PRAKTIJKGIDS. voor thuisverpleegkundigen en huisartsen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "PRAKTIJKGIDS. voor thuisverpleegkundigen en huisartsen"

Transcriptie

1 PRAKTIJKGIDS voor thuisverpleegkundigen en huisartsen

2

3 3 Inleiding Classificatie van aanbevelingen... 7 Definities - context Definitie Soorten chronische pijn Samenvatting Verpleegkundige gedragslijn Pijn herkennen Naar de oorzaak van chronische pijn zoeken Pijn evalueren Patiënten zonder cognitieve stoornissen Patiënten met lichte of matige cognitieve stoornissen (inclusief ouderen) Patiënten met ernstige cognitieve stoornissen en grote communicatieproblemen Regelmatig herevalueren van pijn De doeltreffendheid van de behandeling evalueren Behandelingen Aanvullende therapieën Farmacologie Compendium... 39

4 4

5 5 Chronische pijn treft als klinisch syndroom bijna 23% van de Belgische bevolking 1 en kan belangrijke socio-economische gevolgen hebben. Door de aanzienlijke invloed op hun levenskwaliteit is een optimale zorg nodig voor deze patiënten. Deze praktijkgids voor thuisverpleegkundigen en huisartsen bevat de meest actuele aanbevelingen voor goede praktijkvoering betreffende de aanpak van chronische pijn (niet bij kanker) in de thuisverpleging. Dit hulpmiddel vat de richtlijn samen waarvan de volledige versie te vinden is op 1 Breivik H., Collett B., Ventafridda V., Cohen R., Gallacher D., Survey of chronic pain in Europe: prevalence, impact on daily life, and treatment. European Journal of Pain: Ejp. May 2006,10(4):

6 6

7 7 Het classificatiesysteem GRADE 2 wordt gehanteerd om het bewijsniveau en de graad van aanbeveling toe te kennen aan de kernboodschappen aangebracht vanuit de geraadpleegde wetenschappelijke literatuur. Men onderscheidt drie bewijsniveaus (A, B, C). Hiermee kunnen aanbevelingen gerangschikt worden in termen van geldigheid en nauwkeurigheid, gebaseerd op bewijskracht: niveau A staat voor het hoogste niveau van bewijskracht, niveau B voor een gemiddeld niveau van bewijskracht en niveau C voor een zwak niveau van bewijskracht. De sterkte of de graad van aanbeveling (1 = sterk aanbevolen en 2 = zwak aanbevolen) duidt aan in welke mate er meer voordelen dan wel nadelen zijn om de aanbeveling te volgen. De combinatie van een niveau van bewijskracht met een graad van aanbeveling leidt tot een cijfer-lettercombinatie van het GRADEclassificatiesysteem. Er wordt in deze richtlijn tevens een vierde niveau van bewijskracht gebruikt, (niet in het GRADE-systeem), hier «opinie van experts» genoemd. Het gaat over aanbevelingen die werden opgesteld ter gelegenheid van consensusvergaderingen en die zeer nuttig voor de praktijk blijken te zijn. Het niveau van bewijskracht is dus zwak en situeert zich na niveau C. 2 Van Royen P., Niveaus van bewijskracht : levels of evidence. Huisarts Nu 2002 ; 31 : 54-7

8 8 1. Definitie «Pijn is een onaangename sensorische en emotionele ervaring, al dan niet geassocieerd met (potentiële) weefselschade of beschreven in termen van dergelijke schade». Volgens de WGO 3 «is chronische pijn voortdurende of terugkerende pijn die aanwezig is sedert meer dan 6 maanden». Ze is multidimensioneel en induceert fysieke en biologische, maar eveneens psychische en sociale fenomenen. Ze ligt aan de basis van een klinisch syndroom dat een belangrijke weerslag kan hebben op het dagelijks leven van mensen. 2. Soorten chronische pijn Pijn kan worden opgewekt door drie verschillende fysiologische processen die elk op zich of gelijktijdig kunnen optreden. Op basis van deze drie processen kan pijn als volgt worden onderverdeeld: 3 World Health Organization. Cancer Pain Relief. Second edition, WHO, 1996,Geneva 4 Merskey H., Bogduk N., Classification of chronic pain. Descriptions of chronic pain syndromes and definitions of pain terms. Prepared by the Task Force on Taxonomy of the International Association for the Study of Pain, 2nd ed. Seattle (VA): IASP Press; Nicholson BD., Diagnosis and management of neuropathic pain: a balanced approach to treatment. Journal of the American Academy of Nurse Practitioners. 2003, 15 (12): Wittink H., Michel TH., Chronic Pain Management for Physical Therapists. Butterworth- Heinemann, Boston MA. 1997

9 9 1. Nociceptieve pijn: veroorzaakt door een reactie op overmatige nociceptieve stimuli, d.w.z. een pijnlijke prikkeling die acuut kan zijn (trauma, brandwonde) of chronisch (artritis, reuma, enz.). Pijngewaarwording: zeer lokale, stekende pijn of diffuus, diep branderig gevoel afhankelijk van de gestimuleerde sensoriële receptor. 2. Neuropatische pijn: doet zich voor als een direct gevolg van een letsel of van een aandoening van het somatosensorisch systeem 7 (somatisch sensorisch perifeer zenuwstelsel waar alle sensorische informatie van het lichaam ontvangen wordt). Deze pijn kan zich verscheidene weken na het voorval uiten. Bij het klinisch onderzoek of tijdens verzorgingsmomenten (bv. tijdens een hygiënisch toilet) merkt men sensorische stoornissen (overgevoeligheid of ongevoeligheid van een lichaamszone). Neuropatische pijn vertoont een ander klinisch beeld dan nociceptieve pijn: de pijn is meer verspreid (maar blijft in principe anatomisch lokaliseerbaar) en wordt vaak beschreven als branderig, prikkelend, tintelend of als elektrische ontladingen. Ze kan voorkomen op plaatsen waar geen weefselschade is, zonder bepaalde stimuli, spontaan en met een permanent karakter. 3. Idiopatische pijn: alle soorten pijn die niet kunnen worden ondergebracht in de vorige twee categorieën. Het zijn soorten pijn die in verband worden gebracht met tot op heden onverklaarde mechanismen. 7 Treede et al., IASP, Special Interest Group - Neuropathic Pain, 2008

10 10 3. Samenvatting 8-9 NOCICEPTIEVE PIJN zeer lokaal (kan meer verspreid zijn indien van viscerale oorsprong); electief; als een dolksteek, kloppend; prikkend, stekend; knellend, drukkend, stijf, scheuten, Bv. artritis traumapijn postoperatieve pijn dorsolumbale pijn 8 National Health Service (NHS), Management of Chronic Pain in Adult - Best Practice Statement. NHS Quality Improvement Scotland. Feb Nicholson BD., Diagnosis and management of neuropathic pain: a balanced approach to treatment. Journal of the American Academy of Nurse Practitioners. 2003, 15 (12): 3-9

11 11 NEUROPATISCHE PIJN kan aanhoudend, hardnekkig zijn; paroxystisch (plots en intermittent); spontaan (zonder trauma aan de oorsprong ervan); als brandwonden; gevoel van koude pijn, zoals elektrische ontladingen; allodynie (pijn als gevolg van een stimulus die gewoonlijk niet als pijnlijk wordt aangevoeld); hyperalgesie (buitensporige gevoeligheid voor pijn) of hypo-esthesie (verminderde gevoeligheid bij een stimulus); dysesthesie (onaangename, abnormale gewaarwording); gevoel van kriebels, prikkels, gevoelloosheid, jeuk; gevoel van knelling in een bankschroef. Bv. diabetische neuropathie post-herpetische neuralgie traumata aan het ruggenmerg trigeminusneuralgie postoperatieve zenuwaantasting Alle uitdrukkingen, gebruikt door de patiënt om zijn pijn te beschrijven, moeten de aandacht trekken van de verpleegkundige, die vervolgens de arts waarschuwt. Deze voert een klinisch onderzoek uit en eventueel bijkomende testen om een diagnose te kunnen stellen.

12 12 EEN MULTIDIMENSIONELE BENADERING Vanaf het moment dat de diagnose chronische pijn is gesteld, is een globale, multidimensionele benadering nodig (opinie van experts). Chronische pijn dient te worden geëvalueerd en behandeld volgens een biopsychosociaal model, waarbij men rekening houdt met verschillende pijnaspecten: gewaarwording - emotie - kennis - gedrag. Bij een patiënt met chronische pijn stelt men niet enkel als doel de pijnintensiteit te verminderen, maar vooral zijn levenskwaliteit en zijn fysieke, psychische en sociale toestand te verbeteren (opinie van experts). Voor dit soort zorg komt de communicatie tussen de verschillende partijen (verpleegkundige, arts, psycholoog, kinesist, apotheker, enz.) onderling en met de patiënt op de eerste plaats.

13 13 De verpleegkundige zorg voor een patiënt met chronische pijn bestaat uit de volgende vijf stappen: Pijn herkennen / Anamnese Naar de oorzaken van chronische pijn zoeken Pijn evalueren 4 De pijn regelmatig herevalueren 5 De doeltreffendheid van de behandeling evalueren

14 14 1 Pijn herkennen / Anamnese Het is belangrijk aandacht te hebben voor pijn vanaf het moment dat de patiënt er over klaagt, wat ook de oorzaak zou kunnen zijn. De anamnese dient te worden uitgevoerd aan de hand van eenvoudige termen en door andere pijnsignalen te observeren (bv. stoppen met bepaalde activiteiten, gelaatsexpressie, lichaamshouding, tekens van depressie, enz.). Tevens moet men nagaan hoelang de pijn reeds aanwezig is. Indien de patiënt op cognitief vlak achteruit is gegaan of problemen heeft met communiceren, is het nodig de familie en de mantelzorg te betrekken bij de anamnese. Wat doen: vraag aan de patiënt of hij pijn heeft en/of herken de pijnsignalen wanneer de patiënt zich niet kan uitdrukken (opinie van experts); herken pijn wanneer de patiënt die uit, en geloof wat hij zegt (opinie van experts). De aandacht van de gezondheidswerker moet gericht zijn op de «gewaarwording» van de pijn alsook op de «emotionele» aspecten (aangevoeld door de patiënt in verband met de pijn, luister naar hem en geloof wat hij zegt), het «gedrag» (gedragswijzigingen volgend op het pijnprobleem) en de «kennis» (zienswijze over pijn): pijnbeschrijving: bv. PQRST-methode (zie pag. 16) gedrag: trekt de patiënt zich terug? vermindering van activiteiten? kennis: wat is de houding van de patiënt? waar hecht hij geloof aan? hoe staat hij ten opzichte van pijn?

15 15 emotioneel: de gevoelens, vooral pijnklachten samengaand met psychopathologische componenten (bv. angst, depressie). Men dient eveneens de bijkomende symptomen, alsook de weerslag van de pijn in het dagelijks leven en op de omgeving in te schatten: slaapstoornissen? vermoeidheid? aandachtsproblemen? afleiding? weerslag op het functioneren? op het gevoelsleven? op de relaties? impact van de pijn op de kwaliteit van leven? familiale context? professionele context? Men dient in het bijzonder aandachtig te zijn in de volgende situaties: pijn die niet over gaat ondanks de toepassing volgens de actuele aanbevelingen; situaties waarin de huisarts en de patiënt een andere visie hebben op het pijnprobleem (opinie van experts); pijn bij ouderen wordt vaak onderschat (1C). Een bijkomende methode voor het vervolledigen van een pijnanamnese is de PQRST-methode 10 (uitlokkende elementen/pijnverzachtende handelingen - kenmerken - lokalisatie - symptomen - tijd). De methode is opgenomen in deze praktijkgids omdat ze eenvoudig, helder en gemakkelijk kan worden toegepast in de thuisverpleging. De bewijskracht ervan is echter eerder zwak. 10 Krohn B., Using Pain Assessment tools, Nurse Practitioner. 27(10):54-6, 2002 Oct. PQRST = Precipitating factors/palliative - Quality - Region - Symptoms - Timing

16 16 De PQRST-methode kan worden gebruikt met het oog op een regelmatige pijn evaluatie of voor een pijnanamnese. Zo kan informatie betreffende de pijnkenmerken op een systematische manier verzameld worden en kan de pijn op een globale en heldere manier worden omschreven. Op basis van deze vragenreeks kunnen beroepsbeoefenaars zich reeds een nauwkeuriger idee vormen van de pijn waarmee de patiënt geconfronteerd wordt, om daarna optimale zorg te kunnen verlenen.

17 17 P = Factoren die de pijn uitlokken (Precipitating factors) Waardoor wordt de pijn uitgelokt? Hoe is de pijn opgekomen? In welke omstandigheden is de pijn begonnen? Wat verergert de pijn? Q R = Handelingen die de pijn verzachten (Palliatives) = Kenmerken en intensiteit van de pijn (Quality) = Lokalisatie Anatomische pijn (Region) Zijn er houdingen, activiteiten of behandelingen die de pijn verzachten? Wat wordt u gewaar? Hoe zou u deze pijn kunnen beschrijven? Welk gevoel hebt u? Enz. Warmte? Tintelend? Scheuten? Verscheurend? Kloppend? Stekend? Krampen? Dof? Drukkend? Op- en neergaand? Waar hebt u pijn? Toon op uw lichaam de exacte plaats waar de pijn zich situeert, enz. Buikstreek? Rugstreek? In de zij? Lumbaal? Enz. Breidt de pijn zich ook elders uit? S T = Symptomen die samengaan met de pijn (Symptoms) = Tijd (Timing) Wijzigingen van vitale parameters (verhoogde bloeddruk, hartritme en ademhaling). Zwakte? Sufheid? Misselijkheid? Braken? Koorts? Bleekheid? Houding? Angst? Wenen? Kreunen? Vereenzaming? Verminderde activiteit? Slaapstoornissen? Aandachtsproblemen? Geïrriteerdheid? Apathie? Wanneer is de pijn begonnen? Hoelang is ze al aanwezig? Hoe vaak treedt ze op? Op welk tijdstip overdag/ s nachts komt de pijn het meest/ het minst voor? Met welke tussentijd voelt u de pijn? Hoe lang hebt u pijn vanaf het moment dat ze begint?

18 18 2 Naar de oorzaken van chronische pijn zoeken Wanneer de pijn is vastgesteld bespreekt de verpleegkundige nauwgezet de uitgevoerde anamnese met de behandelende arts. De arts onderzoekt: de onderliggende oorzaken met het oog op het starten van een geschikte behandeling (1C); de pathologische processen die een verklaring kunnen zijn voor de symptomen (1C). De verpleegkundige: herkent de factoren die de pijn verergeren zodat de patiënt kan worden geholpen de pijn te verzachten en hij kan worden bijgestaan om te leren omgaan met pijn in het dagelijks leven (pijnverlichtende houding, levenswijzen, voedingsgewoonten ) (opinie van experts); werkt verder samen met de arts (1C). Ook wanneer er geen oorzaken voor de pijn worden gevonden blijven de gezondheidswerkers de pijn verder aanpakken.

19 19 3 Pijn evalueren Volgens het pijnmodel van de B.P.S.(British Pain Society) 11 dient pijnevaluatie op 3 vlakken te gebeuren binnen een multidimensionele context: fysiek psychisch sociaal Bij chronische pijn is het mogelijk dat de pijnintensiteit, door de patiënt uitgedrukt door middel van een evaluatieschaal (VAS, numerieke schaal ), niet vermindert, ondanks optimale zorgverlening. Nochtans is het mogelijk dat de patiënt bevestigt dat hij zich beter voelt, omdat de verbetering van zijn toestand zich eerder in de psychosociale sfeer bevindt dan in de biomedische. De verzorger dient dus rekening te houden met de belevenis van de patiënt, en niet alleen met de pijnintensiteit (opinie van experts). Betreffende het gebruik van evaluatieschalen: de evaluatieschaal wordt gekozen op basis van de mogelijkheden van de patiënt en dient te worden gebruikt in optimale omstandigheden (rustige omgeving, met bril of hoorapparaat, voldoende groot lettertype, goede belichting ) (opinie van experts); indien hij hiertoe in staat is, beoordeelt de patiënt bij voorkeur de pijn bij zichzelf (1B); de zorgverstrekker gebruikt steeds dezelfde beoordelingsschaal (1C); indien nodig helpt de gezondheidswerker de patiënt bij de pijnevaluatie (opinie van experts). 11 British Pain Society, The assessment of pain in older people; october 2007

20 20 De volgende schema s stellen beslissingsbomen voor waarmee het meest geschikte instrument in functie van de situatie gekozen kan worden. Met deze hulpmiddelen kan enkel de pijnintensiteit geëvalueerd worden en ze moeten dus samen met een multidimensionele benadering gebruikt worden (bv. PQRST-methode, anamnese) Patiënten zonder cognitieve achteruitgang Patiënten zonder cognitieve achteruitgang Schalen voor zelfevaluatie Visueel analoge schaal VAS unidimensionele analyse Numerieke schaal NRS Verbale schaal VDS Voor patiënten zonder cognitieve stoornissen worden zowel de visueel-analoge schaal, de numerieke schaal als de verbale schaal aanbevolen en beschouwd als gelijkwaardige gevalideerde instrumenten. De zorgverlener kiest samen met de patiënt de schaal die het best bij hem past.

21 21 visueel analoge schaal 12 (VAS) Leg uit aan de patiënt hoe hij op een latje kan aanduiden hoeveel pijn hij heeft, gaande van «geen pijn» tot «de ergst denkbare pijn». Leg het nogmaals uit indien de patiënt het blijkbaar niet begrepen heeft; gebruik dan andere termen dan «pijn»: zeer, kramp, irritatie, ongemak, stijfheid, gevoelloosheid, druk, brandend, scheuten. Indien de patiënt dit nog steeds niet begrijpt of niet antwoordt, gebruik dan een andere schaal. Gebruik steeds dezelfde schaal indien u de evolutie wil opvolgen. geen pijn de ergst denkbare pijn numerieke schaal (NRS) De patiënt kiest één cijfer van 0 tot 10 dat het best overeenkomt met de ervaren pijnintensiteit (op dat moment of in een bepaalde context), wat gaat van 0 «geen pijn» tot 10 «de ergst denkbare pijn». Leg het nogmaals uit indien dit voor de patiënt moeilijk is; gebruik dan andere termen dan «pijn»: zeer, kramp, irritatie, ongemak, stijfheid, gevoelloosheid, druk, brandend, scheuten. Indien de patiënt dit nog steeds niet begrijpt of niet antwoordt, gebruik dan een andere schaal. Gebruik steeds dezelfde schaal indien u de evolutie wil opvolgen. geen pijn de ergst denkbare pijn 12 Huskisson, E. C. (1974). Measurement of pain. Lancet, 2,

22 22 verbale schaal (EVS) Vraag aan de patiënt om de woorden te omcirkelen die het best de pijnintensiteit van dat moment weergeven en kijk welk cijfer hiermee overeenkomt. Aan het antwoord «geen pijn» geeft u de waarde 0, terwijl u aan «de ergst mogelijke pijn» de waarde 6 geeft. Door regelmatig de door de patiënt met vaste tussenpozen gekozen woorden te evalueren kan vastgesteld worden of de pijnintensiteit daalt in het licht van de al dan niet medicamenteuze behandelingen die werden ingesteld. geen pijn 0 amper pijn 1 lichte pijn 2 Matige pijn 3 erge pijn 4 extreme pijn 5 de ergst mogelijke pijn 6 Opgenomen met toestemming van Dr K. Herr Herr, K. A. & Mobily, P. R. (1993). Comparison of selected pain assessment tools for use with the elderly. Appl. Nurs.Res., 6, and Herr et al. (2007). Evaluation of the Iowa Pain Thermometer and other selected pain intensity scales in younger and older adult cohorts using controlled clinical pain : a preliminary study. Pain medicine, vol.8, num.7,

23 Patiënten met lichte tot matige cognitieve achteruitgang (met inbegrip van ouderen) Patiënten met lichte tot matige cognitieve achteruitgang (met inbegrip van ouderen) Schalen voor zelfevaluatie 1 ste keuze: Numerieke schaal NRS unidimensionele analyse 2 de keuze: Verbale schaal EVS 3 de keuze: Gezichtenschaal Patiënten met lichte of matige cognitieve stoornissen of patiënten die problemen hebben bij het communiceren, moeten door de zorgverstrekkers worden geholpen bij de pijnevaluatie. Men kiest de meest geschikte schaal maar men dient steeds de voorkeur te geven aan zelfevaluatie. Indien dit niet mogelijk is gaat men over op een observatieschaal.

24 24 1 ste keuze: numerieke schaal (NRS) (2B) De patiënt kiest één cijfer van 0 tot 10 dat het best overeenkomt met de ervaren pijnintensiteit (op dat moment of in een bepaalde context), wat gaat van 0 «geen pijn» tot 10 «de ergst denkbare pijn». Leg het nogmaals uit indien dit voor de patiënt moeilijk is, gebruik dan andere termen dan «pijn»: zeer, kramp, irritatie, ongemak, stijfheid, gevoelloosheid, druk, brandend, scheuten. Indien de patiënt dit nog steeds niet begrijpt of niet antwoordt, gebruik dan een andere schaal. Gebruik steeds dezelfde schaal indien u de evolutie wil opvolgen. geen pijn de ergst denkbare pijn 2 de keuze: verbale schaal (EVS) (2B) Vraag aan de patiënt om de woorden te omcirkelen die het best de pijnintensiteit van dat moment weergeven en kijk welk cijfer hiermee overeenkomt. Aan het antwoord «geen pijn» geeft u de waarde 0, terwijl u aan «de ergst mogelijke pijn» de waarde 6 geeft. Door regelmatig de door de patiënt met vaste tussenpozen gekozen woorden te evalueren kan vastgesteld worden of de pijnintensiteit daalt in het licht van de al dan niet medicamenteuze behandelingen die werden ingesteld.

25 25 geen pijn 0 amper pijn 1 lichte pijn 2 Matige pijn 3 erge pijn 4 extreme pijn 5 de ergst mogelijke pijn 6 Opgenomen met toestemming van Dr K. Herr 3 de keuze: gezichtenschaal 14 (EV-FPS) De patiënt kiest een gezichtje dat het meest overeenkomt met de pijngewaarwording en de ervaren pijnintensiteit. Van links naar rechts zijn de scores: 0, 2, 4, 6, 8, komt overeen met «geen pijn» en 10 met «zeer erge pijn». Bij het gebruik is het nodig goed de uitersten te benoemen: «geen pijn» en «zeer erge pijn». Niet de woorden «droef», «gelukkig» enz. omdat het gaat over de pijnervaring en niet de uitgebeelde gezichtsuitdrukking. Oorspronkelijk ontwikkeld voor kinderen wordt deze schaal beschouwd als minder betrouwbaar als de andere. Men kiest er dus best enkel voor wanneer de andere (numerieke schaal en eenvoudige verbale schaal) niet gebruikt kunnen worden geen pijn Zeer erge pijn 14 Deze schaal werd opgenomen met toelating van de International Association for the Study of Pain (IASP). Ze mag elders niet worden gereproduceerd zonder toestemming.

26 26 Patiënten met ernstige cognitieve stoornissen 3.3. Patiënten met ernstige cognitieve stoornissen en/of grote communicatieproblemen evaluatieschalen Heteroobservatieschalen en opsporen van pijnsignalen PACSLAC (Pain Assessment Checklist for Seniors with Limited Ability to Communicate) Doloplus-2 Overzicht van indicatoren volgens the American Geriatrics Society

27 27 Elke gedragsverandering, spontaan of tijdens een verzorging, moet het vermoeden doen rijzen dat er een pijnprobleem is en dient verder te worden onderzocht in samenwerking met de familie en de mantelzorg van de patiënt (1C): inactiviteit of patiënten die blijven liggen - atonie (krachteloos, levensloos) en/of veranderd stappatroon, gewichtsschommelingen, vastklampen aan voorwerpen en/of zich schrap zetten, wrijven op een lichaamsdeel, heen en weer wiegen en/of gedrag of uitdrukking van hinder of last (bv. geagiteerdheid, schelden, agressie, dwalen) en/of zorg weigeren, het pijnlijke lichaamsdeel afschermen en/of verlies van eetlust, slapeloosheid, apathie Deze indicatoren zijn echter niet typisch voor de aanwezigheid van pijn, ze kunnen ook wijzen op andere processen zoals honger, dorst, het uitdrukken van problemen, tekens van infectie, enz. Verschillende studies toonden aan dat de meetinstrumenten voor patiënten met ernstige cognitieve stoornissen (PACSLAC, Doloplus-2, PAINAD, AGS Panel on Persistent Pain in Older Persons 15 ) momenteel niet eensluidend kunnen worden aanbevolen wegens onvoldoende specificiteit en betrouwbaarheid (zie richtlijn).

28 28 Toch moedigt men zorgverstrekkers aan ze in de praktijk te gebruiken (meer bepaald Doloplus en PACSLAC worden het meest aanbevolen). In de richtlijn is informatie opgenomen waar deze instrumenten kunnen worden gevonden. Ze zijn niet in deze praktijkgids opgenomen omdat ze zo niet kunnen worden gebruikt aan het bed van de patiënt (er dient een document te worden ingevuld). 15 PACSLAC = Pain Assessment Checklist for Seniors with Limited Ability to Communicate - Beoordelingslijst voor pijn bij ouderen met communicatiestoornissen. PAINAD = Pain Assessment in Advanced Dementia - Pijnevaluatie bij vergevorderde dementie. AG S = American Geriatrics Society - Amerikaanse Geriatrische Vereniging. Panel on Persistent Pain in Older Persons = Indicatoren van hardnekkige pijn bij ouderen.

29 29 4 Pijn regelmatig herevalueren De gezondheidswerker dient regelmatig de pijn en de invloed ervan op het psychosociale leven van de patiënt te herevalueren, zodat de doeltreffendheid van de behandeling kan worden ingeschat. Er wordt geen bepaalde frequentie aanbevolen. De pijnintensiteit moet worden geëvalueerd met dezelfde schaal die bij de eerste evaluatie werd gebruikt (indien deze geschikt is voor de patiënt). In het kader van de langdurige zorg voor de patiënt speelt de gezondheidswerker bij de aanpak van de pijn een opvoedende rol naar de patiënt (kennis bijbrengen). De gezondheidswerker moet kunnen: uitleggen aan de patiënt welke soort pijn hij heeft; de gewaarwordingen uitleggen die de patiënt mogelijkerwijze ervaart; luisteren naar de patiënt, hem geruststellen, geloven wat hij zegt, enz. Doelstelling: een dynamiek op gang brengen waarbij de patiënt mee instaat voor de aanpak van zijn eigen pijnprobleem (opinie van experts). In samenwerking met de arts dient de gezondheidswerker eveneens de tekens in hun multidimensionele context aan het licht te brengen die er op duiden dat de pijn niet verbetert, of zelfs verergert, en die een verwijzing naar een pijncentrum nodig maken (opinie van experts). Zorgverleners dienen regelmatig de doeltreffendheid van de behandeling na te gaan aan de hand van een zelfevaluatieschaal gekozen door/voor de patiënt, alsook de impact van de pijn op het dagdagelijks functioneren (opinie van experts).

30 30 Ook de nevenwerkingen van een behandeling moeten worden nagegaan en in overweging worden genomen (opinie van experts). Wanneer de patiënt zijn dagelijkse activiteiten terug begint op te nemen moeten de zorgverleners de evaluatie van de pijnintensiteit slechts om de twee à drie dagen doorvoeren zodat de patiënt zich langzaam kan losmaken van zijn pijnprobleem; zo kan belet worden dat de patiënt er te veel aandacht aan besteedt (opinie van experts).

31 31 5 De doeltreffendheid van de behandeling evalueren Bij de evaluatie van de doeltreffendheid van de behandeling richt men zich niet enkel op de veranderingen in pijnintensiteit, maar dient men ook rekening te houden met de verschillende andere dimensies, zoals de verbetering van de levenskwaliteit en van de dagelijkse activiteiten van de patiënt (1B). Het meest significant verschil in pijnreductie is dat wat de patiënt en de clinici verwachten dat het zou moeten zijn. Het meten van de pijnintensiteit is dus niet de enige parameter die in overweging moet worden genomen. Indien men het effect van een behandeling op de pijnintensiteit wenst te beoordelen gebruikt men bij voorkeur de NRS 16 (zie pag. 21) op voorwaarde dat de toestand van de patiënt dit toelaat (1A). Samenvatting: criteria voor verbetering van de pijn in verhouding tot de vermindering van de pijnintensiteit uitgedrukt d.m.v. een eenvoudige numerieke schaal: Pijnintensiteit Mate van verbetering Verschil Weinig of niet veel % vermindering 0-10 NRS Matig > = 30 % vermindering Substantiëel > = 50 % vermindering 16 Ongeacht welke schaal er gewoonlijk wordt gebruikt.

32 32 De doelstelling van een pijnbehandeling is het verbeteren van de levenskwaliteit van de patiënt. De verpleegkundige begeleidt en helpt de patiënt om pijnverzachtende maatregelen te ontdekken of te herontdekken (farmacologische en aanvullende) en tracht factoren die de pijn verergeren te verminderen. Hij/zij leert eveneens aan de patiënt op welke manier hij zijn activiteiten terug kan opnemen en helpt hem niet-medicamenteuze middelen voor het onderdrukken van pijn en andere symptomen te gebruiken. Een farmacologische behandeling valt volledig onder de verantwoordelijkheid van de arts. De verpleegkundige overlegt met de arts over de correcte toediening van de voorgeschreven medicatie, gaat de nevenwerkingen ervan na en evalueert de doeltreffendheid van de behandeling aan de hand van een gevalideerd evaluatieinstrument. Indien de farmacologische behandeling ondoeltreffend blijkt te zijn, dienen de arts en de verpleegkundige de tijd te nemen om samen met de patiënt een andere therapeutische aanpak uit te zoeken, soms met de hulp van een pijncentrum (opinie van experts). 1. Complementaire therapieën Deze interventies vereisen specifieke vorming en ervaring om te mogen worden toegepast, met uitzondering van de pijnverzachtende positionering en het gebruik van comfortkussens (dit zijn verpleegkundige basisbekwaamheden): pijnverlichtende positionering, aanbrengen comfortkussens; het indelen van de activiteiten: regelmatig actief zijn, inspanningen verdelen, eens leuke dingen doen die de aandacht afleiden van de pijn;

33 33 gebruik van cool/hot pack (omwikkeling met koude of warmte); massages; gebruik van essentiële oliën; wellnesstechnieken, relaxatie; hypnose; enz. 2. Farmacologische middelen De farmacologische classificatie in deze praktijkgids is gebaseerd op de wijdverbreide pijnladder van de WGO. De pijnladder van de WGO bestaat uit drie eenvoudige trappen. Ze werd opgemaakt in 1986 en werd oorspronkelijk gebruikt in het kader van de pijnbehandeling bij kankerpatiënten. Zij is nadien aangepast voor alle pijntypes en laat toe de medicamenteuze behandeling progressief aan te passen. De WGO stelt de gradatie in kracht van pijnstilling voorop om een rationeler gebruik van analgetica te bevorderen. Deze trapsgewijze benadering heeft als nadeel dat er impliciet gesuggereerd wordt dat morfine het sterkste pijnstillend middel is, wat niet altijd het geval is (bv. neuropatische pijn is beter te behandelen met bepaalde antidepressiva of anti-epileptica) (opinie van experts).

34 34 Indeling van analgetica volgens de pijnladder van de WGO Pijn Niveau Moleculebenaming Meest gebruikte commerciële benaming Lichte tot matige pijn Stap 1 Matige tot erge pijn Stap 2 Erge tot zeer erge pijn Stap 3 Paracetamol (Dafalgan, Perdolan, Panadol, enz.) Acetylsalicylzuur (Aspegic, Aspirine, enz.) Niet-steroïdale anti-inflammatoire medicatie (NSAID) (Brufen, Nurofen, enz.) Codeïne (vaak samen genomen met paracetamol: Dafalgan codeïne, Panadol codeïne, enz.) Nefopam chloorhydraat (Acupan, enz.) Tramadol (Dolzam, Contramal, Tradonal, Tramaphar, enz.) Tilidine (Valoron, enz.) Buprenorfine (Temgesic, Tanstec, enz.) Er bestaan talrijke samenstellingen van deze moleculen met paracetamol (Algophène, Valtran, Distalgic, enz.) Orale of injecteerbare morfine (Kapanol, Morphiphar, Ms Contin, Ms direct, Stellorphine inj., enz.) Fentanyl (transdermale klevers: Matrifen, Fentanyl, Durogesic, enz.) Hydromorfon chloorhydraat (Palladone, enz.) Methadon (Mephenon, enz.) Oxycodone (Oxycontin, Oxynorm, enz.) Erge tot zeer erge pijn waarvoor de medicatie op niveau 3 niet toereikend is Boven stap 3 Raadpleeg een pijnspecialist

35 35 De geneesmiddelen op niveau 1 en 2 kennen een «plafonddosis», dus een maximale dosis teneinde het juiste pijnstillend effect te verkrijgen. Op alle niveaus kan deze medicatie gecombineerd worden met een adjuvans of een co-analgeticum (wat de werking of de eigenschappen van een geneesmiddel versterkt), maar ook met anxiolytica, antidepressiva Bij het gebruik dienen enkele principes in acht genomen te worden (opinie van experts): de overgang van stap 1 naar stap 3 dient stap voor stap te gebeuren; medicatie uit stappen 1, 2 en 3 kan samen worden genomen bij de overgang naar een hoger niveau; men dient er rekening mee te houden dat sommige producten mekaar tegenwerken wanneer stap 2+3 samengaan; men moet zich ervan vergewissen dat het geneesmiddel correct toegediend werd (juiste hoeveelheid en op de juiste tijdstippen) alvorens over te gaan naar een volgend niveau; men gebruikt bij patiënten met chronische pijn bij voorkeur medicatie met een «vertraagde» (retard) werking; men gebruikt bij voorkeur zo lang mogelijk orale medicatie; natriumhoudende bruistabletten kunnen problematisch zijn voor patiënten die een strikt zoutarm dieet moeten volgen.

Praktische gids voor thuisverpleegkundigen en huisartsen. Chronische pijn bij volwassen patiënten

Praktische gids voor thuisverpleegkundigen en huisartsen. Chronische pijn bij volwassen patiënten Praktische gids voor thuisverpleegkundigen en huisartsen Chronische pijn bij volwassen patiënten Inhoudstafel Inleiding 1 Classificatie van aanbevelingen 2 Definities - context 3 Behandelingen 31 1. Definitie

Nadere informatie

PIJNMETING BIJ VOLWASSENEN

PIJNMETING BIJ VOLWASSENEN B421 november 2014 PIJNMETING BIJ VOLWASSENEN Geachte heer, mevrouw, In ons ziekenhuis hechten wij belang aan een kwalitatieve dienstverlening. Als patiënt hebt u recht op de nodige pijnbestrijding. Wij

Nadere informatie

Pijn en pijnbestrijding in de palliatieve fase

Pijn en pijnbestrijding in de palliatieve fase Pijn en pijnbestrijding in de palliatieve fase JOS KITZEN, ONCOLOOG COBIE VAN BEUZEKOM,VERPLEEGKUNDIG SPECIALIST Inhoud van de presentatie Even voorstellen Definitie palliatieve zorg Definitie pijn Hoe

Nadere informatie

Pijnbehandeling na ontslag

Pijnbehandeling na ontslag Infobrochure Pijnbehandeling na ontslag mensen zorgen voor mensen Geachte heer, mevrouw, Vandaag onderging u een ingreep in het daghospitaal. Pijn is onvermijdelijk na een ingreep, maar ons team van artsen

Nadere informatie

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER. TINALOX, Druppels voor oraal gebruik, oplossing. Tilidine hydrochloride / Naloxone hydrochloride

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER. TINALOX, Druppels voor oraal gebruik, oplossing. Tilidine hydrochloride / Naloxone hydrochloride BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER TINALOX, Druppels voor oraal gebruik, oplossing Tilidine hydrochloride / Naloxone hydrochloride Lees de hele bijsluiter zorgvuldig door voordat u start met

Nadere informatie

Neuropatische Pijn WOV SYMPOSIUM 3 OKTOBER 2014

Neuropatische Pijn WOV SYMPOSIUM 3 OKTOBER 2014 Neuropatische Pijn WOV SYMPOSIUM 3 OKTOBER 2014 Wat is neuropathische pijn? Wat is neuropathische pijn? Neuropathische pijn = pijn die veroorzaakt wordt door een primaire laesie of disfunctie van het perifere

Nadere informatie

Pijncentrum. Butrans pleister. Buprenorfine

Pijncentrum. Butrans pleister. Buprenorfine Pijncentrum Butrans pleister Buprenorfine U heef het geneesmiddel Butrans (buprenorfine) voorgeschreven gekregen en heeft ook uitgelegd gekregen waarom u dit middel gaat gebruiken. Deze brochure is samengesteld

Nadere informatie

Farmacologie van. Tine Hendrickx, apotheker AZ Sint-Lucas Gent

Farmacologie van. Tine Hendrickx, apotheker AZ Sint-Lucas Gent Farmacologie van pijnmedicatie Tine Hendrickx, apotheker AZ Sint-Lucas Gent Pijn in de oncologie Aantal patiënten met matige tot ernstige pijn: Ten tijde van diagnose: 30 40% Tijdens behandeling: 40 70%

Nadere informatie

Pijn bij kanker, behandeling met medicijnen

Pijn bij kanker, behandeling met medicijnen Pijn bij kanker, behandeling met medicijnen Inleiding Deze informatiefolder is bedoeld voor patiënten die pijn hebben als gevolg van kanker. Ook voor familieleden kan het zinvol zijn om deze folder te

Nadere informatie

14 april 2016 Dr. M. Burin

14 april 2016 Dr. M. Burin 14 april 2016 Dr. M. Burin https://www.youtube.com/watch?v=9pfdtcl jezo https://www.youtube.com/watch?v=xakocii LlwY Ondergediagnosticeerd Onderbehandeld Zelden gebruik van aangepaste pijnschaal Discrepantie

Nadere informatie

Het gebruik van morfine en veel voorkomende vragen

Het gebruik van morfine en veel voorkomende vragen Het gebruik van morfine en veel voorkomende vragen Albert Schweitzer ziekenhuis januari 2015 pavo 0437 Inleiding Uw arts heeft u morfineachtige pijnstillers (zie tabel) voorgeschreven tegen de pijn. Deze

Nadere informatie

Pijn en pijnbehandeling bij Kanker 23-04-2014 Centrum Cabane

Pijn en pijnbehandeling bij Kanker 23-04-2014 Centrum Cabane Pijn en pijnbehandeling bij Kanker 23-04-2014 Centrum Cabane Drs. A.M. Karsch, anesthesioloog pijnspecialist UMC Utrecht Drs. G. Hesselmann, oncologieverpleegkundige, epidemioloog UMCU Wat is pijn? lichamelijk

Nadere informatie

Bijsluiter: Informatie voor de gebruik(st)er. BRONCHOSEDAL Dextromethorphan HBr 1,5 mg/ml siroop. Dextromethorfanhydrobromide

Bijsluiter: Informatie voor de gebruik(st)er. BRONCHOSEDAL Dextromethorphan HBr 1,5 mg/ml siroop. Dextromethorfanhydrobromide Bijsluiter: Informatie voor de gebruik(st)er BRONCHOSEDAL Dextromethorphan HBr 1,5 mg/ml siroop Dextromethorfanhydrobromide Lees de hele bijsluiter zorgvuldig door, want deze bevat belangrijke informatie

Nadere informatie

Oorzaken van pijn Pijnmedicatie

Oorzaken van pijn Pijnmedicatie Pijndagboek Tegenwoordig is pijn bij kanker vaak goed te bestrijden. Eenmaal vastgesteld wat de pijn veroorzaakt, is deze bijna altijd tot een draaglijk niveau terug te brengen. Niet alle patiënten met

Nadere informatie

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER. Aspirine 500 Bruis, 500 mg, bruistabletten Acetylsalicylzuur

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER. Aspirine 500 Bruis, 500 mg, bruistabletten Acetylsalicylzuur BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER 500 Bruis, 500 mg, bruistabletten Acetylsalicylzuur Lees goed de hele bijsluiter, voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken, want er staat belangrijke informatie

Nadere informatie

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER Dextromethorphan Teva 1,5 mg/ml drank dextromethorphan hydrobromide

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER Dextromethorphan Teva 1,5 mg/ml drank dextromethorphan hydrobromide BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER Dextromethorphan Teva 1,5 mg/ml drank dextromethorphan hydrobromide Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat innemen want er staat belangrijke

Nadere informatie

MAPROTILINE HCl 25-50 - 75 PCH tabletten. MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS Datum : 29 februari 2008 1.3.3 : Bijsluiter Bladzijde : 1

MAPROTILINE HCl 25-50 - 75 PCH tabletten. MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS Datum : 29 februari 2008 1.3.3 : Bijsluiter Bladzijde : 1 1.3.3 : Bijsluiter Bladzijde : 1 Pharmachemie B.V. Swensweg 5 Postbus 552 2003 RN Haarlem INFORMATIE VOOR DE PATIËNT SAMENSTELLING Per tablet: respectievelijk 25 mg, 50 mg en 75 mg maprotilinehydrochloride.

Nadere informatie

Pijncentrum. Informatie over Lyrica

Pijncentrum. Informatie over Lyrica Pijncentrum Informatie over Lyrica U heeft het geneesmiddel Lyrica (pregabaline) voorgeschreven gekregen en er is u ook uitgelegd waarom u dit middel gaat gebruiken. Deze brochure is samengesteld om u

Nadere informatie

Workshop Medicijnen, werkt t of werk t.. tegen? Els Coyajee-Geselschap apotheker

Workshop Medicijnen, werkt t of werk t.. tegen? Els Coyajee-Geselschap apotheker Workshop Medicijnen, werkt t of werk t.. tegen? Els Coyajee-Geselschap apotheker Inhoud workshop Inventarisatie vragen Waar of niet waar Medicatie en hun bijwerkingen Pijnbestrijding Antidepressiva Benzodiazepinen

Nadere informatie

Infobrochure. Pijn... en nu? mensen zorgen voor mensen

Infobrochure. Pijn... en nu? mensen zorgen voor mensen Infobrochure Pijn... en nu? mensen zorgen voor mensen Sinds enkele jaren heeft het Mariaziekenhuis een pijncentrum. Dit centrum legt zich vooral toe op de behandeling van chronische pijn. Samen met de

Nadere informatie

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER. Oxazepam Mylan 10 mg, tabletten Oxazepam Mylan 50 mg, tabletten. oxazepam

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER. Oxazepam Mylan 10 mg, tabletten Oxazepam Mylan 50 mg, tabletten. oxazepam BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER Oxazepam Mylan 10 mg, tabletten Oxazepam Mylan 50 mg, tabletten oxazepam Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken, want er staat belangrijke

Nadere informatie

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER. BRONCHOSEDAL Dextromethorphan HBr 1,5 mg/ml siroop. Dextromethorfanhydrobromide

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER. BRONCHOSEDAL Dextromethorphan HBr 1,5 mg/ml siroop. Dextromethorfanhydrobromide BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER BRONCHOSEDAL Dextromethorphan HBr 1,5 mg/ml siroop Dextromethorfanhydrobromide Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat innemen want er staat

Nadere informatie

1. WAT IS NITRAZEPAM TEVA EN WAARVOOR WORDT HET GEBRUIKT?

1. WAT IS NITRAZEPAM TEVA EN WAARVOOR WORDT HET GEBRUIKT? BIJSLUITER Lees deze bijsluiter zorgvuldig door alvorens dit geneesmiddel in te nemen. Bewaar deze bijsluiter, misschien heeft u hem nog een keer nodig. Raadpleeg dan uw arts of apotheker, als u aanvullende

Nadere informatie

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER. NEVRINE CODEINE 30mg Tabletten. Paracetamol 500 mg Coffeïne 50 mg Codeïnefosfaat 30 mg

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER. NEVRINE CODEINE 30mg Tabletten. Paracetamol 500 mg Coffeïne 50 mg Codeïnefosfaat 30 mg BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER NEVRINE CODEINE 30mg Tabletten Paracetamol 500 mg Coffeïne 50 mg Codeïnefosfaat 30 mg Lees de hele bijsluiter zorgvuldig door voordat u start met het innemen

Nadere informatie

Additions appear in italics and underlined deletions in italics and strikethrough

Additions appear in italics and underlined deletions in italics and strikethrough BIJLAGE III 1 AMENDMENTS TO BE INCLUDED IN THE RELEVANT SECTIONS OF THE SUMMARY OF PRODUCT CHARACTERISTICS OF NIMESULIDE CONTAINING MEDICINAL PRODUCTS (SYSTEMIC FORMULATIONS) Additions appear in italics

Nadere informatie

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER R CALM DIMENHYDRINATE 50 MG TABLETTEN

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER R CALM DIMENHYDRINATE 50 MG TABLETTEN BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER R CALM DIMENHYDRINATE 50 MG TABLETTEN Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat innemen want er staat belangrijke informatie in voor u. Gebruik

Nadere informatie

PUBLIEKE BIJSLUITER. Farmaceutische vorm en andere voorstellingen

PUBLIEKE BIJSLUITER. Farmaceutische vorm en andere voorstellingen PUBLIEKE BIJSLUITER Benaming Tramadol Sandoz 100 mg, tabletten met verlengde werking Tramadol Sandoz 150 mg, tabletten met verlengde werking Tramadol Sandoz 200 mg, tabletten met verlengde werking Samenstelling

Nadere informatie

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS. ALGOSTASE MONO 1 g tabletten Paracetamol

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS. ALGOSTASE MONO 1 g tabletten Paracetamol BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS ALGOSTASE MONO 1 g tabletten Paracetamol Lees goed de hele bijsluiter, want deze bevat belangrijke informatie Dit geneesmiddel kunt u zonder recept krijgen. Maar

Nadere informatie

DIABETISCHE NEUROPATHIE DIAGNOSTIEK EN BEHANDELING

DIABETISCHE NEUROPATHIE DIAGNOSTIEK EN BEHANDELING DIABETISCHE NEUROPATHIE DIAGNOSTIEK EN BEHANDELING JMJ KRUL NEUROLOOG TERGOOIZIEKENHUIZEN BLARICUM Cijfers over diabetes (1) Er zijn ongeveer 740.000 mensen met diabetes in Nederland; 250.000 mensen

Nadere informatie

Programma. Doorbraakpijn Vera Middel, apotheker. Casuïstiek Onno van der Velde, huisarts

Programma. Doorbraakpijn Vera Middel, apotheker. Casuïstiek Onno van der Velde, huisarts Programma Prevalentie pijn in de palliatieve fase Stappenplan medicamenteuze behandeling Samenwerkingsafspraak meten en registreren van pijn Marlie Spijkers, kaderarts palliatieve zorg specialist ouderengeneeskunde

Nadere informatie

Temazepam Teva 10 mg, capsules Temazepam Teva 20 mg, capsules

Temazepam Teva 10 mg, capsules Temazepam Teva 20 mg, capsules 1.3.3 : Bijsluiter Bladzijde : 1 Lees deze bijsluiter zorgvuldig door voordat u start met het gebruik van dit geneesmiddel. Bewaar deze bijsluiter, het kan nodig zijn om deze nogmaals door te lezen. Heeft

Nadere informatie

Het gebruik van DAFALGAN ODIS is beperkt tot volwassenen.

Het gebruik van DAFALGAN ODIS is beperkt tot volwassenen. BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER DAFALGAN ODIS 500 mg, orodispergeerbare tablet Paracetamol Lees de hele bijsluiter aandachtig door, want deze bevat belangrijke informatie voor u.. Raadpleeg uw

Nadere informatie

EUCALYPTINE Le Brun 20mg/120mg zetpillen volwassenen EUCALYPTINE Le Brun 5mg/80mg zetpillen kinderen

EUCALYPTINE Le Brun 20mg/120mg zetpillen volwassenen EUCALYPTINE Le Brun 5mg/80mg zetpillen kinderen BIJSLUITER VOOR HET PUBLIEK BENAMING EUCALYPTINE Le Brun 20mg/120mg zetpillen volwassenen EUCALYPTINE Le Brun 5mg/80mg zetpillen kinderen EUCALYPTINE Le Brun 20mg/120mg zetpillen volwassenen EUCALYPTINE

Nadere informatie

Pijn en pijnbehandeling

Pijn en pijnbehandeling Pijn en pijnbehandeling Inhoudsopgave 1 Inleiding... 1 2 Het pijnteam... 1 3 Pijn beschrijven... 1 4 Wisseling in pijn... 2 5 Pijnregistratie... 2 6 Pijnbestrijding... 2 7 Pijnstillers... 3 8 Algemene

Nadere informatie

Pitfalls in Oncologische Pijnbehandeling

Pitfalls in Oncologische Pijnbehandeling Pitfalls in Oncologische Pijnbehandeling R.L van Leersum Anesthesioloog / Pijnbehandelaar Bronovo Ziekenhuis Indeling Inleiding Doorbraakpijn Bijwerkingen Opioïden Hyperalgesie Multimodale Aanpak Farmacotherapie

Nadere informatie

Zenuwpijn behandelen met medicijnen

Zenuwpijn behandelen met medicijnen Zenuwpijn behandelen met medicijnen Deze folder geeft uitleg over de behandeling van zenuwpijn met medicijnen. Deze medicijnen zijn meestal geen gewone pijnstillers, maar komen uit de groep van de anti-epileptica

Nadere informatie

(Ibuprofenum) Ibuprofen 200 mg (als L-argininezout), L-arginine, natriumbicarbonaat, natriumsaccharine, aspartaam, saccharose, munt-aroma.

(Ibuprofenum) Ibuprofen 200 mg (als L-argininezout), L-arginine, natriumbicarbonaat, natriumsaccharine, aspartaam, saccharose, munt-aroma. BIJSLUITER VOOR HET PUBLIEK: SPIDIFEN 200, zakjes (Ibuprofenum) BENAMING SPIDIFEN 200, zakjes (Ibuprofenum) SAMENSTELLING Ibuprofen 200 mg (als L-argininezout), L-arginine, natriumbicarbonaat, natriumsaccharine,

Nadere informatie

I n f o r m a t i e v o o r p a t i ë n t e n

I n f o r m a t i e v o o r p a t i ë n t e n U N I V E R S I T A I R E Z I E K E N H U I Z E N L E U V E N I n f o r m a t i e v o o r p a t i ë n t e n Pijnstillers Dienst Traumatologie Eenheid 456-457 Tel. 016 34 45 60 De dienst is bereikbaar via

Nadere informatie

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER Dextromethorphan Teva 1,5 mg/ml drank dextromethorphan hydrobromide

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER Dextromethorphan Teva 1,5 mg/ml drank dextromethorphan hydrobromide BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER Dextromethorphan Teva 1,5 mg/ml drank dextromethorphan hydrobromide Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat innemen want er staat belangrijke

Nadere informatie

Zetpillen volwassenen bevatten 500 mg paracetamol per zetpil.

Zetpillen volwassenen bevatten 500 mg paracetamol per zetpil. Publieksbijsluiter PERDOLAN VOLWASSENEN Lees de hele bijsluiter aandachtig door, omdat er voor u belangrijke informatie in staat. Dit geneesmiddel is vrij verkrijgbaar. Desalniettemin dient u PERDOLAN

Nadere informatie

BIJSLUITER 1. WAT IS DAFALGAN VOLWASSENEN 600 MG EN WAARVOOR WORDT HET GEBRUIKT?

BIJSLUITER 1. WAT IS DAFALGAN VOLWASSENEN 600 MG EN WAARVOOR WORDT HET GEBRUIKT? BIJSLUITER Lees de hele bijsluiter aandachtig door, omdat er voor u belangrijke informatie in staat. Raadpleeg uw arts of apotheker als u aanvullende vragen heeft. Bewaar deze bijsluiter, misschien heeft

Nadere informatie

Naam van het geneesmiddel PERDOLAN COMPOSITUM volwassenen, tabletten en zetpillen

Naam van het geneesmiddel PERDOLAN COMPOSITUM volwassenen, tabletten en zetpillen Publieksbijsluiter PERDOLAN COMPOSITUM VOLWASSENEN Lees de hele bijsluiter aandachtig door, omdat er voor u belangrijke informatie in staat. Bewaar deze bijsluiter. Misschien heeft u hem nog een keer nodig.

Nadere informatie

Informatiebrochure voor patiënten/verzorgers

Informatiebrochure voor patiënten/verzorgers JOUW HANDLEIDING VOOR ABILIFY (ARIPIPRAZOL) Informatiebrochure voor patiënten/verzorgers Datum van herziening: oktober 2013 2013-08/LuNL/1731 Inleiding Jouw dokter heeft bij jou de diagnose bipolaire I

Nadere informatie

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS. RHINI-SAN 2 mg/20 mg tabletten. Difenylpyralinehydrochloride Fenylefrinehydrochloride

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS. RHINI-SAN 2 mg/20 mg tabletten. Difenylpyralinehydrochloride Fenylefrinehydrochloride BIJSLUITER 1 BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS RHINI-SAN 2 mg/20 mg tabletten Difenylpyralinehydrochloride Fenylefrinehydrochloride Lees goed de hele bijsluiter, want deze bevat belangrijke informatie

Nadere informatie

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER. Levocetirizine-ratio 5 mg filmomhulde tabletten

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER. Levocetirizine-ratio 5 mg filmomhulde tabletten BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER Levocetirizine-ratio 5 mg filmomhulde tabletten Levocetirizine Lees de hele bijsluiter zorgvuldig door, want deze bevat belangrijke informatie voor u. Dit geneesmiddel

Nadere informatie

BIJSLUITER. pl-market-nl-rhini-san-mar16-apprmar16.docx 1/5

BIJSLUITER. pl-market-nl-rhini-san-mar16-apprmar16.docx 1/5 BIJSLUITER pl-market-nl-rhini-san-mar16-apprmar16.docx 1/5 BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER Rhini-San 2 mg/20 mg tabletten Difenylpyralinehydrochloride Fenylefrinehydrochloride Lees goed de hele

Nadere informatie

Pijn en dementie. Inhoud. Introductie! Pijn. Pijn

Pijn en dementie. Inhoud. Introductie! Pijn. Pijn Inge van Mansom palliatief arts/specialist ouderengeneeskunde Sint Elisabeth Gasthuishof, LUMC en IKNL regio Leiden Maartje Klapwijk specialist ouderengeneeskunde en onderzoeker LUMC Introductie! 22 september

Nadere informatie

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER. Paracetamol Actavis 500 mg, tabletten. Paracetamol

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER. Paracetamol Actavis 500 mg, tabletten. Paracetamol 1.3.1 Bijsluiter Rev.nr. 1211 Pag. 1 van 5 BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER Paracetamol Actavis 500 mg, tabletten Paracetamol Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken

Nadere informatie

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER Bronchosedal Dextromethorphan 2mg/ml siroop dextromethorfanhydrobromide

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER Bronchosedal Dextromethorphan 2mg/ml siroop dextromethorfanhydrobromide BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER Bronchosedal Dextromethorphan 2mg/ml siroop dextromethorfanhydrobromide Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat innemen want er staat belangrijke

Nadere informatie

Niet alle verpakkingsgrootten kunnen gecommercialiseerd zijn.

Niet alle verpakkingsgrootten kunnen gecommercialiseerd zijn. BENAMING BIJSLUITER Pagina 1 25 mei 2010 ASPEGIC 1000 poeder voor drank ASPEGIC 500 poeder voor drank ASPEGIC 250 poeder voor drank ASPEGIC 100 poeder voor drank Lysine acetylsalicylaat. SAMENSTELLING

Nadere informatie

PIJN in de palliatieve fase

PIJN in de palliatieve fase PIJN in de palliatieve fase Themabijeenkomst Netwerk Palliatieve Zorg Eemland 9 april 2013 Palliatie Team Midden Nederland Anne Mieke Karsch, anesthesioloog-pijnspecialist UMC Utrecht Laetitia Schillemans,

Nadere informatie

Pijn bij kwetsbare ouderen. Rob van Marum Klinisch geriater, klinisch farmacoloog JBZ

Pijn bij kwetsbare ouderen. Rob van Marum Klinisch geriater, klinisch farmacoloog JBZ Pijn bij kwetsbare ouderen Rob van Marum Klinisch geriater, klinisch farmacoloog JBZ Definitie pijn Pijn is een onaangename sensorische en emotionele ervaring die in verband wordt gebracht met bestaande

Nadere informatie

INFORMATIEBROCHURE VOOR PATIËNTEN / VERZORGERS

INFORMATIEBROCHURE VOOR PATIËNTEN / VERZORGERS De Europese gezondheidsautoriteiten hebben bepaalde voorwaarden verbonden aan het in de handel brengen van het geneesmiddel ABILIFY. Het verplicht plan voor risicobeperking in België, waarvan deze informatie

Nadere informatie

Regelmatig Afvlakking van het gevoelsleven: verlies van initiatief en activiteit, gevoel opgesloten te zitten, gevoel van leegte.

Regelmatig Afvlakking van het gevoelsleven: verlies van initiatief en activiteit, gevoel opgesloten te zitten, gevoel van leegte. Aripiprazol-capsules 1 mg Werking en toepassingen Wat doet dit medicijn en waarbij wordt het gebruikt? De werkzame stof in aripiprazol-capsules is aripiprazol. Dit geneesmiddel wordt gebruikt bij psychosen,

Nadere informatie

INALPIN, 9,48 mg/15 ml; 94,8 mg/15 ml, siroop Codeïnefosfaat hemihydraat - Guaifenesine

INALPIN, 9,48 mg/15 ml; 94,8 mg/15 ml, siroop Codeïnefosfaat hemihydraat - Guaifenesine INALPIN, 9,48 mg/15 ml; 94,8 mg/15 ml, siroop Codeïnefosfaat hemihydraat - Guaifenesine Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat innemen, want er staat belangrijke informatie in voor

Nadere informatie

IB-2 Panadol Zetpillen 1000 mg voor Volwassenen maart 2010 en Kinderen vanaf 12 jaar Blz.1/5 RVG 29787 NL

IB-2 Panadol Zetpillen 1000 mg voor Volwassenen maart 2010 en Kinderen vanaf 12 jaar Blz.1/5 RVG 29787 NL Blz.1/5 RVG 29787 NL Lees deze bijsluiter zorgvuldig door, want deze bevat belangrijke informatie voor u. Dit geneesmiddel is verkrijgbaar zonder doktersvoorschrift (recept), voor de behandeling van een

Nadere informatie

Te verrichten door Arts: Medicatie voorschrijven Verpleegkundige: Pijnobservaties uitvoeren, pijnscores uitvoeren en medicatie toedienen

Te verrichten door Arts: Medicatie voorschrijven Verpleegkundige: Pijnobservaties uitvoeren, pijnscores uitvoeren en medicatie toedienen Te verrichten door Arts: Medicatie voorschrijven Verpleegkundige: Pijnobservaties uitvoeren, pijnscores uitvoeren en medicatie toedienen Doel Adequate pijnbestrijding Stappenplan bij pijnbestrijding (zie

Nadere informatie

ARIPIPRAZOLE TEVA JOUW HANDLEIDING INFORMATIEBROCHURE VOOR PATIËNTEN / VERZORGERS. (door de arts af te geven aan elke patiënt/verzorger)

ARIPIPRAZOLE TEVA JOUW HANDLEIDING INFORMATIEBROCHURE VOOR PATIËNTEN / VERZORGERS. (door de arts af te geven aan elke patiënt/verzorger) De Belgische gezondheidsautoriteiten hebben bepaalde voorwaarden verbonden aan het in de handel brengen van het geneesmiddel ARIPIPRAZOLE TEVA. Het verplicht plan voor risicobeperking in België, waarvan

Nadere informatie

als u duidelijke tekens van de ziekte van Parkinson of andere bewegingsstoornissen vertoont.

als u duidelijke tekens van de ziekte van Parkinson of andere bewegingsstoornissen vertoont. BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER SIBELIUM 10 mg tabletten flunarizine Lees de hele bijsluiter zorgvuldig door voordat u start met het gebruik van dit geneesmiddel. - Bewaar deze bijsluiter.

Nadere informatie

BIJSLUITER 1/5 BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS. Aspirine 500 Bruis, 500 mg, bruistablet. Acetylsalicylzuur

BIJSLUITER 1/5 BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS. Aspirine 500 Bruis, 500 mg, bruistablet. Acetylsalicylzuur BIJSLUITER 1/5 BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS Aspirine 500 Bruis, 500 mg, bruistablet Acetylsalicylzuur Lees goed de hele bijsluiter, want deze bevat belangrijke informatie Dit geneesmiddel kunt

Nadere informatie

Fentanyl-Janssen oplossing voor injectie 0,05 mg/ml (fentanyl)

Fentanyl-Janssen oplossing voor injectie 0,05 mg/ml (fentanyl) BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS Fentanyl-Janssen oplossing voor injectie 0,05 mg/ml (fentanyl) Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken - Bewaar deze bijsluiter. Misschien

Nadere informatie

Oxazepam Teva 10 mg, tabletten Oxazepam Teva 50 mg, tabletten oxazepam

Oxazepam Teva 10 mg, tabletten Oxazepam Teva 50 mg, tabletten oxazepam 1.3.1 : Bijsluiter Bladzijde : 1 BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS Oxazepam Teva 10 mg, Oxazepam Teva 50 mg, oxazepam Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken - Bewaar

Nadere informatie

Publieksbijsluiter Fentanyl-Janssen

Publieksbijsluiter Fentanyl-Janssen Publieksbijsluiter Fentanyl-Janssen Lees deze bijsluiter zorgvuldig vóór u dit geneesmiddel gaat gebruiken. Doe dat ook als u Fentanyl-Janssen al vaker hebt gebruikt; er kan immers belangrijke nieuwe informatie

Nadere informatie

Doorbraakpijnbij kanker. Symposium Palliatieve Zorg Samen Sterk 11 oktober 2012 G. Filippini, anesthesioloog

Doorbraakpijnbij kanker. Symposium Palliatieve Zorg Samen Sterk 11 oktober 2012 G. Filippini, anesthesioloog Doorbraakpijnbij kanker Symposium Palliatieve Zorg Samen Sterk 11 oktober 2012 G. Filippini, anesthesioloog Symptomen bij kanker Pijn Vermoeidheid Obstipatie Dyspneu Misselijkheid Braken Delirium Depressie

Nadere informatie

Bijsluiter. Naam product. Lormetazepam Mylan 1 mg en 2 mg, tabletten. Samenstelling

Bijsluiter. Naam product. Lormetazepam Mylan 1 mg en 2 mg, tabletten. Samenstelling 1.3.1 : Bijsluiter Bladzijde : 1 Bijsluiter Naam product Lormetazepam Mylan 1 mg en 2 mg, tabletten. Samenstelling De werkzame stof in de tabletten is lormetazepam. De tabletten bevatten respectievelijk

Nadere informatie

FINIMAL, tabletten. Bayer B.V., Energieweg 1, 3641 RT Mijdrecht Bayer Consumer Care, Postbus 80, 3640 AB Mijdrecht

FINIMAL, tabletten. Bayer B.V., Energieweg 1, 3641 RT Mijdrecht Bayer Consumer Care, Postbus 80, 3640 AB Mijdrecht Lees deze bijsluiter zorgvuldig door, want deze bevat belangrijke informatie voor u. Dit geneesmiddel is verkrijgbaar zonder doktersvoorschrift (recept), voor de behandeling van een milde aandoening waarbij

Nadere informatie

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER. Bisoltussin 2 mg/ml siroop volwassenen Dextromethorfan hydrobromide

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER. Bisoltussin 2 mg/ml siroop volwassenen Dextromethorfan hydrobromide BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER Bisoltussin 2 mg/ml siroop volwassenen Dextromethorfan hydrobromide Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke

Nadere informatie

1. WAT IS ACENTERINE EN WAARVOOR WORDT HET GEBRUIKT? Maagsapresistente tabletten in verpakking met 100 ronde tabletten van 500 mg.

1. WAT IS ACENTERINE EN WAARVOOR WORDT HET GEBRUIKT? Maagsapresistente tabletten in verpakking met 100 ronde tabletten van 500 mg. BIJSLUITERTEKST Lees de hele bijsluiter aandachtig door, omdat er voor u belangrijke informatie in staat. Dit geneesmiddel is zonder voorschrift verkrijgbaar. Desalniettemin dient u ACENTERINE zorgvuldig

Nadere informatie

Dancor 10, tabletten 10 mg Dancor 20, tabletten 20 mg

Dancor 10, tabletten 10 mg Dancor 20, tabletten 20 mg DANCOR 10/20 bijsluiter 31-01-2008 blz. 1 / 5 Lees deze bijsluiter zorgvuldig door voordat u start met het gebruik van dit geneesmiddel. Bewaar deze bijsluiter, het kan nodig zijn om deze nogmaals door

Nadere informatie

Verdovende middelen gebruikt voor pijnbestrijding Versie 4.3

Verdovende middelen gebruikt voor pijnbestrijding Versie 4.3 Verdovende middelen gebruikt voor pijnbestrijding Versie 4.3 Strategie om de verpakkingsgrootten of de verpakkingsvorm beschikbaar in voor het publiek opengestelde apotheken te beperken 1. Inleiding Het

Nadere informatie

chronische pijn en de pijnpolikliniek Dr. D.H.Vrinten Anesthesioloog-pijnbehandelaar

chronische pijn en de pijnpolikliniek Dr. D.H.Vrinten Anesthesioloog-pijnbehandelaar chronische pijn en de pijnpolikliniek Dr. D.H.Vrinten Anesthesioloog-pijnbehandelaar De pijnpolikliniek Indeling van pijn; acuut of chronisch Acute pijn ontstaat plotseling is (meestal) goed te behandelen;

Nadere informatie

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER. Broncho-Pectoralis Pholcodine 15 mg/300mg siroop. Folcodine 15 mg/15 ml; Sulfogaiacol 300 mg/15 ml

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER. Broncho-Pectoralis Pholcodine 15 mg/300mg siroop. Folcodine 15 mg/15 ml; Sulfogaiacol 300 mg/15 ml BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER Broncho-Pectoralis Pholcodine 15 mg/300mg siroop Folcodine 15 mg/15 ml; Sulfogaiacol 300 mg/15 ml Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat innemen

Nadere informatie

Pijnbehandeling Rondom een orthopedische operatie

Pijnbehandeling Rondom een orthopedische operatie Pijnbehandeling Rondom een orthopedische operatie In overleg met uw behandelend arts heeft u besloten tot een orthopedische operatie. In deze folder leest u waarom het belangrijk is om pijn goed te behandelen.

Nadere informatie

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS. ALGOSTASE MONO 1 g, poeder voor drank

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS. ALGOSTASE MONO 1 g, poeder voor drank BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS ALGOSTASE MONO 1 g, poeder voor drank Lees goed de hele bijsluiter, want deze bevat belangrijke informatie Dit geneesmiddel kunt u zonder voorschrift krijgen. Maar

Nadere informatie

1. WAT IS LENDORMIN 0,250 MG TABLETTEN EN WAARVOOR WORDT HET GEBRUIKT?

1. WAT IS LENDORMIN 0,250 MG TABLETTEN EN WAARVOOR WORDT HET GEBRUIKT? BIJSLUITER LENDORMIN 0,250 MG TABLETTEN Lees de hele bijsluiter aandachtig door alvorens dit geneesmiddel in te nemen. - Bewaar deze bijsluiter. Misschien heeft u hem nog een keer nodig. - Raadpleeg uw

Nadere informatie

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS. SINUTAB 500/30 mg tabletten SINUTAB FORTE 500/60 mg tabletten. Paracetamol en pseudo-efedrinehydrochloride

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS. SINUTAB 500/30 mg tabletten SINUTAB FORTE 500/60 mg tabletten. Paracetamol en pseudo-efedrinehydrochloride BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS SINUTAB 500/30 mg tabletten SINUTAB FORTE 500/60 mg tabletten Paracetamol en pseudo-efedrinehydrochloride Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel

Nadere informatie

Het werkzaam bestanddeel Het werkzaam bestanddeel is ketotifenwaterstoffumaraat. 5 ml siroop bevat 1 mg ketotifen.

Het werkzaam bestanddeel Het werkzaam bestanddeel is ketotifenwaterstoffumaraat. 5 ml siroop bevat 1 mg ketotifen. BIJSLUITER Lees de hele bijsluiter aandachtig door alvorens dit geneesmiddel in te nemen. Bewaar deze bijsluiter, misschien heeft u hem nog een keer nodig. Raadpleeg dan uw arts of apotheker, als u aanvullende

Nadere informatie

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER. Temazepam Aurobindo 10 en 20 mg, capsules. Temazepam Aurobindo 20 mg, capsules temazepam

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER. Temazepam Aurobindo 10 en 20 mg, capsules. Temazepam Aurobindo 20 mg, capsules temazepam 1.3.1 Bijsluiter Rev.nr. 1502 Pag. 1 van 5 BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER Temazepam Aurobindo 10 mg, capsules Temazepam Aurobindo 20 mg, capsules temazepam Lees goed de hele bijsluiter voordat

Nadere informatie

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS Sandomigran 0,5 mg, omhulde tabletten 0,5 mg Sandomigran 1,5 mg, omhulde tabletten 1,5 mg pizotifeenwaterstofmalaat Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel

Nadere informatie

Deelname aan medisch wetenschappelijke studie

Deelname aan medisch wetenschappelijke studie Deelname aan medisch wetenschappelijke studie Het gebruik van pregabaline voor het verminderen van pijn rondom de operatie en het voorkomen van chronische pijn bij vrouwen die een borstoperatie ondergaan

Nadere informatie

Marijse Koelewijn huisarts

Marijse Koelewijn huisarts PIJN Marijse Koelewijn huisarts Je hoeft tegenwoordig toch geen pijn meer te lijden Moeilijk behandelbare pijn Om welke pijnen gaat het? Welke therapeutische mogelijkheden zijn er? Opzet workshop: Korte

Nadere informatie

Nasivin 0,25 mg/ml doseerspray zonder conserveermiddelen bijsluiter blz. 1 / 5

Nasivin 0,25 mg/ml doseerspray zonder conserveermiddelen bijsluiter blz. 1 / 5 Nasivin 0,25 mg/ml doseerspray zonder conserveermiddelen bijsluiter blz. 1 / 5 Lees deze bijsluiter zorgvuldig door, want deze bevat belangrijke informatie voor u. Dit geneesmiddel is verkrijgbaar zonder

Nadere informatie

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS. Imodium Duo 2 mg/125 mg tabletten. Loperamidehydrochloride Simeticon

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS. Imodium Duo 2 mg/125 mg tabletten. Loperamidehydrochloride Simeticon BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS Imodium Duo 2 mg/125 mg tabletten Loperamidehydrochloride Simeticon Lees goed de hele bijsluiter, want deze bevat belangrijke informatie Dit geneesmiddel kunt u zonder

Nadere informatie

BIJSLUITER (27.10.2010)

BIJSLUITER (27.10.2010) BIJSLUITER (27.10.2010) 1 BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS BISOLTUSSIN 2 mg/ml siroop volwassenen (Dextromethorfan hydrobromide) Lees goed de hele bijsluiter, want deze bevat belangrijke informatie

Nadere informatie

PIJN BIJ KINDEREN VOORLICHTING VOOR OUDERS/VERZORGERS

PIJN BIJ KINDEREN VOORLICHTING VOOR OUDERS/VERZORGERS PIJN BIJ KINDEREN VOORLICHTING VOOR OUDERS/VERZORGERS 17803 Inleiding Uw kind is opgenomen op de kinderafdeling. Tijdens het verblijf in het ziekenhuis kan uw kind pijn ervaren, als gevolg van de aandoening,

Nadere informatie

Pijn is geen luxeprobleem! In Europa gaan er 500 miljoen werkdagen verloren als gevolg van chronische pijn, dat kost de economie 34 miljard euro.

Pijn is geen luxeprobleem! In Europa gaan er 500 miljoen werkdagen verloren als gevolg van chronische pijn, dat kost de economie 34 miljard euro. Lage Rugpijn en de diverse mogelijkheden van pijnbestrijding o.a door de neurostimulator. 17 februari 2007 Dokter J.P.Van Buyten, geneesheer anesthesist en coördinator van het multidisciplinair pijncentrum

Nadere informatie

BIJSLUITER BUSCOPAN COMPOSITUM OPLOSSING VOOR INJECTIE

BIJSLUITER BUSCOPAN COMPOSITUM OPLOSSING VOOR INJECTIE BIJSLUITER BUSCOPAN COMPOSITUM OPLOSSING VOOR INJECTIE Lees de hele bijsluiter aandachtig door alvorens dit geneesmiddel te gebruiken. - Bewaar deze bijsluiter. Misschien heeft u hem nog een keer nodig.

Nadere informatie

Emesafene, tabletten

Emesafene, tabletten BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS Emesafene, tabletten Meclozine dihcl & Pyridoxine HCl Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruikenwant er staat belangrijke informatie in

Nadere informatie

Paracetamol-Codeïne-zetpillen

Paracetamol-Codeïne-zetpillen Werking en toepassingen Wat doet dit medicijn en waarbij wordt het gebruikt? De werkzame stoffen in Paracetamol/codeïne-zetpillen FNA zijn paracetamol en codeïne. Paracetamol werkt pijnstillend en koortsverlagend.

Nadere informatie

Sandoz B.V. Page 1/5 Xylometazoline HCl Sandoz neusdruppels 0,5/1,0. 1313-V6 mg/ml 1.3.1.3 Package Leaflet januari 2009

Sandoz B.V. Page 1/5 Xylometazoline HCl Sandoz neusdruppels 0,5/1,0. 1313-V6 mg/ml 1.3.1.3 Package Leaflet januari 2009 Sandoz B.V. Page 1/5 BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER XYLOMETAZOLINE HCl SANDOZ NEUSDRUPPELS 0,5/1,0 MG/ML, OPLOSSING Lees deze bijsluiter zorgvuldig door, want deze bevat belangrijke informatie

Nadere informatie

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER. Ibuprofen Sandoz 200 mg filmomhulde tabletten Ibuprofen Sandoz 400 mg filmomhulde tabletten Ibuprofen

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER. Ibuprofen Sandoz 200 mg filmomhulde tabletten Ibuprofen Sandoz 400 mg filmomhulde tabletten Ibuprofen BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER Ibuprofen Sandoz 200 mg filmomhulde tabletten Ibuprofen Sandoz 400 mg filmomhulde tabletten Ibuprofen Lees de hele bijsluiter zorgvuldig door, want deze bevat

Nadere informatie

Prednison, prednisolon (corticosteroïden)

Prednison, prednisolon (corticosteroïden) Prednison, prednisolon (corticosteroïden) Uw behandelend arts heeft u prednison voorgeschreven. Deze folder geeft informatie over dit geneesmiddel. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, dan

Nadere informatie

FARMACEUTISCHE VORM EN ANDERE VOORSTELLINGEN

FARMACEUTISCHE VORM EN ANDERE VOORSTELLINGEN BENAMING RHINATHIOL ANTIRHINITIS tabletten RHINATHIOL ANTIRHINITIS siroop SAMENSTELLING RHINATHIOL ANTIRHINITIS tabletten: Fenylefrine hydrochloride 10mg Chloorfenamine 4mg Anhydrische glucose Lactose

Nadere informatie