SCHEIKUNDE 4 HAVO UITWERKINGEN

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "SCHEIKUNDE 4 HAVO UITWERKINGEN"

Transcriptie

1 SCHEIKUNDE 4 HAVO UITWERKINGEN Auteurs Tessa Lodewijks Toon de Valk Eindredactie Aonne Kerkstra Eerste editie Malmberg s-hertogenbosch

2 4 Zouten Praktijk Beton vragen 1 a Beton is een mengsel van zand, grind en cement met water. b Het cement reageert met water tot keihard beton. c Grind kun je beschouwen als vulmiddel waaromheen het cement zich uithardt. d Betonspecie bevat wel grind, metselspecie niet. a CaCO (s) CaO(s) CO (g) b Bij de vorming van kalk uit kalksteen ontstaat ook koolstofdioxide dat uitgestoten wordt. Hierdoor verhoog je het CO -gehalte in de atmosfeer. c 1,0 kg kalksteen = 1,0 10 g = 1,0 10 /100,1 = 9,99 mol CaCO. Dit levert ook 9,99 mol CO = 9,99 4 =,4 10 dm CO. a CaO(s) HO(l) Ca(OH) (s) b calciumoxide: ongebluste kalk; calciumhydroxide: gebluste kalk c Calciumhydroxide ontstaat door calciumoxide te laten reageren met water: zie reactievergelijking bij vraag a. Je blust met water. 4 a Ca Al O 6 is opgebouwd uit Ca +, Al + en O - ionen. b Calciumion is Ca +, aluminiumion is Al +, oxide-ion is O -. Totale minlading dus 0, dan totale positieve lading 0+. 4Ca + samen 8+, Al + samen 6+. Hieruit volgt dat ijzerionen samen 6+ moet zijn, dus Fe +. 5 a Drogen zou betekenen dat het aanwezige water verdampt. Dat is niet het geval want water reageert met het cement en verdwijnt daardoor. b Het cement zal dan met het water gaan uitharden en zo de afvoer afsluiten. 6 a Een zouthydraat is een zout dat water in zijn ionrooster heeft ingebouwd, kristalwater dus. b Dan hardt het beton zo snel uit dat verwerking heel lastig is. c Sulfaation is SO 4 -, duscalciumsulfaat is Ca + SO 4 -, ofwel CaSO 4. d Gips is opgebouwd uit ionen, dus is een zout. e Totale massa van 1 mol = 4,48 g. Hierin is mol H O = 54,06 g. Massapercentage water = (54,06/4,48) 100% = 15,78%. 7 Bij het ontstaan van scheurtjes komen de bacteriën vrij die dan calciumcarbonaat produceren. Dit calciumcarbonaat dicht de scheur dan.

3 toepassing 8 4 Fe(s) O (g) Fe O (s) 9 a IJzer(III)hydroxide is bruin van kleur. b Fe(OH) c Fe O H O d Fe(OH) bestaat uit Fe, 6 O en 6H. Fe O H O bestaat uit Fe, 6 O en 6 H. Dus ze geven hetzelfde weer. +10 a Een katalysator is een stof die een bepaalde reactie versnelt zonder daarbij verbruikt te worden. b Stop een spijker in een reageerbuis gevuld met demiwater en waarbij de spijker deels in het water en deels boven het water staat. Stop een tweede spijker in een reageerbuis gevuld met zout water (keukenzout opgelost in demiwater). Laat het enige tijd staan en vergelijk dan de roestvorming. c Aan de kust is de kans op versnelde roestvorming groter vanwege de aanwezigheid van zout water in de atmosfeer. Praktijk Zouten in je lichaam vragen 1 ADH geeft aan hoeveel van een voedingstof gezonde mensen dagelijks nodig hebben. m 1,0 a Keukenzout is NaCl(s). nnacl 0,0171 mol NaCl levert M 58, 44 0,0171 mol Na 0,0171,99 0,9 g,9 10 mg Na ionen. b m,0 10 n= = M,99 Na NaCl 4 1,0 10 mol Na, dan is 4 1,0 10 Na 1, 10 mol L 1,0 4-1 c Natrium zit in: vis, kaas, (mineraal)water, brood, worst, vleeswaren, drop, kant-en-klaar maaltijden. d Bij natriumtekort, door veel zweten bij flinke lichamelijke inspanning of bij ernstige diarree, bestaat er een kans dat het lichaam uitdroogt. a Kalium zit in: melkproducten, groente, fruit(sappen), aardappelen, koffie en ook in brood en noten. b Kaliumtekort is te herkennen aan: verminderde eetlust, verzwakte spieren, misselijkheid, lusteloosheid en in ernstige gevallen hartritmestoornissen. 4 a Calcium zit in: melk, melkproducten, kaas, groenten, noten en peulvruchten. b Engelse ziekte is een botaandoening die ontstaat door een tekort aan vitamine D en calcium. Mogelijke gevolgen zijn: verkromming van ledematen door spierspanning, O-benen, vertraagde sluiting van de grote fontanel, een groot rechthoekig hoofd, (kippen)borst vorming, verkromming van de ruggengraat in zijwaartse richting, stoornissen in de gebitsontwikkeling. 5 a Magnesium zit in: brood, graanproducten, groenten, melk, melkproducten en vlees. b ADH voor vrouwen is mg per dag en voor mannen mg per dag. c Magnesiumtekort is te herkennen aan: algehele lusteloosheid of vermoeidheid, spierkrampen of hartritmestoornissen in extreme gevallen. 6 ADH voor vrouwen is mg per dag en voor mannen mg per dag.

4 toepassing 7 a Spoorelementen zijn mineralen waarvan het lichaam weinig nodig heeft, in de orde van microgrammen of milligrammen per dag. Ze zijn essentieel voor het goed verlopen van (groei)processen. b Fluor of fluoride beschermt tegen tandbederf. In eten en drinken zit te weinig fluoride, daarom is het belangrijk om tabletten te nemen of tandpasta met fluoride te gebruiken. Zink of beter zinkionen zijn een onderdeel van een aantal enzymen die betrokken zijn bij de stofwisseling. Zinkionen zijn ondermeer nodig bij de opbouw van eiwitten, de groei en ontwikkeling van weefsel, en een goede werking van het afweer- /immuunsysteem. c 4,0 gram ijzer op 70 kg = gram. Het massapercentage is dan 4,0/ % = 0,0060 = 6, %. d Man: massaverlies 1 mg per dag, dus 65 mg per jaar. Vrouw: 65 mg mg = 75 mg per jaar. e Bekende voedingsmiddelen zijn spinazie, boerenkool, groene erwten, vlees. f Mogelijke gevolgen: moeheid, energiegebrek, bleke huidskleur en algehele malaise, soms een pijnlijke tong, slikklachten en nagelafwijkingen. g In een staalpil zit het element ijzer in de vorm van een ijzerion dat door het bloed kan worden opgenomen. Het lichaam is niet in staat om het metaal ijzer op te nemen en te verwerken. h Enkele kenmerkende klachten en verschijnselen zijn een gevoel van zwakte, pijn en zwelling van de gewrichten, een bruine verkleuring van de huid, gewichtsverlies, buikpijn, leververgroting, miltzwelling, suikerziekte, libidoverlies, impotentie, grotere vatbaarheid voor infecties, hartkloppingen en hartzwakte, geelzucht en slokdarmbloedingen. i Totaal zit er in bloed, volgens figuur 5, 00 mg ijzer. Bij elke aderlating wordt er 0,5 liter bloed afgetapt, dit is 10% van de totale hoeveelheid bloed, dus ook 10% van de hoeveelheid ijzer in bloed, dus 0 mg ijzer. j Er wordt 0, gram ijzer per week verwijderd. Om 15 gram ijzer te verwijderen zijn er 15/0, = 68 weken nodig. k Hemoglobine bindt in de longblaasjes zuurstof en transporteert dit via de slagaders naar de cellen. Daar neemt het koolstofdioxide op en transporteert dit via de aders naar de longen. l Zuig lucht door kalkwater: geen witte troebeling. Blaas de uitgeademde lucht door kalkwater: wel troebeling (calciumcarbonaat). m Uitgeademde lucht is niet hetzelfde als de lucht om ons heen: het bevat veel meer koolstofdioxide en minder zuurstof. n Aan de fotosynthese: koolstofdioxide en water worden in de groene plantendelen onder invloed van zonlicht omgezet in glucose en zuurstof. Zuurstof wordt in ons lichaam gebruikt voor verbranding van voedsel waarbij koolstofdioxide en water ontstaan. Theorie 1 Verhoudingsformules 1 a NaI b K SO c BaCl d (NH 4 ) PO 4 e Fe (CO ) f SnO g Ca(HCO ) h Au S i Hg(CH COO) j U(OH) 6

5 a zilversulfaat b magnesiumacetaat c kwik(i)oxide d ijzer(iii)sulfide e ammoniumfluoride f aluminiumcarbonaat g koper(ii)nitraat h lood(iv)sulfide i uraan(iii)sulfaat j ijzer(ii)bromide a kaliumnitraat, KNO b ammoniumcarbonaat, (NH 4 ) CO c zilvernitraat, AgNO d mangaan(iv)oxide, MnO e natriumhydroxide, NaOH f calciumcarbonaat, CaCO 4 a Na O is een zout, N O een moleculaire stof. b natriumoxide en distikstofmonooxide c Natriumoxide is een vaste stof, distikstofmonooxide een gas. d natriumoxide wel in vloeibare fase, distikstofmonooxide niet +5 a Sulfide-ion is S -. b in groep 16 c Atomen uit groep 16 hebben als negatieve lading allemaal omdat ze dan eenzelfde elektronenconfiguratie hebben als van een edelgas. d Te - e Bi Te S bevat Te - en 1 S - dus totale minlading is 6. Dan totale pluslading 6+, dus Bi a Rood kwik is Hg Sb O 7. Hg + is 4+, 7 O - is 14 dus antimoonionen is samen 10+, dus Sb 5+. b Sb O 4-7 bevat = 158 protonen en = 16 elektronen. c HgO(s) SbO (s) O (g) Hg Sb O 7(s) d 1,0 g rood kwik = 1,0/756,8 = 1, 10 - mol. Dit is gevormd uit 1, 10 - mol HgO =, mol HgO. Dus, ,6 = 0,57 g HgO. e Nee, want het is opgebouwd uit Hg + en Sb O 7 4- ionen. Oplosbaarheid 7 a BaSO 4 ; PbSO 4 ; Hg SO 4 b HgCl; AgCl c Hg(NO ) ; Hg(CH COO) ; HgCl d Na O; K O; CaO; BaO 8 a KF(s) K (aq) + F (aq) b Na S(s) Na (aq) + S (aq) c Ba(NO ) (s) Ba (aq) + NO (aq) d 4 4 e 4 4 Al (SO ) (s) Al (aq) + SO (aq) (NH ) SO (s) NH (aq) + SO (aq)

6 9 a Na + (aq) en CO - (aq) b Ba + (aq) en NO - (aq) c Fe + (aq) en Cl - (aq) d U 6+ (aq) en CH COO - (aq) e Na + (aq) en OH - (aq) 10 a Na (aq) + PO (aq) Na PO (s) b 4 4 Ba (aq) + OH (aq) Ba(OH) (s) c 4 4 d Fe (aq) + SO (aq) Fe (SO ) (s) Cu (aq) + CH COO (aq) Cu(CH COO) (s) e Hg (aq) + Cl (aq) Hg(Cl) (s) +11 a KOH(s) K (aq) OH (aq) b KO(s) + HO(l) K (aq) + OH (aq) c K(s) + H O(l) K (aq) + OH (aq) + H (g) d 5,0 g KOH = 5,0/56,11 = 8, mol KOH in oplossing 5,0 g K O = 5,0/94,0 = 5, 10 - mol. Dit levert 1, mol KOH in oplossing. 5,0 g K = 5,0/9,10 = 1, 10-1 mol. Dit levert, mol KOH in oplossing. Alle drie evenveel water, dus Noah krijgt de hoogste concentratie kaliloog. +1 a b Neerslagreacties + 1 a neerslag van ijzer(iii)hydroxide: Fe (aq) + OH (aq) Fe(OH) (s) b neerslag van zilverchloride: + Ag (aq) + Cl (aq) AgCl(s) c neerslag van zinkcarbonaat: Zn (aq) + CO (aq) ZnCO (s) d geen neerslagreactie. + e twee neerslagreacties: Ba (aq) + SO (aq) BaSO (s) en Al (aq) + OH (aq) Al(OH) (s)

7 14 a Tribune-ionen zijn natriumionen en chloride-ionen. b kaliumionen en nitraationen c natriumionen en sulfaationen d Alle ionen kijken toe want er vindt geen reactie plaats. e Er zijn geen tribune-ionen. 15 Lood(II)ionen en sulfaationen kunnen neerslaan: Pb (aq) + SO (aq) PbSO (s). Bariumionen en sulfaationen kunnen neerslaan: Ba (aq) + SO (aq) BaSO (s). + Lood(II)ionen en jodide-ionen kunnen neerslaan: Pb (aq) + I (aq) PbI (s) a een neerslag van koperhydroxide: Cu (aq) + OH (aq) Cu(OH) (s) b Het residu is het neerslag van koperhydroxide. c Koperhydroxide is blauw van kleur. d Het filtraat bestaat uit een oplossing van natriumionen, chloride-ionen en hydroxide-ionen (want je hebt een overmaat natronloog gebruikt). e Kleurloze oplossing want geen van de ionen heeft een kleur a een neerslag van magnesiumfluoride: Mg (aq) + F (aq) MgF (s) b Het residu is het neerslag van magnesiumfluoride. c kaliumionen en nitraationen. d Verdeel het filtraat over twee reageerbuizen. Voeg aan de ene buis een kaliumfluoride-oplossing toe: bij neerslag heb je een overmaat van de magnesiumnitraatoplossing aangetoond. Zo niet, voeg dan aan de tweede buis een magnesiumnitraatoplossing toe: bij neerslag heb je een overmaat kaliumfluoride-oplossing aangetoond. +18 a oplossen van kaliumdichromaat: K Cr O (s) K (aq) + Cr O (aq) 7 7 oplossen van ijzer(iii)nitraat: Fe(NO ) (s) Fe (aq) + NO (aq) oplossen van kaliumnitraat: KNO (s) K (aq) + NO (aq) b Kaliumnitraatoplossing is kleurloos, dus kaliumionen en nitraationen hebben geen kleur in oplossing. Dan moet het dichromaation in de kaliumdichromaatoplossing voor de oranje kleur zorgen en het ijzer(iii)ion in de ijzer(iii)nitraatoplossing voor de gele kleur. Dit komt overeen met de kleuren in Binas tabel 65B. +19 a Het eiwit bevat zwavelverbindingen die vrijkomen, dus het gaat om verbindingen van ijzer en zwavel. b Volgens Binas tabel 65B is de groenige verbinding Fe S. + c neerslagreactie: Fe (aq) + S (aq) Fe S (s) 4 Toepassingen van neerslagreacties 0 Algemeen werkplan: voeg een oplossing van een zout aan de oplossing toe waarbij een neerslag ontstaat. Na afloop het neerslag verwijderen via filtratie. a Voeg bijvoorbeeld natronloog toe: neerslag van aluminiumhydroxide. + Reactie: Al (aq) + OH ( aq ) Al(OH) (s) b Voeg bijvoorbeeld kaliumjodide-oplossing toe: neerslag van kwik(ii)jodide en lood(ii)jodide. Reacties: + Hg (aq) + I (aq) + HgI (s) en Pb (aq) + I (aq) PbI (s) c Voeg bijvoorbeeld een magnesiumnitraatoplossing toe: neerslag van magnesiumfluoride. + Reactie: Mg (aq) + F (aq) MgF (s)

8 d Voeg bijvoorbeeld een natriumcarbonaatoplossing toe: neerslag van calciumcarbonaat en magnesiumcarbonaat. Reacties: Ca (aq) + CO (aq) CaCO (s) en Mg (aq) + CO (aq) MgCO (s) e Voeg bijvoorbeeld een koper(ii)sulfaatoplossing toe: neerslag van koper(ii)hydroxide en bariumsulfaat. + Reacties: Cu (aq) + OH (aq) Cu(OH) (s) en Ba (aq) + SO (aq) BaSO (s) 1 Algemeen werkplan: los een weinig van het onbekende zout op en voeg een zoutoplossing toe aan de onbekende zoutoplossing (keuze uit twee) waarbij slechts met één van beide een neerslagreactie optreedt. a Oplosvergelijkingen magnesiumchloride en bariumchloride: MgCl (s) Mg (aq) + Cl (aq) en BaCl (s) Ba (aq) + Cl (aq) Voeg bijvoorbeeld een natriumsulfaatoplossing toe: bij neerslag heb je bariumionen aangetoond, bij geen neerslag magnesiumionen. Reactie: Ba (aq) + SO (aq) BaSO (s) b Oplosvergelijkingen natriumsulfaat en natriumfosfaat: Na SO (s) Na (aq) + SO (aq) en Na PO (s) Na (aq) + PO (aq). Voeg bijvoorbeeld een aluminiumnitraatoplossing toe: bij neerslag heb je fosfaationen aangetoond, bij geen neerslag sulfaationen. Reactie: Al (aq) + PO (aq) AlPO (s). c Oplosvergelijking calciumnitraat: Ca(NO ) (s) Ca (aq) + NO (aq). Het lukt bij calciumfosfaat niet om de stof op te lossen. Dus bij niet oplossen heb je calciumfosfaat, bij wel oplossen heb je calciumnitraat. d Oplosvergelijkingen magnesiumbromide en calciumjodide: MgBr (s) Mg (aq) + Br (aq) en CaI (s) Ca (aq) + I (aq). Voeg bijvoorbeeld kalkwater toe: bij neerslag heb je magnesiumionen + aangetoond, bij geen neerslag calciumionen. Reactie: Mg (aq) + OH (aq) Mg(OH) (s) Barry heeft gelijk: zilverionen slaan niet alleen neer met chloride-ionen maar ook met carbonaationen. Dus Annette zal altijd een neerslag waarnemen. + Oplosvergelijkingen van bariumchloride, bariumnitraat en koper(ii)sulfaat zijn achtereenvolgens: BaCl (s) Ba (aq) + Cl (aq), Ba(NO ) (s) Ba (aq) + NO (aq) en CuSO (s) Cu (aq) + SO (aq) De koper(ii)sulfaatoplossing is blauw gekleurd, de andere twee oplossingen zijn kleurloos. Voeg aan beide overgebleven oplossingen een zilvernitraatoplossing toe: waar neerslag ontstaat heb je chloride-ionen aangetoond. Reactie: + Ag (aq) + Cl (aq) AgCl(s) +4 Los een beetje van het wellicht verontreinigde natriumchloride op. Oplosvergelijkingen: NaCl(s) Na (aq) + Cl (aq) en NaI(s) Na (aq) + I (aq). Voeg aan de oplossing een kwik(ii)chloride-oplossing toe. Als er een neerslag ontstaat is de natriumchloride + verontreinigd met natriumjodide. Reactie: Hg (aq) + I (aq) HgI (s) +5 a Maak een oplossing van bariumnitraat en een oplossing van natriumsulfaat. Oplosvergelijkingen: Ba(NO ) (s) Ba (aq) + NO (aq) en Na SO (s) Na (aq) + SO (aq). Voeg beide oplossingen bij elkaar: er ontstaat dan een neerslag van bariumsulfaat. Na filtreren heb je het vaste bariumsulfaat. Neerslagreactie: Ba (aq) + SO (aq) BaSO (s) b Maak een oplossing van bariumnitraat en een oplossing van natriumsulfaat. Oplosvergelijkingen: Ba(NO ) (s) Ba (aq) + NO (aq) en Na SO (s) Na (aq) + SO (aq). Voeg beide oplossingen bij elkaar: er ontstaat dan een neerslag van bariumsulfaat. Neerslagreactie: Ba (aq) + SO (aq) BaSO (s) Na filtreren damp je het filtraat in: dan krijg je vast natriumnitraat. Indampvergelijking: Na (aq) + NO (aq) NaNO (s)

9 5 Rekenen aan zoutoplossingen 6 a, g in 150,0 ml, dus,/0,150 = 15 g L -1 b 15 g per L. 1 L = 1000 g. Massapercentage = 15/ % = 1,5%. c 15 g NH 4 Cl = 15/5,49 = 0,9 mol L -1 7 a,0 g NaCl =,0/58,44 = 0,051 mol in 50 ml, dus 0,051/0,050 = 1,0 mol L -1 b 5,69 kg = 5690 g NaCl = 5690/58,44 = 97,4 mol in 8,5 m = 8500 dm, dus 97,4/8500 = 0,0115 mol L -1 = 1, mol L -1 c 170 ml = 0,170 L dus molariteit is 0,16/0,170 = 0,94 mol L a 0 ml 0,50 M bevat 0 0,50 = 10 mmol K PO 4, dus bevat de oplossing 0 mmol = 0,00 mol K + (aq). b 0 ml 0,50 M bevat 10 mmol K SO 4, dus bevat de oplossing 0 mmol = 0,00 mol K + (aq). c 0 ml 0,50 M bevat 10 mmolkcl, dus bevat de oplossing 10 mmol = 0,010 mol K + (aq). +9 1,0 L zoutoplossing = 1000 g. Hiervan is 0,90 % = 0,90/ = 9,0 g natriumchloride. 9,0 g NaCl = 9,0/58,44 = 0,15 mol. Dus de molariteit van NaCl is 0,15 mol L a barietwater b 0,16 M = 0,16 mol L -1 dus 0,16 171, = 7 g Ba(OH). 1,0 L = 1000 g. Massapercentage = 7/ % =,7%. c Voor 500 ml heb je 0,080 mol Ba(OH) nodig = 0, , = 14 g. d 0,16 mol Ba(OH) levert 0,16 mol Ba + (aq) en 0, mol OH - (aq) per L. Dus [Ba + ] = 0,16 M en [OH - ] = 0, M. +1 a Fe (aq) + PO (aq) Fe (PO ) (s) 4 4 b Voor de reactie was aanwezig 0 ml 0,16 M kaliumfosfaatoplossing en 10 ml 0,54 M ijzer(ii)chlorideoplossing. Dit bevat respectievelijk 0 0,16 =, mmol kaliumfosfaat en 10 0,54 = 5,4 mmol ijzer(ii)chloride., mmol K PO 4 bevat, mmol =, 10 - mol PO 4 - (aq) en 5,4 mmol FeCl bevat 5,4 mmol = 5, mol Fe + (aq). c Uit de neerslagreactie volgt dat mol Fe + (aq) reageert met mol PO 4 - (aq). Dan reageert 5,4 mmol Fe + (aq) met / 5,4 =,6 mmol PO 4 - (aq). Je hebt echter slechts, mmol PO 4 - (aq) dus de hoeveelheid Fe + (aq) is in overmaat aanwezig. d, mmol PO 4 - (aq) reageert tot 1,6 mmol Fe (PO 4 ). 1,6 mmol = 1,6 57,49 = 57 mg = 0,57 g. + a Ag (aq) + CO (aq) Ag CO (s) b 5,0 g zilvercarbonaat = 5,0/75,7 = 0,018 mol. Hiervoor nodig 0,06 mol Ag + (aq) en 0,018 mol CO - (aq). c Je hebt 1, M AgCH COO-oplossing dus nodig 0,06/1, = 0,00 L = 0 ml. Je hebt 1,8 M K CO -oplossing dus nodig 0,018/1,8 = 0,010 L = 10 ml.

10 6 Hydraten a Een zouthydraat is een zout dat kristalwater in zijn ionrooster heeft ingebouwd. b Kristalwater is het water dat door een zout in zijn ionrooster is ingebouwd. +4 a CoCl (s) + 6 HO(l) CoCl 6HO(s) b CoCl 6HO(s) Co (aq) + Cl (aq) c Massapercentage water = 6 18,0 100% 45,44%. 7,95 d 5,0 g = 5,0/7,95 =0,01 mol. Dit levert 0,01 mol Co + (aq) en 0,04 mol Cl - (aq) in 00 ml = 0,00 L.[Co + ] = 0,01/0,00 = 0,070 M en [Cl - ] = 0,04/0,00 = 0,14 M. +5 a natriumcarbonaatdecahydraat, magnesiumsulfaathexahydraat en magnesiumsulfaatheptahydraat b Verhit de stof en leid de vrijkomende damp na afkoelen over wit kopersulfaat. Als er kristalwater aanwezig is zal het witte kopersulfaat blauw kleuren. 6 a 450 g CaCl = 450/111,0 = 4,05 mol CaCl. Dit bindt 4,05 = 8,11 mol H O = 8,11 18,0 = 146 g water. b Zet twee identieke bakken vochtvreter naast elkaar. Weeg beide bakken. Leeg een van de twee bakken steeds als er water instaat. Weeg de bakken met water erin en vergelijk ze met elkaar. Ga na of de hoeveelheid water bij de steeds geleegde bak groter is dan bij de bak die niet geleegd wordt. Herhaal het experiment met twee identieke bakken en bepaal de totale hoeveelheid water die in beide bakken gebonden wordt. c Je hebt natriumionen, sulfaationen, calciumionen en chloride-ionen. Mogelijke dubbelzouten (drie ionsoorten) zijn: natriumcalciumsulfaat, formule Na Ca(SO 4 ), natriumcalciumchloride, NaCaCl, natriumchloridesulfaat, Na ClSO 4, en calciumchloridesulfaat, Ca Cl SO 4. 7 a PO 4 - b Magnesiumammoniumfosfaathexahydraat. c Het heeft kristalwater gebonden: in de formule staat X 6H O d Verhit struviet en leid de vrijkomende damp na afkoeling over wit kopersulfaat. Bij aanwezigheid van water zal het witte kopersulfaat blauw kleuren. e Er kunnen niet alleen negatieve ionen aanwezig zijn, er moeten ook positieve ionen aanwezig zijn want totaal is het elektrisch neutraal. f Mg (aq) + NH (aq) + PO (aq) + 6 H O(l) MgNH PO 6H O(s) g 5 ton struviet = g = /54,44 = 10 4 mol struviet, dus ook mol P. Dus dan ,97 = g P per 1500 m urine. Per L dan /1, = 0,4 g P er L urine. h Hard water want dat bevat veel kalk, dus veel calciumionen. i 4 4 Ca (aq) + PO (aq) Ca (PO ) (s)

S S. Errata Nova scheikunde uitwerkingen leerjaar 4 havo 140,71. Met dank aan Mariëlle Marsman, Mill-Hill College, Goirle. Hoofdstuk 1 Atoombouw

S S. Errata Nova scheikunde uitwerkingen leerjaar 4 havo 140,71. Met dank aan Mariëlle Marsman, Mill-Hill College, Goirle. Hoofdstuk 1 Atoombouw Errata Nova scheikunde uitwerkingen leerjaar 4 havo Met dank aan Mariëlle Marsman, Mill-Hill College, Goirle Hoofdstuk 1 Atoombouw Theorie 19 b 78,99 23,98504 10,00 24,98584 11,01 25,98259 24, 31 100 20

Nadere informatie

vrijdag 2 maart :26:18 Midden-Europese standaardtijd H4 Zouten

vrijdag 2 maart :26:18 Midden-Europese standaardtijd H4 Zouten H4 Zouten Vandaag Do Vr 4.1 4.2 theorie Maken t/m 11 Werken aan PO Planning Vragenuur molrekenen, bespreken vragen en opdrachten op aanvraag Zouten Hoge smeltpunten Geladen deeltjes 4.1 Inleiding PosiGeve

Nadere informatie

OEFENOPGAVEN MOLBEREKENINGEN

OEFENOPGAVEN MOLBEREKENINGEN OEFENOPGAVEN MOLBEREKENINGEN * = voor VWO Salmiak, NH 4 Cl(s), kan gemaakt worden door waterstofchloride, HCl(g), te laten reageren met ammoniak, NH 3 (g) 01 Wat is de chemische naam voor salmiak? 02 Geef

Nadere informatie

Rekenen aan reacties (de mol)

Rekenen aan reacties (de mol) Rekenen aan reacties (de mol) 1. Reactievergelijkingen oefenen: Scheikunde Deze opgaven zijn bedoeld voor diegenen die moeite hebben met rekenen aan reacties 1. Reactievergelijkingen http://www.nassau-sg.nl/scheikunde/tutorials/deeltjes/deeltjes.html

Nadere informatie

Samenvatting: Scheikunde H4 Reacties met zoutoplossingen. Don van Baar Murmelliusgymnasium Leerjaar

Samenvatting: Scheikunde H4 Reacties met zoutoplossingen. Don van Baar Murmelliusgymnasium Leerjaar Samenvatting: Scheikunde H4 Reacties met zoutoplossingen Don van Baar Murmelliusgymnasium Leerjaar 2011-2012 Murmellius2014 www.compudo.nl/murmellius2014 Scheikunde H4: Reacties met zoutoplossingen Samenvatting

Nadere informatie

Zouten. Pagina 1 van 11

Zouten. Pagina 1 van 11 Zouten Pagina 1 van 11 Hoofdstuk 7: Zouten 7.1 Inleiding Tot op heden hebben we steeds gezegd dat alle stoffen uit moleculen bestaan. In dit hoofdstuk laten we zien dat dit niet helemaal waar is. Alle

Nadere informatie

Zouten versie

Zouten versie Zouten versie 16-02-2016 Je kunt bij een onderwerp komen door op de gewenste rubriek in de inhoud te klikken. Wil je vanuit een rubriek terug naar de inhoud, klik dan op de tekst van de rubriek waar je

Nadere informatie

Oefenopgaven BEREKENINGEN

Oefenopgaven BEREKENINGEN Oefenopgaven BEREKENINGEN havo Inleiding De oefenopgaven over berekeningen zijn onderverdeeld in groepen. Vet gedrukt staat aangegeven om wat voor soort berekeningen het gaat. Kies uit wat het beste past

Nadere informatie

PbSO 4(s) d NH 4Cl + KOH KCl + H 2O + NH 3(g) NH 4. + OH - NH 3(g) + H 2O e 2 NaOH + CuCl 2 Cu(OH) 2(s) + 2 NaCl

PbSO 4(s) d NH 4Cl + KOH KCl + H 2O + NH 3(g) NH 4. + OH - NH 3(g) + H 2O e 2 NaOH + CuCl 2 Cu(OH) 2(s) + 2 NaCl Hoofdstuk 11 Chemische reacties bladzijde 1 Opgave 1 De ionen die in water ontstaan: a NaCl Na Cl - b AgNO 3 Ag - NO 3 c (NH 4) 2SO 4 2 NH 4 SO 4 d KOH K OH - e NiSO 4 Ni 2 SO 4 Opgave 2 Schrijf de volgende

Nadere informatie

Opgave 1. n = m / M. e 500 mg soda (Na 2CO 3) = 0,00472 mol. Opgave 2. m = n x M

Opgave 1. n = m / M. e 500 mg soda (Na 2CO 3) = 0,00472 mol. Opgave 2. m = n x M Hoofdstuk 8 Rekenen met de mol bladzijde 1 Opgave 1 n = m / M a 64,0 g zuurstofgas (O 2) = 2,00 mol (want n = 64,0 / 32,0) enz b 10,0 g butaan (C 4H 10) = 0,172 mol c 1,00 g suiker (C 12H 22O 11) = 0,00292

Nadere informatie

Oefenopgaven REDOXREACTIES vwo Reactievergelijkingen en halfreacties

Oefenopgaven REDOXREACTIES vwo Reactievergelijkingen en halfreacties Oefenopgaven REDOXREACTIES vwo Reactievergelijkingen en halfreacties OPGAVE 1 Geef de halfreactie waarbij 01 P 2 O 5 wordt omgezet in PH 3. 02 Jodaat, IO 3 - in neutraal milieu wordt omgezet in H 5 IO

Nadere informatie

Oefenopgaven REDOX vwo

Oefenopgaven REDOX vwo Oefenopgaven REDOX vwo OPGAVE 1 Geef de halfreactie waarbij 01 P 2 O 5 wordt omgezet in PH 3. 02 Jodaat, IO 3 - in neutraal milieu wordt omgezet in H 5 IO 6. 03 Methanol in zuur milieu wordt omgezet in

Nadere informatie

SCHEIKUNDE KLAS 3 REACTIES SKILL TREE

SCHEIKUNDE KLAS 3 REACTIES SKILL TREE SKILL TREE MOLECUULFORMULES OPDRACHT 1: MOLECUULFORMULES LEVEL 1 A H 2 O C 2 H 6 C C 2 H 6 O D CO 2 E F C 4 H 8 O CHN OPDRACHT 2: MOLECUULFORMULES LEVEL 1 A HNO C 3 H 6 O C C 2 H 2 D C 6 H 5 NO E C 5 H

Nadere informatie

Eindexamen scheikunde havo 2006-I

Eindexamen scheikunde havo 2006-I 4 Beoordelingsmodel Rood licht Maximumscore 1 1 edelgassen 2 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: De (negatieve) elektronen bewegen zich richting elektrode A dus is elektrode A de positieve elektrode.

Nadere informatie

Oplossingen oefeningenreeks 1

Oplossingen oefeningenreeks 1 Oplossingen oefeningenreeks 1 4. Door diffractie van X-stralen in natriumchloride-kristallen stelt men vast dat de eenheidscel van dit zout een kubus is waarvan de ribbe een lengte heeft van 5.64 10-10

Nadere informatie

OEFENOPGAVEN VWO EVENWICHTEN

OEFENOPGAVEN VWO EVENWICHTEN OPGAVE 1 OEFENOPGAVEN VWO EVENWICHTEN In een ruimte van 5,00 liter brengt men 9,50 mol HCl(g) en 2,60 mol O 2 (g). Na evenwichtsinstelling is 40,0% van de beginstoffen omgezet en is er Cl 2 (g) en H 2

Nadere informatie

Scheikunde leerjaar 2

Scheikunde leerjaar 2 Scheikunde leerjaar 2 De verbranding van suiker. De ontleding van koper(i)jodide. Het vormen van vast ijzer(ii)sulfide. Verbranding van methaan. Bij de reactie van natrium met zwavel ontstaat natriumsulfide.

Nadere informatie

5-1 Moleculen en atomen

5-1 Moleculen en atomen 5-1 Moleculen en atomen Vraag 1. Uit hoeveel soorten moleculen bestaat een zuivere stof? Vraag 2. Wat is een molecuul? Vraag 3. Wat is een atoom? Vraag 4. Van welke heb je er het meeste: moleculen of atomen?

Nadere informatie

PRACTICUM CHEMIE KLEUREN

PRACTICUM CHEMIE KLEUREN PRACTICUM CHEMIE KLEUREN Tijdens de labo s komen we in contact met vele stoffen. Elk met een eigen kleur, geur, viscositeit, Op het eindtest kan het gebeuren dat de kleuren van bepaalde stoffen gevraagd

Nadere informatie

SCHEIKUNDE 4 HAVO UITWERKINGEN

SCHEIKUNDE 4 HAVO UITWERKINGEN SCHEIKUNDE 4 HAVO UITWERKINGEN Auteurs Tessa Lodewijks Toon de Valk Eindredactie Aonne Kerkstra Eerste editie Malmberg s-hertogenbosch www.nova-malmberg.nl 3 Rekenen aan reacties Praktijk Zorgen voor morgen

Nadere informatie

Uitwerkingen van de opgaven uit: CHEMISCHE ANALYSE ISBN , 1 e druk, Uitgeverij Syntax Media Hoofdstuk 5 Argentometrie bladzijde 1

Uitwerkingen van de opgaven uit: CHEMISCHE ANALYSE ISBN , 1 e druk, Uitgeverij Syntax Media Hoofdstuk 5 Argentometrie bladzijde 1 Hoofdstuk 5 Argentometrie bladzijde 1 Opgave 1 Bereken met behulp van het oplosbaarheidsproduct de oplosbaarheid (g/l) in zuiver water bij kamertemperatuur, van: a CuBr K s = 5,2 x 10-9 CuBr Cu + + Br

Nadere informatie

Uitwerkingen van de opgaven uit: BASISCHEMIE voor het MLO ISBN , 3 e druk, Uitgeverij Syntax Media Hoofdstuk 14 Zouten bladzijde 1

Uitwerkingen van de opgaven uit: BASISCHEMIE voor het MLO ISBN , 3 e druk, Uitgeverij Syntax Media Hoofdstuk 14 Zouten bladzijde 1 BASISCHEMIE het MLO ISBN 9789077423875, 3 e druk, Uitgeverij Syntax Media Hoofdstuk 14 Zouten bladzijde 1 Opgave 1 Van onderstaande zouten worden steeds waterige oplossingen samengevoegd. Welk slecht oplosbare

Nadere informatie

Basisscheikunde voor het hbo ISBN e druk Uitgeverij Syntax media

Basisscheikunde voor het hbo ISBN e druk Uitgeverij Syntax media Hoofdstuk 5 Chemische reacties bladzijde 1 Opgave 1 Maak de volgende reactievergelijkingen kloppend: a C 3H 8O 2 4 O 2 3 CO 2 4 H 2O b P 4 5 O 2 6 H 2O 4 H 3PO 4 c 4 Al 3 O 2 2 Al 2O 3 d 2 Fe 3 Cl 2 2

Nadere informatie

namen formules ionogene stoffen van Als je de negatieve ionen (behalve OH - ) koppelt aan H + - ionen ontstaan verbindingen die men zuren noemt.

namen formules ionogene stoffen van Als je de negatieve ionen (behalve OH - ) koppelt aan H + - ionen ontstaan verbindingen die men zuren noemt. namen en formules van ionogene stoffen CH 3 COO - acetaat afkomstig van azijnzuur (ethaanzuur) C 2 O 4 samengestelde ionen HC 2 O 4 - oxalaat beide afkomstig van oxaalzuur (ethaandizuur) waterstofoxalaat

Nadere informatie

Oefenopgaven ZUREN en BASEN havo

Oefenopgaven ZUREN en BASEN havo Oefenopgaven ZUREN en BASEN havo OPGAVE 1 Men lost de volgende zouten op in water: (i) ammoniumnitraat (ii) kaliumsulfide (iii) natriumwaterstofsulfaat 01 Geef voor elk van deze zouten de oplosvergelijking.

Nadere informatie

OEFENTOETS Zuren en basen 5 VWO

OEFENTOETS Zuren en basen 5 VWO OEFENTOETS Zuren en basen 5 VWO Gesloten vragen 1. Carolien wil de zuurgraad van een oplossing onderzoeken met twee verschillende zuur-baseindicatoren en neemt hierbij het volgende waar: I de oplossing

Nadere informatie

Practicum Zouten 2 VMBO 4 Zouten Zoutoplossingen bij elkaar Slecht oplosbare zouten maken Ionen verwijderen Herkennen van een zout

Practicum Zouten 2 VMBO 4 Zouten Zoutoplossingen bij elkaar Slecht oplosbare zouten maken Ionen verwijderen Herkennen van een zout Practicum Zouten 2 Niveau: VMBO 4 Onderdeel: Zouten Proeven: Zoutoplossingen bij elkaar Slecht oplosbare zouten maken Ionen verwijderen Herkennen van een zout 1 Proef 1 Zoutoplossingen bij elkaar Nodig:

Nadere informatie

Eindexamen vmbo gl/tl nask2 2014-I

Eindexamen vmbo gl/tl nask2 2014-I Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt 1 scorepunt toegekend. Natriumbrand 1 B 2 B 3 maximumscore 1 zand 4 A 5 C 6 maximumscore 3 2 Na + 2 H 2 O 2 Na + + 2 OH + H 2 uitsluitend Na en H 2 O

Nadere informatie

Uitwerkingen 3.7.1. Uitwerkingen 3.7.4

Uitwerkingen 3.7.1. Uitwerkingen 3.7.4 Uitwerkingen 3.7.1 1 1,5 12 = 18 eieren 2 3,25 144 = 468 figuurzaagjes 3 25 24 = 600 bierflesjes 4 3,75 20.000 = 75.000 korrels hagelslag 5 2,25 10.000.000 = 22.500.000 zoutkorrels 6 1,5 6 10 23 = 9 10

Nadere informatie

Curie Hoofdstuk 6 HAVO 4

Curie Hoofdstuk 6 HAVO 4 Rekenen aan reacties Curie Hoofdstuk 6 HAVO 4 6.1 Rekenen met de mol 6.2 Rekenen met massa s 6.3 Concentratie 6.4 SPA en Stappenplan 6.1 Rekenen met de mol Eenheden en grootheden 1d dozijn potloden 12

Nadere informatie

Oefenopgaven TITRATIES

Oefenopgaven TITRATIES Oefenopgaven TITRATIES vwo ZUURBASE-TITRATIES OPGAVE 1 Tijdens een titratie wordt 10,00 ml 3,00 10-4 M zwavelzuur getitreerd met natronloog van onbekende molariteit. Er is 21,83 ml natronloog nodig om

Nadere informatie

Stoffen en materialen (versie )

Stoffen en materialen (versie ) Stoffen en materialen (versie 02-02-2016) Je kunt bij een onderwerp komen door op de gewenste rubriek in de inhoud te klikken. Wil je vanuit een rubriek terug naar de inhoud, klik dan op de tekst van de

Nadere informatie

Het smelten van tin is géén reactie.

Het smelten van tin is géén reactie. 3 Reacties Reacties herkennen (3.1 en 3.2 ) Een chemische reactie is een gebeurtenis waarbij stoffen verdwijnen en nieuwe stoffen ontstaan. Bij een reactie verdwijnen de beginstoffen. Er ontstaan nieuwe

Nadere informatie

Redoxreacties; een aanvulling op hoofdstuk 13

Redoxreacties; een aanvulling op hoofdstuk 13 Redoxreacties; een aanvulling op hoofdstuk 13 1. Elektronenoverdracht In dit hoofdstuk maken we kennis met zogenaamde redoxreacties. Dit zijn reacties waarbij elektronenoverdracht plaatsvindt. De naam

Nadere informatie

Module 2 Chemische berekeningen Antwoorden

Module 2 Chemische berekeningen Antwoorden 2 Meten is weten 1 Nee, want bijvoorbeeld 0,0010 kg is net zo nauwkeurig als 1,0 gram. 2 De minst betrouwbare meting is de volumemeting. Deze variabele bepaald het aantal significante cijfers. 3 IJs: 1,5

Nadere informatie

Zouten antwoordmodel (versie )

Zouten antwoordmodel (versie ) Zouten antwoordmodel (versie 02-02-2016) Je kunt bij een onderwerp komen door op de gewenste rubriek in de inhoud te klikken. Wil je vanuit een rubriek terug naar de inhoud, klik dan op de tekst van de

Nadere informatie

Chemie: oefeningen zuren, hydroxiden en zouten

Chemie: oefeningen zuren, hydroxiden en zouten Chemie: oefeningen zuren, hydroxiden en zouten Teken de structuurformule van salpeterigzuur HNO 2 en van salpeterzuur HNO 3 : Doevoor jezelf telkens ook de controles! Controles HNO 2 : - 2x6 e - (2 O)

Nadere informatie

Basis chemie Chemie 6 (2u)

Basis chemie Chemie 6 (2u) Inhaallessen Basis chemie Chemie 6 (2u) Deze slides voor de inhaallessen worden ter beschikking gesteld, maar ze zijn te beperkt om als samenvatting van de cursus te kunnen dienen. Alle oefeningen worden

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde/scheikunde 2 vmbo gl/tl I

Eindexamen natuurkunde/scheikunde 2 vmbo gl/tl I BEOORDELINGSMODEL Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt 1 punt toegekend. LOODOXIDEN 1 C 2 A 3 maximumscore 2 6 Pb 2 O 3 4 Pb 3 O 4 + O 2 Pb 2 O 3 voor de pijl en Pb 3 O 4 en O 2 na de pijl

Nadere informatie

PROEFVERSIE HOCUS POCUS... BOEM DE CHEMISCHE REACTIE. WEZO4_1u_ChemischeReacties.indd 3

PROEFVERSIE HOCUS POCUS... BOEM DE CHEMISCHE REACTIE. WEZO4_1u_ChemischeReacties.indd 3 HOCUS POCUS... BOEM VERSIE PR O EF DE CHEMISCHE REACTIE WEZO4_1u_ChemischeReacties.indd 3 14/04/16 20:53 HOOFDSTUK 1 CHEMISCHE REACTIES EN FYSISCHE VERSCHIJNSELEN 1.1 Chemische reactie en fysisch verschijnsel

Nadere informatie

Hans Vanhoe Katrien Strubbe Universiteit Gent SLO Chemie

Hans Vanhoe Katrien Strubbe Universiteit Gent SLO Chemie Chemie in druppels Hans Vanhoe Katrien Strubbe Universiteit Gent SLO Chemie 5 Oplosbaarheid van zouten + complexvorming 5.1 Oplosbaarheid van zouten en oplosbaarheidsproduct Een oplossing is een homogeen

Nadere informatie

Oefen opgaven rekenen 4 HAVO bladzijde 1

Oefen opgaven rekenen 4 HAVO bladzijde 1 Oefen opgaven rekenen 4 HAVO bladzijde 1 Opgave 1 uitrekenen en afronden Bij +/- rond je af op het kleinste aantal DECIMALEN, bij x/ rond je af op het kleinste aantal SIGNIFICANTE CIJFERS. Bij gecombineerde

Nadere informatie

Stoffen, structuur en bindingen

Stoffen, structuur en bindingen Hoofdstuk 1: Stoffen, structuur en bindingen Scheikunde vwo 2011/2012 www.lyceo.nl Onderwerpen Scheikunde 2011 2012 Stoffen, structuur en binding Kenmerken van Reacties Zuren en base Redox Chemische technieken

Nadere informatie

Atomen en elementen. Edelgasconfiguratie zouten en verbindingen. Inhaallessen Basis chemie 15/01/2012

Atomen en elementen. Edelgasconfiguratie zouten en verbindingen. Inhaallessen Basis chemie 15/01/2012 Inhaallessen Basis chemie Chemie 6 (2u) Deze slides voor de inhaallessen worden ter beschikking gesteld, maar ze zijn te beperkt om als samenvatting van de cursus te kunnen dienen. Alle oefeningen worden

Nadere informatie

Aan de slag 1bis Samenhang tussen het ademhalingsstelsel en het bloedvatenstelsel

Aan de slag 1bis Samenhang tussen het ademhalingsstelsel en het bloedvatenstelsel bis Samenhang tussen het ademhalingsstelsel en het bloedvatenstelsel Zuurstofgas is heel belangrijk voor dieren en dus ook voor de mens. Samen met de suikers die we opeten, zorgt zuurstofgas ervoor dat

Nadere informatie

Antwoorden. 3 Leg uit dat er in het zout twee soorten ijzerionen aanwezig moeten zijn.

Antwoorden. 3 Leg uit dat er in het zout twee soorten ijzerionen aanwezig moeten zijn. Antwoorden 1 Hoeveel protonen, elektronen en neutronen heeft een ion Fe 3+? 26 protonen, 23 elektronen, 30 neutronen 2 Geef de scheikundige namen van Fe 2 S 3 en FeCO 3. ijzer(iii)sulfide en ijzer(ii)carbonaat

Nadere informatie

NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE

NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE CORRECTIEMODEL VOORRONDE 1 af te nemen in de periode van woensdag 5 januari 01 tot en met woensdag 1 februari 01 Deze voorronde bestaat uit 4 meerkeuzevragen verdeeld over

Nadere informatie

universele gasconstante: R = 8,314 J K -1 mol -1 Avogadroconstante: N A = 6,022 x 10 23 mol -1 normomstandigheden:

universele gasconstante: R = 8,314 J K -1 mol -1 Avogadroconstante: N A = 6,022 x 10 23 mol -1 normomstandigheden: Nuttige gegevens: universele gasconstante: R = 8,314 J K -1 mol -1 vogadroconstante: N = 6,022 x 10 23 mol -1 normomstandigheden: θ = 0 p = 1013 hpa molair volume van een ideaal gas onder normomstandigheden:

Nadere informatie

1. Elementaire chemie en chemisch rekenen

1. Elementaire chemie en chemisch rekenen In onderstaande zelftest zijn de vragen gebundeld die als voorbeeldvragen zijn opgenomen in het bijhorend overzicht van de verwachte voorkennis chemie 1. Elementaire chemie en chemisch rekenen 1.1 Grootheden

Nadere informatie

5 Formules en reactievergelijkingen

5 Formules en reactievergelijkingen 5 Formules en reactievergelijkingen Stoffen bestaan uit moleculen en moleculen uit atomen (5.1) Stoffen bestaan uit moleculen. Een zuivere stof bestaat uit één soort moleculen. Een molecuul is een groepje

Nadere informatie

Wie niet waagt, wie niet weet.

Wie niet waagt, wie niet weet. Wie niet waagt, wie niet weet. Materiaal 4 pionnen Spel bord Kaarten met vraagjes Dobbelsteen Spelregels: Dit spel is voor 2-4 personen De spelers gooien met de dobbelsteen, degene met het hoogste cijfer

Nadere informatie

Wednesday, 28September, :13:59 PM Netherlands Time. Chemie Overal. Sk Havo deel 1

Wednesday, 28September, :13:59 PM Netherlands Time. Chemie Overal. Sk Havo deel 1 Chemie Overal Sk Havo deel 1 Website van de methode www.h1.chemieoveral.epn.nl Probeer thuis of het werkt. Aanbevolen browser: internet explorer Neem onderstaande tabel over en rond af Atoomsoort Zuurstof

Nadere informatie

1 Voedingselementen Voedingselementen Zuurgraad Elektrische geleidbaarheid (EC) Afsluiting 14

1 Voedingselementen Voedingselementen Zuurgraad Elektrische geleidbaarheid (EC) Afsluiting 14 Inhoud Voorwoord 5 Inleiding 6 1 Voedingselementen 9 1.1 Voedingselementen 9 1.2 Zuurgraad 12 1.3 Elektrische geleidbaarheid (EC) 13 1.4 Afsluiting 14 2 Kunstmeststoffen 15 2.1 Indeling kunstmeststoffen

Nadere informatie

Vraag Antwoord Scores

Vraag Antwoord Scores Ademtest 1 maximumscore 2 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: Een ureummolecuul bevat NH 2 groepen / N-H bindingen, zodat er waterstbruggen (met watermoleculen) gevormd kunnen worden. (Dus ureum is

Nadere informatie

TF5 Scheikunde 4 VWO H 8 en H 9 16 juni 2011

TF5 Scheikunde 4 VWO H 8 en H 9 16 juni 2011 TF5 Scheikunde 4 VWO H 8 en H 9 16 juni 2011 Deze toets bestaat uit 28 onderdelen. Hiervoor zijn in totaal X punten te behalen. Kalkwater Calciumhydroxide, Ca(OH) 2 (s) is matig oplosbaar in water. Als

Nadere informatie

Augustus geel Chemie Vraag 1

Augustus geel Chemie Vraag 1 Chemie Vraag 1 Men beschikt over een oplossing van ijzer(ii)nitraat met c = 3,00 mol/l en heeft voor een experiment 0,600 mol nitraationen nodig. Hoeveel ml van de oplossing dient men te gebruiken?

Nadere informatie

13 Evenwichten. Hoofdstuk 13 Evenwichten. 13.1 Omkeerbare reacties. 13.2 Dynamisch evenwicht

13 Evenwichten. Hoofdstuk 13 Evenwichten. 13.1 Omkeerbare reacties. 13.2 Dynamisch evenwicht 13 Evenwichten 13.1 Omkeerbare reacties Hoofdstuk 13 Evenwichten Het is in de praktijk vrijwel onmogelijk om beide reacties tegelijk te laten verlopen. 7 a Roze + n H 2 O Blauw.n H 2 O 3 1 a Schrijf beide

Nadere informatie

Correctievoorschrift VMBO-GL en TL 2005

Correctievoorschrift VMBO-GL en TL 2005 Correctievoorschrift VMBO-GL en TL 2005 tijdvak 2 NATUUR- EN SCHEIKUNDE 2 CSE GL EN TL Het correctievoorschrift bestaat uit: 1 Regels voor de beoordeling 2 Algemene regels 3 Vakspecifieke regels 4 Beoordelingsmodel

Nadere informatie

1. Geef bij de volgende reactievergelijkingen steeds aan:

1. Geef bij de volgende reactievergelijkingen steeds aan: Antwoorden Bijlage VI Oxidatiegetallen 1. Geef bij de volgende reactievergelijkingen steeds aan: welke stof wordt er geoxideerd +II +I II +I 0 +III +I +III II II +I +I II C 2 H 5 OH + O 2 CH 3 COOH + H

Nadere informatie

Eindexamen scheikunde havo 2008-I

Eindexamen scheikunde havo 2008-I Beoordelingsmodel Uraan 1 maximumscore 2 aantal protonen: 92 aantal neutronen: 146 aantal protonen: 92 1 aantal neutronen: 238 verminderen met het aantal protonen 1 2 maximumscore 2 UO 2 + 4 HF UF 4 +

Nadere informatie

Oefenopgaven ZUREN en BASEN vwo

Oefenopgaven ZUREN en BASEN vwo Oefenopgaven ZUREN en BASEN vwo OPGAVE 1 Men lost de volgende zouten op in water: (i) ammoniumnitraat (ii) kaliumsulfide (iii) natriumwaterstofsulfaat 01 Geef voor elk van deze zouten de oplosvergelijking.

Nadere informatie

Uitwerkingen van de opgaven uit: CHEMISCHE ANALYSE ISBN , 1 e druk, Uitgeverij Syntax Media Hoofdstuk 15 Elektrochemie bladzijde 1

Uitwerkingen van de opgaven uit: CHEMISCHE ANALYSE ISBN , 1 e druk, Uitgeverij Syntax Media Hoofdstuk 15 Elektrochemie bladzijde 1 Hoofdstuk 15 Elektrochemie bladzijde 1 Opgave 1 Welke halfreactie kan men verwachten in de volgende gevallen? a Br ionen bij een positieve elektrode Br kan gemakkelijk elektronen afstaan, is dan reductor:

Nadere informatie

Oefenopgaven BEREKENINGEN Inleiding Maak eerst de opgaven over dit onderwerp die bij havo staan. In dit document vind je alleen aanvullende opgaven.

Oefenopgaven BEREKENINGEN Inleiding Maak eerst de opgaven over dit onderwerp die bij havo staan. In dit document vind je alleen aanvullende opgaven. Oefenopgaven BEREKENINGEN vwo Inleiding Maak eerst de opgaven over dit onderwerp die bij havo staan. In dit document vind je alleen aanvullende opgaven. OPGAVE 1 In tabel 7 van BINAS staan twee waarden

Nadere informatie

7.0 Enkele belangrijke groepen van verbindingen

7.0 Enkele belangrijke groepen van verbindingen 7.0 Enkele belangrijke groepen van verbindingen 7.1 Oxiden Vrijwel alle elementen kunnen, min of meer heftig reageren met zuurstof. De gevormde verbindingen worden oxiden genoemd. In een van de voorafgaande

Nadere informatie

Oefenopgaven CHEMISCHE INDUSTRIE

Oefenopgaven CHEMISCHE INDUSTRIE Oefenopgaven CEMISCE INDUSTRIE havo OPGAVE 1 Een bereidingswijze van fosfor, P 4, kan men als volgt weergeven: Ca 3 (PO 4 ) 2 + SiO 2 + C P 4 + CO + CaSiO 3 01 Neem bovenstaande reactievergelijking over

Nadere informatie

Hierbij is sprake van elektronenoverdracht; elk Na atoom draagt een elektron over aan Cl-atoom onder vorming van een ionrooster.

Hierbij is sprake van elektronenoverdracht; elk Na atoom draagt een elektron over aan Cl-atoom onder vorming van een ionrooster. Redoxreacties 1. Elektronenoverdracht In dit hoofdstuk maken we kennis met zogenaamde redoxreacties. Dit zijn reacties waarbij elektronenoverdracht plaatsvindt. De naam redoxreactie is een samentrekking

Nadere informatie

In de natuur komen voor Cu en Cl respectievelijk de isotopen 63 Cu, 65 Cu en 35 Cl, 37 Cl voor.

In de natuur komen voor Cu en Cl respectievelijk de isotopen 63 Cu, 65 Cu en 35 Cl, 37 Cl voor. Chemie Vraag 1 In de natuur komen voor Cu en Cl respectievelijk de isotopen 63 Cu, 65 Cu en 35 Cl, 37 Cl voor. Nuclide Nuclidemassa (u) 63 Cu 62,93 65 Cu 64,93 35 Cl 34,97 37 Cl 36,95 Wat is de verhouding

Nadere informatie

OEFENOPGAVEN VWO ZUREN EN BASEN + ph-berekeningen

OEFENOPGAVEN VWO ZUREN EN BASEN + ph-berekeningen OEFENOPGAVEN VWO ZUREN EN BASEN + ph-berekeningen OPGAVE 1 01 Bereken hoeveel mmol HCOOH is opgelost in 40 ml HCOOH oplossing met ph = 3,60. 02 Bereken ph van 0,300 M NaF oplossing. 03 Bereken hoeveel

Nadere informatie

Reacties met een kleurtje

Reacties met een kleurtje Supplement bij: Offereins, M. en J.R. Bette (2008). Een uitje met een DOEL. NVOX, 33(10), 442-443. Reacties met een kleurtje DATUM UITVOERING: Afdeling Laboratoriumtechniek Algemene informatie Doel: het

Nadere informatie

Chemisch rekenen versie 22-03-2016

Chemisch rekenen versie 22-03-2016 Chemisch rekenen versie 22-03-2016 Je kunt bij een onderwerp komen door op de gewenste rubriek in de inhoud te klikken. Wil je vanuit een rubriek terug naar de inhoud, klik dan op de tekst van de rubriek

Nadere informatie

Vraag Antwoord Scores. Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt één punt toegekend. ijzeroxide 1 III 1

Vraag Antwoord Scores. Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt één punt toegekend. ijzeroxide 1 III 1 Beoordelingsmodel Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt één punt toegekend. Hematiet 1 maximumscore 2 ijzer(iii)oxide ijzeroxide 1 III 1 2 B 3 maximumscore 1 (ijzer/het) geleidt stroom (ijzer/het

Nadere informatie

Gegeven is volgende niet-uitgebalanceerde reactievergelijking waarin X de formule van een verbinding voorstelt:

Gegeven is volgende niet-uitgebalanceerde reactievergelijking waarin X de formule van een verbinding voorstelt: Chemie Vraag 1 Gegeven is volgende niet-uitgebalanceerde reactievergelijking waarin X de formule van een verbinding voorstelt: CS2 + X + KOH K2SO4 + K2CO3 + KCl + H2O De hoeveelheden (in mol) van de betrokken

Nadere informatie

Hoofdstuk 8. Opgave 2. Opgave 1. Oefenvragen scheikunde, hoofdstuk 8 en 10, 5 VWO,

Hoofdstuk 8. Opgave 2. Opgave 1. Oefenvragen scheikunde, hoofdstuk 8 en 10, 5 VWO, Oefenvragen scheikunde, hoofdstuk 8 en 10, 5 VWO, Hoofdstuk 8 Opgave 1 Bruistabletten bevatten onder andere natriumwaterstofcarbonaat. Als je deze tabletten in water brengt, treedt een reactie op waarbij

Nadere informatie

Eindexamen scheikunde havo 2001-II

Eindexamen scheikunde havo 2001-II Eindexamen scheikunde havo 00-II 4 Antwoordmodel Energievoorziening in de ruimte et (uiteenvallen van de Pu-38 atomen) levert energie dus het is een exotherm proces. er komt energie vrij aantal protonen:

Nadere informatie

Antwoorden deel 1. Scheikunde Chemie overal

Antwoorden deel 1. Scheikunde Chemie overal Antwoorden deel 1 Scheikunde Chemie overal Huiswerk 2. a. Zuivere berglucht is scheikundig gezien geen zuivere stof omdat er in lucht verschillende moleculen zitten (zuurstof, stikstof enz.) b. Niet vervuild

Nadere informatie

Oefenopgaven ENERGIE, REACTIESNELHEID en EVENWICHT

Oefenopgaven ENERGIE, REACTIESNELHEID en EVENWICHT Oefenopgaven vwo ENERGIE, REACTIESNELHEID en EVENWICHT OPGAVE 1 Happy en Fifax zijn merknamen van middelen die verstopte afvoeren weer ontstoppen. De inhoud van de verpakkingen blijkt te bestaan uit korrels

Nadere informatie

Hoofdstuk 17 Redoxreacties

Hoofdstuk 17 Redoxreacties Hoofdstuk 17 Redoxreacties bladzijde 1 Opgave 1 Bepaal de oxidatiegetallen van alle atomen in: Waterstof H: altijd +1 Zuurstof O: altijd 2 Som ladingen steeds 0 a H 2O H: +1 O: 2 2 x +1 + 2 = 0 b SO 2

Nadere informatie

1) Stoffen, moleculen en atomen

1) Stoffen, moleculen en atomen Herhaling leerstof klas 3 1) Stoffen, moleculen en atomen Scheikundigen houden zich bezig met stoffen. Betekenissen van stof zijn onder andere: - Het materiaal waar kleding van gemaakt is; - Fijne vuildeeltjes;

Nadere informatie

Eindexamen scheikunde havo 2002-II

Eindexamen scheikunde havo 2002-II 4 Antwoordmodel Zuurstofvoorziening 1 aantal protonen: 16 aantal elektronen: 17 aantal protonen: 16 1 aantal elektronen: aantal protonen vermeerderd met 1 1 2 4 KO 2 2 K 2 O + 3 O 2 alleen KO 2 voor de

Nadere informatie

Scheikundige berekeningen rond bereidingen

Scheikundige berekeningen rond bereidingen Scheikundige berekeningen rond bereidingen 1 Introductie Bereidingsvoorschriften zijn zo opgesteld dat er in het product precies de juiste hoeveelheden stoffen aanwezig zijn. Maar wat te doen als je niet

Nadere informatie

Eindexamen scheikunde 1 vwo 2005-II

Eindexamen scheikunde 1 vwo 2005-II 4 Beoordelingsmodel Alcoholtest 1 Een juiste uitleg leidt tot de conclusie dat de werking van het enzym aldehydedehydrogenase wordt geblokkeerd. (misselijkheid betekent) aceetaldehyde wordt niet omgezet

Nadere informatie

Eindexamen vmbo gl/tl nask2 2011 - I

Eindexamen vmbo gl/tl nask2 2011 - I Beoordelingsmodel Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt één scorepunt toegekend. Chemische geesten 1 B 2 maximumscore 1 zoutzuur Wanneer het antwoord 'waterstofchloride-oplossing' is gegeven,

Nadere informatie

LUMC SPECIALISTISCHE OPLEIDINGEN Tentamen Scheikunde voor operatieassistenten i.o. 2007

LUMC SPECIALISTISCHE OPLEIDINGEN Tentamen Scheikunde voor operatieassistenten i.o. 2007 LUMC SPECIALISTISCHE OPLEIDINGEN Tentamen Scheikunde voor operatieassistenten i.o. 2007 docent: drs. Ruben E. A. Musson Het gebruik van uitsluitend BINAS is toegestaan. 1. Welk van de volgende processen

Nadere informatie

De oorspronkelijke versie van deze opgave is na het correctievoorschrift opgenomen.

De oorspronkelijke versie van deze opgave is na het correctievoorschrift opgenomen. Toelichting bij Voorbeeldopgaven Syllabus Nieuwe Scheikunde HAVO De opgave is een bewerking van de volgende CE-opgave: Leidingwater 2006-1ste tijdvak De oorspronkelijke versie van deze opgave is na het

Nadere informatie

Cursus Chemie 5-1. Hoofdstuk 5: KWANTITATIEVE ASPECTEN VAN CHEMISCHE REACTIES 1. BELANGRIJKE BEGRIPPEN. 1.1. Relatieve Atoommassa (A r)

Cursus Chemie 5-1. Hoofdstuk 5: KWANTITATIEVE ASPECTEN VAN CHEMISCHE REACTIES 1. BELANGRIJKE BEGRIPPEN. 1.1. Relatieve Atoommassa (A r) Cursus Chemie 5-1 Hoofdstuk 5: KWANTITATIEVE ASPECTEN VAN CHEMISCHE REACTIES 1. BELANGRIJKE BEGRIPPEN 1.1. Relatieve Atoommassa (A r) A r = een onbenoemd getal dat de verhouding weergeeft van de atoommassa

Nadere informatie

Aan de slag 1bis Samenhang tussen het ademhalingsstelsel en het bloedvatenstelsel

Aan de slag 1bis Samenhang tussen het ademhalingsstelsel en het bloedvatenstelsel 1bis Samenhang tussen het ademhalingsstelsel en het bloedvatenstelsel Zuurstofgas is heel belangrijk voor dieren en dus ook voor de mens. Samen met de suikers die we opeten, zorgt zuurstofgas ervoor dat

Nadere informatie

Eindexamen havo scheikunde pilot 2013-I

Eindexamen havo scheikunde pilot 2013-I Beoordelingsmodel ph-bodemtest 1 maximumscore 2 Een juist antwoord kan als volgt zijn geformuleerd: Het tabletje bevat bariumsulfaat en deze stof is slecht oplosbaar (in water). notie dat het tabletje

Nadere informatie

1. Elementaire chemie en chemisch rekenen

1. Elementaire chemie en chemisch rekenen In onderstaande zelftest zijn de vragen gebundeld die als voorbeeldvragen zijn opgenomen in het bijhorend overzicht van de verwachte voorkennis chemie. 1. Elementaire chemie en chemisch rekenen 1.1 Grootheden

Nadere informatie

Hoofdstuk 3: Water, zuren en basen

Hoofdstuk 3: Water, zuren en basen Hoofdstuk 3: Water, zuren en basen NaSk II Vmbo 2011/2012 www.lyceo.nl Hoofdstuk 3: Water, zuren en basen NaSk II 1. Bouw van materie 2. Verbranding 3. Water, zuren en basen 4. Basis chemie voor beroep

Nadere informatie

Vraag Antwoord Scores. [CH Hg ][Cl ] 3 [CH HgCl]

Vraag Antwoord Scores. [CH Hg ][Cl ] 3 [CH HgCl] Eindexamen vwo scheikunde 201-II Beoordelingsmodel Kwikvergiftiging in Japan 1 maximumscore 2 + [CH Hg ][Cl ] = K of [CH HgCl] K = + [CH Hg ][Cl ] [CH HgCl] Indien als antwoord slechts de juiste concentratiebreuk

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde/scheikunde 2 vmbo gl/tl 2005 - I

Eindexamen natuurkunde/scheikunde 2 vmbo gl/tl 2005 - I BEOORDELINGSMODEL Vraag Antwoord Scores Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt één punt toegekend. ZWAVELOXIDEN 1 C 2 maximumscore 3 CH 4 S + 3 O 2 CO 2 + 2 H 2 O + SO 2 CH 4 S en O 2 voor

Nadere informatie

Eindexamen scheikunde havo 2005-I

Eindexamen scheikunde havo 2005-I 4 Beoordelingsmodel Zeewater 1 Sr 2+ juist symbool 1 juiste lading bij gegeven symbool 1 2 aantal protonen: 6 aantal neutronen: 8 juiste aantal protonen 1 aantal neutronen: 14 verminderen met het aantal

Nadere informatie

Chemisch rekenen, zo doe je dat!

Chemisch rekenen, zo doe je dat! 1 Chemisch rekenen, zo doe je dat! GOE Opmerkingen vooraf: 1. Belangrijke schrijfwijzen: 100 = 10 2 ; 1000 = 10 3, enz. 0,1 = 1/10 = 10-1 ; 0,001 = 1/1000 = 10-3 ; 0,000.000.1 = 10-7, enz. gram/kg = gram

Nadere informatie

3.7 Rekenen in de chemie extra oefening 4HAVO

3.7 Rekenen in de chemie extra oefening 4HAVO 3.7 Rekenen in de chemie extra oefening 4HAVO 3.7.1 Tellen met grote getallen In het dagelijks leven tellen we regelmatig het aantal van bepaalde voorwerpen. Vaak bepalen we dan hoeveel voorwerpen er precies

Nadere informatie

Examen VMBO-GL en TL 2005

Examen VMBO-GL en TL 2005 Examen VMBO-GL en TL 2005 tijdvak 2 dinsdag 21 juni 13.30-15.30 uur NATUUR- EN SCHEIKUNDE 2 CSE GL EN TL Gebruik zonodig het informatieboek Binas vmbo kgt. Dit examen bestaat uit 49 vragen. Voor dit examen

Nadere informatie

Hoofdstuk 3: Zuren en basen

Hoofdstuk 3: Zuren en basen Hoofdstuk 3: Zuren en basen Scheikunde VWO 2011/2012 www.lyceo.nl Onderwerpen Scheikunde 2011 2012 Stoffen, structuur en binding Kenmerken van Reacties Zuren en base Redox Chemische technieken Koolstofchemie

Nadere informatie

ANTWOORDEN Herhaling zuren, basen en buffers

ANTWOORDEN Herhaling zuren, basen en buffers ANTWOORDEN Herhaling zuren, basen en buffers 1) Wat geeft de onderstaande afbeelding weer? Je ziet deze deeltjes afgebeeld: het zwakke zuur HA (want veel deeltjes zijn niet geïoniseerd), de zwakke base

Nadere informatie

scheikunde vwo 2015-II

scheikunde vwo 2015-II Dicoumarol 1 maximumscore 2 Een juist antwoord kan als volgt zijn weergegeven: structuurformule van coumarine en H 2 voor de pijl, structuurformule van 4-hydroxycoumarine en H + na de pijl en C balans,

Nadere informatie

3. Welke van onderstaande formules geeft een zout aan? A. Al 2O 3 B. P 2O 3 C. C 2H 6 D. NH 3

3. Welke van onderstaande formules geeft een zout aan? A. Al 2O 3 B. P 2O 3 C. C 2H 6 D. NH 3 Toelatingsexamens en Ondersteunend Onderwijs VOORBLAD EXAMENOPGAVEN Toetsdatum: n.v.t. Vak: Scheikunde voorbeeldexamen 2015 Tijdsduur: 2 uur en 30 minuten De volgende hulpmiddelen zijn toegestaan bij het

Nadere informatie

Voor de beoordeling zijn de volgende passages van de artikelen 41, 41a en 42 van het Eindexamenbesluit van belang:

Voor de beoordeling zijn de volgende passages van de artikelen 41, 41a en 42 van het Eindexamenbesluit van belang: scheikunde orrectievoorschrift HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs 20 06 Tijdvak 1 Het correctievoorschrift bestaat uit: 1 Regels voor de beoordeling 2 Algemene regels 3 Vakspecifieke regels 4 Beoordelingsmodel

Nadere informatie