij deze bron? eenvoudig gereedschap / moderne machines veel mensen bewerken een stuk grond / weinig mensen bewerken een stuk grond verbouwen eigen voedsel / verbouwen producten voor de handel Vergelijk deze bron met bron 26. Zie je vooral verschillen of overeenkomsten? Vooral overeenkomsten. In bron 26 en 27 zie je alleen eenvoudige gereedschappen en opdracht 9 Bekijk op bladzijde 87 van het lesboek bron 28. De tekenaar heeft zijn eigen opvatting over de Vikingen. Vond hij de aanvallen van de Vikingen een ramp of niet? Leg uit hoe je dat ziet. Hij vond de aanvallen een ramp / geen ramp. Dat zie ik aan de manier waarop hij de Vikingen afbeeldt, als een stel woestelingen dat brand sticht en mensen vermoordt. 8a opdracht 8 Lees op bladzijde 87 van het lesboek de tekst Vikingen vallen aan. Wie waren de Vikingen? 8b Waarom gingen zij op reis? 8c verbouwen de boeren hun eigen voedsel. Boeren uit Scandinavië. Om huiden, hout en gedroogde vis te ruilen voor andere producten. Waarom hadden de Vikingen succes met hun aanvallen op de kust van Europa? Er waren allemaal kleine gebiedjes, en niet één groot leger dat de Vikingen tegen kon houden. 8d Stel dat de Vikingen in de tijd van het Romeinse rijk hun aanvallen uitvoerden. Zouden ze dan ook succes hebben gehad? Leg je antwoord uit. Nee, want het Romeinse leger was wel heel sterk. Wist je dat? Vikingen hun schatten begroeven, maar vaak stierven voordat ze ze konden opgraven? Die schatten werden meestal pas eeuwen later bij toeval gevonden. Vikingkoningen angstaanjagende bijnamen hadden, zoals de wrede, de ijzeren arm, bloedbijl en scherpe tong? opdracht 0 verdieping Bekijk nog eens op bladzijde 87 van het lesboek bron 28. Lees op bladzijde 52 van het lesboek vaardigheid 7g Werken met afbeeldingen. d A4-papier 0a Geef een beschrijving van de tekening door zo veel mogelijk vragen uit Stap van het stappenplan te beantwoorden. Gebruik hiervoor het vel papier. Waar speelt de scène zich af? Wat is groot en wat is klein afgebeeld? Zijn bepaalde aspecten overdreven afgebeeld? (bijvoorbeeld karaktertrekken) Wat doen de personen op de afbeelding? (let op alle personen) Waar kijken de personen naar? (let weer op alle personen) Welke voorwerpen en dieren zie je? Wie heeft de afbeelding gemaakt? 0b Geef een verklaring van de tekening door zo veel mogelijk vragen uit stap 2 van het stappenplan te beantwoorden. Waarom is de ruimte zo afgebeeld? Waarom zijn de voorwerpen en dieren toegevoegd? Wie zijn de personen? Waarom zijn sommige personen belangrijker dan anderen? Waarom zijn de personen dat aan het doen? Wat is de boodschap of bedoeling van de afbeelding? 0c Geef je mening over de tekening door de vraag uit stap 3 van het stappenplan te beantwoorden. Zie voor de antwoorden op opdracht 0a, 0b en 0c bladzijde _Mundo_KGT_TS4_AWM_proef 2.indd :56

35 Thema 4 Rampen en plagen Blok 3 Rampen in de middeleeuwen Vikingaanvallen Figuur 4 opdracht Wetenschap Vikingen verwoesten... kloosters 2 Veel zeldzame boeken... verbranden 3 Veel... kennis gaat verloren Handel Vikingen maken... rivieren en kusten... onveilig 2... Handelaren durven niet meer op reis 3... Handel die er was stort in Lees op bladzijde 87 van het lesboek de tekst Toen de Vikingen weg waren.... a De Vikingaanvallen hadden gevolgen voor wetenschap en handel. Vul op de lege plekken in figuur 4 de goede woorden in. b Hoe probeerden de mensen Vikingaanvallen te voorkomen? Rijke boeren gingen hun boerderijen versterken. Figuur 5 c De tochten van de Vikingen hadden alleen gevolgen voor de mensen in Europa. Waarom is dat zo, denk je? De Vikingen roofden alleen in Europese landen. De Vikingen konden nog niet de oceaan oversteken met hun schepen. opdracht 2 c Deze opdracht doe je met z n tweeën. d A4-papier en kleurpotloden Gebruik figuur 5. 2a Figuur 5 is een tekening van een versterkte boerderij rond 900. Schrijf de volgende woorden op de goede plaats: uitkijktoren gracht brug houten omheining huis van de heer plaats voor het vee aarden wal toegangspoort. 2b Stel, jullie zijn de heer van de boerderij. Je wordt aangevallen door de Vikingen. Bedenk hoe je je gaat verdedigen. De wapens die je hebt zijn: speren; pijl en boog; zwaarden. Leg goed uit hoe je de versterkte boerderij gebruikt om je te verdedigen. Kies samen uit hoe jullie laten zien wat er gebeurt: verslag schrijven. Gebruik een apart vel papier. tekening maken. Gebruik een apart vel papier. 2c Welke gevolgen hadden de Vikingaanvallen voor de kleine boeren? Streep de foute woorden door. Kleine boeren konden niet goed zichzelf verdedigen / aanvallen. Zij zochten in tijden van rust / onrust bescherming bij een rijke boer in de buurt. De rijke boeren werden daardoor machtiger / zwakker. uitkijktoren huis van de heer toegangspoort brug plaats voor het vee houten omheining aarden wal gracht _Mundo_KGT_TS4_AWM_proef 2.indd :56

36 36 opdracht 3 Lees op bladzijde 88 van het lesboek de tekst Watersnood: Elisabethsvloed 42. 3a Wat is een watersnood? Een overstroming. 3b Bedenk waarom Nederland in het verleden veel last heeft gehad van watersnoden. Het land ligt laag en wordt omringd door zee en er lopen veel grote rivieren door het gebied. 3c Noem één manier waarop mensen zich in de middeleeuwen beschermden tegen hoog water. Ze legden dijken aan. 3d Waarom was dat in de de tijd van de Elisabethsvloeden niet voldoende? De dijken waren niet goed onderhouden. opdracht 5 Lees op bladzijde 88 van het lesboek de tekst Hier en toen: Watersnood 953. Lees op bladzijde 45 van het lesboek vaardigheid 2 Vergelijken. 5a Noem twee overeenkomsten tussen de watersnood van 953 en de Sint- Elisabethsvloeden in de vijftiende eeuw. ) De dijken waren slecht onderhouden. 2) Na de ramp werden de dijken verbeterd. 5b Noem een verschil tussen de watersnoden. Na de watersnood van 953 kwam er een grootschalige hulpactie op gang. Dat zal in de middeleeuwen niet zo geweest zijn. 5c Vind je dat er vooral sprake is van continuïteit of verandering als het gaat om watersnoden in Nederland? Eigen antwoord. opdracht 4 Bekijk op bladzijde 88 van het lesboek bron 29. 4a Welke ramp is hier afgebeeld? De Sint-Elisabethsvloed uit 42. 4b Wat deden de mensen direct na de ramp? De mensen probeerden zichzelf met hun dieren en bezittingen in veiligheid te brengen met bootjes. 4c Wie hebben opdracht gegeven om dit schilderij te maken? De inwoners van Wieldrecht. 4d Waarom gaven juist zij de opdracht? Hun dorp was verwoest. Het schilderij moest ervoor zorgen dat de ramp niet werd vergeten. opdracht 6 a Gebruik GB 49D (BB ). 6a Hoe lang heeft de uitvoering van het Deltaplan geduurd? : 35 jaar. 6b Welke dammen sluiten de zeearmen van Zeeland af? Veersegatdam, Oosterscheldekering, Brouwersdam, Haringvlietdam. 6c Welk belangrijk gevolg heeft de afsluiting van de Haringvliet gehad? Het water is zoet geworden. 6d Bedenk welk gevolg dat heeft voor de dieren en planten in de Haringvliet. Er leven nu heel andere planten en dieren. Zeevissen kunnen alleen in zout water leven _Mundo_KGT_TS4_AWM_proef 2.indd :56

37 Thema 4 Rampen en plagen Blok 3 Rampen in de middeleeuwen 37 Middeleeuwen De Vikingaanvallen beginnen in 80 en eindigen in : begin van de pest Figuur 6 opdracht 7 Lees op bladzijde 89 van het lesboek de tekst De pest. Bekijk op de bladzijden 38 t/m 43 van het lesboek de Tijdwijzer. Gebruik figuur 6. 7a Wanneer was de tijd van monniken en ridders? Kleur die tijd: geel. 7b Wanneer was de tijd van steden en staten? Kleur die tijd: bruin. 7c Teken nu een rode lijn om de twee tijdvakken samen. Schrijf onder de twee tijdvakken: middeleeuwen. 7d Zet schuine streepjes in de periode van de Vikingaanvallen. Zet een kruisje bij het begin van de pest. 7e Geef in figuur 7 aan bij welke tijd de kenmerken horen. opdracht 8 8a Mensen namen allerlei maatregelen tegen de pest. Ook al wisten ze niet wat de oorzaak was van de ziekte. Welke maatregelen hielpen volgens jou? Kruis ze aan. De bemanning van een nieuw aangekomen schip moest zolang aan boord blijven tot men zeker wist dat er geen pest aan boord was. Mensen gingen heel veel bidden. Straten werden geschrobt en afval werd verwijderd. Sommige mensen sneden de puisten van de zieken open. Iemand die ziek was, mocht op de markt alleen met een witte stok aanwijzen wat hij wilde hebben. Sommige mensen aten konijnenkeutels met knoflook. In de kerk moesten pestlijders apart zitten. Mensen gingen zichzelf met een ketting slaan om pijn te lijden. 8b Stel de pest breekt nu uit. Bedenk twee maatregelen die je nu zou nemen om de pest te bestrijden. Figuur 7 2 Bijvoorbeeld: contacten vermijden. Bijvoorbeeld: een mondmasker dragen. Kenmerk Tijd van monniken en ridders Tijd van steden en staten Drie standen: geestelijkheid, adel, boeren X Ambachtslieden X Kloosters X Stadspoort De pest Mensen wonen dicht op elkaar X X X Vikingen X _Mundo_KGT_TS4_AWM_proef 2.indd :56

38 38 9d Waarom kon de pest zich in de steden zo makkelijk verspreiden? In de stad leefden mensen dicht op elkaar. Daar kon de pest zich makkelijk verspreiden. opdracht 20 stad, verdriet, ellende, dood Figuur 8 opdracht 9 platteland, geluk, mooi, leven Bekijk op bladzijde 89 van het lesboek bron 3. Gebruik figuur 8. 9a De afbeelding bestaat uit twee delen. Zet in figuur 8 met potlood een streep tussen de twee delen. 9b Schrijf de volgende woorden onder het goede deel: stad platteland geluk verdriet mooi ellende dood leven 9c Wat wil de schilder met deze afbeelding laten zien? Het is gezonder om in de stad te wonen. Op het platteland leven veel mensen in armoede. Je kunt niets aan de pest doen. De stad is een gevaarlijke plaats om te leven. Lees op bladzijde 89 van het lesboek de tekst Ellende in Europa. Gebruik figuur 9. Vaak leidt de ene gebeurtenis tot de andere. Zet de nummers van de volgende gebeurtenissen op de goede plek in figuur 9. Voedsel wordt duur 2 Er zijn te weinig boeren 3 Er is te weinig voedsel 4 Veel mensen sterven 5 Boeren kunnen eisen stellen 6 Boeren krijgen beter betaald 7 Mensen geven joden de schuld opdracht 2 Bb Ga naar en maak de quiz over het leven in de tijd van monniken en ridders. opdracht 22 Bb Ga naar en maak de opdracht Watersnood in Zeeland. Figuur 9 7 Joden worden vervolgd De pest breekt uit _Mundo_KGT_TS4_AWM_proef 2.indd :56

39 Thema 4 Rampen en plagen Blok 3 Rampen in de middeleeuwen 39 Oorzaak De landbouw in de middeleeuwen was primitief. 2 Vikingen maakten de kusten en rivieren onveilig. 3 Boeren versterkten hun boerderijen. 4 De pest verspreidde zich over heel Europa. 5 Dijken waren in de vijftiende eeuw zwak door oorlogen. Figuur 0 opdracht 23 op een rij Trek in figuur 0 lijnen tussen oorzaak en gevolg. opdracht 24 deelvraag 24a Welke oorzaken hadden de volgende rampen in de middeleeuwen? hongersnood Landbouw niet gespecialiseerd, eenvoudig gereedschap, boeren moesten een deel van de oogst afstaan aan de heer. watersnood Slechte dijken, springvloed. Vikingaanvallen Geen sterk leger in Europa dat Vikingen kon tegenhouden. Vikingen willen rijkdommen. pest In steden wonen mensen dicht op elkaar, daardoor en door handel verspreidde de pest zich snel. 24b Welke gevolgen hadden de volgende rampen in de middeleeuwen? watersnood Ontstaan Biesbosch, dijken werden verhoogd. Vikingaanvallen Boerderijen werden versterkt (ontstaan kastelen). pest Kloosters gingen zieken verzorgen, arbeiders gingen meer eisen stellen, joden vervolgd. Gevolg A De handel werd minder en veel kloosters werden verwoest. B Langzamerhand ontstonden er stenen kastelen. C Er waren regelmatig hongersnoden. D Boeren konden meer eisen gaan stellen. E Er vonden grote overstromingen plaats. Kennen en kunnen Als je klaar bent met dit blok kun je: uitleggen waarom hongersnoden regelmatig voorkwamen in de tijd van monniken en ridders; uitleggen waarom Vikingen Europa konden aanvallen in de negende eeuw; uitleggen wat de gevolgen waren van de Vikingaanvallen; de oorzaken en gevolgen noemen van de Sint-Elisabethsvloed in 42; de oorzaken en gevolgen noemen van de watersnood in 953; uitleggen waarom de pest in de veertiende eeuw zich zo snel kon verspreiden; de gevolgen noemen van de pest voor de mensen in Europa. Begrippen kasteel ridder springvloed watersnood Vaardigheden 2 Vergelijken 3 Verklaren 7g Werken met afbeeldingen Tijdwijzer Tijd van monniken en ridders ( ) Tijd van steden en staten ( ) Extra oefenblad vaardigheden Vraag aan je docent of je het extra oefenblad Beschrijven over het rijk van Karel de Grote moet maken. Ga naar: _Mundo_KGT_TS4_AWM_proef 2.indd :56

40 40 Menukaart 3 Keuzeopdracht Samen of alleen Wat heb je nodig? A Moord op Bonifatius Maak een stripverhaal of een toneelstuk over het leven van en de moord op de monnik Bonifatius. Met z n tweeën Computer B Kloosters Ontdek hoe het leven in een klooster was. Alleen Schrijfpapier C Kastelen Hoe verdedig je een kasteel tegen aanvallen van buiten? In een groepje van vier Groot vel wit karton, vellen bruin karton, schaar, lijm, kleurpotloden of verf A Moord op Bonifatius Bb ga naar en maak de opdracht Moord op Bonifatius. B Kloosters Lees op bladzijde 90 van het lesboek de teksten Christendom en Bidden en werken. Bekijk op bladzijde 90 van het lesboek de bronnen 32 en 33. Lees de tekst in figuur. Het is het jaar 000 en je leeft als jonge monnik of non in het klooster van Sint-Odiliënberg Figuur Dagindeling in het klooster Middernacht: Eerste kerkdienst, de Metten (morgenzangen) uur: Tweede kerkdienst, de Lauden (ochtendlofprijzingen) uur: De monniken gaan terug naar bed uur: Korte kerkdienst, de Priem (eerste gebedsuur) uur: Na de Priem blijven enkele monniken in de kerk om de eerste mis van die dag op te dragen. De monniken die de mis niet bijwonen gaan zich wassen en hun kleren verschonen uur: Ontbijt. Op vastendagen gaan de monniken aan het werk zonder ontbijt uur: Naar de kerk voor de tweede mis, daarna vergadering uur: Na de vergadering zijn de jongere monniken vrij om te wandelen en met elkaar te praten in de kloostergangen. (Limburg). Een non is een vrouw die in een klooster woont. Schrijf een brief aan een vriend(in) waarin je vertelt: waarom je het klooster in bent gegaan; hoe je dagen eruitzien; hoe je het vindt in het klooster. Versier je brief zoals de middeleeuwse monniken dat deden. Lever je brief in bij je docent uur: Hoogmis, de plechtigste dienst, met gezangen..00 uur: Middagmaal. Er wordt voorgelezen uit de Bijbel. Spreken is verboden..30 uur: Oudere en zieke monniken mogen een uur rusten tot 7.00 uur: De monniken gaan aan het werk uur: (in de zomer 8.00 uur) Naar de kerk voor de Vespers (avondzangen) en Collatie (teksten lezen) uur: (in de zomer 9.00 uur) Avondmaaltijd. Daarna kunnen de monniken zich terugtrekken in de kloostergangen of in de tuinen uur: (in de zomer uur) De laatste dienst, de Completen (avondgebed). Hierna gaan de monniken naar bed _Mundo_KGT_TS4_AWM_proef 2.indd :56

41 Thema 4 Rampen en plagen Menukaart 3 Rampen in de middeleeuwen 4 c d C Ridders en kastelen Deze opdracht doe je met z n vieren. Lees op bladzijde 9 van het lesboek de teksten Verdedig het kasteel en Op het slagveld. Bekijk op bladzijde 9 van het lesboek de bronnen 34 en 35. groot vel wit karton, vellen bruin karton, schaar, lijm, kleurpotloden of verf Jullie gaan zelf een kasteel maken. Als het kasteel klaar is, leggen jullie voor de klas uit hoe jullie kasteel wordt verdedigd bij een aanval. Doe het zo. Kopieer de plattegrond zo groot mogelijk. Knip de plattegrond uit en plak hem op een groot vel wit karton. Maak van het bruine karton: de torens; de muren tussen de torens; het poortgebouw; de twee andere gebouwen. Plak alle onderdelen op de plattegrond. Maak de omgeving van het kasteel. Schilder bijvoorbeeld een slotgracht en daaromheen akkers. Laat je kasteel zien aan de docent. Figuur 2 Plattegrond van een kasteel. Figuur 3 Tekening van een kasteel _Mundo_KGT_TS4_AWM_proef 2.indd :56

42 42 Antwoorden opdracht 0 0a Waar speelt de scène zich af? buiten op een schip en aan land Wat is groot en wat is klein afgebeeld? Groot is de Vikinghoofdman afgebeeld, de strijders zijn kleiner afgebeeld. Zijn bepaalde aspecten overdreven afgebeeld? (bijvoorbeeld karaktertrekken) De strijders zien er strijdlustig uit, de Vikinghoofdman ziet er dapper uit. Wat doen de personen op de afbeelding? (let op alle personen) Op de boot staat een man met een muziekinstrument, hij denkt na. Op de treeplank staat de Vikinghoofdman, hij denkt na. Op de achtergrond vechten Vikingstrijders. Een van hen zwaait met de buit. Waar kijken de personen naar? (let weer op alle personen) De vikinghoofdman kijkt naar de horizon, over het strijdtoneel, de muzikant kijkt naar de gevechten. Welke voorwerpen en dieren zie je? Voorwerpen: muziekinstrument, mooie zwaarden, schilden, helm, tonnen Dieren: paarden en koeien (ossen) op de achtergrond. Wie heeft de afbeelding gemaakt? Isings 0b Waarom is de ruimte zo afgebeeld? De tekenaar wil laten zien dat de Vikingen aankwamen met boten en dan aan land gingen om te veroveren. Waarom zijn de voorwerpen en dieren toegevoegd? Voorwerpen: hebben te maken met vechten en buit. De Vikingen gingen op reis om buit te veroveren. Wie zijn de personen? Personen: vooraan staat de Vikinghoofdman, op de boot staat een dichter/muzikant. Waarom zijn sommige personen belangrijker dan anderen? De hoofdman is het belangrijkst omdat hij leiding geeft aan de strijders. Waarom zijn de personen dat aan het doen? De Vikingen leveren strijd om buit te veroveren. Wat is de boodschap of bedoeling van de afbeelding? Laten zien dat de Vikingen met geweld Nederlands gebied aanvielen om buit te veroveren. 0c Eigen antwoord _Mundo_KGT_TS4_AWM_proef 2.indd :56

43 Thema 4 Rampen en plagen Blok 3 Aantekeningen _Mundo_KGT_TS4_AWM_proef 2.indd :56

44 44 Blok 4 Is een ramp te voorkomen? Een ongeluk zit in een klein hoekje, hoor je wel eens. Daarmee wordt bedoeld dat ongelukken en rampen vaak onverwacht gebeuren. Juist daardoor zijn mensen niet goed voorbereid op wat er kan gebeuren. Wat voor rampen kunnen er in Nederland voorkomen? Wat doen we eraan om ze te voorkomen? En welke maatregelen kun je zelf nemen om ongelukken, rampen en ziekten te voorkomen? Deelvraag van dit blok: Is een ramp te voorkomen? opdracht Bekijk in het lesboek de titels, teksten en bronnen van blok 4. a Hoeveel teksten heeft blok 4? 3 b Hoeveel beeldbronnen heeft blok 4? c 6 Over welk soort ongeluk of ramp heb jij kort geleden nog nagedacht dat je zou kunnen overkomen? Eigen antwoord. 2a 2b 2c 3a opdracht 2 Lees op bladzijde 92 van het lesboek de tekst Hoe overleef je natuurgeweld?. Schrijf de volgende begrippen op de juiste plaats in figuur. instortende gebouwen ondergelopen kelders overstromen rivier uit elkaar schuivende platen flexibele fundering weggeslagen land evacuatie aardbeving veel regen en smeltwater vulkaanuitbarsting botsende platen waarschuwingssysteem Zijn natuurrampen te voorkomen? Leg je antwoord uit. Natuurrampen zijn niet te voorkomen. Sommige gevolgen wel, zoals bij overstromingen door bijvoorbeeld de aanleg van dijken. Kies van de volgende natuurrampen er een uit en leg uit hoe van die ramp de gevolgen te voorkomen of te beperken zijn: vulkaanuitbarsting, overstromen van een rivier, aardbeving, tsunami of orkaan. De gevolgen van bijv. een vulkaanuitbarsting zijn te voorkomen of te beperken door een evacuatieplan, geulen graven om vermoedelijke lavastromen om dorpen te leiden (zie ook blz. 48). opdracht 3 Wat is een rampenplan? Een plan van de overheid of een bedrijf waarin d Hoe lang is het geleden dat je daarover nadacht? Eigen antwoord. 3b staat wat er bij een ramp moet gebeuren. Bedenk welke beroepen veel te maken hebben met een rampenplan. Politie, brandweer, ambulance, artsen, militairen. Figuur Natuurramp Oorzaak gevolg Beschermende maatregel Overstromen rivier Veel regen en smeltwater Ondergelopen kelders Dijken Tsunami botsende platen Weggeslagen land Waarschuwingssysteem Aardbeving Langs elkaar schuivende platen Instortende gebouwen Flexibele fundering Vulkaanuitbarsting Uit elkaar schuivende platen Brandende gebouwen Evacuatie _Mundo_KGT_TS4_AWM_proef 2.indd :56

45 Thema 4 Rampen en plagen Blok 4 Is een ramp te voorkomen? 45 3c Er zijn rampenplannen voor heel Nederland, maar ook voor iedere gemeente. Bedenk waarom het belangrijk is dat elke gemeente zijn eigen rampenplan heeft. opdracht 4 verdieping 4a Bedenk waar mensen in jouw buurt naartoe moeten als je wijk geëvacueerd moet worden. 4b Bij evacuaties willen sommige mensen hun huis niet verlaten. Vind jij dat mensen verplicht moeten worden om hun huis te verlaten als er een ramp dreigt? Leg je antwoord uit. 4c 5a 5b 5c Omdat een ramp niet altijd op landelijk niveau plaatsvindt. Elke gemeente heeft zijn eigen risico s, zoals gevaarlijke bedrijven, overstromingsgevaar. Hoger gelegen gebieden, gebouwen. Mensen zijn bang voor plunderingen of ze willen hun vee of akkers verzorgen. Vind jij dat mensen verplicht zouden moeten worden om hun huis te verlaten als er een ramp dreigt? Leg je antwoord uit. Eigen antwoord, bijvoorbeeld: Ja, niet iedereen kan het risico van een ramp goed inschatten. opdracht 5 Bekijk op bladzijde 92 van het lesboek bron 36. Waar werd dit landschap voor gebruikt, toen de foto werd gemaakt? Hoog in de bergen. Bedenk waar dit landschap in de winter voor gebruikt kan worden. (Tip: hoe ziet dit landschap er in de winter uit?) Skiën, wintersport. Bedenk welk gevaar er in de winter in dit landschap is. Lawinegevaar. Figuur 2 zee zee B B/C C dorp dorp rivier met dijk dijk A A 5d Bedenk nu waar deze hekken voor bedoeld zijn. opdracht 6 Lees op bladzijde 92 van het lesboek de tekst Hoe veilig leef ik? Bekijk op bladzijde 92 van het lesboek bron 37. a Zoek in de atlas de Oosterscheldekering op. 6a Waarom is dit bouwwerk gemaakt? gebied achter de kering onder water loopt. 6b De Oosterschelde is niet helemaal afgesloten van de Noordzee. Bedenk waarom de volgende groep actievoerders tegen de afsluiting van de Oosterschelde waren. Milieubeschermers: zodat het bijzondere 2 Vissers, mossel- en oesterkwekers: voorkomen dat 7a 7b 7c 7d 7e 7f Voor het stoppen van (beginnende) lawines. Om te voorkomen dat bij een storm het zoutwatermilieu niet zou worden aangetast. oesters en mosselen niet goed meer zouden groeien. opdracht 7 verdieping Gebruik figuur 2. Behalve door de zee kan Nederland ook door rivieren overstromen. Door de zeespiegelstijging stijgt ook de waterstand in de rivieren. Figuur 2 bestaat uit twee delen, een bovenaanzicht (kaart) en een zijaanzicht (doorsnede) van de Rijn, die van A naar B/C stroomt. Het bovenste deel van figuur 2 is het bovenaanzicht / zijaanzicht. Stel dat de zeespiegel stijgt tot hoogte C. Teken de nieuwe hoogte van de zee in de onderste helft van figuur 2. Het zeewater stroomt door de zeespiegelstijging ook de riviermonding in. Geef in figuur 2 aan tot hoever de dijken langs de rivier moeten worden verhoogd om beschermd te zijn tegen het gestegen water. De dijk bij het dorp moet wel / niet worden verhoogd. De dijken langs de zee en de rivier worden genoeg verhoogd. De rivier komt dus nog steeds bij punt B/C in zee. Het water stroomt gelijkmatig van punt A naar de monding. Teken nu in figuur 2 de weg van het water in de Rijn, van A naar de monding van de gestegen zee. Conclusie: Omdat door de zeespiegelstijging het hoogteverschil in de rivier tussen A en de monding kleiner / groter wordt, stroomt het water sneller / langzamer. Het water is daarom korter / langer onderweg. Er is daarom op een bepaald tijdstip meer / minder water in de rivier en de dijk bij het dorp moet daarom wel / niet worden verhoogd _Mundo_KGT_TS4_AWM_proef 2.indd :56

46 46 Hiertegen kan ik mezelf Hoe bescherm Ramp beschermen jij je hiertegen? Terroristische aanslag Aids X veilig vrijen Vitaminetekort X gezond eten Brandwonden X opletten met vuur Besmettelijke ziekten Figuur 3 opdracht 8 8a Zet in figuur 3 een kruisje achter de rampen waartegen jij jezelf kunt beschermen. 8b Zet ook in figuur 3 hoe jij je tegen die ramp kunt beschermen. opdracht 9 inenten tegen ziektes Verkeersongeluk X opletten in verkeer c Deze opdracht doe je met z n tweeën. Lees figuur 4. 9a Onderstreep in figuur 4 de leeftijdsgroep voor wie een fietshelm verplicht zou moeten worden. 9b Onderstreep in de tekst wie dit voorstelt. 9c De Fietsersbond probeert het gebruik van de fiets als vervoermiddel zo veel mogelijk te stimuleren. Bedenk wat de Fietsersbond van dit voorstel vindt. Niet direct voor, want mensen vinden een helm vaak niet prettig. Mogelijk gaan er minder mensen fietsen. 9d Wat vind jij van het voorstel? Leg je antwoord uit. Eigen antwoord. Als kinderen en jongeren verplicht een helm op de fiets dragen, kunnen een heleboel ongelukken worden voorkomen. Dat stelt TraumaNet AMC, het samenwerkingsverband van ziekenhuizen in de regio rond Amsterdam. Het samenwerkingsverband wil de discussie over fietshelmen aanzwengelen. Met name voor kinderen tussen de tien en veertien jaar is het verplichten van een helm erg belangrijk. Bron: NU.nl, 4 oktober 200 FiguuR 4 opdracht 0 Lees op bladzijde 93 van het lesboek de tekst Daar en nu: Het beperken van de schade na een ramp. Bekijk op bladzijde 93 van het lesboek bron 38. 0a Noem vier redenen waarom de schade door de olieramp in de Golf van Mexico achteraf een beetje meeviel Er waren die zomer geen zware orkanen. 0b Leg uit wat bron 38 te maken heeft met het beperken van de schade na de ramp. 0d Bedenk wat er met de olie zou zijn gebeurd als die bij een arm land in zee was gestroomd. opdracht Lees op bladzijde 93 van het lesboek de tekst Het gaat mis en dan?!. a In elk openbaar gebouw in Nederland hangen plattegronden met vluchtroutes. Waar hangen deze plattengronden in jouw school? b Bedenk waarom er veel vluchtroutes zijn. c Bedenk waarom deuren en ramen gesloten moeten worden als er brand is. d Bedenk twee redenen waarom bij een branden bommelding tassen en jassen moeten achterblijven. 2 De gelekte oliesoort verdampte snel. Warm zeewater brak de olie snel af. Door schermen kwam de olie niet bij de kust. Met dit drijvende scherm probeerde men de drijvende olie van de kust te houden. Die zou waarschijnlijk wel op de kust zijn gekomen. Eigen antwoord. Vanuit alle ruimtes moeten er (verschillende) vluchtroutes zijn. Om de aanvoer van zuurstof/lucht te voorkomen zodat het vuur niet meer aangewakkerd wordt. In een tas kan een bom verstopt zitten. Het kost minder tijd om direct het gebouw uit te lopen, dat is veiliger _Mundo_KGT_TS4_AWM_proef 2.indd :56

47 Thema 4 Rampen en plagen Blok 4 Is een ramp te voorkomen? 47 opdracht 2 Bb Ga naar en maak de opdracht Prikken. opdracht 3 Bb Ga naar en maak de opdracht Hoe veilig is mijn buurt?. Overstromen van een rivier Aardbeving Tsunami De ziekte tetanus Brand opdracht 4 op een rij Vitaminetekort In figuur 6 zie je oorzaken van verschillende rampen. 4a Kleur de rampen, ziekten of ongelukken die de overheid kan voorkomen geel. 4b Kleur de rampen, ziekten of ongelukken die je zelf kunt voorkomen blauw. 4c Kleur de rampen, ziekten of ongelukken die moeilijk te voorkomen zijn rood. 4d Op welke manier kun je de schade en het aantal slachtoffers van de rampen in opdracht 5c wel zo veel mogelijk voorkomen? Goede voorlichting en/of waarschuwingssystemen. opdracht 5 deelvraag 5a Vul achter ieder soort ramp een voorbeeld in van een maatregel die je kunt nemen om bij die ramp de schade te beperken. Aardbeving: Stevige huizen bouwen. Vulkaanuitbarsting: Niet op plaatsen bouwen waar de lava langs zal stromen. Storm: Ramen dichtspijkeren. Terroristische aanslag Aids Overstroming van de zee Figuur 6 Kennen en kunnen Als je klaar bent met dit blok kun je: voorbeelden geven van maatregelen die je vóór een ramp kunt nemen en maatregelen die je tijdens en na een ramp neemt; vertellen hoe Nederland zich beschermt tegen hoogwater van zee en rivieren; voorbeelden noemen van rampen waartegen je jezelf kunt beschermen; voorbeelden noemen van rampen waartegen je je niet zelf kunt beschermen; uitleggen wat het verschil is tussen het omgaan met rampen in arme en in rijke landen. Eigen onderwerp. Eigen onderwerp. Overstroming: Stevige dijken bouwen, ruimte voor water maken. 5b Hoe kun je ervoor zorgen dat je ook tijdens en na een ramp goede maatregelen kunt treffen om de schade van een ramp te beperken? Door het zorgen voor een goed rampenplan. Begrippen evacueren rampenplan Ga naar: _Mundo_KGT_TS4_AWM_proef 2.indd :56

48 48 Antwoord opdracht 2c: - De gevolgen van het overstromen van een rivier zijn te voorkomen of te beperken door dijken en/of terpen te bouwen. - De gevolgen van een aardbeving zijn te voorkomen of te beperken door stevige huizen te bouwen. - De gevolgen van een tsunami zijn te voorkomen of te beperken door evacuatieplannen op te stellen, waarschuwingssystemen te ontwikkelen. - De gevolgen van een orkaan zijn te voorkomen of te beperken door stevige huizen te bouwen, mensen eventueel te evacueren, ramen dicht te spijkeren _Mundo_KGT_TS4_AWM_proef 2.indd :56

49 Thema 4 Rampen en plagen Blok 4 Aantekeningen _Mundo_KGT_TS4_AWM_proef 2.indd :56

50 50 Eindsprint a opdracht Bekijk het schema in figuur. Vul de woorden waarvan al een letter is gegeven aan. FiguuR b c Streep van de schuingedrukte woorden steeds het foute woord door. Zet de volgende woorden op de goede plek: 800 kennis uit magma aardmantel aardkorst handel/reizen onder platen dijken noodhulp handel Vikingen kloosters aardkern vruchtbaar hygiëne epidemie eisen monniken rampenplan inenten aardbevingen trog en vulkaan lava ridders pest kastelen Joden Aarde bestaat uit lagen: Natuurrampen Platen bewegen gevolgen buitenste laag: aardkorst. Deze laag is gebarsten en bestaat uit: platen daaronder: aardmantel midden van de aarde: aardkern langs elkaar aardbevingen botsen trog en vulkaan onder elkaar schuiven trog en vulkaan uit elkaar schuiven mid-oceanische rug Gesmolten gesteente in deze laag = magma Komt bij vulkaanuitbarsting naar buiten als lava Als het is afgekoeld, is deze grond erg vruchtbaar Oorzaken: einde van R omeinse rijk veel / weinig oorlog veel / weinig onderhoud aan wegen veel / weinig handel boeren specialiseren / verbouwen van alles wat Oorzaken: na val van R omeinse rijk is er geen groot leger meer. Oorzaken: slechte hygiëne veel contact tussen mensen in verschillende gebieden, door: handel/reizen Voorkomen en bestrijden van rampen bouwen van geven van mensen maken van een dijken noodhulp inenten Menselijke rampen Hongersnood Kwam veel voor in de tijd van monniken en ridders. Oorlog Voorbeeld: Vikingen uit Scandinavië vallen rond 800 Ziekte tegen overstromingen aan slachtoffers Europese kust aan. Veel mensen worden in korte tijd ziek: epidemie Voorbeeld, rond 350: pest Gevolgen kloosters werden verwoest, veel kennis Handel stortte in. Rijke boeren versterken hun tegen besmettelijke ziektes rampenplan, waarin staat wat er moet gebeuren na een ramp ging verloren. boerderijen: worden kastelen Gevolgen Er zijn minder arbeiders. Zij kunnen hogere eisen stellen. Joden waren zondebok en werden vervolgd _Mundo_KGT_TS4_AWM_proef 2.indd :56

51 Thema 4 Rampen en plagen Eindsprint A B C DE Figuur 2 2a 2b 2c opdracht 2 Bekijk op de bladzijden 38 t/m 43 van het lesboek de Tijdwijzer. Bekijk de tijdbalk in figuur 2. Kleur op de tijdbalk: de tijd van Grieken en Romeinen: geel; de tijd van monniken en ridders: rood; de tijd van steden en staten: blauw. Schrijf de volgende letters bij de tijdbalk: A 500: val van het Romeinse rijk B 800: Vikingen roven en plunderen in Europa C 000: er worden in Europa steeds meer steden gesticht D 350: de pestepidemie zorgt voor veel doden in heel Europa E 42: Sint-Elisabethsvloed: polder de Grote Waard stroomt over Waardoor werden de Vikingen in Europa niet gemakkelijk tegengehouden? Er waren geen sterke legers die het land tegen de Vikingen konden beschermen. 2d 2e 3a Waardoor kon de pest zich zo snel verspreiden? Handelaren verspreidden de pestbacterie. In de steden leefden veel ratten door de slechte hygiëne. Via rattenvlooien verspreidde de pestbacterie zich. Waardoor richtte de Sint-Elisabethsvloed zo veel schade aan? De dijken waren verwaarloosd. opdracht 3 Bekijk de kaart in figuur 3. Schrijf de naam van het land achter de juiste letter. A B C D Marokko Egypte Sudan Somalia Figuur 3 E Kenia F Zuid-Afrika A 5 b H 4 G c B a 2 C E D 3b G H Nigeria Schrijf de naam van de stad achter het juiste cijfer. 2 3 Democratische Republiek Kongo Cairo Khartoum Johannesburg 4 Kinshasa km F 3 3c 5 Lagos Schrijf de naam van de rivier achter de juiste letter. a Nijl b c Niger Kongo _Mundo_KGT_TS4_AWM_proef 2.indd :56

52 52 Begrippen aardbeving (blok LB blz. 75) Een schok die ontstaat doordat twee aardplaten plotseling langs elkaar schuiven. Door een zware aardbeving ontstaat grote schade, storten gebouwen en viaducten in en kan de elektriciteit uitvallen. aardkern (blok LB blz. 74) Het binnenste vaste deel van de aarde. De aardkern is vast en erg heet: 5000 graden Celsius. aardkorst (blok LB blz. 74) De buitenste harde laag van de aarde. De aardkorst is in vergelijking tot de doorsnede van de hele aarde maar erg dun. aardmantel (blok LB blz. 74) De zachte en gloeiend hete laag tussen de aardkorst en de aardkern. In de aardmantel zorgen stromen van vloeibaar gesteente voor heel langzame bewegingen van de platen van de aardkorst. epicentrum (blok LB blz. 75) De plek aan het aardoppervlak waar een aardbeving het sterkst is. Het epicentrum van de aardbeving in Pakistan in 2005 lag in een slecht bereikbaar berggebied. epidemie (blok 2 LB blz. 80) Een uitbraak van een besmettelijke ziekte die veel mensen in korte tijd krijgen. Door de pestepidemie rond 350 stierven miljoenen mensen. evacueren (blok 4 LB blz. 92) Vluchten voordat een ramp plaatsvindt. Als er een ramp dreigt, kan de regering besluiten de mensen in het gebied te laten evacueren. kasteel (blok 3 LB blz. 87) Versterkt huis of boerderij, gebouwd van steen. Ridders bouwden kastelen om zich te beschermen tegen rovers en andere ridders. krater (blok LB blz. 76) Het gat in de vulkaan waar de lava uitkomt. Bij een uitbarsting van een vulkaan vult de krater zich eerst met lava, als de druk verder oploopt, kan de hele top van de berg uit elkaar spatten. lava (blok LB blz. 76) Het gloeiende gesteente dat uit de vulkaan stroomt. Bos en houten gebouwen die door een lavastroom worden geraakt, vliegen meteen in brand. magma (blok LB blz. 74) Het gesmolten gesteente in de aardmantel. Als magma bij een vulkaanuitbarsting aan het aardoppervlak komt, wordt het lava genoemd. mid-oceanische rug (blok LB blz. 76) Een uit gestolde lava opgebouwde bergrug op de bodem van de oceaan waar twee platen uit elkaar drijven. Precies tussen Europa en Noord-Amerika ligt de Mid-Atlantische Rug, een voorbeeld van een midoceanische rug. noodhulp (blok 2 LB blz. 83) Hulp die meteen na de ramp wordt gegeven, zodat mensen kunnen overleven. Na de aardbeving werd noodhulp gegeven: voedsel, medicijnen en tenten gingen direct naar het rampgebied. platen (blok LB blz. 75) De losse stukken waaruit de aardkorst is opgebouwd. Doordat platen langs de breuken in de aardkorst bewegen, ontstaan aardbevingen. rampenplan (blok 4 LB blz. 92) Een plan van de overheid of een bedrijf waarin staat wat er bij een ramp moet gebeuren. Elke gemeente heeft een rampenplan voor grote ongelukken of overstromingen. ridder (blok 3 LB blz. 87) Een edelman die van de koning de taak had gekregen om het land te verdedigen. Ridders hielden toernooien om zich te oefenen in het vechten _Mundo_KGT_TS4_AWM_proef 2.indd :56

53 Thema 4 Rampen en plagen Begrippen 53 springvloed (blok 3 LB blz. 88) Hoge vloed die twee keer per maand optreedt. De watersnood van 953 werd veroorzaakt door een combinatie van springvloed en een zware noordwesterstorm. trog (blok LB blz. 76) Een zeer diep stuk zee, op de plaats waar de ene plaat onder de andere schuift. Troggen zijn de diepste stukken van de zee, soms wel meer dan tien kilometer diep. De diepste troggen zijn dieper dan de hoogste berg. vulkaan (blok LB blz. 76) Een berg die ontstaat doordat lava uit de aardkorst aan het aardoppervlak stolt. In Italië liggen de vulkanen Etna en Vesuvius. watersnood (blok 3 LB blz. 88) Een overstromingsramp. In 953 was er een grote watersnood in Zuidwest- Nederland. Ga naar: _Mundo_KGT_TS4_AWM_proef 2.indd :56

54 54 Illustratieverantwoording Vormgeving & opmaak: Cartografie: Technisch tekenwerk: Beeldresearch: Foto omslag: In2vorm, Barchem EMK, Deventer Tiekstra Media, Groningen Lineair Fotoarchief, Arnhem Verbaal Bureau voor Visuele Communicatie, Velp Asahi Shimbun / Reuters De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden _Mundo_KGT_TS4_AWM_proef 2.indd :56

55 Thema 4 Rampen en plagen? Illustratieverantwoording _Mundo_KGT_TS4_AWM_proef 2.indd :56

56 _Mundo_KGT_TS4_AWM_proef 2.indd :56

Zelfstandig werken. Ajodakt. Dit antwoordenboekje hoort bij het gelijknamige werkboek van de serie

Zelfstandig werken. Ajodakt. Dit antwoordenboekje hoort bij het gelijknamige werkboek van de serie Zelfstandig werken Ajodakt Dit antwoordenboekje hoort bij het gelijknamige werkboek van de serie 9 789074 080705 Informatieverwerking Groep 7 Antwoorden Auteur P. Nagtegaal ajodakt COLOFON Illustraties

Nadere informatie

Stenvert. Taalmeesters 6. Zelfstandig werken Taal Groep 8 Antwoorden. Zelfstandig werken Stenvert Taal Taalmeesters 6 Antwoorden Groep 8

Stenvert. Taalmeesters 6. Zelfstandig werken Taal Groep 8 Antwoorden. Zelfstandig werken Stenvert Taal Taalmeesters 6 Antwoorden Groep 8 Zelfstandig werken Taal Groep 8 Antwoorden Stenvert maakt deel uit van ThiemeMeulenhoff Zelfstandig werken (Z). Dit bestaat uit een groot assor ment leermiddelen voor alle leerjaren. Op onze Z-site vindt

Nadere informatie

Werkwoordspelling 2 Toelichting en Antwoorden

Werkwoordspelling 2 Toelichting en Antwoorden Werkwoordspelling 2 Toelichting en Antwoorden COLOFON Auteurs Frank Pollet Illustraties Liza-Beth Valkema Basisvormgeving LS Ontwerpers bno, Groningen Omslag illustratie Metamorfose ontwerpen BNO, Deventer

Nadere informatie

Stenvert. Rekenmeesters 5. Zelfstandig werken Rekenen Groep 7 Antwoorden. Zelfstandig werken Stenvert Rekenen Rekenmeesters 5 Antwoorden Groep 7

Stenvert. Rekenmeesters 5. Zelfstandig werken Rekenen Groep 7 Antwoorden. Zelfstandig werken Stenvert Rekenen Rekenmeesters 5 Antwoorden Groep 7 Zelfstandig werken Rekenen Groep 7 Antwoorden Stenvert maakt deel uit van ThiemeMeulenhoff Zelfstandig werken (Z). Dit bestaat uit een groot assor ment leermiddelen voor alle leerjaren. Op onze Z-site vindt

Nadere informatie

De Geo. 1 th Aardrijkskunde voor de onderbouw. Antwoorden hoofdstuk 5. www.degeo-online.nl. 1ste druk

De Geo. 1 th Aardrijkskunde voor de onderbouw. Antwoorden hoofdstuk 5. www.degeo-online.nl. 1ste druk De Geo 1 th Aardrijkskunde voor de onderbouw Antwoorden hoofdstuk 5 www.degeo-online.nl 1ste druk De Geo, aardrijkskunde voor de onderbouw van th - Docentenhandleiding 1 TH 1 ThiemeMeulenhoff Utrecht/Zutphen,

Nadere informatie

42 blok 6. Een huis inrichten. Teken de meubels in het huis. Plaats ze waar jij wilt. Vul in. Hoeveel eet elke hond? Hoeveel kilo vlees?

42 blok 6. Een huis inrichten. Teken de meubels in het huis. Plaats ze waar jij wilt. Vul in. Hoeveel eet elke hond? Hoeveel kilo vlees? 42 blok 6 C1 Een huis inrichten. Teken de meubels in het huis. Plaats ze waar jij wilt. C2 Vul in. Hoeveel eet elke hond? Hoeveel kilo vlees? Hoeveel pakken brokken? Hoeveel bakjes water? Fido 3 2 1 4

Nadere informatie

Natuurrampen. Natuurrampen. Enkele voorbeelden... Oorzaken: bijvoorbeeld lawine, aardbeving, orkaan, overstroming, tsunami en vulkaanuitbarsting.

Natuurrampen. Natuurrampen. Enkele voorbeelden... Oorzaken: bijvoorbeeld lawine, aardbeving, orkaan, overstroming, tsunami en vulkaanuitbarsting. Natuurrampen Natuurrampen Natuurrampen Enkele voorbeelden... Oorzaken: bijvoorbeeld lawine, aardbeving, orkaan, overstroming, tsunami en vulkaanuitbarsting. Gevolgen: bijvoorbeeld bedolven mensen, doden,

Nadere informatie

Mens en maatschappij leerjaar 1 / vmbo-kgt 2 e editie Thema 2 Wat eten we vandaag? ANTWOORDMODEL thema schrift

Mens en maatschappij leerjaar 1 / vmbo-kgt 2 e editie Thema 2 Wat eten we vandaag? ANTWOORDMODEL thema schrift 2 e editie www.mundo-online.nl Mens en maatschappij leerjaar 1 / vmbo-kgt Thema 2 Wat eten we vandaag? ANTWOORDMODEL thema schrift 2 Inhoud Hoe werk je met Mundo? 4 Start 6 Blok 1 Op zoek naar voedsel

Nadere informatie

Mens en maatschappij leerjaar 1 / vmbo-kgt 2e editie Thema 1 Wie ben ik? ANTWOORDMODEL thema schrift

Mens en maatschappij leerjaar 1 / vmbo-kgt 2e editie Thema 1 Wie ben ik? ANTWOORDMODEL thema schrift 2e editie www.mundo-online.nl Mens en maatschappij leerjaar 1 / vmbo-kgt Thema 1 Wie ben ik? ANTWOORDMODEL thema schrift 1 Inhoud Hoe werk je met Mundo? 4 Start 6 Blok 1 Mijn eigen omgeving 8 Menukaart

Nadere informatie

Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal. Reader. Wet van Ohm. J. Kuiper. Transfer Database

Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal. Reader. Wet van Ohm. J. Kuiper. Transfer Database Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal Reader Wet van Ohm J. Kuiper Transfer Database ThiemeMeulenhoff ontwikkelt leermiddelen voor Primair Onderwijs, Algemeen Voortgezet Onderwijs, Beroepsonderwijs

Nadere informatie

Daarbij stierven 200 duizend mensen.

Daarbij stierven 200 duizend mensen. Filmpje op www.youtube.com/watch?v=vua_y9c4zu4&feature=related Google trefwoorden: filmpje, plaattektoniek, teleac, youtube Aardbevingen Beweging in de aarde In 2004 was de tsunami in Azië na aardbeving

Nadere informatie

Inleiding Waarom dit onderwerp?

Inleiding Waarom dit onderwerp? Inleiding Ik zou graag willen weten hoe vulkanen ontstaan. En wat de oorzaak kan zijn dat vulkanen uitbarsten. Waarom dit onderwerp? Ik heb dit onderwerp gekozen omdat ik laatst heel vaak de Etna op tv

Nadere informatie

INHOUD. Inleiding Aardbevingen Bergen Bosbranden Koraal Lawines Meteorieten Onweer...

INHOUD. Inleiding Aardbevingen Bergen Bosbranden Koraal Lawines Meteorieten Onweer... INHOUD Inleiding...6 1 Aardbevingen...8 2 Bergen... 10 3 Bosbranden... 12 4 Koraal... 14 5 Lawines... 16 6 Meteorieten... 18 7 Onweer... 20 8 Opwarming van de aarde... 22 9 Orkanen... 24 10 Overstromingen...

Nadere informatie

Werkblad bij de geoquest Vulkanen

Werkblad bij de geoquest Vulkanen Naam: Werkblad bij de geoquest Vulkanen 1. Wat zijn vulkanen? Een vulkaan is een berg opgebouwd uit lava en as. 2. a)hoe ontstaan vulkanen? Vulkanen ontstaan door breuken in de aardkorst. Door de stromingen

Nadere informatie

Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal. Reader. Stroom. J. Kuiper. Transfer Database

Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal. Reader. Stroom. J. Kuiper. Transfer Database Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal Reader Stroom J. Kuiper Transfer Database ThiemeMeulenhoff ontwikkelt leermiddelen voor Primair Onderwijs, Algemeen Voortgezet Onderwijs, Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie

Nadere informatie

Bevolkingsgroepen DOE KAART 1. Naam van het project. Als je voor deze opdracht kiest leer je meer over een bepaalde bevolkingsgroep.

Bevolkingsgroepen DOE KAART 1. Naam van het project. Als je voor deze opdracht kiest leer je meer over een bepaalde bevolkingsgroep. DOE KAART 1 Bevolkingsgroepen Als je voor deze opdracht kiest leer je meer over een bepaalde bevolkingsgroep. Zoek 6 verschillende bevolkingsgroepen op. Kies 1 bevolkingsgroep uit waar je meer over wilt

Nadere informatie

Aardrijkskunde Bewegende aarde Leerjaar 2ha HBAK Antwoordmodel

Aardrijkskunde Bewegende aarde Leerjaar 2ha HBAK Antwoordmodel Aardrijkskunde Bewegende aarde Leerjaar 2ha HBAK Antwoordmodel ------------------------------------------------------------------------------------------ Let op: - Je bent zelf verantwoordelijk voor het

Nadere informatie

e-book: gebonden versie: e-book: gebonden versie: Chris Oxlade

e-book: gebonden versie: e-book: gebonden versie: Chris Oxlade Chris Oxlade Chris Oxlade Anita Ganeri Anita Ganeri Boeken in deze serie e-book: 978-94-6175-825-5 gebonden versie: 978-90-5566-931-8 e-book: 978-94-6175-822-4 gebonden versie: 978-94-6175-285-7 e-book:

Nadere informatie

Naam: VULKANEN. Vraag 1. Uit welke drie lagen bestaat de aarde? Vraag 2. Hoe dik is de aardkorst gemiddeld?

Naam: VULKANEN. Vraag 1. Uit welke drie lagen bestaat de aarde? Vraag 2. Hoe dik is de aardkorst gemiddeld? Naam: VULKANEN Voordat je begrijpt hoe vulkanen ontstaan, moet je eerst weten hoe de aarde in elkaar zit. De aarde is een bol die uit drie lagen bestaat. De binnenste laag is de kern. De temperatuur is

Nadere informatie

Een tsunami, de kracht van water? Lespakket voor de leerling

Een tsunami, de kracht van water? Lespakket voor de leerling Japanese Red Cross/Toshirharu Kato Een tsunami, de kracht van water? Lespakket voor de leerling Hallo! Heb jij al ooit een tsunami meegemaakt? Nee? Dat is heel normaal, want in België kwam er nog geen

Nadere informatie

Landengids voor: Landengids

Landengids voor: Landengids We gaan een reisgids maken voor een land dat je zelf mag uitkiezen. Dat is een boekje waarin allemaal dingen staan die met dat land te maken hebben en die je zou willen weten als je op vakantie zou gaan

Nadere informatie

Wat doe je in deze les? Handleiding Uitbreidingsles Studerend lezen niveau B

Wat doe je in deze les? Handleiding Uitbreidingsles Studerend lezen niveau B Handleiding Uitbreidingsles Studerend lezen Een onderdeel van Nieuwsbegrip XL zijn de strategielessen. De strategielessen zijn bedoeld om de strategieën voor begrijpend lezen bij de leerlingen te introduceren

Nadere informatie

Aardbevingen hv123. banner. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. https://maken.wikiwijs.nl/52470

Aardbevingen hv123. banner. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. https://maken.wikiwijs.nl/52470 banner Auteur Laatst gewijzigd Licentie Webadres VO-content 16 december 2016 CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie https://maken.wikiwijs.nl/52470 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs

Nadere informatie

Aardbevingen hv123. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie.

Aardbevingen hv123. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. Auteur VO-content Laatst gewijzigd 16 December 2016 Licentie CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie Webadres http://maken.wikiwijs.nl/52470 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken

Nadere informatie

Cursus. Verdieping kinderen met specifieke begeleidingsvragen Deel 1

Cursus. Verdieping kinderen met specifieke begeleidingsvragen Deel 1 Cursus Verdieping kinderen met specifieke begeleidingsvragen Deel 1 Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 info@edu-actief.nl www.edu-actief.nl Auteur: Meike Bouwer Inhoudelijke redactie: Napona

Nadere informatie

Extreme woonplekken vmbo12. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie.

Extreme woonplekken vmbo12. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. Auteur VO-content Laatst gewijzigd Licentie Webadres 06 December 2016 CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/63450 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken

Nadere informatie

Tijdwijzer. Het begin. Voor en na Christus

Tijdwijzer. Het begin. Voor en na Christus 138 Tijdwijzer Het begin Op deze tijdbalk past niet de hele geschiedenis van de mens. Er lopen namelijk al zo n 100.000 jaar mensen rond op aarde. Eigenlijk zou er dus nog 95.000 jaar bij moeten op de

Nadere informatie

Vulkaanuitbarsting in het nieuws!

Vulkaanuitbarsting in het nieuws! Kopieerblad 1 Vulkaanuitbarsting in het nieuws! Vulkaanuitbarsting in het nieuws! Wat weet je over de vulkaanuitbarsting die heeft plaatsgevonden? Waar heeft de vulkaanuitbarsting plaatsgevonden? Duid

Nadere informatie

Cursus. Vakinhoud en leergebieden primair onderwijs (geschiedenis)

Cursus. Vakinhoud en leergebieden primair onderwijs (geschiedenis) Cursus Vakinhoud en leergebieden primair onderwijs (geschiedenis) Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 info@edu-actief.nl www.edu-actief.nl Auteur(s): Sietske van Es Inhoudelijke redactie: Floortje

Nadere informatie

1. Van je juf of meester krijg je een plaatje. Bekijk je plaatje goed. 3. Zoek samen nog vier klasgenoten met een ander plaatje.

1. Van je juf of meester krijg je een plaatje. Bekijk je plaatje goed. 3. Zoek samen nog vier klasgenoten met een ander plaatje. Opdracht 1 Ongeveer 150 jaar geleden stonden er veel steenfabrieken langs de IJssel. De stenen werden van klei gemaakt. Dat kon je langs de IJssel vinden. Als de rivier overstroomde, bleef er een laagje

Nadere informatie

5 havo 2 End. en ex. processen 1-4

5 havo 2 End. en ex. processen 1-4 5 havo 2 End. en ex. processen 1-4 Rusteloze aarde De Toch miljoenenstad ging het in 79 Napels na Chr. ligt grandioos op nog geen mis 10km De inwoners van de Vesuvius, van niemand Pompei waren lijk zich

Nadere informatie

Kies 2. Leerwerkboek burgerschap SANDER HEEBELS PETRI BENSCHOP MENNO BEEKHUIZEN MARK OOMEN HANNEKE SCHOTTERT

Kies 2. Leerwerkboek burgerschap SANDER HEEBELS PETRI BENSCHOP MENNO BEEKHUIZEN MARK OOMEN HANNEKE SCHOTTERT Kies 2 Leerwerkboek burgerschap SANDER HEEBELS PETRI BENSCHOP MENNO BEEKHUIZEN MARK OOMEN HANNEKE SCHOTTERT Heb je een leeshandicap en wil je dit boek in een toegankelijke leesvorm, bel dan Dedicon: 0486-486486,

Nadere informatie

c) Waarom denk jij dat straten en vliegvelden a) Wat is het onderwerp van dit artikel? b) In welk werelddeel ligt Costa Rica?

c) Waarom denk jij dat straten en vliegvelden a) Wat is het onderwerp van dit artikel? b) In welk werelddeel ligt Costa Rica? Wereldoriëntatie A B C a) Waar rommelt het? b) Wat is de naam van de vulkaan? c) Hoe hoog was de aswolk? 2) Lees tekst 1 op pagina 13 hiernaast. a) Wat weet jij al over vulkanen? Maak een woordweb met

Nadere informatie

Werken aan natuur en milieu

Werken aan natuur en milieu Keuzevak Milieu, hergebruik en duurzaamheid Serienummer: Licentie: Voor het activeren van de licentie kijk op pagina 5 van dit werkboek. Te activeren tot: COLOFON Uitgeverij: Auteur(s): Inhoudelijke redactie:

Nadere informatie

Kies 1 SANDER HEEBELS MENNO BEEKHUIZEN PETRI BENSCHOP ANNE-MARIE BRUNEN MARIEKE STRIK HANNEKE SCHOTTERT

Kies 1 SANDER HEEBELS MENNO BEEKHUIZEN PETRI BENSCHOP ANNE-MARIE BRUNEN MARIEKE STRIK HANNEKE SCHOTTERT Kies 1 Leerwerkboek burgerschap SANDER HEEBELS MENNO BEEKHUIZEN PETRI BENSCHOP ANNE-MARIE BRUNEN MARIEKE STRIK HANNEKE SCHOTTERT Heb je een leeshandicap en wil je dit boek in een toegankelijke leesvorm,

Nadere informatie

naam WERKBLAD in de buurt van de school Bekijk de buurt waar de school staat. Probeer de vragen te beantwoorden.

naam WERKBLAD in de buurt van de school Bekijk de buurt waar de school staat. Probeer de vragen te beantwoorden. WERKBLAD in de buurt van de school Bekijk de buurt waar de school staat. Probeer de vragen te beantwoorden. Ga het vragen. Zoek in boeken en op internet. Schrijf de antwoorden op. Zoek er plaatjes bij.

Nadere informatie

Begeleide interne stage

Begeleide interne stage Ik, leren en werken Begeleide interne stage Deel 2 Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 info@edu-actief.nl www.edu-actief.nl Auteur: Marian van der Meijs Inhoudelijke redactie: Titel: Ik, leren

Nadere informatie

De Geo. 1 hv Aardrijkskunde voor de onderbouw. Antwoorden hoofdstuk 1. www.degeo-online.nl. 1ste druk

De Geo. 1 hv Aardrijkskunde voor de onderbouw. Antwoorden hoofdstuk 1. www.degeo-online.nl. 1ste druk De Geo 1 hv Aardrijkskunde voor de onderbouw Antwoorden hoofdstuk 1 www.degeo-online.nl 1ste druk De Geo, aardrijkskunde voor de onderbouw van hv - Docentenhandleiding 1 HV 1 ThiemeMeulenhoff Utrecht/Zutphen,

Nadere informatie

REKENTOPPERS 4. Antwoordenboek. Rekenen en wiskunde. Pascal Goderie. Auteur

REKENTOPPERS 4. Antwoordenboek. Rekenen en wiskunde. Pascal Goderie. Auteur REKENTOPPERS 4 Rekenen en wiskunde Antwoordenboek Auteur Pascal Goderie KAART KAART 2. Zet de getallen op de goede plaats 2 7. Sjoelen Elke behaalt 4 punten. Willem: veertig punten 4 3 5 8 6 9 2. Pijltjes

Nadere informatie

Spelend leren, leren spelen

Spelend leren, leren spelen Spelend leren, leren spelen een werkboek voor kinderen en ouders Rudy Reenders, Wil Spijker & Nathalie van der Vlugt Spelend leren, een werkboek voor kinderen en ouders leren spelen Rudy Reenders, Wil

Nadere informatie

Training. Presenteren en instrueren

Training. Presenteren en instrueren Training Presenteren en instrueren Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 info@edu-actief.nl www.edu-actief.nl Auteur: Erica Huppelschoten Inhoudelijke redactie: Floortje Vissers Titel: Presenteren

Nadere informatie

MOERASBOS IN STADSHAGEN. Thema: natuur

MOERASBOS IN STADSHAGEN. Thema: natuur DOCENT In het thema Natuur ontdekken de leerlingen van groep 7 en 8 dat er rond de jaartelling een bijzonder bos op de plek stond waar zij nu wonen. Dit moerasbos is in 2000 opgegraven door archeologen.

Nadere informatie

Plaattektoniek. Fieke van Lith. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Plaattektoniek. Fieke van Lith. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie. Auteur Laatst gewijzigd Licentie Webadres Fieke van Lith 17 October 2016 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/88104 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken van Kennisnet.

Nadere informatie

Uitprobeerpakket. Toetsboek 4 groep 4 blok 6

Uitprobeerpakket. Toetsboek 4 groep 4 blok 6 Uitprobeerpakket Toetsboek 4 groep 4 blok 6 Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd

Nadere informatie

Docentenhandleiding bij Elektrotechnisch tekenen Basiskennis

Docentenhandleiding bij Elektrotechnisch tekenen Basiskennis tr@nsfere Docentenhandleiding bij Elektrotechnisch tekenen Basiskennis Leerwerkboek S.J. Kuipers redactie S.J.H. Frericks ThiemeMeulenhoff ontwikkelt leermiddelen voor Primair Onderwijs, Algemeen Voortgezet

Nadere informatie

Soorten vulkanen. Tefra vulkaan: Werkende vulkaan: Er zijn heel veel soorten vulkanen en ik ga er 6 opnoemen en er wat over vertellen dat zijn,

Soorten vulkanen. Tefra vulkaan: Werkende vulkaan: Er zijn heel veel soorten vulkanen en ik ga er 6 opnoemen en er wat over vertellen dat zijn, Voorwoord Ik doe mijn werkstuk over vulkanen, ik doe hem over vulkanen omdat ik er echt niets over wist, en het leek me een superleuk en interessant onderwerp, ik ga u iets leren wat voor soorten uitbarstingen

Nadere informatie

Wonen - Extreme woonplekken. VO-content StudioVO. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie.

Wonen - Extreme woonplekken. VO-content StudioVO. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. Auteur VO-content StudioVO Laatst gewijzigd Licentie Webadres 14 July 2013 CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/44995 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijsleermiddelenplein.

Nadere informatie

Scholengroep Amnesty International Nijmegen WERKBLADEN - 2

Scholengroep Amnesty International Nijmegen WERKBLADEN - 2 VREEMDELINGEN IN NEDERLAND ONDERBOUW VOORTGEZET ONDERWIJS VREEMDELINGEN Waaraan denken we bij het woord vreemdeling? We beginnen deze les direct met een opdracht. 1. We schrijven op het bord in een grote

Nadere informatie

Aardrijkskundeproefwerk Hoofdstuk 6. Vakantielanden

Aardrijkskundeproefwerk Hoofdstuk 6. Vakantielanden Aardrijkskundeproefwerk Hoofdstuk 6 Vakantielanden Het klimaat is in Zuid-Europa anders dan in Nederland. In de zomer is het er warm en droog, in de winter is het er ongeveer zoals zomers in Nederland.

Nadere informatie

Cursus. Ontwikkelingspsychologie voor SW

Cursus. Ontwikkelingspsychologie voor SW Cursus Ontwikkelingspsychologie voor SW Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 info@edu-actief.nl www.edu-actief.nl Auteur: Ingrid Mulder Inhoudelijke redactie: Floortje Vissers Titel: Ontwikkelingspsychologie

Nadere informatie

Nederlands Luisteren Voor 1F Deel 2 van 2

Nederlands Luisteren Voor 1F Deel 2 van 2 Nederlands Luisteren Voor 1F Deel 2 van 2 Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 info@edu-actief.nl www.edu-actief.nl Auteur: Gerda Verhey Inhoudelijke redactie: Ina Berlet Titel: Nederlands Luisteren

Nadere informatie

Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal. Reader. Weerstand. J. Kuiper. Transfer Database

Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal. Reader. Weerstand. J. Kuiper. Transfer Database Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal Reader Weerstand J. Kuiper Transfer Database ThiemeMeulenhoff ontwikkelt leermiddelen voor Primair Onderwijs, Algemeen Voortgezet Onderwijs, Beroepsonderwijs en

Nadere informatie

NRC Artikel van 19 september 2011

NRC Artikel van 19 september 2011 NRC Artikel van 19 september 2011 http://www.nrc.nl/nieuws/2011/09/19/dodental-aardbeving-india-loopt-op/ Leerstofanalyse 1. belangrijke leerstof elementen feiten: van de buitenwereld afgesloten rampgebied,

Nadere informatie

Mens en maatschappij leerjaar 2 / vmbo-kgt 2 e editie Thema 12 Wie wonen er in Nederland? ANTWOORDMODEL thema schrift

Mens en maatschappij leerjaar 2 / vmbo-kgt 2 e editie Thema 12 Wie wonen er in Nederland? ANTWOORDMODEL thema schrift 2 e editie www.mundo-online.nl Mens en maatschappij leerjaar 2 / vmbo-kgt Thema 12 Wie wonen er in Nederland? ANTWOORDMODEL thema schrift 12 Inhoud Hoe werk je met Mundo? 4 Start 6 Blok 1 Baby s en bejaarden

Nadere informatie

1 Zet in de goede volgorde. Van klein naar groot.

1 Zet in de goede volgorde. Van klein naar groot. Herhaling Ω groep 5 Ω Aardrijkskunde (blad 1) Zoek de pagina in het lesboek. Lees de tekst en bekijk de foto of tekening. Maak dan de vraag. pagina 2 en 3 1 Zet in de goede volgorde. Van klein naar groot.

Nadere informatie

Jouw werkstuk lever je uiterlijk in op donderdag 20 maart 2014!!

Jouw werkstuk lever je uiterlijk in op donderdag 20 maart 2014!! Hoe maak ik in groep 8 een werkstuk? Jij gaat de komende weken thuis een werkstuk maken. Een werkstuk is een lange weettekst. Het wordt geschreven om iemand iets te leren of te laten weten. Net als in

Nadere informatie

Cursus. Schrijf een projectplan

Cursus. Schrijf een projectplan Cursus Schrijf een projectplan Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 info@edu-actief.nl www.edu-actief.nl Auteurs: Annyttsje Pruim, Floortje Vissers Titel: Schrijf een projectplan ISBN: 978 90

Nadere informatie

Zwart Afrika. Oorspronkelijke bevolking: donkere huidskleur

Zwart Afrika. Oorspronkelijke bevolking: donkere huidskleur Zwart Afrika Wereldzone: ZWART-AFRIKA Vegetatie Zwart-Afrika Oorspronkelijke bevolking: donkere huidskleur Klimatogram Antalaha, Madagaskar Klimatogram Limpopo, Zuid-Afrika Zwart-Afrika (het gedeelte van

Nadere informatie

Atlas. Mens en Maatschappij GG. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Atlas. Mens en Maatschappij GG. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie. Auteur Mens en Maatschappij GG Laatst gewijzigd 05 October 2015 Licentie CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie Webadres http://maken.wikiwijs.nl/66448 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken

Nadere informatie

Opdrachten : Je moet 5 verschillende opdrachten maken. Zorg dat je daarvoor in tenminste 3 verschillende werkplekken komt.

Opdrachten : Je moet 5 verschillende opdrachten maken. Zorg dat je daarvoor in tenminste 3 verschillende werkplekken komt. Grote klus van : Opdrachten : Je moet 5 verschillende opdrachten maken. Zorg dat je daarvoor in tenminste 3 verschillende werkplekken komt. Laat de opdrachten aftekenen door een juf. Je mag natuurlijk

Nadere informatie

Ik en de maatschappij. Kiezen en kopen

Ik en de maatschappij. Kiezen en kopen Ik en de maatschappij Kiezen en kopen Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 info@edu-actief.nl www.edu-actief.nl Auteur: Gerda Verhey Inhoudelijke redactie: Ina Berlet Eindredactie: Daphne Ariaens

Nadere informatie

Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal. Reader. Lenzen. J. Kuiper. Transfer Database

Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal. Reader. Lenzen. J. Kuiper. Transfer Database Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal Reader Lenzen J. Kuiper Transfer Database ThiemeMeulenhoff ontwikkelt leermiddelen voor Primair nderwijs, Algemeen Voortgezet nderwijs, Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie

Nadere informatie

Auditieve oefeningen bij het thema:

Auditieve oefeningen bij het thema: Auditieve oefeningen bij het thema: Boek van de week: 1; De gele ballon 2; Spiegeltje Rondreis 3; Reuzenatlas 4; Verhaalbegrip: Bij elk stel ik de volgende vragen: Wat staat er op de voorkant Hoe zou het

Nadere informatie

Werken in een ziekenhuis

Werken in een ziekenhuis Keuzevak Assisteren in de gezondheidszorg Serienummer: Licentie: Voor het activeren van de licentie kijk op pagina 5 van dit werkboek. Te activeren tot: COLOFON Uitgeverij: Auteur(s): Ontwikkelgroep: Illustraties:

Nadere informatie

Cursus. Autistisch spectrum

Cursus. Autistisch spectrum Cursus Autistisch spectrum Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 info@edu-actief.nl www.edu-actief.nl Auteur: Inge Janssens Inhoudelijke redactie: Agnes Schouten Titel: Autistisch Spectrum ISBN:

Nadere informatie

Cursus. Oriëntatie op het werkveld voor SMD en SCW

Cursus. Oriëntatie op het werkveld voor SMD en SCW Cursus Oriëntatie op het werkveld voor SMD en SCW Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 info@edu-actief.nl www.edu-actief.nl Auteur: Esmeralda de Leeuw en Floortje Vissers Titel: Oriëntatie op

Nadere informatie

12 januari 2010: aardbeving verwoest Haïti

12 januari 2010: aardbeving verwoest Haïti 12 januari 2010: aardbeving verwoest Haïti Land Inwoners: 9.035.536 (België: 10.414.336) Oppervlakte: 27.750 km² (België: 30.528 km²) BNP/capita: $1.300 (België: $37.400) Bevolking Levensverwachting bij

Nadere informatie

Hoe maak ik in groep 6 een werkstuk?

Hoe maak ik in groep 6 een werkstuk? Hoe maak ik in groep 6 een werkstuk? Jij gaat de komende weken thuis een werkstuk maken. Een werkstuk is een lange weettekst. Het wordt geschreven om iemand iets te leren of te laten weten. Net als in

Nadere informatie

Lees de tekst hieronder. Er staan geen leestekens: geen hoofdletters, geen punten en geen komma s in het verhaal.

Lees de tekst hieronder. Er staan geen leestekens: geen hoofdletters, geen punten en geen komma s in het verhaal. OEFENBLAD 1/6 2.2 Leestekens Lees de tekst hieronder. Er staan geen leestekens: geen hoofdletters, geen punten en geen komma s in het verhaal. Plaats leestekens. Schrijf elke zin op een nieuwe regel. Let

Nadere informatie

Ik en de maatschappij. Reizen

Ik en de maatschappij. Reizen Ik en de maatschappij Reizen Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 info@edu-actief.nl www.edu-actief.nl Auteur: Ferry van de Put Inhoudelijke redactie: Ina Berlet Eindredactie: Daphne Ariaens

Nadere informatie

Een tsunami, de kracht van water? Lespakket 3de graad lager onderwijs Handleiding voor de leerkracht

Een tsunami, de kracht van water? Lespakket 3de graad lager onderwijs Handleiding voor de leerkracht Japanese Red Cross/Toshirharu Kato Een tsunami, de kracht van water? Lespakket 3de graad lager onderwijs Handleiding voor de leerkracht Dit bundeltje is een aanvulling op het lespakket rond Aardbevingen.

Nadere informatie

Ik en de maatschappij. Ik en wij

Ik en de maatschappij. Ik en wij Ik en de maatschappij Ik en wij Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 info@edu-actief.nl www.edu-actief.nl Auteur: Edith van Poppelen Inhoudelijke redactie: Ina Berlet Eindredactie: Daphne Ariaens

Nadere informatie

Toeristen in Nederland

Toeristen in Nederland Toeristen in Nederland Het is bijna zomer. Veel Nederlanders gaan lekker op vakantie naar het buitenland. Maar er komen ook heel veel buitenlandse toeristen naar Nederland. Hoeveel zijn dat er eigenlijk?

Nadere informatie

Contentcatalogus *** Leeractiviteitenbank voor het basisonderwijs (LAB) Contentcatalogus Leeractiviteitenbank voor het basisonderwijs Pagina 1

Contentcatalogus *** Leeractiviteitenbank voor het basisonderwijs (LAB) Contentcatalogus Leeractiviteitenbank voor het basisonderwijs Pagina 1 Contentcatalogus *** bank voor het basisonderwijs (LAB) Contentcatalogus bank voor het basisonderwijs Pagina 1 Overzicht beschikbare lessen Titel Paginanummer Windenergie 3 De Alpen 4 Vulkanen en aardbevingen

Nadere informatie

Seksuele vorming. Anticonceptie en zwangerschap

Seksuele vorming. Anticonceptie en zwangerschap Seksuele vorming Anticonceptie en zwangerschap Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 info@edu-actief.nl www.edu-actief.nl Auteur: Rianne Gritter Inhoudelijke redactie: Tessel Mulder, Philein

Nadere informatie

Staphorst op de kaart

Staphorst op de kaart Opdracht 1 Je krijgt een oude kaart van de. Deze kaart is in 1866 gemaakt. Dat is ongeveer 150 jaar geleden. Nodig: kleurpotloden 1. Onderstreep Rouveen, Staphorst en IJhorst met een rood potlood. 2. Zet

Nadere informatie

14 God ging steeds voor hen uit, overdag in een wolk, s nachts in licht en vuur.

14 God ging steeds voor hen uit, overdag in een wolk, s nachts in licht en vuur. Psalmen Psalm 78 1 Een lied van Asaf. De lessen van het verleden Luister allemaal naar mijn woorden. Luister goed, want ik wil jullie iets leren. 2 Wijze woorden wil ik spreken, wijze woorden over het

Nadere informatie

Archeologen logboek Namen:....

Archeologen logboek Namen:.... Archeologen logboek Namen:... Bladzijde 1 De antwoorden op deze vragen kun je vinden bij de internetsites die bij opdracht 1 op de WebQuest staan. Vul de antwoorden in de piramide in. De letters in de

Nadere informatie

De horizontale bewegingen van de platen

De horizontale bewegingen van de platen De horizontale bewegingen van de platen!sommige platen bestaan uit oceanische korst, sommige uit continentale korst, sommige uit beiden.!een continentale plaat is lichter dan een oceanische plaat Platen

Nadere informatie

informatiepakketje voor leerlingen van de basisschool

informatiepakketje voor leerlingen van de basisschool informatiepakketje voor leerlingen van de basisschool Spreekbeurt voor een huis Leuk dat je dit pakketje van onze website hebt gedownload! Ga je een spreekbeurt houden over het werk van Wereldfoundation?

Nadere informatie

Project Afrika-Azië. Week 1ABC: Noord-Afrika

Project Afrika-Azië. Week 1ABC: Noord-Afrika Project Afrika-Azië. Week 1ABC: Noord-Afrika Info: Enkele reis Afrika Afrika is het (w)armste werelddeel. De evenaar loopt ongeveer midden over Afrika. Bij de evenaar staat de zon recht boven de aarde.

Nadere informatie

NEDERLANDS Spreken en gesprekken voor 1F Deel 4 van 5

NEDERLANDS Spreken en gesprekken voor 1F Deel 4 van 5 NEDERLANDS Spreken en gesprekken voor 1F Deel 4 van 5 Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 info@edu-actief.nl www.edu-actief.nl Auteur(s): Hanneke Molenaar Inhoudelijke redactie: Ina Berlet

Nadere informatie

Meander. Aardrijkskunde WERKBOEK

Meander. Aardrijkskunde WERKBOEK 6 Meander Aardrijkskunde WERKBOEK 6 Meander Aardrijkskunde WERKBOEK THEMA 4 Eindredactie: Carla Wiechers Leerlijnen: Mark van Heck Auteurs: Marc ter Horst, Meie Kiel, Dianne Manders, Jacques van der Pijl

Nadere informatie

1 Landschap en klimaat in Turkije

1 Landschap en klimaat in Turkije 1 Landschap en klimaat in Turkije 1 landschap, klimaat, Turkije, Europa, Azië, Azië 2a 2b 2c 3a 3b Istanbul door twee bruggen De Bosporus eigen antwoord (verschilt per atlas) zee 4a 1 Istanbul 2 Ankara

Nadere informatie

Brandaan. Geschiedenis WERKBOEK

Brandaan. Geschiedenis WERKBOEK 7 Brandaan Geschiedenis WERKBOEK 7 Brandaan Geschiedenis WERKBOEK THEMA 4 Eindredactie: Monique Goris Leerlijnen: Hans Bulthuis Auteurs: Juul Lelieveld, Frederike Pals, Jacques van der Pijl Controle historische

Nadere informatie

GROOT-BRITTANNIË en zeeklimaat

GROOT-BRITTANNIË en zeeklimaat Naam GROOT-BRITTANNIË en zeeklimaat Groot Brittannië Groot-Brittannië is Schotland, Engeland en Wales samen. Engeland is het grootst van Groot-Brittannië en Wales het kleinst. Engeland heeft meer dan 46

Nadere informatie

Product ontwerpen en 3D printen

Product ontwerpen en 3D printen Profielvak Dienstverlening en Producten Product ontwerpen en 3D printen Serienummer: Licentie: Voor het activeren van de licentie kijk op pagina 5 van dit werkboek. Te activeren tot: COLOFON Uitgeverij:

Nadere informatie

Ik en de maatschappij. Regels en wetten

Ik en de maatschappij. Regels en wetten Ik en de maatschappij Regels en wetten Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 info@edu-actief.nl www.edu-actief.nl Auteur: Hanneke Molenaar Inhoudelijke redactie: Ina Berlet Titel: Ik en de maatschappij

Nadere informatie

Aardbevingen hv123. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie.

Aardbevingen hv123. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. Auteur VO-content Laatst gewijzigd 02 May 2016 Licentie CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie Webadres http://maken.wikiwijs.nl/52470 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijsleermiddelenplein.

Nadere informatie

Training. EHBO voor PW

Training. EHBO voor PW Training EHBO voor PW Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 info@edu-actief.nl www.edu-actief.nl Auteur: Jantsje Heeringa Inhoudelijke redactie: Napona Smid Titel: EHBO ISBN: 978 90 3723 330

Nadere informatie

Cursus. Onderwijs VVE 2 activerende leeromgeving

Cursus. Onderwijs VVE 2 activerende leeromgeving Cursus Onderwijs VVE 2 activerende leeromgeving Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 info@edu-actief.nl www.edu-actief.nl Auteur: Geerte Binnema Inhoudelijke redactie: Napona Smid Titel: Onderwijs/VVE2

Nadere informatie

Een deel van het onderzoek doe je met z n tweeën, het andere deel doe je zelfstandig. Dit onderzoek telt als repetitie A en B.

Een deel van het onderzoek doe je met z n tweeën, het andere deel doe je zelfstandig. Dit onderzoek telt als repetitie A en B. In jouw stad of dorp zijn er vast wel wijken waar mensen met wat hogere inkomens wonen en wijken waar mensen met wat lagere inkomens wonen. Er wordt beweerd dat mensen met een hoger inkomen meer en verder

Nadere informatie

Een website en applicatie ontwerpen en maken

Een website en applicatie ontwerpen en maken Profielvak Dienstverlening en Producten Een website en applicatie ontwerpen en maken Serienummer: Licentie: Voor het activeren van de licentie kijk op pagina 5 van dit werkboek. Te activeren tot: COLOFON

Nadere informatie

Schokland Werelderfgoed Kijktocht basis onderwijs

Schokland Werelderfgoed Kijktocht basis onderwijs Schokland Werelderfgoed Kijktocht basis onderwijs Opdracht 1 Bij de tekst Schokland Werelderfgoed op de grond. 1a. De grote foto op de grond is gemaakt in 1930. Toen was Schokland nog een eiland. Waarom

Nadere informatie

Taal op niveau Luisteren Op weg naar niveau

Taal op niveau Luisteren Op weg naar niveau Taal op niveau Luisteren Op weg naar niveau 1F Naam: Groep: Uitgeverij: Edu Actief b.v. Meppel Auteur: Annemieke Struijk Redactie: Edu Actief b.v. Meppel Vormgeving: Edu Actief b.v. Meppel Illustraties:

Nadere informatie

MINDER ARMOEDE MILLENNIUMDOEL 1. Beantwoord de volgende vragen en gebruik daarbij de kaart MINDER ARMOEDE.

MINDER ARMOEDE MILLENNIUMDOEL 1. Beantwoord de volgende vragen en gebruik daarbij de kaart MINDER ARMOEDE. MILLENNIUMDOEL 1 MINDER ARMOEDE kaart MINDER ARMOEDE. 1. Wat betekent de extreme armoedegrens? 2. In welk werelddeel liggen de meeste landen waar mensen onder de armoedegrens van 1,25 dollar per dag leven?

Nadere informatie

Dit stappenplan is ingevuld door:

Dit stappenplan is ingevuld door: STAPPENPLAN Dit stappenplan is ingevuld door: Dit is jullie opdracht: Bekijk de kranten en/of nieuwssites die je toegewezen krijgt. Ga op zoek naar een nieuwsartikel waarin techniek een belangrijke rol

Nadere informatie

Paragraaf 1: Griekse beschaving - TL 1

Paragraaf 1: Griekse beschaving - TL 1 Paragraaf 1: Griekse beschaving - TL 1 Auteur Laatst gewijzigd Licentie Webadres Floris Sieffers 07 October 2015 CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/65623 Dit

Nadere informatie

Werken aan communicatie 1

Werken aan communicatie 1 Communicatie Werken aan communicatie 1 Werken aan communcatie 1 Serienummer: Licentie: Voor het activeren van de licentie kijk pagina 5 van dit werkboek. Te activeren tot: Colofon Uitgeverij: Edu Actief

Nadere informatie