Concept Welvaart en Groei

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Concept Welvaart en Groei"

Transcriptie

1 LESBRIEF 5 Inflatieverwachtingen Doelgroep: SLU: 5 havo, 5/6 vwo 1 lesuur exclusief huiswerkopdracht Concept Welvaart en Groei begrippen CE inflatie korte vs lange termijn vertrouwen prijsstabiliteit monetair beleid centrale bank CAO-voorstellen rente begrippen SE verwachtingen begrotingscrisis leerdoelen Een kandidaat kan het belang van inflatie en prijsstabiliteit beschrijven; verklaren dat de laatste inflatiecijfers een belangrijke factor zijn voor de inschatting van de inflatie in de komende één tot twee jaar een (klein) onderzoek uitvoeren naar de inflatieverwachtingen op de middellange termijn

2 Inflatieverwachtingen voor eurozone stevig verankerd Inflatieverwachtingen van publiek en markten voor de eurozone blijven stabiel op 2%, zo blijkt uit nieuw DNB-onderzoek. Ondanks de euroschuldencrisis is er groot vertrouwen in prijsstabiliteit op de middellange termijn, vertelt onderzoeker Gabriele Galati van de Nederlandsche Bank. Prijsstabiliteit is het doel van het monetaire beleid van de Europese Centrale Bank (ECB). Dat betekent een inflatie van dichtbij maar net onder de 2% in het hele eurogebied op de middellange termijn. Maar wat zijn de inflatieverwachtingen van publiek en markten? Dat is op verschillende manieren te meten. Econoom Gabriele Galati koos een nieuwe aanpak. De eerste onderzoeksresultaten zijn net binnen. Tijd voor een gesprek met deze onderzoeker van de Nederlandsche Bank. Kennis 1. Wat verstaat men onder inflatie? 2. Wat verstaat men onder monetair beleid? 3. Wat bedoelt men met de zinsnede: " Inflatieverwachtingen van publiek en markten". In het onderzoek meten jullie de inflatieverwachtingen voor de eurozone. Daarvoor krijgt een groep respondenten 1 wekelijks per mail een vragenlijst. Sinds wanneer loopt dit onderzoek? 'Vanaf juni 2009 hebben we een jaar lang wekelijks een vragenlijst g d aan 129 respondenten om te achterhalen wat hun inflatieverwachtingen zijn. We doen dit trouwens nog steeds, zij het met een kleinere groep van respondenten. Dit project is een van de drie deelprojecten van ons onderzoek naar inflatieverwachtingen.' Waarop baseren mensen eigenlijk hun inflatieverwachtingen? 'We zijn nog bezig met het onderzoek naar de beweegredenen om te achterhalen op basis waarvan mensen een inschatting maken van de toekomstige inflatie. De eerste onderzoeksresultaten van dit project verwachten we over enkele maanden. Wel kan ik alvast een eerste resultaat geven. Met onze wekelijkse vragenlijst mailen we altijd het laatste macro-economische nieuws mee: daaruit leiden we af waarop mensen reageren. Duidelijk is dat de laatste inflatiecijfers een belangrijke factor zijn voor de inschatting van de inflatie in de komende een tot twee jaar. Er is overigens een groot verschil tussen de verwachtingen voor de korte termijn en de lange termijn. Als de inflatie een paar maanden wat hoger is, gaan mensen hun verwachtingen voor de korte termijn bijstellen. Dat blijkt duidelijk uit ons onderzoek. Ook zien we dat de Griekse begrotingscrisis een duidelijke, zij het bescheiden invloed heeft op de kortetermijnverwachtingen.' Toepassen 4. Waarom is het van belang dat vanaf juni 2009 telkens dezelfde groep mensen wordt bevraagd en niet telkens een andere groep? 5. Licht de volgende zin toe: " Duidelijk is dat de laatste inflatiecijfers een belangrijke factor zijn voor de inschatting van de inflatie in de komende een tot twee jaar" 6. Welke invloed zou de Griekse begrotingscrisis gehad kunnen hebben op de inflatieverwachting van de respondenten? 1 Respondent: een persoon die zijn/haar medewerking verleent aan een onderzoek.

3 Voor een centrale bank zijn deze cijfers belangrijk. Waarom? 'Inflatieverwachtingen zijn in meerdere opzichten belangrijk. Ze bepalen de prijzen die producenten berekenen en de looneisen in CAO-voorstellen. Dat werkt allemaal door op ons economisch reilen en zeilen. Tegelijkertijd geven die verwachtingen een indruk van het vertrouwen in het monetaire beleid. Als de inflatieverwachtingen erg laag zijn, dan kan het zijn dat mensen bang zijn voor een economische dip. Tegelijkertijd blijkt uit ander recent onderzoek dat lage inflatieverwachtingen in de maatschappij bijdragen aan een daadwerkelijk lage inflatie. Als anderzijds de inflatieverwachtingen hoog zijn, dus ruim boven de 2%, dan moet een centrale bank op scherp staan. Want te hoge inflatie is slecht voor de economie.' Begrip 7. Leg het verband uit tussen inflatie en de looneisen in de CAO-voorstellen. 8. Leg het verband uit tussen het vertrouwen in het gevoerde monetaire beleid en de verwachtingen ten aanzien van inflatie 9. Waarom moet de centrale bank 'op scherp staan' indien de inflatieverwachtingen hoog zijn? Een oplopende inflatie, is dat heel erg? 'Kijk één of twee maandjes van iets hogere inflatie, dus iets meer dan 2%, is geen ramp. De werkelijke inflatie kan de komende maanden verder oplopen door de stijging van de energieprijzen. Maar ons onderzoek wijst uit dat mensen geloven dat de geldontwaarding op de langere termijn weer zal uitkomen op het nagestreefde niveau van 2 procent. Zaak is dat scherp in de gaten te houden. Een langdurige sterke stijging van het prijspeil kan de ECB dwingen de rente te verhogen. Het doel van de centrale bank is immers prijsstabiliteit.' Hoe zijn de verwachtingen voor de lange termijn? 'Mensen kunnen elke week of maand hun verwachtingen voor de korte termijn aanpassen, maar niet voor de langere termijn. Logisch, want er is natuurlijk nog heel veel onzeker over hoe onze economie er over tien jaar voorstaat. Je gaat niet elke week je inflatieverwachtingen voor de lange termijn bijstellen. Daarvoor zoek je een anker. Inflatieverwachtingen voor de lange termijn zijn stabiel bij 2%, zo blijkt uit ons onderzoek. Dat sluit aan bij het doel dat de ECB voor ogen staat met haar monetaire beleid: prijsstabiliteit.' Dat is een goed teken? 'Ja, het betekent dat de ECB een vast anker biedt voor de prijsontwikkeling op de langere termijn. Vrees van sommigen was dat de ECB met haar ruime monetaire beleid de inflatie zou aanwakkeren. Uit ons onderzoek komt dat echter niet naar voren.' Creëer jullie eigen barometer 10. Deze opdracht maak je met de hele klas en heeft betrekking op een periode van drie maanden. De opdracht bestaat uit drie stappen. Stap 1 is het maken van de meerkeuze-opdracht uit de eerste bijlage. De vier vragen zoomen in op het begrip inflatie. De tweede stap is het "duiden"

4 van een drietal macro-economische gebeurtenissen die invloed zouden kunnen hebben op de (verwachte) inflatie. Hiervoor gebruik je dus bijlage 2. Vervolgens maak je een inschatting van de verwachte inflatie voor de middellange termijn. Motiveer deze verwachting op basis van economische gegevens die jij hiervoor van belang acht. Bereken tenslotte het gemiddelde van de klas. Stap drie is een herhaling van stap 2, maar dan na drie maanden. Je docent helpt je uiteraard verder!

5 Bijlage 1 Oriënterende meerkeuze vragen Hieronder tref je een aantal meerkeuzevragen die je moet beantwoorden. Het betreft een inventarisatie van wat je nu al weet over geld en inflatie. Let op: meerdere antwoorden kunnen goed zijn! 1. Inflatie wil zeggen: a) Dat het geld meer waard wordt b) Dat het geld minder waar wordt c) Dat men meer spullen kan kopen voor hetzelfde geld d) Dat men minder spullen kan kopen voor hetzelfde geld 2. Inflatie kan ontstaan doordat: a) Mensen meer geld uit gaan geven dan ze eigenlijk hebben b) Banken meer geld uit gaan lenen aan mensen c) Bedrijven meer vragen voor hun product in de winkel d) De wisselkoers (koers van de euro ten opzichte van de dollar) deprecieert e) Olie op raakt 3. Inflatie zou "gunstig" kunnen zijn indien je: a) Veel geld hebt geleend van je buurman b) Veel geld hebt gespaard c) Veel geld hebt uitgeleend aan iemand anders d) Een huis zou hebben gekocht met geleend geld 4. Hoeveel bedraagt de inflatie momenteel 2 l in Nederland? a) 1,5% b) 2,0% c) 3,4% d) 4,1%. 2 Let op: antwoord kan wisselen in de tijd

6 Bijlage 2 Macro economische gebeurtenissen en de relatie met de verwachte inflatie 3 Bericht 1 Bericht 2 Bericht 3 3 Deze berichten kunnen aangepast worden al naar gelang de actualiteit daar aanleiding toe geeft!

7

8 Antwoorden 1 Inflatie is een algehele stijging van het algemeen prijspeil. Het gevolg van inflatie is dat je voor hetzelfde geld minder kunt kopen (de koopkracht daalt). Stel je voor: eerst kost een fles cola 1 euro en daarna 2 euro. Dan kun je met hetzelfde geld nog maar een halve fles cola kopen. Dit wordt ook wel geldontwaarding genoemd. 2 Onder monetair beleid of monetaire politiek verstaat men het geheel van maatregelen die een Centrale Bank kan nemen om de waarde van de eigen valuta stabiel te houden. Men kan twee soorten waarde ten aanzien van een valuta onderscheiden: de binnenwaarde ofwel de koopkracht en de externe waarde ofwel de wisselkoers. Monetair beleid bestaat dan ook uit twee onderdelen, de geldpolitiek en het wisselkoersbeleid. Maatregelen om de binnenwaarde stabiel te houden behoren tot de geldpolitiek en zijn gericht op prijsstabiliteit. Zij bestaan uit het reguleren van de omvang van de maatschappelijke geldhoeveelheid. De groei van de geldhoeveelheid dient te worden gekoppeld aan de groei van de reële productie om zo (prijs)inflatie te voorkomen. Zou de groei van de geldhoeveelheid sneller gaan dan de groei van de productie dan kan dit in een conjuncturele situatie van overbesteding leiden tot bestedingsinflatie. Zou daarentegen de productie sneller groeien dan de geldhoeveelheid dan kan het geld zijn functie als betaalmiddel verliezen. Maatregelen die de wisselkoers stabiliseren vallen onder het wisselkoersbeleid en zijn gericht op beïnvloeding van de rentestand. Door het land bv aantrekkelijker of juist minder aantrekkelijk te maken voor buitenlandse beleggers kan de vraag naar en het aanbod van de betreffende valuta op de valutamarkt en daarmee ook de wisselkoers worden beïnvloed. 3 Onder deze zinsnede kan men verstaan: de verwachtingen die gezinnen en bedrijven hebben ten aanzien van de inflatie op termijn. Zowel gezinnen als bedrijven kunnen hier hun gedrag op aanpassen (meer/minder uitgeven, hoger/lager prijzen etc.). 4 Indien de inflatieverwachting is veranderd is (hoger of lager) kan men hier geen zuivere conclusies aan verbinden. Indien een stijging van de inflatie wordt veroorzaakt doordat een andere groep een geheel ander beeld heeft over de inflatie, is de verandering dus niet goed te verklaren. Het is van belang dat de onderzoeksgroep zoveel als mogelijk constant blijft. 5 De inflatieverwachtingen die bedrijven en gezinnen hebben, worden dus voor een groot deel bepaald door de inflatiecijfers uit het directe verleden. Met andere woorden, als je drie keer een vijf hebt gehaald voor een proefwerk, dan is de inschatting dat je de volgende keer weer een vijf haalt vrij groot. Hetzelfde kan gesteld worden voor een opgaande of een neergaande lijn van je schoolcijfers voor een vak. De andere factoren worden vaak wat buiten beschouwing

9 gelaten. Denk aan macro-economische ontwikkelingen die in de toekomst grote gevolgen kunnen hebben. 6 Uit de Griekse begrotingscrisis hadden respondenten wellicht het volgende kunnen concluderen: Centrale banken (of de ECB) redt Griekenland door de Grieken extra geld uit te lenen waardoor er meer geld in omloop komt (de geldkraan wordt opengezet), waardoor de inflatie zou kunnen worden aangewakkerd (monetaire inflatie) 7 Bij het antwoord van vraag 1 heb je kunnen zien dat de koopkracht daalt, als de inflatie toeneemt. Minder kopen voor hetzelfde geld is vaak niet gewenst. De lonen zullen dus omhoog moeten om (tenminste) eenzelfde koopkracht te kunnen garanderen. Deze komen dus tot uitdrukking in de CAO-onderhandelingen. 8 Vertrouwen is in de economie een heel belangrijk begrip. Als we bijvoorbeeld geen vertrouwen in de Centrale Bank zouden hebben, komt het vertrouwen in ons geld (in algemene zin) of dat wat we ervoor kunnen kopen (koopkracht), in gevaar. Dat zou rampzalig zijn. Vandaar dat in Nederland en Europa goed geregeld is. Bij CAO-onderhandelingen kan dit dus geen onderwerp va onderhandeling zijn. Dat komt in de tekst tot uitdrukking. 9 Een belangrijke doelstelling van de Nederlandsche Bank is het handhaven van de financiële stabiliteit. Indien de inflatie sterk zou stijgen komt deze in gevaar en is waakzaamheid geboden. De instrumenten die zijn genoemd bij het antwoord op opgave 2, kunnen worden ingezet 10 meerkeuzevragen: 1 (b, d); 2 (a, b, c, d, e); 3 (a, d); 4 (b) Bijlage 2: de docent helpt je hierbij verder.

Examen HAVO. Economie 1

Examen HAVO. Economie 1 Economie 1 Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 21 juni 13.30 16.00 uur 20 00 Dit examen bestaat uit 31 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven hoeveel punten met een goed

Nadere informatie

Hoofdstuk 24 Valutamarkt

Hoofdstuk 24 Valutamarkt Hoofdstuk 24 Valutamarkt Open vragen 24.1 Een valutahandelaar van een bank die in dollars handelt, krijgt op een gegeven moment de volgende gegevens op zijn beeldscherm (we gaan ervan uit dat het verschil

Nadere informatie

Domein GTST havo. 1) Gezinnen, bedrijven, overheid en buitenland; of anders geformuleerd: (C + I + O + E M)

Domein GTST havo. 1) Gezinnen, bedrijven, overheid en buitenland; of anders geformuleerd: (C + I + O + E M) 1) Geef de omschrijving van trendmatige groei. 2) Wat houdt conjunctuurgolf in? 3) Noem 5 conjunctuurindicatoren. 4) Leg uit waarom bij hoogconjunctuur de bedrijfswinsten zullen stijgen. 5) Leg uit waarom

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 vwo 2001-I

Eindexamen economie 1 vwo 2001-I Opgave 1 Hoge druk op de arbeidsmarkt Gedurende een aantal jaren groeide de economie in Nederland snel waardoor de druk op de arbeidsmarkt steeds groter werd. Het toenemende personeelstekort deed de vrees

Nadere informatie

Examen VWO. Economie 1 (nieuwe stijl)

Examen VWO. Economie 1 (nieuwe stijl) Economie 1 (nieuwe stijl) Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Donderdag 17 mei 13.30 16.30 uur 20 01 Voor dit examen zijn maximaal 65 punten te behalen; het examen bestaat uit

Nadere informatie

Voorbeeldcasussen workshop DELFI-tool t.b.v. de LWEO Conferentie 2016. Auteurs: Íde Kearney en Robert Vermeulen

Voorbeeldcasussen workshop DELFI-tool t.b.v. de LWEO Conferentie 2016. Auteurs: Íde Kearney en Robert Vermeulen Voorbeeldcasussen workshop DELFI-tool t.b.v. de LWEO Conferentie 2016. Auteurs: Íde Kearney en Robert Vermeulen De voorbeelden in de casussen zijn verzonnen door de auteurs en komen niet noodzakelijkerwijs

Nadere informatie

bruto inkomen (per persoon)

bruto inkomen (per persoon) Opgave 1 Lorenzcurve en economische kringloop Definities: Bruto inkomen Loon/pensioen, interest, winst/dividend, huur/pacht Netto inkomen Bruto inkomen inkomstenbelasting (IB) Netto besteedbaar inkomen

Nadere informatie

Als de lonen dalen, dalen de loonkosten voor de producent. Hetgeen kan betekenen dat de producent niet overgaat tot mechanisatie/automatisering.

Als de lonen dalen, dalen de loonkosten voor de producent. Hetgeen kan betekenen dat de producent niet overgaat tot mechanisatie/automatisering. Top 100 vragen. De antwoorden! 1 Als de lonen stijgen, stijgen de productiekosten. De producent rekent de hogere productiekosten door in de eindprijs. Daardoor daalt de vraag naar producten. De productie

Nadere informatie

6 Geaggregeerde vraag en geaggregeerd aanbod

6 Geaggregeerde vraag en geaggregeerd aanbod 6 Geaggregeerde vraag en geaggregeerd aanbod Opgave 1 a Noem vier factoren die bij een gegeven prijsniveau tot een verandering van de Effectieve Vraag kunnen leiden. b Met welke (macro-economische) instrumenten

Nadere informatie

Toetsopgaven VWO bij de euro-editie van het Onderdeel Geld van Percent Economie voor de tweede fase

Toetsopgaven VWO bij de euro-editie van het Onderdeel Geld van Percent Economie voor de tweede fase Toetsopgaven VWO bij de euro-editie van het Onderdeel Geld van Percent Economie voor de tweede fase Opgave 1 Sinds 1 juni 1998 maakt De Nederlandsche Bank (DNB) samen met de centrale banken van andere

Nadere informatie

UIT De Phillips curve in het kort

UIT De Phillips curve in het kort Phillips ontdekt een verband (korte termijn). De econoom Phillips zag in de gegevens van eind jaren 50 tot eind jaren 60 een duidelijk (negatief) verband tussen werkloosheid en inflatie. Phillips stelde

Nadere informatie

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)!

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Vragen aangeduid met een * toetsen in het bijzonder het inzicht en toepassingsvermogen. Deze vragenreeksen zijn vrij beschikbaar.

Nadere informatie

UIT De Philips curve in het kort

UIT De Philips curve in het kort Philips ontdekt een verband (korte termijn). De econoom Phillips zag in de gegevens van eind jaren 50 tot en met eind jaren 60 een duidelijk (negatief) verband tussen werkloosheid en inflatie. De theorie

Nadere informatie

Valutamarkt. fransetman.nl

Valutamarkt. fransetman.nl euro in dollar wisselkoers Wisselkoers (ontstaat op valutamarkt) Waarde van een munt uitgedrukt in een andere munt Waardoor kan de vraag naar en het aanbod van veranderen? De wisselkoers van de euro in

Nadere informatie

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)!

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Vragen aangeduid met een * toetsen in het bijzonder het inzicht en toepassingsvermogen. Deze vragenreeksen zijn vrij beschikbaar.

Nadere informatie

Eindexamen economie havo I

Eindexamen economie havo I Opgave 1 Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. 1 Voorbeeld van een juiste berekening: 47,5 27,5 100% = 72,73% 27,5

Nadere informatie

ALGEMENE ECONOMIE /03

ALGEMENE ECONOMIE /03 HBO Algemene economie Raymond Reinhardt 3R Business Development raymond.reinhardt@3r-bdc.com 3R 1 M Productiefactoren: alle middelen die gebruikt worden bij het produceren: NOKIA: natuur, ondernemen, kapitaal,

Nadere informatie

Examen VWO. economie. Voorbeeldopgaven Phillipscurve. voorbeeldopgaven Phillipscurve

Examen VWO. economie. Voorbeeldopgaven Phillipscurve. voorbeeldopgaven Phillipscurve Examen VWO 2017 Voorbeeldopgaven Phillipscurve economie voorbeeldopgaven Phillipscurve Opgave 1 Langs de glijbaan omhoog? Met het uitbreken van de kredietcrisis in 2008 ondervonden veel banken wereldwijd

Nadere informatie

Module 8 havo 5. Hoofdstuk 1 conjunctuurbeweging

Module 8 havo 5. Hoofdstuk 1 conjunctuurbeweging Module 8 havo 5 Hoofdstuk 1 conjunctuurbeweging Economische conjunctuur hoogconjunctuur Reëel binnenlands product groeit procentueel sterker dan gemiddeld. laagconjunctuur Reëel binnenlands product groeit

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 vwo 2004-II

Eindexamen economie 1 vwo 2004-II Opgave 1 Stoppen met roken!? In een land betalen rokers bij de aanschaf van tabaksproducten een flink bedrag aan indirecte belasting (tabaksbelasting)*. Dat vinden veel mensen terecht omdat de overheid

Nadere informatie

Lever het kladpapier na afloop van het examen in bij de toezichthouder. Dit wordt vernietigd en niet meegenomen in de beoordeling.

Lever het kladpapier na afloop van het examen in bij de toezichthouder. Dit wordt vernietigd en niet meegenomen in de beoordeling. SPD Bedrijfsadministratie Examenopgave ALGEMENE ECOMONIE MAANDAG 2 MAART 2015 11.30 UUR 13:00 UUR Belangrijke informatie Deze examenopgave bestaat uit 10 pagina s, inclusief het voorblad. Controleer of

Nadere informatie

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)!

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Vragen aangeduid met een * toetsen in het bijzonder het inzicht en toepassingsvermogen. Deze vragenreeksen zijn vrij beschikbaar.

Nadere informatie

Examen VWO. Economie 1 (nieuwe stijl)

Examen VWO. Economie 1 (nieuwe stijl) Economie 1 (nieuwe stijl) Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 19 juni 13.3 16.3 uur 2 2 Voor dit examen zijn maximaal 63 punten te behalen; het examen bestaat uit 32

Nadere informatie

30 januari 2015. Onderzoek: Griekenland en de EU

30 januari 2015. Onderzoek: Griekenland en de EU 30 januari 2015 Onderzoek: Griekenland en de EU Over het EenVandaag Opiniepanel Het EenVandaag Opiniepanel bestaat uit ruim 45.000 mensen. Zij beantwoorden vragenlijsten op basis van een online onderzoek.

Nadere informatie

1. Lees de vragen goed door; soms geeft een enkel woordje al aan welke richting je op moet.

1. Lees de vragen goed door; soms geeft een enkel woordje al aan welke richting je op moet. AANVULLENDE SPECIFIEKE TIPS ECONOMIE VWO 2007 1. Lees de vragen goed door; soms geeft een enkel woordje al aan welke richting je op moet. : Leg uit dat loonmatiging in een open economie kan leiden tot

Nadere informatie

Eindexamen economie pilot havo 2009 - I

Eindexamen economie pilot havo 2009 - I Beoordelingsmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 ja Een voorbeeld van een juiste

Nadere informatie

M * V = P * T (T kan ook Y (reëel inkomen zijn)

M * V = P * T (T kan ook Y (reëel inkomen zijn) Centrale bank leent aan banken geld. Banken kunnen geld uitlenen aan gezinnen en bedrijven. Gezinnen consumeren meer, bedrijven investeren meer. De bedrijven gaan meer produceren. (Er ontstaat meer welvaart

Nadere informatie

Samenvatting Hoofdstuk 9 Betalen in binnen- en buitenland

Samenvatting Hoofdstuk 9 Betalen in binnen- en buitenland Paragraaf 1 Geld Samenvatting Hoofdstuk 9 Betalen in binnen- en buitenland Er is sprake van directe ruil wanneer er goederen tegen goederen worden geruild. We spreken van indirecte ruil wanneer er eerst

Nadere informatie

UIT geld en banken

UIT geld en banken Hoe ontstaat geld in de economie? Geld heb je nodig om spullen mee te kunnen kopen, zonder geld valt er niets te kopen, en als er te weinig geld is zitten mensen te wachten op geld voordat ze het uit kunnen

Nadere informatie

Eindexamen economie pilot vwo 2011 - II

Eindexamen economie pilot vwo 2011 - II Beoordelingsmodel Vraag Antwoord Scores Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore

Nadere informatie

Hoofdstuk 14 Conjunctuur

Hoofdstuk 14 Conjunctuur Hoofdstuk 14 Conjunctuur Open vragen 14.1 CPB: groei Nederlandse economie valt terug naar 1% in 2005 In 2005 zal de economische groei in Nederland licht terugvallen naar 1% ten opzichte van een groei van

Nadere informatie

wisselkoers Euro in Amerikaanse dollar 1,3644 Hoeveel dollar is 590?

wisselkoers Euro in Amerikaanse dollar 1,3644 Hoeveel dollar is 590? wisselkoers Euro in Amerikaanse dollar 1,3644 Hoeveel dollar is 590? 1,3644 * 590 = $805 2300 is dan 1,3644 * 2300 =$3138,12 Hoeveel euro is $789? 1,3644 dollar = 1 euro $789 / 1,3644 =578,28 euro Bereken

Nadere informatie

Hoe de ECB haar eigen beginselen verkwanselt FTM

Hoe de ECB haar eigen beginselen verkwanselt FTM 1 van 6 05-05-17 19:34 ftm.nl Hoe de ECB haar eigen beginselen verkwanselt FTM Edin Mujagic 8-10 minuten Terwijl Nederland op Koningsdag feest vierde, vergaderde het bestuur van de Europese Centrale Bank

Nadere informatie

Examen HAVO - Compex. economie 1

Examen HAVO - Compex. economie 1 economie 1 Examen HAVO - Compex Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 1 Maandag 23 mei totale examentijd 2,5 uur 20 05 Vragen 1 tot en met 19 In dit deel staan de vragen waarbij de computer niet

Nadere informatie

p1 = 20 euro p2 =10 euro Budget = 100 euro Stel budgetvergelijking op en teken budgetlijn Budgetvergelijking: B = 20q 1 + 10q 2 Budgetlijn.

p1 = 20 euro p2 =10 euro Budget = 100 euro Stel budgetvergelijking op en teken budgetlijn Budgetvergelijking: B = 20q 1 + 10q 2 Budgetlijn. 1. Wat zijn behoeften? 2. Waarom is er sprake van schaarste bij behoeften? 3. Leg uit waarom netto-baten een beter begrip bij te keuzen maken dan baten. 4. Leg met een voorbeeld uit wat alternatief aanwendbaar

Nadere informatie

Dutch Meat Importers Association. Noordwijk, 7 nov 2014

Dutch Meat Importers Association. Noordwijk, 7 nov 2014 Dutch Meat Importers Association Noordwijk, 7 nov 2014 Introductie Laurens Maartens Nooit verlegen om een praatje! Geeft met veel plezier zijn visie op de markten. Oa DFTtv en WallStreetJournal. UBS /

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 havo 2000-I

Eindexamen economie 1 havo 2000-I Opgave 1 Meer mensen aan de slag Het terugdringen van de werkloosheid is in veel landen een belangrijke doelstelling van de overheid. Om dat doel te bereiken, streeft de overheid meestal naar groei van

Nadere informatie

pdf09 EUROPEES MONETAIR BELEID (een verkorte versie)

pdf09 EUROPEES MONETAIR BELEID (een verkorte versie) pdf09 EUROPEES MONETAIR BELEID (een verkorte versie) Het monetair beleid binnen de EMU (Economische en Monetaire Unie) wordt bepaald door de ECB (Europese Centrale Bank). De centrale banken, waaronder

Nadere informatie

Lever ook het kladpapier na afloop van het examen in bij de toezichthouder. Dit wordt vernietigd en niet meegenomen in de beoordeling.

Lever ook het kladpapier na afloop van het examen in bij de toezichthouder. Dit wordt vernietigd en niet meegenomen in de beoordeling. SPD Bedrijfsadministratie Examenopgave ALGEMENE ECONOMIE WOENSDAG 9 MAART 2016 08.45-10.15 UUR Belangrijke informatie Deze examenopgave bestaat uit 8 pagina s, inclusief het voorblad. Controleer of alle

Nadere informatie

: Macro-economie voor Bedrijfseconomie

: Macro-economie voor Bedrijfseconomie TENTAMEN inclusief antwoorden Vaknaam : Macro-economie voor Bedrijfseconomie Vakcode : 330091 Datum tentamen : donderdag 16 mei 2013 Duur tentamen : 3 uur Docent : Dr. B.J.A.M. van Groezen ANR : 649627

Nadere informatie

Hieronder de vergelijking tussen de annuïteitenhypotheek en de lineaire hypotheek.

Hieronder de vergelijking tussen de annuïteitenhypotheek en de lineaire hypotheek. Hieronder de vergelijking tussen de annuïteitenhypotheek en de lineaire hypotheek. Inleiding: De genoemde vormen zijn voor starters de enige vormen die sinds 01-01-2013 leiden tot renteaftrek. Andere vormen,

Nadere informatie

Antwoorden Lesbrief Waar voor je geld

Antwoorden Lesbrief Waar voor je geld Antwoorden Lesbrief Waar voor je geld Deze lesbrief (derde druk, 2015) is een uitgave van De Nederlandse Bank en tot stand gekomen met medewerking van Gerrit Gorter en Han van Spanje (VECON). 1. Prijzen

Nadere informatie

Perscommuniqué. Het Federaal Planbureau evalueert de gevolgen van de duurdere dollar en de hogere olieprijzen voor de Belgische economie

Perscommuniqué. Het Federaal Planbureau evalueert de gevolgen van de duurdere dollar en de hogere olieprijzen voor de Belgische economie Federaal Planbureau Economische analyses en vooruitzichten Perscommuniqué Brussel, 15 september 2000 Het Federaal Planbureau evalueert de gevolgen van de duurdere dollar en de hogere olieprijzen voor de

Nadere informatie

Domein Goede Tijden, Slechte Tijden

Domein Goede Tijden, Slechte Tijden Domein Goede Tijden, Slechte Tijden Zie steeds de eenvoud!! vwo Frans Etman Hoog- of laagconjunctuur Het Centraal Bureau van de Statistiek (CBS) heeft 2 filmpjes gemaakt over de indicatoren van de economie.

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 vwo II

Eindexamen economie 1-2 vwo II Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 Voorbeelden van een

Nadere informatie

Ouderavond profielkeuze Economie en M&O. Februari 2016

Ouderavond profielkeuze Economie en M&O. Februari 2016 Ouderavond profielkeuze Economie en M&O Februari 2016 Sectie economie Wat hoort bij welk vak? Rente Inflatie Hypotheken Aandelen Marketing Werkloosheid Bedrijfsresultaat Speltheorie Monopolie Rechtsvorm

Nadere informatie

Domein Goede Tijden, Slechte Tijden

Domein Goede Tijden, Slechte Tijden Domein Goede Tijden, Slechte Tijden Zie steeds de eenvoud!! havo Frans Etman Hoog- of laagconjunctuur Het Centraal Bureau van de Statistiek (CBS) heeft 2 filmpjes gemaakt over de indicatoren van de economie.

Nadere informatie

DEEL 1: Antwoordformulier voor de meerkeuzevragen, vragen 1 tot en met 9 (9 vragen van 2 punten = 18 punten)

DEEL 1: Antwoordformulier voor de meerkeuzevragen, vragen 1 tot en met 9 (9 vragen van 2 punten = 18 punten) DEEL 1: Antwoordformulier voor de meerkeuzevragen, vragen 1 tot en met 9 (9 vragen van 2 punten = 18 punten) 1. De grafiek hieronder geeft de participatiegraad voor Nederland, de V.S. en de 12 kernlanden

Nadere informatie

Examen HAVO. economie. tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen HAVO. economie. tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen HAVO 2010 tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur economie tevens oud programma economie 1,2 Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 27 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

Koopkracht en inflatie vmbo12. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie.

Koopkracht en inflatie vmbo12. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. Auteur VO-content Laatst gewijzigd 25 July 2016 Licentie CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie Webadres http://maken.wikiwijs.nl/62156 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijsleermiddelenplein.

Nadere informatie

ERRATUM Economische Topper 6 Algemene Economie

ERRATUM Economische Topper 6 Algemene Economie ERRATUM Economische Topper 6 Algemene Economie Er zijn enkele foutjes geslopen in de eerste druk van het leerwerkboek Economische Topper 6 Algemene economie. Hier vind je een overzicht per thema. Als je

Nadere informatie

Het inflatie dilemma

Het inflatie dilemma Het inflatie dilemma Het monetaire beleid is de afgelopen jaren zeer bepalend geweest voor het herstel van de economie en de financiële markten. Door de historisch lage rentestanden hebben consumptie en

Nadere informatie

Katern De waarde van de munt

Katern De waarde van de munt Vwo katern 5 De waarde van de munt - hoofdstuk 1 Geldontwaarding Katern De waarde van de munt hoofdstuk 1 Geldontwaarding Opdracht 1 a Het gaat om 2,4 procentpunt. In de zin de centrale bank verwacht dat

Nadere informatie

Prijsontwikkeling koopwoningen

Prijsontwikkeling koopwoningen Prijsontwikkeling koopwoningen 1. Doelen De doelen van deze les zijn: Leerlingen leren het belang van definities en hoe verschillende definities kunnen leiden tot verschillende uitkomsten en conclusies;

Nadere informatie

Hoofdstuk 1: Waar produceren

Hoofdstuk 1: Waar produceren Hoofdstuk 1: Waar produceren Open economie - Een land handeld veel met het buitenland, importeert & exporteert veel Er is meer keuze aan goederen of diensten dan in een gesloten economie Concurrentiepositie

Nadere informatie

Opgave koppeling ambtenaren particuliere sector

Opgave koppeling ambtenaren particuliere sector Opgave koppeling ambtenaren particuliere sector In 1990 werden ambtenarensalarissen gekoppeld aan de gemiddelde stijging van de lonen in het bedrijfsleven. Een argument voor deze koppeling houdt verband

Nadere informatie

De economische wereldcrisis

De economische wereldcrisis De economische wereldcrisis (9.2) Onderzoeksvraag: Wat waren de oorzaken van de economische wereldcrisis van 1929 en waarom duurde die crisis zo lang? Kenmerkend aspect: De crisis van het wereldkapitalisme.

Nadere informatie

Koopkracht en inflatie vmbo12

Koopkracht en inflatie vmbo12 Auteur Laatst gewijzigd Licentie Webadres VO-content 19 juni 2017 CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie https://maken.wikiwijs.nl/62156 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet.

Nadere informatie

Om een zo duidelijk mogelijk verslag te maken, hebben we de vragen onderverdeeld in 4 categorieën.

Om een zo duidelijk mogelijk verslag te maken, hebben we de vragen onderverdeeld in 4 categorieën. Beste leerling, Dit document bevat het examenverslag voor leerlingen van het vak economie vwo, tweede tijdvak (2017). In dit examenverslag proberen we een zo goed mogelijk antwoord te geven op de volgende

Nadere informatie

ECONOMIE IN TIJDEN VAN MONETAIR EXPANSIEVE POLITIEK

ECONOMIE IN TIJDEN VAN MONETAIR EXPANSIEVE POLITIEK ECONOMIE IN TIJDEN VAN MONETAIR EXPANSIEVE POLITIEK Geert Gielens, Ph.D. hoofdeconoom 19 mei 2015 Agenda Het verschil met vorig jaar De euro zone De VS De ECB & haar beleid Besluit 2 Het verschil met vorig

Nadere informatie

UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2001-I

UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2001-I UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2001-I VAK: ECONOMIE 1 NIVEAU: VWO EXAMEN: 2001-I De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen.

Nadere informatie

INVINCO BENELUX. Goudprijs is alweer op zijn retour. Een crash blijft mogelijk

INVINCO BENELUX. Goudprijs is alweer op zijn retour. Een crash blijft mogelijk Goudprijs is alweer op zijn retour. Een crash blijft mogelijk 2 Wat is het geheim en de essentie van goed beleggen? Je moet anticiperen op de werkelijkheid van morgen en wat die voor gevolgen heeft voor

Nadere informatie

DEEL 1: Antwoordformulier voor de meerkeuzevragen, vragen 1 tot en met 6 (6 vragen van 3 punten = 18 punten)

DEEL 1: Antwoordformulier voor de meerkeuzevragen, vragen 1 tot en met 6 (6 vragen van 3 punten = 18 punten) VERSIE 1 DEEL 1: Antwoordformulier voor de meerkeuzevragen, vragen 1 tot en met 6 (6 vragen van 3 punten = 18 punten) 1. Zijn de volgende stellingen waar of niet waar? I. Voorraadinvesteringen kunnen negatief

Nadere informatie

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)!

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Vragen aangeduid met een * toetsen in het bijzonder het inzicht en toepassingsvermogen. Deze vragenreeksen zijn vrij beschikbaar.

Nadere informatie

Oktober 2015. Macro & Markten. 1. Rente en conjunctuur :

Oktober 2015. Macro & Markten. 1. Rente en conjunctuur : Oktober 2015 Macro & Markten 1. Rente en conjunctuur : VS Zoals al aangegeven in ons vorig bulletin heeft de Amerikaanse centrale bank FED de beleidsrente niet verhoogd. Maar goed ook, want naderhand werden

Nadere informatie

DOUBLEDIVIDEND OUTLOOK 2015 KWALITEIT ONAFHANKELIJK BETROKKEN

DOUBLEDIVIDEND OUTLOOK 2015 KWALITEIT ONAFHANKELIJK BETROKKEN DOUBLEDIVIDEND OUTLOOK 2015 KWALITEIT ONAFHANKELIJK BETROKKEN DECEMBER 2014 1. Economie VS blijg anker Het IMF verwacht een wereldwijde economische groei van 3,8% in 2015 Met een verwachte economische

Nadere informatie

HOOFDSTUK 19: OEFENINGEN

HOOFDSTUK 19: OEFENINGEN 1 HOOFDSTUK 19: OEFENINGEN 1. Op de beurs van New York worden de volgende koersen genoteerd : 100 JPY = 0,8 USD ; 1 GBP = 1,75 USD en 1 euro = 0,9273 USD. In Tokyo is de notering 1 USD = 140 JPY. In Londen

Nadere informatie

5.1 Wie is er werkloos?

5.1 Wie is er werkloos? 5.1 Wie is er werkloos? Volgens het CBS behoren mensen tot de werkloze beroepsbevolking als ze een leeftijd hebben van 15 tot en met 64 jaar, minder dan 12 uur werken, actief op zoek zijn naar betaald

Nadere informatie

Eindexamen economie vwo II

Eindexamen economie vwo II Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 Voorbeelden van een

Nadere informatie

Eindtermen VWO. Domein E. Wisselkoersen

Eindtermen VWO. Domein E. Wisselkoersen Eindterm VWO Domein E Wisselkoers Domein E Wisselkoers Eindterm 19: e valuta (van e bepaald land): De vraag naar e valuta wordt bepaald door: a) Export op de lopde reking (van de betalingsbalans) Het buitland

Nadere informatie

Macro-economische Ontwikkelingen

Macro-economische Ontwikkelingen Macro-economische Ontwikkelingen 3e kwartaal 8 Overall conclusie De kredietcrisis en de in het spoor daarvan vertragende wereldconjunctuur leiden ertoe dat de economische groei scherp terugvalt, tot ¼%

Nadere informatie

mputeer Griekenland om de eurozone te redden FTM

mputeer Griekenland om de eurozone te redden FTM mputeer Griekenland om de eurozone te redden FTM van 6 11-07-17 16:13 ftm.nl Amputeer Griekenland om de eurozone te redden FTM Edin Mujagic 7-9 minuten Vorige week schreef ik waarom het grotendeels kwijtschelden

Nadere informatie

Veranderingen in de syllabus voor het eindexamenprogramma 2017

Veranderingen in de syllabus voor het eindexamenprogramma 2017 Veranderingen in de syllabus voor het eindexamenprogramma 2017 100% 100% Gini coefficient = A/A+B Gini =0 dan helemaal gelijke verdeling Gini = 1 dan helemaal ongelijke verdeling Ink Ink A A B B 0% personen

Nadere informatie

UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2002-I VAK: ECONOMIE 1 EXAMEN: 2002-I

UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2002-I VAK: ECONOMIE 1 EXAMEN: 2002-I TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EAMEN 2002-I VAK: ECONOMIE 1 NIVEAU: HAVO EAMEN: 2002-I De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die

Nadere informatie

Michiel Verbeek, januari 2013

Michiel Verbeek, januari 2013 Michiel Verbeek, januari 2013 1 2 Eens of oneens? De bankiers zijn schuldig aan de kredietcrisis. De huidige economische crisis is het gevolg van de kredietcrisis van 2008. Als een beurshandelaar voor

Nadere informatie

200% Economie voor het vmbo Kerndoelen per leerjaar

200% Economie voor het vmbo Kerndoelen per leerjaar 00% Economie voor het vmbo Kerndoelen per leerjaar In onderstaande tabel zie je welke examen eindterm wanneer behandeld wordt in 00% Economie voor het vmbo. De getallen zoals 1.1 of. staan voor de paragrafen

Nadere informatie

Inleiding tot de economie Test december 2008 H17 tem H25 VERBETERING 1

Inleiding tot de economie Test december 2008 H17 tem H25 VERBETERING 1 Inleiding tot de economie Test december 2008 H17 tem H25 VERBETERING 1 Vraag 1 Bin. Munt/Buit. munt Hoeveelheid buitenlandse munt Beschouw bovenstaande grafiek met op de Y-as de hoeveelheid binnenlandse

Nadere informatie

Grootste examentrainer en huiswerkbegeleider van Nederland. Economie. Trainingsmateriaal. De slimste bijbaan van Nederland! lyceo.

Grootste examentrainer en huiswerkbegeleider van Nederland. Economie. Trainingsmateriaal. De slimste bijbaan van Nederland! lyceo. Grootste examentrainer en huiswerkbegeleider van Nederland Economie Trainingsmateriaal De slimste bijbaan van Nederland! lyceo.nl Traininingsmateriaal Economie Lyceo-trainingsdag 2015 Jij staat op het

Nadere informatie

DEEL 1: Antwoordformulier voor de meerkeuzevragen, vragen 1 tot en met 9 (9 vragen van 2 punten = 18 punten)

DEEL 1: Antwoordformulier voor de meerkeuzevragen, vragen 1 tot en met 9 (9 vragen van 2 punten = 18 punten) VERSIE 1 DEEL 1: Antwoordformulier voor de meerkeuzevragen, vragen 1 tot en met 9 (9 vragen van 2 punten = 18 punten) 1. Veronderstel een economie waar drie goederen worden geproduceerd. Alles wat in een

Nadere informatie

1 De onderneming en algemene economie 15

1 De onderneming en algemene economie 15 Inhoud Inleiding 11 1 De onderneming en algemene economie 15 1.1 Economisch handelen en algemene economie 16 1.2 Bedrijfsomgeving en algemene economie 19 1.3 Absolute en relatieve gegevens 24 Samenvatting

Nadere informatie

Prijzen stabiel vergeleken met november; inflatie 2015 is -0,5 procent

Prijzen stabiel vergeleken met november; inflatie 2015 is -0,5 procent Centraal Bureau voor de Statistiek Inlichtingen: (+599 9) 461 1031 fax 461 1696 Adres: Fort Amsterdam z/n E-mail: info@cbs.cw Website: www.cbs.cw Persbericht Willemstad, 10 februari 2016 Consumentenprijzen

Nadere informatie

Macro-economie examenvragen

Macro-economie examenvragen Macro-economie examenvragen Deel II 1. Indien de reële productie en het arbeidsaandeel constant blijven, dan kan het aantal tewerkgestelde personen van het ene jaar op het andere slechts toenemen indien.

Nadere informatie

Externe communicatie. Wie zijn wij?

Externe communicatie. Wie zijn wij? Externe communicatie Wie zijn wij? De Nationale Bank van België Bankbiljetten in omloop brengen, het monetair beleid ten uitvoer leggen en instaan voor de financiële stabiliteit zijn de voornaamste taken

Nadere informatie

Go with the flow. 2 April 2015

Go with the flow. 2 April 2015 2 April 2015 Go with the flow De financiële markten hebben een bewogen 1 e kwartaal achter de rug. Met name Centrale Bank acties hebben grote geldstromen ( flows ) op gang gebracht die tot sterke marktbewegingen

Nadere informatie

Examen HAVO. economie 1,2. tijdvak 2 woensdag 20 juni 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen HAVO. economie 1,2. tijdvak 2 woensdag 20 juni 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen HAVO 2007 tijdvak 2 woensdag 20 juni 13.30-16.00 uur economie 1,2 Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 27 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 58 punten te behalen. Voor elk

Nadere informatie

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 21 juni 13.30 16.30 uur

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 21 juni 13.30 16.30 uur Economische wetenschappen I en recht Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 2 juni 3.3 6.3 uur 2 Dit examen bestaat uit 34 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven hoeveel

Nadere informatie

Fysiek goud is de ultieme veilige haven en zou de basis moeten vormen van ieder vermogen.

Fysiek goud is de ultieme veilige haven en zou de basis moeten vormen van ieder vermogen. Fysiek goud is de ultieme veilige haven en zou de basis moeten vormen van ieder vermogen. Goud is al duizenden jaren simpelweg een betaalmiddel: geld. U hoort de term steeds vaker opduiken in de media.

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 vwo 2006-II

Eindexamen economie 1-2 vwo 2006-II 4 Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Een voorbeeld van een juiste berekening

Nadere informatie

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Vierde kwartaal oktober 2016 t/m 31 december Samenvatting:

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Vierde kwartaal oktober 2016 t/m 31 december Samenvatting: Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel Vierde kwartaal 2016-1 oktober 2016 t/m 31 december 2016 Samenvatting: De maandelijkse nominale dekkingsgraad is gestegen van 98,8% naar 105,7%; De beleidsdekkingsgraad

Nadere informatie

Examen VWO. Economie 1 (nieuwe stijl)

Examen VWO. Economie 1 (nieuwe stijl) Economie 1 (nieuwe stijl) Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 18 juni 13.30-16.30 uur 20 03 Voor dit examen zijn maximaal 63 punten te behalen; het examen bestaat uit

Nadere informatie

Examen VWO. Economie 1 (nieuwe stijl)

Examen VWO. Economie 1 (nieuwe stijl) Economie 1 (nieuwe stijl) Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Woensdag 29 mei 13.3 16.3 uur 2 2 Voor dit examen zijn maximaal 62 punten te behalen; het examen bestaat uit 31 vragen.

Nadere informatie

Proefexamen Macro-economie: verbetering

Proefexamen Macro-economie: verbetering Proefexamen Macro-economie: verbetering Deel 1: Drie open vragen op telkens 6 punten. 1. H9 a) Leid wiskundig de Philipscurve af uit de prijszettingsrelatie op de arbeidsmarkt. Verklaar de gebruikte symbolen.

Nadere informatie

Draai zelf aan de knoppen van de Nederlandse economie: Workshop DELFI-tool. Gerbert Hebbink VECON Studiedag, 22 maart 2017

Draai zelf aan de knoppen van de Nederlandse economie: Workshop DELFI-tool. Gerbert Hebbink VECON Studiedag, 22 maart 2017 Draai zelf aan de knoppen van de Nederlandse economie: Workshop DELFI-tool Gerbert Hebbink VECON Studiedag, 22 maart 2017 Doel van de workshop Uitleg gebruik van online DELFI-tool en ideeën voor lesprogramma

Nadere informatie

HOOFDSTUK 19: WISSELKOERS EN WISSELMARKT

HOOFDSTUK 19: WISSELKOERS EN WISSELMARKT 1 HOOFDSTUK 19: WISSELKOERS EN WISSELMARKT 1. PRIJSVORMING OP DE WISSELMARKTEN 1.1. Enkele begrippen Wisselkoers = prijs van de buitenlandse munt, uitgedrukt in nationale munt bv. wisselkoers () van de

Nadere informatie

Examen VWO. Economische wetenschappen 1 en recht

Examen VWO. Economische wetenschappen 1 en recht Economische wetenschappen 1 en recht Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 2 Dinsdag 22 juni 13.30 16.30 uur 19 99 Dit examen bestaat uit 33 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven

Nadere informatie

Eindexamen havo economie oud programma I

Eindexamen havo economie oud programma I Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 Een antwoord waaruit blijkt dat mensen met een hoog

Nadere informatie

Eindexamen economie vwo 2010 - I

Eindexamen economie vwo 2010 - I Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 Een antwoord waaruit

Nadere informatie