pdf09 EUROPEES MONETAIR BELEID (een verkorte versie)

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "pdf09 EUROPEES MONETAIR BELEID (een verkorte versie)"

Transcriptie

1 pdf09 EUROPEES MONETAIR BELEID (een verkorte versie) Het monetair beleid binnen de EMU (Economische en Monetaire Unie) wordt bepaald door de ECB (Europese Centrale Bank). De centrale banken, waaronder De Nederlandsche Bank (DNB), voeren het beleid van de ECB uit. De ECB houdt zich niet direct bezig met handhaving van de wisselkoers van de euro (de externe waarde). De reden hiervoor is dat het Eurogebied als geheel een tamelijk gesloten economie vormt, de eurolanden voeren vooral handel met elkaar. De wisselkoers van de euro wordt voornamelijk overgelaten aan vraag en aanbod op de internationale valutamarkten. Als de ECB het evenwel nodig acht in te grijpen omdat de euro t.o.v. de dollar teveel in waarde verliest, dan kan overwogen worden de rente te verhogen en/of op de valutamarkt euro's te kopen. De ECB heeft als primaire doelstelling handhaving van de koopkracht van de euro (de interne waarde): de inflatie moet beperkt blijven. Het geldhoeveelheidbeleid (de ECB let daarbij op de groei van de geldhoeveelheid in verhouding tot het nationaal inkomen) wordt gevoerd met behulp van het rentebeleid. Is de geldgroei te groot en neemt de kans op inflatie toe, dan kan de ECB besluiten de rente te verhogen. Dit leidt tot een verlaging van de geldgroei (het lenen van geld wordt immers duurder) en daarmee tot minder inflatiedruk. De ECB beschikt over een aantal instrumenten om de geldmarktrente te sturen. - Open-markttransacties De ruimte op de geldmarkt kan beïnvloed worden door (swap)transacties met waardepapieren of valuta s. Door de verkoop van waardepapieren en/of vreemde valuta s verkrapt de geldmarkt. De banken hebben minder middelen om krediet te verlenen, waardoor de rente omhoog zal gaan. - Verplichte kasreserve Als de ECB verkrapping van de geldmarkt wenselijk vindt, kan de ECB de banken verplichten een deel van hun dekkingsmiddelen op een aparte rekening bij de centrale bank te plaatsen (de kasreserverekening). Bij een geldmarkttekort zullen de banken bij de ECB willen lenen. De rente die zij hiervoor moeten betalen, wordt bepaald door de ECB. De banken berekenen deze hogere rente door aan hun klanten.

2 OPGAVE 1 EUROPEES MONETAIR BELEID 1 De banken kopen bankbiljetten bij de Centrale Bank op rekening. Leg uit waarom het kopen van bankbiljetten een verkrappende werking heeft op de ruimte op de geldmarkt in enge zin. Om de inflatie in de EMU tegen te gaan, kan de ECB een verkrappende monetaire politiek voeren. Een betalingsbalansoverschot kan er echter de oorzaak van zijn dat deze verkrapping niet of moeilijker wordt bereikt. 2 Leg uit hoe de reserveverplichting een bijdrage levert aan een verkrappende monetaire politiek? 3 Verklaar hoe een overschot in het betalingsverkeer met het buitenland een verkrappende monetaire politiek kan doorkruisen. 4 Hoe kan de ECB eventueel het rentebeleid gebruiken om te voorkomen dat de koers van de euro teveel daalt ten opzichte van de dollar? 5 Stel dat ECB zodanig wil ingrijpen, dat de kredietverlening door de banken wordt beperkt. Welke maatregel komt dan aanmerking: renteverhoging of renteverlaging? Motiveer het antwoord. Uit de krant: De Europese Centrale Bank is de geldmarkt woensdag te hulp gekomen met dollarswaptransacties. De Centrale Bank heeft 750 mln dollar aangekocht voor een periode van 2 tot 16 september. 6 Wordt in de tekst de geldmarkt in ruime zin of wordt de geldmarkt in enge zin bedoeld? Motiveer het antwoord. 7 Is in de tekst sprake van een ruime of van een krappe geldmarkt? Motiveer het antwoord. 8 Wat is het effect van de in de tekst genoemde dollarswap op de liquiditeit van de banken? Motiveer het antwoord. ANTWOORDEN OPGAVE 1 1 Om kasvoorraden aan te vullen lenen de banken bankbiljetten van de CB. De post Herfinanciering (de schuld van de banken bij de CB) neemt toe, dus wordt de geldmarkt krapper. 2 Doordat de banken geld moeten aanhouden bij de Centrale Bank beschikken zij over minder kasmiddelen. 3 Overschot betalingsbalans buitenlandse valuta's worden omgezet in euro's (geldschepping). 4 Het rentetarief verhogen/niet verlagen het wordt voor buitenlanders aantrekkelijker te beleggen in de EMU meer vraag naar euro's koersstijging euro. 5 Renteverhoging: hierdoor wordt het lenen van geld duurder. 6 De geldmarkt in enge zin. Dat deel van de geldmarkt waar banken met een overschot aan kasgeld banken met een tekort aan kasgeld ontmoeten. 7 Krappe geldmarkt. Door tijdelijk dollars van de banken te kopen in ruil voor Euro-valuta wordt de geldmarkt verruimd. 8 De liquiditeitspositie van de banken wordt beter, omdat zij meer geld in kas krijgen.

3 OPGAVE 2 STRIJD OM DE RENTE In de landen van de Economische en Monetaire Unie (EMU) ontstaat in 2007 een discussie over de ontwikkeling van de rente. Aanleiding zijn de stijgende koers van de euro ten opzichte van de Amerikaanse dollar en een oplopende inflatie. 1 Gebruik bron 1. Bereken met hoeveel procent de koers van de euro ten opzichte van de dollar tussen 2005 en 2007 is gestegen. 2 Leg uit dat de Europese producenten door deze koersontwikkeling afzetproblemen kunnen krijgen op de Amerikaanse markten. 3 Leg uit dat de Europese producenten door deze koersontwikkeling afzetproblemen kunnen krijgen op de Europese markten. In juni 2007 verhoogt de Europese Centrale Bank (ECB) het belangrijkste rentetarief met een kwart procentpunt tot 4%. Omdat de inflatie in de EMU blijft stijgen, worden verdere renteverhogingen niet uitgesloten. Sommige economen zeggen dat de rentetarieven omlaag zouden moeten. Er ontstaat een debat over de gewenste richting van de verandering van de rentestand. Nicolas Sarkozy is president van Frankrijk. Zijn landgenoot Jean-Claude Trichet is president van de ECB. Sarkozy en Trichet verschillen van mening over de ontwikkeling van de rentestand die wenselijk lijkt, gelet op de economische situatie in Europa in de tweede helft van Volgens de een is een renteverhoging gewenst, volgens de ander juist een renteverlaging. Zij maken beiden een eigen persbericht, waarin ieder op zijn manier de keuze voor de verandering van de rentestand beargumenteert. 4 Schrijf het persbericht van Sarkozy of het persbericht van Trichet. Vermeld in dit bericht wat er met de rentestand moet gebeuren. Gebruik de bronnen 1, 2 of 3 om het standpunt te onderbouwen. Gebruik voor het totale bericht maximaal 40 woorden. Sarkozy en Trichet vinden allebei dat ze het gelijk aan hun kant hebben. De tekenaar van bron 4 laat beiden tegen elkaar zeggen: U begrijpt geloof ik niet helemaal goed, wie hier eigenlijk de baas is. 5 Leg uit dat Sarkozy en Trichet beiden aanspraak kunnen maken op deze uitspraak.

4 bron 1 gemiddelde koers van de Amerikaanse dollar in euro s bron 2 productiegroei en ontwikkeling rente in de EMU bron 3 uit een krant van juli 2007 Regeringsleiders van de lidstaten van de EMU zijn er niet in geslaagd één standpunt in te nemen in het debat over de ontwikkeling van de rente. De Franse president Sarkozy maakt, gelet op de voor 2008 verwachte conjuncturele neergang in de EMU, zich zorgen over de rentestand en over de koersontwikkeling van de euro. Andere regeringsleiders zijn tegen een verzwakking van de euro. Eén van hen verwoordt het als volgt: Een sterke euro heeft ook nadelen, maar is nog altijd beter dan een zwakke euro. bron 4 cartoon over de discussie tussen Sarkozy en Trichet

5 1 koers euro in dollars 2005: 1 0,81 = 1,23 koers euro in dollars 2007: 1 0,73 = 1,37 (1,37 1,23) 1,23 100% = 11,4% ANTWOORDEN OPGAVE 2 2 Door de koersstijging van de euro zijn Europese producten duurder geworden in de Verenigde Staten, hetgeen voor Europese producenten een concurrentienadeel is op de Amerikaanse markt. 3 Door de koersdaling van de dollar zijn Amerikaanse producten goedkoper geworden in Europa, waardoor Europese producenten op de Europese markt meer concurrentie ondervinden. 4 indien gekozen voor Sarkozy - Sarkozy bepleit een renteverlaging - Door een renteverlaging wordt het lenen van geld goedkoper, hetgeen kan leiden tot toenemende bestedingen waardoor de daling van de productiegroei afgeremd kan worden. Door een renteverlaging zal de koers van de euro afnemen hetgeen de concurrentiepositie van Europese producenten kan verbeteren. indien gekozen voor Trichet - Trichet bepleit een renteverhoging - Een oplopende inflatie in de EMU kan het streven naar prijsstabiliteit van de ECB onder druk zetten. Door een renteverhoging wordt sparen aantrekkelijker en lenen minder aantrekkelijk. Hierdoor nemen de bestedingen af en daardoor kan de inflatie afnemen. 5 Uit het antwoord moet blijken - dat Trichet aanspraak mag maken op deze uitspraak, omdat hij als president van de politiek onafhankelijke ECB formeel verantwoordelijk is voor het monetaire beleid binnen de EMU en - dat Sarkozy aanspraak mag maken op deze uitspraak, omdat hij als regeringsleider van een van de lidstaten van de EMU verantwoordelijk is voor een economische politiek, gericht op de welvaart van Europese burgers.

6 OPGAVE 3 TIJD VOOR VERANDERING In de periode kreeg de internationale bankensector grote klappen. De kredietcrisis leidde tot een forse daling van de aandelenkoersen. Omdat grote internationale banken failliet dreigden te gaan, kwamen verschillende overheden en centrale banken (CB) met reddingsplannen. Toen in de loop van 2008 deze kredietcrisis zijn weerslag kreeg op de reële economie en er sprake was van een internationale economische teruggang, verlaagde de centrale bank van de Verenigde Staten (VS) de rente. De Europese Centrale Bank (ECB) volgde deze renteverlaging pas enige maanden later. Ze wees voor deze vertraagde reactie op de doelstelling van het monetair beleid van de ECB. Toch zette de teruggang door en eind 2008 was er sprake van een recessie met een toename van de werkloosheid tot gevolg. De toename van de werkloosheid valt deels te verklaren uit de ontwikkeling van het particuliere vermogen in 2008 maar ook uit de economische relaties tussen de VS en de Eurozone (EZ). 1 Beschrijf hoe een toename van de werkloosheid in de VS kan leiden tot een toename van de werkloosheid in de EZ. 2 Geef een verklaring voor de toename van de werkloosheid die gebaseerd is op de ontwikkeling van het particuliere aandelenvermogen. 3 Geef een andere verklaring voor de toename van de werkloosheid. Maak daarbij gebruik van ten minste één figuur uit bron 1. 4 Geef een verklaring voor het verband tussen de ontwikkeling van de bezettingsgraad en de index van het prijsniveau in de VS tussen juli 2008 en december Geef de verklaring die de ECB, gelet op haar doelstelling, gegeven zal hebben om pas enige maanden later dan de centrale bank van de VS de rente te verlagen. Een journalist die onderzoek heeft gedaan naar de oorzaken van de kredietcrisis, schrijft een artikel: Tijd voor verandering. Hij wijst daarin op de twee grote problemen waarmee de economie van de VS de komende jaren geconfronteerd wordt. Enerzijds is de financiering van de particuliere en de collectieve sector in gevaar en anderzijds zijn de economische relaties met het buitenland zorgelijk. De journalist vraagt aan jou in een deel van het artikel de samenhang weer te geven tussen één van deze problemen en drie structurele aspecten van de economie van de VS (zie bron 2). 6 Schrijf de tekst van het genoemde deel van het artikel. De tekst moet passen in de gegeven context. Gebruik ongeveer 75 woorden.

7 bron 1 zes figuren over de conjuncturele situatie bron 2 structurele aspecten van de economie van de VS 1 De consumptie in de VS is door massaal gebruik van creditcards zo hoog dat sommigen spreken over overconsumptie. 2 De lopende rekening van de betalingsbalans vertoont al jaren een tekort. 3 De staatsschuld bedraagt in 2008 $ miljard en is gelijk aan 101% van het bruto binnenlands product. 4 Sommige grote industrieën zoals de autofabrikanten, zijn nog nauwelijks overgestapt op kleinere, zuinigere en meer duurzame producten. 5 Een deel van de industrie wordt beschermd tegen buitenlandse concurrentie. 6 De dollar is wereldhandelsvaluta; sinds 1969 is de dollar fors gedeprecieerd. 7 Ondanks het protectionisme wordt de economie van de VS steeds opener. 8 Het zwaartepunt van de industriële massaproductie verschuift van de Westerse industrielanden naar China en India.

8 ANTWOORDEN OPGAVE 3 1 De toename van de werkloosheid in de VS leidt, via een vermindering van het besteedbare inkomen, de bestedingen en de import, tot een daling van de export van de EZ waardoor de productie in de EZ daalt en daarmee de arbeidsvraag. 2 De daling van de aandelenkoersen betekent een daling van de waarde van het particuliere aandelenvermogen waardoor de mogelijkheid bestedingen te financieren uit vermogen vermindert en de bestedingen afnemen waardoor de arbeidsvraag daalt. 3 Een afnemend consumentenvertrouwen leidt tot vermindering van de consumptie en daarmee tot een afname van de bestedingen en een afname van de arbeidsvraag. 4 Uit de daling van de bezettingsgraad blijkt dat de (geaggregeerde) vraag daalt ten opzichte van de productiecapaciteit, hetgeen vanaf juli 2008 leidt tot een daling van het prijsniveau. 5 Tot oktober 2008 was er sprake van een stijging van het prijsniveau en zou een renteverlaging de bestedingen stimuleren, hetgeen zou kunnen leiden tot een sterkere stijging van het prijsniveau dan aanvaardbaar wordt gevonden. 6 De keuze voor de financiering van de particuliere en de collectieve sector is juist uitgewerkt. - Te denken valt aan een combinatie van de aspecten (1), (3) en (6) waaruit naar voren komt dat de financiering aan de aanbodkant problemen kent door de lage nationale spaarquote en afname van de buitenlandse bereidheid te lenen aan de VS door het toenemend koersrisico terwijl aan de vraagkant de zeer hoge nationale schuld tot een grote vraag leidt. De keuze voor de economische relaties met het buitenland is juist uitgewerkt. - Te denken valt aan een combinatie van de aspecten (2), (4) en (7) waaruit naar voren komt dat de verslechterde concurrentiepositie van het Amerikaanse bedrijfsleven leidt tot een stijging van het tekort op de lopende rekening hetgeen de toch al zwakke dollar verder verzwakt. - Te denken valt aan de combinatie van de aspecten (4), (5) en (8) waaruit naar voren komt dat door gebrek aan aanpassing en door protectie van niet efficiënte bedrijven de concurrentiepositie van het Amerikaanse bedrijfsleven zwak is terwijl het belang van de productie van deze bedrijven op wereldschaal afneemt.

9 OPGAVE 4 KLASSIEKE TRAGEDIE Griekenland is lid van de Economische en Monetaire Unie (EMU). De Griekse overheid heeft zich al jaren rijk gerekend: haar economische cijfers blijken niet altijd betrouwbaar en de overheidsfinanciën hebben te lijden onder fraude en bureaucratie. Door te hoge overheidsuitgaven en door gevolgen van de kredietcrisis is in 2009 het begrotingstekort opgelopen tot 12,7% en de staatsschuld tot 120% van het bruto binnenlands product (bbp): veel hoger dan de normen in het stabiliteits- en groeipact (bron 1). Door de crisis lukt het vrijwel geen enkel land om zich te houden aan de strenge regels van dit pact. De overheidsfinanciën zijn in Griekenland ernstig uit balans, waardoor de stabiliteit van de euro gevaar loopt. De relatief hoge staatsschuld van landen zoals Griekenland heeft gevolgen voor de rente en de inflatie in deze landen en kan uiteindelijk zelfs de waarde van de euro onder druk zetten. 1 Gebruik bovenstaande tekst en cartoon. Citeer de zin uit bovenstaande tekst die het beste weergeeft wat bovenstaande cartoon wil uitdrukken. De afspraak in het stabiliteits- en groeipact die voorschrijft dat het niet toegestaan is dat EMU-landen elkaar financieel bijstaan, is bedoeld om het risico op moreel wangedrag (moral hazard) van een EMU-land te verkleinen. 2 Gebruik bron 1. Noem de afspraak in het stabiliteits- en groeipact die het risico op moreel wangedrag van een EMU-land juist zou kunnen vergroten en leg dit verband uit. Om te voorkomen dat de financiële problemen onbeheersbaar worden, zal Griekenland in snel tempo de staatsschuld moeten aflossen. De Griekse overheid zal daartoe overheidsuitgaven moeten beperken en overheidsinkomsten moeten verhogen. In 2010 heerst er twijfel op de financiële markten of Griekenland vanaf 2011 de staatsschuld en het begrotingstekort omlaag kan brengen in de richting van de EMU-afspraken. 3 Maak van de onderstaande zinnen een juiste economische redenering. Griekenland heeft jarenlang zijn begrotingstekort (1) voorgesteld dan het werkelijk was. Internationale beleggers vinden Griekse (2), die worden aangeboden om dit tekort te financieren, te riskant en vermijden ze. De door de Griekse overheid (3) rente loopt snel op tot 7,25 procent, twee maal zo hoog als de rente die geldt voor de Nederlandse overheid. De gestegen rente voor nieuwe staatsleningen maakt het (4) om te bezuinigen op de (5). Kies uit: bij (1) hoger / lager bij (2) aandelen / obligaties bij (3) te betalen / te ontvangen bij (4) meer noodzakelijk / minder noodzakelijk bij (5) betalingsbalans / overheidsbegroting

10 Op een weblog staan twee reacties van Nederlanders op de vraag: Wat doen we met de Grieken? De reactie van Tim: Laat Griekenland gewoon lekker failliet gaan. Ze hebben geprofiteerd van de voordelen van de EMU, hebben onjuiste informatie verstrekt en zijn er nooit voor gestraft. Griekenland vormt nog geen 5% van de economie van de EMU. Waarom moeten wij gaan betalen voor hun feestje? Door het onverantwoorde gedrag van de Griekse overheid dalen de obligatiekoersen en komen onze pensioenen in gevaar. Dat zit zo: Sylvester is het niet met Tim eens. Hij reageert: Griekenland failliet laten gaan, onmogelijk. Een land blijft bestaan. De rente die Griekenland nu moet betalen voor leningen kan het nooit financieren zonder hulp. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de andere EMU-landen zullen Griekenland te hulp moeten schieten met leningen. Die worden verstrekt in ruil voor structurele hervormingen van de economie. Griekenland wordt onder toezicht gesteld van het IMF en Europa. Dat is voldoende straf. Zonder structurele hervorming van de overheidsfinanciën zal Griekenland die leningen niet terug kunnen betalen en komt de stabiliteit van de euro in gevaar. Dat zit zo: 4 Gebruik eventueel naar eigen inzicht bron 1 en bron 2. Kies één van de twee reacties: Tim óf Sylvester. Schrijf deze naam op en schrijf daarna het vervolg van de reactie, waarbij je de vetgedrukte zin uitlegt. Gebruik ongeveer 60 woorden. bron 1 het stabiliteits- en groeipact Na de totstandkoming van de Economische en Monetaire Unie (EMU) in 1997 zijn tussen de deelnemende landen afspraken gemaakt die de stabiliteit (waardevastheid) van de euro moeten garanderen. Enkele van deze afspraken zijn: - het begrotingstekort mag niet meer bedragen dan 3% van het bbp; - de staatsschuld mag niet hoger zijn dan 60% van het bbp; - het is niet toegestaan dat EMU-landen elkaar financieel bijstaan; - elk deelnemend land verplicht zich om regelmatig betrouwbare economisch-statistische informatie te geven aan de Europese Commissie; - een land kan niet door de overige lidstaten uit de EMU worden gezet, maar kan wel vrijwillig vertrekken. bron 2 uit een persbericht van de Eurogroep 1 ) Het rapport dat Eurostat (het Europese statistiekbureau) deze week uitbracht over de statistische chaos die de Griekse overheid de afgelopen jaren heeft geproduceerd om EMU-landen om de tuin te leiden, is vernietigend. Dat de Griekse overheid uitgaven buiten de begroting hield om destijds lid te mogen worden van de EMU was al bekend. Het land kon door de euro meeliften op de lage rente die Noord-Europese landen op hun staatsleningen betalen. De Griekse overheid zelf geeft nu meer informatie over deze misleiding. De financiële markten reageerden direct door de rente voor Griekenland te verhogen. 1 ) De Eurogroep bestaat uit de ministers van Financiën van de EMU-landen.

11 ANTWOORDEN OPGAVE 4 1 De overheidsfinanciën zijn in Griekenland ernstig uit balans, waardoor de stabiliteit van de euro gevaar loopt. 2 Een land kan niet door de overige lidstaten uit de EMU worden gezet, maar kan wel vrijwillig vertrekken. - Een EMU-lidstaat kan risicovolle (financiële) beslissingen nemen zonder het risico te lopen haar EMU-lidmaatschap te verliezen. - Een EMU-lidstaat zal zich niet / minder inspannen om bij overschrijding van de normen de juiste maatregelen te nemen, omdat er geen risico is op verlies van het EMU-lidmaatschap. 3 bij (1) lager bij (2) obligaties bij (3) te betalen bij (4) meer noodzakelijk bij (5) overheidsbegroting 4 Tim: (Door het onverantwoorde gedrag van de Griekse overheid dalen de obligatiekoersen en komen onze pensioenen in gevaar.) (Dat zit zo:) Door de onbetrouwbaarheid van de cijfers over de Griekse overheidsfinanciën / te hoge overheidsuitgaven daalt het vertrouwen op de financiële markten en daarmee dalen ook de koersen van Griekse (staats)obligaties. Pensioenfondsen die een deel van de ontvangen premies hebben belegd in deze obligaties, zien het opgebouwde vermogen minder waard worden. Hierdoor dreigen de pensioenfondsen geld tekort te komen voor toekomstige pensioenaanspraken. Sylvester: (Zonder structurele hervorming van de overheidsfinanciën zal Griekenland die leningen niet terug kunnen betalen en komt de stabiliteit van de euro in gevaar.) (Dat zit zo:) Om de leningen terug te kunnen betalen zal de financiële positie van de Griekse overheid blijvend verbeterd moeten worden. Dat kan de Griekse overheid bereiken door haar uitgaven blijvend te verlagen, bijvoorbeeld door het verlagen van ambtenarensalarissen / door haar inkomsten blijvend te verhogen, bijvoorbeeld door vermindering van de belastingontduiking. Daarmee zal het Griekse begrotingstekort dalen en Griekenland beter kunnen voldoen aan de normen van het stabiliteitspact.

Eindexamen economie pilot havo 2011 - I

Eindexamen economie pilot havo 2011 - I Beoordelingsmodel Vraag Antwoord Scores Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore

Nadere informatie

Eindexamen economie pilot havo 2009 - I

Eindexamen economie pilot havo 2009 - I Beoordelingsmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 ja Een voorbeeld van een juiste

Nadere informatie

Zelftest hoofdstuk 1 Gesloten vragen 1.22 D; 1.23 B; 1.24 A; 1.25 B; 1.26 B; 1.27 C; 1.28 D; 1.29 A; 1.30 B; 1,31 A; 1.32 A

Zelftest hoofdstuk 1 Gesloten vragen 1.22 D; 1.23 B; 1.24 A; 1.25 B; 1.26 B; 1.27 C; 1.28 D; 1.29 A; 1.30 B; 1,31 A; 1.32 A Zelftest hoofdstuk 1 1.22 D; 1.23 B; 1.24 A; 1.25 B; 1.26 B; 1.27 C; 1.28 D; 1.29 A; 1.30 B; 1,31 A; 1.32 A 1.33 a. $25 1, 1 = $27,50 b. -invoercontingenten, -kwaliteitseisen, -douaneformaliteiten, -subsidies

Nadere informatie

Bijlage HAVO. economie (pilot) tijdvak 1. Bronnenboekje. HA-1022-f-11-1-b

Bijlage HAVO. economie (pilot) tijdvak 1. Bronnenboekje. HA-1022-f-11-1-b Bijlage HAVO 211 tijdvak 1 economie (pilot) Bronnenboekje HA-122-f-11-1-b Opgave 1 bron 1 het stabiliteits- en groeipact Na de totstandkoming van de Economische en Monetaire Unie (EMU) in 1997 zijn tussen

Nadere informatie

pdf18 MACRO-VRAAG EN MACRO-AANBOD

pdf18 MACRO-VRAAG EN MACRO-AANBOD pdf18 MACRO-VRAAG EN MACRO-AANBOD De macro-vraaglijn of geaggregeerde vraaglijn geeft het verband weer tussen het algemeen prijspeil en de gevraagde hoeveelheid binnenlands product. De macro-vraaglijn

Nadere informatie

Als de lonen dalen, dalen de loonkosten voor de producent. Hetgeen kan betekenen dat de producent niet overgaat tot mechanisatie/automatisering.

Als de lonen dalen, dalen de loonkosten voor de producent. Hetgeen kan betekenen dat de producent niet overgaat tot mechanisatie/automatisering. Top 100 vragen. De antwoorden! 1 Als de lonen stijgen, stijgen de productiekosten. De producent rekent de hogere productiekosten door in de eindprijs. Daardoor daalt de vraag naar producten. De productie

Nadere informatie

Examen HAVO. Economie 1

Examen HAVO. Economie 1 Economie 1 Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 21 juni 13.30 16.00 uur 20 00 Dit examen bestaat uit 31 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven hoeveel punten met een goed

Nadere informatie

Examen HAVO. economie (pilot) tijdvak 1 maandag 25 mei 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen HAVO. economie (pilot) tijdvak 1 maandag 25 mei 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen HAVO 2009 tijdvak 1 maandag 25 mei 13.30-16.00 uur economie (pilot) Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 27 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 58 punten te behalen. Voor elk

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 havo 2000-I

Eindexamen economie 1 havo 2000-I Opgave 1 Meer mensen aan de slag Het terugdringen van de werkloosheid is in veel landen een belangrijke doelstelling van de overheid. Om dat doel te bereiken, streeft de overheid meestal naar groei van

Nadere informatie

Module 8 havo 5. Hoofdstuk 1 conjunctuurbeweging

Module 8 havo 5. Hoofdstuk 1 conjunctuurbeweging Module 8 havo 5 Hoofdstuk 1 conjunctuurbeweging Economische conjunctuur hoogconjunctuur Reëel binnenlands product groeit procentueel sterker dan gemiddeld. laagconjunctuur Reëel binnenlands product groeit

Nadere informatie

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Woensdag 26 mei 13.30 16.30 uur

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Woensdag 26 mei 13.30 16.30 uur Economische wetenschappen 1 en recht Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Woensdag 26 mei 13.30 16.30 uur 19 99 Dit examen bestaat uit 34 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven

Nadere informatie

Michiel Verbeek, januari 2013

Michiel Verbeek, januari 2013 Michiel Verbeek, januari 2013 1 2 Eens of oneens? De bankiers zijn schuldig aan de kredietcrisis. De huidige economische crisis is het gevolg van de kredietcrisis van 2008. Als een beurshandelaar voor

Nadere informatie

Examen HAVO - Compex. economie 1

Examen HAVO - Compex. economie 1 economie 1 Examen HAVO - Compex Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 1 Maandag 23 mei totale examentijd 2,5 uur 20 05 Vragen 1 tot en met 19 In dit deel staan de vragen waarbij de computer niet

Nadere informatie

Eindexamen havo economie oud programma 2012 - I

Eindexamen havo economie oud programma 2012 - I Opgave 1 Beleggingen leiden tot inkomensverschillen Aangetrokken door voorspoedige ontwikkelingen op de effectenbeurs, zijn in een land de mensen steeds meer gaan beleggen in aandelen en obligaties. Mede

Nadere informatie

Examen VWO. economie (pilot) tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.30 uur

Examen VWO. economie (pilot) tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.30 uur Examen VWO 21 tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.3-16.3 uur economie (pilot) Dit examen bestaat uit 27 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 73 punten te behalen. Voor elk vraagnummer staat hoeveel punten met

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 vwo 2004-II

Eindexamen economie 1 vwo 2004-II Opgave 1 Stoppen met roken!? In een land betalen rokers bij de aanschaf van tabaksproducten een flink bedrag aan indirecte belasting (tabaksbelasting)*. Dat vinden veel mensen terecht omdat de overheid

Nadere informatie

Het internationale economisch verkeer

Het internationale economisch verkeer Hoofdstuk 2 Het internationale economisch verkeer 2.29 2.30 2.31 2.32 2.33 2.34 2.35 2.36 D D C D A D C D 2.37 a. Als Aland zich specialiseert in dat product waarin het relatief goed is, kan het door internationale

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 havo 2004-I

Eindexamen economie 1-2 havo 2004-I 4 Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Een voorbeeld van een juist antwoord

Nadere informatie

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)!

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Vragen aangeduid met een * toetsen in het bijzonder het inzicht en toepassingsvermogen. Deze vragenreeksen zijn vrij beschikbaar.

Nadere informatie

Toetsopgaven VWO bij de euro-editie van het Onderdeel Geld van Percent Economie voor de tweede fase

Toetsopgaven VWO bij de euro-editie van het Onderdeel Geld van Percent Economie voor de tweede fase Toetsopgaven VWO bij de euro-editie van het Onderdeel Geld van Percent Economie voor de tweede fase Opgave 1 Sinds 1 juni 1998 maakt De Nederlandsche Bank (DNB) samen met de centrale banken van andere

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 vwo 2006-II

Eindexamen economie 1-2 vwo 2006-II 4 Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Een voorbeeld van een juiste berekening

Nadere informatie

Examen HAVO. economie. tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen HAVO. economie. tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen HAVO 2010 tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur economie tevens oud programma economie 1,2 Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 27 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

Examen HAVO en VHBO. Economie 1,2 oude en nieuwe stijl

Examen HAVO en VHBO. Economie 1,2 oude en nieuwe stijl Economie 1,2 oude en nieuwe stijl Examen HAVO en VHBO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Vooropleiding Hoger Beroeps Onderwijs HAVO Tijdvak 2 VHBO Tijdvak 3 Woensdag 21 juni 13.30 16.30 uur 20 00 Dit

Nadere informatie

Domein Goede Tijden, Slechte Tijden

Domein Goede Tijden, Slechte Tijden Domein Goede Tijden, Slechte Tijden Zie steeds de eenvoud!! vwo Frans Etman Hoog- of laagconjunctuur Het Centraal Bureau van de Statistiek (CBS) heeft 2 filmpjes gemaakt over de indicatoren van de economie.

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 vwo 2001-I

Eindexamen economie 1 vwo 2001-I Opgave 1 Hoge druk op de arbeidsmarkt Gedurende een aantal jaren groeide de economie in Nederland snel waardoor de druk op de arbeidsmarkt steeds groter werd. Het toenemende personeelstekort deed de vrees

Nadere informatie

Examen VWO. Economie 1 (nieuwe stijl)

Examen VWO. Economie 1 (nieuwe stijl) Economie 1 (nieuwe stijl) Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Donderdag 17 mei 13.30 16.30 uur 20 01 Voor dit examen zijn maximaal 65 punten te behalen; het examen bestaat uit

Nadere informatie

Examen HAVO. economie (pilot) tijdvak 1 vrijdag 27 mei 13.30-16.00 uur. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage.

Examen HAVO. economie (pilot) tijdvak 1 vrijdag 27 mei 13.30-16.00 uur. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Examen HAVO 2011 tijdvak 1 vrijdag 27 mei 13.30-16.00 uur economie (pilot) Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 25 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 56 punten

Nadere informatie

Domein Goede Tijden, Slechte Tijden

Domein Goede Tijden, Slechte Tijden Domein Goede Tijden, Slechte Tijden Zie steeds de eenvoud!! havo Frans Etman Hoog- of laagconjunctuur Het Centraal Bureau van de Statistiek (CBS) heeft 2 filmpjes gemaakt over de indicatoren van de economie.

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 havo 2000-II

Eindexamen economie 1-2 havo 2000-II Opgave 1 Uit een krant: Uitzendbranche blijft groeien Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat de uitzendbranche in het eerste kwartaal van 1998 flink is gegroeid. In vergelijking

Nadere informatie

Voorbeeldcasussen workshop DELFI-tool t.b.v. de LWEO Conferentie 2016. Auteurs: Íde Kearney en Robert Vermeulen

Voorbeeldcasussen workshop DELFI-tool t.b.v. de LWEO Conferentie 2016. Auteurs: Íde Kearney en Robert Vermeulen Voorbeeldcasussen workshop DELFI-tool t.b.v. de LWEO Conferentie 2016. Auteurs: Íde Kearney en Robert Vermeulen De voorbeelden in de casussen zijn verzonnen door de auteurs en komen niet noodzakelijkerwijs

Nadere informatie

Lesbrief Verdienen en uitgeven 2 e druk

Lesbrief Verdienen en uitgeven 2 e druk Hoofdstuk 1. Inkomen verdienen 1.22 1.23 1.24 1.25 1.26 1.27 1.28 1.29 1.30 1.31 1.32 1.33 1.34 D A C C A D B A D D B C D 1.35 a. 1.000.000 425.000 350.000 40.000 10.000 30.000 = 145.000. b. 1.000.000

Nadere informatie

Valutamarkt. De euro op koers. Havo Economie 2010-2011 VERS

Valutamarkt. De euro op koers. Havo Economie 2010-2011 VERS Valutamarkt De euro op koers Havo Economie 2010-2011 VERS 2 Hoofdstuk 1 : Inleiding Opdracht 1 a. Dirham b. Internet c. Duitsland - Ierland - Nederland - Griekenland - Finland - Luxemburg - Oostenrijk

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 havo 2006-II

Eindexamen economie 1-2 havo 2006-II Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: kosten van politie-inzet

Nadere informatie

Vraag Antwoord Scores

Vraag Antwoord Scores Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 1 Op de gegevens voor de top 10% van 1999

Nadere informatie

Eindexamen economie havo II

Eindexamen economie havo II Opgave 1 Buitenland en overheid in de kringloop In de economische wetenschap wordt gebruikgemaakt van modellen. Een kringloopschema is een model waarmee een vereenvoudigd beeld van de economie van een

Nadere informatie

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)!

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Vragen aangeduid met een * toetsen in het bijzonder het inzicht en toepassingsvermogen. Deze vragenreeksen zijn vrij beschikbaar.

Nadere informatie

Examen HAVO. economie. tijdvak 1 woensdag 16 mei 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen HAVO. economie. tijdvak 1 woensdag 16 mei 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen HAVO 2012 tijdvak 1 woensdag 16 mei 13.30-16.00 uur oud programma economie Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 28 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 60 punten te behalen.

Nadere informatie

Verdieping: Kan een land failliet gaan?

Verdieping: Kan een land failliet gaan? Verdieping: Kan een land failliet gaan? Korte omschrijving werkvorm De leerlingen lezen fragmenten uit artikelen over wat het betekent als Griekenland failliet gaat en maken daar verwerkingsvragen over.

Nadere informatie

Waarom houden gezinnen chartaal (kas)geld aan (i.p.v. giraal op de bank)? 1) Transactiemotief Gezinnen hebben contant geld nodig voor L1 = actieve kas

Waarom houden gezinnen chartaal (kas)geld aan (i.p.v. giraal op de bank)? 1) Transactiemotief Gezinnen hebben contant geld nodig voor L1 = actieve kas Domein G Geldwezen Ruil en arbeidsverdeling: 1) Directe ruil: goederen goederen Geringe arbeidsverdeling 2) Indirecte ruil: goederen geld goederen Meer arbeidsverdeling nodig Eigenschappen van geld: 1)

Nadere informatie

Eindexamen havo economie 2013-I

Eindexamen havo economie 2013-I Beoordelingsmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 bij (1) monopolie bij (2) toe

Nadere informatie

Eindexamen economie pilot havo 2009 - I

Eindexamen economie pilot havo 2009 - I Opgave 1 De prijs van voetbal uit een krant: Het Brabantse Deurne stond op zijn kop toen bleek dat de amateurvoetballers van SV Deurne tijdens de loting van de KNVB-beker gekoppeld werden aan de profvoetballers

Nadere informatie

Handel (tastbare goederen) 61 35 + 26 Diensten (transport, toerisme, ) 5 4 + 1 Primaire inkomens (rente, dividend, ) 11 3 + 8

Handel (tastbare goederen) 61 35 + 26 Diensten (transport, toerisme, ) 5 4 + 1 Primaire inkomens (rente, dividend, ) 11 3 + 8 betalingsbalans Zweden behoort tot de EU maar (nog) niet tot de EMU. Dat maakt Zweden een leuk land voor opgaven over wisselkoersen, waarbij een vrij zwevende kroon overgaat naar een kroon met een vaste

Nadere informatie

Domein GTST havo. 1) Gezinnen, bedrijven, overheid en buitenland; of anders geformuleerd: (C + I + O + E M)

Domein GTST havo. 1) Gezinnen, bedrijven, overheid en buitenland; of anders geformuleerd: (C + I + O + E M) 1) Geef de omschrijving van trendmatige groei. 2) Wat houdt conjunctuurgolf in? 3) Noem 5 conjunctuurindicatoren. 4) Leg uit waarom bij hoogconjunctuur de bedrijfswinsten zullen stijgen. 5) Leg uit waarom

Nadere informatie

Eindexamen economie havo 2011 - I

Eindexamen economie havo 2011 - I Opgave 1 AWBZ-zorgen Havo-leerling Dick besluit voor economie een profielwerkstuk te maken over de stijgende uitgaven van de AWBZ (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten). Hieronder staan drie delen van

Nadere informatie

wisselkoers Euro in Amerikaanse dollar 1,3644 Hoeveel dollar is 590?

wisselkoers Euro in Amerikaanse dollar 1,3644 Hoeveel dollar is 590? wisselkoers Euro in Amerikaanse dollar 1,3644 Hoeveel dollar is 590? 1,3644 * 590 = $805 2300 is dan 1,3644 * 2300 =$3138,12 Hoeveel euro is $789? 1,3644 dollar = 1 euro $789 / 1,3644 =578,28 euro Bereken

Nadere informatie

Rente de prijs van tijd. Als rente hoger is dan de opofferingskosten individuele prijs van tijd niet lenen maar sparen

Rente de prijs van tijd. Als rente hoger is dan de opofferingskosten individuele prijs van tijd niet lenen maar sparen Rente de prijs van tijd. Als rente hoger is dan de opofferingskosten individuele prijs van tijd niet lenen maar sparen Ruilen over de tijd Intertemporele substitutie Bedrijven lenen geld om te investeren

Nadere informatie

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)!

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Vragen aangeduid met een * toetsen in het bijzonder het inzicht en toepassingsvermogen. Deze vragenreeksen zijn vrij beschikbaar.

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 vwo 2006-I

Eindexamen economie 1-2 vwo 2006-I 4 Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Voorbeelden van een juist antwoord

Nadere informatie

Examen HAVO en VHBO. Economie

Examen HAVO en VHBO. Economie Economie Examen HAVO en VHBO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Vooropleiding Hoger Beroeps Onderwijs HAVO Tijdvak 2 VHBO Tijdvak 3 Dinsdag 22 juni 13.30 16.30 uur 19 99 Dit examen bestaat uit 37 vragen.

Nadere informatie

Examen VWO. economie. tijdvak 2 woensdag 20 juni 13.30-16.30 uur

Examen VWO. economie. tijdvak 2 woensdag 20 juni 13.30-16.30 uur Examen VWO 2012 2 tijdvak 2 woensdag 20 juni 13.30-16.30 uur economie Dit examen bestaat uit 27 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 61 punten te behalen. Voor elk vraagnummer staat hoeveel punten met

Nadere informatie

Inhoud. 1 Inleiding. Markt of overheid. 1 wat is economie? 11 Productiefactoren 11 Schaarste en welvaart 12 2

Inhoud. 1 Inleiding. Markt of overheid. 1 wat is economie? 11 Productiefactoren 11 Schaarste en welvaart 12 2 Inhoud 1 Inleiding 1 wat is economie? 11 Productiefactoren 11 Schaarste en welvaart 12 2 modellen 12 2 Markt of overheid 1 de vraag 14 Prijzen en gevraagde hoeveelheid 14 D De vraagfunctie 14 D Verschuiving

Nadere informatie

Samenvatting Hoofdstuk 9 Betalen in binnen- en buitenland

Samenvatting Hoofdstuk 9 Betalen in binnen- en buitenland Paragraaf 1 Geld Samenvatting Hoofdstuk 9 Betalen in binnen- en buitenland Er is sprake van directe ruil wanneer er goederen tegen goederen worden geruild. We spreken van indirecte ruil wanneer er eerst

Nadere informatie

Twaalf grafieken over de ernst van de crisis

Twaalf grafieken over de ernst van de crisis Twaalf grafieken over de ernst van de crisis 1 Frank Knopers 26-04-2012 1x aanbevolen Voeg toe aan leesplank We hebben een aantal grafieken verzameld die duidelijk maken hoe ernstig de huidige crisis is.

Nadere informatie

Eindexamen economie vwo 2010 - I

Eindexamen economie vwo 2010 - I Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 Een antwoord waaruit

Nadere informatie

http://www.economiepagina.com - Alle nuttige economielinks bij elkaar!

http://www.economiepagina.com - Alle nuttige economielinks bij elkaar! Opgave 1 Gulden (ƒ) wordt euro ( ) Geld is een (1) aanvaard ruilmiddel. De maatschappelijke geldhoeveelheid in Nederland bestaat uit munten, bankbiljetten en (2). De komende jaren worden de functies van

Nadere informatie

Europa in crisis. George Gelauff. Rijksacademie voor Financiën, Economie en Bedrijfsvoering

Europa in crisis. George Gelauff. Rijksacademie voor Financiën, Economie en Bedrijfsvoering Europa in crisis George Gelauff Rijksacademie voor Financiën, Economie en Bedrijfsvoering Opzet Baten en kosten van Europa Banken en overheden Muntunie en schulden Conclusie 2 Europa in crisis Europa veruit

Nadere informatie

Beleggingen institutionele beleggers 1,5 biljoen euro in 2010

Beleggingen institutionele beleggers 1,5 biljoen euro in 2010 11 Beleggingen institutionele beleggers 1,5 biljoen euro in John Gebraad Publicatiedatum CBS-website: 3-11-211 Den Haag/Heerlen Verklaring van tekens. = gegevens ontbreken * = voorlopig cijfer ** = nader

Nadere informatie

Examen VWO. economie. tijdvak 1 vrijdag 16 mei 13.30-16.30 uur

Examen VWO. economie. tijdvak 1 vrijdag 16 mei 13.30-16.30 uur Examen VWO 2014 tijdvak 1 vrijdag 16 mei 13.30-16.30 uur oud programma economie Dit examen bestaat uit 27 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 59 punten te behalen. Voor elk vraagnummer staat hoeveel

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 vwo 2001-II

Eindexamen economie 1 vwo 2001-II Opgave 1 CAO-overleg: loon of werk? Bij de CAO-onderhandelingen voor een komend jaar in de industrie wordt uitgegaan van de volgende prognose: inflatie 2,3% stijging arbeidsproductiviteit in de industrie

Nadere informatie

Economie 1,2 (nieuwe stijl) en economische wetenschappen I en recht (oude stijl)

Economie 1,2 (nieuwe stijl) en economische wetenschappen I en recht (oude stijl) Economie 1,2 (nieuwe stijl) en economische wetenschappen I en recht (oude stijl) Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Voor dit examen zijn maximaal 60 punten te behalen; het examen bestaat

Nadere informatie

Eindexamen economie vwo 2010 - I

Eindexamen economie vwo 2010 - I Opgave 1 Grenzeloze industrie In een lidstaat van de Europese Unie (EU) is in 2004 onderzoek gedaan naar het verplaatsen van een deel van de industriële productie naar lagelonenlanden. Deze verplaatsing

Nadere informatie

Examen HAVO. economie 1,2. tijdvak 2 woensdag 20 juni 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen HAVO. economie 1,2. tijdvak 2 woensdag 20 juni 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen HAVO 2007 tijdvak 2 woensdag 20 juni 13.30-16.00 uur economie 1,2 Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 27 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 58 punten te behalen. Voor elk

Nadere informatie

Correctievoorschrift HAVO

Correctievoorschrift HAVO Correctievoorschrift HAVO 2009 tijdvak 1 economie (pilot) Het correctievoorschrift bestaat uit: 1 Regels voor de beoordeling 2 Algemene regels 3 Vakspecifieke regels 4 Beoordelingsmodel 5 Inzenden scores

Nadere informatie

1. Leg uit dat het sparen door gezinnen een voorbeeld is van ruilen in de tijd. 2. Leg uit waarom investeren door bedrijven als ruilen over de tijd beschouwd kan worden. 3. Wat is intertemporele substitutie?

Nadere informatie

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)!

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Vragen aangeduid met een * toetsen in het bijzonder het inzicht en toepassingsvermogen. Deze vragenreeksen zijn vrij beschikbaar.

Nadere informatie

Internationale Economie. Doorzettend, maar mager groeiherstel, veel neerwaartse risico s

Internationale Economie. Doorzettend, maar mager groeiherstel, veel neerwaartse risico s Internationale Economie Doorzettend, maar mager groeiherstel, veel neerwaartse risico s Wim Boonstra, 27 november 2014 Basisscenario: Magere groei wereldeconomie, neerwaartse risico s De wereldeconomie

Nadere informatie

Examen VWO. economie 1,2

Examen VWO. economie 1,2 economie 1,2 Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 21 juni 13.30 16.30 uur 20 06 Voor dit examen zijn maximaal 58 punten te behalen; het examen bestaat uit 26 vragen. Voor

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 havo 2008-I

Eindexamen economie 1-2 havo 2008-I Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 ja De prijselasticiteit

Nadere informatie

Examen HAVO. tijdvak 1 maandag 25 mei 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen HAVO. tijdvak 1 maandag 25 mei 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen HAVO 2009 tijdvak 1 maandag 25 mei 13.30-16.00 uur oud programma economie 1 Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 30 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 58 punten te

Nadere informatie

DOMEIN E: RUILEN OVER DE TIJD. Module 4 Nu en later

DOMEIN E: RUILEN OVER DE TIJD. Module 4 Nu en later DOMEIN E: RUILEN OVER DE TIJD Module 4 Nu en later Inflatie Definitie: stijging van het algemeen prijspeil Gevolgen van inflatie koopkracht neemt af Verslechtering internationale concurrentiepositie Bij

Nadere informatie

Economie 1,2 (nieuwe stijl) en economische wetenschappen I en recht (oude stijl)

Economie 1,2 (nieuwe stijl) en economische wetenschappen I en recht (oude stijl) Economie 1,2 (nieuwe stijl) en economische wetenschappen I en recht (oude stijl) Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Voor dit examen zijn maximaal 60 punten te behalen; het examen bestaat

Nadere informatie

Examen HAVO. economie. tijdvak 1 vrijdag 27 mei 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen HAVO. economie. tijdvak 1 vrijdag 27 mei 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen HAVO 2011 tijdvak 1 vrijdag 27 mei 13.30-16.00 uur economie Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 27 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 57 punten te behalen. Voor elk vraagnummer

Nadere informatie

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 21 juni 13.30 16.30 uur

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 21 juni 13.30 16.30 uur Economische wetenschappen I en recht Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 2 juni 3.3 6.3 uur 2 Dit examen bestaat uit 34 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven hoeveel

Nadere informatie

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Maandag 19 mei 13.30 16.30 uur

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Maandag 19 mei 13.30 16.30 uur Economie 1 (nieuwe stijl) Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Maandag 19 mei 13.30 16.30 uur 20 03 Voor dit examen zijn maximaal 63 punten te behalen; het examen bestaat uit 32

Nadere informatie

Eindexamen economie pilot vwo 2011 - II

Eindexamen economie pilot vwo 2011 - II Beoordelingsmodel Vraag Antwoord Scores Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore

Nadere informatie

Veel gestelde vragen kwartaalcijfers pensioenfondsen

Veel gestelde vragen kwartaalcijfers pensioenfondsen Veel gestelde vragen kwartaalcijfers pensioenfondsen 1. De kwartaalcijfers van de pensioenfondsen zijn negatief. Hoe komt dat? Het algemene beeld is dat het derde kwartaal, en dan in het bijzonder de maand

Nadere informatie

Gemiddelde hypotheekrentes in 2012 met NHG

Gemiddelde hypotheekrentes in 2012 met NHG rente rente Datum: 2 januari 2013 Terugblik renteontwikkeling 2012: de hypotheekmarkt is dood 2012 was een heel saai jaar. Er waren maar heel weinig wijzigingen in de hypotheekrentes. Je kunt wel zeggen

Nadere informatie

Vraag Antwoord Scores

Vraag Antwoord Scores Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 1 600 bezoekers (2.800 2.200) 2 maximumscore

Nadere informatie

Correctievoorschrift VWO. Economische wetenschappen I en recht

Correctievoorschrift VWO. Economische wetenschappen I en recht Economische wetenschappen I en recht Correctievoorschrift VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak Inzenden scores Uiterlijk 3 juni de scores van de alfabetisch eerste vijf kandidaten per school

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 havo 2002-I

Eindexamen economie 1 havo 2002-I Opgave 1 Nationaal inkomen en welvaart Een van de belangrijkste economische grootheden is het nationale inkomen. Economen hanteren het nationale inkomen als een maatstaf voor de welvaart. Een groei van

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 vwo 2007-I

Eindexamen economie 1 vwo 2007-I Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 1 Een antwoord waaruit

Nadere informatie

Beleggingen institutionele beleggers met 7 procent toegenomen

Beleggingen institutionele beleggers met 7 procent toegenomen Publicatiedatum CBS-website: 1 oktober 27 Beleggingen institutionele beleggers met 7 procent toegenomen drs. J.L. Gebraad Centraal Bureau voor de Statistiek Voorburg/Heerlen 27 Verklaring der tekens. =

Nadere informatie

Ruilen over de tijd (havo)

Ruilen over de tijd (havo) 1. Leg uit dat het sparen door gezinnen een voorbeeld is van ruilen in de tijd. 2. Leg uit waarom investeren door bedrijven als ruilen over de tijd beschouwd kan worden. 3. Wat is intertemporele substitutie?

Nadere informatie

Correctievoorschrift VWO

Correctievoorschrift VWO Correctievoorschrift VWO 2010 tijdvak 2 economie (pilot) Het correctievoorschrift bestaat uit: 1 Regels voor de beoordeling 2 Algemene regels 3 Vakspecifieke regels 4 Beoordelingsmodel 5 Inzenden scores

Nadere informatie

UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2000

UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2000 TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2000 VAK: ECONOMIE 1,2 NIVEAU: EXAMEN: HAVO 2000-II Deze uitwerking wordt ook opgenomen in de Examenbundel Onderwijspers 2001-2002 die in de zomer van 2001 bij

Nadere informatie

2009 uitzonderlijk slecht economisch jaar voor Nederland

2009 uitzonderlijk slecht economisch jaar voor Nederland 2009 uitzonderlijk slecht economisch jaar voor Nederland 02 Krimp mondiale economie in 2009 Aziatische landen als eerste uit het dal Economie eurozone krimpt nog sterker dan wereldeconomie Krimp in 2009

Nadere informatie

Eindexamen economie pilot havo 2011 - I

Eindexamen economie pilot havo 2011 - I Opgave 1 Klassieke tragedie Griekenland is lid van de Economische en Monetaire Unie (EMU). De Griekse overheid heeft zich al jaren rijk gerekend: haar economische cijfers blijken niet altijd betrouwbaar

Nadere informatie