ospo termijn voor stedelijke en Implicaties van demografische. ontwikkelingen op middellange regionale herinrichting Auteur: J.

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "ospo termijn voor stedelijke en Implicaties van demografische. ontwikkelingen op middellange regionale herinrichting Auteur: J."

Transcriptie

1 ospo Implicaties van demografische. ontwikkelingen op middellange termijn voor stedelijke en regionale herinrichting Auteur: J. den Draak

2

3 - / J -. I IMPLICATIES VAN DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN OP MIDDELLANGE TERMIJN VOOR STEDELIJKE EN REGIONALE HERINRICHTING 1 \~\ B~bliotheek TU Delft ~\ ~\ \\~ \ \\\\\\\\\\\ \ \ \ \\

4 iliwwrrj1... I'1jf, I l II

5 Rapport nr.17 Juni 1988 IMPLICATIES VAN DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN OP MIDDELLANGE TERMIJN VOOR STEDELIJKE EN REGIONALE HERINRICHTING c:1d2 a_~ \ '6 t,'"... ~..".. J. den Draak -I: 'd 2 t ters'llc, scnu Deltt Delftse Universitaire Pers/1988 III

6 Uitgegeven en gedistribueerd door: Delftse Universitaire Pers, Stevinweg CN Delft Telefoon: (015) In opdracht van: Onderzoeksinstituut voor Stedebouw, Planologie en Architectuur Technische Universiteit Delft Faculteit der Bouwkunde Berlageweg CR Delft Telefoon: (015) Typewerk: W. de Graaf-KUnz. CIP-GEGEVENS, KONINKLIJKE BIBLIOTHEEK, DEN HAAG Draak, J. den Implicaties van demografische ontwikkelingen op middellange termijn voor stedelijke en regionale herinrichting / J. den Draak. - Delft: Delftse Universitaire Pers (OSPA-rapport ; nr. 17) Met lito opg. ISBN SISO UDC /.18:( ) "404" NUGI 655 Trefw.: demografie; Nederland / planologie; Nederland. Copyright: Cc) 1988 by OSPA Research Institute of Urban Planning and Architecture. All rights reserved. No part of this book may be reproduced in any form, by print, photoprint, microfilm or any other means without written permission from the publisher; Delft University Pre ss. IV

7 INHOUD VOORWOORD PAG. KORTE SAMENVATTING SUMl1ARY 1. INLEIDING 1 2. VERANDERINGEN IN DE OMVANG VAN DE BEVOLKING De landelijke bevolkingsontwikkeling De bevolkingsontwikkeling in de steden 5 3. DE LEEFTIJDSOPBOUW Verwachtingen op landelijk niveau Verwachtingen op stedelijk niveau AANTAL EN SAMENSTELLING VAN DE HUISHOUDENS IN DE TOEKOMST Verwachtingen op landelijk niveau Verwachtingen op stedelijk niveau ETNISCHE MINDERHEDEN Verwachtingen op landelijk niveau Verwachtingen op stedelijk niveau SAMENVATTING EN CONCLUSIES 33 Literatuur v

8 VI

9 VOORWOORD Dit rapport is tot stand gekomen als deelstudie in het kader van het voorwaardelijk gefinancierde onderzoekproject "Herinrichting verstedelijkt gebied". Een van de onderdelen van dit project betreft maatschappelijke ontwikkelingen en behoeften en de consequenties hiervan voor de herinrichting van stedelijke en verstedelijkte gebieden. Demografische ontwikkelingen nemen hierbij een zo belangrijke plaats in dat het naar onze mening gerechtvaardigd is hieraan een afzonderlijke publicatie te wijden. Deze heeft als kenmerk dat kritisch gebruik wordt gemaakt van voorhanden literatuur en voorts dat statistisch materiaal wordt gebundeld en toegespitst op het onderhavige onderwerp. Hierbij ligt het accent aan de ene kant op verwachte ontwikkelingen en aan de andere kant, conform de uitgangspunten van het onderzoekproject als geheel, op de Randstad, in het bijzonder op de vier grote steden. J. den Draak VII

10 VlIr

11 KORTE SAMENVATTING Implicaties van demografische ontwikkelingen op middellange termijn voor stedelijke en regionale herinrichting. In deze studie worden de implicaties onderzocht van demografische veranderingen in de periode tot ongeveer 2010 voor de stedelijke en regionale herinrichting. De nadruk valt hierbij op ontwikkelingen in de Randstad Holland. wat het aantal inwoners betreft, is een zekere stabilisatie dan wel tijdelijke lichte groei in de vier grote steden het ~eest plausibel. Qua leeftijdsopbouw zullen dertigers en veertigers een stempel drukken op de stedelijke bevolking. Hoewel vergrijzing niet kennerkend is voor de grote steden, zal de categorie hoogbejaarden (eo jaar en ouder) er een naar verhouding grote omvang hebben. In veel sterkere mate dan elders zullen in de steden huisholldens van êên of twee personen, waaronder veel tweeverdieners, overheersen. De wat jongere êên- en tweepersoonshuishoudens concentreren zich in de centrale stadsdelen, de empty nesters treft men vooral aan in de ring '20 - '40 en de oudere naoorlogse wijken. Binnen de huishoudenscategorie~n doen zich echter in toenemende mate culturele verschillen voor. Bij de etnische minderheden zal vooralsnog sprake zijn van een behoorlijke aanwas door natuurlijke groei. De verdere ontwikkeling van de migratie, ook na de Europese eenwording in 1992, is uiterst noeilijk in te schatten. In de grote steden, waar de concellt ratie van etnische minderheden verui t he t sterks t is, is enige spreiding buiten de oudere stadsdelen, in het bijzonder de stadsvernieuwingsgebieden, te verwachten. Belangrijke implicaties van de voorziene demografische ontwikkelingen voor de te bouwen en al gebouwde omgeving zijn: - de algemene verschuiving van uitbreiding van de gebouwen voorraad naar beheer en instandhouding - de noodzaak van een sterkere afstemming op de behoeften van kleine huishoudens dan op die van de verder inkrimpende gezinnen met kinderen; meer in het algemeen de wenselijkheid van een meer categorale gerichtheid bij de planning van voorzieningen - stijging van het aantal huishoudens, vooral tweeverdieners met een "stedelijke leefstijl" die in beginsel zijn ge'i'nteresseerd in een stedelijke woonlocatie; een zekere verschuiving van de vergrijzing naar de huidige groeikernen en suburbs is op den duur zeer goed denkbaar - langer zelfstandig blijven wonen van bejaarden, gepaard aan een toenemende behoefte aan medische en andere categorale voorzieningen in de woonomgeving en een zeer sterke stijging van de vraag naar plaatsen in verpleeghuizen voortzetting van de tendens tot groei van stedelijke voorzieningen in de horeca- en uitgaanssector en tot afneming van de winkels in duurzame goederen en ziekenhuizen in de steden zelf IX

12 =-:ww '- _n - - nog sterkere afstemmingsproblemen dan thans in het vlak van de bevolkingssamenstelling en het voorzieningenaanbod (winkelcentra, scholen, speelgelegenheid), in het bijzonder in de naoorlogse wijken - vooralsnog verdere intensivering van de verkeersstromen in en tussen de grote stadsgewesten; op de lange duur mogelijk enige vermindering van het op de steden gerichte verkeer ingeval van vergrijzing van suburbane gemeenten. x

13 SUMMARY Implications of future demographic changes for urban and regional restructuring. In this study, recent trends and forecasts with respect to populat ion size, age structure, household structure and ethnic composition are analyzed and their consequences for urban and regional restructuring are discussed. Emphasis is on developments in the Randstad Holland", particularly on the four larger urban agglomerations. With respect to population size of the larger towns, it is concluded that stabilization or a temporarily slight increase seems possible. Factors contributing to this growth are (among others): the decreasing number of potential suburbanizers resulting from the changing household structure, and the recent policy of building more within the towns. However, economie recovery and further decrease of dwelling occupancy rates will at least partly compensate the fore-mentioned fac tors. Age structure in the larger towns is markedly by different from that of other parts of the Netherlands, in particular the number of children is lower and the number of aged persons is higher. In the near future the degreening process will proba bly stagnate and among the aged people, only the very old persons (80+) will be overrepresented in the large towns. Generally, old people will keep an independent househol<l during a longer period than nowadays. Consequently, the need of medical services etc. in the residential environment will grow and the same applies to the need of places in nursing homes. A highly differentiated age structure in parts of the towns is to be expected, implying the necessity of attuning facilities and services to the specific needs of the r esidents involved. Regarding household structure, present differences between the large towns and the other parts of the Netherlands - considerably more one- and two-persons-households in the large towns - will continue. By the end of the 20th century about three quarters of all households living there, will consist of one or two persons. Within the urban regions small households (among them many coupies of wh om both are wage earners) will be concentrated in the central parts. Comparatively many "empty nesters" will live in the adjacent a reas built between the two world wars and in the older residential districts built in the fourties and fifties. Families with children wil 1 be concentrated in the newer residential districts and in the suburbs. However, in the central parts of the towns processes of social upgrading and gentrification may change these tendencies; the same applies to the older suburbs as a result of ageing. Besides, one should realize that there are significant cultural differences within the household categories. The fore-mentioned changes in household structure involve farreaching consequences for the use of the built environment and XI

14 the need for certain services and facilities. The demand for small dwellings will increase; the demand for single family dwellings will decrease slightly (which does not oean that the present demand has been satisfied!). Recreational facilities should be less attuned to the needs of families with children; centrally located places of entertainment, restaurants etc. will probably attract more visitors. Many shopping centres in outer residential districts will find it hard to survive because of a decrease of customers and spendings, although also other factors are of influence here, apart from the demographical ones. Lastly: for the time being traffic flows within and between the urban regions will continue to grow despite the diminishing suburbanization and recent policy measures. In the long run, ageing of suburbs could stabilize or reduce, the traffic flows towards the towns in the "Randstad". The third component of demographic structure regards the ethnic composition. Large towns a re particularly attractive for immigrants and therefore a concentration of ethnic minorities can be found there. Forecasting the size of this population category is very difficult: especially future immigration flows are unforseea bie. \H thin the large towns, there is a slight tendency to some decentralisation. Thus, specific needs of these categories with respect to schools, retail and socio-cultural facilitie s will gradually emerge also in districts located outside the central areas. XII

15 1. INLEIDING De kwaliteit van de stedelijke gebieden in Nederland zal in de toekomst in sterkere mate door herinrichting en aanpassing van bestaande bebouwing dan door uitbreiding verbeterd moeten worden. Voor deze nieuwe opgave is inzicht nodig in verwachte maatschappelijke ontwikkelingen, waarvan de demografische ontwikkelingen een belangrijk facet zijn. Deze vormen het onderwerp van deze studie. Ontwikkelingen op economisch, sociaal-cultureel en technologisch gebied en het overheidsbeleid met het oog op stedelijke en regionale herinrichting krijgen slechts terloops aandacht. In verschillende recente studies zijn de implicaties van huidige en toekomstige demografische ontwikkelingen voor de ruimtelijke ordening en volkshuisvesting beschreven. In de meeste gevallen gaat het om studies op nationaal niveau; hier wordt dat niveau weliswaar eveneens behandeld, maar ligt de nadruk op stedelijke c.q. stadsgewestelijke ontwikkelingen in de Randstad en de consequenties hiervan voor het wonen, diverse voorzieningen e.d. Demografische vooruitberekeningen (1) bieden, in vergelijking met andere velden in het toekomstonderzoek, meer houvast bij het aangeven van implicaties voor de stedelijke (her-)inrichting. Dergelijke berekeningen steunen immers in belangrijke mate op data betreffende de thans al aanwezige bevolking. In het volgende zal eerst de toekomstige ontwikkeling van de bevolkingsomvang in Nederland als geheel en in de (middel-) grote steden die in de Randstad zijn gelegen, aan de orde worden gesteld. Vervolgens gaan we in op de verwachte samenstelling van de bevolking, waarbij we aandacht schenken aan de leeftijdsopbouw, de samenstelling van de huishoudens en de etnische minderheden. Ook met betrekking tot deze kenmerken zal, voorzover de noodzakelijke data beschikbaar z1jn, de toekomstige stituatie in de steden worden bezien. Waar mogelijk, zal ook aandacht worden geschonken aan de toekomstige ontwikkeling in onderdelen van de steden. (1) De term vooruitberekening is eigenlijk zuiverder dan prognose of voorspelling. Door het C.B.S. wordt namelijk, behalve van een rekenschema en statistische basisreeksen, gebruik gemaakt van hypothesen. Deze zijn ten dele gebaseerd op kwalitatief plausibele veronderstellingen, waarvan echter de meest plausibele kwantificering (nog) niet mogelijk is. Zie Verhoef 1981, p

16 2

17 2. VERANDERINGEN IN DE OMVANG VAN DE BEVOLKING 2.1. De landelijke bevolkingsontwikkeling De laatste bevolkingsprognose voor Nederland dateert van 1987 en strekt zich uit over de periode tot Het is een actualisering van de eind 1985 verschenen prognose. Er worden drie varianten onderscheiden: een hoge, een midden- en een lage variant. Wij gebruiken hier de middenvariant, waarin de volgende bevolkingsontwikkeling wordt voorzien. Tabel 1. Vooruitberekening bevolking van Nederland (Middenvariant, x 1000) Bron: C.B.S., Bevolkingsprognose voor Nederland , 's-gravenhage Bevolking op 1 Januari Populstion on Jsnusry l.t m'n " i ","'" _ ,," ----,." -::::'--'-'--'-'--,," ~. '--'--- '- "''-- "'~.~.~ cbs Bevolkingsprognose Midden variant Population Forecasts 1981, Medium variant -- Population Forecasts low variant ---- Populatio" Forecasts 1981, High variant _. - Population Forec8sts , Medium variant Figuur 1. Bevolkingsprognose volgens drie varianten. Bron: C.B.S., Maandstatistiek van de bevolking, januari 1988, p.14. 3

18 In de bijstelling 1986 van de bevolkingsprognose 1985 werd nog de verwachting uitgesproken dat het inwonertal van Nederland tussen 2005 en 2010 zou gaan dalen (volgens de middenvariant). In de hier vermelde meest recente prognose ligt dit keerpunt pas omstreeks Het belangrijkste verschil in uitgangspunt is het hogere aantal immigranten dat wordt verwacht. Het C.B.S. gaat er thans van uit dat Nederland duurzaam een immigratieland blijft. OVerigens blijft de buitenlandse migratie in elke prognose een zeer onzekere factor. Is thans reeds sprake van een accentverschuiving in de richting van meer aandacht voor beheer en vernieuwing van de bestaande gebouwenvoorraad en herinrichting van de bestaande verstedelijkte gebieden, bij een steeds tragere groei van de bevolking in de komende decennia zal dit nog in veel sterkere mate en op veel grotere schaal dan thans het geval (moeten) zijn. Men realisere zich echter wel dat door de snelle groei van het aantal woningbehoevende huishoudens (zie par.4) toch nog een uitbreiding van de woningvoorraad met ca. 1 miljoen nodig zal zijn. Foto 1. Oudbouw en nieuwbouw (ontwerper Aldo van Eyck) in de binnenstad van Zwolle (Foto: C. Steffen). 4

19 Tabel 2. Veranderingen in het aantal inwoners van de vier grote Nederlandse stedelijke agglomeraties in de periode Totale bevolking Gemiddelde procentuele (x 1000) jaarlijkse verandering ' ' '84 Amsterdam Centrale stad Suburbane ring Agglomeratie Rotterdam Centrale stad Suburbane ring Agglomeratie Den Haag Centrale stad Suburbane ring Agglomeratie Utrecht Centrale stad Suburbane ring Agglomeratie Bron: C.B.S., Bevolking der gemeenten van Nederland op 1 januari 1970, 1975, 1980 en De bevolkingsontwikkeling in de steden Wat de stedelijke bevolkingsontwikkeling betreft, kijken we eerst naar enkele trends in de vier grote agglomeraties in de periode vanaf Uit de tabel blijkt dat de centrale steden in alle drie perioden een teruggang vertonen, terwijl de suburbane ring steeds een groei laat zien. Voor Amsterdam en Den Haag dateert deze ontwikkeling al van het eind van de jaren vijftig, terwijl Rotterdam in 1965 volgde. Er zijn echter wel enkele belangrijke verschillen tussen de drie perioden: de centrale steden verliezen de meeste inwoners in de eerste helft van de jaren zeventig en, met uitzondering van Amsterdam, de minste in de eerste helft van de jaren tachtig. Gedurende de eerste twee perioden weegt de groei in de suburbane ring in de drie grootste agglomeraties niet op tegen het verlies van de centrale stad, zodat dan ook het inwonertal van de agglomeraties terugloopt. In de laatste periode is dit alleen in Den Haag nog het geval. Dit verschijnsel wordt wel aangeduid als "desurbanisatie" (Van den Berg, Boeckhout en Van der Meer 1981). De verklaring voor het bevolkingsverlies ligt zowel in een tief saldo voor de natuurlijke groei als in een negatief negamigra- 5

20 tiesaldo. Wat het eerste betreft: op een enkele incidentele onderbreking na vertonen Rotterdam en Den Haag een sterfteoverschot, respectievelijk sinds 1976 en In Amsterdam was dit in de jaren zeventig eveneens het geval, maar in de jaren tachtig niet meer. Alleen in Utrecht doet zich steeds een geboorte-overschot voor. De vertreksaldi zijn in de jaren tachtig kleiner dan in de jaren zeventig, wat is toe te schrijven aan een over de hele linie lagere mobiliteit. Amsterdam vormt hierop een uitzondering: de vestiging liep terug, maar het vertrek (voor een belangrijk deel naar gemeenten binnen de agglomeratie) bleef vrijwel even hoog als in de jaren (Schouwen Den Draak 1986, p.30). Volledigheidshalve vermelden we nog dat van de overige gemeenten in de Randstad met meer dan inwoners alleen Haarlem (stad en agglomeratie) een voortdurende teruggang laat zien. De andere drie - Dordrecht, Leiden en Zaanstad - vertonen een wisselend beeld met recent een tendens tot stabilisatie van het inwonertal. Omstreeks 1985 heeft zich in de bevolkingsontwikkeling van de grote steden een keerpunt voorgedaan. Ook al moet men gezien de korte periode die sindsdien is verstreken, voorzichtig zijn met vergaande conclusies, vast staat dat voor het eerst na lange tijd de bevolking van de grote steden enigszins is toegenomen, in Amsterdam zelfs met ca Ook de suburbane ring geeft nog enige groei te zien, zodat alle vier agglomeraties (dus ook de Haagse die lange tijd inwoners verloor) een toeneming van het aantal inwoners boekten. Er is duidelijk sprake van een gewijzigde situatie, wanneer we de jaren tachtig vergelijken met de jaren zeventig. De belangrijkste factoren die er toe leiden dat de grote steden hun bevolking thans meer vasthouden, zijn de invloed van de economische recessie (minder suburbanisatie), veranderingen in de leef tijds- en huishoudensopbouw van de steden (meer kleine huishoudens, minder potenti~le suburbanisanten) en meer recent het stadsvernieuwingsen het compacte stad-beleid (meer woningbouw in de steden zelf). Wel geopperde veronderstellingen over een omvangrijke retourmigratie (gezinnen van spijtoptanten) missen een empirische basis. Uit tabel 3 (blz.8) blijkt dat in de jaren tachtig, ook in de meest recente periode, steeds sprake is geweest van een vertrekoverschot bij de binnenlandse migratie en een vestigingsoverschot bij de buitenlandse migratie. Sinds 1984 is de immigratie weer toegenomen (vooral uit Turkije, waaronder veel asielzoekers) en Marokko. Zo bleek uit een recent onderzoek naar de migratie uit groeikernen in Noord-Holland naar Amsterdam dat de migratiestromen weliswaar groter waren geworden, maar dat de overheersing van jongeren, ongehuwden en alleengaanden was blijven bestaan, ook al waren wat meer migranten in gezinsverband vertrokken (P.P.D. Noord-Holland 1986, p.38). Het verschijnsel van retourmigratie doet zich dus zeker voor, maar met name waar het gaat om gezinnen, lang niet in die mate die soms wordt gesuggereerd. 6

21 \ Trek naar grote' steden neemt toe Overloop op zijn ret Our? In de binnensteden van ~:tterdam, Amsterdam en n Haag verrijzen glanzende ' woongebouwen d d d ' Ie I eca ente luxe uitstralen n Amsterdam en Utrecht worden grachtenpanden.verbouwd tot riante appartementen. Gro~tstedelijk wonen is de meuwste trend ' voornam I Ok '. e IJ In zwang b yuppies. IJ De trek naar de neemt toe. terwijl rro te steden, pen Jaren. een ste k de afgelowas omdat men re leegloop naar kleine Plaa~ uitzwermde ving. n in de omge- Hetfore veel tijd nsenverkeer of. wordt ve~ waardoor red ln trein _ Is ee In de file me~n.om te verh~ belangrijke c dichter bij n. Ook wil o~~:zaal of bl~uwburg. rele le;e~. nemen aan h~t ~~~~~ 7 \ \

22 Tabel 3. Vestiging in en vertrek uit de vier grote steden Jaargemiddelde Vestig. Vertrek Saldo Vestig. Vertrek Saldo bi.land bi.land bu.land bu.land Amsterdam Rotterdam Den Haag Utrecht Vestig. Vertrek Saldo Vestig. Vertrek Saldo bi.land bi.land bu.land bu.land Amsterdam Rotterdam Den Haag Utrecht Vestig. Vertrek Saldo Vestig. Vertrek Saldo bi.land bi.land bu.land bu.land Amsterdam Rotterdam Den Haag Utrecht Bron: C.B.S. Maandstatistiek van de bevolking, diverse nummers. Voorgaande beschrijving over recente ontwikkelingen van de bevolking in de grote steden is mede bedoeld om verwachtingen over de toekomstige ontwikkeling beter te onderbouwen. Vooruitberekeningen op stedelijk niveau zijn nu eenmaal geen eenvoudige zaak, vooral door de uiterst moeilijk te voorspellen migratiebewegingen. Recent is een drietal modellen ontwikkeld om het bevolkingsverloop in de Nederlandse gemeenten (of andere ruimtelijke eenheden) te voorspellen: a. Het Primos-model, ontwikkeld door het Planologisch Studiecentrum T.N.O. ten behoeve van de regionale woningbouwprogrammering. Doel is het bepalen van het effect van woningbouwprogramma's op de bevolkingsverdeling en op de vraag naar woningen. Voor meer details wordt verwezen naar Gordijn, Heida en Den Otter Recente bevolkingsprognoses op gemeente- 8

23 lijk niveau volgens dit model strekken zich uit tot het jaar Daarbij moet worden aangetekend dat men zich voor een schatting van de migratie in de eerste jaren baseert op het Meerjarenplan Woningbouw en voor de volgende periode tot 2000 op een indicatieve verdeling die ongeveer gelijk is aan die in Voor de jaren na 2000 wordt verondersteld dat geen woningbouwmigratie plaats vindt. b. Het Demput-model, ontwikkeld door de Provinciale Planologische Dienst Utrecht in samenwerking met het Geografisch Instituut van de Rijksuniversiteit Utrecht. In dit model wordt de hoogte van de parameters voor geboorte, binnenlandse migratie en vertrek naar het buitenland, berekend voor de basisperiode , constant verondersteld in de prognoseperiode tot De buitenlandse vestiging is bijgesteld, waarbij men zich baseert op de C.B.S.-middenvariant. Voor meer details zij verwezen naar Van den Berg en de Jong c. Modelsimulaties, waarbij met het jaar 1978 als basis, bepaalde vooronderstellingen worden gemaakt over een afwijkende ontwikkeling van een parameter (bijvoorbeeld een 10% hogere mobiliteit) in de toekomst. De resultaten van dit door Sleegers (1987) ontwikkelde model beslaan de periode tot Wij geven in dit kader de voorkeur aan het gebruik van de Primosprognose, omdat deze het meest duidelijk inspeelt op recente ontwikkelingen (geen oudere, constant veronderstelde parameters) en omdat rekening wordt gehouden met de locatie van de geplande woningbouw in de komende jaren. Een nadeel is dat de prognose voor de jaren na 1991 eigenlijk niet meer dan indicatieve waarde heeft. Gelet op onze doelstelling, willen we echter dit nadeel niet al te zwaar laten wegen. De meest recente prognose die we hier vermelden voor acht grote gemeenten in de Randstad, is dus gebaseerd op de middenvariant van de nationale bevolkingsprognose 1986 en op het Meerjarenplan Woningbouw Tabel 4. Bevolking van acht steden per (waargenomen), 1995, 2000 en 2010 (volgens Primos-prognose) (x 1000) (x 1000) (x 1000) Amsterdam Rotterdam Den Haag Utrecht Haarlem Zaanstad Dordrecht Leiden ,4 757,1 808, ,0 598,0 611, ,9 438,1 445, ,1 240,2 247, ,3 141,9 139, ,6 125,3 121, ,3 108,5 106, ,6 120,2 122,1 Bron: Gegevens Primos-prognose 1987,verstrekt door Instituut voor Ruimtelijke Organisatie T.N.O. 9

24 _" 1.: IIW 11 - I1 ' "'~ De prognose wijkt in die zin af van eerdere Primos-prognoses dat thans voor drie van de vier grote steden groei wordt voorzien, wat verklaard kan worden uit de inmiddels ontwikkelde bouwprogramma's voor lokaties binnen de gemeentegrenzen. Voor Amsterdam wordt zelfs een forse groei verwacht. In dit verband wijzen we op de doelstelling van het gemeentebestuur om in het jaar 2000 een bevolkingscijfer van te bereiken. In een recente dissertatie hebben Rima en Van Wissen twee scenario's voor de woningbouw in de regio Amsterdam uitgewerkt. Het uitgangspunt van het "yuppie-scenario" is dat in de stad jaarlijks 4500 nieuwe huizen (vooral flats) worden gebouwd, terwijl het "familie-scenario" uitgaat van de bouw van 6500 woningen per jaar, waaronder naar verhouding veel eengezinshuizen. De auteurs komen tot de conclusie dat in beide gevallen de Amsterdamse bevolking tot in de jaren negentig zal blijven stijgen, waarna een stabilisatie optreedt en wederom een vermindering. Het door de gemeente beoogde inwonertal van in het jaar 2000 wordt in geen van beide scenario's gehaald (Rima en Van Wissen, 1987 hoofdstuk 11). Wat de kleinere steden betreft, wordt alleen voor Leiden nog een noemenswaardige toeneming van het inwonertal verwacht en voor Haarlem een verdere teruggang. In ons kader gaat het niet zozeer om de cijfers als zodanig alswel om de te verwachten tendenties. Verwijzend naar eerdere opmerkingen over de oorzaken van de in de jaren tachtig - zeker de meest recente ervan - gewijzigde bevolkingsontwikkeling in de steden, kunnen we ons afvragen, of die factoren ook in de toekomst werkzaam zullen zijn. Op de verwachte leef tijds- en huishoudensopbouw komen we in de volgende paragra fen nog terug, maar hier kunnen we al stellen dat deze factor ook in de toekomst ten gunste van de steden zal blijven werken. Wat de andere twee factoren betreft, zijn veel meer vraagtekens te plaatsen. In geval de economie aantrekt - en er is thans reeds sprake van een duidelijke opleving - is een toeneming te verwachten van de geografische mobiliteit en ook van de suburbanisatie van het wonen, al zal dit verschijnsel zeker een minder hoge vlucht nemen dan in de periode Verder zal het compacte stad-beleid vooralsnog enig soelaas blijven bieden, maar men realisere zich dat de daling van de woningbezetting nog zal doorgaan en dat in veel steden de bouwlocaties beperkt zijn. Alles bijeen genomen, lijkt voor de grote en ook voor sommige middelgrote steden in de Randstad op de middellange termijn een tijdelijke groei en op wat langere termijn een zekere stabilisatie het meest plausibel. Naar onze mening is het waarschijnlijk dat vertrek uit de steden vanwege woonmotieven in de toekomst meer dan recent het geval was zal plaatsvinden naar gemeenten binnen hetzelfde stadsgewest. Deze veronderstelling is gebaseerd op de verwachting dat het overheidsbeleid om meer woningen in en in de omgeving van de steden te bouwen tot op zekere hoogte succes zal hebben. We gaan er dan wel van uit dat de woonmilieus voldoende wervend zullen zijn om het aantal verhuizingen naar verder gelegen kleine kernen, die over het algemeen ook meer problemen opleveren in het vlak van het woon-werkverkeer,te verminderen. Voorzover deze verhuizingen zich binnen dezelfde agglomeratie zullen voltrekken, zal dit met name van betekenis zijn 10

25 UI I I,,\1 WW,! 1I"'! '''''11'' MI. _..,,' ".n.. " J, t±z voor het draagvlak van diverse voorzieningen op stedelijk niveau. In het algemeen geldt voor de grote steden dat, naast de sterk toegenomen betekenis van stadsvernieuwing en beheer, ook de woningbouw op nieuwe bouwlocaties voorlopig nog van belang zal blijven. Aannemelijk is dat op langere termijn, na 2UUO, de daling en sterke vergrijzing van de lands bevolking, belangrijke effecten zullen hebben voor de omvang van de bevolking van de grote steden. We komen echter te veel in een speculatief vlak, wanneer we hierover nog meer concrete uitspraken zouden doen. 11

26 i_e.::ji.iiljiiljjliu UII IIII.;L.I.rJU.. li:.j.:.id.lw.jl:...-.:lllr::!'!-lll...:ji_iuill1ll.. I.:L:.,"'"~U u._wwid...il!l " > I'... 11' 12

27 3. DE LEEFTIJDSOPBOUW 3.1 Verwachtingen op landelijk niveau De vooruitberekening van het C.B.S. van de bevolking naar leeftijdscategorie ziet er als volgt uit: Tabel 5. Vooruitberekening bevolking van Nederland naar leeftijdscategorie (Middenvariant, x 1000) 0-19 jr jr. 65+ totaal abs. % abs. % abs. % = 100% Bron: C.B.S., Bevolkingsprognose van Nederland Hoewel de meest ingrijpende veranderingen - een absolute daling van de bevolking en een explosieve groei van het aantal bejaarden - pas rond 2020 worden verwacht, voorziet men ook voor de periode ervoor belangrijke ontwikkelingen in de leeftijdsopbouw. In de eerste plaats betreft dit de absolute en relatieve van de categorie jeugdigen. In tegenstelling tot andere tijdscategorie~n is dit proces al enige tijd aan de gang. dens een korte onderbreking in de jaren negentig wordt een dere "ontgroening" voorzien. daling leef Behou ver , evolking.proonoM Midd.n Y~I Popul'llon FOtKUt Mtldium vanani -- POPUl81ion FOf'eCQts 1987, Lew v.ri.", ---- Population ForllC8IIt High v.riant _.- PopuIaUon F~ Medium '1',*,1 Figuur 2. Percentage 65-plussers in de totale bevolking op januari. Bron: C.B.S., Maandstatistiek voor de bevolking, januari 1988, p

28 De leeftijdscategorie jaar, waaruit het overgrote deel van de beroepsbevolking wordt gerecruteerd, zal in de periode tot 2010 in absolute zin nog toenemen, zij het steeds minder snel. Aanvankelijk betreft dit zowel de categorie jaar als de categorie jaar, na 1990 alleen laatstgenoemde. Tenslotte de groei van de bejaardenbevolking. Weliswaar zal pas na 2010 een explosieve groei optreden, maar dit neemt niet weg dat zich ook in de komende 20 jaar al een forse absolute en procentuele toeneming zal voordoen, in het bijzonder bij de hoogbejaarden, waaronder veel weduwen zullen voorkomen. Deze ontwikkelingen leiden in bedoelde periode tot een vermindering van de zogenaamde "demografische druk": het aantal 0-19 jarigen en personen van 65 jaar en ouder tezamen als percentage van het aantal jarigen. Na 2010 zal de demografische druk weer sterker worden. Tussen 2020 en 2035 zal het aantal bejaarden het aantal jeugdigen in ons land gaan overtreffen. Hier kan reeds de algemene conclusie worden getrokken dat de herinrichting van de gebouwde omgeving in sterkere mate dan thans moet worden afgestemd op de behoeften van ouderen en in mindere mate dan thans op die van jongeren. Dat betreft niet alleen het wonen in engere zin, maar ook de woon- en leefomgeving. Men dient er overigens rekening mee te houden dat de ouderen van de toekomst wellicht een ander, meer actief, gedragspatroon zullen vertonen dan de ouderen van nu Verwachtingen op stedelijk niveau Tabel 6 geeft inzicht in de thans bestaande leeftijdsopbouw tussen de acht grotere steden onderling en met Nederland als geheel. verschillen in in de Randstad Tabel 6. Procentuele verdeling van de leeftijdsklassen in acht steden in de Randstad per plus Tot.aant jr. jr. jr. jr. jr. inwoners (= 100%1 Amsterdam Rotterdam 's-gravenhage Utrecht Haarlem Zaanstad Dordrecht Leiden Nederland Bron: Gegevens van het C.B.S., bewerking OSPA. Over het geheel genomen wijken de grote drie het meest af, het duidelijkst bij de jongste en de oudste twee categoriegn. 14

29 S.. q.."n -... " H! W I IJ" \ 1 I ), " WI!IIU '.'R"iiH"'iI If'ltl.( 1tl 'W' 'flmm_ lau... IIW!MM.w, De jeugdigen zijn veruit het zwakst vertegenwoordigd in Amsterdam; enkele kleinere steden (Zaanstad, Dordrecht) benaderen het landelijke cijfer, waarbij men zich dient te realiseren dat dit door het gewicht van de grote vier omlaag wordt getrokken. Bij de categorie jaar springen de studentensteden Utrecht en Leiden er uit, maar verder zijn de verschillen niet spectaculair. Bij de volgende leeftijdscategorie jaar valt de relatief sterke positie van Amsterdam op, wat met de huisvesting van veel alleenstaanden en tweepersoonshuishoudens in verband gebracht moet worden. Overigens is het beeld in deze categorie en ook bij de jarigen wisselend. Bij beide categorie~n bejaarden (65-74 jaar) vallen vooral de grote drie en Haarlem op door een hoog percentage. Behalve Zaanstad laten alle genoemde steden in de Randstad een hogere vertegenwoordiging van bejaarden zien; hierbij komen Den Haag, Rotterdam en Haarlem als de meest vergrijsde steden in beeld. Het is niet denkbeeldig dat bij deze categorie in de steden en wellicht in de gehele Randstad, het verschijnsel pensioenmigratie - gericht op landschappelijk aantrekkelijke gebieden - zal gaan toenemen. Naarmate meer mensen van de VUT en dergelijke regelingen gebruik maken, zal ook de categorie jaar meer bij deze migratieprocessen betrokken kunnen raken. Naast deze "ontgrijzing" wordt verwacht dat een aanhoudende stroom asielzoekers en gezinsherenigers een bijdrage zal leveren aan een zekere verjonging van de stedelijke bevolking (vgl. Sanders 1987). Het lijdt geen twijfel dat de toch al van het landelijke patroon afwijkende leeftijdsopbouw van de grote steden in de jaren zestig en zeventig door selectieve migratie (suburbanisatie van gezinnen, vestiging van vooral alleenstaanden) verder is scheefgetrokken. Een jonge stad zoals Zaanstad - en dit geldt ook voor Dordrecht - heeft minder met deze processen te maken gehad dan de andere steden. Afgaande op de Primos-gegevens zullen de verschillen tussen de grote en middelgrote steden eerder kleiner dan groter worden. Het meest opvallend is hierbij een teruggang van de bejaardencategorie die zich in de grootste steden zal gaan voordoen, dit in tegenstelling tot de verwachting voor de andere steden en voor Nederland als geheel. Uit tabel 7 is een procentuele afneming af te leiden voor Amsterdam en Den Haag. Op 't Veld (1986) berekent ook de aantalsontwikkeling van de 65plus-categorie tot 2015 en komt dan tot de opmerkelijke conclusie dat Amsterdam, Rotterdam en Den Haag dan minder bejaarden zullen tellen dan thans (zij het meer dan in 2000). Hierbij moet wel worden opgemerkt dat er een belangrijk verschil zal zijn tussen de categorie jaar (vrij sterke daling) en de 75-plussers (in Amsterdam enige daling, in Rotterdam en Den Haag, net als in alle andere steden, een stijging). Voor de toekomstige leeftijdsopbouw maken we gebruik van de meest recente Primos-prognose, waarbij we nogmaals wijzen op het indicatieve karakter van de cijfers op wat langere termijn. In tabel 7a is de ontwikkeling van de absolute aantallen opgenomen, in tabel 7 b die van de percentages. 15

30 f ~ ~ Tabel 7a. Bevolking van acht steden naar leeftijdsopbouw in 1985 (waargenomen), 1995, 2000 en 2010 (Primos-prognose), absolute aantallen jaar jaar Amsterdam ll llo Rotterdam ll 's-gravenhage Utrecht Haarlem Zaanstad ll Dordrecht Leiden ll ll :'44 jaar jaar 0' Amsterdam Rotterdam 's-gravenhage ll9 Utrecht Haarlem Zaanstad Dordrecht Leiden jaar 75plus Amsterdam Rotterdam 's-gravenhage Utrecht Haarlem Zaanstad Dordrecht Leiden Bron: Gegevens Primos-prognose 1987, verstrekt door het Instituut voor Ruimtelijke Organisatie T.N.O.

31 Tabel 7b. Bevolking van acht steden naar leeftijdsklasse in 1985 (waargenomen) en 2010 (Primos-prognose). in percentages jaar jaar jaa r " Amsterdam Rotterdam 's-gravenhage Utrecht Haarlem Zaanstad Dordrecht Leiden jaar jaar 75 plus Amsterdam Rotterdam 's-gravenhage Utrecht Haarlem Zaanstad Dordrecht Leiden Bron: Gegevens Primos-prognose verstrekt door het Instituut voor Ruimtelijke Organisatie T.N.O.

32 Ten aanzien van de 0-14 jarigen valt de voorziene absolute en relatieve toeneming in de vier grote steden en Leiden op, temeer waar deze categorie in de jaren zeventig en tachtig sterk is teruggelopen. Pas na 2000 loopt de absolute omvang, parallel aan de landelijke tendens, terug. Voor alle acht steden geldt dat de percentages dan gaan dalen. Wat de volgende categorie, de jarigen, betreft, wordt tot 2000 een vrij forse terugval verwacht, zowel absoluut als procentueel. De "opschuiving" van de jongste categorie manifesteert zich in de groei na dat jaar, waarbij de percentages in alle acht steden stijgen. Bij de groep jaar springt vooral de ontwikkeling in Amsterdam en Rotterdam in het oog: bij beide steden tot 2000 (vooral in het eerste deel van de komende periode) een flinke absolute groei. Daarna wordt overal een flinke afneming voorzien, conform de landelijke tendens. Er vindt dan een verschuiving van het zwaartepunt plaats naar de jarigen; na 1995 zal deze categorie in alle steden snel toenemen en meer dan een kwart van de bevolking gaan uitmaken. Bij de bejaarden gaat het om enkele opvallende, wellicht zelfs verrassende ontwikkelingen. Voor de jongste van de twee categoriegn (65-74 jaar) wordt in alle acht steden tot 2000 een absolute en procentuele daling verwacht. Dit betekent dat de verschillen met het landelijke percentage - zoals we gezien hebben, zijn deze vooral in de grotere steden aanzienlijk - kleiner zullen worden. In een deel van de steden (Amsterdam, Zaanstad, Dordrecht en Leiden) zal daarna weer enige stijging optreden, maar van een spectaculaire vergrijzing is geen sprake. Opvallend is de verwachting (zie tabel 8) dat zich een zeer sterke vergrijzing zal manifesteren in groeikernen zoals Maarssen, Zoetermeer en Huizen. Hierbij speelt de te verwachten migratie van de tweede generatie uit de suburbs en groeikernen naar de centrale steden een rol van betekenis. (Uiteraard is thans niet te voorzien, of deze categorie daar ook zal blijven wonen, nadat zij een volgende fase in de huishoudenscyclus zullen hebben bereikt). Een en ander impliceert dat men bij herinrichting van verstedelijkte gebieden een zeer gericht en locaal gedifferentieerd beleid zal moeten voeren met het oog op huisvesting en voorzieningen voor bejaarden; tot op zekere hoogte geldt dit ook voor schoolvoorzieningen e.d., al zal de ontwikkeling van de 0-19-jarigen toch meer uniform verlopen. Een ander gevolg van het algemene verouderingsproces zal de verminderde neiging om te verhuizen zijn: verhuisgedrag is in sterke mate leef tijdsgebonden en het aantal starters op de woningmarkt wordt steeds kleiner. Dit betekent ook dat, zoals we al eerder stelden, de categorie potentigle suburbanisanten in de steden geleidelijk wordt uitgedund. 18

33 Tabel 8. Categorie 65plus in de vier grote steden en enkele groeikernen (aantal 1986 = 100) Amsterdam Rotterdam Den Haag Utrecht Maarssen Zoetermeer Huizen Capelle Bron: D. op 't Veld, Vergrijzing naar tijd en plaats. Inleiding conferentie NIROV Arnhem, 11 december Binnen de grote steden is ook weer sprake van belangrijke verschillen. Uit een door ons uitgevoerde analyse van veranderingen in de bevolkingssamenstelling van een aantal Nederlandse binnensteden (den Draak 1979) tussen 1970 en 1978 bleek dat de percentages bejaarden er terugliepen. Vooral de categorie jarigen neemt er relatief toe. Omdat de 0-14-jarigen er naar verhouding nog sneller teruglopen dan in de steden als geheel, vertoont de leeftijdsopbouw van veel binnensteden duidelijker dan waar ook het beeld van een urn. Verwacht mag worden dat deze tendenties zich vooralsnog zullen voortzetten. Op beperkte schaal - met name in steden zoals Amsterdam en U trecht - is een proces waar te nemen dat wel als "gentrification" wordt aangeduid: relatief jonge mensen met een hoge opleiding gaan of blijven in de binnenstad wonen in gerestaureerde of door hen zelf opgeknapte panden. De omvang van dit verschijnsel (yuppies) en meer in het algemeen van retourmigratie naar de (binnen-)steden moet echter niet worden overschat. De implicaties van veranderingen in de leeftijdsopbouw voor de stedelijke herinrichting lijken echter belangrijker in de oudere stadsdelen rond de binnensteden en in toenemende mate ook in de eerste na-oorlogse stadsuitbreidingen. De vergrijzing manifesteert zich het duidelijkst in de oudere stadsdelen, met name in de 1ge-eeuwse randzones en de 20e-eeuwse wijken met woningwetbebouwing (Van der Loo e.a.1981, p.44). Er zijn echter uitzonderingen: stadsvernieuwingswijken, waar bejaarden worden vervangen door jongeren en etnische minderheden, veelal kwetsbare groepen. In het vlak van de voorzieningen is dan vaak een verschuiving van culturele naar meer sociale aspecten van dienstverlening te constateren. Daarnaast is te verwachten dat de veroudering van de na-oorlogse wijken zich in een versneld tempo zal voortzetten; hier gaat het om inkrimpende en weinig mobiele huishoudens die blijven wonen in wijken die bij de bouw voor jonge gezinnen waren bestemd. Wellicht is in deze wijken de discrepantie tussen de bevolkingsopbouwen het voorzieningenbestand nog groter dan in de oudere stadsvernieuwingsgebieden. 19

34 Yuppies en het nieuwe wonen,stede/i'k Pko mst In 0 ~ e bev OlkingSk atego' neën _.-- Echte Yuppies komen in.nederiand maar.. zeer sporadisch voor nur de De trek ven de yuppies koste v.~'=::: ten Inkomens die de lage buurten nu..... en. stedelijke z.' dreigen verdrongen te worden door de beter _...- Als er geen alt:;;;;;' _... he!' WOldt gevonden. en:: we voor deze groèp éen 'meu;' we woningnood. Teg I" samensteil' log v e Ijk h' met de verand" namelijk ook an ulshoudens d enng In voor. Als i een,veranderin ' oet Zich veranderin ~dlcatle vaar d g 10 leefstijl opkomst v~ an worden ge eze leefstijl_, an het wezen g etlote, versch " populaire id I op de zozeer een e IJnsel yuppie ' Deo?gisch wel een,mpmsch te du'd' It IS niet meuw 'd I en g referentiegroe ~ eaaltype een roep als leefstijl, v an de p die velen' aanspr meuwe k P rofessional ~ogenaamde Yo ee t, De stedelijke OS IS echter b" ~ng Urban duidelijk' It geldt ook va IJ dultstek een Income ;:: w~~rneembare 0; eempirisch Dinkies k~n Ids (Dinkies) r~p Double ren VOor 'h ne~ als voortr 'kk uppies en et nieuwe w onen', e ers funge - 20

35 .. ex,., W,! 'W' I ' b"+tw 'M Aan de ene kant betreft het hier een overmaa t aan scholen. Waar dit verschijnsel zich voordoet, zal veelal "spee lruimte" ontstaan voor een nieuwe invulling van het bestaande stedelijke gebied. Aan de andere kant is er een tekort aan en soms moeilijke bereikbaarheid van voorzieningen voor ouderen. Wat het laatste betreft, dient men rekening te houden met de tendens om bejaarden langer dan in het recente verleden thuis te laten wonen. Dit betekent de noodzaak van meer externe voorzieningen die ook voor hen bereikbaar zijn. Vooral de verwachte groei van het aantal hoogbejaarden leidt tot een grotere vraag naar eerstelijnszorg en kruiswerk. Bij het laatste ziet men een toenemend appêl op zorgverlening van intensieve en complexe aard. Overigens moet men de ernst van de voorzieningenproblematiek voor bejaarden ook weer niet overschatten: voorzieningen voor ouderen zijn voor een groot deel voorzieningen voor iedereen en een deel van de specifieke voorzieningen voor ouderen (zoals de gezinszorg) is ambulant (Grunfeld (red.) 1983, p.41). Van belang is nog wel de verwachting dat het beroep van hoogbejaarden (80 en ouder) op welzijnsinstellingen het sterkst tot uiting zal komen in de Randstad (Ter Heide 1982, p.27). 21

36 ' 'rit!he ' ". jwp l... Mw. I..,... - lil " _W'"M 22

37 1'!"Î"jr'd'.Ki «IW... KMi l tit'6'jtet I1 1 JlW_!!, II"" Mil' 4. AANTAL EN SAMENSTELLING VAN DE HUISHOUDENS IN DE TOEKOMST 4.1 Verwachtingen op landelijk niveau In het aantal en de samenstelling van de huishoudens in Nederland zijn de laatste decennia ingrijpende veranderingen voorgekomen. In de periode na de Tweede Wereldoorlog is het aantal huishoudens naar verhouding veel sneller toegenomen dan de totale bevolking van 20 jaar en ouder. Dieleman en Schouw (1984, p ) conteren voor de periode een groei van de huishoudens met 90% en van de bevolking vanaf 20 jaar en ouder met 54%. Vooral na 1960 verliest het traditionele gezin - een echtpaar met thuiswonende kinderen - terrein aan andere typen huishoudens: in de jaren zestig vooral alleenstaanden, in de jaren zeventig ook de sterk opkomende èèn-oudergezinnen en niet-gezinshuishoudens van twee of meer personen. Deze ontwikkelingen hebben geleid tot een aanzienlijke daling van de gemiddelde huishoudensgrootte (van 3,50 in 1960 tot 2,64 in 1985). Ons interesseert vooral de toekomstige ontwikkeling. Prognoses op dit terrein zijn minder "hard" dan bevolkings- en leeftijdsprognoses, doordat ook economische en sociaal-culturele factoren een belangrijke rol spelen. Een prognose in het kader van een actualisering van het Trendrapport Volkshuisvesting 1982 geeft echter in elk geval de richting aan van de toekomstige ontwikkeling. Tabel 9. Aantal huishoudens en huishoudens naar grootte Aantal Grootte (in %) Gem. g-rootte (x 1000) ~ , , , ,37 Bron: Ministerie van V.R.O.M. en Bureau voor Strategisch 11arktonderzoek. Toetsing en actualisering Trendrapport Volkshuisvesting Zoetermeer, Er wordt dus nog een toeneming met ca. miljoen huishoudens voorzien, dat wil zeggen: een groei van bijna 20% tegenover een bevolkingsgroei van nog geen 8%. Heida en Gordijn (1985, p.10) schrijven de groei van de huishoudens, waarvan het tempo overigens afneemt, voor 85% toe aan veranderingen in de omvang en samenstelling van de bevolking en voor 15% aan de voortgaande individualisering. Zou de economische groei meer bedragen dan de thans verwachte 1 ä 2% per jaar, dan zou het aantal huishoudens nog hoger kunnen uitvallen. Zo ver- 23

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur M. Zander MSc. Eerste begeleider: Tweede begeleider: dr. W. Waterink drs. J. Eshuis Oktober 2014 Faculteit Psychologie en Onderwijswetenschappen

Nadere informatie

Dienst Ruimtelijke Ordening Fact sheet Demografische ontwikkelingen: blijvende groei Amsterdamse bevolking

Dienst Ruimtelijke Ordening Fact sheet Demografische ontwikkelingen: blijvende groei Amsterdamse bevolking Dienst Ruimtelijke Ordening Fact sheet nummer 7 november 2005 Demografische ontwikkelingen: blijvende groei Amsterdamse bevolking Het inwonertal van Amsterdam is in 2004 met ruim 4.000 personen tot 742.951

Nadere informatie

Bevolkingsprognose Nieuwegein 2011

Bevolkingsprognose Nieuwegein 2011 Postbus 1 3430 AA Bezoekadres Martinbaan 2 3439 NN www.nieuwegein.nl Communicatie, Juridische & Personeelszaken Bevolkingsprognose Nieuwegein 2011 Raadsnummer Datum 7 mei 2012 Auteur Tineke Brouwers Versie

Nadere informatie

Grote gemeenten goed voor driekwart van bevolkingsgroei tot 2025

Grote gemeenten goed voor driekwart van bevolkingsgroei tot 2025 Persbericht PB13 062 1 oktober 2013 9:30 uur Grote gemeenten goed voor driekwart van bevolkingsgroei tot 2025 Tussen 2012 en 2025 groeit de bevolking van Nederland met rond 650 duizend tot 17,4 miljoen

Nadere informatie

Bevolkingsprognose van Amersfoort 2013-2030 Gemeente Amersfoort Marc van Acht en Ben van de Burgwal maart 2013

Bevolkingsprognose van Amersfoort 2013-2030 Gemeente Amersfoort Marc van Acht en Ben van de Burgwal maart 2013 Bevolkingsprognose van Amersfoort 213-23 Gemeente Amersfoort Marc van Acht en Ben van de Burgwal maart 213 In april verwacht Amersfoort haar 15.ste inwoner te mogen begroeten. Ondanks de recessie in de

Nadere informatie

Toekomstige demografische veranderingen gemeente Groningen in een notendop

Toekomstige demografische veranderingen gemeente Groningen in een notendop VLUGSCHRIFT Bevolkingsprognose gemeente Groningen - Toekomstige demografische veranderingen gemeente Groningen in een notendop Inleiding De omvang en samenstelling van de bevolking van de gemeente Groningen

Nadere informatie

Woningvoorraad en woningbehoefte in Nederland

Woningvoorraad en woningbehoefte in Nederland Wonen in Hilversum Woningvoorraad en woningbehoefte in Nederland De Nederlandse woningmarkt staat momenteel in het middelpunt van de belangstelling. Deze aandacht heeft vooral betrekking op de ordening

Nadere informatie

Demografische gegevens ouderen

Demografische gegevens ouderen In dit hoofdstuk worden de demografische gegevens van de doelgroep ouderen beschreven. We spreken hier van ouderen indien personen 55 jaar of ouder zijn. Dit omdat gezondheidsproblemen met name vanaf die

Nadere informatie

Demografische ontwikkeling Gemeente Hoorn 2011-2025

Demografische ontwikkeling Gemeente Hoorn 2011-2025 Demografische ontwikkeling Gemeente Hoorn 211-225 Inhoud blz. Colofon 1. Bevolkingsontwikkeling 1 1.1 Aantal inwoners 1 1.2 Componenten van de groei 3 2. Jong en oud 6 3. Huishoudens 8 Uitgave I&O Research

Nadere informatie

Bevolkingsprognose Purmerend 2011-2026

Bevolkingsprognose Purmerend 2011-2026 Bevolkingsprognose Purmerend 2011-2026 Uitgevoerd door: Jan van Poorten Team Beleidsonderzoek & Informatiemanagement Gemeente Purmerend mei 2011 Informatie: Gemeente Purmerend Team Beleidsonderzoek & Informatiemanagement

Nadere informatie

Bevolkingsprognose Deventer 2015

Bevolkingsprognose Deventer 2015 Bevolkingsprognose Deventer 2015 Aantallen en samenstelling van bevolking en huishoudens Augustus 2015 augustus 2015 Uitgave : team Kennis en Verkenning Naam : John Stam Telefoonnummer : 0570 693298 Mail

Nadere informatie

Dienst Ruimtelijke Ordening Fact sheet Demografische ontwikkelingen in 2005: emigratie stopt groei Amsterdamse bevolking

Dienst Ruimtelijke Ordening Fact sheet Demografische ontwikkelingen in 2005: emigratie stopt groei Amsterdamse bevolking Dienst Ruimtelijke Ordening Fact sheet nummer 7 november 2006 Demografische ontwikkelingen in 2005: emigratie stopt groei Amsterdamse bevolking Na een aantal jaren van groei is door een toenemend vertrek

Nadere informatie

Bevolkingsprognose s-hertogenbosch 2013-2030

Bevolkingsprognose s-hertogenbosch 2013-2030 Bevolkingsprognose s-hertogenbosch 2013-2030 O&S s-hertogenbosch Februari 2014 2 Samenvatting Eens in de vier jaar maakt de gemeente s-hertogenbosch een bevolkingsprognose. De resultaten van de meest recente

Nadere informatie

Sekseverschillen in Huilfrequentie en Psychosociale Problemen. bij Schoolgaande Kinderen van 6 tot 10 jaar

Sekseverschillen in Huilfrequentie en Psychosociale Problemen. bij Schoolgaande Kinderen van 6 tot 10 jaar Sekseverschillen in Huilfrequentie en Psychosociale Problemen bij Schoolgaande Kinderen van 6 tot 10 jaar Gender Differences in Crying Frequency and Psychosocial Problems in Schoolgoing Children aged 6

Nadere informatie

Primos-model. Basisuitkomsten Primos 2013 Kleidum

Primos-model. Basisuitkomsten Primos 2013 Kleidum Primos-model Basisuitkomsten Primos 2013 Kleidum 2 Het Primos-model Werking Primos-model Het Primos-model voorspelt de bevolkingsontwikkeling als gevolg van geboorte, sterfte, buitenlandse en binnenlandse

Nadere informatie

Vergrijzing, verkleuring en individualisering. Voor wie verstandig handelt!

Vergrijzing, verkleuring en individualisering. Voor wie verstandig handelt! Vergrijzing, verkleuring en individualisering Trendsamenvatting Naam Definitie Scope Conclusies Invloed Impact Bronnen Vergrijzing, verkleuring en individualisering De wereldbevolking neemt toe, waarbij

Nadere informatie

PEARL: uitkomsten van de regionale bevolkings- en allochtonenprognose 2005 2025 voor provincies

PEARL: uitkomsten van de regionale bevolkings- en allochtonenprognose 2005 2025 voor provincies PEARL: uitkomsten van de regionale bevolkings- en allochtonenprognose 225 voor provincies Andries de Jong 1) In 26 hebben het Ruimtelijk Planbureau en het Centraal Bureau voor de Statistiek voor het eerst

Nadere informatie

BEVOLKING & DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN IN HET NEDERLANDSE WADDENGEBIED 1988-2014

BEVOLKING & DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN IN HET NEDERLANDSE WADDENGEBIED 1988-2014 ONTWIKKELINGEN BEVOLKING & DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN IN HET NEDERLANDSE WADDENGEBIED - Dit document is een vertaling van: Population and population developments The Dutch Wadden Area - VERSIE 20150414

Nadere informatie

Krimp in Fryslân. Inwonertal

Krimp in Fryslân. Inwonertal Krimp in Fryslân Bevolkingsdaling, lokaal en regionaal, is een vraagstuk van nu én de komende jaren. Hoewel pas over enkele decennia de bevolking van Fryslân als geheel niet meer zal groeien, is in sommige

Nadere informatie

Bevolkingsprognose 2010 2025 gemeente Groningen

Bevolkingsprognose 2010 2025 gemeente Groningen Deze publicatie is uitgegeven door Onderzoek en Statistiek Groningen September Bevolkingsprognose gemeente Groningen Inleiding Dit vlugschrift behandelt de bevolkingsprognose van de gemeente Groningen.

Nadere informatie

Bevolkingsvraagstukken in Nederland anno 2006. Grote steden in demografisch perspectief

Bevolkingsvraagstukken in Nederland anno 2006. Grote steden in demografisch perspectief Bevolkingsvraagstukken in Nederland anno 2006 Grote steden in demografisch perspectief WPRB Werkverband Periodieke Rapportage Bevolkingsvraagstukken WPRB Ingesteld door de minister van OCW Vinger aan de

Nadere informatie

Woningmarktrapport 4e kwartaal 2015. Gemeente Amsterdam

Woningmarktrapport 4e kwartaal 2015. Gemeente Amsterdam Woningmarktrapport 4e kwartaal 215 Gemeente Amsterdam Aantal verkochte woningen naar type (NVM) 3 Aantal verkocht 25 2 15 1 5 Tussenwoning Hoekwoning Twee onder één kap Vrijstaand Appartement 1e kwartaal

Nadere informatie

The Dutch mortgage market at a cross road? The problematic relationship between supply of and demand for residential mortgages

The Dutch mortgage market at a cross road? The problematic relationship between supply of and demand for residential mortgages The Dutch mortgage market at a cross road? The problematic relationship between supply of and demand for residential mortgages 22/03/2013 Housing market in crisis House prices down Number of transactions

Nadere informatie

Mentaal Weerbaar Blauw

Mentaal Weerbaar Blauw Mentaal Weerbaar Blauw de invloed van stereotypen over etnische minderheden cynisme en negatieve emoties op de mentale weerbaarheid van politieagenten begeleiders: dr. Anita Eerland & dr. Arjan Bos dr.

Nadere informatie

Wordt de positie van steden sterker of zwakker? Hoe zit dat met Amsterdam?

Wordt de positie van steden sterker of zwakker? Hoe zit dat met Amsterdam? Wordt de positie van steden sterker of zwakker? Hoe zit dat met Amsterdam? De stad als bevolkingsmagneet dinsdag 29 januari 2013 Leo van Wissen Directeur, Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut

Nadere informatie

Planbureau voor de Leefomgeving PERSBERICHT. Bevolking daalt in kwart Nederlandse gemeenten. Nieuwe regionale bevolkingsprognoses tot 2040:

Planbureau voor de Leefomgeving PERSBERICHT. Bevolking daalt in kwart Nederlandse gemeenten. Nieuwe regionale bevolkingsprognoses tot 2040: Planbureau voor de Leefomgeving PERSBERICHT Nieuwe regionale bevolkingsprognoses tot 2040: Bevolking daalt in kwart Nederlandse gemeenten De komende dertig jaar treedt in delen van Nederland, vooral in

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Tempo vergrijzing loopt op

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Tempo vergrijzing loopt op Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB10-083 17 december 2010 9.30 uur Tempo vergrijzing loopt op Komende 5 jaar half miljoen 65-plussers erbij Babyboomers leven jaren langer dan vooroorlogse

Nadere informatie

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS Gezondheidsgedrag als compensatie voor de schadelijke gevolgen van roken COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS Health behaviour as compensation for the harmful effects of smoking

Nadere informatie

Krimp in Woerden? Gemeenteraad Woerden 11 april 2013. Frits Oevering. Kennis & Economisch Onderzoek

Krimp in Woerden? Gemeenteraad Woerden 11 april 2013. Frits Oevering. Kennis & Economisch Onderzoek Krimp in Woerden? Gemeenteraad Woerden 11 april 2013 Frits Oevering Prangende vragen? Krimp in Woerden? Vergrijzing en krimp Verhuispatroon Krimp in Woerden? Disclaimers diverse databronnen (ABF, CBS,

Nadere informatie

Nieuwe woonpatronen van middenklassegezinnen in Amsterdam. Willem R. Boterman Universiteit van Amsterdam Urban Geographies

Nieuwe woonpatronen van middenklassegezinnen in Amsterdam. Willem R. Boterman Universiteit van Amsterdam Urban Geographies Nieuwe woonpatronen van middenklassegezinnen in Amsterdam Willem R. Boterman Universiteit van Amsterdam Urban Geographies Inwoners Amsterdam 1900-2020 900000 850000 800000 1958: 872.000 2013: 800.000 750000

Nadere informatie

1.1 Bevolkingsontwikkeling 9. 1.2 Bevolkingsopbouw 10. 1.2.1 Vergrijzing 11. 1.3 Migratie 11. 1.4 Samenvatting 12

1.1 Bevolkingsontwikkeling 9. 1.2 Bevolkingsopbouw 10. 1.2.1 Vergrijzing 11. 1.3 Migratie 11. 1.4 Samenvatting 12 inhoudsopgave Samenvatting 3 1. Bevolking 9 1.1 Bevolkingsontwikkeling 9 1.2 Bevolkingsopbouw 10 1.2.1 Vergrijzing 11 1.3 Migratie 11 1.4 Samenvatting 12 2. Ontwikkelingen van de werkloosheid 13 2.1 Ontwikkeling

Nadere informatie

BEVOLKINGSPROGNOSE PURMEREND 2013-2028

BEVOLKINGSPROGNOSE PURMEREND 2013-2028 BEVOLKINGSPROGNOSE PURMEREND 2013-2028 BEVOLKINGSPROGNOSE PURMEREND 2013-2028 80.000 70.000 60.000 50.000 40.000 30.000 20.000 10.000 1960 1964 1968 1972 1976 1980 1984 1988 1992 1996 2000 2004 2008 2012

Nadere informatie

Noordelijke Arbeidsmarkt Verkenning 2004

Noordelijke Arbeidsmarkt Verkenning 2004 Noordelijke Arbeidsmarkt Verkenning 2004 Hoofdrapport Samenstelling: Dr. L. Broersma & Drs D. Stelder, Sectie Ruimtelijke Economie, FEW, RuG Prof. Dr. J. van Dijk, Faculteit der Ruimtelijke Wetenschappen,

Nadere informatie

Woningmarktrapport 3e kwartaal 2015. Gemeente Rotterdam

Woningmarktrapport 3e kwartaal 2015. Gemeente Rotterdam Woningmarktrapport 3e kwartaal 215 Gemeente Rotterdam Aantal verkochte woningen naar type (NVM) 9 Aantal verkocht 8 7 6 5 4 3 2 1 Tussenwoning Hoekwoning Twee onder één kap Vrijstaand Appartement 4e kwartaal

Nadere informatie

uw brief van uw kenmerk ons kenmerk datum 19 november 2014

uw brief van uw kenmerk ons kenmerk datum 19 november 2014 Aan de raad van de gemeente Lelystad uw brief van uw kenmerk ons kenmerk datum 19 november 2014 behandeld door algemeen nummer U13-74923 bijlagen FAB-SEC dossiernummer AC Dombroek-van Vliet 14 0320 1 onderwerp

Nadere informatie

Bevolkingsprognose 2015

Bevolkingsprognose 2015 Bevolkingsprognose 2015 a Bevolkingsprognose 2015 April 2015 Colofon Dit is een uitgave van de provincie Drenthe RO15042801-Bevolkingsprognose 2015 Inhoud Samenvatting 4 1 Inleiding 6 2 De gebruikte veronderstellingen

Nadere informatie

9 10B. Poelman en C. van Duin

9 10B. Poelman en C. van Duin 9 10B. Poelman en C. van Duin Bevolkingsprognose 2009 2060 Publicatiedatum CBSwebsite: 12 maart 2010 Den Haag/Heerlen Verklaring van tekens. = gegevens ontbreken * = voorlopig cijfer ** = nader voorlopig

Nadere informatie

The downside up? A study of factors associated with a successful course of treatment for adolescents in secure residential care

The downside up? A study of factors associated with a successful course of treatment for adolescents in secure residential care The downside up? A study of factors associated with a successful course of treatment for adolescents in secure residential care Annemiek T. Harder Studies presented in this thesis and the printing of this

Nadere informatie

Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch. en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa. Physical factors as predictors of psychological and

Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch. en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa. Physical factors as predictors of psychological and Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa Physical factors as predictors of psychological and physical recovery of anorexia nervosa Liesbeth Libbers

Nadere informatie

Effecten van contactgericht spelen en leren op de ouder-kindrelatie bij autisme

Effecten van contactgericht spelen en leren op de ouder-kindrelatie bij autisme Effecten van contactgericht spelen en leren op de ouder-kindrelatie bij autisme Effects of Contact-oriented Play and Learning in the Relationship between parent and child with autism Kristel Stes Studentnummer:

Nadere informatie

Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van. zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten

Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van. zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten met diabetes mellitus type 2 in de huisartsenpraktijk Thinking

Nadere informatie

Vanuit het principe van gebundelde

Vanuit het principe van gebundelde DEMOGRAFISCHE KANTELINGEN Nieuwe perspectieven voor groeikernen Na decennia van suburbanisatie en bevolkingsgroei lijken de (voormalige) groeikernen in een nieuwe demografische fase van hun bestaan te

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. In 2025 fors meer huishoudens in de Randstad

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. In 2025 fors meer huishoudens in de Randstad Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB08-049 8 juli 2008 9.30 uur In 2025 fors meer huishoudens in de Randstad Sterkste groei aan noordoostzijde Randstad Ook meer huishoudens in Noord-Brabant

Nadere informatie

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim The Relationship between Work Pressure, Mobbing at Work, Health Complaints and Absenteeism Agnes van der Schuur Eerste begeleider:

Nadere informatie

Woningmarktmonitor provincie Utrecht: de staat van de woningmarkt medio 2014

Woningmarktmonitor provincie Utrecht: de staat van de woningmarkt medio 2014 DATUM 7 december 2014 PROJECTNUMMER 3400.106 OPDRACHTGEVER Woningmarktmonitor provincie : de staat van de woningmarkt medio 2014 Inleiding Afgelopen maand is er een nieuwe update uitgevoerd van de Woningmarktmonitor

Nadere informatie

Verschil in Perceptie over Opvoeding tussen Ouders en Adolescenten en Alcoholgebruik van Adolescenten

Verschil in Perceptie over Opvoeding tussen Ouders en Adolescenten en Alcoholgebruik van Adolescenten Verschil in Perceptie over Opvoeding tussen Ouders en Adolescenten en Alcoholgebruik van Adolescenten Difference in Perception about Parenting between Parents and Adolescents and Alcohol Use of Adolescents

Nadere informatie

Bevolkingsprognose 2002 2050: anderhalf miljoen inwoners erbij

Bevolkingsprognose 2002 2050: anderhalf miljoen inwoners erbij Bevolkingsprognose 22 25: anderhalf miljoen inwoners erbij Andries de Jong Volgens de nieuwe bevolkingsprognose van het CBS zal het inwonertal van Nederland toenemen van de huidige 16,2 miljoen naar 17,7

Nadere informatie

Fact sheet. Demografische ontwikkelingen: aantal jonge ouderen gaat sterk toenemen in Amsterdam. nummer 6 november 2004

Fact sheet. Demografische ontwikkelingen: aantal jonge ouderen gaat sterk toenemen in Amsterdam. nummer 6 november 2004 Fact sheet nummer 6 november 24 Demografische ontwikkelingen: aantal jonge ouderen gaat sterk toenemen in Deze Fact sheet is tot stand gekomen in samenwerking met de Dienst Ruimtelijke Ordening. Het inwonertal

Nadere informatie

Wonen in Dordrecht. De crisis voorbij?; trends en verwachtingen. 30 november 2010

Wonen in Dordrecht. De crisis voorbij?; trends en verwachtingen. 30 november 2010 Wonen in Dordrecht De crisis voorbij?; trends en verwachtingen 30 november 2010 Inhoudsopgave 1. Wat willen we? Beleid en welke afspraken zijn er voor Dordrecht? 2. Hoe staan we er voor? Stand van zaken

Nadere informatie

Het onderdeel van aardrijkskunde dat zich bezighoudt met de bevolkingsomvang en de bevolkingssamenstelling wordt demografie genoemd.

Het onderdeel van aardrijkskunde dat zich bezighoudt met de bevolkingsomvang en de bevolkingssamenstelling wordt demografie genoemd. Rekenen aan bevolkingscijfers Introductie Het aantal mensen in een gebied is niet steeds gelijk. De bevolkingsomvang verandert voortdurend. Er worden kinderen geboren en er gaan mensen dood. Ook kunnen

Nadere informatie

De Watersector Exportindex (WEX)

De Watersector Exportindex (WEX) De Watersector Exportindex (WEX) prognose 2006 drs. P. Gibcus drs. W.H.J. Verhoeven Zoetermeer, februari 2007 Dit onderzoek is gefinancierd door het programma Partners voor Water. De verantwoordelijkheid

Nadere informatie

Bijlage 1, bij 3i Wijkeconomie

Bijlage 1, bij 3i Wijkeconomie Bijlage 1, bij 3i Wijkeconomie INHOUD 1 Samenvatting... 3 2 De Statistische gegevens... 5 2.1. De Bevolkingsontwikkeling en -opbouw... 5 2.1.1. De bevolkingsontwikkeling... 5 2.1.2. De migratie... 5 2.1.3.

Nadere informatie

de Rol van Persoonlijkheid Eating: the Role of Personality

de Rol van Persoonlijkheid Eating: the Role of Personality De Relatie tussen Dagelijkse Stress en Emotioneel Eten: de Rol van Persoonlijkheid The Relationship between Daily Stress and Emotional Eating: the Role of Personality Arlette Nierich Open Universiteit

Nadere informatie

Socio-economic situation of long-term flexworkers

Socio-economic situation of long-term flexworkers Socio-economic situation of long-term flexworkers CBS Microdatagebruikersmiddag The Hague, 16 May 2013 Siemen van der Werff www.seo.nl - secretariaat@seo.nl - +31 20 525 1630 Discussion topics and conclusions

Nadere informatie

Geen eigen huis, maar wel een plek onder de zon?

Geen eigen huis, maar wel een plek onder de zon? Geen eigen huis, maar wel een plek onder de zon? Een nieuwe relatie tussen de woningvoorraad- en huishoudensontwikkeling Manon van Middelkoop & Andries de Jong (PBL) Aanleiding Amsterdam in cijfers 2012:

Nadere informatie

-2200-1200 -200 800 1800 2800 3800 4800 140000

-2200-1200 -200 800 1800 2800 3800 4800 140000 Het inwoneraantal van Nijmegen stijgt al jarenlang. De groep twintigers/studenten is binnen de Nijmeegse bevolking het sterkst aanwezig. De groep vijftigers is de afgelopen 10, 20 jaar het sterkst gegroeid.

Nadere informatie

Bijlage Visie Oost : Cijfers & trends bevolking en woningvoorraad Hilversum

Bijlage Visie Oost : Cijfers & trends bevolking en woningvoorraad Hilversum Bijlage Visie Oost : Cijfers & trends bevolking en woningvoorraad Hilversum 1. Ontwikkeling bevolking naar leeftijd De Primos huishoudensprognose (2011) voor de periode 2010-2040 schetst het volgend beeld:

Nadere informatie

Dorien Manting en Corina Huisman

Dorien Manting en Corina Huisman P. 420 P. 421 Nadat steden zich jarenlang zorgen maakten over bevolkingsdaling als gevolg van de massale uitstroom uit de stad, zijn de vier grote gemeenten van Nederland (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag

Nadere informatie

Migratie en pendel Twente. Special bij de Twente Index 2015

Migratie en pendel Twente. Special bij de Twente Index 2015 Migratie en pendel Twente Special bij de Twente Index 2015 Inhoudsopgave Theorieën over wonen, verhuizen 3 Kenmerken Twente: Urbanisatiegraad en aantal inwoners 4 Bevolkingsgroei grensregio s, een vergelijking

Nadere informatie

Rapport. Eigen Huis Marktindicator. 1e kwartaal 2015

Rapport. Eigen Huis Marktindicator. 1e kwartaal 2015 Rapport Marktindicator H. Boumeester m.m.v. C. Lamain Mei Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van: Vereniging Displayweg 1 3821 BT Amersfoort Auteurs: H. Boumeester m.m.v. C. Lamain Mei OTB Onderzoek

Nadere informatie

Primos Prognose 2007. De toekomstige ontwikkeling van bevolking, huishoudens en woningbehoefte

Primos Prognose 2007. De toekomstige ontwikkeling van bevolking, huishoudens en woningbehoefte Primos Prognose 2007 De toekomstige ontwikkeling van bevolking, huishoudens en woningbehoefte Primos Prognose 2007 De toekomstige ontwikkeling van bevolking, huishoudens en woningbehoefte H.J. den Otter

Nadere informatie

Minder startende ondernemers

Minder startende ondernemers Starters ING Economisch Bureau Minder startende ondernemers in 2012 Aantal starters loopt in alle provincies terug Dit jaar zijn er tot en met september circa 95.000 mensen een onderneming gestart, ruim

Nadere informatie

Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind.

Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind. Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind. Bullying among Students with Autism Spectrum Disorders in Secondary

Nadere informatie

Verschillen in het Gebruik van Geheugenstrategieën en Leerstijlen. Differences in the Use of Memory Strategies and Learning Styles

Verschillen in het Gebruik van Geheugenstrategieën en Leerstijlen. Differences in the Use of Memory Strategies and Learning Styles Verschillen in het Gebruik van Geheugenstrategieën en Leerstijlen tussen Leeftijdsgroepen Differences in the Use of Memory Strategies and Learning Styles between Age Groups Rik Hazeu Eerste begeleider:

Nadere informatie

Pensioenaanspraken in beeld

Pensioenaanspraken in beeld Pensioenaanspraken in beeld Deel 1: aanspraken naar geslacht en burgerlijke staat Elisabeth Eenkhoorn, Annelie Hakkenes-Tuinman en Marije vandegrift bouwen minder pensioen op via een werkgever dan mannen.

Nadere informatie

De Relatie tussen Betrokkenheid bij Pesten en Welbevinden en de Invloed van Sociale Steun en. Discrepantie

De Relatie tussen Betrokkenheid bij Pesten en Welbevinden en de Invloed van Sociale Steun en. Discrepantie De Relatie tussen Betrokkenheid bij Pesten en Welbevinden en de Invloed van Sociale Steun en Discrepantie The Relationship between Involvement in Bullying and Well-Being and the Influence of Social Support

Nadere informatie

Bevolkingsprognose Noordoostpolder

Bevolkingsprognose Noordoostpolder Bevolkingsprognose Noordoostpolder - 241 Gemeente Noordoostpolder 25-4- 25-4- Inhoudsopgave Inhoud Blz. 1 Inleiding... 3 2 Prognose inwoners... 4 2.1 Emigratie en natuurlijke groei... 5 2.2 Beroepsbevolking

Nadere informatie

De Relatie Tussen Persoonskenmerken en Ervaren Lijden bij. Verslaafde Patiënten met PTSS

De Relatie Tussen Persoonskenmerken en Ervaren Lijden bij. Verslaafde Patiënten met PTSS Persoonskenmerken en ervaren lijden bij verslaving en PTSS 1 De Relatie Tussen Persoonskenmerken en Ervaren Lijden bij Verslaafde Patiënten met PTSS The Relationship between Personality Traits and Suffering

Nadere informatie

De Relatie tussen Dagelijkse Stress, Negatief Affect en de Invloed van Bewegen

De Relatie tussen Dagelijkse Stress, Negatief Affect en de Invloed van Bewegen De Relatie tussen Dagelijkse Stress, Negatief Affect en de Invloed van Bewegen The Association between Daily Hassles, Negative Affect and the Influence of Physical Activity Petra van Straaten Eerste begeleider

Nadere informatie

Woningmarktrapport - 4e kwartaal 2013. Gemeente Dordrecht

Woningmarktrapport - 4e kwartaal 2013. Gemeente Dordrecht Woningmarktrapport - 4e kwartaal 213 Gemeente Dordrecht Aantal verkochte woningen naar type (NVM) 1 aantal verkocht 9 8 7 6 5 4 3 2 1 Tussenwoning Hoekwoning Twee onder één kap Vrijstaand Appartement

Nadere informatie

Leerlingenprognoses in vogelvlucht. Analist Planning & Prognose

Leerlingenprognoses in vogelvlucht. Analist Planning & Prognose Leerlingenprognoses in vogelvlucht Herman Rake Jelmer Dekker Adviseur Planning & Prognose Analist Planning & Prognose Inhoudsopgave De bevolkingsprognose Theorie Het wat, waar en waarom van een prognose

Nadere informatie

Bijlage 1: Woningbouwprogramma Dommelkwartier en relatie Lage Heide. 2010-2020 Segment Nieuwbouw Sloop Verkoop Totaal

Bijlage 1: Woningbouwprogramma Dommelkwartier en relatie Lage Heide. 2010-2020 Segment Nieuwbouw Sloop Verkoop Totaal Bijlage 1: Woningbouwprogramma Dommelkwartier en relatie Lage Heide Volgens de laatste Provinciale Prognose (2011) bedraagt de woningbouw behoefte in Valkenswaard een netto toevoeging van 1.230 woningen

Nadere informatie

Testattitudes van Sollicitanten: Faalangst en Geloof in Tests als. Antecedenten van Rechtvaardigheidspercepties

Testattitudes van Sollicitanten: Faalangst en Geloof in Tests als. Antecedenten van Rechtvaardigheidspercepties Testattitudes van Sollicitanten: Faalangst en Geloof in Tests als Antecedenten van Rechtvaardigheidspercepties Test-taker Attitudes of Job Applicants: Test Anxiety and Belief in Tests as Antecedents of

Nadere informatie

De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag. The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior

De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag. The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior Martin. W. van Duijn Student: 838797266 Eerste begeleider:

Nadere informatie

Informatiebijeenkomst gemeenteraden. 25 januari 2011, Twello Gerard Sizoo

Informatiebijeenkomst gemeenteraden. 25 januari 2011, Twello Gerard Sizoo Informatiebijeenkomst gemeenteraden 25 januari 2011, Twello Gerard Sizoo Waarom aandacht voor demografie? Demografische prognoses naar beneden bijgesteld Actualisering regionaal woningbouwprogramma Vergrijzing

Nadere informatie

Kwetsbaar alleen. De toename van het aantal kwetsbare alleenwonende ouderen tot 2030

Kwetsbaar alleen. De toename van het aantal kwetsbare alleenwonende ouderen tot 2030 Kwetsbaar alleen De toename van het aantal kwetsbare alleenwonende ouderen tot 2030 Kwetsbaar alleen De toename van het aantal kwetsbare alleenwonende ouderen tot 2030 Cretien van Campen m.m.v. Maaike

Nadere informatie

Stadsvilla s Grienden. Puttershoek 1997-2004

Stadsvilla s Grienden. Puttershoek 1997-2004 Stadsvilla s Grienden Puttershoek 1997-2004 Stadsvilla s Grienden Puttershoek 1997-2004 nieuwbouw 46 woningen in de vrije huursector en medisch centrum in 2 fasen, Penningkruid, Puttershoek bouwsom ca.

Nadere informatie

STARTFLEX. Onderzoek naar ondernemerschap onder studenten in Amsterdam

STARTFLEX. Onderzoek naar ondernemerschap onder studenten in Amsterdam Onderzoek naar ondernemerschap onder studenten in Amsterdam Colofon ONDERZOEKER StartFlex B.V. CONSULTANCY Centre for applied research on economics & management (CAREM) ENQETEUR Alexander Sölkner EINDREDACTIE

Nadere informatie

De U10-regio - enkele kenmerken

De U10-regio - enkele kenmerken De U10-regio - enkele kenmerken 1. De U10-regio binnen Nederland 2. De U10-regio binnen de provincie 3. Samenhang binnen de U10-regio De U10-regio: de gemeenten,,,,,,,, en 1 De U10-regio binnen Nederland

Nadere informatie

De Modererende Invloed van Sociale Steun op de Relatie tussen Pesten op het Werk. en Lichamelijke Gezondheidsklachten

De Modererende Invloed van Sociale Steun op de Relatie tussen Pesten op het Werk. en Lichamelijke Gezondheidsklachten De Modererende Invloed van Sociale Steun op de Relatie tussen Pesten op het Werk en Lichamelijke Gezondheidsklachten The Moderating Influence of Social Support on the Relationship between Mobbing at Work

Nadere informatie

Wonen met Zorg in de anticipeerregio s

Wonen met Zorg in de anticipeerregio s Wonen met Zorg in de anticipeerregio s Inleiding In de komende decennia zal de bevolkingssamenstelling veranderen en zal het aandeel ouderen in de bevolking toenemen. Indien nu al bekend is hoeveel ouderen

Nadere informatie

S e v e n P h o t o s f o r O A S E. K r i j n d e K o n i n g

S e v e n P h o t o s f o r O A S E. K r i j n d e K o n i n g S e v e n P h o t o s f o r O A S E K r i j n d e K o n i n g Even with the most fundamental of truths, we can have big questions. And especially truths that at first sight are concrete, tangible and proven

Nadere informatie

Stadsmonitor. -thema Bevolking-

Stadsmonitor. -thema Bevolking- Stadsmonitor -thema Bevolking- Modules Actuele ontwikkelingen 2 Omvang en samenstelling 5 Demografische processen 14 Bevolkingsprognose 18 Bijlage: Bronnen 20 Datum: 21-01-2014 Gemeente Nijmegen Onderzoek

Nadere informatie

s-hertogenbosch, voor de vierde maal Meest Gastvrije Stad van Nederland en iets uitgelopen op de concurrentie.

s-hertogenbosch, voor de vierde maal Meest Gastvrije Stad van Nederland en iets uitgelopen op de concurrentie. s-hertogenbosch, voor de vierde maal Meest Gastvrije Stad van Nederland en iets uitgelopen op de concurrentie. Gastvrije Stad blijkt dat het verschil van s-hertogenbosch met Breda in 2012 iets kleiner

Nadere informatie

Copyright SBR, Rotterdam

Copyright SBR, Rotterdam rapporteur: ir. L. J. Visser raadgevend ingenieur Het programma van eisen bij nader inzien De functie van het programmeren in de bouwvoorbereiding Een systeembenadering 128 Rotterdam, 1985 I(br Stichting

Nadere informatie

BEVOLKINGS- EN HUISHOUDENSPROGNOSE PROVINCIE LIMBURG 2014-2050. Progneff 2014

BEVOLKINGS- EN HUISHOUDENSPROGNOSE PROVINCIE LIMBURG 2014-2050. Progneff 2014 BEVOLKINGS- EN HUISHOUDENSPROGNOSE PROVINCIE LIMBURG 2014-2050 Progneff 2014 INHOUDSOPGAVE Pagina MANAGEMENT SAMENVATTING 2 1 INLEIDING 4 1.1 Prognosemodel Progneff 4 1.2 Leeswijzer 4 2 DE ONTWIKKELING

Nadere informatie

Conjunctuurpeiling BNA Voorjaar 2015

Conjunctuurpeiling BNA Voorjaar 2015 Conjunctuurpeiling BNA Voorjaar René Vogels Zoetermeer, 10 april De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in artikelen,

Nadere informatie

Laatst bijgewerkt op 2 februari 2009 Nederlandse samenvatting door TIER op 25 mei 2011

Laatst bijgewerkt op 2 februari 2009 Nederlandse samenvatting door TIER op 25 mei 2011 Effective leesprogramma s voor leerlingen die de taal leren en anderssprekende leerlingen samenvatting voor onderwijsgevenden Laatst bijgewerkt op 2 februari 2009 Nederlandse samenvatting door TIER op

Nadere informatie

De Samenhang tussen Dagelijkse Stress en Depressieve Symptomen en de Mediërende Invloed van Controle en Zelfwaardering

De Samenhang tussen Dagelijkse Stress en Depressieve Symptomen en de Mediërende Invloed van Controle en Zelfwaardering De Samenhang tussen Dagelijkse Stress en Depressieve Symptomen en de Mediërende Invloed van Controle en Zelfwaardering The Relationship between Daily Hassles and Depressive Symptoms and the Mediating Influence

Nadere informatie

$ % $ # &'' ( ) &!'&! * +) &!'&!,, & # & -. / 0 1 1 * 2. -.! "!#

$ % $ # &'' ( ) &!'&! * +) &!'&!,, & # & -. / 0 1 1 * 2. -.! !# $%$ #&''( )&!'&!*+)&!'&!,,& #& -./ 011 *2.-. "!#! ! (31-.1 41 51 /.( 1131 ( 31 $3 6 36 1 31 0* 34*17 3 1,*/8,/$9. 6 1 3 3 * : 1 1 3 /,/$& ;3*/33 131(1 1 ( 7 6 3 / 1 1 3 (31$/ (/)1-.-7 16 3 6 6 3 11

Nadere informatie

Multi-disciplinary workshop on Ageing and Wellbeing

Multi-disciplinary workshop on Ageing and Wellbeing Date 7-12-2011 1 Multi-disciplinary workshop on Ageing and Wellbeing Prof. Dr. Inge Hutter Demographer, anthropologist Coordinator Healthy Ageing Alpha Gamma RUG Dean Faculty Spatial Sciences Date 7-12-2011

Nadere informatie

Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt The role of mobility in higher education for future employability

Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt The role of mobility in higher education for future employability The role of mobility in higher education for future employability Jim Allen Overview Results of REFLEX/HEGESCO surveys, supplemented by Dutch HBO-Monitor Study migration Mobility during and after HE Effects

Nadere informatie

Uit huis gaan van jongeren

Uit huis gaan van jongeren Arie de Graaf en Suzanne Loozen Jaarlijks verlaten bijna een kwart miljoen jongeren het ouderlijk huis. Een klein deel van hen is al vóór de achttiende verjaardag uit huis gegaan. De meeste jongeren gaan

Nadere informatie

Administratieve correcties in de bevolkingsstatistieken

Administratieve correcties in de bevolkingsstatistieken Maarten Alders en Han Nicolaas Het saldo van administratieve afvoeringen en opnemingen is doorgaans negatief. Dit saldo wordt vaak geïnterpreteerd als vertrek naar het buitenland. Het aandeel in het totale

Nadere informatie

Rapport. Eigen Huis Marktindicator. 3e kwartaal 2014

Rapport. Eigen Huis Marktindicator. 3e kwartaal 2014 Rapport Marktindicator H. Boumeester m.m.v. C. Lamain September Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van: Vereniging Displayweg 1 3821 BT Amersfoort Auteurs: H. Boumeester m.m.v. C. Lamain September

Nadere informatie

Groei en stedelijke ontwikkeling Vastgoedsociëteit Haaglanden

Groei en stedelijke ontwikkeling Vastgoedsociëteit Haaglanden Groei en stedelijke ontwikkeling Vastgoedsociëteit Haaglanden Peter Jägers, algemeen directeur Dienst Stedelijke ontwikkeling 21 januari 2015 Den Haag 1913: opening Vredespaleis Den Haag in 1913: 294.692

Nadere informatie

Woningbehoefte onderzoek

Woningbehoefte onderzoek Woningbehoefte onderzoek Prognose woningbehoefte Amersfoort tot 2015 Gemeente Amersfoort Sector Dienstverlening, Informatie en Advies (DIA) Afdeling Onderzoek en Statistiek Marc van Acht Uitgave en rapportage:

Nadere informatie

RIGO Research en Advies Woon- werk- en leefomgeving www.rigo.nl. Woningbehoefte voor de wijk Marickenzijde in De Ronde Venen

RIGO Research en Advies Woon- werk- en leefomgeving www.rigo.nl. Woningbehoefte voor de wijk Marickenzijde in De Ronde Venen RIGO Research en Advies Woon- werk- en leefomgeving www.rigo.nl Woningbehoefte voor de wijk Marickenzijde in De Ronde Venen De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij RIGO. Het gebruik van cijfers

Nadere informatie

Geboorteplaats en etnische samenstelling van Surinamers in Nederland

Geboorteplaats en etnische samenstelling van Surinamers in Nederland Chan Choenni 1) en Carel Harmsen Anders dan het geval is voor de bevolking in Suriname zelf, is er geen gedetailleerde informatie beschikbaar over de etnische samenstelling van de Surinaamse bevolking

Nadere informatie

Inhoudsopgave hoofdstuk 2

Inhoudsopgave hoofdstuk 2 -46- Inhoudsopgave hoofdstuk 2 Samenvatting hoofdstuk 2 Tabellen: 2.1 Loop van de bevolking 2.2 Loop van de bevolking in Haaglanden per gemeente, Zuid-Holland en Nederland in 2013 2.3 Loop van de bevolking

Nadere informatie