Exportcijfers zeggen steeds minder over toegevoegde waarde

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Exportcijfers zeggen steeds minder over toegevoegde waarde"

Transcriptie

1 Exportcijfers zeggen steeds minder over toegevoegde waarde Een nieuwe maatstaf biedt een beter beeld. Hein Vrolijk en Geert Vissers* Groningen/Enschede, maart 2014 Een toenemende export kan heel goed samengaan met een stijgende import in dezelfde productcategorie. Het kan zijn dat Nederlandse producenten heel succesvol zijn in het buitenland terwijl de Nederlandse consument steeds meer de voorkeur geeft aan de producten van buitenlandse concurrenten. Een andere mogelijke verklaring is dat in toenemende mate buitenlandse grondstoffen en halffabricaten nodig zijn om de groeiende export te realiseren. En bij handelsnaties als Nederland zou ook nog de toenemende wederuitvoer de stijgende invoer kunnen verklaren. Een nieuwe maatstaf is nodig om dergelijke veranderingen in de internationale handel beter in beeld te krijgen. 1. Inleiding Nederland is op twee gebieden grotendeels een transito-economie. Ten eerste bij de buitenlandse investeringen, oftewel de foreign direct investments (FDI). Een ruime meerderheid van de Nederlandse FDI s, is afkomstig van zogeheten Special Purpose Entities (SPE s) 1, ook wel aangeduid als brievenbusfirma s omdat de meeste SPE s alleen over een postadres beschikken en nauwelijks mensen in dienst hebben. Deze firma s hebben als enige doel om belastingvoordelen te benutten, door buitenlandse investeringen via Nederland te laten lopen. Zo kiezen bijvoorbeeld veel ondernemingen uit de VS ervoor hun investeringen in Zuid-Afrika via Nederland te laten lopen, in plaats van rechtstreeks te investeren (Van Sevenster 2014). Een andere transito-activiteit betreft de wederuitvoer. Wederuitvoer is iets anders dan doorvoer, want bij die laatste categorie komen de producten niet in Nederlands bezit, en blijven ze daarom buiten de in- en uitvoerstatistieken 2. Bij wederuitvoer wordt een in Nederland gevestigd bedrijf of particulier (tijdelijk) eigenaar van de goederen, die worden ingevoerd en vervolgens het land in (vrijwel) onbewerkte staat verlaten. Dit artikel gaat uitsluitend over het transito-karakter van de goederenhandel. De financiële transito-transacties zullen immers grotendeels verdwijnen zodra binnen internationale gremia overeenstemming wordt bereikt om deze financiële innovatie aan banden te leggen. Die overeenstemming, in welke vorm dan ook, zal waarschijnlijk niet lang op zich laten wachten want het onderwerp staat hoog op de internationale * Dr. Hein Vrolijk is partner bij Frisse Blik, dr. Geert Vissers partner bij InnoTeP. Correspondentie-adres: 1 Volgens de WRR (2013), die zich baseert op berekeningen van De Nederlandsche Bank, kwam in 2010 ongeveer driekwart van de in- en uitgaande FDI voor rekening van de SPE s, die geen effect hebben op de reële economie van Nederland (p. 58). Zij voegt er aan toe: Een deel van de resterende vijfentwintig procent aan FDI wordt ook nog door Nederland geleid zonder enige relatie met de reële economie van Nederland, maar laat achterwege dit toe te lichten of een bron te noemen. 2 Dat betekent niet dat er geen gegevens over de doorvoer worden bijgehouden, zie Blois et al In de exportcijfers die door EUROSTAT worden gepubliceerd, wordt de doorvoer wèl tot de export gerekend. 1

2 agenda. Nationale overheden die belastinginkomsten mislopen in deze zero-sum game, hebben - zeker in een periode waarin de economie stagneert - er alle belang bij om belastingontwijking zoveel mogelijk tegen te gaan. Een tweede reden om de goederenhandel centraal te stellen is dat bij financiële transito het meetprobleem relatief simpel is: de echte FDI wordt berekend door de SPE s buiten beschouwing te laten 3. Bij wederuitvoer ligt dat wat minder eenvoudig. Er wordt immers vrijwel altijd waarde toegevoegd, zelfs als goederen eerst worden geïmporteerd en daarna zonder fysieke transformatie het land weer verlaten. Deze toegevoegde waarde kan worden gerealiseerd in de vorm van transport, opslag of verpakking 4, en in ieder geval door werkzaamheden die met de overdracht van eigendom en met in- en uitvoer te maken hebben. Die toegevoegde waarde wordt verhoudingsgewijs groter naarmate productiekosten een kleiner deel van de kostprijs uitmaken. Omdat er sprake is van reële toegevoegde waarde is het geen optie om wederuitvoer simpelweg af te trekken van de totale export. Bovendien is er, zoals dit artikel laat zien, ook een groei van wat we uitgestelde wederuitvoer kunnen noemen: veel goederen van Nederlandse makelij maken in toenemende mate gebruik van buitenlandse grondstoffen en halffabricaten. Los daarvan: het kan zijn dat Nederlandse producenten heel succesvol zijn in het buitenland terwijl de Nederlandse consument steeds meer de voorkeur geeft aan de producten van buitenlandse concurrenten, wat eveneens tot meer import leidt. In dit artikel wordt eerst onderzocht in welke mate het aandeel van de wederuitvoer is gegroeid in de Nederlandse export, en de toegevoegde waarde die daarmee wordt gerealiseerd. We zullen laten zien dat het aandeel wederuitvoer erg verschillend is per land en per product. In paragraaf 3 presenteren we een maatstaf, de internationale value added ratio (IVAR), waarmee gemeten wordt op welke manier de import zich tot de export verhoudt, deels om die export te realiseren. In paragraaf 4 passen we deze maatstaf toe op de internationale handel in agroproducten. Naast de geografische spreiding van de Nederlandse agro-export komt in paragraaf 5 aan bod uit welke landen of regio s Nederland agroproducten importeert. Paragraaf 6 gaat over de ruimtelijke handelspatronen en trends die met behulp van de IVAR kunnen worden geïdentificeerd. Paragraaf 7 behandelt een drietal specifieke trends in de internationale positie van de Nederlandse agrosector. Het artikel sluit af met een pleidooi om de IVAR ook te gebruiken als indicator voor de internationale concurrentiepositie van Nederland. In twee bijlagen wordt een hypothetisch en simpel voorbeeld gebruikt om de IVAR toe te passen voor het in kaart brengen van verschuivingen in export- en importrelaties, in het bijzonder van veranderingen in internationale waardeketens. 3 In de sommige FDI-statistieken, worden deze financiële transito-transacties niet meegerekend (zoals in de OECD-statistieken) of apart vermeld (zoals bij De Nederlandse Bank). 4 Ook bij doorvoer kunnen deze economische activiteiten in Nederland worden gerealiseerd. En bij wederuitvoer is niet uitgesloten dat opslag, transport en verpakken niet in Nederland maar elders plaatsvinden. Niettemin is het waarschijnlijker dat deze activiteiten daadwerkelijk in Nederland worden verricht, als deze goederen eigendom worden van een in Nederland gevestigde onderneming (en dat kan overigens ook een dochteronderneming van een bij voorbeeld Duits of Chinees bedrijf zijn). Voor zowel doorvoer als wederuitvoer geldt dat er ook een keerzijde aan de internationale transportstromen (is): ze dragen bij aan emissies van broeikasgassen, vervuiling van de zee en binnenwateren, veiligheidsrisico s, files, geluidsoverlast en aantasting van het landschap (CBS/VU 2013: 8). 2

3 2. Veranderingen in de samenstelling van de export In 2009 bedroeg de Nederlandse export bijna 400 mld. euro, dat is bijna een verdrievoudiging t.o.v De samenstelling van de uitvoer is in die periode drastisch veranderd, want het aandeel van de wederuitvoer is gestegen van 21 naar 40 procent, wat vooral ten koste ging van het aandeel van de goederen van Nederlandse makelij (tabel 1). Tabel 1: Omvang van de Nederlandse export, In miljarden euro in procenten van totaal Export binnenlands geproduceerde goederen % 46% 40% Export binnenlands geproduceerde diensten % 19% 20% Wederuitvoer goederen en diensten % 35% 40% TOTAAL % 100% 100% Bron: Kuypers et al. (2012), tabel 2.2.3; eigen berekeningen Wat niet veranderde was de toegevoegde waarde van de uitvoer als percentage van het BBP: 29,7 in 1990 tegenover 28,8 in Daarvoor zijn twee redenen. De toegevoegde waarde per euro export is om te beginnen bij wederuitvoer veel lager dan bij binnenlandse geproduceerde goederen of diensten. Bovendien is die toegevoegde waarde over de hele linie gedaald in de periode ; alleen bij de diensten is de vrij hoge - toegevoegde waarde per euro export min of meer constant gebleven. In combinatie met de groei van het aandeel in de totale exportwaarde, van 18 naar 20 procent (tabel 1), heeft dit ertoe geleid dat het aandeel van de dienstenexport is gestegen van 26 naar 37 procent in de toegevoegde waarde van de export. Daarnaast is het aandeel van de wederuitvoer gestegen, maar de stijging in de toegevoegde waarde, van 3 naar 7 procent, is relatief klein omdat per euro wederuitvoer gemiddeld slechts 7,4 eurocent aan toegevoegde waarde wordt gerealiseerd (tabel 2). Tabel 2: Toegevoegde waarde van de export, in eurocenten per euro export Export binnenlands geproduceerde goederen Export binnenlands geproduceerde diensten Wederuitvoer goederen en diensten in procenten van totaal ,8 59,5 58,5 71% 62% 56% 74,8 72,5 75,5 26% 32% 37% 8,1 7,5 7,4 3% 6% 7% TOTAAL 52,7 43,6 41,6 100% 100% 100% Bron: Kuypers et al. (2012), tabel 2.2.3; eigen berekeningen Tussen de diverse goederencategorieën binnen de agrosector zijn er grote verschillen in het aandeel van wederuitvoer. Het hoogst is dit aandeel bij de categorie machines en 5 Ook de zogeheten geëxporteerde toegevoegde waarde (die wordt gerealiseerd door export naar het buitenland) is als aandeel in de totale toegevoegde waarde al vanaf 1995 nagenoeg constant op ruim 35 procent. In Duitsland is dit aandeel gestegen van 19 tot 31 procent in 2011 (CBS, 2013: 171) 3

4 vervoermaterieel (gemiddeld 69% in de periode ), het laagst bij dranken en tabak (13%) en bij de restcategorie andere agroproducten (25%). Kijken we naar de bestemming van de (weder)uitvoer, dan blijkt er een groot verschil te bestaan tussen Europese en niet-europese landen. Het aandeel van wederuitvoer in de uitvoer naar niet-europese landen ligt veel lager dan naar Europese landen (tabel 3). De verschillen binnen Europa zijn betrekkelijk gering: relatief hoog voor de uitvoer naar landen die wat meer landinwaarts liggen en wat lager voor de uitvoer naar de nabijgelegen landen, tevens de grootste handelspartners van Nederland. In deze laatste categorie varieert het aandeel wederuitvoer in 2011 tussen 49,5% voor Italië, 46,7 voor de UK, 46,4 voor Duitsland en 46,2 voor Frankrijk; een uitzondering is België met slechts 39,2% (CBS 2012). Ongetwijfeld speelt de Rotterdamse haven hier een belangrijke rol, als grootste toegangspoort naar Europa. Het patroon lijkt te zijn dat het percentage wederuitvoer relatief laag ligt voor de Nederlandse uitvoer naar landen die zelf over een grote zeehaven beschikken, zoals België (Antwerpen), Frankrijk (Le Havre) en Duitsland (Hamburg). Bedrijven uit Europese landen die een grote zeehaven ontberen (genoemd in de onderste helft van tabel 3) maken waarschijnlijk relatief veel gebruik van handelsbedrijven die vlakbij de Rotterdamse haven zijn gevestigd, voor de export of voor de import van producten 6. Tabel 3: Exportlanden met relatief laag en juist hoog aandeel van wederuitvoer (Bron: CBS 2010) Onze geografische ligging, in het bijzonder de positie van de Rotterdamse haven, uit zich ook in de twee belangrijke kenmerken van de Nederlandse handelspositie die verderop in dit artikel worden behandeld: de relatief hoge invoerquote en de gerichtheid van de 6 Bij de wederuitvoer wordt vaak gedacht aan producten uit bijv. China die door Nederlandse bedrijven worden geïmporteerd om verkocht te worden aan Duitse bedrijven. Zo had de Nederlandse goedereninvoer volgens het CBS in 2012 vanuit China gemiddeld voor 62% betrekking op wederuitvoer, waarschijnlijk vooral richting Duitsland. Maar de wederuitvoer kan ook betrekking hebben op de omgekeerde stroom: Duitse producten die worden geïmporteerd door in Nederland gevestigde bedrijven, en vervolgens geëxporteerd naar bijvoorbeeld China. Over dit onderscheid zijn echter geen cijfers voorhanden. Er is wel informatie beschikbaar over de landen waar de goederen en diensten naar toe gaan in de vorm van wederuitvoer (de bestemming), maar er is nauwelijks statistisch onderzoek gedaan naar de oorsprong van die wederuitvoer. Het is dus niet bekend hoe groot de bijdrage is van Europese landen die via in Nederland gevestigde bedrijven exporteren naar landen buiten Europa. Opvallend is dat de Nederlandse wederuitvoer voor een groter deel uit high-techproducten bestaat dan de reguliere uitvoer vanuit Nederland (CBS 2012)). 4

5 export op de andere Europese landen. Nederland is de toegangspoort voor grote delen van Europa en dus bij uitstek een transito-economie 7. Het is natuurlijk helemaal niet verkeerd om te profiteren van onze geografische ligging. Maar dan moeten we wel kunnen achterhalen in hoeverre we daarmee voldoende toegevoegde waarde realiseren. In plaats van exportcijfers kunnen we beter gebruik maken van een andere maatstaf, die in de volgende paragraaf wordt gepresenteerd. 3. Een nieuwe maatstaf De laatste jaren hebben diverse onderzoekers pogingen ondernomen om betere indicatoren te ontwikkelen voor en/of betere inschattingen te maken van de toegevoegde waarde die door internationale handel wordt gecreëerd. Zo heeft het Groningen Growth & Development Centre (GGDC) van de Rijksuniversiteit Groningen op basis van internationale input-output tabellen een inschatting gemaakt van de toegevoegde waarde door rekening te houden met grensoverschrijdende toeleveringsen uitbestedingsrelaties (zie o.a. Timmer ). Aan dezelfde universiteit hebben Bouwmeester et al. (2014) een nieuwe empirische methode ontwikkeld om de toegevoegde waarde van exporten te meten. Met de maatstaf die wij in dit artikel presenteren, aangeduid als de International Value Added Ratio (IVAR), kiezen we voor een andere aanpak. De gedachte achter onze maatstaf is heel eenvoudig: de toegevoegde waarde die in Nederland per saldo met export wordt gerealiseerd, berust primair op het verschil tussen export en import in de betreffende productcategorie. Door dit verschil te relateren aan de hoogte van de export, ontstaat de IVAR, in formule: (export import)/export. In het geval tegenover de export geen import staat, is de IVAR gelijk aan 1. Bestaat de export daarentegen volledig uit wederuitvoer, dan is de import nagenoeg even groot als de export, zodat de IVAR bijna nul is. Het moge duidelijk zijn dat dit een zeer grove maatstaf is 9. Daar staat echter een belangrijk voordeel tegenover: de IVAR maakt gebruik van variabelen die voor iedereen toegankelijk zijn en waarvoor in de regel vrij recente gegevens beschikbaar zijn, namelijk de import- en exportcijfers van het CBS. Dit betekent dat iedereen onze berekeningen kan controleren en eigen berekeningen kan maken 10. Ons uitgangpunt is dat een ruwe 7 Een vergelijkbare positie heeft Hong Kong in relatie met NO-Azie, en Singapore met ZO-Azie. Ook daar is het aandeel wederuitvoer hoog en de export vooral op de eigen regio gericht. 8 Zie voor de research memoranda en de working papers die in het kader van dit EUproject zijn verschenen. 9 Zo wordt bij de IVAR buiten beschouwing gelaten dat een deel van de import voor binnenlands gebruik is, en dus niet voor de export beschikbaar is. Aangezien het binnenlandse verbruik in de regel redelijk constant is, vergeleken met de internationale handelsstromen, is dit probleem in een tijdreeks niet al te groot; de veranderingen in de IVAR zijn daarom belangrijker dan de absolute hoogte. Ook zijn er producten waarbij de import groter is dan de export (mede vanwege het binnenlandse verbruik), zodat de IVAR een negatieve waarde krijgt. Het gaat dan om producten waar Nederland geen comparatief voordeel heeft (opgebouwd), en die dus voor een concurrentie-analyse in eerste instantie niet relevant zijn. 10 De eis dat de markt doorzichtig moet zijn, met voldoende aanbieders en effectieve waarborgen voor eerlijke concurrentie, krijgt bij economen altijd heel veel aandacht als het gaat om de markt van goederen en commerciële diensten ( the market of goods ), maar wordt volgens Nobelprijswinnaar Herbert Coase vaak genegeerd als het wetenschappelijk onderzoek betreft, en andere producten op the market of ideas (zie Coase 1994). De methoden die de onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen toepassen, leiden ertoe dat alleen een beperkte groep onderzoekers en opdrachtgevers toegang heeft tot de benodigde informatie. 5

6 maar voor iedereen toegankelijke methode de voorkeur verdient boven een geavanceerde methode die voorbehouden is aan een beperkte groep deskundigen 11. In tabel 4 wordt de IVAR berekend voor de Nederlandse export in totaal, uitgesplitst naar de export van goederen en diensten van Nederlandse makelij en de wederuitvoer van goederen en diensten 12. Hierbij is gebruik gemaakt van de gegevens waarmee in tabel 2 de toegevoegde waarde is berekend. Tabel 4: Exportwaarde, importwaarde en partiële 13 IVAR, Exportwaarde (mld.euro) Gerelateerde importwaarde 14 (mld.euro) IVAR (export import)/export Export goederen ,62 0,59 0,59 Nederlandse makelij Export diensten ,75 0,73 0,76 Nederlandse makelij Wederuitvoer goederen ,08 0,08 0,07 en diensten TOTAAL ,53 0,44 0,42 Bron: Kuypers et al. (2012), tabel 2.2.3; eigen berekeningen Te zien is dat de IVAR overeen komt met de toegevoegde waarde per euro export (vergelijk tabel 2). Een IVAR van bijv. 0,07 (voor de wederuitvoerproducten in 2009) betekent dus dat met 1 euro wederuitvoer gemiddeld een toegevoegde waarde van zeven eurocenten wordt gerealiseerd in Nederland. In tabel 4 is de import die niet aan de export is gerelateerd, buiten beschouwing gelaten. Nemen we die wel mee in de analyse, dan kunnen drie basisposities worden onderscheiden 1. IVAR = 1, indien binnen de betreffende productgroep uitsluitend export en geen import plaatsvindt: de toegevoegde waarde is dan gelijk aan de exportwaarde. De export van diensten benadert deze basispositie het meest (uitgaande van tabel 4). 2. IVAR = 0, indien binnen de betreffende productgroep de export even groot is als de import: de toegevoegde waarde is per saldo nul omdat de positieve toegevoegde waarde van de export wordt als het ware wordt gecompenseerd door de negatieve toegevoegde waarde van de import (zie wederuitvoer) 11 Zie Gigerenzer et al (2011) voor een overzicht van recent onderzoek waaruit naar voren komt dat simpele vuistregels ( heuristics ) zelfs tot betere keuzes en beslissingen leiden dan geavanceerde modellen. 12 Het onderscheid tussen beide categorieën heeft betrekking op het al of niet bewerken van de geïmporteerde grondstoffen, halffabricaten en productiemiddelen; bij wederuitvoer blijft een fysieke transformatie achterwege en wordt toegevoegde waarde uitsluitend gerealiseerd in de vorm van transport, opslag of verpakking, en door werkzaamheden die met de overdracht van eigendom en met in- en uitvoer te maken hebben. 13 Gesproken wordt over een partiële IVAR omdat uitsluitend wordt gekeken naar de import die rechtstreeks is gekoppeld aan de export, en dus niet inclusief de import voor het binnenlandse verbruik. 14 Dit is niet de totale waarde van de goederen en diensten die Nederland importeert, maar uitsluitend de import die rechtstreeks is gekoppeld aan de export, vandaar de aanduiding partiële IVAR. 6

7 3. IVAR = negatief, indien de import groter is dan de export. Deze situatie treedt op wanneer de binnenlandse productie te klein is (of zelfs geheel ontbreekt) om in de binnenlandse behoefte te voorzien. Toelichting Wij noemen onze maatstaf de IVAR, Internationale Value Added Ratio, omdat zij aangeeft hoeveel toegevoegde waarde in Nederland wordt gerealiseerd als het saldo van export en import. Zo komt uit onze berekeningen naar voren dat de IVAR voor de categorie zuivelproducten (incl. eieren) in de periode is gestegen van 0,47 naar 0,54 (tabel 6). Dit betekent dat iedere euro die in 1996 werd geëxporteerd gemiddeld een toegevoegde waarde van 47 eurocent opleverde, en in 2012 van 54 eurocent. In deze periode is dus meer toegevoegde waarde gerealiseerd met de productie en handel van zuivelproducten, doordat er meer is geëxporteerd bij gelijkblijvende import of minder is geïmporteerd bij gelijkblijvende export. De verandering van de IVAR kan in verschillende stadia van de bedrijfskolom plaatsvinden, voor zover deze door het CBS onder dezelfde categorie worden gerekend. Zo kan het zijn dat Nederlandse zuivelbedrijven meer melk hebben aangekocht van melkveehouders in het buitenland (vooral in de grensregio s) en dat deze toename van de import ruimschoots is gecompenseerd door de export van de eindproducten in deze keten. Ook is het mogelijk dat Nederlandse handelaren meer eindproducten, zoals melkpoeder, hebben geïmporteerd om deze vervolgens weer te exporteren (wederuitvoer). In beide gevallen wordt per saldo in Nederland meer toegevoegde waarde gerealiseerd; bij de eerste optie meer dan bij de tweede, per euro export. In beide gevallen is er (bij gelijkblijvende arbeidsproductiviteit) ook per saldo een stijging van de werkgelegenheid die verbonden is aan de productie van en de handel in zuivelproducten. Een andere categorie agroproducten met een stijgende IVAR in dezelfde periode heeft betrekking op koffie, thee, cacao e.d., van 0,04 naar 0,15. Aangezien de primaire grondstoffen voor deze producten niet in Nederland worden geteeld, is de IVAR lager dan voor zuivelproducten. Anders gezegd: van deze internationale value chain bevindt zich een kleiner (maar groeiend) gedeelte in Nederland, omdat tegenover de export relatief veel import staat 15. Bij een vergelijkbaar exportvolume is ook de werkgelegenheid in deze bedrijfskolom aanzienlijk kleiner dan in de zuivelsector (bij overeenkomstige arbeidsproductiviteit). De IVAR kan ook negatief zijn of worden. Zo is de IVAR voor granen en graanproducten gedaald van -0,55 in 1996 naar -0,97 in Dit betekent dat de import (aanzienlijk) harder is gestegen dan de export, en per saldo er een groter handelstekort is ontstaan in deze productcategorie. Ongetwijfeld is er nog steeds behoorlijk wat werkgelegenheid verbonden aan de productie van en handel in deze categorie maar gezien het binnenlands verbruik zijn de benodigde arbeidsplaatsen in toenemende mate in het buitenland te vinden. In bijlage A wordt aan de hand van een hypothetisch en simpel voorbeeld uiteengezet waarom de IVAR een bruikbare indicator is voor het in kaart brengen van verschuivingen 15 Die import heeft niet alleen betrekking op de grondstoffen die in Nederland worden bewerkt en vervolgens geëxporteerd, maar ook op de import van eindproducten doordat Nederlandse consumenten en andere eindgebruikers buitenlandse producten prefereren boven Nederlandse producten. 7

8 in export- en importrelaties. In bijlage B wordt toegelicht hoe de IVAR benut kan worden om veranderingen in internationale uitbesteding te analyseren. Wat is nu de meerwaarde van deze maatstaf? Zij biedt vooral een correctie op de exportcijfers, en heeft in eerste instantie een signaleringsfunctie. Stel dat in het afgelopen jaar de Nederlandse export van zuivelproducten met 10% is gestegen. Dit goede nieuws wordt wat minder positief in het geval dit succes op de buitenlandse markt ertoe heeft geleid dat de binnenlandse markt wordt verwaarloosd zodat de buitenlandse concurrenten een groter marktaandeel hebben gekregen op de Nederlandse markt. Ook kan het zijn dat de stijging van de zuivelexport mogelijk is gemaakt door een extra beroep op buitenlandse melkveehouders of andere toeleveranciers. In beide gevallen stijgt de IVAR minder snel dan de (bruto)export 16. Deze correctie kan ook worden toegepast als we de exportontwikkeling van twee verschillende producten of productgroepen vergelijken. Bij een gelijkblijvende IVAR zal een stijging van de zuivelexport meer toegevoegde waarde opleveren dan eenzelfde stijging van de export van bijv. koffie of cacao. Zoals bij elke maatstaf het geval is, geeft de IVAR niet in alle situaties een juiste weergave van de werkelijkheid. Zo kan het zijn dat de export binnen een bepaalde productgroep niet berust op de importen in dezelfde productgroep maar (grotendeels of gedeeltelijk) op de importen uit een andere groep; in dat geval geeft de IVAR een overschatting van de gerealiseerde toegevoegde waarde. Zo heeft de laatste decennia de sterk gestegen export van vooral varkensvlees geleid tot een groot invoervolume bij veevoer. Oplettendheid is ook geboden als we de IVAR gaan differentiëren naar landen en economische regio s. Zo laten we verderop in dit artikel zien dat de Nederlandse exporten van agroproducten naar andere Europese landen grotendeels zijn gebaseerd op importen van buiten Europa. Enige kennis van de sector en van de handelsstromen is onontbeerlijk voor een goed gebruik van de IVAR; hetzelfde geldt voor andere indicatoren. Om de volgende redenen wordt de rest van dit artikel toegespitst op de handel in agroproducten. Om te beginnen kennen we deze sector relatief goed. Ten tweede bestaat een groot gedeelte van de Nederlandse export uit agroproducten. Ten derde heeft Nederland in deze sector ogenschijnlijk een sterke internationale concurrentiepositie; onze analyse met behulp van de IVAR kan duidelijk maken in welke mate deze positie gevaar loopt. Tot slot is er in Nederland wel altijd veel aandacht voor de export van agroproducten maar heel weinig voor de daarbij benodigde invoer 17 ; de IVAR neemt deze variabele uitdrukkelijk mee in de berekeningen. 16 Aangezien de gemiddelde IVAR voor de categorie zuivelproducten in 2011/12 0,54 bedraagt, zal een toename van de (bruto)export van bijv. 10 miljoen euro leiden tot een stijging van de toegevoegde waarde van grofweg 5,4 miljoen euro. 17 Bij agrarische producten wordt vaak als indicator de voorzieningsgraad gebruikt: de productie in verhouding tot de consumptie (als bijv. de Nederlandse productie van varkensvlees het dubbele is van de consumptie in Nederland, is de voorzieningsgraad 200%). Deze indicator geeft een misleidend beeld als een deel van de consumptie betrekking heeft op buitenlandse producten (import van eindproducten) of de binnenlandse productie relatief veel gebruik maakt van buitenlandse grondstoffen en halffabricaten (zoals veevoer bij de productie van varkensvlees). 8

9 4. Toepassing op de internationale handel in agroproducten Tabel 5 laat zien dat van 1996/97 tot 2011/12 de export van agroproducten fors is gestegen, van 28 naar 56 miljard Euro. De stijging van de export geldt voor alle productgroepen. Hetzelfde geldt voor de invoer. Voor de agrosector als geheel is deze stijging groter dan de uitvoerstijging, 123 tegen 99 procent. De grootste categorie is groenten en fruit (22% van de uitvoer), gevolgd door vlees en vleesproducten (14%) en zuivelproducten en eieren (12%). Tabel 5: omvang van de uitvoer en de invoer van agroproducten, 1996/97 en 2011/12 uitvoer (mln. Euro) invoer (mln. Euro) samenstelling in 2011/12 SITC-code (productgroep) uitvoer invoer 00 Levende dieren % 3% 01 Vlees en vleesproducten % 11% 02 Zuivelproducten en eieren % 9% 03 Vis, schaal- en weekdieren % 6% 04 Granen en graanproducten % 11% 05 Groenten en fruit % 22% 06 Suiker en suikerwerken % 2% 07 Koffie, thee, cacao e.d % 11% 08 Veevoeders % 10% 09 Bereide voedingsmiddelen % 5% 11 Dranken % 6% 12 Tabakswaren % 4% AGRO TOTAAL % 100% Index Agro totaal Goederen totaal Bron: CBS. Cijfers voor 1996 (2012) zijn het gemiddelde voor de jaren 1996 en 1997 (2011 en 2012). In welke mate de import van belang is in de handelsrelatie komt tot uiting in de importquote: de importwaarde in procenten van de uitvoerwaarde. Bedroeg voor de agrosector als geheel de invoer 58 procent van de uitvoerwaarde, in 2011/12 was deze quote al gestegen tot 65 procent (tabel 6). Nederland is dus nog steeds netto-exporteur van agroproducten, maar die concurrentievoorsprong wordt steeds kleiner. Dat geldt voor het merendeel van de agrocategorieën. De enige uitzonderingen zijn de categorieën levende dieren, zuivelproducten en eieren, koffie, thee en cacao, en dranken, die minder afhankelijk zijn geworden van de import. Hoe belangrijk de rol van de import is voor de Nederlandse agrosector kan worden afgelezen uit het feit dat de groep met de laagste score, bereide voedingsmiddelen, nog altijd een importquote van meer dan een derde van de (bruto)uitvoer heeft. Door gebruik te maken van de IVAR kunnen de belangrijkste veranderingen in het internationale handelspatroon worden geïnterpreteerd in termen van toegevoegde waarde. Drie productgroepen hebben in 2011/12 een IVAR groter dan 0,5: zuivelproducten en eieren (0,54 in 2011/12), bereide voedingsmiddelen (0,65) en tabakswaren (0,60). Bij deze productgroepen is de uitvoer meer dan twee keer zo groot als de import, wat betekent dat - per saldo - bij iedere euro export meer dan 50 eurocent aan toegevoegde waarde in Nederland wordt gerealiseerd. 9

10 Aan de andere kant van het spectrum staan de productgroepen met een negatieve IVAR: de import is groter dan de uitvoer, wat betekent dat de meeste waarde in het buitenland wordt toegevoegd. Figuur 2 laat zien dat een negatieve IVAR nu nog alleen geldt voor de categorie granen en graanproducten. In de toekomst kan dat ook gelden voor de visproducten: de VAR is gezakt van 0,40 naar 0,13. Als deze trend doorzet, zal binnen afzienbare tijd de import groter zijn dan de export en wordt Nederland dus een netto-importeur. Ook de veel grotere categorie vleesproducten laat een fikse daling zien van de IVAR: van 0,71 naar 0,47. Daar staat tegenover dat bij de categorie levende dieren de IVAR is gestegen: de export is nu bijna twee keer zo groot als de invoer. Nederland heeft dus steeds meer de functie van kraamkamer in de veehouderij. Anders gezegd: Nederlandse bedrijven realiseren de toegevoegde waarde steeds meer in het begin van de dierketen, zoals dat trouwens in de plantaardige keten ook het geval is (zaad- en pootgoed). Tabel 6: De ontwikkeling van invoerquote en IVAR voor de handel in agroproducten, Invoerquote (invoer/uitvoer) SITC-code (productgroep) Levende dieren 0,62 0,52-0,10 0,38 0,48 0,10 01 Vlees en vleesproducten 0,29 0,53 0,24 0,71 0,47-0,24 02 Zuivelproducten en eieren 0,53 0,46-0,07 0,47 0,54 0,07 03 Vis, schaal- en weekdieren 0,60 0,87 0,27 0,40 0,13-0,27 04 Granen en graanproducten 1,55 1,97 0,42-0,55-0,97-0,42 05 Groenten en fruit 0,64 0,66 0,02 0,36 0,34-0,02 06 Suiker en suikerwerken 0,60 0,71 0,11 0,40 0,29-0,11 07 Koffie, thee, cacao e.d. 0,96 0,85-0,11 0,04 0,15 0,11 08 Veevoeders 0,64 0,79 0,15 0,36 0,21-0,15 09 Bereide voedingsmiddelen 0,34 0,35 0,01 0,66 0,65-0,01 11 Dranken 0,76 0,68-0,08 0,24 0,32 0,08 12 Tabakswaren 0,35 0,40 0,05 0,65 0,60-0,05 AGRO TOTAAL 0,58 0,65 0,07 0,42 0,35-0,07 Goederen totaal 0,91 0,90-0,01 0,09 0,10 0,01 Bron: CBS. Cijfers voor 1996 (2012) zijn het gemiddelde voor de jaren 1996 en 1997 (2011 en 2012). Bij een negatieve IVAR geldt: IVAR + 1 = importquote. Bij een positieve IVAR geldt: IVAR 1 = importquote. Veranderingen ( ) zijn in procentpunten weergegeven. IVAR Figuur 2: De IVAR voor de handel in agroproducten, 1996/97 en 2011/12 0,80 0,60 0,40 0,20 0,00-0,20-0,40-0,60-0,80-1,00-1, / /12 10

11 IVAR in 1996/97 Tabel 7: Veranderingen in de IVAR voor de handel in agroproducten Verandering in de IVAR 1996/ /12 Bovengemiddeld (>0,42) Ondergemiddeld (<0,42) Handelstekort verbeterd verslechterd totaal Zuivel en eieren: 12,5% Vleesproducten: 0,71 0,47 14,0% 41,7% 0,47 0,54 Bereide voeding: 0,66 0,65 8,6% Tabakwaren: 0,65 0,60 6,5% Levende dieren: 0,38 0,48 Koffie, thee, cacao e.d.: 0,04 0,15 Dranken: 0,24 0,32 3,5% 8,2% 6,1% Viswaren: 0,40 0,13 Groenten en fruit: 0,36 0,34 Suikerwaren: 0,40 0,29 Veevoeder: 0,36 0,21 Graan en graanproducten: - 0,55-0,97 4,5% 22,3% 2,1% 7,9% 54,7% 3,6% 3,6% TOTAAL 30,3% 69,7% 100% Bron: CBS. Toelichting: achter iedere categorie staat vermeld de IVAR in 1996/97 resp. 2011/12, met rechts het aandeel in de totale export van agroproducten in 2011/12 De grootste categorie die haar positie op wereldniveau heeft verbeterd is de zuivelsector (incl. eieren): van 0,47 naar 0,54. Indrukwekkend is ook de stijging van de categorie koffie, thee en cacao e.d., vooral omdat de grondstoffen uitsluitend uit het buitenland komen. Blijkbaar zijn Nederlandse bedrijven erg succesvol (geworden) in het realiseren van toegevoegde waarde met het bewerken en/of verkopen van die buitenlandse grondstoffen (zie ook tabel 16) Voor de categorie agroproducten als geheel is de IVAR gedaald van 0,42 in 1996/97 naar 0,35 in 2011/12 (tabel 6). Dat betekent dat per euro export - de Nederlandse agroexport steeds minder toegevoegde waarde oplevert. Bij totale goederenexport hebben Nederlandse bedrijven per saldo juist iets meer toegevoegde waarde gerealiseerd, want de IVAR steeg van 0,09 naar 0,10. De analyse laat zien dat een groot deel van de echte export in toenemende mate het karakter heeft van uitgestelde wederuitvoer. Je kunt ook zeggen dat Nederland op agrogebied in toenemende mate het karakter van een transito-economie heeft gekregen. Dat roept de vraag op bij welke landen of economische regio s de Nederlandse handel relatief veel toegevoegde waarde oplevert, en met welke productgroepen. Ook deze vraag kan met behulp van de IVAR worden beantwoord. Eerst kijken we in de volgende paragraaf naar de ruimtelijke patronen van de uitvoer en de invoer van agroproducten, om deze vervolgens in paragraaf 6 te vertalen in verschuivingen in de IVAR. 11

12 5. De geografische spreiding van de Nederlandse agrohandel Het mededingingsrecht maakt gebruik van het begrip relevante markt om vast te stellen of sprake is van (misbruik van) een economische machtpositie. Zo leidt een fusie tussen twee ondernemingen alleen tot een (mogelijke) machtpositie als ze beide op dezelfde relevante product- en geografische markt opereren 18. Het volgende voorbeeld maakt duidelijk dat dit concept ook bruikbaar is in een internationale concurrentieanalyse. Voor product X bestaat de wereldmarkt uit twee regionale submarkten, bijv. een Europees/Afrikaanse markt (incl. Midden-Oosten) en een Amerikaanse (incl. Oost-Azie en Australië), zoals bij voorbeeld bij pootaardappelen grotendeels het geval is. Als deze wereldexportmarkt een omvang heeft van 100 mln. euro en Nederland daarvan 40 mln. voor zijn rekening neemt, dan is het marktaandeel 40%. Maar als Nederland om allerlei redenen 19 uitsluitend op de Europees/Afrikaanse markt opereert en de twee deelmarkten zijn even groot, dan is het marktaandeel op de relevante markt maar liefst 80%. In de hypothetische situatie dat in de andere deelmarkt de internationale handel verdubbelt (van 50 naar 100 mln. euro), zakt het marktaandeel van Nederland op de wereldexportmarkt van 40 naar 27 procent. In de regel zullen deze veranderingen niet onmiddellijk invloed hebben op de concurrentiepositie van Nederland op de relevante markt, de Europees/Afrikaanse. In deze situatie is de wereldmarkt voor product X niet volledig homogeen omdat er sprake is van regionale submarkten die - volledig of grotendeels - van elkaar zijn gescheiden. Tabel 8 laat zien dat van de totale Nederlandse goederenexport (incl. wederuitvoer) maar liefst een kwart naar Duitsland gaat. Dat geldt zowel voor de agroproducten als de niet-agrarische goederen. Bij de import uit Duitsland zijn er wel verschillen tussen deze twee groepen; van de Nederlandse agro-import komt 21% uit Duitsland, bij de nietagrarische goederenimport is dat aandeel 16%. Dit patroon zien we ook in de importrelatie met België. In de verhouding tussen import en export is er wel een groot verschil tussen de twee buurlanden. Bij de agroproducten heeft België een groter aandeel in de import dan in de export van Nederland 20. Bij de handelsrelatie met Duitsland is het omgekeerde het geval. Een ander groot verschil zien we bij de vergelijking tussen de overige Europese landen (excl. Rusland) en met de niet-europese landen (incl. Rusland). Het algemene patroon is dat de eerste groep het spiegelbeeld vormt van de tweede groep. Een relatief klein gedeelte van de Nederlandse import is namelijk uit de overige Europese landen afkomstig, terwijl zij een relatief groot deel van de Nederlandse export voor hun rekening nemen. Voor de landen buiten Europa geldt juist het omgekeerde, want een 18 "De relevante geografische markt is het gebied waarbinnen de betrokken ondernemingen een rol spelen in de vraag naar en het aanbod van goederen of diensten, waarbinnen de concurrentievoorwaarden voldoende homogeen zijn en dat van aangrenzende gebieden kan worden onderscheiden doordat daar duidelijk afwijkende concurrentievoorwaarden heersen." Bron: BEKENDMAKING VAN DE COMMISSIE inzake de bepaling van de relevante markt voor het gemeenschappelijke mededingingsrecht (97/C 372/03) 19 Bij handelsbelemmeringen moet niet alleen worden gedacht aan WTO-achtige hindernissen, zoals invoerrechten, maar ook aan transportkosten, consumentenvoorkeuren of culturele barrières. 20 Dat betekent overigens niet dat Nederland een handelstekort heeft in de handelsrelatie met België. Zowel bij agrarische als niet-agrarische producten hebben wij met beide buurlanden een handelsoverschot, wat vooral iets zegt over de mondiale handelsstromen (zie figuur 3). 12

13 relatief klein deel van de Nederlandse export komt buiten Europa terecht: 18% bij de agro-export, 23% bij de overige goederenexport. Tabel 8: Geografische verdeling van de Nederlandse import en export in 2011/12. Duitsland België overige Europese landen (excl. Rusland) buiten Europa import export import export import export import export Agro-producten 21% 25% 15% 11% 32% 46% 32% 18% Overige goederen 16% 24% 9% 12% 31% 41% 44% 23% Goederen totaal 16% 24% 10% 12% 31% 42% 43% 22% Bron: CBS; eigen berekeningen Een waarschuwing is op haar plaats bij vergelijkingen tussen mondiale regio s. Met name bij agroketens waar de grondstoffen uit andere continenten komen, zoals bij veevoer, koffie, cacao, tabak het geval is, komt een zeer groot deel van de import uit niet-europese landen. Van de Nederlandse export gaat een relatief groot deel naar (West-)Europese landen, vooral vanwege de wederuitvoer. Het handelsprofiel van Nederland BV wordt dus gekenmerkt door mondiale importen en West-Europese exporten (zie ook figuur 3). Figuur 3: Handelsstromen vanuit en naar Nederland (Bron: ING 2012) 13

14 Voor producten die onderdeel zijn van het agrocluster is hierna aangegeven welk deel van de import afkomstig is uit, en welk percentage van de export terecht komt in de buurlanden Duitsland en België, en in Europa als geheel (excl. Rusland). Tabel 9 toont de situatie in 2011/12, tabel 9 de veranderingen in de periode Figuur 4 schetst de handelsrelatie met de niet-europese landen in 2011/12, figuur 5 de veranderingen in de periode De belangrijkste uitkomsten worden hieronder besproken, eerst voor de uitvoer en daarna voor de invoer. UITVOER In 2011/12 is de Nederlandse export van agro-producten bijna uitsluitend op de Europese markt gericht. De enige uitzonderingen zijn zuivelproducten, bereide voedingsmiddelen en vooral dranken (figuur 4). Een relatief groot gedeelte gaat naar Duitsland, vooral bij levende dieren, groenten en fruit, en veevoeders. Datzelfde geldt voor de export naar België (m.u.v. groenten en fruit). Ook bij visproducten (zoals mosselen) en graanproducten gaat een relatief groot deel van de Nederlandse export naar België. Tabel 9: aandeel in de Nederlandse import en export in 2011/12. Europa Duitsland België import export import export import export 00 Levende dieren 98% 89% 60% 50% 20% 18% 01 Vlees en vleesproducten 74% 90% 25% 21% 19% 6% 02 Zuivelproducten en eieren 98% 74% 43% 30% 19% 13% 03 Vis, schaal- en weekdieren 61% 82% 16% 17% 9% 17% 04 Granen en graanproducten 92% 91% 26% 27% 19% 18% 05 Groenten en fruit 51% 91% 9% 32% 12% 8% 06 Suiker en suikerwerken, honing 87% 82% 25% 21% 26% 16% 07 Koffie, thee, cacao, specerijen e.d. 41% 80% 11% 26% 12% 9% 08 Veevoeder 47% 88% 22% 34% 9% 21% 09 Bereide voedingsmiddelen n.a.g. 82% 63% 20% 15% 21% 8% 11 Dranken 86% 56% 25% 8% 15% 7% 12 Tabak en tabaksfabrikaten 63% 86% 10% 13% 11% 7% TOTAAL AGRO 68% 82% 21% 25% 15% 11% Totaal goederen 56% 77% 16% 25% 10% 13% Figuur 4: aandeel van de import uit en de export naar niet-europese landen in 2011/12 70,0% 60,0% 50,0% 40,0% 30,0% 20,0% 10,0% 0,0% invoer uitvoer 14

15 De grootste veranderingen vanaf 1996/97qua exportaandeel (tabel 10) zijn te zien bij: graanproducten (+8%) en bij tabaksproducten (-11%) op Europees niveau; levende dieren (+11%) en vleesproducten (-10%) in de relatie met Duitsland, en bereide voedingsmiddelen (-8%) in de handelsrelatie met België. INVOER Duitsland neemt hier een uitzonderlijke positie in, want het aandeel in de Nederlandse agro-import is gelijk gebleven, terwijl het aandeel van de overige Europese landen over de hele linie is afgenomen. Vooral bij levende dieren en bij dranken is het aandeel van Duitsland in de Nederlandse invoer behoorlijk toegenomen, een indicatie dat de Duitse concurrentiepositie in deze categorieën sterker is geworden. Wat verder opvalt: bij de invoer van agroproducten is het aandeel van de Europese landen een stuk lager dan bij de uitvoer, 68 tegenover 82 procent. Dat geldt natuurlijk vooral voor agrarische grondstoffen die grotendeels of uitsluitend buiten Europa worden verbouwd, zoals koffie, thee, specerijen e.d. Deze worden in Nederland verwerkt en vervolgens grotendeels geëxporteerd. In de periode is bij de meeste categorieën de invoer uit niet-europese landen toegenomen. De enige uitzonderingen zijn levende dieren, zuivelproducten, granen, suiker, en tabak (figuur 5). Tabel 10: veranderingen in het aandeel in de Nederlandse im- en export in de periode (in procentpunten). Europa Duitsland België import export import export import export 00 Levende dieren 0% -5% 14% 11% -16% 2% 01 Vlees en vleesproducten -8% -2% 2% -10% -14% 1% 02 Zuivelproducten en eieren -1% -4% 2% -9% -2% -1% 03 Vis, schaal- en weekdieren -9% -4% 1% -2% -3% -2% 04 Granen en graanproducten 1% 8% 0% -1% 0% 1% 05 Groenten en fruit -11% 0% -1% -8% 3% 0% 06 Suiker en suikerwerken, honing 5% 4% 1% -5% -3% 2% 07 Koffie, thee, cacao, specerijen e.d. 2% -6% -2% -5% -4% -2% 08 Veevoeder -6% -5% -5% -3% 1% 1% 09 Bereide voedingsmiddelen n.a.g. -5% -5% -8% 0% -2% -8% 11 Dranken -7% 9% 14% -1% -7% -2% 12 Tabak en tabaksfabrikaten 4% -11% 3% 3% -13% -1% AGRO TOTAAL -6% -3% 0% -5% -4% -1% Goederen totaal -12% -6% -5% -3% -1% -2% Figuur 5: veranderingen in het niet-europese aandeel in de Nederlandse im- en export in (in procentpunten) 20,0% 10,0% 0,0% -10,0% invoer uitvoer -20,0% 15

16 In de volgende paragraaf worden deze cijfers over de Nederlandse in- en uitvoer van agrarische producten gebruikt om ruimtelijke patronen in de relatieve toegevoegde waarde (IVAR) in kaart te brengen. 6. Ontwikkeling van de IVAR - ruimtelijke patronen Tabel 11 maakt een vergelijking tussen de totale agrohandel en de handel in overige goederen voor een drietal economische regio s: Duitsland (onze belangrijkste handelspartner), de overige Europese landen, en de rest van de wereld. Kijken we eerst naar de handelsrelaties als geheel (rechtse kolommen in tabel 11), dan valt op dat de IVAR voor de agroproducten is gedaald, terwijl deze voor de overige goederen licht is gestegen. Dat contrast zien we vooral bij de handelsrelaties met Duitsland en met de niet-europese landen. De handel met de overige Europese landen laat een stijging van de IVAR zien, zowel bij de agroproducten als bij de overige producten. Bij de agroproducten leverde in 1996/97 de handel met Duitsland per saldo de meeste toegevoegde waarde op, 60 eurocent van iedere euro export, terwijl de handel met de overige Europese landen gemiddeld per euro export slechts 44 eurocent aan toegevoegde waarde creëerde. In 2011/12 zijn als het ware de rollen omgedraaid. In toenemende mate verschuift de netto-export dus naar andere Europese landen. De IVAR voor de export met de landen buiten Europa is negatief, wat betekent dat Nederland een handelstekort heeft. Bij de agroproducten is dat tekort flink gegroeid in de periode Tabel 11: IVAR voor de handel met Duitsland, overig Europa en andere werelddelen, 1996 en 2012 Duitsland Overig Europa Buiten Europa Totaal Agro-producten 0,60 0,46 0,44 0,50-0,04-0,17 0,42 0,35 Overige goederen 0,21 0,39 0,19 0,32-0,94-0,80 0,02 0,06 Totaal goederen 0,29 0,40 0,23 0,34-0,80-0,73 0,09 0,10 Een waarschuwing is op haar plaats bij de interpretatie van de IVAR wanneer deze wordt toegepast in vergelijkingen tussen mondiale regio s. Met name bij agroketens waar de grondstoffen uit andere continenten komen, zoals bij veevoer, koffie, cacao, tabak het geval is, is de IVAR voor die handelsrelatie bijna altijd negatief omdat de import van de grondstoffen meestal groter is dan export van de eindproducten naar die continenten (zie figuur 3). Om een vergelijkbare reden is de IVAR voor de handel met Duitsland bijna altijd positief, omdat de Nederlandse export grotendeels bestaat uit producten die eerder zijn ingevoerd, niet zozeer uit Duitsland maar uit andere landen, die vooral via de Rotterdamse haven in Duitsland terecht komen. Tabel 12 geeft voor elk van de 12 agro categorieën de IVAR in 1996/97, in 2011/12, en de tussentijdse veranderingen. De situatie in 2011/12 wordt weergegeven in figuur 6, de tussentijdse veranderingen in figuur 7. Hieronder worden achtereenvolgens voor de drie regio s de belangrijkste patronen en trends samengevat. 21 De IVAR is hier berekend over de totale waarde van de goederen en diensten die Nederland importeert, en dus niet uitsluitend over de waarde van de import die rechtstreeks is gekoppeld aan de export, zoals in tabel 4 het geval is 16

17 Duitsland Wat het meest opvalt is, dat de IVAR is gestegen bij slechts een kwart van de agroexport naar Duitsland. Vooral bij de agroproducten waar de IVAR in 1996/97 boven het gemiddelde zat, is sindsdien een daling opgetreden; bij sommige productgroepen vrij fors, zoals bij vlees- en vleesproducten. De export naar Duitsland steeg nauwelijks in de periode , terwijl de invoer met 250% steeg. Ongeveer hetzelfde patroon zien we bij vis en visproducten, bij graan en graanproducten, en bij dranken. Zelfs bij de zuivelproducten, de Nederlandse exporttopper bij uitstek, is de IVAR verslechterd sinds 1996/97, omdat de invoer sneller steeg (met 32%) dan de uitvoer (57%). Een gedeelte van die invoer heeft overigens betrekking op melk die Nederlandse zuivelbedrijven inkopen bij in Duitsland gevestigde boeren (Vrolijk et al 2013, bijlage E). Bereide voedingsmiddelen vormt de enige categorie waar sprake is van een behoorlijke stijging van de IVAR. Tabel 12: de IVAR in 1996/97, in 2011/12, en de tussentijdse veranderingen, gedifferentieerd naar drie economische regio s Duitsland Overig Europa Buiten Europa Levende dieren 0,27 0,37 0,11 0,41 0,01-0,40 0,75 0,90 0,15 01 Vlees en vleesproducten 0,80 0,39-0,41 0,71 0,58-0,13 0,35-0,47-0,81 02 Zuivelproducten en eieren 0,44 0,34-0,11 0,22 0,37 0,15 0,96 0,96 0,00 03 Visproducten 0,56 0,19-0,37 0,50 0,47-0,03-0,26-0,85-0,60 04 Granen en graanproducten -0,48-0,94-0,46-0,82-0,92-0,10 0,24-0,61-0,85 05 Groenten en fruit 0,84 0,81-0,03 0,34 0,71 0,37-1,64-2,39-0,75 06 Suiker en suikerwerken 0,47 0,16-0,31 0,33 0,31-0,03 0,49 0,47-0,02 07 Koffie, thee, cacao, e.d. 0,61 0,65 0,04 0,55 0,53-0,02-3,04-1,48 1,55 08 Veevoeder 0,53 0,49-0,04 0,70 0,46-0,24-3,09-2,55 0,54 09 Bereide voedingsmiddelen 0,35 0,52 0,17 0,63 0,53-0,10 0,87 0,83-0,03 11 Dranken 0,13-1,08-1,22-0,64 0,34 0,99 0,90 0,78-0,12 12 Tabak en tabaksfabrikaten 0,73 0,69-0,04 0,79 0,83 0,04-4,08-0,06 4,02 AGRO TOTAAL 0,60 0,46-0,14 0,44 0,50 +0,06-0,04-0,17-0,13 Figuur 6: de IVAR in 2011/12, gedifferentieerd naar drie economische regio s 1,50 1,00 0,50 0,00-0,50-1,00-1,50 Duitsland Overig Europa buiten Europa -2,00-2,50-3,00 17

18 IVAR in 1996/97 Overige Europese landen De agrohandel met de overige landen van Europa laat voor sommige agroproducten een geheel andere ontwikkeling zien. De IVAR voor groenten en fruit vertoont een flinke stijging, omdat de Nederlandse export veel meer gestegen is dan de invoer uit die landen (136 tegen 4 procent). Iets vergelijkbaars geldt voor de categorie dranken: de uitvoer steeg met 195 procent, de invoer slechts met 18 procent; deze categorie vertoonde in de handel met Duitsland juist het omgekeerde patroon. Opvallend is dat de IVAR voor de handel in levende dieren behoorlijk is gedaald, een groot contrast met de export naar Duitsland en naar de niet-europese landen. Figuur 7: Veranderingen van de IVAR tussen 1996/97 en 2011/12 2,00 1,50 1,00 0,50 0,00-0,50 Duitsland Overig Europa buiten Europa -1,00-1,50 Tabel 13: Overzicht van verschuivingen in de IVAR , naar economische regio s Verandering in de IVAR 1996/ /12 Bovengemiddeld (>0,42) Ondergemiddeld (<0,42) Handelstekort Duitsland overig Europa buiten Europa mondiaal Totaal Gemiddelde IVAR 0,60 0,46 0,44 0,50-0,04-0,17 0,42 0,35 Toelichting: per economische regio staat aangegeven bij hoeveel van de 12 agrocategorieen de IVAR is gestegen (+) of gedaald (-), en hoe de uitgangspositie in 1996/97 was. Zo is van de acht categorieën die toen in de handel met Duitsland een bovengemiddelde IVAR hadden, er slechts één die sindsdien een stijgende IVAR laat zien. De onderste regel toont de verschuiving van de gemiddelde IVAR. Buiten Europa De situatie in 2011/12, afgebeeld in figuur 6, laat een dualistische structuur zien. Bij sommige categorieën is de IVAR relatief hoog en komt zelfs in de buurt van de 1, wat betekent dat er tegenover de export nauwelijks import staat, althans in dezelfde categorie. Bij zeven van de 12 agroproductgroepen heeft Nederland juist een behoorlijk groot handelstekort (oftewel is de IVAR juist zwaar negatief). Dat laatste geldt natuurlijk 18

19 in het bijzonder voor producten waarvan de grondstoffen niet in Nederland of in Europa groeien, zoals koffie, cacao, en tabak. Voor het merendeel van de agrogroepen geldt verder dat de IVAR is lager is geworden. Hetzelfde geldt voor de gemiddelde IVAR, deze daalde van -0,04 naar -0,17 (tabel 13). De Nederlandse uitvoer van graan en graanproducten naar andere werelddelen is ongeveer gelijk gebleven terwijl de invoer met ruim 100 procent is gestegen. Bij vleesproducten is de groei van de uitvoer weliswaar aanzienlijk hoger (101%) maar de invoer steeg maar liefst met 351%. Hetzelfde patroon zien we bij de categorie dranken, waar de Nederlandse uitvoer steeg met 92% en de invoer met 314%. Bij tabak en tabaksfabrikaten gebeurde juist het omgekeerde: de invoer steeg met 49%, en de uitvoer met maar liefst 612% Enkele toepassingen van de IVAR-benadering Deze paragraaf behandelt een drietal belangrijke trends in de internationale positie van de Nederlandse agrosector. Deze trends worden pas goed zichtbaar wanneer niet alleen wordt gekeken naar de export, zoals gebruikelijk is, maar naar de combinatie van export- en importontwikkelingen, en deze vervolgens te differentiëren naar economische regio s. Van vlees naar zuivel Tabel 14 toont de verschuivingen van de IVAR tussen 1996/97 en 2011/12 in de diverse geledingen van de bedrijfskolom voor de veehouderij. Bij veevoer heeft Nederland een behoorlijk groot handelstekort met de landen buiten Europa, vooral door de invoer van grondstoffen als soja vanuit Brazilië en Argentinië. Deze basisbestanddelen worden vervolgens bewerkt tot veevoer en geëxporteerd naar andere Europese landen; dat levert Nederland een handelsoverschot op, maar dat overschot wordt wel steeds kleiner. Per saldo is de toegevoegde waarde die door deze handelsstromen wordt gerealiseerd enigszins afgenomen, van 0,36 in 1996/97 naar 0,21 in 2011/12 (tabel 6). Bij de categorie levende dieren, het volgende onderdeel van de bedrijfskolom, is er over de hele linie sprake van een hogere IVAR, behalve bij de handel met overige Europese landen (naast Duitsland). Vooral de export naar landen buiten Europa is sterk gestegen, met 340%. De export van levende dieren is voor de helft bestemd voor Duitsland; het gaat dan vooral om biggen die in Nederland worden grootgebracht en vervolgens over de grens gaan om te worden afgemest, soms door Nederlandse varkenshouders die ook een vestiging in Duitsland hebben (Vrolijk et al 2013). Ook bij rundvee beschikt Nederland over nogal wat fokbedrijven. De twee andere onderdelen van de bedrijfskolom voor de veehouderij betreffen vleesproducten en zuivelproducten (incl. eieren). Bij de eerste categorie is de IVAR over de hele linie sterk gedaald, bij de tweede behoorlijk gestegen. Overigens is de IVAR voor vleesproducten nog steeds hoger dan die van zuivelproducten, met uitzondering van de landen buiten Europa. In deze laatstgenoemde handelsrelatie heeft zuivel een veel hoger aandeel (26%) dan in de totale export dan bij vleesproducten het geval is (10%). 22 Vanwege deze uitschieter is deze categorie in figuur 7 buiten beschouwing gelaten. 19

20 Tabel 14: Verschuivingen in onderdelen van de veehouderij-keten tussen 1996 en 2012 Duitsland Overige Europese Buiten Europa Mondiaal landen Veevoer 0,53 0,49 (33%) 0,70 0,46 (55%) -3,09-2,55 (12%) 0,36 0,21 (100%) Levende dieren Vleesproducten Zuivelproducten 0,27 0,37 (50%) 0,80 0,39 (21%) 0,44 0,34 (30%) 0,41 0,01 (39%) 0,71 0,58 (69%) 0,22 0,37 (44%) 20 0,75 0,90 (11%) 0,35-0,47 (10%) 0,96 0,96 (26%) 0,38 0,48 (100%) 0,71 0,47 (100%) 0,47 0,54 (100%) Bron: CBS. Vermeld staat de IVAR in 1996/97 resp. 2011/12, en tussen haakjes het aandeel in 2011/12 in de totale Nederlandse export in de betreffende productgroep. De meerwaarde van deze analyse op basis van de IVAR kan worden geïllustreerd aan de hand van het succes van de Nederlandse zuivelsector. De cijfers in tabel 14 laten zien dat de toename van de relatieve toegevoegde waarde (van 0,47 naar 0,54) valt toe te schrijven aan een combinatie van twee uiteenlopende ontwikkelingen. De daling van IVAR voor de handelsrelatie met Duitsland (van 0,44 naar 0,34) wordt gecompenseerd door een stijging van de IVAR voor de rest van de wereld. Bij de overige Europese landen valt de zeer sterke stijging op, bij de landen buiten Europa vooral het hoge niveau van de IVAR ; een IVAR van 0,96 wil zeggen dat tegenover de export bijna geen import staat. De versterking van internationale positie van de Nederlandse zuivelsector staat in groot contrast met de ontwikkelingen in de vleessector waar de IVAR op alle afzetmarkten een sterke daling vertoont. De opkomst en ondergang van het nieuwe VOC-model? Het internationale handelspatroon van de Nederlandse agrosector kan met enige overdrijving in toenemende mate worden bestempeld als het VOC-model. Ten tijde van de Vereenigde Oostindische Compagnie werden specerijen, rietsuiker, cacao- en koffiebonen, thee- en tabakbladeren e.d. uit de toenmalige koloniën geïmporteerd, in Nederland bewerkt en vervolgens geëxporteerd naar andere Europese landen (en voor binnenlandse consumptie benut). De combinatie van handelstekorten met landen buiten Europa en handelsoverschotten met Europese landen bestaat nog steeds in de agrosector, zoals de vorige paragraaf laat zien. Dat Nederland redelijk succesvol is met zijn activiteiten op basis van buitenlandse grondstoffen blijkt onder meer uit tabel 15. In 2003 was de top-10 van de agroproducten met een hoog Nederlands aandeel in de wereldexport voor meer dan de helft gebaseerd op grondstoffen die niet uit Nederland komen (cursief weergegeven in tabel 15). Deels gaat om producten met een relatief kleine exportwaarde, dus om sterkte in relatief smalle niches, maar bij sommige producten gaat om grote bedragen. Zoals bij cacaoboter en poeder. Afzonderlijke vermelding verdient de productgroep tabak en tabakswaren. Deze ontbreekt in de top-10 (omdat er naast Nederland nog andere zeer grote exporteurs zijn), maar ook hier is het handelspatroon zoals geschetst: een (inmiddels miniem) handelstekort met landen buiten Europa en een klein handelsoverschot met Europese landen. Het gaat hierbij om een grote markt. In 2003 bedroeg het exportvolume maar liefst 3,1 miljard US dollar, dus groter dan de snijbloemensector (Jacobs en Lankhuizen 2005, p. 9-11).

De agrarische handel van Nederland in 2014

De agrarische handel van Nederland in 2014 De agrarische handel van Nederland in 1. Opvallende ontwikkelingen Totale Nederlandse handelsoverschot is in gelijk gebleven aan het niveau van ( 47,6 mld.); handelsoverschot agrarische producten komt

Nadere informatie

De agrarische handel van Nederland in 2013

De agrarische handel van Nederland in 2013 De agrarische handel van Nederland in 2013 1. Opvallende ontwikkelingen Totale handelsoverschot groeit met 4,5 miljard; aandeel agrarische producten 2 miljard Nederlandse agrarische export neemt in 2013

Nadere informatie

De agrarische handel van Nederland in 2013

De agrarische handel van Nederland in 2013 De agrarische handel van Nederland in 1. Opvallende ontwikkelingen Totale handelsoverschot groeit met 4,5 miljard; aandeel agrarische producten 2 miljard Nederlandse agrarische export neemt in opnieuw

Nadere informatie

De agrarische handel van Nederland in 2012

De agrarische handel van Nederland in 2012 De agrarische handel van Nederland in 2012 1. Opvallende ontwikkelingen Totale wereldhandel in agrarische producten groeit voor tweede opeenvolgende jaar met ruim 10% Nederlandse agrarische export groeit

Nadere informatie

Over de Russische Beer en de Braziliaanse Kanaries

Over de Russische Beer en de Braziliaanse Kanaries Over de Russische Beer en de Braziliaanse Kanaries De Nederlandse vleessector kijkt te veel naar het Oosten, te weinig naar het Westen Dr. Hein Vrolijk, mei 2014 Als je afgaat op wat er geschreven wordt,

Nadere informatie

Internationale handel visproducten

Internationale handel visproducten Internationale handel visproducten Marktmonitor ontwikkelingen 27-211 en prognose voor 212 Januari 213 Belangrijkste trends 27-211 Ontwikkelingen export De Nederlandse visverwerkende industrie speelt een

Nadere informatie

Internationale handel in goederen van Nederland 2012

Internationale handel in goederen van Nederland 2012 Webartikel 2013 Internationale handel in goederen van Nederland 2012 Wiel Packbier 11-11-2013 gepubliceerd op cbs.nl Samenvatting De internationale handel in goederen is in 2012 wederom minder hard gegroeid.

Nadere informatie

Export-update Noord- en Zuid-Amerika - juli 2014

Export-update Noord- en Zuid-Amerika - juli 2014 Export-update Noord- en Zuid-Amerika - juli 2014 1. Samenvatting en conclusies De Nederlandse uitvoerwaarde is in 2013 met 1,0% gestegen t.o.v. dezelfde periode in 2012 tot 433,8 miljard euro. De bescheiden

Nadere informatie

Effecten van Russische boycot op invoer van Europees vlees, zuivel, groente en fruit. Stand van zaken in juni 2015.

Effecten van Russische boycot op invoer van Europees vlees, zuivel, groente en fruit. Stand van zaken in juni 2015. Effecten van Russische boycot op invoer van Europees vlees, zuivel, groente en fruit. Stand van zaken in juni 2015. Siemen van Berkum en Gerben Jukema, LEI Wageningen UR, 24 juni 2015. Hoofdpunten De Nederlandse

Nadere informatie

Veranderingen in de internationale positie van Nederlandse banken

Veranderingen in de internationale positie van Nederlandse banken Veranderingen in de internationale positie van Nederlandse banken De Nederlandse bancaire vorderingen 1 op het buitenland zijn onder invloed van de economische crisis en het uiteenvallen van ABN AMRO tussen

Nadere informatie

Exportmonitor 2011. Het noordelijke bedrijfsleven wordt steeds internationaler

Exportmonitor 2011. Het noordelijke bedrijfsleven wordt steeds internationaler Exportmonitor 2011 Het noordelijke bedrijfsleven wordt steeds internationaler Uit de Exportmonitor 2011 blijkt dat het noordelijk bedrijfsleven steeds meer aansluiting vindt bij de wereldeconomie. De Exportmonitor

Nadere informatie

Marktontwikkelingen varkenssector

Marktontwikkelingen varkenssector Marktontwikkelingen varkenssector 1. Inleiding In de deze nota wordt ingegaan op de marktontwikkelingen in de varkenssector in Nederland en de Europese Unie. Waar mogelijk wordt vooruitgeblikt op de te

Nadere informatie

gespecialiseerde bedrijven overige bedrijven aantal varkens per bedrijf

gespecialiseerde bedrijven overige bedrijven aantal varkens per bedrijf De markt voor de varkenshouderij in Nederland Structuur In Nederland worden op ongeveer 1. bedrijven varkens gehouden. Het aantal bedrijven met varkens is de afgelopen jaren duidelijk afgenomen (figuur

Nadere informatie

IMPACTANALYSE RUSLAND

IMPACTANALYSE RUSLAND Studiedienst Stafmedewerkers Diestsevest 40 3000 Leuven T (016) 28 64 11 F (016) 28 64 09 PERSNOTA Datum 31 juli 2015 Betreft: IMPACTANALYSE RUSLAND 1 ALGEMENE CONTEXT De EU-28 exporteerde in 2013 voor

Nadere informatie

Examen HAVO. Economie 1

Examen HAVO. Economie 1 Economie 1 Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 21 juni 13.30 16.00 uur 20 00 Dit examen bestaat uit 31 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven hoeveel punten met een goed

Nadere informatie

Exportprestaties van het industriële MKB in 2003

Exportprestaties van het industriële MKB in 2003 M200410 Exportprestaties van het industriële MKB in 2003 Exportthermometer Jolanda Hessels Kees Bakker Zoetermeer, november 2004 Exportprestaties van het industriële MKB in 2003 In 2003 laat de export

Nadere informatie

Voorwoord 4. Dashboard 5

Voorwoord 4. Dashboard 5 Monitor Levensmiddelenindustrie 2013 Inhoud Voorwoord 4 Dashboard 5 1/ Kernindicatoren 1.1 7 Groei productie V&G-industrie neemt af 1.2 7 Doorzettend herstel productie Europese V&G-industrie in 2011 1.3

Nadere informatie

Stijging van export en exportkansen in industrie, diensten en groothandel

Stijging van export en exportkansen in industrie, diensten en groothandel M200515 Stijging van export en exportkansen in industrie, diensten en groothandel Exportthermometer drs. S.C. Oudmaijer Zoetermeer, januari 2006 Exportprestaties en exportpotentieel van de industrie, de

Nadere informatie

De internationale handel in goederen van Nederland in 2011

De internationale handel in goederen van Nederland in 2011 121 De internationale handel in goederen van Nederland in 2011 Wiel Packbier Publicatiedatum CBS-website: 18-12-2012 Den Haag/Heerlen Verklaring van tekens. gegevens ontbreken * voorlopig cijfer ** nader

Nadere informatie

MONITOR LEVENSMIDDELENINDUSTRIE 2014

MONITOR LEVENSMIDDELENINDUSTRIE 2014 MONITOR LEVENSMIDDELENINDUSTRIE 2014 INHOUD Voorwoord 4 Revisie CBS 4 Dashboard 5 1/ Kernindicatoren 1.1 7 Productie (output) V&Gindustrie blijft groeien 2/ Kostenontwikkeling 2.1 10 Stijgende intermediaire

Nadere informatie

Internationale varkensvleesmarkt 2012-2013

Internationale varkensvleesmarkt 2012-2013 Internationale varkensvleesmarkt 212-213 In december 212 vond de jaarlijkse conferentie van de GIRA Meat Club plaats. GIRA is een marktonderzoeksbureau, dat aan het einde van elk jaar een inschatting maakt

Nadere informatie

Marktbeeld appels en peren

Marktbeeld appels en peren Afzet appels en peren door Russische boycot in de verdrukking Productie De appelproductie in de EU bedroeg in 215 ruim 12 miljard kilo. Dit was de op één na grootste EUoogst ooit. Bijna een derde van de

Nadere informatie

- De herexamenvragen mag u houden! -

- De herexamenvragen mag u houden! - Datum : donderdag 30 juni 2011 Opleiding : CCM16 Herexamen : Module 3 IB&CM Tijd : 3 klokuren Herexamen: Dit herexamen bestaat uit 5 opgaven, verdeeld over 8 pagina s. Controleer dit! De vragen van dit

Nadere informatie

Nederland importland. Landgebruik en emissies van grondstofstromen

Nederland importland. Landgebruik en emissies van grondstofstromen Nederland importland Landgebruik en emissies van grondstofstromen Vraagstelling en invulling Welke materiaalstromen naar en via Nederland veroorzaken wereldwijd de grootste milieudruk? Klimaat, toxische

Nadere informatie

UNIFORM EINDEXAMEN VWO 2015

UNIFORM EINDEXAMEN VWO 2015 MINISTERIE VAN ONDERWIJS, WETENSCHAP EN CULTUUR UNIFORM EINDEXAMEN VWO 2015 VAK : ECONOMIE 1 DATUM : DINSDAG 16 JUNI 2015 TIJD : 07.45-10.15 UUR Aantal opgaven bij dit vak : 3 Aantal pagina s : 5; Calculator

Nadere informatie

LTO- minimelkmarktbericht 21 maart 2013, Klaas Johan Osinga

LTO- minimelkmarktbericht 21 maart 2013, Klaas Johan Osinga LTO- minimelkmarktbericht 21 maart 2013, Klaas Johan Osinga Vraag In de laatste zes maanden was er steeds zoveel slecht nieuws over de economische groei, dat dit de consumptiegroei deed stagneren. In de

Nadere informatie

FARMACIJFERS 2014. De geneesmiddelenindustrie in België : een vector voor groei. De kerncijfers

FARMACIJFERS 2014. De geneesmiddelenindustrie in België : een vector voor groei. De kerncijfers FARMACIJFERS 214 De geneesmiddelenindustrie in België : een vector voor groei De kerncijfers Verantwoordelijke uitgever : Catherine Rutten voor pharma.be, Algemene Vereniging van de Geneesmiddelenindustrie

Nadere informatie

DE BUITENLANDSE HANDEL IN LAND- EN TUINBOUWPRODUCTEN

DE BUITENLANDSE HANDEL IN LAND- EN TUINBOUWPRODUCTEN FOCUS DE BUITENLANDSE HANDEL IN LAND- EN TUINBOUWPRODUCTEN STAND VAN ZAKEN IN 2013 Vlaamse overheid Departement Landbouw en Visserij Afdeling Monitoring en Studie Blik op de buitenlandse agrohandel 1.

Nadere informatie

Onderneming en omgeving - Economisch gereedschap

Onderneming en omgeving - Economisch gereedschap Onderneming en omgeving - Economisch gereedschap 1 Rekenen met procenten, basispunten en procentpunten... 1 2 Werken met indexcijfers... 3 3 Grafieken maken en lezen... 5 4a Tweedegraads functie: de parabool...

Nadere informatie

BUITENLANDSE HANDEL VAN AGRARISCHE PRODUCTEN

BUITENLANDSE HANDEL VAN AGRARISCHE PRODUCTEN FOCUS BUITENLANDSE HANDEL VAN AGRARISCHE PRODUCTEN Stand van zaken 2014 INHOUD 1. Inleiding 2. Aandeel landbouw in Belgische handel 3. Agrarische handel en onderdelen 4. Aandeel van Vlaanderen 5.Effect

Nadere informatie

Bilaterale handel Vlaanderen - Colombia

Bilaterale handel Vlaanderen - Colombia Bilaterale handel Vlaanderen - Colombia Handelsbalans Vlaanderen - Colombia Onze handel met Colombia is steevast in een handelstekort geëindigd. Dat tekort was op zijn hoogst in 2008: zowat een half miljard

Nadere informatie

Informatieve notitie voor de Dutch Trade Board over de Nederlandse internationale handel

Informatieve notitie voor de Dutch Trade Board over de Nederlandse internationale handel Informatieve notitie voor de Dutch Trade Board over de Nederlandse internationale handel Samenvatting: Deze notitie beschrijft het belang, de samenstelling en de ontwikkeling van de Nederlandse internationale

Nadere informatie

Samenvatting Internationaliseringsmonitor 2010

Samenvatting Internationaliseringsmonitor 2010 Samenvatting Internationaliseringsmonitor 2010 1. Inleiding Globalisering is een onderwerp dat regelmatig in het maatschappelijke debat opduikt. Het gaat dan om de gevolgen van de internationale economische

Nadere informatie

Enquête Internationalisering Rapportage Persbericht januari 2011

Enquête Internationalisering Rapportage Persbericht januari 2011 Enquête Internationalisering Rapportage Persbericht januari 2011 Auteurs: P. M. Walison MSc, Trainee Internationaal Ondernemen Dhr. P. van Kuijen, Sectormanager Zoetermeer, 24 januari 2011 Hoewel aan de

Nadere informatie

LANDEN ANALYSE ITALIË

LANDEN ANALYSE ITALIË LANDEN ANALYSE ITALIË Algemeen LANDEN ANALYSE ALGEMEEN De Landen Analyse gee7 de sector (cijferma@g) inzicht in de huidige (2013) en toekoms@ge (2018) waarde van de consump@e van snijbloemen en potplanten

Nadere informatie

Sectorrapport Bos- en haagplantsoen

Sectorrapport Bos- en haagplantsoen Sectorrapport Bos- en haagplantsoen Najaar 2009 Inhoudsopgave Terugblik seizoen 2008/2009...................................................................................... 3 Najaar 2009 sector bos-

Nadere informatie

Koper flink in de lift

Koper flink in de lift Publicatiedatum CBS-website: 9 juli 7 Koper flink in de lift Wiel Packbier Centraal Bureau voor de Statistiek Koper flink in de lift Wiel Packbier Samenvatting Mede door de toegenomen vraag naar koper,

Nadere informatie

Aandeel MKB in buitenlandse handel en investeringen

Aandeel MKB in buitenlandse handel en investeringen Rapport Aandeel MKB in buitenlandse handel en investeringen Drie afbakeningen van het MKB Oscar Lemmers Dit onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Er waren geen

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 11 december 2015

PERSBERICHT Brussel, 11 december 2015 PERSBERICHT Brussel, 11 december 2015 Geharmoniseerde consumptieprijsindex - november 2015 De Belgische inflatie volgens de Europees geharmoniseerde consumptieprijsindex stijgt in november naar 1,4%, ten

Nadere informatie

Marktsituatie voor groenten en fruit vier maanden na de afkondiging van de Russische boycot

Marktsituatie voor groenten en fruit vier maanden na de afkondiging van de Russische boycot Marktsituatie voor groenten en fruit vier maanden na de afkondiging van de Russische boycot Siemen van Berkum en Gerben Jukema, LEI Wageningen UR, 17 december 2014 Deze notitie geeft een beknopt overzicht

Nadere informatie

De Nederlandse concurrentiepositie in de internationale dienstenhandel

De Nederlandse concurrentiepositie in de internationale dienstenhandel De Nederlandse concurrentiepositie in de internationale handel De Nederlandse architect die gebouwen ontwerpt in Frankrijk en Portugal is net zoals de Bulgaarse datatypist die vanuit Sofia werkt voor een

Nadere informatie

HANDELSBETREKKINGEN VAN BELGIË MET PARAGUAY

HANDELSBETREKKINGEN VAN BELGIË MET PARAGUAY HANDELSBETREKKINGEN VAN BELGIË MET PARAGUAY De handelsbetrekkingen van België met Paraguay 0 Inhoudstafel 1. Enkele economische indicatoren... 3 2. Index van de eenheidsprijs van goederen in de import

Nadere informatie

Maatschappelijke waardering van Nederlandse Landbouw en Visserij

Maatschappelijke waardering van Nederlandse Landbouw en Visserij Nederlandse Landbouw en Visserij Inhoud 1 Inleiding 03 2 Samenvatting en conclusies landbouw en visserij 3 Maatschappelijke waardering landbouw 09 4 Associaties agrarische sector 13 5 Waardering en bekendheid

Nadere informatie

Rabobank Food & Agri. Opslagregeling en kleiner aanbod ondersteunen langzaam herstel Europese varkensmarkt. Kwartaalbericht Varkens Q1 2016

Rabobank Food & Agri. Opslagregeling en kleiner aanbod ondersteunen langzaam herstel Europese varkensmarkt. Kwartaalbericht Varkens Q1 2016 Rabobank Food & Agri Kwartaalbericht Varkens Q1 2016 Opslagregeling en kleiner aanbod ondersteunen langzaam herstel Europese varkensmarkt Na een teleurstellend vierde kwartaal in het vorige jaar, start

Nadere informatie

Eindexamen havo economie oud programma 2012 - I

Eindexamen havo economie oud programma 2012 - I Opgave 1 Beleggingen leiden tot inkomensverschillen Aangetrokken door voorspoedige ontwikkelingen op de effectenbeurs, zijn in een land de mensen steeds meer gaan beleggen in aandelen en obligaties. Mede

Nadere informatie

Internationale vorderingen Nederlandse banken onder druk

Internationale vorderingen Nederlandse banken onder druk Internationale vorderingen Nederlandse banken onder druk De vorderingen van Nederlandse banken op het buitenland zijn onder invloed van de financiële crisis en de splitsing van ABN AMRO in 2007 en 2008

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 13 mei 2015

PERSBERICHT Brussel, 13 mei 2015 01/2010 05/2010 09/2010 01/2011 05/2011 09/2011 01/2012 05/2012 09/2012 01/2013 05/2013 09/2013 01/2014 05/2014 09/2014 01/2015 Inflatie (%) PERSBERICHT Brussel, 13 mei 2015 Geharmoniseerde consumptieprijsindex

Nadere informatie

Emissielekken in België

Emissielekken in België Milieu-economische analyses voor België, de Gewesten en Europa 13 september 2012 Emissielekken in België Guy Vandille Federaal Planbureau Wat is een emissielek? Emissielek = verschil tussen : emissies

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 vwo 2006-I

Eindexamen economie 1-2 vwo 2006-I 4 Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Voorbeelden van een juist antwoord

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag. Datum 13 november 2015 Betreft Impact van TTIP op lage-inkomenslanden

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag. Datum 13 november 2015 Betreft Impact van TTIP op lage-inkomenslanden Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag Postbus 20061 Nederland www.rijksoverheid.nl Onze Referentie Minbuza 2015.594488 Bijlage(n)

Nadere informatie

Studie over uitvoerpotentieel agrovoedingssector

Studie over uitvoerpotentieel agrovoedingssector Studie over uitvoerpotentieel agrovoedingssector Brussel, 20 januari 2016 Uit een studie van de FOD Economie over de Belgische agrovoedingsindustrie blijkt dat de handel tussen 2000 en 2014 binnen de Europese

Nadere informatie

HANDELSBETREKKINGEN VAN BELGIË MET SURINAME

HANDELSBETREKKINGEN VAN BELGIË MET SURINAME HANDELSBETREKKINGEN VAN BELGIË MET SURINAME De handelsbetrekkingen van België met Suriname 0 Bron: CIA World Factbook De handelsbetrekkingen van België met Suriname 1 1 Enkele economische indicatoren -

Nadere informatie

CBS: Inflatie december naar laagste niveau in ruim 5 jaar

CBS: Inflatie december naar laagste niveau in ruim 5 jaar Persbericht PB15-001 8 januari 2015 9.30 uur CBS: Inflatie december naar laagste niveau in ruim 5 jaar Inflatie december daalt naar 0,7 procent Goedkopere autobrandstoffen verlagen inflatie Inflatie eurozone

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 havo 2000-I

Eindexamen economie 1 havo 2000-I Opgave 1 Meer mensen aan de slag Het terugdringen van de werkloosheid is in veel landen een belangrijke doelstelling van de overheid. Om dat doel te bereiken, streeft de overheid meestal naar groei van

Nadere informatie

Sterke toename van beleggingen in Duits en Frans schuldpapier. Grafiek 1 - Nederlandse aankopen buitenlandse effecten

Sterke toename van beleggingen in Duits en Frans schuldpapier. Grafiek 1 - Nederlandse aankopen buitenlandse effecten Sterke toename van beleggingen in Duits en Frans schuldpapier Nederlandse beleggers hebben in 21 per saldo voor bijna EUR 12 miljard buitenlandse effecten verkocht. Voor EUR 1 miljard betrof dit buitenlands

Nadere informatie

BOSATLAS VRAGENSET ANTWOORDMODEL VAN HET VOEDSEL NOORDHOFF ATLASPRODUCTIES

BOSATLAS VRAGENSET ANTWOORDMODEL VAN HET VOEDSEL NOORDHOFF ATLASPRODUCTIES DE BOSATLAS VAN HET VOEDSEL VRAGENSET ANTWOORDMODEL NOORDHOFF ATLASPRODUCTIES I. Voeding en welvaart 1. De Human Development Index (HDI) geeft aan hoe welvarend een land is. Vergelijk de HDI met de andere

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 19 januari 2016

PERSBERICHT Brussel, 19 januari 2016 01/2010 05/2010 09/2010 01/2011 05/2011 09/2011 01/2012 05/2012 09/2012 01/2013 05/2013 09/2013 01/2014 05/2014 09/2014 01/2015 05/2015 09/2015 Inflatie (%) PERSBERICHT Brussel, 19 januari 2016 Geharmoniseerde

Nadere informatie

Toerisme in perspectief. NBTC Holland Marketing Afdeling Research

Toerisme in perspectief. NBTC Holland Marketing Afdeling Research Toerisme in perspectief NBTC Holland Marketing Afdeling Research Inleiding In dit rapport wordt op hoofdlijnen een beeld geschetst van trends en ontwikkelingen in het (internationaal) toerisme en de factoren

Nadere informatie

MELKPRIJSVERGELIJKING MEI 2010

MELKPRIJSVERGELIJKING MEI 2010 MELKPRIJSVERGELIJKING MEI (Voor standaardmelk (1) en volgens de uitbetalingssystemen van de zuivelondernemingen; alle bedragen in euro / 100kg) Bedrijf Milcobel Alois Müller Humana Milchunion eg Nordmilch

Nadere informatie

CO2-monitor 2013 s-hertogenbosch

CO2-monitor 2013 s-hertogenbosch CO2-monitor 2013 s-hertogenbosch Afdeling Onderzoek & Statistiek Maart 2013 2 Samenvatting In deze monitor staat de CO2-uitstoot beschreven in de gemeente s-hertogenbosch. Een gebruikelijke manier om de

Nadere informatie

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010 FORUM Maart Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt 9-8e monitor: effecten van de economische crisis In steeg de totale werkloosheid in Nederland met % naar 26 duizend personen. Het werkloosheidspercentage

Nadere informatie

Examenopgaven VMBO-BB 2004

Examenopgaven VMBO-BB 2004 Examenopgaven VMBO-BB 2004 tijdvak 2 dinsdag 22 juni 11.30 13.00 uur ECONOMIE CSE BB Naam kandidaat Kandidaatnummer Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje. Dit examen bestaat uit 30 vragen. Voor dit

Nadere informatie

Wijnimport Nederland naar regio

Wijnimport Nederland naar regio DO RESEARCH Wijnimport Nederland naar regio Sterke opmars wijn uit Chili Jeroen den Ouden 1-10-2011 Inleiding en inhoudsopgave Pagina I De invoer van wijn in Nederland 1 II De invoer van wijn naar herkomst

Nadere informatie

LANDEN ANALYSE DUITSLAND

LANDEN ANALYSE DUITSLAND LANDEN ANALYSE DUITSLAND Algemeen LANDEN ANALYSE ALGEMEEN De Landen Analyse gee7 de sector (cijferma@g) inzicht in de huidige (2013) en toekoms@ge (2018) waarde van de consump@e van snijbloemen en potplanten

Nadere informatie

Potplanten en jonge planten 2007

Potplanten en jonge planten 2007 Importnota Potplanten en jonge planten 2007 HBAG Bloemen en Planten Aalsmeer, oktober 2008 Jan Lanning Monique Sassen Inleiding Het HBAG Bloemen en Planten heeft op basis van het meest recente AIPH-Union

Nadere informatie

Samenvatting. Indicatoren voor ecologische effecten hangen sterk met elkaar samen

Samenvatting. Indicatoren voor ecologische effecten hangen sterk met elkaar samen Samenvatting Er bestaan al jaren de zogeheten Richtlijnen voor goede voeding, die beschrijven wat een gezonde voeding inhoudt. Maar in hoeverre is een gezonde voeding ook duurzaam? Daarover gaat dit advies.

Nadere informatie

HANDELSBETREKKINGEN VAN BELGIË MET NIEUW-ZEELAND

HANDELSBETREKKINGEN VAN BELGIË MET NIEUW-ZEELAND HANDELSBETREKKINGEN VAN BELGIË MET NIEUW-ZEELAND De handelsbetrekkingen van België met Nieuw-Zeeland 0 Inhoudstafel 1. Enkele economische indicatoren - 2011... 3 2. Index van de eenheidsprijs van goederen

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 7 november 2014

PERSBERICHT Brussel, 7 november 2014 01/2010 05/2010 09/2010 01/2011 05/2011 09/2011 01/2012 05/2012 09/2012 01/2013 05/2013 09/2013 01/2014 05/2014 09/2014 Inflatie (%) PERSBERICHT Brussel, 7 november 2014 Geharmoniseerde consumptieprijsindex

Nadere informatie

Monitor Bouwketen. Voorjaar 2015. Marien Vrolijk

Monitor Bouwketen. Voorjaar 2015. Marien Vrolijk Monitor Bouwketen Voorjaar 2015 Marien Vrolijk 2 Inhoudsopgave Conclusies op hoofdlijnen 5 1 Bouwketen 6 1.1 Recente ontwikkelingen 6 1.2 Conjunctuur bouwketen 8 2 Architectenbureaus 10 3 Ingenieursbureaus

Nadere informatie

De handelsbetrekkingen van België met Bolivia

De handelsbetrekkingen van België met Bolivia De handelsbetrekkingen van België met Bolivia Algemeen: 2010 (schattingen) BBP 19,4 miljard USD Groeipercentage van het BBP 4,2% Inflatie 7,2% Uitvoer van goederen (FOB) Invoer van goederen (FOB) Handelsbalans

Nadere informatie

Internationale handel H7 1. Internationale handel. Waarom importeren: 25-2-2013. Waar komt het vandaan?

Internationale handel H7 1. Internationale handel. Waarom importeren: 25-2-2013. Waar komt het vandaan? Internationale handel H7 1 Waar komt het vandaan? Economie voor het vmbo (tot 8,35 m.) Internationale handel Importeren = invoeren (betalen) Exporteren = uitvoeren (verdienen) Waarom importeren: Meer keuze

Nadere informatie

6. Zee- en luchthavens: poorten op Europa en de wereld

6. Zee- en luchthavens: poorten op Europa en de wereld 6. Zee- en luchthavens: poorten op Europa en de wereld De totale toegevoegde waarde van de Vlaamse zeehavens en luchthavens nam in 2006 toe. De directe toegevoegde waarde van de zeehavens nam af, maar

Nadere informatie

Handel Vlaanderen - Nieuw-Zeeland ( miljoen)

Handel Vlaanderen - Nieuw-Zeeland ( miljoen) Bilaterale handel Vlaanderen - Nieuw-Zeeland Handelsbalans Vlaanderen - Nieuw-Zeeland Vlaanderen kampt met een chronisch handelsdeficit met Nieuw-Zeeland. Wel dook dat tekort in 2012 en 2013 voor het eerst

Nadere informatie

Milieubarometer 2009-2010

Milieubarometer 2009-2010 NOTITIE Nr. : A.2007.5221.01.N004 Versie : definitief Project : DGMR Duurzaam Betreft : Milieubarometer 2009-2010 Datum : 26 juli 2011 Milieubarometer 2009-2010 Inleiding De milieubarometer is een instrument,

Nadere informatie

Examen HAVO en VHBO. Economie 1,2 oude en nieuwe stijl

Examen HAVO en VHBO. Economie 1,2 oude en nieuwe stijl Economie 1,2 oude en nieuwe stijl Examen HAVO en VHBO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Vooropleiding Hoger Beroeps Onderwijs HAVO Tijdvak 2 VHBO Tijdvak 3 Woensdag 21 juni 13.30 16.30 uur 20 00 Dit

Nadere informatie

Rabobank Food & Agri. Leidt de verwachte importgroei uit China tot herstel? Kwartaalbericht Varkens Q3 2015

Rabobank Food & Agri. Leidt de verwachte importgroei uit China tot herstel? Kwartaalbericht Varkens Q3 2015 Rabobank Food & Agri Kwartaalbericht Varkens Q3 2015 Leidt de verwachte importgroei uit China tot herstel? De Rabobank verwacht een moeizaam derde kwartaal voor de Nederlandse varkenssector. Aan het einde

Nadere informatie

De Nederlandse handel met Tsjechië en Slowakije

De Nederlandse handel met Tsjechië en Slowakije DO RESEARCH De Nederlandse handel met Tsjechië en Slowakije Ontwikkeling handelsrelaties sinds toetreding beide landen tot de EU DO Research 9-8-2011 Inleiding en inhoudsopgave Pagina I Profiel Tsjechië

Nadere informatie

s-hertogenbosch, voor de vierde maal Meest Gastvrije Stad van Nederland en iets uitgelopen op de concurrentie.

s-hertogenbosch, voor de vierde maal Meest Gastvrije Stad van Nederland en iets uitgelopen op de concurrentie. s-hertogenbosch, voor de vierde maal Meest Gastvrije Stad van Nederland en iets uitgelopen op de concurrentie. Gastvrije Stad blijkt dat het verschil van s-hertogenbosch met Breda in 2012 iets kleiner

Nadere informatie

Examen HAVO. economie. tijdvak 1 woensdag 16 mei 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen HAVO. economie. tijdvak 1 woensdag 16 mei 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen HAVO 2012 tijdvak 1 woensdag 16 mei 13.30-16.00 uur oud programma economie Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 28 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 60 punten te behalen.

Nadere informatie

Buitenlandse investeringen door het MKB

Buitenlandse investeringen door het MKB M00408 Buitenlandse investeringen door het MKB Toenemende investeringen in lagelonenlanden of op kousenvoeten naar buurlanden? Jolanda Hessels Maarten Overweel Zoetermeer, 13 oktober 004 Buitenlandse investeringen

Nadere informatie

UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2002-I VAK: ECONOMIE 1,2

UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2002-I VAK: ECONOMIE 1,2 TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2002-I VAK: ECONOMIE 1,2 NIVEAU: EXAMEN: HAVO 2001-II De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen

Nadere informatie

De Watersector Exportindex (WEX)

De Watersector Exportindex (WEX) De Watersector Exportindex (WEX) prognose 2006 drs. P. Gibcus drs. W.H.J. Verhoeven Zoetermeer, februari 2007 Dit onderzoek is gefinancierd door het programma Partners voor Water. De verantwoordelijkheid

Nadere informatie

Examen HAVO. economie. tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen HAVO. economie. tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen HAVO 2010 tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur economie tevens oud programma economie 1,2 Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 27 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

Absoluut Relatief = in verhouding = procentueel; procentuele verandering procentpunt; perunage, promille; juist afronden groei over groei

Absoluut Relatief = in verhouding = procentueel; procentuele verandering procentpunt; perunage, promille; juist afronden groei over groei Absoluut Relatief = in verhouding = procentueel; procentuele verandering procentpunt; perunage, promille; juist afronden groei over groei (groeifactoren) terugrekenen in de tijd (met groeifactoren) nominaal,

Nadere informatie

NOTA (Z)140109-CDC-1299

NOTA (Z)140109-CDC-1299 Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: 02/289.76.11 Fax: 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS NOTA

Nadere informatie

SECTORFOTO 2014 VOEDINGSMIDDELEN SECTOR

SECTORFOTO 2014 VOEDINGSMIDDELEN SECTOR SECTORFOTO 2014 VOEDINGSMIDDELEN SECTOR Beschrijving van de activiteiten in de sector Nace- Bel 2008 46 Beschrijving Groothandel en handelsbemiddeling, met uitzondering van de handel in motorvoertuigen

Nadere informatie

Conjunctuurenquête Nederland. Tweede kwartaal 2015. Bedrijfsleven onveranderd positief

Conjunctuurenquête Nederland. Tweede kwartaal 2015. Bedrijfsleven onveranderd positief Conjunctuurenquête Nederland Tweede kwartaal 215 Bedrijfsleven onveranderd positief Voorwoord Dit rapport geeft de belangrijkste uitkomsten van de Conjunctuurenquête Nederland van het tweede kwartaal 215.

Nadere informatie

Gemengde verwachtingen institutionele beleggers over vastgoed

Gemengde verwachtingen institutionele beleggers over vastgoed Centraal Bureau voor de Statistiek Divisie Macro-economische Statistieken en Publicaties 3 november 24 Gemengde verwachtingen institutionele beleggers over vastgoed Drs. J.L. Gebraad De Stichting Leerstoel

Nadere informatie

Vergelijking tussen sectoren (In (Aandeel procenten) arbeidsplaatsen in procenten)

Vergelijking tussen sectoren (In (Aandeel procenten) arbeidsplaatsen in procenten) Staat van 2014 Sectorstructuur In welke sectoren is sterker vertegenwoordigd dan het s gemiddelde? Zakelijke diensten (16,5%), Informatie en Communicatie (6,5%), Financiële instellingen (4,5%) Vergelijking

Nadere informatie

Verzuimcijfers 2010 sector Gemeenten

Verzuimcijfers 2010 sector Gemeenten Verzuimcijfers 00 sector Gemeenten A+O fonds Gemeenten, april 0 Ziekteverzuim bij gemeenten daalt licht tot, procent in 00 Het ziekte van gemeenten is in 00 licht gedaald tot, procent. Ten opzichte van

Nadere informatie

Lesbrief Verdienen en uitgeven 2 e druk

Lesbrief Verdienen en uitgeven 2 e druk Hoofdstuk 1. Inkomen verdienen 1.22 1.23 1.24 1.25 1.26 1.27 1.28 1.29 1.30 1.31 1.32 1.33 1.34 D A C C A D B A D D B C D 1.35 a. 1.000.000 425.000 350.000 40.000 10.000 30.000 = 145.000. b. 1.000.000

Nadere informatie

Milieubarometer 2010-2011

Milieubarometer 2010-2011 NOTITIE Nr. : A.2007.5221.01.N005 Versie : definitief Project : DGMR Duurzaam Betreft : Milieubarometer 2010-2011 Datum : 6 januari 2012 Milieubarometer 2010-2011 Inleiding De milieubarometer is een instrument,

Nadere informatie

Diervriendelijke keuzes door consumenten

Diervriendelijke keuzes door consumenten Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit Diervriendelijke keuzes door consumenten Monitor Duurzame Dierlijke Producten 2009 Deze brochure is een uitgave van: Rijksoverheid Postbus 00000 2500

Nadere informatie

Oekraïne (foto s zijn terug te vinden op www.liba.be)

Oekraïne (foto s zijn terug te vinden op www.liba.be) Landbouw in Oekraïne 12/05/2011 Oekraïne (foto s zijn terug te vinden op www.liba.be) Oekraïne is groter dan elk land van de EU. De goede ligging van het land, gecombineerd met de vruchtbare bodems, geeft

Nadere informatie

Meeste Nederlandse werkgevers houden personeelsbestand op peil in vierde kwartaal 2011 Manpower Arbeidsmarktbarometer Q4 2011

Meeste Nederlandse werkgevers houden personeelsbestand op peil in vierde kwartaal 2011 Manpower Arbeidsmarktbarometer Q4 2011 PERSBERICHT EMBARGO TOT DINSDAG, 13 SEPTEMBER 2011, 00.01 UUR Contact: Irene Bieszke ManpowerGroup Nederland +31 (0) 6 41 05 96 62 irene.bieszke@manpower.nl Meeste Nederlandse werkgevers houden personeelsbestand

Nadere informatie

Institutionele beleggers verwachten meer te beleggen in vastgoed

Institutionele beleggers verwachten meer te beleggen in vastgoed Publicatiedatum CBS-website Centraal Bureau voor de Statistiek 18 januari 25 Institutionele beleggers verwachten meer te beleggen in vastgoed Drs. J.L. Gebraad Centraal Bureau voor de Statistiek, Voorburg/Heerlen,

Nadere informatie

Ontwikkeling in de melkmarkt 21/04/2015

Ontwikkeling in de melkmarkt 21/04/2015 Ontwikkeling in de melkmarkt 21/04/2015 Melk- en voermarkt kort samengevat Vooruitzichten voor de melkmarkt zijn pover tot aan de zomer De melkmarkt is in de ban van het einde van de melkquotering o Afwachtende

Nadere informatie

Conjunctuurenquête Nederland. Vierde kwartaal 2015

Conjunctuurenquête Nederland. Vierde kwartaal 2015 Conjunctuurenquête Nederland Vierde kwartaal 15 Ondernemers positiever over werkgelegenheid 16 Voorwoord Dit rapport geeft de belangrijkste uitkomsten van de Conjunctuurenquête Nederland van het vierde

Nadere informatie