Talenten ontwikkelen? Hoogbegaafde leerlingen stimuleren? Help ze bij het maken van goede keuzes!

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Talenten ontwikkelen? Hoogbegaafde leerlingen stimuleren? Help ze bij het maken van goede keuzes!"

Transcriptie

1 Talenten ontwikkelen? Hoogbegaafde leerlingen stimuleren? Help ze bij het maken van goede keuzes! Tussenrapportage 2008 Project havo-vwo, Beroepsidentiteit en Persoonlijkheidsontwikkeling Programmalijn Doorlopende leerlijnen 1. Inleiding Een soepele overgang van primair naar voorgezet onderwijs én van havo/vwo naar het hoger beroepsonderwijs. Talenten benutten en hoogbegaafde leerlingen stimuleren, door ze allemaal te helpen bij het maken van de juiste keuzes. Dat is het doel van het project havo-vwo, Beroepsidentiteit en Persoonlijkheidsontwikkeling. Ook in de Lissabon-doelstellingen van maart 2000 wordt het belang van goede, doorlopende leerlijnen benadrukt. In de kwaliteitsagenda VO (doel 4) staat het eveneens verwoord: Alle leerlingen een passende kwalificatie. Iedereen doet mee, we moeten voorkomen dat uitvallers zonder behoorlijk startbewijs aan de zijlijn van de samenleving komen te staan. Ook hier is de aandacht voor individuele situatie van het kind essentieel. Zoals het maken van een goede beroepskeuze 1. Een passende kwalificatie betekent automatisch dat de talenten van leerlingen beter worden ontwikkeld. Uitblinkers beter begeleiden Ook in de media is er aandacht voor het belang van talentontwikkeling en excellentie. Het artikel Nederland verkwanselt talent, in het blad Talent van ITS Nijmegen stelt: Talent is onmisbaar, stellen politici en universiteiten. Toch is er weinig aandacht voor scholieren die bovengemiddeld presteren. ( ) Een oplossing zou vroegtijdige signalering van hoogbegaafdheid kunnen zijn. 2 De nivelleringsgedachte die jarenlang leidend is geweest voor ons onderwijsbeleid, heeft ertoe geleid dat zwakke en gemiddelde leerlingen het internationaal gezien erg goed doen. Juist aan de bovenkant presteren we het zwakst! Zeker nu we hoger opgeleide mensen nodig hebben, en dat aantal stelselmatig afneemt, moeten we aandacht besteden aan het begeleiden van uitblinkers. 3 Onderbenutting van talent voorkomen Gedurende de leerloopbaan van een leerling neemt hij op diverse momenten beslissingen over zijn toekomst. Die afwegingen zijn essentieel! Een verkeerde keuze kan leiden tot onderbenutting van talent, maar zelfs een juiste keuze garandeert niet dat alle talenten volledig tot wasdom komen. Leerlingen, ouders én leerkrachten spelen daarin allemaal een rol. Zij moeten zich eensgezind richten op het ontwikkelen van talenten en het maken van de keuzes die daarbij passen. Deze rapportage richt zich op één facet in dat proces; het maken van de keuze voor het vervolgonderwijs. Verschillende bronnen ondersteunen onze focus op het onderzoeken van het keuzeproces. De commissie Dijsselbloem stelt: Selectie vindt nog steeds in sterke mate plaats aan het begin van het voortgezet onderwijs en er is weinig mogelijkheid tot herstel van foutieve selectie. ( ) Een versterking van het onderwijs moet tevens plaatsvinden door het aanbrengen van meer dwarsverbanden binnen het gedifferentieerde stelsel van voortgezet onderwijs. Herstel van een verkeerde studie- of beroepskeuze kan in verschillende fasen van de schoolcarrière nodig zijn. Versterking van de mogelijkheden tot opstroom, afstroom of doorstroom maken het mogelijk talenten beter te benutten en schooluitval te voorkomen. 4 1

2 In deze rapportage komen de volgende zaken aan de orde: de definitie van het begrip onderbenutting, een model, dat duidelijk maakt wat de samenhang is tussen factoren die leiden tot bepaald gedrag (in dit geval de keuze voor vervolgonderwijs), een analyse van de zaken die bepalend zijn voor de advisering en de keuze voor een vervolgtraject, voorstellen voor mogelijke interventies, die helpen bij het maken van betere doorstroombeslissingen. Wij willen komen tot een aanbeveling van interventies, die scholen kunnen toepassen om het keuzeproces te flexibiliseren en optimaliseren. Bijzonder aandacht gaat daarbij uit naar de hoogbegaafde leerling. 2

3 2. Onderbenutting van talent, wat bedoelen we daarmee? Als we het hebben over de onderbenutting van talent, rijst de vraag wat we daar precies onder verstaan. 2.1 Wat is onderbenutting? Een kleine greep uit de definities van onderbenutting levert het volgende op: Het begrip onderbenutting duidt op een aansluitingsprobleem tussen opleiding en arbeidsmarkt. Van onderbenutting is sprake wanneer het opleidingsniveau hoger is dan vereist voor de functie die iemand vervult. Van onbenut of onderbenut talent spreken we bij groepen leerlingen, waarbinnen (verborgen) cognitief talent aanwezig is, dat (nog) onvoldoende tot zijn recht komt. 5 Onderbenutten is minder uitgeven dan begroot. Halen we eruit wat erin zit? Mulder, Roeleveld en Vierke (2007) geven aan dat het er bij onderbenutting om gaat dat er niet wordt uitgehaald wat erin zit. Dat kan het geval zijn bij zeer talentvolle leerlingen, maar ook bij leerlingen met een lager prestatieniveau. Om onderbenutting te kunnen meten, gebruiken zij de discrepantie tussen potenties (intellectueel vermogen) en niveau van schoolprestaties. Dat doen ze door: in het primair onderwijs de non-verbale IQ-score en de prestaties voor taal en rekenen te vergelijken, in het voortgezet onderwijs de score voor bepaalde vakken en het IQ te vergelijken, de prestaties in het primair onderwijs te vergelijken met de prestaties in het voortgezet onderwijs, de positie van een leerling qua taal- en/of rekenprestaties te vergelijken met het landelijk gemiddelde, te kijken naar discrepanties tussen schooladvies of doorstroomkeuze en de prestaties van de leerlingen. Hierbij gaat het niet zozeer om onderpresteren, maar om onderadviseren. Onderadviseren kan leiden tot onderpresteren. De aard en omvang van de onderbenutting is sterk afhankelijk van de probleemstelling, de gekozen definitie en de instrumenten waarmee de onderbenutting wordt vastgesteld. Vanuit de bèta-techniek wordt er bijvoorbeeld gesproken over de onderbenutting van bèta-talent bij meisjes. Een leerlinge met goede cijfers voor de exacte vakken en wiskunde, die niet kiest voor een exacte of technische studie, wordt daarmee gekwalificeerd als onderbenut bèta-talent. Vanuit het perspectief van de leerling zelf of de studie die zij wél kiest, hoeft dat echter helemaal niet zo te zijn. 2.2 Wat is talent? Een veel gebruikt synoniem voor talent is begaafdheid. Begaafdheid of talent wordt in Wikipedia omschreven als een bijzonder goed ontwikkelde eigenschap van een persoon. Iemand kan bijvoorbeeld talent hebben voor bepaalde schoolvakken of wetenschappen, werkzaamheden, creatieve uitingen (kunst), sociale interactie et cetera. Howard Gardner heeft die variatie omschreven als 'meervoudige intelligentie'. Bij begaafdheid spelen aangeboren eigenschappen een grote rol. Dit in tegenstelling tot een vaardigheid, waarbij vooral ervaring en handigheid een rol spelen. 3

4 De begaafde violiste Begaafdheid is gerelateerd aan intelligentie, maar er is meer nodig om ze in praktijk te brengen. Een begaafdheid moet je ontwikkelen, er moeten technieken worden aangeleerd. Zo ontstaat er een routine en kan er vaak méér of beter werk worden verricht. Zo is een violiste niet alleen begaafd als zij de noten goed kan lezen en interpreteren, maar moet zij tevens over voldoende doorzettingsvermogen beschikken om te leren spelen, moeten haar vingers flexibel zijn, haar gehoor goed functioneren, et cetera. Een begaafd musicus geeft bovendien vaak een 'eigen' stijl aan de uitgevoerde muziekwerken. Een getalenteerd (begaafd) kunstschilder wordt beroemd wegens zijn interpretaties, niet alleen vanwege zijn technische vaardigheden. Iets dergelijks geldt ook voor auteurs of schrijvers 6. Een talent bestaat dus uit drie elementen: begaafdheid, oefening en houding. Het is een kwaliteit die in aanleg aanwezig is en deel uitmaakt van de persoonlijke kracht van een individu. Het talent is altijd aanwezig, maar is niet altijd zichtbaar. Als een talent onzichtbaar blijft, of niet tot ontwikkeling komt, dan spreken we van een latent talent. Het individu vormt de basis, maar de omgeving/context bepaalt of het zijn talenten kan inzetten en ontwikkelen. De omgeving kan uitnodigen of juist ontmoedigen. Als mensen hun talenten benutten, groeit hun motivatie. 7. Het begrip talent slaat op de intrinsieke mogelijkheden die iemand heeft om iets makkelijker, sneller of beter te doen dan een vergelijkbare leeftijdsgenoot. Er bestaan verschillende opvattingen over de vraag of je ook een nog onontwikkelde begaafdheid al een talent mag noemen. 2.3 Onderbenutting van talent, wat bedoelen we daarmee? Er is geen eenduidig antwoord op de vraag wanneer er sprake is van onderbenutting van talent. Het is afhankelijk van de vraag over welk talent we het hebben, met welke bril we naar het vraagstuk kijken, welke doelstelling we hebben en op welke manier de onderbenutting wordt vastgesteld. Wat willen we bereiken? Het voorkomen van onderbenutting heeft een maatschappelijk belang. Het zo goed mogelijk ontwikkelen en benutten van talent is nodig om de Nederlandse kennissamenleving optimaal te laten functioneren. Dat vertaalt zich onder meer in de behoefte om: ervoor te zorgen dat meer leerlingen de weg naar het hoger onderwijs vinden; alle leerlingen, die hun cognitieve talenten niet volledig benutten, te stimuleren dit wel te doen, te voorkomen dat leerlingen hun schoolloopbaan voortijdig afbreken. Onderbenutting voorkómen Op individueel niveau leidt het niet aanspreken van talent tot demotivatie en mogelijk tot schooluitval. Het benutten van talent is nodig om een optimale positie in de maatschappij te verwerven, maar óók om simpelweg lekker in je vel te zitten. Bij het voorkomen van onderbenutting speelt het funderend onderwijs een centrale rol. Het is de vraag of het onderwijssysteem in Nederland haar talenten voldoende identificeert en ze voldoende kansen biedt. Als het talent van leerlingen onvoldoende wordt herkend, kan dit leiden 4

5 tot een achterstand of onvolledige ontplooiing van de vermogens. Naderhand kan dit niet meer of slechts met grote moeite nog worden ingelopen. Onderbenutting doet zich vooral veel voor in het primair onderwijs, maar komt ook voor in het voortgezet onderwijs. Extra aandacht voor (cognitief) talent kan onderpresteren tegengaan en de basis leggen voor een betere benutting ervan in beide onderwijssectoren. Oorzaken van onderbenutting Mulder, Roeleveld en Vierke (2007) stellen in hun onderzoek onder meer vast, dat onderbenutting in het basisonderwijs vooral wordt veroorzaakt door: het lesaanbod, dat niet goed is afgestemd op de leerling een laag ambitieniveau van de ouders/leerlingen, en/of lage verwachtingen van leerkrachten. Verwachtingspatronen, aanbod en begeleiding zijn uiteraard ook relevant in het voortgezet onderwijs. Daarnaast stimuleert het huidige gedifferentieerde onderwijsstelsel het optimaal benutten van talent niet. Autochtone kinderen van laagopgeleide ouders In hun onderzoek constateren Mulder, Roeleveld en Vierke dat onderpresteren relatief veel voorkomt bij autochtone kinderen van laagopgeleide ouders. Oorzaken daarvoor kunnen zijn: (gebrek aan) toegang tot bronnen als internet, sociale netwerken, boeken, etc, het taalgebruik van de ouders; woordenschat, kennis taal en inzicht in de toepassing van taalmiddelen, een negatieve selectie in deze groep, waardoor het achterblijven zich herhaalt. Kinderen van laagopgeleide ouders blijven zelf ook steken op een laag opleidingsniveau. Het begint vaak met lage verwachtingen van de leerkracht, waardoor deze kinderen lagere adviezen krijgen dan andere kinderen met vergelijkbare prestaties. Uiteindelijk kiezen zij (en hun ouders) zelf voor een lager schooltype dan ze gezien hun prestaties aan zouden kunnen. Allochtone kinderen van laagopgeleide ouders Ook onder Turkse leerlingen komt onderpresteren op het gebied van taal(begrip) veel voor, vaker dan bij andere allochtone leerlingen. In het voortgezet onderwijs openbaart zich dit in een lagere deelname aan de hogere schooltypen en in lagere cijfers voor de vakken Nederlands en Engels. Onderpresteren en onderadvisering komt relatief vaak voor bij allochtone kinderen van laagopgeleide ouders. Deze groep leerlingen krijgt een lager advies dan autochtone leerlingen met hoogopgeleide ouders, die vergelijkbaar presteren. Lage verwachtingen van de leerkracht, lagere schooladviezen en tenslotte de keuze voor een te laag schooltype In tegenstelling tot hun autochtone medeleerlingen lukt het allochtone kinderen niet om op hun werkelijke niveau te gaan presteren en deze cirkel te doorbreken. (Hoog)begaafde leerlingen Het onderzoek van Mulder, Roeleveld en Vierke wijst ook op een aantal problemen bij zeer begaafde leerlingen. Zo blijkt uit een onderzoek van ITS ( Mooij, prof.dr. T e.a. (2007), Succescondities voor hoogbegaafde leerlingen, ITS/CBO)) dat (vanuit intelligentieperspectief) hoogbegaafde en begaafde leerlingen: vaak een te laag advies (lager dan havo) krijgen vaker disciplinaire maatregelen nodig hebben 5

6 vaker onderpresteren. door leerkrachten in groep 4 worden ervaren als minder zelfverzekerd en minder gelukkig, als zij niet versneld leren. Ook hebben ze een minder goede relatie met de leerkracht. Verschil tussen jongens en meisjes Jongens presteren in het algemeen beter in wiskunde en de exacte vakken dan meisjes. Ook kiezen ze vaker voor een vervolgstudie in deze richting. Men neemt echter aan dat dit verschil niet te maken heeft met verschil in aanleg, maar het gevolg is van sexespecifieke socialisatie. Conclusie Er is een scala aan facetten te benoemen, dat invloed heeft op de onderbenutting van talent in de schoolloopbaan van leerlingen. De keuze voor de vervolgopleiding in de leerloopbaan is hierin cruciaal. In de volgende paragrafen willen wij ons richten op dit keuzeproces. We kijken daarbij naar het tot stand komen van de keuze zelf. Aspecten als timing 1 laten we vooralsnog buiten beschouwing. 1 In de afgelopen jaren zijn er diverse publicaties verschenen over de ontwikkeling van hersenen. Gezien de variabiliteit in de ontwikkeling, moeten we ons afvragen op welk moment cruciale keuzes in de leerloopbaan het beste gemaakt kunnen worden. 6

7 3. Het keuzeproces 3.1 Wat onderzoeken we? Deze rapportage richt zich op het verbeteren van het keuzeproces richting het beroepsonderwijs bij havo- en vwo-leerlingen. Daarmee bedoelen wij het proces dat een leerling doorloopt bij het maken van (al dan niet bewuste) keuzes voor een leerloopbaan. Een aantal keuzemomenten daarin is vastgelegd: de overgang van Basisonderwijs naar Voortgezet Onderwijs, het kiezen voor de profielen in havo/vwo 3 het kiezen voor een vervolgopleiding in havo5/vwo6. In dit stuk beperken wij ons tot twee keuzemomenten: de doorstroomkeuze bij de overgang van primair onderwijs naar voortgezet onderwijs en de keuze voor een profiel in de bovenbouw van havo-vwo. We zoeken antwoord op de volgende vragen: Welke factoren zijn van invloed op het keuzeproces van een leerling en hoe hangen die samen met talentontwikkeling? Welke mogelijkheden zijn er voor interventies, die leiden tot keuzeprocessen die beter zijn voor de leerling, de docent, de school en de maatschappij? We onderzoeken de volgende veronderstellingen: Het keuzeproces van leerlingen wordt bepaald door een aantal expliciete keuzemomenten in de leerloopbaan. Deze keuzemomenten komen niet altijd overeen met de ontwikkeling van de leerling. De kwaliteit van de keuze wordt beïnvloed door het tijdstip waarop zij wordt genomen. Leerlingen worden beïnvloed door hun omgeving (vrienden en familie) bij het maken van keuzes. Een deel van de hoogbegaafde leerlingen wordt niet snel genoeg gesignaleerd. Daardoor maken zij mogelijk andere keuzes, dan wanneer hun hoogbegaafdheid wel was opgemerkt. Goede interventies zijn gericht op het verkleinen van het spanningsveld tussen de omgeving en het individu. We moeten dus aandacht besteden aan: de ontwikkeling en rijping van de hersenen; beelden van beroepen en beroepsperspectieven; transitieproblemen; sociaal-economische factoren; gebrek aan deskundigheid bij onderwijsinstellingen; determinatie-en adviescriteria; Verkeerde keuzes zijn vanuit bedrijfskundig oogpunt inefficiënt; ze hebben een nadelig effect op de leerling én op de maatschappij. Reden genoeg dus om het keuzeproces te optimaliseren Een theoretisch kader voor het keuzeproces Een verkeerde keuze tijdens je leerloopbaan kan leiden tot demotivatie en uitval, maar ook tot andere vormen van onderbenutting van talent. Omgekeerd heeft het tijdig (h)erkennen van potentieel door leraren, ouders en de leerling een positief effect op de vervolgkeuze en de ontwikkeling van de leerling. 7

8 Theory of reasoned action In de schoolloopbaan van leerlingen komt een aantal belangrijke keuzemomenten voor: de stap van primair onderwijs naar voorgezet onderwijs, de profielkeuze, het vakkenpakket en de keuze voor een vervolgopleiding. We nemen aan dat dergelijke beslissingen min of meer bewust worden genomen. Het belang ervan is de beslissers duidelijk. Voor beslissingen waaraan een min of meer bewust proces ten grondslag ligt, hebben Martin Fishbein en Icek Ajzen (1975,1980) een model ontwikkeld. Het model beschrijft hoe beslissingen tot stand komen en waarom bepaald gedrag wel of niet wordt uitgevoerd. Het is toepasbaar op allerlei beslissingen. De theorie van Fishbein en Ajzen staat bekend als de Theory of Reasoned Action (TRA). De theorie is opgebouwd uit drie centrale onderdelen: Gedragsintentie dit is de sterkte van de bedoeling die iemand heeft, om een bepaald gedrag ook te vertonen. Attitude dit is het resultaat van de consequenties die iemand verwacht van het gedrag, maal de waarde die iemand daaraan hecht. Subjectieve norm dit is de inschatting die iemand maakt van de verwachtingen van relevante anderen, gecombineerd met de neiging om daaraan te voldoen. Met andere woorden: denkt een leerling dat (voor hem belangrijke) anderen vinden dat hij bepaald gedrag moet vertonen? De attitude en de subjectieve norm bepalen de sterkte van de gedragsintentie. Dit model is schematisch in figuur 1 weergegeven: Verwachte gevolgen van het gedrag Waarde die je hecht aan de verwachte gevolgen Attitude Perceptie over wat anderen vinden van het gedrag Subjectieve norm Gedrags- intentie Gedrag Neiging om aan verwachtingen van anderen te voldoen Fig 1. Theory of reasoned action, Fishbein en Ajzen. Volgens Fishbein en Ajzen tellen niet alle attitudes en subjectieve normen even zwaar mee bij het voorspellen van gedrag. Afhankelijk van de persoon en de omstandigheden kunnen deze factoren heel verschillende bijdragen. Als je iemand bent die de mening van anderen erg belangrijk vindt, is de invloed van de subjectieve norm veel groter dan bij iemand die het niet kan schelen wat anderen denken. 8

9 Theory of Planned Behavior In de jaren 80 is de TRA uitgebreid met een additionele voorspeller, de zogenaamde veronderstelde controle. Deze aangepaste Theory of Planned Behavior (TPB) is weergegeven in figuur 2. Attitude Kennis Subjectieve Gedrags- Gedrag norm intentie Veronderstelde controle Fig 2. Theory of planned behavior, Ajzen. Veronderstelde controle Het komt voor dat iemand wél de intentie heeft om een bepaald gedrag uit te voeren, maar beïnvloed wordt door de verwachting die hij heeft van zijn controle over de uitvoering. Die component noemen we veronderstelde controle. Dit concept komt uit de Self Efficacy Theory (SET), zoals ontwikkeld door Bandura in Volgens Bandura bepalen ook iemands verwachtingen van de resultaten zijn gedrag. Hij maakt daarbij onderscheid in self efficacy en outcome expectancy : Self efficacy: de overtuiging dat men in staat is om het gedrag succesvol uit te voeren. Outcome expectancy: de inschatting dat het gedrag ook de gewenste gevolgen heeft. Samenvattend komt de theorie hierop neer: Hoe positiever de houding ten opzichte van het gedrag en hoe positiever de mening van relevante anderen en hoe groter de veronderstelde controle op het gedrag des te groter de intentie om het gedrag ook te vertonen. Verondersteld wordt dat schoolloopbaanbeslissingen in hoofdlijnen op deze manier tot stand komen. In ons model nemen we nog twee variabelen op; de achtergrondvariabelen en feedback. Daarmee bedoelen we het volgende: Achtergrondvariabelen: Zij hebben niet direct invloed op iemands gedrag, maar wél op de drie gedragsdeterminanten. Voorbeelden hiervan zijn intelligentie, sociaaleconomische status en demografische factoren. Feedback: Ervaringen en opgedane kennis kunnen verschuivingen teweeg brengen in de drie gedragsdeterminanten. Met andere woorden: de feedback die iemand krijgt op basis van zijn gedrag, heeft invloed op zijn intenties voor de volgende keer. 9

10 Attitude Achtergrond- variabelen Subjectieve norm Gedrags- intentie Gedrag Kennis en vaardigheden Veronderstelde controle Feedback Fig 3. Model voor tot stand komen keuzegedrag 3.3 Factoren die de doorstoombeslissingen beïnvloeden Voordat we, op basis van het model in figuur 3, een overzicht maken van de factoren die voor de doorstoombeslissing relevant zijn, moeten we nagaan voor wie we dit doen. Tot nu toe hebben we het gehad over een individu dat weloverwogen beslissingen neemt over zijn doorstroom naar en binnen havo/vwo. Maar eigenlijk hebben we te maken met drie mogelijke beslissers: de leerling, de ouders van de leerling én de docent(en) van de leerling (uitzonderingen laten we buiten beschouwing). Afhankelijk van het doorstroommoment en de attitude van de andere twee betrokkenen, is één van deze drie de feitelijke beslisser. Als we de hiervoor beschreven theorie vertalen, rolt daar de volgende praktijksituatie uit. We kijken naar alle componenten uit het gedragsmodel, bij het besluit om te kiezen voor een vervolgstap in de schoolloopbaan. De verschillende componenten zijn ingevuld met als voorbeeld de overgang van basisschool naar Voortgezet Onderwijs Attitude Wat zijn de consequenties van dit besluit? En wat vinden de mensen die voor mij belangrijk zijn, ervan? Bij de keuze voor voortgezet onderwijs maken de drie beslissers ieder hun eigen afwegingen. De houding van de ouders hangt samen met vragen als: Wat is het toekomstperspectief van mijn kind als hij deze school kiest? Past het beeld dat ik heb van deze opleiding bij de specifieke (excellentie)vraag van mijn kind? Wat is de status van deze opleiding als het gaat om de ontwikkeling van talent? De attitude van de leerlingen wordt bepaald door vragen als: Is de opleiding ver van huis?. Kan ik hiermee worden wat ik wil? Is het een leuke school? Gaan er ook kinderen die ik ken naar die school? De attitude van de docent wordt bepaald door: 10

11 Denk ik dat de leerling succesvol kan zijn in deze opleiding? Heeft de leerling voldoende (academische) vaardigheden? Is de leerling sociaal-emotioneel geschikt voor deze opleiding? Subjectieve norm Iemands subjectieve norm geeft aan wat zijn perceptie is van het oordeel dat anderen over de beslissing hebben. Bij de keuze voor een school maken de drie beslissers wederom ieder hun eigen afwegingen. De subjectieve norm van de ouders wordt bepaald door de volgende vragen: Zal mijn kind dit een passende opleiding vinden? Wat vinden de deskundigen op school van deze opleiding? Wat vinden de mensen in mijn omgeving (past dit bij ons soort mensen)? De subjectieve norm van de leerling wordt bepaald door andere vragen: Wat vinden mijn ouders en familie van deze opleiding? Is mijn leerkracht van mening dat ik deze opleiding aankan? Wat denken mijn klasgenoten en vrienden van mijn keuze? De docent stelt zichzelf weer andere vragen: Past mijn advies binnen de verwachtingen van mijn team? Past mijn advies binnen de verwachtingen van de ouders? Past mijn advies binnen de verwachtingen van de leerling? Past mijn advies binnen de verwachtingen van de vervolgopleiding? Veronderstelde controle: Kan ik deze beslissing zelf maken? Heb ik daadwerkelijk controle over deze beslissing? Vragen over de veronderstelde controle leiden bij de drie beslissers tot verschillende afwegingen. Ouders houden zich bezig met vragen als: Mag ik wel zelf kiezen, of bepaalt de school? Heb ik nog wel invloed op wat mijn kind wil? De leerling vraagt zich andere dingen af: Ben ik wel slim genoeg voor deze opleiding? Mag ik zelf kiezen of bepalen mijn ouders? Heb ik wel de goede vooropleiding om toegelaten te worden? Kan ik er wel komen, is het niet te ver weg? De veronderstelde controle van de docent wordt bepaald door deze vragen: Weegt mijn advies op tegen de mening van andere professionals? Bepaal ik, of de ouders? Neemt de vervolgopleiding mijn advies over? 11

12 Het belang van verschillende factoren bij de profielkeuze. Als we de theorie naast de praktijk leggen, kunnen we het keuzeproces dat leerlingen doorlopen, als volgt invullen. Achtergrondvariabelen die een rol spelen, zijn: sexe etniciteit het opleidingsniveau van de ouders. Factoren die de attitude van leerlingen bepalen: Is dit vak ook nog leuk/interessant in de bovenbouw? Gaat dit vak mij veel tijd en moeite kosten? Heb ik dat er voor over, rekening houdend met mijn andere tijdsbestedingen? Welke opties houd ik (al dan niet) open door een bepaalde profiel- of vakkenkeuze? Wat is het belang van deze keuze voor mijn eventuele vervolgopleiding? Welke vervolgopleiding wil ik gaan doen en wat zijn de kansen op de arbeidsmarkt? Wat is het imago van deze studierichting, bijvoorbeeld bij vrienden en in de media? Anderen die van invloed zijn op de subjectieve norm van leerlingen: ouders familie docenten/decaan vrienden. De invloed van ouders is groot en veel belangrijker dan zij zelf vaak vermoeden. Diverse bronnen bevestigen dit. De invloed van docenten is relatief klein. Leraren (vooral decanen) spelen wel een rol, maar meer in het aanreiken van informatie. De controle die leerlingen veronderstellen te hebben op de keuze, uit zich in de volgende vragen: Kan ik deze keuze zelf maken en kan ik de gevolgen aan? Hoe moeilijk is het voor mij? (Het zelfbeeld speelt hier een belangrijke rol.) Hoeveel keuzeruimte is er, binnen de bestaande regels? Wat is het beleid van mijn school bij dit soort keuzes? In gesprekken met leerlingen die kozen voor N-profielen, valt op dat veel van hen hiervoor kiezen omdat ze denken dat ze het aankunnen én omdat ze hun opties zoveel mogelijk open willen houden. Het geeft ze dus een gevoel van maximaal haalbare controle op latere keuzes. Kennis en vaardigheden spelen als volgt mee bij de keuze van leerlingen: Wat is hun beeld bij vakken in de bovenbouw? Wat is hun beeld bij toekomstige beroepen en studies? Over hoeveel zelfkennis en zelfreflectie beschikken ze? Kunnen ze kiezen? Kunnen ze de ruimte nemen voor het maken van goede afwegingen? Kunnen ze hun keuzes verantwoorden? Surfen ze veel op internet en wat komen ze daar tegen? 12

13 De doorgenomen literatuur is vooral van toepassing op het keuzeproces bij leerlingen. Het is lastig het model in te vullen voor ouders en docenten, dit is wellicht iets voor nader onderzoek. β-techniek Uit onderzoek naar de keuze van leerlingen voor β-techniek blijkt, dat zowel ouders als docenten niet altijd een goed beeld hebben van de beroepspraktijk en de vervolgopleidingen. Er heersen vaak stereotype beelden, die vooral meisjes beïnvloeden om niet voor technische studierichtingen te kiezen. Daarnaast constateren wij dat er veel gesproken wordt over een keuzeproces, maar niet echt over talentherkenning. Het keuzeproces is te beïnvloeden, maar doet die keuze dan ook automatisch recht aan het talent van de leerling? 3.4 Het keuzeproces beïnvloeden Er is een groot aantal factoren dat een rol speelt in het keuzeproces. We zetten de belangrijkste onderzoeksfeiten op dit gebied op een rij. De invloed van ouders De opvoedingsstijl van de ouders en de cultuur waarin kinderen opgroeien, is bepalend voor de keuzes die zij maken. De mate waarin ouders hun kinderen de ruimte geven om zich te ontwikkelen en de mate waarin zij zich betrokken voelen bij hun kinderen, speelt hierbij een grote rol. Ouders kunnen hun kinderen óók zodanig sturen, dat ze gedemotiveerd raken en juist gaan onderpresteren. Zo kan ook de relatie tussen ouders en leerkracht onder druk komen te staan. Met name bij de overgangsmomenten kan de druk op de school en de leerkracht van groep 8 onevenredig groot worden. Ouders zijn de belangrijkste kennisbron tijdens het keuzeproces, deze rol gaat langzaam over naar de school als de leerling ouder wordt. In lagere sociaal economische klassen is de rol van de thuissituatie minder groot dan in hogere klassen. De invloed van scholen Veel basisscholen baseren hun advies allereerst op de (ontwikkeling van de prestaties) van de leerling. Maar ook gedrag en houding, zoals motivatie, werkhouding, doorzettingsvermogen, zelfstandigheid en zelfvertrouwen, wegen mee. Het gemiddelde prestatieniveau van de schoolbevolking is eveneens van invloed. Scholen met een laag prestatieniveau geven relatief hoge adviezen (Mulder & Tesser, 1992). Zolang de Onderwijsinspectie de prestaties van scholen in de vorm van kwaliteitskaarten op internet, in dagbladen en schoolgidsen publiceert, is het voor het voortbestaan van een school van levensbelang te laten zien dat er (zo)veel (mogelijk) leerlingen naar havo of vwo doorstromen.(dijkstra e.a., 2001). Dit kan meespelen. Het beeld dat leerkrachten hebben van hun leerlingen, wordt mede bepaald door de sociale en etnische achtergrond (Jungbluth, 2003) van de kinderen. Leerkrachten wegen de thuissituatie mee in hun oordeel, bijvoorbeeld door te letten op de mate waarin het kind thuis ondersteund wordt bij zaken die met school en onderwijs te maken hebben. Een dergelijke ondersteuning wordt vaak opgevat als een vorm van sociaal en cultureel kapitaal. 13

14 Leerlingen Bepalend voor een leerling zijn de verwachte opbrengsten van een opleiding. Garandeert de opleiding een goed inkomen? Kan een leerling zichzelf onderscheiden door deze opleiding te volgen? Past hij binnen zijn beroepswens? Al op jonge leeftijd rekenen leerlingen bepaalde toekomstbeelden niet meer tot hun mogelijkheden ( Hemsley Brown & Foskett 1997). Toch kan een leerling pas een goede studiekeuze pas maken als hij over voldoende zelfkennis beschikt. De invloed van hoogbegaafdheid Hoogbegaafdheid heeft invloed op de leerloopbaankeuzes die kinderen maken. Buitengewone capaciteiten, bovengemiddelde intelligentie, maar ook motivatie en creativiteit zijn bepalend. Onder motivatie verstaan we het doorzettingsvermogen om een bepaalde taak tot een goed einde te brengen, zowel gevoelsmatig als cognitief, en het kunnen meewegen van risico's en onzekerheden. Creativiteit uit zich in een hoge mate van zelfstandig, productief kunnen denken, originele oplossingen kunnen vinden én problemen kunnen voorzien. Belemmerende factoren in iemands persoonlijkheid of sociale omgeving kunnen ertoe leiden dat een hoogintelligent kind niet tot hoogbegaafde prestaties komt. Als in het gezin, op school of in de vriendenkring geen gelegenheid bestaat om de aanwezige capaciteiten te ontwikkelen, dan zal dit onmiddellijk invloed hebben op het functioneren van het kind. De procedure voor (vervroegde ) doorstroming voor hoogbegaafden is op orde. Er vinden gesprekken plaats tussen primair en voorgezet onderwijs, speciaal voor de overgang van hoogbegaafde leerlingen. De zorg voor hoogbegaafden is gedocumenteerd. Welke interventies helpen het keuzeproces van het kind? Met de reeds gepresenteerde kennis in het achterhoofd bevelen wij een aantal relevante interventies aan, die de keuzeprocessen voor leerlingen optimaliseren. Het model van Fishbein Azjen staat daarin centraal. Een belangrijke rol is weggelegd voor de docent. In het vervolg van dit project gaat het erom dat de docent zich realiseert dat hij de voorwaarden kan scheppen, die ervoor zorgen dat het werkelijk potentieel van de leerling tot wasdom komt. Bom en Geerts stellen een aantal interventies voor, die passen bij het model voor het keuzeproces in figuur 3 en de analyse van het belang van een aantal factoren. 1. Als de ouders voor de leerlingen belangrijk zijn bij het maken van een profielkeuze, is het verstandig deze ouders nadrukkelijker te betrekken in het keuzeproces. Zij kunnen dan een reflecterende rol aannemen, op basis van voldoende kennis en inzicht. Zo leveren ouders op een indirecte manier een bijdrage aan de doelen van de school. 2. De adviezen van vakdocenten lijken niet meer dan een procedureel noodzakelijke stap in het keuzeproces. Leerlingen nemen het advies voor kennisgeving aan, omdat het nu eenmaal wordt uitgebracht. Het advies van de vakdocent moet meer ruimte krijgen, waarbij er meer aandacht moet zijn voor vakvoorlichting. Het komt te vaak voor, dat een vak in de bovenbouw toch anders blijkt dan verwacht. 3. Vanaf het eerste moment moet er meer aandacht zijn voor de manier waarop een leerling in het keuzeproces staat. Er is een verschil tussen jongens en meisjes. Ook de leeftijd waarop leerlingen een keuze moeten maken, is bepalend. Docenten moeten zich bewust worden van de manier waarop het keuzeproces bij leerlingen tot stand 14

15 komt (zie model). Tevens moeten ze zich realiseren hoe hun eigen proces bij advisering verloopt (wat is je eigen attitude, subjectieve norm et cetera). Werken aan zelfkennis en zelfreflectie bij leerlingen is belangrijk. Er moet ook meer aandacht zijn voor communicatie tussen leerlingen onderling, over te maken en gemaakte keuzes. Het werkt verhelderend om verantwoording aan elkaar af te leggen op het niveau van de peergroep; men leert van elkaar. 4. De leerlingen van 4 havo maken duidelijk dat de rol van de mentor als eerste gesprekspartner kan worden aangescherpt. 5. De school moet duidelijk maken dat, ofschoon er in principe sprake is van een keuzevrijheid, bepaalde keuzes niet zonder meer worden geaccepteerd. De school moet haar leerlingen tijdig de juiste reflectievragen aanreiken, om te voorkomen dat zij onverstandige keuzes maken. 15

16 4. Conclusies, vervolgstappen Inleiding Er is een groot scala aan facetten te benoemen, dat invloed heeft op de onderbenutting van talent in de schoolloopbaan van leerlingen. De keuze voor de vervolgopleiding in de leerloopbaan is hierin cruciaal. Deze keuze wordt beïnvloed door een aantal factoren. Deze factoren hebben wij in dit stuk uiteengezet en benoemd. De houding en rol van leerkrachten, docenten en ouders in het keuzeproces is direct gerelateerd aan mogelijk onderpresteren van leerlingen. Wij hebben er daarom voor gekozen om een apart kopje conclusies op te nemen m.b.t. onderpresteren van leerlingen. 4.1 Conclusies Keuzeproces - De factoren die een doorstroombeslissing beïnvloeden zijn: attitude (van leerlingen, ouders en docenten), de subjectieve norm en veronderstelde controle; - De factoren attitude, subjectieve norm en veronderstelde controle spelen een rol bij de keuze voor VO, profielkeuze en bij de keuze voor een vervolgopleiding; - De invloed van ouders op de subjectieve norm (perceptie van leerlingen over het oordeel van anderen over de beslissing) is groot en veel belangrijker dan zij zelf vaak vermoeden; - Zowel ouders als leerlingen, maar ook docenten hebben niet altijd een goed beeld van de beroepspraktijk en vervolgopleiding. Dit is mede oorzaak van het feit dat meisjes minder vaak technische studierichtingen kiezen; - De invloed van ouders is groot; ouders zijn de belangrijkste kennisbron tijdens het keuzeproces, deze rol gaat langzaam over naar de school als de leerling ouder wordt. In lager economische situaties is de rol van de thuissituatie minder groot dan in hogere klassen; - Leerkrachten van basisscholen baseren hun advies allereerst op de (ontwikkeling en prestaties) van leerlingen, maar ook op gedrag en houding zoals motivatie, werkhouding, doorzettingsvermogen, zelfstandigheid en zelfvertrouwen. Het beeld dat leerkrachten hebben van hun leerlingen wordt bovendien beïnvloed door de sociale en etnische achtergrond; - Bepalend voor de keuze van een leerling zijn de verwachte opbrengsten van een opleiding. Hiervoor is voldoende zelfkennis nodig; - Hoogbegaafdheid heeft invloed op de leerloopbaankeuzes die kinderen maken. Belemmerende factoren in iemands persoonlijkheid of sociale omgeving kunnen ertoe leiden dat een hoogintelligent kind niet tot hoogbegaafde prestaties komt; - De leerkracht of docent kan voorwaarden scheppen die ervoor zorgen dat het werkelijk potentieel van leerlingen tot wasdom komt. Onderpresteren - Het niet tijdig herkennen van talenten van leerlingen kan leiden tot onderbenutting van talent. Leerlingen gaan onderpresteren en kunnen een achterstand oplopen of ontplooien hun vermogen niet optimaal. - Onderbenutting wordt in het basisonderwijs vooral veroorzaakt door: slechte afstemming van het lesaanbod op de leerling, een laag ambitieniveau van de ouders/ leerlingen en/of lage verwachtingen van leerkrachten; 16

17 - Bij het voorkomen van onderbenutting en onderpresteren speelt het funderend onderwijs een centrale rol. Al in het basisonderwijs (en in de VVE-periode) zouden talenten van leerlingen gesignaleerd kunnen worden; - Leerkrachten en docenten spelen een cruciale rol bij het signaleren van onderpresteren en bij het signaleren van talentvolle leerlingen; - Onderpresteren en onderadvisering komt relatief vaak voor bij allochtone kinderen van laagopgeleide ouders; - (Hoog)begaafde leerlingen krijgen vaak een te laag advies en presteren vaker onder hun niveau dan normaal begaafde leerlingen. 4.2 Welke interventies helpen het tegengaan van onderbenutting en onderpresteren? Wat kunnen we op schoolniveau? Deze publicatie is het resultaat van een literatuuronderzoek naar keuzegedrag van leerlingen en de relatie met onderpresteren van leerlingen. Duidelijk is geworden dat in het keuzeproces van de leerling, de docent, de ouders en vrienden een belangrijke rol spelen, naast een aantal achtergrondfactoren en omgevingsfactoren. Omdat leerkrachten en docenten echter op meerdere fronten een cruciale rol spelen (het signaleren van leerlingen, in de gesprekken met ouders en in de advisering van de studiekeuze) zal de rol van de docent in het VO sterker onder de loupe worden genomen. Om dit te kunnen doen wordt in 2009 een onderzoek gedaan naar onderpresteren door leerlingen. Dit gebeurt aan de hand van vragenlijsten die door docenten worden ingevuld. Vervolgens zullen er op schoolniveau interventies worden uitgevoerd. Interventies De interventies (2009) die op schoolniveau zullen worden uitgevoerd en ontwikkeld hebben betrekking op het vroegtijdig signaleren van onderpresteren, werkelijke capaciteiten en ontwikkelingspotentieel, waaronder (top)talent. Dit werkelijk herkennen leidt onder andere tot een betere relatie tussen docent en leerling en tot een betere advisering. - Bewustwording bij de docent met betrekking tot het effect van zijn handelen bij het erkennen van talent. - Het toerusten van docenten met kennis en vaardigheden om onderpresteren te herkennen en om met leerlingen hierover in gesprek te gaan (bewustwording van hun rol). Praktische interventies, individuele gesprekken en begeleiding van docenten, training teams, professionaliseringsaanbod ontwikkelen. - Het toerusten van docenten met kennis en vaardigheden om talenten te herkennen, erkennen en om deze tot bloei te laten komen. Praktische interventies, individuele gesprekken en begeleiding van docenten, training teams, professionaliseringsaanbod ontwikkelen. - Het adviseren van scholen voor een schoolbrede aanpak om onderprestatie, onderadvisering en onderbenutting tegen te gaan. Praktische interventies: opnemen in de professionalisering van docenten (POP s), instellen van een projectteam onderpresteren met deelname van directie, docenten en wellicht leerlingen. 17

18 Literatuur Ajzen, I., & Fishbein, M. (1980). Understanding attitudes and predicting social behavior. Englewood Cliffs, NJ: Prentice-Hall. Bandura, A. (1986). Social foundations of thought and action: a social cognitive theory. Englewood Cliffs, New Jersey: Prentice-Hall. Biermans, M.,Jaap Anne Korteweg, Marko van Leeuwen (2003). De keuze voor Bèta/Techniek,Kwantitatieve analyse van de keuze voor bèta/techniek op basis van TKMSTdata. Amsterdam: SEO. Bom, J. en C. Geerts. Profielkeuze in het voortgezet onderwijs. Redax magazine Dijkstra, A.B, S. Karsten. R. Veenstra, A.J. Visschers, Redactie (2001) Scholen op rapport, standaarden voor de publicatie van schoolprestaties. Koninklijke van Gorcum bv,assen Fishbein, M., & Ajzen, I. (1975). Belief, attitude, intention, and behavior: An introduction to theory and research. Reading, MA: Addison-Wesley.[1] Florijn, M.E. en A. Blume, C. Terlouw (2005). De rol van een studieoriëntatie in het studiekeuzeproces van vwo-leerlingen. Enschede: TU-Twente ELAN. Felsö, F., M. van Leeuwen, M. Zijl. (2000)Verkenning van stimulansen voor het keuzegedrag van leerlingen en studenten. Amsterdam: SEO Foskett, N. H. en J. Hemsley-Brown (1997) Career perceptions and Decision-Making among Young People in schools and colleges. Jungbluth, P. (2003). De ongelijke basisschool. Nijmegen: ITS. Kuijpers, M., Meijers F., Bakker, J. (2006). Krachtige loopbaangerichte leeromgevingen in het (v)mbo: hoe werkt het? Driebergen, Platform Beroepsonderwijs Lokman, A. H. (1995). Dag...onderwijs. Een onderzoek naar uitstroombeslissingen van meaoleerlingen, Wageningen: STOAS Miller, K. (2005). Communications theories: perspectives, processes, and contexts. New York: McGraw-Hill Mooij, prof.dr. T e.a. (2007), Succescondities voor hoogbegaafde leerlingen, ITS/CBO Mulder, L., Roeleveld, J., Vierke, H. (2007). Onderbenutting van capaciteiten in basis en voortgezet onderwijs. Den Haag: Onderwijsraad Mulder, L., & Tesser, P. (1992). De schoolkeuzen van allochtone leerlingen. Nijmegen: ITS. Posthuma, T. J. Peters en S. Brinkman (2006).Keuzegedrag leerlingen bij de profielkeuze in havo 3 en vwo 3-4,Wat motiveert leerlingen Wiskunde D te kiezen? (Winkler Prins, Veendam) (Lauwers College, Buitenpost) 18

19 Steglich. C.E.G. (2003).The framing of dicision situations. Automatic Goal Selection and Rational Goal Persuit. Groningen: Rijksuniversiteit Groningen. Vermaas, J., Linden, van der, R. (2007). Beter inspelen op havo- leerlingen. Tilburg: IVA 1 (bron: Kwaliteitsagenda VO doel 4) 2 (bron: Talent, februari 2008) 3 (bron: Kwaliteitsagenda VO: doel 3). 4 (bron: Samenvatting eindrapport Commissie Parlementair Onderzoek Onderwijsvernieuwingen, ). 5 Mulder, L., Roeleveld, J., Vierke, H. (2007). Onderbenutting van capaciteiten in basis en voortgezet onderwijs. Den Haag: Onderwijsraad. 6 Wikipedia 12 jan Latente Talenten Werkdocument van de projectgroep Henri-Fréderíc Amiel Amersfoort, juni 2006 Lide van Bemmel, Liesbet Dreeuws-Robbers, Simone Kessels, Inge Krul, Zwanie van Rij, Marion Slijpen, Marian van Stekelenburg en Linda van Tuyl, CPS Amersfoort 19

Onderpresteren onder de loep

Onderpresteren onder de loep 8 Doorlopende leerlijnen José van der Hoeven, Esther de Boer en Gert ten Hove Onderpresteren onder de loep Onderzoeksrapportage project Beroepsidentiteit en Persoonlijkheidsontwikkeling havo-vwo 28-21

Nadere informatie

Excellent en onderpresent

Excellent en onderpresent Excellent en onderpresent KPC Groep Suzanne Beek Esther de Boer 1 INLEIDING 3 2 ONDERZOEKSOPZET 4 2.1 Context 4 2.2 Onderzoeksvraag 4 2.3 Methode 4 2.4 Respons 5 Inhoud 3 BEVINDINGEN 6 3.1 Algemeen 6 3.2

Nadere informatie

HOOGBEGAAFDHEID EN EXCELLENTIE

HOOGBEGAAFDHEID EN EXCELLENTIE AANSLUITING PO-VO DIFFERENTIATIE HOOGBEGAAFDHEID EN EXCELLENTIE 22-4-2015 22-4-2015 (Hoog)begaafdheid en excellentie is een van de thema s waarop aansluiting tussen het PO en VO wordt gezocht. Dit document

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 200 VIII Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2008 Nr. 28 BRIEF

Nadere informatie

TALENTENPROGRAMMA/HOOGBEGAAFDENBELEID

TALENTENPROGRAMMA/HOOGBEGAAFDENBELEID TALENTENPROGRAMMA/HOOGBEGAAFDENBELEID Van het woord hoogbegaafd houden we niet zo, het zet de ene groep mensen op een hoger plan en anderen op een lager. Martine Delfos Deze uitspraak van Martine Delfos

Nadere informatie

NTERVIEW. In Bedrijf.Bite Coaching, loopbaan & studiekeuze. Doen waar je goed in bent

NTERVIEW. In Bedrijf.Bite Coaching, loopbaan & studiekeuze. Doen waar je goed in bent NTERVIEW In Bedrijf.Bite Coaching, loopbaan & studiekeuze Doen waar je goed in bent Ieder mens moet regelmatig keuzes maken. Dat begint al met de keuze voor een bepaalde school, een studie of een opleiding.

Nadere informatie

Dag...onderwijs. Een onderzoek naar uitstroombeslissingen van meao-leerlingen. Ineke Lokman

Dag...onderwijs. Een onderzoek naar uitstroombeslissingen van meao-leerlingen. Ineke Lokman Dag...onderwijs Een onderzoek naar uitstroombeslissingen van meao-leerlingen Ineke Lokman Dag...onderwijs Een onderzoek naar uitstroombeslissingen van meao-leerlingen CIP-GEGEVENS KONINKLIJKE BIBLIOTHEEK,

Nadere informatie

Begrijpend lezen van basisschool naar voortgezet onderwijs

Begrijpend lezen van basisschool naar voortgezet onderwijs Ronde 5 Hilde Hacquebord Rijksuniversiteit Groningen Contact: H.I.Hacquebord@rug.nl Begrijpend lezen van basisschool naar voortgezet onderwijs 1. Inleiding De onderwijsinspectie stelt in haar verslag van

Nadere informatie

Adviezen voor studiekiezers op basis van de Startmonitor

Adviezen voor studiekiezers op basis van de Startmonitor Adviezen voor studiekiezers op basis van de Startmonitor Conclusies en aanbevelingen op basis van jaarlijks onderzoek naar studiekeuze en studiesucces Jules Warps ResearchNed mei 2012 2012 ResearchNed

Nadere informatie

Nulmeting ouderbetrokkenheid. Handleiding bij vragenlijsten ouderbetrokkenheid

Nulmeting ouderbetrokkenheid. Handleiding bij vragenlijsten ouderbetrokkenheid Nulmeting ouderbetrokkenheid Handleiding bij vragenlijsten ouderbetrokkenheid 1 Ouderbetrokkenheid in beeld Met behulp van deze vragenlijst ouderbetrokkenheid kunnen Rotterdamse scholen voor basis- en

Nadere informatie

Basisschooladviezen en etniciteit Onderzoeksverslag, 29 januari 2007

Basisschooladviezen en etniciteit Onderzoeksverslag, 29 januari 2007 Afdeling Onderwijs Team Monitoring & Bedrijfsvoering Basisschooladviezen en etniciteit Onderzoeksverslag, 29 januari 2007 Verwijderd: Bassischooladv iezen Vraagstelling Dit onderzoek is uitgevoerd om antwoord

Nadere informatie

Hoogbegaafdheid in de klas definities en herkenning

Hoogbegaafdheid in de klas definities en herkenning Hoogbegaafdheid in de klas definities en herkenning Karin Monster Pascal Groen 33 Fotografie Leo van Breugel Giftedness is not a problem to be solved, but an unique challenge to be nourished (Colangelo

Nadere informatie

SAMENVATTING. Aanleiding

SAMENVATTING. Aanleiding SAMENVATTING Aanleiding Op verzoek van de staatssecretaris voor primair onderwijs en kinderopvang heeft de Inspectie van het Onderwijs in 2008 de kwaliteit van het basisonderwijs in de drie noordelijke

Nadere informatie

(Hoog)begaafdenwijzer Lorentzschool.

(Hoog)begaafdenwijzer Lorentzschool. (Hoog)begaafdenwijzer Lorentzschool. (Ontdek-boek over hoogbegaafdheid door Wendy Lammers van Toorenburg) 1 januari 2014 1. (Hoog)begaafdenbeleid op de Lorentzschool. In het hedendaagse onderwijs is omgaan

Nadere informatie

VU PRE UNIVERSITY COLLEGE VOOR DE SCHOLIER DIE VERDER KIJKT

VU PRE UNIVERSITY COLLEGE VOOR DE SCHOLIER DIE VERDER KIJKT VU PRE UNIVERSITY COLLEGE VOOR DE SCHOLIER DIE VERDER KIJKT NAAR VU PRE UNIVERSITY COLLEGE VERDIEPT, VERRIJKT EN VERBINDT De VU wil graag met u werken aan de versterking van de kwaliteit van het voortgezet

Nadere informatie

Box 2: Vaststellen beginsituatie Handelingsgericht werken op PABO s en lerarenopleidingen VO

Box 2: Vaststellen beginsituatie Handelingsgericht werken op PABO s en lerarenopleidingen VO Kees Dijkstra (Windesheim), Els de Jong (Hogeschool Utrecht) en Elle van Meurs (Fontys OSO). 31 mei 2012 Box 2: Vaststellen beginsituatie Handelingsgericht werken op PABO s en lerarenopleidingen VO Doel

Nadere informatie

Verslag internetconsultatie wetsvoorstel bovenbouw havo-vwo. (edoc 512410, projectgroep Profielen)

Verslag internetconsultatie wetsvoorstel bovenbouw havo-vwo. (edoc 512410, projectgroep Profielen) Verslag internetconsultatie wetsvoorstel bovenbouw havo-vwo (edoc 512410, projectgroep Profielen) 1 Verslag internetconsultatie wetsvoorstel bovenbouw havo-vwo 1. Inleiding Op 20 september 2012 is de openbare

Nadere informatie

Open Huis op vrijdag 22 januari 2016 maandag 1 woensdag 3 donderdag 4 februari 2016 Afdelingsleider klas 1

Open Huis op vrijdag 22 januari 2016 maandag 1 woensdag 3 donderdag 4 februari 2016 Afdelingsleider klas 1 (Hoog)begaafd? Met onderwijs op maat, uitdagingen in je eigen interesses en jaren ervaring in onderwijs aan (hoog)begaafden ben je bij ons aan het goede adres! (Hoog)begaafd? Wat is (hoog)begaafdheid nou

Nadere informatie

Strategische kernen Passend Onderwijs. Sander, groep 8. Belangrijke overgangsmomenten in de ontwikkeling van kinderen

Strategische kernen Passend Onderwijs. Sander, groep 8. Belangrijke overgangsmomenten in de ontwikkeling van kinderen Leerlingen met een opvallende ontwikkeling Hoe ga je om met leerlingen met speciale onderwijsbehoeften? Cruciaal in de zorgstructuur is de kwaliteit van instructie. Maar inspelen op onderwijsbehoeften

Nadere informatie

Waarom ga je dat doen volgend jaar?

Waarom ga je dat doen volgend jaar? Waarom ga je dat doen volgend jaar? Susanne de Haar, Marlien Douma, Jan-Willem Kalhorn, Michiel Tolboom, Lotte Bonsel Begeleider: Marja ter Wal Inleiding Aan het einde van de middelbare school komt voor

Nadere informatie

middelbaar beroepsonderwijs Brainport regio Eindhoven Onderwijsvisie Onze kijk op onderwijs

middelbaar beroepsonderwijs Brainport regio Eindhoven Onderwijsvisie Onze kijk op onderwijs middelbaar beroepsonderwijs Brainport regio Eindhoven Onderwijsvisie Onze kijk op onderwijs Summa College maart 2013 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1: De vijf onderwijspijlers 4 Hoofdstuk 2: De vijf onderwijspijlers

Nadere informatie

Eindtoets Basisonderwijs (Citotoets)

Eindtoets Basisonderwijs (Citotoets) Eindtoets Basisonderwijs (Citotoets) Marleen van der Lubbe Manager Leerling- en onderwijsvolgsysteem (LOVS) Cito, Arnhem Inhoud LOVS Ontstaan EB Functie EB Doelgroep EB Inhoud EB Rapportage EB Gebruik

Nadere informatie

Stapeling binnen Melanchthon

Stapeling binnen Melanchthon Stapeling binnen Melanchthon Na je examen doorstromen naar een ander niveau in het voortgezet onderwijs Marieke van den Vlekkert Maatje, MSc. Versie 3 februari 2013 Besproken in AD (18/12), MMT (18/12),

Nadere informatie

Informatieboekje Voortgezet Onderwijs

Informatieboekje Voortgezet Onderwijs Informatieboekje Voortgezet Onderwijs 1 2 Voorwoord Dit informatieboekje geeft een overzicht van de belangrijkste gegevens over het VMBO, Havo en VWO. Hoe het VMBO is opgebouwd, welke vakken in de onderbouw

Nadere informatie

Leren Leren en ExcelLeren

Leren Leren en ExcelLeren Leren Leren en ExcelLeren www.mindsetlearnandgrow.nl Wat is MindSet? MindSet is een groep studenten die leerlingen leert effectief te leren. Wij helpen leerlingen betere schoolresultaten te behalen door

Nadere informatie

Huiswerk, het huis uit!

Huiswerk, het huis uit! Huiswerk, het huis uit! Een explorerend onderzoek naar de effecten van studiebegeleiding op attitudes en gedragsdeterminanten en de bijdrage van de sociale- en leeromgeving aan deze effecten Samenvatting

Nadere informatie

ENQUÊTE: toetsing op maat

ENQUÊTE: toetsing op maat ENQUÊTE: toetsing op maat Bezoekers van de website van de PO-Raad konden hun mening geven over toetsing op maat. Tussen 22 januari en 6 februari 2013 hebben 201 mensen de enquête volledig ingevuld. De

Nadere informatie

Een probleem in het hoger onderwijs: de prestatie, de motivatie, de inspiratie, de lol in het leren

Een probleem in het hoger onderwijs: de prestatie, de motivatie, de inspiratie, de lol in het leren Jelle Jolles Centrum Brein & Leren/AZIRE Vrije Universiteit Amsterdam Een probleem in het hoger onderwijs: de prestatie, de motivatie, de inspiratie, de lol in het leren 1 Toe naar een grootschalige aanpassing

Nadere informatie

Advies Rapport Zoek ieders Talent & Excelleer! Hoe excellentie ook in het hoger onderwijs kan worden gestimuleerd

Advies Rapport Zoek ieders Talent & Excelleer! Hoe excellentie ook in het hoger onderwijs kan worden gestimuleerd Advies Rapport Zoek ieders Talent & Excelleer! Hoe excellentie ook in het hoger onderwijs kan worden gestimuleerd Samenvatting Excellentie kan het beste worden gestimuleerd door het coachen van de persoonlijke

Nadere informatie

Regelingen voor voortgang en overgang tijdens de leerloopbaan. Inleiding

Regelingen voor voortgang en overgang tijdens de leerloopbaan. Inleiding Regelingen voor voortgang en overgang tijdens de leerloopbaan Inleiding Iedere leerling doorloopt de schoolperiode op zijn of haar eigen manier. Het proces van keuzes maken in leerniveau en uiteindelijk

Nadere informatie

Indirect opvoeden in de klas

Indirect opvoeden in de klas Artikel geschreven voor een onderwijsvakblad voor docenten & leidinggevenden in het basisonderwijs Indirect opvoeden in de klas Een veilig klassenklimaat wordt in vrijwel elke schoolgids genoemd. Een plek

Nadere informatie

forum beroepsonderwijs. DEC 6 dilemma s pittige discussies constructieve uitkomsten én hilarische momenten 1 oktober 2015 @THNK

forum beroepsonderwijs. DEC 6 dilemma s pittige discussies constructieve uitkomsten én hilarische momenten 1 oktober 2015 @THNK forum beroepsonderwijs 1 oktober 2015 @THNK Vindt u ook wat van het beroepsonderwijs? Praat mee! De volgende bijeenkomst vindt plaats op: n e x t DEC 3 Terugblik op het eerste Forum op 1 oktober met als

Nadere informatie

Tumult in het VSO. Een overzicht van de leergebiedoverstijgende kerndoelen in Tumultmateriaal

Tumult in het VSO. Een overzicht van de leergebiedoverstijgende kerndoelen in Tumultmateriaal Tumult in het VSO Een overzicht van de leergebiedoverstijgende kerndoelen in Tumultmateriaal In het VSO (voortgezet speciaal onderwijs) worden twee soorten kerndoelen onderscheiden. Leergebiedspecifieke

Nadere informatie

Samenvatting Protocol Excellente leerlingen

Samenvatting Protocol Excellente leerlingen Samenvatting Protocol Excellente leerlingen Visie In de visie van onze school staat dat wij streven naar een optimale ontwikkeling van ieder kind. Het uitgangspunt Voor leerlingen die een ontwikkelingsvoorsprong

Nadere informatie

Informatieboekje Voortgezet Onderwijs

Informatieboekje Voortgezet Onderwijs Informatieboekje Voortgezet Onderwijs 1 2 Voorwoord Dit informatieboekje geeft een overzicht van de belangrijkste gegevens over het VMBO, Havo en VWO. Hoe het VMBO is opgebouwd, welke vakken in de onderbouw

Nadere informatie

5. Onderwijs en schoolkleur

5. Onderwijs en schoolkleur 5. Onderwijs en schoolkleur Niet-westerse allochtonen verlaten het Nederlandse onderwijssysteem gemiddeld met een lager onderwijsniveau dan autochtone leerlingen. Al in het basisonderwijs lopen allochtone

Nadere informatie

Bewust worden van je overtuigingen over leren en ontwikkeling

Bewust worden van je overtuigingen over leren en ontwikkeling De Impact van een Groeimindset Bewust worden van je overtuigingen over leren en ontwikkeling Liny Toenders KBBT organisatieadviseurs onderwijzen opvoeden - leren KBB &T Overtuigingen bepalen je gedrag

Nadere informatie

Visie op Loopbaanoriëntatie en begeleiding

Visie op Loopbaanoriëntatie en begeleiding Visie op Loopbaanoriëntatie en begeleiding regio s-hertogenbosch en omgeving LOB is een verzameling van activiteiten binnen een loopbaangerichte leeromgeving om jongeren actief te laten werken aan hun

Nadere informatie

Inge Test 07.05.2014

Inge Test 07.05.2014 Inge Test 07.05.2014 Inge Test / 07.05.2014 / Bemiddelbaarheid 2 Bemiddelbaarheidsscan Je hebt een scan gemaakt die in kaart brengt wat je kans op werk vergroot of verkleint. Verbeter je startpositie bij

Nadere informatie

Inhoud. Probleemstelling. Probleemstelling

Inhoud. Probleemstelling. Probleemstelling Inhoud 23 maart 2012 Case studies naar de schoolloopbanen van leerlingen van 10-21 jaar door: Jan Terwel, Danielle Van de Koot-Dees en Rosa Rodrigues Door: Jan Terwel en Rosa Rodrigues Funderend Onderwijs,

Nadere informatie

Rapportage sociaal-emotionele ontwikkeling Playing for Success

Rapportage sociaal-emotionele ontwikkeling Playing for Success Rapportage sociaal-emotionele ontwikkeling Playing for Success Leercentrum Nijmegen Oberon, november 2012 1 Inleiding Playing for Success heeft, naast het verhogen van de taal- en rekenprestaties van de

Nadere informatie

Protocol (Hoog)begaafdheid B.S. Mikado

Protocol (Hoog)begaafdheid B.S. Mikado Protocol (Hoog)begaafdheid B.S. Mikado 0 Inhoudsopgave: 1. Inleiding... blz. 2 2. Doelstelling... blz. 3 3. Doelgroepen... blz. 3 4. Signalering... blz. 4 5. Diagnostische fase... blz. 5 6. Overwegingen

Nadere informatie

Eindverslag Academische Opleidingsschool Sophianum, juni 2011

Eindverslag Academische Opleidingsschool Sophianum, juni 2011 Eindverslag Academische Opleidingsschool Sophianum, juni 2011 Welke middelen kan een docent tijdens zijn les gebruiken / hanteren om leerlingen van havo 4 op het Sophianum meer te motiveren? Motivatie

Nadere informatie

Schoolportretten bij onderzoek naar examens in extra vakken / vakken op een hoger niveau

Schoolportretten bij onderzoek naar examens in extra vakken / vakken op een hoger niveau Schoolportretten bij onderzoek naar examens in extra vakken / vakken op een hoger niveau Colofon: Dit is een uitgave van het ministerie van OCW, directie Voortgezet Onderwijs Coordinatie: Muriel Cluitmans

Nadere informatie

Voorlichting en begeleiding bij de studie- en beroepskeuze en de rol van arbeidsmarktinformatie

Voorlichting en begeleiding bij de studie- en beroepskeuze en de rol van arbeidsmarktinformatie Lex Borghans, Johan Coenen, Bart Golsteyn, Timo Huijgen, Inge Sieben Voorlichting en begeleiding bij de studie- en beroepskeuze en de rol van arbeidsmarktinformatie Onderzoek uitgevoerd door Researchcentrum

Nadere informatie

Samen verantwoordelijk voor studiesucces

Samen verantwoordelijk voor studiesucces BIJLAGE 1 De pilot samen verantwoordelijk voor studiesucces biedt de kans om gezamenlijk aan visieontwikkeling te doen. Op basis van een gedeelde visie en gezamenlijk beleid kan onderzocht worden waar

Nadere informatie

D U TC H S U M M A RY Samenvatting In zowel westerse als diverse niet-westerse samenlevingen wordt veel waarde gehecht aan schoolprestaties. Ouders en docenten stimuleren kinderen al op jonge leeftijd

Nadere informatie

Diversiteit Loont?! Factsheet Middelbaar Beroepsonderwijs

Diversiteit Loont?! Factsheet Middelbaar Beroepsonderwijs Diversiteit Loont?! Factsheet Middelbaar Beroepsonderwijs Inleiding In opdracht van het Sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt heeft EIM onderzoek gedaan naar de meerwaarde van diversiteitsbeleid in het onderwijs.

Nadere informatie

Als je te weinig van een kind verwacht, komt er niet uit wat er in zit. Onderwijsminister Marja van Bijsterveldt INTERVIEW

Als je te weinig van een kind verwacht, komt er niet uit wat er in zit. Onderwijsminister Marja van Bijsterveldt INTERVIEW INTERVIEW Auteur: René Leverink Fotografie: Rijksoverheid Onlangs hebben minister Van Bijsterveldt en staatssecretaris Zijlstra van OCW drie actieplannen gelanceerd, gericht op een ambitieuze leercultuur

Nadere informatie

Annette Koops: Een dialoog in de klas

Annette Koops: Een dialoog in de klas Annette Koops: Een dialoog in de klas Als ondersteuning bij het houden van een dialoog vindt u hier een compilatie aan van Spreken is zilver, luisteren is goud : een handleiding voor het houden van een

Nadere informatie

Ouders, het verborgen kapitaal van de school. Hans Christiaanse

Ouders, het verborgen kapitaal van de school. Hans Christiaanse Ouders, het verborgen kapitaal van de school Hans Christiaanse Initiatief OCW vanaf januari 2012 www.facebook.com/oudersenschoolsamen Samenwerken Noem wat erin je opkomt, als je denkt aan een goede samenwerking

Nadere informatie

Profielkeuze Vwo 3. Het doel is: Op basis van reële zelfkennis, een gedegen keuze maken!

Profielkeuze Vwo 3. Het doel is: Op basis van reële zelfkennis, een gedegen keuze maken! Profielkeuze Vwo 3 Profielkeuze in het algemeen Dit jaar maakt uw dochter/zoon een belangrijke keuze in haar/zijn schoolloopbaan. Er moet een profiel gekozen worden: vakken waarin uw kind eindexamen gaat

Nadere informatie

Taalkunde in het schoolvak Nederlands: wat hebben methodes ons te bieden?

Taalkunde in het schoolvak Nederlands: wat hebben methodes ons te bieden? VIERENTWINTIGSTE CONFERENTIE HET SCHOOLVAK NEDERLANDS Ronde 5 Maria van der Aalsvoort ILS, Radboud Universiteit Nijmegen Contact: m.vanderaalsvoort@ils.ru.nl Taalkunde in het schoolvak Nederlands: wat

Nadere informatie

Visie op ouderbetrokkenheid

Visie op ouderbetrokkenheid Visie op ouderbetrokkenheid Basisschool Lambertus Meestersweg 5 6071 BN Swalmen tel 0475-508144 e-mail: info@lambertusswalmen.nl website: www.lambertusswalmen.nl 1 Maart 2016 Inleiding: Een beleidsnotitie

Nadere informatie

Over het Vecht-College

Over het Vecht-College Over het Vecht-College Het Vecht-College is een particuliere middelbare school voor mavo, havo en vwo. Wij bieden kwalitatief hoogstaand onderwijs, gericht op de individuele behoeften en talenten van kinderen.

Nadere informatie

OUDERAVOND DINSDAG 17 NOVEMBER 2015

OUDERAVOND DINSDAG 17 NOVEMBER 2015 OUDERAVOND DINSDAG 17 NOVEMBER 2015 2 OUDERAVOND 3 (T)VWO 2015-16 Dinsdag 17 november 2015 Op deze speciale ouderavond voor de leerlingen van klas 3 tvwo en 3 vwo krijgt u informatie over de inrichting

Nadere informatie

visie op onderwijs en leren mavo havo vwo

visie op onderwijs en leren mavo havo vwo visie op onderwijs en leren mavo havo vwo talent HZM visie op onderwijs gelukkig en leren leren ontwikkelen talent HZM Met Talent HZM verzorgt Huizermaat passend onderwijs voor meer- en hoogbegaafde leerlingen.

Nadere informatie

Adviseer het Van Lodenstein College als ouders van harte achter de identiteit van deze school staan.

Adviseer het Van Lodenstein College als ouders van harte achter de identiteit van deze school staan. Advies voortgezet onderwijs 2016 Wegwijzer bij het opstellen van het advies van de groepsleerkracht bij de overgang van leerlingen van de basisschool naar voortgezet onderwijs Doel van de wegwijzer Ouders

Nadere informatie

Passend onderwijs Boven de Streep. Woensdag 2 december 2015 Annie MG Schmidtschool Hilversum

Passend onderwijs Boven de Streep. Woensdag 2 december 2015 Annie MG Schmidtschool Hilversum Passend onderwijs Boven de Streep Woensdag 2 december 2015 Annie MG Schmidtschool Hilversum De Begaafden Wijzer Marijke Schekkerman, ECHA specialist Hoogbegaafdheid www.debegaafdenwijzer.nl debegaafdenwijzer@upcmail.nl

Nadere informatie

Onderwijskansen. 2.1 Opleidingsniveau ouders

Onderwijskansen. 2.1 Opleidingsniveau ouders de staat van het onderwijs 2 Onderwijskansen Een aantal ontwikkelingen veroorzaakt grotere verschillen tussen leerlingen in kansen voor goed onderwijs. Allereerst is het opleidingsniveau van ouders steeds

Nadere informatie

KINDEREN DIE MEER KUNNEN

KINDEREN DIE MEER KUNNEN KINDEREN DIE MEER KUNNEN INLEIDING Op de IJwegschool staat het kind centraal. Het onderwijs wordt aangepast aan het kind en niet andersom. Doordat de leerkrachten handelingsgericht werken waarbij de onderwijsbehoeften

Nadere informatie

Samen. stevige. ambities. werken aan. www.schoolaanzet.nl

Samen. stevige. ambities. werken aan. www.schoolaanzet.nl Samen werken aan stevige ambities www.schoolaanzet.nl School aan Zet biedt ons kennis en inspiratie > bestuurder primair onderwijs Maak kennis met School aan Zet School aan Zet is de verbinding tussen

Nadere informatie

- school de Ontmoeting Jenaplanschool voor basisonderwijs

- school de Ontmoeting Jenaplanschool voor basisonderwijs - school de Ontmoeting Jenaplanschool voor basisonderwijs Beleidsplan hoogbegaafdheid 2016 1 2 Beleidsplan (hoog)begaafde leerlingen Doel Op onze school stemmen we ons onderwijs zodanig op de behoeften

Nadere informatie

Naar welke opleiding kan mijn kind?

Naar welke opleiding kan mijn kind? Na de basisschool Naar welke opleiding kan mijn kind? Het basisschooladvies Het 2e toetsgegeven De nieuwe school Het onderwijssysteem Wat verwachten we van de ouders bij deze schoolkeuze? Belangrijke data

Nadere informatie

2013-2017. Huiswerkbeleid

2013-2017. Huiswerkbeleid 01-017 Huiswerkbeleid Inhoudsopgave Beschrijving doelgroep Visie op onderwijs Basisvisie Leerinhouden/Activiteiten De voor- en nadelen van het geven van huiswerk Voordelen Nadelen Richtlijnen voor het

Nadere informatie

2. Definitie. Inhoud. 1. Visie op het kind 2. Definitie 3. Doelgroep 4. Selectie&voortgang 5. Verantwoordelijkheid&communicatie

2. Definitie. Inhoud. 1. Visie op het kind 2. Definitie 3. Doelgroep 4. Selectie&voortgang 5. Verantwoordelijkheid&communicatie Beleidsprotocol Plusklas Dit protocol beschrijft kort en bondig onze visie op hoogbegaafdheid, de mogelijkheden die wij kunnen bieden aan de doelgroep en de vertaling naar de dagelijkse praktijk in school.

Nadere informatie

Drentse Onderwijsmonitor 2014

Drentse Onderwijsmonitor 2014 Drentse Onderwijsmonitor 2014 9 de editie Imke Oosting CMO Groningen Wat is de Drentse onderwijsmonitor? In beeld brengen van onderwijspositie en prestaties van Drentse leerlingen Van basisschool tot en

Nadere informatie

Adviseer het Van Lodenstein College als ouders van harte achter de identiteit van deze school staan.

Adviseer het Van Lodenstein College als ouders van harte achter de identiteit van deze school staan. Advies voortgezet onderwijs Wegwijzer bij het opstellen van het advies van de groepsleerkracht bij de overgang van leerlingen van de basisschool naar voortgezet onderwijs Doel van de wegwijzer Ouders en

Nadere informatie

Richtlijnen plaatsing voortgezet onderwijs

Richtlijnen plaatsing voortgezet onderwijs Richtlijnen plaatsing voortgezet onderwijs 28-10-2014 Plaatsingscommissie Carmel College Salland Richtlijnen plaatsing voortgezet onderwijs De plaatsingscommissie van het Carmel College Salland plaatst

Nadere informatie

Verantwoord plus. Stichtingbeleidsnotitie Hoogbegaafden

Verantwoord plus. Stichtingbeleidsnotitie Hoogbegaafden Verantwoord plus Stichtingbeleidsnotitie Hoogbegaafden Versie: 29 september 2009 Inleiding Het beleid voor hoogbegaafde leerlingen vormt een onderdeel van het zorgplan van de individuele school. Iedere

Nadere informatie

Toelichting bij de MZO screening voor ouders

Toelichting bij de MZO screening voor ouders Toelichting bij de MZO screening voor ouders 1 Copyright 2014 Bureau Perspectief Amsterdam Zie voor meer informatie www.motivatiezelfonderzoek.nl 2 De schalen van de MZO screening De MZO screening is gericht

Nadere informatie

Informatie voor ouders groep 8 over: Overgang van PO naar VO

Informatie voor ouders groep 8 over: Overgang van PO naar VO Informatie voor ouders groep 8 over: Overgang van PO naar VO De Overstap Let op! Informatie over de procedure aanmelding wordt tijdens de decemberavonden in het VO aan de ouders gegeven. Inrichting van

Nadere informatie

Uw kind gaat naar het voortgezet onderwijs.

Uw kind gaat naar het voortgezet onderwijs. Uw kind gaat naar het voortgezet onderwijs. - Welk onderwijs past bij uw kind? - Hoe kiest u een school? - Wat kunt u vragen tijdens de opendagen? - Wat is het vmbo? Welke beroepsgerichte vakken zijn er

Nadere informatie

Zorg voor je carrière. Neem gerust contact op of maak een afspraak. Telefoon: (030) 602 94 25 of e-mail: zorg@matchcare.nl

Zorg voor je carrière. Neem gerust contact op of maak een afspraak. Telefoon: (030) 602 94 25 of e-mail: zorg@matchcare.nl Neem gerust contact op of maak een afspraak. Telefoon: (030) 602 94 25 of e-mail: zorg@matchcare.nl Hoe presenteer ik mijzelf? Wat wil ik? Zorg voor je carrière Door het dagelijkse contact met mijn coach

Nadere informatie

Primair Onderwijs po 079-3232.333 Voorgezet onderwijs vo 079-3232.444

Primair Onderwijs po 079-3232.333 Voorgezet onderwijs vo 079-3232.444 Voorlichtingspublicatie Betreft de onderwijssector(en) Informatie CFI/ICO Primair Onderwijs po 079-3232.333 Voorgezet onderwijs vo 079-3232.444 Wet van 9 december 2005, houdende opneming in de Wet op het

Nadere informatie

Presteren naar vermogen

Presteren naar vermogen Presteren naar vermogen verkenning advies studie Presteren naar vermogen Colofon De Onderwijsraad is een onafhankelijk adviescollege, opgericht in 1919. De raad adviseert, gevraagd en ongevraagd, over

Nadere informatie

Concept Toelatingscode overstap van vmbo klas 4 naar havo klas 4 Eemsdeltacollege

Concept Toelatingscode overstap van vmbo klas 4 naar havo klas 4 Eemsdeltacollege Concept Toelatingscode overstap van vmbo klas 4 naar havo klas 4 Eemsdeltacollege januari 14 K. Reinders Toelatingscode overstap van vmbo naar havo. 1. Inleiding 1 Onder druk van de politiek, ouder- en

Nadere informatie

Het onderwijsprogramma van de opleidingen Pedagogiek mei 2013

Het onderwijsprogramma van de opleidingen Pedagogiek mei 2013 Bijlage 7: Het onderwijsprogramma van de opleidingen Pedagogiek mei 2013 Visie opleidingen Pedagogiek Hogeschool van Amsterdam Wij dragen als gemeenschap en daarom ieder van ons als individu, gezamenlijk

Nadere informatie

Aanval op de uitval. perspectief en actie

Aanval op de uitval. perspectief en actie Aanval op de uitval perspectief en actie Fatma wil fysiotherapeut worden. En dat kan ze ook. Maar ze heeft nog een wel een lange leerloopbaan te gaan. Er kan in die leerloopbaan van alles misgaan waardoor

Nadere informatie

Doorstroom mbo-studenten naar lerarenopleidingen op de Hogeschool Rotterdam: de stand van zaken

Doorstroom mbo-studenten naar lerarenopleidingen op de Hogeschool Rotterdam: de stand van zaken Doorstroom mbo-studenten naar lerarenopleidingen op de Hogeschool Rotterdam: de stand van zaken Factsheet september 2009. Contactpersoon: Daphne Hijzen, onderzoeker en lid van de Kenniskring beroepsonderwijs

Nadere informatie

De LOB-scan voor mbo

De LOB-scan voor mbo 35 BIJLAGE 3 De LOB-scan voor mbo De LOB-scan Doel van de LOB-scan is om zicht te krijgen op hoe Loopbaanontwikkeling en -begeleiding (LOB) in jullie onderwijsinstelling er op dit moment voor staat. De

Nadere informatie

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag >Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag.. Voortgezet Onderwijs Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den

Nadere informatie

Handreiking schooladvies

Handreiking schooladvies Handreiking schooladvies Deze handreiking bevat aanbevelingen die basisscholen kunnen gebruiken bij het opstellen en evalueren van het schooladvies. De handreiking is gebaseerd op literatuur- en praktijkonderzoek

Nadere informatie

STRATEGISCH PLAN BASISSCHOOL DE VORDERING 2015-2019

STRATEGISCH PLAN BASISSCHOOL DE VORDERING 2015-2019 STRATEGISCH PLAN BASISSCHOOL DE VORDERING 2015-2019 MISSIE DE VORDERING Vanuit een traditie van katholieke waarden en voor iedereen toegankelijk, verzorgen wij kwalitatief hoogstaand eigentijds basisonderwijs,

Nadere informatie

Een brede kijk op onderwijskwaliteit Samenvatting

Een brede kijk op onderwijskwaliteit Samenvatting Een brede kijk op onderwijskwaliteit E e n o n d e r z o e k n a a r p e r c e p t i e s o p o n d e r w i j s k w a l i t e i t b i n n e n S t i c h t i n g U N 1 E K Samenvatting Hester Hill-Veen, Erasmus

Nadere informatie

Wees zoals je wil zijn (Socrates)

Wees zoals je wil zijn (Socrates) Wees zoals je wil zijn (Socrates) Over jezelf vinden en worden, ook op school elkegovaerts@ppw.kuleuven.be Programma - Verkenning identiteitsontwikkeling - Opbouw kader identiteitsontwikkeling - Resultaten

Nadere informatie

Wie ben je en wie wil je worden?

Wie ben je en wie wil je worden? Doorlopende leerlijnen José van der Hoeven en Gert ten Hove Wie ben je en wie wil je worden? Onderpresteren onderzocht Wie ben je en wie wil je worden? Onderpresteren onderzocht José van der Hoeven Gert

Nadere informatie

Adviseer het Van Lodenstein College als ouders van harte achter de identiteit van deze school staan.

Adviseer het Van Lodenstein College als ouders van harte achter de identiteit van deze school staan. Advies voortgezet onderwijs Wegwijzer bij het opstellen van het advies van de groepsleerkracht bij de overgang van leerlingen van de basisschool naar voortgezet onderwijs Doel van de wegwijzer Ouders en

Nadere informatie

Wat is het effect van mentoring?

Wat is het effect van mentoring? Wat is het effect van mentoring? Februari 2016 HET IS AANNEMELIJK DAT MENTORING DE WERKLOOSHEID ONDER MIGRANTENJONGEREN KAN VERMINDEREN De werkloosheid onder jongeren van niet-westerse herkomst is veel

Nadere informatie

Samenvatting. Hieronder zullen de belangrijkste resultaten en conclusies per thema besproken worden. Zelfbeeld

Samenvatting. Hieronder zullen de belangrijkste resultaten en conclusies per thema besproken worden. Zelfbeeld Samenvatting Dit onderzoek is opgesteld om inzicht te krijgen in de gedachten en gevoelens van de jongeren ten opzichte van hun eigen identiteit, de toekomst, school, hun vrienden, hun rolmodel en risico

Nadere informatie

Introductie. In deze nieuwsbrief. Agenda 2012

Introductie. In deze nieuwsbrief. Agenda 2012 In deze nieuwsbrief 1 Introductie 2 Woord van de Teamleider 3 Aankondiging opening nieuwe kantoor 4 Evaluatie Startdag SK1op1 5 Het VHTO Deze nieuwsbrief is mede mogelijk gemaakt door: Introductie Beste

Nadere informatie

Profielschets. Teamleider vwo bovenbouw

Profielschets. Teamleider vwo bovenbouw Profielschets Teamleider vwo bovenbouw Rotterdam, 2016 Profielschets Teamleider vwo bovenbouw (LD) Libanon Lyceum Omvang: 1,0 fte met een beperkte lesgevende taak. Vooraf Het Libanon Lyceum in Rotterdam

Nadere informatie

YoungWorks. weet wat jongeren beweegt. & leerconcepten

YoungWorks. weet wat jongeren beweegt. & leerconcepten YoungWorks Academy weet wat jongeren beweegt ONderwijs & leerconcepten InhoudsOpgave 5 YoungWorks Academy, onderwijs en leerconcepten 9 Thema s & Lezingen en presentaties 10 Workshops en trainingen 12

Nadere informatie

Terugkoppeling monitor subsidieregeling Versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013-2016

Terugkoppeling monitor subsidieregeling Versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013-2016 Terugkoppeling monitor subsidieregeling Versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013-2016 Tussenmeting 2015 Portret samenwerkingsverband P029 Opdrachtgever: ministerie van OCW Utrecht, oktober

Nadere informatie

Richtlijnen voor de bevordering

Richtlijnen voor de bevordering ... Richtlijnen voor de bevordering havo/vwo januari 2014 GSR - Richtlijnen voor de bevordering - havo/vwo - januari 2014 pagina 0 Richtlijnen voor de bevordering havo/vwo In dit boekje zijn de richtlijnen

Nadere informatie

Morele vorming in het voortgezet onderwijs Een peiling onder leidinggevenden en ouders

Morele vorming in het voortgezet onderwijs Een peiling onder leidinggevenden en ouders Morele vorming in het voortgezet onderwijs Een peiling onder leidinggevenden en ouders Auteurs: Drs. G. van der Meulen Referentie: WvdJ/SL 11.0426 Datum: maart 2007 Het lectoraat Morele vorming in het

Nadere informatie

Drentse Onderwijsmonitor

Drentse Onderwijsmonitor Drentse Onderwijsmonitor Feitenbladen Gemeente Midden- Kerncijfers uit de periode 2009-2014 Drentse Onderwijsmonitor 2014 Primair onderwijs Onlangs verscheen de 9 de editie van de Drentse Onderwijsmonitor.

Nadere informatie

SoHuman PROFIT/NON-PROFIT PARTICULIEREN SCHOLIEREN [INZICHT IN GEDRAG EN COMMUNICATIE]

SoHuman PROFIT/NON-PROFIT PARTICULIEREN SCHOLIEREN [INZICHT IN GEDRAG EN COMMUNICATIE] SoHuman PROFIT/NON-PROFIT PARTICULIEREN SCHOLIEREN [INZICHT IN GEDRAG EN COMMUNICATIE] Waarvoor kiezen klanten voor SoHuman? SoHuman helpt mensen, teams en organisaties met hun persoonlijke en professionele

Nadere informatie