SCHEIKUNDE 4 HAVO UITWERKINGEN

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "SCHEIKUNDE 4 HAVO UITWERKINGEN"

Transcriptie

1 SCHEIKUNDE 4 HAVO UITWERKINGEN Auteurs Tessa Lodewijks Toon de Valk Eindredactie Aonne Kerkstra Eerste editie Malmberg s-hertogenbosch

2 3 Rekenen aan reacties Praktijk Zorgen voor morgen vragen 1 a Dat zijn sociale aspecten, milieuaspecten en economische aspecten. b Duurzaam omgaan met natuurlijke hulpbronnen: nagaan of het gebruik van fossiele brandstoffen duurzamer kan door inzetten alternatieve bronnen. Hernieuwbare grondstoffen: bijvoorbeeld bio-ethanol of biodiesel gebruiken in plaats van aardolie. Groenere chemie: een industrieel proces zodanig aanpakken dat er minder energie nodig is en / of dat er minder bijproducten ontstaan. 2 Het is in ieders belang om tot een duurzamere maatschappij te komen. 3 a Duurzaam gevangen vis: zo min mogelijk bijvangst, dus een net gebruiken waarbij alleen de vis die je wilt vangen gevangen wordt. Verder moet er niet teveel vis gevangen worden en moet door de vangstmethode het milieu zoveel mogelijk worden ontzien. b Duurzame chocolade: garandeert dat de boeren een fatsoenlijke prijs voor hun cacao ontvangen en dat er bij de productie rekening gehouden wordt met het milieu en dat geen kinderen ingezet worden. Ook leren de boeren hoe ze meer cacao van een betere kwaliteit kunnen oogsten. c Aardappelen uit eigen streek: de aardappelen hoeven dan niet ver vervoerd te worden, dus minder energie nodig dan voor aardappelen die bijvoorbeeld uit een ander land komen. 4 a Hernieuwbare grondstoffen zijn grondstoffen die door teelt weer opnieuw gemaakt kunnen worden. b Aardolie: niet-hernieuwbare grondstof. Schoon water: milieuvoorraad. Bio-ethanol: hernieuwbare grondstof. IJzererts: niet hernieuwbare grondstof. Hout: hernieuwbare grondstof. Ruimte: milieuvoorraad. c Biodiversiteit geeft de verscheidenheid van plant- en diersoorten in een ecosysteem aan. d Bij gebruik van fossiele brandstoffen verhoog je het gehalte koolstofdioxide in de atmosfeer. Hierdoor stijgt de gemiddelde temperatuur op aarde waardoor verstoringen in het ecosysteem kunnen optreden. 5 a 2 C8H 18(s) 25 O 16 CO 18 H2O(g) b Bossen nemen koolstofdioxide op via de fotosynthesereactie, hierdoor leggen zij koolstofdioxide vast in de vorm van glucose. c CO 2 -neutraal betekent dat bij de verbranding vrijgekomen CO 2 weer door de bomen kan worden opgenomen: uitstoot = opname, er wordt weer biomassa gevormd. In theorie is dit CO 2 -neutraal. 6 Door gebruik te maken van groene productieprocessen verbruik je veel minder energie en grondstoffen. Bovendien kan de chemie een product leveren dat veel langer meegaat. toepassing 7 Bij de groei van planten, dus ook van suikerbieten, vindt de fotosynthesereactie plaats. Hierbij wordt koolstofdioxide omgezet in glucose dat in de plant worden opgeslagen.

3 8 a Fotosynthese. b 6 CO 6 H2O(l) C6H12O 6(s) 6 O. +9 a 2 C8H 18(l) 25 O 16 CO 18 H2O(l). b Tien auto s rijden samen km. Bij een verbruik van 1 : 12 verbruiken ze dan / 12 = L benzine. c Benzine heeft een dichtheid van 0,72 kg L -1 (Binas tabel 11). Dus L = ,72 = 7800 kg benzine kg = 7, gc 8 H 18 = 7, / 114,22 = 6, mol C 8 H 18. d Uit de reactievergelijking volgt dat 2 mol C 8 H 18 bij verbranding 16 mol CO 2 levert. Dus bij verbranding van 6, mol C 8 H 18 ontstaat 8 6, = 5, mol CO 2. Dit komt overeen met 5, ,01 = 2, gco 2 = 24 ton CO 2. e Klopt: een hectare bieten legt 26 tot 30 ton CO 2 per hectare vast. 10 Een productiebos is een bos dat aangeplant is om er hout uit te winnen. Snelgroeiende bomen die vooral voor de papierindustrie gebruikt worden. 11 Regionaal geproduceerd voedsel hoeft niet ver vervoerd te worden dus kost minder energie om van producent naar consument te brengen. Praktijk Koolstofdioxide in de klas vragen 1 eigen antwoord 2 De zuurstof in de lucht die wordt ingeademd wordt in het lichaam gebruikt voor de verbranding van voedingsstoffen zoals koolhydraten en vetten. Bij deze verbranding ontstaat onder andere koolstofdioxide, dat vervolgens weer wordt uitgeademd. 3 a Op dag 3 en 4 is de CO 2 -concentratie constant, dit is dus het weekend. Hieruit volgt dat op donderdag met de metingen is gestart. b Om 8.30 uur begint de school, de CO 2 -concentratie zal toenemen. Er zijn dagelijks twee kleine terugvallen in CO 2 -concentratie te zien, dit zijn de pauzes. In de middag, wanneer de school uit is daalt de CO 2 -concentratie weer tot de volgende ochtend. 4 a De grenswaarde is 1200 ppm. Dit komt overeen met 1200 ml m 3. In een lokaal van 200 m 3 zal dus = ml = 2, m L CO 2 aanwezig zijn als de grenswaarde is bereikt. b De dichtheid van CO 2 is 1,986 g L. 2, L CO 2 heeft dus een massa van 2, L 1,986 g L = 4, g. 5 NEN 1089: 5,5 L / s / persoon Per uur moet dus 5,5 L 3600 s 32 leerlingen = 6, L lucht ververst worden. De inhoud van het lokaal is 2, L. Het ventilatievoud is dus 6, L / 2, L = 3,2. bouwbesluit: 15 m 3 / h / persoon. Per uur moet dus 15 m 3 32 leerlingen = 480 m 3 lucht worden ververst. Dit komt overeen met een ventilatievoud van 480 m 3 / 200 m 3 = 2,4.

4 6 Planten nemen CO 2 op uit de lucht volgens de fotosynthesereactie: 6 CO + 6 H2O(l) C6H12O 6(s) + 6 O De CO 2 -concentratie daalt dus. toepassing 7 a Ingeademde lucht = 0,03% CO 2.Uitgeademde lucht = 3,93% CO 2. b 30 leerlingen 15 keer 0,5 L 60 minuten = L lucht die per uur wordt in- en uitgeademd. Toename CO 2 : 3,93% 0,03% = 3,90% 3,90/ = 5, L CO 2 per uur. c 5, L/ 1,986 g L = 2, g; 2, g / 44,01 g mol = 6,02 mol CO 2. d 1 ppm = 1 ml m 3. 5, ml CO 2 / 200 m 3 = 2635 ml m 3 = 2635 ppm ppm = 3150 ppm. e De grenswaarde van 1200 ppm is bereikt als er = 800 ml CO 2 / m 3 is uitgeademd. In het lokaal is dan 800 ml CO 2 m m 3 = 1, ml CO 2 = 1, L uitgeademd. Per minuut wordt 5, / 60 = 8,8 L CO 2 geproduceerd. 1, L / 8,8 L minuut = 18 minuten. f Het ventilatievoud is 60 / 18 = 3,3. 8 eigen antwoord Theorie 1 De hoeveelheid stof 1 a paar; twee deeltjes; dozijn: twaalf deeltjes; gros: 144 deeltjes b In een mol zitten 6, deeltjes. c Een dozijn is nog te overzien, maar 6, appels is een niet te bevatten hoeveelheid. d Het is zinvol voor atomen en moleculen omdat de massa van een atoom of molecuul zeer klein is, in de orde van grootte van g. 2 a 0,64 mol N 2 bevat 0,64 6, = 3, moleculen. b 875 mol CH 4 bevat 875 6, = 5, moleculen. c 4,7 mmol aspartaam = 4, mol en bevat 4, , = 2, moleculen. 3 a 8 moleculen NH 3 bevat 8 N-atomen en 3 8=24 H-atomen. b 8 mol NH 3 bevat 8 mol N en 3 8=24 mol H. 4 a 5 moleculen H 2 O bevat 10 H- en 5 O-atomen. b 6,1 mol CH 4 O bevat 4 6,1 = 24,4 mol H = 24,4 6, = 1, H-atomen en 6,1 mol O = 6,1 6, = 3, O-atomen. c 1,9 mol C 8 H 10 N 4 O 2 bevat 10 1,9 = 19 mol H = 19 6, = 1, H-atomen en 2 1,9 = 3,8 mol O = 3,8 6, = 2, O-atomen. 5 a N 3 H 2 NH 3(g) b 10 mol waterstof reageert tot 2 / 3 10 = 6,7 mol ammoniak. +6 a Het volume is 4 / 3 3,14 (1, ) 3 = 1, cm 3. b 0,05 ml = 0,05 cm 3. Hierin zitten 0,05 / 1, = moleculen. c moleculen = / 6, = mol.

5 +7 Bij de ontleding van 1 mol koperbromide ontstaan 1 mol koper en 1 mol broom. De deeltjesverhouding in de reactievergelijking is tevens de molverhouding. 2 Molecuulmassa en molaire massa 8 a molaire massa : 1 32, ,00 = 64,06 u. b molaire massa: 2 30, ,00 = 141,94 u. c molaire massa: 14 12, , , ,00 = 294,30 u. d molaire massa: 2 1, ,00 = 34,02 u. e molaire massa: 2 22, ,06 = 78,04 u. 9 a 300 g NaCl = 300 / 58,44 = 5,13 mol. b 58 ton = 5, g Fe = 5, / 55,85 = 1, mol. c 328 ml ethanol = 328 0,80 = 262 g. Dus 262 / 46,07 = 5,7 mol. d 5, moleculen = 5, / 6, = 9, mol. e 1,0 L water = 1,0 0,998 = 1,0 kg = 1000 g. Dus 1000 / 18,02 = 55 mol. 10 a 0,74 mol BaSO 4 = 0,74 233,4 = 1, g b 6,9 mmol Cl 2 = 6, mol = 6, ,90 = 4, g c 600 L olijfolie = 600 0, = 5, g d 8, moleculen = 8, / 6, = 0,15 mol CO 2 = 0,15 44,01 = 6,5 g e 4, mol C 12 H 22 O 11 = 4, ,3 = 1, g 11 a 0,867 mol CH 4 = 0,867 16,04 = 13,9 g = 13,9 / 0,72 = 19,3 L = 1, ml. b 36 kmol water = mol = ,02 = 6, g = 6, / 0,998 = 6, ml. c 50 mg kwik = 5, g = 5, / 13,5 = 3, ml. d 3, moleculen = 3, / 6, = 0,658 mol C 3 H 6 O = 0,658 58,08 = 38,2 g = 38,2 / 0,79 = 4, ml. e 6,0 µmol = 6, mol CS 2 = 6, ,14 = 4, g = 4, / 1,26 =3, ml. 12 2,60 mol = 908 g, dus 1 mol = 908 / 2,60 = 349 g ,0 g H 2 O = 5,0 / 18,02 = 0,28 mol H 2 O. 5,0 g O 2 = 5,0 / 32,00 = 0,16 mol O 2. 5,0 g ijs = 5,0 g H 2 O = 0,28 mol H 2 O. 5,0 g Fe = 5,0 / 55,85 = 0,090 mol Fe. 5,0 g C 12 H 22 O 11 = 5,0 / 342,3 = 0,015 mol suiker.volgorde naar toenemend aantal deeltjes: 5,0 g suiker, 5,0 g ijzer, 5,0 g zuurstof, 5,0 g water / ijs.opmerking: bij eenzelfde massa heb je meer deeltjes als de molaire massa lager is. 3 Gehaltes 14 a 30 g in 250 ml dus 30 / 0,250 = 1, g L -1 b nog steeds 1, g L -1 c In 10,0 ml zit 0,12 g suiker. Hieraan wordt 4,0 g suiker toegevoegd, dus 4,12 g suiker in 10,0 ml. Nieuwe concentratie = 4,12 / 0,0100 = 4, g L a Per 100 g is er 3,5 g verzadigd vet, dus percentage =3,5 / % = 3,5%. b Per 100 g is er 0,50 g natrium, dus promillage = 0,50 / = 5,0. c Gegeven is 12,2 g koolhydraten per 100 ml. Je zult de dichtheid van chocomel moeten weten. d Schatting dichtheid 1,04 g ml -1, dus 100 ml = 104 g. Dan massapercentage = 12,2 / % = 11,7%.

6 16 Gegeven: 5,60 µg vitamine B12 per 100 g zalm, dus 5, g per 100 g, ofwel 5, g per 10 6 g = 5, ppm. 17 a De dichtheid van aceton is 0,79 g ml -1. Dus 1,3 ml = 1,3 0,79 = 1,0 g = 1, mg. b De inhoud is 4,5 3,0 2,8 = 37,8 m 3. Dan 1, / 37,8 = 27 mg m -3. Conclusie: de MAC-waarde is niet overschreden. 18 a Gegeven is dat maximaal 1200 ppm koolstofdioxide aanwezig mag zijn, dus 1200 ml per m 3, ofwel 1,2 ml per L. b De inhoud van het lokaal is = 162 m ppm betekent 1200 ml per m 3, dus maximaal = 1, ml = L c De dichtheid van koolstofdioxide is 1,986 g dm -3, dus ,986 = g +19 a Het bevat 5,0% = 5,0 / = 10 ml. b De adem bevat 1, ml per 0,50 L adem ofwel 1, / 0,50 = 0,32 ppm. c Meer dan 22 mg alcohol per L is te veel. Gemeten is 1, ml alcohol per 0,50 L, ofwel 3, ml per L adem = 3, ,80 = 2, g = 2, mg. Dus niet teveel alcohol genuttigd. d Alcoholpromillage is 0,59, dus 7 L bloed bevat dan 0,59 / = L = 4 ml e Uit opgave a blijkt dat één glas bier 10 ml alcohol bevat, dus 4 ml = 0,4 glas bier. +20 a Inademingslucht bevat 20,9% zuurstof. b 1,0 L liter lucht bevat 20,9 / 100 1,0 L = 2, L = 209 ml. c Dichtheid zuurstof is 1,43 g L -1 dus 2, L heeft een massa van 2, ,43 = 0,30 g. d De massa van 1,0 m 3 lucht is 1,293 kg dus 1,0 L heeft een massa van 1,293 g. e In 1,0 L lucht met massa 1,293 g zit 0,30 g zuurstof. Massapercentage = 0,30 / 1, = 23%. 4 Rekenen aan reacties 21 a b c Fe O (s) 3 CO(g) 2 Fe(s) 3 CO (g) mol 3 mol 2 mol 3 mol N (g) 3 H (g) 2 NH (g) mol 3 mol 2 mol Ba(OH) (s) + 2 NH NO (s) 2 NH (g) + 2 H O(l) + Ba(NO ) (s) mol 2 mol 2 mol 2 mol 1 mol 22 a 2 H O 2 H2O(l) Bij de verbranding van 3,0 mol H 2 ontstaat 3,0 mol H 2 O. b C6H12O 6(s) 6 O 6 CO 6 H2O(l) Bij de verbranding van 1,0 mol glucose ontstaat 6,0 mol water, dus bij verbranding van 0,36 mol glucose ontstaat 6 0,36 = 2,2 mol water. c 2 HCl + Na 2O H2O + 2 NaCl. Dus 28 mmolhcl levert 14 mmol H 2 O = 1, mol. 23 a C H (l) 25 O (g) 16 CO (g) 18 H O(l) b Reis van 185 km met 1 : 14 betekent 185 / 14 = 13 L. c 13 L benzine = 13 0,72 = 9,51 kg = 9, g dus 9, / 114,22 = 83 mol. d Uit de reactievergelijking volgt dat 2 mol benzine 18 mol water oplevert. Dus 83 mol benzine levert / 2 = 7, mol H 2 O dus 7, ,02 = 1, g.

7 24 a 6 CO 6 H2O(l) C6H12O 6(s) 6 O b 10,0 g glucose = 10,0 / 180,2 = 5, mol glucose. Dit is gevormd uit 6 5, = 0,332 mol H 2 O dus 0,332 18,02 = 6,00 g. c Er ontstaat 0,332 mol zuurstof = 0,332 32,00 =10,6 g. Dit komt overeen met 10,6 / 1,43 = 7,42 L. d Nodig 0,332 mol = 0,332 6, = 2, moleculen. +25 a H2C2O 4(aq) H2O 2(aq) 2 H2O(l) 2 CO b 15 g oxaalzuur = 15 / 90,04 = 0,17 mol. Hiervoor is 0,17 mol waterstofperoxide nodig. c 0,17 mol H 2 O 2 = 0,17 34,02 = 5,7 g = 3,0 massa%. Dus nodig 100 / 3,0 5,7 g = 1, g. Dit is 1, ml H 2 O 2 oplossing (dichtheid is vrijwel 1,0 g ml -1 ). 26 a 2 K(s) + Br 2(l) 2 KBr(s) b 5,0 gk = 5,0 / 39,10 = 0,13 molk. 10,0 g Br 2 = 10,0 / 159,80 = 0,0626 mol. 0,0626 mol Br 2 reageert met 2 0,0626 = 0,125 mol K. Dus een overmaat 4, mol K = 4, ,10 = 0,19 g K. c Er ontstaat maximaal 0,13 mol = 0,13 119,0 = 15 g. 27 a 2 CuO(s) + C(s) 2 Cu(s) + CO b 38 g CuO = 38 / 79,54 = 0,48 mol CuO. 69 g C = 69 / 12,01 = 5,7 mol C. 0,48 mol CuO reageert met 0,24 mol C. Dus een overmaat van 5,7 0,24 = 5,5 mol C =5,5 12,01 = 66,1 g C. c Er ontstaat maximaal 0,48 mol Cu = 0,48 63,55 = 30 g Cu. d Er ontstaat 0,24 mol CO 2 = 0,24 44,01 = 10,5 g = 10,5 / 1,986 = 5,3 L. +28 a 4 Al(s) + 3 O 2 Al 2O 3(s) b 20,9% (Binas tabel 83C). c 10 L lucht bevat 20,9 / = 2,1 L zuurstof. Dit komt overeen met 2,1 1,43 = 3,0 g, dus 3,0 / 32,00 = 9, mol. d Je verbrandt 1,7 g Al = 1,7 / 26,98 = 0,063 mol Al. Hieruit ontstaat 0,032 mol Al 2 O 3 = 0, ,0 = 3,2 g. +29 a C6H12O 6(s) 2 C2H6O(l) 2 CO b 7 kg glucose = 7000 g = 7000 / 180,2 = 39 mol glucose. Hieruit ontstaat 78 mol ethanol = 78 46,07 = 3579 g. Dit komt overeen met 3579 / 0,80 = 4474 ml = 4 L ethanol. c 2,5 miljoen kerstbomen levert 7 2,5 miljoen kg glucose. 17,5 miljoen kg glucose levert 4 2,5 miljoen = 10 miljoen L ethanol. Hiermee kun je 40 2, = km rijden. +30 a titaan(iv)oxide b De luchtkolom bevat 3, = 4, µg NO 2 = 4,5 g NO 2. = 4,5 / 46,01 =9, mol. Dit levert 4, mol N 2 = 4, ,02 = 1,4 g. c Nee, want dit is slechts een momentopname. Je zult waardes per uur en per jaar moeten weten om daar een uitspraak over te doen.

8 31 a afhankelijk van de keuze van de leerling b afhankelijk van de keuze van de leerling c 1. glucose: C6H12O 6(s) 6 O 6 CO 6 H2O(l) benzine: C7H 16(l) 11O 7 CO 8 H2O(l) diesel: 2 C12H 26(l) 37 O 24 CO 26 H2O(l) kolen: C(s) O CO stookolie: 2 C14H 30(l) 43 O 28 CO 30 H2O(l) kerosine: C9H 20(l) 14 O 9 CO 10 H2O(l) 2. afhankelijk van de keuze van de leerling 3. afhankelijk van de keuze van de leerling 4. afhankelijk van de keuze van de leerling 5. afhankelijk van de keuze van de leerling d,e ter beoordeling van de docent

9 4 Zouten

woensdag 14 december 2011 16:06:43 Midden-Europese standaardtijd

woensdag 14 december 2011 16:06:43 Midden-Europese standaardtijd INLEIDING Geef de reactievergelijking van de ontleding van aluminiumoxide. 2 Al 2 O 3 4 Al + 3 O 2 Massaverhouding tussen Al en O 2 1,00 : 0,889 Hoeveel ton Al 2 O 3 is er nodig om 1,50 ton O 2 te produceren?

Nadere informatie

Rekenen aan reacties (de mol)

Rekenen aan reacties (de mol) Rekenen aan reacties (de mol) 1. Reactievergelijkingen oefenen: Scheikunde Deze opgaven zijn bedoeld voor diegenen die moeite hebben met rekenen aan reacties 1. Reactievergelijkingen http://www.nassau-sg.nl/scheikunde/tutorials/deeltjes/deeltjes.html

Nadere informatie

Oefenopgaven BEREKENINGEN

Oefenopgaven BEREKENINGEN Oefenopgaven BEREKENINGEN havo Inleiding De oefenopgaven over berekeningen zijn onderverdeeld in groepen. Vet gedrukt staat aangegeven om wat voor soort berekeningen het gaat. Kies uit wat het beste past

Nadere informatie

3.7 Rekenen in de chemie extra oefening 4HAVO

3.7 Rekenen in de chemie extra oefening 4HAVO 3.7 Rekenen in de chemie extra oefening 4HAVO 3.7.1 Tellen met grote getallen In het dagelijks leven tellen we regelmatig het aantal van bepaalde voorwerpen. Vaak bepalen we dan hoeveel voorwerpen er precies

Nadere informatie

Chemisch rekenen, zo doe je dat!

Chemisch rekenen, zo doe je dat! 1 Chemisch rekenen, zo doe je dat! GOE Opmerkingen vooraf: 1. Belangrijke schrijfwijzen: 100 = 10 2 ; 1000 = 10 3, enz. 0,1 = 1/10 = 10-1 ; 0,001 = 1/1000 = 10-3 ; 0,000.000.1 = 10-7, enz. gram/kg = gram

Nadere informatie

5 Formules en reactievergelijkingen

5 Formules en reactievergelijkingen 5 Formules en reactievergelijkingen Stoffen bestaan uit moleculen en moleculen uit atomen (5.1) Stoffen bestaan uit moleculen. Een zuivere stof bestaat uit één soort moleculen. Een molecuul is een groepje

Nadere informatie

LUMC SPECIALISTISCHE OPLEIDINGEN Tentamen Scheikunde voor operatieassistenten i.o. 2007

LUMC SPECIALISTISCHE OPLEIDINGEN Tentamen Scheikunde voor operatieassistenten i.o. 2007 LUMC SPECIALISTISCHE OPLEIDINGEN Tentamen Scheikunde voor operatieassistenten i.o. 2007 docent: drs. Ruben E. A. Musson Het gebruik van uitsluitend BINAS is toegestaan. 1. Welk van de volgende processen

Nadere informatie

Paragraaf 1: Fossiele brandstoffen

Paragraaf 1: Fossiele brandstoffen Scheikunde Hoofdstuk 2 Samenvatting Paragraaf 1: Fossiele brandstoffen Fossiele brandstof Koolwaterstof Onvolledige verbranding Broeikaseffect Brandstof ontstaan door het afsterven van levende organismen,

Nadere informatie

Chemisch rekenen versie 22-03-2016

Chemisch rekenen versie 22-03-2016 Chemisch rekenen versie 22-03-2016 Je kunt bij een onderwerp komen door op de gewenste rubriek in de inhoud te klikken. Wil je vanuit een rubriek terug naar de inhoud, klik dan op de tekst van de rubriek

Nadere informatie

Oefenopgaven BEREKENINGEN Inleiding Maak eerst de opgaven over dit onderwerp die bij havo staan. In dit document vind je alleen aanvullende opgaven.

Oefenopgaven BEREKENINGEN Inleiding Maak eerst de opgaven over dit onderwerp die bij havo staan. In dit document vind je alleen aanvullende opgaven. Oefenopgaven BEREKENINGEN vwo Inleiding Maak eerst de opgaven over dit onderwerp die bij havo staan. In dit document vind je alleen aanvullende opgaven. OPGAVE 1 In tabel 7 van BINAS staan twee waarden

Nadere informatie

Afsluitende les. Leerlingenhandleiding. Alternatieve brandstoffen

Afsluitende les. Leerlingenhandleiding. Alternatieve brandstoffen Afsluitende les Leerlingenhandleiding Alternatieve brandstoffen Inleiding Deze chemie-verdiepingsmodule over alternatieve brandstoffen sluit aan op het Reizende DNA-lab Racen met wc-papier. Doel Het Reizende

Nadere informatie

Cursus Chemie 5-1. Hoofdstuk 5: KWANTITATIEVE ASPECTEN VAN CHEMISCHE REACTIES 1. BELANGRIJKE BEGRIPPEN. 1.1. Relatieve Atoommassa (A r)

Cursus Chemie 5-1. Hoofdstuk 5: KWANTITATIEVE ASPECTEN VAN CHEMISCHE REACTIES 1. BELANGRIJKE BEGRIPPEN. 1.1. Relatieve Atoommassa (A r) Cursus Chemie 5-1 Hoofdstuk 5: KWANTITATIEVE ASPECTEN VAN CHEMISCHE REACTIES 1. BELANGRIJKE BEGRIPPEN 1.1. Relatieve Atoommassa (A r) A r = een onbenoemd getal dat de verhouding weergeeft van de atoommassa

Nadere informatie

Hoofdstuk 4 Kwantitatieve aspecten

Hoofdstuk 4 Kwantitatieve aspecten Hoofdstuk 4 Kwantitatieve aspecten 4.1 Deeltjesmassa 4.1.1 Atoommassa De SI-eenheid van massa is het kilogram (kg). De massa van een H-atoom is gelijk aan 1,66 10 27 kg. m(h) = 0,000 000 000 000 000 000

Nadere informatie

1) Stoffen, moleculen en atomen

1) Stoffen, moleculen en atomen Herhaling leerstof klas 3 1) Stoffen, moleculen en atomen Scheikundigen houden zich bezig met stoffen. Betekenissen van stof zijn onder andere: - Het materiaal waar kleding van gemaakt is; - Fijne vuildeeltjes;

Nadere informatie

BIOLOGIE Energie & Stofwisseling HAVO Henry N. Hassankhan Scholengemeenschap Lelydorp [HHS-SGL]

BIOLOGIE Energie & Stofwisseling HAVO Henry N. Hassankhan Scholengemeenschap Lelydorp [HHS-SGL] BIOLOGIE Energie & Stofwisseling HAVO Henry N. Hassankhan Scholengemeenschap Lelydorp [HHS-SGL] Docent: A. Sewsahai De student moet de bouw en werking van enzymen kunnen beschrijven moet het proces van

Nadere informatie

Vraag Antwoord Scores

Vraag Antwoord Scores Ademtest 1 maximumscore 2 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: Een ureummolecuul bevat NH 2 groepen / N-H bindingen, zodat er waterstbruggen (met watermoleculen) gevormd kunnen worden. (Dus ureum is

Nadere informatie

E85 rijdende flexifuel auto uitstoot ten gevolge van de aanwezigheid van benzine in de brandstof.

E85 rijdende flexifuel auto uitstoot ten gevolge van de aanwezigheid van benzine in de brandstof. Energielabel auto Personenwagens moeten voorzien zijn van een zogenaamd energielabel. Deze maatregel is ingesteld om de consument de mogelijkheid te geven om op eenvoudige wijze het energieverbruik van

Nadere informatie

Oefenopgaven TITRATIES

Oefenopgaven TITRATIES Oefenopgaven TITRATIES vwo ZUURBASE-TITRATIES OPGAVE 1 Tijdens een titratie wordt 10,00 ml 3,00 10-4 M zwavelzuur getitreerd met natronloog van onbekende molariteit. Er is 21,83 ml natronloog nodig om

Nadere informatie

OEFENTOETS Zuren en basen 5 VWO

OEFENTOETS Zuren en basen 5 VWO OEFENTOETS Zuren en basen 5 VWO Gesloten vragen 1. Carolien wil de zuurgraad van een oplossing onderzoeken met twee verschillende zuur-baseindicatoren en neemt hierbij het volgende waar: I de oplossing

Nadere informatie

Eindexamen scheikunde havo 2006-I

Eindexamen scheikunde havo 2006-I 4 Beoordelingsmodel Rood licht Maximumscore 1 1 edelgassen 2 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: De (negatieve) elektronen bewegen zich richting elektrode A dus is elektrode A de positieve elektrode.

Nadere informatie

T2: Verbranden en Ontleden, De snelheid van een reactie en Verbindingen en elementen

T2: Verbranden en Ontleden, De snelheid van een reactie en Verbindingen en elementen T2: Verbranden en Ontleden, De snelheid van een reactie en Verbindingen en elementen 2008 Voorbeeld toets dinsdag 29 februari 60 minuten NASK 2, 2(3) VMBO-TGK, DEEL B. H5: VERBRANDEN EN ONTLEDEN 3(4) VMBO-TGK,

Nadere informatie

Eindexamen scheikunde havo 2001-II

Eindexamen scheikunde havo 2001-II Eindexamen scheikunde havo 00-II 4 Antwoordmodel Energievoorziening in de ruimte et (uiteenvallen van de Pu-38 atomen) levert energie dus het is een exotherm proces. er komt energie vrij aantal protonen:

Nadere informatie

1 Stoffen worden omgezet. Stofwisseling is het vormen van nieuwe stoffen en het vrijmaken van energie. Kortom alle processen in organismen.

1 Stoffen worden omgezet. Stofwisseling is het vormen van nieuwe stoffen en het vrijmaken van energie. Kortom alle processen in organismen. THEMA 1 1 Stoffen worden omgezet 2 Fotosynthese 3 Glucose als grondstof 4 Verbranding 5 Fotosynthese en verbranding 1 Stoffen worden omgezet. Stofwisseling is het vormen van nieuwe stoffen en het vrijmaken

Nadere informatie

Eindexamen scheikunde havo 2001-I

Eindexamen scheikunde havo 2001-I Eindexamen scheikunde havo -I 4 Antwoordmodel Nieuw element (in de tekst staat:) deze atomen zijn eerst ontdaan van een aantal elektronen dus de nikkeldeeltjes zijn positief geladen Indien in een overigens

Nadere informatie

Antwoorden. 3 Leg uit dat er in het zout twee soorten ijzerionen aanwezig moeten zijn.

Antwoorden. 3 Leg uit dat er in het zout twee soorten ijzerionen aanwezig moeten zijn. Antwoorden 1 Hoeveel protonen, elektronen en neutronen heeft een ion Fe 3+? 26 protonen, 23 elektronen, 30 neutronen 2 Geef de scheikundige namen van Fe 2 S 3 en FeCO 3. ijzer(iii)sulfide en ijzer(ii)carbonaat

Nadere informatie

Eindexamen scheikunde havo 2008-I

Eindexamen scheikunde havo 2008-I Beoordelingsmodel Uraan 1 maximumscore 2 aantal protonen: 92 aantal neutronen: 146 aantal protonen: 92 1 aantal neutronen: 238 verminderen met het aantal protonen 1 2 maximumscore 2 UO 2 + 4 HF UF 4 +

Nadere informatie

2 Concentratie in oplossingen

2 Concentratie in oplossingen 2 Concentratie in oplossingen 2.1 Concentratiebegrippen gehalte Er zijn veel manieren om de samenstelling van een mengsel op te geven. De samenstelling van voedingsmiddelen staat op de verpakking vermeld.

Nadere informatie

Oplossingen oefeningenreeks 1

Oplossingen oefeningenreeks 1 Oplossingen oefeningenreeks 1 4. Door diffractie van X-stralen in natriumchloride-kristallen stelt men vast dat de eenheidscel van dit zout een kubus is waarvan de ribbe een lengte heeft van 5.64 10-10

Nadere informatie

Uitwerkingen. T2: Verbranden en Ontleden, De snelheid van een reactie en Verbindingen en elementen

Uitwerkingen. T2: Verbranden en Ontleden, De snelheid van een reactie en Verbindingen en elementen Uitwerkingen T2: Verbranden en Ontleden, De snelheid van een reactie en Verbindingen en elementen 2008 Voorbeeld toets dinsdag 29 februari 60 minuten NASK 2, 2(3) VMBO-TGK, DEEL B. H5: VERBRANDEN EN ONTLEDEN

Nadere informatie

NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE

NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE NATINALE SHEIKUNDELYMPIADE RRETIEMDEL VRRNDE 1 (de week van) woensdag 4 februari 2009 Deze voorronde bestaat uit 24 meerkeuzevragen verdeeld over 5 onderwerpen en 3 open vragen met in totaal 13 deelvragen

Nadere informatie

5 a de gele vlam wappert, is minder heet en geeft roet af b vlak boven de kern c met de gasregelknop d de brander is dan moeilijk aan te steken

5 a de gele vlam wappert, is minder heet en geeft roet af b vlak boven de kern c met de gasregelknop d de brander is dan moeilijk aan te steken 3HV Antwoorden samenvatting onderouw scheikunde 1.6 Scheidingsmethoden 1 a stofnaam voorwerp c voorwerp d stofnaam e voorwerp f stofnaam 2 a goed slecht c goed d slecht e slecht f matig (zuurstof) tot

Nadere informatie

5 Water, het begrip ph

5 Water, het begrip ph 5 Water, het begrip ph 5.1 Water Waterstofchloride is een sterk zuur, het reageert als volgt met water: HCI(g) + H 2 0(I) Cl (aq) + H 3 O + (aq) z b Hierbij reageert water als base. Ammoniak is een zwakke

Nadere informatie

CENTRALE COMMISSIE VOORTENTAMEN SCHEIKUNDE TENTAMEN SCHEIKUNDE. datum : donderdag 29 juli 2010

CENTRALE COMMISSIE VOORTENTAMEN SCHEIKUNDE TENTAMEN SCHEIKUNDE. datum : donderdag 29 juli 2010 CENTRALE COMMISSIE VOORTENTAMEN SCHEIKUNDE TENTAMEN SCHEIKUNDE datum : donderdag 29 juli 2010 tijd : 14.00 tot 17.00 uur aantal opgaven : 6 Iedere opgave dient op een afzonderlijk vel te worden gemaakt

Nadere informatie

UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2002-I VWO

UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2002-I VWO UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2002-I VAK: SCHEIKUNDE 1 NIVEAU: VWO EXAMEN: 2002-I De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen.

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde/scheikunde 2 vmbo gl/tl 2010 - II

Eindexamen natuurkunde/scheikunde 2 vmbo gl/tl 2010 - II Beoordelingsmodel Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt één punt toegekend. Aardolie 1 C 2 B 3 C Tinnen lepels 4 maximumscore 2 Fe 3+ 1 S 2 1 5 B 6 maximumscore 3 2 Sn + O 2 2 SnO Sn en O

Nadere informatie

UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2001-I EXAMEN: 2001-I

UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2001-I EXAMEN: 2001-I UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2001-I VAK: NIVEAU: SCHEIKUNDE HAVO EXAMEN: 2001-I De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen.

Nadere informatie

Ecotanken quiz antwoorden

Ecotanken quiz antwoorden Ecotanken quiz antwoorden 1. Waarom laten we, steeds vaker, auto s rijden op alternatieve brandstoffen. A: De minerale (fossiele) stoffen raken op B: Slecht voor het milieu Uitleg vraag 1 Alle stoffen

Nadere informatie

Scheikunde VWO. Vrijdag 19 mei 1995 13.30 16.30 uur. vragen

Scheikunde VWO. Vrijdag 19 mei 1995 13.30 16.30 uur. vragen Scheikunde VWO vragen Vrijdag 19 mei 1995 1330 1630 uur toelichting Dit examen bestaat uit 23 vragen Voor elk vraagnummer is aangegeven hoeveel punten met een goed antwoord behaald kunnen worden instructie

Nadere informatie

SCHEIKUNDE 4 HAVO UITWERKINGEN

SCHEIKUNDE 4 HAVO UITWERKINGEN SCHEIKUNDE 4 HAVO UITWERKINGEN Auteurs Tessa Lodewijks Toon de Valk Eindredactie Aonne Kerkstra Eerste editie Malmerg s-hertogenosch www.nova-malmerg.nl 5 Koolstofverindingen Praktijk Glycol vragen 1 a

Nadere informatie

1. Elementaire chemie en chemisch rekenen

1. Elementaire chemie en chemisch rekenen In onderstaande zelftest zijn de vragen gebundeld die als voorbeeldvragen zijn opgenomen in het bijhorend overzicht van de verwachte voorkennis chemie. 1. Elementaire chemie en chemisch rekenen 1.1 Grootheden

Nadere informatie

UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2001-I VAK: SCHEIKUNDE 1,2 EXAMEN: 2001-I

UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2001-I VAK: SCHEIKUNDE 1,2 EXAMEN: 2001-I UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2001-I VAK: SCHEIKUNDE 1,2 NIVEAU: VWO EXAMEN: 2001-I De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen.

Nadere informatie

In de natuur komen voor Cu en Cl respectievelijk de isotopen 63 Cu, 65 Cu en 35 Cl, 37 Cl voor.

In de natuur komen voor Cu en Cl respectievelijk de isotopen 63 Cu, 65 Cu en 35 Cl, 37 Cl voor. Chemie Vraag 1 In de natuur komen voor Cu en Cl respectievelijk de isotopen 63 Cu, 65 Cu en 35 Cl, 37 Cl voor. Nuclide Nuclidemassa (u) 63 Cu 62,93 65 Cu 64,93 35 Cl 34,97 37 Cl 36,95 Wat is de verhouding

Nadere informatie

Hoofdstuk 3: Water, zuren en basen

Hoofdstuk 3: Water, zuren en basen Hoofdstuk 3: Water, zuren en basen NaSk II Vmbo 2011/2012 www.lyceo.nl Hoofdstuk 3: Water, zuren en basen NaSk II 1. Bouw van materie 2. Verbranding 3. Water, zuren en basen 4. Basis chemie voor beroep

Nadere informatie

Eindexamen scheikunde havo 2004-I

Eindexamen scheikunde havo 2004-I 4 Beoordelingsmodel Rookmelder 1 aantal protonen: 93 aantal neutronen: 144 naam van element X: neptunium aantal protonen: 93 1 aantal neutronen: 241 verminderen met het genoemde aantal protonen en verminderen

Nadere informatie

SE voorbeeldtoets 5HAVO antwoordmodel

SE voorbeeldtoets 5HAVO antwoordmodel SE voorbeeldtoets 5AV antwoordmodel Stikstof Zwaar stikstofgas bestaat uit stikstofmoleculen waarin uitsluitend stikstofatomen voorkomen met massagetal 15. 2p 1 oeveel protonen en hoeveel neutronen bevat

Nadere informatie

13 Evenwichten. Hoofdstuk 13 Evenwichten. 13.1 Omkeerbare reacties. 13.2 Dynamisch evenwicht

13 Evenwichten. Hoofdstuk 13 Evenwichten. 13.1 Omkeerbare reacties. 13.2 Dynamisch evenwicht 13 Evenwichten 13.1 Omkeerbare reacties Hoofdstuk 13 Evenwichten Het is in de praktijk vrijwel onmogelijk om beide reacties tegelijk te laten verlopen. 7 a Roze + n H 2 O Blauw.n H 2 O 3 1 a Schrijf beide

Nadere informatie

Oefenvraagstukken 5 VWO Hoofdstuk 11. Opgave 1 [HCO ] [H O ] x x. = 4,5 10 [CO ] 1,00 x 10

Oefenvraagstukken 5 VWO Hoofdstuk 11. Opgave 1 [HCO ] [H O ] x x. = 4,5 10 [CO ] 1,00 x 10 Oefenvraagstukken 5 VWO Hoofdstuk 11 Zuren en basen Opgave 1 1 Ga na of de volgende zuren en basen met elkaar kunnen reageren. Zo ja, geef de reactievergelijking. Zo nee, leg duidelijk uit waarom niet.

Nadere informatie

Oefenopgaven ANALYSETECHNIEKEN

Oefenopgaven ANALYSETECHNIEKEN Oefenopgaven ANALYSETECHNIEKEN vwo Massaspectrometrie en IR-spectrometrie OPGAVE 1 MTBE is een stof die aan benzine wordt toegevoegd voor een betere verbranding (de klopvastheid wordt vergroot). Door middel

Nadere informatie

BUFFEROPLOSSINGEN. Inleiding

BUFFEROPLOSSINGEN. Inleiding BUFFEROPLOSSINGEN Inleiding Zowel in de analytische chemie als in de biochemie is het van belang de ph van een oplossing te regelen. Denk bijvoorbeeld aan een complexometrische titratie met behulp van

Nadere informatie

Verband tussen aantal mol en de massa symbool naam eenheid voorbeeld

Verband tussen aantal mol en de massa symbool naam eenheid voorbeeld Naam : Klas: Datum: Rekenen in de chemie Informatie over de massa van 1 deeltje A a A r M a M r u (1 atoom) Relatieve (1 atoom) molecuulmassa (1 molecule) Relatieve (1 molecule) referentiemassa (1 proton)

Nadere informatie

Biomassa: brood of brandstof?

Biomassa: brood of brandstof? RUG3 Biomassa: brood of brandstof? Centrum voor Energie en Milieukunde dr ir Sanderine Nonhebel Dia 1 RUG3 To set the date: * >Insert >Date and Time * At Fixed: fill the date in format mm-dd-yy * >Apply

Nadere informatie

Eindexamen vmbo gl/tl nask2 2014-I

Eindexamen vmbo gl/tl nask2 2014-I Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt 1 scorepunt toegekend. Natriumbrand 1 B 2 B 3 maximumscore 1 zand 4 A 5 C 6 maximumscore 3 2 Na + 2 H 2 O 2 Na + + 2 OH + H 2 uitsluitend Na en H 2 O

Nadere informatie

a. Beschrijf deze reactie met een vergelijking. In het artikel is sprake van terugwinning van zwavel in zuivere vorm.

a. Beschrijf deze reactie met een vergelijking. In het artikel is sprake van terugwinning van zwavel in zuivere vorm. PEARL GTL Oliemaatschappijen zoals Shell willen aan de nog steeds stijgende vraag naar benzine en diesel kunnen blijven voldoen én ze willen de eindige olievoorraad zoveel mogelijk beschikbaar houden als

Nadere informatie

HOOFDSTUK 11. Kwantitatieve aspecten van reacties

HOOFDSTUK 11. Kwantitatieve aspecten van reacties HOOFDSTUK 11. Kwantitatieve aspecten van reacties Nadat je dit hoofdstuk verwerkt heb, kun je de volgende vragen beantwoorden: - Wat is de massa van een molecule H 2 SO 4? Van een Fe 2+ -ion? - Hoeveel

Nadere informatie

Vraag Antwoord Scores. [CH Hg ][Cl ] 3 [CH HgCl]

Vraag Antwoord Scores. [CH Hg ][Cl ] 3 [CH HgCl] Eindexamen vwo scheikunde 201-II Beoordelingsmodel Kwikvergiftiging in Japan 1 maximumscore 2 + [CH Hg ][Cl ] = K of [CH HgCl] K = + [CH Hg ][Cl ] [CH HgCl] Indien als antwoord slechts de juiste concentratiebreuk

Nadere informatie

Examentrainer. Vragen. Broeikasgassen meten in wijn. 1 Uitgeverij Malmberg. Lees de volgende tekst.

Examentrainer. Vragen. Broeikasgassen meten in wijn. 1 Uitgeverij Malmberg. Lees de volgende tekst. Examentrainer Vragen Broeikasgassen meten in wijn Lees de volgende tekst. Sterk toegenomen verbranding van organische stoffen leidt tot een verhoging van de concentratie CO 2 in de atmosfeer. Er is op

Nadere informatie

Hoofdstuk 2: Kenmerken van reacties

Hoofdstuk 2: Kenmerken van reacties Hoofdstuk 2: Kenmerken van reacties Scheikunde VWO 2011/2012 www.lyceo.nl Onderwerpen Scheikunde 2011 20122012 Stoffen, structuur en binding Kenmerken van Reacties Zuren en base Redox Chemische technieken

Nadere informatie

Eindexamen scheikunde 1 vwo 2003-II

Eindexamen scheikunde 1 vwo 2003-II Tijdens het rijpen van vruchten krijgen ze een zoetere smaak. Dat komt onder andere doordat amylose (zetmeel) door hydrolyse wordt omgezet tot glucose. Hieronder is een fragment van een amylosemolecuul

Nadere informatie

OEFENOPGAVEN VWO ZUREN EN BASEN + ph-berekeningen

OEFENOPGAVEN VWO ZUREN EN BASEN + ph-berekeningen OEFENOPGAVEN VWO ZUREN EN BASEN + ph-berekeningen OPGAVE 1 01 Bereken hoeveel mmol HCOOH is opgelost in 40 ml HCOOH oplossing met ph = 3,60. 02 Bereken ph van 0,300 M NaF oplossing. 03 Bereken hoeveel

Nadere informatie

Docentenhandleiding. Hoofdstuk 1 Inleiding

Docentenhandleiding. Hoofdstuk 1 Inleiding Docentenhandleiding Over de inhoud Het boekje bij voorkeur als boekje laten afdrukken op A3 papier. De meeste repro afdelingen op school beschikken over geavanceerde apparatuur waar dit een koud kunstje

Nadere informatie

Oefenopgaven ENERGIE, REACTIESNELHEID en EVENWICHT

Oefenopgaven ENERGIE, REACTIESNELHEID en EVENWICHT Oefenopgaven vwo ENERGIE, REACTIESNELHEID en EVENWICHT OPGAVE 1 Happy en Fifax zijn merknamen van middelen die verstopte afvoeren weer ontstoppen. De inhoud van de verpakkingen blijkt te bestaan uit korrels

Nadere informatie

En wat nu als je voorwerpen hebt die niet even groot zijn?

En wat nu als je voorwerpen hebt die niet even groot zijn? Dichtheid Als je van een stalen tentharing en een aluminium tentharing wilt weten welke de grootte massa heeft heb je een balans nodig. Vaak kun je het antwoord ook te weten komen door te voelen welk voorwerp

Nadere informatie

Onderwerp: Onderzoek doen Kerndoel(en): 28 Leerdoel(en): - Onderzoek doen aan de hand van onderzoeksvragen - Uitkomsten van onderzoek presenteren.

Onderwerp: Onderzoek doen Kerndoel(en): 28 Leerdoel(en): - Onderzoek doen aan de hand van onderzoeksvragen - Uitkomsten van onderzoek presenteren. Vak: Scheikunde Leerjaar: Kerndoel(en): 28 De leerling leert vragen over onderwerpen uit het brede leergebied om te zetten in onderzoeksvragen, een dergelijk onderzoek over een natuurwetenschappelijk onderwerp

Nadere informatie

Eindexamen scheikunde 1-2 vwo 2002-II

Eindexamen scheikunde 1-2 vwo 2002-II 4 Antwoordmodel www. -1- Koolstofmono-oxide 1 Een juist antwoord kan als volgt zijn geformuleerd: In de weefsels moet het evenwicht naar links verschuiven. Daar is dan (kennelijk) de [O 2 ] laag. notie

Nadere informatie

Elektrische auto stoot evenveel CO 2 uit als gewone auto

Elektrische auto stoot evenveel CO 2 uit als gewone auto Elektrische auto stoot evenveel CO 2 uit als gewone auto Bron 1: Elektrische auto s zijn duur en helpen vooralsnog niets. Zet liever in op zuinige auto s, zegt Guus Kroes. 1. De elektrische auto is in

Nadere informatie

zonweringsdoeken gemaakt van planten THE FIRST SUNSCREEN FABRIC IN THE WORLD WITH CRADLE TO CRADLE CERTIFIED GOLD

zonweringsdoeken gemaakt van planten THE FIRST SUNSCREEN FABRIC IN THE WORLD WITH CRADLE TO CRADLE CERTIFIED GOLD zonweringsdoeken gemaakt van planten THE FIRST SUNSCREEN FABRIC IN THE WORLD WITH CRADLE TO CRADLE CERTIFIED GOLD M + N PROJECTEN ONTWIKKELDE EEN NIEUWE GENERATIE ZONWERINGSDOEKEN, DIE DE HUIDIGE MATERIALEN

Nadere informatie

Examen VWO. scheikunde 1,2. tijdvak 1 dinsdag 26 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage.

Examen VWO. scheikunde 1,2. tijdvak 1 dinsdag 26 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Examen VWO 2009 tijdvak 1 dinsdag 26 mei 13.30-16.30 uur scheikunde 1,2 Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 23 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 68 punten

Nadere informatie

Zuren en basen. Inhoud

Zuren en basen. Inhoud Zuren en n Je kunt bij een onderwerp komen door op de gewenste rubriek in de inhoud te klikken. Wil je vanuit een rubriek terug naar de inhoud, klik dan op de tekst van de rubriek waar je bent. Gewoon

Nadere informatie

Opgave 2 Het volume van een voorwerp geeft aan hoeveel ruimte dit voorwerp inneemt.

Opgave 2 Het volume van een voorwerp geeft aan hoeveel ruimte dit voorwerp inneemt. Uitwerkingen 1 Opgave 1 De massa van een voorwerp geeft aan hoe zwaar dit voorwerp is. Opgave 2 Het volume van een voorwerp geeft aan hoeveel ruimte dit voorwerp inneemt. Opgave De dichtheid van een stof

Nadere informatie

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Dinsdag 20 mei 13.30 16.30 uur

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Dinsdag 20 mei 13.30 16.30 uur Scheikunde 1 (nieuwe stijl) Examen VW Voorbereidend Wetenschappelijk nderwijs Tijdvak 1 Dinsdag 20 mei 13.30 16.30 uur 20 03 Voor dit examen zijn maximaal 65 punten te behalen; het examen bestaat uit 24

Nadere informatie

Deze Informatie is gratis en mag op geen enkele wijze tegen betaling aangeboden worden

Deze Informatie is gratis en mag op geen enkele wijze tegen betaling aangeboden worden Vraag 1 Welke van volgende formules stemt overeen met magnesiumchloriet? MgCl Mg(ClO 2 ) 2 Mg(ClO 3 ) 2 Mg3(ClO 3 ) 2 Optie A: Hier is wat kennis over het periodiek systeem der elementen

Nadere informatie

4.3 Noodzakelijke voedingsstoffen

4.3 Noodzakelijke voedingsstoffen 4.3 Noodzakelijke voedingsstoffen Er zijn veel verschillende voedingsstoffen. Voorbeelden van voedingsstoffen zijn water, eiwitten, koolhydraten, vetten, mineralen en vitamines. Deze voedingsstoffen krijg

Nadere informatie

31 ste Vlaamse Chemie Olympiade 2013-2014

31 ste Vlaamse Chemie Olympiade 2013-2014 31 ste Vlaamse Chemie Olympiade 2013-2014 2 de ronde 26 februari 2014 Je naam en voornaam: Je adres: De naam van je school: Het adres van je school: Je leerjaar: Aantal lesuren chemie per week die je dit

Nadere informatie

Oefenopgaven ZUREN en BASEN vwo

Oefenopgaven ZUREN en BASEN vwo Oefenopgaven ZUREN en BASEN vwo OPGAVE 1 Men lost de volgende zouten op in water: (i) ammoniumnitraat (ii) kaliumsulfide (iii) natriumwaterstofsulfaat 01 Geef voor elk van deze zouten de oplosvergelijking.

Nadere informatie

Examen VWO. Scheikunde (oude stijl)

Examen VWO. Scheikunde (oude stijl) Scheikunde (oude stijl) Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 18 juni 13.30 16.30 uur 20 03 Voor dit examen zijn maximaal 68 punten te behalen; het examen bestaat uit 26

Nadere informatie

Eindexamen scheikunde 1 vwo 2005-II

Eindexamen scheikunde 1 vwo 2005-II 4 Beoordelingsmodel Alcoholtest 1 Een juiste uitleg leidt tot de conclusie dat de werking van het enzym aldehydedehydrogenase wordt geblokkeerd. (misselijkheid betekent) aceetaldehyde wordt niet omgezet

Nadere informatie

De voorstelling Het verhaal Het programma Meer informatie

De voorstelling Het verhaal Het programma Meer informatie Ecotanken Lesbrief De voorstelling De voorstelling van 25 minuten kan in een speellokaal voor 4 klassen worden gespeeld en is een combinatie van theater en film. Het decor stelt een oude auto voor die

Nadere informatie

Redoxreacties; een aanvulling op hoofdstuk 13

Redoxreacties; een aanvulling op hoofdstuk 13 Redoxreacties; een aanvulling op hoofdstuk 13 1. Elektronenoverdracht In dit hoofdstuk maken we kennis met zogenaamde redoxreacties. Dit zijn reacties waarbij elektronenoverdracht plaatsvindt. De naam

Nadere informatie

Overzicht van reactievergelijkingen Scheikunde

Overzicht van reactievergelijkingen Scheikunde verzicht van reactievergelijkingen Scheikunde Algemeen Verbranding Een verbranding is een reactie met zuurstof. ierbij ontstaan de oxiden van de elementen. Volledige verbranding Bij volledige verbranding

Nadere informatie

Oefenopgaven CHEMISCHE INDUSTRIE

Oefenopgaven CHEMISCHE INDUSTRIE Oefenopgaven CEMISCE INDUSTRIE havo OPGAVE 1 Een bereidingswijze van fosfor, P 4, kan men als volgt weergeven: Ca 3 (PO 4 ) 2 + SiO 2 + C P 4 + CO + CaSiO 3 01 Neem bovenstaande reactievergelijking over

Nadere informatie

Scheikundige berekeningen rond bereidingen

Scheikundige berekeningen rond bereidingen Scheikundige berekeningen rond bereidingen 1 Introductie Bereidingsvoorschriften zijn zo opgesteld dat er in het product precies de juiste hoeveelheden stoffen aanwezig zijn. Maar wat te doen als je niet

Nadere informatie

Voor de beoordeling zijn de volgende passages van de artikelen 41, 41a en 42 van het Eindexamenbesluit van belang:

Voor de beoordeling zijn de volgende passages van de artikelen 41, 41a en 42 van het Eindexamenbesluit van belang: scheikunde Correctievoorschrift AVO oger Algemeen Voortgezet Onderwijs 20 06 Tijdvak 2 et correctievoorschrift bestaat uit: 1 Regels voor de beoordeling 2 Algemene regels 3 Vakspecifieke regels 4 Beoordelingsmodel

Nadere informatie

RACEN met... WC-papier

RACEN met... WC-papier RACEN met... WC-papier 1 Fossiele Brandstoffen Nadelen 1) Voorraden zijn eindig. 2) Afhankelijkheid van oliestaten 3) Bij verbranding komen broeikasgassen vrij: CO2/NOx/CH4 1000 1500 2000 2 Fossiele Brandstoffen

Nadere informatie

ZUREN EN BASEN. Samenvatting voor het VWO. versie mei 2013

ZUREN EN BASEN. Samenvatting voor het VWO. versie mei 2013 ZUREN EN BASEN Samenvatting voor het VWO versie mei 2013 INHOUDSOPGAVE 1. Vooraf 2. Algemeen 3. Zuren 4. Basen 5. Het waterevenwicht 6. Definities ph en poh 7. ph BEREKENINGEN 7.1. Algemeen 7.2. Water

Nadere informatie

OEFENOPGAVEN VWO6sk1 TENTAMEN H1-11

OEFENOPGAVEN VWO6sk1 TENTAMEN H1-11 OEFENOPGAVEN VWO6sk1 TENTAMEN H1-11 06-07, HU, oktober 2006 1. POLARITEIT, WATERSTOFBRUGGEN Zie het apart uitgedeelde stencil voor extra theorie (is tentamenstof!) en een oefenopgave. 2. CHEMISCH REKENEN

Nadere informatie

Oefenvraagstukken 4 VWO Hoofdstuk 6 antwoordmodel

Oefenvraagstukken 4 VWO Hoofdstuk 6 antwoordmodel efenvraagstukken 4 VW oofdstuk 6 antwoordmodel Een 0 D komt overeen met 7,1 mg a 2+ per liter water. 1 In 0,5 liter water is 58,3 mg a 2+ opgelost. oeveel 0 D is dit? Per L opgelost: 2 x 58,3 mg a 2+ =

Nadere informatie

Oefentoets zuren en basen havo

Oefentoets zuren en basen havo Oefentoets zuren en basen havo Opgave 1 Melk en yoghurt Zweedse voedingswetenschappers hebben in 2014 bij meer dan 10000 mensen onderzocht of melk en melkproducten gezond zijn. Het doel van het onderzoek

Nadere informatie

Samenvattingen. Samenvatting Thema 1: Stofwisseling. Basisstof 1. Organische stoffen:

Samenvattingen. Samenvatting Thema 1: Stofwisseling. Basisstof 1. Organische stoffen: Samenvatting Thema 1: Stofwisseling Basisstof 1 Organische stoffen: - Komen af van organismen of zitten in producten van organismen - Bevatten veel energie (verbranding) - Voorbeelden: koolhydraten, vetten,

Nadere informatie

WATER. Krachten tussen deeltjes. Intramoleculaire en intermoleculaire krachten

WATER. Krachten tussen deeltjes. Intramoleculaire en intermoleculaire krachten WATER Krachten tussen deeltjes Intramoleculaire en intermoleculaire krachten Intramoleculaire en intermoleculaire krachten De atomen in een molecuul blijven samen door intramoleculaire krachten (atoombinding)

Nadere informatie

NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE

NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE ATIOALE SHEIKUDEOLYMPIADE OPGAVE VOORRODE 1 (de week van) woensdag 2 februari 2011 Deze voorronde bestaat uit 24 meerkeuzevragen verdeeld over 6 onderwerpen en 3 open vragen met in totaal 15 deelvragen

Nadere informatie

Eindexamen scheikunde havo 2003-II

Eindexamen scheikunde havo 2003-II 4 Antwoordmodel Superzwaar 1 Een juiste berekening leidt tot de uitkomst 50 (neutronen). opzoeken van het atoomnummer van krypton (36) 1 berekening van het aantal neutronen: 86 verminderd met het atoomnummer

Nadere informatie

I. Basiskennis. ijs. Een chemisch verschijnsel is het verschijnsel waarbij wel nieuwe stoffen ontstaan.

I. Basiskennis. ijs. Een chemisch verschijnsel is het verschijnsel waarbij wel nieuwe stoffen ontstaan. Basiskennis 4 chemie 2 de graad, 2 de jaar = 4avv & 4bav 1 1. Natuurwetenschappen I. Basiskennis De studie van de natuurverschijnselen kan je ruwweg onderverdelen in: Biologie: Studie van de levende materie.

Nadere informatie

Examen VWO. Scheikunde (oude stijl)

Examen VWO. Scheikunde (oude stijl) Scheikunde (oude stijl) Examen VW Voorbereidend Wetenschappelijk nderwijs Tijdvak 1 Dinsdag 20 mei 13.30 16.30 uur 20 03 Voor dit examen zijn maximaal 68 punten te behalen; het examen bestaat uit 22 vragen.

Nadere informatie

www.samengevat.nl voorbeeldhoofdstuk havo scheikunde

www.samengevat.nl voorbeeldhoofdstuk havo scheikunde www.samengevat.nl voorbeeldhoofdstuk havo scheikunde www.samengevat.nl havo scheikunde Dr. J.R. van der Vecht Dr. C. Ris Voorwoord Beste docent, Voor u ligt een deel van de nieuwe Samengevat havo scheikunde.

Nadere informatie

3.1. 1. In een reactieschema staan de beginstoffen en de reactieproducten van een chemische reactie.

3.1. 1. In een reactieschema staan de beginstoffen en de reactieproducten van een chemische reactie. 3.1 1. In een reactieschema staan de beginstoffen en de reactieproducten van een chemische reactie. 2. De pijl in een reactieschema (bijvoorbeeld: A + B C) betekent: - A en B reageren tot C of - Er vindt

Nadere informatie

Klimaatverandering. Klimaatverandering. Klimaatverandering. Klimaatverandering. Klimaatverandering 8-10-2012. Klimaatverandering

Klimaatverandering. Klimaatverandering. Klimaatverandering. Klimaatverandering. Klimaatverandering 8-10-2012. Klimaatverandering Zonne-energie 2012: prijs 21 ct per kwh; 2020 prijs 12 ct kwh Groen rijden; energiehuizen, biologisch voedsel Stimular, de werkplaats voor Duurzaam Ondernemen Stichting Stimular www.stimular.nl 010 238

Nadere informatie

Uw wagenpark op biobrandstof laten rijden Een overzicht van de nieuwste mogelijkheden

Uw wagenpark op biobrandstof laten rijden Een overzicht van de nieuwste mogelijkheden Uw wagenpark op biobrandstof laten rijden Een overzicht van de nieuwste mogelijkheden Een inleiding op de Technical Guidance Koolstofkringloop Waar gaat deze folder over? Duurzame mobiliteit is een hot

Nadere informatie

Correctievoorschrift VMBO-GL en TL 2015

Correctievoorschrift VMBO-GL en TL 2015 Correctievoorschrift VMBO-GL en TL 2015 tijdvak 1 natuur- en scheikunde 2 CSE GL en TL Het correctievoorschrift bestaat uit: 1 Regels voor de beoordeling 2 Algemene regels 3 Vakspecifieke regels 4 Beoordelingsmodel

Nadere informatie